Park of Perk? Een onderzoek naar het beweegvriendelijk inrichten van buurten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Park of Perk? Een onderzoek naar het beweegvriendelijk inrichten van buurten"

Transcriptie

1 2014 Park of Perk? Een onderzoek naar het beweegvriendelijk inrichten van buurten Dr. Jolanda Maas Dr. Frank den Hertog Dr. Mireille van Poppel Prof. Dr. Jantine Schuit 0

2 Colofon Titel: Park of Perk? Een onderzoek naar het beweegvriendelijke inrichten van buurten Auteurs: Dr. Jolanda Maas 1 Dr. Frank den Hertog 2 Dr. Mireille van Poppel 1 Prof. Dr. Jantine Schuit EMGO+ Instituut, Afdeling Sociale Geneeskunde, VU Medisch Centrum te Amsterdam 2 RIVM te Bilthoven 3 VU afdeling Contact: Dr. Jolanda Maas, Uitgever: VU Medisch Centrum te Amsterdam Oktober, 2014 Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door ZonMw (projectnummer ) en GGD Amsterdam. Copyright: Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgevers. 1

3 Park of Perk? Een onderzoek naar het beweegvriendelijk inrichten van buurten Dr. Jolanda Maas, Dr Frank den Hertog, Dr Mireille van Poppel, Prof. Dr. Jantine Schuit 2

4 Inhoudsopgave Colofon... 1 Dankwoord Inleiding Achtergrond Doelstelling en onderzoeksvragen Onderzoeksopzet en methode Setting en populatie Fase 1: Gebruik van de openbare ruimte Fase 2: Beleving en waardering en motieven voor keuze vervoersmiddel en route Fase 3: Het ontwikkelen van maatregelen voor beweegvriendelijk inrichten van buurten Beschrijving van de geselecteerde buurten Van der Pek buurt Indische Buurt De Punt Buurt Kenmerken van de geworven respondenten Geworven respondenten Spreiding respondenten over de buurt Kenmerken van de respondenten Beleving en waardering van de buurt Van der Pek Indische Buurt De Punt Buurt Conclusie Gebruik van de openbare ruimte Gebruik vervoersmiddelen Gebruik routes Conclusie Motieven keuze vervoersmiddel Afstand Houding Weer Tijd Sociale omgeving Veiligheid Praktische reden Gezondheid/bewegen

5 7.9 Bezit auto / fiets Bezit van een hond Kosten Vaardigheden Verschillen tussen doelgroepen Motieven voor de keuze van een wandel- of fietsroute Afstand & tijd Aantrekkelijkheid route (On)veiligheid Verkeerssituatie Sociale omgeving Overig Conclusie Ideeën van bewoners voor het beweegvriendelijker inrichten van de wijk Sport/ speelvoorzieningen Verkeerssituatie Esthetiek Opbouw wijk Groenvoorzieningen Veiligheid Sociale cohesie Winkelvoorzieningen Parkeren Verschillen tussen leeftijdsgroepen Conclusie Maatregelen voor het beweegvriendelijk inrichten van buurten Ontwikkelde maatregelen (resultaten Delphi ronde 1) Beoordeling maatregelen Conclusie en discussie Samenvatting, conclusie en aanbevelingen Achtergrond, doelstellingen en methode Beleving en waardering van buurten Gebruik openbare ruimte met actief/ inactief vervoer Motieven voor het gebruik van een vervoersmiddel Motieven voor gebruik routes Ideeën van bewoners voor het beweegvriendelijker inrichten van de wijk Conclusie: Bevorderende en belemmerende factoren voor bewegen Aanbevelingen Referenties Bijlage 1: Ontwikkelde maatregelen

6 Dankwoord Bij de uitvoering van dit onderzoek waren we in belangrijke mate afhankelijk van de medewerking van de proefpersonen. Daarom willen we op de eerste plaats de mensen die deel hebben genomen aan ons onderzoek bedanken voor de verleende medewerking. Ook de deelnemers aan de expertmeeting willen we via deze weg bedanken voor hun inzet. Een aantal mensen hebben ons intensief geholpen bij het verzamelen van de data. Het gaat om: Eva Kuipers, Aicha Bendahman, Marc Shamier, Ines Bejaoui, Fernande Brand, Jill, Remco Dubbeling, Rens Besseling, Ewoud de Groot, Anouk Verbeek, Ali al Dulaimi, Priyanta Malhoe, Saskia Duijs. Hartelijk bedankt voor jullie inzet. Ook willen we de contactpersonen in de bij het onderzoek betrokken Amsterdamse buurten graag bedanken voor hun adviezen en medewerking. In het bijzonder gaat onze dank uit naar Wiebe van Veen en Maarten van Ettekoven van het projectbureau Stedelijke Omgeving Stadsdeel Nieuwwest. Ook onze dank aan Reinier Sterkenberg en Frank Pierik die de GPS analyses voor hun rekening hebben genomen. Tot slotte, willen we graag de leden van de begeleidingscommissie bedanken voor hun gewaardeerde input gedurende het project: Jos Gadet (DRO, Gemeente Amsterdam) Annelies Acda (GGD Amsterdam) Fred Woudenberg (GGD Amsterdam) Menno Moerman (INBO) We willen hen graag bedanken voor hun adviezen en suggesties in het ontwerp en de uitvoering van het onderzoek, hun kritische reflectie op de geschreven stukken en in het bijzonder voor het feit dat zij hun deskundigheid met ons hebben willen delen. Mede namens het onderzoeksteam, Jolanda Maas (projectleider) 5

7 1 Inleiding 1.1. Achtergrond Maatschappelijke relevantie Het gebrek aan bewegen is een belangrijke oorzaak van verschillende gezondheidsproblemen. Zo kan een gebrek aan bewegen onder andere leiden tot overgewicht, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 (US Department of HHS, 1996). Volgens de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB), die in 1998 is opgesteld en is afgeleid van internationale richtlijnen, zouden mensen tenminste 5 dagen per week minimaal 30 minuten matig intensief moeten bewegen om gunstige gezondheidseffecten te ondervinden. Voor kinderen, jongeren en mensen met overgewicht is het gewenste aantal minuten per dag tenminste 60. Gemiddeld voldoet 40% van de bevolking niet aan deze norm. Bij jongeren voldoet zelfs meer dan 70% niet aan de norm. (zie figuur 1). Figuur 1: Percentage mensen dat in 2007 binnen hun leeftijdsklasse voldoet aan de, voor hun leeftijd geldende, Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Wendel-Vos GCW, 2008; CBS StatLine, 2008). Het dagelijkse karakter van de NNGB zorgt ervoor dat gezondheidswinst in dit verband vooral in de dagelijkse routine moet worden gevonden. De woonomgeving vormt dan ook een voor de hand liggende locatie voor een gezondheidsbevorderende interventie. Het huidige onderzoek richt zich specifiek op het bevorderen van wandelen en fietsen in de directe woonomgeving, de buurt Wetenschappelijke relevantie Dit onderzoek is een vervolg op het onderzoek getiteld De Gezonde Wijk (Den Hertog, 2006) waarin de relatie tussen de gebouwde omgeving en bewegen centraal stond. Uit dit het onderzoek kwam naar voren dat er aanzienlijke verschillen zijn in het beweeggedrag van bewoners uit verschillende geselecteerde buurten, vooral als het gaat om het te voet of te fiets bezoeken van (winkel)voorzieningen. Bij vergelijkbare loopafstanden naar de boodschappenwinkel bleken mensen in sommige wijken veel vaker lopend of fietsend (actief transport) de winkel te bezoeken dan in andere wijken. Voor dit verschijnsel konden meerdere (ruimtelijke) factoren worden aangewezen, zoals 6

8 de dichtheid van bebouwing, de parkeerdruk, de menging van diverse functies, en de aanwezigheid en vooral ook de kwaliteit van het openbaar groen. Om te komen tot implementeerbare aanbevelingen voor lokale bestuurders en ontwikkelaars was meer onderzoek nodig. Zo is bijvoorbeeld meer inzicht nodig over de routes die mensen nemen, om de relatie tussen specifieke buurtkenmerken en beweeggedrag beter in beeld te krijgen. Terwijl De Gezonde Wijk zich primair richtte op de invloed van kwantificeerbare factoren zoals parkeerdruk en bebouwingsdichtheid richt dit onderzoek zich op het vaststellen van het daadwerkelijke gebruik (routing) en de kwaliteit van plekken en routes door de buurt (beleving) en de hieraan gekoppelde attributen/kenmerken. Daarnaast richt dit onderzoek zich op het identificeren van maatregelen die haalbaar en praktisch zijn en die tegelijkertijd als potentieel effectief kunnen worden beschouwd. Uiteindelijk zal hiermee inzicht worden verkregen in waar gemeente die bewegen willen bevorderen het beste hun geld op kunnen inzetten: op een park of op een perk. Kunnen ze hun geld het beste inzetten op een geografische centralisatie van de financiële middelen (lees investeren in een beperkt deel van de infrastructuur van de wijk, dus een goede centrale routing door de buurt of een multifunctioneel park) of anderszins op een algemene verbetering van de gehele buurt (bijvoorbeeld kleine perkjes voor ieder straatdeel, kleinschalig en (bijna) tastbaar voor iedereen). 1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen Doelstelling Het doel van dit onderzoek was tweeledig, namelijk: 1. Inzicht krijgen in de buurtkenmerken die bewegen bevorderen dan wel beperken. 2. Komen tot specifieke richtlijnen voor het beweegvriendelijk inrichten van buurten. Onderzoeksvragen Om de doelstelling te bereiken zullen de volgende onderzoeksvragen beantwoord worden: 1) Hoe wordt er in de openbare ruimte bewogen? 2) Wat is de beleving en waardering van de openbare ruimte? 3) Waarom kiezen mensen bepaalde routes en vervoersmiddelen? 4) Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor bewegen in de openbare ruimte? 5) Hoe kan een wijk beweegvriendelijk worden ingericht? 7

9 2 Onderzoeksopzet en methode In dit hoofdstuk worden de onderzoeksopzet en methoden toegelicht. Het onderzoek bestond uit drie verschillende fases. In de eerste fase is onderzocht hoe mensen hun buurt gebruiken. In de tweede fase is nagegaan hoe mensen hun buurt beleven en waarderen en wat motieven zijn voor het gebruik van een vervoersmiddel en een route. In de derde fase zijn de analyseresultaten met behulp van experts omgezet naar potentieel effectieve en haalbare maatregelen die kunnen worden ingezet voor het ontwerpen van beweegvriendelijke buurten. 2.1 Setting en populatie Setting: selectie van buurten Voor het onderzoek zijn vier Amsterdamse buurten geselecteerd. De buurten zijn geselecteerd op basis van de volgende criteria: 1. De buurten komen qua typologie veel voor in Nederland; 2. De buurten zijn vergelijkbaar wat betreft demografische samenstelling (leeftijdsopbouw, etniciteit en inkomen). 3. In de buurten wonen voornamelijk bewoners met een relatief lage sociaaleconomische status. 4. De buurten verschillen in stedenbouwkundige opzet en in de vormgeving van de openbare ruimte. Hierbij is gezocht naar buurten die verschillen in de soort bebouwing voorzieningendichtheid hoeveelheid en kwaliteit van het groen en parkeergelegenheid. Bij de selectie van de buurten zijn meerdere partijen via een begeleidingscommissie betrokken geweest (Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam (DRO), GGD Amsterdam, stedenbouwkundigen van het bureau INBO en wetenschappers uit diverse disciplines (epidemiologen, geografen, sociologen). De brede expertise van de begeleidingscommissie heeft ertoe geleid dat rekening gehouden kon worden met de denkkaders van de verschillende velden die betrokken zijn bij dit integrale gezondheidsbeleid. Hiermee is niet alleen een wetenschappelijk onderbouwde keuze voor wijken gemaakt, maar is ook rekening gehouden met de bestuurlijke haalbaarheid. Uiteindelijk is gekozen voor de volgende 4 buurten: De Punt (Amsterdam Nieuw-West) Van der Pek (Amsterdam Noord) Buurt 5 (Amsterdam Nieuw-West) Indische Buurt (Amsterdam-Oost) In hoofdstuk 3 is een nadere beschrijving te vinden van de geselecteerde buurten. Populatie: selectie van respondenten In buurten leven verschillende generaties naast elkaar. Parallel met de leeftijd veranderen ook het ruimtegebruik en de ruimtewensen van buurtbewoners. Daar waar kinderen de openbare ruimte vooral gebruiken om te spelen (De Vries et al., 2005), is dezelfde omgeving voor volwassenen vooral een ruimte via welke men bepaalde bestemmingen bereikt. Voor ouderen kan de opzet van de openbare ruimte nog weer heel andere vereisten met zich meebrengen, bijvoorbeeld meer gericht op veiligheid en ontmoeting. 8

10 Om te achterhalen wat de wensen van verschillende doelgroepen in de buurt zijn ten aanzien van het inrichten van een beweegvriendelijke woonomgeving richt dit onderzoek zich op drie verschillende leeftijdsgroepen, namelijk jongeren (13-17), volwassenen (30-50) en ouderen (60-80). Kinderen zijn nadrukkelijk niet meegenomen, omdat deze groep al intensief onderzocht wordt door andere partijen. Door de verschillende doelgroepen bij het onderzoek te betrekken kan bij de ontwikkeling van de richtlijnen rekening worden gehouden met de speciale wensen van de verschillende leeftijdsgroepen. De onderzoeksresultaten kunnen daarmee bijdragen aan de ontwikkeling van buurten waarin verschillende generaties duurzaam naast en/of met elkaar kunnen leven Werving respondenten Vanaf augustus 2009 tot en met maart 2010 hebben we via een deur-tot-deur methode buurtbewoners tussen de 13-17, en jaar oud benadert in de vier geselecteerde Amsterdamse buurten. Het streven was om per buurt 10 mensen per leeftijdsgroep te werven (in totaal 120 mensen, 30 mensen per buurt). In elke buurt waren twee veldwerkers verantwoordelijk voor de werving van de respondenten. Zij hadden een uitgebreid wervingsprotocol meegekregen om de respondenten te werven. Mensen die in een rolstoel en mensen die buiten de geselecteerde leeftijdsgroepen vielen, zijn niet in het onderzoek meegenomen. Om een zo willekeurige mogelijke selectie van adressen en respondenten te krijgen, hebben de veldwerkers in eerste instantie alleen de nummers 6, 7, 8, 9, 10, 16, 17, 18, 19, 20, 26, 27 etc. van een bepaalde straat benadert. Helaas bleek deze methode niet geschikt om voldoende respondenten te krijgen en er is gedurende de werving besloten om ook de andere huisnummers mee te nemen in het onderzoek. De respondenten zijn in alle buurten tegelijkertijd (tussen augustus 2009 en maart 2010) geworven om rekening te houden met de mogelijke seizoensinvloed. Doordat volwassenen beter bereikt konden worden zijn uiteindelijk de meeste volwassenen in de zomer van 2009 geworven. De jongeren en ouderen zijn later in het jaar 2009 of begin 2010 geworven. Om de gegevens van de respondenten te anonimiseren is aan alle respondenten een respondentnummer toegekend. De respondentnummers zijn als volgt opgebouwd: 1. de eerste twee cijfers verwijzen naar de buurt waarin de respondenten wonen (11 = Van der Pek; 22 = Indische Buurt; 33 = De Punt; 44 = Buurt 5); 2. het derde cijfer verwijst naar de doelgroep (1 = jongeren; 2 = volwassenen; 3 = ouderen) 3. de laatste twee cijfers (de getallen 01 tot en met 12) refereren naar een van de tien respondenten die binnen de doelgroep zijn geworven. Een respondent met het nummer 22301, is een oudere uit de Indische buurt. Het respondentnummer staat voor een jongere uit Buurt 5. 9

11 2.2 Fase 1: Gebruik van de openbare ruimte In de eerste fase van het onderzoek is met behulp van een GPS-apparaat onderzocht; (1) hoe de openbare ruimte wordt gebruikt voor beweging / transport, (2) welke vervoersmiddelen mensen in hun buurt gebruiken en (3) welke routes mensen in hun buurt gebruiken. Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van de manier waarop het gebruik van de openbare ruimte is gemeten. GPS-tracking Het daadwerkelijke gebruik van de buurt voor alledaagse activiteiten is geïnventariseerd met behulp van GPS-tracking. Dit is een techniek waarbij respondenten een GPS-apparaat bij zich dragen dat onder andere continu de geografische locatie van deze persoon vastlegt. Middels deze techniek kan precies worden vastgesteld welke routes en plekken de buurtbewoners in de buurt gebruiken. Een voorbeeld van de output afkomstig van een respondent die een week lang een GPS-apparaat bij zich heeft gedragen, is te vinden in afbeelding 1. De routes die door de respondent op een bepaalde dag zijn genomen, zijn in 1 kleur weergegeven. De betreffende respondent heeft dus 6 dagen het GPS apparaat bij zich gedragen. Vlaggen worden weergegeven op plekken waar mensen zich binnenshuis begeven. Afbeelding 1: voorbeeld van output van een Respondent die 6 dagen met een GPS apparaat heeft gelopen Omdat het GPS-apparaat ook registreert met hoeveel kilometer per uur iemand zich op een bepaald moment voortbeweegt is het ook mogelijk om na te gaan welk vervoersmiddel mensen gebruiken. Een GPS-apparaat kan makkelijk in de jaszak of de tas gedragen worden wat maakt dat het gebruik van het apparaat het normale gedrag van mensen zo min mogelijk in de weg staat. 10

12 Afbeelding 2: Afbeelding van het gebruikte GPS apparaat GPS-apparaat Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van GPS Qstarz BT-Q1000X (Travel recorder X, BT-Q1000X, Qstarz International Co., Ltd., Taipei, Taiwan). Deze is gekozen omdat hij een lange batterijduur heeft (42 uur) en omdat hij records in het interne geheugen kan registeren, wat betekent dat mensen gedurende 7 dagen het apparaat bij zich kunnen dragen zonder dat het apparaat opgeschoond moet worden. Ook is het een erg gebruiksvriendelijk apparaat, omdat de opgenomen gegevens eenvoudig in Google Earth kunnen worden geprojecteerd. De samplefrequentie van de GPS-meter was ingesteld op 5 seconden. Procedure Alle respondenten werd gevraagd om een week lang met een GPS apparaat te lopen. Zodra de bewoners hadden aangegeven dat zij wilde meewerken, kregen zij meteen het apparaat uitgereikt en werd gevraagd of zij de volgende dag wilde beginnen met het dragen van het GPS-apparaat. Een week later werd het apparaat weer opgehaald door de veldwerkers. Handleiding De respondenten ontvingen een handleiding waarop stond weergegeven hoe het GPSapparaat gebruikt moest worden. Zo stond vermeld dat ze het apparaat aan moesten zetten zodra ze s morgens de deur uit gingen en dat ze het apparaat uit moesten zetten en op moesten laden zodra ze niet meer van plan waren om die dag nog naar buiten te gaan. Dagboek Alle respondenten is gevraagd in een dagboek bij te houden welke bestemmingen ze hadden bezocht gedurende de dagen dat ze het GPS-apparaat bij zich droegen. Zij moesten per dagdeel invullen welke bestemming(en) zij bezochten, wat voor weer het was en wat voor soort dag het was (werkdag, schooldag of vrije dag). GPS-analyse De GPS-gegevens zijn door TNO op verschillende manieren geanalyseerd (zie ook Maas et al., 2013). De veldwerkers hebben de data direct na het ophalen van het GPS-apparaat geanalyseerd. Een beschrijving hiervan is te vinden in de paragraaf Grove GPS-analyse. Daarnaast zijn de GPS gegevens met behulp van een GIS-applicatie (Geografisch Informatie Systeem) onderzocht, een beschrijving hiervan is te vinden in de paragraaf GPS-analyse met behulp van GIS. 11

13 Grove GPS-analyse De GPS-gegevens werden door de veldwerkers direct na het ophalen van het GPSapparaat geanalyseerd. Hiervoor is een protocol opgesteld. Samengevat komt het erop neer dat de veldwerkers nagegaan zijn met welke vervoersmiddelen en via welke routes de respondenten bestemmingen in de buurt bezocht hadden. De meest voorkomende routes werden weergegeven op een overzichtskaart die ze tijdens de interviewfase aan de respondenten hebben voorgelegd (zie voor een voorbeeld afbeelding 3). Afbeelding 3: Kaarten die gemaakt zijn n.a.v. de grove GPS analyse Wandelen fietsen Auto OV Scooter GPS-analyse met behulp van GIS Hieronder wordt beschreven welke stappen zijn genomen voor een nauwkeurigere analyse van de GPSgegevens. Stap 1: Voorbewerking De gegevens zijn eerst voorbewerkt. De verzamelde GPS data bestonden uit punten met een locatie, een tijd, een snelheid en een hoogte. De tijden hebben een vast tijdsinterval van 5 seconden. De locaties, die oorspronkelijk weergegeven waren in graden, zijn omgerekend naar rijksdriehoekscoördinaten (RDS), in meters, omdat veel kaartondergrond in GIS systemen ook RDS als coördinatensysteem hebben. Vervolgens is van alle paren van opeenvolgende punten een lijnstuk gemaakt, met daaraan gekoppeld een (opnieuw) berekende snelheid, een tijdsinterval en een richting. Stap 2: Elimineren van trackdelen met een te hoge erractisness In de tweede stap van de GPS-analyses zijn trajectdelen die erractic waren. Met erractisness wordt het ruisnuiveau weergegeven. Fluctuaties in snelheid en fluctuaties in hoogte zijn bijvoorbeeld vormen van erraticness. De volgende criteria zijn gebruikt om te bepalen of een trackdeel al dan niet erractic is. 12

14 Er zijn 4 erraticness waarden berekend voor de volgende trajectdelen: - 1 minuut voorwaarts (12FW) - 1 minuut achterwaarts (12BW) - 2 minuten voorwaarts (24FW) - 2 minuten achterwaarts (24BW) Daarnaast is gekeken naar veranderingen in snelheid, richting en hoogte. Uiteindelijk is aan de hand van voorwaarden bepaald of een trajectdeel wel (1) of niet (0) erratic is. De voorwaarden voor erractic trajectdelen zijn: - Erraticness12FW > Erraticness12BW > Erraticness24FW > Erraticness24BW > Snelheid > 1km / uur and (DirectionChange > 45 graden) or (DirectionChange < -45 graden) - Altitude > 250 meter or Altitude < -25 meter Van elk trajectdeel dat als erratic is geclassificeerd, wordt de activiteit op -1 ( geen ) gezet. Stap 3: Detecteren en elimineren van data uit punten die binnenshuis zijn geregistreerd In de derde stap van de analyses is bepaald of iemand binnen of buitenshuis is (ook wel clusterdetectie genoemd). Doordat veel mensen een groot deel van de dag binnenshuis doorbrengen, bestaat een groot deel van de geregistreerde data uit punten die binnenshuis zijn geregistreerd, wat resulteert in grote onnauwkeurigheden in de plaatsbepaling. (zie plaatje) Deze onnauwkeurige punten moeten uit de data verwijderd worden. Dit is gebeurd middels clusterdetectie. Clusterdetectie De procedure van de clusterdetectie was als volgt. Eerst werden alle GPS-data per proefpersoon op een 50 x 50 meter raster geprojecteerd. Vervolgens is bepaald welke cel in het raster de meeste GPS- datapunten bevatte, waarbij 50 datapunten het minimaal aantal moest zijn. Hierna werd een lijst gegenereerd van de datapunten in elk van de acht omliggende cellen plus deze cel zelf en werd het zwaartepunt (ZP) van alle datapunten binnen deze negen cellen berekend (het centrum van de puntenwolk). Het zwaartepunt is berekend met de volgende formules: ZP x = 1 n n i= 1 r x, i ; ZP y = 1 n n i= 1 r y, i waarbij rx,i gelijk is aan de component in de x-as van de coördinaten van datapunt i, ry,i gelijk is aan de component in de y-as van de coördinaten van datapunt i en n gelijk is aan het totaal aantal datapunten binnen de negen cellen. Nadat het zwaartepunt voor de eerste keer is bepaald, zijn alle buitenliggende datapunten ( outliers ) op een afstand groter dan driemaal de root mean square van de 13

15 afstand tussen het zwaartepunt en de datapunten buiten beschouwing gelaten 1, en is vervolgens het zwaartepunt nogmaals bepaald. Vervolgens zijn alle punten die werden meegeteld, beschouwd als één cluster. Dit zijn de rode punten uit figuur 2. Vervolgens is gekeken of er nog outliers om het cluster heen liggen die eigenlijk bij het cluster horen. Dit is gedaan op basis van de tijden. Als punten i en j binnen het cluster liggen, en er ligt tussen i en j een periode van minder dan 1 minuut, dan worden de punten i+1 t/m j-1 ook tot het cluster gerekend. Van deze punten wordt dus verwacht dat ze eveneens binnenshuis geregistreerd te zijn. Figuur 2 Voorbeeld van clusterdetectie. Nadat de procedure is voltooid voor het eerste cluster, is de gehele procedure steeds herhaald voor de op één na meest dicht bevolkte cel, totdat het minimum aantal datapunten binnen een cel werd bereikt en alle clusters waren gedetecteerd. Alle datapunten die onderdeel waren van een cluster werden als binnenshuis beschouwd. Van elk trajectdeel dat als cluster geclassificeerd is, wordt de activiteit op -1 ( geen ) gezet. Stap 4: Classificeren van gebruik vervoersmiddel (per punt; voorlopige classificatie) Om te bepalen welk vervoersmiddel gebruikt is voor elk lijnstuk (trajectdeel van 5 seconden) over een periode van een minuut ervoor tot een minuut erna bepaald wat de maximale snelheid was. In onderstaande tabel is te zien aan welke maximale afstanden gehanteerd worden voor de verschillende type vervoersmiddelen. Maximum snelheid verplaatsingsmethode over 2 minuten (km/h) < 1 stationary 1 en < 9 lopen 9 en < 25 fietsen 25 en < 120 gemotoriseerd 120 (en < 1000) flying 1 De root mean square van de afstand tussen het zwaartepunt en de datapunten is berekend als de wortel van het gemiddelde kwadraat van de afstanden tussen het zwaartepunt en de datapunten in het kwadraat. 14

16 Om te controleren of de gekozen afstanden juist waren zijn de kaartjes afkomstig uit deze analyses naast de kaartjes gelegd die door de veldwerkers aan de respondenten zijn voorgelegd. Stap 5: Korte afwijkende intervallen invoegen in langere aaneengesloten tracks. Om korte afwijkende intervallen op te sporen (bijvoorbeeld als een klein stuk van een track wandelen lijkt, terwijl de rest auto is) is voor alle groepen punten die aaneengesloten dezelfde classificatie hebben gekregen bepaald hoe lang de periode is. Aan elke groep die korter dan de drempelwaarde (in dit geval 24 punten) duurt en die voorafgegaan wordt of gevolgd door een groep die langer duurt, wordt de classificatie van de langere groep toegekend. Voorbeeld: Het kan voorkomen dat de voorafgaande track en de volgende track niet dezelfde activiteit weergeven (voorbeeld: 5 min. Fietsen, 20 sec lopen, 8 min. Gemotoriseerd). In zo n geval is het korte interval (de 20 seconden lopen) toegekend aan het langste interval (resultaat is dan dus: 5 min. Fietsen, 8:20 min. Gemotoriseerd). Stap 6: Maken van overzichtskaarten Van alle verzamelde GPS gegevens zijn overzichtkaarten gemaakt waarin te zien is hoe intensief bepaalde wegdelen met een bepaald vervoersmiddel worden gebruikt (zie hoofdstuk 6). Alleen de GPS-gegevens van mensen die 5 dagen met het apparaat hadden gelopen zijn meegenomen in de analyses. In totaal zijn de GPS-gegevens van 97 van den 111 respondenten meegenomen (van der Pek: 22, Indische Buurt: 23, De Punt: 25, Buurt 5: 27). De analyses zijn zo uitgevoerd dat elke respondent op 1 dag een wegdeel slechts een keer kon aanraken met een bepaald vervoersmiddel. Hiervoor is gekozen zodat we niet wilden dat als mensen meerdere keren per dag dezelfde route namen dit oververtegenwoordigd zou zijn in het kaartbeeld. Feitelijk houdt dit in dat in bijvoorbeeld De Punt, waar de GPS tracks van 25 mensen zijn meegenomen, een wegdeel 125 maal kan worden aangeraakt. Uit de analyses blijkt dat de wegdelen in de Punt niet meer dan 55 keer werden aangeraakt in de buurt. 2.3 Fase 2: Beleving en waardering en motieven voor keuze vervoersmiddel en route In de tweede fase van het onderzoek is onderzocht; (1) hoe mensen hun buurt beleven en waarderen en (2) wat de motieven zijn voor de keuze voor een bepaald vervoersmiddel en route. Dit is gebeurd aan de hand van een semi-gestructureerd interview. In deze paragraaf wordt de opzet en analysemethode van de interviews beschreven. Procedure Nadat de bewoners een week lang een GPS-apparaat bij zich hadden gedragen werd een afspraak gemaakt voor een interview. Dit semi-gestructureerde interview vond plaats nadat de veldwerkers de GPS-gegevens hadden geanalyseerd en in kaart gebracht. Tijdens dit interview, wat gemiddeld een uur duurde, werd onder andere gevraagd naar de beleving en waardering van de buurt en naar motieven voor de keuze voor een bepaald vervoersmiddel en een bepaalde route. 15

17 Interview onderwerpen De volgende onderwerpen kwamen tijdens het interview aan de orde: 1. Begrenzing buurt: vragen over wat mensen als hun buurt ervaren (en waarom); 2. Woonverleden en woonwensen: waar hebben mensen gewoond en waar zouden mensen graag willen wonen? 3. Tevredenheid met de buurt: de algemene tevredenheid met de buurt en de positieve en negatieve plekken van de buurt; 4. Veiligheid in de buurt: algemene gevoelens van veiligheid in de buurt en plekken die worden gemeden; 5. Kwaliteit van wandel- en fietspaden; 6. Waardering van parken en ander groen; 7. Motieven voor gebruik van specifieke routes; 8. Motieven voor gebruik van vervoersmiddel op specifieke routes; 9. Tevredenheid met winkelvoorzieningen, medische voorzieningen, sport- en recreatieve voorzieningen, speelvoorzieningen, parkeermogelijkheden en OV; 10. Toekomstverkenning: hoe zouden de respondenten zelf de woonomgeving inrichten als ze het beweeggedrag van hun buurtbewoners zouden willen bevorderen? De vragen naar de motieven voor het gebruik van een bepaald vervoersmiddel of het gebruik van een route werden gesteld aan de hand van de eerste analyses van het GPSapparaat. De veldwerkers hebben bij een aantal veel genomen routes gevraagd naar de motieven voor het gebruik van een specifiek vervoersmiddel of een bepaalde route. Analyse interviews Alle interviews zijn opgenomen met een voicerecorder en zijn letterlijk uitgetypt in een Word-bestand. Vervolgens zijn de interviews opgenomen in Atlas.ti, een programma wat gebruikt wordt voor het analyseren van kwalitatieve interviews. Het coderen van de transcipten is gebeurd door het creëren en toekennen van beschrijvende labels aan tekstsegmenten. De gebruikte beschrijvende labels waren afgeleid uit de vragen die gesteld zijn. Twee onderzoekers hebben verschillende transcripten onafhankelijk gecodeerd. Discrepanties werden opgelost door consensus. Omdat er na het twintigste interview geen discrepanties meer waren tussen de onderzoekers is besloten de rest van de interviews door 1 onderzoeker te laten coderen. Als de onderzoeker ergens niet helemaal zeker van was heeft hij de tweede onderzoeker gevraagd mee te kijken. Om de verschillende onderzoeksvragen te beantwoorden zijn met behulp van de codelijst de voor de onderzoeksvraag relevante tekstfragmenten geselecteerd en opgenomen in het rapport. Vragenlijst Alle respondenten hebben ook een korte vragenlijst ingevuld waarin vragen werden gesteld over de demografische (leeftijd, geslacht) en sociaaleconomische (opleidingsniveau, inkomen) achtergrondkenmerken van de respondenten. Tevens werd gevraagd naar het gewicht, de lengte, het geboorteland (en die van de vader en de moeder) de burgerlijke staat, de werksituatie, het aantal personen in het huishouden en de tevredenheid met de woning. 16

18 Analyse vragenlijst De gegevens uit de ingevulde vragenlijst zijn ingevoerd in SPSS versie De etniciteit is bepaald op basis van het geboorteland van de respondent, de moeder en de vader. Hierbij is de definitie gehanteerd die sinds 1999 in gebruik is bij het CBS. Voor het opleidingsniveau en het inkomen zijn alleen de gegevens voor volwassenen en ouderen meegenomen, omdat de jongeren hun opleiding nog niet hebben afgerond en zij ook minder zicht hebben op het huishoudinkomen. De oorspronkelijke vraag naar het opleidingsniveau (hoogst voltooide opleiding) hebben we voor de tabel opgedeeld in drie categorieën, te weten hoog (WO, HBO), midden (MBO, HAVO, VWO) en laag (alles lager dan de vorige categorieën). Het netto huishoudinkomen is ook verdeeld in drie categorieën, te weten: hoog (>3051), midden ( ), laag (0-1350). De Body Mass Index is berekend door de massa van het lichaam (in kilogram) te delen door het kwadraat van de lengte (in meters). 2.4 Fase 3: Het ontwikkelen van maatregelen voor beweegvriendelijk inrichten van buurten In de derde fase zijn de analyseresultaten samen met experts omgezet in maatregelen die kunnen worden ingezet om wijken beweegvriendelijk in te richten. Dit is gedaan met behulp van een Delphi-studie. In de volgende paragrafen wordt de opzet van de verschillende onderdelen van deze fase nader uitgewerkt. Introductie Delphi studie Het doel van de Delphi studie was om de onderzoeksbevindingen te vertalen in effectieve en haalbare maatregelen voor het beweegvriendelijk bouwen van een buurt. Input voor de discussie waren de resultaten van de GPS analyses, interviews en vragenlijsten. Op basis van deze resultaten is een lijst met buurtkenmerken geïdentificeerd die bewegen stimuleren. Uiteindelijk heeft de Delphi-studie geresulteerd in een toolkit waaruit bestuurders en bouwers kunnen putten op zoek naar effectieve en haalbare investeringen in de openbare ruimte. Doelstellingen Delphi-studie Het hoofddoel van de Delphi-studie is om: - De onderzoeksbevindingen afkomstig van de GPS-analyses en de kwalitatieve interviews, met betrokkenheid van relevante experts, te vertalen in effectieve en haalbare maatregelen voor het beweegvriendelijk inrichten van een buurt. Hiernaast had de Delphi-studie de volgende subdoelen: - Terugkoppelen van voorlopige resultaten van de eerste fases van het onderzoek (GPS-analyses en kwalitatieve interviews) naar relevante experts. Wat heeft project tot nu toe opgeleverd? - Experts vanuit verschillende sectoren betrekken en op de hoogte stellen dat intersectorale samenwerking nodig is om probleem aan te pakken. - Verkenning van mogelijkheden en opties voor maatregelen vanuit verschillende sectoren. - Benoemen van potentiële maatregelen met inbreng vanuit verschillende sectoren. - Beoordelen van maatregelen op 7 criteria voor het beweegvriendelijk maken van stadswijken. 17

19 De Delphi-studie bestond uit twee ronden. De opzet en methode voor deze twee rondes wordt in de volgende paragraven beschreven. Ronde 1: De expertmeeting Selectie van relevante experts Om ervoor te zorgen dat er een representatief expertpanel wordt geraadpleegd, hebben we eerst de belangrijkste betrokken sectoren, organisaties en instituten geïdentificeerd, namelijk: (1) Gezondheid, Welzijn & Sport, (2) Ruimtelijke Ordening, (3) Stedenbouw, (4) Verkeer & Vervoer, (5) Veiligheid, (6) Groen, (7) Woningcorporaties en (8) Wetenschappers. Binnen alle sectoren, instituties en organisaties zijn vervolgens 86 belangrijke individuen (experts) aangewezen, die middels een schriftelijke uitnodiging zijn gevraagd deel te nemen aan de Delphi studie (zie tabel 2.5.1). Opzet Expertmeeting Op 31 maart 2011 vond de expertmeeting plaats in het Concern Congres Centrum in Amsterdam. 45 van de 86 uitgenodigde experts (52,3%) hebben hieraan deelgenomen. Plenaire sessie De expertmeeting begon met een presentatie van de voorlopige resultaten van de Park of Perk? studie. Na die presentatie is door de dagvoorzitter gevraagd wat de experts nu voor nieuwe dingen geleerd hebben naar aanleiding van de presentatie. Hierbij heeft de dagvoorzitter geprobeerd om ervoor te zorgen dat er leerpunten geformuleerd werden op de volgende thema s: Groen Sport en speelfaciliteiten Sociale Veiligheid Sociale Cohesie Verkeerssituatie (kwaliteit wandel- en fietspaden & verkeersveiligheid) Winkelvoorzieningen Deze thema s kwamen naar voren uit de eerste fases van het onderzoek en bleken relevant te zijn voor het beweeggedrag van mensen. Om richting te geven aan de discussie kregen de experts de opdracht om deze thema s mee te nemen in de discussie, maar mensen kregen ook de mogelijkheid om zelfbedachte thema s in te brengen. Groepsdiscussie Na de plenaire sessie vond een groepsdiscussie plaats. Voor de groepsdiscussie zijn 6 groepen gemaakt van 8 personen, die elk werden voorgezeten door een groepsleider. De groepsleiders hebben vooraf tijdens een bijeenkomst uitgebreide instructies gehad over het doel en de inhoud van de groepsdiscussie. Zij hebben tevens een handleiding meegekregen. Groepsindeling Bij het maken van de groepsindeling, was ervoor gezorgd dat er zoveel mogelijk experts van verschillende sectoren bij elkaar in 1 groep zaten. Op die manier konden de experts vast bekend worden met de beweegredenen en belangen van andere sectoren. 18

20 Doel van de groepsdiscussie Het doel van de groepsdiscussie was om op basis van de resultaten van het onderzoek concrete maatregelen te bedenken die bewegen kunnen stimuleren. Tabel 2.4.1: Overzicht van de deelnemers van de Delphi-studie, per sector en expertise7 Sector Expertise Eerste ronde (n=87) Uitgenodigd Gezondheid, welzijn en Sport 19 Eerste ronde (n=45) Deel- Tweede ronde (n=48) Uitgenodigd Tweede ronde (n=33) Deel- Genomen Ministerie van VWS RIVM Gemeente GGD genomen Kennisinstituut Sport en Bewegen Leverancier sport en speeltoestellen Totaal Ruimtelijke ordening Ministerie I & M PBL Gemeente Consultancy Totaal Stedenbouwkundigen Architecten Stedenbouwkundigen Kennisinstituut Geodan Totaal Verkeer & Vervoer Ministerie I&M VVN Fietsersbond Totaal Landbouw & Groen Ministerie ELI Hoveniers Kenniscentrum Recreatie Plant Publicity Holland Totaal Woningcorporaties Woningcorporaties Totaal Veiligheid Ministerie V&J Gemeente Totaal Wetenschappers Gezondheid Sociale Wetenschappen UVA TNO Totaal TOTAAL Case-studie Elke groep kreeg een van de vier onderzoeksbuurten toegewezen waarvoor concrete maatregelen bedacht moesten worden die het beweeggedrag van de buurtbewoners kunnen stimuleren. Hierbij is de opdracht meegegeven dat de experts niet na hoefde te denken over de effectiviteit en haalbaarheid van de maatregelen. Dat gebeurde namelijk in de volgende ronde. Om de experts te ondersteunen bij het bedenken van maatregelen heeft elke groep een kaart gekregen met daarop een beschrijving van de buurt en de gevonden knelpunten/ barrières voor bewegen.

21 De bedachte maatregelen werden genoteerd op een sheet en alle groepsdiscussies zijn opgenomen met een voice-recorder. Presentatie maatregelen De twee meest vernieuwende bedachte maatregelen werden aan het eind van de sessie door de groepsleider aan de groep gepresenteerd. Vervolgens was er kort de mogelijkheid om verhelderende vragen te stellen over de bedachte maatregelen. Alle bedachte maatregelen werden meegenomen naar de tweede ronde van de Delphi studie. Ronde 2 Beoordelen potentiële maatregelen In de tweede ronde werden de experts gevraagd om de potentiële maatregelen die uit de eerste ronde naar voren kwamen te scoren op verschillende criteria. Betrokken experts Alle experts die deelgenomen hadden aan de eerste ronde zijn gevraagd deel te nemen in de tweede ronde (n=45). Daarnaast zijn nog 3 mensen benaderd die hadden aangegeven wel bij de expertmeeting aanwezig te willen zijn, maar die door omstandigheden uiteindelijk niet aanwezig konden zijn. Uiteindelijk hebben 33 experts (72%) de vragenlijst ingevuld. Vragenlijst Het beoordelen van de maatregelen gebeurde middels een vragenlijst die de experts via de mail kregen toegezonden. In de vragenlijst werden de experts gevraagd om de maatregelen te beoordelen op zeven criteria. De criteria waren gebaseerd op het zogenaamde Sleep, Leisure, Occupation, Transportation and Home-based activities (SLOTH) model. Het SLOTH model is een economisch model wat wordt gebruikt om te bepalen hoe mensen hun tijd en geld verdelen om het maximale nut eruit te halen. Het model bevat vier hoofdfactoren: economische efficiëntie, gelijkheid, effectiviteit en haalbaarheid. Uiteindelijk zijn de volgende zeven criteria vastgesteld waarmee een mening kon worden gegeven over de potentiële beleidsaanbevelingen voor het ontwerpen van beweegvriendelijke buurten: 1. Effectiviteit op beweeggedrag: De beleidsmaatregel zal het beweeggedrag van mensen bevorderen 2. Effectiviteit op leefbaarheid van de wijk: De beleidsmaatregel zal de leefbaarheid van de wijk bevorderen 3. Kosteneffectiviteit: De kosten van deze beleidsmaatregel wegen op tegen de positieve effecten van de maatregel 4. Praktische haalbaarheid: De beleidsmaatregel is haalbaar vanuit een politiek oogpunt (bv. de gemeenteraad zal de beleidsmaatregel ondersteunen) 5. Praktische uitvoerbaarheid. De beleidsmaatregel is praktisch uitvoerbaar. 6. Acceptatie van stakeholders. De beleidsmaatregel kan rekenen op steun van alle betrokken partijen die ingezet moeten worden om deze beleidsmaatregel te bewerkstelligen. 7. Acceptatie van de bewoners: De beleidsmaatregel kan rekenen op steun van de buurtbewoners. 20

22 Data analyse We zijn eerst nagegaan of de 7 gebruikte criteria onafhankelijke schalen waren door gebruik te maken van Kendall s tau non-parametic correlation matrix. Daarna hebben we geanalyseerd in hoeverre de experts het eens waren met de maatregelen, waarbij we gebruik hebben gemaakt van mediaan scores. De scores liepen van 1 tot 7, en 3,5 werd gebruikt als afkappunt. Als de beleidsaanbeveling een mediane score had die lager dan 3,5 was, dan waren mensen het eens met het criteria. Het conservatieve afkappunt van 3,5 werd gekozen zodat belangrijke beleidsaanbevelingen niet te makkelijk buiten beschouwing werden gelaten. Tot slot is ook nog de mate van consensus tussen de experts bepaald door gebruik te maken van Interkwartiele deviaties (IKDs). IKD is een maat van statistische spreiding en geeft de afstand tussen het 25 ste en het 75 ste perciel aan. Een kleinere IKD representeert een grotere consensus, een IKD 1 wijst op een goede consensus (Rayens & Hahn, 2000). Alle statistische analyses zijn uitgevoerd met SPSS (version 15.00, SPSS Inc., Chicago, IL, USA). Uitgangspunt bij de analyses was de effectiviteit op bewegen. Maatregelen met een mediane score van 3,5 of lager en met een IKD 1 op effectiviteit op bewegen (criteria 1) werden gekenmerkt als definitieve maatregelen. Wanneer de mediane score op effecitiviteit van beweeggedrag kleiner of groter was dan 3,5, maar er geen consensus was, zijn de maatregelen gedefinieerd als potentiële maatregelen. Maatregelen met een mediane score groter dan 3,5 en consensus werden gedefinieerd als ongeschikte maatregelen. Uiteindelijk zijn twee criteria buiten beschouwing gebleven bij de analyses. Het criteria kosteneffectiviteit is niet meegenomen omdat verschillende experts hadden aangegeven dat dit voor hen erg moeilijk was om te beoordelen. Tevens bleek bij de analyses dat experts vaak geen score hadden gegeven op dit criteria. Daarnaast is besloten om de criteria praktische haalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid samen te voegen. Deze twee criteria correleerden hoog met elkaar. Uiteindelijk is besloten om van deze twee criteria het gemiddelde te nemen en die praktische haalbaarheid te noemen. 21

23 3 Beschrijving van de geselecteerde buurten Voor dit onderzoek zijn vier buurten geselecteerd (zie afbeelding 3.1) die onderling qua stedenbouwkundige opzet duidelijke verschillen vertonen. Verschillen zitten onder meer in de bebouwingsdichtheid, de bebouwingstypologie, de verhouding tussen openbare ruimte en uitgegeven ruimte, het percentage groen. In dit hoofdstuk wordt meer informatie gegevens over de vier geselecteerde buurten. Afbeelding 3.1: overzicht van de geselecteerde buurten 22

24 3.1 Van der Pek buurt Begrenzing Het onderzoeksgebied wordt begrensd door: de Ranonkelkade, de Distelweg, het Mosplein, het Mosveld, het Noord-Hollands kanaal en de Laanweg. De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt 34,6 ha. Het aantal woningen in dit gebied is Ontstaansgeschiedenis De Van der Pekbuurt is gebouwd in de jaren direct na de Eerste Wereldoorlog, op initiatief van Arie Keppler, eerste directeur van het Gemeentelijk Woningbedrijf, en naar een ontwerp van architect J.E. van der Pek. In het ontwerp van de Van der Pekbuurt zijn ideeën uit de internationale Tuinstadbeweging terug te vinden. Deze beweging ontstond met de lancering van het concept van de Garden City door Ebenezer Howard. De Garden City vormde een synthese van de voordelen van het platteland en die van de stad. Nieuwe steden in het Garden City concept zouden beperkt van omvang moeten zijn, zodat een goed sociaal leven mogelijk is, voorzien van veel groen in de vorm van tuinen en parken, en omgeven door een groene gordel, opdat de stad niet verder zou kunnen uitbreiden. De ideeën van Howard vonden in veel West-Europese landen weerklank, maar werden vaak teruggebracht tot het minimum: de voordelen van een huis met een tuin. In 1904 wordt de Nederlandse Tuinstadbeweging opgericht, en in de jaren daarna worden op meerdere plaatsen zogenaamde tuindorpen ontwikkeld; wijken van enkele honderden woningen, in een samenhangende vormentaal, met een fijnmazig stratenpatroon waarbij lange rechte straten worden vermeden, vormgegeven met veel aandacht voor de openbare ruimte. De wijken waren primair bedoeld voor de arbeidersklasse, maar raakten snel ook in trek bij de middenklasse (hogere ambtenaren, onderwijzers etc.). 23

25 In het kader van dit onderzoek is het van belang om op te merken dat de tuindorpen ook nadrukkelijk werden beschouwd als een gezond alternatief voor het wonen in de dichtbebouwde binnensteden en hun 19 e eeuwse uitbreidingen. Lucht en groen vormden de belangrijkste ingrediënten van deze gezonde nieuwe manier van bouwen. Opzet, verkaveling en openbare ruimte De Van der Pekbuurt draagt duidelijk kenmerken van een tuindorp. De buurt bestaat uit vriendelijke laagbouw met poortjes en hoven, kleine pleintje en gebogen straten. Groen is opvallend aanwezig in het straatbeeld. De pleinen in de buurt spelen een belangrijke rol in het ontwerp; ze vormen ontmoetingsplaatsen en bieden vaak ruimte aan een collectieve voorziening. Dit is een directe afgeleide van de tuinstadgedachte waar collectiviteit een belangrijke rol speelt. In het oosten van de buurt ligt het Krophollercomplex, een ambitieus project van de katholieke gemeenschap in Amsterdam, bestaande uit een kerk met pastorie, een groot zustercomplex met kapel, vijf scholen en enkele woningen, naar een ontwerp van architect A.J. Kropholler. Het complex is gerealiseerd in de periode In het plangebied bevindt zich verder nog een aantal gebouwen uit de naoorlogse periode, waaronder een groot woongebouw aan de Laanweg en een school aan de Meidoornweg. Op een paar fragmenten na kan de Van der Pekbuurt beschouwd worden als een samenhangende stedenbouwkundige eenheid. De buurt kan als volgt getypeerd worden: een compacte, kleinschalige laagbouwwijk, gebouwd in grotendeels samenhangende architectuur. Het grootste deel van de bebouwing bestaat uit zogenaamde benedenbovenwoningen, waarbij de benedenwoningen de beschikking hebben over een tuin. In de flanken van het plangebied komen ook eengezinswoningen met tuin voor. De naoorlogse toevoegingen bestaan uit middelhoogbouw met galerijontsluiting. De scheiding tussen openbaar en privé-terrein is over het algemeen helder. De openbare ruimte is compact qua afmetingen, en gedifferentieerd qua vormgeving. Lange rechte straten komen nauwelijks voor. 24

26 Architectuur De architectuur van de Van der Pekbuurt is in zijn ingetogenheid representatief van de architectuur van de tuindorpen. Materiaalgebruik en detaillering zijn eenvoudig en sober, de uitvoering is zorgvuldig. De architectuur van de buurt maakt een redelijk coherente indruk, hoewel onzorgvuldig uitgevoerde renovaties hier en daar afbreuk doen aan de uitstraling. Functieverdeling Hoewel in het ontwerp van de Van der Pekbuurt wonen de primaire functie was, maakte een breed voorzieningenpakket integraal onderdeel uit van het ontwerp. De aanwezigheid van een breed voorzieningenpakket past in de tuinstad/tuindorpgedachte; een tuindorp zou bijna autonoom moeten kunnen functioneren. Het zwaartepunt van het voorzieningenaanbod is in de loop der tijd wel verschoven. Na voltooiing van de buurt was er enige decennia lang sprake van rivaliteit tussen de Hagedoornweg en Van der Pekstraat als belangrijkste vestigingsplaats voor winkels. Uiteindelijk kwam het merendeel van de voorziening terecht op de Hagedoornweg. Het huidige voorzieningenaanbod is, in vergelijking met de beginjaren van de wijk, aanzienlijk verschraald. Desalniettemin is er nog steeds sprake van een redelijk breed aanbod op het gebied van dagelijkse boodschappen en horeca. Deze voorzieningen concentreren zich rond het Mosplein en de Hagedoornweg, met uitstraling richting de Van der Pekstraat. Ontsluiting De Van der Pekbuurt is via de pontveren over het IJ verbonden met Amsterdam CS en de rest van de binnenstad. Busverbindingen lopen tot de pont of via de IJ-tunnel. De ontsluiting per auto verloopt via de Johan van Hasseltweg en de Nieuwe Leeuwarderweg richting de rest van Amsterdam-Noord het Centrum en de A10. De Van der Pekstraat, Hagedoornweg en het fietspad langs het Noord-Hollands Kanaal maken deel uit van het Amsterdamse hoofdnet fiets. 25

27 Bevolkingssamenstelling De Van der Pekbuurt is een kinderrijke buurt, ten minste als we het relatief grote aandeel van gezinnen met kinderen daarvoor als aanwijzing nemen. Van de onderzochte buurten woont hier het hoogste percentage gezinnen met kinderen: 31%. Dit is ook aanzienlijk hoger dan het Amsterdams gemiddelde (24,8%). Het percentage 65-plussers is in vergelijking met de Punt laag (8%), maar wel redelijk in overeenstemming met het Amsterdams gemiddelde (11%). Het percentage niet-westerse allochtonen in de Van der Pekbuurt ligt met 55% hoger dan het gemiddelde van de hele stad (35%). In de Van der Pekbuurt wonen relatief veel bewoners met een lage sociaal economische status (SES). Dit kunnen we afleiden uit het hoge percentage van de huishoudens dat een laag inkomen heeft (met 35% het hoogste van alle onderzochte buurten en 5% hoger dan het Amsterdams gemiddeld), het lage gemiddeld besteedbaar inkomen (in , het laagst van alle onderzochte buurten en ruim 3000 minder dan het Amsterdams gemiddelde) en het hoge werkloosheidspercentage (met 12,4% het hoogste percentage van alle onderzochte buurten en bijna 3% hoger dan het Amsterdams gemiddelde). De Van der Pekkers wonen gemiddeld 9,4 jaar op hetzelfde adres, korter dan de bewoners in de Osdorpse wijken, maar langer dan de bewoners van de Boerhaavebuurt en ook langer dan het Amsterdams gemiddelde (8,2 jaar). We leiden hier uit af dat de meeste bewoners redelijk tevreden zijn met hun woonsituatie. 26

28 3.2 Indische Buurt Begrenzing De Indische Buurt bevindt zich in Stadsdeel Oost en wordt begrensd door de Zeeburgerdijk, de Soembawastraat, de Insulindeweg en de Molukkenstraat. De geselecteerde buurt maakt deel uit van de Indische Buurt Oost. Ontstaansgeschiedenis De aanzet voor de gehele Indische Buurt werd gegeven in de vroege 20 e eeuw. De buurt werd in grote haast gebouwd en diende als arbeidersbuurt voor de enorme toestroom van havenarbeiders naar Amsterdam. Het Noordoostkwadrant is van oorsprong in de periode tussen de twee wereldoorlogen ontwikkeld (Gordel '20 '40), maar door de stadsvernieuwing uit jaren tachtig van de vorige eeuw, stamt een substantieel gedeelte van de woningvoorraad uit deze periode. Architectuur In het Noordoostkwadrant van de Indische Buurt is een mengeling van bouwstijlen waarneembaar; er staan blokken uit de periode waarin de oude Indische Buurt is gebouwd (rond 1900 en bestaat uit panden met 4 of 5 verdiepingen en kleine woningen met Franse balkons), blokken uit de periode tussen de twee wereldoorlogen (gordel 20-40) en er valt stadsvernieuwingsbouw van verschillende perioden te herkennen. Een groot deel van de woningen in de Indische Buurt zijn ontworpen door architecten van de Amsterdamse School. De totale Indische Buurt telt inmiddels ongeveer woningen. De buurt kent een eenzijdige opbouw van het woningbestand met een overmaat aan kleine, goedkope en deels verouderde sociale huurwoningen. Ruim driekwart daarvan is in handen van corporaties. 27

29 Functieverdeling De bedrijvigheid in de buurt is voornamelijk gericht op detailhandel. Het winkelgebied Javastraat is het wijkwinkelcentrum van de Indische Buurt. Er is een aanbod van ruim 90 winkels met een min of meer aaneengesloten front. Er is sprake van een ruim, maar ook eenzijdig winkelaanbod gericht op de buurt. De winkels zijn veelal klein en het aangezicht van de gevels was tot voor kort vaak verouderd. Ook op de Molukkenstraat en de Insulindeweg zijn In de structuur van de Indische Buurt zijn veel pleinen te vinden. Een aantal van hen heeft het stadsdeel tussen 2001 en 2005 aangepakt door herprofilering en het opknappen van de bebouwing rond de pleinen. Het Javaplein is hier het bekendste voorbeeld van als belangrijkste ontmoetingsplek in de Indische Buurt. Hiernaast bevinden zich in het Noordoostkwadrant zich nog het Makassarplein en het Ceramplein. Afgezien van het Flevopark is er weinig openbaar groen in de buurt. Veel binnentuinen zijn volgebouwd met veelal illegale bouwsels. In de afgelopen jaren is bij de aanpak van woningen ook vaak de binnentuin meegenomen. Ontsluiting De Indische Buurt ligt aan de rand van Amsterdam en heeft een goede ontsluiting via de Schellingwoudebrug naar de ring A10. De buurt kenmerkt zich door een brede keuze voor openbaar vervoersvoorzieningen. Zo stoppen tramlijnen 7 en 14 en buslijnen 22, 37, 40, 65, 245 en 359 in de buurt. Ook de NS stations SciencePark en Muiderpoort zijn in de buurt. Het centrum van Amsterdam ligt op ongeveer 4 kilometer loop-afstand van de buurt. 28

30 Bevolkingssamenstelling In het Noordoostkwadrant van de Indische Buurt is ongeveer 55% van de bevolking is niet-westerse allochtoon. Dit percentage ligt hoger dan het gemiddelde in Amsterdam (35%). 13,6 procent van de woningen in de buurt zijn koopwoningen. 3.3 De Punt Begrenzing De Punt wordt begrensd door de Osdorper Ban, de Duikerstraat, de Schuitenhuisstraat, de Hoeksloot, en de Noorderakerweg. De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt 11,5 ha. Het aantal woningen in dit gebied is 633. Opzet, verkaveling en openbare ruimte In Osdorp zijn de laagbouwwijken aan de rand van het stadsdeel te vinden. De overgang van de stad naar de omliggende parken en het polderlandschap diende zo soepel en geleidelijk mogelijk te verlopen. De Punt is één van deze wijken. De Punt kenmerkt zich door een repeterende structuur van stempels in een hoven- en strokenverkaveling. Het grootste deel van de woningen zijn rijtjeswoningen, op een aantal portieketagewoningen aan de Osdorper Ban na. Om te zorgen voor een optimale bezonning liggen alle tuinen op het zuiden of westen. Ruime achtertuinen grenzen aan het openbare gebied. De voordeuren zijn altijd op het noorden of oosten georiënteerd. 29

31 Architectuur De architectuur heeft een sobere, traditionele uitstraling. Op de dakvlakken zijn hier en daar dakkapellen verschenen. Het materiaalgebruik is overwegend baksteen. Opvallend zijn de robuuste gemetselde schoorstenen en de asymmetrische schuine kap. Functieverdeling In de buurt is weinig tot geen functiemenging; aan de Hoogheemraadweg/Waterschapstraat bevindt zich een (basis)school. Stichting Moskee Essalam, die ook basisonderwijs aanbiedt, ligt net buiten het plangebied, aan de Waterschapstraat nr. 1. Rond het Dijksgraafplein bevindt zich een buurtwinkelcentrum. Ontsluiting De Punt ligt aan de rand van Osdorp. Lange tijd was het de uiterste bebouwing van Osdorp, inmiddels ingehaald door bebouwing rondom van onder meer de wijk MAP 1/de Aker. Daarnaast is de nabijgelegen Ookmeerweg onlangs verlengd en aangesloten op de A9 waarmee de bereikbaarheid van De Punt ten opzichte van de regio sterk is verbeterd. Lokaal is de wijk goed te bereiken via de Osdorper Ban en de Tussen Meer. Tramlijn 17 heeft haar eindpunt op het Dijkgraafplein, dat is op korte loopafstand van De Punt. Op iets grotere afstand is het eind/beginpunt van tramlijn 1 en buslijn 63 te vinden. 30

32 De verbindingen naar de omliggende gebieden en wijken zijn voor voetgangers en fietser in grotere getale aanwezig dan voor auto s. Zo is er een fietsverbinding maar geen aansluiting voor autoverkeer tussen De Punt en MAP1/De Aker. Dat maakt dat De Punt voor voetgangers en fietsers doorgangsgebied geldt, maar dat er weinig tot geen doorgaand autoverkeer door De Punt komt. De Punt Bevolkingssamenstelling De Punt is bijna net zo rijk aan gezinnen met kinderen (29% van de huishoudens) als de Van der Pekbuurt en vertoont een tendens van vergrijzing, Met 17% 65-plussers telt de buurt relatief bijna meer dan het dubbele 65-plussers dan Amsterdam als geheel. Het aandeel etnische minderheden (46%) ligt hoger dan het Amsterdams gemiddelde (35%), maar is wel het laagste percentage van de bij dit onderzoek betrokken buurten. De gemiddelde woonduur in De Punt is met 10,0 jaar. Dat is de hoogste gemiddelde woonduur van alle onderzochte buurten en hoger dan het Amsterdams gemiddelde. 31

33 3.4 Buurt 5 Begrenzing Buurt 5 is net als de Punt onderdeel van Stadsdeel Nieuw-West. Het onderzoeksgebied in Buurt 5 wordt begrensd door de Jacob van Maerlantstraat, de Du Perronstraat, De Slotermeerlaan, de Burgemeester Röellstraat en de Anna Bijnstraat. Ontstaansgeschiedenis Aan het begin van de vorige eeuw kende Amsterdam grote woningnood. Bovendien dienden de woningen aan nieuwe eisen van de woningwet (1901) te voldoen. De polders aan de westrand van de stad boden kansen; daar was uitbreiding van Amsterdam mogelijk. In de jaren 30 werd onder aanvoering van Cornelis van Eesteren de eerste aanzet gegeven tot het ontstaan van de Westelijke Tuinsteden. De plannen werden uiteindelijk gevat in het AUP (Algemeen Uitbreidingsplan) van Door de Tweede Wereldoorlog konden de plannen echter pas worden uitgevoerd in de jaren 50 en 60. Rondom de nieuw gegraven Sloterplas ontstonden langzamerhand de tuinsteden De Kolenkitbuurt, Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp. Buurt 5 ligt in de tuinstad Slotermeer. Opzet, verkaveling en openbare ruimte Typerend voor de stedenbouwkundige opzet van de Westelijke Tuinsteden is de open verkaveling. In de Amsterdamse wijken binnen de Ring A10 zijn vooral gesloten bouwblokken met afgesloten binnentuinen te herkennen. In de Westelijke Tuinsteden is dat dus anders: de verschillende bouwblokken worden door een aaneenschakeling van straten, pleinen, plantsoenen en groenstructuren op een open wijze met elkaar verbonden. Buurt 5 is kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de Westelijke Tuinsteden; de typerende stroken- en hovenverkaveling is hier duidelijk terug te vinden. De stedenbouw van het onderzoeksgebied in Buurt 5 wordt hoog gewaardeerd door Bureau Monumenten en Archeologie. In het onderzoeksgebied binnen Buurt 5 is in de 32

34 jaren 50 een hoge dichtheid aan woningen gerealiseerd; van laagbouw is dus weinig sprake. De open structuren van de Westelijke Tuinsteden, en dus ook Buurt 5, leiden ertoe dat er relatief veel openbare ruimte is. Het gevolg is dat Buurt 5, ondanks een hoge bebouwingsdichtheid, een zeer groen en ruim karakter heeft. Nadelige bijkomstigheid van de grote hoeveelheid openbare ruimte is wel dat er ook veel aan openbare ruimte te beheren en te onderhouden valt. Architectuur De wooncomplexen in de Westelijke Tuinsteden zijn vaak sober en doelmatig van aard. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog moest er vooral snel gebouwd worden, hetgeen in sommige gevallen leidend werd voor materiaalkeuze, hoewel meestal gewoon met bakstenen werd gebouwd. In Buurt 5 is echter wel een aantal positieve uitzonderingen te ontdekken op de sobere flats in de omgeving. Sommige traditionele portieketageflats worden gesierd door kunstwerken of speelse detailleringen in de balkons, raam- of trappartijen. Ook de veelkleurige, onlangs gerenoveerde, Verfdozen aan de Slotermeerlaan en de Lodewijk van Deijsselstraat gelden als blikvanger. 33

35 Functieverdeling In de Westelijke Tuinsteden zijn functies strikt van elkaar gescheiden. In Buurt 5 uit zich dat door de grote hoeveelheid woningen in relatie tot het aantal winkels en kantoren. De winkels (en werkgelegenheid) zijn grotendeels geconcentreerd rond het naastgelegen Plein Buurtwinkels zijn echter ook te vinden in de Burgemeester van Leeuwenlaan en de Lodewijk van Deysselstraat. Scholen zijn in de regel wel wat meer verspreid over de wijk. Ontsluiting Vanwege de centrale ligging van Buurt 5 in het noordelijk deel van de Westelijke Tuinsteden, is Buurt 5 heel goed bereikbaar met het openbaar vervoer, de auto en per fiets. 34

36 Belangrijke ontsluitingswegen zijn de Slotermeerlaan, de Burgemeester Röellstraat en de Burgemeester van Leeuwenlaan. Via deze wegen zit je snel op de Ring A10 of de Haarlemmerweg (N200 A200). Haltes van trams (7, 13 en 14) en bussen (19, 21, 64 en 80) zijn gelegen op een paar minuten loopafstand. Bevolkingssamenstelling In Buurt 5 is een duidelijke (grove) tweedeling in de bevolkingssamenstelling zichtbaar. Aan de ene kant wonen er veel autochtone ouderen (65+ers). Vaak zijn dit de bewoners van het eerste uur. Aan de andere kant wonen er in Buurt 5 relatief veel grote allochtone gezinnen. 81,5% van de bevolking is niet-westers allochtoon, dat is veel hoger dan het percentage in de andere buurten die bij dit onderzoek betrokken zijn. Over het algemeen zijn de inkomens en het opleidingsniveau laag vergeleken met de rest van Amsterdam. De werkloosheid en schooluitval ligt in Buurt 5 ook hoger dan in de rest van de stad. Binnen stadsdeel Nieuw-West geldt Buurt 5 als één van de drie gebieden die de meeste aandacht nodig hebben op het sociaal-economische vlak. 35

37 4 Kenmerken van de geworven respondenten 4.1 Geworven respondenten In totaal zijn 111 mensen geworven voor ons project. In tabel 4.1 is weergegeven hoeveel respondenten er per buurt geworven zijn. Tabel 4.1: aantal geworven respondenten per leeftijdscategorie, per buurt Geworven respondenten per Buurt leeftijdscategorie Totaal Indische Buurt Van der Pek Buurt De Punt Totaal Spreiding respondenten over de buurt In onderstaande figuren is te zien hoe de respondenten over de buurten verdeeld zijn. De figuren laten zien dat de respondenten evenredig over de buurten verdeeld zijn. Van der Pekbuurt Indische Buurt De Punt Buurt 5 36

38 4.3 Kenmerken van de respondenten In tabel 4.2 zijn de kenmerken van de geworven respondenten te zien. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de steekproef, 69% van de respondenten is vrouw. Ongeveer 50% van respondenten wordt, volgens de definitie van het CBS 2, gekenmerkt als allochtoon. Dit verschilde aanzienlijk per leeftijdsgroep, 91,7% van de jongeren is van allochtone afkomst. Van de volwassenen en oudere respondenten is respectievelijk 42,5% en 17,1% allochtoon. In Buurt 5 was het percentage allochtonen beduidend hoger dan in de andere buurten. Dat is niet heel vreemd aangezien het totale percentage allochtonen in Buurt 5 ook beduidend hoger ligt (ongeveer 79%) dan in de andere buurten (allemaal rond de 50 %). In de Van der Pek was het percentage allochtonen lager dan het gemiddelde. Wat betreft het opleidingsniveau valt op dat iets minder dan de helft van de respondenten een laag opleidingsniveau heeft (ten hoogste MAVO afgerond). Het opleidingsniveau van de respondenten is daarmee hoger dan dat van de buurtbevolking. Tabel 4.2: Achtergrondkenmerken van de geworven respondenten (n = 111) Totaal Van der Indische De Punt Buurt 5 Pek Buurt % vrouw 69% 63% 64% 62,1% 60% % allochtoon 50% 37% 52% 55,2% 56,7% 1 e generatie 19,8% 7,4% 16% 27,6% 26,7% 2 e generatie 30,6% 29,6% 36% 27,6% 30% Niet-westers 37,8% 29,6% 40% 32,1% 46,6% allochtoon BMI Ondergewicht 9% 7,4% 20% 6,9% 3,3% (BMI< 18,5) Normaal gewicht 44% 40,7% 36% 41,4% 56,7% (BMI 20-25) Overgewicht 28% 22,2% 24% 34,5% 30% (BMI 25-30) Obesitas 11% 22,2% 4% 10,3% 6,7% (BMI > 30) Niet ingevuld 8% 7,4% 16% 6,9% 3,3% Opleiding* Laag 46,7% 50% 40% 50% 45% Midden 18,7% 15% 6,7% 30% 20% Hoog 26,7% 30% 53,3% 5% 25% Niet ingevuld 8% 5% 0% 15% 10% Inkomen* Laag 45,3% 50% 46,7% 35% 50% Midden 30,7% 15% 26,7% 40% 40% Hoog 9,3% 20% 13,3% 5% 0% Niet ingevuld 14,7% 15% 13,3% 20% 10% Tevredenheid buurt 6,8 7,3 7,6 6,4 5,9 *Het opleidingsniveau en het inkomen zijn gebaseerd op de gegevens van de volwassenen en ouderen. 2 Volgens de CBS definitie wordt een persoon tot de allochtonen gerekend als ten minste één ouder in het buitenland is geboren. 37

39 5 Beleving en waardering van de buurt In dit hoofdstuk zal per buurt worden beschreven hoe de buurtbewoners hun buurt beleven en waarderen. De informatie over de beleving en waardering van de buurt is afkomstig van de interviews. Voor elke buurt zal eerst worden beschreven wat mensen in het algemeen van hun buurt vinden. Daarna wordt respectievelijk ingegaan op hoe veilig ze zich voelen in de buurt, wat de positieve en negatieve plekken zijn in de buurt en op de tevredenheid met verschillende voorzieningen in de buurt. Naast een beschrijving zijn er ook kaarten gemaakt waarop is aangegeven welke plekken als positief (zwart) dan wel negatief (rood) worden beoordeeld. Hoe groter de tekst, hoe meer tevreden of ontevredener de buurtbewoners met het betreffende gedeelte uit de buurt zijn. 5.1 Van der Pek Algemene mening buurt In een vragenlijst die alle respondenten hebben ontvangen konden ze de tevredenheid met hun woonomgeving uitdrukken in een cijfer van 0 tot 10. Gemiddeld beoordeelde de bij het onderzoek betrokken buurtbewoners van de Van der Pekbuurt hun buurt met een 7,3. De volwassenen waren het meest tevreden met hun woonomgeving. Zij gaven gemiddeld een 7,8. Jongeren beoordeelden hun woonomgeving met een 7.6. Ouderen gaven hun woonomgeving een beduidend lager cijfer, namelijk een 6,5. Ook uit de interviews komt naar voren dat de volwassenen het meest tevreden zijn met hun buurt en de ouderen het minst. Volwassenen vinden dat zij in een mooie buurt wonen, waar het leuk is om doorheen te lopen. Jongeren zijn over het algemeen ook tevreden met de buurt, hoewel twee meisjes aangeven dat ze leuke winkels missen. Bij de ouderen is de mening tweezijdig. Ze vinden het positief dat de buurt heel dorps is, maar dat je toch zo in de stad bent. Het feit dat er veel mensen wonen met een laag inkomen en dat mensen elkaar niet meer kennen, vinden ze negatief aan de buurt. In afbeelding 5.1 is te zien welke plekken in de Van der Pekbuurt als positief dan wel negatief worden gezien. 38

40 Afbeelding 5.1: Positieve en negatieve plekken in de Van der Pekbuurt (hoe groter de tekst hoe meer mensen de plek als negatief of positief hebben aangewezen) Plekken mijden Het merendeel van de respondenten geeft aan geen plekken te mijden in de buurt. De respondenten die wel aangeven plekken te mijden, doen dit alleen s avonds. De plekken die s avonds gemeden worden zijn het Noorderpark (alle doelgroepen), de weg naar de pont (door een oudere), de Bremstraat (door volwassenen vanwege drugsdealers), tunnel onder mosplein (door een oudere) en het Van der Pekplein (volgens volwassenen zijn daar s avonds veel jongeren). Positieve en negatieve plekken In de van der Pekbuurt worden verschillende positieve en negatieve plekken genomen. Deze worden hieronder besproken. Hagedoornweg en Noorderpark (+) De Hagedoornweg (vanwege de winkelvoorzieningen (door volwassenen en ouderen)) en het Noorderpark (voor kinderen om te spelen (door 2 volwassenen)) worden als positieve plekken aangewezen in de Van der Pekbuurt. Mosveld (+ / -) Het Mosplein wordt door de meeste buurtbewoners genoemd wanneer gevraagd wordt naar de positieve en negatieve plekken in de buurt. Het plein wordt zowel als positieve als negatieve plek aangewezen. De jongeren die het Mosplein hebben genoemd zijn positief over het plein. De volwassenen en ouderen verschillen onderling van mening. Door beide doelgroepen wordt de markt als een positief punt aangewezen op het 39

41 Mosplein. Minder positief zijn de meningen over de Albert Heijn en verder vindt men het plein er armoedig ( Achenebbisj ) uitzien. Van der Pekstraat (+ / -) De Van der Pekstraat wordt door twee jongeren als positief gezien (het is er gezellig), maar door twee volwassenen als negatief omdat de auto s te snel rijden en vanwege het feit dat mensen er vaak dubbel parkeren. Buiksloterweg (+ / -) Jongeren en volwassenen verschillen eveneens van mening over de Buiksloterweg. Een volwassene geeft namelijk aan deze weg als positief te zien, omdat het een prettige route is om over te fietsen. Twee jongeren vinden juist dat de weg te druk is om te rijden met de fiets. Speelplekken/ pleinen (+/ -) Jongeren en volwassenen geven aan sommige speelplekken in hun wijk als positieve plek te zien. Speeltuin Volewijck wordt het vaakst als positieve plek genoemd. Daarnaast is men ook positief over het speeltuintje op de hoek van de Lavendelstraat en de Dovenetelstraat. Het Gentiaanplein wordt als negatieve plek in de buurt ervaren door een jongere. Hij vindt dit plein gewoon lelijk. Het Meidoornplein wordt door jongeren als positief gezien vanwege het buurthuis en de speelvoorzieningen, terwijl het door een volwassene juist als negatief wordt gezien. Tevredenheid wandel- en fietspaden Over het algemeen zijn de bewoners van de Van der Pekbuurt tevreden met de kwaliteit van de wandel- en fietspaden in hun buurt. Jongeren zijn meer tevreden dan volwassenen en ouderen. Alle doelgroepen geven wel verschillende plekken aan waar ze ontevreden over zijn. Meer algemeen wordt genoemd dat sommige wegen (Van der Pekstraat, de Buiksloterweg en rond het Mosplein) onveilig zijn omdat auto s en scooters er te snel rijden. Verder wordt door respondenten uit alle doelgroepen aangegeven dat verschillende voetpaden scheef, ongelijk of hobbelig zijn. Door volwassenen wordt aangegeven dat ze de rotonde bij het Mosplein onveilig vinden om te fietsen. Daarnaast wordt door een jongere en een oudere aangegeven dat de kruising bij de Ranonkelkade met het Van der Pekplein en de Van der Pekstraat onhandig is. Aangenaam wandelen en fietsen Het merendeel van alle doelgroepen geeft aan dat ze het aangenaam vinden om door hun buurt te wandelen. Zo vinden mensen de huizenbouw leuk en vinden ze het fijn om over de Buiksloterweg te wandelen of fietsen. Een vrouw vindt Stadsdeel Noord, vanwege de vele fietspaden, het meest aangenaam om door te wandelen of fietsen. Aan de andere kant wordt ook door twee respondenten (een jongeren en een oudere) aangegeven dat er niet veel spannende dingen te zien zijn in de buurt. Tevredenheid Noorderpark De bij het onderzoek betrokken buurtbewoners zijn tevreden over het Noorderpark. Zo wordt het door jongeren gezien als een mooie hangplek en door volwassenen als een leuke plek voor kinderen. Vooral de Noorderparkkamer en de Natuurspeeltuin zijn wat 40

42 dat betreft trekpleisters. Negatief aan het park is wel dat het gevoelens van onveiligheid oproept, omdat het een plek is waar veel junkies zitten. Tevredenheid groen Men is minder tevreden over het groen in de buurt. Zo worden bloeiende planten gemist (onder andere op pleintjes) en zijn er klachten over het onderhoud van het groen ( troep en hondenpoep ). Tevredenheid winkelvoorzieningen Vergeleken met de andere buurten, zijn de buurtbewoners van de Van der Pek het minst tevreden over de winkelvoorzieningen in hun buurt. Verschillende respondenten uit alle leeftijdsgroepen zijn van mening dat er te weinig winkels zijn in hun buurt. De buurtbewoners zijn over het algemeen wel tevreden over de markt op het Mosveld, maar er wordt ook aangegeven dat de markt een eenzijdig aanbod heeft. Wat betreft de winkels wordt aangegeven dat er alleen een Albert Heijn in de buurt is en dat dat een klotenzaak is. Ouderen missen een drogist, postkantoor, bakker en kruidenier. Ook worden goedkopere winkels als de Lidl, Aldi en Dirk van den Broek gemist. Tot slot wordt aangegeven dat er weinig diversiteit is in het winkelaanbod. Zo bevinden zich veel van dezelfde soort winkels in de Hagedoornweg. 5.2 Indische Buurt Algemene mening buurt De bij het onderzoek betrokken buurtbewoners van de Indische Buurt zijn, vergeleken met de buurtbewoners van andere buurten, het meest tevreden met hun woonomgeving. Gemiddeld geven de bewoners hun woonomgeving een 7,6. Jongeren zijn het meest tevreden met hun woonomgeving, zij geven gemiddeld een 8,3 (volwassenen een 7,0 en ouderen een 7,4). Toch zijn respondenten niet alleen maar tevreden over hun buurt. Eigenlijk is de algemene mening van de buurtbewoners tweeslachtig Aan de ene kant vinden de buurtbewoners de buurt prima en leuk en gezellig, maar aan de andere kant vinden de buurtbewoners de buurt onveilig. Meerdere mensen (van verschillende doelgroepen) geven aan dat er een tweedeling in de buurt bestaat. Het stuk tussen de Javastraat en de Insulindeweg (het zuidelijke kwadrant) wordt als relatief positief gezien en het stuk tussen de Javastraat en de Zeeburgerdijk (het noordelijke kwadrant) heeft een negatieve connotatie. In afbeelding 5.2 is te zien welke plekken in de Indische Buurt als positief dan wel negatief worden gezien. In afbeelding 5.2 is te zien hoe de Indische Buurt wordt beleefd (hoe groter de tekst hoe meer mensen de plek als negatief of positief hebben aangewezen) 41

43 Afbeelding 5.2: Beleving Indische Buurt Plekken mijden De mate waarin de geinterviewde doelgroepen zich veilig voelen verschilt. De geïnterviewde jongeren uit de Indische Buurt voelen zich niet allemaal even veilig in hun buurt. De Niasstraat (nabij de cafe s), de Gorontalostraat en het Flevopark worden, met name s avonds, gemeden. Door twee jongeren wordt aangegeven dat zij zich wel wat veiliger voelen in de wijk door het camera-toezicht. De meeste volwassenen voelen zich wel veilig in hun buurt, alhoewel zij tegelijkertijd ook aangeven dat ze zich goed kunnen voorstellen dat andere mensen in de buurt zich onveilig voelen. Door volwassenen wordt het Makassarplein als plek aangewezen die liever gemeden wordt, omdat daar de harde kern van Ajax zit en andere jongeren die overlast veroorzaken. Ook de onderdoorgang naar het Flevopark wordt als onveilig ervaren. Aan de ouderen is niet gevraagd of zij zich onveilig voelen. Ook komt er maar één plek naar voren die door een oudere gemeden wordt, namelijk de Molukkenstraat. Positieve en negatieve plekken In de Indische Buurt worden verschillend plekken als positief dan wel negatief weergegeven. Deze plekken worden hieronder besproken. Pleinen (+ / -) De pleinen in de Indische Buurt worden als positief aangeduid. Hierbij worden vooral het Ceramplein (vanwege menging van culturen en omdat het rust uitstraalt ) en het Javaplein (vanwege het badhuis) (wat net buiten de gekozen buurt valt) als positieve plekken in de buurt gezien. Het Makassarplein wordt door jongeren en ouderen als positieve plek gezien, maar de meningen van volwassenen over dit plein zijn verdeeld. 42

44 De pleinen worden als positieve plek aangeduid, omdat ze beschouwd worden als leuke ontmoetingsplekken. Flevopark (+) Door twee volwassenen wordt het Flevopark als positieve plek aangewezen, omdat het volgens hen een mooi park is waar leuke activiteiten georganiseerd worden. Niasstraat (-) De Niasstraat wordt door zowel jongeren als volwassenen als negatieve plek aangewezen. In deze straat zit een coffeeshop en zitten verschillende cafe s die vooral bij jongeren gevoelens van onveiligheid veroorzaken. Volwassenen zien de straat als een negatieve plek omdat de straat er verwaarloosd en rommelig uit ziet. Javastraat (+ / -) De Javastraat wordt door een oudere vrouw als negatief ervaren. Zij ziet de straat als rommelig door de uitstalling van winkels op de stoepen. Twee jongeren geven echter aan positief te zijn over de Javastraat, omdat het een multiculturele straat is en alles goed gerenoveerd is. Hele buurt (-) Tot slot valt op dat zowel enkele jongeren als enkele volwassenen de hele buurt als negatieve plek hebben weergegeven. Bij de jongeren komt dit omdat ze eigenlijk de hele buurt als onveilig beschouwen. Een vrouw geeft aan de hele buurt naargeestig en troosteloos te vinden. Tevredenheid wandel- en fietspaden De jongeren en volwassenen geven aan tevreden te zijn met de wandelpaden in hun buurt. Zij zijn met name tevreden omdat de stoepen breed zijn. Twee ouderen zijn niet zo tevreden over de voetpaden omdat de stoepen als fietspad worden gebruikt. Verder geven een oudere en een volwassene aan dat er weinig rekening wordt gehouden met rollators en scootmobielen bij de inrichting van de voetpaden, wat te zien is aan fietsenrekken (nietjes) die midden op het voetpad geplaatst worden en aan de hobbels en kuilen in de stoepen.. Over de fietspaden zijn alle doelgroepen minder tevreden. Jongeren en ouderen geven aan dat er te weinig fietspaden zijn en dat deze te smal zijn. Fietsen in de Javastraat wordt door volwassenen en ouderen als vervelend ervaren omdat dit een vrij drukke weg is en er geen fietspaden zijn. De apart van de weg liggende fietspaden op de Insulindeweg en de Molukkenstraat worden door twee volwassenen juist wel als positief gezien. Tot slot wordt door een volwassene de kruising bij de Niasstraat met de Molukkenstraat en bij de Javastraat met de Molukkenstraat als onoverzichtelijk gezien. Aangenaam wandelen en fietsen De meeste jongeren vinden het onaangenaam om in hun buurt te fietsen vanwege de smalle fietspaden, het gebrek aan aparte fietspaden en omdat er in de buurt geen interessante bestemmingen zijn. Ook enkele volwassenen en een oudere zijn van mening dat het niet aangenaam is om te wandelen en fietsen in de buurt omdat de buurt saai en te druk is en omdat er weinig groen is. Echter, de meeste volwassenen en twee van de vijf ouderen vinden het aangenaam om in en net buiten de geselecteerde buurt te 43

45 wandelen en fietsen. Met name het Flevopark, de Javastraat en de Dappermarkt worden genoemd als plekken waar het aangenaam is om te wandelen en fietsen. Tevredenheid Flevopark Het merendeel van de respondenten uit alle leeftijdsgroepen is tevreden over het Flevopark. Verschillende jongeren geven aan het Flevopark voornamelijk in de zomer te bezoeken om te wandelen, voetballen of joggen. Enkele jongeren (2 meisjes en 1 jongen) geven echter ook aan dat ze het Flevopark onveilig vinden. Volwassenen geven aan positief te zijn over het park, omdat het gebruikt kan worden voor veel verschillende activiteiten en omdat het voor een breed publiek toegankelijk is. Door enkele volwassenen wordt de natuurlijkheid en spannende doorgangen en interessante bezigheden voor wat grotere kinderen gemist. Tevredenheid groen Wat betreft het groen zijn alle doelgroepen van mening dat er wel meer groen mag komen. Zo wordt aangegeven dat geveltuintjes de wijk een enorme boost kunnen geven. Verder mag het groen wat gevarieerder, door meer bomen en meer bloemen te plaatsen. Tevredenheid winkelvoorzieningen De jongeren en volwassenen zijn over het algemeen tevreden met het aantal winkels in hun buurt. Jongeren hebben verder ook niet veel op- of aanmerkingen over de winkelvoorzieningen. Volwassenen daarentegen hebben wel verschillende op- en aanmerkingen. De meeste gehoorde opmerking is dat het jammer is dat er veel supermarkten van Albert Heijn in de buurt te vinden zijn. Bijkomend nadeel van deze Albert Heijn filialen is volgens volwassenen dat het assortiment slecht is en de winkels krap zijn. Daarnaast vinden verschillende volwassenen dat er te weinig variatie is in het soort winkels dat in de buurt te vinden is. Turkse en Marokkaanse winkels hebben de overhand in de buurt en echt goedkope supermarkten als Lidl en Dirk van den Broek zijn niet te vinden. Over het algemeen gebruiken de volwassenen de winkels in de buurt meer voor de snelle boodschappen. Voor hun grotere boodschappen gaan zij onder andere naar Amsterdam-Noord (ongeveer 7 km), Brazilië (Oostelijke Handelskade, ongeveer 1,6km), Amstelveen (ongeveer 18 km), KNSM-eiland (ongeveer 2km). Ouderen geven aan dat ze vinden dat er te weinig winkels zijn. Zij missen bijvoorbeeld een groenteman en een slager. 5.3 De Punt Algemene mening buurt Jongeren en ouderen zijn over het algemeen matig positief over hun buurt. Ze vinden De Punt een leuke of prettige buurt met een leuke sfeer. Maar er zijn ook enkele jongeren en ouderen die niet tevreden zijn met hun buurt. Zij vinden de buurt saai en onveilig. Dat laatste is ook de mening van veel volwassenen. Woorden die door volwassenen worden gebruikt om de buurt te omschrijven zijn bijvoorbeeld verpauperd, alles is oud, saai, het ziet er gewoon niet uit, heel veel plekken vind ik niet gezellig hier. Dit zie je ook goed terug in het cijfer dat volwassenen geven voor hun woonomgeving, namelijk een 5,4. Jongeren (6,6) en ouderen (7,1) geven hun woonomgeving een beduidend hogere 44

46 score. Gemiddeld waarderen de buurtbewoners de woonomgeving met een 6,4. Alleen de buurtbewoners van Buurt 5 waarderen hun woonomgeving met een lager cijfer. In afbeelding 5.3 is te zien welke plekken in De Punt als positief dan wel negatief worden gezien. Afbeelding 5.3: Positieve en negatieve plekken in De Punt (hoe groter de tekst hoe meer mensen de plek als negatief of positief hebben aangewezen) Veiligheid Niet iedereen in De Punt is specifiek gevraagd naar in hoeverre zij de buurt veilig achten. Uit de antwoorden die werden gegeven op de vraag naar de algemene mening van de buurt, kwam wel al naar voren dat een klein deel van de ouderen en jongeren hun buurt als onveilig zien. Het merendeel van deze leeftijdsgroepen voelt zich veilig in de buurt. Dat geldt ook voor de volwassenen. De meeste volwassenen voelen zich echter veilig in de buurt. Wel geven enkele volwassenen aan na 8 uur s avonds liever niet meer naar buiten gaan. Het Dijkgraafplein wordt met name genoemd als een plek die gemeden wordt. Jongeren en ouderen mijden dit plein vanwege hangjongeren. Positieve en negatieve plekken In De Punt werden meerdere plekken als positief dan wel negatief gewaardeerd door de geïnterviewde bewoners. Hieronder is weergegeven welke plekken als positief dan wel negatief werden beschouwd. Dijkgraafplein (+/-) Door alle leeftijdsgroepen wordt het Dijkgraafplein genoemd. De meningen over het Dijkgraafplein verschillen echter. Twee ouderen zien het Dijkgraafplein als een negatieve plek. Onder de volwassenen en jongeren zijn de meningen verdeeld. Het 45

47 Dijkgraafplein wordt als negatief ervaren omdat er overlast is van hangjongen en tuig. Het plein wordt aan de andere kant als positief ervaren vanwege de winkels en dan met name vanwege de supermarkt (Supercoop). Ingelandenweg (-) De Ingelandenweg wordt door jongeren, volwassenen en ouderen uit De Punt als een negatieve straat gezien, omdat het een drukke straat is waar auto s hard rijden. Tevens zijn er weinig zebrapaden wat oversteken voor kinderen gevaarlijk maakt. Daarnaast wordt de straat als verlaten aangeduid en wordt aangegeven dat de straat een slecht wegdek heeft. Osdorperban (-) De Osdorperban wordt door een volwassene en een oudere bewoner van De Punt als een negatieve straat beschreven. De straat wordt niet als lekkere winkelstraat gezien en het fietspad is er slecht (dit wordt ook als reden aangegeven om niet door die straat te fietsen). Ook het kruispunt tussen de Osdorperban en de Ingelandenweg wordt als negatieve plek aangegeven, omdat daar geen zebrapad is. Pierenbadje (+) Slechts één plek in de Punt werd door alle mensen die de plek noemde als positieve plek gezien. Dit was het Pierenbadje aan de Noordakerweg (bij Buurthuis de Aker). Zowel door een jongere als door een volwassene werd deze plek als positief gezien. Schuitenhuisstraat (-) De Schuitenhuisstraat wordt ook door verschillende bewoners negatief beoordeeld. Met name omdat deze straat als saai, verlaten en afgelegen wordt gezien. Een oudere geeft ook aan dat zij de Schuitenhuisstraat ook wel de Schijthuisstraat noemen. De flats (-) De flats aan de Stoomgemaalstraat, de Overhaalstraat, de Inlaagstraat, de Verlaatstraat en de Duikerstraat worden door alle leeftijdsgroepen als negatief gezien. Dit stuk wordt als negatief ervaren vanwege het feit dat het er verlaten is. Tevens vindt men dit een slecht stuk van de buurt, onder andere omdat daar veel allochtonen wonen. Tevredenheid kwaliteit wandel- en fietspaden De meningen over de kwaliteit van de wandel- en fietspaden varieert. De helft van de volwassenen en de helft van de jongeren geeft aan tevreden te zijn, bijvoorbeeld omdat de voetpaden breed zijn. De andere helft is ontevreden. Ook het merendeel van de ouderen geeft aan ontevreden te zijn over de kwaliteit van de wandel- en fietspaden. Twee redenen die door de verschillende leeftijdsgroepen worden aangegeven zijn dat men fietst op de stoep (aldus enkele ouderen) en dat de verkeerssituatie rondom het Dijkgraafplein onveilig is (volgens enkele jongeren). Ook wordt door volwassenen en ouderen aangegeven dat er te weinig fietspaden (er zijn zelfs helemaal geen fietspaden in de buurt) zijn in de buurt, wat gevaarlijke situaties kan opleveren. Het feit dat het fietspad pas bij Tussenmeer begint wordt ook als onveilig gezien door volwassenen. Aangenaam wandelen en fietsen Het merendeel van de jongeren, volwassenen en ouderen geeft aan het aangenaam te vinden om in de buurt te wandelen of fietsen. Maar er zijn binnen elke leeftijdsgroep ook 46

48 mensen die aangegeven dat het onaangenaam is om in de buurt te wandelen of fietsen, vanwege gevoelens van onveiligheid en omdat er weinig te beleven is in de buurt. Tevredenheid parken De verschillende leeftijdsgroepen zijn ontevreden met het aantal parken in de buurt. De meeste wisten niet eens welke parken bedoeld werden toen gevraagd werd hoe tevreden men was met de parken in de buurt. In de geselecteerde buurt zelf is ook geen park te vinden. Het dichtstbijzijnde park bevindt zich op 1 km van de buurt. Stadspark Osdorp wordt gezien als een waardeloos park dat niet gezellig is en waar te veel steen en te weinig groen is. Twee jongeren geven wel aan dat ze het park bezoeken als het mooi weer is of als er een festival plaatsvindt. Ook twee ouderen geven aan dat ze graag door het Stadpark wandelen of fietsen. Verschillende volwassenen geven verder aan graag in het Sloterpark te komen (dat ligt op 2,6 km afstand van de buurt). Tevredenheid groenvoorzieningen De meningen over de hoeveelheid groen in de buurt verschillen nogal. De helft van de ondervraagden respondenten is positief over het groen. Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven dat de groene plekken bij de Overhaalstraat en de Stoomgemaalstraat leuk zijn. Ook het tuintje bij de Duikerstraat wordt positief beoordeeld. Aan de andere kant vinden verschillende respondenten dat er wel meer groen mag komen. In de Schuitenhuisstraat wordt overlast ervaren van jongeren op bankjes nabij het groen aan de achterkant van de huizen. Tevredenheid winkelvoorzieningen De bewoners van de Punt zijn tevreden met het aantal winkels in hun buurt. Zo zijn mensen over het algemeen tevreden over de supermarkt in hun buurt. Veel mensen doen hun dagelijkse boodschappen ook in de buurt zelf. Maar ook de diverse winkelvoorzieningen buiten de buurt maken dat mensen tevreden zijn over het winkelaanbod in hun omgeving. Zo zijn mensen tevreden over de winkels op de Tussenmeer (ong 1km), op het Osdorpplein (1,8 km) en in de Aker.(600 meter). 5.4 Buurt 5 Algemene mening buurt De bij het onderzoek betrokken bewoners van Buurt 5 geven hun woonomgeving het laagste cijfer van alle buurten, namelijk een 5,9. Met name de volwassenen zijn negatief (5,3). Jongeren (5,8) en ouderen (6,7) zijn iets positiever. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de verschillende leeftijdsgroepen in Buurt 5 zowel tevreden als ontevreden zijn met hun buurt. Positief aan de buurt vinden zij het vele groen in de buurt, de ruimte en het feit dat er veel winkels in de buurt zijn. Negatief aan de buurt is volgens jongeren en volwassenen dat er weinig te beleven is voor jongeren. Verder wordt aangegeven dat jongeren geluidsoverlast veroorzaken en wordt de speelplek nabij de coffeeshop als onveilig gezien. Ouderen vinden dat de buurt achteruitgegaan is ( het was een sjieke buurt, nu is het een ghetto ). Ook vinden ouderen de buurt lelijk en vinden ze dat de buurt niet goed wordt schoongehouden. 47

49 In afbeelding 5.4 is te welke plekken in Buurt 5 als positief dan wel negatief worden ervaren. Afbeelding 5.4: Beleving Buurt 5 (hoe groter de tekst hoe meer mensen de plek als negatief of positief hebben aangewezen) Plekken mijden Alleen volwassenen hebben hun mening geuit over de veiligheid in de buurt. De meeste volwassenen voelen zich veilig. Slechts enkele volwassenen voelen zich niet zo veilig in hun buurt vanwege criminaliteit in de buurt en vanwege de hangjongeren op de Burgemeester van Leeuwenlaan. Door alle leeftijdsgroepen zijn uitspraken gedaan over plekken die zij in de buurt mijden. De meeste buurtbewoners mijden echter geen plekken. Van de mensen die aangeven wél plekken te mijden valt op dat de respondenten uit de verschillende leeftijdsgroepen allemaal andere plekken noemen. Jongeren geven aan niet bij de speelplek (bij de Adele Opzoomerstraat) nabij de coffeeshop (op de Lodewijk van Deysselstraat) te komen. Verder worden de café s in de buurt gemeden. Een volwassene geeft aan dat vriendinnen van hem het veldje tussen het politiebureau en de Dekamarkt mijden. Een andere vrouw mijdt de straten tussen de flats en straten met veel groen in de buurt vanwege gebrek aan sociale controle aldaar. Ouderen geven aan s avonds in het donker liever niet naar buiten te gaan. Verder geeft een oudere man aan de Lodewijk van Deijsselstraat s avonds te mijden. Een andere oudere noemt het kruispunt van de Lodewijk van Deysselstraat met de Burgemeester van Leeuwenlaan als plek die gemeden wordt vanwege hangjongeren. 48

50 Positieve en negatieve plekken In Buurt 5 werden door de bewoners verschillende positieve en negatieve plekken aangewezen. Hieronder staan deze plekken beschreven. Groen rondom het Jan de Louterpad (+) Door alle leeftijdsgroepen wordt het groen rondom het Jan de Louterpad als positief ervaren. Ze vinden dit een mooi stuk van de wijk. Een jongere (44102) geeft bijvoorbeeld aan dat ze het een leuk pad vindt om op te lopen. Een oudere vrouw (44308) geeft aan dat ze op het Jan de Louterpad graag even uitrust op een bankje. Burgemeester van Leeuwenlaan (-) De Burgermeester van Leeuwenlaan wordt door alle leeftijdsgroepen als negatieve straat ervaren. De meeste mensen ondervinden veel overlast van hangjongeren in deze straat bij het café, de snackbar en een telefoonwinkel. Ook wordt de straat als negatieve plek aangewezen vanwege het gebrek aan verkeersveiligheid in deze straat. De bakker en de buurtwerkers op de Burgemeester van Leeuwenlaan worden door volwassenen en ouderen wel als positief gezien. Flats (-) De flats in de zijstraten van de Lodewijk van Deysselstraat worden door drie jongeren en één oudere als negatief ervaren. De jongeren geven vooral aan de flats niet mooi te vinden. De man van 63 geeft aan dat hij die hele buurt een slechte buurt vindt, wat ook wordt veroorzaakt door het achterstallig onderhoud. Coffeeshop (-) De coffeeshop (op de Lodewijk van Deysselstraat) wordt door een volwassene en een jongere als negatieve plek in de buurt aangewezen, omdat deze voor overlast zorgt. Tevredenheid wandel- en fietspaden De bij het onderzoek betrokken bewoners van Buurt 5 hebben verschillende aanmerkingen op de kwaliteit van de wandel- en fietspaden in de buurt. Door respondenten uit alle leeftijdsgroepen wordt aangegeven dat de voetpaden hobbelig zijn en dat er kuilen in zitten. Zo worden bijvoorbeeld de Burgemeester van Leeuwenlaan en de Van Moerkerkenstraat als straten aangewezen met slechte stoepen. Wat betreft de fietspaden wordt opgemerkt dat er te weinig fietspaden zijn, waardoor men op de weg moet fietsen en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. Verder wordt aangegeven dat het jammer is dat het fietspad bij het Jan de Louterpad niet doorloopt richting de Jan de Jongkade. Tot slot wordt nog aangegeven dat men niet zo blij is met het feit dat veel straten nu openliggen. Alhoewel twee oudere ook aangeven dat ze het idee hebben dat de verkeerssituatie door de veranderingen wel verbeterd zijn. Aangenaam wandelen en fietsen De meeste bij het onderzoek betrokken bewoners van Buurt 5 vinden het aangenaam om te wandelen en fietsen. Dit komt hoofdzakelijk door de aanwezigheid van groen en parken in de buurt. Tevredenheid parken Alle leeftijdsgroepen zijn tevreden over de parken in hun buurt. Men is met name tevreden over het Sloterpark. Typerend is een citaat van een jongere die zegt: Aan alleen 49

51 het Sloterpark in de buurt heb je al genoeg zeg maar. Over de parken dichter in de buurt (Het Eendrachtspark, het groen bij het Jan de Louterpad, en het Gebrandypark) is men iets minder tevreden dan over het Sloterpark. Ze vinden het groen in het Sloterpark beduidend beter en er ligt daar ook minder zwerfvuil dan bijvoorbeeld in het Gebrandypark. De parken worden vooral bezocht samen met anderen en gebruikt om te wandelen, fietsten of voetballen. Het pierenbadje in het Eendrachtspark wordt als een succes gezien. Tevredenheid groen De meeste respondenten uit Buurt 5 zijn tevreden over het groen. De jongeren en volwassenen zijn het meest tevreden met het groen. Wel geeft een jongere aan dat het niet zo handig is dat er een prikkelstruik in de buurt van het voetbalveld ligt, omdat de bal dan snel lek gaat. Verschillende volwassenen geven ook aan het groen in hun buurt als een pluspunt van de buurt te zien. Toch zijn er ook wat minder positieve geluiden te horen. Zo zijn twee volwassenen niet tevreden met het groen bij de Jacob van Maerlantstraat, omdat het groen niet te gebruiken is door de bewoners van de straat. Daarnaast zou een vrouw graag zien dat dit groen veranderd zou worden in een tuin waar zij zelf in kunnen. Ook is men niet altijd tevreden over de grote bomen, deze zorgen voor overlast van bladeren en halen zonlicht uit het huis weg. Enkele ouderen geven nog aan dat ze het jammer vinden dat alles vol wordt gebouwd. Zij vinden het jammer dat ze al veel groen hebben zien verdwijnen. Hondenpoep op grasvelden waar kinderen spelen wordt ook als een probleem gezien. Tot slot wordt nog aangegeven dat het groen in de Karel van de Woestijnestraat luguber is. In die straat zitten perkjes in het midden van het voetpad, dat maakt dat je niet fatsoenlijk over de stoep kunt lopen. Tevredenheid winkelvoorzieningen Alle leeftijdsgroepen zijn tevreden over de winkelvoorzieningen in de buurt. Eigenlijk is men vooral tevreden vanwege de nabijheid van het winkelcentrum op Plein `40-`45. Toch hebben mensen ook wel wat op- en aanmerkingen. Zo vinden twee ouderen het jammer dat er geen bakker of slager in de directe buurt is. Twee meisjes geven aan kledingwinkels te missen en winkels als H&M en Hunkemöller. Zij bezoeken deze winkels op het Osdorpplein. Ook het winkelcentrum in De Aker en bij het Lambertus Zijlplein worden door bewoners uit Buurt 5 gebruikt voor boodschappen. 5.5 Conclusie Beleving en waardering verschilt tussen buurten Er zijn verschillen in hoe de buurten door hun buurtbewoners worden beleefd en gewaardeerd. Uit de cijfers die de buurtbewoners hebben gegeven voor de algemene tevredenheid met hun buurt blijkt dat de buurtbewoners van de Van der Pekbuurt (7,3) en de Indische Buurt (7,6) meer tevreden zijn met hun buurt dan de buurtbewoners dan De Punt (6,4) en Buurt 5 (5,9). De Indische Buurt krijgt het hoogste cijfer van de buurtbewoners. Dit terwijl wordt aangeven dat het bovenste kwadrant van de buurt als onveilig wordt gezien en de buurt door sommige bewoners wordt beschreven als troosteloos en naargeestig. Waarom deze buurt dan toch hoger gewaardeerd word dan de andere buurten is niet duidelijk. 50

52 Doelgroepen beleven en waarderen hun buurt verschillend De verschillende doelgroepen waarderen en beleven hun buurt ook verschillend. In de Punt en Buurt 5 zijn ouderen het meest tevreden met hun buurt. In de Indische Buurt zijn de jongeren het meest tevreden en in de Van der Pekbuurt zijn de volwassenen zijn degene die het meest tevreden zijn. Binnen de verschillende doelgroepen komen in verschillende buurten vaak ook dezelfde thema s meer naar voren. Zo klagen ouderen vaker over het onderhoud van de buurt, de diversiteit van de winkels en het feit dat zij hun buurten niet kennen. Jongeren geven aan dat er weinig goede speelvoorzieningen zijn en zijn vaak van mening dat er niks te beleven is in de buurt. Volwassenen hebben niet duidelijk een overeenkomstig thema waar ze ontevreden over zijn. Overeenkomsten in voorkomen van bepaalde thema s In alle buurten komen echter een aantal thema s op dezelfde manier terug. Zo worden in alle buurten bepaalde plekken als verkeersonveilig aangewezen. Ook klagen mensen uit verschillende buurten over hobbels in de weg en vinden mensen uit verschillende buurten de wandelpaden niet toegankelijk voor mensen met een rollator of rolstoel. Tevens zijn er in alle buurten plekken die gemeden worden, vaak zijn dit de plekken waar hangjongeren zitten, of waar de verkeerssituatie onveilig wordt geacht of waar Ook is er in alle buurten overlast van hangjongeren. En in de Indische Buurt en Buurt 5 wordt de coffeeshop als negatieve plekken aangewezen voornamelijk vanwege de overlast die de bezoekers van de coffeeshops in de naaste omgeving van de coffeeshop veroorzaken. De parken die zich in of nabij de buurt bevinden worden over het algemeen als positief beoordeeld. Het Sloterpark nabij Buurt 5 wordt het meest gewaardeerd. Maar ook het Flevopark (Nabij de Indische Buurt) en het Noorderpark (nabij de Van der Pekbuurt) worden als positieve plekken aangewezen. De pleinen en speelplekken in de buurten komen vaak als positieve plek of negatieve plek naar voren. Een ander thema dat in alle buurten genoemd wordt is het feit dat men graag meer goedkopere winkels (Lidl, Dirk van den Broek, Aldi) in de buurt zou willen 51

53 6 Gebruik van de openbare ruimte In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de openbare ruimte in de vier buurten gebruikt wordt. Meer specifiek wordt gekeken met welke vervoersmiddelen bewoners gebruiken om zich in de buurt te verplaatsen. Hierbij wordt wat betreft vervoersmiddelen onderscheid gemaakt tussen wandelen, fietsen en auto/openbaar vervoer. Wandelen en fietsen vallen onder actief vervoer. De vervoersmiddelen auto en openbaar vervoer zijn samen genomen omdat zij beide vallen onder inactief vervoer. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk zal worden ingegaan op het gebruik van verschillende vervoersmiddelen. Er zal allereerst een antwoord gegeven worden op de vraag of het gebruik van vervoersmiddelen verschilt tussen de buurten en tussen jongeren, volwassenen en ouderen. In de tweede paragraaf zal worden ingegaan op het gebruik van wandel- en fietsroutes. Allereerst zal gekeken worden hoe intensief wandelen fietsroutes gebruikt worden. Vervolgens zal ook gekeken worden of er verschillen zijn in het gebruik van wandel- en fietsroutes tussen jongeren, volwassenen en ouderen. Bij beide subparagrafen zal ook ingegaan worden op de kenmerken van veel gebruikte wandel- en fietsroutes. 6.1 Gebruik vervoersmiddelen In deze paragraaf zal worden ingegaan op het gebruik van verschillende vervoersmiddelen. In tabel 6.1 is te zien welke vervoersmiddelen door de respondenten in de verschillende buurten gebruikt worden. Hierbij is berekend hoeveel respondenten tenminste één keer een bepaald vervoersmiddel hebben gebruikt. Inactief vervoer wordt het meest gebruikt als vervoersmiddel, 92% van alle respondenten bezocht een bestemming met de auto of het openbaar vervoer. Wandelen werd ook door het merendeel van de respondenten gedaan, 85% van alle respondenten bezocht te voet een bestemming. Fietsen werd door beduidend minder respondenten gedaan, 47% van alle respondenten gebruikte de fiets om bestemmingen te bereiken. Verschillen tussen buurten In alle buurten wordt inactief vervoer het meest gebruikt om bestemmingen te bereiken. In De Punt gebruiken alle respondenten inactief vervoer, in de overige buurten ligt het percentage mensen dat inactief vervoer gebruikt rond de 89%. Wandelen wordt door veel respondenten gedaan in de Indische Buurt (96%) en Buurt 5 (90%). In De Punt en de Van der Pek buurt wandelen beduidend minder mensen, respectievelijk 76% en 78% van de respondenten. Voor fietsen liggen de cijfers weer net iets anders. Net als al te zien was bij wandelen, wordt in de Indische Buurt door de meeste respondenten gefietst, 68% van de respondenten gebruikt wel eens de fiets. In de Van der Pekbuurt ligt dit cijfer iets lager, daar gebruikt 48% wel eens de fiets. In Buurt 5 en De Punt gebruiken het minste mensen de fiets, respectievelijk 37% en 38%. Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat, ten opzichte van de andere buurten, in de Indische Buurt de meeste respondenten gebruik maken van actief vervoer. In De Punt gebruiken de minsten respondenten actief vervoer. In Buurt 5 wordt, vergeleken met andere de buurten, door veel respondenten gewandeld, maar wordt door weinig 52

54 respondenten gefietst. In de Van der Pekbuurt is dit net andersom, daar wordt relatief weinig gewandeld, maar wel weer meer gefietst dan in Buurt 5 en in De Punt. Tabel 6.1: Overzicht van het gebruik van vervoersmiddelen per respondent Wandelen Fietsen Auto / OV / brommer Indische Buurt Jongeren (n = 10) Volwassenen (n= 10) Ouderen (n = 5) Totaal (n = 25) Totaal (in %) 96% 68% 88% Van der Pek Jongeren (n=7) Volwassenen (n = 10) Ouderen (n = 10) Totaal (n = 27) Totaal (in %) 78% 48% 89% Buurt 5 Jongeren (n= 10) Volwassenen (n=10) Ouderen (n=10) (+1 elec fiets) Totaal (n = 30) Totaal (in %) 90% 37% 90% De Punt Jongeren (n = 9) Volwassenen (n = 10) Ouderen (n = 10) Totaal (n = 29) Totaal (in %) 76% 38% 100% Totaal 85% 47% 92% Jongeren 100% 44,4% 94,4% Volwassenen 75% 62,5% 92,5% Ouderen 80% 31,4% 88,6% Verschillen tussen doelgroepen De verschillende doelgroepen verschillen niet zozeer in het gebruik van inactief vervoer. Voor zowel, jongeren, volwassen als ouderen ligt het percentage respondenten dat inactief vervoer gebruikt rond de 92%. Er zijn wel duidelijke verschillen in het gebruik van actieve vervoersmiddelen tussen jongeren, volwassenen en ouderen. Alle jongeren (100%) wandelen wel eens naar een bestemming. Bij volwassenen en ouderen ligt dit anders, daar wandelt respectievelijk 75% en 80% wel eens naar een bestemming. Wat betreft het fietsen, kan geconcludeerd worden dat de meeste volwassen respondenten wel eens gebruik maken van de fiets (62,5%). Beduidend minder jongeren gebruiken de fiets (44,4%). En een derde (31,4%) van de ouderen gebruikt de fiets wel eens om een bestemming te bereiken. Dit verschil is ook duidelijk terug te zien in de 53

55 gemaakte kaartjes waarop de intensiteit van het gebruik van een route is weergegeven (afbeeldingen 5.13 tot en met 5.48). Wat betreft actief vervoer valt dus op dat veel jongeren wandelen, maar dat minder dan de helft van de betrokken jongeren de fiets gebruikt. Voor de ouderen uit de onderzoekspopulatie is de fiets een niet veel gebruikt vervoersmiddel. Volwassenen gebruiken vaker de fiets, maar met een percentage van 62,5% valt er ook onder deze doelgroep nog wel winst te behalen in het stimuleren van het fietsgedrag. 6.2 Gebruik routes In deze paragraaf zal worden beschreven welke wandel- en fietsroutes in de buurt intensief gebruikt worden. De intensiteit waarmee wandel- en fietsroutes gebruikt worden is afgeleid van de GPS-analyses. Op basis van de verzamelde GPS-gegevens zijn kaarten gemaakt waarop te zien is hoe intensief bepaalde wegdelen met een bepaald vervoersmiddel gebruikt worden. Voor elke buurt zijn kaarten gemaakt met de intensiteit van het gebruik van (1) wandelroutes, (2) fietsroutes en (3) auto/ OV. De verschillende kleuren in de kaart laten het aantal keer zien dat de respondenten overeen bepaald wegdeel met een bepaald vervoersmiddel hebben gebruikt gedurende de vijf dagen die zijn meegenomen in de analyse. In dit hoofdstuk zal allereerst gekeken worden naar de uitkomsten per buurt. Vervolgens zal ingegaan worden op eventuele verschillen tussen leeftijdsgroepen. Algemeen In alle buurten, met uitzondering van de Indische Buurt, valt op dat de auto routes het meest intensief met de auto wordt gebruikt. De meest rode en donkerrode kleuren zijn te vinden in de kaarten waar de intensiteit van het gebruik van auto/ OV is weergegeven. Alleen in de Indische Buurt lijkt intensiever gebruik gemaakt te worden van actief vervoer dan van inactief vervoer. Het kaartbeeld dat naar voren komt wordt waarschijnlijk door twee dingen veroorzaakt: 1. Auto/ en OV worden het meest intensief gebruikt in de buurt 2. Er zijn in de geselecteerde buurten een beperkt aantal uitvalsroutes die gekozen kunnen worden. Voor wandelen en fietsen zijn er meer alternatieven beschikbaar. Indische Buurt Zoals blijkt uit paragraaf 6.1 wordt in de Indische Buurt het meest gewandeld en gefietst. In de afbeeldingen 5.1 en 5.2 (zie einde hoofdstuk) is te zien hoe intensief de wegen wandelend en fietsend gebruikt worden. Allereerst valt op dat de wegen intensiever te voet dan met de fiets gebruikt worden. De meest intensief gebruikte wandelroutes lijken meer gecentreerd te zijn terwijl de intensief gebruikte fietsroutes wat meer over de wijk verspreid zijn. Wanneer het patroon bekeken wordt dan zie je dat de wegen die veel gebruikt worden om te wandelen ook fietsend intensief gebruikt worden. Met name pleinen en straten met veel voorzieningen worden intensief gebruikt om te wandelen en fietsen. In de volgende paragraaf wordt dit specifieker beschreven 54

56 Ceramplein en Makassarplein Uit de GPS-analyses blijkt dat veel mensen langs het Ceramplein lopen. Het Ceramplein werd door de bewoners als prettig plein omschreven. Het Makassarplein werd door bewoners als minder fijn ervaren. Er wordt op zich wel langs dit plein wordt gewandeld en gefietst, maar beduidend minder aan de kant van de Niasstraat, de straat waar de coffeeshop zich bevindt. Je ziet hier ook duidelijk verschillen in de leeftijdsgroepen die gebruik maken van de pleinen. Jongeren begeven vaak wandelend rondom het Makassarplein en zijn niet vaak in de buurt van het Ceramplein te vinden. Voor volwassenen en ouderen is dit net andersom. Zij wandelen vaak langs het Ceramplein en komen nauwelijks bij het Makassarplein. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van enkele volwassenen die aangegeven hebben het Makassarplein liever te mijden in verband met de overlast van jongeren. Overigens fietsen volwassenen wel even vaak langs het Ceramplein als langs het Makassarplein. Javastraat De Javastraat is een straat met verschillende winkelvoorzieningen. Toch wordt deze straat wandelend niet veel bezocht, terwijl we in andere buurten zien dat straten met veel winkels veel wandelgedrag genereren. Het lijkt erop dat de respondenten hun boodschappen elders doen, zoals bijvoorbeeld op de Molukkenstraat die wandelen intensiever wordt gebruikt. Door volwassenen en ouderen werd aangegeven dat de Javastraat geen veilige straat is om doorheen te fietsen en dat de Molukkenstraat en de Insulindeweg, met hun aparte fietspaden, prettiger zijn om doorheen te fietsen. Toch fietsen volwassenen vaak door de Javastraat. Dit zal voor een groot deel te maken hebben met de voorzieningen die in die straat aanwezig zijn en met het feit dat het vanuit veel locaties vanuit de buurt het snelst is om via de Javastraat de buurt uit te fietsen. De Insulindeweg die mensen ook hadden kunnen kiezen om de buurt uit te komen, wordt meer gebruikt om in Zuidelijke richting de buurt uit te komen. Zeeburgerdijk De Zeeburgerdijk werd door volwassenen aangewezen als aantrekkelijke route. Je ziet ook dat deze door volwassenen intensief wordt gebruikt. Flevopark Ook is er vrij veel wandelverkeer richting het Flevopark. Hierbij wordt met name gebruik gemaakt van de ingang in het verlengde van de Javastraat. De ingang bij de Kramatweg wordt beduidend minder gebruikt. Dit komt overeen met de bevinding dat de ingang bij de Kramatweg als onveilig wordt gezien (zie hoofdstuk 5). Jongeren en ouderen lijken het park iets vaker wandelend te bezoeken dan volwassenen. Niasstraat De Niasstraat werd door jongeren en volwassen aangewezen als een negatieve plek in de buurt. Deze straat blijkt ook door alle doelgroepen weinig te worden gebruikt voor actief vervoer. Gebruik noordelijke en zuidelijk kwadrant Tot slot valt nog op dat het meest zuidelijke kwadrant (het stuk tussen de Javastraat en de Insulindeweg) van de buurt beduidend meer wordt gebruikt met actief vervoer dan 55

57 het noordelijker kwadrant (het stuk tussen de Javastraat en de Zeeburgerdijk) van de buurt. Dit komt ook overeen met de bevinding dat het meest nooordelijke kwadrant als onveilig wordt beleefd. Uiteraard kan het ook zo zijn dat meer mensen in de richting van de centrale stad moeten en dan het onderste gedeelte van de buurt passeren. Van der Pekbuurt Uit de kaartjes die voor de Van der Pekbuurt zijn gemaakt (afbeeldingen 5.4 tot en met 5.6) blijkt dat de auto het meest gebruikte vervoersmiddel is in de buurt. Dat komt ook overeen met de conclusies die getrokken kunnen worden uit tabel 6.1. Daarnaast worden de routes in de buurt intensiever te voet gebruikt dan met de fiets. Winkelvoorzieningen Voor wat betreft de genomen wandelroutes valt op dat met name de wegen nabij (winkel)voorzieningen veel gebruikt worden. Zo wordt er veel gewandeld nabij het Mosplein en de Hagedoornweg. Als we vervolgens kijken naar de verschillen in wandelroutes van de gekozen leeftijdsgroepen, dan zien we dat met name de ouderen intensief gebruik maken van de routes nabij de winkelvoorzieningen (zie afbeeldingen 5.22 t/m 5.24). Buiksloterweg De Buiksloterweg, die door een volwassene als positief en door jongeren als negatief wordt gezien, wordt zowel wandelend als fietsend intensief gebruikt. Met name volwassenen (wandelen en fietsend) en ouderen (wandelend) blijken de Buiksloterweg vaak te gebruiken. Noorderpark Het Noorderpark is een plek waar veel gewandeld wordt. Met name volwassenen en ouderen gebruiken het park intensief om in te wandelen. De bij het onderzoek betrokken jongeren zijn niet in het park geweest. Over het algemeen waren de volwassenen en ouderen ook meer tevreden over het park dan de jongeren. Weg richting pont De weg richting de pont wordt door zowel wandelaars als fietsers veel gebruikt. Deze weg wordt door verschillende respondenten als onveilig of onhandig beschouwd, maar wordt toch veel gebruikt. Ouderen blijken daar vaker heen te wandelen en jongeren en volwassenen gaan meestal per fiets richting de pont. Kruispunten Verder wordt door fietsers het kruispunt nabij het Mosplein en het kruispunt nabij het Hagedoornplein veel gebruikt. Dit zijn ook de kruispunten waarmee je toegang hebt tot andere buurten. De Punt In de Punt wordt meer gewandeld dan gefietst. Maar ook hier geldt dat de auto het meest intensief wordt gebruikt (zie afbeeldingen 5.7 tot en met 5.9). Dijkgraafplein Uit de kaarten blijkt dat veel mensen wandelend naar het Dijkgraafplein komen. Uit de afbeeldingen 5.31 t/m 5.33 blijkt dat met name de jongeren en de volwassenen intensief 56

58 gebruik maken van het Dijkgraafplein. Dit heeft onder andere te maken met de winkelvoorzieningen die daar aanwezig zijn. Blijkbaar generen de winkelvoorzieningen in de buurt wandelverkeer. Maar ook de openbaar vervoer voorzieningen op het Dijkgraafplein genereren wandelverkeer. Ook fietsers begeven zich op het Dijkgraafplein. Zij fietsen vaak via het Dijkgraafplein richting Tussenmeer Ingelanderweg Uit de drie kaarten blijkt dat de Ingelandenweg zowel door voetgangers, fietsers als auto s (er gaan geen bussen over de Ingelandenweg) intensief gebruikt wordt. Dit ondanks het feit dat de buurtbewoners de straat als onveilig beschouwen. Voor een deel wordt de straat ook als onveilig beschouwd omdat er sprake is van langzaam en snelverkeer. Tegelijkertijd beschikt de straat niet over zebrapaden en aparte fietspaden. Wierdestraat Ook de Wierdestraat wordt door voetgangers, fietsers en auto s veel gebruikt. Deze straat is tijdens de inteviews niet naar voren gekomen als positieve of negatieve plek. Buurt 5 De kaarten uit Buurt 5 (afbeelding 5.10 tot en met 5.12) laten zien dat de straten in Buurt 5 veel gebruikt worden om te wandelen, maar ook veel gebruikt worden met de auto. Het patroon van veel gebruikte routes in Buurt 5 is veel diverser/ breder verspreid dan in de andere buurten. Zo worden de volgende wegen veel gebruikt door voetgangers: Plein Slotermeerlaan Jan de Louterpad Burgemeester van Leeuwenlaan Lodewijck van Deijsselstraat Van Moerkerkenstraat Plein Op plein is een geconcentreerd winkelcentrum te vinden. Het plein blijkt met name veel wandelaars te trekken. Met name volwassenen en in het bijzonder ouderen verplaatsen zich vaak te voet richting het plein (zie afbeelding 5.40 t/m 5.42). Slotermeerlaan Ook de Slotermeerlaan wordt door wandelaars en in iets mindere mate door fietsers, intensief gebruikt. Met name het deel nabij de rotonde wordt intensief gebruikt. Op dit deel bevindt zich de Dekamarkt, een supermarkt waar veel mensen hebben aangegeven naar toe te gaan. De rotonde Slotermeerlaan/ Roellstraat blijkt ook veel gebruikt te worden. Dit is ook een van de uitgangswegen naar andere delen van de stad. Jan de Louterpad Het groen nabij het Jan de Louterpad wordt ook door alle leeftijdsgroepen als positief ervaren. Je ziet in afbeelding (5.10) dat het pad ook vrij veel wordt gebruikt door wandelaars en in iets mindere mate door fietsers. Met name de ouderen in de buurt gebruiken die pad intensief. Door jongeren is het pad niet gebruikt. 57

59 Burgemeester van Leeuwenlaan De Burgermeester van Leeuwenlaan wordt door alle doelgroepen intensief gebruikt, zowel om langs te wandelen, als om langs te fietsen. Volwassenen en ouderen rijden ook vaak met de auto door de straat. Tegelijkertijd wordt deze straat aangewezen als negatieve plek. Dus ondanks de negatieve ervaringen wordt de straat toch veel gebruikt. De negatieve gevoelens ten opzichte van de straat kunnen ook juist voortkomen uit het feit dat de straat door verschillende doelgroepen en met verschillende vervoersmiddelen intensief gebruikt worden. Dit is namelijk een teken dat veel verkeerstromen en doelgroepen naast elkaar in een straat moeten leven en dat kan wellicht onveilige situaties opleveren. Lodewijk van Deijsselstraat De Lodewijk van Deijsselstraat wordt zowel door fietsers als door wandelaars intensief gebruikt. Alle doelgroepen maken ook gebruik van deze straat, dit terwijl de straat tegelijkertijd als negatief wordt ervaren, met name door de aanwezigheid van de coffeeshop. Auto s hebben de straat in de onderzoeksperiode niet gebruikt. Dit komt door de werkzaamheden die daar gaande waren. Fietsers konden gedurende deze periode wel gebruik maken van deze straat. Fietsroute Tot slot viel op dat veel fietsers door de Lodewijck van Deijsselstraat rijden en dan via de Henriette Roland Holststraat richting stadsdeel Bos en Lommer gaan. Zij verkiezen die route boven die langs de Roellstraat. Deze twee straten verschillen van elkaar, omdat er sowieso meer verschillende verkeersstromen zijn op de Roellstraat (auto/ ov / fietsers, wandelaars) en er stoplichten zijn. Via de Henriette Roland Holststraat kan je dan ook sneller doorfietsen. 6.3 Conclusie Wandelbestemmingen liggen meestal in de buurt, fietsbestemmingen daarbuiten Uit de GPS-analyses blijkt allereerst dat de meeste bestemmingen die met de fiets worden bereikt, buiten de buurt liggen. Bestemmingen waar men heen wandelt liggen meestal binnen de geselecteerde buurt of in ieder geval niet veel verder dan 800 meter van de woning van de respondent af. Plekken die actief vervoer belemmeren dan wel bevorderen Uit de GPS-analyses blijkt dat winkelvoorzieningen, pleinen, groene routes en parken actief transport bevorderen. Drukke straten en sociaal onveilige straten worden vaker gemeden. Hieronder wordt dit nader toegelicht. Winkelvoorzieningen Wegen nabij winkelvoorzieningen worden door voetgangers veel gebruikt. Dit is met name te zien in Buurt 5 (nabij plein 40-45, de Slotermeerlaan en in de Burgemeester van Leeuwenlaan) en in Van der Pekbuurt (Mosveld, Hagedoornweg en Van der Pekstraat). De winkelvoorzieningen zorgen er vooral voor dat ouderen veel gaan wandelen. Bij een goede diversiteit aan winkels, zoals in Buurt 5, zie je dat ook volwassenen vaak naar de winkelvoorzieningen wandelen. Voor jongeren is de aanwezigheid van winkelvoorzieningen minder belangrijk. In de Indische Buurt lijken de 58

60 winkelvoorzieningen niet echt uit te nodigen tot wandelen. De buurtbewoners geven ook aan ontevreden te zijn met de winkelvoorzieningen in hun buurt. Zo zijn de winkelvoorzieningen niet van goede kwaliteit en niet afgestemd op de wensen van de bewoners (zie ook paragraaf 5.2). Groene routes Ouderen blijken vaak te kiezen voor een groene route richting hun bestemming, ook als dit betekent dat zij via een omweg moeten lopen of fietsen. Zo kiezen ze in de Van der Pekbuurt voor de route langs de Buiksloterweg en in Buurt 5 wordt vaak het Jan de Louterpad genomen. Parken Het Noorderpark in de Van der Pekbuurt wordt door zowel volwassenen als ouderen intensief gebruikt om in te wandelen. De andere parken die nabij de buurt liggen (Eendrachtspark in Buurt 5 en het Flevopark in de Indische Buurt) worden beduidend minder gebruikt. Drukke straten Straten die door zowel voetgangers, fietsers als door auto s intensief worden gebruikt, worden vaak aangewezen als verkeersonveilige wegen. Zo worden wegen als de Ingelanderweg (De Punt), Burgemeester van Leeuwenlaan (Buurt 5) als negatieve plekken aangewezen en zien we in de GPS-analyses dat deze wegen intensief met alle vervoersmiddelen worden gebruikt. Het feit dat deze wegen als verkeersonveilig worden gezien lijkt niet zo zeer uit te maken voor het gebruik, want de wegen worden wel intensief gebruikt. Het veiliger inrichten van deze straten zou echter wel de gevoelens van verkeersonveiligheid kunnen verbeteren en zou ervoor kunnen zorgen dat (nog) meer mensen ervoor kiezen door deze straten te fietsen. Onveilige plekken In de Indische Buurt zie je in twee situaties dat plekken die als onveilig zijn aangewezen ook daadwerkelijk minder worden gebruikt. Zo wordt de tunnel via de Kramatweg naar het Flevopark niet gebruikt en ook de Niasstraat wordt weinig gebruikt door wandelaars of fietsers. Hier lijken gevoelens van onveiligheid de keuze voor actief vervoer te belemmeren. In andere buurten worden plekken die als onveilig zijn beoordeelt niet echt gemeden. Zo wordt het Dijkgraafplein in de Punt door veel respondenten gebruikt. Hierbij moet wel vermeld worden dat er geen uitsplitsing is gemaakt in overdag en s avonds. Het is goed mogelijk dat mensen s avonds onveilige plekken wel mijden. Nadere analyses zullen dit moeten uitwijzen. 59

61 Indische Buurt (n = 23) 6.1: Overzicht wandelen 6.2: Overzicht fietsen 6.3: Overzicht van auto/ ov Van der Pekbuurt (n = 22) 6.4: Overzicht wandelen 6.5: Overzicht fietsen 6.6:Totaal auto/ OV 60

62 De Punt (n= 27) 6.7: Overzicht wandelen 6.8: Overzicht fietsen 6.9: Overzicht Auto/ OV Buurt 5 (n = 25) 6.10: Overzicht wandelen 6.11: Overzicht Fietsen 6.12: Overzicht auto/ OV 61

63 Gebruik vervoersmiddelen per doelgroep Indische buurt 6.13: Wandelen Jongeren (n = 9) 6.14: Wandelen Volwassenen (n = 10) 6.15: Wandelen Ouderen (n =3) 6.16: Fietsen Jongeren (n = 9) 6.17: Fietsen Volwassenen (n = 10) 6.18: Fietsen Ouderen (n =3) 62

64 6.19: Auto/OV Jongeren (n = 9) 6.20: Auto/OV Volwassenen (n = 10) 6.21: Auto/OV Ouderen (n =3) Van der Pek 6.22: Wandelen Jongeren (n = 4) 6.23: Wandelen Volwassenen (n = 9) 6.24: Wandelen Ouderen (n = 9) 63

65 6.25 Fietsen Jongeren (n = 4) 6.26: Fietsen Volwassenen (n = 9) 6.27: Fietsen Ouderen (n =9) 6.28: Auto/OV Jongeren (n = 4) 6.29: Auto/OV Volwassenen (n = 9) 6.30: Auto/OVOuderen (n=3) 64

66 De Punt 6.31: Wandelen Jongeren (n = 9) 6.32: Wandelen Volwassenen (n = 9) 6.33: Wandelen Ouderen (n = 10) 6.34 Fietsen Jongeren (n = 8) 6.35: Fietsen Volwassenen (n = 9) 6.36: Fietsen Ouderen (n =10) 65

67 6.37: Auto/OV Jongeren (n = 8) 6.38: Auto/OV Volwassenen (n = 9) 6.39: Auto/OV Ouderen (n=10) Buurt : Wandelen Jongeren (n = 7) 6.41: Wandelen Volwassenen (n = 8) 6.42: Wandelen Ouderen (n = 10) 66

68 6.43 Fietsen Jongeren (n = 7) 6.44: Fietsen Volwassenen (n = 8) 6.45: Fietsen Ouderen (n =10) 6.46: Auto/OV Jongeren (n = 7) 6.47: Auto/OV Volwassenen (n = 8) 6.48: Auto/OV Ouderen (n=10) 67

69 68

70 7 Motieven keuze vervoersmiddel In dit hoofdstuk zal beschreven worden welke motieven mensen hebben om al dan niet te wandelen en fietsen naar een locatie. Allereerst zal beschreven worden welke motieven onder de gehele onderzochte populatie het meest voorkwamen. Wanneer het relevant is zal ook beschreven worden of er verschillen zijn in de motieven per doelgroep of per buurt. Overzicht genoemde motieven In totaal werden 13 verschillende motieven genoemd om al dan niet te lopen of te fietsen (zie figuur 7.1). Figuur 7.1: Overzicht van het aantal keer dat een motief voor de keuze van een vervoersmiddel is genoemd, uitgesplitst naar leeftijdsgroep Totaal Jongeren Volwassenen Ouderen 5 0 Vaardigheden Kosten Hond Bezit fiets Bezit auto Gezondheid Praktische redenen Veiligheid Sociale omgeving Tijd Weer Houding Afstand Voor het nemen van de een verschillende vervoersmiddel en voor het bereiken van de verschillende bestemmingen hebben mensen vaak verschillende motieven. In het volgende citaat van een man van 45 (11209) wordt mooi weergegeven dat een combinatie van motieven een rol spelen bij de keuze om al dan niet te fietsen. Zo komt naar voren dat zowel houding, tijd, als kosten motieven zijn om te gaan fietsen. I1: We zien dat u op zich niet zo heel erg vaak gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer. R: Nee, ik ga nooit met het openbaar vervoer, ja met de trein, maar niet hier lokaal met de bus of.. Nee, ik ga nooit met de bus. Er rijden hier natuurlijk bussen in Noord en daar ga ik nooit mee. Ik word dan liever zeiknat geloof ik of ik pak de auto, maar ik ga niet met de bus. Met de auto of met de fiets. I2: Waarom niet? R: Ja, ik vind dat je gewoon moet fietsen en als het heel bijzonder is dan pak ik de auto, maar in principe gewoon de regenjas aan en op de fiets. Ik vind het zonde van mijn geld en ik vind het niet handig ook weet je. Ik ken de tijd niet, dus het kost me ook veel te veel tijd. Tegen de tijd dat ik bij de bushalte ben, dan had ik er op de fiets al drie keer kunnen zijn. 69

71 Over het algemeen waren de meeste verplaatsingen bestemmingsgericht. Slechts enkele personen maakten ook recreatieve wandelingen en fietstochten Afstand Het motief dat het vaakst (door 63 mensen) genoemd wordt om al dan niet te wandelen of fietsen is afstand. Door volwassenen wordt dit motief bijna twee keer zo vaak genoemd als door jongeren en ouderen (respectievelijk 30 t.o.v 18 en 15). Over het algemeen bezoeken mensen bestemmingen binnen de buurt vaak te voet. Een man van 32 (33205) uit De Punt geeft bijvoorbeeld als antwoord op de vraag waarom hij lopend naar de supermarkt gaat op het Dijkgraafplein (ongeveer 300 meter van zijn huis): Ja, ik woon zo dichtbij, het is overdreven om de auto te pakken.. Een vrouw van 33 (44204) uit Buurt 5 geeft in het volgende citaat dat ze als ze verder gaat de auto neem maar gewoon in de buurt gaat ze te voet. Zij wandelt bijvoorbeeld naar het Confusiusplein (600 meter) en naar plein (650 meter). Ze had in de week waarin het onderzoek plaatsvond geen bestemmingen buiten de buurt bezocht. Ook negen ouderen gaven aan dat ze meestal te voet de bestemmingen in hun buurt bezoeken. Als ze een bestemming buiten de buurt willen bezoeken dan gaan ze met de fiets, auto of het openbaar vervoer. Een vrouw van 71 (11308) uit de Van der Pekbuurt geeft bijvoorbeeld aan de bestemmingen in haar buurt te voet te bezoeken. Ze omschrijft dit als volgt: I1: En naar de markt of zo? Loopt u nog wel even naar de markt? R: Enkel naar de mark? Ja zeg, dan pak ik, dat kleine stukje pak ik mijn auto niet. I1: Nee, precies, oké. R: Nee, ook niet als ik naar de Hagedoornweg of naar de apotheek moet, in de van der Pekstraat. Al deze bestemmingen zijn niet verder dan 300 meter van haar huis af. Naar het Bovenij Ziekenhuis (2,5 km) en het Buikslotermeerplein (2,4 km) gaat deze mevrouw met de auto. Als de bestemmingen te ver zijn om te lopen, dan gaan mensen, die een fiets hebben en die een positieve houding hebben ten opzichte van fietsen, met de fiets. Veelal betekent dit dat bestemmingen net buiten de buurt met de fiets worden bezocht. Zo antwoord een man van 32 uit de Indische Buurt (22212) op de vraag waarom hij met de fiets naar de Javastraat gaat (850 meter van zijn huis): Ja, ik vind het te ver om te lopen en ik zou het niet met de auto doen. Een man van 39 (44207) uit Buurt 5 geeft aan met de fiets naar de Sloterplas te gaan omdat hij het overdreven vindt om voor die afstand (ongeveer 2,7 km) de auto te nemen. Er zijn ook mensen die door heel Amsterdam fietsen en die pas de auto of het openbaar vervoer pakken als ze echt buiten de stad moeten zijn. Zo geeft een vrouw van 42 (11209) aan de auto gebruiken we eigenlijk alleen maar voor buiten de stad. Uit de GPS gegevens blijkt dat deze vrouw pas de auto pakt als ze 70

72 bijvoorbeeld naar Utrecht, De Bilt of Spaarnwoude gaat. Binnen de stad pakt ze de fiets. Niet alle mensen fietsen door heel Amsterdam. Zo geeft een meisje van 17 uit de Indische Buurt (22101), bijvoorbeeld aan Amsterdam Zuidoost (ongeveer 7 km) met de auto of het OV te bezoeken: I1: En volgens mij ben je ook naar Zuidoost geweest, ook met de auto? R: Ja. I1: Gaan jullie altijd met de auto? R: Ja. I1: Oké. R: Meestal ga ik wanneer ik met mijn vader ben met de auto, als ik met vriendinnen ga, ga ik met de bus of metro. I1: Oké, ga je wel eens met de fiets? R: Nee, veel te ver. Ditzelfde meisje geeft aan het verste dat ze met de fiets gaat het Amstelstation is (4,5 km). I2: Oké. En wat is het verste wat je gaat met de fiets? R: Amstelstation, want ik zit daaro in de buurt op school en meestal wanneer het warm is ga ik op fiets normaal. Ook een vrouw van 37 (33202) vindt de afstand van haar huis in De Punt naar haar werk in Slotermeer (ongeveer 3,5 km) te ver om te fietsen. I1: We zagen dat u daarna doorgaat ergens anders heen, uw werk misschien? R: Ja, in Slotermeer. I1: En gaat u dan met de bus? R: Ja. Het is heel ver. 7.2 Houding De houding ten aanzien van wandelen en fietsen wordt door 52 mensen genoemd als motief om al dan niet te wandelen of fietsen. Positieve houding 30 van de 52 mensen hebben een positieve houding ten opzichte van wandelen en/ of fietsen. Zij geven aan graag te wandelen of fietsen. Zo geeft een meisje van 17 (22101) aan dat ze van fietsen houdt (toch is via het GPS apparaat niet te zien dat ze veel fietst, meestal gaat ze met het OV). Een oudere man van 72 uit Buurt 5 (44304) geeft aan dat hij lopend naar de winkelvoorzieningen in zijn buurt gaat omdat hij dat prettig vindt. Zo geeft hij als antwoord op de vraag wat de reden is om lopend naar de Dekamarkt en Plein (ongeveer 450 meter) te gaan: Vind ik prettig, want ik loop graag. Sommige mensen geven zelfs aan bewust een langere route te lopen of fietsen omdat ze daar zin in hebben (11103, 44307). Een meisje van 17 (11103) omschrijft dit bijvoorbeeld als volgt: R: Ik loop echt verschillend hoor. I1: Oké,.ja. R: Ja, soms neem ik expres de lange route omdat ik dan gewoon zin heb om te lopen, niet dat ik dan altijd de korte afstand kies of zo. Nee, soms heb ik echt zin om te lopen dus eh dan heb ik schijt aan de bus dan laat ik `m gewoon, dan ga ik zelf. 71

73 Negatieve houding 22 van de 52 mensen hebben een negatieve houding ten opzichte van wandelen en/of fietsen en noemen dit ook als motief waarom zij niet wandelen en fietsen. Vooral de jongeren verwoorden hun negatieve houding ten opzichte van wandelen en fietsen erg duidelijk. Enkele voorbeelden van houding gerelateerde motieven die zij aandragen om niet te fietsen zijn: Ik ben niet iemand die fietst (33106), Ik vind fietsen niet leuk (33103), Ik hou niet zo van fietsen (11108), fietsen is vermoeiend als je gewoon de bus kan pakken (11109). Negen volwassenen hebben een negatieve houding ten opzichte van wandelen en/of fietsen. Zo geeft een man van 44 (11201) uit de Van der Pekbuurt aan dat hij een hekel heeft aan fietsen. Andere volwassenen geven aan niet graag te fietsen (44204) of niet van fietsen te houden (33202). Ook komt naar voren dat enkele volwassenen het wel gemakkelijk vinden om met de auto te gaan (22111). Een vrouw van 33 (44209) geeft ook aan dat ze soms een beetje lui is omdat ze met de auto boodschappen gaat doen bij het Osdorpplein (2,2km). Ze omschrijft dit als volgt: R: En hoewel ik me daar wel een beetje voor schaam, ben ik ook wel een klein beetje lui. Dus dan ga ik bijvoorbeeld met de auto naar het Osdorpplein,bijvoorbeeld om daar boodschappen te doen. Ook een oudere vrouw van 62 (22302) geeft aan de bus te pakken naar de Dappermarkt (1,3km) markt omdat ze lui is. Ze beantwoordt de vraag of ze de boodschappen altijd lopend doet als volgt: R: Ja, en als ik verder weg ga, zoals naar de markt, want dan ben ik best lui hoor. En dan pak ik de bus naar de markt. 7.3 Weer Het weer wordt ook vaak als motief naar voren gebracht om al dan niet te wandelen of te fietsen. Regen Ten eerste geven negen mensen aan bij regen met het openbaar vervoer of met de auto te gaan. Een meisje van 12 uit Buurt 5 (44101) omschrijft dit als volgt: I: Oké. en fietsen in het algemeen vind je dus niet fijn? R: Hmmm, ja, mwah, hangt er vanaf, hangt echt van het weer af. Ik ben niet echt iemand die fietst als het regent, het moet echt lekker weer zijn als ik ga fietsen bedoel ik. Een man van 72 (33304) geeft aan als het even kan met de fiets te gaan, of het moet hozen van de lucht, dan kiest hij ervoor om met de auto te gaan. Kou Daarnaast geven 9 mensen aan wel vaker te wandelen of te fietsen als het minder koud is. Een aantal respondenten is geworven in de koude winter eind 2009 / begin 2010 toen er ook veel sneeuw lag. Enkele van de respondenten die tijdens deze weken zijn geworven geven aan normaal wel meer te wandelen of te fietsen. Zo geeft een jongen uit de Van der Pekbuurt (11105; leeftijd onbekend) aan dat hij alleen het openbaar vervoer gebruikt in de buurt, omdat het te koud is om te fietsen: 72

74 I1: Openbaar vervoer gebruik je in de buurt? R: Nee, dat doe ik alleen maar 's winters en dat is puur omdat het dan te koud is om te fietsen of te gevaarlijk vanwege het gladde wegdek. Mooi weer Aan de andere kant geven 13 mensen aan dat ze met mooi weer vaker wandelen of fietsen. Een man van 70 (11303) geeft aan dat hij zo gauw het knap weer wordt, met de fiets naar Den Ilp gaat. Tot slot geven drie ouderen met een hond nog aan (44307, 33303, 44310) bij mooi weer langer te lopen met hun hond. Zo geeft een vrouw van 64 (44310) als antwoord op de vraag of ze meer gewandeld zou hebben als het mooi weer was geweest: nou dan zouden de rondjes wat groter geweest zijn. Zomer Acht mensen (44108, 33206, 44204, 11302, 11306, 22303, 44303, 22101) geven nog aan zomers meer te wandelen of fietsen. 7.4 Tijd Ook de factor tijd wordt vaak genoemd als motief om al dan niet te gaan wandelen of fietsen. Net als afstand wordt ook dit motief vaker genoemd door volwassenen dan door jongeren en ouderen. Volwassenen lijken tijd dus belangrijker te vinden dan de andere doelgroepen. Wat betreft de factor tijd kan geconcludeerd worden dat de meeste mensen voor het vervoersmiddel kiezen dat hen het meest tijdsefficiënt van A naar B brengt. Zo omschrijft een meisje van 17 (11102) uit de Van der Pek buurt als volgt waarom ze met het openbaar vervoer naar Amsterdam Centraal gaat: I1: Maar je gaat dus naar Centraal met de bus, je zou natuurlijk ook met de fiets naar het pontje kunnen en dan ben je ook op Centraal. R: Dat zou wel kunnen ja. I1: Is er nog een reden? R: Nou ja, dat vind gewoon meer gedoe eigenlijk. Dan moet je ehm daar maar zien dat je een plek hebt om de fiets kwijt te kunnen. Dan moet je helemaal door het Centraal heen lopen, want ik moet natuurlijk helemaal de andere kant van het station zijn. De bus sluit heel goed aan op de tram en als ik dan de pont neem, duurt het veel langer. Een vrouw van 40 (22204) geeft aan met de fiets te gaan omdat het met openbaar vervoer voor haar langzamer is. Ze omschrijft dit als volgt: I: Is er een reden dat u het openbaar vervoer niet gebruikt? R: Gaat zo langzaam, geef mij maar een fiets. I: Ja, gaat u liever met de fiets? R: Ja. Ik ga nooit met het openbaar vervoer nee. I: U doet eigenlijk alles met de fiets binnen de stad. R: Alles met de fiets, ja. En ook als je nooit ermee gaat, dan wordt het nog langzamer, omdat je niet weet hoe je moet gaan zeg maar. Een man van 49 (11202) geeft als volgt aan waarom hij liever met de fiets naar de markt bij het Mosplein (ong 700m) gaat: 73

75 I: En u gaat echt fietsen omdat het prettiger is om te fietsen dan om met een ander vervoersmiddel te gaan? R: Ja, ik heb een auto, maar ook voor de boodschappen, gebruik ik hem niet, het is ook ontzettend gekrioel om met die auto bij die markt te komen, en daar heb ik een beetje hekel aan, dus we hebben zo'n grote bakfiets en dat gaat. Ja, dat vind ik wat vlotter gaan. Een vrouw van 73 uit de Van der Pekbuurt (11304), die eigenlijk al haar bestemmingen met de fiets bezoekt (bijv Bovenij ziekenhuis (2,4 km), Buikslotermeerplein (1,9km), binnenstad Amsterdam (2km)), geeft aan dat ze geneigd is om met de fiets te gaan omdat ze op het openbaar vervoer zo lang moet wachten: R: Ja, ik ben altijd geneigd om met de fiets te gaan. I1: Oké. R: Omdat ik dan ook kan inschatten dat ik op tijd ben, met het openbaarvoor moet je altijd maar afwachten of het goed gaat. En met de fiets kan ik precies weten hoelang ik er over doe. Een vrouw van 76 (22303) uit de Indische Buurt geeft aan met het openbaar vervoer naar de stad te gaan (ongeveer 3,4 km), mede omdat je daar dan zo bent. Ze omschrijft dit als volgt: I: En als u richting de stad gaat, gaat u dan altijd met het openbaar vervoer. R: Ja. I: Omdat u dat R: Je fiets ken je al niet meer kwijt. Ja, en je bent er zo in tien minuten. I: met de bus 7.5 Sociale omgeving De sociale omgeving is met name voor jongeren en volwassenen van belang. Bij jongeren zijn vooral de vriendjes en vriendinnetjes van belang voor het beweeggedrag. Zo geeft een meisje van 15 (33103) uit De Punt aan dat ze wel vaker zou gaan fietsen als haar vriendinnen ook zouden fietsen. Een meisje van 17 (22101) uit de Indische Buurt geeft aan dat ze de bus naar Zuidoost (ong 7 km) neemt als ze alleen gaat, maar als ze met vriendinnen gaat, dan gaat ze fietsen. Twee jongeren geven ook aan juist met het openbaar vervoer te zijn gegaan, omdat hun vrienden ook met de bus gingen. Een jongen van 15 (44105) omschrijft dit als volgt: I: Wat we ook hebben gezien is dat je de bus pakt naar je vrienden in Geuzenveld, en waarom fiets je dat bijvoorbeeld niet? R: Ehm, die dag dat ik zo ging was ik met een vriend samen, ik ging naar zijn huis en toen bleef ik daar. I1: Hij was ook met de bus? R: Ja. Drie jongeren uit de Indische Buurt (22104, en 22109) geven ook aan veel te wandelen en/ of fietsen in buurten waar hun vrienden/ vriendinnen wonen. 74

76 Voor volwassenen beïnvloeden met name de kinderen het wandel- en fietsgedrag. Het hebben van kinderen lijkt het actief vervoer in de weg te staan. De meeste volwassenen die de kinderen als motief hebben genoemd geven aan geen actief vervoer te gebruiken omdat dat niet handig is met de kinderen. Een vrouw van 37 (33204) geeft aan niet zoveel te fietsen omdat het met de kleine kinderen makkelijker is om met de auto te gaan. Ze omschrijft dit als volgt: I: U heeft niet gefietst in de week dat u het GPS apparaatje gebruikt heeft. Doet u dat nooit? Of heeft u het toevallig die week niet gedaan. R: Nee, ik fietst niet zo veel I: Met uw kinderen is het ook makkelijker om met de auto te gaan. R: Ja, ook omdat ze klein zijn, is het makkelijker met de auto. Een vrouw van 36 (22206), die in principe veel bestemmingen met de fiets bezoekt, geeft aan niet naar het Amsterdamse Bos (11,4 km) te fietsen, omdat dat voor de kinderen te ver is: R: Want dat is wel op zich een leuke, op zich een oké route om te fietsen, ook met de kinderen wel. I1: Ja. R: Maar dat was gewoon, nou nee, meestal het Amsterdamse Bos. Dan ga je of naar de geitenboerderij, of wandelen in het bos. En als je dan ook gaat fietsen, dan kom je met twee helemaal dood, dood moeie kinderen thuis en dan is het halverwege de terugweg niet leuk meer. Voor één volwassene, een vrouw van 40 (22204), is de aanwezigheid van een jong kind juist een reden om door de buurt te gaan wandelen. Zij geeft aan dat ze eigenlijk niet zo van wandelen houdt, maar dat ze het nu wel doet met haar dochtertje. Ze omschrijft dit als volgt: I1: Oké, maar u wandelt dus niet graag omdat u de buurt niet prettig vindt of? R: Nee, ik ben heel erg van snel, alles moet snel bij mij dus ik neem gewoon de fiets. Ik ben gewoon niet van het wandelen. En nu met mijn dochter met zo een wagentje weet je wel dat is leuk, maar voor mezelf doe ik het eigenlijk nooit. Een vrouw van 43 (33208) geeft aan niet met haar kind van 7 door de stad te willen fietsen vanwege de drukte daar. Twee volwassenen (22201, 44210) geven ook aan dat het gebrek aan sfeer en gezelligheid in de buurt maakt maakt dat zij niet wandelen in hun eigen buurt. Zo geeft een vrouw van 41 (22201) uit de Indische Buurt aan dat ze graag in Muiden wandelt omdat het daar gezellig is. Zij mist die gezelligheid in haar eigen buurt: mensen kennen elkaar hier niet. Vijf ouderen geven aan dat hun sociale omgeving van belang is bij de keuze voor een vervoersmiddel. Een man van 72 (11305) geeft bijvoorbeeld aan dat hij gaat fietsen of wandelen als hij zonder zijn vrouw de deur uit gaat. Zijn vrouw kan namelijk niet meer lopen, waardoor zij meestal met de auto moet. Drie volwassenen (11301, 11308, 44304) geven aan met of naar vrienden en vriendinnen te lopen of fietsen. Tot slot geeft een oudere man van 63 nog aan dat zijn keuze om met de auto naar de Sloterplas te gaan afhangt van hoeveel 75

77 vriendjes van zijn kleinzoon meegaan en of die vriendjes een fiets hebben. Hij omschrijft dit als volgt: R: Ja, ja, ja. En we gaan wel eens op zondag naar dat café op de Oostoever? Bij de Sloterplas, want daar kan je live voetbal op een groot scherm zien. Heel relaxed is dat. Ja, daar zit je met Amsterdammers hé, oude Amsterdammers. En als het dan om half een is, dan willen ze altijd. Dan nemen ze ook twee vriendjes mee en dan gaan we daar naartoe. I1: Ja, leuk. R: Ja. I1: En daar gaat u dan meestal wandelend heen dan of euh? R: We gaan dan op de fiets, maar we zijn ook wel met de auto gegaan. Ligt eraan hoeveel jongens ik bij me heb. En of ze allemaal een fiets hebben hè. Dat is ook wat hier. Dat hebben ze niet allemaal. 7.6 Veiligheid Voor 27 mensen was veiligheid een reden om al dan niet te wandelen of fietsen. Wat betreft veiligheid komen twee belangrijk thema s naar voren namelijk criminaliteit, verkeersveiligheid. Criminaliteit De meeste mensen (10) die veiligheid als motief noemen om al dan niet te wandelen of fietsen geven aan dat ze bang zijn dat hun fiets wordt gestolen of kapot gemaakt. Dit wordt met name door personen in de Van der Pekbuurt en in de Indische Buurt aangedragen. In de Van der Pek buurt geven drie mensen (11105, 11309,11310) aan dat ze de omgeving nabij de Pont als onveilig zien. Volgens een jongere (11105: leeftijd onbekend) wordt de fiets als je hem bij de Pont achterlaat gestolen. Hij omschrijft dit als volgt: I1: Ehm we hebben gezien dat je helemaal niet gefietst hebt in de periode dat je de GPS bij je hebt gedragen. R: Klopt, ja. I1: Ehm, klopt dat, of is dat helemaal niet normaal gesproken fiets je wel heel veel of? R: Nee, nee, ik fiets wel maar het is niet ehm.. Ja als ik gewoon de bus kan nemen, dan neem ik niet echt de fiets of zo [lacht]. I1: Nee, oké. R: Nee, want daar wordt het wel bij de pont, als je `m daar achterlaat wordt het wel heel vaak gestolen, heb ik wel vaak meegemaakt, dus dat ik daarom gewoon de bus neem. Want echt heel veel fietsen van ons zijn gestolen, dan leg je ze hier, en dan is ie de volgende dag weer weg. Een oudere man (11309) geeft aan zijn fiets met drie kettingen vast te moeten zetten. Tot slot geeft een oudere vrouw van 71 uit de Van der Pekbuurt (11310) de bus te nemen van de stad naar huis, omdat zij niet graag vanaf de Pont naar huis loopt (ongeveer 1,2 km). In de Indische Buurt geven ook drie respondenten aan dat ze niet fietsen vanwege (kans op) vernieling of diefstal van de fiets. Een jongen van 14 (22107) geeft aan niet te fietsen omdat zijn band lek is gestoken. Een vrouw van 41 (22201) en een vrouw van 76 (22303) geven aan bang te zijn dat hun fiets wordt gestolen. De vrouw van 41 geeft aan op dit moment zelfs geen fiets te hebben, 76

78 omdat die toch alleen maar worden gestolen. Dit heeft ze al drie keer meegemaakt. In zowel De Punt en in Buurt 5 geeft een persoon aan bang te zijn dat de fiets wordt afgetakeld (33206) dan wel gestolen (44310). Verkeersveiligheid Zeven mensen geven aan liever niet te wandelen of fietsen vanwege de verkeersveiligheid. Drie mensen geven hierbij aan dat ze het gevaarlijk vinden om in de stad te fietsen (11301, 33208, 44110). Drie respondenten geven aan de wegen of fietspaden in hun buurt onveilig te vinden. Een meisje van 13 (44103) uit Buurt 5 geeft aan de rotondes in de buurt niet veilig te vinden. Dit heeft voor een deel ook te maken met haar eigen vaardigheden met betrekking tot fietsen. Ze omschrijft waarom zij niet met de fiets naar school (3,6 km) gaat: I1:Waarom zou je bijvoorbeeld dat stuk niet gaan fietsen, of wandelen dan? R: Ik ben niet zo goed met verkeer en I1: Nee? Je vindt het een beetje eng om te fietsen? R: Ik bedoel, meestal... ik weet niet hoe het verkeer... ik kom steeds tegen die auto's aan. Haha. I1: Oké. R: Ik fiets alleen in, ehm, mijn vrije tijd. I1: Oké. Dus je fietst alleen in je vrije tijd. Dat soort dingen dus niet. R: Nee. I1: Oké. En... maar zou je bijvoorbeeld wel vaak... zou je wel de fiets pakken zeg maar als er minder verkeer was geweest? R: Ja, ik moet wel best veel oversteken, rotonde en zo. Ben ik niet zo goed in. Een oudere vrouw uit de Indische Buurt (22302) geeft aan liever te lopen dan te fietsen naar de Javastraat omdat ze dan niet zo hoeft uit te kijken. Een oudere vrouw van 73 (11304) geeft aan graag in de Van der Pek buurt te lopen omdat het niet zo druk is. Drie jongeren geven verder nog aan dat ze niet mogen wandelen of fietsen naar hun bestemming, omdat hun moeders dat niet veilig vinden. Zelf zouden ze dit best willen. Tot slot geven vier mensen (44106, 33201, 33309, 33110) aan er s avonds en s nachts voor te kiezen om met de auto te gaan omdat ze dit veiliger vinden dan met de fiets of lopend. 7.7 Praktische reden 27 mensen gaven een praktische reden om al dan niet te wandelen of te fietsen. Eigenlijk ging het in dit geval bij het merendeel van de mensen (19 mensen (drie jongeren, tien volwassenen, zes ouderen)) om het feit dat zij niet te voet of met de fiets boodschappen deden, omdat zij de vele en/ zware boodschappen niet mee konden krijgen als ze te voet of op de fiets zouden gaan. Een vrouw van 39 (22206) geeft aan niet op de fiets of lopend boodschappen bij winkelcentrum Brazilië (1,6 km) omdat ze voor de hele week alle boodschappen 77

79 doet in een keer koopt. Op de vraag waarom ze met de auto boodschappen gaat doen antwoord ze als volgt: R: Ja, ik moet voor de hele week boodschappen doen dan. En dan koop ik echt wel vier of vijf kratten vol met boodschappen. I1: Ja. R: En dat krijg je op de fiets, op de fiets lukt dat niet. Een vrouw van 41 (22201) geeft aan dat, als ze een fiets zou hebben, ze wel op de fiets boodschappen zou doen, mits ze niet veel boodschappen nodig heeft. Ze omschrijft dit als volgt: I1: Nee, maar stel u zou er een hebben, zou u dan wel vaker de fiets pakken? R: Ja, voor de markt of eventjes als je niet al te veel boodschappen nodig hebt. Anders is de fiets niet altijd handig als met je twee tassen op je stuur door de Javastraat heen moet. De overige acht mensen hebben andere praktische redenen om niet te wandelen of fietsen. Vier volwassenen (22212, 33202, 33204, 33209) geven aan de kinderen naar school te brengen met de auto, omdat ze daarna meteen doorrijden naar hun werk. Een vrouw van 38 (33204) omschrijft dit als als volgt: I1 Oké, wat maakt nou dat u daar met de auto heen gaat? Naar school en werk? R Tijd. Ik heb te weinig tijd om dat lopend te doen. Ik heb het goed voor elkaar dat ik kan werken als hun op school zitten. Ik ben om 12 uur klaar en hij is om 12 uur klaar en dan ga ik meteen uit werk en dat zou ik lopend niet halen. De overige volwassenen (11) die werken en kinderen hebben in de leeftijd tussen 0 en 17 hadden, gaven aan hun kind met de fiets naar school te brengen en dan door te fietsen naar hun werk. In enkele gevallen bracht hun partner de kinderen naar school. Andere ouders hebben het helemaal niet gehad over hoe ze de kinderen naar school brachten. Twee jongeren geven aan met het openbaar vervoer te gaan omdat ze een OV jaarkaart (OV) hebben. Een meisje van 17 omschrijft dit als volgt: I1: Ehm, ga je in de zomer ook wel eens met de fiets naar Lelylaan bijvoorbeeld, omdat je dan daar de tram pakt? O: Nee. I1: Oké, en met wat voor reden? O: Ik heb altijd een OV, dus het is veel gemakkelijker. Verder geeft een jongere aan niet te fietsen omdat hij het te veel gedoe vindt om zijn fiets op slot te zetten en te pakken (11102). Een vrouw van 79 (44308) geeft aan lopend naar de groenteman in haar wijk te gaan, omdat ze niet anders kan. Er rijden namelijk geen bussen of tram langs de groenteman. 7.8 Gezondheid/bewegen Een motief dat ook genoemd wordt als reden om al dan niet te wandelen of fietsen is gezondheid. Dit motief komt 23 keer aan de orde. In de meeste gevallen (15 keer) is dit in negatieve zin. Mensen geven in dat geval aan vanwege gezondheidsproblemen niet te kunnen wandelen of fietsen. Dit komt met name bij ouderen voor (13 keer), maar ook twee volwassenen gaven aan vanwege hun gezondheid niet te kunnen wandelen of fietsen. 78

80 Aan de andere kant zijn er ook acht mensen die aangeven te bewegen, omdat ze dit gezond vinden of omdat ze het fijn vinden om te bewegen. Zo geeft een meisje van 13 (22108) de volgende reden voor waarom zij op de fiets naar school gaat: Het is veel gezonder dan met de bus. Conditie. Ja. Ook een jongen van 18 uit Buurt 5 (44102) geeft aan met de fiets naar school te gaan: het is ook gewoon gezonder dan met de tram. Drie volwassenen (22203, 22212, 44203) geven aan graag nog wat te bewegen omdat ze zittend werk doen. Zo geeft een vrouw van 49 (44203) de volgende de reden dat ze graag loopt: R: Nee, ik loop graag. Ook voor lichaam, dat ik beweeg. Want ja, je zit van 9 tot half 4 op kantoor. Een vrouw van 33 (44209) uit Buurt 5 geeft aan op de fiets naar haar werk op de Jodenbreestraat te gaan (7 km) omdat ze dat gezond en prettig vindt. Tot slot geeft een vrouw van 49 het volgende antwoord op de vraag waarom zij lopend naar Plein gaat: R: Lopend? Ik vind leuk. Ik sport niet dus ik wil iedere dag veel lopen als sporten. 7.9 Bezit auto / fiets Een ander motief om al dan niet te wandelen of fietsen was gerelateerd aan het bezit van een auto of fiets. Mensen zonder auto of fiets kunnen dit vervoersmiddel uiteraard niet gebruiken. Auto 18 mensen bleken geen auto te hebben. Met name in de Van der Pek buurt (7 mensen) en in de Indische Buurt (8 mensen) gaven verschillende mensen aan geen auto te hebben. In de Indische Buurt geven voornamelijk volwassenen aan geen auto te hebben. Zes volwassenen hebben geen auto. In de Van der Pekbuurt zijn het voornamelijk de ouderen (vijf ouderen geven dit aan) die aangeven geen auto te bezitten. De volwassenen uit de Indische Buurt geven aan geen auto te bezitten omdat ze alles te voet, per fiets of met openbaar vervoer kunnen bereiken. De volgende citaten geven dat mooi weer: I1: Ja. En is er een reden dat jullie nu geen auto hebben. R: Nou, niet nodig, want we hadden allebei een baan in de stad. En met de trein kunnen we ook prima (vrouw, 33) I1: Oké, en u zei net u heeft geen auto. Is er een reden dat u geen auto heeft? R: Ik kon heel lang geen autorijden. En nu ik wel kan autorijden, heb ik niet meteen de behoefte, omdat we toch meestal gebruik maken van de fiets.. Het kan zijn als ik een kindje krijg, met al die zooi dat ik op een gegeven moment denk van... Maar dan zitten we te denken aan auto-delen. En er zijn genoeg autodeelplekken, hierzo (22208, man,31). Helaas is aan de oudere in de Van der Pek buurt niet gevraagd waarom zij geen auto hebben. 79

81 Fiets Zestien mensen bleken geen fiets te hebben. Het was niet duidelijk waarom deze mensen geen fiets hadden Bezit van een hond Het hebben van een hond wordt eigenlijk alleen door ouderen genoemd als een belangrijk motief om te gaan wandelen. Tien ouderen wandelen door hun buurt omdat zij de hond moeten uitlaten. Een vrouw van 66 (11309) geeft mooi weer dat zij zonder hond een stuk minder zou wandelen: I1: Oké, maar u loopt wel eigenlijk altijd met de hond? R: Meestal als ik loop, loop ik met de hond. Want ik zeg altijd wie laat wie uit. Het is ook vaak ik vind het zelf lekker om eruit te zijn. Zeker als het redelijk goed weer is. I1: Ja. R: Want het is ook een aantal keer bijvoorbeeld het zonnetje geweest. Want toen ik rond de begraafplaats ben gelopen was ook een zonnetje. I1: Ja. R: En dan heb ik zoiets voor mij wie laat wie uit, want eigenlijk vind ik het zelf ook heerlijk om eruit te gaan. Maar in me uppie loop ik niet, dus hij moet mee. I1: Ja. R: Dus het is eigenlijk ook een wisselwerking. Drie mensen (twee ouderen en één volwassene) geven aan dat zij meer zouden wandelen als ze een hond zouden hebben. Zo geeft een vrouw van 41 (22201) aan dat ze wel vaker in het Flevopark zou komen als ze een hond zou hebben. Ze omschrijft dit als volgt: I1: Wat vindt u van de parken in uw buurt? R: Ja, Flevopark is wel leuk. I1: Ja, gaat u daar graag naartoe? R: Ik kom er niet echt heel vaak, maar ja misschien wel als je een hond zou hebben ofzo dan zou je natuurlijk heel gauw een heel stuk gaan lopen ofzo, maar het is wel een leuk park Kosten Bij elf mensen komen de kosten van transport naar voren als motief om al dan niet te wandelen of te fietsen. In alle gevallen geldt dat mensen kiezen voor dat vervoersmiddel dat naar de betreffende locatie het goedkoopst is. Wat betreft de auto, geven drie mensen (33205, 44210, 33303) aan dat zij met de auto boodschappen (44210, 33303) doen of naar het werk gaan (33205) omdat je daar het goedkoop kan parkeren. Een vrouw van 30 (44210) omschrijft dit als volgt: I1: En u gaat bijvoorbeeld wel met de auto als u ergens vandaan komt en even een boodschap gaat halen. R: Ja, het is ook goedkoop parkeren daar. Dan zet ik hem beneden. En dan heb ik meestal als ik dan grote boodschappen heb, is het gewoon makkelijker met de auto. Want dat stuk lopen en dan heel veel tassen bij je hebben.. Ja, dat is gewoon heel onhandig... I1: Oké, dus wat kleinere boodschappen dan gaat u lopen? R: Ja, dan ga ik lopen 80

82 Ook het feit dat de man van een vrouw van 46 (22211) een auto van de zaak heeft, maakt dat deze vrouw sneller met de auto gaat. Aan de andere kan geeft een man van 72 (33304) aan dat hij de fiets pakt, omdat auto rijden op die korte stukjes nogal duur is. Twee mensen (22110, 11209) geven aan het openbaar vervoer te duur te vinden, zij gaan daarom liever wandelen of fietsen. Aan de andere kan geven drie mensen (33206, 11306, 11307) juist aan met het openbaar vervoer te gaan, omdat dat voor hen goedkoop is. Voor de ouderen geldt dat zij aangeven dat ze met het openbaar vervoer goedkoop kunnen reizen vanwege de korting die zij krijgen. De volwassen man van 34 is zelf bestuurder van de tram en heeft dus beschikking over gratis openbaar vervoer voor hem en zijn gezin Vaardigheden Tot slot zijn er nog vier mensen die aangeven niet (zo goed) te kunnen fietsen. Zoals in de paragraaf over veiligheid al vermeldt was, fietst een meisje van 13 (44103) niet zo veel omdat ze niet zo goed is met verkeer. Hiernaast geven drie mensen van allochtonen afkomst (44205, 44208, 44210) uit Buurt 5 aan dat ze niet fietsen omdat ze, ondanks de fietsles die ze gevolgd hebben, fietsen eng of gevaarlijk vinden Verschillen tussen doelgroepen Wanneer de belangrijkste motieven per doelgroep op een rij worden gezet dan blijkt dat bepaalde motieven vaker bij de ene doelgroep genoemd worden dan bij de andere doelgroep (zie figuur 7.1). Zo bepaald bij jongeren de houding ten opzichte van bewegen voor een groot deel of ze al dan niet gaan wandelen of fietsen. Daarna worden de motieven afstand, sociale omgeving, weer en tijd het vaakst genoemd. Bij volwassenen bepaald de afstand tot de bestemming het vaakst of men al dan niet gaat wandelen of fietsen. Daarnaast worden de volgende motieven vaak naar voren gebracht: houding, tijd, het weer en de sociale omgeving (kinderen) en praktische redenen. Bij ouderen bepaald het weer voornamelijk of men al dan niet te wandelen of fietsen. Daarnaast blijkt ook de afstand erg belangrijk te zijn. Verder is bij ouderen de gezondheid ook een veel genoemd motief evenals de houding en het hebben van een hond. Hieruit valt op te maken dat als we bewegen willen bevorderen, we dat per doelgroep anders moeten aanpakken. 81

83 8 Motieven voor de keuze van een wandel- of fietsroute In dit hoofdstuk wordt beschreven welke motieven mensen hebben voor het nemen van een bepaalde route. In de interviews werden in totaal 16 verschillende motieven gebruikt voor de keuze van een wandel- of fietsroute. Deze 16 motieven kunnen worden onderverdeeld in 6 hoofdthema s: afstand/ tijd, aantrekkelijkheid omgeving, veiligheid, verkeerssituatie, sociale omgeving en overig (zie figuur 8.1). In de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk zal besproken worden hoe deze thema s een rol spelen bij de keuze voor bepaalde wandel- en fietsroutes. Figuur 8.1: Motieven voor het gebruik van wandel- en fiestroutes Snelste Kortste Makkelijkste Mooiste Prettigeste Gezellige Weinig ander verkeer Goed voet- fietspad Sociaal Veilig Route die vrienden nemen Gewoonte Logische Zin Afwissellende Combineren route Aantrekkelijke voor hond Afstand en tijd Aantrekkelijkheid omgeving Verkeerssituatie Veiligheid Sociale Omgeving Overige Kernboodschap: type bestemming bepaalt de keuze van route Voordat we beginnen met het bespreken van de motieven is het belangrijk om te vermelden dat mensen vaak meerdere motieven aan hebben gegeven voor het nemen van een bepaalde route of voor het nemen van verschillende routes. De motieven bleken vaak afhankelijk te zijn van de bestemming van de route. Over het algemeen nemen mensen de snelste, kortste en meest efficiëntste wandel- of fietsroute naar het werk of naar school. Zodra het gaat om wandelen of fietsen in vrije tijd, nemen mensen een mooiere route. 8.1 Afstand & tijd De meeste mensen (32 respondenten) kiezen de route die het snelst (14 respondenten), kortst (12 respondenten), of makkelijkst (6 respondenten) is naar hun bestemming. Kortste en Snelste route Met name jongeren (in totaal elf) geven aan dat ze de kortste of snelste route nemen naar hun bestemming. In de meeste gevallen (zeven) nemen zij de snelste route naar school. 82

84 Een meisje van 19 (33109) geeft over haar route naar de VU universiteit (8,2 km) aan dat zij die neemt omdat het volgens Google Maps lopend de snelste route was. Een jongen van 14 uit Buurt 5 (44102) neemt de snelste fietsroute naar de Jan van Galenstraat waar hij op school zit (3,7 km van zijn huis). In afbeelding 1 is te zien voor welke route de respondent kiest. Hij kiest ervoor om via de Henriëtte Roland Holststraat te fietsen in plaats van over de Burgemeester Roëllstraat. Dit doet hij omdat er op de Burgemeester Roëllstraat veel stoplichten zijn. Hij neemt ook de Henriëtte Roland Holststraat omdat daar niet zoveel auto s langs. Afbeelding 1: route die respondent naar school fietst Een jongen van 17 uit de Indische buurt (22107) geeft aan dat hij de route 3 kiest, die hem het snelste naar school leidt. De route is zo snel omdat hij lekker recht is wat volgens hem maakt dat je lekker hard kan rijden. Twee volwassenen (33201, 44206) en twee ouderen (22303, 44301) geven aan de snelste weg te nemen, bijvoorbeeld naar het Osdorpplein (33201, 1,8 km) of naar Plein (44301, 800 m). Een man van 73 (44301) kiest voor de heenweg een andere route dan voor de terugweg. Beide routes zijn ongeveer even lang en in beide gevallen is het vooral een snelle route, maar deze afbeelding laat wel zien dat er meestal meerdere snelle routes naar een bestemming zijn. 3 De routes die door de respondent op een bepaalde dag zijn genomen, zijn in 1 kleur weergegeven. De betreffende respondent heeft dus 6 dagen het GPS apparaat bij zich gedragen. Vlaggen worden weergegeven op plekken waar mensen zich binnenshuis begeven. 83

85 Afbeelding 3: weergave snelste route van respondent naar Plein Een man van 32 (44206) uit Buurt 5 geeft aan altijd de kortste en snelste route te nemen naar al zijn bestemmingen: R: Ik denk er nooit echt over na waar ik rijd en waarom. Als het maar de snelste route is en de kortste. Dat is het belangrijkste. I1: Oké. Dus het is niet R: Nee, niet dat ik echt denk van nou het ruikt daar lekker naar groen, naar blaadjes en dat soort dingen. Kortste route Vier jongeren, vijf volwassenen en twee ouderen geven aan de kortste route te nemen. Drie jongeren geven aan de kortste wandelroute te nemen naar de tram (44106, 44107, 44109). Op afbeelding 4 is te zien hoe een meisje van 16 (44104) via de in haar ogen kortste route naar school gaat. Afbeelding 4: Route respondent naar school Een man van 35 (11208) geeft aan dat zijn beweegreden om wel of niet een route te nemen is dat het vervoer van plek a naar plek b zo efficiënt mogelijk moet gaan. Over het algemeen fietst hij van de Buiksloterweg richting de pont, maar als hij iets nodig heeft bij bijvoorbeeld het Meidoornplein, dan fietst hij via het Meidoornplein naar de pont. 84

86 Makkelijkste route Zes respondenten (2 jongeren, 2 volwassenen en 2 ouderen) geven aan de makkelijkste route te nemen naar hun bestemming. Het is bij geen van de respondenten echt duidelijk wat er precies makkelijk is aan de route. Het wordt in veel gevallen omschreven, zoals hieronder is weergegeven in een citaat van een jongen van 17 (44109): I: En waarom kies je voor deze route? R: Ja mijn zus reed hem ook, toen ze fietste. En ja, dit is de makkelijkste weg gewoon. Een vrouw van 67 (44304) uit Buurt 5 geeft iets meer uitleg bij de reden waarom ze kiest voor een wandelroute naar Plein I1: Is er ook een bepaalde reden dat u deze route kiest? R: Ik heb er geen reden voor, het is gewoon de makkelijkste weg. Ik loop zo naar de Slotermeerlaan en dan loop ik naar het plein toe. Dat is dus de makkelijkste route zo. Anders moet ik hier het bruggetje over. 8.2 Aantrekkelijkheid route Voor 24 mensen had het motief voor de keuze van een wandel- of fietsroute te maken met de aantrekkelijkheid van de route. Mensen gaven aan te kiezen voor een mooie (15 respondenten), prettige (7) of gezellige route (2). Mooie route De keuze voor een mooie route kwam niet naar voren in de Van der Pekbuurt en werd het meest vaak genoemd in Buurt 5. In Buurt 5 gaven zes volwassenen, twee ouderen en een jongere aan te kiezen voor een mooie route. Vier bewoners uit Buurt 5 (44201, 44202, 44301, 44210) geven aan graag langs het Jan de Louterpad te lopen naar Plein omdat dit een groene route is. Een vrouw van 46 (44201) geeft aan via het Jan de Louterpad te lopen omdat: R: Het is het park, zoals ik het al zei, dat is meer natuur. Daar hou ik van. Daarom loop ik hier langs het park / water, daarom. (zie ook afbeelding 5): Afbeelding 5: route van respondent naar Plein

87 Een man van 31 (44202) geeft aan van de bus terug naar huis te lopen via het Gebrandypark omdat hij dit aangenaam vindt, omdat het een beetje rustig is en om toch een klein beetje natuur onderweg mee te krijgen. Een vrouw van 50 (44203) geeft aan te kiezen voor haar hardlooproute (zie afbeelding 6) omdat het een rustige, groene route is en er geen hondenpoep onderweg is. Afbeelding 6: Hardlooproute van respondent Een vrouw van 77 (44306) geeft aan dat ze naar Osdorp fietst via het Sloterpark omdat ze dat leuker vindt dan via de de snelweg (de President Allendelaan). In de week dat ze met het GPS apparaat heeft gelopen is de deelnemer niet met de fiets naar Osdorp geweest. Het citaat kan dus niet met een beeld worden ondersteund. Een man van 40 (44207) geeft aan een stukje om te fietsen zodat hij door het park kan fietsen. Hij omschrijft dit als volgt: I1: Maar die parken, daar gaat u dus graag naar toe? R: Ja, daar kom ik ook vaak. I1: Het Eendrachtspark R: Twee keer, drie keer in de week wel. Ik fiets ook bewust om, om het park mee te krijgen en dat heb ik met bijna elk park hier. NB:Op de GPS output van deze man is niet te zien dat deze man graag door of langs parken fietst (zie afbeelding 7). 86

88 Afbeelding 7: Routes van respondent In de Indische Buurt geven vijf mensen aan te kiezen voor een mooie route. Drie buurtbewoners (22203, 22209, 22305) geven aan graag via het Makassarplein of het Ceramplein te fietsen of lopen. Zo geeft een vrouw van 34 (22209) aan dat ze liever langs het Makassarplein fietst dan door de Molukkenstraat (zie afbeelding 8), vanwege het groen bij het Makassarplein en omdat het daar wat opener, wat frisser is. Afbeelding 8: route van respondent Twee volwassenen uit de Indische Buurt (22206, 22211) geven aan graag door het Flevopark naar het werk te fietsen. Dit is te zien in de GPS output (zie afbeelding 9) van een vrouw van 39 (22206). Deze vrouw geeft overigens ook aan soms de snelste weg naar huis te nemen (niet langs het park) omdat ze snel thuis wil zijn. De lichtgroene en de lichtblauwe lijn laten zien dat ze inderdaad soms de snelste route neemt. 87

89 Afbeelding 9: Routes van respondent Twee andere buurtbewoners uit de Indische Buurt (22203, en 22304) geven aan dat ze een mooie route kiezen als ze een stuk gaan wandelen in hun vrije tijd. Een vrouw van 34 (22203) kiest voor een route naar het Borneo-eiland vanwege de leuke architectuur en het water en zo (zie afbeelding 10 voor de route die ze gekozen heeft). Afbeelding 10: Wandelroute respondent Een vrouw van 60 (22304) uit de Indische Buurt geeft aan niet graag door de ons (de onderzoekers) gedefinieerde buurt te lopen. Zij wandelt liever in Noordelijke richting de buurt uit, omdat ze dat er aantrekkelijker uit vindt zien (zie afbeelding 10). Ze omschrijft dit als volgt: R: Dan loop ik vaak die kant op, want dan heb je hier die oude pakhuizen, het is best een heel leuk rondje om zo om te lopen. Het is dan wel een vrij nieuwe wijk, nou ja die huizen staan er denk ik ook alweer 10 of 15 jaar. I1: Ja, ja. En is er, u gaat dan, u gaat dan liever die kant op dan dat u in uw eigen wijk een stukje zou lopen? 88

90 R: Ja, ja, dit is wat ik nou over die pleinen zei, dit is wat ruimer opgezet. Het geeft wat meer lucht. I1: Ja, met dat water. R: Ja, en dat kanaal is ook wel leuk om langs te lopen. I1: Ja, dus het maakt echt uit hoe de wijk eruit ziet of het aantrekkelijk is om in te gaan wandelen. R: Juist, ja, zeker. I1: Dus als ik een beetje vrij mag zijn, deze wijk, dit stuk hier wat we net aanwezen, is dus niet prettig om in te wandelen. R: Ja, nee, dat is niet een stuk waar je nou zegt daar ga ik nou eens even lekker wandelen. I1: Nee. En gewoon omdat het er eigenlijk niet zo mooi uitziet? R: Ja, het is vrij, het is een beetje saai ook. Er is niet veel te zien. I1: Nee. Nee, dus als u gaat wandelen heeft u wel een doel nodig of iets leuks om te zien. R: Ja, gewoon even Afbeelding 10: wandel route van respondent Ook twee jongeren (33103, 33109) uit de Punt geven aan voor een mooie route te kiezen. Zo kiest een jongen van 16 er bewust voor om via de Baden Powellweg te wandelen. Een meisje van 19 (33109) geeft aan het fijn te vinden om langs de Plesmanlaan te fietsen vanwege het groen ( het gras en de boompjes ). Prettige route Zeven respondenten geven aan voor een prettige route te kiezen. Wederom geven met name mensen uit Buurt 5 (4 ouderen) aan voor een prettige route te kiezen. Alle drie de ouderen (44301, 44304, 44308) geven aan graag langs het Jan de Louterpad te lopen, omdat ze dit een prettige route vinden. Een vrouw van 80 (44308) geeft aan liever door het park te lopen dan door de Lodewijk van Deysselstraat, mede omdat ze in langs het Jan de Louterpad bankjes tegenkomt waar ze even kan gaan zitten. Ook een andere man van 73 (44301) geeft aan liever niet via de Lodewijk van Deysselstraat te lopen omdat hij dit geen prettige straat vindt. 89

91 Twee ouderen (44304, 44306) geven aan graag via een groene route naar de sportschool op de Tom Schreursweg (3,3 km) te fietsen (zie afbeelding 11). Een vrouw van 77 (44306) omschrijft dit als volgt: I1: En als we dan kijken naar routes en dan voornamelijk binnen de buurt zelf. Wat maakt nou dat u een bepaalde route kiest? Hier heeft u bijvoorbeeld over het Jan de Louterpad gefietst. R: Ja, dan gaan we naar het sporten toe. Ja, dan rijden we altijd zo met zijn tweeën. I1: Oké. R: Komen we hier vandaan gaan we meteen helemaal door. I1: U kunt ook bijvoorbeeld over de Van Moerkerkenstraat R: Ja, maar dat fietst niet lekker. I1: Dat fietst niet lekker? R: Nee, dat fietst niet lekker. Daar [via Jan de Louterpad] ga je lekker door het park allemaal, helemaal fietspad. Dan rij je zo helemaal door. Afbeelding 11: route respondent naar Tom Schreursweg Een vrouw van 42 (44209) uit de Van der Pekbuurt geeft aan graag over de Buiksloterweg richting de Pont te fietsen (zie afbeelding 12), omdat ze dat een prettige route vind langs het water. Afbeelding 12: GPS output van respondent

92 Overigens lijkt de route langs de Buiksloterweg tevens de snelste route voor deze mevrouw te zijn. De vraag is of ze die route ook zou nemen als het niet de snelste route zou zijn. Een vrouw van 40 (22204) uit de Indische Buurt geeft aan dat zij als zij in haar vrije tijd gaat wandelen liever niet in de buurt wandelt, maar dan het Flevopark in gaat. Ze geeft dit antwoord op de vraag of het aangenaam is om in de buurt te wandelen en fietsen: R: Ja. zeker wandelen. Maar dan ga ik dus eigenlijk naar waar je het niet over wilt hebben. Je kan zo naar het Flevopark bijvoorbeeld, hartstikke leuk. Het is echt een hartstikke mooi park en dan hoef je niet eens de stoep af bijvoorbeeld. Ja, dus dat is prima. I2: Maar als u een stuk gaat wandelen gaat u dus vaak de wijk uit. R: Ik ga niet wandelen hier, nou ja goed als ik van ANAK [Kinderopvang] af kom dan loop ik misschien eens een keer via het Ceramplein ofzo. Maar ik ga niet hier wandelen, nee. Gezellige route Een volwassene (Van der Pekbuurt, 11202) en een oudere (De Punt, 33310) geven aan te kiezen voor een gezellige route. Een man van 72 (33310) uit de Punt vindt het gezellig om via Tussenmeer naar het Osdorpplein te lopen. Hij vindt het ook prettig dat je droog loopt als het regent. Dit komt doordat de winkelgevel van deze straat is overkapt, zodat het ook een grotendeels droge route is op het moment dat het regent. 8.3 (On)veiligheid Verschillende mensen geven aan te kiezen voor een veilige wandel- en of fietsroute. Twee volwassenen (22201, 22209) uit de Indische Buurt geven aan de Javastraat te mijden omdat ze vinden dat ze daar niet veilig doorheen kunnen wandelen en fietsen. Een van die twee volwassenen, een vrouw van 34 (22209) geeft aan de Javastraat te vermijden want er zijn altijd problemen, ik krijg altijd ruzie of botst tegen een auto..levensgevaarlijk. Deze mevrouw mijdt ook de Niasstraat want Er staan ontzettend veel mannen op straat en dat zijn mannen waar je liever niet even voor stil gaat staan, dus dan wordt het echt hollen.. Een oudere vrouw (22302) uit de Indische Buurt geeft aan s avonds liever niet over de Molukkenstraat te wandelen of fietsen omdat je ' toch in de Molukkerstraat meer van dat opgeschoten goed tegenkomt, dan als je zo eigenlijk binnendoor gaat.... In onderstaand kaartje (afbeelding 14) is te zien dat deze mevrouw vaak de binnendoorweggetjes kiest in plaats van de Molukkenstraat. 91

93 Afbeelding 14: Routes respondent In De Punt wordt door twee jongeren (33107, 33110) aangegeven dat ze een route kiezen die door veel mensen gebruikt wordt, omdat dat hen - of in het geval van het meisje van 17 (33107) de moeder - een veiliger gevoel geeft. Je ziet bij respondent dat zij inderdaad vaak de hoofdwegen neemt. Afbeelding 15: Routes respondent Overigens geeft ditzelfde meisje ook aan de Ingelandenweg s avonds te mijden. Dus als zij s avonds naar huis moet kiest zij een andere route. Een volwassen vrouw van 50 (33201) uit De Punt geeft aan s avonds anders te fietsen dan overdag. Zij kiest s avonds voor de open wegen (fietspaden die goed in het zicht liggen van andere weggebruikers/ omwonenden), alhoewel ze dan af en toe wel om moet fietsen. Tot slot geeft een vrouw van 43 (33210) aan naast een korte route ook een route te kiezen waar ze zich veilig voelt. Haar antwoord op de vraag waarom ze steeds die route kiest is als volgt: R:Ja, eigenlijk ja.. Ik denk er helemaal niet bij na hoor. Ik denk van hé, hier voel ik me veilig. 92

94 In Buurt 5 geeft een vrouw van 31 (44210) aan s nachts de kleine straatjes te mijden. Zo mijdt deze vrouw de Van Moerkerkenstraat, waar de bomen en de huizen bij haar gevoelens van onveiligheid oproepen. In de van der Pekbuurt wordt niet aangegeven dat bepaalde routes worden vermeden in verband met gevoelens van onveiligheid. 8.4 Verkeerssituatie Voor 17 mensen is de verkeerssituatie een motief voor het al dan niet nemen van een bepaalde wandel- of fietsroute. Wat betreft de verkeerssituatie gaat het meestal om (1) het mijden van verkeersdrukte of (2) het nemen van routes met goede wandel- en fietspaden. Beide motieven worden hieronder besproken. Verkeersdrukte Verschillende respondenten (tien in totaal) geven aan dat ze niet door een bepaalde straat willen fietsen vanwege de verkeersdrukte in de straat. Dit motief wordt voornamelijk genoemd in de Indische buurt (door 6 respondenten). Drie bewoners uit de Indische Buurt (2 volwassenen en 1 oudere) geven aan de Javastraat te mijden in verband met de verkeersdrukte. Zij fietsen meestal via de Insulindeweg (22202, 22301) of de Borneostraat (22203). Een man van 31 (22208) geeft aan het liefst naar het Oosterpark te fietsen via de Insulindeweg vanwege het vrije fietspad daar en omdat de Javastraat te druk is, maar als deze man naar zijn werk moet fietst hij wel over de Javastraat, omdat dit het snelst is. Een meisje van 13 (22103) geeft aan wel over de Javastraat te fietsen, ook al vindt ze het niet prettig om daar te fietsen, omdat het druk is met auto s. Een jongen van 14 (22107) geeft aan dat hij, toen hij klein was de Javastraat vermeed, omdat die te druk was. Nu fietst hij daar wel gewoon overheen. Een jongen van 13 (22106) geeft juist aan de Insulindeweg te mijden omdat hij die meestal druk vindt en omdat daar meer auto s zijn. In Buurt 5 geven drie mensen (44109, 44209, 44306) aan routes te nemen waar het rustig is met verkeer. Een jongen van 17 (44109) geeft aan straten te nemen waar je gemakkelijk over kan steken en waar niet veel auto s komen. Een vrouw van 47 (44209) geeft aan niet met de fiets over de Burgemeester Roëllstraat te gaan omdat dit een drukke weg is. Tot slot geeft een vrouw van 77 (44306) aan drukke verkeerspleinen en wegen met veel stoplichten te mijden. Een meisje van 19 uit De Punt geeft aan liever via de Baden Powellweg te fietsen dan via Tussenmeer, omdat Tussenmeer te druk is met verkeer. In de van der Pekbuurt word niet naar voren gebracht dat bepaalde wegen worden gemeden vanwege verkeersdrukte. Wel geven twee volwassenen (11202, 11204) aan de rotonde op het Mosplein liever te mijden. Zij gebruiken liever de tunnel onder het Mosplein door omdat ze dit veiliger vinden. Dit is ook goed te zien in afbeelding 13: 93

95 Afbeelding 13: Route respondent Goed fietspad of voetpad Door zeven respondenten wordt de aanwezigheid en kwaliteit van het wandel- of fietspad als motief genoemd achter de keuze van een bepaalde route. Twee ouderen uit de van der Pekbuurt (11304, 11306) geven aan via de Van der Pekstraat te wandelen of fietsen omdat daar een goed wandel- of fietspad ligt. Zo geeft een man van 67 (11306) aan dat hij met gladheid de voetpaden op de Ranonkelkade mijdt, omdat daar niet wordt gestrooid. Hij neemt dan het voetpad langs de Van der Pekstraat richting de pont. Een vrouw van 71 (11310) geeft aan dat ze niet via de Buiksloterweg naar de pont gaat omdat daar geen voetpad is en dat loopt niet lekker. Ook in Buurt 5 komt de kwaliteit van een wandel- of fietspad naar voren als motief voor het nemen van een bepaalde route. Een jongen van 14 (44102) geeft aan lopend over de Du Perronstraat te gaan en fietsend over het Jan de Louterpad, omdat daar een breder fietspad is. Een vrouw van 31 (44210) geeft juist aan liever langs het Jan de Louterpad te lopen, omdat de voetpaden daar beter zijn dan bij de Du Perronstraat. Een andere vrouw van 77 (44309) uit Buurt 5 geeft aan zoveel mogelijk via de hoofdwegen (Slotermeerlaan, Plein 40-45, Burgemeester Roëllstraat) te lopen, omdat deze goed begaanbaar zijn. Ze loopt liever niet via het park. Dezelfde argumenten worden dus gebruikt om een andere route te lopen. De motieven voor de keuze is dus subjectief. In De Punt wordt door een vrouw van 50 aangegeven (33201) dat ze de route naar de begraafplaats Westgaarde fietst, omdat ze het een lekker fietspad vindt. Verder geeft ze aan met de fiets meestal de grote wegen te pakken, omdat daar betere fietspaden zijn. 8.5 Sociale omgeving Vijf jongeren geven een motief aan voor de keuze van een route die te maken heeft met de sociale omgeving. Ze geven aan dat de route afhankelijk is van waar vrienden heen gaan en of vrienden of vriendinnen meefietsen. Zo geeft een jongen van 13 (22109) uit de Indische Buurt aan dat de route die hij neemt afhankelijk is van welke kant zijn vrienden op gaan. Een meisje van 16 uit Buurt 5 (44104) geeft aan dat ze over het algemeen kiest voor een makkelijke 94

Kracht en kwetsbaarheid

Kracht en kwetsbaarheid Kracht en kwetsbaarheid Sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld Ir. M. Jager-Vreugdenhil Drs. C. van Til-Teekman K. Kruiswijk-van Hulst MSc J. Slendebroek-Meints MSc November 2010 Kracht

Nadere informatie

Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg? De invloed van vertrouwen en samenwerking op de organisaties binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin. Auteur: Eva Geesing 2 Het CJG, de oplossing voor de jeugdzorg?

Nadere informatie

leefbaarheid is mensenwerk gemeente borger odoorn. Nieuw Buinen Borger Valthermond Tweede Exloërmond onderzoek leefbaarheid Exloo Klijndijk Buinen

leefbaarheid is mensenwerk gemeente borger odoorn. Nieuw Buinen Borger Valthermond Tweede Exloërmond onderzoek leefbaarheid Exloo Klijndijk Buinen Tweede rmond Nieuw Eerste Exloërmond Exloërveen erveen Bronnegerveen Tweede Exloërmond rmond erveen erveen Westdorp Bronneger Ellertshaar ermond Zandberg ergroen leefbaarheid is mensenwerk onderzoek leefbaarheid

Nadere informatie

ONDERZOEKSVERSLAG VERSPREIDING, GEBRUIK EN EFFECTIVITEIT SOCIALE NETWERKVERSTERKING KENNISCENTRUM MAATSCHAPPIJ EN RECHT LECTORAAT COMMUNITY CARE

ONDERZOEKSVERSLAG VERSPREIDING, GEBRUIK EN EFFECTIVITEIT SOCIALE NETWERKVERSTERKING KENNISCENTRUM MAATSCHAPPIJ EN RECHT LECTORAAT COMMUNITY CARE ONDERZOEKSVERSLAG VERSPREIDING, GEBRUIK EN EFFECTIVITEIT SOCIALE NETWERKVERSTERKING KENNISCENTRUM MAATSCHAPPIJ EN RECHT LECTORAAT COMMUNITY CARE CREATING TOMORROW Marieke Goede Rick Kwekkeboom In opdracht

Nadere informatie

M.H. Kwekkeboom (Avans Hogeschool) C.M.C. van Weert (SCP) Een ander leven. Een onderzoek naar de leefsituatie van op zichzelf wonende mensen

M.H. Kwekkeboom (Avans Hogeschool) C.M.C. van Weert (SCP) Een ander leven. Een onderzoek naar de leefsituatie van op zichzelf wonende mensen Een ander leven M.H. Kwekkeboom (Avans Hogeschool) C.M.C. van Weert (SCP) Een ander leven Een onderzoek naar de leefsituatie van op zichzelf wonende mensen met een verstandelijke beperking of chronisch

Nadere informatie

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen

Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers en huisartsen Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Buurtzorg: nieuw en toch vertrouwd Een onderzoek naar de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, medewerkers

Nadere informatie

EEN ONDERZOEK NAAR UITVAL IN DE SCHULDDIENSTVERLENING TUSSEN HET EERSTE EN TWEEDE CONTACTMOMENT

EEN ONDERZOEK NAAR UITVAL IN DE SCHULDDIENSTVERLENING TUSSEN HET EERSTE EN TWEEDE CONTACTMOMENT UITVAL OF ZELFREGIE? EEN ONDERZOEK NAAR UITVAL IN DE SCHULDDIENSTVERLENING TUSSEN HET EERSTE EN TWEEDE CONTACTMOMENT KENNISCENTRUM MAATSCHAPPIJ EN RECHT LECTORAAT ARMOEDE EN PARTICIPATIE CREATING TOMORROW

Nadere informatie

Groen, gezond en productief

Groen, gezond en productief sustainability Groen, gezond en productief The Economics of Ecosystems & Biodiversity (TEEB NL): natuur en gezondheid kpmg.nl T h e E c o n o m i c s o f E c o s y s t e m s & B i o d i v e r s i t y Inhoudsopgave

Nadere informatie

Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn

Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn Sterk naar Werk Ziek en mondig in de eerste lijn Verslag van een zorgvernieuwingsproject Wouter van Suylekom, Nathalie Donders, Joost van der Gulden Sectie Arbeid en Gezondheid Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde

Nadere informatie

Kwaliteit van organisatie-advies bij de Rijksoverheid. Léon de Caluwé en Annemieke Stoppelenburg

Kwaliteit van organisatie-advies bij de Rijksoverheid. Léon de Caluwé en Annemieke Stoppelenburg Kwaliteit van organisatie-advies bij de Rijksoverheid Léon de Caluwé en Annemieke Stoppelenburg Kwaliteit van organisatie-advies bij de Rijksoverheid Met grote regelmaat is de afgelopen jaren het debat

Nadere informatie

DE ZONNEBLOEM OOK VOOR 40-65 JARIGEN

DE ZONNEBLOEM OOK VOOR 40-65 JARIGEN DE ZONNEBLOEM OOK VOOR 40-65 JARIGEN Uitgevoerd in opdracht van de Zonnebloem provincie Overijssel Bacheloropdracht Technische Bedrijfskunde Roel Kikkert September 2010 Enschede Begeleider UT: Dr. R. van

Nadere informatie

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt?

Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Zelfmanagement, wat betekent het voor de patiënt? Monique Heijmans Geeke Waverijn Lieke van Houtum ISBN 978-94-6122-248-0

Nadere informatie

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding.

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Zelfmanagement vanuit het perspectief van mensen met astma of COPD D. Baan M. Heijmans P. Spreeuwenberg M.

Nadere informatie

Opvoeden en ontwikkelen doen we samen!

Opvoeden en ontwikkelen doen we samen! Opvoeden en ontwikkelen doen we samen! Praktijkgericht onderzoek naar de manier waarop scholen in primair en voortgezet onderwijs hun maatschappelijke opdracht praktisch kunnen vormgeven KPC Groep Sophie

Nadere informatie

Tel je zegeningen. Het maatschappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale cohesie

Tel je zegeningen. Het maatschappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale cohesie Tel je zegeningen Het maatschappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale cohesie Dr. Jorge Castillo Guerra Drs. Marjolein Glashouwer Drs. Joris Kregting Nijmegen,

Nadere informatie

in opdracht van Gehandicaptensport Nederland

in opdracht van Gehandicaptensport Nederland in opdracht van Gehandicaptensport Nederland W.J.H. Mulier Instituut s-hertogenbosch, september 2010 instituut - centrum voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek W.J.H. Mulier Instituut Centrum voor

Nadere informatie

Uit de armoede werken

Uit de armoede werken Uit de armoede werken Uit de armoede werken Omvang en oorzaken van uitstroom uit armoede Stella Hoff Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, september 2010 Het Sociaal en Cultureel Planbureau is ingesteld

Nadere informatie

Op weg naar een duurzame sportvereniging

Op weg naar een duurzame sportvereniging Op weg naar een duurzame sportvereniging 1 Inhoud Inleiding... 4 De fasen op een rij... 10 1. Dromen... 11 1.1 Het begint met een droom... 11 1.2 Mandaat van bestuur en leden... 12 1.3 Wijs verantwoordelijke(n)

Nadere informatie

Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden

Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden Annette Roest Anne Marike Lokhorst Cok Vrooman Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag,

Nadere informatie

PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK

PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK PROJECTEVALUATIE FOCUS OP WERK GGz Eindhoven Caroline Place en Harry Michon Trimbos-instituut, Utrecht 2013 Colofon Financiering Dit onderzoek is onderdeel van en financieel mogelijk gemaakt door het Programma

Nadere informatie

Hoe krijgen we de jeugd in beweging? Verslag van een pilot

Hoe krijgen we de jeugd in beweging? Verslag van een pilot Hoe krijgen we de jeugd in beweging? Verslag van een pilot Colofon december 2014, Pharos Kennis- en adviescentrum en Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd

Nadere informatie

Signs of Safety - Werkzame bestanddelen volgens literatuur en medewerkers - Bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie

Signs of Safety - Werkzame bestanddelen volgens literatuur en medewerkers - Bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie TNO-rapport TNO/CH 2012.023 Signs of Safety - Werkzame bestanddelen volgens literatuur en medewerkers - Bevorderende en belemmerende factoren voor implementatie Behavioural and Societal Sciences Wassenaarseweg

Nadere informatie

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Vormgeving van leerprocessen 74 Mondelinge feedback bij zelfstandig werken Interactie tussen docenten en leerlingen in het VO Yvette Sol Karel Stokking Mondelinge feedback

Nadere informatie

Voorbestemd tot achterstand?

Voorbestemd tot achterstand? Voorbestemd tot achterstand? Voorbestemd tot achterstand? Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later Maurice Guiaux m.m.v. Annette Roest Jurjen Iedema Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Maken ze meer mogelijk?

Maken ze meer mogelijk? Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Beleidsgerichte studies 139 Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek Maken ze meer mogelijk? Studeren met een functiebeperking 2010 Vervolgmeting Hanneke

Nadere informatie

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak

Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak Onderzoek voor Veilige Publieke Taak 2007-2009 - 2011 Manja Abraham Sander Flight Willemijn Roorda Agressie en geweld tegen werknemers met een

Nadere informatie

VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN BUURT- BEMIDDELING IN PERSPECTIEF. Een praktijkevaluatie

VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN BUURT- BEMIDDELING IN PERSPECTIEF. Een praktijkevaluatie VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN BUURT- BEMIDDELING IN PERSPECTIEF Een praktijkevaluatie VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN pagina 2/103 BUURTBEMIDDELING IN PERSPECTIEF Een praktijkevaluatie Onderzoekers: Mariëlle

Nadere informatie

Verzorgd uit de bijstand

Verzorgd uit de bijstand Verzorgd uit de bijstand 1 Verzorgd uit de bijstand De rol van gedrag, uiterlijk en taal bij de re-integratie van bijstandsontvangers Patricia van Echtelt en Maurice Guiaux Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Werken aan toegankelijkheid

Werken aan toegankelijkheid Werken aan toegankelijkheid Handreiking toegankelijkheidsbeleid met praktische adviezen voor gemeenten Auteurs: Nienke Blijham Judith van Lier Monique Vernoy (redactie) 1 Colofon 2011 Vilans Niets uit

Nadere informatie

HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S

HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S HOE THUISZORGORGANISATIES SAMENWERKING ORGANISEREN: VISIES, PRAKTIJKEN EN DILEMMA S Rapportage over de samenwerking van thuiszorgmedewerkers met mantelzorgers en andere organisaties Marieke van Wieringen

Nadere informatie