10 radboud magazine 42

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "10 radboud magazine 42"

Transcriptie

1 10 radboud magazine 42 foto: jacqueline de haas / HH

2 prominent december herman bolhaar alumnus rechten We moeten zuinig zijn op onze rechters Herman Bolhaar is de eerste man van het Openbaar Ministerie (OM) en staat midden in de publieke belangstelling. We dragen niet voor niks openbaar in onze naam, zegt Bolhaar over zijn optredens in de media. Een gesprek over zijn studietijd en over zijn drijfveren om het recht te dienen: De samenleving bemoedigen in de spelregels van de rechtsstaat, zodat we het met z n allen nog een beetje prettig hebben. tekst: paul van den broek en johan van de woestijne

3 12 radboud magazine 42 veel Nijmegenaren is het toch nog aardig goed gekomen. Met Op de bovenste verdieping van het nieuwe Paleis van Justitie in Amsterdam, met prachtig uitzicht op het IJ, memoreert Herman Bolhaar de afscheids receptie van Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad. Op die receptie liep Bolhaar voormalig premier Andries van Agt tegen het lijf, die de constatering maakte. Van Agt, Corstens, Bolhaar: drie topnamen in justitieland en allemaal alumnus van Nijmegen. Het is natuurlijk ook een heel goede opleiding. Ik vond het zelfs bij tijd en wijle buitengewoon zwaar. Als ik de bagage die ik meekreeg, vergeleek met vriendjes die in Groningen of Amster dam studeerden, dan was Nijmegen bijzonder door het enorm intensieve doctoraal. Bolhaar doelt op het roemruchte D1 examen, waarin ongeveer alle aspecten van het recht aan de orde kwamen, zowel het strafrecht als het civiele Ik vond de rechten studie bij tijd en wijle buitengewoon zwaar recht. Een sterk programma en we moesten echt doordouwen. Als je erdoorheen was, wist je gran dioos veel, maar als student dacht ik wel eens: iets minder had ook wel gemogen. Achteraf domineert de waardering, af en toe neemt Bolhaar nog wel eens een van die oude studieboeken ter hand. Dan zie ik dat ik toentertijd heel veel onderstreept heb. Het is een goede basis geweest. Bolhaar laat de namen van de toenmalige hoogleraren nog eens de revue passeren: Van der Grinten, Duynstee, Mulder, Van Wijnbergen, Maeijer, Leijten. Zware autoriteiten, die stuk voor stuk op een fantastische manier college gaven. En het bijzondere was dat je die namen de dag erop in de kranten tegen kon komen, memoreert Bolhaar, want al die mannen waren wel lid van een of andere gewichtige regeringscommissie of wetgevingsinstantie. Nijmegen was, en ik denk dat dat nog zo is, een samenballing van autoriteiten met invloed op de wetgeving. Daar was je als student ook wel trots op. openbaar Afgezien van zijn eerste twee jaar direct na het afstuderen, doorliep Herman Bolhaar (59) zijn hele loopbaan binnen het Openbaar Ministerie, met als bekroning zijn huidige functie als voorzitter van het

4 prominent december College van procureurs-generaal. Het Openbaar Ministerie, als kind droom je daar toch niet van, vragen we. Nee, antwoordt Bolhaar. Ik was vastbesloten de advocatuur in te gaan. Maar dat was misschien wel een nadeel van die brede algemene opzet van het curriculum. Ik had zoveel burgerlijk recht en strafrecht gehad, dat ik wel eens wat anders wilde. Dus studeerde hij af in staats- en administratief recht. Op de advocatenkantoren zagen ze me aankomen. Ik kon me de blaren op mijn tong praten over mijn mooie Nijmeegse studieachtergrond, maar het sloeg niet aan. Daar had ik me totaal op verkeken. Via de Raad van State kwam hij bij het OM terecht. Dat begon bij mij wel te prikkelen. Geboren: Amsterdam, 1955 Studie: Nederlands Recht, Katholieke Universiteit Nijmegen, ; Management publieke sector, Nederlandse School Openbaar Bestuur Den Haag, Loopbaan: Jurist stafafdeling rechtspraak Raad van State, ; staffunctionaris parket Almelo, ; kabinetchef PG parket Den Bosch, ; officier van justitie parket Breda, en parket Arnhem, ; hoofdofficier van justitie parket Den Bosch, en parket Breda, ; procureur generaal, College van procureurs-generaal, ; hoofdofficier van justitie parket Amsterdam, ; voorzitter college van procureurs-generaal, 2011-heden. Nevenfuncties: Bestuurslid Stichting Maatschappij, Veiligheid, Politie; Lid Raad van Advies Meld Misdaad Anoniem; Raad van Toezicht Nederlandse School voor Openbaar Bestuur; Ambassadeur Stichting Marokko Fonds; Lid Curatorium mr. Gonsalves prijs foto: frank groeliken Waarom? De toepassingspraktijk van de rechtspleging heeft mij altijd getrokken. En het OM omdat het een maatschappelijk georiënteerd orgaan is. In een gesprek vorig jaar bij Pauw & Witteman noemde u het openbare een belangrijke drijfveer. Wat bedoelt u daarmee? Dat strafrecht bovenal een maatschappelijke functie heeft. Het dient om te interveniëren en om normen te markeren in een dynamische samenleving. En die interventies moeten effect hebben, dus je moet je oriënteren op de maatschappelijke context, dus: de openbaarheid. En omgekeerd gaat die openbaarheid zich ook tot jou richten, die gaat terug praten, vragen stellen. Hoe beter de relatie is, hoe beter je in staat bent je normen te markeren en hoe beter je de samenleving kunt bemoedigen in de spelregels van de rechtsstaat. Zodat we het met z n allen nog een beetje prettig hebben. De openbaarheid is in het geding in de steeds vaker voorkomende zo snel mogelijk -procedures (zsm), waaraan geen rechter meer te pas komt. De s in zsm staat niet alleen voor snel, maar ook voor selectief, slachtoffergericht. Het is niet ons doel om zoveel mogelijk zaken voor de rechter te brengen. We willen bovenal een passende interventie plegen. En dat kan betekenen dat je een zaak juist niet voor de rechter brengt. Dat is ook een reactie op de tijd dat daar alle leidingen verstopt raakten. Steeds meer zaken bleven op de plank liggen, en dankzij de zsm kunnen we de zaken nu sneller afhandelen. Een interventie heeft veel meer betekenis als die nog nauw aan het feit te relateren valt, zeker als het lichte kwesties betreft. En wat er is bijgekomen, is een zeer prominent slachtoffereffect. Dankzij zsm kunnen we vaak al binnen enkele dagen na het strafbare feit met het slachtoffer bellen: U heeft 200 euro schade geleden en dat geld ligt voor u klaar. Dat heeft een positief effect op de normbeleving, het laat mensen zien dat aangifte doen zin heeft. Je levert misschien iets in op de klassieke openbaarheid van het voor de rechter brengen, maar je krijgt er geloofwaardigheid voor terug. Maar als leidingen bij de rechter verstopt raken, kun je die toch beter herstellen, in plaats van het OM op de stoel van de rechter te zetten? Nee, dat geloof ik niet. De Nederlandse strafrechter is er niet om zich met zoveel mogelijk zaken bezig te houden. De strafrechter is er voor die zaken waar de rechter echt aan te pas

5 14 radboud magazine 42 moet komen. Het OM moet vooral selectief zijn, wij fungeren als poortwachter naar die rechter. Er komen al heel veel strafzaken bij de politierechter, en zeker ook bij de meervoudige kamers die intensieve aandacht van de rechter vragen. Als het OM het beginsel van selectiviteit niet goed toepast, raakt de rechter overspoeld, wat ten koste kan gaan van de complexe zaken die er echt toe doen. We moeten zuinig zijn op onze rechters. Het toenemend aantal schikkingen in zaken past mogelijk bij uw functie als poortwachter, maar er is ook kritiek op: het onttrekt de zaken aan de openbaarheid die u juist zo na aan het hart ligt. We zijn ons bewust van die kritiek, maar niemand is verplicht een schikking te accepteren. Naar de rechter stappen kan altijd. En neem de fraudezaken, waarbij een uitspraak vaak vier of vijf jaar op zich liet wachten. Daar was ook kritiek op, en dat lossen we nu veel sneller op. Tien jaar geleden was het OM totaal geen partij voor de geraffineerde fraudeur en voor de grote advocatenkantoren die die fraudeurs representeerden. Nu wel. Als voorbeeld van een afgehandelde schikking noemt Bolhaar de Klimopzaak, de grootste vastgoedfraudezaak in Nederland waarbij miljoenen euro s in rook dreigden op te gaan. We hebben 130 miljoen weten terug te vorderen. Als we dat bij wijze van schikkingen kunnen regelen, nou, dan wil ik die benadeelden nog wel eens horen over de vraag of we dat in alle onzekerheid via de rechterlijke procedure hadden moeten laten lopen. Bovendien is een flink deel van de verdachten voor wie we een gevangenisstraf in gedachten hadden wel degelijk voor de rechter gebracht, zegt Bolhaar. En die zitten nu ook in de gevangenis. Bolhaar verdedigt zich met verve tegen die kritiek. Bijvoorbeeld als het gaat om zaken tegen rechtspersonen. Een rechtspersoon kun je geen gevangenisstraf opleggen, je hebt het over geldboetes, en de enige discussie die je daarover nog kunt voeren, is of de boete hoog genoeg is. Snel en zorgvuldig dat is het devies, wil Bolhaar gezegd hebben. Hij wijst op het groeiend aantal zaken waarin partijen afzien van een advocaat. Dan zeggen wij dat we veel liever hebben dat partijen er een advocaat bijhalen. Dar zijn wij erg voor. In de dertig jaar dat Bolhaar bij het OM werkt, is de transparantie alleen maar toegenomen, zegt hij. Pers en publiek worden steeds beter bediend. En Officieren van Justitie moeten tegenwoordig steeds meer rekenschap afleggen. Er is bijna geen beslissing meer die je in je zalige eentje kunt nemen. De zaken worden complexer: je hebt niet alleen te maken met verdachten en slachtoffers, maar ook met de boodschap naar buiten. Voor welke omgeving is die boodschap bedoeld in het diverse Nederland? De sociale media maken het niet gemakkelijker, zegt Bolhaar. Binnen de kortste keren wordt een controversiële strafzaak een soort poll over hoeveel mensen er voor of tegen de vervolgingsbeslissing zijn. Begin november kwam het OM vanuit Nijmegen onder vuur te liggen door een proefschrift van Sven Brinkhoff. Hij toont aan dat steeds meer strafzaken berusten op geheime ambtsberichten van de AIVD. De opsporing begeeft zich zo op steeds schimmiger Je staat midden in de maatschappij, met veel en vaak tegenovergestelde meningen sociale media In de Nijmeegse rechtenfaculteit zijn zonder veel moeite zorgen op te tekenen over de Nederlandse misdaadbestrijding. Over de dominantie van de politiek op het strafrecht, over de bezuiniging die het OM boven het hoofd hangt en de zorgvuldigheid van het recht onder druk zet. Of over de transparantie bij rechtszaken, met de kritiek dat het OM in ondoorzichtige een-tweetjes zijn zaakjes afhandelt.

6 prominent december terrein, aldus zijn observatie. Bolhaar kent de studie nog niet, en wil alleen in algemene zin ingaan op strafzaken tegen vermeende terroristen, die worden verdacht van het ronselen van jihadstrijders of deelname aan een terroristische organisatie. We kunnen nooit wegkijken als er ernstige voorgenomen gewelddadige feiten aan de orde zijn. Als er een drama dreigt en er is informatie, of die nu zacht of hard is, hebben wij dat als OM te toetsen. Kunt u dat altijd toetsen? Er is altijd kritiek mogelijk, welke aanpak we ook kiezen. Of wij doen niks omdat de informatie te zacht is en er gebeurt iets vreselijks. Of wij grijpen in en er blijkt niks te gebeuren. Tegen degene die staat te kijken van dit type ingewikkelde overwegingen zeg ik: Welkom in de wereld van het OM. Onze primaire verantwoordelijkheid is het wegen van informatie: aftasten, valideren en vervolgens een beslissing nemen. Politiek en samenleving leggen een grote druk op het OM. Wordt er te veel van het OM gevraagd? In de strafzaken die er op jaarbasis door onze handen gaan, zijn er flink wat zaken die voor maatschappelijke beroering zorgen. Bijvoorbeeld omdat er in de ogen van het publiek te weinig gebeurt, te licht wordt gestraft, te laat wordt gereageerd. Of beroering aan de andere kant: wordt er niet overdreven gereageerd? Dat is de essentie van ons vak. Je staat midden in de maatschappij, met veel en vaak tegenovergestelde meningen. Een van de redenen dat wij strafrecht toepassen, is om de geschokte rechtsorde te herstellen. Dus hoe gaan we om met maatschappelijke onrust en druk die er kunnen zijn? En hoe bewaken we dat we een zorgvuldige afweging kunnen maken, een afweging die zo nodig ook in kan gaan tegen de publieke opvatting? Wie criminaliteit wil bestrijden, moet investeren in preventie en jeugd, zei Geert Corstens bij zijn afscheid. Spreekt u de politiek aan op bijvoorbeeld de bezuinigingen in buurten en wijken? Dat is niet onze rol. Het debat over hoe het geld verdeeld wordt, is echt een politiek debat. Onze verantwoordelijkheid is om te laten zien hoe we met het ons toegemeten budget onze taak vervullen. En de politiek ervan te overtuigen dat elke euro geïnvesteerd in het OM een zinnige investering is. We komen te spreken over het onbehagen in het land, over de veiligheid. En of het OM een rol heeft in het geruststellen van de burgers. Bolhaar nuanceert: hoezo een onveilig land? De misdaadcijfers vertonen op veel terreinen een dalende trend en het percentage afgehandelde zaken blijft stijgen. In het laatste jaarverslag van het OM, uit 2013, geeft Bolhaar zijn organisatie een pluim. We leveren een topprestatie, zei hij bij de presentatie van het jaarplan. foto: frank groeliken Objectieve cijfers zijn één ding, maar nemen het gevoel van onveiligheid niet weg. De ronselpraktijken voor IS en de mogelijke repercussies bij terugkeer van de jihadgangers domineren het nieuws. Hoe verhoudt het OM zich tot het onderbuikgevoel? Er is geen eenduidig antwoord. Een gevoel van onveiligheid kan ontstaan als de rechtsorde geschokt raakt, bijvoorbeeld bij de enorme zedenzaak bij de Amsterdamse kinderdagverblijven in Daar hebben wij een rol in de normstelling: tot hier en niet verder, en je hoopt dan maar dat dit bijdraagt aan een meer gerustgestelde bevolking. Op wijkniveau werkt het weer anders: daar proberen we te reageren op het onbehagen over bijvoorbeeld rondhangende jongeren. In zijn kern levert het OM een reactie op incidenten die al gebeurd zijn. Door snel en adequaat te reageren, geven we een signaal af aan de samenleving dat het zin heeft je aan de regels te houden. Doe je dat niet, dan kun je rekenen op een reactie en daarmee bemoedigen wij weer de burger. Dat is de essentie van het strafrecht: we dragen bij aan het veiligheidsgevoel van de burger.