Waterrecreatie Vereniging Het Twiske

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Waterrecreatie Vereniging Het Twiske"

Transcriptie

1 Voorwoord Met veel inspiratie maar vooral ook transpiratie is het gelukt. Het handboek voor instructeurs is geboren en zie daar het resultaat: een eerste versie van de handleiding die bewijst dat zeilles geven misschien nog wel leuker is dan zeilen. De belangrijkste zaken die je als instructeur moet weten, kun je in dit handboek terugvinden. Deze handleiding bevat vrijwel alle documentatie die je als instructeur kunt gebruiken voor de voorbereiding en uitvoering van je lessen. Het handboek is een handige inspiratiebron voor nieuwe en oude instructeurs. Ik heb weer met veel plezier aan deze versie gewerkt en hoop dat je er vaak gebruik van zult maken. Mocht je nog iets missen in de handleiding dan hoor ik dit graag van je en zal kijken of ik en hoe ik dit in het geheel zou kunnen bijvoegen/onderbrengen. Veel leesplezier en succes toegewenst! Ivar Onrust Oostzaan, januari 2007 De instructeursmap blijft eigedom van Ivar Onrust. Niets mag zonder toestemming van Ivar Onrust vermenigvuldigt worden. 1-68

2 Inhoudsopgave Voorwoord 1 Inleiding 5 DEEL Inleiding Vooruitdenken Controle van het materiaal Reven Kleding en toebehoren Zwemvesten Plaats van de instructeur en de cursist Zwemmen: wanneer en waar 10 DEEL Inleiding Didactische sleutelvragen D.A. Model van Van Gelder De beginsituatie Doelstellingen De instructie Oefenen Evalueren Methodiek tijdens het lesgeven Van makkelijk naar moeilijk Van niet zelfstandig naar zelfstandig denken Van een niet-dwingende naar een dwingende vaaromgeving Van samen naar alleen uitvoeren Methodiek in het kader van de dag- en seizoenplanning Instrumenten voor de les Een goed/fout voorbeeld geven Het stellen van open/gesloten vragen Het geven van open/gesloten opdrachten De discussie De groepsopdracht Spel- en wedstrijdvorm 20 DEEL Inleiding Lesdoel en tijdsindeling Gebruik van het vaarwater Lesstof Verwachte fouten Activiteiten cursist Activiteiten instructeur Leer- en hulpmiddelen Lesvoorbereidingsformulier 24 DEEL Inleiding Observatie Fouttypen Fout in afgerond onderwerp Fout in huidig onderwerp

3 DEEL Communicatie tijdens het lesgeven Communicatie Feedback Groepsvormingsprocessen Groepsprocessen Het proces beïnvloeden Communicatietips Leerpsychologie Organisatie van het geheugen Het tijdelijk geheugen/zintuiglijk geheugen Het kortdurende geheugen Het semi-permanent geheugen Het permanent geheugen Het inzicht Het leertype De leeraanpak Motorisch leren Belasting en belastbaarheid Motivatie Intrinsieke en extrinsieke motivatie Behoeften Verwachtingen Duidelijkheid Motivatie tips 45 DEEL Werkvormen Doceerles Vraag- en leergesprek Zelfstandig werken Zelfontdekkend De keuze van de werkvorm 50 DEEL THEORIE IN DE PRAKTIJK Inleiding Theorieles Opbouw van de theorieles Inhoud en samenhang met de praktijkles Niveauverschillen Samenvatting 53 DEEL DE STICHTING COMMISSIE WATERSPORT OPLEIDINGEN Wat is en doet het CWO De opleidingen 55 DEEL INSTRUCTEURSOPLEIDINGSTRAJECT Inleiding De Selectie Training Examineren Didactisch weekend

4 9.6 Taakomschrijving ZI ZI ZI-4 59 BIJLAGEN 60 Bijlage 1: Lesvoorbereidingsformulier 61 Bijlage 2: Lesevaluatie formulier 62 Bijlage 3: Groepsvorderingsformulieren

5 Inleiding Zeilinstructeur ben je niet zomaar. Er zijn een heleboel dingen die je moet weten om goed les te kunnen geven. Daarom heb ik dit boekwerk gemaakt, om eens duidelijk en gestructureerd een beschrijving te geven van het vak zeilinstructeur. Het doel van dit boek is het geven van een handleiding voor instructeurs. Hij bevat vrijwel alle documentatie die je als instructeur nodig zult hebben voor de voorbereiding en uitvoering van je lessen. Het handboek is zowel een handige inspiratiebron als een theoretisch naslagwerk en dus voor zowel beginnend als ervaren instructeurs erg belangrijk. Een gedegen studie van dit boek is noodzakelijk om als een goede instructeur te kunnen functioneren. Laat je echter in eerste instantie niet afschrikken door de wellicht droge theorie. Er wordt niet van je verwacht dat je in één keer alle kennis kan toepassen. Naar mate je langer lesgeeft zul je zien, dat je steeds meer kennis automatisch gaat toepassen. Het handboek is als volgt opgebouwd. Dat veiligheid erg belangrijk is op een vereniging wordt duidelijk na het lezen van deel één. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn! Vervolgens komt in deel twee de theorie van het lesgeven aan bod. Hierin wordt een lesvoorbereiding behandeld en kun je lezen hoe met een cursist om te gaan. Ook wordt een stuk pittige leerpsychologie besproken en wordt er ingegaan op foutanalyse. Deel drie, de praktijk van het lesgeven, begint met didactiek en methodiek. Dit deel wordt afgesloten met een paar praktische tips voor het geven van theorielessen. Tenslotte kun je in deel vier lezen wat de Commissie Watersport Opleidingen doet, welke eisen op de CWO-diploma s staan en hoe het er in de praktijk op onze zeilschool aan toe gaat. 5-68

6 D E E L 1 Veiligheid 6-68

7 1 V O O R K O M E N V A N O N G E L U K K E N 1.1 Inleiding Iedere keer, dat je les gaat geven, krijg je de verantwoordelijkheid over een aantal cursisten. Het is de bedoeling dat je de cursisten die je meeneemt, aan het einde van de les weer op de kant afzet. Dit is vaak niet het probleem, maar je moet er ook voor zorgen, dat iedereen zonder verwondingen of enig ander letsel thuis komt. Daarnaast is het net zo belangrijk, dat die cursisten een leuke dag gehad hebben. Hier kun jij als instructeur een belangrijke rol in spelen. Veiligheid en het voorkomen van ongevallen staan op de vereniging hoog in het vaandel. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk uitgelegd. Hierbij komen de volgende aandachtspunten aan bod: Vooruitdenken Controle van het materiaal Reven Kleding Zwemvesten Plaats van de instructeur 1.2 Vooruitdenken Voor je gaat zeilen kun je al veel voorbereiden. Bijvoorbeeld: Luister naar het weerbericht of laat je vooraf informeren door andere instructeurs. Houd in de zeilplanning rekening met drukke, smalle en gevaarlijke plaatsen op het water. Denk aan doelmatige kleding en veiligheidsmiddelen. Dit is echter niet voldoende. Ook tijdens de les moet er vooruit gedacht worden. Dit kan op de volgende manieren: Vertel duidelijk wat je gaat doen, er zal dan bijvoorbeeld niet zomaar iemand op het voordek klimmen als je helemaal niet van plan bent om aan te gaan leggen. Houd de boot netjes opgeruimd. Houd alles op een vaste plaats. Probeer zeer moeilijke situaties te vermijden. Grijp op tijd in. Laat cursisten niet op de kuiprand zitten, ze worden dan minder vlug geraakt door de giek en vallen minder vlug over boord, ook hebben ze een beter overzicht. Als het niet anders kan zoals in de door de vereniging gehuurde randmeren (hier is het voor de stuurman lastig), maar zorg dat de rest wel in de kuip zitten. Draai op tijd weg als een landing te hard gaat. Laat niemand met zijn handen of voeten afhouden als het aankomen toch net iets te hard gaat. Boten zijn te repareren en verbrijzelde voeten en handen niet meer. Pas op met gladde steigers, waarschuw je cursisten. Laat de cursisten de schoten met hun handen vasthouden. Het om lichaamsdelen wikkelen of in de mond nemen van schoten kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Houd je cursisten altijd onder controle en zorg ervoor dat je altijd in kunt grijpen. Jij hebt de leiding. Geef dat zonodig ook regelmatig aan en toon altijd verantwoordelijkheid. 7-68

8 1.3 Controle van het materiaal Zorg ervoor dat je materiaal altijd goed in orde is. Ook al is het materiaal nog van goede kwaliteit, er kan altijd iets niet kloppen. Controleer het materiaal iedere keer voordat je wegvaart. Let dus op als je een cursist de boot vaarklaar laat maken. Laat materiaal vervangen dat je niet meer vertrouwt of vraag even aan de zeilcoördinator wat je ermee moet doen. Zorg er ook voor dat aan het einde van de les alles weer in goede staat wordt achtergelaten. Aandachtspunten: Verstaging, schootblokken (harpjes e.d.) Vallen (of deze niet rafelen) Zeilen (scheurtjes, kapotte zeillatten) Inventaris compleet (peddel, hoosemmertje, verbanddoos, landvasten en dweil) Bevestiging van het zeil aan de rondhouten (schoothoek, tophoek) 1.4 Reven Reven met de boten gaat redelijk eenvoudig. Ontreven gaat nog veel sneller. Daarom kun je beter een keer te veel dan één keer te weinig reven. Je gaat varen met mensen die minder goed kunnen zeilen en soms zelfs minder sterk zijn dan jij. Wanneer jij het zeil nog vast kunt houden, wil dat niet zeggen dat de cursist de schoot ook lang achter elkaar vast kan houden. Als je denkt dat het nog net kan, is het meestal tijd om te gaan reven. Als de cursist namelijk al zijn aandacht nodig heeft om de boot onder controle te houden is er van verdere belangstelling voor jouw les geen sprake meer. Het is mogelijk om op het water te reven, maar dit is meestal niet de meest veilige oplossing. Je gaat reven als het al aardig waait, dus heb je hierbij al je aandacht nodig. Hierdoor verlies je de omgeving toch enige seconden uit het oog. Beter is het om een rustige (beschutte) plek op te zoeken en daar het zeil te reven, of het te leren of te herhalen. 8-68

9 1.5 Kleding en toebehoren Als een cursist in zijn zwembroek verschijnt met zijn handdoekje, kun je hem gerust terugsturen. Je weet namelijk zeker dat hij het koud gaat krijgen we zeilen namelijk in de avonduren en dan kan het snel afkoelen. Zorg er iedere keer weer voor, dat de cursisten warme kleren bij zich hebben. Regen komt vaak onverwachts, dus regenkleding neem je altijd mee. Een jollenbroek of regenbroek voorkomt een nat zitvlak. Als men eenmaal afgekoeld is dan blijft men koud en is het niet meer leuk om te zeilen. Laat de cursist ook gemakkelijke kleding aantrekken. Met grote stevige schoenen over het voordek lopen is niet echt handig en ook nog slecht voor het dek. Trek dus schoenen aan, die niet wegslippen en waarmee je je soepel kunt voortbewegen. Laat cursisten aan boord nooit hun schoenen uit doen. De boot is op sokken of blote voeten namelijk erg glad en er zitten verschillende scherpe dingen aan de boot. Vraag cursisten ten slotte gerust of ze hun sieraden af willen doen. Het dragen van sieraden kan namelijk erg gevaarlijk zijn aan boord, een oorbel of ringen kunnen al gauw achter iets blijven hangen met alle gevolgen van dien. Houd (zonnen-)brillen altijd aangelijnd. Maak indien nodig een brillentouwtje voor je cursisten. 1.6 Zwemvesten Neem altijd zwemvesten van de vereniging mee, ook als het nog niet waait. Let goed op dat het zwemvest de juiste maat is. Laat de zwemvesten ook op tijd aantrekken. Op tijd hangt af van: Het weer Kleding Ervaring Leeftijd Vaarwater Een stelregel kan zijn dat een cursist in zeilpak of deel daarvan altijd een zwemvest aan moet hebben. Daarnaast moeten de cursisten als er gereefd is ook zonder regenkleding een zwemvest aan. Deze regels gelden uiteraard ook voor instructeurs. Denk aan je voorbeeldfunctie! Als je twijfelt, kun je natuurlijk altijd de mening vragen van andere instructeurs of van de zeilcoördinator. Als je geen andere mening kunt vragen en toch twijfelt, laat je de cursisten het zwemvest gewoon aantrekken. Voor de instructeur is het wel of niet dragen van een zwemvest voor eigen risico, maar er blijft natuurlijk altijd zoiets bestaan als een voorbeeldfunctie en veiligheid. Wanneer een cursist zelf (alleen) in een boot zit, dient hij een zwemvest te dragen en wanneer hij in een Zwaardboot zit is het zeer verstandig dat hij een zwemvest draagt die zeer goed past, is dit niet het geval dan bestaat de kans dat de cursist niet makkelijk in de boot kan bewegen, met alle gevolgen van dien. 9-68

10 1.7 Plaats van de instructeur en de cursist Voor het snel ingrijpen is het van belang dat de instructeur op een goede plaats zit. Dit moet een plaats zijn waar de instructeur het overzicht bewaart en waar hij niet in de weg zit. Een goede plaats is in de kuip aan loef tussen de grootschoot en de fokkeschoot. Kijk wel regelmatig onder de fok door om eventuele andere scheepvaart tijdig op te merken. Een andere geschikte plaats is, alleen bij rustig weer, in de kuip aan de lijzijde ter hoogte van het schootblok en het stuurmansbankje. Op deze plaats zit je lager en ben je beter verstaanbaar voor de cursisten en men heeft een goed overzicht. Ongeschikte plaatsen zijn o.a. op het achterdek (en natuurlijk het voordek) of staand op een gangboord. Ga dus niet bij gijpen of lagerwallen op het achterdek staan. Je zult niet de eerste instructeur zijn die zijn boot met vier angstige cursisten aan de horizon ziet verdwijnen. De cursist dient te allen tijde op zijn kont in de kuip te zitten. Overboord hangen, op de kuiprand zitten en op het voordek liggen zijn favoriete overtredingen die in het kader van de veiligheid absoluut ontoelaatbaar zijn. Bij randmeren die door de vereniging gebruikt word, dient men er rekening mee te houden dat er geen stuurmansbankje is, kijk dan zelf waar de cursist kan zitten op de meest veilige en ook nog waar hij het makkelijkst kan sturen plek. Bij een randmeer is het misschien al verstandig om eerder te gaan reven dan wanneer je dat zou doen in bv. Een valk met een doft. 1.8 Zwemmen: wanneer en waar Naast zeilen is zwemmen een van de meest favoriete tijdsbestedingen. Vooral als het stralend weer is, zijn de cursisten niet in de boot te houden. In principe wordt er nooit gezwommen

11 D E E L 2 Theorie van het lesgeven 11-68

12 2 T H E O R I E V A N H E T L E S G E V E N 2.1 Inleiding Bij het instructeurschap komt meer kijken dan je denkt. Met een korte uiteenzetting zal duidelijk gemaakt worden, wat er allemaal bij komt kijken als je les gaat geven. Als eerste is het volgende erg belangrijk: begin nooit zomaar met wat uit te leggen. Als zeilinstructeur zul je een passend doel moeten vaststellen. Ter illustratie van dit gegeven volgt nu een voorbeeld. Instructeur: Hoi, ik ga jou zeilen leren. Cursist: Goh, da s fijn! Instructeur: Zie je die jongens daar in die plastic bak met een paal en een lap stof erboven op? Cursist Ja Instructeur: Dat is nou zeilen! Cursist: Gaaf, bedankt. Op zich zou dit een goede les kunnen zijn, als je doel is geweest: de cursisten moeten zeilen (her)kennen. Meestal zul je toch echt een andere doelstelling voor ogen hebben, namelijk: de cursisten moeten zeilen kunnen. Het verschil tussen kennen en kunnen in bovenstaand voorbeeld kan zo n één tot drie seizoenen zeilles schelen. Zo kun je je waarschijnlijk voorstellen dat je jouw uiteindelijke doel om cursisten te leren zeilen niet in één keer kunt bereiken. Het hijsen en strijken van de zeilen, overstag gaan, gijpen en het ankeren zullen als afzonderlijke doelen behandeld moeten worden. Voor jezelf is een goede omschrijving van het doel ook noodzakelijk, als je achteraf wilt gaan kijken of je les(sen) wel effectief was door middel van de vraag: Heb ik mijn doel, die ik voor die les heb gesteld, bereikt? Hoe bepaal je nu dat doel? Hoe kun je nu weten, wat je met jouw cursisten kunt en wilt bereiken? Hiervoor moet je dus eerst weten wat ze al kunnen, kennen, weten en durven met andere woorden je moet hun beginsituatie weten. Kan de cursist al zeilen: ja of nee? Zo ja, hoe goed? Maar ook: hoe oud is de cursist, wat zijn, zijn interesses? De meeste vragen kun je door middel van een vraaggesprek achterhalen. Zeiltechnische vaardigheden moet je indien aanwezig op het water beoordelen, door het geven van gerichte opdrachten. De kennis van de beginsituatie kun je nu gebruiken om een verantwoord doel te stellen, waarna de daadwerkelijke instructie kan beginnen. Na jouw instructie is jouw taak even beperkt. Nu is het de beurt aan de cursist. De cursist moet nu gaan oefenen. Laat de boel even de boel en laat de cursist zijn gang gaan. Geef een opdracht als: Ga vijf keer overstag? Al die vijf keer kijk jij alleen maar hoe de cursist het doet, maar je zegt er nog niets over, maar praat over koetjes en kalfjes, na de vijf keer evalueer je de opdracht met je cursist, terwijl je een ander de opdracht kan geven. Bij de evaluatie is het verstandig om de opdracht in stukken te hakken en stap voor stap te vertellen waar het fout gaat en hoe dat te verbeteren. Hiernaast let je alvast op wat je andere cursist doet met zijn opdracht. Als het goed is luistert deze met een half oor mee en zal je zien dat zij in haar opdracht toch wat kleine dingen oppikt wat jij als hints verteld aan de andere cursist

13 Heb je nu resultaat met je les gehad? Kunnen de cursisten wat jij aan het begin van de les als doel gesteld hebt? Dit weet je pas als je het resultaat getest hebt. Dit doe je samen met de cursist door hem een opdracht te geven die aansluit bij de door jou gegeven instructie. Dit heet evalueren en dit doe je pas nadat je de cursist hebt laten oefenen. Na het evalueren weet je de nieuwe beginsituatie van de cursist. Want door jouw les is de eerste beginsituatie veranderd. Aan de hand van deze nieuwe beginsituatie stel je een nieuwe doelstelling op en ga je opnieuw instructie geven. 2.2 Didactische sleutelvragen Bij het voorbereiden van de les kun je gebruik maken van de didactische sleutelvragen. Alles waar je rekening mee moet houden bij het lesgeven is terug te voeren op deze vier vragen. Ze vormen als het ware de basis voor het lesgeven. Het zijn de volgende vier: 1. Waar moet ik beginnen? Je probeert te achterhalen wat het niveau van de cursisten is. Hebben ze al een keer gezeild, of wordt het de eerste keer voor ze? Hoe is je bemanning samengesteld? Wat zijn hun wensen? Wat is het weer? Waar ga je naar toe? Dit alles wordt de beginsituatie genoemd. 2. Wat wil ik bereiken? Je gaat kijken wat je met de cursisten wilt bereiken. Wil je dat ze al een bepaalde manoeuvre kunnen uitvoeren? Wil je dat ze een diploma halen, zo ja, welke? Wil je dat ze een leuke tijd hebben aan boord? Dit zijn doelstellingen. Door het bepalen van de doelstellingen weet je ook direct wat de leerstof is. Daarmee wordt bedoeld wat je de cursisten wilt leren. 3. Hoe ga ik lesgeven? Je moet voor jezelf gaan vaststellen op welke manier je de leerstof aan de cursist gaat aanbieden. Ga je veel vertellen of ga je juist veel voordoen? Ofwel: welke werkvormen ga je gebruiken? En ook: welke activiteit verwacht je van de cursisten? Hoe ga je de les organiseren? Hoe zorg je voor een goede sfeer aan boord? Welke leermiddelen en hulpmiddelen ga je gebruiken? 4. Wat is het resultaat geweest van de gegeven les? Als je op een gegeven moment een les hebt gegeven, dan is het goed om achteraf te gaan kijken wat er van je plannen terecht is gekomen. Niet alleen om bijvoorbeeld de cursisten te kunnen beoordelen, maar ook om te kijken in hoeverre jouw les succesvol is geweest. Dit kun je doen na de les, maar ook tijdens de les, nadat de cursisten een bepaalde manoeuvre hebben uitgevoerd. Dit kijken naar het verloop en de resultaten van de les wordt evalueren genoemd

14 2.3 D.A. Model van Van Gelder Beginsituatie Doelstelling Instructie Oefenen Evaluatie Waarom dit model? Door dit model leer je de samenhang van de verschillende onderdelen van het lesgeven te zien. Door dit model te gebruiken ontstaat er een universeel gebeuren, waardoor we in dezelfde termen praten als andere instructeurs. Dit model is een hulpmiddel bij het lesgeven. Je doel is niet volgens het model van Van Gelder les te geven. Het doel is cursisten te leren zeilen. Het model van Van Gelder is een goed hulpmiddel om dit gestructureerd te doen De beginsituatie Als instructeur wil je bij aanvang van een instructieseizoen weten wat je in de kuip hebt. Je wilt weten wat de cursisten zoal gedaan hebben op zeilgebied, wat ze kunnen, wat ze kennen, willen, voelen, beleven. Het gaat dus om een beginsituatie in algemene termen. Bij een vaarschool is het in principe lastiger, maar in de meeste gevallen is het net als bij ons dat de cursisten bij het inschrijven al aangeven wat ze gedaan hebben aan zeilen en het zijn in de meeste gevallen mensen die al een keer bij ons gezeild hebben. Kom je er zo niet uit dan kun je eenmaal op het water gaan observeren. Observatie in deze situaties geeft doorgaans de meest bruikbare informatie over wat de cursist wel of niet kan. Informatie omtrent de kennis van de leerling kun je verkrijgen door vragen te stellen. Voorbeelden van niveau inschatten: 1. Door middel van het stellen van vragen: Heb je ooit al eens gezeild, hoe vaak, met wie, op wat voor boot, wat was jouw taak? Hoe zou jij daar aanleggen? Weet je wat een slipkoers is? Hoe kun je langzamer gaan met een boot? 14-68

15 2. Door middel van het geven van opdrachten: Maak eens een gijp. Draai eens een rondje om die boei over SB of BB. (Je kijkt dan naar gijp en overstag en je kan de begrippen van SB en BB testen) Leg eens aan bij die steiger. (Je kijkt dan of de cursist langzaam aankomt, op welke manier en als het niet lukt zoek je de reden.) Wanneer je, je als instructeur met de lesvoorbereiding wil gaan bezighouden, moet je uit de veelheid van informatie die gegevens vastleggen, die voor deze les betekenis hebben. Omdat zich binnen een groep cursisten grote niveauverschillen bevinden, moet de beginsituatie gedifferentieerd worden uitgewerkt. Gedifferentieerd naar het algemeen gemiddelde, naar de groep die er nog niet aan toe is en naar de groep die reeds verder is Doelstellingen De wijze waarop je als instructeur met je cursisten omgaat is geen vrijblijvende zaak. Je wilt met jouw instructie wat bereiken. Je hebt doelstellingen voor ogen. Een doel geeft aan waar je les in wilt geven en wat je de cursisten wilt leren. Belangrijk is dat een doel: concreet is: je moet handelingen en gedrag in het doel omschrijven. Je moet je doel kunnen meten. haalbaar is: het doel moet binnen de gegeven tijd te bereiken zijn. (Doel beperken: in een half uur kun je een cursist niet leren aanleggen, maar wel leren snelheidsregelen) bekend is bij de cursist: de cursist moet weten wat hij aan het leren is, zodat hij zich daar op kan concentreren. Voorbeelden van verkeerde doelstellingen: Cursist begrijpt hoe je een overstag maakt. (niet concreet) Iemand die nog nooit gezeild heeft een sliplanding leren. (doel sluit niet aan bij de beginsituatie) Cursist in 10 minuten een overstag leren. (niet genoeg doelbeperkt) Voorbeeld van een goede doelstelling: Cursist in 10 minuten leren door de wind te draaien als begin van een overstag manoeuvre De instructie Wanneer we de leerstof bepaald hebben, die aansluit bij de beginsituatie van de cursisten en welke leidt tot de beoogde doelstellingen, komen we voor een ander probleem te staan: Wat moet ik als instructeur nu allemaal doen om met de cursisten mijn doelstellingen te bereiken? Wat laat ik leerlingen doen, wat doen leerlingen, waardoor wordt het gedrag van leerlingen gekenmerkt, met betrekking tot de doelstellingen? 15-68

16 Instructie geven bestaat uit twee onderdelen: 1. Het overdragen van de leerstof. 2. De manier waarop je de leerstof aan de cursist overbrengt: de (didactische) werkvorm. Werkvormen zijn bijvoorbeeld: voordoen, vagen, vertellen, tekenen en dergelijke. De werkvorm is afhankelijk van het leertempo, leerstijl en leeftijd van de cursist. Daarnaast spelen ook andere factoren een rol, zoals het onderwerp, zeildiscipline en het tijdstip van de dag. Algemeen geldt, dat afwisseling van groot belang is om de cursisten actief bij de les betrokken te houden Oefenen Je laat de cursist oefenen om hem het geleerde onder de knie te laten krijgen. Oefenen is het structureel herhalen van dezelfde leerstof. Twee dingen zijn hierbij belangrijk: 1. Je hebt vooraf instructie gegeven. Als deze instructie goed is geweest, weet de cursist hoe het moet. Je kunt de cursist op dat moment weinig nieuws toevoegen, dus laat je de cursist rustig oefenen ook al gaat het in eerste instantie nog niet goed. Van fouten maken leren de cursisten vaak het meest. 2. Oefen alleen die onderwerpen, waar je instructie in hebt gegeven. Als de cursist commando s voor een overstag heeft geleerd, dan oefen je alleen dat. Als tijdens het oefenen de cursist overstag gaat van halve wind naar halve wind, waarbij de commando s goed waren, dan let je niet op de foute koers. Later kun je weer instructie geven, waarbij er ook van hoog aan de wind naar hoog aan de wind overstag gegaan wordt. Het verschil tussen instructie en oefenen is dat bij instructie de instructeur veelal zijn mond open doet en bij het oefenen bij voorkeur zijn mond dicht houdt. Bij de instructie heeft de instructeur een leidende functie en bij het oefenen meer een begeleidende functie Evalueren We evalueren een tweetal zaken: 1. De resultaten, het product, het effect er van op de leerlingen. Dit gebeurt, door na te gaan in welke mate de lesdoelen bij de leerlingen bereikt zijn. Met andere woorden de productevaluatie. 2. Het didactisch handelen zelf, de andere componenten van het analysemodel. Met andere woorden de procesevaluatie. Productevaluatie vraagt dat de doelstellingen in termen van waarneembaar gedrag moeten worden geformuleerd. Zoals reeds eerder vermeld, moeten de lesdoelen te meten zijn. In de procesevaluatie wordt nagegaan op welke wijze en in welke mate we bevorderende of remmende bijdragen hebben geleverd tot het bereiken van de lesdoelen. We vragen ons hierbij af, of de beginsituatie goed ingeschat is, of de doelstellingen juist geformuleerd zijn en of de juiste werkvormen (zie hoofdstuk 6) gekozen zijn

17 2.4 Methodiek tijdens het lesgeven Bij het lesgeven is het belangrijk dat je de lesstof aanbiedt in een logische volgorde. Het heeft bijvoorbeeld geen zin om met een cursist te gaan opkruisen, al deze de overstag manoeuvre nog niet beheerst. Een logische volgorde geeft houvast, zowel voor de cursist als voor de instructeur. Het is dus belangrijk dat er steeds een bepaalde basiskennis wordt aangeleerd. Deze basiskennis kan dan vervolgens worden uitgebreid en tenslotte worden gehele manoeuvres aangeleerd. Een voorbeeld is het aankomen aan hogerwal. Eerst moet de cursist hoog aan de wind kunnen varen en overstag kunnen gaan. Dan moet de cursist kunnen opkruisen en tenslotte moet de cursist kunnen aanleggen op een bovenwinds gelegen punt. Je kunt dus niet zomaar een stel willekeurige gekozen oefeningen aanbieden aan een cursist. Er moet samenhang zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden voor een logische volgorde: Van makkelijk naar moeilijk Van niet-zelfstandig naar zelfstandig denken Van een niet-dwingende naar een wel dwingende vaaromgeving Van samen naar alleen uitvoeren Van makkelijk naar moeilijk De eerste vorm van een logische opbouw is van makkelijk naar moeilijk. Je begint altijd met makkelijke oefeningen. Naarmate het niveau van de cursist vordert, worden de oefeningen moeilijker. De makkelijke oefeningen geven de cursist snel zelfvertrouwen, zodat deze gemotiveerder is voor de moeilijkere varianten. Een belangrijke methode bij het vereenvoudigen van oefeningen is het indelen van manoeuvres in aparte oefeningen. Hiermee voorkom je dat de cursist in één keer teveel informatie te werken krijgt, waardoor deze niets opsteekt van de les. Voor de overstag manoeuvre werkt dit als volgt. Je kunt hem opdelen in sturen, zeilstanden en commando s. Afzonderlijk zijn deze onderdelen in het begin al moeilijk genoeg. Wanneer de cursist alle drie de deeloefeningen goed beheerst kun je overgaan tot de gehele manoeuvre Van niet zelfstandig naar zelfstandig denken. De tweede vorm van een logische opbouw geeft aan in hoeverre de cursist zelfstandig moet denken tijdens een manoeuvre. Er zijn twee uitersten. In de minst zelfstandige vorm zeg je tijdens de manoeuvre alles voor wat de cursist moet doen. In de meest zelfstandige vorm bedenkt de cursist alles zelf. Bij het oefenen kun je in eerste instantie de cursist best door een manoeuvre heen helpen, door hem steeds te vertellen wat hij moet doen. De hulp wordt daarna langzaam afgebouwd, zodat de cursist het op den duur zelfstandig kan Van een niet-dwingende naar een dwingende vaaromgeving De omgeving waarin je een oefening laat uitvoeren heeft veel invloed op de moeilijkheidsgraad van de oefening. Je kunt de cursist een oefening laten uitvoeren in een nietdwingende vaaromgeving. Daarbij hoeft weinig rekening gehouden te worden met de omgeving. De cursist kan rustig de tijd nemen en fouten worden niet of nauwelijks afgestraft. In een dwingende vaaromgeving daarentegen, waarbij in sterke mate beperkingen worden opgelegd wat betreft de uitvoering van de oefening, moet snel gereageerd worden. Fouten hebben meestal direct gevolgen. Een voorbeeld is bijvoorbeeld te vinden bij het gijpen. Hierbij is een niet-dwingende omgeving het open water. Als de giek niet overkomt, probeer je het nog een keer. Een dwingende omgeving is in dat geval een haven. Mislukken van een gijp kan dan beteken dat je niet genoeg ruimte meer hebt om zonder botsingen weg te komen

18 2.4.4 Van samen naar alleen uitvoeren Cursisten zijn soms fysiek nog niet in staat alle handelingen tegelijk uit te voeren. Dit kan komen door gebrek aan lengte, gebrek aan voldoende kracht of door onervarenheid. Het kan daarom noodzakelijk zijn om de roerganger taken uit handen te nemen en deze door andere cursisten te laten doen of door zelf mee te helpen. Een voorbeeld is het vasthouden van de grootschoot. 2.5 Methodiek in het kader van de dag- en seizoenplanning We hebben nu gezien hoe het mogelijk is om direct tijdens het lesgeven structuur te geven aan het geheel. Dat is echter te zeer een op de korte termijn gerichte aanpak. Er moet ook vooruit gekeken worden via een lange termijn aanpak. Dit gebeurt door een duidelijk dagen seizoenprogramma aan te houden. Ook daarbij is het belangrijk om te zorgen voor een goede structuur. Door de verschillen en de overeenkomsten te analyseren van de manoeuvres die moeten worden aangeleerd en door te kijken naar de mate van afhankelijkheid, zijn we in staat om de diploma-eisen zo efficiënt mogelijk aan te leren. In de bijlagen is de dag- en seizoenplanning verder toegelicht. Duidelijk is de afhankelijkheid te zien tussen de verschillende manoeuvres. Opkruisen komt na het aanleren van de overstag en aankomen aan hogerwal volgt pas als laatste (theoretisch). 2.6 Instrumenten voor de les Naast deze algemene aanpak voor het creëren van een logisch structuur, zijn er ook een aantal direct toepasbare instrumenten, die voornamelijk dienen om voor de cursist en de instructeur duidelijk te maken, wat al wel en wat nog niet bekend is. Dit zijn: Een goed/fout voorbeeld geven Het stellen van open/gesloten vragen Het geven van open/gesloten opdrachten De discussie De groepsopdracht Spel- en wedstrijdvorm Een goed/fout voorbeeld geven Een goed voorbeeld scheelt veel tekst en uitleg. Zo kun je een cursist uren uitleggen hoe een manoeuvre in elkaar zit, waarna hij de manoeuvre nog steeds niet kan uitvoeren. Wanneer je echter laat zien hoe het moet, kan de cursist zich een beter beeld vormen bij de manoeuvre en die zo sneller leren beheersen. Voorbeelden zijn het voordoen van de complete hoger wal manoeuvre, het demonstreren van het regelen van de snelheid op een sliplijn en het laten zien hoe je het grootzeil hijst. Een fout voorbeeld geven kan echter ook bijdragen aan het leerproces. Je laat dan namelijk zien wat er fout kan gaan en hoe het niet moet. Een bekend voorbeeld is het laten zien van het gevaar van binnen de wind varen, tijdens het gijpen. Voordat cursisten overtuigd zijn moeten ze eerst een klapgijp gezien hebben. Bij beide voorbeelden is het van belang dat er niet te veel informatie in één keer wordt gegeven. Dus bij het voordoen, altijd de manoeuvre langzaam uitvoeren, zodat de cursist alle tijd heeft om te zien wat er gebeurt. Daarnaast is het vaak ook belangrijk om complexe voorbeelden op te delen in kleine stukjes, zodat de cursist zijn aandacht telkens op één specifiek onderdeel kan richten

19 2.6.2 Het stellen van open/gesloten vragen Met het stellen van vragen kun je de kennis van de cursist testen. Er zijn twee soorten vragen, namelijk de open en de gesloten vraag. Bij de gesloten vraag is er maar één antwoord mogelijk is. Met dit soort vragen kan de instructeur de cursist testen op specifieke kennis. Voorbeelden zijn: Hoe groot is het zeiloppervlak van de boot? Waar zit de halstalie? Hoe werkt het zwaard? Bij de open vraag daartegen zijn er meerdere goede antwoorden mogelijk. De instructeur laat met dit soort vragen de cursist meer nadenken en een creatief antwoord geven. Er kan bij deze vragen dan ook meestal niet meer gegokt worden. Het gaat hier niet zoals bij gesloten vragen om feitenkennis, maar om begrip. LET OP: dat je als instructeur zelf alle antwoorden weet, zodat je later niet zelf voor aap komt te staan, als blijkt dat het andere antwoord wel goed blijkt te zijn. Let er ook op dat het antwoord op een open vraag niet het antwoord kan zijn wat jij verwacht zou kunnen hebben. Voorbeelden zijn: Waaraan kun je zien dat je hoog aan de wind vaart? Hoe moet je aanleggen aan hogerwal? Let op bij het stellen van vragen dat je de vraag niet te complex maakt voor het niveau en zorg ervoor dat je geen dubbele vraag stelt. Van dubbele vragen kun je namelijk niet eenduidig zeggen of ze goed of fout beantwoord zijn Het geven van open/gesloten opdrachten Opdrachten kun je net als vragen indelen in twee soorten: open en gesloten opdrachten. Een gesloten opdracht is slechts op één manier op te lossen, terwijl een open opdracht een vrije uitvoering mogelijk maakt. Gesloten opdrachten kunnen zijn: Loef maar op tot de punt van de boot naar de boei wijst Maak een achtknoop Maak een dwarspeiling en ga overstag, leg vervolgens met een sliplanding aan op die paal Voorbeelden van open opdrachten zijn: Zorg ervoor dat we bij die boei aankomen Leg maar aan op die steiger Opdrachten moet uitdagend maar niet veel te moeilijk zijn. Geef pas achteraf commentaar, want dan wordt de cursist tijdens het uitvoeren van de opdracht niet afgeleid

20 2.6.4 De discussie Bij een discussie wordt er een probleem of dilemma naar voren gebracht, waarna de cursisten met elkaar tot een goede oplossing moeten komen. Het doel van dit instrument is te voorkomen dat cursisten maar klakkeloos overnemen wat de instructeur zegt. Zij worden zo gedwongen om hun eigen creativiteit en denkvermogen aan te spreken. De instructeur fungeert slechts als gespreksleider. Het is verstandig om het gesprek wel duidelijk te sturen, zodat er nagedacht wordt over de zaken die jij op dat moment belangrijk acht. Voorbeelden zijn: Waaraan kun je het beste zien of je voor de wind vaart Wat is de snelste manier om een lagerwal aanleg te maken De groepsopdracht Je hoeft een opdracht niet altijd aan slechts één persoon te geven. Cursisten vinden het vaak veel leuker om een oefening samen uit te voeren, omdat ze dan het idee hebben dat ze alles zelf kunnen en dat ze dus de instructeur niet meer nodig hebben. Dit is goed voor hun zelfvertrouwen. Iedere cursist kan op dat moment ook doen waar hij goed in is of gewoon wat hij leuk vindt om te doen. Er moet echter op toegezien worden dat de cursist met het hoogste niveau niet alles bepaalt en uitvoert. Alle cursisten moeten iets van de oefening opsteken. Tenslotte is het ook belangrijk om zelf goed het overzicht te blijven houden. Vanwege de verantwoordelijkheid die de cursisten krijgen willen ze nog wel eens overmoedig worden. Pas dus extra op voor onverwachte situaties Spel- en wedstrijdvorm Een spel of wedstrijd kan de cursisten heel duidelijk een extra impuls geven. Ze hebben vaak een doel nodig om zich te kunnen motiveren. Winnen is één van de meest motiverende doelen. Het is wel belangrijk dat uiteindelijk iedereen een keer het idee heeft dat hij gewonnen heeft. Er mag zeker geen twijfel of minderwaardigheid ontstaan. Er zijn verschillende vormen waarin dit instrument gebruikt kan worden: De tijd vastleggen: Wie maakt de meeste gijpen in een minuut? De ruimte beperken: Wie maakt de meeste gijpen tussen de boei en de steiger? Het aantal vastleggen: Wie maakt het snelst 15 gijpen? De nauwkeurigheid als criterium stellen: Wie maakt de gijp met de minste koersverandering? Specifieke voorbeelden van spel en wedstrijden zijn: Wie legt het snelst een paalsteek? Wedstrijdje zeil hijsen Wie vaart het snelst van A naar B? Samenvattend komt het er dus op neer, dat er op drie manieren structuur wordt aan gebracht in de les. Ten eerste is er een seizoen- en dagplanning die in grote lijnen vast stelt, wat de meest efficiënte volgorde van lesgeven is. Ten tweede wordt er tijdens het lesgeven een dusdanig logische volgorde aangehouden, dat de verschillende oefeningen goed op elkaar aansluiten en opbouwend zijn qua niveau. Als laatste wordt er gebruik gemaakt van bepaalde instrumenten, die dienen om voor zowel de cursist als de instructeur duidelijk te maken wat het huidige niveau is en hoever men nog van het streefniveau afzit

WWS Dameszeilen! Kort lesschema! Benamingen en begrippen!

WWS Dameszeilen! Kort lesschema! Benamingen en begrippen! WWS Dameszeilen Kort lesschema Hieronder een zeer beknopte beschrijving van het basiszeilen. Wanneer je dit allemaal onder de knie hebt kun je gerust een bootje meenemen. Het is geschreven als korte leidraad

Nadere informatie

CWO. Jan van Galen Juniorwacht - 1 -

CWO. Jan van Galen Juniorwacht - 1 - CWO Jan van Galen Juniorwacht - 1 - 1. Boot onderdelen 1: Klauwval 14: Fokkeval 27: Dol 2: Piekeval 15: Voorstag 28: Dolpot 3: Gaffel 16: Fok 29: Doft 4: Zeillat in zak 17: Fokkeschoot 30: Voordek 5: Zijstag

Nadere informatie

JEUGDZEILEN KZVW. Praktijk en theorie. Jeudzeilopleiding Kustzeilvereniging Wassenaar

JEUGDZEILEN KZVW. Praktijk en theorie. Jeudzeilopleiding Kustzeilvereniging Wassenaar JEUGDZEILEN KZVW Praktijk en theorie 1. Catamaran zeilklaar maken 2. Hijsen en strijken van de zeilen 3. Stand en bediening van de fok 4. Overstag gaan als fokkenist 1. Stand en bediening van het grootzeil

Nadere informatie

Kielboot zeilen - Basistheorie Overstag Manoeuvre

Kielboot zeilen - Basistheorie Overstag Manoeuvre Kielboot zeilen - Basistheorie Overstag Manoeuvre In deze les wordt de overstag manoeuvre uitgelegd. Dit is een manoeuvre waarbij de zeilen naar de andere boeg worden verplaatst. Tijdens de overstag manoeuvre

Nadere informatie

H5 Commando s & Manoeuvres

H5 Commando s & Manoeuvres 5.1 Voor het afvaren Voordat je daadwerkelijk afvaart, moet je ervoor zorgen dat je alle belangrijke spullen aan boord hebt. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat de boot gehoosd en schoon is, zodat je veilig

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

CWO 1. Optimist WSV De Ank. Dit boek is van:

CWO 1. Optimist WSV De Ank. Dit boek is van: CWO 1 Optimist WSV De Ank Dit boek is van: 1 Inhoud Wat moet je eigenlijk leren?... 3 Theorie:... 3 Praktijk... 3 Deel 1 Theorie Schiemanswerk... 5 Zeiltermen... 9 Onderdelen... 11 Veiligheid... 12 Reglementen...

Nadere informatie

Zeil insigne kielboot 1. Termen... 2. Zeil standen... 3. Overstag... 4. Gijpen... 5. Stormrondje... 5 BPR... 6. Regels... 6. 1 Goed zeemanschap...

Zeil insigne kielboot 1. Termen... 2. Zeil standen... 3. Overstag... 4. Gijpen... 5. Stormrondje... 5 BPR... 6. Regels... 6. 1 Goed zeemanschap... Inhoud Termen... 2 Zeil standen... 3 Overstag... 4 Gijpen... 5 Stormrondje... 5 BPR... 6 Regels... 6 1 Goed zeemanschap... 6 2 Een klein schip wijkt voor een groot schip... 6 3 Kleine schepen onderling...

Nadere informatie

JZVB 2015: CWO 1 & 2 JZVB 2015

JZVB 2015: CWO 1 & 2 JZVB 2015 JZVB 2015 windroos Windrichting: de richting waar de wind vandaan komt! Hier dus: ZW stuurrrrrrboord = rrrrechts windrichting stuurboord Lijzijde bakboord Loefzijde windrichting Lijzijde bakboord stuurboord

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Handboek Optimist zeilen. Van...

Handboek Optimist zeilen. Van... Handboek Optimist zeilen Van... Hee Dolfijn! Voor je ligt jouw boekje over het zeilen in de Oppi s bij Christofoor Zwolle. Als je dit boekje helemaal uit hebt, en alles kunt, wat hier in staat, kun je

Nadere informatie

Werkmap Zeilinstructeur niveau 3 - Kielboot

Werkmap Zeilinstructeur niveau 3 - Kielboot ûlepanne Werkmap Zeilinstructeur niveau 3 - Kielboot Alle CWO en CGO formaliteiten zijn terug te vinden in het CWO Handboek Opleidingen 2011. Hier is de vertaalslag naar de situatie bij de Ulepanne gemaakt.

Nadere informatie

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar Trainershandleiding Brugklas Bikkels versie 2014 Inhoudsopgave Introductie Organiseer je training Praktische tips De werkmap Powerpoint presentatie Ouderbrieven Draaiboek Bijeenkomst 1 Bijeenkomst 2 Bijeenkomst

Nadere informatie

IJSHOCKEY SPORTLEIDER 1

IJSHOCKEY SPORTLEIDER 1 AANLEREN VAN VAARDIGHEDEN In uw rol als teambegeleider/sportleider staat u vaak model voor de jeugd. Vooral de jongere jeugd kan tegen u opkijken en helemaal als u (in hun ogen) goed bent in de sport.

Nadere informatie

4. Controle van het leerproces

4. Controle van het leerproces 51 4. Controle van het leerproces De controle van een leerproces is een belangrijk onderdeel van het lesgeven. Zowel voor de docent als voor de cursist is het belangrijk om te weten of de overdracht van

Nadere informatie

RS-Feva. Handleiding. RACING MANUAL (Part 2)

RS-Feva. Handleiding. RACING MANUAL (Part 2) RS-Feva Handleiding RACING MANUAL (Part 2) Datum: 8 oktober 2009 Alle foto s (behalve foto s 4-8 en A en B) en tekst zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen NIET gebruikt of gepubliceerd worden zonder

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

RS-Feva. Handleiding. RACING MANUAL (Part I)

RS-Feva. Handleiding. RACING MANUAL (Part I) RS-Feva Handleiding RACING MANUAL (Part I) Datum: 8 oktober 2009 Alle foto s (behalve foto s 4-8 en A en B) en tekst zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen NIET gebruikt of gepubliceerd worden zonder

Nadere informatie

Het houden van een spreekbeurt

Het houden van een spreekbeurt Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

Dit boekje is van: ...

Dit boekje is van: ... Dit boekje is van:... Boekje kwijt? Je kan hem ook terugvinden op onze website! www.scoutingwestvoorne.nl Speltakken > Zeeverkenners > CWO Zeilen Aftekenlijst voor het CWO 2 Diploma Praktijk Eisen: CWO

Nadere informatie

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Themabundel Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Assistent medewerker Dit project is mede mogelijk gemaakt met een bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Voorwoord Deze themabundel is bedoeld

Nadere informatie

Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar Handleiding lesmethode Groep 8 Brugklas Bikkels versie 2016 Inhoudsopgave Introductie 4 Verantwoording Methodiek 5 Doorgaande lijn Po en Vo 6 Preventief en curatief 7 Organiseer je les 8 Praktische tips

Nadere informatie

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden.

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden. Actief luisteren Om effectief te kunnen communiceren en de boodschap van een ander goed te begrijpen, is het belangrijk om de essentie te achterhalen. Je bent geneigd te denken dat je een ander wel begrijpt,

Nadere informatie

INSTRUCTIEBOEKJE LICHTMATROOS ZV CANISIUS NIJMEGEN INHOUD

INSTRUCTIEBOEKJE LICHTMATROOS ZV CANISIUS NIJMEGEN INHOUD INHOUD INHOUD BLZ. 01 VOORWOORD BLZ. 02 DE WINDROOS BLZ. 03 ONDERDELEN VAN DE LELIEVLET BLZ. 04 BEDIENING VAN DE FOK BLZ. 08 KNOPEN EN STEKEN BLZ. 10 ROEICOMMANDO S BLZ. 14 AFMEREN BLZ. 16 HET FORNUIS

Nadere informatie

Naam: Telefoon: Naam groep:

Naam: Telefoon: Naam groep: Naam: Telefoon: Naam groep: Welkom aan boord! Dit theorieboekje hoort bij de lessen voor de kennismakingscursus en de CWO-1 cursus. Het meeste dat erin staat wordt in de les nog eens uitgelegd en natuurlijk

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Brevetopleidingen Sloepgast

Brevetopleidingen Sloepgast Brevetopleidingen Sloepgast Sloepgast 2 Sloepgast 1 Meester- Sloepgast INSTRUCTIEBOEK VOOR DE ZEEKADET Brevet Sloepgast 2 Doel: Goed functioneren als bemanningslid van een roei-, wrik-, zeil- en motorvlet

Nadere informatie

Feedback. in hapklare brokken

Feedback. in hapklare brokken Feedback in hapklare brokken Jan van Baardewijk Zorgteamtrainer Op zorgteamtraining.nl is de meest recente versie van feedback gratis beschikbaar. Mocht je willen weten of je de meest recente versie hebt,

Nadere informatie

Inspirerend Presenteren

Inspirerend Presenteren Inspirerend Presenteren Door Kai Vermaas & Charis Heising Bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla bla Inleiding Wil je leren hoe jij een presentatie kunt geven waar je zeker bent van je verhaal? En

Nadere informatie

Handboek Opleidingen 2004 Hoofdstuk 20. 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A. 1. Algemene bepalingen

Handboek Opleidingen 2004 Hoofdstuk 20. 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A. 1. Algemene bepalingen 1.1 Algemeen opleidings- en examenprogramma instructeur A 1. Algemene bepalingen 1.1 Doel van de opleiding Het doel van de opleiding is de cursist voor te bereiden op het instructie geven aan beginnende

Nadere informatie

Feedback geven en ontvangen

Feedback geven en ontvangen Feedback geven en ontvangen 1 Inleiding In het begeleiden van studenten zul je regelmatig feedback moeten geven en ontvangen: feedback is onmisbaar in de samenwerking. Je moet zo nu en dan kunnen zeggen

Nadere informatie

Nr. HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESDOCENT INFORMATIE VOOR DE CURSIST / EXAMENKANDIDAAT

Nr. HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESDOCENT INFORMATIE VOOR DE CURSIST / EXAMENKANDIDAAT Nr. HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESDOCENT INFORMATIE VOOR DE CURSIST / EXAMENKANDIDAAT Stappenplan Proeve van Bekwaamheid Fit!vak Groepslesdocent Portfolio Groepslesdocent Fit!vak Deelopdrachten 1: Het

Nadere informatie

Tips voor het geven van training Door: Sjoerd Alvers

Tips voor het geven van training Door: Sjoerd Alvers Tips voor het geven van training Door: Sjoerd Alvers Inleiding Zoals een speler in het veld leert van zijn fouten, zo moet ook een trainer dit doen. Training geven is een vak apart en dit vak is op onvoorstelbaar

Nadere informatie

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek,

4 INZICHTEN. De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek, 4 INZICHTEN De vier inzichten in dit boekje zijn gebaseerd op de uitkomsten van het Trainer-Kind-Interactieonderzoek, waarbij 37 trainers en coaches een seizoen lang intensief zijn gevolgd. Dit onderzoek

Nadere informatie

IJSHOCKEY SPORTLEIDER 1

IJSHOCKEY SPORTLEIDER 1 BELANG VAN COMMUNICATIE Alles wat u doet als teambegeleider/sportleider gebeurt via communicatie, zoals het motiveren van spelers, het luisteren naar spelers, het oplossen van de problemen in het team,

Nadere informatie

Vrienden kun je leren

Vrienden kun je leren Vrienden kun je leren Hallo! Wij zijn Reinder en Berber, en wij hebben de afgelopen maanden hard gewerkt om dit boekje te maken, speciaal voor jongeren met het syndroom van Asperger. Hieronder vind je

Nadere informatie

Optimaliseer je prestaties

Optimaliseer je prestaties Winst en Groei - Internetmarketing en Verkooptraining Optimaliseer je prestaties 10 Technieken om je prestaties te verbeteren Christo Cornelissen & Mieke Bouquet Alles waar je jezelf op weet te focussen

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Insigne Zeilen CWO Kielboot I

Insigne Zeilen CWO Kielboot I Insigne Zeilen CWO Kielboot I Zeeverkenners 1 Scouting Loevestein Insigne Zeilen (rood) CWO Kielboot I Het CWO-diploma Kielboot I is bedoeld voor personen die blijk hebben gegeven de volgende onderdelen

Nadere informatie

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling 1. Aandachtspunten voor een gesprek met ouders i.v.m. een vermoeden van kindermishandeling: Als je je zorgen maakt over een

Nadere informatie

Help, mijn team doet het niet!

Help, mijn team doet het niet! Help, mijn team doet het niet! Haal als leidinggevende het beste uit je team WERKBOEK Help, mijn team doet het niet! Haal als leidinggevende het beste uit je team Gefeliciteerd met de aankoop van het boek.

Nadere informatie

LEREN LEREN WAT? HOE?

LEREN LEREN WAT? HOE? LEREN LEREN Bij leren leren ondersteunt de school je schoolse leren en biedt de school je methodieken om toe te passen in leersituaties buiten de school. Als school hebben we gekozen voor het VELOO-programma,

Nadere informatie

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Inhoudsopgave Welkom Blz. 3 Wat zijn baby- en kindergebaren? Blz. 4 Voordat je begint Blz. 5 De eerste gebaren Blz. 6 & 7 Gebaren- tips Blz. 8 Veel gestelde

Nadere informatie

Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen.

Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen. Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen. Leerstijlentest van David Kolb Mensen, scholieren dus ook, verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. Voor

Nadere informatie

Lekker leren zeilen op de Braassem

Lekker leren zeilen op de Braassem Lekker leren zeilen op de Braassem Inleiding Je kinderen gaan leren zeilen op de Braassem. We hopen dat de kinderen het snel op het water naar hun zin hebben en ze lol krijgen in het zeilen. Alles is daarop

Nadere informatie

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders

Nadere informatie

MOTIVEREN & STIMULEREN

MOTIVEREN & STIMULEREN INLEIDING INLEIDING Dit boekje hoort bij de vervolgtraining 'motiveren en stimuleren'. In dit boekje gaat het voornamelijk over kunnen, willen en doen. Probeer de stof die we hier beschrijven vooral als

Nadere informatie

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg

VERTROUWELIJK. Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg VERTROUWELIJK Rapportage intake-assessment Fontys Economische Hogeschool Tilburg School: Opleiding: Klas: Fontys Economische Hogeschool Tilburg Communicatie 1CD E-mail: jotamdveer@home.nl Studentnummer:

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Wat is leercoaching?

Wat is leercoaching? Wat is leercoaching? 2 zelfstandig sturen Leercoaching is een programma dat als doel heeft leren en ontwikkelen te stimuleren. Diegene die leert, wordt begeleid door een coach. De coach onderzoekt samen

Nadere informatie

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen

Nadere informatie

R U I MTE VI NDE N BINNE N DE KADE RS Een verslag van de workshops voor schoolleiders

R U I MTE VI NDE N BINNE N DE KADE RS Een verslag van de workshops voor schoolleiders Door Hartger Wassink R U I MTE VI NDE N BINNE N DE KADE RS Een verslag van de workshops voor schoolleiders De rol van de schoolleiders mag niet onderschat worden. Netwerkleren leidt, als het goed is, tot

Nadere informatie

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren. Schoolse competenties Competentie 1: Agendagebruik - Je schrijft je huiswerk in je agenda als dit wordt opgegeven. - Je agenda ziet er verzorgd uit. - Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt

Nadere informatie

Mentor Datum Groep Aantal lln

Mentor Datum Groep Aantal lln Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven Bron: Didactisch model van Gelder Student(e) Klas Stageschool Plaats Rachel van der Pijl P14EhvADT De Springplank. Eindhoven

Nadere informatie

H u i s w e r k b e l e i d

H u i s w e r k b e l e i d H u i s w e r k b e l e i d Voor maken. sommige een Voor kinderen aantal anderen kinderen een is complexe het levert huiswerk huiswerk taak echter waarbij geen een zij problemen bron een beroep van op,

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

Naam :... Hoofdstuk 1: Zorg goed voor jezelf Hoofdstuk 2: De Optimist Hoofdstuk 3: De Optimist vaarklaar

Naam :... Hoofdstuk 1: Zorg goed voor jezelf Hoofdstuk 2: De Optimist Hoofdstuk 3: De Optimist vaarklaar Naam :......... Hoofdstuk 1: Zorg goed voor jezelf Hoofdstuk 2: De Optimist Hoofdstuk 3: De Optimist vaarklaar maken Hoofdstuk 4: De Optimist opruimen Hoofdstuk 5: Sturen en peddelen Hoofdstuk 6: Wind

Nadere informatie

Leskaart CWO 2 Zeezeilen

Leskaart CWO 2 Zeezeilen Naam Cursist: Naam Instructeur: Datum: TKN: j/n Marifoon: j/n Marcom: A/B RR&P: j/n Leskaart CWO 2 Zeezeilen Het CWO-diploma Zeezeilen li is bestemd voor personen van 16 jaar of ouder, die blijk hebben

Nadere informatie

HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESINSTRUCTEUR

HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESINSTRUCTEUR HANDLEIDING PORTFOLIO GROEPSLESINSTRUCTEUR INFORMATIE VOOR DE CURSIST / EXAMENKANDIDAAT Stappenplan Proeve van Bekwaamheid Fit!vak Groepslesinstructeur A Verwerven competenties Theorieexamen Portfolio

Nadere informatie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

HOE LAAT IK MEDEWERKERS

HOE LAAT IK MEDEWERKERS MANAGEMENT Een zelfstandige medewerker is een tevreden medewerker HOE LAAT IK MEDEWERKERS ZELFSTANDIG FUNCTIONEREN? De ene mens is de andere niet. Sommigen zijn blij met een chef die aan hen geducht leiding

Nadere informatie

Dit examen bestaat uit 35 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 25 van de 35 vragen goed hebt

Dit examen bestaat uit 35 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 25 van de 35 vragen goed hebt Dit examen bestaat uit 35 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 25 van de 35 vragen goed hebt Dit oefenexamen lijkt erg op het echte examen. Als je wilt weten of je alles goed hebt begrepen

Nadere informatie

In de volgende paragraven worden de zes fases in de methodiek toegelicht:

In de volgende paragraven worden de zes fases in de methodiek toegelicht: Adoptiemethode Om een verandering in werkgedrag op een juiste manier bij mensen te bewerkstelligen kan gebruik gemaakt worden van onderstaande methodiek. De methodiek is opgebouwd uit zes fases met als

Nadere informatie

Teambuilding met een beetje hulp

Teambuilding met een beetje hulp Teambuilding met een beetje hulp Iedereen kan soms wel een beetje hulp gebruiken. Niet alleen bij het beter samen laten werken van uw team, maar misschien ook wel bij de manier waarop u dat voor elkaar

Nadere informatie

ENKELE HULPMIDDELEN EN TIPS BIJ HET VOEREN VAN EEN GESPREK VOOR GESPREKSVOERDERS

ENKELE HULPMIDDELEN EN TIPS BIJ HET VOEREN VAN EEN GESPREK VOOR GESPREKSVOERDERS ENKELE HULPMIDDELEN EN TIPS BIJ HET VOEREN VAN EEN GESPREK VOOR GESPREKSVOERDERS Geef de voorbereidingsvragen aan je medewerkers enkele dagen voor het gesprek plaatsvindt Bereid jezelf goed voor door de

Nadere informatie

360 graden feedback formulier

360 graden feedback formulier 360 graden feedback formulier Je bent gevraagd om feedback te geven door middel van dit formulier. Het doel van dit onderzoek is: Aangeven waar Tessa Persijn na haar vierdejaarsstage op het koning Willem

Nadere informatie

POP Martin van der Kevie

POP Martin van der Kevie Naam student: Martin van der Kevie Studentnr.: s1030766 Studiefase: leerjaar 1 Datum: 18 okt 2009 Interpersoonlijk competent Overzicht wat leerlingen bezig houdt dit kun je gebruiken tijdens de les. Verder

Nadere informatie

En, wat hebben we deze les geleerd?

En, wat hebben we deze les geleerd? Feedback Evaluatie Team 5 En, wat hebben we deze les geleerd? FEED BACK in de klas En, wat hebben we deze les geleerd? Leerkracht Marnix wijst naar het doel op het bord. De leerlingen antwoorden in koor:

Nadere informatie

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren TAAL IS LEUK Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren 1 Inhoudsopgave Pagina Besteed extra aandacht aan de taal van uw kind 4 Adviezen die u kunt toepassen tijdens een gesprekje met uw kind 5 Maak

Nadere informatie

Halzen. met. Clipper Stad Amsterdam

Halzen. met. Clipper Stad Amsterdam Halzen met Clipper Stad Amsterdam Hier weer een klein theorie lesje manoeuvreren onder zeil met Clipper Stad Amsterdam. Als je het vorige stukje dat ik had geschreven hebt gelezen, dan weet je dat we het

Nadere informatie

Opbrengstgericht werken bij andere vakken. Martine Amsing, Marijke Bertu, Marleen de Haan

Opbrengstgericht werken bij andere vakken. Martine Amsing, Marijke Bertu, Marleen de Haan Opbrengstgericht werken bij andere vakken Martine Amsing, Marijke Bertu, Marleen de Haan Doel Leerkrachten kunnen een les tekenen of geschiedenis ontwerpen volgens de uitgangspunten van OGW die ze direct

Nadere informatie

De school is van ons

De school is van ons De school is van ons Werkboek sociale vaardigheden op school Uitgeverij Eenvoudig Communiceren LEZEN VOOR IEDEREEN UITGEVERIJ EENVOUDIG COMMUNICEREN Dit werkboek is van: Voornaam:... Achternaam: Leeftijd:...

Nadere informatie

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164

RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 R.K. Basisschool De Vlinder RV 07 R.K. Basisschool de Vlinder groep 8 Stockholm 3 / 8 3124 SG Schiedam Tel.: 010-4717036 / 010-2470164 GOEDE STUDIEGEWOONTEN Bij goed studeren (leren) of huiswerk maken

Nadere informatie

Omgaan met aandacht- en geheugenproblemen. Café Brein, Uden en Oss, September 2014

Omgaan met aandacht- en geheugenproblemen. Café Brein, Uden en Oss, September 2014 Omgaan met aandacht- en geheugenproblemen Café Brein, Uden en Oss, September 2014 Hersenletsel.. En dan? Helaas is er nog te weinig bekendheid rondom niet-aangeboren hersenletsel (NAH) Filmpje SWZ Wat

Nadere informatie

Uitgeest, 18 augustus 2014. Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP. Beste allemaal,

Uitgeest, 18 augustus 2014. Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP. Beste allemaal, Uitgeest, 18 augustus 2014 Betr.: verbeterde toewijzing van taken binnen LCP Beste allemaal, Het nieuwe basketbalseizoen staat weer voor de deur en daar hebben we natuurlijk allemaal erg veel zin in. Zoals

Nadere informatie

Zeil instructies voor de Texelstroom

Zeil instructies voor de Texelstroom Zeil instructies voor de Texelstroom Alvorens men mee gaat zeilen is het aan te bevelen om de termen die gebezigd worden te leren zodat men snel de handelingen kan leren. Let erop dat alle handelingen

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Verbindingsactietraining

Verbindingsactietraining Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken

Nadere informatie

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie?

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie? Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over communicatie in het horecabedrijf. In de horeca ga je om met gasten en communiceer je met ze. Je gaat als medewerker ook om met je collega s en je zult het

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT

Nadere informatie

Draaiboek voor een gastles

Draaiboek voor een gastles Draaiboek voor een gastles Dit draaiboek geeft jou als voorlichter van UNICEF Nederland een handvat om gastlessen te geven op scholen. Kinderen, klassen, groepen en scholen - elke gastles is anders. Een

Nadere informatie

Luisteren en samenvatten

Luisteren en samenvatten Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister

Nadere informatie

Cursus FJ Uitgave 2.0 DWSV. Lesprogramma Flying Junior DWSV

Cursus FJ Uitgave 2.0 DWSV. Lesprogramma Flying Junior DWSV Lesprogramma Flying Junior DWSV 1 Lijst met onderdelen van de FJ De volgende onderdelen van de FJ moeten benoemd kunnen worden 1 Fok 2 Fokkeschoot 3 Fokkeschootklemmen 4 Fokkeval 5 Leuvers 6 Giek 7 Grootzeil

Nadere informatie

18 tips om te werken aan je eigen inzetbaarheid

18 tips om te werken aan je eigen inzetbaarheid 18 tips om te werken aan je eigen inzetbaarheid Goed, gezond en gemotiveerd aan het werk tot je pensioen? Dat bereik je door kansen te pakken op het werk. Leer aan de hand van onderstaande punten hoe je

Nadere informatie

SCUBA EDUCATION AMSTERDAM HÈT DUIKCENTRUM VOOR AMSTERDAM EN OMSTREKEN

SCUBA EDUCATION AMSTERDAM HÈT DUIKCENTRUM VOOR AMSTERDAM EN OMSTREKEN Welkom Het bezoeken van de wereld onder water is zowel plezierig als serieus. Over de gehele wereld beleven miljoenen mensen plezier aan het duiken. Het duiken met perslucht vereist: Een redelijke lichamelijke

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Naam :... Theorie optimisten 3 DWSV 1

Naam :... Theorie optimisten 3 DWSV 1 Naam :.......... Hoofdstuk 1: Boeien ronden Hoofdstuk 2: Gijpen in een parcours Hoofdstuk 3: Wedstrijdregels en wedstrijd oefenen Hoofdstuk 4: Voorrangsregels Hoofdstuk 5: Zeilen voor gevorderden Hoofdstuk

Nadere informatie

Handleiding. voor. praktijkbegeleiders

Handleiding. voor. praktijkbegeleiders Handleiding voor praktijkbegeleiders Versie: februari 2011 Inhoud: Inleiding... 3 Kerntaken van een praktijkbegeleider... 3 Voorbereidend gesprek met de cursist... 4 Feedback geven... 4 Begeleiden van

Nadere informatie

Veiligheidsreader. 9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014. Versie: 26-9-2014 Final

Veiligheidsreader. 9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014. Versie: 26-9-2014 Final 9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014 Versie: 26-9-2014 Final Inhoudsopgave 1. Inleiding p. 3 2. Veiligheid aan boord en in de havens p. 4 3. Veiligheid s avonds en s nachts p. 5 4. Tips voor

Nadere informatie

De Gastheer/vrouw Een veilige leeromgeving

De Gastheer/vrouw Een veilige leeromgeving ; Vijf rollen van de docent De Gastheer/vrouw Een veilige leeromgeving Ontvangt de leerlingen in de les Is de docent op tijd in het lokaal, hij ontvangt de leerlingen? Heeft de docent de les voorbereid?

Nadere informatie

Techniekkaart: Het houden van een interview

Techniekkaart: Het houden van een interview WAT IS EEN INTERVIEW? Een interview is een vraaggesprek. Wat een interview speciaal maakt, is dat je met een interview aan informatie kunt komen, die je niet uit boeken kunt halen. Als je de specifieke

Nadere informatie

18-9-2014. Pedagogische opleiding theorie. Doelstellingen. Doelstellingen. Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback. De kennis over de begrippen:

18-9-2014. Pedagogische opleiding theorie. Doelstellingen. Doelstellingen. Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback. De kennis over de begrippen: Pedagogische opleiding theorie Hoofdstuk 1 Communicatie en feedback Doelstellingen De kennis over de begrippen:, feedback, opleiden en leren kunnen uitdrukken en verfijnen Doelstellingen De voornaamste

Nadere informatie