Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV"

Transcriptie

1 Natuurkunde Hoofdstuk 12 & 13 VWO 5 / SE IV 12.1 Een deel van het elektromagnetische spectrum is infrarood, dit zit naast het zichtbare licht en wordt vaak warmtestraling genoemd. Alle voorwerpen zenden warmtestraling uit, hoe hoger de temperatuur, des e meer warmtestraling er wordt uitgezonden. λ max wordt daarom steeds kleiner als de temperatuur toeneemt. Door te meten voor welke golflengte van de straling de intensiteit maximaal is, kun je de temperatuur van een voorwerp bepalen m.b.v. de wet van Wien. λ max T = k w k w = constante van Wien ( m K) De intensiteit (I) geeft het stralingsvermogen per vierkante meter weer. I = P / A A = oppervlakte van de straler in m 2 [I] = W/m 2 De intensiteit/vermogen is sterk afhankelijk van de temperatuur. Het verband tussen de absolute temperatuur en het vermogen van een straler wordt gegeven door de wet van Stefan-Boltzmann. P = σ A T 4 σ = de constante van Bolztmann ( W/m 2 /K 4 ) De straling verspreid alle kanten op in een bol vorm, hoe verder je van de bron staat, des te kleiner de intensiteit. De stralingsintensiteit op een bepaalde afstand van de straler kun je berekenen met de kwadraatwet. I = P / 4πr 2 r in meter 12.2 De energie die nodig is om een elektron los te maken van een atoom heet de uittreeenergie (E uit ). De golflengte waarbij nog net elektronen worden vrijgemaakt wordt de grensgolflengte genoemd. De natuurkundige Planck veronderstelde dat elektromagnetische straling was opgedeeld in kleine porties. Zo n portie noemde hij een kwantum. Einstein zag in dat die kwanta het foto-elektrische effect verklaarde. Licht bestaat uit een fotonen, energiepakketjes. Wanneer een foton een metaal raakt, geeft het z n energie aan een elektron. Als de energie van het foton groter is dan de uittree-energie, wordt het elektron losgemaakt. De frequentie die de foton dan heeft heet de grensfrequentie. E = h ƒ = (h c)/λ Een fotocel zet straling om in elektrische energie, in de schakeling werkt de draad als anode en het lichtgevoelige laagje als kathode. Als je de aansluitpunten van de wand en de draad met een stroommeter verbind meet je de fotostroom. Als de energie van het foton die door het elektron wordt geabsorbeerd groter is dan de uittree-energie, wordt de overige energie omgezet in kinetische-energie. E k = E f E uit = h ƒ - E uit Aan een fotocel kun je ook een regelbare spanningsbron aansluiten. Als de draad met de negatieve pool van de bron wordt verbonden, dan verricht het elektrische veld en negatieve arbeid. Als de bronspanning hoog genoeg is, bereikt geen enkele elektron meer de linker plaat. Die spanning wordt de remspanning (U rem ) genoemd. Als de draad juist voldoende positief wordt gemaakt, worden de elektronen naar de draadgetrokken. Je meet dan de maximale stroom: de verzadigingsstroom.

2 12.3 Een warmtestraler zendt alle soorten licht uit, maar de meeste stoffen zenden alleen licht van een paar frequenties uit. Hierbij ontstaat een lijnenspectrum met spectraallijnen. Elektronen zitten volgens het atoommodel van Bohr in allerlei banen ofwel schillen. Wanneer er een foton van de juiste energie opgenomen wordt door een elektron (absorptie) wordt deze aangeslagen en komt hij in een hogere schil terecht, de aangeslagen toestand. Wanneer hij weer terugvalt na zijn eigen schil, de grondtoestand, zendt hij weer energie uit (emissie) wat je soms kan zien in de vorm van licht. Het emissie- en absorptiespectrum zijn elkaars spiegelbeeld en voor elk atoom uniek. Elk atoom heeft een grot aantal aangeslagen toestanden. Die worden vaak weergegeven in de vorm van een energieniveauschema. Als een elektron van toestand n terugvalt naar toestand m geld foor de energie van het foton: E f = E m E n 12.4 Als een atoom energie absorbeert komt een elektron in een hogere schil, als de afstand tot de kern te groot wordt, raakt het elektron los van het atoom en krijgt het een positieve lading. Dit heet ionisatie. Er moet energie toegevoegd worden om een elektron los te make, dus een atoom in grondtoestand heeft een lagere energie dan in geïoniseerde toestand. Er is voor gekozen om de geïoniseerde toestand 0 ev te geven. Voor de energieniveaus van het waterstofatoom geldt: E n = /n 2 E n is de energie in ev van niveau n De serie van overgangen naar een energietoestand n heet een reeks, voorbeelden zijn de lymanreeks, balmerreeks en paschen-reeks (zie Binas tabel 21A) Infrarode straling voelt warm aan. Ultraviolette straling zorgt voor verkleuring van je huid, maar teveel uv-straling kan huidkanker veroorzaken. In 1895 ontdekte Wilhelm Röntgen dat metalen die beschoten worden met snelle elektronen straling uitzenden. Röntgenstraling bestaat uit fotonen met een hogere energie dan uvstraling en kan door stoffen heen waar licht en uv-straling niet door komen. In dat zelfde jaar ontdekte Becquerel dat uraan spontaan straling uitzendt, dit wordt radioactiviteit genoemd. Stoffen die spontaan straling uitzenden heten radioactieve stoffen. Radioactieve straling kan bestaan uit alfastraling (α), snel bewegende heliumkernen, bètastraling (β), elektronen of gammastraling (ϒ), elektromagnetische straling (fotonen). Deze drie soorten straling komen uit de kern van atomen en heten daarom kernstraling, net als uv-straling hebben ze voldoende energie om te ioniseren en deze soorten straling worden dan ook ioniserende straling genoemd. Van de kernstraling heeft α-straling het grootste ioniserende vermogen, daarna β-straling en tot slot ϒ-straling. Straling uit het heelal wordt kosmische straling genoemd en straling van het heelal en de aarde heet natuurlijke achtergrondstraling. Stralingen die worden gebruikt in bv. de gezondheidszorg noemen we kunstmatige straling. Straling in de gezondheidszorg: - Bij het vermoeden van een botbreuk wordt er een röntgenopname of röntgenfoto gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling. Hoe groter de dichtheid van het weefsel, des te kleiner de hoeveelheid straling die wordt doorgelaten.

3 - Een CT-scan (computertomografie) maakt m.b.v. röntgenstraling een 3D beeld. De patiënt wordt door een ronddraaiende buis geschoven. Het verschil in intensiteit zorgt voor het contrast op de foto. In een CT-scan ontvang je meer straling van bij een röntgenfoto, maar je kunt plakje voor plakje bekijken, waardoor er een zeer nauwkeurige diagnose gemaakt kan worden van gecompliceerde botbreuken en de grootte en positie van een tumor. - Bij een MRI wordt gebruik gemaakt van radiogolven. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de aanwezige waterstof. Door de beweging van de waterstofkernen hebben ze een klein magneet velt. De richting hiervan is normaal willekeurig, maar door het sterke magnetische veld dat gebruikt wordt richtten de kernen zich. Een zendantenne zendt een puls radiogolven uit, de energie van deze fotonen worden door de waterstofatomen opgenomen, hierdoor draaien ze, als de fotonen weer uitgezonden worden, worden ze door de MRI-scanner gedetecteerd. Een CT-scanner en MRI-scanner maken beide foto s in plakjes en kunnen dus een 3D beeld maken. Maar het voordeel van MRI is dat je een scherper beeld kan maken, omdat er meer soorten weefsel afzonderlijk te zien zijn, en dat er geen ioniserende straling wordt gebruikt. Het nadeel is alleen dat het door het sterke magneetveld niet geschikt is voor patiënten met pacemakers, implantaten of tatoeages, doordat de radiogolven werken als een magnetron. Daarnaast kan het magneetveld leiden tot zenuwstimulatie en tijdelijke duizeligheid. - Een echogram wordt o.a. gebruikt bij zwangerschappen, onderzoek naar hart en bloedvaten en sportblessures. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ultrasone geluidsgolven. Een transducer zendt geluidsgolven uit en deze worden weerkaatst wanneer ze het grensoppervlak van hard en zacht weefsel raken. Het verschil in tijd tussen uitzenden en ontvangen bepaald hoe diep zo n grensvlak ligt, op basis hiervan wordt een 3D of 2D beeld geconstrueerd. Het voordeel is dat geluidsgolven niet schadelijk zijn en je kunt er zacht weefsel beter mee bekijken dat met een röntgenfoto. Het nadeel is alleen dat hard weefsel zoals bot de geluidsgolven niet doorlaat en je dus niet alle lichaamsdelen kunt bekijken, daarnaast zijn de foto s lang niet zo scherp als die van een MRI- of CT-scan Het doordringend vermogen van straling is afhankelijk van het soort straling en de stof waar het doorheen moet. Hoe groter het ioniserende vermogen van een soort straling, des te sneller hij ioniseert, hierbij verliest een stralingsdeeltje bewegingsenergie. De afstand die α- of β-straling in een stof afleggen heet de dracht. Een grote dracht betekent een klein ioniserend vermogen. α- en β-straling verliezen beide hun energie door botsingen, maar omdat een helium kern wel 7000x zo groot is als een elektron, is de dracht van een α-deeltje veel kleiner dan dat van een β-deeltje. Fotonen als ϒ-straling verliezen hun energie in 1x. Als een foton wordt geabsorbeerd bestaat het niet meer, maar het is ook mogelijk dat het foton door een stof heen gaat. Daarom heeft ϒ-straling geen dracht. De diepte waarbij de hoeveelheid straling met 50% is afgenomen wordt de halveringsdikte (d 1/2 ) genoemd. De halveringsdikte is afhankelijk van de energie van het foton en de dichtheid van de stof. De hoeveelheid doorgelaten straling geef je aan met de intensiteit (I in W/m 2 ). Voor de intensiteit van ϒ-straling geldt: Hierbij is I 0 de intensiteit waarmee het voorwerp wordt bestraalt (Binas tabel 28F)

4 13.3 Elk atoom bestaat uit een kern met protonen en neutronen (samen nucleonen), daaromheen zweven elektronen. Het aantal protonen in de kern bepaald het atoomsoort. Neutronen zorgen voor de stabiliteit in de kern. Een atoom noteer je A als: Z X hierin is Z het atoomnummer, ook wel het ladingsgetal genoemd, omdat het aantal protonen de positieve lading aangeeft. A is massagetal, het totale aantal kerndeeltjes. Aantal protonen = Z Aantal neutronen (N) = A Z Atomen met hetzelfde atoomnummer en een verschillend massagetal worden isotopen genoemd. Omdat de naam van de stof verbonden is aan het atoomnummer 14 wordt 6 C ook wel geschreven als koolstof-14 of C-14. De massa van atomen wordt uitgedrukt in de atomaire massaeenheid. 1 u = 1, kg 1 1 De deeltjes noteer je als 1 p (proton), 0 n (neutron) en 1 0 e (elektron). Niet alle atomen komen in de natuur voor, omdat veel atomen niet stabiel zijn. Ze vallen uiteen of zenden straling uit in de vorm van α-, β- of ϒ-deeltjes. De verdwenen kern heet de moederkern, de nieuwe kern die ontstaat de dochterkern. Dochterkernen kunnen ook weer moederkernen zijn, zo vervallen kernen totdat er een stabiele kern ontstaat, dit wordt een vervalreeks genoemd. Een reactie waarbij een kern omgezet wordt in een nieuwe kern heet een kernreactie. α-straling: Bi 81Tl + 2He Bètaverval / β - -verval: Pb 83Bi e ( 0 n 1 p e ) ϒ-emissie: 208m Tl 81Tl + ϒ In dit geval valt het metastabiele (m) thallium terug naar de grondtoestand via ϒ-emissie. Een β-straler bevat relatief veel neutronen t.o.v. het aantal protonen. Door neutronen om te zetten in protonen en elektronen komt dit weer meer in balans en wordt de kern stabieler. Er zijn ook kernen met relatief veel protonen, deze vervallen als volgt: B + 1 e 1 P 0 n + 1 e 6C 5 Het deeltje dat hierbij ontstaat heeft een positieve lading en heet een positron of β + - deeltje. Het positron en elektron zijn elkaars antideeltje, ze hebben vergelijkbare eigenschappen, maar een tegengestelde lading. Als een positron en een elektron botsen treedt er annihilatie op de deeltjes verdwijnen en worden er twee fotonen uitgezonden. Het omgekeerde kan ook, dit heet creatie. In een PET-scan wordt ook gebruik gemaakt van annihilatie, de patiënt krijgt van te voren een tracer in de bloedbaan gespoten. Dit is meestal een complex molecuul met één of meer radioactieve atomen. De radioactieve straling die dan wordt uitgezonden wordt opgespoord. Naar een zekere wachttijd wordt de patiënt in een koker geschoven en wordt er gekeken waar de β + en β - -deeltjes annihileren. M.b.v. een PET-scan kunnen dwarsdoorsnedes van het lichaam gemaakt worden, hierdoor kun je tumoren beter opsporen Het aantal kernen dat per seconde vervalt, heet de activiteit. Activiteit wordt uitgedrukt in becquerel (Bq = vervalreacties per seconde). Omdat er bij elke vervalreactie ook een α-, β- of γ-straling wordt uitgezonden, zegt de activiteit ook wat

5 over de hoeveelheid straling die per seconde door een bron wordt uitgezonden. De grafiek van de activiteit als functie van de tijd heet een vervalkromme. De tijd waarin de activiteit halveert, is de halveringstijd. De formule voor activiteit is: A 0 is de activiteit op t = 0 Als radioactieve stof vervalt neemt de activiteit af, er vervallen per seconde steeds minder kernen. Dit komt doordat er ook steeds minder kernen zijn. De formule voor het aantal kernen (N) als functie van de tijd lijkt dan ook op de formule voor activiteit. N 0 is het aantal kernen op t = 0 Wanneer de halveringstijd van een stof heel groot is, mag je voor een korte periode zeggen dat de activiteit constant is en gelijk is aan: De activiteit komt dus overeen met de helling van de formule van het aantal kernen. Er staat een minteken voor de formule, omdat er steeds minder kernen zijn. Wanneer de activiteit niet klein is, kun je niet zeggen dat deze constant is en geldt de formule: Om de activiteit in één punt te berekenen kun je gebruik maken van een raaklijn, maar je kunt ook de afgeleide van de formule voor N gebruiken. Je krijgt dan het verband tussen de activiteit en het aantal kernen Straling kan gevaarlijk zijn door de ioniserende werking, daarom is het belangrijk om straling te meten. Dit kan met de Geiger-Müllertellers (gas dat stroom kan geleiden wanner het geïoniseerd wordt), een badge (fotografisch film). Een maat voor hoeveelheid is dosis. Een moderne versie van de badge is een dosimeter, waarin een GM-teller is verwerkt. Bij besmetting zitten er radioactieve stoffen in je, bij bestraling zit de bron buiten het lichaam. Bestraling of besmetting veroorzaakt ionisatie in levende cellen en hierdoor kunnen mutaties in het DNA optreden waardoor cellen afsterven of ongeremd gaan delen, hierdoor ontstaan tumoren. De hoeveelheid straling geef je aan met de stralingsdosis (D). Dat is de hoeveelheid stralingsenergie (E str ) die per kilogram levend weefsel wordt geabsorbeerd. De eenheid is joule per kilogram of gray (Gy). Naast de geabsorbeerde stralingsdosis is het ook van belang om te weten wat voor een soort straling je hebt. Zo is α-straling bij dezelfde stralingsdosis 20x schadelijker dan β-straling. Wanneer je rekening houdt met de stralingsweegfactor (W R ) bereken je de equivalente dosis of het dosisequivalent (H). H = w R D De eenheid van H is sievert (Sv)

6 Straling is niet overal even schadelijk. Vooral weefsel waarin veel celdelingen optreden is gevoel voor straling. Daarom wordt in ziekenhuizen vaak gewerkt met de effectieve totale lichaamsdosis. Dit is de equivalente dosis vermenigvuldigd met de weefselweegfactor (w T ). De weefselfactoren van je lichaam hebben opgeteld een waarde van 1. Gemiddeld ontvangt elke Nederlander 2 msv achtergrondstraling per jaar. Een internationale commissie heeft dosisliemieten afgesproken. Hierin ligt vastgelegd wat de maximale hoeveelheid dosisequivalent is voor kunstmatige bestraling per jaar. En hoeveel straling je beroepsmatig per jaar mag ontvangen. Deze waarden kun je allemaal in de Binas vinden. Belangrijke Binas tabellen: 7, 5, 19A, 19B, 20, 21, 22, 24, 25, 27D 1, 2 en 3, 28F, 29, 31, 32, 35E 1, 2 en 3,

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Ioniserende straling - samenvatting

Ioniserende straling - samenvatting Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het

Nadere informatie

Inleiding stralingsfysica

Inleiding stralingsfysica Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt

Nadere informatie

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal

Examentraining 2015. Leerlingmateriaal Examentraining 2015 Leerlingmateriaal Vak Natuurkunde Klas 5 havo Bloknummer Docent(en) Blok IV Medische beeldvorming (B2) WAN Domein B: Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2: Straling en gezondheid

Nadere informatie

- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode

- KLAS 5. c) Bereken de snelheid waarmee een elektron vrijkomt als het groene licht op de Rbkathode NATUURKUNDE - KLAS 5 PROEFWERK H7 --- 26/11/10 Het proefwerk bestaat uit 3 opgaven; totaal 32 punten. Opgave 1: gasontladingsbuis (4 p) In een gasontladingsbuis (zoals een TL-buis) zijn het gassen die

Nadere informatie

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.

Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern. Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief

Nadere informatie

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens

Nadere informatie

Wetenschappelijke Begrippen

Wetenschappelijke Begrippen Wetenschappelijke Begrippen Isotoop Als twee soorten atoomkernen hetzelfde aantal protonen heeft (en dus van hetzelfde element zijn), maar een ander aantal neutronen (en dus een andere massa), dan noemen

Nadere informatie

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.

Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel. H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele

Nadere informatie

De Zon. N.G. Schultheiss

De Zon. N.G. Schultheiss 1 De Zon N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module is direct vanaf de derde of vierde klas te volgen en wordt vervolgd met de module De Broglie of de module Zonnewind. Figuur 1.1: Een schema voor kernfusie

Nadere informatie

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kernfysica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Kernfysica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica

PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden

Nadere informatie

Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier.

Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier. Alfa -, bèta - en gammastraling Al in 1899 onderscheidde Ernest Rutherford bij de uraniumstraling "minstens twee" soorten: één die makkelijk wordt geabsorbeerd, voor het gemak de 'alfastraling' genoemd,

Nadere informatie

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht Exact Periode 5 Niveau 3 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is

Nadere informatie

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme Zonnestraling Samenvatting De Zon zendt elektromagnetische straling uit. Hierbij verplaatst energie zich via elektromagnetische golven. De golflengte van de straling hangt samen met de energie-inhoud.

Nadere informatie

Radioactiviteit en Kernfysica. Inhoud:

Radioactiviteit en Kernfysica. Inhoud: Radioactiviteit en Kernfysica Inhoud:. Atoommodel Rutherford Bohr. Bouw van atoomkernen A. Samenstelling B. Standaardmodel C. LHC D. Isotopen E. Binding F. Energieniveaus 3. Energie en massa A. Bindingsenergie

Nadere informatie

6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie

6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Ioniserende straling; eigenschappen en detectie Opgave 1 a Zie figuur 6.1. Figuur 6.1 Als je met het vliegtuig gaat, ontvang je de meeste straling, omdat je je op een

Nadere informatie

1 Bouw van atomen. Theorie Radioactiviteit, Bouw van atomen, www.roelhendriks.eu

1 Bouw van atomen. Theorie Radioactiviteit, Bouw van atomen, www.roelhendriks.eu Radioactiviteit 1 Bouw van atomen 2 Chemische reacties en kernreacties 3 Alfa-, bèta- en gammaverval 4 Halveringstijd van radioactieve stoffen 5 Activiteit van een radioactieve bron 6 Kernstraling: doordringend

Nadere informatie

Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10

Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10 Natuurkunde Klas 5 Utrecht Stedelijk Gymnasium 2014-2015 H10 Medische beeldvorming Waar gaan we het over hebben? Ioniserende straling Röntgenfotografie Nucleaire diagnostiek Overige technieken (CT-scan,

Nadere informatie

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). 2.1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden

Nadere informatie

Radioactiviteit. Een paar gegevens:

Radioactiviteit. Een paar gegevens: Radioactiviteit Een paar gegevens: 1 MeV = 1,6 10 13 J. In de stralingshygiëne kent men aan -straling een weegfactor 20 toe; aan - en -straling een weegfactor 1. Plutonium-238 zendt -stralen uit. De halveringstijd

Nadere informatie

Medische Beeldvorming

Medische Beeldvorming Medische Beeldvorming VWO 1 MEDISCHE BEELDVORMING Over deze lessenserie Colofon In deze module worden de natuurkundige principes en technieken uitgelegd die toegepast worden bij het maken van foto s en

Nadere informatie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie

Wisselwerking. van ioniserende straling met materie Wisselwerking van ioniserende straling met materie Wisselwerkingsprocessen Energie afgifte en structuurverandering in ontvangende materie Aard van wisselwerking bepaalt het juiste afschermingsmateriaal

Nadere informatie

Radioactiviteit enkele begrippen

Radioactiviteit enkele begrippen 044 1 Radioactiviteit enkele begrippen Na het ongeval in de kerncentrale in Tsjernobyl (USSR) op 26 april 1986 is gebleken dat er behoefte bestaat de kennis omtrent radioactiviteit voor een breder publiek

Nadere informatie

Atoomfysica uitwerkingen opgaven

Atoomfysica uitwerkingen opgaven Atoomfysica uitwerkingen opgaven Opgave 1.1 Wat zijn golven? a Geef nog een voorbeeld van een golf waaraan je kunt zien dat de golf zich wel zijwaarts verplaatst maar de bewegende delen niet. de wave in

Nadere informatie

IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling

IONISERENDE STRALING. Deeltjes-straling /stralingsbeschermingsdienst SBD 9673 Dictaat 98-10-26, niv. 5 A/B IONISERENDE STRALING Met de verzamelnaam straling bedoelen we vele verschillende verschijningsvormen van energie, die kunnen worden uitgezonden

Nadere informatie

Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2

Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2 Inhoud Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2 Licht als deeltje... 2 Elektronenconfiguratie in een atoom... 3 Atomen in aangeslagen toestand... 4 Het foto-elektrisch effect... 7 Opgave:

Nadere informatie

Kernenergie. FEW cursus: Uitdagingen. Jo van den Brand 6 december 2010

Kernenergie. FEW cursus: Uitdagingen. Jo van den Brand 6 december 2010 Kernenergie FEW cursus: Uitdagingen Jo van den Brand 6 december 2010 Inhoud Jo van den Brand jo@nikhef.nl www.nikhef.nl/~jo Boek Giancoli Physics for Scientists and Engineers Week 1 Week 2 Werkcollege

Nadere informatie

De Broglie. N.G. Schultheiss

De Broglie. N.G. Schultheiss De Broglie N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Detecteren en gaat vooraf aan de module Fluorescentie. In deze module wordt de kleur van het geabsorbeerd of geëmitteerd licht gekoppeld

Nadere informatie

3 Het Foto Elektrisch Effect. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/51931

3 Het Foto Elektrisch Effect. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/51931 Auteur Its Academy Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 May 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/51931 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid

RADIOACTIEF VERVAL. Vervalsnelheid /stralingsbeschermingsdienst 8385-I dictaat september 2000 RADIOACTIEF VERVAL Voor een beperkt aantal van nature voorkomende kernsoorten en voor de meeste kunstmatig gevormde nucliden wijkt de neutron/proton

Nadere informatie

1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002

1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002 1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002 1 Kosmische straling Onder kosmische straling verstaan we geladen deeltjes die vanuit de ruimte op de aarde terecht komen. Kosmische straling is onder

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde - havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Fietsdynamo uitkomst: f = 49 Hz (met een marge van Hz) Twee perioden duren 47 6 = 4 ms; voor één periode geldt: T = Dus f = = = 49 Hz. - T 0,5

Nadere informatie

21/05/2014. 3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 3.1. 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels. (blijft onveranderd)

21/05/2014. 3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 3.1. 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels. (blijft onveranderd) 3. Natuurlijke en kunstmatige radioactiviteit 3.1 Soorten radioactieve straling en transmutatieregels 3.2 Halveringstijd Detectiemethoden voor radioactieve straling 3.4 Oefeningen 3.1 Soorten radioactieve

Nadere informatie

7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen

7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen 7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen 7.1. Licht: van golf naar deeltje Frequentie (n) is het aantal golven dat per seconde passeert door een bepaald punt (Hz = 1 cyclus/s). Snelheid: v =

Nadere informatie

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3)

Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Zoals we in het vorige artikel konden lezen, concludeerde Hubble in 1929 tot de theorie van het uitdijende heelal. Dit uitdijen geschiedt met een snelheid die evenredig

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden:

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden: Uitwerking examen Natuurkunde1 HAVO 00 (1 e tijdvak) Opgave 1 Itaipu 1. De verbruikte elektrische energie kan worden omgerekend in oules: 17 = 9,3 kwh( = 9,3 3, ) = 3,3 De centrale draait (met de gegevens)

Nadere informatie

nieuw deeltje deeltje 1 deeltje 2 deeltje 2 tijd

nieuw deeltje deeltje 1 deeltje 2 deeltje 2 tijd Samenvatting Inleiding De kern Een atoom bestaat uit een kern en aan de kern gebonden elektronen, die om de kern cirkelen. Dat de elektronen aan de kern gebonden zijn, komt doordat er een kracht werkt

Nadere informatie

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B. Dosimetrie, deel 1. introductie dosisbegrip. W.P. Moerman

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B. Dosimetrie, deel 1. introductie dosisbegrip. W.P. Moerman Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 / 4B Dosimetrie, deel 1 introductie dosisbegrip W.P. Moerman Dosis Meestal: hoeveelheid werkzame stof Inhoud dag 1 dosis kerma exposie dag 2 equivalente dosis

Nadere informatie

KERNEN & DEELTJES VWO

KERNEN & DEELTJES VWO KERNEN & DEELTJES VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven staan

Nadere informatie

Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1

Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1 Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAO5 1 KeCo W.2. (A) In een bekerglas wordt 400 ml water geschonken met een begintemperatuur van 1 C. In het water wordt een dompelaar geplaatst met een vermogen van 90

Nadere informatie

Elektromagnetische straling

Elektromagnetische straling Inhoud Elektromagnetische straling... 2 Licht als deeltje... 2 De elektronvolt als alternatieve eenheid voor Joule... 3 Elektronenconfiguratie in een atoom... 4 Atomen in aangeslagen toestand... 5 Absorptie...

Nadere informatie

QUANTUM- & ATOOMFYSICA VWO

QUANTUM- & ATOOMFYSICA VWO QUANTUM- & ATOOMFYSICA VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I - + Eindexamen natuurkunde vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Valentijnshart Maximumscore 4 uitkomst: b 2,9 mm Bij het fotograferen van een voorwerp in het oneindige geldt: b f Bij het fotograferen

Nadere informatie

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een

Je weet dat hoe verder je van een lamp verwijderd bent hoe minder licht je ontvangt. Een Inhoud Het heelal... 2 Sterren... 3 Herzsprung-Russel-diagram... 4 Het spectrum van sterren... 5 Opgave: Spectraallijnen van een ster... 5 Verschuiving van spectraallijnen... 6 Opgave: dopplerverschuiving...

Nadere informatie

Biologische effecten van ioniserende en niet-ioniserende straling

Biologische effecten van ioniserende en niet-ioniserende straling Inhoudsopgave 01 Ioniserende straling 1 011 Ioniserende elektromagnetische straling 2 012 Straling van radioactieve Deeltjes 3 013 Tijdsconstante en halveringstijd 7 02 Absorptie 9 021 De absorptiewet

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I Opgave 1 Eliica De Eliica (figuur 1) is een supersnelle figuur 1 elektrische auto. Hij heeft acht wielen en elk wiel wordt aangedreven door een elektromotor. In de accu s kan in totaal 55 kwh elektrische

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 009 tijdvak woensdag 4 juni 3.30-6.30 uur natuurkunde, Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 5 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

GEEF STERRENKUNDE DE RUIMTE! SPECTROSCOPISCH ONDERZOEK VAN STERLICHT INTRODUCTIE

GEEF STERRENKUNDE DE RUIMTE! SPECTROSCOPISCH ONDERZOEK VAN STERLICHT INTRODUCTIE LESBRIEF GEEF STERRENKUNDE DE RUIMTE! Deze NOVAlab-oefening gaat over spectroscopisch onderzoek van sterlicht. Het is een vervolg op de lesbrief Onderzoek de Zon. De oefening is bedoeld voor de bovenbouw

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1

Examen HAVO. natuurkunde 1 natuurkunde 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen; het examen bestaat uit 25 vragen. Voor elk

Nadere informatie

Medische Beeldvorming

Medische Beeldvorming Medische Beeldvorming KLAS 5 HAVO MEDISCHE BEELDVORMING Over deze lessenserie In deze module worden de natuurkundige principes en technieken uitgelegd die toegepast worden bij het maken van foto s en beelden

Nadere informatie

Meesterklas Deeltjesfysica. Universiteit Antwerpen

Meesterklas Deeltjesfysica. Universiteit Antwerpen Meesterklas Deeltjesfysica Universiteit Antwerpen Programma 9u45 10u00 11u00 11u15 11u45 12u00 13u00 15u00 15u30 17u00 Verwelkoming Deeltjesfysica Prof. Nick van Remortel Pauze Versnellers en Detectoren

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen.

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2002-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2002-II Eindexamen natuurkunde - vwo 00-II Opgave Sellafield Maximumscore voorbeeld van een antwoord: U ( n) Cs ( x n) Rb. 9 0 55 0 7 (Het andere element is dus Rb.) berekenen van het atoomnummer consequente keuze

Nadere informatie

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet!

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet! Einstein (6) n de voorafgaande artikelen hebben we het gehad over tijdsdilatatie en Lorenzcontractie (tijd en lengte zijn niet absoluut maar hangen af van de snelheid tussen waarnemer en waargenomene).

Nadere informatie

NATUURKUNDE IN HET KORT www.natuurkundeuitgelegd.nl. natuurkunde in het kort. De complete bovenbouwstof VWO 2016/2017.

NATUURKUNDE IN HET KORT www.natuurkundeuitgelegd.nl. natuurkunde in het kort. De complete bovenbouwstof VWO 2016/2017. natuurkunde in het kort De complete bovenbouwstof VWO 016/017 Erik van Munster 11 Disclaimer: Bij het maken van natuurkunde in het kort is veel zorg besteed aan de juistheid en volledigheid maar helaas

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II Eindexamen natuurkunde - vwo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Elektromotor voorbeeld van een antwoord: schuifweerstand en schakelaar volgens schema aangesloten op de spanningsbron kring met een deel van de

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding 13. 1 energie 19

Inhoud. 1 Inleiding 13. 1 energie 19 Inhoud 1 Inleiding 13 1 onderzoeken van de natuur 13 Natuurwetenschappen 13 Onderzoeken 13 Ontwerpen 15 2 grootheden en eenheden 15 SI-stelsel 15 Voorvoegsels 15 3 meten 16 Meetinstrumenten 16 Nauwkeurigheid

Nadere informatie

KOSMISCHE STRALING. LESMODULE HISPARC VOOR TWEEDE KLAS HAVO/VWO Jeffrey Wouda Bas de Gier

KOSMISCHE STRALING. LESMODULE HISPARC VOOR TWEEDE KLAS HAVO/VWO Jeffrey Wouda Bas de Gier LESMODULE HISPARC VOOR TWEEDE KLAS HAVO/VWO Jeffrey Wouda Bas de Gier 1.1 INLEIDING In dit hoofdstuk Kosmische straling ga je stap voor stap de geschiedenis doorlopen die heeft geleid tot de ontdekking

Nadere informatie

"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.

Naar de kern van de materie legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling. Alles om ons heen is in zekere mate radioactief. Radioactiviteit is een volkomen natuurlijk verschijnsel. Zelfs ons lichaam is licht radioactief. De mens heeft het verschijnsel van de radioactiviteit dus

Nadere informatie

Uitwerking examen natuurkunde 2009 (tweede tijdvak) 1

Uitwerking examen natuurkunde 2009 (tweede tijdvak) 1 Uitwerking exaen natuurkunde 009 (tweede tijdvak) Opgave Optische uis. Teken eerst de verbindingslijn tussen de punten P en Q (lichtstraal in nevenstaande figuur). Deze rechte lijn is ongebroken en gaat

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I Eindexamen natuurkunde pilot havo 00 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden twee punten toegekend. Opgave Eliica maximumscore uitkomst: De actieradius is 3, 0 km. de

Nadere informatie

Examen HAVO. tijdvak 1 donderdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. tijdvak 1 donderdag 28 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 donderdag 28 mei 13.30-16.30 uur oud programma natuurkunde 1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten

Nadere informatie

Voorbeeldtentamen Natuurkunde

Voorbeeldtentamen Natuurkunde James Boswell Instituut Universiteit Utrecht Voorbeeldtentamen Natuurkunde havo versie Uitwerkingen Opgave 1: Fietser Bij het fietsen speelt wrijving een belangrijke rol. In onderstaande grafiek is de

Nadere informatie

Oefententamen Diagnose en Interventie (8NB00)

Oefententamen Diagnose en Interventie (8NB00) Oefententamen Diagnose en Interventie (8NB00) 7 januari 2014 14:45-17:45 Gebruik van een gewone en/of grafische rekenmachine is toegestaan. Antwoorden mogen zowel in het Nederlands als het Engels gegeven

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. lektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

formules havo natuurkunde

formules havo natuurkunde Subdomein B1: lektriciteit De kandidaat kan toepassingen van het gebruik van elektriciteit beschrijven, de bijbehorende schakelingen en de onderdelen daarvan analyseren en de volgende formules toepassen:

Nadere informatie

Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder

Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder Wat is het technische probleem? Er is een verstopping in de injectieput ontstaan, hierdoor kunnen er alleen nog maar kleine

Nadere informatie

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN voor schoolexamen (SE) en examen 5 HAVO natuurkunde katern : Trillingen en golven, energie en warmte, elektromagnetisme, opwekking en transport van elektrische energie, straling,

Nadere informatie

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde

Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Opgave 1 Op het etiket van een pot pindakaas staat als een van de ingrediënten magnesium genoemd. Scheikundig is dit niet juist. Pindakaas bevat geen magnesium

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I - + - + Eindexamen natuurkunde -2 havo 2000-I 4 Antwoordmodel Opgave LEDs voorbeelden van schakelschema s: 50 Ω V LED A 50 Ω A V LED Als slechts één meter juist is geschakeld: punt. 2 uitkomst: R = 45

Nadere informatie

Frequentie = aantal golven per seconde op gegeven plek = v/λ = ν. Golflengte x frequentie = golfsnelheid

Frequentie = aantal golven per seconde op gegeven plek = v/λ = ν. Golflengte x frequentie = golfsnelheid Golflengte, frequentie Frequentie = aantal golven per seconde op gegeven plek = v/λ = ν λ v Golflengte x frequentie = golfsnelheid Snelheid van het licht Manen van Jupiter (Römer 1676) Eclipsen van Io

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1

Examen HAVO. natuurkunde 1 natuurkunde 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 3 mei 13.3 16.3 uur 2 6 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen; het examen bestaat uit 24 vragen.

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Vliegen met menskracht uitkomst: t = 5,0 (uur) s Voor de gemiddelde snelheid geldt: v gem =. t De gemiddelde snelheid van het vliegtuig is 8,9 m/s

Nadere informatie

Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2009-2010

Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2009-2010 Welkom op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Stage studenten eerste master arts Academisch jaar 2921 11/3/29 1 Inleiding Beste studenten, Geachte toekomstige collega s, Welkom op de afdeling nucleaire geneeskunde.

Nadere informatie

2.3 Energie uit atoomkernen

2.3 Energie uit atoomkernen 2. Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie 2.2 Energie per kerndeeltje in een kern 2.3 Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie Einstein: massa kan worden omgezet

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2011 tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen.

Nadere informatie

Inleiding Astrofysica College 2 15 september 2014 13.45 15.30. Ignas Snellen

Inleiding Astrofysica College 2 15 september 2014 13.45 15.30. Ignas Snellen Inleiding Astrofysica College 2 15 september 2014 13.45 15.30 Ignas Snellen Samenvatting College 1 Behandelde onderwerpen: Sterrenbeelden; dierenriem; planeten; prehistorische sterrenkunde; geocentrische

Nadere informatie

Fluorescentie. dr. Th. W. Kool, N.G. Schultheiss

Fluorescentie. dr. Th. W. Kool, N.G. Schultheiss 1 Fluorescentie dr. Th. W. Kool, N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module volgt op de module de Broglie. Het detecteren van kosmische straling in onze ski-boxen geschiedt met behulp van het organische

Nadere informatie

TEMPERATUURSTRALING Leg uit waarom je alleen metingen kunt doen aan temperatuurstraling als je meetinstrument kouder is dan het te meten voorwerp.

TEMPERATUURSTRALING Leg uit waarom je alleen metingen kunt doen aan temperatuurstraling als je meetinstrument kouder is dan het te meten voorwerp. strofysica TEMPERTUURSTRLING Leg uit waarom je alleen metingen kunt doen aan temperatuurstraling als je meetinstrument kouder is dan het te meten voorwerp. Uitwerking: ls het meetapparaat zelf een hogere

Nadere informatie

Effecten van ioniserende straling

Effecten van ioniserende straling Faculteit Bètawetenschappen Ioniserende Stralen Practicum Achtergrondinformatie Effecten van ioniserende straling Equivalente dosis Het biologisch effect van ioniserende straling of: de schade aan levend

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 natuurkunde 1,2 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 24 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Inhoud. Medische beeldvorming...2 Opgave: Röntgenapparaat...3 Opgave: PET-Scan...6 Opgave: MRI-scan...8 Opgave: Echografie...

Inhoud. Medische beeldvorming...2 Opgave: Röntgenapparaat...3 Opgave: PET-Scan...6 Opgave: MRI-scan...8 Opgave: Echografie... Inhoud...2 Opgave: Röntgenapparaat...3 Opgave: PET-Scan...6 Opgave: MRI-scan...8 Opgave: Echografie...14 1/16 Medische beeldvormende technieken hebben als doel een beeld te vormen van het inwendige menselijke

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

OVERAL, variatie vanuit de kern LES- BRIEF. Tweede Fase. Het neutrinomysterie. Foto: CERN

OVERAL, variatie vanuit de kern LES- BRIEF. Tweede Fase. Het neutrinomysterie. Foto: CERN OVERAL, variatie vanuit de kern LES- BRIEF Tweede Fase Het neutrinomysterie Foto: CERN 1 Het was op het nieuws, het was in de krant, iedereen had het er over: neutrino s die sneller gaan dan het licht.

Nadere informatie

Impuls, energie en massa

Impuls, energie en massa Impuls, energie en massa 1 Impuls (klassiek) Elastische en onelastische botsingen 3 Relativistische impuls en energie 4 Botsingen van (sub)atomaire deeltjes 5 Massadefect bij kernreacties 6 Bindingsenergie

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I. Element 112 ontdekt. Opgave 1 Armbrusterium

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I. Element 112 ontdekt. Opgave 1 Armbrusterium Opgave 1 Armbrusterium artikel Lees het onderstaande artikel. Element 112 ontdekt DARMSTADT Een internationaal team onder leiding van Peter Armbruster heeft het element 112 uit het periodiek systeem ontdekt.

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELJK ONDERWJS N 1975 (GYMNASUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE,, " 1: Van een fotocel is de kathode K bedekt met. een laagje metaal mefeen grensgolflengte

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2014-2015 NIVEAU KADER

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2014-2015 NIVEAU KADER PROGRAMMA VA TOETSIG E AFSLUITIG TSG VMBO CURSUSAAR 04-05 IVEAU KADER VAK: ASK METHODE: u voor straks 4 KGT (ThiemeMeuenhoff) KLAS: 4 COTACTURE PER WEEK: 4 x uten per week P periode C code B Bron KEE wat

Nadere informatie

Spectroscopie. ... de kunst van het lichtlezen... Karolien Lefever. u gebracht door. Instituut voor Sterrenkunde, K.U. Leuven

Spectroscopie. ... de kunst van het lichtlezen... Karolien Lefever. u gebracht door. Instituut voor Sterrenkunde, K.U. Leuven Spectroscopie... de kunst van het lichtlezen... u gebracht door Instituut voor Sterrenkunde, K.U. Leuven Spectroscopie en kunst... Het kleurenpalet van het elektromagnetisch spectrum... Het fingerspitzengefühl

Nadere informatie

Examen VWO. Natuurkunde 1,2 (Project Moderne Natuurkunde)

Examen VWO. Natuurkunde 1,2 (Project Moderne Natuurkunde) Natuurkunde 1,2 (Project Moderne Natuurkunde) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 26 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 83 punten te behalen; het

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal. Natuurkunde Havo 1984-II Opgave 1 Fietsen Iemand rijdt op een fiets. Beide pedalen beschrijven een eenparige cirkelbeweging ten opzichte van de fiets. Tijdens het fietsen oefent de berijder periodiek een

Nadere informatie