HALFJAARLIJKSE ARBEIDSMARKTBALANS December 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HALFJAARLIJKSE ARBEIDSMARKTBALANS December 2011"

Transcriptie

1 HALFJAARLIJKSE ARBEIDSMARKTBALANS December 2011 Van crisis naar crisis: nieuwe onzekerheid reeds voelbaar op de arbeidsmarkt VDAB Studiedienst

2 1. Inleiding In de Lentenota 2011 werd nog gesproken over de snelle ommekeer op de arbeidsmarkt in 2010, een half jaar later laten de neerwaartse groeiprognoses alweer het tegenovergestelde vrezen. België heeft de vorige crisis relatief goed doorstaan maar moet als enige EU-lidstaat met zware financieelbudgettaire problemen nog doorheen een moeilijke saneringsoperatie. Voorlopig blijft de arbeidsmarkt goed presteren, met een sterk toegenomen arbeidsvraag (vacatures) en een verder dalende werkloosheid, maar er is voor beide indicatoren een vertraging merkbaar. De grote onzekerheid over de afloop van de schuldencrisis en de impact van de saneringen zijn nefast door de remmende invloed op investeringen, bestedingen, economische groei en aanwervingen. In deze Arbeidsmarktbalans blikken we nog een keer terug op de merkwaardige prestaties van de Belgische arbeidsmarkt sinds de bankencrisis van , waarbij de zeer korte herstelperiode opvallend is. In de Europese Unie is de werkgelegenheid nauwelijks gegroeid en de werkloosheid blijft op een hoog niveau, ook in lidstaten die voorheen als modelland aangeduid werden. We bekijken ook de wijzigingen in de werkgelegenheidsstructuur. Na een stabilisatie van de werkgelegenheid in het Vlaamse gewest tijdens de periode zou er de komende jaren ( ) opnieuw een vrij sterke groei volgen, met bijna gemiddeld per jaar. Maar door de versnelde uitstroom van oudere werknemers zou het aantal nodige aanwervingen veel hoger liggen. Prof. Sels schat deze voor de periode op liefst , waarvan meer dan voor de vervanging van 50-plussers. We plaatsen enkele kanttekeningen bij deze analyse die op haar beurt de reeds bestaande rekruteringsproblemen nog ziet escaleren. 2

3 2. Op de rand van een nieuwe recessie? 2.1. Knik in de werkgelegenheidsvooruitzichten Volgens de recentste prognose (eind september 2011) van het Federaal Planbureau 1 zou de Belgische economie in 2011 nog met 2,4% groeien dankzij de sterke eerste jaarhelft, maar dan sterk vertragen tot 1,6% in Enkele weken later ramen de Belgische grootbanken de groei voor 2012 op slechts 1%, meer dan een halvering tegenover In hun prognose valt de groei nagenoeg stil in de tweede jaarhelft en zowel voor het derde als het vierde kwartaal is een nulgroei mogelijk. Bij een nog sterkere terugval door de grote onzekerheid is een nieuwe recessie, twee opeenvolgende kwartalen met negatieve groei, niet uitgesloten. Een herhaling van het scenario in , met elkaar snel opvolgende neerwaartse prognoses? De Belgische conjunctuurbarometer (NBB), op basis van het vertrouwen van de bedrijfsleiders, is in september voor de zesde opeenvolgende keer gedaald tot het laagste peil in bijna twee jaar. De verslechtering doet zich voor in alle bedrijfstakken, met uitzondering van de stabiele bouwnijverheid. De regionale, seizoengezuiverde conjunctuurcurven tonen aan dat ook in de bouwsector in Vlaanderen de opgaande trend in de loop van het eerste kwartaal gekeerd is. De terugval is inmiddels het sterkst in de handel. Uit figuur 1 blijkt dat de conjunctuuromslag zich in de drie grote sectoren ook reeds vertaalt in dalende werkgelegenheidsvooruitzichten. Na een verbetering gedurende bijna twee jaar, sinds het historische dieptepunt van begin 2009, is er begin 2011 een knik in alle sectorale curven. Figuur 1. Vooruitzichten van de werkgelegenheid volgens sector (België; ) Bron: NBB, Conjunctuurbarometer sept Uiteraard zal de groeivertraging ook doorwerken op de arbeidsmarkt. Het is zeer de vraag of de sterke werkgelegenheidsgroei voor 2011 ( in België; raming september) zal gehaald worden. Bij een veel lagere groei in 2012 is een toename met bijna in 2012 wellicht te hoog gegrepen, zeker wanneer bepaalde budgettaire maatregelen reeds in de loop van 2012 ingang vinden. Een eventuele wijziging van het fiscale gunstregime van de dienstencheques zou een sterke terugval van dit belangrijke circuit betekenen, dat gedurende enkele jaren de groeimotor was van de (diensten)werkgelegenheid. En de dalende trend in sommige overheidssectoren en bedrijven (bvb. het recente herstructureringsplan van de NMBS) kan versterkt worden wanneer de massale uitstroom van oudere ambtenaren in slechts beperkte mate vervangen wordt. Voorlopig is er echter nog geen toename in het aantal collectieve ontslagen. Integendeel, tijdens de eerste negen maanden van 2011 werden ontslagen gemeld, een daling met 60% in vergelijking met dezelfde periode van In de loop van de maand oktober werden wel een aantal collectieve ontslagen aangekondigd in de private sector, hetgeen een eerste aanduiding kan zijn van de verslechterde vooruitzichten op de arbeidsmarkt. 1 Federal Planning Bureau, Short Term Update Quarterly Newsletter. 29 september Ook Duitsland heeft recent de groeiprognose voor 2012 bijna gehalveerd, van 1,8% naar 1%. Dit is amper een derde van de nog sterke groeiverwachting (2,9%) voor

4 Het Federaal Planbureau verwacht voor dit jaar nog een daling van de Belgische werkloosheid met eenheden, maar in 2012 opnieuw een toename met De daling van de Belgische werkloosheidsgraad in 2011 (7,3%) 3 zal stilvallen en in de loop van 2012 omslaan in een licht stijgende trend (7,4%), die door de tragere groei van de grijzende beroepsbevolking minder sterk zou zijn dan in vorige perioden. Volgens de laatste ramingen 4 voor het Vlaamse gewest zou de werkende beroepsbevolking gedurende de periode met gemiddeld ongeveer per jaar toenemen. Dit is gebaseerd op een groeiraming van 2,2% gemiddeld per jaar, veel hoger dan het jaargemiddelde in de periode (1,4%). Gezien de te verwachten groeivertraging (minstens in 2011 en 2012) en de budgettaire sanering, met effecten van besparingen over meerdere jaren, is dit wellicht een overschatting. Wanneer na 2010 ook dit en volgend jaar de werkgelegenheidsgroei zwakker uitvalt, zou de gecumuleerde aangroei voor de periode lager kunnen uitvallen dan geraamd in de vooruitzichten. De regionale vooruitzichten van juni 2011 mikken echter op een verdere toename van de werkzaamheidsgraad in het Vlaamse gewest. In 2010 bedraagt deze 66,3% (15-64 jaar), door de werkgelegenheidsgroei zou ze in 2011 stijgen naar 67,7% en tegen 2016 met nog 2,1 procentpunt toenemen tot 69,8%. De intussen bijgestelde Lissabon-doelstelling 5, een werkzaamheidsgraad van 70% tegen 2010, zou pas binnen 5 jaar gehaald worden Europese werkgelegenheid groeit nauwelijks De plotse verslechtering van de conjunctuur doet zich voor in de meeste EU-lidstaten waardoor de kwartaalgroei in de EU27 daalde van 0,8% in het eerste kwartaal naar amper 0,2% in het tweede kwartaal van Op jaarbasis valt de groei terug van 2,4% naar 1,6%. Voor België is het verontrustend dat ook Duitsland, groeiwonder en zoveelste modelland op vlak van (hervormingen van de) arbeidsmarkt, de groei sterk ziet afkalven en bijna verdwijnen in het tweede kwartaal (0,1% tegenover 1,3% in het eerste kwartaal). Er zijn wel nog lidstaten met een behoorlijke groei op jaarbasis (meer dan 2%, o.a. in België, Duitsland en Zweden), maar de intensiteit van de daling (ook van de vertrouwensindicatoren) laten vermoeden dat de EU weer op de terugweg is. De herstelperiode, met een sterk opgaande conjunctuur in de loop van 2010, is dus van zeer korte duur geweest. Kortom, de ene crisis is nog niet verteerd (zeker niet op de arbeidsmarkt) en de andere staat voor de deur. Uit figuur 2 blijkt dat de werkgelegenheid in de EU, zowel in de eurozone (EU17) als in de volledige EU27, nauwelijks iets heeft goedgemaakt van het massale verlies tijdens de vorige crisis. De verliezen liepen in het dal van de recessie (2009Q1 en Q2) op tot 0,7% van de totale werkgelegenheid in de EU27, dit zijn ongeveer 1,5 miljoen arbeidsplaatsen per kwartaal. Gedurende de volledige periode, de 7 kwartalen van dalende werkgelegenheid (EU27), zijn meer dan 5 miljoen arbeidsplaatsen verloren gegaan. In de 5 volgende kwartalen, met gedurende 4 kwartalen een groei van minstens 2% op jaarbasis, zijn er minder dan 1,5 miljoen jobs bij gekomen. Gezien het sterk verslechterde klimaat is het weinig waarschijnlijk dat er in de tweede jaarhelft van 2011 in de EU27 nog een netto- groei zal genoteerd worden. Dit toont aan dat de afbraak van (vooral tijdelijke) werkgelegenheid 6 heel snel gaat, maar dat de aangroei traag verloopt omdat er een sterke economische groei (minstens 3%) nodig is om een echte werkgelegenheidsdynamiek op gang te brengen die compenseert voor de verloren tewerkstelling in de vorige periode. De vertijdelijking van een belangrijk deel van de arbeidsvraag 7 kan voor een deel van de werkzoekenden en inactieven wel een drempelverlagend effect hebben voor een duurzame integratie op de arbeidsmarkt, maar op macro-niveau blijkt deze uitdeinende buffer van flexibele arbeidsinzet niet bestand te zijn tegen conjuncturele, externe schokken die elkaar sneller blijken op te 3 Het betreft hier de EU-geharmoniseerde werkloosheidsgraad op basis van de ILO-criteria (effectief werkzoekend en vlug beschikbaar). Deze ligt lager dan op basis van administratieve criteria (NWWZ). 4 Federaal Planbureau en gewestelijke studiediensten, Regionale economische vooruitzichten. Brussel, juni In de EU2020- strategie mikt men op een werkzaamheidsgraad van 75% tegen 2020 voor de jarigen. 6 In een recent rapport van Eurofound ( Shifts in the job structure in Europe during the Great recession ; oktober 2011) is vastgesteld dat er in de beginfase van de recessie duidelijk sprake was van een verlies van tijdelijke banen. Ook het grootste deel van de banengroei vanaf 2009 zijn tijdelijke banen, maar vooral lager betaalde banen. Een andere conclusie is dat de polarisatie in de werkgelegenheidsstructuur nog versterkt werd tijdens de crisis. Ondanks het globale jobverlies is het aandeel van de banen met de 20% hoogste lonen nog toegenomen, tengevolge van de uitbreiding van de kennisintensieve (diensten)sectoren. Bij de laag en middenhoog betaalde banen zijn er grote verliezen, vooral in de industrie en de bouwsector. Bij de oudere werknemers (50-64 jaar) is de werkgelegenheid toegenomen (+1,7 miljoen), vooral door de veroudering van de werkende beroepsbevolking. 7 Het aandeel tijdelijke arbeid (werkenden tussen jaar) bedraagt in de EU gemiddeld 13,9% (2010), dit is één op zeven werkenden tussen 15 en 64 jaar. België scoort met 8,1% tijdelijke arbeid veel lager dan het EU-gemiddelde. Er zijn ook grote verschillen tussen de gewesten: in het Brusselse gewest loopt dit op tot 12,3%, bijna het dubbele van in het Vlaamse gewest. 4

5 volgen en ook intenser zijn. De mondialisering van de wereldhandel zorgt immers voor een dominoeffect dat alle economieën aantast waardoor een crisis niet beperkt blijft tot een bepaalde regio. Figuur 2. Evolutie van de werkgelegenheid, %-kwartaalgroei (EU27; 2008/Q2-2011/Q2) +0,4% +0,2% 0% -0,2% -0,4% -0,6% -0,8% II III IV I II III IV I II III IV I II Bron: Eurostat, Newsrelease euroindicators Het is in de huidige omstandigheden zeer de vraag hoelang het nog wachten is op een langere periode van sterke groei en een nieuwe fase met een consistente werkgelegenheidsgroei. Tijdens de vorige groeifase (2005/Q1-2007/Q4) steeg de EU-werkgelegenheid met 5%, maar daalde gedurende anderhalf jaar (2008/Q2-2009/Q3) met bijna 3% en groeide slechts langzaam tijdens de korte herstelperiode met minder dan 1%. Per saldo ligt het EU-werkgelegenheidsniveau midden 2011 minder dan 3% hoger dan begin 2005 (zie figuur 3). Parallel is de totale toename van de EU27- werkzaamheidsgraad (20-64 jaar), van 66,8% in 2002 naar 70,4% in 2008, gehalveerd. Na 2008 daalde de werkzaamheidsgraad opnieuw beneden 70%, naar 69,1% in 2009 en 68,6% in Figuur 3. Evolutie van de werkgelegenheid (EU17, EU27; 2005/Q1-2011/Q2) Bron: Eurostat Intussen is ook de werkloosheid in de EU27 opnieuw toegenomen. Het aantal werklozen verminderde wel vrij sterk (met of -2,4%) tussen oktober 2010 en maart 2011, maar sindsdien is de dalende trend omgebogen in een stijging met 1% ( ) tussen april en juni De EUwerkloosheidsgraad stabiliseert op 9,5% (augustus 2011), de EU telt momenteel bijna 23 miljoen werklozen. De verschillen tussen de lidstaten nemen toe, met een steeds grotere kloof tussen de groeilanden binnen de EU (o.a. Oostenrijk en Duitsland) en de perifere lidstaten zoals Ierland, Spanje en Griekenland. De recentste outlook wijst op een verdere verslechtering van de arbeidsmarktsituatie in de EU en een nog toenemende kloof. Bij de jongeren bedraagt de werkloosheidsgraad nog steeds meer dan 20%, met recordhoogten van meer dan 40% in Spanje en Griekenland. 5

6 3. Arbeidsmarkt nog krapper door vergrijzing? 3.1. Meer dan aanwervingen tegen 2015 De veroudering van de werkende beroepsbevolking zorgt sinds jaren voor een toenemende uitstroom van oudere werknemers (momenteel de naoorlogse babyboomers van de periode ), die de komende jaren nog zal toenemen. Er is al vaak gewaarschuwd voor dreigende tekorten in sectoren met een groot aandeel oudere werknemers, in het bijzonder de overheidssector die een groot aandeel 50-plussers tewerkstelt, maar ook enkele industriële sectoren met goede arbeidsvoorwaarden. In een opmerkelijke simulatie schat Prof. Sels (KU Leuven) de totale vervangingsvraag, als gevolg van de uitstroom van 50-plussers, voor de periode in het Vlaamse gewest op ongeveer , bijna meer dan in de vorige periode ( ). De tewerkstellingsgroei (economische groei en uitbreidingen) zou slechts de helft ( ) van die vervangingsvraag bedragen. In totaal zouden er voor de periode in het Vlaamse gewest aanwervingen nodig zijn (zie tabel 1). Tabel 1. Schatting van de vervangingsvraag, tewerkstellingsgroei en totale vraag ( en ) Tewerkstelling Vlaams Gewest Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk België Gewest Vervangingsvraag 50+ '05-' '10-' Tewerkstellingsgroei '05-' '10-' Totale vraag* '05-' '10-' * Totale vraag = te verwachten arbeidsvraag over een periode van 5 jaar op basis van gesimuleerde vervangingsvraag als gevolg van de uitstroom van werkende 50-plussers enerzijds en stabiele netto-tewerkstellingsgroei anderzijds. Bron: L. Sels (KU Leuven/Fac. Economie en Berdrijfswetenschappen) Voor de netto-tewerkstellingsgroei (uitbreidingsvacatures) voor de periode veronderstelt men een gelijkaardige evolutie als in de periode Voor België zou dit resulteren in een toename met jobs, waarvan in Vlaanderen. Daarnaast is er het verwachte natuurlijke verloop of de uitstap uit het beroepsactieve leven van 50- plussers (resulterend in vervangingsvacatures) voor de periode De totale uitstroom van 50-plussers tussen 2010 en 2015 raamt men voor België op , waarvan de meerderheid ( ) in het Vlaamse gewest, een toename van 35% tegenover de periode De totale vraag ten gevolge van de uitbreiding en de vervanging zou voor België resulteren in nodige aanwervingen, een stijging met 21% tegenover In het Vlaamse gewest zou dit evolueren van naar vacatures tussen 2010 en Op basis van deze simulaties, telkens bij ongewijzigd beleid, vreest men een verdere (over)verhitting van de arbeidsmarkt, vooral dan in het Vlaamse gewest waar de demografische wissel veel dreigender is dan in de andere gewesten. De krapte, met reeds meer dan één vijfde van alle vacatures een knelpuntvacature (vervullingstijd van minstens 90 dagen), zou enkel nog toenemen. Daarbij kan de totale omvang van de vacatures nog hoger liggen door (vervroegde) uittreding in de jongere leeftijdsklassen en het vrijwillig en gedwongen verloop in alle leeftijdsklassen. Uiteraard houdt deze analyse een (terecht) pleidooi in voor het afremmen van de vervroegde uitstroom door de oudere werknemers via een aangepast eindeloopbaan- en retentiebeleid langer te laten werken. Dit zal ook nodig zijn omdat men de reeds hoge werkzaamheidsgraden (vooral in het Vlaamse gewest) in de jongere leeftijdsklassen (25-49 jaar) niet veel meer kan optrekken. 6

7 3.2. Toch voldoende arbeidsaanbod? Hoewel een interessante simulatie, bevat ze in haar eenvoud enkele tekortkomingen 8. Vooreerst is ze ontoereikend als knipperlicht tegen een verdere oververhitting van de arbeidsmarkt, omdat ze beperkt blijft tot een simulatie van de arbeidsvraag zonder het arbeidsaanbod er naast te plaatsen. Daarnaast trekt ze de evolutie van gewoon door en houdt ze rekening met ongewijzigd beleid. Wat de arbeidsvraag betreft is het uiteraard zeer moeilijk de netto-tewerkstellingsgroei op langere termijn te ramen. De auteur wijst zelf op een mogelijke lichte overschatting in de simulatie. In het licht van de hierboven opgenomen elementen, met vooral een sterke verzwakking van de conjunctuur voor dit en volgend jaar (minstens twee van de vijf jaren), de ingrijpende budgettaire sanering de komende jaren, de opeenvolging van externe schokken en de trage werkgelegenheidsgroei na de jongste recessie, zou die voor de ganse periode een stuk lager kunnen uitvallen dan geraamd. Maar dit blijft een grote onbekende. Het toekomstige arbeidsaanbod is iets beter te ramen. Het belangrijkste segment van het nieuwe arbeidsaanbod bestaat uit de jaarlijkse instroom van schoolverlaters. In de periode bedroeg het aantal schoolverlaters jaarlijks gemiddeld ongeveer Er is wel een licht dalende trend aan de gang maar het aantal jongeren (18-25) daalt niet meer en men mag verwachten dat in de periode het aantal schoolverlaters gemiddeld minstens per jaar zal bedragen. Hoewel dit aantal enkele duizenden lager kan liggen (niet alle schoolverlaters komen en/of blijven op de arbeidsmarkt, een deel gaat opnieuw studeren, vertrekt naar het buitenland, ), zou men volgens deze raming voor de vijf jaren (in de periode juli 2010 juni 2015) een instroom van minstens schoolverlaters moeten krijgen. Naast de schoolverlaters zijn er uiteraard nog altijd de ongeveer niet-werkende werkzoekenden. Tenslotte is er nog een jaarlijkse stroom vanuit de inactiviteit (zoals thuiswerkenden en vroeggepensioneerden) die we gemakshalve laag inschatten op voor de periode De activering van voordien niet-actieven kent juist ten tijde van toenemende tekorten een versnelling-uit-noodzaak, zoals via het oproepen van (vroeg)gepensioneerden en inactieven. De voorbeeldfunctie van langer werkende zittende werknemers kan hier zelfs stimulerend werken voor vroeggepensioneerden. In totaal zou dit voor de periode een potentieel aanbod kunnen betekenen van , waarbij we de dynamiek van de arbeidsreserve (in- en uitstroom) hier niet in rekening brengen. Zonder de structurele tekorten in diverse segmenten van de arbeidsvraag (van laag- tot hooggeschoold, alle soorten functies) te ontkennen en rekening houdend met de soms grote afstand tot de arbeidsmarkt van een groot deel van de kansengroep-werkzoekenden 9, mag de gevreesde sterke toename van de krapte (tengevolge van de grotere vervangingsvraag) niet leiden tot een miskenning van het potentieel van de werkzoekende arbeidsreserve. En hier zou men zeker rekening moeten houden met gewijzigd beleid, zoals de afbouw van de werkloosheidsvallen, om een snellere uitstroom van de werkzoekenden op gang te brengen richting laagbetaalde jobs. De belangrijkste bedenkingen bij de simulatie betreffen de aan de gang zijnde vertraging van de uitstroom en de slechts gedeeltelijke vervanging van de uitstroom van oudere werknemers. De simulatie van Sels gaat uit van dezelfde uitstroompercentages per leeftijdscohorte 10. Hierbij gaat men wel voorbij aan de sterke, structurele toename van de werkzaamheidsgraad van de 55-plussers die zich de komende jaren wellicht zal verder zetten. Sinds 2002 (25,6% werkende 55-plussers) is er een jaarlijkse toename met ongeveer 1,5 procentpunt (tot 38,2% in 2010). Tabel 2. Evolutie van de werkzaamheidsgraad van 55-plussers (Vlaams gewest; ) ,5 24,5 25,6 26,5 29,5 30,7 31,4 34,2 34,3 35,8 38,2 Bron: Eurostat, LFS/Enquête Arbeidskrachten Het valt te verwachten dat er in de loop van volgende regeerperiode een Generatiepact-bis (al of niet een bijsturing-versterking van het Pact uit 2005) volgt waardoor de werkzaamheidsgraad van de 55- plussers nog sterker kan toenemen en de geraamde vervangingsvraag van 50-plussers ( Deze simulatie is een vervolg op een eerdere, meer uitgewerkte oefening door het Steunpunt WSE voor de periode (Over.Werk 1/2011, p. 38) en ze wordt nog verder uitgewerkt. 9 Bijna 80% van de niet-werkende werkzoekenden behoort tot een of andere kansengroep. Het gaat vooral (meer dan 70%) om laaggeschoolden, allochtonen, arbeidsgehandicapten en 50-plussers. De andere zijn ondermeer de laaggeletterden en de werkzoekenden me een MMPP-problematiek. 10 Dit was het uitgangspunt van de simulatie voor de periode (cf. Over.Werk 1/2011, p. 41) 7

8 tussen ) misschien lager uitvalt. De vervroegde uittrede is alleszins op retour, een trend die niet zal stilvallen maar eerder versterken. De simulatie gaat ook uit van de veronderstelling dat de ouderen-uitstroom volledig vervangen wordt, hetgeen zeker niet het geval is. Er zijn reeds meerdere signalen hierover in de publieke sector (federale administraties) en overheidsbedrijven (De Post en NMBS), maar ook de private sectoren zien de (veelal verplichte) vervroegde uitstroom van oudere werknemers als een mogelijkheid om te besparen op de loonkosten. Wanneer men de vervanging van oudere werknemers voorzichtig raamt op 80%, dan daalt de vervangingsvraag reeds van bijna naar Een simulatie van het aanbod is dus absoluut noodzakelijk om de dreigende krapte te becijferen en in een juister perspectief te plaatsen, met te verwachten nieuw beleid (o.a. activering werkzoekenden en verder afremmen vervroegde uitstroom) en aan de gang zijnde evoluties (verhoging werkzaamheidsgraad 55-plussers en geen één-op-één vervanging) De kwalitatieve mismatch blijft zeer hoog Hoewel er met de nog vrij grote arbeidsreserve niet onmiddellijk een globaal aanbodtekort dreigt, is er toch reeds enkele jaren sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt en blijft de kwalitatieve mismatch één van de kritische problemen. De krapte wordt in het volgende hoofdstuk duidelijk gemaakt op basis van de spanningsindicator die de verhouding weergeeft tussen het aantal werkzoekenden (NWWZ) en het aantal beschikbare vacatures. De crisis van heeft nauwelijks voor enige ontspanning gezorgd en inmiddels is deze indicator tot een historisch laagterecord gedaald, met slechts 2,8 werkzoekenden per vacature in september In een analyse voor de periode brengt het Steunpunt WSE de kwalitatieve mismatch per beroepsgroep in kaart. Hieruit blijkt dat de krapte in het hooggeschoolde segment nog veel groter is dan gemiddeld, maar deze krapte was reeds in 2000 zeer hoog. Er waren toen gemiddeld nog slechts 2 hooggeschoolde niet-werkende werkzoekenden per openstaande VDAB-vacature voor hooggeschoolde jobs. Tijdens de crisis na 9/11 is deze verhouding wel gestegen naar iets minder dan 7 in 2003, maar sindsdien onafgebroken gedaald naar het zeer lage niveau van De crisis van heeft nauwelijks voor een ontspanning gezorgd, met slechts iets meer dan 3 hooggeschoolde werkzoekenden per vacature in Sindsdien is de verhouding weer gedaald beneden 3. De analyse bevestigt dat er ook knelpunten kunnen optreden bij een relatief ontspannen arbeidsmarkt door het ontbreken van de gewenste kwalificaties of door het wegblijven van het potentiële aanbod door bijvoorbeeld een lage verloning of ongunstige werkomstandigheden. Het Steunpunt komt op basis van 2 criteria (vacatures voor knelpuntberoepen die ofwel langer dan drie maanden openstonden ofwel geannuleerd werden wegens het ontbreken van geschikte kandidaten) voor 2009 op knelpuntvacatures of 20,3% van de afgehandelde vacatures. Dit betekent voor een op de vijf vacatures een moeilijke (lange looptijd) of problematische (annulering wegens geen geschikte kandidaat) afhandeling. Bij het optrekken van de duurtijd tot zes maanden, blijven er nog knelpuntvacatures over (9,8%). In bepaalde beroepen is de concentratie van knelpuntvacatures nog veel hoger. Dit geldt ondermeer voor de ingenieurs (45% knelpuntvacatures in 2009), de vertegenwoordigers (43%) en de elektriciens (41,7%). De analyse van het Steunpunt vindt op basis van deze criteria nog negen andere beroepsgroepen met een bovengemiddeld aandeel knelpuntvacatures, waarbij er ook enkele laaggekwalificeerde beroepsgroepen zijn: technicus, informaticus, metaalbewerker, huisbewaarder, schoonmaker, landbouwer, visser, werknemers transport en verkeer, tekenaar, architect, diverse arbeiders en (para)medische functies. 11 Steunpunt WSE. Krap, krapper, krapst. Knelpunteconomie in het vizier. Arbeidsmarktflits 104, maart

9 4. Vacatures op recordniveau 4.1. Nog steeds veel jobs in een krappe arbeidsmarkt Na de zeer lage vacaturecijfers (ontvangen jobs in het Normaal Economisch Circuit zonder uitzendopdrachten) eind 2009, volgde een voorzichtig herstel in Tijdens de eerste maanden van 2011 zagen we een fors herstel van de vacaturemarkt met recordcijfers voor de ontvangen en openstaande vacatures. Deze evolutie werd nog versterkt in de daaropvolgende maanden. Tot en met september 2011 werden jobs ontvangen, dit is 21% meer dan tijdens de eerste negen maanden van In september 2011 ontving VDAB jobs, toch een daling tegenover het historisch record van mei 2011 met vacatures. Het aantal openstaande jobs is in de loop van 2010 eerst (tot juli) geleidelijk aan toegenomen, nadien terug iets verminderd. Eind december 2010 stonden er open. In 2011 werden er recordaantallen openstaande vacatures genoteerd in de eerste jaarhelft, vanaf juli begint het aantal openstaande lichtjes af te nemen. Eind september staan er nog jobs open, het absolute recordaantal openstaande jobs was in juni 2011 met Figuur 4. Evolutie van het aantal vacatures (maandcijfers) binnen het Normaal Economisch Circuit zonder Uitzendopdrachten (Vlaams gewest; ) jan/96 jan/97 jan/98 jan/99 jan/00 jan/01 jan/02 jan/03 jan/04 jan/05 jan/06 jan/07 jan/08 jan/09 jan/10 jan/11 ontvangen openstaand Het werken met de maandcijfers veroorzaakt het zeer grillige patroon van de lijnen in Figuur De grafiek toont dat het aantal ontvangen vacatures in 2009 teruggevallen is tot onder het niveau van Vanaf 2010 is er een herstel te zien dat in 2011 fors verdergezet wordt en voorlopig nog niet echt afneemt. De evolutie van het aantal openstaande vacatures volgt ook een opvallend patroon. Het dieptepunt van het aantal openstaande vacatures in december 2009 wordt gevolgd door een aanzienlijke toename in de daaropvolgende maanden. Het niveau van het aantal openstaande jobs bereikte in juni 2011 een absoluut record. De laatste maanden neemt het aantal openstaande jobs lichtjes af. De cijfers voor het NECzU zijn positiever dan die van het totaal aantal gepubliceerde vacatures. Het totaal aantal gepubliceerde jobs is met 10% gestegen t.o.v. vorig jaar. Dit cijfer verbergt zeer uiteenlopende evoluties: het aantal ontvangen werkaanbiedingen voor uitzendopdrachten in 2011 ligt 22% boven het niveau van vorig jaar. Het aantal werkaanbiedingen voor tewerkstellingsmaatregelen bedraagt jobs, dit is 6% minder dan in Bij de overgenomen databanken is er ook een toename bij de Belgische overgenomen databanken (+31%). Maar het meest opvallend is het aantal jobs voor interregionale uitwisseling: daar is er een stijging van 107%, van jobs in september 2010 naar dit jaar. Begin vorig jaar waren er wel technische problemen met de uitwisseling. 12 Werken met voortschrijdende gemiddelden zoals gebruikelijk is hier niet interessant omdat het zorgt voor nog een extra vertraging in de cijfers. De meest recente evoluties worden zo uitgevlakt en het zijn net deze evoluties die vandaag het meest interessant zijn. 9

10 4.2. Evolutie diverse conjunctuurbarometers Hoewel de toename van het vacature-groeipercentage iets afneemt, bedraagt het gecumuleerde groeipercentage tot en met september toch nog 21% (in januari-maart 2011 was dit nog 25%). De vraag op de arbeidsmarkt houdt momenteel nog stand, maar de arbeidsmarkt reageert met vertraging op de economische evoluties. Zoals hierboven reeds aangegeven zal de groei de volgende maanden verzwakken en uit diverse barometers blijkt een groeiend pessimisme over de economische vooruitzichten. Uit de Uitzendbarometer (Federgon) blijkt dat de bedrijven minder uitzendtewerkstelling voorspellen voor het vierde kwartaal van De laatste cijfers i.v.m. de uitzendactiviteit tonen een verzwakking in augustus t.o.v. juli 2011, zowel bij de arbeiders als bij de bedienden. In vergelijking met vorig jaar augustus is er wel nog altijd een groei van 5,4%. De resultaten van de Manpower Barometer voor het vierde kwartaal van 2011 zijn ook minder gunstig. Hieruit blijkt dat de Belgische werkgevers minder snel zullen aanwerven in het vierde kwartaal van 2011, zowel in vergelijking met het derde kwartaal van 2011 als met het vierde kwartaal van Werkgevers uit 8 op 10 bevraagde sectoren voorspellen dat er meer jobs gecreëerd zullen worden in de loop van het vierde kwartaal, maar alleen de Bouwnijverheid noteert een groei van de tewerkstelling t.o.v. het vorige kwartaal. De Vlaamse werkgevers zijn hierbij minder optimistisch dan hun Waalse collega s. Er is duidelijk sprake van voorzichtigheid in het aanwervingsbeleid. Ondertussen toont de recente Bouwbarometer (sept. 2011) aan dat de Vlaamse KMO s en zelfstandige ondernemers ronduit pessimistisch gestemd zijn. Ook hier is de onzekerheid over de wereldeconomie nefast voor het ondernemers- en het consumentenvertrouwen. Ook de Unizo KMO-barometer daalt in het derde kwartaal van 2011 onder de 100 punten, wijzend op een verslechtering van de algemene conjunctuursituatie voor de Vlaamse KMO s De spanning is verder toegenomen Om de krapte op de arbeidsmarkt te meten werkt de VDAB sinds enkele jaren met een spanningsindicator. In de teller zit iedereen die tijdens de maand of op het einde van de maand nietwerkende werkzoekende was, de noemer bestaat uit alle vacatures (NECzU) die tijdens de maand of op het einde van de maand openstonden. Door de werkzoekenden te delen door de beschikbare vacatures krijgt men de spanningsindicator: het aantal niet-werkende werkzoekenden per vacature. De indicator doet geen uitspraken over het aantal werkzoekenden dat effectief voor elke vacature beschikbaar is omdat er abstractie wordt gemaakt van de vereisten van de vacatures of de eigenschappen van de werkzoekenden. De spanningsindicator laat toe om de evolutie van de krapte op de arbeidsmarkt te becijferen. De evolutie van de spanningsindicator wordt berekend op basis van voortschrijdende gemiddelden over 12 maanden. Omdat de uitzendopdrachten niet worden meegeteld onderschat de spanningsindicator de krapte op de arbeidsmarkt. Om vergelijkbaarheid doorheen de tijd te garanderen is het weglaten van de uitzendopdrachten echter noodzakelijk. 10

11 Figuur 5. Evolutie van de spanningsindicator (Vlaams gewest; ) voortschrijdend gemiddelde 14 13, ,1 Zeer Ruim Ruim Gemiddeld Krap 8,0 6,2 4,6 4,9 6,4 7,3 6,8 6,1 4,4 4,0 3,6 2 Zeer Krap 3,3 2,9 2, In de loop van 2009 nam de spanningsindicator, voor het eerst in jaren, opnieuw toe. Sinds half 2010 neemt de spanningsindicator weer geleidelijk af tot 2,8 in september Dit is het laagste cijfer sinds 1996 en wijst op een zeer krappe arbeidsmarkt: per vacature zijn er nu slechts 2,8 werkzoekenden, dit is nog een fractie minder dan het vorige spanningsrecord (2,9) in de loop van Het is zeer de vraag welke richting de spanningsindicator de komende maanden en jaren zal uitgaan. Dit hangt vooral af van het risico op een nieuwe crisis op de arbeidsmarkt waardoor een eventuele oververhitting, als gevolg van de grote vervangingsvraag door de grijze uitstroom, zou afgeremd worden. Uiteraard is een scenario te verkiezen met normale groei, een afremming van de (te) vroege uitstroom en een betere matching tussen vraag en aanbod De secundaire sector stagneert Na de zware klappen voor de secundaire sector in 2009 wordt het sterke herstel van 2010 verdergezet in De vacatures zijn toegenomen met 21% (cumul januari-september ). De tertiaire sector ontsnapte evenmin aan de crisis maar kende nooit de zware terugval zoals de secundaire sector die kende. Het aantal jobs voor de tertiaire sector is sinds het voorjaar 2010 flink toegenomen en dit zet zich verder in 2011 met een toename van 23%. De quartaire sector werd het minst door de crisis getroffen. Het aantal ontvangen vacatures binnen deze sector is nog gestegen met 18%. Figuur 6 toont de evolutie van het aantal ontvangen vacatures per hoofdsector, met september 2010 als basis. De kleine primaire sector evolueert zeer onvoorspelbaar omdat hij sterk onderhevig is aan seizoenseffecten (bvb. de fruitpluk). 11

12 Figuur 6. Evolutie (september 2010=100) van de ontvangen vacatures naar hoofdsector (Vlaams gewest; september 2010 september 2011) sep/10 okt/10 nov/10 dec/10 jan/11 feb/11 mrt/11 apr/11 mei/11 jun/11 jul/11 aug/11 sep/11 secundaire sector tertiaire sector quartaire sector Tegenover september 2010, in volle herstelperiode, is het aantal vacatures in september 2011 in de secundaire sector licht gedaald. Er is nog een beperkte toename in de tertiaire sector, enkel de quartaire sector kent nog een forse toename (+20%). In figuur 7, met maart 2008 als basis (vóór de crisis), is duidelijk te zien dat alle hoofdsectoren zich in september 2011 nog (ruim) boven het niveau van voor de crisis situeren, ook de secundaire sector. Het niveau van het aantal ontvangen vacatures ligt in de quartaire sector nog 40% hoger dan in maart 2008, in de tertiaire sector is dit iets meer dan 20% en in de secundaire sector nog iets meer dan 10%. Figuur 7. Evolutie (maart 2008=100) van de ontvangen vacatures, naar hoofdsector (Vlaams gewest; maart september 2011) mrt/08 jun/08 sep/08 dec/08 mrt/09 jun/09 sep/09 dec/09 mrt/10 jun/10 sep/10 dec/10 mrt/11 jun/11 sep/11 secundaire sector tertiaire sector quartaire sector 12

13 Figuur 8. Evolutie (maart 2008=100) van de ontvangen vacatures, belangrijkste sectoren uit de secundaire sector (Vlaams gewest; maart september 2011) mrt/08 jun/08 sep/08 dec/08 mrt/09 jun/09 sep/09 dec/09 mrt/10 jun/10 sep/10 dec/10 mrt/11 jun/11 sep/11 Dranken, voeding en tabak Vervaardiging van machines en toestellen Metaal Bouw Figuur 8 toont de evolutie van de ontvangen vacatures binnen de secundaire sector, met maart 2008 opnieuw als basis (vóór de crisis). Niet alle sectoren kenden een even grote terugval en heropleving. De grootste sectoren (aantal ontvangen jobs in september 2011) zijn de bouwsector, de voeding, de vervaardiging van machines en toestellen en de metaalsector. De bouw en ook de voeding blijven het beter doen dan de andere sectoren. De metaalsector en de sector van machines en toestellen herstelden sterk na de zware klap, maar het herstel zet zich niet door. Deze twee sectoren hebben het peil van voor de crisis (nog) niet bereikt. Een vergelijking van de gecumuleerde cijfers 2011 t.o.v (negen maanden) toont nog steeds grote toenames bij de sectoren die het ergst te lijden hadden onder de crisis: de vervaardiging van transportmiddelen (+46%) en de metaal (+34%). De bouwsector telt eind september % meer ontvangen vacatures dan in september 2010, het aantal jobs voor de voedingsnijverheid nam toe met 32%. De tertiaire sector werd minder getroffen door de crisis (figuur 9). Binnen de tertiaire sector was het vooral de sector transport en logistiek die het zwaarst te verduren had. Het dieptepunt leek achter de rug maar de laatste maanden lijkt het aantal ontvangen jobs te schommelen op een veel lager niveau. De sector is nog ver van het niveau van voor de crisis. De informatica, media en telecomsector bereiken wel terug het niveau van maart Het verloop van de sectorcurve horeca en toerisme is heel grillig. De terugval bij de groot- en kleinhandel was minder groot en het aantal ontvangen jobs bevindt zich terug op een (licht) hoger niveau in vergelijking met maart De procentuele toenames t.o.v. september 2010 (cumul januari-september) variëren tussen 41% (zakelijke dienstverlening) en 2,5% (diensten aan personen). De quartaire sector is traditioneel het minst conjunctuurgevoelig, met verschilpercentages tussen +46% (gezondheidszorg) en 3,5% (overige dienstverlening, zoals maatschappelijke verenigingen). 13

14 Figuur 9. Evolutie (maart 2008=100) van de ontvangen vacatures, tertiaire sector (Vlaams gewest; maart september 2011) mrt/08 jun/08 sep/08 dec/08 mrt/09 jun/09 sep/09 dec/09 mrt/10 jun/10 sep/10 dec/10 mrt/11 jun/11 sep/11 Groot- en kleinhandel Horeca en toerisme Transport, logistiek en post Informatica, media en telecom 4.5. Knelpuntberoepen Uit de knelpuntanalyse is gebleken dat het aantal knelpuntberoepen in 2010, niet geheel onverwacht, toegenomen is. De combinatie van een stijging van het aantal ontvangen jobs en de afname van het aantal werkzoekenden zorgde voor een opnieuw krappere arbeidsmarkt. In 2010 waren 52% van de ontvangen jobs voor knelpuntberoepen, tegenover 49% in Knelpuntberoepen zijn beroepen waarvoor de vacatures opvallend moeilijker ingevuld geraken. Belangrijk is dat toch 81% van de vacatures (vast circuit) voor knelpuntberoepen uiteindelijk ingevuld geraakte in Dit is een forse toename ten opzichte van het vervullingspercentage voor de knelpuntberoepen van 2009 (74%). Dit lijkt op het eerste zicht verrassend, maar in 2010 was er nog een grotere reserve aan beschikbare werkzoekenden zodat jobs vlotter ingevuld werden. Het percentage annuleringen wegens een gebrek aan geschikte kandidaten (2,9%) is dan ook nog gedaald ten opzichte van 2009 (3,9%). 14

15 5. Dalingstempo werkloosheid vertraagt in september 5.1. De conjunctuur stuurt de werkloosheid Eind september 2011 telt Vlaanderen niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). Dat zijn er of 5,5% minder dan het jaar voordien. Het werkloosheidsverloop is sterk onderhevig aan seizoenseffecten, vandaar de keuze om in figuur 10 en tabel 3 de verschillen op jaarbasis als maatstaf te nemen: jaarverschillen neutraliseren de seizoenseffecten. De lijngrafiek (figuur 11) toont wel de seizoensschommelingen. Figuur 10. Evolutie van het aantal NWWZ (Vlaams gewest; januari 2008-september 2011) 25% 20% 25% 15% 20% 10% 15% 5% 10% 0% 5% -5% 0% -10% -5% -15% -10% -15% jan/08 apr/08 jul/08 okt/08 jan/09 apr/09 jul/09 okt/09 jan/10 apr/10 jul/10 okt/10 jan/11 apr/11 jul/11 jan/08 apr/08 jul/08 okt/08 jan/09 apr/09 jul/09 okt/09 jan/10 apr/10 jul/10 okt/10 jan/11 apr/11 jul/11 De werkloosheid volgt met enige vertraging de conjunctuur: - de vertraging van de economie en de financiële crisis uit 2008 doen het stijgingsritme pieken in 2009; - het economische herstel (2009) drukt het stijgingstempo van de werkloosheid in 2010; - in september 2010 is er een eerste schuchtere afname en sindsdien telt Vlaanderen telkens minder werkzoekenden dan in de corresponderende maand een jaar eerder; - het dalingsritme, sinds een half jaar in een nauwe bandbreedte tussen min 6% en min 8%, vertraagde in september tot min 5,5%; dit is een eerste signaal dat de groeivertraging en de recessievrees zich aftekenen in de werkzoekendencijfers; - het dalingsritme van de conjunctuurgevoeligere mannelijke werkloosheid valt terug van -9,7% eind augustus naar -6,7% eind september. Tabel 3. NWWZ, evolutie van de verschillen op jaarbasis, april tot september 2011 Maand Mannen Vrouwen Totaal april ,0% -5,0% -7,1% mei ,3% -5,1% -6,8% juni ,5% -6,6% -8,1% juli ,4% -5,9% -7,7% augustus ,7% -6,0% -7,9% september ,7% -4,3% -5,5% In de vakantiemaanden topt het werkzoekendencijfer wanneer de jonge schoolverlaters zich inschrijven (figuur 11). Bovendien worden dan veel tijdelijke krachten terug werkloos. In september tot november is er steeds een daling, nadien gevolgd door een tijdelijke piek in december omwille van het eindejaarsverlof. Januari tot mei noteren ten slotte telkens lager. Met het aantreden van de nieuwe cohorte schoolverlaters start de seizoenscyclus opnieuw. 15

16 Figuur 11. Evolutie van het aantal NWWZ (Vlaams gewest; januari 2006-september 2011) (dec) jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec Figuur 11 geeft de evolutie weer tussen 2006 en In figuur 12 wordt de evolutie van de werkloosheid uitgetekend over een nog langere termijn. Onmiddellijk valt op dat de grootte van de schommeling tussen pieken en dalen de voorbije decennia verkleinde, wat suggereert dat de impact van de conjunctuur op de werkloosheid verkleint. De kleinere amplitude is het gevolg van: - het banenverlies in de industrie terwijl de tewerkstelling in de conjunctuurbestendigere tertiaire en quartaire sectoren groeide; - het stijgende aandeel werkzoekende 50-plussers, een groep met een lage in- en uitstroom waardoor deze lage dynamiek de golven aftopt; - het groeiend arsenaal maatregelen om de retentie van werknemers tijdens crisisperioden te verhogen. Figuur Evolutie van het aantal NWWZ (Vlaams gewest; voortschrijdende gemiddelden sept. 2011) NWWZ voortschrijdend gemiddelde NWWZ 16

17 5.2. De daling is algemeen De kengetallen in tabel 4 duiden de grote trends aan tussen september 2010 en september Alle subgroepen noteren lager dan vorig jaar met uitzondering van een minieme stijging bij de langdurig werklozen (+1%) en een stilstand bij de allochtonen. Tabel 4. Evolutie NWWZ, aandeel en werkloosheidsgraad (Vlaams gewest; september september 2011) Sept /2010 Aandeel Aantal NWWZ ,5% Categorie WZUA ,9% 72,6% Jong. in wachttijd ,7% 10,7% Vrij ingeschreven ,8% 8,6% Andere ,8% 8,1% Geslacht Mannen ,7% 50,7% Vrouwen ,3% 49,3% Leeftijd - 25 jaar ,3% 24,2% jaar ,5% 50,3% >= 50 jaar ,7% 25,5% Studieniveau Laag ,8% 47,9% Midden ,5% 34,2% Hoog ,1% 17,9% Werkloosheidsduur - 1 jaar ,3% 57,6% 1-2 jaar ,9% 16,3% + 2 jaar ,0% 26,1% Origine Allochtonen ,0% 23,6% Arbeidsgehandicapten ,5% 14,2% Werkloosheidsgraad 6,80% -0,46 Geslacht Mannen 6,31% -0,49 Vrouwen 7,37% -0, NWWZ naar categorie De werkzoekenden met een uitkeringsaanvraag (WZUA), de jongeren in wachttijd en de vrij ingeschreven werkzoekenden krimpen met 5,9%, 4,7% en 5,8%. De restgroep Andere kent een tragere afname (-2,8%). De restgroep Andere verzamelt o.a. de werkzoekenden ten laste van het OCMW, door de crisis en de migratie stijgt het aantal leefloners NWWZ naar geslacht Het voorbije jaar daalde de mannelijke werkloosheid met 6,7%, de vrouwelijke met 4,3%. Momenteel zijn 50,7% van de werkzoekenden mannen. Vlaanderen telde steevast meer vrouwelijke werkzoekenden, maar de crisis zorgde door een snellere toename van de mannelijke werkloosheid voor een ommekeer. Naast de economische crisis, vernauwde de seksekloof reeds de jaren voordien onder invloed van sectorale ontwikkelingen en een sterke seksesegregatie. Er was een verlies van mannelijke banen in de industrie en een groei van de vrouwelijke tewerkstelling in de tertiaire en quartaire sector. Deze shift in de banenstructuur, met een stijgende vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie, temperde de afgelopen jaren ook de vrouwelijke werkloosheid. 17

18 Figuur 13. Evolutie NWWZ volgens geslacht (Vlaams gewest; sept sept. 2011) Mannen Vrouwen NWWZ naar leeftijd Bijna één op vier (24,2%) van de Vlaamse werkzoekenden is jonger dan 25 jaar, de helft (50,3%) behoort tot de leeftijdsgroep en iets meer dan één op vier (25,5%) is 50-plus. Zowel de jongeren (-6,3%), de middenleeftijdsgroep (-6,5%) als de 50-plussers (-2,7%) registreren een daling. Binnen de groep van de 50-plussers is de evolutie ongelijk: de prille 50-plussers dalen met 8,5% terwijl de oudste leeftijdsgroepen een toename noteren: +2,6% bij de jarigen, +11,5% bij de 60-plussers. Tabel 5. Evolutie NWWZ volgens leeftijd (Vlaams gewest; sept sept. 2011) Aantal volgens leeftijd Aandeel volgens leeftijd 25 tot 49 Totaal 25 tot 49 < 25 jaar >= 50 jaar < 25 jaar >= 50 jaar jaar jaar sep/ ,6% 64,2% 7,1% sep/ ,5% 64,4% 7,1% sep/ ,6% 62,3% 7,0% sep/ ,0% 60,9% 7,1% sep/ ,3% 60,6% 8,0% sep/ ,2% 57,2% 13,6% sep/ ,8% 55,5% 16,6% sep/ ,3% 54,1% 20,5% sep/ ,8% 51,7% 24,6% sep/ ,9% 50,2% 25,9% sep/ ,1% 51,5% 23,4% sep/ ,4% 50,8% 24,7% sep/ ,2% 50,3% 25,5% Eind september 2011 zijn er jonge werkzoekenden. De laatste piek van de jeugdwerkloosheid was in 2009, toen Vlaanderen jeugdige werkzoekenden telde. Daarmee bleef men ver onder de piek (71.177) van De ontgroening en ook de langere schoolloopbanen van jongeren tekenen zich af in deze evolutie. Het aantal werkzoekenden in de leeftijdsgroep 25 tot 50 jaar steeg in het crisisjaar 2009 tot , ook ver verwijderd van de uit september

19 Enkel de 50-plussers noteren fors hoger. Hun aandeel schoot de voorbije jaren omhoog door de zwakke uitstroom, de voortschrijdende vergrijzing, de stijgende vrouwelijke arbeidsmarktdeelname en ook de uitbreiding van de registratiebasis: - een maxi-vrijstelling aanvragen kan nu, behalve schaarse uitzonderingen, pas vanaf 58 jaar; - bruggepensioneerden, die voor de wettelijke leeftijd van 58 jaar op brugpensioen gaan, blijven ingeschreven als werkzoekende; - de vrouwelijke pensioenleeftijd is opgetrokken tot 65 jaar NWWZ naar studies De laaggeschoolde werkzoekenden staan voor 47,9% van de Vlaamse werkzoekenden. Het grootste aandeel laaggeschoolden is bij de 50-plussers (57,4%), logisch gezien deze oudste leeftijdsgroep minder studiekansen kreeg dan de latere generaties. Tabel 6. Aandeel NWWZ volgens onderwijsniveau en leeftijd (Vlaams gewest; sept. 2011) Scholingsgraad Laag Midden Hoog < 25 jaar 46,3% 35,1% 18,7% 25 tot 50 jaar 43,9% 35,8% 20,3% >= 50 jaar 57,4% 30,3% 12,3% Totaal 47,9% 34,2% 17,9% Verrassend is dat ondanks de lange leerplicht, bijna de helft van de werkzoekende jongeren toch laaggeschoold is. Dit hoge aandeel gaat terug op een reeks elementen: - laaggeschoolde jongeren vinden moeilijker een eerste baan; de studie schoolverlaters ( ) toont dat het studieniveau een kritische succesfactor is: het aandeel van de laaggeschoolde jongeren in de schoolverlaterspopulatie bedroeg 15,3%, maar bij de opvolging een jaar later hadden ze reeds een aandeel van 35%; - laaggeschoolde jongeren lopen ook achteraf een groter risico om werkloos te zijn en te blijven; in de kortdurige werkloosheid is het aandeel van laaggeschoolden 39% maar dit stijgt tot 68,7% bij de jongeren die één tot twee jaar werkzoekend zijn en zelfs tot 80,2% in de langdurige werkloosheid. Tabel 7. NWWZ (<25 jaar) volgens onderwijsniveau en werkloosheidsduur (Vlaams gewest; sept. 2011) Schoolingsgraad Laag Midden Hoog < 1 jaar 39,0% 38,1% 22,9% 1 tot 2 jaar 68,7% 26,9% 4,4% >= 2 jaar 80,2% 18,7% 1,0% - de leerlingen uit het deeltijds onderwijs zonder baan verschijnen ook in deze cijfers; van de werkzoekenden jonger dan 25 jaar zijn er leerlingen uit het deeltijds onderwijs die op zoek zijn naar een deeltijdse baan, respectievelijk jongens en meisjes; - elk jaar verlaten heel wat jongeren de schoolbanken zonder diploma van het hoger secundair onderwijs; deze ongekwalificeerde uitstroom vormt veelal het startpunt van een latere problematische arbeidsloopbaan; in 2010 bedroeg de ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen 9,6%, 11,4% bij de jongens en 7,7% bij de meisjes NWWZ naar werkloosheidsduur Het herstel uit zich in dalende aantallen kortdurig werkzoekenden (-5,3%). Door het cohorte-effect - het herstel tekende zich vanaf 2010 af in de werkzoekendencijfers - is er een nog grotere daling bij de werkzoekenden die één tot twee jaar werkzoekend zijn (-14,9%). De groep zeer langdurig werkzoekenden (langer dan twee jaar werkloos) groeit met 1%. De conjunctuuromslag in 2008 leidt nu tot een toename van de werkzoekenden die 3 tot 4 jaar (+20,6%) en 4 tot 5 jaar werkzoekend (+11,7%) zijn. Werkzoekenden die net voor of tijdens de crisis werkloos werden stromen moeizaam uit. Langdurige werkloosheid is nefast voor de inschakelingskansen van werkzoekenden: lange perioden van inactiviteit eroderen hun arbeidsmarktcompetenties en diepen de afstand tot de arbeidsmarkt uit. 19

20 NWWZ naar origine Sinds 2007 worden allochtone werkzoekenden statistisch gedefinieerd als werkzoekenden die een huidige of vorige nationaliteit hebben van buiten de EU-27 of de EVA-landen. De VDAB krijgt deze gegevens uit het Rijksregister. Hierdoor kunnen nieuwe Belgen met een vorige nationaliteit uit een niet EU-land als allochtoon gedetecteerd worden. Vlaanderen telt allochtone werkzoekenden. Dit is bijna één op vier (23,6%) van de geregistreerde arbeidsreserve. De allochtone werkloosheid stabiliseert op jaarbasis in tegenstelling tot de autochtone werkloosheid die daalt met 7,1%. Een eenduidige interpretatie van deze tegengestelde evolutie wordt bemoeilijkt omdat de allochtone werkzoekendencijfers de effecten ondergaan van migratie en de jonge leeftijdsstructuur NWWZ met een arbeidshandicap Ongeveer één op zeven (14,2% of ) van de Vlaamse werkzoekenden zijn arbeidsgehandicapt. Vanaf februari 2009 wordt een werkzoekende als arbeidsgehandicapt beschouwd wanneer, na een administratief onderzoek, uit attesten of verslagen blijkt dat: - de werkzoekende ingeschreven is bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH); - een kwalificatie of getuigschrift heeft uit het buitengewoon onderwijs, of ex-buso of BLOleerling is zonder dat er kwalificaties of getuigschriften behaald zijn; - recht heeft op een inkomensvervangende- of een integratietegemoetkoming; - in het bezit is van een afschrift van een definitief geworden gerechtelijke beslissing of van een attest van een bevoegde federale instelling waaruit een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid blijkt; - recht heeft op bijkomende kinderbijslag of recht heeft op verhoogde kinderbijslag (als ouder met een handicap); - recht heeft op een invaliditeitsuitkering in het kader van de ziekteverzekering of een attest heeft van een arbeidshandicap, afgeleverd door een door de VDAB erkende dienst of arts. De 50-plussers zijn oververtegenwoordigd: 35,6% van de arbeidsgehandicapte NWWZ zijn ouder dan 50, tegenover hun aandeel in de populatie NWWZ van slechts 25,5%. Meer dan de helft (52,6%) van de arbeidsgehandicapte werkzoekenden is meer dan 2 jaar werkzoekend, een indicatie van de zeer moeilijke herinschakeling van arbeidsgehandicapten De werkloosheidsgraad De Vlaamse werkloosheidsgraad, dit is de verhouding tussen het aantal werkzoekenden en de beroepsbevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar), komt uit op 6,8%. De mannelijke werkloosheidsgraad bedraagt 6,31%, de vrouwelijke 7,37%. Het verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke werkloosheidsgraad bedraagt 1,06 procentpunten. Tabel 8. Verschil in mannelijke en vrouwelijke werkloosheidsgraden (Vlaams gewest; sept sept. 2011) Mannen Vrouwen Totaal Gendergap % % % % sep/99 5,35 10,37 7,49 5,02 sep/00 4,89 9,08 6,68 4,19 sep/01 5,60 9,29 7,18 3,69 sep/02 6,16 9,49 7,59 3,33 sep/03 6,90 10,41 8,42 3,51 sep/04 7,38 10,99 8,95 3,61 sep/05 7,39 11,02 8,99 3,63 sep/06 6,84 9,97 8,23 3,13 sep/07 5,37 7,72 6,43 2,35 sep/08 5,27 7,04 6,07 1,77 sep/09 7,01 7,93 7,43 0,92 sep/10 6,80 7,82 7,26 1,02 sep/11 6,31 7,37 6,80 1,06 20

21 Tussen 1999 en 2008 krimpt de seksekloof gestaag. De inhaalbeweging steunde vooral op een daling van het aantal werkzoekende vrouwen (teller) en een grotere vrouwelijke arbeidsparticipatie (noemer van de breuk). In 2009 smelt de gendergap verder weg maar dan vooral door de snellere stijging van de mannelijke werkloosheidsdruk als gevolg van de crisis. Sinds 2009 diept de kloof terug uit door de krimpende mannelijke werkloosheidsgraad. De aantrekkende conjunctuur komt vooral de industrie en de werkzoekende mannen ten goede. 21

22 6. Grote verschillen qua werkloosheidsdruk 6.1. NWWZ naar subregio De kleurschakeringen in figuur 14 wijzen op de intensiteit van de werkloosheidsdruk. De kaart kleurt enkel rood in de regio Antwerpen-Boom: de werkloosheidsgraad (9,9%) ligt er de helft hoger dan de Vlaamse (6,8%). De Vlaamse werkloosheidsgraad daalde van 7,5% in 1999 tot 6,8% in 2011 (zie tabel 8). Figuur 14. Werkloosheidsgraden naar subregio (Vlaams gewest; september 2011) Tabel 9. Werkloosheidsgraden naar subregio (Vlaams gewest; sept en sept. 2011) Regio sep 1999 sep 2011 Rang % Rang % Regio Hasselt 1 9,84 2 7,52 Regio Antwerpen-Boom 2 8,92 1 9,90 Regio Gent 3 8,75 3 7,14 Regio Turnhout 4 8,52 6 6,56 Regio Tongeren 5 8,24 4 6,60 Regio Oostende-Westhoek 6 7,24 7 6,29 Regio Brugge 7 7, ,05 Regio St.Niklaas-Dendermonde 8 7,23 9 6,00 Regio Aalst-Oudenaarde 9 7,03 8 6,16 Regio Mechelen 10 6,62 5 6,58 Regio Leuven 11 6, ,34 Regio Kortrijk-Roeselare 12 5, ,00 Regio Vilvoorde 13 4, ,95 Vlaams Gewest 7,49 6,80 Enkel de Antwerpse subregio noteert in 2011 een stijging tegenover 1999 en springt over Hasselt dat in 1999 nog de hoogste werkloosheidsdruk had. Turnhout had de vierde hoogste werkloosheidgraad in 1999 en zakt van 4 naar 6. Brugge ziet zijn relatieve positie nog sneller verbeteren en gaat van 7 naar 12. Verliezers zijn Mechelen en Vilvoorde: Mechelen ruilt een gunstige tiende plaats in voor plaats 5 en Vilvoorde, in 1999 nog de laagste werkloosheidsdruk, moet nu Kortrijk-Roeselare, Brugge en Leuven laten voorgaan. De Vilvoordse subregio zweet het banenverlies in en om de luchthaven uit. De dramatische Brusselse werkzoekendensituatie, die overvloeit naar gemeenten uit de Vlaamse Rand, en de historisch hoge migratie zijn andere elementen die de Vilvoordse cijfers hoger sturen. 22

23 6.2. NWWZ naar gemeente Het is Stad Antwerpen met een werkloosheidsgraad van 14,5% - de hoogste in Vlaanderen - die de weinig benijdenswaardige positie van de Antwerpse subregio bepaalt. De top 20 (tabel 10) omvat een mix van steden (Antwerpen, Gent, Oostende, Turnhout, Mechelen), faciliteitengemeenten (Ronse, Mesen, Drogenbos, Linkebeek), gemeenten in de Brusselse periferie (Vilvoorde, Machelen) en de Limburgse mijnregio (Genk, Houthalen-Helchteren, Leopoldsburg, Heusden-Zolder), West-Vlaamse kustgemeenten (Oostende, Blankenberge, De Panne) en Rupelgemeenten (Boom en Willebroek). Tabel 10. Top 20 van de gemeenten met de hoogste werkloosheidsdruk (Vlaams gewest; sept. 2011) Rang Gemeente Werkloosheidsgraad 1 Antwerpen 14,52 2 Ronse 12,77 3 Mesen 11,68 4 Maasmechelen 11,58 5 Genk 11,26 6 Gent 10,87 7 Oostende 10,62 8 Turnhout 10,15 9 Vilvoorde 9,61 10 Drogenbos 9,29 11 Linkebeek 9,06 12 Mechelen 9,02 13 Blankenberge 8,99 14 Boom 8,93 15 Leopoldsburg 8,86 16 De Panne 8,59 17 Houthalen-Helchteren 8,58 18 Heusden-Zolder 8,04 19 Machelen 8,02 20 Willebroek 7,94 Antwerpen en Gent, de twee belangrijkste Vlaamse tewerkstellingspolen, zijn paradoxaal ook de steden met een zeer hoge werkloosheid. De werkzoekendensituatie is er sterk verweven met de allochtonenproblematiek en de stadsvlucht van inwoners met een kansrijke arbeidsmarktpositie. De initiële instroom van gastarbeiders in de jaren zestig en begin de jaren zeventig kwam op gang als antwoord op de vraag naar laaggekwalificeerde arbeiders. De sterk teruglopende vraag naar deze profielen stuit nu op een groeiende groep laaggeschoolde werkzoekenden. Zowel de zwakke schoolse output als de continue instroom van allochtonen zijn verklarende factoren van de snelle toename van de laaggeschoolde arbeidsreserve. De faciliteiten- en andere gemeenten uit de Brusselse periferie nemen een tussenpositie in tussen de hoge werkloosheidsdruk in het naburige Brussel en Wallonië en de lagere druk in de Vlaamse buurgemeenten. De Limburgse mijnregio kent al lang hoge werkloosheidsgraden, de kustgemeenten zijn vaak het eindstation voor mensen op zoek naar werk en geluk, en de Rupelgemeenten verteerden de industriële teruggang van hun regio moeilijk. De laagste werkloosheidsgraden zijn uitsluitend voor landelijke gemeenten. Staden, Lichtervelde, Hooglede, Wingene, Pittem, Oostrozebeke, Beernem, Lendelede, Ardooie, Vleteren en Dentergem zijn West-Vlaamse gemeenten met veel KMO s, de landbouw en industrie staan er sterk, het aanbod van jobs is er hoog en er is ook een mix van laag-, midden- en hooggeschoolde banen. Horebeke, Galmaarden en Gooik enerzijds en Glabbeek, Holsbeek, Lubbeek en Boutersem anderzijds zijn andere geografische clusters met lage scores. 23

24 Tabel 11. Top 20 van de gemeenten met de laagste werkloosheidsdruk (Vlaams gewest; sept. 2011) Gemeente Werkloosheidsgraad Staden 2,47 Lichtervelde 2,64 Horebeke 2,68 Gooik 3,00 Lo-Reninge 3,01 Hooglede 3,13 Galmaarden 3,15 Glabbeek 3,18 Wingene 3,19 Pittem 3,22 Oostrozebeke 3,24 Holsbeek 3,26 Beernem 3,30 Lendelede 3,33 Lubbeek 3,33 Ardooie 3,34 Boutersem 3,34 Vleteren 3,50 Ruiselede 3,52 Dentergem 3, Jongere NWWZ naar gemeente De rangschikking voor de werkloosheidsgraad van jongeren levert een licht ander beeld op. De hoogste waarde wordt gemeten in Linkebeek (32,5%), de laagste in het West-Vlaamse Vleteren (7,1%). De Vlaamse jeugdwerkloosheidsgraad bedraagt 16,6%. De Top 20 (tabel 12) omvat naast Linkebeek ook nog vier andere faciliteitengemeenten: Ronse op plaats 2, Wezembeek-Oppem op 4, Wemmel op 18 en Drogenbos op 19. Het naburige Wallonië en Brussel kenmerken zich door een zeer hoge jeugdwerkloosheid. In de Vlaamse faciliteitengemeenten wonen veel Franstalige jongeren met vergelijkbare profielen en oriëntaties als in de Waalse en Brusselse buurgemeenten. De werkloosheid in deze gemeenten sluit dus aan op de hoge Brusselse en Waalse jeugdwerkloosheid. Dezelfde verklaring geldt voor Vilvoorde en Hoeilaart. Antwerpen (25,8%) en Gent (23,5%) torsen eveneens een hoge werkloosheidsdruk. Deze grootsteden en enkele andere steden (Genk, Oostende en Mechelen) tellen relatief veel jonge werkzoekenden van allochtone origine met een zwakke arbeidsmarktpositie. De Limburgse mijnstreek scoort ook slecht. 24

25 Tabel 12. Top 20 van de gemeenten met de hoogste jongeren-werkloosheidsdruk (Vlaams gewest; sept. 2011) Rang Gemeente Aantal Werkloosheidsgraad 1 Linkebeek 44 32,53 2 Ronse ,35 3 Antwerpen ,89 4 Wezembeek-Oppem 84 24,54 5 Gent ,25 6 De Panne 90 23,24 7 Genk ,84 8 Maasmechelen ,76 9 Gingelom 64 21,96 10 Wellen 62 21,81 11 Oostende ,68 12 Mechelen ,40 13 Hasselt ,23 14 Vilvoorde ,77 15 Hoeilaart 55 20,72 16 Heers 51 20,62 17 Leopoldsburg ,58 18 Wemmel ,41 19 Drogenbos 38 20,39 20 Zutendaal 68 20,11 De laagste scores worden hier terug genoteerd in landelijke gemeenten (tabel 11). Meestal hebben deze gemeenten ook een stevige industriële ruggengraat. Tabel 13. Top 20 van de gemeenten met de laagste jongeren-werkloosheidsdruk (Vlaams gewest; sept. 2011) Plaats Gemeente Aantal Werkloosheidsgraad 1 Vleteren 15 7,11 2 Zulte 61 7,33 3 Ingelmunster 44 7,72 4 Lichtervelde 32 8,06 5 Staden 47 8,16 6 Moorslede 44 8,24 7 Kruishoutem 34 8,28 8 Ardooie 40 8,33 9 Pittem 29 8,36 10 Ruiselede 23 8,45 11 Kortemark 57 8,48 12 Gavere 45 8,55 13 Poperinge 99 8,62 14 Ravels 72 8,67 15 Houthulst 54 8,70 16 Galmaarden 27 8,72 17 Lille 83 9,05 18 Wielsbeke 47 9,09 19 Kaprijke 27 9,09 20 Wortegem-Petegem 26 9,10 25

26 6.4. Uitdaging voor Antwerpen en Gent is immens De lijstjes wijzen op de heikele positie van Antwerpen en Gent. Bovendien zijn de werkzoekenden in deze steden vaker laaggeschoold, langdurig werkzoekend, arbeidsgehandicapt of van allochtone origine dan elders, wat hun toekomstige integratie afremt: in Antwerpen behoort bijna 81% tot minstens één kansengroep, in Gent is dit 71%. De al ongunstige situatie van de Vlaamse grootsteden komt in de volgende jaren nog meer onder druk door de verwachte snelle bevolkingsgroei 13 en ook door de geringe emancipatiekracht van het Vlaamse onderwijs zoals bleek uit de Pisa 2009-survey 14. Figuur 15. Prognose van de toename van het aantal 0-19-jarigen in gemeenten van het Vlaams Geweest, periode Procentuele verandering t.o.v. de observatie op 1/01/2008. Bron: Studiedienst van de Vlaamse Regering, SVR-projecties van de bevolking en de huishoudens voor Vlaamse steden en gemeenten, De snelle bevolkingsgroei steunt ondermeer op de migratie en de grotere vruchtbaarheid van allochtone gezinnen. Kenmerkend voor allochtone gezinnen is hun zwakke sociaal-economische positie waarbij de ongunstige startpositie niet uitgevlakt wordt door het Vlaamse onderwijs: de Pisaonderzoeken stellen telkens een correlatie vast tussen de sociaal-economische thuissituatie van leerlingen en hun schoolse prestaties. Het doorbreken van de cirkel en het ontwikkelen van competenties en talenten van deze jongeren is nochtans het spoor om deze jongeren beter te wapenen voor de arbeidsmarkt

Kansengroepen in Kaart. Arbeidsgehandicapten op de Vlaamse arbeidsmarkt

Kansengroepen in Kaart. Arbeidsgehandicapten op de Vlaamse arbeidsmarkt Kansengroepen in Kaart Arbeidsgehandicapten op de Vlaamse arbeidsmarkt VDAB Studiedienst juli 2010 Met Kansengroepen in Kaart rapporteert de VDAB zesmaandelijks over de verschillende kansengroepen. De

Nadere informatie

Regionale verschillen in arbeidsvraag en arbeidsaanbod

Regionale verschillen in arbeidsvraag en arbeidsaanbod Regionale verschillen in arbeidsvraag en arbeidsaanbod Eindrapport Steven Knotter Daphné Valsamis Miriam Van Hoed Ingrid Vanhoren Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk, in

Nadere informatie

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging

Werken met krimp. Dimphy Smeets. Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Werken met krimp Dimphy Smeets Publicatie nr. 5 van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging Amsterdam De Burcht / Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging November 2014 Wetenschappelijk Bureau

Nadere informatie

Achtergrondkenmerken en ontwikkelingen van zzp ers in Nederland 1-12-2014 gepubliceerd op cbs.nl

Achtergrondkenmerken en ontwikkelingen van zzp ers in Nederland 1-12-2014 gepubliceerd op cbs.nl Achtergrondkenmerken en ontwikkelingen van zzp ers in Nederland 1-12-214 gepubliceerd op cbs.nl CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Achtergrondkenmerken en ontwikkelingen van zzp'ers in Nederland, 1

Nadere informatie

Juni 2014 Zijn werknemers van 50 jaar te duur? De component leeftijd in de loonvorming

Juni 2014 Zijn werknemers van 50 jaar te duur? De component leeftijd in de loonvorming Zijn werknemers van 5 jaar te duur? De component leeftijd in de loonvorming Y. Saks Inleiding De werkgelegenheidsgraad van de 55-64-jarigen bedraagt in België 4 % (1), dat is 9 procentpunt onder het Europese

Nadere informatie

Flexwerk na de WW. Gevolgen van flexibele arbeid voor werkzekerheid en herhalingswerkloosheid. april 2015

Flexwerk na de WW. Gevolgen van flexibele arbeid voor werkzekerheid en herhalingswerkloosheid. april 2015 Flexwerk na de WW Gevolgen van flexibele arbeid voor werkzekerheid en herhalingswerkloosheid april 2015 Inhoudsopgave Inleiding 2 Samenvatting 3 1. Flexwerkers op de arbeidsmarkt en in de WW 5 1.1. Ontwikkeling

Nadere informatie

De sociaaleconomische situatie van langdurig flexibele werknemers

De sociaaleconomische situatie van langdurig flexibele werknemers De sociaaleconomische situatie van langdurig flexibele werknemers Amsterdam, april 2013 In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De sociaaleconomische situatie van langdurig

Nadere informatie

De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel tot 2015

De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel tot 2015 De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel tot 2015 Arbeidsmarktprognoses voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en bve-sector Hoofdrapport Opdrachtgever: Ministerie van Onderwijs, Cultuur

Nadere informatie

WAT IS ER VAN HEN GEWORDEN? ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PROFESSIONELE SITUATIE VAN OUD- JUNIOR ASSISTENTEN

WAT IS ER VAN HEN GEWORDEN? ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PROFESSIONELE SITUATIE VAN OUD- JUNIOR ASSISTENTEN WAT IS ER VAN HEN GEWORDEN? ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PROFESSIONELE SITUATIE VAN OUD- JUNIOR ASSISTENTEN MAART 2014 INHOUD INLEIDING... 2 1. ONDERZOEKSPOPULATIE... 3 2. RESPONS EN NON-RESPONS ANALYSE...

Nadere informatie

ARBEIDSMARKTMONITOR METALEKTRO 2014

ARBEIDSMARKTMONITOR METALEKTRO 2014 ARBEIDSMARKTMONITOR METALEKTRO 2014 ROA-R-2015/2 Ruud Gerards Andries de Grip Marloes de Hoon Annemarie Künn-Nelen Davey Poulissen De Arbeidsmarktmonitor wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage vanuit

Nadere informatie

De arbeidstijdverkorting die niet doorging en andere lessen uit de jaren tachtig

De arbeidstijdverkorting die niet doorging en andere lessen uit de jaren tachtig De arbeidstijdverkorting die niet doorging en andere lessen uit de jaren tachtig Paul de Beer Hoewel de diepte van de huidige economische recessie vergelijkbaar is met die van de jaren tachtig van de vorige

Nadere informatie

De provincies als werkgever 2007 2015

De provincies als werkgever 2007 2015 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Directie Arbeidszaken Publieke Sector Afdeling Analyse, Arbeidsmarkt en Macro-Economische Advisering December 2008 Colofon Uitgave Ministerie van

Nadere informatie

Perspectieven voor de laagopgeleiden

Perspectieven voor de laagopgeleiden 01_060996_TvA3_2006 14-08-2006 09:12 Pagina 218 Paul de Beer* Regelmatig worden zorgen uitgesproken over de ongunstige toekomstperspectieven van laagopgeleiden op de arbeidsmarkt, waardoor er een steeds

Nadere informatie

Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers. Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman

Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers. Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman Bevrijd of beklemd? Werk, inhuur, inkomen en welbevinden van zzp ers Edith Josten Jan Dirk Vlasblom Cok Vrooman Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, november 2014 Het Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Ondernemen in 2015. Van wereldhandel tot detailhandel. ING Economisch Bureau. Visie op 2015. De Nederlandse economie.

Ondernemen in 2015. Van wereldhandel tot detailhandel. ING Economisch Bureau. Visie op 2015. De Nederlandse economie. ING Economisch Bureau Ondernemen in 2015 Van wereldhandel tot detailhandel Visie op 2015 De Nederlandse economie Exportmarkten Zakelijke dienstverlening Industrie Bouw Transport en logistiek Groothandel

Nadere informatie

WERK MAKEN VAN WERK IN DE ZORGSECTOR

WERK MAKEN VAN WERK IN DE ZORGSECTOR Kabinet van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen Koolstraat 35, 1000 BRUSSEL Tel. 02 552 64 00 Fax 02 552 64 01 Email: communicatie.vandeurzen@vlaanderen.be WERK MAKEN VAN

Nadere informatie

Arbeid, een kwetsbaar sociaal goed in de strijd tegen armoede

Arbeid, een kwetsbaar sociaal goed in de strijd tegen armoede Arbeid, een kwetsbaar sociaal goed in de strijd tegen armoede In tegenstelling tot het beeld dat sommigen van de armen hebben, zijn de armen niet onproductief, maar zij hebben soms geen inkomen, geen werk,

Nadere informatie

De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden. Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn

De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden. Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn De invloed van loonlasten op de vraag naar arbeid: een vergelijkende studie van België en de buurlanden Wout Laenen, Cindy Moons, Damiaan Persyn HUB RESEARCH PAPER 2011/10 AUGUSTUS 2011 De invloed van

Nadere informatie

WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? EVALUATIE

WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? EVALUATIE WIE IS ER NIET ALS DE SCHOOLBEL RINKELT? EVALUATIE 2012-2013 Vlaams Ministerie van onderwijs en vorming Agentschap voor onderwijsdiensten (AgODi) Afdeling Scholen Basisonderwijs en CLB Afdeling Scholen

Nadere informatie

ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT

ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT ARBEIDSMIGRANTEN OP DE LIMBURGSE ARBEIDSMARKT Arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt Maastricht, februari 2015 Etil Janneke Gardeniers, Msc. Maarten Poeth, Msc. Jeroen de Quillettes, Msc. ROA dr.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016 De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016 ROA-R-2011/8 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Maastricht University School of Business and Economics Maastricht, december 2011 Colofon Researchcentrum

Nadere informatie

Marieke Buisman en Willem Houtkoop. Laaggeletterdheid in kaart

Marieke Buisman en Willem Houtkoop. Laaggeletterdheid in kaart Marieke Buisman en Willem Houtkoop ] Laaggeletterdheid in kaart Colofon Titel Laaggeletterdheid in kaart Auteurs Marieke Buisman en Willem Houtkoop Datum April 2014 Ontwerp Design Crew ISBN/EAN 978-94-6052-079-2

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van afstudeerjaar 2011/12 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van afstudeerjaar 2011/12 op de arbeidsmarkt Studie & Werk 2014 Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2014 Hbo ers en academici van afstudeerjaar 2011/12 op de arbeidsmarkt Ernest Berkhout Siemen van der Werff Roetersstraat

Nadere informatie

Werk aan de winkel in Brussel

Werk aan de winkel in Brussel Dossier Opleiding en werk Werk aan de winkel in Brussel nr 203 Oktober- december 2013 WAT LEES JE IN DEZE KATERN? Tracé Brussel laat je via deze katern kennis maken met de Nederlandstalige socio-professionele

Nadere informatie

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2018

De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2018 De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2018 ROA-R-2013/11 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Maastricht University School of Business and Economics Maastricht, december 2013 Colofon Researchcentrum

Nadere informatie

NIET. wie Is Er. ALs de schoolbel rinkelt? EvALuAtIE 2009-2010

NIET. wie Is Er. ALs de schoolbel rinkelt? EvALuAtIE 2009-2010 L E E R P L I C H T wie Is Er NIET ALs de schoolbel rinkelt? EvALuAtIE 2009-2010 Vlaams Ministerie van onderwijs en vorming Agentschap voor onderwijsdiensten (AgODi) Afdeling Scholen Basisonderwijs en

Nadere informatie

Vormgevende trends binnen het onderwijs

Vormgevende trends binnen het onderwijs Vormgevende trends binnen het onderwijs Editie 2008 Centrum voor Educatief Onderzoek en Innovatie OECD Uitgegeven door het OECD in het Engels en Frans met de titels: Trends Shaping Education Les grandes

Nadere informatie

Uit de armoede werken

Uit de armoede werken Uit de armoede werken Uit de armoede werken Omvang en oorzaken van uitstroom uit armoede Stella Hoff Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, september 2010 Het Sociaal en Cultureel Planbureau is ingesteld

Nadere informatie

Welvaart in Nederland 2014

Welvaart in Nederland 2014 Welvaart in Nederland 2014 Welvaart in Nederland 2014 Inkomen, bestedingen en vermogen van huishoudens en personen Verklaring van tekens. Gegevens ontbreken * Voorlopig cijfer ** Nader voorlopig cijfer

Nadere informatie

Actieplan 3.0 Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector

Actieplan 3.0 Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector Actieplan 3.0 Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector Inhoud INLEIDING...3 VISIE OP BASIS VAN ACTUELE SITUATIE...4 RESULTATEN ACTIEPLAN 1.0 EN 2.0...7 De campagne...7 Een zorgjob ik ga ervoor...7

Nadere informatie