Houtige biomassa voor energie in Limburg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Houtige biomassa voor energie in Limburg"

Transcriptie

1 Houtige biomassa voor energie in Limburg Een studie in het kader van het project MIP van de Vlaamse Overheid: Limburgs Groen voor een Groene Economie

2 Colofon Dit eindverslag is een gezamenlijke uitgave van MIG bvba, Bionerga NV & Inverde in kader van de MIP haalbaarheidsstudie Limburgs groen voor een groene economie. Dit project werd uitgevoerd met financiële ondersteuning van het Vlaams Gewest via het Milieuen energietechnologie Innovatie Platform (MIP). Dit project kadert tevens binnen KOBE, het samenwerkingsverband tussen het Agentschap voor Natuur en Bos en Inverde (KennisOndersteuning bij Beheer en Economie van natuur-, groen- en bosdomeinen). Dit eindverslag is een werkdocument, en weerspiegelt niet noodzakelijk de standpunten of de werking van de projectpartners. Medewerkers aan het project:, Ruben Gybels (Inverde ANB), Ben Schuurmans (Bionerga), Willy Verbeke (Inverde), Rob Wouters (MIG bvba 4EnergyInvest) Werkten verder mee aan dit eindverslag: Bert Vanholen (ANB), Marcel Van Waerebeke (ANB), Marc Missoorten (ANB), Johan van Hertem (ANB), Jan Cox (ANB), Eddy Ulenaers (ANB), Leen Govaere (ANB), Joep Fourneau (RLLK), Joke Roebben (RLLK), Bart Paesen (RLLK), An Digneffe (RLH), Martin Merken (RLH), Kathleen Bervoets (Natuurpunt), Wim Sauwens (Natuurpunt), Jan Mampaey (Bosgroep Limburgse duinen), Lore Bellings (Bosgroep Limburgse duinen), An Pierson (Bosgroep Noord-Oost Limburg), Benjamine Bufkens (Bosgroep West Limburg), Patrick Meesters (Bosgroep Hoge Kempen), Bosgroep Zuid Limburg (Karolien van Diest), Pascal Vanhees (CVBA CoLimBo), Frans Verstraeten (Limburgs Landschap), Christof Ramaekers (AWV), Gert Peeters (NV De Scheepvaart), Joëlle Bijnens (NV De Scheepvaart), Bert Wierbos (Norbord), Paul Vandervelden (Vandervelden bvba), Jeroen Oorschot (Borgman Beheer Advies), Jan Oldenburger (Probos), Irma Corten (Zilverberg Advies), Ger Kupers (KandT Management), Catherine Schepers (provincie Limburg), Nele Vandenreyt (Provincie Limburg), Didier Steyaert (Defensie), Veronique Desmedt (Inverde), Nico Vanaken (OVAM). Uitgave: december 1 Dit eindverslag is ook beschikbaar op de website van het Inverde-expertisecentrum (www.inverde.be). Overname van tekst uit dit eindverslag kan mits correcte bronvermelding. Citeren als: Gybels, R., Wouters, R., Schuurmans, B. & Verbeke, W Houtige biomassa voor energie in Limburg. Eindrapport van het MIP-project Limburgs groen voor een groene economie, 1 pp. DRUK: Drukkerij Vlaamse Overheid AFM ONTWERP: Céline Brichot Over KOBE Over MIP KOBE staat voor KennisOndersteuning bij Beheer en Economie van natuur-, Het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform groen- en bosdomeinen. Dit samenwerkingsproject tussen het Agentschap voor Natuur en Bos en Inverde focust op kennisvragen omtrent beheer en (MIP) werd na beslissing van vermarkting van ecosysteemdiensten (zoals hout en biomassa) in de eigen de Vlaamse Regering in domeinen. Vragen worden beantwoord door reeds aanwezige expertise opgestart als een competentiepool waarin de beleidsdomeinen samen te brengen, of door experimenten en proefprojecten uit te voeren om eventuele kennisleemtes op te vullen. Hierbij wordt de Economie, Wetenschap en Innovatie blik steeds naar buiten gericht door het betrekken van externe (EWI) en Leefmilieu, Natuur en Energie partners, en het delen van de opgebouwde expertise via rapporten en opleidingen. de Vlaamse Regering MIP verder te zetten (LNE) samenwerkten. Midden besliste onder de naam MIP met als hoofdopdracht het vergroenen van de economie. Meer info via:

3 Voorwoord 4 Geachte lezer, Voorliggend rapport bevat de resultaten van het project Limburgs groen voor een groen economie, dat werd uitgevoerd van oktober 1 tot en met september 1. Het betreft een haalbaarheidsstudie naar de inzet van houtige biomassastromen voor hernieuwbare energie in de provincie Limburg. Het project werd uitgevoerd vanuit het projectconsortium MIG bvba, Bionerga nv en Inverde (OC-ANB) met financiële ondersteuning vanuit het Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform (MIP-programma). Dit project werd opgezet binnen het kader van de Europese ambitie // van de Europese Unie om op Europese schaal en tegen de uitstoot van broeikasgassen met % te verminderen, de energie-efficiëntie met % te verhogen en % van de energie op duurzame wijze op te wekken. In aansluiting daarop is het bevorderen van het gebruik van een deel van door bossen geproduceerde biomassa voor de opwekking van energie als een van de acties opgenomen in het Europese actieplan voor de bossen. Hout is echter een zeer waardevol materiaal en moet aldus worden ingezet in volwaardige en de meest efficiënte toepassingen. In eerste instantie moet hout ingezet worden als grondstof voor materiaaltoepassingen. Het gebruik van hout als energiebron kan dan ook enkel pas worden gestimuleerd als er voorrang wordt gegeven aan het gebruik als materiaal. Toch opent, onder bepaalde voorwaarden, de optimale benutting van de natuurlijke hulpbronnen uit bos, natuur en landschap interessante perspectieven voor het gebruik ervan voor energiedoeleinden. Rechtstreeks gebruik van houtige biomassa voor een lokale, energie-efficiënte, gedecentraliseerde productie van warmte of de gecombineerde productie van warmte en elektriciteit in centrales levert de beste prestaties en geniet daarom de voorkeur bij inzet voor energie. Hout als natuurlijke hulpbron mag dan wel hernieuwbaar zijn, onuitputtelijk is deze echter niet. Ook hier moet het evenwicht tussen de drie pijlers van duurzame ontwikkeling in acht worden genomen. Elk verkeerd en ondoordacht gebruik van deze hulpbron om de Europese doelstelling // te halen, zou onvermijdelijk leiden tot een wanverhouding die nefast kan zijn voor het landschap en de biodiversiteit. Bij correct gebruik ervan kan houtige biomassa echter een duurzame energiebron zijn waarvan de duurzame, rationele productie respectievelijk benutting klimaatneutraal is, werkgelegenheid creëert, een bijdrage levert aan het landschapsonderhoud en een regionaal toegevoegde waarde genereert. Wij hopen met deze studie bij te dragen aan deze duurzame productie en inzet van houtige biomassa voor hernieuwbare energie in Limburg. Inleiding Ter afsluiting van dit voorwoord wensen wij alle deelnemende partners, leden van de stuurgroep en andere betrokkenen bij het project van harte te bedanken voor hun inzet en gedrevenheid. Alvast veel leesplezier Rob Wouters (MIG, 4Energy Invest) en Ruben Gybels (ANB, Inverde) Houtige biomassa is een enorme groeimarkt, waarbij de grote, gemakkelijk te oogsten partijen al sinds een tiental jaren verhandeld en verbrand worden, voor opwekking van warmte en elektriciteit. In het afwisselende landschap van Vlaams Limburg is echter nog een groot potentieel van bos-, natuur- en landschapselementen onberoerd. De vraag om duurzame, hernieuwbare energie door markt en maatschappij en de verantwoordelijkheid om onze lokale en regionale bronnen beter te benutten en duurzaam en gecascadeerd in te zetten, vragen om ontsluiting van dit potentieel, voor zover verantwoord. Binnen het MIP-project Limburgs groen voor een groene economie werken de partners Inverde, BioNerga NV en MIG bvba samen om de haalbaarheid van energetische valorisatie van houtige biomassastromen in de Provincie Belgisch Limburg te vergroten door geheel of gedeeltelijk de barrières weg te werken die de markt momenteel nog hinderen. Dit doen zij door zich te focussen op essentiële elementen in deze sterk ontwikkelende maar nog relatief jonge markt, zijnde: Het bevorderen van het gebruik van biomassa voor bio-energie door inzicht te verschaffen in de mogelijkheden inzake logistiek, be- en verwerking van biomassa. Tevens wil het project ook de mogelijkheden nagaan voor biomassastromen die tot dusver nog niet (optimaal) werden ingezet in een groene economie maar mits voldoende kennis en middelen mogelijk wel inzetbaar kunnen zijn. Te streven naar een duurzame en voldoende transparante handel van biomassa door inzicht te creëren in de achterliggende prijsvorming (naast de prijsevoluties bij fossiele brandstoffen en ondersteunende beleidsmaatregelen ook focus op de productiekosten) en door te werken aan de onvolwassen statistieken inzake gebruik en potentie van houtige biomassa voor energie. Kansen te inventariseren voor realistische en werkbare juridische en technische kaders. De kosten en baten voor People, Planet en Profit te becijferen om een breder draagvlak te creëren zowel vanuit een ecologische als economische invalshoek. Aandacht te schenken aan disseminatie en communicatie van de resultaten van het project teneinde verschillende betrokkenen een beter inzicht te geven in de biomassaketen en de potenties tot samenwerking. In de voorliggende studie werd hiertoe het huidige en toekomstige () potentieel aan houtig biomassa te Limburg in kaart gebracht. Vervolgens werden door interviews en stakeholdermeetings de belangrijkste knelpunten geïnventariseerd die de markt momenteel nog hinderen om dit potentieel te realiseren en werden aanbevelingen geformuleerd om deze knelpunten op te heffen. In navolging van de potentieelstudie werd een digitaal D model voor Limburg ontwikkeld teneinde economische, sociale (tewerkstelling) en milieugerichte (CO -uitstoot) parameters inzake logistiek in kaart te brengen. Gelijklopend werd door het opzetten van verschillende oogstcases praktische kennis opgedaan inzake het oogsten van houtige biomassa uit bos, natuur en landschap waarbij eveneens inzicht werd verkregen in de de bovenstaande duurzaamheidsparameters. Ten slotte werden een tweetal valorisatieketens voor decentrale warmtetoepassing op basis van houtige biomassa verder uitgewerkt. De bevindingen en resultaten van bovenstaande acties werden gebundeld in voorliggend rapport. De studie beoogt vooral de energetische valorisatie van houtige biomassa. Hierbij is echter ook voldoende aandacht gegeven aan andere verwerkingsmogelijkheden teneinde voor houtige biomassastromen te streven naar een integraal toepassingskader. Het doel is aldus niet te focussen op energetische valorisatie of materiaalgebruik maar te zoeken naar een optimale invulling van energetische valorisatie én materiaalgebruik. Inhoud Voorwoord / Inleiding 1. Potentieel van houtige biomassa in Limburg 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1. Doelstelling 1. Werkwijze 1.4 Leeswijzer 1. Inventarisatie aanwezige houtige biomassabronnen.1 Bossen. Landschap en natuur 1. Biomassa uit de bebouwde kom 14. Ecologische, technische en economische randvoorwaarden 1.1 Inleiding 1. Randvoorwaarden en het theoretisch potentieel 1. Randvoorwaarden voor de oogst uit bossen en andere beplantingen 1.4 Wet- en regelgeving 1. Randvoorwaarden voor het bos 1. Randvoorwaarden voor het landschap 1. Beleidsdoelstellingen op provinciaal en gemeentelijk niveau in de provincie Limburg 4. Huidige oogst van houtige biomassa 4.1 Bossen 4. Landschap en natuur. Resultaten potentieel berekeningen.1 Theoretisch biomassa potentieel. Huidig biomassa potentieel 1. Toekomstig biomassa potentieel. Knelpunten en oplossingen.1 Wet- en regelgeving. Versnippering van beplantingen en eigendommen. Gegarandeerde aanvoer.4 Draagvlak voor energieopwekking uit houtige biomassa. Lokale afzet. Bereikbaarheid en terreinomstandigheden. Lage subsidies. Exotenbestrijding. Technieken voor oogst.1 Openbare aanbesteding houtverkoop. Groenestroomcertificaten. Conclusies en aanbevelingen Literatuur 41 Websites 41 Bijlage 1. Kaartmateriaal 44 Bijlage. Achtergronden potentieelberekeningen 4 Bijlage. Stakeholders 4

4 . D modellering 1. Logistieke D-Modellering 1. Aanpassing t.o.v. potentieelstudie 1. Potentieel per rastervlak 1.4 Logistiek D-model Bijlagen. Praktijkcases Inleiding praktijkcases: oogst van houtig biomassa 1. Verslag praktijkcase heideherstel Staleikerheide 1 Resultaten van de case Conclusies praktijkcase. Verslag praktijkcase heideherstel Schrikheide Resultaten van de case Conclusies praktijkcase 4. Verslag praktijkcase heideherstel Hechtelse heide Resultaten van de case Conclusies praktijkcase 4. Verslag praktijkcase achterstallig beheer houtkant 1 Resultaten van de case Conclusies praktijkcase. Verslag praktijkcase eerste dunning en creëren corridor Resultaten van de case Conclusies praktijkcase 14. Verslag praktijkcase houtopslag slibstort 1 Resultaten van de case 1 Conclusies praktijkcase 1. Verslag praktijkcase serotinabestrijding Spiekelspade Resultaten van de case Conclusies praktijkcase. Verslag praktijkcase serotinabestrijding Vlasmerheiken Resultaten van de case Conclusies praktijkcase. Verslag praktijkcase opruimen kakhout 1 Resultaten van de case 14 Conclusies praktijkcase 1 Potentieel van houtige biomassa in Limburg 1 Besluit praktijkcases 1 4. Business modellering 1 1. Keten modellering 1. Decentrale warmte- en energieproductie 1. Biomassaverzamelplaatsen 1 Deze potentieelstudie werd in opdracht van Bionerga N.V., Inverde en MIG bvba uitgevoerd door Borgman Beheer Advies B.V., in nauwe samenwerking met Stichting Probos te Wageningen.

5 POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN LIMBURG 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Alvorens over gegaan kan worden tot het wegnemen van barrières en het volledig en zo optimaal mogelijk benutten van het beschikbare houtige biomassa potentieel in de Provincie Limburg dient dit potentieel in beeld gebracht te worden. Dit rapport is het eindresultaat van het in beeld brengen van dit potentieel. 1. Doelstelling Het hoofddoel van deze studie is het beantwoorden van de vraag: Wat is de huidige situatie inzake vrijkomende houtige biomassa vanuit bos-, natuur- en groenbeheer en wat is het potentieel dat de sector kan bijdragen tegen? Uit deze hoofdvraag vloeien een aantal deelvragen voort: Wat is de jaarlijkse aangroei aan houtige biomassa per terreintype? Welk percentage van deze aangroei kan geoogst worden binnen ecologische, technische en economische randvoorwaarden? Welke hoeveelheden komen in aanmerking voor materiaalgebruik en welke voor energiegebruik? Welke hoeveelheden houtige biomassa kunnen bijkomend worden geproduceerd mits het intensifiëren van het landschapsbeheer (bv. het terug in hakhout zetten van houtkanten) of het uitbreiden van groengebieden (bv. matuur- en bosuitbreiding)? Wat zijn de belemmeringen waardoor delen van dit potentieel momenteel nu niet worden benut voor energieopwekking? Welke acties moeten de verschillende stakeholders uitwerken om tot dit potentieel te komen? In dit rapport wordt ingegaan op deze vragen, met als resultaat het in beeld brengen van het potentieel van houtige biomassa in Limburg, nu en in. 1. Werkwijze Deze potentieelstudie is uitgevoerd in de periode april-oktober. De volgende stappen zijn gezet om tot het huidige en toekomstige potentieel van houtige biomassa in Limburg te komen Inventarisatie aanwezige houtige biomassabronnen De aanwezige houtige biomassabronnen in het landelijk gebied zijn met behulp van GIS 1 in beeld gebracht. Daarbij is in eerste instantie gebruik gemaakt van gegevens van de Bossenkaart (Vlaamse Landmaatschappij, 1) en de Biologische waarderingskaart (INBO, ). Ook is de Topografische kaart, kaartlaag bodembedekking (NGI, ) geraadpleegd. Op deze manier is de precieze oppervlakte aan bossen en landschappelijke beplantingen, zoals kleine bosjes (<, ha), houtkanten, hagen, bomenrijen en solitaire bomen, in beeld gebracht. Voor zover dit niet uit de kaarten kon worden afgeleid is een inschatting van het type begroeiing (aandelen van naald- en loofbomen en struiken) gemaakt door literatuur te raadplegen en/ of interviews uit te voeren met beheerders van de belangrijkste terreinbeherende organisaties (zie paragraaf 1..). Om de bestaande houtige biomassabronnen binnen de bebouwde kom in beeld te brengen zijn de beschikbare afvalstroomgegevens van de OVAM (1) geraadpleegd en is gebruik gemaakt van bij BioNerga beschikbare kennis (zie paragraaf 1..). 1.. Inschatting potentieel per bron Door Stichting Probos is in opdracht van Borgman Beheer Advies B.V. een model ontwikkeld (Borgman Beheer Advies B.V., ) waarmee het biomassapotentieel per beplantingstype op basis van de aangroei berekend kan worden. Dit model is door middel van een gedegen literatuurstudie tot stand gekomen. In bijlage is een toelichting op dit model te vinden. De aannames die ten grondslag liggen aan het model zijn gebaseerd op de Nederlandse situatie. Een vergelijking met de Vlaamse aangroeicijfers uit bosinventarisatiegegevens leverde geen significante verschillen op, waardoor het model ongewijzigd is ingezet. In het rekenmodel wordt onderscheid gemaakt tussen stamhout, dat in principe voor de rondhouthandel beschikbaar komt, en taken tophout, dat als bijproduct vrij komt bij houtoogst en beheerwerkzaamheden. Het houtige biomassapotentieel uit bos en landschap is met behulp van dit model bepaald. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen het maximale/theoretische beschikbare potentieel en het realistische potentieel. Het realistische potentieel heeft betrekking op de hoeveelheid biomassa die in potentie geoogst kan worden indien rekening wordt gehouden met ecologische, technische en economische randvoorwaarden. Voor Nederland waren deze randvoorwaarden al gedeeltelijk opgenomen in het model, maar voor dit onderzoek zijn ze aangepast en aangevuld ten behoeve van de Vlaamse/Limburgse situatie. Zoals in paragraaf 1..1 reeds is vermeld, is het houtige biomassapotentieel binnen de bebouwde kom in beeld gebracht door gebruikt te maken van afvalstroomgegevens van de OVAM en is gebruik gemaakt van bij BioNerga beschikbare kennis. Cascadering van houtige producten uit bos en landschap is van groot belang voor een duurzaam systeem. Daarom is het in beeld gebrachte potentieel op basis van de eigenschappen van de biomassa en de huidige toepassingsmogelijkheden ingedeeld naar een gedeelte dat geschikt is voor materiaal gebruik (van het hoogwaardige fineer- en zaaghout tot het laagwaardiger plaat-, papier- en vezelhout) en een gedeelte dat energetisch kan worden ingezet. 1.. Definiëren ecologische, technische en economische randvoorwaarden Alvorens de ecologische, technische en economische randvoorwaarden kunnen worden toegepast om van theoretisch naar realistisch potentieel te komen, zijn deze eerst gedefinieerd. Dit is ten eerste gedaan door het uitvoeren van literatuuronderzoek. Tevens is gebruik gemaakt van een recente studie van het European Forest Institute (Mantau et. Al., en 1) waarin deze randvoorwaarden voor de bossen in de Europese Unie in beeld zijn gebracht. De informatie uit de literatuurstudie is aangevuld met informatie uit de interviews met stakeholders Huidige oogst van houtige biomassa in Belgisch Limburg De huidige oogst van houtige biomassa in Limburg is door middel van literatuurstudie en interviews met stakeholders en beheerders van de belangrijkste terreinbeherende organisaties in beeld gebracht (zie paragraaf 1..). Hierbij ligt de nadruk op de biomassa die energetisch wordt ingezet. Met name de inzet van brandhout in houtkachels door particulieren is over het algemeen een knelpunt bij het in beeld brengen van de huidige oogst en inzet van deze houtige biomassa. Borgman Beheer Advies en Probos hebben desondanks een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van dit volume trachten te maken, ondersteund door de uitkomsten uit de interviews en discussie met de stakeholders. 1.. Interviews met belangrijke stakeholders Bij de beschrijving van de werkzaamheden hierboven is al een aantal keren verwezen naar interviews die zullen worden gehouden met stakeholders, zoals medewerkers van de overheid, terreinbeherende organisaties, particuliere boseigenaren/bosgroepen, beheerders van wegen en vaarwegen, aannemers en de houtverwerkende industrie. In samenspraak met de opdrachtgevers is een selectie gemaakt van te interviewen personen/organisaties. In bijlage is een overzicht van de geïnterviewden weergegeven. De volgende onderwerpen zijn, afhankelijk van de geïnterviewde, aan bod gekomen tijdens de interviews: a. Samenstelling (aandeel loofhout, naaldhout en struiken) en type (kleine bosjes, houtkanten, hagen etc.) de landschappelijke beplantingen, indien niet af te leiden uit het kaartmateriaal; b. Randvoorwaarden (met name ecologische en economische) voor de oogst van houtige biomassa; c. Huidige beheerpraktijk van houtige beplantingen en huidige en toekomstige omgang met houtoogst (wel of geen oogst, oogstniveau (aandeel van de aangroei) uit de verschillende type beplantingen; d. Knelpunten die worden ervaren ten aanzien van de oogst van houtige biomassa en mogelijke oplossingen daar voor; e. Verwachting ten aanzien van het toekomstige potentieel en eventuele uitbreiding van het areaal. 1.. Stakeholderbijeenkomst In aanvulling op de interviews zijn de geïnterviewden uitgenodigd om deel te nemen aan een interactieve stakeholderbijeenkomst, die op oktober werd georganiseerd in het Vlaams Administratief Centrum te Hasselt. Tijdens de bijeenkomst zijn de conceptresultaten uit het onderzoek en de interviews gepresenteerd. Doel van deze bijeenkomst was, bekendheid te vragen voor het project, maar vooral om oplossingen en acties te formuleren voor de knelpunten die tijdens het onderzoek en de interviews naar voren zijn gekomen. In bijlage is een overzicht van de deelnemers weergegeven. 1.. Bepalen toekomstig potentieel Op basis van de resultaten uit de interviews, de huidige benutting van het realistische potentieel en planologische landschapsvisies en landschaps ontwikkelings plannen van bos en landschap voor Vlaams Limburg (Bronnen: zie paragraaf.) is een inschatting gemaakt van het toekomstige potentieel van de voor oogst beschikbare houtige biomassa in. Hierbij zijn eventuele uitbreidingen van het areaal aan houtige biomassa bronnen (bv. korte omloopbossen en uitbreiding van het bosareaal), invloeden van eventuele beleidsveranderingen en veranderingen op het gebied van beheer en logistiek (uitkomsten uit de stakeholderconsultatie) meegenomen. 1.. Formuleren acties om knelpunten te verwijderen Op basis van de resultaten uit de stakeholderconsultatie en ervaringen die Borgman Beheer Advies en Probos tijdens studies in Nederland hebben opgedaan (Boosten et al., ) zijn voor de vastgestelde knelpunten oplossingen en acties geformuleerd. 1.4 Leeswijzer In de zeven hoofdstukken die deze potentieelstudie telt, komen Borgman Beheer Advies en Probos tot een uitgebreid inzicht omtrent de huidige en toekomstige situatie voor wat betreft oogst en potentieel van houtige biomassa. In dit hoofdstuk kon u al lezen over de aanleiding en werkwijze van deze studie. In hoofdstuk worden de aanwezige houtige biomassabronnen beschreven. Hoofdstuk gaat vervolgens in op de randvoorwaarden die een realistische schatting van het houtige biomassapotentieel van Limburg bepalen. In hoofdstuk 4 wordt de huidige houtoogst in bos, natuur en landschap in beeld gebracht. Hoofdstuk combineert de voorgaande hoofdstukken in de berekeningen van het houtige biomassapotentieel in Limburg. In hoofdstuk worden de knelpunten beschreven die de vergroting van het huidige potentieel in de 1 Geografisch Informatie Systeem Ook: werkhout - het spilhout boven stobhoogte tot een aftopdiameter van gemiddeld cm. Waarbij onder spilhout wordt verstaan: de doorgaande spil (stam) met schors vanaf maaiveld tot en met eindknop zonder zijtakken. Naaldbomen hebben meestal een doorlopende spil. Loofbomen hebben meestal een oplossende spil; dan wordt de meest rechtdoorgaande tak in het verlengde van de stam als spil genomen (Muys et al., 1; Bosbouwbegrippenlijst, ).

6 weg staan. Tevens worden oplossingen aangedragen ter opheffing of verzwakking van deze knelpunten. Het zevende hoofdstuk geeft een doorblik in de vorm van conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen zijn enkele kaarten en achterliggende documenten bijgevoegd. INVENTARISATIE AANWEZIGE HOUTIGE BIOMASSABRONNEN De eerste stap bij het bepalen van het potentieel van houtige biomassa in Limburg is het in kaart brengen van de aanwezige bronnen met behulp van GIS- en literatuuronderzoek en de bevraging van terreinbeherende en biomassa verwerkende organisaties. Een logische indeling van de bronnen leek hierbij, vanwege de afkomst en achtergrond van de beschikbare gegevens: bebouwde omgeving bossen landschap en natuur In dit hoofdstuk worden de kwantitatieve cijfers in beeld gebracht. In de volgende hoofdstukken worden vervolgens de vertaalslagen naar het biomassapotentieel op basis van deze cijfers gemaakt. sortimentskeuze en is dus mede bepalend bij het bepalen van het biomassapotentieel. Bossamenstelling De bossamenstelling in Limburg op deze verschillende eigendommen bestaat uit loof-, naald en gemengd bos. Tabel. geeft hier inzicht in. De verschillende bostypen in hun biotische en abiotische omgeving staan garant voor een bepaalde gemiddelde aangroei. Met behulp van deze cijfers kan het jaarlijkse oogstpercentage en het biomassapotentieel worden vastgesteld. Uit de tabel blijkt ook, dat 1% van het bosoppervlak uit open terrein (kapvlakte) bestaat. Dit is een belangrijk gegeven, omdat van dit areaal voorlopig geen continue biomassaopbrengst te verwachten is. 1.1 Bossen Eigendomssituatie Het bosoppervlak van de Provincie Limburg beslaat. ha (zie kaart 1 in bijlage 1). Dit areaal is opgedeeld onder verschillende typen terreineigenaren, zoals de Vlaamse overheid (ANB en NV De Scheepvaart), Defensie en gemeenten. Een vierde grote speler (liefst 4% van het bosoppervlak) zijn de particuliere boseigenaren. Deze zijn vaak vertegenwoordigd binnen de Bosgroepen. Tabel.1 geeft de eigendomssituatie weer. Boomsoort Opp in ha Aandeel binnen totaal Loofbos Gemengd loofhout. % Overig loofhout.14 1% Beuk 1, % Eik of Am. eik.1, 4% Populier.1,4 1% Eigenaar Opp Aandeel Totaal Loof 1.4,4 % ANB (Agentschappen) 1., 1% Defensie., 1% Gemeenten 1., % Kerken 4, 1% NMBS 1, % NV De Scheepvaart 1,4 % Overige, 1% Particulier.4, 4% Totaal., 1% Naaldbos Gemengd naaldhout.,4 % Overig naaldhout, % Douglas,4 % Fijnspar 14,1 1% Gewone den 1., % Lork 4, 1% Zwarte den.1, 1% Totaal naald., 1% Tabel.1. Eigendomssituatie van het bos in de Provincie Limburg (Bron. Vlaamse boskartering) Kapvlakte.4, 1% Inzicht in deze verschillende eigendommen is enerzijds van belang, om de oogst- en potentieelgegevens te kunnen achterhalen. Anderzijds heeft elke beherende organisatie of individu zijn eigen wijze van beheren. Dit kan van grote invloed zijn op de oogstintensiteit en Totale bosoppervlakte., 1% Tabel.. Boomsoortensamenstelling van het bos in de Provincie Limburg (Bron. Vlaamse boskartering) Betreft naast ANB een zeer beperkte oppervlakte (ca. 4 ha) in eigendom bij Agentschap Kunsten en Erfgoed, Agentschap Waterwegen en Zeekanaal (AWZ) en Agentschap Wegen en Verkeer (AWV).

7 Naast het bostype is ook de leeftijdsfase van het bos van belang voor het vaststellen van het oogstpercentage en het biomassapotentieel. Elk bostype toont namelijk in elke leeftijdsfase een bepaalde jaarlijkse aangroei aan biomassa. Tabel. toont de verdeling in leeftijdsfasen van de Limburgse bossen. Type element Omvang Eenheid Solitairen. stuks Bomenrij. km Hagen km 1 Ontwikkelingsfase Opp (in ha) Aandeel binnen totaal jong loofhout.44 % jong naaldhout (<j). % middeloud loofhout.1 1% middeloud naaldhout ( - j ) 1.1 % ongelijkjarig loofhout 4. % ongelijkjarig naaldhout 1.4 % oud loofhout 4.4 % oud naaldhout (>j) 4.4 % Kapvlakte (open ruimte). 1%. 1% Tabel.. Ontwikkelingsfase van het bos in de Provincie Limburg (Bron. Vlaamse boskartering) Beheer Vanzelfsprekend is het beheer een derde belangrijke parameter voor de vaststelling van het houtoogstpercentage en het biomassapotentieel. In bepaalde bossen vindt, bijvoorbeeld vanwege de beschermde status, bijzondere ecologische waarden of bepaalde beheertradities, aangepast of nulbeheer plaats. Uit deze opstanden is dan ook weinig of geen biomassaopbrengst te verwachten. In andere bossen vindt wel actief beheer plaats, maar binnen die categorie is onderscheid te maken in de duur en zwaarte van de houtoogst, bijvoorbeeld vanwege het voorgeschreven beheer of de terreinomstandigheden. Deze slag van het beschikbare Limburgse bosareaal naar door het beheer bepaalde biomassaopbrengsten wordt gemaakt in hoofdstuk en 4.. Landschap en natuur Het Limburgse landschap bestaat uit een veelheid aan landschapselementen buiten het bos en de bebouwde omgeving (zie de overzichtskaart in bijlage 1). Figuur 1 geeft de complexe samenstelling van het Limburgse landschap weer, middels een weergave van de lijn- en puntvormige landschapselementen. Tabel.4 geeft een opsomming weer van de in Limburg aanwezige landschaps-elementen, opgedeeld in type element. Houtkant km Boomkwekerij-rijshoutbos 4 ha Boomgaard 1.1 ha Struikgewas 44 ha Heide met opslag. ha Kruidachtige begroeiing met opslag. ha Moes- en siertuinen 1.4 ha Tabel.4 Oppervlakte en theoretisch potentieel uit landschap in de Provincie Limburg (Bron: NGI, ). Tijdens de stakeholderworkshop werd door Bart Paesen van het Regionaal Landschap Lage Kempen opgemerkt dat de uit de inventarisatie van de topografische kaart afgeleide lengte aan bomenrijen veel te groot is ten opzichte van de lengte aan houtkanten. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat veel houtkanten doorgeschoten zijn en nu bestaan uit één of meerdere rijen bomen i.p.v. uitgestoelde hakhoutstoven. Tijdens de kartering op basis van luchtfoto s is dit onderscheid niet te maken. Voor het huidig en toekomstig potentieel maakt het wel verschil of wordt uitgegaan van een bomenrij of van een houtkant. Houtkanten worden periodiek afgezet terwijl dat bij bomenrijen niet het geval is en er uitsluitend wordt gesnoeid in het kroonhout. De hoeveelheid biomassa die vrijkomt bij het beheer van houtkanten is dan ook hoger in vergelijking tot bomenrijen. Vanwege deze constatering is gezocht naar een methode om de verhouding tussen de lengte aan bomenrijen en houtkanten beter overeen te laten komen met de situatie binnen de Provincie Limburg. Hiertoe is gebruik gemaakt van inventarisatiegegevens van landschappelijke elementen in de gemeente Peer, die beschikbaar zijn gesteld door het Regionaal Landschap Lage Kempen. Uit deze inventarisatiegegeven was af te leiden dat de verhouding binnen de totale lengte aan houtkanten en bomenrijen in de Gemeente Peer ongeveer % houtkanten tegen 4% bomenrijen is. De huidige verhouding in tabel.4 is 1% houtkanten en % bomenrijen. De gegevens in tabel.4 blijken de situatie in het veld dus niet goed weer te geven. Er wordt verwacht dat de situatie in de Gemeente Peer niet representatief is voor de gehele Provincie Limburg. Desondanks lijkt het raadzaam de cijfers aan te passen. Daarom is de aanname gemaakt dat over de gehele Provincie Limburg genomen de verhouding houtkanten tegen bomenrijen 4% houtkanten tegen % bomenrijen bedraagt. Indien deze aanname in enige Figuur 1. Afbeelding van kaart (bijlage 1) van lijn- en puntvormige landschapselementen buiten bos en de bebouwde omgeving (kaart: Borgman Beheer Advies B.V., ; topografische gegevens: NGI, ). 1

8 14 mate afwijkt van de werkelijke situatie dan wordt verwacht dat de effecten op het biomassapotentieel gering zullen zijn, omdat veel houtkanten op dit moment als bomenrij worden beheerd en niet als hakhout worden behandeld. Tabel. geeft de situatie na het doorvoeren van de nieuwe verhouding houtkanten tegen bomenrijen weer. De gegevens uit tabel. zijn gebruikt om het potentieel te berekenen. Type element Omvang Eenheid Solitairen. stuks Bomenrij. km Hagen km Houtkant.1 km Boomkwekerij-rijshoutbos 4 ha Boomgaard 1.1 ha Struikgewas 44 ha Heide met opslag. ha Kruidachtige begroeiing met opslag. ha Moes- en siertuinen 1.4 ha Tabel. Oppervlakte, aantallen en lengte aan landschapselementen in de Provincie Limburg na doorvoering aanname (Bron: NGI, ). Elk type landschapselement heeft zijn gemiddelde jaarlijkse aangroei aan houtige biomassa. Dit gemiddelde vat de verschillen per groeiplaats en leeftijdsfase samen. Maar ook hier is het type beheer van groot belang voor het bepalen van het biomassapotentieel. Deze interpretatie- en rekenslag wordt gemaakt in hoofdstuk en 4. Voordat deze stappen gezet kunnen worden, dient echter helder gedefinieerd te zijn, hoe de in tabel. genoemde landschapselementen zijn samengesteld en welk beheer hierbij van toepassing is. In bijlage is hiertoe een overzicht gemaakt.. Biomassa uit de bebouwde kom Naast de houtige biomassa die vrijkomt vanuit bos, natuur en landschap komt er ook houtige biomassa vrij in de bebouwde omgeving. Bijvoorbeeld bij huishoudens (particuliere tuinen), het groenonderhoud door gemeenten, maar ook bij onderhoud van groenstroken die in eigendom zijn van bedrijven en instellingen. Kaart (bijlage 1) geeft de ligging van de bebouwde omgeving ten opzichten van het buitengebied in Limburg weer. Om de biomassaopbrengsten uit de bebouwde omgeving in beeld te brengen is literatuurstudie verricht, aangevuld met informatie uit de interviews. De resultaten hiervan worden gepresenteerd in paragraaf.1.4 en verder. ECOLOGISCHE, TECHNISCHE EN ECONOMISCHE RANDVOORWAARDEN.1 Inleiding Op basis van kengetallen (zie hoofdstuk ) en het rekenmodel van Borgman Beheer Advies () (zie paragraaf 1..) is het theoretisch houtige biomassa potentieel in de Provincie Limburg berekend. Dit potentieel vertegenwoordigt echter niet het potentieel dat op dit moment en in de toekomst daadwerkelijk beschikbaar is als grondstof of brandstof. Ecologische, technische en economische randvoorwaarden zorgen er namelijk voor dat het theoretische potentieel niet volledig kan worden benut. In dit hoofdstuk zijn deze randvoorwaarden op basis van literatuuronderzoek en de resultaten van uitgevoerde interviews gedefinieerd. De randvoorwaarden zijn vervolgens gebruikt om het realistisch potentieel te bepalen (paragraaf.). Op basis van dit huidige realistische potentieel is een schatting gemaakt van het toekomstig potentieel voor ca. het jaar, waarbij ervan uitgegaan is dat aan zoveel mogelijk randvoorwaarden voldaan is om een optimale biomassaproductie en oogst uit bos en landschap te creëren. Dit wordt toegelicht in paragraaf... Randvoorwaarden en het theoretisch potentieel Tijdens de berekening van het theoretisch houtig biomassa potentieel is aangenomen dat tijdens het reguliere beheer van houtige beplantingen in de Provincie Limburg altijd duurzaamheidaspecten worden meegenomen. Dit vertaalt zich in de aanname dat binnen het reguliere beheer bijna nooit 1% van de bijgroei wordt geoogst. Indien het reguliere beheer namelijk op duurzame wijze wordt uitgevoerd dan wordt een deel van de bijgroei niet geoogst, omdat dit volume bijvoorbeeld wordt toegevoegd aan de staande voorraad of vanwege bijvoorbeeld ecologische aspecten of de bodemvruchtbaarheid wordt achter gelaten in de beplanting. Voor oudere bossen (> jaar) is er bijvoorbeeld rekening mee gehouden dat dood hout (stammen) wordt achtergelaten in het bos. Dit resulteert erin dat het oogst percentage voor jonge bossen hoger ligt dan voor deze oudere bossen. In jonge bossen zijn namelijk minder of geen dikke bomen aanwezig en juist dikke dode bomen zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Projecten waarbij houtige beplantingen worden omgevormd naar andere vormen van landgebruik of worden verjongd, vormen hierop een uitzondering. Daarin wordt de bijgroei of waarschijnlijker meer dan de bijgroei geoogst. In tabel.1 staat voor elk geïdentificeerd beplantingstype aangegeven hoeveel procent van de bijgroei tijdens de berekening van het theoretisch houtig biomassa potentieel wordt geoogst. Bijlage bevat per beplantingstype een beschrijving van de gehanteerde werkwijze en het oogstpercentage. Voor hagen en boomkwekerijen is niet gerekend met een oogstpercentage van de bijgroei, maar is uitgegaan van de totale hoeveelheid hout die jaarlijks vrijkomt tijdens snoei- of opruimwerkzaamheden. Beplantingstype Oogstpercentage (in %) Landschap Solitairen % Bomenrij % Hagen n.v.t. 4 Houtkant % Boomkwekerij-rijshoutbos n.v.t. Boomgaard % Struikgewas % Heide met opslag 1% Kruidachtige begroeiing met opslag Bossen 1% Grove den (jonger dan jaar) % Grove den (ouder dan jaar) % Den overig (jonger dan jaar) % Den overig (ouder dan jaar) % Naald overig (jonger dan jaar) % Naald overig (ouder dan jaar) % Loofbos eik en beuk (jonger dan jaar) Loofbos eik en beuk (ouder dan jaar) % % Overig loofbos (jonger dan jaar) % Overig loofbos (ouder dan jaar) % Populierenbos (jonger dan jaar) % Populierenbos (ouder dan jaar) % Kapvlakte (open ruimte) % Tabel.1. Gehanteerde oogstpercentages van de bijgroei tijdens de berekening van het theoretisch biomassa potentieel. 1 4 Voor oogst van hagen is gerekend met de hoeveelheid die jaarlijks vrijkomt tijdens het snoeien van de haag en niet met een percentage van de bijgroei. Voor boomkwekerijen is in plaats van de bijgroei gerekend met de hoeveelheid die jaarlijks vrijkomt tijdens snoeiwerkzaamheden

9 1 De oogst uit terreinen met opslag is op 1% gezet, maar hier wordt eigenlijk niet gerekend met een oogst percentage van de bijgroei. Er is de aanname gemaakt dat er in de Provincie Limburg jaarlijks op een bepaald areaal van deze terreinen de opslag wordt verwijderd, bijvoorbeeld in verband met het behoud van natuurwaarden. Er is ingeschat dat jaarlijks de opslag van 1 ha heideterrein en 1 ha terreinen met kruidachtige begroeiing wordt verwijderd.. Randvoorwaarden voor de oogst uit bossen en andere beplantingen In het bovenstaande is reeds aangegeven dat tijdens de berekening van het theoretisch houtige biomassapotentieel al een aantal randvoorwaarden zijn gehanteerd om een beperking te leggen op de maximale oogst die zonder andere beperkingen op een duurzame wijze te realiseren is. In de onderstaande paragraven zijn deze randvoorwaarden uitgewerkt. Vervolgens zijn deze randvoorwaarden toegepast om het theoretisch potentieel om te zetten naar het huidige en toekomstige realistische biomassapotentieel. Voor de randvoorwaarden die gesteld moeten worden aan de extra oogst van houtige biomassa uit bossen en andere beplantingen is onder andere gebruik gemaakt van het werk dat het European Forest Institute (EFI) binnen een recente studie in opdracht van de Europese Commissie heeft uitgevoerd (Mantau et. al., en 1)...1 Ecologische randvoorwaarden Bodemvruchtbaarheid De afvoer van biomassa uit het bos en andere beplantingen gaat altijd gepaard met de afvoer van mineralen uit het bosecosysteem. De verschillende delen van de boom bevatten verschillende concentraties aan nutriënten. De laagste concentratie aan nutriënten bevindt zich in de stam en de hoogste concentratie in de naalden en bladeren. Het effect op de bodemvruchtbaarheid van de extra oogst van houtige biomassa kan dan ook worden beperkt door niet alle bladeren, naalden, kleine takjes en stobben te oogsten. De oogst van extra stamhout lijkt zonder problemen te kunnen worden uitgevoerd, maar aan de oogst van tak- en tophout dienen i.v.m. mogelijke gevolgen voor de bodemvruchtbaarheid voorwaarden worden verbonden. De oogst van stobben wordt in de cyclische biomassa-oogstsystemen in West-Europa in principe niet uitgevoerd, omdat dit naast de nutriëntenhuishouding, vergaande gevolgen voor de bodemstructuur heeft. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van het bodemtype. Op rijke bodem zal de oogst van tak- en tophout veel minder gevolgen voor de bodemvruchtbaarheid hebben dan op arme bodems. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de eventuele stikstofdepositie, omdat die een deel van de nutriëntenonttrekking zou kunnen compenseren. Omgekeerd kan de oogst van tak- en tophout ook als verschralingmaatregel worden toegepast in ecosystemen waarin van overbemesting sprake is. Het toedienen van nutriënten of het retourneren van verbrandingsas naar het bos of de beplanting zijn mogelijkheden om de effecten op de bodemvruchtbaarheid te verminderen, maar er is in deze studie vanuit gegaan dat deze opties in de Provincie Limburg vooralsnog niet op grote schaal zullen worden toegepast. Bodembeschadiging Als gevolg van de oogst van meer houtige biomassa uit het bos en andere beplantingen zal het aantal voertuigbewegingen waarschijnlijk toenemen. Dit heeft mogelijke negatieve gevolgen voor de (bos)bodem. Met name op kwetsbare (natte) bodems is er een gevaar voor meer insporing en dus verdichting van de bodem, zeker als er meer tak- en tophout wordt geoogst. Het tak- en tophout is dan namelijk niet meer beschikbaar als mat om overheen te rijden. Zaak is hierbij, om vaste machinepaden en op- en overslaglocaties aan te houden, zodat de bosbodem zo min mogelijk wordt beschadigd. Daarnaast zorgt het verwijderen van tak- en tophout van kapvlaktes ervoor dat de bodem als gevolg van hogere temperaturen sneller verweert en/of erodeert. Ten aanzien van de oogst in houtkanten dient een goede (maar flexibele) planning (en zo nodig communicatie met de eigenaar van het aanliggende land) plaats te vinden, zodat oogst en afvoer op het juiste moment (droog of vriezend weer, wanneer de oogst van het land is) en in overleg plaats kan vinden en schade kan worden voorkomen. Biodiversiteit Intensivering van de oogst van tak- en tophout kan de biodiversiteit op meerdere manieren beïnvloeden. Eén van de meest directe negatieve gevolgen is de afname van de hoeveelheid dood hout in het bos en andere beplantingen, waarvan veel planten-, schimmels en diersoorten afhankelijk zijn. Naast deze negatieve gevolgen zijn er natuurlijk ook positieve gevolgen voor de biodiversiteit te noemen indien er meer geoogst wordt in houtige beplantingen, zoals meer variatie, de één zijn dood is, meer licht in het bos, verjonging/instandhouding van houtkanten etc. De beheerder van de beplanting bepaalt uiteindelijk welke gevolgen zwaarder doorwegen. Een deel van de bossen in de Provincie Limburg is vanuit het oogpunt van de biodiversiteit aangewezen als beschermd bos, het zij op basis van nationale of federale wetgeving, dan wel op basis van Europese wetgeving. Dit wil niet zeggen dat er geen hout wordt geoogst (conform beheerplan, ten behoeve van de instandhouding van het bostype), maar het is in ieder geval niet waarschijnlijk dat hier op korte termijn een intensivering van de oogst van houtige biomassa te verwachten is... Technische randvoorwaarden De technische randvoorwaarden kunnen worden onderverdeeld in technologische, methodologische en beheertechnische rand- Dit levert bovendien voordeel op als het gaat op de kwaliteit (en daarmee de prijs) van een partij houtige biomassa: hoe minder groen, hoe beter de verbrandingswaarde is en hoe minder slakken en asresten er ontstaan. voorwaarden. Daarnaast zorgen de kwaliteitseisen die vanuit de conversietechnologie worden gesteld aan de houtige biomassa (als brandstof) voor technische beperkingen. Veel kleine energiecentrales zijn bijvoorbeeld niet in staat houtige biomassa met een hoog gehalte aan groene en/of vochtige biomassa, zand en humus te verwerken. Dat heeft gevolgen voor de toe te passen technieken en methodes. Technische randvoorwaarden hebben een zeer sterke relatie met economische en sociale randvoorwaarden. Technologisch Technologische randvoorwaarden hebben betrekking op de beschikbaarheid van machines en technieken voor de oogst, transport en verwerking van de houtige biomassa. Efficiëntie is hierbij van groot belang: daar waar met machines gewerkt kan worden en partijen gecombineerd kunnen worden, kunnen de kosten laag worden gehouden en daarmee is het waarschijnlijker dat de houtige biomassa wordt geoogst. Indien machines of technieken beschikbaar zijn die onder specifieke omstandigheden (bv. Zeer nat) inzetbaar zijn dan neemt het beschikbare potentieel toe. Een ander voorbeeld is het beschikbaar zijn van een machine waarmee kleine bomen in hun geheel geoogst, versnipperd en uitgereden kunnen worden. Met behulp van deze machine zouden dunningen in jonge opstanden eerder rendabel kunnen worden en dus worden uitgevoerd. Methodologisch De methodes die worden toegepast voor de oogst en onttrekking van de houtige biomassa uit het terrein zijn bepalend voor de te realiseren potentiële oogst. Meestal wordt er bijvoorbeeld voor gekozen om het tak- en tophout te gebruiken om insporing met de harvester en forwarder tegen te gaan, dan is dat tak- en tophout niet meer beschikbaar (i.v.m. vervuiling met grond) als biomassa potentieel. Ook het wel of niet toepassen van de hele boom-methode is bepalend voor de hoeveelheid biomassa die kan worden geoogst. In de hele boom-methode wordt de gehele boom, dus inclusief top en takken (maar in principe exclusief stobben) geoogst. Daarmee wordt dus meer volume geoogst en de kosten per eenheid nemen daardoor dus af. In het bijzonder voor houtkanten en kleine bosjes is daarnaast ook de grootte van de partij van belang bij het bepalen of een beheeringreep ten behoeve van de biomassaproductie rendabel is. Houtkanten en kleine bosjes zijn vaak gesitueerd op afgelegen, moeilijk machinaal te bereiken, natte terreinen. De opbrengst is vaak gering tegenover een tijdrovende oogst, waardoor de kosten per ton hoog worden. Beheertechnisch Het al dan niet (en de mate van) onttrekken van houtige biomassa uit bos, natuur en landschap heeft ook te maken met het geplande beheer van het terrein. De volgende punten komen hierbij aan de orde: Is er een beheerdoelstelling en schrijft deze houtoogst voor? Is verschraling een doelstelling, of juist promotie van het aandeel dood hout en bodemontwikkeling? Wordt het geplande beheer uitgevoerd of is er sprake van achterstalligheid? Is er voldoende budget om op tijd het juiste en geplande beheer in te zetten? Wat is de traditie binnen het beheer t.a.v. de productie van (brand)hout? Wat is de traditie t.a.v. de onderhoudsstaat van het terrein (eerder natuurlijk klapstoelbeheer, of juist opgeruimd stofgezogen )? Vindt er in het terrein jacht plaats en is er behoefte aan schuilplaats voor wild? Wat is de schoontijd ter plaatse en hoe wordt deze periode overbrugd t.a.v. duurzame levering van biomassa? Beheerinstructies, beheerbudget en tradities hebben een belangrijke invloed op het realistische potentieel aan biomassa. Een jaarlijkse oogst door particuliere brandhoutklanten kan bijvoorbeeld zorgen voor de gewenste ingrepen in houtkanten, in de ondergroei van bosopstanden, ten behoeve van exotenbestrijding of in jong bos. Maar wanneer deze brandhoutstromen traditiegetrouw (ook om goodwill te onderhouden) zijn vergeven, dan zullen deze moeilijk zijn los te weken, om in te kunnen zetten voor de houtsnipperproductie... Economische randvoorwaarden De prijs die kan worden betaald voor de houtige biomassa is bepalend voor het feit welk aandeel van de houtige biomassa die in potentie beschikbaar is ook daadwerkelijk wordt geoogst. Daarom zijn de kosten die gemoeid zijn met de oogst, het bewerken, transport en opslag belangrijke randvoorwaarden voor het berekenen van het realistische potentieel. Indien deze kosten hoog zijn dan is de kans klein dat deze biomassa daadwerkelijk geoogst zal worden. Het prijsniveau binnen de markt van houtige biomassa bepaald waar de grens ligt tussen het wel of niet rendabel kunnen oogsten van de houtige biomassa. Het is als gevolg van de variatie in het prijsniveau niet mogelijk deze grens in een getal uit te drukken. Ook is deze grens afhankelijk van het totale logistieke systeem en de mogelijke alternatieve beschikbare energiebronnen: hoe eenvoudiger een logistiek systeem, hoe minder schakels en hoe korter de transportafstanden, des te goedkoper kan productie en levering plaatsvinden. En als het alternatief voor houtige biomassa zeer voordelig wordt aangeboden, moet de productie en logistiek van de houtige biomassa zo efficiënt mogelijk worden ingezet, om een concurrerende prijs te kunnen bieden. Bij kleine hoeveelheden is buffering en menging een goede oplossing. Het is wel mogelijk op basis van de kenmerken van de houtige biomassabronnen in te schatten of de kosten voor oogst, bewerking, transport en opslag op korte termijn onder de geldende omstandigheden betaalbaar en concurrerend zullen zijn. Een belangrijk verschil tussen conventionele energieopwekking en via houtige biomassa is, dat de eerste investering (in logistiek en in de 1 Anders is dit voor rooiprojecten: wanneer bos of beplantingen gerooid moeten worden, kunnen de stobben die een hogere energetische waarde dan stamhout hebben, worden meegenomen als biomassa. Dit betekent vaak een extra werkgang waarbij de stobben schoon van zand worden gemaakt, om het snipper- en verbrandingsproces niet te verstoren. In Groot-Brittannië worden onder andere in dennenmonoculturen bij dunning de stobben standaard gerooid, om wortelrot in de verblijvende opstand te voorkomen.

10 verbrandingsinstallatie) relatief groot is. Het totaalplaatje na x jaar gebruik van houtige biomassa zal in vele gevallen lucratief uitpakken ten opzichte van conventionele brandstoffen, maar de drempel om deze investeringen te doen blijft hoog. De economische randvoorwaarden hebben een sterke relatie met de technische randvoorwaarden, maar ook de ecologische randvoorwaarden hebben invloed. Ecologische randvoorwaarden kunnen er namelijk voor zorgen dat de oogst, bijvoorbeeld als gevolg van mitigerende maatregelen, duurder uitvalt..4 Wet- en regelgeving de traditionele houtverwerkers en aan de andere kant de producenten van energie uit biomassa. Hoe groter de vraag des te eerder bepaalde eigenaren geneigd zullen zijn de randvoorwaarden te verlagen. Daarom is er een gradatie aangebracht in de hoogte van de toe te passen randvoorwaarden voor de oogst van dit extra hout. De oogst van houtige biomassa uit het bos kan enerzijds een aanvulling zijn op de bestaande (rond)houtoogst in een bepaalde bosopstand. Dit betekent vaak wel een extra logistieke inspanning, omdat de biomassa gescheiden van het rondhout uit het bos wordt gehaald en opgewerkt. Anderzijds kan het een reden zijn om überhaupt in een opstand hout te gaan oogsten: bijvoorbeeld in de vorm van een onrendabele lichting/dunning (m.n. van jong bos), het kappen van verjongingsgaten of beheer van bosranden. het realistisch potentieel. Deze afgeleide oogstpercentages voor stamhout en tak- en tophout staan vermeld in tabel.4. De indeling in bostypen in tabel. is gebaseerd op de beschikbare indeling die is gemaakt tijdens de Boskartering in (AGIV en ANB, ) en aangevuld met informatie van de Biologische waarderingskaart (zie kaart, bijlage 1). Er wordt onderscheid gemaakt tussen jonge bossen (> jaar), middenhout en oude bossen (> jaar). De letters WZ en Z die achter bepaalde oude bostypen staan vermeld, verwijzen naar het feit dat deze volgens de Biologische waarderingskaart waardevol tot zeer waardevol of zeer waardevol zijn. De reden voor het maken van onderscheid tussen reguliere oude bossen en de oude bossen met een grotere ecologische waarde. De verwachting is namelijk dat er in de waardevolle tot zeer waardevolle oude bossen minder houtoogst plaats zal vinden. Verder is de aanname gemaakt dat in bossen met exoten, zoals Corsicaanse den (in bostype overige den) en Douglas (in bostype overig naald) ecologische aspecten minder zwaar wegen dan in de andere bostypen. 1 Ook de geldende wet- en regelgeving kan van grote invloed zijn op de potentiële oogst van houtige biomassa. Daarbij moet niet worden gedacht aan natuurwetgeving, omdat die valt onder het kopje ecologische randvoorwaarden. Hier worden de randvoorwaarden bedoeld die voortvloeien uit de kapvergunningen en vanuit de voorwaarden die gesteld worden door de OVAM en VREG met betrekking tot het toekennen van groene stroomcertificaten en de (afval of niet) status die de houtige biomassa heeft. Houtige biomassa afkomstig uit terreinen zonder goedgekeurd beheerplan dient als afval te worden behandeld en kan derhalve niet worden ingezet voor de opwekking van duurzame energie, maar dient tot compost of mulch te worden verwerkt. Dit betekent dat het volume waarvoor dit geldt in mindering gebracht dient te worden op het beschikbare potentieel voor energieopwekking. Aan het volume dat niet als afval wordt gezien is de randvoorwaarde verbonden dat de diameter maximaal 4 cm mag zijn indien deze ingezet wordt voor energetische valorisatie. Het natuurdecreet bepaalt dat er voor het kappen en ook aanplanten van bomen in natuur- of landbouwgebied een natuurvergunning noodzakelijk is. Het uitgangspunt hier is dat de natuurwaarde niet mag verminderen. Het aanvragen van deze vergunning kan soms tot problemen leiden i.v.m. de lange aanvraagtermijn of onduidelijkheid over de toepassing van de beoordelingscriteria en de wisselende interpretatie daarvan.. Randvoorwaarden voor het bos Zoals tijdens de beschrijving van de randvoorwaarden (paragraaf.) al duidelijk is geworden hebben deze voor bossen met name betrekking op de mogelijkheid van het oogsten van tak- en tophout en eventueel stobben. Ook aan de oogst van stamhout zullen randvoorwaarden verbonden zijn, maar daar gaat het vooral om de afweging of er überhaupt wel of niet geoogst wordt en welke intensiteit deze oogst heeft. Indien houtoogst binnen het beheer plaatsvindt of mogelijk is, dan dient de vraag zich aan of en in welke mate er ook tak- en tophout en stobben geoogst kunnen worden. Daaraan zijn meestal randvoorwaarden verbonden. De mate waarin randvoorwaarden worden toegepast zal voor een groot deel afhangen van de vraag naar hout van aan de ene kant Het EFI en Metla hebben binnen het EUwood consortium een inschatting gemaakt van de randvoorwaarden voor de oogst van tak en tophout en stobben voor alle EU-landen (Mantau et. al., 1). Dit hebben zij gedaan op basis van beschikbare gegevens over de bodemgesteldheid, hellingshoek en andere factoren. Voor België (Vlaanderen en Wallonië) zijn de binnen de studie vastgestelde en gehanteerde percentages weergegeven in tabel.. Deze percentages zijn ook in deze studie gehanteerd tijdens de berekening van het huidige en toekomstige realistische potentieel. Daarbij is er vanuit gegaan dat er op dit moment weinig vraag is en dat er in een gemiddelde vraag zal zijn. Daarnaast zijn de ecologische randvoorwaarden niet uit het oog verloren. Tak- en tophout uit eindkap Tak- en tophout uit dunningen Economische situatie Weinig vraag Huidige niveau Grote vraag % % % % 1% % Stobben % 1% 4% Tabel.. Aandeel van het tak- en tophout en stobben dat mogelijk geoogst kan worden onder verschillende economische situaties in België (Mantau et. Al., 1). In tabel. is per bostype aangegeven in welke mate ecologische, technische en economische randvoorwaarden en wet- en regelgeving beperkingen legt op de oogst van houtige biomassa. Deze matrix is opgesteld om een indicatie te kunnen geven van de wijze waarop bepaald is hoeveel van het theoretisch potentieel op dit moment en in de toekomst realistisch beschikbaar zou kunnen zijn. Voor sommige randvoorwaarden geldt in een bepaald bostype dat deze wel van toepassing is op de oogst van tak- en tophout, maar niet voor stamhout. Dit onderscheid is echter niet aangegeven in tabel., maar is wel toegepast tijdens de doorvertaling naar Bostype Ecologisch Technisch Economisch Wet- en regelgeving Reservaten +++ n.v.t. n.v.t Jonge bossen < jaar (alle) Middenhout overige den Overige den oude bossen Middenhout overig naald Overig naaldhout oude bossen Middenhout grove den Grove den oude bossen wz en z Grove den oude bossen rest Middenhout eik en beuk Eik en beuk oud wz en z Eik en beuk oud overige Middenhout overig loof Overig loof oud wz en z Overig loof oud rest Populier middenhout Populier oud wz en z Populier oud rest Tabel.. Mate waarin een randvoorwaarde in het betreffende bostype van toepassing is (+ in enige van toepassing, ++ van toepassing en +++ zeer van toepassing. Totaal 1

11 De percentages die staan vermeld in tabel.4 zijn gebruikt om het theoretische potentieel aan stamhout en tak- en tophout om te rekenen naar het realistische potentieel. De hoogte van het percentage is bepaald door een inschatting te maken van de impact die een bepaalde randvoorwaarde zal hebben op de mate van oogst uit een bepaald bostype. Deze impact zal een verhoging van de biomassaoogst ten gevolge hebben. Echter, de ecologische en technische randvoorwaarden leggen in dat kader ook hun beperkingen op een groei van de biomassaoogst richting 1% van de bijgroei. Ook is de beschikbare tijd voor groei van het oogstpercentage tussen en niet zeer ruim, waardoor geen spectaculaire ontwikkelingen verwacht mogen worden. Per bostype is daarom een zo realistisch mogelijke inschatting gemaakt van de groei mogelijkheden. Het is hierbij belangrijk te beseffen dat dit in de praktijk niet betekent dat in alle bossen in de Provincie Limburg dit percentage van de bijgroei wordt geoogst, maar dat er bossen zijn waar helemaal geen oogst plaatsvindt en bossen waarin op duurzame wijze het percentage van de bijgroei uit tabel.1 wordt geoogst. Bostypen Nu Spilhout Tak- en tophout Spilhout Tak- en tophout Reservaten % % % % Jonge bossen < jaar (alle) % % % % Middenhout overige den % % % % Overige den oude bossen % % % % Middenhout overige naald % % % % Overig naaldhout oude bossen % % % % Middenhout grove den % % % % Grove den oude bossen wz en z % % % % Grove den oude bossen overige % % % % Middenhout eik en beuk % % % % Eik en beuk oud wz en z 4% % 4% % Eik en beuk oud overige % % % % Middenhout overig loof % % % % Overig loof oud wz en z 4% % 4% % Overig loof oud overige % % % 1% Populier middenhout 1% % 1% % Populier oud wz en z % % % % Populier oud overige 1% % 1% % Tabel.4. Oogstpercentages van het theoretisch potentieel aan spilhout en tak- en tophout voor verschillende bostypen in en. De toekomstige oogst van stamhout is, zo is te zien in tabel.4, voor middenhout verhoogd met 1%. Hierbij blijft men nog steeds onder de totale oogst van de bijgroei, aangezien de verwachting is, dat deze om technische, ecologische en kosten-efficiëntieredenen niet bereikt zal worden. Een toename van de oogst van stamhout in oude bossen zal sterk afhangen van de beheerdoelstellingen, met name gebaseerd op de ecologische waarden ter plaatse. Vandaar dat in oude bossen met een hogere biologische waardering geen toename van de oogst is ingeschat voor. Hetzelfde geldt voor oude loofbossen, waarin over het algemeen minder zwaar wordt ingegrepen. In naaldbossen zal een optimalisatieslag van 1%, met een geschat resultaat van % van de bijgroei plaats kunnen vinden. Met betrekking tot de oogst van tak- en tophout is de aanname gemaakt dat het niet te verwachten is dat er op dit moment (op grote schaal) tak- en tophout uit dunningen zal worden geoogst. Daarom is de oogst van tak- en tophout uit middenhout, waarin voornamelijk wordt gedund, op % gezet. Uit jong bos wordt momenteel weinig tot niets geoogst, terwijl er wel potentieel, vraag naar hout of biomassa en vaak ook bosbouwkundige noodzaak is. Het ombuigen van deze lage beheerintensiteit naar een hogere vergt omdenken en het aanpassen van beheerplanningen. Daarom is het toekomstige potentieel voorzichtig geschat op %. Voor is het mogelijk dat er ook tak- en tophout uit dunningen wordt geoogst. Daarom is ervoor gekozen, uit te gaan van oogst van tak- en tophout uit middenhout in van %. Voor oude bossen die niet behoren tot het waardevolle tot zeer waardevolle type is te verwachten dat er meer sprake zal zijn van eindkap. De verwachting is dat bij eindkap of omvorming wel tak- en tophout wordt of zal worden geoogst. Daarom is in deze bostypen de oogst van taken tophout uit eindkap nu op % gezet. Door een efficiëntieslag zal dit percentage verhoogd kunnen worden (geschat op %). De oogstpercentages liggen hoger voor populieren bossen, omdat deze bossen veelal op een systematische wijze en met een duidelijke productie doelstelling zijn aangeplant. Met uitzondering van de waardevolle tot zeer waardevolle populierenbossen is aangenomen dat 1% van het theoretisch potentieel aan stamhout en % van het tak- en tophout wordt geoogst.. Randvoorwaarden voor het landschap In landschappelijke beplantingen gaat het veelal niet om extra oogst, maar veeleer over de vraag of er wel of geen beheer (oogst) wordt of kan worden uitgevoerd. Bij de oogst van houtige biomassa uit het landschap spelen drie factoren een grote rol die met name van economische en technische aard zijn. Deze factoren zijn van grote invloed op het feit of er überhaupt geoogst kan worden in die landschappelijke beplantingen waarvoor geen andere beperkingen gelden. Hierin onderscheiden de landschappelijke beplantingen zich van bossen. 1. Locatie en bereikbaarheid van de beplanting Landschappelijke beplantingen staan vaak op de incourante, vaak natte hoeken in het waardevolle agrarische land. Om machinaal te kunnen oogsten/beheren moet de landbouwgrond dus worden gepasseerd en worden gewerkt op natte grond. Dit kan problemen bij de machinale oogst opleveren. De oplossing dient gezocht te worden in de toepassing van het juiste oogstlogistieke systeem, dat flexibel moet kunnen worden ingezet, als het weer, de bodemgesteldheid en het braak liggen van omliggend terrein het toelaten.. Oogstvolume Kleine, regulier onderhouden landschapselementen leveren relatief weinig houtige biomassa op. Efficiëntie is daarom het sleutelwoord bij het werken in het landschap: door partijen te combineren kan meer biomassa kostendekkend geoogst worden. Hiervoor zullen dan wel eerst plannen moeten worden gemaakt en overeenkomsten worden gesloten.. Kwaliteit van de biomassa Met name bij regulier onderhout aan hagen en (knot)bomen komt relatief dun hout vrij, met relatief veel bladmassa. Bij versnipperen levert dit een partij biomassa op van lage kwaliteit, die in met name kleinere kachels storing zal kunnen veroorzaken. Buffering en menging van partijen is hiervoor een oplossing. In tabel. is weergegeven in welke mate de verschillende randvoorwaarden van toepassing zijn op de landschapselementen die in deze studie zijn geïdentificeerd. Er is vanuit gegaan dat ecologische randvoorwaarden met name beperkend zijn voor de oogst van hout tijdens het uitvoeren van het beheer van houtkanten, omdat deze vaak een hoge ecologische waarde worden toegedicht. Zoals hierboven reeds is aangegeven zijn de randvoorwaarden voor het landschap met name van technische en economische aard. Om die reden levert de vergelijking met de Biologische waarderingskaart (kaart 4, bijlage 1) geen beperkingen op v.w.b. oogst. Ervan uit kan worden gegaan, dat juist waardevolle landschapselementen duurzaam en regelmatig onderhouden dienen te worden. Voor de beplantingstypen heide- en kruidachtige begroeiing met opslag is er vanuit gegaan dat er alleen oogst plaatsvindt indien in het beheer is besloten om de houtopslag i.v.m. bijvoorbeeld het handhaven van de natuurwaarden te verwijderd. Tijdens deze omvorming wordt verwacht dat dan ook alle houtige biomassa wordt afgevoerd. Dit resulteert in een oogst van 1% van het theoretisch potentieel (zie tabel.). Er is tijdens het berekenen van het theoretisch potentieel echter rekening mee gehouden dat er elk jaar slechts een beperkte oppervlakte zal worden omgevormd (zie paragraaf.1). Landschappelijke elementen Wet- en regelgeving Totaal Solitairen Bomenrij Hagen Houtkant Ecologisch Technisch Economisch Boomkwekerijrijshoutbos Boomgaard Struikgewas Heide met opslag Kruidachtige begroeiing met opslag Tabel.. Mate waarin een randvoorwaarde in het betreffende landschapselement van toepassing is (+ in enige van toepassing, ++ van toepassing en +++ zeer van toepassing. 1

12 In tabel. zijn net als voor de bostypen de percentages weergegeven die zijn gehanteerd om te bepalen hoeveel van het theoretisch potentieel nu en in realistisch bezien geoogst kan worden indien de randvoorwaarden worden toegepast. Vanwege de te verwachten grotere vraag naar houtige biomassa in en het wegwerken van knelpunten in de tussenliggende periode zijn de oogstpercentages voor hoger. Voor solitaire bomen is er vanuit gegaan dat het beheer ervan voornamelijk zal bestaan uit snoei van takken en het verwijderen van dood (tak)hout. De houtige biomassa die hierbij vrijkomt zal dan ook in kleine hoeveelheden en zeer verspreid vrijkomen. Er wordt dan ook verwacht dat slechts een zeer beperkte hoeveelheid wordt afgevoerd en eventueel beschikbaar komt voor energetische of materiële toepassing. Boomgaarden kennen een groot theoretisch potentieel aan houtige biomassa, maar de ervaring in Nederland leert dat dit potentieel slechts in beperkte mate wordt geoogst. Veel wordt in de openlucht verbrand of wordt ondergewerkt tijdens de verjonging van de laagstam boomgaarden. De oogst percentages zijn daarom laag gehouden. Landschappelijke elementen Nu Spilhout Takhout Totaal Spilhout Takhout Totaal Solitairen % % % % Bomenrij 1% % 1% % Hagen % % % % Houtkant 4% % 4% % Boomkwekerij-rijshoutbos % % Boomgaard % 1% 4% 1% Struikgewas % % Heide met opslag 1% 1% Kruidachtige begroeiing met opslag 1% 1% Tabel.. Oogstpercentages van het theoretisch potentieel aan spilhout en tak- en tophout voor de landschappelijke elementen in en.. Beleidsdoelstellingen op provinciaal en gemeentelijk niveau in de provincie Limburg Om het toekomstige mogelijke potentieel aan beschikbare biomassa te bepalen is het van belang te weten wat de beleidsdoelstellingen zijn ten aanzien van bos, natuur en landschappelijke elementen op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Hiervoor is gekeken naar het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Limburg (RSPL) en gemeentelijke structuurplannen van de gemeenten binnen de provincie Limburg. Ruimtelijke structuurplannen zijn beleidsdocumenten, waarin een ruimtelijke lange termijnvisie ontwikkeld wordt. Het vormt de basis voor het toekomstig ruimtelijk beleid dat zal worden gevoerd in Vlaanderen, de provincie en gemeenten. Een ruimtelijk structuurplan bestaat uit een informatief, een richtinggevend en een bindend gedeelte. Het informatief gedeelte beschrijft de bestaande ruimtelijke structuur. Daarin worden ook de knelpunten en de kansen voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven. In het richtinggevend gedeelte wordt de gewenste ruimtelijke structuur beschreven en tot slot zijn er bindende bepalingen opgenomen waarin de realisatie van de uitgewerkte gewenste ruimtelijke structuur wordt behandeld. De onderdelen uit deze structuurplannen die relevant zijn voor het maken van een inschatting van de toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van houtige biomassa (bos, kleine landschapselementen, tijdelijke houtopstanden, etc.) zijn uit de plannen gedestilleerd en worden hieronder weergegeven. Op basis van de ruimtelijke structuurplannen worden vervolgens ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP s) opgesteld, die concrete voorschriften bevatten die betrekking hebben op de bestemming, inrichting en beheer van gronden. Deze RUP s worden voor specifieke gebieden opgesteld. Het betreft voor de provincie Limburg enkele honderden plannen. Het gaat dan ook te ver om deze hier te behandelen. Vlaanderen In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)(1) is als doelstelling opgenomen in een bosuitbreiding van 1. hectare in Vlaanderen te hebben gerealiseerd. In was slechts % van deze doelstelling van RSV gerealiseerd (Vereniging voor Bos in Vlaanderen, 1). De deadline is vervolgens verschoven naar 1. Het lijkt er echter niet op dat deze doelstelling zal worden gehaald, in en was er namelijk sprake van netto afname van het areaal bos in Vlaanderen (Vereniging voor Bos in Vlaanderen, 1). Uiteindelijk wordt gestreefd naar 1. ha. bos in Vlaanderen. Provincie Limburg Op provinciaal niveau is het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Limburg (RSPL) leidend. Hierin zijn de visie, categorisering en taakstelling van het RSV overgenomen en genuanceerd. Eén van de hoofddoelstellingen is het beschermen, beheren en versterken van de groene waarden. Er wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk behouden van het huidige areaal aan bos, natuur en landschappelijke elementen. Hoewel er over uitbreiding van bos en natuur wordt gesproken, zijn hier geen concrete doelstellingen aan gekoppeld. Permanente bebossing, in uitvoering van het RSV, wordt bij voorkeur zodanig gelokaliseerd dat dit bijdraagt aan de ontsnippering en buffering van bestaande bossen, of op plaatsen waar dit uit recreatief oogpunt gewenst is. Verder wordt aangegeven dat bij bosuitbreiding in eerste instantie aandacht moet gaan naar uitbreiding van oude en biologisch zeer waardevolle bossen, zoals bronbossen. Kansen voor nieuwe ontwikkelingen van natuur zijn er volgens het RSPL op de verlaten landbouwgronden, zoals in West- Limburg, die ruimte bieden voor nieuwe habitats en ontsnippering. Ten aanzien van de natuurlijke structuur is in het RSPL de volgende doelstelling geformuleerd die invloed kan hebben: De provincie wenst de ontwikkeling van een duurzaam medegebruik van de natuurlijke structuur te stimuleren door onder andere houtproducerende bosbouw. De provincie wenst de ontwikkeling van een multifunctionele bosstructuur in elke Limburgse deelruimte te stimuleren. In de nabijheid van stedelijke gebieden moeten de inrichting en het beheer van bossen worden afgestemd op de recreatieve wensen. Betreffende de landschappelijke structuur worden er alleen vrij algemene doelen gesteld. Wel wordt hieruit duidelijk dat men een divers landschap nastreeft, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met erfgoedwaarden en herkenbaarheid. Er wordt niets vermeld over behoud of uitbreiding van landschappelijke elementen. Echter, ruim tien jaar geleden heeft de provincie Limburg een subsidieregeling opgestart voor de aanleg en het herstel van kleine landschapselementen. Hiermee konden particulieren hoogstamboomgaarden, hagen, houtkanten etc. aanleggen en herstellen. De praktijk leerde echter dat kleine landschapselementen meestal te specifiek lokale dossiers opleverden om op provinciaal niveau af te handelen. Derhalve is het subsidiëren van kleine landschapselementen inmiddels in veel gevallen overgenomen door lokale overheden. Vanaf concentreert de provincie zich daarom op grote landschappelijke eenheden. Dit zijn gebieden die omwille van typische gemeenschappelijke landschapskenmerken een eenheid vormen. Gemeenten Iedere gemeente heeft de verplichting een eigen ruimtelijk structuurplan op te stellen. Uit het bestuderen van een zevental van deze plannen (Alken, Beringen, Hasselt, Houthalen-Helchteren, Maaseik, Neerpelt en Tongeren) komt naar voren dat alle gemeenten inzetten op beheer en behoud van landschappelijke waarden en de daarbij behorende bos- en natuurgebieden en kleine landschapselementen. Ook hebben veel gemeenten de doelstelling om de bos- en natuurgebieden te versterken en uit te breiden. Wel zijn er verschillen tussen de gemeenten die vanuit het RSPL in het buitengebied zijn ingedeeld en gemeenten met een meer stedelijk karakter (zie tabel.). De gemeenten in het buitengebied zetten over het algemeen sterker in op behoud en versterking van bos, natuur en landschap. In de ruimtelijke structuurplannen zijn in de richtinggevende en bindende delen weliswaar doelstellingen opgenomen op alle landschappelijke structuren, maar er komen geen concrete getallen in naar voren over de uitbreiding van de oppervlakte bos, natuur en landschappelijke elementen. Wel zijn er voor specifieke gebieden binnen de gemeenten sturende bepalingen uitgewerkt, bijvoorbeeld uitbreiding van een bosgebied en het creëren van groene verbindingszones.

13 4 Gemeenten in het buitengebied Stedelijke en kleinstedelijke gemeenten Alken Hoeselt Bilzen As Houthalen-Helchteren Bree Beringen Kinrooi Genk Bocholt Kortessem Hasselt Borgloon Lanaken Leopoldsburg Diepenbeek Lummen Lommel Dilsen-Stokkem Meeuwen-Gruitrode Maaseik Gingelom Nieuwerkerken Maasmechelen Halen Opglabbeek Neerpelt-Overpelt Ham Peer Sint-Truiden Hamont-Achel Riemst Tongeren Hechtel-Eksel Tessenderlo Heers Voeren Herk-de-Stad Wellen Herstappe Zutendaal Heusden-Zolder Zonhoven Conclusie Al met al kunnen geen harde uitspraken worden gedaan over het toekomstige areaal aan beschikbare houtige biomassabronnen. Het voornemen vanuit de beleidsplannen is weliswaar de oppervlakte aan bos, natuur en landschappelijke elementen te laten toenemen, maar er zijn geen concrete doelen over de oppervlakte binnen de provincie Limburg. Wanneer wordt aangenomen dat de in de Natuurverkenning voorspelde groei van bosoppervlakte in Vlaanderen ook in Limburg optreed dan zou de bosoppervlakte met 1. tot 4. ha kunnen toenemen. Voor andere houtige beplantingen kunnen hierover geen uitspraken worden gedaan. Ondanks het ontbreken van deze concrete doelen wordt ervoor gekozen ervan uit te gaan dat richting het areaal aan houtige beplantingen in het buitengebied zal zijn toegenomen. In de periode - zijn er echter nog geen grote oogstvolumes uit deze beplantingen te verwachten, omdat deze beplantingen zich daarvoor in deze korte periode niet snel genoeg zullen ontwikkelen. Tabel.. Gemeenten in Limburg. Hoe bos, natuur en landschappelijke elementen beheerd moeten worden wordt in deze plannen niet precies gedefinieerd. Er wordt wel richting gegeven door te stellen dat de kwaliteiten behouden moeten blijven en doordat in de meeste gevallen duidelijk wordt gesteld dat (houtproducerende) bosbouw van belang is. Ook is in sommige gevallen in de doelstellingen opgenomen dat voor een bepaald gebied een beheerplan zal worden opgesteld in overleg met betrokken partijen. Op basis van de structuurplannen kan niet worden vastgesteld of er meer of minder houtige biomassa geoogst zal gaan worden in de toekomst. Natuurverkenning Aangezien de concrete ontwikkeling van het landschap in de Provincie Limburg niet uit de bestudeerde structuurplannen is af te leiden, is ook de Natuurverkenning (Dumortier et. al., ) bestudeerd. Volgens de Natuurverkenning daalt de oppervlakte open ruimte als gevolg van de verstedelijking in Vlaanderen met % volgens het referentiescenario. Deze daling van de oppervlakte open ruimte gaat vooral ten koste van de landbouwgrond en daarmee waarschijnlijk ook ten koste van landschappelijke beplantingen. In tegenstelling tot de oppervlakte open ruimte wordt verwacht dat de oppervlakte groene ruimte in Vlaanderen zal toenemen richting. In bedroeg de oppervlakte groene ruimte 14. ha (1% Vlaamse grondgebied). De toename ligt volgens de verschillende scenario s tussen de 1. en. ha ten opzichte van. Deze toename gaat bijna volledig ten kosten van gronden die voor productielandbouw in gebruik zijn. Het grote verschil in oppervlakte toename wordt veroorzaakt door de aanname dat in bepaalde scenario s een groot areaal aan landbouwgronden een milieu- of natuurdoel krijgt. Een groot deel van de groene ruimte zal gerealiseerd worden in Natura gebieden. Volgens alle zes scenario s die in de Natuurverkenning zijn gehanteerd neemt de oppervlakte gebieden met bosbeheer in Vlaanderen toe tot. De toename in oppervlakte loopt uiteen van. ha (+%) tot. ha (+%). Deze netto bosuitbreiding wordt met name gerealiseerd op niet geregistreerde landbouwgronden en akkers en vindt in alle arrondissementen plaats. Wanneer wordt aangenomen dat deze groei in gelijke mate ook in de Provincie Limburg optreed dan kan de bosoppervlakte in Limburg in met 1. tot 4. ha zijn toegenomen. Dit betreft de oppervlakte die bestaat uit bos (inclusief parken), heide, moeras, kustduinen, slik en schor, ongeacht het landgebruik, indien de graslanden in natuurbeheer en met biologische waarde en als de landbouwgronden waarop natuurdoelen worden gerealiseerd, zoals de aanleg van kleine landschapselementen of de bescherming van weide vogels (Dumortier et. al., ). Dit zijn alle bossen (behalve moerasbossen) en parken, met uitzondering van de erkende aangewezen reservaten, het natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigingen en de militaire domeinen met natuurprotocol. Het gaat om bos waarvan het beheer zich zowel op de ecologische, de economische als de sociale functies richt (Dumortier et. al., ).

14 4 HUIDIGE OOGST VAN HOUTIGE BIOMASSA Het berekende potentieel aan houtige biomassa in de Provincie Limburg dient in perspectief te worden geplaatst ten opzichte van de huidige werkelijke situatie. Op die manier kan namelijk worden bekeken of de berekende hoeveelheden daadwerkelijk haalbaar zijn. Daarom is de huidige oogst van houtige biomassa uit bos, natuur en landschap in de Provincie Limburg zo goed mogelijk ingeschat. 4.1 Bossen Met betrekking tot de bossen kan onderscheid gemaakt worden tussen de oogst van rondhout en tak- en tophout 1. Rondhout is de laatste decennia hét product dat uit het bos wordt gehaald. Dit heeft tot gevolg dat er een marktsector rondom deze houtstroom bestaat en dat cijfermateriaal voor handen zou moeten zijn. Met betrekking tot de oogst van rondhout zijn gegevens beschikbaar van de Limburgse Bosgroepen en ANB. Uit de voor dit project gehouden interviews en literatuur is echter gebleken dat het lastig is een compleet beeld te verkrijgen (zie hoofdstuk ). Voor tak- en tophout bestaat in beperkte mate een markt, hoewel deze zich steeds meer ontwikkelt. In tijden dat hout nog werd gebruikt om op te koken en huizen te verwarmen werd ook tak- en tophout op grote schaal uit het bos gehaald (gesprokkeld). Dat is echter al lang niet meer het geval. Tak- en tophout wordt onder de huidige omstandigheden met name geoogst in situaties waarin bos wordt omgevormd naar andere vormen van landgebruik en komt dus incidenteel vrij. Dit betekent dat geen constante (geregistreerde) stroom van geoogst tak- en tophout te verwachten is. Het blijkt dan ook moeilijk het huidige oogst volume in beeld te krijgen Rondhout Door de Coöperatieve van de Limburgse Bosgroepen cbva (CoLimBo) wordt jaarlijks een gezamenlijk houtverkoop georganiseerd. Daarnaast vindt onderhandse verkoop plaats en worden er brandhout verkocht. In 1 bedroeg de totale houtoogst door de Bosgroep leden ongeveer 1. m, waarvan ca. m (%) brandhout. Dit oogst volume is afkomstig van de ca. 1. ha bos die in 1 in eigendom was van de leden van de Limburgse bosgroepen. De gemiddelde oogst per ha komt daarmee op, m. ANB beheert ca. 1. ha domein- en openbaar bos in de Provincie Limburg. Volgens landelijke gegevens heeft ANB in gemiddeld 4, m /ha/jaar geoogst op de oppervlakte domein bos in haar beheer. Volgens haar beheervisie is het streven een oogst van 4 m / ha/jaar te realiseren. Wanneer echter het gemiddelde over wordt toegepast op de Provincie Limburg dan zou dit een totale oogsthoeveelheid van. m /jaar betekenen. Daarmee heeft de Provincie Limburg dan een aandeel van % in de totale houtoogst door ANB in (OVAM, 1). Dit terwijl slechts 4% van het totale door ANB beheerde bosareaal zich in de Provincie Limburg bevindt. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat de meerderheid van de door ANB beheerde naaldhoutbossen zich in de Provincie Limburg bevinden. Desondanks lijkt dit oogstvolume aan de hoge kant. Het Limburgs Landschap heeft ha bos in beheer en oogst jaarlijks, m³ per hectare. Daarmee komen zij in de buurt van de oogstdoelstelling die ANB zich heeft gesteld. De oogstvolumes per ha per jaar van de Bosgroepen en ANB liggen zeer ver uit elkaar. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat de bossen in beheer bij ANB een betere behandeling krijgen en met name hebben gekregen (Beheersvisie Openbare Bossen, augustus ). Daarnaast zullen er binnen het door de Bosgroepen gerealiseerde jaarlijkse oogstvolume fluctuaties optreden. Dit laatste heeft tot gevolg dat het oogst volume per hectare het ene jaar hoger zal liggen dan in het andere. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat deze oogst wordt uitgevoerd door een groot aantal verschillende leden met een beperkte bezitsgrootte. In 1 bedroek het ledenaantal 41 leden. De gemiddelde bezitsgrootte van deze leden is,4 ha. Het realiseren van een systematische oogst op een dergelijke beperkte arealen en het regelmatig ontbreken van een bosbeheergeschiedenis zorgen ervoor dat het gemiddelde oogstniveau beduidend lager ligt dan binnen het door ANB beheerde areaal. Volgens het Natuurrapport bedroeg de houtoogst in Vlaanderen op dat moment 4. m³. Uitgaande van een bosareaal in Vlaanderen van 1. ha dan bedraagt de gemiddelde oogst per hectare ongeveer 1, m³ per jaar. Dit lijkt een reëel getal indien de grote spreiding tussen de Bosgroepen en ANB in ogenschouw wordt genomen en het feit dat er, vanwege de zeer versnipperde eigendomssituatie, weinig oogst plaats vindt in het bos dat in privaat eigendom is, wordt meegenomen. Indien deze gemiddelde de oogst per hectare wordt toegepast op de Provincie Limburg (. ha bos) dan levert dit een huidig oogstvolume op van. m³ stamhout per jaar (ca. 41. ton DS). Dit rondhout vindt zijn weg voornamelijk richting de houtverwerkende industrie. Een deel zal echter als brandhout door particulieren worden ingezet. Dit brandhout volume kan worden ingeschat door gebruik te maken van de aanname dat het aandeel brandhout binnen de gehele oogst gelijk is aan het aandeel binnen het oogst volume van de bosgroepen. Dit zou betekenen dat % van de totale houtoogst naar brandhout gaat. Dat komt neer op. m³ brandhout per jaar. Volgens het zelfde Natuurrapport bedraagt de geraamde aangroei in de Vlaamse bossen, m³/ha/jaar. Deze aangroei is vergelijkbaar met de aangroei in de bossen in Nederland. In de Beheersvisie Openbare Bossen wordt echter gesteld dat deze aangroei te hoog lijkt en wordt de gemiddelde jaarlijkse aanwas voor alle bossen in Vlaanderen geraamd op m³/ha/jaar (Beheersvisie Openbare Bossen, augustus ). Omdat het niet duidelijk wordt waardoor dit verschil te verklaren is lijkt het verstandig aan te nemen dat de aangroei in de Vlaamse bossen ligt tussen en, m³/ha/jaar. Uitgaande van een gemiddelde oogst van 1, m³/ha/jaar wordt er dus 4 % van de aangroei geoogst Tak- en tophout Zoals in de inleidende paragraaf reeds is aangegeven maakt de oogst van tak- en tophout in de Provincie Limburg en waarschijnlijk ook elders in Vlaanderen geen deel uit van het reguliere bosbeheer. Met name in situaties waarin bos wordt omgevormd naar andere vormen van bodemgebruik wordt ook het tak- en tophout afgevoerd. Deze houtstroom wordt echter niet als aparte stroom geregistreerd als dat überhaupt al het geval is. De volumes houtchips die afkomstig zijn van in bossen geoogst tak- en tophout worden samengenomen met volumes die vrijkomen uit werken in het landschap en bij bijvoorbeeld natuurherstel. Op basis van de resultaten uit de interviews kan een grove schatting worden gemaakt van de hoeveelheid houtige biomassa uit regulier bosbeheer en omvormingen van bos naar ander landgebruik in de Provincie Limburg. Deze hoeveelheid bedraagt ongeveer -4. ton vers (1-. ton DS). Het is echter onduidelijk welk aandeel taken tophout hierin heeft. 4. Landschap en natuur De houtproductieve waarde die houtige begroeiingen in het landschap in verleden hebben gekend hebben ze reeds sinds lange tijd verloren. Naast het feit dat houtoogst daardoor geen rol meer speelt en dus niet meer op een systematisch wijze wordt uitgevoerd, betekent dit ook dat het hout dat vrijkomt tijdens het onderhoud van deze elementen niet of nauwelijks wordt vermarkt en veeleer als afval wordt afgevoerd. Vanwege het ontbreken of het nog in de kinderschoenen staan van het vermarkten van het bij het beheer vrijkomende hout is er ook weinig bekend over de hoeveelheden hout die hierbij vrijkomen. Daarin komt verandering, omdat het voor de eigenaars en/of beheerders van deze elementen steeds duidelijker wordt dat een beter inzicht in de volumes en de waarde ervan het mogelijk maakt deze hout stroom beter te vermarkten. Ook tijdens de interviews werd door de meeste geïnterviewden aangegeven dat de hoeveelheden houtige biomassa die uit het landschap worden geoogst niet gekend zijn, maar dat daar in de toekomst verandering in zal komen. Op dit moment kan er alleen geput worden uit cijfers die incidenteel beschikbaar komen. Op basis van deze gegevens is een grove inschatting gemaakt van de oogst uit natuur en landschap. Er wordt ingeschat dat er jaarlijks ongeveer. ton vers (1-1. ton DS) houtige biomassa uit landschap en natuur in de Provincie Limburg wordt geoogst. Dit is het volume dat dus uit de beplanting wordt gehaald. Daarnaast zal een deel van het volume achterblijven in het terrein. 1 Andere tastbare en niet-tastbare bosbijproducten zijn bijvoorbeeld bosvruchten, Kerstgroen, bosbeleving, biodiversiteit en CO -vastlegging. Deze producten zijn niet behandeld in dit onderzoek.

15 RESULTATEN POTENTIEEL BEREKENINGEN In dit hoofdstuk worden de resultaten van de potentieel berekeningen gepresenteerd. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het theoretische potentieel en het huidige en toekomstige realistische potentieel. Het theoretische potentieel heeft betrekking op de hoeveelheid houtige biomassa die in de Provincie Limburg geoogst zou kunnen worden indien in alle beplantingen op een duurzame wijze houtoogst plaats zou vinden en dat er dus geen beperkingen aanwezig zouden zijn. Het huidige realistische potentieel heeft betrekking op de hoeveelheid biomassa die onder de huidige omstandigheden geoogst zou kunnen worden. Tijdens de berekening van het toekomstige potentieel is er vanuit gegaan dat de omstandigheden voor de oogst van houtige biomassa in de Provincie Limburg zijn verbeterd en er mogelijk uit een groter areaal geoogst kan worden..1 Theoretisch biomassa potentieel Op basis van de in beeld gebrachte oppervlakten bos en landschappelijke beplan-tingen, de kengetallen voor de bijgroei en de te verwachten oogst volumes en de in tabel.1 gepresenteerde te oogsten percentages van de bijgroei is het theoretisch biomassa potentieel berekend. De kengetallen voor de bijgroei en de aannames die zijn gemaakt om tot deze bijgroei te komen zijn vermeld in bijlage 1. Alle biomassa hoeveelheden zijn uitgedrukt in tonnen droge stof. De reden hiervoor is dat er op die manier, tijdens het berekenen van de energie-inhoud, geen onduidelijkheid kan ontstaan over het vochtgehalte. De energie-inhoud is namelijk erg afhankelijk van het vochtgehalte. Bij een hoog vochtgehalte is er namelijk veel energie nodig om eerst het vocht te verdampen alvorens het materiaal daadwerkelijk in energie kan worden omgezet. Het rendement is daardoor lager. Voor het omrekenen van droge stof naar m³ vers is voor loofhout en naaldhout respectievelijk gebruik gemaakt van de volgende getallen: 1 m³ vers rondhout =,1 ton droge stof en 1 m³ vers rondhout =,4 ton droge stof (Tolkamp et al., ). Om het aandeel stamhout (rondhout zonder top en takken, zie paragraaf 1..) en top- en takhout te berekenen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde Biomassa Expansie Factor (BEF). Met de BEF wordt de verhouding tussen top- en takhout en stamhout aangegeven. Voor loofhout is de BEF voor de berekening van het takhoutvolume gemiddeld,4. Voor naaldhout is de BEF gemiddeld,14. Het takhoutvolume kan worden berekend door het stamhoutvolume te vermenigvuldigen met de BEF (Baritz & Strich, ). Het aandeel takhout zal met name in het landschap in de praktijk iets hoger liggen, aangezien de BEF geen rekening houdt met het aandeel struiken in de houtige biomassa oogst..1.1 Theoretisch potentieel totaal Het theoretisch houtig biomassa potentieel heeft betrekking op de hoeveelheid biomassa die in theorie geoogst zou kunnen worden in de Provincie Limburg. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat er binnen het totale areaal aan bos, landschap en bebouwde omgeving op een duurzame wijze houtige biomassa kan worden geoogst of beheer wordt uitgevoerd. Het totale theoretische potentieel aan houtige biomassa in de Provincie Limburg bedraagt volgens deze studie circa 11. ton droge stof (DS) per jaar (zie tabel.1). In de onderstaande paragraven wordt het theoretisch potentieel voor de deelsegmenten bossen, landschappelijke elementen en de bebouwde omgeving gedetailleerd beschreven. Bron Bebouwde omgeving 4. Bossen 1. Landschappelijke elementen 4. Totaal 11. Theoretisch potentieel (in ton DS) Tabel.1. Theoretisch houtige biomassapotentieel voor de Provincie Limburg in ton DS..1. Theoretisch potentieel uit bossen Het theoretisch houtige biomassapotentieel uit de bossen in de Provincie Limburg bedraagt ca.. ton DS (tabel.). Dit potentieel bestaat voor 4% (ca. 4. ton DS) uit stamhout en 1% (ca. 1. ton DS) uit tak en tophout. Naaldhout en loofhout hebben ongeveer een even groot aandeel binnen het theoretisch houtig biomassa bestaat (Figuur ). Bostype Oppervlak-te (in ha) Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) grove den (jonger dan jr) grove den (ouder dan jr) den overig (jonger dan jr) den overig (ouder dan jr) naald overig (jonger dan jaar) naald overig (ouder dan jr) loofbos eik en beuk (jonger dan jaar) loofbos eik en beuk (ouder dan jaar) Overig loofbos (jonger dan jaar) Overig loofbos (ouder dan jaar) populierenbos (jonger dan jaar) populierenbos (ouder dan jaar) Open ruimte binnen bos (o.a. kapvlakte) Spilhout Tak- en tophout Totaal Jaarlijkse potentiële oogst van spilhout (in m ) Totaal Gemiddelde potentiële oogst per ha Tabel.. Theoretisch biomassapotentieel uit bossen in de Provincie Limburg 1,,, 4,

16 % 4% Figuur. Verdeling van het theoretisch houtig biomassapotentieel over naaldhout en loofhout binnen de bossen in de Provincie Limburg.1. Theoretisch potentieel uit landschap Tijdens het berekenen van het theoretisch potentieel uit landschap is er vanuit gegaan dat in alle landschapselementen beheer plaatsvindt. De houtige beheersresten die daarbij vrijkomen kunnen worden geoogst. In totaal bedraagt het theoretisch houtig biomassapotentieel uit landschappelijke elementen in de provincie Limburg iets meer dan 4. ton DS (tabel.). Vanwege het grote areaal dat zij vertegenwoordigen hebben boomgaarden een groot aandeel (ca. %) binnen dit theoretisch biomassapotentieel. Dit potentieel zou met name vrij kunnen komen tijdens de vernieuwing van de boomgaarden. Type element Omvang Eenheid Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) Spilhout Takhout Totaal Solitairen. stuks 1 Bomenrij. km.4. Hagen km n.v.t..1.1 Houtkant.1 km Boomkwekerij-rijshoutbos 4 ha n.v.t. n.v.t. Boomgaard 1.1 ha...4 Struikgewas 44 ha n.v.t. Heide met opslag. ha n.v.t. n.v.t. 1 Kruidachtige begroeiing met opslag. ha n.v.t. n.v.t. Moes- en siertuinen 1.4 ha Totaal Tabel. Oppervlakte en theoretisch potentieel uit landschap in de Provincie Limburg.1.4 Theoretisch potentieel uit de bebouwde omgeving Naald Loof Groenafval bij huishoudens De hoeveelheid houtige biomassa die in de vorm van groenafval (klein tuinafval en snoeiafval) vrijkomt bij huishoudens is relatief eenvoudig te bepalen, omdat deze hoeveelheid wordt geregistreerd door de inzamelaar (limburg.net (BioNerga). Het groenafval wordt huis-aan-huis ingezameld of wordt door de inwoners van de gemeenten bij recyclageparken of de technische dienst ingeleverd. In werd er op deze wijze volgens het jaarverslag van Limburg. net 1.1 ton groenafval ingezameld dat komt overeen met gemiddeld 14 kg per inwoner (bron: website Limburg.net). Dit ingezamelde groenafval bestaat natuurlijk niet volledig uit hout, maar kan worden ingedeeld in drie componenten te weten tuinafval, snoeiafval en stronken (OVAM, 1). Er kan worden aangenomen dat de houtige fractie binnen het groenafval voor het grootste deel wordt gevormd door de componenten snoeihout en stronken. Met uitzondering van de grove houtfractie zal het lastig zijn het hout uit het tuinafval te verwijderen. Daarnaast is dit hout vaak als structuurmateriaal nodig tijdens het composteringsproces. Er is daarom vanuit gegaan dat de componenten snoeihout en stronken het potentieel voor houtige biomassa vertegenwoordigen. Volgens gegevens van de OVAM (1) hadden deze componenten respectievelijk een aandeel van 4,4% en,% in de periode 4- in Vlaanderen. % van het ingezamelde groenafval kan dus al houtige biomassa worden aangemerkt. Dat komt neer op een jaarlijks volume van in totaal 4.4 ton en ca. 4 kg per inwoner. In tabel.4 is een overzicht gegeven van de inzameling van groenafval in de periode -. Op basis van de gegevens in tabel. kan worden gesteld dat het potentieel aan houtige biomassa uit groenafval bij huishoudens in de provincie Belgisch Limburg ca.. ton vers bedraagt. Groenafval totaal Groenafval per inwoner Houtfractie totaal Houtfractie per inwoner Jaar van inzameling 14. ton 1. ton 1.1 ton 14 kg 14 kg 14 kg. ton.41 ton 4.4 ton 4 kg kg 4 kg Tabel.4. Ingezameld groenafval (tuinafval, snoeiafval en stronken) bij huishoudens in de provincie Belgisch Limburg. (Bron: Website Limburg.net, ) Groenafval bij gemeenten en bedrijven Naast het groenafval uit particuliere tuinen komt er in de bebouwde omgeving ook houtige biomassa vrij bij bedrijven en het onderhoud van gemeentelijk groen. Deze houtige biomassa stroom zit nog niet in de bovenstaande cijfers verwerkt. Deze hoeveelheid is veel lastiger in te schatten, omdat deze niet op de zelfde manier wordt bijgehouden. Volgens de door OVAM in 1 uitgevoerde Inventarisatie biomassa - is er in Vlaanderen in. ton groenafval door private ondernemers als bedrijfsafval gemeld. Indien er vanuit wordt gegaan dat het houtaandeel hierin ook % is dan komt dit overeen met. ton houtige biomassa voor geheel Vlaanderen. Dit volume lijkt aan de lage, maar dat zou verklaard kunnen worden door het feit dat niet alle snoeiafval wordt afgevoerd na het werk. Een deel zal, bijvoorbeeld als mulch, achter gelaten worden in de beplanting. Deze gegevens zijn niet rechtstreeks door te vertalen naar de Provincie Belgisch Limburg en het is daarnaast niet duidelijk of het groenafval daadwerkelijk uit bebouwd gebied afkomstig is. Waarschijnlijk zit namelijk ook het groenafval dat buiten de bebouwde omgeving vrijkomt in deze cijfers verwerkt. Om toch een indicatie te geven van het volume groenafval dat mogelijk bij bedrijven vrijkomt is het volume per inwoner voor geheel Vlaanderen (.. inwoners) berekend. Dit volume komt overeen met ca. 1 kg houtige biomassa uit bedrijfsgroenafval per inwoner. Op basis van het aantal inwoners in de provincie Belgisch Limburg (. inwoners) zou dit een volume van ca. 1. ton houtige biomassa als bedrijfsafval zijn. Dat lijkt op het eerste gezicht een zeer beperkt volume. De zelfde analyse is ook uitgevoerd op basis van het aantal hectares dat in Vlaanderen en de Provincie Belgisch Limburg wordt ingenomen door bedrijventerreinen, kantoorgebouwen, scholen en andere overheidsgebouwen (bedrijfsgrond). Het is namelijk de verwachting dat er een betere correlatie bestaat tussen deze oppervlakte en de hoeveelheid bedrijfsafvalstoffen. Volgens de bodemgebruikcijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek NIS) bedroegen deze oppervlaktes. ha in Vlaanderen en 1. ha in in de Provincie Belgisch Limburg (bron website Statbel). Per hectare komt de jaarlijkse hoeveelheid groenafval in Vlaanderen dan uit op 4, kg per hectare bedrijfsgrond. Daarmee kan de totale hoeveelheid groenafval bij bedrijven in de Provincie Belgisch Limburg worden berekend. Dat komt neer op. ton vers groenafval, waarvan naar schatting ca. 1. ton vers houtig is. Om vast te stellen hoe de volumes die vrijkomen bij particulieren en bedrijven zich tot elkaar verhouden is gekeken hoe de oppervlakte woongebied zich verhoudt tot de oppervlakte bedrijfsgrond. Volgens de gegevens van het NIS bedroeg de oppervlakte woongebied. ha in in Belgisch Limburg. Deze oppervlakte is 1, keer zo groot als de oppervlakte bedrijfsgrond. Als de volumes houtige biomassa uit beide gebieden worden vergeleken dan is het volume uit woongebied, keer groter dan het volume van bedrijfsgrond. Deze verhouding klopt niet helemaal, maar de orde van grootte lijkt wel in de buurt te liggen. Theoretisch potentieel bij gemeenten en bedrijven Uit de bovenstaande analyse kan het totale houtig biomassa potentieel bij huishoudens, gemeenten en bedrijven in de bebouwde omgeving worden ingeschat. De bovenstaande hoeveelheden zijn uitgedrukt in verse tonnen. Daarom dienden deze eerste te worden omgezet in tonnen DS. Daarvoor is de aanname gemaakt dat het vochtgehalte % is. Bij huishoudens wordt jaarlijks 1. ton DS houtig materiaal ingezameld bij gemeenten en bedrijven komt. ton DS aan houtig materiaal vrij. Het totale potentieel komt daarmee op 4. ton DS.. Huidig biomassa potentieel Op basis van het berekende theoretisch potentieel en de percentages in de tabellen.4 en. is het huidig houtig biomassapotentieel berekend. Dit is de hoeveelheid houtige biomassa die op dit moment in potentie beschikbaar is in de Provincie Limburg. In totaal is er in potentie jaarlijks. ton DS (tabel.) aan houtige biomassa beschikbaar in de Provincie Limburg. Het grootste gedeelte hiervan komt uit bossen. 1

17 Bron Bebouwde omgeving 4. Bossen. Landschappelijke elementen 1. Totaal. Huidig potentieel (in ton DS) Tabel.. Huidig realistisch houtige biomassapotentieel in de Provincie Limburg in ton DS...1 Huidig potentieel uit bossen Met behulp van de percentages uit tabel.4 is het theoretisch potentieel uit bossen omgezet naar het huidige realistische potentieel dat jaarlijks kan worden geoogst. Het realistische potentieel bedraagt ongeveer. ton DS (tabel.) en bestaat voornamelijk uit stamhout, omdat er vanuit wordt gegaan dat slechts in beperkte mate oogst van tak- en tophout plaats zal vinden in de bossen. Slechts iets meer dan % van het volume wordt ingenomen door tak- en tophout terwijl dit binnen het theoretisch potentieel 1% bedraagt. De oogst van stamhout is ook uitgedrukt in m³ per hectare, zodat ook een vergelijking kan worden gemaakt met de huidige oogst in de bossen in de Provincie Limburg. De berekening van het theoretisch potentieel komt tot een jaarlijks oogstniveau van,4 m³/ha/jr. Dat ligt een stuk hoger dan de in deze studie ingeschatte huidige oogst van 1, m³/ha/jr (paragraaf 4.1.1). In de bossen bevindt zich dus nog duidelijk een onderbenut potentieel. Type element Omvang Eenheid Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) Spilhout Takhout Totaal Solitairen. stuks 4 4 Bomenrij. km Hagen km n.v.t Houtkant.1 km Boomkwekerijrijshoutbos 4 ha n.v.t. n.v.t. 4 Boomgaard 1.1 ha.4.4 Struikgewas 44 ha n.v.t. 1 Bostype Oppervlakte (in ha) Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) Spilhout Tak- en tophout Totaal Jaarlijkse poten-tiële oogst van spilhout (in m ) grove den (jonger dan jr) grove den (ouder dan jr) Heide met opslag. ha n.v.t. n.v.t. 1 Kruidachtige begroeiing met opslag. ha n.v.t. n.v.t. Moes- en siertuinen 1.4 ha Totaal Tabel. Oppervlakte en realistisch potentieel in uit landschap in de Provincie Limburg den overig (jonger dan jr) 1.4 den overig (ouder dan jr) naald overig (jonger dan jaar) naald overig (ouder dan jr) loofbos eik en beuk (jonger dan jr) loofbos eik en beuk (ouder dan jr) Overig loofbos (jonger dan jaar).14 Overig loofbos (ouder dan jaar) populierenbos (jonger dan jaar) populierenbos (ouder dan jaar) Open ruimte binnen bos (o.a. kapvlakte). Totaal Gemiddelde potentiële oogst per ha 1,1, 1,1,4 Tabel.. Realistisch biomassapotentieel uit bossen in de Provincie Limburg in.. Huidig potentieel uit landschap Het huidig realistisch oogstbaar potentieel uit landschapselementen in de Provincie Limburg wordt geschat op ongeveer 1. ton DS (tabel.). Dit potentieel is berekend op basis van het theoretisch potentieel en door gebruik te maken van de percentages in tabel.. Het potentieel is ongeveer gelijk aan het in deze studie ingeschatte huidige oogstniveau uit het landschap (paragraaf 4.). Het grootste potentieel wordt geleverd door de boomgaarden (%) op afstand gevolgd door houtkanten (4%) en hagen (%).. Toekomstig biomassa potentieel Het toekomstig houtig biomassapotentieel heeft betrekking op de hoeveelheid biomassa die in geoogst zou kunnen worden indien de knelpunten (zie hoofdstuk ) die de oogst bemoeilijken deels worden weggewerkt. Daarnaast is er vanuit gegaan dat de vraag naar houtige biomassa zal zijn toegenomen. Het toekomstige oogstbare potentieel bedraagt. ton DS (tabel.) dat is ongeveer % van het theoretisch potentieel. Tijdens de berekening van het toekomstige potentieel is geen rekening gehouden met het beschikbaar komen van houtige biomassa uit eventuele extra aanplant van bossen, landschapselementen of korte omloophout. Hiervoor zijn twee redenen aan te geven. Ten eerste wordt verwacht dat geen enorm grote oppervlakte worden gerealiseerd en daarnaast is er vanwege de relatief korte periode (-) is er voor de beplanting relatief weinig tijd om zich dus danig te ontwikkelen dat oogst mogelijk is. Bron Bebouwde omgeving 4. Bossen. Landschappelijke elementen 1. Totaal. Toekomstig potentieel (in ton DS) Tabel.. Toekomstig realistisch houtige biomassapotentieel in de Provincie Limburg in ton DS...1 Toekomstig potentieel uit bossen Tijdens de berekening van het toekomstige realistische oogstbare potentieel uit bossen is er vanuit gegaan dat in door de toename van de vraag naar houtige biomassa ook geoogst zal worden in jonge bossen en er meer tak- en tophout zal worden geoogst. Het toekomstige potentieel ligt onder andere als gevolg daarvan 1. ton DS hoger dan het huidige oogstbare potentieel en komt uit op. ton DS (tabel.). Tak- en tophout heeft een aandeel van bijna % binnen het toekomstige potentieel. In wordt een stamhoutoogst van, m³/ha/jaar verwacht dat is een flinke toename ten opzichte van het huidige (1, m³/ha/jaar) oogst van stamhout. Deze waarde ligt echter nog steeds ruim onder het oogstniveau bij ANB (4, m³/ha/jaar, zie paragraaf 4.1.1). Naaldhout heeft een aandeel van % binnen het potentieel (Figuur ).

18 Bostype Opper-vlakte (in ha) Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) Spilhout Tak- en tophout Totaal grove den (jonger dan jaar) 4 Jaarlijkse potentiële oogst van spilhout (in m ).. Toekomstig potentieel uit landschap Het toekomstige oogstbare potentieel uit landschappelijke beplantingen wordt iets meer dan 4. ton DS hoger ingeschat dan het huidige realistische oogstbare potentieel. Daarmee komt het totale toekomstige potentieel op iets meer dan 1. ton DS (tabel.1). Zoals eerder al is aangegeven is er niet vanuit gegaan dat de arealen aan landschappelijke beplantingen sterk zullen wijzigen, maar wordt verwacht dat er meer geoogst wordt als gevolg van een grotere vraag naar houtige biomassa in. Als gevolg van deze grotere vraag zijn knelpunten op het gebied van bijvoorbeeld de oogst- en transportkosten verminderd waardoor er meer oogst mogelijk is. grove den (ouder dan jaar) den overig (jonger dan jaar) Type element Omvang Eenheid Jaarlijkse potentiële bovengrondse houtige biomassaoogst (in ton DS per jaar) den overig (ouder dan jaar) naald overig (jonger dan jaar) naald overig (ouder dan jaar) Spilhout Takhout Totaal Solitairen. stuks Bomenrij. km 4 1 Hagen km n.v.t loofbos eik en beuk (jonger dan jaar) loofbos eik en beuk (ouder dan jaar) Overig loofbos (jonger dan jr) Houtkant.1 km.4. Boomkwekerij-rijshoutbos 4 ha n.v.t. n.v.t. 4 Boomgaard 1.1 ha Struikgewas 44 ha n.v.t. Heide met opslag. ha n.v.t. n.v.t. 1 Overig loofbos (ouder dan jr) Kruidachtige begroeiing met opslag. ha n.v.t. n.v.t. populierenbos (jonger dan jr) populierenbos (ouder dan jaar) Moes- en siertuinen 1.4 ha Totaal Tabel.1 Oppervlakte en realistisch potentieel in uit landschap in de Provincie Limburg Open ruimte binnen bos (o.a. kapvlakte). Totaal Gemiddelde potentiële oogst per ha 1,, 1,,1 Tabel.. Realistisch biomassapotentieel uit bossen in de Provincie Limburg in 4% % Figuur. Verdeling van het toekomstige houtig biomassapotentieel over naaldhout en loofhout binnen de bossen in de Provincie Limburg Naald Loof

19 KNELPUNTEN EN OPLOSSINGEN Interviews met stakeholders hebben een overzicht opgeleverd van knelpunten die de mobilisatie van houtige biomassa in Belgisch Limburg bemoeilijken. Deze knelpunten zijn met diverse stakeholders besproken en verder uitgediept tijdens de bijeenkomst van dinsdag oktober te Hasselt. Ook is tijdens deze bijeenkomst geprobeerd om oplossingen voor het wegnemen van de knelpunten te formuleren. In dit hoofdstuk worden de knelpunten gepresenteerd en worden oplossingen voor het wegnemen van het knelpunt aangedragen. Figuur 4. De interactieve stakeholderbijeenkomst op oktober te Hasselt (foto: W. Verbeke)..1 Wet- en regelgeving Een groot aantal stakeholders benoemt in de interviews en tijdens de bijeenkomst de geldende regelgeving en de interpretatie daarvan als een knelpunt voor het beschikbaar komen van houtige biomassa. Met name het feit dat houtige biomassa afkomstig uit terreinen zonder goedgekeurd beheerplan als afval dient te worden behandeld en derhalve niet kan worden ingezet voor de opwekking van duurzame energie, is problematisch. Daarnaast mag van het materiaal dat bij composteringsbedrijven terecht komt, slechts 1% (na compostering!) worden gebruikt voor energieopwekking. Gemeenten zijn verplicht hun snoeiafval naar composteringsbedrijven af te voeren en in de praktijk gaat veel van het houtige materiaal dat afkomstig is uit onderhoud hier naartoe. Tijdens de stakeholderbijeenkomst komt naar voren dat niet altijd duidelijk is welke vergunning nodig is voor de oogst van houtige biomassa (zowel stamhout als top- en takhout) in bos en diverse landschappelijke elementen. Er zijn in Vlaanderen drie relevante vergunningen voor het kappen van bomen; de kapvergunning, de kapmachtiging en de stedenbouwkundige vergunning (bouwvergunning). Als men eenmaal op het spoor van de juiste vergunning zit, zou het niet lang moeten duren voordat er duidelijkheid is over het al dan niet verstrekken van de vergunning. Normaal gesproken één maand voor een kapvergunning en drie maanden voor een bouwvergunning. Er wordt aangegeven dat een bouwvergunning niet de juiste vergunning is voor onderhoud aan houtwallen, singels en andere landschappelijke elementen. Het verkrijgen van deze vergunning duurt (onnodig) lang en de dienst ruimtelijke ordening waar deze vergunning moet worden aangevraagd is lang niet altijd deskundig op dit vlak. Mogelijke oplossingen Het opstellen van een soort Landschapsbeheerplan, waarbinnen alle kapvergunningen voor activiteiten die binnen de kaders van dat plan vallen zijn geregeld. Dit zou een aanzienlijke reductie in de hoeveelheid administratieve handelingen tot gevolg hebben, waardoor tijd en kosten kunnen worden bespaard. Het wijzigen van de vergunningstructuur voor te vellen hoogstammige bomen, alleenstaand, in groeps- of lijnverband, die geen deel uitmaken van een bos. Nu is daar een bouwvergunning voor nodig. Door deze werkzaamheden onder de kapvergunning te laten vallen, wordt het vergunningstraject efficiënter en logischer ingedeeld. Het vergroten van het percentage houtige biomassa dat bij composteringsbedrijven terecht komt, dat voor energieopwekking mag worden gebruikt. Bij voorkeur dit ook vóór compostering toestaan. Gemeenten toestaan snoeiafval af te voeren via andere kanalen dan composteringsbedrijven, bijvoorbeeld naar een biomassawerf. Het vormen van een overlegorgaan binnen de sector van biomassabeherende, -producerende en verwerkende organisaties in Vlaanderen, dat de belangen van de sector in de Vlaamse politiek kan behartigen door te adviseren bij de totstandkoming en evaluatie van wet- en regelgeving op het gebied van bos-, natuur- en landschapsbeheer, milieu en afval.. Versnippering van beplantingen en eigendommen De kleinschaligheid van met name projecten in het landschap zorgt ervoor dat oogst volumes te laag zijn om deze volumes tegen acceptabele kosten op de markt te brengen. Daarnaast zijn de landschappelijke beplantingen regelmatig in eigendom bij een groot aantal verschillende eigenaren. Mogelijke oplossing Het vergroten van de schaal door samenwerking tussen verschillende partijen bij de uitvoering van werkzaamheden aan landschappelijke elementen in een gebied zou ervoor kunnen zorgen dat de vrijgekomen houtige biomassa wel op de markt kan worden gebracht. Voorbeelden hiervan zijn: ophaalrondes voor takken, landschapsbeheerplannen of het oprichten van samenwerkingsverbanden tussen gemeenten (om investeringen te doen en grondbezit), boeren (grondbezit, opslag en materiaal) en terreinbeherende instanties (uitvoering werkzaamheden en vermarkting).. Gegarandeerde aanvoer De afnemers van houtige biomassa vragen om een gegarandeerde aanvoer in volume en kwaliteit. Als individuele terreineigenaar is het moeilijk om aan deze eis te voldoen. Voor grote afnemers heeft een individuele terreineigenaar vaak niet voldoende volumes en in het algemeen geldt dat een terreineigenaar niet steeds kleine beetjes uit het bos kan halen of de opslagcapaciteit heeft om vanuit een voorraad jaarrond te leveren. Ook kan men niet het hele jaar door oogsten in verband met regelgeving ten aanzien van het broedseizoen. Ook is een grote opslagcapaciteit nodig om de houtige biomassa te kunnen opslaan en drogen. Dit is duur en wordt met name problematisch als het kostentechnisch niet uit kan de opslag op een industrieterrein te realiseren. Het is dan namelijk moeilijker een geschikte locatie te vinden vanwege mogelijke problemen met de milieuwetgeving, landschappelijke inpassing en mogelijke (stank) overlast voor omwonenden. Mogelijke oplossingen Met een groep terreinbeheerders gezamenlijk afspraken maken en (langdurige) leveringscontracten afsluiten met afnemers. Ook het inrichten van regionale werven voor de opslag kan hieraan bijdragen. Regelgeving ten aanzien van oogst in het broedseizoen versoepelen. Het (door gemeenten) beschikbaar stellen van terreinen voor het drogen van biomassa..4 Draagvlak voor energieopwekking uit houtige biomassa Vaak is er nog maar beperkt draagvlak voor de oogst van houtige biomassa voor de opwekking van energie. De oogst van biomassa voor energieopwekking als bijproduct van bosbouw en landschapsbeheer zit nog niet voldoende tussen de oren van beheerders en wordt daardoor nog te weinig in beheerplannen meegenomen. Hierdoor blijft veel biomassa in het landschap achter. Regelmatig zijn er, in verband met veronderstelde mogelijke negatieve ecologische gevolgen, bezwaren tegen het oogsten van tak- en tophout. Ook het maatschappelijke draagvlak is niet groot. Dit geldt in het algemeen voor het kappen van bomen, maar zeker ook voor de oogst van tak- en tophout. Mogelijke oplossing Veel problemen rondom het gebrek aan draagvlak worden veroorzaakt door het ontbreken van voldoende kennis en ervaring. Het verzorgen van meer voorlichting kan hiervoor een oplossing vormen. Daarnaast is meer onderzoek nodig naar de mogelijke effecten van het oogsten van meer hout in bos en landschap en dan met name met betrekking tot tak- en tophout. Het standaard opnemen van het product houtige biomassa in beheervisies en plannen.. Lokale afzet Het ontbreken van een locale afzetmarkt zorgt ervoor dat bepaalde biomassastromen niet worden benut, omdat het op dit moment financieel niet interessant is de biomassa over grote afstanden te transporteren. Indien meer zou worden geïnvesteerd in lokale installaties, zou de prijs (lokaal) kunnen stijgen. Hierdoor zullen eigenaars meer geneigd zijn houtige biomassa te leveren voor energieopwekking en eventueel bos en landschappelijke elementen te beheren in functie daarvan. Mogelijke oplossing Het opzetten van een financieel stimuleringsbeleid vanuit de overheid voor het opzetten van lokale (kleinschalige) installaties.. Bereikbaarheid en terreinomstandigheden Landschappelijke beplantingen zijn regelmatig dusdanig gesitueerd dat de oogst van hout uit deze beplantingen hoge kosten met zich mee brengt. Ook de terreinomstandigheden (bijvoorbeeld in broekbossen) kunnen het onderhoud en dus ook de houtoogst zeer kostbaar maken. Mogelijke oplossing Het combineren van oogst in landschappelijke beplantingen en op moeilijk bereikbare plekken, zodat de gemiddelde kosten dalen. Vanzelfsprekend dient de haalbaarheid, wenselijkheid en wijze van aanpak van uiteindelijke oogst van houtige biomassa op een bepaalde beheerlocatie nader bekeken te worden en getoetst te worden aan de genoemde randvoorwaarden en wet- en regelgeving.

20 Regelgeving ten aanzien van oogst in het broedseizoen versoepelen in terreinen die alleen op die momenten technisch ontsloten kunnen worden.. Lage subsidies Subsidies voor bos- en landschapsonderhoud en investeringen in nieuwe en efficiënte installaties zijn op dit moment te laag om het oogstvolume te laten toenemen. Mogelijke oplossing Stimulering/subsidiëring van onderzoek en (investering in) (pilot) projecten ten behoeve van specialisatie en mechanisatie..1 Openbare aanbesteding houtverkoop Houtverkoop moet wettelijk openbaar worden aanbesteed. Dit geeft een zware administratieve last en zorgt daardoor voor hogere kosten. Hierdoor kan houtige biomassa minder goed rendabel worden vermarkt. Mogelijke oplossing Vereenvoudiging/clustering van de administratieve last t.a.v. de openbare verkoop van houtige biomassa. Het standaard opnemen van het product houtige biomassa in beheervisies en plannen en het hieraan koppelen van een vereenvoudigde administratie voor goedgekeurde beheerplannen. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk sluiten we het onderzoek af, door enkele conclusies en aanbevelingen te geven omtrent het thema productie en oogst van houtige biomassa (en alle daaronder vallende deelthema s zoals beheer, ecologie, economie, techniek, wet- en regelgeving) in Limburg en de uitgevoerde potentieelstudie. 1. Het totale theoretische houtige biomassa potentieel in de Provincie Limburg wordt geschat op 1. ton DS. Deze hoeveelheid bestaat voor in ieder geval % uit stamhout en % uit tak- en tophout 1. Deze hoeveelheid houtige biomassa zou beschikbaar kunnen komen als binnen het totale areaal aan houtige beplantingen in de Provincie op duurzame wijze geoogst of beheerd zou worden. 4. ton DS is afkomstig uit de bebouwde omgeving, bossen leveren. ton DS en uit het landschap zou 4. ton DS geoogst kunnen worden. energie opwekking. Het ligt dan ook voor de hand in ieder geval een indicatie te geven van de hoeveelheid houtige biomassa die in potentie beschikbaar is voor energetische toepassing. Los van de vraag of deze toepassing op dit moment mogelijk en toegestaan is. In tabel.1 is het potentieel dat beschikbaar kan zijn voor energetische toepassing weergegeven. Waarbij de aanname is gemaakt dat rondhout uit de bossen, met uitzondering van brandhout en hout uit eerste dunningen, niet zal worden ingezet voor energetische toepassing, uit oogpunt van cascadering. Voor hout uit de bebouwde omgeving en het landschap wordt er vanuit gegaan dat dit grotendeels beschikbaar is voor energetische toepassing. Een beperkt deel van het volume uit de bebouwde omgeving en het landschap zal naar de houtindustrie worden afgezet. Wanneer deze aanname wordt meegenomen dan zou in ongeveer 4. ton DS in de Provincie Limburg beschikbaar zijn voor energetische toepassing. Figuur. Houtsnipperopslag bij de nieuwe verbrandingscentrale van 4Ham Cogen te Ham (foto: J. Oorschot). Mogelijke oplossing Allesomvattende subsidiëring werkt vaak marktverstorend en kan initiatieven afremmen. Maar stimulering- en opstartsubsidies en ondersteuning zijn nodig om initiatiefnemers en investeerders te ondersteunen.. Exotenbestrijding Exoten als Amerikaanse vogelkers en Robinia nemen vaak de plaats in van gewenste inheemse soorten. De bestrijding van deze soorten is vaak kostbaar en gebeurt op beperkte schaal. Mogelijke oplossing Door de bestrijding van exoten gebiedsdekkend uit te voeren en de biomassa die hieruit vrijkomt te vermarkten als biomassa voor energieopwekking kan op deze wijze (een deel van) de bestrijding worden bekostigd.. Technieken voor oogst Oogsttechnieken en beschikbaarheid van specialistische machines ontbreken nog of zijn erg duur in gebruik.. Groenestroomcertificaten Groenestroomcertificaten (GSC s) vormen een belemmering voor het verwerken van rondhout uit landschap en gemeentelijke/private stromen (OVAM) tot biomassa. Producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, zoals zon, wind, biomassa (bv. Vergisting van groente-, fruit- en tuinafval, vergisting van mest of slib of verbranding van houtafval), waterkracht, kunnen GSC s verkrijgen. Een GSC bewijst dat 1. kwh elektriciteit in Vlaanderen is opgewekt uit een hernieuwbare energiebron. De producent kan zijn GSC s verkopen aan leveranciers. Houtige biomassa waarvoor de toegekende GSC s recht geven op aanvaardbare GSC s, is beperkt tot houtstromen die niet gebruikt worden als industriële grondstof. Binnen het besluit van de Vlaamse regering van maart 4 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen (hierna: Groenestroombesluit) is vastgesteld dat dergelijke houtstromen beperkt zijn tot snoeihout en tak- en tophout met een maximale diameter van 4 cm. Doordat deze grens zeer laag is, wordt de hoeveelheid houtige biomassa die in de praktijk voor energieopwekking wordt gebruikt beperkt. Mogelijke oplossing Het verhogen van de maximale diameter voor houtstromen die mogen worden gebruikt voor energieopwekking binnen systeem van groenestroomcertificaten. Ook zou ervoor kunnen worden gekozen in plaats van een diametergrens, een percentage van het oogstvolume toe te staan binnen dit systeem.. De huidige oogst van houtige biomassa wordt op basis van literatuurgegevens en informatie uit interviews geschat op. ton DS. Deze hoeveelheid komt overeen met het berekende huidige oogstbare realistische potentieel. Dit is niet zo verwonderlijk, omdat tijdens de berekening van dit potentieel de te hanteren randvoorwaarden dusdanig zijn gekozen dat ze de werkelijke situatie zo goed mogelijk weerspiegelen. Binnen het realistische huidige potentieel hebben bossen een aandeel van 1% (. ton DS), de bebouwde omgeving een aandeel van % (4. ton DS) en het landschap een aandeel van 14% (1. ton DS).. Er wordt vanuit gegaan dat in een aantal knelpunten die de oogst van houtige biomassa in de Provincie Limburg bemoeilijken zijn verminderd of weggewerkt en dat als gevolg daarvan meer houtige biomassa geoogst kan worden. Het toekomstige realistische oogstbare potentieel wordt geschat op. ton DS. Dat is 1% van het theoretische potentieel. Vanuit landschap zal dan 1. ton DS beschikbaar zijn. 4. Tijdens de berekening van het huidige en toekomstige realistische potentieel zijn de oogstpercentages dusdanig gekozen dat wellicht beter gesproken kan worden van de huidige en toekomstige realistische oogst. Het potentieel ligt hoger, maar om dit potentieel te benutten zullen nog meer inspanningen nodig zijn om knelpunten die de oogst bemoeilijken te verwijderen.. De wens tot het in beeld brengen van het huidig en toekomstig biomassapotentieel komt voort uit het feit dat er steeds meer vraag ontstaat naar houtige biomassa voor duurzame Bron Potentieel voor energetische toepassing (in ton DS) Theoretisch Bebouwde kom Landschap Bossen Energetisch Totaal % % Bossen totaal... Tabel.1. Beschikbaarheid van houtige biomassa voor energetische toepassing in de Provincie Limburg (theoretisch, nu en in ) (in ton DS).. Om schattingen van het toekomstig potentieel en de toekomstige oogst nauwkeuriger op elkaar af te kunnen stemmen, verdient het de aanbeveling, in een vervolgproject marktontwikkelingen, beleid en beheer meer op elkaar af te stemmen. Momenteel zit er een grote onzekerheid in het al dan niet beschikbaar komen van biomassapotentieel, die daarmee steeds beter overbrugd zou kunnen worden. 1 Het potentieel uit de bebouwde omgeving is volledig toegerekend aan het tak- en tophout, omdat het stamhout aandeel in dit volume niet bekend is.

Landschap levert energie!

Landschap levert energie! Landschap levert energie! Inspiratie en input: 1. MIP2 Limburgs groen voor een Groene Economie 2. Energiebos.nl 3. Groen Goud uit Landschapsonderhoud 4. Biomassalland Borgman Beheer Advies B.V. - Jeroen

Nadere informatie

Hoeveel houtige biomassa komt er (in potentie) uit bos, landschap en de bebouwde omgeving?

Hoeveel houtige biomassa komt er (in potentie) uit bos, landschap en de bebouwde omgeving? Hoeveel houtige biomassa komt er (in potentie) uit bos, landschap en de bebouwde omgeving? Martijn Boosten Demonstratie oogst en verwerking biomassa 3 juli 2014, Rosmalen Stichting Probos Kennisinstituut

Nadere informatie

Verkenning biomassaketens Moubeek- Vloethemveld

Verkenning biomassaketens Moubeek- Vloethemveld Pieter Verdonckt T 051/ 27 33 82 pieter.verdonckt@inagro.be Expert houtige biomassa Inagro vzw Maatschappij en Leefomgeving Willem Boeve T 051/27 33 79 willem.boeve@inagro.be Expert valorisatie maaisel

Nadere informatie

5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren

5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren 5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren In dit hoofdstuk wordt de vergelijking van vraag en aanbod samengevat en gekeken welke kansen en knelpunten er gesignaleerd kunnen worden voor

Nadere informatie

Groen goud uit landschapsonderhoud

Groen goud uit landschapsonderhoud Groen goud uit landschapsonderhoud Haalbaarheid voor een regionale biomassamarkt in het oostelijk deel van Utrecht Openbare samenvatting van de eindrapportage Jan Oldenburger Jaap van den Briel David Borgman

Nadere informatie

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Ondergetekenden: 1. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw G. Verburg, handelend als bestuursorgaan, hierna

Nadere informatie

Het Nederlandse bos in cijfers

Het Nederlandse bos in cijfers Het Nederlandse bos in cijfers Resultaten van de 6e Nederlandse Bosinventarisatie - Mart-Jan Schelhaas en Sandra Clerkx (Alterra) In 2012 is begonnen met de metingen van de 6e Nederlandse Bosinventarisatie.

Nadere informatie

Biomassa uit natuur en landschap Wat is het potentieel?

Biomassa uit natuur en landschap Wat is het potentieel? Biomassa uit natuur en landschap Wat is het potentieel? 19 maart 2008 Joop Spijker Alterra, Wageningen UR Conferentie regionale kansen voor biomassa en waterstof Opbouw presentatie Inleiding Huidig gebruik

Nadere informatie

Succesfactoren voor projecten Landschapsenergie. Hans Jochems, RLLK 29/10/2015

Succesfactoren voor projecten Landschapsenergie. Hans Jochems, RLLK 29/10/2015 Succesfactoren voor projecten Landschapsenergie Hans Jochems, RLLK 29/10/2015 Succesfactoren landschapsenergie Plannen -> Overkoepelend houtkantenplan -> DIPLA Oogsten-bewerken -> Investeren machines ->

Nadere informatie

Tijdelijke duurzame energie

Tijdelijke duurzame energie Tijdelijke duurzame energie Tijdelijk Uitgewerkte businesscases voor windenergie, zonne-energie en biomassa Anders Bestemmen Tijdelijke duurzame energie Inleiding In het Corporate Innovatieprogramma van

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Titre. Duurzaam gebruik van energiehout in de Benelux

Titre. Duurzaam gebruik van energiehout in de Benelux Titre Duurzaam gebruik van energiehout in de Benelux Een gezamenlijk product van de Benelux werkgroep «Bossen & Hout» Conferentie «Bossen & Klimaat» van 30/09/2011 ALGEMEEN KADER De Benelux ondersteunt

Nadere informatie

van 11 december 2007

van 11 december 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

Maatregelen voor bosherstel

Maatregelen voor bosherstel Veldwerkplaats Voedselkwaliteit en biodiversiteit in bossen Maatregelen voor bosherstel Gert-Jan van Duinen Arnold van den Burg Conclusie OBN-onderzoek bossen Te hoge atmosferische stikstofdepositie Antropogene

Nadere informatie

Water zuiveren en biomassa produceren met wilgen

Water zuiveren en biomassa produceren met wilgen Water zuiveren en biomassa produceren met wilgen Martijn Boosten, Stichting Probos Workshop Bio-energie in de voedingsindustrie Dinteloord, 18-03-2015 Inhoud Probos & InnovatieNetwerk Hernieuwbare energie

Nadere informatie

Houtige biomassaketen

Houtige biomassaketen Houtige biomassaketen 27 januari 2016, Gilze Rijen Schakelevent RVO: Is houtige biomassateelt voor kleinschalige warmte-opwekking interessant? Ton.van.Korven@zlto.nl Eigen duurzame energieketen Biomassaproductie/Biomassa

Nadere informatie

SUBSIDIERING VOOR DE AANPLANTING VAN LIJN- en PUNTVORMIGE ELEMENTEN (K.L.E. s) :( hagen, haagkanten, houtkanten en bomenrijen )

SUBSIDIERING VOOR DE AANPLANTING VAN LIJN- en PUNTVORMIGE ELEMENTEN (K.L.E. s) :( hagen, haagkanten, houtkanten en bomenrijen ) BIJLAGE 2 AANVRAAGFORMULIER SUBSIDIERING VOOR DE AANPLANTING VAN LIJN- en PUNTVORMIGE ELEMENTEN (K.L.E. s) :( hagen, haagkanten, houtkanten en bomenrijen ) Te sturen naar het Stadsbestuur van Geraardsbergen,

Nadere informatie

Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven. WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie

Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven. WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie Mobilisatie Biomassa een visie vanuit het bedrijfsleven WUR/Alterra-workshop 3 juli 14 Fokke Goudswaard, voorzitter Platform Bio-Energie Missie PBE: promotie van verantwoord toegepaste bio-energie Platform

Nadere informatie

Inhoud. Doelstelling. Vernieuwend door combinatie succesfactoren. Werkpakketten & activiteiten WP1: Projectmanagement 27/02/2015 2

Inhoud. Doelstelling. Vernieuwend door combinatie succesfactoren. Werkpakketten & activiteiten WP1: Projectmanagement 27/02/2015 2 2 (Be)Levende Landschappen Projectvoorstel aangemeld bij Interreg Vlaanderen-Nederland Inhoud Doelstelling en aanpak Pilootgebieden & Partnerschap Pilootgebied Bels Lijntje Financiële aspecten Projectaanvraag

Nadere informatie

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland Juni 2015 Inleiding Door de provincie Gelderland is verzocht om een update te maken van

Nadere informatie

5 Energiescenario s Nederland in 2050

5 Energiescenario s Nederland in 2050 STAPPENPLAN VOOR DUURZAME ENERGIEPRODUCTIE hoofdstuk 5, conceptversie 7 juli 2015 Maarten de Groot Kees van Gelder 5 Energiescenario s Nederland in 2050 5.1 Inleiding Op 15 november 2012 en 21 april 2013

Nadere informatie

Houtige landschapselementen in de bedrijfsvoering. Verscheidenheid in voorkomen. Hakhout en knotbeheer door landbouw. Hout als energiebron

Houtige landschapselementen in de bedrijfsvoering. Verscheidenheid in voorkomen. Hakhout en knotbeheer door landbouw. Hout als energiebron ENERGIE HOUTI G E L ANDSCHAP SEL EM ENTEN STUDIEDAG Landbouw & Energiegewassen Luc Vande Ryse 9 juni 2007 Energie uit houtige landschapselementen houtige landschapselementen & energie: een oud gebruik?

Nadere informatie

BINNENLANDS BIOMASSAPOTENTIEEL

BINNENLANDS BIOMASSAPOTENTIEEL Ecofys BV P.O. Box 8408 NL-3503 RK Utrecht Kanaalweg 16-G NL-3526 KL Utrecht The Netherlands www.ecofys.nl T +31 (0)30 280 83 00 F +31 (0)30 280 83 01 E info@ecofys.nl BINNENLANDS BIOMASSAPOTENTIEEL BIOMASSA

Nadere informatie

Akkoord Bespreken Naam Datum

Akkoord Bespreken Naam Datum Reg. nr.: 1310125 Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Onderwerp Biomassaplein Samenvatting De gemeenten Boxtel, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Vught, Best en mogelijk Oisterwijk willen samen een biomassaplein

Nadere informatie

Nederlands bos. Nederlands bos: hoeveel bos is er?

Nederlands bos. Nederlands bos: hoeveel bos is er? Nederlands bos In het dichtbevolkte Nederland heeft bos meerdere functies. Naast de productie van hout zijn de natuur-, landschap- en recreatiefunctie van groot belang. Boswet, bosbeleid en regelgeving

Nadere informatie

CO₂ Initiatieven. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015. Marco Hoogenboom. Afdeling KAM.

CO₂ Initiatieven. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015. Marco Hoogenboom. Afdeling KAM. CO₂ Initiatieven J.M. de Wit Groenvoorziening BV Hazerswoude-Rijndijk 03-09 2015 Marco Hoogenboom. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: Project Biomeiler september 2015 Deelnemers; Bedrijf:

Nadere informatie

Algemene Vereniging Inlands Hout

Algemene Vereniging Inlands Hout Algemene Vereniging Inlands Hout Algemene Vereniging Inlands Hout: vereniging van ondernemers in bos en hout Typen ondernemers bij de AVIH: adviesbureau bosbouwaannemer (exploiterende) rondhouthandel rondhoutverwerkende

Nadere informatie

FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën

FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën Koepel van het Nederlandse grondstofwinnende bedrijfsleven De leden van FODI zijn in principe brancheorganisaties. Zand (beton, wegfundering)

Nadere informatie

Bossen ingedeeld in zes bostypen. Centrum Hout. Centrum Hout Postbus 1380, 1300 BJ Almere Westeinde 8, 1334 BK Almere-Buiten 036 532 98 21

Bossen ingedeeld in zes bostypen. Centrum Hout. Centrum Hout Postbus 1380, 1300 BJ Almere Westeinde 8, 1334 BK Almere-Buiten 036 532 98 21 2013/12 Bossen Bossen Bossen zijn leefgemeenschappen van planten, mensen en dieren waarbij bomen beeldbepalend zijn. Tezamen vormen zij een gesloten keten. Alle onderdelen hebben een eigen plaats en functie

Nadere informatie

Kansen voor de wilgenenergieplantages

Kansen voor de wilgenenergieplantages Kansen voor de wilgenenergieplantages in Nederland Martijn Boosten Oogstdemonstratie Flevohout Lelystad, 24 januari 2012 Inhoud presentatie Wilgen-energieplantages Historie (wilgen)energieplantages in

Nadere informatie

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT vzw Een onafhankelijke organisatie gedragen door vrijwilligers grootste natuurbeschermingsorganisate in Vlaanderen eind 2001 opgericht

Nadere informatie

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland Kerngegevens Bos en Hout in Nederland December 2014 STICHTING PROBOS Werkt aan een duurzame houtketen Stichting Probos zet zich in voor duurzaam bosbeheer en een duurzame houtsector. Deze zijn onlosmakelijk

Nadere informatie

Kansen voor warmte. Frans Rooijers Lustrumcongres Stichting Warmtenetwerk, 13-2-2014

Kansen voor warmte. Frans Rooijers Lustrumcongres Stichting Warmtenetwerk, 13-2-2014 Kansen voor warmte Frans Rooijers Lustrumcongres Stichting Warmtenetwerk, 13-2-2014 Centrale boodschap Er is een groot potentieel aan duurzame warmte en warmtebesparing in Nederland beschikbaar. Per situatie

Nadere informatie

Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Maxim van Luttikhuizen (SP) inzake Deregulering in het fysieke domein.

Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Maxim van Luttikhuizen (SP) inzake Deregulering in het fysieke domein. Corsanummer: 1400276623 Op 16 oktober 2014 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van de heer Maxim van Luttikhuizen van de fractie SP gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel

Nadere informatie

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland Kerngegevens Bos en Hout in Nederland November 2004 STICHTING PROBOS Werkt aan een duurzame houtketen Stichting Probos zet zich in voor duurzaam bosbeheer en een duurzame houtsector. Deze zijn onlosmakelijk

Nadere informatie

Samenwerken rond het terug dringen van woekerende (invasieve) planten in Noord- Limburg

Samenwerken rond het terug dringen van woekerende (invasieve) planten in Noord- Limburg Samenwerken rond het terug dringen van woekerende (invasieve) planten in Noord- Limburg Inhoud Onze landschapselementen vroeger, nu en morgen: een blik op het verleden de huidige situatie en de toekomst

Nadere informatie

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland

Kerngegevens Bos en Hout in Nederland Kerngegevens Bos en Hout in Nederland November 2005 STICHTING PROBOS Werkt aan een duurzame houtketen Stichting Probos zet zich in voor duurzaam bosbeheer en een duurzame houtsector. Deze zijn onlosmakelijk

Nadere informatie

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory.

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Een uitdagend klimaat 20 20 2020 In 2020 moet de uitstoot van CO 2 in de EU met 20% zijn teruggebracht ten opzichte van het 1990 niveau.

Nadere informatie

Bijeenkomst Beheerconvenant Blauwzaam Lint. 10 december 2015. Presentatie Wageningen UR

Bijeenkomst Beheerconvenant Blauwzaam Lint. 10 december 2015. Presentatie Wageningen UR Bijeenkomst Beheerconvenant Blauwzaam Lint 10 december 2015 Presentatie Wageningen UR Meedenksessie kansen voor duurzaam beheer Parallel aan de totstandkoming van het beheerconvenant heeft Blauwzaam via

Nadere informatie

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op?

Groen gas. Duurzame energieopwekking. Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Welke keuzes en wat levert het op? Totaalgebruik 2010: 245 Petajoule (PJ) Groen gas Welke keuzes en wat levert het op? Huidig beleid 100 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 3 PJ. Extra inspanning 200 miljoen m 3 groen gas. Opbrengst: 6 PJ.

Nadere informatie

Mei 2016. Erf & landschap. Wat zijn uw mogelijkheden?

Mei 2016. Erf & landschap. Wat zijn uw mogelijkheden? Mei 2016 Erf & landschap Wat zijn uw mogelijkheden? Erf & landschap Wat zijn uw mogelijkheden? Peel en Maas is een mooie en uitgestrekte plattelandsgemeente met veel ruimte voor groen. We streven naar

Nadere informatie

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel

Nadere informatie

1. Het oplossen van juridische knelpunten in het bomenbeleidsplan; 2. Het oplossen van praktische knelpunten in het bomenbeleidsplan;

1. Het oplossen van juridische knelpunten in het bomenbeleidsplan; 2. Het oplossen van praktische knelpunten in het bomenbeleidsplan; Datum: 23-4-13 Onderwerp Aanpassing bomenbeleidsplan 2013 Status Besluitvormend Voorstel Het bomenbeleidsplan gewijzigd vast te stellen door het document aanpassingen bomenbeleidsplan 2013 (inclusief toelichting)

Nadere informatie

Impact van verhoogde biomassaoogst op nutriëntenvoorraad

Impact van verhoogde biomassaoogst op nutriëntenvoorraad Impact van verhoogde biomassaoogst op nutriëntenvoorraad Luc De Keersmaeker INBO Afdeling Beheer en Duurzaam gebruik Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer Inhoud Terminologie en definities (Luc) Summier: globale

Nadere informatie

Slotbijeenkomst. Leader-project Energiek gebruik van resthout uit landschapsonderhoud

Slotbijeenkomst. Leader-project Energiek gebruik van resthout uit landschapsonderhoud Slotbijeenkomst 15 september 2014 Huysmanhoeve, Eeklo Leader-project Energiek gebruik van resthout uit landschapsonderhoud Samenwerking Voor Agrarisch Landschap vzw (SVAL) www.energieklandschapshout.be

Nadere informatie

Energieverzorging Nederland

Energieverzorging Nederland Energieverzorging Nederland Naar een Duurzame Samenleving (VROM) Vanuit een internationaal geaccordeerde basis voor 2050 Standpunt Nederlandse overheid : 100% CO2 -reductie Standpunt van de G8: 80 % CO2

Nadere informatie

Leerpunten en aandachtspunten bij de ontwikkeling van een ECP Luc Pelkmans, VITO

Leerpunten en aandachtspunten bij de ontwikkeling van een ECP Luc Pelkmans, VITO Leerpunten en aandachtspunten bij de ontwikkeling van een ECP Luc Pelkmans, VITO Biobased Business Cases 2013 Breda 14-15 mei 2013 Locatiekeuze» Opportuniteiten:» bestaande faciliteiten uitbreidingsmogelijkheden.»

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie

Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie Enquête kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie Energie besparen in monumenten en lokaal energie opwekken op landgoederen In het kennis- en leertraject Monumentale Energietransitie werkt de

Nadere informatie

Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen

Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen Ontwikkeling kernkwaliteiten Nationale Landschappen Conclusie De variatie tussen de 20 Nationale Landschappen is groot, zoals blijkt uit de nulmeting van de kernkwaliteiten. Hoofdfiguur Figuur 1. Nationale

Nadere informatie

Bijlage C: Pakketten maatregel fijne dooradering behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant

Bijlage C: Pakketten maatregel fijne dooradering behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant Deze bijlage behoort bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant, vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 16 december 2008, nr. 1475112 Bijlage C: Pakketten maatregel

Nadere informatie

Perceelswerken NU! Tope Tegoare Oproep 2014 SUBSIDIEREGLEMENT

Perceelswerken NU! Tope Tegoare Oproep 2014 SUBSIDIEREGLEMENT Landinrichtingsproject Jabbeke Wingene Inrichtingsplan Groenhove Vrijgeweid Perceelswerken NU! Tope Tegoare Oproep 2014 SUBSIDIEREGLEMENT Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Wie kan de subsidie aanvragen?... 2

Nadere informatie

Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen. Wijziging Technische Bepalingen. Gewijzigde bepalingen zijn grijs gemarkeerd. Niet gemarkeerde bepalingen zijn nieuw

Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen. Wijziging Technische Bepalingen. Gewijzigde bepalingen zijn grijs gemarkeerd. Niet gemarkeerde bepalingen zijn nieuw TECHNISCHE BEPALINGEN Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen Wijziging Technische Bepalingen Gewijzigde bepalingen zijn grijs gemarkeerd Niet gemarkeerde bepalingen zijn nieuw Overzicht vervallen bepalingen toegevoegd

Nadere informatie

natuur in Gent monitoring 1999-2014

natuur in Gent monitoring 1999-2014 natuur in Gent monitoring 1999-2014 Natuurmonitoring waarom? Halen we de doelstellingen van het RSG en het groenstructuurplan? (Hoe) moeten we bijsturen? Natuurmonitoring waarom? Halen we de doelstellingen

Nadere informatie

IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011

IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011 IMPRESSIE ICT BENCHMARK GEMEENTEN 2011 Sparrenheuvel, 3708 JE Zeist (030) 2 270 500 offertebureau@mxi.nl www.mxi.nl Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Zevende ronde ICT Benchmark Gemeenten 2011 3 1.2 Waarom

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Inventaris & reductieplan. Project Krispijn

Inventaris & reductieplan. Project Krispijn Inventaris & reductieplan Project Krispijn Opgesteld door: Kader BV Versie: 1.0 Datum: februari 2015 Inhoud Inleiding... 3 1 Beschrijving project... 4 2 Verantwoordelijkheden... 4 3 Referentieperiode...

Nadere informatie

Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente. 4 maart 2014

Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente. 4 maart 2014 Kwantificering van innovaties op de Energiemix van Twente 4 Inleiding Het doel van de TDA is om focus aan te brengen in de kansrijke en verbindende initiatieven in Twente bij het realiseren van een duurzame

Nadere informatie

Kaart 12a: Bodemkaart Uitgebreid bosbeheerplan Zoersel

Kaart 12a: Bodemkaart Uitgebreid bosbeheerplan Zoersel Zep Zep Zdg Zep Sep 1b Zcg Zep Zcg Sfp Zcg 1a Sep Pfp OT Zbm Zdg Pep Zdm Zbg Zcg Sep Kaart 12a: Bodemkaart Eep Sep Zep Bodemkaart, Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen, AGIV metadatastandaard

Nadere informatie

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland Brussel, april 2014 CVN heeft

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

ADEL Plan van aanpak voor Armhoede Duurzaam Energie Landschap

ADEL Plan van aanpak voor Armhoede Duurzaam Energie Landschap 1 ADEL Plan van aanpak voor Armhoede Duurzaam Energie Landschap Inhoudsopgave: A. Gebiedsdefinitie B. Hoofddoelstelling C. Nulmeting TAUW en GEAS D. Projectorganisatie E. Onderzoeksvragen F. Planning A.

Nadere informatie

Energie uit groenafval. deel van een duurzame. Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen

Energie uit groenafval. deel van een duurzame. Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen Energie uit groenafval deel van een duurzame totaaloplossing Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen 1 Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR) Sinds 1989 branche organisatie

Nadere informatie

BOMEN- VERORDENING REGELT KAPPEN VAN BOMEN WAARDEVOLLE BOMEN BESCHERMEN

BOMEN- VERORDENING REGELT KAPPEN VAN BOMEN WAARDEVOLLE BOMEN BESCHERMEN BOMEN- VERORDENING REGELT KAPPEN VAN BOMEN WAARDEVOLLE BOMEN BESCHERMEN In de gemeente Weert staan veel waardevolle houtopstanden. In het buitengebied zijn dit de bos- en natuurgebieden, houtwallen en

Nadere informatie

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 Agenda Welkom door de Schepen Lode Dekimpe Inleiding SEAP door Kim Rienckens (provincie Oost-Vlaanderen) Nulmeting en uitdagingen

Nadere informatie

Starters in het bosonderzoek 2011. Gorik Verstraeten Bart Muys, Jakub Hlava, Kris Verheyen. Margot Vanhellemont. Inleiding

Starters in het bosonderzoek 2011. Gorik Verstraeten Bart Muys, Jakub Hlava, Kris Verheyen. Margot Vanhellemont. Inleiding Starters in het bosonderzoek 2011 Veranderingen in bodem- en strooiselkenmerken bij de omvorming van gemengd loofhout naar fijnspar. Gorik Verstraeten Bart Muys, Jakub Hlava, Kris Verheyen Margot Vanhellemont

Nadere informatie

Beplantingen Elzensingel Enkele rij, 3 stuks per meter. Minimale lengte 10 m. Planten bosplantsoen (60-100cm) 1 m 4,20

Beplantingen Elzensingel Enkele rij, 3 stuks per meter. Minimale lengte 10 m. Planten bosplantsoen (60-100cm) 1 m 4,20 Normbedragen Landschapselementen 201 Normbedragen voor herstel en aanleg De normbedragen zijn opgebouwd uit kosten voor arbeid inclusief kosten voor materialen. De bedragen zijn de werkelijke kosten. Afwijkingen

Nadere informatie

Milieu. Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen

Milieu. Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen Naam: Milieu Waterkwaliteit: Denk aan: nitraat uitspoeling / erfwater / gewasbeschermingsmiddelen / alles wat oppervlakte- en grondwater kan vervuilen Slootrandenbeheer Baggeren Krabbescheer bevorderen

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

Bundel 1 van veldoefeningen en cases

Bundel 1 van veldoefeningen en cases Bundel 1 van veldoefeningen en cases De cases en veldoefeningen bestaan uit 3 delen: Deel 1 de veldoefeningen waarvan de locaties voorkomen in het natuurgebied Den Battelaer te Mechelen. Deel 2 een case

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

In dit boekje komt u alles te weten over

In dit boekje komt u alles te weten over hout 100 0/ 0 duurzaam In dit boekje komt u alles te weten over 4 Voordelen van hout Duurzaam bosbeheer Redenen om duurzaam geproduceerd hout te kopen Het kopen en verkopen van miljard hectare van de

Nadere informatie

Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee

Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee Het Energieatol Energieopslag in de Noordzee Dr. Walter Mondt, ECOREM 26 november 2013 1 Inhoud Voorstelling Ecorem NV Context van de studie Werkingsprincipe van het energieatol Opbouw van het energieatol

Nadere informatie

2. Normkostentabel aanleg, herstel en achterstallig onderhoud 2015 Herstel en aanleg

2. Normkostentabel aanleg, herstel en achterstallig onderhoud 2015 Herstel en aanleg 2. Normkostentabel aanleg, herstel en achterstallig onderhoud 2015 Herstel en aanleg De normbedragen zijn opgebouwd uit kosten voor arbeid inclusief kosten voor materialen. De bedragen zijn de werkelijke

Nadere informatie

2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF

2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT 2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF Inhoudsopgave: Inleiding 3 Toelichting op het Capaciteitsplan 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Opbouw van het net 4 1.3 Invullen

Nadere informatie

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform

Biomassa, het nieuwe goud. Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform Biomassa, het nieuwe goud Francies Van Gijzeghem projectleider Bio-Energie platform ODE-Vlaanderen Structuur Vlaams kwaliteitscentrum voor decentrale duurzame energie belsolar Werkgroep groene stroom 2

Nadere informatie

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Ketenanalyse 1 Inleiding Eis: Aantoonbaar inzicht in de meest materiele emissies uit scope 3 middels 2 ketenanalyses. Voor het in kaart brengen van scope III

Nadere informatie

Meet- en rekenprincipes

Meet- en rekenprincipes 2 Meet- en rekenprincipes MEET- EN REKENPRINCIPES HOOFDSTUK 2 2.1 Algemene inhoudsberekening Illustratie 2.a: Inhoudsberekening van een cilinder = oppervlakte x lengte. De inhoud van een object zoals een

Nadere informatie

Overheadkosten agrarisch collectief i.r.t. taken en omzet

Overheadkosten agrarisch collectief i.r.t. taken en omzet STICHTING COLLECTIEF AGRARISCH NATUURBEHEER Overheadkosten agrarisch collectief i.r.t. taken en omzet Elk agrarisch collectief doet middels een gebiedsaanvraag een aanbod aan de provincie waarin het collectief

Nadere informatie

Schetsschuit Energielandschap Reestdal

Schetsschuit Energielandschap Reestdal Schetsschuit Energielandschap Reestdal Verkenning ontwerp energielandschappen 1. Inleiding 2. Opdracht 3. Resultaten + aanbevelingen 4. Conclusies Inleiding Opdrachtgever provincie Bijdrage duurzame energie

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

RAADSCOMMISSIE. Nummer:

RAADSCOMMISSIE. Nummer: RAADSCOMMISSIE Onderwerp: Nummer: Datum vergadering: 4 februari 2014 Locatieonderzoek kleine windmolens op bedrijventerreinen Hooidijk, Groot Verlaat en Dolderkanaal in Steenwijk en Boterberg in Oldemarkt.

Nadere informatie

Goed nieuws over Nederlandse biomassa

Goed nieuws over Nederlandse biomassa ALGEMENE VERENIGING INLANDS HOUT Goed nieuws over Nederlandse biomassa Vragen en antwoorden over het gebruik van Nederlandse houtige biomassa ALGEMENE VERENIGING INLANDS HOUT Postbus 186 3990 DD Houten

Nadere informatie

VEA - Draagvlak windenergie

VEA - Draagvlak windenergie Elke Van Hamme Significant GfK Februari 2011 VEA - Draagvlak windenergie Inhoud Achtergrond & doelstelling van het onderzoek 2 Is er anno 2011 een draagvlak voor windenergie? Attitude tov windenergie:

Nadere informatie

Energie Rijk. Lesmap Leerlingen

Energie Rijk. Lesmap Leerlingen Energie Rijk Lesmap Leerlingen - augustus 2009 Inhoudstafel Inleiding! 3 Welkom bij Energie Rijk 3 Inhoudelijke Ondersteuning! 4 Informatiefiches 4 Windturbines-windenergie 5 Steenkoolcentrale 6 STEG centrale

Nadere informatie

Maatschappelijke weerstand: Een issue voor terreinbeheerders in de keuze om houtige biomassa te oogsten?

Maatschappelijke weerstand: Een issue voor terreinbeheerders in de keuze om houtige biomassa te oogsten? Maatschappelijke weerstand: Een issue voor terreinbeheerders in de keuze om houtige biomassa te oogsten? Robert Jan Fontein & Wiebren Kuindersma 1. Inleiding In het werkprogramma Nieuwe energie voor het

Nadere informatie

MEMO GAD BNG 28.50.30.701 ISO 14001. Gewestelijke Afvalstoffen Dienst. Portefeuillehouders Milieu. Werkgroep biomassa en 'rijden op groen gas'

MEMO GAD BNG 28.50.30.701 ISO 14001. Gewestelijke Afvalstoffen Dienst. Portefeuillehouders Milieu. Werkgroep biomassa en 'rijden op groen gas' Gewestelijke Afvalstoffen Dienst Gooi en Vechtstreek Postadres: Postbus 514 1200 AM Hilversum Bezoekadres: Hooftlaan 32 1401 EE Bussum Telefoon: (035) 699 18 88 Fax: (035) 694 17 45 Internet: www.gad.nl

Nadere informatie

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H)

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) Lidstaat: België - Vlaams gewest Datum: Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) in navolging van artikel

Nadere informatie

Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid

Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid Green Deal van Essent New Energy met de Rijksoverheid Ondergetekenden: 1. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, ieder handelende

Nadere informatie

5 Meting van hout op stam

5 Meting van hout op stam HOOFDSTUK 5 M E T I N G VA N H O U T O P S TA M 5 Meting van hout op stam 33 METING VAN HOUT OP STAM HOOFDSTUK 5 5.1 Inleiding Bij het meten van hout op stam wordt de inhoud bepaald aan de hand van de

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2

Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Energietransitie Papierketen De ambities binnen Energietransitie Papierketen: Halvering van het energieverbruik per eindproduct in de keten per

Nadere informatie

PRAKTIJKNETWERK BOERENBOS NOORD-OOST NEDERLAND

PRAKTIJKNETWERK BOERENBOS NOORD-OOST NEDERLAND PRAKTIJKNETWERK BOERENBOS NOORD-OOST NEDERLAND Verslag vierde bijeenkomst, 11 juni 2014 Aanwezige deelnemers: F. Tolman, A.H. Luten, H. Holland met echtgenote, B. & A. Dunnewind, G. Nijhoving met echtgenote,

Nadere informatie

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE

KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE KETENANALYSE DIESELVERBRUIK SCOPE 3 EMISSIE Erp, december 2014 Opgesteld door: R. Kanner (intern) A. Heerkens (extern) Geaccordeerd door: B. Kerkhof Namens de directie INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Scope

Nadere informatie

Velt presenteert: de ecotuin

Velt presenteert: de ecotuin Velt presenteert: de ecotuin Behoefte aan duidelijkheid over ecotuin Begrip ecotuin niet altijd voor iedereen duidelijk verwarring over begrip ecotuin onduidelijkheid onder collega s begrip wordt niet

Nadere informatie

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV.

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon Footprint 1 e half jaar 2015 J.M. de Wit Groenvoorziening BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: J.M. de Wit Groenvoorziening BV Bezoekadres:

Nadere informatie

Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV

Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV Loon- en maaibedrijf De Struunhoeve BV Review CO 2 reductiesysteem Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 In het kader van papier vermindering is de inhoudsopgave op de voorpagina afgedrukt Inhoudsopgave

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie