propedeuse CMD Amsterdam Hogeschool van Amsterdam studiejaar Taal in Context

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "propedeuse CMD Amsterdam Hogeschool van Amsterdam studiejaar 2011-2012 Taal in Context"

Transcriptie

1 propedeuse CMD Amsterdam Hogeschool van Amsterdam studiejaar Taal in Context

2 TIC werkschema en inhoudsopgave LES 1 KICK OFF inhoud: introductie, toets terug geven en vooruitblik huiswerk: - straat bezoeken en 12 foto s maken - opdracht 1, 2 en 3 van de taalopdrachten maken - plan een bezoek aan de OBA LES 2 SPELLING EN LUISTEREN inhoud: luistersynthese, O.V.T., eerste onderzoeksresultaten huiswerk: - taalopdrachten tot en met opdracht 11 maken - gesprek met gebruiker voeren en woordelijk verslag doen LES 3 ONDERZOEKSBRILLEN EN LEZEN inhoud: de onderzoeksbrillen, teksten lezen in de les, Engelse werkwoorden en gebiedende wijs, hoe maak je een tekstuele weergave van een interview? huiswerk: - onderzoeksresultaten samenvoegen: bezoek OBA, zakelijke informatie, interview en tekst op detailniveau - taalopdrachten tot en met 16 afmaken - tekst van Dave Eggers lezen en leesverslag maken LES 4 ONDERZOEKSRESULTATEN EN WOORDENSCHAT inhoud: lezen in de klas, uitloop spelling, woordenschatopdracht huiswerk: - woordenschatoefeningen waar je in de les niet aan toekomt - neem tekstuele bronnen mee - lijst HBO-woordenschat downloaden van intranet LES 5 CITEREN, PARAFRASEREN, SAMENVATTEN EN BIBLIOGRAFIE inhoud: omgang met tekstuele bronnen, bespreking onderzoeksresultaten huiswerk: - conceptversie van je eindwerk - les de theorie bij les 6 LES 6 EN LES 7 STIJL EN EINDREDACTIE inhoud: taal- en stijlfouten, frequent gestelde vragen huiswerk: - opdrachten omtrent taal- en stijlfouten maken - conceptversie van het eindproduct bijschaven

3 Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter. Uit: Nescio, De Uitvreter TAAL IN CONTEXT 2011 periode: blok 2 studiepunten: 3 studentbelasting: 84 uur lessen: 7 hoorcolleges van 50 minuten, 7 werkcolleges van 100 minuten vakcoördinator: Harold Konickx docenten: Brit Wijnmaalen, Eva vd Eijnden, Harold Konickx, Hein Bijvoet, Marie Meeusen I. Algemene opzet In deze module werk je aan je taal- en onderzoeksvaardigheden. Je hebt op 19 september een diagnostische toets gemaakt voor wat betreft je taalvaardigheden. In de eerste les zul je die toets terug ontvangen zodat je ziet waar je staat op dit gebied. In de lessen gaan we vervolgens aan de slag met die vaardigheden aan de hand van oefeningen en uitleg. Als je voor je test lager dan een 7 had, zul je gebruik maken van een e-learningprogramma: een onlineprogramma waarmee je op onderdelen je taalvaardigheden aanscherpt. In week 10 van dit blok maak je een daadwerkelijke toets die voor de helft meeweegt in je eindcijfer en voor de echt is. Náást je taalvaardigheden werk je aan je onderzoeksvaardigheden. Een deel van de lessen zijn gewijd aan deze vaardigheden; de oefeningen en uitleg resulteren via een aantal deelopdrachten in een schriftelijke eindopdracht die je aan het begin van week 10 inlevert. Hieronder gaan we in op de eindopdracht voor onderzoeksvaardigheden, de fasering van het vak en de criteria die we stellen. Ook zullen we een aantal dingen zeggen over de taalvaardigheden.

4 II. Eindopdracht onderzoeksvaardigheden Een (multimedia)ontwerper is in staat om van niets iets te maken. De ontwerper stelt de zintuigen open voor de wereld. In deze module versmallen we die wereld tot een straat in Amsterdam die je van ons krijgt. Je scherpt de blik en neemt de gegeven straat goed onder de loep, en daarbij zet je de volgende brillen 1 op: 1. De bril die je overzicht geeft Dat is de bril die je van de historicus leent: wat weet je over het ontstaan van de straat? waarom heet de straat zoals die heet? zijn er bijzondere gebeurtenissen verbonden aan de straat? En het is ook de bril van de socioloog: hoe past je straat in de sociale structuur van de stad; welke bevolkingsgroepen zijn er, wat zijn de inkomens, is er veel sociale samenhang in de straat of juist helemaal niet. 2. De bril waarmee je naar de gebruiker kijkt of zelfs: met de gebruiker meekijkt Dat is de bril van de antropoloog en die van de onderzoeksjournalist: hoe beleven de gebruikers/bewoners van de straat dit stukje amsterdam? 3. De bril waarmee je oog hebt voor detail Dat is de bril van de natuuronderzoeker: zie je op detailniveau iets bijzonders; een boom, afval, een tekst, een auto Je verzamelt materiaal in woord en beeld en combineert deskresearch, interview en observaties. Je maakt schetsen en foto s. Het resultaat van je onderzoek is een essay 2 in woord en beeld. Aan het eind van deze inleiding geven we een aantal voorbeelden van woord/beeldcombinaties. Hoe ziet dat essay er vervolgens uit? Wat we willen zien in het eindproduct is een drieluik: drie beelden en drie begeleidende teksten (in totaal schrijf je zo n 1200 woorden = 3 kantjes). Je mag hier op elk denkbare wijze vorm aan geven maar in ieder geval willen we: 1 met andere woorden: je kijkt vanuit een ander perspectief naar de werkelijkheid. 2 Volgens Van Dale online woordenboeken is een essay een niet te korte, voor een ruim publiek bestemde, subjectief gekleurde verhandeling over een wetenschappelijk, cultureel of filosofisch onderwerp, gekenmerkt door goede, persoonlijke stijl.

5 1. Een beeld en een tekst die een overkoepelende impressie geven van de gegeven straat. toon van de tekst: zakelijk. bril: historicus/socioloog tekst: woorden bullits toegestaan voor je onderzoek geef je: - statistische gegevens over de wijk + omgeving van de straat (bijvoorbeeld via FUNDA of Het Kadaster) - waarom de straat zo heet: soms is dat heel evident, soms niet - wanneer is de straat gebouwd: gebruik de beeldbank van het stadsarchief en/of ga naar het archief om erachter te komen: Stadsarchief Amsterdam Vijzelstraat HL Amsterdam 2. Een beeld en een tekst die zich afspelen op het gebruikersniveau. toon van de tekst: zakelijk/betrokken bril: antropoloog/journalist tekst: 400 woorden bullits niet toegestaan lopende tekst: ik-vorm en/of vraag & antwoord of hij-vorm (voor je concept schrijf je beide versies maar in je eindversie kies je de beste!!) onderzoek: - interview een bewoner of passant van minstens 10 minuten en onderzoek hoe de straat op deze passant of bewoner overkomt: Hoe lang kent hij/zij de straat al? Is de straat lelijk/mooi/prettig/onprettig/waarom? Welke band heeft de persoon met de straat? Wat zou je aan de straat verbeteren/anders doen? Neem het gesprek op (vraag om toestemming!) en werk het gesprek ad verbatim (= woord voor woord) uit. Maak ook aantekeningen van hoe de persoon zich gedraagt en wat voor indruk hij/zij maakt

6 3. Een beeld en een tekst die zich afspelen op detailniveau. toon van de tekst: verwondering/speels bril: natuuronderzoeker tekst: 400 woorden. bullits niet toegestaan lopende tekst: personale vorm en dicht op de huid niet vanuit ik (hij-vorm) onderzoek: kies een detail uit de straat en fotografeer dat meerdere malen. Beschrijf in detail wat je ziet op de foto. Je mag van alles nemen: een roestige fiets, een strenge tekst op een afvalcontainer, een sprietje gras. In je straat is er altijd iets wat de aandacht waard is. III. fasering, tussentijdse producten, eindproduct en feedback Gedurende het proces lever je een aantal deelproducten in. Het spreekt voor ons vanzelf dat je actief meedoet. We zullen at random controleren op tussenproducten, maar gaan ook uit van je professionaliteit: voor de voortgang en spreiding van de werklast is het essentieel dat je de lessen en het huiswerk bijhoudt. Feedback zal doorgaans globaal gegeven worden. Met andere woorden: tijdens de werkgroepen zullen we je werk met aandacht doornemen, maar de feedback die je naar aanleiding van het huiswerk krijgt, geven we globaal. In de praktijk betekent dit dat we het tussentijds ingeleverde werk steekproefsgewijs lezen en vervolgens in het hoorcollege of de werkgroep de belangrijkste tendensen bespreken. Dit met uitzondering van de onderzoeksresultaten die je inlevert in week 4: we zullen deze resultaten innemen en nagaan of je genoeg productie en uren gedraaid hebt. Niet inleveren heeft een negatief effect op je eindresultaat: het betekent automatisch een onvoldoende = volledige herkansing = alternatieve opdracht = meer werk. Een overzicht van het huiswerk vind je vooraan in deze reader, een gedetailleerde toelichting vind je steeds per hoofdstuk. De schriftelijke eindopdracht lever je in op maandag 16 januari voor 12.00u op de gang bij 05A21. In diezelfde week vindt ook de schriftelijke toets plaats (die lijkt op de toets die je in september hebt gehad).

7 IV. criteria en tijdsbesteding Voor deze module krijg je 3 studiepunten, wat betekent dat je er 84 uur aan kwijt bent, waarvan zo n 21 uur opgaan aan lessen en toetsen. Dan blijft zo n 64 uur over voor zelfstudie en dat komt neer op gemiddeld een werkdag per week. We gaan er van uit dat je die tijd in het vak steekt en we vinden het ook vanzelfsprekend dat je een urenregistratie bijhoudt. Die zullen we niet innemen maar in voorkomende gevallen zullen we er wel naar vragen. Als je heel veel moeite hebt met taal, als je voor de diagnostische toets een zeven of minder had, dan moet je er rekening mee houden dat je meer tijd nodig hebt voor deze module omdat je je taalvaardigheid op hboniveau moet brengen en daar zélf extra energie in moet steken. Voor de schriftelijke eindopdracht werken we met het volgende schema (kleine afwijkingen of bijstellingen kunnen voorkomen, maar daarvan word je vooraf op de hoogte gebracht):

8 Student: Docent: Klaskleur: Eindcijfer: nakijkformulier voor de schriftelijke eindopdracht 1. Alle teksten van het essay zijn gecontroleerd op stijl en spelling. toelichting: voor een goed moeten de teksten niet alleen gecontroleerd zijn op spelling en stijl maar ook bijzondere kwaliteiten vertonen op dit vlak 2. De student heeft gewerkt volgens de opgegeven brillen of niveaus: overzichtsniveau, gebruikersniveau, detailniveau toelichting: bij een goed is er sprake van een zeer goede en originele interpretatie van de onderzoeksbrillen. 3. Er is sprake van een doortimmerd proces: alle stappen zijn doorlopen. toelichting: dit wordt steeksproefgewijs gecontroleerd. Behalve de deliverable in week 4: deze wordt ingenomen. Het niet inleveren van deze deliverable of het inleveren van een zeer zwakke versie betekent automatisch een nee. Voor een goed is er sprake van een bijzonder doortimmerd en origineel proces. 4. We zien drie originele teksten, aangevuld met originele beelden. toelichting: voor een goed zijn zowel tekst als beeld van een bovengemiddelde kwaliteit. 5. Er heeft een interview met een gebruiker/passant plaatsgevonden. toelichting: bij een goed is er sprake van een zeer empathische aanpak, of heb je een bijzonder verhaal opgetekend, of heb je een zeer goede/originele manier van interviewen betracht. 6. De teksten geven blijk van een originele manier van onderzoek doen: de verzamelde gegevens zijn uniek en geen resultaat van copy paste. nee ja goed nee ja goed nee ja goed nee ja goed nee ja goed nee ja goed toelichting: bij een goed heb je onverwachte bronnen geraadpleegd en ben je op bijzonder materiaal gestuit. De teksten zijn in ieder geval onderbouwd door gebruik te maken van bronnen (dus voor een ja moet je ze minstens alledrie geraadpleegd hebben): funda stadsarchief een bron gevonden via de OBA 7. Verwerking van de bronnen vindt plaats volgens MLA- standaard nee ja Extra opmerkingen van de docent

9 Wanneer je in bovenstaand schema overal een ja hebt gescoord, heb je minimaal een 5,5. Je mag nergens een nee op halen. Per goed kun je 0,75 punten extra verdienen. Verder hebben we een bonusopdracht waarmee je een extra punt (1.0) kan verdienen. Die bonusopdracht houdt in dat je een een doorvertaling of hercontextualisering van het detailniveau maakt: Als je je drieluik hebt, maak je extra stap en bij die stap heb je veel vrijheid. Dat wat je op detailniveau gevonden hebt (een roestige fiets, een leeg bekertje, een bijzondere boom, een standbeeld) ga je uit de context halen en binnen een andere context een nieuwe betekenis geven. Voorbeeld: de fiets is afgedankt, maar in je huis zou je hem tot kapstok kunnen vermaken. Zie bijvoorbeeld Hacking Ikea 3 : bril: ingenieur, uitvinder tekst: 300 woorden. lopende tekst: instructietekst, museumtekst 3 (geraadpleegd op 2 november 2011)

10 V. Taaltoets In de lessen werken we als gezegd ook aan je algemene taalvaardigheden die getoetst worden door een schriftelijk tentamen in week 10 van dit blok. We toetsen daarmee het volgende: De student past de belangrijkste spellingsregels toe. De student past de belangrijkste grammaticale regels toe. De student kent de betekenis van een paar honderd woorden die behoren tot de hbocontext en het vakjargon. VI. Beeldend verwoord Tot slot volgt hier een volgens ons spannende combinatie van beeld en tekst. Dit typografisch gedicht heet Boem Paukeslag en het is van de Belgische dichter Paul van Ostaijen ( ).

11 TAAL IN CONTEXT LES 1 I. Eerste deel (Taal) 30 minuten: Uitdelen en uitleg toets. 35 minuten (hieronder een samenvatting van de theorie; de volledige uitleg volgt hierna): Hierbij horen de opdrachten 1, 2 en 3. We nemen de volgende theorie door: de persoonsvorm en de tegenwoordige tijd, inversie en congruentie. Doorgaans heeft een zin: - een subject (actor) - een persoonsvorm De persoonsvorm is de spil van de zin en richt zich naar de persoon (subject). Zie ook het Latijn of Turks waar het subject in de pv zit: laudo. De pv verandert van tijd en van getal. De persoonsvorm is te vinden door de zin vragend te maken en door naar wie te vragen. - een gezegde - (mogelijk) een voltooid deelwoord of infinitief/zelfstandig werkwoord Let ook op het verschil tussen een hoofdzin en een bijzin: hij gaat omdat hij zin heeft. II. Tweede deel (Onderzoeksvaardigheden) 35 min: We lezen gezamenlijk de eindopdracht uit de inleiding door en nemen ook de moeilijke termen en begrippen door. Je krijgt vandaag je straat.

12 Dat gaat in de volgende stappen (15 min): - vorm een duo met een medestudent(e); - bespreek in duo de opdracht en bedenk wat een straat geschikt zou kunnen maken voor de opdracht: een naam die tot de verbeelding spreekt (Baetostraat, Bellamyplein, Linnaeusstraat), een stuk amsterdam waar je nieuwsgierig naar bent, binnen/buiten het centrum = wel/geen toeristen. Blijf binnen de A10-ring; - schrijf elk een straat op een briefje; - de docent bespreekt at random een aantal gekozen straten; - de resultaten worden verzameld door de docent, gehusseld en weer uitgedeeld. Vervolgens onderzoek je via deskresearch (10 min): 1. wat kun je vinden op de beeldbank van het stadsarchief over je straat (http://beeldbank.amsterdam.nl)? 2. wat kun je vinden op funda.nl over de straat: zoek via kaart en buurt naar cijfers en grafieken. Dan krijg je iets wat er zo uit ziet ( Landlust is de naam van de wijk waar de Baetostraat in ligt):

13 3. Heeft de straat een wikipediavermelding? Sla je zoekresultaten op in een daarvoor bestemd mapje op je laptop. Klasvraag: wat zou een reden zijn om de straat niet meteen te googlen? III. Huiswerk 1. Maak opdracht 1, 2 en 3 van de taalopdrachten 2. Breng een bezoek aan je straat en maak ten minste 12 foto s: - maak 4 foto s die een overzicht geven van de straat - maak 4 foto s die iets zeggen over de gebruikers van de straat (fotografeer gebruikers óf spullen die ze gebruiken). Let op: als je mensen van dichtbij fotografeert, moet je wel toestemming vragen. - maak 4 foto s van andere zaken die je opvallen.. Neem prints of afdrukken mee naar de les!!! 3. Plan een bezoek aan de OBA (de Openbare Bibliotheek Amsterdam) in de loop van de komende weken en in ieder geval voor het opleveren van je tussentijdse resultaten in week 4. De bedoeling is dat je minstens 1 schriftelijke bron vindt die melding maakt van je straat of de buurt/omgeving waar je straat zich in bevindt. Voeg bij je onderzoeksresultaten een afdruk van je online vindresultaat+kopie van datgene wat je in de bibliotheek gevonden hebt. Een online resultaat ziet er zo uit:

14 IV. De werkwoorden De werkwoorden Werkwoorden vreselijk moeilijk? Niet echt! Je moet een paar regels kennen, maar als je die eenmaal in je hoofd hebt en ze consequent toepast, maak je geen fouten meer. Een werkwoord geeft aan wat mensen, dieren, planten of dingen doen of in welke toestand ze verkeren. Eten, werken, zijn, worden, voltooien, liefhebben, 1.1 De persoonsvorm en de tegenwoordige tijd Het werkwoord dat zich richt naar het onderwerp (enkelvoud of meervoud) noemen we de persoonsvorm. Hij gaat een website bouwen. Wij gaan een website bouwen. De persoonsvorm is het enige werkwoord in de zin dat kan veranderen van tijd. Hij wil een verhaal vertellen. Hij wilde een verhaal vertellen. Er kunnen twee of meer persoonsvormen in een zin staan. De zin bestaat dan uit twee of meer deelzinnen. Er kunnen dan ook twee verschillende onderwerpen zijn. Ik denk dat hij iets later komt. Ik dacht dat hij iets later kwam. Ik denk dus leef. Bij een groot aantal werkwoorden kun je niet horen of het werkwoord van tijd kan veranderen. Bij werkwoorden als rusten, wachten en branden, kun je niet horen of je die met d of dd schrijft, of met t of tt. Vul daarom een werkwoord in waar je wel van kunt horen of het van tijd kan veranderen. Wij wachten al een uur / we wachtten al een uur. Wij kijken al een uur / we keken al een uur. Als kijken van tijd kan veranderen in zin b, dan kan wachten in zin a dat ook. Dus is wachten de persoonsvorm. Hoe maak je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd? Eerst bepaal je de stam van een werkwoord. Je kunt de stam vinden door van het hele werkwoord (infinitief) -en af te halen. Deze regel geldt alleen voor zwakkeen sterke werkwoorden en niet voor de onregelmatige werkwoorden zoals hebben, zijn, mogen, zullen, kunnen etc.

15 Infinitief: dansen Stam: dans ik dans hij, jij danst wij, jullie, zij dansen Let op met werkwoorden met z en v in de infinitief! Infinitief: verven Stam: verv ik verf hij, jij verft de deur wij, jullie, zij verven de deur De laatste letter om de stam te vormen is de v. Daarom schrijf je verfde met een d. (zie t kofschip). Waarom schrijven we verf, verfde dan toch met een f? Omdat we in het Nederlands geen woorden hebben die op een v eindigen. 1 Infinitief: verhuizen Stam: verhuiz ik verhuis hij, jij verhuist wij, jullie, zij verhuizen We schrijven verhuis, omdat er in onze taal geen z aan het eind van een woord voorkomt. REGEL: Onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.) Eerst zoek je de stam van het werkwoord, dan kijk je wat het onderwerp is. Is het onderwerp enkelvoud of meervoud? In enkelvoud 1 e persoon: ALLEEN de stam ik luister, ik vind 2 e persoon: stam + t, behalve als het onderwerp jij, je, u luistert, vindt na het werkwoord komt. NB: alleen bij je en jij, niet bij u. Luister je? Vind je? Luistert u? Vindt u? 3 e persoon: ALTIJD stam + t hij, zij, het luistert, vindt In het meervoud 1 e persoon: infinitief wij luisteren, vinden 2 e persoon: infinitief jullie luisteren, vinden 3 e persoon: infinitief zij luisteren, vinden 1 Zie ook: Spelling: de regels op een rij: regel 21

16 HULPMIDDEL: vervang het lastige werkwoord door een woord waar de laatste letter goed te horen is. ik hoor ik vind jij hoort jij vindt, maar hoor jij? Dus ook: vind jij? hij hoort hij vindt u hoort u vindt, maar hoort u? Dus ook vindt u? Opdracht 1: Onderstreep alle persoonsvormen Het is zeker, er is water op Mars. Door onze redactie wetenschap NRC next 2 augustus :43 Rotterdam, 1 aug. Er is echt water op Mars. De aanwijzingen waren er, maar nu heeft de Marsrobot Phoenix een stukje ijs van de Marsbodem geschraapt, het gesmolten en met een chemische test vastgesteld dat het werkelijk om water gaat. Dat heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA gisteren bekendgemaakt. We hebben water, aldus NASA-wetenschapper William Boynton, verantwoordelijk voor het Phoenix-instrument dat het water nu chemisch heeft aangetoond. Ruim een maand geleden berichtte NASA dat Phoenix met zijn camera witte vlekken had ontdekt die een paar dagen later verdwenen waren. Toen al werd aangenomen dat het hier moest gaan om ijs dat onder de koude omstandigheden aan het Marsoppervlak in een paar dagen tot gas was gesublimeerd. In 2002 had de Mars Odyssey vanuit de ruimte al aanwijzingen gevonden voor ijs op Mars. Phoenix, een robot op drie poten met allerlei apparatuur aan boord, is op 25 mei van dit jaar geland in het noordpoolgebied van Mars. Aanvankelijk slaagde Phoenix er niet in om zijn oventjes te vullen met de grondmonsters die hij van de Marsbodem schraapte. In de afgelopen week viel het opnieuw niet mee om een mengsel van grond en ijs uit een vijf centimeter diepe greppel in een van de acht Phoenix-oventjes te kieperen. Klonterige monsters blijven steken op de filters boven de oventjes. Uiteindelijk werd de Marsgrond woensdag hanteerbaar, nadat die twee dagen aan de openlucht was blootgesteld en een deel van het ijs eruit was gesublimeerd. NASA heeft het verblijf van Phoenix op Mars verlengd tot eind september. Het gaat goed met de Phoenix en het ziet er naar uit dat er de komende weken voldoende zonne-energie beschikbaar is, aldus hoofd Marsonderzoek Michael Meyer. Op deze manier kunnen we

17 maximaal voordeel halen uit onze aanwezigheid op een van de interessantste plaatsen op Mars. Aantal fouten: Opdracht 2: Vul de juiste vorm van de onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.) in: 1. Hij (worden) volgend jaar dokter. 2. Er (gebeuren).. een ongeluk in de straat. 3. Ik (worden)..moe van al dat gezeur. 4. Weet je wat je oudste zus later (worden).?. 5. (Worden).. je niet boos, als die vraag je iedere keer gesteld (worden).? 6. Het (worden).. morgen mooi weer. 7. Ik (vinden).. hem niet aardig. 8. (Vinden). jij hem aardig? 9. Het (worden).hoog tijd, dat er harder gewerkt (worden). 10. Hoe (vinden) jij de nieuwe leraar? 11. Iedereen (vinden) hem aardig. 12. (Vinden).u het goed als ik een uurtje later kom. 13. Waarom (antwoorden).je niet, als je iets gevraagd (worden)..? 14. (Beantwoorden) je deze brief niet meteen? Aantal fouten: Opdracht 3: Vul de ontbrekende letter(s) in (o.t.t.): 1. Die chauffeur rij.nooit te hard. (rijden). 2. Er wor.. vanavond ook gedanst. (worden). 3. Vin. hij dat een goed idee? (vinden). 4. Wen.. hij al aan zijn nieuwe opleiding? (wennen). 5. De heer Brand bie. zijn excuses aan. (bieden). 6. Wat beteken... dat? (betekenen). 7. Hij verbeel.. zich ziek te zijn. (zich verbeelden). 8. Proe. je eerst voordat je het drankje drinkt? (proeven). 9. Hij dur nooit een beslissing te nemen. (durven). 10. De man beëindig.. zijn carrière met een wereldreis. (beëindigen).

18 Aantal fouten: 1.2 Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) De onvoltooid verleden tijd kan op twee manieren gevormd worden: A. Door klankverandering (sterke werkwoorden). De vervoeging van deze werkwoorden moet je uit je hoofd leren. 2 Bieden > bood Lopen > liep Rijden > reed B. Door - de(n) of -te(n) achter de stam te zetten (klankvaste werkwoorden oftewel zwakke werkwoorden). Zwakke werkwoorden De verleden tijd wordt gevormd door -de(n) of -te(n) achter de stam te zetten. De klinker verandert dan niet van klank. Meestal kan je horen of het -de(n) of -te(n) moet zijn. Als dat niet lukt, kun je de regel van t exkofschip 3 toepassen. 1. Je schrijft -te(n) achter de stam als de laatste letter van de stam op een medeklinker uit t exkofschip eindigt. De klinkers e, o en i tellen niet mee. 2. Eindigt de stam op een andere letter, dan schrijf je -de(n) achter de stam. Ik werkte startte vertelde vermeldde Jij werkte startte vertelde vermeldde Hij werkte startte vertelde vermeldde Wij/jullie/zij werkten startten vertelden vermeldden Tip: Om de regel van t exkofschip goed te begrijpen, is het belangrijk dat je het verschil kent tussen stemhebbende en stemloze medeklinkers. Bij de vorming van stemhebbende medeklinkers trillen de stembanden mee; bij de vorming van stemloze medeklinkers niet. Het Nederlands kent de volgende stemloze medeklinkers: p, t, k, f, s, ch en h, en de volgende stemhebbende medeklinkers: b, d, v, z, g, m, n, ng, l, r, j en w. Ook de van oorsprong Engelse klanken x en sj (in shoppen, flash, ) zijn stemloos. Leg je hand op je keel. Als je je keel voelt trillen bij het uitspreken van een klank, is de klank stemhebbend. 2 Een lijst van sterke werkwoorden en hun vervoeging vind je op Wikipedia. 3 Nog vollediger dan t exkofship, is het nonsenswoord t exfokschaapshit. Daarin komen naast alle traditionele klanken uit t kofschip ook de klanken x (faxen-faxte) en sj (flashen-geflasht) voor.

19 REGEL: Onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) Luister naar de laatste letter in de stam. Komt deze letter ook voor in t exkofschip? (e, o en i tellen niet mee) 4 ZO JA: ZO NEE: Schrijf een stemloze -te(n) achter de stam (want de laatste letter van de stam is ook stemloos). Schrijf een stemhebbende de(n) achter de stam (want de laatste letter van de stam is ook stemhebbend). Belangrijk: Let op met werkwoorden met z en v. De laatste letter om de stam te vormen is de v. Die zit niet in t exkofschip, dus we schrijven -de(n). De stam wordt echter aangepast naar verf, omdat we geen woorden hebben die op v eindigen. Dus: we schrijven -de(n) vanwege de v van de échte stam, maar we gebruiken de f als we het werkwoord vervoegen. Infinitief: verven. Ik verf. Hij, jij verfde de deur. Wij, jullie, zij verfden de deur. De laatste letter om de stam te vormen is z, dus er volgt de(n). We schrijven verhuis, omdat er in onze taal geen z aan het eind van een woord voorkomt. Infinitief: verhuizen. Ik verhuisde. Hij, jij verhuisde. Wij, jullie, zij verhuisden. 4 Klinkers zijn sowieso stemhebbend, want je stembanden trillen als je ze uitspreekt. In de o.v.t schrijf je bij zwakke werkwoorden waarvan de stam op een klinker eindigt altijd de(n). Voorbeeld: brei breide.

20 Opdracht 4: Vul de juiste vorm van de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) in: 1. Het huis (branden) helemaal af. 2. Het meisje (geloven).. alles wat haar moeder vertelde. 3. Vanmorgen (starten) de motor weer niet. 4. Wat er nadien (gebeuren).., (vermelden).. de krant niet. 5. De astronaut (landen) precies op het vastgestelde punt. 6. Het vuur (branden).. goed en (verspreiden).. een heerlijke geur. 7. (Missen). je je vriendin in de vakantie? 8. Vanochtend (misten).. het behoorlijk erg. 9. Toen ik deze baan (accepteren). (vermoeden) ik niet, welke teleurstelling mij nog (wachten). 10. Hij (lijden). veel pijn tijdens zijn val op de wintersport. 11. De crimineel (vermoorden) drie bejaarden. 12. Die oude tante (verwennen). haar neefjes altijd. 13. De aanwezigen (barsten) in lachen uit. 14. De bus (wachten) niet op de passagiers die vertraagd waren. 15. De fotograaf (vergroten).. de foto s. 16. Hij (proeven) als eerste van het gerecht. Aantal fouten:

21 Opdracht 5: Vul de juiste werkwoordsvorm van de onvoltooid verleden tijd in: Een Russische psycholoog (organiseren). in het centrum van Moskou bijzondere activiteiten voor miljonairs. Die (verkleden).. zich in lompen en (smeren).. zich in met rotte kool. De psycholoog (regelen) alles met de foto: Wikipedia.org. Bron: Groot Grammaticaboek, An Wuyts Aantal fouten: dollar. 1.3 Het voltooid deelwoord In het spel eenzame harten (maken) de In de voltooide tijd 5 gebruiken we een voltooid deelwoord. miljonairsvrouwen zich extra mooi. Ze (dansen).. Hij de heeft hele geluisterd, avond met hij heeft een gedanst, eenzame hij heeft man gekookt. die ze in een dancing Om oppikten. de laatste Daarna letter van (feesten) het voltooid. deelwoord correct te schrijven, ze thuis kan je het hulpmiddel t exkofschip opnieuw toepassen. verder. Tot de echtgenoot van de miljonairsvrouw de eenzame man op een agressieve manier aan de deur (zetten).. en de eenzame man (wegvluchten) 5 Voltooid betekent klaar, afgemaakt. politie. Hij (sturen) de miljonairs de straat op om te bedelen. De miljonairs (amuseren) zich zo goed, dat ze de psycholoog (vertellen)... dat ze elke maand een nieuw spel (willen).. spelen. De volgende maand speelden de miljonairs het eenzame harten spel. Ze (betalen).. de psycholoog voor dit spel tot.. Ook dat spel (kosten). de miljonairs veel geld.

22 REGEL: Het voltooid deelwoord t exkofschip ge (+) stam (+) t stemloos bv. gezakt anders ge (+) stam (+) d. stemhebbend bv. geslaagd Hij heeft een koekje gepakt. WANT: De laatste letter in de stam van pakken is k dus ge-pak-t. EN OOK: Hij heeft ge-verf-d. Hij is ver-huis-d. Let op! Sommige werkwoorden hebben al een ge- in de stam (of be-, ge-, ont-, her-, ver-, er). Omdat dit voorvoegsel niet verdubbeld wordt in het voltooid deelwoord (we zeggen het is gebeurd en niet het is gegebeurd ), is het soms moeilijk om vast te stellen of je met een persoonsvorm of met een voltooid deelwoord te maken hebt. Infinitief: Stam: gebeuren gebeur Het ongeluk gebeurt in de straat (o.t.t.). Het ongeluk gebeurde in de straat. (o.v.t.). Het ongeluk is in de straat gebeurd. (v.t.t). Ik wist dat er al een ongeluk in de straat was gebeurd. (v.v.t.). Als dat gebeurt, ga ik direct naar de politie. (o.t.t.)

23 Infinitief: Stam: zich herinneren herinner Ik herinner me hem niet. (o.t.t.). Ik herinnerde me hem niet. (o.v.t.). Ik heb me hem niet herinnerd. (v.t.t.). De man die ik zag binnenkomen, had ik me niet zo herinnerd. (v.v.t.). Als jij je herinnert wat er gister gebeurd is, gaan we direct naar de politie. (resp. o.t.t. en v.t.t.). Voltooide tijd (v.t.t. en v.v.t) De voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.) gebruik je als je praat over iets uit het verleden wat afgerond is. Hij is in Amsterdam geboren. Ik heb geslapen. Voltooid verleden tijd (v.v.t.): Als je vanuit een perspectief in het verleden praat over iets uit een nog verder verleden. Vorig jaar ben ik in Istanbul geweest. Daarvoor was ik nog nooit in Turkije geweest (resp. v.t.t. en v.v.t.). Opdracht 6: Vul de juiste vorm van het voltooid deelwoord in. 1. Heb jij die planten zelf (kweken)...? 2. Zij heeft zich voor haar kinderen (uitsloven) Hij heeft veel avonturen (beleven), zoals ik nog nooit (meemaken)... heb. 4. De papieren lagen overal over de grond (verspreiden) Onmiddellijk nadat de overval was (plegen).., heeft de bankdirecteur de politie (bellen) 6. Ik ben over een steen (struikelen).., en heb mijn voet (bezeren) Al zijn vrienden hebben hem een goede reis (toewensen). 8. Wij hadden erop.. (rekenen) dat onze spelers zouden winnen, maar zij hebben lelijk (falen) 9. Voor er in de polder (bouwen).... kan worden, moet er eerst worden (heien) 10. Zou alles werkelijk zo (gebeuren)... zijn, of heeft hij alles (fantaseren) 11. De olie moet worden (verversen).

24 12. Als je maar had (durven).., dan zou het (lukken) zijn. 13. De jarige student werd door zijn collega s (feliciteren) De kraakpanden moeten worden (ontruimen) 15. Het heeft de hele dag (regenen) 16. Wij zijn vorig jaar naar een andere stad (verhuizen). 17. Hij heeft zich na het ongeluk niet veel (herinneren).. Aantal fouten: Opdracht 7: Vul de juiste vorm van het voltooid deelwoord in. 1. Dit lesje heeft weer lang genoeg (duren) 2. De sloot is gisteren (leegpompen). 3. Tot nu toe heeft Rita zich (handhaven) 4. De jongen had zich niet (beheersen).. 5. De boekhandel heeft de prijzen (verhogen). 6. Is dit voor mij (bestemmen)..? 7. Op het kamp was veel regen (voorspellen). 8. Op school wordt te veel (vergaderen).. 9. Ik heb gewoon (sparen). 10. Ik was bijna door de afdelingsleider (schorsen) Aantal fouten: Opdracht 8: Onderstreep de persoonsvorm en omcirkel het voltooid deelwoord. Hirsch Ballin zit mis met verbod op geweldgames 6 ROTTERDAM - Het plan van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) voor een verbod op gewelddadige computergames is voor een deel gebaseerd op een onvolledige interpretatie van een boek over het onderwerp. Dat zegt psycholoog Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut. 6 geweldgames

25 Hirsch Ballin schreef in juni een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij de entertainmentindustrie oproept de verkoop van gewelddadige spellen aan kinderen beter te reguleren. Lukt dit niet voor 2012, dan wil de minister overgaan tot een verbod op de spellen. GroenLinks wil een debat aanvragen met de minister over dit onderwerp. De minister schrijft: De mate waarin games een vertekend beeld geven van de stoere held lijkt, in combinatie met identificatie door de spelers met de agressor, een risicofactor voor geweldeffecten, met daarbij een voetnoot die verwijst naar het onderzoek van Nikken. Maar volgens Nikken is Hirsch Ballin onvolledig geweest in de interpretatie van zijn onderzoek. De minister gebruikt mijn onderzoek als vrijbrief om te censureren, zegt Nikken. Hij haalt er een stukje uit, en interpreteert dat in een bepaalde richting. Als hij me belt, leg ik het hem graag nog een keer uit. Ook vier andere door de minister geciteerde bronnen, die een verband tussen agressie en gewelddadige spellen zouden aantonen, krijgen kritiek van Nikken. Ze tonen een effect niet eenduidig en onweerlegbaar aan. Een van de bronnen die Hirsch Ballin aanhaalt, Kennisnet (2010), is volgens Nikken een brochure voor leerkrachten. De minister wilde niet op de uitspraken van Nikken reageren. Aantal fouten: Opdracht 9: Vul de juiste werkwoordsvormen in de onderstaande tekst in: BUENOS AIRES 7 - Correspondentie van koningin Beatrix en prins Willem-Alexander (vinden vtt) door een Leidse student via een uitwisselingsprogramma voor computerbestanden op het internet. In Buenos Aires (reageren ovt) de Oranjes laconiek op deze schending van hun privacy. Ze (zeggen ovt) zich wel zorgen te maken over het behoud van de voor hun functioneren noodzakelijke vertrouwelijkheid. De moderne technieken (maken ott) de koninklijke familie kwetsbaar, zo (blijken vtt). Zo (worden ovt) de zwangerschap van Máxima eerder bekend dan de prinses (willen ovt) omdat een naar vrienden en bekenden (worden onderscheppen vvt). 7 Dit is een stuk uit een artikel van Hans Jacobs.

26 Diefstal van haar fotocamera (betekenen ovt) dat privékiekjes snel hun weg (vinden ovt) over de hele wereld. De praatsessie die Willem- Alexander en Máxima aan de vooravond van hun huwelijk (willen ovt) houden, (gaan ovt) de mist in doordat hackers de verbinding (kraken vvt). Aantal fouten: Opdracht 10: Vul de juiste werkwoordsvormen in. Man uit Sneek besmet internet met Anna-virus 8 De maker van het Anna Koernikova-virus dat honderdduizenden computers (besmetten vtt).., is een 20-jarige man uit Sneek. Hij (aangeven vtt) zichzelf woensdag op aandringen van zijn ouders. De politie in Sneek (opmaken vtt) proces-verbaal, waarna de man weer op vrije voeten (stellen vvt). Zondag (maken vvt) hij het virus door een bestand van het net te halen, het aan te passen en te versturen. Het Anna-virus (verspreiden ott) zich razendsnel, doordat de meerderheid van de internetgebruikers het programma Outlook (gebruiken ott). Het virus, waarvan de code al in augustus vorig jaar bekend (zijn ovt), (duiken ovt) in deze vorm op 12 februari op en (zijn ott) inmiddels actief in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Bij verschillende bedrijven (vastlopen vtt) de mailcomputers gisteren. Het Belgische ministerie van Telecommunicatie (gebruiken ott) een speciale alarmprocedure om computergebruikers te waarschuwen voor het virus. 8 Door MARIE-JOSÉ KLAVER AMSTERDAM, 14 FEBR (deel uit het artikel)

27 Via de verkeersberichten van de VRT-radio, internet en persberichten (aanraden ott) het ministerie de bevolking s met de naam Anna Koernikova direct weg te gooien. Aantal fouten: Opdracht 11: Vul de juiste tijd in: ott = onvoltooid tegenwoordige tijd, ovt = onvoltooid verleden tijd, volt = voltooide tijd De propedeusestudent: 1. Als Bijvoet. (emigreren, ott),.. (houden, ott) ik een lofrede. 2. Laatst. (ontmoeten, ovt) wij een eerstejaarsstudent in de kantine. 3. Dit heerschap (bereiden, ovt) zich voor op een taaltoets. 4. Bijvoet. (achten, ott) het nodig, anders. (overhandigen, ott) hij mij geen certificaat,.. (bassen, ovt) de student. 5. Vervolgens (barsten, ovt) hij in snikken uit. Tranen (biggelen, ovt) over zijn wangen. 6. Zo (uiten, ovt) wij ons ook vorig jaar,.. (stellen, ovt) ik de stakker gerust. 7. Ook wij (verpesten, ovt) bijna onze P doordat Bijvoet zijn rug (rechten, ovt),. (brommen, ovt) ik. Maar hij (bedoelen, ott) het goed, zo. (verdedigen, ovt) ik de taaldocent. 8. Hij.. (veronderstellen, ott) echt dat je het zonder taalvaardigheid niet. (redden, ott) in het werkveld. 9. De eerstejaars (snauwen, ovt): Jij (vinden, ott) dat misschien, maar ik. (vinden, ott) dat hij het veel te belangrijk.. (vinden, ott). 10. Mijn broer.. (spellen, ott) als een krant, maar hij heeft het prima. (redden, volt) in de mediawereld. Hij (schakelen, ott) een bureau in dat zijn teksten (corrigeren, ott). 11. De propedeusestudent (verzuchten, ovt): Telkens als Bijvoet mijn pad heeft (kruisen, volt), denk ik: was hij maar naar Timboektoe (verhuizen, volt). 12. Tja, dat. (ontkennen, ovt) wij niet. Als Bijvoet naar Timboektoe.. (verhuizen, ott), dan (worden, ott) er.. (joelen, volt) en. (juichen, volt) op een feest dat tot in de kleine uurtjes.. (duren, tt).

28 Opdracht 12: Vul de goede tijd in: ott = onvoltooid tegenwoordige tijd, ovt = onvoltooid verleden tijd, volt = voltooide tijd De alumnus: Had ik het beseft (beseffen, volt), dan had ik beter gespeld (spellen, volt) 1. De gemiddelde IAM-student (houden, ott) niet van taal. 2. Hij (prefereren, ott) de vakken die zijn. (specialiseren, volt) in beeld. 3. Een logo of een website (timmeren, ott) hij graag in elkaar. 4. Nee, de IAM-student (communiceren, ott) niet graag in het geschrift. 5. Toch. (worden, ott) van een hbo student (eisen, volt) dat hij voortreffelijk (spellen, ott), want anders (halen, ott) hij het later niet. 6. Onlangs nog (botsen, ovt) ik tegen een alumnus aan die niet had (beseffen, volt) hoe belangrijk het is dat je je gedachten (ordenen, ott) en correct in geschrift (verwoorden, ott). 7. Ik. (missen, ovt) tot voor kort het bewijs dat je.. (falen, ott) wanneer je je Nederlands niet (beheersen, ott), zo (verwoorden, ovt) de ex-student de zaak. 8. Ik (leiden, ovt) een onschuldig, maar ook onbenullig bestaan, waarin ik (overtuigen, volt) was, dat een gebrekkige kennis van de taalregels je geen klanten... (kosten, ovt). 9. Hij (vervolgen, ovt): Eigenlijk (gelden, ovt) dat voor al mijn studiegenoten. 10. Zij (realiseren, ovt) zich ook niet dat de echte wereld niet (accepteren, ott) wanneer je het bewijs (leveren, ott) dat je tijdens je studie niet (interesseren, volt) was in taal, en spelling (negeren, ovt). 11. Het klopt, de jongeman (missen, ovt) de plank niet. Wij (denken, ovt) altijd dat als we ons. (onderscheiden, ovt) als designer, dat we dan door de wereld (omarmen, volt) zouden worden, maar je (worden, ovt) absoluut niet. (accepteren, volt) zonder basale kennis. 12. Nou ja, zo (sukkelen, ovt) we onze studie door en (verblijden, ovt) wij onszelf met websites en. (gedijen, ovt) wij in naïviteit. 13. De eerlijkheid (gebieden, ott) nu te zeggen dat wij onszelf hebben. (misrekenen, volt) en onszelf (overschatten, ovt).

29 14. Toen ik net (werken, ovt),.. (durven, ovt) ik niet eens een mailtje aan een collega te sturen. Ik. (turen, ovt) maar naar het beeldscherm, in mijn hoofd (misten, ovt) het en mijn hart. (bonken, ovt) tegen mij ribbenkast. 15. Nou ja, het is mij.. (lukken, volt), ik heb (leren, volt) correct te spellen. (aanvaarden, ovt) ik dat tijdens mijn studie, het had me later veel zweetdruppels (schelen, volt). Nu.. (vinden, ott) ik het nog leuk ook. 16. Wie weet (worden, ott) ik nog eens beroepsschrijver. 17. Het relaas van deze IAM-professional. (bewijzen, ott) eens temeer dat taalvaardigheid niet alleen.. (worden, ott) (waarderen, volt), maar zelfs (vereisen, volt). 18. Was. (tekenen, volt), Naam: Aantal fouten: Opdracht 13: Onderstreep en verbeter de fouten (Wat de spellingscontrole van Word allemaal niet ziet). 1. Hij vind dat hij door de docent verkeert beoordeelt is en nu beweerd hij dat zijn studie helemaal vergooit is De dief bekend dat hij de diamanten gestolen heeft, maar hij betreurd zijn daden. 3. De politie geloofd helemaal niet wat hij zegt. 4. De rechter veroordeeld hem ondanks dat hij zijn daden berouwt Hij bedonderd de vrouw in uniform achter de balie. 6. Houdt je het voor gezien vandaag? 7. Houd je vriendin van witte wijn? Aantal fouten:

30 1.4 Engelse werkwoorden Engelse werkwoorden worden vervoegd als zwakke werkwoorden in het Nederlands 9. Als de stam eindigt op één van de medeklinkers uit t exkofschip, schrijf je stam + te(n) voor de verleden tijd. Anders krijgen ze in de verleden tijd stam + de(n). Infinitief: lunchen. Ik lunch. Hij lunchte. We hebben geluncht. Infinitief: relaxen. Ik relax. Hij relaxte. Hij is relaxt. We hebben gerelaxt. OVERZICHT: Engelse werkwoorden: geen dubbele letters in de stam Engelse vorm Nederlands e vorm stam tegenwoordi ge tijd to cross crossen cros ik cros jij crost to volleyball volleyballen volleybal ik volleybal jij volleybalt verleden tijd ik croste jij croste ik volleybalde jij volleybalde voltooid deelwoord gecrost gevolleybald Als de eindmedeklinker van de stam op twee manieren kan worden uitgesproken, zijn zowel de vormen met t als die met d correct (bijvoorbeeld: -f en -v, -s en -z, -dzj en tsj) Voorbeelden: to golf - golfen, stam to brief - briefen, stam golf - ik golf, ze golft, we golften/golfden, we hebben gegolft/gegolfd brief - ik brief, ze brieft, we brieften/briefden, we hebben gebrieft/gebriefd Voor sommige woorden hebben we nog een e nodig voor een correcte uitspraak. to lease - leasen, stam to bridge bridgen, stam lease - ik lease, ze leaset/, we leaseten/leaseden, we hebben geleaset/geleased bridge ik bridge, ze bridget, we bridgeten/bridgeden, we hebben gebridget/gebridged Het ezelsbruggetje dat ons doet luisteren naar de verleden tijd om de laatste letter van het voltooid deelwoord te bepalen, werkt ook voor Engelse werkwoorden. 9 Zie Spelling: de regels op een rij: regel 43

31 ik downloadde ik faxte ik heb gedownload ik heb gefaxt Wat is juist: geë-maild of ge- d? Het voltooid deelwoord ge- d is juist, maar niet zo fraai. Je kunt het het best vermijden. Schrijf liever: 'Ik heb de berichten via verstuurd' of 'Ik heb de berichten g d.' OVERZICHT: Engelse werkwoorden Engelse vorm Nederlandse vorm stam tegenwoordig e tijd to fax faxen fax ik fax jij faxt to snooker snookeren snooker ik snooker jij snookert to facelift faceliften facelift ik facelift jij facelift to download downloaden download ik download jij downloadt to barbecue barbecueën barbecue ik barbecue jij barbecuet to rugby rugbyen rugby ik rugby jij rugbyt to upgrade upgraden upgrade ik upgrade jij upgradet to save saven save ik save jij savet to skate skaten skate ik skate jij skatet verleden tijd voltooid deelwoord ik faxte gefaxt jij faxte ik snookerde gesnookerd jij snookerde ik faceliftte gefacelift jij faceliftte ik downloadde gedownload jij downloadde ik barbecuede jij barbecuede gebarbecued ik rugbyde gerugbyd jij rugbyde ik upgradede geüpgraded jij upgradede ik savede gesaved jij savede ik skatete geskatet jij skatete Opdracht 14: Vul de juiste vorm van het werkwoord in: 1. We hebben gisteren in Bloemendaal heerlijk (lunchen) 2. Hij (coachen) zijn medewerkers uitstekend. 3. Gisteren (brainstormen).... wij over het nieuwe project. 4. Heb je hem nog (mailen)? 5. Ja, maar mijn computer (crashen)... toen ik haar naam (typen) Hij is echt niet (relaxen) Hij heeft het programma (downloaden).. 8. Heb je die foto s.(scannen) 9. Hij (golfen) in de buurt van Haarlem. 10. Ben jij onder je eigen naam.. (inloggen)? Aantal fouten:

32 Opdracht 15: Vul de juiste vorm van het werkwoord in: 1. Heb je haar gisteren (mailen)...? 2. Nee, ik (downloaden)... toen een heel groot bestand. 3. Dat had je toch al naar haar (faxen)...? 4. Gisteren (upgraden)... ik mijn computer nog om dit te voorkomen. 5. Had je wel op tijd (uitloggen)...? 6. Had ik haar laatste maar (screenen) Ik bedoel eigenlijk, had ik dat maar (scannen) Ze (mailen)... gisteren allemaal rommel. 9. Gelukkig heb ik mijn computer niet (leasen) Toen ik het virus (checken)..., was het al te laat. 11. Had ik het maar meteen (deleten) Ik (surfen)... het hele jaar dag en nacht op internet. 13. Ik (zappen)... de hele nacht door afgelopen week. 14. Mijn computer was juist (upgraden)... om snel te kunnen downloaden. 15. Zij had net een spel (saven) We zag dat mijn ex had (mailen) Daarom (mixen)... ze gisteren een gemeen virus in elkaar. 18. Ze (mailen)... anders alleen maar leuke berichten. 19. Met mijn supervirus is straks haar hele computer (crashen) Haar virusscanner (scannen)... nooit mijn eigen gemaakte virus. 21. Binnen 1 minuut is haar computer (recyclen)... tot schroot. Aantal fouten:

33 1.5 Gebiedende wijs Er is sprake van een opdracht, een bevel of van instructietaal. Het werkwoord in onderstaande zinnen staat in de gebiedende wijs. Doe de deur dicht! Word lid! Vul de oefening in. Regel: Maar: Gebruik de ik-vorm van het werkwoord. Soms staat er nog een onderwerp u in de gebiedende wijs. Dan geldt de regel stam + t. Verantwoordt u zich maar! (stam + t want u is het onderwerp) vs. Verantwoord u maar! (stam, want u is niet het onderwerp maar een wederkerend voornaamwoord, heeft dezelfde functie als zich in de vorige zin). 1.6 Bijvoeglijke naamwoorden Een bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk of een eigenschap van een ander woord. Een bijvoeglijk naamwoord kan afgeleid zijn van een voltooid deelwoord. Er komt dan een -e achter het voltooid deelwoord. Het huis is afgebrand het afgebrande huis Het boek is besteld het bestelde boek De koper is opgelicht de opgelichte koper Het gras is gemaaid het gemaaide gras De schade is vergoed de vergoede schade De tuin is besproeid de besproeide tuin Uitzondering: Bij onzijdige woorden (het-woorden) zonder lidwoord of met een ervoor, laat je de - e weg een afgebrand huis, een besteld boek, gemaaid gras. Bijvoeglijke naamwoorden die voortkomen uit een voltooid deelwoord eindigend op - en veranderen niet. Het ei is gebakken het gebakken ei De goederen zijn gestolen de gestolen goederen De portemonnee is verloren de verloren portemonnee

34 Let op! Geen dubbele medeklinkers!!! Vergis je niet dit zijn geen werkwoorden! Je hoeft ze dus niet te vervoegen. Men verwachtte grote belangstelling. De verwachte belangstelling. Ik verbrandde de papieren. De verbrande papieren. Opdracht 16: Vul de juiste vorm in van de gebiedende wijs (kleden) je snel aan! 2.. (maken) die oefening af tegen volgende week. 3.. (maken) u maar snel uit de voeten! 4.. (antwoorden) u maar (wassen) je haar voor je tante komt. 6.. (verantwoorden) uw gedrag! 7.. (dromen) u gerust verder. 8. (zich behoeden) voor valse hoop. 9. (bieden) dan meer aan voor die prijs! 10. (maken) u zich er niet te makkelijk vanaf. Aantal fouten: Opdracht 17: Vul de juiste vorm in van het voltooid deelwoord/bijvoeglijk naamwoord. 1. Er is grote schade (aanrichten).. De schade. 2. Het terrein is (ophogen).... Het. terrein. 3. De eend is (gebraden)... De eend. 4. De zinnen zijn goed (ontleden).. De. zinnen. 5. Het formulier is (invullen) Het formulier. 6. De kapitein werd (doden)... De kapitein.

35 7. De voorman is (haten) De.. voorman. 8. Het stadhuis is (vergroten).. Het... stadhuis. 9. De struik is (verplanten). De... struik. 10. De nederlaag werd (verwachten). De nederlaag. Aantal fouten: Opdracht 18: Vul de voltooide deelwoorden in als bijvoeglijk naamwoord. 1. Het pas (openen) sportpark heeft twee voetbalvelden. 2. De (ontvluchten) gevangenen werden in Parijs gearresteerd. 3. De (haten).. president werd afgezet en verbannen. 4. Van de drie (examineren).. kandidaten zijn er twee gezakt. 5. De pas (oprichten).vereniging telt al vijfduizend leden. 6. De pas (spuiten) auto glansde als een nieuwe. 7. De luchtdicht (sluiten) bussen bevatten (condenseren). melk. 8. Het (inzenden). stuk werd door de redactie geweigerd. 9. De door de K.N.M.I. (verwachten) regen bleef uit. 10. Met (opheffen). hoofd stond de beklaagde voor de rechter. Aantal fouten: Opdracht 19: Alles door elkaar. Vul in: 1. De bedrijfsleider heeft ons precies (uitleggen). hoe surfplanken worden (fabriceren). 2. Als mijn nicht iets (beloven), (houden).. zij zich aan haar woord. 3. Het (inlijsten) schilderij hing in de studeerkamer.

36 4. Nina (vinden).. dat ik die straf dubbel en dwars heb (verdienen). 5. Op de smalle bergweg (weigeren ovt) de motor en we (vrezen ovt). dat we urenlang op hulp zouden moeten (wachten). 6. De door vandalen (stichten).. brand heeft de fabrikant volkomen (ruïneren) 7. Het meisje (huilen ovt). tranen met tuiten toen zij (horen ovt) dat ze niet (mee mogen ovt). 8. (vinden) je niet dat deze broek je zus goed (afkleden)..? 9. Enthousiast (graven ovt) de (verbazen).. en (verheugen)... onderzoeker verder. 10. Ik zet mijn auto te koop op internet met de volgende mededeling: (verkeren). in goede staat. Aantal fouten:

37 TAAL IN CONTEXT LES 2 I. Eerste deel (Taal) 40 min: In het hoorcollege is er aandacht besteed aan de spellingsregels. In het werkcollege vandaag zullen we voortgaan op de d/t-oefeningen van het vorige hoofdstuk en verder werken aan de O.T.T (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd) en de O.V.T (Onvoltooid Verleden Tijd). We werken verder aan de opdrachten 4 tot en met 11 (zie ook: huiswerk). 25 min (luistersynthese): In de les van vandaag gaan we het hebben over het maken van een luistersynthese: dat is een vaardigheid die je nodig hebt bij het volgen van hoorcolleges, maar ook bij het afnemen van interviews. Synthese betekent letterlijk verbinding van afzonderlijke elementen tot een nieuw geheel. 1. We gaan zo direct luisteren naar de tekst Occupy maakt andere wereld mogelijk uit de Volkskrant.

38 2. Voor je gaat luisteren schrijf je op: Over welk probleem gaat de tekst denk je? Wordt er een oplossing vermeld? Met welke woorden? Voor wie is deze tekst geschreven? Wat weet je over de Volkskrant Vergelijk je resultaat met je buurman of buurvrouw. 3. De docent draagt de tekst (in twee delen) voor. Probeer de grote lijnen van de tekst te vatten. Klopt wat je hierboven genoteerd hebt? Welk van de tekstpatronen (zie boven) past bij deze tekst? Welke kernwoorden kun je dus gebruiken om de tekst te schematiseren?

TAAL IN CONTEXT LES 1

TAAL IN CONTEXT LES 1 TAAL IN CONTEXT LES 1 I. Eerste deel (Taal) 30 minuten: Uitdelen en uitleg toets. 35 minuten (hieronder een samenvatting van de theorie; de volledige uitleg volgt hierna): Hierbij horen de opdrachten 1,

Nadere informatie

Werkwoordspelling. Zomercursus Taal. Bijzondere gevallen 1. Bijzondere gevallen 1. De drie strategieën

Werkwoordspelling. Zomercursus Taal. Bijzondere gevallen 1. Bijzondere gevallen 1. De drie strategieën Werkwoordspelling Eerste les PV tegenwoordige tijd PV verleden tijd Voltooid deelwoord Bijvoeglijk gebruikt Tweede les Je achter de pv Gebiedende wijs Aansporing met u Engelse werkwoorden Zomercursus Taal

Nadere informatie

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed. Regels werkwoordspelling In dit bestand worden de 5 werkwoordsvormen uitgelegd. Het gaat om: 1. Tegenwoordige tijd 2. Verleden tijd 3. Voltooid deelwoord 4. Onvoltooid deelwoord 5. Bijvoeglijk gebruikt

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd In deze les leer je zwakke werkwoorden als persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op de juiste manier spellen. De sterke werkwoorden leveren vaak geen d- of t-problemen

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Hoe spel ik een werkwoord?

Hoe spel ik een werkwoord? Ik wandel, wandel jij Hij wandelt, jij wandelt Wij wandelen Wandel noemen we de ik-vorm. Daar komt soms wat bij: bjvoorbeeld een t (hij, zij, het, men, jij wandelt) of en (wij, zij, jullie wandelen) Ik

Nadere informatie

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat. Grammatica: werkwoorden werkwoordsen uitleg Werkwoordsen 1. Persoonsvorm In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS (ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgd schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen (d, t of dt). Tijdens deze uitleg kun je oefenen

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

Wat heb je gisteren gedaan?

Wat heb je gisteren gedaan? Wat heb je gisteren gedaan? Uitleg 1 Het perfectum (I) In de volgende tekst zijn de vormen van het perfectum vetgedrukt. Gisteren heb ik een drukke dag gehad. s Morgens heb ik hard gewerkt. Daarna heb

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 6 2. Werkwoorden schrijven, een verhaal (1). 9 We missen iemand Werkwoorden: een begin 3. Werkwoorden

Nadere informatie

Thema 10. We ruilen van plek

Thema 10. We ruilen van plek Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in

Nadere informatie

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

U leert in deze les toestemming vragen. Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. TOESTEMMING VRAGEN les 1 spreken inleiding en doel U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. Bij toestemming vragen is het belangrijk dat je het op een

Nadere informatie

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!!

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!! 1 Werkwoorden Vrijwel iedereen is zich ervan bewust dat de spelling van de werkwoordsvormen in het Nederlands een valkuil is. Wie heeft zich nooit afgevraagd: d of t of dt? Gelukkig zijn er een paar regels

Nadere informatie

Wegwijs in de werkwoordspelling

Wegwijs in de werkwoordspelling Wegwijs in de werkwoordspelling 1 Een aantal begrippen Tijd = de tijd waarin gesproken wordt: vandaag, gisteren, morgen Persoon = wie aan het spreken is of de persoon om wie het gaat in de zin. Infinitief

Nadere informatie

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Verantwoordelijkheid. Ja, ook heel belangrijk voor school!!! Het lijkt veel op zelfstandigheid, maar toch is het net iets anders. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Inleiding Waarom klopt het niet als je werdt schrijft? Is het kookte of kookde? Als je onvoldoende Nederlands spreekt als tweede

Nadere informatie

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af. Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.

Nadere informatie

Werkwoordspelling op maat

Werkwoordspelling op maat Werkwoordspelling op maat Muiswerk Werkwoordspelling op maat besteedt aandacht aan het hele algoritme van de spelling van regelmatige werkwoorden en ook aan de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden.

Nadere informatie

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v. Persoonsvorm - p.v. DE PERSOONSVORM IS EEN WERKWOORD 1. 2. 3. Zet de zin in een andere tijd: Muis schrijft een brief. Muis schreef een brief. Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm. Maak van de

Nadere informatie

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s 2 Werkwoorden waarvan de IK-VORM eindigt op een D De IK-VORM van een werkwoord

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden Spelling Werkwoorden Spelling Werkwoorden is een programma voor het leren schrijven van de werkwoordsvormen. Deze module behandelt de spelling van infinitief, tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Uitgave van Stichting Be Aware Januari 2015 WIL JE MINDER GAMEN?

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Uitgave van Stichting Be Aware Januari 2015 WIL JE MINDER GAMEN? Uitgave van Stichting Be Aware Januari 2015 WIL JE MINDER GAMEN? Je vindt dat je teveel tijd doorbrengt met het spelen van games. Je beseft dat je hierdoor in de problemen kunt raken: je huiswerk lijdt

Nadere informatie

Taal Spelling & leestekens

Taal Spelling & leestekens Taal Taalverzorging Basisoefenboek voor de Citotoets, Entreetoets, LVS-toetsen - groep 7&8 Inzage exemplaar Taal Spelling & leestekens Basisoefenboek met 200 vragen versie 1.0 Uitgave voor het basisonderwijs

Nadere informatie

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift -

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - I Oefenen met observeren 1. Het woordenschilderij A Kijk 60 seconden heel goed

Nadere informatie

Kun je dit nog? Spelling. Kaartjes met schrijfaanwijzingen. Kaartje bij woordpakket 1. Voorbeeld

Kun je dit nog? Spelling. Kaartjes met schrijfaanwijzingen. Kaartje bij woordpakket 1. Voorbeeld eek Kaartje bij woordpakket erkwoorden: jij/je achter de persoonsvorm tegenwoordige tijd jij-vorm voor de persoonsvorm (ik-vorm + t) jij-vorm achter de persoonsvorm (ik-vorm) kruipen jij kruipt kruip jij?

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 6

BEGINNERSCURSUS DAG 6 1 BEGINNERSCURSUS DAG 6 A. FORCING Tekst: Het telefoongesprek B. GRAMMATICA Vorming van de V.T.T. gebruik Onregelmatige werkwoorden C. CONVERSATIE Telefoneren 2 REEKS I: HET DAGELIJKSE LEVEN Tekst Het

Nadere informatie

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

Spelling - Engelse werkwoorden HV12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Spelling - Engelse werkwoorden HV12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 12 October 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52525 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Inhoud. 1 Wil je wel leren? 2 Kun je wel leren? 3 Gebruik je hersenen! 4 Maak een plan! 5 Gebruik trucjes! 6 Maak fouten en stel vragen!

Inhoud. 1 Wil je wel leren? 2 Kun je wel leren? 3 Gebruik je hersenen! 4 Maak een plan! 5 Gebruik trucjes! 6 Maak fouten en stel vragen! 1 Wil je wel leren? Opdracht 1a Wat heb jij vanzelf geleerd? 7 Opdracht 1b Van externe naar interne motivatie 7 Opdracht 1c Wat willen jullie graag leren? 8 2 Kun je wel leren? Opdracht 2a Op wie lijk

Nadere informatie

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. 1. Ga opnemen de telefoon je? 2. Ik te laat altijd kwam in de les. 3. Wat zijn

Nadere informatie

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8 Tipboekje Herman Jozefschool Groep 8 Inhoudsopgave Tips: Woordsoorten Werkwoorden, Lidwoorden,Zelfstandige naamwoorden en eigen namen Bijvoeglijke naamwoorden,voorzetsels,vragende voornaamwoorden Bezittelijke

Nadere informatie

Hoe werk ik een opdracht uit?

Hoe werk ik een opdracht uit? Taalwijzers Hoe werk ik een opdracht uit? Hoe schrijf ik een volzin? Hoe verklaar ik een moeilijk woord? Hoe vervoeg ik werkwoorden? Hoe lees ik een zakelijke tekst? Welk lidwoord moet ik gebruiken? Hoe

Nadere informatie

Wat kan ik voor u doen?

Wat kan ik voor u doen? 139 139 HOOFDSTUK 9 Wat kan ik voor u doen? WOORDEN 1 1 Peter is op vakantie. Hij stuurde mij een... uit Parijs. a brievenbus b kaart 2 Ik heb die kaart gisteren.... a ontvangen b herhaald 3 Bij welke...

Nadere informatie

Als muziek in je oren

Als muziek in je oren Als muziek in je oren Het klinkt me als muziek in de oren. Als je dat zegt, ben je heel blij iets te horen. Goed nieuws bijvoorbeeld. Muziek kan ook fijn zijn om te horen. Op de radio komen veel verschillende

Nadere informatie

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD Een didactiek om het begrip ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD aan te leren in het 4e leerjaar (Groep 6). Enkele voorafgaande opmerkingen over de toekomende tijd van het werkwoord.

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Thema 4. Straatmuzikanten

Thema 4. Straatmuzikanten Thema 4 Straatmuzikanten Les 4.1 tinnen ideeën pakketten resultaat passage Les 1 de, jarig Een man met korte, grijze haren, een snor en een aktetas stootte met zijn voet tegen het geldbakje. Waar hoor

Nadere informatie

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn:

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn: A Klein Kontakt Het is alweer eind maart wanneer dit Kontakt uitkomt, het voorjaar lijkt begonnen, veel kinderen hebben kweekbakjes met groentes in de vensterbank staan, die straks de tuin in gaan. Over

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven

Nadere informatie

TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven.

TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven. TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven. Beginsituatie: De lln doen als inleiding op het project rond geloven en de kerkwandeling, een filosofisch gesprek. Er komen verschillende

Nadere informatie

Toets grammaticale termen met sleutel

Toets grammaticale termen met sleutel Schrijf Vaardig 1, 2 en 3 Methode met grammaticale opbouw voor anderstaligen Toets grammaticale termen met sleutel Marilene Gathier u i t g e v e r ij c o u t i n h o c bussum 2012 Deze toets hoort bij

Nadere informatie

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk

Nadere informatie

Vanjezelfhouden.nl 1

Vanjezelfhouden.nl 1 1 Kan jij van jezelf houden? Dit ontwerp komt eigenlijk altijd weer ter sprake. Ik verbaas mij erover hoeveel mensen er zijn die dit lastig vinden om te implementeren in hun leven. Veel mensen willen graag

Nadere informatie

MANIEREN OM MET OUDERPARTICIPATIE OM TE GAAN

MANIEREN OM MET OUDERPARTICIPATIE OM TE GAAN Blijf kalm; Verzeker je ervan dat je de juiste persoon aan de lijn hebt; Zeg duidelijk wie je bent en wat je functie is; Leg uit waarom je belt; Geef duidelijke en nauwkeurige informatie en vertel hoe

Nadere informatie

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Beginnerslessen Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Wat leert u in deze les? Gesprekken over het inburgeringsexamen begrijpen. Welke examens bij het inburgeringsexamen horen. Waar u kunt oefenen met de

Nadere informatie

Presentatie Tekst Top plan (talentontwikkelingsplan) Amy Kouwenberg OABCE1A

Presentatie Tekst Top plan (talentontwikkelingsplan) Amy Kouwenberg OABCE1A Presentatie Tekst Top plan (talentontwikkelingsplan) Amy Kouwenberg OABCE1A INLEIDING Ik heb vandaag een cadeautje meegenomen. Niet voor jullie, maar voor mijzelf. Het cadeautje staat voor de verrassingen

Nadere informatie

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. 1 Voeg een woord aan de zin toe zodat hij correct wordt. Micky werkt graag in tuin. Verbeter de fout in de zin. Floortje leeft

Nadere informatie

Thema 2. Rennen voor geld

Thema 2. Rennen voor geld Thema 2 Rennen voor geld Les 2.1 Berlijnse calorieën zekerheden zebra s onmiddellijk Les 1 reis, ijs Sjoerd vertelt zijn opa dat hij rondjes gaat lopen op een sportterrein. Wat een ander woord voor terrein?

Nadere informatie

Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten. Hoofdstuk 2: werken

Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten. Hoofdstuk 2: werken Diversiteit en beroepsvaardigheden Leer jezelf kennen Basishouding en diversiteit Discriminatie Gedrag bij diversiteit Pesten Hoofdstuk 2: werken Werkwijze en opdrachten Boek en laptop nodig voor iedere

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Geen Amerikaanse aanval op Syrië

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Geen Amerikaanse aanval op Syrië PrO -weekkrant Week 38 september 2013 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 16-22 september 2013 Geen Amerikaanse aanval op Syrië Foto: ANP Foto: Shutterstock Amerika valt Syrië voorlopig niet aan. Want

Nadere informatie

VRAGEN BIJ DE COMPETENTIES

VRAGEN BIJ DE COMPETENTIES ONDERWIJSMAGAZIJN VOOR LOB VRAGEN BIJ DE COMPETENTIES Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo VRAGEN BIJ ONTDEK COMPETENTIES JE PASSIE MOTIEVEN INLEIDING In LOB-trainingen en tijdens gesprekken met

Nadere informatie

Overzicht Dit project wordt ontwikkeld door Harry Hendriks Muziek & Onderwijs i.s.m. basisschool De Mussenberg in Horn en stichting SIEN.

Overzicht Dit project wordt ontwikkeld door Harry Hendriks Muziek & Onderwijs i.s.m. basisschool De Mussenberg in Horn en stichting SIEN. MUZITAAL Taalregels aanleren m.b.v. muziek groep 6/7 T Overzicht Dit project wordt ontwikkeld door Harry Hendriks Muziek & Onderwijs i.s.m. basisschool De Mussenberg in Horn en stichting SIEN. Vraag/Idee

Nadere informatie

hoe we onszelf zien, hoe we dingen doen, hoe we tegen de toekomst aankijken. Mijn vader en moeder luisteren nooit naar wat ik te zeggen heb

hoe we onszelf zien, hoe we dingen doen, hoe we tegen de toekomst aankijken. Mijn vader en moeder luisteren nooit naar wat ik te zeggen heb hoofdstuk 8 Kernovertuigingen Kernovertuigingen zijn vaste gedachten en ideeën die we over onszelf hebben. Ze helpen ons te voorspellen wat er gaat gebeuren en te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.

Nadere informatie

Hoe gaat het met je studie?

Hoe gaat het met je studie? 195 195 HOOFDSTUK 12 Hoe gaat het met je studie? WOORDEN 1 Kies uit: onvoldoende controleren gymnastiek mening huiswerk 1 Heb je je al gemaakt? 2 Ik was op school niet zo goed in. Ik vond sport niet leuk.

Nadere informatie

Online cursus spelling en grammatica

Online cursus spelling en grammatica Handleiding Online cursus spelling en grammatica Het hoofdmenu In het hoofdmenu kun je links op een niveau klikken. Daarnaast zie je een overzicht van de modules die bij dit niveau horen. Modules Rechts

Nadere informatie

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek Wat leert u in deze les? Hoe je kunt leren in de bibliotheek en op het internet Grammatica: voltooide tijd Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?

Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN? Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1 Inleiding Dit is informatie over de Toets Gesproken Nederlands (of TGN) 1. De TGN maakt deel uit van het inburgeringsexamen buitenland. Moet u de TGN

Nadere informatie

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Basisgrammatica Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Basisgrammatica Het computerprogramma Basisgrammatica

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.

Nadere informatie

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde

Nadere informatie

Luisteren: muziek (A2 nr. 1)

Luisteren: muziek (A2 nr. 1) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. Kijk

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Eisen Nederlands, vormgeving, APA. Pagina 1 van 10. Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA

Eisen Nederlands, vormgeving, APA. Pagina 1 van 10. Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA Pagina 1 van 10 Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA Versie: 8 juni 2015 Pagina 2 van 10 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Eisen Nederlands 3 Eisen vormgeving 4 Eisen bronvermelding 5 Procedure

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Niemand hoeft verlegen te zijn

Niemand hoeft verlegen te zijn Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Verlegen mensen Niemand hoeft verlegen te zijn Kleine kinderen zijn vaak verlegen. Dat vindt iedereen normaal. Maar ook 1 op 5 volwassenen

Nadere informatie

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden.

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. 1 Lezen 1.1 Lezen wat er staat Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. Leren kun je op allerlei manieren doen. Je kunt een opleiding of cursus volgen, maar je

Nadere informatie

Juridische medewerker

Juridische medewerker 28-11-2013 Sectorwerkstuk Juridische medewerker Temel, Elif HET ASSINK LYCEUM Inhoudsopgave Inhoud Inhoudsopgave... 1 Inleiding... 2 Hoeveel procent van de opleiding bestaat uit stage?... 6 o Begeleiding...

Nadere informatie

Hoe werk ik een opdracht uit?

Hoe werk ik een opdracht uit? Hoe werk ik een opdracht uit? Ik gebruik de OVUR-methode om in stappen een opdracht of een probleem op te lossen. Oriënteren Wat wordt er verwacht? (evaluatiecriteria) Wat weet ik al over het onderwerp?

Nadere informatie

KOPIEERBLADEN. THEMA 5: Ik wil ridder worden! Plantyn - TotemTaal - Thema 5: ik wil ridder worden!

KOPIEERBLADEN. THEMA 5: Ik wil ridder worden! Plantyn - TotemTaal - Thema 5: ik wil ridder worden! KOPIEERBLADEN THEMA 5: Ik wil ridder worden! 97 97 Wat moet je doen om ridder te worden? Vind je dit goed? Moet er nog iets bij? Als je de opdrachten hier goed uitvoert, krijg je een ridderdiploma. Page

Nadere informatie

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Oekraïners boos op president

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. Oekraïners boos op president PrO -weekkrant Week 49 december 2013 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 2-8 december 2013 Eenvoudig Communiceren Oekraïners boos op president Foto: ANP Foto: Shutterstock In Oekraïne protesteren inwoners

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

JONG HOEZO ANDERS?! EN HOOGGEVOELIG. Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren

JONG HOEZO ANDERS?! EN HOOGGEVOELIG. Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren Ellen van den Ende in samenwerking met Mariëtte Verschure JONG EN HOOGGEVOELIG HOEZO ANDERS?! Informatie, oefeningen en tips voor hooggevoelige jongeren Uitgeverij Akasha Inhoud Hooggevoelig, hoezo anders?!

Nadere informatie

WORD GROTER DAN DAT WAT JOU KLEIN HOUDT. Ann Weiser Cornell en Egbert Monsuur

WORD GROTER DAN DAT WAT JOU KLEIN HOUDT. Ann Weiser Cornell en Egbert Monsuur WORD GROTER DAN DAT WAT JOU KLEIN HOUDT Ann Weiser Cornell en Egbert Monsuur 1 Les één Welkom bij deze e-cursus waarin we je zullen laten zien hoe jij groter kunt worden en je problemen kleiner! Zijn er

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

als iets niet letterlijk is bedoeld.

als iets niet letterlijk is bedoeld. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7. Grammatica Inhoud 1. De en het 2. Meervoud 3. Werkwoord 4. Vraagwoorden 5. Zinnen maken 1 6. Zinnen maken 2 7. Zinnen maken 3 8. Zinnen maken 4 9. Niet en geen 10. Lange woorden 11. Het verkleinwoord 12.

Nadere informatie

LESSTOF. Spelling Werkwoorden

LESSTOF. Spelling Werkwoorden LESSTOF Spelling Werkwoorden 2 Lesstof Spelling Werkwoorden INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 5 STRUCTUUR... 5 INHOUD... 9 Lesstof Spelling Werkwoorden 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn computerprogramma

Nadere informatie

Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag lijden voor de Kerk van Jezus Christus

Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag lijden voor de Kerk van Jezus Christus AVONDMAALSVIERING KONINGSKERK 13-09 - 2009 door ds. L. Krüger Schriftlezing: Koloss. 1: 24-29 (NBV) Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling

Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling Deze schrijfles sluit aan bij het Nieuwsbegriponderwerp van deze week: Vuurwerk bij Oud en Nieuw. De schrijftaak

Nadere informatie

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. temperatuur is er min twintig. De harde wind maakt het nog kouder. Daardoor voelt het als min vijftig.

Voor jongeren in het praktijkonderwijs. temperatuur is er min twintig. De harde wind maakt het nog kouder. Daardoor voelt het als min vijftig. PrO -weekkrant Week 02 januari 2014 Voor jongeren in het praktijkonderwijs 6-12 januari 2014 Eenvoudig Communiceren Winterweer in Amerika Foto: Shutterstock Foto: Shutterstock In grote delen van Amerika

Nadere informatie

Luisteren: muziek (B2 nr. 3)

Luisteren: muziek (B2 nr. 3) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U

Nadere informatie