ECLI:NL:PHR:2015:2197 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 15/00878

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:PHR:2015:2197 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 15/00878"

Transcriptie

1 ECLI:NL:PHR:2015:2197 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 15/00878 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:1351 Belastingrecht Feiten: De belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, heeft in 2008 en 2009 haar deelnemingen gereorganiseerd. Daarvóór hield zij alle aandelen in een UK Ltd, die in haar boeken stond voor [...] miljoen. Zij had daarnaast een hybride vordering (fiscaal informeel kapitaal) op die UK Ltd ad [...] miljoen (de Hybrid). De UK Ltd hield deelnemingen in andere in het VK gevestigde vennootschappen (de UK-groep) en middellijk een deelneming in een in Nederland gevestigde subholding. Die subholding had drie vorderingen op de fiscale eenheid ad respectievelijk [...] miljoen, [...] miljoen en [...] miljoen. Na de reorganisatie hield de eenheid het belang in de subholding rechtstreeks (niet meer via de UK-groep) en het belang in de UK Ltd niet meer rechtstreeks maar via een Luxemburgse vennootschap en een nieuwe Britse vennootschap. De Hybrid was na de reorganisatie in handen van een Cypriotische concernvennootschap. De belanghebbende heeft valutaverliezen ten laste van haar winst gebracht, geleden bij de reorganisatie van haar Britse (indirecte) deelnemingen. De Inspecteur heeft aftrek geweigerd. Voor de Rechtbank Den Haag beriep de belanghebbende zich op het arrest Deutsche Shell van het HvJ EU. De rechtbank verwierp dat beroep omdat het EUvestigingsrecht zich weliswaar verzet tegen uitsluiting van aftrek van een definitief geleden valutaverlies bij repatriëring van in een andere EU-lidstaat geïnvesteerd dotatiekapitaal, maar belanghebbendes verlies niet een op concernniveau definitief valutaverlies betreft. Het Hof Den Haag stelde de belanghebbende in hoger beroep in het gelijk. Materieel kan grensoverschrijdende investering in een deelneming in vreemde valuta, ondanks formeel gelijke behandeling, belemmerd worden doordat nietaftrekbaarheid van valutaverlies het economische risico op investering in grensoverschrijdende secundaire vestiging vergroot. Deutsche Shell geldt volgens het Hof niet slechts voor vaste inrichtingen, maar ook voor deelnemingen. Het nadeel van niet-aftrekbaarheid vloeit niet voort uit verdeling van heffingsbevoegdheid, nu de litigieuze valutaresultaten alleen bij de moeder tot uitdrukking kunnen komen. Het Hof achtte niet van belang dat Nederland, anders dan Duitsland in de zaak Deutsche Shell, niet bij belastingverdrag, maar eenzijdig afstand heeft gedaan van zijn heffingsbevoegdheid door (nondiscriminatoire) deelnemingsvrijstelling, omdat het niet relevant achtte hoe van heffingsrecht is afgezien. Volgens het Hof is beslissend dat het verlies naar zijn aard alleen in

2 Nederland tot uitdrukking kan komen. Het Hof verwierp ook het betoog dat (nog) de koersverliezen niet definitief zouden zijn: bezien vanuit de eenheid waren definitief, omdat zij na de reorganisaties geen vorderingen of deelnemingen in ponden meer hield. Het Hof verwierp ook des fiscus betoog dat voor zover de investering in vreemde valuta is gebruikt voor herinvestering in eurobezittingen, zich een natuurlijke hedge voordoet, zodat economisch bezien slechts een relatief beperkt verlies is geleden. Het Hof achtte het verband tussen de investering en de herinvestering te ver verwijderd. De Staatssecretaris voert in cassatie één middel aan: bepaling van de heffingsgrondslag is een soevereine nationale bevoegdheid. Nederland heft zonder onderscheid naar vestigingsplaats van de deelneming niet over (valuta)resultaten op een deelneming. Als keerzijde van valutawinstvrijstelling zijn valutaverliezen niet aftrekbaar. Een lidstaat is niet verplicht zijn belastingregeling af te stemmen op die van een andere lidstaat. De niet-aftrekbaarheid van valutaverliezen is niet gericht op grensoverschrijdende situaties en van indirecte of verborgen discriminatie is geen sprake. Mocht toch sprake zijn van een belemmering, dan wordt die volgens de Staatssecretaris gerechtvaardigd door de noodzaak om de samenhang van het Nederlandse belastingstelsel te verzekeren. Een lidstaat hoeft bovendien slechts rekening te houden met buitenlandse verliezen als zij definitief lokaal onverrekenbaar zijn. In casu is het verlies niet definitief. Het valutakoersresultaat is in dezelfde mate terug te vinden in de waarde van belanghebbendes deelneming in de Luxemburgse tussenhoudster. Het Hof is ten slotte onvoldoende ingegaan op de volgens hem onweersproken stelling van de Inspecteur dat zich een natuurlijke hedge voordoet. Hij beroept zich op het recente arrest X AB v Skatteverket. Volgens de belanghebbende is dat arrest niet van toepassing op de Nederlandse situatie. De belanghebbende zich in cassatie op (de conclusie van de AG Kokott) in de zaak Groupe Stéria, ten betoge dat in de binnenlandsituatie het verlies genomen zou kunnen worden door voeging, zodat de aftrek ook in de buitenlandsituatie gegeven moet worden (per-aspect-benadering van de fiscale eenheidvoordelen). A-G Wattel constateert dat het HvJ EU in de vergelijkbare Zweedse zaak X AB v Skatteverket geen onderscheid zag naar gelang de deelneming werd gehouden in Zweden of in een andere lidstaat. Het HvJ EU oordeelde dat een wisselkoersrisico op het aanhouden van een buitenlandse deelneming mogelijk een nadeel is, maar dat het EU-recht de lidstaten niet noopt om in hun belastingregelingen rekening te houden met eventuele wisselkoersrisico s door het voortbestaan van verschillende valuta s binnen de Unie zonder vaste wisselkoers of van nationale wetgevingen die aanvaarden dat het kapitaal van vennootschappen in een valuta van een derde land wordt uitgedrukt. Het HvJ EU zag daarom geen verkeersbelemmering. Volgens AG Wattel maakt de Nederlandse deelnemingsvrijstelling evenmin als de Zweedse regeling onderscheid tussen interne en grensoverschrijdende deelnemingen. Dat naast positieve ook negatieve wisselkoersresultaten op de vervreemding van deelnemingen buiten de heffingsgrondslag blijven, is dan geen verboden belemmering van de vestigingsvrijheid of het kapitaalverkeer. Aan rechtvaardiging en proportionaliteit komt men dan niet toe, evenmin als in X AB v Skatteverket. Het altijd-ergens -beginsel geldt kennelijk alleen als in het

3 vergelijkbare binnenlandgeval wél aftrek mogelijk is. De AG meent bovendien dat de mogelijkheid van een per saldo nadeel in plaats van een per saldo voordeel te onzeker en indirect is en te zeer samenhangt met ondernemerskeuzen om een belemmering aan te nemen die door de deelnemingsvrijstelling zou worden veroorzaakt. Hoewel niet relevant als geen onderscheid bestaat, geldt bovendien dat de Nederlandse regeling coherent is. Groupe Stéria acht de A-G niet relevant omdat ook in binnenlandse verhoudingen een valutaresultaat op de (vervreemding en) ontvoeging van een deelneming binnen de eenheid niet genomen kan worden en na ontvoeging onder de deelnemingsvrijstelling valt. Of men nu vergelijkt met de vervreemding van een nietgevoegde binnenslands gevestigde dochter wier aandelen in ponden zijn uitgegeven of met een wél gevoegde dochter wier aandelen in ponden zijn uitgegeven, in de vergelijkbare binnenlandsituatie is geen aftrek mogelijk van een valutaverlies van de soort die de belanghebbende poogt af te trekken (vermogensresultaat op de deelneming). Ten overvloede meent de A-G dat ook de motiveringsklachten van de Staatssecretaris doel treffen. Als het vermogen van de binnen concern vervreemde Britse tak voor het overgrote deel uit eurovorderingen bestaat, behoeft uitgebreide motivering dat dat voor de beoordeling van het valutaresultaat niet relevant zou zijn. Conclusie: cassatieberoep gegrond. Vindplaatsen Rechtspraak.nl FutD met annotatie van Fiscaal up to Date V-N Vandaag 2015/2340 V-N 2016/7.14 Conclusie PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN MR. P.J. WATTEL ADVOCAAT-GENERAAL Conclusie van 1 oktober 2015 inzake: Nr. Hoge Raad: 15/00878 Nr. Gerechtshof: 14/00254 en 14/00255 Nr. Rechtbank: SGR 13/533 en SGR13/3363 Derde Kamer A Staatssecretaris van Financiën tegen Vennootschapsbelasting 2008 en 2009 [X] N.V. 1 Overzicht

4 1.1 [X] N.V. is de moedermaatschappij van een fiscale eenheid met een aantal Nederlandse (klein)dochtervennootschappen. Ik gebruik de termen belanghebbende en (fiscale) eenheid door elkaar. Tenzij het van belang is om te weten welke gevoegde vennootschap handelde, beschouw ik rechtshandelingen van gevoegde (klein)dochters als rechtshandelingen van de eenheid/de belanghebbende. 1.2 De belanghebbende heeft in 2008 en 2009 haar deelnemingen gereorganiseerd. Daarvóór hield zij alle aandelen in een UK Ltd, die in haar boeken stond voor [ ] miljoen. Zij had daarnaast een hybride vordering op (i.e. fiscaal informeel kapitaal in) die UK Ltd ad circa [ ] miljoen (de Hybrid). De UK Ltd hield deelnemingen in andere in het VK gevestigde vennootschappen (de UK-groep) en middellijk een deelneming in de in Nederland gevestigde vennootschap [B] Holding BV (de subholding). De subholding had drie vorderingen op de fiscale eenheid ad respectievelijk [ ] miljoen, [ ] miljoen en [ ] miljoen. Na de reorganisatie hield de fiscale eenheid het belang in de subholding rechtstreeks (niet meer via de UK-groep) en het belang in de UK Ltd niet meer rechtstreeks maar via een Luxemburgse vennootschap en een nieuwe Britse vennootschap. De Hybrid was na de reorganisatie in handen van een Cypriotische concernvennootschap. 1.3 De belanghebbende heeft over 2008 en 2009 valutaverliezen ten laste van haar winst gebracht, geleden bij de reorganisatie van haar Britse (indirecte) deelnemingen. De Inspecteur heeft die aftrek geweigerd en belanghebbendes bezwaar daartegen afgewezen. 1.4 Voor de Rechtbank Den Haag beriep de belanghebbende zich op het arrest Deutsche Shell 1 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). De rechtbank heeft geoordeeld dat het EUvestigingsrecht zich weliswaar verzet tegen uitsluiting van aftrek van een definitief geleden valutaverlies bij repatriëring van in een andere EU-lidstaat geïnvesteerd dotatiekapitaal, maar dat het in casu niet gaat om een op concernniveau definitief valutaverlies. Zij heeft belanghebbendes beroep daarom ongegrond verklaard. 1.5 Op belanghebbendes hogere beroep oordeelde het Hof Den Haag dat de weigering om het valutaverlies in aanmerking te nemen de EU-vestigingsvrijheid belemmert. Weliswaar wordt een buitenlandse deelneming in theorie niet anders behandeld dan een binnenlandse deelneming, maar materieel kan grensoverschrijdende investering in een deelneming in vreemde valuta belemmerd worden doordat niet-aftrekbaarheid van valutaverlies het economische risico op investering in grensoverschrijdende secundaire vestiging vergroot. De Nederlandse weigering belemmert naar s Hofs oordeel materieel de vestigingsvrijheid van in Nederland belastingplichtige vennootschappen die een onderneming willen oprichten in een niet-euro-lidstaat. De in Deutsche Shell gevolgde redenering geldt volgens het Hof niet slechts voor vaste inrichtingen, maar ook voor deelnemingen. Het nadeel van niet-aftrekbaarheid van een valutaverlies vloeit niet voort uit verdeling van heffingsbevoegdheid, nu valutaresultaten zoals de litigieuze alleen bij de moeder tot uitdrukking kunnen komen. 1.6 Het Hof verwierp het betoog van de fiscus dat Nederland, anders dan Duitsland in de zaak Deutsche Shell, geen onderscheid maakt, nu Nederland niet bij belastingverdrag afstand heeft gedaan van zijn heffingsbevoegdheid, maar bij de bepaling van zijn nationale heffingsgrondslag, door (nondiscriminatoire) deelnemingsvrijstelling. Het Hof achtte niet relevant op welke wijze van heffingsrecht is afgezien. Volgens het Hof is vooral van belang dat het verlies naar zijn aard alleen in Nederland tot uitdrukking kan komen. 1.7 Het Hof verwierp ook het subsidiaire betoog dat in 2008 en 2009 (nog) geen sprake was van definitieve koersverliezen, zodat er geen werkelijk economisch verlies was. Weliswaar bestond vanuit het concern bezien de mogelijkheid dat de verkrijgende concernvennootschap in de toekomst een valutawinst op de verhangen deelnemingen zou behalen, maar het ging er volgens het Hof slechts om of vanuit de belastingplichtige bezien de valutaverliezen definitief zijn. Belanghebbendes valutaverliezen als moeder van de fiscale eenheid zijn definitief omdat zij na de reorganisaties geen vorderingen of deelnemingen meer houdt in ponden. De verliezen kunnen

5 naar hun aard nergens anders dan bij de eenheid tot uitdrukking komen en kunnen niet in het buitenland worden benut. 1.8 Het Hof verwierp ten slotte des fiscus meer subsidiaire betoog dat voor zover de investering in vreemde valuta is gebruikt voor herinvestering in eurobezittingen, zich een natuurlijke hedge voordoet en de investeerder geen werkelijk koersrisico loopt, zodat economisch bezien slechts een relatief beperkt verlies is geleden. Het Hof achtte het verband tussen de investering en de herinvestering te ver verwijderd. 1.9 De Staatssecretaris van Financiën voert daartegen in cassatie één middel aan. Hij meent dat het Hof art. 13(1) Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en art. 49 jo. 54 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) en/of art. 8:77 Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft geschonden. Bepaling van de belastinggrondslag is een soevereine nationale bevoegdheid. Nederland heft niet over (valuta)resultaten op een deelneming en maakt daarbij geen onderscheid naar vestigingsplaats van de deelneming. Als keerzijde van de vrijstelling van valutawinsten zijn valutaverliezen niet aftrekbaar. Een lidstaat is niet verplicht zijn belastingregeling af te stemmen op die van een andere lidstaat. De niet-aftrekbaarheid van valutaverliezen is niet gericht op grensoverschrijdende situaties en van indirecte of verborgen discriminatie is geen sprake. De Staatssecretaris wijst op de conclusie van de A-G Kokott bij het HvJ EU in de Zweedse zaak X AB v Skatteverket 2 over de zijns inziens vergelijkbare Zweedse deelnemingsvrijstelling. Omdat valutarisico s beide kanten op kunnen werken, is er volgens A-G Kokott ook geen sprake van verborgen ongelijke behandeling. Mocht toch sprake zijn van een belemmering, dan wordt die volgens de Staatssecretaris gerechtvaardigd door de noodzaak om de samenhang van het Nederlandse belastingstelsel te verzekeren. Een lidstaat hoeft bovendien slechts rekening te houden met buitenlandse verliezen als zij definitief lokaal onverrekenbaar zijn. In casu is het verlies niet definitief. Materieel treedt geen wijziging op in belanghebbendes valutakoersrisico, omdat het valutakoersresultaat in dezelfde mate is terug te vinden in de waarde van haar deelneming in de Luxemburgse tussenhoudster. Het Hof is volgens de Staatssecretaris ten slotte onvoldoende ingegaan op de volgens hem onweersproken stelling van de Inspecteur dat zich een natuurlijke hedge voordoet. De Staatssecretaris acht zich gesteund door het inmiddels gewezen arrest X AB v Skatteverket 3 van het HvJ EU X AB v Skatteverket betrof de prejudiciële vraag of een valutaverlies te lijden in Zweedse Kronen op de verkoop van een Britse deelneming die in US dollars opereerde, op grond van EU-recht aftrekbaar zou zijn ondanks nationale wetgeving die resultaten op deelnemingen uitzonderde uit de grondslag van de Zweedse vennootschapsbelasting. Het HvJ EU constateerde dat de Zweedse regeling geen onderscheid maakte naar gelang de deelneming werd gehouden in Zweden of in een andere lidstaat en oordeelde dat een wisselkoersrisico op het aanhouden van een buitenlandse deelneming mogelijk een nadeel is, maar dat het EU-recht de lidstaten niet noopt om in hun belastingregelingen rekening te houden met eventuele wisselkoersrisico s door het voortbestaan van verschillende valuta s binnen de Unie zonder vaste wisselkoers of van nationale wetgevingen die aanvaarden dat het kapitaal van vennootschappen in een valuta van een derde land wordt uitgedrukt. Het Hof zag daarom, anders dan in Deutsche Shell, geen verkeersbelemmering. Hij gaf ook een verklaring voor het verschil in uitkomst tussen de twee zaken: in Deutsche Shell werd volgens het Hof wél onderscheid gemaakt voor buitenlandgevallen (niet-aftrekbaar/niet-belast), waar voor binnenlandgevallen gold: aftrekbaar/belast. Zweden daarentegen heeft als algemene regeling (bedoeld is kennelijk: voor zowel interne en als grensoverschrijdende gevallen) zijn fiscale bevoegdheid niet uitgeoefend ter zake van valutaresultaten op deelnemingen. De vrijheid van vestiging verplicht lidstaten niet om hun fiscale jurisdictie asymmetrisch uit te oefenen om verliezen aftrekbaar te maken waar winsten vrijgesteld zijn. Dit is kennelijk niet anders als het verlies definitief is, nu het in X AB v Skatteverket ging om een definitief te lijden verlies (vervreemding van de deelneming en beëindiging van de activiteiten in het VK). Dat een valutaverlies naar zijn aard slechts in de hoofdhuis/moederstaat tot uitdrukking kan komen, wat in Deutsche Shell beslissend leek, is niet (meer) beslissend.

6 1.11 De Nederlandse deelnemingsvrijstelling maakt evenmin als de Zweedse regeling onderscheid tussen interne en grensoverschrijdende deelnemingsverhoudingen. Dat naast positieve ook negatieve wisselkoersresultaten op de vervreemding van deelnemingen buiten de heffingsgrondslag blijven, is daarom, gezien X AB v Skatteverket, geen verboden belemmering van de vestigingsvrijheid of het kapitaalverkeer. Aan de vraag naar een rechtvaardiging en proportionaliteit komt men dan niet toe, evenmin als in X AB v Skatteverket. Het altijd-ergens - beginsel geldt, voor zover het HvJ EU het nog aanhangt, alleen als in het vergelijkbare binnenlandgeval wél aftrek mogelijk is Ook de rule of remoteness wijst op de afwezigheid van een belemmering: de mogelijkheid van een per saldo nadeel in plaats van een per saldo voordeel is te onzeker en indirect en hangt bovendien te zeer samen met ondernemerskeuzen en niet zozeer met de belastingregeling om een belemmering aan te nemen die door de deelnemingsvrijstelling wordt veroorzaakt Hoewel niet relevant als geen onderscheid bestaat, geldt bovendien dat de Nederlandse regeling voor resultaten op deelnemingen symmetrisch is: zij geldt ongeacht of de (kansen op) resultaten positief of negatief zijn, uitgezonderd (definitieve) liquidatieverliezen, maar die inconsistentie kan een lidstaat niet tegengeworpen worden omdat hij daartoe gedwongen wordt door het arrest Marks & Spencer II van het HvJ EU. De tussenregeling (art. 28b Wet Vpb) is in casu alleen al niet relevant omdat zij pas in 2011 is ingevoerd, maar ook overigens niet omdat zij niet wegneemt dat geen onderscheid wordt gemaakt en juist symmetrie handhaaft De zaak Groupe Stéria acht ik niet relevant omdat ook in binnenlandse verhoudingen een valutaresultaat op de (vervreemding en) ontvoeging van een deelneming binnen de eenheid niet genomen kan worden en na ontvoeging onder de deelnemingsvrijstelling valt. Of men nu vergelijkt met de vervreemding van een niet-gevoegde binnenslands gevestigde dochter wier aandelen in ponden zijn uitgegeven of met een wél gevoegde dochter wier aandelen in ponden zijn uitgegeven, in de vergelijkbare binnenlandsituatie is geen aftrek mogelijk van een valutaverlies van de soort die de belanghebbende poogt af te trekken (vermogensresultaat op de deelneming) Ik acht het cassatieberoep daarom gegrond. Ten overvloede meen ik dat ook de motiveringsklachten van de Staatssecretaris doel treffen. Als het vermogen van de binnen concern vervreemde Britse tak voor het overgrote deel uit eurovorderingen bestaat, behoeft uitgebreide motivering dat dat voor de beoordeling van het valutaresultaat niet relevant zou zijn. 2 De feiten en het geding in feitelijke instanties 2.1 De belanghebbende is de moedervennootschap van een fiscale eenheid met een aantal Nederlandse (klein)dochtervennootschappen. Zij heeft in 2008 en 2009 haar (sub)deelnemingen gereorganiseerd. Vóór die reorganisatie hield de fiscale eenheid alle aandelen in [A] Holdings (UK) Ltd, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk (de UK Ltd). Die deelneming had zij geactiveerd voor [ ] miljoen. Daarnaast had de fiscale eenheid een hybride vordering ad (afgerond) [ ] miljoen op de UK Ltd (de Hybrid), die naar Nederlands belastingrecht als informeel kapitaal gold. 4 De UK Ltd hield deelnemingen in andere in het VK gevestigde vennootschappen (de UK-groep) en middellijk een belang in een Nederlandse vennootschap (de subholding). Die subholding had drie vorderingen op de fiscale eenheid ad respectievelijk [ ] miljoen, [ ] miljoen en [ ] miljoen.

7 2.2 Op 11 november 2008 heeft de fiscale eenheid haar deelneming in de UK Ltd ingebracht in [C] Ltd (hierna: New UK Ltd) tegen uitreiking van aandelen. De waarde van die deelneming was toen [ ] miljard. Op dezelfde dag heeft de fiscale eenheid de Hybrid overgedragen aan New UK Ltd in ruil voor een renteloze achtergestelde vordering met gelijke condities ad (afgerond) [ ] miljoen op New UK Ltd (de New Hybrid). Ook de New Hybrid werd naar Nederlandse fiscale maatstaven bij de fiscale eenheid aangemerkt als informeel kapitaal. 5

8 2.3 Op 16 december 2008 heeft New UK Ltd [ ] miljard dividend aan de fiscale eenheid uitgekeerd. Op dezelfde dag zijn de aandelen in de subholding voor [ ] miljard overgedragen aan de fiscale eenheid. Ik maak uit het verweerschrift in hoger beroep op dat de subholding daarna in de fiscale eenheid is opgenomen. 2.4 Op 12 februari 2009 zijn de aandelen New UK Ltd en de New Hybrid binnen de fiscale eenheid verhangen. Later op dezelfde dag heeft de fiscale eenheid de aandelen New UK Ltd voor (het euro-equivalent van) 6 [ ] miljoen ingebracht 7 in een in Luxemburg gevestigde dochtervennootschap (Lux.). De New Hybrid is voor [ ] (het euro-equivalent van [ ] miljoen) tegen schuldigerkenning aan Lux. overgedragen. Lux. heeft op 12 februari 2009 een winstdelende lening ad [ ] miljoen verstrekt aan haar op Cyprus gevestigde dochtervennootschap (Cypr.). Cypr. heeft vervolgens een rentedragende lening ad [ ] miljoen verstrekt aan New UK Ltd, waarmee New UK Ltd de New Hybrid bij Lux. heeft afgelost. Lux. heeft ten slotte haar schuld aan de fiscale eenheid afgelost die openstond na de overname van de New Hybrid door Lux. tegen schuldigerkenning.

9 2.5 De belanghebbende heeft in haar aangiften vennootschapsbelasting over 2008 en 2009 valutaverliezen op haar in het VK geïnvesteerde vermogen ten laste van haar fiscale winst gebracht. Uit het dossier 8 maak ik op dat zij dat valutaverlies heeft berekend door jaarlijks de toename van het eigen vermogen in de Britse tak (informele) kapitaalstortingen plus winstreservering in ponden te berekenen en die toename om te rekenen naar euro s tegen de gemiddelde koers van dat jaar. Die euro-equivalenten van stortingen en winstoppottingen heeft zij bij elkaar opgeteld en de som vergeleken met het euro-equivalent van het uiteindelijk voor de Britse tak ontvangen bedrag ad [ ] miljard. Aldus berekend had de belanghebbende in euro s minder ontvangen dan het totaal door haar gestorte en door de Britse tak opgepotte eigen vermogen. In ponden heeft de belanghebbende echter méér terugontvangen dan zij in ponden in totaal in haar Britse tak heeft gestort c.q. heeft laten oppotten. Het verschil tussen het euroequivalent van de verkoopwinst in ponden en het verkoopverlies in euro s is volgens de belanghebbende aftrekbaar als valutaverlies. De Inspecteur heeft die aftrek geweigerd. In de bezwaarfase heeft de belanghebbende nieuwe berekeningen overgelegd, 9 uitgaande van de historische koers ten tijde van de kapitaalstortingen in plaats van de gemiddelde jaarkoers en geen koersverlies berekenend over de aangegroeide winstreserves. De Inspecteur heeft belanghebbendes bezwaren afgewezen. De belanghebbende heeft beroep ingesteld op de Rechtbank Den Haag. De Rechtbank Den Haag In geschil was de aftrekbaarheid van de valutaverliezen bij de overdracht binnen concern van belanghebbendes Britse deelnemingen. De belanghebbende beriep zich op het arrest Deutsche Shell van het HvJ EU. Volgens de Inspecteur vielen de valutaverliezen onder de deelnemingsvrijstelling en zag het Deutsche Shell arrest enkel op vaste inrichtingen; niet op deelnemingen. De Inspecteur zag overigens geen belemmering van de EU-vestigingsvrijheid, nu binnenlandse en buitenlandse deelnemingen gelijk behandeld worden. Of een valutaverlies definitief is, moest volgens de Inspecteur voorts op concernniveau worden beoordeeld en op dat niveau was geen sprake van een definitief verlies. Ook zag de Inspecteur geen reëel economisch verlies, nu tegenover het in UK Ltd geïnvesteerde kapitaal de door de subholding gehouden eurovorderingen stonden, waardoor zich een natuurlijke hedge voordeed en vrijwel het gehele valutaverlies was gecompenseerd.

10 2.7 Volgens de Rechtbank houdt Deutsche Shell in dat het EU-vestigingsrecht zich ertegen verzet dat een bij repatriëring van dotatiekapitaal definitief geleden valutaverlies wordt uitgesloten bij de bepaling van de heffingsgrondslag. De belanghebbende heeft haars inziens echter geen definitieve valutaverliezen geleden omdat zulks op concernniveau moet worden beoordeeld en op dat niveau bezien de valutaverliezen het gevolg zijn van interne reorganisaties waarbij het uiteindelijke belang in de betrokken dochtervennootschappen in stand bleef en geen sprake was van liquidatie. De valutaverliezen zijn volgens de Rechtbank reeds daarom niet aftrekbaar. Zij heeft belanghebbendes beroep ongegrond verklaard. 2.8 De Redactie van V-N 2014/15.14 stemde in: De rechtbank meent dat aan de voorwaarden van het arrest niet wordt voldaan, omdat de uiteindelijke deelneming binnen het concern is gebleven. Welke definitie van concern de rechtbank daarbij aanlegt, is niet duidelijk. In dit geval resulteerden de diverse stappen uiteindelijk in een verhanging van de Britse deelneming naar een deelneming van een andere gevoegde dochtermaatschappij binnen dezelfde fiscale eenheid, maar wij veronderstellen dat het begrip concern ruimer is bedoeld. ( ). ( ), de rechtbank oordeelt dat er na een interne verhanging geen sprake zal zijn van definitieve (valuta)verliezen in de zin van het Deutsche Shell-arrest. Daar valt veel voor te zeggen, want het uiteindelijke valutarisico ten aanzien van het belang in de Britse deelneming gaat de fiscale eenheid nog steeds aan. Weliswaar niet meer direct, maar indirect, doch gezien de bewoordingen van het Deutsche Shell-arrest lijkt dat toch minder relevant. De laatste vraag is de omvang van de verliezen. In dit geval speelt daarbij mee dat op een geconsolideerde basis de activa van de deelneming mede een substantieel bedrag aan vorderingen die in euro s luidden, omvatten. Dat roept de vraag op in hoeverre er per saldo sprake is van valutaverliezen. De rechtbank komt niet aan deze vraag toe, omdat het beroep van belanghebbende al strandt op de tweede vraag. Er lijkt wel wat voor te zeggen in dit soort gevallen het valutaverlies te beperken tot (het verlies op) het daadwerkelijk in de andere valuta geïnvesteerde bedrag. 2.9 Volgens Boulogne (NTFR 2014/1578) heeft de rechtbank ten onrechte relevant geacht dat de deelnemingen binnen het concern bleven: Waar tovert de rechtbank de eis van definitief geleden vandaan? Op grond van art. 13, lid 1, Wet VPB 1969 blijven de voordelen uit hoofde van een deelneming buiten aanmerking. Onder het algebraïsche begrip voordelen kunnen valutaverliezen worden geschaard, ook indien deze definitief zijn. In het arrest Deutsche Shell rept het HvJ met geen woord over definitief geleden verliezen. ( ). De introductie van de definitief geleden -eis suggereert dat de rechtbank het Deutsche Shellarrest op één hoop gooit met het Marks & Spencer-arrest (HvJ 13 december 2005, zaak C-446/03, NTFR 2005/1718). ( ). Indien operationele verliezen definitief geleden zijn, bestaat geen gevaar van dubbele verliesverrekening (de mogelijkheden in de bronstaat zijn immers al uitgeput) en evenmin kan een belastingplichtige in dat geval spelen met waar de verliezen in aftrek komen. Hier ontpopt zich het onderscheid met valutaverliezen, die naar hun aard slechts tot uitdrukking komen in de lidstaat van de moedervennootschap en daarom nooit aanleiding kunnen geven tot dubbele verliesverrekening of een spelen met verliezen. Hoe vaak een dochtervennootschap ook binnen het concern wordt overgedragen, hetzelfde valutaverlies zal niet twee keer genomen kunnen worden. In Deutsche Shell oordeelde het HvJ dat de weigering valutaverliezen in aftrek toe te staan evenmin gerechtvaardigd kan worden door de noodzaak om de coherentie van het belastingsysteem te bewaken of de verdeling van heffingsbevoegdheid te handhaven. Hoewel Deutsche Shell en Marks & Spencer tot eenzelfde uitkomst leidden de woonstaat moet in een grensoverschrijdende situatie verliezen in aftrek toestaan is de problematiek wezenlijk verschillend vanwege de omstandigheid dat valutaverliezen naar hun aard slechts in de woonstaat tot uitdrukking komen. Tegen die achtergrond is de Marks & Spencer-eis van definitief geleden in casu irrelevant. Naar

11 mijn mening heeft de rechtbank daarom in strijd met het EU-recht beslist dat de aftrek van de valutaverliezen afstuit op de omstandigheid dat deze zijn ontstaan als gevolg van transacties binnen het concern. ( ). Overigens, om te voorkomen dat valutaverliezen in aftrek komen, terwijl valutawinsten onbelast blijven onder de deelnemingsvrijstelling, is art. 28b Wet VPB 1969 ingevoerd; indien een belastingplichtige op grond van het EU-recht erin slaagt valutaverliezen op deelnemingen ten laste van de winst te brengen, vallen opgekomen valutawinsten op die deelnemingen en alle andere deelnemingen in het jaar van verliesneming en latere jaren niet langer onder de deelnemingsvrijstelling. Deze regeling lijkt mij, afgezien van de mogelijke overkill in de regeling, in beginsel in overeenstemming met het EU-recht. Het Hof Den Haag De belanghebbende heeft met succes hoger beroep ingesteld bij het Hof Den Haag. Dat Hof oordeelde dat de aftrekweigering een belemmering is van het EU-vestigingsrecht: 7.7. ( ). Weliswaar wordt een buitenlandse deelneming theoretisch bezien op dit punt niet anders behandeld dan een binnenlandse deelneming (er is dan ook geen sprake van discriminerende toepassing van de regeling), maar in materiële zin kan wel sprake zijn van een belemmering indien grensoverschrijdend wordt geïnvesteerd in een deelneming in een vreemde valuta. De weigering een valutaverlies in aanmerking te nemen vergroot immers het economische risico bij een investering in een grensoverschrijdende vestiging. Met het niet in aftrek toestaan van een wisselkoersverlies, belemmert Nederland in feite de vrijheid van vestiging van binnen haar grondgebied belastingplichtige vennootschappen die een onderneming wil oprichten in een lidstaat waar niet de euro wordt gehanteerd. Hierbij neemt het Hof het volgende in aanmerking In het arrest Deutsche Shell (HvJ EU 28 februari 2008, C-293/06, BNB 2009/84) was door een in Duitsland gevestigd lichaam dotatiekapitaal verstrekt aan een in Italië gevestigd filiaal. Dit filiaal werd vervolgens ingebracht in een Italiaanse dochtervennootschap waarna de aandelen in deze vennootschap werden verkocht en het dotatiekapitaal werd terugbetaald. Op het terugbetaalde dotatiekapitaal werd een wisselkoersverlies geleden. Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat wanneer geen rekening wordt gehouden met een wisselkoersverlies op terugbetaald dotatiekapitaal dat een werkelijk economisch verlies vormt, dit een belemmering van de vrijheid van vestiging kan vormen (punt 27). Volgens het HvJ EU vergroot de Duitse regeling het economische risico voor een Duitse vennootschap die in een andere lidstaat een onderneming ( een entiteit ) wil oprichten, wanneer daar van een andere dan de Duitse munteenheid gebruik wordt gemaakt (punt 30). Het HvJ EU heeft de door Duitsland aangevoerde rechtvaardigingsgronden, te weten: (i) de samenhang van het belastingstelsel (fiscale coherentie), en (ii) de verdeling van de heffingsbevoegdheden tussen de twee betrokken lidstaten (fiscale soevereiniteit), verworpen. In het arrest Deutsche Shell ging het om aftrekbaarheid van een valutaverlies geleden door een vaste inrichting. Het juridische kader waarin dit arrest zich afspeelt verschilt van dat in het onderhavige geval, in zoverre hier sprake is van deelnemingsverhoudingen De Högsta förvaltningsdomstolen van Zweden heeft het HvJ EU op 18 december 2013 verzocht om een prejudiciële beslissing in de zaak X AB/Skatteverket, C-686/13, H&I 2014/132, op de volgende vraag: Staan artikel 49 VWEU en artikel 63 VWEU in de weg aan een nationale wettelijke regeling volgens welke de woonstaat geen aftrek voor valutakoersverlies verleent dat integrerend deel uitmaakt van een kapitaalverlies over als voorraad gehouden aandelen in een in een andere lidstaat gevestigd bedrijf, terwijl de woonstaat een stelsel toepast dat geen rekening houdt met kapitaalwinst of-verlies op dergelijke aandelen bij de berekening van de belastbare grondslag? Niettegenstaande de prejudiciële vraag die is gesteld in de zaak X AB/Skatteverket kan naar het oordeel van het Hof de door het HvJ EU in Deutsche Shell gevolgde redenering ook worden toegepast op deelnemingen. Analoge toepassing van dit arrest op valutaresultaten

12 op deelnemingen is zeer wel verdedigbaar. In de eerste plaats leidt het Hof uit de jurisprudentie van het HvJ EU af dat het ter zake van definitieve ondernemingsverliezen geen onderscheid maakt tussen een vaste inrichting (HvJ EU 15 mei 2008, C-414/06, Lidl Belgium GmbH & Co. KG, BNB 2009/85) en een deelneming (HvJ EU 13 december 2005, C- 446/03, Marks & Spencer, BNB 2006/72). Uit punten 29 en 30 van het arrest Deutsche Shell zou bovendien, gelet op het door het HvJ EU aldaar gehanteerde begrip entiteit en de verwijzing op deze plaats naar rechtspraak van het HvJ EU waarin het ging om dochtervennootschappen, kunnen worden afgeleid dat het niet uitmaakt of in een vaste inrichting of in een deelneming wordt geïnvesteerd. In het arrest Deutsche Shell heeft het HvJ EU verder geoordeeld (punt 44) dat het nadeel dat de Duitse regeling opwerpt niet voortvloeit uit de verdeling van heffingsbevoegdheid tussen Duitsland en Italië, omdat valutaresultaten niet tot dubbele belasting kunnen leiden. Ditzelfde argument geldt naar het oordeel van het Hof voor een wisselkoersresultaat op een deelneming. Valutaresultaten, zoals die zich voordoen in een geval als het onderhavige, kunnen niet tot dubbele belasting leiden, aangezien zij per definitie (naar hun aard) alleen op het niveau van de moedervennootschap tot uitdrukking kunnen komen De Inspecteur betoogde dat de Nederlandse regeling, anders dan de Duitse regeling in Deutsche Shell, geen onderscheid maakt tussen interne en grensoverschrijdende gevallen. Het Hof verwierp dat betoog met het aan dat betoog voorbij gaande argument dat niet van belang was of een objectvrijstelling eenzijdig of bij verdrag verleend werd. Hij achtte beslissend dat het valutaverlies zich alleen in de Nederlandse belastingjurisdictie kon voordoen en (daarom?) dan ook daar in aanmerking moest worden genomen: De Inspecteur heeft betoogd dat in de casus van het arrest Deutsche Shell evenals in het onderhavige geval de weigering van de aftrek weliswaar was gebaseerd op een objectvrijstelling, maar dat in de zaak Deutsche Shell dat niet de algemene regel was voor valuta-verliezen bij investeringen in vaste inrichtingen. De Duitse nationale regelgeving stond in principe een aftrek van valutaverliezen toe, echter op grond van het belastingverdrag Duitsland-Italië gold een objectvrijstelling. De Inspecteur heeft hiermee kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat van belang is of een lidstaat afstand heeft gedaan van zijn heffingsbevoegdheid door een belastingverdrag te sluiten, dan wel - zoals hier - bij de bepaling van de heffingsgrondslag in een (bovendien niet-discriminerende) nationale regeling. Het Hof acht voor de vraag of sprake is van een belemmering niet relevant op welke wijze afstand van het heffingsrecht is gedaan. In de kern is in het bijzonder van belang dat sprake is van een verlies dat naar zijn aard alleen in Nederland tot uitdrukking kan komen De Hoge Raad heeft in r.o. 3.4 van zijn arrest van 26 september 2008, nr , ECLI:NL:HR:2008:AZ4366, BNB 2009/23, betreffende valutaverliezen op de financiering van een buitenlandse deelneming, onder verwijzing naar het arrest Deutsche Shell, punt 40, geoordeeld dat de in die zaak aan de orde zijnde Nederlandse regeling een belemmering inhoudt, welke niet wordt weggenomen door de omstandigheid dat tegenover de kans op een valutaverlies de kans op een valutawinst staat Gelet op het hiervoor overwogene, is er voor de beantwoording van de vraag of het onderhavige valutaverlies aftrekbaar is, derhalve geen reden om onderscheid te maken tussen vaste inrichtingen en deelnemingen De Inspecteur stelde subsidiair dat aftrek van de valutaverliezen niet mogelijk is omdat (nog) geen sprake is van definitieve koersverliezen, zodat nog geen sprake is van een werkelijk economisch verlies (Deutsche Shell, punten 25 en 27). Hij baseerde dat standpunt enerzijds op het feit dat bij de overdracht van een pondendeelneming aan een 100%-dochter die eveneens in euro s rapporteert het valutarisico niet wijzigt, en anderzijds op analoge toepassing van art. 13d(9)(b)(2) Wet Vpb (tijdstip liquidatieverlies). Volgens het Hof moet het valutaverlies echter beoordeeld worden op het niveau van de belanghebbende (de fiscale eenheid), die haar Britse activiteiten wel degelijk heeft gestaakt:

13 7.11. Het arrest Deutsche Shell kan ook worden toegepast op de verkoop van een (buitenlandse) deelneming aan een in een andere lidstaat gevestigde koper. Hoewel de verkochte vennootschap blijft voortbestaan, heeft de moedervennootschap haar (buitenlandse) activiteiten, die juridisch door de deelneming werden uitgeoefend, gestaakt. Een verliesverrekeningsmogelijkheid op het niveau van de in de andere lidstaat gevestigde koper kan een belemmering bij de verkoper per definitie niet goed maken. Dit is niet anders in het geval van een interne reorganisatie als de onderhavige, waarbij de koper deel uitmaakt van het concern van de moedermaatschappij. De door de in de andere lidstaat gevestigde koper mogelijk in de toekomst te realiseren valutaresultaten vallen onder de belastingregels en jurisdictie van de desbetreffende lidstaat. Bovendien dient dienaangaande een civielrechtelijke benadering te worden gevolgd, waarbij ieder financieringsarrangement als op zichzelf staand dient te worden beoordeeld (vgl. HR 7 februari 2014, nr. 12/03540, ECLI:NL:HR:2014:224, BNB 2014/79) Derhalve moet het betoog van de Inspecteur dat geen sprake is van een definitief verlies aangezien het verlies is opgekomen bij een interne reorganisatie, worden verworpen. Weliswaar is er vanuit het concern bezien een mogelijkheid dat de verkrijgende concernvennootschap in de toekomst een wisselkoerswinst kan behalen, doch in het kader van de onderhavige beoordeling van de in geschil zijnde vraag is slechts relevant of vanuit de belastingplichtige bezien sprake is van definitieve valutaverliezen. Belanghebbende heeft als moedermaatschappij van de fiscale eenheid definitieve valutaverliezen gerealiseerd, omdat na de reorganisaties in 2008 en 2009 zij niet langer vorderingen en deelnemingen heeft in GBP. Deze verliezen moeten op grond van het unierecht in aftrek worden toegestaan, omdat zij bij de fiscale eenheid naar hun aard nergens anders tot uitdrukking kunnen komen, noch in het buitenland kunnen worden benut. Dit strookt ook met het totaalwinstbeginsel Ten aanzien van het betoog van de Inspecteur dat een analoge toepassing van het bepaalde in artikel 13d, lid 9, letter b, ten tweede, van de Wet Vpb meebrengt dat het valutaverlies (nog) niet in aanmerking kan worden genomen, omdat geen sprake is van een definitieve beëindiging van de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk door het concern, overweegt het Hof als volgt De liquidatieverliesregeling van artikel 13d van de Wet Vpb maakt een uitzondering op de hoofdregel dat (valuta)verliezen op deelnemingen niet aftrekbaar zijn. In binnenlandse situaties kan een verlies dat samenhangt met een vestigingshandeling van een dochtermaatschappij daarom slechts in aanmerking worden genomen bij liquidatie van een deelneming. Binnenlandse en buitenlandse deelnemingen worden op dit punt gelijk behandeld. ( ). Echter, gelijk reeds is overwogen in 7.7 hiervoor, kan niet worden ontkend dat in materiële zin sprake is van een belemmering indien grensoverschrijdend wordt geïnvesteerd in een deelneming in een vreemde valuta, zonder dat in de nationale regelgeving een regeling is getroffen waarbij rekening wordt gehouden met definitief geleden valutaverliezen. Anders dan de Inspecteur kennelijk betoogt, kan daarvan behalve bij liquidatie ook sprake zijn bij verkoop aan een derde; de vorm waarin de definitieve omzetting van het geïnvesteerde vermogen plaatsvindt is niet relevant. De unierechtelijke vrijheid van vestiging eist dat indien belanghebbende een definitief gerealiseerd valutaverlies heeft geleden, waarmee, naar zijn aard, uitsluitend in Nederland rekening kan worden gehouden, dit bij haar in aftrek wordt toegestaan. Overigens zij opgemerkt dat de liquidatieverliesregeling in een geval als het onderhavige nooit aan de orde kan komen. Het subsidiaire betoog van de Inspecteur moet derhalve ook in zoverre worden verworpen Meer subsidiair betoogde de Inspecteur dat voor zover de investering in vreemde valuta is gebruikt voor een middellijke of onmiddellijke (her)investering in eurobezittingen, door de investeerder geen werkelijk koersrisico wordt gelopen omdat alsdan sprake is van een natuurlijke hedge, waardoor economisch bezien slechts een relatief beperkt verlies is geleden. Het Hof verwierp ook dat betoog: Ook dit meer subsidiaire betoog van de Inspecteur moet worden verworpen, omdat de bedoelde hedge in een te ver verwijderd verband staat met de onderhavige transacties. Het Hof

14 zal, aangezien het ook overigens daartoe geen aanleiding ziet, geen rekening houden met een natuurlijke hedge vanwege de eurovorderingen van de (via de UK groep gehouden) Nederlandse kleindochter [B] BV op andere in de fiscale eenheid gevoegde dochtermaatschappijen van belanghebbende Het voorgaande leidt volgens het Hof tot de volgende conclusies: Naar het oordeel van het Hof hebben mitsdien [A] Holdings B.V. [onderdeel van de eenheid; PJW] en [D] [onderdeel van de eenheid; PJW] een werkelijk economisch verlies gerealiseerd op het in [UK Ltd; PJW] en [New UK Ltd; PJW] gestorte kapitaal in GBP bij de overdracht van de aandelen in 2008 en 2009 en de dividenduitkering op 16 december 2008 van [C] aan [A] Holdings B.V. Bedoelde dividenduitkering leidt tot het definitief worden van een koersverlies van het in het verleden op de aandelen [UK Ltd; PJW] gestorte kapitaal. Voorts is een werkelijk economisch verlies gerealiseerd in 2009 ter zake van de achtergestelde renteloze vordering op [C], welke op 12 februari 2009 door [D] is overgedragen aan [Lux.; PJW] en tevens is afgelost per die datum. Het Hof volgt derhalve het primaire standpunt van belanghebbende Het Hof heeft het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Rechtbank en op bezwaar vernietigd, de aanslag 2008 verminderd naar nihil met dienovereenkomstige vermindering van heffingsrente, de aanslag 2009 verminderd naar een belastbaar bedrag ad [ ] met dienovereenkomstige vermindering van heffingsrente, het verlies 2008 vastgesteld op [ ], de verliesvaststellingsbeschikking 2008 dienovereenkomstig gewijzigd en de beschikking terugwenteling verlies 2008 naar 2007 nader vastgesteld op het volgens die beschikking nog openstaande bedrag ad [ ] vermeerderd met het verlies 2008, i.e. op [ ], met dienovereenkomstige vergoeding van heffingsrente De redactie van V-N was niet overtuigd (V-N 2015/10.15): Is sprake van definitieve valutaverliezen? ( ). Naar de mening van het hof wordt bij overdracht van een deelneming aan een vennootschap in een andere lidstaat het valutaverlies definitief. In r.o stelt het hof dat de moedervennootschap haar (buitenlandse) activiteiten, die juridisch door de deelneming werden uitgeoefend, [heeft] gestaakt. Dit, hoewel de verkochte vennootschap blijft voortbestaan. Met de komma na haar (buitenlandse) activiteiten suggereert het hof dat er sprake is van een zogenoemde uitbreidende bijzin, dat wil zeggen dat de bijzin in feite een stukje toelichting is dat zou kunnen worden geschrapt. Belanghebbende heeft de Britse dochtervennootschap echter verkocht aan een Luxemburgse dochtervennootschap en heeft dus nog steeds buitenlandse dochtermaatschappijen. Tekstueel lijkt de motivering van het hof dus niet te kloppen. Onze indruk is dat het hof in feite door het juridische jasje van de direct gehouden dochtermaatschappij heenkijkt. Het Deutsche Shell-arrest is geschreven voor een vaste inrichting, het hof benadert de deelneming dan kennelijk als een soort vaste inrichting. Bij een vaste inrichting is sprake van staking, indien de activiteiten in de desbetreffende (EU-lid)staat worden beëindigd. Wij menen daarom dat de meest logische interpretatie van de betrokken zin is dat na haar (buitenlandse) activiteiten had moeten staan in de desbetreffende lidstaat. Het voorgaande betekent wel dat de redenering van het hof niet op lijkt te gaan, indien wordt overgedragen aan een tussenhoudstervennootschap in dezelfde lidstaat. De volgende vraag is waarom het hof oordeelt dat er sprake is van een staking van activiteiten. Dit wordt door het hof onder meer gemotiveerd met de overweging dat [d]e door de in de andere lidstaat gevestigde koper mogelijk in de toekomst te realiseren valutaresultaten ( ) onder de belastingregels en jurisdictie van de desbetreffende lidstaat [vallen]. De vraag is of deze redenering ook opgaat als de verkrijgende vennootschap dezelfde functionele valuta toepast als de vervreemde vennootschap. Anders lijkt er immers helemaal geen sprake van mogelijk in de toekomst te realiseren valutaresultaten. Tenzij het hof zou hebben bedoeld dat het niet relevant is of de koper in de toekomst al dan niet valutaresultaten realiseert, omdat dat iets is wat wordt geregeld door de andere lidstaat. Uitgaande van een deelnemingsvrijstelling met uitzondering van valutaresultaten, is er bij verhanging naar een vennootschap met dezelfde valuta geen risico voor

15 de groep om een tussenhoudstervennootschap tussen te voegen. Daarmee wordt het mogelijk om telkens indien er valutaverliezen zijn, deze te realiseren door een tussenhoudstervennootschap tussen te voegen. Wij hebben er moeite mee om dat te aanvaarden. De beperking tot verhanging naar deelnemingen in andere valuta komt overigens voor deelnemingen in de niet-eurolanden min of meer op hetzelfde neer als de vorige beperking, omdat elk land zijn eigen valuta hanteert. Alleen enkele kleinere jurisdicties gebruiken de valuta van een ander land, zoals de Kanaaleilanden en het Isle of Man die de Britse pond gebruiken. De oorspronkelijke deelneming was een Britse-pondendeelneming, terwijl Luxemburg in beginsel de euro als valuta gebruikt, zodat mag worden verondersteld dat er hier inderdaad sprake is van verschillende valuta. De vraag is wel hoe sterk het argument van het hof nu is. Het uiteindelijke valutarisico ten aanzien van het belang in de Britse deelneming gaat de fiscale eenheid nog steeds aan. Weliswaar niet meer direct, maar indirect. Het is de vraag of het nu zo logisch is als het ware heen te kijken door de directe dochtermaatschappij voor de vraag of er activiteiten zijn in een lidstaat, maar niet door een indirecte dochtermaatschappij heen te kijken voor de vraag of het valutaverlies definitief is. Zou er sprake zijn van vaste inrichtingen, dan lijkt inbreng niet goed mogelijk en lijkt er geen sprake te zijn van een definitief valutaverlies. Wij verwachten echter dat ook dit punt in cassatie opnieuw zal worden voorgelegd. ( ). Omvang verliezen De laatste vraag is de omvang van de verliezen. In dit geval speelde daarbij mee dat op geconsolideerde basis de activa van de deelneming mede een substantieel bedrag aan eurovorderingen omvatten. Dat roept de vraag op in hoeverre er per saldo sprake is van valutaverliezen. In onze aantekening bij de uitspraak van de rechtbank merkten wij op dat er wel wat voor te zeggen lijkt in dit soort gevallen het valutaverlies te beperken tot (het verlies op) het daadwerkelijk in de andere valuta geïnvesteerde bedrag. Het hof oordeelt echter dat deze hedge in een te ver verwijderd verband staat met de onderhavige transacties. Waarom er sprake is van een te ver verwijderd verband, wordt eigenlijk niet gemotiveerd. Het lijkt ons dat hier in elk geval sprake is van een feitelijk oordeel. Wij sluiten echter niet uit dat de Hoge Raad deze motivering te karig acht of oordeelt dat altijd rekening moet worden gehouden met dergelijke (impliciete) beperkingen van het daadwerkelijke valutarisico. 3 Het geding in cassatie 3.1 De Staatssecretaris van Financiën heeft tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. De belanghebbende heeft zich schriftelijk verweerd. De Staatssecretaris heeft gerepliceerd en de belanghebbende heeft gedupliceerd. 3.2 De Staatssecretaris stelt één middel voor: schending van name van art. 13(1) Wet Vpb en art. 49 jo. 54 VwEU en/of art. 8:77 Awb, doordat het Hof heeft geoordeeld dat het EU-recht er toe dwingt negatieve valutaresultaten ten laste van belanghebbendes winsten 2008 en 2009 te brengen. Over de feitenvaststelling merkt hij op dat de verhanging van New UK Ltd binnen de fiscale eenheid geen verkoop was, maar een overdracht door storting van aandelen New UK Ltd op aandelen [D], een vennootschap binnen de eenheid. 3.3 Ik vat de toelichting op het middel als volgt samen: bepaling van de belastinggrondslag is een nationale bevoegdheid. Door de deelnemingsvrijstelling heft Nederland niet over (valuta)resultaten uit een deelneming en maakt daarbij geen onderscheid naar de vestigingsplaats van de deelneming. Niet-aftrekbaarheid van valutaverliezen is de logische keerzijde van de vrijstelling van valutawinsten. Nederland maakt dus noch onderscheid naar binnen- of buitenland, noch naar teken van het deelnemingsresultaat. Anders dan in HR BNB 2009/23 is in casu de niet-aftrekbaarheid van valutaverliezen dus niet nadeliger voor grensoverschrijdende situaties. Een lidstaat is bovendien niet verplicht zijn belastingregeling af te

DenHaa9 '05JAN2010. Kenmerk: DGB 2009-6450

DenHaa9 '05JAN2010. Kenmerk: DGB 2009-6450 Qöd ^4co5 DenHaa9 '05JAN2010 Kenmerk: DGB 2009-6450 Beroepschrift in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam X van 26 november 2009, nr. 08/00445, inzake IEËli ifai«ibaélsga^aili^i

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38029 30 december 2014 Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Wijziging van het besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M,

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 88 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 969 in verband met de invoering van een tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen (Tussenregeling

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes)

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

Interne rente bij de vaste inrichting

Interne rente bij de vaste inrichting 3 Internationaal Belastingrecht en Dividendbelasting Master Internationaal en Europees Belastingrecht Universiteit van Amsterdam Interne rente bij de vaste inrichting Het in aanmerking nemen van interne

Nadere informatie

Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid?

Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid? Papillon, Philips, rechtbankuitspraken, infractieprocedure hoe nu verder met de grensoverschrijdende fiscale eenheid? 357 Mr. G.C.F. van Gelder 1 Na een bespreking van de Papillon-zaak en de recente Philips-zaak

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente

Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente Uitvoeringsbesluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente Artikel 1 Reikwijdte en definities 1. Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 13l en 15ad van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Nadere informatie

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Recent heeft de advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ)

Nadere informatie

De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid

De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid De grenzen van de grensoverschrijdende fiscale eenheid Betreft: Verhandeling voor de Topmaster Directe Belastingen van het EFS Door: K.C. Willemars Tax Manager bij KPMG Meijburg & Co te Amstelveen Cursusjaar:

Nadere informatie

Checklist Deelnemingsvrijstelling

Checklist Deelnemingsvrijstelling Checklist Deelnemingsvrijstelling Wie een (persoonlijke) holding bezit met daarin aandelen in een werkmaatschappij, zal al snel achter het belang van de deelnemingsvrijstelling komen. De deelnemingsvrijstelling

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:310

ECLI:NL:GHAMS:2014:310 pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak 30-01-2014 Datum publicatie 12-02-2014 Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 Vonnisnummer : 1993-040 (op CD rom Jurdoc 1994-040) Datum : 27 april 1994 Rechters : mrs. Warnink, Moltmaker en Ilsink Middel : winst Artikel : 6 Belastingjaar

Nadere informatie

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m

Gegevens belastingplichtige. Naam. Adres Postcode Plaats Telefoon. Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Gegevens belastingplichtige Naam Adres Postcode Plaats Telefoon Inspectienaam Boekjaar van.. t/m Regeling functionele valuta van toepassing dit boekjaar? Ingangsdatum Valutacode Factor Koers Vpb aangifte

Nadere informatie

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen: '"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 , C-'1O/-14- Luxembourg Entrée 1 3 JAN. 2014 Hoge Raad der Nederlanden. \)C(=, C-l/o/1 C( Derde Kamer Nr. 12/02502 20 december 2013 Ingeschreven Luxemburg, in het

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Europees direct belastingrecht Recente ontwikkelingen en de invloed op de aangifte Vpb

Europees direct belastingrecht Recente ontwikkelingen en de invloed op de aangifte Vpb Europees direct belastingrecht Recente ontwikkelingen en de invloed op de aangifte Vpb Heico Reinoud, Baker & McKenzie Mounia Benabdallah, Baker & McKenzie Peter Schonewille, Europese Commissie Programma

Nadere informatie

1. Belanghebbende is een in Finland gevestigd ' open-end '-beleggingsfonds.

1. Belanghebbende is een in Finland gevestigd ' open-end '-beleggingsfonds. IZ /o(8 Den Haag, 8 APR 2012 Kenmerk: DGB 2012-1691 P dividendbelasting voor het jaar 2008. Van deze uitspraak is op 9 maart 2012 een afschrift aan de Belastingdienst/1 toegezonden. AAN DE HOGE RAAD DËR

Nadere informatie

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats

Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats Fiscale aspecten van aandelenvennootschappen met een dubbele vestigingsplaats door Dr. M. van Dun 1997 KLUWER - DEVENTER Inhoudsopgave LUST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN XVI 1 INLEIDING 1 2 DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur).

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur). Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/01158 en 13/01159 uitspraakdatum: 24 februari 2015 nummer / Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 12 juni 2014 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 12 juni 2014 (*) ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 12 juni 2014 (*) Vrijheid van vestiging Vennootschapsbelasting Fiscale eenheid van vennootschappen van zelfde groep Verzoek Gronden voor weigering Ligging van de zetel

Nadere informatie

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor.

Voor wat betreft de rentebetalingen wordt verwezen naar onderdeel a hiervoor. Uitwerking tentamenopgave 1 (totaal 50 ptn) Opgave a; relevante fiscale aspecten voor 2007 (5 ptn) Voor 2007 zijn in principe alleen de beide leningen relevant. Voor wat betreft de betaalde optiepremie

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Fiscale eenheid. Met een grensoverschrijdend element. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie

Fiscale eenheid. Met een grensoverschrijdend element. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Fiscale eenheid Met een grensoverschrijdend element Naam: Sja iesta Sahebali Studentnummer: 339423 Begeleider: Dhr. drs. M. Nieuweboer

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

Arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Deutsche Shell GmbH onder de loep: wisselkoersverliezen op de investering in een deelneming aftrekbaar?

Arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Deutsche Shell GmbH onder de loep: wisselkoersverliezen op de investering in een deelneming aftrekbaar? Arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Deutsche Shell GmbH onder de loep: wisselkoersverliezen op de investering in een deelneming aftrekbaar? EFS Post-Master Directe Belastingen Jaargang 2009 drs.

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 C-9/-14-1 Luxembcurg l i!frp Hoge Raad der Nederlanden Entree 1 3 JAN. 201~ --------- Derde Kamer Nr. 12/02305 13 december 2013 Arrest Ingeschreven in het register

Nadere informatie

138 De Pensioenwereld in 2014

138 De Pensioenwereld in 2014 17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen

Nadere informatie

1e VERSLAG. EX ARTIKEL 73a FAILLISSEMENTSWET VAN DE BEVINDINGEN IN HET FAILLISSEMENT VAN ALTITUDE SOFTWARE B.V. (03.0074-F)

1e VERSLAG. EX ARTIKEL 73a FAILLISSEMENTSWET VAN DE BEVINDINGEN IN HET FAILLISSEMENT VAN ALTITUDE SOFTWARE B.V. (03.0074-F) 1e VERSLAG EX ARTIKEL 73a FAILLISSEMENTSWET VAN DE BEVINDINGEN IN HET FAILLISSEMENT VAN ALTITUDE SOFTWARE B.V. (03.0074-F) Datum uitspraak: : 18 februari 2003 Rechter-Commissaris : mevrouw Mr A. van Dijk

Nadere informatie

DRAFT DO NOT CITE DO NOT QUOTE. Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen; gooit Gielen roet in het eten?

DRAFT DO NOT CITE DO NOT QUOTE. Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen; gooit Gielen roet in het eten? Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen; gooit Gielen roet in het eten? mr. M.F. de Wilde 1 en mevr. mr. C. Wisman 2 1 Inleiding Op 20 juni 2011 heeft de Staatssecretaris van Financiën het Wetsvoorstel

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 6 LJN: BW3384, Gerechtshof Arnhem, 11/00577, 11/00578 en 11/00579 Datum 03-04-2012 uitspraak: Datum 20-04-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Inkomstenbelasting.

Nadere informatie

Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011

Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011 Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? Buitenlandse activiteiten: hoe fiscaal te structureren? 08 February 2011 Buitenlandse activiteiten Factoren en vragen, o.a.: 100% dochter, joint

Nadere informatie

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Feiten. Standpunt inspecteur

Feiten. Standpunt inspecteur Forse stijging van de pensioengrondslag in zicht van pensioeningangsdatum maakt pensioenregeling niet onzuiver! Pensioenpremie niet ingehouden op het loon toch aftrekbaar! Het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:4181

ECLI:NL:CRVB:2014:4181 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:4181 Instantie Datum uitspraak 12-12-2014 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 14-1024 AKW Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 1 van 5 17-8-2015 11:55 ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 30-07-2015 Datum publicatie 06-08-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 9248 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 30/06/2014

Datum van inontvangstneming : 30/06/2014 Datum van inontvangstneming : 30/06/2014 Vertaling C-252/14-1 Zaak C-252/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 mei 2014 Verwijzende rechter: Högsta förvaltningsdomstolen (Zweden)

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep ECLI:NL:GHSHE:2015:3523 http://deeplink. Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 11-09-2015 21-09-2015

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/07/2015

Datum van inontvangstneming : 17/07/2015 Datum van inontvangstneming : 17/07/2015 '~---r/~ v cr -1 22 mei 2015, nr. 13/03468 Ingeschreven in het register van bet Hof van Justitie onder nr. Luxemburg 12. 06. 2015 22~.:ls>J._. Arrest gewezen op

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, Kenmerk: 2129/88 LJ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-242 d.d. 29 juli 2013 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. A.M.T. Wigger en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Besluit 22-06-2006 nr CPP2006-1404 Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Sector Ontwerp. Aspectgebied Internationaal belastingrecht

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 6 F E B 2013 Kenmerk: DGB 2013-384 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 13/00280) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 december 2012, nr. 11/00501, X inzake

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

Coöperatieve Rabobank Land van Cuijk en Maasduinen, gevestigd te Boxmeer, hierna te noemen Aangeslotene.

Coöperatieve Rabobank Land van Cuijk en Maasduinen, gevestigd te Boxmeer, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-210 d.d. 5 juli 2013 (mr. J. Wortel, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en G.J.P. Okkema, leden, en mr. T.R.G. Leyh, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-319 d.d. 2 september 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf en mr. M.L. Hendrikse, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 7' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer Nr. 12/04717 Ingeschreven in het register van het Hof van Justitie onder nr.9..~4.a.b.4. 20 december 2013 Luxemburg, 1

Nadere informatie

Valutaverliezen en deelnemingsvrijstelling: een belemmering?

Valutaverliezen en deelnemingsvrijstelling: een belemmering? Valutaverliezen en deelnemingsvrijstelling: een belemmering? Door: Drs. D.J. Dragt, Post-Master directe belastingen 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Bedrijfseconomische betekenis van valutarisico

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

Grensoverschrijdende verliesverrekening binnen de EU de mogelijkheden en ontwikkelingen

Grensoverschrijdende verliesverrekening binnen de EU de mogelijkheden en ontwikkelingen ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM NADRUK VERBODEN Europese Fiscale Studies Post Master Directe Belastingen Grensoverschrijdende verliesverrekening binnen de EU de mogelijkheden en ontwikkelingen Door: drs.

Nadere informatie

Samenvatting. Consument,

Samenvatting. Consument, Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-164 d.d. 28 mei 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter en mevrouw mr. J.J. Guijt, secretaris) Samenvatting Adviesrelatie. Consument heeft

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.

Nadere informatie

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1.

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1. Opgave 1 Activa Fiscale Werkelijke Passiva Fiscale Werkelijke boekwaarde waarde boekwaarde waarde Alternatief per goed Bedrijfspand 250,000 350,000 Kapitaal 337,500 667,500 getal 2 (x3) Voorraad 200,000

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van 6.12.2012. over agressieve fiscale planning

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van 6.12.2012. over agressieve fiscale planning EUROPESE COMMISSIE Brussel, 6.12.2012 C(2012) 8806 final AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale planning NL NL AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6.12.2012 over agressieve fiscale

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen.

Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen. ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Fiscale Economie Tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen. De aftrekbeperking van valutaresultaten in grensoverschrijdende

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014

Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014 Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Jaarrekening 3 2.1 Balans per 31-12-2014 (voor winstbestemming) 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2014 4 2.3 Kasstroomoverzicht

Nadere informatie

Date de réception : 29/11/2011

Date de réception : 29/11/2011 Date de réception : 29/11/2011 0-, /._,-", I. i._ I Itnl,." 2 i ';".' 'f ";.~'1! "j~j- lu! i..., ::.:::J Hoge Raad der Nederlanden I Derde Kamer Nr. 09/05101 30 september 2011 Ingeschreven in het register

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum

Nadere informatie

29-09-15. Actualiteiten VPB 2015. Stand van de VPB 2015. Belastingplicht overheidsbedrijven. 5 oktober / 26 oktober 2015 Hengelo (OV)/Deventer

29-09-15. Actualiteiten VPB 2015. Stand van de VPB 2015. Belastingplicht overheidsbedrijven. 5 oktober / 26 oktober 2015 Hengelo (OV)/Deventer Actualiteiten VPB 2015 Erwin Nijkeuter Meijburg & Co 06-21237533 nijkeuter.erwin@kpmg.com RB Studiekring Gelderland/Overijssel 5 oktober / 26 oktober 2015 Hengelo (OV)/Deventer Stand van de VPB 2015 Brief

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw ECLI:NL:GHAMS:2014:5141 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 06-11-2014 Datum publicatie

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Met ingang van 1 januari 2012 zijn in de Wet op de omzetbelasting 1968 wijzigingen aangebracht in het kader

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 950 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014) Nr. 4 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 12 juni 2014 Het

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie