ECLI:NL:RVS:2016:3454

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RVS:2016:3454"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RVS:2016:3454 Instantie Raad van State Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie /1/A3 Bestuursrecht Hoger beroep Bij besluit van 24 november 2014 heeft de burgemeester een verzoek van de SlijtersUnie om handhavend optreden jegens [appellante sub 2] wegens het zonder aanwezigheid van een leidinggevende geopend hebben van een zogenoemde borrelshop aan de [locatie] in Schijndel afgewezen. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Algemene wet bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht 1:2 Algemene wet bestuursrecht 8:69a Drank- en Horecawet Drank- en Horecawet 1 Drank- en Horecawet 15 Drank- en Horecawet 24 Rechtspraak.nl JB 2017/27 JG 2017/12 met annotatie van Prof. mr. T. Barkhuysen en mr. M. Claessens Module Horeca 2017/2794 BA 2017/47 AB 2017/111 AB 2017/111 JOM 2017/692 Uitspraak Bij deze uitspraak is een persbericht uitgebracht /1/A3. Datum uitspraak: 28 december 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. de burgemeester van Schijndel, 2. [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B], beide gevestigd te Schijndel,

2 3. de vereniging C.B.L. Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, gevestigd te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 16 september 2015 in zaak nr. 15/890 in het geding tussen: de vereniging Koninklijke Slijters Unie (lees: de vereniging SlijtersUnie), gevestigd te Eindhoven, en de burgemeester. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2014 heeft de burgemeester een verzoek van de SlijtersUnie om handhavend optreden jegens [appellante sub 2] wegens het zonder aanwezigheid van een leidinggevende geopend hebben van een zogenoemde borrelshop aan de [locatie] in Schijndel afgewezen. Bij besluit van 10 maart 2015 heeft de burgemeester het door de SlijtersUnie daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 september 2015 heeft de rechtbank het door de SlijtersUnie daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 maart 2015 vernietigd en de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak hebben de burgemeester, [appellante sub 2] en CBL hoger beroep ingesteld. De SlijtersUnie heeft een verweerschrift ingediend. De burgemeester en CBL hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juni 2016, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. K.E. Geurts-Verstraaten, R.J.J.H. Janssen en M.J.C. van Lee, allen werkzaam bij de gemeente, [appellante sub 2], vertegenwoordigd door [eigenaar], bijgestaan door mr. L.J. Wildeboer, advocaat te Utrecht, en mr. M. Broeksema, CBL, vertegenwoordigd door mr. H.J. Breeman, advocaat te Rotterdam, en de SlijtersUnie, vertegenwoordigd door mr. K. Hollemans, werkzaam onder de naam KH Legal Advice, zijn verschenen. Met toepassing van artikel 8:68, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de Afdeling het onderzoek heropend en de SlijtersUnie gevraagd om toezending van een overzicht van haar leden. De SlijtersUnie heeft aan dit verzoek voldaan. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten. Overwegingen Wettelijke bepalingen 1. Voor de tekst van de relevante wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak. Inleiding

3 2. [appellante sub 2] exploiteert een supermarkt in een pand op het adres [locatie] in Schijndel. In hetzelfde pand is, in een afzonderlijke ruimte, een slijterij gevestigd. Die slijterij wordt ook wel aangeduid als 'borrelshop'. De slijterij en de supermarkt zijn door middel van een zogenoemde verbindingslokaliteit met elkaar verbonden. Het verzoek om handhaving van De Slijtersunie 3. De SlijtersUnie heeft de burgemeester verzocht om handhavend op te treden jegens [appellante sub 2]. Zij stelt dat meermalen is geconstateerd dat in de slijterij tijdens openingstijden geen leidinggevende aanwezig is, hetgeen volgens haar in strijd is met artikel 24, eerste lid, van de Dranken Horecawet (hierna: de Dhw). Voorts heeft zij daarbij gesteld dat het niet voldoende is dat een leidinggevende elders in het gebouw, niet zijnde de slijterij, aanwezig is. De besluiten van de burgemeester 4. Bij het besluit van 24 november 2014 heeft de burgemeester het verzoek van de SlijtersUnie afgewezen. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat geen overtredingen zijn vastgesteld. 5. Aan de ongegrondverklaring van het daartegen door de SlijtersUnie gemaakte bezwaar heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de supermarkt is aan te merken als inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Dhw, zodat artikel 24 van die wet niet wordt overtreden indien een leidinggevende in de supermarkt aanwezig is. De tekst van die bepalingen alsmede de geschiedenis van de totstandkoming ervan sluiten volgens de burgemeester niet uit dat een slijtlokaliteit deel uitmaakt van een supermarkt. Voorts is op de aan [appellante sub 2] verleende drank- en horecavergunning de supermarkt op het adres [locatie] te Schijndel als inrichting vermeld en het slijterijgedeelte met een oppervlakte van 28 m2 als lokaliteit waarvoor de vergunning geldt, aldus de burgemeester. De aangevallen uitspraak 6. De rechtbank heeft overwogen dat de inrichting in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Dhw in dit geval niet bestaat uit de supermarkt en de slijterij tezamen, maar slechts uit de slijterij. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de inrichting naar de letter van de wet de lokaliteiten omvat waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Volgens de rechtbank is niet in geschil dat zulks slechts het geval is in de slijterij met een oppervlakte van 28 m2, zodat de slijtlokaliteit samenvalt met de inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. De supermarkt maakt geen deel uit van de inrichting, maar dient te worden beschouwd als een andere besloten ruimte waarvan de slijtlokaliteit in dit geval deel uitmaakt. De rechtbank heeft hiervoor steun gevonden in de slijtvergunning, die uitsluitend geldt voor de slijterij met een oppervlakte van 28 m2. Nu is gebleken dat ten tijde van de gehouden controles in de slijtlokaliteit geen leidinggevende aanwezig was die vermeld stond op de slijtvergunning, was de burgemeester bevoegd en - gelet op de beginselplicht tot handhaving - in beginsel ook gehouden tot handhaving van overtreding van artikel 24, eerste lid, van de Dhw door [appellante sub 2]. Belanghebbendheid SlijtersUnie 7. CBL betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de SlijtersUnie geen belanghebbende is bij haar verzoek om handhaving. CBL voert aan dat de statutaire doelstelling van de SlijtersUnie zowel in functioneel als in territoriaal opzicht onbegrensd is. Voorts is het afdwingen van de naleving van bepalingen uit de Dhw bij uitstek een plaatselijke aangelegenheid, zodat dit geen belang vormt dat de landelijk opererende SlijtersUnie zich binnen haar zeer algemene doelomschrijving kan aantrekken. Daarbij verwijst CBL naar de uitspraak van de Afdeling van 19 februari 1996, ECLI:NL:RVS:1996:AN5049. Verder valt volgens CBL niet in te zien dat het belang van eerlijke concurrentie in het geding is, nu de vraag waar een leidinggevende in een pand aanwezig moet zijn, onverlet laat dat een leidinggevende aanwezig moet zijn en dat daarvoor kosten moeten worden gemaakt.

4 7.1. Volgens artikel 3, eerste lid, van de statuten van de SlijtersUnie is het doel van de SlijtersUnie het behartigen van de sociale en economische belangen van haar leden, voor zover betrekking hebbende op het slijtersbedrijf, en het bestrijden van al hetgeen deze belangen zou kunnen schaden. Het doel van de SlijtersUnie is derhalve op te komen voor de belangen van haar leden, zijnde natuurlijke en rechtspersonen die het slijtersbedrijf uitoefenen. De SlijtersUnie wordt ook in dit geding geacht voor deze belangen op te komen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 23 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY6762), komt een belangenorganisatie die opkomt voor de belangen van haar leden daarmee op voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. Niet is gebleken dat de SlijtersUnie in dit geval slechts voor een enkel lid opkomt. De doelstelling van de SlijtersUnie is weliswaar in territoriaal opzicht onbegrensd, maar duidelijk is dat de doelstelling in functioneel opzicht beperkt is tot het behartigen van belangen die direct verband houden met slijtersbedrijven. Uit het verweerschrift van de SlijtersUnie, bezien in samenhang met het door CBL in het hogerberoepschrift vermelde citaat van de website van de SlijtersUnie, kan worden opgemaakt dat de SlijtersUnie opkomt voor het belang van eerlijke concurrentie. CBL wordt niet gevolgd in haar betoog dat het belang van eerlijke concurrentie in deze zaak niet in het geding is. Ervan uitgaande dat in een slijterij voortdurend een leidinggevende aanwezig moet zijn, is aannemelijk dat hogere kosten moeten worden gemaakt voor de exploitatie van een zelfstandige slijterij dan voor de exploitatie van een slijterij in een supermarkt, indien juist zou zijn dat de leidinggevende zich in die situatie ook elders in die supermarkt mag bevinden en behalve op afroep in de slijterij ook elders in die supermarkt werkzaamheden kan verrichten. De in het verzorgingsgebied van de door [appellante sub 2] geëxploiteerde slijterij gevestigde zelfstandige slijterijen worden derhalve rechtstreeks in hun belangen geraakt door de weigering van de burgemeester om handhavend op te treden jegens [appellante sub 2], die volgens de SlijtersUnie in strijd met de Dhw een slijterij exploiteert zonder voortdurende aanwezigheid van een leidinggevende. De SlijtersUnie komt op voor deze belangen van zelfstandige slijterijen CBL wordt evenmin gevolgd in het betoog dat de SlijtersUnie zich het belang van eerlijke concurrentie niet kan aantrekken. De door CBL aangehaalde uitspraak van 19 februari 1996 geeft niet de huidige stand van de rechtspraak weer, zoals die onder meer is neergelegd in voormelde uitspraak van 23 augustus Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank terecht geen grond heeft gevonden voor het oordeel dat de SlijtersUnie geen belanghebbende is bij haar verzoek om handhaving. Het betoog faalt. Het begrip inrichting 8. De burgemeester, [appellante sub 2] en CBL betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de inrichting in de zin van artikel 1 van de Dhw in dit geval wordt gevormd door de slijterij met een oppervlakte van 28 m2. Daartoe is het volgende aangevoerd. Ten onrechte heeft de rechtbank overwogen dat niet in geschil is dat het slijtersbedrijf slechts in de slijterij wordt uitgeoefend. Ook het bijhouden van de administratie van de slijterij en de opslag van de voorraad van de slijterij behoren tot het uitoefenen van het slijtersbedrijf, zodat in elk geval ook de lokaliteiten waarin die werkzaamheden worden verricht, tot de inrichting behoren. De wettelijke definitie sluit voorts niet uit dat ook de supermarkt onder het begrip inrichting valt, nu een supermarkt ook een lokaliteit is. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1 van de Dhw kan worden afgeleid dat met "andere besloten ruimte" in de definitie van het begrip inrichting niet wordt gedoeld op een supermarkt, maar op ruimtes zoals een winkelcentrum, winkelpassage of warenhuis. Verder heeft de wetgever het begrip inrichting bewust onderscheiden van het begrip slijtlokaliteit.

5 Voorts is de vergunning verleend voor de inrichting, gevestigd op het perceel [locatie], zijnde de supermarkt. Het is logisch dat slechts de slijterij met bijbehorende oppervlakte op de vergunning is vermeld, nu slechts die ruimte vergunningplichtig is. De supermarkt en de slijterij zijn in hetzelfde pand gevestigd en hebben dezelfde exploitant. Daarnaast kan uit het in artikel 15, tweede lid, van de Dhw neergelegde verbod om een slijtlokaliteit in verbinding te laten staan met een zogenoemde neringruimte, worden afgeleid dat de wetgever ervan uitging dat de ruimte waarin de kleinhandel wordt uitgeoefend ook tot de inrichting behoort. Verder moet een supermarkt wel een inrichting zijn, nu een supermarkt zwak-alcoholhoudende drank mag verkopen, terwijl dit volgens de wetsgeschiedenis slechts in een inrichting is toegestaan. Tot slot is het doel dat de wetgever met artikel 24, eerste lid, voor ogen had, dat een leidinggevende zo nodig in kan grijpen. Dat is ook mogelijk indien de leidinggevende zich in de supermarkt bevindt De rechtbank heeft terecht vooropgesteld dat een inrichting ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Dhw bestaat uit de lokaliteiten waarin - in dit geval - het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Lokaliteiten zijn ingevolge die bepaling besloten ruimten die onderdeel zijn van een inrichting. Dat besloten ruimten slechts deel uitmaken van een inrichting indien daarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, wordt bevestigd in de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II 1998/99, , nr. 8, blz. 3), waarin staat: "Gebleken is dat de omschrijvingen van de begrippen inrichting, lokaliteit, horecalokaliteit en slijterslokaliteit in onderlinge samenhang tot enige verwarring kunnen leiden. In de thans voorgestelde formulering is helder dat een inrichting bestaat uit alle lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend. Bij een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, vallen onder de inrichting de horecalokaliteit (dat is de ruimte, waarin in ieder geval alcoholhoudende drank maar ook voedsel wordt geserveerd), de keuken, de toiletten, de gangen, de voorraadruimten en alle andere ruimten die voor de bedrijfsvoering nodig zijn. Bij een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend zal altijd sprake zijn van een slijtlokaliteit, waarin de winkelfunctie wordt uitgeoefend. Daarnaast zullen er vaak een voorraadruimte en andere ruimten zijn." Uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1, eerste lid, van de Dhw volgt derhalve dat besloten ruimten waarin niet het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, niet tot de inrichting behoren, ook al zijn die besloten ruimten op hetzelfde adres of in hetzelfde pand gevestigd als een besloten ruimte waarin wel het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Of het slijtersbedrijf en de supermarkt door dezelfde onderneming worden geëxploiteerd, doet niet ter zake Bepalend is dus in welke besloten ruimten het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Ingevolge voormelde bepaling is het uitoefenen van het slijtersbedrijf - voor zover thans van belang - de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse. Duidelijk en niet in geschil is dat deze activiteit in elk geval plaatsvindt in de besloten ruimte waarin sterke drank aanwezig is en kan worden gekocht. In dit geval is dat de op de Dhw-vergunning aangeduide slijterij met een oppervlakte van 28 m2. Deze ruimte is de slijtlokaliteit in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Dhw. De slijtlokaliteit vormt de kern van de inrichting. Dat volgt ook uit de definitie van het begrip slijtlokaliteit, waarin uitdrukkelijk staat dat een slijtlokaliteit kan samenvallen met een inrichting. Ook andere besloten ruimten kunnen tot de inrichting behoren. Uit voormelde geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1 van de Dhw volgt dat die ruimten direct noodzakelijk moeten zijn voor en

6 ten dienste moeten staan van de bedrijfsvoering van het slijtersbedrijf. Voorts dienen die ruimten naar hun situering duidelijk verband te houden met de slijtlokaliteit als kern van de inrichting. Aan die vereisten wordt slechts voldaan indien zij in de onmiddellijke nabijheid van de slijtlokaliteit zijn gelegen en direct zicht bieden op de slijtlokaliteit. Niet is vereist dat die ruimten uitsluitend ten dienste staan van de uitoefening van het slijtersbedrijf. Indien een slijtlokaliteit - zoals in dit geval - in hetzelfde pand als een supermarkt is gevestigd, kan het derhalve ook gaan om ruimten die zowel voor het slijtersbedrijf als voor de supermarkt worden gebruikt. Voorbeelden van dergelijke ruimten zijn een kantoor waarin mede de administratie van het slijtersbedrijf wordt bijgehouden en een ruimte waarin ook de voorraad van de slijtlokaliteit staat Appellanten worden niet gevolgd in hun betoog dat een supermarkt geen "andere besloten ruimte" als bedoeld in de definitie van het begrip inrichting kan zijn, waarvan de tot de inrichting behorende besloten ruimten deel uitmaken. Verwezen is naar een passage uit de geschiedenis van de totstandkoming van de definitie van het begrip inrichting, zoals die luidt sinds 1 november Vóór die datum was het begrip inrichting in de Dhw gedefinieerd als - kort gezegd, voor zover thans van belang - de besloten ruimte waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. In voormelde passage (Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3) is uiteengezet waarom deze definitiebepaling is gewijzigd: "Het huidige inrichtingenbegrip brengt een aantal praktische problemen mee. Het is zodanig ruim dat alleen hele gebouwen inrichting kunnen zijn, met als gevolg bijvoorbeeld dat het hele warenhuis een horeca-inrichting is als daarin een vergunningplichtig horecabedrijf is gevestigd. Dat leidt er weer toe dat ontheffing moet worden verleend van het verbod in een inrichting kleinhandel uit te oefenen. In grootschalige winkelcentra en -passages wordt bij de vergunningverlening noodzakelijkerwijs weer uitgegaan van een andere invulling van het inrichtingenbegrip. Inmiddels zijn tal van mengvormen tussen warenhuizen en winkelcentra ontstaan, waardoor het huidige inrichtingenbegrip niet langer hanteerbaar is. Gekozen is thans voor een formulering waarbij een inrichting onderdeel kan zijn van een andere besloten ruimte (warenhuis, winkelcentrum en alle hybride vormen daar tussen in)." Dat in deze passage een winkelcentrum, winkelpassage en warenhuis zijn vermeld als voorbeelden van een andere besloten ruimte waarvan een inrichting deel kan uitmaken, sluit niet uit dat een supermarkt een besloten ruimte is waarvan een inrichting deel uitmaakt. Met de wetswijziging heeft de wetgever beoogd te regelen dat inrichtingen niet behoeven te bestaan uit gehele gebouwen, maar slechts uit de besloten ruimten waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. In dit geval is het gevolg van die wetswijziging dat de inrichting niet bestaat uit het gehele pand, waarin zowel de supermarkt als de slijterij zijn gevestigd, maar slechts uit de daarin gesitueerde besloten ruimten waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend In de Dhw-vergunning is vermeld dat de inrichting is gevestigd in het perceel op het adres [locatie] te Schijndel. Anders dan wordt betoogd, kan daaruit echter niet worden afgeleid dat de inrichting het gehele pand - met inbegrip van de supermarkt - op dat adres omvat. Voorts zijn in de vergunning geen andere lokaliteiten dan de slijtlokaliteit vermeld. Anders dan partijen aanvoeren, is ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Dhw, voor de gehele inrichting een vergunning vereist. Daarmee zou niet stroken dat slechts de slijtlokaliteit op de vergunning is vermeld, in het geval dat de inrichting meer zou omvatten dan die slijtlokaliteit. De vergunning biedt dan ook geen aanknopingspunt voor het oordeel dat ook de supermarkt tot de inrichting behoort Een slijtlokaliteit mag ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Dhw, gelezen in verbinding met artikel 11 van het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, niet rechtstreeks in verbinding staan met een zogenoemde neringruimte. Ingevolge die bepalingen dient tussen een slijtlokaliteit en een neringruimte ten minste een zogenoemde verbindingslokaliteit aanwezig te zijn. Anders dan wordt betoogd, kan uit deze bepalingen niet worden afgeleid dat de wetgever tot uitgangspunt heeft genomen dat de slijtlokaliteit en de neringruimte één inrichting vormen. Het verbod om beide ruimten met elkaar in verbinding te laten staan wijst er juist op dat de wetgever het slijtersbedrijf en de neringruimte van elkaar gescheiden wilde houden. Bovendien mag in een inrichting slechts het slijtersbedrijf worden uitgeoefend. Uit de definitie van het begrip slijtersbedrijf in artikel 1, eerste lid,

7 van de Dhw, gelezen in verbinding met artikel 1 van het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf, volgt dat in een inrichting slechts in zeer beperkte mate verkoop van andere producten dan drank mag plaatsvinden. Het overgrote deel van de producten die doorgaans in een supermarkt worden verkocht, zou derhalve niet mogen worden verkocht indien de supermarkt deel zou uitmaken van de inrichting In hoger beroep is voorts gewezen op de volgende passage uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Dhw, zoals die luidde vóór 1 november 2000 (Kamerstukken II 1961/62, 6811, nr. 3, blz. 21): "in beginsel [is] het verstrekken van alcoholhoudende drank in de uitoefening van het slijtersbedrijf slechts mogelijk in inrichtingen. Het lijkt wenselijk, dat dit beginsel evenzeer geldt voor het voor gebruik elders dan ter plaatse verstrekken van zwak-alcoholische drank door b.v. kruideniers en wijnhandelaren, dat ook door het wetsontwerp niet aan een vergunning wordt gebonden. Hiertoe dient artikel 15 van het wetsontwerp." Destijds was een inrichting gedefinieerd als - kort gezegd - een besloten ruimte waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Met de cursivering van het woord 'in' in voormelde passage, is dus benadrukt dat het verstrekken van alcoholhoudende drank in de uitoefening van het slijtersbedrijf slechts in een besloten ruimte - inpandig dus - was toegestaan. Dat uitgangspunt wilde de wetgever ook toepassen op het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse. Om die reden was in het toenmalige artikel 15 bepaald dat dergelijke verstrekking diende plaats te vinden "in een besloten ruimte, waarin die handeling pleegt te worden verricht". Thans is in artikel 18 van de Dhw een met het vroegere artikel 15 vergelijkbare bepaling opgenomen. Ingevolge die bepaling mag onder meer in supermarkten zwak-alcoholhoudende drank worden verstrekt voor gebruik elders dan ter plaatse. Daarmee zijn supermarkten evenwel niet onder het bereik van het begrip inrichting gebracht, nu de bepaling uitsluitend ziet op de niet-vergunningplichtige verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken en derhalve niet op het slijtersbedrijf, dat in een supermarkt als zodanig niet wordt uitgeoefend Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 24, eerste lid, van de Dhw (Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, blz. 31) heeft de wetgever in deze bepaling het verbod opgenomen om een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is, omdat er geen verantwoorde bedrijfsuitoefening is indien niet ten minste één van de leidinggevenden aanwezig is die de verantwoordelijkheid daarvoor draagt. In voormelde wetsgeschiedenis (blz. 16) is de speciale verantwoordelijkheid van de leidinggevende voor het verstrekken van het riskante product alcohol beklemtoond, onder meer ter motivering van de leeftijdsgrens voor leidinggevenden. Noch uit de tekst noch uit de geschiedenis van de totstandkoming kan worden opgemaakt dat de wetgever bepalend achtte of de leidinggevende snel aanwezig kan zijn indien er ingegrepen moet worden. Integendeel: uit de tekst van artikel 24, eerste lid, van de Dhw vloeit voort dat de leidinggevende in de inrichting aanwezig moet zijn. Derhalve is hierin evenmin grond gelegen voor het oordeel dat de supermarkt moet worden geacht onderdeel te zijn van de inrichting Het voorgaande leidt tot de conclusie dat uit de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van de Dhw volgt dat een supermarkt niet kan behoren tot een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend. Wel kunnen tot de inrichting ook andere ruimten dan de slijtlokaliteit behoren, voor zover is voldaan aan de onder 8.2 omschreven vereisten. Het pand waarin de slijtlokaliteit en de supermarkt van [appellante sub 2] zijn gevestigd omvat evenwel, zoals volgt uit de tot de stukken behorende en ter zitting besproken plattegrond, geen andere besloten ruimten die direct noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van het slijtersbedrijf, in de onmiddellijke nabijheid van de slijtlokaliteit zijn gelegen en direct zicht bieden op de slijtlokaliteit. In de onmiddellijke nabijheid van de slijtlokaliteit is weliswaar een kantoor gelegen, maar het kantoor biedt - zoals ter zitting is gezegd - geen direct zicht op de slijtlokaliteit. De rechtbank heeft dan ook

8 terecht overwogen dat de inrichting in dit geval slechts bestaat uit de slijtlokaliteit, zoals die op de vergunning is vermeld Bij de door een toezichthouder van de gemeente uitgevoerde controle is in de slijtlokaliteit geen leidinggevende aangetroffen. Nu de inrichting in dit geval slechts bestaat uit de slijtlokaliteit, heeft de rechtbank terecht overwogen dat [appellante sub 2] artikel 24, eerste lid, van de Dhw heeft overtreden door de slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden zonder dat in de inrichting een leidinggevende aanwezig was. Evenzeer terecht heeft de rechtbank overwogen dat de burgemeester bevoegd en - bij gebreke van bijzondere omstandigheden - ook gehouden was tot handhavend optreden jegens [appellante sub 2]. Het betoog faalt. Relativiteitsvereiste 9. De burgemeester, [appellante sub 2] en CBL betogen dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan vernietiging van het besluit van 10 maart Zij voeren aan dat artikel 24 van de Dhw strekt tot bescherming van het belang van de volksgezondheid en niet van het door de SlijtersUnie behartigde concurrentiebelang Ingevolge artikel 8:69a van de Awb vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, , nr. 3, blz ) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant In de geschiedenis van de totstandkoming van de wet, waarmee artikel 24, eerste lid, aan de Dhw is toegevoegd (Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, blz. 7), is als doel van de wet vermeld: "Centrale doelstelling van het alcoholmatigingsbeleid is de preventie van gezondheidsrisico's en maatschappelijke problemen die voortvloeien uit het gebruik van alcohol. Overwegingen van volksgezondheid, jeugdbescherming, verkeersveiligheid, criminaliteitspreventie en openbare orde en veiligheid staan hierbij voorop. Kanalisering van de alcoholdistributie is, naast consumentenvoorlichting, hulpverlening, zelfregulering van de reclame en accijnsheffing, een belangrijk instrument om te komen tot alcoholmatiging en preventie van misbruik. Aanbodbeperkingen van alcoholhoudende dranken vormen dan ook een logisch onderdeel van het alcoholmatigingsbeleid. Alcohol is immers een riskant product, waarvan de verstrekking een bijzondere verantwoordelijkheid vereist." Voorts is in die geschiedenis (blz. 16 en 31) vermeld dat artikel 24, eerste lid, van de Dhw is opgenomen ter waarborging van een verantwoorde bedrijfsuitoefening. Gelet op het voorgaande, is met die verantwoorde bedrijfsuitoefening de preventie beoogd van gezondheidsrisico's en maatschappelijke problemen die uit het gebruik van alcohol voortvloeien Hieruit volgt dat de Dhw - en ook artikel 24, eerste lid, van die wet - strekt tot bescherming van het belang van het voorkomen van gezondheidsrisico's en maatschappelijke problemen, waarbij het onder meer gaat om bescherming van de volksgezondheid en de openbare orde. Hieraan doet niet af dat, zoals de SlijtersUnie betoogt, de Dhw blijkens de geschiedenis van de totstandkoming ervan

9 (Kamerstukken II 1961/62, 6811, nr. 3) een tweeledig doel heeft, te weten zowel een sociaalhygiënisch als een sociaal-economisch doel. Uit die geschiedenis volgt dat het sociaal-economische doel zag op "het inscherpen bij de betrokken ondernemers van hun verantwoordelijkheden in een potentiële gevarenzone", hetgeen "nodig [werd] geacht in het belang van de consument". Ook het sociaal-economische doel had dus betrekking op de bescherming van het belang van - kort gezegd - de volksgezondheid en niet op het concurrentiebelang van slijterijen In de uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:732, heeft de Afdeling een correctie op de toepassing van artikel 8:69a van de Awb aanvaard. Die correctie houdt in dat de schending van een norm die niet de bescherming beoogt van de belangen van een belanghebbende, en die op zichzelf genomen dus niet tot vernietiging zou kunnen leiden, kan bijdragen tot het oordeel dat het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel is geschonden. In de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal van 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3680, die de Afdeling volgens voormelde uitspraak deelt, is vermeld dat voor een succesvol beroep op het gelijkheidsbeginsel nodig is dat een bedrijf daadwerkelijk is benadeeld doordat aan dat bedrijf, in een situatie die wat betreft de geldende wettelijke voorschriften en de feiten voldoende vergelijkbaar is, verplichtingen zijn opgelegd waaraan zijn concurrent als gevolg van de schending van de betrokken norm niet hoeft te voldoen. Voor toepassing van deze correctie dient in dit geval te worden beoordeeld of zelfstandige slijterijen worden benadeeld doordat aan hen verplichtingen zijn opgelegd waaraan in supermarkten gevestigde slijterijen als gevolg van het uitblijven van handhavend optreden tegen overtreding van artikel 24, eerste lid, van de Dhw niet behoeven te voldoen. Naar het oordeel van de Afdeling is dat het geval. Bij zelfstandige slijterijen zijn, naar de aard van de onderneming, geen ruimten aanwezig waarin andere activiteiten worden ontplooid dan de verkoop van drank. Bij slijterijen die in hetzelfde pand als een supermarkt zijn gevestigd, is dat naar de aard van de onderneming wel het geval. Bij laatstvermelde slijterijen staat de burgemeester - ten onrechte - toe dat een leidinggevende niet in de slijtlokaliteit of een andere tot de inrichting behorende besloten ruimte, maar in de supermarkt aanwezig is. De kosten die voor een leidinggevende moeten worden gemaakt, komen in dat geval niet volledig ten laste van de slijterij, maar gedeeltelijk, zo niet hoofdzakelijk, ook ten laste van de supermarkt. Bij een zelfstandige slijterij komen de kosten van een leidinggevende geheel ten laste van de slijterij, omdat de leidinggevende zich alleen kan bezighouden met het verstrekken van sterke drank en andere, slechts aan het slijtersbedrijf gerelateerde activiteiten. Op deze wijze worden aan zelfstandige slijterijen verplichtingen opgelegd waaraan in supermarkten gevestigde slijterijen niet in die mate behoeven te voldoen, terwijl beide gevallen wat betreft de geldende wettelijke voorschriften en de feiten voldoende gelijkenis vertonen. Hoewel artikel 24, eerste lid, van de Dhw, niet strekt ter bescherming van de belangen van de SlijtersUnie, draagt de hier aan de orde zijnde schending van deze bepaling wel bij aan het oordeel dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Derhalve heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan vernietiging van het besluit van de burgemeester van 10 maart 2015 wegens strijd met artikel 24, eerste lid, van de Dhw. Het betoog faalt. Slotoverwegingen 10. De hoger beroepen zijn ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust. De burgemeester dient opnieuw een besluit te nemen op het door de SlijtersUnie tegen het besluit van 24 november 2014 gemaakte bezwaar. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld. 11. De burgemeester dient ten aanzien van de SlijtersUnie op na te melden wijze tot vergoeding van

10 de proceskosten te worden veroordeeld. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld; III. veroordeelt de burgemeester van Schijndel tot vergoeding van bij de vereniging SlijtersUnie in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IV. bepaalt dat van de burgemeester van Schijndel een griffierecht van 497,00 (zegge: vierhonderdzevenennegentig euro) wordt geheven. Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier. w.g. Vlasblom w.g. Herweijer voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 december BIJLAGE Drank- en Horecawet Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: - slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen; - lokaliteit: een besloten ruimte, onderdeel uitmakend van een inrichting; - - slijtlokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van of samenvallend met een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse; - inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de

11 daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte; Artikel 3 1 Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Artikel 7 1 Een vergunning is vereist voor iedere inrichting. 2 Geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting. Artikel 15 2 Het is verboden dat een slijtlokaliteit in verbinding staat met een ruimte waarin de kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of enige in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit wordt uitgeoefend, tenzij is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften. Artikel 18 1 Het is verboden in de uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aan particulieren te verstrekken. 2 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ten aanzien van het verstrekken in: a. een winkel waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend zwak-alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht; Artikel 24 1 Het is verboden een horecalokaliteit of een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

12 Artikel 29 1 De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de vergunninghouder; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen; e. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden. 4 De vergunning en het aanhangsel worden gesteld op een formulier dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet Artikel Een slijtlokaliteit staat niet rechtstreeks in verbinding met een neringruimte. 2 Een verbindingslokaliteit heeft aan alle zijden gesloten wanden met een hoogte van ten minste 2,40 m van de vloer af gemeten. 3 Een verbindingslokaliteit bestemd of mede bestemd voor bezoekers, heeft ten hoogste één afsluitbare toegang met een breedte van ten hoogste 2,40 m naar de slijtlokaliteit en ten hoogste één afsluitbare toegang met een breedte van ten hoogste 2,40 m naar de neringruimte. De loopafstand tussen de toegang naar de slijtlokaliteit en de toegang naar de neringruimte bedraagt ten minste 2,00 m. 4 Een verbindingslokaliteit uitsluitend bestemd voor personeel van het slijtersbedrijf, heeft ten hoogste één afsluitbare toegang met een breedte van ten hoogste 1,00 m naar de slijtlokaliteit en ten hoogste één afsluitbare toegang met een breedte van ten hoogste 1,00 m naar de neringruimte. De loopafstand tussen de toegang naar de slijtlokaliteit en de toegang naar de neringruimte bedraagt ten minste 1,00 m. Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf Artikel 1 Als handelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de Drank- en Horecawet worden aangewezen: het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van drinkglaswerk, schenkmandjes, kurketrekkers, wijnrekjes, afsluitmiddelen voor flessen, koolzuurflessen, koolzuurcapsules, wijnkoelers, shakers, draagtassen, koelboxen en -tassen, onderzetters, papieren servetten, cocktailprikkers, schenkkurken, biertapinstallaties alsmede van voorlichtingsmaterialen over wijn, cocktails, longdrinks en borrelhapjes en van andere dergelijke voorlichtingsmaterialen, een en ander voor zover die verkoop geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt. Artikel 2

13 Als handeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de Drank- en Horecawet, wordt eveneens aangewezen het bedrijfsmatig verhuren van biertapinstallaties, glaswerk en party-meubilair, een en ander voor zover die verhuur geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

ECLI:NL:RBOBR:2017:3477

ECLI:NL:RBOBR:2017:3477 ECLI:NL:RBOBR:2017:3477 Instantie Datum uitspraak 27-06-2017 Datum publicatie 03-07-2017 Zaaknummer 17_177 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Bestuursprocesrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:2348

ECLI:NL:RVS:2016:2348 ECLI:NL:RVS:2016:2348 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-08-2016 Datum publicatie 31-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201506454/1/A3 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 april 2013 in zaak nr. 12/641 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 april 2013 in zaak nr. 12/641 in het geding tussen: ECLI:NL:RVS:2014:539 Instantie Raad van State Datum uitspraak 19-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201304989/1/A1 Omgevingsrecht Hoger

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:BX5879, Meerdere afhandelingswijzen

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:BX5879, Meerdere afhandelingswijzen ECLI:NL:RVS:2013:375 Instantie Raad van State Datum uitspraak 17-07-2013 Datum publicatie 17-07-2013 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201209590/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2007:BB4709

ECLI:NL:RVS:2007:BB4709 ECLI:NL:RVS:2007:BB4709 Instantie Raad van State Datum uitspraak 03-10-2007 Datum publicatie 03-10-2007 Zaaknummer 200702080/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936

ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936 ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936 Instantie Raad van State Datum uitspraak 18-05-2011 Datum publicatie 18-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201008844/1/H1 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1997

ECLI:NL:RVS:2017:1997 ECLI:NL:RVS:2017:1997 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604542/1/A1 Eerste

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2015:7924, Meerdere afhandelingswijzen. Algemene wet bestuursrecht 8:4 Gemeentewet Gemeentewet 83 Kieswet

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2015:7924, Meerdere afhandelingswijzen. Algemene wet bestuursrecht 8:4 Gemeentewet Gemeentewet 83 Kieswet ECLI:NL:RVS:2016:934 Instantie Raad van State Datum uitspraak 06-04-2016 Datum publicatie 06-04-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600302/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:1268

ECLI:NL:RVS:2016:1268 ECLI:NL:RVS:2016:1268 Instantie Raad van State Datum uitspraak 11-05-2016 Datum publicatie 11-05-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201505940/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:1768

ECLI:NL:RVS:2015:1768 ECLI:NL:RVS:2015:1768 Instantie Raad van State Datum uitspraak 03-06-2015 Datum publicatie 03-06-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201407801/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:1522

ECLI:NL:RVS:2013:1522 ECLI:NL:RVS:2013:1522 Instantie Raad van State Datum uitspraak 16-10-2013 Datum publicatie 16-10-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201206838/1/A3 Bestuursrecht Tussenuitspraak

Nadere informatie

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. OGR-Updates.nl JOM 2017/58 AR 2017/177 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7492

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. OGR-Updates.nl JOM 2017/58 AR 2017/177 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7492 ECLI:NL:RVS:2017:20 Instantie Raad van State Datum uitspraak 11-01-2017 Datum publicatie 11-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600568/1/A1 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:5574, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2013:5574, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2015:258 Instantie Raad van State Datum uitspraak 04-02-2015 Datum publicatie 04-02-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201309828/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-02-2013 Datum publicatie 18-02-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201206332/1/R3 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2005:AU2988

ECLI:NL:RVS:2005:AU2988 ECLI:NL:RVS:2005:AU2988 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-09-2005 Datum publicatie 21-09-2005 Zaaknummer 200501988/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:1791

ECLI:NL:RVS:2015:1791 ECLI:NL:RVS:2015:1791 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-06-2015 Datum publicatie 10-06-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201408896/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:1169

ECLI:NL:RVS:2014:1169 ECLI:NL:RVS:2014:1169 Instantie Raad van State Datum uitspraak 02-04-2014 Datum publicatie 02-04-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201306413/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BY2512

ECLI:NL:RVS:2012:BY2512 ECLI:NL:RVS:2012:BY2512 Instantie Raad van State Datum uitspraak 07-11-2012 Datum publicatie 07-11-2012 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201203945/1/A2 Eerste

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=br1...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=br1... pagina 1 van 5 LJN: BR1463, Raad van State, 201011448/1/H1 Datum 13-07-2011 uitspraak: Datum 13-07-2011 publicatie: Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij besluit van

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:3233

ECLI:NL:RVS:2015:3233 ECLI:NL:RVS:2015:3233 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-10-2015 Datum publicatie 21-10-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500429/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:313 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-02-2017 Datum publicatie 08-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600609/1/A1 Eerste

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2016:3597, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2016:3597, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:84 Instantie Raad van State Datum uitspraak 18-01-2017 Datum publicatie 18-01-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604839/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:2861

ECLI:NL:RVS:2016:2861 ECLI:NL:RVS:2016:2861 Instantie Raad van State Datum uitspraak 02-11-2016 Datum publicatie 02-11-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601473/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:2989

ECLI:NL:RVS:2015:2989 ECLI:NL:RVS:2015:2989 Instantie Raad van State Datum uitspraak 23-09-2015 Datum publicatie 23-09-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201502358/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3368

ECLI:NL:RVS:2014:3368 ECLI:NL:RVS:2014:3368 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-09-2014 Datum publicatie 10-09-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201311559/1/A4 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2001:AB2287

ECLI:NL:RVS:2001:AB2287 ECLI:NL:RVS:2001:AB2287 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-05-2001 Datum publicatie 13-11-2001 Zaaknummer 200003521/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Omgevingsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:3038

ECLI:NL:RVS:2015:3038 ECLI:NL:RVS:2015:3038 Instantie Raad van State Datum uitspraak 30-09-2015 Datum publicatie 30-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500566/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BX4670

ECLI:NL:RVS:2012:BX4670 ECLI:NL:RVS:2012:BX4670 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-08-2012 Datum publicatie 15-08-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201106219/1/A4 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:4724

ECLI:NL:RVS:2014:4724 ECLI:NL:RVS:2014:4724 Instantie Raad van State Datum uitspraak 17-12-2014 Datum publicatie 24-12-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden 201408640/1/A3 en 201408640/2/A3 Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:6239,

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:2013

ECLI:NL:RVS:2017:2013 ECLI:NL:RVS:2017:2013 Instantie Raad van State Datum uitspraak 26-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604962/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:2833

ECLI:NL:RVS:2015:2833 ECLI:NL:RVS:2015:2833 Instantie Raad van State Datum uitspraak 09-09-2015 Datum publicatie 09-09-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201405843/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3998

ECLI:NL:RVS:2014:3998 ECLI:NL:RVS:2014:3998 Instantie Raad van State Datum uitspraak 05-11-2014 Datum publicatie 05-11-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201403900/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BV6555

ECLI:NL:RVS:2012:BV6555 ECLI:NL:RVS:2012:BV6555 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-02-2012 Datum publicatie 22-02-2012 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201109131/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 Uitspraak 201701470/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 7 maart 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Staphorst Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Algemene kamer - Hoger Beroep

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2013, kenmerk 12/16, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2013, kenmerk 12/16, in het geding tussen ECLI:NL:CBB:2014:359 Instantie Datum uitspraak 18-09-2014 Datum publicatie 26-09-2014 Zaaknummer AWB 13/137 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie College van Beroep voor het bedrijfsleven

Nadere informatie

Uitspraak /1/A3

Uitspraak /1/A3 Uitspraak 201707842/1/A3 Datum van uitspraak: woensdag 22 augustus 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Boete ECLI: ECLI:NL:RVS:2018:2782

Nadere informatie

Uitspraak /1/A2

Uitspraak /1/A2 Uitspraak 201802595/1/A2 Datum van uitspraak: woensdag 7 november 2018 Tegen: de Belastingdienst/Toeslagen Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Geld ECLI: ECLI:NL:RVS:2018:3626 201802595/1/A2. Datum

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve12000040 201102012/1/V2. Datum uitspraak: 13 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3026

ECLI:NL:RVS:2014:3026 ECLI:NL:RVS:2014:3026 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 13-08-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201311562/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7733

ECLI:NL:RVS:2013:BZ7733 ECLI:NL:RVS:2013:BZ7733 Instantie Raad van State Datum uitspraak 17-04-2013 Datum publicatie 17-04-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201200753/1/A3 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:2466

ECLI:NL:RVS:2016:2466 ECLI:NL:RVS:2016:2466 Instantie Raad van State Datum uitspraak 14-09-2016 Datum publicatie 14-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden 201506742/1/A3 Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:3390

ECLI:NL:RVS:2016:3390 ECLI:NL:RVS:2016:3390 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-12-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601294/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201107998/1/V2. Datum uitspraak: 29 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, appellant,

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, appellant, LJN: BJ8902, Raad van State, 200900441/1/H3 Datum uitspraak: 30-09-2009 Datum publicatie: 30-09-2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij besluit van 29

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1374

ECLI:NL:RVS:2017:1374 ECLI:NL:RVS:2017:1374 Instantie Raad van State Datum uitspraak 24-05-2017 Datum publicatie 24-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601540/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2008:BF7235

ECLI:NL:RVS:2008:BF7235 ECLI:NL:RVS:2008:BF7235 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-10-2008 Datum publicatie 08-10-2008 Zaaknummer 200709059/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BX4621

ECLI:NL:RVS:2012:BX4621 ECLI:NL:RVS:2012:BX4621 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-08-2012 Datum publicatie 15-08-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201205237/1/A4 en 201205237/2/A4

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:1722

ECLI:NL:RVS:2014:1722 1 van 5 16-9-2014 16:37 ECLI:NL:RVS:2014:1722 Instantie Raad van State Datum uitspraak 14-05-2014 Datum publicatie 14-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden 201306176/1/R2 Bestuursrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2007:AZ9709

ECLI:NL:RVS:2007:AZ9709 ECLI:NL:RVS:2007:AZ9709 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-02-2007 Datum publicatie 07-03-2007 Zaaknummer 200607659/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht Hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK * Raad vanstatc 201104826/1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: r Raad vanstate 201108252/1/V2. Datum uitspraak: 14 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2010:BO4829

ECLI:NL:RVS:2010:BO4829 ECLI:NL:RVS:2010:BO4829 Instantie Raad van State Datum uitspraak 24-11-2010 Datum publicatie 24-11-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201003576/1/H3 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:246

ECLI:NL:CRVB:2017:246 ECLI:NL:CRVB:2017:246 Instantie Datum uitspraak 10-01-2017 Datum publicatie 30-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6800 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BY6738

ECLI:NL:RVS:2012:BY6738 ECLI:NL:RVS:2012:BY6738 Instantie Raad van State Datum uitspraak 19-12-2012 Datum publicatie 19-12-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201102748/1/R4 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2833

ECLI:NL:CRVB:2017:2833 ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2004:AR2515

ECLI:NL:RVS:2004:AR2515 ECLI:NL:RVS:2004:AR2515 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-09-2004 Datum publicatie 22-09-2004 Zaaknummer 200400106/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1688

ECLI:NL:RVS:2017:1688 ECLI:NL:RVS:2017:1688 Instantie Raad van State Datum uitspraak 28-06-2017 Datum publicatie 28-06-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604192/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:1061

ECLI:NL:RVS:2016:1061 ECLI:NL:RVS:2016:1061 Instantie Raad van State Datum uitspraak 20-04-2016 Datum publicatie 20-04-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201506028/1/A1 Omgevingsrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3651

ECLI:NL:CRVB:2016:3651 ECLI:NL:CRVB:2016:3651 Instantie Datum uitspraak 04-10-2016 Datum publicatie 10-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/5 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:5375, Meerdere afhandelingswijzen

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:5375, Meerdere afhandelingswijzen ECLI:NL:RVS:2016:965 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-04-2016 Datum publicatie 13-04-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201507000/1/A3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2008:BD3606

ECLI:NL:RVS:2008:BD3606 ECLI:NL:RVS:2008:BD3606 Instantie Raad van State Datum uitspraak 11-06-2008 Datum publicatie 11-06-2008 Zaaknummer 200705694/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 304470/1/RI. Datum uitspraak: 27 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Jongeneel

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 Uitspraak 201803876/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 17 oktober 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Kapvergunningen ECLI:

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:7224, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:7224, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:477 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-02-2017 Datum publicatie 22-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201504596/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 Raad vanstatc 201203196/1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 200705297/1. Datum uitspraak: 31 januari 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2822

ECLI:NL:CRVB:2017:2822 ECLI:NL:CRVB:2017:2822 Instantie Datum uitspraak 16-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/4369 AWBZ Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

het college van gedeputeerde staten van Zeeland.

het college van gedeputeerde staten van Zeeland. . Datum uitspraak: 5 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: [appellant A], [appellant B], wonend te [woonplaats], [appellant C], wonend te [woonplaats], [appellant

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:2812

ECLI:NL:RVS:2014:2812 ECLI:NL:RVS:2014:2812 Instantie Raad van State Datum uitspraak 18-07-2014 Datum publicatie 23-07-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201404677/1/A1 en 201404677/2/A1 Bestuursrecht

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 Uitspraak 201800454/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 25 juli 2018 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Kapvergunningen ECLI: ECLI:NL:RVS:2018:2524

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4659

ECLI:NL:CRVB:2016:4659 ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

JOM 2017/310 AR 2017/1305 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7543

JOM 2017/310 AR 2017/1305 Omgevingsvergunning in de praktijk 2017/7543 ECLI:NL:RVS:2017:695 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201602860/1/A1 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8147

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8147 ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8147 Instantie Datum uitspraak 02-03-1999 Datum publicatie 11-09-2001 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 98/6295 ABW Bestuursrecht

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:3387

ECLI:NL:RVS:2016:3387 ECLI:NL:RVS:2016:3387 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-12-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201507118/1/A1 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

Bijlage 1: Handhavingsmatrix Drank- en Horecawet

Bijlage 1: Handhavingsmatrix Drank- en Horecawet Bijlage 1: Handhavingsmatrix Drank- en Horecawet Grondslag Artikel 3 (horecaof slijtersbedrijf) Artikel 4, lid 1 jo. artikel 110g en 110h Apv Overtreding Het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf

Nadere informatie

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. JOM 2017/165 JM 2017/36 met annotatie van G.A.J.M. Hoevenaars

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. JOM 2017/165 JM 2017/36 met annotatie van G.A.J.M. Hoevenaars pagina 1 van 5 ECLI:NL:RVS:2017:260 Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-02-2017 Datum publicatie 01-02-2017 Zaaknummer 201509267/1/A1 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:8027, Meerdere

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:2279

ECLI:NL:RVS:2016:2279 ECLI:NL:RVS:2016:2279 Instantie Raad van State Datum uitspraak 10-08-2016 Datum publicatie 17-08-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201602806/1/V3 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2007:BB0694

ECLI:NL:CRVB:2007:BB0694 ECLI:NL:CRVB:2007:BB0694 Instantie Datum uitspraak 25-07-2007 Datum publicatie 02-08-2007 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 05-4212 WVG Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2017:1439

ECLI:NL:RVS:2017:1439 ECLI:NL:RVS:2017:1439 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-05-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604870/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2879

ECLI:NL:CRVB:2013:2879 ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:3050

ECLI:NL:RVS:2016:3050 ECLI:NL:RVS:2016:3050 Instantie Raad van State Datum uitspraak 16-11-2016 Datum publicatie 16-11-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601834/1/R2 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326 ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326 Instantie Datum uitspraak 25-05-1999 Datum publicatie 21-01-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 97/10163 ABW Bestuursrecht

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2015:3129, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2015:3129, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2016:682 Instantie Raad van State Datum uitspraak 16-03-2016 Datum publicatie 16-03-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201505027/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824 ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824 Instantie Datum uitspraak 02-01-2008 Datum publicatie 15-01-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-319 WW Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5947

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5947 ECLI:NL:CRVB:2008:BC5947 Instantie Datum uitspraak 29-02-2008 Datum publicatie 06-03-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 06-7122 WTOS Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:872

ECLI:NL:CRVB:2015:872 ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4664

ECLI:NL:CRVB:2016:4664 ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2007:BB8911

ECLI:NL:RVS:2007:BB8911 ECLI:NL:RVS:2007:BB8911 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-11-2007 Datum publicatie 28-11-2007 Zaaknummer 200705627/1 en 200705627/2 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2000:AA7143

ECLI:NL:RVS:2000:AA7143 ECLI:NL:RVS:2000:AA7143 Instantie Raad van State Datum uitspraak 24-08-2000 Datum publicatie 04-07-2001 Zaaknummer 199900390/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2010:BM8422

ECLI:NL:RVS:2010:BM8422 ECLI:NL:RVS:2010:BM8422 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-06-2010 Datum publicatie 21-06-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 200908530/1/V3 Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie