Handreiking bij de vaststelling van het recht op bijstand. StimulanSZ

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handreiking bij de vaststelling van het recht op bijstand. StimulanSZ"

Transcriptie

1 Handreiking bij de vaststelling van het recht op bijstand StimulanSZ

2 Inhoud 0 Voorwoord 3 1 Algemeen Doel van deze handreiking Administratieve controle in relatie tot strafrechtelijk onderzoek Inlichtingenverplichting en onderzoek door de gemeente Voorlichting: inlichtingenformulier, persoonlijk gesprek De middelentoets: al het inkomen en vermogen De eigen woning die men bewoont Verplichtingen van de belanghebbende Het onderzoek en de regels rondom uitbesteding van taken Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) Onderzoek, persoonsgegevens en privacy Onrechtmatig verkregen gegevens 15 2 Aanleiding tot nader onderzoek Er zijn voldoende aanwijzingen De aanwijzingen zijn voldoende concreet Het vooronderzoek en de door de gemeente overgelegde bewijsstukken zijn toereikend 20 3 Het indienen van een onderzoeksaanvraag Aanvraagformulier Bewijsstukken en benodigdheden Hoe en waar in te dienen Toetsing aanvraag 25 4 Het onderzoek in het buitenland De duur van een onderzoek Rechtsbasis van de onderzoeken Buitenlandse bronnen Turkije Marokko Nederlandse antillen en aruba Suriname Europa Onderzoeksresultaten 41 5 Gevolgen voor de bijstand De vaststelling van het vermogen in het algemeen Terugvordering van bijstand in het algemeen Onroerend goed in het buitenland: meest voorkomende praktijksituaties Verwijtbaar gedrag en het opleggen van een maatregel Inkomen uit buitenlandse bronnen 61 6 Invordering Beslag in het buitenland Het leggen van conservatoir beslag in turkije Melding aan SZW: verzamelbrief december Strafrechtelijke aspecten Aangifte: de aanwijzing sociale zekerheidsfraude Internationaal rechtshulpverzoek 70 8 Kosten Kosten van administratief onderzoek Kosten van beslag in het buitenland 74 9 Bijlages 75 1 Schema gegevensuitwisseling in het kader van de WWB 76 2 Processchema signaal grensoverschrijdend onderzoek 78 3 Voetnoten 80 2

3 Voorwoord Inkomen en vermogen in het buitenland, daar gaat deze geactualiseerde handreiking Onderzoek en verificatie in het buitenland over. Door de toenemende globalisering en de recente uitbreiding van de Europese Unie neemt dit thema in het handhavingsbeleid een steeds prominentere rol in. Want, als er een vermoeden van vermogen bestaat, dan moet daar op basis van de WWB ook naar gehandeld worden. En vaak begint dit handelen met het instellen van een administratief onderzoek. Maar hoe gaat zo n onderzoek nu in zijn werk? Welke instanties in het buitenland kun je als gemeente dan benaderen? Welke gegevens moeten worden uitgewisseld? Zijn er met bepaalde landen overeenkomsten gesloten? Waar ligt de grens tussen een administratief- en een strafrechtelijk onderzoek? Het IBF (Internationaal Bureau Fraude-informatie), onderdeel van UWV, is specialist op het terrein van grensoverschrijdende fraude. Het IBF adviseert en ondersteunt gemeenten bij het instellen van een onderzoek en fungeert als centraal coördinatiepunt voor gegevensuitwisseling met het buitenland. In een eerdere publicatie over dit onderwerp (mei 2005) heeft u al kunnen kennismaken met de werkwijze van het IBF. In de afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan met gegevensuitwisseling bij onderzoek in het buitenland. In deze geactualiseerde versie kunt u lezen hoe u onder andere een onderzoek in Turkije, Marokko, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba het best kunt aanpakken. De handreiking die voor u ligt is geschreven door René van der Aa, die onder andere als redacteur op het gebied van terugvordering en verhaal is betrokken bij het Handboek WWB van StimulanSZ. Daarnaast is de handreiking aangevuld en van commentaar voorzien door Marike Brouwer en Aggeliki Sidiropoulos, beiden van het IBF. Deze uitgave is tot stand gekomen met behulp van subsidie van het ministerie van SZW. De uitkomsten van een onderzoek hebben ongetwijfeld gevolgen voor de bijstand van een cliënt. Kan de uitkering zomaar worden beëindigd? Moet er worden teruggevorderd? Kan er beslaglegging plaatsvinden? Ook bij de beantwoording van deze vragen krijgt u praktische richtlijnen aangereikt. Kortom, met deze actualisatie kunt u weer even vooruit. Ondertussen worden er alweer overeenkomsten gesloten én resultaten behaald met andere landen, dus over niet al te lange tijd zal ook deze versie weer aan vernieuwing toe zijn. We houden u op de hoogte. Dat zal echter niet langer op papier zijn, maar via het digitale handboek van StimulanSZ. Gerrit Jan Schep Directeur StimulanSZ 3

4 [1] Algemeen

5 1.1 Doel van deze handreiking Als er een redelijk vermoeden bestaat dat de belanghebbende beschikt over inkomen of vermogen buiten Nederland, dan is het voor gemeenten niet eenvoudig dit te verifiëren en te controleren. In deze handreiking wordt ingegaan op de faciliteit die gemeenten ten dienste staat als er redenen zijn voor onderzoek naar mogelijke inkomens- en/of vermogensbestanddelen buiten Nederland. Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF), onderdeel van UWV, fungeert voor gemeenten als het centraal coördinatiepunt voor gegevensuitwisseling met het buitenland. Tevens worden de werkwijzen beschreven en hoe kan worden omgegaan met de resultaten van een onderzoek in het buitenland. Voor wat betreft de gegevens die moeten worden aangeleverd ten behoeve van onderzoek is de afgelopen jaren in Turkije, Marokko, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Suriname en de Nederlandse Antillen en Aruba uitgebreide ervaring opgedaan. Om die reden worden deze aspecten van onderzoek voor deze landen in deze handreiking uitgebreid belicht. In beginsel kunnen onderzoekssignalen voor alle landen bij het IBF worden ingediend. In landen waarmee weinig tot geen ervaring is opgedaan zullen de onderzoeken zich met vallen en opstaan moeten ontwikkelen. Zodra hierover meer bekend is zal deze handreiking daarmee worden aangevuld. Informatie over fraude in het buitenland kunt u vinden op: Via deze site kan ook een aanvraagformulier en brochure van het Internationaal Bureau Fraude-informatie worden gedownload. 1.2 Administratief onderzoek versus strafrechtelijk onderzoek Deze handreiking heeft uitsluitend betrekking op controle en verificatie in verband met administratief onderzoek naar het recht op bijstand. Als in verband met een strafrechtelijk (opsporings)onderzoek gegevens uit het buitenland nodig zijn, dan is een internationaal rechtshulpverzoek noodzakelijk. Dit vloeit voort uit het beginsel dat elke staat uitsluitend zelf bevoegd is tot het verrichten van strafrechtelijk onderzoek op haar eigen grondgebied. Wanneer een ander land strafrechtelijk onderzoek wil doen dan dient zij hiertoe middels een rechtshulpverzoek medewerking te vragen aan het betreffende land. Het maakt hierbij geen verschil of het gegevens uit openbare of niet-openbare bronnen betreft. Deze handreiking heeft uitsluitend betrekking op administratieve onderzoeken in het buitenland. Hoewel er een strikte grens bestaat tussen administratief onderzoek en strafrechtelijk onderzoek (dat meestal volgt op een administratief onderzoek) mag in het strafrechtelijk traject wel gebruik worden gemaakt van onderzoeksgegevens die in het administratieve controletraject zijn verzameld. In het proces-verbaal zal duidelijk moeten worden beschreven op welke wijze het onderzoek in het administratieve controletraject is uitgevoerd en welke gegevens zijn verkregen. In hoofdstuk 7 worden enkele strafrechtelijke aspecten van bijstandsfraude verder toegelicht. Afspraken tussen landen over rechtshulpverzoeken vinden hun grondslag in rechtshulpverdragen. Rechtshulpverzoeken moeten via het Openbaar Ministerie worden doorgeleid naar het betreffende land. 5

6 1.3 Inlichtingenverplichting en onderzoek door de gemeente Gemeenten zijn bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand (WWB) zowel beleidsmatig als financieel verantwoordelijk voor de bijstandsverlening. Gemeenten bepalen zelf op welke wijze de rechtmatigheid van verstrekte uitkeringen wordt onderzocht. Dit kan volgens een regelmatig patroon (éénmaal per X maanden) of op basis van bepaalde signalen (onduidelijkheden in bankafschriften, een vermoeden van de consulent naar aanleiding van een gesprek) die aanleiding geven tot nader onderzoek. In dit laatste geval wordt ook wel gesproken van signaalgestuurde onderzoeken. Daarnaast maken gemeenten in toenemende mate gebruik van risicoprofielen. Op basis van eerdere fraudezaken worden objectieve persoonskenmerken geanalyseerd van bijvoorbeeld de woonsituatie, de leeftijd, inkomsten uit parttime arbeid of het beroep van inschrijving bij het CWI (risicoanalyse). Dit levert een beeld op van kenmerken die duiden op een verhoogd frauderisico. Door deze kenmerken te vertalen in bijvoorbeeld een checklist, kan worden (her)beoordeeld of een persoon die een aanvraag om bijstand indient of reeds een uitkering heeft aan één of meer van deze risicocriteria voldoet (risicoprofiel). Als dit profiel een hoge kans op fraude oplevert, dan kunnen burgemeester en wethouders (B&W) hun onderzoek hierop toespitsen. Hierdoor kan de onderzoekscapaciteit binnen de gemeente doelgerichter en efficiënter worden ingezet 1. Het IBF beschikt over ervaringsgegevens inzake grensoverschrijdende bijstandsfraude en kan adviseren bij het opstellen van risicoprofielen. Indien u wilt weten wat er op dat gebied mogelijk is, neem dan contact op met IBF. 1.4 Voorlichting: inlichtingenformulier, persoonlijk gesprek Op het bij de aanvraag of bij een onderzoek door belanghebbende in te vullen inlichtingenformulier wordt gevraagd naar eigen inkomen en vermogen. Bij deze vraag moeten eveneens inkomens- en vermogensbestanddelen buiten Nederland worden vermeld, óók als daarnaar niet expliciet wordt gevraagd. Het verdient met het oog op actieve voorlichting de voorkeur om zowel in een eventueel persoonlijk gesprek als op het inlichtingenformulier expliciet naar inkomen en vermogen in het buitenland te vragen. In het aanvraagformulier WWB/Iow dat door het CWI wordt gehanteerd bij vragen over inkomen en vermogen wordt specifiek naar inkomens- of vermogensbestanddelen buiten Nederland gevraagd. Over het algemeen is op het aanvraagformulier voor een bijstandsuitkering een passage opgenomen waarin wordt aangeduid dat, in verband met nader onderzoek, persoonsgegevens aan derden worden verstrekt. Bij de ondertekening is een standaard zinsnede toegevoegd waarmee de aanvrager de gemeente toestemming geeft om onderzoek te doen in binnen- en buitenlandse registers. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) mag een machtiging of toestemming van de betrokkene tot het verstrekken van gegevens niet algemeen zijn. De hier bedoelde toestemming is echter niet strikt noodzakelijk in verband met privacy. Primair doel van deze machtiging is dat onderzoekers hiermee in het buitenland in voorkomende gevallen gemakkelijker toegang krijgen tot gegevensbronnen bij instanties. Buitenlandse instanties zijn in sommige gevallen slechts bereid de gegevens te verstrekken indien de betrokken persoon hiervoor expliciet toestemming heeft gegeven. In verband 6

7 met privacy heeft de gemeente deze machtiging niet nodig, aangezien B&W op grond van de WWB beschikken over ruime onderzoeksbevoegdheden bij het vaststellen van het recht op bijstand, en in verband hiermee ook gegevens mogen uitwisselen (zie ook paragraaf ). 1.5 De middelentoets: al het inkomen en vermogen Binnen de WWB geldt als uitgangspunt dat er slechts recht op bijstand bestaat voor zover de persoon niet beschikt over middelen om in het bestaan te voorzien (artikel 11 lid 1 WWB). Het middelenbegrip is in de WWB zeer ruim omschreven: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken (artikel 31 WWB). Er wordt in de wet geen verschil gemaakt tussen inkomen/vermogen binnen of buiten Nederland. Artikel 34 lid 2 sub a WWB bepaalt dat bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin noodzakelijk zijn, niet als vermogen in aanmerking worden genomen. Bezittingen in natura die als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden aangemerkt Praktijk Bezittingen in natura zijn goederen die in het bezit zijn van de belanghebbende. Dit bezit blijkt over het algemeen uit een tenaamstelling (kentekenbewijs van een auto), uit een aankoopbewijs of uit de constatering dat het goed in de woning aanwezig is. Een voorbeeld van goederen die naar hun aard en waarde als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt is de woninginrichting. Voor zover goederen geen waarde vertegenwoordigen die uitgaat boven de algemeen gebruikelijke levensstandaard, kunnen deze bij de vermogensvaststelling buiten beschouwing blijven. Het is aan de gemeente om te bepalen vanaf welke waarde een bezitting niet meer als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. Hiervoor geeft de WWB geen regels. Bij een bezitting met een hoge waarde die gelet op de omstandigheden van de betrokkene als noodzakelijk wordt aangemerkt kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een traplift die vanwege lichamelijke beperkingen van de belanghebbende in de woning is aangebracht. Over het algemeen kunnen vermogensbestanddelen in het buitenland (zoals een tweede woning of een tegoed op een buitenlandse bankrekening) niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden aangemerkt. Het argument dat deze zijn bedoeld voor bijvoorbeeld een (aanvullende) oudedagsvoorziening brengt hierin geen verandering. Alle inkomensen vermogensbestanddelen in het buitenland worden als hoofdregel bij het vaststellen van het recht op bijstand geheel meegerekend. Daar staat tegenover dat bepaalde vormen van inkomen of vermogen op grond van een in de wet genoemde uitzondering buiten beschouwing worden gelaten (bijvoorbeeld een particuliere oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 WWB). Dit geldt evenzeer voor buitenlands inkomen of vermogen dat onder deze uitzondering valt. 7

8 Vrijgelaten middelen Praktijk Uit een onderzoek blijkt dat een bijstandsgerechtigde over een banksaldo beschikt van ,-. Dit tegoed bevindt zich op een buitenlandse bankrekening. Belanghebbende kan echter aantonen dat hij het banksaldo door de jaren heen van zijn bijstandsuitkering heeft gespaard. Ingevolge artikel 34 lid 2 sub c WWB wordt een spaarsaldo dat uitsluitend van de bijstandsuitkering is gespaard niet als vermogen aangemerkt. Dit betekent dat het banksaldo van ,- niet van invloed is op het recht op bijstand. Het is hierbij niet van belang of het vermogen zich binnen of buiten Nederland bevindt. Voorwaarde voor het in aanmerking nemen van middelen is dat de persoon daadwerkelijk beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over het inkomen of het vermogen. De vraag of de belanghebbende daadwerkelijk beschikt over middelen is in de praktijk eenvoudig te beantwoorden. Ook middelen waarover de belanghebbende (op dit moment) niet feitelijk beschikt, maar hierover wel de beschikking zou kunnen krijgen, worden meegenomen voor de vaststelling van het recht op bijstand. Er wordt gesproken van redelijkerwijs kunnen beschikken als belanghebbende de middelen weliswaar nu niet heeft, maar deze wel zou kunnen krijgen door het verrichten van handelingen. Redelijkerwijs kunnen beschikken over... Praktijk Wanneer een lijfrentepolis een bepaalde waarde vertegenwoordigt dan beschikt de persoon niet feitelijk over het hierin aanwezige vermogen. Deze waarde zit immers vast in de polis. Wanneer de persoon echter de mogelijkheid heeft deze polis door middel van afkoop vroegtijdig te laten uitkeren, dan kan hij redelijkerwijs beschikken over dit vermogen. In dat geval telt de polis mee voor het vermogen. Dit kan ertoe leiden dat de persoon geen recht heeft op bijstand. Het is hierbij de keuze van de persoon om de polis daadwerkelijk vroegtijdig af te kopen, of deze aan te houden voor de oude dag. Dit maakt echter voor het recht op bijstand geen verschil. De omstandigheid dat de persoon redelijkerwijs kan beschikken over het vermogen is voldoende om dit bij het vaststellen van het recht op bijstand in aanmerking te nemen. Voor een woning in het buitenland geldt dat over het hierin aanwezige vermogen niet daadwerkelijk wordt beschikt. Belanghebbende zou hierover wel de beschikking kunnen krijgen door de woning te verkopen. Hierdoor wordt voldaan aan het criterium redelijkerwijs kunnen beschikken over. De WWB biedt geen ruimte om hiermee anders om te gaan dan een (tweede)woning in Nederland. Vermogen in een woning die zich in het buitenland bevindt is dan ook direct van invloed op het recht op bijstand in Nederland. In paragraaf 5.1 wordt de wijze van vermogensvaststelling in de WWB uitgebreider toegelicht. 8

9 1.6 De eigen woning die men bewoont De WWB maakt onderscheid in de door belanghebbende zelf bewoonde woning en een tweede woning. De eigen woning waarin de bijstandsgerechtigde of het gezin woonachtig is neemt in dit verband een bijzondere positie in. De overwaarde die in deze woning aanwezig is (de economische waarde bij vrije verkoop minus de hierop rustende hypotheek) vormt in principe een belemmering voor bijstandsverlening als deze overwaarde hoger is dan de bescheiden vermogensgrens. De wetgever vindt het te ver gaan om een belanghebbende die in de bijstand terechtkomt in alle gevallen min of meer te dwingen de eigen woning te verkopen. Er kan in dat geval bijstand worden verleend, doch de wet verplicht de gemeente deze bijstand te verstrekken in de vorm van een geldlening (artikel 50 lid 2 WWB). Het is aan de gemeente om ter meerdere zekerheid van deze lening eventueel een krediethypotheek te vestigen op de woning. De geldlening wordt opeisbaar bij verkoop van de woning of overlijden van de bijstandsgerechtigde 2. Er kan in geen geval krediethypotheek worden gevestigd op een woning in het buitenland. In zijn algemeenheid geldt als uitgangspunt dat het niet bezwaarlijk is om een woning die zich in het buitenland bevindt te verkopen, ook al zijn in de woning bijvoorbeeld familieleden van de bijstandsgerechtigde woonachtig. 1.7 Verplichtingen van de belanghebbende In de Wet werk en bijstand zijn verschillende verplichtingen opgenomen die van belang zijn bij buitenlands onderzoek. Naast de inlichtingenplicht speelt ook de zogeheten medewerkingsverplichting een belangrijke rol De inlichtingenverplichting Artikel 17 van de WWB verplicht degene die een beroep op bijstand doet om aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Deze algemene inlichtingenplicht geldt óók ten aanzien van inkomen dat buiten Nederland wordt gegenereerd en vermogensbestanddelen die zich buiten Nederland bevinden. Door de belanghebbende kan dan ook niet worden aangevoerd dat inkomen of vermogen dat zich buiten Nederland bevindt niet onder de inlichtingenverplichting valt. 9

10 Inlichtingenplicht geldt voor inkomen en vermogen in het buitenland 10Praktijk Belanghebbende beschikt over vermogen in het buitenland in de vorm van een woning ( ,-) en een banksaldo ( ,-). Door hiervan geen melding te maken heeft belanghebbende naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep zijn inlichtingenverplichting geschonden. Centrale Raad van Beroep 29 oktober 2002, JABW 2003/ De medewerkingsverplichting In de praktijk kan het voorkomen dat belanghebbende een aanspraak heeft op bijvoorbeeld een uitkering uit het buitenland. Een dergelijke uitkering kan worden beschouwd als een voorliggende voorziening en wordt in mindering gebracht op de bijstandsuitkering. Belanghebbende zal echter niet in alle gevallen bereid zijn deze aanspraak te gelde te maken. Op grond van artikel 55 WWB kunnen B&W onder meer verplichtingen aan de bijstand verbinden die zijn gericht op vermindering dan wel beëindiging van de bijstand. Als de persoon niet bereid is om zich vrijwillig te wenden tot de buitenlandse uitkeringsinstantie dan hebben B&W de mogelijkheid om het aanvragen van een uitkering in het buitenland als verplichting aan de bijstand te verbinden. Wanneer deze verplichting door de belanghebbende niet wordt nagekomen, treedt de Afstemmingsverordening 3 in werking en kan de bijstand worden verlaagd. Wanneer de persoon volhardt in zijn weigerachtige houding, dan kan dit uiteindelijk leiden tot een maatregel in de vorm van een tijdelijke volledige weigering van bijstand, mits dit in de Afstemmingsverordening is vastgelegd. 1.8 Het onderzoek en de regels rondom uitbesteding van taken De gemeente zal niet zelf onderzoek verrichten in het buitenland. Dit zou een kostbare en tijdrovende aangelegenheid zijn. Bovendien is een kosteloze faciliteit beschikbaar in de vorm van het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF, zie ook paragraaf 1.9). Het IBF beschikt over een uitgebreid netwerk van contacten met buitenlandse zusterorganisaties en overheidsorganen. Ook zou een gemeentelijk initiatief kunnen leiden tot verstoring van de internationale verhoudingen. Om die reden wordt eigenstandig onderzoek door de gemeente in het buitenland afgeraden. De persoon of personen die het feitelijke onderzoek in het buitenland verrichten maken geen deel uit van de gemeentelijke organisatie. Dit betekent dat het college van B&W als verantwoordelijk bestuursorgaan deze taak uitbesteedt aan derden. Op grond van artikel 7 lid 5 WWB kan de gemeente de uitvoering van de wet uitbesteden met uitzondering van: de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende; de daarvoor noodzakelijke beoordeling van de omstandigheden.

11 Dit betekent dat gemeenten het doen van feitelijk onderzoek kunnen uitbesteden aan derden, mits de beoordeling van de onderzoeksresultaten en het verbinden van consequenties aan het recht op bijstand is voorbehouden aan de gemeente. In Turkije, Marokko, Suriname en Spanje zijn de attachés voor Sociale Zaken belast met de bijstandsonderzoeken ter plaatse. De attachés zijn in dienst van de Sociale Verzekeringsbank en zijn in het buitenland belast met de dienstverlening en handhaving op het gebied van socialezekerheidswetgeving. Het IBF is het aanspreekpunt voor gemeenten. Het IBF zet de informatieverzoeken van de gemeenten uit bij de attaché voor Sociale Zaken. De attaché voor Sociale Zaken zal geen zaken van gemeenten rechtstreeks aannemen. De bevoegdheid van de attachés tot het verrichten van bijstandsonderzoek is formeel vastgelegd in het Protocol bijzondere Attachés voor Sociale Zaken dat op 24 april 2003 is gesloten tussen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Sociale Verzekeringsbank. In landen waar geen attaché voor Sociale Zaken is gevestigd worden informatieverzoeken gericht aan zusterorganisaties van het IBF, of aan de (dichtstbijzijnde) Nederlandse vertegenwoordiging ter plaatse (ambassade of consulaat). 1.9 Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) is opgericht met het oog op de bestrijding van grensoverschrijdende fraude op het gebied van de sociale zekerheid. Het IBF is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen als hét coördinatiepunt voor grensoverschrijdende uitwisseling van fraude-informatie. Het IBF maakt onderdeel uit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het IBF verricht niet zelf (opsporings)onderzoek, maar heeft een faciliterende functie bij de uitwisseling van gegevens voor zijn opdrachtgevers zoals gemeenten, CWI, maar ook de Sociale Verzekeringsbank en vergelijkbare organisaties in het buitenland. IBF onderhoudt hiervoor een uitgebreid netwerk met zusterorganisaties en overheidsinstanties in binnen- en buitenland Diensten voor gemeenten De diensten van het IBF zijn te onderscheiden in: coördinatie van gegevensuitwisseling in verband met onderzoek; advies, voorlichting en preventie; helpdesk IBF; ambtshulpverzoeken. Coördinatie van gegevensuitwisseling in verband met onderzoek Het IBF ontvangt en beoordeelt aanvragen van gemeenten tot het doen van onderzoek in het buitenland. Vervolgens zendt het IBF de onderzoeksaanvraag met alle relevante gegevens door naar hun contactpersoon in het buitenland. Nadat het IBF een rapportage uit het buitenland heeft ontvangen, wordt deze doorgestuurd naar de betreffende gemeente. Het IBF verricht zelf geen onderzoek in het buitenland. 11

12 Praktijk: top 5 onderzoekslanden 2006 Praktijk In 2006 zijn bij het IBF talrijke verzoeken voor onderzoeken in het buitenland ingediend. Voor onderstaande landen zijn door gemeenten de meeste onderzoeks-aanvragen ingediend: 1. Turkije 2. Marokko 3. Verenigd Koninkrijk 4. Suriname 5. Nederlandse Antillen Bron: Internationaal Bureau Fraude-informatie van het UWV Het IBF beschikt over een uitgebreid netwerk van contacten met zusterorganisaties en overheidsinstanties in het buitenland. Gemeenten kunnen via het IBF in principe in alle landen een verificatieonderzoek laten verrichten. Het is echter afhankelijk van de bereidheid tot medewerking of de politieke situatie in het betreffende land of een onderzoek ook tot resultaat zal leiden. De wijze waarop een onderzoeksaanvraag kan worden ingediend is beschreven in hoofdstuk 3. Advies, voorlichting en preventie Dit betreft het gevraagd of spontaan verstrekken van adviezen over fraudesignalen, fraudeconstructies, veranderde internationale regelgeving, trends, voorlichting door middel van presentaties en folderverstrekking en daar waar nodig preventieve advisering ter voorkoming van grensoverschrijdende fraude. Helpdesk IBF De helpdeskfunctie van het IBF betreft algemene vragen die vrijwel direct beantwoord kunnen worden zonder onderzoek in te stellen. De helpdesk kan bijvoorbeeld ook benaderd worden voor informatiemateriaal over het IBF. Ambtshulpverzoeken Een socialezekerheidsinstantie (in binnen- en buitenland) kan diverse verzoeken om gegevens bij het IBF indienen. Dit betreffen altijd verzoeken van administratiefrechtelijke aard op basis van verdragen en verordeningen. De verzoeken/diensten zijn als volgt te onderscheiden: verzoek om NAW-gegevens; verzoek om gegevens uit openbare (handels)registers; verzoek om inkomsten; informatie over (natuurlijke) personen; verificatie van controle gegevens; onderzoek naar verzwegen vermogen; spontane IBF-actie. IBF laat standaard de bijlage(n) van de onderzoeksrapportage uit het buitenland vertalen door een vertaalbureau. Dit is kosteloos. 12

13 Indien de gemeente wil overgaan tot incasso door middel van het leggen van beslag in het buitenland, dan dient hiertoe een advocaat in het betreffende land te worden ingeschakeld. Het IBF kan verwijzen naar een advocaat ter plaatse, en kan verder adviseren bij het leggen van conservatoir of executoriaal beslag. Zie voor incasso ook hoofdstuk Onderzoek, persoonsgegevens en privacy Om de onderzoeken in het buitenland mogelijk te maken is het noodzakelijk dat persoonsgegevens van de bijstandsgerechtigde worden verstrekt aan derden. De verstrekking van persoonsgegevens is geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en in de Wet werk en bijstand (WWB). De WWB kan in dit verband als een bijzondere wet ten opzichte van de Wbp (algemene wet) worden beschouwd. De Wbp bevat algemene regels over de verwerking van persoonsgegevens. Het begrip verwerking wordt ruim uitgelegd. De verstrekking van persoonsgegevens valt onder het begrip verwerking. In zijn algemeenheid kunnen in het kader van de Wbp gegevens worden verstrekt aan derden wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een wettelijke taak. Ook de uitvoering van de WWB valt hieronder. Er moet onderscheid worden gemaakt in: 1. de verstrekking van persoonsgegevens op verzoek van een buitenlandse instantie. Dit is geregeld in de Wbp (paragraaf ). 2. de verstrekking van persoonsgegevens (aan binnenlandse en buitenlandse instanties) voor onderzoek naar het recht op bijstand en verificatie van gegevens. Dit is geregeld in de WWB (paragraaf ) De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is een uitwerking van de Europese privacyrichtlijn 95/46/EG. Deze richtlijn heeft een tweeledig doel: een gelijkwaardige bescherming van persoonsgegevens, en een vrij verkeer van persoonsgegevens binnen de Europese Unie. Inmiddels hebben alle EU-landen hun privacywetgeving in overeenstemming gebracht met deze Europese privacyrichtlijn. In Nederland vormt de Wbp de uitwerking van deze richtlijn. Dit betekent dat er in beginsel voor gemeenten geen belemmering bestaat voor verstrekking van persoonsgegevens aan een ander land binnen de Europese Unie, mits de gegevensverstrekking in overeenstemming is met de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor gemeenten is in dit geval het bepaalde in artikel 8 sub e en f Wbp van belang: Gegevensverwerking (lees: verstrekking) is slechts mogelijk indien: de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt (artikel 8 sub e Wbp), of 13

14 de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert (artikel 8 sub f Wbp). Gemeenten zijn in de uitvoering van de WWB belast met de vervulling van een publiekrechtelijke taak zoals hier bedoeld. Bovendien worden controle en verificatie in verband met de vaststelling van het recht op bijstand over het algemeen beschouwd als een gerechtvaardigd belang. Dit artikel is tevens de legitimatie voor de verstrekking van persoonsgegevens op verzoek van een bestuursorgaan in een ander Europees land. Het criterium vervulling van een publiekrechtelijke taak heeft voor de toepassing van de Wbp betrekking op zowel het orgaan dat de gegevens verstrekt, als het orgaan dat de gegevens vraagt. Echter, de WWB levert hier wel een belemmering op. In artikel 65 WWB is een geheimhoudingsplicht opgenomen voor eenieder die in het kader van de uitvoering van de WWB bekend wordt met persoonsgegevens. De verplichting voor gemeenten tot het verstrekken van persoonsgegevens aan buitenlandse instanties geldt alleen wanneer een buitenlands orgaan hierom verzoekt in verband met de uitoefening van een taak van zwaarwegend algemeen belang (artikel 67 lid 1 sub f WWB). In dat geval is de geheimhoudingsplicht niet van toepassing. Van een zwaarwegend algemeen belang is onder andere sprake als de gegevens nodig zijn in verband met de controle van het recht op publiekrechtelijke uitkeringen. De instantie die om de gegevens vraagt zal in haar informatieverzoek dan ook aan moeten geven dat zij de gegevens nodig heeft in verband met een dergelijke taak. Als dit niet het geval is dan kunnen de gevraagde gegevens niet worden verstrekt Gegevensverstrekking binnen de Wet werk en bijstand (WWB) In de WWB wordt onderscheid gemaakt in drie soorten van gegevensverstrekking: 1. Andere instanties verstrekken persoonsgegevens aan B&W; 2. B&W verstrekken in verband met eigen onderzoek persoonsgegevens aan derden; 3. B&W verstrekken op verzoek persoonsgegevens aan derden. 1. Andere instanties verstrekken persoonsgegevens aan B&W (artikel 63 en 64 WWB) Artikel 63 WWB voorziet in een algemene verplichting van de werkgever tot het (desgevraagd of uit eigen beweging) verstrekken van gegevens aan B&W voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de wet. In artikel 64 van de WWB is verder een opsomming gegeven van instanties die verplicht zijn om aan B&W gegevens te verstrekken als daar om wordt gevraagd. Beide artikelen hebben betrekking op binnenlandse instanties. Het zal duidelijk zijn dat buitenlandse organen door middel van een Nederlandse wet niet zonder meer verplicht kunnen worden gegevens te verstrekken. In dit verband speelt deze vorm van het op verzoek verstrekken van gegevens dan ook geen rol. 2. B&W verstrekken in verband met eigen onderzoek persoonsgegevens aan derden (artikel 65 WWB) Ingevolge artikel 65 WWB heeft eenieder die in het kader van de uitvoering van de 14

15 WWB bekend wordt met persoonsgegevens een geheimhoudingsplicht. Deze geheimhoudingsplicht houdt in dat de gegevens niet verder bekend mogen worden gemaakt dan voor de uitvoering van de wet noodzakelijk is (dan wel door de wet is voorgeschreven of toegestaan). Het is met name dit noodzakelijkheidscriterium dat voor B&W de mogelijkheid schept om in verband met het vaststellen van het recht op bijstand persoonsgegevens te verstrekken, zo nodig aan buitenlandse instanties. Het doen van onderzoek en het verrichten van verificaties is immers noodzakelijk om de WWB op een rechtmatige wijze uit te voeren. Artikel 53a lid 2 WWB biedt gemeenten de basis voor deze onderzoeksbevoegdheid. Het is van belang te benadrukken dat de noodzaak van onderzoek niet een ongelimiteerde verstrekking van alle persoonsgegevens die in het dossier aanwezig zijn rechtvaardigt. De uitzondering op de geheimhoudingsplicht heeft slechts betrekking op gegevens die minimaal nodig zijn om de controle uit te voeren. In bepaalde gevallen zal het verstrekken van de naam en de geboortdatum van de betrokkene aan een andere instantie voldoende zijn om de ontstane onduidelijkheid rondom het verdere recht op bijstand weg te nemen. In dat geval mogen B&W niet méér persoonsgegevens verstrekken dan strikt noodzakelijk. Overigens wordt de gemeente op grond van de Wbp aangemerkt als zogeheten verantwoordelijke voor de persoonsgegevens. 3. B&W verstrekken op verzoek (of uit eigen beweging) persoonsgegevens aan derden (artikel 66 en 67 WWB) Uitgangspunt is dat eenieder die bij de uitvoering van de WWB bekend wordt met gegevens over natuurlijke personen in beginsel een geheimhoudingsplicht heeft (artikel 65 WWB). Op grond van artikel 66 zijn B&W echter verplicht om, bij een vermoeden van een misdrijf ten nadele van een Nederlandse of buitenlandse uitkeringsinstantie, het betreffende orgaan hiervan in kennis te stellen. Daarnaast bevat artikel 67 van de WWB een opsomming van instanties waaraan B&W gegevens dienen te verstrekken. B&W kunnen gegevens uit eigen beweging verstrekken. Wanneer één van deze instanties verzoekt om gegevens dan zijn B&W verplicht deze te verstrekken. Op grond van artikel 67 lid 1 sub f en g geldt deze verplichting eveneens ten aanzien van buitenlandse organen, dan wel bestuursorganen van de Nederlandse Antillen, als deze gegevensverstrekking verband houdt met de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang. Hieronder wordt onder meer verstaan de controle en verificatie in het kader van publiekrechtelijke uitkeringen. Voor een schematisch overzicht van de mogelijkheden van gegevensuitwisseling wordt verwezen naar het Schema gegevensuitwisseling in het kader van de WWB dat als bijlage 1 bij deze handreiking is gevoegd Onrechtmatig verkregen gegevens Vaak wordt aangenomen dat wanneer gegevens niet volgens de privacyregels zijn verkregen, sprake zou zijn van onrechtmatig verkregen bewijs. Dit bewijs zou in dat geval niet gebruikt mogen worden om ten onrechte verleende bijstand terug te 15

16 vorderen. Dit is echter een misvatting. De term onrechtmatig verkregen bewijs speelt vooral een rol in het strafrecht. Bij het uitvoeren van controles in het kader van de bijstand is geen sprake van een strafrechtelijk onderzoek, maar van het uitoefenen van bestuursrechtelijke bevoegdheden. Deze bevoegdheden worden begrensd door de Algemene wet bestuursrecht (geschreven recht) en door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (deels ongeschreven recht). Onrechtmatig verkregen gegevens Praktijk Een bijstandsgerechtigde keert terug uit het buitenland. Bij een controle door de douane op de Nederlandse luchthaven worden waardepapieren aangetroffen tot een totaalbedrag van ruim ,-. Er worden ter plekke door de douane fotokopieën gemaakt. De FIOD meldt e.e.a. ruim 1 jaar later aan de sociaal rechercheur van de gemeente. De bijstandsuitkering wordt beëindigd. Naast een bezwaar- en beroepsprocedure tegen de beëindiging van de bijstand maakt belanghebbende de zaak eveneens aanhangig bij de Nationale Ombudsman. Deze concludeert in een rapport dat de douanebeambte destijds niet bevoegd was tot het maken van fotokopieën van de belastende stukken. Bij de Centrale Raad van Beroep betoogt belanghebbende dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. De Raad stelt dat regels omtrent bijstandsverlening worden beheerst door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Gegevens die op de hierbedoelde wijze zijn verkregen mogen alleen dan niet worden gebruikt indien zij zijn verkregen op een manier die zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Daarvan was volgens de Centrale Raad in dit geval geen sprake. Centrale Raad van Beroep, 29 januari 2002, JABW 2002/52. Zie ook CRvB 29 oktober 2002, JABW 2003/15 i.v.m. het geoorloofde gebruik van gegevens die in het administratief onderzoek zijn verkregen. Uit het bovenstaande voorbeeld kan worden geconcludeerd dat de regels omtrent het verkrijgen van bewijsstukken ter verificatie in het kader van de WWB een stuk soepeler zijn dan in het reguliere strafrecht. Zelfs als informatie is verkregen op een wijze die mogelijk op gespannen voet lijkt te staan met privacyregels, dan mag de gemeente deze gebruiken bij de vaststelling van het recht op bijstand. Uitgangspunt is dat de gemeente bij het instellen van onderzoek in het kader van rechtmatige bijstandsverlening is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hierbij is met name doorslaggevend of het handelen van de gemeente bij het verkrijgen van gegevens in strijd is met deze beginselen. Hierbij is niet zozeer van belang of gegevens wel geheel volgens de geldende privacyregels zijn verkregen. De rechterlijke toets zal zich vooral richten op de vraag of het bestuursorgaan onbehoorlijk heeft gehandeld. Verder zal de rechter over het algemeen toetsen op welke wijze de gemeente is omgegaan met de verkregen gegevens. Zo is de gemeente bijvoorbeeld verplicht om op grond van het zorgvuldigdheidsbeginsel nader onderzoek te doen in gevallen waarin de verkregen gegevens nog geen volledig inzicht verschaffen in de situatie van de cliënt. Voor meer informatie over onderzoek en privacy zie paragraaf

17 [2] Aanleiding tot nader onderzoek

18 Gemeenten kunnen op verschillende manieren bekend worden met het bestaan van inkomen of vermogen in het buitenland. Soms is er volledige duidelijkheid over de aard en hoogte van de middelen, in andere gevallen bestaat er slechts een vermoeden dat vraagt om nader onderzoek. Hieronder wordt nader toegelicht in welke situaties een nader onderzoek in het buitenland kan worden ingesteld. Een onderzoek vangt aan met het indienen van een onderzoeksaanvraag bij het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) in Amsterdam (zie ook hoofdstuk 3). Aanvragen voor een onderzoek moeten aan de volgende criteria voldoen: er moeten voldoende aanwijzingen zijn (paragraaf 2.1); de aanwijzingen zijn concreet (paragraaf 2.2); het vooronderzoek en de bewijsstukken zijn toereikend voor nader onderzoek ter plaatse (paragraaf 2.3). 2.1 Er zijn voldoende aanwijzingen Signalen over mogelijke inkomens- en/of vermogensbestanddelen in het buitenland komen op verschillende manieren bij de gemeente binnen. Het kan gaan om informatie door de belanghebbende zelf, informatie van een derde zoals een instelling voor sociale zekerheid, de politie, justitie of de fiscus, een (anonieme) melding door een andere persoon of gegevens uit een onderzoek door de sociale recherche. De verkregen informatie kan, in combinatie met dossieronderzoek, al dan niet voldoende aanwijzingen opleveren voor de mogelijke aanwezigheid van inkomen of vermogen in het buitenland. Dossieronderzoek kan bijvoorbeeld informatie opleveren over al aanwezige (buitenlandse) stukken, regelmatig langdurig verblijf in het buitenland, vermogensopbouw of aflossing van omvangrijke schulden, onverklaarbare geldelijke transacties en bevindingen uit eerdere (fraude)onderzoeken. 2.2 De aanwijzingen zijn voldoende concreet De constatering dat er aanwijzingen zijn voor inkomens- en/of vermogensbestanddelen in het buitenland is onvoldoende om onderzoek te kunnen doen. In geval van vermoedelijk inkomen moet de inkomstenbron bekend zijn en in geval van vermoedelijke bezittingen moeten er min of meer concrete aanwijzingen zijn in (de omgeving van) welke plaats deze zich bevinden, waarbij uiteraard geldt dat hoe concreter de gegevens zijn hoe groter de kans is dat deze zijn te traceren. Dit betekent dat als belanghebbende zelf, of een derde, mededelingen doet over buitenlandse bezittingen, door de behandelende medewerker moet worden doorgevraagd om zo gedetailleerd mogelijke informatie te krijgen over de plaats van de bezittingen. Wanneer van de belanghebbende voldoende duidelijkheid wordt verkregen over het inkomen of vermogen, dan is nader onderzoek in het buitenland niet meer noodzakelijk. In paragraaf wordt uitgebreider beschreven wat te doen indien de informatie van de betrokkene niet volledig is. 18

19 2.2.1 De belanghebbende verstrekt zelf informatie over buitenlands inkomen/vermogen Is het de belanghebbende zelf die informatie verstrekt over zijn bezittingen, dan is deze ook verantwoordelijk voor het overleggen van bewijsstukken ter verificatie van hetgeen door hem wordt aangedragen. Het is vervolgens aan de gemeente om te beoordelen of de aangeleverde stukken valide genoeg zijn. Ingeval de bewijsstukken weliswaar volledig zijn, maar niet betrouwbaar genoeg, dan is het in eerste instantie aan de cliënt om hierin helderheid te verschaffen. Zo nodig kan de gemeente ingevolge artikel 54 WWB het recht op bijstand opschorten en een hersteltermijn bieden. Indien de cliënt buiten zijn eigen toedoen deze helderheid niet kan verkrijgen, bijvoorbeeld omdat de buitenlandse instantie de informatie niet verstrekt, dan kan het recht op bijstand niet worden opgeschort. Dan ligt het voor de hand een onderzoek in het buitenland te laten verrichten en hiertoe een onderzoeksaanvraag in te dienen (zie hoofdstuk 3). Zijn de stukken onvolledig, en is het gebrek aan informatie de cliënt te verwijten, dan is er aanleiding voor het opschorten van de bijstand en het verlenen van een hersteltermijn als bedoeld in artikel 54 WWB. Indien de belanghebbende na het verstrijken van de hersteltermijn in gebreke blijft dan kan het recht op bijstand worden ingetrokken. In een schema dat is opgenomen als bijlage 2 bij deze handreiking is verder uitgewerkt hoe om te gaan met een signaal van verzwegen vermogen Een vermoeden van verzwegen inkomen/vermogen ontstaat buiten cliënt om In de praktijk komt het veelvuldig voor dat het niet de cliënt is die spontaan met informatie komt, maar dat het vermoeden ontstaat door signalen binnen het al bestaande dossier of door (anonieme) verklaringen of stukken van derden. Het is aan B&W om te beoordelen of de aanwijzingen voldoende concreet zijn om de cliënt hiermee te confronteren. Hierbij dienen B&W zich te realiseren dat het informeren van de cliënt tot gevolg kan hebben dat deze maatregelen gaat treffen om bijvoorbeeld de tenaamstelling van de inkomsten of het vermogen aan te passen of tot vervreemding van een onroerend goed over te gaan. Als de informatie voldoende hard is om de cliënt hiermee te confronteren, dan is het aan de belanghebbende om hierover zo nodig nadere duidelijkheid te verschaffen. Als de gemeente uitsluitend op grond van informatie van derden direct wil overgaan tot beëindiging van de bijstand, dan is het raadzaam om de belanghebbende in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze te geven. Een en ander hangt samen met artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat het bestuursorgaan de belanghebbende dient te horen alvorens een belastende beschikking af te geven die steunt op gegevens die niet door de belanghebbende zelf zijn aangedragen. Er wordt in artikel 4:8 Awb weliswaar een uitzondering gemaakt voor situaties waarin de belanghebbende de inlichtingenplicht heeft geschonden, doch dit is niet in alle gevallen zonder meer vast te stellen. Is de informatie weliswaar hard genoeg, maar nog niet volledig, dan heeft de gemeente een keuze: (1) de cliënt confronteren met de informatie of (2) eerst nader onderzoek instellen. 19

20 Bepalend bij het maken van deze keuze is het risico dat de cliënt zelf maatregelen gaat treffen om tot vervreemding van inkomen of vermogen over te gaan: 1. De cliënt wordt geconfronteerd met de informatie en B&W vragen om nadere inlichtingen of bewijsstukken. De gemeente kan in gevolge artikel 54 WWB het recht op bijstand opschorten en een hersteltermijn bieden. Indien de cliënt echter buiten zijn eigen toedoen deze helderheid niet kan verkrijgen, dan kan het recht op bijstand ook niet worden opgeschort. Hiermee vervalt ook de mogelijkheid om de bijstand wegens het niet herstellen van het verzuim te beëindigen. In dat geval resteert alleen de mogelijkheid van nader onderzoek ter plaatse in het buitenland. 2. Er wordt nader onderzoek ingesteld. Wanneer de gemeente besluit nader onderzoek in te stellen, dan dient hiertoe een onderzoeksaanvraag te worden ingediend bij het IBF (zie hoofdstuk 3). Consequentie is dat de bijstandsuitkering voorlopig niet kan worden beëindigd in afwachting van de onderzoeksresultaten. In het Processchema signaal grensoverschrijdend onderzoek dat is opgenomen als bijlage 2 bij deze handreiking is verder uitgewerkt hoe om te gaan met een signaal van verzwegen vermogen. Aangezien de wijze en mogelijkheden van onderzoek per land verschillen wordt hierop in hoofdstuk 4 nader ingegaan. 2.3 Het vooronderzoek en de door de gemeente overgelegde bewijsstukken zijn toereikend Het IBF beoordeelt op basis van zijn ervaringen met onderzoeken in verschillende landen of het vooronderzoek en de door de gemeente overgelegde gegevens toereikend zijn. Uit de aanvraag om onderzoek moet blijken welke signalen zijn verkregen, wat het dossieronderzoek heeft opgeleverd, of er al dan niet vooronderzoek in Nederland is gedaan en wat dit aan informatie heeft opgeleverd. Bij de aanvraag moeten diverse bewijsstukken/gegevens worden overgelegd. Zie paragraaf

Fraude opsporen in het buitenland?

Fraude opsporen in het buitenland? Fraude opsporen in het buitenland? Grenzeloze samenwerking en handhaving door Internationaal Bureau Fraude-informatie VOOR RE-INTEGRATIE EN TIJDELIJK INKOMEN Waarom deze brochure? Het kabinet wil de internationale

Nadere informatie

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht Vaststelling: College van B&W 3 november 2008 Bekendmaking: De Trompetter 11 november 2008 Inwerkingtreding: 1 januari 2009 Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht

Nadere informatie

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015 Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015 Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. (Krediet)hypotheek: een te vestigen recht ter meerdere zekerheid op registergoeden;

Nadere informatie

Inkomen en vermogen in het. buitenland. Conclusie

Inkomen en vermogen in het. buitenland. Conclusie Opdrachtgever UWV Inkomen en vermogen in het buitenland Opdrachtnemer UWV Onderzoek Inkomen en vermogen in het buitenland: Handreiking bij grensoverschrijdend onderzoek en recht op bijstand Startdatum

Nadere informatie

Inkomen en vermogen in het buitenland

Inkomen en vermogen in het buitenland Inkomen en vermogen in het buitenland Handreiking bij grensoverschrijdend onderzoek en recht op bijstand UWV Juni 2011 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. XX000 00000 06-11 Inhoud Het

Nadere informatie

RICHTLIJN NR. B017 MELDINGSPLICHT VAKANTIE / VERBLIJF IN HET BUITENLAND

RICHTLIJN NR. B017 MELDINGSPLICHT VAKANTIE / VERBLIJF IN HET BUITENLAND 62 Jaar: 2008 Nummer: Besluit: B&W 18 november 2008 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B017 MELDINGSPLICHT VAKANTIE / VERBLIJF IN HET BUITENLAND Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 17,

Nadere informatie

Toelichting. Algemeen

Toelichting. Algemeen Toelichting Algemeen Op 1 januari 2013 zijn de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking getreden. Hierdoor wijzigt o.a. de

Nadere informatie

Beleidsregel Krediethypotheek en pandovereenkomst 2014

Beleidsregel Krediethypotheek en pandovereenkomst 2014 Beleidsregel Krediethypotheek en pandovereenkomst 2014 De wettelijke grondslag van de beleidsregel Gelet op artikel 34 en artikel 50 van de Wet werk en bijstand is het verstrekken van een krediethypotheek

Nadere informatie

Protocol Huisbezoek WIZ

Protocol Huisbezoek WIZ Protocol Huisbezoek WIZ Weert, april 2015 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 1.1. Wet Huisbezoeken vanaf 1 januari 2013 3 2. Het huisbezoek 4 2.1. Huisbezoek in het kader van dienstverlening 4 2.2. Huisbezoek

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken.

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Rapport Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Datum: 13 juli 2012 Rapportnummer: 2012/114 2 Klacht Op

Nadere informatie

Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 december 2009

Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 december 2009 Gemeenteraad Onderwerp: Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn Registratienummer: 09.13039 De raad van de gemeente Borger-Odoorn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.

Nadere informatie

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening Gemeenteblad nr. 93, 19 december 2013 Gelet op artikel 35 WWB Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening Richtlijn B093 - Suppletie GKB-lening wordt als volgt ingevuld:

Nadere informatie

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280

Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280 Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders van Haarlem: 1. gegevens met betrekking tot haar persoonlijke omstandigheden

Nadere informatie

Officiële naam regeling Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet Breda 2015

Officiële naam regeling Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet Breda 2015 Wetstechnische informatie Overheidsorganisatie Gemeente Breda Officiële naam regeling Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet Breda 2015 Citeertitel Verordening Individuele Inkomenstoeslag

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT No. 2010/696 De raad van de gemeente Coevorden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT gelet op de artikelen 7 en 8 en 10, tweede lid, van de

Nadere informatie

FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN

FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN Per 1 januari 2013 gaat de fraudewet en de wet huisbezoeken in, daarnaast wordt het buitenwettelijke beleid ingetrokken

Nadere informatie

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad. Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B078 Kosten rechtsbijstand

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad. Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B078 Kosten rechtsbijstand Jaar: 2010 Nummer: 31 Besluit: B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B078 KOSTEN RECHTSBIJSTAND Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 35 eerste lid Wet werk en bijstand (WWB)

Nadere informatie

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen. 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden

Nadere informatie

gelet op de Wet werk en bijstand, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op de Wet werk en bijstand, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; Nummer: Onderwerp: Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (Wwb). De Gemeenteraad van Haaksbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Haaksbergen; gelet op de Wet werk en bijstand,

Nadere informatie

Rapport. Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M..

Rapport. Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M.. Dossiernummer 2014 054 Rapport Verzoeker De heer K. G., verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer C.G. M.. Datum verzoekschrift Op 28 juli 2014 heeft de Overijsselse

Nadere informatie

Onderwerp : Verordening afstemmingsbeleid WWB

Onderwerp : Verordening afstemmingsbeleid WWB Aan de Gemeenteraad Raad Status 5 maart 2009 Besluitvormend Onderwerp Verordening afstemmingsbeleid WWB Punt no. 7 Korte toelichting In verband met de nieuwe Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude moet artikel

Nadere informatie

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014 . De Raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014 gelet op Artikel 149 Gemeentewet besluit vast te stellen:.

Nadere informatie

Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde

Nadere informatie

De Raad van de gemeente Ede,

De Raad van de gemeente Ede, De Raad van de gemeente Ede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Ede d.d. 11 november 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet; overwegende

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 14 september 2004 gelet op de artikelen 8a en 18 van de Wet werk en bijstand (Stb.2003,

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE;

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; Gemeente Grave DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; Overwegende dat met betrekking tot bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, in het

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005; De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005; gelet op de Wet werk en bijstand, Staatsblad 2003, nummer 375; gelet op

Nadere informatie

BAR HUISBEZOEKPROTOCOL UITKERINGEN 2013. Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk

BAR HUISBEZOEKPROTOCOL UITKERINGEN 2013. Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk BAR HUISBEZOEKPROTOCOL UITKERINGEN 2013 Barendrecht-Albrandswaard-Ridderkerk 1 Inleiding In het kader van handhaving van de Wet werk en bijstand en andere gemeentelijke sociale zekerheidsregelingen wordt

Nadere informatie

Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb).

Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Nummer: Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). De Gemeenteraad van Haaksbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013

Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013 Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013 Bestuurlijke boete Inleiding Invoering per 1 januari 2013 Vanouds kent artikel 18 WWB de mogelijkheid om de bijstand en de verplichtingen af

Nadere informatie

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Gemeente Utrecht DATUM 9 oktober 2002 Dienst

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 07/6943 WWB 07/6944 WWB U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. In het verzoek van 5 september 2013, 2013-0000527868, heeft het bestuur van de Raad voor rechtsbijstand verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 850 24 november 2008 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 2008, nr. 5557004/08, houdende bepalingen

Nadere informatie

B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN

B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN Jaar: 2010 Nummer: 118 Besluit: B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 8,

Nadere informatie

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op: - artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke waarschuwing en verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; Verordening individuele studietoeslag Westerveld 2015 De raad van de gemeente Westerveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel

Nadere informatie

op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2014; b e s l u i t :

op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2014; b e s l u i t : Agendapunt: 7 Nummer: 2014/15704 F De raad van de gemeente Slochteren; op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2014; gezien het advies van het Platform Werk en Inkomen

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.2 van de Wet basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten. DGBK/RvIG Rijksdienst voor Identiteitsgegevens In het verzoek van 13 mei 2015, 2015-0000367950, heeft de minister van Financiën ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs verzocht om autorisatie voor

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015. Gemeente.

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015. Gemeente. De raad van de gemeente.; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders..; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet; overwegende dat het van

Nadere informatie

Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Zoeterwoude 2015

Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Zoeterwoude 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Zoeterwoude Publicatiedatum: 19-12-2014 Nummer gemeenteblad: 0355 Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente

Nadere informatie

Agentschap BPR DGBK/BPR

Agentschap BPR DGBK/BPR Agentschap BPR DGBK/BPR In het verzoek van 26 november 2012, BPR2012/53973, heeft het Universitair Medisch Centrum Utrecht verzocht om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit een

Nadere informatie

Toelichting op de Regeling collectieve zorgverzekering voor minima in de gemeente Steenwijkerland 2012.

Toelichting op de Regeling collectieve zorgverzekering voor minima in de gemeente Steenwijkerland 2012. Gelet op het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland van dinsdag 22 januari 2008 en de op 11 november 2008 door de gemeenteraad aangenomen motie aanpassing minimabeleid, stelt het Dagelijks

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk

Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk Verordening individuele studietoeslag 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel

Nadere informatie

Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO)

Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO) Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO) Fractie: Naam: Onderwerp: Beantwoording Datum indiening vragen: Datum beantwoording: VVD Noordoostpolder Willem Keur Fraudecijfers WWB x Ja, kan verspreid via

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ Afdeling Samenleving, mei 2010 HOOFDSTUK 1 TERUGVORDERING ALGEMENE BEPALINGEN 1 Algemeen Alle begripsbepalingen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Gemeente Leidschendam-Voorburg 2015

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Gemeente Leidschendam-Voorburg 2015 Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Gemeente Leidschendam-Voorburg 2015 De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg; gelezen het voorstel van het college; gelet op artikel 8, eerste

Nadere informatie

Beleidsregels Landurigheidstoeslag 2013

Beleidsregels Landurigheidstoeslag 2013 Beleidsregels Landurigheidstoeslag 2013 Criteria Langdurigheidstoeslag Om voor Langdurigheidstoeslag (LDT) in aanmerking te komen zijn in de verordening Langdurigheidstoeslag bepalingen opgenomen welke

Nadere informatie

Gemeente Krimpen aan den IJssel

Gemeente Krimpen aan den IJssel pagina 1 van 5 Versie per 1 januari 2006 430 KREDIETHYPOTHEEK 1) ALGEMEEN 1.1. Algemene vermogensvrijlating De WWB kent, net als de Abw, een algemene vrijlatingsregeling voor vermogen. Alleen wanneer de

Nadere informatie

B&W 16 juni 2009 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B052 VERLAGING ALGEMENE BIJSTAND WEGENS ONTBREKEN WOONKOSTEN

B&W 16 juni 2009 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B052 VERLAGING ALGEMENE BIJSTAND WEGENS ONTBREKEN WOONKOSTEN Jaar: 2009 Nummer: 69 Besluit: B&W 16 juni 2009 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B052 VERLAGING ALGEMENE BIJSTAND WEGENS ONTBREKEN WOONKOSTEN Het college van burgemeester en wethouders; Collegevoorstel 0955615;

Nadere informatie

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B101 DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN EN INRICHTINGSKOSTEN

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B101 DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN EN INRICHTINGSKOSTEN Jaar: 2010 Nummer: 30 Besluit: B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B101 DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN EN INRICHTINGSKOSTEN Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 35 eerste lid

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Gemeente Doetinchem

R e g i s t r a t i e k a m e r. Gemeente Doetinchem R e g i s t r a t i e k a m e r Gemeente Doetinchem..'s-Gravenhage, 20 oktober 1999.. Onderwerp verstrekken van persoonsgegevens Bij brief van 1 september 1999 heeft u een antwoord gegeven op de vragen

Nadere informatie

VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015.

VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015. VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015. Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Assen Officiële naam regeling Verordening

Nadere informatie

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Verzoek

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Verzoek Dit formulier is bestemd voor: Gemeente Putten Fontanusplein 1 Postbus 400, 3880 AK Putten Voor inlichtingen: Loket Samenleving telefoonnummer (0341) 359 635 Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Verzoek

Nadere informatie

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013.

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013. Gemeenteblad Nijmegen Jaartal / nummer 2013 / 036 Naam Beleidsregels Terug- en Invordering Wet werk en bijstand 2013 Publicatiedatum 20 februari 2013 Opmerkingen - Besluit van Burgemeester en Wethouders

Nadere informatie

gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 50 van de Participatiewet; b e s l u i t :

gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 50 van de Participatiewet; b e s l u i t : De raad van de gemeente Oegstgeest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. datum; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 50 van de Participatiewet; b e s l u

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Kenmerk: 184268 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid,

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang, De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,, inzake gelet artikel 149 van

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2009;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2009; De Raad van de gemeente Sint Anthonis; overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 23893 12 september 2014 Autorisatiebesluit MvVenJ/Functioneel Parket, Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en

Nadere informatie

Toelichting Afstemmingsverordening

Toelichting Afstemmingsverordening Toelichting Afstemmingsverordening Algemene toelichting Rechten en plichten zijn twee kanten van één medaille. Het recht op een uitkering is altijd verbonden aan de plicht zich in te zetten om weer onafhankelijk

Nadere informatie

Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de export van sociale-verzekeringsuitkeringen

Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de export van sociale-verzekeringsuitkeringen Verdrag tussen de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de export van sociale-verzekeringsuitkeringen De Tsjechische Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden, hierna genoemd

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Vermeij (PvdA) over onduidelijke regels over samenwonen in de AOW.

Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van het lid Vermeij (PvdA) over onduidelijke regels over samenwonen in de AOW. > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T 070 333

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; Verordening individuele inkomenstoeslag Westerveld 2015 De raad van de gemeente Westerveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; gelet op artikel 147, eerste lid,

Nadere informatie

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad

B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad Jaar: 2010 Nummer: 33 Besluit: B&W 30 maart 2010 Gemeenteblad RICHTLIJN NR. B084 BABY-UITZET Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 35 eerste lid Wet werk en bijstand (WWB) Besluit:

Nadere informatie

25 juni 2013 Gemeenteblad

25 juni 2013 Gemeenteblad Jaar: 2013 Nummer: 53 Besluit: 25 juni 2013 Gemeenteblad BELEIDSREGEL SCHULDDIENSTVERLENING HELMOND 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, gelet op het bepaalde in de artikelen 2 en 3

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Urk 2015

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Urk 2015 Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Urk 2015 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Sectie Sociale Zaken November 2010. Protocol Huisbezoeken

Afdeling Samenleving Sectie Sociale Zaken November 2010. Protocol Huisbezoeken Afdeling Samenleving Sectie Sociale Zaken November 2010 Protocol Huisbezoeken Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding...3 1.1 Status huisbezoek... 3 1.2 Informed consent... 3 1.3 Leeswijzer... 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB Afdeling Samenleving, november 2009 HOOFDSTUK 1 TERUGVORDERING ALGEMENE BEPALINGEN 1 Algemeen Alle begripsbepalingen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010 MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010 Pag.i/5 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); b. belanghebbende:

Nadere informatie

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving;

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; No. 19. De raad van de gemeente Vlagtwedde; op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.;

Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.; De raad van de gemeente.; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.; Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling van de Intergemeentelijke Sociale

Nadere informatie

Regeling collectieve zorgverzekering voor minima in de gemeente Steenwijkerland 2016. Beleidsregel 1. Begripsbepalingen Beleidsregel 2.

Regeling collectieve zorgverzekering voor minima in de gemeente Steenwijkerland 2016. Beleidsregel 1. Begripsbepalingen Beleidsregel 2. Regeling collectieve zorgverzekering voor minima in de gemeente Steenwijkerland 2016. Gelet op het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland van dinsdag 22 januari 2008 en de op 11 november

Nadere informatie

Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015

Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015 Raadsbesluit nr. 7.c Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015 De raad van de gemeente; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerenveen 2015

gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerenveen 2015 De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van (datum); gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, gelet op artikel 8,

Nadere informatie

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen.

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl Besluit inzake de verklaring omtrent de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Nr. 13-3 De raad van de gemeente Marum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 juni 2015, nr. 15.05.13.; gezien het advies van de gezamenlijke Wmo-adviesraden van de Westerkwartiergemeenten

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015. Dienst SoZaWe Nw. Fryslân

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015. Dienst SoZaWe Nw. Fryslân Het algemeen bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van de Participatiewet; overwegende dat het van belang

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en

Nadere informatie

Beleidsregels tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Gemeente Súdwest-Fryslân

Beleidsregels tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Gemeente Súdwest-Fryslân Beleidsregels tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Gemeente Súdwest-Fryslân Artikel 1. Doel van de regeling Deze regeling heeft als doel te voorzien in een tegemoetkoming in de kosten van de eigen

Nadere informatie

Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012

Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012 Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012 Handhaving verordening Gemeente Culemborg ex artikel 18 WWB en artikel 35 IOAW/Z Handhavingverordening Wet werk en bijstand (WWB), Inkomensvoorziening

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel

Nadere informatie

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009;

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009; Pagina 1 van 5 Versie 2 Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009 Onderwerp: vaststellen Handhavingsverordening WWB en WIJ 2010 De raad der gemeente Leiderdorp: gelezen het voorstel van burgemeester

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1 WET van 5 september 2002, houdende vaststelling van regelingen inzake de identificatieplicht van dienstverleners (Wet Identificatieplicht Dienstverleners) (S.B. 2002 no. 66). ALGEMENE BEPALINGEN Artikel

Nadere informatie

$ Gemeente Scherpenzeel

$ Gemeente Scherpenzeel INTERGEMEENTELIJKE ONAFHANKELIJKE BEZWARENCOMMISSIE SCHERPENZEEL-WOUDENBERG SECRETARIAAT SCHERPENZEEL POSTBUS 100 392S ZJ SCHERPENZEEL TELEFOON: 033 277 2324 E-MAIL: IOB@SCHERPENZEEL.NL $ Gemeente Scherpenzeel

Nadere informatie