Ten geleide. 14 Etablissements de crédit

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ten geleide. 14 Etablissements de crédit"

Transcriptie

1 Ten geleide 14 Etablissements de crédit

2 De voorbije jaren werden gekenmerkt door ingrijpende veranderingen op de financiële markten en in de financiële wetgeving. Voor de ondernemingen, bemiddelaars en toezichtsautoriteiten zijn de inspanningen om zich daaraan aan te passen, nog nooit zo groot geweest. Hoe belangrijk en fundamenteel de huidige ontwikkelingen zijn, illustreren verschillende ongevallen van grote omvang die zich op het internationale vlak in de financiële sector hebben voorgedaan. Toezichthouder en sector willen daar de nodige lessen uit trekken, tegelijkertijd via interne maatregelen in de ondernemingen en via bijsturing van het prudentieel toezicht. Zowel in Europees verband als in het Bazelcomité voor het Banktoezicht en andere internationale overlegfora, werken de toezichthouders daarom aan een reeks maatregelen, zoals de aanpassing van de solvabiliteitsvereisten, de uitwerking van criteria inzake risicobeheer, betere prudentiële rapportering en grotere markttransparantie. Wereldwijd stellen de toezichthouders inderdaad met enige bezorgdheid vast dat de toegenomen mededinging en de rendabiliteitsdruk, meer dan vroeger de instellingen uit de financiële sector ertoe verleiden om activiteiten uit te bouwen waaraan grotere risico s zijn verbonden, maar dat de ontwikkeling van aangepaste systemen van interne controle en risicobeheersing achterblijft. In verschillende landen zijn de toezicht- Etablissements de crédit 15

3 houders zich daarom zelf ernstig gaan bezinnen over een verscherping en bijsturing van hun opdrachten. De toezichthouder streeft er niet alleen naar zijn instrumenten en middelen aan te passen aan de steeds maar veranderende marktomstandigheden en daarbij een evenwicht te bewaren tussen de noodzaak van een gezond en stabiel financieel systeem en de vereisten van een concurrentiële markt, maar ook om het publiek te informeren over de doelstellingen en de concrete beperkingen van zijn toezicht. Het spaarderspubliek beschermen en bijdragen tot de goede werking van het financieel systeem, is als doelstelling van het bankstatuut ingeschreven in de financiële regelgeving. Het is dan ook de opdracht van de toezichthouder toe te zien op een voorzichtige en gezonde bedrijfsuitoefening. Maar in de eerste plaats moet de leiding zélf van de instelling zorgen voor een voorzichtige en gezonde bedrijfsuitoefening : een strikte en integere bedrijfsvoering, een goede organisatie, een behoorlijk intern controlesysteem en een waakzame interne audit moeten daarvoor borg kunnen staan. De toezichthouder hoort niet in de plaats te treden van de instelling en geen enkele vorm van toezicht kan goed beleid vervangen. De toezichtsfilosofie en -praktijk ondergaan duidelijk de invloed van de gewijzigde en gevaarlijkere risico-omgeving voor de financiële instellingen. Daarom ook worden de belangrijkste klemtonen gelegd op de preventieve dimensie van het toezicht en zijn beoordelingsfunctie. Ontwikkelingen die tot probleemsituaties kunnen leiden, moeten tijdig worden onderkend. Tevens is een efficiënte toetsing van de kwaliteit en de goede werking van de organisatie en van de interne controle, op basis van duidelijke criteria, onontbeerlijk. * De Commissie acht het essentieel om op continue basis haar kennis uit te diepen en te actualiseren, om de kwaliteit te kunnen beoordelen van de organisatie en de werking van de kredietinstellingen, en ook om een duidelijk beeld te krijgen van hun risicoprofiel. De eigen inspecties ter plaatse en de medewerking van de erkende revisoren zijn onmisbaar voor het prudentiële toezicht. Zij leveren een geregelde dialoog op met de kredietinstellingen en hun erkende revisoren. De bespreking van de vaststellingen en aanbevelingen van de Commissie, draagt ertoe bij de instellingen te sensibiliseren voor de prudentiële aandachtspunten die zij afleidt uit haar controlewerkzaamheden in de hele banksector. Tijdens de verslagperiode hebben de autoriteiten en de vertegenwoordigers van de kredietinstellingen zich in een aantal gemeenschappelijke werkgroepen bezonnen over de toekomst van de Belgische banksector. In deze gesprekken werd onder meer de noodzaak van een doordacht en goed georganiseerd risicobeheer dat voor elke instelling op het geheel van het bedrijf slaat, als een prioritair aandachtspunt erkend. Daar- 16 Etablissements de crédit

4 naast heeft de Commissie gesprekken gevoerd met de banksector over de veiligheid van het bankbedrijf en de doeltreffendheid van het prudentieel toezicht. Dankzij deze werkzaamheden kon overeenstemming worden bereikt over een minimum aantal normen - zowel nieuwe als geactualiseerde - waaraan de interne controle en interne audit binnen iedere kredietinstelling zullen moeten beantwoorden. Het is de bedoeling deze normen in een circulaire nader toe te lichten. Ook werd onderzocht hoe de prudentiële rapporteringsverplichtingen beter konden worden afgestemd op de interne beheersinstrumenten van de kredietinstellingen. Daarnaast werd met de erkende revisoren een overlegkader uitgewerkt voor de evaluatie van hun opdracht en de bespreking van wederzijdse belangstellingspunten en problemen. Gelijklopend met deze externe besprekingen heeft de Commissie zich ook intern bezonnen over de concrete doelstellingen van haar banktoezicht, de daarbij in acht te nemen prioriteiten, en over de daartoe vereiste middelen. Op grond daarvan werden onder andere de beleidslijnen en de daarbij passende toezichtsprocedures nader uitgewerkt en werd de organisatiestructuur van het toezicht dienovereenkomstig aangepast. Bij die hervorming werd ook rekening gehouden met de ervaringen van buitenlandse toezichthouders die hun banktoezicht hebben doorgelicht en geherstructureerd. * Voor de sector van de beleggingsondernemingen - die zowel de beursvennootschappen, de vennootschappen voor vermogensbeheer als de vennootschappen voor makelarij in financiële instrumenten omvat - betekent de inwerkingtreding van de wet van 6 april 1995, een belangrijke hervorming in verschillende opzichten. Eerst is er de weerslag van de solvabiliteitsvereisten die voortvloeien uit de Europese regelgeving. Voor de beleggingsondernemingen vergt dit niet alleen een passende organisatie om hun risicopositie correct in te schatten en hun kapitaalvereisten te berekenen, maar ook en vooral het besef en de wil om hun risico-omvang af te stemmen op de organisatie van hun onderneming en de financieringscapaciteit van hun aandeelhouders. Voor het stijgend aantal vennootschappen met buitenlandse vestigingen, die de vereisten van het controlestatuut ook op geconsolideerde basis dienen na te leven, wordt de aanpassing van hun organisatie en interne controle, alsook van hun rapportering, eveneens een belangrijke opdracht. De externe controle van de beursvennootschappen zal, na een wettelijke overgangsperiode die tot eind 1999 loopt, worden waargenomen door revisoren die door de Commissie moeten zijn erkend. De overgangsperiode zal worden benut om deze hervorming in samenwerking met het Instituut der Bedrijfsrevisoren optimaal voor te bereiden. Etablissements de crédit 17

5 Tijdens de verslagperiode werd eveneens voor de beursvennootschappen de verplichting ingevoerd tot segregatie van cliëntengelden of belegging daarvan bij erkende instellingen. Een correcte toepassing hiervan zal in belangrijke mate bijdragen tot de beleggersbescherming. Ten slotte noopt de uitbreiding van het toepassingsgebied van de wetgeving tot een onderzoek van de activiteiten van zowel Belgische als buitenlandse vennootschappen - bijvoorbeeld in de sector van het vermogensbeheer - die ingevolge de nieuwe definitie van het begrip beleggingsonderneming voortaan onder het toezicht van de Commissie kunnen vallen. Om de maatregelen te beoordelen die voor een passende invulling van deze prudentiële aandachtspunten kunnen zorgen, zowel op het vlak van de organisatie en beschikbare middelen van de beleggingsondernemingen als vanuit het oogpunt van de toezichthouders, zijn twee vaststellingen belangrijk. Ten eerste is het prudentiële controlestatuut van de beleggingsondernemingen pas sinds de hervorming van 1990 in snel tempo ingevoerd, onder druk van de Europese regelgeving. Daarnaast en eveneens ingevolge het Europees integratieproces, verloor de sector haar kenmerken van beschermde sector en kwam haar economische positie onder druk te staan, ingevolge de liberalisering van het makelaarsloon en de opening van de effectenmarkten voor andere, zowel Belgische als buitenlandse bemiddelaars, waaronder in het bijzonder de kredietinstellingen. * Bij de hervorming van de beursmarkten met de wet van 6 april 1995 heeft de wetgever het accent gelegd enerzijds op de noodzaak van een gemakkelijke toegang voor emittenten tot de beursmarkten en op zo vlot mogelijke procedures voor de opneming van financiële instrumenten in de eerste markt, anderzijds op de noodzakelijke responsabilisering van de emittenten in het nakomen van hun verplichtingen tegenover de autoriteiten en de markt waarop zij een beroep doen. Hij heeft er tevens op gewezen dat het nastreven van dit doel niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de informatieverstrekking aan het publiek, die voor de geloofwaardigheid van de markten op een hoog peil moet blijven. Vanuit die optiek werd voor een aantal gevallen een snelprocedure voor goedkeuring van prospectussen ingevoerd. Daarnaast heeft de Commissie een «praktische gids» uitgewerkt - waarvan elders in dit verslag sprake - bedoeld om de emittenten en hun adviseurs een overzicht te geven van de eisen waaraan zij moeten voldoen en de emittenten - zelfs met minder ervaring - de kans te geven autonoom een dossier samen te stellen in het vooruitzicht van een openbaar beroep op het spaarderspubliek. Die gids moet hen helpen om aan de Commissie goed gestructureerde dossiers voor te leggen, waarvan alle aspecten grondig en op professionele wijze werden behandeld. 18 Etablissements de crédit

6 Wanneer aan de Commissie wordt gevraagd om een prospectus goed te keuren, onder de normale of de snelprocedure, moet zij erop toezien dat het evenwicht bewaard blijft tussen twee soms tegenstrijdige doelstellingen. Zij moet zorgen voor een snel onderzoek van het prospectus - vaak binnen reglementair vastgestelde korte termijnen - en er zich tegelijkertijd van vergewissen dat de emittent de beleggers wel degelijk volledig en naar behoren informeert. Op dit stuk werd de wil van de wetgever duidelijk verwoord. De beleggers van hun kant, zowel professionele als particuliere, hebben verwachtingen waarmee rekening moet worden gehouden en die er algemeen genomen op neerkomen, dat zij steeds pertinentere informatie wensen. De Commissie beijvert zich daarvoor. In de praktijk moet bij het behandelen van een verzoek om goedkeuring van een prospectus, zeker qua termijn, rekening worden gehouden met de specifieke situatie van elke emittent. Er zijn emittenten, van wie effecten al jarenlang in de eerste markt zijn opgenomen en die doorlopend een aantal belangrijke gegevens bekendmaken : zij weten hoe een openbaar beroep op de markt verloopt. Dat is echter niet noodzakelijk het geval bij emittenten met minder ervaring, die voor de eerste maal naar de markt komen of aan het publiek effecten aanbieden die niet zullen worden opgenomen in een gereglementeerde markt. In zo n geval zal de Commissie bij haar beoordeling van de aard en de hoeveelheid informatie die het publiek moet krijgen, rekening moeten houden met het feit dat het om een eerste toegang tot de markt of een eerste beroep op het spaarderspubliek gaat. Ten slotte moet worden benadrukt dat het responsabiliseren van de emittenten niet betekent dat de toezichthouder afhaakt. Met betrekking tot het prospectus zou het, bijvoorbeeld, niet aanvaardbaar zijn dat het oordeel van een emittent over welke informatie pertinent is voor het publiek, in de plaats komt van de beoordeling van de Commissie over de kwaliteit van dit document. De nieuwe reglementaire voorschriften kunnen dan ook niet tot gevolg hebben dat de Commissie voor de goedkeuring van een prospectus minder strenge eisen zou stellen dan voorheen. * In verband met de uitoefening van haar toezichtsopdracht op de collectieve beleggingsinstellingen, belicht de Commissie in dit verslag een aantal oriëntaties die haar in staat moeten stellen deze opdracht verder optimaal te vervullen. Die toezichtsfunctie heeft immers een dynamisch karakter : zij moet bestendig worden bijgestuurd naar gelang van de ontwikkeling van de sector en de groeiende complexiteit van het productenaanbod voor het publiek. Ook op dit vlak hebben de genomen maatregelen tot doel de informatieverstrekking aan het publiek te verbeteren en elkeen - zaakvoerders, bewaarders, promotoren, commissarissen-revisoren - die in welk opzicht dan ook tegenover de beleggers instaat voor de goede werking van deze instellingen, te responsabiliseren. Zoals blijkt uit recente ervaringen in het buitenland, is de toezichthouder alleen niet in staat om ongevallen te vermijden. Hij moet kunnen steunen op de zelfdiscipline van de verantwoordelijken in de beleggingsinstellingen. Een dergelijke zelfdiscipline staat borg voor Etablissements de crédit 19

7 de autonomie en de regelmatige werking van die instellingen alsook voor een beleidsvoering in het uitsluitend belang van de deelnemers. Wel moet de toezichthouder ervoor zorgen dat hij over alle nodige middelen beschikt om zo snel mogelijk eventuele symptomen te kunnen detecteren die wijzen op het slecht functioneren van een beleggingsinstelling. Dit is geen gemakkelijke opdracht voor beleggingsinstellingen naar Belgisch recht. Zij is nog complexer, wanneer men te maken heeft met buitenlandse instellingen waarvan de rechten in België worden verhandeld en er beleidsverschillen blijken te bestaan tussen de toezichthouder van het land van herkomst en van het gastland, hetzij bij gebrek aan gemeenschappelijke minimumregels, hetzij omdat de interpretatie of de toepassing daarvan voor problemen zorgt. Die moeilijkheden zouden normaal gesproken moeten verdwijnen mochten de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap erin slagen gezamenlijk de fundamentele beginselen vast te leggen die moeten kunnen borg staan voor de soliditeit van de sector en zijn gezonde ontwikkeling. * De wet van 6 april 1995 heeft de architectuur van de secundaire markten, meer bepaald de beursmarkten, compleet herschikt. Er kwamen marktautoriteiten die onafhankelijk zijn tegenover de beursbemiddelaars, en die onder het toezicht werden geplaatst van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen (het zogenaamde «tweede-lijnstoezicht»). Dat toezicht slaat op de manier waarop de marktautoriteiten hun wettelijke opdrachten uitvoeren, op hun administratieve organisatie en op de al dan niet reglementaire procedures die nodig zijn om deze wettelijke opdrachten goed te volbrengen. De Commissie is er zich van bewust dat de Regering van deze nieuwe architectuur en inzonderheid van het toezicht dat zij zal uitoefenen, een toegenomen geloofwaardigheid van de Belgische secundaire markten verwacht. Voor dat tweede-lijnstoezicht heeft zij een concept ontwikkeld, waarvoor zij kon steunen op bestaande controlesystemen in het buitenland en op haar eigen ervaring. Met de betrokken marktautoriteiten zijn verschillende contacten gelegd en thans werkt zij aan de concrete organisatie van dit toezicht in al zijn aspecten. * De wet van 6 april 1995 en haar uitvoeringsbesluiten hebben twee wijzigingen aangebracht in het toezicht op de informatieverstrekking door beursgenoteerde vennootschappen. Enerzijds krijgt het directiecomité van de beurzen de bevoegdheid over de occasionele-informatieverstrekking en blijft de Commissie voor het Bank- en Financiewezen bevoegd voor de periodieke-informatieverstrekking ; anderzijds zijn de vennootschappen niet langer verplicht om, vooraleer hun informatie te verspreiden, die voor te leggen aan de toezichthouder. Ook in deze materie heeft de wetgever op die manier de emittenten willen responsabiliseren, met als gevolg dat de Commissie eventuele hiaten in de periodieke informatie verstrekt aan de markt misschien pas kan vaststellen wanneer de betrokken informatie al is bekendgemaakt. Mocht 20 Etablissements de crédit

8 dat zo zijn, dan zal de Commissie niet aarzelen om haar opmerkingen publiek te maken. Het toezicht op de informatieverstrekking door emittenten van genoteerde vennootschappen heeft een dimensie van algemeen belang die niet beperkt blijft tot de loutere werking van de beursmarkten. Het is meer bepaald op basis van de informatie waarover de markt beschikt, dat de individuele beurskoersen van aandelen van genoteerde vennootschappen worden gevormd. Het vooropgestelde doel met de invoering van een dergelijk toezicht is, het vertrouwen in de verstrekte informatie bevorderen en de koersvorming verbeteren. De periodieke informatie die emittenten moeten verstrekken wanneer hun aandelen zijn opgenomen in een eerste markt, heeft tot doel de beleggers de nodige kennis van zaken te verstrekken voor het beheer van hun portefeuille, en de potentiële beleggers in staat te stellen om behoorlijk geïnformeerd hun beslissingen te nemen. De wijze waarop emittenten en toezichtsautoriteiten die opzet beoordelen, mag zich niet beperken tot een letterlijke naleving van de reglementaire voorschriften. De vraag omtrent de hoeveelheid informatie en of ze geschikt is voor het geval dat moet worden behandeld en begrijpelijk is, houdt immers ook een kwalitatief aspect in. Het vaststellen van het vereiste informatieniveau, is ook geen statisch proces, want de verwachtingen van zowel institutionele als particuliere, nationale en internationale beleggers, evolueren. In het kader van de toepassing van het koninklijk besluit van 18 september 1990, dat vroeger deze materie regelde, had de Commissie diverse aanbevelingen geformuleerd en diverse initiatieven aangemoedigd. Uiteraard blijft zij in die richting voortwerken, waarbij zij zich buitenlandse ervaringen ten nutte maakt en actief deelneemt aan de werkzaamheden van de Internationale Organisatie van Effectencommissies. * Op internationaal vlak worden steeds grotere inspanningen geleverd om het toezicht op de financiële sector te verbeteren en de samenwerking tussen toezichtsautoriteiten hechter te maken. Met andere woorden, de kwaliteit van die autoriteiten is niet alleen bepalend voor hun individuele doeltreffendheid in eigen land, maar is tevens een zeer belangrijke factor voor de geloofwaardigheid van de financiële centra en voor hun onderlinge concurrentie. De Commissie beijvert zich om, in het belang van het Belgische financieel centrum, deel te nemen aan die ontwikkeling. Die opdracht wordt jaar na jaar veeleisender, zowel op nationaal als op internationaal vlak. De risico s nemen toe, inzonderheid in de sectoren die onder prudentieel toezicht staan. Financiële verrichtingen en structuren worden alsmaar gesofistikeerder, zeker in de sector van de financiële instrumenten en het beroep op de markten. Recent was er de toevloed van reglementeringen die de te behandelen dossiers ingewikkelder en voor een stuk conflictgevoeliger maken. Steeds vaker blijkt een samenwerking met nationale en internationale overheden nodig. Het publiek stelt steeds hogere eisen Etablissements de crédit 21

9 met betrekking tot de kwaliteit van de verstrekte informatie en een onberispelijk deontologisch gedrag van de bemiddelaars. Al deze factoren tonen duidelijk aan dat de Commissie, in een dergelijk, snel evoluerend financieel landschap, moet kunnen beschikken over voldoende en uiterst deskundige medewerkers. Zij is hen erkentelijk voor hun actieve, deskundige en toegewijde inzet, vooral tijdens de laatste twee jaren, waarin de Commissie uitzonderlijk veel en delicate opdrachten te verwerken kreeg. Om de kostprijs van het toezicht en verwante uitgaven binnen de perken te houden, handhaaft de Commissie haar medewerkersbestand reeds vier jaar lang nauwgezet op hetzelfde peil. De steeds talrijkere en complexere opdrachten hebben evenwel, spijts een optimale inzet van alle beschikbare middelen, knelpunten doen ontstaan. Daarom meent de Commissie er te moeten op wijzen dat, eens een bepaalde drempel bereikt, zij haar taken en dus ook haar verantwoordelijkheden slechts kan blijven waarnemen, als zij daarvoor over meer medewerkers kan beschikken en als daaraan de nodige middelen worden besteed. 22 Etablissements de crédit

10 Wettelijk statuut en toezicht 24 Gezamenlijke aspecten CBF

11 Hoofdstuk 1 HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE BEMIDDELAARS A. GEZAMENLIJKE ASPECTEN Besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beursvennootschappen De Europese richtlijn 93/6/EEG van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (hierna «de CAD» genoemd) moest door de Lid-Staten zijn omgezet en in werking treden op 31 december 1995 (1). Als sluitstuk van de omzetting van de CAD heeft de Commissie op 5 december 1995, na advies van de betrokken sectoren, twee besluiten goedgekeurd over het reglement op het eigen vermogen van respectievelijk de kredietinstellingen en de beursvennootschappen. Voor de kredietinstellingen is het besluit genomen op basis van de artikelen 43 en 49 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, voor de beursvennootschappen op basis van de artikelen 90, 91 en 95 van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. Beide besluiten zijn door de Minister van Financiën en de Minister van Economie goedgekeurd bij besluit van 31 december 1995 (2). Hun datum van inwerkingtreding werd vastgesteld op 1 januari (1) Zie verslag , p (2) Belgisch Staatsblad van 22 maart CBF Gezamenlijke aspecten 25

12 De CAD was weliswaar reeds in 1993 goedgekeurd, maar voor de omzetting diende ook rekening te worden gehouden met de evolutie van andere internationale werkzaamheden, vooral die van het Bazelcomité in verband met de eigen-vermogensvereisten voor marktrisico s (1). Men ging er immers van uit dat de nieuwe reglementering voor de kredietinstellingen zo nauw mogelijk moest aansluiten bij de vanaf eind 1997 geldende internationale normen. Die opzet alsook de complexiteit van de materie vereisten dan ook dat de vastgelegde omzettingstermijn voor de CAD, nagenoeg integraal zou worden benut. Het Interventiefonds van de beursvennootschappen en de Commissie hebben nauw samengewerkt bij de totstandkoming van de reglementering. Er werd trouwens al diepgaand overleg gepleegd met de verschillende betrokken partijen vóór de expliciet door de wet opgelegde raadplegingen op grond waarvan de reglementen zijn goedgekeurd. Dankzij de dialoog met de vertegenwoordigers van de Nationale Bank van België, de Effectenbeurzen, de Belgische Vereniging van Banken en de Belgische Vereniging van Beursvennootschappen kon, binnen de door de CAD opgelegde grenzen, rekening worden gehouden met de aandachtspunten van alle gesprekspartners. De CAD biedt de Lid-Staten heel wat keuzemogelijkheden. Vanuit prudentieel oogpunt kunnen de door de CAD toegestane methodes als gelijkwaardig worden beschouwd, zodat de Commissie ze meestal allemaal heeft overgenomen. Dat was echter niet zo voor bepaalde opties die onverenigbaar bleken met de internationale prudentiële referentienormen - bijvoorbeeld de door de beurzen gehanteerde marges bij de meting van het vereiste inzake futures of opties - of die qua benadering van de solvabiliteit van de instellingen, onvoldoende rekening zouden houden met de eigenheid van de Belgische context. Aldus werd niet geopteerd voor de methode waarbij bepaalde activa die als niet liquide worden beschouwd, van het eigen vermogen van de beursvennootschappen worden afgetrokken, maar ging de voorkeur uit naar een soortgelijke verplichte dekking van vaste activa zoals die reeds bestaat voor de kredietinstellingen. De reglementen zijn van toepassing op twee afzonderlijke categorieën van financiële bemiddelaars. Om iedereen concurrentieel op gelijke voet te plaatsen, heeft de Commissie erop toegezien dat dezelfde regels zouden gelden voor alle bemiddelaars met eenzelfde bedrijf. Concreet resulteerde die opzet in twee, in ruime mate gelijklopende reglementen. Toch waren bepaalde verschillen onvermijdelijk. Zo blijven bijvoorbeeld voor de kredietinstellingen de overgangsbepalingen inzake risicoconcentratie gehandhaafd (artikel 93), wordt voor de beursvennootschappen het in de CAD uitsluitend voor de beleggingsondernemingen voorgeschreven dekkingsvereiste voor algemene kosten (artikel 82, 1, 4 ) ingelast en geldt een afzonderlijke regeling voor risicoconcentratie ten gevolge van de verplichte segregatie van cliëntentegoeden (artikel 83, 4). (1) De wijziging die in het akkoord over het eigen vermogen werd aangebracht, om het uit te breiden tot de marktrisico s, werd door het Bazelcomité gepubliceerd in januari Gezamenlijke aspecten CBF

13 Vanuit het oogpunt van het prudentiële toezicht zijn de reglementeringen voor beide soorten instellingen formeel nagenoeg identiek, maar hun wordingsproces is verschillend. Voor de beursvennootschappen is het reglement totaal nieuw (1), terwijl het voor de kredietinstellingen gaat om een wijziging en een aanvulling van de bestaande reglementering. Het vroegere reglement voor de kredietinstellingen (2) is opgeheven en vervangen door het nieuwe besluit. Toch zijn de meeste bepalingen van het besluit van 19 maart 1991 (3) verwerkt in de reglementen voor de kredietinstellingen en de beursvennootschappen. Die bepalingen zullen dan ook in ruime mate op dezelfde wijze moeten worden geïnterpreteerd als de vroegere (4). Voor de tenuitvoerlegging van de nieuwe reglementering werden naar de kredietinstellingen twee circulaires gestuurd. Met een eerste circulaire (5) werd het nieuwe reglement opgestuurd, samen met een toelichting en een schema voor de periodieke rapportering aangepast aan de nieuwe reglementering. De betrokken kredietinstellingen moeten dit schema driemaandelijks invullen, een eerste keer voor de rapportering over de toestand op 30 juni Met de tweede circulaire (6) werd een vragenlijst verstuurd over de concrete tenuitvoerlegging van het nieuwe reglement. Daarin werd - naast enkele praktische aspecten (zoals de aanstelling van een contactpersoon binnen de instelling) - gevraagd naar de positie van elke instelling ten aanzien van sommige bepalingen van het reglement (toepassing van de «de minimis»-regeling op handelsportefeuilles van geringe omvang, definitie van eigen vermogen, opties die de instelling kiest uit diegene die van rechtswege zijn toegestaan door het reglement). Voorts werd elke instelling verzocht bepaalde basisgegevens te verstrekken over de materies in verband waarmee de voorafgaande instemming van de Commissie is vereist. Gezien het strikte tijdsschema ingevolge de periodieke-rapporteringsverplichting, heeft de Commissie geopteerd voor een progressieve aanpak. In een beginstadium moet een onderzoek op basis van het dossier uitwijzen of, op grond van de voorgestelde methodes, het vereiste minimumniveau wordt gehaald; als dat zo is, wordt een voorlopige goedkeuring verleend. Later worden de betrokken methodes grondiger onderzocht (zelfs met een bezoek ter plaatse), waardoor de eerder verleende voorlopige goedkeuring kan worden bevestigd. De kredietinstellingen moeten, onder toezicht van hun erkende revisoren, de Commissie op de hoogte brengen telkens als zij wijzigingen in hun toestand willen brengen, zodat zij kan oordelen over de wenselijkheid een toestemming te verlenen respectievelijk te handhaven. (1) Zie verslag , p (2) Besluit van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 19 maart 1991 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen. (3) Als gewijzigd bij de besluiten van 15 december 1992 en 29 maart (4) Hier worden met name de bepalingen bedoeld over: - de definitie van eigen vermogen (artikel 14), - het kredietrisico (hoofdstuk III), - de risicoconcentratie (hoofdstuk X), - de solvabiliteitscoëfficiënten en de begrenzingsnormen (hoofdstuk XI), - het toezicht op geconsolideerde basis (hoofdstuk XII), - de bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder Staten die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (hoofdstuk XIII), en - de rapporteringsplicht en de overgangsbepalingen (hoofdstuk XIV). (5) Circulaire D1 96/1 aan de kredietinstellingen, van 2 april (6) Circulaire D1 96/2 aan de kredietinstellingen, van 15 april CBF Gezamenlijke aspecten 27

14 Ter aanvulling van de eerste twee circulaires werd aan de kredietinstellingen een derde circulaire gestuurd, waarvan een gelijkaardige versie aan de beursvennootschappen werd gericht (1). Beide circulaires verduidelijken bepaalde begrippen uit de reglementering (zoals gespecificeerde beurzen en dito clearinginstellingen), de lijst van de erkende credit-ratinginstellingen en de minimale ratingniveaus op grond waarvan kan worden geoordeeld of een emittent van schuldinstrumenten in aanmerking kan worden genomen, alsook de lijst van de sterk gediversifieerde aandelenindexen. De beursvennootschappen ontvingen, in het kader van de tenuitvoerlegging van de nieuwe reglementering, een eigen handleiding. Het doel ervan was niet het besluit of de toelichting te vervangen, wel de toepassing van de nieuwe maatregelen te vergemakkelijken, met name door de verbanden te tonen tussen de maatregelen en de voorstelling van het specifiek voor hen bedoelde periodieke-rapporteringsschema. Conform artikel 91 van de wet van 6 april 1995, is een ontwerp van periodieke-rapporteringstabellen trouwens ter advies voorgelegd aan de Effectenbeursvennootschappen van Antwerpen en Brussel en aan de Belgische Vereniging van Beursvennootschappen. Om de consultatie te verrijken met concrete ervaringen, ontvingen de beursvennootschappen de handleiding en de periodieke-rapporteringstabellen in ontwerpvorm, met het verzoek die - bij wijze van test - in te vullen voor hun positie per 30 juni Na afloop van de consultatie zal de Commissie de rapporteringstabellen dan in hun definitieve vorm gieten, rekening houdend met de ontvangen opmerkingen. Overeenkomstig de bepalingen van de CAD, moeten die tabellen driemaandelijks worden meegedeeld. Beursvennootschappen die verrichtingen voor eigen rekening uitvoeren, uitgiften van financiële instrumenten vast overnemen of instaan voor de plaatsing van die uitgiften, moeten dat zelfs maandelijks doen. De Commissie is zich bewust van de complexiteit van de nieuwe reglementering en heeft daarom, in samenwerking met de betrokken sectoren, veel zorg besteed aan opleiding en informatieverstrekking. Zo zijn tijdens verschillende seminaries uiteenzettingen gegeven. Daarnaast achtte zij het ook nuttig alle vragen van de betrokken instellingen over het nieuwe reglement te centraliseren en te beantwoorden. Daartoe werd aan de betrokken instellingen een telefoonnummer meegedeeld waarop zij voor advies terecht konden. * (1) Circulaires D1 96/6 aan de kredietinstellingen en D4 96/1 aan de beursvennootschappen, van 18 juni Gezamenlijke aspecten CBF

15 De belangrijkste bepalingen van de nieuwe reglementering worden hieronder samengevat. Begrip «handelsportefeuille» In de vroegere reglementering gold reeds als basisbeginsel dat tegenover bepaalde risico s gemeten op basis van het begrip «gewogen risicovolume» een minimum aan reglementair eigen vermogen moest staan. Die benadering is overgenomen in de besluiten van 5 december 1995, hoewel nu ook een onderscheid is ingevoerd naar de aard van het bedrijf van de instellingen. Op een deel van het bedrijf van de instelling is de definitie van handelsportefeuille van toepassing, die bestaat uit: - de posities voor eigen rekening in financiële instrumenten die worden gehouden om te worden doorverkocht en/of met de bedoeling om op korte termijn een voordeel te halen uit een verschil tussen aankoop- en verkoopprijzen, met inbegrip van de posities ingevolge compenserende aan- en verkopen («matched principal broking») of de uitvoering van orders voor rekening van de cliënteel. De posities omvatten zowel actief- en passief- als buiten-balansposten; - de posities die worden ingenomen om andere elementen van de handelsportefeuille te dekken; - de risico s (wederpartijrisico s) in verband met verrichtingen die op de vervaldag niet zijn afgewikkeld, leveringen zonder tegenprestaties, afgeleide buiten-beursinstrumenten, retrocessie- en omgekeerde retrocessieovereenkomsten; - de risico s ingevolge dienstverlening aan cliënten (provisies, erelonen,...) of vorderingen op georganiseerde markten (marges,...) of ingevolge te ontvangen interesten of dividenden. De handelsportefeuille omvat dus zowel bestanddelen die blootgesteld zijn aan een koers- of prijsschommelingsrisico, als bestanddelen die blootgesteld zijn aan een risico van het type kredietrisico. Voor het handelsportefeuillebedrijf gelden specifieke vereisten; daarom wordt het uit het toepassingsgebied geschrapt van de regeling voor het kredietrisico die van toepassing blijft op de rest van het bedrijf. Het opnemen van een transactie in de handelsportefeuille dan wel onder de rest van het bedrijf, moet de bedoeling weergeven van de instelling bij het afsluiten van die transactie en geschieden op basis van objectieve, binnen de instelling vastgelegde procedures. Rekening houdend met de mogelijke gevolgen van de opneming van een transactie in de handelsportefeuille, kan de Commissie krachtens het reglement eisen dat bestanddelen die volgens haar verkeerd zijn gekwalificeerd, elders worden ondergebracht. CBF Gezamenlijke aspecten 29

16 Waardering tegen marktprijs Het reglement bepaalt dat de handelsportefeuille tegen marktprijs wordt gewaardeerd («mark to market») (1). Deze waarderingsmethode sluit nauw aan bij de grondgedachte van de definitie van handelsportefeuille, namelijk op korte termijn winst boeken. In tegenstelling tot het klassieke kredietbedrijf dat wordt gezien in een continuïteitsperspectief - «going concern» - wordt het handelsportefeuillebedrijf gezien in de optiek van afwikkeling op korte termijn. De waardering van handelsportefeuilleposities tegen marktprijs sluit daar logischerwijze bij aan. Door - zowel gunstige als ongunstige - prijsschommelingen in resultaat te nemen kan men bepalen welke vereisten nodig zijn om verliesrisico s op relatief korte termijn - enkele dagen - te dekken. Dit veronderstelt dat de aard van de bestanddelen in de handelsportefeuille en de wijze waarop hun marktwaarde wordt bepaald, de effectieve liquiditeit van de handelsportefeuilleposities op passende wijze weergeven en zo nodig worden gecorrigeerd om ook gevallen te dekken waarin niet volledig is voldaan aan die fundamentele beginselen. Begrip «positie» Voor de marktrisico s verbonden aan de bestanddelen van de handelsportefeuille, voert het reglement het begrip «positie» in. In tegenstelling tot de benadering voor kredietrisico s, worden de risico s niet langer gemeten ten aanzien van een aantal actief- of buiten-balansbestanddelen ; die risico s worden uitgedrukt in één enkele grootheid waaronder alle bestanddelen met betrekking tot eenzelfde financieel basisinstrument worden samengebracht, ongeacht of het om actief-, passief- of buiten-balansposten gaat. Analytische benadering Het reglement hanteert de zogenaamde «building block approach», waarbij de verschillende soorten risico s - bijvoorbeeld positierisico, afwikkelings- en wederpartijrisico, wisselkoersrisico - worden geïdentificeerd en cumulatief verwerkt volgens specifieke methodes. Wat het positierisico betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen het specifieke en het algemene risico. Het specifieke risico is verbonden aan een koers- of prijsevolutie van een instrument die toe te schrijven is aan de emittent of de debiteur. Dit begrip sluit nauw aan bij het begrip kredietrisico, maar is ruimer, omdat het met name bij een baissepositie in een instrument, ook het risico dekt van een verbetering van de kwaliteit van de emittent of de debiteur. Het vereiste met betrekking tot het specifieke risico wordt dus berekend op de som van alle baisseposities plus alle hausseposities. Een moderne opvatting van de portefeuille die onder andere uitgaat van een voldoende diversificatie daarvan, stelt dat het specifieke risico, waartoe het kredietrisico behoort, maximaal kan worden beperkt, zelfs tot het niveau van het (1) Deze verplichting geldt niet voor de instellingen waarvoor de «de minimis»- regeling geldt. 30 Gezamenlijke aspecten CBF

17 (hieronder besproken) algemene risico. Als men die opvatting volgt, kunnen in bepaalde gevallen geringere vereisten worden vastgesteld voor de dekking van het specifieke risico. Om in dit geval de lagere vereisten van het reglement te mogen toepassen, moet de portefeuille ook daadwerkelijk gediversifieerd zijn. Het algemene risico is verbonden aan een koers- of prijsevolutie van een instrument ingevolge algemene marktontwikkelingen die niets te maken hebben met de emittent of de debiteur; een illustratie hiervan zijn schommelingen in de rentevoeten. Aangezien de algemene marktschommelingen met tegengestelde gevolgen, kunnen worden gecompenseerd wanneer de instelling tegengestelde posities bezit, wordt het vereiste met betrekking tot het algemene risico berekend op het verschil tussen de som van de hausseposities en de som van de baisseposities voor elke markt. Risicoconcentratie De vroegere normen voor risicoconcentratiebegrenzing bij de kredietinstellingen blijven van toepassing. Voor de risico s die uit de handelsportefeuille voortvloeien, is de berekeningswijze evenwel aangepast om rekening te houden met de voorgeschreven methodes voor de meting van het positierisico - vaste overnemingen en waarborgen van goede afloop - en het afwikkelings- en wederpartijrisico. Bovendien is, voor de risico s die uit de handelsportefeuille voortvloeien, voortaan een overschrijding van de risicoconcentratiebegrenzingen toegestaan, mits bijkomende eigen-vermogensvereisten worden nageleefd. De concentratiebegrenzingen met betrekking tot de activiteiten die niet tot de handelsportefeuille behoren, mogen daarentegen in geen enkel geval worden overschreden. Aangezien voor de beursvennootschappen een specifieke verplichting geldt om de deposito s van hun cliënteel te herbeleggen (1), heeft de Commissie een bijzondere regeling uitgewerkt om bij kleine vennootschappen een overdreven uitsplitsing van hun herbeleggingen te voorkomen, wat niet alleen administratieve kosten met zich zou brengen, maar ook de rendabiliteit van die deposito s zou drukken en de belangen van de betrokken beursvennootschappen én hun cliënteel zou schaden. De Commissie heeft - voor de deposito s die moeten worden herbelegd en voor zover de wederpartij een eersterangsinstelling is - een overschrijding van het risicoconcentratieniveau op eenzelfde wederpartij toegestaan, welk niveau hetzelfde is als dat dat geldt voor een kredietinstelling met een minimum eigen vermogen van 250 miljoen. (1) Zie dit verslag, p. 66. CBF Gezamenlijke aspecten 31

18 Structuur van de vereisten Het eigen vermogen van kredietinstellingen en beursvennootschappen moet voortdurend ten minste gelijk zijn aan drie niet-cumulatieve vereisten: - de dekking van de vaste activa, - de algemene solvabiliteitscoëfficiënt (of «gearing ratio») (1), - de totale vereisten voor het krediet- en het marktrisico (2). Enkel voor de beursvennootschappen geldt nog een vierde - eveneens niet-cumulatief - vereiste voor de dekking van de algemene kosten. Overeenkomstig de CAD staat de reglementering de instellingen waarvan de handelsportefeuilleposities onder de betrokken drempels blijven (3), toe op hun hele bedrijf vereisten toe te passen die zijn berekend volgens de voor kredietrisico s voorgeschreven methodes. Nu blijkt dat de door de CAD vastgestelde voorwaarden om die regeling te mogen toepassen - ook «de minimis» genoemd - instellingen zonder relevante handelsportefeuille-activiteit, niettemin verplichtte de reglementering onverkort toe te passen. Daarom heeft zij gevolg gegeven aan het verzoek van de sectoren om voor de berekening van de vereisten voor het positierisico van de handelsportefeuille, vereenvoudigde methodes te mogen toepassen. De vereisten en de berekeningsmethodes werden zo vastgesteld dat hun resultaat steeds minstens gelijk zou zijn aan wat de CAD vereist. Omdat het reglement zich niet beperkt tot het opleggen van een eigen-vermogensvereiste, maar ook een organisatorische dimensie heeft, namelijk de instellingen terzake een minimumnorm opleggen, heeft de Commissie de toepassing van die vereenvoudigde regeling afhankelijk gesteld van haar voorafgaande en tijdelijke toestemming. Definitie van eigen vermogen De door het reglement vastgestelde vereisten moeten worden gedekt door eigen vermogen, waarvan de definitie kan worden aangepast naar gelang van de betrokken risico s. De eigen-vermogensdefinitie uit de vroegere bankreglementering blijft van toepassing en werd aangepast ingevolge de gelijkstelling van beursvennootschappen en kredietinstellingen, die zich met name opdrong omdat ook de prudentiële omkadering voortaan dezelfde is. (1) Zie verslag , p. 29. (2) De marktrisico s omvatten het afwikkelingsen wederpartijrisico, het renterisico dat voortvloeit uit de handelsportefeuille, het positierisico in aandelen dat voorvloeit uit de handelsportefeuille, de bijkomende vereisten ingevolge de overschrijding van de begrenzingen van de risicoconcentratie, en het wisselkoersrisico. (3) Normaliter 5 % van het balans- en het buiten-balanstotaal of XEU 15 miljoen, en nooit 6% van het balans- en het buitenbalanstotaal of XEU 20 miljoen. 32 Gezamenlijke aspecten CBF

19 Enkel voor de dekking van de risico s verbonden aan de handelsportefeuille en van het wisselkoersrisico, mogen de instellingen twee bestanddelen toevoegen aan het eigen vermogen, namelijk het nettoresultaat van de handelsportefeuille en een nieuwe categorie van achtergestelde leningen op minstens twee jaar met een zogenaamde «lock-in»-clausule. Op grond van die clausule mogen noch de hoofdsom, noch de interesten van die leningen worden terugbetaald indien het eigen vermogen daardoor zakt onder het niveau van 100 % van de totale vereisten. Met die uitbreiding van de definitie van eigen vermogen wordt de hiërarchie van bestanddelen die voor risicodekking kunnen worden aangewend, aangevuld met een categorie van minder stabiele bestanddelen, dus ook van mindere kwaliteit. Het aanvaarden van een geringere stabiliteitsgraad voor eigen-vermogensbestanddelen, weliswaar op specifieke voorwaarden - «lock-in»-clausule en belang ten aanzien van het eigen vermogen sensu stricto - is verantwoord omdat de risico s die door dat eigen vermogen mogen worden gedekt, ook een grotere volatiliteit hebben in casu uitsluitend marktrisico s. De nieuwe hiërarchie van de eigen-vermogensbestanddelen biedt meer flexibiliteit en is beter aangepast aan de variabiliteit van het niveau van de vereisten die voortvloeien uit de handelsportefeuille. Dankzij de hiërarchische structuur van het eigen vermogen kunnen ook bestanddelen van dezelfde aard als de aanvullende bestanddelen van eigen vermogen (of «tier II»), die niet in aanmerking konden worden genomen gezien de geldende maxima, worden gebruikt ter vervanging van de nieuwe categorie van achtergestelde leningen op korte termijn. Interne modellen De prudentiële benadering evolueert naar een erkenning van de interne methodes, inzonderheid van het «value at risk»-type, die door de instellingen worden ontwikkeld voor hun risicobeheer, als instrumenten waarmee het vereiste niveau kan worden bepaald waaraan moet worden voldaan. Bij de opstelling van het reglement gaven de internationale werkzaamheden terzake nog onvoldoende concreet uitzicht om een precies kader te kunnen uitwerken voor het gebruik van de interne modellen. Bovendien voorziet de CAD niet expliciet in het gebruik van dergelijke methodes, hoewel zij het ook niet verbiedt. Het Bazelcomité heeft ondertussen zijn standpunt ter zake kenbaar gemaakt en waarschijnlijk zal het Europese kader in die zin worden aangepast (1). In afwachting van de aanpassing van de Europese richtlijnen die deze aangelegenheid beheersen, kan de Commissie toestaan dat een instelling haar interne modellen gebruikt om de naleving van de marktrisicovereisten te toetsen. Periodiek - minstens tweemaal per jaar - en/of op andere door de Commissie vastgestelde tijdstippen, berekent de instelling de vereisten volgens de door het reglement voorgeschreven methodes. Aan de hand van een vergelijking tussen de resultaten van de volgens het reglement gemaakte berekeningen en de met behulp van het model verkregen resultaten, bepaalt de Commissie een coëfficiënt die de instelling vervolgens moet toepassen op de met behulp van het model verkregen resultaten om het minimumvereiste te bepalen dat zij moet naleven. (1) Zie dit verslag, p. 78. CBF Gezamenlijke aspecten 33

20 Om te oordelen of de door de instellingen gebruikte modellen voldoen, zal de Commissie zich baseren op de door het Bazelcomité gedefinieerde normen, zowel voor de kwantitatieve aspecten van de gebruikte methodes als voor de aan hun gebruik verbonden kwalitatieve aspecten. Er moet immers bijzondere aandacht worden besteed aan de omgeving waarin die methodes worden toegepast, om hun integriteit, onafhankelijkheid en passende beheersing te kunnen waarborgen. Zo zal erop worden toegezien dat de hoogste leiding van de instelling actief het gebruik van de modellen volgt, met name voor het dagelijkse risicobeheer, de definitie van het planningsproces, de follow-up en de controle van de marktrisico s. De Commissie zal dus, bij de beoordeling van vragen om interne modellen te mogen gebruiken, evenzeer rekening houden met de inherente technische kwaliteiten van de modellen, als met de individuele organisatorische en administratieve situatie van elke instelling. * Bilaterale en multilaterale «netting»-overeenkomsten De reglementen op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en op het eigen vermogen van de beursvennootschappen bepalen dat zij, onder bepaalde voorwaarden en mits voorafgaande toestemming van de Commissie, hun eigen-vermogensvereisten met betrekking tot afgeleide instrumenten kunnen berekenen, rekening houdend met het risicoverminderend karakter van bilaterale schuldvernieuwings- of schuldvergelijkingsovereenkomsten (bilaterale «netting»-overeenkomsten) (1). Ingevolge deze regeling kunnen de instellingen hun eigen-vermogensvereisten berekenen op basis van het saldo van het bedrag aan winsten en verliezen op deze instrumenten in plaats van op basis van de brutobedragen, wanneer voor deze instrumenten een bilaterale netting-overeenkomst geldt. Aansluitend bij een recente interpretatie van het Kapitaalakkoord van juli 1988 door het Bazelcomité (2), heeft de Commissie beslist de regeling voor bilaterale netting-overeenkomsten op overeenkomstige wijze uit te breiden tot multilaterale netting-overeenkomsten met betrekking tot afgeleide valuta-instrumenten (3). De eigen-vermogensvereiste voor afgeleide instrumenten wordt berekend op basis van hun «vervangingskost», die samengesteld is uit twee elementen : de actuele vervangingskost en het potentieel toekomstig kredietrisico. De Belgische reglementering erkent het risicoverminderend karakter van multilaterale netting-overeenkomsten voorlopig enkel voor de berekening van de actuele vervangingskost met toepassing van de methode gebaseerd op de waardering tegen marktwaarde (4). Voor de erkenning van het risicoverminderend karakter van multilaterale netting-overeenkomsten bij de berekening van het toekomstig kredietrisico dient, net zoals voor bilaterale netting-overeenkomsten, gewacht te worden op de goedkeuring van een voorstel van richtlijn tot aanpassing van de Europese wetgeving (5). (1) Zie artikel 17, 2, van de beide reglementen. (2) Zie dit verslag p. 78. (3) De regeling bij multilaterale netting is conceptueel vergelijkbaar met deze bij bilaterale netting. De eigenvermogensvereisten voor een deelnemer aan een multilateraal netting-systeem worden berekend op basis van de gelopen risico s voortvloeiend uit de bilaterale verrichtingen met elk van de overige deelnemers aan het systeem, met toepassing van de verliestoewijzingsregels. (4) Zie artikel 17, 1, van de beide reglementen. (5) Zie dit verslag p Gezamenlijke aspecten CBF

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op de beleggingsondernemingen

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op de beleggingsondernemingen Prudentieel toezicht op de beleggingsondernemingen Brussel, 14 november 2002. CIRCULAIRE D1/EB/2002/6 AAN DE BELEGGINGSONDERNEMINGEN OVER HUN INTERNE CONTROLE EN OVER DE INTERNE AUDITFUNCTIE EN DE COMPLIANCE-FUNCTIE

Nadere informatie

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten

Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Circulaire _2009_29 dd. 30 september 2009 Effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle

Nadere informatie

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES over EEN ONTWERP VAN WET INZAKE HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP DE ONAFHANKELIJK FINANCIËLE PLANNERS EN INZAKE HET VERSTREKKEN

Nadere informatie

1. De solvabiliteit van de kredietinstellingen is een complex geheel van diverse factoren die elkaar in meerdere of mindere mate beïnvloeden.

1. De solvabiliteit van de kredietinstellingen is een complex geheel van diverse factoren die elkaar in meerdere of mindere mate beïnvloeden. Toelichting bij het besluit van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen I. Inleiding 1. De solvabiliteit

Nadere informatie

18. Correctie ingevolge de bestemming van de winst (af te trekken) 120. 19. Totaal van het niet-hybride eigen vermogen sensu stricto 199

18. Correctie ingevolge de bestemming van de winst (af te trekken) 120. 19. Totaal van het niet-hybride eigen vermogen sensu stricto 199 Tabel 41.70 - SAMENSTELLING VAN HET EIGEN VERMOGEN (Art. 14 en 15 van het reglement) 1. Eigen vermogen sensu stricto (art. 14, 1, 1 ) Boekwaarde Code 05 11. Gestort kapitaal en uitgiftepremies 010 12.

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom ADVIES 2004/1 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2004/2 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 9 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector

De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector Mededeling _2011_15 dd. 23 maart 2011 De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector Toepassingsgebied: Alle instellingen onder toezicht van de of van het CSRSFI. Samenvatting/Doelstelling:

Nadere informatie

hierna elk afzonderlijk "de Autoriteit" en gezamenlijk "de Autoriteiten" genoemd,

hierna elk afzonderlijk de Autoriteit en gezamenlijk de Autoriteiten genoemd, 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten over de buitenlandse beleggingsondernemingen De Nationale Bank van België (hierna "de Bank"),

Nadere informatie

, COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN

, COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN , COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel Toezicht BRUSSEL, 9 december 1996. OHZEZNDBRIEP Dl/3198 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN Hevrouw, Hijnheer, De vet van 22 maart 1993 heeft een wettelijk

Nadere informatie

Bijlage 3 bij de mededeling NBB_2015_08

Bijlage 3 bij de mededeling NBB_2015_08 de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 38 12 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be Brussel, 10 februari 2015 Bijlage 3 bij de mededeling NBB_2015_08

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Advies van 4 september 2013 1

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. Advies van 4 september 2013 1 COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/12 - Erkenning van de opbrengsten en kosten die overeenstemmen met interesten en royalty's, evenals de toewijzing van de resultaten in de vorm van

Nadere informatie

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld PPB-2007-4-CPB-2 BIJLAGE II : OVERZICHT VAN DE REGLEMENTERING INZAKE HET BIJHOUDEN VAN GEDEMATERIALISEERDE EFFECTEN A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld 1 Erkenning voor het bijhouden

Nadere informatie

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID)

EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EUROPESE RICHTLIJN BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIËLE INSTRUMENTEN (MIFID) EEN BETERE BESCHERMING VAN DE BELEGGER INHOUD MEER TRANSPARANTIE VOOR BELEGGINGSDIENSTEN 3 DE VOORNAAMSTE THEMA S 4 VOORDELEN

Nadere informatie

Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet

Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet Rentederivaten ter dekking van aan kmo s verleende kredieten met variabele rentevoet FINANCIALSERVICESANDMARKETSAUTHORITY AUTORITEITVOORFINANCIËLEDIENSTENENMARKTEN 1 AUTORITÉDESSERVICESETMARCHÉSFINANCIERS

Nadere informatie

Modelverslagen met betrekking tot de statistieken

Modelverslagen met betrekking tot de statistieken Bijlage 6 Circulaire _2011_06-6 dd. 14 februari 2011 Modelverslagen met betrekking tot de statistieken Toepassingsveld: Openbare instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht met een veranderlijk

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden De Europese Ministerraad hechtte op 25 juli 1985 zijn goedkeuring

Nadere informatie

Circulaire. Brussel, 25 april 2016. Circulaire betreffende het aanvullend eigen vermogen NBB_2016_09. Kenmerk:

Circulaire. Brussel, 25 april 2016. Circulaire betreffende het aanvullend eigen vermogen NBB_2016_09. Kenmerk: de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel tel. +32 2 221 35 88 fax + 32 2 221 31 04 ondernemingsnummer: 0203.201.340 RPR Brussel www.nbb.be Circulaire Brussel, 25 april 2016 Kenmerk: NBB_2016_09 uw correspondent:

Nadere informatie

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2005/1 Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Nadere informatie

Titel II. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht. Hoofdstuk I. Bedrijfsvergunning. Afdeling I. Vergunning

Titel II. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht. Hoofdstuk I. Bedrijfsvergunning. Afdeling I. Vergunning Als een nauwe band tussen twee of meer natuurlijke of rechtspersonen wordt tevens beschouwd een situatie waarin deze personen via een controleband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon; 29 financiële

Nadere informatie

KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN

KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN KEY ISSUES - Corporate Governance COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Rapportering corporate governance Brussel, 18 november 1999 Mevrouw, Mijnheer, De Commissie voor het Bank en Financiewezen en

Nadere informatie

BIJLAGE 2 AAN DE CIRCULAIRE D1/EB/2002/6 VAN 14 NOVEMBER 2002 «COMPLIANCE»

BIJLAGE 2 AAN DE CIRCULAIRE D1/EB/2002/6 VAN 14 NOVEMBER 2002 «COMPLIANCE» Prudentieel toezicht op de beleggingsondernemingen BIJLAGE 2 AAN DE CIRCULAIRE D1/EB/2002/6 VAN 14 NOVEMBER 2002 «COMPLIANCE» INHOUDSOPGAVE 0. Definitie van compliance 1. Wettelijke basis en overzicht

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE CHARTER VAN HET AUDITCOMITE INLEIDING 2 I. ROL 2 II. VERANTWOORDELIJKHEDEN 2 1. Financiële reporting 3 2. Interne controle - risicobeheer en compliance 3 3. Interne audit 4 4. Externe audit: de commissaris

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op kredietinstellingen

COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel toezicht op kredietinstellingen Prudentieel toezicht op kredietinstellingen Brussel, 30 december 1997 CIRCULAIRE D1 97/10 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN Mevrouw, Mijnheer, De hoeksteen voor de goede werking van de financiële sector is het

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 259 4 januari 2012 Regeling vaststelling bedragen 2012 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht 23

Nadere informatie

:Rendabiliteit van de categorieën van verzekeringsprodukten LEVEN.

:Rendabiliteit van de categorieën van verzekeringsprodukten LEVEN. 57.620/PC4/VK Brussel, 3 december 1992. MEDEDELING D. 104. Betreft :Rendabiliteit van de categorieën van verzekeringsprodukten LEVEN. I. INLEIDING. In het raam van de a posteriori controle, is het van

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

CIRCULAIRE B 94/2 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN

CIRCULAIRE B 94/2 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN -7 COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN b c Prudentie4 Toezicht Brussel, 27 juni 1994 CIRCULAIRE B 94/2 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN Geachte mevrouw, Geachte heer, Artikel 32 van de vet van 22 maart

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010

De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie. CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 De Nederlandsche Bank N.V. Consultatie CRD II Implementatie (nieuwe) Regeling Hybride kapitaalinstrumenten banken 2010 28 juni 2010 1 Regeling van De Nederlandsche Bank NV van [datum], tot vaststelling

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

REGLEMENT BETREFFENDE HET ONDERSTEUNEN VAN VRIJWILLIGERSWERK DOOR HET AANBIEDEN VAN EEN VERZEKERING

REGLEMENT BETREFFENDE HET ONDERSTEUNEN VAN VRIJWILLIGERSWERK DOOR HET AANBIEDEN VAN EEN VERZEKERING REGLEMENT BETREFFENDE HET ONDERSTEUNEN VAN VRIJWILLIGERSWERK DOOR HET AANBIEDEN VAN EEN VERZEKERING DE PROVINCIERAAD VAN WEST-VLAANDEREN Gelet op artikel 2 en artikel 42 van het Provinciedecreet; Overwegende

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- Elektronische ecocheques Follow-up en monitoring Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INHOUDSOPGAVE Paragraaf Inleiding... 1-3 Definities... 4 Gebeurtenissen die zich vóór de datum van de controleverklaring

Nadere informatie

Bijlage aan de circulaire PPB-2007-7-CPB over de administratie van financiële instrumenten INHOUDSOPGAVE

Bijlage aan de circulaire PPB-2007-7-CPB over de administratie van financiële instrumenten INHOUDSOPGAVE PPB-2007-7-CPB-1 Bijlage aan de circulaire PPB-2007-7-CPB over de administratie van financiële instrumenten Inhoudsopgave 0. Wettelijke basis en overzicht van de principes INHOUDSOPGAVE 1. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

A D V I E S. over de

A D V I E S. over de Doc. nr. E2:90---C20 Brussel, 13.11.1997 MH/AB/LC A D V I E S over de ONTWERPEN VAN MINISTERIELE BESLUITEN BETREFFENDE DE VERMELDING VAN HET ENERGIEVERBRUIK EN HET VERBRUIK VAN ANDERE HULPBRONNEN OP DE

Nadere informatie

Norm inzake de toepassing van de ISA's in Belgie

Norm inzake de toepassing van de ISA's in Belgie Norm inzake de toepassing van de ISA's in Belgie De Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, Overwegende dat het moderniseren van het norrnatief kader voor de uitvoering van revisorale opdrachten

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Inleiding. Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten

Hoofdstuk 1: Inleiding. Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten Toepassingsmodaliteiten van de bescherming van deposito's en financiële instrumenten bij kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (1 januari

Nadere informatie

EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN ("DE OVEREENKOMST")

EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN (DE OVEREENKOMST) EUROPESE OVEREENKOMST OVER EEN VRIJWILLIGE GEDRAGSCODE BETREFFENDE VOORLICHTING IN DE PRECONTRACTUELE FASE INZAKE WONINGKREDIETEN ("DE OVEREENKOMST") Deze Overeenkomst is tot stand gekomen door onderhandelingen

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; 1/6 Advies nr 25/2010 van 1 september 2010 Betreft: Advies betreffende het ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van verschillende besluiten betreffende registratie van persoonsgegevens ingevolge

Nadere informatie

INFORMATIENOTA OVER HET KEUZEDIVIDEND KEUZEPERIODE VAN 30 NOVEMBER TOT EN MET 11 DECEMBER 2015 (16.00 UUR (CET))

INFORMATIENOTA OVER HET KEUZEDIVIDEND KEUZEPERIODE VAN 30 NOVEMBER TOT EN MET 11 DECEMBER 2015 (16.00 UUR (CET)) Brussel, 19 november 2015 INFORMATIENOTA OVER HET KEUZEDIVIDEND KEUZEPERIODE VAN 30 NOVEMBER TOT EN MET 11 DECEMBER 2015 (16.00 UUR (CET)) Gereglementeerde informatie - Informatienota De informatie in

Nadere informatie

Compliance Charter ERGO Insurance nv

Compliance Charter ERGO Insurance nv Compliance Charter ERGO Insurance nv Inleiding Op basis van de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance aan de verzekeringsondernemingen werd een wettelijke verplichting opgelegd aan de

Nadere informatie

De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Hoofdstuk II. Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening

De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Hoofdstuk II. Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd,

Nadere informatie

Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen

Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen EIOPA-BoS-14/170 NL Richtsnoeren voor de behandeling van verbonden ondernemingen, waaronder deelnemingen EIOPA Westhafen Tower, Westhafenplatz 1-60327 Frankfurt Germany - Tel. + 49 69-951119-20; Fax. +

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom AFWIJKING 2005/1 Samenvatting van het advies dd. 17 mei 2005 met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013

TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 TRANSPARANTIEVERSLAG 2013 1. Inleiding Dit verslag bevat de informatie zoals bepaald in artikel 15 van de wet van 22 juli 1953 houdende de oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren, aangepast

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland Overzicht van markttoegang regelgeving BANKEN met zetel in Nederland Deel 2 Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen Art. 1:1 definities a. een afwikkelonderneming; b. een bank; financiële onderneming

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen

VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen BANK VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN (CENTRAL BANK) VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de artikelen 3 lid 2, 8 lid 2 en 11 lid 1 van de Landsverordening Toezicht Trustwezen WILLEMSTAD, mei 2004 VOORSCHRIFTEN

Nadere informatie

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten Minimumeisen Gedragscode FORUMVAST 2013 Doel Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten (hierna:forumvast) zijn aanbieders van vastgoedbeleggingsproducten die zich

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Zetel : Ministerie van Justitie Poelaertplein 3 Tel. : 02/504.66.21 tot 23 Fax : 02/504.70.00 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER O. ref. : 10

Nadere informatie

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Versie oktober 2007 FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Fortis Investment Management Netherlands N.V. is statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudend te 1101 BH Amsterdam

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening I. Inleiding Advies van 4 maart 2013 1. Zowel het volledig

Nadere informatie

Uitbreiding toepassingsgebied belastingneutrale zetelverplaatsing & andere fiscale bepalingen aangenomen in Parlement

Uitbreiding toepassingsgebied belastingneutrale zetelverplaatsing & andere fiscale bepalingen aangenomen in Parlement Uitbreiding toepassingsgebied belastingneutrale zetelverplaatsing & andere fiscale bepalingen aangenomen in Parlement Na de Kamer van volksvertegenwoordigers heeft gisteren ook de Senaat diverse fiscale

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité Bijlage 3 Intern reglement van het Auditcomité 1. Samenstelling en vergoeding Het Comité bestaat uit twee leden die door de Raad van Bestuur van de Zaakvoerder worden aangeduid uit de onafhankelijke Bestuurders.

Nadere informatie

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht Expertisecentrum Markttoetreding Amsterdam Postbus 98 1000 AB Amsterdam Datum Uw kenmerk Doorkiesnummer 020 524 Bijlage(n) Onderwerp MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,

Nadere informatie

Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen

Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen Samenvattende opgave van de dekkingswaarden van de technische voorzieningen Aard van de waarden A. REGLEMENTAIRE ACTIVA 3 Code Boekwaarde 1 Affectatiewaarde 2 EURO EURO 1. Obligaties en andere schuldinstrumenten

Nadere informatie

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst DE ONDERGETEKENDEN: Deelnemer Na(a)m(en): Adres: Postcode en plaats: Land: Nederland hierna te noemen "Cliënt"; en 2. Slim Vermogensbeheer

Nadere informatie

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Hier vindt u de oplossingen van de vragen en opdrachten uit het boek (grijze kaders zonder icoon). Hoofdstuk 2 p. 21 Voor het nemen van die risico s worden de banken

Nadere informatie

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS

BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS UCB NV - Researchdreef 60, 1070 Brussel - Ondernemingsnr. 0403.053.608 (RPR Brussel) BIJZONDER VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR AAN DE AANDEELHOUDERS over het gebruik en de nagestreefde doeleinden van het

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ; 1/6 Advies nr 04/2016 van 3 februari 2016 Betreft: Adviesaanvraag van de Duitstalige Gemeenschap betreffende het voorontwerp van decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport (CO-A-2016-002)

Nadere informatie

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------

MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 1 van 18 november 1996 met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging

Nadere informatie

Ontwerp van samenwerkingsakkoord

Ontwerp van samenwerkingsakkoord Ontwerp van samenwerkingsakkoord Tussen: de Franse Gemeenschap Vertegenwoordigd door Mevrouw Fadila LAANAN, Minister van Cultuur, Audiovisuele Zaken, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen En: de Vlaamse

Nadere informatie

Auditcommissie wettelijk verplicht voor organisaties van openbaar belang

Auditcommissie wettelijk verplicht voor organisaties van openbaar belang Auditcommissie wettelijk verplicht voor organisaties van openbaar belang Jos de Groot, Assurance Organisaties van openbaar belang (OOBs) dienen een auditcommissie in te stellen of als alternatief hiervoor

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE AMERICAN VALUE FUND I. INLEIDING Safe Harbour Fund Management B.V. (de Beheerder ) is de beheerder van American Value Fund (het Fonds ). De bewaarder van het Fonds is Stichting

Nadere informatie

TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING

TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING TWEEDE PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN DE OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN BELGIE EN DE REGERING VAN NIEUW-ZEELAND TOT HET VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING EN TOT HET VOORKOMEN VAN HET ONTGAAN VAN BELASTING

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2014 C(2014) 1392 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE van 7.3.2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de

Nadere informatie

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging

Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging Verklaring betreffende de identiteit van de uiteindelijke begunstigde(n) van een vennootschap of vereniging De wet ter voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering verplicht de banken tot

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 6 juli 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN. Levensverzekeringsverrichtingen verbonden met beleggingsfondsen.

CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN. Levensverzekeringsverrichtingen verbonden met beleggingsfondsen. CONTROLEDIENST VOOR DE VERZEKERINGEN Brussel, 10 juni 2002 Omzendbrief aan de Algemene Directie van de verzekeringsondernemingen. O. ref. : Financiële Dienst E. DEGADT - 02/737.07.66 Betreft : Levensverzekeringsverrichtingen

Nadere informatie

REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING

REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING L 82/56 2.6.204 REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING REGLEMENT VAN ORDE VAN DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK, Gezien

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/14 De boekhoudkundige verwerking van de uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij

Nadere informatie

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus

Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus Belgische bijlage bij het uitgifteprospectus Dexia Bonds Beleggingsvennootschap conform Richtlijn 85/611/EEG 69, route d Esch, L 2953 Luxemburg Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Luxemburgs

Nadere informatie

Algemene Informatie inzake Beleggingsdiensten

Algemene Informatie inzake Beleggingsdiensten Algemene Informatie inzake Beleggingsdiensten Algemeen Hieronder volgt een beknopte weergave van relevante algemene informatie over de beleggingsdiensten die worden verleend door Ostrica BV, hierna te

Nadere informatie

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V.

PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V. PRINCIPLES OF FUND GOVERNANCE Add Value Fund N.V. I Inleiding Keijser Capital Asset Management B.V. (de Directie ) voert de directie over Add Value Fund N.V. (hierna ook Add Value Fund of Fonds ). De Directie

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO

KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE VAN DE AANDEELHOUDERS VAN COFINIMMO Woluwedal 58 1200 Brussel BE 0 426 184 049 RPR Brussel Naamloze vennootschap en Openbare Vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch Recht KEUZEDIVIDEND INFORMATIEDOCUMENT TER ATTENTIE

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN

ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN ALGEMENE VOORWAARDEN FEDICT DIENSTEN Doel van het document: De algemene voorwaarden voor Fedict diensten bevatten de standaardvoorwaarden voor het gebruik van alle Fedict diensten. Ze worden aangevuld

Nadere informatie

HET ORDERUITVOERINGSBELEID VAN KBC SECURITIES VOOR NIET-PROFESSIONELE (=RETAIL) CLIËNTEN

HET ORDERUITVOERINGSBELEID VAN KBC SECURITIES VOOR NIET-PROFESSIONELE (=RETAIL) CLIËNTEN HET ORDERUITVOERINGSBELEID VAN KBC SECURITIES VOOR NIET-PROFESSIONELE (=RETAIL) CLIËNTEN INFORMATION ON THE ORDER EXECUTION POLICY OF KBC SECURITIES FOR PROFESSIONAL CLIENTS 1. Doel van best execution

Nadere informatie

CIRCULAIRE CPA-2006-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN

CIRCULAIRE CPA-2006-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN Prudentiële controle op de verzekeringsondernemingen Brussel, 19 september 6 CIRCULAIRE CPA-6-2-CPA AAN DE VERZEKERINGSONDERNEMINGEN BETREFT : VRIJSTELLING VAN SAMENSTELLING VAN DE AANVULLENDE VOORZIENING

Nadere informatie

DoubleDividend Management B.V. Algemene voorwaarden vermogensbeheer

DoubleDividend Management B.V. Algemene voorwaarden vermogensbeheer DoubleDividend Management B.V. Algemene voorwaarden vermogensbeheer Amsterdam, 15 september 2015 DoubleDividend Management B.V. Herengracht 252 1016 BV Amsterdam Tel: +31 20 520 7660 contact@doubledividend.nl

Nadere informatie