LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3"

Transcriptie

1 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3

2 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer over de weg (arbeidsmarkt) Hoe gevoelig is de automobilist (elasticiteiten)

3 Hoofdstuk 2 Met de taxi of met de fiets Huiswerk 2.1 t/m 2.37

4 Marktaandeel Huiswerk 2.1 t/m 2.2 Geeft weer welk deel van de totale markt in handen is van een onderneming. Marktleider: onderneming met het grootste marktaandeel In procenten van de afzet!"#$% '!( )$ *()$+($,-(.!"#$% '!( )$ %*%!/$,!+0% In procenten van de omzet x 100% *,#$% '!( )$ *()$+($,-. *,#$% '!( )$ %*%!/$,!+0% x100% Probleem: de omzet is afhankelijk van de prijs van het product. Geeft geen juiste weergave van het marktaandeel.

5 Totale Opbrengst (TO) Formule TO = p * q p = (verkoop)prijs q = afzet (aantal stuks)

6 Totale Kosten (TK) Formule TK = TVK + TCK TVK = gvk * q TVK = Totale variabele kosten TCK = Totale constante kosten q = afzet gvk = gemiddelde variabele kosten Variabele kosten Altijd afhankelijk van het aantal te produceren stuks Vaak overeenkomstig met productiekosten Voorbeelden: materiaal, benzine, water, energie, arbeidskosten (loon) die afhankelijk zijn van het aantal te maken stuks. Constante Kosten Zijn er altijd, ook als er niet wordt geproduceerd DUS NIET AFHANKELIJK VAN DE PRODUCTIE Voorbeelden: hypothecaire lasten, huur, afschrijvingen, reclamekosten, arbeidskosten van bijvoorbeeld de directie/ administratie

7 Totale Winst (TW) Huiswerk 2.3 t/m 2.7 Formule TW = TO TK Negatieve winst = verlies Winst is maximaal bij MO = MK

8 TO en TK berekenen en in een grafiek! TO = 2q TK = 0,5q q TO 2*0 = 0 2*1000=2000 2*3000=6000 2*5000= TK 0,5*0+4500=4500 0,5* = 5000 TO TK 0,5* =6000 0,5* = , q

9 Break-even-point! TO = 2q TK = 0,5q q TO 2*1000=2000 2*3000=6000 TK 0,5* = 5000 TO TK 0,5* =6000 Break-Even-Point Waar de kosten exact gelijk zijn aan de opbrengsten. De winst is 0. Formule: TO=TK p*q = gvk*q+tck (p-gvk)*q=tck Huiswerk 2.8 t/m BEO 4,5 0 BEP BEA 3 5 q q = 2q = 0,5q ,5q=4500 q=4500/1,5 q= (9:.'0)

10 MO=MK MO = Marginale Opbrengsten De extra opbrengst van het extra verkochte product Vaak gelijk aan de verkoopprijs (prijs) van het product MK = Marginale Kosten De extra kosten voor het maken van het extra product Vaak gelijk aan de variabele kosten van dat extra product Als MO > MK dan zal de winst toenemen Als MO < MK dan zal de winst afnemen Als MO = MK is er maximale wist bereikt 1 Huiswerk 2.12 t/m 2.37 MO = MK Bij 1 extra product voorbij MO =MK zal de TW afnemen. Pas na het break-even-point 2 zal er verlies geleden worden 2

11 Hoofdstuk 3 Verzekeren tegen risico Huiswerk 3.1 t/m 3.22

12 Waarom verzekeren? Verplichte verzekeringen Risico aversie: afkerig tegen risico en daarom verzekeren Verzekering is een overeenkomst tussen verzekeraar en verzekerde. De verzekerde betaalt een bedrag (PREMIE) aan de verzekeraar in ruil voor de garantie dat de schade (gedeeltelijk) wordt vergoed. Verzekeraar is een aanbieder, verzekerde is de vrager De grote van de vraag naar een verzekering is afhankelijk van de risico-aversie van de consument Hoe hoger de premie, hoe lager de vraag naar de verzekering

13 Premie berekenen Huiswerk 3.1 t/m 3.2 De hoogte van de premie is gebaseerd op: De kans op schade De hoogte van de verwachte schade De hoogte van de kosten van de verzekeringsmaatschappij De winst die de verzekeringsmaatschappij wilt behalen Formule premie = kans op schade x gemiddelde hoogte van de schade + winstopslag + totale kosten!! Oefenen met opgave 3.2!!

14 Problemen bij verzekeren 1 Huiswerk 3.3 t/m 3.5 Averechtse selectie Ø Lage risico s zeggen hun verzekering op, omdat de premie meer kost dan de eventuele schade. De verzekeraar blijft alleen over met de slechte(re) risico s. De kosten stijgen. OPLOSSINGEN Ø Verplicht verzekeren (verplichte solidariteit) Ø Premiedifferentiatie (slechte risico s betalen meer dan de goede risico s) Ø Bonus-Malus (korting op de premie bij geen schade, hogere premie bij wel schade) Lage risico s betalen meer premie dan ze bij evt. schade ontvangen Lage risico s zeggen de verzekering op. Verzekeraar blijft over met slechtere risico s Premie stijgt

15 Problemen bij verzekeren 2 Moreel Wangedrag Ook wel moral hazard Omdat je verzekerd bent, ga jij je slecht/immoreel gedragen Je neemt meer risico, want de verzekering betaalt toch wel OPLOSSINGEN Instellen eigen risico: de eerste deel van de schade betaal je zelf, daarna pas de verzekeraar.

16 Problemen bij verzekeren 3: Asymmetrische informatie Huiswerk 3.6 t/m 3.22 De ene partij (verzekerde, werknemer etc.) weet meer dan de andere partij (verzekeraar, werkgever etc.) Bij verzekeringen weet de verzekerde meer over het risico dan de verzekeraar. Het is voor de verzekeraar door asymmetrische informatie erg lastig om vooraf de risico s van individuele verzekerden in te schatten, dit maakt premiedifferentiatie slecht mogelijk Om dit te overwinnen zal de verzekeraar extra onderzoek doen. Dit verhoogt de transactiekosten (kosten die worden gemaakt om de overeenkomst te realiseren). Moreel wangedrag en asymmetrische informatie kunnen ertoe leiden dat vragers (verzekerden) en aanbieders (verzekeraars) elkaar niet meer kunnen vinden. De premie wordt te hoog. In dat geval spreken we van marktfalen: de markt functioneert niet meer

17 Hoofdstuk 4 De lucht in Huiswerk 4.1 t/m 4.37

18 Waardoor neemt de vraag toe of af? Huiswerk 4.1 t/m 4.3 De vraag naar een product kan bepaald worden door: Ø Een toe of afname van de bevolking Ø Een toe of afname van het inkomen Ø Een toe of afname behoeften (trends/populariteit) Ø Een toe of afname van de prijs van een substitutie goed Ø Ø Substitutiegoederen zijn vergelijkbare goederen waarmee je het kan vervangen. Denk aan Pepsi of Coca Cola Deze goederen concurreren met elkaar Ø Een toe of afname van de prijs van een complementair goed Ø Ø Complementaire goederen zijn aanvullende goederen, ze horen bij elkaar Denk aan broeken en broekriemen, popcorn en cola bij de bioscoop

19 Betalingsbereidheid & Consumentensurplus Betalingsbereidheid: Het bedrag dat de consument maximaal wilt betalen voor het product. Jessica wilt voor een treinreis naar Parijs 20,- betalen, Maarten heeft er 35 voor over en Sander 65 CS = Consumentensurplus: Het welvaartsvoordeel van de consument bij de marktprijs. Het verschil tussen de prijs dat je wilt betalen en wat het kost Het verschil tussen de marktprijs en de betalingsbereidheid Formule: L*B*0, Huiswerk 4.4 t/m

20 De vraaglijn (Qv) Het verband tussen de vraag en de prijs kan worden weergegeven met een fucntie voor Qv en de vraagcurve (vraaglijn) Als de prijs van een product stijgt, zal de vraag dalen Het verband tussen de prijs en de vraag is negatief! Als de prijs (p) stijgt, dan zal de vraag (Qv) dalen Qv = Gevraagde hoeveelheid p = prijs q = hoeveelheid -a = richtingscoëfficiënt (gegeven) b = constante (gegeven) Qv = -ap+b VB: Qv= -0,5p + 80

21 De vraaglijn (Qv) Huiswerk 4.6 t/m 4.7 a) Qv= -0,5 * o = 100 b) 0= -0,5p ,5p=100 p = 100/0,5 p = 200 De vraagfunctie naar vliegreizen amsterdamparijs Qv= -0,5p a) Bereken de vraag (Qv) bij een prijs van 0 b) Bereken de prijs (p) wanneer Qv=0 c) Maak een verhoudingstabel d) Vul neem de grafiek over en teken de vraaglijn. e) Stel de prijs wordt vastgesteld op 150. Hoeveel afnemers zijn er dan? f) Teken een horizontale lijn bij p=150 g) Arceer het consumentensurplus h) Bereken het consumentensurplus P P Qv CS = 50 * 25 *0,5 CS = 625 o q 100

22 Verschuivingen van de vraaglijn Verschuiving over of langs de vraaglijn Oorzaak is een prijs verandert! Als de prijs stijgt dan neemt de vraag af Als de prijs daalt dan neemt de vraag toe Verschuiving van de vraaglijn De lijn kan naar rechts verschuiven: bij elke prijs neemt de vraag toe! De lijn kan naar links verschuiven: bij elke prijs neemt de vraag af. Aantal vragers verandert Prijzen van substitutie goederen veranderen Prijzen van complementaire goederen veranderen Behoeften van consumenten veranderen.

23 Ceteris Paribus Huiswerk 4.7 t/m 4.9 De voorwaarde dat alle andere voorwaarden gelijk blijft. Zonder deze voorwaarde kun je geen uitspraken doen over een oorzaakgevolgrelatie

24 De aanbodlijn (Qa) Als de prijs (p) stijgt neemt het aanbod (Qa) toe Een positief verband tussen prijs en aanbod De aanbodlijn zal altijd stijgen Producentensurplus: het welvaartsvoordeel van de producent bij de evenwichtsprijs/marktprijs Formule L*B*0,5 Qa = Aangeboden hoeveelheid p = prijs q = hoeveelheid a = richtingscoëfficiënt (gegeven) b = constante (gegeven) Qa = ap-b VB: Qa= 4p - 100

25 De Aanbodlijn(Qa) De aanbodfunctie van vliegreizen amsterdamparijs Qa= 2p a) Bereken het aanbod (Qa) bij een prijs van 0 b) Bereken de prijs (p) wanneer Qa=0 c) Bereken het aanbod (Qa) wanneer p=450 d) Maak een verhoudingstabel e) Vul neem de grafiek over en teken de aanbodlijn. f) Stel de prijs wordt vastgesteld op 300. Hoeveel aanbieders zijn er dan? g) Teken een horizontale lijn bij p=300 h) Arceer het producenten surplus i) Bereken het producenten surplus P o Huiswerk 4.10 t/m 4.11 a) Qa= 2 * o -150= -150 b) 0= 2p p=-150 p = -150/-2 p = 75 P Qa PS = 225 *450*0,5 PS = q 750

26 Verschuiving van de aanbodlijn Huiswerk 4.12 t/m 4.13 Verschuivingen lans of over de aanbodlijn Als de prijs van het product verandert, verandert de aanbodlijn niet Als de prijs stijgt, dan stijgt het aanbod Als de prijs daalt, dan daalt het aanbod Als het aantal aanbieders bij elke prijs toeneemt dan zal de aanbodlijn naar rechts verschuiven Als het aantal aanbieders bij elke prijs afneemt dan zal de aanbodlijn naar links verschuiven

27 Huiswerk 4.13 t/m 4.37 Marktevenwicht Waar vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn. Het snijpunt van de vraag- & aanbodlijn in de grafiek. Qa=Qv Qv= -6p+900 Qa= 4P-100 a) Teken Qv en Qa in de grafiek (4.9) en geef op de verticale as de Evenwichtsprijs (Pe) en op de horizontale as de evenwichtshoeveelheid (Qe) aan en trek een stippellijn van het snijpunt naar de assen. b) Arceer het producenten surpuls /// en het consumentensurplus \\\ c) Bereken de evenwichtsprijs en hoeveelheid Qa=Qv 4p-100=-6p p=1000 p=1000/10 p=100 Pe=100 Qa=4p-100 Qa=4* Qa=300 Qv=-6p+900 Qv 6* Qv=300 Qe=300

28 Hoofdstuk 5 Het beroepsgoederenvervoer over de weg Huiswerk 5.1 t/m 5.34

29 Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt Huiswerk 5.1 t/m 5.5 Vraag naar arbeid (Qv) De vraag naar arbeid die in dienst is De vraag naar arbeidskracht van zelfstandigen De openstaande vacatures Werkgelegenheid: Het aantal personen met een baan: de werknemers en zelfstandigen Aanbod van arbeid (Qa) Werknemers en zelfstandigen + werklozen Qv = vraag naar arbeid Qa = aanbod van arbeid L = loon

30 Wat beïnvloed de vraag- en aanbod van arbeid? De vraag naar arbeid De economie groeit De hoogte van het loon De hoogte van het minimumloon Arbeidswetgeving Het aanbod van arbeid Omvang van de werkzame bevolking (vrouwen die toetreden tot de arbeidsmarkt) Loon Leeftijd waarop gewerkt mag worden Participatiegraad: het percentage van de bevolking tussen 15 en 67 dat tot de beroepsbevolking hoort G$+*$9HG$'*/0-(. Participatiegraad = x 100% G$+*$9H.$HIJ-0%$ G$'*/0-(.

31 Jonger dan 15 jaar Totale bevolking 15 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd (potentiele beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking Beroepsbevolking Werkzame beroepsbevolking Niet beroepsbevolking AOW Gerechtigden Beroepsbevolking Werknemers Zelfstandigen

32 De perfecte arbeidsmarkt Vraag en aanbod van arbeid vind elkaar altijd. Als de vraag- of aanbodlijn verschuift ontstaat er een nieuw evenwichtsloon Werkloosheid is tijdelijk Een markt van volledige mededinging / volkomen concurrentie Individuele vragers (naar arbeid) of individuele aanbieders (van arbeid) kunnen de evenwichtsprijs niet beinvloeden. Het product is homogeen (niet van elkaar te onderscheiden.

33 De arbeidsmarkt is niet perfect! Arbeid is geen homogeen product: Immers een notaris kan het werk van een arts niet uitvoeren en een stratenmaker niet het werk van een notaris. Arbeid is opgedeeld in verschillende deelmarkten. De markt naar docenten wiskunde of de markt naar neurologen Bij de vraag naar arbeid wordt niet alleen gekeken naar de hoogte van het gewenste loon, maar ook naar ervaring, opleiding, kennis etc. Vakbonden onderhandelen collectief over arbeidsvoorwaarden en loon De overheid heeft arbeidswetgeving ingesteld die bepalen hoe lang iemand mag werken en welk minimumloon er geldt. Er is sprake van asymmetrische informatie

34 Huiswerk 5.5 t/m 5.34 De rol van de vakbond op de arbeidsmarkt Werkgevers en werknemers onderhandelen over arbeidsvoorwaarden zoals: Loon Werktijden Vakantiedagen etc. Deze arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd in een cao (collectieve arbeidsovereenkomst) die eventueel algemeen verbindend wordt verklaard. (het geld niet voor één bedrijf of alleen de leden van de vakbond maar voor de hele sector) Vakbonden komen op voor werknemers Werkgeversorganisaties komen op voor belangen van de werkgevers Kijken: https://www.youtube.com/watch?v=nbsy7mnqzng

35 Huiswerk 6.1 t/m 6.45 Hoofdstuk 6 Hoe gevoelig is de automobilist?

36 Huiswerk 6.1 t/m 6.4 Externe effecten Externe effecten zijn de gevolgen van productie en/of consumptie voor de welvaart van een bepaald product dat niet in de prijs van dat product wordt doorberekend. Positieve externe effecten: welvaart neemt er door toe Negatieve externe effecten: welvaart neemt er door af Negatieve externe effecten kunnen worden tegen gegaan door er extra kosten op te heffen zoals accijns op alcohol, benzine of sigaretten. Hierdoor worden de effecten intern gemaakt: geïnternaliseerd in de markt.

37 Elasticiteit van de vraag (Ev) Elasticiteit van de vraag is een kengetal dat laat zien hoe gevoelig de consument is voor een prijsverandering. Of te wel: hoe groot zal het effect zijn van een prijsverandering op de vraag naar het product Wat betekent de uitkomst van de som: a) Ev is, los van het minteken, tussen 0 en 1: de vraag is dan inelastisch. De % van de vraag is < dan de % van de prijs b) Ev is 0: de vraag reageert helemaal niet op een prijsverandering. De vraag is dan volkomen inelastisch c) Ev is, los van het minteken, >1: de vraag is elastisch. De % van de vraag is > dan de % van de prijs d) Ev is, los van het minteken, 1. De verandering van de vraag is gelijk aan de verandering van de prijs. De vraag is niet elastisch of inelastisch. De % van de vraag is gelijk aan de % van de prijs Hoe bereken je de elasticiteit: De stappen a) Bereken de procentuele verandering van de prijs b) Bereken de procentuele verandering van de vraag c) Bepaal wat oorzaak en wat gevolg is: De verandering van de prijs (oorzaak) leidt tot een verandering van de vraag (gevolg) d) Pas de formule toe! 30 P E 'U % V' % 9 Bereken Ev %Qv XY:XYY x 100% = -90 XYY x 100% = 25 %p ZY:[\ [\ Ev= :]Y [\ = 3, q

38 Huiswerk 6.5 t/m 6.14 Ev en het type product Complementaire goederen Aanvullende producten Als de prijs van broeken stijgt zullen er minder broeksriemen verkocht worden (kruislingse elasticiteit) Met Kruislingse Elasticiteit kan berekend worden hoe groot het effect is Substitutiegoederen Concurrerende producten / substituten voor het product Een stijging van de prijs van Coca Cola zal leiden tot een sterke daling naar de vraag van Coca Cola à er zijn namelijk voldoende substituten! Met Kruislingse Elasticiteit kan berekend worden hoe groot het effect is

39 Huiswerk 6.15 t/m 6.18 Kruislingse Elasticiteit (Ek) Als de prijs van een concurrerend goed A harder stijgt dan de prijs van goed B zal de vraag naar product B toenemen (SUBSTITUTIEGOEDEREN) Er is een positief verband tussen de stijging van de prijs van goed A en de vraag naar goed B Als de prijs van het aanvullend goed C daalt, dan zal de vraag naar product D toenemen. Als de prijs van aanvullend goed C stijgt, dan zal de vraag naar product D afnemen (COMPLEMENTAIRE GOEDEREN) Er is een negatief verband tussen de stijging van de prijs van goed C en de vraag naar goed D Om de gevoeligheid van prijsveranderingen bij complementaire- en substitutiegoederen te meten kijken we naar de kruislingse elasticiteit FORMULE Kruislingse Elasticiteit Ek = % Qv van een product % p van een ander product OEFENEN: Uit onderzoek blijkt er het volgend verband tussen de vraag naar popcorn en de prijs van Coca Cola. Qvp= 200Pc Qvp=vraag naar popcorn Pc= Prijs Coca Cola a) Bereken de vraag naar popcorn bij een prijs van 4 b) Bereken de vraag naar popcorn bij een prijs van 3 c) Bereken Ek als de prijs stijgt van 3 naar 4 voor cola a) -200* =9.200 b) -200* =9.400 c) Ek = :[,X[e = -0,64 ZZ

40 a) De busreis is een inferieur goed: de vraag daalt ook al stijgt het inkomen. b) Ey = :Z \Y = 0,06 c) Ey = jy 1,2 Huiswerk 6.19 t/m 6.45 Elasticiteit van het inkomen (Ey) Onderscheid in typen producten Normale goederen: als het inkomen stijgt, stijgt de vraag naar deze goederen Primaire goederen: eerste levensbehoefte (eten, water, kleding) Luxe goederen: je hebt ze niet perse nodig, maar maken het leven prettiger (telefoon, ipad, TV) Inferieure goederen: als het inkomen stijgt wordt er van deze producten juist minder gevraagd (aardappels) FORMULE Inkomenselasticiteit Ey = % Qv van een product % y het inkomen OEFENEN: Tussen 1995 en 2015 is het inkomen gestegen met grofweg 50%. In dezelfde periode is het aantal km dat wordt gereden met de trein met 100% toegenomen, het aantal km met de bus met 3% afgenomen en het aantal km met de auto met 60% toegenomen a) Welk van deze goederen is een inferieur goed en waarom? b) + C Bereken Ey voor de vraag naar auto km en bus km.

41 ANTWOORDEN

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

54

55

56

57

58

59

60

61

62

63

64

65

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF?

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? VRAAG & AANBOD WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? De vraag naar een product kan bepaald worden door: Ø Een toe of afname van de bevolking Ø Een toe of afname van het inkomen Ø Een toe of afname behoeften

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) havo 5

Domein D: markt (module 3) havo 5 Domein D: markt (module 3) havo 5 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte

Nadere informatie

Economie. Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Vervoer Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 & 5 h5 samengevat 6 wat moet weten 7 & 8 Begrippen 8,

Nadere informatie

Domein markt: volkomen concurrentie

Domein markt: volkomen concurrentie Domein markt: volkomen concurrentie De markt / het marktmechanisme Vraag-aanbodcurve evenwicht, surplus Elasticiteiten E v p, E v i, E v1 p2, E a p Een van de vele aanbieders Opbrengst Kosten Winst TW

Nadere informatie

2.1 De vraag naar spijkerbroeken

2.1 De vraag naar spijkerbroeken 2.1 De vraag naar spijkerbroeken Voorbeeld 1: Q v = -0,10P + 9 met Q v = gevraagde hoeveelheid spijkerbroeken van Petra P = prijs van een spijkerbroek in euro s P 90 80 60 30 0 Q v 0 1 3 6 9 Er is een

Nadere informatie

Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk

Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk Hoofdstuk 1 1.6 C Markten 1.7 a. De prijzen zijn gestegen. Bij een gelijk volume (= afzet) leidt dit tot een omzetgroei. b. Indexcijfer volume (afzet): 105, indexcijfer prijs: 97,1. 97,1 105 = 101,96.

Nadere informatie

Katern 2 Markten en welvaart

Katern 2 Markten en welvaart Katern 2 Markten en welvaart Begrippen budgetlijn = deze lijn geeft de verschillende mogelijkheden van geld uitgeven voor een consument weer ceteris paribus vraaglijn = het verband tussen de prijs en de

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

MARKT & OVERHEID. HAVO 4 Blok 4

MARKT & OVERHEID. HAVO 4 Blok 4 MARKT & OVERHEID HAVO 4 Blok 4 INHOUD Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 6: Hoofdstuk 7: De telefoniemarkt Van volledige mededinging naar monopolie Oligopolie en

Nadere informatie

H3 Hoe werken markten

H3 Hoe werken markten H3 Hoe werken markten 3.1 Markten marktmechanisme Organisatie door Marktmechanisme Vragers en aanbieders met eigen belang Aanbieders passen aan aan vragers. Soorten markten één, enkele of veel aanbieders

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Met de taxi of met de fiets

Met de taxi of met de fiets Hoofdstuk 2. Met de taxi of met de fiets 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 C B C C B A C A 2.32 1. Variabel. 2. Constant. 3. Variabel. 4. Constant. 2.33 a. Slechts 60%van het aantal gereden kilometers

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden.

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden. Module 3 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten: - De concrete

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! Opgaven vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn van

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop Antwoorden webquest asdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx

Nadere informatie

Domein D markt. Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen. Frans Etman

Domein D markt. Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen. Frans Etman vwo 5 Frans Etman Domein D markt Zie steeds de eenvoud!! Grafieken en rekenen Uitwerkingen Opgave 1 1. Bereken het consumentensurplus en het producentensurplus. Consumentensurplus 3*3000*0,5= 4500 euro

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Dit is het overzicht van de studiestof van het vak Grondslagen Micro-Economie. Het betreft hier een overzicht van de verplichte literatuur.

Dit is het overzicht van de studiestof van het vak Grondslagen Micro-Economie. Het betreft hier een overzicht van de verplichte literatuur. Voorwoord Dit is het overzicht van de studiestof van het vak Grondslagen Micro-Economie. Het betreft hier een overzicht van de verplichte literatuur. Dit overzicht is geschreven naar eigen inzicht van

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie

Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie Oefeningen: Soorten marktvormen + Vraag en Aanbod + Marktevenwicht bij volkomen concurrentie Oefening 1: Geef grafisch weer welke wijziging de vraag- en/of aanbodcurve zal ondergaan in volgende gevallen

Nadere informatie

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief)

Kruislingse prijselasticiteit Complementair aanvullend (negatief) Substituut vervangend (positief) Prijs Ev = %Δq / %Δ Ev = Geen reactie volkomen rijsinelastisch Ev tussen en -1 Een beetje inelastisch (rimaire, normale goederen) Ev onder de -1 Veel elastisch (luxe goed) Toeassing inelastisch P stijgt

Nadere informatie

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

1 De bepaling van de optimale productiegrootte 1 De bepaling van de optimale productiegrootte Voor wat zorgen de bedrijven en welk probleem treed zich op? De bedrijven zorgen voor het produceren van goederen en diensten. Er treed een keuzeprobleem

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Lesbrief Kopen en werken

Hoofdstuk 1. Lesbrief Kopen en werken Hoofdstuk 1 arbeid budgetlijn categoriale huishouden kapitaal kapitaalgoederen loonquote natuur ondernemerschap overdrachtsinkomens overig-inkomensquote participatiegraad primair inkomen productiefactoren

Nadere informatie

Oefeningen Producentengedrag

Oefeningen Producentengedrag Oefeningen Producentengedrag Oefening 1: Bij een productie van 10.000 eenheden bedragen de totale kosten van een bedrijf 90.000 EUR. Bij een productie van 12.500 bedragen de totale kosten 96.000 EUR. De

Nadere informatie

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2. Werkboek Werk Ver 2 Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12 Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.9 7 2.10 t/m 2.14 Afmaken beleggen Inleveren handelingsdeel bij docent

Nadere informatie

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Opgave 1 Vraag- en aanbodcurve met consumenten- en producentensurplus. Qv = -0,5p + 10 Qa = 0,5p 2 Qa = Qv Prijs in euro, q in stuks. 1. Teken de

Nadere informatie

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Winst = omzet kosten TW = TO TK TO = 2000 TK = 1500 TW = 500 Omzet per product = gemiddelde omzet = prijs = GO TO = 2000 Als afzet is

Nadere informatie

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 1 Nog niet zo lang geleden had je als boer te maken met een melkquotum. Een melkquotum betekent dat je een maximale hoeveelheid

Nadere informatie

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p).

De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). 1. Prijselasticiteit van de vraag De mate waarin de gevraagde hoeveelheid van een product(qv) gevoelig is voor een verandering van de prijs van het product (p). %-verandering gevraagde hoeveelheid (gevolg)

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod Oefening 1: a. Stijging olieprijs blijft beperkt. Je moet een grafiek tekenen waarin je je aanbod naar links laat verschuiven (aanbod daalt) (wegens pijpleidingen die

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Vrije toe- uittreding Transparante

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn:

1 Volledige of volkomen competitieve markten Om te spreken van volkomen concurrentie moeten er 4 voorwaarden vervuld zijn: Competitieve markten van 6 COMPETITIEVE MARKTEN Marktvormen Welke verschilpunten stel je vast als je het aantal aanbieders en het aantal vragers vergelijkt op volgende markten? a/ Wisselmarkt b/ Markt

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats.

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Concrete markt: vragers, aanbieders, roduct o een beaalde laats. Abstracte markt: vraag en aanbod bealen de rijs (denkmodel) Volkomen concurrentie Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Transarante markt

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid = mensen Door werkgevers: bedrijven en overheid Werkgelegenheid Hoe lager het loon, hoe groter de vraag naar arbeid Aanbod van arbeid: beroepsbevolking (iedereen tussen de

Nadere informatie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 7 Antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010, Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST OVER OMZET, KOSTEN EN WINST De Totale Winst (TW) van bedrijven vindt men door van de Totale Opbrengsten (TO), de Totale Kosten (TK) af te halen. Daarvoor moeten we eerst naar de opbrengstenkant van het

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Verkenning 1 a De kosten van het onderzoek en het risico dat het mislukt moet worden afgewogen tegen de mogelijke winst als het onderzoek wel lukt en het

Nadere informatie

HT1: Vraag en aanbod - marktevenwicht

HT1: Vraag en aanbod - marktevenwicht Naam: Nummer: HT: Vraag en aanbod - marktevenwicht Klas: 5 ECMT Lkr.: R. De Wever 20 september 202 20 Vraag : (2 ptn) ACTUA: Apple. Wie is de huidige CEO? Tim Cook. 2. Waarom kwam Apple afgelopen week

Nadere informatie

Statische markttheorie. College 4, spm 1212

Statische markttheorie. College 4, spm 1212 Statische markttheorie College 4, spm 1212 1 Statische Markttheorie: SCP of SGR Marktstructuur Gedrag actoren Economische resulaten 2 Secundaire structuurkenmerken (basic conditions)! Groei of krimp! Vraagconcentratie!

Nadere informatie

PW EXTRA: Remediëringstaak

PW EXTRA: Remediëringstaak Naam: Nummer: Klas: 5 ECMT-ECWI PW EXTR: Remediëringstaak Lkr.: R. De Wever Herfstvakantie 2016 1. Herstudeer eerst de leerstof economie van Thema 1. 2. Hermaak schriftelijk een selectie van de klassikaal

Nadere informatie

De opbouw van het monopolie model.

De opbouw van het monopolie model. Het monopolie Soorten monopolies Een monopolie is een situatie waarin er sprake is van 1 aanbieder die dus volledige invloed heeft op de prijs. De overheid vindt dit een onwenselijke situatie, twee situaties

Nadere informatie

2 Katern Consumenten en producenten

2 Katern Consumenten en producenten Vwo-katern 2 Consumenten en producenten hoofdstuk 1 Consumenten en producenten 2 Katern Consumenten en producenten hoofdstuk 1 Het gedrag van de consument Opdracht 1 a Bijvoorbeeld via reclame of via prijsacties.

Nadere informatie

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 De markt, marktsector en particuliere sector het zijn alle drie benamingen die

Nadere informatie

Kaarten module 4 derde klas

Kaarten module 4 derde klas 1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef

Nadere informatie

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden 3.1 De reis van een spijkerbroek 1 3.1 De reis van een spijkerbroek Bedrijfskolom = De weg die een product aflegt van grondstof tot eindproduct. Tussen elke schakel van de bedrijfskolom bevindt zich een

Nadere informatie

Memokaart A01 Rekenen met procenten

Memokaart A01 Rekenen met procenten Memokaart A01 Rekenen met procenten Procent betekent 1% = 1/100 = 0,01 = één honderdste deel 10% = 10/100 = 0,1 = tien honderdste deel Uitdrukken in procenten Jan had tien knikkers en hij heeft er nu elf.

Nadere informatie

Economie H5 : Markt & Overheid

Economie H5 : Markt & Overheid 1. De telefoniemarkt Het kan per land verschillen wat de overheid aanbiedt en wat door de bedrijven wordt aangeboden. Dit kan aan de politiek liggen maar ook aan de tijdsperiode. Voorbeelden telefonie,

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Vraag en Aanbod

Hoofdstuk 3: Vraag en Aanbod Economie, een Inleiding Hoofdstuk 3: Vraag en Aanbod 1 Vraag en Aanbod - Inhoudstafel 1. De vraag als uitdrukking van bereidheid tot betalen 2. Het aanbod als uitdrukking van marginale kosten 3. Prijsvorming

Nadere informatie

Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Grafieken Economie Hoofdstuk 7 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 1 Inhoud Grafieken Economie Hoofdstuk 7 door ieter Nobels ONDERNEMERSGEDRG BIJ OLKOMEN CONCURRENTIE... 3 GLOBL MRKTEENWICHT... 3 ERSCHUIINGEN N RG- EN NBODCURE (GLOBLE MRKT)...

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo I

Eindexamen economie pilot vwo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Steeds meer mobiliteit 1.1 a. manier van vervoeren fiets

Hoofdstuk 1 Steeds meer mobiliteit 1.1 a. manier van vervoeren fiets Hoofdstuk 1 Steeds meer mobiliteit 1.1 a. manier van vervoeren fiets trein voordeel flexibel, goedkoop, gezond, niet slecht voor het milieu. snel, goedkoop. nadeel langzaam, je wordt nat bij regen, te

Nadere informatie

Toegepast Rekenen Opdrachten:

Toegepast Rekenen Opdrachten: Toegepast Rekenen Opdrachten: Hfst 1: Rekenen Opdr. 1: a. 66 : 3 = c. -66 : (-3) = e. 12 - (+5) = b. 66 : (-3) = d. -12 + 5 = f. -12 (-5) = De omzet van een laptopwinkel is 15.000,-. De verkoopprijs per

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Aanpassingen lesbrieven havo

Aanpassingen lesbrieven havo Aanpassingen lesbrieven havo 2012-2013 Lesbrief Vervoer blz. 5, na 5 e regel onder foto:..is aangesloten bij TCA. Toevoegen: Vanwege het grote marktaandeel mag TCA de marktleider genoemd worden. blz. 5,

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Op zoek naar een spijkerbroek

Op zoek naar een spijkerbroek Hoofdstuk 2 Op zoek naar een spijkerbroek 2.23 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 2.32 D A A D B C D B C A 2.33 a. P = 6 Qv = -0,8 6 + 20 = 15,2 15.200 stuks. b. Omzet = P Qv = 6 15.200 = 91.200.

Nadere informatie

Antwoordmodel module 8

Antwoordmodel module 8 Antwoordmodel module 8 Opdracht 1 a. a, c, d, b. Naarmate de prijsafzetlijn steiler loopt, leidt een prijsstijging tot een geringere daling van de gevraagde hoeveelheid. b. Bij een gegeven prijs betekent

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 11 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk Open Vragen OEFENING a) i. De vraagcurve van arbeid verschuift naar rechts. ii. Daar we in de korte termijn zijn, kan de kapitaalstock niet worden aangepast aan de stijging

Nadere informatie

Herhaling vwo 4. Module 1, 2 en 3. Herhaling vwo 4 module 1, 2, 3. Domeinen ruil, schaarste, markt.

Herhaling vwo 4. Module 1, 2 en 3. Herhaling vwo 4 module 1, 2, 3. Domeinen ruil, schaarste, markt. Herhaling vwo 4 Module 1, 2 en 3 1 Problemen 1. Overzicht over de stof 2. Vergelijkingen oplossen 3. Oplosstappen TWmax 4. Tekenen van grafieken 5. Leerwerk verbeteren 6. Lezen van opgaven (m.i. grootste

Nadere informatie

Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst

Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst Product 1 Misconceptie Opbrengst = Winst Vakdidactiek Algemene Economie, Masters jaar 2 In opdracht van: dhr. Peter Voorend Instituut: Hogeschool van Amsterdam Gemaakt door: Natasha Pers Naam docent: Vak:

Nadere informatie

Competitieve markten

Competitieve markten Thema 1 Competitieve markten 1.1 Prijsvorming op competitieve markten 1.1.1 Prijsvorming op competitieve markten leidt tot evenwichtsprijs UITWERKINGSTRAJECT Infopunt (p. 9) Voorafgaande opmerking: het

Nadere informatie

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola)

geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Lesbrief Consument en Producent Hoofdstuk 1 De klant Marktaandeel van een merk: geeft aan wat de verhouding is tussen de afzet van een merk (Coca Cola) en de totale afzet van een productvorm (cola) Afzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Vraag 1: PRIJSVORMING

Vraag 1: PRIJSVORMING Naam:.. Datum: 03/12/2013 Klas:... Klasnummer: Vak: SEI Leerkracht: K. Wambeke Opdrachtenbundel ( /20) Vraag 1: PRIJSVORMING Een "mp3-speler" wil wel iedereen maar tegen welke prijs? Los hierover de volgende

Nadere informatie

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 3: We gaan voor de winst Exameneenheid: Arbeid en productie

Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 3: We gaan voor de winst Exameneenheid: Arbeid en productie 3.1 Wat zijn de kosten? Toegevoegde = extra waarde die ontstaat door de bewerking van een product waarde Toegevoegde waarde = verkoopwaarde inkoopwaarde Productiefactoren = productiemiddelen die een producent

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie pilot I

Eindexamen vwo economie pilot I Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat de principaal te maken kan krijgen met keuzemogelijkheden en daardoor kosten moet maken om de kwaliteit van de zorgproducenten te kunnen beoordelen

Nadere informatie

1.4 a. 6,54 wordt afgerond 6,5 en het antwoord: 6, = b. 6,54 wordt dan 7 en het antwoord: =

1.4 a. 6,54 wordt afgerond 6,5 en het antwoord: 6, = b. 6,54 wordt dan 7 en het antwoord: = Hoofdstuk 1 Rekenen 1.1 a. Bij het afronden van 5,45 op een heel getal kijk je naar het eerste cijfer achter de komma. Dat is een 4, dus moet je naar beneden afronden. 5,45 wordt dan een 5. b. De docent

Nadere informatie

Wat kun je verwachten?

Wat kun je verwachten? Economie V5 Economie 2 3 Wat kun je verwachten? Urenverdeling V5: 3 uur per week V6: 3 uur per week Overhoringen Minimaal 2 overhoringen per periode (weging varieert) Weging Proefwerk: 3-4x (in april:

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Remediëringstaak: Vraag en aanbod

Remediëringstaak: Vraag en aanbod Remediëringstaak: Vraag en aanbod 1. Studeer opnieuw de leerstof van vraag en aanbod in. Tracht steeds zeer inzichtelijk te studeren: ga na dat je alle redeneringen die we in de klas / cursus maakten snapt.

Nadere informatie

UIT accijns en btw

UIT accijns en btw Kostprijsverhogende belastingen. Zowel accijnzen als BTW zijn kostprijsverhogende belastingen. Zowel accijnzen als de BTW zijn indirecte belastingen. Ze worden via de tussenhandel geheven en niet direct

Nadere informatie

Arbeid = arbeiders = mensen

Arbeid = arbeiders = mensen Vraag van en aanbod naar arbeid Arbeid = arbeiders = mensen De vraag naar mensen = werkenden Het aanbod van mensen = beroepsbevolking Participatiegraad Beroepsbevolking / beroepsgeschikte bevolking * 100%

Nadere informatie

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?

1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden? 1. De productiemogelijkhedencurve van een land verschuift naar boven. Waardoor kan dit verklaard worden?. een daling van het aantal werklozen B. een toename van de emigratie uit het betreffende land. de

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Oefeningen op monopolie

Oefeningen op monopolie Oefeningen op monopolie Oefening : De NV Imolex brengt als enige onderneming het product Mico op de markt. Met de op korte termijn gegeven productiecapaciteit kunnen maximaal 5.000 eenheden per maand worden

Nadere informatie

Lesbrief Markt en Overheid 3 e druk

Lesbrief Markt en Overheid 3 e druk Hoofdstuk 1. 1.17 1.18 1.19 1.20 D C B B De telefoniemarkt 1.21 a. Het zijn kosten die toenemen bij toename van de productie en afnemen bij afname van de productie. b. Grondstofkosten: 2,5 6 = 15. Loonkosten:

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, roduct o een beaalde laats. Abstracte markt: vraag en aanbod bealen de rijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Volkomen concurrentie vwo 5 herhaling

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak economie havo, eerste tijdvak (2017). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre

Nadere informatie

Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn?

Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn? Onderzoeksvraag 3 Wat is de optimale productiegrootte op korte termijn? 1 Intro Een onderneming produceert 3 000 eenheden van haar product en maakt daarbij 27 500 euro kosten. De variabele kosten verlopen

Nadere informatie