CO-4-ENERGY BLAUWDRUK : DE VALORISATIE VAN BIOMASSA STROMEN TOT HERNIEUWBARE ENERGIE VIA - PROJECT NR VERSIE : 3 DATUM :

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CO-4-ENERGY BLAUWDRUK : DE VALORISATIE VAN BIOMASSA STROMEN TOT HERNIEUWBARE ENERGIE VIA - PROJECT NR 4221 - VERSIE : 3 DATUM : 26.02.."

Transcriptie

1 CO-4-ENERGY - PROJECT NR BLAUWDRUK : DE VALORISATIE VAN BIOMASSA STROMEN TOT HERNIEUWBARE ENERGIE VIA EEN COÖPERATIEF VERGISTINGSINSTALLATIE MODEL VERSIE : 3 DATUM : Het ontwerpen van deze blauwdruk wordt medegefinancierd met ESF-middelen (Europese Commissie) en de Vlaamse Overheid.

2 BETROKKEN PARTNERS : Adviesbureau (Onderaanneming) Fidelis BVBA Adviesbureau (Onderaanneming) BETROKKEN BEDRIJVEN PROEFTRAJECT : Auteurs: - DLV Belgium : Filip Raymaekers / Bert Pecceu / Hélène Durot - DLV Inno Vision : Lies Bamelis - Inagro : Willem Boeve / Bart Ryckaert - Biogas-E : Jonathan De Mey / Veronique De Geest - Pro Natura : Johan De Beule / Dennis Cardoen / Tom Depuydt - Universiteit Gent : Erik Meers / Jeroen Buysse / Lies De Clercq / Reinhart Van Poucke / David De Pue - Fidelis : Matthijs Boúúaert - APC : Guy Claessens Contactpersoon : Lies Bamelis - T: 011/

3 BEKNOPTE SAMENVATTING Het doel van dit project is het ontwikkelen van een blauwdruk van een coöperatie waarbij de vennoten samenwerken met als doel de gezamenlijke productie van hernieuwbare energie op basis van biomassastromen die geproduceerd worden bij de coöpererende vennoten. Door vergisting van dit organische afval in een vergistingsinstallatie wordt er biogas gevormd dat op zijn beurt omgezet kan worden tot groene elektriciteit en warmte door het te verbranden in een cogeneratie-installatie (= WKK-motor). Belangrijk hierbij is om al de kosten en baten gelinkt aan een dergelijke vergistingsinstallatie in rekening te brengen : zo zal bijvoorbeeld de kost waaraan het digestaat afgevoerd kan worden een belangrijke impact hebben op de financiële haalbaarheid van het project. Daarnaast is er in dit concept ook een sleutelrol weggelegd voor een sociale economie organisatie : zoals zal blijken uit dit sjabloon betekent het opzetten van een dergelijke coöperatie een immens logistiek kluwen gezien de stromen van bij elke vennoot toegevoerd moeten worden. Een veelvuldigheid aan verschillende stromen - inputstromen, het verkregen biogas (omgezet in warmte en elektriciteit) en de t (=digestaat) - worden in dit coöperatief model in kaart gebracht, verwerkt en op een eenvoudige en verstaanbare manier voorgesteld. De Co-4-Energy blauwdruk kan bijgevolg, voor de betrokken partners, alsook voor andere geïnteresseerde partijen, een leidraad vormen voor de implementatie van een vergistingsinstallatie op basis van een coöperatie-ondernemersmodel. Deze blauwdruk belicht zowel de financiële-economische-juridische impact, alsook de sociaal-maatschappelijke en ecologische perspectieven. Als hoofdonderwerp behandelt deze blauwdruk de ontwikkeling van een vergistingsinstallatie voor een bedrijvencoöperatie, zijnde een (idealiter) regionaal gebonden coöperatie waarbij de vennoten steeds vertegenwoordigd worden door een bedrijf uit de private of publiek-private sector. Desalniettemin is er bij rondvraag binnen de stakeholders ook interesse gebleken voor een vergelijkbare burgercoöperatie. Deze werd in deze blauwdruk niet in detail uitgewerkt, maar het kan zeker interessant zijn om deze in de toekomst verder te ontplooien. 3

4 WOORD VOORAF Bij het afronden van de blauwdruk is het niet ongepast om een woordje van dank neer te pennen voor iedereen die mede zijn schouders onder dit project en deze blauwdruk gezet heeft. In de eerste plaats bedankt aan al de project partners en subcontractors die deelgenomen hebben aan het project. Onder het motto met twee weet je altijd meer dan alleen zijn we met een heleboel verschillende partijen in zee gegaan waardoor het uitvoeren van het project al een coöperatieve op zich leek te worden. En uiteindelijk is het een goed project geworden. Het is een leerrijk proces geweest waar we ongetwijfeld allemaal van bijgeleerd hebben, er waar elke partij weer een beetje wijzer van geworden is. Hopelijk kunnen we de lijn van positieve samenwerking ook doortrekken naar toekomstige projecten - volledig is de geest van coöpereren dus Uiteraard dienen we ook een woordje van dank te richten aan onze vennoten : bedankt dat we jullie als test case mochten gebruiken voor het ondersteunen van onze theoretische blauwdruk. Wij hopen dat we het pad geëffend hebben dat jullie moet toelaten om coöperatief samen te werken met andere partijen. 4

5 INHOUD Beknopte samenvatting... 3 Woord vooraf... 4 Lijst van afkortingen... 7 Inleiding De initiatiefnemers Projectconsortium (6) Proeftraject Participanten (5) Gerelateerde Derden Methodiek Co-4-Energy Het probleem Europa / pijnpunten in de biogassector Nood aan schaalvoordeel Stijgende onkosten Logistieke belemmeringen Afzet digestaat Onwetendheid rondom Coöperatief Ondernemen Commercialisatie Afvalstromen Het coöperatieve idee Situering Missie en visie Activiteiten van de coöperatie Geografische afbakening Vennoten van de coöperatie Argumentatie waarom voor een coöperatie gekozen wordt Bouwstenen voor een business plan Projectnetwerk en aanpak Situering inventarisatie van de bedrijven Theoretische aanpak: voorbereiding -en oriëntatiefase Conceptfase rond de bedrijvencoöperatie Stakeholderanalyse Corporate Governance Marketing en communicatie HRM Profiel 1 : een uitvoerende kracht Profiel 2 : een verantwoordelijke Verloningsbeleid Financieel plan Recurrente randvoorwaarden SCENARIO 1 : Vergister in eigen beheer - concrete cijfers SCENARIO 2 : Vergister in eigen beheer - Theoretische cijfers SCENARIO 3 : Concrete cijfers - externe vergister SCENARIO 4 : Theoretische cijfers - externe vergister Resultaten Overzicht SCENARIO Betrekken van de Sociale Economie Economische onzekerheidsanalyse Ecologische Impact Concretisering Aandachtspunten Co-4-Energy Toepassing Evaluatie van de coöperatieve werking Link met de ICA definitie

6 5.2. Link met de ICA principes Vrijwillig en open lidmaatschap (artikels 14 tot en met 24) Democratische controle door de leden (artikels 35 t/m 46) Economische participatie door de leden (artikel 14 en 48) Autonomie en onafhankelijkheid (B. bijkomende bepalingen) Onderwijs, vorming en informatieverstrekking (artikel 23, 25 en 52) Coöperatie tussen coöperaties Aandacht voor de gemeenschap (artikel 3 doel) Bouwstenen van deze blauwdruk Kansen Knelpunten Randvoorwaarden Bibliografie Bijlage 1 : Initiële Inventarisatie Co-4-Energy Bijlage 2 : Resultaten Klankbordoverleg Bijlage 3 : Betrokken Partners Co-4-Energy Bijlage 4 : Betrokken Proeftraject Participanten Co-4-Energy Bijlage 5 : Database Afvalstromen Proeftraject Participanten Bijlage 6 : Procestechniek Vergistingsinstallaties Bijlage 7 : Wettelijke documenten transport afvalstromen Bijlage 8 : Voorbeeld Statuten Bijlage 9 : Omschrijving Coöperatieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid (cvba) + Juridisch Omkader Bijlage 10 : Economische onzekerheidsanalyse Bijlage 11 : Inzet van Sociale Economie Bijlage 12 : Ecologische impactanalyse Koolstof voetafdruk Bijlage 13 : Voorbeel van een huishoudelijk reglement

7 LIJST VAN AFKORTINGEN AV bvba CVBA GWhel ICA KMO kwh el kwhth MVO MWhel MWhth Nm 3 NV OBA OVAM RvB VTE WKK Algemene vergadering besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Giga wattuur elektrisch International Cooperative Aliance Kleine of Middelgrote Onderneming Kilowattuur Kilowattuur elektrisch Kilowattuur thermisch Maatschappelijk verantwoord ondernemen Mega wattuur elektrisch Megawattuur thermisch Normaal kubieke meter (volume) Naamloze vennootschap Organisch Biologisch Afval Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Raad van bestuur Voltijds Equivalent Warmte Kracht Koppeling 7

8 INLEIDING Op de dag van vandaag is de productie van hernieuwbare energie een steeds belangrijker wordend fenomeen in binnen-en buitenland. Veelal wordt er bij de term hernieuwbare energie onmiddellijk gedacht aan wind- of zonne-energie, maar er zijn nog een aantal andere mogelijkheden en opportuniteiten die weliswaar minder gekend, en dus ook minder bemind zijn. Zo heeft iedereen die een organische afvalstroom in handen heeft (bv. keukenafval, afvalvoedingsindustrie, mest,...) een grondstof voor groene energie in handen: organisch afval kan immers via een anaeroob vergistingsproces omgezet worden in biogas, en dat biogas kan omgezet worden in (groene) elektriciteit en (groene) warmte. Om de productie van hernieuwbare energie via het vergistingsproces economisch rendabel te maken is er noodzaak aan enige schaalgrootte van de installatie - dat maakt dat producenten van beperkte biomassa stromen al gauw uit de boot vallen om hun eigen stromen te benutten. Bovendien maakt dit dat een kleinere speler niet - of moeilijk - de waarde van zijn eigen afvalstroom kan inschatten. Binnen het project Co-4-Energy wordt er nagegaan in hoeverre er via coöperatieve samenwerking een valorisatietraject opgezet kan worden om deze kleinere biomassa-stromen toch binnen eigen beheer om te zetten naar hernieuwbare energie. Voor deze omzetting worden er verschillende pistes bekeken : 1 - Valorisatie van de stromen in een eigen (nieuwe) vergistingsinstallatie 2 - Valorisatie van de stromen in een externe (bestaande) vergistingsinstallatie Voor deze beide pistes is er vertrokken vanuit een reële testcase, maar wordt er telkens gerefereerd naar mogelijke opportuniteiten en valkuilen in een breder spectrum. De uiteindelijke blauwdruk toont ook aan dat een mooie mix tussen economie, ecologie en sociologie een maatschappelijk probleem kan aanpakken waarbij weliswaar een aantal randvoorwaarden moeten gerespecteerd worden. 8

9 1. DE INITIATIEFNEMERS De opzet van de coöperatieve zoals vooropgesteld in dit project is een samenwerking tussen verschillende actoren met als doel het gezamenlijk produceren van hernieuwbare energie op basis van de biomassastromen (meer detail zie bijlage: Procestechniek) dewelke geproduceerd worden bij elk of sommigen van deze entiteiten. Hierbij kunnen we voor deze blauwdruk een duidelijk onderscheid maken tussen drie soorten actoren, zijnde de initiatief nemende partners in het Projectconsortium, ten tweede de meewerkende Participanten of Vennoten binnen het proeftraject, en ten derde alle overige betrokken partijen, hieronder genaamd de Gerelateerde Derden. Allen hebben een verschillende functie, uitgangspunt en betrokkenheidsniveau. 1.1 PROJECTCONSORTIUM (6) Alle partners binnen het projectconsortium zijn vanaf het begin bij het Co-4-Energy project betrokken. De partners in het consortium kunnen als initiatiefnemers binnen het Co-4-Energy aanschouwd worden. DLV Belgium nam hierbij telkens de leiding, al werden alle betrokkenen sinds de start van nabij betrokken. Elke meewerkende partner binnen het projectconsortium wordt tevens in de bijlages uitgebreider beschreven. Zo is er de promotor DLV Belgium en dochterfirma DLV Innovision, welke diensten van totaaladvies levert aan de ondernemende bedrijven en ondernemers in de industriële en (para-)agrarische sector. Voor het leveren van deze diensten kan DLV Belgium rekenen op een groot aantal (> 150 medewerkers) aan verschillende opleidings-achtergronden : ingenieurs, architecten, wetenschappers, CAD-tekenaars, fiscalisten, juristen, accountants, boekhouders, graduaten, kortom alle competenties verenigd in één dynamisch team. De aanspreekpunten bij de klanten van de DLV Belgium zijn veelal de bedrijfsleiders of milieuverantwoordelijken in de industriële sectoren, of rechtstreek bij de (ondernemende) landbouwer bij landbouwbedrijven. Voor deze blauwdruk heeft DLV Belgium beroep gedaan op Agro Plan Consulting, een adviesbureau dat gespecialiseerd is in het begeleiden van samenwerkingsverbanden en coöperaties. Agro Plan Consulting werkte hierbij in onderaanneming van DLV Belgium. Ter financiële en administratieve ondersteuning maakt DLV Belgium tevens gebruik van Fidelis BVBA, dit tevens in onderaanneming. Ook Inagro werkt als onderzoekscentrum voor de land- en tuinbouw vooral samen met de vooruitstrevende, ondernemende landbouwer, maar krijgt evengoed klanten uit de industriële sector over de vloer voor het uitvoeren van testen of onderzoek. Bij Biogas-E wordt als platformorganisatie voor de anaerobe vergisting in Vlaanderen eenzelfde trend geconstateerd: hun doelgroep bestaat veelal uit (mannelijke) bedrijfsleiders die vooruit willen. Hier heeft het geen belang welke leeftijd, opleiding of origine de leden van de organisatie hebben, het belangrijkste is dat ze vooruitstrevend en ondernemend willen zijn. De personen tewerkgesteld bij de Universiteit Gent labo s Landbouweconomie en Ecochemie hebben allen een hogere opleiding genoten. Samenwerken doen ze uiteraard eveneens met andere universiteiten of kenniscentra, maar ook met overheden, ondernemers, etc. Als laatste partner is er Pro Natura. Deze partner is werkzaam in de Sociale Economie en heeft dus een significant verschillende klanten- en personeelsbestand. Pro Natura is een partij die ruimschootse ervaring heeft in het communiceren met en motiveren van lager geschoolde personen. Zij hebben dan ook een belangrijke invloed op de communicatiemethoden binnen de projectopzet, wat betreft opleidingen, workshops e.d. om zeker te zijn dat er opleidingen op maat van het publiek gegeven kunnen worden. 9

10 1.2 PROEFTRAJECT PARTICIPANTEN (5) Zoals verder in deze blauwdruk ruimschoots beschreven zal worden, werden er bij de invulling en het in kaart brengen van de Co-4-Energy doelstellingen verschillende mogelijke doelgroepen aangesproken. Bij de aanvang van het project werd er gekozen om uit te gaan van 2 verschillende types initiatiefnemers. Een eerste type van initiatiefnemers zijn de bedrijven. In dit geval wordt er gesproken van een bedrijven coöperatie, waarbij verschillende bedrijven samenwerken om hun eigen toevoerstromen te valoriseren als bron voor hernieuwbare energie. Hier gaat het voornamelijk om een klein aantal bedrijven die een relatief groot eigen volume aan reststromen collectief gaat vergisten, dit gezien het meestal niet rendabel is om individueel de reststromen te gaan en valoriseren tot hernieuwbare energie grondstof. Het tweede type dat opgestart werd was deze van de burger coöperatie. Een burger coöperatie waarbij het initiatief genomen wordt door burgers die hun eigen reststromen op een ecologische, economische en sociale manier willen verwerkt zien. Het gaat hier over een groot aantal burgers die met relatief kleine hoeveelheden organische reststromen te kampen hebben. Beide types hebben aan hun leden een economisch (winstverdeling van de coöperatie), ecologisch (productie van groene stroom en warmte) en sociaal (logistieke uitvoering van het project door mensen uit de sociale sector) voordeel te bieden. Beiden kunnen als voorbeeld dienen als twee uitersten van mogelijke coöperaties rondom het verwerken van organische restafval op kleine schaal. Tussen deze twee uitersten kunnen er combinaties gemaakt worden waar bijvoorbeeld een paar burgers mee participeren in een bedrijven coöperatie of een bedrijf mee participeert in een burger coöperatie. Al deze tussenvormen zijn mogelijk. Doorheen de loop van het project is uit deze ontplooiingsfase gebleken dat het opstarten van een vergistingsproject op basis van een burgercoöperatie nog niet onmiddellijk aan de orde is : er zijn immers een aantal aandachtspunten die uitgeklaard moeten worden. Zo is er de noodzaak aan een aanzienlijke massa inputstromen (wordt verder besproken in het financieel plan), is er het inplantingsprobleem (geen vergister in woongebied) en heb je het logistieke verhaal (zelf benutten van geproduceerde warmte en groene elektriciteit). Daarom werd deze piste door de betrokken actoren ook lauw onthaald, met het gevolg dat er verder ingezet werd op de bedrijven coöperatie. Daar waar er initieel vanuit een sociale huisvestingsmaatschappij enorm veel enthousiasme was, bleek na enige tijd een daadkrachtige wil om dit verhaal verder te ontwikkelen helaas te ontbreken. Voor het opstarten van de bedrijvencoöperatie werd er gestart van een basis-case, namelijk de studentenrestaurants van de Universiteit Gent. Bij aanvang werd er dan ook een inventarisatie gedaan van mogelijke geïnteresseerde partijen rondom Gent, om zo mogelijke geïnteresseerde bedrijven of organisaties in kaart te brengen. Door te werken rond deze concrete case kon de theoretische invulling van de blauwdruk geverifieerd worden met realistisch en effectief cijfermateriaal. Hierbij maakt de blauwdruk gebruik van de datareeksen komende uit 5 verschillende instellingen/bedrijven, allen waarheidsgetrouw en op aangeven van de partners zelf, namelijk Universiteit Gent, Universitair Ziekenhuis Gent, Sodexo (locatie site UZ Gent), Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain, en Voedingsbedrijf X (industriële bakkerij ). Dit laatste bedrijf wenst anoniem aan dit project deel te nemen. 10

11 1.3 GERELATEERDE DERDEN Gerelateerde Derden kunnen omschreven worden als alle overige partijen, bedrijven, instellingen, natuurlijke personen, overheidsinstanties, belangengroeperingen, etc. die zich betrokken voelen bij de aangehaalde problematiek rondom Coöperatief Ondernemen, vergistingsinstallaties of zoals deze blauwdruk belicht, een combinatie van beiden. Hoewel deze mensen niet rechtstreeks bij de opmaak, de verwerking of de afhandeling van het project betrokken zijn, worden deze gerelateerde derden ook indirect in de blauwdruk geïntegreerd. Door de organisatie van enkele klankbordoverleg momenten krijgen alle geïnteresseerden de mogelijkheid om een actieve inbreng te doen, om kennis te vergaren of om over de stand van zaken van het Co-4-Energy project ingelicht te worden. Zo wordt er niemand uitgesloten en kan er in alle openheid gecommuniceerd worden. 1.4 METHODIEK CO-4-ENERGY Vergaderingen met de initiatiefnemers rondom de afbakening en de aanpak inventaris doelgroep, enquête selecteren van de geïnteresseerden voor de proeftrajecten proeftraject burger - en bedrijvencoöperaties compilatie in de blauwdruk toetsen van de blauwdruk bij de initiatiefnemers Klankbordwerkgroepen met de geïnteresseerden eerste klankbordwerkgroep: informeren van de geïnteresseerden over project en de mogelijkheden, bezoek aan vergistingsinstallatie tweede klankbordwerkgroep toetsen van de blauwdruk bij de geïnteresseerden voor de bedrijvencoöperatie (beperkt klankbord - enkel de betrokken bedrijven) derde klankbordwerkgroep : communicatie resultaten naar alle geïnteresseerde partijen 11

12 2. HET PROBLEEM Om een correcte toetsing van de kenmerken van het coöperatieve model te kunnen geven is het belangrijk eerst de huidige problematiek die zich in de sector stelt kort samen te vatten. Hieronder vindt u de voornaamste problematiek rondom vergistingsinstallaties als methodiek in zijn algemeenheid en bovendien toegepast op het coöperatief ondernemen EUROPA / PIJNPUNTEN IN DE BIOGASSECTOR In het kader van de Europese doelstellingen zal energie uit biomassa een belangrijke rol moeten spelen in het verhogen van de hernieuwbare energieproductie in ons land. Uit afvalstoffen geproduceerd biogas is één van de meest duurzame bronnen van bio-energie. Er wordt door de Vlaamse overheid geprojecteerd dat biogas (inclusief stortgas en biogas uit afvalwater) tegen 2020 zal moeten zorgen voor een elektriciteitsproductie van 1600 GWhel/jaar, terwijl er op dit moment nog maar ongeveer 398 GWhel/ jaar geproduceerd wordt. Daarnaast kan ook het produceren van de steeds belangrijker wordende groene warmte dankzij biogasproductie gerealiseerd worden. Om de beoogde groei in elektriciteits- en groene warmte-opwekking te kunnen verwezenlijken is het noodzakelijk dat er een grote bijkomende hoeveelheid biomassastromen die via vergisting omgezet kunnen worden tot biogas gevonden worden. Het beter benutten van lokale en kleinere reststromen kan hierin soelaas bieden. Heden worden deze stromen vaak gemengd met andere afvalstromen - opgehaald door afvalverwerkers en op één (of meerdere) punten verder verwerkt zonder dat een optimale of lokale energiebenutting van deze stromen gebeurt. Maatschappelijk is het belangrijk om voor de beoogde groei in hernieuwbare energieproductie geen gebruik te maken van speciaal daarvoor geteelde gewassen, zogenaamde energiegewassen. Op de dag van vandaag is het maatschappelijk draagvlak voor het vergisten van maïs en graan immers klein omdat dergelijke energiegewassen in concurrentie treden met voedselproductie, de diversiteit in het landschap verminderen, en bovendien een milieu-impact hebben die niet gunstig genoeg uitvalt in vergelijking met fossiele brandstoffen. Ook binnen dit project is er verder voor geopteerd om de focus te leggen op biomassa stromen die momenteel niet benut worden als (dieren)voeding of een andere hoogwaardige toepassing. Aanvankelijk was de typische capaciteit van een biogas-installatie ongeveer 300 à 500 kwhel, maar op de dag van vandaag worden er veel grotere projecten van 2000 à 3000 kwhel ontwikkeld. Deze verschuiving naar grotere installaties is grotendeels gebaseerd op schaalvoordeel: om meer rendabel te kunnen werken wordt getracht de geplande installaties binnen de wettelijke randvoorwaarden te maximaliseren. Dit type installatie kadert doorgaans in specifieke mestverwerkings- of afvalverwerkingsprojecten. De gebruikte biomassa voor deze installaties bestaat hoofdzakelijk uit mest, organisch biologisch afval (OBA) en energiegewassen. Ze staan één voor één los van de individuele KMO of het individuele landbouwbedrijf. Momenteel ervaren deze grotere vergistingsinstallaties echter verschillende belangrijke pijnpunten die hun toekomst hypothekeren (cfr. Voortgangsrapport 2012 ; Biogas-E): De op de markt beschikbare biomassa-stromen zijn niet meer betaalbaar; Het lokaliseren van kwalitatieve hoog valoriseerbare afvalstromen wordt moeilijker; 12

13 Het wordt steeds moeilijker voor deze nieuwe grote projecten om binnen de sterk verstedelijkte Vlaamse context een vergunning te verkrijgen. Er is heel vaak burgerprotest tegen grote biogasinstallaties omwille van (soms vermeende) overlast op het vlak van mobiliteit, geur, etc.; Het elektriciteitsnet is niet overal voorzien op een injectie van een grote hoeveelheden elektriciteit; Hoge administratieve last; Beperkt maatschappelijk draagvlak, mede door het vergisten van energiegewassen zoals maïs; Toegenomen complexiteit van de installatie om aan de wettelijke voorwaarden rond afzet van het digestaat te voldoen; Het vinden van een betaalbare afzet voor de grote hoeveelheid digestaat. Omwille van deze pijnpunten, aangevuld met onduidelijkheid rond het ondersteunend wettelijk kader, zijn nieuwe investeringen in grote biogas-installaties beperkt. Gezamenlijke coöperatief ondernemen kan verschillende pijnpunten wegwerken of minimaliseren. Er is in de markt dan ook een duidelijke trend merkbaar om naar kleinere, meer geïntegreerde installaties over te schakelen, waardoor de KMO of het (landbouw)bedrijf zelfvoorzienend zou kunnen zijn, vooral op het vlak van haar eigen energiebehoefte (zowel wat betreft warmte en elektriciteit), maar ook zoveel mogelijk op vlak van inputstromen (gebruik van bedrijfseigen biomassa) en digestaatafzet (op eigen land). Een dergelijke kleine installatie wordt pocket-vergister genoemd en kan vooral door zijn marktonafhankelijkheid een antwoord bieden op de hoger genoemde pijnpunten. Uitgebreide uitleg over de werking en het verwerkingsproces van een vergistingsinstallatie vindt u in de bijlage. Voor een landbouwbedrijf met een aanwezige veestapel is het in zekere zin vanzelfsprekend om het plaatsen van een kleinschalige vergistingsinstallatie te overwegen om energie op te wekken uit mest. Met zelfs al een zeer eenvoudige installatie (type micro-vergister, < 10 kwel) kan er reeds een deel van de elektriciteitsbehoefte ingevuld worden. Maar ook voor elk ander bedrijf of instelling met een aanzienlijke productie van makkelijk vergistbare biomassa kan het interessant zijn om energie te produceren uit de eigen stromen. Momenteel brengt het zich ontdoen van deze stromen weinig of geen (financiële) return, eerder integendeel brengt het een kost met zich mee. Bovendien worden bedrijven geconfronteerd met een steeds toenemende energiefactuur doordat de elektriciteits- en aardgasprijzen een stijgende trend vertonen. KMO s en landbouwbedrijven gaan dan ook steeds vaker op zoek naar manieren om deze kostenpost te beheersen door energiebesparende maatregelen en inzet van hernieuwbare energie. In kader van het internationaal onderzoeksproject ARBOR (Interreg IVb project) werd het principe van een huisvergister geëvalueerd. Voor deze case werd het vergisten van keukenafval van een restaurant onderzocht. Door het biogas te verbranden zou er in een WKK jaarlijks 15.5 MWhel elektriciteit en 26.4 MWhth aan warmte opgewekt kunnen worden. Deze opgewekte energie kon deels de energievraag van het restaurant invullen. Er is echter gebleken dat met de huidige wettelijke omkadering een dergelijk kleinschalig project niet rendabel kan draaien : gezien er bij de vergisting van afvalstromen een heel aantal wettelijke voorwaarden opgelegd worden (bv. hygiënisatie, vlaco keuring, milieu coördinator, ) wordt het haast financieel onmogelijk om een dergelijke kleinschalige installatie rendabel te exploiteren. 13

14 Concreet probleem voor het beleid: het beleid heeft een doel wat betreft hernieuwbare energie productie vooropgesteld. Met de huidige tendensen in de markt lijkt het moeilijk om deze doelstellingen (wat betreft de biogassector) te halen NOOD AAN SCHAALVOORDEEL De kleinschalige vergistingsinstallaties kunnen als het ware voor elk bedrijf afzonderlijk ingezet worden voor het valoriseren van hun biomassa stroom tot hernieuwbare energie. Dit zouden dan elk zeer kleine installaties zijn waardoor het weinig waarschijnlijk is dat er een rendabel project gestart kan worden door het ontbreken van het nodige schaalvoordeel. Beter is dan de verschillende stromen samen te brengen in een coöperatie en zo gezamenlijk de eigen stromen te benutten. Ter illustratie kan volgend voorbeeld gegeven worden : in de kleinschalige vergisters waarin enkel mest vergist wordt is volgende evolutie te zien : een Biolectric (< 10 kw) heeft een investeringskost van om en bij / kw, bij een iets grotere installatie (< 62 kw) daalt de investeringskost al tot / kw. Bij nog grotere systemen (< 200 kw) zou de volledige investeringskost kunnen dalen tot beneden / kw. Concreet probleem voor de producenten van OBA s (organisch biologisch afval): valorisatie van hun eigen stroom is mogelijk, maar minder rendabel door het ontbreken van schaalvoordeel STIJGENDE ONKOSTEN Elk bedrijf wordt op de dag van vandaag geconfronteerd met een stijgend kostenplaatje wat betreft zowel energie alsook het afvoeren van afvalstromen. De toename in de elektriciteits- en brandstofprijzen zijn de laatste tijd dermate significant dat het de zoektocht naar mogelijke manieren van (gedeeltelijke) zelfvoorziening in energie steeds belangrijker wordt. Met de brandstofprijzen gaat ook de kost voor de afvalverwerking mee omhoog. Door de OBA-stromen via de coöperatie in eigen beheer te houden worden de ondernemingen veel minder afhankelijk van de marktprijzen. Concreet probleem voor KMO s e.a. ondernemingen: toename energiekosten en kosten voor afvalverwerking LOGISTIEKE BELEMMERINGEN Een veel voorkomend euvel is het logistieke aspect: de vergistbare stromen moeten verzameld worden - mogelijk zelfs nog ontpakt worden en liefst zo vers mogelijk naar de vergistingsinstallatie gebracht worden. Concreet probleem voor partijen die mogelijk geïnteresseerd zijn in vergisting: rendabiliteit van het project is enorm afhankelijk van de logistieke problematiek rond ophaling en voorbehandeling van de verschillende stromen. Deze blauwdruk brengt ook de optie om de sociale economie in dit logistiek probleem te betrekken AFZET DIGESTAAT Naast biogas produceert een vergistingsinstallatie ook een reststroom, meer bepaald het digestaat. Het is een stroom waar nog een aanzienlijke fractie organische koolstof in zit, maar die - belangrijker - vooral rijk is aan 14

15 minerale voedingsstoffen (nutriënten), in het bijzonder stikstof, fosfor en kalium. Digestaat kan op verschillende manieren verder verwerkt worden : Afzet op land: indien het digestaat de nodige processtappen doorlopen heeft op het vlak van hygiënisatie wordt het erkend als bodemverbeterend middel en kan het zo gebruikt worden op landbouwgrond. Droging : de restwarmte van de WKK-installatie kan gebruikt worden om het digestaat in te drogen en vervolgens te exporteren voor gebruik als meststof in de landbouw. Verwerking : het digestaat kan verder verwerkt worden door gespecialiseerde firma s. Veelal worden de in het digestaat aanwezige nutriënten in feite vernietigd. Op dit moment lopen er ook een aantal onderzoeksprojecten rond het recupereren van nutriënten uit digestaat (en ruwe mest), met als doel digestaat op te werken tot groene kunstmeststof die als een volwaardig biologisch alternatief kan dienen voor de conventionele chemische kunstmeststoffen. Toch is deze stroom vaak één van de knelpunten van een kleinschalige vergistingsinstallatie. Elk type van afzet brengt immers een bepaalde kost met zich mee. Indien er bij de vergistingsinstallatie geen grond in eigen beheer is (voor het uitrijden van het digestaat) zakt de rendabiliteit van de installatie vaak naar een negatief niveau, omdat men hier ook weer afhankelijk is van externe prijszettingen. Concreet probleem voor partijen die mogelijk geïnteresseerd zijn in vergisting: kostprijs afzet digestaat heeft negatieve impact op rentabiliteit van het project Het uiteindelijke doel van dit project is het creëren van een blauwdruk voor een coöperatie van verschillende entiteiten (KMO s, grote ondernemingen, vzw s, gemeentes, ) die hun eigen organisch vergistbare afvalstromen gescheiden inzamelen, gezamenlijk vergisten in een door de coöperatie beheerde installatie of aanbieden aan een externe vergistingsinstallatie en zo omzetten naar hernieuwbare energie. Idealiter wordt ook deze hernieuwbare energie maximaal benut door de vennoten uit de coöperatie. Zo kunnen ze de valorisatie van deze stromen in eigen beheer houden, en toch mee profiteren van de voordelen van schaalvergroting. Dit voorstel wordt hieronder aan het coöperatieve principes getoetst ONWETENDHEID RONDOM COÖPERATIEF ONDERNEMEN Desondanks het gegeven dat coöperaties, federaties, verenigingen of andere groepen georiënteerde rechtspersonen alom vertegenwoordigd zijn in het dagdagelijkse leven bestaan er grote onduidelijkheden of misinterpretaties over en rondom het ondernemen in groep. De vaak beperkte kennis en ervaring rondom de economische en/of juridische aandachtspunten en mogelijkheden binnen een coöperatief model, maken het geïnteresseerde partijen moeilijk om op een correcte, beredeneerde en toekomstgerichte manier een coöperatief model te ontwikkelen. Het in kaart brengen van mogelijke struikelblokken dient vooraf gegrond en duidelijk in de beleidsvoering en interne reglementen opgenomen te worden. Een onvolledige aanpak heeft helaas in het verleden verschillende coöperatieve modellen laten leegbloeden of stopzetten. 15

16 2.7. COMMERCIALISATIE AFVALSTROMEN Op vandaag is er in België voor de ophaling en verwerking van bedrijfsafval een vrije marktsituatie waarbij elk afzonderlijk bedrijf verantwoordelijk is om, ofwel de restafvalstromen op een correcte manier zelf te verwerken, ofwel in de markt op zoek gaan naar een gunstig ophalings- en verwerkingsovereenkomst. Deze afvalstromen kunnen zowel een negatieve waarde (vb. mestverwerkingkost) of een positieve waarde (vb. frituurolieafzet inkomsten voor de brandstofindustrie) voor het bedrijf met zich meebrengen. Gezien de vrije marktsituatie is er de afgelopen jaren een stevige concurrentie ontstaan rondom de hoogwaardige positieve waarde (afval)stromen. Een goed bedrijfsbeleid rondom de afvalstromen kan dus wel degelijk extra inkomsten generen. In het bijzonder kan de voedingsindustrie door de schaalgrootte van hun stromen meegenieten van dit voordeel. Grote hoeveelheden verwerkbare hoogwaardige afvalstromen zijn zeer gewild in de markt wat een zekere spanning met zich meebrengt. Logischerwijze is de vrije markt veel minder geïnteresseerd in de negatief gewaardeerde (afval)stromen. Deze stromen brengen zowel economisch als logistiek een extra last op de schouders van het bedrijf. Als we deze trend toepassen op het valoriseren van biomassa stromen (via vergistingsinstallaties) tot hernieuwbare energie heeft de commercialisatie van afvalstromen een niet te onderschatten impact. De opbrengsten van de verwerking van positief gewaardeerde afvalstromen via een vergistingsinstallatie wegen veelal niet op tegen de opbrengsten verkregen via de vrije private markt. Grote stromen voedingsafval zijn zeer gegeerd in de voederindustrie en bieden dus rechtstreekse concurrentie voor een verwerkingsinstallatie via vergisting. Naast deze positieve waarde afvalstromen van de voedingsindustrie zijn er echter nog veel bedrijven of verwerkers die niet over de gewenste hoeveelheid afvalstromen beschikken om het mogelijk economisch voordeel, welke ontstaat door de verwerking via vergisting, teniet te laten gaan. Ook alle overige afvalstromen, geschikt voor een vergistingsinstallatie, welke een negatieve waarde voor het bedrijf opleveren zijn uitermate interessant om in deze studie te betrekken. 16

17 3. HET COÖPERATIEVE IDEE 3.1 SITUERING Het coöperatieve idee is ontstaan uit de hedendaagse situatie waar vele kleine spelers in de maatschappij, organische restmaterialen voortbrengen, die een kost betekenen. Nochtans zijn deze materialen een perfecte grondstof voor een vergistingsinstallatie om groene energie, restwarmte en een meststof voor de landbouw te produceren. De uitdaging ligt erin om deze kost in de eerste plaats om te buigen tot een gezamenlijke opbrengst ingebed in een sociaal en ecologisch verantwoord coöperatief ondernemers model zoals in deze blauwdruk beschreven wordt MISSIE EN VISIE Missie: Vele kleine, middelgrote bedrijven en consumenten genereren organische restmaterialen, maar zijn meestal te klein om op individuele basis deze stromen zelf te verwerken tot groene stroom of aan te bieden aan bestaande vergistingsinstallatie als mogelijke inputstroom. Een coöperatieve aanpak tussen bedrijven en/of burgers zal er voor zorgen dat de organische reststromen - mits het in acht nemen van een aantal randvoorwaarden (zoals o.a. zuiverheid, kwaliteit, etc.) - vergist worden met de productie van groene energie, restwarmte en een meststof voor de landbouw als resultaat. Visie: De coöperatie zal de organische reststromen van haar leden al dan niet aangevuld met dit van derden verzamelen en laten verwerken in een vergistingsinstallatie. Deze vergistingsinstallatie kan al dan niet in eigendom van de coöperatie zelf zijn. Na verwerking van de organische reststromen zal de coöperatie een nieuwe grondstof gegenereerd hebben (digestaat = meststof voor de landbouw) en zal er door valorisatie van het geproduceerde biogas eveneens groene stroom en restwarmte geproduceerd worden, die door de coöperanten al dan niet zelf kunnen gebruikt worden. De coöperatie wil deze activiteit uitbouwen waar ook de mensen uit de sociale economie aan kunnen deelnemen zodat het resultaat van de activiteit een sociale, economische en milieuvriendelijke maatschappelijke draagkracht heeft ACTIVITEITEN VAN DE COÖPERATIE Verzamelen van organische restmaterialen bij of door zijn coöperanten op lokaal vlak, met het inschakelen van de sociale economie voor het ophalen; deze materialen aanwenden in een coöperatieve vergistingsinstallatie of laten verwerken bij een derde, die de vergistingsinstallatie uit hoofde van de coöperatie beheert of waarbij er een duidelijk samenwerkingsverband werd ondertekend; op een economische basis produceren van groene stroom en eventueel zelf verbruiken van de geproduceerde stroom door de coöperanten. produceren van een meststof (digestaat) dat in de landbouw kan afgezet worden. gezamenlijke beslissingen nemen en beheren van de coöperatie in het ruime kader waarin het sociale, economische en ecologische geoptimaliseerd wordt. Uitgebreide lijst zie in hoofdstuk

18 3.4. GEOGRAFISCHE AFBAKENING Om op een economisch, ecologisch en coöperatief verantwoorde manier te gaan vergisten is het van groot belang om een geografische afbakening te generen. Het transporteren van afvalstromen binnen een straal van ongeveer 30 km rond de vergistingsinstallatie, werd hier binnen de blauwdruk als randvoorwaarde opgenomen. Deze 30km is zeker geen vast gegeven. Volledig afhankelijk van welk soort afvalstromen er waar vandaan komen, kan er perfect berekend worden in welke mate het de moeite loont om bepaalde afstanden af te leggen. Merk op : ga na over welke volumes en type afvalstromen het gaat en over welke maximale afstanden ze kunnen verplaatst worden. Een voorbeeld van data verzameling is terug te vinden in bijlage : Database afvalstormen Proeftraject participanten Een zo correct mogelijke inventarisatie is een zeer belangrijke schakel in het proces! Merk op : niet elke stroom is het waard om er verder voor te rijden. Men zou een link kunnen leggen tussen het biogas productiepotentieel van een biomassa en de maximale transportkosten die er aan gelinkt kunnen worden. Neem bv. dat een bepaalde biomassa een biogas opbrengst heeft van 100 Nm3 biogas (60% CH4)per ton. Deze 100 Nm3 biogas komt overeen met een opbrengst van om en bij 210 kwel groene stroom en 240 kwth groene warmte. Deze twee outputstromen genereren - indien de stroom verkocht kan worden (aan een vennoot) aan 0.11 /kwel, en indien de warmte verkocht kan worden (aan een vennoot) aan 0.06 /kwth - een inkomen voor de vergister van om en bij 64 /ton. Stel dat de kosten gelinkt aan de verwerking van de stroom rond 35 /ton liggen (inclusief afschrijving van de installatie) kom je uit dat 1 ton van het input materiaal een winstmarge heeft van om en bij 29 /ton. Op basis van dit cijfer kan je gaan berekenen hoever je kan rijden (= uitgaves genereren om de stroom te gaan ophalen) zonder het totale plaatje in het gedrang te brengen VENNOTEN VAN DE COÖPERATIE De blauwdruk wil een zo ruim mogelijk beeld geven van al de mogelijke coöperatieve samenwerkingsvormen, vertrekkende vanuit de initiatiefnemers. Zo kunnen de initiatiefnemers louter en alleen bestaan uit individuele consumenten die samen hun organische restmaterialen willen gaan omzetten tot groene stroom. In de blauwdruk wordt dit verder beschreven als de burger coöperatie. Voorbeelden van burger coöperaties zoals Eco-Power, zijn in. Tevens kunnen verschillende bedrijven uit verschillende sectoren samen beslissen om hun organische restmaterialen gezamenlijk te gaan vergisten en de geproduceerde groene stroom zelf gaan verbruiken. Hier wordt er dan gesproken over de bedrijven coöperatie. Voorbeelden van bedrijvencoöperaties zoals producentenorganisaties (veilingen) van groenten en fruit, hebben al hun deugdelijkheid bewezen. In beide types hebben de leden of coöperanten de volledige inzage en inspraak in de activiteiten van de coöperatie. Er kunnen wel een aantal verschillen tussen beide types aangehaald worden. Zo zal er bij een bedrijven coöperatie meestal een klein aantal bedrijven voorkomen die allen een behoorlijk volume aan eigen organische reststromen produceren. Ook zullen de bedrijven gemakkelijk geneigd zijn om dit totale proces van verzamelen tot vergisten en afzet van de vergistingsproducten in eigen handen te nemen. De burger coöperatie zal eerder uit een groot aantal leden bestaan met relatief kleine volumes organische restmaterialen per lid. De burgercoöperatie zal niet direct geneigd zijn om al de taken van a tot z in eigen beheer te gaan uitvoeren. 18

19 Belangrijk is wel te vermelden dat wanneer één of meerdere leden meerdere taken zelf ten dienste van de coöperatie zal gaan uitvoeren dat men moet opletten voor belangenvermenging. In concreto moest er één van de coöperanten zowel de site beheren en/of eventueel het transport of de afname van de groene stroom voor zijn rekening nemen, kan hier belangenvermenging optreden en kunnen hierdoor conflicten ontstaan tussen de leden/vennoten. Want op dat moment wordt hij een belangrijke speler en moet er opgepast worden dat hij niet rechter en partij wordt, m.a.w. beslisser en uitvoerder. Dit kan de besluitvorming ontwrichten in de richting van niet democratische beslissingen, met alle gevolgen van dien voor het verder bestaan van de coöperatie. In zulke coöperaties is het van het grootste belang dat deze problematiek op een proactieve manier aangepakt wordt door de leden, door goede en frequente overlegvergaderingen te beleggen en een professionele raad van bestuur aan te duiden. Deze zal er moeten over waken dat bij beslissingen over zaken waarin leden van de Raad van Bestuur (RvB) betrokken zijn bij de uitvoering en in de RvB zetelen, dat deze leden bij de stemming over hun activiteiten, niet mogen mee stemmen. Merk op dat duidelijke afspraken op voorhand heel wat misverstanden kunnen vermijden. Merk ook op dat hier in de blauwdruk een zo breed mogelijke waaier aan coöperaties wordt aangereikt van burger tot bedrijvencoöperaties. Niets neemt weg dat er tussen deze twee uitersten ook verschillende hybride vormen mogelijk zijn mits goed en weldoordachte proactieve afspraken. Samenwerken is per definitie bemiddelen en komen tot een gezamenlijk standpunt en aanpak dat dikwijls het individuele standpunt overstijgt ARGUMENTATIE WAAROM VOOR EEN COÖPERATIE GEKOZEN WORDT Alleen of individueel de organische restmaterialen van de bedrijven met een klein aanbod aan organische restmaterialen of van het gezin verwerken tot groene stroom is niet rendabel, noch realistisch. Vandaar zal met een gezamenlijk coöperatief model de verantwoordelijkheidszin en/of medezeggenschap aangewakkerd worden rond het probleem van eigen productie van organische restmaterialen. De economische meerwaarde van het gezamenlijk verwerken en het produceren van groene stroom zal het economisch en ecologisch rendabel maken. De solidariteit die binnen de coöperatie tussen de verschillende actoren en uitvoerders zal aangewakkerd worden, door de samenwerking tussen verschillende sectoren, actoren (sociale economie, industrie, landbouw, consumenten,...). De inschakeling van de sociale economie versterkt de aandacht voor de gemeenschap. De directe link tussen bedrijf of burger met de productie van groene energie maakt dat men zuiniger zal omspringen met energie en het milieu. Door te werken via een coöperatie breng je die energie productie bij een heel aantal coöperanten. Het coöperatief model (de CVBA) brengt een waaier aan administratieve en organisatorische mogelijkheden, welke bij andere rechtspersonen zoals de NV of BVBA, een stuk strikter genomen worden. Dit wordt in een later hoofdstuk verder in detail behandeld. Het investeringsbedrag gelinkt aan een volledig nieuwe vergistingsinstallatie kan aanzienlijk oplopen tot enkele honderdduizenden euro s. Het coöperatief model kan er voor zorgen dat het te lopen risico 19

20 een stuk wordt gespreid. De eigen inbreng op het investeringsbedrag kan per vennoot een stuk lager uitvallen dan wanneer de investering door één bedrijf genomen dient te worden. Het coöperatief model zorgt er bovendien voor dat een kosten optimalisatie wordt doorgevoerd. Daar waar voordien elk afzonderlijk bedrijf eenzelfde soort afval kosten had, kunnen de overkoepelende kosten nu beperkt worden. 20

21 4. BOUWSTENEN VOOR EEN BUSINESS PLAN 4.1 PROJECTNETWERK EN AANPAK SITUERING Hieronder wordt in eerste instantie de inventaris van bedrijven in het Gentse en de regio rond Eeklo beschreven en wat de resultaten waren van dit onderzoek uitgevoerd door de projectpartners Biogas-E, Inagro en Pro Natura. De keuze van een afgebakend gebied lag enerzijds voor de hand daar het transport van organische restmaterialen ook zijn prijskaartje heeft, en dus in de mate van het mogelijke beperkt moe(s)t worden. De keuze voor deze 2 regio s (Gent en Eeklo) is gebaseerd op de interesse die er door bepaalde vennoten reeds voor de projectindiening al geuit was. In tweede instantie wordt een theoretische aanpak voor de opstart van de coöperatie vooropgesteld aan de hand van een aantal vragen die mee richting geven aan de voorbereiding en oriëntatiefase. Het is van essentieel belang deze vragen te doorlopen alvorens te starten met een dergelijk initiatief. Ten derde is er gewerkt aan de conceptfase aan de hand van een proeftraject in de praktijk. De keuze om een proeftraject in te bouwen in de blauwdruk is om de potentiële toekomstige gebruikers kennis te laten maken met praktijksituaties die vaak niet worden opgemerkt indien louter gewerkt wordt met theoretische modellen. Dit laat onder andere toe om een aantal praktische valkuilen en goede ervaringen met de gebruikers te delen. Bij aanvang van deze blauwdruk werd er door de initiatiefnemers gekozen om zowel een proeftraject af te leggen rond burgercoöperatie alsook rond bedrijvencoöperatie. Na contact met geïnteresseerden via de klankbordwerkgroepen, via de inventarisatielijst en via persoonlijke contacten met potentiële bedrijven, werden er twee groepen van geïnteresseerden afgebakend binnen beide vooropgestelde coöperaties. De burgercoöperatie was opgebouwd rond een sociaal woonproject waarbij het de bedoeling was om de bewoners van een sociale woonwijk mee te betrekken in een coöperatieve aanpak om via hun organische restmaterialen (GFT en keukenafval), eventueel aangevuld met een deel reststromen uit de omgeving, over te gaan tot het vergisten ervan in de sociale woonwijk. De geproduceerde groene stroom en restwarmte zou dan door de wijk zelf aangewend worden om de huizen te verwarmen en van stroom te voorzien. Voor het digestaat zou er contact gezocht worden met een landbouwer in de omgeving, die dit als meststof zou kunnen aanwenden. Na een aantal contacten met een paar betrokken partijen is de oorspronkelijke bereidwilligheid om mee te werken aan dit proeftraject, weggevallen. Vandaar hebben de initiatiefnemers het burgercoöperatie proeftraject noodgedwongen stop dienen te zetten. Merk op : ideeën die bij aanvang zeer aanlokkelijk zijn en zeer lovenswaardig zijn, kunnen in de loop van het traject onderbroken worden. Meestal ligt het aan gebrek aan tijd of aan zaken die moeilijk in te schatten zijn op voorhand. In concerto, hoeveel vergistbare organische reststromen zouden er in zulke sociale woonwijken geproduceerd worden? Dit is een essentieel onderdeel om de rendabiliteit van dergelijke projecten in te kunnen schatten. De bedrijven coöperatie is opgebouwd rond de geïnteresseerde bedrijven in de regio Gent. Bij de contacten met de universiteit (studentenrestaurants, proefbedrijven, dierengeneeskunde), de ziekenhuizen en voedselbereiders uit het Gentse, is gebleken dat er wel de interesse bestond om samen met de initiatiefnemers van de blauwdruk een proeftraject te doorlopen. Dit is in paragraaf verder uitgewerkt, waar ongetwijfeld 21

22 een paar praktische reminders en randvoorwaarden van dienst zullen zijn voor toekomstige gebruikers van deze blauwdruk. Tijdens één van de klankbordwerkgroepen werden er onder andere aan de geïnteresseerden een viertal vragen gesteld om te kunnen toetsen in welke mate deze geïnteresseerde partijen naar een coöperatieve samenwerking kijken. In de bijlage zijn de antwoorden van de deelnemers weergegeven Wat zou de trigger zijn om in te stappen in dergelijke coöperatie? Wat zou een struikelblok kunnen zijn om niet in te stappen? wat zijn uw verwachtingen van de coöperatie? Welke rol kan u betekenen in de coöperatie? Uit de antwoorden is gebleken dat bedrijven-coöperaties zich in eerste instantie op het technische en het economische gaan focussen en daarna pas op het ecologische en het sociale aspect. Bij de burgercoöperatie wordt er meer vanuit het buikgevoel gewerkt en worden zowel het economische, als sociale en ecologische op dezelfde lijn gezet en is de lokale verankering een essentiële vereiste. Niettegenstaande de bedrijvencoöperatie in hoofdzaak op zoek gaat naar een economisch voordeel, werd ook het sociale en ecologische luik in de discussie opgerakeld en besproken als bijkomende interessante piste ter promotie van de bedrijfsvoering. Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) werd vanuit de klankbordwerkgroep niet als prioriteit aangehaald maar zal binnen deze blauwdruk zeker voldoende belicht worden als extra opportuniteit! Merk op: De insteek van je participanten is belangrijk om weten van bij de aanvang. Waar focussen uw participanten zich op en zal deze focus voldoende in de coöperatieve werking tot uiting komen? Zorg er in ieder geval voor dat de focus een belangrijke leidraad is binnen de coöperatie, want anders verliest de coöperatie vroeg of laat zijn drive INVENTARISATIE VAN DE BEDRIJVEN. Zie bijlage 1 - rapport inventarisatie THEORETISCHE AANPAK: VOORBEREIDING -EN ORIËNTATIEFASE Welke actoren dien je te betrekken bij het opstellen van een dergelijke coöperatie? in eerste instantie de actoren in een lokale omgeving, die organisch restmateriaal hebben die voor hun een kost vertegenwoordigen. Dit kunnen kleine en middelgrote ondernemingen uit de voedingsindustrie, restaurants, universiteiten, ziekenhuizen,... en evengoed de consumenten die GFT en ander organische restmaterialen produceren. Dus allerlei actoren die een zeker volume aan reststromen hebben die ze zelf niet op een rendabele manier kunnen vergisten. Ten tweede de verzamelactoren, zij die de reststromen gaan verzamelen. hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan sociaal economiebedrijven. 22

23 Ten derde de actoren die de outputstromen (groene stroom, groene warmte en het digestaat) willen of kunnen afnemen. In vele gevallen zullen de actoren die over het organisch restmateriaal beschikken hier deel van uit. Al dan niet een bestaande vergistingsinstallaties in de buurt, waar eventueel de reststromen kunnen geleverd worden. Hiervoor kan steeds beroep gedaan worden op het voortgangsrapport van de biogassector dat jaarlijks opgesteld wordt door Biogas-E. Expertise bureaus die het vergistingsprocedé beheersen, om de coöperatie op een onafhankelijke basis bij te staan bij het technische gedeelte van de vergistingsinstallatie. Wie krijgt daarbij welke rol en zeggenschap? Elk lid van de coöperatie krijgt zeggenschap over de activiteiten, de werking en de financiële afwikkeling die door de Raad van Bestuur (RvB) verder uitgewerkt wordt. De leden hebben echter op de algemene vergadering het recht van hun stem als ze met bepaalde zaken van de RvB niet akkoord zijn. Bij de burgercoöperatie zullen alle burgers lid kunnen worden. Bij de bedrijven-coöperatie zullen de bedrijven kunnen lid worden. Uit de leden zal er een Raad van Bestuur verkozen worden die de dagdagelijkse bestuurszaken zal moeten opvolgen. Deze Raad van Bestuur zal op de algemene vergadering verantwoording moeten afleggen t.o.v. zijn leden. De rol van de leden in een burgercoöperatie is eerder weggelegd voor het beslissende stuk en binnen zo n coöperatie zal er eerder gewerkt worden met de uitvoering door derden van de activiteiten, beginnende bij de verzameling van de reststromen, het uitbesteden van de vergistingsinstallatie aan een derde, tevens ook het verkopen van het digestaat en eventueel de geproduceerde groene stroom. Bij een bedrijven-coöperatie zal er door de bedrijven meerdere activiteiten zelf uitgevoerd worden. Hierbij moet dan wel duidelijke afspraken gemaakt worden wat de beslissingen betreft die moeten genomen worden over deze activiteiten. Zeker om hier het principe van rechter en partij te kunnen vrijwaren. Hoe worden draagvlak en wenselijkheid afgetoetst? hiervoor moet de groep van geïnteresseerden bij elkaar gebracht worden waar duidelijk moet gepolst worden naar het organisatorisch kader (de structuur en organisatie) Wie wil er samenwerken? Wat willen de leden zelf doen en wat willen ze uitbesteden Waar willen ze starten en hoe groot mag de aanvoerradius zijn van de reststromen? Wanneer willen we starten? Wat zijn onze uitgangspunten? Wat hebben we al werkelijk en waar moeten we beroep doen op derden? Wat kunnen wij goed? 23

24 Wat zal onze strategie zijn? Welk juridische model zal er aangenomen worden? Ze zal moeten gepolst worden de structuur, de aandelen, het bestuur, de gezamenlijke winst, wat in crisissituaties, Het economisch en sociaal kader van de coöperatie moet op voorhand afgetoetst worden waarbij de volgende punten aan bod moeten komen: economische structuur de financiële haalbaarheid (begroting, balans en resultatenrekening). hierbij is het belangrijk om ook weer duidelijke afspraken te maken : hoe zal de prijszetting gebeuren voor toevoer van de stromen? Welke prijs wordt er gevraagd aan de afnemer van de warmte en groene stroom (welke mogelijk ook een vennoot is), etc. de ecologische impact : hoe ver willen de leden gaan de sociale impact: hoe wordt de sociale economie hierbij betrokken. ten slotte zal er een evaluatie kader moeten opgesteld worden om op voorhand te polsen naar de haalbaarheid van deze verschillende kaders. Hoe worden draagkracht en haalbaarheid ingeschat? de haalbaarheid op organisatorisch en economisch financieel vlak moet afgetoetst worden, waarbij de rentabiliteit van de vergistingsinstallatie centraal zal staan. Er moet tenslotte een financieel voordeel voor de leden inzitten om over te gaan tot het oprichten van een coöperatie die de reststromen wil omzetten in groene energie. Wie is eigenaar van welke processen? als de coöperatie al de bijhorende activiteiten in eigen beheer zal uitvoeren dan is de coöperatie eigenaar ervan met gelijke voordelen voor al de coöperanten. Indien meerdere activiteiten uitbesteed worden is de coöperatie niet de eigenaar maar wel de uitvoerende derde. Vanuit de contacten tijdens de klankbordwerkgroep en de persoonlijke contacten is er in eerste fase met de geïnteresseerde bedrijven de voorbereiding -en oriëntatiefase doorlopen. Uit deze fase is gebleken dat de bedrijven UZ Gent, Universiteit Gent, Guislain ziekenhuis, Sodexo, en Voedingsbedrijf X interesse hadden in het oprichten van een coöperatie. Voor meer informatie over deze bedrijven zie bijlage. Merk op: Tijdens de voorbereiding -en oriëntatiefase is gebleken dat er steeds duidelijk moet gepolst worden naar de mogelijkheden van overheidsinstellingen, of zij al dan niet kunnen deelnemen als coöperant van een coöperatie. Het is sterk aangewezen om de statuten van deze instellingen te onderzoeken. 24

25 CONCEPTFASE ROND DE BEDRIJVENCOÖPERATIE Met de bedrijven die uit de voorbereiding -en oriëntatiefase gekomen zijn is verder gewerkt aan de conceptfase die hier verder wordt toegelicht. Onderstaande kaart van de regio Gent, geeft alle betrokken locaties weer. De rode markeringen zijn de 13 locaties (excl. Voedingsbedrijf X) vanwaar er inputstromen naar de vergistingsinstallatie gestuurd kunnen worden. De drie gele markeringen zijn de locaties waar er de mogelijkheid bestaat om een vergistingsinstallaties te kunnen bouwen. Opgelet, slechts een concrete toelatingsvergunning kan een officieel akkoord bekrachtigen. Het Co-4-Energy project heeft 5 concrete bedrijven in het proeftraject gebruikt, allen met effectieve verbruik en behoefte cijfers. Universiteit Gent (UGent) : Inputstroom locaties: Resto Dierengeneeskunde : Salisburylaan Merelbeke Resto Astrid : Krijgslaan Gent Resto Bouwdewijn : Harelbekestraat 70 Resto De Brug : Sint-Pietersnieuwstraat 45 - Gent Resto FPPW : Henri Durantlaan 2 - Gent Resto Campus Coupure : Coupure Links Gent Resto Kantienberg : Stalhof 45 - Gent Resto Sint-Jansvest : Sint-jansvest 24 - Gent Faculteit Dierengeneeskunde : Salisburylaan Merelbeke Proefhoeve UGent : Proefhoevestraat 12 - Melle Potentiële Locatie Vergister: Proefhoeve UGent : Proefhoevestraat 12 - Melle Faculteit Dierengeneeskunde : Salisburylaan Merelbeke Proeftuinstraat 86, Gent Universitair Ziekenhuis Gent (UZ Gent) : Inputstroom locaties: De Pintelaan Gent Potentiële Locatie Vergister: Geen mogelijkheid tot het plaatsing van een vergistingsinstallatie. 25

26 Sodexo : Inputstroom locaties: De Pintelaan Gent (gevestigd op UZ Gen site) Potentiële Locatie Vergister: Geen mogelijkheid tot het plaatsing van een vergistingsinstallatie Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain : Inputstroom locaties: Franciso Ferrerlaan 88A - Gent Potentiële Locatie Vergister: Geen mogelijkheid tot het plaatsing van een vergistingsinstallatie Voedingsbedrijf X : Inputstroom locaties: Gent-Ninove Potentiële Locatie Vergister: Geen mogelijkheid tot het plaatsing van een vergistingsinstallatie Kaart met ophaallocaties en de locatie van de vergistingsinstallatie: In deze blauwdruk wordt er een aanname gemaakt dat de vergistingsinstallatie op de Proefhoeve locatie in Melle gebouwd en uitgebaat zal worden. Alle afvalstromen dienen dus richting Melle gebracht te worden. Gezien de spreiding van de 13 locaties, houden we rekening met een maximale afstand tussen de afvalstromenproducent en de vergistingsinstallatie van 30km. Merk op: Er moet ook voldoende aandacht besteed worden aan de inplantingslocatie van de vergister. Idealiter wordt de vergister centraal geplaatst, maar er zijn beperkingen wat ruimtelijke ordening betreft: een vergister kan enkel in industrieel- of landbouwgebied gebouwd worden. Indien overgegaan wordt tot bouw in landbouwgebied, dienen dan veelal ook bepaalde voorwaarden voldaan te worden (maximale tonnage, verplichte fractie landbouw gerelateerd product (mest), etc.). Indien men op industrieterrein bouwt zijn er minder wettelijke bepalingen van kracht en heeft men een vrijere marge op de toevoerstromen etc. Nadeel bij industrieterreinen is dan weer dat de prijs die betaald zal moeten voor de grond waar de vergister op gebouwd kan worden, een pak hoger zal liggen dan voor landbouwgebied. Ook is het niet onbelangrijk na te gaan of de zone waarin de vergister mogelijk zou komen niet gelegen is in beschermd gebied. Zo kan de nabijheid van Natura 2000 gebieden of andere kwetsbare gebieden bepalend zijn voor de mogelijkheid om er al dan niet een vergistingsinstallatie te bouwen. In sommige gebieden is het immers niet toegelaten om een vergister te zetten. De lijst van kwetsbare gebieden is na te kijken in RO/2006/01. Bovendien is ook het optimaliseren van het economisch model van de coöperatieve hiervan afhankelijk : niet enkel voor het minimaliseren van transport- en logistieke kosten, maar ook voor het verzekeren van maximalisatie van de inkomsten: in een optimaal scenario wordt de vergister dicht geplaatst bij een vennoot (of een derde partij) die de warmte het hele jaar door kan afkopen van de coöperatie. Idealiter betaalt deze partij er dan op de dag van vandaag ook een aanzienlijke prijs voor - indien de winst die hier geboekt kan 26

27 worden door productie van groene energie beperkt is, zal ook de rentabiliteit van de volledige coöperatie lager liggen. Logistieke afbakening Rekening houdend met de partners, locaties, afvalsoort en afvalhoeveelheid konden we onderstaand logistieke tabel opmaken. Hier maken we gebruik van inschattingen. Dit komt in hoofdzaak door het gegeven dat de partners (vb. U Gent) veelal globale bedrijfscijfers in kaart brengen en in mindere mate locatie specifieke data heeft kunnen aanleveren (vb. 8 resto s van U Gent). Daarenboven bespreken we hier de logistieke aanpak welke ruimere berekening aanvaardt. Alle valorisatieberekeningen houden wel rekening met de exacte doorgegeven datareeksen. In de tabel hieronder wordt er onderscheid gemaakt tussen laag- en hoog-calorische stromen. Onder laag-calorische stromen vallen de mest-gerelateerde stromen : dit type stromen heeft een lager biogaspotentieel dan een rijkere stroom zoals keukenafval. Binnen het logistieke kader werd er ook uitgegaan van een gescheiden ophaling, zodat de hoog-calorische stromen (keukenafval etc.) niet in dezelfde wagens vervoerd moeten worden als de mest-gerelateerde stromen. Locatie Km Volume laag calorisch (per week) # oph./wee k Volume hoog calorisch (per week) # oph./wee k Resto Dierengeneeskunde 5 nvt m³ 1 Resto Astrid 16 nvt m³ 1 Resto Boudewijn 14 nvt m³ 1 27

28 Resto De Brug 16 nvt m³ 1 Resto FPPW 17 nvt m³ 1 Resto Campus Coupure 17 nvt m³ 1 Resto Kantienberg 15 nvt m³ 1 Resto Sint-Jansvest 16 nvt m³ 1 Fac. Dierengeneeskunde m³ 5 1,25 m³ 1 Proefhoeve Melle 0 20 m³ 0 1,25 m³ 1 UZ Gent 14 nvt 0 0,30 m³ 1 Sodexho (UZ Gent site) 14 nvt 0 7 m³ 1 Guislain Centrum 20 nvt 0 3,55 m³ 1 Totaal 155 m³/ week 17,14 m³ / week Ondanks de regionale gebondenheid van het project en de daarbij horende beperkte maximale ophalings-afstand tussen vergister en afvalproducent, zit er toch een behoorlijke spreiding tussen de verschillende afvalproducentenlocaties. Ter optimalisatie van de logistieke taken en kosten wordt er rekening gehouden met : Laag calorische stromen : 20m³/week (Proefhoeve) runderdrijfmest hoeft niet getransporteerd te worden en kan rechtstreeks in de vergistingsinstallatie (kan verpompt worden) 135m³/week (Fac. Dierengeneeskunde) paarden en rundermest (incl. stro), wordt op vandaag tegen een kost van ong. 750 EUR/maand opgehaald en verwerkt. 2 Alternatieven : Transportkost outsourcen = ong EUR/maand Eigen Transport = ong. 600 EUR/maand, met aannames : 5 ritten per week (15 km per rit) Investeringsbedrag = EUR (10jr krediet) Kredietlast = 500 EUR/maand (4% interest - 10jaar) 28

29 Brandstofkost = 175 EUR/maand Onderhoud + overige kosten = 200 EUR/maand Verhuur aan derden bij niet gebruik = +275 EUR/maand (enkel geschikt voor mesttransport!) Hoog Calorische stromen : 17,14 m³/week Groenafval en Keukenafval Eigen Transport = ong. 500 EUR/maand, met aannames : 4 ritten per week (50km per rit) Investeringsbedrag = EUR (10jr krediet) Kredietlast = 300 EUR/maand (4% interest - 10jaar) Brandstofkost = 250 EUR/maand Onderhoud + overige kosten = 200 EUR/maand Verhuur aan derden = +250 EUR/maand Door te werken met een eigen ophaalservice van zowel lage als hoge valorisatie afvalstromen, dienen we rekening te houden met een workload (chauffeur) minimaal 0,5 VTE (Voltijdse Equivalent). Wettelijke omkadering transport Naast het logistieke verhaal op zich (aantal transporten e.d.) is het ook belangrijk om het wettelijke kader rond transport van afval- en meststromen goed in kaart te brengen. Bij deze transporten komen er immers bepaalde (vooral administratieve) voorwaarden kijken. Hieronder worden de belangrijkste punten opgelijst. AFVALSTOFFEN (= OBA-stromen, in deze case alle stromen uitgezonderd mest) De wetgeving die hier van toepassing is, is deze van het het Vlarema en het Materialendecreet. In deze gaan we er van uit dat het gaat om transport binnen het Vlaamse gewest, en dat het niet gaat om dierlijk afval afkomstig van slachthuizen, beenhouwerijen en dergelijke. Indien dat wel zo zou zijn, dan is eveneens het Besluit ophaling en verwerking van dierlijk afval van toepassing. De volgende algemene voorwaarden gelden : afvalstoffen moeten degelijk verpakt zijn verschillende soorten afvalstoffen die gescheiden aangeboden worden moeten ook gescheiden blijven (groenafval en keukenafval mogen niet gemixt worden) de vervoersmiddelen en de recipiënten moeten in- en uitwendig gereinigd worden om vermenging van verschillende soorten afvalstoffen te voorkomen. 29

30 Identificatie formulier bij transport Dit is niet nodig indien de inzameling gebeurt in een ophaalrond van huishoudelijke afvalstoffen, met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen of niet-gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen. Hieronder valt ook keukenafval en groenafval. Indien er dus rechtstreekse transporten gebeuren tussen de klant en de vergister is er wel een identificatieformulier nodig. Het identificatieformulier moet ten minste volgende gegevens bevatten (zie voorbeeldformulier in bijlage): uniek volgnummer; datum van vervoer; naam en adres van de afvalstoffenproducent en het adres van verzending van de afvalstoffen; naam, adres en registratienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, indien van toepassing; naam, adres en registratienummer van de vervoerders; naam, adres en ondernemingsnummer van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code); omschrijving, hoeveelheid in ton en de EURAL-codes van de afvalstoffen. De gegevens moeten ingevuld worden vóór het vervoer aanvangt, en ze moeten worden ondertekend en gedateerd door de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen of door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Als de hoeveelheid niet kan bepaald worden voor het vertrek, mag de hoeveelheid ingevuld worden op de plaats van bestemming en moet een kopie van het identificatieformulier, met vermelding van de hoeveelheid, aan de afvalstoffenproducent bezorgd worden. De afvalstoffenproducent ontvangt een kopie van het tot zover ingevulde identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar. Op de plaats van bestemming wordt het identificatieformulier door de verwerker gedateerd en voor ontvangst ondertekend. Hij ontvangt ter plaatse een kopie van het volledig ingevulde identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar. Een vervoerder van afvalstoffen mag het vervoer slechts aanvatten indien een identificatieformulier aanwezig is. Afgifte van afvalstoffen Als een afvalproducent afval meegeeft met een inzamelaar moet hij hiervan een afgiftebewijs krijgen. Dit dient hij 5 jaar bij te houden. Het afgiftebewijs bevat minstens volgende informatie: datum van afgifte naam en woonplaats van producent naam en woonplaats aan wie afvalstoffen worden afgegeven aard, herkomst, samenstelling en hoeveelheid van afgegeven afvalstoffen 30

31 beoogde wijze van verwerking Als het ophalen van het afval gebeurt in een ophaalronde mag de factuur gebruikt worden als afgiftebewijs. Het identificatieformulier kan ook gebruikt worden als afgiftebewijs. Registratie als vervoerder en inzamelaar De registraties als vervoerder en inzamelaar van afvalstoffen moet gebeuren bij OVAM (zie aanvraagformulieren in bijlage). Deze registratie is 10 jaar geldig. Registratie als vervoerder en als inzamelaar kan online: https://services.ovam.be/registratie/ Register van afvalstoffen De inzamelaar houdt een register bij van de ingezamelde afvalstoffen. Dit wordt minstens elke werkdag ingevuld en moet 5 jaar bijgehouden worden. In praktijk kan dit register bestaan uit een map met afgiftebewijzen of identificatieformulieren. Het register bevat minstens volgende gegevens: de datum van het inzamelen, handelen of makelen de datum van het effectieve vervoer van de afvalstoffen het ondernemingsnummer en de naam en het adres van de afvalstoffenproducent de hoeveelheid afvalstoffen in ton, kubieke meter, liter of kilogram de aard en samenstelling van de afvalstoffen, met vermelding van de EURAL-code (zie lijst in bijlage) indien van toepassing, naam, adres en identificatienummer van de vervoerder van de afvalstoffen de verwerkings- of toepassingswijze van de afvalstoffen naam, adres en identificatienummer van de verwerker van de afvalstoffen TRANSPORT VAN MEST Ook het transport van mest sterk onderhevig aan een wettelijk kader waar rekening mee moet gehouden worden bij uitbating van een vergistingsinstallatie. 1. Erkend mestvoerder Het transporteren van mest dient te gebeuren met een erkend mestvoerder die vóór elk transport een Mestafzetdocument (MAD) opmaakt. Achteraf dient dit transport nagemeld te worden en zijn deze documenten consulteerbaar op internetloketten van de Mestbank (Vlaamse overheid) zoals de MTIL (voor de erkende mestvoerder) en het mestbankloket (voor de landbouwers en uitbaters van vergistingsinstallaties). 31

32 Een mestvoerder moet erkend zijn bij de mestbank en voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals het installeren van een AGR-GPS systeem. De erkende mestvoerder: moet dierlijke mest of andere meststoffen altijd transporteren met erkende transportmiddelen; mag geen andere afvalstoffen dan dierlijke mest of andere meststoffen transporteren in erkende transportmiddelen, tenzij hij een adequate reiniging van de laadruimte van zijn transportmiddel uitvoert; moet altijd bereikbaar zijn via telefoon, fax of internet; mag zijn erkende trekkende transportmiddelen niet uitlenen aan derden; mag zijn erkende aanhangwagens niet uitlenen aan niet-erkende mestvoerders; moet bij elk mesttransport gebruikmaken van het AGR-GSP-systeem; moet alle transporten uitvoeren met mestafzetdocumenten, ook die van eigen mest op eigen grond (als hij de openbare weg betreedt). 2. Uitrijregeling Bij het uitrijden van dierlijke mest op landbouwgronden in Vlaanderen dient men de uitrijregeling te respecteren. Zo is het enkel toegelaten om dierlijke mest, andere meststoffen en kunstmest te spreiden tijdens de periode van 16 februari t.e.m. 31 augustus. Uitzonderingen gelden voor zware kleigronden of meststoffen met een lage N-inhoud. Tevens is het verboden om dierlijke mest en andere meststoffen te spreiden op bijvoorbeeld zon- en feestdagen, voor zonsopgang en na zonsondergang, op drassig, overstroomd, bevroren of besneeuwd land,. Daarnaast gelden nog beperkingen voor het spreiden van mest na de hoofdteelt. 3. Bemestingsnormen Het uitrijden van dierlijke mest, andere meststoffen en kunstmest op Vlaamse landbouwgrond is beperkt volgens de bemestingsnormen. Deze normen zijn afhankelijk van de grondsoort en de teelt. 4. Mestanalyse bij transport Bij transport van of naar een vergistings- of mestverwerkingsinstallatie is een analyse vereist. Deze analyse is slechts 3 maanden geldig. De massa- en nutriëntenstromen bij dergelijke installaties worden nauwgezet opgevolgd door de Mestbank. 5. In- en uitvoer Voor de in- en uitvoer van dierlijke mest of verwerkte producten zijn specifieke eisen van toepassing. Dit zijn procedures volgens de Vlaamse en Europese wetgevingen op veterinair en leefmilieukundige gebied. Tevens gelden procedures volgens de regionale wetgeving van het land van oorsprong of het land van bestemming. 32

33 MERK OP: in voorgaande is uitgegaan van een aanpak waarbij de vennoten zelf een vergistings installatie bouwen en uitbaten. Een andere aanpak zou kunnen zijn dat de coöperatie de verschillende stromen bundelt en afvoert naar een bestaande vergister, om er zo een betere marktprijs voor te krijgen gezien het grotere volume aan stromen. Gezien er op de dag van vandaag vraag is vanuit de reeds bestaande vergisters naar nieuwe, goedkopere en betrouwbare input stromen zal deze piste ook verder bekeken worden bij de financiële evaluatie van een mogelijke coöperatie. Hoofdstuk 4.6. gaat dieper in op de verschillende scenario s en beschrijft de rentabiliteit en impact per scenario. MERK OP : het wettelijk kader rond afval- of meststoffen is een complex gebeuren en het is dan ook aangewezen om ten gepaste tijde raad te vragen aan experts ter zake om zich te verzekeren dat er alle wettelijke voorwaarden voldaan is door de coöperatie. Dit geld zowel voor transport van de verschillende stromen, als voor de eigenlijke uitbating van de installatie STAKEHOLDERANALYSE Welke zijn je stakeholders bij de coöperatie en wat betekenen jullie voor elkaar? De stakeholders zijn: leveranciers van organische restmaterialen verzamel actoren en logistieke partners bouwers en/of sturingspersoneel van de vergistingsinstallatie afnemers van de groene stroom, warmte en digestaat consultants ivm de technische omkadering van de vergistingsinstallatie Al deze stakeholders hebben elkaar nodig om het volledige proces van verwerken van de organische restmaterialen te realiseren. Merk op: Afhankelijk van de graad van uitvoering door de stakeholders zelf en van de beslissingsrechten die de stakeholders toebedeeld krijgen zal hier de graad van inspraak bepaald worden. Op welk niveau werk je samen en wens je samen te werken met deze stakeholders (operationeel, tactisch, strategisch)? met al de stakeholders op het operationele niveau. met een deel van de stakeholders op het tactisch en strategisch niveau, afhankelijk van hun insteek als lid of als dienstenleverancier. Binnen de coöperatie zullen enkel de leden de tactische en strategische beslissingen kunnen nemen. Dit neemt niet weg dat andere leveranciers of consultants kunnen geraadpleegd worden voor advies, maar zijn kunnen niet mee beslissen. Merk op: belangrijke beslissingen rond niet-courante activiteiten vereist soms wel een derde klok. In zulke situaties is een onafhankelijke adviseur soms aangewezen om mee het beslissingsproces op niveau van de 33

34 Raad van Bestuur te voeden. Om de onafhankelijkheid in stand te houden, is het aan te raden om deze partij niet te laten participeren bij een mogelijke stemming. Wat is de intensiteit van de samenwerking met elk van deze stakeholders? de intensiteit van de samenwerking hangt af van de deelname aan de verschillende processen. met de leveranciers van de organische restmaterialen, verzamel actoren, logistieke partners, sturingspersoneel en afnemers van de producten, zal de samenwerking heel nauw zijn, omdat deze actoren mede het rendement van de installatie gaan bepalen. Wie van deze stakeholders wil je betrekken als vennoot in je coöperatie en wat is daarbij de win-win voor stakeholder en coöperatie? de leveranciers van de organische restmaterialen, zij moeten na verwerking een positieve return terugkrijgen in financiële vergoedingen of kostprijs reducties. Welke stakeholders hebben een verzekerde plaats in de Raad van Bestuur en wat is daarbij de win-win voor stakeholder en coöperatie? vertegenwoordigers van de leveranciers vertegenwoordigers van de bedrijven Merk op: Beperk de leden van de Raad van Bestuur tot een minimum om tot snelle en efficiënte beslissingen te komen. In de praktijk worden Raden van Bestuur met meer dan 10 leden in vele gevallen vertraagd in hun beslissingen CORPORATE GOVERNANCE Welke aspecten kunnen beslist worden door de Algemene Vergadering en welke verantwoordelijkheden worden doorgeschoven naar de Raad van Bestuur? De Algemene vergadering heeft het beslissingsrecht over i. de strategische beslissingen die de koers van de coöperatie zal varen. De strategische uitwerking wordt aangebracht door de Raad van Bestuur. M.a.w. geeft de Algemene Vergadering (AV) opdracht aan de Raad van Bestuur (RvB) om een strategisch plan voor te bereiden op basis van de doelstellingen, visie en missie die leeft bij al de lede;. ii. iii. de goedkeuring van het huishoudelijk reglement, dat tevens voorbereid werd door de RvB; de aanduiding van de leden van de RvB: de AV zal in functie van de statuten of van het huishoudelijk reglement het aantal leden bepalen en zijn leden oproepen om zich kandidaat te stellen. Deze kandidatuur zal op de AV op een democratische wijze al dan niet weerhouden worden. 34

35 iv. of geeft de kwijting aan de bestuurders na het aanhoren van de resultaten en balans van het vorige jaar en de begroting van het daaropvolgende jaar. v. vaststelling van de coöperatieve teruggave kan beslist worden. Meestal zal de RvB dit voorkauwen en voorstellen op de AV. vi. vii. benoeming van een bedrijfsrevisor statutenwijzigingen behoren toe aan de beslissing van de algemene vergadering de RvB zal het voorbereidende werk voor de AV moeten uitwerken en zal ook een dagbestuur met een bijhorende directie aansturen en opvolgen. Het dagbestuur heeft verantwoording af te leggen, over zijn uitgevoerde activiteiten, aan de raad van bestuur. De raad van bestuur heeft een controlerende functie naar het dagbestuur en de directie. Hoe organiseer je je vennotenmanagement? Het vennotenmanagement wordt best in een huishoudelijk reglement ( voorbeeld zie bijlage nr 13 ) uitgewerkt. Hierin zal bepaald worden wat de spelregels voor de vennoten, kapitaal, aandelen, leden van de raad van bestuur, Algemene vergaderring, mededelingsplicht en betwistingen en sancties zijn. Het huishoudelijk reglement is een perfecte aanvulling op de statuten waarin dieper en specifieker kan ingegaan worden op allerlei afspraken die nuttig kunnen zijn om de werking en de verstandhouding tussen de stakeholders te optimaliseren. Best wordt ook dit huishoudelijk reglement door de aangestelde Raad van Bestuur voorbereid en wordt dit op de Algemene vergadering aan zijn leden ter goedkeuring voorgelegd Hoe verzeker je een effectieve controle op het management van de coöperatie? Het dagbestuur dat de dagdagelijkse activiteiten moet uitvoeren kan tevens toezien op het management van de vennootschap. Dit dagbestuur zal de controle kunnen uitvoeren zoals in het huishoudelijk reglement is uitgewerkt. Bijkomend kan er voor gekozen worden om via een Protocol bepaalde beslissingsmethoden en aanpakken te objectiveren volgens voorafbepaalde regelgevingen. Hoe verzeker je een kwaliteitsvolle samenstelling van de Raad van Bestuur? In eerste instantie door de mandaten vernieuwbaar te maken en door de AV om de 4 tot 6 jaar over te gaan tot herverkiezing van de leden. Ten tweede door objectieve voorwaarden voor de kandidaten (zoals min/max leeftijd, actief lid, interne bestuursopleiding willen volgen,...) vast te leggen en deze duidelijk te communiceren naar de leden. ten derde ervoor te zorgen dat de raadsleden geen uitvoerende functie in de coöperatie hebben Ten vierde best een externe zakelijke buitenstaander mee op te nemen als lid van de RVB. 35

36 Ten slotte een bestuurdersopleiding en vorming voorzien voor de bestuurders bij hun aantreden. Hoe verzeker je een effectieve controle op de Raad van Bestuur door de Algemene Vergadering? Deze controle zit vervat in een jaarlijkse AV waarop na voorleggen van de gevraagde stukken en toelichtingen, een kwijting aan de bestuurders verleent wordt. Bij onduidelijkheden of specifieke zaken hebben de leden het recht om een buitengewone algemene vergadering te laten samenroepen, waarbij de RVB zich dan zal moeten verantwoorden. Binnen dit hoofdstuk rondom Corporate Governance wensen we graag ook een opsomming te maken van de verschillende doelen/activiteiten welke voor van het coöperatief model van Co-4-Energy van kracht kunnen zijn. Opgelet, deze opsomming is louter verduidelijkend, zeer project afhankelijk en zeker niet limitatief : verzamelen, ophalen, storten en verwerken van keukenafval, tuinafval, industrieel afval, landbouwafval, biomassa, organisch afval en andere afvalstromen afzet, droging, productie en verwerking van digestaat bevorderen van een duurzame energievoorziening productie van hernieuwbare energie promoten van hernieuwbare energie verenigen van verbruikers van hernieuwbare energie productie van gas en elektriciteit verwerken van afval tot groene stroom opwekken van thermische en elektrische energie uit vergisting van biomassa vermarkten van groene stroom, groene stroomcertificaten en warmtekrachtkoppeling certificaten vermarkten van gekorreld en gedroogd einddigestaat aanmaken en verwerken van bio-brandstoffen, koude- en warmteprocessen in de ruimste zin van het woord projectontwikkeling tot verwerking en verhandeling van allerhande biomassastromen tot verhandelbare (eind)producten zoals: (groene) elektriciteit, warmte en thermische energie, organische meststoffen en primaire en secundaire grondstoffen samenwerken met andere verwerkingsbedrijven van biomassastromen samenbrengen van verschillende stromen verwerking en verhandeling van biobrandstoffen (palmolie, sojaolie, enz.) 36

37 adviesverlening de verwerking van biomassa door fermentatie en anaerobe gisting het produceren, uitbaten, verhandelen invoeren en uitvoeren van alle goederen en diensten, welke met het doel verband houden Etc. Als bijlage werden er ook voorbeeldstatuten van de CVBA bijgevoegd. Deze kunnen, samen met de volledige blauwdruk, als basis of leidraad voor de eigen specifieke statuten gebruikt worden MARKETING EN COMMUNICATIE Welke markt (privaat of semi-publiek) wensen we te bedienen? Bij aanvang van het Co-4-Energy is er bewust gekozen om geen specifieke voorwaarden of restricties voor de doelgroepen op te leggen. Zowel private, semi-private/publieke alsook private instanties of partijen konden in de blauwdruk opgenomen worden. Desalniettemin werd er een onderscheid gemaakt tussen de burgercoöperatie doelgroep, zijnde de individuele burgerbevolking, al dan niet in samenwerking met publieke, semi-private of private instanties, en de bedrijvencoöperatie doelgroep, zijnde een coöperatieve samenwerking tussen bedrijven. Ook hier was het karakter van de instantie (publiek of privaat) van ondergeschikt belang. Wat is de toegevoegde waarde die we kunnen leveren op deze markt? De toegevoegde waarde die er op deze markt geleverd kan worden werd reeds uitgebreid in het eerdere hoofdstuk 2. Het Probleem besproken. Hoewel hoogstwaarschijnlijk niet alle gelinkte problemen en doelstellingen onmiddellijk bereikt of opgelost zullen worden, is het echter wel het streven om zo veel mogelijk aspecten in acht te nemen. Hierbij kan het coöperatief gehalte sterk op de voorgrond worden gebracht. In tegenstelling tot nietcoöperatieve modellen wordt er hier bijzondere aandacht besteed aan het gegeven dat er gezamenlijk aan een probleem wordt gewerkt. Door het bundelen van krachten en oplossingsmogelijkheden wordt er onlosmakelijk een schaal en kwaliteitsvoordeel gecreëerd. Een heel grote toegevoegde waarde bestaat er ook in dat de coöperatie is opgebouwd en berekend om de eigen afvalstromen te verwerken. Met andere woorden wordt het risico om zonder input stromen te vallen enorm beperkt. Er dient niet noodzakelijk extern naar afvalstromen gezocht te worden om de vergistingsinstallatie draaiende te houden. Wie zijn de andere spelers op deze markt? Volgens de publiekelijk beschikbare database van Biogas-E, zijn er per oktober 2013, in Vlaanderen in totaal 40 officieel actieve en operationele vergistingsinstallaties. Deze vertegenwoordigen in totaal ongeveer 2,2 miljoen ton door de overheid vergunde input, bestaande uit in hoofdzaak mest, gewassen en organisch biologisch afval. Aansluitend op deze operationele installaties zijn er volgens de Biogas-E cijfers 2 installaties in opbouw en 37

38 bevinden er zich 2 installaties in de opstartfase. Deze 4 installaties zouden nogmaals ton vergunde input moeten opleveren. Bovendien zijn er nog 9 installaties, respectievelijk ongeveer 1 miljoen ton input, met een vergunde status, wat er op neer komt dat deze hun input stromen bij de overheid vergund hebben gekregen, maar dat er op vandaag geen concretere verdere stappen zijn ondernomen of waarbij de constructie nog niet van start is gegaan. Concrete aantal op Belgisch niveau konden in dit rapport niet in kaart worden gebracht. Grafiek : Procentuele evolutie van de vergunde Vlaamse operationele vergistingsinstallaties door de jaren heen ten opzichte van (Biogas-E vzw) Niettegenstaande de door de overheid vermelde vergunde inputcijfer, bestaat er een verschil tussen de theoretische vergunde hoeveelheid en de input hoeveelheden welke in Vlaanderen echt zijn verwerkt via bio vergistingsinstallaties. Helaas bestaan er hierover geen eenduidige Vlaams overkoepelende cijfers en zijn er in de loop der jaren een waaier aan cijfers kenbaar gemaakt welke een poging doen om deze concrete gegevens in kaart te brengen. Hierbij dient er dus telkens een zekere voorzichtigheid in acht genomen te worden. Volgens de laatste Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) gegevens, is er inderdaad over de 40 vergistingsinstallaties verspreid een totale input van 2,2 miljoen ton vergund. Daartegenover stellen ze echter wel dat er slechts ongeveer 1,3 miljoen ton input daadwerkelijk ook is verwerkt. Deze cijfers zouden concluderen dat er meer dan 40% van de capaciteit niet benut wordt. Grafiek : Vergunde input hoeveelheden (Biogas-E) tegen over gerealiseerde input hoeveelheden (OVAM) via Vlaamse vergistingsinstallaties 38

39 Hierbij kunnen een drietal verklaringen aanneembaar zijn. Eerst en vooral ondervinden er verschillende installaties technische problemen. Ten tweede zijn er een aantal installaties welke nog niet op de maximum capaciteit draaien, dit door milieu gerelateerde problemen, door het verkeerd inschatten van de energiewaarde van de inputs, door het gegeven dat de meeste installaties relatief nieuw zijn, of door het feit dat sommigen misschien een gebrek aan specifieke management skills ondervinden. Ten derde zijn er een aantal installaties welke door extra veiligheid en groei potentieel in te lassen, een hoger aantal vergunde input hebben aangevraagd dan dat ze daadwerkelijk ook in werkelijkheid wilden verwerken. Merk op dat er in Vlaanderen de afgelopen jaren een stevige prijsstijging is waargenomen rondom het aanleveren en verwerken van inputstromen. Waar er tot voor enkele jaren, afhankelijk van de input energie waarde, als vergistingsinstallatie, nog geld verkregen werd bij het verwerken van afvalstromen, zijn er heden ten dage een resem aan grondstoffen waarvoor er daadwerkelijk door de vergister betaald dient te worden. Merk ook op dat er in Vlaanderen relatief een beperkt aantal, en dit voor een beperkte periode, fysieke leveringscontracten worden ondertekend tussen de producent van input stromen en de verwerker. Dit maakt het uiteraard zeer moeilijk om een constante en degelijke begroting aan te houden. Wat is onze positionering op deze markt? Gezien alle (of bijna alle) input voor de bio vergistingsinstallatie vanuit de coöperanten zelf wordt geproduceerd dient dit project niet perse in relatie tot het overige marktsegment gebracht te worden. Zowel input, output en methodiek kan perfect afgesloten van de markt, echter wel in samenspraak tussen de coöperanten, opgesteld worden. Over een echte markt positionering hoeven we dus niet te spreken. Uiteraard zullen bepaalde marktsituaties invloed hebben op het functioneren van de coöperatie. Een prijsstijging kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat ook het interne prijs en verwerkingsbeleid aangepast dient te worden in de coöperatie. Een belangrijke aanname hierbij is wel het gegeven dat we er van uit gaan dat de vergister gevoed kan worden met eigen afvalstromen. Indien er daarenboven ook externe inputs gekocht dienen te worden, zal de coöperatie onlosmakelijk ook aan de vrije marktsituatie blootgesteld worden. De coöperatie wenst zich specifiek te richten op een samenwerkingsverband met als doel het bundelen van de gezamenlijke productie van hernieuwbare energie op basis van biomassastromen die geproduceerd worden bij de coöpererende vennoten zelf. Door verschillende bedrijven te betrekken in het coöperatief model, wordt er automatisch aan risicospreiding en continuïteitsversterking gedaan, dit met als bijkomend streefdoel het zelfvoorzienend en duurzaam maken van afvalstromen en het opwekken van hernieuwbare energie. Hoe is onze marketing mix (product, prijs, plaats en promotie) samengesteld? PRODUCT : de gezamenlijke productie van hernieuwbare energie op basis van biomassa-stromen komende van de eigen coöperanten PRIJS : een eenduidige altijd gegarandeerde prijs kan er in dit model niet vermeld worden. De gegeneerde prijs zal steeds resulteren uit de verhouding tussen de kostprijs van normale afvalverwerking en de opbrengsten verkregen uit het energie opwekken van de afvalverwerking via de eigen coöperatie. 39

40 PLAATS : de specifieke locatie van de vergistingsinstallatie is voor de uitgewerkte praktijkcase de Proefboerderij te Melle of eventueel een bestaande vergistingsinstallatie. Input stromen zijn theoretisch niet gebonden aan de regio maar zullen uit competitief voordeel en praktische overweging in een straal van max. 30km vergaderd worden. PROMOTIE : Gezien alle afvalstromen van binnenuit de coöperatie worden verkregen, dient er rondom de inputstromen zelf geen extra promotie gevoerd te worden. Wat echter wel cruciaal is, is het gegeven dat we dit concept naar de geïnteresseerde buitenwereld dienen over te brengen. Hoewel het niet rechtstreeks met de coöperatieve werking zelf heeft te maken, is het noodzakelijk om de doelstellingen naar externen over te dragen. Dit kan er voor zorgen dat er externen vennoot wensen lid te worden van de coöperatie, of kan het er voor zorgen dat er in andere regio's ook vergelijkende initiatieven worden opgezet, dit uiteraard gelieerd aan de reeds eerder vermelde probleem- en doelstellingen rondom hernieuwbare energie. Wat is ons coöperatief voordeel op deze markt (bv. invullen van een marktvacuüm, schaalvoordelen, (lokale) verankering)? Het voeren van een gezamenlijk beleid rondom Duurzame Energie Het concept : Samen staan we sterker dan alleen! Het centraal verzamelen van afvalstromen De coöperatie betrekt de lokale sociale economie in het verzamelen van de grondstoffen Het beleid en management kan gecentraliseerd worden Bio vergisting IN put en OUT put kunnen uit eigen rangen komen en worden dus minder blootgesteld aan de competitieve externe afvalverwerkingsmarkt Kosten en baten optimalisatie Risicospreiding van afvalstromen Door de coöperatie kan een kleinschalige vergistingsinstallatie zelfvoorzienend draaien, wat een heel stuk moeilijker is bij individuele vergistingsinstallatie In de vrije markt is het moeilijk om fysieke leveringscontracten getekend te krijgen. Binnen de eigen coöperatie kan er transparanter naar vaste prijs en leverafspraken gehandeld worden, alle partijen hebben baat bij een continue en productieve verderzetting van de coöperatie. De coöperatie bundelt de lokale of regionale belangen, niet enkel voor de coöperanten zelf maar ook voor de naaste stakeholders (vb. milieugroeperingen, gemeentebesturen, etc.) Hoe communiceren we over dit coöperatieve voordeel (1) naar (potentiële) vennoten, (2) naar (potentiële) klanten, (3) naar de bredere samenleving? Gezien het groot maatschappelijk draagvlak rondom duurzame en hernieuwbare energie, en dan bijkomend rondom energie resulterend uit afval of biomassastromen, werd het Co-4-Energy project zonder veel moeite opgestart. Voor aanvang van het project werden verschillende 40

41 potentiële geïnteresseerde gecontacteerd met de eenvoudige vraag of er interesse was om op een gezamenlijke manier afvalstromen te verwerking tot hernieuwbare energie, en dit onder de vorm van een bio vergistingsinstallatie. Daar de problematiek en de methodiek dermate veel aandacht krijgen via overheden, lokale besturen, publieke sectoren en bovendien ook vanuit de private sector, liep de werving voor het project van een leien dakje. Na de telefonische rondvraag werd er een bijeenkomst gehouden om de geïnteresseerden verder te enthousiasmeren en warm te maken om het project verder te ondersteunen. Na afloop van deze bijeenkomst werd het Co- 4-Energy project direct op poten gezet. Ook bij het zoeken naar potentiële nieuwe kandidaten, binnen de huidige coöperatie of uitkijkend naar een nieuwe coöperatie in hun eigen regio, verwachten we geen uitgesproken problemen. Hierbij zijn er verschillende communicatie mogelijkheden, welke in grote lijnen in 2 categorieën opgedeeld kunnen worden : i. Initiatief komend vanuit de kandidaat vennoten (bedrijven of burgers) zelf 1 of verschillende kandidaten neemt het voortouw en stelt een lijst van potentiële kandidaten uit de regio samen. De kandidaten worden gecontacteerd om naar hun interesse te peilen en aansluitend worden er concrete bijeenkomsten tussen en met de kandidaten gehouden om verdere duiding aan het project te geven. ii. Initiatief komend vanuit de publieke sector (vb. overheden en lokale besturen) 1 of meerdere lokale besturen nemen het voortouw en organiseren bijeenkomsten om het project voor te stellen HRM Merk op dat het uitermate interessant kan zijn om een onafhankelijke milieu expert onder de arm te nemen. Vergistingsinstallaties lijken op het eerste zicht relatief eenvoudig, maar in de praktijk kunnen er vele technische en milieugerelateerde vragen optreden. Momenteel wordt er uitgegaan van een tewerkstelling van minstens 2 verschillende types profielen. Deze worden hieronder besproken. PROFIEL 1 : EEN UITVOERENDE KRACHT Binnen de coöperatieve kan er een profiel van een laaggeschoolde persoon ingezet worden op verschillende functies binnen de coöperatieve: ophaling van de stromen en opvolging van de vergistingsinstallatie. Ophaling van de toevoerstromen Een laaggeschoolde (bv. tewerkgesteld in een sociale economie bedrijf) kan ingezet worden om de ophaling van de verschillende stromen te verzekeren. Deze persoon (of personen) dient te verzekeren dat de stromen tijdig opgehaald worden, zodat er zich geen problemen vormen bij de vennoten (bv. afval dat niet mag blijven liggen op bepaalde sites) noch bij de vergistingsinstallatie (bv. door tekort aan stromen). Voor de ophaling van de verschillende stromen wordt er momenteel gerekend met de nood aan een 0.5 VTE. Uiteraard dient deze tijdsinzet geëvalueerd te worden naar de te overbruggen kilometers en op te halen stromen. Indien de 41

42 coöperatieve een grote toename aan op te halen stromen zou betekenen zal deze tewerkstelling ook evenredig stijgen. Opvolging van de vergistingsinstallatie (operator) Na een (grondige) opleiding op andere sites zal/kan een laaggeschoolde persoon ook als operator fungeren van de vergistingssite - dit is dan het controleren van de pompen e.d - waarbij mogelijke problemen opgenomen worden met de site-verantwoordelijke. Ook deze taak zal nog een 0.5 VTE vergen. Gezien deze werklast niet afhankelijk is van het volume van opgehaalde stromen is het aan te nemen dat met een 0.5 VTE gerekend kan worden, ongeacht de grootteorde van de vergistingsinstallatie. Wel dient er rekening gehouden te worden met mogelijk weekendwerk (zeker bij calamiteiten) - daarom wordt er in de rentabiliteitsberekening gerekend met 0.75 VTE om zeker de verloning voor de wachtdienst tijdens het weekend te kunnen overbruggen. Enkel indien er overgegaan wordt naar aanzienlijke installaties (> ton) is het belangrijk om ook hier nog een toename van te voorziene VTE mee te nemen. Deze twee deeltaken (Ophaling en Operator) kunnen in realiteit door 1 of 2 verschillende personen uitgevoerd worden, naargelang de interesse en ambitie van de betrokken personen. Gezien er vertrokken wordt vanuit het idee om met Sociale Economie bedrijven te werken is het belangrijk dat dit type personen betrokken worden bij een onderwerp waar ze voor zichzelf ook meerwaarde uit kunnen halen waardoor ze zich terug kunnen inpassen in de verschillende schakels van de huidige maatschappij. Het lijkt ons dat rechtstreeks betrokken worden bij de productie van hernieuwbare energie een aanzienlijke meerwaarde en voldoening kan leveren voor dit type werkkrachten. Daarnaast is het ook belangrijk mee te geven dat werknemers uit de Sociale Economie sector een sterke omkadering nodig hebben. Dit wordt in feite voorzien door de verantwoordelijke binnen het Sociale Economie bedrijf, doch is het belangrijk om dit ook mee te nemen in het concept van het uitbaten van de coöperatieve. Men moet bij inzet van een Sociale Economie bedrijf als dienstverlener zorgen voor duidelijk afgelijnde taken en opdrachten. Mogelijk is daarom ook de opvolging van de vergistingsinstallatie an sich een niveau te hoog voor een arbeider in een sociale economie bedrijf - mogelijk wordt deze taak dan beter overgenomen door de verantwoordelijke (zie beschrijving hieronder). MERK OP : Indien de vergister in eigen beheer is van de coöperatieve is het belangrijk om mee te nemen dat een vergistingsinstallatie een continu proces hanteert, dat wilt zeggen dat er 7 dagen per week voeding naar de vergister gebracht zou moeten worden. De ophaling van de toevoerstromen kan uiteraard wel beperkt zijn tot 5 dagen per week, maar in het weekend zou er minstens een opvolging en voeding van de vergistingsinstallatie voorzien moeten worden. Dit kan echter zeer beperkt zijn in tijd - het is met de huidige stand der technologie immers mogelijk om de installatie ook vanop afstand (bv. door de verantwoordelijke) op te volgen. Om deze weekendshift te overbruggen wordt er daarom in de rentabiliteitsberekening verder gewerkt met een ingeschatte werkkracht van ongeveer 1.25 VTE voor dit profiel. PROFIEL 2 : EEN VERANTWOORDELIJKE Naast het praktische werk dat uitgevoerd kan worden door het profiel van de lager geschoolde is het ook belangrijk om een hoger opgeleide te betrekken bij het project. Voor deze persoon is het niet zozeer belangrijk welke graad of diploma deze op zak heeft, maar het is belangrijk dat deze de nodige verantwoordelijkheid voor het uiteindelijk beheer van de installatie en alles wat er bij komt kijken op zich neemt. Dit beheer gaat over de verschillende topics, waarvan de belangrijkste hieronder opgenoemd zijn : 42

43 - Financieel beheer : dit deel van het takenpakket behelst het opvolging van alles wat met de financiën van de coöperatieve te maken heeft. Dit gaat van facturatie aan de vennoten voor het aanbrengen van de toevoerstromen, tot afsluiten van contracten voor de afzet van de outputstromen (elektriciteit, warmte, digestaat, biomassa, ), tot het opvolgen van de binnen gekomen inkomsten uit certificaten etc., tot controle op exploitatiekosten etc. - Administratief beheer : het administratieve luik van deze coöperatie is niet te onderschatten. Alleen al voor het ophalen van de verschillende biomassa-stromen moeten er de nodige formuleren en registers bijgehouden worden. Indien de vergister zelf in eigen beheer is van de coöperatie komt daarbij ook de nodige administratie naar de uitbating van de installatie - zo moet er jaarlijks bepaalde wettelijke voorwaarden voldaan worden om de installatie draaiende te kunnen houden (erkenningen, keuringen, etc.). Bovendien is het ook belangrijk voor het binnentrekken van de inkomsten uit de certificaten dat er de nodige administratieve opvolging gedaan wordt naar rapportering van de geproduceerde groene stroom en warmte etc. - Praktisch beheer : het hoger profiel dat aangesteld zal worden binnen de coöperatieve zal naast het financieel en administratief beheer ook de nodige aandacht moeten hebben voor het praktisch beheer van de coöperatie. Deze persoon zal instaan voor de planning en de organisatie van het geheel. Te verwachten is dat dit vooral bij de opstart van de coöperatie een belangrijk aandachtspunt zal zijn. - Calamiteiten beheer : de persoon die aangesteld wordt binnen dit profiel zal ook als eerste geïnformeerd worden betreffende bepaalde calamiteiten die zich kunnen voordoen binnen de coöperatie. Het is dan ook zijn/haar taak om de aanpak van deze calamiteiten uit te stippelen. Deze calamiteiten kunnen gaan van procestechnische calamiteiten van de vergistingsinstallaties, tot mogelijke acute veranderingen in volume van toevoerstromen, tot Dit wilt ook zeggen dat deze verantwoordelijke ten allen tijde bereikbaar zal moeten zijn voor in geval er zich een calamiteit zou voordoen. Deze voorwaarde moet uiteraard ook mee opgenomen worden in de verloning van dit profiel. Momenteel wordt ervan uitgegaan dat een 0.2 VTE voor deze functie voldoende moet zijn, doch moet er rekening mee gehouden worden dat in de opstartfase van deze coöperatieve de werklast ongetwijfeld hoger zal liggen. MERK OP : Zoals blijkt uit bovenstaande dient deze functie dus opgenomen te worden door iemand met een brede visie en overzicht, en iemand die de installatie goed kent. Het is echter niet zo dat er aan deze functie een minimum-profiel (naar graad of diploma) opgelegd is - het is dus ook mogelijk dat iemand die start als operator van de plant geleidelijk aan (mits de nodige bijscholingen) kan doorgroeien naar de functie van verantwoordelijke. Bovendien kan er nagegaan worden wat de mogelijkheid is om beide profielen (uitvoerende kracht en verantwoordelijke) uit te besteden aan een Sociale Economie bedrijf. De verantwoordelijke kan gezocht worden bij het omkaderend vast personeel van het Sociale Economie bedrijf mits de nodige procestechnische en financiële vorming. Op die manier is er bovendien enige continuïteit binnen het verhaal (zeker naar de uitvoerende kracht toe) te garanderen. MERK OP : vanuit de insteek van het Co-4-Energy project werd er geopperd om te werken met mensen uit de Sociale Economie sector om zo jobcreatie voor kansarmen te verzekeren. Het inzetten van Sociale Economie heeft zeker belangrijke voordelen (maatschappelijk en economisch), doch is het belangrijk dat er een duidelijk beeld gevormd kan worden over wat sociale economie juist is. Daarom is er in bijlage 11 een korte tekst toegevoegd die een duidelijker beeld moet geven van wat Sociale Economie net is, welke principes en definities hier gehanteerd worden en binnen welke randvoorwaarden er gewerkt moet worden. Ook hier 43

44 geldt weer het advies om beter vroeg dan laat een expert ter zake onder de arm te nemen (= verantwoordelijke van een Sociale Economie Bedrijf) om de mogelijkheden voor het leveren van diensten aan een specifieke coöperatie in kaart te brengen. VERLONINGSBELEID Door de betrokken vennoten zal er moeten beslist worden of deze personen rechtstreeks in dienst zijn van de coöperatie zelf, dan wel dat deze in onderaanneming van de coöperatieve werken. Uiteraard is aan deze keuze intrinsiek het verloningsbeleid gekoppeld. Praktisch gezien is het ook mogelijk dat een reeds bestaande werknemer van één van de vennoten een gedeelte van dit takenpakket op zich neemt. Hierbij kan er een verloningsbeleid binnen de coöperatie bepaald worden. Het coöperatief model biedt hier als extra voordeel dat er op een zeer flexibele manier tussen en met de bedrijven naar een personeelsbezetting voor de vergistingsinstallatie gewerkt kan worden. Daar een continue invoer en toezicht noodzakelijk is voor de goede werking van de vergistingsinstallatie is het echter wel van primordiaal belang dat de bemanning contractueel vast wordt gelegd. Er bestaan uiteraard verschillende invullingsmogelijkheden : Volledig in dienst van de coöperatie Volledig in dienst van de coöperatie waarbij de werknemer ook (niet-)betalende diensten levert aan de individuele vennoten Gedeeltelijk in dienst van de coöperatie en gedeeltelijk werkzaam bij een van de vennoten Volledig in dienst van een vennoot, waarbij er tussen de vennoot en de coöperatie een samenwerkingsverband gesloten wordt Volledig in dienst van een extern bedrijf, waarbij er tussen het bedrijf en de coöperatie een samenwerkingsverband gesloten wordt (outsourcing) Het tewerkstellingspakket volledig outsourcen aan een speciaal bedrijf welke de verantwoordelijkheid neemt dat zij de vergistingsinstallatie in de running zullen houden uit de contacten met de sociale economie, via Pro natura is gebleken dat dit ook via de dienst verzorgingsbedrijven kan (meer detail zie 4.6.7). Merk op dat het bij de tewerkstelling en onderhoud van een bio vergistingsinstallatie van existentieel belang is dat er goede, concrete, en duidelijke samenwerkingsovereenkomsten op papier staan. Welke beslissing er ook genomen wordt, sluitende overeenkomsten kunnen mogelijke toekomstige discussies binnen de coöperatie of met betrokken partijen vermijden. Ook hoofdstuk gaat dieper in op het HRM aspect, dit in het bijzonder het personeelsbeleid toegespitst als toepassing tot de sociale economie FINANCIEEL PLAN Doorheen deze blauwdruk wordt er meermaals verwezen naar de verschillende mogelijkheden die je hebt om een coöperatie zoals vooropgesteld in het Co-4-Energy project uit te rollen. Ook wat betreft de financiële rentabiliteit wordt er dieper ingegaan op verschillende pistes die gevolgd kunnen worden om een eerste aanvoelen te kunnen geven naar de financiële haalbaarheid van een dergelijk project. De 2 grote hoofdlijnen 44

45 zijn te onderscheiden door het al dan niet in eigen beheer nemen van een vergistingsinstallatie. Daarnaast wordt er ook nog een onderscheid gemaakt tussen de concrete cijfers waarbij er uitgegaan wordt van de afvalstromen die daadwerkelijk geïdentificeerd zijn bij de verschillende vennoten enerzijds, en theoretische cijfers anderzijds. Dit onderscheid tussen concreet en theorie moet een aanvoelen geven welke impact er te verwachten is van het mogelijk identificeren van nog 1 bijkomende vennoot of bepaalde biomassa-stroom. De verschillende pistes die verder uitgewerkt worden in dit hoofdstuk zijn de volgende : 1. Vergister in eigen beheer - Concrete cijfers 2. Vergister in eigen beheer - Theoretische cijfers 3. Externe vergister - Concrete cijfers 4. Externe vergister - Theoretische cijfers Elk van deze pistes wordt hieronder besproken naar financiële mogelijkheden en bijhorende randvoorwaarden. Er zijn echter bepaalde randvoorwaarden die voor elk scenario identiek zijn. Deze worden eerst beschreven RECURRENTE RANDVOORWAARDEN Karakteristieken toevoerstromen in de huidige opzet is er uitgegaan van de volgende karakteristieken van de toevoerstromen : Dichtheid (ton/ m 3 ) Droge stof gehalte (% DS) Biogas potentieel (Nm 3 /ton) Paardenmest Diergeneeskunde 0.7 ton/m3 31 % 42.5 Nm 3 /ton Rundermest Diergeneeskunde 0.9 ton / m3 25 % 100 Nm 3 /ton Rundermest Melle proefboerderij 1 ton / m3 8.6 % 20 Nm 3 /ton Keuken en restaurantafval 0.75 ton / m3 37 % 100 Nm 3 /ton Spijsolie en vetten 99.9 % 850 Nm 3 /ton Tuin - en parkafval (50% totaal volume aangenomen als vergistbaar) 0.25 ton / m3 30 % 100 Nm 3 /ton Vervuild brood 65 % 300 Nm 3 /ton Vleesafval pizza productie 40 % 150 Nm 3 /ton Het is belangrijk dat bij concreet verder uitwerken van de coöperatie deze parameters nogmaals bevestigd worden aan de hand van de nodige labo-testen om te verzekeren dat er van een juiste basis vertrokken wordt. Het kan zelfs aan te raden zijn om elk van de stromen van de verschillende vennoten te laten analyseren, gezien er onderling mogelijk ook nog verschillen te verwachten zijn. Momenteel is er echter uitgegaan van een 45

46 uniforme kwaliteit, d.w.z. dat een ton keukenafval komende van de studentenrestaurants van Universiteit Gent evenveel biogas zal opbrengen als een ton keukenafval van uit het ziekenhuis van Guislain. In praktijk kan dit onderling en zelf per container erg verschillen. Frequentie afhaling Voor het inschatten van het potentieel van de biogas productie per stroom is er uitgegaan van minstens een wekelijkse ophaling. Daarbij komt nog een belangrijk aspect wat betreft de maaisel hoeveelheden : het is immers uiterst belangrijk om deze zo snel mogelijk (< 24hr) na het maaien te kunnen voeden aan de vergister om zo een maximale biogas productie te kunnen garanderen. Er is dan ook van uitgegaan dat het maaien en het ophalen van de stromen dermate kunnen afgesteld worden op elkaar dat de maaisel-stromen binnen 24hr op de site van de vergister aanwezig zijn. Voor het inschatten van de logistieke kosten naar transport toe is er uitgegaan van een maximale actieradius van 30km. Park & tuinafval Zoals hoger aangegeven (zie tabel hierboven) is er van uitgegaan dat ongeveer 50% van het totale volume aan park- en tuinafval vergistbaar is. Enkel dit deel is opgenomen in de rentabiliteitsstudie van de vergistingsinstallatie. Er is dus geen rekening gehouden met de andere stroom (50 % - veelal houtig materiaal) welke nog steeds afgezet zal mogen worden bij derden. 46

47 4.6.2 SCENARIO 1 : VERGISTER IN EIGEN BEHEER - CONCRETE CIJFERS Hieronder kan u een overzicht terugvinden van de rentabiliteit van deze case. Beschikbare stromen Eigenaar Type Hoeveelheid Huidige afzetkost Huidige jaarkost Ton / jaar / ton / jaar ugent Biologisch keuken- en kantine afval ugent- Proefboerderij Melle (nu nr akkers) Rundermest - Ruwe mest (drijfmest) , ugent - Diergeneeskunde Rundermest - Uit potstal (vaste mest) , ugent Spijsolie en vetten ugent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) ugent - Diergeneeskunde Paardenmest , Uzgent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) 23 66, Sodexho Keuken - en restaurantafval - Niet patiënten , Sodexho Keuken - en restaurantafval - Patiënten , Voedingsbedrijf X Sterk vervuild brood Voedingsbedrijf X Vleesafval pizza productie Guislain Keuken - en restaurantafval 65 98, Guislain Spijsolie en vetten Guislain Groenafval , TOTAAL , LOCATIE KENMERKEN (afhankelijk van de gekozen inplantingsplaats) Gekozen locatie Proefhoeve Melle Beschikbaar opslag volume 0 m3 (= voor digestaat, dus mag niet onder de stallen) Beschikbare landbouwgrond (eigen) 50 ha Beschikbare landbouwgrond (extern) 0 ha Huidige prijs verwarming (stookolie) 61,98 / MWth (stookolie-prijs) Huidige prijs Elektriciteit 90 / MWe Vergistingsinstallatie Proceskenmerken vergisting Droge stof input 27% C/N verhouding input 23,37 Biogaspotentieel Nm3 / jaar 52,214 Nm3/hr Methaanconcentratie biogas 57% Vergister Volume 1271 m3 Hoogte (constructief) 6 m diameter 18,0 m eigenverbruik elektriciteit 20% (gasbehandeling, vergister, voorbehandeling) Eigenverbruik warmte 35% (opwarming influent, vergisters, hygiënisatie) Motor Geïnstalleerd vermogen 122,20 kwe (= bij 100 % belasting) Capaciteitsbenutting motor 96% Gekozen veiligheidsmarge 3% (marge op waarden opgegeven door de leveranciers) Output elektriciteit 114,9 kwe Output warmte 182,8 kwth Gerekend verlies mechanisch rendement 0,25% per jaar Elektriciteitsbenutting (= zonder eigenverbruik installatie) Elektriciteit beschikbaar 725 MWe / jaar Benutting door Proefhoeve Melle Tarief 110 / MWe (aangerekend vanuit cooperatieve aan verbruikende vennoot) Overschot elektriciteit (=grijze stroom) 272 MWe / jaar (injectie op het net gerekend aan 45 / MWe) Warmtebenutting (= zonder eigenverbuik installatie) Warmte beschikbaar (totaal) 86 MWth / maand (uitgemiddeld over het jaar) Warmte verbruik op locatie (nov - mrt) 86 MWth / maand Warmte overeschot koud seizoen (nov - mrt) 0 MWth / maand Warmte verbruik op locatie (mei & september) 10 MWth / maand Warmte overschot tussen seizoen (mei & september) 76 MWth / maand benut in indamping Warmte verbruik op locatie (april & oktober) 60 MWth / maand Warmte overschot tussen seizoen (april & oktober) 26 MWth / maand benut in indamping Warmte verbruik op locatie (juni - aug) 5 MWth / maand Warmte overeschot warm seizoen (juni - aug) 74 MWth / maand benut in indamping (aanname : stilstand motor (onderhoud) volledig in zomermaanden) Tarief verkoop warmte 62 / MWth (aangerekend vanuit cooperatieve aan verbruikende vennoot) Digestaat verwerking / afzet Hoeveelheid ruw digestaat 6782 ton/jaar Gekozen bewerking digestaat digestaat scheiden + indampen met centrifuge Hoeveelheid af te zetten dunne fractie 5342 Ton / jaar Afzet dunne fractie - op eigen land 1667 Ton/ jaar 6,5 /ton Afzet resthoeveelheid dunne fractie afzet op extern land 3675 Ton / jaar 16 / ton Hoeveelheid dikke fractie 1017,4 Ton / jaar Afzet dikke fractie naar verwerker 25 / ton 47

48 UITGAVEN INVESTERING OPERATIONELE KOSTEN (jaarlijks) Bouw vergistingsinstallatie ,00 Personeel / sociale Economie + logistiek ,00 WKK's ,00 Onderhoud installatie ,00 10% niet voorzien kosten ,00 Onderhoud motor per jaar 8.960,00 Digestaatscheider ,00 Machinebreukverzekering motor 1.360,00 Digestaatopslag ,00 Innolab 2.000,00 Investering transport ,00 Analyses Vlarea Civiele werken ,00 VLACO keuring 2.500,00 Vergunningen en VREG dossier ,00 Aankoop aardgas - Aansluitingskosten 5.000,00 Milieuadministratie 4.000,00 Hygiënisatie ,00 Afzet digestaat ,77 Indamping + luchtwasser ,00 Afzet dikke fractie van digestaat ,04 TOTAAL ,00 Verzekering 6.000,00 Eigen kapitaal (20%)* ,00 Chemicaliën scheider/centrifuge ,03 Vreemd vermogen (80%) ,00 Totaal exploitatie ( / jaar) ,84 Afschrijving roterende delen (jaar) 8 Afschrijving civils (jaar) 10 Aanname jaarlijkse stijging kosten (%/jaar) 2% Intrest 4% * in deze berekening werd er geen vergoeding voorzien voor het ingebrachte eigen kapitaal INKOMSTEN Groene stroom certificaten / jaar Warmte kracht certificaten / jaar Verkoop warmte (aan vennoot) / jaar Verkoop elektriciteit (aan vennoot) / jaar Gate fee biomassa stromen /jaar TOTAAL / jaar BALANS UIT IN BALANS Investering exploitatie Jaar , , , ,31 Jaar , , , ,81 Jaar , , , ,51 Jaar , , , ,69 Jaar , , , ,42 Jaar , , , ,59 Jaar , , , ,66 Jaar , , , ,48 Jaar , , , ,40 Jaar , , , ,34 CUMULATIEF ,91 Gemiddeld / jaar (over 10 jaar) 2.956,19 BESCHIKBARE INPUTSTROMEN Voor dit scenario wordt er gestart van de concrete beschikbare inputstromen die geïnventariseerd zijn bij de 5 verschillende vennoten. De aannames die gedaan zijn voor deze toevoerstromen zijn deze welke weergegeven zijn in punt In totaal zou er een ton biomassa per jaar verzameld kunnen worden. Het merendeel van deze biomassa stroom is mest (88%), waarbij er aangevuld wordt met de andere geïnventariseerde biomassa stromen. De totale voedingsmix heeft een aanvaardbare samenstelling naar Droge Stof en C/N-verhouding waardoor vergisting in een type natte vergistingsinstallatie mogelijk moet zijn. VEREISTE INSTALLATIE EN INVESTERING Om de toegevoerde stromen te kunnen vergisten is er een vergister van om en bij 1300 m³ nodig. Daarnaast is er voor de valorisatie van het biogas een 120 kwe-motor voorzien en zal het digestaat gescheiden worden met een centrifuge. 48

49 Een eerste inschatting van de nodige investeringen (inclusief randmateriaal) komt uit op Een meer gedetailleerde uitsplitsing van deze investering is terug te vinden in de tabel hierboven. Ongeveer 55% van deze investering is toe te schrijven aan de bouw van de vergistingsinstallatie ( ) en de aankoop van de warmte-krachtkoppeling of WKK ( ). Het saldo investeringsbedrag van is te wijten aan: een digestaatscheider, de digestaatopslag, een transport investering (1 grote vrachtwagen met oplegger en 1 kleinere vrachtwagen), civiele werken, vergunningskosten, aansluitkosten, hygiënisatie, indampingsinstallatie (incl. luchtwasser) en bijkomend ter veiligheid een last van 10% onvoorziene kosten. Gezien de inplanting momenteel voorzien wordt op de site van de Proefhoeve is het aangewezen dat ook deze vennoot de geproduceerde elektriciteit en warmte afkoopt van de vennootschap. Belangrijk hierbij op te merken is dat de elektriciteit die niet verbruikt wordt door de vennoot (in dit geval UGent) geïnjecteerd wordt op het elektriciteitsnet. Het overschot aan warmte dat niet benut kan worden door UGent zal dan weer benut worden in een indampinstallatie waardoor de hoeveelheid digestaat geminimaliseerd wordt, en de inkomsten (op basis van warmte kracht certificaten) gemaximaliseerd wordt. Om in te schatten welke afbetaling er jaarlijks betaald dient te worden, zijn er enkele aannames gedaan : Investeringskrediet van EUR (80% financiering) Afschrijving roterende delen : 8 jaar - debetrente krediet 4% Afschrijving civils : 10 jaar - debetrente krediet 4% Eigen Inbreng van EUR ofwel 20% Hierbij gaan we er van uit dat er weinig financiële instellingen op vandaag bereid zullen zijn om het investeringsbedrag voor de volledige 100% te financieren met vreemd vermogen. De 20% eigen inbreng is een aanname waarbij we het realistisch achten om de financiële instelling het investeringskrediet te laten uitkeren. Logischerwijze zal deze 20% vanuit de meewerkende vennoten betaald dienen te worden. Dit mogelijks onder de vorm van een inbreng in geld of na enige tijd als rekening courant passief, waarbij er voorafgaand geen rente-uitkering berekend wordt. Met deze aannames komt men aan een jaarlijkse aflossing (kapitaal + interest) van /jaar gedurende de eerste 8 jaar, en daarna /jaar voor jaar 9 en 10. Belangrijk mee te geven is dat in deze investering nog geen rekening gehouden is met de aankoop van grond aan één van de vennoten of mogelijke derden of ook niet met de aanleg van een warmtetransportsysteem. Merk op dat er een het postcrisis financieringstijdperk door vele banken steeds een eigen inbreng vanuit de vennoten wordt gevraagd. Deze eigen inbreng kan oplopen tot 20-30% van het totale investeringsbedrag. Logischerwijze zal een stijging van de eigen inbreng van de investeerders automatische resulteren in een lagere financieringslast en bijgevolg een gunstigere financiële balans. Merk bijkomend op dat het coöperatief model het investeringsbedrag onrechtstreeks over verschillende vennoten kan spreiden en daardoor ook per vennoot het risico lager zal ingeschat kunnen worden. LOCATIE Binnen de mogelijkheden die geïnventariseerd werden doorheen het project lijkt een installatie van de vergistingsinstallatie op de site van de Proefboerderij van Melle het meest aangewezen. 49

50 Op deze site is er nog ruimte voor de installatie van een vergister, en gezien het overgrote deel van de toevoer naar de vergister uit mest bestaat zou het geen probleem mogen vormen om deze vergister in landbouwgebied vergund te krijgen. Daarenboven is er het voordeel dat de Proefboerderij op dit moment nog een aanzienlijk hoge prijs betaalt voor warmte (verwarming nog met stookolie) wat ook de rendabiliteit van de coöperatie ten goede komt. Daarnaast is het ook zo dat de 1000 ton drijfmest rechtstreeks uit de stallen gepompt zou kunnen worden waardoor transport ervan niet nodig is. EXPLOITATIEKOSTEN Er zijn verschillende belangrijke posten van exploitatiekosten in rekening te brengen bij de uitbating van de vooropgestelde coöperatieve. In de eerste plaats is er ruim 25% toe te schrijven aan de personeelskost. Hier is uitgegaan van een 1.25 VTE voor het lager geschoolde profiel (120 /d) en 0.2 VTE voor het hoger geschoolde profiel (350 /d). Dit samen komt wat betreft personeelskost ongeveer op ± /jaar. Bijkomend is er dan nog een aanzienlijke logistieke kost te dragen, gezien er ophaling voorzien zou worden. Hiervoor zijn volgende kosten in rekening genomen : ophaling mest : o Brandstof : 175 / maand Onderhoud : 200 / maand Verhuur Vrachtwagen(s) aan derden : / maand (opbrengst) (enkel geschikt voor mesttransport!) Ofwel : / jaar ophaling andere stromen Brandstof : 250 / maand Onderhoud : 200 / maand Verhuur Vrachtwagen(s) aan derden : / maand (opbrengst) Ofwel : / jaar Andere belangrijke kostenposten is het onderhoud van de vergistingsinstallatie zelf. Dit wordt ingeschat volgens vuistregels op een kleine /jaar. Let wel - deze kosten zullen niet elk jaar dermate zijn, het ene jaar zullen deze kosten hoger liggen, het andere lager. De grootste exploitatiekost (ong. 50%) is de kost die gepaard gaat met de afzet van het digestaat. Voor dit scenario is er van uitgegaan dat het digestaat gescheiden zal worden in een dunne en een dikke fractie. De dikke fractie zal afgezet worden naar een verwerker a rato 25 /ton. De dunne fractie zal ingedampt worden waardoor het volume af te zetten dunne fractie geminimaliseerd wordt tot ongeveer 5300 ton / jaar. Deze 50

51 ingedampte dunner fractie wordt deels uitgereden worden op de eigen grond (50 ha bij de proefboerderij van Melle aan 6.5 /ton) en deels uitgereden worden op grond van derden (aan 16 /ton). In totaal is de ingeschatte kost voor de digestaat afvoer dan ongeveer per jaar ( ). Indien er geen afzet op eigen grond zou mogelijk zijn zou de kost voor de afzet van het digestaat oplopen tot Moest er dus hier een verdere optimalisatie mogelijk zijn (bv. afzet aan lagere kost per ton) heeft dit onmiddellijk een belangrijke impact op de rentabiliteit van het project. Dit zijn immers kosten die jaarlijks terugkeren en zo de balans significant kunnen beïnvloeden. Als er naast de personeel/logistiek kost en de digestaat afzetkosten ook nog een aantal bijkomende exploitatiekosten in rekening worden gebracht, komt men op een totale ingeschatte exploitatiekost van /jaar (jaar 1). Verder wordt er in de berekeningen ook nog opgenomen dat deze exploitatiekosten jaarlijks met 2% zullen stijgen. Dit is uiteraard een inschatting, maar heeft wel een significante impact op de balans doorheen de jaren. Het is immers door de stijging van de exploitatiekosten met 4000 à 5000 per jaar dat de positieve jaarbalans na 5 jaar teniet gedaan wordt. Merk op : mogelijk kan er een optimalisatie (= minimalisatie) van de exploitatiekosten gerealiseerd worden door het uitbreiden van de te leveren diensten van het Sociale Economie bedrijf. Het kan immers mogelijk zijn dat de coöperatieve niet zelf het logistiek transport voorziet, maar dat ook daarvoor beroep gedaan wordt op de bestaande infrastructuur en equipment van het Sociale Economie bedrijf. MERK OP : in deze berekening is er van uit gegaan dat het afzetten van dunne fractie op extern land mogelijk is in de nabijheid van de vergistingsinstallatie. Er is echter reeds uit andere projecten gebleken dat zelfs afzet op extern land niet vanzelfsprekend is, en op voorhand goed in kaart gebracht moet worden. Vaak ook is het land waar op afgezet kan worden eerder versnipperd waardoor de transportkost van de dunne fractie significant kan stijgen. INKOMSTEN Er is uitgegaan van volgende inkomsten voor de coöperatieve : 1. Gate fee te betalen door de vennoten Voor dit eerste scenario is er van uitgegaan dat de coöperanten die biomassastromen afzetten bij de coöperatie dezelfde prijs blijven betalen als deze die ze nu betalen bij externen. Hierbij is er van uitgegaan dat deze prijs vastgeklikt wordt voor de komende 10 jaar, dus geen prijsstijgingen in de toekomst. Dit is uiteraard een punt dat te bespreken valt indien verder gewerkt wordt aan de concrete uitwerking van de coöperatieve. Mogelijke stevige prijsveranderingen langs input of output zijde kunnen het beleid doen veranderen. 2. Verkoop warmte en elektriciteit Naar alle waarschijnlijkheid zal de vennoot waar de vergistingsinstallatie gebouwd wordt ook de afnemer zijn van een deel van de geproduceerde elektriciteit en warmte. Momenteel is er van uitgegaan dat deze aankopende coöperant hier niet rechtstreeks een voordeel op doet, m.a.w. deze blijft dezelfde prijs betalen 51

52 voor zijn energie stromen zoals hij op de dag van vandaag doet. De prijs wordt opnieuw vastgeklikt door de vennoten. Ook dit is weer een discussie punt op te nemen door de vennoten! Belangrijke nota hierbij : op basis van de technische gegevens wordt er in bepaalde maanden meer warmte geproduceerd dan de Proefboerderij zou kunnen opnemen. Dit resulteert dan in een overschotwarmte die benut kan worden in de indampingsinstallatie welke het volume dunne fractie zal minimaliseren. Momenteel wordt er uitgegaan van volgende verbruiken door de site van de Proefhoeve : - November/ December / januari / februari / maart : > kwth (= volledige verbruik van warmte geproduceerd door de WKK-installatie) - Juni / Juli / Augustus : 5000 kwth - Mei / September : kwth - April / oktober : kwth. Ook wat betreft de elektriciteitsbehoefte is er geen lineaire spreiding over het volledige jaar of zelfs dag : tijdens de nachturen zal de cogeneratie installatie meer elektriciteit produceren dan er verbruikt wordt door de proefboerderij. Gezien de elektrische capaciteit van de WKK-motor > 10 kwel bedraagt kan er niet gewerkt worden met een terugdraaiende teller en is er aangenomen dat de fractie elektriciteit die niet verbruikt kan worden door de vennoot (de Proefboerderij) op het elektriciteitsnet wordt geïnjecteerd als grijze stroom (aangenomen vergoeding hiervoor : /kwel. 3. Inkomsten uit certificaten Gezien er groene energie en warmte geproduceerd wordt heeft de coöperatieve recht op 2 soorten certificaten : groene stroom certificaten (GSC) en warmtekracht certificaten (WKC). Deze certificaten zijn gegarandeerd voor een periode van 10 jaar vanaf de start van de installatie. In het huidige wettelijk kader krijgt men per geproduceerde kw groene stroom ongeveer 93 (nota : dit is een simplistische voorstelling van een complex achterliggend wettelijk systeem, maar in theorie kan de vuistregel 93 /MWhe gehanteerd worden). 1 warmtekracht certificaat (WKC) heeft dan weer een waarde van 31. Belangrijk hierbij is dat je enkel WKC krijgt voor de warmte die nuttig verbruikt wordt - doordat er een indampingsinstallatie voorzien wordt op de site wordt de warmte 100% benut. Men krijgt hier dus wel certificaten voor, doch wordt de warmte niet verkocht. De inkomsten voor dit deel van de warmte blijft daardoor beperkt tot enkel de certificaten. Overzicht inkomsten Op basis van de hogergenoemde inkomsten die de coöperatieve kan hebben, komen we tot volgend concreet overzicht : Groene stroom certificaten Warmte kracht certificaten Verkoop warmte aan Proefboerderij Verkoop elektriciteit aan Proefboerderij + op elektriciteitsnet Gate fee Biomassa stromen /jaar /jaar /jaar /jaar /jaar 52

53 Of een totaal van /jaar. MERK OP : de WKK-motor van de biogasinstallatie zal continu een bepaalde hoeveelheid warmte en elektriciteit leveren. Het is procesmatig niet mogelijk om deze te gaan afstellen op dag vs. nacht of week vs. Weekend verbruiken. Indien je met discontinue verbruiken zit door de afkopende vennoot heb je daardoor sowieso risico op verlies van de geproduceerde energie. Hierbij kan het economisch verlies wel geminimaliseerd worden door injectie van grijze stroom op het elektriciteitsnet of het voorzien van een indampinstallatie voor het benutten van de overschotwarmte. Idealiter heeft men een vennoot die een continue warmte- en elektriciteitsvraag heeft waardoor er dus een optimale benutting binnen de coöperatie zelf kan gebeuren. FINANCIËLE BALANS Indien alle voorwaarden zoals hoger beschreven aangehouden worden, dan kan de coöperatie afsluiten met een beperkte positieve balans. Volgens de berekeningen wordt ingeschat dat er een gemiddelde positieve balans van jaarlijks zou kunnen gegenereerd worden over de periode van 10 jaar (= periode die gehanteerd wordt o.w.v. de certificatensteun). Het is echter wel zo dat de 2% stijging van de jaarlijkse exploitatiekosten een significante impact heeft : bij aanvang wordt er een kleine /jaar winst gemaakt, maar door het stijgen van de exploitatiekosten met om en bij 4300 /jaar wordt deze winstmarge teniet gedaan. Voor jaar 5 t.e.m. 8 zou de coöperatie dan ook met verlies te kampen hebben. Gezien de investeringskosten, n.a.v. het investeringskrediet vanaf jaar 9 met ruim /jaar zakken, zal de balans voor deze laatste 2 jaren opnieuw een gunstig saldo vertonen. Cumulatief op 10 jaar berekend, maakt dit een positieve bruto winst op de balans van bijna Hieruit blijkt dus dat het uiterst belangrijk is om de exploitatiekosten (en dan vooral de afzet van het digestaat) in de hand te houden en in detail te verifiëren gezien hun impact op de overall-rentabiliteit. Ook de gate fee van de biomassa dient jaarlijks nauw in de gaten gehouden te worden. Mogelijke sterk veranderende markten kunnen de balans van de coöperatie er volledig anders uit laten zien. Overzicht Stromen SCENARIO 1 : INPUT VERWERKING OUTPUT Biomassastromen vanuit de EIGEN Vennoten Vergistingsinstallatie in EIGEN beheer Elektriciteit & Warmte gaande naar de vennoot welke de grond ter beschikking stelt Overschot elektriciteit via net Digestaat Afzet 53

54 INKOMSTEN v/d Coöperatie UITGAVEN v/d Coöperatie Inkomsten uit Certificaten Biomassa Leveranciers Gate fee Investeringslasten (inclusief installatie en WKK) Verkoopopbrengst Elektriciteit Verkoopopbrengst Warmte Verhuur Eigen transport bij niet-gebruik Operationele kosten (jaarlijks) CUMULATIEVE BRUTO WINST (10 jaar) = ,91 EUR SCENARIO 2 : VERGISTER IN EIGEN BEHEER - THEORETISCHE CIJFERS Voor dit scenario wordt vertrokken van de basis van Scenario 1, maar wordt er nagegaan welke impact bepaalde factoren kunnen hebben op de rentabiliteit van de coöperatie. Het is als het ware dus een mengeling tussen de concrete cijfers en een theoretische case. BESCHIKBARE BIOMASSA STROMEN Er is vertrokken van de beschikbare stromen uit de concrete case (met bijhorende gate fees) en deze aangevuld met 150 ton keukenafval tegen 88 /ton. Deze 88 /ton is het gemiddelde van de biomassa gate fee van de andere vergelijkbare stromen welke door de vennoot leverancier betaald dienen te worden. Deze hoeveelheid aan extra biomassa werd gekozen om dat men dan kan vertrekken van dezelfde WKK-motor als voorzien onder Scenario 1, doch met een vollast. VEREISTE INSTALLATIE EN INVESTERING De installatie die nodig is voor de verwerking van de stromen is identiek aan deze van de concrete situatie (scenario 1). Enige verschil is dat er bij dit scenario uitgegaan wordt van een vennoot die de volledige warmte continu kan afnemen, waardoor de indampingsinstallatie minder rendabel zal uitkomen. Deze wordt dan ook in dit scenario weggelaten. De investeringskost komt daardoor uit op ongeveer De motor kan nu op vollast draaien! Hierbij opnieuw uitgaande van een 80% financiering. LOCATIE Zoals vermeld, wordt er uitgegaan van een andere prijs van elektriciteit en warmte. Veelal zal de vergister dan ook op een andere locatie gevestigd moeten worden, doch deze is in deze theoretische case niet geïdentificeerd. 54

55 EXPLOITATIEKOST Gezien er een kleine bijkomende hoog calorische stroom is en daarenboven het drijfmest van de Proefboerderij ook getransporteerd zal moeten worden is er uitgegaan van een toename voor de logistieke en de personeelskost van om en bij 25% tegenover de concrete case. Mogelijks is dit een overschatting. Voorts blijft de grootste exploitatiekost de afzet van digestaat welke in deze theoretische case zal gebeuren op de 50 ha van de proefboerderij, maar daarnaast naar een verwerker, dus niet uitgereden op grond van derden. Dit heeft een bijkomende negatieve invloed op de exploitatiekosten. De totale exploitatiekosten voor deze theoretische case worden geschat op ,28 /jaar INKOMSTEN Wat betreft de inkomsten zijn er vergelijkbare aannames gebeurd dan deze voor de concrete cases. Wel is er aangenomen dat de prijzen die gevraagd worden voor de elektriciteit en de warmte meer rond de standaard marktprijzen liggen. Dit betekent concreet : prijs voor elektriciteit : 140 / MWe (ipv 110 in scenario 1) - volledige hoeveelheid geproduceerde groene stroom wordt benut door de vennoot (geen verkoop als grijze stroom naar het elektriciteitsnet) prijs voor warmte : 45 / MWth (vergelijk met aardgas) Daarnaast is er ook nog aangenomen dat de warmte 100% benut zou kunnen worden, zodat zowel naar inkomsten van de verkoop van de warmte als het binnenhalen van de WKC s een optimalisatie kan gebeuren. Een overzicht van de inkomsten is hieronder weergegeven : Groene stroom certificaten /jaar Warmte kracht certificaten /jaar Verkoop warmte (aan vennoot of 3e partij) /jaar Verkoop elektriciteit (aan vennoot of 3e partij) /jaar Gate fee biomassa stromen /jaar TOTAAL /jaar 55

56 Beschikbare stromen Eigenaar Type Hoeveelheid Huidige afzetkost Huidige jaarkost Ton / jaar / ton / jaar ugent Biologisch keuken- en kantine afval ugent- Proefboerderij Melle (nu nr akkers) Rundermest - Ruwe mest (drijfmest) , ugent - Diergeneeskunde Rundermest - Uit potstal , ugent Spijsolie en vetten ugent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) ugent - Diergeneeskunde Paardenmest , Uzgent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) 23 66, Sodexho Keuken - en restaurantafval - Niet patiënten , Sodexho Keuken - en restaurantafval - Patiënten , Voedingsbedrijf X Sterk vervuild brood Voedingsbedrijf X Vleesafval pizza productie Guislain Keuken - en restaurantafval 65 98, Guislain Spijsolie en vetten Guislain Groenafval , EXTRA Keuken- en restaurantafval - EXTRA TOTAAL , LOCATIE KENMERKEN (afhankelijk van de gekozen inplantingsplaats) Gekozen locatie Proefhoeve Melle Beschikbaar opslag volume 0 m3 (= voor digestaat, dus mag niet onder de stallen) Beschikbare landbouwgrond (eigen) 50 ha Beschikbare landbouwgrond (extern) 0 ha Huidige prijs verwarming (stookolie) 45,00 / MWth Huidige prijs Elektriciteit 140 / MWe Vergistingsinstallatie Proceskenmerken vergisting Droge stof input 27% C/N verhouding input 19,50 Biogaspotentieel Nm3 / jaar 53,926 Nm3/hr Methaanconcentratie biogas 57% Vergister Volume 1248 m3 Hoogte (constructief) 6 m diameter 17,8 m eigenverbruik elektriciteit 20% (gasbehandeling, vergister, voorbehandeling) Eigenverbruik warmte 35% (opwarming influent, vergisters, hygiënisatie) Motor Geïnstalleerd vermogen 122,00 kwe (= bij 100 % belasting) Capaciteitsbenutting motor 99% Gekozen veiligheidsmarge 3% (marge op waarden opgegeven door de leveranciers) Output elektriciteit 118,7 kwe Output warmte 188,8 kwth Gerekend verlies mechanisch rendement 0,25% per jaar Elektriciteitsbenutting (= zonder eigenverbruik installatie) Elektriciteit beschikbaar 749 MWe / jaar Benutting door Fictieve vennoot (vennoot die elektriciteit volledig opkoopt) Tarief 140 / MWe (aangerekend vanuit cooperatieve aan verbruikende vennoot) Overschot elektriciteit (=grijze stroom) 0 MWe / jaar Warmtebenutting (= zonder eigenverbuik installatie) Warmte beschikbaar (totaal) 88 MWth / maand (uitgemiddeld over het jaar) Warmte verbruik op locatie (okt - mei) 88 MWth / maand Warmte overeschot koud seizoen (okt - mei) 0 MWth / maand Warmte verbruik op locatie (juni - sept) 88 MWth / maand Warmte overeschot warm seizoen (juni - sept) 0 MWth / maand Tarief 45 / MWth (aangerekend vanuit cooperatieve aan verbruikende vennoot) Digestaat verwerking / afzet Hoeveelheid ruw digestaat 6925 ton/jaar Gekozen bewerking digestaat digestaat scheiden met centrifuge Hoeveelheid dunne fractie 5886 Ton / jaar Afzet dunne fractie - op eigen land 1664 Ton/ jaar 6,5 /ton Afzet resthoeveelheid dunne fractie afzet naar waterzuivering 4223 Ton / jaar 18 / ton Hoeveelheid dikke fractie 1038,7 Ton / jaar Afzet dikke fractie naar verwerker 25 / ton 56

57 UITGAVEN INVESTERING OPERATIONELE KOSTEN (jaarlijks) Bouw vergistingsinstallatie ,00 Personeel / sociale Economie + logistiek ,00 WKK's ,00 Onderhoud installatie ,00 10% niet voorzien kosten ,00 Onderhoud motor per jaar 8.960,00 Digestaatscheider ,00 Machinebreukverzekering motor 1.360,00 Digestaatopslag ,00 Innolab 2.000,00 Investering transport ,00 Analyses Vlarea Civiele werken ,00 VLACO keuring 2.500,00 Vergunningen en VREG dossier ,00 Aankoop aardgas - Aansluitingskosten 5.000,00 Milieuadministratie 4.000,00 Hygiënisatie ,00 Afzet digestaat ,59 TOTAAL ,00 Afzet dikke fractie van digestaat ,42 Verzekering 6.000,00 Eigen kapitaal (20%) * ,00 Vreemd vermogen (80%) ,00 Afschrijving roterende delen (jaar) 8 Chemicaliën scheider/centrifuge ,28 Afschrijving civils (jaar) 10 Totaal exploitatie ( / jaar) ,28 Intrest 4% Aanname jaarlijkse stijging kosten (%/jaar) 2% * in deze berekening werd er geen vergoeding voorzien voor het ingebrachte eigen kapitaal INKOMSTEN Groene stroom certificaten / jaar Warmte kracht certificaten / jaar Verkoop warmte (aan vennoot) / jaar Verkoop elektriciteit (aan vennoot) / jaar Gate fee biomassa stromen /jaar TOTAAL / jaar BALANS UIT IN BALANS Investering exploitatie Jaar , , , ,03 Jaar , , , ,68 Jaar , , , ,11 Jaar , , , ,37 Jaar , , , ,50 Jaar , , , ,47 Jaar , , , ,25 Jaar , , , ,73 Jaar , , , ,95 Jaar , , , ,38 CUMULATIEF ,46 Gemiddeld / jaar (over 10 jaar) ,45 FINANCIËLE BALANS Op basis van deze theoretische case zou er een positieve balans bekomen worden van om en bij /jaar. Cumulatief over 10 jaar betekent dit een positief resultaat van Opnieuw zou dit niet als boekhoudkundige winst aanzien mogen worden, maar beter als een financieel voordeel dat aan de vennoten toegekend kan worden op basis van de aangeleverde stromen of eventueel andere afspraken. In vergelijking met scenario 1 daalden de investeringslasten ( , waarvan 20% eigen inbreng), gingen de exploitatiekosten met ongeveer omhoog naar , maar stegen de jaarlijkse inkomsten met ongeveer wat logischer wijze automatisch resulteert in een gunstiger eindbalans. Daar waar scenario 1 nog op een gemiddelde jaarlijkse winst van zat, wordt dit gemiddelde in scenario 2 opgetrokken naar Bovendien laat scenario 2 in elk investeringsjaar een positief resultaat zien, schommelend van tot

58 4.6.4 SCENARIO 3 : CONCRETE CIJFERS - EXTERNE VERGISTER Binnen dit scenario wordt er nagegaan wat de financiële rentabiliteit zou zijn van de coöperatie indien de vergistingsinstallatie niet in eigen beheer gehouden zou worden. De biomassa stromen worden dan verzameld en gecoördineerd door de coöperatie en afgevoerd naar een reeds bestaande vergistingsinstallatie. BESCHIKBARE INPUT STROMEN Voor dit scenario wordt er vertrokken van de stromen die geïnventariseerd werden bij de verschillende stromen. Alle stromen worden meegenomen, uitgezonderd de mest-stromen. Dit is om verschillende redenen : door geen mest mee te nemen wordt de investering sterk beperkt, er was voorheen een apart mesttransport voorzien; het volume ligt aanzienlijk lager waardoor er minder personeelslast en logistieke kost zal zijn; Het totaal volume aan biomassa stromen (excl. mest-stromen) bedraagt 819 ton/jaar. VEREISTE INVESTERING Gezien de vergistingsinstallatie zelf niet meer tot de investering van de coöperatie hoort is de vereiste investering sterk teruggebracht. Er is voor deze eerste benadering aangenomen dat er enkel geïnvesteerd moet worden in logistiek materiaal (transport + eventueel bijkomende opslag) en de bijhorende vergunningen en registraties. Daardoor zou de totale investeringskost gereduceerd zijn naar ongeveer Hierbij nemen we opnieuw de aanname dat er op 8 en 10 jaar een krediet wordt genomen ter financiering van de kosten. Het krediet bedraagt 80% ( EUR) van de totale investeringslast, het saldo van 20% (9.800 EUR) dient als eigen inbreng betaald te worden. Zo zal de aflossing (kapitaal en interest) tussen jaar 1 en 8 jaarlijks 5.229,51 kosten en zal dit sterk verminderen voor jaar 9 en 10, zijnde een last van 1.801,94. EXPLOITATIEKOST Wat betreft de exploitatiekost is er nu hoofdzakelijk de kost van personeel en logistiek in rekening te brengen. Er wordt gerekend met een inzet van 0.5 VTE van de laaggeschoolde, waar de inzet van 0.2 VTE van een verantwoordelijke behouden blijft. Belangrijk hier mee te geven is dat er van uit gegaan is dat de stromen tegen nulkost (0 /ton) kunnen afgezet worden bij een bestaande vergistingsinstallatie. Dit zou haalbaar moeten zijn gezien de vergisters zelf steeds op zoek zijn naar goede en betrouwbare stromen in de markt. Het is voor hun echter niet haalbaar om kleine deelstromen te gaan verzamelen, maar indien de stromen verzameld worden en dan aangebracht worden aan de vergister zal er zeker een mooie match mogelijk zijn. Op dit moment is er echter nog geen vergister gecontacteerd om de mogelijkheid naar afzet te bevestigen. Op basis van deze aannames ligt de total te verwachten kost rond / jaar. Ook hier is in het berekeningsmodel weer gerekend met een toename van de exploitatiekosten van 2% per jaar. 58

59 INKOMSTEN Gezien er geen vergistingsinstallatie meer binnen de coöperatieve opgenomen is zijn de inkomsten die gegenereerd worden door de coöperatieve beperkt tot de inkomsten van de gate fee van de biomassa stromen. Opnieuw wordt er hier van uit gegaan dat de prijs die momenteel betaald wordt door behouden blijft. De totale inkomst van de gate fee ligt dan op ongeveer / jaar. Beschikbare stromen Eigenaar Type Hoeveelheid Huidige afzetkost Huidige jaarkost Ton / jaar / ton / jaar ugent Biologisch keuken- en kantine afval ugent- Proefboerderij Melle (nu nr akkers) Rundermest - Ruwe mest (drijfmest) 0 6,5 0 ugent - Diergeneeskunde Rundermest - Uit potstal 0 5,76 0 ugent Spijsolie en vetten ugent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) ugent - Diergeneeskunde Paardenmest 0 5,76 0 Uzgent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) 23 66, Sodexho Keuken - en restaurantafval - Niet patiënten , Sodexho Keuken - en restaurantafval - Patiënten , Voedingsbedrijf X Sterk vervuild brood Voedingsbedrijf X Vleesafval pizza productie Guislain Keuken - en restaurantafval 65 98, Guislain Spijsolie en vetten Guislain Groenafval , EXTRA Keuken- en restaurantafval TOTAAL , UITGAVEN INVESTERING OPERATIONELE KOSTEN (jaarlijks) Investering transport ,00 Personeel / sociale Economie + logistiek ,00 Infrastructuur ,00 Onderhoud installatie 2.500,00 10% niet voorzien kosten 1.000,00 Milieuadministratie 4.000,00 Vergunningen 8.000,00 Verzekering 2.000,00 TOTAAL Tarief afzet bij vergister 0 / ton Eigen kapitaal (20%) * Afzet Stromen - Vreemd kapitaal Afschrijving roterende delen (jaar) 8 Afschrijving civils (jaar) 10 Totaal exploitatie ( / jaar) ,00 Intrest 4% Aanname jaarlijkse stijging kosten (%/jaar) 2% * in deze berekening werd er geen vergoeding voorzien voor het ingebrachte eigen kapitaal INKOMSTEN Groene stroom certificaten 0 / jaar Warmte kracht certificaten 0 / jaar Verkoop warmte (aan vennoot) 0 / jaar Verkoop elektriciteit (aan vennoot) 0 / jaar Gate fee biomassa stromen /jaar TOTAAL / jaar BALANS UIT IN BALANS Investering exploitatie Jaar , , , ,49 Jaar , , , ,49 Jaar , , , ,33 Jaar , , , ,67 Jaar , , , ,15 Jaar , , , ,43 Jaar , , , ,13 Jaar , , , ,88 Jaar , , , ,87 Jaar , , , ,59 CUMULATIEF ,04 Gemiddeld / jaar (over 10 jaar) ,70 FINANCIËLE BALANS Op basis van de hogervernoemde voorwaarden kan er een jaarlijks gemiddelde positieve balans van ongeveer /jaar gerealiseerd worden. Cumulatief over 10 jaar betekent dit een positief resultaat van ,04. Opnieuw is deze positieve marge te verdelen over de verschillende vennoten volgens de afgesproken toepassingen. 59

60 Heel simplistisch berekend zouden de vennoten zonder de coöperatie een totale kost van hebben, waartegenover de vennoten in de coöperatie deze gezamenlijke kost kunnen reduceren met ongeveer (voor belasting). Overzicht Stromen SCENARIO 3 : INPUT VERWERKING OUTPUT Biomassastromen vanuit de EIGEN Vennoten EXTERNE Vergistingsinstallatie Operationeel voordeel door spreiding kosten en gezamenlijke aanpak INKOMSTEN v/d Coöperatie UITGAVEN v/d Coöperatie Biomassa Leveranciers Gate fee Investeringslasten (exclusief installatie en WKK) Verhuur Eigen transport bij niet-gebruik Operationele kosten (jaarlijks) CUMULATIEVE BRUTO WINST (10 jaar) = ,04 EUR SCENARIO 4 : THEORETISCHE CIJFERS - EXTERNE VERGISTER BESCHIKBARE INPUT STROMEN Deze theoretische benadering start van de concrete geïnventariseerde stromen met daarbij nog een bijkomende stroom van 150 ton keukenafval (= zelfde stroom die toegevoegd werd in scenario 2 t.o.v. scenario 1). De prijs die betaald wordt voor deze stroom is 88 /ton - dit is de gemiddelde prijs van de andere vergelijkbare stromen. In het totaal handelt dit scenario over een biomassa volume van 969 ton/jaar. INVESTERING De investering is vergelijkbaar aan deze van de concrete variante (Scenario 3), er is enkel gerekend met een meerkost aan logistieke installatie. De investering wordt zo geschat op % gefinancierd met vreemd vermogen met een aflossing (kapitaal en interest) voor jaar 1-8 van 5.229,51 en 1.801,94 voor de laatste 2 jaar. 60

61 Beschikbare stromen Eigenaar Type Hoeveelheid Huidige afzetkost Huidige jaarkost Ton / jaar / ton / jaar ugent Biologisch keuken- en kantine afval ugent- Proefboerderij Melle (nu nr akkers) Rundermest - Ruwe mest (drijfmest) 0 6,5 0 ugent - Diergeneeskunde Rundermest - Uit potstal 0 5,76 0 ugent Spijsolie en vetten ugent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) ugent - Diergeneeskunde Paardenmest 0 5,76 0 Uzgent Maaisels (vergistbaar deel tuin - en parkafval) 23 66, Sodexho Keuken - en restaurantafval - Niet patiënten , Sodexho Keuken - en restaurantafval - Patiënten , Voedingsbedrijf X Sterk vervuild brood Voedingsbedrijf X Vleesafval pizza productie Guislain Keuken - en restaurantafval 65 98, Guislain Spijsolie en vetten Guislain Groenafval , EXTRA Keuken- en restaurantafval TOTAAL , UITGAVEN INVESTERING OPERATIONELE KOSTEN (jaarlijks) Investering transport ,00 Personeel / sociale Economie + logistiek ,00 Infrastructuur ,00 Onderhoud installatie 2.500,00 10% niet voorzien kosten 1.000,00 Milieuadministratie 4.000,00 Vergunningen 8.000,00 Verzekering 2.000,00 TOTAAL Tarief afzet bij vergister 0 / ton Eigen inbreng (20%)* Afzet Stromen - Vreemd kapitaal Afschrijving roterende delen (jaar) 8 Afschrijving civils (jaar) 10 Totaal exploitatie ( / jaar) ,00 Intrest 4% Aanname jaarlijkse stijging kosten (%/jaar) 2% * in deze berekening werd er geen vergoeding voorzien voor het ingebrachte eigen kapitaal INKOMSTEN Groene stroom certificaten 0 / jaar Warmte kracht certificaten 0 / jaar Verkoop warmte (aan vennoot) 0 / jaar Verkoop elektriciteit (aan vennoot) 0 / jaar Gate fee biomassa stromen /jaar TOTAAL / jaar BALANS UIT IN BALANS Investering exploitatie Jaar , , , ,49 Jaar , , , ,49 Jaar , , , ,69 Jaar , , , ,70 Jaar , , , ,10 Jaar , , , ,49 Jaar , , , ,45 Jaar , , , ,55 Jaar , , , ,92 Jaar , , , ,98 CUMULATIEF ,88 Gemiddeld / jaar (over 10 jaar) ,89 EXPLOITATIEKOST Opnieuw wordt er voor de exploitatiekost aangenomen dat de biomassastromen tegen nulkost afgezet kunnen worden bij een externe vergister. Wat betreft personeel is er gerekend met 0.75 VTE voor het lager profiel, en 0.2 VTE voor het hoger profiel.iets hoger dan scenario 3. In het totaal worden de totale exploitatiekosten zo ingeschat op / jaar. 61

62 INKOMSTEN De inkomsten voor dit scenario zijn opnieuw enkel afkomstig van het betalen van de gatefee van de verschillende vennoten. Met de vooropgestelde 969 ton per jaar liggen de inkomsten daardoor op /jaar. FINANCIËLE BALANS Met deze vooropgestelde randvoorwaarden kan er een positieve balans gerealiseerd worden van ongeveer ,89 /jaar. Over 10 jaar betekent dit een positief resultaat van cumulatief ,88, belasting buiten beschouwing gehouden RESULTATEN OVERZICHT SCENARIO 1-4 Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de 4 besproken scenario s. Scenario Input (ton) Investerings bedrag* IN/jaar OUT/jaar ** Balans/ jaar*** Balans/ 10 jaar T T T T * : Dit is het totale benodigde investeringsbedrag, waarbij er wordt uitgegaan van 20% eigen inbreng en 80% gefinancierd via vreemd vermogen onder de vorm van een investeringskrediet. ** : Jaarlijkse exploitatie of operationele kosten ter uitbating van de coöperatie (weergegeven cijfer is jaar 1). *** : Balans/jaar = Jaarlijks inkomen - jaarlijks exploitatie kosten - aflossingslast (interest + kapitaal). Naast dit algemeen resultatenoverzicht wensen we graag nog enkele belangrijke aandachtspunten aan te kaarten (hoofdstuk en 4.7.). Enerzijds zal dit de lezer tot meer inzichten brengen, anderzijds daarentegen zal dit mogelijks extra voer tot discussie met zich meebrengen. 62

63 BETREKKEN VAN DE SOCIALE ECONOMIE Deze blauwdruk brengt ook de optie om de sociale economie in het logistiek en personeelsbezettingsverhaal binnen de coöperatie duidelijk aan het licht. Zoals reeds eerder aan bod kwam, is het welslagen van de coöperatie werking enorm afhankelijk van de goede aanstroom, coördinatie en verwerking van de afvalstromen. ter optimalisatie van deze tewerkstelling, met behulp van de Sociale Economie, werd beroep gedaan op de kennis en ervaring van Pro Natura. Deze partner is werkzaam in de Sociale Economie en heeft dus een significant verschillend klanten- en personeelsbestand dan de andere partners binnen het consortium. Pro Natura is een partij die ruimschootse ervaring heeft in het communiceren met en motiveren van lager geschoolde personen. Pro Natura is een sociale en duurzame onderneming met 155 werknemers gevestigd in Eeklo, Halle en Vilvoorde. Ze zorgen al meer dan 15 jaar voor meer en betere natuur en creëren tegelijkertijd nieuwe kansen en jobs. Via innovatieve projecten stimuleren ze zinvol groen werk in de streek en bieden ze tewerkstelling, opleiding en werkervaring aan mensen die moeilijk een job vinden in het gewone arbeidscircuit. Ze werken hiervoor samen met de VDAB, de OCMW s, justitiehuizen en scholen uit de streek. Wat betreft de logistieke en personeelsbezetting voor de verschillende scenario s heeft elke traject een lichtelijk andere aanpak, hieronder een overzicht, specifiek gefocust op de operationele kosten komende uit personeel en logistieke ondersteuning. Opgelet, hierbij wordt de bijkomende kost, voortkomend uit de transport financiering in de totale investeringslast, niet bijgerekend. Voor scenario 1 en 2 werd hier een investering van gereserveerd ( een vrachtwagen met oplegger, en voor een pick-up vrachtwagen), voor scenario 3 en 4 een bedrag van , zijnde enkel de pick-up vrachtwagen. Scenario Uitvoerende Kracht (à 120 /dag) Verantwoordelijke Kracht (à 350 /dag) Operationale last exclusief investeringslast transport 1 1,25 VTE 0,2 VTE /jaar 2 Personeelslast Scenario % Personeelslast Scenario % /jaar 3 0,5 VTE 0,2 VTE /jaar 4 0,75 VTE 0,2 VTE /jaar Een belangrijke aanname bij deze berekeningen is het gegeven dat we in principe zowel de uitvoerende kracht als ook de verantwoordelijke kracht als verschillende individuen en contracten zien. Op basis van de personeelsbehoefte en het bijhorende loon per dag wordt er een jaarlijkse loonlast berekend. Daarbovenop komt dan een extra logistieke kost. Alle loonlasten werden in overleg met Pro Natura berekend en worden algemeen gezien als vrij ruim aanschouwd. Hierbij nemen we het zekerste voor het onzekere. Binnen de Sociale Economie is het veelal de gewoonte dat de uitvoerende krachten worden gekoppeld aan een begeleidende of ondersteunende kracht die zowel als supervisor fungeert maar tevens ook als verantwoordelijke voor de uitgevoerde werken en de uitvoerders. Hierbij wordt er ook een opleidings- en opvolgingstraject doorlopen waarbij het Sociale Economie bedrijf, zoals Pro Natura, de verantwoordelijkheid opneemt dat alle werken goed en correct worden uitgevoerd. Dit neemt bijgevolg ook een heleboel taken uit de handen van de klant, zijnde in dit geval de coöperatie. Indien bijvoorbeeld een uitvoerende kracht niet is 63

64 komen opdagen, is het de verantwoordelijkheid van het Sociale Economie bedrijf om hiervoor vervanging te regelen. Binnen dit ontwikkelingskader die doorgaans bij de meeste Sociale Economie bedrijven wordt gehanteerd worden er vaak pakketten aan de klanten aangeboden. Meestal gaat dit ook gepaard met een gunstiger prijszetting voor de klant. Een groot verschil kan er optreden wanneer de coöperatie zelf kan besparen op de investeringslast en dat dit wordt voorzien binnen het pakket gevormd door het Sociale Economie bedrijf! Hierbij denken we in hoofdzaak aan het kleine materiaal, uitrusting en lichte vrachten welke veelal reeds in het bezit zijn van het Sociale Economie bedrijf. Enkele pakket mogelijkheden zijn hier bijvoorbeeld: Enkel uitvoerende kracht(en) Enkel verantwoordelijke kracht Een uitvoeringscontract met specifieke voorwaarden (vb. ophalen van afval) Uitvoerende met verantwoordelijke kracht*, exclusief werkmateriaal Uitvoerende met verantwoordelijke kracht*, inclusief werkmateriaal Uitvoerende met verantwoordelijke kracht*, inclusief werkmaterialen klein transport Etc. * Hier fungeert de verantwoordelijke kracht zowel als verantwoordelijke kracht binnen de coöperatieve activiteiten, als ook als verantwoordelijke/begeleider/ondersteuner van de uitvoerende kracht! Merk op : Op aangeven van het Sociale Economie bedrijf Pro Natura kunnen hier zeer specifieke pakketten worden samengesteld. Dit steeds binnen de begrootte cijfers in de verschillende scenario s en naar wensen van de coöperatie ECONOMISCHE ONZEKERHEIDSANALYSE Zoals uit het volledige project blijkt zal de coöperatieve enkel rendabel kunnen draaien indien er kan gestart worden van een aanzienlijke hoeveelheid biomassa die toegeleverd kan worden door de verschillende vennoten. Zonder de nodige schaalgrootte is het immers steeds moeilijker om een rendabel project op poten te kunnen zetten. Daarnaast is het natuurlijk ook wenselijk dat de toegevoerde stromen ook nog eens een hoog-calorisch karakter hebben d.w.z. dat de biogas-opbrengst per ton toegevoerd materiaal aanzienlijk is. Een laag-calorische stroom zal immers wel de verwerkingskost met zich meebrengen (bv. digestaat afzet), maar minder inkomsten genereren (door lagere biogas-output). Er zijn dus een heel aantal onzekerheden in het spel. Om in kaart te brengen in hoeverre deze economische onzekerheid speelt werd er door Universiteit Gent (departement LandbouwEconomie) een studie opgemaakt rond deze Economische Onzekerheid via Monte-Carlo simulaties van verschillende scneario s. De studie zelf kan teruggevonden worden in Bijlage 10 van dit document. De algemene conclusies die getrokken kunnen worden uit deze studie zijn de volgende : - Er is een lineair verband terug te vinden tussen de biogasopbrengst en de rentabiliteit (Netto Actuele Waarde) van het project. 64

65 - Indien er uitgegaan wordt van participatie van UGent, is de niet-participatie van de meeste andere partijen geen aanzet om het project verlieslatend te maken. Enkel indien voedingsbedrijf X de coöperatie zou verlaten zou het project niet meer rendabel zijn - Indien de prijzen (zowel gate fee prijzen als energieprijzen) tot 10% zouden variëren (zowel positief als negatief) zou er toch nog in 72% van de gevallen een rendabel project opgestart kunnen worden. - Indien de biogasopbrengst van de mest varieert tussen 50 en 100 % van de aangenomen waarden heeft dit een belangrijke impact op de rentabiliteit van het project - Als alle onzekerheden tegelijk in rekening gebracht worden is het project slechts in 0.4% van de gevallen positief. In de toekomst zou het model nog kunnen verfijnd worden naar werkingskosten, inkomsten en investeringskosten ECOLOGISCHE IMPACT Voor sommige bedrijven of organisaties kan het van toepassing zijn dat niet enkel het economische voordeel dat gehaald kan worden uit het project belangrijk is, maar ook het ecologische voordeel. Dit is dan vooral naar imago- of marketingstrategie. Anderzijds kan het vergroenen van een organisatie mee opgenomen worden in het toekomstgerichte beleidsplan. Daarom werd er binnen dit project ook een studie uitgevoerd naar de ecologische impact van het opzetten van een coöperatieve vergistingsinstallatie. Deze studie werd uitgevoerd door het labo Ecochemie van de universiteit van Gent. In bijlage 12 kan de volledige studie teruggevonden worden. In de studie worden 3 scenario s vergeleken : 1. Het huidige scenario met afzonderlijke afzet van de biomassa stromen van de verschillende vennoten 2. Afzet naar een nabijgelegen vergister (VC Energy in Deinze) 3. Verwerking in lokale vergistingsinstallatie in Melle De belangrijkste conclusies die er getrokken kunnen worden uit de uitgevoerde studies zijn de volgende : - Het vergisten van het biologisch afbreekbaar materiaal heeft in de twee scenario s met vergisting een gunstig effect op vermindering van de broeikasgas-emissies - Het vergisten van het materiaal in de lokale vergister in Melle zou duidelijk de meest gunstige impact hebben op de netto koolstof voetafdruk (-460 t CO 2 equivalenten per jaar), waar de verwerking in de installatie in Deinze een negatief effect zou hebben (uitstoot van 780 t CO 2 equivalenten per jaar) ten opzichte van de huidige verwerking (- 300 ton CO 2 equivalenten per jaar). De negatieve impact m.b.t. de vergistingsinstallatie in Deinze heeft evenwel te maken met de manier van warmtebenutting op de site. De ecologische impact is dus ook afhankelijk van de vergistingsinstallatie naar waar de biomassa stromen afgevoerd worden. 65

66 4.7. CONCRETISERING AANDACHTSPUNTEN Deze paragraaf biedt een overzicht van verschillende financiële, economische en juridische aandachtspunten. Daar waar het vorige hoofdstuk zich in het bijzonder richtte op de financiële haalbaarheid, dienen er voorafgaand aan de daadwerkelijke inwerkingstelling en oprichting nog een heleboel aandachtspunten in acht te worden genomen. Hieronder vindt u een niet-gelimiteerd algemeen overzicht. Dit overzicht kan een ondersteuning bieden bij het maken van de juiste beslissing op maat van elk afzonderlijk project. Gezien de veelzijdigheid van keuzes in een coöperatief model (cvba), kan er volledig op maat van de wensen van de vennoten een strategische keuze bepaald worden. Merk op dat deze veelzijdigheid aan keuzes binnen de coöperatieve werking een van de voornaamste aanleidingen is waardoor er in een later stadion conflicten tussen de vennoten of participanten kunnen ontstaan. Het is dan ook van primordiaal belang dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de daadwerkelijke keuzes. Het preventief in kaart brengen van mogelijke situaties kan een heleboel discussies in de toekomst reeds voorafgaand beperken of uitsluiten. Vast en Variabel kapitaal Cvba is de afkorting van coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Een cvba wordt opgericht met een notariële akte. De vennoten zijn enkel aansprakelijk voor het bedrag van hun inbreng. Ze kunnen dus gemakkelijk in- en uittreden. De coöperatieve vennootschap moet uit minstens drie personen bestaan. Speciaal is dat het maatschappelijke kapitaal van de CVBA bestaat uit twee delen, namelijk het zogenaamde vaste kapitaal en het variabele kapitaal. Het minimum-kapitaal (vast gedeelte) bedraagt en elk aandeel moet voor minstens 1/4de worden volgestort met een globaal minimum van Voor het variabel kapitaal geldt geen minimum. Treedt een vennoot uit de CVBA, dan kan dat door enkel het variabele gedeelte van het kapitaal te verminderen om hem zo zijn aandeel in de vennootschap uit te keren. Daarvoor is er overigens geen tussenkomst van de notaris nodig. Hierbij kan er bijvoorbeeld de keuze gemaakt worden om alle startende vennoten via het vast kapitaal te laten deelnemen (min. 3 vennoten). We gaan er zo van uit dat deze oprichters continue actief zullen blijven in de vennootschap, dit vanwege de minimum vereisten verbonden aan het vast kapitaal. Ernaast kan er dan gekozen worden voor een structuur waarbij alle toetredende vennoten instappen via variabel kapitaal. Hierbij biedt de wetgeving een soepeler in -en uitstapbeleid. Dit eenvoudig in- en uittreden kan worden verwezenlijkt zonder dat dit telkens gepaard gaat met de overdracht van aandelen zoals bv. bij een NV of BVBA. Dat is ongetwijfeld een grote troef als nog niet duidelijk is hoe de toekomstige verhoudingen er uit zullen zien. Wel is het zo, dat de uitstap moet gebeuren tijdens de eerste 6 maanden van het boekjaar. Dit is logisch aangezien het zgn. scheidingsaandeel wordt berekend op basis van het vorig jaar en een speculatieve uittreding in een nog net lopend slecht jaar wordt zo tegengegaan. Gesloten voor vreemden Een groot voordeel van de coöperatieve (CVBA) structuur is dat men de vennootschap volledig gesloten kan houden voor vreemden. Een ander belangrijk voordeel van de CVBA (vb. voor familievennootschappen) die vreemden buiten willen houden, is dat de aandelen niet overdraagbaar zijn aan zgn. derden. En onder derden 66

67 vallen iedereen die geen vennoot is. Zelfs de erfgenamen van een vennoot vallen onder het begrip "derden". Deze zgn. derden kunnen slechts toetreden tot de CVBA als zij behoren tot een bepaalde categorie die in de statuten is opgenomen of indien zij bij naam zijn aangewezen. Op die manier kan er beslist worden wie er al dan niet in de coöperatie betrokken mag of kan worden. Ook binnen deze blauwdruk kunnen er verschillende minimum voorwaarden in de statuten opgenomen worden, zodat bedrijven die niet voldoen aan de voorwaarden sowieso niet kunnen participeren in het coöperatief model. Zolang de discriminatie basisbeginselen niet worden geschonden (vb. ras, huidskleur, religie, etc.), zijn deze restricties vrijwel ongelimiteerd. Het niet (meer) voldoen aan de voorwaarden zorgt er voor dat het desbetreffende bedrijf niet (of niet meer) vennoot kan zijn binnen de CVBA. Bijvoorbeeld : Een bedrijf kan slechts vennoot worden indien het bedrijf ook eigen vergistbare afvalstromen produceert; Een bedrijf kan slechts vennoot worden indien er daadwerkelijk jaarlijks minimaal 1 ton vergistbare afvalstromen met een biogasproductiepotentieel van 100 Nm3/ton aan de CVBA geleverd worden; Een bedrijf kan slechts vennoot worden indien er een continue vergistbare afvalstroom van minimaal 1 ton met biogasproductiopotentieel van 100 Nm3/ton per week aan de CVBA geleverd kan worden; Een bedrijf kan slechts vennoot worden indien het bedrijf zelf wekelijks de vergistbare afvalstromen kan transporteren richting de vergistingsinstallatie; Etc. Creatief stemrecht om controle te houden Een niet te onderschatten voordeel van de CVBA is het meervoudig stemrecht. De bevoegdheden van de raad van bestuur (of de bestuurder) bestaan onder andere uit het benoemen en afzetten van bestuurders, de goedkeuring van de jaarrekeningen en het bepalen van de bestemming van de winst of het verlies. Door een bepaald stemrecht aan de aandelen te koppelen kunnen de specifieke personen de macht behouden door dit statutair uit te werken op maat. Zo kan men bijvoorbeeld in de statuten bepalen dat het stemrecht niet overeenkomt met de gedane inbreng, maar dat bijvoorbeeld elke vennoot een stem heeft. Er zijn ook andere mogelijkheden. Zo kan men het stemrecht gekoppeld houden aan het bezit van de aandelen (en dus niet per hoofd) maar waarbij het stemrecht evolueert in functie van het aandelenbezit. Wat ook vaak toegepast wordt in de praktijk is dat men categorieën van aandelen creëert (Aandelen Type A en B) en aan een bepaalde categorie meervoudig stemrecht geeft. Bovendien is het ook mogelijk om stemkracht beperkingen in te bouwen en dat er doorgaans wordt aangenomen dat in de CVBA ook kapitaalaandelen zonder stemrecht mogelijk zijn. Kortom, er zijn genoeg mogelijkheden om met een beperkt aantal aandelen, de controle binnen de raad van bestuur en/of algemene vergadering te behouden. In extremis kan er bijvoorbeeld zelf op basis van dit meervoudig stemrecht principe, vanuit de raad van bestuur, beslist worden dat slechts 1 specifieke vennoot de volledig winst kan opstrijken, mits hier een democratische beslissing aan vooraf gegaan is. 67

68 Eigen Inbreng Starters versus Latere Toetreders Om dit probleem te omzeilen en om toch kapitaalsverhogingen mogelijk te maken, voorziet de wet een voorkeurrecht voor de oude aandeelhouders bij de intekening op nieuwe aandelen. Deze claim kan uitgeoefend worden door voorlegging van een genummerde coupon van het aanvankelijke aandeel. Als de oude aandeelhouder dit recht niet wenst uit te oefenen, dan kan hij zijn recht verkopen. De oude aandeelhouder krijgt aldus een bedrag dat dient als compensatie voor de waardevermindering van zijn oorspronkelijk aandeel. Worden nieuwe aandelen aangeboden aan een prijs boven de nominale waarde, dan wordt het verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde geboekt op de rekening uitgiftepremies. Men spreekt dan over uitgiften boven pari. Onder uitgiftepremie verstaat men dus het positief verschil tussen de uitgifteprijs van een nieuw aandeel en de nominale waarde van een bestaand aandeel. Het onderscheid tussen Kapitaal en Uitgiftepremies is eigenlijk louter formeel. Het verschil tussen het initiële aandelenbedrag en het bedrag geldend voor de latere toetreders wordt hierbij naar de on-beschikbare reserves geboekt en kan niet in een mogelijke dividenduitkering meegenomen worden. De meerwaarde wordt zo als extra kost aangerekend aan de toetreders ter dekking van het risico wat door de starters reeds is genomen. Naast de mogelijkheid om te werken via een uitgiftepremie, kan er simpelweg ook gewerkt worden via het introduceren van drempelgeld of een deelname in de kosten, te voldoen door de toetreders, dit ten gunste van het aanwezige kapitaal in de vennootschap en onrechtstreeks dus ook ten gunste van de reeds voorafgaande startende aandeelhouders en de waarde van de CVBA aandelen. Het drempelgeld kan bijvoorbeeld ook gerealiseerd worden door een verhoogde jaarvergoeding vanuit de toetredende vennoten in vergelijking tot de jaarvergoeding van de starters. Ook hierbij kunnen er verschillende mogelijkheden in een beleidsplan worden opgenomen. Management en Beleid De statuten van de vennootschap zijn het corpus van de oprichtingsakte en worden geschreven voor het leven van de vennootschap. Elke wijziging er aan vergt een beslissing van de algemene vergadering (alle aandeelhouders) en dient notarieel te worden vastgelegd, waarna zij ook het voorwerp dient uit te maken van een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Alle statuten bevatten informatie die meestal opgedeeld wordt in verschillende artikels, zoals bijvoorbeeld de benaming, de (maatschappelijke) zetel, het doel, de activiteiten, het kapitaal, de deelbewijzen, obligaties, het bestuur, de controle, de algemene vergadering, het boekjaar en de winstbestemming (www.notaris.be). Het bestuursorgaan van de vennootschap is het orgaan met de meest uitgebreide bevoegdheid. Meer bepaald kan zij alle handelingen stellen die de wet niet uitdrukkelijk heeft voorbehouden voor de algemene vergadering, waarbij wel alle aandeelhouders worden uitgenodigd. Naast het nemen van de beslissingen is het bestuursorgaan, veelal de raad van bestuur genoemd, eveneens gelast met de uitvoering ervan en de vertegenwoordiging van de vennootschap. In de CVBA is het bestuur toevertrouwd aan één of meer zaakvoerders, die voor onbeperkte tijd kunnen worden benoemd. De statuten bepalen het aantal zaakvoerders, hun bevoegdheden en de manier waarop beslissingen genomen worden - collegiaal of individueel door elke zaakvoerder - wanneer er verschillende zaakvoerders zijn (www.notaris.be). Ter objectieve ondersteuning van de coöperatieve werking worden naast de statuten veelal nog bijkomende officiële documenten opgesteld. Documenten, zoals het Intern Reglement (of Huishoudelijk Reglement), het Beleidsplan, het Protocol, kunnen de algemene werking van het bedrijf beter sturen, van regels voorzien, voorwaarden opleggen of betere opvolging mogelijk maken. Meer uitleg hierover vindt u in de bijlage. 68

69 Merk op dat gezien de veelvuldigheid aan mogelijkheden rondom de werking, regelgeving en organisatie van het coöperatieve model (CVBA), er hier onderling tussen de verschillende vennootschappen erg grote verschillen kunnen optreden. De Belgische wetgeving laat bij de CVBA een zeer grote creativiteit toe, maar zorgt er bijgevolg ook voor dat de statuten én eventuele andere officiële vennootschapsdocumenten (Intern Reglement, Beleidsplan, etc.) de nodige extra aandacht nodig hebben. Voorbeeldstatuten kunnen u op weg helpen maar zullen niet volstaan om uw specifieke voorwaarden en/of doelstellingen concreet te objectiveren op papier. Zorg voor voldoende voorbereiding om latere geschillen te voorkomen! Aandelenstructuur Algemeen stellend zijn er verschillende aandelenstructuren of aandeelverdelingssystemen mogelijk. Volledig afhankelijk van het type bedrijf of de doelstellingen kunnen er hieromtrent specifieke keuzes gemaakt worden. Enkele voorbeelden worden hier opgesomd. Zoals eerder beschreven hoeft er niet direct een causaal verband te zijn tussen het stemrecht en het aantal aandelen in het bedrijf : elke aandeelhouder 1 aandeel elke aandeelhouder gelijk aantal aandelen Bestuursleden 5 aandelen versus Niet bestuursleden 3 aandelen Startende vennoten 5 aandelen versus Toetreden vennoten 3 aandelen Externe Bestuursleden (geen aandelen) versus niet bestuursleden 5 aandelen Aandelen als eenheid van geld inbreng, hoe groter de inbreng (vb. investering) hoe meer aandelen Aandelen als eenheid van inbreng installatie, hoe groter de inbreng (vb. inbreng van machine) hoe meer aandelen Aandelen berekend op basis van geleverde input, hoe meer geleverde afvalstromen hoe meer aandelen Etc. Investeringslast Daar waar bedrijven met voldoende liquiditeiten veelal met eigen middelen, met aanvullend vreemd vermogen via financiële instellingen, of via voorziene toekomstige geldstromen een investering zullen bekostigen, is het voor de startende bedrijven niet altijd evident om direct bij aanvang reeds een grote investering te bekostigen. Daar waar het pre-financiële crisis tijdperk het veelal nog toeliet om bij de kredietverschaffers een 100% financiering te verkrijgen, is dit met de sterk verstrengde financiële wetgeving en de huidige economische situatie veelal een utopie om zonder een eigen inbreng de bank te overtuigen om de investeringslast voor het volledige bedrag te financieren. Zelf al zijn de risico s door de financiële instelling via zekerheden (vb. hypotheek of borgstelling) voldoende ingedekt, bijkomend zal er veelal een stevige eigen inbreng van de onderneming verwacht worden. Waar het een tiental jaar terug niet abnormaal was om tot 110% van het investeringsbedrag met vreemd vermogen te financieren, zijn de huidige ratio s stevig gezakt naar een aannemelijke 70-90% van het totale bedrag. Uiteraard volledig afhankelijk van verschillende risicoverlagende factoren. Een gegronde objectieve en veelal controleerbare onderbouwing en argumentatie is hierbij voor de meeste financiële instellingen van noodzakelijk belang. 69

70 Indien we de aanname nemen dat de coöperatie nog opgestart dient te worden zijn er verschillende mogelijkheden om een coöperatieve investering op de nieuw op te richten vennootschap te laten slagen. Een degelijk financieel plan is de basis van elke investering. Een goed onderbouwd en gestaafd document waarbij alle inkomsten en kosten posten duidelijk beschreven en beargumenteerd worden helpt de kredietverschaffers bij hun investeringskeuze. Veelal wordt er een budgettering van de eerste 3 tot 5 jaar verwacht. Het vreemd vermogen : Uit navraag is gebleken dat de meeste financiële instelling een plafond van 80% financiering proberen te behalen. Het saldo dient door het bedrijf of de vennoten als eigen inbreng gestort en gefinancierd te worden. Klinkt eenvoudig, maar zorg er steeds voor dat er voldoende, boekhoudkundig verifieerbare, afbetalingscapaciteit en cash flow in de vennootschap aanwezig is. Zonder deze garantie is de kans nihil dat er vreemd vermogen bij de investering betrokken kan worden. Deze terugbetalingscapaciteit kan op een vrij eenvoudige manier berekend worden. Bereid u er op voor dat er vanuit de financiële instellingen hoogstwaarschijnlijk ook zekerheden gevraagd zullen worden. Hierbij dekt de instelling zich in tegen een mogelijks wanbetalen of niet nakomen van de vooropgestelde afspraken. De meest bekende (en duurste) zekerheid is de hypotheekstelling. Weet ook dat er veelvoud aan andere (vaak goedkopere) zekerheden bestaat, bijvoorbeeld de Pand op Handelszaak of de Achtergestelde Lening. Bij ontbreken van voldoende liquiditeiten bij de opstartinvestering van een vennootschap, bestaan er verschillende manieren om alsnog een eigen vermogen te realiseren. Aandelencreatie : Door de creatie van (nieuwe) aandelen ontstaat er extra geld in de vennootschap. De aandelencreatie levert de vennootschap geld op dat gebruikt kan worden voor de uitbating en werking van het bedrijf. Inbreng in Natura : Inbreng in natura gebeurt bij oprichting van een vennootschap of bij kapitaalverhoging. Oprichters en aandeelhouders kunnen bepaalde goederen andere dan geld inbrengen door hun eigendom of het genot ervan ter beschikking te stellen van de vennootschap. In ruil voor hun inbreng ontvangen zij aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. Let wel op dat deze inbreng onderhevig kan zijn aan registratierechten, ten belope van 10%. Rekening-Courant : Een rekening-courant is de vordering of schuld die een vennoot heeft tegenover zijn vennootschap, buiten de inbreng van het kapitaalsaandeel. Een vennoot kan immers geld lenen aan of van zijn vennootschap. Deze rekening-courant wordt in de boekhouding van de vennootschap ingeschreven onder diverse vorderingen of diverse schulden. Wanneer de onderneming over onvoldoende liquiditeiten beschikt, kunnen de vennoten geld ontlenen (rekening-courant passief) aan de onderneming. Let wel op dat vennoten hiervoor een interest kunnen vragen. 70

71 Merk op dat er steeds de mogelijkheid bestaat om in onderhandeling met de financiële instelling(en). Beide partijen, zowel de kredietverstrekker als de onderneming zelf, dienen hun belang te verdedigen en hun risico in te dekken. Resultaatverwerking De vennootschappen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting moeten één keer per jaar een aangifte indienen. Het stelsel van de vennootschapsbelasting vertrekt van het principe dat alle inkomsten van de onderneming in aanmerking worden genomen. Het basistarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 33,99 %. In bepaalde gevallen is er een verlaagd opklimmend tarief, tot een minimale belastingstarief van 24,98%. Ruim gezien kunnen er binnen deze resultaatverwerkingsmaatregelingen twee grote lijnen getrokken worden. Vooreerst worden er enkele methoden om het resultaat te beïnvloeden uitgelegd, die worden voltrokken vooraleer het resultaat gepubliceerd wordt. Anderzijds worden er enkele methoden beschreven die mogelijk zijn als de winst eenmaal is gedefinieerd en welke bijgevolg voltrokken worden na dat de belasting is verwerkt. Uiteraard is deze opsomming niet limitatief en bestaan er een veelvuldigheid aan boekhoudkundige optimalisatie mogelijkheden. Voor belasting Ristorno of coöperatieve teruggave : Bij een ristorno genieten de coöperatieve vennoten van een voordeel pro rata de omvang van hun transacties met de coöperatie. Dit systeem komen we veelvuldig tegen in de landbouwsector en in coöperaties binnen de groot- en kleinhandel. Hierbij ontstaat er een terugbetaling van het te veel geïnde (verkoopprijs te hoog) of van het te weinig betaalde (aankoopprijs te laag). Zeer belangrijk is het gegeven dat dit niet als winstuitkering wordt aanzien maar onder bedrijfskost wordt geboekt. Het gaat hierbij duidelijk om een transactievoordeel, bijvoorbeeld op basis van de geleverde input aan de coöperatie, en gaat dit niet om een terugbetaling op basis van een vermogensaandeel. In praktijk kan dit bijvoorbeeld betekenen dat de brutowinst, voor belasting, voor een gedeelte de reeds eerder betaalde vergoeding van de vennoten aan de coöperatie, zal terugbetalen via een ristorno. Optimalisatie Onkosten : Indien uw winst voor belasting te hoog wordt ingeschat, kunt u voorafgaand een kosten optimalisatie in het bedrijf doorvoeren. Hoogstwaarschijnlijk bestaan er perfect legale en interessante mogelijkheden om de onkostenstructuur anders of beter te definiëren. Let wel op dat de legale kosten optimalisatie grens niet resulteert in de opmaak van een onverantwoordbare kostenbalans in het bedrijf. Denk hierbij bijvoorbeeld wel aan extra legale voordelen ten gunste van het personeelsbestand. Investeren : Geschatte brutowinst kan natuurlijk ook verlaagd worden door het investeren in het bedrijf. Logischerwijze kost deze investering wel degelijk hoogstwaarschijnlijk geld en zal dit uw brutowinst mogelijks verlagen. Op lange(re) termijn resultaat een goede investering wel in de realisatie van toegevoegde waarde voor het bedrijf. Na belasting Dividend : Dividend is de winstverdeling die ene fonds of een bedrijf uitkeert aan zijn aandeelhouders. Op het einde van elk boekjaar wordt het bedrijfsresultaat bekend gemaakt, dient daarop belasting betaald te worden en kan er nadien door de Algemene Vergadering 71

72 van Aandeelhouders een goedkeuring verkregen worden om het netto resultaat of een gedeelte ervan aan de aandeelhouders uit te keren via een dividend. Hierop wordt er een roerende voorheffing of dividendbelasting van maximaal 25% op geheven, afhankelijk van de aard van het aandeel. In principe wordt er per aandeel een dividend bepaald, a rata van het aantal aandelen wordt het dividend op rekening van de aandeelhouders gestort. Herinvesteren : Na het berekenen van het bruto resultaat en het betalen van de vennootschapsbelasting, kan er vrij precies uitgerekend worden hoeveel men voor het volgende boekjaar kan investeren. Een positief resultaat biedt extra mogelijkheden naar de toekomst om te investeren en opnieuw toegevoegde waarde te realiseren. Zonder toegevoegde waarde zal er enkel een groter kostbalans verkregen worden en zal bijgevolg het resultaat dalen. Erg structureel en duurzaam is dit natuurlijk niet. Opbouw reserves : Indien men het netto resultaat niet wenst als dividend uit te keren, noch te herinvesteren, kan men er als bedrijf simpelweg voor kiezen om het bedrag op te potten voor een later doeleinde. Dit heeft als groot positief gevolg dat het eigen vermogen van het bedrijf wordt opgekrikt naar gelang de grote van het resultaat. Logischerwijze, hoe groter het eigen vermogen en hoe financieel sterker het bedrijf wordt, hoe sterker de meerwaarde van het aandeel zal stijgen CO-4-ENERGY TOEPASSING Uit hoofdstuk blijkt al snel dat er een veelvoud aan mogelijkheden bestaat om de coöperatie uit op te bouwen en te laten slagen. Gezien het Co-4-Energy project uit 5 vennoten bestaat, werd er tijdens een klankbordoverleg een info -en discussienamiddag op poten gezet. Hierbij werden alle 4 de scenario s besproken en werden de verschillende administratieve, boekhoudkundige en financieel-juridische structuren uit de doeken gedaan. Daar deze blauwdruk een louter theoretische aanpak vereist, zijn dit niet de definitieve beslissingen, maar een indicatie naar welke richting de 5 vennoten in het Co-4-Energy project toe wensen te gaan. Zoals reeds meerdere malen is aangekaart is deze theoretische blauwdruk telkens opnieuw aan de praktijk gelinkt. Onderstaande antwoorden zijn dan ook recht uit de praktijk gehaald, bijgevolg kunnen ze als zeer realistisch gezien worden. Hieronder enkele bevindingen en keuzes : Oprichting Co-4-Energy CVBA 5 oprichtende vennoten : Universiteit Gent, Universitair Ziekenhuis Gent, Voedingsbedrijf X, Sodexo, Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain Oprichtingskapitaal : Creatie van 250 aandelen aan 100 per aandeel Oprichtende vennoten volstorten (= 50 aandelen), vast kapitaal 5 oprichtende vennoten zijn tevens gezeteld in de Raad van Bestuur 5 bestuursleden, waarvan 1 als Voorzitter fungeert 72

73 Elke Vennoot bezit 1 stem, en beslissing enkel voor akkoord mits meerderheid van stemmen. Bij onthouding of een gelijk aantal stemmen, is de keuze van de Voorzitter doorslaggevend Actieve oprichtende vennoten bezitten steeds 2 stemmen, alle overige vennoten steeds maximaal 1 stem. Raad van Bestuur vergadert maandelijks De Raad van Bestuursleden zullen voor aanvang van de vergadering steeds een uitgebreid rapport met de stand van zaken verkrijgen van de verantwoordelijke kracht binnen de coöperatie. Personeelslast. De coöperatie zal steeds beroep doen op Sociale Economie bedrijven, waarbij er steeds minimaal : 1 Uitvoerende kracht 1 Verantwoordelijke kracht deeltijds)- staat ook in voor calamiteiten beheer Toetredende Vennoten : Alle vennoten in het bedrijf, exclusief de 5 oprichtende vennoten Nieuwe toetredende vennoten zullen tevens 50 aandelen (variabel kapitaal) kunnen verkrijgen na betaling van minimaal (100 per aandeel). Toetredende vennoten zullen bovendien steeds, na revisoraal verslag, een bijkomend eenmalig drempelgeld dienen te betalen, dit ter compensatie van het eerder gelopen risico van de oprichtende vennoten. Dit kan bijvoorbeeld in het huishoudelijk reglement verder vastgelegd worden, door de nieuwe toetredende leden eventueel een drempelgeld of inkomgeld te laten betalen ( zie bijlage nr13) Na betaling van de en het drempelgeld zal het toetredend lid als volwaardig vennoot worden aanschouwd. Nu kan er ook geopteerd worden voor een lagere instapdrempel als er bijvoorbeeld burgers of kleinere bedrijven zich zouden aandienen. Best wordt er wel een minimaal aantal aandelen (kan zelfs één aandeel zijn) vastgelegd door de leden. Ook dit wordt best in het huishoudelijk reglement verder vastgelegd ( zie bijlage nr13). Scenario voorkeur : uit de gesprekken is gebleken dat de huidige initiatiefnemers in eerste instantie een logistieke activiteit zouden willen uitbouwen (fase 1 en 2) en dan op termijn willen doorgroeien om zelf over te gaan tot de bouw van een eigen vergistingsinstallatie (fase 3). Ze opteren hier voor een geleidelijke groei en voorzichtige opstap. Fase 1 : Scenario 3 startkapitaal van verdeeld over de 5 vennoten. Fase 2 : Scenario 4 Reeds bij aanvang van Fase 1 zal er gezocht worden naar extra bijkomende hoog valoriserende afvalstromen 73

74 Fase 3 : Scenario 1 Indien de liquiditeiten toereikend zijn, rekening houdend met een eigen inbreng van 20%, of indien er via subsidies extra kapitaal verkregen worden, zal de coöperatie een bijkomende investering doen en alle afvalstromen in eigen beheer en in de eigen installatie verwerken. Winstverdeling Uitgaande van de keuze om aanvankelijk de coöperatieve werking te starten vanuit fase 1, waarbij er geen interne vergister aangekocht wordt en waarbij de coöperatie enkel fungeert als verzamelaar en beheerder van de afvalstromen, stellen we vast dat er enkel inkomsten vanuit de gate fee gegeneerd worden. Daaruit volgt natuurlijk ook het gegeven dat er idealiter per vennoot evenveel afvalstromen geproduceerd en aangeboden worden. Dit zou niet enkel betekenen dat het startkapitaal en aandeelhouderschap gelijk verdeeld is over de verschillende vennoten, maar zou bovenal de winstverdeling een stuk eenvoudiger maken. Indien iedereen gelijke input levert zou dit in de toekomst ook niet snel voor problemen kunnen zorgen voor wat betreft de geleverde inspanning te gunste van de coöperatie. Het coöperatief voordeel zou namelijk voor iedereen gelijk zijn. Nu zal het in de praktijk zelden of nooit voorvallen dat een coöperatie met vergelijkende doelstellingen, een gelijke inputstroom kan aanleveren. Ook binnen het uitgewerkt voorbeeld van Co-4-Energy is er een ongelijke inputstroom, namelijk UGent (28%), UZGent (3%), Sodexo (44%), Voedingsbedrijf X (13%) en PC Guislain (12%). Gezien er binnen de groep voor een gelijk startkapitaalbedrag gekozen werd, kan dit echter vroeg of laat voor de nodige discussie zorgen. Een groot afvalproducent draagt namelijk meer bij aan de winst van de coöperatie dan een kleine producent. Anderzijds dient de kleine producent verhoudingsgewijs wel meer startkapitaal te betalen. Aan de andere kant wensen we ook niet dat de grote partijen meer zeggenschap krijgen dan de andere kleinere partijen. Idealiter is het procentueel belang wel gelijk verdeeld over de verschillende vennoten. Om dit te realiseren dienen er binnen de coöperatie zeer duidelijke afspraken gemaakt te worden. Wat betreft de winstverdeling zijn er zoals beschreven in hoofdstuk verschillende opties. De coöperatieve teruggave of restorno kan hierbij gehanteerd worden als een handig verdeelsysteem volgens de geleverde inputstromen. Hieronder enkele uitgewerkte mogelijkheden besproken tijdens de infosessie ter bespreking van de verschillende opties, telkens gebaseerd op scenario 3: Voorbeeld 1 : ,70 winst voor belasting Opbouw reserve (inclusief wettelijke reserve) van 10% blijft in de vennootschap : % wordt als restorno uitgekeerd, pro rata de inputstroom : UGent (28%), UZGent (3%), Sodexo (44%), Voedingsbedrijf X (13%) en PC Guislain (12%). VOORDEEL: Winst wordt eerlijk volgens inputstroom verdeeld Wettelijke reserve versterkt het eigen vermogen van de vennootschap Inputstromen inventaris brengt duidelijkheid 74

75 NADEEL : De opbouw van het eigen vermogen zal zeer traag verlopen Beperkte investeringsmogelijkheden Niet eenvoudig om inputstromen afzonderlijk te valoriseren Voorbeeld 2: ,70 winst voor belasting Wettelijke reserve van 5% blijft in de vennootschap : % wordt als restorno uitgekeerd, pro rata de inputstroom : UGent (28%), UZGent (3%), Sodexo (44%), Voedingsbedrijf X (13%) en PC Guislain (12%). Jaarlijks wordt er op basis van de gerealiseerde winst een jaarvergoeding (iedereen gelijk) vanuit de coöperatie aan de vennoten aangerekend. VOORDEEL: Winst wordt eerlijk volgens inputstroom verdeeld Vaste Jaarvergoeding zorgt er voor dat waardestijging van de coöperatie door de verschillende vennoten ongeacht hun grote gelijk worden gerealiseerd Inputstromen inventaris brengt duidelijkheid NADEEL : De opbouw van het eigen vermogen zal nog trager verlopen Niet eenvoudig om inputstromen afzonderlijk te valoriseren Risico s voor de coöperanten Opnieuw uitgaande van de keuze om aanvankelijk de coöperatieve werking te starten vanuit fase 1, waarbij er geen interne vergister aangekocht wordt en waarbij de coöperatie enkel fungeert als verzamelaar en beheerder van de afvalstromen, zijn de risico s bij de opstart van het project bewust erg laag gehouden. Elke vennoot dient rekening te houden met een direct risico van EUR. Dit bedrag zal volstort dienen te worden aan de nieuw op te richten vennootschap/coöperatie en is dus zonder notariële tussenkomst onttrokken uit de eigen balans van de coöperant. De nieuwe coöperatie, bestaande uit 5 vennoten/coöperanten, à rato van EUR per vennoot, creëren dus een rechtspersoon met een kapitaal van EUR. Dit kapitaal zal zowel gebruikt worden ter financiering van de dagdagelijkse werkingskosten, alsook ter financiering van de eigen inbreng van de noodzakelijke investering. Bij de oprichting van de coöperatie zullen er 250 aandelen aan 100 per aandeel gecreëerd worden, elke vennootschap krijgt voor het bedrag van in totaal dus 50 aandelen), dit volledig vast kapitaal en direct risico voor de coöperant. 75

76 Je mogelijke aansprakelijkheid als vennoot in een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is in principe beperkt tot je financiële inbreng, zodat je niet persoonlijk kan aangesproken worden voor de gemaakte schulden. Er is evenwel één uitzondering. Ter compensatie van de beperkte aansprakelijkheid legt de wetgever de oprichters van een vennootschap bepaalde verplichtingen op. Zo zal je er bij de oprichting voor moeten zorgen dat er, los van het verplichte minimumkapitaal, voldoende kapitaal in de vennootschap aanwezig is om je voorgestelde financiële plan te realiseren. Dit financiële plan, dat over de eerste twee jaar van je geplande activiteit moet gaan, moet je trouwens bij de notaris deponeren bij de oprichting van de vennootschap. Want indien het faillissement wordt uitgesproken binnen de drie jaar na de oprichting en indien het maatschappelijk kapitaal kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar, dan kan je door de rechter veroordeeld worden om toch met je persoonlijk vermogen in te staan voor bepaalde schulden van de vennootschap. Dit noemt men oprichtersaansprakelijkheid (www.cooperatiefvlaanderen.be). Nadat Fase 1, zijnde inbreng van EUR/vennoot plus externe vergister, succesvol en duurzaam op poten staat. Kan er bekeken worden in hoeverre het opportuun is om naar Fase 2 te stappen, zijnde de optimalisatie van de inputstromen. Hier vergt er geen extra kapitaalsverhoging en gaan we er van uit dat dit met bestaande middelen te bolwerken valt. In een volgend stadium, zijnde Fase 3, waarbij de mogelijkheid wordt bekeken om een vergistingsinstallatie in eigen beheer te houden, zal er in normale situatie een kapitaalswijziging gebeuren. Hierbij wordt de investeringslast in dermate verhoogd, dat het lopende werkingskapitaal hoogstwaarschijnlijk niet zal volstaan om de volledige financiering van de installatie te bekostigen. Hierbij zal er net als in fase 1, een deel van de investeringslast gedragen worden door het eigen kapitaal en een overgroot deel gefinancierd worden door vreemd kapitaal (vb. bank). In ideale situatie dient er bij het eigen inbreng gedeelte van de investering geen extern geld (= geld van de afzonderlijke coöperanten) opgehaald te worden en kan dit gedeelte vanuit het werkkapitaal gebruikt worden. In deze optiek zal het risico van de coöperanten niet verhogen en beperkt blijven bij de initieel gestort. Indien het werkkapitaal niet voldoende toereikend is, kan er ofwel een inbreng van elke coöperant gedaan worden, ofwel een kapitaalsverhoging. In het eerste geval wordt het ingebrachte kapitaal aanzien als een achtergestelde lening aan de coöperatie, al dan niet renteloos, in het tweede geval is het bijkomend gestort kapitaal definitief van de coöperatie en bijgevolg dus bijkomend risico voor de individuele coöperatie, blootgesteld aan de activiteiten van de coöperatie. Een combinatie van een kapitaalsverhoging en achtergestelde leningen van de coöperanten is een veelgebruikt gegeven bij investeringsactiviteiten. De mate waarin men de achtergestelde lening als risico voor de coöperant aanschouwd, is volledig afhankelijk van het risicoprofiel. Wanneer deze achtergesteld wordt door de bank zal dit een lening zijn die niet zomaar terugvorderbaar is. Enkel een algemene toelating van de bank en de coöperatie zullen deze gelden vrij maken. Het risicogehalte ligt hierbij dus hoger dan dat de lening niet achtergesteld zou zijn en dus, zonder tegenbericht van voorafgaandelijke schriftelijke voorwaarden, theoretisch direct opvraagbaar is. Hierbij ligt het risico voor de individuele coöperant dus een stuk lager. 76

77 5. EVALUATIE VAN DE COÖPERATIEVE WERKING 5.1. LINK MET DE ICA DEFINITIE Het onderlinge dan wel maatschappijgerichte karakter van de gemeenschappelijke doelstellingen van de vennoten. De gemeenschappelijke behoeften of doelstellingen komen tegemoet aan de onderlinge en maatschappelijke noden: De coöperatie stelt zich tot doel om de eigen organische afvalstromen om te buigen naar een grondstof die kan vergist worden, met de productie van groene stroom tot gevolg. Tijdens het vergistingsproces komt er restwarmte vrij, die de coöperanten zo veel mogelijk willen zelf gebruiken of ten dienste willen stellen van derden. Op het einde van het proces komt er ook een reststof (digestaat) vrij die ofwel in de landbouw ofwel in de industrie kan verder opgewaardeerd worden. Dit ecologische principe is de uitgangsbasis van de coöperatie. De economische kracht van de coöperatie zit vervat in het organiseren van een logistiek apparaat om de kleine deelstromen te collecteren en deze verzamelde massa te bundelen om op één locatie te vergisten. Voor het collecteren wil de coöperatie beroep doen op de diensten van de sociale economie, dat op zijn beurt leidt tot een sociale integratie van de mensen tewerkgesteld in de sociale economie. De drievoudige relatie van de vennoten met haar coöperatie (gebruik, eigendom en controle) gebruik: De vennoten kunnen hun organische restmaterialen in een breder maatschappelijk kader (economisch, ecologisch en sociaal) kwijt tegen een goedkopere kostprijs, al dan niet verkregen via ristorno s. Sommigen zullen kunnen gebruik maken van de restwarmte en anderen van de opgewekte elektriciteit en/of het digestaat kunnen opwaarderen. eigendom: De vennoten zijn eigenaar van de coöperatie daar ze minimaal één aandeel moeten aankopen en er zal eventueel door de oprichters een extra inbreng gevraagd worden zodat dit als bedrijfskapitaal kan aangewend worden en om eventueel het maatschappelijk kapitaal te volstorten. Een deel van de investeringen zullen in overleg met de bank moeten aangeschaft worden, m.a.w. zal de coöperatie een lening aangegaan worden. Hierbij gaan we uit van een eigen inbreng van 20% en een vreemd vermogensgraad van 80%. controle: Daar de vennoten minimum één aandeel bezitten hebben ze stemrecht op de Algemene Vergadering waar ze zelf een aantal agendapunten kunnen aanbrengen of bepaalde situaties binnen de coöperaties kunnen bespreekbaar maken waarbij er tot een democratische besluitvorming kan gekomen worden. Indien er sprake is van meerdere coöperaties of meerdere mogelijke pistes, dan kunnen deze meerdere pistes hierin opgenomen worden. Zoals bij de aanvang van deze blauwdruk aangehaald, zijn er verschillende pistes of scenario s mogelijk. Deze werden benoemd als bedrijven of burger coöperaties. 77

78 Een bedrijven-coöperatie is hier te beschouwen als een initiatief van een aantal bedrijven die hun organische reststromen willen gaan bundelen om gezamenlijk dit te gaan vergisten op een economische, ecologische en sociale manier. Een burger-coöperatie is hier gedreven door de burgers die voor hun eigen organische reststromen een ecologische, sociale en economische oplossing zoeken. In beide gevallen zijn er verschillende scenario s mogelijk. Zo kan het zijn dat de leden beslissen om er enkel een logistieke activiteit op na te houden, m.a.w. enkel de reststromen te verzamelen en aan te bieden aan een externe vergistingsinstallatie in de buurt, zoals in de scenario s 3 en 4 van de praktijkproeftraject aangehaald. Of de coöperatie kan overgaan tot het bouwen en zelf beheren van de vergistingsinstallatie tot en met de verkoop van de groene stroom. Dit werd uitgewerkt in scenario s 1 en 2 van het praktijkproeftraject. Deze laatste scenario s leiden echter tot een grotere verantwoordelijkheid en betrokkenheid van de coöperatie en dus ook van de leden/vennoten. Tevens wordt de uitvoering complexer en dit vraagt meer aandacht en afspraken tussen de leden, om zeker voor geen verrassingen te komen te staan. Zo kan het dat er bij deze scenario s leden gebruikers ook uitvoerders worden van bepaalde taken, zoals het beheren van de vergistingsinstallatie, of het gebruiken van de stromen zoals de groene stroom, restwarmte en digestaat. Met andere woorden kan dit lid uit eigenbelang de coöperatie gaan beïnvloeden en zou het wel eens kunnen leiden tot een vorm van belangenvermenging waarbij het lid rechter en partij wordt. Dit moet heel duidelijk uitgeklaard worden alvorens leden meerdere taken op zich nemen. Er worden best op voorhand voldoende duidelijke afspraken gemaakt hoe de leden hiermee willen omgaan, zodat er geen discussies ontstaan. Het is beter hier proactief mee aan de slag te gaan dan te wachten tot er een conflict over ontstaat. Merk op : Vermijd conflicten rond mogelijke belangenvermenging op een proactieve manier door dit met uw leden goed door te praten en goede afspraken hieromtrent te maken LINK MET DE ICA PRINCIPES Ter ondersteuning van de geïnteresseerden zijn er in bijlage 8 modelstatuten bijgevoegd. In deze modelstatuten zijn de nog in te vullen stukken aangeduid in een rode kleur. Daarnaast is het doel al zo goed als mogelijk afgestemd op de praktische activiteiten van de coöperatie. Dit is natuurlijk ook nog aan te vullen en/of te schrappen volgens de eigen noden van de initiatiefnemers. Deze modelstatuten geven de perfecte link met de ICA principes weer. Hieronder worden er nog een aantal suggesties en/of opmerkingen weergegeven en wordt er verwezen naar de artikels van deze modelstatuten. Naast de statuten kan het bestuur in het huishoudelijk reglement (bijlage 13) bijkomende afspraken vastleggen. Het voordeel van een huishoudelijk reglement is dat dit niet notarieel moet vastgelegd worden. Dit kan jaarlijks aangepast worden door de RVB maar moet wel goedgekeurd worden op de AV. Nu kunnen er geen zaken opgenomen worden die strijdig zijn met de statuten. De statuten zijn de hoeksteen van de vennootschap en zijn juridisch bepalend boven het huis en staan dus juridisch gezien boven het huishoudelijk reglement VRIJWILLIG EN OPEN LIDMAATSCHAP (ARTIKELS 14 TOT EN MET 24) Zowel binnen de bedrijven als binnen de burger coöperatie kunnen de leden vrijwillig toe treden door minstens één aandeel te onderschrijven zonder dat er een statutenwijziging moet plaats vinden. Tevens is het een open lidmaatschap mits enkele strikte voorwaarden eraan toe te voegen. Ook wordt er duidelijk aangehaald dat er 78

79 op voorhand moet overeen gekomen worden hoe een vennoot kan uittreden, uitgesloten wordt, wat er bij overlijden gebeurt en wat er best gebeurt bij ontzetting, faillissement of kennelijk onvermogen. Merk op: De initiatiefnemers bepalen bij voorkeur op voorhand welk type aandeelhouders ze willen aantrekken door duidelijke voorwaarden te stellen. Bijvoorbeeld enkel actieve leden, leden die nog een activiteit uitoefenen gelinkt aan de doelstellingen van de coöperatie. Bij een strikte bedrijvencoöperatie zullen hier enkel bedrijven toegelaten worden en bij een strikte burgercoöperatie enkel burgers. Natuurlijk zijn er nog andere combinaties mogelijk maar dit wordt op voorhand in de statuten door de initiatiefnemers vastgelegd. Merk ook op : De uittreding mag er echter niet toe leiden dat het vast deel van het kapitaal aangetast wordt, en evenmin mag het aantal vennoten, ingevolge de uittreding, dalen tot minder dan drie. In voorkomend geval moet de uittreding geweigerd worden DEMOCRATISCHE CONTROLE DOOR DE LEDEN (ARTIKELS 35 T/M 46) De democratische controle ligt in de handen van de leden/vennoten. Zij kunnen aan de hand van de algemene vergadering hun bevoegdheid doen gelden over om het even welk aangekondigd agendapunt. Indien gewenst, kunnen de vennoten ook een bijzonder algemene vergadering aanvragen indien ze één rangtelwoord van het kapitaal vertegenwoordigen. Het rangtelwoord wordt door de initiatiefnemers in de statuten vastgelegd. Het is raadzaam om bij de opstart goed te overwegen wie allemaal toegelaten wordt, want eenmaal lid van de coöperatie heeft het lid medezeggenschap in de coöperatie. Iedere vennoot heeft een in de statuten vastgelegd stemrecht, bijvoorbeeld elk aandeel geeft recht op één stem. Om het democratische principe sluitend te maken kan er in de statuten ook een beperking opgenomen worden. Zo wordt vaak geadviseerd om (zie artikel 42) op voorhand een stemrechtbeperking in te bouwen van maximaal één tiende van de stemmen bij meer dan 10 vennoten of om bij minder dan 10 vennoten te komen tot een gelijke stemmenverdeling. De oprichters kunnen bij aanvang het één tiende ook lager of hoger brengen, maar om door de Nationale raad der coöperaties goedgekeurd te worden mag dit maximaal op één/ tiende liggen. Dit kan ook nog in een latere fase van de coöperatie door de algemene vergadering aangepast worden en zal dan de nodige stemming en statuut wijziging tot gevolg hebben. Merk op: Iedere vennoot kan een agendapunt op de algemene vergadering laten zetten maar dit moet hij wel op voorhand op de agenda laten plaatsen en niet tijdens de algemene vergadering zelf aanbrengen. Het is raadzaam om het stemrecht te beperken tot maximaal één/ tiende van de stemmen op de vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aandelen ECONOMISCHE PARTICIPATIE DOOR DE LEDEN (ARTIKEL 14 EN 48) Naast het participeren via minimum één aandeel, is het gewenst om ook een gebruiksparticipatie (economische) op te nemen in de statuten. Dit gebeurt best onder de voorwaarden van aanvaarding van de vennoten. In modelstatuten zou dit onder artikel 14 verder kunnen uitgewerkt worden. De leden moeten minstens deelnemen aan het proces en moeten minimaal hun organische restmaterialen aan de coöperatie aanbieden, zodanig deze afvalstromen kunnen onderzocht worden op hun intrinsieke waarde voor de vergistingsinstallatie. Ook is het raadzaam om de actieradius waarbinnen de coöperatie haar afvalstromen wil betrekken op te nemen onder de voorwaarden. Zoals in het praktijkproject werd ervan uitgegaan dat alle bedrijven of leveranciers- leden binnen een straal van 30 km rond de vergistingsinstallatie moeten liggen. 79

80 Verder engagement in het proces kan mits echter goede afspraken te maken over de voorwaarden maar is geen basis vereiste voor toetreding. Als tegenprestatie van de coöperatie naar haar leden wordt er een economisch voordeel onder vorm van minimaal een ristorno op de geleverde volumes of kilogrammen of andere eenheid (bv calorische waarden) vooropgesteld. Deze ristorno zal een belangrijke economische trigger zijn om de leden te motiveren om lid te blijven. Daarnaast kan er ook de mogelijkheid tot het uitkeren van een dividend mee opgenomen worden in de statuten (onder bv artikel 48). De exacte modaliteiten omtrent de ristorno en het dividend kunnen opgenomen worden onder het huishoudelijk reglement. Merk op: Onder de voorwaarden van aanvaarding van de vennoten is het raadzaam om de vennoot te verplichten minimaal zijn eigen organische restmaterialen, die kunnen aangewend worden in de vergistingsinstallatie, via de coöperatie af te zetten en een economisch voordeel hieraan te koppelen door bijvoorbeeld een ristorno of een dividend AUTONOMIE EN ONAFHANKELIJKHEID (B. BIJKOMENDE BEPALINGEN) De coöperatie is in principe eigendom van haar aandeelhouders en staat onder rechtstreeks controle van haar aandeelhouders, waardoor ze haar autonomie kan vrijwaren. Het opbouwen van een eigen vermogen is aan te raden zodat de onafhankelijkheid gegarandeerd blijft. Eventueel een kapitaalsverhoging doorvoeren door de eigen leden hiertoe aan te sporen. Externe investeerders betrekken is een opties, maar deze zijn meestal niet geïnteresseerd in de gebruikswaarde van de coöperatie maar eerder in een financieel rendement op hun investering. Bijgevolg kan dit mogelijks de onafhankelijkheid in het gedrang brengen. Een goed financieel plan bij aanvang van de coöperatie is van essentieel en existentieel belang. Ook een goed operationeel plan dat in wezen door de raad van bestuur en/of dagelijks bestuur opgesteld wordt, zal moeten blijk geven van een financiële autonomie. Merk op: Autonomie en onafhankelijkheid staat of valt dikwijls met de ontkoppeling van de financiële draagkracht en de gebruikswaarde. Probeer de coöperatieve groei proportioneel te laten groeien met de financiële draagkracht van de eigen leden/vennoten ONDERWIJS, VORMING EN INFORMATIEVERSTREKKING (ARTIKEL 23, 25 EN 52) Om als goed huisvader, met name de raad van bestuur en/of dagelijks bestuur te kunnen handelen in naam van de vennootschap is het van essentieel belang dat de bestuurders voldoende informatie krijgen van hun vennoten. De te verwachten inlichtingen worden best omschreven in de statuten (zie artikel 23 mededelingsplicht). Concreet in het geval van een vergistingscoöperatie zou dit kunnen neerkomen op de volumes, kilogrammen en aard van de aan te leveren organische restmaterialen en tevens over de frequentie van aanvoer of dit continu of discontinu voorradig is. Op basis van deze informatie zal de raad van bestuur of het dagelijks bestuur de coöperatie zo optimaal mogelijk kunnen operatief houden. Daarnaast is het ook van essentieel belang dat de bestuurders voldoende inzicht en kennis verwerven in het besturen van een coöperatie. Opleiding en vorming zijn hier zeker niet uit den boze bij het aanvaarden van nieuwe bestuursleden. De leden moeten minimaal een balans kunnen begrijpen, de collectieve werking van een coöperatie begrijpen en voldoende communicatief uit de hoek kunnen komen zowel in goede als in slechte tijden. De verplichting tot het volgen van een interne of externe opleiding van de bestuurders kan eventueel opgenomen worden onder artikel 25 bij de benoemingsvoorwaarden van de bestuurders of in het huishoudelijk reglement (artikel 52). 80

81 Merk op: Zowel mededelingsplicht van de leden als een goed opgeleid bestuur is van essentieel belang om de werking van de coöperatie optimaal te laten verlopen COÖPERATIE TUSSEN COÖPERATIES Coöperatie tussen coöperaties leidt enerzijds tot een uitwisseling van ervaringen en anderzijds tot schaalvoordelen. Ervaringsgerichte uitwisselingen over de kansen en de valkuilen, zijn de leerrijkste. Merk op: probeer eerst de fundamenten van de eigen coöperatie zo goed mogelijk uit te bouwen en ga links of rechts in de leer bij collega coöperaties. Daarna kan een operationele samenwerking een enorme boost geven AANDACHT VOOR DE GEMEENSCHAP (ARTIKEL 3 DOEL) De vooropgestelde coöperatie rond vergisten van lokale organische restmaterialen van haar leden/vennoten levert niet alleen een economisch maar ook een ecologisch voordeel op. De coöperatie zorgt ervoor dat de afvalstromen worden omgebogen naar een bruikbare grondstof. Het vergisten van lokale organische restmaterialen brengt een verlaging van transportbewegingen met zich mee, een productie van groene stroom, restwarmte en een meststof voor de landbouw. Tevens is in deze blauwdruk coöperatie de sociale economie mee opgenomen om het verzamelen van de organische restmaterialen te realiseren. M.a.w. een perfect voorbeeld van duurzaam ondernemen (economisch, ecologisch en sociaal) ten dienste van de gemeenschap. Deze aandachtspunten zitten vervat in de modelstatuten onder artikel 3. Dit kan door de initiatiefnemers zelf verder aangescherpt worden bij de definitieve opstart. Merk op: De vooropgestelde coöperatie is een optimale mix van aandacht voor het milieu, de mens en de economie. 81

82 6. BOUWSTENEN VAN DEZE BLAUWDRUK Tracht met focus de belangrijkste bouwstenen te benoemen die deze blauwdruk oplevert aan potentiële initiatiefnemers die zich willen laten inspireren en informeren door jullie ervaring. 6.1 KANSEN Het opzetten van een cooperatie zoals beschreven doorheen deze blauwdruk kan volgende kansen bieden: Productie van hernieuwbare energie op basis van (eigen) biologische afvalstromen Binnen de blauwdruk worden er 2 pistes bekeken : Burgercoöperatie (individuele consumenten) Bedrijvencoöperatie Desalniettemin is er mogelijk ook een uitwerking van een hybride vorm tussen deze 2 uitersten mogelijk, mits het maken van goede afspraken. Bijdrage aan het behalen van de Europa richtlijn door een verhoging van de hoeveelheid geproduceerde hernieuwbare energie. Door coöperatief samen te werken kan het schaalvoordeel gehaald worden dat nodig is voor een rendabel vergistingsproject op te starten waar dat als enkele speler niet zal lukken. Decentrale en lokale energieopwekking waarbij markt-onafhankelijk gewerkt kan worden (voor de input stromen). Lokale verankering van energieproductie en de daaraan gerelateerde jobcreatie Voorzien in eigen energiebehoeften (elektriciteit en warmte) - of toch voor (minstens) één van de vennoten. Mogelijke opportuniteiten naar ondersteuning bestaande vergistingssector (indien stromen afgezet worden bij bestaande externe vergister) waar er op de dag van vandaag vraag is naar continue en kwalitatieve afvalstromen Opwaardering en beter beheer van de gegenereerde afvalstromen : doordat er een valorisatie-stap van de afvalstroom gecreëerd wordt kan men de afvalstroom aanzien als een energie-grondstof. Dit zal maken dat men er bewuster mee omgaat en het niet zozeer als een end-of-pipe gebeuren zal hanteren Samenwerking met partijen met coöperatieve instelling wat kan leiden tot nieuwe inzichten en overeenkomsten Samenwerking met Sociale Economie bedrijven waardoor er ook een sociale meerwaarde kan gerealiseerd worden naast de economische en ecologische 82

83 Creëren van meerwaarde voor de maatschappij zowel op ecologisch (productie hernieuwbare energie), economisch (rendabel project met lokale spelers) en sociaal vlak (jobcreatie in de Sociale Economie). Mogelijkheid tot vergroening van het image van de betrokken partijen. Betrekken van bedrijven, werknemers en/of burgers bij de productie van hernieuwbare energie maakt dat ze ook daarbuiten meer energiebewust zullen handelen. 6.2 KNELPUNTEN Logistiek verhaal : om de coöperatie vlot en rendabel de laten verlopen is het belangrijk dat er een zeer goede logistieke coördinatie zal gebeuren. Niet alleen is het belangrijk dat de stromen (zeer)frequent opgehaald worden, er dient ook nog onderscheid gemaakt te worden tussen de verschillende types stromen etc. Een goede logistieke planning en opvolging is dus noodzakelijk. Afzetkost digestaat : de rentabiliteit van een vergistingsproject is vaak afhankelijk van de afzetkost van de digestaat stroom. Idealiter heeft één (of meerdere) van de deelnemende vennoten een landbouwareaal ter beschikking waar het gehygiëniseerde digestaat op uitgereden kan worden. Indien dit niet het geval is dient het digestaat afgezet te worden op land van derden of bij een verwerker. Zeker bij deze laatste optie kunnen de afzetkosten voor het digestaat aanzienlijk stijgen en het gehele financiële plaatje negatief doen ombuigen. Hoogwaardige stromen : het is voor de rentabiliteit van het project belangrijk om de fractie aan hoogwaardige stromen (= met biogasproductiepotentieel > 100 Nm=/ton) te maximaliseren. Deze stromen geven immers meer energie-opbrengst en een lagere digestaat afzetkost dan laagwaardige stromen. Het vinden van deze stromen is de markt is echter niet vanzelfsprekend - vaak zijn er geen exacte cijfers van gekend omdat er nog geen gescheiden ophaling gerealiseerd wordt, soms zit men onder een contract met een andere ophaler voor lange duur, etc. Food vs Energy : ook hier kan men gaan speculeren over het food vs energy debat - zeker indien er stromen die momenteel naar veevoeder (of dergelijk) zouden gaan mee vergist zouden worden. Het was echter de opzet om binnen deze blauwdruk te werken met stromen die momenteel niet vergist werden of geen andere hoogwaardiger toepassing kenden. Belangenvermenging : indien een bepaalde vennoot verschillende taken op zich neemt (bv. afzet digestaat maar ook toevoer van afvalstoffen) is er gevaar op belangenvermenging. Het is in zo een geval uiterst belangrijk om goede communicatie tussen al de verschillende vennoten te faciliteren en duidelijke afspraken te maken. Overheidsinstanties : bij dit type partijen moet er steeds (reeds in een vroege fase) gepolst worden of ze überhaupt kunnen en mogen participeren in een coöperatie NIMBY : zelf als er lokale spelers betrokken zijn kan het zijn dat de buurtbewoners die gehuisvest zijn rond de locatie van de vergister het NIMBY-gedrag zullen vertonen. NIMBY staat hierbij voor Not In My Back Yard en geeft aan dat vaak installaties voor de productie van hernieuwbare energie met een scheef oog bekeken worden o.w.v. mogelijke geurhinden of andere overlast. Het is dan ook uiterst belangrijk om vanaf het begin van het project op regelmatige tijdsstippen overleg te hebben met de buurtbewoners om hen zo mee te laten dirigeren of zelfs participeren. Optimaliter kan men zelfs de 83

84 buurtbewoners mee laten profiteren van de vergistingsinstallatie door bv. het aanleggen van een warmtenet of iets dergelijk. 6.3 RANDVOORWAARDEN Wettelijk kader : het wettelijk kader dat gelinkt is aan de uitbating van een vergistingsinstallatie is niet te onderschatten. Zo moet er bv. in geval van verwerking van dierlijke OBA s een hygiënisatie-stap voorzien worden, moet er met reine en onreine zones gewerkt worden, moeten er registers bijgehouden worden, etc. Binnen deze blauwdruk werd er niet dieper op ingegaan op deze wettelijke omkadering omdat dit zeer specifieke materie is die mogelijk (te zeer) zou kunnen afschrikken. Mits het beroep doen op ondersteunende specialisten ter zake kan dit euvel relatief eenvoudig weggewerkt worden. Kwaliteit biomassa stromen : er is bij het uitvoeren van deze blauwdruk uitgegaan van een continue kwaliteit van de aangebrachte biomassastromen. Indien er te verwachten is dat de kwaliteit sterk zou schommelen doorheen het jaar o.w.v. seizoenale schommelingen dienen er bijkomende maatregelen genomen te worden (bv. stockage, bijkomende stromen) om de rentabiliteit van het project te verzekeren. Coöperatieve samenwerking: het is uiteraard belangrijk dat de verschillende vennoten willen samenwerken binnen het coöperatieve gedachtengoed. Mogelijk zijn er immers in de toekomst binnen de markt veranderingen die maken dat op zich werken op dat moment meer opportuun is dan binnen de coöperatie te werken, maar evengoed kan het (sterk) de andere kant op gaan. Het is dus belangrijk - zeker bij de bedrijvencoöperatie - om met een degelijke vertrouwensband te kunnen starten. Geografische afbakening : het is belangrijk een duidelijke afweging te maken (obv de te verwachten biogasproductie) hoe ver je kan rijden voor een bepaalde stroom. De kosten die gepaard gaan met het ophalen van een stroom moeten zeker gerecupereerd kunnen worden binnen de opbrengsten van de coöperatie. Goede en duidelijke afspraken : het is in belang van elke coöperatie dat er goede en duidelijke afspraken gemaakt worden en dat elke partij (zeker bij de bedrijvencoöperatie) duidelijk stelt wat zijn doel is met participatie in de coöperatie. Inplantingslocatie vergister : de vergister moet op een optimale locatie ingepland worden (indien er een eigen vergister gebouwd wordt). Hierbij is de optimale locatie een locatie bij één van de vennoten welke met een hoge energiekost zit (zowel elektriciteit als warmte) en waarbij er liefst ook nog eens digestaat afgezet kan worden. Daarnaast is de locatie van de vergister ook bepalend voor het type stromen die aangevoerd kunnen worden : zo moet een vergister in landbouwgebied veelal een bepaald volume (in %) mest binnen nemen, waar je bij een vergister in industriegebied meer vrijheid hebt naar type toevoerstromen. 84

85 BIBLIOGRAFIE Lieve Jacobs & Wim Van Opstal, (januari 2013) : Wat is coöperatief ondernemen? From the selected works of Wim Van Opstal Guy Lambrechts, 31/07/2013, Coöperaties en producentenorganisaties. Een doorlichting., Technische brochure, Vlaamse overheid/ Departement Landbouw en Visserij, Afdeling : Landbouw en Visserijbeleid Wim Van Opstal, (januari 2013) : Coöperaties in België. Top 100 van de grootste Belgische coöperatieve vennootschappen in From the selected works of Wim Van Opstal Boerenbond, Coöperatief Overlegplatform van de land en tuinbouw coöperaties, 2003? : Code voor deugdelijk bestuur van coöperaties. Voortgangsrapport 2011 (Biogas-E) Voortgangsrapport 2012 (Biogas-E) Website Vlaamse Land Maatschappij (www.vlm.be) Coöperatief Vlaanderen, (26/02/2014) B&A Advies, (23/08/2013) Interne en bedrijfsspecifieke expertise (DLV Belgium, DLV Inno Vision, Biogas-E, UGent, Pro Natura, Inagro) 85

86 BIJLAGE 1 : INITIËLE INVENTARISATIE CO-4-ENERGY Zie afzonderlijk document 86

87 BIJLAGE 2 : RESULTATEN KLANKBORDOVERLEG Wat is de Trigger om in te stappen in dergeleijke Coöperaties? Bedrijvencoöperatie Burgercoöperatie Stimuleren van duurzame elektriciteitsopwekking Duurzame afvalverwerking Organisatie van onbenutte biomassa Duurzame afvalverwerking Meerwaarde betrokkenheid Aanleveren van Biomasse Past in het bedrijfs-portofolio Tewerkstellening kansengroepen (SE) Aannemen van Elektriciteit-Warmte-Digestaat Kleinschaligheid Diversifiëring Opzetten van een communicatiekanaal Maatschappelijke bewustwording Duurzame lokale afzet en verwerking NIMBY-sensibilisering Lokale en regionale vertegenwoordiging in beleid Gevoel dat je zelf betrokken bent Tewerkstellening (o.a. kansengroepen) MVO Eigen verwerking van afvalstromen, meer onafhankelijkheid Betrokkenheid (ook economisch) Ons groenafval wordt niet gescheiden opgehaald Deelnemen aan Milieucharter Meerwaardecreatie met lokale verankering Halen van duurzaamheidsdoelstellingen o Economisch Economische redenen o Ecologisch 20/20/20 bijdrage o Sociaal PR Zelfvoorzienend, decentralisatie Zelfvoorzienend Valorisatie van Afval Meer vanuit buikgevoel Wat zou de Struikelblok zijn om niet in te stappen? Bedrijvencoöperatie Burgercoöperatie Rentabiliteit van het project, niet sluitend businessplan Wij hebben weinig biomassa en goede verwerking Geen inspraak Economische haalbaarheid Onzekerheid over economische gevolgen Bepaalde beslissingen van de coöperatie Technische inpasbaarheid Integratie Biomassa en energie Lukt dit zonder subsidies? Is het rendabel? Wettelijk kader en steunkader Lukt dit zonder subsidies? Woonwijkgebied Veiligheid Zeer lage elektriciteitsprijs van grote verbruikers (tot 0.10 EUR/kWh) Arbeidsintensiteit Eigen transport Communicatie 87

88 Continuïteit aanvoer biomassa (vb. verlofperiodes kan er een gebrek optreden) Stopzetting van proces Woonwijkgebied Brandveiligheidscriteria Ver van de corebusiness Onzekere slaagkansen Zoeken en vinden van goede partners Concurrentie van andere bedrijven Grote financiële inbreng Kostprijsreductie van normale afvoer Tijdsbesteding Snelheid van beslissingen Onzekerheid over andere cooperanten Continuïteit Tewerkstelling Sociale Economie Zekerheid van afzet Vergunningsproblemen Kennis van het proces Wat zijn uw Verwachtingen van de coöperatie? Bedrijvencoöperatie Burgercoöperatie Betere dienstverlening dan dat er op vandaag is Meerwaardecreatie met lokale verankering Duurzame oplossing o Economisch Goede partners o Ecologisch Nieuwe marktniche o Sociaal Dienstverlening lokaal bestuur Samenwerking rondom hernieuwbare energie Ophaalmogelijkheden Meerwaardecreatie met lokale verankering Alle afvalstromen ophalen MVO o Economisch Goedkope afzet van eigen afvalstromen o Ecologisch Bewustwording o Sociaal Lokale werking Samenwerking rondom hernieuwbare energie Vlotte communicatie en info Alle afvalstromen ophalen MVO Goedkope afzet van eigen afvalstromen Bewustwording Lokale werking Vlotte communicatie en info 88

89 Welke Rol kan u betekenen in de coöperatie? Bedrijvencoöperatie Burgercoöperatie Technische ondersteuning Advies Investeerder Aanvoer GFT Promotie en bekendmaking Verspreiding blauwdruk voor nieuwe coöperaties Samenbrengen mensen Consultancy Doelgroep medewerkers Communicatiekanaal Leveren van biomassa Afname van Energie NIMBY-sensibilisering Leveren van biomassa Conceptuele ontwikkeling Organisatie ophaaldienst Afname van Energie Beheer Afname digestaat Communicatie ondersteuning Investeerder Verspreiden Blauwdruk Structureren Algemene werking, faciliteren Economische en Juridische ondersteuning Samenbrengen actoren Sociale tewerkstelling Kennis omtrent Sociale Economie Huisvesting verwerkingsinstallatie 89

90 BIJLAGE 3 : BETROKKEN PARTNERS CO-4-ENERGY DLV Belgium & DLV Innovision : DLV Belgium is een multidisciplinair adviesbureau in de agrarische, para-agrarische, KMO en industriële sector. Met strategisch advies op maat van het bedrijf wordt de klant bijgestaan in hun globale ontwikkelingsvisie. Hierbij ligt de specialisatie van DLV Belgium in de domeinen milieu, bouw, energie, kwaliteit, bodem, strategie, accountancy en productie. DLV, afdeling Energie, begeleidde het vergunningstraject van ca. honderd vergistingsinstallaties in Vlaanderen en Wallonië. Het advies start met de uitwerking van het concept vande installatie en de bijhorende rendabiliteitsberekeningen. Daarna kunnen alle adminstratieve verplichtingen opgevolgd worden voor, tijden en na het bouwen van de installaties.dlv Belgium is absolute marktleider in advies in de biogas-vergistingssector. Bij zo n 85 à 90% van de vergistingsinstallaties in Vlaanderen is DLV Belgium betrokken bij minstens de rentabiliteitsbepaling, opstart, milieuvergunningsaanvraag of exploitatiefase. DLV Belgium heeft dan ook een groot netwerk binnen de vergistingssector, zowel naar uitbaters van de vergistingsinstallaties als naar verschillende overkoepelende organisaties (ODE, Cogen, etc.) en verschillende overheden. Naast de energie-afdeling heeft DLV Belgium eveneens een sterke poot in strategisch, milieu, plant, bouw, fiscaal-boekhoudkundig, bodem, marktinformatie en productie advies. Het team dat vanuit DLV Belgium meewerkt aan dit project zal bestaan uit personen met verschillende achtergronden : sommigen van hen hebben vooral ervaring in strategisch ondernemen, opstarten van coöperaties, etc ; waar anderen hun expertise zeer toegespitst is naar de vergister-wereld toe (zowel qua advies als administratie). Daarnaast werkt er ook iemand met juridische achtergrond mee en wordt het rapporteringsgedeelte opgenomen door de dochterfirma DLV InnoVision. Biogas-E : Biogas-E vzw is het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen. Het ontstond in 2004 aan de vakgroep milieukunde van HOWEST (Hogeschool West-Vlaanderen) in Kortrijk. Aanzet tot de start van de vzw was het KIV-project Optimalisatie van de biogasproductie van anaerobe vergisters voor verwerking van mest, industrieel organisch afval en GFT-afval. Toen dit project ten einde liep in 2000 werd het verder gezet door het HUBO-project 'Platform voor de implementatie van anaerobe vergisting in Vlaanderen'. De vele positieve reacties op het werk van beide projecten bewezen het nut van een platform voor anaerobe vergisting. Eind 2004 kreeg het platform dan een opvolger onder de vorm van een vzw. 'Biogas-E vzw' moet de activiteiten van het vroegere platform verderzetten en uitbreiden. Biogas-E vzw streeft naar een maximale benutting van het biogaspotentieel in Vlaanderen en zal zo veel mogelijk initiatieven m.b.t. anaerobe vergisting objectief begeleiden. De activiteiten van Biogas-E vzw kunnen als volgt worden samengevat: Kenniscentrum : Biogas-E vzw wenst een onafhankelijk kenniscentrum te zijn m.b.t. tot alle aspecten (technologisch, economisch, wetgevend, sociaal, ecologisch) van anaerobe vergisting. Door nauw samen te werken met verschillende instellingen houdt Biogas-E een stevige voet in de praktijk en de knelpunten van anaerobe vergisting, waarbij ze ook de technologische innovatie in deze sector tracht op te volgen via deelname aan verschillende onderzoeksprojecten. Beleidsondersteuning : Vanuit onze kennis en ervaring trachten wij ook de overheid op een objectieve manier te informeren om de ontwikkeling van anaerobe vergisting in Vlaanderen te 90

91 stimuleren. Onze aandacht gaat hier ook uit naar het ondersteunen van nieuwe toepassingen (groen gas, groene warmte). Vorming : Via lesavonden en excursies tracht Biogas-E vzw exploitanten, industriëlen, studenten en geïnteresseerden te informeren en met elkaar in contact te brengen. Ook in het kader van de verschillende projecten (graskracht, etc.) tracht Biogas-E vzw zijn expertise te delen. Inagro : Inagro is een praktijkgericht onderzoeks- en voorlichtingscentrum voor land- en tuinbouw, gesitueerd binnen West-Vlaanderen. De werking van Inagro richt zich op land- en tuinbouw, inclusief de integrale keten stroomopwaarts en stroomafwaarts en de raakvlakken met natuur, milieu en samenleving. Inagro beheert sinds 2008 een eigen kleinschalige biogasinstallatie met een motor van 30 kw. Alle expertise is dus aanwezig betreffende het technische en administratieve beheer van dergelijke installatie. De biogasinstallatie wordt niet alleen ingezet voor energieproductie en voor onderzoek maar heeft ook een grote demonstratieve functie. Jaarlijks komen heel wat geïnteresseerden uit landbouw maar ook particulieren en uit het bedrijfsleven de installatie bezoeken. Met enerpedia.be heeft Inagro een kennisplatform rond energiebesparing en hernieuwbare energieproductie gecreëerd voor de land- en tuinbouwsector. Binnen dit digitaal kennisplatform wordt ruime aandacht besteed aan vergisting met een aparte focus op kleinschalige vergisting. Er is een eenvoudig rekenmodel ontwikkeld voor een eerste evaluatie van de financiële haalbaarheid van een kleinschalige mestvergister. Dit is consulteerbaar op enerpedia.be. Op dit ogenblik worden door Inagro 2 kleinschalige vergisters op landbouwbedrijven opgevolgd met het oog op evaluatie van de technische performantie, arbeidsbehoefte en financiële return van een dergelijke installatie. Ook de eventuele toegevoegde waarde van het digestaat is hierbij een item. Via diverse projecten heeft Inagro behoorlijk wat expertise opgebouwd rond kwaliteit en eventuele valorisatiemogelijkheden van het digestaat. Pro Natura : Pro Natura werkt sinds 1993 onder het motto "Werk maken van Natuur!". Dit weerspiegelt zich in een duurzaam en sociaal gedachtegoed. Als sociale economie-onderneming creërt Pro Natura werk voor doelgroepen door het uitvoeren van ecologische dienstverlening. Het netwerk bestaat uit 4 vzw s en een CVBA met Sociaal Oogmerk: vzw Pro Natura Sociale Werkplaats, vestigingen in Eeklo en Halle vzw Pro Natura, voorheen Econet Vlaams-Brabant, vestiging in Halle en Vilvoorde vzw Pro Natura Oost-Vlaanderen, vestiging in Eeklo vzw Pro Natura Steunfonds CVBA Kasteelhoeve Poeke: onze landbouwvennootschap In totaal werken 155 medewerkers verspreid over de drie vestigingen bij Pro Natura. Bijna 80 % van ons personeel is arbeider. Zij werken binnen de 9 zogenaamde Intergemeentelijke Natuur- en Landschap- ploegen (INL) of in de ploegen van onze sociale werkplaats. Dagelijks spannen een 70-tal 91

92 arbeiders van onze INL ploegen zich in om meer en betere natuur te creëren in de gemeenten (het snoeien van bomen, het beheren van holle wegen, maaien van trage wegen, het ontwerpen en aanleggen van geboorteboomgaarden en speelbossen, ). Daarnaast werken er ongeveer 30 arbeiders in onze sociale werkplaats, die bij voorkeur werken op projecten in het kader van natuurbeheer, landschapszorg en harmonisch parkbeheer die ook een maatschappelijke meerwaarde kunnen opleveren, zoals het gifvrij bestrijden van onkruid in de gemeenten. Tenslotte doet Pro Natura in Eeklo ook aan arbeidszorg. Arbeidszorg voorziet in een begeleid traject voor mensen die moeilijk werk vinden in het klassieke en het beschermde tewerkstellingscircuit. Zij kunnen met behoud van hun vervangingsinkomen zinvol werk uitvoeren dat aangepast is aan hun mogelijkheden. Daarnaast is er ook de nodige expertise in huis om de innovatieve projecten, natuurontwikkeling en ecologisch advies verder uit te bouwen. Zo werkt Pro Natura reeds meerdere jaren mee aan innovatieve projecten omtrent het produceren van duurzame energie uit groenafvalstromen en het creëren van sociale tewerkstelling bij hieraan verwante activiteiten. De studiecel van Pro Natura bestaat uit wetenschappelijk medewerkers, kwaliteitsverantwoordelijken en natuurontwikkelaars. Universiteit Gent : De vakgroep landbouweconomie van de Universiteit Gent heeft jarenlange ervaring met sociaal-economische evaluaties in de economie van natuurlijke hulpbronnen. Jeroen Buysse, de verantwoordelijke binnen de vakgroep voor dit project heeft uitgebreide kennis en ervaring met projecten rond afvalverwerking, vergisting en logistieke optimalisatie. Het Laboratorium Ecochem is via Prof. E. Meers gespecialiseerd in Milieuchemie en Milieutechnologie van hernieuwbare energie uit organische afvalstromen. E. Meers heeft de voorbije 6 jaar (Aug Mrt2012) de functie als gastprofessor in deze vakdomeinen gecombineerd met de hoedanigheid van Business & Technology Development Staff Manager bij een multinational energieleverenacier (Eneco Energie), waarbij hij uitgebreide ervaring heeft met ontwikkeling en plaatsen van installaties voor de opwerking van organische afvalstromen tot. In deze periode heeft hij onderhandelingen en agro-industriële samenwerkingen uitgewerkt tussen stakeholders uit de landbouwwereld en energiesector. Daarnaast heeft E. Meers ook projectervaring omtrent de integratie van sociale economie in de voortrein van biomassa-sourcing voor energiedoeleinden. Zo maakt hij sinds 2011 deel uit van de Raad van Advies / Raad van Bestuur van Pro Natura gericht op de activatie van laaggeschoolde doelgroepen in dergelijke activiteiten en heeft hij zich in twee lopende projecten en één op te starten project toegelegd op specifiek deze tewerkstellingsopportuniteit (1 Vlaams, 2 Europese projecten). Sinds april dit jaar (2012) heeft Prof. Meers de industriële aanstelling bij Eneco verlaten om zich toe te leggen op een functie als coördinator van de Vlaamse platformwerking voor de biogassector in Vlaanderen (Biogas-E). Ecochem vervult via Prof. E. Meers dus een academische kruispuntfunctie die in voorbije jaren diverse agrarische, soc. economische en industriële stakeholders heeft verenigd in hun gemeenschappelijk streven om organische reststromen te verwerken tot energie. 92

93 Agro Plan Conculting (Onderaanneming) - Guy Claessens : APC is sinds 1999 een adviesbureau, hoofdzakelijk actief in de agrarische sector. De kernactiviteit van APC is het projectmatig mee helpen realiseren van creatieve ideeën van bedrijven en organisaties. APC werkt daarbij op maat van de opdrachtgever en streeft naar samenwerking en duurzame bedrijfsvoering. Expertise op niveau van coöperaties en andere samenwerkingsverbanden: APC werkt als trajectbegeleider voor het oprichten van samenwerkingsverbanden tot coöperaties. Dit start bij het faciliteren van de eerste ideeën tot het opzetten van structuren en uitschrijven van businessplannen en projecten. APC heeft een groot aantal coöperaties mee opgericht en begeleid zoals producentenorganisaties VOC, Atalanta, Greenpartners, Greenbow, New Green, Green Farm en Green Diamond. Maar ook vzw s zoals West-Vlaamse hoeveproducten, Ferm local, t Boerenlandschap en Brussels Grondwitloof. Fidelis (Onderaanneming) - Matthijs Boúúaert : Zelfstandig adviseur inzake financiële en administratieve begeleiding en ontwikkeling. Specifieke focus wordt geircht op Risico-Management en Termijnmarktwerking in de agro- en foodbunisess waarbij de activiteiten gespreid zijn over de volledige voedsel keten. Aansluitend is er een bijkomende focus op bedrijfseconomische en strategische advisering KMO s, in hoofdzaak land- en tuinbouw. 93

94 BIJLAGE 4 : BETROKKEN PROEFTRAJECT PARTICIPANTEN CO-4-ENERGY Zoals voorafgaand ruimschoots aan bod kwam, werden er bij de invulling en in kaart brengen van de Co-4- Energy doelstellingen verschillende doelgroepen aangesproken. Na grondige analyse van de mogelijkheden is de blauwdruk opgebouwd rondom enkele bedrijven/instellingen in de regio Gent. Op deze manier kon de theoretische invulling van de blauwdruk geverifieerd worden met realistisch en effectief cijfermateriaal. (onderstaande info is verkregen vanuit de website van desbetreffend bedrijf of instelling) Universiteit Gent : De Gentse Universiteit werd opgericht door koning Willem I van Oranje in 1816 en plechtig geopend op 9 oktober Het eerste professorenkorps telde zestien leden, 190 studenten schreven in voor de vier faculteiten: Letteren, Rechten, Geneeskunde en Wetenschappen. Op vandaag is de UGent met meer dan studenten en personeelsleden één van de grootste universiteiten in het Nederlandse taalgebied. De UGent telt jaarlijks zowat buitenlandse studenten, uitwisselingsstudenten inbegrepen, onder wie studenten uit de Europese Unie en uit een niet-eu-land. De UGent bekleedt een eigen positie onder de Vlaamse universiteiten als open, sociaal geëngageerd en pluralistisch. Meer dan 120 vakgroepen, verdeeld over 11 faculteiten, bieden hoogstaande en door onderzoek ondersteunde opleidingen aan. Disciplines als biotechnologie, aquacultuur, micro-elektronica en geschiedenis genieten wereldfaam. De Ugent heeft een omzetcijfer van ca. 410 Miljoen EUR/jaar, waarvan 49% komt uit een toelage van de Vlaamse Gemeenschap. Universiteit Ziekenhuis Gent : Het UZ Gent is met ruim patiënten per dag en meer dan 6000 medewerkers een van de grootste en meest gespecialiseerde ziekenhuizen in Vlaanderen. Patiënten kunnen er terecht voor een volledig aanbod van hooggespecialiseerde, kwalitatieve zorg. Het ziekenhuis beschikt hiervoor over uitgebreide voorzieningen en meer dan 1000 bedden voor eendaagse en meerdaagse opnamen. In de zorgverlening staan kwaliteit en klantvriendelijke dienstverlening centraal. Als universitair centrum investeert het UZ Gent ook in wetenschappelijk onderzoek en opleiding. Daarvoor werkt het ziekenhuis nauw samen met de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Artsen en artsen-specialisten worden er opgeleid en onderzoekers werken in tal van diensten aan nieuwe technieken voor diagnostiek en behandeling. De ziekenhuiscampus wordt momenteel ingrijpend verbouwd. Het UZ wil tegen 2020 een moderne, toegankelijke en duurzame Health Campus zijn die beantwoordt aan de noden van alle gebruikers. Sodexo : Sodexo, door Pierre Bellon opgericht in 1966 te Marseille, is vandaag worldleader in quality of life solutions. Gedreven door eenzelfde passie voor dienstverlening is de Groep met medewerkers aanwezig in 80 landen. Ze willen dat de Dagelijkse Levenskwaliteit bepalend is voor het welzijn en de motivatie op het werk. Het is de bron van de prestatiekracht van onze strategische partners. 94

95 Sodexo streeft ernaar diensten met hoge toegevoegde waarde te ontwikkelen, zowel in bedrijven, scholen en universiteiten, als in ziekenhuizen, gevangenissen of levensbasissen op afgelegen locaties. Sodexo ontwikkelt, beheert en biedt al de klanten een unieke reeks On-site Service Solutions, Motivation Solutions en Personal and Home Services die de Dagelijkse Levenskwaliteit verbeteren. In deze blauwdruk en de gelinkte cijfers wordt er enkel rekening gehouden met de data komende uit de publiek-private samenwerkingsovereenkomst tussen enerzijds het UZ Gent en Sodexo, als vaste cateringleverancier. Alle vestigingen buiten de UZ Gent site worden in dit verhaal buiten beschouwen gelaten. Sodexo heeft een exclusief leveringscontract ter voorbereding, serveren en verwerking van alle cateringproducten (eten en drank), dit voor zowel de bezoekers, patiënten, personeel en studenten komende op de site. Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain : Het P.C. Dr. Guislain is een algemeen psychiatrisch centrum dat binnen de Gentse regio een betekenisvolle plaats inneemt op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg. Het centrum onderschrijft de Missie van de Broeders van Liefde, die oproept om op een deskundige en zorgzame manier om te gaan met psychisch zieke mensen. Dit vertaalt zich in de olgende visie voor het P.C. Dr. Guislain. Het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain te Gent omvat, verspreid over 5 campussen, namelijk een algemeen psychiatrisch ziekenhuis; een uitgebreide poliklinische werking; en een psychiatrisch verzorgingstehuis. Daarnaast biedt het eveneens de mogelijkheid aan tot Beschut Wonen (middels het samenwerkingsverband Zagan). Er wordt gestreefd om dit ruim behandel- en begeleidingsaanbod optimaal af te stemmen op de zorgvraag van de patiënt, de bewoner en zijn omgeving. Als voorziening van de Broeders van Liefde vertrekt het P.C. Dr. Guislain vanuit een duidelijk omschreven missie en een hedendaagse benadering van de geestelijke gezondheidszorg. Voedingsbedrijf X: wenst voorlopig verder anoniem te blijven 95

96 BIJLAGE 5 : DATABASE AFVALSTROMEN PROEFTRAJECT PARTICIPANTEN Zie afzonderlijk document 96

97 BIJLAGE 6 : PROCESTECHNIEK VERGISTINGSINSTALLATIES Vergistingsinstallaties zijn in de praktijk zeer divers, de procestechniek is dus niet makkelijk samen te vatten in enkele pagina's tekst. Deze bijlage wordt er toch gepoogd om de basisbeginselen omtrent anaerobe vergisting, op een theoretisch en praktisch eenvoudige manier uit te leggen. (Deze info is samengesteld op basis van de gegevens beschikbaar onder de rubriek Procestechniek op de website van Biogas-E, dit per 23/08/2012.) 1. Wat is vergisten? Een microbieel proces Via vergisting zet een consortium van verschillende soorten micro-organismen biomassa en organisch afval om naar biogas, een mengsel van methaan (CH 4 ), koolstofdioxide (CO 2 ), en kleinere bestanddelen (H 2 O, H 2 S, NH 3,...). Methaan is een energiedragend gas dat in een verbrandingsmotor kan worden omgezet naar stroom, warmte of mechanische arbeid (bv. auto). Anaerobe vergisting gebeurt spontaan in de natuurlijke omgeving: bv in de spijsvertering van de koe,...maar deze omgeving kan door de mens worden geïmiteerd voor de productie van groene energie uit biomassa. Biogas kan ook worden gewonnen uit afvalwaterstromen (UASB) of historische stortplaatsen. Het anaërobe vergistingsproces bestaat uit een reeks opeenvolgende metabolische processen die in vier fasen op te delen zijn: hydrolyse, acidogenese, acetogenese en methanogenese : In de hydrolyse worden lange koolstofketens enzymatisch gesplitst tot kortere ketens; in de tweede stap, de verzuring, worden de korte ketens verder afgebroken tot vluchtige vetzuren; in de acetogenese worden de vluchtige vetzuren verder omgezet naar azijnzuur, waterstofgas en koolstofdioxidegas; de laatste stap of de methanogenese zorgt er voor dat azijnzuur (acetaat), maar ook koolstofdioxide en waterstofgas omgezet worden tot biogas. 97

Kan de biogassector grote volumes aardappelen uit de markt nemen? 27-01-2015, Oudenaarde. E. Meers & J. De Mey

Kan de biogassector grote volumes aardappelen uit de markt nemen? 27-01-2015, Oudenaarde. E. Meers & J. De Mey Kan de biogassector grote volumes aardappelen uit de markt nemen? 27-01-2015, Oudenaarde E. Meers & J. De Mey Biogas-E vzw Prof. Dr. Ir. Erik Meers Coördinator Biogas-E U Gent, Fac. Milieuchemie Ir. Jonathan

Nadere informatie

Samen investeren in hernieuwbare energie. Daan Creupelandt Dirk Vansintjan

Samen investeren in hernieuwbare energie. Daan Creupelandt Dirk Vansintjan Samen investeren in hernieuwbare energie Daan Creupelandt Dirk Vansintjan Even opwarmen Wie kent Ecopower? Zijn er coöperanten? Zijn er klanten? 2 Overzicht 1. Ecopower 2. Coöperatief ondernemen 3. REScoop.eu

Nadere informatie

IEE/12/046/SI2.645700 2013-2016

IEE/12/046/SI2.645700 2013-2016 IEE/12/046/SI2.645700 2013-2016 04/07/2014 Disclaimer The sole responsibility for the content of this publication lies with the authors. It does not necessarily reflect the opinion of the European Union.

Nadere informatie

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel

Nadere informatie

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw Hoe maak je biogas? Inhoud presentatie Wie en wat is Biogas Plus? Hoe werkt een biogasinstallatie? Voor wie is een biogasinstallatie interessant? Is een biogasinstallatie duurzaam? Zijn subsidies nodig?

Nadere informatie

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg)

Reken op ons! Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) 10/12/2010 Donkere wolken boven de zonnepanelen (vervolg) Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche vind koppigheid een slechte eigenschap voor een regering en gaat in op het voorstel van de sector

Nadere informatie

MY STATEMENT PAPER. De grootte van de biogassector als energieoplossing zal beperkt blijven

MY STATEMENT PAPER. De grootte van de biogassector als energieoplossing zal beperkt blijven MY STATEMENT PAPER De grootte van de biogassector als energieoplossing zal beperkt blijven Sebastiaan Nijs 14/04/2015 Inleiding Tijdens mijn thesis is er onderzoek gebeurd naar de anaerobe verwerking van

Nadere informatie

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 AGENDA Biogas-E vzw Biomassa Anaerobe vergisting Digestaat Biogas en de toepassingen Anaerobe vergisting en het milieu

Nadere informatie

ENERGIE? Beheer van Common Goods!

ENERGIE? Beheer van Common Goods! ENERGIE? Beheer van Common Goods! Fiene Biesbrouck & Daan Creupelandt Antwerpen 20 oktober 2015 Inleidende video 2 Overzicht 0. Inleidende video 1. Energietransitie 2. Energiedemocratie 3. REScoops 4.

Nadere informatie

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk?

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Casus: Het Hinkelspel cvba Kenmerken Opgericht in 1982 Multistakeholder coöperatie > 2 miljoen euro omzet in 2013 > 70 vennoten We blijven

Nadere informatie

Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder

Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder 16/12/2010 Cogen Vlaanderen Daan Curvers COGEN Vlaanderen Houtige biomassa in de landbouw 16

Nadere informatie

Verkenning biomassaketens Moubeek- Vloethemveld

Verkenning biomassaketens Moubeek- Vloethemveld Pieter Verdonckt T 051/ 27 33 82 pieter.verdonckt@inagro.be Expert houtige biomassa Inagro vzw Maatschappij en Leefomgeving Willem Boeve T 051/27 33 79 willem.boeve@inagro.be Expert valorisatie maaisel

Nadere informatie

MEMO GAD BNG 28.50.30.701 ISO 14001. Gewestelijke Afvalstoffen Dienst. Portefeuillehouders Milieu. Werkgroep biomassa en 'rijden op groen gas'

MEMO GAD BNG 28.50.30.701 ISO 14001. Gewestelijke Afvalstoffen Dienst. Portefeuillehouders Milieu. Werkgroep biomassa en 'rijden op groen gas' Gewestelijke Afvalstoffen Dienst Gooi en Vechtstreek Postadres: Postbus 514 1200 AM Hilversum Bezoekadres: Hooftlaan 32 1401 EE Bussum Telefoon: (035) 699 18 88 Fax: (035) 694 17 45 Internet: www.gad.nl

Nadere informatie

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh.

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh. Regeling van de Minister van Economische Zaken van.., nr. WJZ, houdende vaststelling van de vaste bedragen per kwh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor het jaar 2005

Nadere informatie

Mest, mestverwerking en wetgeving

Mest, mestverwerking en wetgeving Mest, mestverwerking en wetgeving Harm Smit Beleidsmedewerker Economische Zaken, DG AGRO Inhoud Feiten en cijfers. Huidig instrumentarium. Visie op mestverwerking en hoogwaardige meststoffen Toekomstig

Nadere informatie

Oprichtingsvergadering 3 april 2013. Opgewekt aan het IJ

Oprichtingsvergadering 3 april 2013. Opgewekt aan het IJ Oprichtingsvergadering 3 april 2013 Opgewekt aan het IJ Agenda oprichtingsvergadering 3 april 2013 1.Korte introductie ronde: RvC, bestuur en aanwezigen 2.Over NDSM Energie Missie, visie, kernwaarden,

Nadere informatie

Akkoord Bespreken Naam Datum

Akkoord Bespreken Naam Datum Reg. nr.: 1310125 Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Onderwerp Biomassaplein Samenvatting De gemeenten Boxtel, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Vught, Best en mogelijk Oisterwijk willen samen een biomassaplein

Nadere informatie

De eigen vermogens voor de fusie zullen opgeteld worden in het eigen vermogen na de fusie.

De eigen vermogens voor de fusie zullen opgeteld worden in het eigen vermogen na de fusie. Fusies en absorpties SigmaConso llen White Principieel kan een fusie van twee vennootschappen van dezelfde consolidatiekring geen impact hebben op de geconsolideerde rekeningen. Economisch gezien, wat

Nadere informatie

Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010. Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie

Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010. Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie Vergisting anno 2010 Rendabele vergister onder SDE 2010 Hans van den Boom 22 april 2010 Sectormanager Duurzame Energie Financieren Duurzame energie binnen Rabobank Groep Maatwerk Sustainability naast Food

Nadere informatie

Duurzaam ondernemen in Vlaanderen. Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel?

Duurzaam ondernemen in Vlaanderen. Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel? Duurzaam ondernemen in Vlaanderen Studienamiddag Roeselare Warmtenetten in Vlaanderen: welke business cases bieden potentieel? 18 juni Michel Davidts warmteontwikkelingen Kader Restwarmtegebruik maakt

Nadere informatie

Duurzame Regio Energie

Duurzame Regio Energie Duurzame Regio Energie Fase 2: Omgevings Benuttings Plan In het kader van het project zijn er in september de volgende afspraken gemaakt: Overleg met netwerkbeheerders over de technische haalbaarheid;

Nadere informatie

Vlaanderen is ondernemen. Overname kompas Continuïteit voor je onderneming AGENTSCHAP ONDERNEMEN. AGENTSCHAPONDERNEMEN.be

Vlaanderen is ondernemen. Overname kompas Continuïteit voor je onderneming AGENTSCHAP ONDERNEMEN. AGENTSCHAPONDERNEMEN.be Vlaanderen is ondernemen Overname kompas Continuïteit voor je onderneming AGENTSCHAP ONDERNEMEN AGENTSCHAPONDERNEMEN.be Werken aan de continuïteit van uw onderneming is een heel proces en kan verschillende

Nadere informatie

LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging

LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging LochemEnergie Lochemse Coöperatieve Energievereniging Ja ik wil zonne-energie, maar... Wat moet ik doen? Is het financieel rendabel? Welke zonnecellen zijn het beste? Waar en door wie worden panelen geïnstalleerd?

Nadere informatie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Doelstelling thema bijeenkomst: Inzicht in ontwikkelingen bij overheid, industrie en agrarische sector Inzicht in kansen voor synergie

Nadere informatie

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk?

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Casus: Choco cvba Kenmerken Opgericht in 2002 Coöperatie van werkers 3.308.054 euro omzet in 2013 11 Vennoten Bij Choco zijn de 7 principes

Nadere informatie

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk?

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Casus: Ecopower cvba Kenmerken Opgericht in 1991 Consumentencoöperatie 25,7 miljoen euro omzet in 2013 Bijna 50.000 vennoten De ICAprincipes

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

25/03/2013. Overzicht

25/03/2013. Overzicht Micro-WKK: basisbegrippen en toepassingsmogelijkheden Tine Stevens, Vlaams Energieagentschap Regiovergadering Provincie West-Vlaanderen 12 en 14/03/2013 2 Warmte-krachtkoppeling (WKK) De gelijktijdige

Nadere informatie

Ecopower, een REScoop Eeklo, een energieke stad Leuven 08/09/2012

Ecopower, een REScoop Eeklo, een energieke stad Leuven 08/09/2012 Ecopower, een REScoop Eeklo, een energieke stad Leuven 02 07 2013 08/09/2012 Wie staat er voor je? Dirk Vansintjan - 1959 in Halle (België) - actief in de hernieuwbare energiesector sinds 1985 - mede-initiatiefnemer

Nadere informatie

Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie

Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie Handelsplatform, marktplaats voor energie in de tuinbouw De glastuinder van nu is een allround manager die van alle markten thuis moet zijn om zijn bedrijf economisch

Nadere informatie

SBO economisch programmadeel Handleiding voor de participatie van bedrijven (versie januari 2016)

SBO economisch programmadeel Handleiding voor de participatie van bedrijven (versie januari 2016) SBO economisch programmadeel Handleiding voor de participatie van bedrijven (versie januari 2016) 1. Situering van deze handleiding Voorliggende handleiding is bedoeld voor bedrijven die wensen betrokken

Nadere informatie

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Commissie Benchmarking Vlaanderen Commissie Benchmarking Vlaanderen 023-0170 Bijlage I TOELICHTING 17 Bijlage I : WKK ALS ALTERNATIEVE MAATREGEL 1. Inleiding Het plaatsen van een WKK-installatie is een energiebesparingsoptie die zowel

Nadere informatie

Projectoproep Inclusie Invest (Versie 2.2)

Projectoproep Inclusie Invest (Versie 2.2) Projectoproep Inclusie Invest (Versie 2.2) Samen de kansen vergroten om inclusief en betaalbaar te kunnen wonen waar ondersteuning kan geboden worden! Veilig investeren met respect! www.inclusieinvest.be

Nadere informatie

Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting

Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting Nota: Randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting Deze nota is gebaseerd op de omzendbrief RO/2006/01 van 19 mei 2006 en bevat een aantal aandachtspunten bij

Nadere informatie

Duurzame energie voor alle Lennikenaren! (Bruno Moens, LENNIK² - NVA-Lennik)

Duurzame energie voor alle Lennikenaren! (Bruno Moens, LENNIK² - NVA-Lennik) Duurzame energie voor alle Lennikenaren! (Bruno Moens, LENNIK² - NVA-Lennik) Duurzame energie is broodnodig: eerst besparen en dan zelf energie opwekken met de bronnen uit onze onmiddellijke omgeving.

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Verwachtingen en standpunten biogassector Vlaanderen tov. het beleid

Verwachtingen en standpunten biogassector Vlaanderen tov. het beleid Verwachtingen en standpunten biogassector Vlaanderen tov. het beleid - De biogassector is vragende partij voor een correcte en verantwoorde minimumsteun die in overleg met exploitanten afgetoetst wordt

Nadere informatie

Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie

Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie Welke vragen liggen aan de basis? Er beweegt nu zeer veel rond energie. Waar staan we nu en hoe gaat het verder evolueren?

Nadere informatie

Bio-energie. van de Boer. www.host.nl

Bio-energie. van de Boer. www.host.nl NL Bio-energie van de Boer www.host.nl HoSt Microferm: duurzame energie uit mest Het Microferm concept is ontwikkeld voor boeren die de eigen mest verwerken. De Microferm is uitermate geschikt voor agrarische

Nadere informatie

Presentatie Gist is Groen. Herman Klein Teeselink, HoSt B.V.

Presentatie Gist is Groen. Herman Klein Teeselink, HoSt B.V. Presentatie Gist is Groen Herman Klein Teeselink, HoSt B.V. Sheet 1 of 26 De grootste Nederlandse leverancier van Biogas installaties - en Hout-WKK systemen Boerderij type Biogas Installaties Industrieel

Nadere informatie

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk?

Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Hoe vertalen Belgische coöperaties de ICA-principes in de praktijk? Casus: Q-bus cvba Kenmerken Opgericht in 2001 Coöperatie van werkers 760.000 euro omzet in 2013 8 Vennoten Het echte eigen vermogen van

Nadere informatie

De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix

De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix 08/04/2011 De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix Luc Pelkmans, VITO 4 de Vlaamse afval- en materialencongres Brugge, 6 april 2011 Inhoud» Vlaamse onderbouwing van de Belgische

Nadere informatie

Kyoto in het Pajottenland en in de Zennevallei Waarom duurzame energie in het Pajottenland? Sociaal-economisch 78 000 000 + 75 000 000-113 000 000-113 000 000 + 153 000 000 Waarom duurzame energie? Sociaal-economisch

Nadere informatie

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 31 maart 2011 Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 1. Inleiding: samenstelling energiefactuur In de verbruiksfactuur van de energieleverancier zijn de kosten van verschillende marktspelers

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater 15 november 2011 Giel Geraeds en Ad de Man Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas Onderwerpen Introductie

Nadere informatie

Sector-Nota. Indicatoren voor de toegevoegde economische waarde van de biogassector in Vlaanderen. Prof. Dr. ir. Erik Meers

Sector-Nota. Indicatoren voor de toegevoegde economische waarde van de biogassector in Vlaanderen. Prof. Dr. ir. Erik Meers Sector-Nota Indicatoren voor de toegevoegde economische waarde van de biogassector in Vlaanderen Prof. Dr. ir. Erik Meers Algemeen De biogassector in Vlaanderen kent een aantal duidelijke economisch toegevoegde

Nadere informatie

Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie. Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl

Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie. Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl Samenwerken met agrariërs geeft kansen voor groene energie Ton van Korven Projectleider Bio-economie Ton.van.Korven@zlto.nl LTO inzet duurzame energie 1. Verbetering inkomenspositie door (decentrale)energieproductie

Nadere informatie

Melkveebedrijf Familie Prinsen

Melkveebedrijf Familie Prinsen Project mestwaardering Open dag 4 maart 2015 Melkveebedrijf Familie Prinsen Mestvergistingsinstallatie Fermtec Systems Locatie KTC de Marke Het bedrijf Biomassa voor vergisting In de vergister wordt jaarlijks

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting De wereldpopulatie verbruikt steeds meer energie. Momenteel wordt deze energie vooral geleverd door fossiele brandstoffen. Een groot nadeel van fossiele brandstoffen is dat hun aanwezigheid

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

Waarom doen we het ook alweer?

Waarom doen we het ook alweer? Apart inzamelen van gft-afval Als Vereniging Afvalbedrijven stimuleren we dat al het afval in Nederland op de juiste manier wordt verwerkt. Hierbij houden we rekening met het milieu en de kosten. De meest

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche

OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche 1 OVED Energiecongres 20/10/2009, Gent Toespraak minister Freya Van den Bossche http://www.vlaamsenergiecongres.be/ Als iemand 100 jaar of ouder wordt en dat komt gelukkig steeds vaker voor wordt vaak

Nadere informatie

Energieverzorging Nederland

Energieverzorging Nederland Energieverzorging Nederland Naar een Duurzame Samenleving (VROM) Vanuit een internationaal geaccordeerde basis voor 2050 Standpunt Nederlandse overheid : 100% CO2 -reductie Standpunt van de G8: 80 % CO2

Nadere informatie

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente.

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente. Sociale huur in kleine kernen Westhoek 10 aanbevelingen ifv inplanting en concept sociale huur Leader Westhoek - 18/11/2013 I. Aanbevelingen voor het lokaal woonbeleid a) Bewust kiezen voor een onderbouwde

Nadere informatie

Mest: de melkkoe voor de productie van grondstoffen. A. Visser Maart 2015

Mest: de melkkoe voor de productie van grondstoffen. A. Visser Maart 2015 Mest: de melkkoe voor de productie van grondstoffen A. Visser Maart 2015 André Visser Sinds 1999 bij Royal HaskoningDHV Actief op het vlak duurzaamheid en circulaire economie - energiefabriek - grondstoffenfabriek

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Lies Bamelis, Karolien Borghgraef, Filip Raymaekers (DLV) Dec 2014 MANAGEMENT SUMMARY. Uitgewerkt in opdracht van.

Lies Bamelis, Karolien Borghgraef, Filip Raymaekers (DLV) Dec 2014 MANAGEMENT SUMMARY. Uitgewerkt in opdracht van. Vergisting Natuurmaaisel in Limburg Lies Bamelis, Karolien Borghgraef, Filip Raymaekers (DLV) Dec 2014 MANAGEMENT SUMMARY Uitgewerkt in opdracht van Met de steun van Inhoud 1 Inleiding - situering van

Nadere informatie

Definitielijst HG- Certificatensysteem

Definitielijst HG- Certificatensysteem Definitielijst HG- Certificatensysteem versie 2.0 december 2009 1 In de in de Overeenkomst HG-Certificatensysteem hebben de met een hoofdletter aangeduide begrippen de betekenis als hieronder beschreven:

Nadere informatie

De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek

De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek Jean-Pierre Lemmens COGEN Vlaanderen easyfairs Industrie & Milieu 2010 Seminarie Bio-energie

Nadere informatie

Noord Deurningen. Kosten en baten mestvergisting

Noord Deurningen. Kosten en baten mestvergisting Noord Deurningen Kosten en baten mestvergisting Inleiding Systeemoverzicht microvergisting Vergisting Biogasleiding WKK en Warmte en elektriciteitsbenutting Kosten systeem Hoe nu verder? Systeem Kleinschalige

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris duurzame energie in Vlaanderen 2013, Deel I: hernieuwbare energie, Vito, februari 2015 1 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2013 bedraagt 5,8 % Figuur 1 zon-elektriciteit

Nadere informatie

Workshop mestvergisting. Jan Willem Bijnagte CCS Energie advies Bijnagte@cocos.nl

Workshop mestvergisting. Jan Willem Bijnagte CCS Energie advies Bijnagte@cocos.nl Workshop mestvergisting Jan Willem Bijnagte CCS Energie advies Bijnagte@cocos.nl BioEnergy Farm 2 Project beschrijving Europees project Marktontwikkeling mono-mestvergisting Verspreiden onafhankelijke

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval 4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22

Nadere informatie

MBO. Briefadvies MBO. Datum

MBO. Briefadvies MBO. Datum Briefadvies MBO afgewerktee olie Briefadvies MBO afgewerkte olie Datum van goedkeuring Volgnummer Coördinator + e-mailadres 22 november 2012 2012 78 Francis Noyen, francis.noyen@minaraad.be Co-auteur +

Nadere informatie

Warmtekrachtkoppeling Wat, waarom en wanneer? Tine Stevens COGEN Vlaanderen Studiedag Slimme netten en WKK 29 februari 2012

Warmtekrachtkoppeling Wat, waarom en wanneer? Tine Stevens COGEN Vlaanderen Studiedag Slimme netten en WKK 29 februari 2012 Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen Warmtekrachtkoppeling Wat, waarom en wanneer? Tine Stevens COGEN Vlaanderen Studiedag Slimme netten en WKK 29 februari 2012 1 COGEN Vlaanderen Doelstelling:

Nadere informatie

Duurzame energie Fryslân Quickscan 2020 & 2025

Duurzame energie Fryslân Quickscan 2020 & 2025 Duurzame energie Fryslân Quickscan 2020 & 2025 Willemien Veele Cor Kamminga 08-04-16 www.rijksmonumenten.nl Achtergrond en aanleiding Ambitie om in 2020 16% van de energie duurzaam op te wekken in Fryslân

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Overzicht 1. Algemeen 2. Investeringssteun 3. Certificaten 4. Emmisienormen Algemeen Bio-WKK Biomassa als duurzame brandstof groene stroom

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Probleemanalyse Vaststellen nul- alternatief Definitie beleidsalternatieven

Probleemanalyse Vaststellen nul- alternatief Definitie beleidsalternatieven Probleemanalyse De vuilstort van de AVRI in Geldermalsen is gesloten. Het idee is om op deze gesloten vuilstort alsmede op de gebouwen van de AVRI in totaal 9,3 MWp zonpv te realiseren. Daarnaast kunnen

Nadere informatie

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk De Lokale Duurzame Energie Coöperatie EnergieCoöperatieBoxtel Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk WWW.ECBOXTEL.NL LDEC: Waarom en waartoe leidt het Samen met leden realiseren van betaalbare, duurzame,

Nadere informatie

Primair schooltje in Senegal kookt op organisch afval

Primair schooltje in Senegal kookt op organisch afval Primair schooltje in Senegal kookt op organisch afval Het primaire schooltje Les Cajoutiers in Warang, een vissersdorp in Senegal, was op zoek naar een alternatieve energiebron om dagelijks warme maaltijden

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

Les Biomassa. Werkblad

Les Biomassa. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne-energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11

Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen. Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Nieuwe methodiek CO 2 -voetafdruk bedrijventerreinen POM West-Vlaanderen Peter Clauwaert - Gent 29/09/11 Inhoud presentatie 1.Afbakening 2.Inventarisatie energie 3.CO 2 -voetafdruk energieverbruik 4.CO

Nadere informatie

Kabinet Ingrid Lieten, viceminister-president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en

Kabinet Ingrid Lieten, viceminister-president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Sociale Innovatie: achtergrond conceptnota Innovatiecentrum Vlaanderen VR innovatie moet bijdragen tot het aanpakken van de grote maatschappelijke en economische uitdagingen challenge driven wetenschappelijke

Nadere informatie

Veranderkracht. Doelen / werkwijze. Een genuanceerd beeld van de veranderkracht van jouw team.

Veranderkracht. Doelen / werkwijze. Een genuanceerd beeld van de veranderkracht van jouw team. Test naam Readiness scan Veranderen Datum 10-4-2013 Ingevuld door Peter Jansen Ingevuld voor Peter Jansen Team Testteam Context Studie: werk- of projectgroepen (PGO) Veranderkracht Een genuanceerd beeld

Nadere informatie

Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten.

Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten. Drijfveren en noden van professionele groene stroom consumenten. Een visie vanuit de industriële sector Alex Polfliet Zaakvoerder Zero Emission Solutions : facts and figures Gevestigd in Aalst Opgericht

Nadere informatie

Uitkomsten Landbouwtelling en vergelijking met informatiebronnen uit de statistiek Hernieuwbare energie

Uitkomsten Landbouwtelling en vergelijking met informatiebronnen uit de statistiek Hernieuwbare energie Hernieuwbare energie bij landbouwbedrijven: discussie uitkomsten Landbouwtelling 2010 Reinoud Segers Inleiding Om de paar jaar wordt de deelnemende bedrijven in de Landbouwtelling gevraagd of ze installaties

Nadere informatie

Whitepaper Verbonden Partijen

Whitepaper Verbonden Partijen Whitepaper Verbonden Partijen Om meer aandacht te kunnen besteden aan hun kernactiviteiten zijn steeds meer lokale overheden geneigd om organisatieonderdelen te verzelfstandigen al dan niet in samenwerking

Nadere informatie

Praktische gids bij het plannen van vergistingsprojecten met maatschappelijke meerwaarde. Op weg naar duurzame lokale bio-energievoorziening

Praktische gids bij het plannen van vergistingsprojecten met maatschappelijke meerwaarde. Op weg naar duurzame lokale bio-energievoorziening Praktische gids bij het plannen van vergistingsprojecten met maatschappelijke meerwaarde Op weg naar duurzame lokale bio-energievoorziening Project verricht met Steun van het Vlaamse Gewest Milieu- en

Nadere informatie

De business case: Mest verwaarden. Hans van den Boom Sectormanager Food & Agri Rabobank Nederland

De business case: Mest verwaarden. Hans van den Boom Sectormanager Food & Agri Rabobank Nederland De business case: Mest verwaarden Hans van den Boom Sectormanager Food & Agri Rabobank Nederland Hengelo 28 maart 2014 mln. kg fosfaat Export van fosfaat moet met 50% stijgen 200 175 150 125 100 75 50

Nadere informatie

Tips voor een succesvol evenement

Tips voor een succesvol evenement Tips voor een succesvol evenement Luc David Lien Vanden Broucke Toerisme, WES Zet drie Vlamingen bij elkaar en ze beginnen iets te organiseren. Maar hoe beginnen ze eraan? Een succesvol evenement organiseren

Nadere informatie

Alternatieve financiering: een duurzaam alternatief?

Alternatieve financiering: een duurzaam alternatief? Alternatieve financiering: een duurzaam alternatief? Kansen en valkuilen voor coöperatief ondernemen @WimVanOpstal @lieve_jacobs 27 mei 2013 Alternatieve financiering technieken meetinstrumenten aandachtspunten

Nadere informatie

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012

Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012 ,,,,,,,,,,,,,,,,,,, Steun aan jonge innovatieve ondernemingen Formulier voor kandidaatstelling Oproep juli 2012 Dit formulier dient in 5 exemplaren op papier + 1 elektronische versie te worden bezorgd

Nadere informatie

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Brussel, 10 september 2008 100908 Advies besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Advies Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Inhoud 1. Situering... 3 2. Algemene beoordeling...

Nadere informatie

WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken. Koos Kerstholt Tobias Platenburg

WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken. Koos Kerstholt Tobias Platenburg WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken Koos Kerstholt Tobias Platenburg Introductie Koos Kerstholt Stichting KIEN thema coördinator 0-energie Onderzoek & presentatie: Tobias Platenburg Werktuigbouwkunde

Nadere informatie

Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk.

Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk. Productie van Struviet uit Mest: Procesvoering en Afzetmogelijkheden Struviet Eigenschappen Struviet Fosfaat Schaarste Procesvoering binnen mest verwerking Afzet mogelijkheden landbwk. Wetgeving Besluit

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard

Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard Projectbureau Herstructurering Tuinbouw Bommelerwaard Gemeente Maasdriel commissie Ruimte 9 januari 2013 Teun Biemond Jan Woertman 1 Inhoud 1. Voorstellen 2.Herstructurering en Duurzaamheid 3.Duurzame

Nadere informatie

Waarom geen woningen bouwen. zoals Ecopower stroom verkoopt?

Waarom geen woningen bouwen. zoals Ecopower stroom verkoopt? Waarom geen woningen bouwen zoals Ecopower stroom verkoopt? Betaalbaar en duurzaam wonen Peter Van Cleemput Teammanager Lokaal Woonbeleid IGEMO Intergemeentelijk project Wonen langs Dijle en Nete Aanleiding

Nadere informatie

1 Plan van aanpak. 1.1 Maatregelen Scope 1: - Het nieuwe rijden voor bedrijfs- en leasewagens

1 Plan van aanpak. 1.1 Maatregelen Scope 1: - Het nieuwe rijden voor bedrijfs- en leasewagens Pagina 1 van 5 1 Plan van aanpak Het plan van aanpak beschrijft de maatregelen die in de periode 2012-2015 genomen gaan worden teneinde de reductiedoelstellingen zoals beschreven in Bijlage 0220.1 CO2-

Nadere informatie

Aan de Raad Raad Made, 24 oktober 2014

Aan de Raad Raad Made, 24 oktober 2014 Aan de Raad Raad Made, 24 oktober 2014 OPINIERONDE 2 oktober 2014 Agendapuntnummer: 6 Raadsvergadering 16 oktober 2014 Onderwerp: Sociale randvoorwaarden windenergie Registratienummer: 14int03080 Casenr:

Nadere informatie

Actieplan Gent. 1. Achtergrond

Actieplan Gent. 1. Achtergrond Actieplan Gent 1. Achtergrond Karolien Dezeure (Hogeschool Gent) en Stef Steyaert (Participant bvba) begeleiden dit project. Marc Verheirstraeten is de interne coördinator voor Gent. 2. Wat bedoelen we

Nadere informatie