Bijlage B&W flap d.d. 15 september 2015, BD vierde technische wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bijlage B&W flap d.d. 15 september 2015, BD vierde technische wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA)"

Transcriptie

1 Bijlage B&W flap d.d. 15 september 2015, BD vierde technische wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) De tekst van en toelichting bij de hierna volgende bepalingen te vervangen door: Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging 1.1 begrippen vv. WAZ: Wet arbeid en zorg yy. werkgever: het college dan wel de functionaris die voor de desbetreffende bevoegdheid (onder)mandaat heeft gekregen krachtens het Bevoegdhedenbesluit; 1.1 begrippen vv. Wazo: Wet arbeid en zorg yy. werkgever: de rechtspersoon gemeente Amsterdam, het college dan wel de functionaris die voor de desbetreffende bevoegdheid (onder)mandaat heeft gekregen krachtens het Bevoegdhedenbesluit; Met werkgever kan soms ook de rechtspersoon gemeente Amsterdam worden bedoeld. De afkorting van de Wet arbeid en zorg is daarom gecorrigeerd en begrip werkgever is aangepast. Artikel 1.4 bezoldigingsbestanddelen De toelagen en toeslagen, bedoeld in artikel 1.1, onder j, die naast het salaris als bezoldigingsbestanddelen worden aangewezen zijn: a. de structurele inconveniëntentoeslag, bedoeld in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantietoeslag MRI); c. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid, (salaris bij bevordering); d. de persoonlijke toelage, genoemd in artikel 3.17, eerste lid; e. de regelmatig terugkerend overwerktoeslag genoemd in artikel 3.27; f. de beschikbaarheidstoeslag, genoemd in artikel 3.29; g. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; h. de roostertoeslag, genoemd in artikel 3.34; i. de arbeidsmarkttoeslag, genoemd in artikel 3.36; j. de toeslag lager leidinggevende, genoemd in artikel 3.37; k. de afbouwtoelage, genoemd in artikel 3.40; l. de blijvende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.41 (toegekend voor 1 MEI 2015); m. de aflopende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.42 (toegekend voor 1 MEI 2015); n. de bevroren garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.43 (toegekend voor 1 MEI 2015); (omzetting aflopende garantietoeslag); o. de reorganisatietoeslag, genoemd in artikel 16.2; p. de functietoelage, genoemd in artikel Artikel 1.4 bezoldigingsbestanddelen De toelagen en toeslagen, bedoeld in artikel 1.1, onder j, die naast het salaris als bezoldigingsbestanddelen worden aangewezen zijn: a. de structurele inconveniëntentoeslag, bedoeld in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantietoeslag MRI); c. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid, (salaris bij bevordering); d. de persoonlijke toelage, genoemd in artikel 3.17, eerste lid; e. de regelmatig terugkerend overwerktoeslag genoemd in artikel 3.27; f. de beschikbaarheidstoeslag, genoemd in artikel 3.29; g. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; h. de roostertoeslag, genoemd in artikel 3.34; i. de arbeidsmarkttoeslag, genoemd in artikel 3.36; j. de toeslag lager leidinggevende, genoemd in artikel 3.37; k. de afbouwtoelage, genoemd in artikel 3.40; l. de blijvende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.41 (toegekend voor 1 MEI 2015); m. de aflopende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.42 (toegekend voor 1 MEI 2015); n. de bevroren garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.43 (toegekend voor 1 MEI 2015); (omzetting aflopende garantietoeslag); o. de reorganisatietoeslag, genoemd in paragraaf 10 van hoofdstuk 3; p. de garantietoeslag, genoemd in artikel Verkeerde verwijzing naar 16.2 en en de naam functietoelage is gewijzigd in de garantietoeslag. Pagina 1 van 45

2 Artikel 1.7 weddebestanddelen De toelagen en toeslagen, bedoeld in artikel 1.1, onder tt, die gerekend naar een volledige aanstelling naast het salaris als weddebestanddelen worden aangewezen, zijn: a. de structurele inconveniëntentoeslag, genoemd in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantietoeslag MRI); c. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid (salaris bij bevordering); d. de persoonlijke toelage, genoemd in artikel 3.17, eerste lid, voor zover toegekend voor een duur van langer dan één jaar; e. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; f. de incidentele inconveniëntentoeslag, genoemd in artikel 3.38; g. de functietoelage, genoemd in artikel 24.13, gerekend naar de maand waarin de toelage of toeslag betaalbaar wordt gesteld; h. de inkomensgarantie, genoemd in artikel Artikel 1.7 weddebestanddelen De toelagen en toeslagen, bedoeld in artikel 1.1, onder tt, die gerekend naar een volledige aanstelling naast het salaris als weddebestanddelen worden aangewezen, zijn: a. de structurele inconveniëntentoeslag, genoemd in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantietoeslag MRI); c. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid (salaris bij bevordering); d. de persoonlijke toelage, genoemd in artikel 3.17, eerste lid, voor zover toegekend voor een duur van langer dan één jaar; e. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; f. de incidentele inconveniëntentoeslag, genoemd in artikel 3.38; g. de garantietoeslag, genoemd in artikel 3.53, gerekend naar de maand waarin de toelage of toeslag betaalbaar wordt gesteld; De verwijzingen zijn gecorrigeerd. Lid h is vervallen, artikel uit het hoofdstuk rechtspositieregeling Ambulancezorg personeel bestaat niet meer. Artikel 3.7 salaris bij bevordering De ambtenaar die niet in de salarisschaal is ingeschaald waarin zijn functie is gewaardeerd, wordt bevorderd zodra hij zijn functie volledig en naar behoren vervult. De bevordering vindt plaats met ingang van de eerste dag van de kalendermaand. Artikel 3.7 bevordering De ambtenaar die niet in de salarisschaal is ingeschaald waarin zijn functie is gewaardeerd, wordt bevorderd zodra hij zijn functie volledig en naar behoren vervult. De bevordering vindt plaats met ingang van de eerste dag van de kalendermaand. De titel is gewijzigd aangezien artikel 3.7 en 3.8 NRGA dezelfde titel hadden. Pagina 2 van 45

3 Toelichting artikel 3.20 ambtsjubileum Als diensttijd geldt ten eerste alle tijd die in dienst van de gemeente Amsterdam is doorgebracht. Daarnaast is diensttijd alle tijd die elders in dienst is doorgebracht, indien men daarbij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement. De dienstjaren hoeven niet aansluitend te zijn; alle jaren worden bij elkaar opgeteld. Een ander lichaam in de zin van het pensioenreglement is bijvoorbeeld een andere gemeente, provincie, de rijksdienst of een stichting met de B3-status. Als voorbeeld voor lid 2 sub h kan genoemd worden de tijd doorgebracht als vrijwilliger of stagiair bij de gemeente of een lichaam in de zin van het pensioenreglement. Deze tijd is geen diensttijd, tenzij de ambtenaar daarover pensioenaanspraken op grond van het pensioenreglement heeft. Als de ambtenaar in een deeltijdaanstelling werkzaam is geweest, wordt het gehele tijdvak waarover die deeltijdaanstelling zich uitstrekt, als diensttijd aangemerkt. Het derde lid bepaalt dat non-activiteitverlof niet meetelt als diensttijd tenzij, alle perioden van verlof samengeteld, het verlof niet meer dan 31 dagen heeft geduurd. Het zesde lid regelt de toekenning van de ambtsjubileumgratificatie bij een tekort aan diensttijd na ontslag. Het komt voor dat een ambtenaar bij onvrijwillig ontslag weinig diensttijd tekortkomt. Een uitloopperiode van maximaal drie maanden is dan aanvaardbaar. De tweede voorwaarde is dat de ambtenaar voor zijn ontslag een volledige bezoldiging werd toegekend. Als de ambtenaar bijvoorbeeld zo lang wegens arbeidsongeschiktheid is verhinderd zijn functie te vervullen dat hij slechts gedeeltelijk bezoldiging ontvangt, wordt de gratificatie niet toegekend. De tekst van de oorkonde is: Toelichting artikel 3.20 ambtsjubileum Als diensttijd geldt ten eerste alle tijd die in dienst van de gemeente Amsterdam is doorgebracht. Daarnaast is diensttijd alle tijd die elders in dienst is doorgebracht, indien men daarbij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement. De dienstjaren hoeven niet aansluitend te zijn; alle jaren worden bij elkaar opgeteld. Een ander lichaam in de zin van het pensioenreglement is bijvoorbeeld een andere gemeente, provincie, de rijksdienst of een stichting met de B3-status. Als voorbeeld voor lid 2 sub h kan genoemd worden de tijd doorgebracht als vrijwilliger of stagiair bij de gemeente of een lichaam in de zin van het pensioenreglement. Deze tijd is geen diensttijd, tenzij de ambtenaar daarover pensioenaanspraken op grond van het pensioenreglement heeft. Als de ambtenaar in een deeltijdaanstelling werkzaam is geweest, wordt het gehele tijdvak waarover die deeltijdaanstelling zich uitstrekt, als diensttijd aangemerkt. Het derde lid bepaalt dat non-activiteitverlof niet meetelt als diensttijd tenzij, alle perioden van verlof samengeteld, het verlof niet meer dan 31 dagen heeft geduurd. Het zesde lid regelt de toekenning van de ambtsjubileumgratificatie bij een tekort aan diensttijd na ontslag. Het komt voor dat een ambtenaar bij onvrijwillig ontslag weinig diensttijd tekortkomt. Een uitloopperiode van maximaal drie maanden is dan aanvaardbaar. De tweede voorwaarde is dat de ambtenaar voor zijn ontslag een volledige bezoldiging werd toegekend. Als de ambtenaar bijvoorbeeld zo lang wegens arbeidsongeschiktheid is verhinderd zijn functie te vervullen dat hij slechts gedeeltelijk bezoldiging ontvangt, wordt de gratificatie niet toegekend. De tekst van de oorkonde is: De oorkonde bestond in twee varianten. Dit wordt teruggebracht tot één versie die in beide situaties voldoet. Pagina 3 van 45

4 Burgemeester en wethouders verklaren dat (naam ambtenaar) gedurende (aantal jaren van het ambtsjubileum) jaren bij de gemeente Amsterdam werkzaam is geweest. Als blijk van waardering voor deze dienstvervulling en ter herinnering aan het ambtsjubileum is deze oorkonde opgemaakt. (datum van het ambtsjubileum) Burgemeester en wethouders van Amsterdam, secretaris / burgemeester. Burgemeester en wethouders verklaren dat (naam ambtenaar) gedurende (aantal jaren van het ambtsjubileum) jaren bij de gemeente Amsterdam en in daarmee gelijkgestelde functies in overheidsdienst werkzaam is geweest. Als blijk van waardering voor deze dienstvervulling en ter herinnering aan het ambtsjubileum is deze oorkonde opgemaakt. (datum van het ambtsjubileum) Burgemeester en wethouders van Amsterdam, secretaris / burgemeester. Als de diensttijd ook bestaat uit andere tijd dan diensttijd bij de gemeente, wordt de eerste volzin van de oorkonde gewijzigd door na Amsterdam, op te nemen: en in daarmee gelijkgestelde functies in overheidsdienst werkzaam is geweest. Pagina 4 van 45

5 Artikel 3.51 andere inkomsten De andere inkomsten, bedoeld in artikel 3.47, lid 2, zijn de som van de door ambtenaar genoten en hieronder vermelde toelagen of toeslagen: a. de structurele inconveniëntentoeslag, bedoeld in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantie toeslag MRI); c. de bevroren garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.43 (omzetting aflopende garantietoeslag), voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen (toegekend voor 1 MEI 2015); ; d. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid (salaris bij bevordering); e. de persoonlijke toelage, voor zover toegekend voor een duur van langer dan één jaar, genoemd in artikel 3.17 (persoonlijke toelage); f. de LOGA- en Amsterdamse eindejaarsuitkering, genoemd in artikel 3.18 en 3.19; g. de regelmatig terugkerend overwerktoeslag, genoemd in artikel 3.27; h. de beschikbaarheidstoeslag, genoemd in artikel 3.29 voor zover vooraf door middel van een schriftelijke aanwijzing voor onbepaalde tijd is aangegeven, dat gemiddeld op 60 dagen of meer per periode van 12 maanden beschikbaarheidsdienst moet worden verricht; i. de feestdagtoeslag, genoemd in 3.32, voor zover volgens rooster dienst wordt verricht binnen de vastgestelde werktijd; j. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; k. de roostertoeslag, genoemd in artikel 3.34; l. de roosterwijzigingstoeslag, genoemd in artikel 3.35; m. de arbeidsmarkttoeslag, genoemd in artikel 3.36; n. de afbouwtoelage, genoemd in artikel 3.40 voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit artikel zijn opgenomen; Artikel 3.51 andere inkomsten De andere inkomsten, bedoeld in artikel 3.47, lid 2, zijn de som van de door ambtenaar genoten en hieronder vermelde toelagen of toeslagen: a. de structurele inconveniëntentoeslag, bedoeld in artikel 3.2 (methode rangordenen inconveniënten (MRI)); b. de verhoging van de garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.3 (bodemgarantie toeslag MRI); c. de bevroren garantietoeslag, bedoeld in artikel 3.43 (omzetting aflopende garantietoeslag), voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen (toegekend voor 1 MEI 2015); ; d. de persoonlijke toeslag, genoemd in artikel 3.8, vierde lid (salaris bij bevordering); e. de persoonlijke toelage, voor zover toegekend voor een duur van langer dan één jaar, genoemd in artikel 3.17 (persoonlijke toelage); f. de LOGA- en Amsterdamse eindejaarsuitkering, genoemd in artikel 3.18 en 3.19; g. de regelmatig terugkerend overwerktoeslag, genoemd in artikel 3.27; h. de beschikbaarheidstoeslag, genoemd in artikel 3.29 voor zover vooraf door middel van een schriftelijke aanwijzing voor onbepaalde tijd is aangegeven, dat gemiddeld op 60 dagen of meer per periode van 12 maanden beschikbaarheidsdienst moet worden verricht; i. de feestdagtoeslag, genoemd in 3.32, voor zover volgens rooster dienst wordt verricht binnen de vastgestelde werktijd; j. de waarnemingstoeslag, genoemd in artikel 3.33; k. de roostertoeslag, genoemd in artikel 3.34; l. de roosterwijzigingstoeslag, genoemd in artikel 3.35; m. de arbeidsmarkttoeslag, genoemd in artikel 3.36; n. de afbouwtoelage, genoemd in artikel 3.40 voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit artikel zijn opgenomen; De verwijzing naar artikelnummer is gecorrigeerd. Pagina 5 van 45

6 o. de blijvende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.41, voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit artikel zijn opgenomen (toegekend voor 1 MEI 2015); p. de aflopende garantietoeslag, genoemd in artikel 42, voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit Besluit zijn opgenomen ((toegekend voor 1 MEI 2015); q. de reorganisatietoeslag, genoemd in artikel 16.2; r. de functietoelage als bedoeld in artikel o. de blijvende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.41, voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit artikel zijn opgenomen (toegekend voor 1 MEI 2015); p. de aflopende garantietoeslag, genoemd in artikel 3.42, voor zover betrekking hebbend op toeslagen die in dit Besluit zijn opgenomen ((toegekend voor 1 MEI 2015); q. de reorganisatietoeslag, genoemd in artikel 3.48; r. de functietoelage als bedoeld in artikel Pagina 6 van 45

7 Toelichting artikel 5.1 indienen verzoek Het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden, ook wel het Cafetariamodel' genoemd, biedt ambtenaren de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen hun eigen arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. Alle ambtenaren kunnen op vrijwillige basis aan de regeling deelnemen. Gedurende het lopende kalenderjaar kan op elk moment een aanvraag worden ingediend voor deelname aan een van de bestedingsmogelijkheden van het Cafetariamodel. De voorwaarde daarbij is dat elke bestedingsmogelijkheid een keer per jaar mag worden aangevraagd. De bestedingsmogelijkheden kunnen afzonderlijk van elkaar aangevraagd worden. Verrekening van de bestedingsmogelijkheid vindt altijd plaats in hetzelfde kalenderjaar. Als de medewerker bijvoorbeeld in april aangeeft uren te willen verkopen dan vindt de volledige inhouding uiterlijk in december van het betreffende kalenderjaar plaats. Toelichting artikel 5.1 indienen verzoek Het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden, ook wel het Cafetariamodel' genoemd, biedt ambtenaren de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen hun eigen arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. Alle ambtenaren kunnen op vrijwillige basis aan de regeling deelnemen. Gedurende het lopende kalenderjaar kan op elk moment een aanvraag worden ingediend voor deelname aan een van de bestedingsmogelijkheden van het Cafetariamodel. De voorwaarde daarbij is dat elke bestedingsmogelijkheid een keer per jaar mag worden aangevraagd. De bestedingsmogelijkheden kunnen afzonderlijk van elkaar aangevraagd worden. Verrekening van de bestedingsmogelijkheid vindt plaats in hetzelfde kalenderjaar. De verrekening van de aanvullende reiskostenvergoeding vormt hierop een uitzondering vanwege de fiscale regelgeving. De verrekening hiervan vindt plaats in de twaalf maanden na toekenning. Als de medewerker bijvoorbeeld in april aangeeft uren te willen kopen dan vindt de volledige inhouding uiterlijk in december van het betreffende kalenderjaar plaats. Vraagt hij begin april een aanvullende reiskostenvergoeding aan dan vindt de verrekening in twaalf maandelijkse termijnen plaats tot uiterlijk mei van het daaropvolgende kalenderjaar. Verrekening de aanvullende reiskostenvergoeding in hetzelfde jaar is niet conform fiscale regelgeving. De toelichting bij artikel 5.1 is hierop aangepast. Een verzoek voor deelname aan het Cafetariamodel wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich ertegen verzet. Een toewijzing kan namelijk organisatorische of financiële gevolgen hebben. Zo bestaat bijvoorbeeld de mogelijkheid dat de koop van vakantie-uren leidt tot een onderbezetting op de afdeling. Redenen om het verzoek af te wijzen zijn in ieder geval aanwezig als de toekenning van het verzoek leidt tot ernstige bedrijfsvoeringsproblemen. Het is aan de werkgever om bij afwijzing van een verzoek aan te tonen dat er zwaarwegende belangen zijn die boven de wens van de ambtenaar gaan. Een verzoek voor deelname aan het Cafetariamodel wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich ertegen verzet. Een toewijzing kan namelijk organisatorische of financiële gevolgen hebben. Zo bestaat bijvoorbeeld de mogelijkheid dat de koop van vakantie-uren leidt tot een onderbezetting op de afdeling. Redenen om het verzoek af te wijzen zijn in ieder geval aanwezig als de toekenning van het verzoek leidt tot ernstige bedrijfsvoeringsproblemen. Het is aan de werkgever om bij afwijzing van een verzoek aan te tonen dat er zwaarwegende belangen zijn die boven de wens van de ambtenaar gaan. Pagina 7 van 45

8 Artikel 5.2 bronnen 1. De ambtenaar geeft aan welke bronnen hij wil inzetten voor het realiseren van de door hem gekozen bestedingsmogelijkheden. 2. De ambtenaar heeft keuze uit de volgende bronnen: a. het salaris, voor zover dat uitgaat boven het wettelijke minimumloon; b. de vakantie-uitkering, voor zover die uitgaat boven 8% van het wettelijke minimumjaarloon; c. de eindejaarsuitkering, als bedoeld in artikel 3.18 (LOGAeindejaarsuitkering) en 3.19 (Amsterdamse eindejaarsuitkering); d. de levensloopbijdrage als bedoeld in artikel 6.41, als de ambtenaar niet meedoet aan de levensloopregeling; e. de vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als bedoeld in artikel Per kalenderjaar kunnen meerdere bronnen tegelijkertijd ingezet worden. Artikel 5.2 bronnen 1. De ambtenaar geeft aan welke bronnen hij wil inzetten voor het realiseren van de door hem gekozen bestedingsmogelijkheden. 2. De ambtenaar heeft keuze uit de volgende bronnen: a. het salaris, voor zover dat uitgaat boven het wettelijke minimumloon; b. de vakantie-uitkering, voor zover die uitgaat boven 8% van het wettelijke minimumjaarloon; c. de eindejaarsuitkering, als bedoeld in artikel 3.18 (LOGAeindejaarsuitkering) en 3.19 (Amsterdamse eindejaarsuitkering); d. de levensloopbijdrage als bedoeld in artikel 6.41, als de ambtenaar niet meedoet aan de levensloopregeling; e. de vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als bedoeld in artikel Per kalenderjaar kunnen meerdere bronnen tegelijkertijd ingezet worden. 4. Voor de bestedingsmogelijkheid reiskosten kan alleen de bron salaris, genoemd in lid 2 sub a worden ingezet. Toevoeging lid 4 aan artikel 5.2. Aangezien de reiskosten maandelijks verrekend worden is het volgens de fiscale regelgeving alleen mogelijk hiervoor de bron salaris te gebruiken. Artikel 5.3 bestedingsmogelijkheden 1. De bestedingsmogelijkheden zijn: a. koop van vakantie-uren; b. een netto vergoeding voor de voor eigen rekening blijvende reiskosten; c. een netto vergoeding voor de voor eigen rekening blijvende kosten van een opleiding of studie voor een beroep; d. extra opbouw pensioen op grond van het pensioenreglement; e. contributie aan een vakbond; f. een netto vergoeding voor bedrijfsfitness op de werkplek. 2. Alle bronnen kunnen voor alle bestedingsmogelijkheden worden aangewend. 3. Alle bestedingsmogelijkheden kunnen elk jaar opnieuw worden aangevraagd, met uitzondering van de vergoedingen genoemd in het eerste lid, onder b en e. Deze kunnen tot wederopzegging worden aangevraagd. 4. De Wet op de Loonbelasting 1964 is voor de genoemde bestedingsmogelijkheden in het eerste lid, onder b, c, d, e en f van toepassing. Artikel 5.3 bestedingsmogelijkheden 1. De bestedingsmogelijkheden zijn: a. koop van vakantie-uren; b. een netto vergoeding voor de reiskosten tot aan het maximum van de daarvoor bestemde fiscale ruimte; c. een netto vergoeding voor de voor eigen rekening blijvende kosten van een opleiding of studie voor een beroep; d. extra opbouw pensioen op grond van het pensioenreglement; e. contributie aan een vakbond; f. een netto vergoeding voor bedrijfsfitness op de werkplek. 2. Alle bronnen kunnen voor alle bestedingsmogelijkheden worden aangewend. 3. Alle bestedingsmogelijkheden kunnen elk jaar opnieuw worden aangevraagd, met uitzondering van de vergoedingen genoemd in het eerste lid, onder b en e. Deze kunnen tot wederopzegging worden aangevraagd. 4. De Wet op de Loonbelasting 1964 is voor de genoemde bestedingsmogelijkheden in het eerste lid, onder b, c, d, e en f van toepassing. De bestedingsmogelijkheid reiskosten was niet correct omschreven. Het gaat hierbij alleen om de binnen de fiscale ruimte blijvende reiskosten en niet om alle voor eigen rekening blijvende reiskosten. Pagina 8 van 45

9 Artikel De ambtenaar heeft recht op een jaarlijkse vakantieuitkering. 2. De vakantie-uitkering wordt betaald over het berekeningsjaar van 1 juni tot en met 31 mei van het daaropvolgende jaar en bedraagt 8% van de berekeningsbasis. De betaling vindt plaats bij de salarisuitbetaling over de maand mei. 3. De berekeningsbasis is het totaalbedrag van de betaalde bezoldiging van de ambtenaar in het berekeningsjaar. 4. In afwijking van het tweede lid wordt: a. bij het recht op een gedeelte van de bezoldiging, anders dan in geval van artikel 7.4, eerste lid (recht op bezoldiging), het betreffende gedeelte van de bezoldiging in aanmerking genomen bij de vaststelling van de berekeningsbasis, en b. buiten beschouwing gelaten de perioden waarin artikel 1.10 (verhaal pensioen-, FPUpremies en VUT-fondsbijdrage) van toepassing is. 5. Als de ambtenaar in de loop van het berekeningsjaar wordt ontslagen, vindt betaling van de vakantieuitkering plaats bij de salarisbetaling van de maand volgend op die van het ontslag. 6. Als inkomsten na het ontslag van de ambtenaar worden betaald en daardoor niet bij de vaststelling van de berekeningsbasis werden verwerkt, wordt tegelijkertijd hierover de vakantie-uitkering betaald. 7. Het bedrag van de minimum vakantie-uitkering is opgenomen in de Bedragengids. De indexering is op basis van artikel 1.9 NRGA. Artikel De ambtenaar heeft recht op een jaarlijkse vakantieuitkering. 2. De vakantie-uitkering wordt betaald over het berekeningsjaar van 1 juni tot en met 31 mei van het daaropvolgende jaar en bedraagt 8% van de berekeningsbasis. De betaling vindt plaats bij de salarisuitbetaling over de maand mei. 3. De berekeningsbasis is het totaalbedrag van de geldende bezoldiging van de ambtenaar in het berekeningsjaar. 4. In afwijking van het derde lid wordt: a. bij het recht op een gedeelte van de bezoldiging, anders dan in geval van artikel 7.4, eerste lid (recht op bezoldiging), het betreffende gedeelte van de bezoldiging in aanmerking genomen bij de vaststelling van de berekeningsbasis, en b. buiten beschouwing gelaten de perioden waarin artikel 1.10 (verhaal pensioen-, FPUpremies en VUT-fondsbijdrage) van toepassing is. 5. Als de ambtenaar in de loop van het berekeningsjaar wordt ontslagen, vindt betaling van de vakantieuitkering plaats bij de salarisbetaling van de maand volgend op die van het ontslag. 6. Als inkomsten na het ontslag van de ambtenaar worden betaald en daardoor niet bij de vaststelling van de berekeningsbasis werden verwerkt, wordt tegelijkertijd hierover de vakantie-uitkering betaald. 7. Het bedrag van de minimum vakantie-uitkering is opgenomen in de Bedragengids. De indexering is op basis van artikel 1.9 NRGA. Lid 3: bij de omzetting van de RGA teksten is de tekst van het lid 2 niet juist overgenomen, is nu gecorrigeerd. Lid 4: de verwijzing is gecorrigeerd. Pagina 9 van 45

10 Toelichting artikel 6.16 langdurend zorgverlof In het eerste lid is geregeld dat de ambtenaar recht heeft op doorbetaling van 50% van zijn bezoldiging over de uren dat hij langdurend zorgverlof geniet. Het inkomen gedurende het langdurend zorgverlof kan worden aangevuld met het opgebouwde spaartegoed uit de levensloopregeling. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 8. Er is recht op langdurend zorgverlof ingeval de naaste voor wie gezorgd moet worden levensbedreigend ziek is. Onder levensbedreigend wordt verstaan dat het leven van de naaste op korte termijn ernstig in gevaar is. De Wet Arbeid en Zorg (Waz) geeft aan dat de ambtenaar recht heeft op langdurend zorgverlof voor de verzorging van zijn naasten. Hieronder worden schoonouders niet begrepen. Voor het kind of stiefkind van de ambtenaar of de partner is het thuis- of uitwonend zijn niet relevant. Alleen voor een pleegkind geldt voor het recht op langdurend zorgverlof dat uit de gemeentelijke basisadministratie moet blijken dat het kind op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en door hem in zijn gezin duurzaam wordt verzorgd en opgevoed. Het tweede lid bepaalt dat het recht op langdurend zorgverlof in elke achtereenvolgende periode van 12 kalendermaanden maximaal zes maal de arbeidsduur per week bedraagt. De standaardvorm voor langdurend zorgverlof is dat de ambtenaar gedurende 12 weken verlof opneemt voor de helft van zijn aanstelling. De ambtenaar kan de werkgever verzoeken om meer verlof per week op te nemen gedurende minder dan 12 weken. Ook is spreiding van het verlof over meer weken mogelijk; hieraan is een maximum verbonden van 18 weken. Voorbeeld De ambtenaar heeft een aanstelling van 36 uur per week. Voor de verzorging van zijn partner die levensbedreigend ziek is, vraagt hij langdurend zorgverlof. Hij wil 24 uur per week blijven werken. Hij heeft recht op zes maal 36 uur = 216 uur langdurend zorgverlof. Hij heeft 12 uur langdurend zorgverlof per week. In totaal kan hij 216/12= 18 weken gebruikmaken van langdurend zorgverlof. Toelichting artikel 6.16 langdurend zorgverlof In het eerste lid is geregeld dat de ambtenaar recht heeft op doorbetaling van 50% van zijn bezoldiging over de uren dat hij langdurend zorgverlof geniet. Het inkomen gedurende het langdurend zorgverlof kan worden aangevuld met het opgebouwde spaartegoed uit de levensloopregeling. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 8. Er is recht op langdurend zorgverlof ingeval de naaste voor wie gezorgd moet worden levensbedreigend ziek is. Onder levensbedreigend wordt verstaan dat het leven van de naaste op korte termijn ernstig in gevaar is. De Wet Arbeid en Zorg (Wazo) geeft aan dat de ambtenaar recht heeft op langdurend zorgverlof voor de verzorging van zijn naasten. Hieronder worden schoonouders niet begrepen. Voor het kind of stiefkind van de ambtenaar of de partner is het thuis- of uitwonend zijn niet relevant. Alleen voor een pleegkind geldt voor het recht op langdurend zorgverlof dat uit de gemeentelijke basisadministratie moet blijken dat het kind op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en door hem in zijn gezin duurzaam wordt verzorgd en opgevoed. Het tweede lid bepaalt dat het recht op langdurend zorgverlof in elke achtereenvolgende periode van 12 kalendermaanden maximaal zes maal de arbeidsduur per week bedraagt. De standaardvorm voor langdurend zorgverlof is dat de ambtenaar gedurende 12 weken verlof opneemt voor de helft van zijn aanstelling. De ambtenaar kan de werkgever verzoeken om meer verlof per week op te nemen gedurende minder dan 12 weken. Ook is spreiding van het verlof over meer weken mogelijk; hieraan is een maximum verbonden van 18 weken. Voorbeeld De ambtenaar heeft een aanstelling van 36 uur per week. Voor de verzorging van zijn partner die levensbedreigend ziek is, vraagt hij langdurend zorgverlof. Hij wil 24 uur per week blijven werken. Hij heeft recht op zes maal 36 uur = 216 uur langdurend zorgverlof. Hij heeft 12 uur langdurend zorgverlof per week. In totaal kan hij 216/12= 18 weken gebruikmaken van langdurend zorgverlof. De afkorting Wet arbeid en zorg is gecorrigeerd. Pagina 10 van 45

11 De Waz bepaalt dat de aanvraag voor het verlof tenminste twee weken voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk ingediend moet worden. De ambtenaar geeft hierbij aan wat de reden van het verzoek om verlof is en voor wie gezorgd zal gaan worden. Bij de verlofaanvraag geeft de ambtenaar ook aan hoe hij het verlof wil opnemen en wat de ingangsdatum is. De werkgever moet uiterlijk een week voor de beoogde ingangsdatum van het verlof op het verzoek beslissen; laat de werkgever dit na dan gaat het verlof in op de door de ambtenaar aangevraagde wijze. De werkgever kan het langdurend zorgverlof weigeren ingeval van zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang dat het belang van de ambtenaar daarvoor op grond van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De werkgever moet in dat geval in overleg treden met de ambtenaar om te onderzoeken of een andere invulling van het langdurend zorgverlof tot de mogelijkheden behoort. Het verlof eindigt door het verstrijken van de periode waarvoor het verlof is verleend. Als de naaste tijdens het verlof overlijdt of niet meer levensbedreigend ziek is, eindigt het verlof de dag volgend op de dag waarop deze omstandigheid zich heeft voorgedaan. Het derde tot en met het zesde lid bepaalt het volgende: Ten aanzien van de opbouw van vakantie-uren en vakantie-uitkering geldt een vergelijkbare regeling als bij het ouderschapsverlof. Arbeidsongeschiktheid schort het langdurend zorgverlof niet op. Ingeval van samenloop tussen langdurend zorgverlof en arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar na zeven kalenderdagen arbeidsongeschiktheid recht op zijn volledige bezoldiging, wordt de vermindering van de duur van de vakantie beëindigd en vindt de opbouw van de vakantie-uitkering weer plaats op basis van de volledige bezoldiging. De opname van langdurend zorgverlof heeft geen consequenties voor: a. de tegemoetkoming in de ziektekosten; b. een eventuele reiskostenvergoeding; c. de eindejaarsuitkering; d. de levensloopbijdrage; e. de periodiekdatum, en de datm van het ambtsjubileum. De pensioenaanspraken blijven ongewijzigd evenals de te betalen pensioenpremies. Ook aanspraken op een eventuele werkloosheids- of een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijven gehandhaafd. De daarvoor geldende premies zijn gebaseerd op het uitbetaalde sociaal verzekeringsloon. De Wazo bepaalt dat de aanvraag voor het verlof tenminste twee weken voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk ingediend moet worden. De ambtenaar geeft hierbij aan wat de reden van het verzoek om verlof is en voor wie gezorgd zal gaan worden. Bij de verlofaanvraag geeft de ambtenaar ook aan hoe hij het verlof wil opnemen en wat de ingangsdatum is. De werkgever moet uiterlijk een week voor de beoogde ingangsdatum van het verlof op het verzoek beslissen; laat de werkgever dit na dan gaat het verlof in op de door de ambtenaar aangevraagde wijze. De werkgever kan het langdurend zorgverlof weigeren ingeval van zodanig zwaarwegend bedrijfsof dienstbelang dat het belang van de ambtenaar daarvoor op grond van redelijkheid en billijkheid moet wijken. De werkgever moet in dat geval in overleg treden met de ambtenaar om te onderzoeken of een andere invulling van het langdurend zorgverlof tot de mogelijkheden behoort. Het verlof eindigt door het verstrijken van de periode waarvoor het verlof is verleend. Als de naaste tijdens het verlof overlijdt of niet meer levensbedreigend ziek is, eindigt het verlof de dag volgend op de dag waarop deze omstandigheid zich heeft voorgedaan. Het derde tot en met het zesde lid bepaalt het volgende: Ten aanzien van de opbouw van vakantie-uren en vakantie-uitkering geldt een vergelijkbare regeling als bij het ouderschapsverlof. Arbeidsongeschiktheid schort het langdurend zorgverlof niet op. Ingeval van samenloop tussen langdurend zorgverlof en arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar na zeven kalenderdagen arbeidsongeschiktheid recht op zijn volledige bezoldiging, wordt de vermindering van de duur van de vakantie beëindigd en vindt de opbouw van de vakantie-uitkering weer plaats op basis van de volledige bezoldiging. De opname van langdurend zorgverlof heeft geen consequenties voor: a. de tegemoetkoming in de ziektekosten; b. een eventuele reiskostenvergoeding; c. de eindejaarsuitkering; d. de levensloopbijdrage; e. de periodiekdatum en de datum van het ambtsjubileum. De pensioenaanspraken blijven ongewijzigd evenals de te betalen pensioenpremies. Ook aanspraken op een eventuele werkloosheids- of een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijven gehandhaafd. De daarvoor geldende premies zijn gebaseerd op het uitbetaalde sociaal verzekeringsloon. Pagina 11 van 45

12 Artikel 6.25 algemene bepalingen 1. De artikelen in deze paragraaf hebben betrekking op onbetaald en betaald ouderschapsverlof. 2. De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op ouderschapsverlof, heeft aanspraak op betaling volgens de regels als opgenomen in artikel Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op ouderschapsverlof is artikel 6.21 niet van toepassing. Artikel 6.25 algemene bepalingen 1. De artikelen in deze paragraaf hebben betrekking op onbetaald en betaald ouderschapsverlof. 2. De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op ouderschapsverlof, heeft aanspraak op betaling volgens de regels als opgenomen in artikel Op de ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op ouderschapsverlof is artikel 6.21 niet van toepassing. De afkorting van de Wet arbeid en zorg is gecorrigeerd. Toelichting artikel 6.25 Per 1 januari 2009 is in de Waz (Wet Arbeid en Zorg) het onbetaald ouderschapsverlof uitgebreid van 13 weken naar 26 weken. Het betaald ouderschapsverlof zoals de gemeente dat kent blijft echter beperkt tot 13 weken. Zie daarvoor artikel Ook op het betaald ouderschapsverlof is voorzover het niet in onderstaande artikelen is opgenomen hoofdstuk 6 van de Waz van toepassing. Dit betekent dat een medewerker bij de gemeente recht heeft op 13 weken betaald en 13 weken onbetaald ouderschapsverlof. Toelichting artikel 6.25 Per 1 januari 2009 is in de Wazo (Wet Arbeid en Zorg) het onbetaald ouderschapsverlof uitgebreid van 13 weken naar 26 weken. Het betaald ouderschapsverlof zoals de gemeente dat kent blijft echter beperkt tot 13 weken. Zie daarvoor artikel Ook op het betaald ouderschapsverlof is voorzover het niet in onderstaande artikelen is opgenomen hoofdstuk 6 van de Wazo van toepassing. Dit betekent dat een medewerker bij de gemeente recht heeft op 13 weken betaald en 13 weken onbetaald ouderschapsverlof. De afkorting van de Wet arbeid en zorg is gecorrigeerd. Pagina 12 van 45

13 Artikel 6.28 Toelichting De ambtenaar die ouderschapsverlof opneemt, heeft recht op doorbetaling van een percentage van zijn bezoldiging over dit verlof gedurende ten hoogste 13 maal de formele arbeidsduur per week. Bij een meerling of adoptie van meer kinderen tegelijk is er slechts éénmaal recht op deze doorbetaling (zevende lid). De doorbetaling per verlofuur bedraagt het in het tweede lid aangegeven percentage van de bezoldiging. Voorbeeld Een medewerker werkt fulltime, zit op het maximum van schaal 9 met een bezoldiging van per maand. Deze medewerker neemt zijn volledige ouderschapsverlof op, verspreid over 1 jaar. Regulier is dit 26 volle weken betaald en onbetaald verlof. In dit geval wordt dat 52 weken 50% betaald en onbetaald verlof. Van deze periode wordt dus 26 weken doorbetaald. De doorbetaling per maand wordt dan: 18/36 x x 50% (met = 885 verlof) 18/36 x x 100% (aan = het werk) Totaal = De daarop volgende 26 weken wordt het ouderschapsverlof niet doorbetaald. Tijdens deze periode is de doorbetaling per maand: 18/36 x x 0% (met = 0 verlof) 18/36 x x 100% (aan = het werk) Totaal = Artikel 6.28 Toelichting De ambtenaar die ouderschapsverlof opneemt, heeft recht op doorbetaling van een percentage van zijn bezoldiging over dit verlof gedurende ten hoogste 13 maal de formele arbeidsduur per week. Bij een meerling of adoptie van meer kinderen tegelijk is er slechts éénmaal recht op deze doorbetaling (zevende lid). De doorbetaling per verlofuur bedraagt het in het tweede lid aangegeven percentage van de bezoldiging. Voorbeeld Een medewerker werkt fulltime, zit op het maximum van schaal 9 met een bezoldiging van per maand. Deze medewerker neemt zijn volledige ouderschapsverlof op, verspreid over 1 jaar. Regulier is dit 26 volle weken betaald en onbetaald verlof. In dit geval wordt dat 52 weken 50% betaald en onbetaald verlof. Van deze periode wordt dus 26 weken doorbetaald. De doorbetaling per maand wordt dan: 18/36 x x 50% (met = 885 verlof) 18/36 x x 100% (aan = het werk) Totaal = De daarop volgende 26 weken wordt het ouderschapsverlof niet doorbetaald. Tijdens deze periode is de doorbetaling per maand: 18/36 x x 0% (met = 0 verlof) 18/36 x x 100% (aan = het werk) Totaal = Doorbetaling van 100% bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid: de tekst vanaf de elfde dag in voorbeeld is vervangen met de tekst vanaf de vijftiende kalenderdag. Pagina 13 van 45

14 Verlofgedeelten korter dan één maand worden per uur berekend. De uurbezoldiging is 1/156e deel van de maandbezoldiging. Vierde, vijfde en zesde lid Lid 4 bepaalt dat de opbouw van de vakantie-uitkering tijdens ouderschapsverlof plaatsvindt op basis van de bezoldiging, die tijdens het ouderschapsverlof wordt doorbetaald. Bij betaald ouderschapsverlof wordt dus gedeeltelijk vakantie-uitkering opgebouwd. Bij onbetaald ouderschapsverlof wordt geen vakantie-uitkering opgebouwd. Wanneer sprake is van ziekte gedurende het ouderschapsverlof en deze ziekte duurt langer dan 14 kalenderdagen, wordt de korting van de bezoldiging beëindigd. Vanaf de vijftiende kalenderdag vindt derhalve weer opbouw van de vakantieuitkering plaats over de gehele bezoldiging. Dit geldt ongeacht of er sprake is van betaald of onbetaald ouderschapsverlof. Voorbeeld Een ambtenaar in salarisschaal 2 behoudt over de uren van het ouderschapsverlof 85% van zijn bezoldiging. Als hij arbeidsongeschikt wordt, krijgt hij de eerste 14 kalenderdagen 85% van zijn bezoldiging over de uren van het ouderschapsverlof. Vanaf de elfde dag krijgt hij 100% van zijn bezoldiging betaald. Voor verdere uitwerking is de Wet arbeid en zorg van toepassing. Verlofgedeelten korter dan één maand worden per uur berekend. De uurbezoldiging is 1/156e deel van de maandbezoldiging. Vierde, vijfde en zesde lid Lid 4 bepaalt dat de opbouw van de vakantie-uitkering tijdens ouderschapsverlof plaatsvindt op basis van de bezoldiging, die tijdens het ouderschapsverlof wordt doorbetaald. Bij betaald ouderschapsverlof wordt dus gedeeltelijk vakantie-uitkering opgebouwd. Bij onbetaald ouderschapsverlof wordt geen vakantie-uitkering opgebouwd. Wanneer sprake is van ziekte gedurende het ouderschapsverlof en deze ziekte duurt langer dan 14 kalenderdagen, wordt de korting van de bezoldiging beëindigd. Vanaf de vijftiende kalenderdag vindt derhalve weer opbouw van de vakantieuitkering plaats over de gehele bezoldiging. Dit geldt ongeacht of er sprake is van betaald of onbetaald ouderschapsverlof. Voorbeeld Een ambtenaar in salarisschaal 2 behoudt over de uren van het ouderschapsverlof 85% van zijn bezoldiging. Als hij arbeidsongeschikt wordt, krijgt hij de eerste 14 kalenderdagen 85% van zijn bezoldiging over de uren van het ouderschapsverlof. Vanaf de vijftiende kalenderdag krijgt hij 100% van zijn bezoldiging betaald. Voor verdere uitwerking is de Wet arbeid en zorg van toepassing. Pagina 14 van 45

15 Toelichting artikel 6.29 overige aanspraken bij ouderschapsverlof Toelichting artikel 6.29 overige aanspraken bij ouderschapsverlof De afkorting van de Wet arbeid en zorg is gecorrigeerd. Derde lid Dit artikellid bepaalt dat bij arbeidsongeschiktheid geen opschorting van het ouderschapsverlof plaatsvindt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen gehele of gedeeltelijke ziekte. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof. Als de ambtenaar zwangerschaps-, bevallingsverlof of adoptieverlof op wil nemen en de periode van dit verlof valt samen met het ouderschapsverlof, dan kan het ouderschapsverlof wel worden opgeschort. De ambtenaar moet hiervoor een verzoek indienen. Dit verzoek kan alleen afgewezen worden als een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet (artikel 6:6 Waz). De ambtenaar mag dan het onderbroken ouderschapsverlof op een latere datum opnemen. Hij blijft dus recht houden op (het resterende) ouderschapsverlof. Als de ambtenaar het ouderschapsverlof om een andere reden dan zwangerschap, bevalling of adoptie stopzet of onderbreekt, vervalt het recht op de rest van het verlof. Derde lid Dit artikellid bepaalt dat bij arbeidsongeschiktheid geen opschorting van het ouderschapsverlof plaatsvindt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen gehele of gedeeltelijke ziekte. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaald en onbetaald ouderschapsverlof. Als de ambtenaar zwangerschaps-, bevallingsverlof of adoptieverlof op wil nemen en de periode van dit verlof valt samen met het ouderschapsverlof, dan kan het ouderschapsverlof wel worden opgeschort. De ambtenaar moet hiervoor een verzoek indienen. Dit verzoek kan alleen afgewezen worden als een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet (artikel 6:6 Wazo). De ambtenaar mag dan het onderbroken ouderschapsverlof op een latere datum opnemen. Hij blijft dus recht houden op (het resterende) ouderschapsverlof. Als de ambtenaar het ouderschapsverlof om een andere reden dan zwangerschap, bevalling of adoptie stopzet of onderbreekt, vervalt het recht op de rest van het verlof. Pagina 15 van 45

16 Artikel 7.4 recht op bezoldiging 1. De ambtenaar heeft vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid gedurende zes maanden recht op zijn volledige bezoldiging. 2. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op 90% van zijn bezoldiging. 3. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand recht op 75% van zijn bezoldiging. 4. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid na 24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op 70% van zijn bezoldiging. 5. De ambtenaar behoudt recht op zijn volledige bezoldiging over de uren waarop hij: a. zijn arbeid verricht; b. passende arbeid verricht; c werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht; d. scholing volgt in het kader van zijn re-integratie. 6. De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden, genoemd in het eerste lid, recht op zijn volledige bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. 7. De ambtenaar, bedoeld in het derde en vierde lid, die minimaal 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn re-integratie, heeft recht op een extra percentage van 5% berekend over de bezoldiging waar hij recht op heeft op grond van dit artikel. Hierbij geldt als maximum de bezoldiging bedoeld in het eerste lid. Artikel 7.4 recht op bezoldiging 1. De ambtenaar heeft vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid gedurende zes maanden recht op zijn volledige bezoldiging. 2. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op 90% van zijn bezoldiging. 3. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand recht op 75% van zijn bezoldiging. 4. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze arbeidsongeschiktheid na 24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op 70% van zijn bezoldiging. 5. De ambtenaar behoudt recht op zijn volledige bezoldiging over de uren waarop hij: a. zijn arbeid verricht; b. passende arbeid verricht; c werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht; d. scholing volgt in het kader van zijn re-integratie. e. vakantieverlof geniet. 6. De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden, genoemd in het eerste lid, recht op zijn volledige bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. 7. De ambtenaar, bedoeld in het derde en vierde lid, die minimaal 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn re-integratie, heeft recht op een extra percentage van 5% berekend over de bezoldiging waar hij recht op heeft op grond van dit artikel. Hierbij geldt als maximum de bezoldiging bedoeld in het eerste lid. Deze toevoeging houdt verband met de aanpassing van de regels over verlof en arbeidsongeschiktheid met ingang van 1 januari 2015; op grond van artikel 6.1 NRGA heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van zijn volledige bezoldiging. Pagina 16 van 45

17 8. De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, genoemd in artikel 6.33 en 6.34 arbeidsongeschikt is als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, genoemd in het eerste tot en met het vierde lid, op. 9. De doorbetaling van bezoldiging wegens arbeidsongeschiktheid eindigt als de ambtenaar wordt herplaatst in een andere functie. 10. De bezoldiging wordt niet lager dan het loon zoals genoemd in de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. 11. In individuele gevallen van terminale ziekte zal de afweging worden gemaakt of ook na afloop van de termijn van zes maanden, genoemd in het eerste lid, de volledige bezoldiging wordt doorbetaald. 8. De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, genoemd in artikel 6.33 en 6.34 arbeidsongeschikt is als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, genoemd in het eerste tot en met het vierde lid, op. 9. De doorbetaling van bezoldiging wegens arbeidsongeschiktheid eindigt als de ambtenaar wordt herplaatst in een andere functie. 10. De bezoldiging wordt niet lager dan het loon zoals genoemd in de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. 11. In individuele gevallen van terminale ziekte zal de afweging worden gemaakt of ook na afloop van de termijn van zes maanden, genoemd in het eerste lid, de volledige bezoldiging wordt doorbetaald. Toelichting artikel 7.4 recht op bezoldiging In het eerste tot en met het vierde lid worden de hoofdregels van de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid weergegeven. Met ingang van de eerste ziektedag wordt de bezoldiging gedurende zes maanden volledig doorbetaald. Hierna heeft de ambtenaar gedurende de zevende maand tot en met de twaalfde maand recht op 90% van zijn bezoldiging. Na twaalf maanden van arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar recht op 75% van zijn bezoldiging. Na 24 maanden van arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar recht op 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn dienstverband. Uit het gelijke behandelingsrecht vloeit voort dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet mag worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheid. Het eerste tot en met vierde lid, die de hoogte van de doorbetaling van de bezoldiging bepalen tijdens arbeidsongeschiktheid, zijn niet van toepassing bij zwangerschaps- en bevallingsverlof, zie artikel 6.33 en Toelichting artikel 7.4 recht op bezoldiging In het eerste tot en met het vierde lid worden de hoofdregels van de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid weergegeven. Met ingang van de eerste ziektedag wordt de bezoldiging gedurende zes maanden volledig doorbetaald. Hierna heeft de ambtenaar gedurende de zevende maand tot en met de twaalfde maand recht op 90% van zijn bezoldiging. Na twaalf maanden van arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar recht op 75% van zijn bezoldiging. Na 24 maanden van arbeidsongeschiktheid heeft de ambtenaar recht op 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn dienstverband. Tijdens zijn vakantieverlof wordt de korting op de bezoldiging tijdelijk stopgezet en ontvangt de ambtenaar zijn volledige bezoldiging overeenkomstig artikel 6.1. Uit het gelijke behandelingsrecht vloeit voort dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet mag worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheid. Het eerste tot en met vierde lid, die de hoogte van de doorbetaling van de bezoldiging bepalen tijdens arbeidsongeschiktheid, zijn niet van toepassing bij zwangerschaps- en bevallingsverlof, zie artikel 6.33 en Deze toevoeging houdt verband met de aanpassing van de regels over verlof en arbeidsongeschiktheid met ingang van 1 januari Pagina 17 van 45

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van Nummer Directie Dienst BD2010-004737 concern organisatie College van burgemeester en wethouders Hamervoordracht voor de collegevergadering van 24 augustus 2010 Portefeuille 23 Agendapunt B1 Tekst wordt

Nadere informatie

Wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam in verband met de gewijzigde garantieregeling(3b, 2015, 108)

Wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam in verband met de gewijzigde garantieregeling(3b, 2015, 108) GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 50913 10 juni 2015 Wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam in verband met de gewijzigde garantieregeling(3b, 2015, 108) Afdeling

Nadere informatie

Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Artikel 6.28 doorbetaling bij ouderschapsverlof

Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Artikel 6.28 doorbetaling bij ouderschapsverlof Bijlage bij B&W-besluit 16 december 2014 (BD 2014-012864) Wijziging Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) in verband met het einde van de ouderschapsverlofkorting en het vervallen van

Nadere informatie

Toelichting artikel 2.8 wijziging omvang aanstelling

Toelichting artikel 2.8 wijziging omvang aanstelling Bijlage bij B&W-flap d.d. 15 september 2015, BD2015-011096 Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) i.v.m. Wijzigingen in de Wet arbeid en zorg en de Wet aanpassing arbeidsduur.

Nadere informatie

NOTA. nota voor burgemeester en wethouders. datum: 5 juni 2009 registratienummer: B/

NOTA. nota voor burgemeester en wethouders. datum: 5 juni 2009 registratienummer: B/ NOTA dienst: Dienst Bestuur datum: 5 juni 2009 registratienummer: B/0907039 afdelingsnaam: steller: paraaf chef: kopie aan: onderwerp: DB/P&O Dekker, Marianne Wijzigingen ARH in verband met aanvullingen

Nadere informatie

Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg Eijsden-Margraten

Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg Eijsden-Margraten GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Eijsden-Margraten. Nr. 131209 31 december 2015 Ledenbrief 15/052 CvA/LOGA 15/10, d.d. 23 juni 2015 inzake wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en

Nadere informatie

A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden:

A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Bijlage 1 bij U201501087 Bijlage CAR teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

B. De toelichting op artikel 6:4:1a wordt gewijzigd en komt te luiden:

B. De toelichting op artikel 6:4:1a wordt gewijzigd en komt te luiden: Bijlage 2 bij U201501087 Bijlage CAR-UWO teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

Bijlage bij B&W-flap d.d. 16 december 2014 BD versie 2 december Aanpassing in het kader van de CAO

Bijlage bij B&W-flap d.d. 16 december 2014 BD versie 2 december Aanpassing in het kader van de CAO Bijlage bij B&W-flap d.d. 16 december 2014 BD2014-013269 versie 2 december 2014 Aanpassing in het kader van de CAO 2013-2015 Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging Wijzigingen Vakantie

Nadere informatie

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers.

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers. CvA-notitie juli 2008 Handreiking loondoorbetaling bij ziekte Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers. In deze

Nadere informatie

Bijlage 1 bij U201501087. Bijlage CAR teksten. A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof.

Bijlage 1 bij U201501087. Bijlage CAR teksten. A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof. Bijlage 1 bij U201501087 Bijlage CAR teksten A. De toelichting op artikel 6:4 wordt gewijzigd en komt te luiden: Buitengewoon verlof Artikel 6:4 Lid 1 Het kraamverlof, calamiteiten en ander kortverzuimverlof

Nadere informatie

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N provinciaal blad nr. 9 ISSN: 0920-1092 V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N 13 februari 2006 Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 7 februari 2006, nr. 2006-02445, afd. PO,

Nadere informatie

Wijzigingen in de CAR/UWO, Wet arbeid en zorg. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Samenwerking Kempengemeenten,

Wijzigingen in de CAR/UWO, Wet arbeid en zorg. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Samenwerking Kempengemeenten, GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Eersel. Nr. 94488 20 juli 2016 Wijzigingen in de CAR/UWO, Wet arbeid en zorg Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Samenwerking Kempengemeenten; Overwegende

Nadere informatie

Salaris en vergoedingsregelingen

Salaris en vergoedingsregelingen Hoofdstuk 3 Salaris en vergoedingsregelingen Algemene bepalingen voor hoofdstuk 1 T 1. a. salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag per kalendermaand dat deel uitmaakt van een salarisschaal of dat

Nadere informatie

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers.

Hieronder is een handreiking opgenomen voor de uitvoering in de praktijk bij situaties van loondoorbetaling van zieke medewerkers. Handreiking loondoorbetaling Met ingang van 1 januari 2006 zijn de hoofdstukken 7 (ziekte) en 8 (8:5, ontslag wegens arbeidsongeschiktheid) van de CAR-UWO gewijzigd als gevolg van de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting

Nadere informatie

LOGA GPD 25.06.2015 0105

LOGA GPD 25.06.2015 0105 6ei) rli!,],!im1501,111l11 LOGA GPD 25.06.2015 0105 Colleee voor Arbeidszaken./VNG FNV Overheid Brief aan de leden T.a.v. het college en raad Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden CNV ()verbeid

Nadere informatie

OUDER SCH APSVERLOF Artikel 1. Begripsbepaling Artikel 2. Recht op ouderschapsverlof Artikel 3. Aanvraag van verlof

OUDER SCH APSVERLOF Artikel 1. Begripsbepaling  Artikel 2. Recht op ouderschapsverlof Artikel 3. Aanvraag van verlof OUDERSCHAPSVERLOF Artikel 1. Begripsbepaling Belanghebbende is de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 sub a van de SAW of de arbeidscontractant als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 sub b van de SAW

Nadere informatie

Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Toelichting artikel 1.1, onder n en p

Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Toelichting artikel 1.1, onder n en p Bijlage bij B&W-flap d.d. 15 december 2015, BD2015-010709 Wijzigingen van hoofdstuk 1, 4 en 6 van de Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam in verband met de invoering van de Nieuwe Werktijdenregeling:

Nadere informatie

Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) i.v.m. de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Versie 17 mei 2016

Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) i.v.m. de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Versie 17 mei 2016 Bijlage bij B&W-flap d.d. 12-07- 2016, BD2016-008213 Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) i.v.m. de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Versie 17 mei 2016 De tekst

Nadere informatie

Bijlage R Overgangsrecht Hoofdstuk 3 NRGA (artikel 3.27 NRGA)

Bijlage R Overgangsrecht Hoofdstuk 3 NRGA (artikel 3.27 NRGA) Bijlage R Overgangsrecht Hoofdstuk 3 NRGA (artikel 3.27 NRGA) De invoering van het nieuwe beloningshoofdstuk heeft niet als doel te bezuinigen. Voor situaties dat medewerkers er in hun inkomen op achteruit

Nadere informatie

Onderhandelingsakkoord CAO RDW Oktober 2007

Onderhandelingsakkoord CAO RDW Oktober 2007 Onderhandelingsakkoord CAO RDW 2007-2010 Oktober 2007 Looptijd Partijen komen een looptijd overeen van 1 januari 2007 tot 1 juni 2010. Loonparagraaf De salarissen worden als volgt structureel verhoogd:

Nadere informatie

Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof

Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Vakantie Artikel 6:1 In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van bezoldiging. Artikel 6:1:1 1 De

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof

Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Hoofdstuk 6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en bevallings)verlof Vakantie Artikel 6:1 In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van bezoldiging. Artikel 6:1:1 1 De

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2006/31

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2006/31 PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2006/31 Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 18 april

Nadere informatie

IKAP-Regeling rijkspersoneel

IKAP-Regeling rijkspersoneel (Tekst geldend op: 02-02-2015) IKAP-Regeling rijkspersoneel De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 34c van

Nadere informatie

Bijlage 2 bij ledenbrief ECCVA/U Bijlage 2 CARUWO teksten

Bijlage 2 bij ledenbrief ECCVA/U Bijlage 2 CARUWO teksten Bijlage 2 bij ledenbrief ECCVA/U201601310 Bijlage 2 CARUWO teksten A. Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel vv een nieuw onderdeel toegevoegd: ww vakantietoelage: jaarlijkse toelage van 8% van het salaris

Nadere informatie

GEMEENTE LANC5ĒDIJK ING. 2 4 JUN Z01S. ons kenmerk ECWGO/U Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10

GEMEENTE LANC5ĒDIJK ING. 2 4 JUN Z01S. ons kenmerk ECWGO/U Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10 L O G A College voor ArbtMdszakerĽ V N G FNV Chřerbeld CNV Overheid Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad NR. GEMEENTE LANC5ĒDIJK 0 0 6 2-6,2 Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden

Nadere informatie

ons kenmerk ECWGO/U201501087 Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10

ons kenmerk ECWGO/U201501087 Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Wijzigingen CAR-UWO i.v.m. wijzigingen Wet arbeid en zorg uw kenmerk ons kenmerk ECWGO/U201501087 Lbr: 15/052

Nadere informatie

Beh. Ambt.: Síreefdaí.: ons kenmerk. ECWGO/U201501087 Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10

Beh. Ambt.: Síreefdaí.: ons kenmerk. ECWGO/U201501087 Lbr: 15/052 CvA/LOGA 15/10 LOGA Brief aan de leden Ţ.a.v. het college en de raad^ ^ Landelijk Overleg Gemeentelijke Arb eĩdsvo orwaarden C* 'V ' ivj-rl'.»'. CMH'F Beh. Ambt.: Síreefdaí.: informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft

Nadere informatie

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van Nummer Directie Dienst BD2012-007805 directie middelen en control College van burgemeester en wethouders Hamervoordracht voor de collegevergadering van 16 oktober 2012 Portefeuille 23 Agendapunt B1 Tekst

Nadere informatie

vast te stellen de 6e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt:

vast te stellen de 6e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt: AGP 19 (f) ABVRBN 20130403 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, - gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2011; - gelet op het voorstel

Nadere informatie

LEVENSLOOPREGLEMENT Stichting Samenwerking Voortgezet Onderwijs in de regio Steenwijk, Weststellingwerf en Westerveld ( SVO Wolvega/Steenwijk)

LEVENSLOOPREGLEMENT Stichting Samenwerking Voortgezet Onderwijs in de regio Steenwijk, Weststellingwerf en Westerveld ( SVO Wolvega/Steenwijk) LEVENSLOOPREGLEMENT Stichting Samenwerking Voortgezet Onderwijs in de regio Steenwijk, Weststellingwerf en Westerveld ( SVO Wolvega/Steenwijk) Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder:

Nadere informatie

Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U Bijlage 1 CAR teksten

Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U Bijlage 1 CAR teksten Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U201601310 Bijlage 1 CAR teksten A. Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel vv een nieuw onderdeel toegevoegd: ww vakantietoelage: jaarlijkse toelage van 8% van het salaris

Nadere informatie

3 Salaris en vergoedingsregelingen. Bezoldiging

3 Salaris en vergoedingsregelingen. Bezoldiging 3 Salaris en vergoedingsregelingen Bezoldiging Artikel 3:1 1 Met inachtneming van artikel 1:2:1 wordt aan de ambtenaar binnen het kader van een lokaal vast te stellen bezoldigingsregeling een bezoldiging

Nadere informatie

Bijlage bij onderhandelingsresultaat CAO-OI 2010-2012

Bijlage bij onderhandelingsresultaat CAO-OI 2010-2012 Bijlage bij onderhandelingsresultaat CAO-OI 2010-2012 Technisch inhoudelijke punten CAO-OI 1) Artikel 1.1 lid 2 (definitie bezoldiging) komt te luiden: Bezoldiging: De som van het salaris en de toelagen

Nadere informatie

Gelet op artikel C.22 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

Gelet op artikel C.22 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies; Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 12 juli 2016, nr. 805709, tot vaststelling van de Jubileumgratificatieregeling Noord-Holland 2016 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; Gelet op artikel

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Nr. 842 LEVENSLOOPREGELING PROVINCIES. Hoofdstuk 1 Algemeen

PROVINCIAAL BLAD. Nr. 842 LEVENSLOOPREGELING PROVINCIES. Hoofdstuk 1 Algemeen PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Limburg. Nr. 842 16 februari 2015 LEVENSLOOPREGELING PROVINCIES Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. berekeningsgrondslag:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 49gg, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 49gg, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 1206 12 januari 2016 Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 januari 2016, nr. 2016-0000006820, houdende

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies en diverse uitvoeringsregelingen Provincie Groningen

PROVINCIAAL BLAD. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies en diverse uitvoeringsregelingen Provincie Groningen PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Groningen. Nr. 4008 31 december 2014 Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies en diverse uitvoeringsregelingen Provincie Groningen De

Nadere informatie

Aanvraagformulier ouderschapsverlof

Aanvraagformulier ouderschapsverlof Aanvraagformulier ouderschapsverlof Voor- en achternaam : Meisjesachternaam : Adres : Postcode/woonplaats : Datum indiensttreding : Arbeidsduur per week: Aanvraag voor één aaneengesloten periode betaald

Nadere informatie

OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG

OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG Hoofdstuk Versie: Versie geldend op 1-1-2011 9b OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG 1.Algemene bepalingen Werkingssfeer Artikel 9b:1

Nadere informatie

Nummer: 11.0001183. Versie: 1.1. Vastgesteld door het DB d.d. Instemming OR RAV d.d.

Nummer: 11.0001183. Versie: 1.1. Vastgesteld door het DB d.d. Instemming OR RAV d.d. Uitvoeringsregeling artikel 6.10 van de CAO sector Ambulancezorg ( vergoeding consignatiediensten ten behoeve van GHOR-taken ) Regionale Ambulancevoorziening Nummer: 11.0001183 Versie: 1.1 Vastgesteld

Nadere informatie

Regeling Werktijden en Verlof

Regeling Werktijden en Verlof Regeling Werktijden en Verlof Uitvoeringsbesluit krachtens artikelartikel 3:28, lid 3, 4:2, 6:2:1, lid 1, lid 2, lid 3,lid 5, lid 7 en 6:4 lid 2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Vastgesteld

Nadere informatie

OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG

OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG 9b OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DIE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== HOOFDSTUK 9b Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 207 Vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg)

Nadere informatie

Overzicht verlofvormen WAZ CvA-notitie - juni 2009

Overzicht verlofvormen WAZ CvA-notitie - juni 2009 Overzicht verlofvormen WAZ CvA-notitie - juni 2009 De Wet Arbeid en Zorg (Waz) is direct van toepassing op ambtenaren. Het doel van de Waz is om medewerkers in de gelegenheid te stellen werk te combineren

Nadere informatie

De wijzigingen gaan, met terugwerkende kracht, in per 1 januari Artikel 18:1:5, eerste lid, wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

De wijzigingen gaan, met terugwerkende kracht, in per 1 januari Artikel 18:1:5, eerste lid, wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: A Wijzigingen in het Reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant als gevolg van circulaire CVA/U201200224 per 1 januari 2012. Wijzigingen UWO De wijzigingen gaan, met terugwerkende

Nadere informatie

gelet op de resultaten van het overleg in de commissie voor het georganiseerd overleg;

gelet op de resultaten van het overleg in de commissie voor het georganiseerd overleg; GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Delft. Nr. 115074 19 augustus 2016 Regeling 60-80-100 en Regeling 80-90-100 Het college van burgemeester en wethouders van Delft; gelet op de resultaten van

Nadere informatie

Levensloopreglement Stichting OSG Hengelo

Levensloopreglement Stichting OSG Hengelo Levensloopreglement Stichting OSG Hengelo Inleiding Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling in het leven geroepen. Deze regeling biedt werknemers de mogelijkheid om een deel van hun bruto salaris te

Nadere informatie

Overeenkomst voor het verrichten van dienstverlening aan huis

Overeenkomst voor het verrichten van dienstverlening aan huis Ondergetekenden, Overeenkomst voor het verrichten van dienstverlening aan huis De hulpvrager hierna te noemen, de werkgever (graag alle gegevens hieronder volledig invullen) Voorletters en achternaam :

Nadere informatie

Generatiepact Rijswijk

Generatiepact Rijswijk Generatiepact Rijswijk Onderstaand treft u meer gedetailleerde informatie aan over het Generatiepact van de gemeente Rijswijk. Naast een visuele weergave en een korte beschrijving van de belangrijkste

Nadere informatie

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd.

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd. III.1 BEZOLDIGINGSREGELING 1997 - Besluit van de gemeenteraad van Voorst 24 maart 1997. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: 1 Ambtenaar: hij, die overeenkomstig de bepalingen van

Nadere informatie

Verlof uit de Wet Arbeid en Zorg. Toelichting op verschillende vormen van verlof

Verlof uit de Wet Arbeid en Zorg. Toelichting op verschillende vormen van verlof Verlof uit de Wet Arbeid en Zorg Toelichting op verschillende vormen van verlof 29 mei 2017 Verlof op basis van wet en cao De Wet arbeid en zorg (Wazo) heeft tot doel de combinatie van arbeid en zorg te

Nadere informatie

Regeling tot wijziging van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) herdruk als gevolg van de invoering van het IKB

Regeling tot wijziging van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) herdruk als gevolg van de invoering van het IKB GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente 's-gravenhage. Nr. 182692 22 december 2016 Regeling tot wijziging van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) herdruk 2017-1 als gevolg van de

Nadere informatie

Wijziging in de gemeentelijke Rechtspositieregeling

Wijziging in de gemeentelijke Rechtspositieregeling GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente 's-hertogenbosch. Nr. 6726 13 januari 2017 Wijziging in de gemeentelijke Rechtspositieregeling De arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren zijn vastgelegd in de gemeentelijke

Nadere informatie

Bijlage 1: Aanpassingen Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum (ARH) i.v.m. IKB

Bijlage 1: Aanpassingen Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum (ARH) i.v.m. IKB Aanpassingen Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum Bijlage 1: Aanpassingen Arbeidsvoorwaardenregeling Hilversum (ARH) i.v.m. IKB Daar waar de term gemeente wordt gebruikt moet Regio Gooi en Vechtstreek

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006

Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006 Regeling Menukaart arbeidsvoorwaarden 2006 Artikel 1 Vastgesteld bij besluit van het college van bestuur van 7 november 2006, nr. 2006cb0252, zoals laatstelijk gewijzigd bij zijn besluit van 3 december

Nadere informatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Hoofdstuk 19b Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Paragraaf 1 Algemene bepalingen Werkingssfeer Artikel 19b:1 Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren

Nadere informatie

Formulier 4: Melding opnemen levenslooptegoed (artikel 6a:9 CAR/UWO)

Formulier 4: Melding opnemen levenslooptegoed (artikel 6a:9 CAR/UWO) Formulier 4: Melding opnemen levenslooptegoed (artikel 6a:9 CAR/UWO) Gegevens deelnemer Achternaam: Voorletters: Geboortedatum: Sofi-nummer: Personeelsnummer: Dienst/afdeling: Levensloopinstelling: Levenslooprekeningnummer:

Nadere informatie

Keuzesysteem arbeidsvoorwaarden en vrije ruimte werkkostenregeling

Keuzesysteem arbeidsvoorwaarden en vrije ruimte werkkostenregeling Keuzesysteem arbeidsvoorwaarden en vrije ruimte werkkostenregeling H12 Vakantie(bijslag), LFB en Verlof B Vakantie Artikel 9 Keuzesysteem arbeidsvoorwaarden voor kopen en verkopen vakantie-uren 1. Inwisselen

Nadere informatie

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt:

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt: AGP 19 (d) ABVRBN 20130403 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, - gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2011; - gelet op het voorstel

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rotterdam. Nr. 178001 16 december 2016 Wijziging Besluit salaris, vergoedingen, toelagen en uitkeringen 2016, Uitvoeringsregeling salaris, vergoedingen, toelagen

Nadere informatie

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg. Nieuwe versie, februari 2015

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg. Nieuwe versie, februari 2015 Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof Nieuwe versie, februari 2015 Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof Wijzig de titel van het artikel (Kop 5) In het cao-akkoord

Nadere informatie

Besluiten vast te stellen de Regeling generatiepact gemeente Nijmegen. Hoofdstuk 5 a AGN: Regeling Generatiepact gemeente Nijmegen

Besluiten vast te stellen de Regeling generatiepact gemeente Nijmegen. Hoofdstuk 5 a AGN: Regeling Generatiepact gemeente Nijmegen GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Nijmegen Nr. 150828 30 augustus 2017 Regeling Generatiepact gemeente Nijmegen Burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen Besluiten vast te stellen

Nadere informatie

Aanpassing van de CAO Energie 2009 2010 als gevolg van de invoering van het Benefit Budget

Aanpassing van de CAO Energie 2009 2010 als gevolg van de invoering van het Benefit Budget Aanpassing van de CAO Energie 2009 2010 als gevolg van de invoering van het Benefit Budget Gewijzigde CAO-artikelen Artikel 1.3 Structuur 1. Voor de bedrijven geldt tevens een bedrijfs-cao waarin nadere

Nadere informatie

Omvang van het verlof Iedere ouder heeft éénmaal recht op 26 weken ouderschapsverlof voor elk kind onder de 8 jaar.

Omvang van het verlof Iedere ouder heeft éénmaal recht op 26 weken ouderschapsverlof voor elk kind onder de 8 jaar. 1 Ouderschapsverlof Auteur: mr. Edith van Schie, XpertHR Iedere ouder heeft recht op 26 weken ouderschapsverlof voor elk kind onder de 8 jaar. Op deze wijze wil de wetgever beide ouders de mogelijkheid

Nadere informatie

Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Universitair Medische Centra (BWUMC)

Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Universitair Medische Centra (BWUMC) LANDELIJK OVERLEG ACADEMISCHE ZIEKENHUIZEN Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Universitair Medische Centra (BWUMC) 11 juli 2008 NFU-082381/GS/DvL -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86

MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. MARZ/CvA (070) 373 8021 onderwerp Gemeentelijke levensloopregeling Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk MARZ/CvA/U200600904 Lbr 06/86 bijlage(n)

Nadere informatie

6 VAKANTIE, VAKANTIETOELAGE EN (ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGS)VERLOF/

6 VAKANTIE, VAKANTIETOELAGE EN (ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGS)VERLOF/ 6 VAKANTIE, VAKANTIETOELAGE EN (ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGS)VERLOF/ Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== HOOFDSTUK 6: * Vakantie 6:1 t/m 6:2:1 * Vakantieregeling 6:2:2, 6:2:3, 6:2:5 t/m 6:2:8

Nadere informatie

Gelet op de LOGA- circulaire van 29 juni 2016, U en 10 november 2016, U2016,

Gelet op de LOGA- circulaire van 29 juni 2016, U en 10 november 2016, U2016, Bijlage B1 ARBEIDSVOORWAARDENREGELING GEMEENTE MAASTRICHT Burgemeester en wethouders van Maastricht, Gelet op de LOGA- circulaire van 29 juni 2016, U201600995 en 10 november 2016, U2016, Besluiten de Arbeidsvoorwaardenregeling

Nadere informatie

BIJLAGE 3. RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10

BIJLAGE 3. RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10 43 BIJLAGE 3 RELEVANTE WETTELIJKE BEPALINGEN Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. 3-A Burgerlijk Wetboek 7 Titel 10 Goed werkgever en goed werknemer - Artikel 7: 611 BW (geldt voor alle

Nadere informatie

4a UITWISSELEN VAN ARBEIDSVOORWAARDEN

4a UITWISSELEN VAN ARBEIDSVOORWAARDEN 4a UITWISSELEN VAN ARBEIDSVOORWAARDEN Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== HOOFDSTUK 4a: * Vakantie-uren uitwisselen tegen geld 4a:1 * Bepaling minimum aantal uren na verkoop van vakantie- en/of

Nadere informatie

Basisverlof (wettelijk verlof)

Basisverlof (wettelijk verlof) Verlof en zorgverlof Naast het basisverlof zijn er verschillende (wettelijke) verlofregelingen van toepassing wanneer bijvoorbeeld jouw kind, partner of ouder zorg nodig heeft. Afhankelijk van de situatie

Nadere informatie

ARBEIDSDUUR. Keuzemogelijkheden voor militairen BURGERS PAGINA 6. T wee uren langer of korter werken

ARBEIDSDUUR. Keuzemogelijkheden voor militairen BURGERS PAGINA 6. T wee uren langer of korter werken ARBEIDSDUUR Keuzemogelijkheden voor militairen T wee uren langer of korter werken Vanaf 1 juli 2001 bestaat voor u de mogelijkheid om, uitgaande van een arbeidsduur van uw rooster van gemiddeld 38 uur

Nadere informatie

Diverse wijzigingen Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO)

Diverse wijzigingen Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Steenwijkerland. Nr. 45623 13 april 2016 Diverse wijzigingen Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) Het college van burgemeester

Nadere informatie

Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als volgt te luiden:

Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als volgt te luiden: Bijlage 2 bij U201401851 CAR-UWO wijzigingen A Met ingang van 1 januari 2015 worden de artikelen 1:2a en 1:2b toegevoegd. Deze komen als Stageplaats Artikel 1:2a 1. Het college kan een student in het kader

Nadere informatie

Regeling bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst gemeente Overbetuwe 2014

Regeling bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst gemeente Overbetuwe 2014 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Overbetuwe. Nr. 26527 13 mei 2014 Regeling bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst gemeente Overbetuwe 2014 Ons kenmerk: 12BB00004 De burgemeester van de

Nadere informatie

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg

Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Toelichting op de nieuwe afspraken over ouderschapsverlof in de CAO Jeugdzorg Nieuwe versie, februari 2015 Koningin Wilhelminalaan 3 3527 LA Utrecht Postbus 2103 3500

Nadere informatie

OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID. Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015.

OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID. Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015. HOOFDSTUK 3 OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015. Met uitzondering van artikel 3.4 en 3.5 treedt dit

Nadere informatie

4 BELONING. 4.1 Beloning en inschaling

4 BELONING. 4.1 Beloning en inschaling 14 4 BELONING 4.1 Beloning en inschaling 4.1.1 Inschaling Artikel 28 1. Het niveau van de functie bij de werkgever wordt bepaald aan de hand van het systeem van functiewaardering dat is overeengekomen

Nadere informatie

2. Het salaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%, worden uitgedrukt in een bedrag per uur

2. Het salaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%, worden uitgedrukt in een bedrag per uur Bijlage 1 Wijzigingen in het Reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant als gevolg van circulaires ECWGO/U201601310 en ECWGO/U201600995 per 1 januari 2017 A. Aan artikel 1:1

Nadere informatie

Gelet op en in aanvulling op hoofdstuk 5 van de CAO Nederlandse Universiteiten stelt de werkgever de navolgende regeling vast.

Gelet op en in aanvulling op hoofdstuk 5 van de CAO Nederlandse Universiteiten stelt de werkgever de navolgende regeling vast. REGELING KEUZEMODEL ARBEIDSVOORWAARDEN RADBOUD UNIVERSITEIT Overeengekomen in het Lokaal Overleg d.d.7 november 2014, laatstelijk gewijzigd en vastgesteld in het Lokaal Overleg van 10 april 2015 Gelet

Nadere informatie

Aanvullende TiU-regeling Bijzonder Verlof

Aanvullende TiU-regeling Bijzonder Verlof Aanvullende TiU-regeling Bijzonder Verlof Artikel 1. Ouderschapsverlof (ter aanvulling op art. 13a - i CAO) Op ouderschapsverlof met een feitelijke ingangsdatum vóór 1 januari 2007 blijven gedurende het

Nadere informatie

Wijziging van het Ambtenarenreglement 's-gravenhage en de Arbeidsovereenkomstenverordening inzake seniorenbeleid.

Wijziging van het Ambtenarenreglement 's-gravenhage en de Arbeidsovereenkomstenverordening inzake seniorenbeleid. rv 119 Bestuursdienst nr. PI6000388 Den Haag, 16 april 1996 Aan de gemeenteraad Wijziging van het Ambtenarenreglement 's-gravenhage en de Arbeidsovereenkomstenverordening inzake seniorenbeleid. 1. Inleiding.

Nadere informatie

REGELING KEUZEMODEL ARBEIDSVOORWAARDEN UNIVERSITEIT MAASTRICHT

REGELING KEUZEMODEL ARBEIDSVOORWAARDEN UNIVERSITEIT MAASTRICHT REGELING KEUZEMODEL ARBEIDSVOORWAARDEN UNIVERSITEIT MAASTRICHT Gelet op het bepaalde in de CAO Nederlandse Universiteiten (CAO NU) is bij de Universiteit Maastricht per 1 januari 2002 het keuzemodel arbeidsvoorwaarden

Nadere informatie

II Het dienstverband

II Het dienstverband II Het dienstverband Voorwaarden De onderwerpen in dit boek hebben betrekking op de situaties waarbij er sprake is van een - tijdelijk of vast - dienstverband. Er is sprake van een dienstverband als er

Nadere informatie

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

provinciaal blad V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N provinciaal blad nr. 29 ISSN: 0920-1092 V A N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N 30 juni 2005 Besluit van Gedeputeerde Staten der provincie Groningen van 21 juni 2005, nr. 2005-12.559, afd PO, tot

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121

GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121 GEMEENTEBLAD 2002 nr. 121 Burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis; gezien de instemming van de plaatselijke commissie voor georganiseerd overleg; besluiten: vast te stellen de volgende: VERORDENING,

Nadere informatie

VISMA SOFTWARE WHITEPAPER

VISMA SOFTWARE WHITEPAPER VISMA SOFTWARE WHITEPAPER Nieuwe regels voor verlof en arbeidstijden Ouderschapsverlof Samenvatting Eind vorig jaar stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en

Nadere informatie

Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische bereikbaarheid

Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische bereikbaarheid Regeling vergoeding consignatiediensten en telefonische Nummer: 10.0003457 Versie: 1.0 Vastgesteld door het AB d.d. 7 april 2011 Instemming GO d.d. 7 april 2011 Deze regeling treedt in werking op 1 mei

Nadere informatie

Gemeente Den Haag. - mede gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet juncto artikel 160 Gemeentewet,

Gemeente Den Haag. - mede gelet op het gestelde in artikel 125 Ambtenarenwet juncto artikel 160 Gemeentewet, RIS151950_30-JAN-2008 Gemeente Den Haag Ons kenmerk BSD/2007.4102 RIS 151950 REGELING 36-URIGE WERKWEEK HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, - gelet op het bepaalde in artikel 4:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling

Nadere informatie

P&O mandaten Griffie (o.b.v. AVR)

P&O mandaten Griffie (o.b.v. AVR) P&O mandaten Griffie (o.b.v. AVR) Toelichting: Waar in de tabel bij staat vermeld, wordt hiermee bedoeld dat de Voorzitter van de werkgeverscommissie is de betreffende besluiten te nemen ten zien van de

Nadere informatie

Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding Gist-Brocades. VUT Reglement

Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding Gist-Brocades. VUT Reglement Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding Gist-Brocades VUT Reglement Uitgave februari 2006 REGLEMENT VRIJWILLIG VERVROEGDE UITTREDING DSM GIST SERVICES B.V. Inhoudsopgave blz. Artikel 1 Definities...

Nadere informatie

gelet op het resultaat van het overleg in de commissie van georganiseerd overleg (GO) van 22 november 2000;

gelet op het resultaat van het overleg in de commissie van georganiseerd overleg (GO) van 22 november 2000; De raad van de gemeente Menaldumadeel; overwegende dat VNG een voorbeeld bezoldigingsverordening heeft ontworpen als handreiking voor gemeenten die hun locale verordening willen aanpassen; dat het aanbeveling

Nadere informatie

Regeling Aanvulling IKB gemeente Winterswijk 2017

Regeling Aanvulling IKB gemeente Winterswijk 2017 Regeling Aanvulling IKB gemeente Winterswijk 2017 Burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk; gelet op de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregelingen Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) van de gemeente

Nadere informatie

In artikel B.15, tweede lid, wordt na het woord vakantie-uitkering ingevoegd: en de eindejaarsuitkering.

In artikel B.15, tweede lid, wordt na het woord vakantie-uitkering ingevoegd: en de eindejaarsuitkering. Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 21 juli 2010, nr. 2010-41654, tot afkondiging van hun besluit tot het aanbrengen van wijzigingen in de rechtspositie van het personeel van de provincie

Nadere informatie

Generatiepact Enschede

Generatiepact Enschede Generatiepact Enschede Onderstaand treft u meer gedetailleerde informatie aan over het Generatiepact van de gemeente Enschede. Naast een visuele weergave en een korte beschrijving van de belangrijkste

Nadere informatie

Toelichting artikel 2.7 vereisten van aanstelling

Toelichting artikel 2.7 vereisten van aanstelling Bijlage bij B&W-flap d.d. ZD2016-008173 Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) in verband met vijfde technische wijziging versie 21 oktober 2016 Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst

Nadere informatie