Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg"

Transcriptie

1 Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg Januari 2015 Marije Lans (Victas) Lieke Raaijmakers, Elske Wits (IVO)

2 Colofon Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg Victas, IVO Utrecht/ Rotterdam, oktober 2014 Auteurs: Marije Lans (Victas) Lieke Raaijmakers, Gerda Rodenburg, Elske Wits (IVO) Met medewerking van: Gerdien de Weert, Iwan Purperhart en Jaco Legemaat (Victas) Met dank aan medewerkers en cliënten van Basalt en de Oostvaarderskliniek die aan de richtlijn hebben meegewerkt. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het programma Kwaliteit Forensische Zorg van het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) 01 44

3 Inhoud Voorwoord... 4 DEEL I ALGEMENE INLEIDING Algemene inleiding Doel en betekenis van de richtlijn Aanleiding en uitgangspunten van de richtlijn Doelgroep, setting en richtlijngebruikers Werkwijze Leeswijzer Middelengebruik bij forensische patiënten Definities en afbakening Aard van de relatie tussen middelengebruik en crimineel gedrag Forensisch psychiatrische patiënten met problematisch middelengebruik: een complexe doelgroep Consequenties voor het forensisch behandelperspectief Risicofactoren voor terugval in crimineel gedrag en middelengebruik Statische en dynamische risicofactoren voor criminele recidive Beschermende factoren voor criminele recidive Middelengebruik als risicofactor voor criminele recidive Voorkomen van terugval in middelengebruik Risicomanagement Risicomanagement: maatregelen en voorwaarden gericht op risicovermindering Risicomanagement tijdens risicotaxatie, behandeling en resocialisatie Preventie van terugval DEEL II MODULE 1: INSCHATTEN VAN MIDDELENPROBLEMATIEK EN HET DAARMEE SAMENHANGENDE RECIDIVERISICO Overzicht van aanbevelingen Screenen, diagnostiek en risicotaxatie Screening problematisch middelengebruik Triage en diagnostiek van problematisch middelengebruik en delinquent gedrag Vaststellen comorbide problematiek Middelenanalyse Inschatting recidiverisico bij problematisch middelengebruik Monitoring DEEL III MODULE 2: OMGAAN MET MIDDELENGEBRUIK TIJDENS VERSCHILLENDE FASEN VAN DE KLINISCHE BEHANDELING Overzicht van aanbevelingen Aanpak binnen klinische setting Fasering van de behandeling Mogelijkheden in behandeling en ondersteuning Werkzame elementen in de behandeling van problematisch middelengebruik Overzicht effectiviteit van interventies Aanbevelingen interventies tijdens de behandelfase Geraadpleegde bronnen

4 Bijlage 1 Werkgroep, geraadpleegde experts

5 Voorwoord De Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg is in 2013 en 2014 door verslavingszorginstelling Victas en onderzoeksinstituut IVO ontwikkeld in het kader van het programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ). Binnen het programma KFZ werkt het forensische zorgveld gezamenlijk aan het verhogen van de kwaliteit en effectiviteit van de behandelingen met als doel: betere zorg en een veiliger samenleving. Op verzoek van KFZ is een richtlijn gerealiseerd ter ondersteuning van de dagelijkse praktijk van medewerkers in de forensische klinische zorg, die betrokken zijn bij diagnostiek en behandeling van forensische patiënten met problematisch middelengebruik. Hoe om te gaan met problematisch middelengebruik in de klinische forensische setting is complex, omdat enerzijds behandeling van problematisch middelengebruik en anderzijds beheersing en repressie om middelengebruik en drugshandel tegen te gaan moeten worden gecombineerd. In het achtergrondrapport en de richtlijn is dan ook veel aandacht besteed aan middelenbeleid en risicomanagement. De richtlijn, met de daarbij behorende achtergrondrapportage, is ontwikkeld op basis van bestaande richtlijnen voor verslaving en dubbele diagnose, een literatuurstudie, consultatierondes en pilots bij Forensische Verslavingskliniek Basalt en Forensisch Psychiatrisch Centrum Oostvaarderskliniek. Bij het ontwikkelen van de richtlijnen is tevens rekening gehouden met het vereiste instrumentarium in de forensische zorg ten aanzien van risicotaxatie. Tijdens de consultatierondes is een breed netwerk van vooraanstaande deskundigen geraadpleegd op het terrein van forensische zorg, verslaving en verslavingszorg (bijlage 1). Dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan het tot stand komen van deze richtlijn. Utrecht/Rotterdam, januari 2015 Marije Lans, Lieke Raaijmakers en Elske Wits 04 44

6 DEEL I ALGEMENE INLEIDING 1 Algemene inleiding Middelenproblematiek is veel voorkomend onder forensische patiënten (Brand e.a.,2009; Fazel e.a., 2006). Zo is twee derde (64%) van de populatie van Forensisch Psychiatrische Centra (FPC s) verslaafd of gebruikte intensief ten tijde van het delict (Wartna en Nachtegaal, 2011). Problematisch middelengebruik kan direct en indirect leiden tot criminaliteit (Koeter & van Maastricht, 2006; Ester & Driessen, 2009; Van Panhuis, 1999) en - in mindere mate - tot criminele recidive (Lammers e.a., 2014). Daarnaast laat onderzoek zien dat de ernst van een verslaving de ernst van een comorbide psychiatrische stoornis vergroot, en vice versa, en dat de ernst van psychiatrische comorbiditeit de kans op terugval in verslaving vergroot (Pettinati e.a., 2010). Daarom is het een factor waar nadrukkelijk aandacht voor nodig is in de (klinische) forensische zorg. Dit hoofdstuk start met een beschrijving van doel en betekenis van de richtlijn ( 1.1), waarna de aanleiding en uitgangspunten van de richtlijn worden beschreven ( 1.2). Vervolgens wordt ingegaan op de doelgroep, setting en richtlijngebruikers ( 1.3). Daarna volgt een beschrijving van de werkwijze ( 1.4). Tenslotte wordt een leeswijzer voor dit document gegeven ( 1.5). 1.1 Doel en betekenis van de richtlijn Dit document bevat een richtlijn ter ondersteuning van de dagelijkse praktijk van medewerkers in de forensisch-klinische zorg die betrokken zijn bij diagnostiek en behandeling van forensische patiënten met problematisch middelengebruik. De richtlijn heeft als hoofddoel een leidraad te geven voor het structureel inschatten van middelenproblematiek, het recidiverisico, en het omgaan met middelengebruik tijdens verschillende fasen van de klinische behandeling, inclusief de opbouw van verlof bij volwassen patiënten in forensisch psychiatrische klinieken. Hiermee dient het structurele karakter van de diagnostiek en risicotaxatie te worden verhoogd en dient eenduidigheid van werken binnen klinieken te worden bewerkstelligd. Uiteindelijk doel is vermindering van het (risico op) delictgedrag. De richtlijn bestaat uit twee modules: Module 1: het structureel inschatten van de mate van middelengebruik en het daarmee samenhangende recidiverisico; Module 2: het omgaan met middelengebruik tijdens verschillende fasen van de klinische behandeling, inclusief de opbouw van verlof. De richtlijn is bedoeld voor Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA) van GGz instellingen, Forensisch Psychiatrische Klinieken (FPK), Forensisch Verslavingszorg Klinieken (FVK) en de Forensisch Psychiatrische Centra (FPC). Vanzelfsprekend staan middelengebruik en verslaving centraal in Forensische Verslavingszorg Klinieken, waar dit in de andere genoemde intramurale settingen minder het geval is. Getracht is om modules 05 44

7 op te stellen binnen de richtlijn die zoveel mogelijk recht doen aan de verschillen tussen de settingen. Onderdelen kunnen in eigen instellingsgebonden protocollen worden uitgewerkt. De richtlijn dient als kapstok om deze protocollen in onder te brengen. 1.2 Aanleiding en uitgangspunten van de richtlijn De laatste jaren krijgt (problematisch) middelengebruik steeds meer aandacht binnen de forensische behandeling. Verbetering kan nog worden bereikt door nauwere integratie van de verslavingsbehandeling in het totaalpakket van de behandeling, aangepast aan het individu. In de forensische psychiatrie krijgt van oudsher beheersing van (problematisch) middelengebruik - mede ingegeven door externe factoren veel aandacht. Nadruk op beheersing kan een goede behandelrelatie in de weg staan (zie ook paragraaf 2.4). Deze richtlijn beoogt de praktijk op dit punt te ondersteunen en een eenduidige werkwijze te bevorderen. Transparantie en uniformiteit in de besluitvorming en verbetering van de communicatie over risico s en risicomanagement van de patiënt is ook voor forensisch psychiatrische patiënten van groot belang, omdat de resultaten van de risicotaxatie in sterke mate bepalend zijn voor hun toekomst. De individuele risicotaxatie beïnvloedt immers de bepaling van de noodzaak en intensiteit van (toekomstige) hulpverlening, de inhoud van behandelplannen, verlofbeslissingen, de fasering van behandeling, en het beveiligingsniveau (De Vogel e.a., in druk). Voor patiënten met problematisch middelengebruik is het daarnaast van belang zorg te bieden die het individuele herstelproces ondersteunt. Het visiedocument Een visie op verslaving en verslavingszorg: focus op preventie en herstel (GGZ/NL, 2013) bepleit dat meer dan voorheen wordt ingezet op maatschappelijke rehabilitatie en het ondersteunen van (ex)verslaafden bij het herstel van psychische functies. Het herstel van psychische functies betreft vooral de mate waarin iemand in staat is tot zelfregulatie. De verslavingszorg ondersteunt het persoonlijke herstelproces, dat zich onder andere richt op het ontwikkelen van een positieve identiteit, het vestigen van hoop op verandering en een betere toekomst, het reflecteren op persoonlijke waarden en het onder ogen zien van het eigen levensverhaal (GGZ/NL, 2013). Op basis van bovenstaande overwegingen en een literatuur- en terreinverkenning is bepaald dat voor de richtlijn de volgende uitgangspunten gelden: Het inschatten van de mate van middelengebruik moet rechtstreeks aanknopingspunten bieden voor behandeling van deze criminogene factor. Het structureel inschatten van het recidiverisico moet rechtstreeks aanknopingspunten bieden voor een consistente en transparante besluitvorming over verlof en uitstroom. De richtlijn moet aanknopingspunten bieden voor betere communicatie tussen de professionals over de risico s tijdens behandeling en resocialisatie: op welke risico s is men bij een bepaalde patiënt bedacht, welke factoren lenen zich voor een op de persoon toegesneden risicomanagement, en hoe ziet dat eruit voor de verschillende soorten verlof? Adequate bescherming van de rechten van de patiënt. De richtlijn moet aanknopingspunten bieden voor het verzamelen van gegevens voor de evaluatie van de behandeling (door herhaalde metingen: monitoring). 1.3 Doelgroep, setting en richtlijngebruikers De doelgroep van de richtlijn bestaat uit volwassen mannelijke en vrouwelijke patiënten (18 jaar en ouder) van forensisch psychiatrische klinieken. Naast middelenproblematiek is bij hen veelal sprake van (ernstige) 06 44

8 psychiatrische aandoeningen, en/of een verstandelijke beperking en een risico op gewelddadig gedrag. In hoofdstuk 2 zal nader worden ingegaan op de specifieke kenmerken van de doelgroep. Deze richtlijn is bedoeld voor professionals die werkzaam zijn bij FPA s, FPK s, FVK s en FPC s. Het gaat om (GZ) psychologen, klinisch psychologen, verpleegkundigen, groepswerkers, psychiaters, behandelcoördinatoren/ teamleiders, managers piket/forensische achterwacht, (socio)therapeuten en begeleiders. Dit betekent dat de richtlijn breed van karakter is, en bruikbare adviezen moet geven vanuit zowel het oogpunt van zorg, veiligheid en organisatie. 1.4 Werkwijze Voor de theoretische en empirische onderbouwing van de instrumenten is gebruik gemaakt van alle beschikbare richtlijnen die een raakvlak hebben met de onderliggende richtlijn (o.a. Van den Brink e.a., 2013; Kersten, 2006) en de reeds beschikbare onderbouwing van bestaande of nieuwe voor de forensische setting bedoelde instrumenten (Lammers e.a., 2012). Daarnaast is het Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten (EFP, 2014a) als basis gebruikt. In dit document wordt verwezen naar verschillende onderwerpen van het Zorgprogramma. In de wetenschappelijke literatuur is nagegaan of recent aanvullend onderzoek bovenop de bestaande informatie beschikbaar is gekomen. Ook hebben we in de wetenschappelijke, grijze en Nederlandse vakliteratuur gezocht naar een onderbouwing van de manier waarop instrumenten voor screening, triage, diagnostiek en risicotaxatie dienen te worden toegepast en geïnterpreteerd in de forensische setting, en naar nieuwe of aanvullende instrumenten die het risico op terugval betrouwbaar en valide kunnen inschatten. Via raadpleging van experts is kennis toegevoegd waarvoor geen wetenschappelijk bewijs is maar waarover in de praktijk consensus bestaat (practice based kennis). Een onderbouwing van de richtlijn in de vorm van een literatuurstudie en verslag van de terreinverkenning en pilots - is in een achtergrondrapportage te vinden. In bijlage 1 van deze achtergrondrapportage is de gevolgde werkwijze uitgebreid beschreven. In de achtergrondrapportage wordt specifiek aandacht besteed aan de doelgroep met ernstig antisociaal gedrag en problematisch middelengebruik in de klinische forensische zorg. 1.5 Leeswijzer Dit document bestaat uit drie delen: I. Een algemene inleiding; II. Een module voor het structureel inschatten van de mate van middelengebruik en het daarmee samenhangende recidiverisico; III. Een module voor het omgaan met middelengebruik tijdens verschillende fasen van de klinische behandeling, inclusief de opbouw van verlof. Voor beide modules dienen allereerst de uitgangspunten en de uitgangssituatie helder te zijn. In hoofdstuk 2 van de algemene inleiding (deel I) worden daarom eerst definities en kenmerken van de doelgroep en forensische setting beschreven. Risicofactoren voor middelengebruik gerelateerd aan delinquent gedrag en een model van verslavingsgedrag en gedragsbeïnvloeding komen in hoofdstuk 3 aan de orde. Hoofdstuk 4 van de algemene inleiding gaat in op risicomanagement tijdens risicotaxatie, behandeling en resocialisatie

9 2 Middelengebruik bij forensische patiënten In dit hoofdstuk worden de volgende vragen beantwoord: Wat verstaan we in de forensische klinische setting onder problematisch middelengebruik? ( 2.1) Wat is de prevalentie van middelenproblematiek onder forensische patiënten? ( 2.2) Op welke manieren kan middelengebruik samenhangen met delinquent gedrag? ( 2.3) Wat zijn kenmerken van de doelgroep waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van een richtlijn voor middelengebruik? ( 2.4) 2.1 Definities en afbakening Visie op verslaving De visie op verslaving is in de afgelopen eeuwen sterk aan verandering onderhevig geweest. Het biopsychosociaal model is op dit moment dominant (Blaauw & Roozen, 2012). Verslaving wordt beschouwd als een hersenziekte, waarbij de verslaafde wordt gezien als een patiënt die in veel gevallen met medicatie en cognitieve gedragstherapie dient te worden behandeld (Blaauw & Roozen, 2012). Verschillende instellingen voor verslavingszorg hebben in nauwe samenspraak met de cliëntenbeweging een visie op verslaving en verslavingszorg geschetst (GGZ/NL, 2013). Ook hier wordt verslaving gezien als een ernstige psychische stoornis met biologische, psychologische en culturele componenten. Wanneer spreken we van middelenafhankelijkheid en middelenmisbruik? In de DSM-5 (APA, 2013) zijn misbruik en afhankelijkheid van middelen samengevoegd tot één nieuwe stoornis in het gebruik van een middel. Daarbij zijn de 11 DSM-IV-criteria voor misbruik (4 criteria) en afhankelijkheid (7 criteria) samengevoegd, terwijl het bestaande misbruikcriterium juridische problemen is vervangen door het nieuwe criterium craving (zucht). Een patiënt voldoet aan de DSM-5 diagnose stoornis in het gebruik als hij of zij voldoet aan ten minste 2 van de 11 criteria. Voor een overzicht van de DSM-IV en DSM- 5 criteria: zie de achtergrondrapportage behorende bij deze richtlijn. Wanneer is middelengebruik bij forensische patiënten problematisch? Vanuit het perspectief van de forensische zorg is middelengebruik al problematisch wanneer het de kans op criminele recidive substantieel verhoogt. Dit problematisch middelengebruik hoeft niet aaneengesloten plaats te vinden; ook incidenteel problematisch gebruik van middelen kan tot criminele recidive leiden. In het vervolg van deze richtlijn hanteren we daarom de algemene term problematisch middelengebruik wanneer we doelen op (incidenteel) problematisch gebruik van middelen of verslaving aan middelen. 2.2 Aard van de relatie tussen middelengebruik en crimineel gedrag Er bestaan verschillende theorieën, elk onderbouwd met onderzoek, over de aard van de relatie tussen middelengebruik en delinquentie. Middelengebruik kan bijvoorbeeld voorafgaan aan delinquent gedrag, omdat veel middelen drempelverlagend werken en angst wegnemen (Van Dijk e.a., 2011; Burnett, 2004). Bij volwassen terbeschikkinggestelden kampte 65% op het moment van het delict met verslavingsproblematiek (Van Emmerik & Brouwers, 2001), werkte middelengebruik in 38% van de gevallen drempelverlagend op het door hen gepleegde delict en zorgde een intoxicatie in 21% van de gevallen ervoor dat de situatie uit de hand liep en tot een delict leidde (Brand e.a., 2009). Diverse onderzoeken, zowel nationaal als internationaal, laten zien dat middelengebruik en criminele recidive samenhangen. Een meta-analyse onder de algemene bevolking 08 44

10 liet zien dat het blijvend gebruiken van middelen het risico op recidive twee tot vier keer verhoogt (Bennet e.a., 2008). Behandeling van verslavingsproblematiek vermindert criminele recidive (Lobmann & Verthein 2009). Middelengebruik en delinquentie kunnen elkaar ook versterken in een patroon van wederzijdse beïnvloeding. Koeter en van Maastricht (2006) stellen bijvoorbeeld dat er sprake is van een dynamische interactieve relatie. Drugsgebruik leidt niet altijd rechtstreeks tot criminaliteit, maar drugsgebruik kan de intensiteit en frequentie van criminele activiteiten versterken. Recreatief drugsgebruik gaat meestal vooraf aan de criminele carrière, maar het drugsgebruik wordt pas problematisch als de criminele carrière al begonnen is. Men spreekt ook wel van een multiplier effect, waarmee bedoeld wordt dat de verslaving niet leidt tot criminaliteit, maar tot verhoging van de intensiteit en van de frequentie van de criminaliteit. Kortom, het verband tussen middelengebruik en delinquentie is gecompliceerder dan een eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie. In hoofdstuk 3 wordt middelengebruik als risicofactor voor criminele recidive besproken. 2.3 Forensisch psychiatrische patiënten met problematisch middelengebruik: een complexe doelgroep Comorbiditeit bij forensisch psychiatrische patiënten kan de behandeling bemoeilijken en kan leiden tot een langere opnameduur, een hoger risico op recidive en een snellere terugval in criminaliteit (De Jonge, 2008; Brand e.a., 2009; Bennett e.a., 2008). In deze paragraaf wordt de comorbide interactie tussen psychische problemen en middelengebruik toegelicht Interactie psychische problemen en middelengebruik Van verslaafde justitiabelen heeft 30 tot 65% comorbide psychiatrische problematiek (Kaal e.a., 2009). Bij forensische patiënten met problematisch middelengebruik is bijna altijd sprake van een andere psychiatrische aandoening of persoonlijkheidsstoornis (Popma e.a., 2012). Problematisch middelengebruik moet daarom in een geïndividualiseerde, in het totale behandeltraject geïntegreerde, dubbele diagnose-behandeling worden aangepakt (zie Blanken e.a., 2003). De behandeling van het problematisch middelengebruik dient in ieder geval gedurende het hele forensische zorgtraject (al dan niet actief) op de agenda te staan. Van de patiënten met verslavingsproblemen heeft 20% een zogenoemde primaire verslaving. Bij deze patiënten is het middelengebruik direct van invloed op het delictgedrag. Bij de andere 80% speelt problematisch middelengebruik weliswaar een rol, maar is de relatie van deze criminogene behoefte met recidive secundair (Van der Kraan e.a., 2013). In de Richtlijn voor diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van TBS-patiënten met verslavingsproblematiek (Kersten, 2006) wordt ingegaan op de interactie tussen psychische problematiek en middelengebruik. De richtlijn stelt dat bij angstklachten, stemmingsklachten, aandachtsproblemen, hyperactiviteit/impulsiviteit en denkproblemen aandacht dient te worden besteed aan het middelengebruik van een patiënt om de achterliggende oorzaak van de problematiek te kunnen bepalen. Kennis over de aard en oorzaak van de klachten en van eventueel middelengebruik is nodig om de klachten te verhelpen en om ernstiger problemen te voorkomen. Veel klachten die ontstaan door middelengebruik kunnen ook door psychische problemen worden veroorzaakt en omgekeerd. Middelengebruik kan ook psychische problemen maskeren. Kennis over de wisselwerking tussen psychische problemen en middelengebruik maakt het mogelijk zorgvuldiger en eerder middelenproblematiek te signaleren. In de achtergrondrapportage van deze richtlijn is een beschrijving te vinden van veel voorkomende klachten waarbij niet direct is te herleiden of psychische problemen, middelengebruik of beide de oorzaak zijn

11 2.3.2 Comorbiditeit met een lichte verstandelijke beperking Naar schatting heeft 15 tot 39% van de justitiabele drugsgebruikers een lichte verstandelijke beperking (LVB) (Kaal e.a., 2009). Dit is naar verwachting een onderschatting, vooral van de LVB-problematiek. Problematisch alcoholgebruik is bij deze cijfers bovendien niet inbegrepen. Deze gecombineerde problematiek is waarschijnlijk in forensische psychiatrische klinieken beduidend hoger, met name in FPC s. Het gaat bij een LVB om een combinatie van een lager dan gemiddeld IQ (tussen de 50 en 85) en beperkingen in het gedrag die leiden tot problemen in het maatschappelijk functioneren. Mensen met LVB hebben bij de behandeling een op hen aangepaste benadering nodig om de gewenste resultaten te behalen. Het is van belang om een LVB te herkennen om de begeleiding, zorg en omgang aan te laten sluiten op de mogelijkheden van mensen met een LVB. In hoofdstuk 2 en 5 van de achtergrondrapportage behorende bij de richtlijn wordt uitgebreider stilgestaan bij de comorbiditeit onder deze doelgroep. 2.4 Consequenties voor het forensisch behandelperspectief De hoge prevalentie van psychische problemen, persoonlijkheidsstoornissen en LVB in de doelgroep van de klinisch-forensische zorg betekent dat deze doelgroep moeite heeft met probleemerkenning en motivatie en het aangaan van een therapeutische relatie. Hiermee hangen vaak ernstige problemen op alle andere leefgebieden samen. Deze kenmerken lijken sterk op die van de populatie van de zogenoemde zorgmijders, met langdurige complexe problematiek (Kersten, 2006). Bij deze populatie wordt geadviseerd de rehabilitatieprincipes toe te passen, te investeren in een therapeutische vertrouwensrelatie, de doelen bij de patiënt te achterhalen en daarbij aan te sluiten (Kroon, 2005). Ook op de doelgroep in de klinische forensische zorg zijn deze aanbevelingen van toepassing. In de forensische zorg wordt (soms impliciet) uitgegaan van het doel genezing/abstinentie (Kersten, 2006; Hamers & Borgesius, 2009). Gezien de sterke relatie tussen alcohol- en drugsgebruik en psychiatrische problematiek, en tussen deze problemen en het risico op criminele recidive, is het gebruik van alcohol en drugs in de klinische setting verboden (Hamers & Borgesius, 2009). Vanuit dit zogenoemde beheersperspectief worden middelengebruik en verslaving benaderd als een veiligheidsprobleem dat moet worden beheerst door bijvoorbeeld controlemaatregelen. Vanuit een forensisch behandelperspectief dient problematisch middelengebruik te worden behandeld om criminele recidive te verminderen, bijvoorbeeld door te leren omgaan met de verleidingen van verslavende middelen. Deze twee perspectieven zijn moeilijk met elkaar verenigbaar als het gaat om terugval in middelengebruik bij verblijf in de klinisch forensische setting. Binnen de verslavingsbehandeling wordt terugval gezien als een belangrijk leermoment voor de patiënt (zie Deel I, 3.4 en Deel III, 1.1) en wordt als zodanig gebruikt in de behandeling. Behandeling van problematisch middelengebruik in de klinische forensische psychiatrie kan alleen effectief plaatsvinden wanneer de behandelaar een eerste, tweede en zelfs derde terugval open kan bespreken met de patiënt (practice based). Vaardigheden aanleren om te leren omgaan met de sterke drang om middelen te gebruiken, kan worden gezien als droog zwemmen wanneer niet van de werkelijke verleiding van het gebruik van middelen wordt geleerd; een verleiding die tijdens een verlof, maar vaak ook in de klinische forensische zorg aanwezig is (Ganpat e.a., 2007). Wanneer abstinentie als behandeldoel niet haalbaar lijkt, is dit problematisch wanneer abstinentie nodig is om niet terug te vallen in crimineel gedrag. Voor een substantieel deel van de doelgroep is echter blijvende 10 44

12 abstinentie niet haalbaar. Zo blijkt slechts 45 tot 60% van de patiënten na behandeling abstinent te zijn of het gebruik op een verantwoorde wijze onder controle te hebben (Emmelkamp & Vedel 2007; Merkx e.a., 2013). Medicamenteuze behandeling en controle (externe controle en juridisch toezicht) bij forensische behandelingen zouden centraal moeten staan, zodat bij terugval in gebruik snel kan worden geïntervenieerd. Het meest geëigende doel van de behandeling is voor het merendeel van de patiënten met verslavingsproblematiek care/control (stabilisatie en controlemiddelen), en cure (genezing) alleen bij lichte verslavingsproblematiek (Kersten, 2006). Verslavingsbehandelingen die vooral gericht zijn op eigen verantwoordelijkheid, zelfcontrole en terugvalpreventie zijn bij deze doelgroep gezien de chronische, complexe problematiek daarmee niet passend. Het inzetten op rehabilitatie, investeren in een therapeutische vertrouwensrelatie en het vergroten van de motivatie voor het veranderen van het middelengebruik zijn bij deze doelgroep wel passende (en daarmee: haalbare) behandeldoelen. Motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick, 2005) is daarbij een passende methodiek (zie Module 2). 3 Risicofactoren voor terugval in crimineel gedrag en middelengebruik Voor het verminderen van het recidiverisico van patiënten in een FPK, FVK, FPA of FPC is het nodig inzicht te hebben in de relatie tussen middelengebruik en delictgedrag. Op basis van dit inzicht kan behandeling en risicomanagement plaatsvinden. Of problematisch middelengebruikers crimineel en met name gewelddadig zijn, wordt bepaald door interacties tussen een aantal factoren: de mate waarin het gebruik problematisch is, individuele psychologische, sociale en neurobiologische kenmerken, situationele factoren en verwachtingen omtrent het effect van middelen. Voor een recent overzicht van Nederlands en buitenlands onderzoek naar de relatie tussen middelengebruik en geweld verwijzen we hier naar Lammers e.a. (2014). In dit hoofdstuk worden de volgende vragen beantwoord: Welke statische en dynamische risicofactoren voor criminele recidive kunnen worden onderscheiden? ( 3.1) Welke beschermende factoren voor criminele recidive kunnen worden onderscheiden? ( 3.2) Wat is de relatie van problematisch middelengebruik met het risico op criminele recidive? ( 3.3) Hoe kan terugval in middelengebruik worden voorkomen? ( 3.4) 3.1 Statische en dynamische risicofactoren voor criminele recidive Risicofactoren voor criminele recidive zijn te onderscheiden in statische en dynamische risicofactoren (EFP, 2014a). Statische, ook wel historische factoren, zijn aspecten van het verleden van de delinquent die een zekere voorspellende waarde kunnen hebben met betrekking tot recidive, maar in de regel niet door behandeling te beïnvloeden zijn (Andrews & Bonta, 1994; Gendreau e.a., 1996). Statische risicofactoren zijn kenmerken zoals leeftijd, geslacht, ras en informatie over het gerechtelijk verleden (Gendreau e.a., 1996; Andrews & Bonta, 2003; Hanson & Morton-Bourgon, 2005). Dynamische risicofactoren zijn doorgaans wel te beïnvloeden door de behandeling. Binnen deze factoren is een onderscheid te maken tussen stabiele factoren, die voor langere duur hun invloed doen gelden, en acute factoren die recidive in de nabije toekomst voorspellen, maar niet op lange termijn (Harris e.a., 1998). Acute dynamische risicofactoren zijn slechts gedurende korte perioden (dagen of minuten) manifest en kunnen snel veranderen. Acute factoren kunnen van invloed zijn op de aanloop tot een delict en zijn daarom een signaal voor acuut delictgevaar, maar hebben weinig voorspellende waarde op de langere termijn (Hanson, 2000; 11 44

13 Hanson & Harris, 2001). De stabiele dynamische risicofactoren geven richting aan de behandeling, omdat vermindering ervan samengaat met een afname van het recidiverisico (Andrews & Bonta, 1994). In box 1 is een overzicht te vinden van enkele belangrijke statische en dynamische risicofactoren. Box 1: Statistische en dynamische risicofactoren van criminele recidive (EFP, 2014b) Statische risicofactoren criminele recidive Langdurige geschiedenis van antisociaal gedrag en delicten, die wijst op een deviante ontwikkeling Een familiegeschiedenis met criminaliteit Gebrekkig ouderlijk toezicht en onvoldoende ouderlijke discipline Dynamische risicofactoren criminele recidive Stabiele dynamische risicofactoren kunnen zijn: Antisociaal of crimineel gedrag Omgang en identificatie met criminele vrienden Persoonlijke kenmerken als impulsiviteit, rusteloosheid, agressie, gering probleemoplossend vermogen Gering vermogen tot zelfregulatie Acute dynamische risicofactoren kunnen zijn: intoxicatie toegang tot een mogelijk slachtoffer acute boosheid 3.2 Beschermende factoren voor criminele recidive De ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie laten zien dat het van belang is ook aandacht te schenken aan beschermende of protectieve factoren (Fitzpatrick, 1997; Rogers, 2000; De Vogel e.a., 2007; Nagtegaal & Schönberger, 2013). Beschermende factoren zijn kenmerken van de persoon en zijn omgeving die het risico op recidive verlagen (zie box 2). Beschermende factoren verkleinen de invloed van risicofactoren door de weerbaarheid van de patiënt te bevorderen (Fitzpatrick, 1997). Er bestaat echter weinig wetenschappelijk onderzoek over de identificatie en werking van beschermende factoren, terwijl de onderzoeken die er zijn zich voornamelijk richten op jeugd (De Vogel e.a., 2007). Recentelijk is de SAPROF (Structured Assessment of Protective Factors for Violence Risk; De Vogel e.a., 2007) ontwikkeld. Dit instrument beoordeelt in welke mate beschermende factoren aanwezig zijn. Men kan het instrument gebruiken als aanvulling op de gestructureerde risicotaxatie. Wanneer beschermende of compenserende factoren niet meegewogen worden in de risicotaxatie is de risicotaxatie onevenwichtig, wat zou kunnen leiden tot inaccurate voorspellingen (Miller, 2006). Bovendien kan het resulteren in pessimisme bij hulpverleners, stigmatisering van patiënten en eventueel onterecht langdurige vrijheidsbeneming van forensisch psychiatrische patiënten (Rogers, 2000)

14 Box 2: Beschermende factoren voor criminele recidive (EFP, 2014b) Beschermende factoren criminele recidive Voorbeelden van beschermende factoren zijn: een hoog opleidings- en intelligentieniveau voldoende ziektebesef en -inzicht een adequaat vermogen tot aanpassing voldoende lerend vermogen therapie- en medicatietrouw zich onthouden van middelengebruik Ook sommige omgevingsfactoren kunnen positief bijdragen aan het behandelproces en het voorkómen van nieuwe delicten (De Vogel e.a., 2007): een ondersteunend sociaal netwerk een adequate dagbesteding adequaat omgaan met financiën een stabiele partnerrelatie 3.3 Middelengebruik als risicofactor voor criminele recidive Problematisch middelengebruik is bij forensische patiënten een belangrijke stabiele en/of acute dynamische criminogene risicofactor voor criminele recidive. Nederlands onderzoek (Van der Knaap & Alberda, 2009) op basis van RISc-gegevens (Recidive Inschattingsschalen) van onder toezicht gestelden bij de reclassering laat zien dat de belangrijkste dynamische factoren voor de voorspelling van algemene recidive zijn: problemen op het gebied van relaties met vrienden en kennissen, alcoholgebruik, laag opleidingsniveau, problemen met werk en leren, en drugsgebruik. Een dubbele diagnose van problematisch middelengebruik en een psychische stoornis is eveneens een risicofactor voor criminele recidive (Brand e.a., 2009; Bennett e.a., 2008). Onderzoek laat zien dat de relatie met geweld voor alcohol sterker is dan voor andere middelen. Zo pleegt 50-60% van de mannen in behandeling voor alcoholproblemen geweld tegen de partner (Murphy & O Farrell 1996). Volgens Murdoch e.a. (1990) is de prevalentie van gewelddadig gedrag onder personen die voldoen aan de criteria voor alcoholisme 12 maal zo groot als onder niet alcoholisten. Naast een criminele factor is middelengebruik tijdens de behandeling onder tbs-patiënten een risicofactor voor onttrekkingen uit de behandeling, en voor algemene en geweldsrecidive tijdens onttrekking (Hildebrand e.a., 2007). De behandeling van verslavingsproblematiek vermindert criminele recidive (Lobmann & Verthein, 2009). 3.4 Voorkomen van terugval in middelengebruik Terugval in middelengebruik na verslavingsbehandeling komt vaak voor. Bij veel hulpvragers (in de reguliere verslavingspsychiatrie) heeft verslaving kenmerken van een chronisch recidiverende aandoening. Gegevens uit het LADIS (SIVZ, 2013) laten zien dat 78% van de hulpvragers heraanmeldingen betreft. Na een eenmalige behandeling is bij 20-25% de abstinentie blijvend (Moos & Moos, 2003; Hendriks, 2013). Zowel overgevoelige motivationele processen als een gebrek aan controle over deze processen spelen bij terugval in gebruik of verslaving een belangrijke rol (Brand e.a., 2009). Wanneer verslavingsbehandeling gevolgd wordt door een nazorg-interventie leidt dit tot betere resultaten (McKay e.a.,2010)

15 In de achtergrondrapportage bij deze richtlijn (hoofdstuk 3) is meer informatie te vinden over aangrijpingspunten voor gedragsverandering bij problematisch middelengebruik en het voorkómen van terugval. Het beïnvloeden van de motivatie voor gedragsverandering speelt een centrale rol in verschillende modellen voor gedragsverandering. 4 Risicomanagement In dit hoofdstuk wordt ingegaan op risicomanagement tijdens risicotaxatie, behandeling en resocialisatie. Er wordt gestart met een beschrijving van risicomanagement ( 4.1). Vervolgens wordt een schematische weergave van risicomanagement geboden en wordt risicomanagement in de verschillende fasen van de behandeling besproken ( 4.2). Tenslotte wordt ingegaan op terugvalpreventie bij risicomanagement ( 4.3). 4.1 Risicomanagement: maatregelen en voorwaarden gericht op risicovermindering Een risico-verminderende maatregel kan bestaan uit: het behandelen van risicofactoren; het nemen van beperkende maatregelen; een gestructureerde inschatting maken van de positieve of te ontwikkelen kanten van de patiënt en zijn of haar omgeving; het scheppen van beschermende basisvoorwaarden in verschillende levensdomeinen (waarbij in deze richtlijn specifiek ingegaan wordt op het middelengebruik); monitoren en controleren. Tijdens behandeling en risicomanagement is het creëren van een effectieve werkalliantie belangrijk (Menger, 2009). Het doel hiervan is het aangaan van een (tijdelijke) doelgerichte professionele verhouding tussen de patiënt en behandelaar. Ook binnen het Good lives Model wordt de vertrouwensband tussen therapeut en cliënt als een essentieel onderdeel van de behandeling beschouwd (Garret e.a., 2003). Vier kenmerken zijn hierbij van belang: 1. Doel- en taakgerichtheid; 2. Binding (en zorg, vertrouwen); 3. Helderheid over kader en voorwaarden; 4. Relationele rechtvaardigheid. Naar een effectieve werkalliantie en relationele rechtvaardigheid is onderzoek gedaan in een ambulante setting (reclassering), maar de daar opgedane kennis is ook relevant voor een gesloten setting. Relationele rechtvaardigheid houdt in dat de cliënt als volwaardig gesprekspartner wordt benaderd en dat een passende betrokkenheid van de cliënt wordt nagestreefd bij de toepassing van regels. Voorbeelden van de manier waarop met patiënten moet worden omgegaan om relationele rechtvaardigheid te bewerkstelligen zijn: Kaders en grenzen niet alleen poneren maar ook uitleggen; Vrijheid van de patiënt om zijn of haar mening hierover te uiten en begrip voor deze mening; Discrete en respectvolle toepassing van regels; consequent maar zo flexibel mogelijk aangepast aan patiënt. Een per patiënt passende combinatie van kenmerk 2 en 3 leidt tot relationele rechtvaardigheid, een kenmerk dat het meest bijdraagt aan een effectieve werkalliantie. Als de manier waarop de professional handelt als rechtvaardig wordt beschouwd, dan zijn mensen meer geneigd zich te conformeren, ook als ze het met de inhoud of regels niet eens zijn (Skeem e.a., 2007, 2010; Menger e.a., 2013)

16 Binnen de forensische setting hoeft niet altijd consensus te zijn over de gezamenlijkheid van doelen, zolang de elementen van de effectieve werkalliantie aangehouden worden. Het is belangrijk om de doelen van de patiënt te kennen, maar ze hoeven niet de basis te vormen van het contact. 4.2 Risicomanagement tijdens risicotaxatie, behandeling en resocialisatie Als uitgangspunt voor deze paragraaf is het Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten van het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP, 2014a) en het Definitief Advies van de Werkgroep ifpa Risicomanagement (2013) gehanteerd. Risicomanagement heeft zowel betrekking op de diagnose, risicotaxatie en evaluatie als op de behandeling en resocialisatie. Figuur 1 biedt een schematische weergave van risicomanagement (zie ook Werkgroep risicomanagement, 2013). Figuur 1: Schematisch overzicht risicomanagement Alhoewel de resocialisatiefase buiten de scope van deze richtlijn valt, dient het vormgeven van het risicomanagementplan voor de resocialisatiefase wel aan de orde te komen tijdens de klinische behandeling (zie ook Module 2). Daarom besteden we ook aandacht aan risicomanagement tijdens deze resocialisatie fase Aandacht voor risicomanagement tijdens de risicotaxatie Voor het risicomanagement is het nodig om de uitkomsten van de risicotaxatie en de aanvullende diagnostiek te vertalen naar concrete behandeldoelen en te integreren in het behandelplan of risicomanagementplan. Aandacht voor de beschermende factoren is hier van belang, net als het aantal risicofactoren. Hoe hoger het aantal risicofactoren, des te groter de kans op stoornissen, met een exponentiële factor bij meer dan twee risicofactoren (Korebrits & van den Bogaard, 2006). De gestructureerde inschatting van de positieve of te 15 44

17 ontwikkelen kanten van de patiënt en zijn of haar omgeving draagt bij aan een meer evenwichtige risicotaxatie van toekomstig gewelddadig gedrag en kan waardevolle nieuwe aanknopingspunten bieden voor behandeldoelen. Tevens kan de aandacht voor beschermende factoren een positieve en motiverende invloed hebben op patiënten en behandelaars (De Vogel e.a., 2007) Aandacht voor risicomanagement tijdens de behandeling Tijdens de behandelfase worden de gemeten risicofactoren verfijnd en op de patiënt toegespitst. Deze verfijning kan gedaan worden met behulp van de verschillende instrumenten en analysemethoden die tijdens de behandelfase worden ingezet voor het maken van een delictscenario, signaleringsplan en analyse van beschermende factoren. In het behandelplan staat de diagnose van de patiënt opgenomen en worden de geïndiceerde behandelmodules, de prioriteitstelling van deze modules en de motivatie voor de behandeling beschreven. Daarnaast kan een beschrijving van onder andere de lijdensdruk, het probleeminzicht en de aan- of afwezigheid van een beschermend netwerk worden opgenomen. De behandelaar maakt het behandelplan samen met de patiënt. De behandelaar beschrijft welke behandeling hij wil uitvoeren en vraagt aan de patiënt wat zijn wensen zijn. De behandelaar past het behandelplan aan als de situatie verandert (aangehaald in Werkgroep risicomanagement, 2013) Aandacht voor risicomanagement tijdens de resocialisatie (uitstroom) In de extramurale fase (de resocialisatiefase) krijgen patiënten langzaam maar zeker meer vrijheden en mogen ze vaker begeleid of onbegeleid op verlof. Confrontatie met het gebruik van alcohol in veel sociale settings en met het gedoogbeleid voor softdrugs is onvermijdelijk (practice based). In deze fase ligt de nadruk op het opbouwen van een systeem waarin stimuluscontrole, alternatieve coping, beloning en externe controle de kernelementen zijn. Dit komt in de meeste gevallen neer op een zoveel mogelijk vermijden van risico-situaties voor terugval in middelengebruik, eventueel aangevuld met medicamenteuze aanpak (onderhoudsmedicatie of anti-craving) (Kersten, 2006). Het (sociale) systeem van de patiënt neemt in de resocialisatie fase een belangrijke rol in, waarbij gestreefd moet worden naar het betrekken van het systeem bij de behandeling. Persoonlijke relaties zijn vaak verre van stabiel en kunnen binnen een paar jaar wijzigen (EFP, 2014a). Een netwerkbenadering kan ingezet worden om: steun vanuit het sociale netwerk te vergroten; maatschappelijke uitstoting te voorkomen (of te repareren); de binding met een antisociale context te verzwakken. Zie voor meer informatie: Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten. Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP), 2014a Risicomanagementplan Een individueel risicomanagementplan geeft aan welke maatregelen nodig zijn om delictrisico s te voorkomen, c.q. te verkleinen. Het is een dynamisch instrument, dat de kliniek telkens bijstelt naar aanleiding van de evaluatie van de behandeling en resocialisatie. In het risicomanagementplan worden o.a. de delictanalyse, het delictscenario, de analyse van de beschermende factoren, het signaleringsplan en een terugvalpreventieplan meegenomen. Box 3 geeft een beschrijving van deze onderdelen

18 4.2.5 Interventies en beleid tijdens fase van resocialisatie Het succes van de behandeling en interventies bij patiënten met middelenproblematiek wordt mede bepaald door het extramurale of nazorg traject aansluitend op de klinische behandelperiode. De nazorg of extramurale aanpak moet direct aansluiten op het intramurale traject en onderdeel uitmaken van het gehele traject. Box 3: Behandelplan / risicomanagement plan Behandelplan / Risicomanagementplan Delict analyse Delictscenario Analyse van beschermende facto Dit is een minutieuze beschrijving van situaties en gedragingen leidend tot het delict, inclusief de bij elke stap horende gevoelens, gedachten en fantasieën van de patiënt, zoveel mogelijk getoetst aan externe bronnen, zoals het proces-verbaal, slachtofferverklaringen en andere gegevens van derden. Deze methode kan zowel individueel als in groepen, klinisch en ambulant worden toegepast en is bedoeld om de kennis van de patiënt over zichzelf te vergroten en inzicht in eigen handelen mogelijk te maken (Tervoort & Leuw, 2007). Om een goede behandeling te kunnen bieden is het essentieel om gebruik te maken van een delictscenario. Het delictscenario is het resultaat van een reeks gesprekken van de patiënt en zijn behandelaar, aangevuld met (straf)dossierinformatie, waarin minutieus de situatie en de gedachten, gevoelens en het gedrag van de patiënt voor, tijdens en direct na het delict worden beschreven. Dit wordt uitgewerkt in een theorie over causale factoren die het ontstaan van het delict verklaart. Zo kan men zicht krijgen op de rol van de psychiatrische klachten en sociaal maatschappelijke factoren die een rol spelen bij de totstandkoming van het delict. Bij de risicotaxatie zijn deze factoren gebracht. Tijdens de behandeling wo deze factoren geanalyseerd en ingev bijvoorbeeld uit de analyse blijkt dat patiënt geen beschermend netwerk h maar dit voor voorkoming van recidiv belangrijk wordt geacht, kan indien m gewerkt worden aan het opbouwen v netwerk. Andere voorbeelden zijn he organiseren van werk of dagbestedin kaart brengen van schulden of het vi huisvesting. Terugvalpreventieplan Aan de hand van de delictanalyse en het delictscenario wordt samen met de patiënt een actieplan geschreven waarin beschreven staat wat de patiënt in het vervolg kan doen of laten om in de toekomst delictgedrag te voorkomen. Zowel eigen controlemogelijkheden als ondersteuningsmogelijkheden van buiten, leefomstandigheden en alternatieve constructieve mogelijkheden tot behoeftebevrediging worden beschreven. Zie ook 4.3 Preventie van terugval Signaleringsplan Wanneer de patiënt zelf onvoldoende in staat is controle op te brengen om het terugvalpreventieplan uit te voeren en tevens tekort schiet in het vragen van ondersteuning aan anderen, wordt een plan opgesteld dat de omgeving in staat stelt tijdig in te grijpen wanneer zich vroegsymptomen van delictgedrag of omstandigheden die bevorderlijk zijn voor delictgedrag voordoen (Tervoort, 2012). Het signaleringsplan is een hulpmiddel, mede gebaseerd op het delictscenario, om een dreigende terugval te herkennen en te voorkómen. In het signaleringsplan zijn de gedragingen beschreven die wijzen op een verhoogd risico en de maatregelen die deze risico's beheersbaar houden. De patiënt en het behandelteam stellen het, voor zover mogelijk, samen op om de omgeving in staat te stellen tijdig in te grijpen en bij te sturen (EFP, 2014b)

19 Aan de hand van het terugvalpreventie model ( 4.3) en bekrachtigingsprocedures (zie Module 2, 1.3) kunnen verschillende technieken en interventies ingezet worden om de reeds bereikte doelstellingen te behouden in de resocialisatiefase. Dit om terugval in middelengebruik te voorkomen en te voorkomen dat een korte terugval zich verder manifesteert naar het oorspronkelijke gebruik. Indien de kans groot wordt ingeschat dat een patiënt terugvalt in middelengebruik en dit delict gerelateerd is, kan worden gekozen voor medicamenteuze terugvalpreventie (Zorginstituut Nederland, 2014). Daarnaast zijn verschillende onderwerpen van belang tijdens de fase van resocialisatie, zoals het inzetten van het sociaal netwerk, psycho-educatie en dagbesteding. Zie voor meer informatie: zie het Basis Zorgprogramma Landelijk zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten, hoofdstuk 6 (EFP, 2014a) Afstemming ketenpartners Vaak hebben patiënten een veelheid van problemen die aangepakt moeten worden om de kans op recidive te verlagen. Hoe meer criminogene factoren des te intensiever is de inzet die gepleegd moet worden. Daarbij is de expertise van verschillende instellingen nodig die soms al bij de cliënt betrokken zijn, zoals forensische poliklinieken, GGZ-instellingen, RIBW s en de reclassering. Zorg onder justitiële drang vindt plaats onder toezicht van de reclassering. In geval van problematisch middelengebruik komen mensen in de meeste gevallen terecht bij de verslavingsreclassering. De Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG, n.d.) is een netwerkorganisatie waar elf regionale verslavingszorginstellingen onder vallen. De verslavingsreclassering biedt een aantal geprotocolleerde trainingen aan. Specifiek voor de doelgroep van verslaafden zijn er drie gedragsinterventies erkend door de Erkenningscommissie van het ministerie van Justitie (SVG, n.d.): Korte leefstijltraining voor justitiabelen Leefstijltraining voor justitiabelen Gedragsinterventie Alcohol en Geweld De reclassering heeft een belangrijke rol vanwege haar toezichthoudende en adviserende functie, maar ook vanwege de verwijzende functie naar de forensische zorginstellingen. Daarnaast heeft de reclassering een belangrijke rol wat betreft het effectief omgaan met terugval, om: negatieve consequenties te beperken; te leren van de terugval; gezondheidsrisico s te beperken en het creëren van een stabiel leefpatroon. Het is wenselijk dat de reclassering al in de intramurale fase betrokken wordt bij (de monitoring van) interventies gericht op terugvalpreventie. Voor het toezicht betekent dit dat vanaf het eerste contact gewerkt wordt aan een zo groot mogelijke overeenstemming tussen toezichthouder, patiënt en kliniek over doelen en aanpak. Voor succesvolle resocialisatie is het nodig dat de controles door de reclassering, de woonbegeleiding en de dagbesteding worden ingebed en overgedragen bij ontslag. 4.3 Preventie van terugval Terugvalpreventie vormt een belangrijk onderdeel van de behandeling, gericht op het voorkomen van terugval of het beperken van risico s wanneer terugval optreedt. Daarom wordt terugvalpreventie als onderdeel van het risicomanagement in dit hoofdstuk besproken

20 Preventie van terugval: model van Marlatt De verschillende fasen die bij een terugval in middelengebruik en crimineel gedrag te identificeren zijn, worden uiteengezet met behulp van het model van terugvalpreventie van Marlatt (Marlatt & Gordon, 1980; voor de Nederlandse praktijk: Kruit, 2003; Mulder, 1995). Dit model is gecentreerd rond de zogenoemde hoge risicosituaties en de gedachten en gevoelens over en de reacties op deze situaties. Centraal staat het leren herkennen van de risicofactoren. Als deze risicofactoren gekend zijn, worden aan de patiënten verschillende copingvaardigheden aangeleerd om het risico te verminderen. Tevens worden plannen opgesteld om risico s te vermijden of om te gaan met onverwachte risicosituaties. De hoog-risicosituaties (zoals sociale druk vanuit de omgeving) lijken zich meestal onverwachts voor te doen. Er is echter een aantal verborgen antecedenten die leiden tot blootstelling aan hoog-risicosituaties. Het gaat hier om beslissingen die men maakt zonder zich te realiseren dat deze leiden tot een hoge kans op terugval. Het individu heeft echter geleerd om niet of minder alcohol of drugs te gebruiken, en zal in hoog- risicosituaties een verhoogde mate van zelfredzaamheid ervaren. De volgende vragen worden gesteld om het proces van terugval te analyseren (Marlatt e.a., 2002; Witkiewiz & Marlatt, 2004): Zijn er specifieke situaties die een terugval in gebruik uitlokken? Zijn de determinanten voor de eerste uitglijder hetzelfde als de determinanten die een terugval veroorzaken? Zo niet, hoe zijn deze van elkaar te onderscheiden? Hoe reageert een individu in de situatie of gebeurtenis voorafgaand en volgend op een uitglijder en wat is de invloed daarvan op een terugval? Is het mogelijk dat een individu een terugval in de hand werkt door een situatie te creëren waarin het vrijwel onmogelijk is om een terugval te weerstaan? Op welk punt in het terugvalproces is het mogelijk om in te breken en de koers van de situatie te wijzigen om zodoende een terugval te voorkomen? Is het mogelijk om een individu tijdens de behandeling voor te bereiden om in te spelen op een mogelijke terugval en om deze copingvaardigheden aan te leren om deze terugval te kunnen voorkomen? Zoals eerder gezegd moet een terugval als leermoment worden beschouwd. Na terugval vindt een terugvalanalyse plaats waarin de terugval van de cliënt uitgebreid wordt besproken in de groep met als doel er lering uit te trekken. Bij terugvalpreventie kan tool 19 terugvalpreventie uit de Toolkit Dubbele Diagnose worden ingezet (Landelijk Expertisecentrum Dubbele Diagnose, 2012)

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel

Diagnostiek fase. Behandelfase. Resocialisatiefase. Psychosociale behandeling. Medicamenteuze behandeling. Terugvalpreventie Herstel Diagnostiek fase Samenvattingskaart WANNEER, HOE? 1. Diagnostiek middelengebruik 2. Vaststellen problematisch middelengebruik en relatie met delict Aandacht voor interacties psychische problemen en middelengebruik

Nadere informatie

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1 Voorwoord 1 1 deel i de omvang en aard van het probleem 19 1 Psychiatrische comorbiditeit van verslaving in relatie tot criminaliteit 2 1 Arne Popma, Eric Blaauw, Erwin Bijlsma 1.1 Inleiding 2 2 1.2 Psychiatrische

Nadere informatie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie

Verslaving binnen de forensische psychiatrie Verslaving binnen de forensische psychiatrie Minor - Werken in gedwongen kader Praktijkverdieping Docent: Paul Berkers Geschreven door: Martine Bergshoeff Edith Yayla Louiza el Azzouzi Evelyne Bastien

Nadere informatie

Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie

Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie Behandeling van middelengebruik in de forensische psychiatrie Aanleiding Naar aanleiding van de reactie van GGZ Nederland op het IVO rapport dat in 2008 is gepubliceerd en betrekking heeft op middelengebruik

Nadere informatie

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus Informatie Tactus Behandelaanbod Forensische Verslavingskliniek De is een forensische verslavingskliniek en biedt behandeling aan cliënten die veelvuldig met justitie in aanraking zijn gekomen, langdurig

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Behandeling van verslaving en comorbiditeit. de Noord Nederlandse ervaring

Behandeling van verslaving en comorbiditeit. de Noord Nederlandse ervaring Behandeling van verslaving en comorbiditeit de Noord Nederlandse ervaring Gent 14 nov2014 Primaire problematiek naar voorkomen in bevolking en % in behandeling 1 Setting van hulp in VZ VNN 34 ambulante

Nadere informatie

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen

CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen CGt binnen de ambulante forensische GGz: nieuwe ontwikkelingen Achtergrond symposium Criminaliteit heeft grote gevolgen voor samenleving: -Fysieke verwondingen -Psychische klachten -Materiële schade -Kosten:

Nadere informatie

Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek

Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek Behandelvisie Forensische Verslavingskliniek Piet Roorda Kliniek Voorwoord In dit visiedocument wordt beschreven wat we als Forensische Verslavingskliniek doen. Deze beschrijving moet gezien worden als

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Moeten, willen, kunnen en hoge hekken

Moeten, willen, kunnen en hoge hekken Sociale Verslavingszorg Congres 12 juni 2013 Moeten, willen, kunnen en hoge hekken Bruggenbouwen in de tbs Dr. Erik Bulten, GZ-psycholoog, Hoofd DO&O Pompestichting. Drs. Linda Lansink, Klinisch Psycholoog,

Nadere informatie

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg IrisZorg verslavingszorg en maatschappelijke opvang dicht bij mensen, ver in zorg > IrisZorg: dicht bij mensen, ver in zorg Bij IrisZorg kan iedereen rekenen op de deskundigheid en betrokkenheid van onze

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Visie op Forensische Verslavingszorg

Visie op Forensische Verslavingszorg Visie op Forensische Verslavingszorg 1. Inleiding In 2013 verscheen het visiedocument voor de verslavingszorg (Een visie op verslaving en verslavingszorg: focus op preventie en herstel) en in 2014 het

Nadere informatie

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen?

Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Beter geïntegreerd! Wat zeggen de richtlijnen? Richtlijnen Casus IDDT Richtlijnen, wat zeggen ze niet! Richtlijnen Dubbele Diagnose, Dubbele hulp (2003) British

Nadere informatie

Zorgprogramma Angststoornissen

Zorgprogramma Angststoornissen Zorgprogramma Angststoornissen Doelgroep Het Zorgprogramma Angststoornissen is bedoeld voor volwassenen die een angststoornis hebben. Mensen met een angststoornis hebben last van angsten zonder dat daar

Nadere informatie

Het geïntegreerd behandelen van verslavingsproblematiek en PTSS

Het geïntegreerd behandelen van verslavingsproblematiek en PTSS Het geïntegreerd behandelen van verslavingsproblematiek en PTSS Dag van de Inhoud Den Haag 28 september 2017 Ante Lemkes, GZ-psycholoog in opleiding tot Specialist Inleiding Introductie van mezelf, jullie

Nadere informatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie

Verslaving, criminaliteit en resocialisatie Verslaving, criminaliteit en resocialisatie A. de Vries* De Werkgroep is van mening dat een geïntegreerd behandelplan, waarin zowel aandacht wordt gegeven aan de verslavingsproblemen als aan de persoonlijkheidsproblemen,

Nadere informatie

Zorgprogramma Forensische Verslavingszorg

Zorgprogramma Forensische Verslavingszorg Zorgprogramma Forensische Verslavingszorg Landelijk zorgprogramma voor cliënten met problematisch middelengebruik en (een risico op) delictgedrag versie 1.0 laatst gewijzigd: 30 november 2016 1 Versiebeheer

Nadere informatie

Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik

Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik Geïntegreerde behandeling van patiënten met schizofrenie en middelengebruik Saskia van Duin - verpleegkundig specialist GGZ Melchiord Ricardo - ervaringsdeskundige Ellen Struik teamleider DD kliniek GGZ

Nadere informatie

Hilde Niehoff. Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek

Hilde Niehoff. Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek Hilde Niehoff Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek 1 Behandelprogramma agressie van wetenschap naar praktijk Specialisatie agressieproblematiek De specialisatie

Nadere informatie

Intensieve zorg bij hoog risico. Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht

Intensieve zorg bij hoog risico. Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht Intensieve zorg bij hoog risico Maryke Geerdink, de Waag Amsterdam Karlijn Vercauteren, de Waag Utrecht Programma Vraag vanuit de samenleving What Works Zorgprogramma Intensieve Zorg Casus Discussie RVZ:

Nadere informatie

Verslaving en de Geïntegreerde RichtlijnBehandeling persoonlijkheidsstoornissen. Hein Sigling, specialismeleider Verslaving.

Verslaving en de Geïntegreerde RichtlijnBehandeling persoonlijkheidsstoornissen. Hein Sigling, specialismeleider Verslaving. Verslaving en de Geïntegreerde RichtlijnBehandeling persoonlijkheidsstoornissen Hein Sigling, specialismeleider Verslaving. Hein Sigling juni 2008 Wat staat er over verslaving in de GRB? Middelenmisbruik

Nadere informatie

Behandeling van problematisch middelengebruik van leefstijltraining naar cognitieve gedragstherapie

Behandeling van problematisch middelengebruik van leefstijltraining naar cognitieve gedragstherapie Behandeling van problematisch middelengebruik van leefstijltraining naar cognitieve gedragstherapie Dr Wencke de Wildt Directeur behandelzaken Jellinek GZ psycholoog VGCT 2016 Inhoud 15 jaar cognitieve

Nadere informatie

(Forensische) ACT en FACT voor verslaafden

(Forensische) ACT en FACT voor verslaafden Improving Mental Health by Sharing Knowledge (Forensische) ACT en FACT voor verslaafden Congres sociale verslavingszorg 12 juni 2013 Laura Neijmeijer Doelgroep: mensen met langdurende of blijvende ernstige

Nadere informatie

Externe brochure : toelichting

Externe brochure : toelichting Externe brochure : toelichting Doel: profilering Veldzicht Doelgroep: stakeholders Veldzicht Optionele uitwerking: boekje centrum voor transculturele psychiatrie VAARDIG EN VEILIG VERDER HELPEN In Veldzicht

Nadere informatie

Auditinstrument. LVB & Middelengebruik

Auditinstrument. LVB & Middelengebruik Auditinstrument LVB & Middelengebruik Trimbos-instituut Organisatie: Organisatie-eenheid / locatie: Datum afname: Auditoren: Versie 9 mei 0 Pagina . Visie & beleid a. Beleid rondom middelengebruik De organisatie(eenheid)

Nadere informatie

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ Inhoudsopgave Indigo Brabant 2 Wat is de Basis GGZ? 2 Wat kan Indigo mij bieden? 4 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Specialistische GGZ 7 Heeft u vragen? 7 Contact

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Roesmiddelen en probleemgedrag: naar een Forensische Verslavingspsychiatrie?! Werkbezoek NIFP 26-06-2008

Roesmiddelen en probleemgedrag: naar een Forensische Verslavingspsychiatrie?! Werkbezoek NIFP 26-06-2008 Roesmiddelen en probleemgedrag: naar een Forensische Verslavingspsychiatrie?! Werkbezoek NIFP 26-06-2008 Achter dat probleemgedrag zit(ten). De gevolgen van middelengebruik op het gedrag Mogelijk verslaving

Nadere informatie

richtlijnen opstellen, al dan niet voor specifieke dadertype/doelgroepen

richtlijnen opstellen, al dan niet voor specifieke dadertype/doelgroepen een overzicht van behandelprogramma s gericht op dynamische risicofactoren (Thornton, 2013) Behandelprogramma: (psycho) therapeutische interventies op cognities, emoties en gedrag richtlijnen opstellen,

Nadere informatie

Informatieleaflet voor werkgevers

Informatieleaflet voor werkgevers Informatieleaflet voor werkgevers Werk en verslaving Het aantal verslaafden aan alcohol, drugs en medicijnen in Nederland groeit. Het merendeel van deze mensen heeft een baan en kampt met de verslaving

Nadere informatie

Langdurige Forensische Psychiatrie

Langdurige Forensische Psychiatrie Risicomanagement Checklijst Langdurige Forensische Psychiatrie Drs. Peter C. Braun, Dr. Erik Bulten Persoonlijke gegevens van de patiënt: Naam tbs-gestelde: Geboortedatum: TBS nummer: Verblijfplaats ten

Nadere informatie

Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP)

Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP) Integrated treatment for Substance abuse and Partner violence (I-StoP) De effectiviteit van een gecombineerde behandeling gericht op problematisch middelengebruik en partnergeweld bij plegers van partnergeweld

Nadere informatie

Wegwijs op de Crisis Unit

Wegwijs op de Crisis Unit Wegwijs op de Crisis Unit Forensisch Psychiatrische Kliniek - Assen Informatie voor patiënten en verwijzers www.fpkassen.nl Doen wat nodig is in crisis en begin van herstel Op de Forensisch Psychiatrische

Nadere informatie

Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT

Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT FORENSISCHE PSYCHIATRIE Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT Even voorstellen Annemarie de Vries SPV bij het ACT team Dimence Zwolle Elles van der Hoeven SPV bij de PI Zwolle locatie Penitentiair Psychiatrisch

Nadere informatie

De resultaten van het project

De resultaten van het project De resultaten van het project Project (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Peter van den Broek Landelijk projectleider Agenda Het project De instrumenten

Nadere informatie

Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren

Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren dr. Henny Lodewijks hlodewijks@lsg-rentray.nl Kijvelanden conferentie 1-12-2011 SAVRY Historische risicofactoren: 1. Eerder gewelddadig gedrag 2. Eerder

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Interventie Grip op Agressie

Interventie Grip op Agressie Interventie Grip op Agressie 1 Erkenning Erkend door deelcommissie Justitiële interventies Datum: december 2012 Oordeel: Goed onderbouwd De referentie naar dit document is: Hilde Niehoff (2012). Justitieleinterventies.nl:

Nadere informatie

Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ

Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ Achtergronddocument Specifieke groepen binnen de GGZ Specifieke groepen binnen de GGZ 1 2 Achtergronddocument bij advies Hoogspecialistische GGZ 1 Inleiding In dit achtergronddocument bespreekt de commissie

Nadere informatie

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 De rol van de gedragskundige LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos 16-04-2013 Spin in het web? Agenda Korte uiteenzetting LVB en verslaving Functie-eisen Rol gedragskundige Discussie

Nadere informatie

Middelen, delictgedrag en leefstijltraining. Marscha Mansvelt

Middelen, delictgedrag en leefstijltraining. Marscha Mansvelt Middelen, delictgedrag en leefstijltraining Marscha Mansvelt Inhoud Hoe gaat de Waag om met middelengebruik als risicofactor voor delictgedrag? Leefstijltraining 1. Alcohol is de meest sociaal geaccepteerde

Nadere informatie

Landelijke menukaart 2012 Gedragsinterventies als leerstraf

Landelijke menukaart 2012 Gedragsinterventies als leerstraf Gedragsinterventies als leerstraf Erkende gedragsinterventies als leerstraf Naam Inhoud Frequentie* Uren Respect limits Regulier 10 bijeenkomsten / 1 ouderbijeenkomst Respect limits Regulier Plus 10 bijeenkomsten

Nadere informatie

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie verslagjaar 2013 Versie 1.0 Status: Vastgesteld Pagina 1 van 18 Colofon Afzendgegevens Directie Forensische Zorg Turfmarkt 147 2511 DP Postbus 30132 Den Haag

Nadere informatie

Er zijn vier onderzoeksvragen geformuleerd: 3 Welke mate van zorg hebben deze patiënten volgens hun behandelverantwoordelijken

Er zijn vier onderzoeksvragen geformuleerd: 3 Welke mate van zorg hebben deze patiënten volgens hun behandelverantwoordelijken Samenvatting Inleiding en onderzoeksvragen Binnen TBS-klinieken, maar ook binnen instellingen van de (forensische) Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt een deel van de behandelplaatsen bezet door patiënten

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Factsheet Fivoor 2017

Factsheet Fivoor 2017 Factsheet Fivoor 2017 Fivoor is het samenwerkingsverband van Palier (onderdeel van de Parnassia Groep), Aventurijn (onderdeel Altrecht GGZ) en FPC de Kijvelanden. Ook FPC Gent maakt deel uit van Fivoor.

Nadere informatie

Dynamische risicotaxatie

Dynamische risicotaxatie Dynamische risicotaxatie Wens of werkelijkheid? Martien Philipse Pompestichting, Nijmegen Studiemiddag NVK - WODC, Den Haag 17 november 2006 De eerste wet van risicotaxatie De beste voorspeller van gedrag

Nadere informatie

Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland. informatie voor verwijzers

Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland. informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland Informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland biedt in een open setting

Nadere informatie

Motiveren doe je in fasen. De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten

Motiveren doe je in fasen. De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten Motiveren doe je in fasen De kunst en kunde van het fasegericht, geïntegreerd behandelen, van dubbele diagnose cliënten Cliënten met een dubbele diagnose Ernstige meervoudige problematiek Sterke verwevenheid

Nadere informatie

KWALITEITSONTWIKKELING GGZ

KWALITEITSONTWIKKELING GGZ KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Kwalitatief goede zorg tegen aanvaardbare kosten Door Sebastiaan Baan Korte uitleg animatie: https://youtu.be/dl6n5hix2d Y 2 NETWERK KWALITEITSONTWIKKELING GGZ Landelijk Platform

Nadere informatie

De trekthermometer. Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ GGZ Drenthe Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ

De trekthermometer. Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ GGZ Drenthe Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ De trekthermometer Over het begeleiden van craving bij cliënten met triple-problematiek Carin Wiering Carin Wiering Verpleegkundig Specialist GGZ GGZ Drenthe carin.wiering@ggzdrenthe.nl GGZ Drenthe Verpleegkundig

Nadere informatie

Leefstijltraining PLUS. LEDD 27 november Tonko Hoffman, Psycholoog Petra Pols, GGZ Verpleegkundig Specialist i.o. Forensisch FACT-LVB Palier

Leefstijltraining PLUS. LEDD 27 november Tonko Hoffman, Psycholoog Petra Pols, GGZ Verpleegkundig Specialist i.o. Forensisch FACT-LVB Palier Leefstijltraining PLUS LEDD 27 november 2014 Tonko Hoffman, Psycholoog Petra Pols, GGZ Verpleegkundig Specialist i.o. Forensisch FACT-LVB Palier Agenda Voorstellen Achtergrond team F-FACT-LVB Achtergrond

Nadere informatie

Verslaving en comorbiditeit

Verslaving en comorbiditeit Verslaving en comorbiditeit Wat is de evidentie? Dr. E. Vedel, Jellinek, Arkin 18 november 2014 Comobiditeitis hot 1 Jellinek onderzoek comorbiditeit Verslaving & persoonlijkheid, 1997 Verslaving & ADHD,

Nadere informatie

Vier zorgprogramma s ingezet vanuit het veiligheidshuis. [ontwikkeld door Palier]

Vier zorgprogramma s ingezet vanuit het veiligheidshuis. [ontwikkeld door Palier] Vier zorgprogramma s ingezet vanuit het veiligheidshuis [ontwikkeld door Palier] Palier, enkele kenmerken Begonnen als Forensische & Intensieve zorg Parnassia (2004). Omvang nu 175 bedden nu 513 medewerkers

Nadere informatie

Productcatalogus 2015

Productcatalogus 2015 Productcatalogus 2015 Stichting ToReachIt Simple as A.B.C. Acceptance is the Beginning of Change Inhoudsopgave Inleiding Pag. 1.1 Waarom deze productcatalogus 3. 1.2 Stichting ToReachIt samengevat 3. Producten

Nadere informatie

Staat uw leven in het teken van drank en drugs? Een opname biedt uitkomst!

Staat uw leven in het teken van drank en drugs? Een opname biedt uitkomst! Staat uw leven in het teken van drank en drugs? Een opname biedt uitkomst! KLINISCHE BEHANDELING: ALS U DE CONTROLE OVER UW LEVEN TERUG WILT Onderdeel van Arkin Stoppen met alcohol of drugs en uw manier

Nadere informatie

Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving. Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg

Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving. Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg Gespecialiseerde, ambulante forensische zorg Ambulante forensische expertise voor een veiliger samenleving De Waag draagt duurzaam bij aan een veiliger samenleving, met laagdrempelige en gespecialiseerde

Nadere informatie

Inhoud. Ontgifting en stabilisatie. Observatie en Diagnostiek en Behandeling. Cijfers en Onderzoek. Aanbod Jeugd in Nederland

Inhoud. Ontgifting en stabilisatie. Observatie en Diagnostiek en Behandeling. Cijfers en Onderzoek. Aanbod Jeugd in Nederland Polls drugsweb Kun je op eigen houtje van drugs afkomen Ja: 85% Moeten we minder gaan drinken Ja: 57% Bang om verslaafd te worden Ja: 21% Drugs meenemen naar buitenland Ja: 73% Wiet is een harddrug Ja:

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij 2 Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

FACT IDRIS. Idris is een onderdeel van de Amarant Groep

FACT IDRIS. Idris is een onderdeel van de Amarant Groep FACT IDRIS Idris is een onderdeel van de Amarant Groep Iedereen is Behandeling en begeleiding voor cliënten met een LVB in combinatie met complexe problematiek Specialistische behandeling Kinderen, jeugdigen

Nadere informatie

Kliniek Nijmegen. Informatie voor patiënten

Kliniek Nijmegen. Informatie voor patiënten Kliniek Nijmegen Informatie voor patiënten We spreken van een verslaving wanneer bepaald gedrag zoals middelengebruik of gokken uw leven gaat beheersen. Steeds meer tijd en energie gaan op aan de verslaving.

Nadere informatie

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00

Nadere informatie

Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl

Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91 Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Prisma MST-LVB Multi Systeem Therapie Licht Verstandelijk Beperkt Prisma heeft

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014

Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Je bent alleen maar verslaafd! Wim van Loon, Psychiater. 10 februari 2014 Comorbiditeit: Voorkomen van verschillende stoornissen bij 1 persoon. Dubbele diagnose: Verslaving (afhankelijkheid en misbruik

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Positioneren van de SPV

Positioneren van de SPV Regiobijeenkomst SPV-en Friesland 27 november 2014 Positioneren van de SPV Gerard Lohuis Historie van SPV Eind jaren 60 vorige eeuw - Opnamebekorten - Opname voorkomen - Professional die in de thuissituatie

Nadere informatie

Verdiepingsstage Dubbele diagnose. Loodds. informatie voor aios

Verdiepingsstage Dubbele diagnose. Loodds. informatie voor aios Verdiepingsstage Dubbele diagnose Loodds informatie voor aios Verdiepingsstage Dubbele diagnose Loodds Gaat je interesse uit naar psychiatrie in combinatie met een verslaving? Dan biedt Delta een verdiepingsstage

Nadere informatie

Velasquez: Motiveren tot verandering in groepen

Velasquez: Motiveren tot verandering in groepen Velasquez: Motiveren tot verandering in groepen Marc Bosma Psycholoog, Novadic-Kentron, dubbele diagnose programma Vught Senior beleidsmedewerker Novadic-Kentron, R&D Johan van Zanten Psycholoog, Novadic-Kentron,

Nadere informatie

HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG. Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009

HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG. Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009 HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009 Co-morbiditeit is de norm (gegevens uit intern onderzoek Bouman GGZ) HEROÏNE (VAAK POLYDRUGGE BRUIK) ALCOHOL STIMULAN- TIA CANNABIS

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Voorgestelde kwaliteitscriteria voor de (ex-ante) beoordeling van gedragsinterventies

Voorgestelde kwaliteitscriteria voor de (ex-ante) beoordeling van gedragsinterventies Bijlage Voorgestelde kwaliteitscriteria voor de (ex-ante) beoordeling van gedragsinterventies 1. Theoretische onderbouwing: de gedragsinterventie is gebaseerd op een expliciet veranderingsmodel waarvan

Nadere informatie

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 6 Klaas van Tuinen

Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving. HOVO 6 Klaas van Tuinen Oorzaken en achtergronden van delinquent gedrag in de huidige samenleving HOVO 6 Klaas van Tuinen Wat is normaal? Levenscyclus Gevoel van identiteit Oplossen van problemen m.b.t. macht en afhankelijkheid

Nadere informatie

SOVA /AR op Maat Presentatie

SOVA /AR op Maat Presentatie SOVA /AR op Maat Presentatie Doelgroep Sociale Vaardigheden op Maat Jongens en meisjes in de leeftijd van 15-21 jaar Jongeren met probleemgedrag dat o.a. voortkomt uit onvermogen tot zelfstandig en adequaat

Nadere informatie

Wat biedt Fivoor? Voor wie? Wat is het resultaat? Wat betekent Fivoor?

Wat biedt Fivoor? Voor wie? Wat is het resultaat? Wat betekent Fivoor? Factsheet is de fusieorganisatie van Palier (onderdeel van de Parnassia Groep), Aventurijn (onderdeel Altrecht GGZ) en FPC de Kijvelanden. Ook FPC Gent en FPC Antwerpen maken deel uit van. = + + Wat biedt?

Nadere informatie

FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE

FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE E T N A L U B M A H C S I S N FORE E R A F E I T A U L A V E O C I S RI G IN R O C S N E T N U P S T H C A D UITLEG EN AAN FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE FARE Doel Vaststellen recidiverisico en

Nadere informatie

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding

InFoP 2. Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. Inhoud. Inleiding Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Kliniek Zevenaar. Informatie voor patiënten

Kliniek Zevenaar. Informatie voor patiënten Kliniek Zevenaar Informatie voor patiënten We spreken van een verslaving wanneer bepaald gedrag zoals middelengebruik of gokken uw leven gaat beheersen. Steeds meer tijd en energie gaan op aan de verslaving.

Nadere informatie

'Integrale zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking en problematisch middelengebruik'

'Integrale zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking en problematisch middelengebruik' 'Integrale zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking en problematisch middelengebruik' Toelichting en handreiking bij het Auditinstrument Het verbeterproject LVB & Verslaving Het Trimbos-instituut

Nadere informatie

Kwaliteit van GGz specifieke zorgstandaarden en modules

Kwaliteit van GGz specifieke zorgstandaarden en modules VOOR WIE IS DEZE CRITERIAWAAIER? - Deze criteriawaaier is opgesteld voor cliënten- en familievertegenwoordigers in de GGz. Kwaliteit van GGz specifieke zorgstandaarden en modules Vanuit een cliënten- en

Nadere informatie

Informatiefolder voor patiënten

Informatiefolder voor patiënten Informatiefolder voor patiënten 2 INLEIDING FPC Gent is een nieuw opgestart forensisch psychiatrisch centrum voor patiënten met een interneringsmaatregel. Deze folder zal u voorzien van algemene informatie

Nadere informatie

Toespraak DGPJS tgv installatie Erkenningscommissie Gedragsinterventies op , Sociëteit De Witte, te Den Haag

Toespraak DGPJS tgv installatie Erkenningscommissie Gedragsinterventies op , Sociëteit De Witte, te Den Haag Toespraak DGPJS tgv installatie Erkenningscommissie Gedragsinterventies op 30-8-2005, Sociëteit De Witte, te Den Haag Dames en heren, De Minister zei het al: de recidivecijfers zijn zorgwekkend. Van de

Nadere informatie

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement 1. Inleiding De Werkgroep Risicomanagement is begin 2011

Nadere informatie

Informatiefolder Patiënten

Informatiefolder Patiënten Informatiefolder Patiënten Inleiding FPC Gent is een nieuw opgestart forensisch psychiatrisch centrum voor patiënten met een interneringsmaatregel. Deze folder zal u voorzien van algemene informatie met

Nadere informatie

Mistral DTOX, een goed begin is het halve werk. Edwin Spapens GZ-Psycholoog Mistral DTOX & Mistral Kliniek

Mistral DTOX, een goed begin is het halve werk. Edwin Spapens GZ-Psycholoog Mistral DTOX & Mistral Kliniek Mistral DTOX, een goed begin is het halve werk. Edwin Spapens GZ-Psycholoog Mistral DTOX & Mistral Kliniek Cluster jeugd Preventie, inclusief minimale interventie van 1-3 gesprekken I- hulp (ambitie ook

Nadere informatie

LVB en Verslaving. Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013

LVB en Verslaving. Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013 Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013 Binnenplein Casus Methodieken 2 Binnenplein Onderdeel van Aveleijn (VG) Gericht op verstandelijke beperking en verslaving Ambulant

Nadere informatie

Achtergrondrapport bij de Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg

Achtergrondrapport bij de Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg Achtergrondrapport bij de Richtlijn problematisch middelengebruik in de forensische klinische zorg Oktober 2014 Auteurs: Lieke Raaijmakers, Gerda Rodenburg, Elske Wits (IVO) Marije Lans (Victas) Colofon

Nadere informatie

Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012

Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012 Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012 Gedetineerd in de psychiatrie? Mensen die niet kunnen meedoen, of van wie we willen dat ze niet meedoen, moeten uit de maatschappij verwijderd worden? Doelgroep 7

Nadere informatie

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis FP11A POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum

Nadere informatie

Format verlengingsadvies. Format verlengingsadvies ten behoeve van ter beschikking gestelden

Format verlengingsadvies. Format verlengingsadvies ten behoeve van ter beschikking gestelden ten behoeve van ter beschikking gestelden Persoons- en aanvraaggegevens TBS-nummer Familienaam Volledige voorna(a)m(en) Geboortedatum Geboorteland en plaats Nationaliteit Geslacht Forensisch Psychiatrisch

Nadere informatie

Voorstelling Team Verslavingszorg

Voorstelling Team Verslavingszorg 27/05/2015 Voorstelling Team Verslavingszorg Ivo Vanschooland Doelgroep De afdeling staat open voor mannen en vrouwen uit gans Vlaanderen en Nederland met problemen gekoppeld aan misbruik of afhankelijkheid

Nadere informatie

De Leefstijltraining in woord en daad

De Leefstijltraining in woord en daad De Leefstijltraining in woord en daad Programma-integriteit van de uitvoering van de Leefstijltraining voor verslaafde justitiabelen SAMENVATTING Cas Barendregt Elske Wits 2 Samenvatting De Leefstijltraining

Nadere informatie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie Wier Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen Patiënten & familie 2 Voor wie is Wier? Wier is er voor mensen vanaf achttien jaar (en soms jonger)

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie IFBE Besluitvorming omtrent de voortgang van de behandeling gebeurt bij een forensisch psychiatrische patiënt doorgaans op basis van geschreven bijdrages

Nadere informatie

Omgaan met stemmen horen. Sigrid van Deudekom en Jeanne Derks

Omgaan met stemmen horen. Sigrid van Deudekom en Jeanne Derks Omgaan met stemmen horen Sigrid van Deudekom en Jeanne Derks Hoort stemmen horen bij de Psychiatrie? Ja? Nee? JA Want: Het betreffen vocale, audiatieve hallucinaties. 85 % van de Mensen met een dissociatieve

Nadere informatie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie

De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie De invloed van slapeloosheid op psychiatrische stoornissen en agressie - Dr. Marike Lancel - Divisie Forensische Psychiatrie Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen Agressie en dwangtoepassing leren van elkaar

Nadere informatie