Veiligheidsbepalingen voor LS-distributienetten en een minimaal veiligheidsniveau voor bestaande netten

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Veiligheidsbepalingen voor LS-distributienetten en een minimaal veiligheidsniveau voor bestaande netten"

Transcriptie

1 Vereniging van Energienetbeheerders in Nederland Veiligheidsbepalingen voor LS-distributienetten en een minimaal veiligheidsniveau voor bestaande netten Arnhem, 6 december 2010

2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Inleiding Onderwerp Doel Toepassingsgebied Opzet 4 2 Termen en definities 5 3 Algemene kenmerken Beoogd doel, voedingsbronnen en indelingen Voedingsbronnen Onderhoudbaarheid 15 4 Beschermingsmaatregelen Bescherming tegen elektrische schok Bescherming tegen thermische invloeden Beveiliging tegen overstroom Beveiliging tegen overspanning 27 5 Keuze en installatie van elektrisch materieel Algemeen Aardingsvoorzieningen Aardleidingen Beschermingsleidingen PEN-leidingen 36 6 Eerste inspectie Eerste inspectie Periodieke inspectie 38 7 Elektrische bedrijfsruimte en kabels Algemeen In acht te nemen minimale vrije ruimte in gangpaden bestemd voor bedieningshandelingen en onderhoud Bereikbaarheid Vluchtwegen en toegangen 44 2

3 Voorwoord In de afgelopen decennia is er veel gebeurd in de energiewereld. Fusies van energiebedrijven, de daarop volgende liberalisering en de huidige splitsing van netbedrijven zijn hier een aantal voorbeelden van. Binnen de netbedrijven is gedurende de vele jaren dat er al netten worden aangelegd een veelvoud van richtlijnen ontstaan afhankelijk van het (vroegere) netbedrijf en de tijdsperiode waarin de netten zijn ontworpen en aangelegd. Ook normen t.a.v. veiligheid, die gebruikt kunnen worden als referentie voor het ontwerp van netten, zoals NEN 1010, EN zijn gedurende de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Daarnaast is er een toenemende behoefte aan een eenduidig referentiekader waartegen de beoordeling van bestaande distributienetten kan plaatsvinden en waarmee een minimaal vastgesteld veiligheidsniveau is vastgelegd. Voor nieuwe netten zijn vernieuwde richtlijnen van belang om binnen Netbeheer Nederland te komen tot algemene ontwerpcriteria die: zoveel mogelijk aansluiten bij huidige norm NEN 1010 voornamelijk prestatie-eisen vastleggen ruimte laten voor nieuwe ontwikkelingen die in het kader van intelligent netbeheer (inpassing van decentrale opwek) nodig zijn Voor bestaande netten die niet geheel voldoen aan deze veiligheidsbepalingen is bijlage 4 bijgevoegd met maatregelen die getroffen dienen te worden om de risico s en aanvullende maatregelen te bepalen. In de onderhavige richtlijn is ook aangegeven met welke punten rekening moet worden gehouden bij een verantwoorde toepassing van een TN-systeem, waarmee aan de verbruikers een aardingsvoorziening wordt aangeboden. 3

4 1 Inleiding 1.1 Onderwerp Deze aanbevelingen bevatten criteria waaraan: bestaande distributienetten moeten voldoen; nieuwe distributienetten moeten voldoen; bestaande distributienetten moeten voldoen als een aardingsvoorziening aan de aangeslotenen wordt aangeboden; nieuwe distributienetten moeten voldoen als een aardingsvoorziening aan de aangeslotenen wordt aangeboden. 1.2 Doel Het geven van informatie aan bestuurders, netontwerpers en netbeheerders en het geven van een toetsingskader voor de controle op de veiligheid van distributienetten. Het geven van aanbevelingen voor het ontwerp van nieuwe distributienetten met aanvullingen als ze geschikt moeten zijn voor het aanbieden van een aardingsvoorziening. Het geven van een minimaal veiligheidsniveau voor bestaande netten. 1.3 Toepassingsgebied Het toepassingsgebied van de aanbevelingen is beperkt tot het laagspanningsdistributienet. Hierbij wordt gedacht aan nieuw aan te leggen netten die eventueel gebruikt gaan worden voor het aanbieden van een aardingsvoorziening. Voorts zijn ook aanbevelingen opgenomen voor bestaande netten. Ook zijn er richtlijnen voor de bestaande netten die alsnog geschikt worden gemaakt voor het aanbieden van een aardingsvoorziening. Bij het aanbieden van een aardingsvoorziening moet ook de installatie van de verbruiker aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in NEN Opzet Uitgangspunt voor deze aanbevelingen is te bewerkstelligen dat het gebruik van het distributienet geen aanleiding geeft tot onaanvaardbare risico s voor personen bij: normaal bedrijf (geen fout in het distributienet); fouten in het distributienet (kortsluitingen, aardfouten). Bij de bepaling van de richtlijnen voor nieuwe netten is de NEN 1010 als uitgangspunt genomen. 4

5 2 Termen en definities De in deze richtlijnen aangegeven wisselspanningen zijn de effectieve waarden. 2.1 aanraakbaar geleidend deel (metalen gestel) geleidend deel van materieel dat aanraakbaar is en gewoonlijk niet onder spanning staat, maar door een fout in de fundamentele isolatie onder spanning kan komen te staan 2.2 aanvullende bescherming beschermingsmaatregel in aanvulling op basis- en/of foutbescherming. Aanvullende bescherming wordt in het algemeen toegepast bij bijzondere uitwendige invloeden of op plaatsen waar bij het optreden van bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld onzorgvuldigheid bij het gebruik van elektrische energie, een fatale situatie kan worden vermeden of beperkt 2.3 aardelektrode geleidend deel dat in de grond kan liggen of in een bepaald geleidend medium, bijvoorbeeld beton, en dat in elektrisch contact staat met de aarde 2.4 aarden (werkwoord) het maken van een elektrische verbinding tussen een bepaald punt in een systeem, een installatie of materieel en plaatselijke aarde. De verbinding met de plaatselijke aarde kan blijvend of tijdelijk zijn en opzettelijk of onopzettelijk of per ongeluk 2.5 aardfout onopzettelijk ontstaan van een geleidend pad tussen een actieve geleider en aarde. Het geleidende pad kan voeren door: a) een defecte isolatie, b) constructies (bijvoorbeeld masten, steigers, kranen) of c) plantengroei (bijvoorbeeld bomen, struikgewas), en kan een aanzienlijke impedantie hebben. Een geleidend pad tussen een geleider die om bepaalde redenen (van bedrijfsvoering) niet is geaard en aarde wordt ook beschouwd als een aardfout 2.6 aardingsvoorziening alle elektrische verbindingen en toestellen die betrokken zijn bij het aarden van een systeem, een installatie of materie 2.7 aardleiding geleider die een geleidend pad of een deel van een geleidend pad tot stand brengt tussen een bepaald punt in een systeem, een installatie of materieel en een aardelektrode of aardnet. In de elektrische installatie van een gebouw is het bepaalde punt gewoonlijk de hoofdaardklem. De aardleiding verbindt dit punt met de aardelektrode of het aardnet 2.8 aardnet deel van een aardingsvoorziening dat alleen de aardelektroden en de daarbij behorende (onderlinge) verbindingen omvat 5

6 2.9 actief deel geleider of geleidend deel bestemd om bij normaal bedrijf onder spanning te staan, met inbegrip van de nulleiding, maar volgens afspraak niet een PEN-leiding. Actieve delen brengen niet noodzakelijkerwijs het risico op elektrische schok met zich mee 2.10 automatische uitschakeling van de voeding onderbreking van een of meer faseleidingen door het automatisch aanspreken van een beveiligingstoestel bij het optreden van een fout 2.11 basisbescherming bescherming tegen elektrische schok onder omstandigheden waarin geen fout is opgetreden. Voor laagspanningsinstallaties, -systemen en -materieel komt basisbescherming meestal overeen met bescherming tegen directe aanraking 2.12 beschermende (potentiaal)vereffening (potentiaal)vereffening voor veiligheid 2.13 bescherming tegen elektrische schok voorzorgsmaatregelen die het risico van een elektrische schok beperken 2.14 beschermingsleiding (PE) geleider die is aangebracht voor veiligheid, bijvoorbeeld voor bescherming tegen elektrische schok. In een elektrische installatie wordt de geleider die met PE is aangeduid, meestal ook beschouwd als veiligheidsaardleiding 2.15 beveiligingstoestel tegen overstroom toestel dat is aangebracht om een elektrische stroomketen te onderbreken indien de stroom in de geleider een van tevoren vastgestelde waarde gedurende een bepaalde tijd overschrijdt 2.16 (continue) hoogst toelaatbare stroom (I Z ) maximale waarde van de elektrische stroom die onder vastgelegde omstandigheden continu door een geleider, een toestel of een apparaat kan lopen zonder dat de stationaire temperatuur een vastgelegde waarde overschrijdt 2.17 directe aanraking aanraking van actieve delen door personen of dieren 2.18 distributiegroep elektrische stroomketen die een of meer schakel- en verdeelinrichtingen voedt 2.19 distributienet het geheel van de voorzieningen die benodigd zijn voor een rationele distributie van elektriciteit 2.20 dubbele isolatie isolatie die zowel fundamentele als extra isolatie omvat 2.21 (effectieve) aanrakingsspanning spanning tussen geleidende delen die gelijktijdig in aanraking zijn met een mens of een dier. De waarde van de effectieve aanrakingsspanning kan aanzienlijk worden beïnvloed door de impedantie van de persoon of het dier dat met deze geleidende delen in aanraking is (zie bijlage 2) 6

7 2.22 eindgroep elektrische stroomketen bestemd om rechtstreeks elektrische stroom te leveren aan elektrische toestellen of contactdozen 2.23 elektrische installatie samenstel van bij elkaar behorend elektrisch materieel met onderling op elkaar afgestemde eigenschappen om bepaalde doelen te realiseren 2.24 elektrisch materieel onderdeel dat wordt toegepast bij de opwekking, de omzetting, het transport, de distributie of de toepassing van elektrische energie, zoals elektrische machines, transformatoren, schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel, meetinstrumenten, leidingsystemen en elektrische toestellen 2.25 (elektrisch) beschermend scherm geleidend scherm dat wordt gebruikt om elektrische stroomketens en/of geleiders te scheiden van gevaarlijke actieve delen 2.26 (elektrisch) beschermende hindernis deel dat onbedoelde directe aanraking verhindert, maar niet directe aanraking als gevolg van een opzettelijke handeling 2.27 (elektrisch) beschermende scheiding scheiding tussen elektrische stroomketens door: a) dubbele isolatie, b) fundamentele isolatie en afscherming door een (elektrisch) beschermend scherm of c) versterkte isolatie 2.28 elektrische schok fysiologisch effect als gevolg van een elektrische stroom die door het lichaam van een mens of een dier loopt 2.29 elektrische toestellen elektrisch materieel dat is bestemd voor het omzetten van elektrische energie in energie van een andere vorm zoals licht, warmte of bewegingsenergie 2.30 (elektrische) scheiding beschermingsmaatregel waarbij gevaarlijke actieve delen zijn geïsoleerd van: a) alle andere elektrische stroomketens en delen daarvan, b) plaatselijke aarde en c) aanraakbare delen 2.31 (elektrische) stroomketen samenstel van elektrisch materieel dat tegen overstromen is beveiligd door hetzelfde beveiligingstoestel of dezelfde beveiligingstoestellen 2.32 extra isolatie 7

8 onafhankelijke isolatie die, in aanvulling op fundamentele isolatie, voor foutbescherming wordt gebruikt 2.33 faseleiding geleider die tijdens normaal bedrijf onder spanning staat 2.34 foutbescherming bescherming tegen elektrische schok bij een enkele fout. Voor laagspanningsinstallaties, - systemen en -materieel komt foutbescherming meestal overeen met bescherming tegen indirecte aanraking, hoofdzakelijk als gevolg van een fout in de fundamentele isolatie 2.35 foutspanning spanning die optreedt als gevolg van een isolatiefout tussen het punt waar de fout optreedt en de referentieaarde foutstroom stroom die als gevolg van een isolatiefout loopt langs het punt waar de fout optreedt 2.37 fundamentele isolatie isolatie van gevaarlijke actieve delen die basisbescherming biedt. Isolatie die uitsluitend is bestemd voor functionele doeleinden wordt niet gerekend tot fundamentele isolatie 2.38 fundatieaardelektrode geleidend deel, over het algemeen in de vorm van een gesloten lus, dat is aangebracht in de grond onder een fundatie van een gebouw of in het beton van de fundatie van een gebouw 2.39 geleidend deel deel dat elektrische stroom kan voeren 2.40 geleider geleidend deel bestemd om een vastgelegde elektrische stroom te voeren 2.41 gelijktijdig bereikbare delen geleiders of geleidende delen die gelijktijdig kunnen worden aangeraakt door een persoon of een dier. Gelijktijdig bereikbare delen kunnen zijn: actieve delen; metalen gestellen; vreemde geleidende delen; beschermingsleidingen; grond of geleidende vloer handbereik bereikbaar gebied dat een persoon in elke richting zonder hulpmiddelen met de hand kan aanraken vanaf elk punt op het oppervlak waar gewoonlijk personen staan of bewegen 2.43 hoofdaardklem-/hoofdaardrailleiding een geleider (of rail) die met de hoofdaardklem of hoofdaardrail is verbonden 2.44 hoofdaardrail / hoofdaardklem 8

9 aardrail of aardklem die een deel vormt van een aardingsvoorziening van een installatie en die de elektrische verbinding voor aarding mogelijk maakt tussen een aantal geleiders 2.45 hoogspanning heeft betrekking op wisselspanningen > 1000V die de bovengrens van spanningsband II overschrijden (zie IEC 60449) 2.46 indirecte aanraking aanraking door personen of dieren van metalen gestellen die door een fout onder spanning staan 2.47 impedantie naar aarde impedantie bij een bepaalde frequentie tussen de referentieaarde en een vastgelegd punt in het net, een installatie of materieel 2.48 inspectie alle handelingen waardoor kan worden vastgesteld of het net aan deze van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen voldoet. De inspectie bestaat uit controle, meting en beproeving alsmede rapportage 2.49 kortsluiting onopzettelijk of opzettelijk geleidend pad tussen twee of meer geleidende delen dat het elektrische potentiaalverschil tussen deze geleidende delen terugdringt tot nul of nagenoeg nul 2.50 kortsluitstroom elektrische stroom in een bepaalde kortgesloten stroomketen 2.51 laagspanning betreft spanningen die de bovengrens van spanningsband II niet overschrijden (zie IEC 60449) 2.52 lekstroom elektrische stroom in een ongewenst geleidend pad onder normale bedrijfsomstandigheden 2.53 meting en beproeving handelingen in een elektrische installatie om de doeltreffendheid van de installatie te kunnen aantonen. Hiertoe behoren het vaststellen, met behulp van geschikte meetinstrumenten, van waarden die niet bij de controle kunnen worden verkregen 2.54 nominale spanning vastgestelde waarde van de spanning waardoor de elektrische installatie of een deel daarvan wordt gekarakteriseerd (effectieve waarde) 2.55 nulleiding geleider die elektrisch met het nulpunt is verbonden en die kan bijdragen aan de distributie van elektrische energie 2.56 omhulsel behuizing die het soort en de graad van bescherming biedt geschikt voor de bedoelde toepassing 2.57 onderhoud combinatie van alle technische en administratieve handelingen, inclusief toezicht, die zijn bedoeld om een onderdeel in een toestand te houden, of deze toestand te herstellen, waarin dat onderdeel een vereiste functie kan vervullen 2.58 ontwerpstroom (I B ) (van een elektrische stroomketen) 9

10 elektrische stroom bestemd om door een elektrische stroomketen te lopen bij normaal bedrijf 2.59 overbelastingsstroom (van een elektrische stroomketen) overstroom in een elektrische stroomketen die niet is veroorzaakt door een kortsluiting of door een aardfout 2.60 overeengekomen aanspreekstroom (I 2 ) (van een beveiligingstoestel) vastgelegde waarde van de elektrische stroom die het beveiligingstoestel binnen een vastgelegde tijd doet aanspreken 2.61 overstroom elektrische stroom die de toegekende elektrische stroom overschrijdt. Voor geleiders wordt de toegekende waarde beschouwd als de hoogst toelaatbare stroom 2.62 PEN-leiding geleider die zowel de functie heeft van veiligheidsaardleiding als van nulleiding. De afkorting PEN is de combinatie van PE voor de beschermingsleiding en de N voor de nulleiding 2.63 (plaatselijke) aarde deel van de aarde dat in elektrisch contact staat met een aardelektrode en waarvan de elektrische potentiaal niet noodzakelijk gelijk aan nul is 2.64 (potentiaal)vereffening voorziening van elektrische verbindingen tussen geleidende delen bestemd om potentiaalgelijkheid te bereiken 2.65 (potentiaal)vereffeningsklem klem aangebracht op materieel of op een toestel voor de elektrische verbinding met het (potentiaal)vereffeningssysteem 2.66 (potentiaal)vereffeningsrail rail die een onderdeel is van een (potentiaal)vereffeningssysteem en die de elektrische verbinding mogelijk maakt tussen een aantal geleiders voor (potentiaal)vereffening 2.67 (potentiaal)vereffeningssysteem (EBS) verbinding tussen geleidende delen voor (potentiaal)vereffening tussen deze delen Indien een (potentiaal)vereffeningssysteem is geaard, dan vormt dit een deel van de aardingsvoorziening. EBS is de afkorting van equipotential bonding system 2.68 referentieaarde deel van de aarde dat als geleidend wordt beschouwd en waarvan de potentiaal volgens afspraak als nul wordt aangenomen, en dat buiten de invloedssfeer ligt van welke aardingsvoorziening dan ook. Het begrip aarde omvat de planeet en al zijn fysieke materie 2.69 schakel- en verdeelinrichting samenstel dat verschillende types schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel bevat en dat met een of meer uitgaande elektrische stroomketens is verbonden en wordt gevoed door een of meer inkomende elektrische stroomketens samen met de klemmen voor de nul- en de beschermingsleidingen 2.70 schakel-, beveiligings- en besturingsmaterieel 10

11 elektrisch materieel dat is bestemd om te worden verbonden met een elektrische stroomketen om een of meer van de volgende functies uit te voeren: a) beveiligen; b) besturen; c) scheiden; d) schakelen 2.71 scheiden functie bestemd om de gehele elektrische installatie of een gedeelte daarvan om veiligheidsredenen spanningsloos te maken door de elektrische installatie of een gedeelte daarvan te isoleren van elke bron van elektrische energie 2.72 spanning van het aardoppervlak (t.o.v. aarde) spanning tussen een bepaald punt op het aardoppervlak en referentieaarde 2.73 stroom in de beschermingsleiding elektrische stroom die optreedt in een beschermingsleiding, zoals een lekstroom of een elektrische stroom als gevolg van een isolatiefout 2.74 te verwachten aanrakingsspanning spanning tussen gelijktijdig bereikbare geleidende delen, wanneer deze geleidende delen niet in aanraking zijn met een mens of een dier 2.75 vakbekwaam persoon iemand met relevante opleiding en ervaring waardoor hij of zij in staat is gevaren te onderkennen en te voorkomen die door elektriciteit kunnen worden veroorzaakt 2.76 vast bevestigd materieel elektrisch materieel dat is bevestigd op een fundatie of op een andere wijze is gebonden aan een bepaalde plaats 2.77 vast opgesteld materieel vast bevestigd materieel of elektrisch materieel dat niet is voorzien van een draagbeugel of handvat en dat een zodanige massa heeft dat het niet gemakkelijk kan worden verplaatst 2.78 veiligheidsaarding aarding van een punt of punten in een systeem, een installatie of materieel voor elektrische veiligheid 2.79 veiligheidsaardleiding beschermingsleiding voor veiligheidsaarding 2.80 versterkte isolatie isolatie van gevaarlijke actieve delen die een gelijkwaardige bescherming biedt tegen elektrische schok als dubbele isolatie. Versterkte isolatie kan bestaan uit meer lagen die niet afzonderlijk als fundamentele of extra isolatie kunnen worden beproefd 11

12 3 Algemene kenmerken 3.1 Beoogd doel, voedingsbronnen en indelingen Indeling van stroomstelsels De volgende kenmerken van stroomstelsels moeten worden vastgesteld: a) de spanningssoort en het aantal actieve leidingen en b) de wijze van aarding van het stelsel Wijze van aarding van het stelsel Voor de indeling van stroomstelsels wordt gebruikgemaakt van een aanduiding bestaande uit twee letters overeenkomstig tabel 3.1. Tabel 3.1 Codering van de wijze van aarding Eerste letter: aarding van de voedingsbron T: op één punt rechtstreeks geaard I: niet geaard of op één punt geaard over hoge impedantie Tweede letter: aarding van de metalen gestellen T: afzonderlijk of groepsgewijs ter plaatse geaard (onafhankelijk van de aarding van de voedingsbron) N: metalliek verbonden met het geaarde punt van de voedingsbron (in wisselspanningsstelsels is het aardpunt gewoonlijk de nul of, indien een nul niet beschikbaar is, een faseleiding) Daaropvolgende letter(s) (indien van toepassing): Uitvoering van nulleiding en beschermingsleiding S: bescherming wordt geboden door een leiding separaat van de nulleiding of van de geaarde leiding (of in een wisselspanningsstelsel: de geaarde faseleiding) C: functies van nulleiding en beschermingsleiding gecombineerd in een enkele leiding (PEN-leiding) De volgende combinaties zijn weergegeven: TN-stelsel, zie figuur 3.1, 3.2 en 3.3 TT-stelsel, zie figuur

13 In deze richtlijn wordt met de volgende wijzen van aarding van het stelsel rekening gehouden: TN-stelsel In een TN-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en zijn de metalen gestellen in de installaties door beschermingsleidingen met dat punt verbonden. Op basis van de uitvoering van de nulleiding en de beschermingsleiding zijn er drie soorten TN-stelsels te onderscheiden: Figuur 3.1 TN-S-stelsel: door de gehele installatie is een afzonderlijke beschermingsleiding gebruikt. Figuur 3.2 TN-C-S-stelsel: in een gedeelte van de installatie zijn de nulleiding en de beschermingsleiding gecombineerd. 13

14 Figuur 3.3 TN-C-stelsel: door de gehele installatie zijn de nulleiding en de beschermingsleiding gecombineerd. Praktische uitvoeringsvormen van TN-stelsels zijn te vinden in bijlage TT-stelsel In een TT-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en zijn de metalen gestellen in de installatie verbonden met aardelektroden die elektrisch onafhankelijk zijn van de aardelektroden van de voedingsbron. Figuur 3.4 TT-stelsel 3.2 Voedingsbronnen Van de beschikbare voedingsbron(nen) moeten de volgende kenmerken zijn vastgesteld: de spanningssoort en de frequentie; de nominale spanning; 14

15 de hoogste te verwachten kortsluitstroom op het aansluitpunt van de installatie; het geschikt zijn voor het gebruik bij de installatie, met inbegrip van de hoogste belasting Deze kenmerken moeten voor externe voedingsbronnen zijn verkregen en voor eigen voedingsbronnen zijn vastgesteld. 3.3 Onderhoudbaarheid De frequentie en de mate van het onderhoud aan het net tijdens de verwachte gebruiksduur moeten zijn vastgesteld Met betrekking tot de verwachte frequentie en de verwachte mate van het onderhoud, moet met de volgende kenmerken rekening worden gehouden: elke periodieke inspectie, elke beproeving, elk onderhoud en elke reparatie tijdens de verwachte gebruiksduur van de installatie kan gemakkelijk en veilig worden uitgevoerd; de doeltreffendheid van de veiligheidsmaatregelen is verzekerd; de betrouwbaarheid van het materieel dat nodig is voor het goed functioneren van het net is in overeenstemming met de verwachte gebruiksduur. 15

16 4 Beschermingsmaatregelen 4.1 Bescherming tegen elektrische schok De basisregel is dat gevaarlijke actieve delen niet bereikbaar mogen zijn en dat bereikbare geleidende delen onder normale omstandigheden en bij het optreden van een enkele fout niet gevaarlijk actief mogen zijn. Bescherming wordt onder normale omstandigheden bereikt door voorzieningen voor basisbescherming en bescherming bij het optreden van een enkele fout door voorzieningen voor foutbescherming Algemene eisen Een beschermingsmaatregel moet bestaan uit een geschikte combinatie van een voorziening voor basisbescherming en een onafhankelijke voorziening voor foutbescherming In elk deel moeten één of meer beschermingsmaatregelen zijn toegepast, waarbij rekening is gehouden met uitwendige invloeden Automatische uitschakeling van de voeding is een in het algemeen toegelaten beschermingsmaatregel en is een beschermingsmaatregel waarbij: a) basisbescherming tot stand wordt gebracht door fundamentele isolatie van actieve delen of door afschermingen of omhulsels in overeenstemming met en b) foutbescherming tot stand wordt gebracht door beschermende vereffening en automatische uitschakeling van de voeding bij het optreden van een fout in overeenstemming met Het gebruik van hindernissen en de plaatsing buiten handbereik, mogen uitsluitend worden toegepast als beschermingsmiddel in installaties die bereikbaar zijn voor vakbekwame personen (VP) of voldoende onderrichte personen (VOP), of door personen die onder toezicht staan van vakbekwame of voldoende onderrichte personen Indien niet aan bepaalde voorwaarden van een beschermingsmaatregel kan worden voldaan, moeten aanvullende voorzieningen zijn toegepast zodat met het totaal aan beschermingsvoorzieningen dezelfde mate van veiligheid wordt bereikt Foutbescherming mag achterwege blijven bij het volgende elektrisch materieel: a) buiten handbereik geplaatste metalen muursteunen van isolatoren voor bovengrondse elektrische leidingen; b) wapeningstaal van betonnen palen voor bovengrondse elektrische leidingen waarbij het wapeningstaal niet bereikbaar is; 16

17 c) metalen gestellen die, vanwege de geringe afmetingen (circa mm) of de plaatsing, niet kunnen worden vastgepakt of waarmee een lichaamsdeel niet in intensief contact kan komen en bovendien een verbinding met de beschermingsleiding alleen met moeite zou kunnen worden gemaakt of onbetrouwbaar zou zijn; Opmerking: Deze uitzondering geldt bijvoorbeeld voor bouten, klinknagels, naamplaatjes en kabelbevestigingsbeugels. d) metalen buizen of andere metalen omhulsels die elektrisch materieel beschermen in overeenstemming door dubbele of versterkte isolatie Eisen voor basisbescherming Al het elektrisch materieel moet voldoen aan een van de voorzieningen voor basisbescherming zoals beschreven in deze rubriek. Toelichting: Voorzieningen voor basisbescherming bieden bescherming onder normale omstandigheden en worden toegepast waar dit als bestanddeel van de gekozen beschermingsmaatregel is gespecificeerd Bescherming door fundamentele isolatie van actieve delen Toelichting: Isolatie dient om te voorkomen dat actieve delen worden aangeraakt. Actieve delen moeten geheel zijn omgeven door isolatiemateriaal dat slechts kan worden verwijderd door dit materiaal te vernielen. De isolatie van materieel moet voldoen aan de relevante normen voor het desbetreffende elektrisch materieel Bescherming door afschermingen of omhulsels Toelichting: Afschermingen of omhulsels dienen om te voorkomen dat actieve delen worden aangeraakt Actieve delen moeten zijn aangebracht in omhulsels of achter afschermingen die een beschermingsgraad van ten minste IP2X bieden. Waar grotere openingen ontstaan tijdens het vervangen van onderdelen zoals bij sommige lamphouders of smeltveiligheden of waar grotere openingen nodig zijn om de goede werking van het elektrisch materieel overeenkomstig de desbetreffende eisen te waarborgen: a) moeten passende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om te verhinderen dat personen en dieren actieve delen toevallig aanraken, b) moet, voor zover mogelijk, zijn gewaarborgd dat personen zich ervan bewust zijn dat door de opening actieve delen kunnen worden aangeraakt en dat zij deze niet opzettelijk zouden moeten aanraken en c) moet de opening zo klein zijn als verenigbaar is met de eis voor de juiste werking en voor de vervanging van onderdelen Gemakkelijk bereikbare horizontale bovenzijden van afschermingen en omhulsels moeten een beschermingsgraad bieden van ten minste IP4X. 17

18 Afschermingen en omhulsels moeten deugdelijk op hun plaats zijn bevestigd en voldoende stevig en duurzaam zijn om de vereiste beschermingsgraad en de bedoelde scheiding van actieve delen onder de gegeven omstandigheden bij normaal bedrijf te handhaven. Hierbij moet rekening zijn gehouden met de te verwachten uitwendige invloeden Waar het noodzakelijk is om afschermingen te verwijderen of omhulsels of delen daarvan te openen, mag dit alleen mogelijk zijn: a) met behulp van een sleutel of gereedschap of b) na het uitschakelen van de voeding van actieve delen waartegen de afschermingen of omhulsels bescherming bieden en waarbij het inschakelen van de voeding alleen mogelijk is nadat de afschermingen zijn teruggeplaatst of de omhulsels zijn gesloten of c) waar een inwendige afscherming met een beschermingsgraad van ten minste IP2X voorkomt dat actieve delen kunnen worden aangeraakt. Deze afscherming mag alleen met behulp van een sleutel of gereedschap kunnen worden verwijderd Indien achter een afscherming of in een omhulsel toestellen zijn geïnstalleerd die gevaarlijke elektrische ladingen kunnen bevatten nadat deze zijn uitgeschakeld (condensatoren enz.), is een waarschuwing vereist. Kleine condensatoren, zoals worden gebruikt voor het blussen van lichtbogen, voor het vertragen van het aanspreken van relais enz., mogen als niet gevaarlijk worden beschouwd. Toelichting: Toevallige aanraking wordt niet als gevaarlijk beschouwd indien de spanning ten gevolge van statische ladingen binnen 5 s nadat de voeding is uitgeschakeld, lager is dan 120 V bij gelijkspanning Bescherming door hindernissen Toelichting: Hindernissen dienen om te voorkomen dat actieve delen toevallig kunnen worden aangeraakt. Een opzettelijke aanraking door bewust om de hindernis heen te reiken, blijft mogelijk Hindernissen moeten bescherming bieden tegen: a) toevallige lijfelijke nadering van actieve delen en b) toevallige aanraking van actieve delen tijdens bedieningshandelingen bij normaal bedrijf Hindernissen mogen zonder gebruikmaking van een sleutel of van gereedschap kunnen worden verwijderd maar moeten zijn beveiligd tegen ongewild verwijderen Bescherming door plaatsing buiten handbereik Toelichting: Bescherming door plaatsing buiten handbereik dient slechts om te voorkomen dat actieve delen toevallig kunnen worden aangeraakt Binnen handbereik mogen geen gelijktijdig bereikbare delen aanwezig zijn waartussen een potentiaalverschil bestaat. Toelichting: Twee delen worden geacht gelijktijdig bereikbaar te zijn als zij niet meer dan 2,50 m uit elkaar zijn geplaatst (zie figuur 4.1). 18

19 Indien een ruimte waar zich gewoonlijk personen bevinden, in horizontale richting is begrensd door een hindernis (bijvoorbeeld een leuning, een hek) met een beschermingsgraad van minder dan IP2X, wordt het handbereik gerekend vanaf deze hindernis. Verticaal eindigt het handbereik 2,50 m boven het oppervlak S, waarbij geen rekening wordt gehouden met eventuele tussenliggende hindernissen met een beschermingsgraad van minder dan IP2X. Toelichting: Handbereik heeft betrekking op het bereik waarbinnen zonder gebruikmaking van hulpmiddelen (bijvoorbeeld gereedschap of een ladder) de mogelijkheid van directe aanraking met de blote hand bestaat Op plaatsen waar gewoonlijk grote of lange voorwerpen van geleidend materiaal worden gehanteerd, moeten de afstanden zoals hiervoor bepaald in en worden vergroot, waarbij rekening moet zijn gehouden met de relevante afmetingen van deze voorwerpen. Legenda S Oppervlak waar gewoonlijk personen staan of bewegen 1 Grens van het gebied dat met de hand kan worden bereikt Figuur 4.1 Handbereik Eisen voor foutbescherming Veiligheidsaarding Metalen gestellen moeten met een beschermingsleiding zijn verbonden volgens de voorwaarden specifiek voor elk type stroomstelsel (TN of TT), zoals vastgelegd in en Gelijktijdig bereikbare metalen gestellen moeten met dezelfde aardingsvoorziening zijn verbonden Beschermende vereffening In alle behuizingen van elektrische installaties moeten de aardleiding, de hoofdaardklem en de vreemd geleidende delen met de beschermende vereffening zijn verbonden. 19

20 Alle metalen mantels van telecommunicatiekabels moeten met de beschermende vereffening zijn verbonden Wanneer een fout van verwaarloosbare impedantie optreedt tussen de faseleiding en een metalen gestel of een beschermingsleiding in een stroomketen of in elektrisch materieel, moet een beveiligingstoestel automatisch de voeding naar de faseleiding van de stroomketen of elektrisch materieel onderbreken binnen de uitschakeltijd zoals aangegeven in tabel 4.1. De maximale uitschakeltijden volgens tabel 4.1 gelden voor: eindgroepen die contactdozen voeden; en eindgroepen van ten hoogste 32 A; Voor distributiegroepen en voor stroomketens die hier niet onder vallen, geldt: In TN-stelsels is de uitschakeltijd ten hoogste 5 s; In TT-stelsels is de uitschakeltijd ten hoogste 1 s. Voor netten die zijn aangelegd voor deze normen van kracht waren of waarvan aannemelijk is dat ze niet (meer) aan deze normen voldoen moeten de risico s en aanvullende maatregelen worden bepaald conform bijlage 4. Fouten in aansluitleidingen hoeven niet binnen vijf seconden te worden afgeschakeld indien de eventuele aanraakspanning in de installatie achter deze aansluitleiding lager blijft dan 66 V. Tabel 4.1 Maximale uitschakeltijden Stelsel 50 V < U V 120 V < U V 230 V < U V U 0 > 400V s s s s Wissel- Gelijk- Wissel- Gelijk- Wissel- Gelijk- Wissel- Gelijk- spanning spanning spanning spanning spanning spanning spanning spanning TN 0,8 1) 0,4 5 0,2 0,4 0,1 0,1 TT 0,3 1) 0,2 0,4 0,07 0,2 0,04 0,1 Indien de uitschakeling in TT-stelsels door een beveiligingstoestel tegen overstroom plaatsvindt en de beschermende vereffening is verbonden met alle vreemde geleidende delen binnen de installatie, mogen de maximale uitschakeltijden worden toegepast die gelden voor TN-stelsels. U 0 is de nominale spanning ten opzichte van aarde. 1) Uitschakeling kan ook om andere redenen zijn vereist dan vanwege bescherming tegen elektrische schok In een TN-stelsel is één punt van de voedingsbron rechtstreeks met aarde verbonden en zijn de metalen gestellen in de installaties door beschermingsleidingen met dat punt verbonden Indien de aarding wordt aangeboden vanuit een distributienet, dan is de netbeheerder verantwoordelijk voor alle noodzakelijke voorwaarden die niet de installatie betreffen. Dit houdt onder meer het volgende in: 20

21 a) de aarding wordt doorgezet in de moffen; b) de aarding wordt afgemonteerd op de voedende laagspanningskast en/of het voedende distributiestation; c) de laagspanningskasten en de distributiestations zijn geaard; d) de PE(N)-leiding kan op meerdere punten met aarde zijn verbonden; e) De PE(N)-leiding is zo geïnstalleerd dat het risico van een breuk zo klein mogelijk is; f) R R B E 50 U waarin: R B R E is de totale aardverspreidingsweerstand, in Ohm, van alle parallelgeschakelde aardelektroden; is de minimum contactweerstand met aarde, in Ohm, van vreemde geleidende delen die niet met een beschermingsleiding zijn verbonden, maar via welke een fout tussen een fase en aarde zou kunnen optreden; U 0 is de nominale spanning ten opzichte van aarde, in V. Zie ook bijlage In vaste installaties mag één enkele geleider dienen als beschermingsleiding en als nulleiding (PEN-leiding) mits is voldaan aan de eisen van 5.5. In de PEN-leiding mag geen schakelaar of scheider zijn aangebracht. In TN-C-stelsels mag geen toestel voor aardlekbeveiliging worden toegepast. Indien een toestel voor aardlekbeveiliging in een TN-C-S-stelsel is toegepast, mag aan de belastingszijde geen PEN-leiding zijn toegepast. De splitsing van de PEN-leiding in gescheiden beschermingsleiding en nulleiding moet tot stand zijn gebracht vóór het toestel voor aardlekbeveiliging. 4.2 Bescherming tegen thermische invloeden Toepassingsgebied Personen, vast opgesteld materieel en vast aangebracht materiaal in de nabijheid van elektrisch materieel moeten zijn beschermd tegen de schadelijke gevolgen van warmte of warmtestraling ontwikkeld door dit elektrisch materieel en wel in het bijzonder tegen de volgende effecten: verbranding, ontsteking of thermische veroudering van materiaal; risico op brandwonden; vermindering van de deugdelijkheid van het geïnstalleerde materieel. 21

22 4.2.2 Bescherming tegen brandwonden Aanraakbare delen van elektrisch materieel binnen handbereik mogen geen temperatuur bereiken waarbij men kan verwachten dat deze brandwonden veroorzaakt bij mensen, en moeten voldoen aan de desbetreffende temperatuurgrenzen aangegeven in tabel 4.2. Onderdelen van installaties binnen handbereik die naar verwachting tijdens normaal bedrijf, ook al is dit van korte tijdsduur, een hogere temperatuur kunnen bereiken dan in tabel 4.2 is aangegeven, moeten tegen toevallige aanraking zijn afgeschermd. De waarden in tabel 4.2 zijn niet van toepassing op elektrisch materieel dat voldoet aan de relevante Europese normen of harmonisatiedocumenten. Tabel Temperatuurgrenzen tijdens normaal bedrijf voor aanraakbare delen van elektrisch materieel binnen handbereik Aanraakbare delen met de hand bediende bedieningsorganen delen die worden aangeraakt maar niet worden vastgehouden delen die bij normaal bedrijf niet hoeven te worden aangeraakt Materiaal van de Hoogste temperatuur C aanraakbare delen metaal 55 niet-metaal 65 metaal 70 niet-metaal 80 metaal 80 niet-metaal Beveiliging tegen overstroom Algemeen Actieve delen van leidingen moeten door een of meer toestellen zijn beschermd, die de voeding automatisch uitschakelen in geval van overbelasting (zie & 4.3.5) en in geval van kortsluiting (zie 4.3.6) Beveiligingstoestellen moeten aanwezig zijn om een overbelastingsstroom in de leidingen (m.u.v. aansluitleidingen) in stroomketens te onderbreken voordat deze stroom een temperatuurverhoging heeft veroorzaakt die nadelig is voor de isolatie, de verbindingen, de aansluitingen of de omgeving van de leidingen. Beveiligingstoestellen moeten aanwezig zijn om de kortsluitstroom in de leidingen (m.u.v. aansluitleidingen) te onderbreken voordat de stroom gevaar kan veroorzaken door thermische en mechanische effecten in de leidingen en hun aansluitingen. 22

23 Parallelgeschakelde energietransformatoren moeten aan beide zijden tegen overstroom zijn beveiligd indien er door terugvoeding kans is op overstroom Beveiliging van faseleidingen Elke fase moet zijn beveiligd tegen overstroom; deze beveiliging moet de geleider waarin de overstroom loopt, afschakelen maar niet noodzakelijkerwijs de andere actieve geleiders, uitgezonderd daar waar van toepassing is Beveiliging van de nulleiding De nominale kerndoorsnede van de nulleiding dient ten minste gelijk of gelijkwaardig te zijn aan die van de faseleidingen. PEN-leidingen mogen nooit worden afgeschakeld. Indien de nulleiding wordt geschakeld, mag deze niet eerder dan de fasegeleider worden uitgeschakeld en niet later dan de fasegeleider worden ingeschakeld.) Beveiliging tegen overbelastingsstroom Het onderling afstemmen van leidingen en beveiligingstoestellen De functionele karakteristieken van beveiligingstoestellen die een leiding tegen overbelastingsstroom beschermen, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: waarin: I B I n I Z I 2 1,45. I Z en I B is de ontwerpstroom van de stroomketen, in A; I Z is de hoogst toelaatbare stroom van de leiding, in A; I n is de nominale stroom van het beveiligingstoestel, in A; I 2 is de stroom die binnen de afgesproken tijdsduur het doeltreffend aanspreken van het beveiligingstoestel veroorzaakt; deze waarde wordt in het algemeen gegeven in de productnormen, in A. Toelichting: Voor smeltpatronen en niet-instelbare beveiligingstoestellen geldt dat I n de nominale stroom hiervan is. Voor instelbare beveiligingstoestellen is de nominale stroom I n de waarde van de ingestelde stroom. In een aantal gevallen wordt bij toepassing van deze bepaling geen volledige beveiliging verkregen, bijvoorbeeld bij een langdurige overstroom die kleiner is dan I 2, en hoeft toepassing van deze bepaling niet noodzakelijkerwijs tot de meest economische oplossing te leiden. Daarom moeten stroomketens zo zijn ontworpen dat een kleine langdurige overbelasting niet dikwijls zal voorkomen. Voor een grafische voorstelling van het onderling afstemmen van leidingen en beveiligingstoestellen, zie figuur

24 Figuur 4.2 Voorstelling van het onderling afstemmen van leidingen en beveiligingstoestellen Plaats van beveiligingstoestellen tegen overbelasting Er dient te worden voorkomen dat leidingen ten gevolge van liggingsomstandigheden langdurig worden overbelast. Beveiligingstoestellen tegen overbelasting moeten zijn aangebracht op die plaatsen waar een overgang, zoals een verandering van de nominale kerndoorsnede, een wijziging van de leidingsoort of -constructie, een andere installatiemethode of verandering van de uitwendige invloeden, een vermindering van de hoogst toelaatbare stroom van de leidingen noodzakelijk maakt, behalve in de hieronder genoemde uitzonderingsgevallen. Het beveiligingstoestel tegen overbelasting van leidingen mag op andere plaatsen in het verdere verloop van de leiding zijn opgenomen, mits in het leidinggedeelte tussen het punt waar een overgang is en de plaats waar het beveiligingstoestel is aangebracht geen aftakkingen zijn aangebracht en aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: a) het leidinggedeelte is beveiligd tegen kortsluitstroom overeenkomstig de eisen in rubriek of b) het leidinggedeelte is niet langer dan 3 m, en is zodanig aangelegd dat de kans op kortsluiting gering is Beveiliging tegen overbelastingsstroom bij parallelgeschakelde leidingen De beveiliging moet zo zijn dat actieve delen van leidingen worden beschermd tegen overbelastingsstroom door beveiligingstoestellen die deze overbelastingsstroom onderbreken. Deze beveiligingstoestellen moeten de overbelastingsstroom onderbreken voordat deze stroom een temperatuurverhoging heeft veroorzaakt die nadelig is voor de isolatie, de verbindingen, de aansluiting of de omgeving. Bij parallel geschakelde leidingen kan hieraan worden voldaan door 24

25 toepassing van een gemeenschappelijke beveiliging of door toepassing van afzonderlijke beveiligingen Gemeenschappelijke beveiliging Parallel geschakelde leidingen mogen aan de voedende zijde gemeenschappelijk tegen overbelastingsstroom zijn beveiligd mits gelijktijdig aan de volgende voorwaarden is voldaan: De leidingen voeren een ongeveer gelijke stroom en de aanspreekstroom I 2 van het beveiligingstoestel is bepaald op grond van de som van de hoogste toelaatbare stromen van elk van de leidingen afzonderlijk (I z ). Toelichting: Een goede stroomverdeling kan niet worden gewaarborgd bij: a) korte leidingen; b) leidingen van verschillende lengte; c) leidingen met verschillende wijzen van aanleg; d) éénaderige leidingen; e) leidingen van verschillende typen; f) leidingen met verschillende nominale kerndoorsneden Afzonderlijke beveiliging Indien niet aan de hierboven beschreven voorwaarden voor gemeenschappelijke beveiliging kan worden voldaan moeten parallel geschakelde leidingen elk afzonderlijk worden beveiligd Beveiliging tegen kortsluitstroom Bepaling van de kortsluitstroom De te verwachten kortsluitstroom moet worden bepaald voor elk relevant punt van de installatie. Dit kan gebeuren door berekening of meting Plaats van beveiligingstoestellen tegen kortsluiting Beveiligingstoestellen tegen kortsluiting moeten zijn aangebracht op die plaatsen waar een verkleining van de nominale kerndoorsnede van de leiding of een ander soort verandering een wijziging van de genoemde eigenschappen zoals vastgelegd in veroorzaakt behalve waar van toepassing is Alternatieve plaats van beveiligingstoestellen tegen kortsluiting Het is toegelaten om beveiligingstoestellen tegen kortsluiting op een andere plaats aan te brengen dan aangegeven in onder de hierna aangegeven voorwaarde of conform Het leidinggedeelte tussen het punt waar een verkleining van de nominale kerndoorsnede of een ander soort verandering plaatsvindt en de plaats van het beveiligingstoestel moet tegelijkertijd aan de volgende drie voorwaarden voldoen: het leidinggedeelte is niet langer dan 3 m 25

26 het leidinggedeelte is zo aangelegd dat de kans op kortsluiting gering is het leidinggedeelte is zo is aangelegd dat de kans op brand en het gevaar voor personen gering is Een beveiligingstoestel dat is aangebracht aan de voedende zijde van de verkleining van de nominale kerndoorsnede of een ander soort verandering, heeft een zodanige karakteristiek dat het de leiding aan de belastingszijde beveiligt tegen kortsluitstroom volgens het bepaalde uit Achterwege laten van beveiligingstoestellen tegen kortsluiting Beveiligingstoestellen tegen kortsluiting mogen achterwege blijven in leidingen tussen transformatoren en de bijbehorende schakel- en verdeelinrichtingen mits de beveiligingstoestellen in de schakel- en verdeelinrichtingen zijn ondergebracht Beveiliging van parallelgeschakelde leidingen tegen kortsluiting Parallelgeschakelde leidingen mogen door een enkel toestel tegen kortsluiting zijn beveiligd indien de karakteristieken van het toestel en de installatiemethode van de parallelle leidingen voldoende op elkaar zijn afgestemd Kenmerken van beveiligingstoestellen tegen kortsluitstroom Elk beveiligingstoestel tegen kortsluitstroom moet voldoen aan de volgende bepaling: Alle stromen die worden veroorzaakt door een kortsluiting, ongeacht waar deze kortsluiting in de stroomketen optreedt, moeten worden onderbroken voordat de leidingen de hoogst toelaatbare temperatuur hebben bereikt. Voor kortsluitingen gedurende een kortere tijd dan 5 s kan de tijdsduur t, waarin bij een gegeven kortsluitstroom de temperatuur van de geleiders zal stijgen van de hoogst toelaatbare bedrijfstemperatuur tot de hoogst toelaatbare temperatuur bij kortsluiting, bij benadering met de volgende formule worden berekend: t S = k I waarin: t is de tijdsduur van de kortsluitstroom, in s; S is de nominale kerndoorsnede, in mm 2 ; I k is de effectieve kortsluitstroom, in A, uitgedrukt als effectieve waarde; is een factor waarbij rekening is gehouden met de soortelijke weerstand,de temperatuurcoëfficiënt en de soortelijke warmte van het geleidermateriaal en de hoogst toelaatbare bedrijfstemperatuur en de hoogst toelaatbare temperatuur bij kortsluiting. Voor de gangbare isolatiematerialen wordt voor de actieve geleiders de waarde van k gegeven in tabel

27 Tabel 4.3 Waarden voor k voor actieve geleiders Geleiderisolatie PVC PVC EPR / Rubber Minerale isolatie 70 C 90 C XLPE 60 C 300 > > 300 mm 2 mm 2 mm 2 mm 2 Met PVC mantel Zonder mantel Hoogst toelaatbare Bedrijfstemperatuur C Hoogst toelaatbare temperatuur bij kortsluiting C Geleider- materiaal waarden van k koper *) 135 Aluminium tinsoldeerverbindingen bij koper *) Deze waarde moet worden gebruikt voor leidingen zonder mantel die kunnen worden aangeraakt. Toelichting Bij een zeer korte tijdsduur (< 0,1 s) waar de asymmetrische vorm van de stroom van invloed is en voor stroombegrenzende toestellen moet k 2 S 2 groter zijn dan de waarde van de doorgelaten energie I 2 t. 4.4 Beveiliging tegen overspanning Onderwerp en toepassingsgebied De bepalingen van dit hoofdstuk geven eisen voor de veiligheid van personen en materieel in de laagspanningsinstallatie wanneer een aardfout optreedt in het hoogspanningssysteem in het transformatorstation dat de laagspanningsinstallatie voedt. De eisen voor de verbinding van de metalen gestellen van het transformatorstation met de aardingsvoorziening van het transformatorstation staan in NEN

28 Toelichting: Aardfouten kunnen optreden zowel in het hoogspanningsgedeelte van het voedende transformatorstation als in het voedende hoogspanningsnet. Dergelijke fouten leiden ertoe dat er een stroom loopt in de aardelektrode waarmee de metalen delen van het transformatorstation zijn verbonden. De grootte van de foutstroom hangt af van de impedantie van de foutstroomketen en de wijze waarop het hoogspanningssysteem is geaard Beveiliging van laagspanningsinstallaties tegen aardfouten in hoogspanningssystemen De foutstroom die loopt in de aardingsvoorziening van het transformatorstation, veroorzaakt een aanzienlijke verhoging van de potentiaal ten opzichte van aarde, waarbij de hoogte is bepaald door: de grootte van de foutstroom en de impedantie van de aardingsvoorziening van het transformatorstation. De foutstroom kan oorzaak zijn van: een algemene verhoging van de potentiaal ten opzichte van aarde van het laagspanningssysteem, dat wil zeggen de bij de netspanning optredende spanning over isolatie die oorzaak kan zijn van doorslag van de isolatie in laagspanningsmaterieel; een algemene verhoging van de potentiaal ten opzichte van aarde van metalen gestellen van het laagspanningssysteem Spanning met netfrequentie over isolatie De grootte en duur van de spanning met netfrequentie over isolatie van het laagspanningsmaterieel in de laagspanningsinstallatie als gevolg van een aardfout in het hoogspanningssysteem mogen de waarden in tabel 4.4 niet overschrijden. Tabel 4.4 Spanningen over isolaties Toegelaten spanning over isolatie in laagspanningsinstallaties V Tijd U > 5 U s Toelichting De spanning met netfrequentie over isolatie is de spanning die staat over de isolatie van het laagspanningsmaterieel en over overspanningsbeveiligingstoestellen die zijn verbonden met de laagspanningsinstallatie. De eisen met betrekking tot de spanning met netfrequentie over isolatie voor het laagspanningsmaterieel van het transformatorstation staan in De eerste regel van de tabel heeft betrekking op hoogspanningssystemen met lange afschakeltijden, bijvoorbeeld hoogspanningssystemen met een aarding via een spoel. De 28

29 tweede regel heeft betrekking op hoogspanningssystemen met korte afschakeltijden, bijvoorbeeld hoogspanningssystemen geaard via een lage impedantie. De twee regels samen zijn relevante ontwerpcriteria voor de isolatie van laagspanningsmaterieel met betrekking tot tijdelijke overspanningen met netfrequentie (zie van IEC ). In een systeem waarbij de nulleiding is verbonden met het aardingssysteem van het transformatorstation, kunnen dergelijke tijdelijke overspanningen ook worden verwacht over isolatie die zich niet in een geaard omhulsel bevindt, indien het materieel zich buiten het gebouw bevindt Aardingsvoorzieningen in transformatorstations Het transformatorstation moet zijn voorzien van een aardingsvoorziening die voldoet aan hoofdstuk 9 van NEN Toelichting: In NEN 1041 bevat hoofdstuk 9 de eisen voor de afmetingen, de aanleg en het meten van het aardingssysteem en voor de verbinding, indien noodzakelijk, van de metalen gestellen en de vreemde geleidende delen in het transformatorstation Aardingsvoorzieningen met betrekking tot de wijze van aarding van de stelsels in laagspanningssystemen De volgende symbolen worden gebruikt: I E R E R A R B U 0 U F U 1 U 2 dat deel van de aardfoutstroom in het hoogspanningssysteem dat loopt door de aardingsvoorziening van het transformatorstation; de weerstand van de aardingsvoorziening van het transformatorstation; de weerstand van de aardingsvoorziening van de metalen gestellen van het materieel van de laagspanningsinstallatie; de weerstand van de aardingsvoorziening van de nulleiding van het laagspanningssysteem, voor laagspanningssystemen waarbij de aardingsvoorziening van het transformatorstation en van de nulleiding van het laagspanningssysteem elektrisch onafhankelijk zijn; de fase-nul-spanning van het laagspanningssysteem; de spanning die in het laagspanningssysteem tussen metalen gestellen en aarde ontstaat zolang een fout aanwezig is; de spanning met netfrequentie over isolatie in het laagspanningsmaterieel van het transformatorstation; de spanning met netfrequentie over isolatie in het laagspanningsmaterieel van de laagspanningsinstallatie. Toelichting: De waarden van R E en R B kunnen worden beïnvloed door de impedantie naar aarde van de hoofdvereffening en van andere aardelektroden. Een aardingssysteem kan als elektrisch onafhankelijk van andere aardingssystemen worden beschouwd indien een verhoging van de potentiaal ten opzichte van aarde in één aardingssysteem geen onaanvaardbare verhoging van de potentiaal ten opzichte van aarde in 29

30 het andere aardingssysteem doet ontstaan. Zie hoofdstuk 9 van NEN 1041 voor eisen voor elektrisch onafhankelijke aardingssystemen TN-stelsels a) De nulleiding van het laagspanningssysteem mag worden verbonden met de aardingsvoorziening van het transformatorstation indien de spanning U F = (R E x I E ) wordt afgeschakeld binnen een tijd gegeven in figuur 4.3 (zie TN-a in figuur 4.4). b) Indien de nulleiding van het laagspanningssysteem niet volgens a) is verbonden met de aardingsvoorziening van het transformatorstation, moet de nulleiding van het laagspanningssysteem zijn geaard via een elektrisch onafhankelijke aardingsvoorziening (zie TN-b in figuur 4.4). Toelichting: Deze voorwaarde is gebaseerd op de ongunstigste bedrijfssituatie waarbij de nulleiding van het laagspanningssysteem (PEN-leiding in TN-C-stelsels) alleen is geaard op de aardingsvoorzieningen van het transformatorstation. Indien de nulleiding of de PEN-leiding is geaard op verscheidene punten of de aarding deel uitmaakt van een algemeen aardingssysteem, mogen de desbetreffende eisen van NEN 1041 worden toegepast. In het algemeen zal, voor stelsels type TN-a (zie figuur 5.4), binnen het gebouw waar de hoofdvereffening is toegepast geen aanrakingsspanning ontstaan. Indien het transformatorstation zich binnen een gebouw bevindt, is het in het algemeen niet mogelijk de aardingsvoorziening van het transformatorstation elektrisch onafhankelijk te maken van de aardingsvoorziening van de nulleiding van het laagspanningssysteem. 30

31 Figuur 4.3 Maximale tijd van spanning U F als gevolg van een aardfout in het hoogspanningssysteem Toelichting: Deze figuur is afgeleid van IEC rekening houdend met de voorwaarden waaronder een persoon mag worden blootgesteld aan het risico van een elektrische schok in een laagspanningssysteem bij het optreden van een fout in het hoogspanningssysteem. Voor nadere uitleg zie NEN

32 Figuur 4.4 TN-stelsels TT-stelsels a) De nulleiding van het laagspanningssysteem mag worden verbonden met de aardingsvoorziening van het transformatorstation indien wordt voldaan aan de verhouding tussen de spanning over isolatie U 2 = (R E I E + U 0 ) en de afschakeltijd gegeven in figuur 4.3 voor het laagspanningsmaterieel van de installatie (zie TT-a in figuur 4.5). b) Indien niet wordt voldaan aan a) moet de nulleiding van het laagspanningssysteem zijn geaard via een elektrisch onafhankelijke aardingsvoorziening (zie TT-b in figuur 4.5). In deze situatie zijn de eisen van van toepassing. Toelichting Indien het transformatorstation deel uitmaakt van een algemeen aardingssysteem, mogen de eisen van NEN 1041 worden toegepast. 32

33 Figuur 4.5 TT-stelsels Spanningen met netfrequentie over isolatie in laagspanningsmaterieel van transformatorstations Wanneer in TN- en TT-stelsels de nulleiding is geaard via een aardingsvoorziening die elektrisch onafhankelijk is van de aardingsvoorziening van het transformatorstation (zie TN-b in figuur 4.4 en TT-b in figuur 4.5), moet het isolatieniveau van het laagspanningsmaterieel geschikt zijn voor de spanning met netfrequentie over isolatie (R E x I E + U 0 ) Spanning over isolatie bij een onderbreking in de nulleiding van een TN- en TT-stelsel Aandacht moet worden besteed aan het feit dat als de nulleiding in een driefasen TN-stelsel of TTstelsel wordt onderbroken, zowel fundamentele, dubbele en versterkte isolatie als onderdelen die geschikt zijn voor de spanning tussen fase en nulleiding tijdelijk kunnen worden belast met de fase-fase-spanning. De spanning over isolatie kan ten hoogste bedragen U = U Spanning over isolatie bij een kortsluiting tussen een faseleidingen de nulleiding Aandacht moet worden besteed aan de situatie van een kortsluiting tussen een faseleiding en de nulleiding waarbij de spanning over isolatie gedurende een tijd tot 5 s een waarde van 1,45 x U 0 kan bereiken. 33

34 5 Keuze en installatie van elektrisch materieel 5.1 Algemeen Elektrisch materieel moet zo zijn opgesteld en aangelegd dat aansluitingen goed bereikbaar zijn en bediening, inspectie en onderhoud gemakkelijk en veilig kunnen worden uitgevoerd. De toegankelijkheid mag niet teniet worden gedaan door het aanbrengen van elektrisch materieel in omhulsels of compartimenten Alle leidingen van een wisselstroomketen (inclusief éénaderige kabels), geïnstalleerd in ferromagnetische omhulsels, moeten door hetzelfde omhulsel zijn omsloten. 5.2 Aardingsvoorzieningen Aardingsvoorzieningen mogen zowel gemeenschappelijk als afzonderlijk zijn gebruikt voor bescherming tegen indirecte aanraking en voor functionele aarding Aardingsvoorzieningen moeten zo zijn dat: hun weerstand blijvend voldoende laag is, zij zijn bestand tegen de thermische en mechanische belasting ten gevolge van aardfoutstromen en aardlekstromen en zij zijn bestand tegen uitwendige invloeden of zijn voorzien van een aanvullende bescherming Als aardelektroden mogen zijn gebruikt: aardstaven en aardbuizen; bandvormige en draadvormige aardleidingen; aardplaten; in funderingen opgenomen elektroden; wapeningsstaven van betonconstructies in de grond; andere metalen voorzieningen in de grond; loodmantels en andere metalen omhulsels van kabels, die niet noemenswaard door corrosie kunnen worden aangetast, mogen als aardelektrode zijn gebruikt Aardelektroden moeten zo zijn aangelegd dat de aardverspreidingsweerstand een voldoend lage waarde behoudt bij het uitdrogen of bevriezen van de grond. 34

35 5.3 Aardleidingen De nominale kerndoorsnede van aardleidingen moet voldoen aan het bepaalde in 5.4. De minimale kerndoorsnede van in de grond gelegde aardleidingen moet overeenkomstig tabel 5.1 zijn gekozen. Tabel Minimale kerndoorsnede van in de grond gelegde aardleidingen Aardleidingen Met bescherming tegen mechanische beschadiging Zonder bescherming tegen mechanische beschadiging Koper Staal Koper Staal Tegen corrosie beschermd Niet tegen corrosie beschermd 2,5 mm 2 10 mm 2 16 mm 2 16 mm 2 25 mm 2 50 mm 2 25 mm 2 50 mm Beschermingsleidingen De minimale kerndoorsnede S wordt berekend uit: waarin: S = 2 It k I t k S de foutstroom, in A, bij een fout met verwaarloosbare impedantie; de aanspreektijd, in s, van het beveiligingstoestel; een factor die afhankelijk is van het geleidermateriaal, de isolatie, de verbindingsmiddelen, de begin- en eindtemperatuur van de leiding, of worden gekozen uit bijlage 5; de minimale kerndoorsnede, in mm 2 ; de berekende waarde moet gelijk zijn aan of naar boven worden afgerond tot een genormaliseerde kerndoorsnede Berekening volgens mag achterwege blijven indien de kerndoorsnede van de beschermingsleiding is gekozen volgens tabel

36 Tabel Minimale doorsnede van beschermingsleidingen Kerndoorsnede van fasegeleider S mm 2 Minimale kerndoorsnede van de corresponderende beschermingsleiding mm 2 Wanneer de beschermingsleiding van hetzelfde materiaal is als de faseleiding Wanneer de beschermingsleiding niet van hetzelfde materiaal is als de faseleiding S 16 S k 1 / k 2 S 16 < S k 1 / k 2 16 S > 35 S / 2 k 1 / k 2 x S / 2 waarin: k 1 is de waarde van k voor de fasegeleider, geselecteerd aan de hand van de formule in bijlage 5 of van tabel 5.3 in hoofdstuk 5, overeenkomstig het materiaal van geleider en isolatie; k 2 is de waarde van k voor de beschermingsleiding, gekozen aan de hand van de tabellen A.5-2 t/m A.5-6, zoals van toepassing, in Bijlage 5. Voor een beschermingsleiding van ander materiaal dan dat van de fase moet de kerndoorsnede zo zijn gekozen dat de geleiding ten minste gelijk is aan die van de aan tabel 5.2 ontleende kerndoorsnede In een beschermingsleiding mag geen schakelaar, scheider of beveiligingstoestel tegen overstroom zijn opgenomen. Deze bepaling geldt niet voor doorverbindingen die uitsluitend met behulp van gereedschap kunnen worden losgemaakt ten behoeve van beproeving Op de plaats van overgang van PEN-leiding naar gescheiden nul en beschermingsleiding moeten voor deze leidingen afzonderlijke klemmen of rails aanwezig zijn. De PEN-leiding moet zijn aangesloten op de klem of rail voor de beschermingsleiding. Na de plaats van overgang mogen de nul en de beschermingsleiding niet meer met elkaar zijn verbonden. 5.5 PEN-leidingen Een PEN-leiding mag alleen worden toegepast in vaste elektrische installaties en moet, om mechanische redenen, een kerndoorsnede hebben van ten minste 10 mm 2 bij koper of 16 mm 2 bij aluminium De PEN-leiding moet zijn geïsoleerd voor de nominale spanning van het systeem. Metaalachtige omhulsels van leidingsystemen mogen niet als PEN-leiding worden gebruikt, behalve railkokersystemen die voldoen aan NEN-EN-IEC

37 5.5.3 Indien, vanaf enig punt van de installatie, de functie van nulleiding en beschermingsleiding door gescheiden geleiders wordt verzorgd, mag de nulleiding niet worden verbonden met andere geaarde delen van de installatie (bijvoorbeeld de beschermingsleiding vanaf de PEN-leiding). Het is echter toegelaten om vanaf de PEN-leiding meer dan één nulleiding en meer dan één beschermingsleiding aan te leggen. Er mogen gescheiden klemmen of rails aanwezig zijn voor de beschermingsleiding en de nulleiding. In dit geval moet de PEN-leiding zijn aangesloten op de klem of rail voor de beschermingsleiding Metalen gestellen mogen niet als PEN-leiding worden gebruikt. 37

38 6 Eerste inspectie Dit deel bevat eisen voor de eerste inspectie en de periodieke inspectie. 6.1 Eerste inspectie Elke installatie moet tijdens het installeren, voor zover in redelijkheid uitvoerbaar, en bij voltooiing, worden geïnspecteerd voordat deze door de netbeheerder in bedrijf wordt genomen Alle informatie die noodzakelijk is voor eerste inspectie, moet beschikbaar zijn voor diegenen die de eerste inspectie uitvoeren De resultaten van de eerste inspectie moeten worden vergeleken met de relevante criteria om vast te stellen dat is voldaan aan de bepalingen van deze Veiligheidsbepalingen Bij een uitbreiding of wijziging van een bestaand net moet worden vastgesteld dat de uitbreiding of wijziging voldoet aan deze Veiligheidsbepalingen en dat de veiligheid van de bestaande installatie niet nadelig wordt beïnvloed De eerste inspectie moet worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon, die bovendien de deskundigheid heeft om inspecties uit te voeren. Toelichting: Eisen betreffende de kwalificaties voor ondernemingen en personen vallen onder de nationale verantwoordelijkheid. De term vakbekwaam persoon wordt gedefinieerd in de BEI-LS. 6.2 Periodieke inspectie Algemeen Waar dit is vereist, moet de periodieke inspectie van elke elektrische installatie worden uitgevoerd om vast te stellen dat is voldaan aan de bepalingen van deze Veiligheidsbepalingen. Er moet rekening worden gehouden met de rapportage en aanbevelingen van eerdere periodieke inspecties De omvang en de resultaten van de periodieke inspectie van een installatie, of van een deel van een installatie, moeten worden vastgelegd Schade, aantasting, defecten en gevaarlijke situaties moeten worden vastgelegd. Bovendien moeten belangrijke uitsluitingen van de periodieke inspectie volgens deze norm, en de oorzaken daarvan, worden vastgelegd De inspectie moet worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon, die bovendien de deskundigheid bezit om inspecties uit te voeren. 38

39 Toelichting: Eisen betreffende de kwalificaties voor ondernemingen en personen worden op nationaal niveau vastgesteld Frequentie van de periodieke inspectie Bij het bepalen van de frequentie van de periodieke inspectie van een installatie moet rekening worden gehouden met het type installatie en materieel, het gebruik en de bedrijfsvoering, de frequentie en de kwaliteit van onderhoud en de uitwendige invloeden waaraan de installatie is blootgesteld. Toelichting: In het periodieke rapport behoort voor de persoon die de periodieke inspectie uitvoert, een aanbeveling te zijn opgenomen over de tijdsduur tot aan de volgende periodieke inspectie. Waar er geen eerder rapportage aanwezig is, is nader onderzoek noodzakelijk. Met de resultaten en aanbevelingen van eerdere rapportage, indien deze aanwezig is, moet rekening worden gehouden. Toelichting: In bijlage 62A wordt een methode beschreven voor het bepalen van de frequentie van de periodieke inspectie van een installatie die is ontleend aan de informatieve bijlage V van NEN Wanneer voor een installatie een doelmatig beheerssysteem voor preventief onderhoud bij normaal gebruik in werking is, mag de periodieke inspectie worden vervangen door een passend schema van voortdurende bewaking en voortdurend onderhoud van de installatie en al het bijbehorend materieel door vakbekwame personen. Hiervan moet een goede vastlegging worden bijgehouden. 39

40 7 Elektrische bedrijfsruimte en kabels 7.1 Algemeen Een elektrische bedrijfsruimte moet afsluitbaar zijn met een slot In elektrische bedrijfsruimten mogen uitsluitend elektrisch materieel en niet-elektrische leidingen zijn aangebracht die noodzakelijk zijn voor het gebruik van deze ruimten. Deze bepaling geldt niet voor ononderbroken doorgaande leidingen Nabij accumulatorbatterijen in elektrische bedrijfsruimten moet duidelijk en onuitwisbaar de nominale spanning van de accumulatorbatterij zijn aangegeven Bescherming tegen directe aanraking is niet vereist op plaatsen die uitsluitend toegankelijk zijn voor voldoend onderrichte personen (BA4) of voor vakbekwame personen (BA5) die voor het specifieke doel voldoende zijn onderricht, en indien tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden is voldaan: de ruimten zijn duidelijk en zichtbaar gemarkeerd met passende waarschuwingsborden en het is slechts mogelijk om er toegang toe te verkrijgen met een speciaal hulpmiddel, deuren die toegang geven tot gesloten elektrische bedrijfsruimten moeten een eenvoudige ontsnappingsmogelijkheid naar buiten bieden. Ook als de deuren vanaf de buitenzijde met een sleutel zijn gesloten moet het mogelijk zijn deze van binnenuit zonder sleutel te openen en voor gangpaden zijn de eisen uit 7.2 met betrekking tot de minimale vrije ruimte in acht genomen Kabels dienen gelegd te worden conform de volgende norm: NEN :2009 nl NPR :2009 nl Ordening van ondergrondse netten - Deel 1: Criteria Ordening van ondergrondse netten - Deel 2: Procesbeschrijving 40

41 7.2 In acht te nemen minimale vrije ruimte in gangpaden bestemd voor bedieningshandelingen en onderhoud De volgende vrije ruimte moet in acht zijn genomen wanneer bescherming volgens is gewaarborgd (zie figuur 7.1). Figuur 7.1 Gangpaden bestemd voor bedieningshandelingen en onderhoud in installaties met bescherming door middel van hindernissen 1) Vrije hoogte tot het plafond: ten minste 2,0 m. 2) Hoogte van actieve delen boven de vloer: ten minste 2,5 m. 3) Breedte van het gangpad tussen hindernissen of bedieningshandgrepen van schakelaars of tussen hindernissen of tussen bedieningshandgrepen van schakelaars en de muur: ten minste 0,7 m. Gangpaden met een lengte van meer dan 20 m bestemd voor onderhoud of voor bedieningshandelingen moeten vanaf beide kanten toegankelijk zijn. 41

42 7.2.2 Op plaatsen waar geen beschermingsmaatregelen zijn genomen moet in gangpaden bestemd voor bedieningshandelingen en onderhoud de volgende vrije ruimte in acht zijn genomen: a) wanneer slechts aan één zijde van het gangpad onbeschermde actieve delen aanwezig zijn (zie figuur 7.2): Figuur 7.2 Gangpaden in installaties met onbeschermde actieve delen aan één zijde 1) Hoogte van actieve delen boven de vloer: ten minste 2,5 m. 2) vrije doorgang vóór bedieningsorganen (handgrepen enz): ten minste 0,7 m. 3) breedte van het gangpad tussen muur en actieve delen: ten minste 1,5 m. 42

43 b) wanneer aan beide zijden van de doorgang actieve delen aanwezig zijn (zie figuur 7.3): Figuur 7.3 Gangpaden in installaties met onbeschermde actieve delen aan beide zijden 1) Er worden aanvullende afschermingen aangebracht, alvorens er onderhoudswerkzaamheden worden verricht. 2) Er worden geen aanvullende afschermingen aangebracht, alvorens er onderhoudswerkzaamheden worden verricht. 3) Hoogte van actieve delen boven de vloer: ten minste 2,5 m. 4) vrije doorgang tussen bedieningsorganen (handgrepen enz.): in een gangpad bestemd voor onderhoud: ten minste 1,5 m. 5) breedte van het gangpad tussen actieve delen en leidingen aan beide zijden: wanneer het gangpad alleen voor onderhoud wordt gebruikt en afschermingen zijn aangebracht alvorens de onderhoudswerkzaamheden worden verricht: ten minste 1,5 m. 6) breedte van het gangpad tussen actieve delen en leidingen aan beide zijden: wanneer het gangpad alleen voor onderhoud wordt gebruikt en geen afschermingen zijn aangebracht alvorens de onderhoudswerkzaamheden worden verricht: ten minste 1,5 m. 7) in een gangpad voor onderhoud 8) vrije doorgang tussen bedieningsorganen (handgrepen enz.): in een gangpad bestemd voor bedieningshandelingen: ten minste 1,5 m. 43

44 9) breedte van het gangpad tussen actieve delen en leidingen aan beide zijden: wanneer het gangpad alleen voor onderhoud wordt gebruikt en geen afschermingen zijn aangebracht alvorens de onderhoudswerkzaamheden worden verricht: ten minste 1,5 m. 10) breedte van het gangpad tussen actieve delen en leidingen aan beide zijden: wanneer het gangpad voor zowel bedieningshandelingen als onderhoud wordt gebruikt en afschermingen zijn aangebracht alvorens de onderhoudswerkzaamheden worden verricht: ten minste 1,5 m. 11) in een gangpad voor bediening 7.3 Bereikbaarheid Schakel- en verdeelinrichtingen moeten zijn opgesteld op gemakkelijk toegankelijke plaatsen waar voldoende verlichting is aangebracht. 7.4 Vluchtwegen en toegangen Vluchtwegen Toelichting: De vluchtweg is bedoeld om in noodgevallen een veilig heenkomen mogelijk te maken Aan de voor- en achterzijde van schakel- en verdeelinrichtingen of tussen twee tegenover elkaar geplaatste schakel- en verdeelinrichtingen moet over de gehele lengte een vluchtweg aanwezig zijn van ten minste 0,5 m breed en 2 m hoog. Deze bepaling geldt niet voor die zijden van schakel- en verdeelinrichtingen waar geen bedienings- of elektrotechnische werkzaamheden behoeven te worden verricht. Vluchtwegen moeten zoveel mogelijk rechtlijnig zijn. Toelichting: Deze bepaling houdt niet in dat in alle gevallen aan beide einden van de vluchtweg een uitgang aanwezig moet zijn Bij schakel- en verdeelinrichtingen met een totale lengte van meer dan 6 m moeten vluchtwegen aan beide einden toegankelijk zijn Binnen deze vluchtwegen mogen zich geen uitstekende delen bevinden. De breedte van vluchtwegen moet worden gemeten van de verst uitstekende delen uit. Hierbij mag rekening worden gehouden met de draairichting van deuren; deuren, die zijn bedoeld om te worden dichtgelopen, mogen elkaar niet kunnen blokkeren. De hoogte moet worden gemeten van de vloer of het bordes vóór de schakel- en verdeelinrichtingen af. Toelichting: Voorbeelden van uitstekende delen zijn: 44

45 a. bedieningshandgrepen; b. handwielen; c. uitgereden schakelaars; d. uitgetrokken laden; e. geopende deuren Toegangen Toegangen tot ruimten waarin een schakel- en verdeelinrichting is opgesteld moeten op doelmatige plaatsen zijn aangebracht. Toelichting: In het algemeen is meer dan één toegang tot de ruimte nodig wanneer de totale lengte van de vluchtweg meer dan 6 m bedraagt Toegangen tot ruimten waarin schakel- en verdeelinrichtingen zijn opgesteld moeten tenminste 0,70 m breed en 2 m hoog zijn. Deze toegangen moeten van de vluchtwegen af bereikbaar zijn via verbindingswegen die ten minste 0,5 m breed en 2 m hoog zijn. 45

46 Bijlage 1 Praktische uitvoeringsvormen van TN-stelsels trafo LS-rek PEN distributiekabel verdeelkast distributiekabel L1 L2 L3 PEN L1 L2 L3 PEN N 230/400V transformatorstation distributiekabel aftakmof distributiekabel eindmof L1 L2 L3 PEN L1 L2 L3 PE distributiekabel (huis)aansluitmof PE-geleider + scherm (huis)aansluitkabel (huis)aansluitkast L1 L2 L3 N PE Distributiekabel zonder scherm 46

47 trafo LS-rek distributiekabel verdeelkast distributiekabel L1 L2 L3 N PE N 230/400V transformatorstation distributiekabel aftakmof L1 L2 L3 N PE distributiekabel eindmof L1 L2 L3 N PE L1 L2 L3 N PE distributiekabel (huis)aansluitmof (huis)aansluitkabel (huis)aansluitkast L1 L2 L3 N PE Distributiekabel met scherm. De PE-verbinding in deze kabels bestaat uit PE-geleider + scherm 47

48 BIJLAGE 2 Fout- en aanrakingsspanningen 48

49 49

50 Bijlage 3: Fout in bovengronds net Als R B kleiner of gelijk is aan 2 ohm dan zal de foutspanning op de nul ten opzichte van aarde de 50 V niet overschrijden. 50

51 Bijlage 4 Maatregelen voor oude netten Voor bestaande netten is het van belang om mogelijke risico s in beeld te hebben. Netten die U voldoen aan een van de volgende sectornormen mogen F (V) voldoende veilig worden beschouwd. Richtlijnen distributienetten 1989 (EnergieNed) of de in februari 1997 herziene uitgave Aanbevelingen voor distributienetten in verband met het aanbieden van een aardingsvoorziening (EnergieNed) Voor netten die zijn aangelegd voor deze normen van kracht waren of waarvan aannemelijk is dat ze niet (meer) aan deze normen voldoen moeten de risico s in beeld worden gebracht. Bij optredende foutspanningen die niet liggen in het gebied aangegeven door risico-management wordt voldaan aan het gewenste minimale veiligheidsniveau. Als de foutspanningen liggen in het gebied gekenmerkt door risico-management moeten de netten in een plan t.b.v. vervangings/renovatie-beleid worden meegenomen. Afhankelijk van het ingeschatte risico kan de termijn waarop vervanging of renovatie plaatsvindt variëren. Grens tussen acceptabele foutspanning en risico-management 51

Basiscursus NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties NEN 1010:2015

Basiscursus NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties NEN 1010:2015 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties Basiscursus NEN 1010 NEN 1010:2015 maart 2016 Bestemd voor de cursussen: basiscursus NEN 1010, opfriscursus NEN 1010, inspecties aan elektrische installaties,

Nadere informatie

Inleiding. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties in voertuigen 18 augustus 2009. 230Vac installaties in voertuigen

Inleiding. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties in voertuigen 18 augustus 2009. 230Vac installaties in voertuigen Inleiding 230Vac installaties in voertuigen Het ontwerpen en installeren van 230Vac installaties in voertuigen is op het eerste gezicht een simpele uitdaging, omdat de installatie een zeer geringe omvang

Nadere informatie

MODEL INSPECTIERAPPORT NR. :.. ELEKTRISCHE INSTALLATIE INSPECTIEDATUM

MODEL INSPECTIERAPPORT NR. :.. ELEKTRISCHE INSTALLATIE INSPECTIEDATUM MODEL INSPECTIERAPPORT NR. :.. ELEKTRISCHE INSTALLATIE INSPECTIEDATUM -..-2013 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Algemene gegevens... 5 2.1 Opdrachtgever en objectgegevens... 5 2.2 Installatiegegevens...

Nadere informatie

Stroomstelsels LS. Quercus Technical Services B.V.

Stroomstelsels LS. Quercus Technical Services B.V. Stroomstelsels ä S lnhoudsepgave Stroomstelsels Geaard sterpunt 2.1 Inleiding 2.2 TT-stelsel \IG\ TN-stelsel 3. 1 TN-S-Stelsel 3 2 TN-C-stelsel 3.3 TN C-Sstelsel Geïsoleerd sterpunt 4.1 Inleiding 4.2 IT

Nadere informatie

NEN Werken met de. Pluspakket NEN 1010:2015. MBO Elektrotechniek. Meer ie. verder in technisch vakmanschap

NEN Werken met de. Pluspakket NEN 1010:2015. MBO Elektrotechniek. Meer ie. verder in technisch vakmanschap Werken met de NEN 1010 Pluspakket - NEN 1010:2015 Meer ie t informa 0 44 99 0 l 088-4 kenteq.n @ m a e t e servic nteq.nl www.ke MBO Elektrotechniek Werken met de NEN 1010 Pluspakket NEN 1010:2015 verder

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Van PAGINA der Meer1 Oktober 2012-1 Intech E&I van september 2012 Rubriek Technische vragen HELPDESK UNETO-VNI HELPT VAN DE WAL IN DE SLOOT In Intech E&I van september 2012 is in de rubriek Technische

Nadere informatie

Deel0. Relatie met internationale normen. IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd

Deel0. Relatie met internationale normen. IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd Deel0 Relatie met internationale normen IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd CENELEC (European Committee for Electrotechnical Standardization) NEC (Nederlands Elektrotechnisch

Nadere informatie

Veiligheidsaarde is meer dan 25/In

Veiligheidsaarde is meer dan 25/In VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/In De techniek waarop Nederland draait VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/ln In deze folder vatten we de essenties van

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 INLEIDING xv Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 1.1 SAMENHANG VAN NORMEN 2 1.1.1 NEN 1010 3 1.1.2 NEN-EN 50110 en NEN 3140 3 1.1.3 NEN-EN-IEC 60204 4 1.1.4 NEN-EN-IEC 60439 4 1.2 TOEPASSINGSGEBIED

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 INLEIDING Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 1.1 SAMENHANG VAN NORMEN 2 1.1.1 NEN 1010 3 1.1.2 NEN-EN 50110 en NEN 3140 3 1.1.3 NEN-EN-IEC 60204 4 1.1.4 NEN-EN-IEC 60439 4 1.2 TOEPASSINGSGEBIED VAN

Nadere informatie

Opfriscursus NEN 1010

Opfriscursus NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties Opfriscursus NEN 1010 NEN 1010:2007+C1:2008+ A1:2001+C1:2011 oktober 2011 Bestemd voor de cursussen: opfriscursus NEN 1010; inspecties aan elektrische

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 4-5-2015 22:08 Mei 2015-1 AANSLUITEN VAN PV-SYSTEMEN VOLGENS BLAD 65 VAN NPR 5310 Toelichting en commentaar op blad 65 van NPR 5310 Inleiding In januari 2015 is blad 65 van NPR 5310 verschenen. Jan van

Nadere informatie

Veiligheidsaarde is meer dan 25/In

Veiligheidsaarde is meer dan 25/In VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/In De techniek waarop Nederland draait VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/ln In deze folder vatten we de essenties van

Nadere informatie

Veiligheidsaarding HS. Quercus Technical Services B.V.

Veiligheidsaarding HS. Quercus Technical Services B.V. Veiligheidsaarding HË nhoudsspgav& 1. Inleiding 5 2. Aanraakspanning en stroomstelsels 6 2.1 IT Stelsel 6 2.2. TT-stelsel 9 2.3 TN-stelsel 10 3. Aard- en vereffeningsleidingen 12 4. Aardverspreidingsweerstand

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Maart 2013-1(gewijzigd augustus 2014) Intech E&I van januari 2013 Rubriek Technische vragen TN- of TT-stelsel In Intech E&I van januari 2013 zijn in de rubriek Technische vragen vragen behandeld over de

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Juni 2011 NEN 1010 - Aanvulling NEN 1010:2007+C1:2008/A1:2011 Op 27 juni 2011 is de aanvulling A1:2011 op NEN 1010:2007+C1:2008 verschenen. In deze aanvulling is een aantal correcties en wijzingen opgenomen

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING 19. Metingen en thermografie - 13

INHOUD INLEIDING 19. Metingen en thermografie - 13 INLEIDING 19 1 NEN 1010 ALS ACHTERGROND 21 1.1 VOEDINGSBRONNEN 22 1.1.1 Aansluiting op net: diverse stroomstelsels 22 1.1.2 Voedingsbronnen voor veiligheidsdoeleinden 25 1.2 BESCHERMINGSMAATREGELEN 25

Nadere informatie

NEN1010:2015 NEN1010:2015. Elektrische installaties voor laagspanning. Belangrijke wijzigingen Algemeen. NEN Training & Advies. Wat is er anders?

NEN1010:2015 NEN1010:2015. Elektrische installaties voor laagspanning. Belangrijke wijzigingen Algemeen. NEN Training & Advies. Wat is er anders? NEN1010:2015 Elektrische installaties voor laagspanning Belangrijke wijzigingen Algemeen NEN Training & Advies NEN1010:2015 Wat is er anders? Erg veel. Te veel voor een dag. Waarom er zoveel is veranderd

Nadere informatie

Kortsluitstromen en. Kabelberekeningen

Kortsluitstromen en. Kabelberekeningen 1 Kortsluitstromen en kabelberekeningen Veel werk? Kennis in Praktijk... Kabelberekeningen Door : Joost de Koning Product manager vermogensschakelaars Lid NEC64 commissie (NEN1010) Lid NEC23E commissie

Nadere informatie

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied.

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. Richtlijn bouwkasten TOEPASSINGSGEBIED: Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. 1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. tijdelijke en bouw- aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A. 2

Nadere informatie

ZX Ronde 14 augustus 2011

ZX Ronde 14 augustus 2011 ZX Ronde 14 augustus 2011 Hoogspanning en veiligheid Er is een kenmerkend verschil tussen laagspanning en hoogspanning. Er zijn natuurkundige effecten die pas optreden boven een bepaalde spanning. In de

Nadere informatie

Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010

Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010 Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010 1 september 2015 Elektrische beveiligings- en beschermingsmaatregelen Schok (Hfdst. 41) Direct (basisbescherming) Indirect (foutbescherming)

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 27-3-2016 12:40 Februari 2016-1 EENFASE EINDGROEPEN BEVEILIGD DOOR VIERPOLIGE AARDLEKSCHAKELAAR Volgens de Nederlandse aanvulling op bepaling 531.2.1.3 van NEN 1010:2015 is het aansluiten van eenfase-eindgroepen

Nadere informatie

INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES

INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES 9 9.01 ELEKTRISCHE Nominale spanning Elektrische installaties moeten in al hun onderdelen onderworpen en uitgevoerd worden in functie van hun nominale spanning 9.02 Regels van goed vakmanschap gelijkvormigheid

Nadere informatie

Aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen?

Aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Kwaliteit voor Installaties KvINL Nederland Aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Voorwaarden voor het veilig plaatsen en functioneren van bouwkasten tot en met 3x80 Ampère 2 In deze brochure vindt

Nadere informatie

VSK Zonne-energie en NEN1010. Zonne-energie en NEN1010. Voorstellen André Derksen. André Derksen Projectcoördinator ISSO

VSK Zonne-energie en NEN1010. Zonne-energie en NEN1010. Voorstellen André Derksen. André Derksen Projectcoördinator ISSO K E N N I S I N S T I T U U T V O O R D E I N S TA L L A T I E S E C T O R VSK 2016 André Derksen Voorstellen André Derksen Projectcoördinator ISSO Handboek Zonne-energie NEN1010-expert 1 Inhoud Handboek

Nadere informatie

Meer1010 Opleiders in NEN 1010 & Meer

Meer1010 Opleiders in NEN 1010 & Meer actuele keuzemodulen Praktijkcursus NEN 1010 Ga naar Onderwerp 01 NEN 1010 in relatie tot wetgeving en overeenkomst 02 Bescherming tegen elektrische schok Stroomketens 03 Stroomstelsels 04 Beveiligingstoestellen

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Van PAGINA der Meer1 Augustus 2012-2 Intech E&I van juli/augustus 2012 Rubriek Technische vragen MEERDERE EINDGROEPEN NIET IN ÉÉN BUIS In Intech E&I van juli/augustus 2012 is in de rubriek Technische vragen

Nadere informatie

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I. 250.01 Algemeen

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I. 250.01 Algemeen SCHAKELAARS 250.01 Algemeen Schakelaars en andere bedieningstoestellen moeten conform de desbetreffende door de Koning zijn, of overeenkomen met bepalingen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden.

Nadere informatie

1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. aansluitingen voor tijdelijk gebruik met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A.

1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. aansluitingen voor tijdelijk gebruik met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A. Blad : 1 van 6 TOEPASSINGSGEBIED: Brabant Drenthe Flevoland Friesland Groningen Limburg Overijssel 1 DOELSTELLING Eisen voor t.b.v. aansluitingen voor tijdelijk gebruik met een maximale doorlaatwaarde

Nadere informatie

MBO Elektrotechniek. NEN 1010 Opdrachtenboek 2 - NEN 1010:2015. Meer ie NEN Opdrachtenboek 2 NEN 1010:2015. verder in technisch vakmanschap

MBO Elektrotechniek. NEN 1010 Opdrachtenboek 2 - NEN 1010:2015. Meer ie NEN Opdrachtenboek 2 NEN 1010:2015. verder in technisch vakmanschap NEN 1010 Opdrachtenboek 2 - NEN 1010:2015 Meer ie t informa 0 44 99 0 l 088-4 kenteq.n @ m a e t e servic nteq.nl www.ke MBO Elektrotechniek NEN 1010 Opdrachtenboek 2 NEN 1010:2015 verder in technisch

Nadere informatie

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen versie 15-04-2015 behorend bij de BEI-BLS Doel Veilig een LS-netdeel in- en uit bedrijf nemen en veilig stellen. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de Netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij de IV anders heeft bepaald.

Nadere informatie

ZX- ronde 28 december 2014

ZX- ronde 28 december 2014 ZX- ronde 28 december 2014 Hoogspanning. Veel radio amateurs hebben nog eindversterkers met buizen of willen die gaan kopen wel of niet tweede hands. Zonder enige vorm van kennis kan het gevaarlijk zijn

Nadere informatie

2015 Eaton. All Rights Reserved.

2015 Eaton. All Rights Reserved. 1 Wijzigingen NEN 1010 editie 2015 Bron: Bouwbedrijf Berghege Woningbouw met een knipoog naar utiliteit 2 NEN 1010: 2015 Ruim 100 pagina s meer dan de vorige editie Nieuw onderwerpen Verlichting Laadpalen

Nadere informatie

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en/of veilig stellen versie behorend bij de BEI-BLS

E-04 Een netdeel in- en uit bedrijf nemen en/of veilig stellen versie behorend bij de BEI-BLS Doel Veilig een LS-netdeel in- en uit bedrijf nemen en/of veilig stellen. Toepassingsgebied Deze VWI geldt voor activiteiten die voor of door de Netbeheerder worden uitgevoerd, tenzij de IV anders heeft

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Van der Meer Advies Opleiding & Installatie B.V. Meerweg 77 2121 VC Bennebroek e-mail: nog@meer1010.nl website: www.meer1010.nl website: www.nen1010nl.nl

Nadere informatie

Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor.

Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor. Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor. Bij ontwerp elektriscge installatie dient er verplicht gebruik te maken van gekeurd

Nadere informatie

Nieuwsbericht. Uniforme eisen voor tijdelijke elektra-aansluitingen maken de bouw veiliger

Nieuwsbericht. Uniforme eisen voor tijdelijke elektra-aansluitingen maken de bouw veiliger Nieuwsbericht Uniforme eisen voor tijdelijke elektra-aansluitingen maken de bouw veiliger Vanaf 1 januari 2017 moeten bouwkasten die de tijdelijke elektriciteitsaansluiting verzorgen, voldoen aan zwaardere,

Nadere informatie

Highlights uit nieuwe HS norm:

Highlights uit nieuwe HS norm: Highlights uit nieuwe HS norm: NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522 Nieuw NEN-EN-IEC bepalingen Veiligheidsbepalingen voor hoogspanningsinstallaties: NEN 1041 vervallen sinds: 1 oktober 2012 NEN 61936-1

Nadere informatie

Bedrijfsvoering van elektrische installaties. Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011

Bedrijfsvoering van elektrische installaties. Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011 Bedrijfsvoering van elektrische installaties Veiligheid in verband met de elektrische gevaren volgens NEN 3140:2011 oktober 2011 Bestemd voor de cursussen: basiscursus; opfriscursus; voldoende onderricht

Nadere informatie

Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1

Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1 Opleidingscatalogus NEN 3140 / NEN 3840 / NEN 1010 / NEN-EN-IEC 60204 V15.1 NEN 1010 Basis Training Elektrotechnici die belast zijn met de aanleg van installaties, en voor medewerkers die belast worden

Nadere informatie

Opbouw PV-systeem

Opbouw PV-systeem Opbouw PV-systeem 1,6 m 2 PV-module PV-module Opbrengst PV-module Opbrengst PV-module P A MPP = Maximum Power Point P max dus Vpm pm 171,47W 27,26V 6, 29A V nvloed van temperatuur Toepassing micro-inverters

Nadere informatie

Opleiders in NEN 1010 & Meer

Opleiders in NEN 1010 & Meer Opvallende zaken in NEN 1010:2015 en commentaar van hierop versie 2.1 16-7-2016 Itemnr. Blz. / bepaling Onderwerp en tekst uit NEN 1010:215 Nadere toelichting en commentaar van 0 Inleiding 1 In deze kolom

Nadere informatie

Reactie wijzigingsopdracht veiligheid LS-netten

Reactie wijzigingsopdracht veiligheid LS-netten vereniging van energienetbeheerders Nederland Anna van Buerenplein 43 2595 DA Den Haag Postbus 90608 Autoriteit Consument & Markt de heer [vertrouwelijk] Postbus 16326 2500 BH DEN HAAG 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

EisEn aan bouwkasten. in het voorzieningsgebied van EnExis

EisEn aan bouwkasten. in het voorzieningsgebied van EnExis EisEn aan bouwkasten in het voorzieningsgebied van EnExis EisEn aan bouwkasten De eisen in deze brochure gelden voor bouwkasten die zijn ingericht voor directe energiemeting bij een tijdelijke aansluiting

Nadere informatie

Aarding volgens NEN1010:2015..ZX ronde 2 juli 2017

Aarding volgens NEN1010:2015..ZX ronde 2 juli 2017 Aarding volgens NEN1010:2015..ZX ronde 2 juli 2017 Per 1 januari 2017 is de nieuwe NEN van kracht, de NEN1010:2015. Sinds de vorige uitgave zijn zonnepanelen en elektrische voertuigen steeds meer ingeburgerd.

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 10-10-2015 11:19 Oktober 2015-1 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN NEN 1010:2015 TEN OPZICHTE VAN NEN 1010:2007 Onderstaand een overzicht van de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in NEN 1010:2015 ten opzichte

Nadere informatie

Technische Instructie

Technische Instructie Blad : 1 van 14 TOEPASSINGSGEBIED: Brabant Drenthe Flevoland Friesland Groningen Limburg Overijssel 1 DOELSTELLING Deze instructie beschrijft de wijze van controle van de kwaliteit van het distributienet

Nadere informatie

Visuele Inspectie van elektrische installaties

Visuele Inspectie van elektrische installaties Inspectiepunten De voeding van de installatie Controle van de voeding Beoordeel welk stelsel in ingezet en of deze op de juiste wijze is toegepast. Beoordeel ook de aansluiting en splitsing van PEN leidingen.

Nadere informatie

Nieuwe NEN 1010 en Power Quality. Prof. dr. ir. Sjef Cobben

Nieuwe NEN 1010 en Power Quality. Prof. dr. ir. Sjef Cobben Nieuwe NEN 1010 en Power Quality Prof. dr. ir. Sjef Cobben Waarom een nieuwe NEN 1010! Nieuwe technologie (PV-systemen, Laadpalen, ) Meer aandacht voor EMC (hoogfrequente stromen) Meer aandacht voor spanningsverstoring

Nadere informatie

Databank voor de toepassing van de technische voorschriften

Databank voor de toepassing van de technische voorschriften CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 76 RV/G (14) 100 JWG (14) 94 25 november 2014 Or. fr fr/de/nl/en COMITE REGLEMENT VAN ONDERZOEK WERKGROEP REGLEMENT VAN ONDERZOEK GEMEENSCHAPPELIJKE WERKGROEP

Nadere informatie

Aarding in medisch gebruikte ruimten Aardingsvoorzieningen in medische gebruikte ruimten bestaan uit twee delen:

Aarding in medisch gebruikte ruimten Aardingsvoorzieningen in medische gebruikte ruimten bestaan uit twee delen: Verhaaltje ZX Ronde 24 oktober 2010 Aarding deel 2 Algemeen In het eerste deel heb verteld over veiligheidsaarding NEN 1010 en aarding t.b.v. de bliksembeveiliging NEN 1014. Vandaag wil ik iets vertellen

Nadere informatie

NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties

NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties Paul Castenmiller NEN 1010 over PV installaties Ontwikkelingen PV installaties. Normen PV installaties. NPR 5310-blad 65 Eigenschappen en risico s Architectuur

Nadere informatie

NEN1010: 2015 & Correctieblad 1:2016

NEN1010: 2015 & Correctieblad 1:2016 NEN1010: 2015 & Correctieblad 1:2016 Een overzicht van een aantal belangrijke wijzigingen November 2016 Joost de Koning 1 Programma Geschiedenis en relatie met internationaal Wijzigingen in de NEN1010

Nadere informatie

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

Elektriciteit. Wat is elektriciteit Elektriciteit Wat is elektriciteit Elektriciteit kun je niet zien, niet ruiken, niet proeven, maar wel voelen. Dit voelen kan echter gevaarlijk zijn dus pas hier voor op. Maar wat is het dan wel? Hiervoor

Nadere informatie

Inspectierapport Inspectie uitgevoerd volgens NEN 1010 en NEN 3140

Inspectierapport Inspectie uitgevoerd volgens NEN 1010 en NEN 3140 Electro-technisch Bureau Postbus 543 Telefoon 075-616 51 68 Rabobank 12.49.69.976 1500 EM Zaandam Fax 075-631 45 46 K.v.K 35029294 Grote Tocht 102 Internet www.swartetb.nl BTW-nr 8066.65.142B.01 1507 CE

Nadere informatie

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen )

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008 Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Zekeringen is een artikel uit de Electron van september 2008. Het is een artikel wat geschreven is door Hans PA0JBB. Het is

Nadere informatie

Wettelijke minimale voorschriften inzake veiligheid van oude elektrische installaties op arbeidsplaatsen (K.B. 2/6/2008)

Wettelijke minimale voorschriften inzake veiligheid van oude elektrische installaties op arbeidsplaatsen (K.B. 2/6/2008) Wettelijke minimale voorschriften inzake veiligheid van oude elektrische installaties op arbeidsplaatsen (K.B. 2/6/2008) Dhr. M. Smekens, technisch directeur BTV 2012 Wie is BTV? BTV, afkorting van Technisch

Nadere informatie

TAD: Technologische AdviesDienst

TAD: Technologische AdviesDienst informeert TAD: Technologische AdviesDienst Verdeelborden In een elektrische installatie mag er slechts veilig elektrisch materieel gebruikt worden. Volgens deze algemene regel betekent dit dus ook dat

Nadere informatie

Whitepaper. Metingen uitvoeren volgens de NEN 3140

Whitepaper. Metingen uitvoeren volgens de NEN 3140 Whitepaper Metingen uitvoeren volgens de NEN 3140 Het whitepaper Metingen uitvoeren volgens de NEN 3140 is opgesteld in nauw overleg met Ing. N.J. (Nico) Kluwen. Kluwen is een van de experts van Kennisbank

Nadere informatie

BEDIENINGS EN SCHEIDINGSWIJZE

BEDIENINGS EN SCHEIDINGSWIJZE 235 VEILIGHEIDSONDERBREKING 235.01 235.01.a Scheiding Ten einde de scheiding van iedere elektrische installatie of gedeelte ervan mogelijk te maken moeten inrichtingen voorzien worden die deze scheiding

Nadere informatie

Opleidingscatalogus: NEN

Opleidingscatalogus: NEN Opleidingscatalogus: NEN t WEB Opleidingen, Adviezen & Hoofdvestiging: Zeppelinstraat 7 7903 BR Hoogeveen Tel: 0528 280 888 Fax: 0528 280 889 Website: www.tweb.nl E-mail: info@tweb.nl Basis NEN 1010 Elektrotechnici

Nadere informatie

Veiligheidsrisico s van elektrotechnische. illegale hennepkwekerijen

Veiligheidsrisico s van elektrotechnische. illegale hennepkwekerijen Veiligheidsrisico s van elektrotechnische aansluitingen bij illegale hennepkwekerijen Veiligheidsrisico s van elektrotechnische aansluitingen bij illegale hennepkwekerijen Mei 2009 1 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

INSPECTIEVERSLAG CONTROLE INSPECTIE VEILIGHEIDSKEURING ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES

INSPECTIEVERSLAG CONTROLE INSPECTIE VEILIGHEIDSKEURING ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES INSPECTIEVERSLAG CONTROLE INSPECTIE VEILIGHEIDSKEURING ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES Algemene ruimtes en groepenkasten in winkel units Winkelcentrum Vught Volgens NEN-EN 50110 Rapportnummer: INHOUD Inspectieverslag

Nadere informatie

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning Cursus/Handleiding/Naslagwerk Driefase wisselspanning INHOUDSTAFEL Inhoudstafel Inleiding 3 Doelstellingen 4 Driefasespanning 5. Opwekken van een driefasespanning 5.. Aanduiding van de fasen 6.. Driefasestroom

Nadere informatie

Hoe keuringsverslagen elektrische installaties interpreteren meest voorkomende inbreuken

Hoe keuringsverslagen elektrische installaties interpreteren meest voorkomende inbreuken Hoe keuringsverslagen elektrische installaties interpreteren meest voorkomende inbreuken Isabelle Hofman 10/10/2017 Topics A. Hoe elektrische keuringsverslagen interpreteren B. Top 3 meest voorkomende

Nadere informatie

TOELICHTING OP DE VOEDING VAN ELEKTRISCH AANGEDREVEN SPRINKLERPOMPEN

TOELICHTING OP DE VOEDING VAN ELEKTRISCH AANGEDREVEN SPRINKLERPOMPEN Technisch Bulletin 74 datum 01 november 2012 TOELICHTING OP DE VOEDING VAN ELEKTRISCH AANGEDREVEN SPRINKLERPOMPEN Goedgekeurd door Commissie van Deskundigen Blus op 05 oktober 2012 1 INHOUD 1 Richtlijnen

Nadere informatie

Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING

Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING Pagina 1 van 10 Certificatieschema Certificatieschema IV/WV - HS + LS INSTALLATIE- OF WERKVERANTWOORDELIJKE HOOG- en LAAGSPANNING Stichting Persoonscertificatie Energietechniek p/a ing. R. Bijvoets Schokkerlaan

Nadere informatie

Zucchini railkokersystemen LB / LB6

Zucchini railkokersystemen LB / LB6 railkokersystemen LB / LB6 Technische informatie Type 254 256 404 406 zijde zijde zijde zijde Actieve geleiders Aantal I n (A) ) Doorsnede van de beschermingsgeleider (equivalent in Cu) PE (mm ) I cw (ka)rms

Nadere informatie

TT-net. T: geaard in het transformatorstation T: geaard bij de verbruiker

TT-net. T: geaard in het transformatorstation T: geaard bij de verbruiker TT-net T: geaard in het transformatorstation T: geaard bij de verbruiker Bij dit net wordt de nulleider rechtstreeks geaard in het transformatorstation. De PEgeleider is hier afzonderlijk voor aarding

Nadere informatie

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM

SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM C1/111 SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM ln DE BOVENGRONDSE LIJNEN EN ONDERGRONDSE ENERGIEKABELS Datum

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242

Nadere informatie

Nieuwe NEN 1010-2015. Prof. dr. ir. Sjef Cobben

Nieuwe NEN 1010-2015. Prof. dr. ir. Sjef Cobben Nieuwe NEN 1010-2015 Prof. dr. ir. Sjef Cobben Uitleg en Toepassingen NEN 1010 Nieuwe NEN 1010 vraagt om uitleg Nieuwe toepassingen Nieuwe technologie Norm is (en kan geen leerboek zijn) Meer uitleg over

Nadere informatie

Schakelcursus Elektrotechniek

Schakelcursus Elektrotechniek Schakelcursus Elektrotechniek februari 2015 De cursus is bestemd voor die cursisten waarvan de vooropleiding in het vakgebied Elektrotechniek vooralsnog onvoldoende is. Auteur: L. Smit De Kooi 7 4233 GP

Nadere informatie

Vlamboogdetectie ZX ronde 18 juni 2017

Vlamboogdetectie ZX ronde 18 juni 2017 Vlamboogdetectie ZX ronde 18 juni 2017 In de nieuwe NEN1010 staat de aanbeveling om in een elektrische installatie voorzieningen te treffen waarmee vlambogen gedetecteerd kunnen worden. Gebleken is namelijk

Nadere informatie

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT RUIMTEN VAN ELEKTRISCHE INSTALLATIES Artikel A.R.E.I

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT RUIMTEN VAN ELEKTRISCHE INSTALLATIES Artikel A.R.E.I 47.01 Codificatie 47.01.a Bekwaamheid van personen: Om de bekwaamheid van personen te bepalen wordt een code gebruikt die samengesteld is uit de letters BA gevolgd door een cijfer van 1 tot 5, zoals in

Nadere informatie

Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden:

Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden: BESCHERMING VAN PERSONEN EN GOEDEREN BESCHERMINGSMAATREGELEN Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden: 1.- bescherming tegen elektrische schokken;

Nadere informatie

Schepen gebouwd voor en

Schepen gebouwd voor en Schepen gebouwd voor 1.4.1976 en 1.7.1983 Bijkomende eisen aan elektrische installaties vanaf 1.1.2015 - Bij de bespreking van het Belgische discussiepapier JWG (14) 21 heeft de werkgroep ervoor gekozen

Nadere informatie

Kleine generatoren ZX ronde 24 april 2016

Kleine generatoren ZX ronde 24 april 2016 Kleine generatoren ZX ronde 24 april 2016 De tijd van velddagen en festiviteiten breekt weer aan. Voor het aansluiten van elektrische apparatuur wordt vaak een klein aggregaat gebruikt. Maar ook zijn er

Nadere informatie

Criteria voor de selectie van een aardlekbeveiliging

Criteria voor de selectie van een aardlekbeveiliging Criteria voor de selectie van een aardlekbeveiliging Gebruik van aardlekbeveiliging bij SUNNY BOY, SUNNY MINI CENTRAL en SUNNY TRIPOWER Inhoud Bij de installatie van omvormers bestaat er vaak onzekerheid

Nadere informatie

DE VEILIGHEID VAN EEN INSTALLATIE BIJ VERVORMDE STROMEN

DE VEILIGHEID VAN EEN INSTALLATIE BIJ VERVORMDE STROMEN DE VEILIGHEID VAN EEN INSTALLATIE BIJ VERVORMDE STROMEN FOCUS Om een elektrisch net veilig uit te baten, is het van belang dat de installatie goed beveiligd is. Elektriciteit kan de oorzaak zijn van brand

Nadere informatie

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem POLITIEVERORDENING Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem Deel 1:Toepassingsgebied Onderhavig addendum aan de

Nadere informatie

(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld!

(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld! (On)voldoende spanningskwaliteit kost geld! De verantwoordelijkheid voor een voldoende kwaliteit van de spanning en de stroom is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van netbeheerders, fabrikanten en

Nadere informatie

INSPECTIERAPPORT ELEKTRISCHE INSTALLATIES

INSPECTIERAPPORT ELEKTRISCHE INSTALLATIES 1 van 6 NEN-keuring gemeente Zoeterwoude INSPECTIERAPPORT ELEKTRISCHE INSTALLATIES (INSPECTIE VOLGENS NEN 3140:2011) Opdrachtgever: E. Schreve Rapportagedatum: 1 februari 2017 Opgesteld door: T.S. Lubbers

Nadere informatie

Bron: Installatie Journaal mei 2015, onderdeel van Cobouw

Bron: Installatie Journaal mei 2015, onderdeel van Cobouw Bron: Installatie Journaal mei 2015, onderdeel van Cobouw Pagina 1 van 2 Bron: Installatie Journaal mei 2015, onderdeel van Cobouw Pagina 2 van 2 29-8-2014 16:23 Augustus 2014-1 Stekerend installeren (5)

Nadere informatie

aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Voorwaarden voor het veilig plaatsen en functioneren van bouwkasten in het voorzieningsgebied van Liander

aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Voorwaarden voor het veilig plaatsen en functioneren van bouwkasten in het voorzieningsgebied van Liander aan welke eisen moeten bouwkasten voldoen? Voorwaarden voor het veilig plaatsen en functioneren van bouwkasten in het voorzieningsgebied van Liander voor maximale veiligheid op de bouwplaats In deze brochure

Nadere informatie

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000 HANDLEIDING Scheidingstransformatoren Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000 Victron Energy B.V. The Netherlands General phone: +31 (0)36 535 97 00 Customer support desk:

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING 15 5 AARDING IN ELEKTRICITEITS NETTEN 69 5.1 AANSLUITMOGELIJKHEDEN 70. Alles over aarding - 9

INHOUD INLEIDING 15 5 AARDING IN ELEKTRICITEITS NETTEN 69 5.1 AANSLUITMOGELIJKHEDEN 70. Alles over aarding - 9 INLEIDING 15 1 AARDING: FUNCTIES, WETTEN EN NORMEN 19 1.1 FUNCTIES VAN AARDINGSVOORZIENING 20 1.2 NORMEN BETREFFENDE ONTWERP VAN AARDINGS VOORZIENINGEN 20 1.2.1 NEN 1010 21 1.2.2 NEN-EN-IEC 60204 21 1.2.3

Nadere informatie

Voorbeeld. lu Nederlands. Preview. 4 Veil~igth&clsbe-p I a / lingen voor. L.-A/.<\ #q&fnningsinstallaties. Normalisatie-instituut

Voorbeeld. lu Nederlands. Preview. 4 Veil~igth&clsbe-p I a / lingen voor. L.-A/.<\ #q&fnningsinstallaties. Normalisatie-instituut lu Nederlands Normalisatie-instituut ELEKTROTECHNIEK Dit document mag slechts op een stand-alone PC worden geinstalleerd. Gebruik op een netwerk is alleen. toestaan als een aanvullende licentieovereenkomst

Nadere informatie

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Inhoudsopgave Inleiding... pagina 1 Presentatie NEN 3140... pagina 2 Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Installatieverantwoordelijke... pagina 3 Werkverantwoordelijke... pagina

Nadere informatie

V 2.1: Bouwbesluit - NEN 1010 Pagina 1

V 2.1: Bouwbesluit - NEN 1010 Pagina 1 V 2.1: Bouwbesluit - NEN 1010 Pagina 1 D I S C L A I M E R IGOV en degenen die aan deze publicatie hebben meegewerkt, hebben de hierin opgenomen gegevens zorgvuldig verzameld naar de laatste stand van

Nadere informatie

Inspectierapport. Demo rapport. MapTools BV. Rapportnummer : 1704

Inspectierapport. Demo rapport. MapTools BV. Rapportnummer : 1704 Inspectierapport Demo rapport Rapportnummer : 1704 MapTools BV Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Gegevens 3. Eindbeoordeling 4. Inspectiemethode 5. Omvang 5.1 Niet geïnspecteerd 6. Opmerkingen 1 Inleiding

Nadere informatie

De huisinstallatie bestaat uit éénfasige kringen die gevoed worden door een driefasig net.

De huisinstallatie bestaat uit éénfasige kringen die gevoed worden door een driefasig net. 10 Veiligheid 10.1 De huisinstallatie De bedoeling van een elektrische huisinstallatie is de elektrische energie op doelmatige en vooral veilige wijze naar de plaats te brengen waar ze nodig is. De huisinstallatie

Nadere informatie

Electric are welding and allied processes Specific safety rules for the installation of equipment

Electric are welding and allied processes Specific safety rules for the installation of equipment UDC621.791.75+.947.5:621.316.1:614.825 Elektrisch booglassen en aanverwante technieken Bijzondere veiligheidsbepalingen voor de installatie van de uitrusting Electric are welding and allied processes Specific

Nadere informatie

Inspectierapport voor bestaande laagspanningsinstallatie 1

Inspectierapport voor bestaande laagspanningsinstallatie 1 voor bestaande laagspanningsinstallatie 1 uneto-vni 2003-47022 Dossiernummer : Eigenaar installatie: Contactpersoon : Opdrachtgever: Contactpersoon : Installatieverantwoordelijke: Contactpersoon : Installatie:

Nadere informatie

NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140

NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140 NEN-EN 50110 1 NEN-EN 50110 2 NEN 3140 NEN 3140 Deze opleiding beperkt zich tot het behandelen van de bepalingen die betrekking hebben op werkzaamheden aan laagspannings-installaties door een: Vakbekwaam

Nadere informatie

RICHTLIJN ELEKTROTECHNISCHE BEDRIJFSVOERING BIJ ELEKTROTECHNISCHE WERKZAAMHEDEN AAN RIOOL- EN DRUKRIOLERINGSGEMALEN. Versie: 01

RICHTLIJN ELEKTROTECHNISCHE BEDRIJFSVOERING BIJ ELEKTROTECHNISCHE WERKZAAMHEDEN AAN RIOOL- EN DRUKRIOLERINGSGEMALEN. Versie: 01 RICHTLIJN ELEKTROTECHNISCHE BEDRIJFSVOERING BIJ ELEKTROTECHNISCHE WERKZAAMHEDEN AAN RIOOL- EN DRUKRIOLERINGSGEMALEN Versie: 01 Datum: 23 februari 2015 Auteur: L. van Wallenburg leovanwallenburg@wklevelcontrolsystems.nl

Nadere informatie

Veiligheid en elektrotechniek

Veiligheid en elektrotechniek Veiligheid en elektrotechniek A.A.M. Schilders 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op andere

Nadere informatie