Variatie in codering patiëntengegevens beïnvloedt gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR)

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Variatie in codering patiëntengegevens beïnvloedt gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR)"

Transcriptie

1 Onderzoek Variatie in codering patiëntengegevens beïnvloedt gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR) Wim F. van den Bosch, Joseph Silberbusch, Klaas J. Roozendaal, Cordula Wagner Doel Opzet Methode Resultaten Conclusies Onderzoek naar de invloed van codeervariaties op de het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer ( hospital standardized mortality ratio, HSMR) en maatregelen formuleren om de variatie in coderingen te reduceren. Retrospectief, beschrijvend. Wij analyseerden codeervariaties van de HSMR- parameters hoofddiagnose, opname-urgentie en nevendiagnoses in het databestand Landelijke Medische Registratie (LMR) van opnamen in 6 topklinische ziekenhuizen gedurende Ruim een kwart van de geregistreerde opnamen telde mee bij de berekening van de HSMR. Van de ICD- 9-codes voor hoofddiagnose die niet waren meegeteld bij de HSMR-berekening onderzochten wij of er verschillen waren tussen de ziekenhuizen en of opnamen met deze codes terecht waren uitgesloten bij de berekening. Variatie in het coderen van opname-urgentie werd gesignaleerd door opnamen te analyseren waarbij de diagnosetitel acuut van aard was. De variatie in het gemiddelde aantal nevendiagnoses per opname werd bepaald als indicatie voor codeervariatie. Door interviews met codeerteams werd geverifieerd of de conclusies van de analyse terecht waren. Meer dan opnamen die niet meetelden voor de HSMR vertoonden grote verschillen tussen de ziekenhuizen. Dit aantal was 40% van het aantal opnamen dat wél meetelde. Van de opnamen met een hoofddiagnose die acuut van aard was, was per ziekenhuis 34% tot 93% als acute opname geregistreerd. Het gemiddelde aantal nevendiagnoses per opname varieerde tussen de ziekenhuizen van 0,9 tot 3,0. Er waren grote verschillen in de codering van de hoofddiagnose, opname-urgentie en nevendiagnoses tussen de onderzochte ziekenhuizen, met een potentieel grote invloed op de HSMR-uitkomsten van de ziekenhuizen. De codeervariaties berustten op interpretatieverschillen bij het coderen, verschillen in de beschikbaarheid van codeurs, de kwaliteit van ontslagbrieven en dossiers en de al dan niet tijdige aanlevering hiervan. St. Antonius Ziekenhuis, Bestuursstaf, Nieuwegein. Ir. W.F. van den Bosch, kwaliteitsmanager. Dr. J Silberbusch en dr. K.J. Roozendaal, internisten n.p. (voorheen: Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Amsterdam). VU Medisch Centrum, afd. Sociale Geneeskunde, Amsterdam. Prof.dr. C. Wagner, hoogleraar patiëntveiligheid (tevens: NIVEL, Utrecht). Contactpersoon: ir. W.F. van den Bosch Het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer wordt in Nederland met de nodige voorzichtigheid geïntroduceerd als een indicator voor kwaliteit van zorg. Deze indicator is in het Verenigd Koninkrijk ontwikkeld ( hospital standardized mortality ratio, HSMR; tabel 1). 1-3 Illustratief voor de voorzichtigheid bij de introductie zijn de antwoorden van minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op vragen uit de Tweede Kamer over het niet openbaar maken van de HSMR. 4 Hij zegt daarin dat er nog vragen over de betrouwbaarheid en de interpreteerbaarheid van de gegevens bestaan. Critici stellen onder meer dat registraties van opnamegegevens in de Landelijke Medische Registratie (LMR) niet altijd betrouwbaar en consistent zijn en daardoor de HSMR-uitkomsten ook niet. Een voorbeeld hiervan is de claim dat in de Engelse situatie twee HSMR-variabelen, opname-urgentie en charlsonindex, onbetrouwbaar en dus ongeschikt zouden zijn voor gebruik bij de correctie voor patiëntkenmerken ( casemix -correctie); die onbetrouwbaarheid is mede het gevolg van variaties in de registratie van ziekenhuisopnamen. 5 Variatie in de codering van gegevens in de LMR kan NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189 1

2 TABEL 1 De hospital standardized mortality ratio (HSMR) in het kort De HSMR* is een gestandaardiseerde maat voor ziekenhuissterfte, waarin het ruwe sterftecijfer (aantal opnamen gedeeld door het aantal gevallen van ziekenhuissterfte) gecorrigeerd is voor de volgende 8 patiëntkenmerken ( casemix ): jaartal van ontslag geslacht leeftijd bij ontslag sociaal economische status opname-urgentie ( acuut versus niet-acuut ) hoofddiagnose (= opnamediagnose) verpleegduur Charlson-index De HSMR per ziekenhuis wordt bepaald door de formule waargenomen ziekenhuissterfte HSMR = 100 verwachte sterfte waarbij de verwachte sterfte berekend is door de ziekenhuissterfte te corrigeren voor de bovengenoemde 8 kenmerken. Bij de uitkomst 100 is de HSMR van het ziekenhuis gelijk aan de landelijke gemiddelde HSMR; hogere waarden kunnen duiden op oversterfte, lagere waarden op ondersterfte. het ziekenhuis met de hoogste score (114) bijna twee maal zo groot zou zijn als in dat met de laagste HSMR (65). Gezien het homogene karakter van deze ziekenhuizen (zie tabel 2) is dat a priori ongeloofwaardig. Dit was voor ons reden om onderzoek te doen naar de belangrijkste afzonderlijke HSMR-determinanten en de factoren die de grote verschillen kunnen verklaren. Wij formuleerden onze onderzoeksvragen als volgt: - Zijn bepaalde opnamen ten onrechte uitgesloten van de HSMR-berekening doordat de criteria voor het coderen van de hoofddiagnose volgens de International classification of diseases (ICD)-9 niet in elk ziekenhuis op dezelfde wijze zijn geïnterpreteerd? - In hoeverre is er sprake van variatie in de codering van de 8 HSMR-determinanten bij de opnamen die wél meetelden voor de HSMR-berekening? - Wat is de mogelijke invloed van variaties in de codering op de HSMR s van elk der samenwerkende ziekenhuizen afzonderlijk? Methode Naast de ziekenhuis-hsmr worden ook gestandaardiseerde sterftecijfers voor diagnosegroepen bepaald. Voor de indeling van deze diagnosegroepen kozen de ontwerpers van het HSMR-instrument 50 diagnosegroepen uit het Clinical Classification System (CCS). Voor de berekening van de HSMR wordt de in Nederland gebruikte ICD-9-codering voor diagnoses per hoofddiagnose vertaald naar een van de 50 CCS-groepen. Om doelmatigheidsredenen zijn de groepen zo gekozen dat slechts een beperkt deel van de ICD-9-codes (circa 20%) meetelt, namelijk de diagnoses die gepaard gaan met relatief hoge sterfte. Daardoor telt ook van de opnamen slechts een beperkt deel mee in de HSMR-berekening (in onze studie circa 28%). Hierbij geldt de voorwaarde dat in de meegetelde opnamen minstens 70% van de ziekenhuissterfte vertegenwoordigd moet zijn (in onze studie was dat > 80%). * De landelijk gemiddelde HSMR wordt berekend op basis van alle meegetelde opnamen in de landelijke medische registratie (LMR). De Charlson-index is een maat voor comorbiditeit en is gebaseerd op het aantal nevendiagnoses en de zwaarte hiervan. mogelijk leiden tot inconsistenties. Van codeervariatie is sprake als ziekenhuis A de opname van eenzelfde soort patiënt anders codeert dan ziekenhuis B onder identieke omstandigheden en een identiek verlopende opname. In de LMR-database treden dan verschillen tussen ziekenhuizen op in één of meer onderdelen van de gecodeerde opnamen. Dat kan invloed hebben op de HSMR. Een groep van 6 Nederlandse topklinische ziekenhuizen, verenigd in de Vereniging Samenwerkende Ziekenhuizen (tabel 2), zet het HSMR-instrument in voor onderlinge vergelijking en verdere verbetering van de kwaliteit van zorg. 6 De gemiddelde HSMR per ziekenhuis over de periode varieerde in deze groep van 65 (gunstig) tot 114 (niet gunstig). Dit houdt in dat de sterfte in HSMR determinanten Bij de analyse richtten wij ons op LMR-parameters die gebruikt worden bij de HSMR-berekening. De volgende parameters zijn eenduidig vastgelegd en ongevoelig voor codeervariatie: jaartal van ontslag, leeftijdsklasse, ligduurklasse, geslacht en sociaal economische status (via postcode). Deze betrokken wij niet in onze analyse. Wij beperkten ons tot de 3 LMR-parameters die bepalend zijn voor de HSMR en die potentieel onderhevig zijn aan codeervariaties: - de ICD-9-code voor de hoofddiagnose; deze bepaalt of een opname meetelt voor de HSMR-berekening; - opname-urgentie ( acuut versus niet-acuut ); - ICD-9-codes voor nevendiagnoses; deze bepalen de charlsonindex, een maat voor comorbiditeit (zie uitleg). Bij de analyse van ICD-9-codes voor hoofddiagnoses betrokken wij ook de indeling in de diagnosegroepen van het Clinical Classification System (CCS). Hoofddiagnose volgens ICD-9 Van de onderzochte opnamen telden er (28,2%) mee bij de HSMR-berekening. Door verschillende interpretaties van de ICD-9-codering van de hoofddiagnose ( codeervariatie ) kon het voorkomen dat een opname bij het ene ziekenhuis niet meetelde en een volkomen identieke opname bij een ander ziekenhuis wél. Het onterecht uitsluiten van opnamen zou invloed kunnen hebben op de HSMR. Daarom inventariseerden wij variaties in het aantal opnamen van de ICD-9-codes die door Prismant uitgesloten waren voor de HSMR-berekening ( opnamen). 2 NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189

3 Asymmetrische opnameverdeling Als enkele ziekenhuizen een ICD-9-code extreem vaak codeerden en de andere ziekenhuizen deze code nauwelijks registreerden, was dit een indicatie dat een opname met deze code onterecht was uitgesloten van de berekening. Een voorbeeld: ziekenhuis C codeerde maal de niet meetellende code V81.0, die staat voor screening ischemische hartziekten, terwijl andere ziekenhuizen deze code nauwelijks gebruikten. Wellicht gebruikten die andere ziekenhuizen in plaats van de code voor screening een code voor hartaandoeningen, die wél meetelde bij de HSMRberekening. De onevenredige verdeling van hoofddiagnoses over de ziekenhuizen noemen wij asymmetrische opnameverdeling. Dit werd als volgt gedefinieerd: een opnameverdeling van een ICD-9-hoofddiagnose is in dit onderzoek asymmetrisch als > 50% van alle opnamen bij 1 ziekenhuis hoort en/of > 65% bij 2 ziekenhuizen en/of > 85% bij 3 ziekenhuizen en/of < 6% bij 2 ziekenhuizen, en/of < 2% bij 1 ziekenhuis. Bij deze grenswaarden is het gemiddelde aantal opnamen in de ziekenhuizen met de hoogste percentages vijf tot zes maal zo groot als het gemiddelde van de ziekenhuizen met de laagste percentages. Iets andere keuzes voor grenswaarden leveren ruwweg dezelfde relevante asymmetrie op. Door iedere hoofddiagnose op asymmetrie van opnameverdeling te onderzoeken, konden we mogelijke codeervariatie opsporen. Wij bepaalden voor iedere uitgesloten hoofddiagnose de opnameverdeling over de ziekenhuizen en selecteerden voor nadere analyse de hoofddiagnoses die een asymmetrische opnameverdeling vertoonden. TABEL 2 De ziekenhuizen die samenwerken in de Vereniging Samenwerkende Ziekenhuizen* Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Nijmegen Catharina Ziekenhuis Eindhoven Martini Ziekenhuis Groningen Medisch Spectrum Twente Onze Lieve Vrouwe Gasthuis Amsterdam St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein * Kenmerkend voor deze samenwerkende ziekenhuizen is dat ze naast een breed aanbod van basiszorg topklinische zorg bieden en als tertiaire centra functioneren. Tevens hebben de ziekenhuizen min of meer gelijke opleidingen tot specialist en universitaire affiliaties. Tot slot is er tussen de ziekenhuizen een samenwerkingsverband en onderlinge uitwisseling van gegevens op diverse niveaus. Analyse van asymmetrische opnameverdelingen Veel asymmetrische verdelingen konden worden verklaard door de aanwezigheid van specialistische centra in 1 of meer van deze 6 ziekenhuizen of door kleine opnameaantallen, waardoor een verdeling al snel asymmetrisch is. Ook kunnen asymmetrische verdelingen van meerdere, overeenkomstige diagnoses wél symmetrisch zijn als de diagnoses worden samengevoegd; de ICD-9- codes verschillen dan, maar tussen de diagnosetitels is nauwelijks inhoudelijk verschil. Voor een aantal hoofddiagnoses leverde dit echter geen bevredigende verklaring op voor de asymmetrie. Wij hebben deze nader geanalyseerd voor diagnoses met in totaal meer dan 1000 opnamen in de 6 ziekenhuizen. De uitkomsten werden getoetst door de codeurs te interviewen. Opname-urgentie Prismant definieert een acute opname als een niet (voor dát moment) geplande opname, die niet uitgesteld kan worden, omdat onmiddellijke hulpverlening (observatie, onderzoek of behandeling) noodzakelijk is. Als patiënten niet als acute opname worden geregistreerd terwijl ze wel acuut zijn opgenomen, dan leidt dat tot een hogere HSMR (ongunstig). Wij onderzochten het codeergedrag bij de parameter opname-urgentie voor opnamen waarbij de diagnosetitel een acuut karakter aangaf, bijvoorbeeld acuut myocard infarct, voorwand (ICD-9-code 410.1). Dit kwam bij 33 verschillende ICD-9-diagnosetitels voor. Wij stelden vast hoe vaak opnamen van dit type daadwerkelijk als acuut waren gecodeerd en verkregen hieruit een indicatie van het gedrag bij het coderen van de opname-urgentie. De uitkomsten werden getoetst door de codeurs te interviewen. Nevendiagnoses Er kunnen maximaal 9 nevendiagnoses per opname gecodeerd worden. We duiden deze in de database aan met n1, n2, n9; veldnummer n1 is de eerste nevendiagnose enzovoort. Alle voor de opname relevante comorbiditeit behoort hierin gecodeerd te worden. Voor ieder veldnummer stelden wij vast hoe vaak het veld was ingevuld. De resultaten werden vastgelegd in frequentieverdelingen. Tevens bepaalden wij het gemiddelde aantal nevendiagnoses per ziekenhuis. Gezien het homogene karakter van de 6 ziekenhuizen zouden deze gemiddelden onderling niet extreem mogen verschillen. Het coderen van veel nevendiagnoses kan in een hogere waardering van de comorbiditeit resulteren en leidt tot een lagere HSMR (gunstig). Interviews codeerteams Door interviews met de codeerteams verkregen wij een indruk hoe opnamen werden gecodeerd. In de interviews lag de nadruk op het coderen van hoofddiagnose, opname-urgentie en nevendiagnoses en in hoeverre coderen onder tijdsdruk plaatsvond. Tevens gaven de interviews ons de gelegenheid aan het codeerteam vragen te stellen die tijdens het onderzoek waren gerezen. NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189 3

4 Resultaten Van de 6 ziekenhuizen is 1 recent ontstaan door fusie van 2 ziekenhuizen die gedurende de geanalyseerde periode bestuurlijk en operationeel al gefuseerd waren, maar juridisch nog gescheiden; deze scheiding vindt men nog terug in de LMR. In de tabellen en de bespreking van de resultaten is daarom sprake van 7 ziekenhuizen, willekeurig gelabeld A, B, C, D, E, F en G. Eerst geven wij hier de analyse van de verdeling van de opnameaantallen per ICD-9-code voor diagnoses die niet betrokken werden bij de HSMR-berekening. Vervolgens bespreken wij de codeervariaties van de opnamen die wél betrokken zijn bij de HSMR-berekening en tot slot geven wij de resultaten weer van de interviews met de codeerteams. Opnamen niet meegeteld bij HSMR-berekening Van de opnamen die niet meegeteld waren bij de HSMR-berekening, bleken opnamen (56%) asymmetrisch verdeeld. De 18 belangrijkste van deze hoofddiagnoses, waarvan wij de asymmetrie niet konden verklaren, omvatten opnamen (16%). De verdeling hiervan over de ziekenhuizen is weergegeven in tabel 3. De meeste diagnoses in tabel 3, uitgezonderd multipel myeloom (14) en acute bronchitis (18), waren algemeen van aard of aspecifiek; daardoor kunnen diverse aandoeningen bij deze ICD-codes zijn ondergebracht, mogelijk verschillend per ziekenhuis. De codes en (afgekort 799.x) kunnen gebruikt worden als de diagnose onbekend is (1 en 2 in tabel 3). Deze codes werden maal toegepast, voornamelijk door ziekenhuizen A, C en G. De mortaliteit van A en C week hierbij sterk af van de bijbehorende ruwe ziekenhuismortaliteit (tabel 4), hetgeen kan duiden op een selectie-effect. Wij komen hier op terug onder het kopje Resultaten interviews codeerteams. Diagnose 3, V72.8 overige gespecificeerde onderzoeken, werd door 3 ziekenhuizen veelvuldig gebruikt ( opnamen); de andere ziekenhuizen gebruikten deze code nauwelijks. Het was onduidelijk of vergelijkbare patiënten in de andere ziekenhuizen anders werden beoordeeld en gecodeerd. Dat gold ook voor codes die behandelingen of observaties in plaats van aandoeningen beschreven (zie TABEL 3 Overzicht van de hoofddiagnoses bij ziekenhuisopname in de periode die onevenredig verdeeld waren over een groep van 7 topklinische ziekenhuizen ( asymmetrische opnameverdeling ). Alleen diagnoses die niet meetelden bij de berekening van het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer (HSMR) zijn weergegeven nr ICD-9-hoofddiagnose aantal opnamen per ziekenhuis A B C D E F G totaal overige slecht omschreven aandoeningen overige onbekende en niet gespecificeerde oorzaken totaal aantal opnamen met diagnoses 1 en V72.8 overige gespecificeerde onderzoeken V58.1 onderhoudschemotherapie V58.2 bloedtransfusie zonder vermelding diagnose V58.8 overige gespecificeerde nazorg V58.9 niet gespecificeerde nazorg V67.2 follow-up onderzoek na chemotherapie V71.9 observatie i.v.m. verdenking op niet nader omschreven aandoening 10 V71.4 observatie na een ander ongeval V71.8 observatie i.v.m. verdenking andere gespecificeerde aandoening V81.0 screening ischemische hartziekten V81.4 screening op overige niet-gespecificeerde respiratoire aandoening multipel myeloom V67.0 follow-up onderzoek na operatie overige gespecificeerde geleidingsstoornissen overige symptomen van de urinewegen acute bronchitis totaal aantal opnamen met diagnoses totaal aantal ziekenhuisopnamen diagnoses 3-18 als percentage van totaal aantal opnamen 2,4 9,7 11,6 4,1 7,0 17,0 4,6 8,5 ICD = International classification of diseases. 4 NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189

5 TABEL 4 Ziekenhuissterfte en mortaliteit van patiënten opgenomen met onbekende diagnose (ICD-9-code of 799.9) in 7 topklinische ziekenhuizen in de periode parameter* ziekenhuis A B C D E F G J aantal opnamen K sterfte L mortaliteit ; % 0,02 0,00 4,37 0,00 0,26 2,24 1,48 M ruwe ziekenhuismortaliteit 1,28% 1,51% 1,16% 1,12% 1,07% 1,48% 1,42% * De parameters zijn aangeduid met een letter; in tabel 7 wordt naar deze letter gerefereerd. Het aantal sterfgevallen per 100 patiënten opgenomen met onbekende diagnose. Het aantal sterfgevallen in het ziekenhuis gedeeld door het aantal opnamen. tabel 3, diagnoses 4-11) en die waren oververtegenwoordigd in één of enkele ziekenhuizen. Voor de diagnoses waren vermoedelijk eveneens andere ICD-9-codes toepasbaar. De onderste rij van tabel 3 geeft weer in hoeverre elk ziekenhuis bijdroeg aan de asymmetrische verdeling van de ICD-9-hoofddiagnoses Ziekenhuizen A, D en G droegen relatief weinig bij aan de meerderheidsaandelen, ziekenhuizen B, C en F relatief veel. Codeervariaties bij meegetelde opnamen Code hoofddiagnose Ook bij de ziekenhuisopnamen die meetelden voor de HSMR-berekening trad variatie op in de ICD-9-codering; dit was af te lezen aan de asymmetrische opnameverdelingen. Als asymmetrisch verdeelde codes die behoorden tot één CCS-diagnosegroep werden gecombineerd, dan bleken zij meestal alsnog evenredig verdeeld te zijn over de ziekenhuizen. Codeervariaties in meegetelde hoofddiagnoses hadden veel minder gevolgen op de HSMR omdat deze de teller (aantal overledenen voor alle CCS-groepen tezamen) van de HSMR-berekening niet beïnvloeden (zie tabel 1). Codering urgentie opname De 33 ICD-9-codes met een diagnosetitel die duidde op een acute aandoening kwamen voor bij ziekenhuisopnamen; meestal had de code betrekking op een hartaandoening ( opnamen; 70%). De mate waarin deze opnamen daadwerkelijk als acuut gecodeerd werden varieerde van 33,9% (ziekenhuis B) tot 92,5% (ziekenhuis D)(tabel 5). In tabel 5 is ter vergelijking ook weergegeven welk percentage van de opnamen die meetelden bij de HSMR-berekening als acute opname geregistreerd waren; dit varieerde van 29,3% (ziekenhuis A) tot 53,6% (ziekenhuis C). Codering nevendiagnoses Tabel 6 geeft de percentages nevendiagnoses per ziekenhuis weer. Het gemiddelde aantal varieerde van 0,87 (ziekenhuis C; ongunstig voor HSMR) tot 3,0 (ziekenhuis D; gunstig voor HSMR) per opname; de overige ziekenhuizen scoorden rond de 1,6. Ziekenhuis D scoorde gemiddeld het dubbele aantal nevendiagnoses in vergelijking met de andere ziekenhuizen. Ook registreerde ziekenhuis D 3 tot 4 maal zo vaak 5 of meer nevendiagnoses dan de andere ziekenhuizen. Interviews met codeerteams Codeurs coderen opnamen aan de hand van gegevens uit het ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS), de ontslagbrief, het ontslagformulier en eventueel operatieverslagen. De ontslagbrief wordt gebruikt voor het coderen van de hoofddiagnose en nevendiagnoses. Hoofddiagnose en nevendiagnoses worden over het algemeen correct van elkaar onderscheiden. Bij de codering van opname-urgentie bleken de codeurs de definitie hiervoor niet uniform te interpreteren. Zo werd een elders acuut opgenomen patiënt, doorverwezen voor acute behandeling, door ziekenhuis B als niet-acuut gecodeerd omdat de doorverwijzing het een gepland karakter gaf. De overige ziekenhuizen gaven dan wél de code acuut, omdat de behandeling niet kon wachten. Het coderen van nevendiagnoses bleek wat vrijblijvender; de registratie van nevendiagnoses is namelijk facultatief. TABEL 5 Variatie in de codering van ziekenhuisopnamen als acute opname in 7 topklinische ziekenhuizen. Weergegeven zijn de aantallen opnamen met een ICD-9-code die op een acute opname duidde en de daadwerkelijk als acute opname geregistreerde opnamen ziekenhuis opnamen met ICD-9-code passend bij acute opname; n opnamen geregistreerd als acute opname * n percentage van opnamen met acute ICD-9- code A ,5 29,3 B ,9 31,4 C ,3 53,6 D ,5 43,8 E ,7 42,0 F ,9 50,6 G ,0 35,5 totaal ,7 39,5 percentage van alle opnamen die meetelden bij de HSMRberekening HSMR = gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer ( hospital standardised mortality ratio ). * Hierbij werden alleen opnamen meegeteld waarbij tevens de ICD-9-code voor de hoofddiagnose duidde op een acute aandoening, zoals de code voor acuut myocardinfarct, voorwand. NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189 5

6 TABEL 6 Verdeling van het aantal nevendiagnoses per ziekenhuis, geregistreerd bij opname in de periode ziekenhuis nevendiagnose* als percentage van aantal opnamen gemiddeld aantal n1 n2 n3 n4 n5 n6 n7 n8 n9 nevendiagnoses A 63,8 39,4 24,6 15,2 8,7 4,7 2,5 1,4 0,8 1,61 B 69,9 42,1 26,3 13,9 7,6 4,1 2,3 1,4 0,9 1,68 C 48,8 19,9 9,3 4,3 2,2 1,2 0,7 0,4 0,3 0,87 D 83,1 63,5 49,0 36,2 25,9 17,9 12,5 8,7 6,3 3,03 E 67,3 39,0 25,4 12,0 5,2 2,1 1,0 0,5 0,4 1,53 F 63,3 36,9 22,4 12,6 8,3 5,1 3,7 2,4 1,8 1,57 G 63,8 37,1 23,0 13,5 8,4 5,1 3,5 2,3 1,7 1,58 alle ziekenhuizen 65,7 39,7 25,7 15,4 9,5 5,7 3,7 2,5 1,7 1,7 * Bij elke patiënt die wordt opgenomen kan men naast de hoofddiagnose maximaal 9 nevendiagnoses registreren, hier aangeduid als n1, n2 et cetera. Zo codeerde ziekenhuis A gemiddeld 638 eerste nevendiagnoses (n1) per 1000 opnamen; gemiddeld 8 van de 1000 patiënten had 9 nevendiagnoses (n9). Alleen opnamen die meetelden bij de berekening van het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer ( hospital standardised mortality ratio, HSMR). UITLEG Charlsonindex De charlsonindex wordt gebruikt als maat voor comorbiditeit voor een patiëntenpopulatie. De index is gebaseerd op ICD-9-codes en onderscheidt 17 comorbiditeiten. Aan elke comorbiditeit wordt een gewogen score toegekend, gebaseerd op het relatieve risico van sterfte na 1 jaar. Hoe groter de comorbiditeit en dus de kans op overlijden des te hoger de score. Het is gebruikelijk om als maximale score 6 te gebruiken. Codeurs gaven aan dat zij naast de ontslagbrief nog wel eens in dossiers verder zochten naar comorbiditeit, maar dat zij daarbij geremd werden omdat het zoeken arbeidsintensief en tijdrovend is. Het aantal fulltime-equivalent (fte) codeurs per opnamen varieerde van 0,45 in de ziekenhuizen A en E tot 0,90 in de ziekenhuizen D en G; de overige ziekenhuizen hadden circa 0,6 fte codeurs per opnamen. Ziekenhuizen A en E gaven aan sterke tijdsdruk te ervaren; ziekenhuis G nadrukkelijk niet. Het coderen van aspecifieke diagnosetitels trad vaak op tengevolge van onduidelijke of te late aanlevering van ontslagbrieven. Men was dan genoodzaakt minder specifieke diagnosecodes te gebruiken. Het veelvuldig gebruik van codes 799.x ( diagnose onbekend ) door ziekenhuizen A, C en G was goed te verklaren. Ziekenhuis A had gedurende 2 jaren te weinig codeurs, zodat men uit tijdnood besloot de hoofddiagnoses van een groot aantal dossiers met 799.x te coderen, uitgezonderd die van de overleden patiënten bij wie wél aandoeningen gecodeerd waren in verband met de necrologie. In ziekenhuis C gebruikten de codeurs codes 799.x voor opnamen. Hierbij waren dossiers van een aantal specialismen met een overrepresentatie van sterfgevallen te laat aangeboden. Ook daarvoor werd uit tijdnood code 799.x gekozen. In ziekenhuis G konden wegens een tijdelijke ZIS-storing een aantal dossiers niet adequaat worden gecodeerd. Men gebruikte toen de code 799.x. De mortaliteit in deze groep van dossiers, waarin geen systematische selectie van overledenen of overlevenden was opgetreden, was dan ook ongeveer gelijk aan de ruwe ziekenhuissterfte (zie tabel 4). Effecten van codeervariaties op HSMR Het effect van de beschreven codeervariaties op de HSMR is achteraf moeilijk te corrigeren, maar de impact kan groot zijn. Het totaal van potentieel onterecht uitgesloten opnamen is namelijk (tabel 3, laatste kolom); dat is 40% van het aantal opnamen die wél meetelden voor de HSMR ( ). Uit de interviews bleek dat ziekenhuis A met de codes 799.x onevenredig veel patiënten die in leven bleven, uitsloot van de HSMR-berekening. Dat verhoogt de HSMRwaarde voor dit ziekenhuis. In ziekenhuis C waren onevenredig veel overleden patiënten uitgesloten van de berekening; dit verlaagt de HSMR. Voor deze opnamen met code 799.x hebben wij een ruwe HSMR-correctie bepaald (tabel 7). Hier bespreken wij deze correctie voor ziekenhuis C als voorbeeld. Van alle opnamen in de periode heeft ziekenhuis C opnamen gecodeerd met een diagnose onbekend (7% van totaal). Voor de bepaling van de HSMR van C is dus 93% van de opnamen beschikbaar en 7% valt af. Op zich zou dat geen bezwaar hoeven 6 NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189

7 TABEL 7 Correctie van de gestandaardiseerde ziekenhuissterfte ( hospital standardised mortality ratio, HSMR) voor onevenredige toekenning van de ICD-9-codes en (onbekende diagnose) in 7 topklinische ziekenhuizen parameter* ziekenhuis A B C D E F G N verwacht aantal sterfgevallen onder patiënten opgenomen met ICD-9-code of (J M) P sterftesurplus (0,8 (K - N)) Q verwachte sterftesurplus (0,0365 P) -4,9 0 15,8 0-0,1 0,2 0,1 waargenomen ziekenhuissterfte R ongecorrigeerd S gecorrigeerd (R + P) verwachte ziekenhuissterfte** T ongecorrigeerd U gecorrigeerd (T + Q) HSMR ongecorrigeerd (R / T 100) 95,7 113, ,6 95, ,5 gecorrigeerd (S/U 100) 90,7 113,7 104,4 64,6 95,2 109,2 94,7 HSMR = gestandaardiseerde ziekenhuissterfte ( hospital standardised mortality ratio, HSMR) *De letters verwijzen naar parameters gebruikt in de berekeningen; parameters J, K, en M staan in tabel 4. Dit aantal is berekend als het aantal opnamen per ziekenhuis met deze ICD-9-code maal de ruwe ziekenhuissterfte; de getallen voor deze berekening staan in tabel 4. Het sterftesurplus is de waargenomen sterfte min het verwachte aantal sterfgevallen onder patiënten die voor de hoofddiagnose de ICD-9-code of kregen. Dit getal wordt vermenigvuldigd met 0,8 omdat onder de opnamen die meetellen voor de HSMR-berekeningen 80% van de sterfgevallen in het ziekenhuis voorkomen. Dit is een schatting van de verwachte sterfte van het aantal patiënten dat ten onrechte de code diagnose onbekend kreeg en overleed aan een aandoening die meetelt bij de HSMR-berekening. De waargenomen ziekenhuissterfte is de teller in de berekening van de HSMR. Bij de gecorrigeerde waarde zijn ook de sterfgevallen meegeteld van patiënten die ten onrechte de code diagnose onbekend hadden gekregen. **De verwachte ziekenhuissterfte is de noemer in de berekening van de HSMR. Bij de gecorrigeerde waarde zijn de patiënten meegeteld die ten onrechte de code diagnose onbekend kregen en overleden aan een aandoening die meetelt bij de HSMR-berekening. zijn als die 7% een willekeurig gekozen groep was, zonder selectie van ontslagen of overleden patiënten. Volgens tabel 4 echter is de mortaliteit in deze diagnosegroep met 739 sterfgevallen 4,37%, terwijl de ruwe ziekenhuismortaliteit voor alle opnamen van ziekenhuis C circa 1,16% bedraagt (zie tabel 4). Als de patiënten met diagnose onbekend willekeurig gekozen waren, zouden dus 197 sterfgevallen zijn opgetreden. Er zitten dus circa = 542 sterfgevallen teveel in deze groep (surplus). Het surplus aan sterfgevallen moeten we in de HSMRberekening meewegen met de overige 93% van de opnamen. Aangezien circa 80% van de sterfgevallen in deze 93% geïncludeerd wordt bij de HSMR-berekening, voegen we eveneens 80% van 542 = 434 sterfgevallen toe aan de waargenomen sterfte (de teller van de HSMR-berekening, zie tabel 1) ter correctie. Tot slot moet ook de verwachte sterfte in het ziekenhuis (de noemer) een bescheiden correctie ondergaan, omdat er nu 434 patiënten méér meetellen in de nieuwe HSMR-berekening. Omdat de hoofddiagnoses van deze 434 patiënten onbekend zijn, schatten we de verwachte sterftekans per patiënt op de verwachte mortaliteit van de gehele HSMR-populatie (3,65%, niet in tabel). De noemer moet dus verhoogd worden met 434 3,65% = 15,8. In principe verloopt de berekening voor de overige ziekenhuizen identiek. De onderste rij van tabel 7 toont de gecorrigeerde HSMR-uitkomsten. Beschouwing Dit artikel laat zien hoe een aantal vormen van codeervariatie van invloed zijn op de hoogte van de HSMR. De opnameverdelingen van diagnoses die niet meetelden bij de HSMR-berekening (zie tabel 3) toonden een grote variatie tussen ziekenhuizen. Ziekenhuis C bijvoorbeeld registreerde opnamen onder de diagnose followuponderzoek na chemotherapie (niet geïncludeerd bij HSMR-berekening), terwijl de andere ziekenhuizen onder deze diagnosetitel bij elkaar slechts 70 opnamen codeerden. Hierbij is niet meteen duidelijk onder welke diagnosetitel deze ziekenhuizen dergelijke follow-uponderzoeken dan wél geregistreerd hebben. Als zij in plaats van follow- NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189 7

8 uponderzoek de code voor een oncologische aandoening gebruikt hebben, dan wordt die geïncludeerd bij de HSMR-berekening en kan vertekening van de HSMRuitkomst zijn opgetreden. In zekere zin doet dit probleem zich voor bij alle 18 diagnosetitels in tabel 3. De meeste hiervan beschrijven een handeling waarbij de onderliggende aandoening niet of onvoldoende specifiek kan worden afgeleid. De vraag is nu of en zo ja, hoe vaak opnamen onterecht worden uitgesloten van de HSMR-berekening als gevolg van codeervariatie. De resultaten van ons onderzoek suggereren dat dit in een substantieel aantal gevallen gebeurt, maar een harde uitspraak hierover is niet mogelijk. Om twijfels in de toekomst weg te nemen is het dan ook wenselijk hoofddiagnoses uniformer te coderen en de codes voor diagnose onbekend te vermijden, evenals diagnosetitels die een handeling in plaats van een aandoening beschrijven. De opnamen die wél meetelden bij de HSMR-berekening vertoonden aanzienlijke variaties in de coderingen van de opname-urgentie en nevendiagnoses. In ziekenhuis B is een laag percentage van de opnamen met een acute ICD-9-code ook daadwerkelijk als acute opname geregistreerd. Dit heeft het ziekenhuis waarschijnlijk gevoelig benadeeld. De mortaliteit bij acute opnamen is gemiddeld namelijk veel hoger dan bij niet acute opnamen (7,2 versus 1,4%). De verwachte sterfte was in ziekenhuis B lager dan deze moest zijn door alle onterecht als nietacuut gecodeerde opnamen; de HSMR werd daardoor hoger. Deze vorm van codeervariatie had dus een vertekening van de HSMR tot gevolg. Toepassing van uniforme codeerafspraken is dan ook wenselijk. De spreiding in het gemiddeld aantal nevendiagnoses was opmerkelijk groot (0,9 3,0). Deze werkte door in de charlsonindex, die voor ziekenhuis D hoge scores opleverde en daarmee de HSMR van D gunstig beïnvloedde. De hoge score van D leek verband te houden met het zeer volledig coderen door dit ziekenhuis; de overige ziekenhuizen coderen nevendiagnoses kennelijk minder volledig. Deze codeervariatie zou kunnen inhouden dat de huidige nevendiagnoseregistraties in de LMR een wankele basis vormen voor de charlsonindex bij de HSMRberekening. Impact van codeervariaties op HSMR Voor een aantal gevallen konden wij een ruwe schatting maken van de impact van codeervariatie op de HSMR. Zo scoorde ziekenhuis A 5 HSMR-punten lager (gunstiger), en C 22 punten hoger (ongunstiger) na correctie voor variatie in de verdeling van de code 799.x (diagnose onbekend) over de ziekenhuizen. Ziekenhuis G, waar deze code was toegekend aan een aselecte groep patiënten, ondervond daar nauwelijks invloed van. Gebruik van de codes 799.x kan de HSMR-uitkomsten sterk beïnvloeden en zou derhalve vermeden moeten worden. Ziekenhuizen B en D slaagden daar goed in. Ook bij de overige 16 onderzochte codes en diagnoses trad codeervariatie op. Het ging hierbij om grote aantallen ( ) waarbij voor iedere diagnose alternatieve codes beschikbaar waren die wél meetelden bij de HSMRberekening, zoals hartaandoeningen, longaandoeningen en oncologische aandoeningen. Daarom is het wenselijk om diagnosetitels zoals screening en nazorg zoveel mogelijk te vermijden en in plaats daarvan onderliggende aandoeningen, die de indicatie vormden voor opname, te achterhalen. Ziekenhuizen A, D en G slaagden daar beter in dan de andere; wellicht houden hun lagere HSMRscores hier verband mee (zie tabel 7, gecorrigeerde HSMR). Tot slot bleken ook codeervariaties in de registratie van opname-urgentie en nevendiagnoses een potentieel sterke invloed op de HSMR te kunnen hebben. Oorzaken codeervariaties Codeervariaties zijn terug te voeren op tijdsdruk door een beperkt aantal codeurs, interpretatieverschillen van codeerregels, te late aanlevering van dossiers, codeervergissingen en enige vrijheid bij het kiezen van ICD-9-codes voor de hoofddiagnose. Dit laatste hangt samen met een matige verslaglegging door de arts; codeurs kunnen dan meer naar eigen inzicht interpreteren of slechts een behandelingsomschrijving kiezen. Codeerfouten door codeurs hebben wij niet onderzocht. Uit intern onderzoek bleken vergissingen bij hoofddiagnoses relatief weinig op te treden, zoals ook door anderen is vastgesteld. 7 Kanttekeningen bij het onderzoek De analyse van verschillen in opnameverdelingen is een hulpmiddel om codeervariaties van hoofddiagnoses op het spoor te komen, maar kan codeervariaties niet met zekerheid vaststellen. Met de interviews konden we vermoedens van codeervariaties lang niet altijd bevestigen. Ook de 33 ICD-9-diagnosetitels voor acute aandoeningen vormden geen gouden standaard voor het toetsen van de codering voor opname-urgentie. De analyse hiervan gaf wel een indicatie dat codeervariatie was opgetreden. De variatie in het aantal nevendiagnoses leek groot, maar werd wellicht uitsluitend bepaald door variatie in de patiëntkenmerken. Voor meer zekerheid en een adequate HSMR-correctie zouden de 3 onderzochte parameters voor veel opnamen opnieuw gecodeerd moeten worden, maar dat is onhaalbaar. Het onderzoek werd uitgevoerd in een samenwerkingsverband van 6 grote ziekenhuizen. Kenmerkend voor deze ziekenhuizen is dat ze naast een breed aanbod van basiszorg topklinische zorg bieden en als tertiaire centra 8 NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189

9 functioneren. Tevens hebben ze min of meer gelijke opleidingen tot specialist en universitaire affiliaties. Tot slot wisselen de ziekenhuizen onderling gegevens uit op diverse niveau s. Dit maakt het samenwerkingsverband geschikt om een kwaliteitsinstrument zoals de HSMR te toetsen. De omstandigheden waaronder de coderingen tot stand kwamen zullen niet veel verschillen van die in andere topklinische ziekenhuizen. Bij algemene en academische ziekenhuizen verschillen de omstandigheden meer vanwege verschillen in de complexiteit van aandoening en verschillen in de organisaties. Wij hebben dit niet onderzocht. Maatregelen ter verbetering HSMR-berekening In dit artikel signaleren wij problemen die samenhangen met variaties in de LMR-codering die leiden tot vertekening van de HSMR. Verder hebben wij vastgesteld dat hier diverse oorzaken aan ten grondslag liggen, die te maken hebben met de situatie in de ziekenhuizen. Het ene ziekenhuis kampt met een tekort aan codeurs, bij een ander ziekenhuis levert een aantal maatschappen statussen te laat aan, bij een derde ziekenhuis wordt een overmaat aan onbestemde diagnoses gecodeerd. En weer een ander ziekenhuis interpreteert de regels voor urgentiecodering anders dan de rest. Er is dus niet één algemeen recept voor succesvolle maatregelen ter verbetering binnen de 6 ziekenhuizen, laat staan voor alle ziekenhuizen in Nederland. Een eerste belangrijke stap in de goede richting is het onderkennen van het probleem binnen de ziekenhuizen en het geven van een hoge prioriteit aan het oplossen hiervan. De raden van bestuur van de 6 ziekenhuizen hebben daarom besloten deze problematiek breed aan te pakken. Hierbij worden medisch specialisten, hoofden van de afdelingen Financiën en Informatievoorziening, codeurs en hun leidinggevenden betrokken. De aanpak richt zich op de bewustwording bij artsen van het belang van tijdige aanlevering van adequate statussen, het inzetten van voldoende codeurs (tenminste 0,6 fte ervaren codeur per opnamen) en instructies aan alle codeurs over het uniform coderen van hoofddiagnose, nevendiagnoses en opname-urgentie. Het doel is om betrouwbare LMR-data over registratiejaar 2010 te realiseren, zodat de HSMR s in 2010 beter onderling vergelijkbaar zullen zijn. Tevens bereiden de 6 ziekenhuizen zich hiermee voor op de aanstaande veranderingen van de LMR in het kader van het project DBC s op weg naar transparantie en de overgang naar ICD-10- codes vanaf registratiejaar De 6 ziekenhuizen beogen met deze aanpak een herhaling van de problemen te voorkomen bij de introductie van de vernieuwde LMR. Conclusie Er zijn grote verschillen tussen ziekenhuizen in de codering van de hoofddiagnose, nevendiagnoses en opnameurgentie bij ziekenhuisopnamen. Dit leidt tot vertekening in de HSMR. Bewustwording van het probleem van de codeervariaties en prioriteit geven aan de oplossing hiervan verdient navolging bij andere ziekenhuizen in Nederland. Alle stappen van het codeerproces binnen het ziekenhuis zouden hierbij gescreend kunnen worden op de tekortkomingen die wij beschrijven. Wellicht komen daarbij ook nog andere, hier niet gesignaleerde problemen aan het licht. Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld. Aanvaard op 4 november 2009 Citeer als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A1189 > Meer op Leerpunten Men is in Nederland bezig het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer (HSMR) in te voeren als kwaliteitsindicator. De HSMR per ziekenhuis wordt berekend met gegevens over ziekenhuisopnamen uit de Landelijke Medische Registratie (LMR). Er zijn grote verschillen tussen de onderzochte ziekenhuizen in de codering van de hoofddiagnose, opname-urgentie en nevendiagnoses voor de LMR. Deze codeervariaties kunnen de HSMR-resultaten van de ziekenhuizen sterk beïnvloeden. Codeervariaties bleken vooral voort te komen uit interpretatieverschillen bij het coderen en verschillen in codeercapaciteit, de kwaliteit van ontslagbrieven en dossiers en de beschikbaarheid van de dossiers. NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189 9

10 Literatuur 1 Jarman B, Gault S, Alves B, Hider A, Dolan S, Cook A, et al. Explaining differences in English hospital death rates using routinely collected data. BMJ. 1999;318: Jarman B, Bottle A, Aylin P, Browne M. Monitoring changes in hospital standardised mortality ratios. BMJ. 2005;330: Borghans HJ, Pieter D, Hoenen JAHJ, Kool RB. De toepasbaarheid van de HSMR in het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Utrecht: Prismant; Ministerie van VWS. Antwoorden op kamervragen van Koser Kaya over het bericht dat ziekenhuizen zwijgen over hun sterftecijfers, Kamerstuk CZ-K-U februari Mohammed AH, Deeks JJ, Girling A, Rudge G, Carmalt M, Stevens AJ, et al. Evidence of methodological bias in hospital standardised mortality ratios: retrospective database study of English hospitals. BMJ. 2009;338:b Bosch WF van den, Roozendaal KJ, Silberbusch J. Schommelende sterftecijfers, HSMR nog geen betrouwbare maat voor zorgkwaliteit. Medisch Contact. 2009;64: Geelkerken RH, Mastboom WJB, Bertelink BP, Van der Palen J, Berg M; Kingma JH. Een onrijp instrument, Sterftecijfer niet geschikt als maat voor ziekenhuiskwaliteit. Medisch Contact. 2008;63: NED TIJDSCHR GENEESKD. 2010;154:A1189

De HSMR beproefd. Aard en invloed van meetfouten bij het bepalen van het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer SAMENVATTING

De HSMR beproefd. Aard en invloed van meetfouten bij het bepalen van het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer SAMENVATTING De HSMR beproefd Aard en invloed van meetfouten bij het bepalen van het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer SAMENVATTING 147 ACHTERGROND EN DOELSTELLINGEN Het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer,

Nadere informatie

Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer

Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer oorspronkelijke stukken Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer W.F.van den Bosch, W.C.Graafmans, D.Pieter en G.P.Westert Doel.

Nadere informatie

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur 12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur De Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR) is een deels gecorrigeerde maat voor ziekenhuissterfte bij 50 diagnosegroepen (de zogenoemde

Nadere informatie

Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR

Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR Een betrouwbare HSMR berekening is alleen mogelijk als ziekenhuizen volgens dezelfde regels, dus op uniforme wijze hun opnamen in de LMR (en diens opvolger

Nadere informatie

HSMR: doorontwikkeling en interpretatie. Agnes de Bruin (CBS), 11 oktober 2016 Themabijeenkomst Van getal naar patiëntveiligheid DHD, Utrecht

HSMR: doorontwikkeling en interpretatie. Agnes de Bruin (CBS), 11 oktober 2016 Themabijeenkomst Van getal naar patiëntveiligheid DHD, Utrecht HSMR: doorontwikkeling en interpretatie Agnes de Bruin (CBS), 11 oktober 2016 Themabijeenkomst Van getal naar patiëntveiligheid DHD, Utrecht Inhoud presentatie Wat is de HSMR? Doorontwikkeling HSMR tot

Nadere informatie

Publicatie sterftecijfers 2014 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht

Publicatie sterftecijfers 2014 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht Toelichting bij - Publicatie sterftecijfers 2014 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht W.J. Jansen & F. van den Elsen November 2015 Toelichting publicatie HSMR 2014 - Albert Schweitzer ziekenhuis november

Nadere informatie

Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht

Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht Sterftecijfers Het sterftecijfer (ook wel de mortaliteit genoemd) is één van de middelen (of indicatoren) om onderlinge verschillen

Nadere informatie

Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter

Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter Onderzoek Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter Wim F. van den Bosch, Peter Spreeuwenberg en Cordula Wagner Doel De invloed van casemixverschillen

Nadere informatie

Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd

Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd Janneke Ploemacher, Abby Z. Israëls, D.J. (Jan) van der Laan en Agnes de Bruin Doel Onderzoek naar de veranderingen van de gestandaardiseerde ziekenhuissterfte

Nadere informatie

HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond

HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond WCC-nr: HERZIENE VERSIE, oktober Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente

HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente 20 maart 2015 Ziekenhuisgroep Twente T.a.v. mw. Eggert en dhr. Gorgels Postbus 7600 7600 SZ Almelo Introductie In deze rapportage

Nadere informatie

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA)

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://hdl.handle.net/11245/2.152420 File ID Filename Version uvapub:152420 X: Reliability of the registration

Nadere informatie

SAMENVATTING Een arts is, als professional, geïnteresseerd in de kwaliteit van zijn werk en in manieren om deze verder te verbeteren. Systematische, retrospectieve beoordeling van de eigen dagelijkse medische

Nadere informatie

HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën

HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Antonius Ziekenhuis Sneek AGB-code: 6010209 Oktober 2015 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam. WCC-nr: 261

HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam. WCC-nr: 261 HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam WCC-nr: 261 oktober 2013 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting. Feiten en cijfers Uitgave van de Nederlandse Hartstichting November 211 Beroerte Definitie Beroerte (in het Engels Stroke ), ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten/ziekte (CVA),

Nadere informatie

HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën

HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Antonius Ziekenhuis Sneek WCC-nr: HERZIENE VERSIE, oktober Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen.

HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen. HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen WCC-nr: 377 oktober 2013 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft

Nadere informatie

Perspectief van de zorgondernemer. Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis

Perspectief van de zorgondernemer. Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis Perspectief van de zorgondernemer Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis Heeft dit zorgstelsel adequate prikkels om kwalitatief goede zorg te leveren?

Nadere informatie

Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg

Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg 28-03-2013 In Nederlandse ziekenhuizen sterven jaarlijks 2000 mensen onnodig, omdat veel ziekenhuizen hun sterftecijfers

Nadere informatie

Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS

Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS Dossieronderzoek Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS Carolien Lucas medisch specialist Cardiologie Esther Baars adviseur Kwaliteit, Zorginnovatie

Nadere informatie

HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën

HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën HSMR-rapport 2013-2015 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond AGB-nr: 06011026 Oktober 2016 Totstandkoming HSMR-rapport Centraal Bureau voor de Statistiek

Nadere informatie

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011 cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 211 Sterfte bij vrouwen en mannen Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke oorzaak van overlijden

Nadere informatie

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen Situering Sinds 1 januari 2005 moet ieder Vlaams ziekenhuis een periodieke evaluatie maken van de kwaliteit van de zorgen in het eigen ziekenhuis. Dit staat beschreven in het kwaliteitsdecreet van 17 oktober

Nadere informatie

Hoe gaat dit er in de toekomst uitzien?

Hoe gaat dit er in de toekomst uitzien? Hoe gaat dit er in de toekomst uitzien? Joep Dille, Manager afdeling Innovatie en Wetenschap, Isala Gebruiker IT IS ALL IN THE CLOUDS Programma Drie Vragen: Waarom heeft Isala gegevens nodig? (management

Nadere informatie

Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces

Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! NVLO 25-9-2014

Nadere informatie

Zelfreflectie door dossieronderzoek

Zelfreflectie door dossieronderzoek dr.h.p.muller Utrecht 11-10-2016 Zelfreflectie door dossieronderzoek doe dossieronderzoek WIE BENT U Adviseur K&V 35 Arts 10 Codeur/Registratie 25 Staf 10 Hoe het begon HSMR betrouwbaar? UITEINDELIJK

Nadere informatie

Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie

Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie Q Wat is het Kwaliteitsvenster? A Het Kwaliteitsvenster geeft patiënten op een heldere en eenduidige manier inzicht in de ziekenhuisbrede kwaliteit van zorg. Aan de

Nadere informatie

Valgerelateerde ziekenhuisopnamen bij ouderen in Nederland. [Trends in Fall-Related Hospital Admissions in Older Persons in the Netherlands]

Valgerelateerde ziekenhuisopnamen bij ouderen in Nederland. [Trends in Fall-Related Hospital Admissions in Older Persons in the Netherlands] Valgerelateerde ziekenhuisopnamen bij ouderen in Nederland [Trends in Fall-Related Hospital Admissions in Older Persons in the Netherlands] Klaas A. Hartholt; Nathalie van der Velde; Casper W.N. Looman;

Nadere informatie

Publieksverslag CQ-index 2015

Publieksverslag CQ-index 2015 Publieksverslag CQ-index 2015 Datum 19-10-2015 De NFU heeft, net als de afgelopen twee jaar, een patiëntenonderzoek gehouden in de acht universitair medische centra (umc s). In totaal zijn 103.000 patiënten

Nadere informatie

VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening

VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening Europalaan 40 3526 KS Utrecht Postbus 2774 3500 GT Utrecht AAN NZa TELEFOON 030 285 08 00 FAX 030 285 08 01 WEBSITE www.dbconderhoud.nl Memo VAN DATUM BETREFT CD/EvL 28 sept 2011 uitval honorariumberekening

Nadere informatie

Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg

Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg vrijdag 31 oktober 2008 Uniforme Rapportage en Indicatoren voor de kwaliteit van de huisartsenzorg Versie 1.0 TR. van Althuis,

Nadere informatie

Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak

Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak Bijkomende informatie voor de registratie van de doodsoorzaak 1. Veld 31: A2_CODE_DIAG_CAUSE_DEATH Veld 31 A2_CODE_DIAG_CAUSE_DEATH behoort tot het bestand STAYHOSP in domein 3 van de administratieve gegevens.

Nadere informatie

Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Kenmerk NR/CU-244

Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Kenmerk NR/CU-244 NADERE REGEL Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Ingevolge artikel 38, vierde juncto zevende lid, en artikel 62, eerste lid, juncto artikel 68 van

Nadere informatie

Compensatie eigen risico is nog onbekend

Compensatie eigen risico is nog onbekend Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (M. Reitsma-van Rooijen, J. de Jong. Compensatie eigen risico is nog onbekend Utrecht: NIVEL, 2009) worden gebruikt. U

Nadere informatie

Screening (4050, ) Eenmalig logopedisch onderzoek (4102, 4103, ) Hanen-ouderprogramma (4307, ) Uittoeslag

Screening (4050, ) Eenmalig logopedisch onderzoek (4102, 4103, ) Hanen-ouderprogramma (4307, ) Uittoeslag Toelichting Spiegelinformatie Logopedie In deze Toelichting Spiegelinformatie Logopedie staan de meest gestelde vragen rondom de Spiegelinformatie genoemd en beantwoord. Aan het einde vindt u bij de laatste

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument.

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument. Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 3. Toelichting bij de criteria voor

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016 Factsheet en CVA (CVAB) 2016 Registratie gestart: 2014 In- en exclusiecriteria Definities: - CVA (Beroerte): intracerebrale bloeding of herseninfarct. - Intracerebrale bloeding: spontane bloeding in het

Nadere informatie

Handleiding Hospital Data Viewer

Handleiding Hospital Data Viewer Handleiding Hospital Data Viewer Voor gebruik van de HSMR-Monitor, OLO-Monitor, Heropnamen-Monitor en TriggerTool Karin Hekkert, MSc., Janna Klein Breteler, MSc., dr. Sezgin Cihangir 30-4-2015 Versie 3.0

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Dr. P.L. Batenburg Voorzitter Raad van Bestuur Catharina Ziekenhuis april 2014

Dr. P.L. Batenburg Voorzitter Raad van Bestuur Catharina Ziekenhuis april 2014 Dr. P.L. Batenburg Voorzitter Raad van Bestuur Catharina Ziekenhuis april 2014 Kwaliteitsindicatoren: de definitie Een meetbaar aspect van de zorg dat een aanwijzing geeft over bijvoorbeeld de kwaliteit,

Nadere informatie

Publieksverslag CQ-index

Publieksverslag CQ-index Publieksverslag CQ-index Datum 17-10-2013 Ons kenmerk 13.8417/SB/AvD Voorwoord Weten wat patiënten ervaren en belangrijk vinden is essentieel voor het goed functioneren van universitair medische centra

Nadere informatie

beoordelingskader zorgvraagzwaarte

beoordelingskader zorgvraagzwaarte 1 beoordelingskader zorgvraagzwaarte In dit document geven we een beoordelingskader voor de beoordeling van de zorgvraagzwaarte-indicator. Dit beoordelingskader is gebaseerd op de resultaten van de besprekingen

Nadere informatie

De implementatie van het standaardverpleegplan preventie en behandeling van decubitus 2 jaar later-

De implementatie van het standaardverpleegplan preventie en behandeling van decubitus 2 jaar later- De implementatie van het standaardverpleegplan preventie en behandeling van decubitus 2 jaar later- Auteur: Drs. M. Hanraets Vertaald/bijgewerkt: Nieuwsbrief: 1993 Pagina: 27-29 Jaargang: 9 Nummer: 4 Toestemming:

Nadere informatie

Domein 5 Medische gegevens

Domein 5 Medische gegevens Medische gegevens Domein 5 Medische gegevens Medische gegevens. Het bestand Gegevens over de diagnoses 1. Het bestand Gegevens over de diagnoses 1.1. NAAM XXX-Z-VERS-M-DIAGNOSE-YYYY-PP.TXT Voorbeeld: 001-Z-1.0-M-DIAGNOSE-2007-01.TXT

Nadere informatie

De toepasbaarheid van de HSMR in het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg

De toepasbaarheid van de HSMR in het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg Met rug Cover HSMR rapport.qxp 16-9-2008 13:46 Pagina 1 De toepasbaarheid van de Papendorpseweg 65 3528 BJ Utrecht Postbus 85200 3508 AE Utrecht HSMR in het toezicht van T 030 23 45 678 F 030 23 45 677

Nadere informatie

Kankerzorg, investeren in goede uitkomsten

Kankerzorg, investeren in goede uitkomsten Kankerzorg, investeren in goede uitkomsten dr. Ronald Spanjers, raad van bestuur, IKNL ir. Steven Lugard, CEO, Performation Dorien de Groot - van de Kreeke MSc MBA, Novivena 1 waarom 2 kanker 3 D(n)OT

Nadere informatie

Verantwoordingsdocument. Praktijkvariatie De methodiek. CZ 27 februari 2013, versie 1.0

Verantwoordingsdocument. Praktijkvariatie De methodiek. CZ 27 februari 2013, versie 1.0 Verantwoordingsdocument Praktijkvariatie De methodiek CZ 27 februari 2013, versie 1.0 1 Inhoud 1. Achtergrond... 3 1.1 Wat is praktijkvariatie... 3 1.2 Waarom doet CZ dit?... 3 2. Basis van de gegevens...

Nadere informatie

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Naam Instelling Plaats Klin. Klin. % HSMR Toelichting - exclusiecriteria morta- opna- 2010 liteit men Medisch Centrum Alkmaar Alkmaar 684 35.639 1,92

Nadere informatie

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Achtergrond DHD enquête 1. Inleiding Tijdens de klankbordgroepbijeenkomst van 14 maart 2011 is de NZa verzocht om

Nadere informatie

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker lokale verbranding van de alvleeskliertumor Doel Het doel van de studie is te onderzoeken of radiofrequente ablatie (RFA) gevolgd door

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Dikkedarmkanker is een groot gezondheidsprobleem in Nederland. Het is de derde meest voorkomende vorm van kanker bij mannen en de tweede meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In 2008

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 016 Ziekenhuiszorg Nr. 59 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014

Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek. Een analyse van NIVEL Zorgregistraties gegevens van 2010-2014 Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Magnée, T., Beurs, D.P. de, Verhaak. P.F.M. Consulten bij de huisarts en de POH-GGZ in verband met psychosociale problematiek.

Nadere informatie

Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten.

Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten. Overdracht en samenwerking 1 e en 2 e lijns diëtisten bij de dieetbehandeling van ondervoede patiënten. Inleiding Ziekte gerelateerde ondervoeding is nog steeds een groot probleem binnen de Nederlandse

Nadere informatie

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Margit K Kooijman, Ilse CS Swinkels, Chantal J Leemrijse. Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing.

Nadere informatie

2/13/2012. Incentives in the Diagnosis Treatment Combination payment system for specialist medical care

2/13/2012. Incentives in the Diagnosis Treatment Combination payment system for specialist medical care Incentives in the Diagnosis Treatment Combination payment system for specialist medical care A study about behavioral responses of medical specialists and hospitals in the Netherlands 1. DBC 2. Onderzoeksvragen

Nadere informatie

THEMA IV.2. Maligne neoplasma van trachea, bronchus en long

THEMA IV.2. Maligne neoplasma van trachea, bronchus en long THEMA IV.2. Maligne neoplasma van trachea, bronchus en long Selectiecriteria Voor deze selectie worden alle ziekenhuisverblijven weerhouden die beantwoorden aan de algemene selectiecriteria (cfr. Inleiding

Nadere informatie

Nederlandstalige samenvatting

Nederlandstalige samenvatting Nederlandstalige samenvatting 147 Samenvatting 148 Nederlandstalige samenvatting Nederlandstalige samenvatting Achtergrond en doel van het onderzoek De keizersnede was oorspronkelijk bedoeld als noodprocedure

Nadere informatie

Gezondheidsindicatoren 2004-2005 Vlaams Gewest. Kanker en andere nieuwvormingen

Gezondheidsindicatoren 2004-2005 Vlaams Gewest. Kanker en andere nieuwvormingen Vlaams Gewest Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers/ziekten/cijfers-over-kanker/ - december 2008 Door: Cloots Heidi, De Kind Herwin, Kongs Anne, Smets Hilde Afdeling Informatie & Ondersteuning

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008)

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies

Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies Ronald B. Geskus GG & GD, Amsterdam April 1998 De meeste survival studies naar HIV infectie en AIDS kijken naar AIDS,

Nadere informatie

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008 Project Kwaliteitsindicatoren 2007-2008 De borstkliniek: Iedere nieuwe diagnose van een borsttumor dient door de borstkliniek te worden geregistreerd bij het Nationaal Kankerregister. Het Project Kwaliteitsindicatoren

Nadere informatie

BIJKOMENDE INFORMATIE VOOR DE REGISTRATIE VAN INHOUD DAGHOSPITALISATIES

BIJKOMENDE INFORMATIE VOOR DE REGISTRATIE VAN INHOUD DAGHOSPITALISATIES BIJKOMENDE INFORMATIE VOOR DE REGISTRATIE VAN DAGHOSPITALISATIES INHOUD INHOUD...1 1. Domein MEDISCHE GEGEVENS en FACTURATIEGEGEVENS...3 1.1 Daghospitalisaties op verpleegeenheden specifiek voor daghospitalisatie...3

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( )

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( ) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars September 2015 Utrecht 1 Handreiking zorgvraagzwaarte-indicator GGZ; Voor GGZinstellingen en zorgverzekeraars

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg

Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg GEVOLGEN VOOR DE ORGANISATIE IN ZIEKENHUIZEN ROB VAN MECHELEN CONNECT 2012-2016 9-10-16 NVVC CONNECT 2016 1 Sterfte hartinfarct in Nederland 1970-2016 30 % Mortaliteit

Nadere informatie

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem Datum 12 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek

Nadere informatie

Martini Ziekenhuis. De Beste Ziekenhuizen SiRM 2012,

Martini Ziekenhuis. De Beste Ziekenhuizen SiRM 2012, Martini De Beste Ziekenhuizen 2012 Martini De bestaat uit ziekenhuizen die het meest op uw Catharina Sint Antonius Canisius-Wilhelmina Nijmegen Sint Elisabeth Eindoordeel De eindscore wordt opgesplitst

Nadere informatie

Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden

Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden 1. Over welke verblijven gaat het? Alle verblijven: - die op het

Nadere informatie

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews.

Resultaten interviews met patiënten Vervolgens wordt een korte samenvatting gegeven van de belangrijkste resultaten uit de gelabelde interviews. Onderzoek nazorg afdeling gynaecologie UMCG (samenvatting) Jacelyn de Boer, Anniek Dik & Karin Knol Studenten HBO-Verpleegkunde aan de Hanze Hogeschool Groningen Jaar 2011/2012 Resultaten Literatuuronderzoek

Nadere informatie

Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen.

Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen. aan Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen Publicatienummer: 2009.1901 Versiebeheer Wijzigingen 2009.1900 (okt 2009) Eerste

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Stomazorg

Werkinstructies voor de CQI Stomazorg Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van stomazorg in ziekenhuizen te meten vanuit het perspectief van patiënten c.q. stomadragers. De vragenlijst

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

7 jaar dossieronderzoek

7 jaar dossieronderzoek 7 jaar dossieronderzoek 19 november 2015 Sezgin Cihangir, Teammanager E&O Karin Hekkert, Informatieanalist E&O Disclosure belangen spreker (Potentiële) belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk

Nadere informatie

Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005

Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005 0s08 08 Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005 R.H.M. van der Stegen en J. Ploemacher Publicatiedatum CBS-website: 30 januari 2009 Den Haag/Heerlen, 2009

Nadere informatie

Transparant over uitkomsten van hartchirurgie (2)

Transparant over uitkomsten van hartchirurgie (2) Transparant over uitkomsten van hartchirurgie (2) De sterfte in de 3 grote zorggroepen per hartchirurgisch centrum in de periode 2013-2015 Elders op deze website vindt u de gemiddelde sterfte na hartchirurgische

Nadere informatie

Plan van aanpak ICD-10

Plan van aanpak ICD-10 Plan van aanpak ICD-10 december 2013 Inhoud 1. Waarom ICD-10? 4 2. Doelstelling 5 3. Aanpak 6 3.1 Voorfase 6 3.2 Fase 1: Informatieverplichting ICD-10 diagnose per 2015 6 3.3 Fase 2: Integratie in productstructuur

Nadere informatie

Analyserapport. Doorontwikkeling CQI Ziekenhuisopname 2011. Miletus Barneveld, 19 augustus 2011 Versie: 1.0 Auteur(s): Maarten Batterink

Analyserapport. Doorontwikkeling CQI Ziekenhuisopname 2011. Miletus Barneveld, 19 augustus 2011 Versie: 1.0 Auteur(s): Maarten Batterink Analyserapport Doorontwikkeling CQI Ziekenhuisopname 2011 Significant B.V. Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld T 0342 40 52 40 KvK 39081506 info@significant.nl Miletus Barneveld, 19 augustus 2011 Versie:

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

ZORG VOOR UITKOMST DARMKANKER UITKOMSTINDICATOREN BEHANDELING KANKER RESULTATEN SANTEON ZIEKENHUIZEN EDITIE

ZORG VOOR UITKOMST DARMKANKER UITKOMSTINDICATOREN BEHANDELING KANKER RESULTATEN SANTEON ZIEKENHUIZEN EDITIE ZORG VOOR UITKO UITKOINDICATOREN BEHANDELING KANKER RESULTATEN SANTEON ZIEKENHUIZEN DARMKANKER EDITIE 016 1 Roelof had darmkanker en is behandeld in het Ziekenhuis. Ik kon snel terecht voor een darmonderzoek

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Tweede primaire tumoren en excessieve sterfte na retinoblastoom

Nederlandse samenvatting. Tweede primaire tumoren en excessieve sterfte na retinoblastoom Nederlandse samenvatting Tweede primaire tumoren en excessieve sterfte na retinoblastoom Retinoblastoom is een kwaadaardige oogtumor die ontstaat in het netvlies. Deze vorm van oogkanker is zeer zeldzaam

Nadere informatie

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Naam Instelling Plaats Klin. Klin. % HSMR Toelichting - exclusiecriteria morta- opna- 2010 liteit men Medisch Centrum Alkmaar Alkmaar 684 35.639 1,92

Nadere informatie

Jaarverslag Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting 2008

Jaarverslag Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting 2008 Jaarverslag Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting 2008 1 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wettelijk kader en werkzaamheden van de Stichting 4 3 Overzicht van bij de Stichting geregistreerde instellingen,

Nadere informatie

Stichting zorgbeheer de Zellingen T.a.v. de Raad van bestuur Postbus AA Capelle aan den IJssel

Stichting zorgbeheer de Zellingen T.a.v. de Raad van bestuur Postbus AA Capelle aan den IJssel > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Stichting zorgbeheer de Zellingen T.a.v. de Raad van bestuur Postbus 36 2900 AA Capelle aan den IJssel Datum 30 juni 2014 Onderwerp vastgesteld rapport Toezichtonderzoek

Nadere informatie

NOV-DAG VAN DE ORTHOPEDISCH SECRETARESSE EN DE POLIKLINIEK ASSISTENT

NOV-DAG VAN DE ORTHOPEDISCH SECRETARESSE EN DE POLIKLINIEK ASSISTENT NOV-DAG VAN DE ORTHOPEDISCH SECRETARESSE EN DE POLIKLINIEK ASSISTENT DOT, ICD-10 en andere ontwikkelingen Beroepsbelangen Commissie Regelgeving Raad beroepsbelangen Federatie Bemiddeling geschillen DOT;

Nadere informatie

Klik op één van de vragen hieronder om het antwoord te zien. U kunt in dit document ook met Ctrl-F naar trefwoorden zoeken.

Klik op één van de vragen hieronder om het antwoord te zien. U kunt in dit document ook met Ctrl-F naar trefwoorden zoeken. FAQs LBZ Dit document bevat een aantal veel gestelde vragen (FAQs, frequently asked questions) betreffende de LBZ. Deze vragenlijst wordt regelmatig bijgewerkt. Als u dit document bewaard heeft raden we

Nadere informatie

5.4 Gastro-intestinaal

5.4 Gastro-intestinaal 5.4 Gastro-intestinaal 5.4.1 Indicator: Deelname aan de Dutch UpperGI Cancer Audit (DUCA) De mortaliteit en morbiditeit van de chirurgische behandeling van slokdarmkanker heeft de laatste jaren veel aandacht

Nadere informatie

Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Beleidsanalyse van De Bascule, zorglijn Therapeutische pleegzorg

Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Beleidsanalyse van De Bascule, zorglijn Therapeutische pleegzorg Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Beleidsanalyse van De Bascule, zorglijn Therapeutische pleegzorg Inspectie jeugdzorg Utrecht, februari 2009 2 1. Aanleiding Het is de taak van pleegzorgaanbieders

Nadere informatie

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Naasten op de IC bedoeld? De CQI Naasten op de IC is bedoeld is bedoeld om de kwaliteit van de begeleiding en opvang van

Nadere informatie

Interpretatie van de data

Interpretatie van de data Interpretatie van de data De volgende paragraaf geeft verdere uitleg over de interpretatie van de grafieken en tabellen met fictieve data die gebruikt worden in dit document. PROM pre score In Tabel 1

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 juni 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 juni 2011 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EH Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Hoofdstuk 5:... 50 Het patientendossier als referentiedocument... 50 1. Inleiding... 51 2. Inhoud van het patientendossier... 52

Hoofdstuk 5:... 50 Het patientendossier als referentiedocument... 50 1. Inleiding... 51 2. Inhoud van het patientendossier... 52 Hoofdstuk 5:... 50 Het patientendossier als referentiedocument... 50 1. Inleiding... 51 2. Inhoud van het patientendossier... 52 Officiële versie 2015 - Hoofdstuk 5 49 Hoofdstuk 5: Het patientendossier

Nadere informatie

Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus'

Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus' Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus' Aansluiting mbo-opleidingen op de arbeidsmarkt gev16-0731mr/bes_alg 1 1. Inleiding Aanleiding en achtergrond onderzoek Op 14 oktober 2015 heeft Tweede Kamerlid

Nadere informatie

Triggertool dossieronderzoek Reflex Toelichting functionaliteit en werkwijze

Triggertool dossieronderzoek Reflex Toelichting functionaliteit en werkwijze Triggertool dossieronderzoek Reflex Toelichting functionaliteit en werkwijze Versie 1.0 17 april 2014 Triggertool voor dossieronderzoek in Reflex Als nieuwe functionaliteit in Reflex hebben we de triggertool

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014 STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 28572 15 oktober 2013 Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014 Het College voor zorgverzekeringen, Gelet

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding. Conclusie. Resultaten. Colofon In opdracht van: Willem Brethouwer Directeur SAMR 033 330 33 90 Willem.brethouwer@samr.

Inhoudsopgave. Inleiding. Conclusie. Resultaten. Colofon In opdracht van: Willem Brethouwer Directeur SAMR 033 330 33 90 Willem.brethouwer@samr. Rapport Inhoudsopgave Inleiding Conclusie Resultaten Colofon In opdracht van: Willem Brethouwer Directeur SAMR 033 330 33 90 Willem.brethouwer@samr.nl Inleiding Meest patiëntvriendelijk De prijs voor meest

Nadere informatie

Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische aandoening in de periode

Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische aandoening in de periode Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (ICS Swinkels, CJ Leemrijse en C Veenhof. Fysiotherapeutisch en oefentherapeutisch zorggebruik door patiënten met een chronische

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting In dit proefschrift getiteld Relatieve bijnierschorsinsufficiëntie in ernstig zieke patiënten De rol van de ACTH-test hebben wij het concept relatieve bijnierschorsinsufficiëntie

Nadere informatie