1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DELOITTE ACCOUNTANTS B.V., gevestigd te Rotterdam,

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DELOITTE ACCOUNTANTS B.V., gevestigd te Rotterdam,"

Transcriptie

1 vonnis RECHTBANK AMSTERDAM sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: / HA ZA Vonnis van in de zaak van de stichting STICHTING ONDERZOEK BEDRIJFS INFORMATIE SOBI, gevestigd te Amsterdam, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in de (onvoorwaardelijke) bevoegdheidsincidenten en in het (voorwaardelijke) vrijwaringsincident, advocaat mr. O.L.M. Heuts, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DELOITTE ACCOUNTANTS B.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het (onvoorwaardelijke) bevoegdheidsincident en in het (voorwaardelijke) vrijwaringsincident, advocaat mr. C.M. Harmsen, 2. de vennootschap naar vreemd recht DELOITTE & TOUCHE LLP, gevestigd te New York (Verenigde Staten van Amerika), gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het bevoegdheidsincident, advocaat eerst mr. J.F. Garvelink, vervolgens mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, thans wederom mr. J.F. Garvelink, 3. ADRIAAN MICHIEL MEURS, wonende te Bussum, gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het bevoegdheidsincident, advocaat mr. P.A.M. Witteveen. Partijen zullen hierna SOBI, Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de gelijkluidende dagvaardingen van 22 en 27 februari 2008, met producties; - de akte houdende overlegging producties, met producties;

2 2 - de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, voorwaardelijke incidentele conclusie houdende oproeping in vrijwaring, met producties, van Deloitte Nederland; - de incidentele conclusie tot onbevoegdheid, met producties, van Deloitte USA; - de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties, van Meurs; - de incidentele conclusie van antwoord, met producties; - de conclusie van repliek in het bevoegdheidsincident en conclusie van repliek in het voorwaardelijke incident tot oproeping in vrijwaring, met producties, van Deloitte Nederland; - de conclusie van repliek in het bevoegdheidsincident, met producties, van Deloitte USA; - de incidentele conclusie van repliek, met producties, van Meurs; - de incidentele conclusie van dupliek, met producties; - de akte houdende uitlating producties in het bevoegdheidsincident, tevens houdende verzoek om pleidooi in het incident, met een productie, van Deloitte Nederland; - de akte uitlating producties en wijziging van eis, van Deloitte USA; - het proces-verbaal van het op 2 december 2009 gehouden pleidooi Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2. De feiten in het incident Ahold 2.1. Koninklijke Ahold N.V. (hierna: Ahold) is de houdstervennootschap van een internationale groep van vennootschappen die hun bedrijf maken van de distributie, inkoop en verkoop van voeding(smiddelen) en daaraan gerelateerde producten en diensten. De aandelen in haar kapitaal zijn in Nederland en in de Verenigde Staten van Amerika aan de beurs genoteerd Meurs is in 1997 als Chief Financial Officer (CFO) toegetreden tot de Raad van Bestuur van Ahold. USF 2.3. Ahold heeft per 1 april 2000 alle geplaatste aandelen in het kapitaal van U.S. Foodservice, Inc. (hierna: USF) verworven De financiële gegevens van USF zijn sindsdien door Ahold opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening. Deloitte 2.5. Deloitte USA, een accountantskantoor, heeft in opdracht van USF haar cijfers over de boekjaren 2000 en 2001 naar US GAAP (Generally Accepted Accounting Principles) en US GAAS (Generally Accepted Auditing Standards) gecontroleerd en van een goedkeurende verklaring voor consolidatiedoeleinden voorzien.

3 Deloitte Nederland, eveneens een accountantskantoor, heeft in opdracht van Ahold, mede op basis van de door Deloitte USA gecontroleerde cijfers van USF, de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold over de boekjaren 2000 en 2001 naar Nederlandse voorschriften gecontroleerd en van een goedkeurende verklaring voorzien. Opnieuw USF 2.7. Een door Ahold uitgegeven persbericht, gedateerd 24 februari 2003, luidt, voor zover hier van belang: Ahold verwacht aanzienlijk lagere winst over 2002 ( ) Ahold heeft vandaag bekendgemaakt dat de nettowinst en de winst per aandeel volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen en Amerikaanse waarderingsgrondslagen (resp. Dutch GAAP en US GAAP) aanzienlijk lager zullen uitvallen dan de uitgesproken verwachting voor het boekjaar dat afliep op 29 december De oorzaak hiervan is gelegen in overwaardering van inkomsten in verband met programma s voor promotionele bijdragen bij U.S. Foodservice. Momenteel is het onderzoek naar deze situatie in volle gang. Op grond van voorlopige bevindingen verwacht de onderneming dat de overwaardering van het operationeel resultaat over de periode van boekjaar 2001 tot en met boekjaar 2002 de USD 500 miljoen zal overschrijden, waarbij het merendeel van dit bedrag valt in het verwachte operationele resultaat over het boekjaar Vanwege de tot dusverre waargenomen overwaardering zullen de jaarrekening van 2001 en de interimcijfers over de eerste drie kwartalen van 2002 van Ahold moeten worden herzien. ( ) Als gevolg van de hiervoor genoemde ontwikkelingen, en met name vanwege de noodzaak tot afronden van de bijbehorende onderzoeken, heeft de onderneming de aangekondigde publicatie van de jaarcijfers van 2002 op 5 maart uitgesteld. De controlerende accountants van Ahold hebben de onderneming ook op de hoogte gebracht van hun uitstel van de controle van de jaarrekening 2002, hangende de afronding van deze onderzoeken. ( ) AANVULLENDE INFORMATIE Overwaardering U.S. Foodservice Tijdens de controle over het boekjaar 2002 bij U.S. Foodservice zijn recentelijk aanzienlijke onregelmatigheden in de boekhouding aan het licht gekomen, met betrekking tot het opnemen als inkomsten van bedragen van programma s voor promotionele bijdragen. Gebaseerd op de tot dusverre verkregen informatie, verwacht Ahold dat het operationele resultaat van U.S. Foodservice over boekjaar 2001 en het verwachte operationele resultaat over boekjaar 2002 zijn overgewaardeerd voor een bedrag van meer dan USD 500 miljoen, waarbij het merendeel van dit bedrag valt in het verwachte resultaat over boekjaar Het operationele resultaat van Ahold zal hierdoor afnemen met hetzelfde bedrag. De overwaardering leidt tot een correctie op de jaarrekeningen onder Dutch GAAP en US GAAP voor het boekjaar 2001 en voor de eerste drie kwartalen van het boekjaar Als gevolg van de complexiteit van programma s voor promotionele bijdragen loopt een diepgaand onderzoek om de exacte hoogte van de

4 4 overwaardering voor elke boekperiode te bepalen. De onregelmatigheden hebben geen invloed op de gerapporteerde netto-omzet van U.S. Foodservice. Zoals hierboven aangegeven, heeft het Audit Committee van Aholds Raad van Commissarissen een diepgaand onderzoek gelast, dat momenteel wordt uitgevoerd door onafhankelijke juristen en forensische accountants. Hangende de uitkomst van dit onderzoek zijn enkele senior executives van het inkoop- en marketingmanagement van U.S. Foodservice op non-actief gesteld. ( ) Herziene verwachting Voorafgaand aan het bekendmaken van de overwaardering van het resultaat van U.S. Foodservice was het resultaat van Ahold voor het boekjaar 2002 in lijn met de laatst gepubliceerde verwachting van 19 november Deze verwachting van de onderneming was een afname van de winst per aandeel van 6-8% exclusief afschrijving goodwill, bijzondere lasten en valuta-invloeden. Als gevolg van met name de overwaardering van inkomsten bij U.S. Foodservice, zullen het nettoresultaat van Ahold over 2002 en de winst per aandeel onder zowel Dutch GAAP als US GAAP aanzienlijk lager uitvallen dan eerder werd verwacht Ahold heeft toen ook bekendgemaakt dat onder anderen Meurs als lid van de Raad van Bestuur zou aftreden. De koers van de aandelen Ahold is hierna sterk gedaald. Class Action 2.9. Met het oog op een in de Verenigde Staten van Amerika (ten behoeve van door de fraude bij USF benadeelde beleggers Ahold) te starten Class Action naar Amerikaans recht tegen onder anderen Ahold, Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs heeft het United States District Court for the District of Maryland (hierna: de Amerikaanse rechtbank) op 3 november 2003 Lead Plaintiffs en een Lead Counsel for Plaintiffs aangewezen In de vervolgens gevoerde Class Action heeft de Amerikaanse rechtbank bij beslissingen van 21 december 2004 en 18 juni 2007 de vorderingen tegen Deloitte Nederland en Deloitte USA afgewezen. Op 5 januari 2009 heeft het United States Court of Appeals for the Fourth Circuit die beslissingen bekrachtigd. Geoordeeld is dat de stellingen van de Lead Plaintiffs niet de conclusie kunnen dragen dat Deloitte Nederland en Deloitte USA de Amerikaanse effectenwet- en regelgeving hebben geschonden. VEB Bij verzoekschrift van 12 februari 2004 heeft de Vereniging van Effectenbezitters (hierna: de VEB) namens een aantal aandeelhouders Ahold de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken binnen Ahold over de periode van 27 september 1997 tot en met 18 december Bij beschikking van 6 januari 2005 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen ter zake van drie kwesties: (i) de consolidatie van deelnemingen, (ii) de acquisitie van USF en het toezicht op de verbetering van de interne controlesystemen van USF en (iii) het toezicht van Ahold op de werkmaatschappijen voor zover betrekking hebbende op de interne controle van die maatschappijen en de rapportering daarover aan Ahold.

5 5 Opnieuw Class Action Onderhandelingen tussen de Lead Counsel for Plaintiffs, de VEB, Ahold, Meurs en anderen (maar niet Deloitte Nederland en Deloitte USA) hebben geleid tot een Amended Settlement Agreement (gewijzigde schikkingsovereenkomst), hierna: de Settlement Agreement Op 9 januari 2006 heeft de Amerikaanse rechtbank een (Proposed) Order certifying Class for Purposes of Settlement, Preliminary Approving Settlement and Proposed Plan of Allocation, Approving Form and Plan of Notice, approving the Notice Administrator and Claims Administrator, and scheduling a Settlement Fairness Hearing ((voorgesteld) bevel omtrent de class met het oog op een schikking, voorlopige goedkeuring van de schikking en het voorgestelde toewijzingsplan, de goedkeuringsverklaring en het kennisgevingsplan, waarbij de notice administrator en claims administrator worden goedgekeurd en een fairness hearing voor de schikking wordt gepland), hierna: de Preliminary Approval, gegeven De Settlement Agreement en de Preliminary Approval zijn door, althans namens, de betrokken partijen op grote schaal bekendgemaakt Bij Final Judgment and Order of Dismissal (definitief vonnis en bevel tot nietigverklaring), hierna: de Final Judgment, van 16 juni 2006 heeft de Amerikaanse rechtbank de Settlement Agreement definitief goedgekeurd. SOBI SOBI is tot het voeren van de onderhavige procedure gevolmachtigd door Stichting AHDeloitteClaim (hierna: Stichting AHDC) Stichting AHDC was ten tijde van het uitbrengen van de dagvaardingen door de in de bijlage bij de dagvaardingen genoemde (rechts)personen, mogelijk met uitzondering van Interpapier Agenturen B.V. (hierna: Interpapier), gemachtigd tot het voeren van de onderhavige procedure. Die (rechts) personen hebben (vrijwel) alle woonplaats in Nederland. 3. De vordering in de hoofdzaak 3.1. SOBI vordert dat de rechtbank bij vonnis, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (a) primair voor recht verklaart dat op de in de dagvaardingen omschreven zin een misleidende voorstelling is gegeven van de toestand van Ahold aangaande USF en dat Meurs op de voet van artikel 2:139 Burgerlijk Wetboek (BW) jegens Belanghebbenden B hoofdelijk aansprakelijk is voor hun daaruit voortvloeiende schade, alsmede enkel voor zover Stichting AHDC optreedt voor de Belanghebbenden B Meurs te veroordelen tot vergoeding van deze schade, welke schade is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente; subsidiair voor recht verklaart dat Meurs op de in de dagvaardingen omschreven zin onrechtmatig heeft gehandeld en op de voet van artikel 6:162 BW jegens Belanghebbenden B hoofdelijk aansprakelijk is voor

6 6 hun daaruit voortvloeiende schade, alsmede enkel voor zover Stichting AHDC optreedt voor de Belanghebbenden B Meurs te veroordelen tot vergoeding van deze schade, welke schade is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente; (b) voor recht verklaart dat Deloitte Nederland en Deloitte USA op de in de dagvaardingen omschreven zin onrechtmatig hebben gehandeld jegens Belanghebbenden A, B en C en op de voet van artikel 6:162 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor hun daaruit voortvloeiende schade, alsmede enkel voor zover Stichting AHDC optreedt voor de Belanghebbenden A, B en C Deloitte Nederland en Deloitte USA te veroordelen tot vergoeding van deze schade, welke schade is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente; (c) Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf acht dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening SOBI verzoekt bij incidentele conclusie van dupliek haar toe te staan haar eis in de hoofdzaak als volgt te wijzigen. In de eerste plaats wenst zij haar vorderingen ook in te stellen namens andere aandeelhouders dan reeds bij de dagvaarding vermeld alsmede namens houders van opties op aandelen Ahold. In de tweede plaats wenst zij haar eis uit te breiden in die zin dat zij ook op de voet van artikel 3:305a BW namens Stichting AHDC een vordering wenst in te stellen. 4. De vorderingen in de incidenten 4.1. Deloitte Nederland vordert dat de rechtbank bij incidenteel vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad (a) in het bevoegdheidsincident zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van SOBI en daarover uitspraak te doen, met veroordeling van SOBI in de kosten van het incident en de hoofdzaak; (b) in het voorwaardelijk vrijwaringsincident, indien en voor zover de rechtbank (i) zich bevoegd acht om kennis te nemen van de vorderingen van SOBI en daarover uitspraak te doen en (ii) bovendien oordeelt dat de Bar Order bepaling en de Judgment Reduction Credit bepaling in de Final Judgment niet afdwingbaar zijn in Nederland, te gelasten dat (i) Mark Bailin, woonplaats hebbende te Lisle, Illinois (Verenigde Staten van Amerika); (ii) Kenneth Bowman, woonplaats hebbende te Dallas, Texas (Verenigde Staten van Amerika); (iii) Timothy Daly, woonplaats hebbende te Spring, Texas (Verenigde Staten van Amerika); (iv) Peter Marion, woonplaats hebbende te East Greenwich, Rhode Island (Verenigde Staten van Amerika); (v) Gordon Redgatek, woonplaats hebbende te Chatham, New Yersey (Verenigde Staten van Amerika); (vi) Ritchie Langfield, woonplaats hebbende te Sisters, Oregon (Verenigde Staten van Amerika); (vii) Dale Schulz, woonplaats hebbende te Wayzata, Minnesota (Verenigde Staten van Amerika);

7 7 (viii) Larry Stone, woonplaats hebbende te Baltimore, Maryland (Verenigde Staten van Amerika); (ix) Rymer International Seafood Incorporated, gevestigd te Chicago (300 W. Washington St.), IL (Verenigde Staten van Amerika); (x) Michael Foods, Inc., gevestigd te Minnetonka (301 Carlson Parkway, Suite 400), MN (Verenigde Staten van Amerika); (xi) Maritime Seafood Processors, gevestigd te East Providence, 2266 Pawtucket Ave, RI (Verenigde Staten van Amerika); tegen een door de rechtbank te bepalen terechtzitting ten verzoeke van Deloitte Nederland zullen worden gedagvaard, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen; primair: met veroordeling van SOBI in de kosten van het voorwaardelijke incident; subsidiair: met hoofdelijke veroordeling van incidenteel verweerders in de kosten van het incident Deloitte USA vordert dat de Nederlandse rechter zich onbevoegd zal verklaren kennis te nemen van de vorderingen van SOBI en de door haar vertegenwoordigde aandeelhouders jegens Deloitte USA, zulks met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van SOBI in de proceskosten Meurs vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (i) zichzelf onbevoegd verklaart kennis te nemen van de in de dagvaarding vervatte vordering van Aandeelhouders B (vertegenwoordigd door SOBI) jegens Meurs; (ii) tussentijds appel toelaat indien de rechtbank deze exceptie van onbevoegdheid bij tussenvonnis afwijst; en (iii) SOBI zal veroordelen in de kosten van het geding, met bepaling dat deze kosten binnen veertien dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan SOBI van rechtswege in verzuim zal zijn Meurs, Deloitte Nederland en Deloitte USA hebben hebben bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis. 5. De hoofdzaak 5.1. De rechtbank stelt vast dat, zoals hiervoor onder is 2.18 overwogen, Stichting AHDC ten tijde van het uitbrengen van de dagvaardingen tot het voeren van de onderhavige procedure gemachtigd was door de in de bijlage bij de dagvaardingen genoemde (rechts)personen. Hieronder vallen dus niet C.A. Lopes Cardozo en L.C. Lopes Cardozo. Ook moet mogelijk een uitzondering gemaakt worden voor Interpapier nu van haar nog geen volmacht in het geding is gebracht en daarom nog niet duidelijk is of Stichting AHDC reeds ten tijde van het uitbrengen van de dagvaardingen door haar was gemachtigd. Daarmee werd, en wordt, ook de positie van SOBI in de onderhavige procedure bepaald. SOBI trad en treedt, via Stichting AHDC, onder het vermelde voorbehoud ten aanzien van Interpapier, in deze procedure op als gemachtigde van de in de bijlage bij de dagvaardingen genoemde (rechts)personen. Die (rechts)personen waren, en zijn, materieel procespartij; SOBI was, en is, de namens die personen optredende formele procespartij SOBI heeft vervolgens de grondslagen van haar eis in tweeërlei zin willen wijzigen. In de eerste plaats in die zin dat zij tevens wenst op te treden namens andere dan de meergenoemde (rechts)personen. SOBI stelt dat Stichting AHDC ook door die andere

8 8 (rechts)personen gemachtigd is tot het voeren van de onderhavige procedure en dat zij, SOBI, op haar beurt door Stichting AHDC ook in zoverre gemachtigd is. In de tweede plaats in die zin dat zij tevens op de voet van artikel 3:305a BW wenst op te treden namens Stichting AHDC. 5.3 De door SOBI verzochte wijziging van eis zal niet worden toegelaten. Weliswaar kan in rechte worden opgetreden door een gevolmachtigde die een rechtsvordering instelt op naam van een met name aangeduide volmachtgever, zoals SOBI hier door tussenkomst van Stichting AHDC voor de in de bijlage bij de dagvaardingen genoemde (rechts)personen doet, maar een eisende partij die niet al bij dagvaarding heeft gesteld mede op te treden voor een met name genoemde volmachtgever, kan niet hangende de procedure die hoedanigheid alsnog aannemen door haar eis te veranderen (Hoge Raad 2 april 1993, LJN: ZC0919) In de dagvaardingen deelt SOBI de in de bijlage genoemde (rechts)personen (hierna: de materiële eisers), volgens haar allen benadeelde aandeelhouders Ahold, als volgt in: - aandeelhouders die door akkoord te gaan met en deel te nemen aan de Settlement Agreement afstand hebben gedaan van hun recht om Meurs aansprakelijk te stellen; deze aandeelhouders (de Aandeelhouders A) stellen uitsluitend Deloitte Nederland en Deloitte USA aansprakelijk; - aandeelhouders die niet betrokken zijn bij de Settlement Agreement en de Final Judgment en zowel Meurs als Deloitte Nederland en Deloitte USA aansprakelijk stellen (de Aandeelhouders B); - aandeelhouders die niet akkoord zijn gegaan met en niet hebben deelgenomen aan de Settlement Agreement, maar die verkiezen om uitsluitend Deloitte Nederland en Deloitte USA aansprakelijk te stellen (de Aandeelhouders C) Bij incidentele conclusie van dupliek heeft SOBI haar eis verminderd in die zin dat de namens negen Aandeelhouders B jegens Meurs ingestelde vordering is ingetrokken. Daarmee resteren, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 5.1 is overwogen, negen (mogelijke) materiële eisers met een vordering jegens Meurs, te weten E.C. Kruijssen, J.M. Bourgonje, Beheersmaatschappij L. van Dommelen B.V., A.M. Kalkman, S.G.J. van Reedt Dortland, Interpapier, Davo Papiergroothandel B.V., I.H. Huizenga en M. van Engers. Meurs voert terecht aan dat SOBI nog geen toereikende volmacht van Interpapier in het geding heeft gebracht. SOBI zal in de gelegenheid worden gesteld dit bij akte alsnog te doen. Meurs zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld een antwoordakte te nemen. 6. Het bevoegdheidsincident 6.1. De rechtbank ziet aanleiding in de eerste plaats enkele overwegingen te wijden aan de Amerikaanse Class Action. Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs beroepen zich in het kader van hun incidentele vorderingen alle drie op de rechtsgevolgen van (een deel van) de door de Amerikaanse rechter in het kader van die procedure genomen beslissingen. Deze drie partijen hebben de rechtbank ter gelegenheid van het pleidooi evenwel verzocht om zich ook los van de bevoegdheidsvraag uit te spreken over de status in Nederland van de Final Judgment. SOBI heeft daartegen geen bezwaar gemaakt, zodat de rechtbank daarop eerst in zal gaan.

9 De rechtbank merkt op dat de hierna volgende citaten afkomstig zijn uit de op gepubliceerde (officiële) Nederlandse vertaling van stukken uit de Amerikaanse procedure De bij de Final Judgment definitief goedgekeurde Settlement Agreement houdt, voor zover hier van belang, het volgende in. a. Ahold betaalt USD ,00 aan het Settlement Fund (Schikkingsfonds), dat dit bedrag zal verdelen overeenkomstig een Plan of Allocation (plan van verdeling). b. Iedere Class Member (iedere natuurlijke en rechtspersoon die gewone aandelen en/of American Depository Receipts (ADR s) Ahold heeft gekocht of als dividend heeft ontvangen in de periode 30 juli 1999 tot en met 23 februari 2003 die zich niet binnen de termijn en rechtsgeldig heeft onttrokken aan de Class volgens de door de Amerikaanse rechtbank bepaalde opt-outprocedure en uiterste termijn) doet afstand van zijn aanspraken jegens onder anderen Ahold en Meurs. c. Het is Deloitte Nederland en Deloitte USA in beginsel verboden om nog vorderingen die verband houden met de fraude bij USF in te stellen tegen partijen bij de Settlement Agreement (waaronder Ahold en Meurs). Een dergelijke bepaling wordt naar Amerikaans recht een Bar Order genoemd. d. De Class Members dienen hun eventuele vordering op Deloitte Nederland en Deloitte USA te verminderen met de cumulatieve draagplicht van onder anderen Ahold en Meurs, doch ten minste met de som van de Settlement Agreement. Een dergelijk bepaling wordt naar Amerikaans recht een Judgment Reduction Credit genoemd. e. Artikel 37 ( Blijvende bevoegdheid ) bevat een forumkeuzebeding: Elke op deze Overeenkomst (de Settlement Agreement; rechtbank) gebaseerde procedure of het afdwingen van enige van de bepalingen van de Overeenkomst zal voor de rechtbank (de Amerikaanse rechtbank; rechtbank) worden gebracht, welke blijvend bevoegd is inzake al deze geschillen. Alle partijen zullen in het kader van deze Overeenkomst onderworpen zijn aan de bevoegdheid van de rechtbank De Final Judgment houdt, voor zover hier van belang, het volgende in. a. Alle bezwaren tegen de Settlement Agreement zijn afgewezen. b. De Settlement Agreement is, als redelijk en toereikend, verbindend verklaard. c. Paragraaf 10 bevat een Judgment Reduction Credit: Het bedrag van een vonnis of uitspraak inbaar door een persoon tegen Deloitte (Deloitte Nederland en Deloitte USA; rechtbank) in verband met het geding of een rechtszaak met betrekking tot zaken die op de een of andere wijze verband houden met de overgedragen claims zal worden verminderd met: (i) een bedrag dat overeenkomt met het percentage verantwoordelijkheid van de Genoemde Gedaagden (onder anderen Ahold en Meurs; rechtbank) en dat overeenkomt met eventuele claims in het bezit van Deloitte tegen een van de krachtens paragraaf 11 hieronder verhinderde Genoemde Gedaagden; of (ii) $ 1,100,000,000, het bedrag dat betaald wordt krachtens de overeenkomst (de Settlement Agreement; rechtbank) en het bedrag dat

10 10 overeenkomt met eventuele claims in het bezit van Deloitte tegen een van de krachtens paragraaf 11 ( ) verhinderde Genoemde Gedaagden, welke van de twee groter is. d. Paragraaf 11.a bevat een Bar Order: Behalve Royal Ahold en U.S. Foodservice, wordt het elke persoon (met inbegrip van Deloitte (Deloitte Nederland en Deloitte USA; rechtbank)) permanent en voorgoed verboden en niet toegestaan om in te dienen, aan te spannen, te beginnen, in te stellen, te vervolgen of vast te houden aan, direct dan wel indirect, als vertegenwoordiger of in enige andere hoedanigheid, voor deze rechtbank of in enige andere federale, buitenlandse, staats- of lokale rechtbank, forum of tribunaal enige claim, tegenvordering, tegeneis, derde-partij-claim of andere daarop gebaseerde procedures, die zijn gebaseerd op, verband houden met of voortvloeien uit de overgedragen claims en/of de transacties en voorvallen waarnaar wordt verwezen in de Conclusie van Eis van Eisers, zoals gewijzigd, of in enig ander processtuk dat is ingediend in deze Class Action (met inbegrip van, maar niet beperkt tot enige claim of gerechtelijke procedure gericht op het verkrijgen van een schadeloosstelling en/of bijdrage, onder welke noemer dan ook) jegens elk van de Genoemde Gedaagden (onder anderen Ahold en Meurs; rechtbank), ongeacht of dergelijke claims gebaseerd zijn op wet of billijkheid, bekend dan wel onbekend zijn, voorzien dan wel onvoorzien, al dan niet weloverwogen, al dan niet gevoegd of ingesteld onder federaal, buitenlands, staats-, lokaal of gewoonterecht. Het zal elk van de Genoemde Gedaagden op gelijke wijze verboden zijn om dergelijke Claims jegens Deloitte in te stellen. e. Paragraaf 14 bevat een jurisdictievoorbehoud: Deze Rechtbank (de Amerikaanse rechtbank; rechtbank) behoudt in deze de exclusieve rechtsbevoegdheid over de partijen en de Class Members betreffende alle zaken die verband houden met dit geding, waaronder het beheer, de interpretatie, uitvoering of het afdwingen van de schikking, de overeenkomst en dit Bevel en definitieve vonnis Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs beroepen zich kort gezegd erop dat de door SOBI vertegenwoordigde (rechts)personen gebonden zijn aan de in de Final Judgment door de Amerikaanse rechter genomen beslissingen, waaronder de algemeen verbindend verklaring van de Settlement Agreement en de in de Final Judgment opgenomen forumkeuze. Zij betogen dat de door de Amerikaanse rechter in de Final Judgment genomen beslissingen eraan in de weg staan dat door de door SOBI vertegenwoordigde (rechts)personen thans alsnog bij de Nederlandse rechter de onderhavige vorderingen in de hoofdzaak worden ingesteld. De rechtbank stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat iedere persoon die een civielrechtelijk geschil heeft met een of meer andere personen dat geschil zelfstandig, in rechtstreeks debat met die andere personen, door de civiele rechter dient te kunnen laten beslechten. De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs de uitkomsten van de in de Verenigde Staten van Amerika gevoerde procedure in het kader van de onderhavige procedure aan de door SOBI vertegenwoordigde (rechts)personen kunnen tegenwerpen. Dit is, bij gebreke van een daartoe strekkend verdrag, slechts het geval indien de Settlement Agreement en de Final Judgment in Nederland kunnen worden erkend. De vraag of dat het geval is valt vervolgens uiteen in drie subvragen: (i) is de rechtsmacht van de Amerikaanse rechtbank gebaseerd op een internationaal aanvaarde rechtsgrond, (ii) voldoet de met de Final Judgment afgeronde Amerikaanse procedure aan de eisen van een behoorlijke rechtspleging en (iii) kan de Final Judgment de toets aan de Nederlandse openbare orde

11 11 doorstaan. Een en ander mede tegen de achtergrond van het bepaalde in artikel 1 Eerste Protocol bij Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Eerste Protocol bij het EVRM). Als het antwoord op de bedoelde drie (sub)vragen bevestigend luidt, wordt de Final Judgment van rechtswege in Nederland erkend en kunnen de rechtsgevolgen daarvan, waaronder de algemeen verbindend verklaring, in beginsel aan de door SOBI vertegenwoordigde (rechts)personen worden tegengeworpen Ten aanzien van de onder (i) geformuleerde vraag is de rechtbank van oordeel dat de Amerikaanse rechtbank zich (in elk geval) als forum delicti bevoegd heeft kunnen achten. Het schadeveroorzakende feit betreft (hoofdzakelijk) onregelmatigheden in de boekhouding van USF. Die onregelmatigheden hebben plaatsgevonden in de Verenigde Staten. SOBI wijst erop dat de baten en lasten van USF direct in de jaarrekening van Ahold werden opgenomen. Anders dan SOBI kennelijk meent, brengt dat echter niet mee dat het schadetoebrengende feit zich alleen in Nederland heeft voorgedaan, hoogstens dat de Nederlandse rechter eveneens als forum delicti zou kunnen gelden. SOBI heeft nog aangevoerd dat de Amerikaanse rechter in de Final Judgment enkel over de bereikte schikking moest oordelen en niet over onrechtmatige gedragingen van bijvoorbeeld Ahold of USF. Daarom had de Amerikaanse rechtbank zich volgens SOBI onbevoegd moeten verklaren op het moment dat een schikking was bereikt. De rechtbank verwerpt dit betoog. SOBI heeft (terecht) niet bestreden dat de Final Judgment een eindbeslissing is op de ingestelde vorderingen. De grondslag voor rechtsmacht, zoals die uit de vorderingen volgt, vervalt niet bij het bereiken van een schikking Ook de hiervoor onder (ii) geformuleerde vraag moet bevestigend worden beantwoord. Daarbij is van belang dat de Amerikaanse procedure die is afgerond met de Final Judgment in de kern vergelijkbaar is met die van de Nederlandse Wet collectieve afwikkeling massaschade (artikelen 7:907 tot en met 7:910 BW en artikelen 1013 tot en met 1018 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)), hierna WCAM. Beide regelingen bieden de mogelijkheid om onder voorwaarden een afgebakende groep benadeelden door middel van rechterlijke tussenkomst te binden aan een met het oog op de beëindiging van een geschil opgestelde colectieve schikkingsovereenkomst. De belangrijkste waarborgen in beide regelingen zien erop dat belanghebbenden bij de rechter inspraak hebben op de inhoud van de schikking en dat zij zich, binnen een redelijke termijn nadat de (voorgenomen) schikking bekend is gemaakt, desgewenst aan de werking van de schikking kunnen onttrekken. De waarborgen van de Amerikaanse procedure houden meer in het bijzonder het volgende in: a. In de Preliminary Approval is een aantal voorschriften gegeven met betrekking tot de oproeping voor de Fairness Hearing. Deze voorschriften zijn opgevolgd (zie ook c.), waardoor Class Members hun bezwaren tegen de Settlement Agreement tot en met de Fairness Hearing bij de Amerikaanse rechtbank zowel schriftelijk als mondeling naar voren hebben kunnen brengen. De naar voren gebrachte bezwaren zijn in de Final Judgment meegewogen. b. De Preliminary Approval voorziet in de mogelijkheid voor Class Members om zich terug te trekken uit of te worden uitgesloten van de Class. Hiervan zijn belanghebbenden tijdig en doelmatig (zie c.) op de hoogte gesteld.

12 12 c. In de Preliminary Approval is een aantal voorschriften gegeven met betrekking tot de bekendmaking van de Settlement Agreement. Deze voorschriften zijn opgevolgd. De Settlement Agreement is op de volgende wijze in Nederland bekend gemaakt: - Bij Ahold bekende (voormalig) aandeelhouders hebben een brief met daarbij een kennisgeving van de schikking ontvangen, waarin stond vermeld dat de Settlement Agreement algemeen verbindend zou worden verklaard, maar dat zij van de optoutprocedure gebruik konden maken om zich aan de verbindendheid van de Settlement Agreement te onttrekken. Aandeelhouders die niet van de opt-outmogelijkheid gebruik maakten, werd voorgehouden dat zij gerechtigd zouden zijn tot een uitkering uit het Settlement Fund. Aandeelhouders die wel wilden deelnemen aan de Settlement Agreement, maar bezwaar hadden tegen een of meer onderdelen van de Settlement Agreement werden opgeroepen om een schriftelijk bezwaar in te dienen tegen de Settlement Agreement en desgewenst een hoorzitting bij te wonen. - In alle grote nationale en regionale Nederlandse kranten is in januari 2006 en nogmaals in maart/april 2006 een advertentie geplaatst (65 in totaal), waaronder op 19 januari 2006 in het Financieele Dagblad en op 21 januari 2006 in De Telegraaf, met de volgende inhoud: Wanneer u aandelen Koninklijke Ahold N.V. hebt gekocht vóór 24 februari 2003, kunt u in aanmerking komen voor een betaling van $ 1,1 miljard uit een wettelijke schikking. ( ) WIE VALT ONDER DE VOORWAARDEN? U bent een Class Member indien u in de periode van 30 juli 1999 tot en met 23 februari 2003 gewone aandelen of American Depository Receipts (ADR s) van Koninklijke Ahold hebt gekocht of ontvangen als dividend, ongeacht waar u woont of waar u de aandelen van Koninklijke Ahold hebt gekocht. Indien u niet zeker weet of u onder de voorwaarden valt, bel of bezoek onderstaande website. ( ) HOE VRAAGT U BETALING AAN? Bel of bezoek de website voor een claimformulier of mail een verzoek naar onderstaand adres. Het kennisgevingspakket en het claimformulier worden u vervolgens toegestuurd. Indien u meent een Class Member te zijn, vult u dan het claimformulier in en stuur dit gefrankeerd op met posttempel gedateerd uiterlijk 18 augustus ( ) WAT ZIJN UW ANDERE MOGELIJKHEDEN? Indien u niet wettelijk gebonden wilt zijn door de schikking moet u uzelf uitsluiten vóór 12 mei Anders kunt u de gedaagden die een schikking hebben getroffen nooit meer aanklagen voor wettelijke claims in deze zaak. Indien u uzelf uitsluit ontvangt u geen geld uit de schikking. Indien u deelneemt aan de schikking kunt u tot 12 mei 2006 bezwaar maken. In de gedetailleerde kennisgeving wordt uitgelegd hoe u zichzelf uit kunt sluiten of bezwaar kunt maken. De rechtbank houdt een hoorzitting in deze zaak ( ) op 16 juni 2006 ter overweging van de goedkeuring van de schikking ( ) U mag een verzoek indienen om bij de hoorzitting aanwezig te zijn, maar bent hiertoe niet verplicht. Bel gratis voor meer informatie, bezoek de website of schrijf naar Ahold Claims, P.O. Box 9000 #6378, Merrick, NY , USA. - In de hiervoor verstrekte informatie werd steeds vermeld dat belanghebbenden nadere inlichtingen konden krijgen op de website en via een gratis telefoonnummer (beide nog steeds actief).

13 13 - De VEB heeft een aanbeveling gedaan om van de Settlement Agreement gebruik te maken, in welk kader zij een speciale website heeft geactiveerd met daarop informatie over de Settlement Agreement. - De VEB heeft in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Banken informatie over de Settlement Agreement verzonden aan (voormalig) aandeelhouders Ahold. Ook heeft VEB diverse advertenties in landelijke dagbladen geplaatst en radiospotjes laten uitzenden Door de procedure die op de hiervoor beschreven wijze is gevolgd, zijn de rechten en aanspraken van de Class Members voldoende en op vergelijkbare wijze als bij de WCAM gewaarborgd. De Amerikaanse procedure verzekert dat belanghebbenden tijdig en doelmatig worden opgeroepen, toegang hebben tot de rechter, door hem gehoord kunnen worden en zich desgewenst aan de werking van de Settlement Agreement kunnen onttrekken. Ook is van belang dat de mogelijkheid blijft bestaan om in een individueel geval nadat de Settlement Agreement is getroffen alsnog een beroep te doen op de Amerikaanse rechter, waardoor in (zeer) bijzondere gevallen een uitzondering kan worden gemaakt op de verbindendverklaring. Aldus zijn de individuele belangen voldoende beschermd en vormt de Amerikaanse procedure, die ertoe leidt dat de hele Class is gebonden aan de Settlement Agreement, geen inbreuk op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM Weliswaar wijkt de Amerikaanse procedure op onderdelen van de WCAM af, maar deze afwijkingen zijn niet zodanig dat geoordeeld moet worden dat de Amerikaanse procedure niet aan de eisen van een behoorlijke rechtspleging voldoet, dan wel dat sprake is van strijd met de Nederlandse openbare orde. In de Amerikaanse procedure hebben aandeelhouders bijvoorbeeld een kortere termijn gekregen om een claim in te dienen dan die op grond van artikel 7:908 lid 6 BW in acht moet worden genomen. Gesteld noch gebleken is evenwel dat de in de Amerikaanse procedure gestelde termijn te kort was om te spreken van een adequate mogelijkheid tot kennisneming van de voorgenomen Settlement Agreement. Dat de door de Amerikaanse rechtbank bij aanvang van de Class Action aangewezen Lead Plaintiffs en Lead Counsel for Plaintiffs geen representatieve stichting of vereniging is in de zin van artikel 7:907 BW, betekent niet dat de belangen van de belanghebbenden onvoldoende zijn behartigd. Dit is verder door SOBI ook niet onderbouwd en hiervan is ook niet gebleken, waarbij de rechtbank tevens belang hecht aan de omstandigheid dat de VEB, die een groot aantal Nederlandse aandeelhouders Ahold vertegenwoordigde, vanaf het begin was betrokken bij de Amerikaanse procedure. Tot slot is evenmin gesteld of gebleken dat de Settlement Agreement inhoudelijk onjuist is en dat daardoor de belangen van de belanghebbenden materieel zijn geschonden. Ook de overige door SOBI voor het voetlicht gebrachte verschillen met de WCAM, die grotendeels zijn terug te voeren op de verschillen tussen het Amerikaanse rechtssysteem en het Nederlandse rechtssysteem, zijn ook in onderling verband en samenhang beschouwd onvoldoende zwaarwegend om strijd met de Nederlandse openbare orde aan te kunnen nemen. De hiervoor onder (iii) geformuleerde vraag wordt dan ook bevestigend beantwoord Al het voorgaande brengt mee dat de Final Judgment in Nederland kan worden erkend en dat de daarin genomen beslissingen in het kader van de onderhavige procedure in beginsel ook aan de door SOBI vertegenwoordigde materiële eisers kunnen worden tegengeworpen. Dat laatste zou anders kunnen zijn indien voor een of meer afzonderlijke

14 14 materiële eisers in dit geding meer of andere specifieke omstandigheden gelden die maken dat in hun concrete geval niet aan de hiervoor in meer algemene zin besproken vereisten voor erkenning van de Final Judgment zou zijn voldaan, dan wel dat hun gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht zou moeten worden. Dat dergelijke specifieke omstandigheden zouden bestaan is evenwel gesteld noch gebleken Met hetgeen hiervoor is overwogen, is nog niet gegeven dat de materiële eisers, via Stichting AHDC vertegenwoordigd door SOBI, zich niet meer met vorderingen als in de hoofdzaak ingesteld tegen Deloitte Nederland, Deloitte USA en Meurs tot de Nederlandse rechter kunnen en mogen wenden. Daarvoor is naar Nederlands (internationaal) procesrecht in het onderhavige geval in elk geval voor zover het Deloitte Nederland en Meurs betreft, nu zij woonplaats hebben in Nederland noodzakelijk dat op de voet van artikel 8 lid 2 Rv bij overeenkomst een exclusieve forumkeuze voor de Amerikaanse rechtbank is gemaakt. Een dergelijke forumkeuze komt slechts tot stand indien sprake is van daadwerkelijke wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking komt. Alleen dan, door hun individuele keuze, kunnen de materiële eisers worden afgehouden van de rechter die volgens de hoofdregel bevoegd is, te weten die van de woonplaats van (een of meer van) de gedaagden Ten aanzien van Meurs, die partij is bij de Settlement Agreement en de Final Judgment, leidt dit uitgangspunt tot het volgende. De rechtbank brengt in herinnering (zie hiervoor onder 5.5) dat acht of negen materiële eisers met een vordering tegen Meurs resteren. Deze personen hebben, naar SOBI tot nu toe onbetwist heeft gesteld, geen aanspraak gemaakt op een uitkering uit het Settlement Fund. Met de enkele (gebondenheid aan de) Settlement Agreement door de Final Judgment kunnen die materiële eisers niet geacht worden exclusief te hebben gekozen voor de Amerikaanse rechtbank. Zij zijn bij de Settlement Agreement immers geen partij en hebben ook nadien niet gekozen om daaraan deel te nemen. Eerst door de Final Judgment zijn zij daarbij betrokken geraakt, maar nu daaruit ten aanzien van het daarin opgenomen forumkeuzebeding niet blijkt van daadwerkelijke wilsovereenstemming, kan zulks niet worden aangemerkt als een tussen partijen gesloten overeenkomst waarbij zij de Amerikaanse rechter bij uitsluiting als bevoegd forum hebben aangewezen. De slotsom is dat deze rechtbank bevoegd is in de zaak tussen genoemde acht of negen materiële eisers (vertegenwoordigd door SOBI) en Meurs. Overigens geldt dat indien zij wel ervoor zouden hebben gekozen een uitkering uit het Settlement Fund te accepteren, zij daarmee geacht zouden moeten worden de forumkeuze van artikel 37 van de Settlement Agreement (en het jurisdictievoorbehoud van artikel 14 van de Final Judgment) uitdrukkelijk te hebben aanvaard en, daarmee, de exclusieve bevoegdheid van de Amerikaanse rechtbank. De omstandigheid dat zij bij de acceptatie van de uitkering uit het Settlement Fund niet meer individueel over de daaraan gekoppelde voorwaarden konden onderhandelen, maakt dat niet anders Ten aanzien van Deloitte Nederland wordt het volgende overwogen. Artikel 20(b) van de Settlement Agreement bevat de Bar Order en de Judgment Reduction Credit. De Judgment Reduction Credit luidt, voor zover hier van belang: Niettegenstaande enige tegenbepaling in deze Overeenkomst (de Settlement Agreement; rechtbank), zullen Class Members ( ) uitzonderen van de inbare bedragen jegens elke Persoon in de Class Action of in elke

15 15 gerechtelijke procedure met betrekking tot de aangelegenheden die op enige wijze samenhangen met de Overgedragen Claims, een bedrag gelijk aan een hoger percentage toewijsbare fout of het bedrag van een uitspraak waarvoor elk van de Genoemde Gedaagden (onder anderen Ahold en Meurs; rechtbank) aansprakelijk zou zijn ingevolge een rechtsgeldige en afdwingbare claim betreffende een bijdrage en/of schadeloosstelling onder de federale, nationale of locale wetten van de Verenigde Staten of enige buitenlandse wet, met inbegrip van artikel 6:14 van het Burgerlijk Wetboek (van Nederland). De Class Members komen overeen dat het bepaalde zoals uiteengezet in dit artikel niet slechts ten voordele is van de Genoemde Gedaagden, maar ook ten voordele van elke persoon jegens wie een dergelijke gerechtelijke uitspraak wordt gedaan in de Class Action en dat hetgeen is bepaald in dit artikel kan worden afgedwongen door elke persoon die een derde-partij begunstigde hiervan is. Dit artikel is een derde-partij bepaling ten gunste van Deloitte (Deloitte Nederland en Deloitte USA; rechtbank) conform de betekenis van artikel 6:253 van het Burgerlijk Wetboek. Deloitte Nederland is geen partij bij de Settlement Agreement als geheel, maar (na aanvaarding van het derdenbeding) slechts bij deze Bar Order en Judgment Reduction Credit. De Bar Order is relevant voor de mogelijkheid van Deloitte Nederland om derde partijen in vrijwaring op te roepen. De Judgment Reduction Credit komt erop neer dat op vorderingen van aandeelhouders die geen gebruik hebben gemaakt van de optoutmogelijkheid tegen Deloitte Nederland het door Ahold onder de Settlement Agreement uitgekeerde bedrag in mindering moet worden gebracht. In deze bepalingen kan geen algemene (ook buiten de context van deze bepalingen geldende) forumkeuze, ten behoeve van Deloitte Nederland, voor de Amerikaanse rechtbank worden gelezen, ook niet in combinatie met het forumkeuzebeding van artikel 37 van de Settlement Agreement. De Final Judgment (inclusief het jurisdictievoorbehoud van artikel 14) brengt hierin geen wijziging, nu ook daarvoor geldt dat Deloitte Nederland daarbij geen partij is. Dit laat onverlet dat (de hoogte van) de aanspraken van de materiële eisers tegen Deloitte Nederland mogelijk (wordt) worden beïnvloed door de Bar Order en Judgment Reduction Credit, maar deze mogelijkheid betekent niet dat die aanspraken niet aan een andere rechter dan de Amerikaanse rechtbank kunnen en mogen worden voorgelegd. Daarbij kan in het midden blijven of de materiële eisers die een vordering hebben ingesteld tegen Deloitte Nederland al dan niet een uitkering uit het Settlement Fund hebben geaccepteerd. De slotsom is dat de Nederlandse rechtbank bevoegd is in de zaak tussen de materiële eisers (vertegenwoordigd door SOBI) enerzijds en Deloitte Nederland anderzijds Ten aanzien van Deloitte USA wordt in de eerste plaats overwogen dat deze rechtbank aan artikel 2 Rv geen rechtsmacht kan ontlenen, nu Deloitte USA geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Hierna wordt beoordeeld of, gezien de artikelen 6 aanhef en onder e en 7 lid 1 Rv voldoende grond bestaat om een uitzondering op deze hoofdregel te aanvaarden Op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv heeft de Nederlandse rechter ook rechtsmacht indien het gaat om een zaak betreffende onrechtmatige daad, waarbij het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan. Artikel 7 lid 1 Rv bepaalt dat indien de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt ten aanzien van een van de gedaagden, hem deze ook toekomt bij de andere gedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Deze bepalingen dienen, als uitzonderingen op de hoofdregel, restrictief te worden toegepast, met inachtneming van de Europese jurisprudentie ten aanzien van de parallelle

16 16 bepalingen uit de Verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening) Bij de beoordeling of de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv rechtsmacht toekomt, wordt vooropgesteld dat Deloitte USA een zelfstandige juridische entiteit is die, zoals ook SOBI stelt, volledig losstaat van Deloitte Nederland. Over en weer bestaan, zo voert Deloitte USA onweersproken aan, geen zeggenschaps- of eigendomsverhoudingen. Ook is van belang dat Deloitte USA rechtstreeks in opdracht van USF handelde (zie 2.5), dus niet van Ahold of Deloitte Nederland. Verder is relevant dat Deloitte USA de handelingen die SOBI haar verwijt in de Verenigde Staten van Amerika heeft verricht. Daar zijn immers de controles uitgevoerd van de USF-cijfers. De omstandigheid dat de resultaten van de opdracht van Deloitte USA in de geconsolideerde Nederlandse jaarrekeningen zijn verwerkt, maakt niet dat Deloitte USA (naast Deloitte Nederland) als medeverantwoordelijke accountant voor de geconsolideerde Nederlandse jaarrekening kan worden gezien. Gesteld noch gebleken is immers dat Deloitte USA enige bemoeienis heeft gehad met het opmaken, vaststellen of controleren van de geconsolideerde jaarrekeningen. SOBI voert nog wel aan dat Deloitte USA dient te worden aangemerkt als een hulppersoon van Deloitte Nederland, maar dat verweer is in het licht van de hiervoor vermelde omstandigheden onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat (een aantal van) de materiële eisers in Nederland vermogensschade lijden, is onvoldoende om rechtsmacht van de Nederlandse rechter te scheppen. Nadere onderbouwing van het verweer dat het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan heeft SOBI niet gegeven, zodat dit verweer niet opgaat Het verweer van SOBI dat tussen de vorderingen tegen Deloitte USA en Deloitte Nederland een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen (artikel 7 lid 1 Rv) gaat evenmin op. SOBI maakt Deloitte USA en Deloitte Nederland niet dezelfde verwijten. Deloitte USA en Deloitte Nederland hadden niet dezelfde opdrachtgever en verleenden aan USF respectievelijk Ahold niet dezelfde diensten. Op die diensten zijn bovendien verschillende normen van toepassing, zowel qua herkomst als qua inhoud (zie 2.5 en 2.6). Tot slot vormt de omstandigheid dat tegen Deloitte USA al in de Verenigde Staten van Amerika een procedure over dit onderwerp is gevoerd (zie 2.9 en 2.10) een contra-indicatie om te oordelen dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen De slotsom is dat deze rechtbank niet bevoegd is in de zaak tussen de materiële eisers (vertegenwoordigd door SOBI) en Deloitte USA De rechtbank zal, gelet op de aard en consequenties van de genomen beslissingen, tussentijds hoger beroep openstellen tegen dit vonnis in de hoofdzaak en in het bevoegdheidsincident. 7. Het vrijwaringsincident SOBI heeft nog niet geantwoord op de vordering van Deloitte Nederland strekkende tot toestemming om de hiervoor onder 4.1(b) genoemde personen in vrijwaring te dagvaarden. Hiertoe zal de zaak naar de rol worden verwezen.

17 17 8. De beslissing De rechtbank: in de hoofdzaak en in het bevoegdheidsincident: - verklaart zich bevoegd in de zaak tegen Deloitte Nederland en Meurs; - verklaart zich onbevoegd in de zaak tegen Deloitte USA; - verwijst de zaak naar de rol van 21 juli 2010 voor akte aan de zijde van SOBI als bedoeld in rechtsoverweging 5.5; - stelt hoger beroep open tegen dit vonnis; in het vrijwaringsincident: - verwijst de zaak naar de rol van 21 juli 2010 voor antwoord in het vrijwaringsincident aan de zijde van SOBI. Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.H. Vink, mr. K.A. Brunner en mr. M.R. Jöbsis en in het openbaar uitgesproken op.

pagina 1 van 11 LJN: BM9324, Rechtbank Amsterdam, 398833 / HA ZA 08-1465 Datum uitspraak: 23-06-2010 Datum publicatie: 25-06-2010 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMID:2011:BR4744

ECLI:NL:RBMID:2011:BR4744 ECLI:NL:RBMID:2011:BR4744 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 09-02-2011 Datum publicatie 10-08-2011 Zaaknummer 75196 / HA ZA 10-466 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505

ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 Instantie Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 24-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie - Vindplaatsen Uitspraak Gerechtshof

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2013:6267

ECLI:NL:RBAMS:2013:6267 ECLI:NL:RBAMS:2013:6267 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 11092013 Datum publicatie 27092013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C/13/539534 Civiel recht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1218

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1218 ECLI:NL:RBUTR:2010:BN1218 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2010 Datum publicatie 15-07-2010 Zaaknummer 268738 / HA ZA 09-1343 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:3565

ECLI:NL:RBROT:2017:3565 ECLI:NL:RBROT:2017:3565 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer C/10/507047 / HA ZA 16-758 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833

ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 ECLI:NL:RBDHA:2016:11833 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 03-10-2016 Datum publicatie 04-10-2016 Zaaknummer C/09/503343 / FA RK 16-214 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733 ECLI:NL:RBLIM:2014:7733 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 03-09-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer 2502483 CV EXPL 13-4461 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8906

ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8906 ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8906 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-09-2011 Datum publicatie 14-09-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 497590 / KG ZA 11-1292 MvW/JWR

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:199

ECLI:NL:RBAMS:2016:199 ECLI:NL:RBAMS:2016:199 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 02-02-2016 Zaaknummer C/13/572226 / HA ZA 14-903 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Intellectueel-eigendomsrecht

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:665

ECLI:NL:RBROT:2016:665 ECLI:NL:RBROT:2016:665 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20012016 Datum publicatie 28012016 Zaaknummer C/10/473480 / HA ZA 15333 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2011:BP6133

ECLI:NL:RBARN:2011:BP6133 ECLI:NL:RBARN:2011:BP6133 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 16-02-2011 Datum publicatie 01-03-2011 Zaaknummer 186739 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:5812

ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 23-06-2015 Datum publicatie 04-09-2015 Zaaknummer CV EXPL 14-22777 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 225359 Datum uitspraak: 15-02-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 17-02-2012 Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: In deze zaak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384 ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384 Instantie Datum uitspraak 24-04-2013 Datum publicatie 03-05-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland 818166 UC EXPL 12-9177

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:3619

ECLI:NL:GHSHE:2017:3619 ECLI:NL:GHSHE:2017:3619 Instantie Datum uitspraak 15-08-2017 Datum publicatie 16-08-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 200.216.119_01

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 12-05-2009 Datum publicatie 12-06-2009 Zaaknummer 156351 - KG ZA 09-197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:4468

ECLI:NL:RBROT:2015:4468 ECLI:NL:RBROT:2015:4468 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24-06-2015 Datum publicatie 14-07-2015 Zaaknummer C-10-459512 - HA ZA 14-950 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2014:3241

ECLI:NL:RBOVE:2014:3241 ECLI:NL:RBOVE:2014:3241 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 05062014 Datum publicatie 16062014 Zaaknummer C/08/156166 / KG ZA 14182 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2011:BP3927

ECLI:NL:RBROT:2011:BP3927 ECLI:NL:RBROT:2011:BP3927 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 05-01-2011 Datum publicatie 10-02-2011 Zaaknummer 332164 / HA ZA 09-1605 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Uitspraak. Vindplaatsen Rechtspraak.nl NJF 2013/114 S&S 2013/98 GERECHTSHOF AMSTERDAM DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER BESCHIKKING.

Uitspraak. Vindplaatsen Rechtspraak.nl NJF 2013/114 S&S 2013/98 GERECHTSHOF AMSTERDAM DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER BESCHIKKING. Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-10-2012 Datum publicatie 31-01-2013 Zaaknummer 200.107.628/01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Géén appelverbod

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

EJEA ECLI:NL:RBDHA:2016:15833 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie ZaaknummerC/09/ KG ZA 16/1383

EJEA ECLI:NL:RBDHA:2016:15833 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak Datum publicatie ZaaknummerC/09/ KG ZA 16/1383 EJEA 16-186 ECLI:NL:RBDHA:2016:15833 Rechtbank Den Haag Datum uitspraak23-11-2016 Datum publicatie21-12-2016 ZaaknummerC/09/521602 KG ZA 16/1383 RechtsgebiedenAanbestedingsrecht Bijzondere kenmerkenkort

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 20-06-2007 Datum publicatie 25-06-2007 Zaaknummer 0600267 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6799

ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6799 ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6799 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 03-06-2009 Datum publicatie 05-06-2009 Zaaknummer 256615 / HA ZA 08-21443 juni 2009 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:3845

ECLI:NL:RBLIM:2017:3845 ECLI:NL:RBLIM:2017:3845 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 26042017 Datum publicatie 27042017 Zaaknummer 5494929 \ CV EXPL 1610633 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht

Nadere informatie

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam.

De procedure wordt voor RITM mede behandeld door mr. M.D.R. Joppe, eveneens advocaat te Amsterdam. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/458213 / HA ZA 14-90 Vonnis in incident van in de zaak van: de rechtspersoon naar vreemd recht RITM OKB ZOA, gevestigd

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ6321

ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ6321 ECLI:NL:RBUTR:2007:AZ6321 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 10-01-2007 Datum publicatie 17-01-2007 Zaaknummer 222545 / KG ZA 06-1184 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2014:8414

ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 ECLI:NL:RBNHO:2014:8414 Instantie Datum uitspraak 16-06-2014 Datum publicatie 13-11-2014 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 2896454 CV EXPL 14-830 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 06-07-2010 Datum publicatie 23-07-2010 Zaaknummer AWB 10/180, 10/181, 10/508, 10/513, 10/684 en 10/685 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:229

ECLI:NL:RBROT:2016:229 ECLI:NL:RBROT:2016:229 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 06-01-2016 Datum publicatie 07-01-2016 Zaaknummer C/10/475943 / HA ZA 15-510 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2016:171

ECLI:NL:GHSHE:2016:171 ECLI:NL:GHSHE:2016:171 Instantie Datum uitspraak 21-01-2016 Datum publicatie 26-01-2016 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 200.164.903/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:8199

ECLI:NL:RBLIM:2017:8199 ECLI:NL:RBLIM:2017:8199 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 16082017 Datum publicatie 23082017 Zaaknummer C/03/239274 / KG ZA 17423 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht

Nadere informatie

LJN: AP7705, Rechtbank 's-hertogenbosch, / HA ZA Print uitspraak

LJN: AP7705, Rechtbank 's-hertogenbosch, / HA ZA Print uitspraak LJN: AP7705, Rechtbank 's-hertogenbosch, 90360 / HA ZA 03-161 Print uitspraak Datum uitspraak: 12-05-2004 Datum publicatie: 24-08-2004 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:4885

ECLI:NL:RBDHA:2017:4885 ECLI:NL:RBDHA:2017:4885 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10052017 Datum publicatie 12052017 Zaaknummer C/09/504538 / HA ZA 16112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Ondernemingsrecht

Nadere informatie

CONSULTATIEVERSIE JULI 2014

CONSULTATIEVERSIE JULI 2014 CONSULTATIEVERSIE JULI 2014 WIJZIGING VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING TENEINDE DE AFWIKKELING VAN MASSASCHADE IN EEN COLLECTIEVE ACTIE MOGELIJK TE MAKEN VOORONTWERP

Nadere informatie

vonnis AFSCHRF T ) advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht

vonnis AFSCHRF T ) advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam. RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/574449 / HA ZA 14-1008 RECHTBANK AMSTERDAM Rechtbank Amsterdam, 23 maart 2016, IEF 15808; HA ZA 14-1008 (Orasure Technologies tegen Koninklijke Utermöhlen)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2013:18614

ECLI:NL:RBDHA:2013:18614 ECLI:NL:RBDHA:2013:18614 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 24122013 Datum publicatie 13012014 Zaaknummer 2293657 RL EXPL 1325337 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

De zaak is voor Majestic behandeld door mrs. M.H.L. Hemmer en R.T. Tjemkes, advocaten te Breda.

De zaak is voor Majestic behandeld door mrs. M.H.L. Hemmer en R.T. Tjemkes, advocaten te Breda. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/435163 / HA ZA 13-76 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MAJESTIC PRODUCTS B.V., gevestigd

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303 ECLI:NL:RBARN:2010:BM1303 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-04-2010 Datum publicatie 15-04-2010 Zaaknummer 198015 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort geding

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:5262

ECLI:NL:RBROT:2015:5262 Rechtspraak.nl Print uitspraak pagina 1 van 5 2772015 ECLI:NL:RBROT:2015:5262 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24072015 Datum publicatie 25072015 Zaaknummer 3437926 cv expl 1445430 Rechtsgebieden

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMID:2006:AY9168

ECLI:NL:RBMID:2006:AY9168 ECLI:NL:RBMID:2006:AY9168 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 20-09-2006 Datum publicatie 29-09-2006 Zaaknummer 47429 HA ZA 05-170 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Ambtenarenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4446

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4446 ECLI:NL:RBROT:2009:BH4446 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 04-02-2009 Datum publicatie 03-03-2009 Zaaknummer 265169 / HA ZA 06-1949 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834

ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 28-10-2014 Datum publicatie 27-11-2014 Zaaknummer 200.140.914/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAC:2017:93

ECLI:NL:OGEAC:2017:93 ECLI:NL:OGEAC:2017:93 Instantie Datum uitspraak 24-07-2017 Datum publicatie 26-07-2017 Zaaknummer AR 78380/2016 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Nadere informatie

vonnis in naam van de Koning 2. de stichting STICHTING WOONBEDRIJF IEDER1, gevestigd te Deventer, gedaagde, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

vonnis in naam van de Koning 2. de stichting STICHTING WOONBEDRIJF IEDER1, gevestigd te Deventer, gedaagde, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem. in naam van de Koning vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer I rolnummer: C/05/296700 I HA ZA 16-50 Vonnis van in de zaak van wonende te Bilthoven, gemeente

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:147 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2017:147 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2017:147 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-01-2017 Datum publicatie 23-03-2017 Zaaknummer 200.189.286/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:11422

ECLI:NL:RBDHA:2014:11422 ECLI:NL:RBDHA:2014:11422 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 12092014 Datum publicatie 23102014 Zaaknummer C09457216 FA RK 1310244 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 04-10-2010 Datum publicatie 07-10-2010 Zaaknummer 205064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2007:BB1240

ECLI:NL:RBROT:2007:BB1240 ECLI:NL:RBROT:2007:BB1240 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20-06-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer 266642 / HA ZA 06-2184 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9920

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9920 ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9920 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 23-09-2010 Datum publicatie 08-10-2010 Zaaknummer 171924 / KG ZA 10-360 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

prof. mr. F.R. Salomons (voorzitter), mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. A. Rutten-Roos en mr. FP. Peijster.

prof. mr. F.R. Salomons (voorzitter), mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. A. Rutten-Roos en mr. FP. Peijster. GCHB 2012-451 Uitspraak van 7 juni 2012 prof. mr. F.R. Salomons (voorzitter), mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. A. Rutten-Roos en mr. FP. Peijster. Aanvraag levensverzekering geweigerd. Geschillencommissie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522 ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522 Instantie Rechtbank Leeuwarden Datum uitspraak 17-09-2009 Datum publicatie 24-09-2009 Zaaknummer 99339 / KG ZA 09-274 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2014:3066

ECLI:NL:GHDHA:2014:3066 ECLI:NL:GHDHA:2014:3066 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 09-09-2014 Datum publicatie 25-09-2014 Zaaknummer 200.133.088/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBAMS:2014:6139 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 19-09-2014 Zaaknummer HA ZA 14-295 Rechtsgebieden Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2053

ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2053 ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2053 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 01-07-2009 Datum publicatie 09-07-2009 Zaaknummer 316131 / HA ZA 08-2408 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84

vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht Enkelvoudige Kamer zaaknummer / rolnummer: 301871 / HA ZA 08-84 Vonnis in incident van in de zaak van tegen 1. de rechtspersoon naar vreemd recht EUROPEAN

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9164

ECLI:NL:RBMID:2009:BK9164 ECLI:NL:RBMID:2009:BK9164 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 09-09-2009 Datum publicatie 14-01-2010 Zaaknummer 64517 / HA ZA 08-433 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422 ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 30-01-2008 Datum publicatie 05-02-2008 Zaaknummer 357824 CV EXPL 07-8249 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9690 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9690 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9690 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 24-03-2011 Datum publicatie 30-03-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 200.040.300/01OK Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 04052017 Datum publicatie 15052017 Zaaknummer C/03/232895 / KG ZA 17112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: / KG ZA

zaaknummer / rolnummer: / KG ZA vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 349966 / KG ZA 09-1391 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FU

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2015:1277

ECLI:NL:RBLIM:2015:1277 ECLI:NL:RBLIM:2015:1277 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 17-02-2015 Datum publicatie 19-02-2015 Zaaknummer 3792692 CV EXPL 15-683 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Goederenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:4308

ECLI:NL:GHDHA:2013:4308 ECLI:NL:GHDHA:2013:4308 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 12-11-2013 Datum publicatie 14-11-2013 Zaaknummer 200.092.575 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Hoger

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde de collectieve afwikkeling van massavorderingen verder te vergemakkelijken (Wet tot wijziging van de Wet collectieve

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBNHO:2015:6063 Permanente link: http://deeplink.rechtspraa Instantie Datum uitspraak 29-07-2015 Datum publicatie 26-08-2015 Rechtbank Noord-Holland

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6664 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6664 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6664 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-06-2008 Datum publicatie 12-02-2009 Zaaknummer 104.003.290 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 19-04-2011 Datum publicatie 13-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie awb 09-5337 wwb en awb 10-4936

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2012:BV6392

ECLI:NL:RBROT:2012:BV6392 ECLI:NL:RBROT:2012:BV6392 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 15-02-2012 Datum publicatie 21-02-2012 Zaaknummer 372890 / HA ZA 11-458 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2013:245 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2013:245 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2013:245 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-01-2013 Datum publicatie 26-05-2014 Zaaknummer 200.053.330-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:10207

ECLI:NL:GHARL:2014:10207 ECLI:NL:GHARL:2014:10207 Instantie Datum uitspraak 30-12-2014 Datum publicatie 07-01-2015 Zaaknummer 200.154.059-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:7740

ECLI:NL:RBROT:2015:7740 ECLI:NL:RBROT:2015:7740 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 15092015 Datum publicatie 02112015 Zaaknummer C/10/482640 / KG ZA 15882 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0856

ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0856 ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0856 Instantie Datum uitspraak 05-12-2012 Datum publicatie 08-02-2013 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 200.109.671-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024 ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9024 Instantie Datum uitspraak 04-07-2007 Datum publicatie 06-07-2007 Zaaknummer KG 07/518 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHARL:2016:7955 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 04-10-2016 Datum publicatie 28-10-2016 Zaaknummer 200.177.389 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK5682

ECLI:NL:RBGRO:2009:BK5682 ECLI:NL:RBGRO:2009:BK5682 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 18-11-2009 Datum publicatie 08-12-2009 Zaaknummer 376857 / 08-12495 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2017:5985

ECLI:NL:RBAMS:2017:5985 ECLI:NL:RBAMS:2017:5985 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 18-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer CV EXPL 17-2120 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

rolnummer: KK Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van: gevestigd te Amersfoort eiseres

rolnummer: KK Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van: gevestigd te Amersfoort eiseres Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam op de vordering in kort geding in de zaak van: 11 11 augustus2016 1. Tot uitgangspunt dient het volgende: Feiten GRONDEN VAN DE BESLISSING Vonnis is bepaald op

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:9371

ECLI:NL:RBNHO:2013:9371 ECLI:NL:RBNHO:2013:9371 Instantie Datum uitspraak 25-09-2013 Datum publicatie 11-10-2013 Zaaknummer 2113562 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland Civiel recht Eerste

Nadere informatie

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van:

CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT. in de zaak van: Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer: 406064 C/16 2015/1013 Zitting: 30 december 2015 CONCLUSIE VAN ANTWOORD IN INCIDENT in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROPERTIZE

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2014:1211 Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer HD

ECLI:NL:GHSHE:2014:1211 Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer HD ECLI:NL:GHSHE:2014:1211 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 29-04-2014 Datum publicatie 01-05-2014 Zaaknummer HD 200.136.561_01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMID:2008:BD3414

ECLI:NL:RBMID:2008:BD3414 ECLI:NL:RBMID:2008:BD3414 Instantie Rechtbank Middelburg Datum uitspraak 28-05-2008 Datum publicatie 09-06-2008 Zaaknummer 58024/HA ZA 07-265 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken: dp/i Zaaknummer: 245392 Rolnummer: 05/2016 Datum vonnis: 31 augustus 2005 RECHTBANK s-gravenhage Sector Civiel Recht Enkelvoudige Kamer VONNIS IN HET BEVOEGDHEIDSINCIDENT In de zaak rolnummer 05/2016 van:

Nadere informatie

EJEA ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer414169/KG ZA

EJEA ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer414169/KG ZA EJEA 16101 ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank MiddenNederland Datum uitspraak17062016 Datum publicatie04072016 Zaaknummer414169/KG ZA 16314 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie

Nadere informatie