Sociaal- Economische Raad ADVIES. Bijzondere aanpassing minimumloon 99/11

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sociaal- Economische Raad ADVIES. Bijzondere aanpassing minimumloon 99/11"

Transcriptie

1 Sociaal- Economische Raad ADVIES Bijzondere aanpassing minimumloon 99/11

2 Bijzondere aanpassing minimumloon Advies Bijzondere aanpassing minimumloon Uitgebracht aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Publicatienummer 11, 17 september 1999

3 Sociaal-Economische Raad De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de regering over de hoofdlijnen van het te voeren sociale en economische beleid en over belangrijke wetgeving op sociaal-economisch terrein. Daarnaast is de SER belast met bestuurlijke en toezichthoudende taken met betrekking tot de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (productschappen en bedrijfschappen). Voorts is de SER betrokken bij de uitvoering van enkele wetten, zoals de Vestigingswet bedrijven 1954, de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf en de Wet op de ondernemingsraden. De SER is in 1950 ingesteld bij de Wet op de bedrijfsorganisatie. De SER is samengesteld uit vertegenwoordigers van ondernemers en van werknemers alsmede uit onafhankelijke deskundigen. De raad is een onafhankelijk orgaan dat door het gezamenlijke Nederlandse bedrijfsleven wordt gefinancierd. De SER wordt bij de uitvoering van zijn functies bijgestaan door een aantal vaste en tijdelijke commissies. Enkele daarvan zijn onder bepaalde voorwaarden ook zelfstandig werkzaam. De belangrijkste adviezen die de SER uitbrengt, worden in boekvorm uitgegeven. Zij zijn tegen kostprijs verkrijgbaar. Een overzicht van recente publicaties vindt u achterin. Een uitgebreider overzicht wordt op aanvraag gratis toegezonden. Het maandblad SER-bulletin geeft uitgebreid nieuws en informatie over de SER. De SER beschikt ook over een eigen site op Internet, waar u onder meer aantreft: de samenstelling van de raad en zijn commissies, persberichten en het laatste nieuws. 1999, Sociaal-Economische Raad Alle rechten voorbehouden. Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding. Sociaal-Economische Raad Bezuidenhoutseweg 60 Postbus LK Den Haag Telefoon: Telefax: Internet: ISBN / CIP 2

4 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1. Inleiding 9 2. De WKA-systematiek Het indexeringsmechanisme De afwijkingsgronden De opvattingen van de SER Operationalisering wettelijke afwijkingsgronden Minimumloon en arbeidsmarkt Ontwikkeling aantal minimumloners Relatieve ontwikkeling van het brutominimumloon Ontwikkeling van de netto replacement rate en de wig Minimumloon en werkgelegenheid Het beleid rond de arbeidskosten op minimumniveau Laagste loonschalen De specifieke afdrachtskorting (SPAK) Dispensatie minimumloon Minimumjeugdloon Koopkracht op minimumniveau Het beleid rond de koopkracht op minimumniveau Relatieve koopkrachtontwikkeling van het minimumloon en de sociale minima Positie langdurige minima Internationale vergelijking minimumloon Institutionele aspecten Materiële aspecten Standpunt van de raad Bijzondere aanpassing van het minimumloon i/a-ratio Afstand minimumloon en laagste loonschalen 74 3

5 Bijlagen 1. De adviesaanvraag Samenstelling van de Commissie Minimumloon Motie Van Zijl / Bakker over het verlagen van de minimumloongerechtigde leeftijd van 23 naar 21 jaar en de reactie daarop van het kabinet 91 Bijlagen 1 en 3 zijn digitaal niet beschikbaar. 4

6 Samenvatting Bij brief van 9 februari 1999 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de Sociaal-Economische Raad (SER) uitgenodigd een advies te geven over de vraag of er omstandigheden aanwezig zijn die een bijzondere aanpassing van het minimumloon en de daaraan via de netto-netto-koppeling gerelateerde minimum-uitkeringen wenselijk maken. Daarbij kan het zowel om een neerwaartse als een opwaartse aanpassing gaan. Zelf is het kabinet van mening dat zich dergelijke omstandigheden niet voordoen. Een bijzondere verhoging van het minimumloon zou volgens het kabinet de werkgelegenheidswinst aan de onderkant van de arbeidsmarkt die na jarenlange beleidsinspanningen is geboekt in de waagschaal stellen. Daar waar tegemoetkoming geboden is voor mensen die mede door (langdurig) lagere inkomens in benarde omstandigheden geraken, zijn volgens het kabinet gerichtere maatregelen op hun plaats dan door een generieke verhoging van het minimumloon. Standpunt van de raad De raad plaatst de beantwoording van de vraag of een bijzondere aanpassing van het minimumloon wenselijk is in een breder perspectief. Daarbij komen de toepassing van de i/a-ratio, de afstand tussen het minimumloon en de laagste loonschalen aan de orde. Bijzondere aanpassing van het minimumloon De raad constateert dat in de tweede vierjaarlijkse periode sinds de inwerkingtreding van de WKA elk jaar is gekoppeld en dat derhalve de ontwikkeling van het minimumloon vrijwel gelijk op is gegaan met die van de gemiddelde contractlonen. Het verschil hangt samen met de ontkoppeling in 1995 (geen overloop van 1995 naar 1996) en de naijling (als gevolg van de koppelingssystematiek) bij een opgaande loonontwikkeling. Vergelijkt men de ontwikkeling van het minimumloon met die van de gemiddelde verdiende lonen in dezelfde periode dan is het verschil groter. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan structuureffecten. De loondrift blijkt in die periode beperkt te zijn. De raad ziet in de verschillen in ontwikkeling tussen het minimumloon enerzijds en de gemiddelde contractlonen en verdiende lonen anderzijds niet voldoende aanleiding te pleiten voor een bijzondere brutoverhoging van het minimumloon. Het corrigeren van deze verschillen weegt namelijk niet op tegen 5

7 de te verwachten negatieve effecten van een bijzondere verhoging van het brutominimumloon voor de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd stelt de raad vast dat het verschil in welvaartsontwikkeling tussen huishoudens van actieven en die van inactieven duidelijk is toegenomen. Dit hangt met name samen met het feit dat de dynamiek in de inkomensontwikkeling van de huishoudens van werkenden groter is dan die van niet-werkenden. Belangrijke factoren die daarbij een rol spelen zijn onder meer de toename van het aantal huishoudens met tweeverdieners en de toename van het aantal uren dat deze tweeverdieners werken. Dit effect komt niet tot uitdrukking in de koppeling: deze is afgeleid van de gemiddelde contractloonontwikkeling van een individuele werknemer. Het verschil in welvaartsontwikkeling tussen huishoudens van actieven en die van inactieven wringt vooral bij huishoudens met kinderen die op een minimum-uitkering zijn aangewezen en huishoudens die langdurig zijn aangewezen op een uitkering op minimumniveau. In het advies Sociaal-economisch beleid , heeft de raad aangegeven dat in aanvulling op het scheppen van werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt de armoede van huishoudens die langdurig zijn aangewezen op een minimum-uitkering moet worden bestreden via gerichte maatregelen 1. De raad constateert dat op dit terrein in de beschouwde periode in aanvulling op de koppeling al veel is gebeurd, hetgeen deels tot uitdrukking komt in de koopkrachtplaatjes. Het bovengenoemde verschil in dynamiek in de inkomensontwikkeling van huishoudens van werkenden en die van niet-werkenden laat zich echter moeilijk vangen in koopkrachtplaatjes. Om ook met dit verschil in dynamiek rekening te houden acht de raad een extra inkomensondersteuning vooral noodzakelijk voor huishoudens met kinderen die op een minimum-uitkering zijn aangewezen en huishoudens die langdurig zijn aangewezen op een uitkering op minimumniveau. De raad denkt daarbij aan een extra koopkrachtondersteuning van 1 procent voor vooral deze minima. Deze extra koopkrachtondersteuning kan naar de mening van de raad het beste vorm worden gegeven door in het bruto-netto-traject lastenverlichtende fiscale maatregelen te nemen en andere maatregelen te treffen die vooral een gunstige uitwerking hebben op de inkomenspositie van de bovengenoemde minima. 1 SER-advies Sociaal-economisch beleid , publicatienr. 98/08, Den Haag 1998, pp. 108 en

8 Samenvatting Voor de financiering van deze maatregelen denkt de raad aan het benutten van de budgettaire ruimte die in deze kabinetsperiode beschikbaar is en nog beschikbaar zal komen. i/a-ratio De raad is van mening dat bij de beantwoording van de vraag of volgens de WKA kan worden ontkoppeld, eerst en vooral de twee in de wet genoemde afwijkingsgronden bepalend zijn. Hij heeft herhaaldelijk zijn bezwaren tegen het (uitsluitend) hanteren van de i/a-ratio als officiële afwijkingsgrond naar voren gebracht. Desondanks hebben de achtereenvolgende kabinetten geen afstand genomen van de i/a-ratio als officiële afwijkingsgrond en van de norm die in de memorie van toelichting van de WKA voor de i/a-ratio is vastgesteld. Wel moet worden geconstateerd dat bij de start van de kabinetten Paars I en Paars II ervan is afgezien om de norm voor de i/a-ratio te actualiseren. Sinds 1996 is de i/a-ratio tot ver onder de norm gedaald. Door deze daling is de kans toegenomen dat de wettelijke afwijkingsgronden actueel kunnen zijn zonder dat de norm wordt overschreden, hetgeen om redenen van uitgavenbeheersing als een risico moet worden beschouwd. Een dergelijk grote discrepantie tussen de wijze van toepassing van de i/a-ratio als officiële afwijkingsgrond enerzijds en de twee wettelijke afwijkingsgronden anderzijds, is volgens de raad niet in overeenstemming met de doelstellingen van de WKA. Dit pleit er eens te meer voor dat bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald jaar kan worden ontkoppeld eerst en vooral de twee in de wet genoemde afwijkingsgronden bepalend zijn. Afstand minimumloon en laagste loonschalen De raad acht het van groot belang dat de sociale partners in hun CAO-beleid, daar waar dat nog aan de orde is en nodig is, blijven werken aan een verkleining van het verschil tussen het minimumloon en de laagste loonschalen. 7

9 8

10 1. Inleiding Bij brief van 9 februari 1999 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de Sociaal-Economische Raad (SER) uitgenodigd een advies te geven over de vraag of er omstandigheden aanwezig zijn die een bijzondere aanpassing van het minimumloon en de daaraan via de netto-netto-koppeling gerelateerde minimum-uitkeringen wenselijk maken 1. Daarbij kan het zowel om een neerwaartse als een opwaartse aanpassing gaan. Op grond van artikel 14, lid 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is de minister van SZW telkens na verloop van een termijn van ten hoogste vier jaar, voor het eerst uiterlijk in 1994, verplicht na te gaan of zich dergelijke omstandigheden voordoen. Het kabinet onderschrijft dat het wenselijk is om hierover de mening van de raad te vernemen, hoewel hiertoe sinds 1995 geen wettelijke verplichting meer bestaat. In de adviesaanvraag wordt geen adviestermijn genoemd. Zelf is het kabinet van mening dat er geen omstandigheden zijn die een opwaartse of neerwaartse bijstelling rechtvaardigen. Het kabinet baseert zich daarbij op de feitelijke ontwikkelingen van loon-, inkomens-, werkgelegenheids-, arbeidsmarktpolitieke en budgettaire aspecten. Centraal in de overwegingen van het kabinet staan de werkgelegenheidseffecten van een bijzondere aanpassing van het wettelijk minimumloon. Een relatieve verhoging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde minimumuitkeringen acht het kabinet ongewenst omdat dit de problematiek aan de onderkant van de arbeidsmarkt eerder zou versterken. Een bijzondere verlaging van het minimumloon gericht op het verlagen van de loonkosten wijst het kabinet eveneens van de hand. De specifieke afdrachtskorting lage lonen (SPAK) betekent al een daling van de loonkosten voor de werkgever zonder dat dit, zoals bij een navenante verlaging van het minimumloon, de inkomensverhoudingen beïnvloedt. Het kabinet gaat ook in op de inkomenspositie van werknemers met een minimumloon en van de sociale minima. Het kabinet acht een generieke verhoging van het minimumloon niet de aangewezen route om de koopkracht van deze groepen te verbeteren omdat dit de loonkosten verhoogt. Juist de minst gekwa- 1 De adviesaanvraag is als bijlage 1 aan dit advies toegevoegd. 9

11 lificeerden hebben dan minder kans om via toetreding tot de arbeidsmarkt hun individuele inkomenspositie te verbeteren. Bovendien zijn de verschillen tussen de groepen met een inkomen op en rond het minimumloon te groot om met een generieke maatregel de problemen van armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. In plaats daarvan kiest het kabinet voor een specifieke aanpak, die hetzelfde beoogt als een bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon, maar niet ten koste gaat van de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Verder refereert de minister kort aan de toepassing van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid (WKA). De minister verwijst naar het SER-advies Sociaal-economisch beleid , waarin de raad de mogelijkheid oppert om in een advies over een eventuele bijzondere verhoging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde minimum-uitkeringen ook aandacht te besteden aan de toepassing van de WKA. In dit advies maakt de raad onder meer bezwaar tegen het (uitsluitend) hanteren van de i/a-ratio als beoordelingsmaatstaf, aangezien de afwijkingsgronden van de wet daarin niet goed weerspiegeld worden. De minister geeft evenwel te kennen dat het kabinet geen aanleiding ziet om de toepassing ten principale van de WKA aan de orde te stellen. Dit is het tweede advies van de raad over een bijzondere aanpassing van het minimumloon sinds de inwerkingtreding van de WKA in november Het eerste advies heeft de raad uitgebracht op 19 januari Over de (half)jaarlijkse aanpassing van het minimumloon en de sociale uitkeringen heeft de raad voor het laatst geadviseerd in De opbouw van het advies is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de WKA-systematiek. Hoofdstuk 3 bevat een analyse van de arbeidsmarktaspecten van het minimumloon. In hoofdstuk 4 wordt de koopkrachtontwikkeling op minimumniveau onder de loep genomen. Hoofdstuk 5 geeft een internationale vergelijking van het minimumloon weer. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 het standpunt van de raad. De raad neemt daarbij niet alleen een standpunt in over de wenselijkheid van een bijzondere aanpassing van het minimumloon, maar ook over de toepassing van de i/a-ratio en over de afstand tussen het minimumloon en de laagste loonschalen. Het advies is voorbereid door de Commissie Minimumloon. De samenstelling van deze commissie is vermeld in bijlage 2. 2 SER-advies Bijzondere wijziging minimumloon en minimumvakantiebijslag, publicatienr. 96/01, Den Haag SER-advies Minimumloon en sociale uitkeringen in 1995, publicatienr. 94/14, Den Haag

12 Inleiding Het advies is vastgesteld in de vergadering van de raad van 17 september Het verslag van deze vergadering is verkrijgbaar bij het secretariaat van de raad. 11

13 12

14 2. De WKA-systematiek Met de WKA is een nieuw aanpassingsmechanisme ingevoerd in de WML. Dit mechanisme heeft ten doel minimumloners en uitkeringsgerechtigden op gelijkwaardige wijze te laten delen in de welvaartsontwikkeling. De hoofdregel voor de aanpassing van het minimumloon en de (bovenminimale) sociale uitkeringen is daarom de koppeling aan het (gewogen) gemiddelde van de contractloonontwikkeling in de marktsector en de collectieve sector 1. In omstandigheden waarin de toepassing van de koppeling zou leiden tot een versterking van onevenwichtigheden in de economie en langs deze weg ertoe zou bijdragen dat op termijn minder welvaart te verdelen is, zou de koppeling volgens de wetgever haar doel voorbij schieten. De nieuwe systematiek betreft dan ook geen volledig automatische koppeling, maar een koppeling met afwijkingsmogelijkheid: in bepaalde in de wet genoemde omstandigheden kan van de hoofdregel worden afgeweken. Deze wettelijke afwijkingsgronden gelden zowel voor de aanpassing van het minimumloon als voor die van de sociale uitkeringen. De netto-netto-koppeling blijft onder alle omstandigheden gehandhaafd. In de memorie van toelichting van de WKA zijn de wettelijke afwijkingsgronden toegespitst op de verhouding tussen inactieven en actieven: de i/aratio. In aanvulling op de koppeling met afwijkingmogelijkheid voorziet de WKA in een beoordeling ten minste eenmaal in de vier jaar van de wenselijkheid van een bijzondere aanpassing van het minimumloon en een verhoging van de minimumvakantiebijslag. In dit hoofdstuk zal eerst worden ingegaan op de werking van het indexeringsmechanisme voor de toepassing van de hoofdregel van de WKA (paragraaf 2.1). Vervolgens komen in paragraaf 2.2 de wettelijke afwijkingsgronden en de toespitsing daarvan op de i/a-ratio aan de orde. Daarna worden in paragraaf 2.3 de opvattingen van de raad in eerdere adviezen over de relatie tussen de wettelijke afwijkingsgronden en de i/a-ratio en over de hoogte van de i/a-ratio weergegeven. Ten slotte gaat paragraaf 2.4 in op de operationalisering van de wettelijke afwijkingsgronden. 1 Een tweetal minimum-uitkeringen is op brutobasis gekoppeld aan het minimumloon, te weten de vervolguitkering ingevolge de WW en de toeslagen krachtens de Toeslagenwet. De overige minimumuitkeringen zijn op nettobasis gerelateerd aan het minimumloon (netto-netto-koppeling). 13

15 2.1 Het indexeringsmechanisme Het indexeringsmechanisme voor de aanpassing van minimumloon en sociale uitkeringen is een systeem op basis van (op ramingen van de gemiddelde contractloonstijging gebaseerde) voorschotten en een verplichte jaarlijkse nacalculatie. Het minimumloon en de sociale uitkeringen worden tweemaal per jaar aangepast: op 1 januari en op 1 juli. Op 1 januari van een bepaald jaar (jaar t) bestaat de aanpassing uit twee componenten, te weten: 50 procent van de in jaar t-1 gepubliceerde MEV-raming van de contractloonstijging 2 op jaarbasis in jaar t; het verschil tussen de in jaar t-1 gepubliceerde MEV-raming van de contractloonstijging op jaarbasis in jaar t-1 en de in jaar t-1 gepubliceerde CEPraming van de contractloonstijging op jaarbasis in jaar t-1. Op 1 juli van jaar t is de aanpassing gelijk aan: het verschil tussen de in jaar t gepubliceerde CEP-raming van de contractloonstijging op jaarbasis in jaar t en 50 procent van de in jaar t-1 gepubliceerde MEV-raming van de contractloonstijging op jaarbasis in jaar t. Indien de op bovenstaande wijze bepaalde aanpassing per 1 januari dan wel 1 juli kleiner is dan nul, worden het minimumloon en de sociale uitkeringen per die datum bevroren. Verdere verrekening vindt dan plaats op het eerstvolgende aanpassingsmoment. De nacalculatie met betrekking tot jaar t-1 is volgens dit systeem gebaseerd op het in jaar t-1 gepubliceerde MEV-cijfer met betrekking tot jaar t-1 en vindt plaats op 1 januari van jaar t. Aan dit MEV-cijfer liggen in zeer belangrijke mate gerealiseerde ontwikkelingen ten grondslag, maar van een definitief realisatiecijfer is geen sprake. Het indexeringsmechanisme is ingevoerd op voorstel van de raad in het advies over de vormgeving van het aanpassingsmechanisme van minimumloon en sociale uitkeringen uit In dat advies heeft de raad aangegeven dat verschillen tussen de gerealiseerde contractloonontwikkeling en de voor de jaarlijkse nacalculatie gebruikte MEV-ramingen van de contractloonontwikkeling kunnen leiden tot de wenselijkheid van een bijzondere aanpassing van het minimumloon. 2 Gewogen gemiddelde van de contractloonstijging in de marktsector en de collectieve sector. 3 SER-advies Aanpassing minimumloon en sociale uitkeringen, publicatienr. 90/13, Den Haag

16 De WKA-systematiek In tabel 2.1 is voor de jaren de aanpassing van het minimumloon en de sociale uitkeringen weergegeven, zowel op niveaubasis als op jaarbasis 4. Tabel 2.1 Aanpassing minimumloon en sociale uitkeringen in procenten januari 0,96 0,77 1,45 1,63 1 juli 0,89 1,04 1,37 1,33 a totaal op niveaubasis 1,85 1,81 2,82 2,96 totaal op jaarbasis b 1,4 1,7 2,7 3,0 a. Voorgenomen aanpassing. b. De aanpassing op jaarbasis is gelijk aan de aanpassing op niveaubasis plus de overloop uit het voorgaande jaar en minus de overloop naar het volgende jaar. In 1996 is de overloop uit 1995 gelijk aan nul omdat in dat jaar het minimumloon en de sociale uitkeringen zijn bevroren. Bron: SZW. Op 1 januari van 1997 heeft de nacalculatie met betrekking tot 1996 plaatsgevonden op basis van de raming van de contractloonontwikkeling voor 1996 in de MEV Inmiddels is het definitieve realisatiecijfer voor de contractloonstijging in 1996 bekend. Het verschil tussen de CEP 1999 opgave van de gerealiseerde contractloonstijging in 1996 en de MEV 1997 raming van de contractloonstijging in 1996 bedraagt 0,2 procentpunt. De contractloonstijging in 1996 was dus met 0,2 procentpunt te laag geraamd. Eenzelfde berekening met betrekking tot de nacalculatie op 1 januari 1998 levert een ramingsfout op van -0,3 procentpunt. De contractloonstijging in 1997 was derhalve met 0,3 procentpunt te hoog geraamd. Bij de nacalculatie op 1 januari 1999 was de contractloonstijging in 1998 met 0,1 procentpunt te hoog geraamd. Per saldo is in de jaren waarin op grond van de WKA is gekoppeld de contractloonstijging met 0,2 procentpunt te hoog geraamd 5. 4 Inclusief de wettelijk verplichte afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 1,30 gulden. 5 Worden de fouten bij de ramingen van de contractloonstijging over de gehele periode sinds de inwerkingtreding van de WKA ( ) bekeken, dan resulteert per saldo een te hoge raming van 0,3 procentpunt. 15

17 De kans op ramingsfouten is inherent aan het gekozen indexeringsmechanisme. Daar staat tegenover dat de naijling, die kenmerkend was voor de systematiek van de Wet aanpassingsmechanismen (WAM), beperkt is 6. Bovendien blijkt uit de bovenstaande berekeningen dat de gemaakte ramingsfouten gering zijn, zeker als men deze fouten over meerdere jaren bekijkt. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat er uit hoofde van het gehanteerde indexeringsmechanisme op zich geen aanleiding bestaat voor een bijzondere aanpassing van het minimumloon. 2.2 De afwijkingsgronden De wettelijke afwijkingsgronden Van de hoofdregel dat de aanpassing van het minimumloon en de sociale uitkeringen worden gekoppeld aan de gemiddelde contractloonontwikkeling in de marktsector en collectieve sector kan in een tweetal situaties worden afgeweken, te weten: een bovenmatige loonontwikkeling zodanig dat hiervan schade voor de werkgelegenheid kan worden verwacht; een zodanige volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen dat daardoor een betekenende premie- of belastingdrukverhoging noodzakelijk is. Met deze in de wet genoemde afwijkingsgronden is aansluiting gezocht bij twee van de afwijkingsgronden voor de toepassing van de koppeling van de sociale uitkeringen uit het standpunt van het werknemerslid benoemd door de MHP en dertien kroonleden in het advies over de aanpassingssystematiek van minimumloon en sociale uitkeringen uit Deze leden stelden in dat advies voor om met betrekking tot het minimumloon enerzijds en de sociale uitkeringen anderzijds deels verschillende afwijkingsgronden te hanteren in verband met de arbeidsmarktfunctie van het minimumloon en de behoeftefunc- 6 De WAM-systematiek werd toegepast van 1980 tot de inwerkingtreding van de WKA. Dit indexeringsmechnanisme was volledig gebaseerd op nacalculatie: het minimumloon en de sociale uitkeringen werden aangepast op grond van de ontwikkeling van de gerealiseerde regelingslonen in de marktsector. De toepassing van een dergelijk systeem impliceert onder meer dat bij een versnelling in de loonontwikkeling de stijging van het minimumloon en de sociale uitkeringen geringer is dan de stijging van de regelingslonen in dezelfde periode. Hierdoor kan een druk ontstaan om het minimumloon en de sociale uitkeringen extra te verhogen. 7 SER-advies Aanpassingssystematiek minimumloon en sociale uitkeringen, publicatienr. 88/03, Den Haag De andere door deze leden voorgestelde afwijkingsgronden voor de aanpassing van de sociale uitkeringen waren een belangrijke (de)nivellering en betekenende afwijkingen van de actuele loontrend. Ook in het geval van zeer onevenwichtige financiële verhoudingen in de publieke sector, moest volgens deze leden afgeweken kunnen worden van de hoofdregel. 16

18 De WKA-systematiek tie van de sociale uitkeringen 8. Door de mogelijkheid van een doorbreking van de netto-netto-koppeling, zou deze niet langer in de wet kunnen worden gehandhaafd. De ondernemersleden en twee kroonleden waren in het advies uit 1988 voorstander van zuiver beleidsmatige aanpassingssystemen van minimumloon enerzijds en sociale uitkeringen anderzijds, waarbij verschillende criteria zouden moeten gelden gelet op de arbeidsmarktfunctie van het minimumloon en de behoeftefunctie van sociale uitkeringen. Zij waren derhalve van mening dat de netto-netto-koppeling uit de wet zou moeten worden geschrapt. De werknemersleden benoemd door de FNV en het CNV waren van mening dat voor de aanpassing van het minimumloon en de sociale uitkeringen dezelfde afwijkingscriteria zouden moeten gelden 9. Zij waren voor handhaving van de netto-netto-koppeling als een sociaal-politieke wenselijkheid en als uitdrukking van zowel het prestatie- als het behoeftekarakter van het minimumloon. De i/a-ratio In de memorie van toelichting van de WKA zijn de beide wettelijke afwijkingsgronden toegespitst op de verhouding tussen inactieven en actieven: de i/aratio. Indien de i/a-ratio een bepaalde kritische waarde (norm) overschrijdt of als dit op termijn dreigt te gebeuren, kan volgens de memorie van toelichting tot ontkoppeling worden overgegaan. Als termijn die bij de beoordeling van de getalsverhouding in acht wordt genomen, wordt een periode van acht jaar genoemd. Dit houdt verband met de tijd die volgens de modellen van het CPB verstrijkt voordat een loonimpuls (zo goed als) volledig in de economie is doorgewerkt. De wetgever beval aan per kabinetsperiode te bezien welke precisering men in de kwantitatieve normstelling van de ratio wil overeenkomen. Het toenmalige kabinet koos bij de inwerkingtreding van de WKA voor de norm van 86 procent. Na de revisie van de Nationale Rekeningen is deze norm statistisch bijgesteld naar 82,6 procent 10. Het vorige en het huidige kabinet hebben deze norm overgenomen. 8 Voor de aanpassing van het minimumloon werden de volgende afwijkingsgronden voorgesteld: een belangrijke (de)nivellering, betekenende afwijkingen van de actuele loontrend en een substantiële loondifferentiatie tussen en binnen sectoren. 9 Deze afwijkingsgronden waren: een belangrijke (de)nivellering, betekenende afwijkingen van de actuele loontrend, een substantiële loondifferentiatie tussen en binnen sectoren en een bovenmatige loonontwikkeling. 10 Tweede Kamer, vergaderjaar , XV, nr

19 2.3 De opvattingen van de SER De verhouding tussen de wettelijke afwijkingsgronden en de i/a-ratio De raad is van mening dat bij de beantwoording van de vraag of kan worden ontkoppeld, eerst en vooral de twee in de wet genoemde afwijkingsgronden bepalend zijn. Indien ten minste een van deze afwijkingsgronden actueel is, kan volgens de raad worden ontkoppeld. Hij heeft bezwaar tegen het (uitsluitend) hanteren van de i/a-ratio. Dit standpunt heeft de raad voor het eerst verwoord in het advies over de aanpassing van minimumloon en sociale uitkeringen in Daarin heeft de raad er allereerst op gewezen dat bij de beschouwing van de i/a-ratio rekening dient te worden gehouden met enkele onvolkomenheden in de berekening hiervan. Vervolgens heeft de raad in dat advies een aantal kanttekeningen geplaatst bij de bewering in de memorie van toelichting dat de actuele i/a-ratio een relevante afwijkingsgrond is omdat er een duidelijk verband bestaat met de tweede wettelijke afwijkingsgrond (een zodanige volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen dat daardoor een betekenende premie- of belastingdrukverhoging noodzakelijk is). In de eerste plaats wordt in de WKA gesproken van een betekenende belasting- en premiedrukstijging, welke kwalificatie verloren gaat bij de vertaling van de wettelijke afwijkingsgrond naar de i/a-ratio. In de tweede plaats kan, zelfs bij toepassing van de koppeling, sprake zijn van een verandering in de verhouding tussen het gemiddelde uitkeringsniveau en de gemiddelde loonvoet. Dit kan, zelfs al neemt de i/a-ratio niet toe, een belasting- en/of premiedrukstijging noodzakelijk maken. Omgekeerd is het ook mogelijk dat, bij een oplopende i/a-ratio, een afname van de verhouding tussen het gemiddelde uitkeringsniveau en de gemiddelde loonvoet juist de noodzaak van een belasting- en/of premiedrukstijging wegneemt. In de derde plaats wordt bij de vertaling van de tweede afwijkingsgrond naar de i/a-ratio met een aantal factoren geen rekening gehouden. Zo kan een toename van de gemiddelde loonvoet leiden tot een mutatie in de gemiddelde belasting- en premiedruk. Ook wordt impliciet aangenomen dat het arbeidsinkomen het relevante draagvlak is bij de financiering van de sociale uitkeringen, terwijl bijvoorbeeld ook pensioengerechtigden aan dit draagvlak blijven bijdragen indien zij een aanvullend pensioen genieten. Ten slotte is de raad in het advies over de aanpassing van minimumloon en sociale uitkeringen in 1992 ingegaan op de bewering in de memorie van toelichting van de WKA dat ook de toekomstige i/a-ratio relevant is als afwijkings- 11 SER-advies Minimumloon en sociale uitkeringen in 1992, publicatienr. 91/23, Den Haag

20 De WKA-systematiek grond. Een bovenmatige loonontwikkeling waarvan schade kan worden verwacht voor de werkgelegenheid de eerste afwijkingsgrond in de wet komt hierin mede tot uitdrukking. Dit weerspiegelt het feit dat het negatieve werkgelegenheidseffect van een bovenmatige loonstijging pas na een aantal jaren zijn volle omvang krijgt. Of er sprake is van een verantwoorde loonvorming moet volgens de raad worden bezien in het licht van de economische ontwikkeling, waaronder de situatie op de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij niet om de loonvorming op zich, maar om de gevolgen daarvan voor de reële arbeidskosten per eenheid product. Een maatstaf voor dat laatste is de arbeidsinkomensquote. Bij de beoordeling van de loonvorming is vooral de gecorrigeerde arbeidsinkomensquote van bedrijven van belang. Daaraan voegde de raad toe dat naast loonvorming ook andere factoren, waaronder demografische veranderingen, invloed hebben op de toekomstige verhouding tussen inactieven en actieven, zodat het toekomstige verhoudingsgetal niet altijd een exacte afspiegeling hoeft te zijn van de eerste afwijkingsgrond in de wet. De hoogte van de i/a-ratio In het advies Sociaal-economisch beleid merkte de raad op dat het nieuwe kabinet moet beslissen welke beoordelingsmaatstaf het wenst te hanteren voor de vraag of de in de WKA genoemde gronden om af te wijken van de koppeling actueel zijn. Door de daling van de i/a-ratio was volgens de raad de kans toegenomen dat de in de wet genoemde afwijkingsgronden actueel kunnen zijn, zonder dat de door het kabinet gehanteerde norm (een i/a-ratio van 82,6) wordt overschreden, hetgeen mede om redenen van uitgavenbeheersing als een risico moet worden beschouwd 12. Vervolgens bracht de raad in herinnering dat hij in zijn advisering altijd bezwaar heeft gemaakt tegen het (uitsluitend) hanteren van de i/a-ratio als beoordelingsmaatstaf, aangezien de twee wettelijke afwijkingsgronden daarin niet goed weerspiegeld worden. De raad constateerde verder dat medio 1997 de toenmalige minister van SZW de Tweede Kamer had laten weten te overwegen in de eerste helft van de volgende kabinetsperiode de SER advies te vragen over een eventuele bijzondere wijziging van het minimumloon en de daaraan gekoppelde minimum-uitkeringen. In dit verband zou volgens de raad ook de toepassing van de WKA aan de orde kunnen komen. In de adviesaanvraag geeft de minister van SZW evenwel te kennen dat het kabinet daartoe geen aanleiding ziet. 12 SER-advies Sociaal-economisch beleid , publicatienr. 98/08, Den Haag 1998, p

21 2.4 Operationalisering wettelijke afwijkingsgronden Bij de beantwoording van de vraag of volgens de WKA kan worden ontkoppeld laat de raad zich, zoals gezegd, eerst en vooral leiden door de twee in de wet genoemde afwijkingsgronden. Indien ten minste een van deze afwijkingsgronden actueel is, kan worden ontkoppeld 13. Eerste afwijkingsgrond De eerste afwijkingsgrond is een bovenmatige loonontwikkeling zodanig dat hiervan schade voor de werkgelegenheid kan worden verwacht. Bij de beoordeling van de invloed van de loonontwikkeling op de werkgelegenheid zijn in het bijzonder de (gecorrigeerde) arbeidsinkomensquote van bedrijven (aiq) en de arbeidskosten per eenheid product (arbeidskosten p.e.p.) 14 van belang. Overigens zijn bij een vergelijking van de aiq in de tijd ook andere factoren van belang, zoals de reële rentestand, de werkgelegenheidsontwikkeling en het werkloosheidspercentage. Tweede afwijkingsgrond De tweede afwijkingsgrond in de WKA is een zodanige volumeontwikkeling in de socialezekerheidsregelingen dat daardoor een betekenende premie- of belastingdrukverhoging noodzakelijk is. Bij de beoordeling van dit criterium kunnen verschillende indicatoren worden betrokken. Dat is onder meer de verhouding inactieven/actieven (i/a-ratio), waarvan de ontwikkeling onder overigens gelijkblijvende omstandigheden doorwerkt in de verhouding tussen de uitkeringssom en het arbeidsinkomen, alsmede in het aandeel van de uitkeringssom in het bruto binnenlands product ofwel de socialezekerheidsquote (szq). Dit beïnvloedt vervolgens ceteris paribus de belasting- en premiedruk. Gezien de in paragraaf 2.3 genoemde beperkingen van de i/a-ratio als afspiegeling van de tweede afwijkingsgrond, kunnen voorts ook de ontwikkeling van de szq en die van de belasting- en premiedruk als zodanig in de beschouwing worden betrokken. In het advies over de aanpassing van minimumloon en sociale uitkeringen in 1995 heeft de raad erop gewezen dat verschillende interpretaties van de wettelijke afwijkingsgronden en de door het kabinet gehanteerde i/a-ratio mogelijk zijn bij de beantwoording van de vraag of kan worden ontkoppeld 15. Enerzijds 13 In deze paragraaf wordt aangegeven welke indicatoren van belang zijn bij de beoordeling van de actualiteit van de wettelijke afwijkingsgronden. Er wordt niet getracht de wettelijke afwijkingsgronden volledig te operationaliseren. 14 Mede in relatie tot de arbeidskosten p.e.p. in het concurrerende buitenland. 15 SER-advies Minimumloon en sociale uitkeringen in 1995, publicatienr. 94/14, Den Haag 1994, pp. 20 en

22 De WKA-systematiek is de benadering mogelijk dat bij de beoordeling vooral gekeken wordt naar de ontwikkeling van de betrokken indicatoren. Anderzijds is het ook mogelijk het niveau daarvan bij de beoordeling te betrekken. Het kan immers zo zijn dat een op zichzelf positieve economische ontwikkeling onverlet laat dat bijvoorbeeld aiq, szq of de belasting- en premiedruk zich nog op een dusdanig hoog niveau bevinden dat gevreesd moet worden dat toepassing van de hoofdregel van de wet een negatief effect heeft op die ontwikkeling. Deze verschillende benaderingswijzen hebben ten grondslag gelegen aan het verdeelde standpunt van de raad over de aanpassing van minimumloon en sociale uitkeringen in De beantwoording van de vraag of in een bepaald jaar ten minste een van de wettelijke afwijkingsgronden actueel is, hangt af van de beoordeling van de ontwikkeling van de voor deze afwijkingsgronden relevante indicatoren. Aan ontwikkeling kunnen ten minste twee aspecten worden onderscheiden: de richting en het resultaat (het resulterende niveau) 16. Voor de beoordeling van de ontwikkeling van een indicator voor een van de twee wettelijke afwijkingsgronden is een kritische waarde (norm) nodig, die aangeeft waar de grens wordt overschreden en waar beneden het gewenste niveau begint 17. Een dergelijke norm is echter op voorhand moeilijk kwantitatief exact vast te stellen. De hoogte ervan is afhankelijk van de economische context (zoals de situatie op de arbeidsmarkt en de budgettaire situatie) waarbinnen de beoordeling van de ontwikkeling van de indicator plaatsvindt. De norm kan op twee manieren een rol spelen bij de beoordeling of kan worden ontkoppeld: als grenswaarde waarmee de gewenste richting van de ontwikkeling wordt aangegeven of als een meer absolute waarde die (tevens) het minimaal gewenste resultaat aangeeft op grond waarvan min of meer automatisch het al dan niet toepassen van de hoofdregel van de WKA volgt. In het laatste geval speelt de norm een strengere rol in de beoordeling. Voor welke toepassing van de norm wordt gekozen is eveneens afhankelijk van de economische context. In de memorie van toelichting van de WKA is op voorhand gekozen voor het gebruik van de norm voor de i/a-ratio om het minimaal gewenste resultaat aan te geven. Indien het geraamde (resulterende) niveau in ongunstige zin afwijkt van deze norm of indien dat op termijn dreigt te gebeuren, kan worden ont- 16 Zie SER-advies Bijzondere wijziging minimumloon en minimumvakantiebijslag, publicatienr. 96/01, Den Haag 1996, p Het stellen van een norm ten aanzien van de ontwikkeling van de indicatoren voor de wettelijke afwijkingsgronden is in deze afwijkingsgronden ingebouwd, maar is niet gekwantificeerd. De kwalitatieve termen bovenmatig en betekenend drukken de niet-gekwantificeerde normering uit. 21

23 koppeld. Een positieve ontwikkeling kan als zodanig de toepassing van de hoofdregel niet afdwingen zolang de kritische grens niet is bereikt. Terwijl de wettelijke afwijkingsgronden zijn gesteld in termen van ontwikkeling en niveau, wordt bij de toepassing van de i/a-ratio als afwijkingsgrond dus eenzijdig gekeken naar het niveau. Bovendien blijkt dat de norm die voor de i/a-ratio wordt gehanteerd sinds de inwerkingtreding van de WKA niet is gewijzigd 18, ook al zijn de economische omstandigheden in de loop der jaren veranderd. 18 Behoudens de statistische bijstelling van 86 naar 82,6 procent na de revisie van de Nationale Rekeningen. 22

24 3. Minimumloon en arbeidsmarkt In dit hoofdstuk staat de relatie tussen minimumloon en arbeidsmarkt centraal. Begonnen wordt met de ontwikkeling van het aantal minimumloners en het aantal werknemers dat net iets meer verdient dan het minimumloon. In paragraaf 3.2 wordt aandacht gegeven aan de relatieve ontwikkeling van het minimumloon: hoe heeft dit zich ontwikkeld ten opzichte van de contractlonen en brutolonen. Vervolgens komt, in paragraaf 3.3, de verhouding van het minimumloon tot de minimum-uitkeringen aan de orde. Deze verhouding is van belang voor het financiële voordeel, op minimumniveau, van arbeid boven een uitkering. De complexe relatie tussen minimumloon en werkgelegenheid staat centraal in paragraaf 3.4. Het beleid rond de arbeidskosten op minimumniveau is onderwerp van paragraaf 3.5. Daarbij komen achtereenvolgens het creëren van lage loonschalen (meer arbeidsplaatsen voor laag productieve arbeid) door sociale partners, de specifieke afdrachtskorting (verlaging loonkosten van laagbetaalden) en de, niet gerealiseerde, dispensatie minimumloon aan de orde (verlaging loonkosten minimumloners gecombineerd met scholing). Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschouwing over het minimumjeugdloon. 3.1 Ontwikkeling aantal minimumloners Eind 1997 bedroeg het aantal minimumloners , ofwel 5,1 procent van alle werknemers 1. Of een werknemer een minimumloner is wordt door het CBS vastgesteld door het brutomaandloon van december, zonder overwerkvergoeding, te vergelijken met het wettelijk minimumloon in die maand. Een minimumloner is een werknemer die maximaal het voor hem of haar geldende wettelijk minimumloon verdient 2. Voor werknemers die geen voltijdbaan hebben wordt het verdiende loon vergeleken met een naar evenredigheid van hun wekelijkse arbeidsduur aangepast minimumloon. 1 Deze paragraaf is gebaseerd op: H. van den Berg, Werknemers die het minimumloon verdienen , CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, pp Een aantal werknemers verdient minder dan het minimumloon. Dit is voor een deel terug te voeren op de manier van meten en voor een deel op onderbetaling. In 1997 verdiende 0,4 procent van de volwassen werknemers in het bedrijfsleven minder dan het minimumloon, van de jongeren (< 23 jaar) werd 4 procent onderbetaald. Zie H. van den Berg (CBS) op.cit., p. 24 en Arbeidsinspectie, Toepassing Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in 1997, Ministerie SZW, Den Haag

25 Tabel 3.1 Het aantal minimumloners, december 1997 Aantal minimumloners Minimumloners als percentage van het totaal aantal werknemers per groep x % Totaal 309,0 05,1 Geslacht Mannen 135,5 03,8 Vrouwen 173,4 07,0 Leeftijd < 24 jaar 147,3 15, jaar 066,3 03, jaar 047,7 03, jaar 033,5 02, jaar 011,5 03,3 > 65 jaar 002,6 19,7 Dienstverband Voltijd 094,5 02,6 Deeltijd 112,6 06,1 Flexibel 101,9 17,1 Bron: CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, Minimumloners zijn vaker vrouw dan man en vrouwen verdienen vaker het minimumloon dan mannen, zo laat tabel 3.1 zien. Bijna de helft de minimumloners is jonger dan 24 jaar en van de jongeren verdient 15 procent het minimumloon. In de leeftijdscategorieën 25 tot 65 verdient 3 à 3,5 procent van de werknemers het minimumloon terwijl van de werknemers ouder dan 65 jaar, een kleine groep, bijna een vijfde deel het minimumloon verdient 3. Bezien naar dienstverband is het aantal minimumloners ongeveer gelijk verdeeld over de categorieën voltijd, deeltijd en flexibel. Wel verdienen deeltijders maar vooral werknemers met een flexibel dienstverband meer dan voltijders het minimumloon. Voor een deel hangen al deze kenmerken met elkaar samen. Immers, veel vrouwen en jongeren werken in deeltijd of hebben een flexibel dienstverband. 3 Een mogelijke verklaring voor het hoge percentage bij 65-plussers (19,7 procent) is dat 65-plussers ingevolge artikel 7 van de WML geen aanspraak hebben op het wettelijk minimumloon. 24

26 Minimumloon en arbeidsmarkt De minimumloners zijn niet gelijk verdeeld over de verschillende bedrijfstakken (zie tabel 3.2). De bedrijfstakken met de grootste aantallen minimumloners zijn handel en zakelijke dienstverlening. Procentueel hebben de bedrijfstakken horeca, zakelijke dienstverlening en handel de meeste werknemers met een minimumloon. Tabel 3.2 Minimumloners naar bedrijfstak, december 1997 Aantal minimumloners Minimumloners als percentage van het totaal aantal werknemers per groep x % Landbouw en visserij Delfstoffenwinning Industrie Energie- en waterleidingbedrijven Bouwnijverheid 006,0 000,1 022,5 000,5 008,1 6,7 1,2 2,5 1,2 2,2 Handel Horeca Vervoer en communicatie Financiële instellingen Zakelijke dienstverlening 086,4 021,3 014,6 003,5 105,9 8,4 10,8 3,8 1,6 11,2 Openbaar bestuur Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Cultuur en overige dienstverlening 004,4 004,3 017,7 013,5 1,0 1,1 2,2 6,1 Bron: CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, Beziet men het aantal minimumloners naar bedrijfsklasse dan is ongeveer een vijfde deel van het totaal aantal werknemers met een minimumloon werkzaam in de detailhandel. Bedrijfsklassen met relatief veel minimumloners zijn naast de detailhandel (11,6% van het aantal werknemers), de schoonmaakbedrijven (12,4%) en de autohandel en -reparatie (7,2%) 4. Aan de hoogte van het minimumloon en aan het aantal minimumloners kunnen geen conclusies verbonden worden over de looninkomens van werknemers. Zo werd eind 1997 door 1,8 miljoen werknemers een loon verdiend dat 4 CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, p

27 op maandbasis gelijk was aan of minder was dan 2243,80 gulden: het niveau van het wettelijk minimumloon per maand in december Toch is de overgrote meerderheid van deze werknemers (1,5 miljoen) geen minimumloner. Het betreft met name jongeren met een loon boven het voor hen geldende minimumjeugdloon (maar beneden het minimumloon voor volwassenen) en deeltijdwerkers die per maand weliswaar minder verdienen dan het wettelijk minimumloon, maar gelet op hun arbeidsduur meer verdienen dan het naar rato voor hen geldende minimumloon. Daarnaast hebben veel minimumloners extra inkomens uit overwerk, in december 1997 werkte 18 procent van de minimumloners over tegen 13 procent van de voltijdwerknemers. Omdat het minimumloon geldt voor de normale arbeidstijd wordt overwerk niet in de beschouwing betrokken bij het vaststellen van het aantal minimumloners. Het aantal minimumloners in de tijd De ontwikkeling van het aantal minimumloners in de tijd wordt weergegeven in figuur 3.1. De reeks is niet doorlopend omdat de meting van het aantal minimumloners in de loop van de tijd verschillende malen is gewijzigd. Het aantal minimumloners bereikte in 1993 het laagste punt. Sindsdien is het aantal weer gestegen tot zo n vijf procent van het aantal werknemers. Ongeveer de helft van deze stijging vindt zijn oorzaak in de veranderde werkingssfeer van de wet (vanaf 1993 geldt de wet ook voor kleine deeltijdbanen) en veranderingen in de loononderzoeken van het CBS. De toename van het aantal minimumloners na 1993 hangt voor een deel samen met overheidsmaatregelen om langdurig werklozen aan de slag te krijgen en met het opnemen van lage loonschalen in CAO s. In 1997 bleef het aantal minimumloners stabiel ( ten opzichte van in 1996). De groei van het aantal minimumloners vond in de jaren 1994 en 1995 vooral plaats in de zakelijke dienstverlening (uitzendbureaus en banenpools). Na 1995 was de groei meer gespreid over de verschillende bedrijfstakken, zij het dat het zwaartepunt van de groei in de commerciële dienstverlening blijft 5. Ontwikkelingen tot 110% minimumloon De eerder gesignaleerde groei van het aantal minimumloners na 1993 blijkt zich tussen 1995 en 1996 ook voor te doen bij werknemers met een inkomen tot 105 resp. 110 procent van het wettelijk minimumloon, zie tabel 3.3. Verder blijkt de stabilisatie in 1997 van het aantal minimumloners zich ook voor te doen bij werknemers met een inkomen tot 105 resp. 110 procent van het wettelijk minimumloon. De stabilisatie is overigens gedeeltelijk het gevolg 5 CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, p

28 Minimumloon en arbeidsmarkt van de absolute daling van het aantal jongeren van 15 tot 23 jaar dat tegen een laag inkomen (tot 110 procent van het minimumjeugdloon) werkzaam is. Figuur 3.1 De ontwikkeling van het aantal minimumloners, Bron: CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, p. 21. Tabel 3.3 Werknemers met een loon tot 100 resp. 105 en 110% van het wettelijk minimumloon in 1995, 1996 en 1997 Werknemers tot % WML ( ,7% ( ,3% ( ,1% 15 t/m 22 jaar 0(93.700) ( ) ( ) 105% WML ( ,7% ( ,1% ( ,0% 15 t/m 22 jaar ( ) ( ) ( ) 110% WML ( ,7% ( ,2% ( ,1% 15 t/m 22 jaar ( ) ( ) ( ) Werknemers totaal (5,68 mln 100% (5,87 mln 100% (6,07 mln,100% 15 t/m 22 jaar totaal (0,59 mln) (0,64 mln) (0,69 mln) Bron: CBS, Sociaal-Economische Maandstatistiek 1999/2, pp. 32, 34 en 36; (nader) voorlopige cijfers. 27

29 3.2 Relatieve ontwikkeling van het brutominimumloon Sinds 1996 heeft de ontwikkeling van het minimumloon plaatsgevonden via het toepassen van de koppeling aan de ontwikkeling van de (gewogen) contractlonen bij bedrijven en overheid: de aanpassingsmaatstaf voor het minimumloon. Tabel 3.4 De relatieve ontwikkeling van het minimumloon, ¹ WML ,1 0,0 1,4 1,7 2,7 3,0 5,9 09,1 contractloon bedrijven en overheid (gewogen) 092² 23,2 1,2 1,6 1,9 2,9 3,1 7,8 09,8 contractloon markt 23,8 1,4 1,7 2,2 3,0 2¾ 8,6 10,0 brutoloon bedrijven 30,7 1,1 2,7 2,4 3,2 3¼ 9,7 12,0 brutoloon markt 30,7 1,1 2,8 2,4 3,1 3¼ 9,8 12,2 ¹ Bron: Ministerie SZW (adviesaanvraag). ² Alleen bedrijven (bedrijven is marktsector plus zorgsector (voorheen plus g+g sector)). Bron: CPB. Beziet men de ontwikkeling vanaf 1995 (tot 1998) dan is het minimumloon als gevolg van de ontkoppeling in 1995 achtergebleven bij de ontwikkeling van de gewogen contractlonen bij bedrijven en overheid. Als gekeken wordt naar de ontwikkelingen over , dan is er sprake van een meer gelijke ontwikkeling (9,1 versus 9,8%) waarbij het verschil samenhangt met de ontkoppeling in 1995 (geen overloop van 1995 naar 1996) en de naijling (als gevolg van de koppelingssystematiek) bij een opgaande loonontwikkeling. Vergelijkt men, voor , de ontwikkeling van het minimumloon met de ontwikkeling van andere loonbegrippen dan blijkt ook ten opzichte van de contractlonen in de marktsector het verschil beperkt. Bij een vergelijking met de ontwikkeling van de brutolonen in zowel de marktsector als bij bedrijven, blijft het minimumloon verder achter. In tabel 3.5 wordt de samenstelling van de loonontwikkeling in de marktsector weergegeven. De berekening van de verschillende samenstellende delen wordt uitgelegd in het kader op p

30 Minimumloon en arbeidsmarkt Tabel 3.5 Samenstelling van de loonontwikkeling in de marktsector, gemiddelde groei per jaar in procenten, ¹ brutoloon (waarneming Nationale Rekeningen) 2¾ 2¼ 3 contractloon (waarneming CAO s) 2¼ 2 2½ incidenteel (verschil brutoloon en contractloon) ½ ¼ ½ waarvan structuureffect (schatting CPB) statistische effecten 2 (schatting CPB) loondrift (restpost) 0 ½ ¼ ¼ 0 0 ¹ Zie ook het kader over de berekening door het CPB. ² Voor alleen het effect van ZW en Vorstverlet, vanaf 1995 ook inclusief effect werkgeversbijdrage particuliere ziektekostenverzekering. Bron: CPB. De tabel laat zien dat, in de marktsector, het verschil tussen contractloon en brutoloon vooral wordt veroorzaakt door het structuureffect: het effect dat veroorzaakt wordt door veranderingen in de verdeling van de beroepsbevolking naar leeftijd, opleiding(sniveau), geslacht en voltijd/deeltijddienstverband. 3.3 Ontwikkeling van de netto replacement rate en de wig De afgelopen twintig jaar is de verhouding tussen de nettominimum-uitkering en het nettominimumloon (de netto replacement rate) voor een alleenverdiener afgenomen van iets boven de 100 procent in 1979 tot iets onder de 98 procent in 1999 (zie tabel 3.6). De afstand tussen de minimum-uitkering en 80 procent van het gemiddelde loon is in deze periode sterker vergroot, de verhouding daalde van bijna 86 tot 74 procent. Voor werknemers op het laatstgenoemde niveau is het behoud van werk relatief aantrekkelijker geworden, voor uitkeringsgerechtigden is het aantrekkelijker geworden werk te verwerven. Een duidelijke verlaging doet zich voor bij de gemiddelde wig van bedrijven rond het minimumloonniveau; de wig is het verschil tussen loonkosten en brutoloon. Deze is sinds 1979 bijna gehalveerd (van 32 tot 17 procent). De werkgeverslasten voor modaal en 2x modaal zijn gedaald in de periode na een eerdere stijging in de jaren Na 1994 is de gemiddelde wig voor modaal en 2x modaal slechts weinig veranderd. 29

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2012 Nr. 64 BRIEF VAN

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 26 augustus 2003 Onderwerp : Bijzondere aanpassing WML periode 1999 t/m 2002

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 26 augustus 2003 Onderwerp : Bijzondere aanpassing WML periode 1999 t/m 2002 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 26 augustus 2003 Onderwerp : Bijzondere aanpassing WML periode 1999 t/m 2002 Aanleiding Elke vier jaar moet de vraag worden beantwoord of er omstandigheden

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2017

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2017 Wettelijk minimumloon per 1 juli 2017 Periodiek wordt het wettelijk minimumloon door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangepast; per 1 juli 2017 gelden de onderstaande bedragen. Het wettelijk

Nadere informatie

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2013 met 0,91 procent.

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2013 met 0,91 procent. Wettelijk minimumloon per 1 januari 2013 De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2013 met 0,91 procent. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers

Nadere informatie

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Besluit van houdende vaststelling van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor 2005 Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Vooral minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Vooral minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-252 10 december 2002 9.30 uur Werkgelegenheid groeit in de zorg en daalt in het bedrijfsleven In het derde kwartaal van 2002 is het aantal banen van

Nadere informatie

Artikelen. Cao-lonen 2005, de definitieve gegevens. Nathalie Peltzer

Artikelen. Cao-lonen 2005, de definitieve gegevens. Nathalie Peltzer Cao-lonen, de definitieve gegevens Nathalie Peltzer In zijn de cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, met,7 procent gestegen. In stegen de caolonen nog met, procent. Sinds 98 is de cao-loon-stijging

Nadere informatie

Inactieven 2 Paren met kinderen Alleenstaanden zonder kinderen Alleenstaande ouders

Inactieven 2 Paren met kinderen Alleenstaanden zonder kinderen Alleenstaande ouders 1. Kan de regering de mediane koopkrachtontwikkeling tonen over de periode 2003 t/m 2006 (cumulatief) voor de volgende groepen: Alleenverdieners met kinderen (actieven) met een inkomen tot 100% WML en

Nadere informatie

1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt

1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1.1 De beroepsbevolking in 1975 en 2003 11 1.2 De werkgelegenheid in 1975 en 2003 14 Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de gemiddelde Nederlandse

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 29 september 2016

No.W /III 's-gravenhage, 29 september 2016 ... No.W12.16.0191/III 's-gravenhage, 29 september 2016 Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2016, no.2016001298, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Koopkrachtontwikkeling 2006: plussen en minnen

Koopkrachtontwikkeling 2006: plussen en minnen CPB Notitie Datum : 20 april 2006 Aan : FNV, CNV, MHP, NIBUD, SZW, VWS, BZK en FIN Koopkrachtontwikkeling 2006: plussen en minnen 1 Inleiding In het Voorjaarsoverleg is afgesproken dat de vakbonden, de

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 1,1 procent gekrompen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 1,1 procent gekrompen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB12-032 15 mei 2012 9.30 uur Economie 1,1 procent gekrompen In eerste kwartaal 1,1 procent krimp t.o.v. een jaar eerder Investeringen 4,2 procent lager Consumptie

Nadere informatie

Cao-lonen 2006, de definitieve gegevens

Cao-lonen 2006, de definitieve gegevens Cao-lonen 26, de definitieve gegevens Monique Hartog In 26 zijn de cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, met 2, procent gestegen. Dit is veel hoger dan in 2, toen de stijging nog,7 procent

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-196 26 september 2002 9.30 uur Werkgelegenheid commerciële sector daalt Voor het eerst sinds 1994 is het aantal banen van werknemers in commerciële bedrijven

Nadere informatie

Economie groeit met 0,7 procent

Economie groeit met 0,7 procent Persbericht PB14 010 14 februari 08.30 uur Economie groeit met 0,7 procent Economie groeit in vierde kwartaal met 0,7 procent ten opzichte van het derde kwartaal 8 duizend banen minder dan in het derde

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 1.6, zevende lid, 1.8, eerste lid en 1.9, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 1 ;

Gelet op de artikelen 1.6, zevende lid, 1.8, eerste lid en 1.9, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 1 ; Ontwerpbesluit van [[ ]] tot wijziging van het Besluit kindertoeslag in verband met de indexatie van de toetsingsinkomens, de verhoging van de toeslagpercentages in de eerste kindtabel en de maximale toeslagpercentages

Nadere informatie

Grafiek 1 Verslechtering concurrentiepositie Nederlandse industrie in termen van loonkosten per eenheid produkt (procentuele mutaties)

Grafiek 1 Verslechtering concurrentiepositie Nederlandse industrie in termen van loonkosten per eenheid produkt (procentuele mutaties) Feiten sociaal-economische situatie I Concurrentiepositie ten opzichte van eurogebied Sinds 997 is sprake van een gestage verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie, die in de ramingen van het

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2011

Werkgelegenheidsonderzoek 2011 Werkgelegenheidsonderzoek 2011 Werkgelegenheidsonderzoek 2011 Provincie Groningen Werkgelegenheidsonderzoek 2011 Werkgelegenheidsonderzoek 2011 Provincie Groningen Provincie Groningen Drs. Eelco Westerhof

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting Adviesaanvraag, opvattingen kabinet In dit advies reageert de SER op een drietal voorgenomen maatregelen van het kabinet om de toetredingsvoorwaarden van de WW aan te scherpen. Het betreffen:

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 322 Kinderopvang Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Persbericht. Economie verder gekrompen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Uitvoer blijft groeien. Minder investeringen

Persbericht. Economie verder gekrompen. Centraal Bureau voor de Statistiek. Uitvoer blijft groeien. Minder investeringen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-011 14 februari 2013 9.30 uur Economie verder gekrompen Economie krimpt in vierde kwartaal 0,2 procent t.o.v. kwartaal eerder Ten opzichte van een jaar

Nadere informatie

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent Arbeidsmarkt in vogelvlucht Gemiddeld over de afgelopen vier maanden is er een licht stijgende trend in de werkloosheid. Het aantal banen van werknemers stijgt licht en het aantal openstaande vacatures

Nadere informatie

Economie groeit met 0,1 procent, 46 duizend banen minder

Economie groeit met 0,1 procent, 46 duizend banen minder Persbericht PB13-070 14 november 2013 09.30 uur Economie groeit met 0,1 procent, 46 duizend banen minder - Economie groeit in derde kwartaal met 0,1 procent ten opzichte van tweede kwartaal - 46 duizend

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 0,7 procent gekrompen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie 0,7 procent gekrompen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB12-009 15 februari 2012 9.30 uur Economie 0,7 procent gekrompen In vierde kwartaal 0,7 procent krimp t.o.v. een jaar eerder Consumptie 1,8 procent lager

Nadere informatie

Artikelen. Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, Wilmie Weltens

Artikelen. Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, Wilmie Weltens Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, 2002 Wilmie Weltens Eind december 2002 hadden werknemers in Nederland in totaal ruim zeven miljoen banen. Ten opzichte van december 2001 betekent dit een stijging

Nadere informatie

A 2014 N 106 PUBLICATIEBLAD

A 2014 N 106 PUBLICATIEBLAD A 2014 N 106 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING, van de 16 de december 2014 houdende toepassing van artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening minimumlonen (PB 1972, no. 110)

Nadere informatie

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012.

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Ton van Vugt. Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011 Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2011 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan

Nadere informatie

Sector in beeld: kostenontwikkelingen 2016 september 2015

Sector in beeld: kostenontwikkelingen 2016 september 2015 Sector in beeld: kostenontwikkelingen 2016 september 2015 Dit document geeft u een geactualiseerd overzicht van kostenontwikkelingen in 2016, met de meest recente gegevens over de cao kinderopvang, de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 475 Invoeging van een nieuw artikel 3b van de Ziekenfondswet Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Met ingang van 1 juli 1994 trad de Wet van 9 juni

Nadere informatie

Bijlage: minimumjeugdloon in historisch en internationaal perspectief

Bijlage: minimumjeugdloon in historisch en internationaal perspectief Bijlage: minimumjeugdloon in historisch en internationaal perspectief Historische ontwikkeling van het wettelijk minimumjeugdloon De ontstaansgeschiedenis van het wettelijk minimumloon in Nederland gaat

Nadere informatie

ADVIES. Sociaal- Economische Raad. Minimumloon en sociale uitkeringen in /16 SER

ADVIES. Sociaal- Economische Raad. Minimumloon en sociale uitkeringen in /16 SER Sociaal- Economische Raad ADVIES Minimumloon en sociale uitkeringen in 1993 92/16 SER Advies inzake de aanpassing van minimurnloon en sociale uitkeringen in 1993 Uitgebracht aan de minister en de staatssecretaris

Nadere informatie

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25%

Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Bijlage 2: gevolgen verhoging energiebelasting op aardgas in de eerste schijf met 25% Inleiding Deze bijlage bevat de effecten van een mogelijke verhoging van de energiebelasting (EB) op aardgas in de

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag ASEA/LIV/2004/37584

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag ASEA/LIV/2004/37584 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector

Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector In 1990 werden ambtenarensalarissen gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de lonen in het bedrijfsleven. Een argument voor deze koppeling houdt verband

Nadere informatie

Bruto minimum(jeugd)loon per 1 januari 2008

Bruto minimum(jeugd)loon per 1 januari 2008 Bruto minimum(jeugd)loon per 1 januari 2008 Voor een werknemer van 23 tot 65 jaar is het bruto minimumloon bij een volledig dienstverband per 1 januari 2008: per maand 1.335,00 per week 308,10 per dag

Nadere informatie

CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal Persbericht PB14 56 11 9 214 15.3 uur CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal Meer werklozen aan de slag Geen verdere daling aantal banen, lichte groei aantal vacatures Aantal banen

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

NOTA VAN TOELICHTING. Algemeen. 1. Inleiding

NOTA VAN TOELICHTING. Algemeen. 1. Inleiding NOTA VAN TOELICHTING Algemeen 1. Inleiding Het onderhavige besluit wordt gewijzigd in verband met het besluit van het kabinet om voor 2006 en volgende jaren de rijksvergoeding van de kosten van kinderopvang

Nadere informatie

Een nadere analyse van de ontwikkeling van de franchise in de periode

Een nadere analyse van de ontwikkeling van de franchise in de periode Een nadere analyse van de ontwikkeling van de franchise in de periode 1998-2001 Uitgevoerd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Den Haag, september 2003 Inleiding In juni 2001 is de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 33 682 Evaluatie Wet uniformering loonbegrip Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012 Sociale Verzekeringen per 1 januari 2012 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

CPB Memorandum. Raming van het bijstandsvolume in CEP 2007

CPB Memorandum. Raming van het bijstandsvolume in CEP 2007 CPB Memorandum Sector : 2 Afdeling/Project : Sociale Zekerheid Samensteller(s) : Frans Suijker en Bart Verbeet Nummer : 178 Datum : 4 april 2007 Raming van het bijstandsvolume in CEP 2007 In het CEP 2007

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Aanhoudende banenkrimp

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Aanhoudende banenkrimp Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-046 24 juni 2010 9.30 uur Aanhoudende banenkrimp 156 duizend banen minder dan een jaar eerder Ook sterke banenkrimp ten opzichte van voorgaand kwartaal

Nadere informatie

Statistisch Centraal Bureau voor de Statistiek Bulletin 63e jaargang no. 34 / 23 augustus 2007 Inhoud Verklaring van de tekens Informatie

Statistisch Centraal Bureau voor de Statistiek Bulletin 63e jaargang no. 34 / 23 augustus 2007 Inhoud Verklaring van de tekens Informatie Centraal Bureau voor de Statistiek Statistisch Bulletin 63e jaargang no. 34 / 23 augustus 2007 Inhoud Arbeid en sociale zekerheid Vacatures naar economische activiteit en bedrijfsgrootte, 30 juni 2007.

Nadere informatie

Sociale verzekeringen per 1 juli

Sociale verzekeringen per 1 juli Sociale verzekeringen per 1 juli Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong zijn vanaf 1 juli omhoog gegaan. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 777 Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot een keer de algemene heffingskorting met uitzondering

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB09-038 15 mei 2009 9.30 uur Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal 2009 Grootste krimp na de Tweede Wereldoorlog Export en investeringen vallen

Nadere informatie

Bijlage 1a bij CvA-brief 200802175 Het gemeentelijk referentiemodel

Bijlage 1a bij CvA-brief 200802175 Het gemeentelijk referentiemodel Bijlage 1a bij CvA-brief 200802175 Het gemeentelijk referentiemodel 1. Inleiding 1 2. De onderhandelingsruimte 1 2.1 Technische ruimte 2 2.1.1 Doorwerking ontwikkeling van het gemeentefonds 2 2.1.2 Doorwerking

Nadere informatie

Flashraming CBS: export zorgt voor economische groei

Flashraming CBS: export zorgt voor economische groei Persbericht PB14-050 14 augustus 2014 09.30 uur Flashraming CBS: export zorgt voor economische groei - Economie groeit volgens de flashraming met 0,5 procent ten opzichte van eerste kwartaal 2014 - Volgens

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 0,15 0,12 100% = 25%

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting In dit advies doet de Sociaal-Economische Raad voorstellen voor vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet (ATW). De kern van deze wet bestaat uit een stelsel van normen voor arbeids- en

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Persbericht PB14 037 02 06 2014 16.00 uur CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Koopkracht van werknemers in gezondheids- en welzijnszorg steeg in 2008-2012 elk jaar Zelfstandigen en pensioenontvangers

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 10 december 2007 Onderwerp : technische toelichting bij brief armoedeval

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : 10 december 2007 Onderwerp : technische toelichting bij brief armoedeval Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Datum : december 07 Onderwerp : technische toelichting bij brief armoedeval 1. Inleiding Verschillende maatregelen die het kabinet de komende jaren wil doorvoeren,

Nadere informatie

AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij

AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij CPB Notitie 17 juni 2014 AWBZ-premie over vier schijven Uitgevoerd op verzoek van de Socialistische Partij. CPB Notitie Aan: SP, Henk van Gerven Datum: 17-6-2014 Betreft: AWBZ-premie over vier schijven

Nadere informatie

CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren

CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren Het aantal mensen met een baan is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren hadden vaker werk. De beroepsbevolking

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economische groei derde kwartaal 2008 vertraagt tot 1,8 procent

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Economische groei derde kwartaal 2008 vertraagt tot 1,8 procent Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB08-077 14 november 2008 9.30 uur Economische groei derde kwartaal 2008 vertraagt tot 1,8 procent Bijna een halvering in vergelijking met eerste halfjaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 682 Evaluatie Wet uniformering loonbegrip Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers,

Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, 2000 2001 Wilmie Weltens Eind december 2001 hadden werknemers in Nederland in totaal ruim zeven miljoen banen. Ten opzichte van december 2000 betekent dit een

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen

Nadere informatie

Arbeidsmarkt in vogelvlucht

Arbeidsmarkt in vogelvlucht Arbeidsmarkt in vogelvlucht In het eerste kwartaal van 2011 is het aantal banen van werknemers, in vergelijking met het vierde kwartaal van 2010, licht gedaald. Dit is het eerste kwartaal met banenkrimp

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 258 Wijziging van de wijze van aanpassing van de kinderbijslag, de wet van 22 december 1994 tot nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet,

Nadere informatie

Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire

Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire Pagina 1 Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag Handout bezoek minister Plasterk aan Bonaire Met deze handout wil consumentenbond Unkobon u feitelijke

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum), Directie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Sociale verzekeringen per 1 januari 2010

Sociale verzekeringen per 1 januari 2010 Sociale verzekeringen per 1 januari 2010 11 december 2009 Nr. 09/134 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2010 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever

3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3. Werknemers die niet deelnemen aan de pensioenregeling van de werkgever 3.1 Inleiding Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een werknemer niet deelneemt aan de pensioenregeling van zijn werkgever.

Nadere informatie

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008 ONTSLAGSTATISTIEK Jaarapportage 2008 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen Mei 2009 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens

Nadere informatie

Rekenregels per 1 januari 2015

Rekenregels per 1 januari 2015 Rekenregels per 1 januari 2015 1. Inleiding In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1424 Vragen van het lid

Nadere informatie

2513AA22. De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA S GRAVENHAGE

2513AA22. De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Datum 20 september Betreft Cijfers kinderopvang over tweede

Nadere informatie

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015

Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Resultaten conjunctuurenquête 1 e halfjaar 2015 Inleiding Chris M. Jager In mei en juni 2015 zijn in het kader van de conjunctuurenquête (CE) een groot aantal bedrijven benaderd met vragenlijsten. Doel

Nadere informatie

Artikelen. Tijdelijke en langdurige banen, A.W.F. Corpeleijn 1)

Artikelen. Tijdelijke en langdurige banen, A.W.F. Corpeleijn 1) Tijdelijke en langdurige banen, 2000 A.W.F. Corpeleijn 1) Veel bedrijven werken met een combinatie van vaste en losse krachten. Werknemers met tijdelijke contracten worden onder meer ingezet voor speciale

Nadere informatie

Tabellen uit de positionpaper, opgesteld in opdracht min OCW, januari 2014

Tabellen uit de positionpaper, opgesteld in opdracht min OCW, januari 2014 1 Tabellen uit de positionpaper, opgesteld in opdracht min OCW, januari 2014 De meeste relevante tabellen met betrekking tot partneralimentatie zijn uit de positionpaper 1. Persoonlijk bruto inkomen Tabel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 22187 Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid IMr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAIM SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

1 Samenvattende conclusies

1 Samenvattende conclusies SAMENVATTENDE CONCLUSIES 1 Samenvattende conclusies Deze verkenning kent twee aanleidingen. Enerzijds de wens van de leden van de raad om zich een nader beeld te vormen van verschillende vraagstukken rondom

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 3059 Vragen van het lid

Nadere informatie

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao.

Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Buitenlandse arbeidskrachten en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van Curaçao. Zaida Lake Inleiding Via de media zijn de laatste tijd discussies gaande omtrent de plaats die de buitenlandse arbeidskrachten

Nadere informatie

INKOMENSEFFECTEN VAN DE ZORGVERZEKERINGSWET EN DE WET OP DE ZORGTOESLAG

INKOMENSEFFECTEN VAN DE ZORGVERZEKERINGSWET EN DE WET OP DE ZORGTOESLAG BIJLAGE INKOMENSEFFECTEN VAN DE ZORGVERZEKERINGSWET EN DE WET OP DE ZORGTOESLAG 1. Inleiding Deze bijlage geeft een nadere beschrijving van de en van de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet op de (Wzt) en

Nadere informatie