VOCABULARIO. Aanwijzingen bij de woordenlijst per les

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VOCABULARIO. Aanwijzingen bij de woordenlijst per les"

Transcriptie

1 Nueva Edición 1

2 Aanwijzingen bij de woordenlijst per les Hier vindt u de nieuwe woorden en uitdrukkingen van elke les. De woorden staan in de volgorde waarin ze voorkomen in de lessen. Ze zijn vanuit de context vertaald; andere belangrijke grondbetekenissen worden erbij gegeven. Van begrippen die niet kunnen worden vertaald, wordt een verklarende omschrijving in het Nederlands gegeven (deze staat cursief gedrukt). De Spaanse zelfstandige naamwoorden zijn samen met het lidwoord opgenomen: het is aan te bevelen deze in combinatie te leren. Spaanse zelfstandige naamwoorden die met een beklemtoonde a of ha beginnen, worden ook als ze vrouwelijk zijn in het enkelvoud voorafgegaan door het mannelijke lidwoord. In deze gevallen is het afwijkende geslacht met een f (= femenino; vrouwelijk) aangegeven. De vertalingen van de instructiezinnen in het tekstboek zijn niet in deze woordenlijst opgenomen; de vertaling van deze zinnen is in een apart document beschikbaar (via Ook woorden die uitsluitend op de cd voorkomen zijn hier niet opgenomen. Bij vervoegde werkwoordsvormen wordt naar de infinitief (Inf.) verwezen. Indien werkwoorden in de tegenwoordige tijd onregelmatige vormen kennen (i), (ie), (ue), (y), (zc) wordt dit tussen haakjes aangegeven. Unidad 1 Gente que estudia español estudiar la gente que estudia español 1. El primer día de clase el/la el/la primer/a el día de la clase esto es (Inf. ser) un/una la escuela de idiomas la escuela los idiomas en España el/la profesor/a está pasando la lista Están todos? están (Inf. estar) todos/as pon (Imperativo de poner) la cruz al lado de los/las estudiantes los/las sí studeren mensen die Spaans leren de de eerste dag van les deze; dit is een taleninstituut school talen in Spanje leraar/lerares; docent(e) listahij/zij neemt de presentielijst door presentielijst, deelnemerslijst Zijn ze allemaal aanwezig? ze zijn aanwezig allemaal zet kruisje achter cursisten de ja, wel el nombre voornaam; naam los apellidos achternamen 2. Cómo suena el español? Cómo? Hoe? suena (Inf. sonar) klinkt escucha (Imperativo de escuchar) luister otra vez nog een keer otro/a nog een; ander(e) la vez keer los nombres namen tu profesor jouw docent tu jouw leerá (Futuro de leer) hij/zij zal voorlezen despacio langzaam has oído (P. Perfecto de oír) je hebt gehoord los sonidos klanken nuevos/as nieuw para ti voor je 3. El español y tú y en tú jij cada uno/a de nosotros/as ieder, elk van ons cada ieder(e), elk(e) nosotros/as wij, we; (na voorzetsel) ons tiene (Inf. tener) hij/zij heeft los intereses interesses diferentes verschillend A ti te interesan? Interesseer jij je voor...? te interesan (Inf. interesar) je interesseert je voor estos/as deze los temas thema s, onderwerpen uno één dos twee tres drie cuatro vier cinco vijf seis zes siete zeven ocho acht nueve negen diez tien las playas stranden la cultura cultuur el arte (f) kunst la comida eten; lunch la política politiek los negocios handel; zakenleven grandes grote las ciudad essteden las fiestas populares volksfeesten la naturaleza natuur las actividades activiteiten intenta (Imperativo de intentar) probeer relacionar con in verband brengen met, een verband leggen/zien tussen las fotos foto s Qué? Wat? quieres (Inf. querer) je wilt conocer (zc) weten del (de + el) van de 2 Dos

3 el mundo hispano Spaanstalige wereld el mundo wereld hispano/a Spaanstalig yo ik sabes (Inf. saber) je kunt ya al, reeds contar tellen hasta tot en español in het Spaans a ver eens kijken inténtalo (Imperativo de intentar) probeer het sin mirar zonder te kijken sin zonder mirar kijken lee (Inf. leer) uno/a de estos/as los números de teléfono los números el teléfono los/las demás tienen que + Inf. (tener que + Inf.) adivinar de quién es quién cero 6. Un poco de geografía leest een van deze telefoonnummers nummers telefoon de anderen, de rest moeten raden van wie het is wie nul 4. El español en el mundo la televisión está transmitiendo el festival la canción participan (Inf. participar) los países en los que se habla (Inf. hablar) ahora está votando Argentina Bolivia Colombia Costa Rica Chile Cuba Ecuador Filipinas Guatemala Guinea Ecuatorial Honduras México Nicaragua Panamá Paraguay Perú Puerto Rico Rep. Dominicana (República Dominicana) El Salvador Uruguay Venezuela Cuántos/as? los puntos da (Inf. dar) el país anótalo (Imperativo de anotar) la pantalla cierra (Imperativo de cerrar) el libro puedes (Inf. poder) decir (i) 5. Un, dos, tres, cuatro, cinco el/la alumno/a televisie zendt net uit festival lied nemen deel landen waar; waarin men spreekt nu, op dit moment is net aan het stemmen Argentinië Bolivia Colombia Costa Rica Chili Cuba Ecuador Filippijnen Guatemala Equatoriaal-Guinea Honduras Mexico Nicaragua Panama Paraguay Peru Puerto Rico Dominicaanse Republiek El Salvador Uruguay Venezuela hoeveel punten geeft land noteer het scherm doe dicht boek je kunt zeggen; hier: opnoemen leerling(e), cursist(e) un poco de een beetje poco/a weinig geografía geografie podéis (Inf. poder) jullie kunnen situar plaatsen, situeren; hier: aanwijzen el mapa kaart trabajad werk (Imperativo de trabajar) en parejas in tweetallen yo creo que ik denk dat, ik geloof dat creo (Inf. creer) ik denk, ik geloof no nee Jamaica Jamaica Haití Haïti Brasil Brazilië Guyana Guyana Surinam Suriname Guyana Francesa Frans Guyana 7. Sonidos y letras las letras letters observa (Imperativo de observar) observeer, kijk goed naar; hier: let op se escriben (Inf. escribirse) ze worden geschreven la ciudad stad elige (Impera de elegir) kies las etiquetas kofferlabels el aeropuerto vliegveld deletrea (Imperativo de deletrear) spel tus jouw los/las compañeros/as klasgenoten, collega s; hier: cursisten conoces (Inf. conocer) je kent otros/as andere las abreviaturas afkortingen los aeropuertos luchthavens, vliegvelden las soluciones oplossingen 9. Quién es quién? Quién? Wie? son (Inf. ser) zijn algunos/as enkele los personajes personen famosos/as beroemde háblalo (Imperativo de hablar) praat erover 3 Tres

4 con met el/la compañero/a klasgenoot/-genote hier: buurman/ buurvrouw este/a dit, deze no sé (Inf. saber) ik weet het niet Cuáles? welke? 10. El país más interesante para nuestra clase 13. De la A a la Z mira (Imperativo de mirar) bekijk la página pagina ordénala (Imperativo de ordenar) zet in volgorde alfabéticamente alfabetisch nuestros/as onze los resultados resultaten más interesante para nuestro/a Cuál es? Cuál? vamos a + Inf. (ir a + Inf.) hacer (g) la estadística la pizarra primero escribe (Imperativo de escribir) escribir aquí al lado si queréis (Inf. querer) buscar la información sobre ganadores/as presentar meest interessant voor onze hier: Welk land is dat? Welk(e)? we gaan maken hier: tabel schoolbord eerst schrijf schrijven hiernaast als jullie willen zoeken informatie over winnende presenteren EL MUNDO DEL ESPAÑOL sabemos (Inf. saber) algo las tradiciones los paisajes conocidos/as folclóricos/as tiene muchas caras muchos/as las caras los aspectos muy 14. de dónde? dónde? Latinoamérica 15. wij weten iets tradities landschappen bekende, beroemde folkloristische kent/heeft veel gezichten veel gezichten aspecten zeer waarvandaan? waar? waarheen? Latijns-Amerika 11. Nombres y apellidos clasificar indelen en su lugar correspondiente op de juiste plaats su zijn; haar; uw; hun el lugar plaats correspondiente bijbehorend; hier: juist piensa en (Imperativo de pensar) denk aan parecidos/as vergelijkbaar la lengua taal compara vergelijk (Imperativo de comparar) después vervolgens por ejemplo bijvoorbeeld 12. La lista sabes (Inf. saber) je weet se llaman (Inf. llamarse) heten preguntar vragen se llama (Inf. llamarse) hij/zij heet luego vervolgens pregúntales vraag hun (Imperativo de preguntar) la dirección electrónica adres tienen (Inf. tener) ze hebben alguien iemand puede (Inf. poder) kan pasar lista de lijst voorlezen Cuántos/as sois? Met hoeveel zijn jullie? sois (Inf. ser) jullie zijn también suena (Inf. sonar) las maneras las versiones mismo/a la conversación Unidad 2 Gente con gente 1. Quiénes son? ook klinkt wijzes, manieren versies, varianten dezelfde, hetzelfde gesprek, bespreking quiénes? wie? las personas personen pero maar ellos/as zij; hen la intuición intuïtie asígnales (Imperativo de asignar) ken ze toe los datos gegevens el/la profesor/a de español docent(e) Spaans el/la diseñador/a ontwerper/ontwerpster el/la estudiante student(e) ESO (Educación verplicht voortgezet onderwijs Secundaria Obligatoria) voor twaalf- tot zestienjarigen trabaja (Inf. trabajar) hij/zij werkt la editorial uitgeverij estudia (Inf. estudiar) hij/zij studeert la universidad universiteit el dibujo (het vak) tekenen tiene 15 (quince) años hij/zij is 15 jaar quince vijftien 4 Cuatro

5 los años jaren diecinueve negentien veintisiete zevenentwintig treinta y nueve negenendertig veintinueve negenentwintig cincuenta y dos tweeënvijftig las fichas kaartjes preguntad vraag (Imperativo de preguntar) al (a + el) aan de vuestros/as jullie correctos/as juist ha tenido (P. Perfecto de tener) heeft gehad 2. De quién están hablando? están hablando ze praten la actividad oefening se refieren (Inf. referirse) hebben betrekking op las opiniones meningen están pensando en ze denken aan los/las mismos/as dezelfde Qué simpático es! Wat is hij aardig! simpático/a aardig agradable aangenaam, gezellig trabajador/a ijverig es cierto het is zeker/waar, dat klopt no es nada egoísta hij/zij is helemaal niet egoïstisch nada geenszins egoísta egoïstisch, zelfzuchtig no, qué va welnee!, nee hoor! al revés integendeel el hombre / la mujer man/vrouw inteligente intelligent pedante eigenwijs, pedant antipático/a onsympathiek eso dat un poco een beetje 3. Las formas de los adjetivos las formas vormen los adjetivos bijvoeglijke naamwoorden subraya (Imperativo de subrayar) onderstreep las conversaciones gesprekken anteriores voorgaand masculinos/as mannelijk femeninos/as vrouwelijk 4. La gente de la calle Picasso la calle straat viven (Inf. vivir) ze wonen los hombres / las mujeres mannen/vrouwen los/las niños/as kinderen (m/v); jongens/meisjes los/las jóvenes jongeren (m/v) las personas mayores oude mensen los/las casados/as gehuwden los/las solteros/as vrijgezellen, alleenstaanden los/las españoles Spanjaarden (m/v) hoy vandaag el sábado s zaterdags por la mañana s ochtends la mañana la casa adiós buenos días soy (Inf. ser) bien ama de casa español/a hace (Inf. hacer) el aeróbic historia sociable activo/a el banco corre (Inf. correr) hace fotografías las fotografías bueno/a serio/a juega al fútbol juega (Inf. jugar) el fútbol travieso/a toca la guitarra tocar la guitarra el/la periodista el tenis el inglés el/la fotógrafo/a el/la argentino/a colecciona (Inf. coleccionar) los sellos cariñoso/a come (Inf. comer) mucho duerme (Inf. dormir) Económicas es soltero/a el squash Derecho el piano alegre el/la ingeniero/a está separado/a separado/a la batería callado/a el/la profesor/a de alemán el alemán el saxofón está divorciado/a tímido/a baila (Inf. bailar) el flamenco perezoso/a es viudo/a pinta (Inf. pintar) independiente está jubilado/a hace punto el punto cocina (Inf. cocinar) ochtend huis dag goedemorgen!, goedendag! ik ben goed huisvrouw Spanjaard, Spaanse hij/zij doet (aan) aerobic geschiedenis vlot (in de omgang) actief bank hij/zij loopt hard hij/zij neemt/maakt foto s foto s aardig; goed serieus hij/zij voetbalt hij/zij speelt voetbal ondeugend; onrustig hij/zij speelt gitaar spelen gitaar journalist/e tennis Engels fotograaf/fotografe Argentijns; Argentijn(se) hij/zij verzamelt postzegels lief, liefhebbend hij/zij eet veel hij/zij slaapt economie hij/zij is vrijgezel/alleenstaand squash rechten piano vrolijk ingenieur (m/v) hij / zij leeft gescheiden uit elkaar drumstel, slagwerk stil, gesloten docent(e) Duits Duits saxofoon hij/zij is gescheiden verlegen hij/zij danst flamenco lui hij/zij is weduwnaar/weduwe hij/zij schildert zelfstandig, onafhankelijk hij/zij is gepensioneerd hij/zij breit breiwerk hij/zij kookt 5 Cinco

6 amable miras (Inf. mirar) la imagen lees (Inf. leer) los textos las cosas las características el/la niño/a el deporte el/la chico/a el/la señor/a mayor los/las vecinos/as dicen (Inf. decir) 5. Personas y cosas famosas Qué tal tu memoria? la memoria los equipos completar el equipo termina (Inf. terminar) antes el actor / la actriz norteamericano/a el plato chino/a la marca italiano/a el grupo musical inglés/esa la película el/la político/a europeo/a el/la futbolista brasileño/a el personaje histórico el personaje histórico/a el/la escritor/a latinoamericano/a el producto típico francés/esa irlandeses/as preparar las preguntas 6. Alemán, alemana el/la alemán/ana tienes (Inf. tener) encuentra (Imperativo de encontrar) abajo la nacionalidad los adjetivos correspondientes correspondientes según las terminaciones Alemania Francia vriendelijk, aardig je kijkt afbeelding, hier: tekening je leest teksten dingen kenmerken kind (m/v); jongen/meisje sport jongen/meisje oudere heer/dame buren (m/v); buurmannen/ -vrouwen ze zeggen hoe is het met je geheugen gesteld? geheugen groepjes aanvullen ploeg, team eindigt eerder acteur/actrice (Noord-)Amerikaans gerecht Chinees merk Italiaans muziekgroep Engels film politicus/politica Europees voetballer/voetbalster Braziliaans; Braziliaan(se) historisch belangrijk persoon persoon, persoonlijkheid historisch, geschiedkundig schrijver/schrijfster Latijns-Amerikaans typisch product Frans Iers; Ieren (m/v) voorbereiden vragen Duitser/Duitse je hebt vind; hier: zoek hieronder nationaliteit bijpassende bijvoeglijke naamwoorden bijpassend, bijbehorend volgens, overeenkomstig uitgangen Duitsland Frankrijk Austria Oostenrijk Bélgica België Luxemburgo Luxemburg Canadá Canada Grecia Griekenland Holanda Nederland Inglaterra Engeland Irlanda Ierland Italia Italië Marruecos Marokko Portugal Portugal irlandés/esa Iers portugués/esa Portugees canadiense Canadees holandés/esa Nederlands austriaco/a Oostenrijks belga Belgisch marroquí Marokkaans luxemburgués/esa Luxemburgs griego/a Grieks los habitantes inwoners a lo mejor misschien 7. El árbol genealógico de Paula el árbol genealógico stamboom la familia familie completa vul aan (Imperativo de completar) haz (Imperativo de hacer) stel construir (y) bouwen, hier: maken los/las hermanos/as broers/zussen el/la hermano/a broer/zus 8. Los verbos en español: -ar, -er, -ir los verbos werkwoorden señálalo (Imperativo de señalar) hier: geef aan las flechas pijlen juego (Inf. jugar) ik speel hablo (Inf. hablar) ik spreek cocino (Inf. cocinar) ik kook toco (Inf. tocar) ik speel, ik musiceer bailo (Inf. bailar) ik dans leo (Inf. leer) ik lees como (Inf. comer) ik eet tengo (Inf. tener) ik heb escribo (Inf. escribir) ik schrijf vivo (Inf. vivir) ik woon recibo (Inf. recibir) ik krijg/ik ontvang la música muziek el animal dier la poesía poëzie; gedicht los periódicos kranten los correos electrónicos s los restaurantes restaurants el tango tango solo/a alleen los platos gerechten españoles/as Spaanse toma (Imperativo de tomar) hier: maak las notas aantekeningen vas a + Inf. (ir a + Inf.) je gaat informar informeren 6 Seis

7 el resto las respuestas interesantes el/la gato/a 9. Un crucero por el Mediterráneo el crucero el Mediterráneo las Islas Baleares las islas reconocer (zc) los/las pasajeros/as el número las etiquetas el/la biólogo/a las mariposas aficionado/a a la gimnasia el/la arquitecto/a el japonés casado/a el/la pintor/a chileno/a la empresa la informática suizo/a el/la pianista el/la funcionario/a Biología habéis hecho (P. Perfecto de haber) igual rest antwoorden interessante kat (m/v); kater/poes cruise; cruiseschip Middellandse Zee Balearen eilanden herkennen passagiers nummer labels bioloog/biologe vlinders liefhebber van, gek op gymnastiek architect(e) Japans gehuwd, getrouwd schilder(es) Chileens; Chileen(se) bedrijf, onderneming informatica Zwitsers; Zwitser(se) pianist(e) ambtenaar (m/v) biologie jullie hebben gemaakt hetzelfde 10. Dónde se puede sentar tu compañero dónde sentarse imagina viaja (Inf. viajar) crees (Inf. creer) las comidas las mesas la ficha la edad la profesión las aficiones los/las empleados/as explica (Imperativo de explicar) estar de acuerdo DE DÓNDE ES USTED? usted se conocen (Inf. conocerse) la fiesta el tren la playa el bar De dónde eres? casi siempre casi siempre waar gaan zitten Stel je voor hij/zij reist je denkt maaltijden tafels formulier leeftijd beroep hobby s, liefhebberijen werknemers/werkneemsters leg uit het (ermee) eens zijn u ze leren elkaar kennen feest trein strand café Waar kom je vandaan? bijna altijd bijna altijd aragonés/esa uit Aragon Cataluña Catalonië desde el 76 (1976) sinds 1976 desde sinds los padres ouders bla, bla, bla blabla la región regio, streek la historia geschiedenis las tradiciones tradities la lengua taal la economía economie el paisaje landschap las maneras de vivir levenswijzes incluso zelfs el aspecto físico uiterlijk 11. lee (Imperativo de leer) el texto así 12. reconoces (Inf. reconocer) las regiones los monumentos las costumbres 13. seguro tenemos Unidad 3 Gente de vacaciones las vacaciones lees tekst zo je herkent streken monumenten gewoontes zeker we hebben vakantie 1. En un sorteo has ganado un viaje: Madrid o Barcelona? el sorteo loterij has ganado (P. Perfecto de ganar) je hebt gewonnen el viaje reis trata de probeer (om) (Imperativo de tratar + de) los lugares plaatsen aparecen (Inf. aparecer) voorkomen los anuncios advertenties la Sagrada Familia nog steeds niet voltooide kathedraal in Barcelona van de archtect A. Gaudí exacto juist, inderdaad; dat klopt la Costa Brava kustgebied in Noordoost Spanje querido/a cliente Beste klant el/la cliente klant (m/v) enhorabuena! Van harte gefeliciteerd! la visita guiada rondleiding la visita bezoek, bezichtiging el autocar touringcar el museo museum la excursión excursie, uitstapje 7 Siete

8 el monasterio el paseo la plaza el parque la fundación el concierto el partido de fútbol el partido prefieres (Inf. preferir) klooster wandeling plein park stichting concert voetbalwedstrijd wedstrijd je geeft de voorkeur aan, je wilt het liefst tranquilos/as el contacto el cuadro a tu derecha la derecha la estación del año el año el transporte 5. Se busca compañero de viaje rustig contact tabel aan jouw rechterzijde, rechts rechts periode van het jaar jaar vervoer 2. Tus intereses elegido/a gekozen me interesan (Inf. interesar) ik interesseer me voor utiliza (Imperativo de utilizar) gebruik las expresiones uitdrukkingen quiero + Inf. (querer + Inf.) ik wil especialmente in het bijzonder 3. Un test sobre tus vacaciones el test test las revistas tijdschriften publican (Inf. publicar) ze publiceren los tests tests para om te los hábitos gewoontes rellena (Imperativo de rellenar) vul in los gustos smaak las preferencias voorkeuren informa (Imperativo de informar) informeer, breng verslag uit aan entre todos met zijn allen darán (Futuro de dar) ze zullen geven las ideas ideeën, gedachten próximos/as volgende, eerstkomende me gusta + Inf. (gustar + Inf.) ik houd van, ik vind leuk el verano zomer me gusta (Inf. gustar) mij bevalt pues dan, in dat geval Mallorca Mallorca prefiero (Inf. preferir) ik geef de voorkeur aan, ik wil het liefst la pareja paar; partner los/las amigos/as vrienden/vriendinnen la primavera lente el otoño herfst el invierno winter las grandes ciudades grote steden el arte (f) kunst las culturas culturen la aventura avontuur el avión vliegtuig la bicicleta fiets rápido/a snel el coche auto 4. Las vacaciones de David, de Edu y de Manuel las frases zinnen resumen (Inf. resumir) vatten samen la idea idee, gedachte corresponde (Inf. corresponder) het komt overeen met lejanos/as ver se busca estás preparando has encontrado (P. Perfecto de encontrar) tenemos (Inf. tener) tener plazas libres el todoterreno los/las interesados/as llamar expresar los motivos la elección el apartamento Andalucía los viajes organizados los viajes los pueblos el viaje organizado ida y vuelta la ida la vuelta el/la guía el precio entre (Imperativo de entrar) pida (Imperatde pedir) el sol el mar la tranquilidad la ocasión barato/a agosto cerca de 6. Benisol.com la costa mediterráneo/a el pueblo imaginario/a la web decide (Imperativo de decidir) pequeño/a el paraíso está situado/a situar junto a el mar Mediterráneo al norte de el norte la infraestructura turístico/a magníficos/as gezocht je bereidt net voor je hebt gevonden wij hebben plaatsen vrij hebben terreinwagen geïnteresseerden, belangstellenden bellen; roepen uitdrukken, uiten redenen keuze appartement Andalusië georganiseerde reizen reizen volken georganiseerde reis retour heenreis terugreis gids prijs loop binnen vraag zon zee rust (buiten)kans goedkoop augustus dichtbij kust, kuststreek mediterraan dorp denkbeeldig website beslis klein paradijs is gesitueerd situeren bij, vlakbij Middellandse Zee ten noorden van noord(en) infrastructuur toeristische prachtige 8 Ocho

9 klimaat maken van buitengewoon elk type bezoekers hier: bezienswaardigheden belang oude centrum centrum, middelpunt oud gebouwen negentiende eeuw begin twintigste eeuw eeuw straten nauwe kleine pleintje markt behouden, bewaren, in stand houden charme mediterrane kerk barokke zand wit zacht talrijke diensten; toiletten faciliteiten beoefenen watersporten sporten zeevaart-, nautisch (strand)boulevard onderdak hotel pension (goedkoop) hotel (vaak bij mensen thuis; vgl. bed & breakfast) camping aankomen (auto)snelweg hier: afslag rechtstreekse treinen treinen directe, rechtstreekse voornaamste, belangrijkste omstreken, omgeving, periferie excursies natuurpark woestijn wandelsport, wandeltoerisme flora fauna archipel, eilandengroep van groot belang, heel belang-rijk ecologisch, milieu- warmwaterzeebronnen, thermen thalassotherapie (behandeling van ziekten met behulp van zeelucht, zeebaden enz.) el clima hacen de (Inf. hacer + de) maravilloso/a todo tipo de los/las visitantes los lugares de interés el interés el centro antiguo el centro antiguo/a los edificios el siglo XIX principios del XX el siglo las calles estrechos/as pequeños/as la plazuela el mercado conservan (Inf. conservar) el encanto mediterráneos/as la iglesia barroco/a la arena blanco/a suave numerosos/as los servicios las instalaciones practicar los deportes náuticos los deportes náuticos/as paseo Marítimo el alojamiento el hotel la pensión el hostal el cámping llegar la autopista la salida los trenes directos los trenes directos/as principales los alrededores las excursiones el paraje natural el desierto el senderismo la flora la fauna el archipiélago de gran interés ecológico/a las termas marinas la talasoterapia el parque acuático waterpretpark acuático/a waterlas atracciones attracties acuáticos/as waterfíjate (Imperativo de fijarse) let goed op el máximo de het maximum aantal reconozcas (Pres. de Subjuntivo je herkent de reconocer) formad (Imperativo de formar) vorm a partir de op basis van gana (Inf. ganar) wint forme vormt (Pres. de Subjuntivo de formar) las estructuras constructies, samenstellingen siguientes volgende hay er zijn, er is cerca de dichtbij está a 5 km de het bevindt zich op 5 kilometer van el hotel de cuatro estrellas viersterrenhotel 7. Dos cámpings los cámpings Por qué? coméntalo (Imperativo de comentar) la peluquería el minigolf la piscina la lavandería la sauna la discoteca el restaurante el gimnasio la guardería el cajero automático porque 8. Un lugar que me gusta mucho campings Waarom? bespreek het kapper midgetgolf zwembad wasserij sauna discotheek restaurant gymzaal, sportschool crèche geldautomaat omdat donde waar has estado (P. Perfecto de estar) je bent geweest recientemente onlangs prepara (Imperativo de preparar) bereid voor individualmente individueel la presentación presentatie bonito/a mooi Asturias Asturië Perdona pardon! bonitos/as mooie tranquilo/a rustig los Picos de Europa gebergte in Noordwest-Spanje dat is uitgeroepen tot nationaal park cerca dichtbij 9. Vacaciones en grupo marca (Imperativo de marcar) las posibilidades el coche particular el autobús kruis aan mogelijkheden eigen auto (auto)bus 9 Nueve

10 la montaña el campo el alojamiento el albergue de juventud el albergue la juventud alquilado/a formula (Imperativo de formular) por eso ir alojarme (Inf. alojarse) tuyos/as 10. Morillo de Tou o Yucatán Yucatán en primer lugar formáis (Inf. formar) el ejercicio las opciones leed (Imperativo de leer) el centro abandonado/a los años 60 rehabilitado/a el sindicato Aragón el conjunto histórico-artístico el castillo las murallas el parque nacional los deportes de montaña el esquí el centro social gótico/a cisterciense restaurado/a las caravanas la residencia rehabilitados/as Cancún exótico/a las semanas la península el vuelo u (o) deportivos/as maya la era la pirámide el observatorio astronómico el sur semitropical junio septiembre las lluvias intermitentes provocan (Inf. provocar) berg platteland onderdak jeugdherberg herberg jeugd gehuurd, verhuurd stel op, formuleer daarom gaan verblijven jouw, van jou schiereiland in het zuidoosten van Mexico allereerst; op de eerste plaats jullie vormen oefening opties lees centrum verlaten de jaren zestig gerehabiliteerd, gerenoveerd vakbond autonome regio in het noordoosten van Spanje hier: artistiek-historische bezienswaardigheid kasteel, burcht stadsmuren nationaal park bergsport ski(sport) ontmoetingscentrum gotisch cisterciënzer- gerestaureerd caravans pension gerenoveerde vakantieoord op het schiereiland Yucatán exotisch weken eiland vlucht of sport- maya- tijdperk piramide sterrenwacht zuiden subtropisch juni september regens, neerslag met tussenpozen optredend ze veroorzaken, hebben tot gevolg hitte vochtig temperaturen tussen graden januari augustus hoofdwegen toeristische maya- goed, aangenaam hotels bureaus, agentschappen organiseren mogelijk huren afgesproken, akkoord jullie moeten het eens worden data el calor húmedo/a las temperaturas entre los grados enero agosto las carreteras turísticos/as mayas buenos/as los hoteles las agencias organizan (Inf. organizar) posible alquilar de acuerdo debéis (Inf. deber) poneros de acuerdo las fechas 11. El plan de cada grupo el plan plan, voornemen explica (Inf. explicar) legt uit la opción optie, keuze ha elegido (P. Perfecto de elegir) heeft gekozen las razones redenen usar gebruiken la explicación uitleg salir (g) vertrekken regresar terugkomen, teruggaan queremos (Inf. querer) wij willen alojarnos (Inf. alojarse) verblijven pasar un día een dag doorbrengen preferimos (Inf. preferir) het liefst willen we VEN A CONOCER CASTILLA Y LEÓN 12. la agencia de publicidad ha elaborado (P. Perfecto de elaborar) elaborar el anuncio llenos/as de el acueducto las catedrales góticos/as pasear los museos castellano/a la ruta el Duero el Camino de Santiago los castillos los monasterios descansar reclamebureau heeft opgesteld vervaardigen, uitwerken, uitdenken advertentie vol aquaduct kathedralen gotische gaan wandelen musea Castiliaans route Duero (rivier die ontspringt in Noord-Spanje en door Noord- Portugal naar de Atlantische Oceaan stroomt) pelgrimsweg naar Santiago de Compostela kastelen kloosters uitrusten 10 Diez

11 elaboráis (Inf. elaborar) escribid (Imperativo de escribir) el eslogan pensad (Imperativo de pensar) las imágenes elegid (Imperativo de elegir) guste (Pres. de Subjuntivo de gustar) 13. elige (Inf. elegir) figure (Pres. de Subjuntivo de figurar) pregunta (Inf. preguntar) sabe (Inf. saber) el punto al final ha obtenido (P. Perfecto de obtener) encuentran (Inf. encontrar) da (Imperativo de dar) las pistas dar pistas el río el lago la isla el este el oeste lejos de Unidad 4 Gente de compras las compras 1. Gentishop, centro comercial el centro comercial las tiendas venden (Inf. vender) los electrodomésticos los medicamentos la ropa los pasteles los libros las joyas los zapatos el papel los cosméticos los artículos de deporte las bebidas las flores las postales la perfumería la farmacia los calzados la joyería la pastelería la librería la papelería el supermercado julie stellen op schrijf slogan, slagzin denk na over beelden kies jullie vinden leuk kiest hij/zij komt voor hij/zij vraagt hij/zij weet punt uiteindelijk hij/zij heeft behaald vinden geef aanwijzingen aanwijzingen geven rivier meer eiland oosten westen ver (van) het winkelen; boodschappen winkelcentrum winkels ze verkopen huishoudelijke apparaten geneesmiddelen kleding taarten, gebak boeken sieraden schoenen papier; rol cosmeticaproducten sportartikelen drank bloemen ansichtkaarten parfumerie apotheek schoeisel, schoenen juwelier banketbakkerij boekhandel kantoorboekhandel supermarkt la bodega 2. La lista de Daniel wijnhandel va de compras (ir + de compras) gaat inkopen doen, gaat winkelen comprar (in)kopen varios/as verscheidene, verschillende el regalo geschenk, cadeau el/la novio/a verloofde (m/v); bruidegom/ bruid; vriend(in) las botellas flessen el cava cava (Spaanse champagne) la americana colbert, jasje la espuma de afeitar scheerschuim las aspirinas aspirines el desodorante deodorant las pilas batterijen el CD virgen onbeschreven cd el/la gato/a kat (m/v) los calcetines sokken los sobres enveloppen el periódico krant el pañuelo sjaal; zakdoek el reloj horloge; klok el pastel de cumpleaños verjaardagstaart las cruces kruisjes la droguería drogisterij el quiosco kiosk la tienda winkel, zaak la floristería bloemenzaak los muebles meubels 3. Las compras de Daniel precioso/a prachtig, schitterend demasiado te veel, te zeer caro/a duur el perfume parfum fuerte sterk, hevig nuevo/a nieuw negro/a zwart solo alleen la talla maat azul blauw lo siento het spijt me segundo/a tweede la planta etage; plant el tubo buisje la bolsa zak; beurs la orquídea orchidee los diálogos gesprekken falta (Inf. faltar) ontbreekt la frase zin Cuánto vale? hoeveel kost het? cuánto? hoeveel? valer (g) kosten, waard zijn las tarjetas bankpassen comprueba controleer, stel vast (Imperativo de comprobar) di (Imperativo de decir) zeg Nº nr./nummer (afkorting van número) 11 Once

12 se prueba (Inf. probarse) pagar busca (Inf. buscar) compra (Inf. comprar) el ticket caros/as baratos/as 4. Cuánto cuesta? Cuánto cuesta? costar (ue) identificar los yenes los reales las libras las rupias los euros los sucres las coronas los pesos los bolívares los dólares 5. Cien mil millones la serie 6. Estas? las gorras adecuados/as las decisiones 7. Tienes ordenador? hij/zij past betalen hij/zij zoekt hij/zij koopt (kassa)bon duur goedkoop hoeveel kost het? kosten herkennen yen (Japanse munteenheid) real (munteenheid van Brazilië) pond roepia euro sucre (munteenheid van Ecuador) kroon peso (munteenheid van diverse landen in Latijns-Amerika) bolivar (Venezolaanse munteen heid) dollar reeks petten geschikt, passend beslissingen, besluiten la falda rok el vestido jurk los zapatos schoenen las botas laarzen las cazadoras (wind)jacks el jersey trui, pullover los vaqueros spijkerbroek la camiseta T-shirt rojo/a rood serio/a serieus, ernstig clásico/a klassiek informal informeel, ongedwongen juvenil jeugdig, jeugd- 9. Una fiesta necesitáis (Inf. necesitar) jullie hebben nodig traer meenemen se encarga (Inf. encargarse) zorgt voor necesitamos (Inf. necesitar) we hebben nodig los discos (grammofoon)platen; cd s 10. Premios para elegir los premios prijzen la galería comercial winkelcentrum han tocado (P. Perfecto de tocar) hier: je hebt gewonnen el familiar familielid el/la amigo/a vriend(in) el sofá bank, sofa la tele televisie 11. Qué le regalamos? regalamos (Inf. regalar) we geven proponen (Inf. proponer) ze stellen voor 12. Felicidades el ordenador consumista el lavavajillas la cámara de vídeo el DVD la tienda de campaña la moto los patines el microondas los esquís la lavadora el teléfono móvil necesitas (Inf. necesitar) computer consument afwasmachine videocamera dvd tent motor (rol)schaatsen magnetron ski s wasmachine mobiele telefoon je hebt nodig felicidades el cumpleaños las necesidades los animales cocinas (Inf. cocinar) practicas (Inf. practicar) haced (Imperativo de hacer) 13. De compras representaremos (Futuro de representar) la escena hartelijk gefeliciteerd verjaardag behoeften dieren je kookt hier: je doet aan (een sport) hier: stel we zullen naspelen scène 8. Ropa adecuada FELIZ NAVIDAD adecuado/a geschikt, passend los sitios plaatsen ponerse (g) aantrekken discútelo (Imperativo de discutir) bespreek het la reunión de trabajo werkbespreking elegante elegant, chic los pantalones broek las chaquetas colberts, jasjes las camisas overhemden feliz Navidad propios/as respecto a la Navidad los tres Reyes Magos Oriente los camellos llegan (Inf. llegar) la noche Gelukkig kerstfeest eigen wat betreft Kerstmis Driekoningen Oosten kamelen komen aan nacht 12 Doce

13 las cartas quieren (Inf. querer) últimos/as diciembre la Nochebuena el Papá Noel queridos/as las Navidades la muñeca los patines en línea el juguete el carbón malo/a los/las abuelitos/as muchas gracias 14. la carta 15. las situaciones invitan (Inf. invitar) el vino la colonia el electrodoméstico dar las gracias el favor el disco el licor se casan (Inf. casarse) el dinero visitamos (Inf. visitar) el hospital los bombones las ocasiones Unidad 5 Gente en forma 1. Para estar en forma estar en forma añadir duermo (Inf. dormir) demasiados/as bebo (Inf. beber) el agua (f) la fruta ando (Inf. andar) fumo (Inf. fumar) tomo (Inf. tomar) el alcohol el café la fibra el yoga los dulces el tiempo estoy sentado la carne el azúcar brieven ze willen laatste december kerstavond kerstman beste, lieve kerst, kersttijd pop; pols inline skates speelgoed roet; kolen gemeen, vervelend grootouders (m/v) hartelijk dank brief situaties ze nodigen uit wijn eau de cologne huishoudelijk apparaat bedanken gunst (grammofoon) plaat; cd likeur ze trouwen geld we bezoeken ziekenhuis bonbons gelegenheden, momenten in vorm blijven toevoegen ik slaap te veel ik drink water fruit ik loop, ik ga ik rook ik neem, ik neem in alcohol koffie vezel yoga zoetigheid, snoepgoed tijd ik zit vlees suiker las verduras groenten en común gemeen, gemeenschappelijk dormimos (Inf. dormir) wij slapen 2. El cuerpo en movimiento el cuerpo lichaam en movimiento in beweging la salud gezondheid el suplemento bijlage semanal wekelijks los ejercicios físicos lichamelijke oefeningen las instrucciones aanwijzingen, instructies realizar uitvoeren mantenerse en forma in vorm blijven fácil makkelijk el pecho borst el cuello hals, nek la actividad física lichaamsbeweging fundamental essentieel ayuda (Inf. ayudar) het helpt perder (ie) verliezen el peso gewicht mantiene (Inf. mantener) onderhoudt el tono spankracht los músculos spieren ser necesario/a noodzakelijk, nodig zijn complicados/as moeilijk, gecompliceerd sofisticados/as gekunsteld recomendables aan te raden los ejercicios oefeningen simples eenvoudig efectivos/as effectief, doeltreffend además bovendien a continuación hierna; hieropvolgend de pie staand las piernas abiertas wijdbeens las piernas benen abiertos/as geopend; gespreid las manos handen juntos/as gevouwen detrás de achter la cabeza hoofd girar draaien la izquierda links las partes del cuerpo lichaamsdelen descubrir ontdekken, vinden; hier: te weten komen describir beschrijven la espalda rug el corazón hart sentados/as zittend (Participio de sentarse) las rodillas knieën los codos ellebogen el suelo grond la pierna been doblado/a (Participio de doblar) dubbelgevouwen hacia atrás achteruit estirado/a (Participio de estirar) uitgestrekt los brazos armen el pie voet cambiar veranderen, wisselen 13 Trece

14 tumbarse apoyados/as (Participio de apoyar) levantar colocar enfrente de los ojos abrir juntar 3. Hacen deporte los españoles? programma radio gaat naar buiten interviews, gesprekken geïnterviewden sportief hij skiet mond het bevel geven bevel voorbeeld voert het uit veranderen houding verder zich vergist afvallen laatste aanraken elleboog taille, middel hand laten zakken; dalen rechter- knie linker- naar voren oorzaken stress symptomen interview verschillend weekend vaak zaken, aangelegenheden werk snel, haastig overal heen ontbijten doen; aan het doen (zijn) tegelijkertijd nerveus worden files verkeer onmiddellijk arts (m/v) el programa la radio sale (Inf. salir) las entrevistas los/las entrevistados/as deportista esquía (Inf. esquiar) 4. La cabeza, el pie, la boca la boca dar la orden la orden el ejemplo sigue (Inf. seguir) modificar la postura sucesivamente se equivoca (Inf. equivocarse) quedar fuera el/la último/a tocarse el codo la cintura la mano bajar derecho/a la rodilla izquierdo/a hacia delante 5. Causas del estrés las causas el estrés los síntomas la entrevista distinto/a el fin de semana frecuentemente los asuntos el trabajo deprisa a todas partes desayunar haciendo (Gerundio de hacer) al mismo tiempo ponerse nervioso/a los atascos el tráfico inmediatamente el/la médico/a gaan liggen rustend op optillen, opheffen plaatsen tegenover ogen spreiden; openen samenbrengen ante bij; voor cualquier ieder el síntoma symptoom, verschijnsel menos de minder dan las horas uur durante tijdens levantarse opstaan acostarse naar bed gaan la hora uur; tijd sufrir lijden 6. Malas costumbres para una vida sana la vida leven sano/a gezond entrevistar interviewen llevar leiden en general in het algemeen el consejo advies la verdura groente doy un paseo ik maak een wandeling doy (Inf. dar) ik geef; hier: ik maak 7. Nuestra guía para vivir 100 años en forma hay que men moet; je moet en otras palabras met andere woorden importantes belangrijk la alimentación voeding el equilibrio evenwicht anímico/a geestelijk las reglas regels la casilla hokje el pescado vis alcohólicos/as alcoholisch controlar controleren el peso gewicht la importancia belang, betekenis consumir consumeren, eten menos minder mejor beter disfrutar genieten el tiempo libre vrije tijd las relaciones relaties, verhoudingen agradables aangenaam, prettig, gezellig diario/a dagelijks los horarios tijdschema s, roosters regulares regelmatig con calma rustig ir a dormir gaan slapen levantarse opstaan la ayuda hulp el diccionario woordenboek muéstrasela laat ze zien (Imperativo de mostrar) 8. Vamos a informarnos trabajaremos (Futuro de trabajar) we gaan werken realizaremos (Futuro de realizar) we zullen uitvoeren la tarea taak individual individueel la lectura lezen el miembro lid 14 Catorce

15 debe (Inf. deber) extrae (Inf. extraer) principal importante conseguir (i) actualmente delante de sin embargo estar preparado/a conviene (Inf. convenir) ya que fuertes violentos/as el golf ideal tan medio/a la forma regular constante las veces por semana el control los alimentos tomamos (Inf. tomar) normalmente comen (Inf. comer) engordar gordo/a el problema de hecho las sociedades occidentales enfermo/a a causa de el exceso aconsejable las grasas el chocolate reducir la cantidad la grasa rico/a las proteínas el queso la dieta como mínimo a la plancha los fritos la salsa las frutas contienen (Inf. contener) la fibra la Organización Mundial de la Salud (OMS) recomienda (Inf. recomendar) un mínimo de los gramos diarios/as tan como el carácter impaciente violento hij/zij moet hij/zij haalt eruit voornaamste, belangrijkste belangrijk bereiken tegenwoordig voor toch, niettemin is gebouwd om het is aan te bevelen aangezien sterk, stevig, krachtig heftig, hevig golf ideale even half manier, wijze regelmatig constant, voortdurend keer per week controle voedingsmiddelen wij nemen tot ons, wij eten gewoonlijk ze eten dik worden dik probleem in feite maatschappijen, samenlevingen westers ziek wegens teveel, overdaad aan te bevelen vetten chocolade verminderen, beperken hoeveelheid vet rijk proteïnes, eiwitten kaas dieet minstens, ten minste gegrild gefrituurde gerechten saus; salsa fruit bevatten vezel Wereldgezondheidsorganisatie beveelt aan een minimum van gram dagelijks net zo als karakter ongeduldig opvliegend; heftig, hevig introvertido/a introvert, in zichzelf gekeerd los riesgos risico s extrovertido/a extravert, open sin prisas zonder haast por otra parte anderzijds los estudios studies las investigaciones onderzoeken establecer (zc) leggen; vestigen la relación verband directo/a direct, rechtstreeks las emociones emoties, gevoel negativos/as negatief la preocupación bezorgdheid, angst las enfermedades ziekten la muerte dood contribuye (Inf. contribuir) draagt bij aan aumentar doen toenemen, doen stijgen positivo/a positief evitar vermijden los sentimientos gevoelens la culpabilidad schuld, schuldgevoel finalmente ten slotte suponer (g) betekenen; veronderstellen acostarse naar bed gaan la comida middageten la cena avondeten 9. El contenido de nuestra guía el contenido inhoud los miembros leden exponer (g) uiteenzetten sucesivamente na elkaar, achtereenvolgens 10. Elaboramos la guía? la introducción inleiding escrito/a (Participio de escribir) geschreven las recomendaciones adviezen la esperanza de vida levensverwachting mayor hoger, groter adoptar overnemen las formas de vida manier van leven preparen ze bereiden voor (Pres. de Subjuntivo de preparar) la vejez ouderdom feliz gelukkig hemos seleccionado we hebben uitgekozen (P. Perfecto de seleccionar) los consejos adviezen es conveniente het is raadzaam SALUD, DINERO Y AMOR el amor liefde famoso/a beroemd, bekend la fórmula formule la felicidad geluk las encuestas enquêtes confirmar bevestigen físicamente fysiek, lichamelijk moralmente moreel gezien bastante behoorlijk, tamelijk, redelijk 15 Quince

16 nunca nooit casi nunca bijna nooit la falta de gebrek aan la libertad vrijheid los minutos minuten europeos/as Europese el/la doctor/a dokter (m/v) el/la especialista deskundige, specialist (m/v) el tema onderwerp, thema cultural cultureel cenar eten ( s avonds), dineren más tarde que later dan exactamente precies, exact el resto de de rest van Europa Europa tradicional traditioneel la siesta siësta, middagslaapje ser frecuente vaak/veel voorkomen, gebruikelijk zijn confiesa (Inf. confesar) hij/zij geeft toe los fines de semana weekends un rato een poos, een tijdje la mayoría het merendeel frente a voor el televisor televisietoestel fijo/a vast todavía nog steeds el extranjero buitenland la tele televisie el entretenimiento vermaak, afleiding, ontspanning preferido/a (Participio de preferir) favoriet, voorkeurscuarto/a vierde la posición plaats concretamente om precies te zijn de media gemiddeld los/las alemanes/as Duitsers (m/v) los/las franceses/sas Fransen (m/v) los/las italianos/as Italianen (m/v) los/las británicos/as Britten (m/v) salir de tapas tapas gaan eten in verschillende bars na elkaar la diversión afleiding, ontspanning favorito/a favoriet gastar uitgeven los espectáculos voorstellingen los conciertos concerten el teatro theater los hoteles hotels los cafés cafés jamás nooit la música clásica klassieke muziek el estudio studie reciente recent, nieuw indicar aanwijzen, aanduiden los problemas problemen la comida rápida fastfood ganar terreno terrein/veld winnen ningún/una geen enkel(e) la natación (het) zwemmen practicados/as beoefende (Participio de practicar) solos/as alleen gracias nee bedankt sin duda zonder twijfel importantísimos/as la amistad suficientes orgullosos/as opinar descuidar 11. referido/a (Participio de referir) Unidad 6 Gente que trabaja 1. Las profesiones de la gente las profesiones el edificio la letra el/la empleado/a de banca el/la guarda de seguridad el/la traductor/a el/la dependiente/a el/la abogado/a el/la mensajero/a el/la dentista el/la arquitecto/a el/la taxista el/la albañil el/la pintor/a el/la vendedor/a de coches el bufete de abogados la clínica dental el estudio de arquitectura el servicio de traducciones 2. Cualidades las cualidades necesarios/as organizado/a dinámico/a creativo/a comunicativo/a estar dispuesto/a a estar acostumbrado/a a mandar convencer (z) la experiencia el título universitario tener buena presencia la paciencia el carné de conducir 3. Vuestras profesiones aún el futuro zeer belangrijk vriendschap voldoende, genoeg trots van mening zijn, vinden verwaarlozen gerelateerd aan; hier: als het betrof beroepen gebouw letter bankemployé (m/v) beveiligingsbeambte (m/v) vertaler/vertaalster verkoper/verkoopster, winkelbediende (m/v) advocaat/advocate koerier (m/v) tandarts (m/v) architect(e) taxichauffeur (m/v) metselaar (m/v) schilder(es); huisschilder (m/v) autohandelaar (m/v) advocatenkantoor tandartspraktijk architectenbureau vertaalbureau eigenschappen nodig georganiseerd dynamisch creatief spraakzaam, communicatief bereid zijn (om) gewend zijn (om/aan) leiding geven; sturen, zenden overtuigen, overreden ervaring academische/universitaire graad, bul een verzorgd uiterlijk hebben, representatief voorkomen hebben geduld rijbewijs nog toekomst 16 Dieciséis

17 la construcción bouw 4. Profesiones interesantes, aburridas, seguras, peligrosas aburridos/as saai; vervelend seguros/as veilig peligrosos/as gevaarlijk el aspecto aspect negativo/a negatief el/la farmacéutico/a apotheker(es) el/la músico musicus (m/v), muzikant(e) el/la agricultor/a landbouwer (m/v), boer(in) el/la asistente social maatschappelijk werker/-ster el/la camionero/a vrachtwagenchauffeur (m/v) el/la cartero/a postbode (m/v) el/la maestro/a onderwijzer/es el/la policía politieagent/e el/la psicólogo/a psycholoog (m/v) peligroso/a gevaarlijk variado/a gevarieerd, afwisselend seguro/a zeker, veilig autónomo/a zelfstandig, onafhankelijk los/las taxistas taxichauffeurs (m/v) los/las médicos/as artsen (m/v), dokters (m/v) monótono/a eentonig, monotoon duro/a zwaar aburrido/a saai, vervelend peligroso/a gevaarlijk difícil moeilijk estresante stress veroorzakend los accidentes ongelukken desagradables onaangenaam la responsabilidad verantwoordelijkheid 5. Alicia busca empleo ha pasado (P. Perfecto de pasar) heeft doorgebracht vuelve (Inf. volver) ze keert terug el empleo baan la agencia de colocación arbeidsbemiddelingsbureau, uitzendbureau ha estudiado hij/zij heeft gestudeerd (P. Perfecto de estudiar) ha trabajado hij/zij heeft gewerkt (P. Perfecto de trabajar) ha vivido (P. Perfecto de vivir) hij/zij heeft gewoond valorar inschatten el perfil profiel se adecua (Inf. adecuarse) is passend/geschikt presentarse zich kandidaat stellen; solliciteren ponerse de acuerdo het eens worden, tot overeenstemming komen poneos (Imperativo de ponerse) word/kom solicitar verzoeken; hier: zoekt/is op zoek naar multinacional multinational farmacéutico/a farmaceutisch el/la vendedor/a verkoper/verkoopster requerido/a gezocht (Participio de requerir) la Licenciatura en Farmacia doctorandustitel farmacie la Licenciatura en Biología doctorandustitel biologie las ventas verkoop la disponibilidad beschikbaarheid todo/a heel, helemaal, al el don de gentes goede contactuele eigenschappen los conocimientos kennis ofrecer (zc) (aan)bieden el contrato laboral arbeidsovereenkomst, arbeidscontract el alta (f) aanmelding, inschrijving la Seguridad Social ziekenfonds el momento moment, tijdstip la incorporación indiensttreding la formación opleiding a cargo de op kosten van el sueldo salaris la comisión provisie, commissie el ambiente de trabajo arbeidsklimaat el vehículo vervoermiddel los gastos pagados onkostenvergoeding a mano handgeschreven el currículo / el CV / c.v. el currículum vitae mecanografiado/a getypt (Participio de mecanografiar) líder toonaangevend, leidend dietéticos/as dieetel Titulado superior houder van een diploma hoger onderwijs el Departamento de Marketing afdeling marketing la Licenciatura en Bioquímica doctorandustitel biochemie internacional internationaal el sector sector el nivel niveau avanzado/a gevorderd, vergevorderd inmediato/a onmiddellijk enviar sturen urgentemente met spoed el laboratorio laboratorium la sede vestiging, zetel se requiere (Inf. requerir) vereist universitario/a universitair, academisch la Medicina geneeskunde, medicijnen la Química scheikunde la investigación onderzoek el dominio beheersing hablado/a (Participio de hablar) mondeling el italiano Italiaans el portugués Portugees hablados/as mondelinge (Participio de hablar) la capacidad vaardigheid liderar leiden la remuneración beloning el candidato/a kandidaat (m/v) técnico/a technisch comercial commercieel la duración duur deberán (Futuro de deber) zullen moeten remitir sturen detallado/a gedetailleerd (Participio de detallar) 17 Diecisiete

18 6. Curiosos famosos curiosos/as eigenaardig, merkwaardig los/las famosos/as beroemdheden (m/v) tratad de probeer (Imperativo de tratar + de) recordar (ue) herinneren imaginad verzin (Imperativo de imaginar) consiga behaalt, bereikt (Pres. de Subjuntivo de conseguir) ha sido (P. Perfecto de ser) hij/zij is geweest pagado/a (Participio de pagar) betaald ha cobrado hij/zij heeft verdiend (P. Perfecto de cobrar) ha hecho (P. Perfecto de hacer) hij/zij heeft gemaakt románticos/as romantisch ha pertenecido a hij/zij is lid geweest van (P. Perfecto de pertenecer) la Iglesia de la Cienciología scientology kerk estar casado getrouwd zijn ha participado heeft gespeeld (P. Perfecto de participar) las misiones imposibles onmogelijke missies los trofeos trofeeën, prijzen la publicidad reclame ha vendido hij/zij heeft verkocht (P. Perfecto de vender) traducir vertalen aproximadamente bij benadering, ongeveer la Amnistía Internacional Amnesty International los adolescentes pubers, tieners el padre / la madre vader/moeder las películas films ha recibido hij/zij heeft ontvangen (P. Perfecto de recibir) el/la administrativo/a administrateur (m/v), administratief medewerker (m/v) la Compañía Telefónica Spaanse Telefoonmaatschappij Nacional Española el cine bioscoop, film la telenovela soap, televisiefeuilleton mexicano/a Mexicaans ha superado heeft overtroffen (P. Perfecto de superar) superar overtreffen el/la artista artiest(e), kunstenaar/kunstenares en solitario solo vendidos/as verkocht (Participio de vender) en total kortom; alles bij elkaar ha llegado (P. Perfecto de llegar) heeft het gebracht tot, heeft bereikt las copias kopieën; hier: exemplaren los Estados Unidos Verenigde Staten los/las futbolistas voetballers/voetbalsters anuales jaarlijks, per jaar pobre arm los souvenirs souvenirs ha jugado (P. Perfecto de jugar) heeft gespeeld has visto (P. Perfecto de ver) je hebt gezien el tiempo verbal werkwoordstijd subraya (Imperativo de subrayar) onderstreep encuentres je komt tegen (Pres. de Subjuntivo de encontrar) averiguar afleiden formarse zich vormen el infinitivo infinitief 7. Nuestros famosos los/las políticos politici (m/v) los/las artistas artiesten, kunstenaars (m/v) adivinarán (Futuro de adivinar) ze zullen raden el caso geval, zaak, kwestie el premio Nobel Nobelprijs la literatura literatuur otorgado/a toegekend, verleend (Participio de otorgar) 8. No he estado nunca en Granada anotar noteren afirmativos/as positieve la paella paella (Valenciaans rijstgerecht met vis, vlees, groente e.d.) el tango tango la maleta koffer el premio prijs el poema gedicht el globo (lucht)ballon enamorarse a primera vista op het eerste gezicht verliefd worden la selva oerwoud 9. Verdad o mentira? la verdad waarheid la mentira leugen por lo menos minstens el ruso Russisch el chino Chinees el árabe Arabisch el conservatorio conservatorium la novela roman los cuentos verhalen hago (Inf. hacer) ik doe aan el ballet clásico klassiek ballet 10. Anuncios de trabajo: qué piden? piden (Inf. pedir) ze vragen hablar de spreken/praten over instalarse zich vestigen crear creëren los puestos de trabajo arbeidsplaatsen la columna kolom progresar opklimmen, carrière maken los programas informáticos computerprogramma s el nivel de lectura leesvaardigheid especializado/a gespecialiseerd los/las vendedores/as verkopers/verkoopsters valorar waarderen, appreciëren se valorará (Futuro de valorar) hier: gewenst abierto/a al trato makkelijk in de omgang la voluntad wens, wil 18 Dieciocho

19 los/las administrativos/as administratief medewerkers/- sters el conocimiento kennis a nivel de usuario op gebruikersniveau los/las decoradores/as decorateurs (m/v) la decoración decoratie, decor los escaparates etalages la aptitud talent la sensibilidad gevoel; gevoeligheid el producto product los mozos de almacén magazijnbedienden la disposición geschiktheid, aanleg 11. Selección de candidatos la selección selectie los/las candidatos/as kandidaten el personal personeel anterior voor(af)gaand, vorig de momento vooralsnog las solicitudes sollicitaties el puesto betrekking, baan el lugar de nacimiento geboorteplaats el domicilio woonplaats; (huis)adres actual huidig el test psicotécnico psychotechnische test licenciado/a en afgestudeerd in Psicología psychologie comunicativo/a spraakzaam, open la pintura schilderkunst el BUP (onderbouw van het voortgezet onderwijs, basisvorming) la FP (formación profesional) beroepsonderwijs las artes gráficas grafische kunst los meses maanden la autoedición desktop publishing los autobuses bussen la iniciativa initiatief el permiso de conducir rijbewijs el camión vrachtwagen la EGB basisonderwijs la carpintería timmerwerk el/la recepcionista receptionist(e) 12. Tu ficha propio/a eigen reales reël, feitelijk imaginarios/as denkbeeldige decidirán (Futuro de decidir) zullen beslissen VIVIR PARA TRABAJAR O TRABAJAR PARA VIVIR? Ni ni noch noch recientes recent demostrar (ue) aantonen, laten zien obsesionados/as geobsedeerd, bezeten económicos/as economisch, financieel declarar verklaren dominar overheersen la nota alta hoog cijfer, hoge beoordeling la escala schaal la satisfacción tevredenheid destacar como los elementos positivos/as el salario el horario el desarrollo personal las condiciones laborales malos/as la puntuación considerar el/la jefe/a la estabilidad en segundo lugar parecer el factor el dato por cuenta propia 13. las prioridades realizado/a (Participio de realizar) la nota ESTILOS DE VIDA benadrukken, onderstrepen als elementen, factoren positief salaris rooster, werktijden ontwikkeling persoonlijk werkomstandigheden slecht score beschouwen, van mening zijn dat chef(fin), hoofd, directeur (m/v) stabiliteit, duurzaamheid op de tweede plaats lijken factor gegeven zelfstandig prioriteiten uitgevoerd, verricht beoordeling, cijfer los estilos de vida manier van leven el mes maand suficiente genoeg perfecto/a volmaakt el ocio vrije tijd a cambio de in ruil voor el/la marino mercante zeeman/zeevrouw op koopvaardijvloot en la actualidad momenteel populares geliefd, populair los barcos boten los paseos tochten el puerto haven consistir en bestaan uit mayo mei el año jaar alrededor de rond, omstreeks la Semana Santa Goede Week, Stille Week empezar (ie) beginnen en realidad in feite, eigenlijk ocupado/a (Participio de ocupar) druk estar de fiesta feest vieren; vrij zijn la sensación gevoel, indruk estoy trabajando ik ben aan het werk salir (g) de copas uitgaan, stappen ahorrar sparen, besparen la temporada alta hoogseizoen los destinos bestemmingen exóticos/as exotische la época periode, tijd los billetes de avión vliegtickets los alojamientos onderdak, logies los precios prijzen 19 Diecinueve

20 bajos/as recorriendo (Gerundio de recorrer) esquiando (Gerundio de esquiar) Rumanía los ejemplos aprovechar febrero marzo las escapadas el proyecto el año que viene Rusia el Transiberiano Mongolia la manera combinar permitir la suerte conmigo el estudio de diseño desaparecer (zc) 14. genial complicado/a arriesgado/a me gustaría probarla probar (ue) laag reizen door, trekken door skiën Roemenië voorbeelden gebruik maken van, benutten februari maart uitstapjes plan, project komend jaar Rusland Trans-Siberië-expres Mongolië manier, wijze combineren mogelijk maken, in staat stellen geluk met mij ontwerpbureau, vormgevingsstudio verdwijnen; hier: wegblijven fantastisch, geweldig ingewikkeld, lastig riskant, gewaagd, gedurfd ik zou het graag (willen) proberen proberen las avellanas el aceite de oliva las aceitunas las nueces las cerezas el chorizo el pan coincidir 2. Supermercado Blasco hablar por teléfono el/la cliente/a el/la señor/a el pedido la docena los huevos los cartones la leche entera la leche la botella el vino tinto las latas la coca-cola el paquete la leche desnatada el vino blanco los paquetes las cantidades será (Futuro de ser) hacer el pedido tomar nota hazelnoten olijfolie olijven walnoten kersen chorizo (Spaanse paprikaworst) brood overeenstemmen, het eens zijn telefonisch in gesprek zijn; bellen klant (m/v) mijnheer/mevrouw bestelling dozijn eieren pakken volle melk melk fles rode wijn blikjes coca-cola pak magere melk witte wijn pakken hoeveelheden zal zijn bestelling plaatsen noteren, opschrijven Cocina mexicana siga (Pres. de Subjuntivo de seguir) Unidad 7 Gente que come bien 1. Productos españoles los productos exportar los ingredientes la cocina los garbanzos los signos he probado (P. Perfecto de probar) las gambas el jamón serrano las uvas los limones las almendras el cava los espárragos las fresas las naranjas los plátanos los tomates volgt producten exporteren ingrediënten keuken kikkererwten tekens ik heb geproefd garnalen; gamba s serranoham (rauwe ham) druiven citroenen amandelen cava (Spaanse champagne) asperges aardbeien sinaasappels bananen tomaten el/la camarero/a el menú del día las quesadillas el caldo de cola de buey el mole pueblano los chiles en nogada la capirotada el menú la grabación entender (ie) de primero de segundo de postre las aclaraciones pedido/a (Participio de pedir) 4. Dieta mediterránea la revista la gente de hoy el/la dietista los tópicos se come bien? Tradicionalmente el cordero un cuarto de litro ober, kelner/serveerster dagmenu soort gevulde kaasbroodjes ossenstaartbouillon Mexicaans eenpansgerecht met vlees, chili en sesam chili s in notensaus creools gerecht met vlees, maïs, kaas, boter en kruiden menu(kaart) opname begrijpen als voorgerecht, eerste gang als hoofdgerecht als nagerecht uitleg, toelichting besteld tijdschrift mensen van nu diëtist/e onderwerpen Eet men goed/gezond? vanouds lam(svlees) kwart liter 20 Veinte

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord Door: Victor Sánchez Vaak starten Nederlanders heel enthousiast aan een cursus Spaans. Mijn ervaring heeft geleerd dat men vroeg of laat tegen de grammatica

Nadere informatie

1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.)

1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.) 1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.) 7.1.1 Regelmatige vormen A. Vul de juiste vorm van het werkwoord in: Dónde...? (vivir, tú) Dónde...? (trabajar, tú) Yo no...muy bien español.

Nadere informatie

Woordenlijst Nederlands Spaans

Woordenlijst Nederlands Spaans Taaltalent deel 1 Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Woordenlijst Nederlands Spaans Hoofdstuk 1 De cursus Henny Taks Katja Verbruggen u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2014

Nadere informatie

Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85. Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87. Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89. Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91

Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85. Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87. Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89. Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91 inhoud lente zomer herfst winter Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85 Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87 Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89 Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91 Mode & schoonheid 14 15 40 41

Nadere informatie

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

SPAANS HERHALINGLES 1 Español pagina:1 H1-1 Inleiding De eerste herhalingsles. Lees de lessen 1 t/m 5 nog eens rustig door. Niet allemaal achter elkaar! Maak daarna deze herhalingsles. Veel succes! H1-2 Vertaal: Yo soy el pan = Yo

Nadere informatie

SPAANS LES 8 Español

SPAANS LES 8 Español pagina:1 8-1 Inleiding Een eenvoudig briefje. Daar maakt u in deze les kennis mee. Aan het eind van deze cursus moet u zelf zo'n briefje kunnen schrijven! En dat gaat vast en zeker lukken! Veel succes!

Nadere informatie

SPAANS LES 3 Español

SPAANS LES 3 Español pagina:1 3-1 Inleiding In deze les gaat u de eerste tekst lezen! Maar eerst gaat u zich verder verdiepen in bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. 3-2 Zinnetjes voor een dialoog Spaans: Buenos días,

Nadere informatie

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo.

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo. Sí, claro! 1.2 Instaptoets Opgaven Met behulp van deze toets kan worden bepaald over hoeveel kennis van de Spaanse taal een cursist reeds beschikt. De toets kan worden gebruikt om te bepalen in welke groep

Nadere informatie

SPAANS LES 2 Español

SPAANS LES 2 Español pagina:1 2-1 Inleiding U leert weer veel in deze les. U leert hoe u woorden in het meervoud kunt zetten, u leert weer heel wat over werkwoorden en u leert de telwoorden van 1 t/m 10. Veel succes! 2-2 Zinnetjes

Nadere informatie

Quisiera una habitación

Quisiera una habitación 9 Quisiera una habitación 1 Escucha y rellena 23 Escucha el fragmento Quisiera una habitación y rellena el resumen con las palabras que faltan. Luister naar de tekst Quisiera una habitación en vul de samenvatting

Nadere informatie

gente 1 nueva edición libro del alumno vocabulario

gente 1 nueva edición libro del alumno vocabulario nueva edición libro del alumno vocabulario Aanwijzingen bij de woordenlijst per les Hier vind je de nieuwe woorden en uitdrukkingen van elke les. De woorden staan in de volgorde waarin ze voorkomen in

Nadere informatie

SPAANS LES 4 Español

SPAANS LES 4 Español pagina:1 4-1 Inleiding In deze vindt u heel wat bouwstenen voor een dialoog. Die vindt u niet alleen in de beide dialogen maar ook onder het kopje vraagwoorden. Veel succes! 4-2 Zinnen voor een dialoog

Nadere informatie

SPAANS HERHALINGLES 3 Español

SPAANS HERHALINGLES 3 Español pagina:1 H3-1 Inleiding Ook van deze herhaling kunt weer veel leren. Bekijk de werkwoordsvormen goed. Zorg dat alle zinnen (zelfstandig) kunt vertalen. Als extra service vindt u nog een aantal extra oefeningen.

Nadere informatie

EL HORARIO DE LOS CHICOS

EL HORARIO DE LOS CHICOS EL HORARIO DE LOS CHICOS ACÉRCATE! cd 2 9 COMPRENDER 1 Bekijk het rooster en luister naar de cd. Zoek de woorden op die je niet kent. 1 E L H O R A R I O D E L A C L A S E 1 DE ESO LUNES 09:10 10:05 Ciencias

Nadere informatie

VOCABULARIO VOCABULARIO. Aanwijzingen bij de woordenlijst per les. 2. Cómo suena el español? al, reeds

VOCABULARIO VOCABULARIO. Aanwijzingen bij de woordenlijst per les. 2. Cómo suena el español? al, reeds Nueva Edición 1 2 Dos Aanwijzingen bij de woordenlijst per les Hier vindt u de nieuwe woorden en uitdrukkingen van elke les. De woorden staan in de volgorde waarin ze voorkomen in de lessen. Ze zijn vanuit

Nadere informatie

Wonen. In deze les leert u

Wonen. In deze les leert u 2 Wonen In deze les leert u woorden en zinnen rond het onderwerp wonen: un sofá estupendo de regels voor klemtoon en geschreven accent de meervoudsvormen van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden: cama

Nadere informatie

de aanbieding offerta De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen solo Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

de aanbieding offerta De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen solo Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 Deel 1 de aanbieding offerta De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen solo Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie. als cuando A.. je

Nadere informatie

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios unidad 1 En el aeropuerto Zoek bij elke vraag het bijpassende antwoord. Luister naar de cd van het tekstboek, Oefening 1 van Unidad 1, en let op de uitspraak van de /k/-klank in de woorden equipaje en

Nadere informatie

Holandés para hispanohablantes A0 A1/A2. Auteur boek: Vera Lukassen Vertaling: Marko Bijl-Beck

Holandés para hispanohablantes A0 A1/A2. Auteur boek: Vera Lukassen Vertaling: Marko Bijl-Beck Auteur boek: Vera Lukassen Vertaling: Marko Bijl-Beck Met dank aan: Adriana Castillo Sierra Maite Garcia Mestres Titel boek: Holandés para hispanohablantes Niveau A0 A2 2011, Serasta Uitgegeven in eigen

Nadere informatie

SPAANS LES 7 Español

SPAANS LES 7 Español pagina:1 7-1 Inleiding We beginnen deze keer met een artikeltje uit de Spaanse krant (elmundo). Verder leren we een nieuwe tijd en de namen van de dagen van de week. Veel succes! 7-2 Uit de Spaanse krant

Nadere informatie

oferta De appels zijn in de a. Ze zijn vandaag extra goedkoop. de arm brazo Ik kan vandaag niet zo goed schrijven, want ik heb pijn in mijn a.

oferta De appels zijn in de a. Ze zijn vandaag extra goedkoop. de arm brazo Ik kan vandaag niet zo goed schrijven, want ik heb pijn in mijn a. Woordenlijst bij hoofdstuk 3 (Spaans) de agenda agenda Ik schrijf de afspraak in mijn a. de aanbieding oferta De appels zijn in de a. Ze zijn vandaag extra goedkoop. de arm brazo Ik kan vandaag niet zo

Nadere informatie

1 Ficha de trabajo DOS POSTALES DESDE GALICIA. 1. Lee la postal de Elena para su madre. Completa el texto con las palabras.

1 Ficha de trabajo DOS POSTALES DESDE GALICIA. 1. Lee la postal de Elena para su madre. Completa el texto con las palabras. 1 Ficha de trabajo DOS POSTALES DESDE GALICIA 1. Lee la postal de Elena para su madre. Completa el texto con las palabras. animales ayudar cabañas campamento hermanas monitores montar a caballo otros Pontevedra,

Nadere informatie

SPAANS LES 6 Español

SPAANS LES 6 Español pagina:1 6-1 Inleiding Deze keer een klein gedeelte uit de Bijbel, twee dialoogjes en wat grammatica. De opmerking dat de antwoorden aan het eind van de les staan, laten we in het vervolg weg. Veel succes!

Nadere informatie

Examen HAVO. Spaans. tijdvak 1 vrijdag 29 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. Spaans. tijdvak 1 vrijdag 29 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HVO 2009 tijdvak 1 vrijdag 29 mei 13.30-16.00 uur Spaans tevens oud programma Spaans 1,2 ij dit examen hoort een bijlage. it examen bestaat uit 45 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 52 punten

Nadere informatie

Nederlands in 4 weken week 1 jsp-taligen.indd 1 16-06-2010 09:26:18

Nederlands in 4 weken week 1 jsp-taligen.indd 1 16-06-2010 09:26:18 Nederlands in 4 weken week 1 jsp-taligen.indd 1 16-06-2010 09:26:18 Nederlands in 4 weken voor Spaanstaligen door Martine Reijnders Nederlandse bewerking door Heleen Lindijer, Hanny Pel (Intertaal), José

Nadere informatie

Mi cole. aan deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken, SETENTA Y SIETE

Mi cole. aan deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken, SETENTA Y SIETE 2 Geef Mi cole aan deze pagina een persoonlijk tintje! Hier kun je schrijven, tekenen, plakken, SETENTA Y SIETE 77 1 Wat is er raar in dit klaslokaal? Schrijf het op. Hay cinco profesores. 2 A. Welke schoolvakken

Nadere informatie

SPAANS LES 5 Español

SPAANS LES 5 Español pagina:1 5-1 Inleiding In deze les gaat het voor een belangrijk deel over het weer: U leest een weerbericht uit de bekende krant EL MUNDO. U leert een groot aantal uitdrukkingen over het weer. Maar ook

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 11

Inhoud. Inleiding... 11 Inhoud Inleiding............................................................. 11 Hoofdstuk 1: Bij het begin beginnen: de uitspraak........................ 17 Je spreekt al wat Spaans!.......................................18

Nadere informatie

SPAANS LES 12 Español

SPAANS LES 12 Español pagina:1 12-1 Bijna de laatste les! In deze les maken we een begin aan het lezen van een tekst uit de Bijbel. Een uiterst leerzame tekst met veel werkwoorden in diverse tijden. Verder maakt u hier ook

Nadere informatie

Tú y yo. In deze Unidad ga je vertellen over jezelf, je familie en vrienden

Tú y yo. In deze Unidad ga je vertellen over jezelf, je familie en vrienden Tú y yo In deze Unidad ga je vertellen over jezelf, je familie en vrienden Je leert begroeten en afscheid nemen vragen hoe iemand heet, hoe oud hij is en waar hij vandaan komt namen spellen de getallen

Nadere informatie

Examen HAVO. Spaans 1,2. tijdvak 1 vrijdag 30 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. Spaans 1,2. tijdvak 1 vrijdag 30 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HVO 2008 tijdvak 1 vrijdag 30 mei 13.30-16.00 uur Spaans 1,2 ij dit examen hoort een bijlage. it examen bestaat uit 43 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 48 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Caminos nieuw 1. Instaptoets

Caminos nieuw 1. Instaptoets Caminos nieuw 1 Instaptoets Caminos nieuw 1 Instaptoets Opgaven Met behulp van deze toets kan worden bepaald over hoeveel kennis van de Spaanse taal een cursist reeds beschikt. De toets kan worden gebruikt

Nadere informatie

Encuentros. Unidad 2. Woordenschat. Grammatica

Encuentros. Unidad 2. Woordenschat. Grammatica Unidad 2 Encuentros Woordenschat Grammatica A Hola y adiós 1. Groeten en kennismaken 2. Het werkoord ser 3. Persoonlijke voornaamwoorden 4. tú / vosotros tegenover usted / ustedes 5. Dialogen 6. Señor,

Nadere informatie

Wiekendje. Vanuit het MT. Basisschool Het Molenven. In dit nummer: 25 februari 2016 2015-2016

Wiekendje. Vanuit het MT. Basisschool Het Molenven. In dit nummer: 25 februari 2016 2015-2016 Basisschool Het Molenven Wiekendje Koninginnelaan 1c 5263 DP Vught info@molenven.nl jaarboekmolenven@hotmail.nl 25 februari 2016 2015-2016 Interessante informatie: 17 maart: Rapport 2 groep 3 t./m 8 Vanaf

Nadere informatie

Cómo se escribe tu nombre en español? Tienes hermanos? Cómo se llaman?

Cómo se escribe tu nombre en español? Tienes hermanos? Cómo se llaman? HOLA Y BIENVENIDOS! Wat heb je nog onthouden van Apúntate! 1? Maak deze opdrachten om daarachter te komen! COMUNICARSE 1 a Haz preguntas a tu compañero/-a. Él / Ella contesta. Qué tal? Cómo se escribe

Nadere informatie

10. In Nederland wonen daar veel mensen of weinig mensen? 10. veel mensen 10. En Holanda vive mucha o poca gente? 10. mucha gente

10. In Nederland wonen daar veel mensen of weinig mensen? 10. veel mensen 10. En Holanda vive mucha o poca gente? 10. mucha gente Buena suerte! 1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 1. Europa 1. En qué lugar del mundo está Holanda? 1. Europa 2. Welk land ligt ten zuiden van Nederland? 2. België 2. Qué país está al sur de

Nadere informatie

Bijlage 3. Handleiding video Dynamica 2. Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal!

Bijlage 3. Handleiding video Dynamica 2. Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal! Bijlage 3 Handleiding video Dynamica 2 Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal! Voorwoord Tijdens mijn stage op het Colégio Maaswaal heb ik Dwayne gevraagd of ik een aantal van zijn lessen

Nadere informatie

SPAANS LES 1 Español

SPAANS LES 1 Español pagina:1 1.1 Inleiding Deze cursus is bestemd voor hen die willen kennismaken met de Spaanse taal in woord en geschrift. Voor het volgen van deze cursus is geen speciale vooropleiding noodzakelijk. Wel

Nadere informatie

Examen VWO. Spaans. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 3 juni 13.30 16.00 uur. Vragenboekje

Examen VWO. Spaans. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 3 juni 13.30 16.00 uur. Vragenboekje Spaans Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 3 juni 13.30 16.00 uur 20 05 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 52 punten te behalen; het examen bestaat uit 45 vragen.

Nadere informatie

Argentina Bolivia Cuba Salsa! Chile Durango España flamenco Guatemala Honduras Ibiza jugo zumo

Argentina Bolivia Cuba Salsa! Chile Durango España flamenco Guatemala Honduras Ibiza jugo zumo Ficha de trabajo 1 El Alfabeto A B C CH D E F G H I J K L LL M N Ñ O P Q R S T U V W X Y Z Argentina Bolivia Cuba Salsa! Chile Durango España flamenco Guatemala Honduras Ibiza jugo zumo La Paz Cómo te

Nadere informatie

4. Waaraan moet een voorbereidingstekst voor gespreksvaardigheid voldoen?

4. Waaraan moet een voorbereidingstekst voor gespreksvaardigheid voldoen? Het ERK en het mondeling college-examen Hand-out workshop 13 Conny Eisinga 1. Waarom ERK? 2. Welke niveaus? 3. Waaraan moet een goede (mondelinge) toets voldoen? 4. Waaraan moet een voorbereidingstekst

Nadere informatie

6.5-De werkwoorden ser en estar

6.5-De werkwoorden ser en estar 6.5-De werkwoorden ser en estar Het werkwoord "zijn" kent in het Spaans twee versies: ser en estar. ser estar 1e persoon enkelvoud: soy 1e persoon enkelvoud: estoy 2e persoon enkelvoud: eres 2e persoon

Nadere informatie

Nederlands Español. Handige zinnen en woorden om u snel op weg te helpen in Spanje

Nederlands Español. Handige zinnen en woorden om u snel op weg te helpen in Spanje Nederlands Español Handige zinnen en woorden om u snel op weg te helpen in Spanje Inhoudsopgave Als je mensen ontmoet... Als je je niet goed voelt... Tijdens het winkelen... In een restaurant... Een koffie

Nadere informatie

Qué Guay! Vocabulario temático. Vocabulario temático

Qué Guay! Vocabulario temático. Vocabulario temático Vocabulario temático Los colores de kleuren amarillo geel azul blauw azul claro lichtblauw azul oscuro donkerblauw blanco wit marrón bruin naranja oranje negro zwart verde groen violeta paars La ropa de

Nadere informatie

Inhoud. Over de auteur... x. Inleiding... 1

Inhoud. Over de auteur... x. Inleiding... 1 Inhoud Over de auteur.............................................. x Inleiding.................................................... 1 Hoofdstuk 1: Beginnen met Spaans............................ 5 Je kent

Nadere informatie

Ven a centroamérica! acércate!

Ven a centroamérica! acércate! Ven a centroamérica! cd 1 42 acércate! 1 3 2 quetzales elena: Esteban, sabes el nombre de una capital de Centroamérica? esteban: Un nombre? Los sé todos! sara: A quién le toca? javi: Me toca a mí. esteban:

Nadere informatie

bab.la Uitdrukkingen: Persoonlijke correspondentie Gelukwensen Spaans-Nederlands

bab.la Uitdrukkingen: Persoonlijke correspondentie Gelukwensen Spaans-Nederlands Gelukwensen : Huwelijk Felicitaciones. Les deseamos a ambos toda la felicidad del mundo. Van harte gefeliciteerd. Wij wensen jullie alle geluk in de wereld. Gelukwensen aan een vers Felicitaciones y los

Nadere informatie

Examen HAVO. Spaans 1,2. tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. Spaans 1,2. tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HVO 2007 tijdvak 1 donderdag 24 mei 13.30-16.00 uur Spaans 1,2 ij dit examen hoort een bijlage. it examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 49 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

A1 Spreken-productie productie A1 S exprimer oralement en continu Ik kan / Je peux / Puedo tellen van 1 tot 20 compter de 1 à 20 contar del 1 al 20 objecten beschrijven op basis van hun kleuren en vorm

Nadere informatie

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS 1 Naam cursus INICIAL 1 Aan het eind van de cursus kunt u zich redden in eenvoudige situaties. U kunt een simpele conversatie in het Spaans voeren over

Nadere informatie

CUÁL PREFIERES? empezar E D 1. DE COMPRAS EN MÁLAGA. A. Estas son algunas tiendas del centro de Málaga. Wat voor producten verkopen deze winkels?

CUÁL PREFIERES? empezar E D 1. DE COMPRAS EN MÁLAGA. A. Estas son algunas tiendas del centro de Málaga. Wat voor producten verkopen deze winkels? 4Unidad CUÁL PREFIERES? empezar 1. DE COMPRAS EN MÁLAGA A. Estas son algunas tiendas del centro de Málaga. Wat voor producten verkopen deze winkels? p ropa p zapatos p bolsos p libros p comida p juguetes

Nadere informatie

SPAANS LES 13 Español

SPAANS LES 13 Español pagina:1 13-1 De laatste les van deel 1. Ja dit is de laatste theorieles. Er volgt nog één les, een herhalingsles. In deze laatste theorieles van het eerste deel van deze cursus komen nog een aantal belangrijke

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

Instaptoets. Opgaven. 1. En un viaje. 4. En un hotel. Hola, cómo? Ernesto, y tú? Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés.

Instaptoets. Opgaven. 1. En un viaje. 4. En un hotel. Hola, cómo? Ernesto, y tú? Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Instaptoets Opgaven Met behulp van deze toets kan worden bepaald over hoeveel kennis van de Spaanse taal een cursist reeds beschikt. De toets kan worden gebruikt om te bepalen in welke groep of op welk

Nadere informatie

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? thema 1 Ik weet het niet! 1 Hoe heet jij? Beatriz Hoe heet jij? Ik heet Jürgen. Dag meneer. Dag mevrouw. Hallo, ik heet Jürgen. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? Jürgen, dit is Lei San. Leuk met je kennis te

Nadere informatie

Ana María y Fernando en México. Mateo en la playa. Juan y sus compañeros de fútbol. Mamá, Clarita y Mirta

Ana María y Fernando en México. Mateo en la playa. Juan y sus compañeros de fútbol. Mamá, Clarita y Mirta Mi gente 3 familierelaties + + zeggen of je iets leuk vindt of niet + + iemands uiterlijk en karakter beschrijven + + de getallen 11 100 + + de maanden van het jaar + + de datum Mateo en la playa Ana María

Nadere informatie

inlichtingenformulier Gemeentelijke Basisadministratie

inlichtingenformulier Gemeentelijke Basisadministratie gemeente datum nummer LEIDEN 0-juli-00 Het formulier geheimhouding is / wordt: aan betrokkene / betrokkenen uitgereikt aan betrokkene / betrokkenen gezonden Eerste inschrijving vanuit het buitenland fecha

Nadere informatie

Argentinië. Inleiding. Geografie

Argentinië. Inleiding. Geografie Argentinië Inleiding Argentinië is vooral bekend om de Tango, dat is een wereldberoemde dans, op speciale muziek. En natuurlijk is Argentinië óók bekend om Máxima. De tango is in de 19e eeuw ontstaan in

Nadere informatie

LESSTOF. Woorden Spaans

LESSTOF. Woorden Spaans LESSTOF Woorden Spaans 2 Lesstof Woorden Spaans INHOUD INLEIDING... 4 DOELGROEP... 4 STRUCTUUR... 5 INHOUD... 9 Lesstof Woorden Spaans 3 INLEIDING Muiswerkprogramma s zijn programma s voor het onderwijs.

Nadere informatie

Woorden Spaans is gemaakt voor beginnende taalleerders Spaans van alle leeftijden.

Woorden Spaans is gemaakt voor beginnende taalleerders Spaans van alle leeftijden. Woorden Spaans Woorden Spaans is een programma voor het aanleren van Spaanse woorden en het afleiden van woordbetekenissen uit de context. Doelgroepen Woorden Spaans Woorden Spaans is gemaakt voor beginnende

Nadere informatie

Metas profesionales // 2

Metas profesionales // 2 Metas profesionales // 2 Qué tal? 1. Woorden ordenen: arbeidswereld 2. Het werkwoord ser 3. Vragen en antwoorden formuleren 4. Dialogen aanvullen 5. Tú of usted en vraagwoorden 6. Luistervaardigheid: klanken

Nadere informatie

En el hotel. a. b. g. h. f. g. Hotel La Alhambra. 1 Escuche a su profesor/a y repita. Luister naar de docent en zeg na. la llave

En el hotel. a. b. g. h. f. g. Hotel La Alhambra. 1 Escuche a su profesor/a y repita. Luister naar de docent en zeg na. la llave 1 n el hotel 1 scuche a su profesor/a y repit Luister naar de docent en zeg n la llave Hotel La lhambra la ventana la cama el recepcionista la recepción la habitación la ducha el bar el baño P la piscina

Nadere informatie

Jongens en Guillaume, aan tafel!

Jongens en Guillaume, aan tafel! Guillaume Gallienne Jongens en Guillaume, aan tafel! Uit het Frans vertaald door Eef Gratama DE GEUS De vertaalde citaten op pagina 71 en 72 zijn ontleend aan Pluk toch vooral vandaag de rozen van het

Nadere informatie

Comer con gusto 5. b. Sus gustos de comida. Welke van de voedingsmiddelen uit de lijst vindt u lekker of juist niet?

Comer con gusto 5. b. Sus gustos de comida. Welke van de voedingsmiddelen uit de lijst vindt u lekker of juist niet? Comer con gusto 5 1 a. La pirámide de los alimentos. In deze voedingspiramide staan allerlei voedingsmiddelen. Volgens de piramide mogen de producten onderaan in grotere hoeveelheden gegeten en gedronken

Nadere informatie

HANDLEIDING DEEL 2 hoofdstuk 4 t/m 6

HANDLEIDING DEEL 2 hoofdstuk 4 t/m 6 HANDLEIDING DEEL 2 hoofdstuk 4 t/m 6 TIP: Controleer of de leerlingen nog steeds woordenlijsten maken in wrts.nl. Het is belangrijk om woordjes uit eerdere lessen te herhalen. Je kunt wedstrijdjes doen

Nadere informatie

Examen HAVO. Spaans 1,2 (nieuwe stijl) en Spaans (oude stijl)

Examen HAVO. Spaans 1,2 (nieuwe stijl) en Spaans (oude stijl) Spaans 1,2 (nieuwe stijl) en Spaans (oude stijl) Examen HVO Vragenboekje Hoger lgemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 onderdag 15 mei 13.30 16.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 48 punten te behalen;

Nadere informatie

Taalhandelingen en onderwerp Grammatica Pagina

Taalhandelingen en onderwerp Grammatica Pagina (ndice INDICE Taalhandelingen en onderwerp Grammatica Pagina ihola Y BIENVENIDOS! een spel spelen: herhalingsoefeningen 8 El juego de la oca LO QUE ME IMPORTA wat Spaanse jongeren interesseert en 12 wat

Nadere informatie

Me llamo. Clase: Instituto:

Me llamo. Clase: Instituto: hola Y BienVenidos! Hola y bienvenidos! Yo Me llamo Clase: Instituto: Profesor / Profesora: cd A jugar Luister naar de cd en schrijf steeds het nummer van de vraag bij het juiste antwoord. Als je de letters

Nadere informatie

EXTRA STENCIL 3 SUBJUNTIVO

EXTRA STENCIL 3 SUBJUNTIVO EXTRA STENCIL 3 SUBJUNTIVO Alle werkwoordsvormen die je tot nu toe geleerd hebt (de t.t., v.t.t, v.v.t, prét, imperf. Futuro en condicional) horen bij wat in het Spaans de INDICATIVO genoemd wordt. Echter,

Nadere informatie

Instituto Cubano de Amistad con los Pueblos (ICAP) Brigada Europea José Martí 2008 Convocatoria

Instituto Cubano de Amistad con los Pueblos (ICAP) Brigada Europea José Martí 2008 Convocatoria Instituto Cubano de Amistad con los Pueblos (ICAP) Brigada Europea José Martí 2008 Convocatoria Beste vrienden en vriendinnen: Ook dit jaar heeft het Cubaans Instituut voor de Vriendschap van de Volkeren

Nadere informatie

SPAANS LES 9 Español

SPAANS LES 9 Español pagina:1 9-1 Inleiding In deze les vindt u van alles wat: een dialoogje, een stukje uit de krant, een nieuwe tijd en de getallen van 11 t/m 20. Veel succes! 9-2 Een dialoogje Paloma : ỊPerdone, señora!

Nadere informatie

5 Dienstverlening in Nederland

5 Dienstverlening in Nederland 5 Dienstverlening in Nederland Nederlands aangifte doen de aanvraag aanvragen de acceptgiro de advocaat het alarmnummer asiel de asielzoeker de automaat automatisch het bankafschrift de bankrekening het

Nadere informatie

Qué Guay! Manual, parte 2

Qué Guay! Manual, parte 2 HANDLEIDING DEEL 2 hoofdstuk 1 t/m 3 en de repaso TIP: Laat de leerlingen woordenlijsten maken in wrts.nl. Ze kunnen er dan leuke oefeningen mee maken en de woordjes goed leren! Extra actividades: hier

Nadere informatie

NEERLANDÉS COMPRENSIÓN DE LECTURA

NEERLANDÉS COMPRENSIÓN DE LECTURA Escuelas Oficiales de Idiomas CONSEJERÍA DE EDUCACIÓN Comunidad de Madrid NEERLANDÉS CERTIFICADO DE NIVEL BÁSICO JUNIO 2009 COMPRENSIÓN DE LECTURA INSTRUCCIONES PARA LA REALIZACIÓN DE ESTA PARTE: DURACIÓN:

Nadere informatie

Inleiding!...!i! Les!1:!Welkom!...!1! Inleiding!...!1! De!uitspraak!...!1! Klemtoon!...!2! Dubbele!medeklinkers!...!3! Oefeningen!...!3!

Inleiding!...!i! Les!1:!Welkom!...!1! Inleiding!...!1! De!uitspraak!...!1! Klemtoon!...!2! Dubbele!medeklinkers!...!3! Oefeningen!...!3! Inhoudsopgave( Inleiding...i Les1:Welkom...1 Inleiding...1 Deuitspraak...1 Klemtoon...2 Dubbelemedeklinkers...3 Oefeningen...3 Les2...5 Woordenschat...5 Hetzelfstandigenaamwoord(Elsustantivo)...5 Hetlidwoord(Elartículo)...6

Nadere informatie

Examenopgaven VBO-MAVO D 2004

Examenopgaven VBO-MAVO D 2004 Examenopgaven VBO-MAVO D 2004 tijdvak 1 woensdag 2 juni 9.00 11.00 uur NEDERLANDS SCHRIJFVAARDIGHEID D FUNCTIONEEL SCHRIJVEN Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 4 opdrachten.

Nadere informatie

Viaje al español. 1 a. Palabras españolas. Spaanse woorden. U begrijpt er wellicht al een paar. Welke woorden passen bij de foto s?

Viaje al español. 1 a. Palabras españolas. Spaanse woorden. U begrijpt er wellicht al een paar. Welke woorden passen bij de foto s? Viaje al español zich voorstellen + + begroeten en afscheid nemen + + naar iemands naam vragen + + naar de betekenis van een woord vragen + + zeggen waarom iemand Spaans leert + + de getallen 0 0 a. Palabras

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Huiswerktips Consejos para las tareas escolares

Huiswerktips Consejos para las tareas escolares Huiswerktips Consejos para las tareas escolares Huiswerktips Consejos para las tareas escolares Voor sommige kinderen is huiswerk maken een helse taak. In deze brochure krijg je een heleboel tips over

Nadere informatie

Schloss Neuschwanstein Füssen

Schloss Neuschwanstein Füssen Schloss Neuschwanstein Füssen 1 90 Knick-Puzzleteile vorknicken Pre-bend hinged puzzle pieces Pré-plier les pièces de puzzles avec un pli Piegare le tessere del puzzle con scanalatura Doblar las piezas

Nadere informatie

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Dag! kennismaken. Ik ben Eric. Vocabulaire Oefening 1 Woordweb Dag! Waar kom je vandaan? groeten Goedemorgen! de ontmoeting Hoe heet je? kennismaken Hoi! mensen Hallo! Ik ben Eric. nieuw Ik kom uit Engeland. Hallo, ik ben Mila. Ik ben

Nadere informatie

Cursus Spaans. = taalavontuur

Cursus Spaans. = taalavontuur Cursus = taalavontuur 1 2 Introductie: Dit taalgidsje is van: Naam: Datum reis: - - Waar je ook op reis bent, mensen vinden het erg leuk als je iets in hun eigen taal kunt zeggen. Ook al ken je maar een

Nadere informatie

PAUTAS GENERALES PARA LA ELABORACIÓN DE LA CARTA DE PRESENTACIÓN Y DEL CURRICULUM VITAE EN LOS PAÍSES BAJOS

PAUTAS GENERALES PARA LA ELABORACIÓN DE LA CARTA DE PRESENTACIÓN Y DEL CURRICULUM VITAE EN LOS PAÍSES BAJOS PAUTAS GENERALES PARA LA ELABORACIÓN DE LA CARTA DE PRESENTACIÓN Y DEL CURRICULUM VITAE EN LOS PAÍSES BAJOS Un C.V. (Curriculum Vitae), acompañado de una carta de presentación, es, generalmente, el primer

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht

Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht 1 Interview met de Spaanse arts Betty Cerda de Palou, 63 jaar oud en sinds 32 jaar in Maastricht Betty: Ik ben Betty Cerda de Palou. Ik woon in Maastricht al 32 jaar. Ik ben 63 jaar. Ik ben arts, maar

Nadere informatie

Los verbos regulares (De regelmatige werkwoorden)

Los verbos regulares (De regelmatige werkwoorden) Lección 2 Los verbos regulares (De regelmatige werkwoorden) Aan het begin van deze tweede les bespreken we eerst de antwoorden van de oefeningen van Lección 1. Overtuig jezelf ervan dat je deze eerste

Nadere informatie

IK ZOEK EEN STUDENTENJOB

IK ZOEK EEN STUDENTENJOB Je bent student. Je zoekt een studentenjob. Je gaat naar een interimkantoor. Daar moet je je eerst inschrijven en dan kan je een job krijgen. Wat moet je doen? 1. Vul het inschrijvingsformulier in op blad

Nadere informatie

Aprende holandés - Leer Nederlands. Holandés para hispanohablantes. Animo! Nederlands voor Spaanstaligen. Libro de alumno - Cursusboek

Aprende holandés - Leer Nederlands. Holandés para hispanohablantes. Animo! Nederlands voor Spaanstaligen. Libro de alumno - Cursusboek Animo! Aprende holandés - Leer Nederlands Holandés para hispanohablantes Nederlands voor Spaanstaligen Libro de alumno - Cursusboek Nivel elemental 1 - Niveau beginners 1 1 Serie de publicaciones - Serie-overzicht

Nadere informatie

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGE 1 A4 BLADEN THEMA S BIJLAGE 2 DOMINO EMOTIES BIJLAGE 3 MATCHING OEFENING GEVOELENS BIJLAGE 4 VRAGENLIJST FILM BIJLAGE 5 VRAGENSTROOKJES HOEKENWERK BIJLAGE 6 ANTWOORDENBLAD

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

together forever is het motto van het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog 2008 in Nederland THE GODFATHER

together forever is het motto van het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog 2008 in Nederland THE GODFATHER THE GODFATHER 1. Bekijk het fragment Last scène from Godfather 2. Hierin zie je een boevenfamilie (Italiaanse maffia) gezellig feest vieren met elkaar. De mannen bespreken daarna zaken. In de beroemde

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Spanje. Vlieg met ons mee naar Spanje!

Spanje. Vlieg met ons mee naar Spanje! Spanje Vlieg met ons mee naar Spanje! Vlieg met ons mee naar Spanje! Vlieg met ons mee naar Spanje - Zonnig, bruisend en spectaculair *Spaanse keuken *Heerlijke tapas *Sprankelende Cava *Indrukwekkend

Nadere informatie

Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85. Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87. Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89. Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91

Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85. Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87. Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89. Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91 inhoud lente zomer herfst winter Reizen 6 7 32 33 58 59 84 85 Wonen 8 9 34 35 60 61 86 87 Koken & genieten 10 11 36 37 62 63 88 89 Cultuur & vermaak 12 13 38 39 64 65 90 91 Mode & schoonheid 14 15 40 41

Nadere informatie

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek Wat leert u in deze les? Hoe je kunt leren in de bibliotheek en op het internet Grammatica: voltooide tijd Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie