AB 2004, 315: De mededeling van een voornemen met betrekking tot de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties in een beschikking...

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "AB 2004, 315: De mededeling van een voornemen met betrekking tot de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties in een beschikking..."

Transcriptie

1 Kluw er Navigator documentselectie AB 2004, 315: De mededeling van een voornemen met betrekking tot de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties in een beschikking... Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum: 2 juni 2004 Magistraten: Mrs. Slump, Parkins-de Vin, Bijloos Zaaknr: /1 Conclusie: - LJN: AP0361 Noot: W. den Ouden Roepnaam: - Brondocumenten: ECLI:NL:RVS:2004:AP0361, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Wetingang: Awb art. 4:38; Awb art. 4:46; Awb art. 4:48 Brondocument: ABRvS, , nr /1 Essentie De mededeling van een voornemen met betrekking tot de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties in een beschikking tot subsidieverlening is een besluit. Samenvatting Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het deel van het besluit van 18 februari 2000, waarbij appellant sub 1 heeft bepaald dat een korting van ƒ ( ,01) per maand op de subsidie zal worden toegepast indien niet uiterlijk op 1 september 2000 tot de ontvlechting van de betalende en de gesubsidieerde praktijk is overgegaan, is gericht op rechtsgevolg. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat het, ingevolge art. 4:48 lid 1 aanhef en onder b Awb, mogelijk is om eerder dan pas bij de subsidievaststelling gevolgen te verbinden aan het niet voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De gevolgen van het niet nakomen van de verplichtingen vormen dan, als onderdeel van de subsidieverlening, net als de subsidieverlening zelf en de overige daaraan verbonden verplichtingen en voorwaarden, een onderdeel van het besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. Partij(en) 1. De raad voor rechtsbijstand Leeuwarden, 2. de Stichting Rechtsbijstand Friesland, te Leeuwarden, appellanten, tegen de uitspraak van de Rb. Leeuwarden van 5 juni 2003 in het geding tussen: appellante sub 2 en appellant sub 1. Bewerkte uitspraak Uitspraak Uitspraak van de Rb. Leeuwarden van 5 juni 2003 in het geding tussen appellante sub 2 en appellant sub Procesverloop https://hybrid.kluwer.nl/docview?p_p_id=wk_re_hdocview_war_pwi_instance_hd6v&p_p_lifecycle=2&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_reso 1/5

2 Bij besluit van 28 april 1999 heeft appellant sub 1 op grond van de Wet op de rechtsbijstand (WRB) aan appellante sub 2 subsidie verleend voor 1999 en tevens de verplichting opgelegd om vóór 1 januari 2000 ontvlechting van de betalende en gesubsidieerde praktijk te realiseren. Bij besluit van 18 februari 2000 heeft appellant sub 1 het door appellante sub 2 tegen dit besluit gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard, het besluit van 28 april 1999 voor wat betreft de verleende subsidie voor 1999 in stand gelaten en hieraan toegevoegd wat onder de ontvlechting van de betalende praktijk en de gesubsidieerde praktijk dient te worden verstaan. Tevens heeft appellant sub 1 bepaald dat een korting van ƒ ( ,01) per maand op de subsidie zal worden toegepast, indien niet uiterlijk op 1 september 2000 tot evenbedoelde ontvlechting is overgegaan. Bij uitspraak van 19 januari 2001 heeft de Rb. Leeuwarden het door appellante sub 2 ingestelde beroep nietontvankelijk verklaard voorzover dit was gericht tegen de aan de subsidiebeschikking over het begrotingsjaar 1999 verbonden verplichting om per 1 januari 2000 te ontvlechten. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geding voorzover bij besluit van 18 februari 2000 is bepaald dat de subsidie over 2000 zal worden verminderd indien niet is voldaan aan de verplichting tot ontvlechting. Bij besluit van 14 maart 2000 heeft appellant sub 1 aan appellante sub 2 subsidie verleend voor 2000 onder dezelfde voorwaarden als gesteld in het besluit van 18 februari Bij besluit van 2 februari 2001 heeft appellant sub 1 aan appellante sub 2 subsidie verleend voor 2001 en bepaald dat de hiervoor bedoelde korting geëffectueerd zal worden en dat met ingang van februari 2001 de korting ƒ ( ,01) per maand zal bedragen. Bij besluit van 21 december 2001 heeft appellant sub 1 de door appellante sub 2 tegen de besluiten van 18 februari 2000, voorzover daarbij is bepaald dat de subsidie over 2000 zal worden verminderd indien niet is voldaan aan de verplichting tot ontvlechting, en de tegen de besluiten van 14 maart 2000 en 2 februari 2001 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard, deze besluiten gehandhaafd en de opgelegde korting met ingang van 1 september 2000 nader vastgesteld op een bedrag van ƒ ( ) per jaar. Bij uitspraak van 5 juni 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de Rb. Leeuwarden (de rechtbank) het daartegen door appellante sub 2 ingestelde beroep voorzover gericht tegen het hiervoor genoemde gedeelte van het besluit van 18 februari 2000 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht (niet opgenomen, red.). Tegen deze uitspraak hebben appellant sub 1 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2003, en appellante sub 2 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2003, hoger beroep ingesteld. Appellant sub 1 heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 5 augustus Deze brieven zijn aangehecht (niet opgenomen, red.). Bij brief van 5 augustus 2003 heeft appellante sub 2 van antwoord gediend. Appellant sub 1 heeft bij brief van 1 oktober 2003 van antwoord gediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 maart 2004, waar appellant sub 1, vertegenwoordigd door mr. A.B. van Rijn, advocaat te Den Haag, en mr. P.T. Huisman, directeur van appellant sub 1, en appellante sub 2, vertegenwoordigd door mr. A. Speksnijder, gemachtigde, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.2 De rechtbank heeft in de uitspraak van 5 juni 2003 allereerst overwogen dat het subsidiërend orgaan eerst bij de subsidievaststelling beoordeelt of een aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichting is nageleefd, dat schending van die verplichting een grond is om de subsidie lager dan overeenkomstig het besluit tot verlening vast te stellen en dat het vermelden van (de hoogte van) het kortingsbedrag bij de subsidieverlening op zichzelf beschouwd niet geacht kan worden te zijn gericht op enig rechtsgevolg. Bezwaren voorzover deze zijn gericht tegen de (hoogte van de) eventueel op te leggen korting kunnen daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde komen. Het beroep van appellante sub 2 is door de rechtbank in zoverre niet-ontvankelijk verklaard. Appellant sub 1 heeft tegen dit deel van de uitspraak hoger beroep ingesteld. 2.3 Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het deel van het besluit van 18 februari 2000, waarbij appellant sub 1 heeft bepaald dat een korting van ƒ ( ,01) per maand op de subsidie zal worden toegepast indien niet uiterlijk op 1 september 2000 tot de ontvlechting van de betalende en de gesubsidieerde praktijk is overgegaan, is gericht op rechtsgevolg. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat het, ingevolge art. 4:48 lid 1 aanhef en onder b Awb, mogelijk is om eerder dan pas bij de subsidievaststelling https://hybrid.kluwer.nl/docview?p_p_id=wk_re_hdocview_war_pwi_instance_hd6v&p_p_lifecycle=2&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_reso 2/5

3 gevolgen te verbinden aan het niet voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De gevolgen van het niet nakomen van de verplichtingen vormen dan, als onderdeel van de subsidieverlening, net als de subsidieverlening zelf en de overige daaraan verbonden verplichtingen en voorwaarden, een onderdeel van het besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat. De rechtbank heeft dit in de uitspraak van 5 juni 2003 miskend. 2.4 De rechtbank heeft voorts overwogen dat appellant sub 1, gelet op art. 4:38 lid 1 Awb, bevoegd was aan het besluit tot subsidieverlening de voorwaarde te verbinden tot ontvlechting als hiervoor bedoeld, omdat alleen op die wijze kan worden zeker gesteld dat appellante sub 2 niet deelneemt aan het voeren van een betalende praktijk, alsmede dat appellant sub 1 in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. 2.5 Appellante sub 2 betoogt dat de rechtbank haar oordeel dat appellant sub 1 bevoegd was vorenbedoelde voorwaarde aan de vergunning te verbinden en in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken, ten onrechte heeft gegrond op de veronderstelling dat appellante sub 2 niet dan wel slechts ten dele aan deze voorwaarde heeft voldaan. Zij verwijst in dit verband enerzijds naar de scheiding van onder andere bestuur en directie van appellante sub 2 en de Stichting Juridische Dienstverlening en anderzijds naar het per 1 januari 2003 afgesloten fusieproces tussen appellante sub 2 en de Stichtingen Rechtsbijstand Drenthe en Groningen. Daarnaast stelt zij dat deze voorwaarde niet bijdraagt aan het realiseren van een goed toegankelijke voorziening voor rechtzoekenden. De rechtbank heeft dit volgens appellante sub 2 miskend. 2.6 Uit de brief van de Minister van Justitie (Kamerstukken II, 2002/03, VI, nr. 142), waarin hij een herziening van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand aankondigt omdat het huidige stelsel een takenpakket van het bureau rechtshulp kent dat een ongewenste vermenging van publieke en private taken in zich bergt, valt af te leiden dat de door verschillende stichtingen voor rechtsbijstand nagestreefde zogeheten acceptabele nieuwe variant zoals ook appellante sub 2 heeft beoogd te realiseren niet in voldoende mate de door de wetgever gewenste scheiding tussen publieke en private taken heeft opgeleverd. Naar het oordeel van de Afdeling is de rechtbank gelet hierop terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat appellante sub 2 ten tijde van de beslissing op bezwaar niet afdoende aan de voorwaarde tot ontvlechting had voldaan. De scheiding van appellante sub 2 van de Stichting Juridische Dienstverlening gaat, naar de rechtbank terecht heeft overwogen, niet ver genoeg en leidt niet tot een volledige ontvlechting van de betalende en de gesubsidieerde praktijk. Ook de verwijsplicht, die appellante sub 2 en de stichting Juridische Dienstverlening in hun samenwerkingsovereenkomst hebben afgesproken, leidt daartoe niet. Hetgeen appellante sub 2 overigens heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. 2.7 Gelet op het vorenoverwogene is het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voorzover hierbij het beroep van appellante sub 2 tegen het besluit van 18 februari 2000 niet-ontvankelijk is verklaard. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van appellante sub 2, voorzover gericht tegen het besluit van 18 februari 2000, alsnog ongegrond verklaren. Het hoger beroep, ingesteld door appellante sub 2, is ongegrond, zodat de aangevallen uitspraak voor het overige dient te worden bevestigd. 2.8 Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State; recht doende: I. vernietigt de uitspraak van de Rb. Leeuwarden van 5 juni 2003, 02/94 WRB, voorzover het beroep van de Stichting Rechtsbijstand Friesland tegen het besluit van 18 februari 2000 niet-ontvankelijk is verklaard; II. III. verklaart het door de Stichting Rechtsbijstand Friesland bij de rechtbank tegen het besluit van 18 februari 2000 ingestelde beroep ongegrond; bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige. Noot Auteur: W. den Ouden https://hybrid.kluwer.nl/docview?p_p_id=wk_re_hdocview_war_pwi_instance_hd6v&p_p_lifecycle=2&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_reso 3/5

4 1 De Raad voor de Rechtsbijstand Leeuwarden nam in zijn subsidieverleningen voor de jaren 1999, 2000 en 2001 aan de Stichting Rechtsbijstand Friesland een verplichting tot ontvlechting van de betalende en gesubsidieerde praktijk op. De betalende praktijk van de Stichting was weliswaar al sinds 1994 ondergebracht in een aparte Stichting Juridische Dienstverlening, maar beide stichtingen verleenden in de praktijk samen rechtsbijstand onder de naam Buro voor Rechtshulp en waren feitelijk sterk met elkaar verweven. Die handelwijze kwam volgens de Raad in strijd met de Wet op de rechtsbijstand (WRB) waarop de subsidieverleningen zijn gebaseerd. Om de stichting(en) ervan te doordringen dat het de Raad ernst was, werd in de genoemde verleningsbeschikkingen ook aangekondigd dat indien niet voor bepaalde data aan de subsidieverplichting was voldaan dit zou leiden tot een korting op de subsidie. Aanvankelijk werd een bedrag van gulden ( ,01) per maand in de verleningsbeschikking genoemd, in bezwaar veranderde dat in per jaar. De Rb. Leeuwarden zag zich in beroep geplaatst voor de vraag of de Raad bevoegd was tot het opleggen van de gewraakte subsidieverplichting in de beschikkingen tot subsidieverlening en mocht dreigen met dergelijke zware sancties. 2 Om met dat laatste te beginnen: de rechtbank stelde dat binnen de systematiek van titel 4.2 Awb de subsidiënt pas bij het nemen van de beschikking tot vaststelling van de subsidie toetst of de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd. Als verplichtingen niet zijn nageleefd is dat reden om de subsidie op een lager bedrag vast te stellen dan werd genoemd in de verleningsbeschikking (art. 4:46 lid 2 aanhef en sub b Awb). Wanneer de subsidiënt al bij de verlening aangeeft op welke manier hij van zijn bevoegdheid gebruik zal maken indien de subsidieontvanger niet aan zijn verplichtingen voldoet, zoals de Raad voor de Rechtsbijstand in dit geval deed, kan een dergelijke melding op zichzelf niet worden geacht te zijn gericht op rechtsgevolg. Dit onderdeel van de subsidieverlening is dus geen besluit in de zin van art. 1:3 Awb, zodat bezwaren gericht tegen de hoogte van de eventueel op te leggen korting niet bij de bestuursrechter aan de orde kunnen komen. Pas als de lagere vaststelling wegens niet nakoming van verplichtingen een feit is, is er sprake van een besluit waartegen bezwaar en beroep open staan, aldus de rechtbank. 3 De Afdeling ziet dat helaas anders. Zij stelt onder punt 2.3 van de hiervoor opgenomen uitspraak dat het deel van de verleningsbeschikking dat het voornemen tot het opleggen van een korting bevat, is gericht op rechtsgevolg. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat het op grond van de Awb (nl. op grond van art. 4:48) al eerder dan het moment van vaststellen mogelijk is gevolgen te verbinden aan de niet-nakoming van subsidieverplichtingen door de subsidiënt. Tot zover is de uitspraak te volgen. Op grond van de genoemde bepaling kan een subsidiënt die constateert dat een subsidieontvanger niet aan zijn verplichtingen voldoet inderdaad besluiten tot wijziging of intrekking van de verleningsbeschikking. Daarmee vervalt (een deel van) de aanspraak op subsidiegelden. De wetgever heeft deze mogelijkheid opgenomen voor gevallen waarin de subsidiënt niet wil wachten tot het in normale gevallen geëigende moment van de subsidievaststelling. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de subsidiënt vreest dat verstrekte voorschotten al worden uitgegeven, zodat er na een lagere vaststelling niets zou kunnen worden teruggevorderd. Soms kiest de subsidiënt voor intrekking van het verleningsbesluit wanneer al snel na de bekendmaking van dit besluit duidelijk wordt dat de aanvrager zich niet houdt aan (zwaarwegende) verplichtingen en dus geen recht heeft op subsidiegelden. Dit was het geval bij de uitspraak die hierna, ter illustratie, is opgenomen. Maar waarom het bestaan van die mogelijkheid zou moeten leiden tot de conclusie dat de mededeling van een voornemen met betrekking tot de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties in de verleningsbeschikking als (een onderdeel van) een besluit moet worden aangemerkt, is mij niet duidelijk. De Afdeling gaat op dat punt niet expliciet in. 4 Theoretisch wringt de uitspraak. Immers, een voornemen heeft, zoals de rechtbank terecht stelt, in beginsel geen rechtsgevolg. Ook uit praktisch oogpunt zie ik geen reden om het besluitbegrip hier strategisch te hanteren. Immers, welke reactie de subsidiënt ook kiest wanneer verplichtingen niet worden nagekomen een intrekking of wijziging van de verleningsbeschikking (op grond van art. 4:48 Awb), dan wel een lagere vaststellingsbeschikking (op grond van art. 4:46) die beslissing zal steeds resulteren in een (appellabel) besluit. De subsidieontvanger heeft dus de mogelijkheid op te komen tegen (de hoogte van) een subsidiesanctie op het moment dat die wordt opgelegd. Als de subsidiënt naar aanleiding van de voornoemde besluiten wil overgaan tot terugvordering van uitgekeerde voorschotten moet hij daartoe eerst weer een besluit nemen (vgl. ABRvS 21 oktober 1996, AB 1996, 496 (m.nt. NV)), waartegen de ontvanger vervolgens ook weer bezwaar en beroep kan aantekenen. https://hybrid.kluwer.nl/docview?p_p_id=wk_re_hdocview_war_pwi_instance_hd6v&p_p_lifecycle=2&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_reso 4/5

5 De uitspraak heeft ook vervelende procesrechtelijke consequenties. Zo zal waarschijnlijk tegen intrekkings, wijzigings en vaststellingsbeschikkingen voor zover zij subsidiesancties bevatten, geen bezwaar en beroep meer open staan indien deze sancties al bij de verleningsbeschikking zijn aangekondigd. Dat besluit heeft dan immers al formele rechtskracht gekregen (vgl. ABRvS 24 april 2002, AB 2002, 270 ( m.nt. NV), met betrekking tot de aankondiging van het voornemen een langdurige subsidierelatie te beëindigen). Het wordt nu dus zaak om bij bezwaren tegen de hoogte van een aangekondigde subsidiesanctie al na de verleningsbeschikking een procedure te starten, terwijl die sanctie wellicht nooit zal worden opgelegd! Op deze manier wordt het systeem van titel 4.2 Awb, dat uitgaat van een verleningsbeschikkingen waarbij aanspraken worden gevestigd en een vaststellingsbeschikking waarbij wordt beoordeeld of de subsidiënt aan zijn verplichtingen heeft voldaan en op welk subsidiebedrag hij recht heeft, doorbroken. En daardoor wordt het subsidierecht onnodig gecompliceerd. 5 Ten slotte nog een opmerking over de verplichting tot ontvlechting van de gesubsidieerde en de betalende praktijk van de stichting. Die kwam niet uit de lucht vallen. Al sinds jaren geven de Stichtingen Rechtsbijstand (voorheen Bureaus voor rechtshulp) niet alleen (bijna) gratis juridisch advies aan minder vermogenden, maar bedrijven zij daarnaast een zogenaamde betalende praktijk. Aanvankelijk was die betalende praktijk voornamelijk gebaseerd op het arrest Velsen / De Waard (HR 17 november 1989, AB 1990, 81 (m.nt. G.P. Kleijn)), waardoor de mogelijkheid ontstond om de kosten van rechtsbijstand in bestuursrechtelijke procedures middels een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad vergoed te krijgen. Sinds de WRB op 1 januari 1994 in werking trad mag de subsidie voor rechtsbijstand anders dan voordien slechts worden aangewend voor rechtshulp aan diegenen wier inkomen en vermogen valt binnen zekere grenzen. Als gevolg daarvan werd de betalende praktijk uitgebreid met een tweede categorie cliënten, namelijk rechtszoekenden met middeninkomens die niet (meer) voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking blijken te komen. De subsidieverstrekkers van de Stichtingen Rechtsbijstand, de krachtens de WRB opgerichte Raden voor Rechtsbijstand, hebben van meet af aan gesteld dat het bepaalde in de WRB in de weg staat aan de commerciële activiteiten van de Stichtingen en dat deze activiteiten bovendien oneerlijke concurrentie inhouden ten opzichte van andere rechtshulpverleners. Ook in de landelijke politiek is uitgebreid gedebatteerd over de betalende praktijk, wat uiteindelijk heeft geleid tot de motie Van der Burg c.s. (Kamerstukken II, 1997/98, VI, nr. 56) waarin de kamer heeft uitgesproken dat de WRB ervan uitgaat dat de bureaus voor rechtshulp geen betalende rechtspraktijk uitoefenen en dat deze betalende praktijk in zijn huidige vorm geleidelijk dient te worden afgebouwd. 6 Uit de achterliggende stukken blijkt dat de in deze zaak opgelegde deelverplichtingen, die de ontvlechtingsverplichting concretiseren, (zeer) ingrijpend van aard zijn. Zo dient het bestuur van de SJD geheel uit andere personen te bestaan dan het bestuur van de Stichting Rechtsbijstand Friesland, moeten beide Stichtingen een eigen directie hebben en beschikken over eigen huisvesting en ontvangstbalie. Ook mogen medewerkers van de Stichting Rechtsbijstand Friesland niet tevens namens de SJD juridische diensten aanbieden. De rechtbank heeft de bevoegdheid tot het opleggen van deze verplichtingen gebaseerd op het bepaalde in art. 4:38 Awb, dat voor dit soort gevallen bepaalt dat verplichtingen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening kunnen worden opgelegd. Een dergelijk wettelijk voorschrift bestond in casu in de vorm van art. 42b WRB en de daarop gebaseerde Subsidieregeling Stichtingen Rechtsbijstand Vervolgens is de rechtbank nagegaan of de verplichtingen als redelijkerwijs noodzakelijk en geschikt kunnen worden gekwalificeerd. Dat deze eis geldt blijkt niet met zoveel woorden uit de wetstekst maar uit de toelichting bij art. 4:38 Awb (Kamerstukken II, 1993/94, , nr. 3, p. 65) wordt duidelijk dat met de formulering strekken tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie is bedoeld dat slechts díe verplichtingen kunnen worden opgelegd die redelijkerwijs noodzakelijk en geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te bereiken. De Afdeling formuleert het iets anders onder punt 2.4, maar lijkt het toetsingskader dat de rechtbank hanteert te onderschrijven (anders nog: ABRvS 19 september 1994, Gst. 7016, 6 (m.nt. C.P.J. Goorden)). WdO 2013 Kluw er. Alle rechten voorbehouden. https://hybrid.kluwer.nl/docview?p_p_id=wk_re_hdocview_war_pwi_instance_hd6v&p_p_lifecycle=2&p_p_state=normal&p_p_mode=view&p_p_reso 5/5

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

AB 2013/248: Terugvordering loonkostensubsidie. Egalisatiereserve. Verjaringstermijn is verstreken.

AB 2013/248: Terugvordering loonkostensubsidie. Egalisatiereserve. Verjaringstermijn is verstreken. Kluw er Navigator documentselectie AB 2013/248: Terugvordering loonkostensubsidie. Egalisatiereserve. Verjaringstermijn is verstreken. Instantie: Magistraten: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

Nadere informatie

AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling.

AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Meervoudige kamer), 31 augustus

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=br1...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=br1... pagina 1 van 5 LJN: BR1463, Raad van State, 201011448/1/H1 Datum 13-07-2011 uitspraak: Datum 13-07-2011 publicatie: Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij besluit van

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve12001023 200905925/1/V3 en 201108673/1/V3. Datum uitspraak: 13 april 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: [ ], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant,

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, Raad vanstate 200700246/1. Datum uitspraak: 6 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Beëindiging verkoop LPG. Het college had moeten beoordelen welke schade aan de juridische beëindiging van de activiteit was toe te schrijven. In het thans bestreden besluit heeft het

Nadere informatie

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 Raad vanstatc 201203196/1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

/1. Datum uitspraak: 19 december 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

/1. Datum uitspraak: 19 december 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 200103469/1. Datum uitspraak: 19 december 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: 1. burgemeester-en wethouders van Hengelo, 2. de Staat der Nederlanden en de

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van: Raad vanstate 201112733/1/V1. Datum uitspraak: 23 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen

Nadere informatie

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/77981

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Datum 27 januari 2016 ECLI:NL:RVS:2016:155 M en R 2016 afl. 5 Eventuele toekomstige gaswinning hoeft niet te worden betrokken bij de beoordeling of in verband met de exploratieboring een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Instantie Afdeling

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: LJN: BD6158, Rechtbank Arnhem, AWB 06/6029 Datum uitspraak: 04-12-2007 Datum publicatie: 03-07-2008 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: AWBZ -

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/73964

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: p Raad vanstate 201203205/1 /V4. Datum uitspraak: 9 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201106725/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/73976

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder. LJN: BA9368, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 06/4958 Datum uitspraak: 12-06-2007 Datum publicatie: 11-07-2007 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151. Uitspraak. Permanente link: Datum uitspraak Datum publicatie

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151. Uitspraak. Permanente link: Datum uitspraak Datum publicatie Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151 Permanente link: http://deeplink.rechtspraa Instantie Raad van State Datum uitspraak 29-12-2010 Datum publicatie 29-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden

Nadere informatie

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten) LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/85454

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201112531/1/V1. Datum uitspraak: 11 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 304470/1/RI. Datum uitspraak: 27 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Jongeneel

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Kluwer Online Research

Kluwer Online Research AB 2010, 87 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Meervoudige kamer), 9 september 2009, nr200901451/1/h2 LJN:BJ7186, Mrs. C.W. Mouton, C.H.M. van Altena, S.F.M. Wortmann Wetingang: Awb art.

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 200703493/1. Datum uitspraak: 20 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: appellante,

Nadere informatie

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201101639/1/V1. Datum uitspraak: 20 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op de

Nadere informatie

Uitspraak 201403254/1/A4

Uitspraak 201403254/1/A4 1 van 7 8-3-2015 21:16 Uitspraak 201403254/1/A4 Datum van uitspraak: woensdag 14 januari 2015 Tegen: het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig Rechtsgebied:

Nadere informatie

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Artikel 15.20, schade komt in aanmerking voor vergoeding vanwege het niet langer op grond van een milieubeheer mogen uitoefenen van een activiteit. Casus en uitspraak Een exploitant

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK 199902343/1. Datum uitspraak: 14 mei 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: en de vereniging "Vereniging Milieudefensie", gevestigd te Amsterdam, appellante, burgemeester en

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

AB 2014/430: Gevolgen intrekken volmacht voor penvoerderschap; besluit?

AB 2014/430: Gevolgen intrekken volmacht voor penvoerderschap; besluit? Legal Intelligence Page 1 of 5 tegallntelligencb AB 2014/430: Gevolgen intrekken volmacht voor penvoerderschap; besluit? Instantie: College van Beroep voor het bedrijfsleven Datum: 2014-05-20 Magistraten:

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/default.aspx pagina 1 van 5 LJN: AE9187, Raad van State, 200103996/1 Datum uitspraak: 23-10-2002 Datum publicatie: 23-10-2002 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201010673/1 A/1. Datum uitspraak: 25 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 13/00004 en 13/00005 30 juli 2014 uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te Uithoorn, belanghebbende, gemachtigde: [A]

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BN6172, Raad van State, 200909350/1/H3 Datum uitspraak: 08-09-2010 Datum publicatie: 08-09-2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Op 6

Nadere informatie

Raad. vanstate AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006

Raad. vanstate AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006 Raad vanstate 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met toepassing

Nadere informatie

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten Aflevering 1999 afl. 13 College Rechtbank Amsterdam Datum 9 augustus 1999 Rolnummer

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen: Uitspraak 201001294/ 1/H2 gevonden via " pagina l van 5 Uitspraken ZAAKNUMMER 201001294/1/H2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 13 oktober 2010 TEGEN het college van burgemeester en wethouders van Emmen PROCEDURESOORT

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201Ï10716/1/V2. Datum uitspraak: 30 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 2011001 33/1/V6. Datum uitspraak: 20 april 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

AB 2013/255: Niet voldaan aan verantwoordingsplicht. Subsidievaststelling op nihil is niet evenredig. Mate waarin tekortkoming verwijtbaar is, is r...

AB 2013/255: Niet voldaan aan verantwoordingsplicht. Subsidievaststelling op nihil is niet evenredig. Mate waarin tekortkoming verwijtbaar is, is r... Kluwer Navigator documentselectie AB 2013/255: Niet voldaan aan verantwoordingsplicht. Subsidievaststelling op nihil is niet evenredig. Mate waarin tekortkoming verwijtbaar is, is r... Instantie: Centrale

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen: Uitspraak 201306462/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 25 juni 2014 Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Hoger beroep 201306462/1/A1.

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201205761/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201110635/1/V1. Datum uitspraak: 15 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van: Raad vanstatc 201105933/1/V2. Datum uitspraak: 6 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State E03.98.0090. Datum uitspraak: 24 februari 2000 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. de stichting "Stichting Borssele 2004+" te Borssele, 2. de stichting "Stichting

Nadere informatie

* vanstate /1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2012

* vanstate /1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2012 : * fc. Raad * vanstate 201100831/1/V1. Datum uitspraak: 13 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

Knowledge Portal. M en R 2015/102

Knowledge Portal. M en R 2015/102 Knowledge Portal M en R 2015/102 Aflevering M en R 2015, afl. 7 Publicatiedatum 23-07-2015 Rolnummer 201403254/1/A4 Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 januari 2015 (Scholten-Hinloopen,

Nadere informatie

Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Algemene subsidieverordening update zomer 2016

Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Algemene subsidieverordening update zomer 2016 Leeswijzer modelbepalingen - [datum] of [naam gemeente] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel II. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel I bij artikel 9, derde de lid, onder

Nadere informatie

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water 47 zitting betoogd dat deze stukken aldus mede namens haar dochtermaatschappijen, meer in het bijzonder namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cycleon Netherlands B.V. (hierna:

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37837

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K. [appellante], appellante, en [appellant], appellant, beiden wonende te [woonplaats],

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K. [appellante], appellante, en [appellant], appellant, beiden wonende te [woonplaats], CENTRALE RAAD VAN BEROEP 00/3642 NABW 00/3649 NABW U I T S P R A A K in de gedingen tussen: [appellante], appellante, en [appellant], appellant, beiden wonende te [woonplaats], en het College van burgemeester

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201 201474/1 A/4. Datum uitspraak: 23 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Actualiteiten rechtspraak bestuursprocesrecht. 2 september :00 uur - 17:00 uur Online

Actualiteiten rechtspraak bestuursprocesrecht. 2 september :00 uur - 17:00 uur Online Actualiteiten rechtspraak bestuursprocesrecht 2 september 2015 16:00 uur - 17:00 uur Online Wat gaan we doen: rechtspraak over.. 1. De 3 B s (bestuursorgaan-, belanghebbende- en besluitbegrip) 2. Schadevergoeding

Nadere informatie

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit.

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit. USZ 2001/163 CRvB, 04-04-2001, 99/117 AAW/WAO Bezwaarprocedure, Heroverweging, Herroeping besluit in primo, Vervanging door nieuw besluit waarin een andere datum in geding aan de orde is Publicatie USZ

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen Eerste aanleg - meervoudig

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen Eerste aanleg - meervoudig uitspraak deze uitspraak Essentie uitspraak: Bevi niet van toepassing indien verandering geen nadelig gevolg heeft voor het plaatsgebonden risico. Via milieubeheervergunning kunnen, buiten het Bevo om,

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 202934/1 /V3. Datum uitspraak: 25 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 2011101 29/1/V.1. Datum uitspraak: 27 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst te Twello, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst te Twello, verweerder. Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 14/6677 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 9 MAART 2015 in de zaak tussen i enge, eiser (geina"ái.eme: mr.r mg",

Nadere informatie

Uitspraak 201109106/1/R3

Uitspraak 201109106/1/R3 pagina 1 van 6 Uitspraak 201109106/1/R3 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 16 april 2014 TEGEN PROCEDURESOORT RECHTSGEBIED de raad van de gemeente Son en Breugel Eerste aanleg - meervoudig Ruimtelijke-ordeningskamer

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 2O11O9095/1/V1. Datum uitspraak: 20 januari 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 4 augustus 2015, nummer /c; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 4 augustus 2015, nummer /c; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING WESTSTELLINGWERF 2016 De raad van de gemeente Weststellingwerf; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 4 augustus 2015, nummer 006042/c; gelet op artikel 149 van

Nadere informatie

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen]

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] ** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] Essentie uitspraak: De Afdeling stelt vast dat ten tijde van het bestreden besluit

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak. Behandelend ambtenaar J.P. van het Hul

Afdeling bestuursrechtspraak. Behandelend ambtenaar J.P. van het Hul Raad vanstate Afdeling bestuursrechtspraak Raad van de gemeente Woerden Postbus 45 3440 AA WOERDEN vfv) U u.^ 1 7 JUNI 2010 Datum 16 juni 2010 Ons nummer 200906837/1/R2 Uw kenmerk Onderwerp Woerden Bp

Nadere informatie

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE HOUTEN

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE HOUTEN De raad van de gemeente Houten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 16 juni 2014, nummer 2014-046; (gewijzigd n.a.v. de raadsvergadering van 7 oktober 2014) overwegende dat - het juridisch

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201106015/1/V1. Datum uitspraak: 16 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel.

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel. Zaaknummer : 2013/073 Rechter(s) : mrs. Loeb, Troostwijk, Van der Spoel Datum uitspraak : 7 oktober 2013 Partijen : Appellante tegen Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : Aanmelding, afstudeertijdstip,

Nadere informatie

Uitspraak 201306462/1/A1

Uitspraak 201306462/1/A1 Uitspraak 201306462/1/A1 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 25 juni 2014 TEGEN PROCEDURESOORT RECHTSGEBIED het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Hoger beroep Algemene kamer - Hoger

Nadere informatie

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder.

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder. Zaaknummer : 2013/249 Rechter(s) : mrs. Troostwijk, Lubberdink, Borman Datum uitspraak : 9 mei 2014 Partijen : Appellant tegen CvB Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bedreigingsgevaar, belangenafweging,

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve06001069 200601961/1. Datum uitspraak: 2 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: B., wonend te Heemstede, appellante, tegen de uitspraak in zaak no.

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201203791/1/V1. Datum uitspraak: 24 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Uitspraak 201307838/3/R3 Raad van State Lees voor Lettergrootte Home Publicaties Veelgestelde vragen Contact Zoeken in Home Over de Raad van State Onze werkwijze Adviezen Uitspraken Agenda Pers Werken

Nadere informatie

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING Hendrik-Ido-Ambacht

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING Hendrik-Ido-Ambacht De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2015, nr... ; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201113051/1/V3. Datum uitspraak: 30 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

Algemene subsidieverordening Texel 2016

Algemene subsidieverordening Texel 2016 Algemene subsidieverordening Texel 2016 ASV Texel 2016 Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 maart 2016 onder nummer 019 Gemeenteblad Texel 2016 nr 35 datum 24-03-2016 Algemene subsidieverordening

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: > Raad vanstate 201108148/1/V3. Datum uitspraak: 24 mei 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201208267/2/V1. Datum uitspraak: 9 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van het

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201111776/1/V1. Datum uitspraak: 13 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 20Ï1Ö6836/1/V2. Datum uitspraak: 6 februari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Hoger beroep Kamer 3 - Hoger Beroep - Monumentenwet

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Hoger beroep Kamer 3 - Hoger Beroep - Monumentenwet Uitspraak RvS ZAAKNUMMER 200705078/1 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 12 maart 2008 de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en TEGEN Wetenschap (thans: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201103712/1/V1. Datum uitspraak: 18 oktober 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Uitspraak 201103208/1/V1. Datum uitspraak: 10 april 2012 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

Algemene Subsidieverordening gemeente Bunnik 2017

Algemene Subsidieverordening gemeente Bunnik 2017 Algemene Subsidieverordening gemeente Bunnik 207 Aanhef De raad van de gemeente Bunnik, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 oktober 206; Gelet op artikel 49 van de

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : CBHO 2015/293 en 2015/293.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 12 januari 2016 Partijen : Appellant en Haagse Hogeschool Trefwoorden : bindend negatief studieadvies BNSA duidelijkheid

Nadere informatie