ARMOEDEMONITOR 2016 GEMEENTE DEN HAAG

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ARMOEDEMONITOR 2016 GEMEENTE DEN HAAG"

Transcriptie

1 ARMOEDEMONITOR 2016 GEMEENTE DEN HAAG

2 Armoedemonitor 2016 gemeente Den Haag Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Den Haag. Colofon Opdrachtgever Gemeente Den Haag Datum Juni 2016 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp Bert van Putten Databewerking Wim Zijlema KWIZ Stavangerweg JC Groningen Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ B.V.. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..

3 Inhoudsopgave Inleiding... 2 Samenvatting Minima in beeld Kenmerken minimahuishoudens Langdurige minima Nieuwe minimahuishoudens Kinderen in minimahuishoudens Minima tot 130 procent Wsm Instrumenten voor financiële ondersteuning Regelingen voor het minimabeleid Cumulatief gebruik inkomensondersteuning Individuele inkomenstoeslag Collectieve Zorgverzekering Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Ooievaarspas Tegemoetkoming ouderbijdrage Stichting Leergeld Stichting Leergeld: Schoolspullenpas Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten Bijzondere bijstand Wmo Werkende uitkeringsgerechtigden Instroom en uitstroom onder minima Dynamiek in de minimapopulatie Kenmerken instromers Kenmerken uitstromers In- en uitstroom van minima naar stadsdeel Bijlage 1. Bevolkingskarakteristieken Bijlage 2. Kenmerken doelgroep tot 105 procent van het minimum Bijlage 3. Kenmerken veel-gebruikers minimaregelingen Bijlage 4. Verantwoording en definities Bijlage 5. Vergelijking CBS cijfers

4 Inleiding De gemeente Den Haag voert een actief armoedebeleid, zowel op de uitvoering als op het evalueren van de uitgevoerde activiteiten. Sinds 2007 stelt KWIZ tweejaarlijks een Armoedemonitor samen, waarbij de omvang en samenstelling van de doelgroepen en het gebruik en bereik van de voorzieningen worden gerapporteerd. Daarnaast wordt er ingezoomd op een aantal thema s. De laatste Armoedemonitor 2014 had betrekking op de cijfers over het jaar De gemeente heeft KWIZ gevraagd een nieuwe Armoedemonitor 2016 op te stellen, met de cijfers over het jaar Onder minimahuishoudens verstaan wij in dit rapport alle mensen met een inkomen van 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). In hoofdstuk 1 beschrijven we de kenmerken van deze huishoudens en vergelijken we deze met de minimahuishoudens uit de vorige Armoedemonitoren. Daarnaast wijden we in deze Armoedemonitor voor het eerst een paragraaf aan minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. 1 Dit omdat de gemeente de inkomensgrenzen van een aantal regelingen heeft opgerekt waardoor ook huishoudens met een hoger inkomen voor bepaalde minimaregelingen in aanmerking komen. Opzet van het onderzoek In dit onderzoek zijn de registraties van de verschillende regelingen aan elkaar gekoppeld, zodat een samenhangend inzicht ontstaat in de minimapopulatie en haar gebruik van de diverse regelingen. Op basis van het gebruik van regelingen is het inkomen ten opzichte van het sociaal minimum van de huishoudens bepaald. We beschikken niet over specifieke vermogensgegevens maar iedereen die gebruikmaakt van het minimabeleid heeft een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Voor een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksmethodiek verwijzen we naar bijlage 3. Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep voor het minimabeleid beschreven aan de hand van een aantal kenmerken. Vervolgens wordt in hoofdstuk twee een aantal minimaregelingen die de gemeente kent in beeld gebracht en gaan we nader in op het cumulatief gebruik van voorzieningen. Eveneens komt het gebruik van de Wmo aan bod en geven we het aantal minima weer dat (ook) inkomen heeft uit werk. In hoofdstuk drie beschrijven we de in- en uitstroom onder de minima. Waar mogelijk vergelijken we in alle hoofdstukken de cijfers met die uit de Armoedemonitoren 2010, 2012 en In bijlage 1 staat een aantal kenmerken van alle huishoudens in de gemeente. Bijlage 2 beschrijft de huishoudens met een inkomen tot 105 procent en in bijlage 3 zijn de kenmerken van de huishoudens opgenomen die van zes of meer minimaregelingen gebruik hebben gemaakt. In bijlage 4 wordt de verantwoording van het onderzoek beschreven en in bijlage 5 maken we een vergelijking met de minimahuishoudens zoals het CBS die telt. 1 In deze monitor wordt bij de beschrijving van de minimahuishoudens altijd uitgegaan van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Voor de leesbaarheid wordt de toevoeging Wsm niet altijd genoemd, maar wordt gesproken over een huishouden met een inkomen tot resp. 105, 110 of 130 procent. 2

5 Samenvatting Hoog gebruik van minimaregelingen In 2015 heeft slechts 2 procent van de minima van geen enkele regeling gebruikgemaakt. In de meeste gemeenten 2 ligt dit aandeel rond de 20 procent. Logischerwijs zien we in de gemeente Den Haag dan ook een hoger cumulatief gebruik dan we in andere gemeenten vinden: 26 procent maakt gebruik van één regeling, 21 procent van twee regelingen en 51 procent maakt gebruik van drie of meer regelingen. De klantgroep weet de gemeente dus goed te vinden. Dit was ook in voorgaande jaren het geval. Bereik minimaregelingen is stabiel en goed De volgende figuur geeft het bereik van de verschillende regelingen in de gemeente weer. Waar mogelijk is vergeleken met eerdere jaren. Voor de schoolspullenpas is vergeleken met de schoolkostenregeling. De collectieve zorgverzekering betreft alleen het pakket dat toegankelijk is tot 110 procent Wsm. Figuur S1. Bereik minimaregelingen 100% 80% 60% 40% 20% 0% Het bereik van Stichting Leergeld en de Ooievaarspas is het hoogst, respectievelijk 86 en 81 procent. Net als voorgaande jaren is het bereik van de individuele bijzondere bijstand veruit het laagst. Een hoog bereik is ook geen doel van de bijzondere bijstand. In 2015 is de bijzondere bijstand het vaakst verstrekt voor kosten die gerelateerd zijn aan financiële transacties. Daarbij gaat het vaak om beschermingsbewind. Voor nagenoeg alle regelingen geldt dat het bereik hoger ligt dan wat we in de meeste andere gemeenten vinden 3, zoals hier onder kort wordt toegelicht: Voor de individuele inkomenstoeslag ligt het bereik vaak tussen de 50 en 60 procent. Den Haag kent een bereik van 75 procent in 2015; 2 Vergelijking met de andere G4-gemeenten is niet mogelijk. We vergelijken het bereik van regelingen met circa 25 gemeenten waar wij het afgelopen jaar een onderzoek hebben gedaan naar de doelgroep van het armoedebeleid. 3 Niet voor alle regelingen, zoals Stichting Leergeld, is een vergelijking mogelijk. Ook de schoolkostenregeling kent een vrij specifieke uitvoering in Den Haag via Stichting Leergeld, zodat vergelijking lastig is. 3

6 Het bereik van de collectieve zorgverzekering neemt in veel gemeenten de laatste jaren af omdat de kosten vaak hoog uitvallen voor de klant. Het bereik in 2015 ligt veelal rond de 30 procent en is in Den Haag dus behoorlijk beter; Bij de meeste gemeenten zien we voor de kwijtschelding een bereik van 70 à 75 procent, het bereik in de gemeente Den Haag ligt hiermee dus in lijn; Het bereik van de bijzondere bijstand ligt meestal rond de 20 procent. Het bereik van 14 procent in de gemeente Den Haag ligt hier dus onder, maar het bereik is vaak afhankelijk van het gebruik van overige voorzieningen: een hoger generiek gebruik, zoals in Den Haag het geval is, leidt vaak tot een lager gebruik van de bijzondere bijstand. Aantal minima is de laatste twee jaar gestegen In 2015 hebben huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm en huishoudens een inkomen tot 130 procent, respectievelijk 21 procent en 24 procent van alle huishoudens in de gemeente Den Haag. In 2013 waren dit nog (17 procent) en (23 procent) huishoudens. Het aantal minima met een inkomen tussen 110 en 130 procent Wsm is in de periode wel gedaald. De stijging van de doelgroep van het minimabeleid komt dus voornamelijk door de toename van het aantal huishoudens tot 110 procent. Onderstaand gaan we in op de doelgroep tot 110 procent Wsm. Toename alle soorten inkomensbronnen minima Ten opzichte van 2013 zien we een stijging van alle inkomensbronnen: Participatiewet, AOW en overige bronnen zoals WW of werk. Het aantal minima met een AOW-uitkering is het hardst gestegen. 26 procent van de minima tot 110 procent heeft in 2015 een AOW uitkering en 42 procent ontvangt een bijstandsuitkering. Eenoudergezinnen zijn relatief vaak minima Net als in de voorgaande jaren is het aandeel minima het hoogst onder eenoudergezinnen. 43 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm (2013: 45 procent). Overigens zien we in alle gemeenten een oververtegenwoordiging van eenoudergezinnen onder minimahuishoudens. Het aandeel alleenstaanden dat een minimuminkomen heeft ligt op 24 procent. Aantal (gezinnen met) kinderen stabiel Het aantal minimahuishoudens met kinderen is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2013, er zijn in de laatste twee jaar iets meer dan 300 gezinnen met kinderen bijgekomen met een minimuminkomen. Kijken we naar het aantal kinderen, dan zien we een toename van 161 ten opzichte van Nog steeds groeit 22 procent van alle kinderen in de gemeente op een in minimahuishouden. Toename minima zonder kinderen In 2015 is 76 procent van alle minimahuishoudens een huishouden zonder kinderen. In 2013 was dit 71 procent. In aantal is de toename fors: van in 2013 naar in 2015, een groei van ruim huishoudens. Ter vergelijking: in totaal is de minimapopulatie tot 110 procent met huishoudens toegenomen. Aansluitend heeft ook een stijging van het aantal 65-plussers plaatsgevonden: in 2013 was 22 procent van alle minima pensioengerechtigd, in 2015 is dit 26 procent. De nieuwe groep AOW-minima (die dus niet eerder zijn bereikt) maakt veelal gebruik van de regeling voor chronisch zieken, een nieuwe regeling die de gemeente heeft ingevoerd. Verder maakt ook een groot deel van deze AOW ers gebruik van de collectieve zorgverzekering en de Ooievaarspas. In stadsdelen Centrum, Laak en Escamp is het aandeel minima het hoogst Evenals in 2013 is het aandeel minimahuishoudens het grootst in de stadsdelen Centrum, Laak en Escamp. In Leidschenveen-Ypenburg wonen relatief gezien de minste minima. 4

7 Afname langdurige minima In 2015 had 27 procent van de minima korter dan een jaar een dergelijk inkomen. In 2013 was dit 15 procent. Ook absoluut heeft er een stijging plaatsgevonden, van naar Een derde van de nieuwe minimahuishoudens is 65 jaar of ouder en het zijn, logischerwijs, vooral huishoudens zonder kinderen die tot de kortdurende minima behoren. Het aantal langdurige minima is met 664 huishoudens gedaald, het aandeel langdurige minima is harder gedaald. Naar inkomensbron heeft twee derde van de minima met een bijstandsuitkering al drie jaar of langer een minimuminkomen. In meer dan 1 op de 4 minimahuishoudens wordt gebruikgemaakt van de Wmo In 2015 hebben bijna huishoudens in de gemeente gebruikgemaakt van de Wmo, 11 procent van alle huishoudens. Dit is een stijging van ruim huishoudens ten opzichte van 2013, die grotendeels verklaard kan worden door de nieuwe functies die per 1 januari 2015 vanuit de AWBZ bij de Wmo zijn ondergebracht. Van alle Wmo-huishoudens heeft ruim de helft een inkomen tot 110 procent Wsm en in totaal 61 procent een inkomen tot 130 maximaal procent. Van alle minimahuishoudens heeft meer dan een kwart gebruikgemaakt van de Wmo, in meer dan één op de vier minimahuishoudens woont dus iemand die hulpbehoevend is. Dit is een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Deels hangt deze stijging samen met de stijging van de instroom van 65-plussers in de doelgroep van het minimabeleid. Dynamiek in de minimapopulatie In tegenstelling tot de rest van het rapport, dat over huishoudens gaat, gaan onderstaande cijfers over in- en uitstroom over personen. Meer instroom en minder uitstroom in 2015 Tabel S1. Aandeel instroom en uitstroom tot 110% Wsm (personen) Categorie Aandeel als % van minima Aandeel als % van minima Aandeel als % van minima Instroom 34,0% 29,4% 41,5% Uitstroom 31,2% 27,1% 22,8% Saldo 2,8% 2,3% 18,7% Van alle inwoners met een inkomen tot 110 procent die op behoorden tot de minimapopulatie is twee jaar later in totaal 23 procent uitgestroomd. De instroom ligt met 41,5 procent veel hoger dan de uitstroom. Ten opzichte van 2013 is de instroom maar liefst 12 procentpunten hoger. Personen met een overig inkomen vormen in alle jaren de grootste groep instromers. Kijken we naar de uitstroom, dan valt vooral op dat er minder AOW ers zijn uitgestroomd dan in voorgaande jaren. Waar in 2013 de uitstroom onder AOW ers hoger was dan de instroom is dat in 2015 juist andersom. Meeste groei aan instroom komt door inkomensdaling Tussen 2013 en 2015 zijn personen ingestroomd ( : ). Van de totale instroom in Den Haag is 26 procent het gevolg van geboorte of verhuizing. Het overgrote deel van de instroom, in totaal 74 procent, komt door verlaging van het inkomen. Daarvan had de helft in 2013 een inkomen tussen 110 en 130 procent en eveneens de helft een inkomen boven 130 procent Wsm. Ten opzichte van 2013 is het aandeel minima dat is ingestroomd door inkomensdaling hoger, zowel in aandeel als in aantal. Uitstroom door verhoging inkomen boven 130 procent Wsm gegroeid Tussen 2013 en 2015 zijn personen met een inkomen tot 110 procent Wsm uitgestroomd uit de groep met een dergelijk inkomen. Dit zijn minder uitstromers dan in de voorgaande jaren. Ten opzichte van de periode is het aantal (en aandeel) minima dat uitstroomt door verhoging inkomen (boven 130 procent Wsm) wel gestegen. De totale daling is vooral toe te schrijven aan de daling van het aantal personen dat uitstroomt door verhoging van inkomen tot 130 procent Wsm. Deze groep vormt een vijfde van de totale uitstromers. 5

8 In stadsdelen Segbroek en Scheveningen grootste groei minimapopulatie Logischerwijs is in alle stadsdelen het saldo van instroom minus de uitstroom positief: de instroom is (veel) groter dan de uitstroom in de afgelopen twee jaar. In de stadsdelen Segbroek en Scheveningen zijn, vergeleken met twee jaar geleden, de meeste minima bij gekomen. In Centrum is het aantal minima het minst hard gegroeid, vergeleken met de anderen stadsdelen. 6

9 1. Minima in beeld In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken van de minimahuishoudens met een inkomen tot maximaal 110 procent Wsm. We vergelijken deze groep met de minima in jaren 2009 tot 2013 en een inkomen tot 110 procent Wsm. In paragraaf 1.5 gaan we nader in op alle minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. In bijlage 1 staan de karakteristieken van de gehele bevolking van de gemeente beschreven Kenmerken minimahuishoudens Alle huishoudens Het aantal inwoners in de gemeente Den Haag groeit gestaag; op 1 januari 2016 wonen er personen in huishoudens. Ten opzichte van twee jaar geleden zijn er ruim inwoners bijgekomen en telt de gemeente ongeveer huishoudens meer. Net als in de voorgaande jaren wonen gemiddeld 2,0 personen in een huishouden. Landelijk ligt dit gemiddelde op 2,2 personen Minimahuishoudens De volgende tabel bevat een overzicht van het aantal en aandeel minimahuishoudens in de gemeente op de peildatum van het onderzoek. Tabel Huishoudens naar inkomen in Den Haag Categorie Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Tot 105% % % % % % % % % % % % % % % tot 130% % % % % Hoger dan 130% % % % % % % % % Zowel het aantal als het aandeel minimahuishoudens in de gemeente is tussen 2013 en 2015 gestegen. Het aantal huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm is met ruim toegenomen naar Dit is bijna een kwart van alle huishoudens in de gemeente in Het aantal en aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot 105 en tot 110 procent Wsm is harder gestegen. In totaal hebben huishoudens in 2015 een inkomen tot 110 procent Wsm (2013: huishoudens), 21 procent van alle huishoudens in de gemeente. Inkomensbron De volgende tabel laat de inkomensbron van de minima met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum zien. We maken onderscheid naar inkomen vanuit de Participatiewet (Pwet), inkomen uit AOW en ander inkomen. 7

10 Tabel Inkomensbron minima, inkomen tot 110% Inkomensbron Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Participatiewet % % % % AOW % % % % Ander inkomen % % % % % % % % Van alle minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm moet 42 procent rondkomen van een bijstandsuitkering. Ten opzichte van 2013 is het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering met ruim gestegen en het aantal minima dat rond komt van een andersoortig inkomen (zoals WW of werk) is met huishoudens toegenomen. Het aantal (en aandeel) minima dat rond moet komen van een AOW-uitkering is het hardst gestegen, van naar Vergeleken met 2009 en 2011 is het aantal minima met een AOW-uitkering gedaald in 2013 en daarna weer gestegen. De nieuwe groep AOW-minima (die dus niet eerder is bereikt) maakt veelal gebruik van de regeling voor chronisch zieken, een nieuwe regeling die de gemeente heeft ingevoerd. Verder maakt ook een groot deel van deze AOW ers gebruik van de collectieve zorgverzekering en de Ooievaarspas. Van de AOW ers die zijn ingestroomd is 83 procent 69 jaar of ouder. Dit betekent dat ze al langer minima zijn maar niet zijn bereikt. Huishoudtype Het volgende overzicht geeft het huishoudtype van de minimahuishoudens weer. Tabel Huishoudtype minima, inkomen tot 110% Huishoudtype Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Alleenstaand % % % % Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh kind % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % (Meerpers. hh kind = meerpersoonshuishouden zonder kind(eren) en Meerpers. hh + kind = meerpersoonshuishouden met kind(eren)) Ruim de helft van alle minimahuishoudens is alleenstaand. Dit is gelijk aan de voorgaande jaren. Ten opzichte van 2013 is het aandeel minimahuishoudens zonder kinderen het sterkst gestegen. Het aantal huishoudens met kinderen is redelijk stabiel gebleven. Tabel Aandeel minimahuishoudens op totale huishoudpopulatie naar huishoudtype met een inkomen tot 110 procent Huishoudtype Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan- Alleenstaand % % % % Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh kind % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % Net als in de voorgaande jaren hebben eenoudergezinnen de grootste kans op armoede: ruim vier op de tien eenoudergezinnen in de gemeente hebben een inkomen tot 110 procent Wsm. 8

11 Dit aandeel ligt in 2015 wel iets lager dan in Het aandeel alleenstaanden met een minimuminkomen is daarentegen gestegen van 19 naar 24 procent. Leeftijd De volgende tabel geeft een overzicht van de minimahuishoudens op basis van de leeftijd van de oudste persoon in het huishouden. Tabel Leeftijdsopbouw minimahuishoudens, inkomen tot 110% Leeftijdscategorie Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % jaar % % % % jaar % % % % jaar % % % % 65 jaar en ouder % % % % % % % % In alle leeftijdscategorieën is het aantal minima gestegen ten opzichte van Het aantal (en aandeel) 65-plussers is het sterkst toegenomen. Dit zagen we ook al in de toename van het aantal AOW ers. Minima tussen de 40 en 65 jaar vormen met 46 procent nog steeds de grootste groep. Tabel Aandeel minimahuishoudens op totale huishoudpopulatie naar leeftijd oudste lid met een inkomen tot 110% Leeftijdscategorie Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan jaar % % % % jaar % % % % jaar % % % % 65 jaar en ouder % % % % % % % % Huishoudens waarvan het oudste lid jonger dan 40 jaar is vormen minder vaak een minimahuishouden dan huishoudens van 40 jaar of ouder. Een kwart van alle 65-plus huishoudens in de gemeente heeft een inkomen tot 110 procent Wsm. Stadsdelen en wijken Tabel Huishoudens met een inkomen tot 110% Stadsdeel Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Scheveningen % % % % Haagse Hout % % % % Centrum % % % % Segbroek % % % % Loosduinen % % % % Escamp % % % % Laak % % % % Leidschenveen- Ypenburg 995 2% % % % % % % % De verdeling van de minimahuishoudens naar stadsdeel is nagenoeg gelijk aan die van voorgaande jaren. Het aantal minimahuishoudens is het grootst in de stadsdelen Centrum en Escamp. 9

12 Tabel Aandeel minimahuishoudens op totale huishoudpopulatie met inkomen tot 110% Stadsdeel Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan- Scheveningen % % % % Haagse Hout % % % % Centrum % % % % Segbroek % % % % Loosduinen % % % % Escamp % % % % Laak % % % % Leidschenveen- Ypenburg % % % % % % % % Evenals in 2013 is het aandeel minimahuishoudens het grootst in de stadsdelen Centrum, Laak en Escamp. In Leidschenveen-Ypenburg wonen relatief gezien de minste minima. Tabel laat het aandeel minimahuishoudens per wijk zien, waarbij de wijken met het grootste aandeel minima bovenaan staan. 10

13 Tabel Verdeling huishoudens met een inkomen tot 110% Wijk Aantal % Aandeel minima binnen de wijk Schildersbuurt ,9% 51,0% 45,5% Moerwijk ,3% 40,9% 34,5% Transvaalkwartier ,1% 37,8% 32,8% Morgenstond ,1% 32,6% 27,4% Bouwlust/ Vrederust ,3% 32,5% 26,4% Groente- en Fruitmarkt 595 1,1% 27,6% 23,0% Laakkwartier en Spoorwijk ,1% 27,3% 22,8% Stationsbuurt ,7% 26,6% 22,8% Mariahoeve en Marlot ,7% 23,5% 19,1% Centrum ,9% 22,5% 19,5% Binckhorst 15 0,0% 22,4% 31,5% Duindorp 599 1,1% 21,1% 16,7% Regentessekwartier ,7% 19,2% 15,1% Waldeck ,3% 18,4% 15,0% Valkenboskwartier ,4% 18,1% 13,1% Rustenburg en Oostbroek ,8% 17,1% 13,0% Loosduinen ,7% 17,0% 12,8% Hoornwijck 15 0,0% 16,9% 4,4% Zeeheldenkwartier ,1% 16,8% 14,1% Scheveningen ,7% 15,5% 12,4% Leyenburg ,9% 13,1% 9,3% Bezuidenhout ,1% 12,4% 10,0% Kraayenstein 306 0,6% 12,2% 8,5% Wateringseveld 998 1,8% 12,1% 9,8% Ypenburg ,1% 11,2% 9,3% Haagse Bos 31 0,1% 10,0% 9,6% Bohemen, Meer en Bos 275 0,5% 9,5% 7,0% Kijkduin en Ockenburgh 94 0,2% 8,3% 3,3% Belgisch Park 327 0,6% 8,2% 6,5% Geuzen- en Statenkwartier 535 1,0% 7,9% 6,5% Archipelbuurt 252 0,5% 7,7% 5,7% Bomen- en Bloemenbuurt 555 1,0% 7,3% 5,3% Duinoord 307 0,6% 7,3% 5,5% Vruchtenbuurt 324 0,6% 7,0% 5,6% Van Stolkpark en Scheveningsebos 29 0,1% 7,0% 5,4% Leidschenveen 507 0,9% 6,8% 5,4% Willemspark 55 0,1% 5,9% 5,6% Westbroekpark/ Duttendel 47 0,1% 4,7% 6,0% Benoordenhout 183 0,3% 2,7% 2,4% Forepark 3 0,0% 2,7% 0,9% Vogelwijk 30 0,1% 1,5% 0,9% Zorgvliet 3 0,0% 1,2% 1,4% % 21% 17% Net als in 2013 is het aandeel minimahuishoudens in 2015 het grootst in de Schildersbuurt, Moerwijk en het Transvaalkwartier. 11

14 1.2. Langdurige minima In deze paragraaf gaan we nader in op de achtergrondkenmerken van de groep die we langdurige minima noemen. Dit zijn huishoudens die drie jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen tot maximaal 110 procent Wsm. De volgende tabel bevat een overzicht van de verdeling van minima tot 110 procent Wsm naar duur op het inkomen. Tabel Langdurigheid minimahuishoudens, inkomen tot 110% Categorie Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Tot en met 1 jaar % % % % 1 tot en met 3 jaar % % % % Meer dan 3 jaar % % % % % % % % 54 procent van alle minimahuishoudens moet in 2015 al drie jaar of langer rondkomen van een dergelijk inkomen. In 2013 was dit nog 67 procent. Het aantal langdurige minima is redelijk stabiel over de jaren heen. Alleen in 2011 is een stijging te zien. In 2015 is zowel het aantal als het aandeel minima dat korter dan een jaar leeft van een inkomen tot 110 procent fors hoger dan in Het is daarom te verwachten dat het aantal langdurige minima over twee jaar weer stijgt. Dit wordt nog versterkt door de groei van de groep die tussen de 1 en 3 jaar afhankelijk is van een inkomen tot 110 procent. De relatief lage instroom in 2013 heeft dus tot gevolg gehad dat het aantal langdurige minima in 2015 nagenoeg hetzelfde is gebleven. Inkomensbron Als we de huishoudens die drie jaar of langer een minimuminkomen hebben uitsplitsen naar hoofdinkomen zien we de volgende verdeling. Tabel Langdurige minima, inkomen tot 110% Categorie % % % Aantal % P-wet 40% 40% 47% % AOW 40% 40% 26% % Ander inkomen 20% 20% 27% % 100% 100% 100% % Huishoudens Meer dan de helft van de langdurige minima heeft een bijstandsuitkering. Dit aandeel stijgt de laatste jaren. Ten opzichte van 2013 is het aantal langdurige minima met een bijstandsuitkering en met een AOW-uitkering gestegen met respectievelijk en 388 huishoudens. Het aantal langdurige minima met een overige inkomensbron is daarentegen gedaald met huishoudens. De reden hiervoor is dat in 2013 de instroom van huishoudens met een andersoortig inkomen relatief klein was. Het gevolg is dat in 2015 het aantal langdurige minimahuishoudens met een andersoortig inkomen is afgenomen. In de volgende tabel geven we per inkomensbron het aandeel langdurige minima (afgezet tegen alle minima) weer. 12

15 Tabel Inkomensbron langdurige minima, inkomen tot 110% Het aandeel langdurige minima is het grootst onder huishoudens met een bijstandsuitkering: ruim twee derde van de minima met een bijstandsuitkering is langdurig aangewezen op een minimuminkomen. Van alle minima met een AOW-gerelateerd inkomen heeft 56 procent al drie jaar of langer een minimuminkomen. Dit is een forse daling ten opzichte van 2013 toen 80 procent van alle AOW ers langdurig minima was. De daling van het aandeel AOW ers met een langdurig laag inkomen komt met name door de nieuwe instroom als gevolg van de nieuwe regeling. Het absolute aantal langdurige minima met AOW is wel gestegen. Huishoudtype Het volgende overzicht geeft het huishoudtype van de langdurige minimahuishoudens weer. Tabel Huishoudtype langdurige minima, inkomen tot 110% Huishoudtype Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Alleenstaand % % % % Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh kind % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % (Meerpers. hh kind = meerpersoonshuishouden zonder kind(eren) en Meerpers. hh + kind = meerpersoonshuishouden met kind(eren)) De verdeling naar huishoudtype onder langdurige minima in 2015 komt vrijwel overeen met die in Alleenstaanden vormen de grootste groep onder langdurige minima. Tabel Aandeel langdurige minima naar huishoudtype Inkomens bron minima Aandeel minima Aandeel minima Aandeel minima Aandeel P-wet % % % % AOW % % % % Ander inkomen % % % % % % % % Hhtype minima Aandeel minima Aandeel minima Aandeel minima Aandeel Alleenstaand % % % % Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh kind % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % Eenoudergezinnen moeten vaker langdurig van een minimuminkomen rondkomen dan andere huishoudens. Gezinnen zonder kinderen zijn het minst vaak langdurig van een dergelijk inkomen afhankelijk, terwijl deze groep in 2011 juist oververtegenwoordigd was. Vergeleken met 2013 is de spreiding tussen de huishoudens groter. 13

16 Leeftijd Op basis van de leeftijd van de oudste persoon in het huishouden ziet de leeftijdsverdeling onder langdurige minima er als volgt uit. Tabel Leeftijdsopbouw langdurige minima, inkomen tot 110% Leeftijdscategorie % % % Aantal % jaar 3% 3% 4% 833 3% jaar 11% 15% 17% % jaar 45% 46% 53% % 65 jaar en ouder 40% 36% 26% % 100% 100% 100% % Huishoudens Evenals in de voorgaande jaren vormen huishoudens tussen 40 en 65 jaar de grootste groep onder langdurige minima. Tabel Aandeel langdurige minima naar leeftijd Leeftijdscategorie Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan jaar % % % % jaar % % % % jaar % % % % 65 jaar en ouder % % % % % % % % Het aandeel langdurige minima naar leeftijdscategorie wijkt af ten opzichte van voorgaande jaren. Waar in het verleden het aandeel langdurige minima het hoogst was onder 65-plussers is dit in 2015 het hoogst onder 40- tot 65-jarigen. Het aandeel langdurige minima onder 18- tot 27- jarigen is relatief het meest gedaald, van 30 procent naar 20 procent van alle minima in die leeftijdscategorie Nieuwe minimahuishoudens In deze paragraaf geven we een aantal kenmerken weer van de minimahuishoudens die het afgelopen jaar zijn ingestroomd, ook wel de nieuwe minima. Dit zijn huishoudens die korter dan een jaar een inkomen tot 110 procent Wsm hebben. Tabel Inkomensbron nieuwe minima tot 110% Inkomensbron Aantal % Alle Aandeel minima nieuw Participatiewet % % AOW % % Overig inkomen % % % % Bijna de helft van de nieuwe minima heeft een overig inkomen en maar liefst 33 procent van de minima die het afgelopen jaar zijn ingestroomd in de minimapopulatie is 65 jaar of ouder. In 2013 bestond een derde van de instroom uit huishoudens met een bijstandsuitkering (2.314 in getal) en 22 procent had AOW. Het aantal nieuwe minima met een overig inkomen is fors toegenomen van in 2013 naar in Van alle minima met een bijstandsuitkering in 2015 behoort slechts 12 procent tot de nieuwe minima. 14

17 Tabel Huishoudtype nieuwe minima tot 110% Huishoudtype Aantal % Alle Aandeel minima nieuw Alleenstaand % % Eenoudergezin 985 6% % Meerpers. hh kind % % Meerpers. hh + kind % % % % Vooral huishoudens zonder kinderen behoren tot de nieuwe minima. Van alle alleenstaanden met een inkomen tot 110 procent Wsm leeft 28 procent maximaal een jaar op een dergelijk inkomen. Tabel Leeftijdscategorie nieuwe minima tot 110% Wsm Leeftijdscategorie Aantal % Alle Aandeel minima nieuw tot 27 jaar % % jaar % % jaar % % 65 jaar en ouder % % % % Aansluitend op het aantal AOW-huishoudens zien we ook naar leeftijd dat 65-plussers een grote groep vormen onder nieuwe minima. Logischerwijs is ook een groot deel (49 procent) van de minima tot 27 jaar het afgelopen jaar ingestroomd in de minimapopulatie. Tabel Stadsdeel nieuwe minima tot 110% Wsm Stadsdeel Aantal % Alle Aandeel minima nieuw Scheveningen % % Haagse Hout 958 6% % Centrum % % Segbroek % % Loosduinen % % Escamp % % Laak % % Leidschenveen- Ypenburg 516 3% % % % Absoluut gezien wonen de meeste nieuwe minimahuishoudens in de stadsdelen Escamp en Centrum. Afgezet tegen alle minima is de instroom het grootst vanuit de stadsdelen Scheveningen en Segbroek. 4 Van deze groep is 83 procent 69 jaar of ouder. Het is waarschijnlijk dat zij al langer afhankelijk zijn van een inkomen tot 110% Wsm. Vanwege de vergelijkbaarheid en omdat we dit niet objectief kunnen vaststellen, is er voor gekozen deze groep niet als langjarige minima te beschouwen. 15

18 1.4. Kinderen in minimahuishoudens In deze paragraaf gaan we in op de groep kinderen tot 18 jaar in de gemeente die opgroeit in een minimahuishouden. In onderstaande tabel staat het aantal kinderen in (minima)huishoudens in de gemeente. Tabel Aantal kinderen in (minima)huishoudens Categorie Alle kinderen Kinderen in minimahuishoudens tot 110% Aandeel kinderen in minimahuishoudens 20,9% 21,4% 22,4% 22,0% Het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishoudens tot 110 procent Wsm is stabiel. Tussen 2013 en 2015 is dit aantal met 161 gestegen naar in totaal. Het aandeel minimakinderen is daarentegen licht gedaald van 22,4 procent in 2013 naar 22 procent in Leeftijd Naar leeftijd maken we onderscheid in kinderen tot 4 jaar, van 4 tot 12 jaar (basisschoolleeftijd) en 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs). Tabel Leeftijdsopbouw kinderen in minimahuishoudens Categorie Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % 0-4 jaar % % % % 4-12 jaar % % % % jaar % % % % % % % % Net als in de voorgaande jaren vormen kinderen tussen de 4 en 12 jaar de grootste groep onder minimakinderen. Het aantal kinderen tussen 12 en 18 jaar dat opgroeit in een minimahuishouden is in 2015 gedaald. De volgende tabel laat het aandeel kinderen per leeftijdscategorie zien dat opgroeit in een minimahuishouden. Tabel Aandeel kinderen (minima)huishoudens naar leeftijd Categorie Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan- 0-4 jaar % % % % 4-12 jaar % % % % jaar % % % % % % % % Kinderen tussen 12 en 18 jaar groeien net als in 2013 vaker op in een minimahuishouden dan jongere kinderen. Het aandeel minimakinderen onder de totale groep 12- tot 18-jarigen is wel gedaald (van 27 procent in 2013 naar 25 procent in 2015). Kinderen van 0 tot 4 groeien juist iets vaker op in een minimahuishouden dan twee jaar geleden. 16

19 Huishoudtype De volgende tabel geeft de verdeling naar huishoudtype weer. Tabel Kinderen in minimahuishoudens naar huishoudtype Categorie Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % Net als in 2013 groeit 57 procent van de minimakinderen op in een gezin met twee ouders. Tabel Aandeel kinderen in minimahuishoudens naar huishoudtype Categorie Aandeedeedeedeel Aan- Aan- Aan- Eenoudergezin % % % % Meerpers. hh + kind % % % % % % % % Evenals in 2009, 2011 en 2013, groeien kinderen in een eenoudergezin in 2015 drie keer zo vaak dan in een minimahuishoudens dan kinderen in gezin met twee ouders. De volgende tabel geeft het aandeel minimakinderen per wijk weer. Ook hier staan de wijken met het grootste aandeel minimakinderen bovenaan. Net als in 2013 is het aandeel minimakinderen het grootst in de Schildersbuurt en in Moerwijk. In de meeste wijken is het aandeel minimakinderen licht gedaald. In Rustenburg en Oostbroek en Loosduinen zien we juist een kleine stijging van het aandeel minimakinderen. 17

20 Tabel Verdeling kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% naar wijk Wijk Aantal % Aandeel alle kinderen in de wijk Schildersbuurt ,8% 53,5% 53,7% Moerwijk ,4% 43,4% 44,4% Bouwlust/ Vrederust ,1% 37,6% 37,6% Centrum 838 3,5% 37,1% 38,3% Stationsbuurt 592 2,5% 36,7% 39,1% Transvaalkwartier ,2% 35,2% 37,4% Morgenstond ,3% 33,3% 34,7% Laakkwartier en Spoorwijk ,9% 32,4% 32,5% Mariahoeve en Marlot 709 3,0% 30,3% 29,8% Groente- en Fruitmarkt 391 1,6% 28,3% 27,9% Rustenburg en Oostbroek 916 3,9% 22,7% 20,0% Waldeck 483 2,0% 20,6% 22,9% Zeeheldenkwartier 343 1,4% 20,6% 19,9% Loosduinen 583 2,5% 19,5% 18,7% Valkenboskwartier 601 2,5% 18,1% 18,4% Regentessekwartier 366 1,5% 17,0% 18,6% Scheveningen 428 1,8% 15,5% 15,9% Bezuidenhout 399 1,7% 15,2% 15,7% Duindorp 189 0,8% 14,9% 14,2% Leyenburg 311 1,3% 12,0% 12,4% Wateringseveld 630 2,7% 10,8% 10,5% Ypenburg 680 2,9% 8,2% 8,7% Leidschenveen 359 1,5% 5,8% 5,1% Forepark 3 0,0% 5,2% 0% Belgisch Park 62 0,3% 4,3% 4,4% Vruchtenbuurt 88 0,4% 4,3% 4,5% Geuzen- en Statenkwartier 117 0,5% 4,1% 4,6% Bomen- en Bloemenbuurt 110 0,5% 4,1% 4,6% Bohemen, Meer en Bos 22 0,1% 4,0% 4,5% Willemspark 6 0,0% 3,3% 3,5% Kijkduin en Ockenburgh 10 0,0% 3,2% 2,8% Kraayenstein 23 0,1% 2,9% 4,4% Archipelbuurt 21 0,1% 2,1% 1,7% Zorgvliet 1 0,0% 1,5% 0% Duinoord 20 0,1% 1,4% 2,2% Van Stolkpark en Scheveningsebos 1 0,0% 0,7% 0% Westbroekpark/ Duttendel 2 0,0% 0,6% 1,0% Vogelwijk 5 0,0% 0,4% 0,3% Benoordenhout 6 0,0% 0,2% 0,7% % 22,0% 22,4% 18

21 1.5. Minima tot 130 procent Wsm In deze paragraaf gaan we nader in op de doelgroep met een inkomen tot 130 procent Wsm. In 2015 gaat het om huishoudens, 24 procent van alle huishoudens in de gemeente Den Haag. We vergelijken deze huishoudens met de minima tot 130 procent uit Inkomensbron De volgende tabel laat de inkomensbron van de minima met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum zien. Tabel Inkomensbron minima, inkomen tot 130% Inkomensbron Aantal % Aantal % Participatiewet % % AOW % % Ander inkomen % % % % Ten opzichte van 2013 is het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent met ruim gestegen naar bijna huishoudens. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een stijging van het aantal minima met een bijstandsuitkering. Huishoudtype Het volgende overzicht geeft het huishoudtype van de minimahuishoudens weer. Tabel Huishoudtype minima, inkomen tot 130% Huishoudtype Aantal % Aandeel Aandeel Aantal % minima minima Alleenstaand % 25% % 27% Eenoudergezin % 52% % 49% Meerpers. hh kind % 18% % 18% Meerpers. hh + kind % 19% % 18% % 24% % 24% 54 procent van de minima met een inkomen tot 130 procent is alleenstaand (2013: 52 procent). Afgezet tegen alle huishoudens in de gemeente zijn het vooral eenoudergezinnen die in armoede leven: 49 procent van alle eenoudergezinnen heeft een inkomen tot 130 procent Wsm. In 2013 was dit hoger: 52 procent. Het aandeel alleenstaanden met een dergelijk inkomen is daarentegen licht gestegen van 25 procent naar 27 procent. Leeftijd De volgende tabel geeft een overzicht van de minimahuishoudens op basis van de leeftijd van de oudste persoon in het huishouden. Tabel Leeftijdsopbouw minima, inkomen tot 130% Leeftijdscategorie Aantal % Aandeel Aandeel Aantal % minima minima jaar % 18% % 20% jaar % 19% % 20% jaar % 23% % 24% 65 jaar en ouder % 31% % 30% % 24% % 24% 19

22 De verdeling naar leeftijd is nagenoeg hetzelfde als in Bijna de helft van de minima is tussen de 40 en 65 jaar oud. Drie op de tien huishoudens van 65 jaar of ouder heeft een inkomen tot 130 procent Wsm (2013: 31 procent). Stadsdelen Tabel Stadsdeel minima, inkomen tot 130% Stadsdeel Aantal % Aandeel Aandeel Aantal % minima minima Scheveningen % 14% % 14% Haagse Hout % 15% % 15% Centrum % 34% % 34% Segbroek % 15% % 15% Loosduinen % 20% % 20% Escamp % 30% % 31% Laak % 31% % 32% Leidschenveen- Ypenburg % 11% % 11% % 24% % 24% Het aantal minimahuishoudens is het grootst in de stadsdelen Centrum en Escamp. Dit was ook in 2013 het geval. 20

23 2. Instrumenten voor financiële ondersteuning Inwoners van de gemeente Den Haag met een laag inkomen kunnen een beroep doen op diverse regelingen om hun lasten te verlichten of het maatschappelijk participeren te versterken. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van deze verschillende regelingen. Met bereik bedoelen we het aandeel van de doelgroep dat van de regeling gebruikmaakt. Daarnaast beschrijven we de kenmerken van de huishoudens die van deze regelingen gebruik maken. Waar mogelijk wordt vergeleken met de resultaten in 2013, 2011 en We geven eerst weer van hoeveel regelingen minima gebruikmaken en gaan vervolgens in op het gebruik per regeling Regelingen voor het minimabeleid Het minimabeleid in de gemeente Den Haag kent verschillende soorten regelingen. De uitvoering is meestal lokaal, maar enkele regelingen worden landelijk uitgevoerd. De verschillende regelingen hebben inkomensgrenzen die zijn afgeleid van normen uit de Participatiewet. De volgende tabel geeft dit in procenten weer. Tabel Overzicht inkomensgrenzen en doelgroep per regeling Categorie Inkomensgrens Doelgroep Individuele inkomenstoeslag 110% Collectieve zorgverzekering 130% Kwijtschelding gemeentelijke heffingen 105% Ooievaarspas 130% Tegemoetkoming ouderbijdrage 130% Stichting Leergeld 130% Stichting Leergeld: Schoolspullenpas 130% Chronisch zieken en gehandicapten 150% - Bijzondere bijstand 105% Ten opzichte van 2013 is in het minimabeleid van Den Haag een aantal veranderingen doorgevoerd. De tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten is uitgebreid naar een inkomensgrens van 150 procent Wsm en vervangt vanaf 2015 de landelijke financiële tegemoetkoming Wtcg. Daarnaast is de schoolkostenregeling per 1 januari 2014 vervangen door de schoolspullenpas. Deze regeling wordt uitgevoerd door Stichting Leergeld en kent een inkomensgrens van 130 procent Wsm. De collectieve zorgverzekering is inhoudelijk uitgebreid. In 2013 konden minima met een inkomen tussen 110 en 130 procent Wsm ook al gebruikmaken van de collectief, maar toen kregen zij geen vergoeding van de gemeente. In 2015 kregen huishoudens met een dergelijk inkomen daarentegen wel korting op de premie (wel minder korting dan huishoudens tot 110 procent Wsm). 5 Het inkomen van AOW ers ligt iets hoger dan de bijstandsnorm (100 procent Wsm). Omdat ook huishoudens met alleen een AOW-uitkering (zonder aanvullend pensioen) recht hebben op kwijtschelding nemen wij bij de berekening van het bereik alle huishoudens met een inkomen tot 105 procent van het sociaal minimum mee. 6 In principe wordt er voor de bijzondere bijstand geen inkomensgrens gehanteerd. Ook mensen met een inkomen boven de 105 procent hebben recht op bijzondere bijstand, en het bedrag dat aan bijstand wordt verstrekt is dan afhankelijk van iemands draagkracht. In de praktijk blijkt dat inkomens boven de 130 procent door deze draagkrachtnorm niet meer in aanmerking komen voor de bijzondere bijstand. 21

24 2.2. Cumulatief gebruik inkomensondersteuning In deze paragraaf wordt weergegeven van hoeveel regelingen minimahuishoudens gebruikmaken per jaar. Dit wordt het cumulatieve gebruik genoemd. Eerst geven we een overzicht van het bereik van de regelingen. Figuur Bereik per regeling 100% 80% 60% 40% 20% 0% Het bereik van Stichting Leergeld en de Ooievaarspas is het hoogst, respectievelijk 86 en 81 procent. Net als de voorgaande jaren is het bereik van de individuele bijzondere bijstand veruit het laagst. Ten opzichte van 2013 is het bereik van de individuele inkomenstoeslag (voorheen: langdurigheidstoeslag) en de schoolspullenpas het sterkst gestegen. Aantal regelingen per huishouden Om het totale gebruik van regelingen nader in beeld te brengen kijken we naar het aantal regelingen waarvan minimahuishoudens gebruik hebben gemaakt. Dit cumulatief gebruik brengen we in beeld voor minimahuishoudens met een inkomen tot maximaal 105 procent Wsm, omdat zij (qua inkomen) op alle regelingen recht hebben. Om te kunnen vergelijken met de jaren geven we (eerst) het cumulatief gebruik weer van de volgende regelingen: Ooievaarspas, kwijtschelding, schoolspullenpas 7, collectieve zorgverzekering tot 110 procent Wsm en de bijzondere bijstand. 7 Voor de jaren kijken we naar het gebruik van het schoolfonds. In 2014 is deze regeling vervangen door de schoolspullenpas. Inhoudelijk zijn de regelingen vrijwel gelijk aan elkaar en omdat we het cumulatief gebruik laten zien voor huishoudens tot 105 procent Wsm is het hier niet relevant dat de inkomensgrens is opgetrokken naar 130 procent Wsm. 22

25 Figuur gebruik van vijf regelingen per huishouden tot 105% Wsm 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% % 0% geen één twee drie vier vijf Ruim 2 procent van de minima tot 105 procent Wsm maakt van geen enkele van de vijf genoemde regelingen gebruik. In 2013 was dit bijna 5 procent. De meeste huishoudens hebben in 2015 van drie regelingen gebruikgemaakt. Gemiddeld maken minima van 2,4 regelingen gebruik. In 2011 was het gemiddelde ook 2,4 en in 2013 was dit iets lager: 2,3 regelingen. Overige kenmerken minimahuishoudens cumulatief gebruik In figuur wordt het gemiddelde gebruik van regelingen weergegeven per huishouden, ingedeeld naar inkomensbron, huishoudtype, leeftijd en duur van het minimuminkomen. Ook hier betreft het minimahuishoudens tot 105 procent Wsm en kijken we naar het gebruik van de Ooievaarspas, kwijtschelding, schoolspullenpas, collectieve zorgverzekering en de bijzondere bijstand. Figuur Cumulatief gebruik vijf regelingen naar kenmerken 105% Wsm 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0, Over het algemeen is het beeld hetzelfde als in de voorgaande jaren. Huishoudens met een bijstandsuitkering maken gemiddeld van meer regelingen gebruik dan huishoudens met een ander inkomen of AOW. Huishoudens met kinderen maken meer gebruik van inkomensondersteuning dan anderen. Naar leeftijd is het gebruik het grootst in de groep tussen 23

26 de 40 en 65 jaar en langdurige minima maken gemiddeld van meer regelingen gebruik van kortdurende minima. Het aantal regelingen waarvan kortdurende minima gebruikmaken is in 2015 wel een stuk hoger dan in Cumulatief gebruik alle regelingen, minima tot 110 procent Wsm Onderstaand gaan we in op het cumulatief gebruik van minimahuishoudens in 2015 met een inkomen tot 110 procent Wsm. Daarvoor kijken we naar het gebruik van de acht regelingen 8 die de gemeente in 2015 kent. Omdat het recht op een regeling per huishouden verschilt kan niet ieder huishouden van alle acht regelingen gebruikmaken. Tabel Cumulatief gebruik 2015 huishoudens tot 110% Wsm Aantal regelingen Aantal Aandeel % % % % % % % 7 of % % Gemiddeld hebben minima tot 110 procent Wsm van 2,8 (van de acht) regelingen gebruikgemaakt. 2 procent van alle minimahuishoudens tot 110 procent heeft in 2015 van geen enkele regelingen gebruikgemaakt. Bij de meeste gemeenten ligt dit niet-gebruik veel hoger, rond de 20 procent. Ruim een kwart van alle minima in de gemeente heeft in 2015 van één regeling gebruikgemaakt. Een kleine groep van zeven procent maakt zes of meer regelingen gebruik. Dit zijn vooral huishoudens met kinderen die al drie jaar of langer een minimuminkomen hebben. Bijna vier op de tien van deze veel-gebruikers wonen in stadsdeel Centrum. In bijlage 3 zijn alle kenmerken van deze groep opgenomen Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag vervangt sinds 1 januari 2015 de langdurigheidstoeslag. Het grootste verschil met de langdurigheidstoeslag is dat de gemeente nu ook kijkt of minima zich voldoende inspannen om hun inkomenspositie te verbeteren. De toeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een inkomen op bijstandsniveau. Tot de doelgroep behoort iedereen tussen de 21 en de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende een periode van 36 maanden of langer een inkomen tot maximaal 110 procent Wsm ontvangt. De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor verantwoorde uitgaven zoals het vervangen van een koelkast of tv en het betalen van schulden. Bereik individuele inkomenstoeslag De doelgroep bestaat uit huishoudens tussen de 21 en 65 jaar, die langdurig een inkomen tot 110 procent Wsm hebben. Tabel Gebruik en bereik individuele inkomenstoeslag 9 Categorie Doelgroep Gebruik doelgroep Percentage bereik 53% 60% 69% 75% 8 Kwijtschelding, bijzondere bijstand, Ooievaarspas, schoolspullenpas, individuele inkomenstoeslag, Stichting Leergeld, tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, collectieve zorgverzekering. De tegemoetkoming ouderbijdrage is hier niet los opgenomen omdat deze onder de Ooievaarspas valt. 9 Vóór 2015 betreft het hier de langdurigheidstoeslag. 24

Armoedemonitor Den Haag 2014

Armoedemonitor Den Haag 2014 Vestiging Groningen (tevens postadres) Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen T: (050) 525 24 73 F: (050) 525 29 73 Vestiging Amersfoort T: (033) 454 66 65 @: contact@kwiz.nl Colofon "Armoedemonitor Den Haag

Nadere informatie

Armoedemonitor Den Haag 2008

Armoedemonitor Den Haag 2008 Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen telefoon (050) 5252473 e-mail contact@kwiz.nl website www.kwiz.nl Armoedemonitor Den Haag 2008 Nummer 2. oktober 2008 Opgesteld door KWIZ te Groningen in opdracht van

Nadere informatie

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE RIDDERKERK 2015

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE RIDDERKERK 2015 ARMOEDEMONITOR GEMEENTE RIDDERKERK 2015 Armoedemonitor gemeente Ridderkerk 2015 Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van

Nadere informatie

BIJLAGE 4 ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE NOORDWIJK

BIJLAGE 4 ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE NOORDWIJK BIJLAGE 4 ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE NOORDWIJK Armoedemonitor 2015 gemeente Noordwijk Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik

Nadere informatie

Armoedemonitor 2014 gemeente Zoetermeer

Armoedemonitor 2014 gemeente Zoetermeer Armoedemonitor 2014 gemeente Zoetermeer Een onderzoek naar de doelgroep, het beleid en de risicogroepen voor armoede in de gemeente Zoetermeer Maart 2014 Colofon Uitgave Deze publicatie is een uitgave

Nadere informatie

Armoedemonitor Leidschendam-Voorburg 2012

Armoedemonitor Leidschendam-Voorburg 2012 Armoedemonitor Leidschendam-Voorburg 2012 Februari 2014 Opgesteld door te Groningen Databewerking: Wim Zijlema Redactie: Anne-Wil Hak en Tessa Schoot Uiterkamp In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg

Nadere informatie

ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL

ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL ARMOEDEMONITOR 2015 GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL Armoedemonitor 2015 gemeente Capelle aan den IJssel Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid

Nadere informatie

geconstateerde prijsstijging in Nederland en Haaglanden ligt daarmee boven het inflatiecijfer.

geconstateerde prijsstijging in Nederland en Haaglanden ligt daarmee boven het inflatiecijfer. Ontwikkeling Koopmarkt Den Haag en Haaglanden, 2 e helft en het jaar Halfjaarbericht koopmarkt nr. 16, april 2007 Inleiding In dit bericht wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de koopmarkt

Nadere informatie

Armoedemonitor Wassenaar 2012

Armoedemonitor Wassenaar 2012 Armoedemonitor Wassenaar 2012 Maart 2014 Opgesteld door te Groningen Databewerking: Wim Zijlema Redactie: Anne-Wil Hak en Tessa Schoot Uiterkamp In opdracht van de gemeente Wassenaar structureert (bestaande)

Nadere informatie

Armoedemonitor Voorschoten 2012

Armoedemonitor Voorschoten 2012 Armoedemonitor Voorschoten 2012 Februari 2014 Opgesteld door te Groningen Databewerking: Wim Zijlema Redactie: Anne-Wil Hak en Tessa Schoot Uiterkamp In opdracht van de gemeente Voorschoten structureert

Nadere informatie

INVENTARISATIE DOELGROEP ARMOEDEBELEID AMELAND

INVENTARISATIE DOELGROEP ARMOEDEBELEID AMELAND INVENTARISATIE DOELGROEP ARMOEDEBELEID AMELAND Inventarisatie doelgroep armoedebeleid gemeente Ameland Colofon Opdrachtgever Gemeente Ameland Datum december 2014 Auteurs Harry Piepers Tessa Schoot Uiterkamp

Nadere informatie

Armoedemonitor Voorschoten 2012

Armoedemonitor Voorschoten 2012 Armoedemonitor Voorschoten 2012 Februari 2014 Opgesteld door te Groningen Databewerking: Wim Zijlema Redactie: Anne-Wil Hak en Tessa Schoot Uiterkamp In opdracht van de gemeente Voorschoten structureert

Nadere informatie

Armoedemonitor gemeente Menterwolde 2014

Armoedemonitor gemeente Menterwolde 2014 Armoedemonitor gemeente Menterwolde 2014 Twee onderdelen Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen

Nadere informatie

Armoedemonitor Leeuwarden

Armoedemonitor Leeuwarden -s Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen telefoon (050) 5252473 fax (050) 5252973 Hardwareweg 4 3821 BM Amersfoort Telefoon (033) 4546665 e-mail contact@kwiz.nl website www.kwiz.nl Armoedemonitor Leeuwarden

Nadere informatie

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LEEUWARDEN

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LEEUWARDEN ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LEEUWARDEN Armoedemonitor gemeente Leeuwarden Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende

Nadere informatie

Bereikbaarheidsgegevens casemanagers dementie in regio Haaglanden Update: 5 juni 2014 Heleen van Milligen

Bereikbaarheidsgegevens casemanagers dementie in regio Haaglanden Update: 5 juni 2014 Heleen van Milligen Casemanagers dementie Den Haag Centrum Archipelbuurt Alvin Franken a.franken@hwwzorg.nl 06-82010388 Zeeheldenkwartier Alvin Franken a.franken@hwwzorg.nl 06-82010388 Willemspark Sijtje Bouricius sbouricius@hwwzorg.nl

Nadere informatie

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LANSINGERLAND 2015

ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LANSINGERLAND 2015 ^féĵh^hyil ARMOEDEMONITOR GEMEENTE LANSINGERLAND 2015 Armoedemonitor gemeente Lansingerland 2015 Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en

Nadere informatie

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Noordwijk 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

Armoedeprofielen van de vier grote steden

Armoedeprofielen van de vier grote steden Armoedeprofielen van de vier grote steden Hendrika Lautenbach en Clemens Siermann De lage inkomens concentreren zich in Nederland vooral in de vier grote steden. Bijna een kwart van alle huishoudens met

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM Inkomens Effect Rapportage gemeente Hattem Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage

Nadere informatie

Armoedemonitor Zoetermeer 2010

Armoedemonitor Zoetermeer 2010 Armoedemonitor Zoetermeer 2010 mei 2011 Opdrachtgever: Hoofdafdeling Welzijn, afdeling WZI, beleid en implementatie Marieke Bosch Uitvoering: KWIZ, Groningen Databewerking Gemeente Zoetermeer, hoofdafdeling

Nadere informatie

Armoede in Schildersbuurt

Armoede in Schildersbuurt Armoede in Schildersbuurt De wijk Schildersbuurt ligt in stadsdeel 5 Centrum en heeft 31.639 inwoners (1 januari 2015). 1 Financiële positie huishoudens Financiële positie huishoudens In de Stadsenquête

Nadere informatie

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Noordwijk 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Wijk bij Duurstede 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

CUMULATIEONDERZOEK GEMEENTE EMMEN 2015

CUMULATIEONDERZOEK GEMEENTE EMMEN 2015 CUMULATIEONDERZOEK GEMEENTE EMMEN 2015 Cumulatieonderzoek gemeente Emmen 2015 Een onderzoek naar het gebruik en meervoudig gebruik van de Wmo, Schuldhulpverlening en het Leerlingenvervoer in de gemeente

Nadere informatie

INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN

INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN Versie 1.2 15 maart 2015 Inkomenseffecten landelijke en gemeentelijke minimaregelingen Onderzoek naar de effecten van de landelijke en gemeentelijke

Nadere informatie

Het profiel van de Haagse starter en stopper

Het profiel van de Haagse starter en stopper srapport Directie Beleid, Stafafdeling Het profiel van de Haagse starter en stopper COLOFON Uitgave Gemeente Den Haag DSO / Beleid / Oktober 2009 Druk Intern Dienstencentrum Inlichtingen DSO / Beleid

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Verdere daling langdurige minima. Aandeel langdurige minima gedaald

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Verdere daling langdurige minima. Aandeel langdurige minima gedaald Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-138 3 juli 2002 9.30 uur Verdere daling langdurige minima In 2000 hadden 229 duizend huishoudens al ten minste vier jaar achtereen een inkomen onder

Nadere informatie

Monitor. Onderzoeksrapport. Bedrijfshuisvesting DSO/Programmamanagement, Strategie en Onderzoek

Monitor. Onderzoeksrapport. Bedrijfshuisvesting DSO/Programmamanagement, Strategie en Onderzoek Monitor Bedrijfshuisvesting 2010-2013 Onderzoeksrapport DSO/Programmamanagement, Strategie en Onderzoek 2 Onderzoeksrapport DSO/Programmamanagement, Strategie en Onderzoek MONITOR BEDRIJFSHUISVESTING 2010-2013

Nadere informatie

Armoedemonitor Tilburg 2014

Armoedemonitor Tilburg 2014 Armoedemonitor Tilburg 2014 1 Colofon "Armoedemonitor Tilburg 2014" Databewerking Team Informatie- en Kenniscentrum Joop de Beer Tekst Team Informatie- en Kenniscentrum Margot Hutten Uitgave Gemeente Tilburg

Nadere informatie

Aanvraagformulier basissubsidie voor bewonersorganisaties

Aanvraagformulier basissubsidie voor bewonersorganisaties Aanvraagformulier Basissubsidie voor bewonersorganisaties U kunt dit formulier gebruiken om de basissubsidie voor uw bewonersorganisatie aan te vragen. Als bewonersorganisatie kunt u deze subsidie aanvragen

Nadere informatie

Minimamonitor Haarlem 2012

Minimamonitor Haarlem 2012 Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen t el e fo o n (050) 5252473 f a x (050) 5252973 Hardwareweg 4 3821 BM Amersfoort Telefoon (033) 4546665 e - m ail contact@kwiz.nl website www.kwiz.nl Minimamonitor Haarlem

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM Een onderzoek naar de effecten van gemeentelijke inkomensondersteuning op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage

Nadere informatie

EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE OVERBETUWE

EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE OVERBETUWE EVALUATIE MINIMABELEID GEMEENTE OVERBETUWE Evaluatie minimabeleid gemeente Overbetuwe Een onderzoek naar de effecten van het minimabeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage

Nadere informatie

Sociale index: Gebiedsteam Sneek Noord 1 oktober 2014

Sociale index: Gebiedsteam Sneek Noord 1 oktober 2014 Sociale index: Gebiedsteam Sneek Noord 1 oktober 2014 Inleiding De sociale index is ontwikkeld voor de inzet van gebiedsteams in het kader van de decentralisatie van taken betreffende Participatie, AWBZ(en

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014 Inkomens Effect Rapportage gemeente Waalwijk 2014 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens in de

Nadere informatie

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015

Armoede in de Stad. Armoedemonitor Groningen 2015 B A S I S V O O R B E L E I D Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Armoede in de Stad Armoedemonitor Groningen 2015 Erik van der Werff Klaas Kloosterman Onderzoek en Statistiek Groningen, januari

Nadere informatie

Sociale index Gebiedsteam Sneek Zuid 1 oktober 2014

Sociale index Gebiedsteam Sneek Zuid 1 oktober 2014 Sociale index Gebiedsteam Sneek Zuid 1 oktober 2014 Inleiding De sociale index is ontwikkeld voor de inzet van gebiedsteams in het kader van de decentralisatie van taken betreffende Participatie, AWBZ(en

Nadere informatie

Armoedemonitor : Lage inkomens in Amsterdam

Armoedemonitor : Lage inkomens in Amsterdam Armoedemonitor : Lage inkomens in Amsterdam Lage inkomens in Amsterdam In opdracht van: Gemeente Amsterdam, rve Participatie Projectnummer: Laure Michon Nienke Nottelman Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres:

Nadere informatie

Stemmen in een kerk, school & buurthuis

Stemmen in een kerk, school & buurthuis Stemmen in een kerk, school & buurthuis Notitie CDA Den Haag Januari 2013 2 Notitie CDA Den Haag, Stemmen in een kerk, school en buurthuis, januari 2013 Inhoudsopgave: 1. Aanleiding p. 3 2. De feiten p.

Nadere informatie

Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 20. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het gebruik van zeven Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen

Nadere informatie

Amsterdamse Armoedemonitor

Amsterdamse Armoedemonitor DIENST WERK EN INKOMEN Amsterdamse Armoedemonitor nummer 9, augustus 2006 In opdracht van Dienst Werk en Inkomen (DWI) Uitgevoerd door Amsterdam, september 2006 Inhoud Voorwoord 3 Samenvatting 5 Minimahuishoudens

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE RIDDERKERK 2014

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE RIDDERKERK 2014 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE RIDDERKERK 2014 Inkomens Effect Rapportage gemeente Ridderkerk 2014 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

SCENARIOANALYSE SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE RIDDERKERK

SCENARIOANALYSE SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE RIDDERKERK SCENARIOANALYSE SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE RIDDERKERK Scenarioanalyse Sociaal Domein gemeente Ridderkerk Colofon Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum Oktober 2014 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp Anne-Wil

Nadere informatie

Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. Doelen en doelgroep... 4 2.1. Doelen... 4 2.1.1.

Nadere informatie

COLLECTIEVE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING IN DEN HAAG GEBRUIKERS, NIET-GEBRUIKERS EN OVERSTAPPERS

COLLECTIEVE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING IN DEN HAAG GEBRUIKERS, NIET-GEBRUIKERS EN OVERSTAPPERS COLLECTIEVE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING IN DEN HAAG GEBRUIKERS, NIET-GEBRUIKERS EN OVERSTAPPERS Masja Nas i.s.m. Mayke Kromhout Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Den Haag 03-07-2008 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Werkbespreking bouwkundig splitsen. 2 oktober 2017 Versie

Werkbespreking bouwkundig splitsen. 2 oktober 2017 Versie Werkbespreking bouwkundig splitsen 2 oktober 2017 Versie Welkomstwoord en bestuurlijke context Joris Wijsmuller Wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur 2 2 oktober 2017 Versie Stedelijke

Nadere informatie

Amsterdamse Armoedemonitor 2012

Amsterdamse Armoedemonitor 2012 Amsterdamse Armoedemonitor 2012 In opdracht van: Dienst Werk en Inkomen Projectnummer: 13010 Merijn Heijnen Laure Michon Clemens Wenneker Jeroen Slot Nienke Nottelman Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO In opdracht van: DWI Projectnummer: 13010 Anne Huizer Laure Michon Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020

Nadere informatie

*U * *U *

*U * *U * *U15.17519* *U15.17519* Raadscommissie Samenleving Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS Verzenddatum 16 december 2015 Ons kenmerk U15.17519 Uw brief van Afdeling Economische & Maatschappelijke Ontwikkeling

Nadere informatie

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Interne Memo nr. Aan: commissie MO Van: G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Inleiding Per 1 januari 2015 wijzigen een aantal zaken binnen

Nadere informatie

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Hoofdstuk 25 Financiële dienstverlening Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren

Nadere informatie

Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 24. Financiële dienstverlening Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Ruim zeven op de tien Leidenaren

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Den Haag 2016

Bevolkingsprognose Den Haag 2016 juni 2016 PSO is het strategisch advies- en onderzoeksbureau van DSO; PSO onderzoekt, verzamelt en ontsluit informatie en adviseert over strategie, innovatie en de programmering van DSO-projecten. Bevolkingsprognose

Nadere informatie

KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN

KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN KLANTTEVREDENHEIDSONDERZOEK SCHOONMAAKDIENST GEMEENTE HAREN Klanttevredenheidsonderzoek Schoonmaakdienst gemeente Haren Colofon Opdrachtgever Gemeente Haren Datum December 2016 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp

Nadere informatie

Podium 6. Rechten van raadsleden (vragen, moties en dergelijke) 7. Informatie van de portefeuillehouder

Podium 6. Rechten van raadsleden (vragen, moties en dergelijke) 7. Informatie van de portefeuillehouder Agenda 23 juni 2015 Voorbespreking Tijd Onderwerp/bedoeling bespreking 19.30-20.45 uur Inkomenseffectrapportage en scenarioanalyse (sociaal domein) Beeldvorming 19.30-20.45 uur Omgevingsvisie Kromme Rijnstreek,

Nadere informatie

[Geef tekst op] Onderzoek, Informatie en Statistiek

[Geef tekst op] Onderzoek, Informatie en Statistiek [Geef tekst op] - Amsterdamse Armoedemonitor 2016 Onderzoek, Informatie en Statistiek In opdracht van: WPI Projectnummer: 17010 Laure Michon Nienke Nottelman Nina Holaind Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres:

Nadere informatie

ONTWIKKELING KOOPMARKT DEN HAAG EN HAAGLANDEN,

ONTWIKKELING KOOPMARKT DEN HAAG EN HAAGLANDEN, Onderzoeksrapport DSO / Programmamanagement, Strategie en Onderzoek ONTWIKKELING KOOPMARKT DEN HAAG EN HAAGLANDEN, ACTUELE MARKTSITUATIE EN TERUGBLIK 2011 Halfjaarbericht koopmarkt 26, 2012 Halfjaarbericht

Nadere informatie

Armoede en gezondheid

Armoede en gezondheid 25 epidemiologisch bulletin, 12, jaargang 47, nummer 2 Armoede en gezondheid Gegevens over Den Haag Ad van Dijk, Irene van der Meer Centraal thema in de Haagse Nota s Volksgezondheid sinds 1999 is het

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

In Amsterdam wonen veel mensen met een minimuminkomen én veel mensen met een relatief hoog inkomen. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de

In Amsterdam wonen veel mensen met een minimuminkomen én veel mensen met een relatief hoog inkomen. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de 8 Participatie in welvaart In Amsterdam wonen veel mensen met een minimuminkomen én veel mensen met een relatief hoog inkomen. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de welvaartssituatie van verschillende

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 8. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 8. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het van zeven Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen van

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG - CONCLUSIES Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS

Nadere informatie

Sociaal-economisch wijkprofiel: De Wierden en gebied 1354

Sociaal-economisch wijkprofiel: De Wierden en gebied 1354 In het gebied groeit meer dan de helft van de kinderen op in een minimasituatie. Daarnaast groeit in De Wierden bijna de helft op in een eenoudergezin. De combinatie van relatief lage doorstroming en relatief

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Onderzoek naar maatschappelijke kosten en opbrengsten bij een verschuiving inkomensgrens van 110% naar 120% op het geheel van beleidsnotities,

Onderzoek naar maatschappelijke kosten en opbrengsten bij een verschuiving inkomensgrens van 110% naar 120% op het geheel van beleidsnotities, Onderzoek naar maatschappelijke kosten en opbrengsten bij een verschuiving inkomensgrens van 110% naar 120% op het geheel van beleidsnotities, verordeningen en uitvoeringsregelingen. Inhoudsopgave Inleiding...

Nadere informatie

Amsterdamse Armoedemonitor

Amsterdamse Armoedemonitor Amsterdamse Armoedemonitor nummer 7, juni 2004 Om arm Amsterdam Sociale Dienst Amsterdam Jan van Galenstraat 323 1056 CH Amsterdam Telefoon: (020) 346 41 00 Fax: (020) 346 61 91 www.omarm.amsterdam.nl

Nadere informatie

Integratiemonitor, Rapport

Integratiemonitor, Rapport Rapport Integratiemonitor, 2015 Kwantitatieve weergave van de situatie van burgers van verschillende nationaliteiten/etnische achtergronden in Den Haag april 2016 Integratiemonitor 2015 Kwantitatieve weergave

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie Hoofdstuk 24 Financiële situatie Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren zijn bekend

Nadere informatie

Demografie in Schildersbuurt-Oost

Demografie in Schildersbuurt-Oost Aantal inwoners Demografie in Schildersbuurt-Oost De buurt Schildersbuurt-Oost ligt in stadsdeel 5 Centrum en heeft 7.332 inwoners. Aantal inwoners De gemeente Den Haag telde op 1 januari 2015 515.739

Nadere informatie

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Dit overzicht gaat in op de inzichten die de cijfers van het CBS bieden op het punt van werkenden met een laag inkomen. Als eerste zal ingegaan worden op de ontwikkeling

Nadere informatie

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties In deze bijlage behandelen we kort vijf opties die de gemeente kan inzetten bij de

Nadere informatie

Beleid minimaregelingen Datum indiening vragen: 10 maart Vragen:

Beleid minimaregelingen Datum indiening vragen: 10 maart Vragen: Fractie: PvdA-GL Naam: K. Gerritsen Onderwerp: Beleid minimaregelingen Datum indiening vragen: 10 maart 2016 Vragen: De fractie van de PvdA-GL heeft hierover de volgende vragen: NB. Toelichting op vragen

Nadere informatie

Persbericht. Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen. Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB09-079 3 december 2009 9.30 uur Aantal huishoudens met kans op armoede in 2008 toegenomen Meeste kans op armoede bij eenoudergezinnen en niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

Overzicht huidige minimaregelingen

Overzicht huidige minimaregelingen Datum 10 juni 2014 1 (7) Overzicht huidige minimaregelingen Auteur Eveline Bal, Beleidsadviseur Werk & Inkomen Het huidige minimabeleid van de gemeente Nieuwegein kent verschillende instrumenten ter bestrijding

Nadere informatie

Doelgroeponderzoek AWBZ en Wmo Utrecht

Doelgroeponderzoek AWBZ en Wmo Utrecht Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen telefoon (050) 5252473 fax (050) 5252473 Hardwareweg 4 3821 BM Amersfoort Telefoon (033) 4546665 e-mail contact@kwiz.nl website www.kwiz.nl Doelgroeponderzoek AWBZ en

Nadere informatie

INVENTARISATIE MAATWERKREGELING CHRONISCH ZIEKEN GEMEENTE HATTEM

INVENTARISATIE MAATWERKREGELING CHRONISCH ZIEKEN GEMEENTE HATTEM INVENTARISATIE MAATWERKREGELING CHRONISCH ZIEKEN GEMEENTE HATTEM Inventarisatie maatwerkregeling chronisch zieken gemeente Hattem Colofon Opdrachtgever Gemeente Hattem Datum Maart 2015 Auteurs Tessa Schoot

Nadere informatie

WMO PROGNOSE GEMEENTE HEERHUGOWAARD

WMO PROGNOSE GEMEENTE HEERHUGOWAARD WMO PROGNOSE GEMEENTE HEERHUGOWAARD Vestiging Groningen (tevens postadres) Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen T: (050) 525 24 73 F: (050) 525 29 73 Vestiging Amersfoort T: (033) 454 66 65 @: contact@kwiz.nl

Nadere informatie

Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015

Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015 Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015 Ons kenmerk: 14RB000110 Nr. 8f De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG

LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD IN

Nadere informatie

Gemeente Helmond. Armoedemonitor 2011. Armoede en het bereik van financiële regelingen in Helmond. Onderzoek en Statistiek

Gemeente Helmond. Armoedemonitor 2011. Armoede en het bereik van financiële regelingen in Helmond. Onderzoek en Statistiek Gemeente Helmond Armoedemonitor 2011 Armoede en het bereik van financiële regelingen in Helmond Onderzoek en Statistiek COLOFON Titel: Armoedemonitor 2011 Opdrachtgever: Gemeente Helmond Opdrachtnemer:

Nadere informatie

Financiële gevolgen van het afschaffen van de buitengewone uitgavenregeling

Financiële gevolgen van het afschaffen van de buitengewone uitgavenregeling Financiële gevolgen van het afschaffen van de buitengewone uitgavenregeling Toelichting bij de uitkomsten van de rekenvoorbeelden I Toelichting bij de Buitengewone uitgaven Het bepalen van de aftrek buitengewone

Nadere informatie

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Nadere informatie

UvA-DARE (Digital Academic Repository) Stedelijke erfpacht Nelisse, P.C.J. Link to publication

UvA-DARE (Digital Academic Repository) Stedelijke erfpacht Nelisse, P.C.J. Link to publication UvA-DARE (Digital Academic Repository) Stedelijke erfpacht Nelisse, P.C.J. Link to publication Citation for published version (APA): Nelisse, P. C. J. (2008). Stedelijke erfpacht Doetinchem: Reed Business

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Inkomensstatistiek Westfriesland Augustus 2014

Inkomensstatistiek Westfriesland Augustus 2014 Inkomensstatistiek Augustus 2014 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer 2014-2041 Datum Augustus 2014 Opdrachtgever De Westfriese gemeenten Inleiding

Nadere informatie

B en W. nr d.d

B en W. nr d.d B en W. nr. 14.0969 d.d. 28-10-2014 Onderwerp Beleidsregels koopkrachttegemoetkoming 2014 Besluiten: 1) De beleidsregels koopkrachttegemoetkoming lage inkomens 2014 vast te stellen en daarmee in te stemmen

Nadere informatie

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2013: Sterke groei armoede in 2012, maar afzwakking verwacht ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR

PERSBERICHT. Armoedesignalement 2013: Sterke groei armoede in 2012, maar afzwakking verwacht ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR PERSBERICHT ONDER EMBARGO TOT DINSDAG 3 DECEMBER 2013, 00:01 UUR Inlichtingen bij Dr. P.H. van Mulligen persdienst@cbs.nl T 070 3374444 Dr. J.C. Vrooman c. vrooman@scp.nl T 070 3407846 of Dr. S.J.M. Hoff

Nadere informatie

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds

Nadere informatie

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën.

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Beschrijving van de eigen bijdrage systematiek Deze bijlage geeft een beschrijving van de wijze waarop de eigen

Nadere informatie

Informatie 17 december 2015

Informatie 17 december 2015 Informatie 17 december 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS Ondanks het aflopen van de economische recessie, is de armoede in Nederland het afgelopen jaar verder gestegen. Vooral het aantal huishoudens dat

Nadere informatie

College van Burgemeester en Wethouders Postbus AP Kerkrade. SP Kerkrade Kaardebol HV Kerkrade. Vragen artikel 38 inzake armoede.

College van Burgemeester en Wethouders Postbus AP Kerkrade. SP Kerkrade Kaardebol HV Kerkrade. Vragen artikel 38 inzake armoede. Aan: Van: Betreft: Antwoord: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 600 6460 AP Kerkrade SP Kerkrade Kaardebol 26 6467HV Kerkrade Vragen artikel 38 inzake armoede. Schriftelijk Datum: 18 september

Nadere informatie

Januari Nulmeting sociaal domein Aa en Hunze

Januari Nulmeting sociaal domein Aa en Hunze Januari 2016 Nulmeting sociaal domein Aa en Hunze 2 Inleiding Per 1 januari 2015 zijn de Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet van kracht. Met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetten zijn er voor de

Nadere informatie

Amsterdamse Armoedemonitor

Amsterdamse Armoedemonitor Amsterdamse Armoedemonitor nummer 8, juli 2005 Project 5114 In opdracht van Om arm Amsterdam Harry Smeets Nienke Nottelman Lieselotte Bicknese Jeroen Slot Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam

Nadere informatie

Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist

Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist 2 Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist Sociaal Raadslieden Zeist Bergweg 1 3701 JJ Zeist T 030-6923857 M sora.zeist@planet.nl I www.sociaalraadsliedenzeist.nl 3 4 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Armoede in Utrecht Factsheet

Armoede in Utrecht Factsheet Armoede in Utrecht Factsheet Hier komt tekst Afdeling Onderzoek, maart 2015 Margriet de Haan, Linda Scheelbeek, Robin Tromp Inhoudsopgave 1. Ontwikkelingen armoede algemeen 2. Utrecht vergeleken: Wettelijk

Nadere informatie