Zelfmanagement voor studenten met ASS. Handleiding Trainers

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zelfmanagement voor studenten met ASS. Handleiding Trainers"

Transcriptie

1 Zelfmanagement voor studenten met ASS Handleiding Trainers 1

2 Colofon 2013 HAN. HAN SENECA heeft bij het samenstellen van deze handleiding de uiterste zorg nagestreefd. Desondanks kan niet volledig worden uitgesloten dat er eventueel onjuistheden of (zet)fouten in de handleidingvoorkomen. HAN-SENECA stelt zich, evenals auteurs en drukker, niet aansprakelijk voor eventuele schade die het gevolg is van acties die zijn genomen op basis van deze uitgave of gedeelten van deze uitgave. Het auteursrecht voor de gehele inhoud van deze handleiding berust bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Op de hieronder vermelde uitzondering na, kunnen gebruikers vrijelijk gebruik maken van de verkregen informatie, onder de volgende voorwaarden: Wanneer deze informatie wordt verspreid of gereproduceerd, dient dit accuraat te geschieden en de HAN dient daarbij als bron te worden vermeld. Het volgen van een train de trainer cursus is niet verplicht maar wordt sterk aangeraden voor het juiste gebruik van de handleiding Auteurs Dr. Sarah Detaille Drs. Angela Custers Inhoudelijke bijdrage van: Stan Vluggen Kevin Smet Joey Rutten Pim Wiggers Drs. Jolanda Antes Gefinancierd door: Startfoundation en het Fonds voor Psychische Gezondheid ISBN: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Expertisecentrum Seneca Postbus GL Nijmegen Telefoon: (024) Website: 2

3 Inhoud Inhoud...3 Leeswijzer...5 Hoofdstuk 1- Achtergrond van de training Historie Opzet en inhoud van de training Organisatie van de training Hoofdstuk 2. Uitvoering van de training Concepten Lastige situaties Hoofdstuk 3. Inhoud van de zelfmanagementtraining Bijeenkomst 1: Kennismaking Bijeenkomst 2: Kernkwaliteiten en valkuilen Bijeenkomst 3: Plannen en organiseren Bijeenkomst 4: Samenwerken en communiceren Bijeenkomst 5: Solliciteren en jezelf presenteren Bijeenkomst 6: Omgaan met vermoeidheid en spanning Bijeenkomst 7: Omgaan met veranderingen tijdens school en stage Bijeenkomst 8: Terugblik en Vooruitblik Bijlage 1: Autisme volgens de DSM Bijlage 2: Vragenlijst intakegesprek Bijlage 3: Handout voor de maatjes Bijlage 4: Powerpoint training voor de maatjes Bijlage 5: Handleiding begeleiden intervisie bijeenkomsten Maatjes Bijlage 6: Evaluatie formulier Zelfmanagement voor studenten met ASS

4 4

5 Leeswijzer Deze handleiding is bedoeld voor docenten op het MBO, HBO of WO die de training zelfmanagement gaan geven voor studenten van de eigen opleiding met een autismespectrumstoornis (ASS). Als u de taak heeft om deze training te geven dan bent u waarschijnlijk een ervaren docent. Echter, ook de meest ervaren trainers komen voor onverwachte wendingen te staan en uw gebruikelijke reacties kunnen weleens heel andere effecten veroorzaken dan u gewend bent. Lees daarom, hoe ervaren u ook bent, van tevoren de handleiding goed door om te zien wat u kunt verwachten. Vanwege de grote behoefte aan structuur bij de doelgroep is het aan te raden de inhoud van de training in hoofdstuk 3 zo letterlijk mogelijk te volgen. Neem van tevoren de hele trainingsmap alvast door, u krijgt er vast vragen over tijdens de eerste bijeenkomst. Daarnaast is het aan te raden om via HAN-SENECA de bijbehorende train de trainer-workshop te volgen. Daar leert u de kneepjes van het vak en kunt u vragen stellen. Veel plezier met het geven van de training! HAN-SENECA 5

6 Hoofdstuk 1- Achtergrond van de training 1.1. Historie Project Autisme en Werk De zelfmanagementtraining voor MBO en HBO studenten met een autismespectrumstoornis (ASS) is ontwikkeld binnen het programma Autisme en Werk. Dit is een landelijk programma van Start Foundation in samenwerking met het Fonds Psychische Gezondheid. Het doel ervan is om de arbeidsmarktparticipatie van mensen met autisme te vergroten. Mensen met ASS lopen in de samenleving vaak tegen problemen aan. Studenten met autisme hebben een hogere kans op schooluitval. De eigen effectiviteit van studenten met autisme is een cruciale factor bij het voorkomen van problemen. Voor Wajongers met autisme bijvoorbeeld is zelfstandigheid een van de belangrijkste voorspellende factoren om toekomstig werk te kunnen volhouden(universitair Medisch Centrum Groningen, 2010). Zelfmanagementtrainingen De training is ontwikkeld door het Expertisecentrum Seneca. Eerdere zelfmanagementtrainingen, die al sinds 2006 door dit expertisecentrum zijn ontwikkeld voor mensen met een chronische aandoening of functiestoornis, hebben hun nut al ruimschoots in de praktijk bewezen(detaille S.I., 2010). De trainingen zijn hier namelijk niet alleen ontwikkeld maar ook uitgevoerd. De technieken die worden gebruikt in deze trainingen berusten op bestaande technieken voor gedragsverandering(detaille S.I., 2010). Het idee achter deze trainingen is dat, wanneer jongeren al tijdens hun opleiding leren om de regie te nemen en daarbij niet voorbij te gaan aan hun beperking, ze niet alleen een grotere kans hebben om hun studie succesvol af te ronden, maar ze zichzelf ook op de arbeidsmarkt beter staande kunnen houden. Daarnaast maken jongeren met een startkwalificatie op de arbeidsmarkt veel meer kans op het vinden van een baan. Dat geldt voor alle jongeren, maar nog eens extra voor jongeren met een beperking. Gebaseerd op praktijkervaring In de praktijk van de zelfmanagementtraining bleek dat studenten met autisme tijdens de training andere behoeften hadden dan de anderen(detaille, 2011). Zij hadden met name veel meer behoefte aan structuur. Daarnaast was er voor hen ook extra ondersteuning nodig bij de interpretatie van het geleerde en de uitvoering ervan. Hierop is de training aangepast. Brainstorms zijn vervangen door overzichtelijke checklists, waarmee de student kan kiezen tussen oplossingen. De thema s zijn aangepast aan de knelpunten voor de doelgroep die uit onderzoek naar voren kwamen. Maatjes worden ingezet om de student te helpen om de lesstof te koppelen aan hun eigen praktijksituatie. De behoeften van de doelgroep hebben ook gevolgen voor de houding van de trainer. Daarover later meer. Op basis van praktijkonderzoek naar de informatieverwerking, knelpunten en behoeften van studenten met ASS is de training aangepast. Er is een pilot geweest met drie trainingen. Alle trainers, maatjes en deelnemers die daaraan deelnamen zijn geïnterviewd en ook dat leverde een schat aan informatie op waarmee de training verder is bijgeschaafd tot wat u nu voor u heeft liggen. 6

7 1.2. Opzet en inhoud van de training Doel Het doel van de zelfmanagementtraining is om de studenten met autisme beter in staat te stellen om inzicht te hebben in hun kwaliteiten en valkuilen en te leren inschatten wat ze nodig hebben om goed te kunnen studeren of werken ondanks ASS. Tijdens de training leren studenten ook om keuzes te maken. Welke keuzes de student uiteindelijk maakt is daarbij minder belangrijk. Belangrijker is dat de keuze weloverwogen is gemaakt en dat het lukt om hem uit te voeren. Het is dus uitdrukkelijk niet de bedoeling om voor de student te bepalen welke keuzes die zou moeten maken. Kwalificaties trainer Van u als trainer wordt verwacht dat u als docent werkt op het MBO of HBO, gewend bent om groepen studenten te trainen en bekend bent met de algemene gang van zaken op de opleiding zodat u ook op detail kunt adviseren. Verder wordt affiniteit met de doelgroep, mensen met een ASS en een normale tot hoge begaafdheid, aanbevolen. Het zou helpen als u uit eigen ervaring kunt meepraten over de psychosociale gevolgen van een chronische aandoening. Doelgroep training De training is gericht op jongeren met een autismespectrumstoornis (ASS) die op het moment van de training een MBO of HBO studie volgen; dit vanuit het idee dat men de geleerde vaardigheden meteen binnen de studiecontext kan toepassen. De training is bedoeld voor studenten die merken dat ze door hun ASS tegen problemen aanlopen en het lastig vinden om de omgeving te betrekken bij het zoeken naar oplossingen. Onder de autismespectrumstoornissen vallen Klassiek autisme, Asperger en PDD-NOS. In de DSM-5 vervalt het onderscheid tussen deze vormen van autisme. Alles heet dan autismespectrumstoornis. De concept tekst voor autisme in de DSM-5, waarmee psychiaters de diagnose stellen, kunt u vinden in bijlage 1. Een autismespectrumstoornis (ASS) is een aangeboren stoornis in de informatieverwerking in de hersenen. Dat uit zich op verschillende manieren: Vanwege de afwijkende informatieverwerking zijn er problemen in de communicatie. Het vergt nogal wat om bijvoorbeeld te luisteren naar wat de ander zegt, dat in het juiste perspectief te plaatsen en daarna een eigen verhaal te vormen en om te zetten in taal. Gebruik van nonverbale signalen is vaak anders of minder dan anderen. Dat zorgt al snel voor miscommunicatie. Sommigen kunnen ook de nonverbale signalen van anderen niet begrijpen. Er is vaak een focus op details, waarbij het lastig is om het geheel te overzien. Dit speelt op allerlei gebieden, zoals het opletten in de les (bijvoorbeeld wel weten wat de docent net heeft gezegd maar niet meer weten waar de les vandaag over ging) maar ook bij het organiseren van het eigen leven. Voor mensen met autisme is het combineren van verschillende levensgebieden vaak een probleem. Zo zijn ze bijvoorbeeld gefocust op de inhoud van de les en houden ze zich niet tegelijkertijd bezit met het contact met klasgenoten waardoor ze geen sociaal netwerk opbouwen. Of ze leren voor een tentamen en bouwen daarbij slaapgebrek op omdat slapen in die periode voor hen niet het belangrijkste is. Er is vaak moeite met veranderingen. Hoe klein een verandering misschien ook is, het betekent verlies van overzicht en de persoon met een ASS moet alles opnieuw overdenken omdat er door de verandering een andere situatie is ontstaan. Het komt erop neer dat alle veranderingen goed moeten worden uitgedacht. 7

8 Vaak zijn mensen met autisme overgevoelig voor zintuiglijke prikkels. Zij kunnen vaak geen onderscheid maken tussen de zintuiglijke prikkels en hebben daarom meer last van bijvoorbeeld omgevingsgeluiden, een wiebelende stoel of (teveel of te weinig) licht. De meeste bezigheden, ook de meest eenvoudige, kosten meer moeite, zodat er vermoeidheid of stress kan ontstaan. Doordat lichaamssensaties niet altijd even goed worden gevoeld en geïnterpreteerd, heeft de persoon met autisme dat niet altijd in de gaten. (Jong)volwassenen met ASS en een normale tot hoge begaafdheid hebben vaak allerlei overlevingstactieken ontwikkeld om zich staande te kunnen houden. Daar horen tactieken bij (zoals bijvoorbeeld vermijding, focus op een bepaald doel of vasthouden aan rituelen om het overzicht te bewaren) die misschien voor buitenstaanders niet functioneel lijken maar dat voor de persoon zelf soms wel zijn. Structuur en duidelijkheid zijn voor deze doelgroep belangrijke factoren. Dat heeft te maken met de prikkelgevoeligheid, detailgerichtheid en contextblindheid die een rol spelen bij autisme(handicap + studie, 2009)(Kan, 2008)(Vermeulen P., 1999). Mensen met autisme verwerken informatie anders, vaak langzamer en grondiger, en hebben meer moeite om informatie in een context te plaatsen. Bij deze groep is veel winst te behalen bij het helpen overzicht te krijgen, keuzes te maken en daar (middels tips en trucs) op het juiste moment aan te denken. Tips voor het begeleiden van mensen met autisme: Maak het visueel overzichtelijk, zet het in een schema, denk samen het hele plan uit of laat het uitdenken en geef dus niet alleen een tip. Wees duidelijk over wat u verwacht. Als iemand moet kiezen, op basis van welke criteria moet dat dan gebeuren en wat is het doel ervan? Deze informatie halen mensen met autisme niet vanzelf uit de context. Zij doen alleen hun best om de opdracht zo letterlijk mogelijk uit te voeren. Ze leggen niet vanzelf de link tussen de grote lijnen (die ze vaak best kennen) en de details. Die link zult u dus bij iedere oefening moeten herhalen. Mensen met autisme hebben baat bij prompting, dit is een signaal uit de omgeving die de persoon met autisme helpt om in beweging te komen en een taak uit te voeren. Het signaal kan van iemand anders komen maar ook van de computer of een mobieltje. Denk niet te snel dat u te maken heeft met een gedragsprobleem. Vraag u bij problemen in eerste instantie af welke informatie de ander misschien nodig heeft. Dat kan (ook bij studenten op HBO niveau) ook informatie zijn die u zelf als algemeen bekend veronderstelt. ( Als je te laat komt is het netjes om even uitleg te geven ). Neem wat er gezegd wordt letterlijk. Als de groep moppert over een detail dat niet klopt, neem dan aan dat dat ook is wat de groep stoort. Het is niet nodig om onzeker te worden over andere zaken. Mensen met ASS hebben zelden bijbedoelingen. Zeg zelf ook letterlijk wat u bedoelt. Taal wordt namelijk letterlijk opgevat. Gedragsverklaringsmodellen De zelfmanagementtrainingen zijn gebaseerd op bestaande gedragsverklaringsmodellen (Detaille et al. 2012). Het gebied van autisme en gedragsverandering is zoals eerder aangegeven- gebaseerd op de ervaringen van en met de cursisten van de pilot. Daarnaast zijn er elementen gebruikt uit een psychoeducatiemodule voor volwassenen met autisme (Kan, 2008, Schuurman, 2010). Daar is bijvoorbeeld, net als in de zelfmanagementtraining, sprake van een maatje, psychoeducatiepartner genoemd, die de persoon helpt om de lesstof te herkennen en er iets mee te doen in het dagelijks leven. 8

9 Verder kan ook het boek Brein bedriegt van Peter Vermeulen hier niet onbesproken blijven. Als geen ander geeft Vermeulen weer wat er gebeurt in het hoofd van jongeren en volwassenen met een normale begaafdheid en autisme en wat dat betekent voor de begeleiders. Vermeulen kwam bijvoorbeeld met het woord contextblindheid om de gefragmenteerde waarneming van mensen met autisme te verduidelijken(vermeulen P., 2009). Ambulant autismebegeleiders raden hun cliënten vaak aan om niet alleen hun eigen gedrag maar ook hun omgeving aan te passen aan hun autisme. Dat is lastig want de persoon met autisme moet dan met de omgeving communiceren over problemen en daarbij kunnen de nodige misverstanden ontstaan. Vaak is het voor de omgeving niet duidelijk hoe noodzakelijk de aanpassing voor degene met autisme is. De persoon met autisme herhaalt het verzoek bijvoorbeeld niet vaak genoeg, kiest er een verkeerd moment of verkeerde persoon voor of de non-verbale communicatie ondersteunt de boodschap niet voldoende. Er zijn dus veel redenen waarom verzoeken van studenten met autisme niet altijd begrepen worden. Toch is het heel belangrijk want de uitval van studenten met autisme is hoog en zonder diploma is het nog lastiger op de arbeidsmarkt. Bovendien zijn opleidingen verplicht om rekening te houden met de beperkingen van mensen met een beperking en dat geldt zeker ook voor autisme. Last but not least hebben we ook veel gehad aan de reader Autisme en studeren in het hoger onderwijs. Deze geeft veel handvatten voor het begeleiden van deze doelgroep en is te downloaden van de site van Handicap en studie(handicap + studie, 2009). Werkvormen Tijdens de training wordt vooral veel gepraat, nagedacht en ingevuld. Het is dus geen doe- training maar een training waar vooral gereflecteerd wordt en plannen worden gemaakt. De uitvoering ervan gebeurt tijdens het gewone leven in de rest van de week. Om de studenten structuur te geven, wordt expliciet de PDCA-cyclus gevolgd, plan-do-check-act. Alles wat er tijdens de training gebeurt is onderdeel van deze cyclus. De cyclus geeft ook de samenhang tussen de verschillende onderdelen aan. Iedere week worden twee thema s behandeld waarvan er een nieuw is en het andere oud. Voor het oude thema wordt vooral check-act geregeld, voor het nieuwe plan-do. Ieder thema wordt dus tweemaal behandeld. Het plan-do-check-act format en de checklists, komen elke week aan de orde maar dan afgestemd op het thema van de week. Zie voor de inhoud van de training hoofdstuk 3. 9

10 1.3. Organisatie van de training Werving Studieloopbaanbegeleiders en decanen zijn vaak goed op de hoogte van de persoonlijke situatie van studenten en kunnen als doorverwijzers een rol vervullen in de werving. Ook autismebegeleiders en behandelaars in de regio zijn goede doorverwijzers, net als zelforganisaties als de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) en PAS (Personen in het Autistisch Spectrum). Daarnaast zijn (vooral digitale) nieuwsbrieven en folders een middel om studenten op de hoogte te stellen van de inhoud van de training en de mogelijkheid om deze te volgen. De inclusiecriteria voor de training zijn: een autismespectrumstoornis hebben; hieronder valt klassiek autisme, PDD-NOS en Asperger studeren aan MBO, HBO of universiteit of stage lopen intrinsieke motivatie: bereid zijn om stil te staan bij de eigen beperkingen; boos zijn dat anderen er te weinig rekening mee houden valt daar ook onder bereid zijn om zich te verdiepen in alle thema s van de cursus; de studenten leren van elkaar dus als iemand ergens geen problemen mee heeft dan is het voor de anderen interessant hoe hij dat voor elkaar krijgt voldoende tijd en ruimte hebben om: o naar de training te komen, o een uur per week met het maatje samen het huiswerk te maken en o zelf bedachte actieplannen in praktijk te brengen het moet eventuele behandeling niet in de weg staan, bij twijfel kan de student overleggen met de behandelaar Intakegesprek Het intakegesprek is een belangrijk moment. Hier kunt u de verwachtingen op elkaar afstemmen. Dit verdient voor deze doelgroep extra aandacht: eenmaal gewekte verwachtingen zijn later tijdens de training zeer moeilijk bij te stellen. Het is dus zaak om duidelijk te communiceren wat de bedoeling is en wat niet. Daarnaast kunt u in het intakegesprek een beeld krijgen van de belangrijkste items waar de student mee zit. U zult zien dat iedere deelnemer zo zijn eigen focus heeft op een of twee problemen die voor hem op dit moment spelen. Dit is inherent aan autisme. Het is zaak om niet te beloven dat het probleem aan bod komt als dat niet zo is. Het onderzoeken van een eventueel verband tussen de topics van de student en de thema s van de training, met andere woorden wat kan de student met betrekking tot zijn probleem hebben aan de thema s van de training, kan later helpen om hem beter te betrekken bij de thema s. In bijlage 2 vindt u een format voor het intakegesprek met daarbij de tekst die u kunt gebruiken. Groepsgrootte en samenstelling De ideale groepsgrootte is zes tot acht deelnemers. Bij deze groepsgrootte is enerzijds de tijdsbewaking goed te doen en anderzijds zijn er voldoende mogelijkheden voor de groep om ervaringen uit te wisselen. Het is goed mogelijk om studenten van verschillende studies bij elkaar te zetten. Echter, zet geen studenten HBO en MBO bij elkaar. Er is nogal wat verschil tussen deze groepen en dat heeft invloed op de groepsdynamiek. Studenten HBO zijn meer gewend om te reflecteren en de studenten MBO hebben relatief meer behoef- 10

11 te aan praktische tips. Als deze groepen samen worden gezet, is de kans groot dat beide groepen niet goed uit de verf komen. Tijd De training beslaat acht wekelijkse bijeenkomsten van tweeënhalf uur. Dit biedt de studenten structuur. In de week die ertussen ligt spreekt de student af met het maatje en voert hij het actieplan uit. Het is aan te raden om de training te geven in een periode waarin de deelnemers het relatief rustig hebben omdat ze dan meer ruimte hebben om zich de trainingsinhoud eigen te maken. De ervaring leert wel dat het voor de studenten snel gaat. Een variant zou kunnen zijn dat de studenten wel iedere week komen maar de ene week met het maatje spreken en de andere week een groepsbijeenkomst hebben. Dan duurt het in totaal 16 weken. Het komt voor dat studenten vergeten om naar de training te komen. Wellicht valt hier in de planning rekening mee te houden door de training op een duidelijk herkenbare tijd en plaats te geven. Ook is het aan te bevelen om de studenten steeds twee dagen voor de training een herinneringsmail te sturen. Als een student zonder afmelding niet komt, is het zinvol om deze op te bellen. Vaak is er sprake van een samenloop van omstandigheden waardoor de student niet is geweest en is dat telefoontje genoeg om de student er weer bij te betrekken. Eindgesprek Een duidelijk einde is misschien nog wel belangrijker dan een goed begin. Dat geldt ook voor mensen met autisme. Zorg voor een duidelijke einddatum. Tot die tijd kan de student nog een beroep doen op u of op het maatje, daarna niet meer. Zorg ook voor een goede overdracht naar de studieloopbaanbegeleider/mentor. In het eindgesprek met de student en de studieloopbaanbegeleider bespreekt u samen de volgende onderwerpen: wat de student heeft geleerd, wat hij zich heeft voorgenomen, wat de aandachtspunten zijn, welke behoeften de student heeft ten aanzien van begeleiding, hoe de opleiding aan die behoeften gehoor kan geven. Omdat het voor studenten met autisme lastig is om hun behoeften zodanig kenbaar te maken dat er ook iets mee gebeurt en omdat het voor hen lastig is om de continuïteit in hun zelfmanagement te bewaren, kan een dergelijk gesprek aan het eind van de training veel opleveren. Daarnaast maakt u het zo voor de student duidelijk dat hij in het vervolg bij zijn studieloopbaanbegeleider/mentor terecht kan voor vragen over zijn zelfmanagement. Maatjes Aan de training is een maatjesproject verbonden. Aan iedere student is een maatje gekoppeld. Met dit maatje spreekt de student wekelijks af om de inhoud van de zelfmanagementtraining te bespreken, het huiswerk te bespreken en eventuele andere vragen die de student heeft. De rol van het maatje is met name om de student te helpen om het geleerde ook daadwerkelijk toe te kunnen passen in de eigen praktijk. Het maatje helpt, op verzoek van de student, ook vaak bij de studieplanning. Deze maatjes zijn studenten die een sociale studie op 11

12 HBO niveau volgen. Zij zijn alleen de eerste bijeenkomst van de zelfmanagementtraining aanwezig om kennis te maken met de student en samen het huiswerk te leren kennen zodat ze de student goed kunnen begeleiden. Mensen met autisme hebben vaak moeite om datgene wat ze in een bepaalde situatie hebben geleerd, ook toe te passen in een andere situatie. Daarnaast is ook niet iedere student met autisme even vaardig om zijn eigen vorderingen te vertellen. Het is daarom belangrijk om als trainer goede contacten te onderhouden met het maatje. Dat geeft extra informatie over de vorderingen of eventuele problemen van de student en helpt om deze gezamenlijk op te lossen. De kans van slagen is het grootst als de trainer en het maatje samenwerken, dus als de lijn tussen trainer en maatjes het kortst is. Moedig de maatjes aan om u te mailen met vragen of problemen en mail binnen twee dagen terug. Laat af en toe uw gezicht zien bij de intervisie. Over het maatjesproject is aparte informatie beschikbaar. 12

13 Hoofdstuk 2. Uitvoering van de training 2.1. Concepten Aan de basis van een succesvolle training staan vaak concepten die de training dragen. De drie belangrijkste concepten van deze training worden hieronder besproken. De kracht van de student Zelfstandigheid, het zelf kunnen kiezen en bereiken van doelen, wordt steeds belangrijker op de werkvloer. Studenten moeten hierop worden voorbereid. Voor jongvolwassenen met autisme is zelfstandigheid zelfs een van de belangrijkste voorspellende factoren om werk te kunnen volhouden. Bij een zelfmanagementtraining vertelt u de student niet wat hij moet doen. U gaat uit van de kracht en de behoeften van de student zelf, zodat u de student ondersteunt om beter in staat te zijn om uitdagingen het hoofd te bieden en dat straks ook zonder de ondersteuning te kunnen. Soms zijn hulpmiddelen, begeleiding of gesprekken nodig om erachter te komen welke keuzes u wilt maken en hoe u ze het beste kunt uitvoeren. Dat doet niets af aan de kracht van de student zelf. Deze maakt uiteindelijk zelf de keuze en past zelf de hulpmiddelen al dan niet toe. Hoeveel u de student misschien ook probeert te stimuleren, de student heeft zelf het laatste woord. Als trainer bent u vooral procesbegeleider. U bent niet degene die alles weet, maar iemand die ook weleens iets lastig vindt en daar dan oplossingen voor verzint. Er hangt een sfeer van gelijkwaardigheid. Als dat zo uit komt vertelt u ook over uw eigen moeite die u met het thema heeft. Leren van elkaar Een belangrijk onderdeel van een zelfmanagementtraining is het leren van elkaar. Dit blijkt bij studenten met autisme minstens net zo goed te werken als bij andere groepen. Het is voor studenten met autisme soms de eerste keer dat zij lotgenoten tegenkomen. Er is veel onderlinge herkenning. Soms herkennen de studenten de problemen met een thema alleen door de problemen van anderen te horen: Verhip, dat heb ik ook!. Er is daarom in de training veel ruimte om in de groep dingen te bespreken. Het kan voorkomen dat u een student niet goed begrijpt, bijvoorbeeld omdat u de (detailgerichte en associatieve) manier van denken waarmee iemand tot inzichten of oplossingen is gekomen niet helemaal kunt vatten. Geen nood, er is een kans dat de groep het wel begrijpt. Als trainer bewaakt u de sfeer. Maak het voor iedereen duidelijk dat wat in de training gebeurt ook binnen de training blijft. Zorg voor een veilige sfeer in de groep, waarin mensen elkaars inbreng respecteren. Stimuleer ikboodschappen. En geef zelf ook het goede voorbeeld. 13

14 Overzicht en structuur Overzicht en structuur zijn voor studenten met autisme zeer belangrijk. Dit speelt op het gebied van tijdsbewaking, van het zelfmanagement, van het gebruik van de werkvormen en van de organisatie rond de training. Op vrijwel alle gebieden dus! Hieronder beschrijven we waar u dan aan kunt denken. 1- Tijdsbewaking tijdens de bijeenkomst vaste routines, duidelijke afspraken en consequent gedrag zijn geen last maar geven houvast wijk niet zomaar van de tekst van de trainingsmap af, de studenten lezen mee komt iedereen aan de beurt tijdens het groepsgesprek? Sommigen zijn lang van stof, anderen hebben tactieken ontwikkeld om zo weinig mogelijk aan de beurt te komen zit iedereen op dezelfde bladzijde, weet iedereen waar we mee bezig zijn? heeft iedereen ook mentaal de overstap gemaakt naar het nieuwe onderwerp? stilte tijdens een invuloefening zijn er niet teveel zintuiglijke prikkels in de ruimte aanwezig? 2- Zelfmanagement overzicht over het eigen leven, gevoelens, eigen persoonskenmerken, kwaliteiten en valkuilen, ambities, wensen en problemen is niet makkelijk voor de doelgroep. de studenten kunnen vaak zelf veel tips bedenken; het gaat er juist om de juiste tip op het juiste moment bij de juiste situatie te krijgen. iedere student heeft een aanleiding om de training te gaan doen, iets wat hij of zij specifiek lastig vindt; geef daar aandacht aan maar probeer ook te verleiden richting andere thema s zoveel mogelijk zaken doen in de les zelf, bijvoorbeeld tijdens het maken van het actieplan een alarm in de i-phone zetten voor de uitvoering ervan op een later tijdstip; voor de oefeningen die in de les gedaan worden geldt: liever snel tijdens de training dan je voornemen om het thuis af te maken (en het vervolgens vergeten of in de knel raken met je huiswerk of actieplan) help de studenten om kleine actieplannen te maken die succeservaringen opleveren, maak het niet te groot 3- Inhoud van de bijeenkomst duidelijkheid over het hoe en waarom van alle opdrachten en trainingsonderdelen vaak meer uitleg en visuele ondersteuning nodig om de verbanden te zien (bijvoorbeeld tussen de onderdelen van de training) als de studenten keuzes moet maken: wees duidelijk over welke criteria zij hiervoor worden geacht te gebruiken en met welk doel, geef duidelijk de inhoudelijke kaders aan blijf concreet en geef steeds de context aan volg de structuur van de training bijna letterlijk als een thema te breed is voor een student, vraag hem om zich een concreet voorbeeld te herinneren rond het thema 4- De organisatie rondom de training geef ruim van tevoren een overzicht van cursustijden en -data geef tijdens de eerste les de trainingsmap zodat de studenten kunnen zien wat er wanneer gaat gebeuren geef duidelijk aan wanneer de trainingsperiode is afgelopen 14

15 2.2. Lastige situaties Wie voor een groep staat kan soms lastige situaties meemaken, dat weet u als geen ander. Hieronder staan enkele situaties die u met deze doelgroep kunt tegenkomen. Confronterende communicatie Het omgaan met mensen met autisme confronteert u met uw eigen manier van communiceren. U gaat nadenken over zaken die meestal vanzelf gaan. U komt in situaties terecht waarin u de ander niet goed kan lezen omdat diegene anders in elkaar zit dan u gewend bent. Wees bedacht op onverwachte misverstanden. Een onderzoekende houding is daarbij belangrijk: vraag door en leg uit. Zaken die normaal gesproken vanzelf gaan moeten nu soms uitgelegd worden. Daarom vergt het best wat concentratie om deze training te geven. Misschien bent u heel geïnteresseerd zijn in de denkwijze van de doelgroep. Er is altijd wel een autist in de groep te vinden die uitgebreid wil uitwijden over zaken die nou niet precies onderwerp van gesprek zijn in de cursus, maar wel een interessante inkijk geven in de psyche van de autist. Laat u niet verleiden tot al te uitgebreide gesprekken of discussies en denk aan de structuur. De andere groepsleden zijn immers al bekend met deze autistische denkwijze. U kunt er in de pauze of na de cursus over verder praten. Kritiek De studenten vertonen in deze groep vaak meer autismespecifiek gedrag dan ze individueel of in andere groepen zouden doen. Symptomen van autisme, zoals het je ergeren aan details die anderen niet eens opvallen, kunnen dan sterker naar boven komen. In plaats van zich innerlijk te storen aan zaken, kunnen ze dat hier hardop doen: ze kunnen hier uiten wat ze elders zouden inslikken. Dat helpt bij de zelfacceptatie, de onderlinge band en de herkenning in de groep. Neem de kritiek serieus. U wilt immers rekening houden met de doelgroep zodat ook deze groep zich bij de opleiding thuis kan voelen. Het gedrag komt zeer waarschijnlijk niet voort uit een antipathie jegens de training of u als trainer. Verbind er daarom niet teveel conclusies aan die uw zelfvertrouwen als trainer zouden kunnen ondermijnen. Het hoort er allemaal bij. Ik heb hier niks mee De studenten zijn soms moeilijk te motiveren om iets met een thema te doen dat voor hun op dat moment niet speelt. Teveel pushen werkt averechts, de studenten komen dan meer in de weerstand. Mensen met autisme hebben een beperkt aantal interessegebieden en sommige thema s spelen op het moment niet. De training is er wel op gericht om hen te verleiden om zich met alle thema s bezig te houden aangezien die in andere periodes wel kunnen gaan spelen. Hoe kunt u daarmee omgaan? Laat eerst de anderen aan het woord. Soms is er een ingang via herkenning bij andere deelnemers die er wel iets mee hebben. U kunt de student die zegt ergens geen problemen mee te hebben ook vragen om aan de anderen uit te leggen hoe hij het voor elkaar krijgt. De anderen kunnen daar immers van leren. Soms blijkt een week later dat de studenten er toch over hebben nagedacht waardoor er meer bewustwording tot stand was gekomen. Als trainer bereikt u soms meer dan u denkt! Onderschat ook de rol van het maatje niet. Die heeft wat meer tijd om stil te staan bij de specifieke situatie van de student. Verder is het natuurlijk niet de bedoeling om mensen problemen aan te praten. Belangrijker is dat de student handvatten krijgt om problemen te lijf te gaan die hij wel heeft en herkent. 15

16 Hoofdstuk 3. Inhoud van de zelfmanagementtraining In de hiernavolgende paragrafen staat per bijeenkomst informatie voor de trainer beschreven. Omdat het maken en bespreken van het activiteitenplan iedere week terugkomt wordt dit eerst behandeld. Deze informatie is toepasbaar tijdens iedere bijeenkomst. Opstellen van een actieplan Studenten maken aan het einde van iedere trainingsbijeenkomst een actieplan waarin ze acties zo specifiek mogelijk formuleren voor de week die daarop volgt door middel van Wat?, Hoe?, Wanneer?, Waar?, Wie? Ze bepalen zelf welke acties dit zijn. Dit doen ze middels een format, waardoor ze hun acties heel concreet moeten maken. Concrete acties zijn bijvoorbeeld: ik ga op dinsdag en donderdag tussen de middag een half uurtje wandelen, en: ik zorg ervoor dat ik op maandag, dinsdag en woensdag om uur in bed lig. Maar ook: ik ga op dinsdagmiddag met mijn studieloopbaanbegeleider bespreken of ik op school een rustplaats kan regelen waar ik op maandag en donderdag van uur tot uur gebruik van kan maken. Of: ik ga op woensdag tijdens de les mijn klasgenoten vertellen over mijn aandoening en hoe ik graag wil dat ze daarmee omgaan. Deelnemers zijn vrij om een thema te kiezen voor hun persoonlijk actieplan. De concrete doelen worden in samenspraak met de trainer of lotgenoten nader SMART vormgeven, maar de deelnemer zelf heeft altijd de regie over zijn persoonlijk actieplan. Ze beschrijven deze acties in het format in hun handleiding, en daarbij geven ze ook aan hoeveel vertrouwen ze in zichzelf hebben dat ze deze acties tot een goed einde gaan brengen. Dit doen ze door aan te geven wat hun vertrouwensniveau is met betrekking tot de actie die ze hebben gepland. Dit vertrouwensniveau kan liggen tussen de 1 en 10, maar moet minimaal een 7 zijn. Als een student aangeeft dat zijn vertrouwensniveau lager dan een 7 ligt, wordt met de groep gekeken waar dat aan ligt: zijn de acties te moeilijk, is het te veel of te vaak, mist de student bepaalde vaardigheden, of schat hij in dat er dingen zullen gebeuren die hem dwarsbomen bij het uitvoeren van acties? Als deze kritische punten in beeld zijn gebracht kan worden gezocht naar een aanpassing van het actieplan: misschien moeten de acties minder vaak of lang uitgevoerd worden, misschien kan er iets gedaan worden aan mogelijke barrières, of moet de actie eenvoudiger, minder gecompliceerd worden. Waar het om gaat is dat de student vertrouwen heeft in het eigen vermogen om de actie op een goede manier uit te voeren. De kunst is dus om acties te formuleren waarin de student zelf vertrouwen heeft maar die wel uitdagen om net een stapje verder te gaan dan wat ze normaal gesproken zouden doen. Het actieplan is een belangrijk instrument in deze zelfmanagementtraining. Door middel van de actieplannen krijgen deelnemers de kans om de opgedane kennis uit de training toe te passen in de praktijk en hun eigeneffectiviteit te vergroten. Als trainer speel je dan ook vaak advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. Je kunt dit doen door vragen te stellen als: Plan: actieplan Wat: welke actie ga je komende week uitvoeren: 16

17 Hoe: op welke manier voer je de actie uit:.. Wanneer: wanneer start je met de actie en wanneer is deze klaar: Tijdstip (van tot ): Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag 17

18 Waar: waar voer je de actie uit:.. Wie: wie kan je helpen bij het uitvoeren van de taak (en waarmee) en wat doe je zelf: Wie: Waarmee: DO: je voert de actie uit Als iedereen een actieplan gemaakt heeft, wordt dit met de groep gedeeld door om beurten in de groep te vertellen wat de actie(s) voor de komende week is (zijn). De trainer geeft het goede voorbeeld: maak zelf ook een actieplan en deel dit als eerste met de groep. Tijdens deze eerste trainingsbijeenkomst wordt aan studenten gevraagd om een persoonlijk thema te kiezen voor de gehele training. De vraag hierbij is: wat wil je hier leren, wat wil je bereiken? Dit doel hoeft niet zo concreet te worden geformuleerd als de acties. Het belangrijkste is hierbij dat studenten helder hebben wat ze willen bereiken in de training, dat ze een richting hebben om naar toe te werken en aan het einde van de acht bijeenkomsten kunnen zeggen of ze een stuk verder zijn gekomen in datgene wat ze wilden leren. Reflecteren op de uitvoering van een actieplan (CHECK) Bij aanvang van elke les worden de actieplannen van de afgelopen week besproken. Om beurten vertellen de deelnemers of het hen gelukt is om de acties die ze in de week ervoor hebben opgenomen in hun actieplan ook daadwerkelijk uit te voeren. Positieve aandacht voor degenen die het actieplan hebben uitgevoerd werkt stimulerend. Niet iedereen is in staat om zichzelf positief te bekrachtigen, als trainer geeft u ook hierin het goede 18

19 voorbeeld. Start als eerste met het terugkoppelen aan de groep of u uw actieplan heeft uitgevoerd. Natuurlijk zorgt u ervoor dat u uw actieplan heeft uitgevoerd en laat u zien dat dit een positieve uitwerking heeft gehad. U hoeft er niet om te liegen, u mag best aangeven als het lastig was om uw doel te bereiken. Belangrijk is dat u laat zien dat het heft in eigen handen nemen en goed voor uzelf zorgen een positieve uitwerking heeft, en dat barrières er zijn om overwonnen te worden. Besteed extra aandacht aan degenen bij wie het niet gelukt is om het actieplan uit te voeren. Door middel van onderstaande vragen, die ook in de handleiding zijn opgenomen, kan nagegaan worden wat de oorzaak is van het niet uitvoeren van de actie(s). Dit op deze manier onderzoeken versterkt het probleemoplossend vermogen van de student, en levert de student inzicht op in zichzelf waardoor hij/ zij een volgend actieplan beter af kan stemmen op zijn behoeften. Het niet hebben uitgevoerd van het actieplan is dus een probleem dat u kunt proberen op te lossen. De belangrijkste boodschap naar studenten is dat ze kunnen leren om problemen op te lossen en dat ze steeds meer inzicht kunt krijgen in hun behoeften. Laat eerst de deelnemer in kwestie de vragen beantwoorden. Mocht het zo zijn dat de deelnemer moeite heeft om de vragen te beantwoorden dan mag de groep om input worden gevraagd. Uiteraard is het voor studenten ook zinvol om het format in te vullen als het wel gelukt is om de actie(s) naar tevredenheid uit te voeren. Deze reflectie helpt om zicht te krijgen op de succesfactoren die hierin een rol hebben gespeeld en kan het inzicht bieden dat nodig is om het een volgende keer weer zo te doen (of je weer verder te ontwikkelen). 1. Beschrijf de situatie: wat gebeurde er toen je op het punt stond om je voorgenomen actie wel / niet uit te voeren (wat dacht je, wat voelde je, waren er anderen bij, wat was hun rol en hoe reageerde jij daarop)? 2. Wat is uit de voorgaande beschrijving voor jou het belangrijkste aspect dat ervoor zorgde dat je je actie wel / niet uitvoerde? 3. Als het wel gelukt is om je acties uit te voeren: hoe kun je dit nog vaker toepassen? Als het niet gelukt is om je actie(s) uit te voeren: wat zou je kunnen doen om met het aspect dat er voor zorgde dat je je actie niet uitvoerde om te gaan? Brainstorm met de groep over de mogelijkheden die je hiervoor hebt en kies er dan één uit die je komende week uitprobeert. Gastsprekers Voor bijeenkomst 6 is het wenselijk om een gastspreker uit te nodigen die verstand en ervaring heeft met het geven van lessen in mindfulness en/ of ontspanningsoefeningen bij mensen met autisme. De mindfulness oefeningen kunnen mensen met autisme helpen om onder anderen beter te focussen, minder te piekeren en meer contact te krijgen met je lichaam. Indien je meer zou willen weten over mindfulness bij autisme of een train de trainer cursus zou willen volgen op het gebied van mindfulness en ASS dan raden wij U aan om contact op te nemen met Annemiek Spek (http://www.mindfulnessbijautisme.nl/pagina3.html). 19

20 De volgende thema s staan centraal per bijeenkomst: Bijeenkomst 1: Bijeenkomst 2: Bijeenkomst 3: Bijeenkomst 4: Bijeenkomst 5: Bijeenkomst 6: Bijeenkomst 7: Bijeenkomst 8: Kennismaking Kernkwaliteiten en valkuilen Plannen en organiseren Samenwerken en communiceren Solliciteren en jezelf presenteren Omgaan met vermoeidheid en spanning Omgaan met veranderingen tijdens school en stage Terugblik en vooruitblik 20

21 Bijeenkomst 1: Kennismaking Programma: 90 minuten 1. Programma bespreken (10 minuten) 2. Kennismaken (15 minuten) 3. Afspraken (5 minuten) 4. Doelen van de training (5 minuten) 5. Persoonlijke thema s voor de training (20 minuten) 6. Huiswerk: het maatje en het actieplan (30 minuten) 7. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) 1. Introductie en afspraken Heet de studenten welkom bij de training en bespreek met hen het programma. De training bestaat uit 8 bijeenkomsten. Elke bijeenkomst duurt 1,5 uur. Aan het eind van iedere bijeenkomst bespreken we het huiswerk voor de volgende bijeenkomst en het programma voor de volgende keer. Ook heb je tussen de bijeenkomsten door een afspraak met je maatje om het huiswerk te bespreken. Geef daarna een toelichting op het doel en de opzet van de training. Hiervoor kun je de informatie uit hoofdstuk 1 en 2 gebruiken. Vervolgens maak je met de groep afspraken over gewenste omgangsvormen. Tijdens de training zullen studenten ervaringen met elkaar delen, elkaar tot steun zijn, en nieuw gedrag oefenen met elkaar. Het is aan de deelnemers zelf om te bepalen wat ze met elkaar uitwisselen, en hoeveel ze toevertrouwen aan de andere groepsleden. Belangrijk is om een groepsklimaat te creëren waarin studenten zich veilig voelen om hun persoonlijke situatie en de dingen waar ze tegen aan lopen met ASS met elkaar te bespreken. Inzicht in de eigen situatie en acceptatie daarvan is een voorwaarde voor het aanleren en effectief inzetten van zelfmanagementvaardigheden. Dit kan voor studenten pijnlijk en moeilijk zijn en dan is het belangrijk om je veilig je voelen in de groep. Alleen dan kan de student de groep optimaal gebruiken om ervaringen uit te wisselen en nieuwe vaardigheden aan te leren. 2. Kennismaken Aangezien studenten met ASS het vaak lastig vinden om kennis te maken met een nieuwe groep en zichzelf voor te stellen aan een nieuwe groep hebben de volgende opdracht geformuleerd; studenten gaan 1 vraag stellen aan de linkerbuurmaan of buurvrouw. Deze vraag kan gaan over iets wat ze van de ander willen weten zoals hobby s, woonplaats, familie, studie, enz. Het is mogelijk om studenten van te voren enkele minuten de tijd te geven om de vraag te bedenken. De student die de vraag mag stellen begint door zijn naam te benoemen, vervolgens stelt hij een vraag. De ander student beantwoordt de vraag en stelt zich daarna voor. Zo komen alle deelnemers aan de beurt. 3. Afspraken Om een groepsklimaat te creëren waarin studenten zich veilig voelen om hun persoonlijke situatie en knelpunten met ASS met elkaar te bespreken is het belangrijk om een aantal afspraken met de groep te maken; 1. Je bent tijdens alle bijeenkomsten aanwezig. Als je beslist niet kan komen meld je jezelf af bij de trainer. 2. We verwachten dat iedereen iedere bijeenkomst op tijd komt, zodat we de bijeenkomst op tijd kunnen starten. Dat is goed voor de sfeer in de groep. 3. Je bepaalt zelf wat je vertelt aan anderen en hoeveel je vertelt. 4. Wat in de groep besproken wordt is vertrouwelijk, en wordt dus niet naar buiten gebracht. 5. Er is tijd voor iedereen. Dat betekent dat soms mensen begrensd zullen worden in wat ze willen vertellen, en soms mensen uitgenodigd zullen worden omdat te doen. 6. Je hebt respect voor het verhaal, de mening en ideeën van anderen. 7. Wees zo eerlijk en oprecht mogelijk, daar heeft iedereen het meeste aan. 8. Je stelt je open voor het aanleren van nieuw gedrag. Door het huiswerk serieus te maken en te oefenen help je jezelf om nieuw gedrag aan te leren. Als iets niet meteen lukt geef je het niet meteen op maar probeer je het tenminste 2 weken uit. 21

22 4. Doelen training Bespreek met studenten de doelen van de training. Aan het eind van de training hebben studenten (meer) inzicht in hun persoonlijke mogelijkheden en beperkingen door de chronische stoornis ASS, (meer) inzicht in hun behoeften en wensen ten aanzien van de toekomst en (meer) inzicht in hun kwaliteiten en valkuilen. Verder hebben studenten tijdens de training stappen ondernomen om de knelpunten bespreekbaar te maken bij relevante personen in school-, stage en in werksituaties. 5. Persoonlijke thema s voor de training Bespreek vervolgens met de studenten welke thema s op dit moment belangrijk zijn voor de student. Deel de checklist van thema s uit. Studenten kunnen vervolgens aankruisen welke thema's belangrijk zijn maar ze mogen ook extra thema s bedenken. Bespreek met de studenten dat de training uit meerdere thema s bestaat en dat elke week een nieuw thema besproken wordt. Bespreek met de studenten dat het wel de bedoeling is dat de studenten aan de slag gaan met alle thema s en ze misschien met bepaalde thema s meer hebben dan met andere thema s. Leg ook uit dat een belangrijk onderdeel van een zelfmanagementtraining is het leren van elkaar. Door het contact met lotgenoten en het bespreken van de problemen van en met anderen kan het zo zijn dat studenten de problemen van een thema herkennen door de problemen van anderen aan te horen: Verhip, dat heb ik ook!. 6. Kennismaking met maatje Tijdens de eerste bijeenkomst maken de deelnemers kennis met hun maatje. Bespreek met de deelnemers dat ze tussen de trainingsbijeenkomsten ook begeleiding krijgen van een medestudent. Deze student noemen we je maatje. Het maatje heeft als taak studenten te helpen bij het maken van de huiswerkopdrachten van de training. Maar studenten kunnen ook met het maatje de studieplanning bespreken, of andere dingen die te maken hebben met de thema s die voor hen belangrijk zijn. Om de kennismaking met het maatje soepeler te laten verlopen vraag de deelnemers om; a) 3 dingen te bedenken die ze over zichzelf aan het maatje willen vertellen (bijvoorbeeld: hobby s, woonplaats, familie, studie, enz): b) 3 dingen te bedenken die ze van het maatje zouden willen weten (bijvoorbeeld: hobby s, woonplaats, familie, studie, enz): Laat de maatjes vervolgens het lokaal in en laat de maatjes één voor één zichzelf voorstellen, als volgt b.v; ik ben Peter en ik ben het maatje van Joris. Laat de deelnemers en de maatjes vervolgens kennis met elkaar maken en neem ruim de tijd voor de kennismaking. 7. Huiswerk: het actieplan Bespreek ten slotte het huiswerk voor die week, namelijk het maken van een actieplan voor één van de thema s die ze hierboven hebben benoemd. Bijvoorbeeld: als plannen uitvoeren een thema is waar ze aan willen werken, kan een actie zijn het maken van huiswerk, of het maken van een rapport. Leg ook uit dat het maatje de deelnemers de komende week kan ondersteunen bij het uitvoeren van het plan. Met ondersteunen bedoelen we niet dat het maatje de actie voor de student gaat uitvoeren maar wel dat het maatje bijvoorbeeld het plan met de student kan voorbespreken of alvast kan oefenen. Bespreek ook met de studenten en de maatjes dat het de bedoeling is dat ze het actieplan de komende week gaan uitvoeren en dat we de volgende trainingsbijeenkomst gaan bespreken of het is gelukt om het plan uit te voeren, en waarom wel of niet? 8. Afsluiting en vooruitblik op volgende bijeenkomst Sluit de bijeenkomst af met de vraag of iedereen goed naar huis gaat. Het kan zijn dat het praten over hun beperking of stoornis en het luisteren naar de verhalen van anderen het een en ander heeft losgemaakt. Wijs studenten erop dat, als dit het geval is, ze niet alleen met hun negatieve emoties moeten blijven zitten maar 22

23 dat ze contact op kunnen nemen met de trainer. Zorg ervoor dat studenten weten op welke manier ze via e- mail contact op kunnen nemen, en wees zorgvuldig in de afhandeling daarvan. Een trainer is geen therapeut, het is dus niet de bedoeling dat je teveel met problemen van studenten aan de slag gaat. Wel kun je kijken waar de student terecht kan voor hulp en u kunt de student coachen in het op zoek gaan naar hulpbronnen. Attendeer de studenten erop dat het handig is als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen. Bijeenkomst 2: Kernkwaliteiten en valkuilen Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 2 (5 minuten) 2. Samenvatting bijeenkomst 1: kennismaken (10 minuten) 3. actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: kernkwadrant (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor. 2. Samenvatting bijeenkomst 1 Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 1. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een eerste gesprek gehad met hun maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens laat je de studenten in tweetallen bespreken (10 minuten) hoe het contact is verlopen aan de hand van de volgende vragen; -Wat waren prettige ervaringen in het contact met het maatje: -Welke dingen in het gesprek vond je misschien minder prettig: Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer ben je tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers een voor een de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Kernkwadrant Ofman In de handleiding voor studenten staat een vrij uitgebreide beschrijving van het kernkwadrant model van Daniel Ofman. Doel van het maken van een kernkwadrant is voor de studenten dat ze inzicht krijgen in hun eigenschappen, en op welke manier deze van invloed zijn op het omgaan met ASS. Ook geeft het kernkwadrant aanknopingspunten voor gedragsverandering: wat vaker je kwaliteiten inzetten en je uitdagingen aangaan om zo niet te vaak in je valkuilen te stappen en beter om te kunnen gaan met de allergische reacties die bepaald gedrag oproepen. Als een deelnemer bijvoorbeeld weet dat zorgvuldigheid een kernkwaliteit is, kan hij dit gebruiken om zijn actieplan op te stellen. Als pietluttigheid de valkuil is die daarbij hoort moet hij oppassen dat hij niet te pietje precies daarin gaat worden, omdat dit er wel eens voor kan zorgen dat hij niet aan uitvoeren toekomt of nooit tevreden is met het resultaat. Dan is het belangrijk om de uitdaging losheid (bijvoorbeeld) aan te gaan, omdat je dan niet zo snel in je valkuil pietluttigheid terecht komt en je kwaliteit zorgvuldigheid ook het beste tot zijn recht komt. Je gaat dan namelijk zorgvuldig om met het bedenken, formuleren en uitvoeren van 23

24 je acties maar blijft niet vastzitten in details (pietluttigheid) omdat je jezelf op z n tijd daar los van weet te maken. Ook zul je jezelf dan niet zo snel op de kast laten jagen door mensen die laks (allergie) zijn, daar hoef je dan geen onnodige energie in te steken. Als studenten zicht hebben op hun kwaliteiten kunnen ze deze bewust inzetten bij het aanleren van de nieuwe zelfmanagementvaardigheden. Het is goed om uit te gaan van dat wat je al goed kan, als je maar alert blijft op de valkuilen die daarbij horen, en de uitdagingen niet uit de weg gaat. Als het goed is hebben studenten de handleiding gelezen en zich voorbereid door na te gaan waar hun kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën liggen. Bespreek met studenten in hoeverre dit gelukt is en waar nog onduidelijkheden liggen en kijk of deze nog ingevuld kunnen worden. Je kunt als trainer de volgende vragen stellen: Bij kwaliteiten: Waarover krijg je vaak complimenten, maar vind je het zelf heel gewoon? Wat gaat je als vanzelf goed af? Bij valkuilen: Wat wordt je regelmatig verweten? Wat geven anderen je vaak als verbeterpunt mee? Bij uitdagingen: Waarvan zeggen mensen: dat zou goed voor jou zijn, als je dat wat meer zou leren / doen? Wat mis je bij jezelf en bewonder je bij anderen? Bij allergieën: Bij welk gedrag van anderen gaan je nekharen overeind staan? Welk gedrag vind je verschrikkelijk? De groepsleden kunnen elkaar helpen om er achter te komen waar kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën liggen. Dit kun je studenten in tweetallen laten doen in 2 x 10 minuten: iedere student heeft dan 10 minuten de tijd om een kernkwadrant op te stellen, waarbij de ander vragen stelt, suggesties doet en meedenkt. Waar het bij het maken van een kernkwadrant om gaat is dat de student zelf voelt dat het voor hem klopt. Het is geen invuloefening die goed of fout is. Bespreek plenair welke kwaliteiten en valkuilen de deelnemers hebben en geef studenten de tijd om hun reflecties op te schrijven. 5. Huiswerk: Actieplan bespreken Bespreek tenslotte het huiswerk voor die week, namelijk het maken van een actieplan voor de komende week. Deelnemers mogen zelf kiezen met welk thema zij aan de slag gaan. Leg ook uit dat het maatje de deelnemers de komende week kan ondersteunen bij het uitvoeren van het plan. Met ondersteunen bedoelen we niet dat het maatje de actie voor de student gaat uitvoeren, maar wel dat het maatje bijvoorbeeld het plan met de student kan voorbespreken of alvast kan oefenen. Bespreek ook met de studenten dat het de bedoeling is dat ze het actieplan de komende week gaan uitvoeren en dat we de volgende trainingsbijeenkomst gaan bespreken of het is gelukt om het plan uit te voeren, en waarom wel of niet? 6. Afsluiting Neem de agenda door van volgende week en attendeer de studenten erop dat het handig is als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen. 24

25 Bijeenkomst 3: Plannen en organiseren Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 3 (5 minuten) 2. Samenvatting bijeenkomst 2: kernkwadranten en valkuilen (10 minuten) 3. Actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: plannen en organiseren (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 2. Samenvatting bijeenkomst 2 Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 2. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een eerste gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens laat u de studenten in tweetallen bespreken (10 minuten) hoe het contact is verlopen aan de hand van de volgende vragen; -Wat waren prettige ervaringen in het contact met het maatje: -Welke dingen in het gesprek vond je misschien minder prettig: Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer bent u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers een voor een de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Plannen en organiseren Studenten met ASS hebben vaak moeite met het maken en uitvoeren van een planning. Hierdoor komen ze vaak in de knel voor het leren voor tentamen of het maken van opdrachten. Er zijn verschillende verklaringsmodellen om de problemen van mensen met ASS te verklaren en één daarvan is de executieve functies. Mensen met ASS hebben problemen met de regelfuncties van de hersenen, die de opname en verwerking van nieuwe en complexe informatie coördineren en organiseren. Deze functies zijn essentieel voor doelgericht en aangepast gedrag. Mensen met ASS kunnen hun gedrag hierdoor moeilijk plannen, organiseren en controleren. Het doel van het thema Plannen en organiseren is dat studenten inzicht hebben in hoe ze met hun tijd omgaan en wat ze kunnen doen om daar efficiënter mee om te gaan. Laat studenten beide checklisten invullen en bespreek de bevindingen met de groep. 5. Actieplan Tot slot maakt iedereen voor de komende week weer een actieplan. Het staat studenten vrij om hiervoor acties te bedenken, maar als ze daar iets voor voelen kunnen ze ervoor kiezen om iets te doen met hun kwaliteiten of uitdaging, of een onderwerp kiezen dat aan bod is gekomen bij het thema timemanagement. De trainer loopt rond terwijl iedereen daar mee bezig is, en speelt weer advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen 25

26 worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. De trainer geeft wederom het goede voorbeeld: maakt zelf ook een actieplan en deelt dit als eerste met de groep. 6. Afsluiting en vooruitblik volgende bijeenkomst Kijk met de studenten alvast naar het volgende hoofdstuk in de studenthandleiding. Het is handig als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen en wellicht de opdrachten maken. Beantwoord eventuele vragen met betrekking tot de opdrachten. Bijeenkomst 4: Samenwerken en communiceren Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 4 (5 minuten) 2. Samenvatting bijeenkomst 3: plannen en organiseren(10 minuten) 3. Actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: samenwerken en communiceren (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) Programma: 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 2. Samenvatting bijeenkomst 3 Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 1. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een eerste gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens laat u de studenten in tweetallen bespreken (10 minuten) hoe het contact is verlopen aan de hand van de volgende vragen; -Wat waren prettige ervaringen in het contact met het maatje: -Welke dingen in het gesprek vond je misschien minder prettig: Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer bent u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers een voor een de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer je dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Samenwerken en communiceren Bespreek met de studenten dat samenwerking belangrijk is tijdens het volgen van een studie of stage maar ook later op het werk. Veel mensen met een autismespectrumstoornis hebben regelmatig moeite met sa- 26

27 menwerken en in het bijzonder het maken en nakomen van afspraken. Leg uit dat er een aantal basisregels zijn voor een goede samenwerking, namelijk: afspraken nakomen, elkaar vertrouwen, goede communicatie en onderling respect. Bij samenwerken komen er heel veel onbeschreven regels aan te pas maar juist door deze regels impliciet te benoemen kunnen deze regels voor mensen met autisme een hulpmiddel zijn bij de samenwerking met anderen. Laat studenten beide checklisten invullen en bespreek de bevindingen met de groep. 5. Actieplan Tot slot maakt iedereen voor de komende week weer een actieplan. Het staat studenten vrij om hiervoor acties te bedenken, maar ze ervoor kiezen om iets te doen met hun kwaliteiten of uitdaging, of een onderwerp te kiezen dat aan bod is gekomen bij het thema timemanagement. De trainer loopt rond terwijl iedereen daar mee bezig is, en speelt weer advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. De trainer geeft wederom het goede voorbeeld: maakt zelf ook een actieplan en deelt dit als eerste met de groep. 6. Afsluiting en vooruitblik volgende bijeenkomst Kijk met de studenten alvast naar het volgende hoofdstuk in de studenthandleiding. Het is handig als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen en wellicht de opdrachten maken. Beantwoord eventuele vragen met betrekking tot de opdrachten. Bijeenkomst 5: Solliciteren en jezelf presenteren Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 5 (5 minuten) 2. Samenvatting vorige bijeenkomst: samenwerken en communiceren (10 minuten) 3. Actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: solliciteren en jezelf presenteren (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) Programma: 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 2. Samenvatting bijeenkomst 4: samenwerken en communiceren Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 4. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een vervolg gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer ben u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers één voor één de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? 27

28 ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer je dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Thema: Solliciteren en jezelf presenteren Als het goed is hebben studenten de tekst die over dit thema in de handleiding staat gelezen en wellicht de opdrachten gemaakt. Bespreek met studenten in een groepsgesprek de tekst, en besteed daarbij in ieder geval aandacht aan de volgende punten: Voor studenten met ASS is het belangrijk dat ze een duidelijk beeld hebben van hun kwaliteiten en valkuilen om een geschikte stageplaats te kunnen zoeken en vinden. Indien studenten geen duidelijk beeld hebben van welke banen goed bij hun kwaliteiten zouden passen dan is het goed om hierover eens van gedachten te wisselen met bijvoorbeeld een studieloopbaanbegeleider, groepsgenoten, vrienden of ouders (zien zij dat ook zo en waarom wel of niet). Voor studenten met ASS is het belangrijk dat zij kunnen anticiperen in hoeverre zij door ASS tegen beperkingen aan gaan lopen in werk of stagesituaties en ook dat ze alvast kunnen anticiperen hoe ze met zijn/haar beperkingen om kunnen gaan in werk- of stagesituaties (denk daarbij aan de mogelijkheid van hulpmiddelen, extra voorzieningen of aanpassingen). Geef studenten de volgende tips; oefen een sollicitatiegesprek van te voren met iemand die je kent, wees positief over wat je wel kunt, en/of zorg voor een oplossing voor de dingen die je niet kunt. Benadruk de positieve kanten van je handicap (bijvoorbeeld dat je je grenzen goed hebt leren kennen). Mensen met ASS vertonen een heleboel positieve eigenschappen; zijn vaak trouw; zijn vaak eerlijk; zijn vaak duidelijk; gebruiken een goede logica; hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel; hebben speciale humor; hebben oog voor detail. Geef studenten de tijd om hun reflecties op te schrijven. 5. Actieplan Tot slot maakt iedereen voor de komende week weer een actieplan. Het staat studenten vrij om hiervoor acties te bedenken, ze kunnen ervoor kiezen om iets te doen met het thema van vandaag. De trainer loopt rond terwijl iedereen daar mee bezig is, en speelt weer advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. De trainer geeft wederom het goede voorbeeld: maakt zelf ook een actieplan en deelt dit als eerste met de groep. 6. Afsluiting en vooruitblik volgende bijeenkomst Kijk met de studenten alvast naar het volgende hoofdstuk in de studenthandleiding. Het is handig als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen en wellicht de opdrachten maken. Beantwoord eventuele vragen met betrekking tot de opdrachten. Bijeenkomst 6: Omgaan met vermoeidheid en spanning Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 6 (5 minuten) 2. Samenvatting vorige bijeenkomst: solliciteren en jezelf presenteren (10 minuten) 3. Actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: omgaan met vermoeidheid en spanning (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 28

29 2. Samenvatting 5: solliciteren en jezelf presenteren Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 1. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een vervolg gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer bent u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers één voor één de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Omgaan met vermoeidheid en spanning Bespreek met studenten in hoeverre het gelukt is om zich met betrekking tot dit onderwerp voor te bereiden door de vragen te maken uit de handleiding. Het is niet de bedoeling om alle vragen helemaal te gaan bespreken. Het doel van de voorbereiding is dat studenten al bezig zijn geweest met het onderwerp en er over na hebben gedacht op welke manier vermoeidheid en spanning hun leven en studie beïnvloeden. Mensen met autisme ervaren over het algemeen veel spanning en als gevolg daarvan ook vermoeidheid. Dit heeft te maken met een andere manier van prikkelverwerking waardoor je last kunt hebben van te veel prikkels. Prikkels komen vaak ook veel heftiger binnen bij mensen met autisme. Voorbeelden van situaties die stress kunnen opleveren zijn; een opdracht niet op tijd af krijgen, een presentatie houden, de telefoon opnemen, met een collega kletsen tijdens de pauze, naar een bedrijfsfeestje gaan en koffiehalen voor je collega s. Een ander kenmerk van mensen met autisme is dat ze moeilijk de fysieke signalen van stress of spanning bij zichzelf herkennen en deze signalen als een kenmerkt van autisme beschouwen i.p.v. een gevolg van spanning, vermoeidheid of stress. Hierdoor kunnen ze niet tijdig reageren op de signalen van spanning en vermoeidheid. Geef studenten de tijd om hun reflecties op te schrijven. Ontspanningsoefeningen (zelf begeleiden of door gastspreker) Na de brainstorm volgt een korte ontspanningsoefeningen. Tijdens deze oefeningen gaan studenten trainen om spanning in de spieren te herkennen en ook de spanning in de spieren los te laten. Tegelijkertijd worden de gedachten zodanig geleid, dat het ook geestelijk ontspant. Het voordeel van deze oefeningen is dat deelnemers het onderscheid leren maken tussen fysieke en mentale spanning en ontspanning. Mensen met autisme zijn zich vaak niet van bewust hoezeer de spieren gespannen zijn. Door deze ontspanningsoefeningen leren studenten om spanning bij zichzelf te herkennen. Vraag studenten om goed en zo ontspannen mogelijk te gaan zitten en hun ogen te sluiten. Lees de instructies in de handleiding op een rustige manier zodat studenten de stappen kunnen doorlopen. 5. Actieplan Tot slot maakt iedereen voor de komende week weer een actieplan. Het staat studenten vrij om hiervoor acties te bedenken, ze kunnen ervoor kiezen om iets te doen met het thema van vandaag zoals bijvoorbeeld omgaan met spanning en vermoeidheid of oefenen met de ontspanningsoefeningen. De trainer loopt rond terwijl iedereen daar mee bezig is, en speelt weer advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. De trainer geeft wederom het goede voorbeeld: maakt zelf ook een actieplan en deelt dit als eerste met de groep. 29

30 6. Afsluiting en vooruitblik volgende bijeenkomst Kijk met de studenten alvast naar het volgende hoofdstuk in de studenthandleiding. Het is handig als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen en wellicht de opdrachten maken. Beantwoord eventuele vragen met betrekking tot de opdrachten. Bijeenkomst 7: Omgaan met veranderingen tijdens school en stage Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 7 (5 minuten) 2. Samenvatting bijeenkomst 6: omgaan met vermoeidheid en spanning (10 minuten) 3. Actieplan nabespreken (25 minuten) 4. Thema: omgaan met veranderingen tijdens school en stage (25 minuten) 5. Huiswerk: actieplan (20 minuten) 6. Programma volgende bijeenkomst (5 minuten) 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 2. Samenvatting vorige keer Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 6. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een vervolg gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer bent u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers een voor een de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer je dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Omgaan met veranderingen tijdens studie en stage Mensen met autisme hebben moeite met cognitieve flexibiliteit; dit is het vermogen om gedachten en gedrag af te stemmen op een veranderbare omgeving. Wanneer er van een bepaalde gewoonte of routine afgeweken wordt en de situaties niet of minder voorspelbaar zijn kunnen zij in grote paniek raken of juist blokkeren. Tijdens studie en stage kan het zo zijn dat studenten geprikkeld worden om steeds met andere mensen om te gaan zoals klanten en collega s maar ook om te gaan met nieuwe situaties. Dit maakt het aanpassen aan nieuwe of onverwachte situaties moeilijk. En ook het verzinnen van oplossingen voor dagelijkse, onvoorziene problemen is dan lastig. Neem de opdrachten met de studenten door en geef studenten de tijd om hun reflecties op te schrijven. 5. Huiswerk: Actieplan en voorbereiding bijeenkomst 8 Tot slot maakt iedereen voor de komende week weer een actieplan. Het staat studenten vrij om hiervoor acties te bedenken, ze kunnen ervoor kiezen om iets te doen met het thema van vandaag zoals bijvoorbeeld omgaan met veranderingen tijdens studie en stage. De trainer loopt rond terwijl iedereen daar mee bezig is, en speelt weer advocaat van de duivel, zodat studenten gedwongen worden om kritisch naar hun actieplan te kijken en te leren hoe ze concrete en haalbare acties voor zichzelf op kunnen stellen. De trainer geeft wederom het goede voorbeeld: maakt zelf ook een actieplan en deelt dit als eerste met de groep. 30

31 Bespreek vervolgens met de groep dat ze deze week een extra huiswerk opdracht moeten maken ter voorbereiding op de volgende bijeenkomst. De volgende bijeenkomst is de laatste bijeenkomst in de training. Het thema is dan: terugblik en vooruitblik. De volgende vragen staan centraal; terugblikken op wat ze de afgelopen maanden tijdens de training hebben geleerd, een samenvatting maken van de punten die voor jou belangrijk zijn om goed te blijven functioneren op school en op stage, en een plan maken om je zelfmanagementvaardigheden in de toekomst verder te blijven ontwikkelen. Als huiswerk dienen de studenten hun verzamelkaart en de trainingsmap samen met hun maatje door te nemen om helder te krijgen welke punten belangrijk voor ze zijn en wat zij nodig hebben om goed te kunnen functioneren met betrekking tot de thema s die tijdens de training aan bod zijn gekomen. Studenten gaan ook een mini presentatie voorbereiden voor de laatste bijeenkomst middels het beantwoorden van de volgende vragen; Kwaliteiten zijn kenmerkend voor mij: Van deze 2 thema s heb ik het meeste geleerd tijdens de training (denk aan de thema s die behandeld zijn: plannen, samenwerken, communiceren, e.d.); Dit heb ik geleerd over deze 2 thema s; Deze mensen kunnen mij helpen om zo goed mogelijk te functioneren op school en stage (denk aan: docent, studieloopbaanbegeleider, stagebegeleider, e.d.). 6. Afsluiting en vooruitblik volgende bijeenkomst Kijk met de studenten alvast naar het volgende hoofdstuk in de studenthandleiding. Het is handig als studenten de volgende bijeenkomst alvast voorbereiden door de tekst door te lezen en wellicht de opdrachten maken. Beantwoord eventuele vragen met betrekking tot de opdrachten. 31

32 Bijeenkomst 8: Terugblik en Vooruitblik Programma: 90 minuten 1. Agenda bijeenkomst 8 2. Samenvatting vorige bijeenkomst: omgaan met veranderingen tijdens studie en stage 3. Actieplan nabespreken 4. Thema: terugblik en vooruitblik 5. Afsluiting van het groepsproces 6. Individueel eindgesprek met je trainer 7. Afsluiten van contact met je maatje 8. Terugkombijeenkomst 1. Agenda Bespreek kort het programma van vandaag en leg uit dat we elke training beginnen met een korte samenvatting van de week ervoor omdat herhaling belangrijk is voor mensen met autisme. 2. Samenvatting bijeenkomst 7: omgaan met veranderingen tijdens studie en stage Bespreek met de studenten wat hun het meest is bijgebleven van bijeenkomst 7. Laat studenten hun reflecties op schrijven. 3. Actieplan nabespreken (Check) Afgelopen week hebben de studenten als het goed is een vervolg gesprek gehad met het maatje en hebben ze samen met het maatje een actieplan gemaakt. Vraag aan de studenten of iedereen een ontmoeting heeft gehad met zijn maatje. Vervolgens gaat u met de deelnemers bespreken hoe het actieplan van afgelopen week is verlopen. De trainer begint als eerste te vertellen over zijn eigen ervaringen. Probeer uw voorgenomen acties zo goed mogelijk uit te voeren, als trainer bent u tenslotte een rolmodel voor de studenten. Laat deelnemers een voor een de volgende vragen beantwoorden; -Heb je de actie die je had geformuleerd uitgevoerd? En ben je tevreden over het resultaat? Als je de actie hebt uitgevoerd: wat heeft jou geholpen om dit te doen? Als je de actie niet hebt uitgevoerd: wat heeft ervoor gezorgd dat het niet gelukt is? ACT: Wat heb jij nodig om een volgende keer een vergelijkbare actie goed en naar tevredenheid uit te voeren? Noteer dit ook op de verzamelkaart, die je van de trainer krijgt. 4. Thema: terugblik en vooruitblik Begin met even terug te blikken op de afgelopen periode. Veel onderwerpen zijn de revue gepasseerd en studenten hebben gestructureerd gewerkt aan hun zelfmanagementvaardigheden. Vanaf deze bijeenkomst zullen ze deze vaardigheden zelfstandig toe moeten passen, en hulp of ondersteuning hierbij zelf moeten regelen. Tijdens het huiswerk van vorige week hebben studenten een mini presentatie voorbereid aan de hand van enkele vragen. Vraag aan de deelnemers of het is gelukt om de presentatie voor te bereiden. Geef vervolgens de deelnemers 5 minuten de tijd om de mini presentatie door te nemen. Vervolgens geeft elke deelnemer (loop het rijtje af) om de beurt een minipresentatie waarin ze onderstaande punten vertellen; Welke 2 kwaliteiten zijn het meest kenmerkend voor mij; Van welke 2 thema's heb ik het meeste geleerd tijdens de training (denk aan de thema's uit de handleidingen: plannen, samenwerken, communiceren, e.d.); Wat heb ik geleerd van deze 2 thema's; Welke mensen kunnen mij helpen om zo goed mogelijk te functioneren op school en op stage (denk aan: docent, studieloopbaanbegeleider, stagebegeleider, e.d.). Het is niet de bedoeling tijdens deze oefeningen dat deelnemers of de trainer inhoudelijk op elkaar gaan reageren of elkaar feedback gaan geven. Het is voor de meeste al spannend genoeg! U mag natuurlijk als trainer wel enthousiast reageren en deelnemers bedanken voor de mooie presentatie. 32

33 5. Afsluiting van het groepsproces Bespreek vervolgens de volgende onderwerpen met de groep; Wat vonden ze prettig aan de groep?; Wat gaan ze missen? ; Wat hebben ze van elkaar geleerd. 6. Individueel eindgesprek met je trainer Bespreek met de studenten dat ze binnen twee weken een uitnodiging krijgen voor een individueel eindgesprek met de trainer. Tijdens dit eindgesprek worden de volgende thema s besproken; individuele evaluatie van het programma, inventariseren van nieuwe hulpvraag en terugkoppeling richting studieloopbaanbegeleider / mentor. 7. Afsluiten van contact met je maatje Bespreek ook met de studenten dat de volgende afspraak met het maatje tevens de laatste afspraak is die valt binnen het maatjesprogramma en dat het belangrijk is om het contact met hun maatje goed af te sluiten. Het thema van de laatste ontmoeting is: terugblik en vooruitblik. Leg uit dat ze de volgende thema s met hun maatje kunnen bespreken; Hoe heb je het contact met je maatje ervaren en wat heb je van je maatje geleerd? Gaat het contact door na de training? en zo ja hoe en wanneer? 8. Terugkombijeenkomst Bespreek met de deelnemers of ze behoefte hebben aan terugkombijeenkomst. Dit kan met of zonder de trainer. Vanuit de organisatie kunnen we faciliteren dat de deelnemers elkaar blijven zien maar deelnemers mogen ook buiten de organisatie om met elkaar afspreken en contact met elkaar houden. Bespreek ook met de groep welke thema s ze graag tijdens een terugkomdag zouden willen bespreken. 33

34 Bibliografie Detaille SI, Gulden vd JWJ, Engels JA, Heerkens YF, Van Dijk FJH. (2010). Using intervention mapping (IM) to develop a self-management programme for employees with a chronic disease in the Netherlands. BMC Public Health, 10; 353. Detaille SI, Custers A. (2011). Zelfmanagement voor talent met een chronische aandoening. Handleiding training zelfmanagement. Nijmegen: HAN, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Handicap + studie. (2009). Autisme en studeren in het hoger onderwijs. Geraadpleegd op van Huber, M. e. (2011). How should we define health? BMJ Journals, 343:d4163. Kan, C. (2008). Psychoeducatiemodule autismespectrumstoornissen bij normaal begaafde volwassenen Werkboek. Maastricht: Shaker Publishing BV. Oosterhuis, M. (2013). Zelfmanagement is keuzes maken. Geraadpleegd op op Universitair Medisch Centrum Groningen. (2010). Voorspellende factoren voor arbeidsparticipatie van Wajong'ers met Autisme Spectrum Stoornis. Groningen. Vermeulen, P. (2009). Autisme als contextblindheid. Leuven: Acco. Vermeulen, P. (1999). Brein bedriegt als autisme niet op autisme lijkt. Berchem: EPO. Vlooswijk, R. (2010). Studeer wijzer met een goede studiewijzer! Ontwerp en beoordeling van een studiewijzer waarmee leerlingen met het syndroom van Asperger hun werk kunnen plannen. Utrecht; gedownload op van VvdLproductions. (geraadpleegd op ). Autismevolwassenen.nl/DSM-V.html. VvdLproductions. (geraadpleegd op ). 34

35 Bijlage 1: Autisme volgens de DSM-5 Hieronder volgt de uit het engels vertaalde conceptversie van februari De definitieve versie wordt verwacht van de American Psychiatric Association in mei Kenmerken van autismespectrumstoornissen: A- Persistente tekortkomingen in communicatie en sociale interactie in verschillende situaties, met de drie volgende kenmerken: 1-Tekortkomingen in sociaal-emotionele wederkerigheid; variërend van abnormale sociale benadering, problemen met wederzijdse conversatie, verminderde behoefte in het delen van interesses, emoties en affecties tot totale afwezigheid van het initiëren van sociale interactie. 2-Tekortkomingen in nonverbaal communicatief gedrag; variërend van slecht geïntegreerde verbale en non-verbale communicatie, abnormaliteiten in oogcontact en lichaamstaal, tekortkomingen in het begrijpen en gebruiken van non-verbale communicatie, tot totale afwezigheid van gezichtsuitdrukkingen of gebaren. 3- Tekortkomingen in het ontwikkelen en onderhouden van relaties met leeftijdsgenoten; variërend van aanpassingsproblemen bij verschillende sociale contexten, problemen met het delen van ideeën en het maken van vrienden tot de totale afwezigheid van interesse in mensen. B- Beperkte herhaalde patronen in gedrag, interesses of activiteiten die zich manifesteren als minstens twee van de volgende kenmerken: 1- Stereotype of herhaalde spraak, bewegingen of gebruik van objecten 2- Sterke aandacht voor routines, geritualiseerde verbale of non-verbale gedragspatronen of sterke weerstand tegen verandering 3-Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal zijn in intensiteit of focus (preoccupaties) 4-Over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels uit de omgeving C- Symptomen zijn al vanaf de vroege jeugd aanwezig (maar kunnen pas later manifest worden) D- De symptomen samen verslechteren en dereguleren het dagelijks leven. Er is geen onderscheid tussen verschillende stoornissen binnen het spectrum. Wel is er een onderverdeling in drie gradaties welke aangeven hoeveel begeleiding de persoon nodig heeft. Dit varieert van requiring support tot requiring very substantial support. Bron: VvdLproductions, geraadpleegd op van 35

36 Bijlage 2: Vragenlijst intakegesprek Naam:... Opleiding:... Adres:... Telnr:... adres:.. Thuissituatie Hoe is je woonsituatie? (bij ouders/ op kamers/ anders?).. Hoe verloopt het contact met je huisgenoten? Ervaar je steun van hen?.. Heb je een vorm van begeleiding thuis? Zo ja, hoe ziet dat eruit? Wat vindt je begeleiding ervan dat je deze training wilt gaat doen?.. Tijdsinvestering Kun je globaal beschrijven hoe je week eruit ziet? Hoeveel tijd besteed je aan je studie/stage? Wat doe je in je vrije tijd? Wat vind je daarvan? 36

37 Hoe vaak zie je vrienden? Heb je een partner? Heb je veel tijd voor jezelf nodig?.. Deze training is eenmaal per week 2,5 uur. Daarbij is er ook een maatje met wie je iedere week afspreekt om het huiswerk van de training te doen. Lukt het jou om dat in je week in te passen?.. Informatie over autismespectrumstoornis Deze training is bedoeld voor mensen met een autismespectrumstoornis. Heb je die diagnose? Zo ja, sinds wanneer? Wat vind je ervan dat je een autismespectrumstoornis hebt?..... Ben je op dit moment in behandeling? Zo ja: heb je met je behandelaars overlegd over deze training? (Zo nee, even doen voordat de training begint). Zijn er behalve je autismespectrumstoornis andere beperkingen waar je rekening mee moet houden (lichamelijk of psychisch)?.. Knelpunten studie Welke knelpunten ervaar je, in het algemeen en tijdens je studie, als gevolg van je autismespectrumstoornis?

38 Hoe ga je daar momenteel mee om?..... Zijn je / is je studieloopbaanbegeleider / tutor / medestudenten enz. op de hoogte van je autismespectrumstoornis?.. Ervaar je voldoende steun van medestudenten, leraren, studieloopbaanbegeleider, roosterbureau? Wat ervaar je, in het contact met hen, als tegenwerking bij het goed doorlopen van je studie?.... Binnen de onderwijsinstelling zijn er verschillende voorzieningen aanwezig: van welke voorzieningen maak je wel en van welke voorzieningen maak je geen gebruik? Waarom? Heb je wel eens contact gehad met het studentendecanaat? Heeft dit je geholpen om je studie goed te kunnen volgen? Waarom wel / niet? Zijn er nog dingen die niet genoemd zijn en die jij wel nodig hebt om je studie goed te kunnen volgen?

39 De zelfmanagementtraining Wat is je motivatie om deel te nemen aan de training?... Welke behoeften heb je tav de training?.... Wat verwacht je van de training?.... Wat wil je na de training hebben geleerd? (indien nodig verwachtingen bijstellen)... Dit is een groepstraining. Er worden verschillende onderwerpen behandeld. Die spelen misschien niet allemaal op het moment voor jou. Toch wordt er van je verwacht dat je aan alle onderwerpen actief meedoet omdat je ook van elkaar leert. Wat vind je daarvan? Is er nog iets niet aan bod gekomen tijdens het gesprek; wil je nog iets toevoegen? Geef aan het eind van het intakegesprek ook een lijst mee met plaats en datum van alle bijeenkomsten. De student kan zich dan alvast voorbereiden door het in de agenda te zetten. 39

40 Bijlage 3: Handout voor de maatjes Tips voor de begeleiding Wees voorspelbaar Zorg voor een duidelijke context (het is voor de opleiding dus je spreekt op de opleiding af) Prompting: zorg voor signalen op het juiste moment die de persoon helpt om in beweging te komen Maak samen een visueel overzicht (mindmap of schema) Houd het gesprek concreet De rol van het maatje is cruciaal! Je helpt bij de vertaling tussen de training en het leven: Overzicht creëren en prioriteiten stellen De juiste oplossingen bij de juiste problemen De student kan bij jou oefenen met hulp vragen Motivatie (prompting) om het actieplan uit te voeren Student motiveren om het huiswerk samen te doen Natuurlijk kun je het zelf, maar samen kom je tot nieuwe inzichten Ik heb de opdracht om er met jou naar te kijken, dat is mijn taak Door het te bespreken leer je over je beperking te communiceren Ik heb ook moeite met dat thema, ben benieuwd hoe dat er bij jou uitziet Coaching= Volgen: de student bepaalt de hulpvraag Stimuleren: huiswerk, uitvoering van het actieplan Spiegelen: vertellen wat jij ziet bij de ander Overzicht helpen creëren: omdat deze doelgroep daar behoefte aan heeft 40

41 Bijlage 4: Powerpoint training voor de maatjes Informatie voor de maatjes 41

Zelfmanagement voor studenten met ASS. Handleiding studenten

Zelfmanagement voor studenten met ASS. Handleiding studenten Zelfmanagement voor studenten met ASS Handleiding studenten Colofon 2013 HAN. HAN SENECA heeft bij het samenstellen van deze handleiding de uiterste zorg nagestreefd. Desondanks kan niet volledig worden

Nadere informatie

Hoe Yulius jongeren met autisme kan helpen

Hoe Yulius jongeren met autisme kan helpen Jongeren Hoe Yulius jongeren met autisme kan helpen Vragen? Voor wie is deze brochure? Je hebt deze brochure gekregen omdat je autisme hebt of nog niet zeker weet of je autisme hebt. Je bent dan bij Yulius

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment

Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment Studenten handleiding Competentie Ontwikkel Moment MBO en HBO studenten 3 de en 4 de jaars, HBO studenten verkorte opleiding en cursisten vervolgopleidingen Jeroen Bosch Ziekenhuis 1 Juni 2014, Jeroen

Nadere informatie

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen

Nadere informatie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht

Nadere informatie

DOEL van de WORKSHOP. KIESKEURIG 3 jaar OPDRACHT. Hoe KIESKEURIG bent u geweest bij het kiezen van deze workshop? 13-11-2014

DOEL van de WORKSHOP. KIESKEURIG 3 jaar OPDRACHT. Hoe KIESKEURIG bent u geweest bij het kiezen van deze workshop? 13-11-2014 KIESKEURIG 3 jaar Ondersteuning bij het kiezen van een vervolgopleiding voor middelbare scholieren HAVO en VWO November 2014 Eveline Hartman RSG Wolfsbos Hoogeveen Franca Hiddink Lectoraat rehabilitatie

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

READER STUDENTENCOACH

READER STUDENTENCOACH READER STUDENTENCOACH VO Reader studentencoch VO 1 Inleiding Voor jullie ligt de reader die hoort bij het project studentencoach (het coachen van jongerejaars studenten door ouderejaars). In deze reader

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Kinderen. Hoe Yulius kinderen met autisme kan helpen

Kinderen. Hoe Yulius kinderen met autisme kan helpen Kinderen Hoe Yulius kinderen met autisme kan helpen Voor wie is dit boekje? Je hebt dit boekje gekregen omdat je autisme hebt of omdat je nog niet zeker weet of je autisme hebt. Je bent dan bij Yulius

Nadere informatie

Cursus en Thema 2015. voor mantelzorgers en vrijwilligers

Cursus en Thema 2015. voor mantelzorgers en vrijwilligers Cursus en Thema 2015 voor mantelzorgers en vrijwilligers VRIJWILLIGERS Basiscursus (voor nieuwe vrijwilligers) Aantal bijeenkomsten: 4 In vier bijeenkomsten maken nieuwe vrijwilligers kennis met diverse

Nadere informatie

Wat is belangrijk? ik kan me niet concentreren. ik heb geen zin. ik ben de helft weer vergeten. ik snap er niets van

Wat is belangrijk? ik kan me niet concentreren. ik heb geen zin. ik ben de helft weer vergeten. ik snap er niets van ik kan me niet concentreren ik heb geen zin ik ben de helft weer vergeten ik snap er niets van Maar al te vaak hoor je dergelijke verzuchtingen van mensen die boven hun studieboeken gebogen zitten. Al

Nadere informatie

FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS

FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS INHOUD Inleiding 7 1 Zelfonderzoek feedback geven en ontvangen 9 Checklist feedback geven en ontvangen 11 2 Communicatie en feedback 15 Waarnemen,

Nadere informatie

Training: Mindfulness. 22 september 2015 NOG 1 PLEK! 23 september 2015 NOG PLEK! 1 december 2015 start extra training

Training: Mindfulness. 22 september 2015 NOG 1 PLEK! 23 september 2015 NOG PLEK! 1 december 2015 start extra training Training: Mindfulness 22 september 2015 NOG 1 PLEK! 23 september 2015 NOG PLEK! 1 december 2015 start extra training Waarom? Leven in deze hectische tijd vraagt veel van ons dat maakt dat we ons vaak uitgeput

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL Bij werken, zowel betaald als vrijwillig, hoort leiding krijgen of leiding geven. De vraag wat effectief leiderschap is houdt dan ook veel mensen bezig. De meningen hierover

Nadere informatie

Hieronder vind je informatie over de mindfulness trainingen die starten op 23 september en 1 december 2015!

Hieronder vind je informatie over de mindfulness trainingen die starten op 23 september en 1 december 2015! Agenda 2015 SEPTEMBER 22 september Start training: Mindfulness VOL! 23 september Start training: Mindfulness NOG 2 PLAATSEN! DECEMBER 1 december start extra training: Mindfulness In de onderstaande pagina

Nadere informatie

Overtuigend en Ontspannen Presenteren

Overtuigend en Ontspannen Presenteren Overtuigend en Ontspannen Presenteren voor technische professionals 20 juni 2013 Jullie doelen? Workshop Presenteren Minder zenuwen bij presentaties Makkelijker contact met het publiek Wat wél en beter

Nadere informatie

Groepen en cursussen MEE Gelderse Poort voor inwoners van de regio s Arnhem, Nijmegen en Rivierenland

Groepen en cursussen MEE Gelderse Poort voor inwoners van de regio s Arnhem, Nijmegen en Rivierenland Groepen en cursussen MEE Gelderse Poort voor inwoners van de regio s Arnhem, Nijmegen en Rivierenland Alle groepen en cursussen die door MEE Gelderse Poort geboden worden zijn toegankelijk voor mensen

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel mensen met een licht

Nadere informatie

Vragenlijst Prettig Schoolgaan Praktisch hulpmiddel voor kinderen met autisme in het voortgezet onderwijs

Vragenlijst Prettig Schoolgaan Praktisch hulpmiddel voor kinderen met autisme in het voortgezet onderwijs Gebruiksaanwijzing Vragenlijst Prettig Schoolgaan Praktisch hulpmiddel voor kinderen met autisme in het voortgezet onderwijs De overstap van het (speciaal) basisonderwijs naar het (speciaal) voortgezet

Nadere informatie

Vrije Universiteit Amsterdam Faculteit der Letteren Afdeling Nederlands Tweede Taal De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam

Vrije Universiteit Amsterdam Faculteit der Letteren Afdeling Nederlands Tweede Taal De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam De deur uit is ontwikkeld door de Vrije Universiteit Amsterdam Afdeling Nederlands Tweede Taal, mede op initiatief van het Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC). De ontwikkeling was mogelijk dankzij een

Nadere informatie

Studeren met een functiebeperking

Studeren met een functiebeperking Studeren met een functiebeperking Informatie voor aspirant-studenten 1 Studiesuccescentrum Windesheim Inhoud Studeren met een functiebeperking, informatie voor aspirant-studenten... 1 Studeren met een

Nadere informatie

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER.

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. Mats Werkt! DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. WWW.MATSWERKT.NL Mats werkt: Dé cursus voor het begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking op de werkvloer.

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN

Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN Cursus VRIENDEN MAKEN.KUN JE LEREN PRAKTISCHE INFORMATIE Wat voor cursus? Het is een cursus voor mensen die, om wat voor reden dan ook, geen stevige vriendenkring (meer) hebben en die actief willen onderzoeken

Nadere informatie

Effectieve samenwerking: werken in driehoeken

Effectieve samenwerking: werken in driehoeken Effectieve samenwerking: werken in driehoeken Werken in driehoeken is een wijze van samenwerking die in elke organisatie, projectteam en netwerk mogelijk is. Het maakt dat we kunnen werken vanuit een heldere

Nadere informatie

Instroom en studiekeuze

Instroom en studiekeuze Studeren met een functiebeperking Instroom en studiekeuze December 2012 Expertisecentrum handicap + studie Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Inleiding... 2 2. Cijfers... 3 2.1. Uitval... 3 2.2. Aanvraag

Nadere informatie

In 10 stappen van project naar effect!

In 10 stappen van project naar effect! In 10 stappen van project naar effect! een handleiding voor slim zorgen > Betrek de belangrijke sleutelpersonen > Stel projectteam samen & kies pilotteams > Screen de huidige situatie > Organiseer een

Nadere informatie

Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren. Voor technische professionals. Donderdag 20 juni 2013

Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren. Voor technische professionals. Donderdag 20 juni 2013 Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren Voor technische professionals Donderdag 20 juni 2013 Programma We behandelen achtereenvolgens de volgende thema's: 0. Kwaliteiten en presenteren 1. Omgaan

Nadere informatie

Handleiding Verbetercheck in teams

Handleiding Verbetercheck in teams Handleiding Verbetercheck in teams Praktisch hulpmiddel om de Verbetercheck in een team toe te passen 22 maart 2011 Betrokken partijen: Teksten en advies: Huub Pennock en Alex van der Wal 1 Inleiding De

Nadere informatie

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar

Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar Trainershandleiding Brugklas Bikkels versie 2014 Inhoudsopgave Introductie Organiseer je training Praktische tips De werkmap Powerpoint presentatie Ouderbrieven Draaiboek Bijeenkomst 1 Bijeenkomst 2 Bijeenkomst

Nadere informatie

Maartje Voorbeeld 10.03.2014

Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld / 10.03.2014 / Talentrapportage 2 Inleiding De wereld en de arbeidsmarkt zijn constant in beweging. Maar waarheen? Niemand weet exact hoe het werkveld er

Nadere informatie

De kracht van reflecteren

De kracht van reflecteren 28 test en techniek in beeld Motivational Interviewing deel 5 De kracht van reflecteren Speciaal voor Fysiopraxis schrijven Stijn van Merendonk, Mirjam Hulsenboom en Albertina Poelgeest een vijfdelige

Nadere informatie

Doel van deze presentatie is

Doel van deze presentatie is Doel van deze presentatie is Oplossingsgericht? Sjoemelen? Evaluatie van de praktische oefening. Verbetersuggesties qua oplossingsgerichtheid (niet met betrekking tot de inhoud van de gebruikte materialen)

Nadere informatie

ADHD. en kinderen (6-12 jaar)

ADHD. en kinderen (6-12 jaar) ADHD en kinderen (6-12 jaar) ADHD, DAAR BEN JE NIET BLIJ MEE Als je bij het buitenspelen een blauwe plek oploopt, dan zit je daar niet mee. Meestal is-ie na een paar dagen weer weg. Bij ADHD is dat anders,

Nadere informatie

de Beste Studiekeuze Aanpak

de Beste Studiekeuze Aanpak de Beste Studiekeuze Aanpak Welk pad kies jij? Zelkennis is vaag pagina 3,4 Waar sta jij nu? Ontdek jouw volgende stap pagina 5,6 Hoe kom ik erachter wat ik wil? 3 bronnen voor zelfkennis pagina 7 Concreet

Nadere informatie

toolkit persoons gerichte zorg Bouwen aan eerstelijns zorg op maat voor mensen met een chronische ziekte

toolkit persoons gerichte zorg Bouwen aan eerstelijns zorg op maat voor mensen met een chronische ziekte toolkit persoons gerichte zorg Bouwen aan eerstelijns zorg op maat voor mensen met een chronische ziekte Over deze toolkit Welkom in het huis van persoonsgerichte zorg! Zoals je ziet is het huis nog in

Nadere informatie

Leer- en Ontwikkelingsspel

Leer- en Ontwikkelingsspel SPEELWIJZE LEER- EN ONTWIKKELINGSSPEL - Bladzijde 1 / 13 SPEELWIJZE Leer- en Ontwikkelingsspel Leren en ontwikkelen spelen een belangrijke rol in onze samenleving. Veranderingen op allerlei gebied volgen

Nadere informatie

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Themabundel Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Assistent medewerker Dit project is mede mogelijk gemaakt met een bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Voorwoord Deze themabundel is bedoeld

Nadere informatie

Overzicht Groepsaanbod. Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie

Overzicht Groepsaanbod. Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie Overzicht Groepsaanbod Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie Waarom een groep of cursus? Waarom in een groep? Het kan zijn dat je het zelf prettiger vindt

Nadere informatie

Hoofdpijn Duizeligheid Vermoeidheid Concentratieproblemen Vergeetachtigheid

Hoofdpijn Duizeligheid Vermoeidheid Concentratieproblemen Vergeetachtigheid Hersenschudding In deze folder vertellen we wat de gevolgen van een hersenschudding kunnen zijn en wat u kunt verwachten tijdens het herstel. Ook geven we adviezen over wat u het beste wel en niet kunt

Nadere informatie

TRAINING 1. Tijd: Onderwerp: Waarom Resultaat Werkvorm Materiaal

TRAINING 1. Tijd: Onderwerp: Waarom Resultaat Werkvorm Materiaal DRAAIBOEK TRAINING 1, 2,3,4,5 REALISTEN ROADMOVIE De prezi presentatie voor de trainingsbijeenkomsten vindt u via de onderstaande link. https://prezi.com/0txqqdqmauta/training-realisten-roadmovie-5-bijeenkomsten/

Nadere informatie

Inleiding 2. Wie is Christine? 4. Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5. Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6

Inleiding 2. Wie is Christine? 4. Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5. Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6 Inhoudsopgave Inleiding 2 Wie is Christine? 4 Tip 1: Houd het doel van feedback voor ogen 5 Tip 2: Richt feedback op gedrag, niet op de persoon 6 Tip 3: Geef feedback over uw waarneming en vermijd interpretaties

Nadere informatie

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren. Schoolse competenties Competentie 1: Agendagebruik - Je schrijft je huiswerk in je agenda als dit wordt opgegeven. - Je agenda ziet er verzorgd uit. - Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt

Nadere informatie

Persoonlijk plan voor PGB-houders

Persoonlijk plan voor PGB-houders Persoonlijk plan voor PGB-houders Versie 1.0 Datum: 17 juli 2014 Status: Definitieve versie 1 Ontwikkeld door: Janneke Haan, Sabine Timmer, Marjolein Herps 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Algemene gegevens...

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

opleiding Leergang Train de Trainer Trainers in

opleiding Leergang Train de Trainer Trainers in Trainers in opleiding Leergang Train de Trainer Het is niet de sterkste die overleeft, ook niet de slimste, maar degene die het meest openstaat voor verandering. Unieke insteek! De wereld om ons heen verandert

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U?

UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U? UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U? Nadine Köhle, MSc. Contactdag Stichting Olijf 3 oktober 2015 Garderen EVEN VOORSTELLEN ACHTERGROND KANKER HEB JE NIET ALLEEN! 4 ACHTERGROND IMPACT VAN DE

Nadere informatie

Denkt u. vast te lopen. in uw werk?

Denkt u. vast te lopen. in uw werk? Denkt u vast te lopen in uw werk? Het leven kan veel van u vragen. Soms misschien teveel. Zeker als u langdurig onder druk staat of een tegenslag te verwerken krijgt. U heeft bijvoorbeeld al lange tijd

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel

Nadere informatie

Inleiding. Wetenschappelijke verantwoording 1

Inleiding. Wetenschappelijke verantwoording 1 Inleiding Voor u ligt het draaiboek van een psycho-educatiegroep voor kinderen met ADHD van het gecombineerde type en/of het overwegend hyperactief/impulsieve type (hierna aangeduid als ADHD). Voor kinderen

Nadere informatie

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging Info@piresearch.nl www.piresearch.nl Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging Een beloningskaart helpt ouders gericht aandacht te besteden aan gewenst gedrag van hun

Nadere informatie

POENS.NL. Onomatopeespel. Spelvarianten deel 1. Onomatopeespel - spelvarianten deel 1 - www.poens.nl - Jeroen Knevel

POENS.NL. Onomatopeespel. Spelvarianten deel 1. Onomatopeespel - spelvarianten deel 1 - www.poens.nl - Jeroen Knevel POENS.NL Onomatopeespel Spelvarianten deel 1 1 Onomatopee Het auditief beeld als expressief coaching instrument Jezelf beter leren kennen, de ander beter leren kennen, beter zicht krijgen op het samenwerken,

Nadere informatie

Terugvalpreventie in MBCT Onderwijsnotities

Terugvalpreventie in MBCT Onderwijsnotities Terugvalpreventie in MBCT Onderwijsnotities Sessie 6: Helder zien - De eerste signalen van depressie opmerken gewaarzijn van vroege waarschuwingssignalen, terugvalsignalen onder de microscoop leggen. Het

Nadere informatie

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: Rapportage Competenties Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea het Voorbeeld / 16.06.2015 / Competenties (QPN) 2 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op de competenties

Nadere informatie

Introductie 1. Waarvoor hebben de studenten een mentor nodig? 2. Wie kan mentor worden? Iemand die:

Introductie 1. Waarvoor hebben de studenten een mentor nodig? 2. Wie kan mentor worden? Iemand die: Mentor informatie Introductie Het Mentoringprogramma is voor studenten die een begeleidingsvraag hebben. Deze begeleidingsvraag kan zeer divers van aard zijn en heeft te maken met schoolse-, persoonlijke

Nadere informatie

De loopbaanchecklist

De loopbaanchecklist De loopbaanchecklist Met deze checklist ga je voor je zelf na hoe het gesteld is met de manier waarop je jouw loopbaan stuurt. Bij het beantwoorden van de vragen gaat het niet direct om andere banen, je

Nadere informatie

Pedagogische aanpak op de St. Plechelmusschool

Pedagogische aanpak op de St. Plechelmusschool Pedagogische aanpak op de St. Plechelmusschool Ons uitgangspunt is het welbevinden en positief gedrag van leerlingen te bevorderen. Wij gaan uit van: Goed gedrag kun je leren Om dit te bereiken werken

Nadere informatie

Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg

Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg Cursus Mondigheid Dit praktijkvoorbeeld uit het verbetertraject Zeggenschap in de LG sector is door InteraktContour

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

Denk jij dat je. vastloopt tijdens. je studie?

Denk jij dat je. vastloopt tijdens. je studie? Denk jij dat je vastloopt tijdens je studie? Soms loopt het leven niet zoals jij zou willen. Misschien ben je somber, twijfel je erover wie je bent, loopt het niet zo met contacten of worstel je met je

Nadere informatie

PROLOOP NR 1 2015 HAAL HET BESTE UIT JOUW LOPERS MET ZIPCOACH

PROLOOP NR 1 2015 HAAL HET BESTE UIT JOUW LOPERS MET ZIPCOACH PROLOOP NR 1 2015 HAAL HET BESTE UIT JOUW LOPERS MET ZIPCOACH 56 TIPS & TRICKS Elke hardloper heeft zijn eigen doelstelling: waar de één zich bijvoorbeeld focust op het verbeteren van zijn looptechniek,

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Het GROW-model. Deze onderdelen worden hieronder toegelicht. Per onderdeel worden er voorbeeldvragen aangegeven.

Het GROW-model. Deze onderdelen worden hieronder toegelicht. Per onderdeel worden er voorbeeldvragen aangegeven. Het GROW-model Een ontwikkelingsgesprek is het meest effectief als je de vragen in een bepaalde structuur stelt. Het GROW-model biedt deze structuur. (Whitmore, 1995) Het GROW model bestaat uit de volgende

Nadere informatie

READER STUDENTENCOACH EERSTEJAARS

READER STUDENTENCOACH EERSTEJAARS READER STUDENTENCOACH EERSTEJAARS MBO 1 Inleiding Voor jullie ligt de reader die hoort bij het project studentencoach(het coachen van eerstejaars studenten door ouderejaars). In deze reader vind je veel

Nadere informatie

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Verantwoordelijkheid. Ja, ook heel belangrijk voor school!!! Het lijkt veel op zelfstandigheid, maar toch is het net iets anders. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Maartje Voorbeeld 10.03.2014

Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld / 10.03.2014 / Inzetbaarheidsscan 2 Ben jij duurzaam inzetbaar? Blijf van waarde in de wereld van werk Iedereen wil graag gezond, productief en met plezier

Nadere informatie

Omgaan met pestgedrag voor leerlingen

Omgaan met pestgedrag voor leerlingen Omgaan met pestgedrag voor leerlingen Algemeen: Uw ROC wil door middel van eenduidige trainingen pesten structureel aanpakken. Trainingen en cursussen als maatwerk. Doelstelling: Het doel van de training

Nadere informatie

Les 17 Zo zeg je dat (niet)

Les 17 Zo zeg je dat (niet) Blok 3 We hebben oor voor elkaar les 17 Les 17 Zo zeg je dat (niet) Doel blok 3: Leskern: Woordenschat: Materialen: Leerlingen leren belangrijke communicatieve vaardigheden, zoals verplaatsen in het gezichtspunt

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL De huidige arbeidsmarkt ziet er heel anders uit dan die van vroeger: we veranderen vaker van baan of de inhoud ervan verandert, banen zijn minder zeker en de groei

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING...

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING... maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING... 1 Gegevens leerling Naam Adres Postcode Woonplaats Geboortedatum Telefoon Afdeling/leerweg Gegevens school Naam Schoolbegeleider Adres Plaats Telefoon

Nadere informatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie Doelen stellen NLP is een doelgerichte, praktische en mensvriendelijke techniek. NLP = ervaren, ervaren in denken, voelen en doen. Middels een praktisch toepasbaar model leren we om de eigen hulpmiddelen,

Nadere informatie

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Vijf woensdagmiddagen kunnen jongens en meiden tussen de 10 en 14 jaar op avontuur naar zichzelf. Het kind leert zichzelf

Nadere informatie

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 Index 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 1 1. Voorwoord Welkom bij deze handleiding. Deze handleiding is bedoeld als gids bij het identificeren van de kwaliteiten van

Nadere informatie

Gedragscode. Gewoon goed doen

Gedragscode. Gewoon goed doen Gedragscode Gewoon goed doen 2 Inhoudsopgave pagina 1. Missie, ambitie en kernwaarden 4 2. Gewoon goed doen 5 3. Waarom een gedragscode? 6 4. Omgaan met de patiënt/klant: respectvol en gastvrij 7 5. Professioneel

Nadere informatie

Geneeskunde studiejaar 2014-2015. Matchingsvragenlijst MATCHING

Geneeskunde studiejaar 2014-2015. Matchingsvragenlijst MATCHING Geneeskunde studiejaar 2014-2015 Matchingsvragenlijst MATCHING Dit PDF document is een weergave van het matchingsformulier voor de opleiding geneeskunde van de Universiteit Utrecht, uitgevoerd door het

Nadere informatie

Hoe plan ik mijn huiswerk

Hoe plan ik mijn huiswerk Marije Kuin & Bianca E. Boyer Hoe plan ik mijn huiswerk EEN PRAKTISCH WERKBOEK Dit werkboek is van:... Vormgeving omslag: Nanja Toebak, s-hertogenbosch Vormgeving binnenwerk: Nanja Toebak, s-hertogenbosch

Nadere informatie

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk De jongeren die zich aanmelden bij Maljuna Frato hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en hebben weinig of geen zicht op hun mogelijkheden, kwaliteiten

Nadere informatie

SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN

SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN Trainershandleiding Cursus SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN SAMEN-WERK BOEK Ontwikkeld in opdracht van het project Er samen voor staan door Pauline Rosendaal, trainer Zozijn School www.zozijn.nl/zozijnschool

Nadere informatie

BETERapp pilot plan organisatie X. In twaalf weken een succesvolle pilot met de BETERapp.

BETERapp pilot plan organisatie X. In twaalf weken een succesvolle pilot met de BETERapp. BETERapp pilot plan organisatie X In twaalf weken een succesvolle pilot met de BETERapp. Ervaringen cliënt: BETERapp is trouwe vriend De Beterapp is absoluut een aanvulling op de reguliere behandeling.

Nadere informatie

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Hoe presenteer ik mijzelf? Wat wil ik? Zorg voor je carrière Door het dagelijkse contact met mijn coach

Nadere informatie

Open Training. Modern Timemanagement. 100% overzicht. De juiste focus. In control. Heerlijk productief.

Open Training. Modern Timemanagement. 100% overzicht. De juiste focus. In control. Heerlijk productief. Open Training Modern Timemanagement 100% overzicht. De juiste focus. In control. Heerlijk productief. Modern Timemanagement 100% overzicht. De juiste focus. In control. Heerlijk productief. Wil jij meer

Nadere informatie

ZORGELOOS OP UITJE, VOOR OUDERS EN BEGELEIDING VAN AUTISTISCHE KINDEREN

ZORGELOOS OP UITJE, VOOR OUDERS EN BEGELEIDING VAN AUTISTISCHE KINDEREN ZORGELOOS OP UITJE, VOOR OUDERS EN BEGELEIDING VAN AUTISTISCHE KINDEREN Inhoud: - Zorgeloos op uitje -Wat is autisme? - Wat houd een uitje precies in? - 15 TIPS om uw uitje tot een succes te maken Marinka

Nadere informatie

Training Netwerken Forum 12-5-2014

Training Netwerken Forum 12-5-2014 Training Netwerken Forum 12-5-2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 Doelen 4 Deelnemers 4 Werkvormen 4 Programma 4 Voorstellen & introductie 5 Inleiding 6 Opdracht Je eigen netwerk 7 Theorie 8 Opdracht In gesprek

Nadere informatie

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Kinderen 5-12 jaar KOPP/KVO Doe-praatgroep (8-12 jaar). Een vader of moeder met problemen Als je vader of moeder een psychisch of verslavingsprobleem heeft

Nadere informatie

UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren

UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren Informatie voor kinderen, jongeren en ouders Wat staat er in deze folder? Inleiding voor ouders 1 Informatie

Nadere informatie

Opdracht 1. Opdrachten tijdsbeleving

Opdracht 1. Opdrachten tijdsbeleving Opdrachten tijdsbeleving Opdracht 1 De volgende vragen kunnen je helpen storende factoren in je tijdbeheer te herkennen. Vul de tabel in en tel de totalen op: Uitspraken over je thuissituatie Mijn telefoon

Nadere informatie

APQ rapportage. Bea Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

APQ rapportage. Bea Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: APQ rapportage Naam: Bea Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea Voorbeeld / 16.06.2015 / APQ rapportage 2 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in jouw inzetbaarheid. We bespreken hoe

Nadere informatie

Sneller, Leuker en Makkelijker : Plannen. Pauline Jonker Maak Mij Wat Wijs!

Sneller, Leuker en Makkelijker : Plannen. Pauline Jonker Maak Mij Wat Wijs! Sneller, Leuker en Makkelijker : Plannen Pauline Jonker Maak Mij Wat Wijs! Welkom! Allereerst bedankt voor het downloaden van deze planner! Deze planner gaat jou helpen om SLiM te plannen. Je gaat leren

Nadere informatie