Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Mededeling met betrekking tot het auteursrecht"

Transcriptie

1 Parallels Panel

2 Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington USA Telefoon: +1 (425) Fax: +1 (425) Copyright , Parallels, Inc. Alle rechten voorbehouden. Verspreiding van dit werk of afgeleide(n) daarvan in welke vorm dan ook is verboden, tenzij vooraf schriftelijke toestemming is verkregen van de houder van het auteursrecht. Gepatenteerde technologie wordt beschermd door V.S. Patenten 7,328,225; 7,325,017; 7,293,033; 7,099,948; 7,076,633. Patenten aangevraagd in de V.S. De namen van producten en diensten die worden vermeld zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren.

3 Inhoud Voorwoord 6 Typografische Conventies... 6 Reacties... 7 Over deze handleiding 8 Over Parallels Small Business Panel 9 Werken binnen Parallels Containers 10 Kennis maken met Parallels Small Business Panel 11 Parallels Small Business Panel aan uw wensen aanpassen Uw wachtwoord en contactgegevens wijzigen De server instellen en beheren 17 Een licentiesleutel aanschaffen en installeren De verbinding met Parallels Small Business Panel beveiligen met SSL Datum en tijd van het systeem instellen Toevoegen en verwijderen van IP-adressen DNS-diensten instellen Parallels Small Business Panel instellen voor gebruik achter een router met NAT Instellen van Parallels Small Business Panel voor gebruik achter een firewall De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Windows-hosting) De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Linux-hosting) Maildiensten instellen Database-servers instellen Extern hosten van databases instellen Het beheer van database-servers Systeemdiensten beheren Het hulpprogramma voor systeembewaking gebruiken (Linux-hosting) Windows-gebruikers toegang geven tot de bestanden en printers op uw Linux-server Een bestandsserver instellen Gedeelde mappen beheren Gebruikers beheren Netwerkkaarten voor broadcast beheren De toegang tot de bestandsserver beperken vanaf andere computers of netwerken Via een VPN verbinding maken met uw bedrijfsnetwerk (Linux-hosting) Een VPN-verbinding tot stand brengen Sleutels beheren Cliëntpakketten gebruiken Een VPN-verbinding starten en stoppen ASP.NET Installeren (Windows-hosting)... 87

4 Voorwoord 4 De server opnieuw opstarten Updates en upgrades voor Parallels Panel Taken inroosteren Taken inroosteren (Linux-hosting) Taken inroosteren (Windows-hosting) De mogelijkheden van Parallels Small Business Panel uitbreiden met uitbreidingsmodules Zorgen dat u op internet aanwezig bent 100 Een website opzetten De webhosting-instellingen van uw site nalopen en wijzigen Uw website toegankelijk maken als Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een router met NAT Sites aanmaken met Site Editor Sites publiceren via FTP Sites publiceren via Parallels Small Business Panel bestandsbeheer Voorbeeld van een site Toepassingen installeren Databases instellen Uw website als e-commerceportal Een SSL-certificaat aanschaffen en installeren E-commercetoepassingen installeren Alternatieve domeinnamen voor een site instellen Een site-structuur met subdomeinen opzetten Subdomeinen instellen (Linux-hosting) Subdomeinen instellen (Windows-hosting) Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Linux-hosting) Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Windows-hosting) Toegangsrechten voor groepen en gebruikers instellen en wijzigen Groepen en gebruikers hun toegangsrechten afnemen Overdracht van toegangsrechten instellen voor bestanden en mappen Instellen, wijzigen en verwijderen van speciale toegangsrechten DNS-instellingen voor domeinen wijzigen Foutmeldingen van de webserver aanpassen Websites opschorten en reactiveren Websites verwijderen Gebruikeraccounts beheren 148 adressen instellen 152 Toegang tot het postvak Microsoft Office Outlook 2007 instellen Microsoft Outlook Express 6 instellen Apple Mail instellen Mozilla Thunderbird instellen Verzendlijsten instellen Bestanden en mappen delen 175 Het delen van bestanden instellen Verbinding maken met een webmap via het bestandsysteem van uw computer Microsoft Windows-systemen Linux-systemen Mac OS Bestandsdeling gebruiken om bestanden te delen en op te vragen

5 Voorwoord 5 Hoe werkt bestandsbeheer in Parallels Small Business Panel Bestanden delen met andere gebruikers binnen de organisatie Bestanden publiceren voor uw partners Bestanden publiceren voor uw klanten Uw bestanden uploaden naar een private map op de server Bestanden overdragen die te groot zijn om per te versturen Statistieken, logbestanden en gebruiksverslagen bekijken 201 Reservekopieën maken en terugplaatsen 203 Gegevens migreren vanaf andere hostingplatforms 206 Een migratie uitvoeren met de hulpprogramma s voor het maken en terugplaatsen van reservekopieën Als u hulp kunt gebruiken 210

6 6 Voorwoord Voorwoord In deze sectie: Typografische Conventies... 6 Reacties... 7 Typografische Conventies Voordat u deze handleiding gebruikt, is het belangrijk te begrijpen welke documentatieconventies worden aangehouden. De volgende soorten opmaak in de tekst geven aan dat het om speciale informatie gaat. Opmaakconventie Soort informatie Voorbeeld Speciaal Vet Cursief Monospace Elementen die u moet selecteren, zoals opties in een menu, knoppen of onderdelen in een lijst. Titels van hoofdstukken, secties en subsecties. Wordt gebruikt om het belang van een bepaald punt te benadrukken, om een nieuwe term te introduceren of om aan te geven dat het om een voorbeeldtekst gaat die moet worden vervangen door een echte naam of waarde. De namen van opdrachten, bestanden en mappen. Ga naar het tabblad Systeem. Lees het hoofdstuk Beginselen van systeembeheer. Het systeem ondersteunt het zoeken met zogenaamde jokers. Het licentiebestand bevindt zich in de map ses.

7 Voorwoord 7 Opmaakconventie Soort informatie Voorbeeld Preformatted Schermuitvoer van de # ls al /files computer in een totaal opdrachtregelsessie; broncode in XML, C++ of een andere programmeertaal. Preformatted Vet HOOFDLETTERS TOETS+TOETS Om wat u invoert te onderscheiden van de computeruitvoer op het scherm. Namen van de toetsen op het toetsenbord. Combinaties van toetsen die de gebruiker moet indrukken en ingedrukt moet houden om vervolgens een andere toets aan te slaan. # cd /root/rpms/php SHIFT, CTRL, ALT CTRL+P, ALT+F4 Reacties Als u in deze handleiding een fout aantreft, of wanneer u suggesties of ideeën hebt over hoe deze beter zou kunnen, laat het ons weten via het online formulier op Neem in uw verslag alstublieft de titel van deze handleiding op, de titel van het hoofdstuk en van de betreffende sectie, als ook van het tekstfragment waarin u de fout hebt aangetroffen.

8 H O O F D S T U K 1 Over deze handleiding Deze handleiding is bedoeld voor serverbeheerders die Parallels Small Business Panel gaan instellen en beheren. Parallels Small Business Panel is een toepassing die organisaties in staat stelt om op internet aanwezig te zijn. Parallels Small Business Panel biedt ondersteuning voor e-commerce en laat u een server en intranet (website voor intern gebruik) opzetten voor uw bedrijf, met geïntegreerde hulpprogramma s voor samenwerking. Alle taken die u wellicht wilt uitvoeren vindt u in de desbetreffende secties van deze handleiding. Deze secties worden weergegeven in de volgorde waarop u ze het beste kunt uitvoeren; de titels van de secties geven aan welk doel elke taak dient. U kunt de inhoudsopgave van deze handleiding gebruiken om de juiste informatie te vinden. Hieronder volgt een overzicht van de basistaken die u wellicht moet uitvoeren: Configureren van de instellingen voor de server als geheel, na installatie van de software. Als uw toegang tot Parallels Small Business Panel onderdeel uitmaakt van uw hostingpakket, dan zijn deze instellingen waarschijnlijk al geconfigureerd door uw hostingprovider. Een licentie voor uw exemplaar van de software aanschaffen en installeren. Datum en tijd van het systeem instellen. Instellen van de DNS-dienst, om ervoor te zorgen dat uw websites en juist functioneren. diensten en de bescherming tegen spam en virussen instellen. De website van uw bedrijf opzetten. (op pagina 100) Een domeinnaam registreren bij een bedrijf dat domeinnamen vastlegt. De website van uw bedrijf instellen. Toepassingen installeren die belangrijke extra functies mogelijk maken. Gebruikeraccounts aanmaken in Parallels Small Business Panel. (op pagina 148) Gebruikersrollen aanmaken of aanpassen, aan de hand waarvan gebruikeraccounts worden aangemaakt en de toegang tot bepaalde toepassingen wordt toegewezen. Gebruikeraccounts toevoegen, zodat gebruikers toegang krijgen tot en programma s voor online samenwerking. Ook kunnen gebruikers de contactgegevens van andere gebruikers bekijken. adressen voor gebruikers aanmaken, instellen van doorstuuradressen en automatische beantwoordingen. (op pagina 152) Bestandsuitwisseling instellen om gebruikers binnen het bedrijf toegang te geven tot gedeelde documenten, presentaties en andere informatie. (op pagina 175) Reservekopieën van gegevens maken, of gegevens terugplaatsen. (op pagina 203) Bezoekersstatistieken van uw sites bekijken. (op pagina 201)

9 H O O F D S T U K 2 Over Parallels Small Business Panel Parallels Small Business Panel is software die speciaal is ontworpen om tegemoet te komen aan de volgende wensen van kleine en middelgrote bedrijven: Aanwezig zijn op het net. U kunt een bedrijfswebsite instellen voor het delen van informatie met uw zakelijke partners en klanten en voor de online verkoop van goederen en diensten. Zakelijke adressen. U kunt accounts voor medewerkers instellen, met bescherming tegen spam en virussen. Ook kunt u verzendlijsten gebruiken. Intranet voor medewerkers. U kunt een intranet opzetten (een interne website binnen het bedrijfsnetwerk) waarmee medewerkers van het bedrijf toegang hebben tot een met een wachtwoord afgeschermd gedeelte van uw site. Daar kunnen zij programma s voor online samenwerking en andere bedrijfstoepassingen gebruiken. Denk aan accounting, voorraadbeheer, oplossingen voor relatiebeheer (CRM), databases, etcetera. Kosteneffectieve IT-infrastructuur. U kunt de kosten van hardware- en softwarelicenties en van onderhoud verminderen: er is geen ervaren IT-personeel nodig voor de vereenvoudigde installatie of voor het beheer van Parallels Panel en de bijbehorende bedrijfstoepassingen op een enkele server.

10 H O O F D S T U K 3 Werken binnen Parallels Containers Wanneer u Parallels Panel installeert in een Parallels Container, dan moet u de eigenschap Offline dienst voor de Container configureren om ervoor te zorgen dat alle webpagina s toegankelijk zijn, zowel die van Parallels Small Business Panel als die van Parallels Power Panel, dat wordt gebruikt voor het beheer van de Containers. De Container is standaard ingesteld met de volgende parameters voor de dienst Offline beheer: VZPP-plesk (omleiding van verbindingen vanaf poort 8443) en VZPP (omleiding van verbindingen vanaf poort 4643). U moet de dienst VZPP-plesk uitschakelen. In Parallels Virtuozzo Containers voor Linux en Windows kunt u dit doen via het hulpprogramma Parallels Management Console. De container instellen via Parallels Management Console: 1. Open Parallels Management Console. 2. Maak verbinding met de hardwarenode van Parallels Containers. 3. Klik op Virtuozzo Containers. 4. Selecteer de Container, klik deze aan met de rechter muisknop en selecteer Properties in het contextmenu. 5. Ga naar Network > Offline Management en schakel de dienst VZPP-plesk uit. De container instellen op een Linux-gebaseerde hardwarenode via de hulpprogramma s voor de opdrachtregel: 1. Maak via SSH verbinding met de hardwarenode. 2. Geef de volgende opdracht op: #vzctl set CT_ID offline_management yes offline_service vzpp save Nadat u de Container hebt ingesteld hebt u toegang krijgen tot de beheerfuncties van de Container vanuit Parallels Panel (via Instellingen > Serverinstellingen [in de groep Geavanceerde instellingen] > Uw Container beheren). De volgende bewerkingen zijn niet beschikbaar in Parallels Panel wanneer deze wordt uitgevoerd binnen Parallels Containers: Toevoegen en verwijderen van IP-adressen van de netwerkkaarten van de server. Wijzigen van de hostnaam. Datum en tijd van het systeem instellen

11 H O O F D S T U K 4 Kennis maken met Parallels Small Business Panel In dit hoofdstuk maakt u kennis met de organisatie van de gebruikersinterface van Parallels Panel. Hier wordt beschreven waar u de links kunt vinden die u nodig hebt voor het uitvoeren van essentiële beheerstaken. Ook vindt u hier aanwijzingen voor het: Aanmelden bij Parallels Panel. Selecteren van uw taal. Uploaden van een aangepaste banner die bovenin het scherm van Parallels Panel wordt geplaatst. Wijzingen van uw wachtwoord voor toegang tot Parallels Panel. Wijzingen van uw adres en andere contactgegevens. Instellen van het doorsturen van en van automatische beantwoordingen voor uw adres. U aanmelden bij Parallels Small Business Panel: 1. Open uw webbrowser en geef het internetadres van uw hostingserver op. Bijvoorbeeld: https:// :8443, of https://voorbeeld.nl: Als uw browser meldt dat de identiteit van de website niet kon worden geverifieerd, of dat de website gebruik maakt van een SSL-certificaat dat door een onbekende certificaatautoriteit is uitgegeven, maar u bent er zeker van dat u het juiste adres hebt opgegeven, maak u dan geen zorgen. Dit betekent slechts dat er een standaard door Parallels Panel getekend SSL-certificaat wordt gebruikt om het communicatiekanaal tussen Parallels Panel en de gebruiker te versleutelen. U kunt deze SSL-waarschuwing gewoon wegklikken. 3. Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op en klik op Aanmelden. De standaard gebruikersnaam van de beheerder is admin en het wachtwoord is setup. Wanneer u zich voor de eerste keer aanmeldt, dan wordt u wellicht gevraagd uw adres op te geven, een nieuw wachtwoord te kiezen en akkoord te gaan met de voorwaarden van de Licentieovereenkomst voor Eindgebruikers. Wanneer u bent aangemeld bij Parallels Small Business Panel, dan ziet u in het bovenste gedeelte van de navigatie de volgende tabbladen met pictogrammen en links: Startpagina. Biedt u toegang tot de meest gebruikte handelingen: De meeste beheertaken kunnen worden uitgevoerd via de snelkoppelingen op deze pagina:

12 12 Kennis maken met Parallels Small Business Panel Het beheren van gebruikersrollen en gebruikeraccounts. (op pagina 148) Het registreren van een domeinnaam voor een nieuwe website; het toevoegen van een website (op pagina 101); deze voorzien van informatie met behulp van de functies van het geïntegreerde programma Site Editor (op pagina 107). De bezoekersstatistieken van uw website bekijken. (op pagina 201) adressen (op pagina 152) en verzendlijsten (op pagina 173) instellen. Bestanden naar de server uploaden en deze delen met andere medewerkers of klanten. (op pagina 175) Toepassingen selecteren en op websites installeren. (op pagina 114) Mijn diensten. Hier vindt u snelkoppelingen die u zelf kunt aanpassen, naar onder meer de op de server geïnstalleerde toepassingen (op pagina 114), webmail, bestandsbeheer en de contactgegevens van gebruikers. Gebruikers. Van hieruit kunt u gebruikeraccounts en -rollen aanmaken, aanpassen en verwijderen (op pagina 148). Mail. Biedt u toegang tot de functies voor het aanmaken, aanpassen en verwijderen van adressen (op pagina 152) en verzendlijsten (op pagina 173). Websites & Domeinen. Van hieruit hebt u toegang tot de functionaliteit voor het registreren van domeinnamen (op pagina 101), aanmaken (op pagina 101), bewerken (op pagina 107) en verwijderen van websites (op pagina 147), voor het instellen van hostingmogelijkheden (op pagina 100), databases (op pagina 119), subdomeinen (op pagina 131), domeinaliassen (op pagina 128), voor het bekijken van de bezoekersstatistieken (op pagina 201) en het beheren van op de websites gepubliceerde bestanden (op pagina 112). Toepassingen & scripts. Biedt toegang tot de functies voor het installeren, configureren en verwijderen van webtoepassingen (op pagina 114) die nuttige mogelijkheden aan uw site toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan blogs, fotogaleries, webwinkels en andere bedrijfstoepassingen. Bestanden. Biedt toegang tot de functies voor het beheren van mappen en bestanden die op de server zijn opgeslagen. (op pagina 175) Instellingen. Geeft u toegang tot de configuratie van de instellingen die van invloed zijn op alle diensten die op de server worden uitgevoerd (op pagina 17). Opmerking: het aantal pictogrammen en links in Parallels Panel en hun locatie is afhankelijk van het aantal beschikbare diensten, de geïnstalleerde toepassingen en de functies die worden aangeboden volgens de licentie van uw software. Het is daarom mogelijk dat een aantal van de functies en onderdelen die in deze handleiding zijn opgenomen wellicht niet voor u beschikbaar zijn. Als u gebruik wilt maken van mogelijkheden die momenteel ontbreken in uw Parallels Small Business Panel, dan kunt u uw softwarelicentie upgraden, de juiste softwarepakketten installeren of contact opnemen met uw hostingprovider voor verdere ondersteuning. Boven de tabbladen vindt u de volgende pictogrammen: Mijn profiel. Geef hier uw contactgegevens op, uw adres en een nieuw wachtwoord voor de toegang tot Parallels Small Business Panel (op pagina 15). Hier kunt u ook het doorsturen en automatisch beantwoorden instellen (op pagina 15) voor uw adres. Afmelden. Sluit uw sessie af wanneer u klaar bent met Parallels Small Business Panel.

13 Kennis maken met Parallels Small Business Panel 13 Help. Bekijk de contextafhankelijke Handleiding voor Beheerders. Aan de slag. Hier wordt een wizard geopend die u begeleidt bij uw eerste stappen in het systeem: Parallels Panel van uw eigen branding voorzien, een website instellen, gebruikeraccounts aanmaken en het installeren van toepassingen op een site. In dit hoofdstuk: Parallels Small Business Panel aan uw wensen aanpassen...14 Uw wachtwoord en contactgegevens wijzigen...15

14 14 Kennis maken met Parallels Small Business Panel Parallels Small Business Panel aan uw wensen aanpassen De schermtaal voor uw Parallels Small Business Panel selecteren en uw eigen logoafbeelding instellen om bovenaan de pagina s van Parallels Small Business Panel te tonen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Branding en Systeem. 2. Selecteer de juiste taal in het menu Schermtaal. De geselecteerde taal zal voor alle gebruikers worden ingesteld. Gebruikers kunnen zelf geen specifieke taal voor hun Parallels Small Business Panel instellen. Opmerking: Parallels Panel wordt geleverd in de volgende talen: Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Japans, traditioneel Chinees, vereenvoudigd Chinees en Nederlands. 3. Selecteer het selectievakje Gebruik eigen logo en klik op Bladeren om een afbeeldingsbestand op uw lokale computer te selecteren. Een afbeelding van 140 pixels breed en 30 pixels hoog zou hier goed moeten passen. Het afbeeldingsbestand zal worden geüpload en bovenaan het scherm van Parallels Small Business Panel worden geplaatst. 4. Geef het websiteadres op dat moet worden geopend wanneer gebruikers op uw logoafbeelding klikken. 5. Klik OK. Opmerking: op de pagina Server-instellingen kunt u de automatische updates (op pagina 90) van Parallels Panel in- of uitschakelen. Ook kunt u hier de instellingen voor de server als geheel configureren, zoals de hostnaam (op pagina 28) en de systeemdatum en -tijd (op pagina 25). Als Parallels Panel wordt uitgevoerd binnen Parallels Containers, dan zijn de velden voor het wijzigen van de hostnaam en de systeemdatum- en tijd niet beschikbaar. Het standaardlogo van Parallels Small Business Panel terugplaatsen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Branding en Systeem. 2. Selecteer het selectievakje Gebruik aangepast logo en klik op OK.

15 Kennis maken met Parallels Small Business Panel 15 Uw wachtwoord en contactgegevens wijzigen Als u een nieuw beheerderwachtwoord wilt instellen voor toegang tot Parallels Small Business Panel, een nieuw adres, of andere contactgegevens voor uw account, doen dan het volgende: 1. Klik op het pictogram Mijn profiel bovenaan de pagina. 2. Geef het adres of het nieuwe wachtwoord op in de juiste velden. 3. Om uw telefoonnummer toe te voegen, of uw gebruikersnaam of identificatienummer voor instant messaging, klikt u op het tabblad Contactgegevens en geeft u de informatie op die u met andere gebruikers wilt delen. Uw adres en uw contactgegevens worden getoond aan andere gebruikers die zich bij Parallels Small Business Panel hebben aangemeld. Het systeem zal ook meldingen naar uw adres versturen over belangrijke systeemgebeurtenissen. 4. Klik op OK. Bij de instellingen van uw account kunt u ook het volgende instellen: Naar een extern adres doorsturen van alle mailberichten die binnenkomen op het adres van de in het systeem geregistreerde beheerder. Automatische beantwoording van alle inkomende berichten in uw postvak dat binnen het systeem wordt gehost. Dit kan worden gebruikt voor het versturen van een automatisch bericht dat de ontvangst van een bevestigt, of van een melding Niet op kantoor of Op vakantie. Als u alle die bij uw postvak binnenkomt wilt doorsturen: 1. Klik op het pictogram Mijn profiel bovenaan de pagina. 2. Klik op het tabblad Doorsturen van berichten. 3. Selecteer het selectievakje Doorsturen van s inschakelen. 4. Geef het adres op waarnaar een kopie van alle inkomende berichten moet worden doorgestuurd. Het doorsturen van mail betekent niet dat de originele berichten die bij uw postvak in het systeem aankomen worden gewist. Daarom is het belangrijk dat u beide postvakken van tijd tot tijd opschoont. 5. Klik op OK. Als u een automatische beantwoording wilt instellen voor uw postvak op de server:

16 16 Kennis maken met Parallels Small Business Panel 1. Klik op het pictogram Mijn profiel bovenaan de pagina. 2. Klik op het tabblad Automatische beantwoording. 3. Selecteer het selectievakje Automatische beantwoording inschakelen. 4. Geef het onderwerp en de tekst van het bericht op. 5. Klik op OK.

17 H O O F D S T U K 5 De server instellen en beheren Voordat u begint met het aanmaken van websites en het instellen van adressen, moet u eerst het volgende doen: Verkrijg en installeer een geldige licentiesleutel voor uw installatie van Parallels Small Business Panel, als uw hostingprovider dit nog niet voor u heeft gedaan. De juiste diensten en instellingen configureren: Extra IP-adressen toevoegen die aan u zijn toegewezen door uw hostingprovider of door degene die u ondersteunt bij uw internetactiviteiten. Er moet ten minste één IP-adres aan de server zijn toegewezen wanneer Parallels Panel wordt uitgevoerd. Als u echter meer dan één met SSL beschermde website gaat hosten, dan moet u extra IP-adressen verkrijgen van uw provider om deze aan Parallels Panel toe te wijzen. Configureren van DNS-sjablonen (DNS staat voor Domain Name System), waarmee u automatisch DNS-zones voor uw websites kunt instellen. Een correct ingestelde DNS-dienst is vereist om uw websites goed te laten functioneren. U moet de DNS-instellingen die gelden voor de server als geheel alleen instellen wanneer u Parallels Small Business Panel op uw eigen server installeert, of als uw hostingprovider u dat heeft aangeraden. Een firewall instellen die de server beschermt tegen aanvallen en zo de beveiliging van de server verbetert. Een maildienst opzetten voor het instellen van adressen en verzendlijsten voor de websites op uw hostingserver. Bescherming tegen spam en virussen instellen. Naast de aanwijzingen voor het configureren van deze basisdiensten en instellingen, geeft dit hoofdstuk u informatie over de volgende optionele mogelijkheden en over de beheertaken die u wellicht moet uitvoeren: (Op Linux-gebaseerde servers). Stel de dienst systeembewaking in, om ervoor te zorgen dat uw server vrij blijft van kwaadaardige software, dat alle systeemdiensten werken en actief zijn en dat er voldoende vrije schijfruimte op de server is. (Op Linux-gebaseerde servers). Stel het delen van bestanden in met de Samba-uitbreiding, om gebruikers van Windows-werkstations toegang te geven tot gedeelde bestanden en mappen op de server. (Op Linux-gebaseerde servers). Stel de VPN-dienst in om geautoriseerde gebruikers de mogelijkheid te geven vanaf externe locaties beveiligde toegang te krijgen tot uw bedrijfsnetwerk. Start de server opnieuw op. Parallels Small Business Panel en de bijbehorende componenten bijwerken. Taken inroosteren. Als u op gezette tijden scripts op uw server wilt uitvoeren, dan kunt u het takenrooster op de server gebruiken waarmee het systeem de scripts automatisch voor u uitvoert.

18 18 De server instellen en beheren In dit hoofdstuk: Een licentiesleutel aanschaffen en installeren De verbinding met Parallels Small Business Panel beveiligen met SSL Datum en tijd van het systeem instellen Toevoegen en verwijderen van IP-adressen DNS-diensten instellen Parallels Small Business Panel instellen voor gebruik achter een router met NAT 37 Instellen van Parallels Small Business Panel voor gebruik achter een firewall.. 39 Maildiensten instellen Database-servers instellen Systeemdiensten beheren Windows-gebruikers toegang geven tot de bestanden en printers op uw Linux-server Via een VPN verbinding maken met uw bedrijfsnetwerk (Linux-hosting) ASP.NET Installeren (Windows-hosting) De server opnieuw opstarten Updates en upgrades voor Parallels Panel Taken inroosteren De mogelijkheden van Parallels Small Business Panel uitbreiden met uitbreidingsmodules... 98

19 De server instellen en beheren 19 Een licentiesleutel aanschaffen en installeren Parallels Small Business Panel wordt geleverd met een voorgeïnstalleerde, tijdelijke licentiesleutel. Deze licentiesleutel biedt u beperkte mogelijkheden en is slechts actief voor een korte periode. U moet daarom een echte licentiesleutel verkrijgen via Parallels of via een van de partners en deze in Parallels Panel installeren. De tijdelijke licentiesleutel opwaarderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels en klik op de link Ga naar de webwinkel voor een upgrade van uw Parallels Panel-licentiesleutel.. 2. De webwinkel zal worden geopend in een apart venster van de browser. Zoek in dit venster het product Parallels Small Business Panel op en klik Buy Now. 3. Selecteer de onderdelen en mogelijkheden die u aan uw licentie wilt toevoegen. Klik op Add to my basket. In de stappen die volgen kunt u de munteenheid opgeven, het aantal licentiesleutels, uw contactgegevens, het factuuradres en de betalingsmethode. Ten slotte verstuurt u het formulier. De nieuwe sleutel zal worden verstuurd naar het opgegeven adres. 4. Bewaar de nieuwe sleutel op de harde schijf van uw lokale machine. 5. Keer terug naar Parallels Small Business Panel (naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels) en klik op Bijgewerkte licentiesleutel uploaden voor upgrade van Parallels Small Business Panel. 6. Geef het zoekpad op naar het sleutelbestand dat u op uw lokale computer hebt opgeslagen of klik Bladeren om deze aan te wijzen. 7. Selecteer het selectievakje Bevestig dat de huidige sleutel moet worden vervangen door de sleutel die is geüpload om te bevestigen dat u de huidige licentiesleutel daadwerkelijk wilt vervangen. Als dit selectievakje niet is geselecteerd zal de nieuwe licentiesleutel niet worden geïnstalleerd. 8. Als uw nieuwe licentiesleutel minder gebruikersaccounts toestaat dan al in Parallels Small Business Panel aanwezig zijn, dan zal het programma niet meer functioneren. U kunt echter voorkomen dat Parallels Small Business Panel de beperkingen controleert. Selecteer daartoe het selectievakje De geüploade licentiesleutel niet controleren op licentiebeperkingen.

20 20 De server instellen en beheren Dit kan handig zijn als u een licentiesleutel met meer beperkingen alleen tijdelijk wilt installeren, om er via Parallels Small Business Panel een upgrade voor te kunnen bestellen. Merk op, dat ook wanneer u deze optie selecteert en een licentiesleutel uploadt die minder middelen toestaat dan momenteel in gebruik zijn, u in Parallels Panel alleen toegang zult hebben tot het beheer van licentiesleutels. 9. Klik op OK om de nieuwe sleutel te installeren. Als u meer gebruikersaccount in Parallels Small Business Panel wilt aanmaken dan kunt u een upgrade van uw licentiesleutel uitvoeren, zoals eerder beschreven, of u kunt User Packs aanschaffen op de Toepassingsmarktplaats. Meer gebruikersaccounts aan uw huidige licentie toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels en klik op de link Ga naar de Toepassingsmarktplaats om User Packs aan te schaffen.. U kunt ook klikken op het tabblad Gebruikers en daarna op de link Extra User Pack aanschaffen. Opmerking: als de links Ga naar de Toepassingsmarktplaats om User Packs aan te schaffen en Extra User Pack aanschaffen niet worden weergegeven, dan moet u voor een upgrade van uw licentiesleutel contact opnemen met uw hostingprovider. 2. De Toepassingsmarktplaats zal in een apart venster van de browser worden geopend. In dit venster selecteert u het User Pack voor het gewenste aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts van het User Pack zal aan uw licentie worden toegevoegd. 3. Nadat u uw aankoop hebt bevestigd zal er een activeringscode naar uw adres worden verstuurd. Wanneer u de activeringscode ontvangt, sla deze dan op in een tekstbestand: u moet deze code later invoeren in Parallels Panel. 4. Keer terug naar Parallels Small Business Panel (naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels). 5. Klik op Geef de activeringscode op voor het activeren van User Packs.. 6. Voer de activeringscode in of kopieer en plak deze in het veld. Klik vervolgens op OK. Als u nuttige nieuwe functies aan Parallels Small Business Panel wilt toevoegen, dan kunt u uitbreidingen voor Parallels Small Business Panel aanschaffen en installeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels en klik op de link Ga naar de webwinkel voor uitbreidingen van Parallels Panel.. 2. De webwinkel zal worden geopend in een apart venster of tabblad van de browser. Zoek in dit venster het product Parallels Small Business Panel op en klik op de link Buy Now. 3. Klik op de bijbehorende link Opties toevoegen.

21 De server instellen en beheren Selecteer de onderdelen en mogelijkheden die u aan uw licentie wilt toevoegen. Klik op Add to my basket. 5. In de stappen die volgen kunt u de munteenheid opgeven, het aantal licentiesleutels, uw contactgegevens, het factuuradres en de betalingsmethode. Ten slotte verstuurt u het formulier. Het nieuwe sleutelbestand of een activeringscode zal naar het opgegeven adres worden gestuurd. 6. U kunt de nieuwe sleutel of de activeringscode van de sleutel opslaan op de harde schijf van uw lokale machine. 7. Keer terug naar Parallels Small Business Panel (naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels). 8. Als u een activeringscode voor uw licentie ontvangt, klikt dan op Geef activeringscode op om uitbreidingen te activeren. Plak de activeringscode in het invoerveld en klik op OK. De sleutel voor de uitbreiding zal automatisch in Parallels Small Business Panel worden geïnstalleerd. 9. Als u een bestand met een licentiesleutel hebt ontvangen, klik dan op Extra licentiesleutel uploaden om uitbreidingen te activeren. 10. Geef het zoekpad op naar het sleutelbestand dat u op uw lokale computer hebt opgeslagen of klik Bladeren om deze aan te wijzen. 11. Selecteer het selectievakje Bevestig dat de huidige sleutel moet worden vervangen door de sleutel die is geüpload om te bevestigen dat u de huidige licentiesleutel daadwerkelijk wilt vervangen. Als dit selectievakje niet is geselecteerd zal de nieuwe licentiesleutel niet worden geïnstalleerd. 12. Klik op OK om de nieuwe sleutel te uploaden. 13. Om een extra sleutel voor een uitbreiding te installeren, zoekt u deze op in het onderste deel van de pagina en klikt u op Installeren. De sleutel zal worden geïnstalleerd Wanneer u extra licentiesleutels hebt aangeschaft via Parallels of via een van de partners, maar u hebt deze niet ontvangen, dan kunt u proberen om de sleutels via de licentieserver van Parallels te downloaden en in Parallels Panel te installeren: Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels en klik op Sleutels ophalen. De licentiesleutel(s) die u hebt aangeschaft zullen worden gedownload en geïnstalleerd. Een update installeren voor een licentiesleutel die bijna is verlopen: Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels. Zoek naar de juiste sleutel en klik op Vernieuwen. De eerder gebruikte licentiesleutel installeren:

22 22 De server instellen en beheren Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels. Zoek naar juiste sleutel en klik op Herstellen. Een extra licentiesleutel permanent van de server verwijderen: Ga naar het tabblad Instellingen > Licentiesleutels. Selecteer het juiste selectievakje voor de sleutel en klik op Verwijderen. De verbinding met Parallels Small Business Panel beveiligen met SSL Vanwege veiligheidsredenen hebt u alleen toegang tot uw Parallels Small Business Panel via een http-verbinding die is beveiligd met Secure Sockets Layer. Alle gegevens die u met de server uitwisselt wordt versleuteld: zo wordt het onderscheppen van gevoelige informatie voorkomen. Voor de versleuteling van gegevens wordt een SSL-certificaat gebruikt dat automatisch wordt gegenereerd en op de server worden geïnstalleerd tijdens de installatie van Parallels Small Business Panel. Dit is een zogeheten zelfgetekend certificaat: deze is niet ondertekend door een erkende certificaatautoriteit (CA) en daarom zullen u en de gebruikers in uw organisatie een waarschuwing in de webbrowser te zien krijgen bij een poging verbinding te maken met Parallels Panel. Het gebruik van een zelfgetekend SSL-certificaat wordt niet aangeraden voor productieservers, omdat deze geen bescherming kan garanderen tegen man-in-the-middle-aanvallen. Het is aan te raden om een SSL-certificaat aan te schaffen bij een certificeringsautoriteit die goed staat aangeschreven. Dit certificaat installeert u in Parallels Small Business Panel. U beschikt over de volgende mogelijkheden: Gebruik de link in Parallels Panel voor het aanschaffen van SSL-certificaten. De link in Parallels Panel verwijst standaard naar de webwinkel MyPlesk.com, waarmee het aanschaffen van SSL-certificaten van Comodo, GeoTrust, Inc, en GoDaddy eenvoudiger wordt. Deze link kan door de hostingprovider echter worden aangepast om naar een andere webwinkel te verwijzen, of naar de website van de organisatie. Maak in Parallels Panel een certificate signing request (CSR) aan en stuur deze naar de certificaatautoriteit die het SSL-certificaat voor u zal aanmaken. Aanschaffen en installeren van een SSL-certificaat via de links in Parallels Panel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > SSL-certificaten. Een lijst van de SSL-certificaten in uw voorziening zal worden getoond. 2. Klik op SSL-certificaat toevoegen en geef de volgende eigenschappen op: Certificaatnaam. Hiermee is het eenvoudiger om het certificaat in de voorziening te herkennen.

23 De server instellen en beheren 23 Niveau van versleuteling. Kies het niveau van versleuteling van uw SSL-certificaat. Het wordt aanbevolen een waarde te kiezen die hoger ligt dan 1024 bit. Geef uw locatie en de naam van uw organisatie op. De waarden die u opgeeft mogen niet langer zijn dan 64 tekens. Specificeer de hostnaam op waarvoor u een SSL-certificaat wilt aanschaffen. Bijvoorbeeld: uw-domein.nl. Deze hostnaam moet worden geregistreerd bij een bedrijf dat domeinnamen vastlegt en deze omzet naar het IP-adres van uw hostingserver. Geef uw adres op. 3. Zorg ervoor dat alle opgegeven informatie correct is, aangezien deze zal worden gebruikt om uw private sleutel te genereren. 4. Klik op SSL-certificaat Aanschaffen. Uw private sleutel en het ondertekeningsverzoek zullen worden aangemaakt. Deze moet u niet verwijderen. MyPlesk.com, of een andere door uw provider ingestelde webwinkel, zal worden geopend in een nieuw venster of tabblad van de browser. 5. Registreer u, of meld u aan met een bestaand account, en u zult stap voor stap door de procedure van het aanschaffen van een certificaat worden geleid. 6. Kies het soort certificaat dat u wilt aanschaffen. 7. Klik Doorgaan met Aanschaf en bestel het certificaat. Selecteer in het uitrolmenu bevestiger de juiste bevestiger. De bevestiger is een adres dat kan bevestigen dat het certificaat voor een specifieke domeinnaam is aangevraagd door een geautoriseerd persoon. Dit is het adres dat is vastgelegd bij de contactgegevens van de domeinhouder of domeinbeheerder in de WHOIS-database. 8. Als uw certificaataanvraag eenmaal is verwerkt, ontvangt u een bevestiging per . Nadat u de hebt beantwoord en de aankoop hebt bevestigd, zal het certificaat u per worden toegestuurd. 9. Wanneer u uw SSL-certificaat ontvangt, dan kunt u deze opslaan op uw lokale machine. 10. Keer terug naar de opslag van SSL-certificaten (tabblad Instellingen > SSL-certificaten). 11. Upload het SSL-certificaat: klik op Bladeren in het midden van de pagina en navigeer naar de locatie waar u het certificaat hebt opgeslagen. Selecteer deze en klik Verstuur Bestand. 12. Selecteer het selectievakje voor het certificaat dat u zojuist hebt toegevoegd en klik op Parallels Small Business Panel beveiligen. Een SSL-certificaat te verkrijgen van een certificaatautoriteit van uw keuze en deze installeren in Parallels Panel:

24 24 De server instellen en beheren 1. Ga naar het tabblad Instellingen > SSL-certificaten. Een lijst van de SSL-certificaten in uw voorziening zal worden getoond. 2. Klik op SSL-certificaat toevoegen. 3. Geef de eigenschappen van het certificaat op: Certificaatnaam. Hiermee is het eenvoudiger om het certificaat in de voorziening te herkennen. Niveau van versleuteling. Kies het niveau van versleuteling van uw SSL-certificaat. Het wordt aanbevolen een waarde te kiezen die hoger ligt dan 1024 bit. Geef uw locatie en de naam van uw organisatie op. De waarden die u opgeeft mogen niet langer zijn dan 64 tekens. Specificeer de hostnaam waarvoor u een SSL-certificaat wilt aanschaffen. Bijvoorbeeld: uw-domein.nl. Geef uw adres op. 4. Zorg ervoor dat alle opgegeven informatie correct is, aangezien deze zal worden gebruikt om uw private sleutel te genereren. 5. Klik Verzoek. Uw private sleutel en de ondertekeningsaanvraag voor het certificaat zullen worden gegenereerd en opgeslagen in de opslag. 6. In de lijst met certificaten klikt u op de naam van het juiste certificaat. Een pagina zal worden geopend met daarop de eigenschappen van het certificaat. 7. Zoek de CSR-sectie op en kopieer de tekst die begint met de regel -----BEGIN CERTIFICATE REQUEST----- en die eindigt met de regel -----END CERTIFICATE REQUEST----- naar het klembord. 8. Bezoek de website van certificeringsautoriteit waarbij u een SSL-certificaat wilt aanschaffen en start de procedure voor het bestellen van een certificaat. Als u wordt gevraagd naar de CSR-tekst, plak dan de gegevens van het klembord in het online formulier en klik op Doorgaan. De certificeringsautoriteit zal een SSL-certificaat aanmaken in overeenstemming met de gegeven die u hebt opgegeven. 9. Wanneer u uw SSL-certificaat ontvangt, dan kunt u deze opslaan op uw lokale machine of op uw netwerk. 10. Keer terug naar de opslag van SSL-certificaten (tabblad Instellingen > SSL-certificaten). 11. Upload het SSL-certificaat: klik op Bladeren in het midden van de pagina en navigeer naar de locatie waar u het certificaat hebt opgeslagen. Selecteer deze en klik Verstuur Bestand. 12. Selecteer het selectievakje voor het certificaat dat u zojuist hebt toegevoegd en klik op Parallels Small Business Panel beveiligen.

25 De server instellen en beheren 25 Voor meer informatie over het verkrijgen van SSL-certificaten voor het beveiligen van de toegang tot websites, zie de sectie Een SSL-certificaat verkrijgen en installeren (op pagina 123). Datum en tijd van het systeem instellen U kunt de datum en tijd van de server instellen via Parallels Small Business Panel, mits deze is geïnstalleerd in Parallels Containers. Voor het aanpassen van de datum en tijd die op uw server zijn ingesteld, doet u het volgende: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Branding en Systeem. 2. Selecteer het selectievakje Datum en tijd wijzigen, geef de juiste datum en tijd op en selecteer uw tijdzone. U moet de server met Parallels Small Business Panel opnieuw opstarten voordat de wijziging van de tijdzone van kracht wordt. 3. Om de tijdinstellingen van uw server te synchroniseren met de tijd van een server die het Network Time Protocol gebruikt, selecteert u het selectievakje Synchroniseren met tijdserver (domeinnaam of IP-adres) en geeft u een geldig IP-adres of een domeinnaam op. Voor een lijst met beschikbare NTP-servers gaat u naar cope=tekst 4. Klik OK. Opmerking: als u de functie Synchroniseren met tijdserver (domeinnaam of IP-adres) inschakelt, dan zal de tijd en datum die u eventueel handmatig invult in de velden Systeemdatum en - tijd worden genegeerd. Ook is het belangrijk er zeker van te zijn dat de domeinnaam of het IP-adres dat u voor de synchronisatie opgeeft verwijzen naar een geldige NTP-server. Zo niet, dan zal deze functie niet werken en zal uw server de huidige tijdinstellingen blijven gebruiken.

26 26 De server instellen en beheren Toevoegen en verwijderen van IP-adressen Na installatie leest Parallels Small Business Panel alle toegewezen IP-adressen uit de netwerkconfiguratiebestanden, waarna het deze IP-adressen kan gebruiken voor het hosten van websites. Als u een nieuw IP-adres verkrijgt dat u op de server wilt gebruiken (bijvoorbeeld om een webwinkel met SSL-bescherming op te zetten), dan moet u het adres via Parallels Small Business Panel toevoegen. Handmatige wijzigingen van de netwerkconfiguratiebestanden worden niet altijd automatisch herkend. Merk op, dat de in deze sectie gegeven aanwijzingen alleen van toepassing zijn op installaties van Parallels Small Business Panel op zelfstandige hostingservers. Als u Parallels Small Business Panel hebt geïnstalleerd binnen Parallels Containers, zie dan de documentatie van Parallels Containers voor aanwijzingen voor het toewijzen van IP-adressen. Bekijken over welke IP-adressen u kunt beschikken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen). Uw IP-adressen worden weergegeven met de volgende aanvullende informatie: In de kolom S (Status) wordt het pictogram weergegeven wanneer uw IP-adres op de juiste manier voor de netwerkkaart is geconfigureerd. Als uw IP-adres van de netwerkkaart is verwijderd, dan wordt het pictogram getoond. De kolommen IP-adres, Subnetmasker en Interface geven aan welke IP-adressen zich op welke netwerkkaarten bevinden. De kolom Domeinen toont het aantal websites dat op een IP-adres wordt gehost. Om de domeinnamen van deze websites te bekijken, klikt u op het betreffende getal in de kolom Domeinen. 2. Om de lijst met IP-adressen en hun status bij te werken, klikt u op IP-adressen opnieuw inlezen. Dit is soms nodig als het IP-adres direct is toegevoegd aan het besturingssysteem van de server, of vanuit Parallels Containers. Een nieuw IP-adres aan de server toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen) en klik op IP-adres toevoegen. 2. Selecteer in het uitrolmenu Netwerkkaart de netwerkkaart die u voor het nieuwe IP wilt gebruiken. In dit uitrolmenu vindt u alle netwerkkaarten die op uw server zijn geïnstalleerd.

27 De server instellen en beheren Geef het IP-adres en subnetmasker op in het juiste vak (bijvoorbeeld: /16). 4. In het veld Type IP-adres laat u de optie Exclusief geselecteerd. 5. Selecteer in het uitrolmenu het SSL-certificaat voor het nieuwe IP-adres. Als u een webwinkel wilt hosten, dan moet u een geldig SSL-certificaat aan het IP-adres toevoegen. U kunt het IP-adres selecteren tijdens het instellen van de nieuwe e-commercesite. U kunt uit de volgende certificaten kiezen: Standaardcertificaat - het certificaat dat met Parallels Small Business Panel is meegeleverd. Dit certificaat wordt echter niet erkend door webbrowsers, omdat het niet is ondertekend door een Certificaatautoriteit (er zal een waarschuwingsbericht verschijnen). Het standaardcertificaat wordt gebruikt om beveiligde toegang tot Parallels Small Business Panel mogelijk te maken via het https-protocol (https://naam-of-ip-adres-van-de-server:8443/). Overige certificaten - de certificaten (zelfgetekend of ondertekend door een certificeringsautoriteit) die u hebt toegevoegd aan de opslag van SSL-certificaten. Voor meer informatie over het toevoegen van certificaten, zie de sectie Een SSL-certificaat verkrijgen en installeren (op pagina 123). 6. Klik OK. Den IP-adres van de server verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het juiste selectievakje en klik op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK. Als u meerdere websites op een enkel IP-adres host, dan kunt u kiezen welke van deze sites wordt getoond aan gebruikers die naar uw website gaan door direct het IP-adres in te toetsen. Aangeven welke website moet worden geopend als een gebruiker een IP-adres in de webbrowser opgeeft: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op het getal in de kolom Domeinen, naast het juiste IP-adres. 3. Selecteer de juiste site en klik op Als standaard instellen.

28 28 De server instellen en beheren DNS-diensten instellen Elke website die via internet bereikbaar is heeft een uniek, eigen internetadres. Dit adres, ook wel de domeinnaam genoemd, is wat mensen in hun webbrowser invoeren wanneer ze een specifieke site willen bezoeken. Een domeinnaam is een combinatie van woorden die door punten worden gescheiden, zoals mijnwebsite.nl. Het rechterdeel van de domeinnaam wordt het domein van het bovenste niveau, of TLD (Top Level Domain), genoemd. In ons voorbeeld is het domein van het bovenste niveau nl, wat aangeeft dat het om een op Nederland gerichte website gaat. Naast het domein van het bovenste niveau, nl, ziet u een domein op het tweede niveau. In ons voorbeeld is dat mijnwebsite. Voor meer informatie over domeinen op het bovenste niveau gaat u naar de website Er bestaan ook domeinen op het derde niveau; deze worden doorgaans subdomeinen genoemd. Dit is bijvoorbeeld kb.mijnwebsite.nl. Subdomeinen worden vaak gebruikt om snelle toegang mogelijk te maken tot gedeelten van een site die verwijzen naar een afdeling binnen de organisatie, of naar informatie die hoort bij een specifiek aandachtsgebied. Domeinnamen worden voor een bepaalde periode gehuurd via bedrijven die domeinnamen vastleggen (in het Engels worden deze bedrijven registrars genoemd). Aan het eind van de periode moet de registratie worden verlengd, anders komt deze weer beschikbaar voor registratie door iemand anders.. Deze bedrijven, in het Engels registrars genoemd, publiceren technische informatie over de naam en de locatie van uw site binnen het domeinnaamsysteem (Domain Name System, of DNS). Het domeinnaamsysteem is het mechanisme dat ervoor zorgt dat websites betekenisvolle namen kunnen hebben en zo eenvoudig op internet kunnen worden gevonden. Het domeinnaamsysteem zorgt er ook voor dat op de juiste plaats terecht komt. Hieronder volgt een kort overzicht over hoe dit allemaal in zijn werk gaat: 1. U registreert een domeinnaam bij een gespecialiseerd bedrijf (een zogenaamde registrar). U kunt een domein via Parallels Panel aanvragen, via de website van uw hostingprovider, of u kunt contact opnemen met een willekeurige andere registrar. De vereiste informatie bestaat doorgaans uit de contactgegevens van de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de website en de IP-adressen van de naamservers. Naamservers zijn computers waarop DNS-serversoftware actief is en waarop de bestanden worden bijgehouden met de instellingen van de domeinnaam, FTP-, web- en diensten. Deze bestanden worden DNS-zonebestanden genoemd. Ingangen in deze bestanden heten DNS-records (of resource records, in het Engels). De software van de DNS-server kan worden uitgevoerd op dezelfde server als waarop websites worden gehost, of op een aparte computer die met internet is verbonden (bijvoorbeeld bij het bedrijf dat uw domeinnamen vastlegt, of bij uw internetprovider).

29 De server instellen en beheren 29 Opmerking: Parallels Panel wordt geleverd met een ingebouwde DNS-server, die standaard is ingeschakeld. Dit betekent dat de computer waarop Parallels Small Business Panel is geïnstalleerd ook dienst kan doen als naamserver voor de websites die u host. Als u besluit gebruik te maken van de DNS-dienst die is ingebouwd in Parallels Small Business Panel, geef dan bij het registreren van uw domeinnaam het IP-adres van uw server op als naamserver 1 (primary name server) en naamserver 2 (secondary name server). Als uw server met Parallels Panel zich binnen uw bedrijfsnetwerk (LAN) bevindt en deze wordt afgeschermd door een router met network address translation (NAT), maar u wilt wel dat uw websites toegankelijk zijn vanaf internet, dan moet u eerst de network address translation instellen zoals omschreven onder Parallels Panel instellen voor gebruiker achter een router met NAT (op pagina 37). Vervolgens kunt u via de site van het bedrijf waar u uw domeinnaam hebt vastgelegd het publieke IP-adres van uw NAT-apparaat opgeven als het IP-adres (of de IP-adressen) van de naamservers. 2. U stelt een website in via Parallels Panel: geef de domeinnaam op die u hebt geregistreerd en selecteer de webhostingmogelijkheden die ondersteund of ingeschakeld moeten worden. Als u de DNS-dienst van uw server met Parallels Small Business Panel niet hebt uitgeschakeld, dan wordt er automatisch een zonebestand voor uw nieuwe site aangemaakt volgens de instellingen van het DNS-zone-sjabloon dat geldt voor de server als geheel. Het nieuwe zonebestand wordt geregistreerd in de database van de naamserver en de naamserver krijgt de opdracht dienst te doen als primaire DNS-server (master) voor de zone. Nu kunt u de site van inhoud voorzien en binnen twee dagen (wanneer de informatie over de site binnen het domeinnaamsysteem, of DNS, is verspreid) zal de site vanaf het hele internet toegankelijk zijn. 3. Een gebruiker wil uw site bezoeken en geeft het adres van uw site (de domeinnaam) op in een webbrowser. Om verbinding te kunnen maken met de webserver en de pagina s van de gevraagde site weer te geven, moet de browser het IP-adres van de website kennen. Het IP-adres is een uniek nummer dat uit vier delen bestaat en dat aan de server is toegewezen. Aangezien de informatie over welke domeinnamen (of hostnamen) zijn gekoppeld aan welke IP-adressen wordt opgeslagen in het DNS, zal de ingebouwde zoekfunctie van uw browser verschillende DNS-servers om de informatie vragen. Zo wordt de dichtstbijzijnde DNS-server in het netwerk van de gebruiker gevonden en deze wordt gevraagd om informatie over de gezochte website. De DNS-server kijkt eerst in de cache (een verzameling informatie die in de laatste paar dagen bij elkaar is gezocht) en als hier de juiste gegevens worden gevonden, dan zal het IP-adres van de gezochte site naar de browser van de gebruiker worden gestuurd. Als de DNS-server de gezochte informatie niet kan vinden in de cache, dan zal deze andere DNS-servers op internet gaan doorzoeken (mits recursieve DNS-zoekopdrachten zijn toegestaan). Als het juiste IP-adres wordt gevonden, wordt deze naar de browser van de gebruiker gestuurd. Als de DNS-server geen recursieve zoekopdrachten mag uitvoeren, dan stuurt deze de aanvraag gewoon door naar een andere DNS-server, die vervolgens het IP-adres opzoekt en naar de browser van de gebruiker stuurt. Uiteindelijk maakt de browser verbinding met de webserver, haalt de voorpagina van de website op en toont deze aan de gebruiker.

30 30 De server instellen en beheren Er valt nog meer te zeggen over het DNS-zonebestand dat de locatie en de instellingen van de diensten van een website beschrijft. Laten we er als voorbeeld vanuit gaan dat we in Parallels Small Business Panel een website hebben aangemaakt met als domeinnaam voorbeeld.nl. We hebben de DNS-dienst van Parallels Small Business Panel niet uitgeschakeld omdat we willen dat deze server dienst doet als naamserver voor alle sites die we hosten. In overeenstemming met de vooraf ingestelde DNS-sjablonen, is het zonebestand aangemaakt en opgeslagen in het bestandsysteem van de server. In dit zonebestand zijn de volgende elementen opgeslagen.

31 De server instellen en beheren 31 Inhoud van het zonebestand $TTL IN SOA ns.voorbeeld.nl. administrator.voorbeeld.nl. ( ; Serial ; Refresh 3600 ; Retry ; Expire ) ; Minimum voorbeeld.nl. IN NS ns.voorbeeld.nl. ns.voorbeeld.nl voorbeeld.nl IN A IN A webmail.voorbeeld.nl. IN mail.voorbeeld.nl. IN A ftp.voorbeeld.nl. voorbeeld.nl. voorbeeld.nl. A IN CNAME IN CNAME voorbeeld.nl. IN MX 10 mail.voorbeeld.nl. Omschrijving van de DNS-records TTL (Time to Live). Dit is de tijd (in seconden) die andere DNS-servers de informatie over deze site in hun cache moeten bewaren. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één dag. SOA (Start of Authority). Dit markeert het begin van de zone; ns.voorbeeld.nl is de domeinnaam van de naamserver die dienst doet als de primaire informatiebron voor de zone; administrator.voorbeeld.nl is het adres van de persoon die voor de zone verantwoordelijk is. In het adres wordt het apestaartje vervangen door een punt. Serial number. Als er wijzigingen in de zone worden doorgevoerd, dan wordt het serienummer (serial number) verhoogd. Refresh. Dit geeft aan hoe vaak de secundaire naamservers controleren bij de primaire naamserver of er wijzigingen zijn doorgevoerd in de zone van het domein. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur. Retry. Dit is de tijd die een secundaire naamserver na een mislukte zoneoverdracht wacht alvorens een nieuwe poging te doen. Deze tijd is normaal gesproken korter dan de verversingsinterval. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één uur. Expire. Dit is de tijd voordat een secundaire naamserver stopt zoekopdrachten uit te voeren na een verstreken verversingsinterval waarbij de zone niet is ververst of bijgewerkt. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één week. Minimum. Dit is de periode waarin een secundaire server een negatief antwoord moet bewaren in het cachegeheugen. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur. NS record. Hier staat dat ns.voorbeeld.nl de naamserver is voor voorbeeld.nl. A records. Deze geven de IP-adressen aan die met de domeinnamen overeenkomen. CNAME records. Deze geven aan dat, bijvoorbeeld, een alias is van voorbeeld.nl. MX record. Hier staat dat mail.voorbeeld.nl de mailserver voor het domein voorbeeld.nl is. 10 is de hoogste prioriteit voor deze mailserver.

32 32 De server instellen en beheren Om deze instellingen aan te passen kunt u gebruik maken van de pictogrammen in Parallels Small Business Panel: Om uw eigen waarden in te stellen voor de DNS-zone van alle nieuw gehoste websites, past u het DNS-sjabloon aan dat geldt voor de server als geheel. U kunt deze vinden op het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). Merk op dat het aanpassen van het DNS-zonesjabloon geen invloed heeft op reeds bestaande sites. Om de waarden voor een individuele website aan te passen kunt u de DNS-zone van de site bewerken op het tabblad Websites & Domeinen > DNS. Als uw provider of een andere organisatie de DNS-dienst voor uw sites uitvoert, dan kunt u de domeinnaamdienst op deze machine uitschakelen, of deze instellen om dienst te doen als secundaire naamserver voor individuele domeinen. Opmerking: neem contact op met uw hostingprovider voor meer informatie en maak geen aanpassingen als u niet precies weet wat de gevolgen daarvan zijn. De standaardrecords in het DNS-sjabloon voor de server als geheel bekijken: Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). Alle DNS-recordsjablonen zullen worden weergegeven. De sjablonen <ip> en <domein> worden in de gegenereerde zone automatisch vervangen door de werkelijke IP-adressen en domeinnamen. Een nieuw DNS-record toevoegen aan het DNS-sjabloon voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen) en klik op DNS-record toevoegen. 2. Selecteer het soort DNS-record en geef de gewenste eigenschappen van het record op. Merk op, dat u gebruik kunt maken van de sjablonen <ip> en <domein>, die in de aangemaakte zone zullen worden vervangen door echte IP-adressen en domeinnamen. U kunt een joker (*) gebruiken om elk willekeurig deel van de domeinnaam aan te geven, of u kunt de exacte waarden opgeven. 3. Klik OK. Een DNS-record verwijderen uit een DNS-sjabloon voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het selectievakje voor het DNS-sjabloon dat u wilt verwijderen en klik Verwijderen.

33 De server instellen en beheren Bevestig de verwijdering en klik OK. Parallels Small Business Panel werkt het zonebestand automatisch bij, evenals de hostnaam, het adres van de beheerder en het serienummer. Ook schrijft het de standaardwaarden voor de rest van de parameters van het Start of Authority-record naar het zonebestand. Als u niet tevreden bent met de standaardwaarden kunt u deze via Parallels Small Business Panel wijzigen. De instellingen van het Start of Authority (SOA)-record wijzigen in het DNS-sjabloon voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen) en klik op Sjabloon SOA-record. 2. Geef de gewenste waarden op: TTL. Dit is de periode waarin andere DNS-servers het record in een cachegeheugen moeten opslaan. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één dag. Vernieuwen. Dit geeft aan hoe vaak de secundaire naamservers controleren bij de primaire naamserver of er wijzigingen zijn doorgevoerd in de zone van het domein. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur. Retry. Dit is de tijd die een secundaire server na een mislukte zoneoverdracht wacht alvorens een nieuwe poging te doen. Deze tijd is normaal gesproken korter dan de verversingsinterval. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één uur. Expire. Dit is de tijd voordat een secundaire naamserver stopt zoekopdrachten uit te voeren na een verstreken verversingsinterval waarbij de zone niet is ververst of bijgewerkt. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één week. Minimum. Dit is de periode waarin een secundaire server een negatief antwoord moet bewaren in het cachegeheugen. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur. 3. Klik OK. De nieuwe waarden van het SOA-record zullen worden ingesteld voor de nieuw aangemaakte domeinen. Het gebruik van de serienummernotatie die wordt aanbevolen door IETF en RIPE is verplicht voor een groot aantal domeinen dat binnen bepaalde DNS-zones op hoog niveau wordt geregistreerd, met naam in Europa. Als uw domein in één van deze zones is geregistreerd en het bedrijf waarbij u uw domeinen laat vastleggen weigert uw SOA-serienummer te accepteren, dan zou het gebruik van de door IETF en RIPE aanbevolen serienummernotatie het problemen moeten oplossen. Server die door Parallels Small Business Panel worden beheerd, gebruiken de notatie van het UNIX-tijdsstempel voor het instellen van DNS-zones. Het UNIX-tijdsstempel bestaat uit het aantal seconden dat is verstreken sinds 1 januari 1970 (Unix Epoch). Het 32-bit tijdsstempel zal niet meer voldoen vanaf 8 juli 2038.

34 34 De server instellen en beheren RIPE raadt aan de YYYYMMDDnn-notatie te gebruiken, waarbij YYYY staat voor het jaartal (vier cijfers), MM voor de maand (twee cijfers), DD voor de dag van de maand (twee cijfers) en waar nn de versie per dag is (twee cijfers). De YYYYMMDDNN-notatie zal nog voldoen tot het jaar De notatie van het Start of Authority (SOA)-serienummer wijzigen naar YYYYMMDDNN voor het DNS-sjabloon dat geldt voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen) en klik op Sjabloon SOA-record. 2. Selecteer het selectievakje Gebruik de serienummernotatie dat wordt aanbevolen door IETF en RIPE. Opmerking: zie het voorbeeld van een SOA-serienummer dat in de geselecteerde notatie wordt gegenereerd. Als het resulterende nummer lager is dan het nummer van de huidige zone, dan kan de aanpassing ertoe leiden dat DNS voor dit domein tijdelijk niet goed functioneert. Het kan enige tijd duren voordat internetgebruikers iets merken van een zone-update. 3. Klik OK. De standaardnotatie van het Start of Authority (SOA)-serienummer (UNIX-tijdstempel) gebruiken voor het DNS-sjabloon dat geldt voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op Sjabloon SOA-record. 3. Zorg dat het selectievakje Gebruik de serienummernotatie die wordt aanbevolen door IETF en RIPE niet is geselecteerd. Opmerking: zie het voorbeeld van een SOA-serienummer dat in de geselecteerde notatie wordt gegenereerd. Als het resulterende nummer lager is dan het nummer van de huidige zone, dan kan de aanpassing ertoe leiden dat DNS voor dit domein tijdelijk niet goed functioneert. Het kan enige tijd duren voordat internetgebruikers iets merken van een zone-update. 4. Klik OK. Standaard is de overdracht van DNS-zones alleen toegestaan voor naamservers die zijn aangewezen door NS-records binnen de zone. Als het bedrijf waar u uw domeinnamen vastlegt van u eist dat u overdracht toestaat voor alle zones in uw systeem: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op Sjabloon met Overdrachtsbeperkingen. Een pagina toont alle hosts waarnaar DNS-zoneoverdracht voor alle zones is toegestaan.

35 De server instellen en beheren Geef het IP- of netwerkadres op van het bedrijf waarbij u uw domeinnamen vastlegt en klik op Netwerk toevoegen. Als u gebruik maakt van een DNS-server van een andere leverancier en u wilt daarom geen gebruik maken van uw eigen DNS-server, dan moet u de DNS-server in Parallels Small Business Panel uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik Uitschakelen. 3. Vraag uw hostingprovider om de DNS-zones voor uw sites te hosten. U moet de provider te volgende informatie verstrekken: het IP-adres van uw server, de gebruikte hostnamen, zoals webmail.uw-domein.nl, mail.uw-domein.nl, ftp.uw-domein.nl. Wanneer een andere computer dienst doet als de primaire DNS-server, dan kunt u uw Parallels Small Business Panel-server dienst laten doen als secundaire naamserver voor individuele sites: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik op Wissel DNS-dienstmodus. 3. Klik op Record toevoegen. 4. Geef het IP-adres van de primaire naamserver (master) op en klik op OK. 5. Herhaal stap 1 tot 4 voor elke website die moet beschikken over een secundaire naamserver op uw server. 6. Op het tabblad primaire naamserver moet u zoneoverdracht toestaan, opdat uw secundaire server de informatie van de primaire server kan ontvangen. Als de primaire naamserver door Parallels Panel wordt beheerd, dan kunt het zoneoverdracht toestaan vanaf het tabblad Instellingen > DNS-zone-sjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen) > Sjabloon met overdrachtsbeperkingen. De originele configuratie van een DNS-sjabloon herstellen voor de server als geheel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik Terugkeren naar Standaardwaarden. U kunt aangeven of uw DNS-server recursieve zoekopdrachten moet verzorgen.

36 36 De server instellen en beheren Als recursieve zoekopdrachten zijn toegestaan dan voert uw DNS-server alle lookup-procedures uit die nodig zijn om het IP-adres van bestemming te vinden voor de aanvrager van de zoekopdracht. Als recursieve zoekopdrachten niet zijn toegestaan, dan voert uw DNS-server het minimale aantal zoekopdrachten uit dat nodig is om een server te vinden die weet waar de opgevraagde bron zich bevindt en om de aanvrager van de zoekopdracht naar die server door te sturen. Recursieve zoekopdrachten verbruiken dus meer middelen van de server en maken deze ontvankelijk voor denial-of-service-aanvallen, in het bijzonder als de server is ingesteld om recursieve zoekopdrachten uit te voeren voor gebruikers buiten uw netwerk. Na installatie van Parallels Small Business Panel zal de ingebouwde DNS-server standaard alleen recursieve zoekopdrachten uitvoeren vanaf uw eigen server en vanaf andere servers binnen uw lokale netwerk. Dit is de optimale instelling. Als u de instelling voor recursieve zoekopdrachten voor domeinnamen wilt wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen) > DNS-recursie. 2. Selecteer de juiste optie: Om recursieve zoekopdrachten vanaf alle hosts toe te staan, selecteert u Toestaan voor alle aanvragen. Om alleen recursieve zoekopdrachten toe te staan vanaf uw eigen server en voor hosts uit uw netwerk, selecteert u Alleen toestaan voor lokale aanvragen. Om alleen recursieve zoekopdrachten vanaf uw eigen server toe te staan, selecteert u Weigeren. 3. Klik OK. Als u een nieuwe hostnaam aan uw server moet toewijzen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Branding en systeem. 2. In het veld Volledige hostnaam geeft u de nieuwe hostnaam op. 3. Klik OK.

37 De server instellen en beheren 37 Parallels Small Business Panel instellen voor gebruik achter een router met NAT Steeds wanneer u in Parallels Small Business Panel een nieuwe website instelt, wordt de domeinnaam die bij uw site hoort in de DNS-zone van dit domein gekoppeld aan het IP-adres van uw door Parallels Small Business Panel beheerde server. Als u Parallels Small Business Panel uitvoert achter een router met NAT (network address translation), dan zal dit IP-adres een intern netwerkadres zijn zoals Aangezien de IP-adressen x.x door de Internet Assigned Numbers Authority (IANA) worden gereserveerd voor gebruik binnen private netwerken, zal deze website niet vanaf internet toegankelijk zijn. Om dat probleem op te lossen, moet u deze domeinnaam koppelen aan het publieke IP-adres van de router in de DNS-zone van het domein. Als Parallels Small Business Panel onderdeel uitmaakt van een hostingpakket dat u betrekt bij een hostingprovider (en u beschikt dus niet over een eigen server), dan heeft uw hostingprovider de router en het DNS-zone-sjabloon hoogstwaarschijnlijk al ingesteld; u kunt direct uw websites instellen. In dat geval kunt u direct doorgaan naar de sectie Uw website toegankelijk maken wanneer Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een NAT-router (op pagina 106) voor aanwijzingen over hoe u uw websites via internet toegankelijk kunt maken. Controleren of uw hostingprovider de juiste wijzigingen van het DNS-zonesjabloon heeft ingesteld: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Zoek alle DNS-records van het type A. Deze records zien er standaard als volgt uit: <domein>. A <ip> mail<domein> A <ip> ns<domein> A <ip> webmail<domein> A <ip> Als u hier uw werkelijke IP-adres ziet staan in plaats van <ip>, dan betekent dit dat uw hostingprovider het DNS-zonesjabloon dat bij het aanmaken van uw websites wordt gebruikt al heeft aangepast. Schrijf dit IP-adres op en ga door naar de sectie Uw website toegankelijk maken wanneer Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een NAT-router (op pagina 106) voor verdere aanwijzingen over hoe u uw websites via internet toegankelijk kunt maken. Als de records er echter precies zo uitzien als hierboven weergegeven (met <ip> in plaats van een echt IP-adres), dat betekent dit ofwel dat Parallels Small Business Panel zoals dat met uw hostingpakket wordt meegeleverd zich niet achter een router met NAT bevindt, of dat u het DNS-zonesjabloon handmatig moet aanpassen.

38 38 De server instellen en beheren Aanpassen van het DNS-zonesjabloon dat wordt gebruikt bij het aanmaken van uw websites: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Zoek alle DNS-records van het type A. Deze records zien er ongeveer als volgt uit: <domein>. A <ip> mail<domein> A <ip> ns<domein> A <ip> webmail<domein> A <ip> 3. Bewerk al deze records van het type A: a. Klik op de bijbehorende links in de kolom Host. b. In het invoerveld IP-adres opgeven verwijdert u de <ip>-sjablonen en geeft u het publieke IP-adres op dat u door uw hostingprovider is toegewezen. Als u vergeten bent wat het publieke IP-adres is dat u toegewezen hebt gekregen, neem dan contact op met uw hostingprovider. 4. Klik OK. Als u beschikt over een eigen server met Parallels Small Business Panel en deze bevindt zich achter een router met NAT, dan moet u de router handmatig instellen en het DNS-zone-sjabloon aanpassen voor het aanmaken van uw websites. Als u beschikt over een eigen server met Parallels Small Business Panel en deze bevindt zich achter een router met NAT: 1. Stel uw router zo in, dat deze zorgt voor de juiste adresomzetting. Zie de handleiding van uw router voor gedetailleerde aanwijzingen. 2. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel en ga naar het tabblad Instellingen > DNS-zonesjabloon (in de groep Geavanceerde instellingen). 3. Zoek alle DNS-records van het type A. Deze records zien er ongeveer als volgt uit: <domein>. A <ip> mail<domein> A <ip> ns<domein> A <ip> webmail<domein> A <ip> 4. Bewerk al deze records van het type A: a. Klik op de bijbehorende links in de kolom Host.

39 De server instellen en beheren 39 b. In het invoerveld IP-adres opgeven verwijdert u de <ip>-waarden en voert u het publieke IP-adres van uw router in. c. Klik OK. d. Zie de sectie Uw website toegankelijk maken wanneer Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een NAT-router (op pagina 106) voor verdere aanwijzingen over hoe u uw websites via internet toegankelijk kunt maken. Instellen van Parallels Small Business Panel voor gebruik achter een firewall In deze sectie vindt u informatie over de poorten en protocollen die moeten worden geopend in de instellingen van de firewall om toegang tot Parallels Small Business Panel en bijbehorende diensten mogelijk te maken. Om er zeker van te zijn dat de toegang tot Parallels Small Business Panel en de bijbehorende diensten mogelijk is, opent u de volgende poorten in de instellingen van de firewall. Dienstnaam Beheerscherm van Parallels Small Business Panel Samba (delen van bestanden op Windows-netwerken) Door dienst gebruikte poort TCP 8443, 8880 VPN-dienst UDP 1194 UDP 137, UDP 138, TCP 139, TCP 445 Webserver TCP 80, TCP 443 FTP-server TCP 21 SSH server met beveiligde shell TCP 22 SMTP server voor versturen van mail TCP 25, TCP 465 POP3 server voor het ophalen van mail TCP 110, TCP 995 IMAP server voor het ophalen van mail TCP 143, TCP 993 Dienst voor het wijzigen van het mailwachtwoord TCP 106 MySQL-server TCP 3306 MS SQL-server TCP 1433 PostgreSQL-server TCP 5432 Verbindingen met licentieserver TCP 5224 Domeinnaamserver UDP 53, TCP 53

40 40 De server instellen en beheren In deze sectie: De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Windows-hosting) De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Linux-hosting) De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Windows-hosting) Parallels Small Business Panel wordt geleverd met een firewall die u kunt gebruiken voor het beschermen van uw server tegen inkomende netwerkverbindingen die voor kwade doeleinden kunnen worden ingezet. De firewall bevat een set vooraf ingestelde regels om verbindingen toe te staan die horen bij een goed functionerende hostingserver; denk daarbij aan web, mail en FTP. De firewall is standaard uitgeschakeld. In deze sectie kunt u het volgende leren: De firewall inschakelen Bekijken welke inkomende verbindingen momenteel zijn toegestaan Inkomende verbindingen toestaan of blokkeren ICMP-communicatie toestaan of blokkeren De standaardinstellingen van de firewall herstellen De firewall uitschakelen In deze sectie: De firewall inschakelen Bekijken van de inkomende verbindingen die momenteel zijn toegestaan Toestaan en blokkeren van inkomende verbindingen Toestaan of blokkeren van ICMP-verbindingen De standaardinstellingen van de firewall herstellen Alle verbindingen met de server beëindigen met de paniekmodus De firewall uitschakelen... 45

41 De server instellen en beheren 41 De firewall inschakelen Inschakelen van de firewall: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Onder Hulpprogramma s klikt u op Inschakelen. 3. Om de firewall in te schakelen voor een specifieke netwerkkaart (indien u meerdere netwerkkaarten hebt), klikt u op juiste interface in de lijst van netwerkkaarten. De lijst met de toegepaste filterregels zal worden geopend. De kolom S (status) toont het pictogram als de firewall de pakketten die met de regel overeenkomen blokkeert en het pictogram als de firewall pakketten die met de regel overeenkomen doorlaat. Opmerking: Het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen mogelijk in Microsoft Windows Server 2003.

42 42 De server instellen en beheren Bekijken van de inkomende verbindingen die momenteel zijn toegestaan Standaard worden alle inkomende verbindingen geblokkeerd als ze niet expliciet zijn toegestaan. De momenteel toegepaste firewall-regels voor inkomende verbindingen bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Klik op de juiste netwerkkaart. Alle regels die momenteel zijn ingesteld worden weergegeven. De kolom S (status) toont het pictogram als de firewall de pakketten die met de regel overeenkomen blokkeert en het pictogram als de firewall pakketten die met de regel overeenkomen doorlaat. Opmerking: het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen beschikbaar in Microsoft Windows Server Als u gebruik maakt van Microsoft Windows Server 2008, ga dan naar het tabblad Firewall-regels. 3. Voer één van de volgende acties uit: Om de eigenschappen van een regel te bekijken of te wijzigen, klikt u op de naam van de betreffende regel. Om eventuele wijzigingen van de regel op te slaan, klikt u op OK. Om terug te keren naar het vorige scherm zonder wijzigingen op te slaan, klikt u op Annuleren of op Hoger Niveau. Om verbindingen met een dienst toe te staan, klikt u op Regel toevoegen aan firewall, geeft u de regel een naam om later naar te kunnen verwijzen, geeft u een poort op en het protocol waarvoor inkomende verbindingen moeten worden toegestaan. Laat het selectievakje Regel inschakelen geselecteerd als u wilt dat deze onmiddellijk van kracht wordt. Klik OK. Om verbindingen toe te staan met een dienst die u eerder ontoegankelijk hebt gemaakt, klikt u op het betreffende pictogram in de kolom S. Om tijdelijk verbindingen met een dienst te blokkeren, klikt u op het betreffende pictogram in de kolom S. Om de verbindingen met een dienst permanent te blokkeren, selecteert u het selectievakje voor de betreffende regel die verbinding met de betreffende dienst toestaat en klikt u op Verwijderen. Het verwijderen van een regel blokkeert de verbindingen die in die regel waren opgegeven.

43 De server instellen en beheren 43 Toestaan en blokkeren van inkomende verbindingen Standaard worden alle inkomende verbindingen geblokkeerd als ze niet expliciet zijn toegestaan. Inkomende verbindingen naar een dienst toestaan: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Klik op de juiste netwerkkaart. Opmerking: het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen beschikbaar in Microsoft Windows Server Als u gebruik maakt van Microsoft Windows Server 2008, ga dan naar het tabblad Firewall-regels. 3. Klik Regel toevoegen aan firewall en geef de volgende eigenschappen op: De naam van de regel om deze later te kunnen terugvinden De poort of het poortbereik en het protocol waarvoor inkomende verbindingen moeten worden toegestaan 4. Laat het selectievakje Regel inschakelen geselecteerd als u wilt dat deze onmiddellijk van kracht wordt. 5. Klik OK. Eerder toegestane inkomende verbindingen naar een dienst blokkeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Klik op de juiste netwerkkaart. Opmerking: het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen beschikbaar in Microsoft Windows Server Als u gebruik maakt van Microsoft Windows Server 2008, ga dan naar het tabblad Firewall-regels. 3. Selecteer het selectievakje voor de regel die verbindingen met de betreffende dienst toestaat en klik op Verwijderen. Het verwijderen van een regel blokkeert de verbindingen die in die regel waren opgegeven.

44 44 De server instellen en beheren Toestaan of blokkeren van ICMP-verbindingen ICMP-verbindingen worden gebruikt voor het oplossen van netwerkproblemen. Standaard zijn alle ICMP-verbindingen toegestaan. Voor een gedetailleerde omschrijving van ICMP-berichten, zie: ringicmpsettingsinwindowsfirewall.asp Als u ICMP-verbindingen wilt toestaan of blokkeren, volg dan de volgende stappen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > ICMP-protocol. De vooraf ingestelde regels voor ICMP-verbindingen worden weergegeven. De kolom S (status) toont het pictogram als de firewall de pakketten die met de regel overeenkomen blokkeert en het pictogram als de firewall pakketten die met de regel overeenkomen doorlaat. 2. Voer één van de volgende acties uit: Om een specifiek type ICMP-aanvragen toe te staan, klikt u op het juiste pictogram in de kolom S. Om een specifiek type ICMP-aanvragen te blokkeren, klikt u op het juiste pictogram in de kolom S. Om alle inkomende ICMP-aanvragen te blokkeren, klikt u op Paniekmodus. Om de standaard instellingen voor ICMP-aanvragen te herstellen, klikt u op standaard. De standaardinstellingen van de firewall herstellen De oorspronkelijke configuratie herstellen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Klik op de juiste netwerkkaart. Opmerking: Het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen mogelijk in Microsoft Windows Server Als u gebruik maakt van Microsoft Windows Server 2008, ga dan naar het tabblad Firewall-regels. 3. Onder Hulpprogramma s klikt u op Terugkeren naar standaardwaarden.

45 De server instellen en beheren 45 Alle verbindingen met de server beëindigen met de paniekmodus Als de beveiliging van uw server is aangetast en uw websites zijn beschadigd, dan wilt er wellicht voor zorgen dat de server tijdelijk vanaf internet ontoegankelijk is, totdat tegen alle kwetsbaarheden maatregelen zijn genomen en de websites zijn teruggeplaatst vanuit de reservekopieën. Alle verbindingen met de server beëindigen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Klik Paniekmodus. Opmerking: het instellen van de firewall voor specifieke netwerkkaarten is alleen beschikbaar in Microsoft Windows Server Als u gebruik maakt van Microsoft Windows Server 2008, ga dan naar het tabblad Firewall-regels. De firewall uitschakelen De firewall uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall. 2. Onder Hulpprogramma s klikt u op Uitschakelen.

46 46 De server instellen en beheren De ingebouwde, softwarematige firewall van Parallels Small Business Panel gebruiken (Linux-hosting) Met een in Parallels Small Business Panel ingebouwde firewall kunt u het volgende doen: De ingestelde regels bekijken en wijzigen, die de verbinding met de volgende diensten controleren: Panel voor beheerders; webserver; FTP-server; SSH-server; SMTP-server; POP3-server; IMAP-server; dienst voor het wijzigen van mailwachtwoorden; MySQL-server; PostgreSQL-server; Samba-server voor bestandsuitwisseling met Windows-cliëntsystemen; VPN; domeinnaamserver; ICMP-echoaanvragen. Deze regels staan standaard alle inkomende verbindingen met deze diensten toe. Het ingestelde systeembeleid bekijken en wijzigen, waarmee wordt bepaald wat er moet gebeuren met al het inkomende, uitgaande en langs de server passerende dataverkeer, dat niet aan een van de expliciet opgestelde regels voldoet. Eigen regels toevoegen, wijzigen en verwijderen. U wilt bijvoorbeeld een regel toevoegen waarmee u toegang in passieve modus mogelijk maakt tot de FTP-accounts op de server. In de volgende tabel vindt u de systeemdiensten waarnaar u de toegang kunt beperken met behulp van de vooraf ingestelde firewall-regels. Dienstnaam Beheerscherm van Parallels Small Business Panel Door dienst gebruikte poort TCP 8443 WWW-server TCP 80, TCP 443 FTP-server TCP 21 SSH server met beveiligde shell TCP 22 SMTP server voor versturen van mail TCP 25, TCP 465 POP3 server voor het ophalen van mail TCP 110, TCP 995 IMAP server voor het ophalen van mail TCP 143, TCP 993 Dienst voor het wijzigen van het mailwachtwoord TCP 106 MySQL-server TCP 3306 PostgreSQL-server TCP 5432 Samba (delen van bestanden op Windows-netwerken) VPN-dienst UDP 1194 Domeinnaamserver UDP 53, TCP 53 UDP 137, UDP 138, TCP 139, TCP 445

47 De server instellen en beheren 47 In deze sectie: Toegang tot systeemdiensten beheren Systeembeleid beheren Eigen regels beheren Toegang tot systeemdiensten beheren Voor elke systeemdienst kunt u aangeven of u alle inkomende communicatie wilt toestaan of weigeren, of aangeven dat u alleen dataverkeer toestaat dat afkomstig is van specifieke IPof netwerkadressen. De toegang tot een dienst van uw server toestaan of weigeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Klik op de naam van de dienst. 3. Voer één van de volgende acties uit: Om alle inkomende verbindingen toe te staan selecteert u de optie Toestaan en klikt u op OK. Om alle inkomende verbindingen te weigeren selecteert u de optie Weigeren en klikt u op OK. Om toegang tot een dienst te weigeren voor verbindingen vanaf specifieke IP- of netwerkadressen, selecteert u de optie Vanaf geselecteerde bronnen toestaan, andere weigeren, waarna u het IP- of netwerkadres opgeeft vanaf waar toegang tot de geselecteerde dienst is toegestaan. Ten slotte klikt u op Toevoegen. Nadat u de juiste adressen hebt opgegeven klikt u op OK. 4. Om alle wijzigen van de firewall-instellingen toe te passen klikt u op Activeren en vervolgens nogmaals op Activeren.

48 48 De server instellen en beheren Systeembeleid beheren Het systeembeleid bepaalt wat er moet gebeuren met al het inkomend, uitgaand en passerend dataverkeer dat niet voldoet aan de expliciet opgestelde regels. Het systeembeleid wordt meestal onderaan de lijst met regels weergegeven. Een specifiek soort communicatie toestaan of weigeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Klik op het pictogram links van de naam van de beleidsregel die u wilt wijzigen. Als het beleid momenteel alle verbindingen toestaat, dan zal het klikken op dit pictogram alle verbindingen weigeren en andersom. 3. Om te wijzigen toe te passen klikt u op Activeren en dan nogmaals op Activeren.

49 De server instellen en beheren 49 Eigen regels beheren In deze sectie wordt omschreven hoe u eigen regels kunt toevoegen, aanpassen en verwijderen en hoe u de volgorde waarin de regels worden toegepast kunt wijzigen. In deze sectie vindt u ook de vereiste stappen die u moet zetten om passieve FTP-verbindingen mogelijk te maken. Een eigen regel toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Klik op Eigen regel toevoegen. 3. Geef de naam van de nieuwe regel op in het veld Naam van de regel. 4. Selecteer een van de volgende communicatierichtingen: Inkomend voor communicatie die door de server wordt ontvangen, Uitgaand voor communicatie die door de server wordt verstuurd of Doorsturen voor communicatie die de server alleen passeert, in welke richting dan ook. Voor inkomende communicatie kunt u de poorten van bestemming op uw server aangeven, het protocol dat voor deze communicatie moet worden gebruikt en het IP-adres waar de communicatie vandaan moet komen. Voor uitgaande communicatie kunt u de poorten van bestemming aangeven, het IP-adres van bestemming en het protocol dat voor deze communicatie moet worden gebruikt. Voor passerend dataverkeer dat alleen maar door de server komt, kunt u de poorten van bestemming en de IP-adressen van de afzender en/of van de bestemming opgeven. 5. U kunt het poortnummer opgeven in het invoerveld Poort toevoegen, waarna u op Toevoegen klikt. Om een poortnummer van een bestaande regel te verwijderen, selecteert u deze uit de lijst en klikt u op Verwijderen. Als de lijst met poorten leeg is, dan zal de regel worden toegepast op alle TCP- en UDP-poorten. 6. Om het IP- of netwerkadres op te geven, geeft u deze op in het invoerveld IP-adres of netwerk toevoegen en klikt u op Toevoegen. Om een IP-adres of netwerk uit de lijst te verwijderen, selecteert u deze in de lijst en klikt u op Verwijderen. Als de lijst met IP-adressen leeg is, dan zal deze voor alle IP-adressen gelden. 7. Geef aan wat er moet gebeuren met de communicatiestroom die aan de ingestelde criteria voldoet: toestaan of weigeren. 8. Klik OK om de regel in te voeren. 9. Nadat u uw regels hebt opgegeven, klikt u op Activeren om ze toe te passen. Er zal een bevestigingspagina worden geopend, waarin u een voorbeeld kunt zien van het shellscript dat is aangemaakt om uw regels toe te passen (dit is waarschijnlijk alleen interessant voor ervaren gebruikers). Klik op Activeren om de nieuwe instellingen toe te passen.

50 50 De server instellen en beheren Wanneer de nieuwe instellingen worden toegepast, dan controleert de firewall of uw browser verbinding kan maken met Parallels Small Business Panel. Als er problemen met de verbinding zijn, dan zal de firewall na 60 seconden automatisch de laatst actieve configuratie herstellen. Als u uw firewall dus op zo n manier instelt dat zelf u geen toegang meer hebt tot Parallels Small Business Panel, dan zal deze onjuiste configuratie automatisch worden vergeten. Zo houdt u altijd toegang tot uw server. Opmerking: zolang uw instellingen niet zijn geactiveerd, hebt u de mogelijkheid om alle regels die u hebt ingesteld te wissen. Om dat te doen, klikt u op de knop Terugkeren naar de actieve configuratie. Een eigen regel bewerken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Klik op de naam van de juiste regel in de lijst met bestaande regels. Voer uw wijzigen door (de opties zijn dezelfde als bij het aanmaken van een nieuwe regel). Een eigen regel verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Selecteer het selectievakje voor de regel die u wilt verwijderen en klik op Selectie verwijderen. De volgorde wijzingen waarin uw eigen regels worden toegepast: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Firewall > Firewall-instellingen bewerken. 2. Klik op de pictogrammen Omhoog of Omlaag in de kolom Volgorde. Hiermee wordt de regel verplaatst, relatief ten opzichte van andere regels die betrekking hebben op dezelfde richting van communicatie (inkomend, uitgaand of doorsturen van dataverkeer). De passieve modus mogelijk maken voor FTP-verbindingen op uw server: 1. Meld u via SSH aan als gebruiker root op de shell van de server. 2. Bewerk uw ProFTPD-configuratiebestand. a. Geef de opdracht vi /etc/proftpd.conf b. Voer de volgende regels in op een willekeurige plek in de sectie <Algemeen>: PassivePorts c. Sla het bestand op. 3. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel als gebruiker admin, ga naar het tabblad Instellingen > Firewall en klik op Firewall-instellingen bewerken. 4. Klik op Eigen regel toevoegen.

51 De server instellen en beheren Geef de volgende gegevens op: Naam van de regel Richting: selecteer Inkomend. Actie: selecteer Toestaan. Poorten: in het invoerveld Poort toevoegen geeft u de waarde op.laat de optie TCP geselecteerd en klik op Toevoegen. 6. Klik OK. 7. Klik op Activeren en daarna nogmaals op Activeren.

52 52 De server instellen en beheren Maildiensten instellen Parallels Panel werkt samen met mailserversoftware, die de diensten voor postvakken en verzendlijsten verzorgt. Na installatie van de mailserver wordt deze automatisch ingesteld en kan hij worden gebruikt. Het is echter aan te raden de standaardinstellingen na te lopen, om er zeker van te zijn dat deze aan uw behoeften voldoen. Standaard wordt de Postfix-mailserver geïnstalleerd met Parallels Small Business Panel voor Linux, en de MailEnabl server met Parallels Small Business Panel voor Windows. U kunt een andere mailserver installeren die wordt ondersteund door PSBMP, waarna u Parallels Small Business Panel instelt om deze nieuwe mailserver te gebruiken. Een andere mailserver instellen in Parallels Small Business Panel (momenteel alleen ondersteund voor Windows-hosting): 1. Controleer de lijst met ondersteunde mailservers in de installatiehandleiding van Parallels Small Business Panel. Controleer of de mailserversoftware die u wilt gebruiken wordt ondersteund. 2. Installeer de software volgens de aanwijzingen in de installatiehandleiding van Parallels Small Business Panel, of volg de instructies van de leverancier van uw mailserver. 3. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel en ga naar het tabblad Instellingen > Selectie van mailserver (in de groep Geavanceerde instellingen). De mailserver die u hebt geïnstalleerd zal nu worden weergegeven in de lijst met beschikbare mailservers. 4. Selecteer de juiste mailserver en klik op OK. Parallels Small Business Panel zal direct de nieuwe mailserver gebruiken; het is niet nodig uw server opnieuw op te starten. Merk op dat u op elk moment een andere mailserver kunt selecteren. De instellingen van maildiensten bekijken of configureren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Mail. 2. Geef de volgende instellingen op: Maximale omvang van een bericht dat door de server ontvangen of verzonden mag worden. De maximale omvang van een bericht is standaard ingesteld op 10 megabyte. Alle berichten die groter zijn dan de opgegeven omvang zullen worden geweigerd. Het serverbeleid dat moet worden toegepast als er mails worden ontvangen gericht aan niet-bestaande gebruikers: als iemand een bericht verstuurt naar een adres dat onder geen van uw sites voorkomt, dan wordt dit bericht door de mailserver geaccepteerd en verwerkt. Als de mailserver tot de conclusie komt dat de ontvanger niet bestaat, dan wordt de mail met een melding teruggestuurd naar de afzender. U beschikt over de volgende opties:

53 De server instellen en beheren 53 Wijzig de tekst van de standaardmelding als deze u niet bevalt (alleen beschikbaar voor Linux-hosting): laat de optie Terugsturen met het volgende bericht geselecteerd en geef een nieuwe tekst op in het invoerveld. Stuur niet-bezorgde mail door naar een ander adres (selecteer de optie Doorsturen naar adres en geef het juiste adres op). Doorsturen naar externe mailserver (alleen beschikbaar voor Windows-hosting). Met deze instelling wordt alle mail die is gericht aan niet-bestaande gebruikers doorgestuurd naar de opgegeven externe mailserver. Accepteer de mail in het geheel niet (selecteer de optie Weggooien). Berichten controleren op virussen. Selecteer dit selectievakje om antiviruscontrole in te schakelen voor alle berichten die door de mailserver worden verzonden of ontvangen. Als een met een virus of andere mogelijk gevaarlijke code bij de server aankomt, dan verwijdert antivirus de gevaarlijke code en wordt er een passende melding verstuurd naar de afzender en de ontvanger van het bericht. Webmail selecteren. In dit menu selecteert u het webmailprogramma dat op de server moet worden gebruikt. Webmail geeft gebruikers toegang tot hun postvak zodat ze via een webbrowser berichten kunnen lezen en schrijven. Een snelkoppeling naar het webmail-venster zal worden geplaatst in het paneel van de gebruiker (op het tabblad Mijn diensten). Het SpamAssassin-spamfilter inschakelen. Selecteer dit selectievakje om een krachtig spamfilter in te schakelen, waarmee een aantal verschillende tests worden uitgevoerd op de inhoud en de onderwerpregel van elk bericht. Het spamfilter markeert alle berichten die als spam worden beschouwd met de headers X-Spam-Flag: Yes en X-Spam-Status: Yes en plaatst deze in de map Spam. Dit is de standaardinstelling. U kunt met de volgende opties aangeven wat er moet gebeuren met berichten die als spam worden herkend: Een tekenreeks toevoegen aan de onderwerpregel van het bericht. De berichten verwijderen. De berichten verplaatsen naar de map Spam. Deze optie is standaard geselecteerd. Door verdachte berichten in de map Spam te plaatsen, wordt de gebruiker in staat gesteld te beslissen wat er mee moet gebeuren. Ook kan aan de hand van deze berichten de kennisdatabank van het SpamAssassin-spamfilter worden getraind. SpamAssassin analyseert eens per dag alle berichten in de map Spam en voegt de kenmerken van deze berichten toe aan de databank met informatie over ongewenste . Na een maand worden alle berichten automatisch uit de map Spam verwijderd. Opmerking: als het SpamAssassin-spamfilter en de optie om berichten naar de map Spam te verplaatsen zijn ingeschakeld, dan kunnen uw gebruikers zelf hun spamfilter trainen. Via webmail of het mailprogramma op hun computer kunnen ze berichten die als ongewenst worden beschouwd vanuit het Postvak In verplaatsen naar de map Spam.

54 54 De server instellen en beheren Bescherming tegen spam gebaseerd op greylisting inschakelen (alleen beschikbaar voor Linux-hosting). Selecteer dit selectievakje om de bescherming tegen spam in te schakelen. Dit werkt als volgt. Voor elk bericht dat op de server aankomt, worden de adressen van de afzender en ontvanger in een database opgeslagen. Als een bericht voor de eerste keer wordt verstuurd, dan staan de adressen van verzender en ontvanger nog niet in de database en zal de server het bericht tijdelijk weigeren met een SMTP-foutmelding. Als de mail legitiem is en de server van de afzender is correct ingesteld, dan zal deze proberen om het bericht opnieuw te versturen; het bericht zal nu wel worden geaccepteerd. Als het bericht door een spammer wordt verstuurd, dan zal niet opnieuw worden geprobeerd om de mail te versturen: spammers sturen hun ongewenste mail meestal naar duizenden ontvangers tegelijk en zullen niet de moeite nemen om mail opnieuw te versturen. Bescherming tegen spam gebaseerd op DomainKeys inschakelen. Selecteer dit selectievakje om een systeem voor bescherming tegen ongewenste in te schakelen dat is gebaseerd op verificatie van de afzender. Als een aangeeft van een bepaald domein afkomstig te zijn, dan biedt DomainKeys een mechanisme waarmee het ontvangende systeem met enige zekerheid kan vaststellen of de inderdaad afkomstig is van een persoon of systeem dat is geautoriseerd om vanaf dat domein te verzenden. Kan de afzender niet worden geverifieerd, dan zal het ontvangende systeem het bericht weggooien. Bescherming tegen spam gebaseerd op SPF inschakelen (alleen beschikbaar voor Linux-hosting). Selecteer dit selectievakje om een systeem voor bescherming tegen ongewenste in te schakelen dat is gebaseerd op verificatie van de afzender. Het is ontworpen om de hoeveelheid spam tegen te gaan die wordt verzonden vanaf valse adressen. Met SPF kan een domeinhouder de adressen opgeven van de machines die zijn geautoriseerd om te versturen voor gebruikers van zijn of haar domein. Alle s die claimen van dat domein afkomstig te zijn, maar die niet zijn verzonden vanaf de locaties die door de domeinhouder zijn geautoriseerd, worden vervolgens als verdacht beschouwd door de ontvangers die SPF hebben toegepast. Als u besluit dit systeem van bescherming tegen spam in te schakelen, dan moet u ook aangeven wat er met de moet gebeuren: Om alle inkomende berichten te accepteren, ongeacht het resultaat van de SPF-controle, selecteert u de optie Alleen SPF-headers voor ontvangst aanmaken, nooit blokkeren uit het menu SPF-controlemodus. Deze optie wordt aanbevolen. Om alle inkomende berichten te accepteren, ongeacht het resultaat van de SPF-controle, ook wanneer de SPF-controle is mislukt vanwege problemen met de DNS-zoekactie, selecteert u de optie Gebruik tijdelijke foutmeldingen wanneer u problemen hebt met DNS-zoekacties in het menu SPF-controlemodus. Om berichten te weigeren van afzenders die niet zijn geautoriseerd om het betreffende domein te gebruiken, selecteert u de optie Weiger als de SPF-verificatie negatief uitvalt in het menu SPF-controlemodus. Om berichten te weigeren van afzenders die hoogst waarschijnlijk niet zijn geautoriseerd om het betreffende domein te gebruiken, selecteert u de optie Weiger als de SPF-verificatie uitvalt als waarschijnlijk negatief (softfail) in het menu SPF-controlemodus. Om berichten te weigeren van afzenders die niet door het SPF-systeem kunnen worden geïdentificeerd als geautoriseerd of niet-geautoriseerd omdat het domein geen SPF-records heeft gepubliceerd, selecteert u de optie Weiger als de SPF-verificatie neutraal uitvalt in het menu SPF-controlemodus.

55 De server instellen en beheren 55 Om berichten die om wat voor reden dan ook niet door de SPF-controle heen komen (bijvoorbeeld omdat het domein van de afzender geen SPF gebruikt en de SPF-controle resulteert in de status onbekend ), selecteert u de optie Weiger als SPF niet positief uitvalt in het menu SPF-controlemodus. Om extra regels op te geven die door het spamfilter worden toegepast voordat de SPF-controle daadwerkelijk door de mailserver wordt uitgevoerd, geeft u de gewenste regels op in het veld Lokale SPF-regels. Het is aan te raden om een regel toe te voegen voor het controleren van berichten in de open database van vertrouwde afzenders, bijvoorbeeld: include:spf.trusted-forwarder.org. Wilt u meer weten over SPF-regels, ga dan naar Om de regels op te geven die van toepassing zijn op domeinen die geen SPF-records publiceren, geeft u de regels op in het veld SPF-gisregels. Bijvoorbeeld: v=spf1 +a/24 +mx/24 +ptr?all Om een eigen foutmelding op te geven die wordt verstuurd naar de SMTP-afzender op het moment dat een bericht wordt geweigerd, geeft u deze op in het veld Uitleg voor SPF-weigering. Als hier geen waarde is opgegeven dan zal de standaardtekst als melding worden meegestuurd. Bescherming tegen spam gebaseerd op DNS-blackholelijsten inschakelen. Selecteer dit selectievakje om bescherming tegen spam in te schakelen gebaseerd op DNS-zoekopdrachten die uw mailserver uitvoert in een database met bekende, gedocumenteerde bronnen van spam en met een uitgebreide lijst van dynamische IP-adressen. Een positief antwoord van deze database zou ertoe moeten leiden dat uw mailserver de foutmelding 550 teruggeeft, of een afwijzing van de gevraagde verbinding. Om uw mailserver in te stellen om DNS BL-databases te gebruiken, gaat u naar waar u de DNS BL-server uitkiest die u wilt gebruiken. Deze geeft u vervolgens op in het invoerveld DNS-zones voor DNSBL-dienst. Nadat u de instellingen hebt opgeslagen zullen berichten van bekende spammers worden tegengehouden met foutmeldingscode 550 (verbinding geweigerd). 3. Klik OK.

56 56 De server instellen en beheren Database-servers instellen U kunt databases en uw toepassingen op dezelfde server hosten, of op een aantal verschillende servers. Een aparte server voor uw databases kan handig zijn in multiserverinstallaties, omdat centrale databasehosting beter kan uitkomen voor het beheer, het maken van reservekopieën en het gebruik van middelen. Als u echter beschikt over een enkele server die wordt beheerd door Parallels Small Business Panel, dan is het aan te bevelen alle databases hier op te slaan. Om uw hostingserver gebruik te laten maken van externe database-servers moet u het volgende doen: 1. Een externe database-server instellen: a. MySQL, PostgreSQL of Microsoft SQL-software installeren. b. Een account instellen voor de databasebeheerder. c. Zorgen dat de database-server beschikt over netwerktoegang. 2. Stel Parallels Small Business Panel in om te werken met uw externe database-server, zoals in de volgende sectie wordt omschreven. In deze sectie: Extern hosten van databases instellen Het beheer van database-servers... 59

57 De server instellen en beheren 57 Extern hosten van databases instellen Nadat u de juiste externe database-server hebt ingesteld, moet u deze registeren in Parallels Small Business Panel. Een database-server registreren in Parallels Small Business Panel : 1. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel. 2. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers en klik op Database-server toevoegen. 3. Geef de eigenschappen van de database-server op: Selecteer het soort database-server in het menu Soort database-server. Geef de hostnaam of het IP-adres van de database-server op. Geef het poortnummer op via welke de database-server bereikt kan worden. Deze optie is alleen beschikbaar voor MySQL. MySQL-servers gebruiken standaard poort U kunt het veld Poortnummer leeg laten als uw MySQL-server de standaardpoort gebruikt. Opmerking: voer als waarde voor de MySQL-serverpoort niet 8306 in. Deze poort wordt door Parallels Panel gebruikt voor communicatie met de interne database. Om deze database-server als standaard voor in te stellen voor het hosten van databases, selecteert u het selectievakje Deze server instellen als standaard voor MySQL. Als u een MS SQL-database-server gebruikt, selecteer dan het selectievakje Gebruik deze server als standaard voor MS SQL. Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op van de beheerder van de database-server. 4. Klik OK. Als u reservekopieën wilt maken van databases die worden gehost op een externe MS SQL-database-server die u eerder hebt ingesteld, dan moet u de instellingen voor reservekopieën voor die MS SQL-database-server configureren. De instellingen voor reservekopieën configureren voor een externe MS SQL-server: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers en klik op de naam van de juiste MS SQL-database-server. 2. Geef de tijdelijke map voor de externe MS SQL-server op in het veld Tijdelijke netwerkmap. Deze map kan zich overal in uw netwerk bevinden en is vereist voor het maken en herstellen van reservekopieën van MS SQL-databases. Deze map moet via het netwerk toegankelijk zijn voor zowel de door Parallels Panel-beheerde server, als voor de MS SQL-server: zowel Parallels Panel als het gebruikeraccount dat gebruik maakt van de externe MS SQL-server moeten beschikken over lees- en schrijfrechten voor deze map.

58 58 De server instellen en beheren 3. Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op, die nodig zijn voor de toegang tot de tijdelijke netwerkmap. 4. Klik OK.

59 De server instellen en beheren 59 Het beheer van database-servers Een database-server beheren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers. 2. Klik op het pictogram voor de juiste database-server. Een webpagina met daarin een databasebeheerprogramma zal worden geopend in een apart venster van de webbrowser. Het wachtwoord van de beheerder van de database-server wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers. 2. Klik op de hostnaam van een database-server. 3. Klik Wijzig Wachtwoord. 4. Voer het nieuwe wachtwoord in en klik op OK. De registratie van een database-server uit Parallels Small Business Panel verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers. 2. Selecteer het selectievakje rechts van de hostnaam van de database-server. 3. Klik Verwijderen. 4. Bevestig de handeling en klik OK. De registratie van een database-server op te heffen, wanneer deze databases bevat of is aangewezen als de standaard voor het hosten van databases voor toepassingen en gebruikers van Parallels Small Business Panel: 1. Databases van de database-server verwijderen: a. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers. b. Klik op de hostnaam van de database-server die u uit Parallels Small Business Panel wilt verwijderen. c. Selecteer het selectievakje in de linker bovenhoek van de lijst om alle databases te selecteren. d. Klik Verwijderen. e. Bevestig de verwijdering en klik OK. 2. Stel een andere database-server in als standaard: a. Ga naar het tabblad Instellingen > Database-servers.

60 60 De server instellen en beheren b. Klik op de hostnaam van een database-server die u als standaard wilt instellen. Dit moet hetzelfde type database-server zijn (MySQL of MS SQL) als degene die u gaat wissen. c. Klik op Voorkeuren en selecteer het selectievakje Deze server instellen als standaard voor MySQL. Als u een MS SQL-database-server gebruikt, selecteer dan het selectievakje Gebruik deze server als standaard voor MS SQL. d. Klik OK. 3. Ga terug naar de lijst met database-servers (tabblad Instellingen > Database-servers). 4. Selecteer het juiste selectievakje voor de database-server die u niet meer nodig hebt. 5. Klik Verwijderen. 6. Bevestig de handeling en klik OK. Belangrijk: u kunt op deze manier geen databases van webtoepassingen verwijderen. Om deze te verwijderen moet u eerst de bijbehorende webtoepassingen verwijderen van de sites waarop deze worden gebruikt. Als u meer wilt weten over het beheren van databases, zie dan de sectie Databases instellen (op pagina 119).

61 De server instellen en beheren 61 Systeemdiensten beheren U kunt de verschillende diensten bewaken, starten, stoppen, opnieuw opstarten en uitschakelen. Ook kunt u hun opstarttype wijzingen vanuit Parallels Small Business Panel (op Windows-gebaseerde servers). Als u gebruik maakt van een Linux-gebaseerde server, dan kunt u aanvullende hulpprogramma s voor systeembewaking gebruiken die vastgelopen diensten automatisch opnieuw opstarten en die het bestandssysteem van uw server controleren op kwaadaardige programma s en scripts. Deze functionaliteit wordt omschreven in de sectie Het hulpprogramma voor systeembewaking gebruiken (Linux-hosting) (op pagina 63). De status van een systeemdienst bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik Toon Alle om alle diensten in de dienstengroepen weer te geven. Om alle diensten te verbergen, klik Alles Verbergen. De huidige status van een groep diensten wordt aangegeven met een pictogram: betekent dat de dienst of alle diensten in een groep draaien, betekent dat de dienst of alle diensten in een groep zijn gestopt, betekent dat verschillende diensten in een groep draaien en andere zijn gestopt, betekent dat de dienst niet is geïnstalleerd of dat de beheermogelijkheden ervan niet worden ondersteund door de licentiesleutel. In het veld Opstarttype kunt u zien of de dienst automatisch is opgestart of dat deze handmatig moet worden opgestart. Een dienst opstarten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op het pictogram voor de dienst die u wilt opstarten. Een dienst opnieuw opstarten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op het pictogram voor de dienst die u opnieuw wilt opstarten. Een dienst stoppen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen).

62 62 De server instellen en beheren 2. Klik op het pictogram voor de dienst die u wilt stoppen. Het opstarttype van een dienst instellen (voor Windows-gebaseerde servers): 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het juiste selectievakje van de betreffende dienst in de lijst. 3. Selecteer het juiste opstarttype: Klik Handmatig om de geselecteerde diensten handmatig te starten als Parallels Small Business Panel wordt opgestart. Klik Auto om de geselecteerde diensten automatisch te starten als Parallels Small Business Panel wordt opgestart. Een dienst uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het juiste selectievakje van de betreffende dienst in de lijst. 3. Klik Uitschakelen. Wijzigingen doorvoeren voor een groep van diensten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het juiste selectievakje van de betreffende diensten in de lijst. 3. Klik op de juiste knop voor de actie die u wilt uitvoeren voor de geselecteerde diensten: Klik Start om de geselecteerde diensten op te starten. Klik Stop om de geselecteerde diensten te stoppen. Klik Opnieuw opstarten om de geselecteerde diensten opnieuw op te starten. Klik Uitschakelen om de geselecteerde diensten uit te schakelen. Klik Handmatig om de geselecteerde diensten handmatig te starten als Parallels Small Business Panel wordt opgestart. Klik Auto om de geselecteerde diensten automatisch te starten als Parallels Small Business Panel wordt opgestart. In deze sectie: Het hulpprogramma voor systeembewaking gebruiken (Linux-hosting)... 63

63 De server instellen en beheren 63 Het hulpprogramma voor systeembewaking gebruiken (Linux-hosting) Systeembewaking zorgt ervoor dat uw server vrij blijft van kwaadaardige software, dat alle diensten werken en actief zijn en dat er voldoende vrije schijfruimte op de server is. De volgende diensten kunnen voortdurend worden bewaakt: De interne webserver van Parallels Panel. Webserver die de WWW-dienst voor websites verzorgt. SMTP-server; IMAP/POP3-server (Courier-IMAP). DNS-server (BIND). MySQL. PostgreSQL. SpamAssassin. Parallels Premium Antivirus. De systeembewaking kan de gecontroleerde diensten starten, afsluiten, opnieuw opstarten, of actie ondernemen naar aanleiding van de stabiliteit van een dienst over een bepaalde periode. Vanuit systeembewaking kunnen er ook andere hulpprogramma s worden uitgevoerd en meldingen worden verstuurd zodra de vrije ruimte op de harde schijf onder een door u ingestelde kritische grens komt. Voor het bewaken van bepaalde diensten en van de gebruikte schijfruimte, maakt systeembewaking gebruik van het hulpprogramma monit. Voor meer informatie over het hulpprogramma monit kunt u de site van de makers van monit bezoeken op Het hulpprogramma voor systeembewaking kan het bestandsysteem van de server controleren op rootkits, backdoors, exploits, Trojaanse paarden en andere kwaadaardige software; dit kan ad hoc of op schema. Het kan u via op de hoogte stellen van de resultaten van de controle, of een verslag tonen via Parallels Small Business Panel. Voor elke controle wordt de kennisdatabank met beveiligingsinformatie bijgewerkt via internet. Om de server te controleren op de aanwezigheid van malware, maakt de systeembewaking gebruik van het hulpprogramma Rootkit Hunter. Voor meer informatie over Rootkit Hunter kunt u de site van de makers van Rootkit Hunter bezoeken op In deze sectie: Systeembewaking instellen en opstarten Status van systeemdiensten bekijken De status van harde schijven en gekoppelde opslagapparaten bekijken Statistieken over processor- en geheugengebruik bekijken Verslagen van de servercontrole bekijken... 74

64 64 De server instellen en beheren Systeembewaking instellen en opstarten Om te beginnen met de controle van uw systeem, moet u eerst de instellingen configureren die gelden voor alle diensten; daarna schakelt u de specifieke soorten diensten in die u nodig hebt. De gemeenschappelijke instellingen voor alle diensten configureren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen). Er zal een lijst worden weergegeven van door Parallels Panel beheerde diensten. 2. Klik op het tabblad Voorkeuren. 3. Stel de volgende instellingen in: Schermtaal. Selecteer de taal waarin de systeembewaking berichten en waarschuwingen moet weergeven. Standaard zal de taal worden geselecteerd die voor uw beheerderaccount in Parallels Small Business Panel is ingesteld. Pagina s automatisch vernieuwen. Zorg dat deze optie is geselecteerd als u wilt dat de informatie op het scherm automatisch wordt bijgewerkt. Alle diensten controleren die door de beheerder worden gestart. Laat deze optie geselecteerd als u alle diensten die u start wilt bewaken. Als u later een nieuwe systeemdienst installeert, dan zal de module deze automatisch bewaken. Zorg dat dit selectievakje niet is geselecteerd als u een aantal diensten gaat uitschakelen en u wilt niet dat deze automatisch weer worden ingeschakeld. U ontvangt in dat geval ook geen waarschuwingsberichten. Controle-interval. Geef in seconden de interval op tussen de achtereenvolgende statuscontroles. Statistieken over het gebruik van middelen opslaan. Laat deze optie geselecteerd als u wilt dat het systeem, voor de tijdsduur die u opgeeft, verslagen bewaart over het processor- en geheugengebruik. Beveiligingscontrole herhalen. Geef aan hoe vaak de server gecontroleerd moet worden op de aanwezigheid van kwaadaardige programma s. Verslagen verzenden. Geef aan hoe vaak het hulpprogramma voor controle u een verslag moet sturen over de belasting van processor en geheugen, de gecontroleerde diensten, het schijfruimtegebruik en de resultaten van de beveiligingscontroles. sturen aan. Geef het adres op waar waarschuwingen en verslagen naartoe moeten worden gestuurd. Standaard wordt hiervoor het adres van de beheerder van Parallels Small Business Panel gebruikt. versturen vanaf. adres namens welke de verslagen en waarschuwingen moeten worden verstuurd. Standaard is het gebruikte adres

65 De server instellen en beheren 65 SMTP-server voor het versturen van waarschuwingen. Geen lokale of externe SMTP-servers op die moeten worden gebruikt voor het versturen van waarschuwingsberichten. U kunt meerdere hostnamen of IP-adressen opgeven, gescheiden door komma s. Laat de ingang localhost staan als u de SMTP-dienst van uw server wilt gebruiken. Als op uw door Parallels Small Business Panel-beheerde systeem geen SMTP-dienst wordt uitgevoerd, geef dan een andere externe mailserver op. Anders zullen er geen waarschuwingen worden verstuurd. 4. Klik op Toepassen om de instellingen toe te passen. U hebt nu de algemene instellingen geconfigureerd en u kunt doorgaan met het aanpassen en uitvoeren van de gewenste diensten: het bewaken van systeemdiensten en het bewaken van de schijfruimte vereist eerst een meer gedetailleerde configuratie. Echter, een normale veiligheidsscan heeft geen verdere instelling nodig en zal daarom direct starten nadat u de algemene instellingen hebt geconfigureerd. De beveiligingscontrole wordt standaard gestart om 2.00 uur (lokale tijd) aan het begin van de opgegeven periode. In deze sectie: Systeemdiensten bewaken Schijfruimtegebruik bewaken Beveiligingscontrole starten... 71

66 66 De server instellen en beheren Systeemdiensten bewaken Aangeven welke diensten moeten worden bewaakt en de controle starten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen). Alle diensten die door Parallels Small Business Panel worden gecontroleerd vindt u op het tabblad Diensten. Een pictogram in de kolom S (status) geeft aan of een dienst momenteel wordt bewaakt. Ook kunt u hier de status uit aflezen die de dienst had tijdens het laatste controlemoment: - de dienst wordt momenteel niet bewaakt. - die dienst wordt bewaakt, maar het eerste controlemoment heeft nog niet plaatsgevonden. - de dienst wordt bewaakt en functioneert. - de dienst wordt bewaakt maar functioneert niet. - de dienst wordt niet langer bewaakt vanwege onstabiliteit. Een pictogram in de kolom B (Bewaking) geeft aan of u de bewaking van een dienst hebt ingeschakeld. Ook kunt u hier aflezen of de dienst op de server is geïnstalleerd en of deze correct is ingesteld: - de dienst is niet geïnstalleerd noch ingesteld. - u hebt geen bewaking ingesteld voor de dienst. - u hebt de bewaking van de dienst uitgeschakeld. 2. Geef op welke diensten moeten worden bewaakt en geef uw voorkeuren voor de bewaking op: a. Klik op de naam van een dienst. b. Selecteer het selectievakje De dienst bewaken om de bewaking van de dienst in te schakelen. c. Selecteer het selectievakje Statistieken van de dienst opslaan als u wilt dat het systeem de gegevens over door de dienst gebruikte processoren geheugencapaciteit bewaart en deze in grafische verslagen weergeeft (tabblad Instellingen > Systeembewaking > tabblad Statistieken). d. Selecteer de optie Bewaking van de dienst stoppen wanneer de dienst vaak opnieuw opstart, als u wilt dat het systeem de bewaking van de dienst stopt als deze een vastgesteld aantal maal is mislukt; geef de ratio van mislukking op. Andes zal het systeem u steeds lastig vallen met waarschuwingen wanneer het probeert een dienst die niet meer reageert opnieuw op te starten. De standaardwaarde van vijf mislukte pogingen zou voldoende moeten zijn.

67 De server instellen en beheren 67 e. Geef de tijdsduur op die het systeem moet wachten voor een reactie van de gecontroleerde dienst in het veld Timeout van verbinding. Het hulpprogramma voor systeembewaking controleert de dienst en wacht vervolgens op een antwoord gedurende de opgegeven periode. Als het geen antwoord ontvangt, zal de dienst opnieuw worden opgestart. Als u een groot aantal websites en accounts op uw machine host, dan is het aan te raden om de Timeout van verbinding van de Qmail-mailserver in te stellen op 120 seconden en voor de Apache-webserver op 15 seconden. Anders zal het hulpprogramma voor systeembewaking een bezette dienst als vastgelopen beschouwen en deze opnieuw opstarten. f. Loop de opdrachten na die Watchdog gebruikt om de dienst op te starten en af te sluiten. Normaal gesproken kunt u de vooraf ingevulde waarden beter niet wijzigen. U kunt eigen scripts schrijven die, bijvoorbeeld, de logbestanden opschonen of SMS-berichten naar uw mobiele telefoon versturen voordat u de dienst daadwerkelijk opstart. Geef daartoe opdrachten voor het uitvoeren van uw scripts op in het invoerveld Voer de volgende opdracht uit om de dienst op te starten. g. Als u gebruik maakt van de standaard opdrachten voor het uitvoeren van de diensten, laat dan de vooraf ingestelde waarde van 60 seconden staan in het veld Opstarttijd van dienst. Wanneer u eigen scripts gebruikt en de uitvoering daarvan heeft meer dan 60 seconden nodig, geef dan de juiste tijd op in het veld Opstarttijd van dienst. Als een script wordt uitgevoerd maar deze is niet binnen de opgegeven periode gereed, dan zal Watchdog de uitvoering van dat script beëindigen. h. Klik op OK om de instellingen toe te passen. i. Herhaal deze procedure om de bewaking in te stellen voor alle diensten waarvoor u dat nodig acht. Als u tevreden bent met de standaardinstellingen voor bewaking die voor elke dienst zijn ingesteld, dan kunt u Watchdog instellen om de juiste diensten te bewaken door simpelweg te klikken op het betreffende pictogram in de lijst met diensten. 3. Hebt u eenmaal alle diensten opgegeven die moeten worden bewaakt, klik dan op het pictogram Inschakelen in de groep Hulpprogramma s. De diensten zullen nu worden bewaakt volgens de door u opgegeven instellingen. Als u besluit de standaardinstellingen te gebruiken, dan zullen de volgende acties worden ondernomen: Alle diensten zullen automatisch opnieuw worden opgestart wanneer ze vastlopen. Het systeem zal de bewaking staken als de controle van een dienst vijf keer achter elkaar mislukt. Er zullen bij elke gebeurtenis waarschuwingen worden verstuurd naar het adres dat is opgegeven voor het beheerderaccount van Parallels Small Business Panel.

68 68 De server instellen en beheren De bewaking van een specifieke dienst staken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op het pictogram voor de dienst waarvan u de bewaking wilt staken. De bewaking van alle diensten staken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op het pictogram Uitschakelen in de groep Hulpprogramma s. Belangrijk: het uitvoeren van deze actie is van invloed op alle bewakingsdiensten. Dat betekent dat er niet alleen geen systeemdiensten, maar ook geen schijfpartities meer worden bewaakt.

69 De server instellen en beheren 69 Schijfruimtegebruik bewaken Instellen en starten van de bewaking van het schijfruimtegebruik: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Stations. Alle verbonden (gekoppelde) apparaten zullen worden weergegeven. Een pictogram in de kolom S (status) geeft aan of een partitie van de harde schijf of van een opslagapparaat momenteel wordt bewaakt door het systeem. Ook kunt u hier het huidige schijfruimtegebruik van aflezen: - de schijf of partitie wordt momenteel niet bewaakt. - de bewaking is gestart, maar de schijf of partitie is nog niet gecontroleerd. - de schijf of partitie wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat het schijfruimtegebruik nog niet de door u opgegeven grenswaarde heeft bereikt. - de schijf of partitie wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat het schijfruimtegebruik de grenswaarde heeft bereikt die u hebt ingesteld en dat er binnenkort geen vrije ruimte meer zal zijn op deze schijf of partitie. Een pictogram in de kolom B (bewaking) geeft aan of u het systeem hebt ingesteld om het schijfruimtegebruik op een opslagapparaat of op partitie van de harde schijf te bewaken: - u hebt de bewaking van de schijf of partitie niet ingeschakeld. - u hebt de bewaking van de schijf of partitie ingeschakeld. De kolommen Apparaat en Koppelingspunt tonen informatie over het opslagapparaat en het koppelingspunt van de partitie. De kolom Koppelingspunt toon een verbindingsstreepje (-) als een partitie niet langer met het bestandssysteem is verbonden. Als de partitie opnieuw aan het systeem wordt gekoppeld, dan zal deze opnieuw worden bewaakt. De kolom Grenswaarde van schijfruimtegebruik toont de hoeveelheid schijfruimte die kan worden gebruikt voordat uw aandacht wordt gevraagd. U kunt de hoeveelheid schijfruimte ofwel opgegeven als percentage van de totale hoeveelheid, of in de volgende meeteenheden: gigabyte, megabyte of kilobyte. Als de opgegeven grenswaarde wordt bereikt, dan zal het systeem u op de hoogte stellen en de door u opgegeven opdracht uitvoeren. Een verbindingsstreepje (-) in deze kolom geeft aan dat de partitie of het apparaat niet wordt bewaakt. De kolom Grenswaarde voor aantal bestanden geeft het aantal bestanden of mappen weer dat binnen het bestandsysteem kan worden opgeslagen zonder dat uw aandacht wordt gevraagd. Het aantal bestanden of mappen wordt niet alleen beperkt door de schijfruimte, maar ook door de capaciteit van het bestandsysteem. U kunt ofwel het exacte aantal bestanden en mappen opgeven (als u dit weet), of een percentage van de totale hoeveelheid. Het systeem zal u op de hoogte stellen als de opgegeven grenswaarde wordt bereikt. Een verbindingsstreepje (-) in deze kolom geeft aan dat de partitie of het apparaat niet wordt bewaakt. De kolom Opdracht geeft aan welke opdracht het systeem zal uitvoeren als de grenswaarde van het schijfruimtegebruik wordt bereikt. 2. Geef op welke partities van de harde schijf moeten worden bewaakt en geef uw voorkeuren voor de bewaking op:

70 70 De server instellen en beheren a. Klik op een partitie of op de naam van een apparaat. b. Geef de hoeveelheid schijfruimte op die kan worden gebruikt zonder dat uw aandacht zal worden gevraagd. Wanneer deze grenswaarde wordt bereikt, zal het systeem u een melding sturen en de opdracht uitvoeren die u hebt opgegeven. Het is meestal aan te raden de waarde van 80% geselecteerd te laten. c. Geef het aantal bestanden en mappen op dat op de server kan worden aangemaakt zonder dat uw aandacht zal worden gevraagd. Als deze grenswaarde is bereikt zal het systeem u een waarschuwing sturen. Het is meestal aan te raden de waarde van 80% geselecteerd te laten. U kunt het exacte aantal bestanden opgeven als u de totale capaciteit van uw bestandssysteem kent. Om hier achter te komen, meldt u zich bij de server aan als gebruiker root en geeft u vanuit de shell de opdracht dumpe2fs <naam van apparaat>. d. Geef de opdracht op die het systeem zal uitvoeren als de opgegeven grenswaarde voor de hoeveelheid schijfruimte wordt bereikt. Dit kan een opdracht zijn om een hulpprogramma voor het vrijmaken van schijfruimte uit te voeren, zoals tmpwatch op RedHat Linux-systemen. e. Klik OK. f. Herhaal de procedure om de bewaking in te stellen voor gewenste alle partities. 3. Hebt u eenmaal alle partities opgegeven die moeten worden bewaakt, klik dan op het pictogram Inschakelen in de groep Hulpprogramma s. De bewaking van een specifieke partitie staken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Stations. 2. Klik op het pictogram voor de partitie waarvan u de bewaking wilt staken. De bewaking van alle partities staken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Stations. 2. Klik op het pictogram Uitschakelen in de groep Hulpprogramma s. Belangrijk: het uitvoeren van deze actie is van invloed op alle bewakingsdiensten. Dat betekent dat er niet alleen geen schijfpartities, maar ook geen systeemdiensten meer worden bewaakt.

71 De server instellen en beheren 71 Beveiligingscontrole starten Een reguliere controle van de beveiliging van uw systeem instellen en starten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Voorkeuren. 2. Geef aan hoe vaak het systeem de server moet controleren op kwaadaardige code in het menu Herhaal beveiligingscontrole. 3. Klik op Toepassen. De beveiligingscontrole zal direct van start gaan en zal worden herhaald volgens de instellingen die u hebt ingesteld. De beveiligingscontrole wordt standaard gestart op 2.00 uur lokale tijd. Een ad hoc controle uitvoeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Beveiliging. 2. Klik op het pictogram Start in de groep Hulpprogramma s. Het hulpprogramma zal de kennisdatabank bijwerken en de controle beginnen. Als de controle voltooid is, zal er op het scherm een gedetailleerd verslag worden getoond. De reguliere beveiligingscontrole uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Voorkeuren. 2. Selecteer de waarde uitgeschakeld in het menu Beveiligingscontrole herhalen. 3. Klik op Toepassen.

72 72 De server instellen en beheren Status van systeemdiensten bekijken De status van de systeemdiensten bekijken: Ga naar het tabblad Instellingen > Beheer van diensten (in de groep Geavanceerde instellingen). Er zal een lijst met systeemdiensten worden getoond. Vanaf deze pagina kunt u diensten beheren en hun status bekijken. of Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen). Er zal een lijst met systeemdiensten worden getoond. Vanaf deze pagina kunt u de status van de diensten bekijken en de voorkeuren voor de controle beheren. De volgende informatie wordt weergegeven: Een pictogram in de kolom S (status) geeft aan of een dienst momenteel wordt bewaakt. Ook kunt u hier de status uit aflezen die de dienst had tijdens het laatste controlemoment: - de dienst wordt momenteel niet bewaakt. - die dienst wordt bewaakt, maar het eerste controlemoment heeft nog niet plaatsgevonden. - de dienst wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat de dienst functioneert. - de dienst wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat de dienst niet functioneert. - de dienst wordt niet langer bewaakt vanwege onstabiliteit. Een pictogram in de kolom B (Bewaking) geeft aan of u het systeem hebt ingesteld om een dienst te bewaken. Ook kunt u hier aflezen of de dienst op de server is geïnstalleerd en of deze correct is ingesteld: - de dienst is niet geïnstalleerd noch ingesteld. - u hebt geen bewaking voor de dienst ingesteld. - u hebt de bewaking van de dienst uitgeschakeld.

73 De server instellen en beheren 73 De status van harde schijven en gekoppelde opslagapparaten bekijken De status bekijken van harde schijven en andere gekoppelde opslagapparaten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Stations. 2. Bekijk alle gekoppelde apparaten. Opmerking: Het is mogelijk dat het hulpprogramma voor de bewaking niet alle gekoppelde apparaten juist herkent. Een pictogram in de kolom S (status) geeft aan of een partitie van de harde schijf of van een opslagapparaat momenteel wordt bewaakt. Ook kunt u hier het huidige schijfruimtegebruik van aflezen: - de schijf of partitie wordt momenteel niet bewaakt. - de bewaking is gestart, maar de schijf of partitie is nog niet gecontroleerd. - de schijf of partitie wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat het schijfruimtegebruik nog niet de door u opgegeven grenswaarde heeft bereikt. - de schijf of partitie wordt bewaakt en het systeem geeft aan dat het schijfruimtegebruik de grenswaarde heeft bereikt die u hebt ingesteld en dat er binnenkort geen vrije ruimte meer zal zijn op deze schijf of partitie. Een pictogram in de kolom B (bewaking) geeft aan of u het systeem hebt ingesteld om het schijfruimtegebruik op een opslagapparaat of op partitie van de harde schijf te bewaken: - u hebt de bewaking van de schijf of partitie niet ingeschakeld. - u hebt de bewaking van de schijf of partitie ingeschakeld. De kolommen Apparaat en Koppelingspunt tonen informatie over het opslagapparaat en het koppelingspunt van de partitie. De kolom Koppelingspunt toont een verbindingsstreepje (-) als een partitie niet langer aan het bestandsysteem is gekoppeld: als de partitie opnieuw met het systeem wordt verbonden, dan zal het hulpprogramma voor bewaking de bewaking hervatten. De kolom Grenswaarde van schijfruimtegebruik toont de hoeveelheid schijfruimte die kan worden gebruikt voordat uw aandacht wordt gevraagd. U kunt de grenswaarde opgeven als percentage van de totale hoeveelheid schijfruimte, of in een van de volgende eenheden: gigabyte, megabyte of kilobyte. Als de opgegeven grenswaarde wordt bereikt, dan zal het systeem u op de hoogte stellen en de door u opgegeven opdracht uitvoeren. Een verbindingsstreepje (-) in deze kolom geeft aan dat de partitie of het apparaat niet wordt bewaakt.

74 74 De server instellen en beheren De kolom Grenswaarde voor aantal bestanden geeft het aantal bestanden of mappen weer dat binnen het bestandsysteem kan worden opgeslagen zonder dat uw aandacht wordt gevraagd. Het aantal bestanden of mappen wordt niet alleen beperkt door de schijfruimte, maar ook door de capaciteit van het bestandsysteem. U kunt ofwel het exacte aantal bestanden en mappen opgeven (als u dit weet), of een percentage van de totale hoeveelheid. Het systeem zal u op de hoogte stellen als de opgegeven grenswaarde wordt bereikt. Een verbindingsstreepje (-) in deze kolom geeft aan dat de partitie of het apparaat niet wordt bewaakt. De kolom Opdracht geeft aan welke opdracht zal worden uitgevoerd wanneer de grenswaarde van het schijfruimtegebruik wordt bereikt. Statistieken over processor- en geheugengebruik bekijken Statistieken over de door systeemdiensten gebruikte processor- en geheugencapaciteit bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Statistieken. 2. In de groep Voorkeuren voor presentatie van statistieken selecteert u het tijdvak en de systeemdiensten waarover u de statistieken wilt bekijken. 3. Klik op Toepassen. Op het scherm zullen diagrammen worden weergegeven over het gebruik van de processor- en geheugencapaciteit. Het diagram over het processorgebruik geeft de totale belasting weer voor alle processors waarover uw server beschikt. Verslagen van de servercontrole bekijken Verslagen over de laatste controle van de server bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Systeembewaking (in de groep Geavanceerde instellingen) > het tabblad Beveiliging. 2. Bekijk het gedetailleerde verslag dat op het scherm zal worden getoond. Wanneer u een nieuwe controle wilt uitvoeren, klikt u op het pictogram Start in de groep Hulpprogramma s.

75 De server instellen en beheren 75 Windows-gebruikers toegang geven tot de bestanden en printers op uw Linux-server Om gebruikers van Microsoft Windows-gebaseerde computers in uw organisatie toegang te geven tot bestanden en printers die worden gedeeld vanaf een Linux-gebaseerde server, met behulp van het Samba-protocol voor bestandsdeling, kunt u gebruik maken van de uitbreiding File Server voor Parallels Small Business Panel. Deze wordt meegeleverd met Parallels Small Business Panel voor Linux. Als u deze uitbreiding hebt geïnstalleerd, verschijnt er een nieuw pictogram in uw Parallels Small Business Panel: tabblad Instellingen > Bestandsserver (in de groep Geavanceerde instellingen). In deze sectie: Een bestandsserver instellen Gedeelde mappen beheren Gebruikers beheren Netwerkkaarten voor broadcast beheren De toegang tot de bestandsserver beperken vanaf andere computers of netwerken... 82

76 76 De server instellen en beheren Een bestandsserver instellen De instellingen van de bestandsserver configureren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Status > Voorkeuren. Op de pagina die wordt geopend ziet u de voorkeuren voor uw bestandsserver. 2. Om de werkgroep te wijzigen waartoe uw server binnen het Microsoft-netwerk behoort, klikt u in het veld Werkgroep en geeft u de naam van een werkgroep op. Als dat nodig is kunt u de omschrijving in het veld Omschrijving wijzigen. Dit gaat om een optionele omschrijving van uw bestandsserver. 3. U kunt ook de volgende beveiligingsparameters voor uw Samba-server instellen: Verificatiemodus. Selecteer een beveiligingsmodus uit van de volgende opties: Gedeelde map - in deze beveiligingsmodus moet de gebruiker voor elke gedeelde map opnieuw worden geverifieerd. De gebruiker stuurt een wachtwoord mee bij elke verbinding met een gedeelde map. Wachtwoorden horen bij een specifieke gedeelde map, onafhankelijk van de gebruiker. Gebruiker - deze beveiligingsmodus is gebaseerd op controle van de gebruikersnaam en het wachtwoord. De server kan de combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord accepteren of verwerpen. In dit stadium weet de server nog niet met welke gedeelde map de cliënt uiteindelijk verbinding wil leggen en daarom baseert de server zich hierbij alleen op de gebruikersnaam, het wachtwoord en de naam van de machine van de cliënt. Server - in deze beveiligingsmodus ontvangt de Samba-server een gebruikersnaam en wachtwoord van de cliënt. Vervolgens stuurt de Samba-server een aanvraag voor het opstarten van een sessie naar de machine die is aangewezen als wachtwoordserver. Als de wachtwoordserver is ingesteld voor beveiliging op gebruikersniveau en het wachtwoord wordt geaccepteerd, dan accepteert Samba de verbinding met de cliënt. De cliënt verzendt alle wachtwoorden in versleutelde vorm. Deze beveiligingsmodus vereist het gebruik van een wachtwoordserver (zie Verificatieserver). Domein - in deze beveiligingsmodus beschikt de Samba-server over een trustaccount voor domeinbeveiliging (een machineaccount), wat vereist dat alle verzoeken tot verificatie langs de domeincontrollers moeten lopen. Domeinbeveiliging is, in andere woorden, in de basis hetzelfde concept als serverbeveiliging, met het verschil dat de Samba-server tot een Windows NT-domein behoort. Dit betekent dat de Samba-server gebruik kan maken van bijvoorbeeld domeinvertrouwensrelaties. ADS - in deze mode wordt de verificatieprocedure verzorgd door een Active Directory-domein. Samba kan in deze beveiligingsmodus Kerberos-tickets accepteren. Verificatieserver. Als u de beveiligingsmodus instelt op server, domein of ADS, dan moet u de wachtwoordserver (of verificatieserver) opgeven. Voor de gebruikermodus en voor de modus gedeelde map is een wachtwoordserver niet vereist.

77 De server instellen en beheren 77 Geef in dit veld de NetBIOS-naam op van uw door Parallels Small Business Panel-beheerde server die wordt gebruikt als een wachtwoordserver. De Samba-server zal hierop de ingevoerde wachtwoorden controleren. U kunt meerdere NetBIOS-namen opgeven, gescheiden met een spatie. Dit geeft Samba de mogelijkheid te proberen een sessie op te starten op elke machine in de lijst, totdat er contact met een server is gelegd. Dit betekent dat er alleen contact wordt gelegd met de volgende machine in de lijst, als de machine daarvoor niet beschikbaar is. U moet alleen de NetBIOS-naam van de wachtwoordserver gebruiken (niet het IP-adres) en Samba moet in staat zijn de naam tot een IP-adres te herleiden om een poging te kunnen doen verbinding te maken. Als u een lokaal account wilt aanmaken voor alle gebruikers met toegang tot de Samba-server en om het veld wachtwoord uit te schakelen, stelt u dit veld op het asterisk-karakter (*). Wachtwoord versleutelen. Selecteer Ja als u de wachtwoorden die worden gebruikt voor de verificatie van gebruikers in versleutelde vorm wilt opslaan, of Nee als versleuteling van wachtwoorden niet nodig is. Gastaccount. Selecteer in dit uitrolmenu de systeemgebruiker waarvan de rechten zullen worden toegewezen aan gebruikers die zich met een gastaccount hebben aangemeld. Als u op uw server niet over een gastaccount beschikt, selecteer dan de optie geen gastaccount. Als u een gastaccount nodig hebt voor anonieme gebruikers, dan is het aan te raden de optie niemand te selecteren. Voor details over het instellen van de beveiligingsopties van Samba kunt u de relevante documentatie van Samba raadplegen. De bestandsserver inschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Status. 2. Klik op de knop Inschakelen. De huidige status van uw bestandsserver bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Status. 2. In de sectie Huidige statistieken kunt u zien of uw bestandsserver is opgestart of afgesloten. De statistieken met betrekking tot de huidige verbindingen naar gedeelde mappen vindt u in de tabel met de volgende kolommen: Gedeelde map, naam van de gedeelde bron. Host, naam van de externe host die momenteel met de gedeelde map is verbonden. Gebruiker, naam van de gebruiker die momenteel met de gedeelde map is verbonden. 3. Om de informatie op de pagina de vernieuwen klikt u op de knop Vernieuwen. De bestandsserver uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Status. 2. Klik op de knop Uitschakelen.

78 78 De server instellen en beheren Gedeelde mappen beheren De lijst met bestaande gedeelde bronnen bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gedeelde mappen. 2. Hier vindt u de volgende informatie over elke gedeelde map: Naam, geeft de naam van de gedeelde bron aan. Daadwerkelijk zoekpad, geeft het zoekpad naar de gedeelde bron aan. Omschrijving, bevat de omschrijving zoals opgegeven bij het aanmaken van de gedeelde map. W, hier wordt aangegeven of gebruikers nieuwe bestanden in deze map kunnen toevoegen (W staat voor Write). Het pictogram betekent dat voor deze map schrijfrechten aanwezig zijn. Het pictogram betekent dat dit een alleen-lezen map is. Een nieuwe gedeelde bron toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gedeelde mappen > Nieuwe gedeelde map toevoegen. 2. In de groep Voorkeuren geeft u de naam van de gedeelde map op, het volledige zoekpad en een omschrijving. Als u schrijfrechten voor de map wilt toekennen aan netwerkgebruikers, selecteer dan het selectievakje Niet beveiligd tegen schrijven. 3. Gebruikers selecteren die toegang tot de gedeelde map moeten krijgen: Selecteer de optie Elke gebruiker als u toegang tot de gedeelde map wilt toekennen aan alle netwerkgebruikers. Selecteer de optie Alleen selectie als u de toegang tot de gedeelde map alleen wilt toekennen aan de gebruikers die u opgeeft. Selecteer de gebruikers die toegang tot deze map moeten krijgen uit de lijst Beschikbare gebruikers door de knoppen Toevoegen en Verwijderen te gebruiken. Als sommige gebruikers toegangsrechten tot de map hebben gekregen, dan moeten zij hun gebruikersnaam en wachtwoord opgeven voordat zij toegang tot de map krijgen. Opmerking: Als u andere gebruikers wilt toevoegen aan de lijst Beschikbare gebruikers dan kunt u dit doen met de knop Nieuwe gebruiker toevoegen op het tabblad Gebruikers. Zie Gebruikers beheren (op pagina 79) voor meer informatie over het toevoegen van nieuwe gebruikers. 4. Klik OK. De eigenschappen van een gedeelde map bewerken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gedeelde mappen. 2. Klik op de naam van de gedeelde map die u wilt bewerken.

79 De server instellen en beheren Breng uw wijzigingen aan. 4. Klik OK. Een gedeelde bron verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba estandsserver > Gedeelde mappen. 2. Selecteer het selectievakje voor de gedeelde bron die u wilt verwijderen. 3. Klik Verwijderen. 4. Bevestig de verwijdering en klik OK. De bron zal niet langer worden gedeeld. De bestanden in de map zullen daarbij niet worden verwijderd. Gebruikers beheren Bekijken welke gebruikers toegang hebben tot de gedeelde mappen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gebruikers. 2. U kunt de gebruikers bekijken in een tabel met de volgende kolommen: Naam, geeft de gebruikersnaam van de gebruiker aan. Systeemgebruiker, toont het systeemgebruikersaccount waar deze gebruiker van de bestandsserver toe behoort. Een nieuwe gebruiker toevoegen aan de lijst met geautoriseerde gebruikers: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gebruikers > Nieuwe gebruiker toevoegen. 2. Stel de volgende instellingen in: Systeemgebruiker - selecteer in het uitrolmenu de systeemgebruiker waartoe de nieuwe gebruiker moet behoren. Naam - gebruikersnaam die moet worden gebruikt voor de toegang tot een gedeelde map. Wachtwoord - wachtwoord dat moet worden gebruikt voor de toegang tot een gedeelde map.. Wachtwoordbevestiging - bevestig het wachtwoord. Al deze velden zijn verplicht. Opmerking: U kunt voor elke Unix-systeemgebruiker slechts één gebruiker van de bestandsserver toevoegen. De informatie en aanmeldgegevens van de gebruiker voor toegang tot de gedeelde bronnen bewerken:

80 80 De server instellen en beheren 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gebruikers. 2. Klik op de gebruikersnaam die u wilt bewerken. 3. Pas de instellingen aan als nodig. 4. Klik OK. Een gebruiker verwijderen uit de lijst met geautoriseerde gebruikers: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Gebruikers. 2. Selecteer het selectievakje voor de gebruikersnaam die u wilt verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK.

81 De server instellen en beheren 81 Netwerkkaarten voor broadcast beheren De broadcastmodus is standaard uitgeschakeld voor alle netwerkkaarten, met name vanwege beveiligingsoverwegingen. De broadcastmodus maakt het mogelijk om gegevenspakketten te versturen naar het broadcastadres. U kunt echter handmatig instellen dat uw bestandsserver geen broadcastpakketten mag versturen naar specifieke netwerkkaarten. De lijst met netwerkkaarten bekijken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Netwerkkaarten. 2. De informatie wordt weergegeven in een tabel met de volgende kolommen: S - een pictogram dat de status van de netwerkkaart aangeeft. Het pictogram geeft aan dat de broadcastmodus voor de netwerkkaart is ingeschakeld, het pictogram geeft aan dat de broadcastmodus is uitgeschakeld voor deze netwerkkaart en het pictogram betekent dat de broadcastmodus voor deze netwerkkaart was ingeschakeld, maar dat de netwerkkaart fysiek niet langer beschikbaar is (verwijderd of beschadigd). Naam netwerkkaart - de naam van de netwerkkaart, bijvoorbeeld eth0, eth1, enzovoorts. IP-adressen - alle IP-adressen en subnetadressen die op deze netwerkkaart actief zijn. De broadcastmodus voor een netwerkkaart inschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Netwerkkaarten. 2. Klik op het pictogram in de kolom Status of in de tabel met netwerkkaarten. De geselecteerde netwerkkaart zal worden ingesteld om broadcastmodus te gebruiken. De broadcastmodus voor een netwerkkaart uitschakelen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Netwerkkaarten. 2. Klik op de pictogrammen of in de kolom Status van de tabel. De broadcastmodus zal worden uitgeschakeld voor de geselecteerde netwerkkaart.

82 82 De server instellen en beheren De toegang tot de bestandsserver beperken vanaf andere computers of netwerken Als u de beveiliging van uw bestandsserver wilt verhogen, dan kunt u opgeven welke hosts of netwerken toegang hebben tot uw gedeelde bronnen. Verbindingen vanaf andere hosts zullen door uw bestandsserver worden geweigerd. Bekijken welke hosts en netwerken toegang hebben tot uw bestandsserver: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Toegang. 2. Bekijk de tabel. Als de lijst leeg is, dan hebben alle hosts toegang tot uw bestandsserver. Dit is de standaardoptie. Alleen toegang tot uw server toestaan vanaf een specifieke reeks van hosts: 1. Ga naar het tabblad Instellingen tab > Samba Bestandsserver > Toegang > Nieuwe host/nieuw netwerk toevoegen. 2. Geef het IP-adres op van de host die u toegang wilt geven (bijvoorbeeld ), of de reeks van hosts (bijvoorbeeld een netwerkadres/subnetmasker geschreven als / ). 3. Klik OK. Nu kunnen alleen de opgegeven hosts verbinding maken met de gedeelde bronnen op uw bestandsserver. Alle verbindingen vanaf andere hosts zullen door de bestandsserver worden geweigerd. De lijst met hosts die toegang tot uw server hebben beperken: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Toegang. 2. Klik op het adres van de host in de lijst met toegestane hosts. 3. Bewerk het IP-adres van de host of het subnetmasker (voor meerdere hosts) in het veld Netwerk- of hostadres. 4. Klik OK. Een adres uit de lijst verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Samba Bestandsserver > Toegang. 2. Selecteer het selectievakje voor het hostadres dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK.

83 De server instellen en beheren 83 Via een VPN verbinding maken met uw bedrijfsnetwerk (Linux-hosting) Een Virtueel Privaat Netwerk (Virtual Private Network, of VPN) is een populaire manier om via internet een beveiligde verbinding tot stand te brengen tussen twee geografisch van elkaar gescheiden kantoren, of tussen een thuiswerkende gebruiker en het bedrijfsnetwerk. Om een verbinding via VPN te kunnen leggen moet u de juiste software installeren op de server en op de computer van de gebruiker (in netwerkjargon de cliënt genoemd). Deze software wordt met Parallels Small Business Panel meegeleverd. Nadat u de uitbreiding VPN hebt geïnstalleerd, zal er een nieuw pictogram verschijnen in Parallels Panel: tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen). In deze sectie: Een VPN-verbinding tot stand brengen Sleutels beheren Cliëntpakketten gebruiken Een VPN-verbinding starten en stoppen... 87

84 84 De server instellen en beheren Een VPN-verbinding tot stand brengen Een VPN-verbinding tot stand brengen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen). Als u voor het eerst op deze pagina komt, dan wordt u gevraagd de instellingen van uw VPN-verbinding op te geven. 2. Op de pagina Voorkeuren die wordt geopend geeft u de volgende instellingen op: Extern adres, geef de hostnaam of het IP-adres op van de host waarmee u wilt communiceren. Laat dit veld leeg als u wilt dat de andere partij vanaf verschillende adressen verbinding met uw server kan maken, of als het externe IP-adres niet vooraf bekend is. Merk op dat uw server niet met meerdere externe hosts tegelijk kan communiceren. Externe UDP-poort, geef de poort op van de externe host waarnaar vanaf deze server UDP-pakketten zullen worden verzonden. De standaardpoort is Merk op dat, hoewel VPN voor versleuteld dataverkeer alleen UDP gebruikt, alle IP-protocollen, inclusief TCP, worden ondersteund binnen het virtuele private netwerk. U kunt dit veld leeg laten als u geen extern adres hebt opgegeven. Lokale UDP-poort, uw server zal luisteren naar inkomend VPN-dataverkeer op de lokale UDP-poort. De standaardpoort is U kunt dit veld leeg laten als u geen specifieke poort wilt toewijzen, maar in dat geval moet u het externe adres en de poortvelden hoger op de pagina invullen, zodat de lokale host de sessie kan initiëren. Adres van lokale gelijkwaardige computer en Adres van externe gelijkwaardige computer, twee hosts die via een VPN-kanaal zijn verbonden moeten beschikken over een paar virtuele netwerkkaarten waar het dataverkeer doorheen geleid kan worden. U moet hier twee IP-adressen aan toewijzen, een voor elke kant van het VPN-circuit. Deze IP-adressen moeten worden gekozen uit een private adresruimte. Het is belangrijk dat deze niet overlappen met een IP-adres binnen het lokale netwerk aan een van beide zijden van de tunnel. Deze twee adressen mogen alleen verschillen in de twee laatste significante bits. U kunt bijvoorbeeld.1 en.2 gebruiken voor het laatste octet. Merk op dat de standaardwaarden alleen als illustratie zijn bedoeld! Controleer altijd de werkelijke instellingen van uw netwerk, zodat u geen last krijgt met botsende IP-adressen. 3. Klik OK. 4. U kunt de VPN-dienst nu inschakelen door te klikken op de knop Inschakelen.

85 De server instellen en beheren 85 Sleutels beheren Om een VPN-verbinding in te stellen tussen uw door Parallels Small Business Panel-beheerde server en een externe host, moeten beide kanten beschikken over dezelfde cryptografische sleutel. Deze sleutel is vereist voor verificatie en versleuteling van uw dataverkeer en zorgt ervoor dat uw communicatie niet kan worden afgeluisterd of beïnvloed door een derde partij. Vergeet niet dat twee communicerende partijen dezelfde sleutel moet gebruiken en dat deze dus moet worden gedeeld wanneer u een nieuwe sleutel aanmaakt of uploadt. Tijdens de installatie van de uitbreiding wordt er automatisch een cryptografische sleutel gegenereerd en opgeslagen in een speciale map. U kunt de oorspronkelijke sleutel echter vervangen door de nieuwe. Een nieuwe VPN-sleutel genereren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op Sleutel genereren. De nieuwe sleutel zal automatisch de bestaande vervangen. Opmerking: Nadat de nieuwe sleutel is gegenereerd is uw oude sleutel niet meer geldig. Om te kunnen blijven communiceren, moet u de nieuwe sleutel delen met de andere communicerende partij. De gegenereerde sleutel opslaan op uw lokale machine: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen) > Sleutel downloaden. 2. Bewaar de sleutel op een opgegeven locatie op uw schijf. Vervolgens kunt u dit sleutelbestand naar een andere host verplaatsen via een externe gegevensdrager of op een andere beveiligde manier. Een cryptografische sleutel uploaden die u vanaf een andere machine hebt ontvangen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen) > Sleutel uploaden. 2. Geef de locatie van het sleutelbestand op en klik OK. Deze manier van het beheren van sleutels is vooral nuttig als u een VPN-verbinding tussen twee servers tot stand probeert te brengen die beide worden beheerd door Parallels Small Business Panel. Als de externe host niet beschikt over Parallels Small Business Panel, dan is het handiger om cliëntpakketten te gebruiken.

86 86 De server instellen en beheren Cliëntpakketten gebruiken Om het maken van verbinding te vereenvoudigen van uw door Parallels Small Business Panel-beheerde server met een host die niet beschikt over een Linux-gebaseerd Parallels Small Business Panel, beschikt u over vooraf ingestelde cliëntpakketten met configuratiebestanden en de cryptografische sleutel voor de andere partij. De inhoud van de archieven zijn specifiek toegesneden op de instellingen van de VPN-verbinding die u eerder hebt opgegeven. Als de externe computer gebruik maakt van het besturingssysteem Microsoft Windows, klik dan op Voor een Windows-cliënt om het cliëntpakket te downloaden en op uw lokale machine op te slaan. Het cliëntpakket is een ZIP-archief dat de volgende bestanden en mappen bevat: Install TAP device.bat - installeert het TAP-stuurprogramma op uw computer. Uninstall TAP device.bat - verwijdert het TAP-stuurprogramma van uw computer. Connect to VPN.bat - start een VPN-verbinding. Systeemmap - bevat de cryptografische sleutel en de instellingen van de VPN-verbinding. Om de TAP-stuurprogramma s te installeren of te verwijderen, moet u beschikken over Windows-beheerdersrechten. Om het TAP-stuurprogramma te installeren voert u het bestand install TAP device.bat uit. Als het stuurprogramma is geïnstalleerd, kunt u een VPN-verbinding maken naar een door Parallels Small Business Panel-beheerde server door het bestand connect to VPN.bat uit te voeren. De OpenVPN-software zelf maakt onderdeel uit van het cliëntpakket en vereist geen aparte installatie of verwijdering. Als de externe computer gebruik maakt van een Linux- of Unix-besturingssysteem, klik dan op Voor een Unix-cliënt om het cliëntpakket te downloaden en op uw lokale machine op te slaan. Het pakket bevat het bestand openvpn.conf met de instellingen van uw huidige VPN-verbinding en het bestand vpn-key, dat een cryptografische sleutel voor uw VPN-verbinding is. Als u dit pakket gebruikt, dan moet OpenVPN (versie 2.0) al op de cliëntmachine zijn geïnstalleerd. Om alles soepel te laten verlopen, kunt u er het beste voor zorgen dat u OpenVPN 2.0 beta 11 gebruikt, aangezien de VPN-uitbreiding met deze bètaversie is getest. Als de instellingen van de VPN-verbinding worden gewijzigd op de door Parallels Small Business Panel-beheerde server, of wanneer er een nieuwe sleutel wordt gegenereerd of geüpload naar de server, dan moeten de cliëntpakketten opnieuw worden gedownload omdat deze nog de oude sleutel en de oude instellingen van de VPN-verbinding bevatten.

87 De server instellen en beheren 87 Een VPN-verbinding starten en stoppen Een VPN-verbinding mogelijk maken vanuit Parallels Small Business Panel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik op Inschakelen. Een VPN-verbinding uitschakelen vanuit Parallels Small Business Panel: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Virtueel Privaat Netwerk (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Klik Uitschakelen. Wanneer u een VPN-verbinding op een Windows-cliënt wilt uitschakelen, sluit dan het dialoogvenster Verbinding maken met VPN dat verscheen toen u de verbinding tot stand bracht. Als de Windows-gebruiker zich afmeldt, dan zal ook de VPN-verbinding worden afgesloten. ASP.NET Installeren (Windows-hosting) ASP.NET is een flexibel set van hulpprogramma s en webontwikkeltechnologieën, dat u in staat stellen om een aantal toepassingen te gebruiken die zijn gebaseerd op het ASP.NET-framework. Parallels Small Business Panel ondersteunt versie 2.0.x van het.net Framework en stelt u in staat om de meeste instellingen te configureren. De meeste instellingen van ASP.NET die normaal gesproken moeten worden aangepast om ASP.NET-toepassingen op de gewenste manier te laten functioneren, kunnen vanuit Parallels Small Business Panel worden bewerkt. Opmerking: tenzij u zelf webtoepassingen in ASP.NET produceert, is het hoogst onwaarschijnlijk dat u de standaard ASP.NET-instellingen moet aanpassen die gelden voor de server als geheel. De ASP.NET-instellingen die gelden voor de server als geheel instellen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > ASP.NET-instellingen in de groep Geavanceerde instellingen. 2. Stel de regels in die de gegevens uit de database bepalen voor ASP.NET-toepassingen die databases gebruiken. Wanneer u voor de eerste keer de ASP.NET-configuratiepagina opent, worden voorbeeld verbindingswaarden getoond met algemene instructies. U kunt deze wissen om vervolgens uw eigen regels op te geven. Om een regel toe te voegen, geef de juiste gegevens op in de velden Naam en Verbindingswaarden en klik op ernaast.

88 88 De server instellen en beheren Om een regel te verwijderen, klik op ernaast. 3. Stel aangepaste foutmeldingen in die door ASP.NET-toepassingen worden teruggegeven, in het veld Aangepaste Foutmeldingen: Om de modus voor de aangepaste foutmeldingen in te stellen, kiest u de juiste optie uit het menu Aangepaste Foutmeldingsmodus: Aan - aangepaste foutmeldingen zijn ingeschakeld. Uit - aangepaste foutmeldingen zijn uitgeschakeld en gedetailleerde foutmeldingen zullen worden weergegeven. AlleenExtern - aangepaste foutmeldingen worden alleen weergegeven voor externe cliënten terwijl aan de lokale host ASP.NET-foutmeldingen worden getoond. Om een nieuwe aangepaste foutmelding in te stellen (die zal worden toegepast tenzij de Uit-modus is geselecteerd), geef u de waarden op in de velden Statuscode en URL Doorschakelen en klikt u op. Statuscode geeft aan welke HTTP-statuscode leidt tot doorschakeling naar de foutmeldingspagina. URL Doorschakelen wordt gebruikt om het webadres in te stellen van de foutmeldingspagina die de informatie over de fout aan de cliënt presenteert. Vanwege mogelijke conflicten kunt u geen nieuwe aangepaste foutmeldingspagina toevoegen met een foutcode die al bestaat; u kunt wel de URL voor de bestaande code opnieuw instellen. Om een aangepaste foutmeldingspagina uit de lijst te verwijderen, klik ernaast. 4. Geef de compilatie-instellingen op in het veld Compilatie en Foutopsporing: Om de programmeertaal te bepalen die gebruikt wordt als de standaardtaal voor dynamische compilatiebestanden, kies een ingang uit de lijst Standaardtaal voor pagina. Om de compilatie van retailbinaries mogelijk te maken, zorgt u dat het selectievakje Foutopsporing inschakelen leeg is. Om de compilatie van foutopsporingsbinaries mogelijk te maken, selecteert u het selectievakje Foutopsporing inschakelen. In dit geval zullen de fragmenten van de broncode die de fout bevatten worden getoond in een diagnostische mededeling op de pagina. Opmerking: het uitvoeren van toepassingen in foutopsporingsmodus legt een extra beslag op het geheugen en/of de prestaties van het systeem. Het wordt aanbevolen om foutopsporing te gebruiken tijdens het testen, maar om deze uit te schakelen alvorens een toepassing in gebruik te nemen in een productiescenario. 5. Karakterset instellen voor ASP.NET-toepassingen in de sectie Globaliseringsinstellingen: Om een bepaald karakterset aan te nemen voor alle inkomende aanvragen, geeft u de waarde van de karakterset op in het veld Karakterset van Aanvraag (standaard is UTF-8). Om een karakterset aan te nemen voor alle antwoorden, geef de waarde van de karakterset op in het veld Karakterset van antwoord (standaard utf-8).

89 De server instellen en beheren 89 Om een karakterset in te stellen die standaard gebruikt moet worden bij het parsen van.aspx-,.asmx- en.asax-bestanden, geef de waarde van de karakterset op in het veld Karakterset van bestand (standaard is Windows-1252). Om een regio in te stellen die standaard aangenomen moet worden bij het verwerken van inkomende aanvragen via het web, selecteert u het juiste onderdeel uit de lijst Regio. Om een regio in te stellen die als standaard aangenomen moet worden bij het verwerken van een regioafhankelijke resource, selecteert u het juiste onderdeel uit de lijst Schermregio. 6. Stel een vertrouwensniveau om de toegang tot de code voor ASP.NET-toepassingen te beveiligen. U kunt dit doen in het veld Codebeveiliging (CAS). CAS-vertrouwensniveau is een beveiligingszone die wordt toegewezen aan de uitvoering van toepassingen, waarbij wordt aangegeven tot welke middelen van de server deze toepassingen toegang hebben. Belangrijk: een assembly met een vertrouwensniveau dat te laag is, zal niet goed functioneren. Zie de website van het Microsoft Developer Netwerk voor meer informatie. 7. Stel sessieparameters in voor de cliënt in het veld Sessie-instellingen: Om de standaard verificatiemodus in te stellen voor toepassingen, selecteert u het juiste onderdeel uit de lijst Verificatiemodus. Windows verificatie moet worden geselecteerd wanneer enige vorm van IIS-verificatie wordt gebruikt. Om de tijd in te stellen die een sessie inactief mag zijn voordat deze wordt afgesloten, geef de juiste periode op in minuten in het veld Sessie Timeout. 8. Klik OK om alle wijzigingen toe te passen. De server opnieuw opstarten De server opnieuw opstarten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen en klik op Server opnieuw opstarten (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Bevestig dat u de server inderdaad opnieuw wilt opstarten.

90 90 De server instellen en beheren Updates en upgrades voor Parallels Panel Parallels Small Business Panel controleert elke nacht of er nieuwe updates zijn. Als er updates beschikbaar zijn, dan downloadt en installeert Parallels Small Business Panel deze automatisch. Dit is de standaardinstelling: op het tabblad Instellingen > Branding en systeem is het selectievakje Updates automatisch downloaden en installeren geselecteerd. Als er een nieuwe versie van Parallels Small Business Panel beschikbaar is, dan wordt de link Upgrade nu uitvoeren weergegeven bovenaan het tabblad Startpagina. Als u niet wilt dat Parallels Small Business Panel automatisch updates downloadt en installeert, ga dan naar het tabblad Instellingen > Branding en Systeem en zorg dat het selectievakje Updates automatisch downloaden en installeren niet is geselecteerd. Als er updates beschikbaar zijn, dan zal er voortaan een melding worden getoond bovenaan het tabblad Startpagina en de volgende links zullen worden weergegeven: Bekijk gedetailleerde informatie over de update. Klik hier als u informatie over de update wilt zien voordat u deze installeert. Nu bijwerken of Upgrade nu uitvoeren. De link Nu bijwerken wordt getoond als er updates voor uw versie van het product beschikbaar zijn. Als er een upgrade naar een nieuwe versie beschikbaar is, dan wordt de link Upgrade nu uitvoeren getoond. Klik op de link voor de handeling die u wilt uitvoeren. Als u ervoor kiest updates te installeren, dan zullen alle vereiste software-updates en pakketten worden geïnstalleerd. Bij het upgraden naar een nieuwe versie wordt u gevraagd de versie van product te selecteren en de componenten die u wilt installeren. Als er iets misgaat, dan zal Parallels Small Business Panel een link naar een logbestand tonen. in dit bestand is alle informatie opgeslagen die nodig is om de problemen op te lossen. Als u problemen ondervindt bij het bijwerken of upgraden van uw software, neem dan contact met de ondersteuning van Parallels en stuur hen dit logbestand toe. Later bijwerken. Klik op deze link als u op dit moment geen updates wilt installeren. De waarschuwingstekst en de links zullen niet langer worden getoond in Parallels Panel; de volgende keer dat er een nieuwe update beschikbaar is zullen ze weer verschijnen. U kunt deze links gebruiken, maar u kunt ook een update of upgrade van Parallels Small Business Panel uitvoeren door de volgende stappen te doorlopen: 1. Ga in Parallels Small Business Panel naar het tabblad Instellingen en klik op Updates. Er zal een nieuw venster of tabblad van de browser worden geopend. 2. Selecteer in dit venster het selectievakje voor de update (of de nieuwe versie van Parallels Panel) die u wilt installeren en klik op Doorgaan. 3. Als de update is geïnstalleerd, klik dan op OK.

91 De server instellen en beheren 91 Taken inroosteren Als u op gezette tijden scripts op uw server wilt uitvoeren, dan kunt u de faciliteit van het takenrooster op de server gebruiken om het systeem de scripts automatisch voor u te laten uitvoeren. In deze sectie: Taken inroosteren (Linux-hosting) Taken inroosteren (Windows-hosting)... 95

92 92 De server instellen en beheren Taken inroosteren (Linux-hosting) Als u op gezette tijden scripts op uw server wilt uitvoeren, dan kunt u de het takenrooster op de server gebruiken om het systeem de scripts automatisch voor u te uitvoeren. De volgende taken worden tijdens de installatie van Parallels Small Business Panel automatisch aangemaakt: autoreport.php bezorgt dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse verslagen over cliënten en domeinen (drie afzonderlijke taken) backupmng maakt elke 30 minuten een reservekopie van domeinen statistics genereert statistieken over de beperkingen van domeinen, zoals die van het dataverkeer, schijfruimtegebruik, enzovoorts mysqldump.sh - maakt een reservekopie van drie MySQL-databases: psadump, MySQL en de databases van Horde Aangezien al deze taken te maken hebben met domeinstatistieken, databases en verslagen, wordt het sterk aangeraden dat u deze taken niet wijzigt of verwijdert. Een taak inroosteren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount root, namens welke de taak zal worden uitgevoerd. 3. Klik Nieuwe taak toevoegen. 4. Laat het selectievakje Ingeschakeld geselecteerd. 5. Geef aan wanneer uw opdracht moet worden uitgevoerd: Minuut - geef een waarde op tussen 0 en 59 Uur - geef een waarde op tussen 0 en 23 Dag van de Maand - geef een waarde op tussen 1 en 31 Maand - geef een waarde op tussen 1 en 12, of selecteer de maand uit het uitrolmenu Dag van de week - geef een waarde op tussen 0 en 6 (0 voor zondag), of selecteer de dag van de week uit het menu. U kunt de tijd aangeven opgeven in de crontab-notatie van Unix. In deze notatie kunt u: verschillende waarden opgeven, gescheiden door komma s. Twee nummers die door een verbindingsstreepje worden gescheiden geven een inclusieve reeks aan. Om bijvoorbeeld een taak uit te voeren elke 4de, 5de, 6de en 20ste van een maand, voert u 4-6,20 in. geef een asterisk (*) op om alle mogelijke waarden die voor het veld zijn toegestaan op te geven. Om een taak bijvoorbeeld elke dag uit te voeren, geeft u * op in het veld Dag van de Maand.

93 De server instellen en beheren 93 Om de taak zo in te roosteren dat deze elke N-de periode wordt uitgevoerd, voert u de combinatie */N in, waarbij N staat voor de waarde van het betreffende veld (minuut, uur, dag, maand). Als u bijvoorbeeld */15 invoert in het veld Minuut, dan wordt de taak om de 15 minuten uitgevoerd. U kunt verkorte namen voor maanden en voor de dagen van de week invoeren. Deze bestaan uit de eerste drie letters van de naam in het Engels: Aug, Jul, Mon, Sat, enzovoorts. De verkorte namen kunnen echter niet worden gescheiden door komma s of worden gebruikt in combinatie met getallen. 6. Geef aan welke opdracht uitgevoerd moet worden. Dit kunt u opgeven in het invoerveld Opdracht. Als u bijvoorbeeld de taak voor het aanmaken van een reservekopie op een specifiek moment wilt uitvoeren en de reservekopie vervolgens naar uw wilt sturen, dan moet u de volgende opdracht geven in het invoerveld Opdracht: /usr/local/psa/admin/sbin/backupmng 7. Klik OK. De uitvoering van een ingeroosterde taak tijdelijk opschorten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount van het hoogste niveau, namens welke de taak wordt uitgevoerd. 3. Lokaliseer de taak die u wilt opschorten en klik op de naam van de opdracht 4. Zorg dat het selectievakje Ingeschakeld niet is geselecteerd en klik OK. De uitvoering van een ingeroosterde taak hervatten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount van het hoogste niveau, namens welke de taak wordt uitgevoerd. 3. Lokaliseer de taak waarvan u de uitvoering wilt hervatten en klik op de naam van de opdracht. 4. Selecteer het selectievakje Ingeschakeld en klik op OK. Een taak annuleren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount van het hoogste niveau, namens welke de taak wordt uitgevoerd. 3. Selecteer het selectievakje links van de taak die u wilt annuleren. 4. Klik Verwijderen.

94 94 De server instellen en beheren 5. Bevestig de verwijdering en klik OK.

95 De server instellen en beheren 95 Taken inroosteren (Windows-hosting) Als u op gezette tijden scripts op uw server wilt uitvoeren, dan kunt u de faciliteit van het takenrooster op de server gebruiken om het systeem de scripts automatisch voor u te laten uitvoeren. De volgende taken worden tijdens de installatie van Parallels Small Business Panel automatisch aangemaakt: Update van antivirusdatabase werkt de database van Parallels Premium Antivirus bij. Berekening van statistieken - genereert statistieken over het gebruik van middelen, zoals dataverkeer en schijfruimte. Aangezien al deze taken te maken hebben met site-statistieken, databases en verslagen, wordt het sterk aangeraden dat u deze taken niet wijzigt of verwijdert. Een taak inroosteren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount serverbeheerder, namens welke de taak zal worden uitgevoerd. 3. Klik Nieuwe taak toevoegen. 4. Laat het selectievakje Ingeschakeld geselecteerd als u wilt dat uw ingeroosterde taak actief is zodra deze is aangemaakt. 5. Geef uw taak een naam in het veld Omschrijving. 6. Geef bij Melding van takenrooster aan of het takenrooster u op de hoogte moet stellen wanneer deze taak wordt uitgevoerd. De volgende opties zijn beschikbaar: Uitgeschakeld - stelt u niet op de hoogte. Verzenden naar standaard adres - stuurt de melding naar uw standaard adres. Verstuur naar het adres dat ik opgeef - stuurt de melding naar het adres dat in het bijbehorende veld is opgegeven. Na het selecteren van deze optie moet u het juiste adres opgeven in het veld aan de rechterkant. Klik Instellen om de meldingsinstellingen van het takenrooster op te slaan. 7. Geef aan welke opdracht uitgevoerd moet worden. Geef het op in het veld Zoekpad naar uitvoerbaar bestand. Als u de opdracht met bepaalde opties wilt uitvoeren, geef deze dan op onder Argumenten. Als u bijvoorbeeld de taak voor het berekenen van statistieken wilt uitvoeren om schijfruimte te berekenen en meer details wilt zien voor de domeinen voorbeeld.nl en voorbeeld.com, dan moet u het volgende zoekpad opgegeven in het invoerveld Zoekpad naar uitvoerbaar bestand: C:\Program Bestanden\Parallels\Parallels Small Business Panel\admin\bin\statistics.exe

96 96 De server instellen en beheren met de volgende opties in het veld Argumenten: schijf-usage process-domeinen=voorbeeld.nl, voorbeeld.com verbose Als u uw eigen PHP-script wilt uitvoeren via het takenrooster, geef dan het volgende zoekpad op in het veld Zoekpad naar uitvoerbaar bestand: C:\Program Bestanden (x86)\parallels\parallels Small Business Panel\Additional\PleskPHP5\php.exe en geef de locatie van het script op in het veld Argumenten: C:\Inetpub\vhosts\mydomain.tld\httpdocs\myscript.php 8. Selecteer de juiste prioriteit in het veld Prioriteit taak. De prioriteit van een taak kan worden ingesteld op Laag, Normaal of Hoog. 9. Geef aan wanneer uw opdrachten moeten worden uitgevoerd in de velden Uren, Dagen van de maand, Maanden of Dagen van de week. 10. Klik OK om de taak in te roosteren of klik Nu Uitvoeren om de taak in te roosteren en onmiddellijk uit te voeren. De uitvoering van een ingeroosterde taak tijdelijk opschorten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount serverbeheerder. 3. Kies een taak die u wilt opschorten en klik op de naam van de opdracht. 4. Zorg dat het selectievakje Ingeschakeld niet is geselecteerd. 5. Klik OK. De uitvoering van de ingeroosterde taak hervatten: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount serverbeheerder. 3. Kies een taak waarvan u de uitvoering wilt hervatten en klik op de naam van de opdracht. 4. Selecteer het selectievakje Ingeschakeld. 5. Klik OK. Een taak annuleren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Ingeroosterde taken (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Selecteer het systeemgebruikeraccount serverbeheerder.

97 De server instellen en beheren Selecteer het selectievakje links van de taak die u wilt annuleren. 4. Klik Verwijderen. 5. Bevestig de verwijdering en klik OK.

98 98 De server instellen en beheren De mogelijkheden van Parallels Small Business Panel uitbreiden met uitbreidingsmodules U kunt de mogelijkheden van Parallels Small Business Panel uitbreiden zonder een upgrade uit te voeren. Dit kunt u doen door het installeren van additionele functionele componenten die beschikbaar zijn als uitbreidingsmodules en die zijn ontwikkeld door Parallels of door andere bedrijven. Het installeren en verwijderen van de modules is eenvoudig en ook kunnen ze eenvoudig worden ingesteld vanuit Parallels Small Business Panel. Een uitbreidingsmodule installeren: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Uitbreidingen (in de groep Geavanceerde instellingen) > Uitbreidingen beheren. 2. Klik op Module toevoegen. 3. Klik op Bladeren om het bestand met de juiste uitbreidingsmodule op te zoeken op uw lokale computer of netwerk, selecteer het bestand en klik op OK. Voordat u de uitbreidingsmodule kunt gebruiken, moet u deze eerst instellen. De stappen van de configuratie kunnen voor elke module anders zijn. Een uitbreidingsmodule instellen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Uitbreidingen (in de groep Geavanceerde instellingen) > Uitbreidingen beheren. 2. In de lijst met geïnstalleerde modules klik u op de naam van de module die als link wordt weergegeven. Sommige modules vereisen dat u een licentiesleutel installeert voordat u er gebruik van kunt maken. U kunt de gebruiksvoorwaarden bekijken op de website van de producent, of u kunt deze opzoeken in Parallels Panel (tabblad Instellingen > Uitbreidingen (in de groep Geavanceerde instellingen) > Uitbreidingen beheren). U vindt alle geïnstalleerde modules in de lijst, met een pictogram dat aangeeft of een licentiesleutel vereist is. Er zijn drie soorten pictogrammen die het volgende aangeven: - de module heeft geen licentiesleutel nodig. - de module heeft een licentiesleutel nodig en deze is geïnstalleerd. - de module heeft een licentiesleutel nodig, maar deze is nog niet geïnstalleerd

99 De server instellen en beheren 99 Als een module wordt geleverd door Parallels en deze heeft een extra licentiesleutel nodig, dan kunt u deze verkrijgen bij Parallels zoals omschreven in de sectie Een licentiesleutel verkrijgen en installeren (op pagina 19). In andere gevallen moet u de informatie over de installatie van licentiesleutels voor modules opvragen bij de maker van de module. Een uitbreidingsmodule verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > Uitbreidingen (in de groep Geavanceerde instellingen) > Uitbreidingen beheren. 2. Selecteer het selectievakje voor de module die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK.

100 H O O F D S T U K 6 Zorgen dat u op internet aanwezig bent In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe u een bedrijfswebsite kunt instellen die vanaf internet toegankelijk is, hoe u toepassingen kunt installeren en hoe u een site kunt beveiligen met behulp van een SSL-certificaat. In dit hoofdstuk: Een website opzetten Voorbeeld van een site Toepassingen installeren Databases instellen Uw website als e-commerceportal Alternatieve domeinnamen voor een site instellen Een site-structuur met subdomeinen opzetten Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Linux-hosting) Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Windows-hosting) DNS-instellingen voor domeinen wijzigen Foutmeldingen van de webserver aanpassen Websites opschorten en reactiveren Websites verwijderen

101 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 101 Een website opzetten Voordat u een website instelt in Parallels Small Business Panel, moet u beslissen welk internetadres (domeinnaam) u voor de site wilt gebruiken. Controleer of het domein nog beschikbaar is leg deze vast bij een bedrijf dat domeinnamen voor u kan registeren. Dit bedrijf is verantwoordelijk voor het publiceren van de gegevens van het nieuwe domein binnen het domeinnaamsysteem (Domain Name System, of DNS). Het domeinnaamsysteem is een gedistribueerde database die ten grondslag ligt aan het internet: het stelt internetgebruikers in staat om een website te bezoeken door een internetadres in de webbrowser op te geven dat makkelijk door mensen is te onthouden. Voor meer informatie over DNS, zie de sectie DNS-diensten instellen (op pagina 28). U kunt een domeinnaam voor een site registeren vanuit Parallels Small Business Panel, of u kunt dit doen via de domeinprovider van uw keuze. Opmerking: als u Parallels Small Business Panel heeft geïnstalleerd binnen het lokale netwerk van een bedrijf en u wilt een intranetportal opzetten (een lokale, interne website die alleen beschikbaar moet zijn voor gebruikers binnen uw netwerk), dan is het niet nodig om een domeinnaam vast te leggen. U kunt hiervoor simpelweg een domeinnaam gebruiken zoals intranet.local. Een website instellen: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Klik op Website aanmaken. 3. Geef de domeinnaam op die u eerder hebt vastgelegd bij een bedrijf dat domeinnamen registreert. Als u nog geen domeinnaam hebt geregistreerd, dan kunt hiervoor de link in Parallels Panel gebruiken. Klik op Domeinnaam registreren en volg de aanwijzingen op het scherm. Deze link verwijst standaard naar de webwinkel MyPlesk.com, maar wellicht heeft uw hostingprovider deze ingesteld om naar een andere site te verwijzen. Als uw site voor uw intranet is bedoeld, geef dan intranet.local op als domeinnaam. 4. Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op die worden gebruikt voor om via FTP toegang tot de webruimte te krijgen. 5. Klik OK. De site is ingesteld volgens de vooraf ingestelde standaard hosting-instellingen. Nu kunt u het volgende doen: Gebruik het geïntegreerde pakket Site Editor om een site aan te maken. Maak via FTP verbinding met de webruimte en upload de bestanden van uw site. Installeer een Content Management Systeem (CMS) en gebruik deze om uw site aan te maken.

102 102 Zorgen dat u op internet aanwezig bent De webhosting-instellingen van uw site nalopen en wijzigen In deze sectie: De webhosting-instellingen van uw site nalopen en wijzigen Uw website toegankelijk maken als Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een router met NAT Sites aanmaken met Site Editor Sites publiceren via FTP Sites publiceren via Parallels Small Business Panel bestandsbeheer...112

103 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 103 De webhosting-instellingen van uw site nalopen en wijzigen Als u de hosting-instellingen wilt nalopen of u wilt de hostingmogelijkheden en de scripttalen selecteren, die voor uw site beschikbaar moeten zijn: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de website en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Instellingen webhosting in de groep Geavanceerde handelingen, loop de hosting-instellingen van de geselecteerde website na en wijzig deze zo nodig. 4. SSL-ondersteuning. Versleuteling met Secure Sockets Layer (SSL) wordt doorgaans gebruikt voor het beschermen van gevoelige gegevens die worden overgedragen tijdens online transacties op e-commercewebsites die beschikken over een eigen (exclusief) IP-adres. SSL-certificaten die een rol spelen in het versleutelingsproces worden normaal gesproken toegepast op een enkele domeinnaam op een enkel IP-adres; daarom dient elke site die SSL-bescherming nodig heeft gehost te zijn op een exclusief IP-adres. Een uitzondering vormen subdomeinen; deze kunnen beschermd worden met een jokercertificaat. Het is technisch mogelijk om een SSL-certificaat te installeren op een webserver die op één IP-adres meerdere websites met verschillende domeinnamen host (gedeelde of naamgebaseerde hosting). Dit is echter niet aan te raden: de versleuteling zal worden verzorgd, maar bezoekers krijgen waarschuwingen op hun scherm te zien wanneer ze proberen verbinding te maken met de beveiligde site. Om SSL-versleuteling voor websites toe te staan, selecteert u het selectievakje SSL-ondersteuning. 5. Gebruik dezelfde map voor het opslaan van SSL en niet-ssl-gegevens (alleen beschikbaar voor Linux-hosting). Wanneer gebruikers hun site publiceren via hun FTP-account, dan moeten zij standaard de webbestanden die via een beveiligde verbinding toegankelijk moeten zijn uploaden naar de map httpsdocs en alle andere bestanden naar de map httpdocs. Als u het handig vindt om alle bestanden op te slaan op een enkele locatie de map httpdocs, dan selecteert u het selectievakje Gebruik van één enkele map voor het opslaan van SSL- en niet-ssl-bestanden.

104 104 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 6. FTP-gebruikersnaam en FTP-wachtwoord (Linux-hosting) of Gebruikersnaam voor FTP of Microsoft FrontPage en Wachtwoord voor FTP of Microsoft FrontPage (Windows-hosting). Geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op die zullen worden gebruik voor het publiceren van de site op de server door middel van FTP of Microsoft FrontPage. Geef het wachtwoord nogmaals op in het veld Bevestig Wachtwoord. 7. Harde beperking van schijfruimte. Geef, in megabytes, de hoeveelheid schijfruimte op die voor deze site aan webruimte moet worden toegewezen. Dit is de zogenaamde harde beperking van schijfruimte; als deze beperking is bereikt, is het niet mogelijk om nog langer bestanden naar de webruimte weg te schrijven. Als geprobeerd wordt bestanden weg te schrijven, krijgen gebruikers de foutmelding Out of schijfruimte (geen schijfruimte meer). Als u de mededeling Harde beperking van schijfruimte wordt niet ondersteund ziet staan, rechts van het veld Harde beperking van schijfruimte, maar u wilt wel gebruik maken van harde beperkingen, dan moet u deze mogelijk maken in het bestandsysteem van de server. 8. Toegang tot de shell van de via SSH (alleen beschikbaar voor Linux-hosting) of Toegang tot de server via Extern bureaublad (alleen beschikbaar voor Windows-hosting). Hiermee heeft de beheerder van de site de mogelijkheid om webbestanden naar de server te uploaden via een Secure Socket Shell verbinding of via Extern bureaublad. Het toestaan van toegang tot de server houdt ook een potentiële bedreiging in voor de beveiliging van de server. Daarom is het aan te raden deze optie in te stellen op Verboden. 9. Ondersteuning voor Microsoft FrontPage. Microsoft FrontPage is een populair programma voor het bouwen van websites. Om gebruikers in staat te stellen sites te publiceren en bij te werken via Microsoft FrontPage, selecteert u de opties Ondersteuning voor Microsoft FrontPage, Ondersteuning van FrontPage over SSL en Op afstand ontwikkelen met Microsoft FrontPage. 10. Diensten. Geef aan welke van de volgende programmeer- en scripttalen door de webserver moeten worden ondersteund: Active Server Pages (ASP), Server Side Includes (SSI), PHP hypertext preprocessor (PHP), Common Gateway Interface (CGI), Fast Common Gateway Interface (FastCGI), Perl en Python. PHP is standaard ingesteld om te werken zonder de safe mode. Als u meer wilt weten over de veilige modus van PHP, ga dan naar Opmerking: als u een toepassing uit de Toepassingscatalogus op een site installeert, dan wordt ondersteuning voor de vereiste script- en programmeertalen automatisch ingeschakeld.

105 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Webstatistieken. Om de beheerder van de site in staat te stellen informatie te bekijken over het aantal mensen dat de site heeft bezocht en welke pagina s zij precies hebben bekeken, selecteert u een statistische programma uit het menu Webstatistieken en, desgewenst, het selectievakje toegankelijk via met wachtwoord afgeschermde map /plesk-stat/webstat. Dit zal de statistische software van uw keuze inschakelen, die zal zorgen voor verslagen die worden opgeslagen in de met een wachtwoord afgeschermde map. De beheerder van de site heeft dan de mogelijkheid om webstatistieken te bekijken via de URL https://uw-domein.nl/plesk-stat/webstat, waarbij hij of zij zich moet aanmelden met de gebruikersnaam en het wachtwoord dat ook voor FTP wordt gebruikt. Opmerking: als u overschakelt van het ene statistiekprogramma naar het ander, dan worden alle verslagen van het eerder gebruikte programma gewist en nieuwe verslagen worden aangemaakt op basis van de logbestanden die op de server zijn Websites & Domeinen> domeinnaam > Logbeheer > Logopschoning) om de logbestanden slechts voor één maand te bewaren, dan de webstatistieken ook alleen voor de laatste maand beschikbaar zullen zijn. 12. Aangepaste foutmeldingsdocumenten. Als bezoekers van een site een pagina opvragen die de webserver niet kan vinden, dan genereert en toont deze een standaard HTML-pagina met een foutmelding. Als u uw eigen foutmeldingspagina s wilt maken en op de webserver wilt gebruiken, selecteer dan het selectievakje Aangepaste foutmeldingsdocumenten. 13. Extra rechten voor schrijven/bewerken (alleen beschikbaar voor Windows-hosting). Deze optie is vereist als webtoepassingen op de site gebruik zullen maken van een bestandsgebaseerde database (zoals Jet), die zich bevindt in de hoofdmap (root) van de mappen httpdocs of httpsdocs. Houd er rekening mee dat het selecteren van deze optie de beveiliging van uw website serieus zal aantasten. 14. Exclusieve groep gebruiken (alleen beschikbaar voor Windows-hosting). Alle toepassingen die op uw websites zijn geïnstalleerd worden uitgevoerd binnen de IIS groep van toepassingen. Standaard maken al uw websites gebruik van één gedeelde groep van toepassingen. Het is mogelijk om elke website een eigen exclusieve groep van toepassingen te geven. Exclusieve groepen van toepassingen kunnen in de volgende situaties van pas komen: U hebt op een van uw websites een toepassing die veel systeembronnen gebruikt en u wilt niet dat deze toepassing het functioneren van toepassingen op uw andere websites negatief beïnvloedt. U hebt op een van uw websites een onstabiele toepassing en u wilt niet dat deze toepassing het functioneren van toepassingen op uw andere websites in gevaar brengt. U voert op een van uw websites een bedrijfskritische toepassing uit en u wilt deze isoleren van de toepassingen die op uw andere websites worden uitgevoerd, om zo stabiele prestaties te garanderen. 15. Klik OK.

106 106 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Uw website toegankelijk maken als Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een router met NAT Als uw door Parallels Small Business Panel-beheerde server wordt uitgevoerd achter een router met NAT, dan moet u de router en Parallels Small Business Panel zelf zo instellen dat uw websites vanaf internet toegankelijk zijn. Als uw router juist is ingesteld en uw DNS-zone-sjabloon is aangepast zoals beschreven onder Parallels Small Business Panel instellen voor gebruik achter een router met NAT (op pagina 37), dan moet u de DNS-zones van uw websites nog aanpassen. Dit is de laatste stap om ze beschikbaar te maken. Uw websites toegankelijk vanaf internet maken als Parallels Small Business Panel wordt uitgevoerd achter een router met NAT: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > naam van de website > DNS. 2. Klik Terugkeren naar Standaardwaarden. 3. Selecteer het selectievakje Bevestig het herstel van de DNS-zone en klik OK. De instellingen van de zone zullen opnieuw worden aangemaakt en uw website zal binnen 48 uur toegankelijk zijn vanaf internet. Hoe lang het daadwerkelijk duurt, is afhankelijk van de snelheid waarmee de wijzigingen in het domeinnaamsysteem worden doorgevoerd. Herhaal het bovenstaande proces om al uw websites toegankelijk te maken.

107 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 107 Sites aanmaken met Site Editor Site Editor is een krachtig, flexibel en eenvoudig te gebruiken programma, waarmee u uw bedrijfswebsite vanuit het niets kunt opbouwen. U kunt uw online aanwezigheid snel en efficiënt realiseren met behulp van de gebruikersvriendelijke Site Editor-wizard. Site Editor wordt geleverd met veel verschillende site-sjablonen (aanvullende sjablonen zijn geïnstalleerd als apart component van Parallels Small Business Panel). Deze bieden u een scala aan visuele thema s en hulpprogramma s om uw website er mooi, functioneel en uniek uit te laten zien. Een website openen in Site Editor: 1. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel. 2. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 3. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de website en selecteer de website in het pop-upmenu dat wordt geopend. 4. Klik op Site Editor om Site Editor te openen in een nieuw tabblad of venster van de browser, afhankelijk van de browserinstellingen. Voor verdere aanwijzingen voor het aanmaken van uw website met behulp van Site Editor, zie Parallels Small Business Panel: Gebruikershandleiding Site Editor. Deze is beschikbaar door vanuit Site Editor te klikken op Help. Sites publiceren via FTP Als de bestanden die samen uw site vormen zijn gemaakt door een webdesigner, dan moet u deze via FTP naar de server uploaden. Daarvoor kunt u gebruik maken van een FTP-programma (FTP-client). FTP staat voor File Transfer Protocol, ofwel een protocol voor bestandsoverdracht. Het is een standaardmanier om bestanden via internet te versturen. U kunt een FTP-programma downloaden vanaf internet, of u kunt het FTP-programma gebruiken dat met uw besturingssysteem is meegeleverd. In Microsoft Windows kunt u het programma Windows Verkenner gebruiken voor het verzenden van bestanden. Als u verbinding maakt via een FTP-account, dan komt u terecht in de map van het bovenste niveau, die alle bestanden en mappen bevat die met uw site te maken hebben: bin, conf, pd, statistics, vault_scripts, web_users. Deze mappen worden beheerd door Parallels Small Business Panel. U moet daarom niet proberen om ze te verwijderen of om de inhoud ervan aan te passen.

108 108 Zorgen dat u op internet aanwezig bent anon_ftp. Deze map wordt gebruikt voor de dienst anonieme FTP, waarbij het voor iedereen is toegestaan om bestanden van de server te downloaden en naar de server te uploaden via FTP, zonder dat daarvoor een gebruikersnaam of wachtwoord is vereist. Anonieme FTP moet specifiek door een site worden ondersteund. De map bevat drie submappen: conf, incoming enpub. De map conf wordt door de FTP-dienst zelf gebruikt. Daarom mag u deze niet verwijderen en mag u er ook geen bestanden in plaatsen. De map incoming bevat alle bestanden die door gebruikers zijn geüpload en de map pub is waar u bestanden plaatst die u wilt delen met anderen. cgi-bin. Dit is de map waar u CGI-scripts voor uw site in plaatst, als u deze gebruikt. error_docs. In deze map worden de standaard foutmeldingspagina s van de webserver opgeslagen. U kunt de inhoud van deze map aanpassen zoals wordt omschreven in de sectie Foutmeldingen van de webserver aanpassen (op pagina 145). httpdocs, httpsdocs. U moet alle bestanden die onderdeel van uw website uitmaken plaatsen in de map httpdocs. Als er bestanden bij zijn die toegankelijk moeten zijn via het beveiligde SSL-protocol, dan kunt u deze plaatsen in de map httpsdocs. Als u bij de hosting-instellingen van de website (tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Instellingen webhosting (in de groep Geavanceerde handelingen)) hebt aangegeven dat u gebruik wilt maken van een enkele map voor het uploaden van zowel SSL- als niet-ssl-bestanden, dan moet u alle bestanden van uw site in de map httpdocs plaatsen. Opmerking: Het bestand index.html dat zich in de map httpdocs bevindt wordt door de webserver beschouwd als de startpagina van uw site. Deze pagina wordt standaard getoond aan de bezoekers van uw website. Zorg er dus voor dat, wanneer u een nieuwe website naar de server uploadt, u het standaardbestand index.html vervangt door uw eigen bestand met diezelfde naam. private. Dit is een speciale map waarin u alle mogelijke bestanden kunt plaatsen. Deze bestanden zijn niet bereikbaar vanaf het internet. subdomeinen. Als er voor een site subdomeinen zijn aangemaakt, dan bevat deze map de bestanden en subdomeinen die zijn gerelateerd aan deze subdomeinen en de inhoud die ze bevatten. Bestanden naar de server kopiëren met behulp van de Windows Verkenner: 1. Open de Windows Verkenner: klik met rechts op de knop Start en selecteer het menu-item Verkennen. 2. In de adresbalk van Windows Verkenner geeft u ftp://uw-domein.nl op, waarbij uw-domein.nl moet worden vervangen door het internetadres van uw site. 3. In het dialoogvenster Aanmelden als dat wordt geopend geeft u de juiste gebruikersnaam en het juiste wachtwoord op. 4. Klik op Aanmelden.

109 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Sleep de bestanden en mappen die via het HTTP-protocol toegankelijk moeten zijn in de map httpdocs en bestanden en mappen die beveiligd moeten worden verstuurd via het SSL-protocol in de map httpsdocs. 6. Plaats uw CGI-scripts in de map cgi-bin. 7. Sluit uw FTP-sessie of door de Windows Verkenner af te sluiten. Nu kunt u een voorbeeld van uw site in de browser bekijken: klik vanuit Parallels Panel op het tabblad Websites & Domeinen en vervolgens op Voorbeeld van website (in de groep Geavanceerde handelingen). De site zal binnen twee dagen beschikbaar zijn voor andere bezoekers, zodra de informatie over uw site is doorgegeven aan het hele domeinnaamsysteem (DNS). In deze sectie: Extra FTP-accounts gebruiken (Windows-hosting)

110 110 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Extra FTP-accounts gebruiken (Windows-hosting) Als er meerdere gebruikers aan dezelfde website werken, dan wilt u wellicht extra FTP-accounts voor deze gebruikers aanmaken. Een nieuw extra FTP-account aanmaken: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. In de groep Geavanceerde handelingen klikt u op FTP-toegang. 4. Klik vanaf het tabblad Extra FTP-accounts op Nieuw FTP-account toevoegen. 5. Geef de Naam FTP-account op in het daarvoor bestemde veld. 6. Geef de Hoofdmap op door te klikken op en vervolgens de juiste map te selecteren. U kunt ook een zoekpad opgeven in het invoerveld. De hoofdmap voor FTP is de map die wordt geopend zodra een gebruiker via FTP verbinding maakt met de server. Voor een FTP-gebruiker verschijnt deze map als de map van het hoogste niveau. 7. Geef het wachtwoord op in de velden Nieuw wachtwoord en Bevestig wachtwoord. 8. Standaard staat de Harde beperking van schijfruimte ingesteld op Onbeperkt. Om een beperking te stellen aan de hoeveelheid schijfruimte die is toegewezen aan de gebruiker van dit FTP-account, zorgt u dat het selectievakje Onbeperkt niet is geselecteerd en geeft u de hoeveelheid schijfruimte (in megabytes) op in het veld Harde beperking van schijfruimte. 9. Als de gebruikers van het FTP-account in staat moeten zijn om de inhoud van de hoofdmap te bekijken en hier bestanden uit te downloaden, selecteer dan het selectievakje Leesrechten. 10. Als de gebruikers van het FTP-account in staat moeten zijn om mappen binnen de hoofdmap aan te maken en te verwijderen en om mappen een nieuwe naam te geven, selecteer dan het selectievakje Schrijfrechten. Als u geen rechten toewijst, dan zal er wel verbinding met het FTP-account worden gemaakt, maar de inhoud van de hoofdmap zal niet worden getoond. 11. Klik OK. Een nieuw FTP account zal worden toegevoegd. De eigenschappen van een extra FTP-account wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > FTP-toegang.

111 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Op het tabblad Extra FTP-accounts klikt u in de lijst op de naam van het juiste FTP-account. 3. Geef de vereiste wijzigingen op en klik OK. Een extra FTP-account verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > FTP-toegang. 2. Op het tabblad Extra FTP-accounts selecteert u het selectievakje voor de naam van het FTP-account dat u wilt verwijderen. Vervolgens klikt u op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK. Het FTP-account zal worden verwijderd.

112 112 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Sites publiceren via Parallels Small Business Panel bestandsbeheer Bestanden uploaden via het bestandsbeheer van Parallels Small Business Panel: 1. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel. 2. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 3. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de website en selecteer de website in het pop-upmenu dat wordt geopend. 4. Klik Bestandsbeheer. 5. Bestanden en mappen aanmaken en uploaden. Plaats de bestanden en mappen die via het HTTP-protocol toegankelijk moeten zijn in de map httpdocs en bestanden en mappen die beveiligd moeten worden verstuurd via het SSL-protocol in de map httpsdocs. Plaats uw CGI-scripts in de map cgi-bin. Om binnen de huidige locatie een nieuwe map aan te maken, klikt u op de knop Nieuwe map toevoegen. Om nieuwe bestanden aan te maken in de juiste map, klikt u op Nieuw bestand toevoegen en geeft u de bestandsnaam op in de sectie Aanmaken van bestanden. Selecteer het selectievakje Gebruik HTML-sjabloon als u wilt dat bestandsbeheer een aantal basale HTML-tags aan het nieuwe bestand toevoegt, en klik op OK. Er wordt een pagina geopend waarin u de inhoud of de HTML-broncode van een nieuw bestand kunt toevoegen. Wanneer u klaar bent klikt u op OK. Om een bestand vanaf een lokale machine te uploaden, klikt u op Nieuw bestand toevoegen en geeft u het zoekpad naar de locatie op in het veld Bron van bestand (of gebruik de knop Bladeren om het bestand op te zoeken). Klik ten slotte op OK. Als u bestanden voor uw website uploadt via bestandsbeheer of FTP, dan stelt Parallels Small Business Panel automatisch de juiste rechten voor de bestanden en mappen in. Op Linux-gebaseerde servers worden rechten weergegeven aan de hand van drie symbolen, bijvoorbeeld rwx rwx r. Het eerste karakter geeft aan wat de eigenaar van het bestand of de map daarmee kan doen; het tweede geeft aan wat de gebruikersgroep, waar het bestand of de map toe behoort, daarmee kan doen; het derde geeft aan wat andere gebruikers (de rest van de wereld, dat wil zeggen: internetgebruikers die een site bezoeken) met het bestand of de map kunnen doen. R (van read ) geeft het recht aan om een bestand of map te kunnen lezen, W (van write ) betekent het recht om naar het bestand of de map te kunnen schrijven en X (van execute ) betekent het recht om een bestand te kunnen uitvoeren of om in een map te kunnen kijken.

113 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 113 Om de rechten van een bestand of map te wijzigen, klikt u in de kolom Rechten op de betreffende hyperlink die de juiste set van rechten aangeeft. Pas de rechten op de juiste manier aan en klik op OK. Om de broncode van een bestand te wijzigen, klikt u op. Om de webpagina met de ingebouwde visuele editor te bewerken (alleen beschikbaar voor gebruikers van Microsoft internet Explorer), klikt u op. Wanneer u een HTML-bestand bewerkt, dan opent Parallels Small Business Panel standaard een interne WYSIWYG-editor. Als u liever de broncode van het HTML-bestand bewerkt, klikt u op HTML. Om terug te keren naar de het WYSIWYG-programma, klikt u op WYSIWYG. Om het bestand te bekijken, klikt u op. Om de naam van een bestand of map te wijzigen, klikt u op naam op en klik OK.. Geef een nieuwe Om een bestand of map te kopiëren of te verplaatsen naar een andere locatie, selecteert u het juiste selectievakje voor het bestand of de map en klikt u op Kopieer/Verplaats. Geef de bestemming op voor het bestand of de map die moet worden gekopieerd of waarvan de naam moet worden gewijzigd, en klik vervolgens Kopiëren om te kopiëren, of Verplaatsen om te verplaatsen. Om de aanmaakdatum van het bestand of de map te wijzigen, klik Tijdstempel Wijzigen. Het tijdstempel zal worden bijgewerkt aan de hand van de huidige lokale tijd. Om een bestand of map te verwijderen, selecteert u het betreffende selectievakje en klikt u op Verwijderen. Bevestig de verwijdering en klik OK.

114 114 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Voorbeeld van een site Hebt u uw site eenmaal op de server gepubliceerd, dan wilt u waarschijnlijk controleren of alles correct werkt in de daadwerkelijke hostingomgeving. U kunt een voorbeeld van de site bekijken via uw favoriete webbrowser, zelfs als de informatie over de domeinnaam nog niet is doorgevoerd in het hele domeinnaamsysteem (DNS). Merk op dat Adobe Flash, CGI-scripts en een aantal andere scripts en mogelijkheden die via Site Editor worden toegevoegd niet goed zullen werken in de voorbeeldweergave. Het voorbeeld van de site zal ook niet werken voor websites en pagina s die gebruik maken van absolute zoekpaden naar andere bestanden (zoals <a href= >). Een voorbeeld van een site bekijken: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Voorbeeld van website (in de groep Geavanceerde handelingen). Als u de mogelijkheid wilt hebben om toegang tot uw site te krijgen via het internetadres, voordat de informatie over uw site is verspreid in het domeinnaamsysteem, doe dan het volgende: 1. In het besturingssysteem van uw lokale computer zoekt u naar het bestand hosts; deze opent u in een teksteditor. In Windows XP, Windows Vista en Windows 7 vindt u dit bestand op \WINDOWS\system32\drivers\etc\hosts. In Linux bevindt dit bestand zich in /etc/hosts. In Mac OS X is dit bestand opgeslagen in /private/etc/hosts. 2. Aan het eind van het bestand hosts, op een nieuwe regel, geeft u het IP-adres van uw site op. Vervolgens drukt u op de Spatiebalk van uw toetsenbord om een spatie in te voegen en geeft u de domeinnaam op die hoort bij de site. Bijvoorbeeld: voorbeeld.nl 3. Sla het bestand op. Nu kunt u uw webbrowser openen, uw domeinnaam invoeren en op Enter drukken. U site wordt nu in de browser geopend. Toepassingen installeren

115 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 115 In plaats van bestanden handmatig aan te maken, de code te schrijven en het ontwerp voor uw site te ontwikkelen, kunt u webtoepassingen installeren die u de meeste van deze taken uit handen nemen. U kunt deze toepassingen downloaden en installeren via de volgende links in Parallels Small Business Panel: Toepassingsmarktplaats (deze vindt u op het tabblad Toepassingen & Scripts). Hier vindt u links voor het aanschaffen van de beste toepassingen in hun soort, gemaakt door partners van Parallels. Deze toepassingen bevatten programma s voor installatie op servers en desktopcomputers, zoals Keepit voor het maken van reservekopieën, Pinnacle Cart voor e-commerce en nog veel meer. Toepassingscatalogus (op het tabblad Toepassingen & Scripts). Hier vindt u links voor het downloaden van betaalde en gratis toepassingen, zoals WordPress, Drupal, Mambo, Joomla, Avactis en phpbb. U kunt ook toepassingen van andere bedrijven verkrijgen die zijn verpakt volgens de APS-standaard. Deze kunt u naar de server uploaden om daar te installeren. De APS-standaard voor het verpakken van toepassingen is specifiek opgezet met de volgende doelstellingen: Leveranciers van software in contact brengen met een breder publiek en voor het vinden van nieuwe kanalen voor verkoop en distributie. Providers en gebruikers een eenvoudige manier bieden om snel en eenvoudig toepassingen te kunnen installeren. Voor meer informatie over de APS-standaard, zie Een toepassing installeren: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Voer één van de volgende acties uit: Om een van de aangeboden toepassingen aan te schaffen en te installeren, klikt u aan de linkerkant op Toepassingsmarktplaats. Zoek naar de toepassing die u wilt aanschaffen. Klik op Nu kopen. De Marktplaats zal worden geopend in een nieuw venster of tabblad van de browser. Selecteer de juiste licentie, geef uw contact- en factuurgegevens op en bevestig de aankoop. De activeringscode van de software zal naar uw adres worden verstuurd. Wanneer u de activeringscode ontvangt, slaat u deze op in een tekstbestand op uw computer: U moet deze activeringscode tijdens of na installatie van de toepassing invoeren. Ga terug naar Parallels Small Business Panel en klik op de knop Installeren. Opmerking: als er geen knop Installeren is, maar alleen een knop Downloaden, dan betekent dit dat de toepassing niet in het APS-formaat is ingepakt of niet bedoeld is voor installatie op de server. Klik op Downloaden om het toepassingspakket naar uw computer te downloaden en volg de installatieaanwijzingen van de maker van de toepassing.

116 116 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Om een van de toepassingen uit de toepassingscatalogus te installeren, klikt u aan de linkerkant op Toepassingscatalogus. Gebruik de links aan de rechterkant om door de toepassingscategorieën en -groepen te bladeren, of maak gebruik van de zoekfunctie om de toepassing die u wilt te vinden. Klik op juiste knop Installeren. Om een toepassing te installeren vanaf uw lokale harde schijf, klikt u aan de linkerkant op Installeren vanaf harde schijf. Blader naar het toepassingspakket in ZIP-formaat, selecteer deze en klik vervolgens op Installeren. 3. Als u daarnaar wordt gevraagd, accepteert u de licentieovereenkomst van de toepassing. Als u akkoord gaat met de algemene voorwaarden, dan selecteert u het selectievakje Ik ga akkoord met de voorwaarden van de licentieovereenkomst en klikt u op Volgende. 4. Geef de volgende installatie-instellingen op: Activeringscode van de softwarelicentie. Deze informatie is alleen vereist voor toepassingen waarvoor u moet betalen. Als u een licentiesleutel hebt aangeschaft op de Toepassingsmarktplaats en u hebt daarbij ook de activeringscode ontvangen, geef deze dan op. Wanneer u een licentiesleutel hebt verkregen van de maker van de toepassing, selecteer dan de optie Licentiesleutel van leverancier en upload de licentiesleutel naar de server. Zoekpad naar installatiemap. Selecteer de website waarvoor u de toepassing wilt installeren en geef de gewenste mapnaam op, indien u de toepassing in een specifieke map wilt installeren. Andere instellingen die wellicht door de toepassing worden vereist. Om deze instellingen na te lopen, klikt u op de link Alle instellingen weergeven. 5. In de groep Beheerdertoegang selecteert u het gebruikeraccount dat beheersrechten voor de toepassing toegewezen moet krijgen, of u selecteert de optie Gebruik beheerdergebruikersnaam en -wachtwoord die niet aan enige specifieke gebruiker zijn gekoppeld, waarna u de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder van toepassing invoert. Als u een gebruikeraccount selecteert dat al bestaat, dan kan de gebruiker zich aanmelden bij de pagina voor het beheer van de toepassing door te klikken op een pictogram dat in het gebruikerspaneel zal verschijnen (op het tabblad Mijn diensten), of door het internetadres te bezoeken dat op deze pagina wordt weergegeven. Als u een aangepaste gebruikersnaam en wachtwoord wilt instellen, dan kan de gebruiker zich alleen bij het beheerscherm van de toepassing aanmelden door het op deze pagina getoonde internetadres te bezoeken. 6. Klik Installeren. De toepassing zal worden geïnstalleerd en de beheerder van de toepassing zal toegang toegewezen krijgen.

117 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Als u een aangepaste naam en omschrijving voor de toepassing wilt instellen die onder het pictogram in Parallels Panel wordt weergegeven, selecteer dan een afbeelding voor het pictogram, of verwijder de snelkoppeling naar de toepassing uit het Parallels Panel voor de gebruiker: klik op Snelkoppeling aanpassen en maak de benodigde wijzigingen. Door het selectievakje Snelkoppeling verbergen te selecteren, verwijdert u de snelkoppeling uit het paneel van de gebruiker. Opmerking: de wijzigingen gemaakt in de groep Beheerdertoegang is van invloed op de manier waarop de snelkoppeling naar de toepassing in Parallels Panel zal worden getoond aan de gebruiker die is aangewezen als beheerder van de toepassing. De wijzigingen die u maakt in de groep Publieke toegang zijn van invloed de manier waarop de snelkoppeling naar de toepassing zal verschijnen in het paneel van alle gebruikers die over toegang tot de toepassing beschikken. 8. Klik OK. 9. Om ook andere gebruikers die in het systeem zijn geregistreerd toegang tot de toepassing te geven, wijzigt u de rol die aan hun account is toegewezen, of maakt u een nieuwe gebruikersrol aan die u vervolgens aan de gebruikers toewijst: a. Klik op het tabblad Gebruikers bovenin de navigatie. b. Klik op het tabblad Gebruikersrollen. c. Klik op Gebruikersrol Aanmaken om een nieuwe gebruikersrol aan te maken, of selecteer een bestaande rol uit de lijst door op de naam daarvan te klikken. d. Zoek in de groep Toegang tot toepassingen naar de juiste toepassing en selecteer de bijbehorende optie Toegekend. e. Klik OK. Vanaf nu hebben alle gebruikers met deze rol toegang tot de toepassing door te klikken op de bijbehorende snelkoppelingen in Parallels Small Business Panel. Zij moeten hiervoor eerst de naam en het wachtwoord van hun gebruikeraccount opgeven. f. Als u besluit een nieuwe rol aan te maken en deze toe te wijzen aan bestaande gebruikers die u toegang tot de toepassing wilt geven, ga dan naar Gebruikers > gebruikeraccounts, klik op de naam van de juiste gebruiker, selecteer de nieuw aangemaakte rol in het menu Gebruikersrol en klik OK. Een nieuwe licentiesleutel (of activeringscode) uploaden voor een commerciële toepassing: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Klik aan de linkerkant op Beheer geïnstalleerde toepassingen. 3. Klik op de naam van de toepassing.

118 118 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 4. Klik op het pictogram Licentiesleutel. 5. Als u een licentiesleutel hebt aangeschaft op de Toepassingsmarktplaats en u hebt daarbij ook de activeringscode ontvangen, geef deze dan op. 6. Wanneer u een licentiesleutel hebt verkregen van de maker van de toepassing, selecteer dan de optie Licentiesleutel van leverancier en upload de licentiesleutel naar de server. 7. Klik OK. Een upgrade voor een toepassing bijwerken of installeren: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Klik aan de linkerkant op Beheer geïnstalleerde toepassingen. 3. Klik op Controleren of er updates zijn. Als er updates beschikbaar zijn, dan zal er een link Update beschikbaar onder de naam van de toepassing verschijnen. 4. Klik op de link Update beschikbaar en bekijk de wijzingen en beschikbare mogelijkheden van de nieuwe versie. 5. Als u zeker weet dat u de nieuwe versie wilt gebruiken, klik dan op Nu Bijwerken. De instellingen van de toepassing en de eigenschappen van het toepassingspakket nalopen of wijzingen: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Klik aan de linkerkant op Beheer geïnstalleerde toepassingen. 3. Klik op de naam van de toepassing. 4. Voer één van de volgende acties uit: Om de instellingen van de toepassing na te lopen of te wijzingen, klikt u op het pictogram Instellingen. Om meer te weten te komen over het toepassingspakket, klikt u op het pictogram Over. Een toepassing en alle bijbehorende gegevens verwijderen: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Klik aan de linkerkant op Beheer geïnstalleerde toepassingen. 3. Ga op zoek naar de toepassing die u wilt verwijderen en klik op de bijbehorende link Verwijderen. 4. Om de verwijdering te bevestigen, klikt u nogmaals op Verwijderen.

119 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 119 Als u uw eigen toepassingen ontwikkelt, deze in de Toepassingscatalogus publiceert en installeert op de server die wordt beheerd door Parallels Small Business Panel, dan wilt u wellicht de toepassingscache van de server legen opdat de laatste wijzigingen die u aan de toepassing heeft aangebracht beschikbaar komen. Nadat u een toepassing uit de toepassingscatalogus op de server hebt geïnstalleerd, worden de toepassingsbestanden uitgepakt en voor toekomstig gebruik opgeslagen in een tijdelijke map op de server: de toepassingscache. Als u wijzigingen aanbrengt in de code van de toepassing zonder het versienummer van de toepassing op te hogen, en u uploadt de toepassing vervolgens naar de Toepassingscatalogus, dan moet u, voordat u de toepassing opnieuw op de server installeert, naar het tabblad Instellingen gaan en klikken op het pictogram Toepassingscache legen (in de groep Geavanceerde instellingen). Databases instellen Als uw website gebruik maakt van toepassingen voor het verwerken van gegevens, of als deze dynamische webpagina s genereert, dan hebt u waarschijnlijk een database nodig voor het opslaan en opvragen van gegeven. U kunt ofwel een nieuwe database voor uw site aanmaken, of de gegevens uit een eerdere reservekopie van een MySQL-, PostgreSQL- of Microsoft SQL-database importeren. Merk op dat als u een toepassing uit de toepassingscatalogus installeert, alle vereiste databases en databasegebruikeraccounts automatisch worden aangemaakt. Een nieuwe database aanmaken op een hostingaccount: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Databases. 4. Klik Nieuwe database toevoegen. 5. Geef de database een naam. We raden aan om een naam te kiezen die begint met een karakter uit het Latijnse alfabet en dat alleen uit alfanumerieke karakters en het underscore-teken bestaat (maximaal 64 tekens). 6. Selecteer het soort database dat u wilt gebruiken: MySQL, PostgreSQL of Microsoft SQL-server. Klik OK. 7. Om de aanmeldgegevens voor de databasebeheerder in te stellen klikt u op Nieuwe databasegebruiker toevoegen. 8. Geef een gebruikersnaam en een wachtwoord op, waarmee toegang tot de inhoud van de database kan worden verkregen. 9. Klik OK.

120 120 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Een bestaande database importeren: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases en klik op Nieuwe database toevoegen. 2. Geef de database een naam. We raden aan om een naam te kiezen die begint met een karakter uit het Latijnse alfabet en dat alleen uit alfanumerieke karakters en het underscore-teken bestaat (maximaal 64 tekens). 3. Selecteer het soort database dat u wilt gebruiken: MySQL, PostgreSQL of Microsoft SQL-server. Klik OK. 4. Om de aanmeldgegevens voor de databasebeheerder in te stellen klikt u op Nieuwe databasegebruiker toevoegen. 5. Geef een gebruikersnaam en een wachtwoord op, waarmee toegang tot de inhoud van de database kan worden verkregen. Klik OK. 6. Klik op het pictogram DB-WebAdmin in de groep Hulpprogramma s. Het hoofdscherm van het databasebeheerprogramma phpmyadmin, phppgadmin of ASPEnterpriseManager zal worden geopend in een apart venster van de browser. De hulpprogramma s voor databasebeheer maken het mogelijk om databasegebruikeraccounts te beheren en om via de webbrowser SQL-statements uit te voeren. Als u een MySQL-database gebruikt: a. Klik Query venster in het linkerframe en vervolgens op het tabblad Import Files, b. Selecteer het tekstbestand dat de gegevens bevat en klik Go. c. Klik op de link Insert data from a text file. Als u een MS SQL-database gebruikt: a. Klik op de naam van uw database in het linkerframe b. Klik Query (de knop met het vergrootglas) c. Kopieer de tekst van uw script in het tekstveld en klik Run Query. Om uw databases en de inhoud daarvan te beheren, kunt u gebruik maken van uw favoriete MySQL-, PostgreSQL- of Microsoft SQL Server-cliënt, of van het webgebaseerde hulpprogramma voor databasebeheer dat beschikbaar is vanuit Parallels Small Business Panel (tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases > databasenaam > DB WebAdmin). Als u samenwerkt met anderen bij het beheer van een website en u wilt hen ook toegang tot de database geven, dan moet u aparte gebruikeraccounts voor hen aanmaken. Een databasegebruikeraccount aanmaken:

121 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases > naam van database en klik op Nieuwe databasegebruiker toevoegen. 2. Geef een gebruikersnaam en een wachtwoord op, waarmee toegang tot de inhoud van de database kan worden verkregen. Klik OK. Het wachtwoord van een databasegebruiker wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases > naam van database > naam van databasegebruiker. 2. Geef een nieuw wachtwoord op en klik OK. Aangeven welke combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord standaard moet worden gebruikt voor databasebeheer via het hulpprogramma Webadmin: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases > naam van database. 2. Selecteer het selectievakje voor het juiste gebruikeraccount. 3. Klik op Standaard voor DB-WebAdmin. Een databasegebruikeraccount verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases > naam van database. 2. Selecteer het selectievakje voor het gebruikeraccountdat u wilt verwijderen. 3. Klik Verwijderen, bevestig vervolgens de verwijdering en klik op OK. Een database met alle inhoud verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Databases. 2. Selecteer het selectievakje voor de database die u wilt verwijderen. Als het vereiste selectievakje vervaagd is (niet-selecteerbaar), dan betekent dit dat deze database door een webtoepassing wordt gebruikt en alleen verwijderd kan worden door de betreffende toepassing te verwijderen. 3. Klik Verwijderen. 4. Bevestig de verwijdering en klik OK.

122 122 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Uw website als e-commerceportal Om van uw website een e-commerceportal te maken, moet u de volgende stappen doorlopen: Zorg ervoor dat het IP-adres dat aan uw site is toegewezen niet wordt gebruikt door andere websites die op de server worden gehost (dat wil zeggen, niet ook aan een van deze andere sites is toegewezen). Om uw site te voorzien van de bescherming die als standaard wordt beschouwd voor de beveiliging van communicatie gebaseerd op Secure Sockets Layer (SSL)-technologie, moet er eerst een exclusief IP-adres aan de website worden toegewezen. Verkrijg en installeer een SSL-certificaat. De webtoepassingen installeren waarmee u de e-commercefunctionaliteit aan de site toevoegt. Deze toepassingen kunnen een winkelwagen bevatten, software voor het verwerken van bestellingen, voor het beheer van de leveranciersketen en voor klantenbeheer. In deze sectie: Een SSL-certificaat aanschaffen en installeren E-commercetoepassingen installeren...127

123 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 123 Een SSL-certificaat aanschaffen en installeren Voor elke e-commercewebsite die op de server wordt gehost, moet u een authentiek digitaal SSL-certificaat aanschaffen en installeren. SSL-certificaten worden gebruikt voor het tot stand brengen van beveiligde communicatiekanalen op internet en voor het verifiëren van de identiteit van de website. Als een bezoeker uw webwinkel bezoekt, dan kan hij of zij zien dat uw website daadwerkelijk is wat deze zegt te zijn en dat gevoelige gegevens zoals creditcardnummer via een beveiligd kanaal worden verstuurd. Het is technisch mogelijk om één SSL-certificaat te gebruiken voor al uw websites, maar dit wordt niet aanbevolen. De versleuteling zal worden verzorgd, maar bezoekers ontvangen waarschuwingsberichten wanneer zij proberen verbinding te maken met de beveiligde site. U kunt selecteren welk SSL-certificaat standaard voor uw websites wordt gebruikt. Ga daartoe naar Instellingen > SSL-certificaten, selecteer het juiste certificaat uit de lijst en klik op Als standaard instellen. U kunt uit een van de volgende opties kiezen voor het aanschaffen en installeren van SSL-certificaten: Gebruik de link in Parallels Panel voor het aanschaffen van SSL-certificaten. De link in Parallels Panel verwijst standaard naar de webwinkel MyPlesk.com, waarmee het aanschaffen van SSL-certificaten van Comodo, GeoTrust, Inc, en GoDaddy eenvoudiger wordt. Deze link kan door de hostingprovider echter worden aangepast om naar een andere webwinkel te verwijzen, of naar de website van de organisatie. Maak in Parallels Panel een certificate signing request (CSR) aan en stuur deze naar de certificaatautoriteit die het SSL-certificaat voor u zal aanmaken. Aanschaffen van een SSL-certificaat via de links in Parallels Panel en het beveiligen van een site: 1. Klik op het tabblad Instellingen. 2. Klik op SSL-certificaten. Een lijst van de SSL-certificaten in uw voorziening zal worden getoond. 3. Klik op SSL-certificaat toevoegen. 4. Geef de eigenschappen van het certificaat op: Certificaatnaam. Hiermee is het eenvoudiger om het certificaat in de voorziening te herkennen. Niveau van versleuteling. Kies het niveau van versleuteling van uw SSL-certificaat. Het wordt aanbevolen een waarde te kiezen die hoger ligt dan 1024 bit. Geef uw locatie en de naam van uw organisatie op. De waarden die u opgeeft mogen niet langer zijn dan 64 tekens.

124 124 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Geef de domeinnaam op waarvoor u een SSL-certificaat wilt aanschaffen. Dit dient een volledig gekwalificeerde domeinnaam te zijn. Bijvoorbeeld: uw-domein.nl. Geef het adres van de beheerder op. 5. Zorg ervoor dat alle opgegeven informatie correct is, aangezien deze zal worden gebruikt om uw private sleutel te genereren. 6. Klik op SSL-certificaat Aanschaffen. Uw private sleutel en het ondertekeningsverzoek zullen worden aangemaakt. Deze moet u niet verwijderen. MyPlesk.com, of een andere door uw provider ingestelde webwinkel, zal worden geopend in een nieuw venster of tabblad van de browser. 7. Registreer u, of meld u aan met een bestaand account, en u zult stap voor stap door de procedure van het aanschaffen van een certificaat worden geleid. 8. Kies het soort certificaat dat u wilt aanschaffen. 9. Klik Doorgaan met Aanschaf en bestel het certificaat. Selecteer in het uitrolmenu bevestiger de juiste bevestiger. De bevestiger is een adres dat kan bevestigen dat het certificaat voor een specifieke domeinnaam is aangevraagd door een geautoriseerd persoon. Dit is het adres dat is vastgelegd bij de contactgegevens van de domeinhouder of domeinbeheerder in de WHOIS-database. 10. Als uw certificaataanvraag eenmaal is verwerkt, ontvangt u een bevestiging per . Nadat u deze hebt bevestigd, zal het SSL-certificaat naar uw worden verstuurd. 11. Wanneer u uw SSL-certificaat ontvangt, dan kunt u deze opslaan op uw lokale machine. 12. Keer terug naar de opslag van SSL-certificaten (tabblad Instellingen > SSL-certificaten). 13. Upload het SSL-certificaat: klik op Bladeren in het midden van de pagina en navigeer naar de locatie waar u het certificaat hebt opgeslagen. Selecteer deze en klik Verstuur Bestand. Dit zal het certificaat uploaden en installeren tegen de bijbehorende publieke sleutel. 14. Klik op het tabblad Instellingen en vervolgens op IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen). 15. Klik op het IP-adres dat is toegewezen aan de website die u met een SSL-certificaat wilt beveiligen. 16. Selecteert uit het menu SSL-certificaat het SSL-certificaat dat u wilt toewijzen. 17. Klik OK.

125 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 125 Een SSL-certificaat verkrijgen bij een willekeurige certificaatautoriteit en een site beveiligen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen > SSL-certificaten. Een lijst van de SSL-certificaten in uw voorziening zal worden getoond. 2. Klik op SSL-certificaat toevoegen. 3. Geef de eigenschappen van het certificaat op: Certificaatnaam. Hiermee is het eenvoudiger om het certificaat in de voorziening te herkennen. Niveau van versleuteling. Kies het niveau van versleuteling van uw SSL-certificaat. Het wordt aanbevolen een waarde te kiezen die hoger ligt dan 1024 bit. Geef uw locatie en de naam van uw organisatie op. De waarden die u opgeeft mogen niet langer zijn dan 64 tekens. Geef de domeinnaam op waarvoor u een SSL-certificaat wilt aanschaffen. Dit dient een volledig gekwalificeerde domeinnaam te zijn. Bijvoorbeeld: uw-domein.nl. Geef het adres van de domeinbeheerder op. 4. Zorg ervoor dat alle opgegeven informatie correct is, aangezien deze zal worden gebruikt om uw private sleutel te genereren. 5. Klik Verzoek. Uw private sleutel en de ondertekeningsaanvraag voor het certificaat zullen worden gegenereerd en opgeslagen in de opslag. 6. In de lijst met certificaten klikt u op de naam van het juiste certificaat. Een pagina zal worden geopend met daarop de eigenschappen van het certificaat. 7. Zoek de CSR-sectie op en kopieer de tekst die begint met de regel -----BEGIN CERTIFICATE REQUEST----- en die eindigt met de regel -----END CERTIFICATE REQUEST----- naar het klembord. 8. Bezoek de website van de certificeringsautoriteit waarbij u het SSL-certificaat wilt aanschaffen en volg de links op deze site om de bestelprocedure voor het certificaat te starten. Als u wordt gevraagd naar de CSR-tekst, plak dan de gegevens van het klembord in het online formulier en klik op Doorgaan. De certificeringsautoriteit zal een SSL-certificaat aanmaken in overeenstemming met de gegeven die u hebt opgegeven. 9. Wanneer u uw SSL-certificaat ontvangt, dan kunt u deze opslaan op uw lokale machine of op uw netwerk. 10. Keer terug naar de opslag van SSL-certificaten (het tabblad Instellingen > SSL-certificaten).

126 126 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 11. Upload het SSL-certificaat: klik op Bladeren in het midden van de pagina en navigeer naar de locatie waar u het certificaat hebt opgeslagen. Selecteer deze en klik Verstuur Bestand. Dit zal het certificaat uploaden en installeren tegen de bijbehorende publieke sleutel. 12. Klik op het tabblad Instellingen en vervolgens op IP-adressen (in de groep Geavanceerde instellingen). 13. Klik op het IP-adres dat is toegewezen aan de website die u met een SSL-certificaat wilt beveiligen. 14. Selecteert uit het menu SSL-certificaat het SSL-certificaat dat u wilt toewijzen. 15. Klik OK.

127 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 127 E-commercetoepassingen installeren U kunt op een site één of meer webtoepassingen installeren die de juiste diensten aan de site zullen toevoegen. U kunt bijvoorbeeld een webwinkel zoals Pinnacle Cart installeren. Pinnacle Cart installeren: 1. Klik op het tabblad Toepassingen & Scripts. 2. Klik aan de linkerkant op Toepassingsmarktplaats. 3. Zoek de ingang van Pinnacle Cart op en klik op Nu kopen. De Marktplaats zal worden geopend in een nieuw venster of tabblad van de browser. 4. Selecteer de juiste licentie, geef uw contact- en factuurgegevens op en bevestig de aankoop. De activeringscode van de software zal naar uw adres worden verstuurd. 5. Als u de activeringscode ontvangt slaat u deze op in een tekstbestand op uw computer: U moet deze activeringscode invoeren tijdens of na de installatie van de toepassing. 6. Keer terug naar Parallels Small Business Panel en klik op de knop Installeren voor Pinnacle Cart. Opmerking: als er geen knop Installeren is maar alleen een knop Downloaden, dan betekent dit dat de toepassing nog niet in het APS-formaat beschikbaar is. Klik in dat geval op Downloaden om het toepassingspakket op uw computer op te slaan en keer terug naar Parallels Small Business Panel (tabblad Toepassingen & Scripts > Installeren vanaf uw lokale harde schijf). Blader naar het toepassingspakket in ZIP-formaat, selecteer deze en klik vervolgens op Installeren. 7. Accepteert de licentieovereenkomst van de toepassing. Als u de voorwaarden van de licentieovereenkomst accepteert, selecteer dan het selectievakje Ik ga akkoord met de voorwaarden van deze licentieovereenkomst en klik op Volgende. 8. Klik op de link Alle instellingen weergeven en geef de volgende installatie-instellingen op: Activeringscode van de softwarelicentie. Zoekpad naar installatiemap. Selecteer de website waarvoor u de toepassing wilt installeren en geef de gewenste mapnaam op, indien u de toepassing in een specifieke map wilt installeren. Titel van de toepassing of naam van de site. Deze zal worden getoond in de titelbalk van de browser van bezoekers van de site.

128 128 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Gebruikersnaam en wachtwoord voor beheerdertoegang tot de toepassing. Selecteer een bestaand gebruikeraccount om de beheersrechten voor de toepassing aan toe te wijzen, of selecteer de optie Gebruik beheerdergebruikersnaam en -wachtwoord die niet aan enige specifieke gebruiker zijn gekoppeld en geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op van de beheerder van de toepassing. Als u een gebruikeraccount selecteert dat al bestaat, dan kan de gebruiker zich aanmelden bij de pagina voor het beheer van de toepassing door te klikken op een pictogram dat in het gebruikerspaneel zal verschijnen (op het tabblad Mijn diensten), of door het internetadres te bezoeken dat op deze pagina wordt weergegeven. Als u een aangepaste gebruikersnaam en wachtwoord wilt instellen, dan kan de gebruiker zich alleen bij het beheerscherm van de toepassing aanmelden door het op deze pagina getoonde internetadres te bezoeken. Gebruikersnaam en wachtwoord van databasebeheerder. 9. Klik Installeren. Als de installatie is afgerond, dan wordt u gevraagd of u de snelkoppelingen van de toepassing wilt aanpassen. 10. Als u een aangepaste naam en omschrijving voor de toepassing wilt instellen die onder het pictogram in Parallels Panel wordt weergegeven, selecteer dan een afbeelding voor het pictogram, of verwijder de snelkoppeling naar de toepassing uit het Parallels Panel voor de gebruiker: klik op Snelkoppeling aanpassen en maak de benodigde wijzigingen. Door het selectievakje Snelkoppeling verbergen te selecteren, verwijdert u de snelkoppeling uit het paneel van de gebruiker. Opmerking: de wijzigingen gemaakt in de groep Beheerdertoegang is van invloed op de manier waarop de snelkoppeling naar de toepassing in Parallels Panel zal worden getoond aan de gebruiker die is aangewezen als beheerder van de toepassing. De wijzigingen die u maakt in de groep Publieke toegang zijn van invloed de manier waarop de snelkoppeling naar de toepassing zal verschijnen in het paneel van alle gebruikers die over toegang tot de toepassing beschikken. 11. Klik OK. Nu kunt u de link naar het beheerpaneel van Pinnacle Cart en de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder versturen naar de persoon die de webwinkel zal bijhouden. U kunt deze persoon ook gewoon melden dat er nieuwe snelkoppelingen naar Pinnacle Cart beschikbaar zijn in Parallels Small Business Panel, op het tabblad Mijn diensten. Alternatieve domeinnamen voor een site instellen

129 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 129 U kunt meerdere domeinnamen vastleggen en deze allemaal naar uw website laten verwijzen. Zo kunt u ervoor zorgen dat bezoekers die uw websiteadres niet helemaal goed invoeren toch op uw site terecht komen. Ga er bijvoorbeeld vanuit dat de domeinnaam van uw website voorbeeld.nl is. Omdat u weet dat mensen regelmatig naast elkaar geplaatste letters omdraaien bij het invoeren (zoals in voorbeedl.nl of voobreeld.nl), of dat zij zich vergissen in de domeinnaam van het bovenste niveau (door voorbeeld.com of voorbeeld.net te gebruiken, in plaats van voorbeeld.nl), wilt u wellicht verschillende varianten van het primaire domein van de site vastleggen. Additionele domeinnamen worden domeinaliassen genoemd. Een domeinalias aan een site toevoegen: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Domeinaliassen. 4. Klik op Domeinalias toevoegen. 5. Voer de gewenste naam voor het domeinalias in, bijvoorbeeld alias.nl. Domeinaliassen kunnen bestaan uit letters, cijfers en verbindingsstreepjes. Elk afzonderlijk deel van het domeinalias tussen de punten mag niet langer zijn dan 63 tekens. 6. Selecteer het selectievakje DNS-zone synchroniseren met het primaire domein. Het domeinalias zal gebruik maken van dezelfde DNS-records als het primaire domein. Met deze instelling wordt elke volgende wijziging in de DNS-records van de zone van het primaire domein toegepast op de DNS-zone van dit domeinalias. 7. Selecteer het selectievakje Mail. Alle die wordt gestuurd naar een adres onder het domeinalias zal worden omgeleid naar hetzelfde adres onder de oorspronkelijke domeinnaam. Voorbeeld: u beschikt over het adres U hebt voor dit domein een alias ingesteld, bijvoorbeeld: alias.nl. Als u mail wilt ontvangen in uw postvak wanneer deze is verstuurd naar selecteer het selectievakje Mail. 8. Selecteer het selectievakje Web. Anders zal de webserver geen informatie presenteren aan gebruikers die naar uw site toekomen door het domeinalias in hun webbrowser in te voeren. 9. Als u hostingdiensten op het Linux-platform gebruikt en u hebt Java-toepassingen op uw site geïnstalleerd die u via het domeinalias toegankelijk wilt laten zijn, selecteer dan het selectievakje Java-webtoepassingen.

130 130 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 10. Klik OK. De eigenschappen van een alias wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Domeinaliassen. 2. Selecteer de juiste alias. 3. Klik Voorkeuren. 4. Wijzig de instellingen en klik OK. DNS-records aanpassen in de DNS-zone van een domeinalias: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Domeinaliassen. 2. Selecteer de juiste alias. 3. Klik op DNS. 4. Voeg DNS-records toe of wijzig of verwijder deze zoals gewenst: Om DNS-records aan de zone toe te voegen, klikt u op Nieuw record toevoegen. Geef de juiste waarden op en klik OK om ze in de zone vast te leggen. Om een DNS-record aan te passen, klik in de kolom Host op de hyperlink die verwijst naar het juiste record. Om een record te verwijderden, selecteert u het selectievakje voor het juist record en klikt u op Verwijderen. Opmerking: voor gedetailleerde informatie over de eigenschappen van de verschillende DNS-records, zie de sectie DNS-instellingen voor domeinen wijzigen (op pagina 141). Een domeinalias verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Domeinaliassen. 2. Selecteer het selectievakje voor het domeinalias dat u wilt verwijderen. 3. Klik Verwijderen. Bevestig de verwijdering en klik OK.

131 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 131 Een site-structuur met subdomeinen opzetten Subdomeinen zijn extra domeinnamen die u de volgende mogelijkheden geven: Zorgen voor een logische organisatie van uw site. Extra websites (of aparte onderdelen van een website) op dezelfde server hosten, zonder dat u hoeft te betalen voor het vastleggen van meerdere domeinnamen. Een voorbeeld van het gebruik van subdomeinen: U hebt een website uw-product.nl, die is gericht op de promotie en de verkoop van uw product. Voor het publiceren van informatie met betrekking tot de ondersteuning van klanten en vragen met betrekking tot online bestellingen, kunt u een subdomein bestellingen instellen, zodat uw klanten direct toegang tot deze informatie hebben via de domeinnaam bestellingen.uw-product.nl. In deze sectie: Subdomeinen instellen (Linux-hosting) Subdomeinen instellen (Windows-hosting)

132 132 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Subdomeinen instellen (Linux-hosting) Een subdomein instellen: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Subdomeinen. 4. Klik op Subdomein Aanmaken. 5. Geef de gewenste subdomeinnaam op. Dit kan bijvoorbeeld het onderwerp zijn waar de site over gaat, een afdeling van de organisatie of welke andere combinatie van letters, cijfers en het verbindingsstreepje dan ook (tot maximaal 63 karakters). De naam van het subdomein moet beginnen met een karakter uit het alfabet. Het gebruik van hoofd- of kleine letters maakt geen verschil voor de naam van een subdomein. 6. Als via dit subdomein transacties zullen worden uitgevoerd die beveiligd moeten worden, selecteer dan het selectievakje SSL-ondersteuning. In dat geval zal het SSL-certificaat dat onder het hoofddomein is geïnstalleerd worden gebruikt voor het versleutelen van transacties. Wanneer u de site publiceert dan moet u standaard de webbestanden die via een beveiligde verbinding toegankelijk moeten zijn uploaden naar de map httpsdocs en de bestanden die via normaal HTTP toegankelijk moeten zijn naar de map httpdocs. Als u dat handiger vindt, dan kunt u er voor kiezen om alle bestanden via een enkele locatie te publiceren de map httpdocs. Om dit te doen selecteert u de optie Gebruik van één enkele map voor het opslaan van SSL en niet-ssl-bestanden. 7. Als dit subdomein een onderdeel van de website bevat dat wordt beheerd door de beheerder van de hoofdsite, laat dan het selectievakje Gebruik het FTP-gebruikeraccount van het hoofddomein geselecteerd. Als dit subdomein een aparte website bevat die hoort of wordt beheerd door iemand anders, selecteer dan de optie Maak een apart FTP-gebruikeraccount aan voor dit subdomein en geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op die moeten worden gebruikt om via FTP toegang te krijgen tot de webruimte en om bestanden op het web te publiceren. 8. Geef aan in welke programmeertalen de website is ontwikkeld. Als u dit niet correct doet, dan functioneert de website wellicht niet goed. Als de website bijvoorbeeld in eerste instantie is ontwikkeld in ASP, maar deze ook gebruikt maakt van een aantal toepassingen die in PHP zijn geschreven, selecteer dan de selectievakjes ASP-ondersteuning en PHP-ondersteuning.

133 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Als u de hoeveelheid schijfruimte wilt beperken die door webbestanden onder dit subdomein kan worden ingenomen, dan geeft u de gewenste waarde in megabytes op in het veld Harde beperking van schijfruimte. Als de opgegeven beperking wordt overschreden, dan kunt u geen bestanden meer toevoegen aan de webruimte en kan het bewerken van bestaande bestanden deze beschadigen. 10. Om het instellen te voltooien, klikt u op Voltooien. Het kan tot 48 uur duren voordat de informatie over het nieuwe subdomein is doorgedrongen tot het gehele domeinnaamsysteem en beschikbaar is voor alle internetgebruikers. Om webbestanden te publiceren in de webruimte van het subdomein, volgt u de instructies in de sectie Een site publiceren via FTP (op pagina 107). Een subdomein met de daarbij behorende webinhoud verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Subdomeinen. 2. Selecteer het selectievakje voor het subdomein dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Klik op Ja om de verwijdering te bevestigen. De subdomein-instellingen en de op het web weergegeven inhoud daarvan worden van de server verwijderd.

134 134 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Subdomeinen instellen (Windows-hosting) Een subdomein instellen: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Subdomeinen. 4. Klik op Subdomein Aanmaken. 5. Selecteer het juiste Type hosting: Selecteer Fysieke hosting om een virtuele host voor het domein aan te maken. Selecteer Subdomein in map om een virtueel subdomein aan te maken. Subdomein in map maakt gebruik van de fysieke structuur van het domein. Het aanmaken van een apart FTP-gebruikeraccount is niet mogelijk: het FTP-gebruikeraccount van het domein zal worden gebruikt. 6. Klik Volgende>>. 7. Geef de juiste naam van het subdomein op. Dit kan bijvoorbeeld het onderwerp zijn waar de site over gaat, de naam van een afdeling binnen de organisatie, of welke andere combinatie van letters, cijfers en het verbindingsstreepje dan ook (tot maximaal 63 karakters). Om het voorvoegsel WWW toe te voegen selecteert u het betreffende selectievakje. De naam van het subdomein moet beginnen met een karakter uit het alfabet. Het gebruik van hoofd- of kleine letters maakt geen verschil voor de naam van een subdomein. 8. Als u een subdomein in een submap maakt, geef dan de fysieke locatie van de bestanden van het subdomein op in het veld Hoofdmap van de site: Zorg dat het selectievakje Fysieke map voor subdomein aanmaken niet is geselecteerd en geef de bestaande map op rechts van het veld httpdocs. U kunt klikken op om te bladeren naar de juiste map, deze te selecteren en af te sluiten met OK. Laat het selectievakje Fysieke map voor subdomein aanmaken geselecteerd om een bijbehorende fysieke map aan te maken met dezelfde naam als het subdomein. 9. Als u een subdomein aanmaakt met fysieke hosting, geef dan het juiste FTP-gebruikeraccount op: Als dit subdomein een onderdeel bevat van uw eigen website die u zelf beheert, selecteer dan het selectievakje Gebruik het FTP-gebruikeraccount van het hoofddomein.

135 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 135 Als dit subdomein een aparte website bevat die hoort of wordt beheerd door iemand anders, selecteer dan de optie Maak een apart FTP-gebruikeraccount aan voor dit subdomein en geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op die moeten worden gebruikt om via FTP toegang te krijgen tot de webruimte en om bestanden op het web te publiceren. Geef in het betreffende veld de harde beperking van schijfruimte op in megabytes, of laat het selectievakje Onbeperkt geselecteerd. Als de opgegeven beperking wordt overschreden, dan kunt u geen bestanden meer toevoegen aan de webruimte en kan het bewerken van bestaande bestanden deze beschadigen. 10. Als u Ondersteuning voor Microsoft FrontPage wilt inschakelen, selecteer dan het juiste selectievakje. Schakel Microsoft FrontPage op afstand in of uit, door de juiste optie te selecteren. 11. Geef de ondersteunde programmeertalen op in de groep Diensten. Gebruik Alles selecteren of Selectie opheffen om alle beschikbare talen te selecteren, of om de selectie op te heffen. Wanneer ondersteuning voor ASP.NET is uitgeschakeld op het domein waarvoor u het subdomein aanmaakt, dan is deze ook niet beschikbaar voor een Subdomein in map. Als ondersteuning voor ASP.NET is ingeschakeld voor het domein, dan is ASP.NET beschikbaar voor subdomeinen in een map. 12. Om u in staat te stellen informatie te bekijken over het aantal mensen dat de site heeft bezocht en welke pagina s zij precies hebben bekeken, selecteert u het gewenste statistische programma uit het uitrolmenu Webstatistieken en, desgewenst, het selectievakje toegankelijk via met wachtwoord afgeschermde map /plesk-stat/webstat. Dit zal de geselecteerde statistische softwaremodule installeren die verslagen genereert en deze opslaat in de met een wachtwoord afgeschermde map. De beheerder van het subdomein zal dan is staat zijn om webstatistieken te bekijken via de URL https://subdomein.domein.nl/plesk-stat/webstat, waarbij hij of zij zich moet aanmelden met de gebruikersnaam en het wachtwoord van het FTP-account. Opmerking: als de beheerder van het subdomein de gebruikersnaam of het wachtwoord wijzigt voor het FTP-account, dan worden de toegangsgegevens voor webstatistieken niet automatisch ook gewijzigd. De oorspronkelijke gebruikersnaam en het wachtwoord dat is opgegeven bij het aanmaken van het subdomein moeten altijd worden gebruikt voor toegang tot de met een wachtwoord afgeschermde map met webstatistieken. 13. Selecteer de optie Aanvullende schrijf- en bewerkingsrechten wanneer de webtoepassingen van dit subdomein gebruik maken van een bestandgebaseerde database (zoals Jet) in de hoofdmappen httpdocs of httpsdocs. Houd er rekening mee dat het selecteren van deze optie de beveiliging van uw website serieus zal aantasten. 14. Om het instellen te voltooien, klikt u op Voltooien. Het kan tot 48 uur duren voordat de informatie over het nieuwe subdomein is doorgedrongen tot het gehele domeinnaamsysteem en beschikbaar is voor alle internetgebruikers.

136 136 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Een subdomein met de daarbij behorende webinhoud verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Subdomeinen. 2. Selecteer het selectievakje voor het subdomein dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Klik op Ja om de verwijdering te bevestigen. De subdomein-instellingen en de op het web weergegeven inhoud daarvan worden van de server verwijderd. Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Linux-hosting) Als u bestanden en mappen naar de server uploadt, past Parallels Small Business Panel automatisch de juiste toegangsrechten toe uit voorzorg voor de beveiliging van de server. Als bepaalde scripts op uw sites niet juist functioneren, dan kan dat te maken hebben met verkeerd ingestelde toegangsrechten. U kunt de toegangsrechten nalopen en deze indien nodig corrigeren. De rechten van bestanden en mappen nalopen of wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Bestandsbeheer. De rechten worden weergegeven als drie sets van karakters, zoals rwx rwx r. Het eerste set geeft aan wat de eigenaar van het bestand of de map ermee kan doen; de tweede set geeft aan wat de betreffende gebruikersgroep met het bestand of de map kan doen; de derde set geeft aan wat andere gebruikers (de rest van de wereld, dat wil zeggen: internetgebruikers die een site bezoeken) met het bestand of de map mogen doen. R (van read ) geeft het recht aan om een bestand of map te kunnen lezen (bekijken), W (van write ) betekent het recht om naar het bestand of de map te kunnen schrijven (aanpassen) en X (van execute ) betekent het recht om een bestand te kunnen uitvoeren, of om in een map te kunnen kijken. 2. Om de rechten van een bestand of map te wijzigen, klikt u in de kolom Rechten op de betreffende hyperlink die de juiste set van rechten aangeeft. 3. Pas de rechten op de juiste manier aan en klik op OK.

137 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 137 Toegangsrechten voor bestanden en mappen instellen (Windows-hosting) Als u bestanden en mappen naar de server uploadt, past Parallels Small Business Panel automatisch de juiste toegangsrechten toe uit voorzorg voor de beveiliging van de server. Als bepaalde scripts op uw sites niet juist functioneren, dan kan dat te maken hebben met verkeerd ingestelde toegangsrechten. U kunt de toegangsrechten nalopen en deze indien nodig corrigeren. Parallels Small Business Panel stelt u in staat om de rechten voor bestanden en mappen in te stellen, inclusief speciale rechten en de overdracht van rechten, op eenzelfde manier waarop dit gebeurt in Microsoft Windows. Opmerking: Om veiligheidsreden kunnen de rechten van Beheerders, SYSTEM en Parallels Small Business Panel-domeinbeheerders niet worden gewijzigd of verwijderd. In deze sectie: Toegangsrechten voor groepen en gebruikers instellen en wijzigen Groepen en gebruikers hun toegangsrechten afnemen Overdracht van toegangsrechten instellen voor bestanden en mappen Instellen, wijzigen en verwijderen van speciale toegangsrechten

138 138 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Toegangsrechten voor groepen en gebruikers instellen en wijzigen Toegangsrechten voor een groep of gebruiker instellen of wijzigen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Bestandsbeheer. 2. Klik op het pictogram voor het juiste bestand of de juiste map. Om de rechten van een groep of gebruiker af te nemen of om deze te wijzigen, klik op de juiste naam in de lijst Groeps- of gebruikersnamen. Om rechten in te stellen voor een groep of gebruiker die niet is opgenomen in de lijst Groeps- of gebruikersnamen, selecteert u de juiste groeps- of gebruikersnaam uit het uitrolmenu boven de lijst en klikt u op : de gebruiker/groep verschijnt nu in de lijst. Selecteer deze. 3. Om rechten toe te kennen of af te nemen van een geselecteerde groep of gebruiker, selecteert u de selectievakjes Toestaan of Weigeren voor de rechten die staan vermeld onder Rechten voor [groeps- of gebruikersnaam]. Opmerking: Als de selectievakjes in de kolommen Toestaan en/of Weigeren donker zijn, betekent dit dat de bijbehorende rechten worden overgenomen van een bovenliggende map. Om een recht af te nemen, dat is overgenomen van een bovenliggend object, selecteert u de juiste selectievakjes onder Weigeren. Dit zal de doorgegeven rechten voor dit bestand of deze folder te niet doen. Om rechten toe te kennen, die vanaf een hoger gelegen object worden doorgegeven als geweigerd, zorgt u dat het selectievakje Toestaan dat overdraagbare rechten vanaf het hoger gelegen object doorwerken op dit object en op alle lagergelegen objecten. Voeg deze samen met de ingangen die hier expliciet zijn opgegeven: hiermee wordt de overgenomen instelling van het recht verwijderd. Selecteer vervolgens de juiste selectievakjes Toestaan en Weigeren. 4. Klik OK.

139 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 139 Groepen en gebruikers hun toegangsrechten afnemen Toegangsrechten afnemen van een groep of gebruiker: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Bestandsbeheer. 2. Klik op het pictogram voor het juiste bestand of de juiste map. 3. Selecteer de juiste naam in de lijst Groeps- of gebruikersnamen en klik op ernaast. Opmerking: De p ictogrammen worden getoond als niet-beschikbaar voor ingangen die hun rechten overnemen van een bovenliggend object. 4. Selecteer de juiste ingang. 5. Zorg dat het selectievakje Toestaan dat overdraagbare rechten vanaf het hoger gelegen object doorwerken op dit object en op alle lagergelegen objecten. Voeg deze samen met de ingangen die hier expliciet zijn opgegeven. 6. Selecteer de ingang opnieuw en klik. 7. Klik OK. Overdracht van toegangsrechten instellen voor bestanden en mappen De overdracht van toegangsrechten instellen voor bestanden en mappen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Bestandsbeheer. 2. Klik op het pictogram voor het juiste bestand of de juiste map. 3. Om een bestand of map toegangsrechten over te laten nemen van een bovenliggende map (als dat nog niet het geval is), selecteert u het selectievakje Sta de bovenliggende map toe om overdraagbare rechten door te geven aan dit object en alle onderliggende objecten. Voeg deze samen met de ingangen die hier expliciet zijn opgegeven. 4. Om ervoor te zorgen dat de bestanden en mappen die zich in deze map bevinden de maprechten overnemen die hier zijn opgegeven, selecteert u het selectievakje Vervang rechteningangen van alle onderliggende objecten met hier getoonde ingangen die van toepassing zijn op onderliggende objecten. 5. Klik OK.

140 140 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Instellen, wijzigen en verwijderen van speciale toegangsrechten U kunt speciale rechten instellen, wijzigen en wijzigen, inclusief geavanceerd beheer van het overdragen van folderrechten. In de rechtenbeheermodus Geavanceerd kunnen verschillende rechtenpakketten worden gekoppeld aan een enkele groep of gebruiker, elk met een aparte set rechten. Ook is de lijst met rechten in de modus Geavanceerd gedetailleerder en geeft deze meer mogelijkheden voor fijnafstemming van rechten voor bestanden en mappen. Het bevat rechten die niet worden aangetroffen in Microsoft Windows, maar die combinaties vormen van de oorspronkelijke Microsoft Windows-rechten. Dit zijn Leescontrole, Schrijfcontrole en Uitvoeringscontrole. Speciale rechten voor bestanden en mappen instellen, wijzigen of verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Bestandsbeheer. 2. Klik op het pictogram voor het juiste bestand of de juiste map. 3. Klik Geavanceerd. Om een rechtenpakket aan te maken voor een groep of een gebruiker, selecteert u de juiste naam uit de lijst Groeps- of gebruikersnamen en klikt. Om de bestand- of maprechten voor een groep of gebruiker in te stellen of te wijzigen, selecteert u de juiste naam uit de lijst Groeps- of gebruikersnamen en selecteert u de juiste selectievakjes Toestaan en Weigeren voor de rechten die genoemd zijn onder Rechten voor [groep/gebruikersnaam]. Om een rechtenpakket te verwijderen voor een groep of gebruiker, selecteert u de juiste naam uit de lijst Groeps- of gebruikersnamen en klikt u op. Om ervoor te zorgen dat de onderliggende objecten van een folder de rechten daarvan overnemen, zoals opgegeven onder Rechten voor [groep/gebruikersnaam], selecteert u het selectievakje Vervang rechteningangen van alle onderliggende objecten met hier getoonde ingangen die van toepassing zijn op onderliggende objecten. en selecteer de selectievakjes in de lijst Toepassen op voor de objecten waarvan u wilt dat ze de rechten overnemen. 4. Klik OK.

141 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 141 DNS-instellingen voor domeinen wijzigen Voor elke nieuw domeinnaam, maakt Parallels Small Business Panel automatisch een DNS-zone aan volgens de vooraf ingestelde waarden die u opgeeft. De domeinnamen werken normaal gesproken prima met de automatische instellingen. Als het toch nodig is om aanpassingen door te voeren in de zone van de domeinnaam, dan kunt u dat doen via Parallels Small Business Panel. Zie voor een inleiding in het domeinnaamsysteem, DNS-zones en DNS-records de sectie DNS-diensten instellen (op pagina 28). De records in de DNS-zone van een domein bekijken: Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. De volgende pagina toont alle DNS-records voor het domein. Een nieuw DNS-record aan de zone toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik op Record toevoegen. 3. Selecteer het type DNS-record en geef de juiste gegevens op: Voor een NS-record dat de domeinnaam of de naamserver vastlegt die verantwoordelijk is voor de DNS-zone van een domein, moet u de domeinnaam (of een subdomein) opgeven met de domeinnaam van de bijbehorende naamserver. Als u een NS-record instelt voor uw hoofddomein, dan moet u het veld domeinnaam leeg laten. Als u een naamserver instelt voor een subdomein, dan geeft u het subdomein op in het veld domeinnaam. Vervolgens geeft u de domeinnaam van de juiste naamserver op in het veld naamserver. Bijvoorbeeld: ns1.mijnnaamserver.nl. Voor een A-record, dat IP-adressen aan domeinnamen koppelt, moet u de domeinnaam en het IP-adres opgeven. Als u simpelweg een A-record instelt voor uw hoofddomein, dan moet u het veld domeinnaam leeg laten. Als u een A-record instelt voor een naamserver, geef dan ns1 of ns2 op in het veld domeinnaam. Geef vervolgens het juiste IP-adres op waaraan u de domeinnaam wilt koppelen. Voor een CNAME-record, dat aangeeft welke subdomeinen (of domeinaliassen die eruit zien als subdomeinen, zoals www) in het domeinnaamsysteem aan het hoofddomein moeten worden gekoppeld, moet u de naam van het subdomein of het www-alias opgeven en vervolgens de naam van het hoofddomein.

142 142 Zorgen dat u op internet aanwezig bent Voor een MX-record, dat de hostnaam bevat van de mailserver van voorkeur voor het opgegeven domein, moet u het maildomein (of subdomein) opgeven, de domeinnaam van de mailserver die verantwoordelijk is voor het ontvangen van en de prioriteit van de server. Voor het hoofddomein kunt u dit veld eenvoudigweg leeg laten. Geef vervolgens de domeinnaam van uw mailserver op. Als u gebruik maakt van een externe mailserver met de naam mail.mijnhostnaam.nl, dan kunt u simpelweg mail.mijnhostnaam.nl invoeren in het veld Mailserver. Vervolgens geeft u de prioriteit aan: 0 is de hoogste en 50 is de laagste prioriteit. Voor een PTR-record, dat nodig is voor omgekeerde DNS-lookups (waarbij een IP-adres naar een domeinnaam wordt vertaald), moet u het IP-adres/masker opgeven en vervolgens de juiste domeinnaam waarnaar dit IP-adres moet worden omgezet. Voor een TXT-record, dat gebruikt wordt voor willekeurige, door mensen te lezen tekst, kunt u een willekeurige tekenreeks opgeven, of een SPF-record. Voor een SRV-record, dat wordt gebruikt voor het opgeven van andere diensten dan mail, moet u de naam van de dienst opgeven, de protocolnaam, het poortnummer en de host van bestemming. Dienst- en protocolnamen moeten beginnen met een underscore. U kunt ook de prioriteit van de doelhost aangeven en een relatief gewicht (voor records met dezelfde prioriteit) in de daarvoor bestemde velden. 4. Klik OK en vervolgens op Update. De eigenschappen van een DNS-record aanpassen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik de hyperlink in de Host-kolom die hoort bij het DNS-record dat u wilt aanpassen. 3. Pas het record aan zoals vereist, klik op OK en vervolgens op Update. Naast de hierboven omschreven DNS-records is er ook een Start of Authority-record. Dit record geeft aan dat deze DNS-naamserver verantwoordelijk is voor de DNS-zone van het domein. Het bevat instellingen die van invloed zijn op het doorvoeren van informatie over de DNS-zone in het domeinnaamsysteem. De ingangen in het Start of Authority (SOA)-record van een domein aanpassen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik op SOA-record. 3. Geef de gewenste waarden op: TTL. Dit is de periode waarin andere DNS-servers het record in een cachegeheugen moeten opslaan. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één dag. Vernieuwen. Dit geeft aan hoe vaak de secundaire naamservers controleren bij de primaire naamserver of er wijzigingen zijn doorgevoerd in de zone van het domein. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur.

143 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 143 Retry. Dit is de tijd die een secundaire server na een mislukte zoneoverdracht wacht alvorens een nieuwe poging te doen. Deze tijd is normaal gesproken korter dan de verversingsinterval. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één uur. Expire. Dit is de tijd voordat een secundaire naamserver stopt zoekopdrachten uit te voeren na een verstreken verversingsinterval waarbij de zone niet is ververst of bijgewerkt. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op één week. Minimum. Dit is de periode waarin een secundaire server een negatief antwoord moet bewaren in het cachegeheugen. Parallels Small Business Panel stelt de standaardwaarde in op drie uur. 4. Klik OK en vervolgens op Update. Het gebruik van de serienummernotatie die wordt aanbevolen door IETF en RIPE is verplicht voor een groot aantal domeinen dat binnen bepaalde DNS-zones op hoog niveau wordt geregistreerd, met naam in Europa. Als uw domein in één van deze zones is geregistreerd en het bedrijf waarbij u uw domeinen laat vastleggen weigert uw SOA-serienummer te accepteren, dan zou het gebruik van de door IETF en RIPE aanbevolen serienummernotatie het problemen moeten oplossen. Server die door Parallels Small Business Panel worden beheerd, gebruiken de notatie van het UNIX-tijdsstempel voor het instellen van DNS-zones. Het UNIX-tijdsstempel bestaat uit het aantal seconden dat is verstreken sinds 1 januari 1970 (Unix Epoch). Het 32-bit tijdsstempelzal niet meer voldoen vanaf 8 juli RIPE raadt aan de YYYYMMDDnn-notatie te gebruiken, waarbij YYYY staat voor het jaartal (vier cijfers), MM voor de maand (twee cijfers), DD voor de dag van de maand (twee cijfers) en waar nn de versie per dag is (twee cijfers). De notatie YYYYMMDDNN zal nog voldoen tot het jaar De notatie van het Start of Authority (SOA)-serienummer voor een domein wijzigen in YYYYMMDDNN: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik op SOA-record. 3. Selecteer het selectievakje Gebruik de serienummernotatie dat wordt aanbevolen door IETF en RIPE. Opmerking: zie het voorbeeld van een SOA-serienummer dat in de geselecteerde notatie wordt gegenereerd. Als het resulterende nummer lager is dan het nummer van de huidige zone, dan kan de aanpassing ertoe leiden dat DNS voor dit domein tijdelijk niet goed functioneert. Het kan enige tijd duren voordat internetgebruikers iets merken van een zone-update. 4. Klik OK en vervolgens op Update. DNS-records uit de zone verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS.

144 144 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 2. Selecteer het selectievakje voor het record dat u wilt verwijderen. 3. Klik Verwijderen. 4. Bevestig de verwijdering, klik OK en vervolgens op Update. De oorspronkelijke instellingen van de zone terugplaatsen, volgens de instellingen van het standaard DNS-sjabloon dat op de server wordt gebruikt: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik Terugkeren naar Standaardwaarden. 3. In het uitrolmenu IP-adres selecteert u het IP-adres dat moet worden gebruikt voor het herstel van de zone. 4. Geef aan of het alias www is vereist voor het domein. 5. Selecteer het selectievakje Bevestig het herstel van de DNS-zone en klik OK. De zone-instellingen zullen opnieuw worden aangemaakt. De notatie van het Start of Authority (SOA)-serienummer voor een domein opnieuw instellen op de standaard (UNIX-tijdsstempel): 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > DNS. 2. Klik op SOA-record. 3. Zorg dat het selectievakje Gebruik de serienummernotatie die wordt aanbevolen door IETF en RIPE niet is geselecteerd. Opmerking: zie het voorbeeld van een SOA-serienummer dat in de geselecteerde notatie wordt gegenereerd. Als het resulterende nummer lager is dan het nummer van de huidige zone, dan kan de aanpassing ertoe leiden dat DNS voor dit domein tijdelijk niet goed functioneert. Het kan enige tijd duren voordat internetgebruikers iets merken van een zone-update. 4. Klik OK.

145 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 145 Foutmeldingen van de webserver aanpassen Als bezoekers van uw site een pagina opvragen die de webserver niet kan vinden of om wat voor reden dan ook niet kan weergeven, dan genereert en toont deze een standaard HTML-pagina met een foutmelding. De standaard foutmelding kan informatie geven over problemen, maar daarbij wordt meestal niet verteld hoe deze kunnen worden opgelost of hoe de verdwaalde bezoeker weer op weg kan worden geholpen. Bovendien zien ze er saai uit. Wellicht wilt u uw eigen foutmeldingspagina s maken en deze voor uw websites gebruiken. De volgende foutmeldingspagina s worden het meest aangepast: 400 Bad File Request. Dit betekent meestal dat de syntaxis die is gebruikt voor de URL niet correct is (bijvoorbeeld: hoofdletters moeten eigenlijk kleine letters zijn, verkeerde leestekens gebruikt). 401 Unauthorized. De server wacht op een encryptiesleutel van de cliënt, maar deze wordt niet ontvangen. Het kan ook zijn dat er een verkeerd wachtwoord is opgegeven. 403 Forbidden/Access denied. Vergelijkbaar met 401; er zijn speciale rechten nodig om toegang te krijgen tot de site - een wachtwoord en/of gebruikersnaam in het geval van een probleem met aanmelding. 404 Not Found. De server kan het opgevraagde bestand niet vinden. Het bestand is ofwel verplaatst of gewist, of er is een verkeerde URL of documentnaam opgegeven. Dit is de meest voorkomende foutmelding. 500 Internal Server Error. Kan het HTML-document niet ophalen vanwege problemen met de server-instellingen. De webserver op een Linux-gebaseerd systeem instellen voor het weergeven van uw aangepaste foutmeldingspagina s: 1. Inschakelen van ondersteuning voor aangepaste foutmeldingsdocumenten via Parallels Panel: Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Instellingen webhosting. Selecteer het selectievakje Aangepaste foutmeldingsdocumenten en klik op OK. 2. Maak via FTP verbinding met de hosting-server en ga naar de map error_docs. 3. Bewerk of vervang de betreffende bestanden. Let er wel op dat u de juiste bestandsnamen behoudt: 400 Bad File Request - bad_request.html 401 Unauthorized - unauthorized.html 403 Forbidden/Access denied - forbidden.html 404 Not Found - not_found.html

146 146 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 500 interne Server Error - interne_server_error.html De webserver op een Windows-gebaseerd systeem instellen voor het weergeven van uw aangepaste foutmeldingspagina s: 1. Inschakelen van ondersteuning voor aangepaste foutmeldingsdocumenten via Parallels Panel: Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Instellingen webhosting. Selecteer het selectievakje Aangepaste foutmeldingsdocumenten en klik op OK. 2. Klik op Webmappen en vervolgens op het tabblad Foutmeldingsdocumenten. 3. Klik op het juiste foutmeldingsdocument in de lijst. Om voor deze foutmelding het standaarddocument van de webserver te gebruiken, selecteert u Standaard in het menu Type. Om een aangepast HTML-document te gebruiken dat zich al bevindt in de map error_docs van een domein, selecteer Bestand in het menu Type en geef de bestandsnaam op het veld Locatie. Om een aangepast HTML-document te gebruiken in een map anders dan error_docs op een domein, selecteer URL in het menu Type en voer het zoekpad in naar uw document in het veld Locatie. Het zoekpad dient relatief te zijn ten opzichte van de hoofdmap van de virtuele host (dat is <vhosts>\<domein>\httpdocs). U hebt bijvoorbeeld een bestand aangemaakt met de naam forbidden_403_1.html en deze opgeslagen in de map mijn_foutmeldingen die zich bevindt in de map httpdocs. Om dit bestand als een foutmeldingsdocument te gebruiken, moet u het volgende zoekpad opgeven in het veld Locatie: /my_errors/forbidden_403_1.html. Opmerking: u kunt ofwel uw FTP-programma of Bestandsbeheer gebruiken voor het uploaden van uw aangepaste foutmeldingsdocument naar de server. Standaard worden alle foutmeldingsdocumenten opgeslagen in de map /vhosts/uw-domein.nl/error_docs/ (deze bevindt zich standaard in C:\InetPub).

147 Zorgen dat u op internet aanwezig bent 147 Websites opschorten en reactiveren Een website opschorten: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de domeinnaam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Website opschorten (in de groep Geavanceerde handelingen). De website is nu niet meer toegankelijk vanaf internet en de adressen die bij de site horen zullen geen meer accepteren. Een website reactiveren: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam. 2. Klik op Website reactiveren (in de groep Geavanceerde handelingen). Websites verwijderen Een domein (website) met de daarbij behorende bestanden verwijderen: 1. Klik op het tabblad Websites & Domeinen. 2. Als u meer dan één website op de server host, selecteer dan eerst de juiste website: klik op het pictogram naast de naam van de site en selecteer de website in het popupmenu dat wordt geopend. 3. Klik op Website verwijderen (in de groep Geavanceerde handelingen). 4. Om de verwijdering te bevestigen, klikt u op Ja. Een subdomein met de daarbij behorende webinhoud verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Websites & Domeinen > domeinnaam > Subdomeinen. 2. Selecteer het selectievakje voor het subdomein dat u wilt verwijderen. 3. Klik Verwijderen, bevestig de verwijdering en klik OK.

148 H O O F D S T U K 7 Gebruikeraccounts beheren Parallels Small Business Panel kan dienst doen als Intranet voor de medewerkers van uw bedrijf: 1. U zet een interne website op voor gebruikers binnen uw organisatie (zoals omschreven in de sectie Een website opzetten). 2. Installeer hulpprogramma s voor samenwerking, projectbeheer, kennisuitwisseling, enzovoorts (zoals omschreven in de sectie Toepassingen installeren). 3. Stel gebruikersrollen in die u aan gebruikers kunt toewijzen om hen toegang te geven tot toepassingen en diensten op het intranet. Gebruikersrollen komen overeen met de werkgerelateerde activiteiten die door de werknemers worden uitgevoerd. Wanneer u een nieuw gebruikeraccount aanmaakt, dan wordt u gevraagd de juiste gebruikersrol te selecteren. Er bestaan twee vooraf ingestelde gebruikersrollen, die van Beheerder en van Medewerker. U kunt de rol van Medewerker naar uw eigen inzichten aanpassen, of u kunt aangepaste rollen instellen. 4. Gebruikeraccounts aanmaken en hier rollen aan toewijzen. 5. adressen aanmaken voor gebruikers. Als u al deze stappen hebt doorlopen, dan kunnen gebruikers zich met hun account aanmelden bij Parallels Small Business Panel, waarna zij via de snelkoppelingen in Parallels Small Business Panel naar hun postvak kunnen gaan. Ook kunnen ze gebruik maken van de verschillende toepassingen. Een gebruikersrol aanmaken: 1. Ga naar het tabblad Gebruikers > tabblad Gebruikersrollen > Gebruikersrol Aanmaken. 2. Geef de volgende gegevens op: Naam van gebruikersrol. Kies een betekenisvolle naam, die overeenkomt met een functie in uw organisatie. Privileges. Wijs de gebruiker de rechten toe voor de juiste taken: Gebruikeraccounts beheren. Toevoegen, wijzigen en verwijderen van gebruikeraccounts. Gebruikersrollen beheren. Toevoegen, wijzigen en verwijderen van gebruikersrollen.

149 Gebruikeraccounts beheren 149 Websites en domeinen beheren. Instellen, aanpassen en verwijderen van DNS-domeinen en -subdomeinen, websites hosten en de hosting-instellingen wijzigen. Server-instellingen beheren. Instellen van de voorkeuren voor het berekenen van statistieken, wijzigen van hostnaam en systeemtijd. Toepassingen installeren en beheren. Bekijk en installeren van toepassingen uit de Toepassingscatalogus, vanaf de lokale harde schijf of vanuit de Toepassingsmarktplaats. diensten beheren. Aanmaken, aanpassen en verwijderen van accounts en verzendlijsten. Bestanden beheren. Beheer de bestanden en mappen op de server. Persoonlijke gegevens bijwerken. Toegang tot toepassingen. Selecteer de toepassingen waar de gebruiker toegang toe moet krijgen. Alle webtoepassingen die op de server zijn geïnstalleerd worden hier weergegeven. Voor meer informatie over het installeren van toepassingen en het geven van toegang aan gebruikers, zie de sectie Toepassingen installeren (op pagina 114). 3. Klik op OK. De eigenschappen van een gebruikersrol aanpassen: 1. Ga naar het tabblad Gebruikers > tabblad Gebruikersrollen. 2. Klik op de naam van de rol die u wilt aanpassen. 3. Wijzig de eigenschappen van de rol en klik op OK. Een gebruikersrol verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Gebruikers > tabblad Gebruikersrollen. 2. Selecteer het selectievakje voor de rol die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. Merk op dat het niet mogelijk is om de rol van Beheerder te verwijderen, of rollen die aan één of meer gebruikers zijn toegewezen. 3. Klik Ja om de verwijdering te bevestigen. Een gebruikeraccount aanmaken: 1. Ga naar het tabblad Gebruikers > Gebruikeraccount Aanmaken. 2. Geef de volgende gegevens op: Contactnaam. adres. Om een nieuw adres voor de gebruiker aan te maken, selecteert u de optie adres aanmaken op deze server

150 150 Gebruikeraccounts beheren en voert u het gewenste linkerdeel van het adres in (het stuk vóór het apestaartje). Selecteer vervolgens de domeinnaam waarbinnen het adres moet worden aangemaakt. Om een extern adres te koppelen aan dit gebruikeraccount (een adres op een andere server dan deze), selecteert u de optie Een extern adres gebruiken en geeft u een bestaand extern adres op. Gebruikersrol. Gebruikersnaam en wachtwoord voor toegang tot het intranet en andere diensten. 3. Zorg dat het selectievakje Gebruiker is actief is geselecteerd. Anders zal de gebruiker zich niet bij Parallels Small Business Panel kunnen aanmelden. 4. Klik op OK. Opmerking: als het systeem u waarschuwt dat dit gebruikeraccount al bestaat, dan kan dat betekenen dat het account aanwezig is in het besturingssysteem, maar niet in Parallels Small Business Panel. Geef in dat geval een andere gebruikersnaam op voor het account dat u wilt aanmaken. 5. Als u contactgegevens voor de gebruiker wilt toevoegen, klik dan op de naam van de gebruiker in de lijst, kies het tabblad Contactdetails en geef de contactgegevens van de gebruiker op. 6. Klik op OK. U kunt de gebruiker nu op de hoogte stellen dat zijn of haar account is aangemaakt in Parallels Small Business Panel en dat deze klaar is voor gebruik. Geef de gebruiker het adres dat hij of zij in de browser moet opgeven, samen met de gebruikersnaam en het wachtwoord die u hebt opgegeven bij de eigenschappen van het account. De eigenschappen van een gebruikeraccount wijzingen: 1. Klik op het tabblad Gebruikers. 2. Klik op de juiste gebruikersnaam. 3. Voer de juiste wijzigingen door en klik op OK. Een gebruikeraccount activeren of deactiveren: 1. Klik op het tabblad Gebruikers. 2. Klik op de juiste gebruikersnaam. 3. Voer één van de volgende acties uit: Om een gebruikeraccount te deactiveren, zorgt u dat het selectievakje bij Gebruiker is actief niet is geselecteerd. De gebruiker zal zich niet langer kunnen aanmelden bij Parallels Small Business Panel om gebruik te maken van de toepassingen. Om een gebruikeraccount te activeren, zorgt u dat het selectievakje bij Gebruiker is actief is geselecteerd.

151 Gebruikeraccounts beheren Klik op OK. Een gebruikeraccount verwijderen: 1. Klik op het tabblad Gebruikers. 2. Selecteer het selectievakje voor het gebruikeraccount dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. Merk op dat het niet mogelijk is om het account van de beheerder te verwijderen. 3. Klik Ja om de verwijdering te bevestigen.

152 H O O F D S T U K 8 adressen instellen U kunt de volgende soorten diensten instellen en gebruiken: Persoonlijke adressen, zoals die zijn gekoppeld aan een gebruikeraccount. Publieke adressen die bedoeld zijn voor algemene informatieverzoeken, zoals of die niet direct aan een gebruikeraccount zijn gekoppeld. U stelt een dergelijk adres in en geeft vervolgens de gebruikersnaam en het wachtwoord van het account aan de personen die u ervoor verantwoordelijk stelt. Verzendlijsten: adressen waarop een aantal gebruikers zijn geabonneerd. Verzendlijsten zijn nuttig voor het verspreiden van nieuwsberichten of aanbiedingen en om groepsdiscussies mogelijk te maken. aliassen: extra adressen die zijn gekoppeld aan het primaire (basis) adres van een gebruiker. aliassen kunnen worden gebruikt als tijdelijke wegwerpadressen om op internet te publiceren. Zodra er ongewenste mail binnenkomt via een adres dat is ingesteld als alias, kunt u dit alias verwijderen en een nieuwe aanmaken. Doorsturen van voor elk account kunt u de dienst doorsturen van instellen, waarmee een kopie van alle inkomende berichten naar een ander adres wordt gestuurd. Automatische beantwoording: voor elke account kunt u de dienst voor het automatisch beantwoorden van berichten inschakelen. Daarbij wordt een vooraf ingesteld bericht verstuurd als antwoord op elk inkomend bericht. Dit is nuttig voor het versturen van niet op kantoor - of op vakantie -meldingen, wanneer u niet aanwezig bent. Een persoonlijk account voor een gebruiker instellen: 1. Een adres aanmaken voor een nieuwe gebruiker, voor wie er nog geen account in het systeem is aangemaakt: a. Klik op het tabblad Gebruikers. b. Klik op gebruikeraccount Aanmaken. c. Geef de naam van de gebruiker op, het gewenste adres (gebruik de optie Een adres aanmaken op deze server) en het wachtwoord. d. Selecteer een gebruikersrol die overeenkomt met de positie van de gebruiker in uw organisatie, bijvoorbeeld werknemer. Als u meer wilt weten over gebruikeraccounts en gebruikersrollen, zie dan het hoofdstuk gebruikeraccounts beheren (op pagina 148).

153 adressen instellen 153 e. Zorg dat het selectievakje Gebruiker is actief is geselecteerd. Anders zal de gebruiker niet in staat zijn om welke dienst van het intranet dan ook te gebruiken, inclusief . f. Klik OK. 2. Een adres instellen voor een bestaand gebruikeraccount: a. Klik op het tabblad Mail. b. Op het tabblad adressen klikt u op adres Aanmaken. c. Voer het linkerdeel van het adres in (het stuk vóór het apestaartje). Selecteer vervolgens de domeinnaam waarbinnen het adres wordt aangemaakt. d. In het menu Toegewezen aan selecteert u de naam van de gebruiker. Het wachtwoord van de gebruiker, dat u hebt opgegeven bij het aanmaken van het gebruikeraccount, zal worden gebruikt voor de toegang tot het mailaccount; het is daarom niet nodig om op deze pagina een wachtwoord op te geven. Als u een adres voor de serverbeheerder aanmaakt, selecteer dan de optie admin uit het menu. e. Klik OK. Een openbaar adres aanmaken dat niet aan een gebruikeraccount is gekoppeld: 1. Klik op het tabblad Mail. 2. Op het tabblad adressen klikt u op adres Aanmaken. 3. Voer het linkerdeel van het adres in (het stuk vóór het apestaartje). Selecteer vervolgens de domeinnaam waarbinnen het adres wordt aangemaakt. 4. In het menu Toegewezen aan selecteert u de waarde Niemand. 5. Geef een wachtwoord op dat bestaat uit vijf of meer Latijnse karakters. 6. Klik OK. Nu kunt u de verantwoordelijke persoon laten weten dat dit adres is aangemaakt en hem of haar de gebruikersnaam en het wachtwoord geven. Een adres verwijderen: 1. Klik op het tabblad Mail. 2. Selecteer het selectievakje voor het adres dat u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK.

154 154 adressen instellen Extra adressen ( aliassen) voor een gebruiker toevoegen of verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Mail > adres > tabblad aliassen. 2. Voer één van de volgende acties uit: Om een adres toe te voegen, klikt u op alias toevoegen, geeft u het gewenste adres op in het veld aliassen en klikt u op OK. Om een adres te verwijderen, klikt u op de link Verwijderen rechts van het adres dat u wilt verwijderen. Een doorstuuradres voor instellen: 1. Ga naar het tabblad Mail > adres > tabblad Doorsturen. 2. Voer één van de volgende acties uit: Om het doorsturen van mail in te schakelen, selecteert u het selectievakje Doorsturen inschakelen, voert u het adres in waarnaar s moeten worden doorgestuurd en klikt u op OK. Om het doorsturen van mail uit te schakelen, zorgt u dat het selectievakje Doorsturen inschakelen niet is geselecteerd en klikt u op OK. Automatische beantwoordingen voor een adres instellen: 1. Ga naar het tabblad Mail > adres > tabblad Automatische beantwoording. 2. Voer één van de volgende acties uit: Om automatische beantwoording in te schakelen, selecteert u het selectievakje Automatische beantwoording inschakelen, u geeft het onderwerp en de tekst van het bericht op en klikt op OK. Om automatische beantwoording uit te schakelen, zorgt u dat het selectievakje Automatische beantwoording inschakelen niet is geselecteerd en klikt u op OK. In dit hoofdstuk: Toegang tot het postvak Verzendlijsten instellen

155 adressen instellen 155 Toegang tot het postvak Er zijn twee manieren om toegang te krijgen tot een postvak voor het verzenden en ontvangen van berichten: Een programma installeren en instellen op de computer van de gebruiker. Webmail gebruiken, direct vanuit de browser. De webmailsoftware is afkomstig van Horde IMP; deze software wordt standaard geïnstalleerd. U kunt deze standaard webmailtoepassing Horde IMP gebruiken, of u kunt de software Atmail Webmail Lite installeren. Zie voor het instellen van een programma de betreffende sectie: Microsoft Office Outlook (op pagina 156) Microsoft Outlook Express (op pagina 159) Apple Mail (op pagina 163) Mozilla Thunderbird (op pagina 168) Om toegang tot webmail te krijgen beschikt u over de volgende opties: Open in een webbrowser de URL webmail.voorbeeld.nl, waarbij voorbeeld.nl staat voor het internetadres van uw website. Wanneer u naar uw gebruikersnaam wordt gevraagd, geeft u uw volledige adres op (bijvoorbeeld en het wachtwoord dat u ook gebruikt als u zich bij Parallels Small Business Panel aanmeldt. Als u bij Parallels Small Business Panel bent aangemeld, kunt u klikken op het tabblad Mail en in de lijst met adressen kunt u klikken op het pictogram voor het juiste adres. Opmerking: als de server gebruik maakt van Atmail-webmail, zorg er dan voor dat u uw gebruikers op de hoogte stelt dat zij hun antibannersoftware moeten uitschakelen (zoals de antibannermogelijkheid van Kaspersky Internet Security). Ook moet alle software voor het blokkeren van popupvenster die op de computer actief is worden uitgeschakeld. Anders kunnen zij wellicht geen gebruik maken van Atmail. In deze sectie: Microsoft Office Outlook 2007 instellen Microsoft Outlook Express 6 instellen Apple Mail instellen Mozilla Thunderbird instellen

156 156 adressen instellen Microsoft Office Outlook 2007 instellen Instellen van Microsoft Office Outlook 2007: 1. Open Microsoft Office Outlook. 2. Ga naar Hulpprogramma s> Accountinstellingen. 3. Klik vanaf het tabblad op Nieuw. 4. Laat de optie Microsoft Exchange, POP3, IMAP of HTTP geselecteerd. Klik op Volgende. 5. Selecteer het selectievakje Serverinstellingen of extra servertypen handmatig configureren. Klik op Volgende.

157 adressen instellen Select de optie Internet en klik op Volgende. 7. Geef de volgende gegevens op: Uw naam.

158 158 adressen instellen Uw adres. Type account. Als u kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie IMAP. Als u geen kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie POP3. Als u IMAP selecteert dan hebt u de mogelijkheid om het SpamAssassin-spamfilter te trainen aan de hand van de berichten die u ontvangt, mits SpamAssassin op de server is ingeschakeld. Server voor inkomende mail. Geef uw domeinnaam op. Bijvoorbeeld: voorbeeld.nl. Server voor uitgaande mail. Geef uw domeinnaam op. Bijvoorbeeld: voorbeeld.nl. Gebruikersnaam waarmee u zich bij uw postvak aanmeldt. Geef uw volledige adres op. Wachtwoord waarmee u zich bij uw postvak aanmeldt. Dit wachtwoord is hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als het wachtwoord dat u gebruikt om u bij Parallels Small Business Panel aan te melden. 8. Klik op Volgende. 9. Klik op Voltooien.

159 adressen instellen 159 Microsoft Outlook Express 6 instellen De aanwijzingen in deze sectie zijn gecontroleerd in Microsoft Outlook Express 6. De procedures zijn wellicht anders in latere versies van Microsoft Outlook Express. Instellen van Microsoft Outlook Express: 1. Open Microsoft Outlook Express. 2. Ga naar Hulpprogramma s > Accounts. 3. Klik op de knop Toevoegen en selecteer het onderdeel Mail. 4. Geef uw naam op zoals u wilt dat deze zichtbaar is in alle berichten die u verstuurt en klik op Volgende. 5. Geef uw adres op en klik op Volgende.

160 160 adressen instellen 6. Stel de volgende instellingen in: Protocol van uw inkomende mailserver. Als u kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie IMAP. Als u geen kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie POP3. Als u IMAP selecteert dan hebt u de mogelijkheid om het SpamAssassin-spamfilter te trainen aan de hand van de berichten die u ontvangt, mits SpamAssassin op de server is ingeschakeld. Server voor inkomende mail. Geef het internetadres van uw website op. Server voor uitgaande mail. Geef het internetadres van uw website op.

161 adressen instellen Klik op Volgende. 8. Geef de volgende gegevens op: Uw accountnaam. Geef uw adres op in het veld Accountnaam. Uw wachtwoord. Dit wachtwoord is hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als het wachtwoord dat u gebruikt om u bij Parallels Small Business Panel aan te melden. Selectievakje Wachtwoord onthouden. Laat deze geselecteerd als u niet steeds naar uw wachtwoord wilt worden gevraagd wanneer uw programma verbinding maakt met de mailserver om deze op nieuwe berichten te controleren. Klik op Volgende.

162 162 adressen instellen 9. Om het instellen van uw programma te voltooien, klik Voltooien.

163 adressen instellen 163 Apple Mail instellen De aanwijzingen in deze sectie zijn opgesteld aan de hand van Apple Mail 3.6 (Leopard). Wellicht zijn ze niet van toepassing op eerdere of latere versies van Apple Mail. Instellen van Apple Mail: 1. Start Apple Mail. Als u de software voor de eerste keer opstart en u hebt nog geen mailaccounts ingesteld, sla dan de volgende stap over. Apple Mail brengt u direct naar de pagina voor het instellen van een nieuw account. 2. Open de wizard Mailaccount toevoegen: a. Klik op Mail > Preferences... b. Selecteer het tabblad Accounts. c. Klik op de knop + links onderin. 3. Geef de accountinformatie op: Uw volledige naam Uw volledige adres Het wachtwoord dat u gebruikt om u bij Parallels Small Business Panel aan te melden.

164 164 adressen instellen 4. Klik Continue. 5. Geef de volgende informatie op over de inkomende mailserver: Account Type: selecteer of u het IMAP- of POP-protocol wilt gebruiken. Wij raden u aan IMAP te selecteren als u SpamAssassin gebruikt als uw antispamsoftware: een IMAP-account is vereist om SpamAssassin te leren welke berichten ongewenst zijn en welke niet. Incoming Mail Server: geef de naam of het domein op waarop uw mail binnenkomt (dit is het gedeelte na het apestaartje in uw adres). User Name: geef uw volledige adres op. Password: Apple Mail neemt deze informatie mee uit de vorige stap, dus hier hoeft u niets te wijzigen. 6. Klik Continue. 7. (Optioneel) Geef de beveiligingsopties voor inkomende mail op: a. Selecteer het selectievakje Use Secure Sockets Layer (SSL). b. Selecteer de methode van verificatie. Laat de standaardmethode geselecteerd als u niet zeker weet welke u moet selecteren. Apple Mail toont dit scherm met instellingen alleen als een met Parallels Small Business Panel meegeleverde mailserver ondersteuning biedt voor SSL voor het geselecteerde type account (POP of IMAP).

165 adressen instellen Klik Continue. 9. Geef de volgende informatie op over de uitgaande mailserver: Outgoing Mail Server: geef de naam of het domein op vanwaar uw mail wordt verstuurd (dit is het gedeelte na het apestaartje in uw adres). Use only this server: geselecteerd. Use Authentication: geselecteerd. User Name: geef uw volledige adres op. Password: Apple Mail neemt deze informatie mee uit de vorige stap, dus hier hoeft u niets te wijzigen.

166 166 adressen instellen 10. Klik Continue. Apple Mail toont een overzicht van het mailaccount dat zal worden aangemaakt. 11. Selecteer het selectievakje Take account online en klik op Create.

167 adressen instellen 167

168 168 adressen instellen Mozilla Thunderbird instellen De aanwijzingen in deze sectie zijn gebaseerd op Mozilla Thunderbrid 2. Eerdere of latere versies van Mozilla Thunderbird werken wellicht anders. Instellen van Mozilla Thunderbird: 1. Open Mozilla Thunderbird. 2. Ga naar Extra> Accountinstellingen. 3. Klik Account Toevoegen. Er zal een wizard worden geopend. 4. Laat de optie account geselecteerd en klik op Volgende. 5. Geef de volgende gegevens op: Uw naam, zoals u wilt dat deze wordt weergegeven in de door uw verstuurde berichten. Uw adres.

169 adressen instellen Klik op Volgende. 7. Geef de volgende gegevens op: Protocol van uw inkomende mailserver. Als u kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie IMAP. Als u geen kopieën van berichten op de server wilt bewaren, selecteer dan de optie POP3. Als u IMAP selecteert dan hebt u de mogelijkheid om het SpamAssassin-spamfilter te trainen aan de hand van de berichten die u ontvangt, mits SpamAssassin op de server is ingeschakeld. Adres van de inkomende server. Geef het internetadres van uw website op. Adres van de uitgaande server. Geef het internetadres van uw website op.

170 170 adressen instellen 8. Klik op Volgende. 9. Geef in het veld Inkomende gebruikersnaam uw volledige adres op.

171 adressen instellen Klik op Volgende. 11. Geef de naam op die u aan dit account wilt geven (bijvoorbeeld Kantoormail) en klik op Volgende.

172 172 adressen instellen 12. Controleer dat de ingevoerde informatie juist is en klik Voltooien. 13. Klik OK om het begeleidingsprogramma voor het instellen van een account te sluiten.

173 adressen instellen 173 Verzendlijsten instellen Een verzendlijst is een adres voor een groep, waar een aantal gebruikers op is geabonneerd. Verzendlijsten worden gebruikt voor het versturen van berichten naar meerdere ontvangers tegelijkertijd. berichten die naar de abonnees van de verzendlijst worden gestuurd kunnen van alles bevatten: van platte tekst tot kleurige brochures en aanbiedingen met ingevoegde afbeeldingen en links, of bijlagen met multimediapresentaties. Hier is hoe het werkt: u maakt in Parallels Panel een adres voor de verzendlijst aan en meldt gebruikers aan als abonnee. Vervolgens verstuurt u uw bericht naar het adres van de verzendlijst, waarna alle abonnees deze ontvangen. Een verzendlijst instellen en abonnees toevoegen: 1. Ga naar het tabblad Mail > tabblad Verzendlijsten. 2. Klik op Verzendlijst Aanmaken. 3. Geef het adres van de verzendlijst op en, als u beschikt over meerdere websites, selecteer de website waarvoor de verzendlijst moet worden aangemaakt. 4. Aanmelden van abonnees: selecteer bestaande gebruikers aan de linkerkant en klik op >>, of klik adres toevoegen en geef een extern adres op. 5. Stel een automatische beantwoording in, als u wilt dat het systeem direct een bericht terugstuurt (zoals Dank u wel voor uw bericht. ) als antwoord op elk bericht dat aankomt bij het adres van de verzendlijst. Klik op het tabblad Automatische beantwoording, selecteer het selectievakje Automatische beantwoording activeren en geef de onderwerpregel en de tekst van het bericht op. 6. Klik OK. Gebruikers aan de verzendlijst toevoegen, of van de verzendlijst verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Mail > tabblad Verzendlijsten. 2. Klik op het adres van de verzendlijst. 3. Aanmelden van abonnees: selecteer bestaande gebruikers aan de linkerkant en klik op >>, of klik adres toevoegen en geef een extern adres op. 4. Om abonnees bij de verzendlijst af te melden: selecteer gebruikers aan de rechterkant en klik op <<, of klik Verwijderen rechts van de externe adressen die moeten worden afgemeld.

174 174 adressen instellen 5. Klik OK. Een verzendlijst verwijderen: 1. Ga naar het tabblad Mail > tabblad Verzendlijsten. 2. Selecteer het selectievakje voor de verzendlijst die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen. 3. Bevestig de verwijdering en klik OK.

175 H O O F D S T U K 9 Bestanden en mappen delen U kunt het delen van bestanden instellen in Parallels Small Business Panel, waarmee u het volgende bereikt: De medewerkers van de organisatie (gebruikers van Parallels Small Business Panel) kunnen samenwerken aan dezelfde documenten of andere bestanden. Klanten en partners met speciale privileges krijgen toegang tot documenten zoals roadmaps voor productontwikkeling, prijslijsten met kortingen of marketingpresentaties. Het delen van bestanden in Parallels Small Business Panel maakt gebruikt van WebDAV-technologie, waarmee een gebruiker verbinding kan maken met een gedeelde map op de server via het bestandsysteem op zijn of haar computer. In dit hoofdstuk: Het delen van bestanden instellen Verbinding maken met een webmap via het bestandsysteem van uw computer 177 Bestandsdeling gebruiken om bestanden te delen en op te vragen

176 176 Bestanden en mappen delen Het delen van bestanden instellen Om het delen van bestanden in te stellen: 1. Ga naar het tabblad Instellingen en klik op Instellingen bestandsdeling (in de groep Geavanceerde instellingen). 2. Basis-URL voor webmap geeft weer welke URL wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de basismap voor het delen van bestanden. Als u de locatie van de basismap voor het delen van bestanden wilt wijzigen, selecteer dan de hostnaam, domeinnaam of het IP-adres en geef de naam van een map op. Alle andere webmappen die worden gebruikt voor het delen van bestanden worden aangemaakt binnen de map die u hebt opgegeven. De uiteindelijke URL zal worden gebruikt voor het koppelen van de basismap voor het delen van bestanden. 3. Als u wilt dat Parallels Small Business Panel beveiligde links aanmaakt om de overdracht van bestanden te beveiligen met SSL-versleuteling, selecteer dan het selectievakje Beveiligde links naar bestanden en mappen genereren. 4. Als u de gebruikers van Parallels Small Business Panel de mogelijkheid wilt geven om geüploade bestanden te publiceren, zodat deze voor alle bezoekers van de website beschikbaar zijn, selecteer dan het selectievakje Openbare bestanden inschakelen. Als u de map wilt wijzigen die wordt gebruikt voor het opslaan van de openbare bestanden, geef dan een nieuwe mapnaam op in het veld Map voor het opslaan van openbare bestanden. Merk op dat alleen gebruikers die zijn aangemeld bij Parallels Small Business Panel toegang tot deze webmap hebben en de bestanden die zich hierin bevinden kunnen bewerken. Als u de URL wilt wijzigen voor de alleen-lezen-toegang van bezoekers, geef dan een nieuwe naam voor de map op in het veld URL voor toegang tot de openbare bestanden. 5. Als u het uploaden van bestanden in een met een wachtwoord afgeschermde map wilt toestaan, zodat deze alleen toegankelijk zijn voor partners of klanten met speciale rechten, selecteer dan het selectievakje Openbare bestanden afschermen met een wachtwoord en geef de gebruikersnaam en het wachtwoord op die nodig zijn om toegang te krijgen tot de bestanden in de map. Als u de map wilt wijzigen die wordt gebruikt voor het opslaan van met een wachtwoord afgeschermde bestanden, geef dan een nieuwe mapnaam op in het veld Map voor het opslaan van met een wachtwoord afgeschermde bestanden. 6. Klik op OK.

177 Bestanden en mappen delen 177 Verbinding maken met een webmap via het bestandsysteem van uw computer Het koppelen van een webmap aan het bestandsysteem van uw computer is nuttig als u vaak met de bestanden in de map werkt, omdat een gekoppelde webmap zich precies zo gedraagt als elke andere map in uw bestandsysteem. In deze sectie: Microsoft Windows-systemen Linux-systemen Mac OS Microsoft Windows-systemen In deze sectie: Microsoft Windows XP Microsoft Windows Vista

178 178 Bestanden en mappen delen Microsoft Windows XP Een webmap koppelen aan uw computer met Microsoft Windows XP: 1. Klik met rechts op de menuknop Start en selecteer Verkennen. 2. In het menu Extra selecteert u Netwerkverbinding maken. 3. Selecteer de stationsletter die aan de netwerkschijf zal worden toegewezen en klik op Meld u aan voor online opslag of maak verbinding met een netwerkserver. 4. Klik op Volgende. 5. Zorg ervoor dat de optie Andere netwerklocatie kiezen is geselecteerd en klik op Volgende.

179 Bestanden en mappen delen Ga naar Parallels Small Business Panel en zoek het adres op van de betreffende webmap. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel, ga naar Bestanden, zoek de juiste map op, open deze en klik op het pictogram in de rechter bovenhoek van Bestandsbeheer. De link naar de huidige webmap zal in het geopende venster worden weergegeven. Klik op de knop Link kopiëren naar klembord.

180 180 Bestanden en mappen delen 7. Keer terug naar de wizard Netwerklocatie toevoegen, geef de volledige URL naar de juiste webmap op en klik op Volgende.

181 Bestanden en mappen delen Geef in het venster dat wordt geopend de gebruikersnaam en het wachtwoord op die u gebruikt om u bij Parallels Small Business Panel aan te melden. Selecteer het selectievakje Mijn wachtwoord onthouden en klik op OK.

182 182 Bestanden en mappen delen 9. Geef de naam op die u in uw besturingssysteem aan deze webmap wilt toewijzen en klik op Volgende. 10. Klik op Voltooien. Nu zal deze webmap, steeds als u uw computer opstart, verschijnen in de Windows Verkenner onder Mijn netwerklocaties. Opmerking voor gebruikers van Microsoft Windows: als u problemen ondervindt bij het maken van verbinding met een webmap, controleer dan of u alle beschikbare updates en service packs van het besturingssysteem hebt geïnstalleerd. Als u de 32-bit versie van Windows XP, Windows Vista of Windows 2003 Server gebruikt, installeer dan ook de hotfix die beschikbaar is op ED1D64.

183 Bestanden en mappen delen 183 Microsoft Windows Vista Een webmap koppelen aan uw computer met Microsoft Windows Vista: 1. Klik op de menuknop Start en selecteer Computer. 2. Klik op Netwerkverbinding maken. 3. Selecteer de stationsletter die u aan de netwerkschijf wilt toewijzen en klik op Verbinding met een website maken waar u documenten en afbeeldingen kunt opslaan. 4. Klik op Volgende. 5. Zorg ervoor dat de optie Een aangepaste netwerklocatie kiezen is geselecteerd en klik op Volgende.

184 184 Bestanden en mappen delen 6. Ga naar Parallels Small Business Panel en zoek het adres op van de betreffende webmap. Meld u aan bij Parallels Small Business Panel, ga naar Bestanden, zoek de juiste map op, open deze en klik op het pictogram in de rechter bovenhoek van Bestandsbeheer. De link naar de huidige webmap zal in het geopende venster worden weergegeven. Klik op de knop Link kopiëren naar klembord.

185 Bestanden en mappen delen Keer terug naar de wizard Netwerklocatie toevoegen, geef de volledige URL naar de juiste webmap op en klik op Volgende.

186 186 Bestanden en mappen delen 8. Geef in het venster dat wordt geopend de gebruikersnaam en het wachtwoord op die u gebruikt om u bij Parallels Small Business Panel aan te melden. Selecteer het selectievakje Mijn wachtwoord onthouden en klik op OK.

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282

Nadere informatie

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282 6444

Nadere informatie

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282

Nadere informatie

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282 6444

Nadere informatie

Handleiding Plesk. Eddy De Bock

Handleiding Plesk. Eddy De Bock Handleiding Plesk Eddy De Bock 1 1 STARTPAGINA Hier krijgt u een samenvattend overzicht van de functies die Plesk u biedt. 2 GEBRUIKERS Hier kan u gebruikers aanmaken, verwijderen en beheren. Onder Gebruikersrollen

Nadere informatie

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282 6444

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16

Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16 Inhoudsopgave Aanmelden bij Office 365... 2 Office 365 voor het eerste gebruiken... 2 Persoonlijke instellingen Office 365... 3 Wijzigen wachtwoord... 4 Instellen voorkeurstaal... 4 Office Professional

Nadere informatie

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Handleiding Inhoud 03 Basisinformatie e-mail 04 E-mailprogramma's 07 SMTP controleren als u geen e-mails kunt versturen 10 Veranderen van SMTP-poort

Nadere informatie

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet

Nadere informatie

1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel?

1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel? VPS Business FAQ Sectie 1: Installatie...2 1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel?...2 2. Hoe krijg ik toegang tot mijn Windows-VPS?...6 3. Hoe krijg ik toegang tot mijn Linux-VPS?...8 Sectie

Nadere informatie

Introductie Werken met Office 365

Introductie Werken met Office 365 Introductie Werken met Office 365 Een introductie voor gebruikers Inhoud Inleiding... 4 Aanmelden bij Office 365... 4 Werken met Office 365 Outlook... 5 Werken met Outlook 2007/2010... 5 Werken met de

Nadere informatie

Nero ControlCenter Handleiding

Nero ControlCenter Handleiding Nero ControlCenter Handleiding Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding Nero ControlCenter en de inhoud daarvan worden beschermd door auteursrecht en zijn eigendom van Nero

Nadere informatie

ZorgMail Secure e-mail

ZorgMail Secure e-mail ZorgMail Secure e-mail 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem of uitgezonden in enige

Nadere informatie

Outlook Web App 2010 XS2office

Outlook Web App 2010 XS2office Handleiding Outlook Web App 2010 XS2office Toegang tot uw contacten, adressen en e-mail berichten via internet XS2office Versie: 22 juli 2014 Helpdesk: 079-363 47 47 Handleiding OWA Helpdesk: 079-363 47

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

Domeinnaam Online Gebruikershandleiding

Domeinnaam Online Gebruikershandleiding Domeinnaam Online Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Control Panel...4 2.1 Mogelijkheden Control Panel...5 3 Domeininstellingen...6 3.1 Domeinadministratie uitschakelen...8 3.2 Mogelijkheden

Nadere informatie

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod:

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: 16. Web Station U kunt uw QNAP NAS gebruiken om een website te hosten. U kunt zelf een website bouwen in HTML of gebruik maken van één van de vele content management systemen die beschikbaar worden gesteld

Nadere informatie

De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties

De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 5.0 activeren... 2 Automatisch activeren via

Nadere informatie

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Outlook Web App 2010 - CLOUD Versie: 22 oktober 2012 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web App 2010 - CLOUD Voorblad Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Inloggen...4

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14 activeren

Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14 activeren Home Inhoudsopgave Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14 activeren Automatisch activeren via internet Automatisch opnieuw activeren via internet Licenties beheren en licentiebestand downloaden

Nadere informatie

1. Startpagina 1. 2. Gebruikers 1. 3. Mail 2

1. Startpagina 1. 2. Gebruikers 1. 3. Mail 2 Inhoudsopgave 1. Startpagina 1 2. Gebruikers 1 3. Mail 2 3.1 Een nieuwe e-mailbox aanmaken 2 3.2 Een e-mailalias aanmaken 2 3.3 Een e-mailbox/e-mailalias verwijderen 2 3.4 E-mail doorsturen en naar een

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met

Nadere informatie

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail Handleiding Installatie / Configuratie E-mail Heeft u na het lezen van deze handleiding nog vragen? Neem dan contact op met onze telefonische helpdesk op 020 430 90 33 of per email op helpdesk@ezorg.nl.

Nadere informatie

Handleiding. Domeinnamen: registreren, verhuizen en gebruiken. Versie september 2014

Handleiding. Domeinnamen: registreren, verhuizen en gebruiken. Versie september 2014 Handleiding Domeinnamen: registreren, verhuizen en gebruiken Versie september 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding... 1 Hoofdstuk 2. Nieuw domein... 2 2.1 Vergeet niet uw nieuwe domein te verifieren...

Nadere informatie

Voorbereidende maatregelen: schakel alle beveiligingsprogramma s uit die je geïnstalleerd hebt zoals antivirussoftware, firewall,

Voorbereidende maatregelen: schakel alle beveiligingsprogramma s uit die je geïnstalleerd hebt zoals antivirussoftware, firewall, Service Pack 2 Sinds begin september heeft Microsoft het tweede Service Pack (SP2) voor Windows XP op de markt gebracht. Het hoofddoel van dit servicepack is de veiligheid van computers met Windows XP

Nadere informatie

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem

Nadere informatie

Handleiding Office 365

Handleiding Office 365 Handleiding Office 365 Document: Handleiding Office 365 Datum: 2-6-2016 Versie: 0.2 Auteur: Stefan de Vries en Ingrid de Bont Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Aanmelden bij Office 365... 4 3 Navigeren

Nadere informatie

Genkgo Hosting. A. Wat is hosting?...2. B. Welke hostingscenario's zijn er mogelijk?...3. Scenario 1: Verhuizen domeinnaam, verhuizen e-mail...

Genkgo Hosting. A. Wat is hosting?...2. B. Welke hostingscenario's zijn er mogelijk?...3. Scenario 1: Verhuizen domeinnaam, verhuizen e-mail... Genkgo Hosting A. Wat is hosting?...2 B. Welke hostingscenario's zijn er mogelijk?...3 Scenario 1: Verhuizen domeinnaam, verhuizen e-mail... 3 Scenario 2: Niet verhuizen domeinnaam, niet verhuizen e-mail...3

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.58, 2.60 Voor Windows 2003 / 2008 / XP / Vista / Windows 7 Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten

Nadere informatie

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014 Handleiding Zakelijk Exchange Online Versie maart 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Inloggen in Zelfservice Cloud 4 2.2 Abonnement selecteren 4 2.3 Eerste gebruiker

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Handleiding Controlepaneel Parallels

Handleiding Controlepaneel Parallels Handleiding Controlepaneel Parallels Inhoudsopgave 1 Inloggen... 3 2 Domeinbeheer... 4 2.1 Beheer van domeinen die via InterNLnet geregistreerd zijn... 4 2.2 Beheer van domeinen die via een andere provider

Nadere informatie

Cliënten handleiding PwC Client Portal

Cliënten handleiding PwC Client Portal Cliënten handleiding PwC Client Portal Mei 2011 (1) 1. Portal van de cliënt Deze beschrijving gaat ervan uit dat u beschikt over inloggegevens voor de portal en over de url van de portal website. Als u

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de

Nadere informatie

Mywebshop Email configuratie. Versie 1.0 Februari 2010. Copyright 2010 Wikit BVBA, alle rechten voorbehouden

Mywebshop Email configuratie. Versie 1.0 Februari 2010. Copyright 2010 Wikit BVBA, alle rechten voorbehouden Mywebshop Email configuratie Copyright 2010 Wikit BVBA, alle rechten voorbehouden Deze handleiding mag gebruikt worden om met behulp van de mywebshop.net infrastructuur een webwinkel/website te bouwen.

Nadere informatie

Handleiding Controlepaneel Parallels

Handleiding Controlepaneel Parallels Handleiding Controlepaneel Parallels Inhoudsopgave 1 Inloggen... 3 2 Domeinbeheer... 4 2.1 Beheer van domeinen die via InterNLnet geregistreerd zijn... 4 2.2 Beheer van domeinen die via een andere provider

Nadere informatie

Parallels Plesk Panel

Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425)

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online

Zakelijk Exchange Online Zakelijk Exchange Online Installatie handleiding Versie 1.0 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Licenties selecteren en gebruikers aanmaken... 4 Stap 1 Inloggen in Zelfservice ICT-diensten... 4 Stap 2 Abonnement

Nadere informatie

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Webmail

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Webmail Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Webmail 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem

Nadere informatie

Cloud2 Online Backup - CrashplanPRO

Cloud2 Online Backup - CrashplanPRO Cloud2 Online Backup - CrashplanPRO Handleiding- CrashplanPRO - Online Backup Download de clients hier: Windows 32- bit: http://content.cloud2.nl/downloads/back01- cra.backupnoc.nl/crashplan_x86.exe Windows

Nadere informatie

Parallels Plesk Panel. Parallels Plesk Panel 10. Gebruikershandleiding Hostingbeheer

Parallels Plesk Panel. Parallels Plesk Panel 10. Gebruikershandleiding Hostingbeheer Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel 10 Gebruikershandleiding Hostingbeheer Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Holdings, Ltd. per adres Parallels International GMbH Vordergasse

Nadere informatie

Handleiding E-mail Macintosh OSX 10.5 december 09

Handleiding E-mail Macintosh OSX 10.5 december 09 Vrije Universiteit Amsterdam Universitair Centrum IT Handleiding E-mail Macintosh OSX 10.5 december 09 In dit document staat beschreven hoe de Macintosh OSX 10.5-applicatie moet worden geconfigureerd voor

Nadere informatie

Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam 29-3-2016. Versie 1.5 Auteur : E.Mouws

Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam 29-3-2016. Versie 1.5 Auteur : E.Mouws Mail op domeinnaam Instellen in software en apparaten Mail op domeinnaam 29-3-2016 Versie 1.5 Auteur : E.Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave Wat is?... 3 Algemene instellingen... 3 Verschillen tussen IMAP en

Nadere informatie

Handleiding E-mail clients

Handleiding E-mail clients Handleiding E-mail clients Inhoudsopgave Handleiding E-mail clients... 1 1 POP of IMAP... 2 2 Outlook... 2 2.1 Instellen Mailaccount... 2 Stap 1... 2 Stap 2... 2 Stap 3... 3 Stap 4... 3 Stap 5... 3 Stap

Nadere informatie

INSTALLATIE HANDLEIDING

INSTALLATIE HANDLEIDING INSTALLATIE HANDLEIDING REKENSOFTWARE MatrixFrame MatrixFrame Toolbox MatrixGeo 1 / 9 SYSTEEMEISEN Werkstation met minimaal Pentium 4 processor of gelijkwaardig Beeldschermresolutie 1024x768 (XGA) Windows

Nadere informatie

Nieuwe versie! BullGuard. Backup

Nieuwe versie! BullGuard. Backup 8.0 Nieuwe versie! BullGuard Backup 0GB 1 2 INSTALLATIEHANDLEIDING WINDOWS VISTA, XP & 2000 (BULLGUARD 8.0) 1 Sluit alle geopende toepassingen, met uitzondering van Windows. 2 3 Volg de aanwijzingen op

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING BV Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de bestandsstructuur van uw

Nadere informatie

e-mail Welk programma gebruikt u voor het verzenden en ontvangen van uw e-mailberichten?

e-mail Welk programma gebruikt u voor het verzenden en ontvangen van uw e-mailberichten? Sunshine IT Postadres Sunshine IT De Koolmees 8 7671 VP VRIEZENVEEN Via onze website Pagina Contact E-mail (meestal binnen 24 uur antwoord) info@sunshine-it.nl Telefoon (liefst alleen indien dringend)

Nadere informatie

KeistadWeb.nl gebruikershandleidingen: Mozilla Thunderbird 1.0 NL (Windows versie) instellen voor gebruik met uw KeistadWeb.

KeistadWeb.nl gebruikershandleidingen: Mozilla Thunderbird 1.0 NL (Windows versie) instellen voor gebruik met uw KeistadWeb. KeistadWeb.nl gebruikershandleidingen: Mozilla Thunderbird 1.0 NL (Windows versie) instellen voor gebruik met uw KeistadWeb.nl email account Revisie: 07-04-2010 Inhoudsopgave: 1. Voorwoord 2. Mozilla Thunderbird

Nadere informatie

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail Handleiding Installatie / Configuratie E-mail Heeft u na het lezen van deze handleiding nog vragen? Neem dan contact op met onze telefonische helpdesk op 020 430 90 33 of per email op helpdesk@ezorg.nl.

Nadere informatie

HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V.

HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V. HANDLEIDING SMTP DIENST BEDRIJVENWEB NEDERLAND B.V. Uitgave : 1.0 KORTE OMSCHRIJVING In dit document wordt beschreven hoe u gebruik kunt maken van de SMTP dienst van Bedrijvenweb Nederland B.V. om e-mail

Nadere informatie

Parallels Plesk Panel

Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425)

Nadere informatie

Qlik Sense Cloud. Qlik Sense 2.0.2 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Cloud. Qlik Sense 2.0.2 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Cloud Qlik Sense 2.0.2 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

Beschrijving webmail Enterprise Hosting

Beschrijving webmail Enterprise Hosting Beschrijving webmail Enterprise Hosting In dit document is beschreven hoe e-mail accounts te beheren zijn via Enterprise Hosting webmail. Webmail is een manier om gebruik te maken van e-mail functionaliteit

Nadere informatie

Snel op weg met webworxx e-mail

Snel op weg met webworxx e-mail pagina 1 van 23 Snel op weg met webworxx e-mail U heeft kleur bekend en gekozen voor webworxx e-mail. Met deze handleiding helpen wij u graag snel op weg bij het instellen van uw e-mailaccount. Firefox

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform

Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform V ersie 1.1 1 I nho udso pg av e 1 Inleiding... 3 2 Zakelijk Exchange Online gebruiken... 4 2.1 Webmail gebruiken...

Nadere informatie

Handleiding Mailbeheer. https://mailbeheer.ezorg.nl

Handleiding Mailbeheer. https://mailbeheer.ezorg.nl Handleiding Mailbeheer https://mailbeheer.ezorg.nl Deze website is uitsluitend vanuit een E-Zorg locatie te bereiken, niet vanaf Internet E-Zorg B.V. Karspeldreef 6b 1101 CJ Amsterdam Z.O. Tel: 020-4309033

Nadere informatie

Remote Back-up Personal

Remote Back-up Personal handleiding Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

SSL VPN. In deze handleiding zullen wij onderstaande SSL mogelijkheden aan u uitleggen. - SSL VPN account/groep creëren.

SSL VPN. In deze handleiding zullen wij onderstaande SSL mogelijkheden aan u uitleggen. - SSL VPN account/groep creëren. SSL VPN SSL VPN SSL VPN is een web based versie van VPN waarbij er geen VPN client software nodig is. Het wordt niet beperkt door netwerkomgevingen en is zeer eenvoudig te configureren. SSL staat voor

Nadere informatie

4.1 4.2 5.1 5.2 6.1 6.2 6.3 6.4

4.1 4.2 5.1 5.2 6.1 6.2 6.3 6.4 Handleiding CMS Inhoud 1 Inloggen 2 Algemeen 3 Hoofdmenu 4 Pagina s 4.1 Pagina s algemeen 4.2 Pagina aanpassen 5 Items 5.1 Items algemeen 5.2 Item aanpassen 6 Editor 6.1 Editor algemeen 6.2 Afbeeldingen

Nadere informatie

Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014

Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014 Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie van de dienst 4 2.1 Stap 1 Inloggen in de Zelfservice Cloud 4 2.2 Stap 2 Abonnement selecteren

Nadere informatie

Handleiding e-mail instellen

Handleiding e-mail instellen Handleiding e-mail instellen Inhoudsopgave Inleiding... 1 Outlook Web Access... 2 Mozilla Thunderbird... 3 Account instellen... 3 Beveiliging instellen... 6 Adresboek instellen... 7 Microsoft Outlook 2007...

Nadere informatie

Handleiding Werken met Office 365

Handleiding Werken met Office 365 Handleiding Werken met Office 365 Een introductie voor gebruikers Inhoud Inleiding... 4 Aanmelden bij Office 365... 4 Navigeren... 5 Werken met Office 365 Outlook... 6 Werken met Outlook 2007/2010... 6

Nadere informatie

ZIEZO Remote Back-up Personal

ZIEZO Remote Back-up Personal handleiding ZIEZO Remote Back-up Personal Versie 4 1 INLEIDING... 3 1.1 SYSTEEMEISEN... 3 1.2 BELANGRIJKSTE FUNCTIES... 3 2 INSTALLATIE BACK-UP MANAGER... 4 2.1 VOLLEDIGE DATA BESCHIKBAARHEID IN 3 STAPPEN...

Nadere informatie

Zakelijk Office 365. Installatie handleiding. Versie 2.0

Zakelijk Office 365. Installatie handleiding. Versie 2.0 Zakelijk Office 365 Installatie handleiding Versie 2.0 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Licenties selecteren en gebruikers aanmaken... 4 Stap 1 Inloggen in Zelfservice ICT diensten... 4 Stap 2 Abonnement

Nadere informatie

Update Hoofdstuk 11 Beveiligde E mail. 11.4.1 Software installeren. gebaseerd op de volgende versie: Mozilla Thunderbird 3.1.10

Update Hoofdstuk 11 Beveiligde E mail. 11.4.1 Software installeren. gebaseerd op de volgende versie: Mozilla Thunderbird 3.1.10 Update Hoofdstuk 11 Beveiligde E mail gebaseerd op de volgende versie: Mozilla Thunderbird 3.1.10 11.4.1 Software installeren 5. Vervalt De Importeerassistent zit niet meer in de nieuwe versie 6. Vervalt

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010

Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Installatiehandleiding FWG 3.0/2009-2010 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2009-2010 met Oracle Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Voorbereiden van de installatie... 2 2.1 Gegevens verzamelen...

Nadere informatie

Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0

Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0 Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0 Inhoudsopgave. Over deze handleiding.... 3 Inleiding... 4 1. Installatie Windows XP/Vista/7/2000/2003 of 2008... 5 2. Backupset maken... 11 3. Extra Backupset

Nadere informatie

ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Windows Live Mail 2012

ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Windows Live Mail 2012 ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Windows Live Mail 2012 Informatiedomein: ZN GERRIT@Mail - Handleiding Instellen Windows Live Mail 2012 Status: Productie Versie: v02.00 Publicatie datum: 14-8-2015

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de bestandsstructuur van

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

System Updates Gebruikersbijlage

System Updates Gebruikersbijlage System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR SMARTPHONES EN TABLETS MET HET ios BESTURINGSSYSTEEM GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR SMARTPHONES EN TABLETS MET HET ios BESTURINGSSYSTEEM GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR SMARTPHONES EN TABLETS MET HET ios BESTURINGSSYSTEEM GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie

Nadere informatie

OUTLOOK - 2010 ACCOUNTS POSTVAKKEN SORTEERREGELS HANDTEKENINGEN

OUTLOOK - 2010 ACCOUNTS POSTVAKKEN SORTEERREGELS HANDTEKENINGEN OUTLOOK - 2010 ACCOUNTS POSTVAKKEN SORTEERREGELS HANDTEKENINGEN Als je verschillende e-mailadressen hebt, is het interessant om bij ieder e-mailtje te kunnen kiezen om een van deze adressen als afzender

Nadere informatie

DC Mail: Configuratie en gebruik in Outlook Express *************************************************

DC Mail: Configuratie en gebruik in Outlook Express ************************************************* DC Mail: Configuratie en gebruik in Outlook Express ************************************************* Geen zorgen 1: Al uw andere instellingen blijven behouden! Geen zorgen 2: Al uw boodschappen en de

Nadere informatie

Office 365 gebruiken en beheren

Office 365 gebruiken en beheren Office 365 gebruiken en beheren Inhoud 1. Office 365 gebruiken... 3 Stap 1 Persoonlijke instellingen wijzigen... 4 Stap 2 Aan de slag met Office 365... 4 Stap 3 Werken met Office 365... 6 1. Beheren van

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Netwerkversie. Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Netwerkversie Nieuwe installatie van FWG 3.0/2011-2012 met Oracle Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit jaar (2011) voor de laatste

Nadere informatie

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

Quickstart handleiding

Quickstart handleiding Quickstart handleiding MS Outlook Account instellen Rechten geven offline werken www.pimbox.nl/support a hosted zarafa product Inhoudsopgave Installatie van de Zarafa Outlook Client 3 Aanmaken van een

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

Handleiding voor snelle installatie

Handleiding voor snelle installatie Handleiding voor snelle installatie ESET NOD32 Antivirus v3.0 ESET NOD32 Antivirus biedt de beste beveiliging voor uw computer tegen kwaadaardige code. Gebouwd met de ThreatSense scanmachine, die geïntroduceerd

Nadere informatie

Parallels Plesk Panel

Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425)

Nadere informatie

Nero AG SecurDisc Viewer

Nero AG SecurDisc Viewer Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van

Nadere informatie

Handleiding InCD Reader

Handleiding InCD Reader Handleiding InCD Reader Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van Nero AG.

Nadere informatie

Aan de slag met DNS Jeroen van Herwaarden, Robbert-Jan van Nugteren en Yannick Geerlings 19-3-2010

Aan de slag met DNS Jeroen van Herwaarden, Robbert-Jan van Nugteren en Yannick Geerlings 19-3-2010 Aan de slag met DNS Jeroen van Herwaarden, Robbert-Jan van Nugteren en Yannick Geerlings 19-3-2010 Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding... 3 Hoofdstuk 2 Algemene informatie over DNS... 4 Hoofdstuk 3 Verschillende

Nadere informatie

NAS 159 Time Machine Beste praktijk

NAS 159 Time Machine Beste praktijk NAS 159 Time Machine Beste praktijk Een back-upmap instellen voor Time Machine en een back-up maken van uw Mac A S U S T O R C O L L E G E CURSUSDOELSTELLINGEN Na afronding van deze cursus, moet u in staat

Nadere informatie

Handleiding gebruik webmail Roundcube maart 2010

Handleiding gebruik webmail Roundcube maart 2010 Handleiding gebruik webmail Roundcube maart 2010 U opent de webmail door te klikken op het pictogram webmail in de webstek www.edugo.be: 1. Inleiding 1.1 Wat is er nieuw? De webmail van edugo draait vanaf

Nadere informatie

Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Toegang tot uw e-mailberichten via internet Basishandleiding Multrix Outlook Web App 2010 Versie: 24 februari 2011 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web Access 2010 Voorblad Inhoudsopgave 1 Inloggen...3 2 Veelgebruikte

Nadere informatie

INSTALLATIEHANDLEIDING

INSTALLATIEHANDLEIDING INSTALLATIEHANDLEIDING Update van uw Mamut programma EEN GEDETAILLEERDE STAP-VOOR-STAP BESCHRIJVING VAN HOE U EEN UPDATE KUNT MAKEN VAN UW MAMUT BUSINESS SOFTWARE PROGRAMMA (VAN VERSIE 9.0 OF NIEUWER).

Nadere informatie

Handleiding OneDrive voor Bedrijven van KPN Versie mei 2015

Handleiding OneDrive voor Bedrijven van KPN Versie mei 2015 Handleiding OneDrive voor Bedrijven van KPN Versie mei 2015 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 1.1 Deze handleiding 3 Hoofdstuk 2. Aan de slag 4 2.1 Voor de 1 e keer inloggen 4 2.2 Gebruik via uw internet

Nadere informatie

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.

Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen. Handleiding Scan+ Introductie Met Scan+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement

Nadere informatie

WebHare Professional en Enterprise

WebHare Professional en Enterprise WebHare Professional en Enterprise Publicatie module Site inrichting handleiding Datum 19 november 2002 Aantal pagina s: 31 Versie: 2.01 Doelgroep Sysops Gebruikers met site aanmaak rechten Gebruikers

Nadere informatie

Handleiding RealHosting Controle Paneel

Handleiding RealHosting Controle Paneel Handleiding RealHosting Controle Paneel Inloggen. Om in te loggen in het Controle Paneel kunt u de gebruikersnaam en wachtwoord gebruiken welke u van ons heeft ontvangen. Nieuw is dat u ook met uw social

Nadere informatie

Werkwijze Licenties Use2Day

Werkwijze Licenties Use2Day Werkwijze Licenties Use2Day Versie: 1.1 Laatste wijziging: 23 december 2008 Website: www.use2day.nl Informatie: Info@Use2Day.nl Copyright: 2008 Use2Day Inhoudsopgave 1 Versiehistorie... 3 2 Algemeen...

Nadere informatie