Bijlage 1 van E

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bijlage 1 van E-01 15-5-2011"

Transcriptie

1 Bijlage 1 van E Matrix middelen E-01 E-02 E-03 E-04 E-10 E-11 E-12 E-13 E-20 E-21 E-22 E-23 E-24 E-25 E-26 E-27 E-40 E-41 E-42 E-44 E-45 E-46 E-47 E-48 E-60 E-61 E-62 E-63 E-64 E-65 E-66 E-67 E-68 E-69 E-80 E-81 E-82 E-83 E-84 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) Hoge-zichtbaarheid veiligheidskleding (x) (x) (x) x (x) x x (x) (x) (x) (x) x x x x x x x x x x x x x x Vlamvertragende veiligheidskleding x x x x (x) x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Veiligheidsschoeisel x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Helm (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) Werkhandschoenen (x) (x) x x x x (x) x x x x x x x x x x x x x x Helm met gelaatscherm of soortgelijk (x) (x) x (x) x x (x) (x) x x x x x x (x) x E-isolerende handschoenen (x) (x) x x (x) x x x x (x) x x (x) x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Mesveilighedentrekker met hand / arm-bescherming (x) (x) x (x) x x x x (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) x (x) Schakelhandschoen (x) (x) x (x) x x x x (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) x (x) Zuur / loog-bescherming x Veiligheidsmiddelen deurvergrendeling (x) (x) (x) x (x) afzettingen (x) x x (x) (x) x x x x x x x x x x x (x) x x e-isolerende afschermingen x (x) (x) x x x x (x) (x) x (x) x (x) (x) (x) (x) x x blokkeringen / dummies (x) x x x spanningtester / voltmeter x x x x (x) x x x x x x x x (x) x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x kortsluitvast beveiligde testpennen x x x x (x) (x) (x) (x) x x x x x x (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) (x) x x aardingsgarnituren x x veiligheids-handgereedschap (IEC/VDE 1000V) x x x x x x x x x x x (x) x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Verklaring Symbool "x" Symbool "(x)" het middel is noodzakelijk bij de gehele activiteit of bij een onderdeel ervan; het middel behoort daarom tot de standaard uitrusting van de medewerkers die deze activiteit uitvoeren. het middel is noodzakelijk afhankelijk van de omstandigheden (bijvoorbeeld wel of niet langs openbare weg); dit middel behoort daarom ook tot de standaard uitrusting. Principes Hoge-zichtbaarheids-veiligheidskleding Vlamvertragende veiligheidskleding Veiligheidsschoenen (mechanische bescherming) altijd bij activiteiten op of in de nabijheid van verkeerswegen. altijd bij werkzaamheden waarbij er kans is op kortsluiting en/of vorming van vonken of een vlamboog. aanbevolen wordt veiligheidskleding die permanent vlamvertragend is en blijft; bij gecoate veiligheidskleding verdwijnt de vlamvertragende werking na een aantal keren reinigen. altijd Helm met gelaatscherm indien kans op vlamboog bij alle BH behalve BBH in aansluitkasten bij alle wzh onder spanning in kasten en bij/aan onvoldoende geïsoleerde LS-rekken bij doordraaien ringklem E-isolerende handschoenen indien kans op aanraking van onder spanning staande delen bij alle werkzaamheden onder spanning of in de nabijheid van onder spanning staande delen bij alle BH behalve bij automaten en volledig geïsoleerde rekken

2 Basisdocument Veiligheidswerkinstructies LS Documentnr. : E-01 Datum : Blad : 1 van 5 1. Doel In dit Basisdocument Veiligheidswerkinstructie zijn de uitgangspunten beschreven die hebben geleid tot de totstandkoming van een complete set veiligheidswerkinstructies zoals die door Netbeheer Nederland zijn vastgesteld. Daarbij is een nadere onderbouwing gegeven van de gemaakte keuzes ten aanzien van het onder spanning werken. Bovendien zijn een aantal algemene kaders en keuzes in dit document uitgewerkt. Ook wordt de gekozen indeling van de veiligheidswerkinstructies nader toegelicht. Om bovenvermelde redenen wijkt de indeling van dit document af van het reguliere format. 2. Inleiding Binnen Netbeheer Nederland zijn de veiligheidswerkinstructies LS per medio 2010 geüniformeerd; het gaat hierbij om bedieningshandelingen en (met name) om werkzaamheden. Er dient in principe spanningloos te worden gewerkt. Dat is ook vastgelegd in de betreffende veiligheidswerkinstructies. Maar in een aantal gevallen stuit dit op grote bezwaren in verband met maatschappelijke en/of economische belangen en/of omstandigheden (zoals sociale en directe veiligheid, klantbelangen, verkeer). In die gevallen kunnen een aantal werkzaamheden onder spanning (aan en/of in de nabijheid van spanningvoerende delen) worden uitgevoerd, maar dan wel binnen de randvoorwaarden van de BEI en de in die veiligheidswerkinstructies aangegeven voorwaarden. Tevens worden de (mogelijke) risico s, de te nemen veiligheidsmaatregelen en de toe te passen middelen vermeld. Er zijn duidelijke keuzes gemaakt op basis van risico-inventarisaties, de afwegingen van die risico s en de te treffen beheersmaatregelen. Bij uitvoering van werkzaamheden conform genoemde veiligheidswerkinstructies kunnen deze veilig worden uitgevoerd; daarbij is het voor iedere medewerker duidelijk hoe, en onder welke voorwaarden, deze werkzaamheden moeten plaatsvinden. Veiligheidswerkinstructies zijn geen montage-instructies of bedieningshandleidingen. Wel is het zo dat er onderdelen van montage-instructies of bedieningshandleidingen in veiligheidswerkinstructies kunnen voorkomen indien dit veiligheidtechnisch noodzakelijk is. In veiligheidswerkinstructies wordt, waar mogelijk, verwezen naar bestaande montageinstructies en bedieningshandleidingen; deze kunnen worden geraadpleegd tijdens de uitvoering van die betreffende veiligheidswerkinstructies. Veiligheidswerkinstructies dienen tot de parate veiligheidskennis van de uitvoerenden te behoren en te leiden tot een juiste houding en gedrag; daarbij bestaat er een rechtstreeks verband tussen de aanwijzing en de kennis van betrokkenen en het door hen al of niet uitvoering mogen geven aan die veiligheidswerkinstructies. Veiligheidswerkinstructies worden onder de verantwoordelijkheid van Netbeheer Nederland vastgesteld en uitgegeven, in casu door de Contactgroep Veiligheidsregelgeving. De volledige lijst veiligheidswerkinstructies, verdeeld over categorieën, is opgenomen in de bijlage 7 van de BEI BS Werken onder spanning of spanningloos werken De veiligheidswerkinstructies zijn tot stand gekomen met in achtneming van de geldende normen (kernpunten zijn cursief aangegeven) en de interpretatie daarvan door Netbeheer Nederland. In de artikelen 3.1, 3.2. en 3.3. zijn de letterlijke (delen van) teksten overgenomen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit, respectievelijk de NEN-EN / NEN 3140 en het BEI- Branche Supplement. In artikel 3.4 is genoemde interpretatie vermeld.

3 Basisdocument Veiligheidswerkinstructies LS Documentnr. : E-01 Datum : Blad : 2 van Arbowet Arbeidsomstandighedenbesluit, daarvan artikel 3.5.: lid 3: lid 4: lid 5: Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is. In aanvulling op het derde lid zijn door de daartoe bevoegde werknemer tevens doeltreffende maatregelen genomen om een gevaarloos verloop van die werkzaamheden te waarborgen. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op werkzaamheden die worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische installatie voor laagspanning, indien: a. de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden is aangetoond; b. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en c. de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te voorkomen NEN-EN / NEN 3140 In artikel 6.3 van de NEN 3140 wordt verwezen naar de nationale wetgeving en de bovenstaande teksten van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn identiek in deze norm opgenomen BEI-Branche Supplement In artikel 8.5. van de het BEI- Branche Supplement, Werkzaamheden LS, staat het volgende: In de BEI-LS zijn drie werkmethoden beschreven, te weten: - spanningsloos werken, artikel 6.2 van de NEN 3140; - onder spanning werken, artikel 6.3 van de NEN 3140; - werken in de nabijheid van actieve delen, artikel 6.4 van de NEN Waar mogelijk zal spanningsloos dienen te worden gewerkt, conform artikel 6.2 (van de NEN 3140). Indien dringend noodzakelijk en verantwoord, mag ook onder spanning of in de nabijheid van actieve delen worden gewerkt, met inachtneming van de artikelen 6.3 resp. 6.4 (van de NEN 3140) en aanvullende veiligheidsmaatregelen. Bij het bepalen van een dringende noodzaak (voor het onder spanning of in de nabijheid van actieve delen werken) dient een nadrukkelijke afweging van factoren (veiligheidsrisico's voor eigen medewerkers en derden, economische en maatschappelijke belangen en omstandigheden, e.d.) plaats te vinden.

4 Basisdocument Veiligheidswerkinstructies LS Documentnr. : E-01 Datum : Blad : 3 van Interpretatie regelgeving De dringende noodzaak van het onder spanning werken dient te worden aangetoond. Netbeheer Nederland heeft er voor gekozen om dit in eerste instantie niet over te laten aan de werkverantwoordelijken, maar hier als branche, met instemming van alle aangesloten netbeheerders, standpunten in te bepalen. Daarmee neemt Netbeheer Nederland (en alle aangesloten netbeheerders) de verantwoordelijkheid op zich om de wet en de regelgeving op dit punt naar beste inzicht te interpreteren en toe te passen. Het resultaat hiervan is dat: - er een gedegen afweging van risico s, voorwaarden en maatregelen aan elke activiteit ten grondslag ligt; - er daardoor voor elke activiteit een doordachte keuze wordt gemaakt of er onder spanning gewerkt kan worden; - de toe te passen veiligheidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen zijn bepaald; - de uitvoerenden precies weten waar zij aan toe zijn; - er geen nodeloze discussies (op de werkplek) ontstaan; - er een landelijke uniformiteit van werken is. Conform het BEI-BS weegt Netbeheer Nederland de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren op grond van veiligheidsrisico's voor eigen medewerkers en derden, maatschappelijke en economische belangen en omstandigheden (bijv. sociale en directe veiligheid, klantbelangen, verkeer, weer, e.d.). Daarnaast is gewogen en bepaald: - of de installaties onder spanning werken mogelijk maken; - of de te gebruiken componenten geschikt zijn voor (de)montage onder spanning; - of er adequate veiligheidsmiddelen beschikbaar en toepasbaar zijn; - of er adequate persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar en toepasbaar zijn; - of de uitvoerenden voldoende zijn geïnstrueerd en voldoende kennis hebben van het werken onder spanning; - hoeveel personen er nodig zijn en welke aanwijzing deze minimaal moeten hebben; - of en zo ja, welk toezicht er nodig is. Bovenstaande afwegingen resulteren in branchebreed vastgestelde veiligheidswerkinstructies per activiteit waarin is aangegeven: - wel of niet onder spanning uit te voeren, - de minimaal benodigde aanwijzing(en), - de wijze van opdrachtverstrekking, - de voorwaarden, - de risico s en de maatregelen, - de toe te passen PBM s, - de wijze van uitvoering. Voor wat betreft het werken in de nabijheid van actieve delen stelt Netbeheer Nederland zich op het standpunt dat (in analogie met bovenstaande interpretatie en afweging) in die gevallen afdoende beheersmaatregelen dienen te worden genomen in de vorm van het afschermen van die actieve delen. Dit is dan in de betreffende veiligheidswerkinstructie aangegeven. In alle gevallen blijft de mogelijkheid voor de uitvoerende bestaan om in tweede instantie toch te besluiten een opdracht niet onder spanning (of in de nabijheid van actieve delen) uit te voeren in het geval van bijzondere omstandigheden.

5 Basisdocument Veiligheidswerkinstructies LS Documentnr. : E-01 Datum : Blad : 4 van 5 4. Indeling van de veiligheidswerkinstructies Veiligheidswerkinstructies bestaan uit de volgende onderdelen: 1. Doel - Korte omschrijving van het doel van de werkzaamheden. 2. Toepassingsgebied - Benoeming van het gebied of infrastructuur waar de veiligheidswerkinstructie van kracht is. 3. Aanwijzingen en opdrachtverstrekking - Benoeming van de voor de werkzaamheden benodigde aanwijzingen, inclusief de (minimum) combinaties van personen met een aanwijzing. Tevens wordt hierin aangegeven of deze activiteit via een raamopdracht (RO) mag worden opgedragen of dat dit alleen mogelijk is door middel van een werkplan (WP). Voor zover van toepassing wordt de mate van toezicht vermeld. 4. Voorwaarden - Opsomming van voorwaarden waaraan moet zijn voldaan, voordat met de werkzaamheden mag worden begonnen, of waaronder de werkzaamheden mogen plaatsvinden. 5. Risico s en maatregelen - Vermelding van (mogelijke) risico s en de daarbij te nemen veiligheidsmaatregelen. 6. Middelen - Opsomming van de te gebruiken middelen; bovendien worden de specifiek bij de werkzaamheden te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen vermeld. Kennis over het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen wordt als vakkennis van de uitvoerenden aanwezig geacht; de uitgangspunten hiervoor zijn te vinden in bijlage 2 van dit document E-01, onder de naam Matrix Middelen. Hierin is ook de volledige lijst van middelen met betrekking tot alle veiligheidswerkinstructies opgenomen. 7. Werkwijze - Hier wordt de eigenlijke uitvoering van de veiligheidswerkinstructie vastgelegd. Deze bestaat uit drie onderdelen: voorbereiding, uitvoering en beëindiging van de werkzaamheden. Het gaat hier om een beschrijving van de activiteiten en wel in de juiste volgorde. Uitgangspunt bij deze beschrijving is dat personen, die de eerder beschreven aanwijzingen bezitten, op grond van hun vaktechnische en veiligheidstechnische basiskennis en op grond van gevolgde opleidingen en instructies, de werkzaamheden en de bijbehorende veiligheidshandelingen volgens deze beschrijving correct kunnen uitvoeren. 8. Opmerkingen - Hier kunnen specifieke zaken worden vermeld die niet in de andere onderdelen van de veiligheidswerkinstructies passen. 9. Referenties - Hier worden normen richtlijnen, bedieningshandleidingen en/of montage-instructies vermeld.

6 Basisdocument Veiligheidswerkinstructies LS Documentnr. : E-01 Datum : Blad : 5 van Bijlagen - Hier bestaat de mogelijkheid om naar bepaalde bijlagen te verwijzen. 5. Afwijkingen ten opzichte van een veiligheidswerkinstructie. Er kunnen omstandigheden zijn waardoor bepaalde werkzaamheden en/of handelingen niet conform een daarvoor van toepassing zijnde veiligheidswerkinstructie kunnen worden uitgevoerd. In dat geval kan de IV, veelal op voorstel van een WV, besluiten dat tijdelijk van die veiligheidswerkinstructie mag worden afgeweken. Na instemming van de uitvoerende WV zal de IV schriftelijk de aanpassingen dienen mede te delen aan alle betrokken uitvoerenden. 6. Raamopdrachten Conform de definitie in het BEI Branche Supplement is een raamopdracht mogelijk voor een bepaalde tijd (maximaal 1 jaar) en voor een aantal overzichtelijke en regelmatig optredende standaardhandelingen, waarbij er geen sprake mag zijn van afwijkende situaties of omstandigheden. Per veiligheidswerkinstructie is aangegeven of een raamopdracht is toegestaan; de daarbij gehanteerde criteria zijn overzichtelijkheid, complexheid en de mate van risico-beheersing. 7. Bijlagen 1. Matrix Middelen

7 LS Bedieningshandelingen LS Documentnr. : E-02 Datum : Blad : 1 van 3 1. Doel Het veilig uitvoeren van bedieningshandelingen LS. 2. Toepassingsgebied In LS distributienetten, te bepalen door de netbeheerder. 3. Aanwijzingen en opdrachtverstrekking! Uitvoering van uitgebreide bedieningshandelingen door minimaal een AVP.! Uitvoering van standaard bedieningshandelingen door minimaal een VP of VPs; Standaard bedieningshandelingen zijn: - alle bedieningshandelingen t/m 250 A (doorlaatwaarde beveiliging 315A) met uitzondering van: o bedieningshandelingen in vermaasd bedreven LS-netten, o bedieningshandelingen in ster bedreven LS-netten, indien er doorschakelingen of verbrekingen worden uitgevoerd, o het in- of uit-schakelen van aggregaten, o beperkte bedieningshandelingen.! Uitvoering van beperkte bedieningshandelingen door minimaal een VPs, in aansluitkasten door minimaal een VOPm; Beperkte bedieningshandelingen zijn: o bedieningshandelingen t/m 80 A (doorlaatwaarde beveiliging) met schroefpatronen, schakelaars en automaten; o bedieningshandelingen t/m 80 A (doorlaatwaarde beveiliging) met in aansluitkasten aanwezige mespatronen; o bedieningshandelingen met glaszekeringen t/m 10 A (doorlaatwaarde beveiliging) in aansluitkasten.! Opdrachtverstrekking door WV, o Uitgebreide bedieningshandelingen via bedieningsplan. o Standaard bedieningshandelingen via bedieningsplan (voor uitzonderingen zie de bijlage 5 van de BEI BS). o Beperkte bedieningshandelingen via raamopdracht. 4. Voorwaarden! De netsituatie is aan de hand van tekeningen, schakelschema s en/of opschriften vastgesteld.! Indien werkzaamheden plaatsvinden in een gecombineerd MS/LS station dienen de betrokken MS procedures en/of MS-VWI s in acht genomen te worden.! Het inschakelen met zekeringen is toegestaan bij stromen t/m 250 A, terwijl de zekeringen maximaal een doorlaatwaarde van 315 A mogen hebben; o bij hogere doorlaatwaarden dient er stroomloos te worden ingeschakeld. o de maximaal toegestane doorlaatwaarde kan lager zijn als gevolg van de specificaties van het LS rek of de te beveiligen infrastructuur (bijv. TN-net);! Het inschakelen met messen dient stroomloos te gebeuren.! Het inschakelen van aansluitingen dient bij voorkeur stroomloos te gebeuren.! Het inschakelen van een mogelijk nog gestoorde kabel is alleen toegestaan indien er: o vóóraf is gecontroleerd dat er geen terugvoeding (via kortsluitplaats in de kabel) aanwezig is, én; o er geconcentreerd en snel wordt ingeschakeld met een zekering met een doorlaatwaarde van maximaal 315 A (zie bovenstaande).

8 LS Bedieningshandelingen LS Documentnr. : E-02 Datum : Blad : 2 van 3! Het uitschakelen met zekeringen is toegestaan bij stromen t/m 250 A;! Het uitschakelen met messen is toegestaan bij stromen t/m 250 A.! Voorafgaand aan het uitschakelen dient de te onderbreken stroom te worden vastgesteld.! Het uitschakelen van aansluitingen dient in principe stroomloos te gebeuren.! Bij doorschakelen dient er voordien getest te worden of er aan beide zijden van de netopening spanning aanwezig is en of er fase-gelijkheid is.! Als er LS- bedieningshandelingen in combinatie met MS- bedieningshandelingen worden uitgevoerd dienen er onderlinge verwijzingen in het LS- bedieningsplan en in het MSbedieningsplan te worden opgenomen. Naast het meldpunt is hier de Bedieningsdeskundige MS of de (O)IV MS bij betrokken; zowel voor het MSbedieningsplan als voor de uitvoering van die bedieninghandelingen is toestemming van de BD vereist. Zie hiervoor de betreffende MS-procedure of veiligheidswerkinstructie. 5. Risico s en maatregelen Risico: Persoonlijk letsel t.g.v. aanraking van spanningsvoerende delen, aard- of kortsluiting. Maatregel: PBM s, afschermingen. Risico: Beïnvloeding van buitenaf, bijv. weersomstandigheden, omstanders, verkeer. Maatregel: bijv. werkonderbreking, afzettingen. 6. Middelen! De vereiste PBM s: bij LS bedieningshandelingen met schroefpatronen, mespatronen, messen en dummies dient gebruik te worden gemaakt van de noodzakelijke PBM s; in alle gevallen dient bedrijfskleding te worden gedragen, die de ledematen volledig bedekt. o o o o Bij bedieningshandelingen in aansluitkasten dient bovendien altijd de vlamvertragende jas van de bedrijfskleding te worden gedragen, alsmede:! bij schroefpatronen en bijbehorende dummies: beide schakelhandschoenen;! bij mespatronen, messen en bijbehorende dummies: helm met gelaatscherm, geïsoleerde patroontrekker en voor de andere hand de schakelhandschoen. Bij bedieningshandelingen aan/bij volledig aan de voorzijde afgeschermde LS rekken zijn naast de verplichte bedrijfskleding geen extra PBM`s noodzakelijk. Bij bedieningshandelingen aan/bij open of niet volledig aan de voorzijde afgeschermde LS rekken dient de verplichte bedrijfskleding vlamvertragend te zijn en zijn aanvullend de volgende PBM s noodzakelijk:! bij schroefpatronen en bijbehorende dummies: beide schakelhandschoenen;! bij mespatronen, messen en bijbehorende dummies: helm met gelaatscherm, geïsoleerde patroontrekker en voor de andere hand de schakelhandschoen. In installaties en/of situaties waarbij een patroon of mes gemakkelijk kortsluiting zou kunnen veroorzaken tussen aanwezige, blanke delen dient altijd de helm met gelaatscherm te worden gedragen. 7. Werkwijze 7.1. Voorbereiding! Controleer of aan alle voorwaarden volgens punt 4 en de maatregelen volgens punt 5 is voldaan;! Controleer of het bedieningsplan of de raamopdracht overeenkomt met de situatie ter plekke;

9 LS Bedieningshandelingen LS Documentnr. : E-02 Datum : Blad : 3 van 3! Indien bij bovengenoemde controles afwijkingen worden geconstateerd mag er niet met de werkzaamheden worden gestart maar dient contact te worden opgenomen met de WV.! Voer Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA) uit Uitvoering algemeen! Stel vast dat het juiste netdeel is bepaald;! Meld, voor zover van toepassing, de voorgenomen bedieningshandelingen bij het meldpunt.! Stel (zo goed mogelijk) vast dat de in of uit te schakelen stroom niet groter zal zijn dan 250 A; schakel zo nodig op andere plaatsen zoveel mogelijk belasting af.! Voer de bedieningshandeling(en) uit.! Controleer daarbij, zowel vóór als ná de handeling, de aan- of afwezigheid van spanning;! Controleer, indien relevant, op fasegelijkheid.! Meld, voor zover van toepassing, de uitgevoerde bedieningshandelingen bij het meldpunt Het in- en uitschakelen ten behoeve van wijziging van de verdeling van de netbelasting (doorschakelen en verbreken)! Stel vast dat het juiste netdeel is bepaald.! Meld, voor zover van toepassing, de voorgenomen bedieningshandelingen aan het meldpunt.! Stel (zo goed mogelijk) vast dat de in of uit te schakelen stroom niet groter zal zijn dan 250 A; schakel zo nodig eerst op andere plaatsen zoveel mogelijk belasting af of om.! Schakel het betrokken netdeel in of uit. o Bij doorschakelen:! controleer vóór het inschakelen op fasegelijkheid/draaiveld.! controleer na het inschakelen dat de spanning aanwezig blijft. o Bij verbreken:! controleer na het uitschakelen dat de spanning aanwezig blijft.! Meld, voor zover van toepassing, de bedieningshandelingen aan het meldpunt Beëindiging! Registreer de benodigde gegevens! Lever de uitgevoerde activiteiten op: o activiteiten via een bedieningsplan: gereedmelding bij de WV en het meldpunt. o activiteiten via een raamopdracht: oplevering conform de bedrijfsafspraken.! Laat de werkplek netjes en veilig achter; 8. Opmerkingen Geen 9. Referenties! BEI-LS;! BEI-BS;! Bedieningshandleidingen 10. Bijlagen Geen.

10 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 1 van 7 1. Doel Het vastleggen van de criteria en de methoden met betrekking tot het aanbrengen / verwijderen van aardingen, kortsluitingen en blokkeringen in de laagspanningnetten (LS) en openbare verlichtingnetten (OV). Deze VWI E-03 geeft daarmee de kaders aan waarbinnen veiligstellingen dienen plaats te vinden (waar, wanneer en hoe). Om deze reden wijkt de indeling van deze VWI af van het reguliere format. In VWI E-04 is de volgordelijke beschrijving van het veiligstellen zelf beschreven. 2. BEI- voorschriften De artikelen en , van de BEI-LS schrijven o.a. het volgende voor: - Alle delen van een LS-installatie dienen geaard en kortgesloten te zijn indien: o er aan gewerkt gaat worden, en o het risico bestaat dat deze delen weer onder spanning kunnen komen. - Materieel of toestellen voor aarding en kortsluiting moeten eerst op het aardpunt zijn aangesloten en dan op de te aarden componenten. - Indien mogelijk, moet het materieel of de toestellen voor aarding en kortsluiting vanaf de werkplek zichtbaar zijn; wanneer dit niet mogelijk is, moeten de aardaansluitingen zo dicht mogelijk bij de werkplek zijn aangebracht. - Wanneer tijdens het verloop van de werkzaamheden geleiders moeten worden onderbroken of verbonden en daarbij gevaar bestaat door potentiaalverschillen in de installatie, of als er kans bestaat op terugvoeding, moeten eerst op de werkplek passende maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld door potentiaalvereffening en/of aarding, voordat de geleiders worden onderbroken of verbonden. 3. Spanningloos werken Gelet op de BEI-voorschriften zal in een aantal situaties spanningloos gewerkt moeten worden, zoals bij: - de montage van moffen als de omstandigheden dit vereisen (bijv. als tijdens de montage onder spanning niet stroomloos gewerkt kan worden), - het veiligstellen en het verhelpen van een aantal storingsituaties, - een aantal werkzaamheden in metalen aansluitkasten, - alle nader in de LS-veiligheidswerkinstructies aangegeven situaties, - alle nader door de (O)IV of WV aangegeven situaties. Bovenstaande houdt in dat hier zal moeten worden uit-/afgeschakeld, geblokkeerd, getest op spanningloosheid, en/of geaard en/of kortgesloten, en afgeschermd. Voor verdere uitwerking hiervan zie artikel Voorwaarden Bij het veiligstellen zijn in alle gevallen de volgende voorwaarden van kracht: Iedere uitvoerende dient zichzelf te overtuigen van een veilige werkplek. De werkplek dient voldoende ruim, droog en verlicht te zijn. Indien noodzakelijk dienen voorafgaand (LS-)afschermingen te worden aangebracht. Indien werkzaamheden plaatsvinden in een gecombineerd MS/LS station, dienen ook de betrokken MS procedures en/of MS-VWI s in acht genomen te worden. De werkzaamheden dienen altijd buiten de MS-nabijheidszone plaats te vinden. Invloeden van buitenaf (bijv. omstanders) mogen de werkzaamheden niet beïnvloeden. De activiteiten dienen te worden uitgevoerd volgens de geldende instructies en/of bedieningshandleidingen en/of voorschriften van de fabrikant. Bordjes met de tekst Niet bedienen of met pictogrammen van gelijke strekking gelden ook als blokkering. Alleen de door de werkgever ter beschikking gestelde aardings-/kortsluitgarnituren mogen worden toegepast; eigenhandige wijzigingen mogen niet worden aangebracht..

11 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 2 van 7 Een aardings-/kortsluitgarnituur dient voor gebruik gecontroleerd te worden op gebreken, beschadigingen van de omhullingen en beschadigingen van aansluitplaatsen. Bij het aanbrengen dient het aardings-/kortsluitgarnituur eerst aan het aardpunt te worden aangesloten; bij het verwijderen dient het garnituur als laatste bij het aardpunt verwijderd te worden. Op de werkplek dienen, voor zover mogelijk, de aangebrachte aardingen/kortsluitingen door meting te worden gecontroleerd. Indien het garnituur belast is geweest met een kort- of aard-sluitstroom, mag het garnituur niet meer gebruikt worden en dient het direct ter keuring te worden aangeboden aan de daarvoor door het bedrijf aangewezen instantie. 5. Risico s en maatregelen Indien er spanningloos moet worden gewerkt dient de risico-bron (de bedrijfsspanning) te worden weggenomen door het betreffende bedrijfsmiddel spanningloos te maken (uit-, afschakeling) en dit dient te worden geborgd. Aansluitend dienen andere mogelijke risico-bronnen te worden weggenomen en ook dit dient te worden geborgd. Indien dat niet of onvoldoende mogelijk is dienen er extra passende beheersmaatregelen te worden genomen. Voor het veiligstellen van de hoofdaders, de hulpaders en OV-solo-netten zijn de volgende situaties van toepassing (zie ook de flowdiagrammen onder artikel 8, bijlagen): 5.1. Hoofdaders: - Primaire bron: o De bedrijfsspanning. Maatregelen: o Deze bron wegnemen door uit-/ afschakeling van de voeding van de bedrijfsspanning. o Borging hiervan door het aanbrengen van blokkeringen op het schakelpunt; bij meerdere relevante schakelpunten (bijv. reguliere netopeningen) deze blokkeringen op al die schakelpunten aanbrengen, aansluitend daar controleren op spanningloosheid. - Overige mogelijke bronnen (1): o Zelfopwekkers. Maatregelen: o Deze bronnen bij voorkeur wegnemen door uit-/ afschakeling en aansluitend blokkeringen aanbrengen. Dit betekent dan dat alle aansluitingen moeten worden afgeschakeld en geblokkeerd, en aansluitend op spanningloosheid moeten worden gecontroleerd. o Indien bovenstaande maatregelen niet mogelijk zijn, of geen reëele optie zijn, dient de extra beheersmaatregel te worden toegepast: het aanbrengen van aarding(en) en kortsluiting(en) op de hoofdaders.! Indien bij de werkzaamheden de kabel niet wordt onderbroken, kan worden volstaan met een aarding en kortsluiting aan één zijde in een station of kast, zo dicht mogelijk bij de werkplek.! Indien bij de werkzaamheden de kabel wél wordt onderbroken, dient aan beide zijden van de werkplek (onderbrekingsplaats) een aarding en kortsluiting te worden aangebracht, zo dicht mogelijk bij de werkplek in een station of kast of huisaansluitkast. Zie ook artikel 6, 1 e alinea. - Overige mogelijke bronnen (2): o De bedrijfsspanning via kortsluiting tussen hoofdader en hulpader in een combi-net (kabel bevat zowel hoofdaders als hulpaders); bij onverwachte inschakeling van de hulpader komt er ook spanning op de hoofdader te staan.

12 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 3 van 7 Maatregelen: o Het uit-/af-schakelen van de hulpaders op alle relevante schakelpunten. o Borging hiervan door het aanbrengen van blokkeringen op de hulpaders. o Aansluitend daar controleren op spanningloosheid Hulpaders: - Primaire bron: o De bedrijfsspanning; deze is meestal overdag niet aanwezig maar kan op elk willekeurig moment wel op de hulpaders gezet worden door inschakeling in aanliggend station of kast, of op afstand (handmatig of automatisch). Maatregelen: o Deze bron wegnemen door uit-/ afschakeling van de voeding van de bedrijfsspanning (ook indien op dat moment niet aanwezig) van de hulpaders op het schakelpunt. o Borging hiervan door het aanbrengen van blokkeringen op het schakelpunt; bij meerdere relevante schakelpunten (bijv. reguliere netopeningen) deze blokkeringen op al die schakelpunten aanbrengen. o Aansluitend daar controleren op spanningloosheid. - Overige mogelijke bronnen (1): o De bedrijfsspanning via foutieve (eerdere) montage of bediening waardoor er onjuiste en/of onbekende verbindingen met hulpaders in aangrenzende netdelen bestaan. Maatregelen (alleen noodzakelijk bij gerede twijfel, te bepalen door de WV): o Controle vóóraf door het inschakelen van de hulpaders en spanningtesten in de aangrenzende stations en kasten. Indien op deze wijze een extra bron (invoedingspunt) wordt vastgesteld dient deze bron te worden uit-/ afgeschakeld en dit via blokkering te worden geborgd; aansluitend controleren op spanningloosheid. - Overige mogelijke bronnen (2): o De bedrijfsspanning via kortsluiting tussen hoofdader en hulpader in een combi-net, terwijl de hoofdaders onder spanning staan. Maatregelen: o Het aanbrengen van aarding(en) en kortsluiting(en) op de hulpaders.! Indien bij de werkzaamheden de hulpaders niet worden onderbroken, kan worden volstaan met een aarding en kortsluiting aan één zijde in een station of kast, zo dicht mogelijk bij de werkplek.! Indien bij de werkzaamheden de hulpaders wél worden onderbroken, dient aan beide zijden van de werkplek (onderbrekingsplaats) een aarding en kortsluiting te worden aangebracht, zo dicht mogelijk bij de werkplek in een station of kast. o Indien het aanbrengen van één of meer aardingen en blokkeringen, zoals bovengenoemd, niet mogelijk is, dienen de hoofdaders te worden uit-/ afgeschakeld en te worden veiliggesteld conform artikel Solo-netten Openbare verlichting - Primaire bron: o De bedrijfsspanning; deze is meestal overdag niet aanwezig maar kan op elk willekeurig moment wel op de aders gezet worden door inschakeling in aanliggend station of kast, of op afstand (handmatig of automatisch). Maatregelen: o Deze bron wegnemen door uit-/ afschakeling van de voeding van de bedrijfsspanning (ook indien op dat moment niet aanwezig) van de aders op het

13 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 4 van 7 schakelpunt; bij meerdere relevante schakelpunten deze blokkeringen op al die schakelpunten aanbrengen, aansluitend daar controleren op spanningloosheid. - Overige mogelijke bronnen: o Foutieve (eerdere) montage of bediening waardoor er onjuiste en/of onbekende verbindingen met aders in aangrenzende netdelen bestaan. Maatregelen (alleen noodzakelijk bij gerede twijfel, te bepalen door de WV): o Controle vóóraf door het inschakelen van de aders en spanningtesten in de aangrenzende stations en kasten. Indien op deze wijze een extra bron (invoedingspunt) wordt vastgesteld dient deze bron te worden uit-/ afgeschakeld en dit via blokkering te worden geborgd; aansluitend controleren op spanningloosheid Algemene beheersmaatregelen Indien is veiliggesteld conform artikel 5.1., 5.2. of 5.3. zal, vóór aanvang van de werkzaamheden, d.m.v. selectie (zie VWI E-11) moeten worden vastgesteld of aan de juiste kabel gaat worden gewerkt. Op de werkplek zal tevens de spanningloosheid dienen te worden vastgesteld. 6. Beperkingen en bijzonderheden van de infrastructuur Conform artikel 5.1 zijn er situaties waarbij de hoofdaders aan beide zijden van de werkplek van een blokkering en/of aarding en/of kortsluiting moeten worden voorzien, maar dit is door de beperkingen van de infrastructuur niet altijd mogelijk. Bijvoorbeeld bij stervormig aangelegde kabelnetten kan er bij de eindmof niet geaard worden, terwijl het blokkeren/aarden/kortsluiten in de op die netten aangesloten aansluitkasten niet altijd mogelijk is. In een dergelijke situatie kan de WV, met instemming van de OIV, bepalen dat er slechts aan één zijde een blokkering en/of aarding en/of kortsluiting wordt aangebracht. Daarbij dienen dan aanvullende veiligheidsmaatregelen en/of een aangepaste werkwijze door de WV te worden bepaald. Ook de hulpaders kunnen niet altijd aan beide zijden van de werkplek van een blokkering en/of aarding en/of kortsluiting worden voorzien. Extra probleem kan hierbij zijn dat de hulpaders aangesloten zijn met een automaat, of direct op de rails zijn gemonteerd. In een dergelijke situatie dient conform artikel 5.2 te worden gehandeld (hoofdaders spanningloos maken). Extra attentie is geboden bij eindmoffen in combi-netten waarbij de hulpaders wel zijn doorgelast met de hulpaders van een andere kabel. Hier dienen die hulpaders, indien die verbonden zijn met een ander station of kast, ook daar te worden afgeschakeld, geblokkeerd, en/of geaard/kortgesloten. Indien een verdeelkast, sectiekast of koppelkast na het aanbrengen van de aarding/ kortsluiting/blokkering niet meer gesloten kan worden dient er bij die kast voortdurend toezicht te worden gehouden door minimaal een VOP. Toezicht door een leek, in dienst bij het energiebedrijf of bij een in haar opdracht werkend aannemingsbedrijf, is ook toegestaan indien er vóóraf door de PL afdoende maatregelen tegen toevallige aanraking van onder spanning staande delen zijn genomen. De toezichthoudende dient over communicatie-apparatuur te beschikken. Bij veiliggestelde aansluitkasten is geen toezicht noodzakelijk (hier is geen spanning aanwezig). Voor het aarden in een aansluitkast met schroefpatronen dient gebruik gemaakt te worden van de E27 of E33 aardschroefkop; een belangrijk aandachtspunt is hierbij of er geaard dient te worden door middel van een stift- of een ringaarding. Er dient een passchroef in de zekeringhouder gemonteerd te zijn om een goede aardverbinding tot stand te brengen. Aarde en nul dienen te worden kortgesloten, waarbij dient te zijn vastgesteld dat de aarde bij de aansluitkast van goede kwaliteit is; indien dat niet

14 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 5 van 7 het geval is bepaalt de WV de wijze van veiligstellen (bijv. alleen kortsluiten tussen fasen en nul). Voor het aarden in een grotere aansluitkast (met mespatronen) moet gebruik gemaakt worden de reguliere aardingset. Voor het aarden in een aansluitkast met automaten dienen de hoofdaders te worden losgenomen (na testen op spanningloosheid) en aansluitend te worden geaard en kortgesloten (ook hier aarde en nul kortsluiten met inachtneming van bovenstaande opmerking). 7. Toepassing van de VWI Deze VWI geeft de methode aan hoe en waar hoofdaders en/of hulpaders dienen te worden veiliggesteld. Daarmee zal deze VWI in voorkomende gevallen moeten worden toegepast in combinatie met de andere VWI s. In die andere VWI s wordt aangegeven of die betreffende activiteit wel of niet onder spanning mag worden uitgevoerd, of dat er dient te worden veilig gesteld. In het geval van spanningloos werken wordt dan verwezen naar deze VWI E Bijlagen In de twee flowdiagrammen (hoofdaders resp. hulpaders) zijn de diverse methodes en keuzes met betrekking tot veiligstellen nader uitgewerkt.

15 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 6 van 7 Hoofdaders uit-/afschakelen en blokkering aanbrengen, in alle aanliggende stations en kasten Flowdiagram veiligstellen hoofdaders onderdeel van VWI E-03 Maken de hoofdaders maken deel uit van een combinet? nee ja Hulpaders uit-/afschakelen en blokkering aanbrengen, in alle aanliggende stations en kasten nee Zijn er aansluitingen aanwezig? ja Zijn de aansluitingen toegankelijk en is afschakeling een reëele optie? nee ja Alle aansluitingen afschakelen en overal blokkering aanbrengen Zal de kabel onderbroken worden bij de werkzaamheden? ja nee Hoofdaders aarden en kortsluiten aan één zijde in dichtstbijzijnde station of kast Hoofdaders aarden en kortsluiten aan beide zijden van de werkplek (de onderbrekingsplaats) in dichtstbijzijnde station, kast of huisaansluiting Projectgroep BEI-LS-VWI Selecteren Contactgroep en de spanningloosheid Veiligheidsregelgeving op de werkplek vaststellen Taakgroep Infrastructuur

16 LS Veiligstellen in LS-distributienetten Documentnr. : E-03 Datum : Blad : 7 van 7 Hulpaders uit-/af-schakelen en blokkering aanbrengen, in alle aanliggende stations en kasten Flowdiagram veiligstellen hulpaders in combi-netten onderdeel van VWI E-03 nee Zijn de hoofdaders in bedrijf en staan deze onder spanning? ja Zullen de hulpaders onderbroken worden bij de werkzaamheden? ja nee Is aarden en blokkering aanbrengen aan één zijde mogelijk? ja nee Is aarden en blokkering aanbrengen aan beide zijden mogelijk? nee Hoofdaders uit-/ af-schakelen en blokkering aanbrengen, zie flowdiagram Veiligstellen hoofdaders ja Hulpaders aarden en kortsluiten aan één zijde in dichtstbijzijnde station of kast Hulpaders aarden en kortsluiten aan beide zijden van de werkplek (de onderbrekingsplaats) in dichtstbijzijnde station of kast Flowdiagram Veiligstellen hoofdaders doorlopen en bijbehorende acties nemen Selecteren en de spanningloosheid van de hulpaders op de werkplek vaststellen

17 LS Het in en uit bedrijf nemen en veiligstellen van een LS netdeel Documentnr. : E-04 Datum : Blad : 1 van 3 1. Doel! Het veilig uit bedrijf nemen van een LS netdeel inclusief het veiligstellen, ten behoeve van het veilig (spanningloos) uitvoeren van werkzaamheden;! Het veilig in bedrijf nemen van een LS-netdeel;! Het veilig in of uit bedrijf nemen en veiligstellen van OV- en tarief- aders. 2. Toepassingsgebied In LS distributienetten, te bepalen door de netbeheerder. 3. Aanwijzingen en opdrachtverstrekking! Uitvoering van uitgebreide bedieningshandelingen door minimaal een AVP.! Uitvoering van standaard bedieningshandelingen door minimaal een VP of VPs; Standaard bedieningshandelingen zijn: - alle bedieningshandelingen t/m 250 A (doorlaatwaarde beveiliging 315A) met uitzondering van: o bedieningshandelingen in vermaasd bedreven LS-netten, o bedieningshandelingen in ster bedreven LS-netten, indien er doorschakelingen of verbrekingen worden uitgevoerd, o het in- of uit-schakelen van aggregaten, o beperkte bedieningshandelingen.! Uitvoering van beperkte bedieningshandelingen door minimaal een VPs, in aansluitkasten door minimaal een VOPm; Beperkte bedieningshandelingen zijn: o bedieningshandelingen t/m 80 A (doorlaatwaarde beveiliging) met schroefpatronen, schakelaars en automaten; o bedieningshandelingen t/m 80 A (doorlaatwaarde beveiliging) met in aansluitkasten aanwezige mespatronen; o bedieningshandelingen met glaszekeringen t/m 10 A (doorlaatwaarde beveiliging) in aansluitkasten.! Uitvoering van de veiligstelling door een persoon met minimaal dezelfde aanwijzing als de aanwijzing die noodzakelijk is voor de bijbehorende bedieninghandeling.! Opdrachtverstrekking door WV, via werkplan / bedieningsplan; het uit en in bedrijf nemen van een LS netdeel inclusief het veiligstellen mag ook via een raamopdracht worden opgedragen indien er alleen beperkte bedieningshandelingen bij betrokken zijn. 4. Voorwaarden! De netsituatie is aan de hand van tekeningen, schakelschema s en/of opschriften vastgesteld.! Indien werkzaamheden plaatsvinden in een gecombineerd MS/LS station dienen ook de betrokken MS procedures en/of MS-VWI s in acht genomen te worden.! Bedieningshandelingen vinden plaats conform veiligheidswerkinstructie E-02.! Veiligstellingen vinden plaats conform veiligheidswerkinstructie E-03.! Een kabel waaraan gewerkt moet worden, is geselecteerd conform de criteria zoals aangegeven in veiligheidswerkinstructie E Risico s en maatregelen Risico: Persoonlijk letsel t.g.v. aanraking van spanningsvoerende delen, aard- of kortsluiting. Maatregel: PBM s, afschermingen. Risico: Beïnvloeding van buitenaf, bijv. weersomstandigheden, omstanders, verkeer.

18 LS Het in en uit bedrijf nemen en veiligstellen van een LS netdeel Documentnr. : E-04 Datum : Blad : 2 van 3 Maatregel: bijv. werkonderbreking, afzettingen. 6. Middelen! Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) o Hoge-zichtbaarheid veiligheidskleding, zo nodig o Vlamvertragende veiligheidskleding o Veiligheidsschoeisel o Helm, zo nodig o Helm met gelaatscherm of soortgelijk, zo nodig o E-isolerende handschoenen, zo nodig o Geïsoleerde patroontrekker, zo nodig o Schakelhandschoen, zo nodig! Veiligheidsmiddelen o Blokkeringen, dummies o Spanningtester o Kortsluitvast beveiligde testpennen, zo nodig o Aardingsgarnituren 7. Werkwijze 7.1. Voorbereiding! Controleer of aan alle voorwaarden volgens punt 4 en de maatregelen volgens punt 5 is voldaan.! Controleer of het werkplan / bedieningsplan overeenkomt met de situatie ter plekke.! Indien bij bovengenoemde controles afwijkingen worden geconstateerd mag er niet met de werkzaamheden worden gestart maar dient contact te worden opgenomen met de WV.! Voer Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA) uit Uitvoering Uit bedrijf nemen en veiligstellen van een LS netdeel t.b.v. werkzaamheden! Stel vast dat het juiste netdeel is bepaald.! Meld, voor zover van toepassing, de voorgenomen activiteiten aan het meldpunt.! Bepaal het draaiveld.! Meet de actuele belastingstroom.! Indien de belastingstroom groter is dan 250A: schakel in dat geval zoveel mogelijk belasting af, in ieder geval totdat de te schakelen stroom kleiner is dan 250A.! Trek of draai de patronen geconcentreerd en snel uit de patroonhouders;! Breng de voor dit netdeel relevante blokkering(en) aan (conform VWI E-03).! Stel spanningsloosheid vast.! Breng de voor dit netdeel relevante kortsluitvaste aarding(en) aan (conform VWI E-03).! Meld, voor zover van toepassing, de activiteiten aan het meldpunt.! Draag, zo nodig, de veiliggestelde plek over aan degene die de werkzaamheden gaat verrichten In bedrijf nemen van een LS netdeel! Stel vast dat het juiste netdeel is bepaald.! Stel vast dat de uitvoerenden en eventuele anderen zich niet (meer) binnen de gevarenzone bevinden.! Meld aan de uitvoerenden dat het netdeel in bedrijf gaat worden genomen.! Meld, voor zover van toepassing, de voorgenomen activiteiten aan het meldpunt;! Stel vast dat het betrokken netdeel bedrijfsgereed is.! Verwijder de aardingen.

19 LS Het in en uit bedrijf nemen en veiligstellen van een LS netdeel Documentnr. : E-04 Datum : Blad : 3 van 3! Verwijder de blokkeringen.! Stel zo goed mogelijk vast dat de in te schakelen stroom niet groter zal zijn dan 250 A.! Schakel het betrokken netdeel in; plaats of draai de patronen geconcentreerd en snel in de patroonhouders.! Meet na inschakeling de spanning tussen de fasen en tussen de fasen en nul.! Controleer op fasegelijkheid/draaiveld.! Meld, voor zover van toepassing, de activiteiten aan het meldpunt Beëindiging! Registreer de benodigde gegevens.! Lever de uitgevoerde activiteiten op: o activiteiten via een werkplan/bedieningsplan: gereedmelding bij de WV en, voor zover van toepassing, bij het meldpunt. o activiteiten via een raamopdracht: oplevering conform de bedrijfsafspraken.! Laat de werkplek veilig en netjes achter. 8. Opmerkingen Geen. 9. Referenties! BEI-LS;! BEI-BS;! Bedieningshandleidingen! VWI E-02 en E Bijlagen Geen.

20 Titel: Het assisteren bij werkzaamheden aan of nabij elektriciteitsvoorzieningsystemen Documentnr. : E-05 Blad : 1 van 2 1. Doel Het veilig assisteren bij werkzaamheden aan of nabij elektriciteitsvoorzieningsystemen. 2. Toepassingsgebied In LS distributienetten, te bepalen door de netbeheerder. 3. Aanwijzingen en opdrachtverstrekking.! De aanwijzing is minimaal VOP, maar is ook afhankelijk van de eisen zoals genoemd in de veiligheidwerkinstructie die betrekking heeft op de uit te voeren activiteit (bij bepaalde werkzaamheden is een hogere aanwijzing vereist).! De opdrachtverstrekking voor assistentie wordt gegeven door minimaal een WVnetten, via raamopdracht.! Mate van toezicht is afhankelijk van het soort werk en staat in de geldende veiligheidwerkinstructies vermeld. 4. Voorwaarden.! Werkzaamheden aan of in de nabijheid van elektriciteitsvoorzieningsystemen dienen altijd te worden uitgevoerd volgens de BEI-LS met de daaraan verbonden geldende veiligheids werkinstructies.! Tijdens uitvoering van werkzaamheden in de nabijheid van onder spanning staande delen moet men buiten de gevarenzone blijven.! De assisterende persoon dient geïnstrueerd te zijn in de werkzaamheden waarbij hij gaat assisteren.! De assisterende persoon dient zich strikt te houden aan de BEI-LS en de aanwijzingen van de PL. Daarbij mag de assisterende persoon zelfstandig geen werkzaamheden uitvoeren die zijn aanwijzing overschrijden. 5. Risico s en maatregelen. Afhankelijk van de werkzaamheden zijn de meest voorkomende risico s met de daarvoor te treffen maatregelen: Risico: Persoonlijk letsel t.g.v. aanraking van spanningsvoerende delen, aard- of kortsluiting. Maatregel: PBM s, afschermingen. Risico: Beïnvloeding van buitenaf, bijv. weersomstandigheden, omstanders, verkeer. Maatregel: bijv. werkonderbreking, afzettingen, werktent. 6. Middelen! De vereiste PBM s, afhankelijk van de werkzaamheden, zijn aangegeven in de betreffende VWI, en kunnen zijn: o o o o o o o Hoge-zichtbaarheid veiligheidskleding Vlamvertragende veiligheidskleding Veiligheidsschoeisel Helm, zo nodig Werkhandschoenen Helm met gelaatscherm of soortgelijk E-isolerende handschoenen

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS Doel Veilig een LS-netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de Netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij de IV anders heeft bepaald.

Nadere informatie

E-11 Een LS-kabel selecteren versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS

E-11 Een LS-kabel selecteren versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS Doel De bedoelde LS-kabel veilig selecteren, eventueel met meetapparatuur of knipapparatuur. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de Netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij

Nadere informatie

Bestemd voor alle medewerkers met een BEI aanwijzing.

Bestemd voor alle medewerkers met een BEI aanwijzing. Bestemd voor alle medewerkers met een BEI aanwijzing. Deze toolbox mondeling verstrekken voor 15-4-2015 Bestaat uit 2 pagina s Iedere aanwezige een exemplaar verstrekken. Toolbox met verplichte registratie

Nadere informatie

G-20 LD-leidingen in en uit bedrijf nemen en/of buiten bedrijf stellen versie 15-04-2015

G-20 LD-leidingen in en uit bedrijf nemen en/of buiten bedrijf stellen versie 15-04-2015 Doel LD-leidingen veilig in en uit bedrijf nemen en/of buiten bedrijf. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij de IV anders heeft bepaald.

Nadere informatie

3 AVP LS-service UBH + SBH + BBH

3 AVP LS-service UBH + SBH + BBH Bijlage 1 van de BEI BLS 2013, 15-10-2013 Aanwijzingenstructuur LS Aanwijzingen BEI-LS LNB/Transport betreft LS-bedrijfsinstallaties (accu's, secundair en tertiair) die behoren bij HS- en MS-installaties

Nadere informatie

Branche Supplement behorende bij de normen: BEI-HS: Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties. Hoogspanning

Branche Supplement behorende bij de normen: BEI-HS: Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties. Hoogspanning BEI-BS 2010 Branche Supplement behorende bij de normen: BEI-HS: Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Hoogspanning en BEI-LS: Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Laagspanning Uitgave van

Nadere informatie

BEI-BLS. Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties. Branche LaagSpanning. Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland

BEI-BLS. Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties. Branche LaagSpanning. Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland BEI BLS Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Branche LaagSpanning Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland versie 15 april 2015 Pagina 1 van 59 Inhoudsopgave Voorwoord 1

Nadere informatie

BEI BLS 2013 Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Branche Laagspanning Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland

BEI BLS 2013 Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Branche Laagspanning Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland BEI BLS 2013 Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Branche Laagspanning Uitgave van de Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland 15-10-2013 1 Inhoudsopgave Voorwoord 04 1 Toepassingsgebied

Nadere informatie

!!! "#$%&'()*)+,()-./(01)2.30453)(!%&66

!!! #$%&'()*)+,()-./(01)2.30453)(!%&66 !!! "#$%&'()*)+,()-./(01)2.30453)(!%&66 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) Veiligheidsmiddelen 78&8&9677 VWI Activiteit G-01 Het werken aan of nabij gasvoorzieningsystemen G-02 Het graven en dichten

Nadere informatie

Werkplan (deel hoogspanning)

Werkplan (deel hoogspanning) NETSCHAKEL: Jaar-week Opmerkingen/bijzonderheden: Vergunningnummer: Opsteller: CWV/WV *): Tel. : 06- Akkoord: OIV : Tel. : 06- : Station Verbinding : Veld : Circuit : VNB periode d, d/n, oa, etc Ttijd

Nadere informatie

Herinstructie NEN 3140

Herinstructie NEN 3140 Herinstructie NEN 3140 Danny v. Dam Kees Backx 11-07-2014 1 Programma Voorstel rondje Waarom her-instructie Functies binnen de NEN3140 NEN 3140 en de arbowet Bevoegdheden en verantwoordelijkheden Het werkplan

Nadere informatie

Certificatieschema BEI-VPs LS Vakbekwaam Persoon service Laagspanning

Certificatieschema BEI-VPs LS Vakbekwaam Persoon service Laagspanning Pagina 1 van 7 Certificatieschema BEI-VPs Vakbekwaam Persoon service Laagspanning Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3

Inhoud. Inleiding... 3 Inhoud Inleiding... 3 De dagelijkse praktijk... 3 Arbobesluit art 3.5... 4 Bepalingen uit de NEN 3140 en EN 50110... 4 Extra lage spanning... 5 Werkverantwoordelijke / installatieverantwoordelijke... 5

Nadere informatie

HSE guidelines. Smei 2015 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines. Smei 2015 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS HSE guidelines Smei 2015 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan elektrische installaties en systemen zijn strikte

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3. Aandachtspunten voor de toolboxmeeting... 3 Werken onder spanning als het echt niet anders kan... 3

Inhoud. Inleiding... 3. Aandachtspunten voor de toolboxmeeting... 3 Werken onder spanning als het echt niet anders kan... 3 Inhoud Inleiding... 3 Aandachtspunten voor de toolboxmeeting... 3 Werken onder spanning als het echt niet anders kan... 3 2 Inleiding Werken onder spanning is risicovol werk. Dit is de reden waarom sociale

Nadere informatie

Certificatieschema VP MS Distributie-totaal (VP MS)

Certificatieschema VP MS Distributie-totaal (VP MS) Pagina 1 van 9 Certificatieschema VP MS Distributie-totaal (VP MS) Stichting Persoonscertificatie Energietechniek Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

Certificatieschema BEI-VOP LS Voldoend Onderricht Persoon Laagspanning

Certificatieschema BEI-VOP LS Voldoend Onderricht Persoon Laagspanning Pagina 1 van 6 Certificatieschema BEI-VOP Voldoend Onderricht Persoon Laagspanning Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle

Nadere informatie

Bijlage 17 Eindtermen KEV

Bijlage 17 Eindtermen KEV Bijlage 17 Eindtermen KEV 1. Eindtermen module KEV document TenneT ten behoeve van VP, AVP, WV, OIV en IV 1.1 Inleiding Om een TenneT aanwijzing VP, AVP, WV, OIV en IV te krijgen is buiten een STIPEL en/of

Nadere informatie

Certificatieschema BEI-AVPmb LS Allround Vakbekwaam Persoon. Laagspanning

Certificatieschema BEI-AVPmb LS Allround Vakbekwaam Persoon. Laagspanning Pagina 1 van 7 - Allround Vakbekwaam Persoon meting en beveiliging Laagspanning Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten

Nadere informatie

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Inhoudsopgave Inleiding... pagina 1 Presentatie NEN 3140... pagina 2 Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Installatieverantwoordelijke... pagina 3 Werkverantwoordelijke... pagina

Nadere informatie

Certificatieschema IV HS LNB (IV LNB)

Certificatieschema IV HS LNB (IV LNB) Pagina 1 van 9 Certificatieschema IV HS LNB (IV LNB) Stichting Persoonscertificatie Energietechniek Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Certificatieschema BEI-VOPt LS Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Laagspanning

Certificatieschema BEI-VOPt LS Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Laagspanning Pagina 1 van 6 Certificatieschema BEI-VOPt Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Laagspanning Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075

Nadere informatie

Certificatieschema BEI-IV LS Installatieverantwoordelijke Laagspanning

Certificatieschema BEI-IV LS Installatieverantwoordelijke Laagspanning Pagina 1 van 6 Certificatieschema BEI-IV Installatieverantwoordelijke Laagspanning Stichting Persoonscertificatie Elektrotechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle

Nadere informatie

Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1

Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1 Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1 NEN 1010 Basis Training Elektrotechnici die belast zijn met de aanleg van installaties, en voor medewerkers die belast worden

Nadere informatie

Stedin Bedrijf Specifiek Supplement 2010 (BSS Stedin)

Stedin Bedrijf Specifiek Supplement 2010 (BSS Stedin) Stedin Bedrijf Specifiek Supplement 2010 (BSS Stedin) INHOUDSOPGAVE 1. Toepassingsgebied 2. Begrippen, definities en afkortingen 3. Aanwijzingen en sleutelverstrekking 4. Veilige bedrijfsvoering 5. Activiteiten

Nadere informatie

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn?

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Noem enkele gevaren op het werk. -2- Noem werkzaamheden of omstandigheden

Nadere informatie

Vaktechnische opleidingen voor toelating tot BEI-examens

Vaktechnische opleidingen voor toelating tot BEI-examens Pagina 1 van 7 Uitvoeringsregels screening t.b.v. toelating tot BEI-examens 1 Aan de vaktechnische opleidingseisen is voldaan indien zowel voldaan is aan de basisopleiding als aan de aanvullende opleiding

Nadere informatie

Standaard elementen per aansluitcapaciteit

Standaard elementen per aansluitcapaciteit Bijlage 1 Standaard elementen per aansluitcapaciteit Het betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting per type aansluiting zoals gedefinieerd in tabel 2.3.3.C van

Nadere informatie

PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN

PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN HSE guidelines S September 2012 PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen

Nadere informatie

Certificatieschema VOP-HS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON HOOGSPANNING

Certificatieschema VOP-HS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON HOOGSPANNING Pagina 1 van 10 Certificatieschema Certificatieschema VOP-HS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON HOOGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM

Nadere informatie

Certificatieschema VIAG-VOP VIAG-Voldoend Onderricht Persoon

Certificatieschema VIAG-VOP VIAG-Voldoend Onderricht Persoon Pagina 1 van 5 VIAG-Voldoend Onderricht Persoon Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

Nadere informatie

Certificatieschema VOP-LS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON LAAGSPANNING

Certificatieschema VOP-LS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON LAAGSPANNING Pagina 1 van 13 Certificatieschema Certificatieschema VOP-LS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON LAAGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM

Nadere informatie

HSE guidelines. september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines. september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS HSE guidelines S september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte

Nadere informatie

Alle werkzaamheden aan elektrotechnische installaties zijn verboden behalve door hiertoe schriftelijk aangewezen personen (zie hoofdstuk 3).

Alle werkzaamheden aan elektrotechnische installaties zijn verboden behalve door hiertoe schriftelijk aangewezen personen (zie hoofdstuk 3). Beoordeeld en akkoord bevonden door: General Manager, Deputy General Manager, Production Manager, Asset Manager, Manager Technology, Manager Human Resources & General Affairs, Finance Manager. Proceseigenaar

Nadere informatie

ARBOCOMMISSIE NEN 3140:2011

ARBOCOMMISSIE NEN 3140:2011 ARBOCOMMISSIE NEN 3140:2011 Te hanteren voorschriften bij het werken aan laagspanningsinstallaties Opgesteld: VLR/NLB-Arbocommissie Datum : 01-05-2014 versie: 4 INHOUD blad 0. INLEIDING 3 1. OPLEIDINGEN

Nadere informatie

HSE guidelines september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines september 2012 ELEKTRISCHE GEVAREN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte

Nadere informatie

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

Veiligheid bij werken aan elektrische installaties

Veiligheid bij werken aan elektrische installaties Veiligheid bij werken aan elektrische installaties 1 BA4 BA5 Wettelijke voorschriften betreffende elektrische installaties Implementatie Art. 47 van het AREI 2 Situering Mag een onderwijzer of kleuterjuf

Nadere informatie

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A Geïntegreerde netaansluiting 3x25A Testplan Enexis, Liander, Stedin, Endinet Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1. Opmerkingen vooraf... 3 2. Voorgeschreven testen... 4 1. Inleiding De in dit document voorgeschreven

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680 GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE DYNAMIC 680 Inhoudsopgave VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 3 WAARSCHUWINGEN 4 VEILIGHEIDS RICHTLIJNEN / ALGEMEEN 6 INSTALLATIE EN MONTAGE 7 ZAGEN 8 ONDERHOUD 9 ONDERDELENTEKENING

Nadere informatie

G-23 HD- en LD-leidingen en HD-aansluitleidingen beproeven op dichtheid 1 juli 2014

G-23 HD- en LD-leidingen en HD-aansluitleidingen beproeven op dichtheid 1 juli 2014 juli 204 Doel veilig. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij de IV anders heeft bepaald. Opdracht en aanwijzing HD-leidingen Je krijgt

Nadere informatie

Examenomschrijving NEN 3140 vakbekwaam persoon

Examenomschrijving NEN 3140 vakbekwaam persoon Examenomschrijving NEN 3140 vakbekwaam persoon Stichting algemene basisvaardigheden Deze examenomschrijving is goedgekeurd door het bestuur van SABV d.d. SABV, Gouda, Nederland Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Certificatieschema IV-LS en WV-LS INSTALLATIE- / WERKVERANTWOORDELIJKE LAAGSPANNING

Certificatieschema IV-LS en WV-LS INSTALLATIE- / WERKVERANTWOORDELIJKE LAAGSPANNING Pagina 1 van 18 Certificatieschema Certificatieschema IV-LS en WV-LS INSTALLATIE- / WERKVERANTWOORDELIJKE LAAGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18,

Nadere informatie

Bedrijfsvoering van elektrische installaties. Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011

Bedrijfsvoering van elektrische installaties. Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011 Bedrijfsvoering van elektrische installaties Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011 oktober 2011 Bestemd voor de cursussen: basiscursus; opfriscursus; voldoende onderricht

Nadere informatie

PROCESVEILIGHEID - VEILIGSTELLEN

PROCESVEILIGHEID - VEILIGSTELLEN HSE guidelines S december 2012 PROCESVEILIGHEID - VEILIGSTELLEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan gesloten installaties en

Nadere informatie

AANPASSINGEN / TOEVOEGINGEN VOOR HANDBOEK HOGE DRUK 7 E DRUK, JULI 2008

AANPASSINGEN / TOEVOEGINGEN VOOR HANDBOEK HOGE DRUK 7 E DRUK, JULI 2008 Algemeen In het gehele handboek is het woord spuitkop vervangen door nozzle of is verwijderd. De definitie van een nozzle is aangepast. Zie hiervoor onderstaande aanpassingen. Een opsomming van de pagina

Nadere informatie

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied.

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. Richtlijn bouwkasten TOEPASSINGSGEBIED: Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. 1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. tijdelijke en bouw- aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A. 2

Nadere informatie

ZX- ronde 28 december 2014

ZX- ronde 28 december 2014 ZX- ronde 28 december 2014 Hoogspanning. Veel radio amateurs hebben nog eindversterkers met buizen of willen die gaan kopen wel of niet tweede hands. Zonder enige vorm van kennis kan het gevaarlijk zijn

Nadere informatie

VEI-Warmte. Veiligheid Elektrische Installaties Warmte

VEI-Warmte. Veiligheid Elektrische Installaties Warmte VEI-Warmte Veiligheid Elektrische Installaties Warmte Uitgave 2013 <

Nadere informatie

juni 2011 GEVAREN DOOR ELEKTRICITEIT VGWM Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

juni 2011 GEVAREN DOOR ELEKTRICITEIT VGWM Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert! GEVAREN DOOR ELEKTRICITEIT VGWM juni 2011 A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Leer de situatie op de installatie

Nadere informatie

1 Doel 3. 2 Doelgroep 3. 3 Toepassingsgebied 3. 5 Referenties 3. 7 Werkwijze 4. 10 Ingangsdatum 5

1 Doel 3. 2 Doelgroep 3. 3 Toepassingsgebied 3. 5 Referenties 3. 7 Werkwijze 4. 10 Ingangsdatum 5 Titel UPI 021 Veiligheidscriteria voor alleenwerkers Nummer Datum 15 juli 2005 Inhoud Pagina 1 Doel 3 2 Doelgroep 3 3 Toepassingsgebied 3 4 Definities/Afkortingen 3 5 Referenties 3 6 Verantwoordelijkheden/

Nadere informatie

NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140

NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140 NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140 NEN 3140 Deze opleiding beperkt zich tot het behandelen van de bepalingen die betrekking hebben op werkzaamheden aan laagspannings-installaties door een: Vakbekwaam

Nadere informatie

HSE guidelines. december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines. december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS HSE guidelines S december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Certificatieschema BD-HS BEDIENINGSDESKUNDIGE HOOGSPANNING

Certificatieschema BD-HS BEDIENINGSDESKUNDIGE HOOGSPANNING Pagina 1 van 15 Certificatieschema BD-HS BEDIENINGSDESKUNDIGE HOOGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten

Nadere informatie

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel Technische Handleiding Versie 07/05 CompTrol Signal 1 Signaalkabel Deze handleiding voor het installeren van de optionele printplaat en bediening van de airconditioner zorgvuldig doorlezen. De voorschriften

Nadere informatie

Certificatieschema VIAG-AVP VIAG-Allround Vakbekwaam Persoon

Certificatieschema VIAG-AVP VIAG-Allround Vakbekwaam Persoon Pagina 1 van 7 VIAG-Allround Vakbekwaam Persoon Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3. De dagelijkse praktijk... 3

Inhoud. Inleiding... 3. De dagelijkse praktijk... 3 Inhoud Inleiding... 3 De dagelijkse praktijk... 3 Bepalingen uit de NEN 3140 en EN 50110... 4 Informatie-uitwisseling en organisatie... 4 Training, opleiding en aanwijzing... 5 Nota bene... 5 Tot slot...

Nadere informatie

Visuele Inspectie van elektrische installaties

Visuele Inspectie van elektrische installaties Inspectiepunten De voeding van de installatie Controle van de voeding Beoordeel welk stelsel in ingezet en of deze op de juiste wijze is toegepast. Beoordeel ook de aansluiting en splitsing van PEN leidingen.

Nadere informatie

Ongeval met verzuim. Gestoorde LS overgangsmof 11 september 2009. HSE/Woensdrecht/versie1.0

Ongeval met verzuim. Gestoorde LS overgangsmof 11 september 2009. HSE/Woensdrecht/versie1.0 Ongeval met verzuim Gestoorde LS overgangsmof 11 september 2009 Samenvatting (1) Donderdagmiddag 10 september raakt, tijdens graafwerkzaamheden, een GPLK aansluitkabel zwaar beschadigt. Na reparatie is

Nadere informatie

HSE guidelines december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines december 2012 WERKVERGUNNINGEN HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Vaktechnische opleidingen voor toelating tot BEI-BLS-examens ( overeenkomstig bijlage 2 van de BEI BLS 15 oktober 2013)

Vaktechnische opleidingen voor toelating tot BEI-BLS-examens ( overeenkomstig bijlage 2 van de BEI BLS 15 oktober 2013) Pagina 1 van 9 Uitvoeringsregels screening t.b.v. toelating tot BEI-examens 1 Aan de vaktechnische opleidingseisen is voldaan indien zowel voldaan is aan de basisopleiding als aan de aanvullende opleiding

Nadere informatie

-e: UPI 003 Vrijschakelen van installatie(delen)

-e: UPI 003 Vrijschakelen van installatie(delen) P.egJstratienumïT::-:' Documentor: 200109-50034 -e: mt / UPI 003 Vrijschakelen van installatie(delen) versiedatum 1-6-2005 1-3-2009 7-4-2011 Opsteller M. Bovens Werkgroep R. Henskens Werkvergunningen J.

Nadere informatie

Geïntegreerde netaansluiting 3x35A

Geïntegreerde netaansluiting 3x35A Geïntegreerde netaansluiting 3x35A Deel 2A. Algemene Specificaties voor een geïntegreerde netaansluiting in een AC laadstation met enkele laadsocket Enexis, Liander, Stedin, Cogas en Endinet 8-9-2015 Inhoud

Nadere informatie

VIAG 2013, 15-10-2013

VIAG 2013, 15-10-2013 VIAG 2013, 15-10-2013 Bijlage 1 van de VIAG 2013 Literatuurlijst Arbeidsomstandighedenwet 1998 TEWAC CROW 96b NEN 1059 NEN 1078 NEN 8078 NEN 2768 Veilig werken met asbestcementleidingen Maatregelen bij

Nadere informatie

Titel: Keuring en inspectie van aardingsgarnituren (TenneT GS) Procesdeskundige: Procesbeheerder: (Sr)IV (KEV) IV (KEV) Afdeling:

Titel: Keuring en inspectie van aardingsgarnituren (TenneT GS) Procesdeskundige: Procesbeheerder: (Sr)IV (KEV) IV (KEV) Afdeling: Keuring en inspectie van aardingsgarnituren (TenneT GS) Omschrijving Titel: Keuring en inspectie van aardingsgarnituren (TenneT GS) Proceseigenaar: Procesdeskundige: Procesbeheerder: (Sr)IV (KEV) IV (KEV)

Nadere informatie

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave) Technische handleiding Versie 11/11 PLC-INTERFACE (slave) Deze handleiding voor het installeren en bedienen van de PLC-interface (slave) zorgvuldig doorlezen en navolgen. Deze handleiding binnen handbereik

Nadere informatie

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage

Nadere informatie

NEN 3140 Veilige Bedrijfsvoering

NEN 3140 Veilige Bedrijfsvoering NEN 3140 Veilige Bedrijfsvoering Als werkgever bent u verantwoordelijk voor veilige installaties en het veilig kunnen werken van uw personeel in een elektrotechnische omgeving. In zowel de Arbowet als

Nadere informatie

FVV 4.9.: Datum : 25.11.11 VOORZORGEN TEGEN ELEKTROKUTIE- EN Revisie : 4 VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz. : 1 van 7

FVV 4.9.: Datum : 25.11.11 VOORZORGEN TEGEN ELEKTROKUTIE- EN Revisie : 4 VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz. : 1 van 7 VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz. : 1 van 7 1 ONDERWERP Voorzorgen tegen elektrocutiegevaar en tegen verbrandingsgevaar door elektriciteit. Voorzorgen te nemen bij het betreden van besloten ruimten.

Nadere informatie

Invoering van BEI BS 2010 en VIAG 2010 13-10-2011

Invoering van BEI BS 2010 en VIAG 2010 13-10-2011 Invoering van BEI BS 2010 en VIAG 2010 13-10-2011 Op 1 juni 2011 is de nieuwe veiligheidsregelgeving (BEI BS 2010 en VIAG 2010 met de onderliggende veiligheidswerkinstructies) van kracht geworden. De nieuwe

Nadere informatie

ASBEST / KERAMISCH MATERIAAL

ASBEST / KERAMISCH MATERIAAL H HSE guidelines mei 2012 ASBEST / KERAMISCH MATERIAAL HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte

Nadere informatie

BIJLAGE 5: proefexamen NEN 3140

BIJLAGE 5: proefexamen NEN 3140 Examenopgaven: NEN 3140 nen-001 IJLGE 5: proefexamen NEN 3140 enodigdheden: dit examen antwoordformulier (waarop u uw antwoorden noteert) Potlood en gum Lees de volgende aanwijzingen goed door! it examen

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TTV4500 HP Dryfast Kreekweg 22 NL - 3133 AZ - Vlaardingen Tel: +31-(0)10-4261410 Fax: + 31-(0)104730011 Website: www.dryfast.nl E-mail: info@dryfast.nl Dryfast Klein Siberiëstraat

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen OPDRACHTGEVER AUTEUR TenneT TenneT VERSIE 1.0 VERSIE STATUS Definitief PAGINA 1 van 7 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen 27 maart 2015 te Diemen 380 kv PAGINA 2 van 7 Voorwoord Op

Nadere informatie

Certificatieschema VIAG-VOPt VIAG-Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend

Certificatieschema VIAG-VOPt VIAG-Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Pagina 1 van 5 VIAG-Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan 18, 1503 JP ZAANDAM 075 6354236 Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107 Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT Modelnr.: *688.107 GEBRUIKSAANWIJZING Om volledig gebruik te maken van de mogelijkheden en storingen tot het minimum te beperken raden wij u aan om de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG

Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG Overstapbordes t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie VEILIG WERKEN OP HOOG Skyworks B.V. Hoofdkantoor: Postbus 38 2650 AA Berkel en Rodenrijs tel. 010-514 00 50 fax 010-514 00 55 e-mai: info@skyworks.nl

Nadere informatie

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Het aanschaffen van systemen en producten die een bepaalde veiligheid moeten waarborgen kan niet vergeleken

Nadere informatie

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen Sinds 30 juni 2003 is er het één en ander veranderd voor apparaten en beveiligingssystemen

Nadere informatie

Werkvergunning Carbolim

Werkvergunning Carbolim Werkvergunning Werkvergunning Carbolim Algemeen Werkvergunningen worden aangemaakt voor alle werkzaamheden op Carbolim terrein waarbij bijzondere risico s en gevaren bestaan. Normale dagelijkse operationele

Nadere informatie

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen )

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008 Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Zekeringen is een artikel uit de Electron van september 2008. Het is een artikel wat geschreven is door Hans PA0JBB. Het is

Nadere informatie

Veiligheid en elektrotechniek

Veiligheid en elektrotechniek Veiligheid en elektrotechniek A.A.M. Schilders 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op andere

Nadere informatie

Veilig werken aan elektrische installaties

Veilig werken aan elektrische installaties Katern voor scholing, her- en bijscholing 61 inhoud 1 Veilig werken aan elktrische installaties 4 Fotowedstrijd 5 Cursussen 5 Otib-nieuws Veilig werken aan elektrische installaties Een uitgave van Intech

Nadere informatie

ICU - Tube Installatiehandleiding

ICU - Tube Installatiehandleiding ICU - Tube Installatiehandleiding ALFEN bv P.O. Box 1042 Tel: +31(0)36 549 34 00 e-mail: info@alfen.com Hefbrugweg 28 NL 1300 BA Almere Fax: +31(0)36 549 34 09 website: www.alfen.com NL - 1332 AP Almere

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding TTV 4500 Dryfast BV Kreekweg 22 3133AZ Vlaardingen Tel: +31-(0)10-4261410 Fax: +31- (0)104730011 www.dryfast.nl E-mail: info@dryfast.nl Inhoudsopgave 1. Algemene informatie 2. Veiligheid

Nadere informatie

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem POLITIEVERORDENING Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem Deel 1:Toepassingsgebied Onderhavig addendum aan de

Nadere informatie

FVV 4.9.: Datum : 01.05.08 VOORZORGEN TEGEN ELEKTROKUTIEGEVAAR EN TEGEN Revisie : 3 VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz.

FVV 4.9.: Datum : 01.05.08 VOORZORGEN TEGEN ELEKTROKUTIEGEVAAR EN TEGEN Revisie : 3 VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz. VERBRANDINGSGEVAAR DOOR ELEKTRICITEIT. Blz. : 1 van 9 1. ONDERWERP - Voorzorgen tegen electrocutiegevaar en tegen verbrandingsgevaar door electriciteit. - Voorzorgen te nemen bij het betreden van besloten

Nadere informatie

Montagehandleiding voor H-Air

Montagehandleiding voor H-Air Montagehandleiding voor H-Air De mechanische installatie van de kachel, frontlijst e.d. wordt hier beschreven Elektrische montage van de ventilatorbak: De ventilator mag alleen door een erkend elektricien

Nadere informatie

Veiligheidstraining. Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties. On location versie 2013 rev.1

Veiligheidstraining. Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties. On location versie 2013 rev.1 Veiligheidstraining Veilige aarding rolsteigers en containers op locaties On location versie 2013 rev.1 PROGRAMMA 1. Presentatie veilige aarding rolsteigers en zeecontainers 2. Oefening veilige aarding

Nadere informatie

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter

Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE TCM180

GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE TCM180 GEBRUIKSAANWIJZING TEGELZAAGMACHINE TCM180 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE -------------------------------------------------------------------------------- VEILIGHEIDSINSTRUCTIES -----------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw

NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw 2014.05 NEN 3140 Inspectiestraat 13 Veenendaal 1 2014.05 NEN 3140 Inspectiestraat 13 Veenendaal Algemene Objectgegevens Code Code 2014.05 Object Naam NEN 3140 Adres

Nadere informatie

Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING

Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING Pagina 1 van 10 Certificatieschema Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan

Nadere informatie

geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties

geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Algemene Uitgangspunten... 3 3. Wensen... 4 4. Omgeving... 4 5. Fundering... 5 6. Beveiligen en aansluiten... 5 7. Metereisen...

Nadere informatie

BIJLAGE INDIVIDUELE GOEDKEURING ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

BIJLAGE INDIVIDUELE GOEDKEURING ELEKTRISCHE VOERTUIGEN BIJLAGE INDIVIDUELE GOEDKEURING ELEKTRISCHE VOERTUIGEN Deze bijlage bevat de eisen en de wijze van keuren die direct gerelateerd zijn aan de bouw van, of ombouw naar een elektrisch en hybride elektrisch

Nadere informatie