HOOFDSTUK 1: VAN DE LEIDING VAN DE VERGADERING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HOOFDSTUK 1: VAN DE LEIDING VAN DE VERGADERING"

Transcriptie

1 tekstuele wijziging inhoudelijke wijziging verwijderde tekst toegevoegde tekst Bijlage D1 Bestaande tekst Voorgestelde wijzigingen Toelichting REGLEMENT VAN ORDE VOOR HET PARTIJCONGRES VAN HET CDA HOOFDSTUK 1: VAN DE LEIDING VAN DE VERGADERING ARTIKEL 1 Voor de toepassing van dit reglement wordt onder voorzitter verstaan de partijvoorzitter dan wel degene die in zijn plaats optreedt. ARTIKEL 2 Het Dagelijks Bestuur heeft de leiding van de vergaderingen van het partijcongres. ARTIKEL 3 De voorzitter is verantwoordelijk voor een ordelijk verloop van de vergaderingen en de daarop plaatsvindende beraadslagingen. Het D d agelijks B b estuur van de partij heeft de leiding van de vergaderingen van het partijcongres.

2 ARTIKEL 4 De voorzitter zorgt dat de bepalingen van Statuten, Huishoudelijk Reglement en dit Reglement voorzover van toepassing worden nageleefd. ARTIKEL 5 Men richt het woord tot de vergadering via de voorzitter. Per vergadering wordt de duur van de toegestane spreektijd vastgesteld door de voorzitter. ARTIKEL 6 De voorzitter is bevoegd desgevraagd het woord te verlenen. De voorzitter is bevoegd iemand het woord te ontnemen indien deze zich naar het oordeel van de voorzitter buiten de vergaderorde begeeft. ARTIKEL 7 1. De voorzitter kan de vergadering schorsen. 2. De schorsing gaat als regel de tijd van vijf kwartier niet te boven tenzij bijzondere omstandigheden dit wenselijk maken. HOOFDSTUK 2: VAN DE STEMMINGEN ARTIKEL 8 Aan de stemming kan worden deelgenomen door de leden die stemgerechtigd zijn. ARTIKEL 9 De voorzitter zorgt dat de bepalingen van S s tatuten, en het H huishoudelijk R r eglement van deze partij en dit R r eglement voorzover van toepassing worden nageleefd. Men richt het woord tot de vergadering via de voorzitter. Per vergadering wordt De voorzitter bepaalt de duur van de toegestane spreektijd vastgesteld door de voorzitter. De voorzitter is bevoegd iemand desgevraagd het woord te verlenen. De voorzitter is bevoegd iemand de/een spreker het woord te ontnemen indien deze zich naar het oordeel van de voorzitter buiten de vergaderorde begeeft.

3 Elk lid kan niet meer dan één stem uitbrengen, behoudens het recht om als afgevaardigde op te treden als bedoeld in de artikelen 27 en 30 statuten. Stemming bij volmacht is niet toegestaan. ARTIKEL 10 Besluiten worden, tenzij bij statuten en/of reglement(en) anders bepaald, genomen met eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat geen geldig besluit kan worden genomen wanneer niet meer dan vijfenzeventig stemgerechtigde leden aanwezig zijn. ARTIKEL 11 Indien het vereiste quorum ontbreekt wordt een nieuwe vergadering belegd, indien realiseerbaar binnen een termijn van 14 dagen, waarin hetzelfde voorstel opnieuw aan de orde is. Ongeacht het aantal der aanwezige stemhebbende leden, worden in die vergadering geldige besluiten genomen bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij anders is bepaald. ARTIKEL 12 Elk lid kan niet meer dan één stem uitbrengen, behoudens het recht om als afgevaardigde op te treden als bedoeld in de artikelen 27 en 30 statuten. Stemming bij volmacht is niet toegestaan. Besluiten worden, tenzij bij statuten en/of reglement(en) anders bepaald, genomen met eenvoudige gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat geen geldig besluit kan worden genomen wanneer niet meer dan vijfenzeventig stemgerechtigde leden aanwezig zijn. Indien het vereiste quorum ontbreekt wordt een nieuwe vergadering belegd, indien realiseerbaar binnen een termijn van 14 dagen, waarin hetzelfde voorstel opnieuw aan de orde is. Ongeacht het aantal der aanwezige stemhebbende leden, worden in die vergadering geldige besluiten genomen bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij anders is bepaald. 1. Indien vastgesteld is dat het vereiste quorum ontbreekt, wordt een nieuwe vergadering belegd. Inzake de oproep voor een nieuwe vergadering dient een termijn van ten minste veertien dagen in acht genomen te worden. 2. Ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden in de nieuwe vergadering geldige besluiten genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij anders is bepaald. Zie voor verdere toelichting thema 1a van de oplegger. In overeenstemming gebracht met artikel 102 statuten.

4 1. Over personen wordt schriftelijk gestemd, behalve ingeval van enkelvoudige kandidaatstelling, behoudens het bepaalde in art Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij door de meerderheid van de stemhebbende leden van de vergadering een schriftelijke stemming wordt verlangd. 1. Over personen wordt schriftelijk gestemd, behalve ingeval van enkelvoudige kandidaatstelling, behoudens het bepaalde in art 17 conform het bepaalde in artikel 103 van de statuten. 2. Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij door de meerderheid van de stemhebbende leden van de vergadering een schriftelijke stemming wordt verlangd conform het bepaalde in artikel 103 van de statuten. 3. Een alternatieve wijze van stemmen dient in overeenstemming te zijn met artikel 104 statuten Zie voor verdere toelichting thema 1b van de oplegger. ARTIKEL 13 ARTIKEL 13 Dit volgt al uit art. 103 statuten waarnaar is verwezen in artikel 12 lid 1. Bij het staken van stemmen bij besluiten over zaken wordt het desbetreffende voorstel geacht te zijn verworpen. ARTIKEL 14 ARTIKEL 14 Bij stemmingen over personen zijn de eerste twee stemmingen vrij. Is een derde stemming noodzakelijk omdat niemand de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich verenigd heeft, dan kan slechts gekozen worden tussen de twee personen, die bij de tweede vrije stemming de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Bij het staken van stemmen bij besluiten over zaken wordt het desbetreffende voorstel geacht te zijn verworpen. Bij stemmingen over personen zijn de eerste twee stemmingen vrij. Is een derde stemming noodzakelijk omdat niemand de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich verenigd heeft, dan kan slechts gekozen worden tussen de twee personen, die bij de tweede vrije stemming de meeste stemmen op zich verenigd hebben. ARTIKEL 15 ARTIKEL 15 Hebben evenveel personen bij deze tweede vrijstemming een Hebben evenveel personen bij deze tweede vrijstemming gelijk aantal stemmen op zich verenigd, met het gevolg dat een gelijk aantal stemmen op zich verenigd, met het gevolg niet vaststaat wie van hen tot de in artikel 14 van dit dat niet vaststaat wie van hen tot de in artikel 14 van dit reglement bedoelde twee personen moet worden gerekend, reglement bedoelde twee personen moet worden dan vindt tussen deze personen gerekend, dan vindt tussen deze personen een tussenstemming plaats. een tussenstemming plaats. ARTIKEL 16 ARTIKEL 16

5 Staken bij deze tussenstemming of bij de derde stemming de Staken bij deze tussenstemming of bij de derde stemming stemmen, dan beslist het lot. de stemmen, dan beslist het lot. ARTIKEL 17 ARTIKEL 17 Is bij een stemming over personen sprake van een enkelvoudige kandidaatstelling, dan wordt voorgesteld betrokkene(n) bij acclamatie te verkiezen dan wel te benoemen. Desgewenst wordt toch schriftelijk gestemd indien dit door één of meer leden wordt verlangd. HOOFDSTUK 3: VAN DE BEHANDELING VAN VOORSTELLEN ARTIKEL 18 Bij elk in behandeling gebracht voorstel dat in onderdelen of punten is gesplitst, wordt eerst beraadslaagd over het voorstel in zijn geheel en daarna over de onderdelen of artikelen afzonderlijk. Artikel Zijn over een onderwerp verschillende voorstellen ingediend dan komen deze achtereenvolgens instemming, te beginnen met het voorstel van de verste strekking. De voorzitter geeft vóór een stemming aan welke deze volgorde is. Zonder tegenvoorstel wordt de door de voorzitter aangegeven volgorde van behandeling als bindend aanvaard. Is bij een stemming over personen sprake van een enkelvoudige kandidaatstelling, dan wordt voorgesteld betrokkene(n) bij acclamatie te verkiezen dan wel te benoemen. Desgewenst wordt toch schriftelijk gestemd indien dit door één of meer leden wordt verlangd. 1. Zijn over een onderwerp verschillende voorstellen ingediend dan komen worden deze achtereenvolgens in stemming gebracht, te beginnen met het voorstel van de verste strekking. De voorzitter geeft vóór een stemming aan welke deze wat de volgorde is. Zonder tegenvoorstel wordt de door de voorzitter aangegeven volgorde van behandeling als bindend aanvaard.

6 2. Voorgestelde amendementen komen vóór het voorstel, waarop zij zijn ingediend, in stemming, te beginnen met het amendement, dat van het oorspronkelijke voorstel het meeste afwijkt met als algemeen uitgangspunt dat de inhoudsvolgorde zoveel als mogelijk wordt gevolgd. 3. In gelijke volgorde wordt over sub amendementen gestemd vóór de stemming over het amendement waarop zij zijn ingediend. 4. Wordt een voorstel, amendement of sub amendement, als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, aangenomen, dan vervallen automatisch de minder verstrekkende voorstellen, amendementen of sub amendementen. 5. Geen voorstellen kunnen worden behandeld die onderwerpen betreffen, welke niet tot de statutaire bevoegdheden van het partijcongres behoren. ARTIKEL Is een voorstel, waarover gestemd moet worden, in onderdelen of punten verdeeld, dan wordt ten aanzien van elk onderdeel of artikel en de daarop ingediende amendementen en sub amendementen gehandeld als in artikel 19 is aangegeven. 2. Nadat de stemming over de onderdelen of punten heeft plaats gehad, wordt gestemd over het voorstel in zijn geheel. ARTIKEL Over v V oorgestelde amendementen wordt gestemd komen vóór het voorstel, waarop zij betrekking hebben. zijn ingediend, in stemming, Begonnen wordt te beginnen met het amendement, dat van het oorspronkelijke voorstel het meeste afwijkt met als algemeen uitgangspunt dat de inhoudsvolgorde zoveel als mogelijk wordt gevolgd. 3. In gelijke volgorde wordt O o ver sub amendementen wordt conform het vorige lid gestemd vóór de stemming over het amendement waarop zij zijn ingediend. 5. Geen voorstellen kunnen worden behandeld die onderwerpen betreffen, welke niet tot de statutaire bevoegdheden van het partijcongres behoren. Voorstellen over onderwerpen die niet tot de statutaire bevoegdheden van het partijcongres behoren, worden niet behandeld.

7 1. Een voorstel welke de orde van de vergadering dan wel de agenda betreft, wordt terstond in behandeling genomen, alvorens de vergadering wordt voortgezet. 2. De voorzitter is gerechtigd zonder raadpleging van het Dagelijks Bestuur een voorstel van orde van een pre advies te voorzien. HOOFDSTUK 4: VAN DE DEELRADEN ARTIKEL De plenaire vergadering van het partijcongres kan opgesplitst worden in deelraden ter bespreking van deelonderwerpen. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de op de vergadering van het partijcongres aanwezige stemhebbende leden evenwichtig over de deelraden verdeeld worden. 1. Een voorstel welke dat de orde van de vergadering dan wel of de agenda betreft, wordt terstond in behandeling genomen, alvorens voordat de vergadering wordt voortgezet. 2. De voorzitter is gerechtigd zonder raadpleging van het D d agelijks B b estuur een voorstel van orde van een pre advies te voorzien. HOOFDSTUK 4: VAN DE DEELRADEN Deelsessies 1. De plenaire vergadering van het partijcongres kan opgesplitst worden in deel raden sessies ter bespreking van en/of besluitvorming over deelonderwerpen. 2. Op de orde van de vergadering van de deel raden sessies is dit reglement zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing Het D d agelijks B b estuur stelt een nader tijdstip vast waarop voorstellen, moties e.d. uiterlijk ingediend moeten worden om voor behandeling in de deel raden in aanmerking te komen. Oud art. 24 lid Het D d agelijks B b estuur draagt er zorg spant zich ervoor in voor dat de op de vergadering van het partijcongres aanwezige stemhebbende stemgerechtigde leden evenwichtig over de deel raden sessies verdeeld worden.

8 3. Deze deelraden staan onder leiding van een lid van het Dagelijks Bestuur. 4. Het Dagelijks Bestuur wijst een secretaris voor iedere deelraad aan. 5. Op de orde van de discussie is dit Reglement van Orde zoveel als mogelijk van toepassing. ARTIKEL Voorstellen, moties, resoluties, amendementen en sub amendementen omtrent het onderwerp dat in de deelraden aan de orde is, kunnen slechts in die deelraden worden ingediend en worden van daaruit doorgeleid naar het plenaire partijcongres. 2. Indien in een deelraad voorstellen, moties, resoluties, amendementen danwel sub amendementen betrekking hebbend op het onderwerp waarmee de deelraad is belast, met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen worden aanvaard, worden deze voorstellen e.d., met inachtname van lid 6 van dit artikel, geacht te zijn aanvaard door het partijcongres. Zij worden slechts medegedeeld aan het plenaire partijcongres. 3. Voorstellen e.d. die door een eenvoudige meerderheid van de deelraad worden ondersteund, doch geen 2/3 meerderheid verwerven, worden ter definitieve besluitvorming doorgeleid naar het plenaire partijcongres. Het Dagelijks Bestuur brengt daartoe een pre advies uit Deze deel raden sessies staan onder leiding van een lid van het D d agelijks B b estuur Het D d agelijks B b estuur wijst een secretaris voor iedere deelraad aan. voor iedere deelsessie een secretaris aan. 5. Op de orde van de discussie is dit Reglement van Orde zoveel als mogelijk van toepassing. Verplaatst naar lid Voorstellen, moties, resoluties, amendementen en sub amendementen omtrent het onderwerp dat in de deel raden sessie aan de orde is, kunnen slechts in die deel raden sessie worden ingediend en worden van daaruit doorgeleid naar het plenaire partijcongres. 2. Indien in een deel raad sessie voorstellen, moties, resoluties, amendementen danwel sub amendementen e.d. betrekking hebbend op het onderwerp waarmee de deel raad sessie is belast, met 2/3 meerderheid van de uitgebrachte stemmen worden aanvaard, worden deze voorstellen e.d., met inachtname inachtneming van lid 6 5 van dit artikel, geacht te zijn aanvaard door het partijcongres. Zij worden slechts medegedeeld aan het plenaire partijcongres. 3. Voorstellen e.d. die door een eenvoudige gewone meerderheid van de deel raad sessie worden ondersteund, doch geen 2/3 meerderheid verwerven, worden ter definitieve besluitvorming doorgeleid naar het plenaire partijcongres. Het D d agelijks B b estuur brengt daartoe een pre advies uit.

9 4. Ingediende voorstellen, moties e.d. worden door de voorzitters van de deelraden in de discussie nadrukkelijk aan de orde gesteld. 5. Het Dagelijks Bestuur stelt een nader tijdstip vast waarop voorstellen, moties e.d. uiterlijk ingediend moeten worden om voor behandeling in de deelraden in aanmerking te komen. 6. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om eventuele onevenwichtigheden in door de deelraden genomen besluiten over resoluties, moties e.d. in de plenaire vergadering ter definitieve besluitvorming voor te leggen. 4. Ingediende voorstellen, moties e.d. worden door de voorzitters van de deelraden in de discussie nadrukkelijk aan de orde gesteld. 54. Het Dagelijks Bestuur stelt een nader tijdstip vast waarop voorstellen, moties e.d. uiterlijk ingediend moeten worden om voor behandeling in de deelraden in aanmerking te komen Het D d agelijks B b estuur is bevoegd om eventuele onevenwichtigheden in door de deel raden sessies genomen besluiten over resoluties, moties voorstellen e.d. in de plenaire vergadering ter definitieve besluitvorming voor te leggen. Het ligt voor de hand dat de voorzitter tijdens de deelsessie uitdrukkelijk aan de orde stelt waarover de deelsessie heeft te besluiten. HOOFDSTUK 5: VAN HET TELLEN VAN DE STEMMEN ARTIKEL Ten behoeve van het tellen der schriftelijk uitgebrachte stemmen benoemt de voorzitter uit het midden der aanwezige leden van de vergadering een stemcommissie. 1. Ten behoeve van het tellen der van de schriftelijk uitgebrachte stemmen benoemt de voorzitter uit het midden der van de aanwezige leden van de vergadering een stemcommissie.. 2. De stemcommissie bestaat uit drie personen. 2. De stemcommissie bestaat uit drie personen. Dit sluit aan bij de praktijk. 3. De stemcommissie is belast met de vaststelling van de uitslag van de schriftelijk stemming De stemcommissie is belast met de vaststelling van de uitslag van de schriftelijk stemming.

10 ARTIKEL Ten behoeve van het tellen der niet schriftelijk uitgebrachte stemmen wijst de voorzitter een of meer stemopnemers aan. 2. De stemopnemers zijn belast met het tellen der niet schriftelijk uitgebrachte stemmen en brengen hiervan verslag uit aan de voorzitter, die hiervan mededeling doet aan de vergadering. HOOFDSTUK 6: VAN DE BESLUITENLIJST ARTIKEL 26 Van elke gehouden vergadering wordt een besluitenlijst bijgehouden, die als regel in de volgende vergadering van het partijcongres wordt vastgesteld. ARTIKEL 27 De secretaris is verantwoordelijk voor het bijhouden van de besluitenlijst van de vergaderingen. ARTIKEL 28 De besluitenlijst vermeldt in elk geval: a. een opgaaf van de ingekomen stukken, de gedane voorstellen en de genomen besluiten. b. de zakelijke inhoud van de afzonderlijke genomen besluiten, zowel in de plenaire vergadering als in deelraden van het partijcongres. 1. Ten behoeve van het tellen der van de niet schriftelijk uitgebrachte stemmen wijst kan de voorzitter een of meer stemopnemers aan wijzen. 2. De stemopnemers zijn belast met het tellen der van de niet schriftelijk uitgebrachte stemmen en brengen hiervan verslag uit aan de voorzitter, die hiervan mededeling doet aan de vergadering. Van elke gehouden vergadering van het partijcongres wordt een besluitenlijst bijgehouden gemaakt, die in de volgende vergadering van het partijcongres wordt vastgesteld. De secretaris is verantwoordelijk voor het bijhouden maken van de besluitenlijst van de vergaderingen. De besluitenlijst vermeldt in elk geval: a. een opgaaf van de ingekomen stukken, de gedane voorstellen en de genomen besluiten. b. de zakelijke inhoud van de afzonderlijke genomen besluiten, zowel in de plenaire vergadering als in de deel raden sessie van het partijcongres. Dit sluit aan bij de praktijk.

11 c. de uitslag der stemmingen, indien geteld met precieze vermelding daarvan. ARTIKEL 29 Ieder lid heeft het recht om bij de vermelding van een besluit, zonder of met opgaaf van redenen, in de besluitenlijst te doen aantekenen, dat hij zich met dat besluit niet heeft verenigd, mits hij het verzoek daartoe terstond bij het nemen van het besluit doet. ARTIKEL 30 Bezwaren tegen de tekst van de besluitenlijst dienen in principe ten minste 24 uur voor de aanvang van de partijcongresvergadering op het CDA bureau te zijn ontvangen. ARTIKEL 31 De voorzitter onderwerpt de besluitenlijst aan de goedkeuring der vergadering. HOOFDSTUK 7: ONVOORZIENE GEVALLEN ARTIKEL 32 In alle gevallen waarin dit Reglement van Orde, de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement van het CDA niet voorzien, beslist het Dagelijks Bestuur. c. de uitslag der van de stemmingen, indien geteld met precieze vermelding daarvan. Ieder lid heeft het recht om bij de vermelding van een besluit, zonder of met opgaaf van redenen, in de besluitenlijst te doen aantekenen, dat hij zich met dat besluit niet heeft verenigd, mits hij het verzoek daartoe terstond direct bij het nemen van het besluit doet. Bezwaren tegen de tekst van de besluitenlijst dienen in principe ten minste 24 uur voor de aanvang van de partijcongresvergadering waarop deze wordt vastgesteld, door op het CDA bureau te zijn ontvangen. De voorzitter onderwerpt legt de besluitenlijst ter aan de goedkeuring der voor aan de vergadering. In alle gevallen waarin dit reglement, de statuten en/of het huishoudelijk reglement Reglement van Orde, de Statuten en/of het Huishoudelijk Reglement van het CDA niet voorzien, beslist het D d agelijks B b estuur.

12 tekstuele wijziging inhoudelijke wijziging verwijderde tekst toegevoegde tekst Bijlage D2 Bestaande tekst Voorgestelde wijzigingen Toelichting REGLEMENT VOOR DE VASTSTELLING VAN PROGRAMS ARTIKEL 1 1. Het partijbestuur stelt de ontwerptekst op van: a. het Program van Uitgangspunten; b. het program ten behoeve van de verkiezingen van de leden van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer der Staten Generaal; c. het program ten behoeve van de verkiezingen van de leden van het Europese Parlement. 2. Het kan daartoe één of meer bijzondere commissies benoemen. 3. Het partijbestuur zendt de ontwerptekst toe aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen, evenals aan de bijzondere organen en de bijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstukken D en E van de statuten, en maakt deze openbaar aan de leden. REGLEMENT VOOR DE VASTSTELLING VAN PROGRAM (MA) S 1. Het partijbestuur stelt de ontwerptekst op van: a. het Program van Uitgangspunten; b. het program ma ten behoeve van de verkiezingen van de leden van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer der Staten Generaal; c. het program ten behoeve van de verkiezingen van de leden van het Europese Parlement. 2. Het partijbestuur kan daartoe één of meer bijzondere commissies benoemen. 3. Het partijbestuur zendt maakt de ontwerptekst toe bekend aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen, evenals aan de bijzondere organen en de bijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstuk ken D en E van de statuten, en maakt deze openbaar aan de leden.

13 4. Voor de opstelling van de ontwerptekst en de vaststelling van programma s, welke niet in het eerste lid van dit artikel zijn genoemd, wordt door de betrokken partijorganen en/of verbanden, zoveel als mogelijk is, de in dit reglement vastgelegde procedure gevolgd. ARTIKEL 2 1. De leden van het CDA zijn bevoegd voorstellen tot amendementen op de ontwerptekst in te dienen op de vergadering van de gemeentelijke afdeling waaronder zij ressorteren. 2. Het bestuur van de gemeentelijke afdeling kan eveneens amendementen voorstellen. 3. Op een vergadering van de gemeentelijke afdeling wordt over deze voorstellen tot amendementen gestemd. 4. De aldus aangenomen voorstellen tot amendementen worden door het bestuur van de gemeentelijke afdeling binnen een door het partijbestuur te bepalen termijn, als amendementen op de ontwerptekst, ingediend bij de provinciale afdelingen, waaronder zij ressorteren. 5. De in artikel 11 van de statuten bedoelde leden kunnen hun voorstellen tot amendementen rechtstreeks indienen bij de provinciale afdeling Zuid Holland, tenzij zij aan het dagelijks bestuur te kennen hebben gegeven onder een andere provinciale afdeling te willen ressorteren. ARTIKEL 3 1. De ontwerptekst en de daarop door de afdelingen ingediende voorstellen tot amendementen worden behandeld in een 4. Voor de opstelling van de ontwerptekst en de vaststelling van programma s, welke niet in het eerste lid van dit artikel zijn genoemd, wordt door de betrokken partijorganen en/of verbanden afdelingen, zoveel als mogelijk is, de in dit reglement vastgelegde procedure zoveel mogelijk gevolgd. 1. De leden van het CDA zijn bevoegd voorstellen tot amendementen op de ontwerptekst in te dienen op de vergadering van de gemeentelijke afdeling waaronder zij ressorteren. 4. De aldus aangenomen voorstellen tot amendementen worden door het bestuur van de gemeentelijke afdeling binnen een door het partijbestuur te bepalen termijn, als amendementen op de ontwerptekst, ingediend bij de provinciale afdeling en, waaronder zij ressorteren. 5. De in artikel 11 van de statuten 4 van het huishoudelijk reglement bedoelde leden kunnen hun voorstellen tot amendementen rechtstreeks indienen bij de provinciale afdeling Zuid Holland, tenzij zij aan het dagelijks bestuur te kennen hebben gegeven onder een andere provinciale afdeling te willen ressorteren. 1. De ontwerptekst en de daarop door de gemeentelijke afdelingen ingediende voorstellen tot amendementen worden

14 vergadering van elke provinciale afdelingen binnen een door het partijbestuur vast te stellen termijn. 2. De provinciale afdeling rubriceert de ingediende voorstellen tot amendementen, welke op één onderwerp betrekking hebben. 3. De provinciale afdeling besluit, door middel van stemming, welke voorstellen tot amendementen worden overgenomen om als amendementen doorgezonden te worden aan het partijcongres. 4. De provinciale afdeling is bevoegd ook zelfstandig amendementen op de ontwerptekst bij het partijcongres in te dienen. ARTIKEL 4 De provinciale afdeling zendt de amendementen binnen een door het partijbestuur vast te stellen termijn toe aan het CDA bureau. ARTIKEL 5 De bijzondere organen en de bijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstukken D en E van de statuten, zijn eveneens bevoegd tot het indienen van amendementen, welke aan het CDA bureau dienen te worden toegezonden, binnen de in artikel 4 van dit reglement bedoelde termijn. ARTIKEL 6 behandeld in een vergadering van elke de provinciale afdeling en binnen een door het partijbestuur vast te stellen termijn. 2. De provinciale afdeling rubriceert de ingediende voorstellen tot amendementen, welke die op één onderwerp betrekking hebben. 3. De provinciale afdeling besluit, door middel van stemming, welke voorstellen tot amendementen worden overgenomen om als amendementen doorgezonden te worden aan het partijcongres, met een maximum van vijftig amendementen per afdeling. De bijzondere organen en de bijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstukk en D en E van de statuten, de Commissie Buitenland en honderd individuele leden, zijn eveneens bevoegd tot het indienen van amendementen, welke aan het CDA bureau dienen te worden toegezonden, binnen de in artikel 4 van dit reglement bedoelde termijn. Het maximumaantal amendementen dat de genoemde partijen in dit artikel op deze wijze mag indienen is tien. Zie voor verdere toelichting thema 4b van de oplegger. Zie voor verdere toelichting thema 4a van de oplegger.

15 Indien een voorstel tot amendement van een gemeentelijke afdeling niet door de provinciale afdeling, waaronder zij ressorteert, is overgenomen, is die afdeling bevoegd zelf dat voorstel tot amendement toe te zenden aan het CDA bureau binnen de in artikel 4 van dit reglement bedoelde termijn. Het als zodanig ingediende amendement dient vergezeld te zijn van een schriftelijke toelichting. ARTIKEL 7 De overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 6 van dit reglement ingediende amendementen worden door het CDA bureau gerubriceerd op onderwerp en volgorde van de ontwerptekst en met vermelding van de respectievelijke indieners op een overzicht van amendementen, tezamen met de ontwerptekst, aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen toegezonden en openbaar gemaakt aan de leden, binnen een door het partijbestuur vast te stellen termijn. ARTIKEL 8 Het partijbestuur is bevoegd, op grond van de ingediende amendementen, wijzigingen in zijn ontwerptekst aan het partijcongres voor te stellen. Dit dient eveneens te geschieden binnen de in artikel 7 van dit reglement bedoelde termijn. Indien een voorstel tot amendement van een gemeentelijke afdeling niet door de provinciale afdeling, waaronder zij ressorteert, is overgenomen, is die afdeling bevoegd zelf dat voorstel tot amendement toe te zenden aan het CDA bureau binnen de in artikel 4 van dit reglement bedoelde termijn. Het als zodanig ingediende amendement dient vergezeld te zijn van een schriftelijke toelichting. ARTIKEL 7 6 De overeenkomstig de artikelen 4 en 5 tot en met 6 van dit reglement ingediende amendementen worden door het CDA bureau gerubriceerd op onderwerp en volgorde van de ontwerptekst en met vermelding van de respectievelijke indieners. Dit op een overzicht van amendementen wordt, tezamen met de ontwerptekst, bekend gemaakt aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen toegezonden en openbaar gemaakt aan de leden, binnen een door het partijbestuur vast te stellen termijn. ARTIKEL 8 7 Het partijbestuur is bevoegd, op grond van de ingediende amendementen, wijzigingen in zijn ontwerptekst aan het partijcongres voor te stellen. Dit dient eveneens te geschieden binnen de in artikel 7 6 van dit reglement bedoelde termijn. Deze wijzigingen worden binnen de in artikel 7 6 van dit reglement bedoelde termijn bekend gemaakt aan de leden. Een bekendmaking kan ook gebeuren via digitale kanalen, een website oid. Tweede zin toegevoegd vanwege het schrappen van artikel 9. ARTIKEL 9 ARTIKEL 9 Overbodig artikel gelet op art. 7 en 8. De in artikel 7 van dit reglement bedoelde lijst van amendementen en de in artikel 8 van dit reglement bedoelde De in artikel 7 van dit reglement bedoelde lijst van amendementen en de in artikel 8 van dit reglement bedoelde

16 wijzigingen worden binnen de in artikel 7 van dit reglement bedoelde termijn toegezonden aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen en openbaar gemaakt aan de leden. ARTIKEL 10 Een (De) door een afdeling, overeenkomstig artikel 6 van dit reglement ingediend(e) amendement(en) kan (kunnen) bij monde van (een) door de betreffende afdeling aangewezen vertegenwoordiger(s) op de vergadering van het partijcongres, waarop de tekst van een in artikel 1 lid 1 van dit reglement genoemd program wordt vastgesteld, worden toegelicht. ARTIKEL 11 Ook bijzondere organen en bijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstukken D en E van de statuten, kunnen eventueel (een) door hen, overeenkomstig artikel 5 van dit reglement, ingediend(e) amendement(en), bij monde van (een) door het betreffende bijzondere orgaan en/of bijzondere organisatie aangewezen vertegenwoordiger(s) op deze vergadering van het partijcongres toelichten. ARTIKEL 12 Het partijcongres beslist over de ingediende amendementen en de eventueel voorgestelde wijzigingen, overeenkomstig artikel 8 van dit reglement, van het partijbestuur. Na de besluitvorming hieromtrent stelt het partijcongres de tekst van een in artikel 1 lid 1 van dit reglement genoemd program vast, waarmee het definitief is vastgesteld als program van het CDA. wijzigingen worden binnen de in artikel 7 van dit reglement bedoelde termijn toegezonden aan de gemeentelijke en provinciale afdelingen en openbaar gemaakt aan de leden. ARTIKEL 10 8 Een (De) door een afdeling, overeenkomstig artikel 6 van dit reglement ingediend(e) amendement(en) kan (kunnen) bij monde van (een) door de betreffende afdeling aangewezen vertegenwoordiger(s) op de vergadering van het partijcongres, waarop de tekst van een in artikel 1 lid 1 van dit reglement genoemd program wordt vastgesteld, worden toegelicht. ARTIKEL 11 9 Ook bijzondere organen en b B ijzondere organisaties, als bedoeld in de hoofdstuk ken D en E van de statuten, de Commissie Buiteland of een groep van honderd leden kunnen eventueel ( een ) door hen, overeenkomstig artikel 5 van dit reglement, ingediend (e) amendement (en), door middel van ( een ) door hen aangewezen vertegenwoordiger het betreffende bijzondere orgaan en/of bijzondere organisatie aangewezen vertegenwoordiger(s) op deze vergadering van het partijcongres toelichten. ARTIKEL Het partijcongres beslist over de ingediende amendementen en de eventueel door het partijbestuur voorgestelde wijzigingen, overeenkomstig artikel 8 van dit reglement, van op de ontwerptekst het partijbestuur. Dit artikel ziet op art. 6 en deze is geschrapt.

17 ARTIKEL 13 Voor de definitieve vaststelling, wijziging en/of aanvulling van het in artikel 1 lid 1.a. van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten, is overeenkomstig artikel 31 sub j van de statuten een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen van het partijcongres vereist. 2. Na de besluitvorming omtrent ingediende amendementen en de eventueel door het partijbestuur voorgestelde wijzigingen op de ontwerptekst stelt het partijcongres de tekst van een in artikel 1 lid 1 van dit reglement genoemd program ma vast, waarmee het definitief is vastgesteld als program ma van het CDA. ARTIKEL Voor de definitieve vaststelling, wijziging en/of aanvulling van het in artikel 1 lid 1, onder a van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten, is in afwijking van dit reglement en overeenkomstig artikel 31 sub j van de statuten een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen van het partijcongres vereist. ARTIKEL 14 ARTIKEL 14 Overbodig artikel, het hele reglement ziet op de procedure rond de vaststelling van de in artikel 1 genoemde programma s Voor voorstellen tot wijziging en/of aanvulling van het in artikel lid 1.a. van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten is de procedure als vermeld in de artikelen van dit reglement van toepassing. ARTIKEL 15 Bij onvoorziene omstandigheden neemt het versterkt partijbestuur, als plaatsvervanger van het partijcongres, op voorstel van het dagelijks bestuur, de vereiste beslissingen, echter met dien verstande, dat de bepalingen van dit reglement zoveel mogelijk worden toegepast. Onvoorziene omstandigheden kunnen nimmer van toepassing zijn op de vaststelling, wijziging en/of aanvulling van het in artikel 1 lid 1.a. van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten. Voor voorstellen tot wijziging en/of aanvulling van het in artikel lid 1.a. van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten is de procedure als vermeld in de artikelen van dit reglement van toepassing. ARTIKEL Bij onvoorziene omstandigheden neemt het versterkt partijbestuur versterkt met een extra afgevaardigde per provinciale afdeling, als plaatsvervanger van het partijcongres, op voorstel van het dagelijks bestuur, de vereiste beslissingen, met dien verstande, dat de bepalingen van dit reglement zoveel mogelijk worden toegepast. Onvoorziene omstandigheden kunnen nimmer op geen enkel moment van toepassing zijn op de vaststelling, wijziging

18 en/of aanvulling van het in artikel 1 lid 1 onder a van dit reglement genoemde Program van Uitgangspunten.

19 tekstuele wijziging inhoudelijke wijziging verwijderde tekst toegevoegde tekst Bijlage D3 Bestaande tekst Voorgestelde wijzigingen Toelichting Reglement Integriteits en Royementscommissie HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 RC De Royementscommissie is een bijzonder orgaan van het CDA als bedoeld in paragraaf D van hoofdstuk 3 van de statuten van het CDA. ARTIKEL 1 Bijzonder orgaan De Integriteits en Royementscommissie (hierna IRC te noemen) is een bijzonder orgaan van het CDA als bedoeld in artikel 36 van de statuten. Artikel 2 RC De Royementscommissie is belast met de beslissing over de inbehandelingneming van een voordracht tot ontzetting, oordeelsvorming ter zake van die voordracht en kennisgeving van haar uitspraak ter fiattering aan het partijbestuur. ARTIKEL 2 Taak 1. De IRC heeft twee taken: Op verzoek advies uitbrengen aan het Partijbestuur over kwesties die de integriteit van CDA politici betreffen; het aan het partijbestuur uitbrengen van haar oordeel over een ingediend verzoek tot royement van een lid. De IRC adviseert het partijbestuur over integriteitskwesties en neemt geen besluit. De IRC brengt aan het partijbestuur haar oordeel uit over een ingediend verzoek tot royement, waarna het partijbestuur daarover een besluit neemt.

20 Artikel 8 IC De werkwijze van de leden van de Integriteitscommissie wordt gekenmerkt door voorzichtigheid en vertrouwelijkheid en kan in algemene zin bestaan uit: a. het instellen van een beperkt onderzoek; b. het verzoeken van inlichtingen aan betrokkenen. 2. De werkzaamheden van de IRC kunnen in algemene zin bestaan uit onder meer het instellen van een beperkt onderzoek en/of het verzoeken van inlichtingen aan betrokkenen. 3. De IRC is op ieder moment bevoegd te besluiten tot bemiddeling tussen de betrokken partijen. Artikel 3 RC De Royementscommissie bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter. De leden worden op voordracht van het partijbestuur door het Partijcongres van het CDA gekozen. Artikel 4 RC 1. Een lid van de Royementscommissie dient zich te verschonen wanneer het behoort tot het (bestuur van het) verband waarvan het uit het lidmaatschap te ontzetten lid deel uitmaakt. 2. Indien drie of meer leden van de Royementscommissie zich op grond van het bepaalde in het vorige lid moeten verschonen, of anderszins niet beschikbaar zijn voor behandeling van de betreffende zaak, wijst het dagelijks bestuur van het CDA, uitsluitend ter zake van de betreffende zaak, één of meer plaatsvervangers aan. ARTIKEL 3 Samenstelling 1. De IRC bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter. Het secretariaat van de IRC wordt gevoerd door de het Landelijk Partijbureau. 2. De leden van de IRC worden op voordracht van het partijbestuur door het Partijcongres van het CDA gekozen. 3. Een lid van de IRC dient zicht te verschonen wanneer de persoon waar over geoordeeld wordt aanverwant is tot in de tweede graad met een lid van de IRC of er sprake is van een gezags of afhankelijkheidsrelatie met een lid van de IRC. Een lid van de IRC dient zich ook te verschonen wanneer het behoort tot de gemeentelijke afdeling en/of fractie waarop de concrete kwestie betrekking heeft. 4. Indien drie of meer leden van de IRC zich op grond van het bepaalde in het vorige lid moeten verschonen, of anderszins niet beschikbaar zijn voor behandeling van de betreffende

21 Artikel 1 IC Er is een landelijke Integriteitscommissie, bestaande uit ten minste drie leden, onder wie de voorzitter en de secretaris. zaak, wijst het dagelijks bestuur van het CDA, uitsluitend ter zake van de betreffende zaak, één of meer plaatsvervangers aan Artikel 2 IC De leden van de Integriteitscommissie worden benoemd door het partijbestuur, zijn lid van het CDA, hebben een brede ervaring binnen de partijorganisatie en zijn uitstekend ingevoerd in de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. HOOFDSTUK 2 INTEGRITEITSKWESTIES Artikel 3 IC Leden van het CDA die kennis hebben van al dan niet vermoedelijke misstanden die de integriteit van CDA politici raakt, kunnen zich wenden tot de Integriteitscommissie. Artikel 4 IC Meldingen aan de Integriteitscommissie kunnen zowel mondeling, schriftelijk als per e mail worden ingediend bij de secretaris van de Integriteitscommissie. Deze kan verzoeken om een en ander op schrift te stellen. Artikel 5 IC Zo snel mogelijk na ontvangst van een melding brengt de secretaris van de Integriteitscommissie de leden van de Integriteitscommissie in kennis van de melding. ARTIKEL 4 Melding 1. Leden van het CDA die kennis hebben van vermoedelijke misstanden die de integriteit van CDA politici raakt, kunnen zich wenden tot de IRC. 2. Meldingen aan de IRC kunnen zowel schriftelijk als per e mail worden ingediend bij de secretaris van de IRC. Deze kan verzoeken om een en ander op schrift te stellen. 3. De secretaris van de IRC bevestigt de ontvangst van de melding aan de indiener en zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de melding aan de voorzitter van de IRC.

22 Artikel 6 IC Na ontvangst van een melding kan de Integriteitscommissie, indien zij geen aanknopingspunten vindt voor een nader onderzoek, besluiten om de melding buiten verdere behandeling te laten. De secretaris van de Commissie brengt de indiener van de melding daarvan zo snel mogelijk in kennis. De Integriteitscommissie kan ook, eventueel in samenspraak met het Dagelijks Bestuur van de partij, besluiten tot vervolgstappen, zoals een waarschuwing, een berisping of een royementsvoorstel aan het Partijbestuur. Artikel 5 Besluit tot behandeling 1. De IRC beslist binnen vier weken na ontvangst of zij de melding in behandeling neemt en zo ja, welke werkzaamheden zij zal verrichten om te komen tot een advies aan het partijbestuur. 2. De IRC kan, indien zij geen aanknopingspunten vindt voor een nader onderzoek, besluiten om de melding buiten verdere behandeling te laten. De secretaris van de IRC brengt de indiener van de melding daarvan zo snel mogelijk in kennis. Artikel 10 IC De leden van de Integriteitscommissie hanteren bij hun werkwijze als uitgangspunt de brochure Een betrouwbaar politicus. Grondhouding voor volksvertegenwoordigers en bestuurders namens het CDA. Voorts hanteren zij waar nodig de bestaande gedragscodes voor politici en bestuurders, zoals de Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen. Een modelgedragscode (een gezamenlijke uitgave van de VNG, het IPO, de UvW en het Ministerie van BZK) en de gedragscode zoals die worden genoemd in bijvoorbeeld de Provinciewet (art. 15, derde lid; art. 40c, tweede ARTIKEL 6 Behandeling 1. Daar waar het gaat om integriteitskwesties hanteert de IRC de volgende niet limitatieve opsomming van gedragswaarden of deugden die leidend zijn voor een betrouwbaar CDA politicus: betrokken, onkreukbaar, moedig, communicatief, transparant, bezonnen en respectvol. 2. De IRC houdt bij haar advies aan het partijbestuur in ieder geval rekening met: a. de aard van het feit en de omstandigheden waarop de melding betrekking heeft; b. de vraag in hoeverre het feit en de omstandigheden waarop het betrekking heeft, vallen onder de verantwoordelijkheid van de partijorganisatie, Besproken is dat het goed is een open norm op te nemen als het gaat om integriteitskwesties. Deze norm is afkomstig uit handreiking Een betrouwbaar politicus.

23 lid en art. 68, tweede lid) en de Gemeentewet (art. 15, derde lid, art. 41c, tweede lid en art. 69, tweede lid). Artikel 7 IC De leden van de Integriteitscommissie houden bij hun advies aan het partijbestuur in ieder geval rekening met: a. de aard van het feit en de omstandigheden waarop de melding betrekking heeft; b. de vraag in hoeverre het feit en de omstandigheden waarop het betrekking heeft, vallen onder de verantwoordelijkheid van de partijorganisatie, landelijk, provinciaal of lokaal, dan wel onder die van een overheidsorganisatie; c. de tijdspanne tussen het moment waarop de melding wordt gedaan en het moment waarop de gebeurtenis waarop de melding betrekking heeft, is voorgevallen; d. de ernst van het feit en de omstandigheden waarop de melding betrekking heeft; e. de verifieerbaarheid van de melding; f. de positie en de persoon van de indiener; g. de positie en de persoon waarop de melding betrekking heeft; h. de geloofwaardigheid van betrokken personen. landelijk, provinciaal of lokaal, dan wel onder die van een overheidsorganisatie; c. de tijdspanne tussen het moment waarop de melding wordt gedaan en het moment waarop de gebeurtenis waarop de melding betrekking heeft, is voorgevallen; d. de ernst van het feit en de omstandigheden waarop de melding betrekking heeft; e. de verifieerbaarheid van de melding; f. de positie en de persoon van de indiener; g. de positie en de persoon waarop de melding betrekking heeft; h. de geloofwaardigheid van betrokken personen. 3. De vertrouwelijkheid waarmee de IRC gehouden is het verzoek te behandelen, laat onverlet een eventuele verplichting om, op grond van art. 160 e.v. van het Wetboek van Strafvordering, ingeval van vermoeden van een misdrijf of ernstige overtreding, daarvan aangifte te doen bij Justitie. Artikel 9 IC De vertrouwelijkheid waarmee de leden van de Integriteitscommissie gehouden zijn een melding te behandelen, laat onverlet een eventuele verplichting om, op grond van art. 160 e.v. van het Wetboek van Strafvordering, ingeval van

24 vermoeden van een misdrijf of ernstige overtreding, daarvan aangifte te doen bij Justitie. ARTIKEL 7 Advies 1. De IRC legt haar advies ter fiattering voor aan het partijbestuur. De secretaris van de IRC zendt een exemplaar van de uitspraak aan de secretaris van het partijbestuur en de besturen van de betreffende provinciale en gemeentelijke afdelingen; zo spoedig mogelijk ontvangt ook het betrokken lid de uitspraak ter kennisneming. Hierbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat de uitspraak ter fiattering is voorgelegd aan het partijbestuur HOOFDSTUK 3 ONTZETTING Artikel 7 RC 1. Voordracht tot ontzetting uit het lidmaatschap kan slechts geschieden door het dagelijks bestuur van het CDA dan wel door het bestuur van een verband waarvan de voorgedragene lid is; de voordracht wordt ingediend bij de secretaris van het partijbestuur die de voordracht doorgeleidt naar de Royementscommissie. 2. De secretaris van de Royementscommissie zendt direct een afschrift van de voordracht aan de voorzitter; hij zendt een kopie 2. De secretaris van het partijbestuur informeert de in het vorige lid genoemde betrokkenen wanneer het partijbestuur een besluit zal nemen aangaande het ingediende verzoek. ARTIKEL 8 Voordracht tot ontzetting 1. Voordracht tot ontzetting uit het lidmaatschap kan slechts geschieden door het dagelijks bestuur van het CDA dan wel door het bestuur van een verband waarvan voorgedragene degene die wordt voorgedragen lid is; de voordracht wordt ingediend bij de secretaris van het partijbestuur die de voordracht doorgeleidt naar de IRC. 2. De secretaris van de IRC zendt direct een afschrift van de voordracht aan de voorzitter; hij zendt een kopie van de voordracht aan het voor ontzetting uit het lidmaatschap

25 van de voordracht aan het voor ontzetting uit het lidmaatschap voorgedragen lid en bevestigt de ontvangst van de voordracht aan de indiener Artikel 6 RC De gronden voor een ontzetting uit het lidmaatschap zijn: a. handelen in strijd met de statuten; b. handelen in strijd met de reglementen; c. handelen in strijd met besluiten van partij organen of de verbanden; d. het op onredelijke wijze benadelen van de partij, daaronder begrepen het schenden van verplichtingen jegens de partij. voorgedragen lid en bevestigt de ontvangst van de voordracht aan de indiener. 3. De secretaris van de IRC stelt ben behoeve van de leden van de IRC een overzicht van de feiten op. 4. De gronden voor een ontzetting uit het lidmaatschap zijn: a. handelen in strijd met de statuten; b. handelen in strijd met de reglementen; c. handelen in strijd met besluiten van partij organen of de verbanden; d. het op onredelijke wijze benadelen van de partij, daaronder begrepen het schenden van verplichtingen jegens de partij. Artikel 10 RC 1. De Royementscommissie besluit binnen acht weken na ontvangst van de voordracht tot ontzetting van een lid of ze de voordracht in behandeling neemt of ontzetting direct afwijst. Een dergelijk besluit wordt binnen twee weken schriftelijk en met redenen omkleed meegedeeld aan het betrokken lid, het ARTIKEL 9 Besluit tot behandeling 1. De IRC besluit binnen acht weken, eenmaal te verlengen met nogmaals acht weken, na ontvangst van de voordracht tot ontzetting van een lid of ze de voordracht in behandeling neemt of ontzetting direct afwijst. Een dergelijk besluit wordt binnen twee weken schriftelijk en met redenen omkleed meegedeeld aan het betrokken lid, het dagelijks bestuur en de

26 dagelijks bestuur en de besturen van de desbetreffende provinciale en gemeentelijke afdeling. De commissie kan de termijn als bedoeld in de eerste volzin eenmaal met acht weken verlengen. De Royementscommissie stelt het betrokken lid alsmede het betrokken verband uiterlijk één week voor het verstrijken van deze termijn in kennis van haar verlengingsbesluit. 2. De betrokkenen ontvangen daarbij een overzicht van de verdere procedure, vergezeld van de relevante artikelen uit de statuten en het huishoudelijk reglement. Artikel 11 RC 1. Wordt de voordracht in behandeling genomen, dan stelt de Royementscommissie het betrokken lid, de indiener van de voordracht en/of eventuele derden in de gelegenheid te worden gehoord, al dan niet in eenzelfde zitting. Er is geen verplichting te verschijnen. Rechtsbijstand door een raadsman c.q. raadsvrouw is toegestaan. Deze raadsman of raadsvrouw kan echter niet als gemachtigde optreden. De kosten van rechtskundige bijstand komen voor degene die er beroep op doet. 2. Door een besluit tot inbehandelingneming van de voordracht worden alle rechten die aan het lidmaatschap zijn verbonden, opgeschort, behoudens de bevoegdheid om gehoord te worden en de bevoegdheid tot beroep; de opschorting duurt voort tot het moment waarop is beslist op de voordracht. besturen van de desbetreffende provinciale en gemeentelijke afdeling. De IRC stelt het betrokken lid alsmede het betrokken verband uiterlijk één week voor het verstrijken van deze termijn in kennis van haar verlengingsbesluit. 2. De betrokkenen ontvangen daarbij een overzicht van de verdere procedure, vergezeld van de relevante artikelen uit de statuten en het huishoudelijk reglement. ARTIKEL 10 Behandeling van de voordracht 1. Wordt de voordracht in behandeling genomen, dan stelt de IRC het betrokken lid, de indiener van de voordracht en/of eventuele derden in de gelegenheid te worden gehoord, al dan niet in eenzelfde zitting. Er is geen verplichting te verschijnen. Rechtsbijstand is toegestaan. De kosten van rechtskundige bijstand komen voor degene die er beroep op doet. 2. Door een besluit tot inbehandelingneming van de voordracht worden alle rechten die aan het lidmaatschap zijn verbonden, opgeschort, behoudens de bevoegdheid om gehoord te worden en de bevoegdheid tot beroep; de opschorting duurt voort tot het moment waarop is beslist op de voordracht.

27 3. De secretaris van het partijbestuur draagt zorg voor de effectuering van de schorsing verbonden aan het besluit van de Royementscommissie tot inbehandelingneming van de voordracht. 4. Tegen opschorting van rechten staat in geval van voordracht tot ontzetting door het dagelijks bestuur beroep open op het partijbestuur; in de overige gevallen op het dagelijks bestuur. Het desbetreffende bestuur beslist binnen vier weken, met de mogelijkheid van verlenging door het desbetreffende bestuur met vier weken. Het besluit op een beroep wordt direct ter kennis gebracht van het betrokken lid, de Royementscommissie en de besturen van de betrokken verbanden. Artikel 5 RC De Royementscommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Artikel 12 RC 1. Binnen acht weken na het besluit dat de voordracht in behandeling wordt genomen, beslist de Royementscommissie op de voordracht. Deze termijn kan door haar eenmaal met acht weken worden verlengd. 2. Indien de Royementscommissie besluit dat het voor ontzetting uit het lidmaatschap voorgedragen lid uit het lidmaatschap moet worden ontzet, stelt zij een termijn vast 3. De secretaris van het partijbestuur draagt zorg voor de effectuering van de schorsing verbonden aan het besluit van de IRC tot inbehandelingneming van de voordracht. 4. Tegen opschorting van rechten staat, in geval van voordracht tot ontzetting door het dagelijks bestuur, beroep open op het partijbestuur; in de overige gevallen op het dagelijks bestuur. Het desbetreffende bestuur beslist binnen vier weken, met de mogelijkheid van verlenging door het desbetreffende bestuur met vier weken. Het besluit op een beroep wordt direct ter kennis gebracht van het betrokken lid, de IRC en de besturen van de betrokken verbanden. ARTIKEL 11 Beslissing IRC op de voordracht 1. Binnen acht weken na het besluit dat de voordracht in behandeling wordt genomen, beslist de IRC op de voordracht. Deze termijn kan door haar eenmaal met acht weken worden verlengd. 2. Indien de IRC besluit dat het voor ontzetting uit het lidmaatschap voorgedragen lid uit het lidmaatschap moet worden ontzet, stelt zij een termijn vast binnen welke een nieuwe aanmelding voor het lidmaatschap van de uit het lidmaatschap ontzette persoon niet plaats kan vinden. 3. De IRC legt haar uitspraak ter fiattering voor aan het partijbestuur.