Screenen op hepatitis-b-virusinfectie voorafgaand aan start van immuunsuppressieve

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Screenen op hepatitis-b-virusinfectie voorafgaand aan start van immuunsuppressieve"

Transcriptie

1 8 Screenen op hepatitis-b-virusinfectie voorafgaand aan start van immuunsuppressieve therapie: niet denken maar doen! Screening for hepatitis B virus infection before starting immunosuppressive therapy: don t hesitate! dr. A.H.C. van Roon 1 *, dr. C.M. den Hoed 1 * en prof. dr. R.A. de Man 2 Samenvatting Door de introductie van immuunsuppressieve therapie is het risico op een hepatitis-b-virus (HBV)-reactivatie sterk toegenomen. Het niet onderkennen van een chronische of doorgemaakte HBV-infectie kan daarmee tot ernstige morbiditeit en zelfs mortaliteit leiden. In dit artikel wijzen wij op het belang van serologisch screenen op de aanwezigheid van HBV-markers vóór aanvang van immuunsuppressieve therapie (met HBsAg-, anti- HBc- en HBV-DNA-concentratiebepaling). Op basis van de a-priorikans op HBV-reactivatie ten gevolge van het soort immuunsuppressieve therapie kan een indeling worden gemaakt: indien het uitgangs risico op HBVreactivatie gemiddeld (1-10%) of hoog (>10%) is, pleiten wij voor het screenen en, indien er sprake blijkt te zijn van een chronische of doorgemaakte HBV-infecctie, te starten met profylactische antivirale therapie. Indien een behandeling wordt gestart met een laagrisico- immuunsuppressief medicijn (kans op HBV-reactivatie <1%) wordt aanbevolen het profylactisch testen achterwege te la ten en dit slechts te doen op basis van een individuele afweging van risicofactoren, zoals land van geboorte of de aanwezigheid van HBV in de familie. (Ned Tijdschr Oncol 2016;13:264-71) Summary Due to the introduction of immunosuppressive therapy, the risk to develop a hepatitis B virus (HBV) reactivation has greatly expanded. The failure to recognize a chronic or resolved HBV infection can therefore lead to serious morbidity and even mortality. In this article we highlight the importance of serological screening of HBV markers before the start of immunosuppressive therapy (i.e., HBsAg, anti-hbc and HBV DNAconcentration). Based on the a-priori probability of HBV reactivation caused by the type of immunosuppressive therapy given, a classification can be made: if the baseline risk of HBV reactivation is average (1-10%) or high (>10%), we advocate screening and prophylactic antiviral therapy. If treatment is started with a low-risk immunosuppressive agent (HBV reactivation risk <1%), we recommend to omit the prophylactic testing and to do so only on the basis of an individual assessment of risk factors such as country of birth or the presence of HBV in the family. 1 aios MDL, 2 MDL-arts, afdeling Maag-Darm-Leverziekten, Erasmus Medisch Centrum. *Beide auteurs hebben evenredig bijgedragen aan dit artikel. Correspondentie graag richten aan mw. dr. A.H.C. van Roon/mw. dr. C.M. den Hoed, aios MDL, afdeling Maag-Darm-Leverziekten (kamer CA-421), Erasmus Medisch Centrum, s Gravendijkwal 230, 3015 CE Rotterdam, tel.: , adres: Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld. Trefwoorden: hepatitis-b-virus, immuunsuppressieve therapie, monoklonale anti-cd20-antilichamen, profylactische antivirale therapie, reactivatie, rituximab, screening Keywords: hepatitis B virus, immunosuppressive therapy, monoclonal anti-cd20 antibodies, prophylactic antiviral therapy, reactivation, rituximab, screening Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december

2 Inleiding De introductie van immuunsuppressieve therapie heeft de prognose van veel hemato-oncologische aandoeningen sterk verbeterd. De keerzijde van deze ontwikkeling is het risico op een hepatitis-b-virus (HBV)-reactivatie, gedefinieerd als het oplopen van de titers van virale eiwitten of HBV-DNA, wat kan leiden tot een icterische, soms fulminant verlopende stijging van serumtransaminasen. Naast de noodzaak voor ondersteunende therapie voor de hepatitis, is het gevolg dat de immuunsuppressieve therapie moet worden gestopt. Het niet onderkennen van een chronische of doorgemaakte HBV-infectie kan daarmee tot ernstige morbiditeit en zelfs mortaliteit leiden. In dit artikel wijzen wij op het belang van serologisch screenen op HBV-markers vóór aanvang van immuunsuppressieve therapie. Daarnaast bespreken wij het beleid om HBV-reactivatie te voorkomen bij hemato-oncologische patiënten. Epidemiologie van HBV in Nederland Ongeveer 2,1% van de Nederlandse bevolking heeft een HBV-infectie doorgemaakt en slechts 0,2% is chronisch met HBV geïnfecteerd. 1 In de grote steden, zoals Amsterdam en Rotterdam, ligt de incidentie voor een HBV-infectie echter hoger en kan bijvoorbeeld bij de Chinese populatie oplopen tot 10%. 2 Na een infectie met HBV repliceert het virus in de hepatocyt, maar kan in alle soorten lichaamsvocht worden aangetroffen. 3 Er wordt aangenomen dat het HBV niet zelf voor schade zorgt, maar dat dit voornamelijk komt door de afweer van de gastheer die gericht is op HBV-geïnfecteerde hepatocyten. Deze reactie zorgt uiteindelijk voor inflammatie van de lever, die resulteert in leverschade, fibrose en uiteindelijk cirrose. 4 Titers HBsAg Immuuntolerant HBeAg-positief HBV-DNA ALT Symptomen HBeAg HBeAg-positieve chronische hepatitis HBeAg-positief immuunactief Totaal anti-hbc IgM-anti-HBc anti-hbe Inactief dragerschap Inactief dragerschap* Anti-HBs // // Weken na expositie Figuur 1. Acute hepatitis-b-virusinfectie, serologische markers. HBeAg-negatief Reactieve Immune escape fase HBeAg-negatieve actieve chronitsche hepatitis Figuur 2. Verschillende fases van een chronische hepatitis- B-virusinfectie. Natuurlijk beloop van HBV-infectie De diagnose van een acute HBV-infectie is gebaseerd op aanwezigheid van HBsAg- en IgM-antistoffen tegen HBcAg. Tijdens de initiële fase van de infectie is er tevens een hoog HBV-DNA en een positief HBeAg in het serum (zie Figuur 1). Vanaf week 16 daalt de concentratie HBsAg en vanaf 24 weken is alleen IgM-anti-HBc nog detecteerbaar. Bij het merendeel van de patiënten is het HBsAg na 6 maanden verdwenen en duidt de aanwezigheid van anti-hbs (in combinatie met IgG-anti-HBc) op immuuncontrole. Het virus-dna blijft echter wel aanwezig in de nucleolus van de hepatocyten. Als het HBsAg >6 maanden detecteerbaar is, wordt gesproken over een chronische HBV-infectie. Patiënten met een chronische HBV-infectie kunnen zich presenteren in 1 van de volgende 4 fasen (zie Figuur 2). In de immuun-tolerante fase zijn het HBsAg en HBe- Ag aantoonbaar, is er sprake van een hoge HBV-DNAconcentratie (>2 x 104 IU/ml) en is het ALAT normaal. De tweede fase wordt HBeAg-positieve immuun-actieve fase genoemd. Deze wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van HBsAg en HBeAg, een fluctuerende HBV-DNA-concentratie, een verhoogd ALAT en een actieve necro-inflammatie in het leverbiopt. 5 Patiënten komen in de derde fase, ook wel het inactief dragerschap genoemd, wanneer een effectieve immuunrespons leidt tot immunologische controle over het virus. Deze fase wordt gedefinieerd als HBeAg-seroconversie (het verlies van HBeAg en de vorming van anti- HBe-antistoffen), de aanwezigheid van HBsAg, een lage HBV-DNA-concentratie (<2 x 103 IU/ml) en een normaal ALAT. Hoewel de virusreplicatie persisteert, 265 Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december 2016

3 8 Tabel 1. Immuunsuppressieve medicatie-indeling (risicostratificatie). Risicogroep (kans op HBVreactivatie, %) Hoog-risicogroep (>10%) Medicijn en kans op HBV-reactivatie B-celonderdrukkende therapie zoals rituximab en ofatumumab HBsAg+ / anti-hbc+: 30-60% (A) HBsAg- / anti-hbc+: > 10% (A) Anthracyclines zoals doxorubicine en epirubicine HBsAg+ / anti-hbc+: 15-30% (A) Corticosteroïden 4 weken, gemiddelde hoge dosering* HBsAg+ / anti-hbc+: >10% (B) Gemiddeld-risicogroep (1-10%) TNF-α-remmers: etanercept, adalimumab, certolizumab, infliximab HBsAg+ / anti-hbc+: 1-10% (B) HBsAg- / anti-hbc+: 1% (C) Overige cytokine- en integrineremmers: abatacept, ustekinumab, natalizumab, vedolizumab HBsAg+ / anti-hbc+: 1-10% (B) HBsAg- / anti-hbc+: 1% (C) Tyrosinekinaseremmers: imatinib en nilotinib HBsAg+ / anti-hbc+: 1-10% (B) HBsAg- / anti-hbc+: 1% (C) Corticosteroïden 4 weken, lage dosering* HBsAg+ / anti-hbc+: 1-10% (C) Corticosteroïden 4 weken, gemiddelde hoge dosering* HBsAg- / anti-hbc+: 1-10% (C) Anthracyclines: doxorubicine en epirubicine HBsAg- / anti-hbc+: 1-10% (C) Laag-risicogroep (<1%) Traditionele immuunsuppressieve therapie: azathioprine, 6-mercaptopurine, methotrexaat HBsAg+ / anti-hbc+: <1% (A) HBsAg- / anti-hbc+: <<1% (A) Corticosteroïden 1 week HBsAg+ / anti-hbc+: <1% (B) HBsAg- / anti-hbc+: <<1% (A) Corticosteroïden 4 weken, lage dosering* HBsAg- / anti-hbc+: <1% (B) * Glucocorticoïden: prednison (of een equivalent hiervan) lage dosering <10 mg, gemiddelde dosering mg, hoge dosering >20 mg. Bewijs voor wetenschappelijke onderbouwing volgens het zgn. GRADE-scoringsysteem: A) Hoog niveau van bewijskracht waarbij verder onderzoek ons vertrouwen in de schatting van het effect zeer waarschijnlijk niet zal veranderen. B) Matig niveau van bewijskracht waarbij verder onderzoek waarschijnlijk een belangrijke invloed zal hebben op ons vertrouwen in de schatting van het effect en deze schatting zou kunnen veranderen. C) Laag niveau van bewijskracht waarbij verder onderzoek zeer waarschijnlijk een belangrijke invloed zal hebben op ons vertrouwen in de schatting van het effect en waarschijnlijk deze schatting zal veranderen OF eender welke schatting van het effect is zeer onzeker. 9 wordt deze sterk onderdrukt door de afweer van de gastheer. Twintig tot dertig procent ontwikkelt een chronische HBeAg-negatieve actieve hepatitis, die ook wel reactivatiefase wordt genoemd. 6 HBV-reactivatie tijdens immuunsuppressieve therapie In de afgelopen 2 decennia zijn er in de oncologie en de behandeling van auto-immuunziekten steeds meer medicijnen op de markt gekomen die een HBVreactivatie kunnen veroorzaken. Deze HBV-reactivatie wordt bij niet-gescreende patiënten vaak pas laat onderkend, wanneer er al sprake is van hepatitis met transaminasestijging. Dit kan, naast de noodzaak tot het onderbreken van de behandeling bij ongeveer 70% van de patiënten, leiden tot een significante morbiditeit (op basis van ernstige hepatitis en acuut leverfalen bij 1-20% van de patiënten) en mortaliteit Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december

4 van gemiddeld 2,3% (0,4-20%). 7 Het starten van antivirale therapie wanneer deze reactivatie wordt bemerkt, heeft significant minder effect dan profylactische behandeling. 8 Medicijnen die een dergelijke HBV-reactivatie kunnen veroorzaken zijn chemotherapeutica, specifieke B-celonderdrukkende medicatie, tyrosinekinaseremmers, prednison en TNF-αremmers. Een recent overzichtsartikel liet zien dat ongeveer 40% van de HBsAg-dragers en 5% van de HBsAg-negatieve en anti-hbc-positieve patiënten een HBV-reactivatie ontwikkelt tijdens anti-tnf-αtherapie. 9 Bovendien heeft het frequent optreden van rituximab-geïnduceerde HBV-reactivatie ertoe geleid dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) een sterke aanbeveling ( black box warning ) heeft gedaan om alle patiënten die B-celonderdrukkende therapie krijgen voorafgaand te screenen op HBV. 10 Ook de American Society of Clinical Oncology publiceerde vorig jaar een herziene richtlijn waarin zij een agressiever beleid omtrent dit onderwerp propageerde. 11 In meerdere bestaande richtlijnen wordt geen eenduidig advies gegeven ten aanzien van screening op HBV voorafgaand aan immuunsuppressieve therapie en eventuele (profylactische) behandeling. Onder andere op basis van een recent rapport van de American Gastroenterology Association (AGA) kan nu echter meer duidelijkheid worden gecreëerd ten aanzien van de onderbouwing van adviezen en het te adviseren beleid. 8 Immuunsuppressieve medicatie kan worden onderverdeeld in 3 groepen met betrekking tot het risico op HBV-reactivatie (zie Tabel 1 op pagina 266). De hoog-risicomedicatie geeft een kans van >10% op reactivatie, de gemiddeld-risicomedicatie geeft een kans op HBV-reactivatie van 1-10% en de laag-risicogroep bevat medicatie waarbij de kans op reactivatie als <1% wordt ingeschat. Medicatie met een hoog risico op HBV-reactivatie Studies hebben uitgewezen dat B-celonderdrukkende medicatie zoals rituximab en ofatumab een hoog risico op HBV-reactivatie geven. 7,12-16 Deze medicatie werkt diep immuunsuppressief, terwijl het effect na toediening lang aanhoudt. Beide medicamenten worden geclassificeerd als monoklonale anti-cd20-antilichamen en leiden tot een bijna complete depletie van B-cellen in het perifere bloed met partiële depletie van het beenmerg. Hierdoor hebben ze een duidelijk effect op de antilichaamproductie. Dit heeft tot gevolg dat zonder interventies behandeling met deze medicatie leidt tot HBV-reactivatie bij >50% van de HBsAg-positieve patiënten. 12,13,15 Ook bij patiënten met een doorgemaakte HBV-infectie is er een duidelijk verhoogd risico op HBV-reactivatie, in sommige studies oplopend tot 23%. 16 De anti-hbs-titers laten daarnaast een significante daling zien tijdens de behandeling met rituxumab. 14 Uit de literatuur is gebleken dat HBV-reactivatie kan optreden van kort na de start tot 12 maanden na het staken van de rituximab. 14 Andere medicatie, die ook valt onder de zogenoemde hoog-risicogroep, zijn chemotherapeutica zoals anthracyclines (bijvoorbeeld doxorubicine en epirubicine). Bij eerdere retrospectieve studies bleek het risico op HBV-reactivatie duidelijk hoger te zijn bij patiënten met mammacarcinoom (41-56%) versus 14-21% bij andere maligniteiten. 7,8,17 Dit bleek te berusten op de voorgeschreven chemotherapie, die in de mammacarcinoomgroep bestond uit anthracyclines. Daarnaast toonde een prospectieve follow-upstudie aan, dat het gebruik van anthracyclines in 46% van de gevallen leidde tot een HBV-reactivatie. In de patiëntengroep die was behandeld met een schema zonder anthracyclines, lag dit percentage op slechts 19%. 18 Ook het langdurig gebruik van corticosteroïden in een gemiddelde tot hoge dosering (gedefinieerd als ten minste 4 weken, met een dosering 10 mg/dag bij HBsAg-positieve of HBsAg-negatieve/anti-HBc-positieve patiënten) valt onder de hoog-risicomedicatie. Langdurig gebruik van corticosteroïden leidt namelijk tot een stijging van HBsAg, HBcAg en HBV-DNA, in combinatie met een afname in T-lymfocytenfunctie. 19 Na staken van de therapie treedt er een fors rebound -effect op in de T-lymfocytfunctie, leidend tot transaminitis en een daling van HBsAg en HBV- DNA. Een overzichtsartikel heeft aangetoond dat het risico op HBV-reactivatie in deze groep >10% bedraagt. 8 Daarnaast is in een gerandomiseerde gecontroleerde studie aangetoond dat het al dan niet toevoegen van prednison aan een anthracycline-bevattende chemokuur leidt tot een stijging in het aantal HBV-reactivaties van 38% naar 73%. 20 Medicatie met een gemiddeld risico op HBV-reactivatie Binnen de oncologische setting worden de tyrosinekinaseremmers (TKI), zoals imatinib en nilotinib, in de gemiddeld-risicogroep ondergebracht. Er zijn in de afgelopen jaren enkele case series en case reports verschenen die aantonen dat behandeling met TKI kan leiden tot HBV-reactivatie met zelfs een fataal beloop Hoewel er voor de TKI s strikt genomen 267 Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december 2016

5 8 Tabel 2. Individuen met een verhoogd risico op hepatitis-b-virus. Patiëntengroepen met een verhoogd risico op HBV-infectie (prevalentie >2%) Patiënten van wie familieleden of huisgenoten zijn geïnfecteerd met HBV Patiënten afkomstig uit landen met een prevalentie van >2% * Patiënten van wie de ouders afkomstig zijn uit hoog-endemische gebieden ** HIV- en HCV-positieve patiënten IV-druggebruik (in het verleden) Mannen die seksuele contacten hebben met mannen Patiënten die samenwonen of seksuele contacten hebben met HBV-positieve personen Personen die immuunsuppressiva gebruiken/nodig hebben * Alle landen in Azië, Afrika, South Pacific, Midden-Oosten, Oost-Europa (behoudens Hongarije), Zuid-Europa: Spanje en Malta, Ecuador, Guyana, Suriname, Venezuela, Bolivia, Brazilië, Colombia, Peru, de meeste Caribische eilanden, Guatemala, Honduras. ** Sub-Sahara Afrika. geen duidelijke percentages omtrent HBV-reactivatie bekend zijn, wordt aangenomen dat deze percentages overeen moeten komen met andere biologicals en wordt deze medicatie dan ook in de gemiddeld-risicogroep opgenomen met een reactivatierisico van ongeveer 1-10%. De groep die een gemiddeld risico geeft op reactivatie van HBV bevat voornamelijk biologicals zoals TNFremmers (zoals etanercept, adalimumab, certolizumab, infliximab) en cytokine- en integrineremmers (zoals abatacept, ustekinumab, natalizumab, vedolizumab). Ook deze medicatie staat erom bekend dat zij een reactivatierisico bewerkstelligen van 1-10% bij HBsAg-positieve patiënten. 8 Onder deze groep valt ook de langdurige behandeling met lage dosering corticosteroïden (gedefinieerd als ten minste 4 weken, met 1) een dosering <10 mg/dag bij HBsAg-positieve of HBsAg-negatieve/anti-HBc-positieve patiënten of 2) een dosering 10 mg/dag bij HBsAg-negatieve/anti-HBc-positieve patiënten). Medicatie met een laag risico op HBV-reactivatie De laag-risicogroep wordt gevormd door de traditionele immuunsuppresieve medicatie zoals azathioprine, 6-mercaptopurine en methotrexaat, waarbij de laatste nog wel in de oncologie wordt gebruikt. Veel van deze medicijnen worden al vele jaren gebruikt en in de literatuur zijn maar enkele case reports beschreven over HBV-reactivatie. Derhalve wordt deze groep medicamenten als laag risico beschouwd met een kans op HBV-reactivatie <1%. 8 Ook kortdurende (maximaal 1 week, ongeacht de dosering) en langdurige behandeling met lage dosis corticosteroïden (gedefinieerd als ten minste 4 weken, met een dosering <10 mg/dag bij HBsAg-negatieve/anti-HBc-positieve patiënten) wordt ondergebracht in deze groep. Screening op HBV voorafgaand aan het starten van immuunsuppressieve therapie Er is veel discussie met betrekking tot het wel of niet screenen op HBV bij patiënten die immuunsuppressieve therapie voorgeschreven krijgen. Er zijn wetenschappelijke en beroepsverenigingen die adviseren om alleen patiënten met een verhoogd risico op HBV te screenen (zie Tabel 2). 11,17 Vaak is de informatie om in te schatten of iemand een verhoogd HBV-risico heeft echter niet aanwezig, wat in de praktijk resulteert in zeer teleurstellende HBV-screeningspercentages. In een observationele studie bleek dit percentage niet hoger dan 28% te zijn. 11 De gevolgen van HBVreactivatie tijdens immuunsuppressieve therapie zijn groot: naast de kans dat dit kan leiden tot een fulminante hepatitis en dientengevolge morbiditeit of zelfs mortaliteit, leidt het ook bijna altijd tot onderbreking of beëindiging van de immuunsuppressieve therapie met alle gevolgen van dien. In de uiteindelijke besluitvorming om wel of niet te screenen voorafgaand aan de start van immuunsuppressieve therapie, speelt ook de kosteneffectiviteit een rol. Een kosteneffectivi- Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december

6 teitsanalyse die is uitgevoerd binnen een patiëntenpopulatie die voor een lymfoom werd behandeld met R-CHOP-kuren heeft laten zien dat het screenen van alle lymfoompatiënten op de aanwezigheid van HBV niet alleen kosteneffectief, maar zelfs kostenbesparend is ten opzichte van screenen van alleen de hoogrisicopatiënten of helemaal niet screenen. 24 Al deze argumenten tezamen vormden de belangrijkste argumenten waarom de recent gepubliceerde en eerder aangehaalde AGA-richtlijn adviseert om in ieder geval bij het gebruik van hoog-risico-immuunsuppressiva alle patiënten te screenen. Ook voor de patiëntengroep die medicatie met een gemiddeld risico op HBV-reactivatie gebruikt, lijkt screening zinvol te zijn. In het geval van laag-risicomedicatie kan screening zeer waarschijnlijk achterwege worden gelaten (zie Figuur 3). Concreet betekent dit voor in de spreekkamer dat de hoofdbehandelaar slechts op basis van het voor te schrijven medicijn al kan beslissen of zijn/haar patiënt moet worden gescreend op HBV. Wanneer wordt gekozen voor screening, dan is het van belang om naast HBsAg ook het anti-hbc te bepalen. Ook bij de patiënten die het HBV hebben geklaard, blijft er sprake van een risico op reactivatie. Dit gegeven is voornamelijk van belang in de hoogrisicomedicatiegroep waar een geïsoleerde anti-hbcpositiviteit al een risico op reactivatie van meer dan 10% geeft. Ook het bepalen van de HBV-DNA-concentratie wordt geadviseerd, omdat dit een goede marker is voor de mate van activiteit van het virus en stijging van het HBV-DNA een eerste signaal van HBV-reactivatie is. Figuur 3. Hepatitis-B-virus-reactivatie: klinische beslisboom. Profylaxe of behandeling van HBV-reactivatie In 5 gerandomiseerde studies werd gekeken naar het beste moment om antivirale therapie te starten Al deze studies tezamen includeerden 139 patiënten in de profylactische groep en 137 controlepatiënten die antivirale therapie kregen voorgeschreven op het moment dat er sprake was van een HBV-reactivatie. In een gepoolde analyse bleek dat antivirale profylaxe leidde tot een risicoreductie voor het optreden van HBV-reactivatie in vergelijking met het starten van de behandeling op het moment dat de reactivatie werd aangetoond. 8 Op basis van deze 5 studies heeft de AGA het volgende berekend: bij patiënten die aan hoog-risico- immuunsuppressieve medicijnen worden blootgesteld (HBsAg-positief en HBsAg-negatief/anti- HBc-positief), resulteert profylactische antivirale therapie in 435 minder HBV-reactivaties per patiënten. 25,28 Bij (HBsAg-positieve) patiënten die worden blootgesteld aan gemiddeld-risicomedicijnen resulteert profylactische antivirale therapie in 44 minder HBV-reactivaties per patiënten. Over patiënten die alleen anti-hbc-positief zijn, valt vanwege een gebrek aan kwalitatief goed uitgevoerde studies geen uitspraak te doen, hoewel het aantal reactivaties zeer waarschijnlijk wel lager is dan bij HBsAg-positieve patiënten. Antivirale profylactische therapie bij patiënten die worden behandeld met laag-risico-immunosuppressieve therapie, zou resulteren in slecht 1 patiënt minder met HBV-reactivatie per individuen uitgaande van een 0,1% uitgangsrisico (zie Figuur 3). Welke behandeling dient er vervolgens te worden gekozen als profylaxe bij HBV? Momenteel zijn er 5 nucleos(t)ideanalogen op de markt die hiervoor theoretisch gezien in aanmerking zouden kunnen komen: 269 Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december 2016

7 8 Aanwijzingen voor de praktijk 1. Reactivatie van een hepatitis-b-virus (HBV)-infectie heeft grote gevolgen voor de patiënt en zijn/haar oncologische behandeling en dus prognose. 2. Bij het voorschrijven van immuunsuppressieve medicijnen met een hoog of gemiddeld risico op HBVreactivatie dienen alle patiënten te worden gescreend op HBV door middel van HBsAg-, anti-hbc- en HBV-DNA-concentratiebepalingen. Indien er sprake is van een chronische of doorgemaakte HBV-infectie dienen dergelijke patiënten profylactische antivirale medicatie te krijgen voorgeschreven. 3. Bij gebruik van immuunsuppressieve medicijnen met een laag risico op HBV-reactivatie dienen alleen patiënten te worden gescreend op HBV op basis van individuele afwegingen. lamivudine, adefovir, entecavir, telbivudine en tenofovir. Aangezien lamivudine als eerste geregistreerd medicijn op de markt kwam, is hiermee ook de meeste ervaring en is inmiddels dankzij meta-analyses vast komen te staan dat profylactische behandeling met lamivudine het risico op HBV-reactivatie reduceert. 30 Een nadeel van dit medicijn is het ontstaan van resistentie indien het langdurig wordt gebruikt. 5 Entecavir daarentegen heeft dit nadeel van resistentievorming niet en er komt steeds meer bewijs voor de toepasbaarheid van entecavir in het kader van HBV-reactivatieprofylaxe. 26,31-33 In 2 gerandomiseerde gecontroleerde studies waarin entecavir en lamivudine werden vergeleken bij een HBsAg-positieve patiëntenpopulatie die werd behandeld met R-CHOPkuren, werd een statistisch significant verschil gezien in het voordeel van de entecavir-groep betreffende HBV-gerelateerde hepatitis, HBV-reactivatie en het niet onderbreken van de R-CHOP-kuur. 32,33 Naast het starten van een profylactische behandeling is ook de duur van de behandeling van belang. Het is bekend dat een HBV-reactivatie kan optreden na het staken van de immuunsuppressieve medicatie. Resultaten hebben laten zien dat bij de meeste immuunsuppressieve medicatie het continueren van de antivirale therapie tot 6 maanden na het staken van de immuunsuppressieve medicatie afdoende bescherming biedt. 34 In het geval van de monoklonale anti- CD20-antilichamen zijn er echter meerdere casus bekend van reactivatie tot 12 maanden na het staken van de behandeling. 10,13,26 Derhalve wordt voor deze patiëntengroep geadviseerd de antivirale behandeling tot 12 maanden na het staken van de anti-cd20- antilichamen te continueren. 8 Indien de patiënt op grond van zijn virale load en serumtransaminasen een indicatie heeft voor antivirale behandeling, wordt de behandeling doorgezet in overleg met een MDLarts of internist-infectioloog. Conclusie Samenvattend kan worden gesteld dat er eigenlijk geen nadelen verbonden zijn aan het testen op HBV voorafgaand aan de behandeling met immuunsuppressieve therapie, in ogenschouw nemende de grote gevolgen indien HBV-reactivatie bij deze kwetsbare patiëntenpopulatie optreedt. Op basis van een a-priorikans op HBV-reactivatie ten gevolge van het soort immuunsuppressieve therapie, pleiten wij voor de volgende benadering: de kosten die worden gemaakt voor het screenen en profylactische antivirale therapie wegen op tegen de baten wanneer het uitgangsrisico op HBV-reactivatie gemiddeld (1-10%) of hoog (>10%) is. Indien een behandeling wordt gestart met een laag-risico-immuunsuppressief medicijn wordt aanbevolen het profylactisch testen achterwege te laten en dit slechts te doen op basis van een individuele afweging van risicofactoren, zoals land van geboorte of HBV in de familie (zie Tabel 2 en Figuur 3). Daarom is ons hepatologische standpunt: Screenen op HBV-infectie voorafgaand aan de start van immuunsuppressieve therapie: niet denken, maar doen! Referenties 1. Veldhuijzen IK, Smits LJ, Van de Laar MJ. The importance of imported infections in maintaining hepatitis B in The Netherlands. Epidemiol Infect 2005;133(1): Koedijk FD, Op de Coul EL, Boot HJ, et al. [Hepatitis B surveillance in the Netherlands, : acute infection is mainly via sexual contact while chronic infection is via vertical transmission through mothers from endemic regions] Surveillance van hepatitis B in Nederland, : acute infectie vooral via seksueel contact, chronische via verticale transmissie door moeders uit endemische gebieden. Ned Tijdschr Geneeskd Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december

8 2007;151(43): Ganem D, Prince AM. Hepatitis B virus infection - natural history and clinical consequences. N Engl J Med 2004;350(11): Perz JF, Armstrong GL, Farrington LA, et al. The contributions of hepatitis B virus and hepatitis C virus infections to cirrhosis and primary liver cancer worldwide. J Hepatol 2006;45(4): Lok AS, McMahon BJ. Chronic hepatitis B: update Hepatology 2009;50(3): Hsu YS, Chien RN, Yeh CT, et al. Long-term outcome after spontaneous HBeAg seroconversion in patients with chronic hepatitis B. Hepatology 2002;35(6): Paul S, Saxena A, Terrin N, et al. Hepatitis B virus reactivation and prophylaxis during solid tumor chemotherapy: a systematic review and metaanalysis. Ann Intern Med 2016;164(1): Perrillo RP, Gish R, Falck-Ytter YT. American Gastroenterological Association Institute technical review on prevention and treatment of hepatitis B virus reactivation during immunosuppressive drug therapy. Gastroenterology 2015;148(1): e3. 9. Perez-Alvarez R, Diaz-Lagares C, Garcia-Hernandez F, et al. Hepatitis B virus (HBV) reactivation in patients receiving tumor necrosis factor (TNF)-targeted therapy: analysis of 257 cases. Medicine (Baltimore) 2011;90(6): Mitka M. FDA: increased HBV reactivation risk with ofatumumab or rituximab. JAMA 2013;310(16): Hwang JP, Somerfield MR, Alston-Johnson DE, et al. Hepatitis B virus screening for patients with cancer before therapy: American Society of Clinical Oncology Provisional Clinical Opinion Update. J Clin Oncol 2015;33(19): Dong HJ, Ni LN, Sheng GF, et al. Risk of hepatitis B virus (HBV) reactivation in non-hodgkin lymphoma patients receiving rituximab-chemotherapy: a meta-analysis. J Clin Virol 2013;57(3): Hsu C, Tsou HH, Lin SJ, et al. Chemotherapy-induced hepatitis B reactivation in lymphoma patients with resolved HBV infection: a prospective study. Hepatology 2014;59(6): Pei SN, Ma MC, Wang MC, et al. Analysis of hepatitis B surface antibody titers in B cell lymphoma patients after rituximab therapy. Ann Hematol 2012;91(7): Phipps C, Chen Y, Tan D. Lymphoproliferative disease and hepatitis B reactivation: challenges in the era of rapidly evolving targeted therapy. Clin Lymphoma Myeloma Leuk 2016;16(1): Yeo W, Chan TC, Leung NW, et al. Hepatitis B virus reactivation in lymphoma patients with prior resolved hepatitis B undergoing anticancer therapy with or without rituximab. J Clin Oncol 2009;27(4): Bozza C, Cinausero M, Iacono D, et al. Hepatitis B and cancer: a practical guide for the oncologist. Crit Rev Oncol Hematol 2016;98: Yeo W, Zee B, Zhong S, et al. Comprehensive analysis of risk factors associating with hepatitis B virus (HBV) reactivation in cancer patients undergoing cytotoxic chemotherapy. Br J Cancer 2004;90(7): Lam KC, Lai CL, Trepo C, et al. Deleterious effect of prednisolone in HBsAg-positive chronic active hepatitis. N Engl J Med 1981;304(7): Cheng AL, Hsiung CA, Su IJ, et al. Steroid-free chemotherapy decreases risk of hepatitis B virus (HBV) reactivation in HBV-carriers with lymphoma. Hepatology 2003;37(6): Ikeda K, Shiga Y, Takahashi A, et al. Fatal hepatitis B virus reactivation in a chronic myeloid leukemia patient during imatinib mesylate treatment. Leuk Lymphoma 2006;47(1): Kang BW, Lee SJ, Moon JH, et al. Chronic myeloid leukemia patient manifesting fatal hepatitis B virus reactivation during treatment with imatinib rescued by liver transplantation: case report and literature review. Int J Hematol 2009;90(3): Lai KH, Peng NJ, Lo GH, et al. Does a fatty meal improve hepatic clearance in patients after endoscopic sphincterotomy? J Gastroenterol Hepatol 2002;17(3): Zurawska U, Hicks LK, Woo G, et al. Hepatitis B virus screening before chemotherapy for lymphoma: a cost-effectiveness analysis. J Clin Oncol 2012;30(26): Hsu C, Hsiung CA, Su IJ, et al. A revisit of prophylactic lamivudine for chemotherapy-associated hepatitis B reactivation in non-hodgkin s lymphoma: a randomized trial. Hepatology 2008;47(3): Huang YH, Hsiao LT, Hong YC, et al. Randomized controlled trial of entecavir prophylaxis for rituximab-associated hepatitis B virus reactivation in patients with lymphoma and resolved hepatitis B. J Clin Oncol 2013;31(22): Jang JW, Choi JY, Bae SH, et al. A randomized controlled study of preemptive lamivudine in patients receiving transarterial chemo-lipiodolization. Hepatology 2006;43(2): Lau GK, Yiu HH, Fong DY, et al. Early is superior to deferred preemptive lamivudine therapy for hepatitis B patients undergoing chemotherapy. Gastroenterology 2003;125(6): Long M, Jia W, Li S, et al. A single-center, prospective and randomized controlled study: can the prophylactic use of lamivudine prevent hepatitis B virus reactivation in hepatitis B s-antigen seropositive breast cancer patients during chemotherapy? Breast Cancer Res Treat 2011;127(3): Loomba R, Rowley A, Wesley R, et al. Systematic review: the effect of preventive lamivudine on hepatitis B reactivation during chemotherapy. Ann Intern Med 2008;148(7): Chen FW, Coyle L, Jones BE, et al. Entecavir versus lamivudine for hepatitis B prophylaxis in patients with haematological disease. Liver Int 2013;33(8): Huang H, Li X, Zhu J, et al. Entecavir vs lamivudine for prevention of hepatitis B virus reactivation among patients with untreated diffuse large B-cell lymphoma receiving R-CHOP chemotherapy: a randomized clinical trial. JAMA 2014;312(23): Li HR, Huang JJ, Guo HQ, et al. Comparison of entecavir and lamivudine in preventing hepatitis B reactivation in lymphoma patients during chemotherapy. J Viral Hepat 2011;18(12): Hui CK, Cheung WW, Au WY, et al. Hepatitis B reactivation after withdrawal of pre-emptive lamivudine in patients with haematological malignancy on completion of cytotoxic chemotherapy. Gut 2005;54(11): Ontvangen 30 mei 2016, geaccepteerd 20 september Nederlands Tijdschrift voor Oncologie Jaargang 13 - nr. 8 - december 2016

HUIDIGE BEHANDELING VAN CHRONISCHE HEPATITIS-B-VIRUSINFECTIE VOLGENS DE RICHTLIJNEN

HUIDIGE BEHANDELING VAN CHRONISCHE HEPATITIS-B-VIRUSINFECTIE VOLGENS DE RICHTLIJNEN HUIDIGE BEHANDELING VAN CHRONISCHE HEPATITIS-B-VIRUSINFECTIE VOLGENS DE RICHTLIJNEN Nederlandse richtlijn? (2008 en 2012) AASLD richtlijn? (2009) EASL richtlijn? (2012) Met dank aan Erik Buster en de overige

Nadere informatie

Het Hepatitis probleem in NL

Het Hepatitis probleem in NL Bewustwording Identificatie-Behandeling HEPATITIS B en C Het Hepatitis probleem in NL Virale hepatitis A-E : Wat is er aan het veranderen? Chronische hepatitis B & C: Sterfte, Impact behandeling Uitdaging

Nadere informatie

Acute hepatitis-b-virusreactivatie na R-CHOP-behandeling: een potentieel levensgevaarlijke aandoening

Acute hepatitis-b-virusreactivatie na R-CHOP-behandeling: een potentieel levensgevaarlijke aandoening Acute hepatitis-b-virusreactivatie na R-CHOP-behandeling: een potentieel levensgevaarlijke aandoening Acute hepatitis B virus reactivation following R-CHOP treatment: a potentially fatal condition E.M.

Nadere informatie

HEPATITIS B EN ZWANGERSCHAP. Ann-Sophie Page & Gerbrich van den Bosch 04-11-2014

HEPATITIS B EN ZWANGERSCHAP. Ann-Sophie Page & Gerbrich van den Bosch 04-11-2014 HEPATITIS B EN ZWANGERSCHAP Ann-Sophie Page & Gerbrich van den Bosch 04-11-2014 INTRODUCTIE HBV = dsdna virus, hoge viremie, zeer infectieus (50-100x infectieuzer dan HIV) Transmissie door contact met

Nadere informatie

Reactivatie van het hepatitis B-virus bij patiënten met een hematologische maligniteit

Reactivatie van het hepatitis B-virus bij patiënten met een hematologische maligniteit STAND VAN ZAKEN Reactivatie van het hepatitis B-virus bij patiënten met een hematologische maligniteit R.B. (Bart) Takkenberg, Hans L. Zaaijer, David F. ten Cate, Bart J. Biemond, Peter L.M. Jansen en

Nadere informatie

Virale hepatitis: diagnostiek en beleid bij de hematologische patiënt

Virale hepatitis: diagnostiek en beleid bij de hematologische patiënt 5 Virale hepatitis: diagnostiek en beleid bij de hematologische patiënt Viral hepatitis: diagnosis and management in hematological patients dr. D. Posthouwer Samenvatting Onder virale hepatitis wordt hepatitis

Nadere informatie

Geïndividualiseerde behandeling van chronische hepatitis B-patiënten

Geïndividualiseerde behandeling van chronische hepatitis B-patiënten Geïndividualiseerde behandeling van chronische hepatitis B-patiënten Individualized management of patients with chronic hepatitis B Dr. W.P. Brouwer 1 Samenvatting Op 16 oktober 2015 promoveerde dr. W.P.

Nadere informatie

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht Zwangerschap en HBV Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht 1 Virale aandoeningen die verticaal overdraagbaar zijn HIV Hepatitis B

Nadere informatie

Hepatitis B bij de oncologische patiënt: casuïstiek, valkuilen en adviezen

Hepatitis B bij de oncologische patiënt: casuïstiek, valkuilen en adviezen CASUÏSTIEK 46 Hepatitis B bij de oncologische patiënt: casuïstiek, valkuilen en adviezen Hepatitis B in the oncological patient: clinical cases, perils and recommendations M.T.D. Weiland1, dr. P. Kuijer

Nadere informatie

Hepatitis B. www.hepatitisinfo.nl

Hepatitis B. www.hepatitisinfo.nl Hepatitis B www.hepatitisinfo.nl Hepatitis B Epidemiologie Transmissie Virologie HBV kliniek / symptomen Diagnostiek Behandeling Preventie Prevalentie chronische hepatitis B in volwassenen Bron: http://wwwnc.cdc.gov/travel/yellowbook/2016/infectious-diseases-related-to-travel/hepatitis-b#4621

Nadere informatie

Focus wie ooit gediagnosticeerd moet nog behandeld worden. Prof. dr. Jan Hendrik Richardus Dr. Robine Hofman Abby Falla, MSc

Focus wie ooit gediagnosticeerd moet nog behandeld worden. Prof. dr. Jan Hendrik Richardus Dr. Robine Hofman Abby Falla, MSc Focus 2016-2017 wie ooit gediagnosticeerd moet nog behandeld worden Prof. dr. Jan Hendrik Richardus Dr. Robine Hofman Abby Falla, MSc Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Nationale

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 146 Klinische en immunologische aspecten van pretransplantatie bloedtransfusies Inleiding Bloedtransfusies worden in de meeste gevallen gegeven aan patiënten die een tekort hebben

Nadere informatie

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg Leverenzymstoornissen Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg Vrouw, 30jaar komt op mijn spreekuur Na anamnese en LO sluit ik een leverprobleem niet uit. Ik vraag probleemgeoriënteerd labonderzoek

Nadere informatie

Flaviviridae family Genus Hepacivirus Diameter 50 nm 11 genotypes (1-11), verschillende subtypes

Flaviviridae family Genus Hepacivirus Diameter 50 nm 11 genotypes (1-11), verschillende subtypes HCV HCV Flaviviridae family Genus Hepacivirus Diameter 50 nm 11 genotypes (1-11), verschillende subtypes (a,b,c, ) Reservoir: mens ssrna + virus (9600b) Icosahedraal capside Lipidenbilayer enveloppe met

Nadere informatie

Nut en noodzaak van CZS profylaxe bij DLBCL in rituximab tijdperk

Nut en noodzaak van CZS profylaxe bij DLBCL in rituximab tijdperk Nut en noodzaak van CZS profylaxe bij DLBCL in rituximab tijdperk Moderator P.J. Lugtenburg speaker Jeanette Doorduijn Belangenverklaring In overeenstemming met de regels van de Inspectie van de Gezondheidszorg

Nadere informatie

Bewustzijn identificatie behandeling hepatitis B en C

Bewustzijn identificatie behandeling hepatitis B en C Bewustzijn identificatie behandeling hepatitis B en C Inleiding Voorstellen sprekers/voorbereiders Quiz Virale hepatitis in de huisartsen praktijk Casuistiek hepatitis C Wat is er aan behandeling mogelijk

Nadere informatie

Dr.L.C. Baak MDL OLVG Februari 2015

Dr.L.C. Baak MDL OLVG Februari 2015 Dr.L.C. Baak MDL OLVG Februari 2015 Behandeling chronische hepatitis C- ook in 2015 Doel: HCV kwijtraken Histologische verbetering Cirrose voorkomen Hepatocellulair carcinoom voorkomen PegInterferon Ribavirine

Nadere informatie

Opvolgrapport Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering actieve opsporing van chlamydia trachomatis-infecties in de huisartspraktijk

Opvolgrapport Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering actieve opsporing van chlamydia trachomatis-infecties in de huisartspraktijk Opvolgrapport Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering actieve opsporing van chlamydia trachomatis-infecties in de huisartspraktijk Auteur: Veronique Verhoeven Augustus 2009 Conclusie van deze opvolging

Nadere informatie

Hepatologie; naar een volwaardige discipline. Jeoffrey Schouten

Hepatologie; naar een volwaardige discipline. Jeoffrey Schouten Hepatologie; naar een volwaardige discipline Jeoffrey Schouten 3 Inleiding 1978: Stevie Wonder en Fleetwood Mac winnen de music awards Eerste aflevering van Dallas op de Amerikaanse TV Première van Grease

Nadere informatie

Zorgmodel behandeling patiënten in Maastricht, samenwerking infectie-ziekten/ MDL, en de rol van de hepatitisverpleegkundige

Zorgmodel behandeling patiënten in Maastricht, samenwerking infectie-ziekten/ MDL, en de rol van de hepatitisverpleegkundige Zorgmodel behandeling patiënten in Maastricht, samenwerking infectie-ziekten/ MDL, en de rol van de hepatitisverpleegkundige Nationale hepatitis dag 2015 Beurs van Berlage Amsterdam Ger H. Koek, M.D. PhD

Nadere informatie

Hepatitis E, wat moet je ermee?

Hepatitis E, wat moet je ermee? Hepatitis E, wat moet je ermee? Caroline Swanink, arts-microbioloog Rijnstate 11 oktober 2016 Wanneer verricht u diagnostiek naar hepatitis E virus? A. Altijd bij een acuut hepatitis beeld B. Bij een acuut

Nadere informatie

Zeg nee! Tegen Hepatitis B. Hepatitis B-campagne voor en door Chinezen in Rotterdam e.o. Reinoud Wolter GGD Rotterdam-Rijnmond

Zeg nee! Tegen Hepatitis B. Hepatitis B-campagne voor en door Chinezen in Rotterdam e.o. Reinoud Wolter GGD Rotterdam-Rijnmond Zeg nee! Tegen Hepatitis B Hepatitis B-campagne voor en door Chinezen in Rotterdam e.o. Reinoud Wolter GGD Rotterdam-Rijnmond 乙型肝炎行動 China aan de Maas Bestrijding Hepatitis B.Sinds 1989 zwangerschapsscreening.sinds

Nadere informatie

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers Dhr O., 60 jaar Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen Claudia Ootjers Geen (potentiële) belangenverstrengeling Klinische Dag NVvH 2 Relevante

Nadere informatie

NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen

NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen Martijn Sijbom Huisarts Wetenschappelijk medewerker NHG Afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap Disclosure belangen spreker: (Potentiële) Belangenverstrengeling:

Nadere informatie

Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom. 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 2010. Casus

Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom. 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 2010. Casus Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom Jan Willem de Groot Carolien Schröder 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 200 Casus 33-jarige vrouw 7 weken gemelli-zwangerschap Palpabele

Nadere informatie

Chemotherapie en stolling

Chemotherapie en stolling Chemotherapie en stolling Therapie, preventie en risicofactoren Karen Geboes UZ Gent 4 december 2015 Avastin en longembolen: hoe behandelen en Avastin al dan niet verder? Chemotherapie en stolling: Therapie,

Nadere informatie

MDO september B. J. Snel AIOS anesthesiologie

MDO september B. J. Snel AIOS anesthesiologie MDO september 2014 B. J. Snel AIOS anesthesiologie Casus Man, 1955 RvO: SAB obv PICA dissectie embolisatie PICA, EVD Problemen Wisselend EMV / hoge druk Hikken bij (verdenking) Wallenbergsyndroom waarvoor

Nadere informatie

Een nationaal hepatitis plan voor Nederland

Een nationaal hepatitis plan voor Nederland Een nationaal hepatitis plan voor Nederland 1 PROF. DR. JAN HENDRIK RICHARDUS AFDELING MAATSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSZORG ERASMUS MC, ROTTERDAM Disclosure belangen spreker 2 (potentiële) belangenverstrengeling:

Nadere informatie

Detectie van occulte Hepatitis B bij bloeddonoren

Detectie van occulte Hepatitis B bij bloeddonoren Detectie van occulte Hepatitis B bij bloeddonoren Marco Koppelman 1, Theo Cuypers 2, Harry Bos 1, Maarten Koot 2, Hans Zaaijer 3 1 afdeling Nationaal Screening laboratorium Sanquin (NSS), divisie Diagnostiek

Nadere informatie

Waldenström s Macroglobulinemia familie en secundaire maligniteiten

Waldenström s Macroglobulinemia familie en secundaire maligniteiten familie en secundaire maligniteiten Patient Session October 9, 2016 Amsterdam, The Netherlands Robert A. Kyle, MD Mayo Clinic Rochester, MN, USA Scottsdale, Arizona Rochester, Minnesota Jacksonville, Florida

Nadere informatie

Monitoringrapport 2012

Monitoringrapport 2012 Monitoringrapport 2012 Humaan 12 immuundeficiëntievirus 217 (HIV) infectie in 6Nederland Nederlandse samenvatting Monitoring van HIV in Nederland Elk jaar rond 1 december, Wereld AIDS dag, publiceert de

Nadere informatie

In Nederland zijn ongeveer 60.000 chronische

In Nederland zijn ongeveer 60.000 chronische epidemiologie Gezondheidswinst van antivirale therapie nog veel te onbekend Onnodige sterfte door hepatitis B en C drs. Hilje Logtenberg-van der Grient, arts, hoofd Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort

Nadere informatie

Inhoudsopgave Inleiding Voor wie is deze brochure? 1. Hepatitis 2. Behandeling medicijnen Alternatieve aanvullende behandelingen

Inhoudsopgave Inleiding Voor wie is deze brochure? 1. Hepatitis 2. Behandeling medicijnen Alternatieve aanvullende behandelingen Inhoudsopgave Inleiding 1 Voor wie is deze brochure? 1 1. Hepatitis B 1 1.1 Wanneer behandelen 1 1.2 Wanneer niet behandelen 2 1.3 Zwangerschap en behandeling 3 2. Behandeling en medicijnen 4 2.1 PEG-interferon

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift richt zich op statinetherapie in type 2 diabetespatiënten; hiervan zijn verschillende aspecten onderzocht. In Deel I worden de effecten van statines op LDLcholesterol en cardiovasculaire

Nadere informatie

Samenvatting. Reumatoïde artritis: biologicals en bot

Samenvatting. Reumatoïde artritis: biologicals en bot * Samenvatting Reumatoïde artritis: biologicals en bot Samenvatting In deel I van dit proefschrift worden resultaten gepresenteerd van onderzoek naar gegeneraliseerd botverlies (osteoporose) in patiënten

Nadere informatie

Nieuwe behandelingsopties HCV. Wie willen we bereiken? Sophie Willemse Maag-Darm-Leverarts Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Nieuwe behandelingsopties HCV. Wie willen we bereiken? Sophie Willemse Maag-Darm-Leverarts Academisch Medisch Centrum Amsterdam Nieuwe behandelingsopties HCV Wie willen we bereiken? Sophie Willemse Maag-Darm-Leverarts Academisch Medisch Centrum Amsterdam Disclosure Sophie Willemse (Potentiële) belangenverstrengeling Geen Wat gaat

Nadere informatie

Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland

Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland Azool resistentie in Aspergillus fumigatus in Nederland - Het totaal aantal aspergillose patiënten in Nederland Het totaal aantal gevallen van invasieve aspergillose in Nederland is niet goed bekend. Mijn

Nadere informatie

Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent

Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent HIV Dr. Steven Callens Dienst Algemeen Inwendige Geneeskunde, Infectieziekten en Psychosomatiek Universitair Ziekenhuis Gent 1 HIV Hepatitis C (&B) - TB HIV TB HCV HBV 2 HIV 3 4 5 Evolutie van HIV epidemie

Nadere informatie

Achtergrond Gerandomiseerde studie om de waarde van autologe stamceltransplantatie aan te tonen bij nieuw gediagnosteerde multipel myeloom.

Achtergrond Gerandomiseerde studie om de waarde van autologe stamceltransplantatie aan te tonen bij nieuw gediagnosteerde multipel myeloom. Samenvatting Hovon 95 Achtergrond Gerandomiseerde studie om de waarde van autologe stamceltransplantatie aan te tonen bij nieuw gediagnosteerde multipel myeloom. Populatie Eerstelijns behandeling bij multipel

Nadere informatie

De behandeling van sarcoïdose: een stapsgewijze benadering

De behandeling van sarcoïdose: een stapsgewijze benadering De behandeling van sarcoïdose: een stapsgewijze benadering Bij de behandeling van sarcoïdose zijn de volgende drie vragen met name van belang: welke patiënten hebben behandeling nodig, waarmee dienen deze

Nadere informatie

BIJLAGE IV WETENSCHAPPELIJKE CONCLUSIES

BIJLAGE IV WETENSCHAPPELIJKE CONCLUSIES BIJLAGE IV WETENSCHAPPELIJKE CONCLUSIES Wetenschappelijke conclusies Co-infectie met hepatitis В-virus (HBV) en hepatitis C-virus (HCV) komt niet zelden voor als gevolg van overlappende overdrachtswijzen.

Nadere informatie

OLIJFdag 3 oktober 2015

OLIJFdag 3 oktober 2015 OLIJFdag 3 oktober 2015 Nieuwe behandelingen bij eierstokkanker Els Witteveen Internist-oncoloog Huidige en nieuwe inzichten Intraperitoneale toediening Toevoeging van bevacizumab Dose dense toediening

Nadere informatie

Klinische Dag. 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker. (potentiële) belangenverstrengeling

Klinische Dag. 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker. (potentiële) belangenverstrengeling Klinische Dag 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Geen Papiloedeem als eerste presentatie van het POEMS syndroom Dieneke Breukink, ANIOS Interne Geneeskunde R.

Nadere informatie

Perifere zenuw blokkade bij een patiënt at risk voor compartiment syndroom? Lucie van Genugten 3 e jaars AIOS Anesthesiologie 7 November 2014

Perifere zenuw blokkade bij een patiënt at risk voor compartiment syndroom? Lucie van Genugten 3 e jaars AIOS Anesthesiologie 7 November 2014 Perifere zenuw blokkade bij een patiënt at risk voor compartiment syndroom? Lucie van Genugten 3 e jaars AIOS Anesthesiologie 7 November 2014 Vraag Maskeert een perifere zenuwblokkade het optreden van

Nadere informatie

ILC > 3 cm: neoadjuvante chemotherapie heeft geen nut! Sabine C. Linn, MD PhD Divisies Medische Oncologie en Moleculaire Biologie

ILC > 3 cm: neoadjuvante chemotherapie heeft geen nut! Sabine C. Linn, MD PhD Divisies Medische Oncologie en Moleculaire Biologie ILC > 3 cm: neoadjuvante chemotherapie heeft geen nut! Sabine C. Linn, MD PhD Divisies Medische Oncologie en Moleculaire Biologie Heeft neoadjuvant chemotherapie nut bij ILC > 3 cm? Ja Nee Weet niet/geen

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 11

Samenvatting. Samenvatting 11 Samenvatting Dit advies gaat over de vraag of het wenselijk is om mensen die chronisch geïnfecteerd zijn met het hepatitis B-virus (HBV) of het hepatitis C-virus (HCV) op te sporen door middel van screening.

Nadere informatie

Samenvatting. Chapter12

Samenvatting. Chapter12 Samenvatting Chapter12 Coinfectie met Mycobacterium Tuberculose tijdens HIV-infectie is een groot probleem in de derde wereld, daar dit leidt tot een grotere sterfte. (hoofdstuk I) In de studies beschreven

Nadere informatie

Marlies Peters. Workshop Vermoeidheid

Marlies Peters. Workshop Vermoeidheid Marlies Peters Workshop Vermoeidheid De ene vermoeidheid is de andere niet Deze vermoeidheid is er plotseling, niet gerelateerd aan geleverde inspanning De vermoeidheid wordt als (zeer) extreem ervaren

Nadere informatie

Citation for published version (APA): van Houdt, R. (2009). Molecular epidemiology of hepatitis B in the Netherlands

Citation for published version (APA): van Houdt, R. (2009). Molecular epidemiology of hepatitis B in the Netherlands UvA-DARE (Digital Academic Repository) Molecular epidemiology of hepatitis B in the Netherlands van Houdt, R. Link to publication Citation for published version (APA): van Houdt, R. (2009). Molecular epidemiology

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus

Nederlandse samenvatting. Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Nederlandse samenvatting Baarmoederhalskanker en het humaan papillomavirus Baarmoederhalskanker is de op een na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Elk jaar krijgen wereldwijd ongeveer 500.000

Nadere informatie

Osteoporose profylaxe bij 80+

Osteoporose profylaxe bij 80+ Osteoporose profylaxe bij 80+ Emilie Gieling, AIOS Ziekenhuisfarmacie, CWZ Prof. Dr. Joop van den Bergh, internist-endocrinoloog, VieCurie MC Noord-Limburg, Maastricht UMC & UHasselt België (potentiële)

Nadere informatie

www.virology-education.nl

www.virology-education.nl HEPATITIS MASTERCLASS UTRECHT 2016-2017 MEETING PROSPECTUS www.virology-education.nl INHOUD Introductie... 3 Meeting beschrijving... 4 Achtergrond... 4 Leerdoelen... 4 Opzet... 4 Doelgroep... 4 Voorzitters...

Nadere informatie

Acute graft-versus-host ziekte na een levertransplantatie: wat te doen? T.J.F. Snijders

Acute graft-versus-host ziekte na een levertransplantatie: wat te doen? T.J.F. Snijders Acute graft-versus-host ziekte na een levertransplantatie: wat te doen? T.J.F. Snijders Casus 47 jarige vrouw Voorgeschiedenis 2004 Primair scleroserende cholangitis 2012 Eindstadium primair scleroserende

Nadere informatie

richtlijn Behandeling van chronische hepatitis-b-virusinfectie

richtlijn Behandeling van chronische hepatitis-b-virusinfectie richtlijn Behandeling van chronische hepatitis-b-virusinfectie Samenvatting De richtlijn Behandeling van chronische hepatitis-b-virusinfectie is door de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen

Nadere informatie

Muziektherapie in de oncologie

Muziektherapie in de oncologie Muziektherapie in de oncologie Wetenschap en praktijk combineren Tom Abrahams 26 mei 2015 Wat is muziektherapie? Een vorm van vaktherapie Ervaringsgericht Interventies binnen muzikale context Waar wordt

Nadere informatie

Symposium Borstkanker bij jong en oud. Chemotherapie bij jonge patiënten K. Punie

Symposium Borstkanker bij jong en oud. Chemotherapie bij jonge patiënten K. Punie Symposium Borstkanker bij jong en oud 15-10-2016 K. Punie Algemene Medische Oncologie Multidisciplinair Borstcentrum UZ Leuven - Gasthuisberg Mortality rate reduction in breast cancer EBCTCG, Lancet 2012;

Nadere informatie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie 166 Samenvatting SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie Deel I Introductie In de introductie van dit proefschrift (Hoofdstuk

Nadere informatie

Antibiotica gebruik met behulp van procalcitonine waardes?

Antibiotica gebruik met behulp van procalcitonine waardes? Antibiotica gebruik met behulp van procalcitonine waardes? E de Jong Infectioloog- intensivist 8 december 2016 Disclosure interest Overzicht 1. Wat is procalcitonine (PCT)? 2. Is er bewijs voor PCT buiten

Nadere informatie

Artikel Effectieve verwijzing van chronische hepatitis B-patiënten en bescherming van contacten door de GGD

Artikel Effectieve verwijzing van chronische hepatitis B-patiënten en bescherming van contacten door de GGD Artikel Effectieve verwijzing van chronische hepatitis B-patiënten en bescherming van contacten door de GGD R.P.M. Koene, M.F. Lohuis, J. Terpstra, R. Wessel De GGD heeft een regiefunctie bij de begeleiding

Nadere informatie

Chlamydia hertesten en partnerwaarschuwing in de populatie. Janneke Heijne. MINC symposium 26 juni 2014 Maastricht

Chlamydia hertesten en partnerwaarschuwing in de populatie. Janneke Heijne. MINC symposium 26 juni 2014 Maastricht Chlamydia hertesten en partnerwaarschuwing in de populatie Janneke Heijne MINC symposium 26 juni 2014 Maastricht Stellingen 1. Wiskundige modellen zijn nuttig voor het adviseren van beleid 2. Hoe meer

Nadere informatie

Osteonecrosis of the jaw (ONJ)

Osteonecrosis of the jaw (ONJ) INLEIDING Welkom 1 2 Osteonecrosis of the jaw (ONJ) Hoe kunnen we dit voorkomen en als het toch optreedt, hoe kunnen we het managen? 3 Complication of bisphosphonate and denosumab use 1 Dit ga je echter

Nadere informatie

Immunotherapie bij reuma. Maarten Rood, reumatoloog

Immunotherapie bij reuma. Maarten Rood, reumatoloog Immunotherapie bij reuma Maarten Rood, reumatoloog RA pathogenese Normale situatie 1 2 bot bedekt met kraakbeen 3 In het gewricht bevindt zich het synoviaal vocht 4 Het synoviaal membraan sluit deze ruimte

Nadere informatie

CoRPS. 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies

CoRPS. 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies 'Cancer survivorship' onderzoek in Zuid Oost Nederland: van epidemiologische bevindingen naar interventies Center of Research on Psychology in Somatic diseases Lonneke van de Poll Franse, Integraal Kankercentrum

Nadere informatie

Sessie V 10.20 uur 11.45 uur Epidemiologie van virale hepatitis in NL. Moderatie Jim van Steenbergen & Hans Zaaijer. Jim van Steenbergen, INZI RIVM

Sessie V 10.20 uur 11.45 uur Epidemiologie van virale hepatitis in NL. Moderatie Jim van Steenbergen & Hans Zaaijer. Jim van Steenbergen, INZI RIVM Sessie V 10.20 uur 11.45 uur Epidemiologie van virale hepatitis in NL Moderatie Jim van Steenbergen & Hans Zaaijer Jim van Steenbergen, INZI RIVM Epidemiologie, bestrijding, preventie HAV HBV Transmissie

Nadere informatie

Snelle mutatiescreening bij borstkanker. Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht

Snelle mutatiescreening bij borstkanker. Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht Snelle mutatiescreening bij borstkanker Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht Erfelijke borstkanker Tenminste 5% van de patiënten met mammacarcinoom Dominante overerving Oorzaak:

Nadere informatie

Oligometastatischeziekte bij het mammacarcinoom. M. van der Sangen, radiotherapeut

Oligometastatischeziekte bij het mammacarcinoom. M. van der Sangen, radiotherapeut Oligometastatischeziekte bij het mammacarcinoom M. van der Sangen, radiotherapeut Borstkanker in perspectief Borstkanker in Nederland Nieuwe borstkankers per jaar: 15.000 Metastasen bij diagnose: 750 (5%)

Nadere informatie

Nutritional Risk Screening (NRS 2002)

Nutritional Risk Screening (NRS 2002) Nutritional Risk Screening (NRS 2002) Bron: Kondrup, J., Rasmussen, H. H., Hamberg, O., Stanga, Z., & ad hoc ESPEN Working Group (2003). Nutritional Risk Screening (NRS 2002): a new method based on an

Nadere informatie

Staat de radiotherapie indicatie ook vast na een complete respons op NAC?

Staat de radiotherapie indicatie ook vast na een complete respons op NAC? Staat de radiotherapie indicatie ook vast na een complete respons op NAC? Nina Bijker, radiotherapeut AMC BBB symposium 7 september 2017 No conflict of interest Focus op postmastectomie radiotherapie (PMRT)

Nadere informatie

Beter een goede buur. Eric Tjwa Eric Tjwa 23 10 2015

Beter een goede buur. Eric Tjwa Eric Tjwa 23 10 2015 Beter een goede buur. Eric Tjwa Eric Tjwa 23 10 2015 Vrouw, achterhoekse, 53 jaar RKH RvK Hepatitis i VG COPD Acute myeloid leukemia: 2 maanden voor presentatie behandeld met cytarabine, daunorubicin,

Nadere informatie

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline?

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Joost Hoekstra, internist, AMC Potentiële belangenverstrengeling Klinische Diabetologie AMC ontvangt sponsoring van cq doet projecten met

Nadere informatie

Osteoporoseprofylaxe bij corticosteroïdgebruik

Osteoporoseprofylaxe bij corticosteroïdgebruik Osteoporoseprofylaxe bij corticosteroïdgebruik 101-106 Deze Medisch Farmaceutische Beslisregel (MFB) is ontwikkeld door de KNMP en Health Base, in samenwerking met de Expertgroep MFB. Datum 27 mei 2013

Nadere informatie

Behandeling en monitoring

Behandeling en monitoring Behandeling en monitoring De behandeling van virale hepatitis bij opiaatafhankelijke patienten: knelpunten en nieuwe kansen D.M. Hotho Arts-assistent in opleiding tot MDL-arts Erasmus MC Rotterdam Disclosure

Nadere informatie

Vaccins niet-levend + immunosuppressiva 13048

Vaccins niet-levend + immunosuppressiva 13048 Vaccins niet-levend + immunosuppressiva 13048 Onderbouwend Stof Effect Code -- Overig Stof Effect SPC Remicade, Advagraf, infliximab, niet-levende vaccins niet genoemd Rapamune, Tysabri tacrolimus, everolimus,

Nadere informatie

Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC

Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC Streeklab GGD Amsterdam, 30 okt 2009 Hans L. Zaaijer, arts-microbioloog AMC - Klinische Virologie / Sanquin - Bloedoverdraagbare Infecties leverontsteking chemisch/toxisch

Nadere informatie

Hepatitis A. Transmissiedag Infectieziekten 14 september 2010

Hepatitis A. Transmissiedag Infectieziekten 14 september 2010 Hepatitis A Transmissiedag Infectieziekten 14 september 2010 Pierre Van Damme, MD, PhD Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties Vaccin & Infectieziekten Instituut Referentiecentrum WGO, Universiteit Antwerpen

Nadere informatie

Serologische testen en interpretatie van testresultaten

Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen Serologie is de leer van de stoffen die zich bevinden in het bloedserum. Bloedserum is het vocht dat verkregen is nadat bloed

Nadere informatie

Fictieve casus. Risico inschatting SOA en welke therapie is aangewezen. Risico op een SOA afhankelijk van. Welke SOA/infecties

Fictieve casus. Risico inschatting SOA en welke therapie is aangewezen. Risico op een SOA afhankelijk van. Welke SOA/infecties Risico inschatting SOA en welke therapie is aangewezen Quirijn de Mast Internist infectioloog Fictieve casus Vrouw 26 jaar Na het uitgaan verkracht (vaginaal) door onbekende Nederlandse man Geen condoom

Nadere informatie

Samenvatting Chapter 2 128

Samenvatting Chapter 2 128 et al. [55] vond zelfs dat embryonale stamcellen van de muis bewerkt konden worden om te kunnen differentieren naar folliculaire cellen van de schildklier, in vitro te genereren naar functioneel schildklierweefsel,

Nadere informatie

Epidemiologie van HIV/HCV coinfectie. Moleculair epidemioloog, GGD Amsterdam

Epidemiologie van HIV/HCV coinfectie. Moleculair epidemioloog, GGD Amsterdam Epidemiologie van HIV/HCV coinfectie Thijs van de Laar Moleculair epidemioloog, GGD Amsterdam 19 januari 2010 19 januari 2010 Epidemiologie van HIV/HCV coinfectie 2 Risicogroepen Injecterende drugsgebruikers

Nadere informatie

(Neo)adjuvante chemotherapie bij het rectumcarcinoom. Prof.dr. Kees Punt afd. Medische Oncologie AMC Amsterdam

(Neo)adjuvante chemotherapie bij het rectumcarcinoom. Prof.dr. Kees Punt afd. Medische Oncologie AMC Amsterdam (Neo)adjuvante chemotherapie bij het rectumcarcinoom Prof.dr. Kees Punt afd. Medische Oncologie AMC Amsterdam Adjuvante chemotherapie bij rectumcarcinoom in Nederland Geloof Gewoonte Evidence-based medicine

Nadere informatie

Hypereosinofiel syndroom

Hypereosinofiel syndroom Hypereosinofiel syndroom R. Fijnheer Meander Medisch Centrum/UMCUtrecht HES Incidentie: 2-4 per 1.000.000 per jaar Man> vrouw Leeftijd: 30-70 erg in belangstelling: glivec, mepolizumab etc. Lastig voor

Nadere informatie

Immuuntherapie: resultaten tot nu toe bij patiënten met een longcarcinoom Willemijn Theelen

Immuuntherapie: resultaten tot nu toe bij patiënten met een longcarcinoom Willemijn Theelen Immuuntherapie: resultaten tot nu toe bij patiënten met een longcarcinoom 15-06-2017 Willemijn Theelen w.theelen@nki.nl Risicofactoren Longcarcinoom Roken in 90% de oorzaak Passief roken : 1,2-1,3 x verhoogd

Nadere informatie

Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom. 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog

Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom. 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog Doelgerichte therapie bij het lokaal gevorderd en gemetastaseerd

Nadere informatie

Themadag Specifieke Diagnoses Nefrotisch syndroom

Themadag Specifieke Diagnoses Nefrotisch syndroom Themadag Specifieke Diagnoses Nefrotisch syndroom Dr. Michiel Schreuder, kindernefroloog Anne Schijvens, arts-onderzoeker 30-9-2017 Algemeen Achtergrond informatie Cijfers nefrotisch syndroom Vormen nefrotisch

Nadere informatie

HIT. MDO-onderwijs d.d Claire Slegers Fellow Intensive Care

HIT. MDO-onderwijs d.d Claire Slegers Fellow Intensive Care HIT MDO-onderwijs d.d. 01-12-2014 Claire Slegers Fellow Intensive Care Casus Man 68 RvO: Dag 1 TAAA - Buisprothese VG: o.a. 97 AAA - Buisprothese, ACS wv. ASA Postoperatief start LMWH (nadroparine 1dd2850

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Thiopurines en inflammatoir darmlijden; farmacologie en toxiciteit Dit proefschrift beschrijft nieuwe farmacologische en toxicologische inzichten in het gebruik van thiopurine

Nadere informatie

Centraal zenuwstelsel betrokkenheid in cutaan T-cel lymfoom. MDO-praatje

Centraal zenuwstelsel betrokkenheid in cutaan T-cel lymfoom. MDO-praatje Centraal zenuwstelsel betrokkenheid in cutaan T-cel lymfoom MDO-praatje Casus Patient CutaanT-cel lymfoom, type mycosis fungoides met aanwijzingen voor lymfeklierbetrokkenheid (niet PA-bewezen). Buikproblemen

Nadere informatie

De patiënt met een falend transplantaat. De andere realiteit van transplantatiezorg. Bouke Hepkema en Stefan Berger

De patiënt met een falend transplantaat. De andere realiteit van transplantatiezorg. Bouke Hepkema en Stefan Berger De patiënt met een falend transplantaat. De andere realiteit van transplantatiezorg Bouke Hepkema en Stefan Berger Translantaatfalen In de VS nr 5 van oorzaken voor nierfalen 4% van de dialysepopulatie

Nadere informatie

Bijlage 4 Vragenlijst over hepatitis B

Bijlage 4 Vragenlijst over hepatitis B Bijlage 4 Vragenlijst over hepatitis B Algemeen Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid gegevens te verzamelen voor bron- en contactonderzoek na een melding van hepatitis B. Hoewel bij chronische hepatitis

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary)

Chapter 9. Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary) Chapter 9 Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary) 10 13 14 15 16 17 18 19 20 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 Chapter 9 122 Dutch Summary Nederlandse Samenvatting Reumatoïde artritis

Nadere informatie

Mindfulness binnen de (psycho) oncologie. Else Bisseling, 16 mei 2014

Mindfulness binnen de (psycho) oncologie. Else Bisseling, 16 mei 2014 Mindfulness binnen de (psycho) oncologie Else Bisseling, 16 mei 2014 (Online) Mindfulness-Based Cognitieve Therapie voor kankerpatiënten. (Cost)effectiveness of Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)

Nadere informatie

Bevorderen van Hepatitis B screening in de Turkse gemeenschap in Rotterdam Ytje van der Veen Presentatie: Dr. Jan Hendrik Richardus

Bevorderen van Hepatitis B screening in de Turkse gemeenschap in Rotterdam Ytje van der Veen Presentatie: Dr. Jan Hendrik Richardus Bevorderen van Hepatitis B screening in de Turkse gemeenschap in Rotterdam 2007 2011 Ytje van der Veen Presentatie: Dr. Jan Hendrik Richardus - Hepatitis B (HBV) bij Turkse Nederlanders - Vooronderzoek

Nadere informatie

Neutropenie bij ABVD. Mirjam Oudshoorn. Co-authors Sabina Kersting, Ward Posthuma, Marjolein Donker

Neutropenie bij ABVD. Mirjam Oudshoorn. Co-authors Sabina Kersting, Ward Posthuma, Marjolein Donker Neutropenie bij ABVD Mirjam Oudshoorn Co-authors Sabina Kersting, Ward Posthuma, Marjolein Donker Belangenverklaring In overeenstemming met de regels van de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) Naam:

Nadere informatie

Pegfilgrastim. Het afbeeldingonderdeel met relatie-id rid12

Pegfilgrastim. Het afbeeldingonderdeel met relatie-id rid12 Pegfilgrastim Jacqueline Wallage AIOS Anesthesiologie 21 augustus 2017 Het afbeeldingonderdeel met relatie-id rid2 is niet aangetroffen in het bestand. Casus Man met lymfoom en darmperforatie Na CHOP-kuur

Nadere informatie

Acute myeloïde leukemie. Annoek Broers 7e nascholing hematologie 20-03-2014

Acute myeloïde leukemie. Annoek Broers 7e nascholing hematologie 20-03-2014 Acute myeloïde leukemie Annoek Broers 7e nascholing hematologie 20-03-2014 Bloedcelvorming - hematopoiese selfrenewal Multilineage differentiation Acute myeloïde leukemie - AML Normaal beenmerg Bloedarmoede

Nadere informatie

MOSAIC studie Informatiebrief voor cases

MOSAIC studie Informatiebrief voor cases 1 MOSAIC studie Informatiebrief voor cases Informatiebrief betreffende het onderzoek (MOSAIC studie): de gevolgen van acute hepatitis C virus infectie bij HIV positieve en HIV negatieve mannen die seks

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Nederlandse samenvatting In dit proefschrift wordt het gebruik van aspirine (een bloedverdunner in tabletvorm) en laag-moleculair-gewicht heparine (een injectie die zorgt voor

Nadere informatie

Infliximab Inflectra, Remicade, Remsima

Infliximab Inflectra, Remicade, Remsima Infliximab Inflectra, Remicade, Remsima Ziekenhuis Gelderse Vallei Het doel van deze folder is u praktische informatie te geven over het nieuwe medicijn dat u gaat gebruiken: infliximab. Hoe werkt infliximab?

Nadere informatie

Medicamenteuze Therapie

Medicamenteuze Therapie www.printo.it/pediatric-rheumatology/nl/intro Medicamenteuze Therapie Versie 2016 13. Biologische geneesmiddelen (biologicals) Er zijn de afgelopen jaren nieuwe, veelbelovende geneesmiddelen geïntroduceerd

Nadere informatie