Onderzoeksrapport. Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en / of schuldhulpverlening anno 2011

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoeksrapport. Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en / of schuldhulpverlening anno 2011"

Transcriptie

1 Onderzoeksrapport Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en / of schuldhulpverlening anno 2011 Oktober 2012

2 Vlaams Centrum Schuldenlast Paviljoenstraat Brussel

3 Inhoudstafel INLEIDING...1 HOOFDSTUK 1 - METHODOLOGIE INLEIDING BASISREGISTRATIE De basisregistratie Basisregistratieformulier Budgethulpverlening Schuldhulpverlening Activiteiten in het kader van een procedure collectieve schuldenregeling Respons UITGEBREIDE REGISTRATIE Steekproefbepaling en respons... 6 HOOFDSTUK 2 - DE BASISREGISTRATIE ALGEMEEN OVERZICHT BASISREGISTRATIE BUDGETHULPVERLENING SCHULDHULPVERLENING COLLECTIEVE SCHULDENREGELING WACHTLIJSTEN EN WACHTTIJDEN Wachtlijsten Wachttijden PROVINCIALE CIJFERS BASISREGISTRATIE CIJFERS BASISREGISTRATIE PER TYPE ORGANISATIE HOOFDSTUK 3 - DE UITGEBREIDE REGISTRATIE INDIVIDUELE KARAKTERISTIEKEN VAN PERSONEN DIE SCHULDHULPVERLENING AANVRAGEN Sociaaldemografische kenmerken Geslacht Leeftijd Nationaliteit Gezinssamenstelling Aantal personen in het gezin Aantal personen ten laste Type huisvesting Scholingsgraad Sociaaleconomische kenmerken Arbeidssituatie Personen die bijdragen aan het gezinsinkomen Inkomsten uit arbeid Bedrag en bron van het vervangingsinkomen Bedrag en bron van de aanvullende inkomsten Loonoverdracht of beslag SCHULDENLAST, HOOGTE VAN HET LEEFGELD EN SCHULDOORZAKEN Totaal bedrag van de uitstaande schulden Soorten schulden Aantal schuldeisers Aantal minnelijke invorderingen Aantal gerechtelijke invorderingen Aantal lopende schuldvorderingen Hoogte van het leefgeld Schuldoorzaken GEBODEN DIENSTVERLENING Looptijd dossier Ervaren moeilijkheden Wijze waarop men de schuldbemiddelingsdienst leerde kennen... 46

4 HOOFDSTUK 4 - CONCLUSIES HOOFDSTUK 5 - BIJLAGEN HET BASISREGISTRATIEFORMULIER MET BIJHORENDE HANDLEIDING VRAGENLIJST UITGEBREIDE REGISTRATIE PROTOCOL STEEKPROEFTREKKING UITGEBREIDE REGISTRATIE

5 Inleiding De schuldenproblematiek in België en in Vlaanderen groeit alsmaar meer. Consumenten ondervinden de impact van de crisis en zien zich in toenemende mate met betalingsmoeilijkheden geconfronteerd. Dit blijkt onder meer uit volgende cijfers: In 2011 steeg het aantal kredietnemers met een openstaande betalingsachterstand in België met 3,3 % tot personen. Het aantal kredietovereenkomsten met een openstaande betalingsachterstand nam met 2,6 % toe tot contracten en het totale achterstallige bedrag groeide met 5,4 % aan tot 2,55 miljard euro. 1 In 2011 nam het aantal procedures collectieve schuldenregeling in België -dit is de procedure voor mensen met een structurele schuldenproblematiek- met 8,9 % toe tot Opvallend is dat alsmaar meer mensen beroep deden op deze procedure zonder met een achterstallige kredietovereenkomst geregistreerd te zijn (van 34,5 % eind 2006 naar 36,9 % eind 2011). 2 In 2011 leverden netbeheerders aan gezinnen in Vlaanderen elektriciteit en/of aardgas omdat hun contract door hun commerciële leverancier werd opgezegd wegens wanbetaling. 3 In 2011 werd bij gezinnen in Vlaanderen het drinkwater afgesloten wegens wanbetaling. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2010 (2 362 afsluitingen wegens wanbetaling) en ten opzichte van 2009 zelfs een verzesvoudiging (791 afsluitingen wegens wanbetaling). 4 De 331 erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen ervaren deze stijgende schuldenproblematiek in hun dagelijkse werking. Teneinde het Vlaams Centrum Schuldenlast (vroegere benaming: Vlaams Centrum Schuldbemiddeling) toe te laten om een globale analyse te maken van de geboden dienstverlening en het profiel van het cliënteel, houden deze instellingen een registratie bij die bestaat uit twee delen: Via de basisregistratie registreren alle erkende instellingen voor schuldbemiddeling sinds 2007 jaarlijks het aantal door hen behandelde dossiers budgethulpverlening en schuldhulpverlening (schuldbemiddeling en collectieve schuldenregeling). Bijkomend registreren zij ook de eventueel door hen gehanteerde wachtlijsten en wachttijden. Aanvullend aan de basisregistratie is vanaf 2008 met een uitgebreide registratie opgestart. Deze bevraging gebeurt bij wijze van steekproef en heeft als doel een analyse te maken van het profiel van het cliënteel van de instellingen voor schuldbemiddeling. In 2009 werd de uitgebreide registratie herhaald en vanaf 2011 vindt ze tweejaarlijks plaats. Dit rapport bevat de cijfergegevens van de door de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in het werkjaar 2011 behandelde dossiers en vergelijkt deze met de voorgaande jaren (hoofdstuk 2). 5 1 Centrale voor kredieten aan particulieren - Statistieken 2011, zie onder de rubriek Thema s/kredietcentrales. 2 Idem. 3 Rapport van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt van 18 juni 2012 (Statistieken 2011 met betrekking tot huishoudelijke afnemers in het kader van de sociale openbaredienstverplichtingen - artikel van het Energiebesluit van 19 november 2010). 4 Antwoord van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege op parlementaire vraag nr. 225 van 5 januari 2012 van Michèle Hostekint.1 5 Voor de geregistreerde gegevens van 2007 wordt verwezen naar het rapport Cijfermateriaal basisregistratie Dit rapport is beschikbaar via de volgende link: 1

6 Hoofdstuk 3 van dit rapport gaat nader in op het profiel van het cliënteel van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling: hun sociaaldemografische kenmerken (geslacht, leeftijd, nationaliteit, gezinssamenstelling en -grootte, aantal personen ten laste, huisvestingssituatie en scholingsgraad); hun sociaaleconomische kenmerken (arbeidssituatie, aantal personen dat bijdraagt aan het inkomen, aard en bedrag van de inkomsten); hun schuldenlast (bedrag, soorten schulden, aantal schuldeisers, aantal minnelijke en gerechtelijke invorderingen, bedrag van het leefgeld en schuldoorzaken); de geboden dienstverlening (looptijd dossier, ervaren moeilijkheden en wijze waarop men de schuldbemiddelingsdienst heeft leren kennen). Vooraleer nader in te gaan op deze resultaten, volgt eerst een korte toelichting bij de oorsprong van deze onderzoeksgegevens (de registratie door de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen) en bij de gehanteerde onderzoeksaanpak (hoofdstuk 1). 2

7 Hoofdstuk 1 - Methodologie 1.1 Inleiding Om te vermijden dat misbruik gemaakt zou worden van de precaire situatie van personen met schuldenproblemen is de activiteit schuldbemiddeling in ons land verboden, behalve: wanneer zij wordt verricht door een advocaat, een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of zijn ambt; 6 wanneer zij wordt verricht door overheidsinstellingen of particuliere instellingen die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend. 7 Voor wat betreft de tweede categorie, bepaalt een decreet dat enkel OCMW s en CAW s 8 in Vlaanderen als instelling voor schuldbemiddeling erkend kunnen worden mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen. 9 Eind 2011 beschikten in Vlaanderen 331 organisaties over een dergelijke erkenning als instelling voor schuldbemiddeling (305 OCMW s, 22 CAW s en 4 samenwerkingsverbanden van OCMW s). Eén van de voorwaarden waaraan deze erkende instellingen voor schuldbemiddeling moeten voldoen, betreft de gestandaardiseerde registratie van de hulpverlening die zij aanbieden. Deze gestandaardiseerde registratie bestaat uit twee luiken: een jaarlijkse basisregistratie (zie verder onder punt 1.2 en hoofdstuk 2) en een tweejaarlijkse uitgebreide registratie (zie verder onder punt 1.3 en hoofdstuk 3). In de gestandaardiseerde registratie worden enkel de gegevens van de door Vlaanderen erkende instellingen opgenomen. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden die van het CAW Archipel meegenomen aangezien enkel deze instelling door Vlaanderen is erkend. De Brusselse OCMW s worden erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en zijn niet door deze registratie gevat. De verwerking van de registratiegegevens van deze 331 erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen is een opdracht van het door de Vlaamse overheid gesubsidieerde Vlaams Centrum Schuldenlast. 1.2 Basisregistratie De basisregistratie Een belangrijke erkenningsverplichting, vastgelegd in Vlaamse regelgeving, is dat elke erkende instelling voor schuldbemiddeling jaarlijks voor 31 maart een gestandaardiseerde registratie aan het Vlaams Centrum Schuldenlast bezorgt. Deze gestandaardiseerde registratie gebeurt met behulp van een basisregistratieformulier dat cijfergegevens over de dossiers budget- en schuldhulpverlening bevraagt. Het basisregistratieformulier wordt samen met een uitgebreide handleiding jaarlijks in het begin van elk kalenderjaar aan elke erkende instelling voor schuldbemiddeling bezorgd. Het VCS zorgt voor de analyse van de registratiegegevens, en dit sinds Deze beroepsgroepen moeten niet aan erkenningsvoorwaarden (zoals de registratie van de schuldendossiers die zij behandelen) voldoen. 7 Art. 67 van de Wet op het consumentenkrediet van 12 juni CAW staat voor Centrum Algemeen Welzijnswerk, zie 9 Zie hoofdstuk II van het Decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast. 3

8 Het basisregistratieformulier 2011 werd gewijzigd teneinde te verduidelijken dat onder de rubriek budgethulpverlening ook de dossiers budgetbegeleiding/budgetbeheer mét schulden opgenomen moeten worden, in zoverre deze schulden niet opgenomen werden door de hulpverlener. Hiernaast wordt in het basisregistratieformulier 2011 uitgebreider gepeild naar wachtlijsten en wachttijden. De geregistreerde gegevens hebben steeds betrekking op het voorgaande kalenderjaar. Zo geeft de basisregistratie 2012 het aantal dossiers budgethulpverlening en schuldhulpverlening betreffende het werkjaar 2011 weer Basisregistratieformulier Het basisregistratieformulier maakt een onderscheid tussen, enerzijds, dossiers budgethulpverlening (rubriek A) en, anderzijds, dossiers schuldhulpverlening (rubriek B). In rubriek C wordt gepeild naar wachtlijsten en wachttijden. Het basisregistratieformulier en de bijhorende handleiding is opgenomen onder punt 4.1 van dit rapport. De begrippen budgethulpverlening en schuldhulpverlening, evenals de subvormen van hulpverlening die onder beide begrippen vallen, worden hierna kort toegelicht BUDGETHULPVERLENING Budgethulpverlening is een vorm van dienstverlening waarbij het cliënteel enkel betalingsproblemen heeft en / of moeilijk met geld kan omgaan. Binnen deze categorie registreren de erkende instellingen voor schuldbemiddeling dossiers waarbij de geboden dienstverlening ofwel een budgetbegeleiding ofwel een budgetbeheer kan zijn: Budgetbegeleiding is een vorm van hulpverlening waarbij de cliënt het beheersrecht over zijn/haar inkomen behoudt en zijn/haar budget met advies en steun van de begeleider beheert. Budgetbeheer is een vorm van hulpverlening waarbij het beheer van de gelden van de cliënt geheel of gedeeltelijk overgelaten wordt aan de erkende instelling voor schuldbemiddeling. Of nog, de inkomsten komen geheel of gedeeltelijk op een budgetbeheerrekening die door de erkende instelling voor schuldbemiddeling beheerd wordt SCHULDHULPVERLENING Van zodra de persoon schulden heeft en de erkende instelling voor schuldbemiddeling die dienstverlening verstrekt met het oog op het tot stand brengen van een regeling tussen schuldenaar en schuldeiser omtrent de wijze van betaling van de schuldenlast van de schuldenaar, valt het dossier in de categorie schuldhulpverlening. Verstrekte dienstverlening met het oog op de betwisting van een schuld ten aanzien van de schuldeiser, zoals bijvoorbeeld het opwerpen van een verjaring, valt ook onder de categorie schuldhulpverlening. In concreto zal de schuldbemiddelaar het dossier in de rubriek registratie dossiers schuldhulpverlening registreren als hij of zij: contact opneemt met en inlichtingen inwint bij de verschillende schuldeisers, 4

9 de gegrondheid of de wettelijkheid van de door de schuldenaar aangegane verbintenissen onderzoekt en indien mogelijk een betalingsplan opstelt, het aan de schuldeiser voorlegt en erover onderhandelt, het plan uitvoert en het verloop ervan nagaat. Bij de registratie dossiers schuldhulpverlening worden vijf soorten schuldhulpverlening onderscheiden: Eenmalige bemiddeling: deze schuldbemiddeling is eenmalig en vereist geen verdere opvolging. Schuldbemiddeling an sich: deze schuldbemiddeling is niet eenmalig. Er is verdere opvolging vereist, maar zonder budgetbegeleiding of budgetbeheer. Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding: deze schuldbemiddeling gaat gepaard met budgetbegeleiding. Schuldbemiddeling + budgetbeheer: deze schuldbemiddeling gaat gepaard met budgetbeheer. Collectieve schuldenregeling: dit is een gerechtelijke procedure voor structurele schuldproblemen. Het doel is om in de mate van het mogelijke schulden af te betalen waarbij de cliënt tijdens die periode nog menswaardig kan leven. Na afloop van de collectieve schuldenregeling kan de cliënt tt erug schuldenvrij door het leven. Deze categorie wordt hieronder verder besproken ACTIVITEITEN IN HET KADER VAN EEN PROCEDURE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Binnen de categorie collectieve schuldenregeling wordt een bijkomend onderscheid gemaakt tussen volgende dossiers: Enkel voorbereidende werkzaamheden: dit zijn dossiers waarvoor allerlei voorbereidende administratieve werkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld de opmaak van een schuldeninventaris ter voorbereiding van een verzoekschrift collectieve schuldenregeling). Ook de dossiers waarvoor uitsluitend het verzoekschrift ter opstart van de procedure collectieve schuldenregeling werd opgesteld, worden hier geregistreerd. Aanstelling als schuldbemiddelaar: dit zijn dossiers waarin de erkende instelling voor schuldbemiddeling wordt aangesteld als schuldbemiddelaar, zonder dat er een budgetbeheer of budgetbegeleiding wordt opgenomen. Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding: dit zijn dossiers waarbij de erkende instelling voor schuldbemiddeling aangesteld wordt als schuldbemiddelaar en tevens ook het budgetbeheer of de budgetbegeleiding opneemt. Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling: dit zijn dossiers waarbij een externe schuldbemiddelaar werd aangesteld, maar waarbij de erkende instelling voor schuldbemiddeling wel het budgetbeheer of de budgetbegeleiding opneemt tijdens de duur van de procedure collectieve schuldenregeling. 5

10 1.2.3 Respons Alle erkende instellingen voor schuldbemiddeling bezorgden hun basisregistratiegegevens aan het Vlaams Centrum Schuldenlast. Net zoals in 2009 en 2010, is er dus ook voor de geregistreerde gegevens van 2011 een respons van 100 %. 1.3 Uitgebreide registratie Aanvullend op de basisregistratie startten de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen vanaf 2008 met een uitgebreide registratie. 10 Deze uitgebreide registratie vond ook in 2009 plaats en sindsdien tweejaarlijks is dus het derde jaar dat de uitgebreide registratie doorgaat. De uitgebreide registratie gebeurt aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst die per dossier peilt naar volgende items: de sociaaldemografische gegevens van de hulpvrager of het gezin; de sociaaleconomische gegevens van de hulpvrager of het gezin; de schuldenlast van de hulpvrager; de aan de hulpvrager of het gezin geboden dienstverlening. De gestandaardiseerde vragenlijst van de uitgebreide registratie is terug te vinden onder punt Steekproefbepaling en respons Het aantal uitgebreid te registreren dossiers per erkende instelling voor schuldbemiddeling wordt bepaald door een steekproef. Aangezien de gestandaardiseerde vragenlijst onder meer peilt naar de schuldoorzaken en de aard en de omvang van de schuldenlast, wordt hierbij enkel rekening gehouden met de dossiers schuldhulpverlening. De dossiers budgethulpverlening worden buiten beschouwing gelaten. Tabel 1 onder punt 2.1 geeft voor 2010 een totaal van dossiers schuldhulpverlening aan. Voor de steekproeftrekking in 2011 werd vertrokken van een totaal van in plaats van dossiers schuldhulpverlening. In die dossiers werden, in tegenstelling tot de vroegere rapporten, nu ook de schuldhulpverleningsgegevens van het CAW Archipel opgenomen. Het verschil bedraagt 186 dossiers maar beïnvloedt het steekproefprotocol niet. De wijze van steekproeftrekking is in 2011 grondig gewijzigd: In 2008 en 2009 diende elke erkende instelling voor schuldbemiddeling in Vlaanderen een aantal dossiers te registreren in het kader van de uitgebreide registratie. Om dit aantal te berekenen, werd gekeken naar de verhouding van het aantal dossiers schuldhulpverlening dat deze instelling behandelde ten opzichte van ten opzichte van het totaal aantal dossiers schuldhulpverlening in Vlaanderen. Vanaf 2011 diende niet elke instelling voor schuldbemiddeling in Vlaanderen meer uitgebreid te registreren. Via een gestratificeerde steekproeftrekking met systematic sampling werd bepaald welke instellingen uitgebreid moesten registreren en hoeveel dossiers elke geselecteerde instelling uitgebreid moest registreren. Bij de berekening van de steekproefgrootte werd rekening gehouden met het aantal dossiers in de basisregistratie, een betrouwbaarheidsinterval van 99 %, een foutenmarge van 3,5 % en een maximale variantie. Volgens de steekproefcalculator 11 bedroeg de 10 Zie art. 7bis, 4 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 1997 tot uitvoering van het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast. 11 Zie 6

11 steekproefgrootte in dit scenario dossiers. Om zoveel als mogelijk in te spelen op potentiële non-respons en missende waarden werd de steekproefgrootte vermeerderd met 10 % en bijgevolg vastgelegd op dossiers. Het integrale steekproefprotocol is terug te vinden onder punt 4.3. Bij afsluiting van de registratieperiode eind 2011 werd een respons van 100 % bereikt. Een volledig overzicht van de gegevens van de uitgebreide registraties in 2008, 2009 en 2011 is in tabelvorm te raadplegen op de website van het Vlaams Centrum Schuldenlast Zie 7

12 Hoofdstuk 2 - De basisregistratie 2.1 Algemeen overzicht basisregistratie Tabel 1 geeft het aantal dossiers budgethulpverlening en het aantal dossiers schuldhulpverlening weer die geregistreerd werden door de erkende instellingen schuldbemiddeling. De gegevens hebben betrekking op de jaren 2008 tot en met Tot in 2010 konden op het basisregistratieformulier onder rubriek A. Registratie dossiers budgethulpverlening zonder schulden enkel de categorieën budgetbegeleiding zonder schulden en budgetbeheer zonder schulden worden geregistreerd. Aangezien de praktijk uitwijst dat in bepaalde gevallen de cliënt wel degelijk schulden heeft maar dat de hulpverlener toch enkel budgetbegeleiding of budgetbeheer opneemt, werd het registratieformulier 2011 gewijzigd. Om te verduidelijken dat onder de rubriek A. Registratie dossiers budgethulpverlening zonder schulden ook de dossiers budgetbegeleiding/budgetbeheer mét schulden opgenomen moeten worden (in zoverre deze schulden niet opgenomen werden door de hulpverlener), werden op het basisregistratieformulier 2011 telkens de woorden zonder schulden geschrapt. Samen met de hulpverleningsgegevens wordt vanaf 2009 expliciet gevraagd of de erkende instellingen voor schuldbemiddeling al dan niet hun eenmalige schuldbemiddelingen en / of hun wachtlijsten bijhouden. Vanaf 2011 wordt bijkomend gevraagd of de erkende instellingen voor schuldbemiddeling wachttijden bijhouden en wordt ook gepeild naar de redenen om desgevallend niet met wachtlijsten te werken. In 2011 behandelden de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in totaal dossiers budgethulpverlening en schuldhulpverlening. Dit aantal stijgt jaar na jaar tot in 2010 en daalt in 2011: in 2008, in 2009 (+ 3,96 %), in 2010 (+ 5,00 %), in 2011 (- 2,56 %). De daling in 2011 is toe te schrijven aan de afname van het aantal dossiers schuldhulpverlening. 8

13 Tabel 1: Cijfers basisregistratie voor Vlaanderen A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING Soort budgethulpverlening Totale aantal per soort A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING Soort schuldhulpverlening Totale aantal per soort B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Totaal aantal dossiers budgethulpverlening en schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b. n.b. 29 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 2 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk doorverwezen n.b. n.b. n.b Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de integrale begeleiding n.b. n.b. n.b Andere n.b. n.b. n.b. 15 (1) In 2011 bezorgden twee CAW s een gecorrigeerd registratieformulier voor 2008 en De cijfergegevens in dit rapport werden hieraan aangepast. 9

14 2.2 Budgethulpverlening Budgethulpverlening wordt opgesplitst in twee klassen: budgetbegeleiding en budgetbeheer. Tot en met 2010 werd in deze rubriek enkel het totaal aantal dossiers budgethulpverlening zonder schulden weerhouden. Vanaf 2011 wordt in deze rubriek het totaal aantal dossiers met en zonder schulden geregistreerd, in zoverre deze schulden niet opgenomen werden door de hulpverlener. Het totaal aantal dossiers budgetbegeleiding bedraagt in 2011 met dossiers het tweede hoogste aantal in de periode Het hoogste aantal dossiers budgetbegeleiding werd geregistreerd in 2009 (4 591 dossiers). Het totaal aantal dossiers budgetbeheer kent sinds 2008 een stijgende trend die in 2010 ( dossiers) en 2011 ( dossiers) nog duidelijker wordt. Het aandeel van de dossiers budgetbeheer in verhouding tot de dossiers budgethulpverlening bedraagt in ,04 % (2008: 73,35 %; 2009: 69,35 %, 2010: 74,40 %). De hulpverlener kiest duidelijk meer voor budgetbeheer dan voor budgetbegeleiding. Het totaal aantal dossiers budgethulpverlening is in 2008 met het laagst en stijgt sindsdien continu: in 2009 (+ 7,58 %), in 2010 (+ 3,23 %), in 2011 (+ 9,05 %). 2.3 Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening omvat de eenmalige schuldbemiddeling, schuldbemiddeling an sich, schuldbemiddeling met budgetbegeleiding, schuldbemiddeling met budgetbeheer en collectieve schuldenregeling. 13 Het aantal eenmalige schuldbemiddelingen bedraagt op jaarbasis respectievelijk (2008), (2009), (2010) en (2011). De belangrijke terugval van het aantal dossiers in 2011 is opmerkelijk. De basisregistratie registreert vanaf 2009 hoeveel instellingen geen registratie doen van het aantal eenmalige schuldbemiddelingen. Waarschijnlijk is het aantal eenmalige schuldbemiddelingen onderschat, aangezien in 2009, 2010 en 2011 respectievelijk 79 (23,87 %), 88 (26,59 %) en 110 (33,23 %) erkende instellingen voor schuldbemiddeling deze dossiers niet bijhouden. De bijkomende stijging van het aantal instellingen dat in 2011 geen eenmalige schuldbemiddeling registreert kan mogelijks de terugval van het totale aantal dossiers eenmalige schuldbemiddeling in 2011 (mee) verklaren. Het aantal dossiers schuldbemiddeling an sich blijft in 2008 en 2009 aanvankelijk vrij constant maar stijgt aanzienlijk tot (+ 15,55 %) in 2010 en tot (+ 3,55 %) in In 2011 bereikt het aantal dossiers schuldbemiddeling an sich dus haar hoogste waarde. Het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbegeleiding is in 2011 opnieuw sterk gedaald tot dossiers en komt hiermee opnieuw op het niveau van De stijgingen in 2009 en 2010 zijn ongedaan gemaakt. Het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbeheer blijft relatief stabiel over de jaren. In 2011 is er een lichte daling tot dossiers (2010: dossiers). 13 De cijfergegevens betreffende de procedure collectieve schuldenregeling worden besproken in punt 6. 10

15 Het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbeheer bedraagt sinds 2008 steeds meer dan het drievoudige van het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbegeleiding. Zoals ook het geval is bij de geregistreerde dossiers budgetbegeleiding en budgetbeheer in het kader van budgethulpverlening, kiest de hulpverlener ook hier dus duidelijk veel vaker voor budgetbeheer. Het aantal dossiers schuldhulpverlening stijgt continu over de periode : (2008), (2009, + 3,12 %) en (2010, + 5,43 %). Opmerkelijk is de daling van dit aantal in 2011 tot dossiers (- 5,29 %), die vooral het gevolg is van de belangrijke terugval van het aantal eenmalige bemiddelingen in Collectieve schuldenregeling Een belangrijke vaststelling is dat het aantal dossiers collectieve schuldenregeling over de periode in aanzienlijke mate is toegenomen. Dit aantal stijgt jaar na jaar en bedraagt (2008), (2009, + 16,39 %), (2010, + 20,79 %) en (2011, + 0,86 %). De stijging van het aantal dossiers in 2011 ten opzichte van 2010 is evenwel verwaarloosbaar klein. Collectieve schuldenregeling wordt onderverdeeld naargelang de instelling enkel de voorbereidende werkzaamheden verricht, aangesteld is als schuldbemiddelaar, aangesteld is als schuldbemiddelaar gecombineerd met budgetbeheer en/of budgetbegeleiding of enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding opneemt terwijl een derde (externe) als schuldbemiddelaar werd aangesteld. Binnen de collectieve schuldenregeling stijgt het aantal dossiers collectieve schuldenregeling waarbij de erkende instellingen enkel de voorbereidende werkzaamheden uitvoeren van 2008 tot en met 2010 als volgt: (2008), (2009, + 40,54 %), (2010, + 28,57 %). Opmerkelijk is de daling van deze dossiers in 2011 tot dossiers (- 15,09 %). In de klasse aanstelling als schuldbemiddelaar zet de stijging van het aantal in 2010 zich in 2011 verder tot 592 dossiers. Binnen de schuldhulpverleningscategorie collectieve schuldenregeling zijn de totale aantallen van deze klasse het kleinst. Het aantal dossiers waarbij de erkende instelling is aangesteld als schuldbemiddelaar met budgetbegeleiding / budgetbeheer evolueert over de periode als volgt: (2008), (2009, + 1,42 % ), (2010, + 15,56 %), (2011, - 2,19 %). Voorname stijgingen situeren zich tussen 2009 en In 2011 daalt dit aantal licht. Wordt enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling gedaan, dan bedraagt het aantal dossiers respectievelijk (2008), (2009, + 19,63 %), (2010, + 18,78 %) en (2011, + 14,75 %). Dit aantal neemt jaar na jaar aanzienlijk toe. In vergelijking met 2008 is het totaal aantal dossiers met 63,18 % gestegen. Het aantal dossiers collectieve schuldenregeling waarbij de erkende instelling voor schuldbemiddeling het verzoekschrift opstelt wordt pas vanaf 2008 geregistreerd en bereikt in 2011 haar maximum met dossiers. Een overzicht van de evolutie van het aandeel van verschillende hulpverleningsvormen in de categorie collectieve schuldenregeling over de periode , wordt in tabel 2 weergegeven. 11

16 Tabel 2: Aandeel van de verschillende vormen van hulpverlening binnen de klasse collectieve schuldenregeling 14 Collectieve schuldenregeling Jaar / percentage Enkel voorbereidende werkzaamheden 25,15 30,37 32,33 27,21 Aanstelling als schuldbemiddelaar 7,34 5,09 4,93 5,76 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling 31,13 27,12 25,95 25,16 36,38 37,42 36,80 41,87 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 Tabel 2 toont aan dat het aandeel van de dossiers enkel voorbereidende werkzaamheden tot 2010 aanzienlijk stijgt. In 2011 is er een terugval tot 27,21%. Erkende instellingen voor schuldbemiddeling die enkel zijn aangesteld als schuldbemiddelaar binnen de collectieve schuldenregeling zijn schaars: hun aandeel bedraagt 7,34 % in 2008, 5,09 % in 2009 en 4,93 % in In 2011 is er een lichte stijging tot 5,76 %. Het aandeel erkende instellingen voor schuldbemiddeling die aangesteld zijn als schuldbemiddelaar met budgetbeheer en/of budgetbegeleiding evolueert over de periode als volgt: 31,13% in 2008, 27,12% in 2009 (-4,01%), 25,95 % in 2010 (-1,17%) en 25,16 % in 2011 (-0,79%). Gecombineerd betekent dit dat het aandeel waarbij erkende instellingen voor schuldbemiddeling worden aangesteld als schuldbemiddelaar daalt van 38,47 % in 2008 tot 30,88 % in In 2011 verandert dit aandeel quasi niet (30,92 %). Het aandeel van de dossiers enkel budgetbegeleiding/budgetbeheer bij externe aanstelling blijft, zoals in 2008, 2009 en 2010, ook in 2011 binnen de categorie collectieve schuldenregeling het hoogst. Het aandeel vertegenwoordigt in 2011 maar liefst 41,87 % van het totale aantal dossiers. Het totaal aantal dossiers collectieve schuldenregeling over 2010 en 2011, die geregistreerd werden door de erkende diensten voor schuldbemiddeling, worden vergeleken met nationale data. Deze nationale data zijn het aantal uitstaande berichten van collectieve schuldenregeling van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren en worden beheerd door de Nationale Bank van België. Tabel 3 toont het aantal uitstaande berichten van collectieve schuldenregeling per gerechtelijk arrondissement. Om de vergelijking tussen de basisregistratie 2010 en 2011 enerzijds en de gegevens van de Nationale Bank van België anderzijds mogelijk te maken, worden slechts de gegevens van de Vlaamse gerechtelijke arrondissementen in tabel 3 weerhouden. 14 In 2011 bezorgden twee CAW s een gecorrigeerd registratieformulier voor 2008 en De cijfergegevens in dit rapport werden hieraan aangepast. 12

17 Tabel 3: Aantal uitstaande berichten van collectieve schuldenregeling per gerechtelijk arrondissement (gedeeltelijke weergave) 15 Gerechtelijk Aantal uitstaande Aantal uitstaande arrondissement berichten van collectieve berichten van collectieve schuldenregeling schuldenregeling toestand eind 2010 toestand eind 2011 Antwerpen Brugge Dendermonde Gent Hasselt Ieper Kortrijk Leuven Mechelen Oudenaarde Tongeren Turnhout Veurne Totaal Het aantal Vlaamse uitstaande berichten collectieve schuldenregeling bedraagt op 31 december 2010 en stijgt noemenswaardig tot op 31 december 2011 (+ 9,53 %). Het aantal dossiers collectieve schuldenregeling uit de basisregistratie bedraagt respectievelijk (2010) en (2011). Opmerkelijk is de vaststelling dat de stijging van het aantal dossiers collectieve schuldenregeling (+ 0,86 %) bij de erkende instellingen voor schuldbemiddeling verwaarloosbaar klein is in vergelijking met de gegevens van de gerechtelijke arrondissementen binnen Vlaanderen. Hieruit besluiten dat de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in 2010 resp ,33 % resp. 22,40 % van het totale aantal dossiers collectieve schuldenregeling in Vlaanderen zijn tussengekomen (via voorbereidende werkzaamheden, een aanstelling als schuldbemiddelaar en/of budgetbegeleiding/budgetbeheer) dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren. De databank van de Nationale Bank van België geeft de toestand weer per 31 december van het kalenderjaar, terwijl de basisregistratie het totale aantal dossiers collectieve schuldenregeling over een volledig kalenderjaar weergeeft. Anderzijds is collectieve schuldenregeling een langdurig proces, zodat de proportie 24,33 % respectievelijk 22,40 % indicatief is. 15 Bron: Nationale Bank van België, Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren 2010, gegevens op 31 december Nationale Bank van België, Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren statistisch verslag 2011, gegevens op 31 december

18 2.5 Wachtlijsten en wachttijden Wachtlijsten Van de 331 erkende instellingen voor schuldbemiddeling zijn er 85 (25,68 %) die expliciet melden dat ze een wachtlijst bijhouden. In 2010 hielden nog 139 instellingen (41,99 %) hun wachtlijsten bij. Deze daling is zonder meer frappant. De overige 246 (74,32 %) erkende instellingen voor schuldbemiddeling melden dat ze geen wachtlijst bijhouden. Vanaf 2011 werd ook expliciet gevraagd naar de reden(en) waarom instellingen hun wachtlijsten niet bijhouden. De bevindingen van deze bevraging worden weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Redenen waarom de erkende instelling voor schuldbemiddeling niet met wachtlijsten werken (meerdere antwoorden mogelijk per instelling) Reden Aantallen % Teveel administratief werk 2 0,66 Bestuur of directie laten dit principieel niet toe 60 19,87 Geen noodzaak (tijdige hulp of doorverwijzing) ,57 Schuldhulpverlening enkel als onderdeel van integrale 30 9,93 begeleiding Andere 15 4,97 Totaal ,00% Het overgrote deel van de instellingen (64,57 %) die niet met wachtlijsten werken geven als oorzaak dat hun cliënteel tijdig wordt geholpen of doorverwezen. Dit ligt in lijn met de bevindingen van Toen bleek uit telefonische en schriftelijke navraag dat instellingen, die geen wachtlijsten aanleggen, dit gaandeweg niet opportuun achten omdat hun cliënteel voldoende snel kan worden geholpen. Bijna één vijfde van het aantal instellingen (19,87 %) houdt geen wachtlijsten bij omdat het bestuur of de directie dit principieel niet toelaat. Van de 85 erkende instellingen die een wachtlijst bijhouden gaven er 84 (98,82 %) door hoeveel gezinnen of aanvragers op hun wachtlijst stonden op 31 december Van die 84 erkende instellingen registreerden 14 erkende instellingen (16,66 %) nul gezinnen of aanvragers, 70 erkende instellingen (83,34 %) registreerden minstens één gezin of aanvrager op hun wachtlijst. Het aantal aanvragers of gezinnen op de wachtlijst varieert tussen 0 en ,6 % van de erkende instellingen die een wachtlijst bijhouden heeft hier maximum 7 personen of gezinnen op staan. Op 31 december 2011 registreerden de erkende diensten voor schuldbemiddeling samen 927 aanvragers of gezinnen op hun wachtlijst. Op 31 december 2010 werden er 1715 aanvragers geregistreerd. De daling met % is frappant. 14

19 2.5.2 Wachttijden Van de 85 erkende instellingen voor schuldbemiddeling, die in principe wel een wachtlijst bijhouden, registreerden 60 erkende instellingen (70,59 %) een gemiddelde wachttijd. De overige 25 erkende instellingen (29,41 %) gaven geen gemiddelde wachttijd aan. Er zijn slechts 6 erkende instellingen (10,00 %) die een gemiddelde wachttijd van nul maanden registreerden en 54 erkende instellingen (90,00 %) die een gemiddelde wachttijd groter dan nul maanden aantekenden. De gemiddelde wachttijd bij de 60 erkende instellingen bedraagt zowel in 2011 als in maanden. Dit gemiddelde varieert tussen 0 en 15 maanden. De spreiding is groter in vergelijking met 2010: toen varieerde het gemiddelde tussen 0 en 12 maanden. De gemiddelde wachttijd die het meest voorkomt is 2 maanden (9 erkende instellingen of 15,00 %) en 3 maanden (10 erkende instellingen of 16,66 %). 2.6 Provinciale cijfers basisregistratie Voorafgaande opmerking: In de cijfers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zie tabel 5 - provinciale cijfers basisregistratie) werden enkel de geregistreerde gegevens van het CAW Archipel opgenomen. Aangezien dit slechts 1 CAW betreft, werd hiermee geen rekening gehouden bij de bespreking van de provinciale cijfers. Tabel 5 geeft de registratiegegevens opgesplitst per provincie weer. Provinciale cijfers tonen aan dat voor de periode het hoogste aantal dossiers budgethulpverlening terug te vinden is in de provincie Antwerpen, gevolgd door West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en tenslotte Limburg. Voor het totale aantal dossiers schuldhulpverlening is West-Vlaanderen met dossiers koploper, gevolgd door Antwerpen, Oost-Vlaanderen, Limburg en tot slot Vlaams-Brabant met dossiers. Opmerkelijk in 2011 is de afname van het totale aantal dossiers schuldhulpverlening in alle Vlaamse provincies: de sterkste dalingen worden genoteerd in de provincies Limburg en Brabant. Het aantal dossiers eenmalige schuldbemiddeling neemt over verder af in alle Vlaamse provincies. Deze bevinding staat in contrast met schuldbemiddeling an sich : dit aantal stijgt over de periode , behalve voor de provincie Limburg. In alle provincies kiest de hulpverlener duidelijk meer voor schuldbemiddeling met budgetbeheer dan voor schuldbemiddeling met budgetbegeleiding. Dit is het minst zichtbaar in de provincie Oost-Vlaanderen. Opvallend is dat de belangrijke toename van het aantal dossiers collectieve schuldenregeling over de periode in 2011 in alle provincies ongedaan is gemaakt. Uitzondering hierop zijn de provincies West-Vlaanderen en Antwerpen: hier stijgt ook in 2011 het totaal aantal dossiers collectieve schuldenregeling. Binnen bijna alle provincies wordt een belangrijke afname van het totale aantal aanvragers op een wachtlijst voor budget- of schuldhulpverlening vastgesteld met uitzondering van Vlaams-Brabant. Het aantal erkende instellingen dat hun wachtlijsten niet bijhoudt neemt sterk toe: binnen elke provincie is er bijna een verdubbeling. 15

20 Dienstverlening die tijdig kan worden aangeboden of onmiddellijke doorverwijzing blijft in elke provincie de meest voorkomende reden om niet met wachtlijsten te werken. 16

21 Tabel 5: PROVINCIALE CIJFERS BASISREGISTRATIE A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING Antwerpen Oost-Vlaanderen Soort budgethulpverlening A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING Antwerpen Oost-Vlaanderen Soort schuldhulpverlening B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b. n.b. 9 n.b. n.b. n.b. 5 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 0 n.b. n.b. n.b. 0 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b. 13 n.b. n.b. n.b De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk n.b. n.b. n.b. 46 n.b. n.b. n.b. 41 doorverwezen - Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de integrale n.b. n.b. n.b. 8 n.b. n.b. n.b. 10 begeleiding - Andere n.b. n.b. n.b. 3 n.b. n.b. n.b. 4 17

22 Tabel 5: PROVINCIALE CIJFERS BASISREGISTRATIE (VERVOLG) A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING West-Vlaanderen Limburg Soort budgethulpverlening A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING West-Vlaanderen Limburg Soort schuldhulpverlening B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b. n.b. 4 n.b. n.b. n.b. 3 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 0 n.b. n.b. n.b. 2 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b. 14 n.b. n.b. n.b De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk n.b. n.b. n.b. 44 n.b. n.b. n.b. 22 doorverwezen - Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de n.b. n.b. n.b. 1 n.b. n.b. n.b. 5 integrale begeleiding - Andere n.b. n.b. n.b. 4 n.b. n.b. n.b. 2 18

23 Tabel 5: PROVINCIALE CIJFERS BASISREGISTRATIE (VERVOLG) A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING Vlaams-Brabant Brussels Hoofdstedelijk Gewest Soort budgethulpverlening A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING Vlaams-Brabant Brussels Hoofdstedelijk Gewest Soort schuldhulpverlening B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b n.b. 8 n.b. n.b. n.b. 0 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 0 n.b. n.b. n.b. 0 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b. 6 n.b. n.b. n.b. 0 - De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk n.b. n.b. n.b. 42 n.b. n.b. n.b. 0 doorverwezen - Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de n.b. n.b. n.b. 6 n.b. n.b. n.b. 0 integrale begeleiding - Andere n.b. n.b. n.b. 2 n.b. n.b. n.b. 0 19

24 2.7 Cijfers basisregistratie per type organisatie Tabel 6 geeft de registratiegegevens opgesplitst naar type organisatie (OCMW / CAW / Intergemeentelijke dienst) weer. Over de periode stijgt het aantal geregistreerde budgethulpverleningsgegevens bij de OCMW s tot dossiers. De CAW s benaderen met dossiers budgethulpverlening in 2011 opnieuw het niveau van De daling in 2009 en 2010 is hierdoor ongedaan gemaakt. Intergemeentelijke diensten zijn de enige instellingen die geen dossiers budgethulpverlening registreren. Een opvallende vaststelling is dat het aantal dossiers budgetbegeleiding binnen de OCMW s over de periode ongeveer één vierde van het totale aantal dossiers budgethulpverlening vertegenwoordigt. Deze verhouding ligt bij de CAW s anders: hier is in 2008 en 2009 het aantal dossiers budgetbegeleiding vergelijkbaar met het aantal dossiers budgetbeheer. Alleen in 2011 registreerden de CAW s opmerkelijk meer dossiers budgetbeheer dan budgetbegeleiding. Voor zowel de OCMW s, CAW s als de intergemeentelijke diensten stijgt het totaal aantal dossiers schuldhulpverlening tot Opvallend is de afname van dit aantal in 2011, behalve bij de Intergemeentelijke diensten. Bij deze diensten neemt het totaal aantal dossiers schuldhulpverlening over de periode toe met 57 %. Het totaal aantal dossiers eenmalige schuldbemiddeling blijft over de periode enkel bij de OCMW s stabiel. In 2011 is er zowel bij de OCMW s, de CAW s en de Intergemeentelijke diensten een belangrijke terugval. Bij het totale aantal dossiers schuldbemiddeling an sich is de trend bij de OCMW s stijgend en bij de CAW s dalend. Opvallend voor de Intergemeentelijke diensten is een enorme stijging van deze dossiers in 2011 tot 215 dossiers. Het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbegeleiding fluctuert licht bij de OCMW s. Bij de CAW s stijgt dit aantal aanzienlijk over de periode Ook het totaal aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbeheer fluctueert bij de OCMW s licht over de periode Bij de CAW s neemt dit aantal sterk af. Ook voor de intergemeentelijke diensten wordt een sterke daling van het aantal dossiers schuldbemiddeling met budgetbeheer genoteerd. Meest opvallend is de stijging van het aantal dossiers collectieve schuldenregeling over de periode , zowel bij de OCMW s, de CAW s als de intergemeentelijke diensten. In 2011 daalt dit aantal, behalve voor de Intergemeentelijke diensten. Deze diensten noteren een spectaculaire stijging van het aantal dossiers collectieve schuldenregeling in in Binnen de klasse collectieve schuldenregeling stijgt de subcategorie enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling aanzienlijk. Bij de CAW s is dit aantal in 2011 zelfs verdrievoudigd. Dienstverlening waarbij de instelling binnen de procedure collectieve schuldenregeling enkel de voorbereidende werkzaamheden verricht, wint enkel bij de Intergemeentelijke diensten aan belang. Bij elk type organisatie daalt in 2011 het aantal aanvragers of gezinnen op een wachtlijst spectaculair. Intergemeentelijke diensten hebben niemand op hun wachtlijst staan. Dienstverlening die tijdig kan worden aangeboden of doorverwijzing is bij de OCMW s en de Intergemeentelijke diensten de belangrijkste reden om niet met wachtlijsten te werken. Bij de CAW s is dit schuldhulpverlening als onderdeel van de integrale begeleiding. 20

25 Tabel 6: CIJFERS BASISREGISTRATIE PER TYPE ORGANISATIE A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING OCMW CAW Soort budgethulpverlening A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING OCMW CAW Soort schuldhulpverlening B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b. n.b. 28 n.b. n.b. n.b. 1 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 1 n.b. n.b. n.b. 1 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b. 59 n.b. n.b. n.b. 1 - De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk n.b. n.b. n.b. 188 n.b. n.b. n.b. 4 doorverwezen - Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de n.b. n.b. n.b. 19 n.b. n.b. n.b. 11 integrale begeleiding - Andere n.b. n.b. n.b. 14 n.b. n.b. n.b. 0 21

26 Tabel 5: CIJFERS BASISREGISTRATIE PER TYPE ORGANISATIE (VERVOLG) A. REGISTRATIE DOSSIERS BUDGETHULPVERLENING Intergemeentelijke diensten Soort budgethulpverlening A.1 Budgetbegeleiding A.2 Budgetbeheer Totaal aantal dossiers budgethulpverlening B. REGISTRATIE DOSSIERS SCHULDHULPVERLENING Intergemeentelijke diensten Soort schuldhulpverlening B.1a Eenmalige schuldbemiddeling B.1b Eenmalige schuldbemiddelingen worden niet bijgehouden n.b B.2 Schuldbemiddeling an sich B.3 Schuldbemiddeling + budgetbegeleiding B.4 Schuldbemiddeling + budgetbeheer B.5 Collectieve schuldenregeling B.5.1 Enkel voorbereidende werkzaamheden B.5.2 Aanstelling als schuldbemiddelaar B.5.3 Aanstelling als schuldbemiddelaar + budgetbeheer/budgetbegeleiding B.5.4 Enkel budgetbeheer/budgetbegeleiding bij externe aanstelling Totaal aantal dossiers schuldhulpverlening Nog 1 vraagje rond CSR: hoeveel van de dossiers CSR zijn met verzoekschrift door u opgesteld? Totaal aantal aanvragers (gezinnen) op wachtlijst Wachtlijsten worden niet bijgehouden n.b Wachttijden worden niet bijgehouden n.b. n.b. n.b. 0 Gemiddelde wachttijd (uitgedrukt in aantal maanden) 0 0 n.b. 0 Redenen om niet met wachtlijsten te werken - Werken met wachtlijsten geeft teveel administratief werk n.b. n.b. n.b. 0 - Bestuur of directie laten dit principieel niet toe n.b. n.b. n.b. 0 - De dienstverlening kan tijdig worden aangeboden of er wordt onmiddellijk doorverwezen n.b. n.b. n.b. 3 - Schuldhulpverlening wordt enkel aangeboden als onderdeel van de integrale begeleiding n.b. n.b. n.b. 0 - Andere n.b. n.b. n.b. 1 22

27 Hoofdstuk 3 - De uitgebreide registratie Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de uitgebreide registratie in 2011 en vergelijkt ze kort met de resultaten van de vorige uitgebreide registratie (in 2009). Voor zover mogelijk worden de antwoorden ook vergeleken met cijfergegevens op Vlaams niveau. 3.1 Individuele karakteristieken van personen die schuldhulpverlening aanvragen Sociaaldemografische kenmerken GESLACHT Onderstaande tabel geeft het geslacht van de hulpvrager weer: Geslacht steekproef 2009 steekproef 2011 in Vlaanderen in Mannelijk 47,16 46,46 49,35 Vrouwelijk 34,01 37,64 50,65 Beide partners vragen schuldhulpverlening aan 18,83 15,90 - Totaal 100,00 100,00 100,00 Mannelijke hulpvragers zijn in 2011 met 46,46 % nog steeds het sterkst vertegenwoordigd (2009: 47,16 %). Het aantal vrouwelijke hulpvragers stijgt tot 37,64 % (2009: 34,01 %). Het aandeel van de categorie beide partners vragen schuldhulpverlening aan daalt tot 15,90 % (2009: 18,83 %). In de totale Vlaamse bevolking zijn mannen en vrouwen nagenoeg evenredig vertegenwoordigd LEEFTIJD In 2011 variëren de leeftijden van de hulpvragers en hun eventuele partners tussen 18 en 90 jaar. Voor 167 partners werd geen leeftijd opgegeven. Een procentuele verdeling van de leeftijd geeft volgend beeld: Leeftijd in jaren % aandeel steekproef 2009 aanvragers % aandeel steekproef 2011 aanvragers % aandeel steekproef 2009 partners % aandeel steekproef 2011 partners % aandeel steekproef 2009 totaal % aandeel steekproef 2011 totaal % aandeel 18 + op in Vlaand ,20 5,91 7,69 4,93 6,53 6,14 10, ,70 9,78 17,95 9,68 13,86 10,62 7, ,53 25,75 28,98 19,36 25,51 26,11 16, ,25 25,34 23,33 17,08 27,16 25,09 18,94 16 Bron: Bron: (Statistieken & Cijfers - Bevolking - Structuur van de bevolking) 17 Bron: Bevolking_naar_leeftijd_en_geslacht_per_gewest.xls. 23

28 ,54 19,50 14,10 12,85 17,56 19,22 17, ,16 6,45 4,10 3,35 4,15 6,09 7,40 65 en ouder 5,62 7,27 3,85 3,35 5,23 6,73 22,59 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 De leeftijdscategorieën 30 tot 39 jaar (26,11 %) en 40 tot 49 jaar (25,09 %) zijn ook in 2011 zowel bij de aanvragers als bij de partners duidelijk oververtegenwoordigd ten opzichte van Vlaanderen (16,03 % resp. 18,94 %). De 65+-ers (6,73 %) zijn dan weer in belangrijke mate ondervertegenwoordigd ten opzichte van Vlaanderen (22,59 %). De verjonging van het cliënteel die in 2009 werd vastgesteld, is in 2011 weer grotendeels ongedaan gemaakt. Het aandeel van de categorie 25 tot 29 jaar (10,62 %) daalt in 2011 terug tot op het niveau van NATIONALITEIT Onderstaande tabel geeft de nationaliteit van de hulpvrager en diens eventuele partner weer: Nationaliteit % aandeel steekproef 2009 aanvragers % aandeel steekproef 2011 aanvragers % aandeel steekproef 2009 partners % aandeel steekproef 2011 partners % aandeel steekproef 2009 totaal % aandeel steekproef 2011 totaal % aandeel in Vlaanderen 19 Belgische 95,47 89,87 91,52 84,34 94,58 88,66 94,25 Europese Unie (niet- Belgische) Niet- Europese Unie 2,34 3,74 2,99 5,54 2,48 4,13 3,66 2,19 6,39 5,49 10,12 2,94 7,21 2,09 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 In 2011 daalt het aantal Belgische aanvragers (89,87 %) en partners (84,34 %) ten opzichte van 2009 (95,47 % resp. 91,52 %). Het gevolg is dat zij ondervertegenwoordigd zijn ten opzichte van het totale aantal Belgen in Vlaanderen (88,66 % vs. 94,25 %). Hiertegenover staat een stijging van het aantal aanvragers en partners met een niet-eu nationaliteit (7,21 % in 2011 ten opzichte van 2,94 % in 2009). Ook het aantal aanvragers en partners vanuit de Europese Unie maar zonder Belgische nationaliteit stijgt (4,13 % in 2011 ten opzichte van 2,48 % in 2009). Het totale aandeel niet-belgen loopt hierdoor in 2011 op tot 11,34 % (2009: 5,42 %), terwijl hun aandeel in Vlaanderen maar 5,75 % bedraagt. 18 Voor de gegevens van 2008, zie 19 Bron: 24

29 GEZINSSAMENSTELLING Onderstaande tabel geeft een procentueel overzicht van de gezinssamenstelling van de hulpvragers weer (berekend op het totale aantal van de geregistreerde dossiers): Gezinssamenstelling steekproef 2009 steekproef 2011 in Vlaanderen 20 Alleenwonenden 44,53 45,24 30,00 Gehuwden of samenwonenden met kinderen 19,71 18,95 27,00 Eenoudergezinnen 17,44 16,17 12,00 Gehuwden of samenwonenden zonder kinderen Samenwonend met familie, vrienden of kennissen 8,69 9,78 24,00 7,59 6,79 - Andere 2,04 3,06 7,00 Totaal 100,00 100,00 100,00 In de rubriek gezinssamenstelling zijn er in 2011 weinig noemenswaardige verschillen in vergelijking met Alleenwonenden maken bijna de helft (45,24 % : 44,53 %) van het cliënteel uit. Daarna volgen de gehuwden of samenwonenden met kinderen (18,95 % : 19,71 %) en de eenoudergezinnen (16,17 % : 17,44 %). In vergelijking met Vlaanderen zijn de alleenwonenden nog steeds in ruime mate oververtegenwoordigd (45,24 % vs. 30,00 %). Ook de eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd (16,17 % vs. 12,00 %). De categorieën gehuwd of samenwonend met kinderen en gehuwd of samenwonend zonder kinderen zijn duidelijk ondervertegenwoordigd ten opzichte van Vlaanderen (18,95 % vs. 27,00 % resp. 9,78 % vs. 24,00 %). 20 Bron: 25

30 AANTAL PERSONEN IN HET GEZIN Onderstaande tabel geeft een procentueel overzicht van het aantal personen in het gezin van de hulpvrager (personen die onder hetzelfde dak wonen, berekend op het totale aantal van de geregistreerde dossiers): Aantal personen in het gezin steekproef 2009 steekproef ,61 46, ,58 20, ,99 13,87 4 9,71 10,67 5 4,89 4,28 6 1,90 1,70 7 0,88 1,50 8 0,29 0,54 9 0,15 0,14 In bijna de helft (46,84%) van de dossiers bestaat het gezin uit één persoon (2009: 45,61 %). Dit aandeel is iets hoger dan het aantal alleenwonenden (45,24 %, zie punt ) omdat hier onder meer ook personen die in een rustoord of een instelling verblijven in de categorie 1 persoon in het gezin zijn bijgeteld. Slechts 20,46 % van de gezinnen bestaat uit twee personen (2009: 20,58 %). 13,87 % van de huishoudens woont met drie personen onder hetzelfde dak (2009: 15,99 %). Hieronder volgt tevens een overzicht van de gemiddelde gezinsgrootte: steekproef 2009 steekproef 2011 Vlaanderen Gemiddelde gezinsgrootte 2,19 2,20 2,36 De gemiddelde grootte van het gezin van de hulpvrager wijkt in 2011 (2,20 %) niet noemenswaardig af van de gemiddelde gezinsgrootte in 2009 (2,19 %) en slechts in beperkte mate van het Vlaams gemiddelde (2,36 %) AANTAL PERSONEN TEN LASTE Inzake de personen ten laste van de hulpvrager maakt onderstaande tabel een onderscheid tussen kinderen (opgesplitst in 4 leeftijdscategorieën) en andere personen ten laste (volwassenen zoals ouder, grootouder, vriend). De percentages worden berekend op het totale aantal dossiers met één of meer personen ten laste. In de steekproef van 2011 betreft het 580 dossiers (39,40 %), dit is een kleine daling ten opzichte van 2009 (588 dossiers of 42,92 %). 21 Bron: _kleine_en_minder_kleine_gezinnen_archives.jsp. 26

31 Leeftijdscategorie in het totale aantal dossiers met personen ten laste (2011) 1 (1) 2 (1) 3 (1) 4 (1) 5 (1) Rijtotalen (%) Kinderen t.e.m. 5 jaar 26,38 12,24 2,41 0,17 0,00 41,20 Kinderen 6 11 jaar 27,93 8,62 2,07 0,52 0,00 39,14 Kinderen jaar 24,83 8,79 1,72 0,00 0,34 35,68 Kinderen vanaf 18 jaar 16,21 5,86 1,21 0,17 0,00 23,45 Andere personen ten laste 7,59 2,93 0,52 0,17 0,00 11,21 (1) 1, 2, 3, 4 of 5 staat voor het aantal kinderen/personen uit een bepaalde leeftijdscategorie in eenzelfde gezin Enige toelichting bij de categorie kinderen t.e.m. 5 jaar (eerste rij) ter verduidelijking van deze tabel: In 26,38 % van de 580 dossiers met één of meer personen ten laste komt één kind t.e.m. 5 jaar voor. In 12,24 % van deze dossiers komen twee kinderen t.e.m. 5 jaar voor. In 2,41 % van deze dossiers komen drie kinderen t.e.m. 5 jaar voor. In 0,17 % van deze dossiers komen vier kinderen t.e.m. 5 jaar voor. Het rijtotaal van 41,20 % betekent dat in 41,20 % van de 580 dossiers met personen ten laste, kinderen jonger dan 5 jaar ten laste waren. De gegevens van 2011 en 2009 zijn vergelijkbaar. 22 Er is wel een stijging van het aandeel kinderen vanaf 18 jaar (23,45 % in 2011 ten opzichte van 18,88 % in 2009) en van het aandeel andere personen ten laste (11,21 % in 2011 ten opzichte van 7,40 % in 2009). Naast deze procentuele weergave is in onderstaande tabel ook het concrete aantal personen ten laste opgenomen: Aantal personen ten laste in 2009 Aantal personen ten laste in 2011 Kinderen t.e.m. 5 jaar Kinderen 6 11 jaar Kinderen jaar Kinderen vanaf 18 jaar Andere personen Totaal In 2011 zijn er in totaal dus personen ten laste (verdeeld over 580 dossiers). Gemiddeld komt dit neer op 2,09 personen ten laste per dossier. Dit is een beperkte stijging ten opzichte van ten opzichte van 2009 (gemiddeld 1,98 personen ten laste per dossier). 22 Voor de gegevens van 2009, zie 27

32 TYPE HUISVESTING Onderstaande tabel geeft een procentueel overzicht van het type huisvesting van de hulpvrager (berekend op het totale aantal van de geregistreerde dossiers): Type huisvesting in steekproef 2009 in steekproef 2011 Huurder private woning 53,21 50,32 Huurder sociale woning 28,18 31,19 Eigenaar met lopend hypothecair krediet 8,32 8,02 Onderdak (vriend, familie, kennis) 3,87 3,06 Eigenaar zonder lopend hypothecair krediet 1,68 2,38 Opvangcentrum/onthaaltehuis 1,31 0,48 Medehuurder private woning 0,88 0,61 Gratis ter beschikking gestelde huisvesting ,48 Andere (1) 1,75 3,46 Totaal 100,00 100,00 (1) De categorie andere omvat voornamelijk daklozen en personen die in een instelling verblijven Meer dan de helft (50,32 %) van de hulpvragers is huurder van een private woning (2009: 53,21 %). Op de tweede plaats komen de huurders van een sociale woning (31,19 % in 2011 ten opzichte van 28,18 % in 2009). Opgeteld betekent dit dat 80,69 % van de hulpvragers een onroerend goed huurt (2009: 81,39 %). Het aantal eigenaars van een pand bedraagt slechts 10,40 % (2009: 10,00 %). Een vergelijking met het eigendomsstatuut in Vlaanderen geeft volgend beeld: Eigendomsstatuut steekproef 2009 steekproef 2011 in Vlaanderen 23 Private huurder 53,21 50,32 14,80 Sociale huurder 28,18 30,37 7,90 Eigenaar 10,00 10,40 75,60 Woning gratis ter beschikking 0,80 0,48 - Restcategorie 7,81 8,43 1,7 Totaal 100,00 100,00 100,00 De contrasten zijn frappant: huurders zijn in vergelijking met Vlaanderen in belangrijke mate oververtegenwoordigd. Eigenaars zijn duidelijk ondervertegenwoordigd. 23 Bron: 28

33 SCHOLINGSGRAAD Onderstaande tabel geeft een procentueel overzicht van het hoogst behaalde diploma van de hulpvrager en diens eventuele partner, in zoverre dit gekend is. De categorie andere diploma s, die heel divers samengesteld was, is niet opgenomen in onderstaande tabel. Het betreft onder meer een aantal niet-gelijkgeschakelde buitenlandse diploma s en een aantal VDAB-opleidingen. Hoogst behaalde diploma % aandeel steekproef 2009 aanvragers % aandeel steekproef 2011 aanvragers % aandeel steekproef 2009 partners % aandeel steekproef 2011 partners % aandeel steekproef 2009 totaal % aandeel steekproef 2011 totaal % aandeel in Vlaanderen Geen diploma 15,37 20,29 18,30 26,79 16,02 21,70 6,60 Lager onderwijs 11,08 13,28 6,83 14,25 10,13 13,48 13,83 Lager secundair onderwijs Hoger secundair onderwijs of 3 e graad richting onbekend Hoger secundair onderwijs of 3 e graad BSO Hoger secundair onderwijs of 3 e graad TSO/KSO Hoger secundair onderwijs of 3 e graad ASO Hoger of universitair onderwijs 32,22 31,84 30,32 25,43 31,80 30,31 18,08 8,11 9,1 9,83 10,34 8,50 9,37-13,96 11,06 15,85 12,57 14,38 11,06 10,79 12,79 9,49 12,30 6,7 12,68 9,49 13,49 3,12 2,7 3,28 1,96 3,16 2,42 10,97 3,35 2,24 3,28 1,96 3,33 2,17 26,24 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 Het aantal hulpvragers en partners zonder diploma (21,70 %) en met hoogstens een diploma lager onderwijs (13,48 %) neemt in 2011 nog toe (2009: 16,02 % resp. 10,13 %). Tellen we hier de categorie lager secundair onderwijs (30,31 % in 2011 vs. 31,80 % in 2009) bij, dan komen we aan 65,49 % met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs (2009: 57,95 %). Hiertegenover staat een afname van het aantal aanvragers en partners die minstens over een diploma hoger secundair onderwijs beschikken. Binnen deze groep blijken de richtingen beroepssecundair onderwijs (11,06 %) en technisch / kunstsecundair onderwijs (9,49 %) het sterkst vertegenwoordigd te zijn in 2011 (2009: 14,38 % resp. 12,68 %). De categorie algemeen secundair onderwijs haalt amper nog 2,42 % (2009: 3,16 %). Van 9,37 % hulpvragers/partners die over een diploma hoger secundair onderwijs (3 e graad) beschikken, is de richting onbekend (2009: 8,50 %). Het aandeel van de categorie hoger of universitair onderwijs daalt tot 2,17 % (2009: 3,33 %). 29

34 De vergelijking van deze resultaten met de scholingsgraad in Vlaanderen wijst ook voor 2011 op een belangrijke oververtegenwoordiging van lager geschoolden en een opmerkelijke ondervertegenwoordiging van hoger geschoolden: Scholingsgraad steekproef 2009 steekproef 2011 in Vlaanderen Maximaal lager secundair onderwijs 57,95 65,49 28,00 Hoger secundair onderwijs 38,72 32,34 40,00 Hoger of universitair onderwijs 3,33 2,17 32,00 Totaal 100,00 100,00 100, Sociaaleconomische kenmerken ARBEIDSSITUATIE Om de steekproefgegevens te kunnen vergelijken met de Vlaamse cijfers geeft onderstaande tabel enkel de arbeidssituatie van cliënten schuldhulpverlening in de leeftijdscategorie tussen 18 en 64 jaar weer. De 65-plussers, die in 2011 een aandeel van ongeveer 7% vertegenwoordigden, zijn dus niet in deze tabel opgenomen. Arbeidssituatie % aandeel steekproef 2009 aanvrag ers % aandeel steekproef 2011 aanvrager s % aandeel steekproef 2009 partners % aandeel steekproef 2011 partners % aandeel steekproef 2009 totaal % aandeel steekproef 2011 totaal % aandeel in Vlaanderen Werkend 47,49 40,15 44,91 43,77 46,90 40,93 69,90 25 Werkloos (niet-werkende werkzoekende) 32,25 36,41 24,28 25,73 30,43 34,10 6,70 26 Niet beroepsactief (1) 20,26 23,44 30,81 30,50 22,67 24,97 23,40 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 100,00 (1) Tot personen die niet beroepsactief zijn, behoren permanent werkonbekwamen en in beperktere mate ook huismannen/-vrouwen en studenten In 2011 neemt het aandeel van de categorie werklozen verder toe (34,10 % ten opzichte van ten opzichte van 30,43 % in 2009) en is er nog steeds sprake van een grote oververtegenwoordiging ten opzichte van Vlaanderen (6,70 %). Het aandeel werkenden daalt tot 40,93 % (2009: 46,90 %), dit is aanzienlijk minder dan het aandeel werkenden in Vlaanderen (69,90 %). Het grootste deel van deze werkenden is werknemer. Ambtenaren en zelfstandigen komen slechts sporadisch voor. Uit nader onderzoek blijkt dat 51,47 % van de gezinnen uit de steekproef werkloze gezinnen zijn. Dit zijn gezinnen waar niemand van de gezinsleden van 18 tot 59 jaar een inkomen uit betaalde arbeid heeft. Dit is een opmerkelijke stijging ten opzichte van Bron: en levenslang leren. 25 Bron: en 26 Bron: 30

35 (42,00 %) en een bijzonder sterke oververtegenwoordiging ten opzichte van Vlaanderen (6,41 %) PERSONEN DIE BIJDRAGEN AAN HET GEZINSINKOMEN Inzake de personen die bijdragen aan het gezinsinkomen maakt onderstaande tabel een onderscheid tussen kinderen die bijdragen aan het gezinsinkomen en andere personen die bijdragen aan het gezinsinkomen (volwassenen zoals ouder, grootouder, vriend). Zij kunnen bijdragen aan het gezinsinkomen door middel van studietoelagen, kinderbijslagen, onderhoudsgeld en dergelijke meer. De percentages zijn berekend op het totale aantal dossiers met één of meer personen die bijdragen aan het gezinsinkomen. In de steekproef van 2011 betreft het 501 dossiers (34,04 %), wat vergelijkbaar is met 2009 (487 dossiers of 35,33 %). Leeftijdscategorie in het totale aantal dossiers met personen die bijdragen aan het gezinsinkomen (2011) 1 (1) 2 (1) 3 (1) 4 (1) 5 (1) Rijtotalen (%) Kinderen tot en met 5 jaar 25,55 11,38 2,20 0,20 0,00 39,33 Kinderen 6-11 jaar 24,55 7,98 2,40 0,20 0,00 35,13 Kinderen jaar 21,56 5,79 1,60 0,00 0,40 29,35 Kinderen vanaf 18 jaar 18,96 4,59 0,60 0,20 0,00 24,35 Andere personen die bijdragen aan het gezinsinkomen 10,58 3,19 0,20 0,40 0,00 14,37 (1) 1, 2, 3, 4 of 5 staat voor het aantal kinderen/personen uit een bepaalde leeftijdscategorie in eenzelfde gezin Enige toelichting bij de categorie kinderen t.e.m. 5 jaar (eerste rij) ter verduidelijking van deze tabel: In 25,55 % van de 501 dossiers met één of meer personen die bijdragen aan het gezinsinkomen, komt één kind t.e.m. 5 jaar voor; In 11,38 % van deze dossiers komen twee kinderen t.e.m. 5 jaar voor; In 2,20 % van deze dossiers komen drie kinderen t.e.m. 5 jaar voor; In 0,20 % van deze dossiers komen vier kinderen t.e.m. 5 jaar voor; Het rijtotaal van 39,33 % betekent dat in 39,33 % van de 501 dossiers met één of meer personen die bijdragen aan het gezinsinkomen, kinderen jonger dan 5 jaar bijdragen aan het gezinsinkomen. De gegevens van 2011 en 2009 zijn vergelijkbaar. 28 Er is wel een aanzienlijke stijging van het aandeel andere personen die bijdragen aan het gezinsinkomen (14,37 % in 2011 ten opzichte van 9,29 % in 2009). 27 Bron: 28 Voor de gegevens van 2009, zie 31

36 In onderstaande tabel is ook het concrete aantal personen die financieel bijdragen aan het gezinsinkomen opgenomen: Aantal personen die financieel bijdragen aan het gezinsinkomen - steekproef 2009 Aantal personen die financieel bijdragen aan het gezinsinkomen - steekproef 2011 Kinderen t.e.m. 5 jaar Kinderen 6-11 jaar Kinderen jaar Kinderen vanaf 18 jaar Andere personen Totaal Er vallen geen grote verschillen te noteren tussen 2011 en 2009: In 2011 dragen in totaal 972 personen financieel bij aan het gezinsinkomen, verdeeld over 501 dossiers (2009: 938 personen, verdeeld over 484 dossiers); Gemiddeld komt dit neer op 1,94 personen die bijdragen aan het gezinsinkomen per dossier waarin minstens één persoon bijdraagt aan het gezinsinkomen (2009: 1,94); Zowel in 2011 als in 2009 was meer dan de helft van de personen die bijdroegen aan het gezinsinkomen jonger dan 12 jaar INKOMSTEN UIT ARBEID Bedrag Onderstaande tabel geeft de maandelijkse netto-inkomsten uit arbeid van het gezin van de hulpvrager weer: Maandelijkse nettoinkomsten uit arbeid steekproef 2009 steekproef 2011 Geen inkomen uit arbeid 48,10 56, euro 1,90 1, euro 7,89 6, euro 25,40 21, euro 8,61 7, euro 8,10 7,00 Totaal 100,00 100,00 De belangrijkste vaststelling is dat het aantal huishoudens waar geen inkomen uit arbeid beschikbaar is aanzienlijk stijgt (56,56 % in 2011 ten opzichte van 48,10 % in 2009). Type arbeidscontract In 2011 zijn van 547 aanvragers details over het type arbeidscontract beschikbaar (2009: 616). Dit is een aandeel van 37,16 % (2009: 41,20 %). Het type arbeidscontract werd ook voor 170 partners (40,96%) geregistreerd (2009: 171 of 42,64%). 32

37 Onderstaande tabel geeft een overzicht van het type arbeidscontract van de hulpvragers: Arbeidscontract steekproef 2009 aanvragers steekproef 2011 aanvragers steekproef 2009 partners steekproef 2011 partners Contract onbepaalde duur 72,40 70,93 67,84 73,54 Interimcontract 10,72 10,60 8,19 12,35 Contract bepaalde duur 8,28 7,31 15,20 7,06 OCMW-contract (artikel 60 e.d.) 2,60 4,39 1,17 3,53 Statutair ambtenaar 0,97 1,65 1,17 1,76 Ander type arbeidscontract 5,03 5,12 6,43 1,76 Totaal 100,00 100,00 100,00 100,00 Voor de werkende aanvragers vallen slechts beperkte verschillen te noteren tussen 2011 en 2009: Het aandeel contracten van onbepaalde duur daalt lichtjes (70,93 % ten opzichte van 72,40 % in 2009); Het aandeel OCMW-contracten verdubbelt bijna (4,39 % ten opzichte van 2,60 % in 2009). Bij de werkende partners vallen volgende evoluties op: Het aantal contracten onbepaalde van duur stijgt (73,54 % ten opzichte van 67,84 % in 2009), evenals het aantal interimcontracten (12,35 % ten opzichte van 8,19 % in 2009) en het aantal OCMW-contracten (3,53 % in 2011 ten opzichte van 1,17 % in 2009); Hiertegenover staat een aanzienlijke daling van het aantal contracten van bepaalde duur (van 15,20 % in 2009 naar 7,06 % in 2011) en een sterke afname van arbeidscontracten van een ander type (1,76 % in 2011 ten opzichte van 6,4 % in 2009) BEDRAG EN BRON VAN HET VERVANGINGSINKOMEN Bedrag Onderstaande tabel geeft het maandelijks nettobedrag van het vervangingsinkomen van het gezin van de hulpvrager weer: Maandelijks nettobedrag vervangingsinkomen steekproef 2009 steekproef 2011 Geen vervangingsinkomen 35,62 29, euro 6,43 6, euro 30,51 24, euro 23,50 33,70 Meer dan euro 3,94 6,05 Totaal 100,00 100,00 Het valt op dat het aantal gezinnen dat beschikt over een vervangingsinkomen in 2011 stijgt tot zeven op de tien dossiers (70,19 % ten opzichte van 64,38 % in 2009). 33

38 De hoogte van het vervangingsinkomen stijgt eveneens: waar de categorie euro in 2009 nog de belangrijkste was, is dat in 2011 de categorie euro (33,70 %). Bron Onderstaande tabel geeft de verschillende bronnen van het vervangingsinkomen weer en stipt aan hoe groot de kans is om ze aan te treffen in een dossier met een vervangingsinkomen: Inkomstenbron Kans op aanwezigheid in een dossier (%) Steekproef 2009 Steekproef 2011 Werkloosheidsuitkering 45,80 38,24 Ziekte- of invaliditeitsuitkering 33,79 35,04 Pensioen 15,53 14,13 Leefloon 7,26 14,81 Tegemoetkoming mindervaliden 4,99 6,20 Andere vervangingsinkomen 5,55 6,29 De afname van het aandeel van werkloosheidsuitkeringen tot 38,24 % (2009: 45,80 %) en de verdubbeling van het aantal leefloners tot 14,81 % (2009: 7,26 %) zijn de meest opvallende wijzigingen. Net als in 2009 zijn ook in 2011 de meest voorkomende bronnen van het vervangingsinkomen de werkloosheidsuitkering en de ziekte- of invaliditeitsuitkering. Voor beide bronnen volgen hieronder meer details. Werkloosheidsuitkeringen komen in 395 van de dossiers waar sprake is van een vervangingsinkomen voor (2009: 404 van 882 dossiers). In 270 dossiers is ook het bedrag hiervan geregistreerd (2009: 308). Bedrag werkloosheidsuitkering steekproef 2009 steekproef euro 20,78 25, euro 52,27 35, euro 26,30 38,52 Meer dan euro 0,65 0,37 Totaal 100,00 100,00 34

39 Ziekte- of invaliditeitsuitkeringen komen in 362 van de dossiers waar sprake is van een vervangingsinkomen voor (2009: 208 van 882 dossiers). In 258 dossiers is ook het bedrag hiervan geregistreerd (2009: 233). Bedrag ziekte- of invaliditeitsuitkering steekproef 2009 steekproef euro 4,29 3, euro 58,37 34, euro 35,62 55,04 Meer dan euro 1,72 7,75 Totaal 100,00 100,00 Zowel bij de werkloosheidsuitkeringen als bij de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen is de categorie euro dominanter aanwezig dan de categorie euro. In 2009 was dit nog omgekeerd. Mogelijk valt dit te verklaren door aanpassingen van de hoogte van deze uitkeringen aan de stijging van de indexcijfers BEDRAG EN BRON VAN DE AANVULLENDE INKOMSTEN Bijna één op drie van de huishoudens (31,73%) beschikt over een aanvullend inkomen. Bedrag Onderstaande tabel geeft het maandelijks nettobedrag van de aanvullende inkomsten per gezin weer, opgesplitst in een aantal klassen: Maandelijks nettobedrag aanvullende inkomsten steekproef 2009 steekproef 2011 Geen aanvullend inkomen 70,15 68, euro 20,51 23, euro 6,64 5,91 Meer dan euro 2,70 2,11 Totaal 100,00 100,00 Het aantal gezinnen dat niet beschikte over aanvullende inkomsten daalt lichtjes tot 68,27 % (2009: 70,15 %). Het aantal dossiers waar wel sprake was van een aanvullend inkomen stijgt tot 31,73 % (2009: 28,85 %). De hoogte van de aanvullende inkomsten blijft vrij stabiel: de belangrijkste wijziging betreft een stijging van het aandeel van de categorie euro tot 23,71 % (2009: 20,51 %). 35

40 Bron Onderstaande tabel geeft de verschillende bronnen van de aanvullende inkomsten weer en stipt aan hoe groot de kans is om ze aan te treffen in een dossier met aanvullende inkomsten: Bron aanvullende inkomsten Kans op aanwezigheid in een dossier in 2009 (in %) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2011 (in %) Kinderbijslagen 76,04 74,84 Onderhoudsuitkeringen 21,76 11,21 Andere aanvullende inkomsten, o.m.: - OCMW-steun - Zorgverzekering 15,40 6,85 3,67 15,73 4,31 2,16 Studietoelagen 7,33 6,90 Financiële hulp van vrienden/familie (indien regelmatig) 2,44 4,09 Voorschotten op onderhoudsgeld 1,47 1,29 Inkomsten uit roerende en onroerende goederen 0,73 1,08 Terugbetaling bijdragen 0,00 0,43 Ondanks een lichte daling blijft de categorie kinderbijslagen veruit de meest voorkomende bron van aanvullende inkomsten (74,84 %). De sterke afname van het aandeel van onderhoudsuitkeringen is eveneens opmerkelijk (11,21 % in 2011 ten opzichte van 21,76 % in 2009). Het aandeel van de categorie andere aanvullende inkomsten is vergelijkbaar met 2009 (15,73% vs. 15,40%). Naast de inkomsten OCMW-steun (4,31 %) en zorgverzekering (2,16 %) omvatte deze categorie vooral huursubsidies, mantelzorgtoelagen, tegemoetkomingen van de FOD sociale zekerheid. Vermeldenswaard is ook de stijging van het aandeel van de categorie financiële hulp van familie/vrienden tot 4,09 % (2009: 2,44 %). 36

41 Inzake de vaakst voorkomende categorie aanvullende inkomsten, de kinderbijslagen, kan bijkomend vermeld worden dat deze in keer voorkwam (2009: 311) op een totaal van 464 dossiers waarin sprake was van een aanvullend inkomen (2009: 409). In 230 dossiers kon het bedrag hiervan geregistreerd worden (2009: 242). Kinderbijslag steekproef 2009 steekproef euro 73,97 81, euro 20,25 16, euro 2,48 0,87 Meer dan euro 3,30 1,3 Totaal 100,00 100,00 De categorie euro wint verder aan belang (81,31 % in 2011 ten opzichte van 73,97 % in 2009) LOONOVERDRACHT OF BESLAG In 2011 is in 4,96 % van het aantal geregistreerde dossiers sprake van loonoverdracht of loonbeslag (2009: 7,66%). 3.2 Schuldenlast, hoogte van het leefgeld en schuldoorzaken Totaal bedrag van de uitstaande schulden Onderstaande tabel geeft het totaalbedrag van de uitstaande schulden van het gezin van de hulpvrager weer: Bedrag uitstaande schulden in euro steekproef 2009 steekproef ,91 21, ,09 14, ,69 12, ,64 18, ,40 18, ,27 15,01 Totaal 100,00 100,00 Het laagste schuldbedrag ( euro ) wint duidelijk aan belang (21,27 % in 2011 ten opzichte van 8,91 % in 2009). Het aandeel van de hoogste schuldbedragen ( euro en euro ) daalt dan weer aanzienlijk tot 18,27 % resp. 15,01 % (2009: 25,40 % resp. 19,27 %). 37

42 3.2.2 Soorten schulden Algemeen Onderstaande tabel geeft weer in hoeveel procent van de geregistreerde dossiers een bepaalde schuldsoort voorkomt (meerdere antwoorden mogelijk per dossier): Soort schuld Kans op aanwezigheid in een dossier in 2009 (in %) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2011 (in %) Energieschulden/nutsvoorzieningen 57,08 49,32 Gezondheidsschulden 45,55 36,01 Leningen op afbetaling 40,51 31,05 Fiscale schulden 40,44 27,38 Kredietopening 36,50 28,58 Telefoon/gsm 33,94 29,01 Strafrechtelijke schulden, boetes 30,07 23,85 OCMW-schulden 29,20 25,20 Huurschulden 26,72 25,27 Aankoop op afbetaling 18,39 14,33 Privélening 13,80 9,24 Verzekeringen 13,28 9,85 School 8,32 5,43 Hypothecair krediet 7,37 7,13 Alimentatie/onderhoudsgeld 5,77 4,21 Kosten advocaat 4,45 2,31 Postorderaankopen 2,92 0,88 Financieringshuur 0,66 0,41 Andere schulden 28,03 25,21 De drie vaakst voorkomende schuldsoorten zijn in 2011 nog steeds: 1. schulden betreffende energie/nutsvoorzieningen (49,32 % ten opzichte van 57,08 % in 2009); 2. gezondheidsschulden (36,01 % ten opzichte van 45,55 % in 2009); 3. leningen op afbetalingen (31,05 % ten opzichte van 40,51% in 2009). De top 10 van vaakst voorkomende schuldsoorten wordt als volgt vervolledigd: 4. telefoon/gsm-schulden (29,01 % ten opzichte van 33,94 % in 2009); 5. kredietopeningen (28,58 % ten opzichte van 36,50 % in 2009); 6. fiscale schulden (27,38 % ten opzichte van 40,44 % in 2009); 7. huurschulden (25,27 % ten opzichte van 6,72 % in 2009); 8. OCMW-schulden (25,20 % ten opzichte van 29,20 % in 2009); 9. strafrechtelijke schulden/boetes (23,85 % ten opzichte van 30,07 % in 2009); 10. aankoop op afbetaling (14,33 % ten opzichte van 18,39 % in 2009). 38

43 De categorie andere schulden (25,21 %) omvatte in 2011 o.m. facturen bij een garage (2,11 %), bankkosten (1,83 %), terugvorderingen vanwege sociale zekerheidsinstellingen zoals de RVA, mobiliteitskosten,... Ook in 2011 werd gepeild naar het bedrag van de verschillende soorten schulden. Voor de drie vaakst voorkomende schuldsoorten volgen hieronder meer details betreffende de schuldbedragen. Details bij de drie vaakst voorkomende schuldsoorten o Energieschulden/nutsvoorzieningen Op een totaal van 726 dossiers waarin energieschulden/nutsvoorzieningen voorkomen (2009: 782) zijn er van 511 dossiers schuldbedragen beschikbaar (2009: 614). De procentuele uitsplitsing van deze dossiers naargelang het bedrag van de energieschuld/nutsvoorzieningen geeft volgend beeld: Schuldbedrag bij energie/nutsvoorzieningen steekproef 2009 steekproef euro 29,15 32, euro 23,78 23, euro 14,66 12, euro 28,18 25, euro 3,58 5,09 Meer dan euro 0,65 0,59 Totaal 100,00 100,00 In 2011 stijgt het aandeel van de energieschulden/nutsvoorzieningen in de categorie euro tot 32,67 % (2009: 29,15 %). Het bedrag van de energieschulden/nutsvoorzieningen blijft in 56,35 % van de dossiers lager dan euro (2009: 52,93 %). In 30,73 % van de dossiers ligt het schuldbedrag hoger dan euro (2009: 32,41 %). Het hoogst vermelde schuldbedrag met betrekking tot energie/nutsvoorzieningen is euro (2009: euro). o Gezondheidsschulden Op een totaal van 530 dossiers waarin gezondheidsschulden voorkomen (2009: 624) zijn er van 380 dossiers schuldbedragen beschikbaar (2009: 496). De procentuele uitsplitsing van deze dossiers naargelang het bedrag van de gezondheidsschulden geeft volgend beeld: Schuldbedrag bij gezondheidsschulden steekproef 2009 steekproef euro 39,31 42, euro 23,79 24, euro 18,75 18, euro 8,27 7, euro 4,03 1, euro 1,61 1, euro 3,43 2,1 Meer dan euro 0,81 0,26 Totaal 100,00 100,00 Het schuldbedrag van de gezondheidsschulden ligt in 86, 09 % van de dossiers niet hoger dan euro (2009: 81,85 %). Het aandeel van de categorie euro stijgt tot 42,78 39

44 % (2009: 39,31 %). Het aantal dossiers waarin het bedrag van de gezondheidsschulden boven euro uitkomt, is verwaarloosbaar klein. Het hoogst vermelde schuldbedrag met betrekking tot gezondheidsschulden is euro (2009: euro). o Leningen op afbetaling Op een totaal van 457 dossiers waarin leningen op afbetaling voorkomen (2009: 555) zijn er van 315 dossiers schuldbedragen beschikbaar (2009: 428). De procentuele uitsplitsing van deze dossiers naargelang het schuldbedrag van de lening op afbetaling geeft volgend beeld: Schuldbedrag bij leningen op afbetaling steekproef 2009 steekproef euro 8,18 12, euro 33,64 35, euro 21,73 17, euro 20,56 16, euro 9,58 7, euro 4,67 7,94 Meer dan euro 1,64 2,54 Totaal 100,00 100,00 De schuldbedragen van de leningen op afbetaling zijn merkelijk hoger in vergelijking met de schuldbedragen van gezondheidsschulden en/of energieschulden/nutsvoorzieningen. In 2011 lag het schuldbedrag van de leningen op afbetaling in 52,69% van de dossiers tussen en euro (2009: 55,37 %). Het aandeel van de categorie euro stijgt tot 12,38 % (2009: 8,18 %). Opmerkelijk is dat het aandeel van de hogere schuldbedragen (vanaf euro) in 2011 bijna verdubbelt Aantal schuldeisers Onderstaande tabel geeft het aantal schuldeisers per gezin weer: Aantal schuldeisers steekproef 2009 steekproef ,01 21, ,77 38, ,26 21,60 Meer dan 10 24,96 18,48 Totaal 100,00 100,00 Opmerkelijk is de verdrievoudiging van het aantal dossiers met één schuldeiser (21, 13 % in 2011 ten opzichte van 7,01 % in 2009) en de aanzienlijke afname van het aantal dossiers met zes of meer schuldeisers (40,08 % in 2011 ten opzichte van 57,22 % in 2009). Met een aandeel van 60,39 % ligt het aantal dossiers met 2 tot 10 schuldeisers ook in 2011 hoog (2009: 68,03 %). Het aandeel van de categorie meer dan 10 schuldeisers daalt in 2011 tot 18,48 % (2009: 24,96 %). In 46 dossiers (3,12 % van de steekproef) zijn meer dan 20 schuldeisers geregistreerd (2009: 73 dossiers of 5,33% van de steekproef). 40

45 3.2.4 Aantal minnelijke invorderingen Onderstaande tabel geeft weer hoe vaak een incassobureau of een gerechtsdeurwaarder is tussengekomen in het kader van een minnelijke invordering: Aantal minnelijke invorderingen steekproef 2009 steekproef ,16 59, ,87 18, ,71 19, ,09 2,58 Meer dan 10 1,17 0,61 Totaal 100,00 100,00 Er is een opvallende stijging van het aantal dossiers waarin geen incassobureau of gerechtsdeurwaarder is tussengekomen in het kader van een minnelijke invordering (59,04 % in 2011 ten opzichte van 44,16 % in 20119). Hiernaast valt ook de daling van de categorie 2-5 minnelijke invorderingen tot 19,7% op (2009: 29,71 %) Aantal gerechtelijke invorderingen Onderstaande tabel geeft weer hoe vaak een gerechtsdeurwaarder in 2011 is tussengekomen in het kader van een gerechtelijke invordering: Aantal gerechtelijke invorderingen steekproef 2009 steekproef ,68 58, ,25 17, ,25 21, ,09 2,72 Meer dan 10 0,73 0,68 Totaal 100,00 100,00 Het aandeel van dossiers waarin geen enkele gerechtsdeurwaarder tussenkwam in het kader van een gerechtelijke invordering, neemt toe tot 58,42 % (2009: 51,68 %). Verder zijn er geen opmerkelijke verschillen ten opzichte van In meer dan de helft van de dossiers waarin gerechtelijke invorderingen plaatsvonden, ligt het aantal van deze tussenkomsten nog steeds tussen 2 en 5. De tweede grootste groep is die met één gerechtelijke invordering Aantal lopende schuldvorderingen In 2011 heeft de hulpvrager in 7,00 % van de geregistreerde dossiers zelf schuldvorderingen lopen (2009: 7,15 %). Het betreft bijvoorbeeld het recht op onderhoudsgeld voor de kinderen. 41

46 3.2.7 Hoogte van het leefgeld Leefgeld is het bedrag dat overblijft voor voeding, kleding en ontspanning, na aftrek van alle uitgaven voor vaste kosten en schuldaflossingen. Onderstaande tabel geeft een procentuele verdeling naargelang het bedrag van het maandelijks leefgeld in euro weer: Maandelijks leefgeld in euro in steekproef 2009 in steekproef 2011 Geen leefgeld 3,21 3, ,14 2, ,18 5, ,61 19, ,97 21, ,48 17, ,91 27,90 Meer dan ,50 3,53 Totaal 100,00 100,00 Inzake de hoogte van het maandelijkse leefgeld vallen geen noemenswaardige verschillen te noteren tussen 2011 en De grens van 500 euro leefgeld werd in 31,43% van de dossiers overschreden (2009: 32,41 %). In onderstaande tabel wordt het maandelijks leefgeld gekoppeld aan de gezinssamenstelling. De meest voorkomende combinaties staan in het grijs gearceerd. Maandelijks leefgeld volgens gezinssamenstelling in 2011 (in %) Alleenwonend 2,85 3,45 6,31 31,68 30,63 16,52 7,51 0,75 0,30 Andere 13,33 11,11 11,11 20,00 17,78 6,67 15,56 2,22 2,22 Eenoudergezinnen 2,10 0,84 2,52 9,66 14,29 26,05 34,45 5,46 4,62 Samenwonend met kinderen Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met familie en vrienden 5,02 1,79 3,23 3,22 7,89 13,62 35,84 19,35 10,04 2,78 2,08 2,78 8,33 13,89 23,61 37,50 4,86 4,17 3,00 3,00 10,00 16,00 25,00 16,00 19,00 4,00 4,00 Totaal 3,46 2,79 5,16 19,02 21,26 17,87 22,19 5,71 3,53 De vaakst voorkomende leefgeldbedragen naargelang de gezinssamenstelling zijn: Bijna één derde van de alleenwonenden (31,68 %) diende in 2011 rond te komen met een maandelijks leefgeld tussen 201 en 300 euro (2009: 29,39 %). 30,63 % van de alleenwonenden beschikte over een leefgeld tussen 301 en 400 euro (2009: 33,17 %); Bij de categorie Andere beschikte 20,00 % over een leefgeld tussen de 201 en 300 euro (2009: 17,07%); 42

47 Bij de éénoudergezinnen beschikte 34,45 % over euro (2009: 25,10 %) en 26,05 % over euro (2009: 22,59 %); Samenwonenden met kinderen hadden in 34,84 % van de geregistreerde dossiers een leefgeld tussen 501 en 750 euro (2009: 31,48%) en in 13,62% van de dossiers een leefgeld tussen 401 en 500 euro (2009: 10,74%); Voor samenwonenden zonder kinderen bedroeg het leefgeld in 37,50 % van de dossiers euro (2009: 35,29 %) en in 23,61 % van de dossiers euro (2009: 26,89 %); Samenwonenden met familie en vrienden dienden in 2011 in 25,00 % van de geregistreerde dossiers rond te komen met euro (2009: 17,07 %). Cumulatief geeft dit onderstaand beeld. De in het grijs gearceerde categorieën zijn diegenen waarbij zowat 80 % van de steekproef met het daarboven vermeld bedrag aan leefgeld moet rondkomen. Maandelijks leefgeld volgens gezinssamenstelling in 2011 (cumulatief %) Alleenwonend 2,85 6,3 12,61 44,29 74,92 91,44 98,95 99,7 Andere 13,33 24,44 35,55 55,55 73,33 80,00 95,56 97,78 Eenoudergezinnen 2,10 2,94 5,46 15,12 29,41 55,46 89,91 95,37 Samenwonend met kinderen Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met familie en vrienden 5,02 6,81 10,04 13,26 21,15 34,77 70,61 89,96 2,78 4,86 7,64 15,97 29,86 53,47 90,97 95,83 3,00 6,00 16,00 32,00 57,00 73,00 92,00 96,00 Totaal 3,46 6,25 11,41 30,43 51,69 69,56 91,75 97,46 43

48 3.2.8 Schuldoorzaken Eén van de meest pertinente vragen in het kader van de uitgebreide registratie betreft de oorzaken die aan de basis van de schulden liggen. Onderstaande tabel verduidelijkt in hoeveel procent van de dossiers een bepaalde schuldoorzaak voorkomt (ingeschat door de hulpverlener). Met andere woorden: als men een willekeurig dossier bekijkt, hoe groot is dan de kans dat daarin sprake is van een bepaalde schuldoorzaak (meerdere antwoorden mogelijk per dossier)? Schuldoorzaak Levenswijze niet in overeenstemming met inkomsten (moeilijkheden met beheer / overbesteding) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2009 (in %) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2011 (in %) 54,09 45,45 Tekort aan administratieve vaardigheden 53,50 47,69 Geen, te laag of onregelmatig inkomen 49,20 53,40 Ziekte van aanvrager, partner, kind of persoon ten laste 25,99 28,46 Echtscheiding/breuk 21,24 16,58 Afhankelijkheidsproblemen (alcohol, drugs) 20,51 17,60 Opstapeling/verlening van uitstel tot betaling 18,91 12,57 Verlies van job door aanvrager of partner 13,80 7,61 Grote onvoorziene uitgaven 6,57 5,50 Faillissement in geval van zelfstandige 3,43 3,46 Overlijden van de partner 2,77 2,45 Detentie 2,48 3,19 Borgstelling ten gunste van een vriend/familie 1,24 1,15 Psychische problemen 1,46 1,09 Ongeval 0,66 0,07 Andere oorzaak 9,27 9,85 De top drie van schuldoorzaken, die elk in ongeveer de helft van de geregistreerde dossiers voorkomen, is in 2011 niet gewijzigd. Binnen deze top 3 deden zich wel volgende verschuivingen voor: Een ontoereikend inkomen als schuldoorzaak wint met 53,40 % weer aan belang (2009: 49,20 %). Nochtans zakte het aandeel van de schuldoorzaak verlies van job door aanvrager of partner in 2011 tot 7,61 % (2009: 13,80 %). Het aandeel van een tekort aan administratieve vaardigheden als schuldoorzaak daalt tot 47,69 % (2009: 53,50 %). 44

49 Een levenswijze niet in overeenstemming met de inkomsten (moeilijkheden met het beheer / overbesteding) komt nog in 45,45 % van de dossiers als schuldoorzaak voor (2009: 54,09 %). 3.3 Geboden dienstverlening Looptijd dossier Onderstaande tabel geeft weer hoelang de hulpvrager (en diens partner/gezin) reeds in begeleiding is: Aantal jaren dat een dossier actief is in steekproef 2009 in steekproef 2011 Tot één jaar 23,87 7,27 1 jaar 29,56 27,52 2 jaar 15,04 17,73 3 jaar 9,20 10,73 4 jaar 6,28 8,56 5 jaar 3,43 5, ,49 14, jaar 2,04 5,16 Meer dan 15 jaar 1,09 2,79 Totaal 100,00 100,00 Er vallen een aantal verschillen tussen 2011 en 2009 op: In 2011 werd 7,27 % van de geregistreerde dossiers opgestart in het jaar van de registratie zelf (2009: 23,87 %); Ongeveer de helft (52,52 %) van de geregistreerde dossiers zijn in 2011 niet langer dan 2 jaar actief (2009: 68,47 %); 14,47 % van de dossiers vertoonde een looptijd van 6 tot 10 jaren (2009: 9,49 %). Deze verschillen zijn mogelijk te wijten aan de wijziging van het steekproefprotocol in 2011 (zie punt hierboven) Ervaren moeilijkheden Onderstaande tabel geeft de moeilijkheden weer waarmee de hulpvrager te kampen heeft op het ogenblik dat hij/zij de instelling voor schuldbemiddeling contacteert: Ervaren moeilijkheid Kans op aanwezigheid in een dossier in 2009 (in %) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2011 (in %) Achterstallige betalingen 76,42 75,00 Gerechtsdeurwaarderexploot - aanmaning tot betaling 49,20 46,81 Ingebrekestelling 39,20 33,49 Aangetekende brief ter herinnering 39,05 33,70 Dagvaarding 15,62 13,99 45

50 Afsluiting of begrenzing gas/elektriciteit 15,04 14,74 Uitvoering beslag roerende goederen 14,67 11,01 Beslag op en/of overdracht van loon 13,80 10,39 Afsluiting of begrenzing telefoon 6,13 4,42 Beslag onroerende goederen 5,33 4,48 Dakloosheid/dreiging tot uithuiszetting 4,74 2,18 Andere moeilijkheden 13,65 13,31 De gegevens van 2009 en 2011 zijn vergelijkbaar: In driekwart van de dossiers (75,00 %) is er sprake van achterstallige betalingen (2009: 76,42 %); Gerechtsdeurwaardersexploten en/of aanmaningen tot betaling door gerechtsdeurwaarders komen ook in 2011 in bijna één op twee dossiers voor (46,81 % ten opzichte van 49,20 % in 2009); De moeilijkheden aangetekende brief ter herinnering (33,70 %) en ingebrekestelling (33,49 %) bezetten de derde en de vierde plaats (2009: 39,20 % resp. 39,05 %). De rubriek andere moeilijkheden is ook in 2011 heel divers samengesteld (afsluiting internetverbinding, geen geld meer om eten te kopen, verplichte schuldhulpverlening als probatievoorwaarde, ) Wijze waarop men de schuldbemiddelingsdienst leerde kennen De laatste vraag uit de vragenlijst peilt naar de wijze waarop de hulpvrager de schuldbemiddelingsdienst leerde kennen. Onderstaande tabel geeft de kans weer dat een bepaald informatie/doorverwijskanaal voorkomt in een dossier: Informatiekanaal Sociale dienst van een OCMW of CAW Kans op aanwezigheid in een dossier in 2009 (in %) Kans op aanwezigheid in een dossier in 2011 (in %) 54,23 57,07 Mond-aan-mond-reclame 32,70 31,52 Andere 7,88 9,65 Geschreven of gesproken media 4,09 4,01 Familie 4,01 3,19 Reeds gekend met de dienst uit het verleden 2,85 2,04 Werkgever 2,26 2,58 Gerechtsdeurwaarder 2,04 1,77 Kredietinstelling 1,75 0,61 Rechterlijke macht 1,31 1,63 Vakbond 1,09 0,48 46

51 Ministerie of politieke wereld 0,66 0,34 Consumentenvereniging 0,00 0,00 De gegevens van 2009 en 2011 zijn vergelijkbaar: De sociale dienst van een OCMW of CAW speelt de belangrijkste rol (57,07 %) als doorverwijzer naar de dienst schuldbemiddeling (2009: 54,23 %); Mond-aan-mond-reclame (31,52 %) komt op de tweede plaats (2009: 32,70 %); De andere informatie/doorverwijskanalen halen scores tussen 0 en 4 %. 47

52 Hoofdstuk 4 - Conclusies Dit rapport beschrijft de cijfergegevens betreffende de dossiers budget- en schuldhulpverlening ( basisregistratie 2011 ) en de profielgegevens van de hulpvragers en hun gezinnen in schuldhulpverlening in Vlaanderen ( uitgebreide registratie 2011 ) in het jaar Op heden is een registratie van de dossiers budget- en/of schuldhulpverlening enkel voor de erkende instellingen voor schuldbemiddeling verplicht. Andere schuldbemiddelaars, zoals bijvoorbeeld advocaten, zijn m.a.w. nog niet verplicht om te registreren. De cijfer- en profielgegevens van hun cliënten zijn dus niet beschikbaar en bijgevolg ook niet verwerkt in dit rapport. De resultaten van de basisregistratie 2011 tonen over de periode jaarlijks een stijging van het aantal dossiers budgethulpverlening (budgetbegeleiding en budgetbeheer) aan. Opmerkelijk bij budgethulpverlening is dat de hulpverlener steeds vaker kiest voor budgetbeheer dan voor budgetbegeleiding. Dit geldt ook indien budgetbeheer en budgetbegeleiding gecombineerd worden met schuldhulpverlening. Opvallend is ook dat de stijging in 2009 en in 2010 van het totaal aantal dossiers schuldhulpverlening in 2011 ongedaan is gemaakt. De afname van dit totaal aantal is mede te verklaren door het feit dat in 2011 meer erkende instellingen kiezen om hun éénmalige schuldbemiddelingen niet meer bij te houden. Het aantal dossiers collectieve schuldenregeling blijft over de periode stijgen, jaar na jaar, met de kleinste stijging in Bij elk type organisatie en in elke Vlaamse provincie daalt in 2011 het aantal aanvragers of gezinnen op een wachtlijst spectaculair. Dienstverlening die tijdig kan worden aangeboden of doorverwijzing is de belangrijkste reden om niet met wachtlijsten te werken. Voor wat de uitgebreide registratie 2011 betreft, kan in het algemeen geconcludeerd worden dat iedereen terecht zou kunnen komen bij een instelling voor schuldbemiddeling, maar dat bepaalde groepen hier duidelijk extra kwetsbaar voor zijn. Hulpvragers zijn ook in 2011 vaker van het mannelijk (46,46 %) dan van het vrouwelijk (37,64 %) geslacht. De leeftijdscategorieën 30 tot 39 jaar (26,11 %) en 40 tot 49 jaar (25,09 %) zijn nog steeds duidelijk oververtegenwoordigd ten opzichte van Vlaanderen. Met een aandeel van 11,34 % verdubbelde het aantal niet-belgen in schuldhulpverlening in Vooral de cliënten met een niet-eu nationaliteit raakten hierdoor oververtegenwoordigd ten opzichte van Vlaanderen. Alleenwonenden (44,53 %) en eenoudergezinnen (16,17 %) vormen een kwetsbare groep die duidelijk oververtegenwoordigd is ten opzichte van Vlaanderen. 80,69 % van de hulpvragers huurt een onroerend goed. Slechts ongeveer 10 % is eigenaar. Deze vaststelling staat haaks tegenover Vlaanderen, waar toch drie kwart van de populatie eigenaar is van een woning of appartement. Het bezit van een eigen woning blijft een hefboom tegen kansarmoede. Opleiding, bijscholing of herscholing verkleinen duidelijk het risico om in schuldhulpverlening te belanden. 65,49 % van de cliënten/partners beschikte in 2011 hoogstens over een diploma lager secundair onderwijs terwijl zij in Vlaanderen slechts 28 % vertegenwoordigen. Terwijl één op drie Vlamingen een diploma hoger onderwijs behaalde, had slechts 2,17 % van de hulpvragers/partners een opleiding van dit niveau. Diegenen die hoogstens een diploma hoger secundair behaalden, waren minder in schuldhulpverlening indien zij ASOonderwijs gevolgd hadden. 48

53 Wat de arbeidssituatie betreft blijft de categorie werklozen met 34,10 % sterk oververtegenwoordigd. Het aandeel huishoudens dat geen inkomen genereert uit arbeid is in 2011 gestegen tot 56,65 %. De vergelijking met het Vlaamse niveau blijft frappant. Inkomen wordt tevens gegenereerd door middel van een vervangingsinkomen of aanvullende inkomsten. Zeven op tien gezinnen beschikken over een vervangingsinkomen. Werkloosheidsuitkeringen (38,24 %) en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen (35,04 %) blijven de belangrijkste bronnen van vervangingsinkomsten. Het aantal dossiers waarin sprake is van aanvullende inkomsten stijgt tot 31,37%. Het betreft voornamelijk kinderbijslagen. Opmerkelijke vaststelling is dat in meer dan één vijfde van de dossiers (21,27 %) het bedrag van de openstaande schulden onder de euro ligt. In 2009 was dit 8,91 %. Het aandeel dossiers met een schuldenlast van meer dan euro daalt dan wel naar 33,28 %, maar komt hiermee toch nog in één derde van de dossiers voor. Opmerkelijk in 2011 is de verdrievoudiging van het aantal dossiers met slechts één schuldeiser (21, 13 %) en de aanzienlijke afname van het aantal dossiers met zes of meer schuldeisers (40,08 %). De drie vaakst voorkomende schulden zijn nog steeds de energieschulden/nutsvoorzieningen, de gezondheidsschulden en de leningen op afbetaling. Voor deze top 3 valt het op dat kleine schuldbedragen vaker voorkomen. Ongeveer 75 % van de alleenwonenden moet rondkomen met maximum 400 euro leefgeld per maand. Bij eenoudergezinnen ligt dit bedrag wat hoger. Iets meer dan de helft van het aantal samenwonenden met kinderen heeft een leefgeld van maximum 750 euro per maand. De drie vaakst voorkomende schuldoorzaken, die in ongeveer de helft van de dossiers voorkomen, zijn ook in 2011 moeilijkheden met beheer van het inkomen/overbesteding, een tekort aan administratieve vaardigheden en inkomensproblemen. Met 54 % kans om in een dossier te worden aangetroffen is vooral deze laatste oorzaak prominent aanwezig. Achterstallige betalingen komen ook in 2011 in drie kwart van de dossiers voor als moeilijkheid die ervaren wordt op het moment van het contacteren van de dienst schuldbemiddeling. Andere vaak voorkomende moeilijkheden zijn het ontvangen van een gerechtsdeurwaardersexploot of aanmaning tot betaling, van een ingebrekestelling en/ of van een aangetekende brief ter herinnering. De sociale dienst van een OCMW of CAW speelt nog steeds de belangrijkste rol als doorverwijzer naar de dienst schuldbemiddeling. Met 57,07 % is dit aandeel in 2011 toegenomen. Mond-aan-mond-reclame komt op de tweede plaats met een aandeel van 31,52 %. 49

54 Hoofdstuk 5 - Bijlagen 5.1 Het basisregistratieformulier met bijhorende handleiding 1. Situering HANDLEIDING BIJ HET BASISREGISTRATIEFORMULIER 2011 De registratie door de instelling voor schuldbemiddeling wordt geregeld bij het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast en de bijhorende uitvoeringsbesluiten. Deze regelgeving bepaalt dat het jaarverslag [ ] een gestandaardiseerde registratie met betrekking tot de geboden schuldbemiddeling [moet bevatten]. De Vlaamse Regering legt door middel van een model de modaliteiten van die registratie vast. Deze handleiding geeft een toelichting bij het basisregistratieformulier Wijzigingen ten opzicht van de basisregistratie

Cijfermateriaal basisregistratie 2007-2010

Cijfermateriaal basisregistratie 2007-2010 Cijfermateriaal basisregistratie 2007-2010 Oktober 2011 1. Inleiding De schuldenproblematiek in Vlaanderen groeit. Steeds meer mensen ondervinden problemen met de betaling van hun schulden. Zo staan eind

Nadere informatie

HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2011

HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2011 HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2011 1. Situering. De registratie door de instelling voor schuldbemiddeling wordt geregeld bij het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring

Nadere informatie

Vlaamse gezinnen in budget- en / of schuldhulpverlening: cijfergegevens 2012

Vlaamse gezinnen in budget- en / of schuldhulpverlening: cijfergegevens 2012 Vlaamse gezinnen in budget- en / of schuldhulpverlening: cijfergegevens Augustus 2013 Vlaams Centrum Schuldenlast Paviljoenstraat 7-9 1030 Brussel www.vlaamscentrumschuldenlast.be INHOUD. Hoofdstuk 1 -

Nadere informatie

HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2012

HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2012 1. Situering HANDLEIDING BASISREGISTRATIEFORMULIER 2012 De registratie door de erkende instellingen voor schuldbemiddeling wordt geregeld bij het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning

Nadere informatie

HANDLEIDING BASISREGISTRATIE ERKENDE INSTELLINGEN VOOR SCHULDBEMIDDELING

HANDLEIDING BASISREGISTRATIE ERKENDE INSTELLINGEN VOOR SCHULDBEMIDDELING HANDLEIDING BASISREGISTRATIE ERKENDE INSTELLINGEN VOOR SCHULDBEMIDDELING Datum: 21/12/2015 - Versie: 3.0 Auteur: Vlaamse overheid Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling Welzijn en Samenleving

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSAANPAK...

HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSAANPAK... Onderzoeksrapport Resultaten van de basisregistratie en de uitgebreide registratie uitgevoerd bij de erkende instellingen schuldbemiddeling in Vlaanderen, 2007-2009 November 2010 INHOUDSTAFEL HOOFDSTUK

Nadere informatie

INHOUDSTAFEL. Inhoudstafel... 2

INHOUDSTAFEL. Inhoudstafel... 2 Onderzoeksrapport: Resultaten van de basisregistratie en de uitgebreide registratie uitgevoerd bij de erkende instellingen schuldbemiddeling in Vlaanderen, 2007-2008 JANUARI 2009 Onderzoeksrapport: Resultaten

Nadere informatie

Jaarverslag Juridische dienstverlening

Jaarverslag Juridische dienstverlening Jaarverslag Juridische dienstverlening Woensdag 10 april 2013 Lovendegem Bianca Buysse Renate Cools Sarah Forsyth Jaarverslag juridische dienstverlening Welzijnsband Meetjesland Woensdag 10 april 2013

Nadere informatie

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren Statistieken 2016 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren - 2008 Sommige tabellen van dit verslag werden aangevuld op 30 juni 2009 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

WEGWIJS IN DE BUDGET- EN SCHULDHULPVERLENING VAN OCMW EN CAW. Eenmalige bemiddeling Budgetbegeleiding Budgetbeheer Collectieve Schuldenregeling

WEGWIJS IN DE BUDGET- EN SCHULDHULPVERLENING VAN OCMW EN CAW. Eenmalige bemiddeling Budgetbegeleiding Budgetbeheer Collectieve Schuldenregeling WEGWIJS IN DE BUDGET- EN SCHULDHULPVERLENING VAN OCMW EN CAW Eenmalige bemiddeling Budgetbegeleiding Budgetbeheer Collectieve Schuldenregeling INLEIDING ONZE KIJK OP HULP In deze brochure vind je informatie

Nadere informatie

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren Statistieken 2015 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren - 2009

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren - 2009 Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren - 2009 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren - 2010 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen De impact van de economische crisis in West Limburg Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen MEI 2009 1. Werkloosheid 1.1 Niet werkende werkzoekenden Een eerste indicator die de economische

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief NOVEMBER 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Katholieke Hogeschool Kempen

Katholieke Hogeschool Kempen Katholieke Hogeschool Kempen Studiecentrum voor Lokaal Sociaal en Lokaal Economisch Beleid Onderzoek naar de werking en de organisatie van erkende instellingen voor schuldbemiddeling met het oog op een

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief OKTOBER 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december

Nadere informatie

RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE

RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE RAPPORT KANSARMOEDE-INDICATOREN IN ERPE-MERE Bij het openen van het rapport worden de meest recente gegevens uit de databank gehaald. Inleiding In dit document worden de kansarmoede-indicatoren weergegeven

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief DECEMBER 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief APRIL 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Van hoeveel mensen is de energie geheel of gedeeltelijk afgesloten? Aangezien de drie gewesten niet dezelfde

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JANUARI 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Percentage achterstallige kredietnemers 5,7 % 5,2 %

Percentage achterstallige kredietnemers 5,7 % 5,2 % Departement Micro-economische informatie Laatste geregistreerde gegevens oktober 212 1. Kerncijfers TABEL 1. AANTAL KREDIETNEMERS 211-1 212-1 Variatie Met minstens: - één uitstaand contract 5.462.345 6.223.412

Nadere informatie

nr. 285 van LORIN PARYS datum: 25 januari 2017 aan JO VANDEURZEN Justitiehuizen - Werklastmeting

nr. 285 van LORIN PARYS datum: 25 januari 2017 aan JO VANDEURZEN Justitiehuizen - Werklastmeting SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 285 van LORIN PARYS datum: 25 januari 2017 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Justitiehuizen - Werklastmeting De minister liet heeft eerder

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs R A P P O RT Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs december 2009 Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan

Nadere informatie

Percentage achterstallige kredietnemers 5,5 % 5,7 %

Percentage achterstallige kredietnemers 5,5 % 5,7 % Departement Micro-economische informatie Laatste geregistreerde gegevens augustus 215 1. Kerncijfers TABEL 1. AANTAL KREDIETNEMERS 214-8 215-8 Variatie Met minstens: - één uitstaand contract 6.243.845

Nadere informatie

Nationale Bank van België, Brussel.

Nationale Bank van België, Brussel. Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan mits bronvermelding.

Nadere informatie

Schuldhulpverlening. Hoe gaat dat in zijn werk?

Schuldhulpverlening. Hoe gaat dat in zijn werk? Schuldhulpverlening Hoe gaat dat in zijn werk? In deze brochure vind je informatie over de mogelijke vormen van schuldhulpverlening binnen OCMW Antwerpen. 2 Wat is schuldhulpverlening? OCMW Antwerpen heeft

Nadere informatie

Percentage achterstallige kredietnemers 5,2 % 5,4 %

Percentage achterstallige kredietnemers 5,2 % 5,4 % Departement Micro-economische informatie Laatste geregistreerde gegevens augustus 213 1. Kerncijfers TABEL 1. AANTAL KREDIETNEMERS 212-8 213-8 Variatie Met minstens: - één uitstaand contract 6.216.65 6.242.148

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JANUARI 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Schuldhulpverlening Wegwijs in de schuldhulp verlening

Schuldhulpverlening Wegwijs in de schuldhulp verlening Schuldhulpverlening Wegwijs in de schuldhulp verlening Wordt je schuldenberg te groot? Het Sociaal Huis helpt je verder. Inhoud Inleiding... 3 Onze kijk op hulp... 3 Eenmalige schuldbemiddeling... 4 Wat

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief OKTOBER 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Projectoproep. Gericht aan de schuldbemiddelingssector. Innoverende projecten of nieuwe initiatieven inzake preventie van overmatige schuldenlast

Projectoproep. Gericht aan de schuldbemiddelingssector. Innoverende projecten of nieuwe initiatieven inzake preventie van overmatige schuldenlast Projectoproep Gericht aan de schuldbemiddelingssector Innoverende projecten of nieuwe initiatieven inzake preventie van overmatige schuldenlast Uiterste datum voor het indienen van de projecten : 6 juli

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hoeveel personen in België hebben te kampen met overmatige schuldenlast? In 2007 waren 338.933 personen

Nadere informatie

1. BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN 2005... 1 2. STATISTIEKEN

1. BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN 2005... 1 2. STATISTIEKEN INHOUDSTAFEL. BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN 2005... 2. STATISTIEKEN 2. SYNTHESE 2.. Aantal geregistreerde personen en contracten... 6 2..2 Jaarlijkse evolutie van het aantal geregistreerde personen en

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

College van Procureurs-generaal stelt. jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor

College van Procureurs-generaal stelt. jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor Statistisch analisten van het Openbaar Ministerie College van Procureurs-generaal BRUSSEL College van Procureurs-generaal stelt jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor Persbericht 21 april

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken.

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken. NOTARISBAROMETER VASTGOED WWW.NOTARIS.BE T1 2017 Barometer 32 VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË De index van de vastgoedactiviteit klimt in het 1 ste trimester van 2017 naar een nieuw record: 128,36 punten.

Nadere informatie

Onderzoeksrapport. Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en/of schuldhulpverlening anno 2013

Onderzoeksrapport. Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en/of schuldhulpverlening anno 2013 Onderzoeksrapport Cijfer- en profielgegevens van de Vlaamse huishoudens in budget- en/of schuldhulpverlening anno 2013 Mei 2014 1 INHOUDSTAFEL. INLEIDING. 4 HOOFDSTUK 1 - METHODOLOGIE.... 6 1.1 INLEIDING....

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JULI 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Reglement voor de premie voor de ophaling van huisvuil van mensen met een beperkt leefbudget.

Reglement voor de premie voor de ophaling van huisvuil van mensen met een beperkt leefbudget. Reglement voor de premie voor de ophaling van huisvuil van mensen met een beperkt leefbudget. Goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 april Bekendgemaakt op 30 april 2014 In werking getreden op 1 mei 2014

Nadere informatie

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna "WVP"), inzonderheid artikel 29;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29; 1/5 Advies nr. 35/2008 van 8 oktober2008 Betreft: Adviesaanvraag betreffende een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 2002 tot regeling van de Centrale voor

Nadere informatie

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB).

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB). NOTARISBAROMETER VASTGOED WWW.NOTARIS.BE T3 2017 Barometer 34 MACRO-ECONOMISCH Het consumentenvertrouwen trekt sinds juli terug aan, de indicator stijgt van -2 in juni naar 2 in juli en bereikte hiermee

Nadere informatie

Belangrijkste evoluties van de Centrale voor kredieten aan particulieren aan het einde van het derde kwartaal 2012

Belangrijkste evoluties van de Centrale voor kredieten aan particulieren aan het einde van het derde kwartaal 2012 Oktober 2012 Belangrijkste evoluties van de Centrale voor kredieten aan particulieren aan het einde van het derde kwartaal 2012 Analyse uitgevoerd door het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs Oktober 21 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Inhoudstafel INHOUD Inleiding 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Schuldbemiddeling in Limburg. 30 juni 2008 Studiedag PLOT Genk

Schuldbemiddeling in Limburg. 30 juni 2008 Studiedag PLOT Genk Schuldbemiddeling in Limburg 30 juni 2008 Studiedag PLOT Genk Dienst Schuldbemiddeling Welzijnsregio Noord-Limburg Oprichting: juli 1999 Verenging onder Hfdst XII OCMW-wet 8 OCMW s Noord-Limburg (arr.

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol Collectieve Schuldenregeling

Samenwerkingsprotocol Collectieve Schuldenregeling Samenwerkingsprotocol Collectieve Schuldenregeling BudgetInZicht Kempen Johan Van Baekel en Kevin Geentjens Even voorstellen Johan Van Baekel Stafmedewerker CAW De Kempen Tot december 2016 teamverantwoordelijke

Nadere informatie

1. METHODOLOGISCHE NOTA BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN STATISTIEKEN 3.1 SYNTHESE 3.2 GEREGISTREERDE CONTRACTEN

1. METHODOLOGISCHE NOTA BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN STATISTIEKEN 3.1 SYNTHESE 3.2 GEREGISTREERDE CONTRACTEN INHOUDSTAFEL. METHODOLOGISCHE NOTA...... 2. BELANGRIJKSTE ONTWIKKELINGEN IN 2003... 4 3. STATISTIEKEN 3. SYNTHESE 3.. Aantal geregistreerde personen en contracten... 8 3..2 Aantal geregistreerde personen

Nadere informatie

houdende wijziging van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, wat de strijd tegen waterarmoede betreft

houdende wijziging van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, wat de strijd tegen waterarmoede betreft ingediend op 588 (2015-2016) Nr. 1 30 november 2015 (2015-2016) Voorstel van decreet van Rob Beenders en Bart Van Malderen houdende wijziging van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor

Nadere informatie

WEGWIJS Bij budget & schuld

WEGWIJS Bij budget & schuld WEGWIJS Bij budget & schuld BudgetInZicht West-Vlaanderen caw-folder.indd 1 20-08-2014 16:43:51 HEB JE MOEILIJKHEDEN MET JE BUDGET OF HEB JE SCHULDEN? Raak je niet wijs uit je problemen, wil je advies

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013

PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 PERSBERICHT Brussel, 30 september 2013 Licht herstel van de arbeidsmarkt? Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2013 67,5% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage stijgt met 0,8 procentpunten

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JUNI 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

THEMA IV.3. Diabetes Mellitus

THEMA IV.3. Diabetes Mellitus THEMA IV.3. Diabetes Mellitus Selectiecriteria Voor deze selectie worden alle ziekenhuisverblijven weerhouden die beantwoorden aan de algemene selectiecriteria (cfr. Inleiding 2.4.a) en bovendien als hoofddiagnose

Nadere informatie

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren - 2006

Statistieken. Centrale voor kredieten aan particulieren - 2006 Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren - 2006 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

SCHEMA: ENKELE VOORDELEN, RECHTEN, VERPLICHTINGEN EN

SCHEMA: ENKELE VOORDELEN, RECHTEN, VERPLICHTINGEN EN SCHEMA: ENKELE VOORDELEN, RECHTEN, VERPLICHTINGEN EN AANDACHTSPUNTEN VAN DE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING VOORDELEN VAN DE COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Schuldeisers kunnen niet meer uitvoeren: Geen deurwaarders

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief MAART 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JUNI 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden

Huishoudens die niet gecontacteerd konden worden 4.2. Participatiegraad Om de vooropgestelde steekproef van 10.000 personen te realiseren, werden 35.023 huishoudens geselecteerd op basis van het Nationaal Register. Met 11.568 huishoudens werd gepoogd

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief MEI 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Nationale Bank van België, Brussel.

Nationale Bank van België, Brussel. Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan mits bronvermelding.

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Verantwoordelijke uitgever: Erik Van Tricht, Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat, 30-34 - 1000 Brussel Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen VASTGOEDACTIVITEIT

Nadere informatie

SCHULDBEMIDDELING AALST. OCMW CAW Sociaal Huis Samenwerking sinds 2000

SCHULDBEMIDDELING AALST. OCMW CAW Sociaal Huis Samenwerking sinds 2000 SCHULDBEMIDDELING AALST OCMW CAW Sociaal Huis Samenwerking sinds 2000 Samenwerking OCMW-CAW Historiek Samenwerking in de praktijk Kansen en valkuilen Historiek van de samenwerking Tot 1990 Weinig werkafspraken,

Nadere informatie

THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie

THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie THEMA I.2. Aantal ligdagen in klassieke hospitalisatie Selectiecriteria Onderstaande selectie omvat alle klassieke ziekenhuisverblijven (definitie cfr.: Inleiding 2.2.) die voldoen aan de algemene selectiecriteria

Nadere informatie

Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage

Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (2001), Statistiek van de aangesloten vennootschappen jaar 2000, 68 p. Begin juni

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2012 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2012 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2012 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

WEGWIJS budget en schuldhulpverlening

WEGWIJS budget en schuldhulpverlening WEGWIJS budget en schuldhulpverlening Inhoudstafel Inleiding pg. 3 1. Eenmalig advies pg. 4 2. Budgetbegeleiding pg. 6 3. Budgetbeheer pg. 8 4. Collectieve schuldenregeling pg. 12 Wat doet het OCMW na

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

december Totaal behandeld

december Totaal behandeld Schuldhulpverlening In 2015 is besloten om met ingang van 2015 geen afzonderlijk jaarverslag over schuldhulpverlening op te stellen, maar de resultaten in een bijlage op te nemen bij de Marap. In 2015

Nadere informatie

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA Nederlandstalig onderwijs Brussel Capaciteit

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015 Positieve arbeidsmarktevoluties in het derde kwartaal van 2015 De werkgelegenheidsgraad bij de 20- tot 64-jarigen bedroeg in het derde kwartaal van 2015 67,4% en steeg

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013

PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 PERSBERICHT Brussel, 28 maart 2013 De Belgische arbeidsmarkt in 2012 Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten Hoeveel personen verrichten betaalde arbeid? Hoeveel mensen zijn werkloos? Hoeveel inactieve

Nadere informatie

EPB - Eerste cijfers & statistiek t.e.m. 2012

EPB - Eerste cijfers & statistiek t.e.m. 2012 Versie februari 2013 EPB - Eerste cijfers & statistiek t.e.m. 2012 EPB - Eerste cijfers & statistiek t.e.m. 2012 Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 1 1. PROCEDURES... 2 1.1 Aantal ingediende startverklaringen...

Nadere informatie

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken

Centrale voor kredieten aan particulieren. Statistieken Centrale voor kredieten aan particulieren Statistieken 2012 Nationale Bank van België, Brussel. Alle rechten voorbehouden. De volledige of gedeeltelijke verveelvoudiging van deze brochure voor educatieve

Nadere informatie

De Sociale plattegrond

De Sociale plattegrond De Sociale plattegrond Sector: OCMW Spreker: Marianne Van Der Biest (OCMW Herzele) Wat is het OCMW? OCMW = Openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. OCMW = publieke instelling Welzijn = meer dan armoedebestrijding

Nadere informatie

nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten

nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 357 van LYDIA PEETERS datum: 15 februari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Jeugdwerkloosheid - Stand van zaken trajecten Op pagina

Nadere informatie

nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS

nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Leerplichtige leerlingen

Nadere informatie

BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR

BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR BEROEPSINSTANTIE INZAKE DE OPENBAARHEID VAN BESTUUR JAARVERSLAG 2013-20 2014 1) Algemeen 1.1. Krachtens artikel 27 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur dient de beroepsinstantie

Nadere informatie

Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal

Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 5 februari 2009 Jongeren vinden moeilijker een job - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, derde kwartaal 2008 - Het hoeft geen

Nadere informatie

Jaarverslag Juridische dienstverlening 2010

Jaarverslag Juridische dienstverlening 2010 1 Jaarverslag Juridische dienstverlening 2010 I. Algemeen : Inleiding Overzicht roulementen Opleiding juristen Inhoud II. Juridische dienstverlening Aard dienstverlening Cijfergegevens 2010 Cijfergegevens

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December 2009-517- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 60 van 29

Nadere informatie

EVOLUTIE VAN DE MARKT

EVOLUTIE VAN DE MARKT Notarisbarometer VASTGOED www.notaris.be 2016 Barometer 31 VASTGOEDACTIVITEIT IN 106,4 106,8 101,7 103,4 105,9 102,8 98,9 101,4 99,2 105,0 105,3 104,7 115,4 112,1 111,8 118,0 116,1 127,0 124,7 127,9 115,8

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 oktober 2012

PERSBERICHT Brussel, 24 oktober 2012 PERSBERICHT Brussel, 24 oktober 2012 De regionale inkomensverschillen onder de loep Hoe verhoudt de inkomensevolutie zich ten opzichte van de inflatie? In welke regio liggen de gemiddelde inkomens het

Nadere informatie

Verslag Collectieve schuldenregeling

Verslag Collectieve schuldenregeling Verslag Collectieve schuldenregeling 24 april 2014 Aanwezig Lieve De Bosscher (Vzw De Sloep), Ria Roosens (KRAS-diensten), Memet Karaman (Intercultureel Netwerk Gent), Youri Nuytinck (CAW O-VL), Michèle

Nadere informatie

VERZOEKSCHRIFT TOT COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. Aan de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Leuven,

VERZOEKSCHRIFT TOT COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. Aan de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, VERZOEKSCHRIFT TOT COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Aan de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, Op verzoek van : (adres) (adres) (raadsman) (vorige adressen in de afgelopen drie jaar)

Nadere informatie

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving:

Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Hoofdstuk I: Inzake de toepasselijke wetgeving: Afdeling I: De oorspronkelijke wet van 5 juli 1998 en de diverse wetswijzigingen: Bij wet van 5 juli 1998 2 werd een titel IV toegevoegd aan het Gerechtelijk

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014

PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014 PERSBERICHT Brussel, 25 maart 2014 Geen heropleving van de arbeidsmarkt in 2013 Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten 4.530.000 in België wonende personen zijn aan het werk in 2013. Hun aantal

Nadere informatie

Limburg Sociaal Enkele cijfers. 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning

Limburg Sociaal Enkele cijfers. 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning Limburg Sociaal Enkele cijfers 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning Inhoud Inleiding Bestaansonzekerheid in Limburg Inkomen ter hoogte van wettelijke armoedegrens Recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering

Nadere informatie

Wat leren de sociale statistieken ons over energiearmoede?

Wat leren de sociale statistieken ons over energiearmoede? Wat leren de sociale statistieken ons over energiearmoede? 26 november 2010 Katrien Gielis Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Agenda Wettelijke basis voor indiening statistieken

Nadere informatie

Jaarverslag Juridische dienstverlening

Jaarverslag Juridische dienstverlening Jaarverslag Juridische dienstverlening Woensdag 13 april 2011 Nevele Bianca Buysse Renate Cools Sarah Forsyth 1 Jaarverslag juridische dienstverlening Welzijnsband Meetjesland Woensdag 13 april 2011 I.

Nadere informatie

Studieaanbod in de eerste graad A-stroom. Screening van de basisopties in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs

Studieaanbod in de eerste graad A-stroom. Screening van de basisopties in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs Studieaanbod in de eerste graad A-stroom Screening van de basisopties in de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs juli 2015 Inhoud Inhoud... 2 1 Inleiding... 6 2 Situering... 7 3 Leerlingenaantallen

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

ZORGZWAARTE IN DE OUDERENZORG

ZORGZWAARTE IN DE OUDERENZORG / Archief cijfers ZORGZWAARTE IN DE OUDERENZORG Vlaams Gewest 2013 / 5.01.2016 5.01.2016 Zorgzwaarte in de ouderenzorg 1/14 Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers op juli 2015 door:

Nadere informatie