Milieuwetgeving rond asbest:

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Milieuwetgeving rond asbest:"

Transcriptie

1 Milieuwetgeving rond asbest: - De belangrijkste bepalingen rond asbest zijn in Vlarem II opgenomen in hoofdstuk 4.7 en 6.4 voor respectievelijk ingedeelde en niet-ingedeelde inrichtingen. Ze omvatten de voorwaarden waaronder asbesthoudende toepassingen kunnen worden afgebroken. Enkel hechtgebonden toepassingen in goede staat (= waarbij verwijdering geen aanleiding geeft tot wijziging van de toestand ) die via eenvoudige handelingen kunnen worden verwijderd, mogen worden afgebroken door particulieren of aannemers. In de andere gevallen moet (op enkele uitzonderingen na) gespecialiseerd personeel ingeroepen worden. Met gespecialiseerd personeel bedoelt men een federaal erkend erkend verwijderaar die werkt onder zeer strenge voorwaarden. Verder is er een bepaling rond het afzonderlijk opslaan van asbesthoudend materiaal en een opsomming van verboden handelingen, zoals reinigen onder hoge druk en het gebruik van sneldraaiend gereedschap. De belangrijkste bepalingen uit de hoofdstukken 4.7 en 6.4 zijn hieronder weergegeven: 2. De volgende asbesthoudende toepassingen kunnen zelf worden verwijderd voor zover deze via eenvoudige handelingen (bvb. vlot losschroeven) kunnen worden weggenomen: 1 hechtgebonden asbest die niet beschadigd is of waarbij er geen vrije vezels zichtbaar zijn en waarbij verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand; 2 hechtgebonden asbest die beschadigd is of waarbij er vrije vezels zichtbaar zijn en die verwerkt is in een buitentoepassing waarbij geen derden aanwezig zijn, voor zover de verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand; 3 asbesthoudende koorden, dichtingen of pakkingen, remvoeringen en analoge materialen. Andere toepassingen (ongebonden toepassingen of moeilijk te verwijderen hechtgebonden toepassingen) mogen alleen verwijderd worden door gespecialiseerde bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn kalkhoudende isolatie rond verwarmingsbuizen. 3. Bij de sloop en verwijdering van asbesthoudend materiaal als vermeld in 2, 1, 2 en 3, moet vezelverspreiding en blootstelling van personen aan asbestvezels verhinderd worden door de volgende maatregelen te nemen: 1 bevochtigen of fixeren van het materiaal; 2 de elementen één voor één verwijderen, bij voorkeur manueel, gebruik makend van handwerktuigen of in laatste instantie traagdraaiend gereedschap; 3 de materialen niet gooien; 4 de materialen niet breken; 5 de materialen opslaan in gesloten verpakkingen.

2 Bij de werkzaamheden mogen geen minderjarigen aanwezig zijn. Voor persoonlijke bescherming tegen blootstelling wordt gebruik gemaakt van een stofmasker type FFP3 of gelijkwaardig stofmasker. 4. De asbesthoudende toepassingen worden afzonderlijk opgeslagen en niet gemengd met het andere sloopafval; 5. Het gebruik van mechanische werktuigen met grote snelheid (schuurschijven, slijpmachines, boormachines, e.d.), hogewaterdrukreinigers en luchtcompressoren, voor het bewerken, snijden of schoonmaken van objecten of ondergronden in asbesthoudend materiaal, objecten of ondergronden bekleed met asbesthoudend materiaal of voor het verwijderen van asbest is verboden. - In het Materialendecreet (23 dec 2011) zijn art 12 1 en 3 van belang voor het vaststellen van schendingen: bv. bij sluikstorten van asbesthoudende afvalstoffen is 1 van toepassing; bij het veroorzaken van verontreiniging op een eigendom is 3 van toepassing. 1 bepaalt dat het verboden is afvalstoffen achter te laten of te beheren in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan. 3 bepaalt dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen beheert, verplicht is om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden genomen om gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, meer bepaald risico voor, lucht, bodem, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Artikel 12 1 kan verder ook gebruikt worden voor schendingen wegens het oneigenlijk gebruiken van uitgegraven bodem (bv bodem verontreinigd met asbest). Dit komt overeen met het achterlaten van een afvalstof conform art We spreken over oneigenlijk gebruik als de uitgegraven bodem niet gebruikt wordt overeenkomstig de voorwaarden voor het gebruik van uitgegraven bodem, vermeld in het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en de uitvoeringsbesluiten (Vlarebo) ervan. - Het Bodemdecreet (Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming) en zijn uitvoeringsbesluit (Het Vlarebo van 14 december 2007) bepaalt wie saneringsplichtig is bij het vaststellen van een (asbesthoudende) bodemverontreiniging. Als er aanwijzingen zijn van een asbesthoudende bodemverontreiniging, dan moet dit gemeld worden aan OVAM. OVAM zal de saneringsplichtige wijzen op zijn of haar plicht om een bodemonderzoek en een eventuele bodemsanering uit te voeren. Opmerking: noch het Bodemdecreet noch Vlarebo reiken artikels aan die geschikt zijn voor toezichthouders om zelf op te treden. Ze kunnen zich wel baseren op het Materialendecreet, zoals in het vorige punt beschreven werd.

3 - De arbeidswetgeving wordt gecontroleerd door de federale overheidsdienst Toezicht Welzijn op het Werk. Deze dienst kan men contacteren om schendingen van de arbeidswetgeving vast te stellen. De contactgegevens zijn beschikbaar via asbestinfo.be. De arbeidswetgeving is van toepassing op werknemers. We geven de belangrijkste bepalingen mee. Als er werken starten, moet er een asbestinventaris aanwezig zijn voor de delen waaraan wordt gewerkt. Voor wie eenvoudige handelingen uitvoert zoals het verwijderen van hechtgebonden asbest via losschroeven van platen, is een opleiding eenvoudige handelingen voor werken met asbest vereist. De preventieve maatregelen die hierbij moeten getroffen en de verboden handelingen komen overeen met deze uit Vlarem: 1 bevochtigen of fixeren van het materiaal; 2 de elementen één voor één verwijderen, bij voorkeur manueel, gebruik makend van handwerktuigen of in laatste instantie traagdraaiend gereedschap; 3 de materialen niet gooien; 4 de materialen niet breken; 5 de materialen opslaan in gesloten verpakkingen. Bij de werkzaamheden mogen geen minderjarigen aanwezig zijn. Voor persoonlijke bescherming tegen blootstelling wordt een stofmasker type FFP3 of gelijkwaardig stofmasker gebruikt. De asbesthoudende toepassingen worden afzonderlijk opgeslagen en niet gemengd met het andere sloopafval. Het gebruik van mechanische werktuigen met grote snelheid (schuurschijven, slijpmachines, boormachines, e.d.), hogewaterdrukreinigers en luchtcompressoren, voor het bewerken, snijden of schoonmaken van objecten of ondergronden in asbesthoudend materiaal, objecten of ondergronden bekleed met asbesthoudend materiaal of voor het verwijderen van asbest is verboden. De wetgeving ter bescherming van de werknemers bevat ook bepalingen over persoonlijke beschermingsmiddelen en grenswaarden in de lucht die tijdens de werken niet mogen overschreden worden. Voor werken met een risico op vezelvrijstelling, zoals het verwijderen van niethechtgebonden toepassingen is er een erkenning vereist. Deze werken mogen enkel uitgevoerd worden door erkende verwijderaars of door gespecialiseerd personeel dat werkt onder zeer strenge omstandigheden zoals in een ruimte in onderdruk waarvan de lucht gefilterd wordt, met een volgelaatsmasker, met wegwerpkledij,.

Asbest, wat mag en wat moet? Wet- en regelgeving over bewerken en verwijderen van asbest

Asbest, wat mag en wat moet? Wet- en regelgeving over bewerken en verwijderen van asbest Asbest, wat mag en wat moet? Wet- en regelgeving over bewerken en verwijderen van asbest April 2008 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen (B.S. 28.9. 1993)

Koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen (B.S. 28.9. 1993) Koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen (B.S. 28.9. 1993) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 17 juni 1997 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering

Nadere informatie

Aanvraag Stralen of chemisch reinigen

Aanvraag Stralen of chemisch reinigen Aanvraag Stralen of chemisch reinigen Artikel 10.63 Wet milieubeheer In te vullen door de gemeente Ω 1. Melder/aanvrager Naam aanvrager man vrouw Geen postbusnummer Ω Adres Postcode + Plaats Telefoon Naam

Nadere informatie

foto: F. Pierard, Javemat Leidraad bij de opmaak van een sloopinventaris

foto: F. Pierard, Javemat Leidraad bij de opmaak van een sloopinventaris foto: F. Pierard, Javemat Leidraad bij de opmaak van een sloopinventaris Leidraad bij de opmaak van een sloopinventaris Documentbeschrijving 1. Titel publicatie Leidraad bij de opmaak van een sloopinventaris

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999)

Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999) Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing

Nadere informatie

Werken in verontreinigde grond bij aanleg van kabels en leidingen

Werken in verontreinigde grond bij aanleg van kabels en leidingen Werken in verontreinigde grond bij aanleg van kabels en leidingen Inleiding Dagelijks worden in Nederland kilometers aan kabels en leidingen in de grond gelegd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van technieken

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende het welzijn op het werk van uitzendkrachten (B.S. 28.12.

Koninklijk besluit van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende het welzijn op het werk van uitzendkrachten (B.S. 28.12. Koninklijk besluit van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende het welzijn op het werk van uitzendkrachten (B.S. 28.12.2010) Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel

Nadere informatie

BESTRIJDING VAN ERNSTIGE ARBEIDSONGEVALLEN

BESTRIJDING VAN ERNSTIGE ARBEIDSONGEVALLEN BESTRIJDING VAN ERNSTIGE ARBEIDSONGEVALLEN In 2003 werd de welzijnswet uitgebreid met een nieuw hoofdstuk met als titel Maatregelen om de herhaling van ernstige arbeidsongevallen te voorkomen. Hiermee

Nadere informatie

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Procescertificaat Asbestinventarisatie

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Procescertificaat Asbestinventarisatie BIJLAGE 1 Bijlage IIIa behorend bij Artikel 4.27 Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Procescertificaat Asbestinventarisatie Certificatieschema voor de inventarisatie van aanwezige asbest, asbesthoudende

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (B.S. 31.3.1998)

Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (B.S. 31.3.1998) Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (B.S. 31.3.1998) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 20 februari 2002 tot wijziging

Nadere informatie

Zelfstandigen en de Arbowet

Zelfstandigen en de Arbowet Zelfstandigen en de Arbowet De Inspectie SZW werkt samen aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen Zelfstandigen en de Arbowet Deze brochure vertelt u meer over de belangrijkste

Nadere informatie

Afwijken van het verbod op het gebruik van pesticiden op terreinen?

Afwijken van het verbod op het gebruik van pesticiden op terreinen? Afwijken van het verbod op het gebruik van pesticiden op terreinen? Richtlijnen voor de opmaak van een afwijkingsaanvraag versie 24 februari 2014 Dit document wordt regelmatig geactualiseerd. Inhoudstafel

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico s op het werk (B.S. 28.4.2014)

Koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico s op het werk (B.S. 28.4.2014) Koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico s op het werk (B.S. 28.4.2014) Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.- Dit besluit is van toepassing

Nadere informatie

Constructions All Risks verzekering (CAR) ten behoeve van Bouwprojecten (aflopende dekking) Algemene Verzekeringsvoorwaarden CAR.AFL.

Constructions All Risks verzekering (CAR) ten behoeve van Bouwprojecten (aflopende dekking) Algemene Verzekeringsvoorwaarden CAR.AFL. Constructions All Risks verzekering (CAR) ten behoeve van Bouwprojecten (aflopende dekking) Algemene Verzekeringsvoorwaarden CAR.AFL.2007 Inhoudsopgave I Algemeen Grondslag artikel 1 Onzekerheidsvereiste

Nadere informatie

Ten stelligste ervan overtuigd dat het belang van het kind in alle aangelegenheden betreffende het gezag over kinderen van fundamentele betekenis is,

Ten stelligste ervan overtuigd dat het belang van het kind in alle aangelegenheden betreffende het gezag over kinderen van fundamentele betekenis is, Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Ten stelligste ervan overtuigd dat het belang van het kind in

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (B.S. 14.7.2005)

Koninklijk besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (B.S. 14.7.2005) Koninklijk besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (B.S. 14.7.2005) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 16 januari 2006 betreffende de bescherming van

Nadere informatie

10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid 10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied. Artikel 1. 1. In de zin van deze wet wordt als bewakingsonderneming beschouwd, elke rechtspersoon

Nadere informatie

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Samengesteld door de centrale schoolleiding: januari 2008 Goedgekeurd door de kerndirectie: april 2008 Bestuur/CSL februari 2008 RICHTLIJNEN MAKEN EN GEBRUIKEN

Nadere informatie

Versie 10 juli 2012. Informatieblad naleving van wet- en regelgeving met een milieu- en/of arbomanagementsysteem 1

Versie 10 juli 2012. Informatieblad naleving van wet- en regelgeving met een milieu- en/of arbomanagementsysteem 1 Informatieblad naleving van wet- en regelgeving met een milieu- en/of arbomanagementsysteem Informatieblad naleving van wet- en regelgeving met een milieu- en/of arbomanagementsysteem 1 De overtuiging

Nadere informatie

PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK

PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK Sociale verkiezingen 2008 FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Het Hoofdbestuur van de FOD

Nadere informatie

Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak. De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht

Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak. De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak De Wet gemeentelijke watertaken toegelicht Inhoudsopgave Samenvatting

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN INTERTEACH OPLEIDINGEN B.V.

ALGEMENE VOORWAARDEN INTERTEACH OPLEIDINGEN B.V. ALGEMENE VOORWAARDEN INTERTEACH OPLEIDINGEN B.V. Artikel 1. Definities In het hiernavolgende wordt verstaan onder: a. Interteach Opleidingen B.V.: Opleidingsinstituut vooral gericht op kortdurende bedrijfscursussen

Nadere informatie

Verkoopovereenkomst (het onroerend goed valt niet onder de Wet Breyne)

Verkoopovereenkomst (het onroerend goed valt niet onder de Wet Breyne) Verkoopovereenkomst (het onroerend goed valt niet onder de Wet Breyne) Identiteit van de partijen TUSSEN DE ONDERGETEKENDEN: A. De heer en/of mevrouw (naam, voornaam), wonende te (volledig adres), verklarende

Nadere informatie

Toelichting t.a.v. zorgvuldigheid gebruik

Toelichting t.a.v. zorgvuldigheid gebruik Toelichting t.a.v. zorgvuldigheid gebruik Gezondwerkt door PREVITA B.V. Opgesteld door PreVita B.V. Nieuwlandparc 11L 2952 DA Alblasserdam T: 078 644 08 10 F: 078 644 08 11 info@previta.nl www.previta

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN HET HELLEND DAK VOOR CONSUMENTEN Gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nr. 40411895

ALGEMENE VOORWAARDEN HET HELLEND DAK VOOR CONSUMENTEN Gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nr. 40411895 ALGEMENE VOORWAARDEN HET HELLEND DAK VOOR CONSUMENTEN Gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nr. 40411895 1. WERKINGSSFEER Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op het tussen

Nadere informatie

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Gecoördineerde versie, zoals laatst gewijzigd door de wet van 11 december 1998,

Nadere informatie

Strafbepalingen Wet Welzijn en Codex Sociaal Strafwetboek 1/4

Strafbepalingen Wet Welzijn en Codex Sociaal Strafwetboek 1/4 Strafbepalingen Wet Welzijn en Codex Sociaal Strafwetboek 1/4 Sociaal Strafwetboek Toepassing op Wet en Codex Welzijn op het werk Strafbepalingen uit de Wet Welzijn van 1996 De artikelen 81 t.e.m. 94 zijn

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR SCHOONMAAKWERKZAAMHEDEN. Vastgesteld door: De Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB)

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR SCHOONMAAKWERKZAAMHEDEN. Vastgesteld door: De Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR SCHOONMAAKWERKZAAMHEDEN Vastgesteld door: De Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. Werkzaamheden: schoonmaakwerkzaamheden

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk (B.S. 3.6.1999; Errata: B.S. 5.11.1999)

Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk (B.S. 3.6.1999; Errata: B.S. 5.11.1999) Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk (B.S. 3.6.1999; Errata: B.S. 5.11.1999) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN NUBIX

ALGEMENE VOORWAARDEN NUBIX ALGEMENE VOORWAARDEN NUBIX Artikel 1: Definities en toepasselijkheid 1.1 Onder Nubix wordt verstaan: de besloten vennootschap Nubix B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Haaksbergen aan de Twijnerstraat

Nadere informatie