Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing"

Transcriptie

1 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding Het apparaat voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Opslaan en afdrukken met gebruik van de Document Server De functie en instellingen van het apparaat Bijlage Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig en bewaar deze op een handige plaats voor toekomstig gebruik. Voor veilig en correct gebruik dient u, voordat u het apparaat in gebruik neemt, de Veiligheidsinformatie in Informatie over dit apparaat te lezen.

2 Inleiding Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen en opmerkingen over de bediening en het gebruik van dit apparaat. Lees voor uw veiligheid en voordeel deze handleiding eerst zorgvuldig voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar de handleiding op een handige plaats om informatie snel te kunnen opzoeken. Belangrijk De inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd. Het bedrijf aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor rechtstreekse, indirecte, bijzondere, incidentele of gevolgschade als gevolg van het omgaan met of het bedienen van dit apparaat. Originelen waarvan de reproductie is verboden bij wet, niet kopiëren of afdrukken. Het kopiëren of afdrukken van de volgende originelen is in het algemeen verboden door de plaatselijke wetgeving: bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelbewijzen, bankcheques, cheques, paspoorten en rijbewijzen. De voorgaande lijst is alleen bedoeld als richtlijn en is niet volledig. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid ervan. Overleg met uw juridisch adviseur als u vragen heeft over de rechtmatigheid van het kopiëren of afdrukken van bepaalde originelen. en Sommige illustraties in deze handleiding kunnen enigszins van de gegevens van het werkelijke apparaat afwijken. Voor sommige landen kunnen bepaalde opties niet beschikbaar zijn. Raadpleeg uw plaatselijke leverancier voor nadere informatie hierover. Let op: Het werken met bedieningsorganen of het uitvoeren van afstellingen of procedures anders dan gespecificeerd in deze handleiding, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. In deze handleiding worden twee maatstelsels gebruikt. Gebruik bij dit apparaat de metrische versie.

3 Handleidingen voor dit apparaat Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor hetgeen u met het apparaat wilt doen. Belangrijk De media verschillen per handleiding. De gedrukte en elektronische versies van een handleiding hebben dezelfde inhoud. Alleen als Adobe Acrobat Reader/Adobe Reader is geïnstalleerd, kunnen de handleidingen als PDF-bestand worden bekeken. Afhankelijk van het land waar u woont, kunnen deze ook beschikbaar zijn als HTML-versie. U kunt dergelijke handleidingen alleen raadplegen wanneer een webbrowser is geïnstalleerd. Informatie over dit apparaat Lees de Veiligheidsinformatie in deze handleiding voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze handleiding biedt een inleiding tot de functies van dit apparaat. U vindt er ook een toelichting bij het bedieningspaneel, voorbereidingsprocedures voor het gebruik van het apparaat, informatie over hoe tekst moet worden ingevoerd en over hoe de bijgeleverde CD-rom s moeten worden geïnstalleerd. Bedieningshandleiding Standaardinstellingen In deze handleiding worden de gebruikersinstellingen en adresboekprocedures, zoals het registreren van faxnummers, adressen en gebruikerscodes, toegelicht. Raadpleeg deze handleiding tevens voor informatie over het aansluiten van het apparaat. Problemen oplossen Hier vindt u een handleiding voor het oplossen van veelvoorkomende problemen en waarin wordt uitgelegd hoe papier, toner en andere verbruiksartikelen moeten worden vervangen. Veiligheidsinformatie Deze handleiding is bedoeld voor de beheerders van dit apparaat. Het beschrijft de beveiligingsfuncties die de beheerders kunnen gebruiken om gegevens te beveiligen tegen misbruik of om ongeautoriseerd gebruik van het apparaat te voorkomen. Deze handleiding bevat ook de procedures om beheerders te registreren en authenticatie van gebruikers en beheerders in te stellen. Kopieer-/Document Server-handleiding Beschrijft de functies en bewerkingen van het kopieerapparaat en de Document Server. Raadpleeg deze handleiding tevens voor informatie over het plaatsen van originelen. Faxhandleiding Beschrijft de functies en bewerkingen van de fax. i

4 Printerhandleiding Beschrijft de functies en bewerkingen van de printer. Scannerhandleiding Beschrijft de functies en bewerkingen van de scanner. Netwerkhandleiding Beschrijft hoe u het apparaat kunt configureren en bedienen in een netwerkomgeving en hoe u de bijgeleverde software kunt gebruiken. Deze handleiding is bedoeld voor alle modellen en bevat functies en instellingen die dit model mogelijk niet heeft. Afbeeldingen, tekeningen en informatie over de besturingssystemen die worden ondersteund, zijn mogelijk niet allemaal op dit apparaat van toepassing. Andere handleidingen Handleidingen voor dit apparaat Veiligheidsinformatie Verkorte Kopieerhandleiding Verkorte Printerhandleiding Verkorte Scanhandleiding PostScript3 Supplement UNIX Supplement Handleidingen voor DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite Installatiehandleiding DeskTopBinder Introductiehandleiding Handleiding Auto Document Link De geleverde handleidingen zijn specifiek per apparaatsoort. Ga naar onze website of raadpleeg een officiële leverancier voor meer informatie over UNIX Supplement. PostScript3 Supplement en UNIX Supplement bevatten functies en instellingen die dit model mogelijk niet heeft. ii

5 INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat...i Verklaring van symbolen in deze handleiding...1 Symbolen...1 Displaypaneel...2 Eerste display...2 Printereigensch. Menu...4 Papier plaatsen in de handinvoer...8 Het papierformaat instellen met gebruik van het bedieningspaneel...10 Aangepast papierformaat instellen met gebruik van het bedieningspaneel...11 Dik papier of Transparanten instellen met gebruik van het bedieningspaneel Het apparaat voorbereiden De verbindingmethode bevestigen...15 Netwerkverbinding...15 Lokale verbinding...18 Het printerstuurprogramma installeren...19 Quick Install (Snelle installatie)...19 Het printerstuurprogramma installeren voor de geselecteerde poort...21 Als Windows-netwerkprinter gebruiken...34 Als een NetWare-printserver/externe printer gebruiken...37 Form Feed...39 Bannerpagina...39 Afdrukken na resetten van de printer...39 Het USB-printerstuurprogramma installeren...40 Windows Me - USB...40 Windows USB...42 Windows XP, Windows Server USB...44 Afdrukken via een parallelle verbinding...46 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding...48 Profielen die worden ondersteund...48 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding...49 Instellingen voor de veilige modi maken...50 Afdrukken in de veilige modus...51 Printeropties instellen...52 Condities voor bidirectionele communicatie...52 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld...54 Font Manager 2000 installeren...55 Adobe PageMaker Version 6.0, 6.5 of 7.0 gebruiken...56 iii

6 2. Het printerstuurprogramma instellen PCL - De printereigenschappen bewerken...57 Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken...57 Windows De printereigenschappen bewerken...59 Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken...61 Windows NT De printereigenschappen bewerken...63 RPCS - De printereigenschappen bewerken...66 Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken...66 Windows De printereigenschappen bewerken...68 Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken...70 Windows NT De printereigenschappen bewerken Andere afdrukbewerkingen Een PDF-bestand direct afdrukken...75 Afdrukmethode...75 Met gebruikmaking van DeskTopBinder Lite...76 Opdrachten gebruiken...80 Niet-geautoriseerde kopieerbediening...81 Met gebruikmaking van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren]...82 Met gebruikmaking van [Mask type:]...84 Belangrijke mededeling...86 De functie Afdruktaak gebruiken...87 De Oorspronkelijke Afdruktaaklijst selecteren...90 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken...91 Testafdruk...91 Beveiligde afdruk...95 Uitgesteld afdrukken...99 Opgeslagen afdruk Afdrukken vanaf het scherm Lijst per gebruiker-id De geselecteerde afdruktaak afdrukken Alle afdruktaken afdrukken Form Feed Afdrukken vanuit een geselecteerde lade Een afdruktaak annuleren Een afdruktaak annuleren Een afdruktaak annuleren met gebruik van het bedieningspaneel Windows - Een afdruktaak annuleren vanaf de computer Het foutenlogboek controleren Spoolafdrukken Gebruikersgedefinieerde pagina s Afdrukken met gebruikmaking van de Finisher Nieten Perforeren Sorteren Voorbladen Hoofdstuk instellen Geen tussenbladen Tussenbladen hoofdstuk invoegen Tussenblad iv

7 4. Opslaan en afdrukken met gebruik van de Document Server Toegang tot de Document Server De functie en instellingen van het apparaat Mainframe Functies Interface Lijst met instellingsitems Web Image Monitor telnet UNIX Instellingen die samen met PostScript 3 kunnen worden gebruikt Bijlage Specificaties Opties INDEX v

8 vi

9 Verklaring van symbolen in deze handleiding Symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: Geeft belangrijke veiligheidsaanwijzingen aan. Als deze aanwijzingen worden genegeerd, kan dit ernstig letsel of zelfs overlijden tot gevolg hebben. Zorg daarom dat u deze aanwijzingen leest. Deze zijn te vinden in de paragraaf Veiligheidsinformatie van het hoofdstuk Informatie over dit apparaat. Geeft belangrijke veiligheidsaanwijzingen aan. Als deze aanwijzingen worden genegeerd, kan dit licht letsel of schade aan eigendommen tot gevolg hebben. Zorg daarom dat u deze aanwijzingen leest. Deze zijn te vinden in de paragraaf Veiligheidsinformatie van het hoofdstuk Informatie over dit apparaat. Geeft punten aan die bij het gebruik van dit apparaat aandacht verdienen en beschrijft mogelijke oorzaken van papierstoringen, beschadiging van originelen of verlies van gegevens. Zorg dat u deze toelichting leest. Geeft aanvullende uitleg over de functies van het apparaat en biedt instructies voor het verhelpen van fouten in het gebruik. Dit symbool staat aan het einde van paragrafen. Het geeft aan waar u nadere relevante informatie kunt vinden. [ ] Geeft de namen aan van de toetsen die op het display van het apparaat verschijnen. { } Geeft de namen aan van de toetsen op het bedieningspaneel van het apparaat. 1

10 Displaypaneel In dit hoofdstuk wordt de configuratie met het weergavescherm beschreven, wanneer de printerfunctie is geselecteerd. Eerste display Belangrijk Het apparaat gaat offline wanneer u instellingen aanmaakt, zelfs wanneer deze eerst online was. Wanneer u de instelling heeft aangemaakt, gaat het apparaat automatisch naar online. Indien u een instelling maakt wanneer het apparaat offline is, blijft het daarna offline. De weergegeven functies dienen als keuzetoetsen. Door licht in te drukken, kunt u een item selecteren of specificeren. Bij selectie of specificatie van een item op het display wordt het gemarkeerd. Grijsgekleurde toetsen (bijv. ) kunnen niet worden gebruikt. 1. Gebruiksstatus of mededelingen Geeft de huidige apparaatstatus weer, zoals Gereed, Off-line en Afdrukken.... Informatie over de printopdracht (gebruikers ID en documentnaam) verschijnt in deze sectie. 2. [fon-line]/[ Off-line] Door op deze toetsen te drukken wisselt het apparaat tussen online en offline. De printer kan gegevens van de computer ontvangen wanneer deze online is. De printer kan geen gegevens van de computer ontvangen wanneer deze offline is. 3. [Form Feed] Druk op deze toets om alle gegevens af te drukken die in de invoerbuffer van het apparaat zijn achtergebleven. Wanneer het apparaat online is, verschijnt de status in het grijs. Deze functie is niet beschikbaar bij gebruik van de RPCS-printertaal. 4. [Taak reset] Druk op deze toets om de huidige afdrukopdracht te annuleren. Wanneer u drukt op deze toets terwijl het apparaat offline is en u Hex dump heeft geselecteerd, wordt Hex dump geannuleerd. 2

11 5. [Afdruktaken] Druk hierop om de afdruktaken weer te geven die vanaf een computer zijn verstuurd. 6. [Foutenlogboek] Druk hierop om de foutlogboeken van de afdruktaken die vanaf een computer zijn verzonden, weer te geven. 7. [Takenlijst spoolen] Druk hierop om de gespoolde taken weer te geven. 8. Statusindicators papierlade De instellingen van de papierlade verschijnen. Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, verschijnt de kopieerweergave. Dit is een standaardinstelling van de fabriek. Deze basisinstelling kan worden gewijzigd. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 3

12 Printereigensch. Menu Hieronder worden de instellingen en betekenissen van functies onder Printereigenschappen besproken. Het scherm Printereigenschappen wordt weergegeven als u op de toets {Gebruikersinstellingen/Teller} drukt. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Lijst- / proefafdruk Menu Meerdere lijsten Configuratiepagina Foutenlogboek Menulijst PCL config./font pagina PS config./font pagina PDF config./font pagina Hex dump Beschrijving U kunt de configuratiepagina afdrukken en het foutenlogbestand. U kunt de huidige configuratiewaarden van het apparaat afdrukken. U kunt de lijst afdrukken met alle fouten die tijdens het afdrukken zijn geregistreerd. U kunt een Menulijst afdrukken met de functiemenu s van het apparaat. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde PCL-lettertypen afdrukken. Dit menu kan alleen worden gekozen wanneer de PCL-eenheid is geïnstalleerd. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde PostScript-lettertypen afdrukken. Dit menu kunt u alleen selecteren als de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. U kunt de huidige configuratie en een lijst geïnstalleerde PDF-lettertypen afdrukken. Dit menu kunt u alleen selecteren als de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. U kunt in de Hex dump-modus afdrukken. Onderhoud Menu Menu beveiligen Lijst- / proefafdruk beveligd Verwijder alle tijdelijke afdruktaken Verwijder alle opgeslagen afdr.taken Beschrijving Via deze functie kunt u menu-instellingen beveiligen tegen onbedoelde wijzigingen. Zo wordt het onmogelijk menu-instellingen met normale procedures te wijzigen tenzij u de vereiste toetsen gebruikt. In een netwerkomgeving kunnen alleen beheerders veranderingen in menu-instellingen maken. U kunt het menu [Lijst- / proefafdruk] beveiligen. U kunt alle afdruktaken die tijdelijk in het apparaat zijn opgeslagen, verwijderen. U kunt alle afdruktaken die in het apparaat zijn opgeslagen, verwijderen. 4

13 Systeem Menu Foutenlogboek afdrukken Automatisch doorgaan Geheugenoverloop Taakscheiding Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen Originele afdruktakenlijst Gebruik van geheugen Duplex Kopieën Blanco pagina afdrukken Randen bijwerken Toner besparen Printertaal Sub papierformaat Papierformaat Briefpapier instelling Beschrijving U kunt een foutrapport afdrukken als er een printerof geheugenfout optreedt. U kunt deze optie selecteren om Automatisch doorgaan in te schakelen. Wanneer het is ingeschakeld, wordt na een systeemfout het afdrukken hervat. Selecteer deze optie om een foutrapport geheugenoverflow af te drukken. U kunt Taakscheiding inschakelen. Dit menu kan alleen worden gekozen als een finisher (optioneel) is geïnstalleerd. U kunt kiezen om afdruktaken die tijdelijk in het apparaat zijn opgeslagen, automatisch te verwijderen. U kunt kiezen om afdruktaken die in het apparaat zijn opgeslagen, automatisch te verwijderen. U kunt het standaard printerscherm instellen als u op [Afdruktaken] drukt. U kunt de hoeveelheid geheugen selecteren dat wordt gebruikt in Prioriteit lettert. of Prioriteit kaders, op basis van het papierformaat of resolutie. U kunt instellen of u op beide zijden van alle pagina s afdrukt. U kunt het aantal afdruksets specificeren. Deze instelling wordt uitgeschakeld als het aantal af te drukken pagina s is ingesteld met het printerstuurprogramma of andere opdracht. U kunt instellen of u blanco pagina s afdrukt of niet. Hiermee kunt u de randen van gedrukte tekens bijwerken. Geef de instellingen op voor het al dan niet toepassen van de tonerbesparing. U kunt de printertaal specificeren. U kunt de voorziening Papierformaat (A4 LT) automatisch vervangen inschakelen. U kunt het standaardpapierformaat selecteren. U kunt af te drukken afbeeldingsoriginelen roteren. Tijdens het afdrukken worden afbeeldingsoriginelen altijd 180 graden geroteerd. Daarom is de uitvoer mogelijk niet zoals u verwacht wanneer u afdrukt op papier met een specifieke afdrukrichting zoals briefpapier of voorbedrukt papier. Met deze functie kunt u afbeeldingen roteren. 5

14 Menu Handinvoer instellingsprioriteit Afdrukken van rand tot rand Standaard printertaal Veranderen van lade Beschrijving U kunt opgeven welke van de twee opties, (Printer) Driver/Opdracht of Machine instellingen prioriteit heeft ten aanzien van het papierformaat voor de handinvoerlade. U kunt selecteren of u het volledige vel afdrukt. U kunt de standaardprintertaal instellen als het apparaat de printertaal niet automatisch kan vinden. U kunt instellen om over te schakelen van papierlade. Host interface I/O-buffer I/O time-out Menu Beschrijving U kunt het formaat van de I/O-buffer instellen. Normaal gesproken is het niet nodig deze instelling te wijzigen. U kunt instellen hoeveel seconden het apparaat pauzeert voordat het een afdruktaak afrondt. Als doorgaans midden in andere afdruktaakgegevens gegevens binnenkomen via een andere poort, dient u de time-out periode groter te maken. PCL menu Dit menu kan alleen worden gekozen wanneer de PCL-eenheid is geïnstalleerd. Menu Richting Formulierregels Lettertype bron Lettertypenummer Puntgrootte Font Pitch Symbolenset Courier lettertype Vergroot A4 breedte Van CR naar LF Resolutie Beschrijving U kunt de paginarichting instellen. U kunt het aantal lijnen per pagina instellen. U kunt de opslaglocatie van het standaardlettertype instellen. U kunt de ID van het door u gekozen standaardlettertype instellen. U kunt de puntgrootte instellen die u voor het geselecteerde lettertype wilt gebruiken. U kunt het aantal tekens per inch van het geselecteerde lettertype instellen. U kunt de set afdrukbare tekens voor het geselecteerde lettertype specificeren. De beschikbare opties zijn: U kunt een Courier-lettertype selecteren. U kunt de breedte van het afdrukbare gebied groter maken (wanneer u op A4 afdrukt met PCL). Indien ingeschakeld (Aan) wordt een carriage-return achter elke line-feed geplakt: CR=CR, LF=CR LF, FF=CR FF. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. 6

15 PS Menu (optioneel) Gegevensnotatie Resolutie Menu Beschrijving U kunt een gegevensindeling selecteren. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. PDF Menu (optioneel) Dit menu kunt u alleen selecteren als de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. Menu PDF wachtwoord wijzigen PDF Groepswachtwoord Resolutie Beschrijving U kunt het wachtwoord instellen voor het PDF-bestand dat PDF direct afdrukken uitvoert. U kunt het groepswachtwoord instellen dat al bij DeskTopBinder Lite is opgegeven. U kunt de resolutie van de afdruk instellen in dots per inch. Sommige opties worden niet weergegeven, afhankelijk van de optionele eenheden of de geselecteerde printertalen. De PCL-printertaal is optioneel, afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, maar is vereist wanneer de PCL-eenheid is geïnstalleerd. Sommige opties kunnen niet worden ingesteld, afhankelijk van de beveiligingsinstellingen. Verwijzing Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Voor meer informatie over de kopieerfuncties en systeeminstellingen, zie Kopieerhandleiding en Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. 7

16 Papier plaatsen in de handinvoer Dit deel bevat instructies voor het plaatsen van papier in de handinvoer. Zie Informatie over dit apparaat voor meer informatie over het papierformaat en het papiertype. De volgende papierformaten kunnen worden geplaatst in de handinvoer: Verticaal: mm (3,9-11,7 inch) Horizontaal: mm (5,8-23,6 inch) Belangrijk Wanneer u afdrukt via de handinvoer zijn de volgende functies niet mogelijk: Dubbelzijdig afdrukken (wanneer de optionele eenheid is geïnstalleerd) Automatische ladekeuze Auto-lade wisselen Roterend Sorteren Nieten (als de optionele eenheid is geïnstalleerd) Perforeren (als de optionele 2 lade Finisher is geïnstalleerd) Stel het papierformaat in via het printerstuurprogramma wanneer u gegevens afdrukt via de computer. Het papierformaat dat wordt ingesteld via het printerstuurprogramma, heeft voorrang op het formaat dat is ingesteld via het bedieningspaneel. Afdrukken op papier met specifieke afdrukrichting Wanneer u wilt afdrukken op papier dat een specifieke afdrukrichting vereist, zoals enveloppen of briefpapier, moet u het als volgt plaatsen: Wanneer de invoerrichting van het papier L is, plaatst u het papier met de te bedrukken zijde naar beneden in de handinvoer en de onderrand van het papier in de richting van het apparaat. Wanneer de invoerrichting van het papier K is, plaatst u het papier met de te bedrukken zijde naar beneden in de handinvoer en de onderrand van het papier in uw richting. Wanneer u wilt afdrukken op papier dat is ingesteld in de tegengestelde richting van de juiste richtingen zoals hierboven beschreven, draait u de af te drukken afbeelding 180 graden via het printerstuurprogramma. Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 8

17 A Open de handinvoer. AJL006S B Stel de papiergeleiders af op het papierformaat. Wanneer de papiergeleiders niet strak tegen het papier liggen, kan dit leiden tot scheve afdrukken of papierstoringen. AJL007S 1. Verlengstuk 2. Papiergeleider C Plaats het papier met de te bedrukken zijde naar beneden voorzichtig in de handinvoer totdat u een pieptoon hoort. Waaier het papier los om te voorkomen dat meerdere vellen tegelijk worden ingevoerd. D Selecteer het papierformaat. Schuif het verlengstuk uit als u grotere papierformaten gebruikt dan A4 L, 8 1 / 2 11 L. Wanneer u een Transparant plaatst, moet u ervoor zorgen dat de voor- en achterkant correct zijn ingesteld. Verwijzing Zie het Help-bestand van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen van het stuurprogramma. Selecteer het papiertype wanneer u afdrukt op Transparanten of op dik papier (meer dan 127,9 g/m 2 ). Zie Pag.12 Dik papier of Transparanten instellen met gebruik van het bedieningspaneel voor meer informatie. 9

18 Het papierformaat instellen met gebruik van het bedieningspaneel Volg de onderstaande procedure om het apparaat in te stellen met gebruikmaking van het bedieningspaneel als u het standaard papierformaat in de handinvoerlade plaatst. Belangrijk De volgende procedures zijn niet vereist als u [Driver/Opdracht] selecteert vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.]. Stel het papierformaat in dat geval in met behulp van het printerstuurprogramma. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie. Wanneer u [Machine instellingen] bij [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] selecteert (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen), hebben de instellingen die via het bedieningspaneel zijn doorgevoerd prioriteit ten opzichte van de instellingen via het printerstuurprogramma. Als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, selecteer dan [Machine instellingen] vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Stel het papierformaat in door middel van het bedieningspaneel. Dik papier en Transparanten worden met de af te drukken zijde naar beneden aangeleverd. Daarom moeten de afdrukken in de juiste volgorde worden geordend. U kunt dit voorkomen door [Omgekeerde volgorde] te selecteren bij de instellingen van het RPCS-printerstuurprogramma zodat de afdrukken in de juiste paginavolgorde worden aangeleverd. A Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets op het bedieningspaneel. AJM002S B Druk op [Systeeminstellingen]. C Druk op het tabblad [Instellingen papierlade]. D Druk op [TVolgende] om door de lijst te scrollen. E Druk op [Printer handinvoer papierformaat]. F Selecteer het papierformaat. Druk op [UVorige] of [TVolgende] om door de lijst te bladeren. 10

19 G Druk op [OK]. H Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets. Verwijzing Wanneer u dik papier of Transparanten plaatst, moet u het papierformaat en het papiertype selecteren. Zie Pag.12 Dik papier of Transparanten instellen met gebruik van het bedieningspaneel voor meer informatie. Aangepast papierformaat instellen met gebruik van het bedieningspaneel Volg de onderstaande procedure om het apparaat in te stellen met gebruik van het bedieningspaneel als u een aangepast papierformaat in de handinvoerlade plaatst. Belangrijk De volgende procedures zijn niet vereist als u [Driver/Opdracht] selecteert vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Stel het papierformaat in dat geval in met behulp van het printerstuurprogramma. Wanneer u [Machine instellingen] bij [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] selecteert (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen), hebben de instellingen die via het bedieningspaneel zijn doorgevoerd prioriteit ten opzichte van de instellingen via het printerstuurprogramma. Als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, selecteer dan [Machine instellingen] vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Stel het papierformaat in door middel van het bedieningspaneel. A Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets op het bedieningspaneel. B Druk op [Systeeminstellingen]. C Druk op het tabblad [Instellingen papierlade]. D Druk op [TVolgende] om door de lijst te scrollen. E Druk op [Printer handinvoer papierformaat]. F Druk op [Aangepast formaat]. Indien reeds een aangepast formaat is ingesteld, drukt u op [Formaat wijzigen]. G Druk op [Verticaal]. 11

20 H Voer het verticale formaat van het papier in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {#}. I Druk op [Horizontaal]. J Voer het horizontale formaat van het papier in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de toets {#}. K Druk op [OK]. De papierformaten die u hebt opgegeven worden weergegeven. L Druk op [OK]. M Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets. Wanneer u dik papier of Transparanten plaatst, dient u het papierformaat en het papiertype in te stellen. Zie het Help-bestand van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen van het stuurprogramma. Dik papier of Transparanten instellen met gebruik van het bedieningspaneel Volg de onderstaande procedure om het apparaat in te stellen met gebruik van het bedieningspaneel als u dik papier of Transparanten in de handinvoerlade plaatst. Belangrijk De volgende procedures zijn niet vereist als u [Driver/Opdracht] selecteert vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Stel het papierformaat in dat geval in met behulp van het printerstuurprogramma. Wanneer u [Machine instellingen] bij [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] selecteert (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen), hebben de instellingen die via het bedieningspaneel zijn doorgevoerd prioriteit ten opzichte van de instellingen via het printerstuurprogramma. Als het printerstuurprogramma niet wordt gebruikt, selecteer dan [Machine instellingen] vanaf [Handinvoer instellingsprioriteit] in [Systeem] van [Printereigensch.] (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Stel het papierformaat in door middel van het bedieningspaneel. 12

21 A Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets op het bedieningspaneel. B Druk op [Systeeminstellingen]. C Druk op het tabblad [Instellingen papierlade]. D Druk op [TVolgende] om door de lijst te scrollen. E Druk op [Papiertype: Handinvoer]. F Selecteer [OHP] of [Dik papier]. G Druk op [OK]. Het papiertype dat u hebt geselecteerd wordt weergegeven. H Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets. De instellingen blijven geldig totdat u ze reset. Verwijder de instellingen voor de volgende gebruiker wanneer u heeft afgedrukt op Transparanten of zwaar papier. Verwijzing Wanneer u voorgedrukt briefpapier plaatst, let u dan op de richting. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Raadpleeg de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen wanneer u [Printereigensch.] configureert bij [Systeeminstellingen]. Zie het Help-bestand van het printerstuurprogramma voor meer informatie over de instellingen van het stuurprogramma. 13

22 14

23 1. Het apparaat voorbereiden De verbindingmethode bevestigen Het apparaat ondersteunt netwerk- en lokale verbindingen. Controleer hoe het apparaat is aangesloten, voordat u het printerstuurprogramma installeert. Voer de installatieprocedure voor het stuurprogramma uit die van toepassing is op deze verbindingsmethode. Netwerkverbinding Het apparaat kan worden gebruikt als een Windows-afdrukpoort of netwerkprinter. Het apparaat gebruiken als een Windows-afdrukpoort U kunt netwerkverbindingen maken via Ethernet en IEEE b. Welke poorten beschikbaar zijn, wordt bepaald door de combinatie van het Windows-besturingssysteem en de verbindingsmethode. 15

24 Het apparaat voorbereiden Windows 95/98 1 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows Me Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows 2000 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows XP Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows Server 2003 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Windows NT 4.0 Verbindingsmethode Ethernet/ IEEE b Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort Standaard TCP/IP LPR-poort Beschikbare poorten SmartDeviceMonitor for Client-poort LPR-poort Verwijzing Lees de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk poorttype. Voor de SmartDeviceMonitor for Client-poort, zie Pag.21 De SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruiken. Voor de standaard TCP/IP-poort, zie Pag.30 De standaard TCP/IP-poort gebruiken. Zie, voor de LPR poort Pag.32 De LPR-poort gebruiken. 16

25 De verbindingmethode bevestigen Als een netwerkprinter gebruiken Dit apparaat kan als een Windows-netwerkprinter, NetWare-printserver of de externe NetWare-printer worden gebruikt. 1 Verwijzing Zie de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk type netwerkprinter. Raadpleeg Pag.34 Als Windows-netwerkprinter gebruiken voor de netwerkprinter van Windows. Raadpleeg Pag.37 Als een NetWare-printserver/externe printer gebruiken voor de NetWare-printserver en externe printer. 17

26 Het apparaat voorbereiden Lokale verbinding 1 U kunt lokale verbindingen maken via parallelle verbinding, USB-verbinding en Bluetooth-verbinding. De versie van het Windows-besturingssysteem bepaalt de beschikbare verbindingsmethoden. Windows 95: Parallelle verbindingen Windows 98/98 SE: Parallelle verbindingen Windows Me: USB- en parallelle verbindingen Windows 2000: USB-verbindingen, parallelle verbindingen en Bluetooth-verbindingen Windows XP: USB-verbindingen, parallelle verbindingen en Bluetooth-verbindingen Windows Server 2003: USB-verbindingen, parallelle verbindingen en Bluetooth-verbindingen Windows NT 4.0: Parallelle verbindingen Verwijzing Lees de uitleg over de installatie van het printerstuurprogramma voor elk verbindingstype. Zie Pag.40 Het USB-printerstuurprogramma installeren voor de USB-verbinding. Zie Pag.46 Afdrukken via een parallelle verbinding voor de parallelle verbinding. Zie Pag.48 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding voor de Bluetooth-verbinding. 18

27 Het printerstuurprogramma installeren Het printerstuurprogramma installeren In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe het printerstuurprogramma moet worden geïnstalleerd. Het printerstuurprogramma kan op twee manieren worden geïnstalleerd: met Snelinstallatie, waarbij de instellingen direct worden geïnstalleerd, of door het juiste stuurprogramma te installeren via de poort die u wilt gebruiken. 1 Quick Install (Snelle installatie) Windows 95/98/Me/2000/XP- en Windows Server 2003-gebruikers kunnen deze software op een eenvoudige wijze installeren met de bijgeleverde CD-rom. Met Snelinstallatie worden het RPCS-printerstuurprogramma en DeskTopBinder - SmartDeviceMonitor for Client geïnstalleerd in de netwerkomgeving en wordt de TCP/IP-poort geconfigureerd. Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als een beheerder. Als u een verbinding maakt via USB, raadpleeg dan Pag.40 Het USB-printerstuurprogramma installeren en installeer het printerstuurprogramma. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-ROM. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [Snelinstallatie]. De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. E Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. 19

28 Het apparaat voorbereiden 1 F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer printer] het apparaatmodel dat wilt gebruiken. Voor netwerkverbindingen via TCP/IP, selecteert u het apparaat waarvan het IP-adres wordt weergegeven in [Verbinden met]. Selecteer voor een parallelle aansluiting het apparaat waarvan de printerpoort wordt weergegeven in [Verbinden met]. G Klik op [Installeren]. De installatie van het printerstuurprogramma start. H Klik op [Voltooien]. Er wordt een bericht weergegeven waarin u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. I Klik in het eerste dialoogvenster van de installer op [Afsluiten] en neem de CD-ROM uit de lade. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-ROM. Selecteer een apparaat waarvan het IP-adres wordt weergegeven in [Verbinden met] om SmartDeviceMonitor for Client te installeren wanneer u TCP/IP gebruikt. Verwijzing Snelinstallatie is niet beschikbaar tenzij bi-directionele communicatie tussen het apparaat en computer is ingeschakeld via een parallelle verbinding. Zie Pag.54 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld voor meer details over de bi-directionele communicatie tussen het apparaat en de computer. 20

29 Het printerstuurprogramma installeren Het printerstuurprogramma installeren voor de geselecteerde poort De SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruiken Belangrijk Om in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 SmartDeviceMonitor for Client te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als een beheerder. Installeer SmartDeviceMonitor for Client voordat u het printerstuurprogramma installeert wanneer u de SmartDeviceMonitor for Client-poort gebruikt. 1 SmartDeviceMonitor for Client installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [DeskTopBinder - SmartDeviceMonitor for Client]. E Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [Volgende >]. De standaardinterfacetaal is Engels. F Er wordt een bericht weergegeven waarin u wordt gevraagd alle overige toepassingen af te sluiten. Sluit alle toepassingen af en klik vervolgens op [Volgende >]. G De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de inhoud heeft gelezen, klikt u op [Ja]. H Klik op [Volledige installatie] of [Aangepast installeren]. Met [Volledige installatie] installeert u alle vereiste functies: DeskTopBinder - SmartDeviceMonitor for Client. Met [Aangepast installeren] installeert u de geselecteerde functies. I Volg de instructies op het display en klik op [Volgende >] om door te gaan met de volgende stap. 21

30 Het apparaat voorbereiden 1 J Nadat de installatie is voltooid, selecteert u de optie om de computer nu opnieuw op te starten of de optie om dit later te doen. Vervolgens klikt u op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-ROM. 22

31 Het printerstuurprogramma installeren De poortinstellingen wijzigen voor SmartDeviceMonitor for Client Volg de onderstaande procedure om de SmartDeviceMonitor for Client-instellingen te wijzigen zoals TCP/IP time-out, herstel/parallel afdrukken en printergroepen. 1 Windows 95/98: A Open het venster [Printers] vanaf het menu [Start]. B In het venster [Printers] klikt u op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. C Klik op het tabblad [Details] en klik vervolgens op [Poortinstellingen]. Het dialoogvenster [Poortinstellingen] verschijnt. Windows 2000 / Windows NT 4.0: A Open het venster [Printers] via het menu [Start]. B In het venster [Printers] klikt u op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. C Op het tabblad [Poorten] klikt u op [Poort configureren]. Het dialoogvenster [Configuratie] wordt weergegeven. Windows XP, Windows Server 2003: A Open het venster [Printers en faxapparaten] vanuit het menu [Start]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen wordt weergegeven. C Klik op het tabblad [Poorten] en klik op [Poort configureren]. Het dialoogvenster [Poort configureren] verschijnt. 23

32 Het apparaat voorbereiden 1 Voor TCP/IP kunt u time-outinstellingen configureren. Voor IPP kunnen gebruikers- en time-outinstellingen worden geconfigureerd. Als geen instellingen op het tabblad [Herstel/Parallel afdrukken] beschikbaar zijn, volgt u de onderstaande procedure. A Klik op [Annuleren] om het dialoogvenster [Poortconfiguratie:] te sluiten. B Start SmartDeviceMonitor for Client en klik met de rechtermuisknop op het pictogram SmartDeviceMonitor for Client op de taakbalk. C Wijs [Eigenschappen] aan en klik vervolgens op [Instellingen van uitgebreide functies]. D Selecteer het selectievakje [Herstelafdrukken/parallel afdrukken instellen voor elke poort]. E Klik op [OK] om het dialoogvenster [Instellingen van uitgebreide functies] te sluiten. Verwijzing Raadpleeg de Netwerkhandleiding of de Help-functie van SmartDevice- Monitor for Client voor meer informatie over de instellingen. 24

33 Het printerstuurprogramma installeren Het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma (TCP/IP) installeren Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:] en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, het printermodel of de poort. 1 25

34 Het apparaat voorbereiden 1 J Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. K Klik op [SmartDeviceMonitor] en vervolgens op [OK]. L Klik op [TCP/IP] en vervolgens op [Zoeken]. Een lijst met printers, die via TCP/IP communiceren, verschijnt. M Selecteer de printer die u wilt gebruikt en klik op [OK]. Alleen printers die antwoorden op een broadcast van de computer worden weergegeven. Om een apparaat te gebruiken dat hier niet worden weergegeven, klikt u op [Adres specificeren]. Vervolgens voert u het IP-adres of de hostnaam van het apparaat in. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. O Stel een gebruikerscode in, indien nodig. U kunt maximaal 8 numerieke tekens invoeren. Het is niet mogelijk alfabetische tekens of symbolen in te voeren. P Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. Q Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. R Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Via het instellen van een gebruikerscode kan een SmartDeviceMonitor for Admin gebruiker het velverbruik van de afzonderlijke gebruikers weergeven en controleren. Zie SmartDeviceMonitor for Admin Help voor meer informatie. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de basisdirectory van de CD-ROM. In Windows 95/98/Me kunt u geen IP-adres invoeren dat voor een deel overeenstemt met een IP-adres dat al in gebruik is. Bijvoorbeeld, als in gebruik is, kunt u xx niet gebruiken. Op dezelfde wijze, als al is toegekend, kunt u niet gebruiken. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 26

35 Het printerstuurprogramma installeren Het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma (IPP) installeren Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. H Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:] en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, het printermodel of de poort. 1 27

36 Het apparaat voorbereiden 1 I Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. J Klik op [SmartDeviceMonitor] en vervolgens op [OK]. K Klik op [IPP]. L In het vak [Printer-URL] voert u het adres van de printer als volgt in: Als de serververificatie actief is, moet u https://printeradres/printer (installatie van Internet Explorer 5.01 of hogere versie is vereist) invoeren om SSL (een protocol voor gecodeerde communicatie) in te schakelen. (voorbeeld van een IP-adres: ) https:// /printer U kunt het printeradres invoeren in de indeling M Geef een naam op voor de identificatie van de printer in [IPP-poortnaam]. Gebruik een unieke naam voor de poort, die afwijkt van alle andere poortnamen. Als hier geen naam is gespecificeerd, wordt het adres dat is ingevoerd in het vak [Printer-URL] de naam van de IPP-poort. N Klik op [Gedetaill. instellingen] om de noodzakelijke instellingen te maken. Raadpleeg de Help-functie van SmartDeviceMonitor for Client voor meer informatie over de instellingen. O Klik op [OK]. P Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. Q Stel een gebruikerscode in, indien nodig. U kunt maximaal 8 numerieke tekens invoeren. Het is niet mogelijke letteren symbooltekens in te voeren. R Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. S Klik op [Doorgaan]. De installatie begint. 28

37 Het printerstuurprogramma installeren T Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. Via het instellen van een gebruikerscode kan een SmartDeviceMonitor for Admin gebruiker het velverbruik van de afzonderlijke gebruikers weergeven en controleren. Zie SmartDeviceMonitor for Admin Help voor meer informatie. 1 Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 29

38 Het apparaat voorbereiden De standaard TCP/IP-poort gebruiken 1 Hier wordt beschreven hoe u het RPCS- of PCL-printerstuurprogramma kunt installeren met de TCP/IP-poort. Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. 30

39 Het printerstuurprogramma installeren I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:] en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, het printermodel of de poort. J Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. K Klik op [Standaard TCP/IP-poort] en klik vervolgens op [OK]. Configureer de instellingen van de standaard TCP/IP-poort, en raadpleeg de Windows Help als [Standaard-TCP/IP poort] niet wordt weergegeven. L Klik op [Volgende >] in het dialoogvenster [Wizard Standaard-TCP/IP printerpoort toevoegen]. M Geef de printernaam of het IP-adres op in het vak [Printernaam of IP-adres]. In het tekstvak [Poortnaam] wordt automatisch een poortnaam geplaatst. Wijzig, indien nodig, deze naam. Als de apparaatselectie verschijnt, selecteert u RICOH NetworkPrinter Driver C Model. N Klik op [Volgende >]. O Klik op [Voltooien] in het dialoogvenster [Wizard Standaard-TCP/IP printerpoort toevoegen]. Het eerste installatiescherm wordt opnieuw weergegeven. P Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. Q Configureer, indien nodig, de standaardprinter. R Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. S Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 1 31

40 Het apparaat voorbereiden De LPR-poort gebruiken 1 Hier wordt beschreven hoe u het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma kunt installeren met gebruik van de LPR-poort. Belangrijk Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Selecteer het apparaatmodel dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. 32

41 Het printerstuurprogramma installeren H Klik op [Volgende >]. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:] en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, het printermodel of de poort. J Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. K Klik op [LPR-poort] en klik vervolgens op [OK]. Als de [LPR-poort] niet verschijnt, raadpleegt u de Windows Help en installeert het. L Geef het IP-adres van de printer op in het vak [Naam of adres van de server die lpd biedt]. M Geef lp op in het vak [Naam van printer of afdrukwachtrij op die server] en klik vervolgens op [OK]. De poort is toegevoegd. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. O Configureer, indien nodig, de standaardprinter. P Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. Q Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 33

42 Het apparaat voorbereiden Als Windows-netwerkprinter gebruiken 1 Hier wordt beschreven hoe u het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma kunt installeren met gebruik van de printer als Windows-netwerkprinter. Om de printserver te gebruiken, installeert u het printerstuurprogramma door Netwerk-printerserver te selecteren en door vervolgens de gedeelde printer van Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 te selecteren. In deze paragraaf wordt ervan uit gegaan dat de client reeds is geconfigureerd voor de communicatie met een printserver van Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0. Start de volgende procedure niet, voordat de client is geïnstalleerd en correct geconfigureerd. Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Als u afdrukt met een printserver die is verbonden met de printer die gebruik maakt van de SmartDeviceMonitor-poort, kan Herstel Afdrukken en Parallel afdrukken niet worden gebruikt vanaf de client. Als u afdrukt met een printserver van Windows XP- of Windows Server 2003, zijn de berichtgevingsfuncties van SmartDeviceMonitor mogelijk niet in gebruik bij de client. Als u afdrukt met een Windows NT 4.0-printserver, installeert u het printerstuurprogramma voordat u de printserver aansluit op de printer. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. 34

43 Als Windows-netwerkprinter gebruiken Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. H Markeer het selectievakje [Printernaam] om de printermodellen te selecteren die u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:], en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. K Klik op [Netwerkprinter], en klik vervolgens op [OK]. L Dubbelklik in het venster [Printer selecteren] op de naam van de computer die u als printserver wilt gebruiken. M Selecteer de printer die u wilt gebruikt en klik op [OK]. N Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. 1 35

44 Het apparaat voorbereiden 1 O Stel, indien nodig, de gebruikerscode in. Voor een RPCS-printerstuurprogramma kunt u een gebruikerscode instellen na installatie van het printerstuurprogramma. Voor meer informatie over de gebruikerscode, zie de Help van het printerstuurprogramma. P Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. Q Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. R Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 36

45 Als een NetWare-printserver/externe printer gebruiken Als een NetWare-printserver/externe printer gebruiken Hier wordt beschreven hoe een Windows-computer als NetWare-client moet worden geïnstalleerd. Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. In de volgende uiteenzetting wordt ervan uit gegaan dat NetWare Client is geïnstalleerd op de clientcomputer en dat de NetWare-serveromgeving correct is geconfigureerd. Installeer alle noodzakelijke clienttoepassingen, voordat u deze procedure uitvoert. Meldt u aan bij de NetWare-bestandsserver en configureer het printerstuurprogramma. De volgende waarden worden in het voorbeeld gebruikt: Besturingssysteem: Windows 98 NetWare version: 4.1 Naam bestandsserver: CAREE Naam wachtrij: R-QUEUE A Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. B Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. C Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCSprinterstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. D De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. 1 37

46 Het apparaat voorbereiden 1 E Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. F Klik op [Volgende >]. G Schakel het selectievakje [Printernaam] in om het printermodel te selecteren dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. H Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:], en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. I Klik op [Poort:], en klik dan op [Toevoegen]. J Klik op [Netwerkprinter], en klik vervolgens op [OK]. K Dubbelklik in de netwerkboom op de naam van de NetWare-bestandsserver. De gemaakte wachtrij wordt weergegeven. L Selecteert de printerwachtrij en klik op [OK]. M Controleer of de poort van de geselecteerde printer wordt weergegeven in [Poort:]. N Klik op [Doorgaan]. De installatie van het printerstuurprogramma start. O Klik op [Voltooien] in het dialoogvenster [Selecteer het programma]. P Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. Q Nadat u de computer opnieuw heeft opgestart, opent u het venster [Printers] en vervolgens opent u de printereigenschappen. In Windows XP of Windows Server 2003 opent u de printereigenschappen vanuit het venster [Printers en faxapparaten]. R Op het tabblad [Printerinstellingen] verwijdert u de markeringen in de selectievakjes [Form Feed] en [Banner inschakelen]. Klik in Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 op het tabblad [NetWare-instellingen]. Schakel deze selectievakjes niet in, aangezien ze automatisch door het printerstuurprogramma worden gemarkeerd. Als u deze selectievakjes zelf inschakelt, werkt de printer mogelijk niet correct. 38

47 Als een NetWare-printserver/externe printer gebruiken S Klik op [OK] om het eigenschappendialoogvenster van de printer te sluiten. Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. De standaardinstelling voor het protocol is inactief. Schakel het in met gebruikmaking van Web Image Monitor of Telnet. 1 Form Feed U kunt form feed niet met NetWare configureren. Form feed wordt aangestuurd door het printerstuurprogramma dat in Windows is geïnstalleerd. Als de form feed in NetWare is geconfigureerd, werkt de printer mogelijk niet correct. Volg de onderstaande procedure om form feed uit te schakelen via het besturingssysteem dat wordt gebruikt: In Windows 95/98/Me schakelt u het selectievakje [Form feed] op het tabblad [Printerinstellingen] van het eigenschappenvenster van de printer uit. In Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0, schakelt u het selectievakje [Form feed] uit op het tabblad [NetWare-instellingen] van het eigenschappenvenster van de printer. Bannerpagina U kunt met NetWare geen bannerpagina configureren. Volg de onderstaande procedure om bannerpagina s uit te schakelen via het besturingssysteem dat wordt gebruikt: In Windows 95/98/Me schakelt u het selectievakje [Banner inschakelen] op het tabblad [Printerinstellingen] van het eigenschappenvenster van de printer uit. In Windows 2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 schakelt u het selectievakje [Banner inschakelen] uit op het tabblad [NetWare-instellingen] van het eigenschappenvenster van de printer. Afdrukken na resetten van de printer De serververbinding heeft seconden nodig om te herstellen na het resetten van de printer voordat u kunt afdrukken. In deze periode worden taken mogelijk wel geaccepteerd (afhankelijk van de NetWare-specificaties), maar niet afgedrukt. Om af te drukken, na resetten van de printer als externe printer, dient u op de printserver te controleren of de verbinding met de externe printer is verbroken, of wacht twee minuten voordat u afdrukt. 39

48 Het apparaat voorbereiden Het USB-printerstuurprogramma installeren 1 In deze paragraaf leert u printerstuurprogramma s via USB installeren. Verzeker u ervan, voordat u installeert, dat de computer alleen het besturingssysteem uitvoert en dat geen afdruktaken worden uitgevoerd. De printerstuurprogrammas kunnen worden geïnstalleerd vanaf de bijgeleverde cd-rom of worden gedownload via de website van de leverancier. Windows Me - USB Belangrijk In Windows 95/98 is installatie via USB niet mogelijk. Upgraden naar Windows Me of recentere versie. Download USB Printing Support voor Windows Me via de website van de leverancier. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de functie plug and play en opent het dialoogvenster [Nieuwe hardware gevonden], [Wizard Apparaatstuurprogramma] of [Wizard Nieuwe hardware toevoegen], afhankelijk van het besturingssysteem. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. A Download USB Printing Support via de website van de leverancier. Gebruik een zoekopdracht om de modelnaam te zoeken en download vervolgens USB Printing Support via de website van de leverancier. Sla deze zodanig op dat u deze gemakkelijk kunt terugvinden. B Het apparaat aansluiten op de computer met behulp van de USB-kabel. Maak de USB-kabel goed vast. C Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. D Schakel het selectievakje [Geef een locatie op:], en klik vervolgens op [Bladeren...]. Het dialoogvenster [Map selecteren] wordt weergegeven. E Specificeer de locatie van USB Printing Support en klik op [Volgende >]. F Controleer de locatie en klik vervolgens op [Volgende >]. USB Printing Support is geïnstalleerd. 40

49 Het USB-printerstuurprogramma installeren G Klik op [Voltooien]. Wanneer het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd en plug and play is ingeschakeld, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort, toegevoegd aan het venster [Printers]. H Installeer het printerstuurprogramma. Klik op [Zoek het beste stuurprogramma voor uw apparaat. [aanbevolen]], en klik op [Volgende >]. I Schakel het selectievakje [Geef een locatie op:], en klik vervolgens op [Bladeren...]. Het dialoogvenster [Map selecteren] wordt weergegeven. J Plaats de CD-rom in het CD-romstation. Wanneer Auto Run start, klikt u op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de {Shift}-toets wanneer u de CD- ROM in het station plaatst. U houdt de Shift-toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-ROM heeft voltooid. K Specificeer de locatie van de bronbestanden voor het printerstuurprogramma en klik op [Volgende >]. Als aan het CD-ROM station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 PostScript 3 D:\DRIVERS\PS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 L Controleer de locatie en klik vervolgens op [Volgende >]. De Wizard Printer toevoegen verschijnt. M Klik op [Voltooien]. De installatie is voltooid. Als de installatie is voltooid, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers]. 1 Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. Het is niet nodig om USB Printing Support opnieuw te installeren, wanneer u een ander apparaat aansluit via de USB-interface indien USB Printing Support is geïnstalleerd. Na installatie van USB Printing Support in geval het printerstuurprogramma niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer. 41

50 Het apparaat voorbereiden Windows USB 1 Belangrijk Om een printerstuurprogramma te installeren, is een beheerdersmachtiging vereist. Meldt u daarom aan met een beheerdersaccount. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de Wizard Nieuwe hardware gevonden, en wordt USB Printing Support automatisch geïnstalleerd. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. Als het printerstuurprogramma nog niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer om het stuurprogramma vanaf de bijgeleverde CD-ROM te installeren. A Het apparaat aansluiten op de computer met behulp van de USB-kabel. Maak de USB-kabel goed vast. B Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. C Schakel het selectievakje [in. Geef een locatie op] en klik op [Volgende >]. D Plaats de CD-rom in het CD-romstation. Wanneer Auto Run start, klikt u op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de linker {Shift}-toets wanneer u de CD-ROM in het station plaatst. U houdt de Shift-toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-ROM heeft voltooid. E Specificeer de locatie van de bronbestanden voor het printerstuurprogramma. Als aan het CD-ROM station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 42

51 Het USB-printerstuurprogramma installeren F Selecteer de locatie van het printerstuurprogramma en klik op [OK]. G Klik op [Volgende >]. H Klik op [Voltooien]. Wanneer het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd en plug and play is ingeschakeld, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort, toegevoegd aan het venster [Printers]. 1 Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. 43

52 Het apparaat voorbereiden Windows XP, Windows Server USB 1 Belangrijk Om een printerstuurprogramma te installeren, is een beheerdersmachtiging vereist. Meldt u daarom aan met een beheerdersaccount. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Wanneer u USB de eerste keer gebruikt, start de Wizard Nieuwe hardware gevonden, en wordt USB Printing Support automatisch geïnstalleerd. Als het printerstuurprogramma al is geïnstalleerd, is plug and play ingeschakeld en wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB - poort toegevoegd aan het venster [Printers]. De printerstuurprogramma s kunnen worden geïnstalleerd vanaf de cd-rom die bij dit apparaat is geleverd. Als het printerstuurprogramma nog niet is geïnstalleerd, volgt u de plug and play-instructies van de printer om het stuurprogramma vanaf de bijgeleverde CD-ROM te installeren. A Het apparaat aansluiten op de computer met behulp van de USB-kabel. Maak de USB-kabel goed vast. B Klik in het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden op [Zoeken naar een geschikt stuurprogramma voor dit apparaat [aanbevolen]] en klik dan op [Volgende >]. C Plaats de CD-rom in het CD-romstation. Als Auto Run start, klikt u op [Annuleren], en vervolgens op [Afsluiten]. Om Auto Run uit te schakelen, drukt u op de linker {Shift}-toets wanneer u de CD-ROM in het station plaatst. U houdt de Shift-toets ingedrukt totdat de computer de leesbewerking vanaf de CD-ROM heeft voltooid. D Schakel het selectievakje [Ook op deze locatie zoeken] in onder [Op de onderstaande locaties naar het beste stuurprogramma zoeken], en klik vervolgens op [Bladeren] om de locatie van het printerstuurprogramma te selecteren. Als aan het CD-ROM station de letter D is toegekend, zijn de bronbestanden opgeslagen in de volgende locatie: RPCS D:\DRIVERS\RPCS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 5e D:\DRIVERS\PCL5E\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PCL 6 D:\DRIVERS\PCL6\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 PostScript 3 D:\DRIVERS\PS\WIN2K_XP\(Taal)\DISK1 44

53 Het USB-printerstuurprogramma installeren E Selecteer de locatie van het printerstuurprogramma en klik op [Volgende >]. F Klik op [Doorgaan]. G Klik op [Voltooien]. Als de installatie is voltooid, wordt het pictogram van de printer die is aangesloten op de USB001 -poort toegevoegd aan het venster [Printers en faxapparaten]. 1 Het getal dat achter USB wordt vermeld, is afhankelijk van het aantal aangesloten printers. 45

54 Het apparaat voorbereiden Afdrukken via een parallelle verbinding 1 Hier wordt beschreven hoe u het PCL- of RPCS-printerstuurprogramma kunt installeren met gebruikmaking van de parallelle poort. Om een apparaat te gebruiken dat via een parallelle interface is aangesloten, klikt u op [LPT1] wanneer u het printerstuurprogramma installeert. Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om het printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Het PCL- of RPCS-stuurprogramma installeren A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom in het CD-romstation. De installer start. C Selecteert een interfacetaal, en klik vervolgens op [OK]. De standaardinterfacetaal is Engels. D Klik op [RPCS-printerstuurprogramma] of [PCL-printerstuurprogramma]. Als u de RPCS-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [RPCS-printerstuurprogramma]. Als u PCL-printerstuurprogramma s wilt installeren, klikt u op [PCL-printerstuurprogramma]. E De softwarelicentie-overeenkomst verschijnt in het dialoogvenster [Gebruiksrechtovereenkomst]. Nadat u de overeenkomst heeft gelezen, klikt u op [Ik accepteer de overeenkomst.] en vervolgens op [Volgende >]. F Selecteer in het dialoogvenster [Selecteer het programma] het printerstuurprogramma dat u wilt gebruiken. U kunt verschillende printerstuurprogramma s selecteren. G Klik op [Volgende >]. 46

55 Afdrukken via een parallelle verbinding H Schakel het selectievakje [Printernaam] in om het printermodel te selecteren dat u wilt gebruiken. In het vak [Wijzig instellingen voor Printernaam ] kan de printernaam worden gewijzigd. I Dubbelklik op de printernaam om de printerinstellingen weer te geven. De details die worden weergegeven in [:], [Stuurprogramma:], en [Poort:], zijn afhankelijk van het besturingssysteem, printermodel en de poort. J Controleer of [LPT1:] wordt weergegeven in [Poort:]. K Schakel het selectievakje [Standaardprinter] in om de printer als standaardprinter te configureren. L Klik op [Voltooien]. De installatie van het printerstuurprogramma start. M Selecteer wanneer de installatie is voltooid, een van de opties om de computer gelijk of later opnieuw op te starten en klik dan op [Voltooien]. Start de computer opnieuw om de installatie te voltooien. 1 Om de installatie van de geselecteerde software te stoppen, klikt u op [Annuleren] voordat de installatie is voltooid. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-ROM. Verwijzing Als al een nieuwere versie van het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, wordt een bericht weergegeven. Is dit het geval, dan kunt u het printerstuurprogramma niet met gebruikmaking van Auto Run installeren. Als u het printerstuurprogramma desondanks wilt installeren, installeert u met gebruikmaking van [Wizard Printer toevoegen]. Zie Problemen oplossen. 47

56 Het apparaat voorbereiden Afdrukken via een Bluetooth-verbinding 1 Hier wordt beschreven hoe u kunt afdrukken met Bluetooth-apparatuur. Profielen die worden ondersteund Raadpleeg de volgende ondersteunde profielen voor Bluetooth-verbinding. SPP, HCRP Een maximum van twee Bluetooth-adapters of computers met Bluetoothapparatuur kunnen tegelijk worden aangesloten via de Bluetooth-interface: één door SPP, één door HCRP. Wanneer u meer dan een Bluetooth-adapters of computers met Bluetoothapparatuur tegelijk aansluit, wordt het apparaat geselecteerd dat het eerst werd aangesloten. Wanneer u de verbinding tussen de andere apparaten selecteert, annuleer dan de eerder gemaakte verbinding. De SPP-verbinding biedt geen ondersteuning voor bidirectionele communicatie. De HCRP-verbinding biedt wel ondersteuning voor bidirectionele communicatie. BIP Voor de BIP-verbinding moet u een module met PostScript 3 installeren op het apparaat. Slechts één Bluetooth-adapter of computer met Bluetooth-apparatuur kan via BIP worden aangesloten. U kunt alleen JPEG-afbeeldingen afdrukken met gebruikmaking van BIP. Voor BIP worden gebruikerscodes uitgeschakeld. U kunt niet afdrukken als voor printfuncties restricties gelden. Sommige printer bieden geen ondersteuning voor BIP. In deze handleiding verwijst de instructie naar afdrukken met behulp van SPP. Voor afdrukken met HCRP of BIP, zie het Help-bestand dat bij de door u gebruikte Bluetooth-adapter is geleverd. 48

57 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Om het printerstuurprogramma af te drukken, volgt u de procedure voor het installeren van een parallelle interface. Belangrijk Om een printerstuurprogramma in Windows 2000/XP Professional of Windows Server 2003 te installeren, moet u een account met een machtiging als printerbeheerder hebben. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. A Start 3Com Bluetooth Connection Manager. B Controleer of de printer die u wilt gebruiken in 3Com Bluetooth Connection Manager wordt weergegeven. C Klik in het menu [Tool] op [COM port]. D Controleer of het bericht Bluetooth Serial Client (COMx) wordt weergegeven onder Client Ports. (X is het COM-poortnummer dat door Bluetooth wordt gebruikt.) E Klik op [Sluiten]. F Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. G Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. H In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. I Klik op het tabblad [Poorten]. J Schakel onder [Poort] het selectievakje [COMx:] in. X is het COM-poortnummer dat door Bluetooth wordt gebruikt. K Klik op [OK]. Sluit het venster [Printers]. 1 Om altijd dezelfde printer te gebruiken, schakelt u het selectievakje [Altijd voor deze verbinding gebruiken] in. De systeemeisen zijn afhankelijk van de Bluetooth-standaard en -specificaties. Zie voor meer details de handleidingen die bij elk product zijn geleverd. Voor meer informatie over het installeren van Bluetooth onder andere besturingssystemen of het gebruik van Bluetooth-hulpprogramma s, raadpleegt u de handleidingen die bij deze besturingssystemen of hulpprogramma s zijn geleverd. 49

58 Het apparaat voorbereiden 1 Als een dialoogvenster wordt weergegeven terwijl een afdruktaak wordt verstuurd, herstel de netwerkverbinding dan als volgt: A Selecteer de te gebruiken printer in het vak [Printers en faxapparaten]. B Klik op [Verbinden]. Verwijzing Lees voor meer informatie de handleidingen die bij de Bluetooth-adapter of computer met Bluetooth-apparatuur worden geleverd. Instellingen voor de veilige modi maken Hier wordt beschreven hoe u de instellingen van de beveiligingsmodus kunt configureren. A Start 3Com Bluetooth Connection Manager. B Klik in het menu [Tool] op [Veilige modus]. Het dialoogvenster [Veilige modus] wordt weergegeven. C Selecteer de beveiligingsmodus in de lijst [Veilige modus:]. Als u klikt op [High] of [Custom], en [Link] specificeert in het dialoogvenster [Custom Settings] dient u het wachtwoord voor Bluetooth in te voeren. Voor meer informatie over het invoeren van het wachtwoord, zie Pag.51 Afdrukken in de veilige modus. Voor alle andere veilige modi en aangepaste instellingen hoeft u geen wachtwoord in te voeren. Lees de handleidingen bij de hulpprogramma s voor meer informatie over de afzonderlijke modi. D Klik op [OK]. Sluit het dialoogvenster [Veilige modus]. Verwijzing Raad pleeg de 3Com Bluetooth Connection Manager Help voor meer informatie over de veilige modus. Voor meer informatie over het wachtwoord dat is vereist om afdruktaken te versturen, zie Pag.51 Afdrukken in de veilige modus. 50

59 Afdrukken via een Bluetooth-verbinding Afdrukken in de veilige modus Hier wordt beschreven hoe u in de beveiligingsmodus kunt afdrukken. A Stuur de afdruktaak naar de printer die wordt gebruikt. Afhankelijk van de computerconfiguratie, opent mogelijk het dialoogvenster [Verbinden]. Is dit het geval, gebruik het dan om de netwerkverbinding te maken. B Het dialoogvenster [Authentificatie] wordt weergegeven. C Voer het Bluetooth-wachtwoord in en klik op [OK]. Voer als Bluetooth-wachtwoord de laatste vier cijfers van het serienummer van het apparaat in. Het serienummer staat op het label aan de achterkant van het apparaat. Als het serienummer bijvoorbeeld 00A is, wordt het Bluetooth-wachtwoord D De afdruktaak wordt verstuurd. Het Bluetooth-wachtwoord varieert van apparaat tot apparaat en kan niet worden gewijzigd. 1 51

60 Het apparaat voorbereiden Printeropties instellen 1 Maak de instellingen voor de apparaatopties met gebruikmaking van het printerstuurprogramma als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld. Verwijzing Voor meer informatie over de instellingen voor printeropties, zie Pag.54 Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld. Condities voor bidirectionele communicatie Tijdens bidirectionele communicatie kan automatisch informatie over de het papierformaat en -invoerrichting naar de printer worden gestuurd. U kunt ook de status van het apparaat controleren vanaf uw computer. Bidirectionele communicatie wordt ondersteund door Windows 95/98/Me/2000/XP, Windows Server 2003 en Windows NT 4.0. Als u het RPCS-printerstuurprogramma gebruikt en bidirectionele communicatie is ingeschakeld in Windows 2000, is het tabblad [Accessoires wijzigen] niet beschikbaar. Het RPCS-printerstuurprogramma ondersteunt bidirectionele communicatie en werkt de apparaatstatus automatisch bij. Het PCL-printerstuurprogramma ondersteunt bidirectionele communicatie. U kunt de apparaatstatus handmatig bijwerken. Onder deze voorwaarden is bidirectionele communicatie mogelijk: De aansluiting is met een parallelle kabel tot stand gebracht De computer dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. Het apparaat dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. De interfacekabel ondersteunt bidirectionele communicatie. Het apparaat dient met een standaard parallelle kabel en parallelle connectors te worden aangesloten op de computer. In Windows 2000 moet u de optie [Bidirectionele ondersteuning inschakelen] selecteren, maar mag u de optie [Printerpooling inschakelen] niet selecteren op het tabblad [Poorten] van het RPCS-printerstuurprogramma. 52

61 Printeropties instellen Wanneer verbonden met het netwerk Het apparaat dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. SmartDeviceMonitor for Client op de CD-ROM moet worden geïnstalleerd, en eveneens is het gebruik van TCP/IP vereist. In Windows 2000 moet u de optie [Bidirectionele ondersteuning inschakelen] selecteren, maar mag u de optie [Printerpooling inschakelen] niet selecteren op het tabblad [Poorten] van het RPCS-printerstuurprogramma. Aanvullend op bovenstaande, dient tevens aan een van deze voorwaarden te worden voldaan: U moet de SmartDeviceMonitor for Client-poort en het TCP/IP-protocol gebruiken. De standaard TCP/IP-poort dient te worden gebruikt zonder de standaardpoortnaam (voor Windows 2000/XP en Windows Server 2003) te wijzigen. Het IP-adres voor TCP/IP-afdrukken (Microsoft) moet worden gespecificeerd (voor Windows NT 4.0). De IPP-poortnaam moet zijn gekoppeld aan het IP-adres bij gebruik van het IPP-protocol. 1 Wanneer verbonden met gebruikmaking van USB Het apparaat moet met de USB-interfacekabel op de USB-poort van de computer worden aangesloten. De computer dient bidirectionele communicatie te ondersteunen. Installeer SmartDeviceMonitor for Client vanaf de meegeleverde cd-rom. 53

62 Het apparaat voorbereiden Als bidirectionele communicatie is uitgeschakeld 1 Instellingen voor opties maken wanneer bidirectionele communicatie is uitgeschakeld. Belangrijk In Windows 2000/XP en Windows Server 2003 dient u printerbeheerder te zijn om de printereigenschappen te wijzigen in de map [Printers]. Meldt u aan als lid van de beheerders- of hoofdgebruikersgroep. In Windows NT 4.0 dient u beheerder te zijn om printereigenschappen te kunnen wijzigen in de map [Printers] (Windows 2000) of [Printers en faxapparaten] (Windows XP / Windows Server 2003). Meldt u aan als lid van de beheerdersof hoofdgebruikersgroep. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. Wanneer u Windows XP of Windows Server 2003 gebruikt, selecteert u [Instellingen] in het menu [Start]. Klik vervolgens op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. D Klik op het tabblad [Accessoires wijzigen]. Als de opties op het tabblad [Accessoires wijzigen] zijn uitgeschakeld, is de bidirectionele verbinding ingeschakeld. In dit geval hoeft u geen opties te wijzigen. Als u het RPCS-printerstuurprogramma gebruikt, klikt u op het tabblad [Accessoires wijzigen]. E Selecteer opties, geïnstalleerd vanuit het gebied [Opties], en maak vervolgens de benodigde instellingen. F Selecteer de totale hoeveelheid geheugen in [Totaal geheugen:], wanneer de optionele SDRAM-module is geïnstalleerd. G Onder [Instellingen papierinvoerlade:] klikt en selecteert u de te gebruiken lade en selecteert u vervolgens het juiste formaat, positie en ladetype. Schakel het selectievakje [Autom. ladekeuze niet gebruiken] in om de lade te onttrekken aan de automatische ladeselectie. H Klik op [OK] om het eigenschappendialoogvenster van de printer te sluiten. 54

63 Font Manager 2000 installeren Font Manager 2000 installeren Belangrijk Om in Windows 2000/XP, Windows Server 2003, of Windows NT 4.0 met gebruikmaking van Auto Run toepassingen te installeren, heeft u beheerdersmachtigingen nodig. Wanneer u met Auto Run een Font Manager wilt installeren, meldt u zich aan met een beheerdersaccount. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de cd-rom van Font Manager in het cd-romstation. De installer start. C Klik op [Font Manager 2000]. D Volg de instructies op het scherm. 1 55

64 Het apparaat voorbereiden Adobe PageMaker Version 6.0, 6.5 of 7.0 gebruiken 1 In Windows 95/98/Me/2000/XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 met Adobe PageMaker geïnstalleerd, dient u PPD-bestanden naar de map Page- Maker te kopiëren. PPD-bestanden, in de map DRIVERS\PS\WIN9X_ME\(Taal)\DISK1 van de CD-ROM hebben de extensie.ppd. De map WIN9X_ME in de map PS is bedoeld voor Windows 95/98/Me. Gebruik de map op het niveau dat van toepassing is op het besturingssysteem dat u momenteel gebruikt. De naam van de derde map (Taal) kunt u vervangen door de naam van de juiste taal. Kopieer het.ppd-bestand naar de map PageMaker. Voor standaardinstallatie van PageMaker 6.0 De map is C:\PM6\RSRC\PPD4. Voor standaardinstallatie van PageMaker 6.5 De map is C:\PM65\RSRC\USENGLISH\PPD4. De USENGLISH is afhankelijk van de taal die u selecteert. Voor standaardinstallatie van PageMaker 7.0 De map is C:\PM7\RSRC\USENGLISH\PPD4. De USENGLISH is afhankelijk van de taal die u selecteert. Is het stuurprogramma niet goed ingesteld nadat u het.ppd -bestand hebt gekopieerd, dan wordt er mogelijk niet goed afgedrukt. Wanneer u PageMaker gebruikt, dan zijn de optionele mogelijkheden niet actief die kunnen worden gekozen door het printerstuurprogramma. In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de optionele printermogelijkheden kunt activeren. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Document afdrukken] wordt weergegeven. B Maak de noodzakelijke instellingen in het vak [Eigenschappen]. 56

65 2. Het printerstuurprogramma instellen PCL - De printereigenschappen bewerken Belangrijk Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken Er zijn twee manieren om het eigenschappenvenster van de printer te openen. Standaardinstellingen voor de printer maken Om de standaardinstellingen van de printer te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer vanuit het venster [Printers]. Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 57

66 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows 95/98/Me. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 58

67 PCL - De printereigenschappen bewerken Windows De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerder en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. 59

68 Het printerstuurprogramma instellen D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. 2 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Maak de noodzakelijke instellingen, en klik op [Pas toe] om te starten met afdrukken. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 60

69 PCL - De printereigenschappen bewerken Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. 61

70 Het printerstuurprogramma instellen D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. 2 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows XP. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de gewenste printer in de lijst [Printer selecteren] en klik op [Voorkeuren]. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik vervolgens op [OK] om te starten met afdrukken. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 62

71 PCL - De printereigenschappen bewerken Windows NT De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 63

72 Het printerstuurprogramma instellen Standaardinstellingen voor de printer maken - Standaard 2 Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Documentstandaarden]. Het dialoogvenster [Standaard] wordt weergegeven. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 64

73 PCL - De printereigenschappen bewerken Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows NT 4.0. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. 2 Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 65

74 Het printerstuurprogramma instellen RPCS - De printereigenschappen bewerken Windows 95/98/Me - De printereigenschappen bewerken 2 Er zijn twee typen dialoogvensters voor het eigenschappenvenster van de printer. In deze handleiding wordt het type Multi-tab als voorbeeld gebruikt. Raadpleeg de Help van het printerstuurprogramma voor informatie over het wijzigen van het venstertype. Multi-tab Het venstertype is ontworpen voor gebruikers die dikwijls wisselen tussen afdrukinstellingen ten behoeve van uiteenlopende afdruktaken. Aangepaste instelling Dit venstertype is ontworpen voor gebruikers die zelden de afdrukinstellingen wijzigen. Dit type dialoogvenster varieert met de geïnstalleerde opties. Standaardinstellingen voor de printer maken Om de standaardinstellingen van de printer te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer vanuit het venster [Printers]. Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Na klikken op [OK] opent het eigenschappenvenster van de printer. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 66

75 RPCS - De printereigenschappen bewerken Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows 95/98/Me. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. 2 Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 67

76 Het printerstuurprogramma instellen Windows De printereigenschappen bewerken Hier wordt beschreven hoe u het venster met de eigenschappen van het printerstuurprogramma kunt openen. 2 De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Na klikken op [OK] opent het eigenschappenvenster van de printer. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 68

77 RPCS - De printereigenschappen bewerken Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 2 Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Maak de noodzakelijke instellingen, en klik op [Pas toe] om te starten met afdrukken. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 69

78 Het printerstuurprogramma instellen Windows XP, Windows Server De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen 2 Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich als een printerbeheerder aan te melden. Leden van de groepen Beheerders en Hoofdgebruikers hebben standaard een machtiging Printers beheren. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Na klikken op [OK] opent het eigenschappenvenster van de printer. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. Standaardinstellingen voor de printer maken - Afdrukvoorkeuren Belangrijk U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Klik in het menu [Start], op [Printers en faxapparaten]. Het venster [Printers en faxapparaten] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. 70

79 RPCS - De printereigenschappen bewerken C In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukvoorkeuren...]. Het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] opent. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 2 Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen te maken voor een specifieke toepassing, opent u het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] vanuit die toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows XP. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken...]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer de te gebruiken printer in de lijst [Printer selecteren]. C Maak de noodzakelijke instellingen, en klik op [Pas toe] om te starten met afdrukken. Hoe precies het dialoogvenster [Afdrukvoorkeuren] wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 71

80 Het printerstuurprogramma instellen Windows NT De printereigenschappen bewerken De standaardinstellingen van de printer maken - De printereigenschappen 2 Belangrijk Het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 staat niet op de bijgeleverde CD-rom. Download het printerstuurprogramma voor Windows NT 4.0 via de website van de leverancier. Neem contact op met de verkoop-/servicemedewerker voor meer informatie. Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Eigenschappen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. Wanneer u het eigenschappenvenster van de printer opent, na installatie van het RPCS-printerstuurprogramma, opent een bevestigingsbericht. Na klikken op [OK] opent het eigenschappenvenster van de printer. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 72

81 RPCS - De printereigenschappen bewerken Standaardinstellingen voor de printer maken - Standaard Belangrijk Om de standaardinstellingen van de printer te wijzigen inclusief de opties, dient u zich aan te melden als volwaardige beheerder. Leden van de Beheerdersgroep, Serveroperatorgroep, Printeroperatorgroep en Hoofdgebruikersgroep hebben standaard toegang met volledig beheer. U kunt de standaardinstellingen van de printer niet voor afzonderlijke gebruikers wijzigen. De instellingen in het eigenschappenvenster van de printer zijn van toepassing op alle gebruikers. A Wijs in het menu [Start], naar [Instellingen], en klik op [Printers]. Het venster [Printers] verschijnt. B Klik op het pictogram van de printer die u wilt gebruiken. C In het menu [Bestand] klikt u op [Documentstandaarden]. Het dialoogvenster [Standaard] wordt weergegeven. D Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. 2 De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen voor alle toepassingen gebruikt. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 73

82 Het printerstuurprogramma instellen Vanuit een toepassing de instellingen van de printer maken 2 U kunt printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing maken. Om printerinstellingen vanuit een specifieke toepassing te maken, opent u het eigenschappenvenster van de printer van deze toepassing. Hierna wordt uitgelegd hoe u de instellingen maakt voor de toepassing WordPad van Windows NT 4.0. A In het menu [Bestand] klikt u op [Afdrukken]. Het dialoogvenster [Afdrukken] wordt weergegeven. B Selecteer in de lijst [Naam] de gewenste printer en klik op [Voorkeursinstellingen]. Het dialoogvenster Printereigenschappen verschijnt. C Maak de noodzakelijke instellingen en klik op [OK]. D Klik op [OK] om de afdruktaak te starten. Hoe precies het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend, is afhankelijk van de toepassing. Lees voor meer informatie de handleidingen bij de betreffende toepassingen. In sommige toepassingen worden de instellingen van het printerstuurprogramma niet gebruikt maar worden de standaardinstellingen van de betreffende toepassing ingeschakeld. Alle instellingen, die u met gebruikmaking van de volgende procedure maakt, zijn alleen geldig voor de huidige toepassing. Gewone gebruikers kunnen de eigenschappen in het dialoogvenster [Afdrukken] van een toepassing wijzigen. De hier gemaakte instellingen worden als standaardinstellingen gebruikt in deze toepassing. Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 74

83 3. Andere afdrukbewerkingen Een PDF-bestand direct afdrukken U kunt PDF-bestanden naar het apparaat sturen om af te drukken zonder een PDF-toepassing te openen. Belangrijk Deze functie is alleen mogelijk wanneer de optionele PostScript 3-eenheid is geïnstalleerd. De functie kan alleen worden gebruikt voor echte Adobe PDF-bestanden. Deze functie ondersteunt PDF-bestanden in PDF-versie 1.3, 1.4 en 1.5. Als u PDF-bestanden heeft gemaakt met gebruik van de transparantiefunctie van PDF-versie 1.4, kunt u deze bestanden niet afdrukken. Als u PDF-bestanden heeft gemaakt met de Codefilter en/of de 16-bits kleurafbeeldingfunctie van PDF-versie 1.5, kunt u deze bestanden niet afdrukken. Als u PDF-bestanden heeft gemaakt met PDF-versie 1.6 (Acrobat 7.0) zonder gebruik van functies die alleen in PDF-versie 1.6 beschikbaar zijn, kunt u deze bestanden afdrukken. Sommige soorten Hoge Compressie PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt. Neem contact op met de verkoopmedewerker voor meer informatie over de ondersteunde bestandstypen. Er kunnen zich fouten voordoen met het papierformaat als u afdrukt op aangepast papierformaat. Afdrukmethode De volgende procedures leggen de twee manieren van direct PDF-afdrukken uit - met DeskTopBinder Lite of door het invoeren van opdrachten. 75

84 Andere afdrukbewerkingen Met gebruikmaking van DeskTopBinder Lite DeskTopBinder Lite installeren 3 Volg de onderstaande procedure om DeskTopBinder Lite te installeren. A Sluit alle toepassingen af die momenteel worden uitgevoerd. B Plaats de CD-rom Scanner Driver and Utilities of Scanner Driver/Font Manager and Utilities in het CD-romstation. De installer start. Bij bepaalde instellingen van het besturingssysteem werkt Auto Run mogelijk niet. Als Auto Run niet start, start u Setup.exe in de hoofdmap van de CD-rom. C Klik op [DeskTopBinder Lite]. Het dialoogvenster [DeskTopBinder Lite] wordt weergegeven. D Klik op [DeskTopBinder Lite] en vervolgens op [OK]. E Volg de instructies in het display om DeskTopBinder Lite te installeren. Als u wordt gevraagd de computer opnieuw te starten na het installeren van DeskTopBinder Lite, start u de computer opnieuw op en gaat u door met configureren. DeskTopBinder Lite Verbeteringen Volg de DeskTopBinder Lite verbeteringsprocedure om PDF-bestanden direct af te drukken. A Klik in het menu [Start], op [Programma s], [DeskTopBinder], en [Wizard Uitgebreide functies]. B Wanneer [Wizard Uitgebreide functies] wordt weergegeven, selecteert u [Start] en klikt u vervolgens een enkele malen op [Volgend >] totdat het scherm [Afdrukfunctie2] wordt weergegeven. C Klik in het scherm [Afdrukfunctie2] op [Toevoegen...] om [Eigensch. PDF directafdr.] weer te geven. D Selecteer het printerstuurprogramma voor het apparaat, klik op [OK] en klik vervolgens een enkele malen op [Volgend >] totdat [Beëindigen] wordt weergegeven. Klik op [Beëindigen]. 76

85 Een PDF-bestand direct afdrukken Function Palette Function Palette bevat knoppen voor functies die al via DeskTopBinder Lite verbetering zijn geconfigureerd. Met behulp van deze knoppen kunt u Windowsbestanden afdrukken, afdrukvoorbeelden controleren, afbeeldingen converteren en scanners voor documenten registreren zonder dat u DeskTopBinder Lite hoeft te openen. U kunt deze functies ook gebruiken door een doelbestand naar de knop te slepen die met de desbetreffende functie correspondeert en dit daar neer te zetten. A Klik in het menu [Start], op [Programma s], [DeskTopBinder], en [Function Palette]. Er wordt een pictogram voor Function Palette aan de taakbalk toegevoegd die rechtsonder op het scherm wordt weergegeven. B Klik met de rechtermuisknop op het pictogram dat aan de taakbalk is toegevoegd en klik vervolgens op [Eigenschappen] om het scherm Eigenschappen te openen. C Klik op de tab [Inhoud], kruis het selectievakje aan bij [PDF directafdr.] in het midden en klik vervolgens op [OK]. Het scherm [Eigenschappen] wordt gesloten en het pictogram [PDF directafdr.] wordt aan Function Palette toegevoegd. 3 PDF direct afdrukken Volg de onderstaande methode om PDF-bestanden direct af te drukken. A Sleep het PDF-bestand dat u wilt afdrukken naar het pictogram voor PDF direct afdrukken in Function Palette en zet het daar neer. B [Lijst van uitvoerbestanden -PDF directafdr.] wordt weergegeven. Selecteer het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en klik vervolgens op [OK]. Het PDF-bestand wordt afgedrukt. 77

86 Andere afdrukbewerkingen Met een wachtwoord beveiligde PDF-bestanden afdrukken 3 Volg de onderstaande procedure om met een wachtwoord beveiligde PDF-bestanden af te drukken. A Klik in het menu [Start] op [Programma s], [DeskTopBinder] en [Wizard Uitgebreide functies]. B Wanneer [Wizard Uitgebreide functies] wordt weergegeven, selecteert u [Start] en klikt u vervolgens een enkele malen op [Volgend >] totdat het scherm [Afdrukfunctie2] wordt weergegeven. C Klik in het scherm [Afdrukfunctie2] op [Eigenschappen...] om [Eigensch. PDF directafdr.] weer te geven. D Schakel het selectievakje [PDF-wachtwoord gebruiken] rechtsonder op het scherm in en klik vervolgens op [OK]. Klik enkele malen op [Volgend >] tot [Beëindigen] wordt weergegeven. Klik op [Beëindigen] om het scherm [Wizard Uitgebreide functies] te sluiten. E Sleep het PDF-bestand dat u wilt afdrukken naar het pictogram voor PDF direct afdrukken in Function Palette en zet het daar neer. F [Lijst van uitvoerbestanden -PDF directafdr.] wordt weergegeven. Selecteer het PDF-bestand dat u wilt uitvoeren als omgekeerde video en klik vervolgens op [OK]. G Het scherm [Eigensch. PDF directafdr.] wordt geopend. Voer in het veld [PDF-wachtwoord:] rechtsonder op het scherm het wachtwoord in van het PDF-bestand dat u wilt afdrukken en klik vervolgens op [OK]. Het met een wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt afgedrukt. Voordat u een met een wachtwoord beveiligd PDF-bestand afdrukt, moet u een van de volgende handelingen uitvoeren: Voer in het dialoogvenster Eigenschappen PDF direct afdrukken het PDF-wachtwoord in. Geef een PDF-wachtwoord op door [PDF wachtwoord wijzigen] te selecteren in [PDF Menu] op het bedieningspaneel van het apparaat. Wanneer een [PDF Groepswachtwoord] voor [PDF Menu] wordt toegewezen aan DeskTopBinder Lite of aan het bedieningspaneel van dit apparaat, moet eenzelfde groepswachtwoord worden toegewezen aan de andere. 78

87 Een PDF-bestand direct afdrukken Eigenschappen PDF direct afdrukken 3 NL ASE002S 1. Naam instellen: Geeft de configuratienaam van de invoegtoepassing weer (maximaal 63 tekens van 1 byte). 2. Pictogram wijzigen... Wijzigt het pictogram dat op de werkbalk wordt weergegeven. 3. Printer: Geeft een lijst van RPCS-stuurprogramma s weer die PDF direct afdrukken ondersteunen. 4. Dubbelzijdig Afdrukken op beide zijden van het vel. 5. Indeling Meerdere pagina s afdrukken op één vel. 6. Ponsen Uitgevoerde vellen worden geperforeerd. 7. Nieten Uitgevoerde vellen worden samengeniet. 8. Dialoogvenster voor afdrukken weergeven Wordt weergegeven in modus PDF direct afdrukken als dit selectievakje is aangekruist. 9. Oriëntatie: Geeft de richting van het origineel aan. 10. Aantal kopieën Geeft het aantal af te drukken kopieën aan. 11. Bereik Geeft het bereik van de af te drukken pagina s aan. 12. Pap.formaat afdruk: Geeft het papierformaat op voor het afdrukken. 13. Resolutie: Geeft een afdrukresolutie aan. 14. PDF-wachtwoord: Als het PDF-bestand met een wachtwoord is beveiligd, geeft u in dit veld het wachtwoord op. Anders kan het bestand niet worden afgedrukt. 15. Groepswachtwrd: Als een groepswachtwoord is toegewezen aan DeskTopBinder Lite en dit apparaat, geeft u in dit veld het groepswachtwoord op. Anders kan het afdrukken niet worden gestart. 79

88 Andere afdrukbewerkingen Opdrachten gebruiken U kunt PDF-bestanden direct afdrukken met opdrachten zoals ftp, sftp en lpr. Verwijzing Zie de Netwerkhandleiding voor meer informatie over UNIX-opdrachten. 3 80

89 Niet-geautoriseerde kopieerbediening Niet-geautoriseerde kopieerbediening U kunt patronen en tekst insluiten onder de afgedrukte tekst om niet-geautoriseerd afdrukken van het document te verhinderen. Beveiliging tegen onbevoegd kopiëren bestaat uit twee functies: [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] en [Mask type:]. Belangrijk Deze functie is ontwikkeld om het kopiëren van vertrouwelijke documenten te ontmoedigen, maar kan niet-geautoriseerd gebruik van informatie niet voorkomen. Het venster Niet-geautoriseerde kopieerbediening openen 3 A In het RPCS-printerstuurprogramma opent u het venster [Afdrukvoorkeuren]. B Klik op [Aang. instellingen Wijzigen/Toevoegen...]. C Selecteer het selectievakje [Ongeaut. kopie...]. D Klik op [Instellingscontrole...]. Het venster Niet-geautoriseerde kopieerbediening wordt geopend. Raadpleeg voor meer informatie de Help van het printerstuurprogramma. 81

90 Andere afdrukbewerkingen Met gebruikmaking van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] U kunt een patroon insluiten door dit patroon in te stellen in het printerstuurprogramma. 3 Stel [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] in in het printerstuurprogramma Schakel het selectievakje [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] in. U kunt ook tekst invoeren in het vak [Tekst:]. U kunt niet tegelijk het selectievakje [Mask type:] inschakelen. Om een document dat door grijze overdruk is beveiligd af te drukken, moet het apparaat correct zijn ingesteld. Raadpleeg uw beheerder. Een document afdrukken met behulp van [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] AJL030S 1. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, worden afgedrukt. 2. Het document wordt gekopieerd of opgeslagen op kopieerapparaten of multifunctionele apparaten waarop de optionele Gegevensbeveiliging tegen kopiëren is geïnstalleerd. 3. Het document wordt onleesbaar gemaakt door de grijze overdruk. 82

91 Niet-geautoriseerde kopieerbediening Wanneer er een document wordt afgedrukt dat is ingesteld met [Gegevensbeveiliging voor kopiëren], hoeft de optionele eenheid Beveiliging tegen onbevoegd kopiëren niet op het apparaat te zijn geïnstalleerd. De Gegevensbeveiliging tegen kopiëren is vereist wanneer een document dat door grijze overdruk is beveiligd, wordt gekopieerd of opgeslagen. Alleen het RPCS-printerstuurprogramma wordt ondersteund. Afdrukken op 200 dpi is niet mogelijk. Een patroon of tekst kan niet gedeeltelijk in een document worden ingesloten. Gebruik mm (7 1 / / 2 in.) of groter papier. Gebruik gewoon of gerecycled papier met minstens 70% wit. Dubbelzijdig afdrukken kan deze functie storen, als resultaat van het feit dat tekst en patronen zichtbaar zijn door het papier. 3 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over de instelling [Gegevensbeveiliging voor kopiëren] het onderdeel Help van het printerstuurprogramma. 83

92 Andere afdrukbewerkingen Met gebruikmaking van [Mask type:] U kunt patronen en tekst in een document insluiten door dit in te stellen in het printerstuurprogramma zodat ongeautoriseerd kopiëren wordt verhinderd. 3 Stel [Mask type:] in in het printerstuurprogramma Kies een patroon van [Mask type:] en voer vervolgens de tekst in in het vak [Tekst:]. U kunt alleen [Tekst:] instellen, maar [Mask type:] en [Tekst:] moeten samen worden ingesteld. Een document afdrukken met behulp van [Mask type:] AJL031S 1. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, worden licht afgedrukt. 2. Het document wordt gekopieerd, gescand of opgeslagen op kopieerapparaten of multifunctionele apparaten. 3. Het patroon en de tekst die u heeft ingesteld, worden duidelijk weergegeven. 84

93 Niet-geautoriseerde kopieerbediening Alleen het RPCS-printerstuurprogramma wordt ondersteund. Patronen en teksttekenreeksen kunnen niet gedeeltelijk in een document worden ingesloten. Afdrukken op 200 dpi is niet mogelijk. Om het ingesloten patroon duidelijk te maken, moet u de tekengrootte instellen op minimaal 50 punten (bij voorkeur op 70 tot 80 punten) en de tekenhoek op 30 tot 40 graden. Door de effecten van de instellingen, kunnen de resultaten van het kopiëren, scannen en opslaan van de documenten in de Document Server variëren, afhankelijk van het apparaatmodel en de instellingsvoorwaarden. Afdrukken met achtergrondpatronen en tekst kan langzamer zijn dan normaal afdrukken. 3 Verwijzing Raadpleeg voor meer informatie over de instelling [Mask type:] het onderdeel Help van het printerstuurprogramma. 85

94 Andere afdrukbewerkingen Belangrijke mededeling 3 De leverancier biedt geen garantie met betrekking tot het verschijnen van afdrukpatronen en andere kopieerbeveiligingskenmerken. Het uiterlijk van de afdrukpatronen en de prestatie van niet-geautoriseerde kopieerbediening kunnen variëren afhankelijk van de gebruikte papierkwaliteit, het model van het apparaat en de instellingen. De leverancier aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor enige opgelopen schade die verband houdt met het gebruik of de onmogelijkheid van het gebruik van afdrukpatronen van de niet-geautoriseerde kopieerbediening. 86

95 De functie Afdruktaak gebruiken De functie Afdruktaak gebruiken Hier wordt beschreven hoe bestanden die in het apparaat zijn opgeslagen, kunnen worden afgedrukt. De volgende typen van afdrukken kunnen met behulp van het printerstuurprogramma worden geselecteerd: Testafdruk, Beveiligde afdruk, Afdruk in wacht of Opgeslagen afdruk. U kunt afdruktaken die op het apparaat zijn opgeslagen en die vanaf computers zijn verzonden afdrukken en verwijderen. Als u Testafdruk, Beveiligde afdruk en Afdruk in wacht selecteert, worden de afdrukbestanden die in het apparaat zijn opgeslagen verwijderd nadat het afdrukken is voltooid. Als u Opgeslagen afdruk selecteert, blijven de bestanden op het apparaat zelfs nadat het afdrukken is voltooid. Wanneer u in het Printer-scherm op [Afdruktaken] drukt, wordt het scherm Volledige lijst of Lijst per gebruiker ID weergegeven, afhankelijk van het lijsttype dat u selecteert in [Originele afdruktakenlijst]. 3 Volledige lijst 1. [Per gebr.id] Geeft Lijst per gebruiker-id weer. 2. [Volledige lijst] Geeft alle bestanden weer die zijn opgeslagen in het apparaat. 3. [Takenlijst Bev. afdruk] Geeft alleen beveiligde afdrukbestanden weer die zijn opgeslagen in het apparaat. 4. [Lijst vbl afdr.taken] Geeft alleen Testafdrukbestanden weer die zijn opgeslagen in het apparaat. 5. [Lijst uitgest. afdr.tk] Geeft alleen de afdrukbestanden in wacht weer die zijn opgeslagen in het apparaat. 87

96 Andere afdrukbewerkingen 3 6. [Lijst opgesl. afdr.tk.] Geeft alleen de opgeslagen afdrukbestanden weer die zijn opgeslagen in het apparaat. 7. Display Gebruiker-ID, Datum/Tijd en Bestandsnaam Geeft de tijd weer waarop de opdracht werd ingevoerd om de opgeslagen bestanden af te drukken, de gebruiker- ID en de bestandsnamen. 8. [UVorige]/[TVolgende] Past de lijst met bestanden niet op het scherm, beweeg dan naar beneden door de lijst. 9. [Afsluiten] Keert terug naar het Printerscherm. 10. [Details] Geeft informatie over een geselecteerd bestand weer. 11. [Selecteer alle taken] Selecteert alle bestanden die zijn opgeslagen in het apparaat. 12. [Alles wissen] Wist alle selecties. 13. [Afdrukken] Drukt een geselecteerd bestand af. 14. [Verwijderen] Verwijdert een geselecteerd bestand. 88

97 De functie Afdruktaak gebruiken Lijst per gebruiker ID Als u [Lijst per gebruiker ID] selecteert in [Originele afdruktakenlijst], wordt het volgende scherm weergegeven: 3 1. [Wissen] Heft een selectie op. 2. Gebruiker-ID Geeft gebruiker-id s weer van de personen die bestanden naar het apparaat hebben verzonden. 3. [UVorige]/[TVolgende] Past de lijst met bestanden niet op het scherm, beweeg dan naar beneden door de lijst. 4. [Afsluiten] Keert terug naar het Printerscherm. 5. [Volledige lijst] Geeft alle afdruktaken weer. 6. [Lijst per gebruiker ID] Geeft de afdruktaaklijst weer van elke ID. 7. [Alle taken afdrukken] Hiermee worden alle documenten afgedrukt met de gewenste ID. Wanneer een gebruiker andere typen afdruktaken verzendt met dezelfde ID, kunt u aangeven welk type moet worden afgedrukt. Op het scherm Afdruktaken kunnen meerdere bestanden worden geselecteerd. Druk nogmaals op de geselecteerde afdruktaken, om de selectie te wissen. Het display wordt niet bijgewerkt als er een nieuw bestand wordt opgeslagen terwijl de lijst met opgeslagen bestanden wordt weergegeven. Druk op [Afsluiten] om terug te keren naar het Printer-scherm en druk vervolgens nogmaals op [Afdruktaken] om het display bij te werken. Als er een groot aantal afdruktaken op het apparaat is opgeslagen, kan de verwerking tijdelijk langzaam verlopen afhankelijk van de functies die worden gebruikt. Wanneer u in het scherm Volledige lijst drukt op [Per gebr.id], schakelt het scherm naar het scherm Lijst per gebruiker ID waarin [Achter] rechtsonder wordt weergegeven. Druk op [Achter] om te schakelen naar het scherm Volledige lijst. Verwijzing Pag.91 Testafdruk Pag.95 Beveiligde afdruk Pag.99 Uitgesteld afdrukken Pag.102 Opgeslagen afdruk 89

98 Andere afdrukbewerkingen De Oorspronkelijke Afdruktaaklijst selecteren Volg de onderstaande procedure om het eerste scherm Afdruktaken in te stellen en weer te geven. De Oorspronkelijke Afdruktaaklijst selecteren 3 A Druk op de {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets. B Druk op [Printereigensch.]. Het menu Printereigenschappen wordt weergegeven. C Klik op het tabblad [Systeem] op [Originele afdruktakenlijst]. D Selecteer [Volledige lijst] of [Lijst per gebruiker ID]. Nadat u de instellingen heeft geconfigureerd, wordt het geselecteerde type van de afdruktaaklijst weergegeven. Een afdruktaaklijst weergeven A Druk op [Afdruktaken]. Het scherm Volledige lijst of Lijst per gebruiker ID wordt weergegeven. 90

99 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Deze paragraaf bevat instructies over Testafdruk, Beveiligde afdruk, Afdruk in wacht en Opgeslagen afdruk. Testafdruk Gebruik deze functie om alleen de eerste set van een afdruktaak uit diverse sets af te drukken. Nadat u het resultaat heeft gecontroleerd, kunt u de resterende sets afdrukken of annuleren via het bedieningspaneel van het apparaat. Zo kunt u het aantal misdrukken of instellingsfouten tot een minimum beperken. 3 Belangrijk Een testafdrukbestand kan niet worden opgeslagen als: het totaal aantal Testafdruk-, Beveiligde afdruk-, Uitgestelde afdruk- of Opgeslagen afdrukbestanden meer dan 100 is. (Het maximum aantal hangt af van de grootte van de gegevens in de bestanden.) het bestand bevat meer dan 1000 pagina s. verzonden of opgeslagen bestanden in het apparaat bedragen in totaal meer dan 9000 pagina s. Als een testafdrukbestand niet correct werd opgeslagen, kunt u het foutenlogboek op het display controleren. Opgeslagen documenten blijven aanwezig in het apparaat, zelfs nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld. De instellingen [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] of [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen] worden echter eerst toegepast. Als de toepassing een sorteeroptie heeft, dient u zich ervan te verzekeren dat deze niet is geselecteerd voordat u een afdruktaak verstuurt. De testafdrukken worden automatisch gesorteerd door het printerstuurprogramma. Wanneer een sorteeroptie is geselecteerd in het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing, worden mogelijk meer afdrukken geproduceerd dan gewenst. Als de eerste set testafdrukbestanden niet voldoet aan uw verwachtingen en u de resterende sets daarom niet wilt afdrukken, verwijdert u de testafdrukbestand met gebruikmaking van het display. Als u de resterende sets van het testafdrukbestand afdrukt, wordt de taak automatisch van het apparaat verwijderd. Verwijzing Zie Pag.114 Het foutenlogboek controleren voor meer informatie over het foutenlogboek op het bedieningspaneel. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] en [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen]. 91

100 Andere afdrukbewerkingen Een testafdrukbestand afdrukken 3 Gebruik de onderstaande procedure om een testafdrukbestand af te drukken met de PCL 6/5e- en het RPCS-printerstuurprogramma. Raadpleeg PostScript3 Supplement (PDF-bestand op de CD-rom) voor meer informatie over het afdrukken van een testafdrukbestand met het PostScript 3-printerstuurprogramma. Belangrijk Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Toepassingen met eigen stuurprogramma s zoals PageMaker, ondersteunen deze functie niet. Gebruikt u Mac OS X, dan heeft u Mac OS X v10.2 of hoger nodig om deze functie te gebruiken. A Configureer de testafdruk via de eigenschappenpagina van het printerstuurprogramma. Zie de relevante Help-bestanden voor meer informatie over het configureren van het printerstuurprogramma. B Start het afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. U dient meer dan twee kopieën in te stellen. De testafdruktaak wordt naar het apparaat gestuurd, en de eerste set wordt afgedrukt. C Druk op het bedieningspaneel van het apparaat op de toets {Printer} om het Printer-scherm te openen. D Druk op [Afdruktaken]. Een lijst afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. E Druk op [Lijst vbl afdr.taken]. Een lijst testafdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. 92

101 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken F Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk op [Afdrukken]. Druk op [Selecteer alle taken] om alle afdruktaken te selecteren. Druk opnieuw op de gemarkeerde afdruktaak om een selectie te wissen. Druk op [Alles wissen] om alle selecties te wissen. Druk op [Details] voor meer informatie over een geselecteerd afdrukbestand. G Voer het nieuwe aantal sets in met gebruikmaking van de cijfertoetsen. 3 U kunt maximaal 999 sets invoeren. Druk op de toets {Wis/Stop} om invoerfouten te corrigeren. H Druk op [Ja]. De resterende sets worden afgedrukt. Druk op [Stoppen] om de afdruktaak te annuleren. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt op het bevestigingsscherm het totale aantal af te drukken bestanden weergegeven. Wanneer u meerdere documenten selecteert en niet het aantal sets opgeeft via het bevestigingsscherm, wordt één set minder dan het op de computer opgegeven kleinste aantal voor elk geselecteerd document afgedrukt. Wanneer het op de computer opgegeven kleinste aantal sets 1 is, wordt voor elk document één set afgedrukt. Wanneer de waarde van het ingestelde aantal wordt gewijzigd, wordt het gewijzigde aantal toegepast op alle geselecteerde bestanden. Als de afdruktaak is voltooid, wordt het opgeslagen bestand verwijderd. Om het afdrukken te stoppen nadat het werd gestart, drukt u op [Afsluiten] tot het scherm Printer wordt geopend en vervolgens drukt u op [Taak reset]. Het bestand wordt verwijderd. 93

102 Andere afdrukbewerkingen Testafdrukbestanden verwijderen 3 Als u niet tevreden bent over de testafdruk, kunt u de testafdruk verwijderen, deze herzien en tot slot opnieuw afdrukken. Herhaal deze stappen tot het gewenste resultaat is bereikt. A Druk op de {Printer}-toets om het Printer-scherm weer te geven. B Druk op [Afdruktaken]. Een lijst afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. C Druk op [Lijst vbl afdr.taken]. Een lijst testafdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. D Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk vervolgens op [Verwijderen]. Het bevestigingsvenster voor een verwijderbewerking verschijnt. E Druk op [Ja] om het bestand te verwijderen. Het geselecteerde bestand wordt verwijderd. Als u het bestand niet wilt verwijderen, drukt u op [Nee]. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt in het bevestigingsscherm het totale aantal te verwijderen bestanden weergegeven. 94

103 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Beveiligde afdruk Gebruik deze functie om de privacy te waarborgen wanneer u via een netwerk vertrouwelijke documenten afdrukt op het apparaat. Nadat af te drukken gegevens zijn opgeslagen op het apparaat, is het normaal gesproken mogelijk gegevens af te drukken met gebruikmaking van het display. Wanneer u Beveiligde afdruk gebruikt, is het niet mogelijk af te drukken tenzij een wachtwoord wordt ingevoerd via het display van het apparaat. Uw vertrouwelijke documenten kunnen niet worden ingezien door andere netwerkgebruikers. Belangrijk Een beveiligd afdrukbestand kan niet worden opgeslagen als: het totaal aantal Testafdruk-, Beveiligde afdruk-, Uitgestelde afdruk- of Opgeslagen afdrukbestanden meer dan 100 is. (Het maximum aantal hangt af van de grootte van de gegevens in de bestanden.) het bestand bevat meer dan 1000 pagina s. verzonden of opgeslagen bestanden in het apparaat bedragen in totaal meer dan 9000 pagina s. 3 Als een beveiligd afdrukbestand niet correct werd opgeslagen, kunt u het foutenlogboek op het display controleren. Opgeslagen documenten blijven aanwezig in het apparaat, zelfs nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld. De instellingen [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] of [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen] worden echter eerst toegepast. Als de toepassing een sorteeroptie heeft, dient u zich ervan te verzekeren dat deze niet is geselecteerd voordat u een afdruktaak verstuurt. Beveiligde afdruktaken worden automatisch gesorteerd door het printerstuurprogramma. Dit is de standaardinstelling. Als een sorteeroptie is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken van de toepassing, worden mogelijk meer dan het beoogde aantal sets afgedrukt. Na afdrukken van het beveiligde afdrukbestand, wordt de taak automatisch verwijderd. Verwijzing Zie Pag.114 Het foutenlogboek controleren voor meer informatie over het foutenlogboek op het display. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] en [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen]. 95

104 Andere afdrukbewerkingen Een beveiligd afdrukbestand afdrukken 3 Gebruik de onderstaande procedure om een beveiligd afdrukbestand af te drukken met de PCL 6/5e- en het RPCS-printerstuurprogramma. Raadpleeg PostScript3 Supplement (PDF-bestand op de CD-rom) voor meer informatie over het afdrukken van een beveiligd afdrukbestand met het PostScript 3-printerstuurprogramma. Belangrijk Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Toepassingen met eigen stuurprogramma s zoals PageMaker, ondersteunen deze functie niet. Gebruikt u Mac OS X, dan heeft u Mac OS X v10.2 of hoger nodig om deze functie te gebruiken. A Configureer de beveiligde afdruk via de eigenschappenpagina van het printerstuurprogramma. Raadpleeg de Help voor printerstuurprogramma s voor meer informatie over het configureren van de printerstuurprogramma s. B Start het afdrukken vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. De beveiligde afdruktaak wordt naar het apparaat gestuurd. C Druk op het bedieningspaneel van het apparaat op de toets {Printer} om het Printer-scherm te openen. D Druk op [Afdruktaken]. Een lijst afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. E Druk op [Takenlijst Bev. afdruk]. Een lijst beveiligde afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. 96

105 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken F Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk vervolgens op [Afdrukken]. Het wachtwoordscherm wordt weergegeven. Druk op [Selecteer alle taken] om alle afdruktaken te selecteren. Druk opnieuw op de gemarkeerde afdruktaak om een selectie te wissen. Druk op [Alles wissen] om alle selecties te wissen. Druk op [Details] voor meer informatie over een geselecteerd afdrukbestand. G Voer het wachtwoord in met gebruikmaking van de cijfertoetsen en druk op [OK]. Het bevestigingsvenster voor een afdruktaak wordt weergegeven. Als het wachtwoord niet correct is ingevoerd, opent een bevestigingsvenster. Druk op [OK] om het wachtwoord opnieuw in te voeren. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd, drukt het apparaat de bestanden af die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord. Het aantal bestanden dat zal worden afgedrukt, wordt weergegeven op het bevestigingsscherm. Neem contact op met de bestandsbeheerder wanneer u uw wachtwoord bent vergeten. H Druk op [Ja]. Het beveiligde bestand wordt afgedrukt. Druk op [Nee] om de afdruktaak te annuleren. 3 Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt op het bevestigingsscherm het totale aantal af te drukken bestanden weergegeven. Als de afdruktaak is voltooid, wordt het opgeslagen bestand verwijderd. Om het afdrukken te stoppen nadat het werd gestart, drukt u op [Afsluiten] tot het scherm Printer wordt geopend en vervolgens drukt u op [Taak reset]. Het bestand wordt verwijderd. 97

106 Andere afdrukbewerkingen Beveiligde afdrukbestanden verwijderen 3 A Druk op de {Printer}-toets om het Printer-scherm weer te geven. B Druk op [Afdruktaken]. C Druk op [Takenlijst Bev. afdruk]. Een lijst met de opgeslagen afdrukbestanden wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. D Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk vervolgens op [Verwijderen]. Het wachtwoordscherm wordt weergegeven. E Voer het wachtwoord in met gebruikmaking van de cijfertoetsen en druk op [OK]. Het bevestigingsvenster voor een verwijderbewerking opent. Als het wachtwoord niet correct is ingevoerd, opent een bevestigingsvenster. Druk op [OK] om het wachtwoord opnieuw in te voeren. Neem contact op met de bestandsbeheerder wanneer u uw wachtwoord bent vergeten. F Druk op [Ja]. Het geselecteerde bestand wordt verwijderd. Als u het bestand niet wilt verwijderen, drukt u op [Nee]. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd, verwijdert het apparaat de bestanden die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord. Het aantal bestanden dat zal worden verwijderd, wordt weergegeven in het bevestigingsscherm. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt in het bevestigingsscherm het totale aantal te verwijderen bestanden weergegeven. 98

107 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Uitgesteld afdrukken Gebruik deze functie om een bestand tijdelijk op het apparaat in de wacht te houden en het later af te drukken via de computer of het bedieningspaneel van het apparaat. Belangrijk Een uitgesteld afdrukbestand kan niet worden opgeslagen als: het totaal aantal Testafdruk-, Beveiligde afdruk-, Uitgestelde afdruk- of Opgeslagen afdrukbestanden meer dan 100 is. (Het maximum aantal hangt af van de grootte van de gegevens in de bestanden.) het bestand bevat meer dan 1000 pagina s. verzonden of opgeslagen bestanden in het apparaat bedragen in totaal meer dan 9000 pagina s. 3 Als een uitgesteld afdrukbestand niet correct werd opgeslagen, kunt u het foutenlogboek op het display controleren. Opgeslagen documenten blijven aanwezig in het apparaat, zelfs nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld. De instellingen [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] of [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen] worden echter eerst toegepast. Als de toepassing een sorteeroptie heeft, dient u zich ervan te verzekeren dat deze niet is geselecteerd voordat u een afdruktaak verstuurt. De taken voor afdrukken in wacht worden automatisch gesorteerd door het printerstuurprogramma. Wanneer een sorteeroptie is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken van de toepassing, worden mogelijk meer afdrukken geproduceerd dan gewenst. Verwijzing Zie Pag.114 Het foutenlogboek controleren voor meer informatie over het foutenlogboek op het display. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] en [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen]. 99

108 Andere afdrukbewerkingen Een uitgesteld afdrukbestand afdrukken 3 Gebruik de onderstaande procedure om een uitgesteld afdrukbestand af te drukken met het PCL 6/5e- en het RPCS-printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het afdrukken van een uitgesteld afdrukbestand met gebruikmaking van het PostScript 3-printerstuurprogramma, zie PostScript3 Supplement dat als PDF-bestand op de CD-rom staat. Belangrijk Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Toepassingen met eigen stuurprogramma s zoals PageMaker, ondersteunen deze functie niet. Gebruikt u Mac OS X, dan heeft u Mac OS X v10.2 of hoger nodig om deze functie te gebruiken. A Configureer Uitgestelde afdruk via de eigenschappen van het printerstuurprogramma. Zie de relevante Help-bestanden voor meer informatie over het configureren van het printerstuurprogramma. B Klik op [Details...] en voer dan het gebruiker-id in in het vak [Gebruiker-ID:]. C Afdrukken starten vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. De Uitgestelde afdruktaak wordt naar het apparaat gestuurd en opgeslagen. D Druk op het bedieningspaneel van het apparaat op de toets {Printer} om het Printer-scherm te openen. E Druk op [Afdruktaken]. F Druk op [Lijst uitgest. afdr.tk]. Een lijst van afdrukbestanden die in het apparaat zijn opgeslagen, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. 100

109 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken G Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk op [Afdrukken]. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven. Druk op [Selecteer alle taken] om alle afdruktaken te selecteren. Druk opnieuw op de gemarkeerde afdruktaak om een selectie te wissen. Druk op [Alles wissen] om alle selecties te wissen. Druk op [Details] voor meer informatie over een geselecteerd afdrukbestand. H Druk op [Ja]. Het afdrukbestand in wacht wordt afgedrukt. Druk op [Nee] om de afdruktaak te annuleren. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt op het bevestigingsscherm het totale aantal af te drukken bestanden weergegeven. Als de afdruktaak is voltooid, wordt het opgeslagen bestand verwijderd. Om het afdrukken te stoppen nadat het werd gestart, drukt u op [Afsluiten] tot het scherm Printer wordt geopend en vervolgens drukt u op [Taak reset]. Het bestand wordt verwijderd. Verwijzing Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het instellen van printerstuurprogramma s. U kunt een Uitgesteld afdrukbestand ook afdrukken of verwijderen vanaf de Web Image Monitor. Zie de Help-functie van Web Image Monitor voor meer details. 3 Uitgestelde Afdrukbestanden verwijderen A Druk op de {Printer}-toets om het Printer-scherm weer te geven. B Druk op [Afdruktaken]. Een lijst afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. C Druk op [Lijst uitgest. afdr.tk]. Een lijst van uitgestelde afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. D Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk vervolgens op [Verwijderen]. Het bevestigingsvenster voor een verwijderbewerking opent. E Druk op [Ja] om het bestand te verwijderen. Het geselecteerde bestand wordt verwijderd. Als u het bestand niet wilt verwijderen, drukt u op [Nee]. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt in het bevestigingsscherm het totale aantal te verwijderen bestanden weergegeven. 101

110 Andere afdrukbewerkingen Opgeslagen afdruk Omdat afdrukbestanden niet worden verwijderd nadat het afdrukken is voltooid, hoeft hetzelfde afdrukbestand niet telkens te worden verzonden; het blijft actief als hetzelfde bestand meerdere keren wordt afgedrukt. 3 Belangrijk Een opgeslagen afdrukbestand kan niet worden opgeslagen als: het totaal aantal Testafdruk-, Beveiligde afdruk-, Uitgestelde afdruk- of Opgeslagen afdrukbestanden meer dan 100 is. (Het maximum aantal hangt af van de grootte van de gegevens in de bestanden.) het bestand bevat meer dan 1000 pagina s. verzonden of opgeslagen bestanden in het apparaat bedragen in totaal meer dan 9000 pagina s. Als een opgeslagen afdrukbestand niet correct werd opgeslagen, kunt u het foutenlogboek op het display controleren. Opgeslagen documenten blijven aanwezig in het apparaat, zelfs nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld. De instellingen [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] of [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen] worden echter eerst toegepast. Als de toepassing een sorteeroptie heeft, dient u zich ervan te verzekeren dat deze niet is geselecteerd voordat u een afdruktaak verstuurt. De opgeslagen afdrukken worden automatisch gesorteerd door het printerstuurprogramma. Wanneer een sorteeroptie is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken van de toepassing, worden mogelijk meer afdrukken geproduceerd dan gewenst. Verwijzing Zie Pag.114 Het foutenlogboek controleren voor meer informatie over het foutenlogboek op het display. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen voor meer informatie over [Tijdelijke afdruktaken autom. verwijderen] en [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen]. 102

111 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Een opgeslagen afdrukbestand afdrukken Gebruik de onderstaande procedure om een opgeslagen afdrukbestand af te drukken met het PCL 6/5e- en het RPCS-printerstuurprogramma. Voor meer informatie over het afdrukken van een opgeslagen afdrukbestand met gebruik van het PostScript 3-printerstuurprogramma, zie PostScript3 Supplement dat als PDF-bestand op de CD-rom staat. Belangrijk Afhankelijk van de opties die zijn geïnstalleerd op het apparaat, is de PCLprintertaal optioneel. In dat geval moet de optionele PCL-eenheid worden geïnstalleerd om de PCL 6/5e-printerstuurprogramma s te gebruiken. Toepassingen met eigen stuurprogramma s zoals PageMaker, ondersteunen deze functie niet. Gebruikt u Mac OS X, dan heeft u Mac OS X v10.2 of hoger nodig om deze functie te gebruiken. A De opgeslagen afdruk configureren via de eigenschappen van het printerstuurprogramma. Zie de relevante Help-bestanden voor meer informatie over het configureren van het printerstuurprogramma. B Klik op [Details...] en voer dan het gebruiker-id in in het vak [Gebruiker-ID:]. U kunt ook een wachtwoord instellen. Hetzelfde wachtwoord moet worden opgegeven bij het afdrukken of verwijderen. C Afdrukken starten vanuit het dialoogvenster [Afdrukken] van de toepassing. De opgeslagen afdruktaak wordt naar het apparaat gestuurd en opgeslagen. D Druk op het bedieningspaneel van het apparaat op de toets {Printer} om het Printer-scherm te openen. E Druk op [Afdruktaken]. 3 F Druk op [Lijst opgesl. afdr.tk.]. Een lijst opgeslagen afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. 103

112 Andere afdrukbewerkingen 3 G Selecteer het bestand dat u wilt afdrukken en druk op [Afdrukken]. Druk op [Selecteer alle taken] om alle afdruktaken te selecteren. Druk opnieuw op de gemarkeerde afdruktaak om een selectie te wissen. Druk op [Alles wissen] om alle selecties te wissen. Druk op [Details] voor meer informatie over een geselecteerd afdrukbestand. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven. Als u een wachtwoord instelt in het printerstuurprogramma, verschijnt een scherm voor de wachtwoordbevestiging. Voer het wachtwoord in. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd, drukt het apparaat de bestanden af die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord en de bestanden die geen wachtwoord vereisen. Het aantal bestanden dat zal worden afgedrukt, wordt weergegeven op het bevestigingsscherm. Neem contact op met de bestandsbeheerder wanneer u uw wachtwoord bent vergeten. H Voer het aantal sets in met gebruik van de cijfertoetsen. U kunt maximaal 999 sets invoeren. Druk op de toets {Wis/Stop} om invoerfouten te corrigeren. I Druk op [Ja]. Het opgeslagen afdrukbestand wordt afgedrukt. Druk op [Nee] om de afdruktaak te annuleren. Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt op het bevestigingsscherm het totale aantal af te drukken bestanden weergegeven. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd, wordt het minimum aantal van de ingestelde hoeveelheid onder alle instellingen toegepast. Wanneer de waarde van de ingestelde hoeveelheid wordt gewijzigd, wordt de gewijzigde hoeveelheid toegepast op alle geselecteerde afdrukbestanden. Om het afdrukken te stoppen nadat het werd gestart, drukt u op [Afsluiten] tot het scherm Printer wordt geopend en vervolgens drukt u op [Taak reset]. Een opgeslagen afdrukbestand wordt niet verwijderd, zelf als de knop [Taak reset] wordt ingedrukt. Het opgeslagen afdrukbestand dat naar het apparaat wordt verzonden, wordt niet verwijderd tenzij u een bestand verwijdert of [Opgeslagen afdr.taken autom. verwijderen] selecteert (zie Bedieningshandleiding Standaardinstellingen). Verwijzing Zie de Help-functie van het printerstuurprogramma voor meer informatie over het instellen van printerstuurprogramma s. U kunt een opgeslagen afdrukbestand ook afdrukken of verwijderen vanaf de Web Image Monitor. Zie de Help-functie van Web Image Monitor voor meer details. 104

113 Afdrukken vanaf het scherm Afdruktaken Opgeslagen afdrukbestanden verwijderen A Druk op de {Printer}-toets om het Printer-scherm weer te geven. B Druk op [Afdruktaken]. Een lijst afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. C Druk op [Lijst opgesl. afdr.tk.]. Een lijst opgeslagen afdrukbestanden, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen, worden bepaalde afdruktaken mogelijk niet weergegeven. D Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk op [Verwijderen]. Het bevestigingsvenster voor een verwijderbewerking opent. Als u in het printerstuurprogramma een wachtwoord heeft ingesteld, dient u het wachtwoord op te geven om te verwijderen. Als u meerdere afdrukbestanden heeft geselecteerd waarvan enkele een wachtwoord vereisen, verwijdert het apparaat de bestanden die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord en de bestanden die geen wachtwoord vereisen. Het aantal bestanden dat zal worden verwijderd, wordt weergegeven in het bevestigingsscherm. Neem contact op met de bestandsbeheerder wanneer u uw wachtwoord bent vergeten. E Druk op [Ja] om het bestand te verwijderen. Het geselecteerde bestand wordt verwijderd. Als u het bestand niet wilt verwijderen, drukt u op [Nee]. 3 Wanneer u meerdere bestanden selecteert, wordt in het bevestigingsscherm het totale aantal te verwijderen bestanden weergegeven. 105

114 Andere afdrukbewerkingen Afdrukken vanaf het scherm Lijst per gebruiker-id Hier wordt beschreven hoe in het apparaat opgeslagen bestanden vanaf het scherm Gebruiker-ID moeten worden afgedrukt. De geselecteerde afdruktaak afdrukken 3 A Druk op de toets {Printer}. Het Printerscherm wordt weergegeven. B Druk op het scherm Printer op [Afdruktaken]. Een lijst met gebruiker-id s, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. C Klik op de Gebruiker-ID waarvan u het bestand wilt afdrukken. U kunt geen meerdere gebruiker-id s tegelijk selecteren. Druk op [UVorige] of [TVolgende] om door de lijst te bladeren. Druk op [Wissen] om een selectie te annuleren. D Druk op [Takenlijst per gebr.id]. De afdruktaaklijst van de geselecteerde gebruiker-id verschijnt. E Selecteer de gewenste afdruktaken. Druk opnieuw op de gemarkeerde afdruktaak om een selectie te annuleren. Druk op [Alles wissen] om alle selecties te wissen. 106

115 Afdrukken vanaf het scherm Lijst per gebruiker-id F Druk op [Afdrukken]. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven. G Druk op [Ja]. De geselecteerde bestanden worden afgedrukt. Druk op [Nee] om de afdruktaak te annuleren. Op het bevestigingsscherm wordt het totale aantal bestanden weergegeven van de geselecteerde gebruiker-id die moeten worden afgedrukt

116 Andere afdrukbewerkingen Alle afdruktaken afdrukken A Druk op de toets {Printer}. Het Printerscherm wordt weergegeven. B Druk op het scherm Printer op [Afdruktaken]. 3 Een lijst met gebruiker-id s, opgeslagen op het apparaat, wordt weergegeven. C Klik op de Gebruiker-ID waarvan u het bestand wilt afdrukken. U kunt geen meerdere gebruiker-id s tegelijk selecteren. Druk op [UVorige] of [TVolgende] om door de lijst te bladeren. Druk op [Wissen] om een selectie te annuleren. D Druk op [Alle taken afdrukken]. Als de geselecteerde gebruiker-id meerdere types afdruktaken heeft, verschijnt het selectiescherm van het type afdruktaak. E Selecteer het gewenste type voor de afdruktaak en druk vervolgens op [OK]. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven. Het bevestigingsscherm verschijnt niet als de geselecteerde ID slechts één type afdruktaken heeft. F Druk op [Ja]. De geselecteerde bestanden worden afgedrukt. 108

117 Afdrukken vanaf het scherm Lijst per gebruiker-id Nadat het afdrukken is voltooid, worden de testafdrukbestanden, de uitgestelde afdrukbestanden en de beveiligde afdrukbestanden verwijderd. U kunt geen afdruktaak selecteren die niet onder de geselecteerde gebruiker-id is opgeslagen. Wanneer u meerdere testafdrukbestanden selecteert en niet het aantal sets opgeeft via het bevestigingsscherm, wordt één set minder dan het op de computer opgegeven kleinste aantal voor elk geselecteerd document afgedrukt. Wanneer het op de computer opgegeven kleinste aantal sets 1 is, wordt voor elk document één set afgedrukt. Als u Opgeslagen afdruk selecteert, wordt het aantal dat u op het bevestigingsscherm instelt toegepast op alle bestanden van het geselecteerde type voor de afdruktaak. Als u geen hoeveelheid instelt, wordt het minimum aantal toegepast op alle bestanden. Als u Beveiligde afdruk selecteert, geeft u het correcte wachtwoord op. Als er meerdere wachtwoorden zijn, drukt het apparaat alleen bestanden af die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord. Als u Opgeslagen afdrukbestanden heeft geselecteerd waarvan enkele een wachtwoord vereisen, drukt het apparaat de bestanden af die overeenstemmen met het opgegeven wachtwoord en de bestanden die geen wachtwoord vereisen. Op het bevestigingsscherm wordt het totale aantal bestanden weergegeven van de geselecteerde gebruiker-id die moeten worden afgedrukt

118 Andere afdrukbewerkingen Form Feed 3 Deze paragraaf bevat instructie voor het gebruik van het apparaat in geval er geen lade is geselecteerd voor het papierformaat of -type, of wanneer het papier van het apparaat op is. Belangrijk De lade kan niet worden gewijzigd als de volgende functies zijn ingesteld: Nieten Dubbelzijdig afdrukken naar een lade die geen dubbelzijdig afdrukken ondersteunt Voorblad Voor- of Achterbladen Tussenblad Hoofdstuk instellen Perforeren Als form feed is geselecteerd voor een lade met de volgende instellingen, kunt u de lade wijzigen door de instellingen ongedaan te maken: Nieten Dubbelzijdig Perforeren Wanneer [Automatisch doorgaan] is geselecteerd, wordt form feed-papier afgedrukt na een vooraf ingesteld interval. Zie de Bedieningshandleiding Standaardinstellingen. Afdrukken vanuit een geselecteerde lade Een waarschuwingsbericht wordt weergegeven, als het apparaat geen lade heeft voor het geselecteerde papierformaat of -type, of als het geselecteerde papier in het apparaat op is. Als dit bericht verschijnt, volgt u de onderstaande procedure. A Druk op de toets {Printer}. B Selecteer de lade voor form feed uit de lijst die in het display wordt weergegeven. Om met afdrukken te starten nadat u papier in de lade heeft geplaatst, laadt u eerst het juiste papier en selecteert hierna de lade. C Druk op [Doorgaan]. Het apparaat drukt af met gebruikmaking van de geselecteerde lade. Als een lade met een kleiner papierformaat is geselecteerd, wordt de afdruktaak mogelijk afgebroken of treden er andere problemen op. 110

119 Form Feed Een afdruktaak annuleren Volg de onderstaande procedure om de afdruktaak te annuleren als het bericht waarin naar form feed wordt gevraagd verschijnt. A Druk op de toets {Printer}. Het Printerscherm wordt weergegeven. B Druk op [Taak reset]. Verwijder de opgeslagen afdruktaken, en annuleer form feed. C Druk op [Reset huidige taak] om de huidige afdruktaak te annuleren of druk op [Reset alle taken] om alle taken te annuleren. Een bevestigingsvenster opent. D Druk op [Ja] om de afdruktaak te annuleren. Druk op [Nee] om terug te keren naar de vorige display. 3 Druk op [Hervat afdrukken] om het afdrukken van afdruktaken te hervatten. Wanneer het apparaat wordt gedeeld door meerdere computers, moet u ervoor zorgen dat u niet per ongeluk de afdruktaak van een ander annuleert. Als, in Windows, het apparaat is aangesloten op de computer met gebruikmaking van een parallelle kabel, kunnen verstuurde afdruktaken worden geannuleerd als op [Reset alle taken] is gedrukt terwijl Bezig met wachten... wordt weergegeven in het display. Nadat het interval dat is ingesteld bij [I/O time-out] in [Printereigensch.] is verstreken, kan de volgende afdruktaak worden verzonden. Een afdruktaak die vanaf een andere clientcomputer is verstuurd, wordt in dit geval niet geannuleerd. U kunt het afdrukken van gegevens die al zijn verwerkt niet stoppen. Hierdoor kan het gebeuren dat nog een aantal pagina s wordt afgedrukt nadat u heeft gedrukt op [Taak reset]. Het kan tevens een aanzienlijke tijd duren voordat een afdruktaak, met een groot gegevensvolume, wordt afgebroken. Verwijzing Zie Pag.112 Een afdruktaak annuleren voor meer informatie. 111

120 Andere afdrukbewerkingen Een afdruktaak annuleren Deze paragraaf bevat instructies over het stoppen met afdrukken vanaf de computer of het display. Een afdruktaak annuleren met gebruik van het bedieningspaneel 3 A Druk op de toets {Printer}. Het Printerscherm wordt weergegeven. B Druk op [Taak reset]. C Druk op [Reset huidige taak] of [Reset alle taken]. [Reset huidige taak]: de afdruktaak annuleren die momenteel wordt verwerkt. [Reset alle taken]: annuleert alle taken in afdrukwachtrij. [Hervat afdrukken]: hervat het afdrukken van de afdruktaken. Een bevestigingsvenster opent. D Druk op [Ja] om de afdruktaak te annuleren. Druk op [Nee] om terug te keren naar de vorige display. 112

121 Een afdruktaak annuleren Windows - Een afdruktaak annuleren vanaf de computer U kunt een afdruktaak vanaf de computer annuleren als de overdracht van afdruktaken nog niet is voltooid. A Dubbelklik op het printerpictogram op de taaklade van Windows. Een venster opent met alle afdruktaken die momenteel in de afdrukwachtrij staan. Controleer de huidige status van de te annuleren taak. B Selecteert de naam van de te annuleren taak. C In het menu [Document] klikt u op [Annuleren]. D Druk op de toets {Printer} op het bedieningspaneel van het apparaat. 3 Wanneer het apparaat wordt gedeeld door meerdere computers, moet u ervoor zorgen dat u niet per ongeluk de afdruktaak van een ander annuleert. Als het apparaat via een parallelle kabel is aangesloten op het apparaat, worden verstuurde afdruktaken geannuleerd als op [Reset alle taken] is gedrukt, terwijl Bezig met wachten... wordt weergegeven in het display. Nadat het interval dat is ingesteld bij [I/O time-out] in [Printereigensch.] is verstreken, kan de volgende afdruktaak worden verzonden. Een afdruktaak die vanaf een andere clientcomputer is verstuurd, wordt in dit geval niet geannuleerd. In Windows XP, Windows Server 2003 of Windows NT 4.0 klikt u op [Annuleren] in het menu [Document]. In Windows 95/98/Me/2000 of Windows NT 4.0 kunt u tevens het venster met afdruktaken openen door te dubbelklikken op het apparaatpictogram van het venster [Printers] (het venster [Printers en faxapparaten] in Windows XP en Windows Server 2003). U kunt het afdrukken van gegevens die al zijn verwerkt niet stoppen. Hierdoor kan het gebeuren dat nog een aantal pagina s wordt afgedrukt nadat u heeft gedrukt op [Taak reset]. Het kan tevens een aanzienlijke tijd duren voordat een afdruktaak, met een groot gegevensvolume, wordt afgebroken. 113

122 Andere afdrukbewerkingen Het foutenlogboek controleren Konden bestanden niet worden afgedrukt door afdrukfouten, probeer dan achter de oorzaak van de fouten te komen door het foutenlogboek te controleren op het bedieningspaneel. 3 Belangrijk De meest recente 30 fouten worden opgeslagen in het foutenlogboek. Als een nieuw foutenbestand wordt toegevoegd wanneer er al 30 fouten opgeslagen zijn, dan wordt het oudste foutenbestand verwijderd. Als de oudste fout echter behoort tot een van de volgende afdruktaken, wordt deze niet verwijderd. De fout wordt apart opgeslagen totdat het aantal van dit soort fouten 30 is. U kunt iedere afdruktaak controleren op informatie van het foutenlogboek. Testafdruk Beveiligde afdruk Uitgesteld afdrukken Opgeslagen afdruk Als de hoofdschakelaar wordt uitgezet, wordt het foutenlogboek verwijderd. A Druk op de toets {Printer}. Het Printerscherm wordt weergegeven. B Druk op [Foutenlogboek]. Een lijst geregistreerde fouten wordt weergegeven. Afhankelijk van de beveiligingsinstellingen worden bepaalde fouten mogelijk niet weergegeven. C Druk op de gewenste afdruktaaklijst. U kunt de takenlijst selecteren in [Volledige lijst], [Takenlijst Bev. afdruk], [Lijst vbl afdr.taken], [Lijst uitgest. afdr.tk] of [Lijst opgesl. afdr.tk.]. 114

Printer/Scanner Unit Type Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printer/Scanner Unit Type Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Printer/Scanner Unit Type 2500 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Bijlage Lees, voordat u dit apparaat gebruikt,

Nadere informatie

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Het apparaat voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen GL/2- en TIFF-bestanden afdrukken Opslaan en afdrukken met gebruikmaking

Nadere informatie

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Direct afdrukken vanaf een digitale camera (PictBridge) Opslaan

Nadere informatie

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Direct afdrukken via een digitale camera (PictBridge) De functie en

Nadere informatie

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 Het apparaat voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen De functie en instellingen van het apparaat Bijlage Lees, voordat

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...8 Voorbereiden voor afdrukken Snelinstallatie...9 De verbindingsmethode bevestigen...11 Netwerkverbinding...11 Lokale

Nadere informatie

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Printerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 Aan de slag De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Printeigenschappen De Document Server gebruiken De

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...11 Specifieke modelinformatie...12 Aanwijzingen voor het lezen van deze handleiding...13 Symbols...13 Voorbereiden

Nadere informatie

Printer- / Scannerhandleiding

Printer- / Scannerhandleiding Gebruiksaanwijzing Printer- / Scannerhandleiding 1 2 3 Gebruik van de Printerfunctie Gebruik van de Scannerfunctie Appendix Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig en bewaar

Nadere informatie

Printer/Scanner Unit Type 3260

Printer/Scanner Unit Type 3260 Printer/Scanner Unit Type 3260 Gebruiksaanwijzing Printerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 Aan de slag De machine voorbereiden Het printerstuurprogramma instellen Andere afdrukbewerkingen Printeigenschappen

Nadere informatie

PostScript 3 Supplement

PostScript 3 Supplement PostScript 3 Supplement 1 2 3 4 Windows-configuratie Configuratie Mac OS PostScript 3 gebruiken Printer Utility for Mac Lees deze handleiding aandachtig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt en

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003

Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-16 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-17 Andere installatiemethoden

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren

Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren Windows Custom PostScript- of PCL-printerstuurprogramma installeren In dit Leesmij-bestand wordt beschreven hoe u het Custom PostScript-printerstuurprogramma of het PCLprinterstuurprogramma op een Windows-systeem

Nadere informatie

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n

Naslagkaart voor de 5210n / 5310n Naslagkaart voor de 5210n / 5310n 1 2 3 4 VOORZICHTIG: Neem zorgvuldig de veiligheidsvoorschriften in de Handleiding voor eigenaren door voordat u de Dell-printer gaat instellen en gebruiken. 5 6 7 8 1

Nadere informatie

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma

Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en houd de handleiding binnen handbereik voor toekomstig gebruik. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Printersoftware. De printersoftware. De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3.

Printersoftware. De printersoftware. De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3. Printersoftware De printersoftware De Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3. De printerdriver is de software waarmee u via uw computer de printer kunt besturen.

Nadere informatie

Installatiehandleiding software

Installatiehandleiding software Installatiehandleiding software In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396

Uw gebruiksaanwijzing. SHARP AL-1633/1644 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1289396 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110

Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Versienotities voor de klant Fiery EXP4110, versie 1.1SP1 voor Xerox 4110 Dit document beschrijft de upgrade van de Fiery EXP4110-printerstuurprogramma s voor ondersteuning van de optie Lade 6 (Extra groot).

Nadere informatie

Speciale afdrukmethoden en - materialen

Speciale afdrukmethoden en - materialen Speciale afdrukmethoden en - materialen In deze sectie komen de volgende onderwerpen aan de orde: Automatisch dubbelzijdig afdrukken zie pagina 16. Handmatig dubbelzijdig afdrukken zie pagina 19. Transparanten

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding

Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding Lees dit eerst Handleidingen voor deze printer...11 Aanwijzingen voor het lezen van deze handleiding...12 Symbolen...12 Specifieke modelinformatie...13 Toetsen gebruiken...14

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen 1 De display op het bedieningspaneel is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. Taken worden niet De zelftest van de printer is mislukt. De printer is niet gereed om gegevens te ontvangen. De aangegeven

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Handleiding voor netwerkprinten

Handleiding voor netwerkprinten Handleiding voor netwerkprinten 1 2 3 4 5 6 7 Configuratie van Windows 95/98/Me Configuratie van Windows 2000 Configuratie van Windows XP Configuratie van Windows NT 4.0 Configuratie van NetWare Configuratie

Nadere informatie

PostScript3. Gebruiksaanwijzing. PostScript3-printerstuurprogramma - Configuratie voor afdrukken Printer Utility for Mac Bijlage

PostScript3. Gebruiksaanwijzing. PostScript3-printerstuurprogramma - Configuratie voor afdrukken Printer Utility for Mac Bijlage Gebruiksaanwijzing PostScript3 2 3 PostScript3-printerstuurprogramma - Configuratie voor afdrukken Printer Utility for Mac Bijlage Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig door

Nadere informatie

Handleiding voor aansluitingen

Handleiding voor aansluitingen Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt

Nadere informatie

AL-1633 AL-1644 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING

AL-1633 AL-1644 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING MODEL AL-6 AL-6 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING INLEIDING SOFTWARE VOOR DE SHARP AL-6/6 VÓÓR DE INSTALLATIE DE SOFTWARE INSTALLEREN AANSLUITEN OP EEN COMPUTER CONFIGUREREN

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

D4600 Duplex Photo Printer

D4600 Duplex Photo Printer KODAK D4000 Duplex Photo Printer D4600 Duplex Photo Printer Handleiding printerstuurprogramma januari 2015 TM/MC/MR-licentie van Eastman Kodak Company: Kodak Kodak Alaris Inc. 2400 Mount Read Blvd., Rochester,

Nadere informatie

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken

Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken Handleiding instellingen vrijgave van afdrukken INHOUDSOPGAVE OVER DEZE HANDLEIDING............................................................................. 2 FUNCTIE AFDRUKVRIJGAVE...........................................................................

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Eenvoudige afdruktaken

Eenvoudige afdruktaken Eenvoudige afdruktaken In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Papier plaatsen in Lade 1 (MPT) voor enkelzijdig afdrukken" op pagina 2-9 "Papier plaatsen in laden 2-5 voor enkelzijdig afdrukken"

Nadere informatie

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding MFP kleur systemen. Aanteken vel. infotec kenniscentrum. Infotec gebruikershandleiding Gebruikershandleiding MFP kleur systemen Aanteken vel Het Bedieningspaneel Functie paneel Functietoetsen Geeft de keuze om te wisselen tussen de functies: Kopiëren - Doc. Server Faxen - Printen - Scannen

Nadere informatie

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken

Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken Novell NetWare In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Configuratiesoftware voor NetWare-netwerken" op pagina 3-38 "Stappen voor snelle installatie" op pagina 3-38 "Geavanceerde installatie" op

Nadere informatie

Met het oog op een veilig en correct gebruik van dit apparaat dient u de Veiligheidsinformatie in deze gebruikshandleiding te lezen voordat u het

Met het oog op een veilig en correct gebruik van dit apparaat dient u de Veiligheidsinformatie in deze gebruikshandleiding te lezen voordat u het Met het oog op een veilig en correct gebruik van dit apparaat dient u de Veiligheidsinformatie in deze gebruikshandleiding te lezen voordat u het apparaat Copyright 2005. De auteursrechtelijke bescherming

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 6655 multifunctionele kleurenprinter Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 4 5 Aanraakscherm

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: d.grooters@home.nl. Printen en Scannen

Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: d.grooters@home.nl. Printen en Scannen Dick Grooters Raadhuisstraat 296 5683 GM Best tel: 0499-392579 e-mail: d.grooters@home.nl Printen en Scannen Als een nieuwe printer wordt gekocht en onder Windows XP aangesloten zal Windows deze nieuwe

Nadere informatie

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM

DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM MODEL: MX-2300N MX-2700N DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie Houd deze handleiding bij de hand zodat u hem indien nodig kunt raadplegen. Gefeliciteerd met de aanschaf

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Gefeliciteerd met de aanschaf van dit product.

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693

Uw gebruiksaanwijzing. HP LASERJET 4050 http://nl.yourpdfguides.com/dref/901693 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Printen via het netwerk Zorg ervoor dat het werkt

Printen via het netwerk Zorg ervoor dat het werkt NETWERK PRINT SERVERS ARTIKEL Printen via het netwerk Zorg ervoor dat het werkt Created: June 4, 2005 Last updated: June 4, 2005 Rev:.0 INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 INFRASTRUCTUUR BIJ NETWERK PRINTEN 3. Peer-to-peer-printen

Nadere informatie

Software-installatiehandleiding

Software-installatiehandleiding Software-installatiehandleiding In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software via een USB- of netwerkverbinding installeert. Netwerkverbinding is niet beschikbaar voor de modellen SP 200/200S/203S/203SF/204SF.

Nadere informatie

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel Naslagkaart Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 250 en 550 vel en de handmatige invoer. Het bevat tevens informatie over het

Nadere informatie

Handleiding software-installatie

Handleiding software-installatie DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN

Nadere informatie

Installeer de C54PSERVU in Windows Vista

Installeer de C54PSERVU in Windows Vista Installeer de C54PSERVU in Windows Vista In dit document wordt beschreven hoe u uw printer in combinatie met de Conceptronic C54PSERVU kan installeren in Windows Vista. 1. Printer installeren Voordat u

Nadere informatie

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN

VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Gefeliciteerd met de aanschaf van dit product.

Nadere informatie

Netwerkhandleiding. Windows-configuratie Gebruik van een afdrukserver Printer bewaken en configureren Aanhangsel

Netwerkhandleiding. Windows-configuratie Gebruik van een afdrukserver Printer bewaken en configureren Aanhangsel Netwerkhandleiding 1 2 3 4 Windows-configuratie Gebruik van een afdrukserver Printer bewaken en configureren Aanhangsel Lees, voordat u dit apparaat gebruikt, deze handleiding zorgvuldig en bewaar de handleiding

Nadere informatie

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing

Scannerhandleiding. Gebruiksaanwijzing Gebruiksaanwijzing Scannerhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Scanbestanden per e-mail verzenden Scanbestanden verzenden via scan-to-folder Bestanden opslaan met de scanfunctie Scanbestanden bezorgen Originelen

Nadere informatie

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 9301 / 9302 / 9303 Bedieningspaneel Xerox ColorQube 90 / 90 / 90 Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen.?

Nadere informatie

Voor gebruikers van Windows XP

Voor gebruikers van Windows XP Voor gebruikers van Windows XP De machine en de pc instellen om samen te werken Voordat u begint U dient een interfacekabel te kopen die geschikt is voor de interface waarmee u deze machine gaat gebruiken

Nadere informatie

Google cloud print handleiding

Google cloud print handleiding Google cloud print handleiding Versie 0 DUT Definities van opmerkingen In deze gebruikershandleiding wordt de volgende aanduiding gebruikt: en leggen uit wat u in een bepaalde situatie moet doen of hoe

Nadere informatie

Voor gebruikers met netwerkverbindingen via Windows

Voor gebruikers met netwerkverbindingen via Windows Voor gebruikers met netwerkverbindingen via Windows Als de server en de client een verschillend besturingssysteem of verschillende architectuur hebben, is het mogelijk dat de verbinding niet goed werkt

Nadere informatie

AR-M160 AR-M205 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING

AR-M160 AR-M205 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING MODEL AR-M60 AR-M05 DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM SOFTWARE INSTALLATIE HANDLEIDING INLEIDING SOFTWARE VOOR DE SHARP AR-M60/M05 VÓÓR DE INSTALLATIE DE SOFTWARE INSTALLEREN AANSLUITEN OP EEN COMPUTER

Nadere informatie

LASERPRINTER. Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING

LASERPRINTER. Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING MODEL: MX-B380P LASERPRINTER Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING PROBLEMEN OPLOSSEN Houd deze handleiding

Nadere informatie

AL-1633/1644 Online-handleiding Start

AL-1633/1644 Online-handleiding Start AL-6/6 Online-handleiding Start Klik op de "Start" knop. Inleiding Deze handleiding beschrijft de printer- en scannerfuncties van het digitaal multifunctioneel systeem AL-6/6. Voor informatie over de volgende

Nadere informatie

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel

Xerox WorkCentre 7800-serie Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. ABC DEF Menu's GHI

Nadere informatie

Afdrukopties aanpassen

Afdrukopties aanpassen Afdrukopties aanpassen In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Afdrukopties instellen' op pagina 2-32 'Afdrukkwaliteit selecteren' op pagina 2-35 'Afdrukken in zwart-wit' op pagina 2-36 Afdrukopties

Nadere informatie

AR-NB2 NETWERK UITBREIDINGS KIT. SOFTWARE-INSTALLATIEGIDS (voor de netwerkprinter) MODEL

AR-NB2 NETWERK UITBREIDINGS KIT. SOFTWARE-INSTALLATIEGIDS (voor de netwerkprinter) MODEL MODEL AR-NB NETWERK UITBREIDINGS KIT SOFTWARE-INSTALLATIEGIDS (voor de netwerkprinter) INLEIDING VOORAFGAAND AAN DE INSTALLATIE INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING INSTALLATIE IN EEN MACINTOSH-OMGEVING

Nadere informatie

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10

Nadere informatie

In deze handleiding worden twee soorten maateenheden gehanteerd. Voor dit apparaat geldt de metrieke

In deze handleiding worden twee soorten maateenheden gehanteerd. Voor dit apparaat geldt de metrieke Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 Beschikbare functies via een netwerk De netwerkkabel aansluiten op het netwerk Installatie van het apparaat in een netwerk Windows-configuratie Gebruik van de printer Het

Nadere informatie

bron: windows.microsoft.com Dubbelzijdig of enkelzijdig. Grijstinten of kleur. Liggend of staand.

bron: windows.microsoft.com Dubbelzijdig of enkelzijdig. Grijstinten of kleur. Liggend of staand. maandag, 12 juli 2010 13:25 Laatst aangepast vrijdag, 16 juli 2010 bron: windows.microsoft.com Dubbelzijdig of enkelzijdig. Grijstinten of kleur. Liggend of staand. Dit zijn slechts enkele opties die u

Nadere informatie

Inleiding. De instructies zijn primair bedoeld voor:

Inleiding. De instructies zijn primair bedoeld voor: Printserver Inleiding Deze gebruiksaanwijzing is geschikt voor DrayTek Vigor producten uitgerust met een parallel of USB printserver aansluiting. De instructies in deze gebruiksaanwijzing hebben betrekking

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5

Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5 Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5 Dit document bevat informatie over de Fiery EX4112/4127 versie 2.5. Voordat u de Fiery EX4112/4127 gebruikt, moet u een kopie maken van deze Versienotities

Nadere informatie

Printerproblemen oplossen

Printerproblemen oplossen Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als u met de voorgestelde oplossing het probleem niet verhelpt. Taak is niet afgedrukt of de verkeerde tekens zijn afgedrukt. Controleer of Gereed wordt

Nadere informatie

Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Macintosh In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Vereisten' op pagina 3-35 'Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom' op pagina 3-35 'EtherTalk voor Mac OS 9.x inschakelen en gebruiken' op

Nadere informatie

In deze handleiding worden twee maateenheden gebruikt.

In deze handleiding worden twee maateenheden gebruikt. Netwerkhandleiding 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Beschikbare printerfuncties via een netwerk De netwerkkabel aansluiten op het netwerk Installatie van het apparaat in een netwerk Windows-configuratie De printerfunctie

Nadere informatie

Over deze printer. Printeroverzicht 1. Lettertypelijst. Werken met kleuren. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer.

Over deze printer. Printeroverzicht 1. Lettertypelijst. Werken met kleuren. Papierverwerking. Onderhoud. Problemen oplossen. Beheer. Over deze printer Bedieningspaneel Papierstop Voorklep Printeroverzicht 1 Optionele lade voor dubbelzijdig afdrukken Standaardlade voor 250 vel Uitvoerlade en bovenklep Ontgrendelingshendel Optionele invoerlade

Nadere informatie

DX-C200P. Softwarehandleiding. Gebruiksaanwijzing

DX-C200P. Softwarehandleiding. Gebruiksaanwijzing DX-C200P Gebruiksaanwijzing Softwarehandleiding 1 Voorbereiden voor afdrukken 2 Het printerstuurprogramma instellen 3 Andere afdrukbewerkingen 4 Rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera (PictBridge)

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen

Gebruiksaanwijzing. Website met toepassingen Gebruiksaanwijzing Website met toepassingen INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding?... 2 Symbolen in de handleidingen... 2 Disclaimer...3 Opmerkingen...3 Taken die u kunt uitvoeren op de Website met

Nadere informatie

LASERJET ENTERPRISE 500 COLOR MFP. Naslaggids M575

LASERJET ENTERPRISE 500 COLOR MFP. Naslaggids M575 LASERJET ENTERPRISE 500 COLOR MFP Naslaggids M575 Een opgeslagen taak afdrukken Volg de onderstaande procedure om een taak af te drukken die in het apparaatgeheugen is opgeslagen. 1. Raak in het beginscherm

Nadere informatie

Firmware Update Bijwerken

Firmware Update Bijwerken Modelnr: Firmware Update Bijwerken Deze handleiding bevat informatie over hoe u de controller firmware van de machine en de PDL-firmware kunt bijwerken. U kunt deze updates van onze website downloaden.

Nadere informatie

System Updates Gebruikersbijlage

System Updates Gebruikersbijlage System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie bij alle gebruikers

Nadere informatie

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

Kopiëren via de glasplaat. 1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat. Naslagkaart Wordt gekopieerd Kopieën maken Snel kopiëren 3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan

Nadere informatie

Universele handleiding stuurprogramma s

Universele handleiding stuurprogramma s Universele handleiding stuurprogramma s Brother Universal Printer Driver (BR-Script3) Brother Mono Universal Printer Driver (PCL) Brother Universal Printer Driver (Inkjet) Versie B DUT 1 Overzicht 1 De

Nadere informatie

MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. Toshiba Viewer V2 installatie

MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN. Toshiba Viewer V2 installatie MULTIFUNCTIONELE DIGITALE SYSTEMEN Toshiba Viewer V2 installatie Versie: Augustus 2010 Toshiba Viewer V2 (v1.03) Met de Toshiba Viewer is het mogelijk te printen en scannen met de vermelde Toshiba apparaten.

Nadere informatie

Netwerkhandleiding. Een printserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel

Netwerkhandleiding. Een printserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Netwerkhandleiding 1 3 4 Een printserver gebruiken De printer volgen en configureren Speciale bewerkingen onder Windows Aanhangsel Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt

Nadere informatie

Handleiding software-installatie

Handleiding software-installatie DIGITAAL KLEUREN MULTIFUNCTIONEEL SYSTEEM MODEL: MX-C310 MX-C311 MX-C380 MX-C381 MX-C400 Handleiding software-installatie VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING Deze handleiding

Nadere informatie

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding

Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd. verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de producten DTN-10 en DTN-11 conform zijn aan de

Nadere informatie

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen

Verkorte Handleiding DX-C200. Namen en locaties. De kopieerfunctie gebruiken. De scannerfunctie gebruiken. De faxfunctie gebruiken. Problemen oplossen DX-C200 Verkorte Handleiding Namen en locaties De kopieerfunctie gebruiken De scannerfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Problemen oplossen Papierstoringen oplossen Inktcartridges Lees deze handleiding

Nadere informatie

Handleiding voor printersoftware

Handleiding voor printersoftware Handleiding voor printersoftware (Voor Canon Compact Photo Printer Solution Disk versie 6) Windows 1 Inhoud Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen...3 Lees dit eerst...4 Handleidingen...4 Stappen van het afdrukken...5

Nadere informatie

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing

Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Fax Connection Unit Type C Gebruiksaanwijzing Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE Hoe werkt

Nadere informatie

Scannen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer

Scannen. WorkCentre C2424-kopieerapparaat-printer Scannen Dit hoofdstuk omvat: Eenvoudige scantaken op pagina 4-2 Het scannerstuurprogramma installeren op pagina 4-4 Scanopties aanpassen op pagina 4-5 Afbeeldingen ophalen op pagina 4-11 Bestanden en scanopties

Nadere informatie

P-touch Editor starten

P-touch Editor starten P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt

Nadere informatie

Geavanceerde opties. Deelpagina's afdrukken. Phaser 7750-kleurenlaserprinter

Geavanceerde opties. Deelpagina's afdrukken. Phaser 7750-kleurenlaserprinter Geavanceerde opties In dit onderwerp wordt het volgende besproken: 'Deelpagina's afdrukken' op pagina 2-79 'Meerdere pagina's op één vel papier afdrukken (X op één)' op pagina 2-80 'Brochures afdrukken'

Nadere informatie

QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050

QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050 QL-500 QL-560 QL-570 QL-650TD QL-1050 Handleiding voor de installatie van de software Nederlands LB9153001A Inleiding Opties P-touch Editor Printerstuurprogramma P-touch Address Book (uitsluitend Windows

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma

Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Gebruiksaanwijzing Installatiehandleiding stuurprogramma Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt. INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Netwerkhandleiding voor Windows bij hp deskjet 900c series-printer. Nederlands

Netwerkhandleiding voor Windows bij hp deskjet 900c series-printer. Nederlands Netwerkhandleiding voor Windows bij hp deskjet 900c series-printer Nederlands Handelsmerken en licenties Microsoft, MS, MS-DOS en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation (octrooinummers

Nadere informatie

Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003

Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-16 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-17 "Andere

Nadere informatie

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M

Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3

Nadere informatie

Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding

Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding Laserprinter Serie Windows Vista / 7- installatiehandleiding U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Lees de Installatiehandleiding en

Nadere informatie