Inleiding. Gehanteerde aanpak

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inleiding. Gehanteerde aanpak"

Transcriptie

1 Inleiding Het eerste deel van de uitwerking van werkpakket 3 landschappelijke inpassing bestaat uit het verzamelen van informatie van stakeholders en/of experts over de kansen en knelpunten van het Smart Energy Landscape. In dit onderzoek worden interviews met specialisten (o.a. overheden, waterschappen en bouwwereld) uit een aantal relevante sectoren gehouden. Ook wordt een studie naar verschijningsvormen van Smart Energy Landscapes uitgevoerd die resulteren in een lijst van kansrijke opties. Ten tijde van het schrijven van dit rapport zijn de interviews en studie nog in volle gang, zodat dit rapport niet kan worden gezien als een volledige rapportage van werkpakket 3.1. In dit rapport wordt ingegaan op de vormen van meervoudig ruimtegebruik die een relatie hebben met het Aquatop-principe. Er komen aspecten aan bod die redeneren vanuit het concept, of aspecten die redeneren vanuit de ruimtelijke knelpunten in beoogde toepassingsgebieden. Daarbij komen alle bekende ruimtelijke thema s aan bod: wonen, werken, waterbeheer, mobiliteit, milieu, natuur, landschap, energie en recreatie. Zover bekend worden beschouwingen gegeven van privaatrechtelijke -en publiekrechtelijke aspecten, alsmede maatschappelijke kosten -en batenposten. Gehanteerde aanpak De structurering van de interviews, en de bijeenkomsten die daar uit voort komen, vereisen een fundamenteel wetenschappelijke aanpak. Voor het onderzoek worden methoden gebruikt zoals beschreven in bijlage 1. Deze zijn gebaseerd op vele jaren toepassingservaring (Reijs, 2006) (Van der Cammen, 2008) De urgentie Uitgeefbare grond is schaars in Nederland, en de druk op leefbaarheid en landschap is groot. Innovatieve ruimtelijke concepten die het ruimtegebruik kunnen intensiveren door middel van meervoudig ruimtegebruik kunnen op veel positieve aandacht rekenen. Meervoudig ruimtegebruik houdt in dat verschillende ruimtelijke functies (werken, wonen, recreatie, natuur, waterbeheer, energiewinning of verkeer) op eenzelfde stuk grond kunnen worden toegepast. De bijdrage van het Aquatop-principe komt voort simpelweg uit het uiterlijk voorkomen van deze techniek. Een watervlak heeft een sterke landschappelijke waarde. (Brouwer, 2006) Vele aquatops geven daarom aanleiding om het ruimtegebruik op het maaiveld omhoog te tillen. Aldus ontstaat een Smart Energy Landscape (SEL) die is weergegeven in figuur1.

2 Figuur 1: transitie van traditioneel kasgebied via Aquatops naar mogelijke Smart Energy landscapes In een SEL kunnen ruimtelijke functies als wonen, werken en recreëren in een waterrijk landschap worden uitgeoefend. Het Smart element zit in de innovatieve mogelijkheden om transport, waterbeheer en energiewinning/besparing efficiënter te laten plaatsvinden. De maatschappelijke urgentie spreekt uit het totaal areaal glastuinbouw in Nederland: ca ha. Scenario s gemaakt in het kader van de toekomst van Nederland in Welvaart en Leefomgeving geven allen schattingen van het ruimtegebruik tot (MNP, 2006) Deze schatting is weergegeven in figuur 2. Figuur 2: ontwikkeling Glastuinbouw tot 2040 volgens 4 sociaal-economische scenario s (bron: MNP)

3 De scenario s blijken sterk uiteen te lopen. Ook de schattingen naar welk deel meervoudig ruimtegebruik van glastuinbouw deze toekomstige ruimtevraag kunnen opvangen lopen sterk uiteen. In het Global Economy (GE) scenario groeit de glastuinbouw sterk. Indien er geen aanvullende maatregelen worden genomen, dan leidt deze groei tot een hoger energiegebruik en tot meer transport. Bovendien zal, vanwege de afzet en de behoefte aan arbeid, de glastuinbouw dicht bij stedelijke centra blijven. Dat is juist het gebied waar de behoefte aan grond voor wonen, werken en recreëren het grootst is. De Nederlandse glastuinbouw bestaat uit ongeveer 12 duizend bedrijven en biedt werk aan ongeveer 40 duizend mensen (CBS, 2002). De glasoppervlakte van de Nederlandse glastuinbouw is tussen 1975 en 2002 gegroeid van iets minder dan 8 duizend hectare tot ruim 10 duizend hectare. Circa 60 procent van het glasoppervlak bevindt zich in de provincie Zuid-Holland. De groei in deze provincie was in de periode ook het hoogst in absolute zin, maar enkele andere provincies, waaronder Noord-Brabant, Drenthe, Flevoland en Overijssel zijn, met een gemiddelde groei van meer dan 3 procent per jaar, in opkomst (figuur 5.5). Toch rechtvaardigt de focus van het onderzoek op de provincie Zuid-Holland. Figuur 3: Areaal glastuinbouw per provincie in 1975 en 2002 (bron: MNP) De urgentie veroorzaakt door de ruimtevraag van glastuinbouw komt voort uit concurerrende claims uit vooral recreatie en landschappelijke waarden. In de Randstad is te weinig bruikbaar, beleefbaar en bereikbaar groen. Dit heeft negatieve effecten op de leefbaarheid voor de bewoners. Dit vermindert de aantrekkelijkheid van de Randstad voor bedrijven en bewoners en heeft daardoor een negatief effect op de concurrentiekracht van de Randstad. (PvA UPR)

4 De vragen die centraal staan in dit onderzoek Welke ruimtelijke knelpunten kan een Smart Energy Landscape oplossen? Welke ruimtelijke knelpunten leven in kansrijke toepassingsgebieden? Hoe verhoudt het Smart Energy Landscape zich tot andere vormen van meervoudig ruimtegebruik? Welke kennisvragen moeten vanuit bovenstaande vragen worden beantwoord?

5 Kansen en knelpunten vanuit de Aquatop en het Smart Energy Landscape De symbiose tussen waterbeheer en landschap en het Aquatop principe staat bij alle geïnterviewden voorop. Ook in literatuur wordt deze kans erkend. Zo stellen Jeurink en Meijer dat de glastuinbouwsubfunctie watervoorziening wel goed kan combineren met oppervlaktewater als natuurlijk element in het landschap (LEI, 2003) Het Flowdeck -principe wordt ter vergelijking aangehaald. Het flowdek is van invloed op de bedrijfsvoering, maar voegt met watervoorziening e/o oppervlaktewater niets toe als natuurlijk element in het landschap. De afvoering van additieven is een belangrijk aandachtspunt in milieukundig opzicht. Het wordt als vanzelfsprekend verondersteld dat de waterkwaliteit in het gebied niet verslechteren. Een biologisch afbreekbare additief heeft met oog op duurzaamheid de voorkeur. De invloed van additieven op het lokale milieu wordt extra kritisch bekeken omdat het Aquatop-principe niet in de huidige Kwaliteits Richtlijn Water valt. Deze richtlijn (2000/60/EG), die sinds 2000 van kracht is, moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is. De richtlijn heeft grote gevolgen voor lokale overheden en het bedrijfsleven. Gemeenten worden geconfronteerd met stijgende kosten van het rioleringsbeheer om de waterkwaliteit in de toekomst niet achteruit te laten gaan. Voor de waterschappen komen er extra eisen aan de zuivering met het oog op de waterkwaliteit in de toekomst. Voor bedrijven komen er extra milieueisen ten aanzien van het gebruik van gevaarlijke stoffen. Het is noodzakelijk dat (openbaar) groen, tuinen of andere beplanting op hoogte zichzelf kan bedruipen. Van energiegebruik voor beregening e.d. zou geen sprake moeten zijn. De relatie van een Aquatop met groene daken is duidelijk. Algenproductie is op dit moment een ontluikende industrie. Misschien zou een Aquatop tevens als algenkwekerij kunnen dienen. Het beeld van het Smart Energy Landscape wordt door bestuurders geplaatst in de recente rijksinitiatieven van de Deltacommissie en Randstad De citaten over recreatie in het Randstad Urgent programma in Delfland sluiten hier bij aan. De regio heeft voor de concurrentiekracht grote behoefte aan aantrekkelijke landschappen, aantrekkelijke woonmilieus en recreatie. De kansen voor recreatie in een SEL hangen samen met de bereikbaarheid. De discussie rond een recreatief strand in midden-delfland bracht duidelijk het verschil naar voren tussen een punt locatie en een lijn locatie. Onder een puntlocatie wordt een plek verstaan waar mensen naar toe gaan en tijdens hun recreatie verblijven, bijvoorbeeld een zwemplek of een beachvolleybalveld. Een lijnlocatie vereist daarentegen geen parkeergelegenheid of OV verbindingen, bijvoorbeeld een fietspad of schaatsroute.

6 Het actieprogramma Randstad Urgent vertaald dit als volgt: de toegankelijkheid en ontsluiting van de groengebieden vanuit de stedelijke gebieden behoeft verbetering. De groengebieden zijn vaak moeilijk vindbaar en bereikbaar vanuit de steden en zijn intern en extern nog niet optimaal verbonden door recreatieve routes Om de kansen van een SEL te vergroten moeten de baten voor de tuinder van een dergelijk landschap duidelijk naar voren komen. Naast een efficiëntere bedrijfsvoering zouden deze baten vooral liggen op de maatschappelijke acceptatie. De moeite die wordt getroost om het terrein van kashouders gedeeltelijk in recreatief gebied te veranderen vertaald zich in een groter beschikbaar areaal voor glastuinbouw. Een sterk punt wordt genoemd dat het concept door individuele bedrijven kan worden toegepast. Een logische vervolgstap is dat een verhoogd maaiveld wordt gecreëerd in gebieden waar individuele toepassingen van de Aquatop aaneen zijn geschakeld. Qua landschappelijke impact geldt dat in sommige gebieden kassen relatief mooi worden gevonden. Kassen vormen deel van het cultuurlandschap (LEI, 2003) Er wordt onderkend dat een verzameling van Aquatop s in een Smart Energy Landscape zou een uniek Westlands landschap kunnen opleveren. Een duidelijk kans voor het Smart Energy Landscape ligt in dit landschappelijk q.c. culturele aspect. Dit verklaart waarom het op schaalniveaus die hoger liggen dan het individuele bedrijf (gemeente, provincie) er weinig negatieve waarden aan het Aquatop concept worden toegedicht. Door geïnterviewden wordt aangegeven dat de landschappelijke impact van de Aquatop met geen andere kasinnovatie te vergelijken is. Voorbeelden van maatregelen die tuinders reeds hanteren: bomen langs gevels, potplanten of grote afbeeldingen etc. Deze (esthetische) maatregelen zijn onderworpen aan smaak. Daarom voert de LTO de discussie van het aanzicht van kassen wel, maar heeft het hierover geen beleid ontwikkeld. Een snelle herstructurering van het landschap wordt niet mogelijk geacht. Tegelijkertijd kost het bouwen van een kas slechts circa 6 maanden. De hoge bouwsnelheid en innovatie in de kassenbouw is dus een motor die stapsgewijs veranderingen in het landschap mogelijk maakt. De technische levensduur van kassen is 40 jaar of meer. Door innovaties in energiebesparing, lichtopbrengst en teeltklimaat blijft de bedrijfseconomische levensduur beperkt tot circa 20 jaar. Jaarlijks wordt dan ook circa 5% van het areaal vervangen. (Bos e.a., 2006) De nieuwe kassen zijn overigens groot: meerdere hectaren in oppervlak en tot 9m hoog. De huidige bouwtechniek van kassen is het resultaat van decennialange ontwikkelingen en voldoet uitstekend aan de huidige belastingen. Bij de orkaan van januari 1990 is bijvoorbeeld de onderbouw van moderne kassen over het algemeen stormbestendig gebleken. (Bos e.a., 2006) Het Aquatop-principe is geen standaardconstructie die eenvoudig is in te passen in één van de Bouwbesluit categorieën.

7 Op 'juridisch en planologisch vlak' is de huidige wet- en regelgeving nog niet voldoende toegesneden op meervoudig ruimtegebruik. Bovendien is het sectorgerichte instrumentarium vaak te grof. Volgens verschillende partijen zou de huidige besluitvormingstructuur en wet- en regelgeving omgevormd moeten worden naar een sectoroverstijgende. (LEI, 2003) De kosten van een Aquatop en een Smart Energy Landscape worden als beheersbaar gezien, omdat de kosten voor de individuele toepassing gescheiden kunnen worden van de maatschappelijke kosten om elementen uit het maaiveld (fietspaden, woningen, werklocaties) verhoogd aan te leggen.

8 Kansen en knelpunten in kansrijke toepassingsgebieden De beschreven kansen en knelpunten zijn in principe toepasbaar voor de glastuinbouw in heel Nederland of mogelijk op andere lokaties in de wereld. Dit ondanks dat de gebruikte bronnen hebben veelal betrekking op de provincie Zuid-Holland. Het wordt als vanzelfsprekend geacht dat men zou de ambitie moeten hebben om glastuinbouwlocaties aantrekkelijk te maken voor recreanten (fietsroutes, vaartochten, enzovoort). Hierbij wordt verwezen naar de rondvaarttochten in het zeer industriële havengebied van Rotterdam (LEI, 2003). In aansluiting op het voorgaande wordt de grootste inhoudelijke opgaven van het Delflandgebied gezien dat de aanwezige groengebieden slechts 1/3 van de recreatiebehoefte in de Zuidvleugel regio opvangen3. Er is meer ruimte nodig voor recreatie. Het Delflandgebied kan een forse kwalitatieve en kwantitatieve bijdrage leveren aan de uitbreiding van het recreatieareaal. (projectteam UPR Delfland, 2007) Energie is met afstand het belangrijkste innovatieveld in de glastuinbouw op dit moment. Van nieuwe technieken op dit gebied, zoals gesloten kassen, zonne-energie winning, LED verlichting, Warmte-Kracht Koppeling (WKK) en aardwarmte-gebruik wordt verwacht dat de glastuinbouw binnen enkele jaren een energie leverancier kan worden. In Pijnacker wordt, mede door WKK meer energie dan de gemeente gebruikt. Dit gegeven wordt ook veroorzaakt door woningen met een lage EPC. Op termijn wordt echter verwacht dat WKK niet de bijdrage kan leveren aan energieproductie rond glastuinbouw die wenselijk is. De toepassing van wordt naar verwachting zoveel toegepast dat het voordeel dal-piek teniet wordt gedaan. Beleidsmatige knelpunten geven duidelijk de onpopulaire rol van glastuinbouw aan. In het Oostland zijn in de provinciale structuurvisie relatief veel bestemmingen voor woningbouw opgenomen Een deel van de bestemmingen glastuinbouw in de Zuidplaspolder moet meervoudig worden uitgevoerd; een verplichting die ondernemers afschrikt. (Kersten, 2006) Een ander knelpunt vormt de te realiseren ecologische hoofdstructuur (EHS). Het Meerjarenprogramma Ontsnippering is in 2005 door het parlement goedgekeurd. De einddatum voor het hele programma EHS staat op In nagenoeg alle waterschappen zal de komende jaren uitbreiding van het areaal water plaatsvinden (Unie van Waterschappen, 2006). Circa 160ha is heeft in dit kader een bestemming nodig in de gemeente Westland. Deze ruimtelijke opgaven zijn maatschappelijk bijna niet renderend te krijgen. (Reijs, 2006) Voor de Zuidplaspolder is in het intergemeentelijk structuurplan 10 tot 20% van het toekomstig areaal glastuinbouw (280ha) benoemd als toepassingsgebied van meervoudig ruimtegebruik. (Kersten e.a., 2006) Aan het genoemde percentage ligt geen duidelijke vraag of urgentie te grondslag. De vraag is dan ook of tuinders deze beleidsmatige eis zullen accepteren.

9 Kansen wat betreft middelen zijn aanwezig, maar nog niet concreet. In de lokale bestemmingsplannen is ruimte voor innovatief ontwikkelen van groen. Het vermengen van woonfuncties en kastuinbouw is de afgelopen decennia echter niet populair gebleken. Een duidelijk voorbeeld was de City Fruitful in Dordecht, een stedenbouwkundig plan dat na enkele jaren volledig is vervangen bij gebrek aan potentiële klanten. De uitvoeringsprogramma s van de Nota Ruimte en het programma Pieken in de Delta zijn geschikt, indien concrete plannen kunnen worden gerealiseerd. De laaggelegen delen van Nederland hebben te maken met toenemende verzilting. De snelheid van zoutintrede is in veel gebieden niet urgent. (TNO, 2007) In Zuid-Holland staat het Westland echter relatief sterk bloot aan verzilting. De invloed op de volle grond is niet direct belangrijk, maar het in stand houden van de zoetwaterbel onder de duinen heeft op termijn grote prioriteit. De mogelijkheid om water vanuit een bepaalde stijghoogte af te kunnen voeren (bijv. vanaf een waterdak) zou hieraan bij kunnen dragen. De kansen van het realiseren van een Smart Energy Landscape hangen samen met de recente ervaringen op het gebied van Publiek Private Samenwerking (PPS). Gebiedsontwikkeling vindt meestal top-down plaats. Hoewel actoren en belanghebbenden worden gehoord, wordt het gebiedsplan niet altijd breed gedragen. Dit kan worden versterkt door een bottom-up benadering. Op basis van strategische plannen van actoren (waar onder tuinders en ketenpartijen) en strategische visies van stakeholders wordt inzicht verkregen hoe partijen de gebiedsinrichting gewenst zien en onder welke voorwaarden ze met elkaar willen samenwerken. (LEI, 2003) Voor het zoeken naar nieuwe glastuinbouwlocaties dient vanzelfsprekend rekening te worden gehouden met de waarden en ontwikkelingen in het omliggende gebied. (Westland, 2005) De gebiedsontwikkeling vraagt actieve betrokkenheid van alle actoren en belanghebbenden. Op basis van strategische plannen van actoren en strategische visies van stakeholders kan een integraal gebiedsplan worden gesmeed. Een belangrijk aspect daarbij is het laten 'beleven' van de beoogde gebiedsverandering. (LEI, 2003)

10 Kansrijke opties Het onderzoek wijst uit dat het Aquatop en Smart Energy Landscape kansrijk kan zijn als het aan de volgende eisen voldoet. Het aantal knelpunten rond de toepassing van de Aquatop lijken weliswaar beperkt, maar de financiële afweging is eenvoudigweg cruciaal. Een kracht die wordt benoemd is de loskoppeling van de voordelen van het Smart Energy Landscape. Anders gezegd: de baten van de individuele toepassing zijn evident, en gaan voor de maatschappelijke kosten uit. De maatschappelijke baten van het concept zijn niet in de (verre) toekomst gelegen, zoals landschappelijke aanpassingen aan weginfrastructuur dat bijvoorbeeld wel zijn. De Netto Contante Waarde zou daarmee in alle vrijwal alle stadia positief kunnen zijn. De loskoppeling van de kosten baten verhouding voor de individuele telers en maatschappij maakt onzeker e geometrie van de huidige kasgebieden. Om de stap te maken van individuele Aquatops naar een Smart Energy Landscape zou een perfect rechthoekig grid zeer geschikt zijn. De indeling in glastuinbouwgebieden is echter zo grillig als van Nederlandse stratenpatronen mag worden verwacht. Een serie van voorwaarden waar een kansrijke optie aan moet voldoen kan worden opgesteld: Efficiënt voor bedrijfsvoering Beter gebruik van lanen tussen kassen Benodigde groen-blauwe verbinding Woningbouw grenzend aan enkele Aquatop Ontbrekende link in wegennetwerk Ontbrekende link in recreatief netwerk

11 Kennisvragen landschappelijke inpassing De invloed van grondlichamen of andere constructies tussen verschillende Aquatops. Deze vraag heeft vooral betrekking op de eisen van de uitvoering van glastuinbouw, zoals lichtintreding en warmte uitwisseling. De mogelijkheid van de waterlaag om te kunnen fungeren als habitat in een ecologische hoofdstructuur. De invloeden van aanwezigheid van micro-organismen moet duidelijk worden, evenals de vrijheid van natuur om zich te ontwikkelen in de directe nabijheid van de Aquatop. De mogelijkheden om in geval van zware neerslag extra water te bergen op de Aquatop. De vraag is of er sprake kan zijn van bufferwerking gegeven de constructie en de bedrijfsvoering van de kas. De invloed van additieven op het lokale milieu wordt extra kritisch bekeken omdat het Aquatop-principe niet in de huidige Kwaliteits Richtlijn Water valt.

12 Conclusies Het cruciale knelpunt zit in de reële en waargenomen kosten- en baten van het Aquatop en het Smart Energy Landscape. Deze moeten in het verdere onderzoek op bedrijfsmatig en maatschappelijk niveau zo goed mogelijk worden vastgesteld. Ten aanzien van kosten baten is de scheiding van bedrijfseconomische en maatschappelijke kosten en baten interessant. De afweging van een individuele Aquatop staat daarmee grotendeels los van een maatschappelijke investering in een Smart Energy Landscape. Ondanks deze scheiding blijven de omvang van deze kosten en baten vanzelfsprekend cruciaal. Vanuit landschappelijke inpassing is er tot zover geen knelpunt vastgesteld t.a.v. het Aquatop-principe. Het resulterende Smart Energy Landscape wordt in alle reacties als positief ervaren. Het concept wordt gezien als goed inpasbaar in het cultuurhistorische landschap van Nederland. Het vermoeden bestaat dat de gesprekspartners nog niet voldoende de kans hebben gekregen om de impact van de Aquatop op het openbare domein te kunnen omvatten. Vanuit een maatschappelijk-bestuurlijk oogpunt lijkt er aldus geen nadeel aan het concept te kleven, afgezien van de hoge realisatiekosten. Er is nog geen negatief extern effect vastgesteld. Geen enkele milieuwaarde wordt negatief beïnvloed, en de landschappelijke baten zijn sterk. Verder onderzoek samen met experts, zoals in 2009, moeten deze bevindingen verder staven. Er zijn tal van knelpunten in de huidige ruimtelijke ordening die door een Smart Energy Landscape opgelost kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn knelpunten rond waterberging, landschappelijke verommeling, lichtvervuiling, recreatieroutes en zoute kwel. Een triviale aanbeveling volgt uit het nader onderzoeken van de kennisvragen.

13 Literatuur Westland, 2005, Visie Greenport Westland 2020 Kersten e.a., 2006, notitie meervoudig ruimtegebruik glastuinbouw en overige bedrijvigheid in de Zuidplaspolder, Vught Van Oosten H. van, H. Koehorst, 2007, Toekomstsignalen, Bleiswijk/Utrecht Ruijs, 2003, Verkenning meervoudig en duurzaam ruimtegebruik van glastuinbouwlocaties in Nederland, Den Haag Bos W. e.a., 2006, GreenRoad, Delft Van der Cammen, H., de Klerk, L., 2006, Ruimtelijke ordening, van grachtengordel tot Vinex-wijk, Spectrum, Amsterdam Reijs, Th. A.M. (2006), Bouwen voor ruimte, TNO, Delft parlementaire werkgroep Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, (2000), Notie van ruimte, Sdu uitgevers, Den haag Brouwer, M. (2006), Schakelen tussen schalen, TNO, Delft MNP, (2006), Welvaart en leefomgeving, Projectteam UPR Delfland (2007), Plan van Aanpak voor het UPR-project Mooi en Vitaal Delfland Websites

14 Bijlage 1 Kansrijke partners LNV PZH Gemeente Lansingherland en Westland Waterschappen Hoogheemraadschap Delfland en Schieland-Krimpenerwaard Alterra Kamers van Koophandel Haaglanden, Rotterdam Dura Vermeer Rabobank Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie VEK Adviesgroep Bouwend Nederland GroeneRuimte/Stichting Innovatie Glastuinbouw Hillenraad InnovatieNetwerk Agrocluster Kennisalliantie Delft L.T.O. Glaskracht Landbouw Economisch Instituut PPO Sector Glastuinbouw Prominent

15 Bijlage 2 Voorstel werkwijze voor complexe ruimtelijke processen Soorten ruimtelijke vraagstukken Voordat men kan ingaan op de vraag welke rol geo-informatie speelt in ruimtelijke ordening is het noodzakelijk de soorten vraagstukken te onderscheiden. Ruimte is een alomvattend begrip, vergelijkbaar met tijd. Ruimte bestaat niet op zichzelf: het bestaat uit het ruimtegebruik dat zich afspeelt. Dit gebruik kan worden onderscheden in thema s, bijvoorbeeld wonen, werken, verkeer & vervoer, water, milieu, natuur etc. Ruimtelijke ordening is een afweging tussen deze thema s. Indien de afweging tussen de thema s niet vanzelfsprekend is wordt een vraagstuk als snel complex genoemd. Er zijn vele soorten complexe ruimtelijke situaties te herkennen. Er zijn bijvoorbeeld vraagstukken op gebied van beleid- of visievorming, locatiekeuzes, ontwerpprojecten, herstructurering etc. De drie grote parameters die de aard van een ruimtelijk vraagstuk bepalen zijn tijd, ruimte en actoren. (Brouwer, 2006) De mate waarin deze parameters in het project betrokken zijn bepaald of een vraagstuk als complex te omschrijven is. Een nieuwe verbinding van het nationaal wegennet speelt zich weliswaar af op een hoog schaalniveau, maar zal niet als complex aan te duiden zijn als er weinig actoren bij betrokken zijn. Bij het onderhoud van hoofdwaterkeringen kunnen weliswaar weinig actoren betrokken zijn, maar de tijdshorizon en de variërende ruimtelijke schaal maken het toch veelal een complex ruimtelijk vraagstuk. De aard van complexe ruimtelijke vraagstukken is multi-dimensionaal en uniek. Het is minder zinvol om ze te beschrijven op basis van slechts één parameter, zoals tijd (haalbaarheidsstudies, voorontwerpen etc.) of ruimtelijke schaal. (bestemmingsplan, PKB etc.) De ruimtelijke opgaven in Nederland, zowel in stedelijk als landelijk gebied, worden veelal als urgent beschouwd op basis van één problematiek, bijvoorbeeld waterbeheersing, desintegratie, klimaatsverandering, energieschaarste, congestie etc. Maar in toenemende mate zijn deze opgaven complex. Het formuleren van oplossingen c.q. projecten voor complexe opgaven blijkt onmogelijk zonder een integraal en interactief proces. Deze stelling wordt nog niet altijd erkend door beslissers en adviseurs.

16 Nog steeds heerst de gewoonte om een groot project te beschouwen als een technische realisatie, die eerst in detail in besloten kring wordt voorbereid en daarna pas wordt blootgesteld aan een politiek-maatschappelijke discussie. Ook worden vanuit deze gedachte problemen op een hoger schaalniveau afgewenteld op een lager schaalniveau. Dit werkt onnodig weerstanden op, en is de oorzaak van vertraging. De verwachting is dat ruimtelijke opgaven met overstromingsrisico s veelal als complex te beschouwen zijn. In deze opgaven is waterveiligheid echter slechts één aspect. Er zijn vele thema s die het unieke karakter bepalen: wonen, werken, infrastructuur, water, bodem, natuur, landbouw, energie etc. Daarnaast leven er vragen als: is er een bestemmingswijziging nodig? Wat is het toekomstige grondgebruik? Is er een ecologische hoofdstructuur aanwezig? Zijn er terreinen van grote cultuurhistorische/archeologische waarde? Is zonering noodzakelijk met oog op externe veiligheid? Besluitvormingsproces Ongeacht het type beleidsvraag en ongeacht de doelstelling kan het beleidsproces - van (maatschappelijk) probleem tot uitvoering van maatregelen - praktisch altijd in een aantal onderling duidelijk verschillende activiteiten worden opgedeeld. Deze activiteiten kunnen worden gezien als fasen in een besluitvormingsproces die steeds in ongeveer dezelfde volgorde worden doorlopen. (Reijs, 2006). Deze onderverdeling is behulpzaam bij zowel het beschrijven van besluitvormingsprocessen als bij het geven van suggesties voor de aanpak van besluitvormingsprocessen, zoals hieronder zal worden geïllustreerd. Binnen het besluitvormingsproces kunnen vier activiteiten worden onderscheiden (zie figuur XX): Knelpunten- en kansenanalyse; Oplossingen per knelpunt/kans; Vaststellen integraal oplossingspakket; Maatregelen c.q. uitvoeringsprojecten bepalen. Knelpunten- en kansenanalyse Genereren oplossingen Integraal oplossingenpakket Maatregelen/ projecten Wat Wie Hoe Waarmee Divergentie Divergentie Divergentie Divergentie Convergentie Convergentie Convergentie Convergentie I II III IV

17 Elke fase kent een zogenaamd divergerend begin en convergerend einde. Divergentie slaat op acties gericht op verzamelen van informatie, verkrijgen van inzicht en formuleren van alternatieven. Convergentie representeert activiteiten als selectie en reductie tot essentiële informatie. Als de activiteit niet convergeert is er geen beslisbasis en kan - als het proces goed beheerd wordt - geen sprake zijn van een fase afsluiting. Toch een beslissing nemen (forceren) zal vrijwel zeker tot problemen met betrekking tot het bereiken van consensus in latere fasen leiden. De stap bij aanvang van een besluitvormingsproces is een Kick Off. Hierbinnen wordt naast een beschrijving van de huidige situatie, het doel van het proces globaal vastgelegd, de actoren met wie het proces doorlopen wordt, hun percepties en verantwoordelijkheden, de stappen die doorlopen worden en de middelen die daarvoor nodig zijn. Het resultaat hiervan is een startdocument. De knelpunten en kansenanalyse gaat uit van de stelling: een goede probleemdefinitie is de helft van de oplossing. In deze zin kan een kans ook een probleem zijn. De fase waarin enkelvoudige oplossingen per knelpunt en kansen worden gezocht is een logisch vervolg op de probleemanalyse. Dit is het moment waarop bestaande en nieuwe oplossingen worden bepaald. Het is vervolgens zaak om de enkelvoudige oplossingen samen te kunnen brengen in een integrale aanpak. De set van optimaal renderende oplossingen is niet eenvoudig te bepalen, en deze fase wordt vaak ondersteund met Decision Support Systems/instrumenten/tools/modellen. Afsluitend worden in een complex proces projecten bepaald en uitgewerkt op basis van de samengestelde oplossing. Om tot gedragen oplossingen te komen moeten belanghebbenden betrokken worden bij dit proces, via interactieve besluitvorming, ontwikkelingsplanologie, gebiedsontwikkeling etc. 1 Dit wordt o.a. gekenmerkt door vroegtijdige en gelijkwaardige betrokkenheid van alle relevante actoren duidelijkheid over speelveld en regels werken aan het komen tot een gedeelde probleemdefinitie werken aan gedeelde kennisbasis het open en inzichtelijk communiceren over afwegingsproces. De volgende vragen dienen vanaf de eerste fase in evenwicht te zijn: Wat: het antwoord op deze vraag geeft aan op welke inhoudelijke punten overeenstemming bereikt moet worden of- is bereikt: welke kwaliteit, hoeveel woningen, wiens eigendom etc. Wie: het antwoord op deze vraag geeft aan welke actoren betrokken worden in het proces. 1 Deze begrippen worden in het dagelijks gebruik vaak voor elkaar ingewisseld. Gebiedsontwikkeling is de huidige term voor de operationele kant van het begrip ontwikkelingsplanologie. Het begrip interactieve besluitvorming is nauw verbonden met gebiedsontwikkeling, maar kan ook op andere terreinen dan ruimtelijke opgaven plaatsvinden.

18 Hoe: het antwoord op deze vraag geeft wat de procesarchitectuur zal zijn; het bevat bijvoorbeeld de planning, de beslismomenten en werkvormen die worden gebruikt. Waarmee: het antwoord op deze vraag geeft aan met welke middelen de resultaten uit het proces gerealiseerd moeten worden. Voor dit werkpakket zijn deze vragen als volgt geconcretiseerd: Wie Welke actoren zijn belangrijk in het nationale debat over glastuinbouw? Wat zijn de standpunten van deze actoren t.o.v. glastuinbouw? Welke proeflocaties acht u kansrijk voor toepassing van dit concept? Wat Welke kansen en knelpunten denkt u dat het Smart Energy Landscape respectievelijk kan oplossen of benutten? Welke functies zou een Smart Energy Landscape moeten hebben? Wat vind u van de scope van de getoonde beelden? In welke stappen zou u een proeftraject onderverdelen om tot realisatie te komen? Hoe Welke planologische processen moeten worden doorlopen, en wat zijn de kritische tijdspaden hierin? Welke huidige knelpunten in die processen zouden opgelost kunnen worden? Waarmee Op welke begrotingsposten van een huidige kas zullen veranderen met dit concept? Welke financieringsmogelijkheden vanuit publieke middelen ziet u?