College bouw ziekenhuisvoorzieningen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "College bouw ziekenhuisvoorzieningen"

Transcriptie

1 College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus GB Utrecht T (030) F (030) E I SIGNALERINGSRAPPORT ONTWIKKELINGEN BEDGEBRUIK ZIEKENHUIZEN Uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Vastgesteld door het College bouw ziekenhuisvoorzieningen op 13 januari 2003 Cbz/nr Bezoekadres Churchilllaan GV Utrecht

2 INHOUDSOPGAVE 0 SAMENVATTING I 1 INLEIDING 1 2 HET BEDGEBRUIK IN 2001 EN DE ONTWIKKELING DAARHEEN 3 3 INTERNATIONAAL PERSPECTIEF 9 4 FACTOREN VAN INVLOED OP DE VRAAG NAAR ZIEKENHUISZORG 12 5 SCENARIO S VOOR DE ONTWIKKELING IN DE BEHOEFTE 14 6 CONCLUSIES 23 Literatuur 25 Bijlagen Cbz/nr

3 0 SAMENVATTING Grote nieuwbouwplannen voor ziekenhuizen staan op stapel. In nieuwbouwplannen gaan ziekenhuizen uit van een daling van het beschikbaar aantal bedden. Zij handelen hierbij in overeenstemming met de visie van de minister die inhoudt dat het beschikbaar aantal bedden per 1000 inwoners kan dalen van ca. 3 nu naar ongeveer 2 in Door de voortgaande vergrijzing van de bevolking is echter een toename van de vraag naar ziekenhuiszorg te verwachten. De vraag is daarom actueel of een daling van het beschikbaar aantal bedden op langere termijn niet tot knelpunten leidt. Genoemde visie van de minister betreft het aantal bedden in de eigenlijke betekenis. Zij treedt niet in de plaats van het aantal bedden op basis de beleidsnorm van 2,8 waarmee het investeringskader voor een bouwplan wordt bepaald. De conclusie van dit rapport is dat het aantal ziekenhuispatiënten per 1000 inwoners en dus het activiteitenniveau in het ziekenhuis tussen nu en 2015 aanzienlijk zal toenemen. Een voortgaande verkorting van de gemiddelde verpleegduur en een verschuiving van zorg met een klinische opname naar zorg in dagverpleging en poliklinische zorg kunnen de gevolgen voor het bedgebruik compenseren. Voor 2015 wordt het aantal benodigde bedden geraamd op tenminste 1,7 en ten hoogste 2,3. Een verlaging van het beschikbaar aantal bedden richting 2, zoals opgenomen in bouwplannen van ziekenhuizen, is dus mogelijk. De bandbreedte in de raming geeft aan dat een verlaging van het beschikbaar aantal bedden behoedzaam moet worden doorgevoerd. Deze conclusie is gebaseerd op: - een analyse van de trends in het bedgebruik per leeftijdsgroep in de afgelopen jaren; - een vergelijking van het bedgebruik in Nederland met dat in andere westerse landen; - een beschouwing over de vraag of het aantal ziekenhuispatiënten, afgezien van het effect van de vergrijzing van de bevolking, zal toe of afnemen; - verschillende scenario s voor toekomstige ontwikkelingen in het bedgebruik. De afgelopen 10 jaar is het aantal gebruikte ziekenhuisbedden per 1000 inwoners, ondanks de vergrijzing van de bevolking, met een zekere regelmaat gedaald. Deze afname van het aantal gebruikte bedden komt voor rekening van een daling van de gemiddelde verpleegduur gedurende de gehele beschouwde periode. In de tweede helft van deze periode komt hier een daling van het aantal opnamen per 1000 inwoners bij. Het aantal dagopnamen per 1000 inwoners is aanzienlijk toegenomen; de gevolgen hiervan voor het bedgebruik werden gecompenseerd door de daling van het bedgebruik door klinische patiënten. De daling van de gemiddelde verpleegduur komt in hoofdzaak voor rekening van de patiënten in de leeftijdsgroep van 15 tot 44 jaar. Voor oudere patiënten neemt het dalingstempo af naarmate de leeftijd stijgt. De gemiddelde verpleegduur van patiënten van 75 jaar en ouder is in de afgelopen vijf jaar slechts in geringe mate gedaald; onvoldoende doorstroming van medisch uitbehandelde patiënten naar vervolgzorg in een verpleeghuis, verzorgingshuis of thuis is hiervan de hoofdoorzaak. De ontwikkeling van een dalend bedgebruik wordt in alle westerse landen waargenomen. Thans neemt Nederland voor het aantal beschikbare bedden per 1000 inwoners een middenpositie in. De gemiddelde verpleegduur in Nederland is echter relatief lang. Cbz/nr I

4 Voor de komende jaren wordt verwacht dat het aantal ziekenhuispatiënten, niet alleen door de vergrijzing maar ook door ontwikkelingen in de morbiditeit, medische mogelijkheden en culturele ontwikkelingen, zal toenemen. De uitkomsten van alle scenario s voor toekomstige ontwikkelingen in het bedgebruik sluiten bij deze verwachting aan. In alle scenario s neemt het aantal opnamen per 1000 inwoners, klinisch en in dagverpleging, tot 2015 aanzienlijk toe. De gevolgen hiervan voor het benodigd aantal bedden worden volgens alle scenario s gecompenseerd door een voortgaande verkorting van de verpleegduur en een verschuiving van klinische zorg naar zorg in dagverpleging Voor 2015 wordt het aantal benodigde bedden geraamd op tenminste 1,7 en ten hoogste 2,3 (voor de leeftijdsopbouw van de bevolking zoals die gemiddeld voor Nederland in 2015 geldt ). Deze bandbreedte in de raming hangt in hoofdzaak samen met onzekerheden in de ontwikkeling in de komende jaren van het aantal dagopnamen en in mindere mate van het aantal klinische opnamen en de gemiddelde verpleegduur. Een monitoring van de ontwikkeling van de behoefte is daarom van belang. Ook regionaal kunnen er verschillen zijn in de ontwikkeling van deze parameters. Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met verschillen in de mogelijkheden in aansluitende schakels in de zorgketen. De scenario s impliceren een verkorting van de gemiddeld verpleegduur van 8,1 in 2001 naar 5,9 in 2015 volgens zowel het minimum- als het maximumscenario en 6,7 volgens de andere scenario s. De praktijk in andere westerse landen laat zien dat een dergelijke verkorting mogelijk is. In verschillende West Europese landen is de gemiddelde verpleegduur nu reeds korter dan 6 dagen. De praktijk in de Verenigde Staten geeft aan dat een nog aanzienlijk kortere verpleegduur mogelijk is. Uit onderzoek blijkt dat deze korte verpleegduur niet leidt tot meer heropnamen vanwege een te vroeg ontslag. In dit land is met name managed care debet aan een korte verpleegduur. Daarnaast wijst de ervaring in bijvoorbeeld Californië erop dat een effectieve integratie van de verschillende schakels in de zorgketen samengaat met een aanzienlijk lagere behoefte aan ziekenhuisbedden dan bij ons. Voor de doelgroepen CVA en COPD worden onder begeleiding van het CBO projecten voor optimalisatie van de doorstroming in de zorgketen uitgevoerd. Het verkeerde bedgebruik in ziekenhuizen wordt hierdoor verminderd. Met genoemde projecten wordt de doorstromingsproblematiek echter nog maar voor een deel bestreken. In genoemde verpleegduren van 5,9 en 6,7 voor 2015 blijft de verpleegduur van ouderen relatief lang. In de scenario s is de oplossing van de verkeerde-bedproblematiek niet verdisconteerd. Met maatregelen gericht op verbetering van de doorstroming in de zorgketen is dus nog winst te behalen. Naast stagnering van de doorstroming naar vervolgvoorzieningen veroorzaken opnamen van ouderen op sociale indicatie verkeerd bedgebruik. Om deze vermijdbare ziekenhuisopnamen te voorkomen is het van belang de functie van het verpleeghuis en verzorgingshuis voor spoedeisende hulp meer aandacht te geven. Het Bouwcollege is voornemens om als vervolg op dit rapport nader te onderzoeken welke incentives en condities in andere Westerse landen hebben geleid tot een kortere verpleegduur dan bij ons. Cbz/nr II

5 1. INLEIDING Een aanzienlijk deel van het bedgebruik in ziekenhuizen komt voor rekening van ouderen: 48% van de verpleegdagen betreft patiënten van 65 jaar en ouder 1 (2001, bron Prismant) Van de bevolking behoort 13,6% tot genoemde leeftijdsgroep. Het gebruik van ziekenhuisbedden door ouderen is dus ten opzichte van de gemiddelde bevolking relatief hoog. Veel, vaak chronische, ziekten komen met name op latere leeftijd voor of leiden pas op hogere leeftijd tot gezondheidsproblemen. Bovendien neemt de kans dat verschillende aandoeningen gelijktijdig optreden (co-morbiditeit) toe. Mede als gevolg hiervan is ook de verblijfsduur van ouderen in het ziekenhuis langer dan van jongeren. De komende decennia blijft het aandeel van de ouderen in de bevolking toenemen. In 2010 en 2015 is het aandeel in de bevolking 14,8% respectievelijk 16,8%. Indien al het overige gelijk blijft leidt dit tot een toename van het gebruik van ziekenhuisbedden. Ondanks de veroudering van de bevolking is het aantal gebruikte ziekenhuisbedden per inwoner echter, door een substitutie van zorg gepaard gaande met een klinische opname door ambulante zorgvormen en een verkorting van de verpleegduur, in de afgelopen decennia echter met een zekere regelmaat gedaald. In 2001 was het aantal toegelaten ziekenhuisbedden 3,3 per 1000 inwoners. Het aantal feitelijk beschikbare bedden (het aantal bedden waarvan het ziekenhuis uitgaat bij de opnameplanning) was ca. 3. De beleidsnorm ex WZV voor het aantal ziekenhuisbedden is 2,8 bedden per 1000 inwoners in De 2,8l norm is afkomstig uit een advies van de voorganger van het Bouwcollege, het College voor ziekenhuisvoorzieningen, uit Het advies is gebaseerd op een analyse van de trends in het gebruik van ziekenhuisbedden in de periode en de demografische ontwikkeling. De norm werd berekend voor In de beleidsnorm zijn de PAAZ bedden, de wiegen voor gezonde zuigelingen en de bedden van enkele categorale ziekenhuizen niet begrepen. De norm is inclusief de bedden voor dagverpleging en intensieve zorg. Conform dit bereik van de beleidsnorm zijn de genoemde bedratio voor 2001 en de in het vervolg van deze notie gebruikte gegevens over het gebruik van ziekenhuisbedden in Nederland geschoond voor de PAAZ functie en de gezonde zuigelingen. De beleidsnorm ex WZV is bepalend voor het investeringskader voor nieuwbouwplannen. In 1997 gaf de minister aan dat zij verwacht dat, door een voortgaande verschuiving van klinische zorg naar poliklinische zorg en zorg met een dagopname en een voortgaande verkorting van de verpleegduur, het benodigde aantal beschikbare bedden verder zal afnemen dan overeenkomt met genoemde beleidsnorm. De minister acht een daling van het aantal beschikbare ziekenhuisbedden richting 2 mogelijk en wenselijk. Deze visie betreft het aantal bedden in de eigenlijke betekenis van het woord en treedt niet in de plaats van de beleidsnorm van 2,8 waarmee het investeringskader wordt bepaald. De beleidsnorm van 2,8 is gehandhaafd omdat: - het bed nog steeds de capaciteitsparameter is voor de bepaling van het investeringskader 2 ; - de daling van het aantal verpleegdagen samengaat met een stijging van de poliklinische zorg en zorg in dagverpleging. Het activiteitenniveau in het ziekenhuis neemt dus niet af. 1 inclusief PAAZ en gezonde zuigelingen 2 in 2001 adviseerde het Bouwcollege deze parameter te vervangen door de adherentie Cbz/nr

6 In plannen van ziekenhuizen voor vervangende nieuwbouw wordt voor uitgegaan van een behoefte die ligt tussen de 2 en 2,5l. Ten opzichte van het toegelaten aantal bedden en het feitelijk aantal bedden in 2001 impliceert 2 bedden per 1000 inwoners een daling van 40 respectievelijk 33%. Het doel van dit rapport is te verkennen of een dergelijke daling, mede gelet op het verder toenemend aandeel ouderen in de bevolking, niet tot knelpunten leidt. Leeswijzer Het gebruik dat van ziekenhuisbedden wordt gemaakt verschilt per leeftijdsgroep. De verandering in de leeftijdssamenstelling van de bevolking is één van de bepalende factoren voor de ontwikkeling in het bedgebruik. Ouderen maken per hoofd van de bevolking meer gebruik van ziekenhuisbedden dan jongeren. Op zichzelf leidt de vergrijzing van de bevolking tot een toename van de vraag. Het gebruik dat bevolking van de verschillende leeftijdsgroepen van ziekenhuisbedden maakt verandert echter ook. Voor het uitwerken van scenario s voor de mogelijke toekomstige ontwikkelingen in de behoefte aan ziekenhuisbedden worden daarom in hoofdstuk 2 de trendmatige ontwikkeling in het bedgebruik per leeftijdsgroep in de afgelopen jaren geanalyseerd. Naast de trends in het bedgebruik in Nederland levert een vergelijking van Nederland met andere landen indicaties op voor mogelijke ontwikkeling in Nederland. In hoofdstuk 3 wordt daarom het bedgebruik in Nederland in internationaal perspectief geplaatst. In hoofdstuk 4 worden de factoren die, naast de demografische ontwikkeling, van invloed zijn op de ontwikkeling in de vraag naar ziekenhuiszorg beschouwd. Het betreft de ontwikkelingen in de morbiditeit, de medische en technologische mogelijkheden, culturele ontwikkelingen en ontwikkelingen in de context waarin ziekenhuizen functioneren. In hoofdstuk 5 worden de grenzen aan de mogelijke toekomstige ontwikkeling in de behoefte tot 2010 en 2015 verkend. Hierbij wordt aangesloten bij de analyse van de trends per leeftijdsgroep in de afgelopen jaren uit het tweede hoofdstuk. Een trendbreuk, het plotseling stoppen van de trendmatige ontwikkelingen in de afgelopen jaren zal niet optreden. De trends zullen zich op de één of andere wijze en voor een kortere of langere periode voortzetten na Diverse scenario s worden uitgewerkt. Zij worden vervolgens geëvalueerd waarbij de bevindingen uit de twee voorafgaande hoofdstukken betrokken. Het rapport wordt afgesloten met conclusies. Cbz/nr

7 2. HET BEDGEBRUIK IN 2001 EN DE ONTWIKKELING DAARHEEN. In dit hoofdstuk worden met het oog op scenario s voor de ontwikkeling in het bedgebruik in de toekomst de trends in de afgelopen 10 jaar geanalyseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens uit de LMRregistratie van Prismant. Het bedgebruik in 2001 In 2001 was het aantal verpleegdagen per 1000 inwoners voor de klinische patiënten 712 en voor patiënten in dagverpleging 61. Het hiermee corresponderende gemiddeld aantal bezette bedden per 1000 inwoners voor de klinische patiënten is 1,95 en voor de dagverpleging 0,17. De gemiddelde verpleegduur is 8,1 dag. Het aantal klinische opnamen per 1000 inwoners is voor ouderen aanzienlijk hoger dan voor jongeren; ook de gemiddelde verpleegduur is langer. Dit resulteert erin dat het aantal bezette bedden voor klinische patiënten per 1000 inwoners voor (bijvoorbeeld) inwoners van 75 jaar en ouder bijna vijf maal zo hoog is als gemiddeld voor de gehele bevolking. Ook het aantal dagopnamen is voor ouderen hoger dan voor jongeren; ruim twee maal zo hoog als voor de gemiddelde bevolking. tabel 1 bedgebruik per leeftijdsgroep in 2001 leeftijdsgroep klinische opn. per 1000 inw. gemidd. verpleegduur verpleegdagen per 1000 inw. dagopn. per 1000 inw jr 59 6, jr 58 5, jr 88 7, jr , jr e.o , totaal 87 8, bron Prismant, CBS, bewerking Bouwcollege Ontwikkelingen in het gebruik van ziekenhuisbedden in de afgelopen tien jaar Tussen 1991 en 1996 neemt het aantal klinische opnamen per 1000 inwoners licht toe en daalt de gemiddelde verpleegduur met 2,4% per jaar. In de hierop volgende vijf jaar nemen zowel het aantal opnamen per 1000 inwoners als de gemiddelde verpleegduur af en wel met respectievelijk 2,4 en 2,5% per jaar. Deze ontwikkelingen hebben er in geresulteerd dat het aantal verpleegdagen voor klinische patiënten per 1000 inwoners tussen 1991 en 2001 met gemiddeld 3,5% per jaar is gedaald. Het dalingstempo is in de tweede helft van deze periode twee maal zo hoog als in de eerste helft. Het aantal dagopnamen per 1000 inwoners is fors gestegen: in de eerste vijf jaar met gemiddeld ruim 14% per jaar en tussen 1996 en 2001 met gemiddeld 6,3%. De sterke stijging in met name de eerste helft van de negentiger jaren is opmerkelijk. Naast een substitutie van klinische behandeling door behandeling in dagverpleging hebben ook de volgende ontwikkelingen bijgedragen aan de groei van het aantal dagopnamen: - andere registratie: verrichtingen die voorheen als poliklinische verrichting werden geboekt, worden nu om financiële redenen, als dagopname geboekt ( omgekeerde substitutie ); Cbz/nr

8 - verschuiving van poliklinische zorg naar zorg in dagverpleging. Zo is voorstelbaar dat een verrichting die bij jongeren poliklinisch wordt uitgevoerd bij ouderen in dagverpleging wordt gedaan; De vergrijzing van de bevolking leidt dan tot een toename van het aantal dagopnamen; - een toename van een verrichting die in dagverpleging wordt uitgevoerd door een toename van de incidentie van een bepaalde aandoening of door de ontwikkeling van een nieuw toepassingsgebied voor de verrichting. De ontwikkeling van het aantal dagopnamen heeft dus ook een eigen dynamiek, onafhankelijk van de substitutie van de klinische zorg De toename van het aantal dagopnamen per 1000 inwoners heeft de daling van het aantal klinische opnamen gecompenseerd. Ook het aantal eerste polikliniekbezoeken per 1000 inwoners is sterkt toegenomen, tussen 1991 en 2001 met gemiddeld 5,3% per jaar. Door de verschuiving van klinische opnamen naar opnamen in dagverpleging, de daling van de gemiddelde verpleegduur en substitutie van zorg gepaard gaande met een (dag-)opname door poliklinische zorg is het gebruik van ziekenhuisbedden voor de klinische patiënten en dagverpleging samen gedaald. In de figuren op de pag. 6 en 7 wordt één en ander grafisch weergeven. Ontwikkelingen per leeftijdgroep Klinische opnamen Voor inwoners die jonger zijn dan 65 is het aantal opnamen per 1000 inwoners vanaf 1991 continu gedaald. Voor de inwoners boven die leeftijdgrens is in de periode het aantal opnamen per inwoner jaarlijks licht gestegen; daarna treedt ook voor de oudere inwoners een jaarlijkse daling op. Verpleegduur De gemiddelde verpleegduur is in de beschouwde periode van tien jaar elk jaar afgenomen. Het dalingstempo is het grootst voor de leeftijdsgroep 15 t/m 44 jaar, in de periode was de daling gemiddeld 4,1% per jaar. Deze leeftijdsgroep omvat het grootste aantal patiënten en is dus in belangrijke mate bepalend geweest voor de daling van de gemiddelde verpleegduur voor alle leeftijdsgroepen samen. Boven deze leeftijdgroep neemt het dalingstempo af naarmate de leeftijd stijgt. Voor de patiënten van 75 jaar en ouder nam de verpleegduur in het begin nog met enkele procenten per jaar af; nadien is het dalingstempo afgenomen tot 1,5 à 0,5 per jaar; in de periode was de daling gemiddeld slechts 0,7% per jaar. Dagverpleging Met uitzondering van de leeftijdsgroep 0-14 jaar is het aantal dagopnamen per 1000 inwoners voor alle leeftijdsgroepen gestegen. Het stijgingstempo neemt toe met de leeftijd. Voor de leeftijdgroep 75 jaar en ouder is het aantal dagopnamen per 1000 inwoners tussen 1996 en 2001 ruim verdubbeld. Hiervoor werd ingegaan op de achtergronden van de sterke groei. De groei voor de ouderen kan mede samenhangen met een ontwikkeling dat verrichtingen thans ook veilig bij ouderen kan worden toegepast. Cbz/nr

9 Samenvattend beeld bedgebruik door ouderen Tussen 1991 en 2001 overtreft voor inwoners van 65 jaar en ouder de stijging van het aantal dagopnamen ruimschoots de daling van het aantal klinische opnamen. Het aantal verpleegdagen voor klinische en dagopnamen samen per 1000 inwoners is afgenomen. In de tweede helft van deze periode was de daling aanzienlijk hoger dan eerste helft. Tussen 1996 en 2001 was de gemiddelde jaarlijkse daling voor de leeftijdsgroepen jaar en 75 jaar en ouder 4,9 respectievelijk 3,6% per jaar. Deze daling hangt samen met een daling van het aantal klinische opnamen en in mindere mate met een daling van de gemiddelde de verpleegduur. Cbz/nr

10 figuur 1 ontwikkeling aantal verpleegdagen per 1000 inwoners tussen 1991 en 2001 verpleegdagen per 1000 inwoners Totaal gemiddeld totaal 0-14 jaar totaal jaar totaal jaar totaal jaar totaal 75 en ouder Bron: Prismant, CBS, bewerking Bouwcollege figuur 2 ontwikkeling aantal opnamen per 1000 inwoners tussen 1991 en 2001 aantal klinische opnamen per 1000 inwoners Bron: Prismant, CBS, bewerking Bouwcollege Totaal totaal 0-14 jaar totaal jaar totaal jaar totaal jaar totaal 75 en ouder Cbz/nr

11 figuur 3 ontwikkeling verpleegduur tussen 1991 en gemiddelde klinische verpleegduur Totaal totaal 0-14 jaar totaal jaar totaal jaar totaal jaar totaal 75 en ouder Bron: Prismant, CBS, bewerking Bouwcollege figuur 4 ontwikkeling aantal dagopnamen per 1000 inwoners tussen 1991 en 2001 aantal dagopnamen per 1000 inwoners Totaal totaal 0-14 jaar totaal jaar totaal jaar totaal jaar totaal 75 en ouder Bron: Prismant, CBS, bewerking Bouwcollege Cbz/nr

12 Evaluatie vooronderstellingen advies inzake de 2,8 norm Aan het advies uit 1994 waarin tot een behoefte van 2,8 bedden per 1000 inwoners in 2000 werd geconcludeerd lag de volgende verwachting ten aanzien van de ontwikkeling van het bedgebruik ten grondslag. Verwacht werd dat de trendmatige ontwikkeling in het bedgebruik per leeftijdsgroep uit de periode (daling klinische opnamen en verpleegduur en stijging aantal dagopnamen) in de daaropvolgende periode tot 2000 niet onverminderd zou doorgaan. Verondersteld werd dat de ontwikkeling zich zou stabiliseren. Dit werd geoperationaliseerd door trendmatige ontwikkelingen niet 10 maar 5 jaar door te trekken. De veronderstelde afvlakking van de trend heeft zich niet voorgedaan. Het effect van de trendmatige ontwikkeling per leeftijdsgroep (daling verpleegduur, verschuiving van behandeling met een klinische opname naar behandeling in dagverpleging etc.) was groter dan het effect van de demografische ontwikkeling (het product van een hoger bedgebruik door ouderen en de vergrijzing van de bevolking). In het genoemde advies inzake de behoeftenorm uit 1994 werd uitgegaan van een haalbare bezettingsgraad van de klinische verpleegafdeling van 90% 3 en een openstelling van de dagverpleging gedurende 250 dagen per jaar met één patiënt per bed per dag. Op basis van deze uitgangspunten wordt voor 2000 een bedbehoefte van 2,5 i.pv. 2,8 berekend. Verkeerde-bedproblematiek Uit een onderzoek van Prismant blijkt dat in 2000 naar schatting gemiddeld circa 2200 bedden werden bezet door patiënten die niet meer in het ziekenhuis behoeven te verblijven omdat zij medisch specialistisch uitbehandeld zijn 4. Dit verkeerde bedgebruik wordt veroorzaakt door onvoldoende doorstroming naar vervolgzorg in een verpleeghuis, een verzorgingshuis of thuis. Uit het onderzoek blijkt dat in regio s met relatief weinig daadwerkelijk in gebruik zijnde verpleeghuisbedden (de bedden waarvoor personeel is) relatief veel verkeerde beddagen voorkomen. Daarnaast is de doorstroming in verpleeghuizen van belang: in regio s met een lage doorstroming (relatief weinig opnamen per bed door een lange verpleegduur) worden relatief veel ziekenhuisbedden bezet door patiënten die medisch-specialistisch uitbehandeld zijn. In ander onderzoek 5 is de relatie tussen de verpleegduur enerzijds en de capaciteit in de wijkverpleging, de verzorgingshuizen en het aantal huisartsen anderzijds onderzocht. Voor de drie sectoren afzonderlijk werd geen samenhang tussen capaciteitsproblemen en verpleegduur in ziekenhuizen gevonden. Wel blijkt dat de ziekenhuizen in gebieden met een cumulatie van capaciteitsproblemen in de drie sectoren een relatief lange verpleegduur hebben. Bijvoorbeeld weinig huisartsen én capaciteitsproblemen in de wijkverpleging gaan samen met een relatief lange verpleegduur. Sinds 1994 is het aantal verkeerde beddagen met ongeveer 5% afgenomen. Omdat het totaal aantal verpleegdagen in deze periode sterker is gedaald, is het percentage verkeerd bedgebruik wel toegenomen en wel tot 6,7% van het aantal klinische verpleegdagen in in de gebruikte landelijke registratie worden zowel de opname- als ontslagdag als verpleegdag geteld. Door deze dubbeltelling komt een bezettingsgraad van 90% overeen met een feitelijke bezettingsgraad van 80 à 90%. 4 Borghans, Prismant, Beekhoven et al 2000 Cbz/nr

13 Verkeerde bedpatiënten zijn in hoofdzaak ouderen. In de methodiek van Prismant worden alleen de patiënten die ouder zijn dan 70 jaar meegenomen. In 2000 is het percentage verkeerd bedgebruik voor deze leeftijdsgroep 17%. De belangrijkste patiëntengroepen zijn: hartfalen, CVA, ongevalsletsels (waaronder heupfractuur) en patiënten die op sociale indicatie zijn opgenomen (meer details zijn opgenomen in bijlage 1). De laatstgenoemde groep betreft ouderen die, vaak in het weekend, met een sociale indicatie worden opgenomen. Oorzaken zijn onvoldoende mantelzorg, huisarts radeloos, geen plaats in een verpleeghuis of verzorgingshuis. 3. INTERNATIONAAL PERSPECTIEF De hiervoor beschreven trends voor Nederland worden in vrijwel alle geïndustrialiseerde landen waargenomen. Een precieze vergelijking tussen de landen wordt bemoeilijkt door verschillen in definities van algemeen ziekenhuis. Daarnaast wordt geen strikte definitie van de opname gehanteerd (de dagverpleging wordt voor het ene wel en het andere land niet bij de opnamen opgeteld); hierdoor is ook de berekende bezettingsgraad slecht vergelijkbaar. Daarom worden in onderstaande tabel alleen het beschikbare aantal bedden per 1000 inwoners en de gemiddelde (klinische) verpleegduur vergeleken. De cijfers hebben betrekking op West Europa en enkele andere geïndustrialiseerde landen. Het bedgebruik en de verpleegduur worden sterk beïnvloed door de leeftijdsopbouw van de bevolking. Daarom is ook het percentage inwoners van 65 jaar en ouder vermeld. Nederland neemt voor het beschikbaar aantal bedden per inwoner een middenpositie in. Alleen in Duitsland, Luxemburg en Zwitserland is de gemiddelde verpleegduur langer. De positie van Nederland wordt geflatteerd omdat in de meeste andere landen het percentage inwoners van 65 jaar en ouder in het beschouwde jaar hoger was dan in ons land. Tabel 2 Beschikbaar aantal bedden en de gemiddeld verpleegduur in West Europese en enkele andere landen in 1998 of laatst beschikbare jaar voor gegevens land bedden/ 1000 inw. gem. verpl.d jaar als anders dan 1998 %inw. 65 jr e.o g land bedden/ 1000 inw. gem. verpl.d %inw. 65 jr. e.o. jaar als anders dan 1998 W-EUROPA a Nederland c 3,5 9,1 13,5 Belgie 5,2 7, ,1 Noorwegen 3,3 6,5 15, Denemarken 3,6 5, ,2 Oostenrijk 6,4 7,1 15, Duitsland 7, ,9 Portugal 3,1 7,3 15,2 Finland 2,4 4,7 14,6 Spanje 3,1 8,5 15, Engeland b 3.0 6,8 15,7 h Turkije 1,8 5,5 5,5 Frankrijk 4,3 6, ,5 Zweden 2,7 5,1 15, Griekenland 3, ,3 Zwitserland 5, , Ijsland 3,8 6, ,3 Ierland 3,4 6, ,4 Australië d 4, ,3 Italie 4, ,2 Israël e 2,3 4,2 - Luxemburg 5,6 9, ,2 VS f 3,2 6 12, Malta 3,9 4, a WHO tenzij anders vermeld; b Dep. of Heallth; c Prismant, feitelijk incl PAAZ en wgg; d: AIHW; e WHO; f OECD; g OECD ; h United Kingdom Cbz/nr

14 Nadere vergelijking met Engeland. Door het beschikbaar zijn van gegevens uit een onderzoek van het Britse Department of Health 6 is een nadere vergelijking met de NHS mogelijk. Het beschikbaar aantal bedden per 1000 inwoners in Engeland is gelijk aan het feitelijk aantal bedden per 1000 inwoners in Nederland, namelijk 3 (Engeland: acute, general en maternity; Nederland: exclusief PAAZ en wiegen voor gezonde zuigelingen). Het aantal klinische verpleegdagen per 1000 inwoners in Engeland is hoger dan bij ons. Hierbij is van belang dat het percentage inwoners van 65 jaar en ouder in Engeland hoger is. Uit een nadere analyse van het gebruik per leeftijdsgroep blijkt dat de opnamecoëfficiënten in Engeland hoger zijn dan bij ons en met name voor ouderen. De gemiddelde verpleegduur voor alle leeftijdsgroepen samen is lager, voor patiënten van 85 jaar en ouder echter hoger. Dit hoge bedgebruik voor ouderen hangt samen met verkeerd bedgebruik. In Engeland wordt het verkeerde bedgebruik door ouderen op 20% geschat, wat hoger is dan het hiervoor vermelde percentage dat voor Nederland wordt geschat. Belangrijke patiëntengroepen voor verkeerd bedgebruik zijn, evenals in Nederland, CVA patiënten en ouderen die op sociale indicatie zijn opgenomen. Het hogere aandeel verkeerd bedgebruik in Engeland ten opzichte van Nederland kan (mede) verklaard worden uit een minder goed ontwikkelde verpleeg- en verzorgingshuissector. Het aantal bedden in verpleeg- en verzorgingshuizen per 100 inwoners van 65 jaar en ouder is in Engeland 5,4 tegen 7,7 in Nederland. Het aandeel dagverpleging in het aantal klinische en dagopnamen samen is in Engeland 64%. In scenario s voor de toekomstige bedbehoefte wordt uitgegaan van een stijging van dit aandeel naar 69 of 82%. In Nederland is het aandeel in % Kaiser Permanente, California Kaiser Permanente is een grote non-profit Health Maintenance Organisation (8,2 mln leden waarvan 6,1 mln in Californie). Zij biedt een breed scala van gezondheidszorg aan mensen die via werkgeversen overheidsprogramma s lid zijn. Een vergelijkend (Amerikaans) onderzoek 7 laat zien dat Kaiser voor ongeveer dezelfde kosten als de NHS kwalitatief betere zorg levert. De kwaliteit wordt gemeten met parameters als toegankelijkheid eerste lijns- en tweede lijnszorg en het aantal inwoners dat bereikt wordt met preventieve programma s. In de vergelijking is gecorrigeerd voor verschillen tussen Kaiser en de NHS in kenmerken van de verzorgde bevolking (leeftijdsopbouw en sociaal-economische status) en pakket van geleverde zorg. Het onderzoek is een reactie op de stelling in het omvangrijke investeringsplan voor de NHS dat NHS gets more and fairer healthcare for every pound invested than most other healthcare systems. Voor Kaiser Permanente in Californië is de gemiddelde verpleegduur 3,9 dag (10,2% verzekerden is 65 jaar en ouder). Gecorrigeerd voor verschillen in leeftijdopbouw van de bevolking is het aantal klinische verpleegdagen per 1000 inwoners voor Kaiser éénderde van dat voor de NHS. De auteurs concluderen dat Kaiser beter presteert dan de NHS door een effectieve integratie van de diverse schakels in het zorgsysteem, een efficiënt management van het gebruik van ziekenhuisbedden, concurrentie en grote investeringen in informatietechnologie. 6 Department of Health, National Beds Inquiry, Feachem et al 2002 Cbz/nr

15 De verpleegduur nader beschouwd Verpleegduur voor enkele diagnosegroepen Een verkorting van de verpleegduur uit efficiency overwegingen kan na een bepaald punt ten koste gaan van de kwaliteit van zorg. In een recente vergelijkende studie voor enkele Europese landen (Schotland, Finland en Nederland) en enkele staten van de VS (New York, Californië, Washington) is de relatie tussen de gemiddelde verpleegduur en de kwaliteit van zorg onderzocht 8. De outcomeparameter in dit onderzoek is het aantal heropnamen: een vroeg ontslag kan leiden tot een heropname. De gemiddelde verpleegduur en het percentage heropnamen zijn bezien voor vijf (clusters van) diagnosen en een chirurgische ingreep die in literatuur worden geassocieerd met heropnamen. Het betreft: hartfalen, COPD, astma, CVA, diabetes en totale heupvervanging. Conform de verwachting blijkt dat een kortere verpleegduur samengaat met een hogere heropnameratio. Nederland heeft voor elk van deze diagnosen en ingreep de langste, voor leeftijdgecorrigeerde, verpleegduur en ook een relatief lage heropname-ratio. Het betreft de initiële opnamen van de patiënten die niet opnieuw zijn opgenomen. De initiële verpleegduur van de patiënten die wel opnieuw zijn opgenomen is alleen in Finland voor CVA patiënten iets langer. De verschillen in gemiddelde verpleegduur zijn aanzienlijk. Uit de onderzoeksresultaten is dezerzijds per diagnosegroep/ ingreep het land/ staat geselecteerd dat aan twee criteria voldoet: - een kortere gemiddelde verpleegduur dan Nederland; - een lagere heropnameratio of, wanneer Nederland al de laagste ratio heeft, een ratio die daar het dichtst bij ligt. In de tabel in bijlage 2 zijn de gegevens opgenomen. Het is steeds een staat in de VS (New York of Californië) die aan beide criteria voldoet. De gemiddelde, voor leeftijd gecorrigeerde, verpleegduur is in die staat de helft tot één derde van de Nederlandse. Ook voor CVA is de gemiddelde verpleegduur in Nederland lang. Projecten in Nederland met stroke units in ziekenhuizen die ingebed zijn in transmurale strokeservices (ketenzorg) laten zien dat een verkorting van de ziekenhuisverpleegduur van ruim 20 dagen naar 11 à 12 dagen mogelijk is. Dit is nog aanzienlijk langer dan de gemiddelden voor de Amerikaanse staten. NHS In Engeland was de gemiddelde verpleegduur 6,8 dag in 1998/99 9. In Nederland was deze in ,6 dag en in ,1 dag. Voor alle leeftijdsgroepen, met uitzondering van de patiënten van 85 jaar en ouder is de verpleegduur korter. Voor patiënten van 85 jaar en ouder is de gemiddelde verpleegduur 16,3 in Engeland tegen 15,9 en 15,6 in Nederland voor 1999 respectievelijk Hiervoor werd aangegeven dat het percentage verkeerd-bedgebruik in Engeland hoger is dan in Nederland. De Verenigde Staten Hiervoor werd aangegeven dat de verpleegduur voor Kaiser in Californië (met ruim 8 mln. verzekerden) 3,9 dag is. De verpleegduur en het bedgebruik voor Kaiser zijn lager dan het gemiddelde voor de VS (zie tabel 2), maar niet uniek voor dit land. 8 Westert et al Department of Health 2000 Cbz/nr

16 Beschouwing Verschillen in het gebruik van ziekenhuisbedden tussen landen hangen samen met: - medische en verpleegkundige professionele opvattingen; - het voorzieningen stelsel (de context) waarin ziekenhuizen functioneren. Met name de organisatie van de vervolgvoorzieningen in de zorgketen zijn hier van belang (eerste lijnszorg, de verpleeghuisen verzorgingshuissector); - de sturing door de overheid en verzekeraars (volume en kostenbeheersing); - culturele verschillen, attitude zorgvrager. In de VS is de bevolking ten aanzien van gezondheidszorg veeleisender dan in de meeste andere landen en zijn zorgverleners meer geneigd of gedwongen hieraan toe te geven. Toch is in verschillende Staten het bedgebruik aanzienlijk lager dan bij ons. Dit kan verklaard worden uit managed care. Het effect hiervan op het gebruik van ziekenhuisbedden wordt versterkt door concurrentie. De overheid is, naast grote ondernemingen, een zeer grote afnemer van gezondheidszorg voor programma s voor ouderen en armen. Zij kan vanuit die positie hard onderhandelen over prijs en kwaliteit en doet dat ook. Daarnaast is de andere organisatie van de eerste lijn in de VS van belang (primary care phycisians die medisch specialistisch zijn opgeleid en ruim voorzien van diagnostische faciliteiten en verpleegkundige ondersteuning). Voor bijvoorbeeld de managed care organisatie Kaiser Pemanente komt hier de effectieve integratie van schakels in de zorgketen bij. Ook in landen die een gezondheidszorgstelsel hebben dat meer dan dat van de VS op het Nederlandse lijkt, is het beschikbaar aantal bedden en de gemiddelde verpleegduur korter. De Engelse cijfers geven een aanwijzing dat het mogelijk is een groter deel van de zorg in dagverpleging uit te voeren. Al met al laat de internationale vergelijking zien dat er ruimte is voor een verdere verkorting van de verpleegduur en verschuiving naar dagverpleging. 4. FACTOREN VAN INVLOED OP DE VRAAG NAAR ZIEKENHUISZORG Ouderen maken per hoofd van de bevolking meer gebruik van ziekenhuiszorg dan jongeren. Veel, en vaak chronische, aandoeningen/ ziekten komen met name op latere leeftijd voor of leiden pas op hogere leeftijd tot gezondheidsproblemen. De kans dat verschillende aandoeningen gelijktijdig optreden (co-morbiditeit) neemt toe. Op zich zelf leidt dit, wanneer al het overige gelijk blijft, bij een toenemende vergrijzing van de bevolking, tot een toenemende zorgvraag. Blijft al het overige wel gelijk? Verschillende factoren zijn hierop van invloed 10 : - ontwikkelingen in de morbiditeit. Wat zijn de gevolgen van effectieve preventieve en curatieve interventies voor de zorgvraag? Hierover bestaan in hoofdlijnen twee visies. De eerste stelt dat effectieve preventieve acties en effectieve curatieve behandeling van acute levensbedreigende ziekten leiden tot een hogere prevalentie van chronische ziekten. De oudere heeft gedurende de gewonnen levensjaren een grotere kans afhankelijk te blijven van (medisch-specialistische) zorg. Tegenover deze pessimistische theorie van de expansie van de zorgvraag staat de optimistische 10 Van der Maas, 2000; Packer et al, 2000; Fries, Cbz/nr

17 compressietheorie: effectieve preventie, betere leef- en werkomstandigheden, betere voeding leiden tot meer gezonde levensjaren en een compressie van chronische aandoeningen in de laatste levensjaren; - ontwikkelingen in de medische en technologische mogelijkheden. Onbehandelbare aandoeningen worden behandelbaar. Diagnostische en therapeutische ingrepen worden steeds minder gevaarlijk en kunnen ook op steeds hogere leeftijd worden toegepast. Deze ontwikkeling leidt tot een toename van de vraag maar tegelijk tot een verdere verschuiving naar een ambulante behandeling; - culturele ontwikkelingen. De patiënt/consument wordt steeds mondiger en is beter geïnformeerd (door ondermeer ontwikkelingen in en toenemend gebruik van de informatietechnologie). De oudere van nu is geëmancipeerder en mondiger dan de oudere uit de vorige generaties; dit geldt ook voor de toekomstige oudere uit de babyboom generatie ten opzichte van de oudere van nu. Bovendien wordt de levensstijl van ouderen actiever. Aandoeningen aan het bewegingsapparaat en het gezichtsvermogen worden als te hinderlijk ervaren. Deze ontwikkelingen leiden tot een toename van de vraag; - ontwikkelingen in de context waarin ziekenhuizen functioneren. Met name de relatie met vervolgvoorzieningen in de zorgketen is hier van belang. In het bijzonder de gevolgen van het eerstgenoemde punt, (nieuwe) preventieve interventies en levensreddende behandelingen, is ongewis. De twee laatstgenoemde punten leiden tot een toename van de vraag per (oudere) inwoner. Als voorbeeld hart- en vaatziekten. Factoren die tot een daling van de behoefte leiden zijn: een gezondere levensstijl van de babyboom generatie; een toename van preventieve (farmacologische) behandelingen; Hier staan factoren die tot een toename van de behoefte leiden tegenover: groter bewustzijn onder de bevolking van de risico s van hart en vaatziekten leidt tot meer diagnostiek en vroege opsporing van afwijkingen wat op z n beurt leidt tot meer curatieve ingrepen; interventiecardiologische ingrepen worden op steeds hogere leeftijd toegepast. PTCA als minder belastend alternatief voor een by pass operatie kan leiden tot een toename van het aantal ingrepen; een patiënt die door een succesvolle ingreep een hartinfarct overleeft heeft een verhoogd risico op een nieuw infarct; dit leidt tot nieuwe ingrepen gericht op revascularisatie. Voor de medisch specialistische zorg lijkt de heersende opvatting onder epidemiologen te zijn dat de vraag per hoofd van de bevolking van een leeftijdsgroep op middellange termijn niet zal dalen. Een mogelijke omslag door preventieve screening en therapie wordt pas op langere termijn verwacht (genetische counseling, preventieve screening van risicogroepen in de bevolking, genetische therapieën). Wel kan een betere afstemming van de diverse schakels in de zorgketen leiden tot een doelmatiger gebruik van ziekenhuisbedden. De hiervoor genoemde factoren hebben ook de afgelopen jaren de ontwikkeling van het bedgebruik bepaald. Zij hebben voor alle leeftijdsgroepen geleid tot een daling van het aantal klinische opnamen en een gelijktijdige (grotere) toename van het aantal dagbehandelingen. Daarnaast is de verpleegduur jaar op jaar korter geworden. Een trendbreuk, een plotseling stoppen van deze trendmatige ontwikkeling, zal niet optreden. Evenmin kan deze trendmatige ontwikkeling tot in het oneindige doorgaan. Cbz/nr

18 5. SCENARIO S VOOR DE ONTWIKKELING IN DE BEHOEFTE De scenario s Om de grenzen van de mogelijke toekomstige ontwikkeling van de behoefte aan ziekenhuisbedden te onderzoeken zijn vijf scenario s uitgewerkt. In de scenario s worden de trends per leeftijdsgroep (de gemiddelde jaarlijkse procentuele verandering) voor het aantal opnamen per 1000 inwoners, de gemiddelde verpleegduur etc. van de afgelopen jaren doorgetrokken en geprojecteerd op de bevolking (omvang en leeftijdsverdeling) in een jaar in de toekomst. De scenario s verschillen in: - het aantal jaren dat teruggekeken wordt voor de berekening van de trends: de periode of de periode ; - de veronderstelling ten aanzien van het aantal jaren dat de waargenomen trends per leeftijdsgroep zich na 2001 voortzetten: 2005, 2010 of Het bedgebruik is bepaald voor de jaren 2010 en In de eerste drie scenario s wordt uitgegaan van de trends per leeftijdsgroep van de periode In scenario 1 wordt aangenomen dat deze trends zich nog 4 jaar (tot 2005) voortzetten. Voor deze periode bepalen dus zowel de trendmatige ontwikkeling per leeftijdsgroep als de demografische ontwikkeling de vraag. Voor de daaropvolgende 5 jaar, dus tot 2010, bepaalt alleen de demografische ontwikkeling de vraag (in de grafieken zijn dit stippellijnen). In scenario 2 wordt ervan uitgegaan dat de trends per leeftijdsgroep van de afgelopen 5 jaar zich nog tot 2010 voortzetten. In de daaropvolgende 5 jaar bepaalt alleen de demografische ontwikkeling de ontwikkeling in de vraag (stippellijn in de grafiek). In scenario 3 wordt verondersteld dat de trendmatige ontwikkelingen per leeftijdsgroep van de afgelopen vijf jaar tot 2015 doorgaan. In het 4 e en 5 e scenario wordt uitgegaan van de trends per leeftijdsgroep uit de periode In scenario 4 wordt aangenomen dat de trendmatige ontwikkelingen per leeftijdsgroep zich 9 jaar, tot 2010, voortzetten. Voor deze periode is dus zowel de trendmatige ontwikkeling per leeftijdsgroep als de demografische ontwikkeling bepalend voor de verandering in de vraag. Voor de periode tussen 2010 en 2015 bepaalt alleen de demografische ontwikkeling de ontwikkeling in de vraag. In het 5 e scenario tenslotte worden de trends per leeftijdsgroep uit de periode doorgetrokken tot Eén en ander is weergegeven in de hierna te bespreken figuren op volgende pagina s. De figuren laten zien dat voor de kliniek het effect van de trendmatige verkorting van de verpleegduur en de daling van de opnamecoëfficienten per leeftijdsgroep sterker is dan het vraagverhogende effect van de verandering in de leeftijdssamenstelling van de bevolking. Het gecombineerde effect van de trendmatige en demografische ontwikkeling is een daling (de vaste lijnen); de demografische ontwikkeling alleen zorgt voor een stijging (de stippellijnen). Voor de dagverpleging geldt het omgekeerde. Het effect van de trendmatige stijging van het aantal dagopnamen is veel groter dan het effect van de vergrijzing van de bevolking alleen. Bezettingsgraad verpleegafdeling Cbz/nr

19 Voor de bepaling van de acceptabele gemiddelde bezettingsgraad van een verpleegafdeling is van belang: - een lagere bezettingsgraad van de afdelingen voor intensieve zorg; - een lagere bezettingsgraad tijdens de weekeinden en op feestdagen; - seizoensschommelingen. Rekening houdend met deze factoren kan gemiddeld voor een ziekenhuis uitgegaan worden van een acceptabele bezettingsgraad 85%. In de verpleegdagen volgens de hier gebruikte registratie van Prismant zitten dubbeltellingen door het tellen van zowel opname als ontslagdag als verpleegdag. De met deze gegevens berekende acceptabele bezettingsgraad is hierdoor hoger dan de genoemde 85%. Door de daling van het bedgebruik in toto neemt het aandeel van de intensieve zorg toe Hier staat tegenover dat het aantal dubbeltellingen groter wordt met de toename van het aantal opnamen per bed als gevolg van de voortgaande verkorting verpleegduur In de scenario s wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 90% op basis van de hier gebruikte registratiegegevens, wat overeenkomt met een feitelijke bezettingsgraad van 80-85%. Dagverpleging Voor de dagverpleging wordt uitgegaan van een openstelling gedurende 250 dagen per jaar. Daarnaast is voor de bepaling van het benodigd aantal bedden van belang het aantal patiënten dat gemiddeld genomen per dag op één bed kan worden opgenomen. Hiervoor is van belang het aantal uren dat een dagopname duurt en de openstellingstijd van de afdeling. Daarnaast bepaalt de organisatie van de patiëntenstromen in het ziekenhuis (afstemming schakels in het zorgproces) de benutting van de dagverplegingsplaatsen. Meer dan één patiënt per bed per dag is mogelijk. Voor de uitwerking van de scenario s wordt vooralsnog uitgegaan van gemiddeld 2 per dag. Een hoger aantal lijkt niet onmogelijk. De uitkomsten In deze paragraaf worden de uitkomsten beschreven, in de volgende paragraaf worden ze geëvalueerd. Voor 2010 komen de scenario s uit op een benodigd aantal bedden voor de kliniek en dagverpleging samen van tenminste 1,7 (voor de scenario s 2 en 3) en ten hoogste 2,0 (voor de andere drie scenario s). Voor 2015 is het benodigd aantal bedden tenminste 1,7 volgens scenario 3 en ten hoogste 2,3 volgens scenario 5. In beide scenario s worden de historische trends per leeftijdsgroep tot 2015 doorgetrokken en geprojecteerd op leeftijdssamenstelling van de bevolking in dat toekomstig jaar. De uitkomsten van de andere scenario s, waarbij de trends tot 2010 zijn doorgetrokken en voor de daarop volgende vijf jaar alleen de ontwikkeling in de leeftijdssamenstelling van de bevolking de ontwikkeling van de vraag bepaalt, liggen er tussen in. In figuur 5 wordt de ontwikkeling van het benodigd aantal bedden tot 2015 volgens de scenario s weergegeven. Cbz/nr

20 Figuur 5 scenario s voor de ontwikkeling van het benodigd aantal bedden voor kliniek en dagverpleging samen per 1000 inwoners tot 2015 benodigd aantal bedden kliniek + dagverpleging per 1000 inwoners 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1, scenario 1 scenario 2 scenario 3 scenario 4 scenario 5 De scenario s voor 2015 (de scenario s 2 t/m 5) worden nu nader beschouwd. Het minimum en maximum scenario Scenario 3 gaat uit van de trends in de periode en resulteert in de laagste bedratio in Scenario 5 gaat uit van de trends sinds 1991 en resulteert in het hoogste aantal bedden per 1000 inwoners in De twee scenario s verschillen in hoofdzaak in de ontwikkeling van het aantal dagopnamen per 1000 inwoners, in mindere mate in de ontwikkeling van het aantal klinische opnamen per 1000 inwoners en slecht in geringe mate in de ontwikkeling van de gemiddelde verpleegduur. Tussen 2001 en 2015 daalt het aantal opnamen per 1000 inwoners volgens scenario 3 sterker dan volgens scenario 5. In scenario 3 met ruim 2% per jaar en in scenario 5 met minder dan 1% per jaar. Dit verschil komt doordat het aantal opnamen per 1000 inwoners in de in de periode nog licht steeg en pas daarna gaat dalen. Scenario 3 neemt alleen laatstgenoemde periode mee. Figuur 6 op de volgende pagina illustreert één en ander. Voor het benodigd aantal bedden is echter veel belangrijker het verschil in ontwikkeling van de dagverpleging voor de twee scenario s. Volgens scenario 5 blijft het aantal dagopnamen per 1000 inwoners explosief toenemen: van 61 naar 407 per 1000 inwoners tussen 2001 en Dit is een stijging van gemiddeld 14,5% per jaar waarvan slechts 0,5% voor rekening van de vergrijzing van de bevolking komt. In de trend voor het aantal dagopnamen van dit scenario is de enorme stijging in de periode verdisconteerd. Volgens scenario 3 stijgt het aantal dagopnamen per 1000 inwoners minder maar toch nog naar 225 opnamen per 1000 inwoners in Cbz/nr

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG

Nadere informatie

Analyse ontwikkelingen in de afgelopen jaren en scenario s voor de ontwikkelingen tot 2020

Analyse ontwikkelingen in de afgelopen jaren en scenario s voor de ontwikkelingen tot 2020 Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Centrum Zorg en Bouw Churchilllaan 11 Utrecht TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01236

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting. Feiten en cijfers Uitgave van de Nederlandse Hartstichting November 211 Beroerte Definitie Beroerte (in het Engels Stroke ), ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten/ziekte (CVA),

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling Forse daling sterfte Trends in sterfte en ziekenhuisopnamen Meer ziekenhuisopnamen Sterfte neemt af 12 Meer kankerpatiënten Meer nieuwe gevallen, minder sterfte Grootste sterfte door longkanker Sterke

Nadere informatie

Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1

Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1 Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1 Inleiding Hoe functioneren mensen en welke chronische aandoeningen hebben ze? Wat willen ze? Wat kunnen

Nadere informatie

Opzet van het gezondheidszorgsysteem (paragraaf 1) Ziekenhuiszorg aanbod en productie (paragraaf 2) Ziekenhuiszorg prestaties (paragraaf 3)

Opzet van het gezondheidszorgsysteem (paragraaf 1) Ziekenhuiszorg aanbod en productie (paragraaf 2) Ziekenhuiszorg prestaties (paragraaf 3) Opzet van het gezondheidszorgsysteem (paragraaf 1) Globale systeemvergelijking Ziekenhuiszorg aanbod en productie (paragraaf 2) Aanbod Productie Ziekenhuiszorg prestaties (paragraaf 3) Kwaliteit Toegankelijkheid

Nadere informatie

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011 cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 211 Sterfte bij vrouwen en mannen Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke oorzaak van overlijden

Nadere informatie

Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 29689 Herziening Zorgstelsel 31016 Ziekenhuiszorg Nr. 623 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 juni 2015 Hierbij

Nadere informatie

Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad

Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad Samenvattende notitie over Dementie (april 2002) ter voorbereiding op signaleringsrapport Op tijd bouwen voor ouderen, College bouw ziekenhuisvoorzieningen

Nadere informatie

ZO Brabant (Kempen) WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014

ZO Brabant (Kempen) WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014 WMO-subregio: ZO Brabant (Kempen) Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s 1/9 De effecten van langer thuis wonen in de V&V 1. De komende jaren (2014-2020) krijgen instellingen

Nadere informatie

Gooi- en Vechtstreek. WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014

Gooi- en Vechtstreek. WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014 WMO-subregio: Gooi- en Vechtstreek Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s 1/9 De effecten van langer thuis wonen in de V&V 1. De komende jaren (2014-2020) krijgen instellingen

Nadere informatie

INVESTEREN IN WONEN, WELZIJN EN ZORG. www.aimtrack.nl PAUL REIJN & AUKE VLONK

INVESTEREN IN WONEN, WELZIJN EN ZORG. www.aimtrack.nl PAUL REIJN & AUKE VLONK BEVOLKINGSPROGNOSES ESSENTIEEL VOOR INVESTEREN IN WONEN, WELZIJN EN ZORG www.aimtrack.nl PAUL REIJN & AUKE VLONK SEMINAR BEVOLKINGSPROGNOSES IN THEORIE, BELEID EN PRAKTIJK 6 OKTOBER 2015, CBS, DEN HAAG

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33704 29 november 2013 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z,

Nadere informatie

De toekomst van de zorg in een vergrijzende samenleving

De toekomst van de zorg in een vergrijzende samenleving De toekomst van de zorg in een vergrijzende samenleving Nieuwe visie op zorg noodzakelijk! Stijgende vraag naar zorg Kostengroei Grote vraag naar zorgpersoneel Verwachtingen burgers Meer eigen regie in

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Cijfers over dementie

Cijfers over dementie Cijfers over dementie Inleiding Door de demografische ontwikkelingen neemt het aantal mensen met dementie de komende decennia sterk toe. Mensen worden steeds ouder en er komen meer ouderen. Omdat dementie

Nadere informatie

JAARVERSLAGENANALYSE 2014 SECTORRAPPORT ZIEKENHUIZEN

JAARVERSLAGENANALYSE 2014 SECTORRAPPORT ZIEKENHUIZEN JAARVERSLAGENANALYSE 2014 SECTORRAPPORT ZIEKENHUIZEN Een analyse van de financiële positie, uitgaven, capaciteit en productie juni 2015 Intrakoop, de inkoopcoöperatie van de zorg Verstegen, accountants

Nadere informatie

Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie

Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie Project: 0468 In opdracht van: Zorgverzekeraars Nederland Auteur: Philip Mokveld/Marieke Smit Datum: 23 mei 2007 Vektis BV Sparrenheuvel 18 3708

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Evaluatie aspecten verplicht eigen risico 2012 en 2013

Evaluatie aspecten verplicht eigen risico 2012 en 2013 Rapportage Evaluatie aspecten verplicht eigen risico 2012 en 2013 - Betalingsregelingen eigen risico Zvw - Sturing met eigen risico 13 mei 2014 Rapport evaluatie aspecten verplicht eigen risico 2012 en

Nadere informatie

Informatie bijeenkomst

Informatie bijeenkomst Informatie bijeenkomst De zorg geborgd in Noord en Oost Groningen 9 september 2013 Agenda informatiebijeenkomst 9 september 1) Opening 2) Terugkijken werkconferentie 26 april 3) Impressie data-analyse

Nadere informatie

Vastgesteld door College bouw ziekenhuisvoorzieningen op 26 november 2001

Vastgesteld door College bouw ziekenhuisvoorzieningen op 26 november 2001 SIGNALERINGSRAPPORT inzake BEREKENINGSMETHODIEK NORMATIEVE VLOEROPPERVLAKTE ALTERNATIEF VOOR PARAMETER BED SECTOR ZIEKENHUIZEN Uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Vastgesteld

Nadere informatie

Facts & Figures Dementie

Facts & Figures Dementie Facts & Figures Dementie Inleiding Door de demografische ontwikkelingen neemt het aantal mensen met dementie de komende decennia sterk toe. Mensen worden steeds ouder en er komen meer ouderen. Omdat dementie

Nadere informatie

Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door

Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door Kinderopvang tot 2015: krimp en yuppificatie zet door Utrecht, 20 april 2012 Buitenhek Management & Consult Winthontlaan 200 Postbus 85183 3508 AD Utrecht T +030 287 59 59 F +030 287 59 60 info@buitenhek.nl

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 1 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) noemt het opvallend dat het aantal abortussen vanaf 20 weken is toegenomen en veronderstelt dat dit verband houdt met de

Nadere informatie

Ontwikkeling van de zorgbehoefte van de Regio Nederland van de Zusters Franciscanessen van de H. Familie

Ontwikkeling van de zorgbehoefte van de Regio Nederland van de Zusters Franciscanessen van de H. Familie Ontwikkeling van de zorgbehoefte van de Regio Nederland van de Zusters Franciscanessen van de H. Familie De feitelijke situatie per 1 januari 2001 en een prognose tot het jaar 2016 Memorandum 319c januari

Nadere informatie

Wonen met Zorg in de anticipeerregio s

Wonen met Zorg in de anticipeerregio s Wonen met Zorg in de anticipeerregio s Inleiding In de komende decennia zal de bevolkingssamenstelling veranderen en zal het aandeel ouderen in de bevolking toenemen. Indien nu al bekend is hoeveel ouderen

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

Oefencase Gupta Strategists

Oefencase Gupta Strategists Oefencase Gupta Strategists Versie: juli 2012 Inleiding De oefencase in dit document helpt je om te begrijpen wat je van een case-interview kan verwachten. Er zijn zeker verschillende soorten case-interviews,

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Kant (SP) over de inkomensachteruitgang van remigranten (2050609700).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Kant (SP) over de inkomensachteruitgang van remigranten (2050609700). Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag DBO-K-U-2669635

Nadere informatie

Aardverschuiving in de chronische zorg, diseasemanagement een kans!

Aardverschuiving in de chronische zorg, diseasemanagement een kans! Aardverschuiving in de chronische zorg, diseasemanagement een kans! Eric Koster Clustercoördinator chronische ziekten en screeningen, directie Publieke Gezondheid Lid kernteam Inhoud 1. Aanleiding 2. Aanpak

Nadere informatie

Zorg om de zorg. Paul Schnabel. Amsterdam, 9 oktober 2013 Universiteit Utrecht

Zorg om de zorg. Paul Schnabel. Amsterdam, 9 oktober 2013 Universiteit Utrecht Zorg om de zorg Paul Schnabel Amsterdam, 9 oktober 2013 Universiteit Utrecht Hoe rijker het land Hoe duurder de zorg! 16-18% BBP VS! 13-14% BBP Nederland! 10-12% BBP BRD, Frankrijk, Canada, Zwitserland,

Nadere informatie

resultaten Vacature-enquête

resultaten Vacature-enquête resultaten Vacature-enquête voorjaar 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Vacatures maart 2014 4 3. Vacatures per sector 5 4. Conclusies 11 Bijlage 1 Tabellen 12 Kenmerk: Project: 81110 Juni 2014 1. Inleiding

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 23 oktober 29, week 43 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) verdubbeld

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten

Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten September 2013 Door: N. Rosendaal Introductie Amsterdam (A), Den Haag (DH), Rotterdam (R), en Utrecht (U) vormen samen de vier grootste steden

Nadere informatie

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop VLUGSCHRIFT Bevolkingsprognose gemeente Groningen - Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop Inleiding De omvang en samenstelling van de bevolking van de gemeente Groningen

Nadere informatie

Zorggebruik en zorgkosten in de afgelopen 25 jaar. Onno van Hilten 27 maart 2013 Seminar Vergrijzing, zorgvraag en zorgkosten

Zorggebruik en zorgkosten in de afgelopen 25 jaar. Onno van Hilten 27 maart 2013 Seminar Vergrijzing, zorgvraag en zorgkosten Zorggebruik en zorgkosten in de afgelopen 25 jaar Onno van Hilten 27 maart 2013 Seminar Vergrijzing, zorgvraag en zorgkosten 1985 1987 1989 1991 1993 1995 1997 1999 2001 2003 2005 2007 2009 450 Exploderende

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl SIGNALERINGSRAPPORT inzake WONEN EN ZORG OP MAAT Uitgebracht

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Zelfmanagement versus professionele zorg?

Zelfmanagement versus professionele zorg? Zelfmanagement versus professionele zorg? Vitale Toekomst van de Nederlandse Gezondheidszorg Marc Berg Het probleem: excess growth Gemiddelde jaarlijkse groei uitgaven welzijns- en gezondheidszorg, 2000-2010

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Congres ziekenhuispsychiatrie

Congres ziekenhuispsychiatrie Congres ziekenhuispsychiatrie Het belang van integrale zorg psychiatrie & somatiek belicht vanuit de visie van de zorgverzekeraar 7 november 2013 Anouk Mateijsen Regio manager, Achmea Divisie Zorg & Gezondheid

Nadere informatie

Inhoud. Doel en uitgangspunten Aanpak en gegevensverzameling Resultaten Tot slot

Inhoud. Doel en uitgangspunten Aanpak en gegevensverzameling Resultaten Tot slot Onderzoek naar potentiële besparingen van innovatieve complexe wondzorg September 2014 Transform to the power of digital Inhoud Doel en uitgangspunten Aanpak en gegevensverzameling Resultaten Tot slot

Nadere informatie

6/11/2012. Wat is case management? Case management. Case management en ontslagmanagement in algemene en psychiatrische ziekenhuizen

6/11/2012. Wat is case management? Case management. Case management en ontslagmanagement in algemene en psychiatrische ziekenhuizen Case management en ontslagmanagement in algemene en psychiatrische ziekenhuizen Prof. Dr. Philip Moons Eva Goossens Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap KU Leuven Wat is case management? Management:

Nadere informatie

Rapport. Cardiovasculair risicomanagement. Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010

Rapport. Cardiovasculair risicomanagement. Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010 Rapport Cardiovasculair risicomanagement Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010 Colofon Auteur Daniëlla Theunissen, apotheker Met medewerking van Marianne Nijpels, apotheker Illustratie Len Munnik september

Nadere informatie

Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten. Dung Ngo MSc 15 december 2010

Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten. Dung Ngo MSc 15 december 2010 Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten Dung Ngo MSc 15 december 2010 Achtergrond van het onderzoek Levensverwachting in NL laatste jaren met >2 jaar toegenomen Echter, vergeleken

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Rapportage BPV-plaatsen RBB 2011/2012

Rapportage BPV-plaatsen RBB 2011/2012 Rapportage BPV-plaatsen RBB Samenvatting In het schooljaar zijn in de regio ruim 2.100 BPV-plaatsen (BeroepsPraktijkVorming/stages) gematcht in de zorgsector door het RBB. Het gaat hier om de opleidingen

Nadere informatie

Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care?

Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care? Symposium Towards an evidence-based Workforce Planning in Health Care? Sodehotel La Woluwe 25/04, 09u-13u. Symposium - Towards an evidence-based Workforce Planning in Healthcare. Hoe is het dreigende huisartsentekort

Nadere informatie

Huisartsen opnamebedden

Huisartsen opnamebedden Huisartsen opnamebedden Een passend antwoord voor de toekomst van de eerste lijn? Jaap Morgenstern Huisarts in Heerde Introductie Het begon met frustratie.. Wat is het probleem? Hoe zorgen we dat de tweede

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Bevolkingsprognose Deventer 2015 Bevolkingsprognose Deventer 2015 Aantallen en samenstelling van bevolking en huishoudens Augustus 2015 augustus 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 0570 693298 Mail

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Regionale VTV 2011 Ziekten in de toekomst Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen, GGD Hart voor

Nadere informatie

Toekomstverkenning voor de branche Algemene en categorale ziekenhuizen. Vraag en aanbod van verplegend en verzorgend personeel 2015-2019

Toekomstverkenning voor de branche Algemene en categorale ziekenhuizen. Vraag en aanbod van verplegend en verzorgend personeel 2015-2019 Toekomstverkenning voor de branche Algemene en categorale ziekenhuizen Vraag en aanbod van verplegend en verzorgend personeel 2015-2019 September 2015 Willem van der Windt Ineke Bloemendaal 1 Doel van

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 6 november 29, week 45 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) wederom

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Besluit van houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met de aanpassing van het verplicht eigen risico en de uitbreiding van de groep verzekerden met meerjarige, onvermijdbare zorgkosten

Nadere informatie

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Margit K Kooijman, Ilse CS Swinkels, Chantal J Leemrijse. Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing.

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

Inleiding. Allergische IgE-gemedieerde aandoeningen, zoals waterige rhinoconjunctivitis, asthma bronchiale en constitutioneel eczeem, komen

Inleiding. Allergische IgE-gemedieerde aandoeningen, zoals waterige rhinoconjunctivitis, asthma bronchiale en constitutioneel eczeem, komen Inleiding R. Gerth van Wijk. Inleiding Allergie wordt wel eens de ziekte van de 2 e eeuw genoemd. Deze uitspraak berust op de hoge en toegenomen prevalentie van allergische aandoeningen en de associatie

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie Notitie De vraag naar logopedie datum 24 mei 2016 aan van Marliek Schulte (NVLF) Robert Scholte en Lucy Kok (SEO Economisch Onderzoek) Rapport-nummer 2015-15 Kunnen ontwikkelingen in de samenstelling en

Nadere informatie

Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam

Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam TNO-rapport KvL/P&Z 2009.010 Enige prognoses betreffende dementie in de jaren 2007 tot 2030 in Amsterdam Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18 F

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Postbus 1 3430 AA Bezoekadres Martinbaan 2 3439 NN www.nieuwegein.nl Communicatie, Juridische & Personeelszaken Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011 Raadsnummer Datum 7 mei 2012 Auteur Tineke Brouwers Versie

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Werkloosheid nauwelijks veranderd

Werkloosheid nauwelijks veranderd Persbericht Pb14-084 18-12-2014 09.30 uur Werkloosheid nauwelijks veranderd - Werkloosheid blijft 8 procent - Meer mensen aan het werk in de afgelopen drie maanden - Aantal WW-uitkeringen met 6 duizend

Nadere informatie

Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg.

Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg. Eigen regie en eigen verantwoordelijkheid in de (ouderen) zorg. Joop Blom, voorzitter commissie Zorg en Welzijn en Wonen VOOR: Gepensioneerden AGRIFIRM 24 en 26 maart 2015. Kort filmpje over mijn voettocht

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34233 28 november 2014 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z,

Nadere informatie

DE OUDERE BESTAAT NIET!!

DE OUDERE BESTAAT NIET!! DE OUDERE BESTAAT NIET!! Barend van Dijk Divisie Zorg en Gezondheid 27 maart 2013 1 http://www.youtube.com/watch?feature=endscreen&v=wuptqo31kiq&nr=1 1950 2011 2050 Komende 20 jaar wordt Nederlandse bevolking

Nadere informatie

Compensatie eigen risico is nog onbekend

Compensatie eigen risico is nog onbekend Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (M. Reitsma-van Rooijen, J. de Jong. Compensatie eigen risico is nog onbekend Utrecht: NIVEL, 2009) worden gebruikt. U

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

WMO-huishoudelijke hulp in natura Ontwikkelingen in Nijmegen. Analyse en vooruitblik

WMO-huishoudelijke hulp in natura Ontwikkelingen in Nijmegen. Analyse en vooruitblik WMO-huishoudelijke hulp in natura Ontwikkelingen in Nijmegen Analyse en vooruitblik Afdeling Onderzoek en Statistiek 8 maart 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Ontwikkeling 2008-2011, de cijfers...

Nadere informatie

Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg

Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg Ruimte voor substitutie? Verschuivingen van tweedelijns naar eerstelijnszorg CE van Dijk, JC Korevaar, JD de Jong, B Koopmans, M van Dijk, DH de Bakker Presentatie, 20 maart 2014. Dr. JC Korevaar, programmaleider

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief

Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief - Werkzame preventie door het leven heen - (To Do or not To Do) Openbare les Ton Bakker lector Functiebehoud bij Ouderen in Levensloopperspectief 9 oktober

Nadere informatie

BREEK VERZORGINGSHUIZEN

BREEK VERZORGINGSHUIZEN BREEK VERZORGINGSHUIZEN NIET AF ST ERK GROEIENDE V RAAG NAAR INTENSIEVE ZORG VRAAGT OM BE- H O UD VASTGOED Auteur Henk Nouws Ruimte voor zorg bv Research en advies in wonen en zorg Postbus 2038, 3800 CA

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief

5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief 5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief 5.1 Vergelijking van bruto wettelijk minimumjeugdlonen Ook andere landen kennen minimumjeugdlonen. In de helft van de OESO-landen is dat het

Nadere informatie

Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013

Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013 Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013 1 2 Trap des ouderdoms in de Gouden Eeuw In de Gouden Eeuw lieten de rijken geïllustreerde voorstellingen maken

Nadere informatie

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Research Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren

Nadere informatie

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) Juni 2004 INLEIDING Voor u ligt een stappenplan dat gebaseerd is op de CBO-richtlijn

Nadere informatie

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd Persbericht Pb14-070 20 november 2014 09.30 uur Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd - Meer mensen aan het werk - Aantal WW-uitkeringen vrijwel onveranderd - WW-uitkeringen toegenomen vanuit seizoengevoelige

Nadere informatie

Turkije op termijn meeste inwoners EU GIJS BEETS

Turkije op termijn meeste inwoners EU GIJS BEETS dem s Jaargang 20 Maart 2004 ISSN 0169-1473 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving 3 inhoud 17 Turkije op termijn meeste inwoners

Nadere informatie

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN APRIL 213 INHOUD Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 212 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de soa-centra, aangiftecijfers,

Nadere informatie

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur 12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur De Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR) is een deels gecorrigeerde maat voor ziekenhuissterfte bij 50 diagnosegroepen (de zogenoemde

Nadere informatie

Zorg voor innovatie! Sneller Beter - Innovatie en ICT in de curatieve zorg

Zorg voor innovatie! Sneller Beter - Innovatie en ICT in de curatieve zorg Zorg voor innovatie! Bijlage Sneller Beter - Innovatie en ICT in de curatieve zorg Bijlage eindrapportage KPN juni 2006 Dit is een bijlage bij het rapport Zorg voor innovatie! Innovatie en ICT in de curatieve

Nadere informatie

Visie op zorg: marktwerking anno nu

Visie op zorg: marktwerking anno nu Visie op zorg: marktwerking anno nu 5 juni 2014 Stelling: Zonder samenwerking geen verandering in de zorg Agenda Visie op ziekenhuiszorg Aanpak transitie Toekomst: innovatie en preventie 2 Visie op ziekenhuiszorg

Nadere informatie

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe, G. Waverijn

Nadere informatie

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Friesland

De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio Friesland De arbeidsmarkt voor leraren po 2015-2020 Regio datum 16 maart 2015 auteurs dr. Hendri Adriaens dr.ir. Peter Fontein drs. Marcia den Uijl CentERdata, Tilburg, 2015 Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum)

DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum) DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum) DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN Bouwmaatstaven inzake: - epilepsiecentrum

Nadere informatie

Verwerking wet Verlenging Loondoorbetaling bij Ziekte in CEP 2004

Verwerking wet Verlenging Loondoorbetaling bij Ziekte in CEP 2004 CPB Memorandum Sector : 2 Afdeling/Project : Sociale Zekerheid Samensteller(s) : Hans Stegeman Nummer : II/2004/03 Datum : 22 maart 2004 Verwerking wet Verlenging Loondoorbetaling bij Ziekte in CEP 2004

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING kaarten 1 en 2 Spreiding allochtonen in Den Haag kaart 1 kaart 2 uit Indonesië totaal

Nadere informatie