Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)"

Transcriptie

1 Uitspraaknr. G530 Datum: 7 juni 1995 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) -tegenhet college van burgemeester en wethouders van Gouda, nader aan te duiden als bevoegd gezag Overwegende met betrekking tot de feiten: Het geschil In het kader van een adviesgeschil ter zake van een intentiebesluit tot fusie achtte de MR het noodzakelijk zich te verzekeren van rechtsbijstand. In verband daarmee heeft de MR op grond van de Wet op de rechtsbijstand (WRB) de Raad voor Rechtsbijstand verzocht hem in aanmerking te laten komen voor gefinancierde rechtshulp. Bij besluit van 15 december 1994 heeft de Raad voor Rechtsbijstand dit verzoek afgewezen. De MR heeft vervolgens bij brief van 24 januari 1995 met een beroep op artikel 32, WMO 1992 het bevoegd gezag verzocht de door hem gemaakte rechtsbijstandkosten te vergoeden. Het bevoegd gezag heeft de MR op 31 januari 1995 meegedeeld dit verzoek af te wijzen. De MR heeft vervolgens overeenkomstig artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, WMO 1992 een interpretatiegeschil aanhangig gemaakt bij de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs, hetgeen gebeurd is bij brief van 30 maart Op 24 april 1995 is een verweerschrift van het bevoegd gezag ontvangen. De commissie heeft een openbare zitting gehouden op 24 mei 1995 te Gouda. Onder handhaving van hun standpunten hebben partijen een nadere toelichting gegeven. De medezeggenschapsraad is op grond van onderstaande overwegingen tot de volgende interpretatie gekomen met betrekking tot het onderstaande wetsartikel het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft (artikel 32, eerste lid, WMO 1992) De MR is van mening dat de kosten van rechtsbijstand, die een medezeggenschapsraad in redelijkheid maakt, zijn aan te merken als een voorziening, zoals omschreven in artikel 32, WMO Doel van dit wetsartikel is de raad de noodzakelijke middelen te verschaffen, opdat hij - onafhankelijk van het bevoegd gezag - de in de wet bedoelde taken naar behoren kan vervullen. Een en ander blijkt ook uit de Memorie van Antwoord van de WMO 1992, waarin wordt aangegeven dat de MR zich onafhankelijk moet kunnen opstellen. In het geval de in redelijkheid gemaakte rechtsbijstandkosten niet onder het in artikel 32, WMO 1992 genoemde begrip voorzieningen vallen, betekent dit feitelijk dat de MR nooit onafhankelijk van zijn bevoegd gezag zijn bevoegdheden kan uitoefenen, aldus de MR. De MR geeft aan dat het recht op rechtsbijstand is vastgelegd in artikel 18 van de Grondwet en in verscheidene internationale verdragen. Artikel 18 van de Grondwet stelt dat een ieder zich in rechte en in administratief beroep kan doen bijstaan. Dit grondrecht zou zonder inhoud zijn indien in redelijkheid gemaakte kosten van rechtsbijstand niet voor vergoeding door het bevoegd gezag in aanmerking komen. De MR beklemtoont dat - indien de MR materieel niet de mogelijkheid heeft zich van rechtsbijstand te voorzien - een ongewenste ongelijkheid van partijen dreigt te ontstaan. Het bevoegd gezag kan in het

2 geval van een geschil een beroep doen op een deskundig ambtenarenapparaat en zonodig de hulp van externe instellingen inroepen, wat het bevoegd gezag bij de behandeling van het adviesgeschil ook heeft gedaan. De MR verwerpt de gedachte van het bevoegd gezag dat hij in voorkomende gevallen terug kan vallen op het ambtenarenapparaat van de gemeente Gouda. De betrokken ambtenaren zijn in dienst van en werken voor het gemeentebestuur. Het is niet reëel om van hen te verwachten dat zij - mogelijk tegen de belangen van hun werkgever - de MR ondersteunen en begeleiden. De MR merkt voorts op dat de praktijk uitwijst, dat een beroep op de WRB geen uitkomst biedt. De Raad voor de Rechtsbijstand heeft een verzoek om gefinancierde rechtshulp afgewezen. Het verwijt van het bevoegd gezag, dat hij tegen dit besluit niet in beroep is gegaan, acht de MR niet terecht. Hij wijst erop, dat de Raad voor de Rechtsbijstand het beleid hanteert ondernemingsraden, medezeggenschapscommissies en ook medezeggenschapsraden geen gefinancierde rechtshulp beschikbaar te stellen. Dit wetende en overwegende dat het in beroep gaan tot extra rechtsbijstandkosten zou leiden, is van dit beroep afgezien, aldus de MR. Artikel 22 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepaalt nadrukkelijk dat de kosten van het voeren van rechtsgedingen door de ondernemingsraad voor rekening van de ondernemer komen. Daar de WOR bij de totstandkoming van de WMO 1992 model heeft gestaan, dient het regime van de WOR analoog te worden toegepast. De MR stelt zich dan ook op het standpunt dat de kostenregeling ex artikel 22, WOR in feite deel uitmaakt van artikel 32, WMO Een aanknopingspunt voor deze stelling is bovendien te vinden in de toelichting op artikel 53 van het medezeggenschapsreglement, waarin wordt aangegeven dat "deze bepaling - te weten artikel 32, WMO 1992, aldus de MR - afkomstig is van de WOR". Ter ondersteuning van zijn standpunt wijst de MR voorts op een uitspraak van een geschillencommissie voor het rooms katholiek basis- en speciaal onderwijs, die zich op het standpunt stelt dat de kostenregeling als vervat in artikel 22, WOR mede is begrepen in artikel 32, WMO Deze uitspraak verdient navolging, aldus de MR, te meer daar een andere uitleg van artikel 32, WMO 1992 afbreuk doet aan de rechtseenheid. Met betrekking tot de opvatting van het bevoegd gezag, dat in het geval van administratief beroep de kosten van rechtsbijstand voor eigen rekening behoren te komen, vraagt de MR zich af of dit uitgangspunt - voorzover dat juist is - van toepassing is op een geschil in de zin van de WMO De MR merkt ten slotte op, dat hij genoodzaakt was zich te verzekeren van juridische bijstand. Het medezeggenschapsrecht is complex. Weliswaar kan de MR zijn standpunt verwoorden, doch het is van essentieel belang dat in een bepaald juridische kader te plaatsen. Daartoe is ondersteuning noodzakelijk, te meer daar een zwaarwichtig belang - te weten een mogelijke fusie van de school - in het geding was. Dat het om een complexe zaak ging bewijst, aldus de MR, dat het bevoegd gezag - ondanks de aanwezigheid van een eigen deskundig apparaat - zich heeft laten bijstaan door externe deskundigen. Daarnaast merkt de MR op dat zijn budget gering is. Op jaarbasis ont-vangt hij f 2.500,- waaruit alle kosten betaald dienen te worden. De ruimte ontbreekt derhalve om de kosten van rechtsbijstand als MR zelf te betalen. De rekening van de advocaat is thans tezamen door de individuele leden van de MR uit eigen zak betaald. Het bevoegd gezag is op grond van onderstaande overwegingen tot de volgende interpretatie gekomen met betrekking tot het onderstaande wetsartikel het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft (artikel 32, eerste lid, WMO 1992) Het bevoegd gezag geeft aan dat het afwijzend heeft beslist op het verzoek van de MR de kosten van rechtsbijstand te vergoeden, die blijkens de door de MR overgelegde stukken betrekking hebben op

3 een adviesgeschil inzake een intentiebesluit tot fusie en een tegen de gemeente Gouda aangespannen kort geding. Het bevoegd gezag betwist niet dat de MR op basis van de Grondwet en internationale verdragen recht heeft op rechtsbijstand. Dit recht impliceert echter niet, dat het in beginsel als bevoegd gezag verplicht is de kosten van rechtsbijstand te dragen, die een MR maakt. De wetgever heeft door middel van de totstandkoming van de WRB een structurele regeling ontworpen die het mogelijk maakt rechtsbijstand te verlenen aan hen die daarvoor zelf niet over voldoende financiële middelen beschikken. Het is dan ook passend, zoals de MR in eerste aanleg heeft gedaan, op die wettelijke voorziening een beroep te doen. Het bevoegd gezag is van mening dat het besluit van de Raad voor Rechts-bijstand het verzoek van de MR af te wijzen een aantal aanknopingspunten bevatte op grond waarvan het verzoek om gefinancierde rechtshulp in beroep mogelijk alsnog gehonoreerd had kunnen worden. Het bevoegd gezag wijst erop, dat het de voorzitter van de MR nadrukkelijk gewezen heeft op de mogelijkheid in beroep te gaan tegen het besluit van de Raad voor de Rechtsbijstand. Voorts merkt het bevoegd gezag op bij de afwijzing van het verzoek van de MR te hebben meegewogen dat het - blijkens de uitspraak van de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs - in het adviesgeschil niet zodanige fouten heeft gemaakt dat op grond daarvan het betrokken besluit niet in stand kon blijven. Het bevoegd gezag bestrijdt de stelling van de MR dat de kostenregeling ex artikel 22, WOR analoog in het onderwijs van kracht is. Artikel 35, WMO 1992 bepaalt dat de WOR niet op het onderwijs van toepassing is. De wetgever heeft termen aanwezig geacht om voor het onderwijs een specifieke medezeggenschapsregeling te maken. Weliswaar heeft de wetgever in menig opzicht bij het maken van die specifieke regeling zich gebaseerd op uitgangspunten en regelingen van de WOR, doch voorzover de wetgever die niet heeft overgenomen, heeft hij daar kennelijk bewust voor geko-zen. Dit gegeven verhindert de WOR analoog op de WMO 1992 van toepassing te verklaren, aldus het bevoegd gezag. Voor een analoge toepassing is evenmin steun te vinden in de toelichting op het medezeggenschapsreglement van de school. Voorzover die toelichting naar de WOR verwijst, heeft die verwijzing betrekking op het onderwerp scholing. Naar de mening van het bevoegd gezag is bij de MR over die toelichting een misverstand ontstaan omdat de toelichting op een tweetal onderwerpen - te weten voorzieningen en scholing - betrekking heeft die in afzonderlijke reglementsbepalingen zijn geregeld. Het bevoegd gezag is van mening dat de parlementaire wordingsgeschiedenis van de WMO 1992 geen aanknopingspunten bevat voor de gedachte dat de wetgever heeft beoogd de kosten van rechtsbijstand onder het begrip voorzieningen, zoals aangeduid in artikel 32, WMO 1992, te laten vallen. De wetgever heeft hierbij gedacht aan het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld vergaderruimte, ambtelijke dienstverlening en een bepaald budget waarvoor in de rijksvergoeding een component is opgenomen. Het betreft voorzieningen waarover het bevoegd gezag zelf kan beschikken. Het bepalen van de omvang van de te verlenen voorzieningen is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. Naar de mening van het bevoegd gezag wordt ingevolge artikel 19, derde lid, WMO 1992 een uitspraak van de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs voor de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelijk gesteld met een uitspraak in administratief beroep. Op grond van de parlementaire wordingsgeschiedenis van de Awb is het een gegeven dat de wetgever er bewust van heeft afgezien in administratief beroep, waaronder dus het aangaan van een geschil in de zin van de WMO 1992 valt, een regeling voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand te treffen. Juridische bijstand is in een dergelijke procedure dan ook niet verplicht. De kosten komen voor rekening van betrokkene, in casu de MR.

4 Het bevoegd gezag wijst erop, dat de uitspraak van de geschillencommissie, waarop de MR zich beroept, op zichzelf voor de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs geen dwingende reden vormt deze uitspraak te volgen. Constante jurisprudentie betreffende de interpretatie van artikel 32, WMO 1992 is nog niet gevormd. Derhalve is de rechts-eenheid niet in het geding, indien de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs tot een andere uitspraak komt. Te meer daar in het onderhavige geschil andere omstandigheden aan de orde zijn, aldus het bevoegd gezag. Zo ging het in het geschil, waarop de MR zich beroept, om een basisschool, die naar verwachting over een kleiner budget beschikte. Ten slotte wijst het bevoegd gezag erop, dat de MR het op 15 december 1994 tegen de gemeente Gouda aangespannen kort geding op 21 december 1994 heeft ingetrokken, nadat de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs enkele dagen daarvoor uitspraak had gedaan in het adviesgeschil. Indien de MR het adviesgeschil eerder aanhangig had gemaakt, waardoor de uitspraak in het adviesgeschil naar verwachting op een eerder tijdstip zou zijn vastgesteld, had de raad geen kort geding hoeven aan te spannen. De kosten van het kort geding zijn in feite overbodig geweest. Overwegende ten aanzien van het recht: Het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft (artikel 32, eerste lid, WMO 1992) Artikel 18 van de Grondwet bepaalt in het eerste lid dat ieder zich in rechte en in administratief beroep kan doen bijstaan en in het tweede lid dat de wet regels stelt omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen. Het in het eerste lid omschreven grondrecht waarborgt het recht van de burger - en een instelling zoals de MR - om zich in een rechtsgeding te laten bijstaan. Daarnaast heeft de grondwetgever in het tweede lid van het onderhavige artikel de wetgever de opdracht gegeven een regeling te treffen, opdat minder draagkrachtigen in en buiten rechte van rechtsbijstand gebruik kunnen maken. Dit sociale grondrecht is door de wetgever gestalte gegeven door middel van vaststelling van de Wet op de rechtsbijstand d.d. 23 december 1993 (WRB). Gelet op het bovenstaande concludeert de commissie dat een MR weliswaar aan artikel 18 van de Grondwet het recht ontleent zich in een geschil, zoals omschreven in artikel 19, WMO 1922, te laten bijstaan en ter bekostiging van die bijstand een beroep te doen op de WRB, doch dat aan dit grondwetsartikel niet het argument ontleend kan worden dat het bevoegd gezag gehouden is de door een MR gemaakte kosten van rechtsbijstand in beginsel te vergoeden. Eenzelfde conclusie geldt naar het oordeel van de commissie ten aanzien van de internationale verdragen waarnaar de MR heeft verwezen. Naar het oordeel van de commissie biedt de tekst van artikel 32, WMO 1992, noch de wordingsgeschiedenis van de WMO 1992 grond voor de conclusie dat de kosten van rechtsgedingen, door een MR gemaakt, ten principale ten laste van het bevoegd gezag komen. De commissie overweegt dat deze kosten in beginsel voor rekening van een procederende partij komen, tenzij de rechter in een uitspraak anders beslist. Dat de wederpartij a priori gehouden is deze kosten te dragen, wijkt zodanig van dit beginsel af dat daarvoor een duidelijke wettelijke basis aan-wezig moet zijn. Een dergelijke basis ontbreekt in de WMO Kennelijk heeft de wetgever er bewust van af gezien in de WMO 1992 een bepaling op te nemen overeenkomstig het gestelde in artikel 22, tweede lid, WOR. In de toelichting op het medezeggenschapsreglement van de MR ziet de commissie evenmin een grond voor de stelling dat de inhoud van artikel 22, WOR materieel deel uitmaakt van artikel 32, WMO Daar waar deze toelichting stelt dat "deze bepaling afkomstig is van de WOR" verwijst de toelichting naar het onderwerp "scholing" welk onderwerp via een amendement van de Tweede Kamer der Staten Generaal in artikel 33, WMO 1992 is geregeld. De verwijzing naar de WOR heeft derhalve geen betrekking op het begrip "voorzieningen". Hoewel - zoals hiervoor is aangegeven - niet gesteld kan worden, dat het bevoegd gezag op grond van artikel 32, WMO 1992 zonder meer gehouden is de kosten van het voeren van een rechtsgeding, die een MR heeft gemaakt, te vergoeden, laat deze conclusie onverlet dat deze kosten in bepaalde gevallen aangemerkt kunnen worden als een voorziening, zoals bedoeld in artikel 32, WMO De

5 commissie overweegt hierbij dat een MR over algemene en bijzondere bevoegdheden beschikt. Het gebruik van die be-voegdheden kan inhouden dat een MR door het bevoegd gezag in een geschillenprocedure betrokken wordt dan wel ter handhaving van zijn bevoegdheden zelf een procedure start bij de geschillencommissie of een rechter. De kosten verbonden aan het optreden van de MR als partij in een procedure kunnen dan ook uitgaven zijn die een MR redelijkerwijs moet maken om zijn taak - in casu de toepassing en handhaving van zijn bevoegdheden - te vervullen. Ten aanzien van de vraag in welke gevallen de door een MR in het kader van een procedure te maken kosten redelijkerwijs noodzakelijk zijn ter vervulling van zijn taak en - in het geval het budget van de MR niet toereikend is - aangemerkt kunnen worden als een voorziening, zoals genoemd in artikel 32, WMO 1992, overweegt de commissie het volgende. Op grond van het bepaalde in artikel 19, derde lid, WMO 1992 wordt een uitspraak van de Landelijke geschillencommissie voor het openbaar onderwijs gelijk gesteld met een uitspraak in administratief beroep. Blijkens de parlementaire wordingsgeschiedenis van de Awb dienen kosten die onder andere in administratief beroep zijn gemaakt in beginsel voor eigen rekening van belanghebbenden te komen. Dit houdt in dat ter zake van de in artikel 19, WMO 1992 genoemde geschillen een MR - voorzover hij kosten voor het inschakelen van rechtsbijstand maakt - deze kosten zelf moet betalen. De commissie is echter van oordeel dat artikel 32, WMO 1992 een basis biedt in zoverre van dit aan de Awb ten grondslag liggende beginsel af te wijken, dat - in het geval redelijkerwijs geoordeeld moet worden dat vanwege de complexiteit en het aanmerkelijke belang van het onderwerp en het onomkeerbare karakter van een besluit het gebruik van professionele rechtsbijstand noodzakelijk is - de noodzakelijke kosten van rechtsbijstand voor rekening van het bevoegd gezag moeten komen. Dit ongeacht de uitslag van de procedure. Slechts als zou moeten worden gezegd dat een MR op voorhand in redelijkheid niet zou kunnen menen in de procedure een redelijke kans van slagen te hebben dan wel dat de MR geen belang bij een beslissing heeft, kan er plaats zijn voor het oordeel dat de kosten nodeloos gemaakt worden. Uiteraard behoort op dit laatste punt het bevoegd gezag, die veelal zelf partij zal zijn, terughoudend te zijn. Het betoog van het bevoegd gezag dat een MR terug kan vallen op de ondersteuning van de juridische dienst van de gemeente, acht de commissie weinig overtuigend. Terecht heeft de MR opgemerkt dat die dienst primair ter beschikking staat van het bevoegd gezag. Overigens merkt de commissie op dat zij het tot haar taak acht een geschil in volle omvang te beoordelen en dat in zoverre zij er rekening mee houdt dat de MR veelal zonder bijstand optreedt. De commissie tekent bij het voorgaande wel aan dat het op de weg van de MR ligt het bevoegd gezag vooraf op de hoogte te stellen van zijn voornemen gebruik te maken van rechtsbijstand en zijn wens de kosten daarvan aan te merken als een voorziening in de zin van artikel 32, WMO Voorts acht de commissie het juist, dat de MR tegelijkertijd zich inspant om via een beroep op de WRB gefinancierde rechtshulp te verkrijgen tenzij het evident is dat dergelijke beroepen door de Raad voor Rechtsbijstand ten principale worden afgewezen en dit standpunt ook in rechte als juist is beoordeeld. Voor wat betreft de kosten van rechtshulp die de MR mogelijkerwijs maakt in gerechtelijke procedures, die buiten het kader van de zogenaamde voorprocedures (bezwaarschriftenprocedure, administratief beroep) vallen, meent de commissie dat ook in die gevallen de kosten van rechtshulp als voorziening in de zin van artikel 32, WMO 1992 aangemerkt moeten worden, indien redelijkerwijs geoordeeld moet worden dat vanwege de complexiteit en het belang van het onderwerp en het onomkeerbare karakter van het besluit het gebruik van professionele rechtsbijstand noodzakelijk is. Ook hier geldt dat de verplichting voor het bevoegd gezag om deze kosten te vergoeden vervalt, indien er sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. De commissie overweegt ten slotte dat het buiten haar bevoegdheid valt in het kader van dit geschil een oordeel uit te spreken over de vraag of het bevoegd gezag in redelijkheid besloten heeft het verzoek van de MR af te wijzen om de door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand ter zake van het adviesgeschil en het kort geding te vergoeden. Dit oordeel valt buiten het kader van een interpretatiegeschil zoals dat is geformuleerd in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, WMO Dat kader beperkt zich immers tot meningsverschillen over de uitleg van de WMO 1992 en de op basis van deze wet vastgestelde nadere regelingen.

6 Het ligt in de rede dat het bevoegd gezag - met inachtneming van de in deze uitspraak verwoorde overwegingen - het verzoek van de MR om vergoeding van de gemaakte kosten van rechtsbijstand opnieuw beoordeelt en ter zake wederom een besluit neemt. Gelet op de thans bekend zijnde jurisprudentie is het onzeker of een afwijzend besluit van het bevoegd gezag op een verzoek tot vergoeding van de gemaakte kosten van rechtsbijstand is aan te merken als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, Awb, waartegen de MR op grond van artikel 7:1, Awb bezwaar kan maken. In dat verband merkt de commissie op dat het in ieder geval mogelijk is een verschil van mening met betrekking tot de beslissing op een dergelijk verzoek aan te merken als een "ander geschil", zoals aangeduid in artikel 19, tweede lid, WMO Concluderende: dat een bevoegd gezag op grond van artikel 32, WMO 1992 niet zonder meer gehouden is de kosten van rechtshulp, door een MR gemaakt, te vergoeden; dat de kosten van rechtshulp in bepaalde gevallen onder het begrip vergoeding kunnen vallen, zoals aangeduid in artikel 32, WMO 1992, namelijk indien een MR in redelijkheid zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat het inschakelen van rechtshulp voor de vervulling van zijn taak nodig is; dat de noodzaak tot het inschakelen van rechtshulp afhankelijk is van de complexiteit en het aanmerkelijk belang van het onderwerp en het onom-keerbare karakter van het (voorgenomen) besluit. Tevens behoort in beschouwing te worden genomen welk belang een MR heeft bij een beslissing op het geschil, alsmede of de MR op voorhand niet in redelijkheid kan menen in de procedure een redelijke kans van slagen te hebben; dat de vraag of in een concrete situatie de kosten van rechtshulp voor vergoeding door het bevoegd gezag in aanmerking komen en zo ja, in welke mate, geen onderwerp kan zijn van een interpretatiegeschil, zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, WMO Den Haag, 7 juni 1995 de secretaris, (mr. N.L.P. te Bos) de voorzitter, (mr. B.K. Olivier)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool De Quint te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G416 Datum: 17 november 1993 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Rolnummer: RP98.041 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR RIJK EN POLITIE, ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING INZAKE EEN GESCHIL

Nadere informatie

Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag

Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag Uitspraaknr. G475 Datum: 24 augustus 1994 Soort geschil: Instemmingsgeschil Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag -tegende

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van de School verbonden aan het Pedologisch Instituut te Den Haag, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de School verbonden aan het Pedologisch Instituut te Den Haag, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G463 Datum: nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Soort geschil: Adviesgeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van de School verbonden aan het Pedologisch Instituut te Den Haag,

Nadere informatie

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad. Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B078 Kosten rechtsbijstand

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad. Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B078 Kosten rechtsbijstand Jaar: 2010 Nummer: 31 Besluit: B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B078 KOSTEN RECHTSBIJSTAND Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 35 eerste lid Wet werk en bijstand (WWB)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 115 d.d. 22 juni 2010 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink) Samenvatting Particuliere rechtsbijstandverzekering

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,

Nadere informatie

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, nader aan te duiden als bevoegd gezag

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, nader aan te duiden als bevoegd gezag Uitspraaknr. G487 Datum: 1 november 1994 Soort geschil: Adviesgeschil Partijen: De medezeggenschapsraden van de openbare basisscholen "Jacob J. Hamelink" en "Martin Luther King" te Haarlem, nader aan te

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

SAMENVATTING. de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van Onderwijsgroep A, verzoeker, hierna te noemen de GMR

SAMENVATTING. de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van Onderwijsgroep A, verzoeker, hierna te noemen de GMR SAMENVATTING 104485 - Interpretatiegeschil VO - artikel 12 lid 1 en onder k WMS (regeling op gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of reïntegratiebeleid) Het bevoegd gezag heeft het contract

Nadere informatie

Samenvatting. Interpretatiegeschil PO artikel 11 onder j WMS (beleid m.b.t. toelating van leerlingen)

Samenvatting. Interpretatiegeschil PO artikel 11 onder j WMS (beleid m.b.t. toelating van leerlingen) 08.014 Samenvatting Interpretatiegeschil PO artikel 11 onder j WMS (beleid m.b.t. toelating van leerlingen) De OMR heeft aan de Commissie de vraag voorgelegd of het besluit tot toelating van een groep

Nadere informatie

SAMENVATTING. de medezeggenschapsraad van het X College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR

SAMENVATTING. de medezeggenschapsraad van het X College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR SAMENVATTING 104590 - Adviesgeschil VO- artikel 11 onder h WMS (aanstelling schoolleiding) De MR heeft negatief advies uitgebracht over een voorgenomen besluit tot benoeming van de waarnemend rector tot

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-204 d.d. 11 juli 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. M.L. Hendrikse, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-16 d.d. 9 januari 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. C.E. du Perron, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Artikel 15.20, schade komt in aanmerking voor vergoeding vanwege het niet langer op grond van een milieubeheer mogen uitoefenen van een activiteit. Casus en uitspraak Een exploitant

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant,

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, Raad vanstate 200700246/1. Datum uitspraak: 6 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten

Nadere informatie

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-381 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.E. du Perron en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar.

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. In het kader van het uit elkaar gaan van klager en zijn partner moet de gemeenschappelijke woning getaxeerd

Nadere informatie

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen]

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] ** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] Essentie uitspraak: De Afdeling stelt vast dat ten tijde van het bestreden besluit

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-295 d.d. 1 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. P.A. Offers, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 153 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies. Artikel 1 Toepasselijkheid

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies. Artikel 1 Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

Uitspraak 200904084/1/R2 gevonden via '' d eze uitsp raa k il de ze uitsp ra ak Page 1 of 4 Uitspraken ZAAKNUMMER 200904084/1/R2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 24 maart 2010 TEGEN het college van gedeputeerde

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-40 d.d. 22 januari 2014 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mevrouw mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting Consument heeft ten tijde van haar

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M.

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M. S AMENV ATTING 08.023 / 104010 Interpretatiegeschil VO - artikel 4 lid 3, artikel 21 lid 2 en artikel 2 jo 11 onder h WMS m.b.t. de medezeggenschapsstructuur, de procedure van vaststelling van medezeggenschapsdocumenten,

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-103 d.d. 2 april 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

SAMENVATTING. 104176 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder o WMS (regeling aanstellingsbeleid)

SAMENVATTING. 104176 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder o WMS (regeling aanstellingsbeleid) SAMENVATTING 104176 - Instemmingsgeschil VO - artikel 12 lid 1 onder o WMS (regeling aanstellingsbeleid) De PMR heeft niet ingestemd met de voorgestelde benoemingsprocedure voor de schoolleiding omdat

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 080.00 ingediend door: tegen: hierna te noemen klager`, hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Samenvatting. Interpretatiegeschil VO artikel 12 lid 1 onder h WMS (wijziging taakbelasting binnen het personeel)

Samenvatting. Interpretatiegeschil VO artikel 12 lid 1 onder h WMS (wijziging taakbelasting binnen het personeel) 08.010 Samenvatting Interpretatiegeschil VO artikel 12 lid 1 onder h WMS (wijziging taakbelasting binnen het personeel) Het bevoegd gezag heeft een notitie vastgesteld waarin is opgenomen dat bij incidentele

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

SAMENVATTING. in het geding tussen: de medezeggenschapsraad van de Hogeschool A, verzoeker, hierna te noemen de MR

SAMENVATTING. in het geding tussen: de medezeggenschapsraad van de Hogeschool A, verzoeker, hierna te noemen de MR SAMENVATTING 104234 - Interpretatiegeschil start duale opleiding; HBO Geschil over de vraag of de MR instemmingsrecht heeft ten aanzien van ene voorgenomen besluit te starten met enkele duale opleidingen

Nadere informatie

Herziening pachtprijs van percelen land te Overijssel, tezamen groot 35.03.59 ha.

Herziening pachtprijs van percelen land te Overijssel, tezamen groot 35.03.59 ha. Centrale Grondkamer, beschikking van 24 maart 2011, GP 11.625 [artikel 7:333 BW] Herziening pachtprijs van percelen land te Overijssel, tezamen groot 35.03.59 ha. Centrale Grondkamer, beschikking van 8

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

'Klachtenregeling WSD'

'Klachtenregeling WSD' KLACHTENREGELING WSD HET ALGEMEEN BESTUUR VAN WSD Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van WSD d.d.; Gelet op de ter zake gegeven instemming van de Centrale Ondernemingsraad van WSD d.d. Overwegende

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 08/5117 WWB 08/5118 WWB U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante) en [appellant] (hierna: appellant), beiden wonende te Amsterdam,

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 26 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 26 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-166 d.d. 15 mei 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies

Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). 1.2 Alle

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J

SAMENVATTING UITSPRAAK. A, B, C, D, E, F, G, werknemers van ROC H, gevestigd te I, verzoekers, hierna te noemen de werknemers gemachtigde: de heer J SAMENVATTING 106262 - Geschil over toepassing vakantieregeling werkgever; BVE Het geschil is in goed overleg tussen partijen aan de Commissie voorgelegd (N-7 cao bve). De werkgever heeft gaandeweg het

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van

Nadere informatie

Zaaknummer : 2012/220 en 220.1

Zaaknummer : 2012/220 en 220.1 Zaaknummer : 2012/220 en 220.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 3 december 2012 Partijen : Appellant tegen NHTV internationale hogeschool Breda Trefwoorden : Begeleiding student, bindend negatief

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-157 d.d. 21 mei 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Raad van de gemeente Ede,

De Raad van de gemeente Ede, De Raad van de gemeente Ede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Ede d.d. 11 november 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet; overwegende

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015 Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015 De Raad van de Gemeente Beesel; Gelet op artikel 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2009; gelet op de

Nadere informatie

Uitspraak 201403254/1/A4

Uitspraak 201403254/1/A4 1 van 7 8-3-2015 21:16 Uitspraak 201403254/1/A4 Datum van uitspraak: woensdag 14 januari 2015 Tegen: het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig Rechtsgebied:

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-08 d.d. 5 januari 2012 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden, en mr. E.P.A. Bogers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water 47 zitting betoogd dat deze stukken aldus mede namens haar dochtermaatschappijen, meer in het bijzonder namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cycleon Netherlands B.V. (hierna:

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-394 d.d. 29 oktober 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA

12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA 12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA Centrale Uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening in verband met de gedingen

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde.

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde. Taxatie. Onjuiste Taxatiewaarde. Belangenbehartiging opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn (ex-)echtgenote hebben beklaagde in het kader van hun echtscheiding gevraagd hun woning te taxeren.

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel

Nadere informatie

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR.

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. 106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. in het geding tussen: UITSPRAAK de medezeggenschapsraad en de

Nadere informatie

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten) LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 december 2002; nr.

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen: Uitspraak 201306462/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 25 juni 2014 Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Hoger beroep 201306462/1/A1.

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-82 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

SAMENVATTING. in het geding tussen: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van A, verzoeker, hierna te noemen de GMR

SAMENVATTING. in het geding tussen: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van A, verzoeker, hierna te noemen de GMR SAMENVATTING 104464 - Interpretatiegeschil VO - artikel 16 lid 2 onder a en b WMS (hoofdlijnen meerjarig financieel beleid en criteria verdeling middelen over voorzieningen op (boven)schools niveau) De

Nadere informatie

Het ondertekende verzoek tot onderzoek is op 11 maart 2008 ontvangen bij het secretariaat van de Overijsselse Ombudsman.

Het ondertekende verzoek tot onderzoek is op 11 maart 2008 ontvangen bij het secretariaat van de Overijsselse Ombudsman. Dossiernummer 16-2008 OORDEEL Verzoek s-s i I ' ' Mevrouw\ a en de heer van; 3 Zwolle. Datum varzoek Het ondertekende verzoek tot onderzoek is op 11 maart 2008 ontvangen bij het secretariaat van de Overijsselse

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak) LJN: BI6832, Centrale Raad van Beroep, 08/2290 WMO + 08/2317 WMO Datum uitspraak: 29-04-2009 Datum publicatie: 08-06-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie