WOORDKOMPAS Z pagina 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "WOORDKOMPAS Z pagina 1"

Transcriptie

1 WOORDKOMPAS Z pagina 1 de z(et) van Zacharias en van Zaandam het zaad/ de -en Ik wil lavendel in mijn tuin. Breng je uit Frankrijk een << Ik heb wel een zonnig hoekje om er een paar planten van te zakje zaad voor me mee? laten groeien. Van de zaden van een meloen kun je een mooie ketting rijgen. ± Met een dunne naald kun je makkelijk door de pitjes heen prikken. Geef de parkiet eens wat zaad, zijn bakje is helemaal leeg. ± Het wordt tijd dat hij wat te eten krijgt. ~ Aan het eind van de maand zit de één op zwart zaad../ ±..\ die heeft geen cent meer../ <>..\ en de ander heeft nog geld over. de zaag/ zagen Om die plank in tweeën te krijgen moet je deze zaag gebruiken../ <<..\ maar pas op, de tanden zijn erg scherp! ^ de zaag, de hamer, de beitel, de schaaf: gereedschap van de timmerman. zaaien/zaaide/gezaaid I (& II ) de boer zaait (de graankorrels) Vroeger zag je de boeren met de hand zaaien. ± Nu strooien grote machines het zaad over de akkers. ~ Goede vaklui, zoals loodgieters of schilders, zijn tegenwoordig ± Die zijn er haast niet meer, je moet ze met een lantaarntje zoeken. dun gezaaid. ~ De verdeling van die grote erfenis heeft natuurlijk weer ± Zoiets veroorzaakt immers altijd ruzie! tweedracht gezaaid. Wie wind zaait, zal storm oogsten. ± Als je onrust stookt, kan je een rel verwachten. Een ondoordachte opmerking kan al een storm aan emoties losmaken. de zaak/ zaken Op zo'n rommelmarkt kun je de vreemdste zaken kopen. ± Voorwerpen uit grootmoeders tijd bijvoorbeeld en soms ook splinternieuwe dingen van deze tijd. Van zulke zaken heb ik geen verstand! ± Voor zulke aangelegenheden moet je bij mijn vader zijn. Voor ik met vakantie ga, moet ik nog een paar zaken regelen. ± Die kwesties kunnen niet tot na de vakantie blijven liggen. Het fijne van de zaak weet ik nog niet../ <>..\ ik heb alleen de grote lijnen gehoord. Voor zo'n klus moet je iemand met kennis van zaken in ± Daarvoor heb je iemand nodig die verstand heeft van zulke dingen. de arm nemen. Ik zal je de gang van zaken haarfijn uitleggen. ± Ik zal je precies vertellen hoe 't allemaal gebeurd is. ~ Als je naar de tropen gaat, is het zaak om je tegen malaria ± Dat is echt heel belangrijk! te laten inenten. ~ Het wordt nu tijd dat je orde op zaken stelt../ <>..\ want je hebt er een grote puinhoop van gemaakt. Bemoei je met je eigen zaken! ± Je hebt hier niets mee te maken! Houd je erbuiten! De onderhandelaars zijn onverrichter zake teruggekomen. ± Ze hebben helaas niets kunnen bereiken. Gedane zaken nemen geen keer. ± Wat gebeurd is, is nu eenmaal gebeurd. Daar kun je niets meer aan doen. Volgende week komt de zaak F. voor de rechter. ± Na maanden uitstel komt die rechtszaak tegen F. vóór. Mijn buurman is in zaken. ± Hij koopt en verkoopt allerlei goederen. Hij doet zaken in Nederland../ ±..\ maar hij drijft ook handel in het buitenland. Hij moet vaak voor zaken naar Amerika. <> Dan gaat zijn vrouw meestal mee voor haar plezier. Met Moederdag doet de drogist goede zaken. ± Dan verdient hij veel geld met luxe zeep en lekkere luchtjes. Hij heeft een goed salaris en ook nog een auto zaak. ± Hij rijdt in een dure wagen die betaald wordt door het van de bedrijf waar hij werkt. Omdat het café 10 jaar bestaat, geeft de eigenaar een ± Iedereen mag wat drinken op kosten van het café. rondje van de zaak. In welke zaak heb je die fiets gekocht../ ±..\ in die winkel in de Stationsstraat?

2 WOORDKOMPAS Z pagina 2 de zaal/ zalen In de grootste zaal van het museum hangen vier schilderijen ± In het vertrek ernaast hangt ook nog een Rembrandt. van Rembrandt. In dat oude ziekenhuis liggen de patiënten nog met z'n tienen ± In de nieuwe ziekenhuizen liggen er meestal maar vier mensen in op een zaal. een kamer. Waar wil je zitten, in de zaal../ <>..\ of op het balkon? ± Graag beneden, dicht bij het toneel. ~ Die rijke mensen wonen in een groot, oud huis, met zálen <> Daarbij vergeleken zijn die kamers in mijn huis maar hokjes. van kamers. zacht/ -e Zo'n zachte matras is niet goed voor je rug. <> Dokters raden altijd een harde matras aan. Door de warmte is de boter helemaal zacht geworden. <> Zet hem maar een poosje in de koelkast, dan wordt hij wel weer stijf. Wil jij je ei zacht gekookt../ <>..\ of hard? ± Ik wil dat 't wit stevig is maar de dooier moet nog vloeibaar zijn. Ik kan die vrouw niet verstaan, ze heeft zo'n zachte stem. <> Ik begin doof te worden, ik versta alleen nog maar mensen met een harde/luide stem. De jongen zingt heel zacht mee. <> Hij durft niet goed voluit te zingen, hij denkt dat hij vals zingt. Jullie moeten zacht naar binnen gaan. ± Stil hoor, op je tenen! Ze probeerde hem met zachte woorden weer moed in ± Die vriendelijke woorden deden hem goed. te spreken. Zo'n zacht meiregentje is goed voor de planten. <> Zo af en toe een harde plensbui kan ook geen kwaad. ~ Ik heb die fiets voor een zacht prijsje op de kop getikt. ± Een buurman heeft hem goedkoop aan me verkocht. Hij aaide de hond zacht over zijn rug. ± Daarna klopte hij hem voorzichtig op de kop. Die gekleurde lampen geven mooi zacht licht. <> Dat is veel prettiger dan dat felle licht van een witte gloeilamp. Die jongen heeft een zacht karakter. ± Hij is altijd bang een ander te kwetsen. <> Jammer genoeg is zijn zuster een harde, die houdt met niemand rekening behalve met zichzelf! Bij deze criminele jongeren bereik je niets met zulke <> Misschien kun je ze met heel strenge straffen wèl op het goede zachte maatregelen. pad brengen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. ± Je kunt sommige problemen niet oplossen door heel voorzichtig te werk te gaan../ <>..\ die moet je gewoon flink/rigoureus aanpakken. ~ Ik vind dat op z'n zachtst gezegd onaangenaam. ± Daarmee druk ik me dan zo vriendelijk mogelijk uit! 't Wordt zachtjes aan tijd om naar huis te gaan. ± Ik moet zo langzamerhand naar bed! Zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet. ± Kalmpjes aan maar, haast je vooral niet! het zadel/de -s De ruiter legt het zadel op de rug van het paard. << Vervolgens zet hij zijn voet in de stijgbeugel en gaat hij zitten. Het kind zit niet vast in het zadel. 1 Als de pony een kleine sprong maakt, valt het ventje op de grond. ~ Hij is een tijdje werkeloos geweest maar een vriend heeft ± Die heeft hem een goede baan bezorgd die hem goed bevalt. hem weer in het zadel geholpen. Ik ga een ander zadel op mijn nieuwe fiets zetten want dit 1 Als ik een tijdje fiets, krijg ik enorme zadelpijn. is me te hard. zagen/zaagde/gezaagd I & II ze zagen het hout Timmerlui moeten leren zagen../ <<..\ timmeren, lijmen, schaven enz. Ga je het hout voor de open haard zagen../ <>..\ of hakken? Mijn zusje heeft pas een maand vioolles dus voorlopig is ± Zelf heeft ze het idee dat ze binnen de kortste keren heel mooi viool het nog 'zagen'. zal spelen. Nu is het nog krassen! Wat kan die man toch verschrikkelijk zagen! ± Hij blijft altijd over één onderwerp doorzaniken.

3 WOORDKOMPAS Z pagina 3 de zak/ -ken Wil je de appels in een papieren zak../ <>..\ of wil je ze in een plastic tasje? Bij de warme bakker worden grote zakken meel naar ± Hij krijgt, geloof ik, wel tien van die balen. binnen gebracht. Als je een tweedehands auto koopt, moet je goed opletten ± Er zijn al heel wat mensen bij zo'n transactie bedrogen uitgekomen. dat je geen kat in de zak koopt. Hij heeft al een paar keer een aardige baan gehad maar ± Hij begrijpt zelf niet waaróm hij steeds ontslagen wordt. telkens krijgt hij weer de zak. Vervelend dat er geen zakken in deze broek zitten. << Waar moet ik nou m'n zakdoek laten? Ik heb altijd een gulden los in m'n zak zitten voor een <> 't Is zo'n gedoe als je die eerst uit je portemonnee moet halen bij winkelwagentje. de supermarkt. Ik moet even naar een giromaat, ik heb bijna geen cent op zak. ± Is 't weer zo? Jij hebt, geloof ik, nooit geld bij je! ~ Nou, die opmerking kan hij in z'n zak steken! ± Hij klinkt niet zo vriendelijk, maar de kritiek is wel terecht. Hij moet daar maar eens goed over nadenken! Daar heb jij geen zak mee te maken! ± Dat gaat jou helemaal niet aan, bemoei je er niet mee! Ik vind dat toch zó'n zak! ± Volgens mij is het een waardeloze vent! ^ de (plastic) zak, de doos, de kist, het papier: verpakkingsmateriaal de zakdoek/ -en Ik ben snipverkouden, dit is vandaag al m'n derde zakdoek! << Ik blíjf gewoon mijn neus snuiten! zakelijk/ -e Op zakelijk gebied hebben we veel met elkaar te maken. ± We bespreken vaak onze zaken../ <>..\ maar over persoonlijke dingen praten we niet. Ik wil graag een kort, zakelijk verslag van de gebeurtenissen. ± Beperk je alsjeblieft tot de feiten. De toon van zijn brief is wel erg zakelijk. <> Ik zou willen dat hij iets van zijn gevoelens toonde. ± Dit is net een krantenbericht! het zakgeld/ - Ik kreeg al heel jong zakgeld van mijn ouders. ± Iedere zaterdag kreeg ik een vast bedrag waar ik mee mocht doen wat ik wilde maar waar ik wel de hele week mee moest rondkomen! zakken/zakte/gezakt I het water zakt Het water in de rivier is wat gezakt. <> Gelukkig maar, het was verleden week zó gerezen! 't Wordt tijd dat de benzineprijzen weer gaan zakken. ± Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de benzine goedkoper wordt! Gelukkig is de koorts gezakt! ± De temperatuur van het kind is twee graden gedaald. Je mag de moed niet laten zakken, hoor! ± Als je de moed verliest, red je het helemaal niet! Aan het eind van de aria was de zangeres een halve toon ± Ze eindigde een halve toon lager dan ze begonnen was. gezakt. Nu ben ik wéér voor dat examen gezakt! <> Zou ik er ooit nog eens voor slagen? de zaklantaarn/ -s Het is hier aardedonker, heb jij een zaklantaarn bij je? <> Nee, ik heb wel een grote lamp bij me, maar die zit in mijn tas, die past niet in mijn zak!

4 WOORDKOMPAS Z pagina 4 de zalf/ - Smeert u deze zalf maar op dat eczeem, dan zal het wel snel ± Ik heb deze crème al aan veel patiënten gegeven en hij helpt altijd! beter worden. ^ de zalf, de poeder, de pil, de capsule, de drank: geneesmiddelen het zand/ - Aan het strand krijg je altijd zand in je kleren. ± Uren later heb je nog last van al die fijne korreltjes. Op die zuidelijke stranden ligt geen zand../ <>..\ maar kiezel en grote stenen. Bij vloed moet je door het mulle zand lopen../..\ want dan is het hele vochtige strand door de zee overspoeld. ~ Bij zo'n toernooi moesten de ruiters vaak in het zand bijten. ± Ze werden òf door hun paard òf door de tegenstander op de grond gegooid. ~ Nou goed, zand erover! ± 't Is al goed, we praten er niet meer over! Zijn verhaal hangt als los zand aan elkaar! ± Er is geen enkele samenhang in te ontdekken! Probeer je me nu zand in de ogen te strooien? ± Ik merk heus wel dat je de zaken mooier voorstelt dan ze in werkelijkheid zijn! Het is echt dom om je kop in het zand te steken. <> Je is beter de waarheid onder ogen te zien../ ±..\ dan struisvogelpolitiek te bedrijven. de zanger/ -s Voor het operakoor worden zangers gezocht:../ <<..\ drie tenoren, vier baritons een ook nog één bas. de zangeres/ -sen De zangeres van die popgroep zingt niet alleen heel goed, ± 't Is voor die band belangrijk om een goede vocaliste te hebben, die ze danst ook fantastisch. zich ook nog prima beweegt. zaniken/zanikte/gezanikt I & II ze zanikt over de stijgende prijzen Wat zit je toch te zaniken! Ik heb 'nee' gezegd. ± Nu moet je ophouden met zeuren. Hij heeft net zo lang gezanikt tot ik hem zijn zin gegeven heb. ± Zo zie je maar weer, blijven vragen heeft soms resultaat! zat/ -te Die man drinkt veel te veel, hij is iedere avond '"zat'". ± Ik heb hem al heel vaak dronken tegen een huis zien zitten. Kom jongens we gaan uit. Ik heb geld zat! ± Heb jij geld genoeg? Dan mag je mij wat lenen! Nu ben ik dat gezeur zat! ± Ik heb er mijn buik van vol! (.) Wat zit je nou te leuteren en te lallen../..\ met je zatte kop! de zaterdag/ -en Zaterdag is de laatste dag van de week. ± Op die dag tussen vrijdag en zondag begint het weekeinde. De zaterdagen zijn voor de kleinkinderen../..\ Dan sjouwen opa en oma met ze rond en verwennen ze vreselijk. ze >>> zij Oma is moe, ze heeft een grote wandeling gemaakt. ± Waar is zij naar toe geweest? <> Opa is thuisgebleven, hij had geen zin om te lopen. De meisjes hebben vakantie, ze gaan naar het strand. ± Gaan zij met de fiets of met de tram? De jongens hebben ook vrij, ze willen mee. ± Zij willen met de fiets. De dames en de heren gaan naar huis, zijn ze klaar? ± Nee, morgen gaan zij verder. De meisjes moeten stil zijn, de leraar heeft ze al drie keer ± Als ze toch nog praten, gaat hij hen straffen. gewaarschuwd. De jongens reden veel te hard, de politie heeft ze bekeurd. ± Ik hoop, dat de politie hen flink laat betalen. De dames hebben een broodje besteld, de ober komt het ze ± Hij brengt hun ook een kopje koffie. brengen. Hij zet de broodjes voor ze neer. ± 'Eet u smakelijk', zegt hij tegen hen.

5 WOORDKOMPAS Z pagina 5 de zebra/ -'s De zebra is een soort paard met strepen op zijn huid. ± Dit 'equus zebra' leeft in Zuid- en Middenafrika. het zebrapad/- Een oversteekplaats voor voetgangers heet kortweg zebrapad, ± Men noemt het ook vaak gewoon een zebra. vanwege de strepen. de zede/ -n of -s Als je in een nieuw land gaat wonen, moet je wennen aan <<..\ en gewoonten die daar heersen. Soms zijn die heel anders dan in de zeden../ je eigen land. Wat in het ene land heel gewoon is, is ergens anders misschien ± Daar is dat misschien heel onfatsoenlijk. in strijd met de goede zeden. zedelijk/ -e Ik voel me zedelijk geroepen die arme man te helpen. ± Ik vind dat ik die morele plicht heb. de zedelijkheid/ - Wildplassen is een vergrijp tegen de openbare zedelijkheid. ± Dat is dus volgens de zedelijkheidswet verboden. de zee/ -ën Het water van alle zeeën bij elkaar bedekt ±70% van <> Voor het vasteland blijft dus maar ±30% over. de aardoppervlakte. De strijdkrachten te land, ter zee../ <<..\ en in de lucht. Tussen Europa en Afrika ligt de Middellandse Zee. ± Er varen veel veerboten op dat water heen en weer. Er waait een koele wind van zee. <> In het binnenland is het veel warmer. Houd jij van een vakantie aan zee? ± De hele dag op het strand liggen is niets voor mij. Na veertien dagen op zee geweest te zijn../ <>..\ waren de matrozen blij voet aan wal te zetten. Als het avond wordt, gaan de vissers de zee op. ± Als het donker begint te worden, zie je ze uitvaren. Al van zijn elfde jaar af wil hij naar zee. ± Hij heeft dus een opleiding gevolgd om zeeman te kunnen worden, hij is nu kapitein op een vrachtboot. ~ Ik houd van mensen die recht door zee zijn. ± Ik vind het prettig dat ze eerlijk zijn en ronduit zeggen wat ze van iets vinden. ~ Zou je wel met die aannemer in zee gaan? ± Durf je het aan om zaken met hem te doen? ~ Op Internet kun je een zee aan informatie krijgen over dat ± Je vind daar een overvloed aan artikelen over die zaak. onderwerp, je verdrinkt erin. Hem een boek geven? Man, dat is water naar de zee dragen! ± Zijn boekenkast puilt uit en hij heeft geen tijd om te lezen! Die moeite kun je je besparen!/dat is uilen naar Athene brengen! ^ de druppel, de plas, de vijver, het meer, de zee, de oceaan: hoeveelheden water de zeef/ zeven Als je de saus door de zeef schenkt../ 1..\ ben je alle eventuele klontjes kwijt! Gekookte melk moet je wel door een zeef(je) in het kopje 1..\ anders krijg je vellen in je koffie. schenken../ ~ Ik heb een geheugen als een zeef../ ±..\ alles stroomt er even hard uit als het erin komt, ik vergeet alles!

6 WOORDKOMPAS Z pagina 6 de zeem/ - De glazenwasser gebruikt een zeem om de ramen die hij ± Vroeger noemde men het ook wel een leren lap. gewassen heeft te drogen. Met spons en zeem gewapend ging zij het balkon op. # Het was hoog tijd, de ramen moesten na de storm en de regen nodig gewassen worden. het zeemleer/ - Dure handschoenen worden van zeemleer gemaakt. ± Dat is heel zacht schapen- of geitenleer, ze noemen het ook wel glacéleer. de zeep/ - Vroeger waste je je gezicht gewoon met water en zeep. <> Tegenwoordig zijn er allerlei lotions en crèmes voor. Wil je een nieuw stuk zeep in de badkamer leggen? << Badschuim en douchegel staat er nog genoeg. Oudere mensen mogen niet veel zeep gebruiken. 1 Daar wordt hun (dunne) huid te droog van. de zeepbel/ -len Met zo'n bekertje zeepsop kun je mooie zeepbellen blazen. ± Je weet wel van die gekleurde belletjes die een tijdje in de lucht zweven en dan uit elkaar spatten. ~ Al zijn illusies zijn als een zeepbel uit elkaar gespat. ± Het leek even allemaal zo mooi maar er is niets van terecht gekomen. het zeeppoeder/ - Ik wil de was doen maar mijn zeeppoeder is op. ± Ik moet dus eerst een pak wasmiddel gaan halen. Strooi maar een beetje van dit zeeppoeder in een emmer 1 Deze zijden blouse moet je nl. op de hand wassen. lauw water. het zeepsop/ - Heb jij soms iets te wassen? Ik heb hier nog een emmertje << Ik heb er alleen maar een truitje in gewassen, het schuimt nog volop. zeepsop. zeer & ten zeerste De spreker had een zeer lang verhaal. ± Hij bleef erg lang aan het woord. Ik ben u zeer veel dank verschuldigd. ± Wat doe je plechtig! Zeg maar gewoon: 'Ik ben je erg dankbaar'. Het spijt mij ten zeerste! ± Ik heb daar buitengewoon veel spijt van. zeer/zere Ik kan niet zo goed lopen, ik heb een zere voet. ± Ik heb m'n voet verzwikt en die is nu erg pijnlijk. zeer doen >> doen I & II dat doet me zeer Mijn ogen doen zeer, ik heb te lang zitten lezen. ± En nu doen m'n ogen pijn, ze branden. Zonder het te willen, heb ik hem zeer gedaan. ± Hoe heb je hem dan bezeerd? Die boze woorden doen mij zeer. ± Het spijt me, ik wilde je niet kwetsen. Waarom huilt hij? Heeft hij zich zeer gedaan? ± Ja, hij heeft zich behoorlijk pijn gedaan. de zeevaart/ - Er zijn scheepvaartmaatschappijen die zich bezig houden ± Hun schepen varen dus op zeeën en oceanen. met de zeevaart. <> Andere schepen varen op rivieren en kanalen, dat is de binnenvaart. zeewaardig/ -e Die man moet wel schatrijk zijn, nu heeft hij weer een ± Ja, hij moet een schip hebben dat op volle zee mag varen, hij wil zeewaardig zeilschip laten bouwen. ermee oversteken naar Engeland!

7 WOORDKOMPAS Z pagina 7 zeg! Zeg jij daar! Loop eens door! ± Hallo, die jongen daar vooraan! Zeg, voel je je wel goed? ± Hoe kom je daar nou bij? Wat doe jij raar, zeg! << Dat ben ik niet van je gewend! de zege/ - De zege van Feyenoord over Sparta was../ ±..\ de zesde overwinning op rij. Wie denk jij dat de zege zal behalen, Bush of Gore? ± Ik hoop dat Gore zal winnen, maar ik ben bang dat Bush zal triomferen. de zegen/ - Met Pasen spreekt de Paus zijn zegen uit over 'de stad en ± Hij belooft 'Urbi et Orbi' Gods gunst en bescherming. de wereld'. ~ De uitvinding van de penicilline is een zegen voor de ± Dit antibioticum heeft miljoenen mensenlevens gespaard. Wat een mensheid gebleken. geweldig groot goed! ~ Er rustte beslist geen zegen op die reis. ± Alles wat mis kon gaan, ging ook mis. ~ Mijn zegen heb je! ± Je gaat je gang maar, ik vind 't best! zeggen/zei/gezegd II wat zeg je? De docent komt binnen en zegt goedemorgen. ± De leerlingen groeten terug. Zeg eens netjes dank u wel! ± Moeder wil dat Hansje de slager bedankt voor het plakje worst. Dronken mensen zeggen de waarheid. ± Kleine kinderen vertellen ook hoe de zaak echt zit. Mag ik misschien ook nog iets zeggen? ± Ik wil ook graag meepraten. Wie heeft hier iets te zeggen? ± Wie heeft hier de leiding? Jij hebt hier niets in te zeggen. ± Naar jou wordt niet geluisterd. In deze kwestie heeft de directeur 't voor het zeggen. ± De directeur beslist wat er gebeuren moet. Om de waarheid te zeggen, ik krijg genoeg van jouw praatjes. ± Om heel eerlijk te zijn, ik heb mijn buik er van vol. Ze leeft, om zo te zeggen, voor haar kinderen. ± Ze gaat, bij wijze van spreken, voor ze door het vuur. 't Is toch nog niet gezégd dat ze gaan verhuizen! ± Dat staat nog helemaal niet vast! We moeten om 8 uur op Schiphol zijn. Dat wil zeggen dat we ± Dat betekent dus dat we vroeg op moeten staan! hier om 7 uur weg moeten. Zo'n bedrag van ƒ 1000,- wil voor die rijke man toch niets ± Voor hem is dat maar een kleinigheid, dat betekent zeggen. voor hem niet veel. Die lastige, oude dame had natuurlijk weer wat te zeggen ± Zij had, zoals altijd, weer wat te aan te merken.. op onze plannen! Volgens zijn zeggen komt er een nieuw station. ± Ja, maar hij kan wel zo véél beweren. Zo gezegd, zo gedaan. ± We hebben de daad bij het woord gevoegd. Ziezo, ik heb mijn zegje gezegd! ± Nu weten jullie tenminste hoe ik erover denk! '"de zeik'" ~ Hij vindt het blijkbaar leuk om iemand '"in de zeik te zetten'". ± Hij laat graag een ander een figuur slaan, nu heeft hij zijn neefje weer eens voor aap gezet. '"zeiken'" Jongens, '" ik mot effe zeiken!'" ± Moet je nou alwéér plassen? Je bent net geweest! ~ '"Wat zit die vent weer te zeiken!'" ± Hij blijft maar zeuren/zaniken over dat tientje! '"de zeikerd'" ~ Vind jij die man ook zo'n '"zeikerd'"? ± Hou op man, wat een vervelende zeur!

8 WOORDKOMPAS Z pagina 8 '"zeiknat'" Ik was zeiknat toen ik thuiskwam. ± Door de regen was ik drijfnat. het zeil/ de -en Door de storm zijn de zeilen van het schip beschadigd. <> Nu moet de schipper verder op de motor varen. Bij het verlaten van de haven worden de zeilen van de boten <<..\ en bij terugkeer strijken de schippers ze weer. gehesen../ Het grote schip voer met volle zeilen op zee. 1 De stevige wind zorgde voor een flinke snelheid. ~ Ik zal alle zeilen moeten bijzetten om dat examen te halen. <> Als ik de kantjes eraf loop, zak ik zeker../ ±..\ dus ik zal m'n uiterste best moeten doen. ~ Het meisje kwam met opgestoken zeil op me af. ± Heel verontwaardigd vroeg ze me waar ik me mee bemoeide. ~ Bij het schoolfeest houden een paar leraren een oogje ± Ze letten goed op of er geen 'rare' dingen gebeuren. in 't zeil. ~ Ik was gisteravond doodmoe. Zodra ik in bed lag, was ik onder zeil. ± Ik ben onmiddellijk in slaap gevallen. De vrachtwagenchauffeur dekt zijn lading af met een zeil als ± Die grote lap zeildoek houdt de lading droog. het hard begint te regenen. In de keuken en het toilet heb ik zeil op de vloer. <> In de huiskamer ligt vast tapijt en in de slaapkamers vinyl. ^ zeil, vinyl, tapijt, marmoleum, parket, plavuizen, vloertegels: vloerbedekking zeilen/zeilde/gezeild I ze zeilt weg Als je de hele dag gezeild hebt../ ±..\ is het 's avonds thuis net of je nóg in een boot op het water bent. Wij zijn naar de overkant van het meer gezeild. ± Dat ging snel want we voeren voor de wind, maar terug, tegen de wind in, moesten we laveren. In de achttiende eeuw moesten de grote zeeschepen nog om ± Hoe lang zo'n reis duurde, hing af van de wind die ze onderweg Kaap de Goede Hoop zeilen. tegenkwamen. de zeis/ -en De tuinman maait het lange gras met een zeis. ± Ik kan niet met zo'n eng, scherp mes omgaan../ <>..\ ik gebruik een elektrische grasmaaier. De dood wordt voorgesteld als een skelet met een zeis in 1<> Daarmee kan hij een mens uit het leven wegmaaien. zijn hand.

9 WOORDKOMPAS Z pagina 9 zeker/ -e Met dat diploma op zak ga je een zekere toekomst tegemoet. ± Zo'n solide toekomst is wel een paar jaar studie waard. Zijn jullie zeker van je zaak? ± Ja hoor, we weten precies wat we willen. Als je zeker wil zijn van een goede plaats, moet je snel ± Dan kun je wel op een mooi plekje rekenen. een kaartje kopen. Ik neem het zekere voor het onzekere en ga nu meteen naar <> Anders loop ik het risico dat alles uitverkocht is. het ticketbureau. Ben je er zeker van dat die trein nog gaat? <> Nou, je maakt me nu aan 't twijfelen. Men is daar zijn leven niet zeker. ± Je weet nooit of je er levend vandaan komt. De heer Romein is toch zo'n zekere. ± Altijd correct gekleed, altijd beleefd. <> Zou hij ooit uit de plooi komen? Weet je zeker dat Hans vanavond komt? ± Ja hoor, ik ben ervan overtuigd. Ik zal je vanavond zeker bellen. ± Ik bel je beslist, om een uur of negen. Die auto kost zeker wel ƒ60.000,-! ± Oh, vast wel! Je snapt zeker wel dat ik dat niet kan betalen? ± Ja, dat kan ik me best voorstellen. We komen vast en zeker te laat! ± Ongetwijfeld. Langzaam maar zeker gaat ze zich wat beter voelen. ± Iedere dag gaat ze een klein stapje vooruit. Ken jij een zekere Madelon? ± Het moet één of andere zangeres zijn. In zeker opzicht heeft hij gelijk. ± Op een enkel punt /ergens ben ik het met hem eens. Tot op zekere hoogte begrijp ik je wel. ± Gedeeltelijk kan ik met je meevoelen. In zekere zin heb je het aan je zelf te danken. ± Je hebt het er in bepaald opzicht zelf naar gemaakt. Je dacht zeker dat ik het zou betalen? << Nou, mooi niet/ Vergeet het maar! de zekerheid/ -heden Bestaat er al zekerheid over het aantal doden? ± Staat al vast hoeveel mensen omgekomen zijn? <> Nee, daar bestaat nog steeds grote twijfel over. Voor alle zekerheid neem ik een paraplu mee. ± Dan ben ik op alles voorbereid! zelden Ze gaan zelden naar de schouwburg../ ±..\ misschien één keer per jaar../ <>..\ maar vaak naar de bioscoop. Ik zie die oude vrienden zelden of nooit. ± Ik kom ze een doodenkele keer tegen in de stad. zelf Ze werd geholpen door de baas zelf. ± Hij stond in eigen persoon achter de toonbank. Ik heb het toch zeker zelf gezien! ± Ik heb het met mijn eigen ogen gezien. Wat een mooie trui, heb je die zelf gebreid? <> Nee hoor, die is machinaal gebreid. Ik heb hem kant en klaar gekocht. Koop nou toch ook iets voor je zelf/jezelf. <> Je besteedt geld genoeg aan anderen. Dat geloof je toch zelf niet, hè? ± Je weet best dat dat niet waar is! Die man is de vriendelijkheid zelf. ± Hij is één en al vriendelijkheid. Zo uiterst vriendelijk zijn maar weinig mensen. zelfs Zelfs midden in de winter zwemt hij iedere dag in zee. ± Gaat hij óók hartje winter dat ijskoude water in? Hij liever dan ik! Gisteren regende het hard, het góót zelfs. ± Erger nog, het leek wel een wolkbreuk.

10 WOORDKOMPAS Z pagina 10 zelfstandig/ -e Veel vroegere koloniën zijn nu zelfstandige staten. ± De meeste landen zijn nu onafhankelijk geworden. Veel kleine zelfstandigen hebben moeite om het hoofd boven ± Het is voor de eigenaars van kleine bedrijfjes erg moeilijk water te houden. concurreren met../ <>..\ de grote supermarkten en ondernemingsketens. Sommige kinderen zijn al heel jong erg zelfstandig. ± Ze willen en kunnen alles zelf doen. <> Andere kinderen hebben dan nog bij alles hulp nodig. (.) Als de kinderen de deur uit zijn en op zichzelf wonen../..\ zijn ze zelfstandig. 'Zelfstandig wonen' is in de zorgsector altijd begeleid ±..\ een koppel of een individu heeft een eigen woonruimte en wordt zelfstandig wonen:../ wekelijks gecoacht door een professionele begeleider. De student probeert zelfstandig rond te komen. ± Hij heeft er een hekel aan om financiële steun van zijn ouders te vragen. De Nederlandse grammatica spreekt over zelfstandige ±..\ terwijl die internationaal substantiva genoemd worden. naamwoorden../ In de zin: "Ik heb geen kinderen" is "hebben" een zelfstandig <>..\ maar in: "Ik heb gewerkt" is het een hulpwerkwoord. werkwoord../ zenden/zond/gezonden II & III ik stuur je een tje daarover Ik zal u zo spoedig mogelijk bericht zenden. ± Ik denk dat ik het u binnen drie dagen kan sturen. <> Er is geen bericht verstuurd, het moet zijn blijven liggen! Nederland zendt troepen (uit) naar Afghanistan../ <>..\ om ze na een paar jaar weer terug te halen. We zenden je de beste wensen en../ «../een hartelijke groet! de zender/ -s Op welke zender komt dat programma? ± Het wordt gelijktijdig uitgezonden op Radio 4 en op Nederland 3. Het aantal zenders is sterk uitgebreid. ± Er zijn heel wat radio- en TV-stations bijgekomen. de zenuw/ -en De zenuwen brengen prikkels over van de zintuigen naar <<..\ en van de hersenen naar de spieren. de hersenen../ Toen de tandarts bij het boren een zenuw raakte, gaf de patiënt 1 Dat deed wel heel erg pijn! een gil. In dat vak moet je wel sterke zenuwen hebben. ± Je moet psychisch heel sterk zijn: koelbloedig en moedig. <> Als je snel van de wijs bent, moet je iets anders gaan doen. Dat gehuil van de baby werkt op m'n zenuwen. ± Het maakt me bloednerveus. Als ik bedenk dat ik morgen examen moet doen, krijg ik 't op ± Bij dat idee word ik vreselijk nerveus. m'n zenuwen. zenuwachtig/ -e Die zenuwachtige man rookt de ene sigaret na de andere. ± Dat doen nerveuze mensen heel vaak. Piet is zenuwachtig, hij heeft morgen examen. ± Hij hoeft helemaal niet nerveus te zijn. Hij heeft hard gestudeerd en zal best slagen. Bij het idee alleen word ik al zenuwachtig. ± De gedachte er aan alleen al maakt dat ik er tegen op zie. <> Hier, neem een pilletje, dan word je wel rustig. Waarom doe je zo zenuwachtig? ± Loop toch niet zo onrustig te ijsberen. <> Probeer je zenuwen de baas te blijven!

11 WOORDKOMPAS Z pagina 11 (de) zes/ -sen Dat kost zes gulden, mevrouw. ± Alstublieft, een briefje van vijf en nog een gulden. We beginnen vandaag aan les zes. ± Zijn jullie al bij de zesde les? De trein vertrekt om zes uur. ± Is dat om uur of om uur? Moeder deelt de taart in zessen. ± Ze snijdt hem in zes stukken. We gaan met z'n zessen naar het strand. ± Gezellig hoor, met zes mensen. Om bij zessen belde hij aan. ± Ik geloof dat het vijf voor zes was. Die kinderen zijn van zessen klaar. ± Dat is een stel flinke, bijdehante kinderen. Die zijn niet voor een kleintje vervaard De Arabische zes schrijven we../ ±..\ zo: 6../../ en de Romeinse zes../ ±..\ zo: VI. De grote wijzer van de klok staat op de zes. 1 Dan staat de kleine wijzer precies tussen 2 cijfers. Nou heb ik alweer een zes voor mijn test. ± Dat is wel voldoende, maar ook maar nèt! <> Ik wou dat ik 'ns een keer een acht of een negen kreeg, een echt góed cijfer. zesde/ -n De zesde jongen in de rij staat../ <<..\ tussen de vijfde en de zevende. Het is vandaag de zesde (van de maand)../ ±..\ wil zeggen: het is de zesde dag, dus b.v. 6 mei. Koning Karel de Zesde van Frankrijk was../ ±..\ de zesde koning van Frankrijk die Karel heette. het zesde (deel) Een zesde (deel) van twaalf is twee. ± 12 : 6 = 2. zestien Als je zes en tien optelt, krijg je zestien. ± = 16. zestig Eén uur heeft zestig minuten. ± En zes keer tien seconden is één minuut. ~ Hoe kom je dáárbij, ben je zestig? ± Ben je nou helemaal gek? de zet/ -ten De schaker gaf al na twintig zetten op. ± Toen hij twintig keer een van zijn stukken had verplaatst, zag hij dat hij verloren had. Wie is aan zet? ± Jan is aan de beurt om een stuk te verplaatsen. Door één gelukkige zet won ik de partij. ± De verplaatsing van dat stuk bleek beslissend. ~ Het was een goede zet van jou om die brief te schrijven. ± Door die tactiek heb je nu die fijne baan. In de drukte gaf iemand mij een zet. ± Door die duw/por/stoot viel ik tegen de muur. ~ Soms moet je iemand een zet(je) in de goede richting geven. ± Als je niet goed weet wat je moet doen, helpt het als een ander je goede raad geeft.

12 WOORDKOMPAS Z pagina 12 zetten/zette/gezet III Jan zet het maar ergens De juf zet de leerling op een andere plaats. << 'Ga hier maar een poosje zitten', zegt ze boos. Moet ik die fles in de kast zetten../ <>..\ of leggen? De ober zet nog een stoel bij de tafel. << Nu staan er vier stoelen. Ik zet mijn nieuwe boeken in de kast. ± Ik geef ze allemaal een plaats. Mijn vader moet een kast in elkaar zetten. ± Alles zit kant en klaar in een bouwpakket, nu moet hij het volgens de tekening monteren. De directeur zet zijn handtekening onder de brief aan zijn ± Daarna ondertekent hij een paar zakelijke brieven. zieke collega. Wat heeft de juwelier die diamant fraai gezet! ± Mooi, zoals die edelsteen in het goud van de ring is geplaatst. ~ Ik heb vandaag geen stap buiten de deur gezet. ± Wat, ben je helemaal niet buiten geweest? ~ Na een week zetten ze weer voet aan wal. ± Ze vonden het fijn om weer even van boord te gaan. ~ Waarom heeft zijn vrouw hem op straat gezet? ± Ik wist niet dat zij hem het huis heeft uitgejaagd. ~ Hij is door zijn baas op straat gezet. ± Dat is de zoveelste heer dat hij ontslagen wordt. ~ Waarom zet je zo'n kwaad gezicht? ± Waarom kijk je zo boos? Vandaag is er een groep illegalen over de grens gezet. <> Zouden die mensen na zo'n uitzetting in een ander land toegelaten worden? Met zulke daden zet hij zijn goede naam op het spel. ± Als hij zulke rare dingen doet, brengt hij zijn reputatie in gevaar. Jij alleen op vakantie? Zet dat maar uit je hoofd! ± Vergeet 't maar, daar komt niks van in! Nu is 't wel genoeg, laten we er een punt achter zetten! ± Ophouden, 't is welletjes! <> Morgen verder! Zal ik thee of koffie zetten? ± Maak maar thee. Zal ik de wekker zetten? ± Goed, stel hem maar in op 7 uur. Toen de politieauto de straat in reed, zetten de kwajongens ± Ze renden alle kanten op. 't op een lopen. ~ Mijn moeder kan die man niet zetten. <> Mijn zusje vindt hem juist heel aardig! Ochtendkranten worden 's nachts gezet../ <<..\ en gedrukt. ± Ooit werden letters stuk voor stuk met de hand op hun plaats gebracht, toen kwamen de zetmachines en nu doet men alles met de computer. Kun je dat lied twee tonen lager zetten? Mijn stem haalt die ± Goed, ik zal proberen het zo voor je te arrangeren. hoge tonen niet. zeuren/zeurde/gezeurd I & II wat zeur je nou? Het kind loopt al de hele dag te zeuren. ± Het voelt zich zeker niet lekker, dat het zo zanikt. Sommige klanten hebben altijd wat te zeuren. ± Ze hebben altijd wel iets áán te merken. Zeur nou niet langer../ <>..\ en schiet op! ± Wat loop je nou toch te treuzelen/talmen. Kinderen van 10 jaar zeuren nu al om een mobiele telefoon. ± Ze vragen er net zolang om tot ze hun zin krijgen. ~ Ik heb nu al een week zo'n zeurende hoofdpijn. ± Het is geen hevige pijn maar hij gaat maar niet weg! de zeurkous/-kousen of de zeurpiet/ -en Loop je daar nu nog over te zaniken? Wat ben je toch ± Zo'n zeurpiet heb ik nog nooit meegemaakt! een zeurkous! zeven/zeefde/gezeefd II ze zeeft het meel Je moet de thee wel zeven, want er zitten theeblaadjes in de pot. ± Hier is een theezeefje, schenk het daar maar door.

13 WOORDKOMPAS Z pagina 13 (de) zeven De som van vier en drie is zeven. ± = 7. Een week heeft zeven dagen:../ ±..\ zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. De trein vertrekt om zeven uur 's avonds../ ±..\ dus om uur../..\ van spoor zeven. ± Om precies te zijn, van spoor 7A. Ze gaan met z'n zevenen op vakantie. # Ze zouden met z'n achten gaan, maar er is één ziek geworden. Hoe moet ik die taart nou in zevenen verdelen? ± Ik krijg nooit zeven gelijke stukken! De Romeinse zeven (VII) ziet er anders uit../ ±..\ dan het Arabische cijfer zeven (. Ze heeft een rapport met allemaal zevens. ± Voor alle vakken heeft ze dus ruim voldoende. zevende Is de zondag de zevende dag van de week../ <>..\ of de eerste? Jij bent al de zevende die me dat vraagt! ± Vóór jou wilden zes mensen hetzelfde weten. We gaan de zevende (juli) met vakantie. ± Gaan jullie 7 juli? Wij vertrekken een week later! Koning Hendrik de Zevende van Duitsland werd in 1312 tot ± Ook in Engeland is er een Koning Hendrik VII geweest. keizer gekroond. zeventien Tien en zeven is zeventien. ± = 17. zeventig Zevenmaal tien is zeventig. ± 7 x 10 = 70. Hij wordt dit jaar zeventig (jaar), wat een?? leeftijd, hè? << Dat is tegenwoordig toch nog niet oud! zich De vrouw kleedt zich aan. <> Daarna kleedt ze haar baby aan. De kinderen vervelen zich../ <>..\ en daarom lopen ze anderen ook te vervelen. Die leraar geeft zich veel moeite om de cursisten klaar te ± Hij doet daarvoor zijn uiterste best. stomen voor het examen. Hij heeft maar heel weinig geld bij zich. ± Het is te gevaarlijk om veel geld op zak te hebben. ~ Is er iemand bereid de voorbereiding voor het feest op zich ± Mevrouw Jansen heeft gezegd dat zij er voor wil zorgen. te nemen? <> We laten dat graag aan haar over! ~ Op zich is het nieuwe plan een leuk idee../ ±..\ als je het idee alleen bekijkt, word je enthousiast. <<..\ maar we hebben er helaas niet genoeg geld voor. ~ Hij heeft wel twintig mensen onder zich. ± Hij is de chef van een afdeling met 20 man personeel. ~ Ze houdt het geheim zorgvuldig vóór zich. <> Ze zou het wel graag aan iemand vertellen../ ±..\ maar ze heeft beloofd erover te zwijgen. het zicht/ - Door regen en mist was het zicht (op de weg) erg beperkt. ± We konden nog geen vijftig meter vooruit zien. Langzaam kwam het schip in zicht. «Na vijf minuten was al wat meer te zien/onderscheiden. U kunt dit tapijt ook een week op zicht krijgen. Dan kunt u zien of het in uw interieur past. Zo niet, dan brengt u het terug. ~ De patiënt blijft klagen, de arts krijgt maar geen goed zicht ± Wat de zieke ook uitlegt, de dokter kan er geen duidelijk beeld van op zijn problemen. haar kwaal aan ontlenen.

14 WOORDKOMPAS Z pagina 14 zichtbaar Er is geen zichtbaar verschil tussen die tweeling. ± Je kunt niet duidelijk zien dat ze verschillend zijn. Door de grote afstand was de toren nog maar nauwelijks ± Alleen als je heel goede ogen had, kon je hem zien. zichtbaar. Het bruidspaar was zichtbaar gelukkig. ± Je kon zien dat ze dolgelukkig waren. zichzelf Sommige mensen vinden zichzelf zo belangrijk. ± Ze denken dat zíj het middelpunt van de wereld zijn. Ze komt graag bij die mensen, ze kan daar zo heerlijk zichzelf <> Ze hoeft zich niet anders voor te doen dan ze is! zijn. Ondanks alle rijkdom en roem is zij zichzelf gebleven. ± Ze is helemaal niet veranderd, ze is nog net zo aardig als toen ze met haar carrière begon. Egoïsten denken alleen aan zichzelf../ <>..\ en nooit aan anderen. Ze weigeren toe te geven dat ze alle ellende aan zichzelf <> Ze proberen nog steeds anderen de schuld te geven. te wijten hebben. De kinderen mogen iets voor zichzelf doen. ± Ze mogen iets gaan doen waar ze zelf zin in hebben. <> De hele dag hebben ze moeten doen wat de juf zei. Wat zou ze bij zichzelf denken? ± Ze heeft vast zo haar eigen gedachten maar ze zegt zegt niets. De kinderen wonen bijna allemaal op zichzelf. <> Er woont er nog maar één thuis. Ze kunnen goed voor zichzelf zorgen. ± Die redden het wel in hun eentje! ~ Hij wil, als het kan, voor zichzelf beginnen. <> Hij vindt dat hij lang genoeg voor een baas heeft gewerkt. ± Nu wil hij een eigen zaak beginnen. ~ Hebben ze dat uit zichzelf gedaan? <> Nee hoor, hun vader heeft gezegd dat het moest. ziek/ -e Ze gaat een zieke buurvrouw opzoeken../ <<..\ die na een operatie in het ziekenhuis ligt. Ze geeft les aan zieke kinderen die lang in het ziekenhuis <> Ze vindt dat werk fijner dan met gezonde kinderen. liggen. De jongen is nog ziek, hij ligt al twee weken in bed. <> Hij hoopt dat hij gauw beter is en naar school mag. Sommige immigranten zijn ziek van heimwee. ± Zij missen hun vaderland zó erg dat ze ziek worden. ~ Hou nu eindelijk 'ns op met je gezeur, ik word er ziek van. ± Ik word er beroerd/niet goed van! de ziekenauto/ -'s De ziekenauto brengt de gewonde man naar het ziekenhuis. ± Met loeiende sirene en zwaailichten baant de ambulance zich een weg door de drukke straten. het ziekenhuis/ de -huizen ± M.C. of Medisch Centrum Vroeger moest je na zo'n operatie wel tien dagen in het <> Nu ga je soms na vier dagen al naar huis. ziekenhuis blijven. Het LUMC of Leids Universitair Medische Centrum../..\ heet vroeger gewoon LAC of Leids Academisch Ziekenhuis. de ziekte/ - n of -s Tijdens zijn ziekte vervangt zijn collega hem. ± Die neemt, zolang hij ziek is, voor hem waar. In de tropen heersen veel ziekten die in onze streken niet ± Malaria en gele koorts bijv. zijn kwalen waartegen je je moet voorkomen. beschermen als je naar die hete landen gaat. AIDS is nog steeds een ongeneeslijke ziekte. <> Er zijn nog geen medicijnen gevonden die garantie voor genezing bieden. Waterpokken is één van de besmettelijke ziektes die ieder # Soms is de helft van de leerlingen van een klas op de basisschool ziek kind een keer krijgt. thuis: de één steekt de ander aan.

15 WOORDKOMPAS Z pagina 15 de ziel/ -en Een mens heeft niet alleen een lichaam maar ook een ziel. ± Ik vind het innerlijk, waarmee een mens denkt en voelt, belangrijker dan zijn uiterlijk. Omdat zij zich met hart en ziel aan haar werk wijdt, krijgt ze ± Iemand die zich zo volledig inzet, verdient dat ook. veel waardering. We zullen onze ziel in lijdzaamheid moeten bezitten. ± We zullen het moeten verdragen../ <>..\ er tegenin gaan heeft geen enkele zin! Nu hij met pensioen is, loopt hij met z'n ziel onder z'n arm. ± Hij weet niet wat hij met al die vrije tijd moet doen. Slecht financieel beleid is er de oorzaak van dat dat bedrijf <> Het heeft het hoofd een jaar boven water gehouden../ ter ziele is gegaan. ±..\ maar nu is het failliet gegaan. ~ De vrouw van de directeur was altijd de ziel van het jaarlijkse ± Zij was ieder jaar de drijvende kracht achter de plannen en personeelsfeest. de voorbereidingen. Deze stad telt zielen. ± Wonen er zóveel mensen? ~ 's Avonds na achten loopt er geen levende ziel meer op straat. ± Dan is het er uitgestorven! ~ Ik heb medelijden met die arme ziel! Wat een ellende heeft die vrouw al niet moeten verwerken! Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. ± Hoe meer mensen erop het feest komen, des te leuker wordt het. zielig/ -e Die zielige kinderen kijken je met grote, droevige ogen aan. ± Ze hebben geen enkele kans op geluk, je móet wel medelijden met ze hebben. Er worden ook steeds zielige verhalen over die kinderen <> Heel misschien lezen we nog eens dat het nu goed met ze gaat. geschreven. Wat zielig dat hij net ziek werd toen hij die mooie reis zou ± Dat is echt sneu voor hem. gaan maken. zien/zag/gezien II Ik zie, ik zie wat jij niet ziet Dieren zien met hun ogen../ <<..\ en horen met hun oren. Jonge katjes kunnen de eerste dagen na hun geboorte niet zien. <> Dan zijn ze nog blind. Die jongen ziet heel slecht../ ±..\ zijn ogen zijn heel slecht, hij is bijna blind. ~ We kennen elkaar nog maar kort, ziet u? ± Weet u, we hebben elkaar vorige week pas ontmoet. Heel in de verte zag ik een schip. ± Je moest wel heel goed kijken om het te kunnen waarnemen. Wanneer zie ik je weer eens? ± 't Wordt tijd dat we elkaar weer eens ontmoeten. ~ Sorry hoor, dat zie je helemaal verkeerd. ± Je beoordeelt die zaak fout. ~ Zou je kans zien om die trein te halen? ± Zou je daartoe in staat zijn? Hij zag, dat het sneeuwde. ± Hij was de eerste die dat opmerkte. ~ Zie je wel dat je het kunt? ± 'k Had 't je toch gezegd? ~ Zie maar dat je het voor elkaar krijgt! ± Zorg maar dat het in orde komt. Ik zie mijn vriendin lopen. << Kijk, daar loopt ze, aan de overkant. ~ Zij ziet haar nieuwe collega wel zitten. ± Ze vindt hem best aardig. ~ Helaas ziet hij niets in háár! ± Hij is helemáál niet in haar geïnteresseerd. ~ De leerlingen zagen dat plan wel zitten../ <>..\ maar de directeur voelde er niets voor. Kun jij zien of dat bus 5 is? ± Nee, ik kan het niet lezen, hij is nog te ver weg. ~ Ze ziet (nog) wel of ze naar dat feest gaat. ± Ze weet het nog niet, 't hangt ervan af hoe moe ze is. ~ Ik moet nog zien of ze op tijd komen. ± Ik betwijfel het ten zeerste. Laat maar eens zien wat je gedaan hebt. << Ik beloof je dat ik het goed zal bekijken. ~ Laat maar eens zien wat je durft! ± Bewijs maar hoe moedig je bent. Voor deze keer zal ik het door de vingers zien. <> Denk erom, als het weer gebeurt, volgt er straf! Ik heb een paar fouten over het hoofd gezien. ± Ik was zeker moe, dat ik die niet opgemerkt heb. ~ Toen de medaillewinnaars op Schiphol aankwamen, zag het 1<> Drommen bewonderaars stonden de sporters op te wachten. zwart van oranjefans.

16 WOORDKOMPAS Z pagina 16 (het) zien Het zien van een film maakt vaak meer indruk../ <>..\ dan het horen van een radioverslag. Horen en zien vergaan je in die disco's. 1<> Die muziek staat daar altijd zo waanzinnig hard! Nou tot ziens, hè? Dááág! ± Tot de volgende keer! de zij >> de zijde zij Ken jij die vrouw? Wie is zij? ± Ze is een buurvrouw van me, ze woont naast me. <> Haar man ken ik ook goed, hij is onze kapper. Haar zusjes wonen daar ook, zij zijn nog jong. ± Ze gaan nog naar school. Zoek je Henk en Nel? Zij zijn al naar huis. ± Ze zijn een kwartier geleden weggegaan. Leuk hondje is dat! Is het een hij of een zij? ± Een teefje of, als je wilt, een vrouwtje. de zij(de)/ - den Een vierkant heeft vier gelijke zijden. ± Die grenslijnen maken rechte hoeken met elkaar. Op welke zijde van dat papier mag ik tekenen? ± Teken maar aan de voorkant. Aan beide zijden van die straat geldt een parkeerverbod. ± In veel straten mag je wel aan één kant parkeren. Ik heb steeds pijn in mijn zij. ± Hier, net onder m'n ribben, aan de linkerkant. De volksdansers zetten hun handen in de zij. <> Daarna leggen ze hun handen op hun rug. ~ Kan iemand mij hierbij terzijde staan? ± Ja hoor, ik wil je best helpen. ~ Je moet dat probleem van alle zijden/kanten bekijken. ± Je moet alle voors en tegens goed overdenken. ~ Dat is nou precies mijn zwakke zijde. ± Op dat gebied weet ik niet zoveel! ~ Wie heeft in dat conflict jouw zijde gekozen? ± De oppositie heeft mij gesteund../ <>..\ de regeringspartijen hebben mij laten vallen. ~ Hij is een oom van moederszijde. 1<> Hij behoort tot mijn moeders familie. ± Van vaderskant heb ik geen ooms. ~ Van de zijde van de vakbond hebben de werknemers veel ± Uit die kringen mag je dat ook wel verwachten! steun gekregen. ~ Zij liet zich van haar beste zijde zien en kreeg de baan. ± Ze vond het de moeite waard om haar beste beentje vóór te zetten. de zij(de)/ - Die blouse is van echte zij(de) gemaakt. << Hoeveel zijderupsen zouden daar een cocon voor hebben gemaakt? Zo'n lap zij(de) kost een heleboel geld! <> Een lap katoen is heel wat goedkoper. De bruid ging in zij(de) gekleed. ± Prachtig hoor, die zijden kleren! ^ zijde, wol, katoen, linnen: natuurlijke stoffen voor kleding zijn (z'n) De man haalt zijn portefeuille uit z'n zak../ ±..\ en betaalt z'n maaltijd. <> Mevrouw betaalt haar eigen maaltijd. Je moet ieder het zijne geven. ± Iedereen moet krijgen wat hem toekomt. Die kwestie is van betekenis voor hem en de zijnen. ± Hij en zijn bloedverwanten hebben er belang bij.

17 WOORDKOMPAS Z pagina 17 zijn/was-waren/geweest Geloof jij dat er een God is? ± Natuurlijk bestaat er een God! Dat kan wel zijn../ ± Misschien is dat wel zo../ «..\ maar dat verandert mijn mening niet. De oude heer Rovers is niet meer. ± Wat zeg je? Leeft hij niet meer? De koningin is in het buitenland. ± Zij bevindt zich op het ogenblik in Luxemburg. Van wie zijn deze handschoenen? ± Behoren die niet aan mevrouw Laurens? Van wie is dat artikel? ± Wie heeft dat geschreven? Wanneer is die bijeenkomst? ± Die vergadering vindt over twee weken plaats. Opschieten mensen, het is acht uur!. ± Zometeen slaat de klok acht. Is er nog wat soep? ± Ja, er zit nog een beetje in de pan. Die fiets is erg duur. ± Ik kan zo'n dure fiets niet betalen. Mijn broer is leraar aan de HAVO. ± Hij heeft daar een baan als leraar Engels. Haar moeder is vijfenveertig (jaar (oud)). ± Haar vader heeft dezelfde leeftijd. Die mensen mogen jou wel dankbaar zijn. Hebben ze je al behoorlijk bedankt voor wat je voor ze gedaan hebt? Wie is daar, wie bent u? ± Wie heeft er gebeld? Doe eens open, ík ben het! ± Ik heb gebeld! Hoeveel is die krant? ± Die kost ƒ 1,95, meneer. Het is beter dat je een paar dagen thuis blijft. ± Met die verkoudheid kun je beter binnen blijven. Het is beter te geven dan te ontvangen. ± Men kan beter iets aan een ander geven dan iets van een ander krijgen. Ik ben om zes uur naar huis gegaan. << Onderweg heb ik boodschappen gedaan. Door wie is dat boek geschreven (geworden)? ± Ik weet ook niet wie het geschreven heeft. Wat zijn jullie aan 't doen? ± We zijn aan 't knutselen! We zitten een doosje te vouwen. (het) zilver/ - In de chemie wordt het metaal zilver../ ±..\ aangeduid met: Ag. De bekendste edelmetalen zijn zilver../ <<..\ en goud. Het zilver van die armband wordt zwart. # Je moet hem poetsen, dan wordt hij weer mooi wit. Morgen ga ik mijn zilver poetsen. Zondag krijg ik eters, dan moet het bestek en de andere zilveren dingen glanzen. ~ De Nederlandse deelnemer behaalde zilver. ± Hij werd tweede in de wedstrijd en kreeg dus de zilveren plak/medaille. ~ Ze heeft van dat mooie witte haar, 't lijkt wel zilver! ± Kunst, ze gebruikt altijd een zilverspoeling! ^ zilver, goud, platina, titanium: edelmetalen ( die dus niet roesten) zilveren/ - Hij geeft zijn vriendin een zilveren collier. <> Zij houdt niet zo van gouden sieraden. Toe maar, kristallen glazen en zilveren bestek. << Wat een chic huishouden! ~ Haar ouders vieren hun zilveren bruiloft. ± Hé, mijn ouders zijn ook 25 jaar getrouwd! ~ De zilveren medaille/plak >> het zilver de zin/ -nen ' ' Ik ga naar de kapper.' is een zin. <> 'Ga', 'de', 'ik', 'kapper' zijn vier losse woorden. Een zin begint met een hoofdletter en../ <<..\ eindigt met een punt(.),../ #..\ tenminste als je hem opschrijft. Bedenk tien zinnen die../ <>..\ samen een verhaal maken. Soms schrijven mensen van die ellenlange, ingewikkelde <<..\ waar geen touw aan vast te knopen is: wel heel veel woorden maar zinnen../ je begrijpt er niets, helemaal geen snars, van.

18 WOORDKOMPAS Z pagina 18 de zin/ - ± de betekenis De zin van zijn woorden drong niet tot haar door. ± Ze begreep de betekenis niet van wat hij zei. Al dat praten, wat heeft dat nu voor zin? ± Waar is dat goed voor/ wat schieten we ermee op? Werken geeft zin aan zijn leven. ± Zonder werk heeft z'n leven geen betekenis voor hem. In de letterlijke zin van het woord../ ±..\ niet in de figuurlijke betekenis. Mijn plannen zijn in díe zin gewijzigd, dat ik een week eerder ± In zóverre verandert er dus iets. wegga. ~ In zekere zin ben ik het met je eens. ± In bepaald opzicht geef ik je gelijk../ <>..\ maar in 't algemeen denk ik anders over die zaak. de zin/ -nen ± wat je wilt, je bedoelingen Doe nu maar eens je eigen zin. ± Doe maar wat je zelf wil. <> Je hoeft niet altijd naar anderen te luisteren. Dat kind drijft altijd haar zin door. ± Ze zeurt net zo lang tot er gebeurt wat zíj wil../ Dan geven de anderen haar haar zin../ <<..\ en zij haar zin krijgt. Ze heeft haar zinnen erop gezet om dokter te worden. ± Ze wil dat koste wat kost bereiken. ~ Nou goed dan, jíj (krijgt) je zin! ± We doen wat jij wil. ~ We hebben de bus gemist, heb je nou je zin? ± Zie je nou wel? Dat komt door dat getreuzel van jou! Zoveel hoofden, zoveel zinnen. ± Ieder mens heeft zijn eigen mening. Heb je zin in een ijsje? ± Graag, daar heb ik wel trek in! Ik heb zin om naar het strand te gaan? ± Voel jij daar ook wat voor? ~ Ik ben niet fit vandaag, ik heb nergens zin in. ± Ik ben zo lusteloos. Hij heeft het op die nieuwe school naar zijn zin. ± Hij voelt zich er prettig. Op z'n oude school was men veel te streng naar zijn zin. ± De docenten waren te weinig soepel naar zijn smaak. Zijn leerresultaten waren ook niet naar zijn zin. ± Is hij daar nu wèl tevreden over? zindelijk/ -e Ze is het toonbeeld van een zindelijke huisvrouw, ze wast 1<> Haar huis glimt je tegemoet. en poetst de hele dag. <> Daarbij vergeleken ben ik maar een slons. Is uw zoontje al zindelijk, mevrouw? ± Overdag wel, dan gaat hij op het potje../ <>..\ maar 's nachts moet hij nog een luier om. zingen/zong/gezongen I & II ze zingt een nieuwe song Ik ben zó blij, ik zou willen zingen. ± Ik zou een vreugdelied willen laten horen. Helaas kan ik helemaal niet zingen. ± Iedereen zegt dat ik geen wijs kan houden. Ik zing vals. ± Ik schijn altijd de verkeerde toon te pakken. Dat koor zingt prachtig. De koorleden hebben allemaal mooie stemmen. ~ Die violist kan zijn viool laten zingen! <> En toch is hij óók begonnen met een beetje krassen! ~ Hoor die vogels eens vrolijk zingen! <> Nou, ik hoor alleen maar de haan kraaien! ± Luister dan goed, dan hoor je ze kwelen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. ± Iedereen heeft zijn eigen manier van spreken. Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. ± (Ongewild) doet men de dingen net zoals z'n ouders. De sopraan zingt een moeilijke aria van Verdi. ± Ze heeft dat lied al dikwijls ten gehore gebracht. Wil je een liedje voor me zingen? <> Nee, maar ik wil wel een gedichtje voor je opzeggen. ~ De vogels zingen het hoogste lied! ± Ze kwinkeleren uit volle borst. zinken/zonk/gezonken I het schip zinkt! IJzer is zwaarder dan water dus het zinkt. ± Een stuk ijzer zakt direct naar de bodem. <> Een boomblad is lichter dan water en daarom blijft het drijven. Het schip is op de Grote Oceaan gezonken. ± Het is met man en muis vergaan. ~ Je moet wel diep gezonken zijn om zo iets afschuwelijks te doen. ± Je bent moreel dan tot een zéér laag peil afgezakt.

19 WOORDKOMPAS Z pagina 19 zinnig/ -e Er is geen zinnig mens die daar aan twijfelt. ± Ieder verstandig mens weet dat dat wáár is. Hij was zó in de war, hij kon geen zinnig woord uitbrengen. <> Hij kon alleen maar onzin praten. het zintuig/ de -en De mens heeft vijf zintuigen:../ het gezicht, het gehoor, het gevoel, de smaak en de reuk. Met die zintuigen nemen we de dingen om ons heen waar. ± Zo kunnen we met onze reuk de geur van iets ruiken en we proeven iets met onze smaak. ~ Ze heeft voor die zaken als het ware een zesde zintuig. ± Die dingen weet ze gewoon zonder ze echt waar te nemen. zintuiglijk/ -e Zien, horen, voelen, proeven en ruiken zijn allemaal zintuiglijke Het zijn waarnemingen van onze (kijk-, luister-, tast- smaak- en gewaarwordingen. geur) zintuigen. Leerlingen met een zintuiglijke handicap../ ±..\ zijn leerlingen die niet of slecht kunnen horen en/of zien. Ze zijn hardhorend en soms doof en/of slechtziend en soms zelfs blind. <>..\ vormen een andere groep dan lichamelijk of verstandelijk gehandicapten. de zitkamer/ -s In de zitkamer staan twee grote fauteuils bij de open haard. ± In de huiskamer staan ook de TV en de CD-speler. <> In de eetkamer staan de eethoek en het dressoir.

20 WOORDKOMPAS Z pagina 20 zitten/zat-zaten/gezeten I & II hè, hè, ik zit (op rozen)! Ik ben moe, ik wil even zitten. <> Ik heb een paar uur in de keuken gestaan. Hier is een stoel, ga zitten. ± Neemt u plaats! Helen, waar zit je? ± Ik ben/sta in de keuken! Oh, de bel gaat. Blijf jij maar zitten../ <>.. \ ik sta wel op. ~ Er zijn drie kinderen blijven zitten. <> De rest is overgegaan (naar de volgende groep). De beleefde man laat de oude dame zitten. ± Hij staat op en biedt haar zijn stoel aan. ~ 'Laat maar zitten', zegt de klant tegen de ober. <> 'Wij mogen geen fooien aannemen, meneer', antwoordt de ober en geeft de klant het wisselgeld terug. Zie je dat meisje daar zitten? ± Zie je dat meisje dat daar zit? ~ Ik zie haar wel zitten! ± Ze kijkt me heel aardig, ik zou wel een avondje met haar op stap willen! ~ Een vakantie in Portugal? Dat zie ik wel zitten! ± Daar heb ik best zin in! ~ 'Ik zie het niet meer zitten', zuchtte hij. ± 'Ik weet niet hoe ik verder moet ~ Hoe zit het eigenlijk met dat boek dat je zocht? ± Hoe is dat afgelopen../ <<..\ heb je 't nog gevonden? ~ De fraudeur moet vier jaar zitten. ± De rechter heeft hem veroordeeld tot vier jaar cel. Laten we nog even blijven, we zitten hier zo lekker../ <<..\ op die luie stoelen in de zon! Wat zitten die stoelen lekker, hè? ± Inderdaad, ze zijn zeer comfortabel. ~ Die schoenen zitten niet lekker. Ze zijn nauw en het leer is hard; ik loop er niet lekker op. ~ Deze schoenen zitten me goed. ± Ze passen me. De meisjes zitten te handwerken. ± Ze zijn aan 't breien, op een stoel bij het raam. ~ Wat zit je toch te zeuren! ± Waarom ben je zo aan het zaniken? ~ De bedrijven zitten te springen om personeel. ± Ze hebben hard mensen nodig, maar ze kunnen ze niet krijgen. Vader zit in z'n fauteuil te lezen. <> Moeder ligt op de bank naar de TV te kijken. Er zit al suiker in je kopje../ <<..\ ik heb er vast een klontje in gedaan. ~ Die man zit in allerlei besturen. ± Hij is, geloof ik, lid van wel zes besturen. ~ Ik kan je geen raad geven, ik zit niet zo in die ± Ik heb daar echt geen verstand van. materie. <> Vraag het maar aan m'n broer, die weet er alles van! ~ Heb je erg in angst gezeten toen je zoon zo laat thuis kwam? ± Nou, òf ik bang was! (.) Zouden er mensen ontslagen worden bij die fusie? ~ Ja, dat zit er dik in. Dat gebeurt immers altijd? Zitten jullie nu nog aan tafel? 't Is al half acht! <> Wij zijn al lang klaar met eten. ~ Denk er om, niet aan de TV zitten! <> Ja mam, ik zal er afblijven. ± Ik weet toch dat ik er niet aan mag komen? Ze zit op de bank TV te kijken. <> Haar zoontje komt naast haar staan. ~ Er zitten wel duizend leerlingen op die school. ± Zijn er zóveel leerlingen ingeschreven? ~ Zit jij nog op school../ <>..\ of heb je al een baan? ~ M'n band is lek. Dus zit er niets anders op dan dat ik ga lopen. ± Ja, dat is het enige wat je kunt doen. ~ Zo mensen, dat zit erop, we zijn klaar! ± Het werk is af! ~ De hond zit achter de poes aan. ± Hij probeert de kat te pakken maar die vlucht de boom in. ~ Even later zit de poes een vogeltje achterna. ± De kat rent achter het vogeltje aan. ~ Als we niet méér geld mogen uitgeven, zitten we met een <>..\ hoe komen we daar weer uit? probleem../ ~ Nou, ik zit er niet mee! ± Ik maak me er geen zorgen over! ~ De ruzie met zijn vriend zit 'm hoog. ± Hij vindt het heel vervelend dat ze boos op elkaar zijn ~ Er zit iets niet goed met die zaak. ± Ik vertrouw het niet, er is iets mis! ~ Maak je maar geen zorgen, 't zit wel snor! ± Geloof me nu maar, alles is dik in orde. z'n >> zijn (hoed)

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever.

NAAM. Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever. Vos en Waar is Haas het ijs? NAAM Uil kijkt in een boek. Het is een boek over dieren. Er staan plaatjes in. Van elk dier één. Uil ziet een leeuw. En een pauw. En een bever. Wat een raar beest! lacht Uil.

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn Stufe 1 i1 Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn 3. heet jij? a) Wie b) Wat c) Hoe 4. Hoe gaat het met? a) jou b)

Nadere informatie

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

U leert in deze les toestemming vragen. Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. TOESTEMMING VRAGEN les 1 spreken inleiding en doel U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. Bij toestemming vragen is het belangrijk dat je het op een

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Thema 2 De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Niemand hoeft alleen maar goed of slecht te zijn. Niemand

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Tekst Audio Les 7 /m 11 Radio Amsterdam Les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Track 1 Jingle Track 2 Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Nadere informatie

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken. Spekkoek Oma heeft de post gehaald. Er is een brief van de Sociale Werkplaats. Snel scheurt ze hem open. Haar ogen gaan over de regels. Ze kan het niet geloven, maar het staat er echt. Igor mag naar de

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

H E T V E R L O R E N G E L D

H E T V E R L O R E N G E L D H E T V E R L O R E N G E L D Personen Evangelieschrijver Vrouw (ze heet Marie) Haar buurvrouwen en vriendinnen; o Willemien o Janny o Sjaan o Sophie (Als het stuk begint, zit de evangelieschrijver op

Nadere informatie

Het thema van deze les is Gezondheid. Dit is Les 1 Beginners. Een afspraak maken

Het thema van deze les is Gezondheid. Dit is Les 1 Beginners. Een afspraak maken Tekst Audio Les 1 /m 6 Radio Amsterdam LES 1. Beginners. Een afspraak maken Track 1 Jingle Track 2 Het thema van deze les is Gezondheid. Dit is Les 1 Beginners. Een afspraak maken Track 3 HET GESPREK.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Hoe lang duurt geluk?

Hoe lang duurt geluk? Hoe lang duurt geluk? Op dit moment ben ik gelukkig. Na veel pech ben ik dan eindelijk een vrolijke schrijver. Mijn roman is goed gelukt. En ik verdien er veel geld mee. En ik heb ook nog eens een mooie,

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Ria Massy. De taart van Tamid

Ria Massy. De taart van Tamid DE TAART VAN TAMID Ria Massy De taart van Tamid De taart van Tamid 1 Hallo broer! Hallo Aziz! roept Tamid. Zijn hart klopt blij. Aziz belt niet zo dikwijls. Hij woont nog in Syrië. Bellen is moeilijk in

Nadere informatie

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51

Inhoud. Een nacht 7. Voetstappen 27. Strijder in de schaduw 51 Inhoud Een nacht 7 Voetstappen 27 Strijder in de schaduw 51 5 Een nacht 6 Een plek om te slapen Ik ben gevlucht uit mijn land. Daardoor heb ik geen thuis meer. De wind neemt me mee. Soms hierheen, soms

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Dankdag voor gewas en arbeid Liturgie Voorzang LB 448,1.3.4 Stil gebed Votum Groet Zingen: Gez 146,1.2 Gebed Lezen: Johannes 6,1-15 Zingen: Ps

Nadere informatie

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5

Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 5 5 Tuin van Heden.nu 1 Mag ik zijn wie ik ben? Van In 6 Zacheüs (1) Het is erg druk in de stad vandaag. Iedereen loopt op straat. Zacheüs wurmt zich

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Batavia werf. We gingen naar Batavia werf.

Batavia werf. We gingen naar Batavia werf. Batavia werf We gingen naar Batavia werf. Met de klas. En we gingen ook met de auto. Ik zat met Yessir Thijs en Sebastiaan en de moeder van Sebastiaan.We hadden ook groepjes toen we in de Batavia werf

Nadere informatie

Prinses Marijke. op de. Thee

Prinses Marijke. op de. Thee Prinses Marijke op de Thee Prinses Marijke loopt vrolijk door de tuin. De tuin heeft een naam: Prinsentuin. Maar er mogen ook prinsessen wandelen. De tuin hoort bij een paleis. Dat paleis heet het Princessehof.

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

1c nr. 1: zinnen maken

1c nr. 1: zinnen maken OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag.

Brandweerman. 1 Brandweerman, brandweerman. Red die kat, als je kan. Zet je ladder neer en draag snel die kat omlaag. vanaf 4 jaar tekst: Marian van Gog muziek: Ton Kerkhof ouplet Brandweerman Intro D7 G man, Refrein brand -weer - man. Red die kat, Brand-weer Œ Œ Œ G Œ Ó als je kan. Zet je lad - der neer en draag snel

Nadere informatie

KINDEREN VOOR KINDEREN CONCERT. ZONDAG 24 JUNI 2012 PURMEREND. Met het Stedelijk Orkest.

KINDEREN VOOR KINDEREN CONCERT. ZONDAG 24 JUNI 2012 PURMEREND. Met het Stedelijk Orkest. KINDEREN VOOR KINDEREN CONCERT. ZONDAG 24 JUNI 2012 PURMEREND. Met het Stedelijk Orkest. WAKKER MET EEN WIJSJE Als ik door de stad loop Vraag ik me vaak af Waarom zijn alle mensen Zo nors en zo kortaf?

Nadere informatie

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN AMIGA4LIFE Hooggevoelig, wat is dat? 7-10 jaar WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN 1 voorlichtingsbrochure hooggevoeligheid - www.amiga4life.nl Ik heb een talent! Ik kan goed

Nadere informatie

GAVE Kerk: werkblad Bijbelklassen en Spoorzoekers

GAVE Kerk: werkblad Bijbelklassen en Spoorzoekers Onze gemeentevisie GAVE Kerk: werkblad Bijbelklassen en Spoorzoekers Wij zijn gemeente van Jezus Christus die hem leren kennen, volgen en verkondigen. G K V - V Thematekst met gebaren: Sleutelvers: God

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster [PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster! Hoofdzaken Ster Copyright EffectenSter BV 2014 Hoofdzaken Ster SOCIALE VAARDIGHEDEN VERSLAVING DOELEN EN MOTIVATIE 10 9 8 10 9 8 7 6 4 3 2 1 7 6 4 3 2 1 10 9

Nadere informatie

Elke miskraam is anders (deel 2)

Elke miskraam is anders (deel 2) Elke miskraam is anders (deel 2) Eindelijk zijn we twee weken verder en heb ik inmiddels de ingreep gehad waar ik op zat te wachten. In de tussen tijd dacht ik eerst dat ik nu wel schoon zou zijn, maar

Nadere informatie

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst. Interview op zaterdag 16 mei, om 12.00 uur. Betreft een alleenstaande mevrouw met vier kinderen. Een zoontje van 5 jaar, een dochter van 7 jaar, een dochter van 9 jaar en een dochter van 12 jaar. Allen

Nadere informatie

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1 Oefening 1 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009 255 euro per maand 272 euro per maand 182.000 studenten 200.000 studenten 5.800 Nederlandse

Nadere informatie

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer,

Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder. Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28. Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, Hillegom, De Hoeksteen 7 september 2014 Maurits de Ridder Jesaja 56 : 1-7 Mattheus 15 : 21-28 Gemeente van Christus Jezus, onze Heer, "Nu even niet", was ooit de reclameslogan van een landelijk bekend

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

We spelen in het huis van mijn mama deze keer,

We spelen in het huis van mijn mama deze keer, Jip en Janneke. Ik ben Jip. Ik ben Janneke en we wonen naast elkaar. Hij heet Jip, zij heet Janneke. en we spelen soms bij hem en soms bij haar. We spelen in het huis van mijn mama deze keer, we kunnen

Nadere informatie

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid

De Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid In Nederland staan 40 asielzoekerscentra (AZC's). Dat zijn plekken waar asielzoekers wonen. Asielzoekers zijn mensen die naar Nederland zijn gevlucht. Omdat er in hun eigen land oorlog is bijvoorbeeld,

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Help, mijn papa en mama gaan scheiden!

Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Help, mijn papa en mama gaan scheiden! Joep ligt in bed. Hij houdt zijn handen tegen zijn oren. Beneden hoort hij harde boze stemmen. Papa en mama hebben ruzie. Papa en mama hebben vaak ruzie. Ze denken

Nadere informatie

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts.

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. Thema 5 Les 1: De angst: Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. De schrik: Als iemand ineens achter je staat, dan schrik je. Je bent dan ineens

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

Niet veel mensen krijgen deze ziekte en sommige volwassenen hebben er vaak nog nooit van gehoord of weten er weinig vanaf.

Niet veel mensen krijgen deze ziekte en sommige volwassenen hebben er vaak nog nooit van gehoord of weten er weinig vanaf. Je leest waarschijnlijk dit boekje omdat je mama of papa of iemand anders speciaal in je familie Amyotrofische Lateraal Sclerose heeft. Het is een lang woord en het wordt vaak afgekort tot ALS. Niet veel

Nadere informatie

De meester is een Vampier

De meester is een Vampier De meester is een Vampier Door Wout Terpstra Het is maandag en Tom werd wakker. Hij vindt het altijd heel leuk op school. Maar vandaag weet hij het niet. Want ze krijgen een nieuwe meester. Tom!Tom! Ben

Nadere informatie

Antwoorden Thema 5 woonomgeving. Oefening 3. 1. mag 2. moest 3. Mag 4. moeten 5. Mag 6. moeten 7. moet 8. mogen 9. mocht 10.

Antwoorden Thema 5 woonomgeving. Oefening 3. 1. mag 2. moest 3. Mag 4. moeten 5. Mag 6. moeten 7. moet 8. mogen 9. mocht 10. Antwoorden Thema 5 woonomgeving Oefening 3 A 1. mag 2. moest 3. Mag 4. moeten 5. Mag 6. moeten 7. moet 8. mogen 9. mocht 10. moesten B 1. Kon 2. Willen 3. Kan 4. kunnen 5. mocht 6. Kan - kan 7. wilde 8.

Nadere informatie

Alleen een plastic tasje

Alleen een plastic tasje Alleen een plastic tasje Gaat u zitten, fijn dat u er bent. Wilt u thee? Met suiker? Zal ik beginnen bij het begin? Ik woon hier sinds 1970. Toen ik hier aankwam, had ik alleen een klein plastic tasje

Nadere informatie

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy Reality Reeks Verwerkingsopdrachten Mooi meisje Verliefd op een loverboy Lees blz. 3. Woont Laura in de stad of op het platteland? Hoe weet je dat? Lees blz. 5 en 7. Woont Laura s oma al lang op de boerderij?

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Lesbrief. Schuld Anne-Rose Hermer

Lesbrief. Schuld Anne-Rose Hermer Lesbrief Schuld Anne-Rose Hermer Doe meer met Thuisfront! Bij de boeken in de serie Thuisfront kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief staan vragen, tips

Nadere informatie

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje

Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Exodus 17,1-7 - Water uit de rots voor mensen met een kort lontje Aangepaste dienst Liturgie Voor de dienst speelt de band drie liederen Opwekking 11 Er is een Heer Opwekking 277 Machtig God, sterke Rots

Nadere informatie

De drie jongetjes lopen weg

De drie jongetjes lopen weg De drie jongetjes lopen weg Het is woensdagmiddag en de drie kleine jongetjes vervelen zich. Ze weten helemaal níéts te doen, en daarom rennen ze maar een beetje door het huis. Hou eens op met dat kabaal!

Nadere informatie

HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND

HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG DE TAAL VAN EEN HOND OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDENTAAL. JE KUNT ER

Nadere informatie

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen.

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen. Groep 1, 2 1. Hallo, hier ben ik! 2. Prettig kennis te maken Kinderen leren elkaar beter kennen en ontdekken verschillen en overeenkomsten. 3. Samen in de klas Over elkaar helpen, geholpen worden en afspraken

Nadere informatie

Iris marrink Klas 3A.

Iris marrink Klas 3A. Iris marrink Klas 3A. 1 Inhoud. 1- Voorpagina 2- Inhoud, inleiding & mijn mening 3- Dag 1 4- Dag 2 5- Dag 3 6- Dag 4 7- Dag 5 Inleiding. Ik kreeg als opdracht om een dagverslag te maken over Polen. 15

Nadere informatie

Take a look at my life week 5&6

Take a look at my life week 5&6 Take a look at my life week 5&6 Maandag 27 januari 2014 Zou vandaag gaan werken, maar heb op het laatste moment afgezegd omdat het nogal glad was op de weg. Dus ik durfde het niet aan om op de fiets naar

Nadere informatie

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Lesbrief. Zat Annie van Gansewinkel

Lesbrief. Zat Annie van Gansewinkel Lesbrief Zat Annie van Gansewinkel Doe meer met Thuisfront! Bij de boeken in de serie Thuisfront kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief staan vragen, tips

Nadere informatie

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan. LESBRIEF Binnenkort gaan jullie met jullie groep naar de voorstelling Biggels en Tuiten Hieronder een aantal tips over hoe je de groep goed kan voorbereiden op de voorstelling. VOOR DE VOORSTELLING Vertel

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af. Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.

Nadere informatie

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT

HANDIG ALS EEN HOND DREIGT l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n HANDIG ALS EEN HOND DREIGT OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN HIER LEES JE HANDIGE INFORMATIE OVER HONDEN DIE DREIGEN. JE KUNT

Nadere informatie

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Wat een mooie luchtballonnen! Geel, oranje, groen en blauw. Kies maar uit Daan,

Nadere informatie

Les 5. Tijd & het weer

Les 5. Tijd & het weer www.edusom.nl Opstartlessen Les 5. Tijd & het weer Wat leert u in deze les? Praten over het weer. Praten over de tijd. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

Nadere informatie

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug.

veeg de tranen van me weg. Ik kijk nog eens rond en er valt een hoop spanning van me af. Er komt zelfs een kleine glimlach op me gezicht terug. Het DOC Ik kruip in één van de buikpijn terwijl ik in bed lig. Mijn gedachten gaan uit naar de volgende dag. Ik weet wat er die dag staat te gebeuren, maar nog niet hoe dit zal uitpakken. Als ik hieraan

Nadere informatie

Take a look at my life week 23

Take a look at my life week 23 Take a look at my life week 23 De dagen blijven voorlopig nog even in het teken staan van Daan, het is nog allemaal zo nieuw. Inmiddels heeft hij 3 weken in het ziekenhuis gelegen. En nu eindelijk lekker

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram,

Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, Soms is er thuis ruzie Dan is mama boos en roept soms omdat ik mijn speelgoed niet opruim Maar ik heb daar helemaal niet mee gespeeld Dat was Bram, mijn kleine broer Dat is niet van mij mama Dan zegt ze

Nadere informatie

Gedichten werkboekje. Naam: Groep:

Gedichten werkboekje. Naam: Groep: Gedichten werkboekje Naam: Groep: Gedichten lezen 1. Wat valt je als eerste op bij dit gedicht? Bang Bang, dat ik het nooit vergeten zal. Ik zal het nooit vergeten. Ik zag hem daar voor het laatst in de

Nadere informatie

Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Boterraadsel Wat is boter als hij zich heeft uitgekleed? Antwoord: Bloter!

Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Boterraadsel Wat is boter als hij zich heeft uitgekleed? Antwoord: Bloter! 5 Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Tellen Ziva komt thuis van de crèche. Ze zegt trots: Mama, ik kan mijn vingers tellen! Zegt haar moeder: O ja? Laat maar eens

Nadere informatie

Het derde dikke boek. Waar is het ijs? Het spel van Jak De bosbaas. Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing

Het derde dikke boek. Waar is het ijs? Het spel van Jak De bosbaas. Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing Het derde dikke boek Waar is het ijs? Het spel van Jak De bosbaas Sylvia Vanden Heede met tekeningen van Thé Tjong-Khing Inhoud VOS EN HAAS WAAR IS HET IJS Naam 11 Tijd 15 Neef 19 Kees 23 Kleur 27 Wals

Nadere informatie

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets. Stomme trutten Kijk, die stomme trutjes zijn er weer. Kelly wijst naar buiten. Sanne kijkt nieuwsgierig uit het raam. Voor het huis aan de overkant staan twee meisjes. Meisjes met blonde paardenstaartjes.

Nadere informatie

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Gezinsdienst Liturgie Welkom en mededelingen Voorzang: - Gezang 132 - Opwekking 461 - Gezang 146 Stil gebed Votum / groet Zingen:

Nadere informatie

De zolder van opa Groepen 3-4-5

De zolder van opa Groepen 3-4-5 De zolder van opa Groepen 3-4-53 Inhoud 1 Kinderboekenweek 3 2 Op de zolder 4 3 De stoof 5 4 Het leesplankje 6 5 De Keulse pot 7 6 De tol 8 7 De foto 9 8 De koffiemolen 10 9 De schaatsen 11 10 Nog een

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie