Internet Inclusief. PWO-project: 1 september augustus Katholieke Hogeschool Kempen Campus Geel Kleinhoefstraat Geel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Internet Inclusief. PWO-project: 1 september 2005 31 augustus 2008. Katholieke Hogeschool Kempen Campus Geel Kleinhoefstraat 4 2440 Geel"

Transcriptie

1 Internet Inclusief PWO-project: 1 september augustus 2008 Katholieke Hogeschool Kempen Campus Geel Kleinhoefstraat Geel Internet Inclusief 1

2 Eindrapport Internet Inclusief Inhoud 1 SAMENSTELLING VAN DE KHK-ONDERZOEKSGROEP 3 2 SAMENWERKINGSVERBAND EN STUURGROEP 4 3 INHOUDELIJK VERSLAG Doelstelling project Internet Inclusief Verantwoording van het onderzoeksproject Doelstelling en onderzoeksvragen van het onderzoeksproject Onderzoeksmethode Onderzoeksstappen Internet Inclusief Onderzoeksstap 1: Literatuurstudie Literatuurstudie richtlijnen Literatuurstudie doelgroep Onderzoekstap 2: Bevraging van het management (ii01) en de begeleiders (ii02) Bevraging van het management (ii01) Bevraging van de begeleiders (ii02) Onderzoeksstap 3: Afbakenen van de doelgroep (ii03) Indicator-testsite Organisatie veldonderzoek op basis van indicator-testsite Resultaten veldonderzoek op basis van indicator-testsite Afbakenen doelgroep Onderzoeksstap 4: Bevraging doelgroep (ii04) Onderzoeksstap 5: Hypothesen formuleren en toetsen (ii05) Hypothesen formuleren Hypothesen-testsite Organisatie Internet Inclusiefdag 22/11/ Gestandaardiseerde afname MMSE Gestandaardiseerde afname AVI Gestandaardiseerd toetsen hypothesen Onderzoeksstap 6: Formuleren richtlijnen voor webbouwers en begeleiders Nabeschouwing Discussie Conclusie 25 4 BIJLAGEN 26 5 LITERATUURLIJST 27 Internet Inclusief 2

3 1 Samenstelling van de KHK-onderzoeksgroep Naam Departement Taak Jo Daems G&C Projectleider Onderzoeker 3 - ergotherapeut Ann Hannes HWBK Onderzoeker 1 technicus informatica Ellen Torfs HWBK Onderzoeker 2 technicus informatica Het PWO project Internet Inclusief maakt deel uit van het onderzoeksdomein ICT en Inclusie K-point van de Katholieke Hogeschool Kempen. (www.k-point.be) Internet Inclusief 3

4 Samenwerkingsverband en stuurgroep Naam Voor naam Adressen Internet Inclusief - Stuurgroep Instelling Afdeling of departement Functie Werk Adres Plaats Daems Jo KHK G&C Opleiding Ergotherapie Docent Ergotherapie Kleinhoefstraat Geel Dekelver Jan KHK K-point Coördinator Kleinhoefstraat Geel Engelen Jan KUL Dept. Electrotechniek - ESAT - SCD Hannes Ann KHK HWBK Opleiding Toegepaste Informatica Maes Diane KHK G&C Opleiding Ergotherapie Maes Bea KUL Dept. Pedagogische Wetenschappen Michiels Herman Ons Tehuis Brabant Wetenschapper Docent Toegepaste Informatica Docent Ergotherapie Wetenschapper Coördinator dagcentrum Kasteelpark Arenberg Leuven- Heverlee Kleinhoefstraat Geel Kleinhoefstraat Geel Vesaliusstraat Leuven Perksesteenweg 126 Nicolay Karine VOCB vzw Wablieft Hoofdredacteur Kardinaal Mercierplein 1 Torfs Ellen KHK HWBK Opleiding Toegepaste Informatica Van Hoof Vervliet Luc Docent Toegepaste Informatica 1910 Kampenhout 2800 Mechelen Kleinhoefstraat Geel Annelies vzw De Ploeg Dienst Turnhout Begeleider Peter Benoitstraat 66 DVC Zwart Goor 2300 Turnhout Dienst animatie Coördinator Zwartgoor Merksplas Internet Inclusief 4

5 2 Inhoudelijk verslag 2.1 Doelstelling project Internet Inclusief Verantwoording van het onderzoeksproject Communicatie en informatie worden steeds meer doordrongen van technologie. Internet wordt een volwaardig communicatiemiddel. Zowel de overheid (egovernment), de banksector (internetbankieren), de dienstensector als de bedrijven (dienstregeling, openingsuren, internetshopping, ) maken er vanzelfsprekend gebruik van. Daar waar deze opgang van het internet voor een grote groep van de samenleving als een belangrijk pluspunt wordt ervaren, dreigt een groep mensen, zoals personen met een verstandelijke beperking, in het isolement te geraken. Omgaan met deze internettechnologie vormt immers een reële drempel voor deze doelgroep om uiteenlopende redenen: complexe interfaces, moeilijk taalgebruik, te kleine of bewegende links, inhoudelijk onaangepaste websites, Tegelijkertijd wint in onze huidige samenleving de grondgedachte van Volwaardig Burgerschap en Inclusie terrein. Inclusie gaat om het fundamentele recht van alle mensen om erbij te horen, een deel van het geheel te zijn. Binnen de (ortho) pedagogiek duidt het begrip op het recht van alle kinderen, jongeren en volwassenen om in hun sociaal en emotioneel leven verbonden en verweven te raken. Dit proces start bij de geboorte en wordt best op alle mogelijke terreinen doorgedreven (Broekaert,E., 2000:361). Deze inclusiegedachte ligt mee aan de basis van de aandacht voor ICT bij mensen met beperkingen. Ook mensen met een handicap hebben recht om deel te nemen aan de informatie- en kennismaatschappij. Toegankelijkheid van de samenleving is een belangrijk speerpunt van het gelijkekansenbeginsel (Standaardregels van de Verenigde Naties over de gelijke kansen voor mensen met een handicap(beke en Ghesquière, 2004). Toegankelijkheid van ICT is echter meer dan beschikking hebben over hardware; het betekent dat ook het gebruik ervan op maat moet zijn en bijgevolg toegankelijk moet zijn. Zo niet bestaat er het gevaar voor een nieuw analfabetisme: zij die met de informatiesnelweg mee kunnen reizen en zij die niet over deze vaardigheden of kansen beschikken. De digitale kloof groeit uit tot een kenniskloof. Het gevaar bestaat, dat als doelgroepen uitgesloten blijven van toegankelijke ICT- en Internettoepassingen, zij ook in een sociale kloof zullen vallen. (Beke en Ghesquière, 2004). Door de opgang van het internet ontstaat er bijgevolg een toenemende behoefte aan websites die effectief aangepast zijn aan de noden van specifieke doelgroepen. Zo is een portaalsite uitgebouwd door Pascal Vyncke, een welbekend voorbeeld van een website aangepast aan de vaardigheden en wensen van senioren. Een voorbeeld van een website op maat van kinderen met een verstandelijke beperking is In tegenstelling tot bovenstaande websites die louter en alleen ontworpen zijn met de doelgroep als klant voor ogen, is er ook een toenemende tendens merkbaar om bij het bouwen van sites het Design For All -principe te hanteren. Zo besliste de Vlaamse regering op 11 juni 2004 dat alle websites en webtoepassingen van de Vlaamse overheid tegen uiterlijk einde 2007 (internet) en 2010 (intranet) toegankelijk moeten zijn voor personen met een handicap. Wat opvalt is dat vele inspanningen die in het verleden gebeurden om de toegankelijkheid van websites voor personen met beperkingen te bevorderen, zich net niet hebben gericht op de doelgroep van personen met verstandelijke beperkingen. Voor België denken we dan bijvoorbeeld aan de realisatie van het blindsurferlabel voor blinden en slechtzienden dat sinds 1 juli 2006 verruimd is tot het anysurferlabel. (http://www.anysurfer.be). Op internationaal vlak heeft het WAI (Web Accessibility Initiative) een aantal richtlijnen ontwikkeld om het internet Internet Inclusief 5

6 toegankelijk te maken voor personen met beperkingen, genaamd de Web Content Accessibility Guidelines (http://www.w3c.nl/vertalingen/2000/wai-webcontent/wai-webcontent- NL.html). Deze richtlijnen zijn echter vrij algemeen en vormen geen eenduidige oplossing voor het creëren van websites die toegankelijk moeten zijn voor personen met verstandelijke beperkingen. Terwijl onderzoek met betrekking tot (gebruik van) communicatie- en informatietechnologie zelden gericht is op de doelgroep personen met een verstandelijke beperking, leert de praktijk dat zowel de doelgroep zelf als de voorzieningen die zich op deze doelgroep richten ten zeerste vragende partij zijn voor effectief aangepaste websites Doelstelling en onderzoeksvragen van het onderzoeksproject Met dit onderzoek wil Internet Inclusief komen tot (1) een beter zicht op de verwachtingen van volwassenen met een verstandelijke beperking inzake het gebruik van internet en (2) resultaatsgerichte aanbevelingen voor het ontwerp en gebruik van internetsites. Volgende onderzoeksvragen worden vooropgesteld: Welke verwachtingen hebben volwassenen met een verstandelijke beperking met betrekking tot het gebruik en de doelmatigheid van het internet en websites? Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd voor het bouwen van websites die volwassenen met een verstandelijke beperking als doelgroep hebben? Welke aanbevelingen kunnen worden gegeven aan begeleiders van volwassenen met een verstandelijke beperking om deze groep te laten surfen op het internet? De doelgroep personen met verstandelijke beperkingen is erg breed. De American Association of Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD, voorheen AAMR, American Association on Mental Retardation) definieert verstandelijke beperking als Substantiële beperkingen in het huidig functioneren van mensen, gekenmerkt door een significant benedengemiddelde intellectueel functioneren dat samen voorkomt met beperkingen in twee of meer gebieden van adaptief gedrag. Deze gebieden zijn: communicatie, zelfredzaamheid, wonen, sociale vaardigheden, het gebruik maken van diensten in de samenleving, zelfbepaling, gezondheid en veiligheid, functionele schoolse vaardigheden, vrije tijd en werk. Verstandelijke handicap manifesteert zich voor de leeftijd van 18 jaar. (vertaling van Luckasson, e.a.1992, AAMR) (Broekaert,E., 2000). Internet Inclusief richt zich specifiek op het toegankelijk maken van websites voor volwassen personen met een verstandelijke beperking. We doelen dan op volwassenen die kunnen communiceren maar problemen hebben met het begrijpen van complexe informatie. Ondersteuning door symbolen, plaatjes en gesproken taal kan voor deze personen veel verduidelijken Onderzoeksmethode Om op bovenstaande onderzoeksvragen antwoord te bieden wordt gebruik gemaakt van verschillende vormen van onderzoek. Deze zijn achtereenvolgens: Exploratief onderzoek naar de verwachtingen van de doelgroep door middel van enquêtes en expertinterviews en via literatuurstudie inventariseren van bestaande richtlijnen en methoden om de doelgroep af te bakenen. Actiegericht verklarend onderzoek waar op basis van hypothesen (test)websites gebouwd en getest worden. We maken hier gebruik van quasi-experimenteel onderzoek. Internet Inclusief 6

7 De verkregen resultaten gaven richting aan de normatieve en disseminatiefase: In de normatieve fase zijn we enerzijds gekomen tot het ontwikkelen van richtlijnen voor het bouwen van websites die toegankelijk moeten zijn voor de doelgroep en anderzijds tot aanbevelingen die kunnen worden gegeven aan begeleiders van volwassenen met een verstandelijke beperking om beter te fungeren als inclusieve internetgids. In de disseminatiefase werden de betrokken partijen gesensibiliseerd. Dit gebeurde door verspreiding van de onderzoeksresultaten en van de aanbevelingen via publicaties in kranten en vaktijdschriften en door de organisatie van een studienamiddag op 24/04/ Onderzoeksstappen Internet Inclusief Onderzoeksstap 1: Literatuurstudie Doel van de literatuurstudie is enerzijds het inventariseren van bestaande richtlijnen voor toegankelijk internet en anderzijds het bepalen van een methode om de doelgroep van dit onderzoeksproject af te bakenen Literatuurstudie richtlijnen Internet moet toegankelijk zijn voor iedereen. Het concept van universal design werd door het consortium W3C gebruikt om richtlijnen op te stellen om een zo toegankelijk mogelijke website te bouwen. Het Web Accessibility Initiative (WAI), als onderdeel van het W3C-consortium heeft een serie richtlijnen uitgeschreven om websites toegankelijk te maken voor niet-standaard doelgroepen. Deze serie richtlijnen bestaat uit 3 pakketten: 1. Richtlijnen voor de Toegankelijkheid van Web Content: De content van een document is wat het de gebruiker meedeelt via natuurlijke taal, afbeeldingen, filmpjes, animaties, etc. Het belangrijkste doel van deze richtlijnen is de bevordering van de toegankelijkheid van de inhoud voor mensen met een handicap. 2. Richtlijnen voor de toegankelijkheid van User Agents: Onder User Agents verstaan we programmatuur voor toegang tot webcontent, met inbegrip van grafische desktopbrowsers, tekstbrowsers, voice-browsers, mobilofoons, multimediaspelers, plug-ins en sommige hulptechnologieën voor software die gebruikt worden in combinatie met browsers, zoals schermlezers, schermvergroters en stemherkenningsprogrammatuur. 3. Richtlijnen voor de toegankelijkheid van Authoring Tools: Authoring Tools zijn onder meer HTML editors, tools voor documentconversie, tools die Webcontent genereren uit databases, Het onderzoek Internet Inclusief focust zich op richtlijnen om de inhoud van een website verstaanbaar te maken voor personen met een verstandelijke beperking. Deze richtlijnen zullen aansluiting vinden bij of een aanvulling zijn op de Richtlijnen voor de Toegankelijkheid van Web Content of de zogenaamde WCAG-richtlijnen. Een Nederlandstalige vertaling is te vinden op De originele Engelstalige versie is te vinden op htpp://www.w3.org/tr/wcag10/. De huidige versie 1.0 van deze WCAG-richtlijnen dateert van In de loop van 2008 zou versie 2.0 uitgewerkt beschikbaar zijn. Internet Inclusief 7

8 De WCAG-richtlijnen vallen uiteen in 3 niveaus: 1. Prioriteit 1 (16 richtlijnen): Een webontwikkelaar moet aan deze lijst voldoen. Anders zal het voor één of meer groepen onmogelijk blijken om toegang te krijgen tot de informatie in het document. 2. Prioriteit 2 (30 richtlijnen): Een webontwikkelaar wordt geadviseerd te voldoen aan deze richtlijnen. Anders zal het voor één of meer groepen moeilijk blijken om toegang te krijgen tot de informatie in het document. 3. Prioriteit 3 (19 richtlijnen): Een webontwikkelaar mag voldoen aan deze richtlijnen. Anders zal het voor één of meer groepen wat lastig blijken om toegang te krijgen tot de informatie in het document. Naast het W3C heeft ook de Amerikaanse overheid inspanningen geleverd om de toegankelijkheid van webapplicaties te vergroten. Op de site staat algemenere informatie over het Federal IT Accessibility Initiative, de wettelijke bepalingen omtrent toegankelijkheid van IT en IT-toepassingen binnen de Amerikaanse overheid. Sinds 1998 zijn de federale Amerikaanse overheidsinstanties verplicht om enkel en alleen ICT hardware en software aan te kopen of te bouwen die volledig toegankelijk is voor alle werknemers, dus voor werknemers met en zonder beperkingen. Resultaat van deze wetgeving is een serie van richtlijnen o.a. voor het bouwen van websites. Ondanks de goede bedoelingen van de regering is er een sterke verwevenheid tussen de miljoenenindustrie die de ICTontwikkeling is en de overheid. Dichter bij huis beheert de Stichting Waarmerk drempelvrij.nl sinds 20 juli 2007 de kwaliteitsregeling Webrichtlijnen (http://www.drempelsvrij.nl/webrichtlijnen) opgesteld door de Nederlandse overheid waarin verschillende internationale standaarden werden samengebracht. Door daaraan de internationale WCAG-richtlijnen voor toegankelijkheid van het W3C toe te voegen is een kwaliteitsregeling neergezet waarmee een webontwikkelaar volledige inzicht heeft in ondermeer de toegankelijkheid van de gebouwde website. In België bestaat er een gelijkaardig initiatief genaamd BlindSurfer dat sinds 1 juli 2006 omgevormd is tot Anysurfer (http://www.anysurfer.be). Beide organisaties hebben het bouwen van toegankelijke sites promoten tot doel en fungeren als screening-instantie om bestaande websites te testen op toegankelijkheid en een passend kwaliteitslabel toe te kennen. Wanneer we bovenstaande richtlijnen echter nader bekijken, blijft toch de vraag bestaan aan welke beperkingen tegemoet gekomen wordt door het opvolgen van deze aanbevelingen. De focus ligt sterk op het opvangen van storingen in het visueel, auditief en motorisch functioneren Literatuurstudie doelgroep We zijn er ons van bewust dat er zo een grote variatie in cognitieve beperkingen bestaat, dat we met dit onderzoek geen aanbevelingen voor toegankelijk internet kunnen formuleren die alle gradaties van cognitieve disfunctionaliteit dekken. Een tweede stap in de literatuurstudie bestaat er dan ook uit om de doelgroep waarop we ons met dit project willen focussen af te bakenen. Voor onderzoek wordt vaak een diagnostische omschrijving als afbakening gebruikt als het gaat over beperkingen. In veel gevallen kunnen stoornissen duidelijk omschreven worden en zijn de beperkingen hier aan gerelateerd. Het ICF-model (WHO, 2001) maakt gebruik van de indeling in functies en anatomische eigenschappen gerelateerd aan activiteiten en participatie. Participatieproblemen worden omschreven als problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het maatschappelijke leven. Als beïnvloedende factoren worden persoonlijke en externe factoren aangegeven. Externe factoren zijn zowel fysieke als sociale omgeving. Om de Internet Inclusief 8

9 doelgroep volwassenen met een verstandelijke beperking af te bakenen en te omschrijven in functie van ICT-gebruik biedt het ICF-model echter geen eenduidige indeling. De doelgroep omschrijven aan de hand van stoornissen is moeilijk. Verstandelijke beperkingen zijn meestal niet eenduidig te diagnosticeren en te omschrijven omdat er zo n grote variatie bestaat tussen de karakteristieken van personen met gelijkaardige cognitieve beperkingen (Bohman, 2004). Er is geen directe link tussen de diagnose en de aanpassingen die een webontwikkelaar moet doorvoeren om voor mensen met een specifieke beperking een toegankelijk internet te voorzien (Bohman & Anderson, 2005). Web Aim vertrekt bij volwassenen met een verstandelijke beperking vanuit het perspectief van de gebruiker (Rowland, 2004). Welke zijn de functionele beperkingen van de volwassenen met een verstandelijke beperking, wat zijn hun moeilijkheden en hoe kan een webontwikkelaar daar specifiek op inspelen? Rowland (2004) omschrijft vier clusters van moeilijkheden die volwassenen met een verstandelijke beperking ervaren bij het gebruik van het internet: waarnemen en verwerken van informatie, geheugen, probleemoplossend vermogen en aandacht. Bohman & Anderson (2005) splitsen de cluster waarnemen en verwerken van informatie op in drie vaardigheidsgebieden: taalkundig en verbaal begrip, rekenbegrip en visueel begrip. In de klinische praktijk wordt de Mini Mental State Examination (MMSE, Folstein & Mchugh, 1975) gebruikt voor het bepalen van de mentale status. Een score op de MMSE geeft een indruk van verschillende facetten van het cognitief functioneren namelijk herinneren, oriënteren, registreren, aandacht, taal en constructievaardigheid (visuomotoriek). Deze facetten vinden we in ongeveer dezelfde vorm terug bij Bohman & Anderson (2005). De totaalscore op de MMSE kan variëren van 0 tot 30 en is als volgt opgebouwd: oriëntatie in tijd en ruimte (10 punten), registreren van 3 woorden (3 punten), aandacht (5 punten), herinneren van 3 woorden (3 punten), taalkennis (8 punten) en visuomotoriek (1 punt). In het algemeen wijst een score lager dan 24 op cognitieve stoornissen hoewel er rekening moet gehouden worden met het opleidingsniveau en de leeftijd van de testpersoon. De groep personen zonder formele scholing (0-4jaar opleiding) scoort gemiddeld 22, het is tevens de groep met de grootste spreiding. In deze groep is een grote prevalentie voor ontwikkelingsstoornissen (Crum, Rosa M, e.a., 1993). De MMSE wordt in hoofdzaak uitgevoerd om dementie op te sporen maar ook in eerder onderzoek van Beck e.a. (2005) naar computervaardigheden werd reeds gebruik gemaakt van de combinatie MMSE en opdrachten als een online vragenlijst, een opdracht en een internetopdracht. Deelnemers met een lagere MMSE-score en een beperkter aantal jaren aan opleiding scoorden significant lager op de computervaardighedentest. Proefpersonen met een zeer hoge MMSE-score (29 of 30 op 30) haalden een beter resultaat op zowel de opdracht als op de internetopdracht dan de groep die beneden 28 scoorden op de MMSE. Proefpersonen met een MMSE-score minder dan 26 hadden het moeilijk met de - en de internetopdracht maar slaagden toch in het invoeren van gegevens. Bij het zoeken naar een indicator die aangeeft of een persoon met een verstandelijke beperking al dan niet baat heeft bij de aanbevelingen die voortvloeien uit dit onderzoek, is uiteindelijk geopteerd om net als Beck (2005) de MMSE-score in combinatie met specifieke opdrachten te hanteren. Concreet heeft de literatuurstudie naar een indicator om de doelgroep af te bakenen geleid tot de bouw van een zogenaamde indicator-testsite. Deze website is een verzameling van vragen en opdrachten die rechtstreeks afgeleid zijn van de MMSE maar waarin eveneens extra opdrachten die toetsen naar de 6 beperkingsgebieden van Bohman & Anderson opgenomen zijn. Internet Inclusief 9

10 2.2.2 Onderzoekstap 2: Bevraging van het management (ii01) en de begeleiders (ii02) Uit onderzoek van Aspinall en Hegarty (2001) en Seale (1998) blijkt dat een bevraging van de verantwoordelijken op management-niveau de eerste stap is om zicht te krijgen op het gebruik en de mogelijkheden van internet voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Pas in tweede instantie werden in dat onderzoek de begeleiders van de gebruikers bevraagd. We hebben dezelfde werkwijze gehanteerd. In december 2005 gebeurde er een bevraging van het management (ii01) gevolgd door een bevraging van de begeleiders (ii02) in februari Bevraging van het management (ii01) December 2005 vertrok een gepersonaliseerde mail van naar 713 adressen die we verzamelden op basis van de sociale kaart. In de mail werd Internet Inclusief kort voorgesteld. Deze eerste algemene vragenlijst werd opgesteld m.b.v. OnlineEvaluation. In totaal waren er 115 respondenten. De vragenlijst bestond uit gesloten vragen. In een eerste deel werd gevraagd naar de groepen volwassenen die in de instelling vertegenwoordigd zijn (werkend in het gewone arbeidscircuit, in beschutte werkplaats, atelier in de zorgvoorziening, dagbesteding, enkel passieve bezigheden). Ook werd gevraagd naar de classificatie volgens intelligentieniveau. Vervolgens werd gevraagd of er een ICTcoördinator, specifiek voor het computergebruik door de volwassenen met een verstandelijke beperking aangesteld is en of er computers beschikbaar zijn voor de gebruikers. De bevraging stopte hier voor 35 respondenten die aangaven dat er geen computers beschikbaar zijn. In een tweede deel alleen bestemd voor instellingen die computers ter beschikking stelden aan de personen met een beperking waren er nog vragen over de toegang tot het internet, het type verbinding en met welk doel de doelgroep gebruik gemaakt van het internet. Deze bevraging leerde dat bij 80 van de 115 respondenten er computers beschikbaar zijn voor de volwassenen met een verstandelijke beperking maar dat bij slechts 48 instellingen deze computers ook voorzien waren van een internetverbinding. Bij 33 van de 48 instellingen kunnen de volwassenen met verstandelijke beperking onder toezicht surfen, op de andere plaatsen is er vrije toegang. Op de vraag waarvoor het internet het meest gebruikt werd door de doelgroep, waren het opzoeken van informatie, spelletjes spelen en mail versturen de meest voorkomende antwoorden. De uitgebreide bespreking van de resultaten voortvloeiend uit deze bevraging aan het management is terug te vinden in bijlage. (ii01 Bespreking Resultaten Bevraging Management) Bevraging van de begeleiders (ii02) Februari 2006 werden in een tweede bevraging 451 instellingen aangeschreven via een gepersonaliseerde mail van en kwam er van 80 instellingen respons. Deze bevraging werd gericht aan de (ICT-)begeleiders van de personen uit de doelgroep. Ook deze bevraging gebeurde m.b.v. Online-evaluation. Doel van de bevraging was nagaan of de vaardigheden die volgens gegevens uit de literatuur (Rowland, 2004; Bohman & Anderson, 2005) bij een volwassene met een verstandelijke beperking minder ontwikkeld zijn door de begeleiders aangevoeld worden als belemmerende factoren bij het werken met internet. Internet Inclusief 10

11 Binnen het domein Waarnemen en verwerken van informatie beschouwen de begeleiders taalkundig en verbaal begrip als meest beperkende factor, gevolgd door getal en rekenbegrip. Visuele waarneming en visueel begrip zien de begeleiders als de minst beperkende factor. Voor de vaardigheid Geheugen gaf 80% van de respondenten aan dat eerder het gebrek aan lange termijngeheugen dan wel aan korte termijngeheugen de grootste struikelblok is bij het (leren) werken met het internet. De begeleiders zijn eveneens van mening dat een zeker niveau van probleemoplossend vermogen vereist is als je wil surfen op het internet. In de vraagstelling werd er een uitbreiding gemaakt van zuiver redeneren naar ruimtelijk redeneren en dan ziet toch 36% van de begeleiders hierin een zeer beperkende factor. Er werd binnen dit domein eveneens gepolst naar de frustratietolerantie t.a.v. wachten en t.a.v. fouten en dan zou deze laatste tolerantiegrens bij de doelgroep het laagst zijn. Websites moeten voor volwassenen met een verstandelijke beperking feilloos werken. Wat het domein Aandacht betreft, zien de begeleiders de grootste beperkende factor in de afleidbaarheid op het internet. Alertheid en concentratie zijn nodig om informatie op te nemen en te verwerken. Op een internetpagina gebeurt er echter vaak zoveel tegelijkertijd dat volgehouden aandacht bij de doelgroep moeilijk verkregen wordt. Als voordelen van het surfen op internet worden volgende elementen aangegeven: internet kan het gevoel van eigenwaarde verhogen, kan bijdragen tot inclusie, maakt het gemakkelijker te communiceren met anderen, kan zorgen voor een grotere mate van zelfstandigheid en vergroot de kennis. De grootste drempel blijkt op gebied van taal te liggen, samengaand met te weinig visualisering. De onduidelijke structuur van webpagina s wordt als sterk belemmerend aangegeven. De uitgebreide bespreking van de resultaten voortvloeiend uit deze bevraging aan de (ICT-)begeleiders is terug te vinden in bijlage (ii02 Bespreking Resultaten Bevraging (ICT-) Begeleiders) Onderzoeksstap 3: Afbakenen van de doelgroep (ii03) Indicator-testsite Zoals reeds vermeld heeft de literatuurstudie naar indicatoren om de doelgroep af te bakenen geleid tot de bouw van een indicator-testsite. Deze website is een verzameling van vragen en opdrachten die rechtstreeks afgeleid zijn van de MMSE maar waarin eveneens extra opdrachten die toetsen naar de 6 beperkingsgebieden van Bohman & Anderson opgenomen zijn. Het doorlopen van de opdrachten op de indicator-testsite door een volwassene met een cognitieve beperking geeft meteen een indruk van de vaardigheden van die persoon uitgesplitst naar de 6 beperkingsgebieden van Bohman & Anderson: Waarnemen en verwerken van informatie: o Lezen, taalkundig en verbaal begrip kan afgeleid worden uit de MMSE-factor Taal. o Rekenbegrip kan afgeleid worden uit de MMSE-factor Aandacht. o Visueel begrip kan afgeleid worden uit de MMSE-factor Taal voor het herkennen van een horloge en een potlood en uit extra opdrachten rond achtergrondfiguren en visueel vervolledigen. Geheugen kan afgeleid worden uit de MMSE-factor Geheugen. Probleemoplossend vermogen kan afgeleid worden uit de niet MMSE-opdrachten computerspel Aandacht kan afgeleid worden uit de MMSE-factor Aandacht. Internet Inclusief 11

12 Organisatie veldonderzoek op basis van indicator-testsite Eind september en begin oktober 2006 werden twintig voorzieningen voor volwassenen met een verstandelijke beperking uit de regio Kempen telefonisch gecontacteerd. Deze lijst werd aangevuld met enkele voorzieningen buiten de regio. Aan de begeleiders werd toestemming gevraagd voor het afnemen van een computertest bij een aantal deelnemers uit de voorziening. Het aantal deelnemers werd bepaald door het aantal beschikbare computers in de voorziening en de tijd nodig voor één testafname. Vanuit Internet Inclusief werden er geen vereisten gesteld aan de deelnemers en werd gesteld dat computerervaring niet noodzakelijk was. De begeleiders bepaalden dus zelf welke personen van hun voorziening participeerden aan het onderzoek. In sommige voorzieningen werden enkel personen met computerervaring door de begeleiders geselecteerd, in andere voorzieningen werden alle personen die interesse hadden voor het onderzoek uitgenodigd om deel te nemen. Dit leidde tot een heterogene, toevallige testgroep. Op 25 en 26/10/2006 bezochten tweedejaarsstudenten ergotherapie van de KHKempen in totaal 19 instellingen die toegezegd hadden om mee te werken aan dit onderzoek. Deze instellingen waren Ons Tehuis Brabant, Monnikenheide, Hagelbos, De Boomgaard, t Margrietje, Het Roer, Den Brand, DVC Sint Jozef, De Ploeg, Markdal Eigen Haard, De Schakel, Vogelzang, Clara Fay, Zwart Goor, Giels Bos, Muylenberg, OCMW Dagcentrum Geel en de Rusthuif. De studenten werden tevoren gebrieft en de testprocedure werd samen met hen ingeoefend. In totaal hebben de studenten aan 170 proefpersonen de indicator-testsite voorgelegd. Hun observaties werden genoteerd in een testboekje. Aan de begeleiders werden twee vragenlijsten aangeboden: één vragenlijst mbt algemene gegevens over de voorziening, een tweede vragenlijst peilde naar achtergrondgegevens over de individuele deelnemer Resultaten veldonderzoek op basis van indicator-testsite Doel van dit veldonderzoek is deze 170 proefpersonen in te delen op basis van de beperkingsgebieden van Bohman & Anderson rekening houdend met de MMSE-score die zij behaalden. De MMSE-score van de 170 volwassenen met een verstandelijke beperking die deelnamen aan ons onderzoek bedraagt gemiddeld 18,6 op 30 met een standaarddeviatie van 5,6. 1 persoon behaalt een minimumscore van 0 op 30, 5 personen behalen de maximumscore zijnde 30 op 30. Onderstaande grafiek visualiseert het aantal proefpersonen per MMSE-score Aantal proefpersonen per MMSE-score Totaal Internet Inclusief 12

13 De totale MMSE-score is de totaalsom van de scores van de proefpersonen op 5 rubrieken namelijk oriëntatie in tijd en ruimte, inprentingvermogen, geheugen, aandacht en taalbeheersing. Voor de rubriek oriëntatie in tijd en ruimte is de gemiddelde score 6.5 op 10 met een standaardafwijking van 2.7. Wanneer we deze gemiddelde scores op oriëntatie nader bekijken merken we dat deze vaardigheid een sterk discriminerende factor is. Personen met een MMSEscore lager dan 15 hebben enorm veel moeite om zich te oriënteren op vlak van tijd en ruimte. Vanaf een MMSE-score van 28 op 30 blijkt het oriënteringsvermogen volledig ontwikkeld te zijn. Het volgende aspect dat onder de loep genomen wordt om de MMSE-score te bepalen is het in staat zijn gegevens in te prenten. Om intenties te bekijken is het kunnen inprenten van een minimale hoeveelheid gegevens immers uiterst belangrijk. De inprenting van gegevens lukte bij de proefpersonen bijzonder goed, zij behaalden gemiddeld een score van 2,6 op 3. Slechts 10 van de 170 personen scoorden op deze test 0 op 3. 8 personen uit deze groep met score 0 hebben een globale MMSE-score lager dan 7 op 30. De 2 andere personen die problemen hadden met het inprenten van gegevens behaalden nochtans een MMSE-score van respectievelijk 16 en 17 op 30. Wat de rubriek aandacht betreft, wordt deze vaardigheid in een MMSE uitgesplitst over een rekenopdracht en een spellingsopdracht. De rekenopdracht bestaat uit het opeenvolgend aftrekken van 7 startend bij het getal 100. Voor de spellingsopdracht wordt gevraagd het woord dorst achterstevoren te spellen. Bij beide opdrachten zijn maximum 5 punten te verdienen en de maximumscore van de twee opdrachten wordt beschouwd als de totaalscore voor de rubriek aandacht. Deze 2 opdrachten blijken voor de proefpersonen enorm moeilijk te zijn. Gemiddeld is de behaalde score 1,3 op 5 met een standaardafwijking van 1,8. Wanneer we de grafiek met de gemiddelde scores bekijken dan merken we dat er pas van enig aandachtsvermogen kan gesproken worden vanaf een MMSE-score van 24 op 30. Aandacht blijkt dus een zeer sterk discriminerende factor te zijn ten aanzien van het cognitief vermogen van een persoon. Wel moet er bij deze resultaten de kanttekening gemaakt worden dat het laten uitvoeren van een rekenopdracht om volgehouden aandacht te onderzoeken misschien niet ideaal is om terug te koppelen naar internetvaardigheden. Uit de vorige bevragingen gericht aan de begeleiders van de personen met een verstandelijke beperking is immers gebleken dat zij het rekenkundig vermogen als één van de minst beperkende factoren naar internetgebruik toe zagen. Langs de andere kant beschouwen zij wel het stimuleren van volgehouden aandacht als een van de grootste uitdagingen voor een webbouwer. Wat het geheugen betreft scoorden de proefpersonen gemiddeld 2,3 op 3 met een standaardafwijking van van de 170 proefpersonen konden de 3 te onthouden woorden feilloos reproduceren. 36 personen slaagden in het reproduceren van 2 van de 3 woorden. 12 personen konden slechts 1 woord onthouden en 22 personen hadden een zeer zwak geheugen en konden geen enkel woord reproduceren. In deze groep van 22 personen zitten natuurlijk de 10 personen die reeds bij aanvang de 3 woorden niet konden ingeprent krijgen. Toch is in deze onderverdeling op vlak van geheugen slechts een beperkte link te vinden met de globale MMSEscore. Vanaf een MMSE-score van 10 op 30 vind je al personen terug die 3 op 3 scoren en tot een MMSE-score van 29 op 30 vind je personen terug die een steekje laten vallen. Tot slot bepaalt de rubriek taal de totale MMSE-score. De proefpersonen behaalden op vlak van taal in de MMSE een gemiddelde score van 5,6 op 8 met een gemiddelde afwijking van 1,5. Op onderstaande grafiek staat de verdeling van de gemiddelde score op 8 over de behaalde MMSEtotalen. Internet Inclusief 13

14 Gemiddelde score Taal per MMSE-score 8,0 7,0 6,0 Gemiddelde score taal 5,0 4,0 3,0 8,0 6,4 6,8 7,1 7,2 7,1 7,4 7,4 7,4 6,9 6,6 6,0 6,0 5,3 5,3 5,4 Totaal 2,0 3,0 3,3 3,4 4,3 4,4 3,6 1,0 2,0 1,5 1,0 2,0 2,0 0,0 0, (leeg) MMSE-score Uit bovenstaande grafiek is duidelijk af te leiden dat het globale cognitief vermogen gerelateerd is met de taalkundige ontwikkeling van de proefpersoon. Hoe hoger de taalkundige score hoe beter de totale MMSE-score. Taal mag dus beschouwd worden als een sterk beperkende factor naar cognitief vermogen toe. Wanneer we de resultaten van dit veldonderzoek terugkoppelen naar de 6 beperkingsgebieden van Bohman & Anderson (taalkundig begrip, rekenkundig begrip, visueel begrip, geheugen, aandacht en probleemoplossend vermogen), kunnen we de volgende conclusies trekken. Taalkundig begrip en aandacht blijken sterk discriminerende factoren zijn naar algemeen cognitief functioneren toe. Het geheugen daarentegen is echter niet rechtlijnig terug te koppelen aan een MMSE-score. Het rekenkundig begrip kan afgeleid worden uit de opdracht die peilde naar het rekenniveau van de proefpersoon. Behoudens één uitzondering bij een MMSE-score van 19, werd slechts vanaf een MMSE-score van 23 gescoord voor dit onderzoeksveld. De onderzochte personen met een MMSE-score hoger dan 28 slaagden allen voor deze rekentest. Opvallend is dat tot een MMSEscore van 18 er niemand in slaagde om de rekentest correct uit te voeren. Visueel begrip wordt in dit onderzoek afgeleid uit de niet MMSE-opdrachten rond visueel vervolledigen. De proefpersonen werden gevraagd een bloem, een poes en een gezicht te herkennen. Zij kregen bij een eerste poging slechts een deel van de volledige tekening te zien. Bij de twee volgende pogingen werd de tekening telkens verder vervolledigd. Er blijkt geen aantoonbaar verband te zijn met de MMSE-score van de proefpersonen. Zelfs bij zeer hoge MMSE-scores van 29 op 30 en 30 op 30 zijn er personen die twee pogingen nodig hebben terwijl er bij een MMSE-score van 1 op 30 toch personen zijn die zonder problemen de drie tekeningen direct kunnen vervolledigen. In totaliteit herkennen van de 169 proefpersonen bij de eerste poging 97 personen de bloem, 93 personen de poes en 122 personen het gezicht. Na 3 pogingen herkennen 14 personen de bloem, 2 personen de poes en 5 personen het gezicht. Slechts 2 personen waren niet in staat om de bloem te herkennen en 2 anderen waren niet in staat het gezicht te herkennen. Probleemoplossend vermogen kan afgeleid worden uit de niet MMSE-opdrachten computerspel. Aan de proefpersonen werd gevraagd om 5 klikopdrachten uit te voeren, namelijk klikken op start, klikken op openen, klikken op het URL-invoervak, klikken op terug en klikken op sluiten. Voor elk correct uitgevoerde opdracht werd 1 punt toegekend. De maximum te behalen score is dus 5 op 5. Internet Inclusief 14

15 Een score van 1 op 5 komt slechts voor bij 6 van de 30 MMSE-scores. Bij 21 van de MMSEscores wordt een probleemoplossend vermogen van 2 op 5 waargenomen. De spreiding bij score 2 is zeer groot, gaande van een MMSE-score van 3 tot en met een MMSE-score van 28. Bij 12 MMSE-scores wordt er een probleemoplossend vermogen van 3 op 5 gescoord. Ook daar is de spreiding ruim, gaande van 9 tot en met 28. Een score van 4 op 5 vindt men terug vanaf MMSEscore 7 eveneens tot en met 28. Een maximumscore van 5 op 5 komt voor vanaf MMSE-score 1 maar vindt men hoofdzakelijk terug vanaf MMSE-score 14 op 30. Proefpersonen die een MMSEscore van 29 of 30 behaalden scoorden allemaal het maximum op probleemoplossend vermogen. De volledige resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage (ii03 Bespreking Resultaten Veldonderzoek Indicator-testsite) Afbakenen doelgroep Uit de resultaten is af te leiden dat van de 6 probleemgebieden die Bohman & Anderson aangeven voor een persoon met een verstandelijke beperking, taalbegrip, rekenbegrip en aandacht als sterk discriminerende factoren mogen beschouwd worden. Rekening houdend met het belang van deze drie probleemdomeinen bij het surfen op internet is de doelgroep van het onderzoek ingeperkt tot de proefpersonen die op de indicator-testsite een MMSE-score van 21 en meer behaalden. Concreet betekent dit dat deze personen kunnen lezen. Van de 170 proefpersonen die aan het onderzoek hebben deelgenomen werden er 69 personen weerhouden Onderzoeksstap 4: Bevraging doelgroep (ii04) Op 15/06/2007 werden de 69 personen die weerhouden werden als doelgroep van dit onderzoek na afname van de indicator-testsite (ii03) uitgenodigd in de KHKempen. 53 volwassenen met een verstandelijke beperking namen deel. Doel van deze uitnodiging was enerzijds een bevraging van de doelgroep en anderzijds de doelgroep vertrouwd maken met de infrastructuur van de hogeschool ter voorbereiding van onderzoek ii05. Hiertoe werd een gevarieerd programma opgesteld: rondleiding door de hogeschool in kleine groepen, kennismaking met de informatica infrastructuur, invullen van een vragenlijst en afronding met een gezamenlijke broodjeslunch. De vragenlijst werd samengesteld op basis van de resultaten uit de bevraging aan het management van de voorzieningen (ii01, december 2005) en de bevraging aan de begeleiders (ii02, maart 2006). In deze bevragingen werd gepeild naar interesses van de volwassenen met een verstandelijke beperking, hun computer en Internetgebruik, het al dan niet onder begeleiding werken aan de computer en het internet, de aangename en minder aangename aspecten bij surfen op het internet, de behoefte aan ICT vorming en de verwachtingen ten aanzien van Internetgebruik. De vragenlijst bestond uit een mix van open en gesloten vragen. De gebruikers werden uitgenodigd de vragenlijst zelfstandig in te vullen. Begeleiders en docenten van de opleiding Toegepaste Informatica (HWBKG) zorgden voor ondersteuning waar nodig. 34% van de deelnemers blijkt elke dag aan de computer te werken. Voor 47,2% is dat elke week en voor 17 % af en toe. Eén deelneemster werkte nog nooit aan de computer. Internet Inclusief 15

16 Een grote groep (88,4 %) maakt gebruik van een computer in de voorziening (dagcentrum, atelier of leefgroep). 51,9 % van de gebruikers heeft thuis toegang tot de computer. Zeven (13,5 %) werken uitsluitend thuis aan de computer. Van de twee gebruikers die aangeven ergens anders aan de computer te werken is er één die aan de computer werkt bij en één die toegang heeft tot de computer bij familie. 10 personen (19,2 %) geven aan soms met en soms zonder begeleiding te werken. Dit maakt dat 59,6 % zegt steeds zonder begeleiding aan de computer te werken terwijl 21,1 % steeds met begeleiding aan de computer werkt. Alle personen die ook effectief aan de computer werken, werken graag aan de computer. 22,6% volgt reeds computerles, 51% heeft interesse voor het volgen van computerles. Bijna de helft (43,4%) heeft een adres. 74,6% maakt gebruik van internet. Van deze Internetgebruikers doet 61,5 % dit zonder begeleiding. 6 van de 39 Internetgebruikers (15,3 %) geeft aan soms met en soms zonder begeleiding op het internet te gaan. Dit betekent dat 46,2 % van de Internetgebruikers steeds zelfstandig gebruik maken van het internet. 96% wil graag nog meer op het internet werken. 26,4 % gaat niet op het internet. Zij hebben ook de volgende vragen betreffende het internet niet ingevuld. We merken op dat het internet het meest gebruikt wordt voor het bezoeken van spelletjessites (66,7 %), het opzoeken van informatie (59,0 %) en om te versturen (46,2 %). Een bevraging met dezelfde vragenlijst aan het management van voorzieningen (december 2005, ii01) leverde een gelijkaardig lijst van favorieten (respectievelijk 52,00 %, 48,00 %, 53,33 %). Bij de peiling naar wat men nog meer wil doen op het internet zijn de meest voorkomende antwoorden: nog beter leren opzoeken (52,8%), muziek beluisteren en downloaden (19,4%) en versturen (19,4%). Op de open vraag Wat vind je leuk aan internet geeft 69,2 % aan graag op zoek te gaan naar informatie, 28,2% houdt van de spelletjes op het internet en bij 17,9% is het verzenden en ontvangen van mails prioritair. Ook chatten (15,4%) en muziek beluisteren en downloaden (12,8%) zijn populair. Bij de vraag welke websites vind je goed maken we de bedenking dat de antwoorden geen rechtstreekse informatie geven over de kwaliteit van de websites. De lijst geeft eerder weer welke websites door de gebruikers bezocht worden. Populair zijn Google, Wai-not, Speelzolder, Wablieft en Clouseau. Met de open vraag Wat vind je vervelend aan het internet willen we nagaan in welke mate personen uit de doelgroep problemen ondervinden en ze ook kunnen benoemen. Een aantal van deze items wordt getoetst in het vervolgonderzoek ii05. Meest voorkomende antwoorden zijn: soms gaat het traag (12,8%), zoeken lukt niet goed (10,3%), reclame en pop ups (10,3%) en een niet werkende link (7,7%). Om na te gaan in welke mate personen uit de doelgroep beperkingen ondervinden en deze kunnen benoemen stelden we de vraag Wat vind je moeilijk aan het internet Meest voorkomende antwoorden zijn: juiste informatie zoeken (17,9%), vreemde talen (7,7%) en veel tekst (5,1%). De uitgebreide bespreking van de resultaten voortvloeiend uit deze bevraging aan de doelgroep is terug te vinden in bijlage (ii04 Bespreking Resultaten Bevraging Doelgroep). Internet Inclusief 16

17 2.2.5 Onderzoeksstap 5: Hypothesen formuleren en toetsen (ii05) Hypothesen formuleren Via de opdrachten uit de indicator-testsite (ii03) werd er getoetst in hoeverre elk probleemgebied geformuleerd door Bohman & Andersson door de 69 personen die wij als doelgroep van dit onderzoek beschouwen effectief als belemmerend wordt ervaren. Op basis van de resultaten behaald door de doelgroep zijn er per beperkingsgebied hypothesen geformuleerd. Visueel begrip o Over elkaar heen liggende vlakken worden betekenisvol en als geheel waargenomen zolang het bovenliggend vlak, werken in een lager vlak niet belemmert. o Een Internetpagina mag een beperkt aantal blokken of achtergrondelementen bevatten maar deze details mogen niet afleiden. o Eenvoudig herkenbare elementen die niet volledig zichtbaar zijn, worden in hun betekenis herkend. o Een navigatiebalk wordt in zijn geheel herkend. o Tekstblokken met voldoende witruimte tussen worden als samenhangend geheel herkend. o Opsommingslijsten worden eveneens als groep en samenhorend waargenomen. o Bij teksten op een website is het zinvol interlinie 1.5 te gebruiken. Bij interlinie 1 plakken de regels te dicht op elkaar. Bij interlinie 2, worden de zinnen niet meer als samenhorend beschouwd. Verbaal begrip inclusief lezen o Lezen ondersteunen door audio: bij korte instructies geen audio nodig; bij langere tekst helpt audio-ondersteuning. o Lezen ondersteunen door afbeeldingen: bij korte instructies geen afbeeldingen nodig. Bij een langere tekst wordt de inhoud beter begrepen wanneer er ondersteunende afbeeldingen getoond worden. Met ondersteunend wordt bedoeld dat de afbeelding direct een duidelijk beeld geeft van de inhoud van de tekst. o Taal op een website voor de doelgroep moet geschreven zijn vanuit de Tips van Wablieft. Rekenbegrip o De proefpersonen hebben notie van de grootteorde van het aantal teruggevonden items na bijvoorbeeld een zoekoperatie. o Toepassen van paginering bij zoekresultaten kan op voorwaarde dat het aantal teruggegeven resultaten beperkt is tot de ordegrootte dat het getalbegrip dan de proefpersoon reikt. Aandacht o Combinatie van hypotheses die allen aangeven dat er alleen de boodschap die je wil meedelen op een pagina de aandacht mag trekken. Al het overige moet vermeden worden: Ingewikkelde grafische achtergronden Bewegende, flikkerende delen Sterk contrasterende vlakken Niet boodschapgerichte audio, video, afbeeldingen Geheugen o Een website moet consistent opgebouwd zijn: een consistente manier van navigeren wordt begrepen Internet Inclusief 17

18 Probleemoplossend vermogen o Knoppen waarop moet geklikt worden moeten groot genoeg zijn en ver genoeg uit elkaar staan. o Alle links en knoppen moeten werken om geen frustratie op te wekken. o Bij formulieren moeten alle invoeropdrachten in aparte schermen opgevraagd worden. Een formulier waarop teveel input gevraagd wordt, krijgt de proefpersoon niet ingevuld. In bijlage (ii05 Formuleren Hypothesen) is het volledige rapport te vinden waarin per beperkingsgebied geduid wordt hoe elke hypothese tot stand kwam Hypothesen-testsite Om bovenstaande hypothesen te toetsen bij de doelgroep werd er een webapplicatie gebouwd, nl. Hoe elke hypothese in deze website getoetst wordt, is uitgebreid beschreven in een document in bijlage (ii05 Bespreking Toetsen Hypothesen). We geven een voorbeeld ter illustratie. Hypothese voor het gebied: visueel begrip: figuur achtergrond: Over elkaar heen liggende vlakken worden betekenisvol en individueel als geheel waargenomen. Hypothese testen door - De proefpersoon te laten aanwijzen welke verschillende blokken (navigatie,inhoud) zich op de startpagina bevinden. Kanttekening bij test - Het begrip over elkaar heen liggend betekent in bovenstaande pagina dat de 2 navigatieblokken en het inhoudsblok op het blauwe achtergrondvlak liggen. - Het begrip blok werd eerst door de testleider geduid op een vorige pagina van de testsite. - Het laten aanwijzen zorgt ervoor dat de opdracht niet interfereert met de leesvaardigheid of taalvaardigheid van de proefpersoon. Wij veronderstellen dat - de proefpersonen afzonderlijke blokken op een pagina herkennen. Internet Inclusief 18

19 Organisatie Internet Inclusiefdag 22/11/07 Op 22 november 2007 werden de 53 volwassenen met een verstandelijke beperking die deelnamen aan de bevraging in juni (ii04) uitgenodigd op de campus van de KHKempen in Geel. 48 personen waren aanwezig. Doel van deze Internet Inclusief-dag was enerzijds het toetsen van de hypothesen via de testsite en anderzijds met het oog op de beschrijving van de doelgroep de afname van een gestandaardiseerde versie van de MMSE (Folstein MF, 1975) en een gestandaardiseerde leesproef AVI (Visser J., 1994). Het afnemen van de testen gebeurde door 2dejaars-studenten ergotherapie. Zij werden opgeleid voor de afname van de drie testen. Elke student kreeg de verantwoordelijkheid over één test. Op deze manier konden de studenten zich grondig voorbereiden en zich focussen op één taak. Voor de testafnames van MMSE en AVI werden de gestandaardiseerde handleiding en scoreformulieren verwerkt tot een document dat door de studenten-proefleiders kon gehanteerd worden voor afname en score. Voor de testsite werden een handleiding voor afname en een registratieformulier ontwikkeld. Voor de afname was telkens een proefleider en een observator aanwezig. Deze laatste was verantwoordelijk voor het invullen van het scoreformulier en het noteren van extra observaties. Gedurende de dag werden momenten voorzien voor het invoeren van de data via online-evaluation. Omwille van de grootte van de testbatterij, de intensiviteit van de testafnames, het aantal testafnames (3) en de taakspanning van de gebruikers werd een programma uitgewerkt waarin inspanning (testafnames) en ontspanning (workshops) elkaar afwisselden. Ook deze workshops werden verzorgd door de studenten van het tweede jaar ergotherapie. Er was een parallelprogramma voor de begeleiders voorzien. Elke deelnemer kreeg een individueel dagschema, koffiepauzes en lunch werden gezamenlijk genomen Gestandaardiseerde afname MMSE Voor de gestandaardiseerde afname van de MMSE werd de versie van De Lepeleire J. & Vernooij-Dasse M. van 2003 gebruikt. Het doel van deze afname was het verkrijgen van gestandaardiseerde gegevens voor een doelgroepomschrijving. In tweede instantie is het interessant om de resultaten te vergelijken met de MMSE-score die de doelgroep behaalde na testen met de Indicator-testsite. Het is echter niet de bedoeling om de resultaten van de Hypothesen-testsite rechtstreeks te linken aan de behaalde MMSE-score. De resultaten van de afname van de gestandaardiseerde MMSE (ii05) verschillen in lichte mate van de resultaten die berekend waren op basis van de verwerking van de opdrachten van de MMSE (ii03) in de Indicator-testsite. Er is een grotere spreiding. Waar de geselecteerde gebruikers uit iio3 een minimumscore van 21 behaalden is de minimumscore voor MMSE ii Eén persoon die bij MMSE ii03 een score van 24 behaalde wenste niet deel te nemen aan de gestandaardiseerde afname van MMSE. Score (max 30) n ii03=48 n ii05= MMSE ii MMSE ii Rekening houdend met de omzetting van de gestandaardiseerde opdrachten naar de computerversie, de verschillende context waarin de afnamen gebeurden (natuurlijke omgeving, Internet Inclusief 19

20 voorziening versus campus hogeschool), het moment en duur van testafnamen (30-60 minuten computerversie, 20 minuten gestandaardiseerde versie in het kader van een goed gevulde dag met meerdere testsituaties) durven we stellen dat de MMSE-computerversie, de zogenaamde Indicator-testsite, een goede barometer is om te bepalen of een persoon met een verstandelijke beperking baat heeft bij de conclusies die voortvloeien uit dit onderzoek Gestandaardiseerde afname AVI Omdat taal als sterk discriminerende factor bij het selecteren van de doelgroep voor het vervolgonderzoek (ii04 en ii05) werd beschouwd, is gezocht naar een instrument om het taalniveau in kaart te brengen. Voor de doelgroep volwassenen met een verstandelijke beperking bestaat op dit gebied geen gestandaardiseerd meetinstrument. Er werd gekozen om een veelgebruikte leestoets uit het onderwijs, de AVI, te gebruiken. Nadeel van dit instrument is dat er enkel teksten voorhanden zijn uit de leefwereld van kinderen. Bij de afname van de test werd aan de gebruikers gevraagd of dit een bezwaar vormde. Niemand had hier problemen mee. De AVI toets geeft negen niveaus voor technisch lezen (Visser, J., 1994, Boonen, W., 2000). De AVI leestoets wordt afgenomen bij kinderen die dagelijks leesoefeningen doen. Wij veronderstellen dat niet alle personen uit onze doelgroep het lezen dagelijks onderhouden. De bedenking werd dan ook gemaakt dat het tempo bij onze doelgroep een beïnvloedende factor zou kunnen zijn bij de scores. Er werd geopteerd om de scores te berekenen met en zonder de factor tijd in rekening te brengen (aantal fouten en tijd F+T, aantal fouten zonder factor tijd F- T). We merken op dat de scores waar het leestempo niet meegenomen wordt aanzienlijk hoger liggen dan de scores waar dit wel het geval is. Dit geeft een gemiddelde score van 4,972 voor F+T en 6,447 voor F-T. AVI < (max niveau =9) Aantal F+T Aantal F-T Gestandaardiseerd toetsen hypothesen De hypothesen werden bij de doelgroep getoetst via een testsite, nl. Rekening houdend met de diversiteit van de doelgroep op vlak van voorkennis ICT en surfen op het internet hebben we volgende beslissingsregel gehanteerd bij het beoordelen van de hypothesen: > 66% : Hypothese bevestigd 50% - 66%: Hypothese onbeslist <50%: Hypothese niet bevestigd Er werden 20 hypothesen getoetst. Hiervan werden 13 hypothesen bevestigd, bleven 2 hypothesen onbeslist en werden 5 hypothesen niet bevestigd. Uit elke hypothese zijn tips voor de webbouwer van een voor de doelgroep toegankelijke site afgeleid als ook tips voor de begeleider die personen met een verstandelijke beperking willen ondersteunen tijdens het surfen op het internet. De volledige beschrijving van de resultaten is opgenomen in bijlage (ii05 Bespreking Toetsen Hypothesen). We geven enkele voorbeelden ter illustratie. Internet Inclusief 20

Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii03

Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii03 Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii. MMSE als basis indicator De onderzoeksgroep Internet Inclusief is er zich van bewust dat er zo een grote variatie in cognitieve beperkingen bestaat,

Nadere informatie

Internet Inclusief Bespreking bevraging doelgroep ii04

Internet Inclusief Bespreking bevraging doelgroep ii04 Internet Inclusief Bespreking bevraging doelgroep ii04 Op 15/06/2007 werden geselecteerden uit de doelgroep volwassen personen met een verstandelijke beperking uitgenodigd in de KHKempen. Selectie gebeurde

Nadere informatie

ICT INCLUSIEF. Een train de trainer -pakket voor het aanleren van computervaardigheden

ICT INCLUSIEF. Een train de trainer -pakket voor het aanleren van computervaardigheden ICT INCLUSIEF Een train de trainer -pakket voor het aanleren van computervaardigheden Jo Daems K-point, onderzoekscentrum ICT en Inclusie, K.H.Kempen Geel 16 februari 2012 1 Situering Antwoord op vraag

Nadere informatie

Internet Inclusief Formulering hypothesen testsites ii05

Internet Inclusief Formulering hypothesen testsites ii05 Internet Inclusief Formulering hypothesen testsites ii05 1. 6 beperkingsgebieden Cognitieve beperkingen zijn terug te brengen tot storingen in één of meerdere van onderstaande 6 domeinen (Bohman & Anderson,

Nadere informatie

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009

Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO. april 2009. Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc. Paterswolde, april 2009 Rapportage BMKO Panelonderzoek Internetgebruik op de BSO april 2009 Drs. M. Jongsma R. H. Rijnks BSc Paterswolde, april 2009 Postbus 312 9700 AH Groningen Pr. Irenelaan 1a 9765 AL Paterswolde telefoon:

Nadere informatie

De vragenlijst werd opgesteld mbv OnlineEvaluation. De vragenlijst werd opgenomen in bijlage 4.

De vragenlijst werd opgesteld mbv OnlineEvaluation. De vragenlijst werd opgenomen in bijlage 4. Internet Inclusief Bespreking eerste on-line bevraging management ii01: Op 6/12/2005 vertrok een gepersonaliseerde mail van internet.inclusief@khk.be naar 707 adressen die we verzamelden op basis van de

Nadere informatie

Resultaat enquête parochieblad Pagina 1 van 8 Martha en Mariaparochie

Resultaat enquête parochieblad Pagina 1 van 8 Martha en Mariaparochie Resultaat enquête parochieblad Pagina 1 van 8 Martha en Mariaparochie Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Uitslag enquête... 4 2.1 Kerkbezoek... 4 2.2 Hoeveel leest men van het blad... 4 2.3 Financiële

Nadere informatie

Gebruikerstest voor de arbocatalogus

Gebruikerstest voor de arbocatalogus Gebruikerstest voor de arbocatalogus Het is goed om een website, voordat deze wordt opengesteld voor alle gebruikers, te laten uittesten door een aantal betrokkenen. Een mogelijkheid is het uitzetten van

Nadere informatie

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Aan de slag! Gebruikershandleiding voor patiëntervaringsonderzoek voor fysiotherapeuten Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Welkom! Qualizorg biedt u het inzicht

Nadere informatie

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl Denkvermogen en denkstijl Naam: Ruben Smit Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. De uitslag... 4 3. Bijlage: Het lezen van de uitslag... 5 Pagina 2 van 7 1. Inleiding Op 5 april 2016 heeft Ruben Smit een

Nadere informatie

Drempelvrij samenwerken

Drempelvrij samenwerken Drempelvrij samenwerken Start ook met drempelvrij samenwerken. Door kennis en informatie te delen op een platform dat aan de webrichtlijnen voldoet kun je met heel Nederland samenwerken. In deze whitepaper

Nadere informatie

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 3 ... Google: zoeken op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 3 ... Google: zoeken op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is Les 3... Google: zoeken op het internet. Deze iconen tonen aan voor wie het document is Leerkrachten WebExperts Senioren Leerlingen Achtergrondinformatie Achtergrondinformatie voor de leerkracht Waarom?

Nadere informatie

Bijlage bij FeniksInformatiebrief nummer 1, jaargang 2, Thiememeulenhoff

Bijlage bij FeniksInformatiebrief nummer 1, jaargang 2, Thiememeulenhoff De terugkeer van de tijdbalk: interactief en multimediaal Hij is terug: de tijdbalk!weggezuiverd uit het thematische onderwijs tussen 1980 en 2000 en in ere hersteld door de canonieke leerstellingen van

Nadere informatie

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012 Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk april 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De tijdlijn 3. De verschillende fasen 4. Onderwerp zoeken 5. Informatie zoeken 6. Nog 10 tips 7. De beoordeling

Nadere informatie

On-line Communicatietool Ict op School

On-line Communicatietool Ict op School On-line Communicatietool Ict op School Rapport 2 Output van kwalitatieve marktonderzoek basisschool Kwalitatief marktonderzoek ten behoeve van de ontwikkeling en toetsing van een online communicatietool

Nadere informatie

E-communication 4 social work

E-communication 4 social work E-communication 4 social work Wij zijn vijf derdejaars studenten bachelor orthopedagogie aan de Katholieke Hogeschool Limburg departement SAW. Ons afstudeerproject gaat over communicatie tussen ouders

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 Snel aan de slag 3 Per Enquete 3 Een enquête + vragen toevoegen 6 Layout aanpassen 7 Een uitnodiging versturen 8 Resultaten bekijken 8 Tips en trucs 13

Nadere informatie

1. Mindmap ICT-leerlijn. - Eenvoudig overzicht ICT in onze school (regelmatig bijwerken) 2. Kleuters

1. Mindmap ICT-leerlijn. - Eenvoudig overzicht ICT in onze school (regelmatig bijwerken) 2. Kleuters 1. Mindmap ICT-leerlijn - Eenvoudig overzicht ICT in onze school (regelmatig bijwerken) 2. Kleuters - Volglijst per kleuter: 10 moetjes voor de 5-jarige kleuters - Andere mogelijkheid: observatielijst

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR AFNAME EN SCORING ACE-R ONDERDEEL MMSE

HANDLEIDING VOOR AFNAME EN SCORING ACE-R ONDERDEEL MMSE ADDENBROOKE S COGNITIVE EXAMINATION ACE-R VLAAMSE VERTALING EN AANPASSING DOOR SAVONET EN VAN BENEDEN DIENST LOGOPEDIE EN AFASIOLOGIE AZ MARIA MIDDELARES, GENT ONDERDEEL MINI MENTAL STATE EXAMINATION HANDLEIDING

Nadere informatie

Maak de juiste keuze. Coaching. Selectie/Promotie. Management Ontwikkeling. Loopbaanbegeleiding. Copyright 2005 Alert Management Consultants

Maak de juiste keuze. Coaching. Selectie/Promotie. Management Ontwikkeling. Loopbaanbegeleiding. Copyright 2005 Alert Management Consultants Maak de juiste keuze - Selectie/Promotie Coaching Management Ontwikkeling Loopbaanbegeleiding Waarschijnlijk vindt u het net als de meeste mensen in uw vakgebied wel eens moeilijk om iemands persoonlijkheid

Nadere informatie

MINI MENTAL STATE EXAMINATION (MMSE) (Derix,MMA; Teunisse,S; Hijdra,A; Wens,L; Hofstede,AB; Walstra,GJM; et al.) Aanwijzingen afnemen MMSE

MINI MENTAL STATE EXAMINATION (MMSE) (Derix,MMA; Teunisse,S; Hijdra,A; Wens,L; Hofstede,AB; Walstra,GJM; et al.) Aanwijzingen afnemen MMSE RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Openbare instelling opgericht bij de wet van 9 augustus 1963 TERVURENLAAN 211 1150 BRUSSEL Dienst voor geneeskundige verzorging MINI MENTAL STATE

Nadere informatie

Verschillen tussen mensen met en zonder een handicap Socio-demografische kenmerken - Leeftijd - Geslacht - Woonsituatie - Werksituatie

Verschillen tussen mensen met en zonder een handicap Socio-demografische kenmerken - Leeftijd - Geslacht - Woonsituatie - Werksituatie Inhoud Theoretisch kader Operationalisering concepten Methodologie en dataverzameling Resultaten en analyses: kwalitatief onderzoek Resultaten en analyses: Kwantitatief onderzoek Conclusies Aanbevelingen

Nadere informatie

Tips voor een gebruiksvriendelijke website

Tips voor een gebruiksvriendelijke website Cre@ctiv Webdesign, digitale marketing & grafisch ontwerp Tips voor een gebruiksvriendelijke website Stenenmolenstraat 162 2800 Mechelen +32 15 68 06 76 +32 472 33 64 98 info@creactivmarketing.com Inleiding

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Datum: 5 september 2014

Datum: 5 september 2014 Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

Generiek Testplan Usability & Accessibility

Generiek Testplan Usability & Accessibility Generiek Testplan Usability & Accessibility Datum: 19 Januari 2009 Module: GMTIMP06 Docent: Bob Pikaar Studenten: - Milo Meulenkamp (0770572) - (0765676) Versiebeheer Versie Datum Auteur Omschrijving 0.1

Nadere informatie

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde Foeke van der Zee Inhoudsopgave 1. Onderzoek, wat is dat eigenlijk... 1 1.1 Hoe is onderzoek te omschrijven... 1 1.2 Is de onderzoeker een probleemoplosser

Nadere informatie

Computercommunicatie B: Informatiesystemen

Computercommunicatie B: Informatiesystemen Computercommunicatie B: Informatiesystemen Markus Egg Rijksuniversiteit Groningen Voorjaar 2007 Introductie: doelen van de cursus definitie van informatiesystemen voorbeelden van informatiesystemen klassieke

Nadere informatie

Rapport over de functie van Dirk Demo

Rapport over de functie van Dirk Demo Rapport over de functie van Dirk Demo Publicatiedatum: 14 februari 2014 Leeswijzer Dit rapport omschrijft de functie van 'Dirk Demo' zoals die door The PeopleFactory - Demo omgeving is vastgesteld en geeft

Nadere informatie

CBS De Schakel Vlaardingen. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2013. Haarlem, juli 2013

CBS De Schakel Vlaardingen. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2013. Haarlem, juli 2013 CBS De Schakel Vlaardingen Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2013 Haarlem, juli 2013 Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning

Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning Ministerie van VROM Kennisplein Omgevingsvergunning Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX Den Haag Interne postcode IPC 660 http://omgevingsvergunning.vrom.nl

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Nederlandstalige NonSpeech test (NNST) 4 november 2011 Review: M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs.

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF 2012 Rapportage Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Ronald Zwart Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding en leeswijzer... 3 1.1 Inleiding:

Nadere informatie

Voorstelling project. verantwoordelijke multimedia & webdesign

Voorstelling project. verantwoordelijke multimedia & webdesign Voorstelling project verantwoordelijke multimedia & webdesign Project inhoud Verantwoordelijkheden 1. advies en ondersteuning bieden ivm het digitale gebeuren binnen het KIDS (afdeling zorg) 2. organisatiebeleid

Nadere informatie

Digitale Ongelijkheid. Dr. Alexander van Deursen Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie

Digitale Ongelijkheid. Dr. Alexander van Deursen Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Digitale Ongelijkheid Dr. Alexander van Deursen Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Toegang Motivatie In 2013 is nog maar 6% van de bevolking niet gemotiveerd om internet te gebruiken. Zij hebben

Nadere informatie

Verzamelen gegevens: december 2013

Verzamelen gegevens: december 2013 Verzamelen gegevens: december 2013 Interpretatie gegevens: april/mei 2014 Organisatiebeschrijving Inzowijs richt zich op de begeleiding van kinderen en jongeren in de leeftijd van 2 t/m 23 jaar. De problematiek

Nadere informatie

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Hoe kan je breed en permanent evalueren?

Hoe kan je breed en permanent evalueren? Ronde 2 Martien Berben & Marleen Colpin Centrum voor Taal en Onderwijs - K.U.Leuven Contact: Martien.berben@arts.kuleuven.be Marleen.colpin@arts.kuleuven.be Hoe kan je breed en permanent evalueren? De

Nadere informatie

Vier in Balans-tool. Individuele Rapportage

Vier in Balans-tool. Individuele Rapportage Vier in Balans-tool Individuele Rapportage 1 Inleiding Deze tool is gebaseerd op het Vier in Balans-model en is aangevuld met elementen uit Didactiek en Leiderschap in Balans. Dit model vat samen wat er

Nadere informatie

Clock Drawing Test. Afkorting. Doelstelling/ beschrijving. Doelgroep. Soort meetinstrument. Afname CDT

Clock Drawing Test. Afkorting. Doelstelling/ beschrijving. Doelgroep. Soort meetinstrument. Afname CDT Clock Drawing Test Afkorting CDT Doelstelling/ beschrijving Deze test was ontwikkeld om de visueel constructieve capaciteiten te beoordelen. Later werd de test uitgebreid naar het onderzoeken van het cognitief

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Inhoud. Introductie tot de cursus

Inhoud. Introductie tot de cursus Inhoud Introductie tot de cursus 1 Inleiding 7 2 Voorkennis 7 3 Het cursusmateriaal 7 4 Structuur, symbolen en taalgebruik 8 5 De cursus bestuderen 9 6 Studiebegeleiding 10 7 Huiswerkopgaven 10 8 Het tentamen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie...

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie... Inhoud Inleiding... 3 Algemene gegevens... 4 Gevoel van veiligheid... 5 De mate waarin agressie voorkomt... 7 Omgaan met agressie... 8 Ontwikkeling van agressie... 11 Kwalitatieve analyse... 11 Conclusies...

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. LESMATERIAAL

1. INLEIDING 2. LESMATERIAAL DOCENTENHANDLEIDING 1. INLEIDING Nederlands in Beeld (NIB) is bedoeld om zoveel mogelijk via beeldmateriaal de betekenis van woorden en zinnen duidelijk te maken. Cursisten met weinig schoolervaring hebben

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14 Statistiek met Excel Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Schoolexamen Wiskunde VWO: Statistiek met grote datasets... 5 Uibreidingsopdrachten vwo 5... 6 Schoolexamen

Nadere informatie

Handleiding Resultaatmeetsysteem en Mezzedo

Handleiding Resultaatmeetsysteem en Mezzedo Handleiding Resultaatmeetsysteem en Mezzedo voor aanbieders (Versie 26 augustus 2014) 1 Inhoud Wat is het Resultaatmeetsysteem?... 3 Cliënten stimuleren mee te doen... 4 Over de handleiding... 4 Deel I

Nadere informatie

Leerstofoverzicht Lezen in beeld

Leerstofoverzicht Lezen in beeld Vaardigheden die bij één passen, worden in Lezen in beeld steeds bij elkaar, in één blok aangeboden. Voor Lezen in beeld a geldt het linker. Voor Lezen in beeld b t/m e geldt het rechter. In jaargroep

Nadere informatie

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Studievaardigheden

BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Persoonlijke ontwikkeling Studievaardigheden BBL-4, topklinisch traject RdGG Pagina 1 van 7 Inleiding en leerdoelen Leren en studeren is een belangrijk onderdeel in je opleiding tot verpleegkundige. Om beter te leren studeren is het belangrijk niet

Nadere informatie

Reflectie Verslag. 25 januari. Game Developement Informatica Hogeschool v. Amsterdam

Reflectie Verslag. 25 januari. Game Developement Informatica Hogeschool v. Amsterdam Reflectie Verslag 25 januari 2013 Het reflectie verslag met nabeschouwing en beoordelingen over de stage van Simon Karman bij het bedrijf Sticky Studios. Game Developement Informatica Hogeschool v. Amsterdam

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Klare taal rendeert. Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties

Klare taal rendeert. Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties Klare taal rendeert Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties Taalbeleid: geen overbodige luxe Duidelijk en transparant taalgebruik vermijdt misverstanden, verbetert de samenwerking

Nadere informatie

Internet Inclusief Bespreking tweede on-line bevraging (ICT)-begeleiders ii02

Internet Inclusief Bespreking tweede on-line bevraging (ICT)-begeleiders ii02 Internet Inclusief Bespreking tweede on-line bevraging (ICT)-begeleiders ii0 Op 0/0/006 vertrok een gepersonaliseerde mail van internet.inclusief@khk.be naar 451 adressen. De eerste on-line bevraging (ii01)

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Looproute Microsoft OneNote 2010 versie 1.0. Looproute Microsoft OneNote 2010. Inleiding

Looproute Microsoft OneNote 2010 versie 1.0. Looproute Microsoft OneNote 2010. Inleiding 1 Looproute Microsoft OneNote 2010 Inleiding Dit document beschrijft de werking van het computerprogramma Microsoft OneNote (versie 2010) en is bedoeld voor docenten en leerlingen van het basis- en voortgezet

Nadere informatie

Publishing & Printing Company B.V.

Publishing & Printing Company B.V. STAPPENPLAN WEBSITE Versie 1.3 Publishing & Printing Company B.V. Weth. Sangersstraat 38 (0)46-437 73 11 KVK 140.41959 6191 NA Beek web@pp-company.nl BTW NL 0085.52.861.B01 Algemene voorwaarden www.pp-company.nl

Nadere informatie

Connector Ability Voorbereiding en veel gestelde vragen

Connector Ability Voorbereiding en veel gestelde vragen P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Connector Ability Voorbereiding en veel gestelde vragen www.picompany.nl Inhoud Inhoud... 2 Connector Ability... 3 De test maken... 3 Veel gestelde vragen...

Nadere informatie

Verslag onderzoek rekencursus Online of Boek. Stefan Akkerman Joep Lagrand Ron Leuven

Verslag onderzoek rekencursus Online of Boek. Stefan Akkerman Joep Lagrand Ron Leuven Verslag onderzoek rekencursus 2016 Online of Boek Stefan Akkerman Joep Lagrand Ron Leuven september 2015 - maart 2016 Inleiding Binnen het Nova College hanteren wij de Methode Start rekenen van Deviant.

Nadere informatie

Handleiding voor de leerling

Handleiding voor de leerling Handleiding voor de leerling Inhoudopgave Inleiding blz. 3 Hoe pak je het aan? blz. 4 Taken blz. 5 t/m 9 Invulblad taak 1 blz. 10 Invulblad hoofd- en deelvragen blz. 11 Plan van aanpak blz. 12 Logboek

Nadere informatie

Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden

Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden Toegankelijkheid We gaan er vaak van uit dat de toegankelijkheid van de fysieke omgeving een voldoende voorwaarde is om iedereen te

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners Onderzoek burgerinitiatief Tevredenheid van indieners In opdracht van: De Raadsgriffier Uitgevoerd door: Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend Denise Floris Bert Mentink April

Nadere informatie

Monitor Klik & Tik de Bibliotheek [voorbeeld] september 2014 augustus 2015

Monitor Klik & Tik de Bibliotheek [voorbeeld] september 2014 augustus 2015 Monitor Klik & Tik de Bibliotheek [voorbeeld] september 2014 augustus 2015 Inhoud 1. Inleiding... 1 2. Dienstverlening en deelnemers in de Bibliotheek [voorbeeld]... 2 2.1 Dienstverlening... 2 2.2 Deelnemers...

Nadere informatie

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren

Aan de slag! Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Aan de slag! Gebruikershandleiding voor klantervaringsonderzoek voor apothekers Deel 1 van 3 > Aan de slag Deel 2 van 3 > Verdieping Deel 3 van 3 > Verbeteren Welkom! Qualiview biedt u het inzicht dat

Nadere informatie

SLIMSTAMPEN HANDLEIDING

SLIMSTAMPEN HANDLEIDING SLIMSTAMPEN HANDLEIDING Dit is een korte handleiding voor de SlimStampen website. Een gebruiker van de website kan verschillende activiteiten kiezen door op één van de knoppen boven aan de eerste pagina

Nadere informatie

Eerste graad A-stroom

Eerste graad A-stroom EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Vijverbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde Het natuurlijk milieu Reliëf 16* De leerlingen leren respect opbrengen voor de waarde van

Nadere informatie

Handleiding website SVNL voor evenementenverkeersregelaars

Handleiding website SVNL voor evenementenverkeersregelaars Handleiding website SVNL voor evenementenverkeersregelaars Met deze handleiding maken wij u graag wegwijs op de website van Stichting Verkeersregelaars Nederland (SVNL). U vindt hier stap voor stap uitleg

Nadere informatie

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 1 ... De webbrowser, onze surfplank door het wereldwijde web. Deze iconen tonen aan voor wie het document is

Iedereen online, van 9 tot 99 jaar. Les 1 ... De webbrowser, onze surfplank door het wereldwijde web. Deze iconen tonen aan voor wie het document is 1... De webbrowser, onze surfplank door het wereldwijde web. Deze iconen tonen aan voor wie het document is Leerkrachten WebExperts Senioren Leerlingen 1,. Een browser bevat verschillende hulpmiddelen

Nadere informatie

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening Foeke van der Zee Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt,

Nadere informatie

Handleiding testgebruiker v.0.1

Handleiding testgebruiker v.0.1 Handleiding testgebruiker v.0.1 Handleiding testgebruiker v.0.1 Brands & Stories - 21.10.2014-1 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Algemeen 3 1.2 Doelstelling 3 1.3 Een probleem rapporteren 3 2 Registreren 4 2.1

Nadere informatie

Vooraleer we van start gaan

Vooraleer we van start gaan Bijlage 2b HANDLEIDING bij CHECKLIST Vooraleer we van start gaan Bij normaal begaafden vinden we een gemiddeld gehoorverlies van 45 db van 0,2 procent van de populatie tussen 18 en 30 jaar en van 17,6

Nadere informatie

How to present online information to older cancer patients N. Bol

How to present online information to older cancer patients N. Bol How to present online information to older cancer patients N. Bol Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Goede informatievoorziening is essentieel voor effectieve

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument ComVoor Voorlopers in communicatie 31 oktober 2011 Review M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende

Nadere informatie

Januari 2011 nl. Diagnose Informatie Systeem

Januari 2011 nl. Diagnose Informatie Systeem Januari 2011 nl Diagnose Informatie Systeem Inhoud Introductie Voordelen Het systeem in het kort Kosten Demonstratie Introductie DiagnoseIS is een interactief platform voor het afnemen, scoren en rapporteren,

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Rapportage. Mevrouw A. Noniem

Rapportage. Mevrouw A. Noniem Rapportage Mevrouw A. Noniem Deze rapportage is vertrouwelijk. Deze rapportage is opgesteld inzake het in kaart brengen van de werknemersvaardigheden van betrokkene. Het huidige onderzoek betreft een momentopname.

Nadere informatie

TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK. Lokale politie Klein-Brabant

TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK. Lokale politie Klein-Brabant TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK Lokale politie Klein-Brabant Inleiding Dit onderzoek werd gevoerd om zicht te krijgen op de mate van tevredenheid van de burger inzake de werking en de dienstverlening bij hun

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²: Vlaamse Patiënten Peiling

Vlaams Indicatoren Project VIP²: Vlaamse Patiënten Peiling Vlaams Indicatoren Project VIP²: Vlaamse Patiënten Peiling Op initiatief van de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Icuro, Zorgnet Vlaanderen en de Vlaamse overheid, is het Vlaamse VIP 2 -indicatorenproject

Nadere informatie

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS ADOS-training Karakter organiseert een training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS. Wat is ADOS? Het Autisme Diagnostisch

Nadere informatie

Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw

Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw Omzeil het gebruik van mappen en bestanden over Wiki s en het werken in de 21 e eeuw In de whitepaper waarom u eigen documenten niet langer nodig heeft schreven we dat het rondmailen van documenten geen

Nadere informatie

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de SAMENVATTING Er is onderzoek gedaan naar de manier waarop kinderen van 6 8 jaar het best kunnen worden geïnterviewd over hun mening van de buitenschoolse opvang (BSO). Om hier antwoord op te kunnen geven,

Nadere informatie

Het gebruik van deze tool is relatief eenvoudig en vergt weinig tijd bij zowel de projectuitvoerders als de leden van de gebruikersgroep.

Het gebruik van deze tool is relatief eenvoudig en vergt weinig tijd bij zowel de projectuitvoerders als de leden van de gebruikersgroep. Deze nieuwe online tool heeft enerzijds tot doel feedback van de bedrijven/organisaties uit de gebruikersgroep te verzamelen (niet van de onderzoekspartners dus) en anderzijds de aanwezigheden bij de vergaderingen

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Naam: Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion

Naam: Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion Programma Aanpak Universitaire Website (PAUW) Draaiboek decentrale implementatie PAUW en Tridion Inleiding In het kader van het Programma Aanpak Universitaire Website (PAUW) is afgesproken dat alle decentrale

Nadere informatie

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet.

Eindrapportage Interactieve Leerlijnen. www.dnsleerroutes.net. Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010. Kennisnet. Eindrapportage Interactieve Leerlijnen versie datum 1 / 7 Eindrapportage Interactieve Leerlijnen www.dnsleerroutes.net Auteur(s) : Annemarieke Schepers Versienummer : januari 2010 Kennisnet.nl www.dnsleerroutes.net

Nadere informatie

Internet en gemeentelijke website

Internet en gemeentelijke website Internet en gemeentelijke website Aanwezigheid aansluiting op Internet Het bezit van een computer; al dan niet met een internetaansluiting, is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Het lijkt erop dat aan

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 Inleiding In maart van dit jaar heeft adviesbureau Van Beekveld en Terpstra in opdracht van het College van Bestuur van OVO Zaanstad op de scholen van OVO een

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM

Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Instructie Dit document hoort bij het beoordelingsformulier. Op het beoordelingsformulier kan de score per criterium worden ingevuld. Elk criterium kan op vijf niveaus

Nadere informatie

APQ rapportage. Bea Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

APQ rapportage. Bea Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: APQ rapportage Naam: Bea Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea Voorbeeld / 16.06.2015 / APQ rapportage 2 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in jouw inzetbaarheid. We bespreken hoe

Nadere informatie

Ergotherapie. Patiënteninformatie. Algemeen Ziekenhuis Diest Statiestraat 65 3290 Diest t 013 35 40 11 f 013 31 34 53 post@azdiest.be www.azdiest.

Ergotherapie. Patiënteninformatie. Algemeen Ziekenhuis Diest Statiestraat 65 3290 Diest t 013 35 40 11 f 013 31 34 53 post@azdiest.be www.azdiest. Ergotherapie Patiënteninformatie Algemeen Ziekenhuis Diest Statiestraat 65 3290 Diest t 013 35 40 11 f 013 31 34 53 post@azdiest.be www.azdiest.be Inhoudsopgave 1 Wat is ergotherapie... 4 2 Ergotherapie

Nadere informatie

ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP!

ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP! TUTORIAL ONTWIKKEL JE ONDERNEMERSCHAP! Op het Entrepreneur Platform is alle kennis en hulp aanwezig om je ondernemerschap verder te kunnen ontwikkelen. Naast de digitale coach Hugo (die jou online kan

Nadere informatie