Gasexplosie oven Melaf 2 DSM Sittard/Geleen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gasexplosie oven Melaf 2 DSM Sittard/Geleen"

Transcriptie

1 ing. A.H.J. Venhorst 7 oktober 2003 Gasexplosie oven Melaf 2 DSM Sittard/Geleen Rapportage betreffende ondersteuning aan betrokken overheden inzake toezicht bij veilige herstart naar achterliggende oorzaken van het ongeval SECTIE VEILIGHEID GASINSTALLATIES

2 ing. A.H.J. Venhorst 7 oktober 2003 Gasexplosie oven Melaf 2 DSM Sittard/Geleen Rapportage betreffende ondersteuning aan betrokken overheden inzake toezicht bij veilige herstart naar achterliggende oorzaken van het ongeval SECTIE VEILIGHEID GASINSTALLATIES Opdrachtgever : Arbeidsinspectie namens bestuurlijk onderzoeksteam Projectnummer : Projectleider : ir. H.J.M. Rijpkema Projectleden : ing. A.H.J. Venhorst J. Hazelaar Rapportnummer : VGI/178/ven GASTEC Certification BV, Postbus 137, 7300 AC Apeldoorn, tel

3 COLOFON Gastec Certification BV is een bedrijf met een internationale, onafhankelijke reputatie op het gebied van testen en certificeren van gas gerelateerde producten voor fabrikanten en distributeurs. Deze producten omvatten onder andere gastoestellen, meet- en regelapparatuur, installatie- en distributiematerialen en leidingsystemen. Daarnaast certificeert zij verschillende kwaliteits-, veiligheids- en milieuzorgsystemen voor een brede klantengroep. Naast testen en certificering biedt Gastec Certification onafhankelijke expertise in de vorm van consultancy op het gebied van veiligheid van gasinstallaties en het testen en certificeren van kunststof leidingproducten. Gastec Certification BV, onderdeel van de Gastec groep, heeft circa 70 medewerkers en werkt vanuit Apeldoorn. Alle testwerkzaamheden worden uitgevoerd in onze eigen laboratoria, deze laboratoria zijn gecertificeerd volgens ISO/IEC Beschikbaarheid: Vertrouwelijk Postbus AC Apeldoorn Nederland Wilmersdorf AC Apeldoorn Tel Fax , Gastec Certification BV, Apeldoorn Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van GASTEC Certification BV

4 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING INDELING VAN HET RAPPORT INVENTARISATIE VIGERENDE NORMEN VOOR INDUSTRIËLE BRANDERINSTALLATIES Inleiding Het systeem van voorschriften voor industriële stookinstallaties in het algemeen Regelgeving voor inspecties en onderhoud van industriële stookinstallaties in het algemeen FEITELIJKE UITVOERING VAN DE MELAF 2 IN Inleiding Overeenstemming met het Besluit Machines Overeenstemming met nationale regelgeving ONDERHOUD EN INSPECTIE VAN MELAF 2 VAN 1999 TOT 1 APRIL Inleiding Onderhoud en inspectie van de gasleidingen Onderhoud en inspectie van de gasbranderinstallatie Conclusie GEBREKEN IN DE INSTALLATIE VAN 1999 EN BESCHOUWINGEN VOOR VERBETERING Inleiding De filters in de gasstraten Technische uitvoering van de filters Het feitelijke onderhoud aan de filters Mogelijke maatregelen Overbrugging van instrumentele beveiligingen Technische uitvoering van het besturingssysteem Mogelijke maatregelen Het ventileren van de ovenruimte om gas te verwijderen Ervaringen met ventileren De filosofie achter de noodzaak tot ventileren Mogelijke maatregelen De feitelijke installatie komt niet overeen met de definitieve tekeningen en schema s Mogelijke maatregelen Onvoldoende gedisciplineerdheid bij naleving procedures en instructies Waarnemingen van Gastec Mogelijke maatregelen... 25

5 7. UITGEVOERDE WIJZIGINGEN OM VEILIGE HERSTART MOGELIJK TE MAKEN Inleiding De filters in de gastraten Overbrugging van instrumentele beveiligingen Het voorkomen van een explosief mengsel in de ketel tijdens geen warmtevraag Verificatie as built versus design Werkschakelaar verbrandingsluchtventilator Verificatie gehele installatie Aanpassingen die nog niet zijn uitgevoerd Procedures en werkinstructies Overzicht van metingen, inspecties en verklaringen behorende bij de inbedrijfstelling In bedrijfstelling Initiële inspectie door Gasunie Additioneel opgelegde eisen van Provincie en/of Arbeidsinspectie aan DSM AANVULLENDE MAATREGELEN VOOR DE LANGERE TERMIJN Inleiding De filters in de gasstraten Overbrugging van instrumentele beveiligingen Het voorkomen van een explosief mengsel tijdens geen warmtevraag Verificatie as built versus design Procedures en werkinstructies Te stellen eisen door de Provincie OVERIGE AANBEVELINGEN Inleiding Ventileren om brandbare gassen uit de verbrandingsruimte te verwijderen Interventie in andere risicovolle bedrijven CONCLUSIES BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE

6 1. INLEIDING Op 1 april 2003 heeft een ernstig ongeval plaats gevonden op het terrein van DSM te Sittard/Geleen. In de gasgestookte oven (Melaf 2) van de melaminefabriek heeft zich een explosie voorgedaan waarbij drie dodelijke slachtoffers zijn gevallen. De Raad van Bestuur van DSM heeft hierop een eigen onderzoek laten verrichten naar de toedracht en de achterliggende oorzaken van dit ongeval. De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in een in mei 2003 verschenen rapport: Rapportage ongeval Melamine fabriek. Door de overheidsinstanties, belast met het toezicht op naleving van de regelgeving is een gezamenlijk bestuurlijk onderzoeksteam samengesteld om vanuit hun verantwoordelijkheid inzicht te krijgen in de gebeurtenissen en de achterliggende oorzaken van het ongeval. Dit onderzoeksteam is samengesteld uit medewerkers van de gemeente Sittard-Geleen, de provincie Limburg en de Arbeidsinspectie. Door de Arbeidsinspectie, directie Major Hazard Control is namens het bestuurlijk onderzoeksteam aan Gastec Certification BV (hierna te noemen Gastec) opdracht gegeven hierin ondersteuning te verlenen. De resultaten van de Gastec-activiteiten zijn weergegeven in het voorliggende rapport. De opdracht zoals deze dd. 23 juni 2003 aan Gastec is verstrekt, luidt als volgt: Het leveren van deskundige bijstand op het gebied van gasgestookte installaties voor een tweetal, onderling samenhangende onderzoeken. Het betreft: 1. Ondersteuning van het toezicht van de Provincie Limburg en de Arbeidsinspectie in het kader van de beoordeling van de veilige herstart van een gasgestookte installatie na een ernstig ongeval. 2. Ondersteuning van een gezamenlijk bestuurlijk onderzoek van de gemeente Sittard- Geleen, de provincie Limburg en de Arbeidsinspectie, directie major Hazard Control, naar de achterliggende oorzaken van bedoeld ongeval. De bijdrage aan het onderzoek zal onder meer het volgende inhouden: inventarisatie van vigerende normen voor uitvoering, onderhoud en keuring van de desbetreffende gasgestookte installatie evenals, in relatie daarmee, de beoordeling van documenten met betrekking tot het feitelijke ontwerp, de inrichting en beveiliging van de installatie (vaststellen van eventuele leemten in de technische integriteit); beoordeling van het totaal aan beheersmaatregelen ( lines of defence ) voor het voorkomen van een zwaar ongeval in het manifest geworden ongevalscenario; beoordeling van de historie met betrekking tot onderhoud, inspectie en keuringen. 6

7 Gaandeweg is de inhoud van de opdracht verder verfijnd en zijn de in dit kader van belang zijnde zaken meer expliciet geformuleerd. Enkele markante punten hieruit zijn: Lopende het onderzoek is gebleken dat er een(te) groot aantal onderzoekspaden in beeld kwam. Op aangeven van het onderzoeksteam is besloten enkele minder relevante trajecten niet nader in beschouwing te nemen Het verkrijgen van een antwoord op de vraag in hoeverre DSM voldeed aan de voorschriften in de situatie tot 1 april 2003 en of afwijkingen in causaal verband staan met het ongeval. Het betreft zowel de technische/constructieve voorschriften als de eisen met betrekking tot keuring, onderhoud en inspectie. Het traceren van verborgen gebreken in de installatie die, ook al waren zij niet in strijd met de voorschriften, mede hebben bijgedragen aan het ongeval. Het is daarbij niet de bedoeling om het door DSM verrichte onderzoek over te doen, zolang hiervoor geen aanleiding bestaat. Meer specifiek geldt dit ook voor de bedrijfsvoering, in casu de beheersmaatregelen die men heeft opgesteld en de naleving ervan. Het geven van aanbevelingen in preventief opzicht, zowel gericht op het voorkomen van een identiek ongeval, als het verhogen van het veiligheidsniveau van installatie en bedrijfsvoering meer in het algemeen. In de rapportage moet een duidelijk onderscheid zijn tussen onderzoek ongeval" en "herstart" opdat de opdrachtgevers in staat worden gesteld goed onderbouwde conclusies te trekken met betrekking tot de oorzaken van het ongeval (bestuurlijk onderzoek) enerzijds en de noodzakelijke maatregelen (toezicht herstart) anderzijds. Het DSM-rapport is gebleken een weergave te zijn van een gedegen onderzoek in korte tijd. Het onderzoek van Gastec is dan ook grotendeels een voortbouwing op de bevindingen en conclusies in het DSM rapport. Tenslotte zij nog vermeld dat, in verband met een vastgestelde beperking in middelen, een (klein) gedeelte van de benodigde informatie niet beschikbaar is gekomen. Het betreft een antwoord op de volgende vragen: Gegevens betreffende de periode bouw in 1999 tot ongeval in Inzake de Machinerichtlijn: Wie moet als eindfabrikant van de oveninstallatie beschouwd worden: Bertrams of DSM? Indien dit Bertrams is, heeft deze firma een IIA-verklaring volgens de machinerichtlijn afgegeven? Welke informatie inzake gebruik, onderhoud en inspecties heeft Bertrams met het leveren van de oveninstallatie aan DSM overgedragen? 7

8 Inzake de veiligheidseisen van Gasunie: Is het ontwerp van Bertrams en DSM in overleg met Gasunie beoordeeld, of heeft Gasunie de as built situatie beoordeeld? Is er, en zo ja wanneer, een keer overgegaan van laagcalorisch op hoogcalorisch aardgas? En is er opnieuw een inspectie uitgevoerd (de instelling van regel- en beveiligingsapparatuur wordt hierbij immers gewijzigd)? Gasunie houdt periodieke controles (1 x per 4 jaar) waarin onder andere wordt gekeken of het bedrijf voldoende en deskundig onderhoud pleegt aan de installaties. Zie Gasunieinformatieblad: Onderhoud en inspectie van industriële aardgas verbruiksinstallaties (oktober 1999). De vraag is of een dergelijke controle tussen de oplevering en 1 april 2003 heeft plaatsgevonden? Inzake de Milieuvergunning: Welke eisen zijn er geformuleerd ten aanzien van het ontwerp? Waren er eisen ten aanzien van onderhoud en inspecties? Is er sprake van specifieke controle door de vergunningverlener van gasleidingen en branders, dan wel van het naleven door DSM van de geldende procedures? Deze vragen hebben vooral betrekking op de regels met betrekking tot keuring, onderhoud en inspectie en zouden de rapportage op dit punt volledig moeten maken. Zij hebben in elk geval geen aantoonbare oorzakelijke relevantie met het ongeval. Van de in dit rapport genoemde instantie Gasunie dient te worden opgemerkt dat, zodra in het rapport sprake is van een situatie van vóór 1 januari 2002 hiermee bedoeld wordt de N.V. Nederlandse Gasunie, en dat vanaf deze datum voor Gasunie gelezen moet worden Gastransport Services (onderdeel van de N.V. Nederlandse Gasunie). Ter wille van de leesbaarheid is echter in het gehele rapport voor de naam Gasunie gekozen. Om diezelfde reden is voor de verschillende relevante werkmaatschappijen van DSM (Chemelot, DME) steeds gekozen voor DSM. 8

9 2. INDELING VAN HET RAPPORT Het rapport is als volgt ingedeeld: De verzameling hoofdstukken 3, 4 en 5 handelt over de vraag of de installatie vanaf de opstart in 1999 tot aan het ongeval in 2003 voldeed aan de voorschriften inzake ontwerp, keuringen, inspecties en onderhoud. De regelgeving in de ontwerp- en de bouwfase, zowel als in de gebruiksfase is betrekkelijk complex, omdat in de jaren 90 in beide regimes fundamentele wijzigingen zijn opgetreden, en de betreffende installatie in een soort overgangssituatie verkeert. Daarom is er een hoofdstuk uitsluitend gewijd aan de regelgeving betreffende gasgestookte industriële installaties in het algemeen (hoofdstuk 3). In hoeverre de onderhavige Melaf 2 installatie voldoet aan de voorschriften wordt beschreven in hoofdstuk 4 voor wat betreft ontwerp en bouw, en hoofdstuk 5 voor wat betreft de periode van gebruik. De verzameling hoofdstukken 6, 7 en 8 handelt over de gebreken in installatie en in procedures, en over de aanpassingen. In hoofdstuk 6 geeft Gastec een nadere analyse van de in het DSM rapport beschreven oorzaken en geeft vervolgens mogelijkheden voor aanpassing van de situatie. Hoofdstuk 7 beschrijft welke (korte termijn) aanpassingen zijn gedaan om een veilige herstart mogelijk te maken. Hoofdstuk 8 geeft de aanpassingen weer die nodig zijn voor veilig gebruik van de installatie voor langere termijn. In hoofdstuk 9 worden aanbevelingen gedaan aan de Arbeidsinspectie en de Provincie Limburg ten aanzien van de gevolgen die dit ongeval heeft voor andere installaties. Omdat de meeste conclusie zijn verweven in de teksten van genoemde hoofdstukken en onze aanbevelingen uitgebreid in de hoofdstukken 7, 8 en 9 worden weergegeven, heeft een hoofdstuk conclusies en aanbevelingen in dit geval weinig zin. Er wordt derhalve slechts een korte samenvatting van de belangrijkste conclusies gegeven (in hoofdstuk 10). Het rapport besluit met een aantal bijlagen te weten: Een weergave van de P&ID s van de installatie na aanpassing in het kader van de herstart. Een (niet uitputtende) lijst van geraadpleegde voorschriften. Een korte verantwoording van de verrichte werkzaamheden. 9

10 3. INVENTARISATIE VIGERENDE NORMEN VOOR INDUSTRIËLE BRANDERINSTALLATIES Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven welke voorschriften er gelden voor industriële stookinstallaties in het algemeen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de technische voorschriften die betrekking hebben op het ontwerp en de bouw alsmede het toezicht hierop (paragraaf 3.1.2) en de voorschriften waarin inspectie en onderhoud in de gebruiksfase wordt geregeld (paragraaf 3.1.3). Omdat er zowel op het gebied van voorschriften voor het ontwerp als op gebied van voorschriften in de gebruiksfase de afgelopen jaren belangrijke fundamentele wijzigingen hebben plaatsgevonden worden beide aspecten ook in historisch perspectief beschreven. Deze informatie is van belang om een oordeel te kunnen geven in hoeverre de feitelijke uitvoering van de branderinstallatie van Melaf 2 overeenstemt met de geldende regels. Hierover gaan de hoofdstukken 4 en Het systeem van voorschriften voor industriële stookinstallaties in het algemeen Nationale regelgeving (tot midden jaren 90) Voor gastoestellen gold het GIVEG-keur als verplicht veiligheidskeurmerk van gastoestellen. Voordat een gastoestel mocht worden voorzien van dit keurmerk moest de fabrikant een prototype van dit toestel laten keuren (door VEG-Gasinstituut, later Gastec geheten) aan de hand van relevante keuringseisen. Wegens het unieke karakter van grote en/of industriële gastoestellen was deze methode van constructieve veiligheidsheidswaarborging voor deze toestellen echter niet geschikt. Sinds het begin van de distributie van aardgas zijn er dan ook voor industriële stookinstallaties speciale voorschriften ontwikkeld: de VISA-voorschriften. De gas leverende bedrijven hadden deze voorschriften via hun aansluitvoorwaarden aangewezen, waardoor bij de gasafnemer de (privaatrechtelijke) verplichting was neergelegd om dergelijke installaties te laten ontwerpen volgens de VISA-voorschriften. De controle of bij het ontwerp en de bouw aan de relevante eisen in de VISA-voorschriften was voldaan, vond plaats door een deskundige van het gas leverend bedrijf (de VISA-inspecteur). De gas leverende bedrijven waren met het Directoraat Generaal van de Arbeid overeengekomen dat als een industriële stookinstallatie na inspectie bleek te voldoen aan de betreffende eisen in de VISAvoorschriften er door het gasbedrijf een Verklaring van geen bezwaar op het in gebruik nemen van deze installatie werd afgegeven. De Arbeidsinspectie van de betreffende regio kreeg een kopie van deze verklaring ter completering van het betreffende dossier. De privaatrechtelijke druk achter het geheel ( Geen goedkeuring, geen gas ) maakte dat de VISAvoorschriften alom werden gerespecteerd en werden beschouwd als noodzakelijk hieraan te voldoen. In het bestek van te ontwerpen installaties werd uitvoering volgens VISA doorgaans als een standaard eis ingevoerd. Ook het bevoegd gezag vermeldde veelal in de hinderwet- cq milieuvergunning dat de betreffende installatie moest voldoen aan de VISA-voorschriften. 10

11 De VISA-voorschriften zijn gemaakt voor met aardgas gestookte procesinstallaties. Voor installaties met andere stookgassen is in 1978 door de TCTD van de Dienst voor het Stoomwezen een voorlopige richtlijn (R01) uitgegeven getiteld: Voorlopige richtlijnen voor industriële branders gestookt met vloeibare en/of gasvormige brandstoffen, anders dan aardgas. De doelstelling die met deze uitgave werd beoogd is dat hiermee een handvat werd gegeven aan de Arbeidsinspectie en het Stoomwezen bij de beoordeling van dergelijke installaties. Dit document is gemaakt met de toenmalige versie van de VISAvoorschriften als voorbeeld. Europese regelgeving (vanaf midden jaren 90) In de jaren 90 is als belangrijke stap in de Europese eenwording een groot aantal Europese productrichtlijnen van kracht geworden. Voor de meeste gastoestellen is de Gastoestellenrichtlijn van toepassing. Toestellen vallend onder het werkingsgebied van deze richtlijn dienen, vóórdat ze in de handel mogen worden gebracht, een typekeur te hebben ondergaan bij een door de overheden van de lidstaten aangewezen testlab. (In Nederland is dat Gastec Certification BV.) Bovendien dient de fabrikant een contract voor toezicht op de productie te hebben gesloten met een door de overheid aangewezen instantie, een zogenaamde Notified Body. (In Nederland is dat eveneens Gastec Certification BV.) Voor industriële stookinstallaties is -in ieder geval- de Machinerichtlijn en soms ook de Richtlijn drukapparatuur van toepassing. Het product dient te voldoen aan de essentiële eisen van deze richtlijn(en). Volgens deze Machinerichtlijnen is voor het op de markt brengen van een (gasgestookte) industriële stookinstallatie tussenkomst van een aangewezen keuringsinstantie niet nodig. De fabrikant van het eindproduct dient slechts aan te kunnen tonen dat hij, eventueel met behulp van een risico-analyse, de veiligheidsrisico s voldoende heeft ingeschat en daar afdoende maatregelen tegen heeft getroffen. Hij moet van het product een technisch constructiedossier aanleggen waarin de constructieve veiligheidsvoorzieningen zijn weergegeven. De levering van het product dient vergezeld te gaan van een getekende conformiteitverklaring (de zogenaamde IIA-verklaring) waaruit blijkt dat het product aan de essentiële eisen van de betreffende richtlijnen voldoet. Ook brengt hij zelf de CE-markering aan. Van fabrikanten/leveranciers van onderdelen van het geheel wordt verlangd dat zij hun product vergezeld laten gaan van een getekende inbouwverklaring (een zogenaamde IIBverklaring), waarmee zij te kennen geven dat hun product, indien gemonteerd en gebruikt volgens hun specificaties, als een veilig onderdeel beschouwd mag worden. De fabrikanten van de onderdelen dienen aan de eindfabrikant op te geven welke controle- en onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn. De eindfabrikant neemt dit mee in een totaal pakket aan onderhouds- en inspectiewerkzaamheden ten behoeve van de afnemer van het eindproduct. Aan de essentiële eisen in de van toepassing zijnde Europese richtlijn(en) moet dus door de fabrikant zijn voldaan. Aangezien deze zeer algemeen zijn, zijn zij ongeschikt als basis voor het ontwerp van producten. Hiervoor zijn Europese geharmoniseerde normen ontwikkeld. Door te voldoen aan de relevante Europese normen mag er door de fabrikant van uit worden gegaan dat daarmee ook voldaan is aan de essentiële eisen in de betreffende richtlijnen. Het is niet persé nodig dat aan de betreffende Europese norm(en) wordt voldaan. Zo n norm kan worden beschouwd als hulpmiddel om aan te tonen dat voldaan is aan de essentiële eisen. 11

12 Bevat een product echter risico s die niet worden afgedekt in de norm, dan dient de fabrikant additionele maatregelen te treffen. Indien de fabrikant voor een andere norm kiest (bijvoorbeeld de bestaande nationale norm) is dit mogelijk, mits hiermee tenminste de essentiële eisen worden afgedekt. Kortom: de fabrikant bepaalt (in hoge mate) de keuze van het voorschrift, echter hij moet voldoen aan de essentiële eisen van de betreffende richtlijn. De Europese geharmoniseerde norm voor branders in industriële procesinstallaties is EN In Nederland wordt voor industriële installaties veelal nog steeds gebruik gemaakt van de VISA-voorschriften. De eisen hierin lopen in hoge mate parallel aan de eisen in de EN 746-2, maar zijn veel gedetailleerder en bieden de ontwerper daarmee meer houvast Regelgeving voor inspecties en onderhoud van industriële stookinstallaties in het algemeen Situatie tot eind jaren 90 De VISA-voorschriften stellen hoofdzakelijk eisen aan het ontwerp en de constructie van industriële stookinstallaties. In het verleden (bij de eerste versies van deze voorschriften eind jaren 60), waren hierin ook onderhouds- en inspectieadviezen verstrekt. Bij de versie vanaf 1975, die (met de nodige aanvullingen) de laatste versie is, worden geen adviezen meer verstrekt voor onderhoud en inspectie, met uitzondering van installaties vallend onder periodiek toezicht (onbemande installaties zoals cv-ketels). Dit had er mee te maken dat het beleid van de gasleverende bedrijven, die altijd een prominente rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de VISA-voorschriften, er vooral op gericht was dat de installatie veilig was op het moment van eerste inbedrijfname. Hierdoor is het onderwerp periodieke controle en onderhoud in de VISA-voorschriften op de achtergrond geraakt. Uitzondering hierop vormde de Gasunie die bij hun afnemers naast een eerste inspectie ook periodieke (eens per 4 jaar) bezoeken bleef brengen waarbij zij controleerde, op papier, of de benodigde onderhouds- en inspectiewerkzaamheden ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd, de zogenaamde visuele inspectie. De Gasunie verstrekte hiervoor aan de afnemers het informatieblad: Richtlijnen voor de periodieke inspectie van industriële aardgasverbruiksinstallaties. Hierin was een checklist opgenomen van te inspecteren punten. In de Voorlopige Richtlijnen voor installaties met andere brandstoffen dan aardgas (R01) is een hoofdstuk opgenomen over inspectie en onderhoud. Hierin worden adviesschema s weergegeven voor onderhoud en controlefrequenties van de verschillende onderdelen en systemen. Het is Gastec niet bekend in hoeverre praktisch gebruik werd gemaakt van dit document. Situatie vanaf eind jaren 90 In de milieuwetgeving is sinds eind jaren 90 de verplichting opgenomen om stookinstallaties met een belasting groter dan130 kw, bij ingebruikname en vervolgens periodiek elke twee jaar te controleren op goed en veilig functioneren. Tevens dient er jaarlijks onderhoud plaats te vinden. Zowel de inspecties als het onderhoud moeten worden verricht door gekwalificeerd personeel. Deze aan de inrichtinghouder opgelegde verplichting wordt het eerst genoemd in de gereviseerde artikel 8.40 AMvB s voor meldingsplichtige bedrijven. 12

13 Toelichting: In artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer wordt de mogelijkheid geboden om bij min of meer standaardinrichtingen te kunnen volstaan met een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. De eisen waaraan de beheerder van een dergelijke inrichting moet voldoen zijn geformuleerd in branchegerichte Algemene Maatregelen van Bestuur. Deze documenten worden wel de 8.40 AMvB s genoemd. Geleidelijk aan wordt deze verplichting ook doorgevoerd bij vergunningplichtige bedrijven door de formulering over te nemen in de milieuvergunning. In de toelichting op de AMvB s wordt voor het kwalificeren verwezen naar de door de branchepartijen opgezette certificatieregeling (SCIOS-regeling). Bedrijven die gecertificeerd zijn volgens scope 5 van deze regeling mogen inspectie en/of onderhoudswerkzaamheden verrichten aan industriële stookinstallaties. Indien een inspectie- of onderhoudsbedrijf niet gecertificeerd is dient deze tegenover het bevoegd gezag aan te tonen dat men beschikt over voldoende deskundigheid en middelen. Bij ingebruikname van de installatie wordt een eerste inspectie uitgevoerd door een voor eerste inspecties bevoegd persoon (EBI er) en tevens wordt daarbij een zogenaamd basisverslag gemaakt. Dit basisverslag bevat behalve de afstelgegevens van de ingebruikname-inspectie ook informatie over de omvang van de toekomstige werkzaamheden bij periodieke inspectie en onderhoud. Het basisrapport wordt daartoe voorzien van een checklist met controle- en onderhoudspunten. Deze punten worden uit de voorbeeldchecklists van de certificatieregeling gehaald, en worden indien nodig aangevuld met specifieke punten van de betreffende installatie. Dit betreft bijvoorbeeld punten genoemd in het controle- en onderhoudsvoorschrift van de fabrikant, maar ook punten die de gebruiker van de installatie van belang acht en punten die betrekking hebben op de opstelling ter plaatse. Samenvattend komt het hierop neer dat vóór eind jaren 90 er geen wettelijke verplichting bestond tot periodiek onderhoud en inspectie. Daar waar de Gasunie gas levert werd (in privaatrechtelijke vorm) inspectie en onderhoud voorgeschreven. Vanaf eind jaren 90 is, aanvankelijk voor meldingsplichtige bedrijven en gaandeweg ook voor vergunningplichtige bedrijven, in het kader van de Wet Milieubeheer, periodieke inspectie en onderhoud verplicht gesteld. 13

14 4. FEITELIJKE UITVOERING VAN DE MELAF 2 IN Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de feitelijke uitvoering van de branderinstallatie van Melaf 2 tijdens de bouw in Hierbij wordt gekeken in hoeverre het ontwerp en de bouw overeenkomen met de in het vorige hoofdstuk beschreven voorschriften. 4.2 Overeenstemming met het Besluit Machines De installatie is gebouwd in De overgangstermijn van de invoering van het Besluit Machines is dan inmiddels 4 jaar verstreken. Wie, in de zin van de Machinerichtlijn, als eindfabrikant moet worden beschouwd is niet duidelijk. Wellicht is dit Bertrams als oven/brander-leverancier, maar ook DSM zou als eindproducent kunnen worden gezien. Of voor de installatie van Melaf 2 een II-A en eventueel één of meer II-B verklaringen zijn afgegeven is niet bekend. Evenmin is bekend of Bertrams de nodige aanwijzingen heeft verstrekt betreffende inspectie en onderhoud. Deze gegevens zijn gezien de opgelegde beperking van de opdracht niet beschikbaar gekomen. (Zie ook de inleiding van dit rapport.) Er kan derhalve geen uitspraak worden gedaan of voldaan is aan de wettelijke verplichtingen. Dit zegt nog geenszins iets of de installatie in ontwerp en bouw wel of niet veilig is. De installatie is in elk geval wel ontworpen en gebouwd volgens het stramien van de voormalige nationale regelgeving. Dit houdt in dat de installatie voor wat betreft het gasbrandergedeelte volgens de VISA-voorschriften is ontworpen en gebouwd. De gevaren van onderdelen van de totale installatie zijn door middel van risico-analyse in kaart gebracht. De daarbij vastgestelde risico s zijn teruggebracht tot een aanvaardbaar niveau middels technische voorzieningen en werkprocedures voor bediening en onderhoud. Zo beschouwd is in op zijn minst naar de geest van het Besluit Machines gehandeld. Opvallend is wel dat voor het gedeelte van de installatie dat door de VISA-voorschriften wordt afgedekt geen risico-analyse plaats heeft gevonden. Men is er van uitgegaan dat door de gasbranderinstallatie te laten voldoen aan de VISAvoorschriften, de betreffende risico s zijn afgedekt. Voor de duidelijkheid: het overig deel van de installatie is wel aan een risicoanalyse onderworpen (Hazop-studie). 4.3 Overeenstemming met nationale regelgeving De Gasunie heeft bij ingebruikname de branderinstallatie geïnspecteerd (initiële inspectie) op conformiteit met de VISA-voorschriften en heeft een Verklaring van geen bezwaar afgegeven. Voorafgaande aan deze inspectie heeft een papieren beoordeling plaats gevonden van het procesbesturingssysteem (logic s), de P&ID s (van gasstraten, luchtweg en afvoer) en de ORFO s. (Map 458 van behorende bij deze Verklaring van geen bezwaar en bevat een weergave van het goedgekeurde procesbesturingssysteem, de P&ID s en een lijst met instelwaarden van de beveiligingen.) Ook de aardgasleiding en de stookgasleiding is geïnspecteerd (naar aangenomen wordt aan de hand van NEN 2078: Veiligheidseisen voor industriële gasleidinginstallaties ). Hiervoor is eveneens een Verklaring van geen bezwaar afgegeven. (Bij deze Verklaring van geen bezwaar behoort map 479 van ). 14

15 Bij een initiële inspectie door Gasunie wordt altijd een Gasuniedocument over onderhoud aan de afnemer overhandigd. In dit geval gaat het om de uitgave van 1999 Informatieblad Onderhoud en inspectie van industriële aardgasverbruiksinstallaties (uitgave 1999). Hierin wordt ingegaan op de wettelijke verplichting tot periodieke inspectie en periodiek onderhoud volgens de SCIOS-regeling. 15

16 5. ONDERHOUD EN INSPECTIE VAN MELAF 2 VAN 1999 TOT 1 APRIL Inleiding In dit hoofdstuk wordt weergegeven de activiteiten die zijn gedaan in het kader van inspectie en onderhoud vanaf de in bedrijfname van de installatie tot aan het ongeval. De gegevens van de beschreven onderhoud- en inspectieactiviteiten zijn hoofdzakelijk verkregen uit interviews van Gastec met diverse medewerkers van DSM en uit inzage in het documentenbeheer. 5.2 Onderhoud en inspectie van de gasleidingen Het mechanische onderhoud en de controle van de gasleidingen van zowel het stookgas als aardgas wordt door de eigen medewerkers van DSA van DSM uitgevoerd. (DSA zijn medewerkers van DSM met bevoegdheden van Stoomwezen ) Hiervan wordt een verslag gemaakt, in het verleden op papier en bewaard in het archief, en de laatste tijd digitaal in het SAP systeem. Dit onderhoud, visueel en ultrasoon, wordt minimaal 1 x per 6 jaar uitgevoerd. In geval van een grote stop kan deze termijn korter worden. De controle vindt plaats door enkele onderdelen uit de gasstraat te demonteren. In verband met bouwjaar 1999 is de controle niet uitgevoerd. De resultaten van de controles van de installatie van voor 1999 zijn goed gearchiveerd. 5.3 Onderhoud en inspectie van de gasbranderinstallatie Er is bij Melaf 2 nog niet volgens de SCIOS-regeling gewerkt. Er waren bij DSM wel plannen in die richting. (Interview Jo Lukassen.) Wel vindt jaarlijks een controle op de instelwaarde en functionaliteit van de beveiligingen plaats. De registratie is overzichtelijk, en wordt per P&ID in het SAP systeem vastgelegd. Omdat men (nog) niet volgens de SCIOS-regeling werkt, hebben deze medewerkers hiervoor geen opleiding genoten en zijn zij hiervoor formeel niet gekwalificeerd. Overigens: als de geldende milieuvergunning in de onderhavige periode periodieke inspectie en periodiek onderhoud volgens de SCIOS-regeling niet voorschrijft is het de vraag of DSM verplicht kon worden om hieraan te voldoen. Gasunie voert 1 x per 4 jaar bij de afnemer een periodieke controle uit om de staat waarin de installatie verkeert, te controleren. (Zie hiervoor het Gasuniedocument Veilig gasverbruik ) Een van de zaken waar men op let is de wijze waarop onderhoud gepleegd wordt. Of de installatie van Melaf 2 in de achterliggende periode is gecontroleerd is ons niet bekend (zie kanttekening bij de inleiding van het rapport). De branderleverancier (Bertrams Heatec Ltd.) heeft sinds de oplevering in 1999 geen bemoeienis meer gehad met het onderhoud aan de installatie (interview heer Rebmann firma Bertrams dd. 27 juni 2003). In hoeverre toezicht op naleving van de milieuvergunning door de vergunningverlener (Provincie Limburg) is ons niet bekend (zie kanttekening bij de inleiding van het rapport). 16

17 5.4 Conclusie Het systeem van inspectie en onderhoud volgens de Wet Milieubeheer (SCIOS-regeling) was nog niet ingevoerd. Er is echter geen aanleiding te veronderstellen dat het verrichte onderhoud en de gedane inspecties onvoldoende zijn geweest. 17

18 6. GEBREKEN IN DE INSTALLATIE VAN 1999 EN BESCHOUWINGEN VOOR VERBETERING 6.1 Inleiding Teneinde een veilige herstart mogelijk te maken en de installatie ook in de toekomst veilig te laten functioneren heeft Gastec de gebreken in de oorspronkelijke installatie alsmede andere achterliggende oorzaken nader geanalyseerd en, hieraan gekoppeld, beschouwingen gedaan met betrekking tot de verschillende mogelijkheden om de geconstateerde gebreken op te heffen. Een en ander is verwoord in dit hoofdstuk. In de daarop volgende hoofdstukken wordt achtereenvolgens aangegeven wat ten behoeve van de veilige herstart daadwerkelijk is uitgevoerd, en wat erop de langere termijn nog zou moeten gebeuren. Zoals in de inleiding reeds is vermeld zijnde conclusies uit het onderzoeksrapport van DSM: Rapportage ongeval Melamine fabriek, mei 2003 gebruikt als basis voor verdere analyse. Deze conclusies werden door Gastec ook als zodanig herkend tijdens haar onderzoekswerkzaamheden. Er is derhalve geen aanleiding de conclusies uit dat onderzoeksrapport in twijfel te trekken. In het DSM-rapport wordt bij de analyse van het ongeval gebruikt gemaakt van de tripodmethode bestaande uit het vaststellen van de directe oorzaken, de achterliggende factoren en de verborgen gebreken. Er is door Gastec gekeken of ook in het oorspronkelijke technisch ontwerp verborgen gebreken zijn aan te wijzen die in causaal verband staan met het ongeval. Daarmee wordt dus ten aanzien van het onderdeel verborgen gebreken uit de DSM rapportage nog één laag dieper gekeken. Er zij op gewezen, dat de te noemen gebreken eerst na het ongeval als zodanig zijn herkend. Het zou te ver voeren om hier in alle gevallen te spreken van ernstige tekortkomingen in het ontwerp en de bouw. Het gaat, zoals verderop zal blijken, ook om niet voorzienbare risico s In de beschouwingen die in dit hoofdstuk worden gedaan om de geconstateerde gebreken op te heffen wordt er van uitgegaan dat het algemene streven moet zijn een zoveel mogelijk intrinsiek veilige installatie te creëren. Er wordt daarom voornamelijk aangestuurd op maatregelen in de constructieve sfeer. In het geval de installatie daarmee onnodig complex wordt en daardoor de kans op fouten toeneemt zal voor het gebruik van werkinstructies worden geadviseerd. 6.2 De filters in de gasstraten Technische uitvoering van de filters Omdat het ongeval van 1 april 2003 plaatsvond na reinigingswerkzaamheden van de filters in de gasstraten volgt hier een nadere beschrijving van wijze waarop deze filters in de gasinstallatie zijn opgenomen. In de gasstraat van zowel aardgas als stookgas is op de reguliere plaats (na de eerste handafsluiter en voor alle regelapparatuur) een filter opgenomen. Tevens bevindt zich een 18

19 filter na het mengpunt van beide gasvoorzieningen. Op de plaats waar de gasaanvoerleidingen binnen het complex Melaf 2 komen is een afsluiter (battery-limit) met brilflens (om af te blinden) aangebracht. Beide gasstraten bezitten vóór het mengpunt een tweede afsluit- en afblindmogelijkheid zodat elke gasstraat ingeblocked kan worden. Vlak voor deze laatstgenoemde afsluiters is een ontluchtings/ontgassingsvoorziening aangebracht naar safe location. De aansteekgasstraat heeft vóór de beveiligingsafsluiters eveneens een afvoer naar safe location. Op zowel de aardgas- als de stookgasvoorziening is een aansluiting voor inert gas aanwezig. Met deze constructie (een zogenaamde block&bleedvoorziening) en door de hiervoor gemaakte werkinstructies te volgen kan op een veilige manier een onderdeel van een van de gasstraten worden onderhouden, gerepareerd of vervangen. Voor het gedeelte na het mengpunt is geen block&bleed-voorziening aangebracht. Bij werkzaamheden aan onderdelen in het leidinggedeelte nà het mengpunt kan er slechts via een omslachtige methode geïnertiseerd worden. Of hiervoor destijds een werkinstructie is opgesteld is niet bekend. Bij de papieren beoordeling en de initiële inspectie door Gasunie zijn (door Gasunie) over dit ontwerp geen opmerkingen gemaakt, omdat hierover de VISA-voorschriften geen uitspraak doen, en omdat men onderhoudsprocedures niet betrekt bij de beoordeling van installaties Het feitelijke onderhoud aan de filters Het filter van de stookgasleiding en het filter na de menger bleken in de praktijk veel vaker te moeten worden gereinigd dan aanvankelijk was aangenomen. De oorzaak hiervan wordt geweten aan de kwaliteit van het stookgas. Uit de DSM rapportage valt op te maken dat de wijze van handelen bij het reinigen hierbij niet altijd volgens de geldende werkinstructies verliep. Zo was het inertiseren enige tijd geen gangbare activiteit. Bovendien hebben onduidelijkheden in de werkinstructies alsmede de gelegenheid die er bestond om werkinstructies niet op te volgen, volgens het rapport mede bijgedragen tot het ongeval. Als diepere achterliggende oorzaak kan naar onze mening echter ook worden aangewezen de complexiteit van handelingen waarmee de filters moeten worden gereinigd. Met name voor het opnieuw stoken met stookgas is een aanpassing van de constructie gewenst Mogelijke maatregelen Om op een veilige manier werkzaamheden aan het filter tussen het mengpunt en de beveiligingsafsluiters mogelijk te maken is een afblaas naar safe location van dit leidingdeel noodzakelijk. Er blijft echter een betrekkelijk complexe procedure nodig om de filters te kunnen reinigen. Voor de filters die regelmatig moeten worden gereinigd is het daarom beter het filter zelf van een block&bleed constructie te voorzien. Door twee filters parallel te plaatsen elk voorzien van een block&bleed constructie waarbij de een de reserve van de ander vormt, wordt bovendien de bedrijfszekerheid vergroot. 19

20 6.3 Overbrugging van instrumentele beveiligingen Technische uitvoering van het besturingssysteem Zowel in de oorspronkelijke nationale voorschriften (VISA en de KVGN keuringseisen 92 Keuringseisen voor elektronische systemen voor gasinstallaties, waar vanuit de VISAvoorschriften naar wordt verwezen) als in de huidige Europese voorschriften voor branderbesturingssystemen (EN 298) wordt aan het ontwerp van branderautomaten beperkende voorwaarden opgelegd in het wijzigen van de veiligheidskritische functies en schakelingen. Besturingssystemen van gasbranders in het algemeen zijn daarom zo ontworpen dat het vrijwel onmogelijk is aanpassingen aan veiligheidskritische onderdelen uit te voeren. Voor PLC besturingssystemen welke in de procesindustrie gangbaar zijn, is die mogelijkheid wel aanwezig. Een dergelijk systeem dient (net als andere branderbesturingsystemen) te voldoen aan de geldende functionele betrouwbaarheidseisen. Het ongewenst wijzigen van veiligheidskritische functies en schakelingen dient daarentegen door maatregelen van organisatorische aard te worden voorkomen. Het PLC besturingssysteem van de branderinstallatie van Melaf 2 biedt de systeembeheerder de mogelijkheid eenvoudig overbruggingen aan te brengen waarmee bijvoorbeeld beveiligingsorganen onwerkzaam kunnen worden gemaakt en afsluiters kunnen worden opengestuurd. Het niet opvolgen van de betreffende werkinstructies en/of het ontbreken van de juiste instructies heeft ertoe geleid dat gas in de oven heeft kunnen stromen. Hieraan heeft tevens bijgedragen de vaagheid in de praktijk tussen de situatie S1: in bedrijf of paraat waarbij overbruggingen niet mogen worden aangebracht en de situatie P: uit bedrijf waarbij dat wel wordt toegelaten. (S1 en P zijn risicoklassen uit de destijds door DSM gehanteerde Engineering Requirements.) Bovendien kan door het ontbreken van enige barrière, de systeembeheerder ook onverhoeds en/of onbedoeld wijzigingen aanbrengen Mogelijke maatregelen Een constructieve veiligheidsmaatregel is het aanbrengen van een gesloten stand bewaking dor middel van een eindschakelaar op de battery limit afsluiters van beide gastoevoerleidingen. Deze bewaking dient dan zodanig in het besturingssysteem te worden opgenomen dat wijzigingen in de PLC pas kunnen plaatsvinden als de gesloten stand bewaking het gesloten zijn van de battery limit afsluiters heeft vastgesteld (Castell-lock systeem). Een dergelijk systeem is echter pas volwaardig als het ook andersom werkt. Oftewel een battery limit afsluiter zou pas weer open mogen kunnen als alle overbruggingen in de PLC zijn tenietgedaan. Dit is technisch een nogal complexe voorziening. Een dergelijke harde scheiding brengt bovendien met zich mee dat ook wijzigingen in de PLC van niet veiligheidskritische schakelingen niet meer kunnen worden uitgevoerd. Dit laatste kan er toe leiden dat men in gegeven omstandigheden in de verleiding kan komen, om op een of andere manier deze barrière te omzeilen. Een andere oplossing is het kiezen van een mix tussen technische voorzieningen en werkinstructies. Allereerst dient er naar gestreefd te worden dat de installatie technisch zo is uitgevoerd dat het 20

Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen

Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen De wetgeving met betrekking tot machines en arbeidsmiddelen is niet eenvoudig. Er zijn diverse richtlijnen en wetten binnen de Europese Unie en

Nadere informatie

SCIOS-INFORMATIEBLAD 18. Werkdocument voor het inspecteren van houtstookinstallaties

SCIOS-INFORMATIEBLAD 18. Werkdocument voor het inspecteren van houtstookinstallaties SCIOS-INFORMATIEBLAD 18. Werkdocument voor het inspecteren van houtstookinstallaties Voorwoord Dit informatieblad is een normatief werkdocument voor inspectiebedrijven en Certificerende instellingen en

Nadere informatie

Ruud van Empel. Inspecties & Onderhoud van stookinstallaties en brandstofsystemen. Van Empel Inspecties & Advisering bv

Ruud van Empel. Inspecties & Onderhoud van stookinstallaties en brandstofsystemen. Van Empel Inspecties & Advisering bv Van Empel Inspecties & Advisering bv Postbus 31 5570 AA BERGEIJK Tel: 0497-550506 Fax: 0497-550507 E-mail: info@vanempelinspecties.com Website: www.vanempelinspecties.com Inspecties & Onderhoud van stookinstallaties

Nadere informatie

Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters

Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters GT - 120429 4 april 2013 Statistische controle Balgengasmeters en Ultrasone gasmeters Poolbesluit controlejaar 2012 Aanvullingen controlejaar 2011 4 april 2013 Statistische controle Balgengasmeters en

Nadere informatie

SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 16

SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 16 SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 16 Handreiking bij het inspecteren van grote gasinstallaties Deel 16: Procesbeveiligingen onder PED Advies over hoe te handelen bij inspectie aan stookinstallaties die ook onder

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN

RAPPORT VAN BEVINDINGEN RAPPORT VAN BEVINDINGEN BESTUURLIJK ONDERZOEK ONGEVAL 1 APRIL 2003 DSM MELAMINEFABRIEK-2 GELEEN 4 december 2003 Arbeidsinspectie, Directie Major Hazard Control Provincie Limburg Gemeente Sittard Geleen

Nadere informatie

PROTOCOL ONDERZOEK OVERHEDEN. ONGEVAL DSM MELAF 1 april 2003

PROTOCOL ONDERZOEK OVERHEDEN. ONGEVAL DSM MELAF 1 april 2003 PROTOCOL ONDERZOEK OVERHEDEN ONGEVAL DSM MELAF 1 april 2003 Definitieve versie 22 mei 2003 Arbeidsinspectie, directie Major Hazard Control, kantoor Roermond Gemeente Sittard Geleen Provincie Limburg Protocol

Nadere informatie

Periodiek Onderhoud Akkoord

Periodiek Onderhoud Akkoord Periodiek Onderhoud - PO SCOPE 1 - ATMOSFERISCH TOESTEL - AARDGAS SCIOS identificatiecode : XYZ001 Inspectie referentie : 2718KE-149-11-XYZ001-I-PO_G Naam : Demo locatie Adres : Marineblauw 149 Postcode

Nadere informatie

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Documentcode: RvA-T021-NL Versie 3, 27-2-2015 Een RvA-Toelichting beschrijft het beleid en/of de werkwijze van de RvA met betrekking tot een

Nadere informatie

Vast te stellen het volgende in artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 bedoelde SVR2014-subsidiecontroleprotocol.

Vast te stellen het volgende in artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 bedoelde SVR2014-subsidiecontroleprotocol. Bijlage bij Subsidieverordening Rotterdam 2014 Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, Gelet op artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; Besluiten: Vast te stellen

Nadere informatie

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Het aanschaffen van systemen en producten die een bepaalde veiligheid moeten waarborgen kan niet vergeleken

Nadere informatie

WETTELIJK KADER BELGIË ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING

WETTELIJK KADER BELGIË ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING WETTELIJK KADER BELGIË WHITE PAPER SAMENVATTING De Belgische wetten en normen die de inspectie en het onderhoud van noodverlichting beschrijven, zijn duidelijk: de beheerder van het gebouw is verantwoordelijk

Nadere informatie

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG Richtlijn druktoestellen 97/23/EG PED in de praktijk Stoomdag Energik 18-05-06 nmouling@vincotte.be 1 INHOUD Presentatie van de PED: - Doel - Toepassingsgebied - Essenciële veiligheidseisen - Klassificatie

Nadere informatie

Chex Liftkeuringen B.V Reglement R.1.0. Keuringen van liftinstallaties tijdens de gebruiksfase van de liftinstallatie

Chex Liftkeuringen B.V Reglement R.1.0. Keuringen van liftinstallaties tijdens de gebruiksfase van de liftinstallatie Chex Liftkeuringen B.V Reglement R.1.0 Keuringen van liftinstallaties tijdens de gebruiksfase van de liftinstallatie 04 januari 2015 Pagina 1/6 Inhoud 0. Inleiding 3 1. Toepassingsgebied 3 2. Toegepaste

Nadere informatie

BRL 9500 Deel 02 2006-12-06

BRL 9500 Deel 02 2006-12-06 BRL 9500 Deel 02 2006-12-06 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO -, respectievelijk het NL-EPBD -procescertificaat voor ENERGIEPRESTATIEADVISERING voor het KOMO -procescertificaat voor het afgeven

Nadere informatie

Speeltoestellen in de Kinderopvang

Speeltoestellen in de Kinderopvang Speeltoestellen in de Kinderopvang Een onderzoek naar het veiligheidsniveau van speeltoestellen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen Auteur: ir. L. Lammers Senior Veiligheids- en trendonderzoeker

Nadere informatie

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Inhoudsopgave Inleiding... pagina 1 Presentatie NEN 3140... pagina 2 Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Installatieverantwoordelijke... pagina 3 Werkverantwoordelijke... pagina

Nadere informatie

rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20

rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Koninklijk Horeca Nederland DATUM 5 februari

Nadere informatie

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen 8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen (voor het gemak, een machine = een installatie, machine of gemechaniseerd werktuigen, zoals bedoeld in het artikel 8.1 van het KB

Nadere informatie

Keuring en Onderhoud van Stookinstallaties in relatie met de Regelgeving en SCIOS

Keuring en Onderhoud van Stookinstallaties in relatie met de Regelgeving en SCIOS Keuring en Onderhoud van Stookinstallaties in relatie met de Regelgeving en SCIOS Marius ten Ham Voorzitter College van Deskundigen SCIOS Inhoud presentatie Historie keuring en onderhoud SCIOS organisatie

Nadere informatie

Resultaat Atex 137 toezicht in 2007

Resultaat Atex 137 toezicht in 2007 Resultaat Atex 137 toezicht in 2007 Pagina 1 van 9 Samenvatting In 2007 zijn door de directie MHC bij 41 BRZO99 en Arie bedrijven Atex 137 inspecties uitgevoerd op een wijze als beschreven in het toezichtbeleid

Nadere informatie

FTN. 621302005 HERZIENING inclusief aanbevelingen 08052014. Certex Industrie Food

FTN. 621302005 HERZIENING inclusief aanbevelingen 08052014. Certex Industrie Food Certex Industrie Food Uitgangspunt Dit document is een aanvulling/supplement van/op het Certex Kwaliteitshandboek versie 2013. De eisen en richtlijnen die in dit document beschreven worden, gelden als

Nadere informatie

GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen

GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen Januari 2001 GASTEC QA Keuringseis 191 Maximum debiet beveiligingskleppen COLOFON GASTEC NV, Centrum voor Gastechnologie, werkt voor energiebedrijven, fabrikanten en andere opdrachtgevers met behoefte

Nadere informatie

Checklist wettelijke keuringen van installaties:

Checklist wettelijke keuringen van installaties: Checklist wettelijke keuringen van installaties: 1. Keuring Legionella: conform waterleidingbesluit en NEN 1006. 2. Keuring Keerkleppen waterinstallaties: conform waterleidingbesluit. 3. Keuring SCIOS:

Nadere informatie

Handreiking voor het toepassen van Europese Richtlijnen en normen bij het inspecteren.

Handreiking voor het toepassen van Europese Richtlijnen en normen bij het inspecteren. SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 14. Handreiking bij het inspecteren van grote gasinstallaties Deel 14: Europese regelgeving en inspectie Handreiking voor het toepassen van Europese Richtlijnen en normen bij

Nadere informatie

INFOBLAD 01. Toelichting op nieuw TCVT schema W3-11

INFOBLAD 01. Toelichting op nieuw TCVT schema W3-11 INFOBLAD 01 Toelichting op nieuw TCVT schema W3-11 INLEIDING 1.0 Algemeen De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (TCVT) beheert alle certificatieschema s in het kader van Verticaal Transport.

Nadere informatie

Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels. Verslag uitgevoerde activiteiten 2010. Datum 13 december 2010 Status Definitief

Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels. Verslag uitgevoerde activiteiten 2010. Datum 13 december 2010 Status Definitief Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels Verslag uitgevoerde activiteiten 2010 Datum 13 december 2010 Status Definitief Colofon Publicatienummer VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Bouwen

Nadere informatie

Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg

Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg Reglement bescherming persoonsgegevens studenten Universiteit van Tilburg Dit reglement bevat, conform de wet bescherming persoonsgegevens, regels voor een zorgvuldige omgang met het verzamelen en verwerken

Nadere informatie

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein - Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Colofon Projectnaam

Nadere informatie

Gebruikershandleiding 3 fase test adapter

Gebruikershandleiding 3 fase test adapter Gebruikershandleiding 3 fase test adapter Leverancier: Specificaties van het apparaat Specificaties van de handleiding Nieaf-Smitt B.V. Vrieslantlaan 6 3526 AA Utrecht Postbus 7023 3502 KA Utrecht T: 030-288

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Nummer : 2009.09833V Venlo, Bijlage(n) : Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 augustus 2009 een aanvraag om vergunning op grond van de Wet verontreiniging

Nadere informatie

Checklist. Certificeringsregeling. Archief- en datavernietiging VPGI. Versie: 1 november 2007

Checklist. Certificeringsregeling. Archief- en datavernietiging VPGI. Versie: 1 november 2007 Checklist Certificeringsregeling Archief- en dataveriging Versie: 1 november 2007 VPGI VPGI Amstelveen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33286 25 november 2014 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 november 2014, 2014-0000102276,

Nadere informatie

Statistische controle

Statistische controle 11 april 2013 Statistische controle Elektronische Volume Herleidingsinstrumenten Poolbesluit controlejaar 2012 11 april 2013 Statistische controle Elektronische Volume Herleidingsinstrumenten Poolbesluit

Nadere informatie

WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29

WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1332 d.d. 2013-01-02. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen Na-Isolatie d.d. 01-07-2015.

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/056

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/056 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer. Datum: 24 mei 2013 Rapportnummer: 2013/056 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Wegverkeer (RDW) niet tijdig over

Nadere informatie

PROTOCOL WAARNEMING TER PLAATSE (WTP)

PROTOCOL WAARNEMING TER PLAATSE (WTP) PROTOCOL WAARNEMING TER PLAATSE (WTP) Vastgesteld door het CCvD: 22 januari 2015 Ingangsdatum: 22 januari 2015 Stichting Normering Arbeid (SNA) Versie 14-01: SNA 2015 sna.div.736-1 Inleiding De inspecties

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Waterschap Groot Salland Aangevraagde activiteiten : Aanpassen van de installatie in het kader van de gasveiligheid Locatie

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR CIRCULAIRE. Uitgave : 2

KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR CIRCULAIRE. Uitgave : 2 KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR Bestuur van de Luchtvaart CIRCULAIRE CIR/AIRW-16 Datum : 03/2002 Uitgave : 2 Betreft : Voorschriften inzake het onderhoud van vrije warmerluchtballonnen

Nadere informatie

RUD Utrecht Afdeling Vergunningverlening T.a.v. de heer R. Polman Postbus 85242 3508 AE UTRECHT

RUD Utrecht Afdeling Vergunningverlening T.a.v. de heer R. Polman Postbus 85242 3508 AE UTRECHT > Retouradres Postbus 1 3720 BA Bilthoven RUD Utrecht Afdeling Vergunningverlening T.a.v. de heer R. Polman Postbus 85242 3508 AE UTRECHT A. van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven Postbus 1 3720 BA Bilthoven

Nadere informatie

CONTROLEPLAN 55.00. gasinstallaties. www.controleplannen.nl. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN 55.00. gasinstallaties. www.controleplannen.nl. Over dit controleplan CONTROLEPLAN GASINSTALLATIES 55.00 CONTROLEPLAN 55.00 gasinstallaties www.controleplannen.nl Inhoud Over dit controleplan A Organisatie P2 B Techniek P5 C Inspectielijst P6 Gasinstallaties kennen niet

Nadere informatie

Minisymposium 4 juni 2013. www.keurmerk.nl

Minisymposium 4 juni 2013. www.keurmerk.nl Minisymposium 4 juni 2013 Keurmerkinstituut Het Keurmerkinstituut is een onafhankelijke organisatie gericht op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en accommodaties voor consumenten.

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen OPDRACHTGEVER AUTEUR TenneT TenneT VERSIE 1.0 VERSIE STATUS Definitief PAGINA 1 van 7 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen storing Diemen 27 maart 2015 te Diemen 380 kv PAGINA 2 van 7 Voorwoord Op

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging.

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging. Gasbranders Overzicht 057.130.7 gasbrander 20cm, butaan/propaan, 5 kw, zonder vlambeveiliging 057.131.5 gasbrander 30cm, butaan/propaan, 7 kw + vlambeveiliging 057.132.3 gasbrander 40cm, butaan/propaan,

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Ontwerp. VERORDENING (EU) nr.../2011 VAN DE COMMISSIE

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Ontwerp. VERORDENING (EU) nr.../2011 VAN DE COMMISSIE NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Ontwerp Brussel, XXX C VERORDENING (EU) nr..../2011 VAN DE COMMISSIE van [ ] tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1702/2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften

Nadere informatie

Kamervraag/vragen van de leden Ulenbelt en Van Huijm

Kamervraag/vragen van de leden Ulenbelt en Van Huijm De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25

23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25 23.3.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/25 VERORDENING (EU) Nr. 284/2011 VAN DE COMMISSIE van 22 maart 2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer

Nadere informatie

BRL 9500 Deel 03 2006-12-06

BRL 9500 Deel 03 2006-12-06 BRL 9500 Deel 03 2006-12-06 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO -, respectievelijk het NL-EPBD -procescertificaat voor ENERGIEPRESTATIEADVISERING voor het NL-EPBD -procescertificaat voor het

Nadere informatie

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN 1G:\002 Leverancier\030 Producten\005 Onderhoudsinstructies\TECHNISCHE GEGEVENS EN ONDERDELEN BOEKJES\BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN Belangrijk Alvorens

Nadere informatie

XIII. XIII. Service & After Sales

XIII. XIII. Service & After Sales XIII. Service & After Sales XIII-1 Service & After Sales algemeen 224 XIII-2 Service & After Sales prijslijst 2015 229 XIII-3 Overzicht asbesthoudende Remeha ketels 230 Voor aanvullende informatie over

Nadere informatie

1 Arbeidsmiddelen volgens het Arbobesluit

1 Arbeidsmiddelen volgens het Arbobesluit 1 Arbeidsmiddelen volgens het Arbobesluit Arbobesluit 7.1 Arbeidsmiddelen buiten gebruik Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbeidsmiddelen die op een zodanige manier zijn gedemonteerd of gesloopt,

Nadere informatie

FAQ - LIJST. 2. Vraag: Worden de auditors op de hoogte gehouden van ontzettingen uit het ambt en van waarnemingen? Antwoord: Nee.

FAQ - LIJST. 2. Vraag: Worden de auditors op de hoogte gehouden van ontzettingen uit het ambt en van waarnemingen? Antwoord: Nee. FAQ - LIJST 1. Er zijn diverse kantoren met meerdere vestigingen. Het kan voorkomen dat een kantoor vestigingen heeft waar uitsluitend (aantoonbaar) incassowerkzaamheden worden uitgevoerd. Moeten deze

Nadere informatie

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht. Woord vooraf Handleiding Het doel van deze handleiding is de gebruiker een inzicht te geven in de werking, montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. Voordat u begint met de plaatsing

Nadere informatie

Regeling Brandmeldinstallaties. Samenvatting

Regeling Brandmeldinstallaties. Samenvatting Regeling Brandmeldinstallaties 2002 Samenvatting Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt,

Nadere informatie

Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig.

Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig. Verreiker: Gebruik als multifunctioneel werktuig. Achtergrond Verreikers zijn bedoeld om lasten geleid te verplaatsen. Hierbij wordt een vorkenbord gebruikt met daaraan gekoppeld twee vorken om de last

Nadere informatie

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A,

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A, POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis

Nadere informatie

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015

Aan dtkv. 10 juni 2015 17 juni 2015 Aan dtkv De Raad van Ministers De Minister van Economische Ontwikkeling De heer Stanley M. Palm AmiDos Building, Pletterijweg 43 Alhier Uw nummer (letter): 2015/027730 2015/027741 2015/029746 Uw brieven

Nadere informatie

Privacy Reglement Flex Advieshuis

Privacy Reglement Flex Advieshuis Privacy Reglement Flex Advieshuis Paragraaf 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepaling In aanvulling op de Wet bescherming persoonsgegevens en het Besluit Gevoelige Gegevens wordt in dit reglement

Nadere informatie

Privacyreglement Artikel 1 Toepasselijkheid Artikel 2 Verstrekken persoonsgegevens Artikel 3 Doeleinden gebruik

Privacyreglement Artikel 1 Toepasselijkheid Artikel 2 Verstrekken persoonsgegevens Artikel 3 Doeleinden gebruik Privacyreglement Artikel 1 Toepasselijkheid 1. Dit Privacyreglement is van toepassing op de verwerking van alle persoonsgegevens die op enigerlei wijze aan Pappenheim Re-integratie & Outplacement zijn

Nadere informatie

Kiwa N.V. 3/12/14. Roy Senden. Partner for progress

Kiwa N.V. 3/12/14. Roy Senden. Partner for progress Roy Senden Partner for progress 1 Brandpreventie Academy Namens Brandpreventie Academy hartelijk welkom Introductie Wat doet Kiwa 3 Data Uitfasering regeling 2002 31-8-2014 (audits) 31-12-2014 (certificaten)

Nadere informatie

(Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPESE COMMISSIE

(Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPESE COMMISSIE IV (Informatie) INFORMATIE AFKOMSTIG VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE ENO ( 1 ) EUROPESE COMMISSIE Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn

Nadere informatie

WETTELIJK KADER NEDERLAND ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING

WETTELIJK KADER NEDERLAND ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING WETTELIJK KADER NEDERLAND WHITE PAPER SAMENVATTING De Nederlandse regelgeving voor inspectie en onderhoud van noodverlichting is niet zo eenvoudig. Zo is vaak niet duidelijk wie welke verantwoordelijkheid

Nadere informatie

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door stof van installaties en arbeidsplaatsen

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door stof van installaties en arbeidsplaatsen Installatie: Arbeidsplaats: Beschrijving van de installatie en arbeidsplaats Verantwoordelijke: (1) Brandbare Stoffen (2) Gegevens van de meest kritische stof Ontstekingstemperatuur: Ontstekingsenergie:

Nadere informatie

1. Begrippen. 2. Doel van het Cameratoezicht

1. Begrippen. 2. Doel van het Cameratoezicht Protocol cameratoezicht Stichting Stadgenoot Dit protocol is van toepassing op alle persoonsgegevens, verkregen door middel van het gebruik van videocamera s door stichting Stadgenoot (Sarphatistraat 370

Nadere informatie

Gedragscode Privacy RRS

Gedragscode Privacy RRS Gedragscode ten behoeve van ritregistratiesystemen Gedragscode Privacy RRS Onderdeel van het Keurmerk RitRegistratieSystemen van de Stichting Keurmerk Ritregistratiesystemen (SKRRS) Versie no 4: 1 juli

Nadere informatie

Energiemanagementplan Carbon Footprint

Energiemanagementplan Carbon Footprint Energiemanagementplan Carbon Footprint Rapportnummer : Energiemanagementplan (2011.001) Versie : 1.0 Datum vrijgave : 14 juli 2011 Klaver Infratechniek B.V. Pagina 1 van 10 Energiemanagementplan (2011.001)

Nadere informatie

Voorschriften CV- onderhoud

Voorschriften CV- onderhoud Voorschriften CV- onderhoud 1.1 Scios regelgeving Brandstoftoevoerleidingen Brandstoftoevoerleidingen naar grote toestellen moeten bij ingebruikname en vervolgens gekeurd/geïnspecteerd worden. In de genoemde

Nadere informatie

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties,

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, geluidsfragmenten e.d.) is eigendom van ThiemeMeulenhoff, tenzij

Nadere informatie

Privacyreglement Werkvloertaal 26 juli 2015

Privacyreglement Werkvloertaal 26 juli 2015 Privacyreglement Werkvloertaal 26 juli 2015 Algemeen Privacyreglement Werkvloertaal Pagina 1 van 6 Algemeen Privacyreglement Werkvloertaal De directie van Werkvloertaal, overwegende, dat het in verband

Nadere informatie

Arbodienst. Klacht; verzoeker/arbodienst

Arbodienst. Klacht; verzoeker/arbodienst POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Arbodienst DATUM 28 april 2004 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 29-8-2014 16:22 Juni 2014-4 Stekerend installeren (4) Commentaar op NIEUWSBRIEF NEN 3140 van mei 2014 Stekerend installeren een tijdbom? Inleiding Jay Smeekes, die namens UNETO-VNI lid is van de normcommissie

Nadere informatie

CE-markering. Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid. Infosessie VOKA 27.03.2014. http://economie.fgov.be

CE-markering. Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid. Infosessie VOKA 27.03.2014. http://economie.fgov.be CE-markering Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid Infosessie VOKA 27.03.2014 inhoud / overzicht CE-markering: Wat? Op welke producten? Waarom? Algemene veiligheidsverplichting

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Bewerkersovereenkomst

Bewerkersovereenkomst Bewerkersovereenkomst Datum: 25-04-2015 Versie: 1.1 Status: Definitief Bewerkersovereenkomst Partijen De zorginstelling, gevestigd in Nederland, die met een overeenkomst heeft gesloten in verband met het

Nadere informatie

Gedragscode Privacy RRS

Gedragscode Privacy RRS Gedragscode ten behoeve van ritregistratiesystemen Gedragscode Privacy RRS Onderdeel van het Keurmerk RitRegistratieSystemen van de Stichting Keurmerk Ritregistratiesystemen (SKRRS) 7 november 2013 1 Inhoud

Nadere informatie

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsum, gelet op artikel 14 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; besluit vast te stellen de navolgende Beheerregeling

Nadere informatie

Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG

Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG Overstapbordes t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie VEILIG WERKEN OP HOOG Skyworks B.V. Hoofdkantoor: Postbus 38 2650 AA Berkel en Rodenrijs tel. 010-514 00 50 fax 010-514 00 55 e-mai: info@skyworks.nl

Nadere informatie

Privacyreglement AMK re-integratie

Privacyreglement AMK re-integratie Privacyreglement Inleiding is een dienstverlenende onderneming, gericht op het uitvoeren van diensten, in het bijzonder advisering en ondersteuning van opdrachtgevers/werkgevers in relatie tot gewenste

Nadere informatie

Aantoonbaar leiderschap door opdrachtgevers

Aantoonbaar leiderschap door opdrachtgevers V C O GM HECKLIST PDRACHTGEVERS V C O GM HECKLIST PDRACHTGEVERS Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) Postbus 443 2260 AK Leidschendam +31 (0) 70-337 87 55 info@ssvv.nl www.vca.nl veiligheid gezondheid

Nadere informatie

OIVIGEVINGSVERGUNNING. Gasunie Transport Services (GTS)

OIVIGEVINGSVERGUNNING. Gasunie Transport Services (GTS) OIVIGEVINGSVERGUNNING verleend aan Gasunie Transport Services (GTS) ten behoeve van de activiteit milieuneutraal veranderen "aanpassingen aan het brandstofgassysteem" (Locatie: Vierhuizerweg 1 te Eemshaven)

Nadere informatie

Staat van de Gezondheidszorg 2008 Position Paper: Tilliften

Staat van de Gezondheidszorg 2008 Position Paper: Tilliften Staat van de Gezondheidszorg 2008 Position Paper: Tilliften Voor de beantwoording van de SGZ-vragen is uitgegaan van de bevindingen in het inspectierapport uit september 2004 Tilliften: nog steeds niet

Nadere informatie

Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl. Logboek Brandmeldsysteem

Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl. Logboek Brandmeldsysteem Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl Logboek Brandmeldsysteem Logboek Brandmeldsysteem Gedeeltelijke overname uit de

Nadere informatie

Veiligheid als uitgangspunt

Veiligheid als uitgangspunt Veiligheid als uitgangspunt Het brandbeveiligingssysteem dient te zijn afgestemd op het risico dat beschermd moet worden BVI is een geaccrediteerde inspectie-instelling voor brandbeveiligingssystemen Inspectie

Nadere informatie

Stand van zaken naleving brandveiligheidseisen bij opslagen van gevaarlijke stoffen. Actualisatie 2012

Stand van zaken naleving brandveiligheidseisen bij opslagen van gevaarlijke stoffen. Actualisatie 2012 Stand van zaken naleving brandveiligheidseisen bij opslagen van gevaarlijke stoffen Actualisatie 2012 Stand van zaken naleving brandveiligheidseisen bij opslagen van gevaarlijke stoffen Actualisatie 2012

Nadere informatie

1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon.

1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon. Vastgesteld door de Raad van Bestuur, november 2010 Artikel 1 Begripsbepalingen 1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon. 1.2 verwerking van persoonsgegevens:

Nadere informatie

NVM BEWERKERSOVEREENKOMST

NVM BEWERKERSOVEREENKOMST NVM BEWERKERSOVEREENKOMST DE ONDERGETEKENDEN: 1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ID CHECKER.NL B.V., gevestigd te Haarlem, ten deze enerzijds rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Functieprofiel: Medewerker Gebouw en Techniek Functiecode: 0702

Functieprofiel: Medewerker Gebouw en Techniek Functiecode: 0702 Functieprofiel: Techniek Functiecode: 0702 Doel Uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, het doen van aanpassingen, alsmede bedienen van installaties/machines, binnen geldende werkprocessen en afspraken

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2010/1571-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 20 juli 2010 van Philips Stralingsbeschermingsdienst

Nadere informatie

CE-markering: mat of glashelder

CE-markering: mat of glashelder CE-markering: mat of glashelder Regelgeving EER (mbt vrije verhandeling van produkten) Vroeger Nu ( new approach ) Landen Landen Wetten Wetten wetten vergelijkbaar wetten vergelijkbaar Europese Richtlijnen

Nadere informatie

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI/CK/B/KEW No. 2002/3675 DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en

Nadere informatie

Asbestonderzoek bij scheepswerven en treinonderhoudsplaatsen deelproject asbestobjecten 2010. Datum 16 mei 2011 Status Definitief

Asbestonderzoek bij scheepswerven en treinonderhoudsplaatsen deelproject asbestobjecten 2010. Datum 16 mei 2011 Status Definitief Asbestonderzoek bij scheepswerven en treinonderhoudsplaatsen deelproject asbestobjecten 2010 Datum 16 mei 2011 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Milieugevaarlijke Stoffen Nieuwe

Nadere informatie

Keuring van drukapparatuur

Keuring van drukapparatuur Keuring van drukapparatuur Apply Veiligheidsdag 15 april 2015 Lieke Koets Drukapparatuur Definitie: Drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages met een ontwerpdruk

Nadere informatie

Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering

Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering Beleidsregel Kaderregeling Administratieve Organisatie en Interne Controle inzake DBC-registratie en facturering 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als vermeld

Nadere informatie

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INHOUDSOPGAVE Paragraaf Inleiding... 1-3 Definities... 4 Gebeurtenissen die zich vóór de datum van de controleverklaring

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13672 27 mei 2013 Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Nadere informatie