Lektionswortschatz LEKTION 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Lektionswortschatz LEKTION 1"

Transcriptie

1 LEKTION 1 LEKTION 1 aangenaam angenehm allemaal alle de Amerikaan, Amerikaanse Amerikaner, Amerikanerin de beginner Anfänger de beginners Anfänger (Pl.) de Belg, Belgische [ˈ-ɣ iˑsə ] Belgier, Belgierin België [ˈ-ɣ iˑ(j)ə] Belgien Belgisch [ˈ-ɣ iˑs] belgisch ben bin bent bist, sind de cursist [kɵrˈsıst] Kursteilnehmer Daag! Tschüss! Dag! Auf Wiedersehen!, Guten Tag! dan dann dat das (da) de Deen, Deense Däne, Dänin Doei! Tschüss! Duits [dœyts] deutsch de Duitser, Duitse Deutscher, Deutsche Duitsland Deutschland een [ən] ein, eine (Artikel) en und Engeland England Engels englisch de Engelsman, Engelse Engländer, Englän derin erg sehr even eben de Fin, Finse Finne, Finnin Frankrijk [-ˈrɛĭk] Frankreich Frans französisch de Fransman, Franzose, Französin Francaise gaan gehen gaat gehst, geht gezellig [-ˈzɛləx] gesellig, gemütlich Goedemiddag! [ɣůˑdəˈmidax] Guten Tag! Goedemorgen! Guten Morgen! Goedenavond! Guten Abend! graag gerne Hallo! Hallo! heet heiße, heißt heten heißen hier hier hij er de Hongaar, Ungar, Ungarin Hongaarse het idee Idee ie er de Ier, Ierse Ire, Irin ik/ k ich in in is ist de Italiaan, Italiaanse Italiener, Italienerin Italiaans italienisch Italië [iˑˈtaːliˑ(j)ə] Italien je du, dich jij du kom (ich) komme, kommst (du) komen kommen leuk toll, lustig, schön maar aber Mag ik me even voorstellen? Darf ich mich kurz vorstellen? de meneer [məˈneːr] Herr meneer Kuiper Herr Kuiper met mit de mevrouw [məˈv raŭ] Dame, Frau mevrouw Bakker Frau Bakker de naam Name naar nach, in Nederland Niederlande de Nederlander, Nederlandse Niederländer, Niederländerin Nederlands niederländisch nee nein niet nicht ook auch Oostenrijk [-rɛĭk] Österreich de Oostenrijker, Oostenrijkse Österreicher, Österreicherin Oostenrijks österreichisch Polen Polen de Pool, Poolse Pole, Polin Pools polnisch Portugal Portugal Portugees [-tyˑˈ-] portugiesisch de Portugees, Portugese Portugiese, Portugiesin Prettig met u kennis te maken. Schön, Sie kennen zu lernen. de Rus, Russin [rɵˈsın] Russe, Russin Scandinavië Skandinavien Scandinavisch skandinavisch Spaans spanisch de Spanjaard, Spanier, Spanierin Spaanse Spanje Spanien spreken sprechen Stel ons maar even voor! Stell uns doch eben vor! straks nachher, später de studie [ˈstyˑdiˑ] Studium te leren kennen kennen zu lernen de toerist Tourist Tot straks! Bis nachher! Tot ziens! [tɔt] Auf Wiedersehen! de Turk, Turkse [tɵr(ə)k] Türke, Türkin u Sie uit [œyt] aus vanavond heute Abend vandaan her volg (ich) folge, folgst (du) voor für, vor voorstellen vorstellen waar wo Waar komt u Woher kommen Sie? vandaan? waar vandaan woher één 1

2 LEKTION 1 3 wat was we wir wel nicht übersetzbar Welterusten! Schlaf gut! wie wer wij wir willen wollen wonen wohnen woon (ich) wohne woont wohnt ze sie zeg sag (mal) de zeilcursus [ˈzɛĭl-] Segelkurs de zeilschool [ˈzɛĭl-] Segelschule zien sehen zij sie zijn sind, sein de Zwitser, Zwitserse Schweizer, Schweizerin Zwitserland Schweiz Zwitsers schweizerisch LEKTION 2 alleen alleine, nur de ambtenaar Beamte de ambtenares Beamtin andere andere(r,s) de apotheek Apotheke de apotheker Apotheker de apothekeres Apothekerin het appartement Wohnung, Appartement de baan Arbeitsstelle, Job bakken backen de bakker Bäcker, Bäckerin de bank Bank bezitten besitzen bij bei bijna klaar fast fertig de biologe Biologin de bioloog Biologe de boekhouder Buchhalter de brieven Briefe de bril Brille de broer Bruder het concert [-ˈsɛrt] Konzert de docente [-ˈsɛntə] Dozentin doen tun de dokter Arzt, Ärztin economie Betriebswirtschaft eigenlijk [ˑɛĭɣ ənlɛĭk] eigentlich fantastisch fantastisch de fiets Fahrrad fietsen Fahrrad fahren de film Film de geneesmiddelen Arzneimittel gezond gesund de groepsleider Gruppenleiter hebben haben heeft hat heel erg goed sehr gut Het gaat wel. Es geht so. Hoe gaat het Wie geht s? ermee? Hoe gaat het met Wie geht s dir/ihnen? je/u? Hoe maakt u het? Wie geht es Ihnen? de hoofdstad Hauptstadt de horeca [ˈhoːreˑka] Gastronomie houden van mögen, lieben Ik houd erg van... Ich mag sehr gerne... in de buurt in der Nähe de kapper Frisör de kapster Frisörin het kind Kind de kinderen Kinder klaar fertig knutselen [ˈknɵtsələn] basteln koken kochen de krant Zeitung later später lees (ich) lese de leraar Lehrer de lerares Lehrerin leren lehren lezen lesen liever lieber medicijnen [meːdiˈsɛĭnə(n)] Medizin de mens Mensch de mensen Menschen de natuur Natur niet zo best nicht so gut niet zo goed nicht so gut nog noch de opticien [-ˈsĭɛ ː] Optiker, Optikerin organiseren organisieren de ouders Eltern de personeelsleider Personalleiter de politieagent der Polizist de politieagente Polizistin praten reden, sprechen prima prima rechten Jura rekenen rechnen relatief relativ repareren reparieren de schilder Maler schilderen [ˈsxıldər-] malen de schilderes [-ˈrɛs] Malerin de schoen [sxuˑn] Schuh de schoenen Schuhe de schoenenwinkel Schuhladen de school [sxoːl] Schule schrijven [ˈsxrɛĭ-] schreiben de secretaresse Sekretärin slecht schlecht soms manchmal spelen spielen sportief sportlich de stad Stadt de student Student de studente Studentin de studenten Studenten studeren studieren 2 twee

3 de studieboeken Studienbücher de studierichting Studienfach t kan niet beter. Es könnte nicht besser sein. de taart Torte, Kuchen de tekenaar Zeichner de tekenares Zeichnerin telefoneren telefonieren de televisie Fernseher tennissen Tennis spielen thuis zu Hause de tijd Zeit tuinieren [-ˈniːr-] im Garten arbeiten twee zwei uitstekend [ˈ-steːk-] ausgezeichnet de universiteit Universität de verkoopster Verkäuferin verkopen verkaufen de verkoper Verkäufer de verpleegster Krankenschwester vertel eens sag mal wandelen spazieren gehen, wandern Wat heb jij voor hobby s? Was für Hobbys hast du? welke welche(r) het werk Arbeit werken arbeiten winkelen einkaufen, bummeln de woning Wohnung ziek krank zoek [zuˑk] (ich) suche zoeken suchen de zus [zɵs] Schwester zwemmen schwimmen LEKTION 3 het aanrecht Spüle und Arbeitsplatte in der Küche de badkamer Badezimmer de ballen Bälle de banaan Banane het bed Bett best wel einigermaßen de bies Borte binnen drinnen, rein het blik Dose de boekenkast Bücherregal de bom Bombe boos böse, sauer de boot Boot het bot Knochen het bureau [byˑroː] Schreibtisch de champignons Champignons de computer Computer daar dort Dank je! Dankeschön! het deeg Teig drinken trinken een beetje ein bisschen de eettafel Esstisch erg sehr eten essen de fauteuil [foˑˈtəĭ] Sessel de fles Flasche het fornuis [-ˈnɶys] Herd de fuut Haubentaucher de gang Flur geen kein(e) goed gut de gracht Gracht hangen hängen heel erg graag sehr gerne heerlijk herrlich helemaal niet ganz und gar nicht de hoek Ecke Hoi! Hallo! de honger Hunger het huis [hœys] Haus iets etwas ja ja de kamer Zimmer de kast Schrank de keuken [ˈkøːkə(n)] Küche het keukenkastje Küchenschränkchen de koffie Kaffee het kopje Tässchen, Tasse de lamp Lampe de luxe [ˈlyˑksə] Luxus lux luxuriös de maan Mond de manen Monde de mannen Männer meekomen mitkommen de mees Meise meestal meistens het mes Messer de messen Messer de/ modem Modem het de muren Mauern, Wände de muur Mauer, Wand de muziekinstallatie [myˑˈ-] Musikanlage het nachtkastje Nachttisch de nachtkastjes Nachttische namelijk [ˈnaːmələk] nämlich niet zo nicht sehr nogal ziemlich nu jetzt omdat weil ongelofelijk goed unglaublich gut ontzettend goed wahnsinnig gut op kamers wonen in einem Studentenzimmer wohnen de peer Birne de pizza Pizza de poster Poster de printer Drucker het raam Fenster de ram Widder de reproductie Kunstdruck het sap Saft drie 3

4 LEKTION 3 5 het schilderij [-ˈrɛĭ] Gemälde de schuur [sxyːr] Scheune de slaapkamer Schlafzimmer slapen schlafen snijden [ˈsnɛĭ(d)ə(n)] schneiden de spiegel Spiegel staan stehen steil steil de stoel Stuhl de tafel Tisch het team Team tevreden zufrieden het toilet Toilette de tomaten Tomaten de trap Treppe de tuin [tœyn] Garten het uitzicht Aussicht verder weiter de verwarming Heizung vinden finden de vis Fisch de vissen Fische het vloerkleed Teppich vrij [v rɛĭ] ziemlich, relativ, frei vrij klein relativ klein de wc [ʋeːˈseː] WC het weer Wetter de werkkamer Arbeitszimmer de wijn Wein de woonkamer Wohnzimmer Zekers! Aber natürlich! de zin Lust de zolder Dachboden LEKTION 4 s avonds abends acht acht de achtertuin [-tœyn] Garten hinter dem Haus af en toe ab und zu afdrogen abtrocknen afwassen abwaschen altijd [ˈ-tɛit] immer het balkon Balkon de bank Sofa beetje bisschen bekijken [-ˈkɛĭk-] betrachten bewonen bewohnen bijna beinahe, fast bijna altijd fast immer bijna nooit [ˈbɛĭnaː noːĭt] fast nie boodschappen doen einkaufen (Lebensmittel, Gebrauchsgegenstände) de boterham Butterbrot, Brotscheibe het centrum [ˈsɛntrɵm] Zentrum douchen duschen drie drei de dwergen Zwerge één [eːn] eins (Grundzahl) er is es gibt (Singular) er zijn es gibt (Plural) het eten klaarmaken Essen machen de flatgebouwen [ˈfl ɛtxəbaŭ ] Hochhäuser de flessen Flaschen het geld Geld het getal Zahl de getallen Zahlen de gevels Giebel de grachten Grachten haar ihr(e) half halb het huishouden doen [-haŭ ən] Haushalt machen hun ihr(e) huren mieten het journaal Nachrichten jouw [jaŭ] dein(e) jullie [ˈjɵliˑ] euer, eure kijken [ˈkɛikə(n)] schauen, gucken kopen kaufen een kwart ein Viertel de man Mann mijn mein(e) moe müde negen neun de nieuwbouw- [niˑŭ-] Neubaugebiete gebieden nooit [noːĭt] nie om um onder unter ongeveer ungefähr ons unser (het-wörter) het ontbijt [-ˈbɛĭt] Frühstück ontbijten frühstücken onze unsere (de-wörter) opruimen [ˈ-rœym-] aufräumen opstaan aufstehen over nach de planten Pflanzen de planten water Pflanzen gießen geven de ramen Fenster het rijtjeshuis [-hœys] Reihenhaus s middags mittags s morgens morgens schoonmaken [sxoːn-] sauber machen, putzen de scriptie [ˈskrıpsiˑ] Diplomarbeit smal schmal het snoepje [ˈsnuˑp-] Süßigkeit, Bonbon solliciteren [-ˈteːr-] sich bewerben sommige manche het stof afnemen Staub wischen stofzuigen staubsaugen strijken [ˈstrɛĭkə(n)] bügeln te zu televisie kijken [-ˈv iˑziˑ] fernsehen tien zehn tot bis twaalf zwölf uitrusten [ˈ-rɵst-] ausruhen uitslapen ausschlafen uur Uhr 4 vier

5 uw [yˑŭ] Ihr(e) (Höflichkeitsform) vaak oft de vaatwasser Spülmaschine het vakantiehuis [-ˈkansiˑhœys] Ferienhaus de verdiepingen Etagen, Stockwerke vertrekken abfahren, weggehen vier vier vijf [v ɛĭf] fünf de vingers Finger voordat bevor de voortuin [ˈ-tœyn] Vorgarten vragen fragen vroeg früh de vrouw [v raŭ] Frau de vrouwen Frauen wakker wach wakker worden aufwachen wanneer wann warm warm warm eten warm essen de was Wäsche de was doen Wäsche machen water geven gießen het weekend Wochenende weer wieder de woonboten Wohnboote zeggen [ˈzɛɣ ə(n)] sagen zes sechs zeven sieben zijn [zɛĭn] sein(e) de zoon Sohn LEKTION 5 achtentwintig achtundzwanzig achttien achtzehn afspraken maken Termine machen de agenda Terminkalender de automobilisten [-ˈlıst] Autofahrer de baas Chef de berekeningen [-ˈreːkən-] Berechnungen de bestellingen Bestellungen Bevrijdingsdag [-ˈv rɛĭ- -dax] Befreiungstag bijvoorbeeld [bəˈ-] zum Beispiel de boeken Bücher brieven schrijven Briefe schreiben de cadeautjes [kaˈdoːtĭə] Geschenke het concertgebouw [ɣ əˈbaŭ] Konzerthalle correspondentie Post durchsehen doornemen de dag Tag dagen Tage het dak Dach daken Dächer Dat klopt. Das stimmt. dertien dreizehn dertig dreißig dinsdag Dienstag donderdag Donnerstag drie kwartier Dreiviertelstunde drieëntwintig dreiundzwanzig een half uur eine halbe Stunde éénentwintig einundzwanzig de eeuw [eːŭ] Jahrhundert het ei [ɛĭ] Ei de feestdag Feiertag het fietspad Fahrradweg de geboorte Geburt het gedicht Gedicht gelukkig [ʒəˈlɵkəx] glücklicherweise, glücklich de havenstad Hafenstadt Hemelvaartsdag Himmelfahrt de herfst Herbst de herfstvakantie [-kansiˑ] Herbstferien hoeven brauchen honderd hundert het huwelijk [ˈhyˑŭ ələk] Hochzeit, Ehe iedereen [iˑdərˈeːn] jeder(mann) iemand [ˈiˑmant] jemand het jaar Jahr Kerstmis [ˈkɛrsmıs] Weihnachten de kerstvakantie [-kansiˑ] Weihnachtsferien de kleren Kleider de Koninginnedag [-dax] Königinnentag kunnen können het kwartier [-ˈtiːr] Viertelstunde de lente Frühling de maand Monat maandag Montag het meisje [ˈmɛĭʃə] Mädchen men man met mensen spreken mit Menschen sprechen de minuut [-ˈnyˑt] Minute moeten müssen, sollen mogen dürfen mooie schön na nach negentien neunzehn negentig [ˈneːɣ ə(n)təx] neunzig niemand niemand ondertekenen unterschreiben op vrijdag am Freitag opbellen anrufen Oud en nieuw Silvester de papa Papa Pasen Ostern pauzeren [-ˈzeːr-] pausieren Prettige vakantie! Schöne Ferien! de rommelmarkt Flohmarkt de seconde Sekunde Sinterklaas Sankt Nikolaus de sloot Graben het sociaal werk Sozialarbeit het spektakel Spektakel de steden Städte de straat Straße het straatfeest Straßenfest tachtig achtzig toch doch tweeëntwintig zweiundzwanzig vijf 5

6 LEKTION 5 7 twintig zwanzig typisch [ˈtiˑpiˑs] typisch het uur Stunde het vakantiebriefje Urlaubsantrag vakantiedagen Urlaubstage van tot von bis veel viel(e) veertien vierzehn veertig [ˈfeːrtəx] vierzig vergaderen [-ˈɣåːdər-] an einer Sitzung teilnehmen de verjaardag Geburtstag verschrikkelijk [-ˈsxıkələk] furchtbar, schrecklich het verslag schrijven Protokoll schreiben verzorgen versorgen vierentwintig vierundzwanzig vijfentwintig fünfundzwanzig vijftien fünfzehn vijftig [ˈfeĭftəx] fünfzig de volwassenen Erwachsene de voorjaarsvakantie Frühlingsferien vrijdag [ˈv rɛĭdax] Freitag het vuurwerk Feuerwerk de week Woche de weken Wochen winkelen Einkaufsbummel machen, einkaufen de winter Winter woensdag [ˈʋuˑnzdax] Mittwoch de zakenreis Geschäftsreise zaterdag Samstag zesentwintig sechsundzwanzig zestien sechzehn zestig sechzig zevenentwintig siebenundzwanzig zeventien siebzehn zeventig siebzig de ziekenzorg Krankenpflege de zomer Sommer de zomervakantie Sommerferien zondag Sonntag zullen werden LEKTION 6 zich aankleden sich anziehen achtste achte achttiende achtzehnte de airconditioning Klimaanlage april April augustus [-ˈɣ ɵstɵs] August avondeten zu Abend essen de bagage [baˈɣåːʒə] Gepäck het bezoek Besuch de brief Brief de buurt [byːrt] Nachbarschaft de conferentiezaal Besprechungssaal december [-ˈsɛmbər] Dezember de deken Decke derde dritte dertiende dreizehnte dertigste dreißigste dik dick de douche [duˑʃ] Dusche dun dünn duur [dyːr] teuer de eenpersoonskamer Einzelzimmer eerste erste de eetzaal Speisesaal elfde elfte elkaar einander ergens irgendwo zich ergeren sich ärgern, sich aufregen de etage [eˑˈtaːʒə] Etage het eten Essen februari Februar het formulier Anmeldeschein de foyer Foyer gemakkelijk [ʒəˈmakkələk] leicht, einfach goedkoop billig groot groß haar ihr, sie zich haasten sich beeilen hard hart, schnell heel ganz heet heiß hem ihm, ihn zich herinneren sich erinnern het es het hoofdkussen Kopfkissen hoog hoch de hotelbar Hotelbar de hotelgast Hotelgast de hotelkamer Hotelzimmer de identiteitskaart Personalausweis januari Januar jarig zijn Geburtstag haben jong jung jou dir, dich Juist! [jœyst] Genau! juli der Juli jullie [ˈjɵliˑ] euch, ihr juni Juni de kamers Zimmer de kamersleutel [ˈkaːmərsløːtəl] Zimmerschlüssel kapot kaputt klein klein de kluis [klœys] Schließfach, Safe kort kurz koud kalt laag [laːx] tief lang lang langzaam langsam leeg leer lelijk [ˈleːlək] hässlich licht leicht, hell het lichtknopje Lichtschalter de lift Aufzug de lounge [lauŋʃ] Aufenthaltsraum, Lounge lunchen zu Mittag essen 6 zes

7 LEKTION 7 de ansichtkaart Postkarte de ansichtkaarten Postkarten belangrijk [-rɛĭk] wichtig beroemd berühmt de bezienswaardigheden [bəˈziˑnsˈʋaːr- Sehenswürdigkeiten dəx-] de bloes Bluse het boek Buch de boekhandel Buchhandlung de brievenbus Briefkasten de broek Hose dat jenes deze diese die jene(r) dit dieses dragen tragen dus also de envelop Briefumschlag de enveloppen Briefumschläge het gemeentemuseum Gemeindemuseum goedkoper billiger groter größer de handdoek Handtuch hoe wie hoewel [ˈhuʋɛl] obwohl horen hören de jas Jacke de jurk [jɵr(ə)k] Kleid de kantoorboekhandel Schreibwarenladen de kerk Kirche de kledingzaak Bekleidungsgeschäft de maat Größe of of entweder oder het ondergoed Unterwäsche het overhemd Hemd het pak Anzug het paleis Palast de paraplu Regenschirm het park Park de pinautomaat Geldautomat de pinpas Bankkarte het plein Platz de politiek Politik de poort Pforte het postkantoor Postamt de postzegel [ˈpɔstseːɣ əl] Briefmarke de postzegels Briefmarken de pyjama [piˑˈjaː-] Pyjama de regenjas Regenjacke rijk reich de spijkerbroek Jeans het standbeeld Statue het strand Strand de stropdas Krawatte de tandenborstel Zahnbürste de tandpasta Zahnpasta terwijl [tərˈʋɛĭl] während de toren Turm de trui [trœy] Pullover maart März de matras Matratze mei Mai mij mir, mich modern modern moeilijk [ˈmuˑĭlək] schwer, kompliziert mooi schön, hübsch de nachten Nächte negende neunte negentiende neunzehnte november November elkaar omarmen sich umarmen oktober Oktober het onderkomen Unterkunft ons uns op bezoek zu Besuch oud alt ouderwets [-ˈʋɛts] altmodisch de parkeergarage [-raːʒə] Parkhaus het parkeerterrein Parkplatz parkeren parken het paspoort Reisepass per nacht pro Nacht plaatsvinden stattfinden de receptie [-sɛpsiˑ] Rezeption de receptionist Rezeptionist de receptioniste Rezeptionistin het restaurant Restaurant zich scheren [ˈsxeːr-] sich rasieren september September snel schnell sterk stark het stopcontact Steckdose de tandarts Zahnarzt tiende zehnte tussen [ˈtɵsə(n)] zwischen twaalfde zwölfte tweede zweite de tweepersoonskamer Doppelzimmer twintigste zwanzigste zich uitkleden sich ausziehen veertiende vierzehnte veertigste vierzigste de verdieping Etage, Stockwerk zich vergissen sich irren zich verslapen verschlafen vierde vierte vijfde fünfte vijftiende fünfzehnte vol voll volledig pension [-ˈleːdəx] Vollpension zich wassen sich waschen zacht weich de zee Meer, die See zesde sechste zestiende sechzehnte zevende siebte zeventiende siebzehnte zwaar schwer zwak schwach zeven 7

8 LEKTION 7 11 ver weit vroeger früher want denn de winkel Geschäft zodat sodass zowel als sowohl als auch LEKTION 8 de aardappel Kartoffel de aardbeienjam [ˈ-bɛĭʒɛm] Erdbeermarmelade de appel Apfel de appeltaart Apfelkuchen het beschuit [-ˈsxœyt] Zwieback besluiten [-ˈslœyt-] beschließen bieden bieten de biggen Ferkel (Plural) de bloemkool Blumenkohl de boerderij [buːrdəˈrɛĭ] Bauernhof de boter Butter het brood Brot het broodbeleg Brotaufschnitt/ -aufstrich het broodje Brötchen de courgette [kuˑrˈʒɛt(ə)] Zucchini het/ drop Lakritze de een tijdje eine Weile het fruit [frɶyt] Obst gewoon einfach, nur de groente [ˈɣ ruˑntə] Gemüse de groenteboer [ˈɣ ruˑntəbuːr] Gemüsebauer de groentetuin Gemüsegarten de hagelslag Schokostreusel de ham Schinken de honing Honig de kaas Käse de kaasboer Käsebauer de kip Huhn de kippen Hühner de koe Kuh de komkommer Gurke de krentenbollen Rosinenbrötchen loeien [ˈlŭ ˑiə(n)] muhen lopen gehen de melk Milch de muesli Müsli noemen nennen ontmoeten begegnen het paard Pferd het pensioen Rente de pindakaas Erdnussbutter de prei Lauch redden retten rijden [ˈrɛĭ(d)ə(n)] fahren het schaap [sxaːp] Schaf schillen [ˈsxılə(n)] schälen de sinaasappel Orange de sla Kopfsalat, Salat het spruitje [ˈsprœy-] Rosenkohl de stal Stall stampen stampfen de stroopwafel Honigwaffel de supermarkt Supermarkt de thee Tee het tijgerbrood [ˈtɛĭɣ ər-] Brot toevoegen hinzufügen de ui [œy] Zwiebel uitgebreid [-brɛĭt] ausgiebig het varken Schwein verhuizen umziehen vertellen erzählen de vla Pudding het vlees Fleisch de vruchtenhagel [ˈv rɵx-] bunte Zuckerstreusel wachten warten de wandeling Spaziergang de worst Wurst de wortel Karotte de yoghurt [ˈjɔxərt] Joghurt LEKTION 9 allebei beide de berg Berg de bezoeker [-ˈzuˑk] Besucher het bezoekerscentrum [-ˈsɛntrɵm] Besucherzentrum de bioscoop Kino het blad Blatt blauw blau de bloem Blume de boom Baum het bos Wald bruin [brœyn] braun het café Café, Kneipe de coffeeshop [ˈkɔfi ˑʃɔp] Coffeeshop de dijk [dɛĭk] Deich de discotheek Disco drogen trocknen de duinen [dœyn-] Dünen de evenementenkrant Veranstaltungskalender de fietsen Fahrräder de fietsroute Fahrradroute de fietstocht Fahrradtour het gat Loch geel gelb gekleurd [-ˈkløːrt] bunt, farbig het gras Gras grijs [ɣ rɛĭs] grau groen grün de heide Heide de hemel Himmel de heuvel [ˈhøːv əl] Hügel het kanaal Kanal de kroeg Kneipe het landschap Landschaft het meertje (kleiner) See het moerasland Moor het natuurgebied Naturgebiet het natuurreservaat Naturreservat 8 acht

9 oranje orange paars lila de polder Polder prachtig wunderschön de rivier Fluss rood rot de schouwburg [ˈ-bɵr(ə)x] Theater het terras Terrasse uniek [yˑˈniˑk] einzigartig vandaag heute de vogel Vogel de vriend Freund de wandelroute [-ruˑtə] Wanderroute het weiland Weide wit weiß de wolk Wolke de zandverstuiving Sandverwehung zwart schwarz zin in Lust auf LEKTION 10 het telefoonnummer Telefonnummer de tomatensoep Tomatensuppe de tonijn [-ˈnɛĭn] Thunfisch de tram [trɛm] Straßenbahn de trein Zug trouwen [ˈtraʋ -] heiraten vaardig met Erfahrung mit/ geübt in de vaardigheid [-xɛĭt] Fertigkeit vanzelfsprekend selbstverständlich verschillende [-ˈsxı-] verschiedene de vertraging Verspätung het vertrek Abfahrt de vertrektijd Abfahrtszeit het vliegtuig [v liˑxtœyx] Flugzeug het vliegveld Flughafen vloeiend [ˈv lŭ-] fließend het voorgerecht Vorspeise de vrachtwagen Lastwagen het water Wasser het werkcontract Arbeitsvertrag de ziektekostenverzekering Krankenversicherung de aankomsttijd Ankunftszeit afrekenen bezahlen, abrechnen afstempelen entwerten, stempeln de arbeidsvoorwaarden Arbeitsbedingungen arriveren ankommen bedrijfskunde Betriebswirschtaftslehre blij froh, glücklich de boodschap Nachricht de bromfiets Moped de bus Bus het centraal station [sɛnˈ-] Hauptbahnhof de dieren Tiere de eis Forderung, Bedingung fris erfrischend, frisch de functie Position de functie-eisen [ˈfɵŋksiˑ-] Arbeitsvoraussetzungen het hoofdgerecht Hauptspeise de keus, keuze [køːs] Wahl de luchthaven [ˈlɵxt-] Flughafen meteen sofort de metro S-Bahn het nagerecht Nachspeise de opleiding Ausbildung, Studium de pannenkoek Pfannkuchen de paprika Paprika de pensioenregeling [-ˈsĭuˑn-] Pensionsleistung het perron [pɛˈrɔn] Bahnsteig de personalia Personalien het salaris Gehalt, Bezahlung samen zusammen de scriptie [ˈskrıpsiˑ] Diplomarbeit het sollicitatiegesprek [-ˈtaː(t)siˑ] Bewerbungsgespräch het spoor Gleis de strippenkaart Mehrfahrtenkarte de taak, taken Aufgabenbereiche LEKTION 11 aankomen zunehmen (Gewicht) aanraken berühren aanwijzen anzeigen het advies Rat de afspraak Verabredung, Termin afvallen abnehmen (Gewicht) balletje trappen kicken bang zijn Angst haben bedoelen meinen het been Bein het begrip Begriff; Verständnis bekend bekannt bepaald bestimmt de bestuurder Fahrer betrekkelijk relativ, verhältnismäßig de bevalling Entbindung bijpassend passend zu bijzonder besonders, außergewöhnlich binnenkomen hereinkommen binnenkort bald, in Kürze de botsing Zusammenstoß bovendien außerdem de buikpijn Bauchschmerzen de buren (Pl.) Nachbarn de diarree Durchfall de doktersassistent(-e) Arzthelfer(-in) de drogist Drogerie duidelijk deutlich duiken tauchen de eb Ebbe de echo Ultraschall eerlijk ehrlich, gerecht elk jede, jeder, jedes enigszins einigermaßen enkele einige negen 9

10 LEKTION het feit Fakt, Tatsache de felicitatiekaart Gratulationskarte flink kräftig, erheblich gebeuren geschehen gebruikelijk gebräuchlich, üblich genoeg ausreichend, genug gewond verwundet de gezondheid Gesundheit glimlachen lächeln de griep Grippe de gyneacoloog Frauenarzt hardlopen rennen hartstikke extrem, sehr helaas leider de hoek Ecke het hoofd Kopf hopen hoffen de huisarts Hausarzt iets ergs etwas Schlimmes in verwachting zijn schwanger sein inademen einatmen inderdaad tatsächlich, in der Tat het inloopspreekuur Sprechstunde integendeel im Gegenteil invullen ausfüllen juist richtig de keel Hals, Rachen de keer mal de kies Backenzahn de kiespijn Zahnschmerzen de klacht Beschwerde de kolom Spalte de koorts Fieber het kraambed Wochenbett de kraamverzorgster Wochenbettpflegerin de kruidenthee Kräutertee kwijt verloren, weg, los langs komen vorbeigehen, -schauen de last(en) Belastung de ledemaat Körperteil de leiding Führung, Leitung de letter Buchstabe het lichaam Körper het lid Mitglied de liefde Liebe de lieverd Liebling de lip Lippe de lol Spaß de long Lunge luisteren zuhören, hören de medestudent Kommilitone(-in) het medicijn Medikament, Medizin menselijk menschlich misschien vielleicht de misselijkheid Übelkeit mogelijk möglich de mond Mund natuurlijk natürlich neerleggen hinlegen de nek Genick, Hals (außen) het netwerk Netzwerk de neuroloog Neurologe de neus Nase de neusdruppels Nasentropfen het nieuws Neuigkeit, Nachricht niezen niesen nodig hebben brauchen oefenen üben omhoog nach oben ondanks trotz onderzoeken untersuchen het ongeluk Unfall ongelukkig unglücklich ongevaarlijk ungefährlich, harmlos onjuist nicht richtig, falsch ontvangen empfangen ontzettend wahnsinnig, sehr het oog Auge het oor Ohr ophalen abholen de oplossing Lösung oproepen aufrufen optreden auftreten opzoeken aufsuchen, besuchen overspannen zijn überarbeitet sein paardrijden reiten de pas Pass, Karte, Ausweis de pijn Schmerz/Schmerzen plakken kleben de plek Stelle, Ort poliklinisch ambulant het pond Pfund precies genau de reactie Reaktion de rib Rippe roeien rudern, paddeln de rol Rolle de rug Rücken de rugpijn Rückenschmerzen ruiken riechen de rust Ruhe schaatsen Schlittschuh laufen de schat Schatz schijnbaar scheinbar de schouder Schulter skiën Skifahren slap schlapp slikken schlucken smakken schmatzen smeren schmieren het snoep Süßigkeiten snotterig verschnupft de spier Muskel sporten Sport treiben de sportuitzending Sportsendung steeds ständig, immer de suikerlaag Zuckerschicht tand Zahn teen Zeh tegemoet entgegen de tekst Text de term Begriff tijdens während trainen trainieren 10 tien

11 trakteren spendieren trouwens übrigens uitademen ausatmen uitgerekend zijn Geburtstermin uitoefenen ausüben de vader Vater het vakje Fach, Kästchen van plan zijn vorhaben vasthouden festhalten de verassing Überraschung verkouden zijn verschnupft, erkältet sein de verloskundige Hebamme vermoeiend ermüdend, anstrengend verstandig vernünftig versturen verschicken de vertaling Übersetzung vervangen ersetzen de voet Fuß voetballen Fußball spielen voetbalwedstrijd Fußballspiel vooral vor allem voorbeeld Beispiel, Vorbild het voorhoofd Stirn vreselijk schrecklich, entsetzlich de vroedvrouw Hebamme de wachtkamer Wartezimmer de Waddenzee Wattenmeer wadlopen wattwandern weleens manchmal, mal de wereldkampioenschap Weltmeisterschaft Werk ze! Schaff gut! wielrennen Radsport treiben wijzen zeigen de wintervakantie Winterferien de wond Wunde zeer doen weh tun zeker sicher(lich) het ziekenhuis Krankenhaus de ziekte Krankheit de zwangerschap Schwangerschaft LEKTION 12 het aantal Menge, Anzahl aantrekkelijk attraktiv, anziehend aardig nett de achterkleindochter Urenkelin de afhankelijkheid Abhängigkeit alleenstaand alleinstehend, allein erziehend de baard Bart de bedreiging Bedrohung begaafd begabt belangstellend interessiert beleefd höflich bepalen bestimmen, festlegen de beschutting Schutz bestaan existieren, bestehen bestuurlijk amtlich bestuurstaal Amtssprache betekenen heißen, bedeuten betrouwbaar zuverlässig, vertrauenswürdig bijbehorend zugehörig bijvoorbeeld (bijv.) zum Beispiel bovenstaand obenstehend brutaal frech, unverschämt het buurland Nachbarland het cadeau(tje) Geschenk(chen) de communicatie Kommunikation de dochter Tochter dom dumm donker dunkel Duitstalig deutschsprachig de echtgenoot, echtgenote Ehemann, Ehefrau een heleboel eine ganze Menge de eeuw Jahrhundert elke jede, jeder energiek voller Energie, energisch het figuur Figur fijn angenehm, schön gebruiken benutzen, gebrauchen het gedeelte Teil het humeur Laune gek verrückt, versponnen de gelijkheidswet Gleichheitsgesetz gelijkwaardig gleichwertig, ebenbürtig geloven glauben gemeen gemein, böse gemeenschappelijk gemeinsam gereserveerd reserviert, zurückhaltend gespierd muskulös gestorven verstorben, gestorben het geval Fall, Beispiel gevoel Gefühl gevoelig, fijnbesnaard sensibel gewelddadig gewalttätig gewest Gegend, Gebiet gezamelijk gemeinsam het gezin Familie gooien werfen, schmeißen grappig lustig, witzig de grootmoeder, -vader Großmutter, -vater de grootouders Großeltern herkennen wiedererkennen het vertrouwen Vertrauen hoffelijk höflich, freundlich hooghartig hochnäsig, arrogant de indruk Eindruck intussen inzwischen de inwoner Einwohner de karaktereigenschap Charaktereigenschaft het kleinkind Enkel, -in kletsen schwätzen, plaudern knap begabt, intelligent, schlau kruipen kriechen, krabbeln de krul Locke krullerig lockig het kuiltje Grübchen kunstzinnig künstlerisch lief lieb, brav lijken op ähneln luidruchtig laut, unruhig mannelijk männlich de mening Meinung elf 11

12 LEKTION met behulp van mit Hilfe von de moeder Mutter de mop Witz mopperen meckern, sich beschweren de neef Cousin, Neffe de nicht Cousine, Nichte officieel offiziell onbeschoft unverschämt onbetrouwbaar nicht vertrauenswürdig, unzuverlässig het onderwijs Unterricht, Bildung ongevoelig unsensibel, gefühllos ontbranden entfachen ontbreken fehlen ontstaan entstehen de oom Onkel openhartig offenherzig, offen opscheppen angeben de opstand Aufstand de ouder Elternteil de overgrootmoeder, -vader Urgroßmutter, -vater overleden verstorben overwegend überwiegend de patat Pommes prettig angenehm de relatie Beziehung rustig, stil ruhig, still saai langweilig samenwonen zusammenleben de schoonbroer, -zus Schwager, Schwägerin de schoondochter, -zoon, -moeder, -vader Schwiegertochter, -sohn, -mutter, -vater serieus seriös, ernst de smaak Geschmack de snor Schnurrbart de soep Suppe de stijl Stil sympathiek sympathisch de taalgrens sprachliche Grenze de taalstrijd Sprachenstreit tenger zierlich, schmal de tentoonstelling Ausstellung terughoudend zurückhaltend tweedehands gebraucht, aus zweiter Hand de tweeling Zwillinge tweetalig zweisprachig twijfelen zweifeln uiteenlopend auseinanderstrebend uiterlijk äußerlich de uitspraak Aussprache de unie Union van elkaar verschillen sich unterscheiden vastgelegd festgelegt verdeeld verteilt het verschil, verschillend Unterschied, verschieden verstaan verstehen de verstandhouding Verhältnis vervelend nervig, ärgerlich de verwarring Verwirrung de visite Besuch Vlaams flämisch de vloer Fußboden vriendelijk freundlich vriendschap Freundschaft vrolijk fröhlich, freundlich de vrolijkheid Fröhlichkeit vrouwelijk weiblich de weduwe/weduwnaar Wittwe/Wittwer de wereldoorlog Weltkrieg de wet Gesetz wettelijk gesetzlich zelfverzekerd selbstsicher zodra sobald zulke solche de zwager Schwager LEKTION 13 (het) midden Mitte/mitten wijk (woonwijk) Viertel (Wohnviertel) het aanbod Angebot het aandeel Anteil de advertentie Annonce afhankelijk abhängig de afkorting Abkürzung de aflossing Tilgung de afslag Ausfahrt de afstand Abstand de allochtoon Ausländer/ausländisch de autochtoon Einheimischer het bedrag Betrag behoren gehören (zu) de bel Klingel bereikbaar erreichbar de bescherming Schutz betalen bezahlen de bevolkingsdichtheid Bevölkerungsdichte bewonderen bewundern de bocht Kurve bouwen bauen de bovenburen Nachbarn, die über einem wohnen de breedte Breite de brug Brücke buiten draußen, außen de buitenwijk Vorort, Vorstadt de buurvrouw Nachbarin de cirkel Kreis de contractant Vertragspartner, Auftragnehmer dagelijks täglich het decennium Jahrzehnt diverse mehrere, vielfältige de doodlopende weg Sackgasse de driehoek Dreieck droog trocken de drooglegging Trockenlegung duurzaam dauerhaft (z. B. Energie ) een kijkje nemen ein wenig herumschauen de ééngezinswoning Einfamilienhaus, -wohnung het éénrichtingsverkeer Einbahnstrasse eenzaam einsam de eigenaar Eigentümer, Besitzer 12 twaalf

13 de file Stau fout falsch, nicht richtig het gebruiksartikel Gebrauchsgegenstand de geldverstrekker Geldgeber gelijknamig gleichnamig de gemeenteraad Gemeinderat gerealiseerd realisiert het getal Zahl het gevolg Folge de groei Wachstum de grond Boden, Land, Grundstück de grootte Größe, Umfang het hart Herz de hectare Hektar het herenhuis Herrenhaus het stadsdeel Stadtteil het stoplicht Verkehrsampel het hofje Hof, Innenhof de hoogte Höhe huidig heutig, gegenwärtig de huisbaas Eigentümer, Hausbesitzer de huizenmarkt Häusermarkt de hulp Hilfe de huur Miete het huurcontract Mietvertrag de huurder Mieter in aanmerking komen in Frage kommen in een wip ganz schnell in feite im Grunde, faktisch in termijnen in Raten inboedelverzekering Hausratversicherung het inwonertal Einwohnerzahl kind(er)vriendelijk kinderfreundlich kleurrijk bunt, vielfarbig komende zukünftige het koophuis Eigenheim de koopprijs Kaufpreis de koper Käufer de kraakbeweging Hausbesetzerbewegung het kruispunt Kreuzung kubiek kubik de kubus Würfel, Kubus kwijtraken verlieren de landoppervlakte Landfläche het lawaai Lärm de leeftijd Alter leegstaand leerstehend de lengte Länge de lening Anleihe, Kredit leveren liefern licht/electra Elektrik (Mietnebenkosten) de ligging Lage de lijn Linie de lucht Luft maandelijks monatlich de makelaar Makler meten messen de middeleeuwen Mittelalter de moeite Mühe de mogelijkheid Möglichkeit nabij in der Nähe het nadeel Nachteil nagelvast nagelfest nakomen erfüllen, einlösen de nieuwbouwwijk Neubaugebiet het noorden Norden de omgeving Umgebung de omschrijving Umschreibung, Beschreibung onderhandelen verhandeln het onderhoud Unterhalt het onderpand Pfand, Sicherheit het onroerend goed Immobilien het ontwerp Entwurf de ontwikkeling Entwicklung oorspronkelijk ursprünglich het oosten Osten op het platteland auf dem Land openbaar öffentlich de oppervlakte Oberfläche opvallend auffällig de overdracht Übergabe de overkant gegenüberliegende Seite oversteken überqueren Pardon Entschuldigen Sie de passant Fußgänger de pen Stift, Kugelschreiber het perceel Grundstück het percentage Prozentsatz de plattegrond Plan, Stadtplan de privacy Privatsphäre de punt Punkt puur pur rechtdoor geradeaus rechterkant rechte Seite rechtsaf nach rechts de rij Reihe de rijstrook Fahrbahn de rotonde Kreisverkehr ruim weit, geräumig de ruimte Raum de samenstelling Zusammenstellung de sfeer Atmosphäre, Stimmung slechts bloß, lediglich de snelweg Autobahn spijt hebben bedauern de spreker Sprecher de spullen Sachen, Zeug de streek Gegend, Landstrich tegelijkertijd gleichzeitig tenslotte schließlich de terugbetaling Rückzahlung tijdelijk vorübergehend toekomstig zukünftig de toestemming Zustimmung toevallig zufällig de tussenwoning mittleres Reihenhaus uiteindelijk schließlich, schlussendlich uiterst äußerst de uitgaansmogelijkheid Ausgehmöglichkeit de uitgroei Wachstum, Ausbreitung de uitlaatgassen Abgase de uitrit Ausfahrt de vakantie Urlaub, Ferien vanwege wegen dertien 13

14 LEKTION vast fest de verhuurder Vermieter het verkeersbord Verkehrsschild het verlies Verlust verplaatsbaar beweglich, verschiebbar het vervoer Transport verwachten erwarten de verzekering Versicherung het vierkant Quadrat vierkante meter Quadratmeter het voordeel Vorteil voormalig ehemalig voortdurend andauernd, anhaltend voorzien van versehen mit, ausgestattet mit de voorziening Einrichtung, Ausstattung vorige letzt(e/r/s) vrijstaand freistehend de waarborgsom Kaution de wateroppervlakte Wasseroberfläche het wegenstelsel Straßensystem de wegwerkzaamheden Straßenbaustelle de wens Wunsch westers westlich de woonbuurt Wohngegend de woonoppervlakte Wohnfläche de woonruimte Wohnraum de zekerheidsstelling Sicherheitsleistung, Kaution zetelen sitzen (z. B. in der Politik) zetten stellen, setzen de zijstraat Seitenstraße het zuiden Süden LEKTION 14 aanwezig anwesend de accomodatie Unterkunft armoedig ärmlich, armselig het assortiment Sortiment, Auswahl avontuurlijk abenteuerlich beduidend bedeutsam behalve außer de behoefte Bedürfnis beinvloeden beeinflussen beleven erleben beloven versprechen beschikbaar verfügbar beschikken over verfügen über de betekenis Bedeutung de betrekking Beziehung, Bezug het binnenland Inland de bliksem Blitz bni (bruto nationaal inkomen) BNE (Bruttonationaleinkommen) de bodemvervuiling Bodenverschmutzung broeikaseffect Treibhauseffekt de bui Schauer deel Teil dichtbegroeid dichtbewachsen het doel Ziel de donder Donner doorgaans normalerweise, ständig doormaken durchmachen doornig dornig de dorst Durst draadloos schnurlos de droomreis Traumreise druilerig trüb (Wetter) de druppel Tropfen duren dauern de dwangarbeider Zwangsarbeiter echter jedoch het eiland Insel eindelijk endlich de evenaar Äquator evenals sowie de faciliteiten, voorziening Ausstattung, Einrichtung fors kräftig geheel ganz geleidelijk allmählich gematigd gemäßigt het gemiddelde Durchschnitt genieten genießen het halfrond Halbkugel halverwege halbwegs, auf halbem Weg heuvelachtig hügelig de hoogvlakte Hochebene, Plateau in het kader van im Rahmen von indrukwekkend beeindruckend inheems einheimisch inschatten einschätzen inzetten einsetzen het jaargetijde Jahreszeit jaarlijks jährlich de kans Chance, Gelegenheit het kenmerk Merkmal de keus/keuze (Sg.) Wahl/Auswahl kiezen wählen het klimaat Klima klimaatbestendig klimabeständig de kloof Schlucht, Kluft koel kühl krachtig kräftig de kustverdediging Küstenwache het kwik Quecksilber de landbouw Landwirtschaft de lentedag Frühlingstag de levensomstandigheden Lebensumstände de loopafstand Laufabstand matig mäßig de Middellandse Zee Mittelmeer het milieu Umwelt de milieuvervuiling Umweltverschmutzung de mist Nebel de motregen Nieselregen nachtelijk nächtlich nauwelijks kaum Nederlands-Indië Indonesien (Niederländisch- Indien) de neerslag Niederschlag noordelijk Nord-, nördlich de offerte Angebot de omstandigheid Umstand 14 veertien

15 onafhankelijk unabhängig de ontevredenheid Unzufriedenheit het onweer Gewitter ooit je, jemals oostelijk östlich de opklaring Aufheiterung oplettend aufmerksam opnemen aufnehmen oprichten errichten, gründen de orkaangordel Orkangürtel overdreven übertreiben overnemen übernehmen de overstroming Überschwemmung het peil Pegel (Wasser) de periode Periode, Zeitspanne plaatselijk örtlich, lokal de plantensoort Pflanzenart de ramp Katastrophe regenachtig regnerisch het regenwoud Regenwald de reis Reise de rijst Reis het fiets-, rijwielverhuur Fahrradverleih het rioolwater Abwasser de roomservice Zimmerservice samenwerken zusammenarbeiten schitterend wunderschön, fantastisch de schommeling Schwankung, Fluktuation de schrijver Autor het seizoen Jahreszeit sfeervol stimmungsvoll snappen verstehen, kapieren de sneeuw Schnee sneeuwen schneien de specerij Gewürz de stedentrip Städtereise stevig kräftig stijgen steigen, aufsteigen stormen stürmen streven streben de struik Gebüsch, Strauch de suiker Zucker tegenwoordig heutzutage, gegenwärtig de temperatuurschommeling Temperaturschwankung de tennisbaan Tennisplatz tevoorschijn zum Vorschein toegang Zugang, Eintritt de toestand Zustand uitbuiten ausbeuten uitsluiten ausschliessen de uitzondering Ausnahme het vakantiepark Ferienanlage de vallei Tal verbeteren verbessern verbouwen renovieren, umbauen verdwijnen verschwinden het verhaal Geschichte veroveren erobern verscherpen verschärfen verstoppen verstecken vervuilen verschmutzen verwerkelijken verwirklichen het vleugje Hauch de volgorde Reihenfolge volledig vollständig voorlopig vorläufig voornamelijk hauptsächlich het (weers)vooruitzicht (Wetter)aussicht de vorst Frost de vorstperiode Dauerfrost vriezen frieren vrijwel beinahe de waarde Wert de warmte Wärme het weekend-uitstapje Wochenendausflug wegtrekken wegziehen de welvaart Wohlstand de wereld Welt wisselvallig wechselhaft witbesneeuwd weißbeschneit het zeeklimaat Meeresklima de zeespiegel Meeresspiegel zelfs sogar zogenaamd sogenannt de zondvloed Sintflut zover soweit de zuiverheid Reinheit LEKTION 15 (zich) vestigen (sich) niederlassen de aandelenbeurs Aktienbörse aanduiden andeuten aaneensluiten (sich) zusammentun, fusionieren aanvaarden akzeptieren, annehmen aanvankelijk anfangs het aardgas Erdgas de adviseur Berater de afgevaardigde Abgeordnete het alcoholmisbruik Alkoholmissbrauch averechts falsch herum, kontraproduktiv het (avond)journaal (Abend)Nachrichten het bedrijf Betrieb het belastingsgeld Steuergeld beperken einschränken, beschränken bestemd vorgesehen bestraffen bestrafen bestrijden bekämpfen besturen regieren, leiten de beurs Börse bevatten beinhalten, umfassen beweren behaupten de bijeenkomst Zusammenkunft binnenkomende hereinkommende blijkbaar scheinbar, wie sich herausstellt blijken sich zeigen, sich herausstellen de bloembollenteelt Blumenzwiebelzucht de boete Bußgeld vijftien 15

16 LEKTION nuttig nützlich de olieverwerking Ölverarbeitung de omzet Umsatz de onderneming Unternehmen ongedeerd unversehrt, wohlbehalten onvoltooid unvollendet de onzin Unsinn de opdracht Auftrag opgroeien aufwachsen de opinie Meinung de opkomst (verkiezingen) Wahlbeteiligung de oprichting Gründung, Errichtung de oproep Aufruf, Aufforderung de optocht Umzug, Zug de opvatting Auffassung opvoeden erziehen opvoeren aufführen de outillage Ausrüstung, Ausstattung overal überall overbodig überflüssig overbruggen überbrücken de overheid Regierung, Behörde overmaken überweisen overmatig übermäßig de overtuiging Überzeugung de peiling Umfrage de pijpleiding Pipeline pleiten plädieren plotseling plötzlich de pluimveehouderij Federviehzucht de poes Katze de portemonnee Geldbeutel de provinciale staten Provinzen het rapport Bericht, Rapport de rechtbank Gericht, Gerichtshof rechterlijk gerichtlich, richterlich rechtstreeks geradewegs, direkt reeds bereits, schon het regeringsbeleid Regierungspolitik de samenleving Gesellschaft samenvatten zusammenfassen de schatting Schätzung sindsdien seitdem de snelheid Geschwindigkeit de spelling Rechtschreibung het spoorwegenstelsel Bahnsystem het spoor Gleis staatkundig politisch, staatsmännisch het staatshoofd Staatschef, -oberhaupt het steekwoord Stichwort stemmen wählen, stimmen de stemmers Wähler de steun Unterstützung stichten errichten, gründen de taak Aufgabe, Auftrag tegenover gegenüber de tegenspraak Widerspruch de tegenstander Gegner, Kontrahent de tegenstelling Gegensatz, Kontrast tegenstrijdig widersprüchlich, gegensätzlich het teken Zeichen de brandstof Brennstoff het buitenland Ausland capabel fähig het cijfer Zahl de dader Täter het dagblad Tageszeitung dalen absteigen, sinken, fallen de dief Dieb de diepte Tiefe de drank (hochprozentiger) Alkohol het drankgebruik Alkoholgebrauch dronken betrunken de droom Traum eeuwenoud jahrhundertealt, uralt de effectenbeurs Wertpapierbörse de energiemaatschappij Energiegesellschaft het erfgoed Erbgut de erfopvolging Erbfolge europees europäisch eveneens ebenfalls evenveel gleich viel de fabricage Herstellung, Fertigung feestelijk festlich de gemeenteraadsverkiezing Gemeinderatswahl de geschiedenis Geschichte de gezondheidstoestand Gesundheitszustand het goederenvervoer Gütertransport goedkeuren billigen de grondwet Grundgesetz het handelskantoor Handelsbüro de handtekening Unterschrift de hoeveelheid Menge het hoofdkantoor Hauptbüro hoofdzakelijk hauptsächlich het inkomen Einkommen de instantie Geschäftstelle, Agentur invloedrijk einflussreich de inwijding Einweihung inzien einsehen de jeugdfilm Jugendfilm de jongeren (Pl.) Jugendlicher het kabinet Bundeskabinett het kamerlid Bundestagsabgeordneter, Parlmentarier de kampioenschap Meisterschaft kenmerkend kennzeichnend, charakteristisch de kiesgerechtigde Wahlberechtigter de kieswet Wahlgesetz de klimaattop Klimagipfel de krantenkop Schlagzeile krap knapp de leeftijdsgrens Altersgrenze de lidstaat Mitgliedstaat de lijsttrekker Spitzenkandidat de maatregel Maßnahme massa s massenweise de meerderheid Mehrheit de mensenmenigte Menschenmenge de natie Staat, Nation neerzetten hinstellen, hinsetzen 16 zestien

17 toezeggen zusagen, versprechen toneelspelen Theater spielen, schauspielern het toneelstuk Theaterstück de tuinbouw Gartenbau uitbrengen herausbringen, veröffentlichen de uitkering Unterstützung (finanz.), Zulage de uitleg Erläuterung, Erklärung uitstellen verschieben, vertagen uitvoeren ausführen, exportieren uitzonderlijk außerordentlich, außergewöhnlich de vacature Stellenangebot, -ausschreibung van oudsher von alters her de varkensfokkerij Schweinezucht de veehouderij Viehhalterei de veeteelt Viehzucht verdacht verdächtig de verkiezing Wahl (polit.) verliezen verlieren de vermelding Meldung, Erwähnung verschijnen erscheinen de verschuiving Verschiebung verslaan besiegen, ausschalten vervoeren transportieren de vervulling Erfüllung de verwerking Verarbeitung via über voeden füttern, ernähren het voedselproduct Nahrungsprodukt de voedselverwerking Nahrungsverarbeitung/ -produktion de volksvertegenwoordiging Volksvertretung volwassen erwachsen voorlichten aufklären de voorpagina Vorderseite vormen bilden, formen de weergave Wiedergabe wekelijks wöchentlich de wereldeconomie Weltwirtschaft de wetenschap Wissenschaft wetgevend gesetzgebend het wetsvoorstel Gesetzesvorschlag het wijkcentrum Gemeindezentrum winnen gewinnen de zetel Sitz (Regierung) de zuivel Milchprodukte LEKTION 16 de aandacht Aufmerksamkeit aangifte doen Angaben machen (Behörde) aanmoedigen anspornen, ermutigen aantonen zeigen, beweisen de aarderijkskunde Geografie de achtergrond Hintergrund de afdeling Abteilung afronden beenden, abschließen de balie Schalter, Theke de basisschool Grundschule behalen erlangen de belevenis Erlebnis de belofte Versprechung bereiken erreichen de beroepskeuzetest Berufsauswahltest het beroepsonderwijs berufsbildender Unterricht de bestuurskunde BWL bezig beschäftigt de bijbel Bibel blokken büffeln de blunder Fehler, Versagen het burgerservicenummer Bürger-ID christelijk christlich de cito-toets Prüfung nach der 6. Klasse het diploma Abschluss doodsbang (sehr) ängstlich duimen Daumen drücken de examenvrees Prüfungsangst feliciteren gratulieren flauw geschmacklos, fade, schwach, gemein de geboorteakte Geburtsurkunde geldig gültig de geloofsovertuiging Glaubensüberzeugung het gemeentehuis Rathaus het geschrift Schriftstück de godsdienst Religion grofweg grob, grob geschätzt handig geschickt havo Fachhochschulreife het herexamen Wiederholungsprüfung de herkomst Herkunft de herstructurering Umstrukturierung hoogstens höchstens het hoogtepunt Höhepunkt de huwelijksakte Trauschein, Heiratsurkunde de id-kaart Personalausweis het inkomensbewijs Einkommensnachweis de invloed Einfluss de jood Jude de kennis Wissen kerkelijk kirchlich het kiesrecht Wahlrecht kleurig farbig, bunt de koopakte Kaufakte de kunstenaar Künstler leerling, scholier Schüler leidinggevend führend de levensopvatting Lebensauffassung het loket Schalter lukken gelingen de maatschappij Gesellschaft de medewerker Mitarbeiter meepraten mitreden het middelbaar onderwijs weiterführende Schule de natuurkunde Physik de neerlandicus Sprachenexperte für Niederländisch de omroep, omroepvereniging Sender omtrend um, was... betrifft de onderwijsinstelling Bildungsinstitut zeventien 17

18 LEKTION 16 de onderwijssoort Bildungsart, -richtung het onderwijssysteem Bildungssystem ontwerpen entwerfen de ontzuiling Entsäulung de oorsprong Ursprung opdelen aufteilen de opdrachtgever Auftraggeber de openingstijden Öffnungszeiten opheffen aufheben, außer Kraft setzen opnieuw erneut, noch einmal het overheidsmanagement Behördenmanagement, -verwaltung overtuigen überzeugen de personeelszaak Personalangelegenheit pikken klauen, stehlen de plankenkoorts Lampenfieber de plechtigheid Feierlichkeit, Zeremonie de politicologie Politikwissenschaften de rechtsgeleerdheid Jura de reden Grund het rijbewijs Führerschein ruimtelijk räumlich het samenspel Zusammenspiel de scheikunde Chemie de scholier Schüler schoolplichtig schulpflichtig het schoolreis(je) Schulausflug de schoolstrijd Schulstreit de soort Art de stage Praktikum de stap Schritt de stichting Stiftung de subsidiëring Zuschuss het succes Erfolg t/m (tot en met) bis de tandheelkunde Zahnmedizin tenminste wenigstens, zumindest de toespraak Ansprache, Rede het tussenexamen Zwischenprüfung de uitdrukking Ausdruck de uiteenzetting Auseinandersetzung, Darlegung uiten äußern uitgeput ausgelaugt uitleggen erklären, erläutern uitreiken ausgeben, vergeben vaardig zijn geschickt, gewandt, etwas gut können het vak Fach de vakbond Gewerkschaft de verblijfsvergunning Aufenthaltserlaubnis verlaten verlassen verwarrend verwirrend verwijderen entfernen de verzamelnaam Sammelbegriff de verzuiling Versäulung de vestiging Niederlassung voldoende genügend voor een examen slagen Prüfung bestehen het vwo-examen Abitur het wereldbeeld Weltbild de werktuigbouwkunde Maschinenbau wetenschappelijk wissenschaftlich de wijsbegeerte Philosophie de winnaar Sieger, Gewinner de wiskunde Mathematik wisselend wechselnd zakken durchfallen zenuwachtig nervös zwoegen rödeln (sehr hart arbeiten) 18 achttien

der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch

der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch der Arm der Arzt / die Ärztin der Bauch der Durst der Hunger der Kopf der Kamm der Mund der Unfall der Rücken der Spiegel der Zahn der Zahnarzt der Schnupfen der Schnupfen / die Erkältung der Finger der

Nadere informatie

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3

Werkwoorden TB 49. wissen = weten müssen = moeten fahren = rijden. Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Voorbereiding PW hoofdstuk 4 Duits DUK7 - werkblad 3 Neue Kontakte 5 e, VMBO KGT 1-2 Werkwoorden TB 49 3 e naamval TB 54 Rangtelwoorden (overzicht) Kloktijden (overzicht) Werkwoorden TB 49 wissen = weten

Nadere informatie

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball

der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Ball der Klub der Computer der Krimi der Film der Platz der Punkt der Schnee der Sport der Titel der Urlaub der Fußball der Freizeittipp die Bibliothek die Kultur die Disko die Party die Zeitung die

Nadere informatie

die Meldung bestätigen nicht jetzt

die Meldung bestätigen nicht jetzt am Computer sitzen im Internet surfen Informationen suchen mit einem Freund chatten eine E-Mail schreiben Nachrichten lesen Freunde finden ein Foto hochladen eine Datei herunterladen einen Film gucken

Nadere informatie

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden

haben / hatten / hätten können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden ein Missverständnis an der Rezeption haben / hatten / hätten bin / war / wäre können / konnten / könnten dürfen / durften / dürften werden / wurden / würden sich entschuldigen Es tut mir leid! Das wollte

Nadere informatie

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine

Wir sind verwandt. Wir sind verwandt. Kann ich die Antworten haben. Kann ich die Antworten haben? die Cousine. die Nichte / die Cousine die Familie Wir sind verwandt Wir sind verwandt. Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen Ich habe mein Arbeitsbuch vergessen. Können Sie das aufschreiben Können Sie das aufschreiben? Kann ich die Antworten

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten.

Dort finden Sie weitere Informationen. Ich erkläre Ihnen / wo sich die Räume befinden. Am Ende des Korridors sind die Toiletten. Willkommen in unserem Hostel. Aktivitäten in der Umgebung An der Rezeption können Sie einund auschecken. das WiFi-Passwort Dort finden Sie weitere Informationen. Hier können Sie Ihren Schlüssel abgeben

Nadere informatie

Top 100 Duitse woorden

Top 100 Duitse woorden Top 100 Duitse woorden hinter achter hinten achteraan letzten Monat afgelopen maand schon al nur (of: nur noch) alleen maar nur noch alleen nog wenn als bitte alstublieft (als je iets geeft) immer altijd

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma.

Ich lese ein Buch. Ich lese ein Buch. Siehst du viel fern. Siehst du viel fern? Am Sonntag besuche ich meine Oma. Am Sonntag besuche ich meine Oma. Hausaufgaben machen Ich lese ein Buch Ich lese ein Buch. das Buch das Buch Bücher Gitarre spielen Siehst du viel fern Siehst du viel fern? ausschlafen mit dem Hund Gassi gehen Computerspiele spielen ins

Nadere informatie

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan

Je werkt in een ijszaak op de boulevard van Scheveningen en een Duitse toerist spreekt je aan Opdrachten Taaldorp Duits Om sommige onderstaande opdrachten te kunnen doen moet je beschikken over geld. Dit kun je bij de pinautomaat verkrijgen. Volg de instructies op de pinautomaat. Situatie 1: Leerling

Nadere informatie

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch

bringen nehmen Hat es geschmeckt? fertig das Brötchen gibst du mir... das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch das Frühstück Guten Appetit! das Besteck das Messer die Gabel der Löffel der Teller die Tasse der Tisch die Torte der Kaffee der Tee der Kuchen der Apfel Erdbeeren der Quark die Schokolade die Schlagsahne

Nadere informatie

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting

Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Duits - Havo 3 - Hoofdstuk 5 samenvatting Rode tekst = tip Grammatica Imperfekt (verleden tijd) wollen (willen) sollen (moeten) müssen (moeten) wissen (weten) ich wollte sollte musste wusste du wolltest

Nadere informatie

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4

Naamvallen Tabel Begrijpen. Klas 3/4 Naamvallen Tabel Begrijpen Klas 3/4 Wil je weten hoe de Naamvallen Tabel in elkaar zit, dan is dit de juiste workshop voor jou. A) Naamvaltabel (overzicht) B) Tools om met de Naamvaltabel aan de slag te

Nadere informatie

mieten das die Wohngemeinschaft das Wohnzimmer das Bad das Badezimmer die Spülmaschine jede Menge die Seite das das Möbelstück Wozzol Wozzol Wozzol

mieten das die Wohngemeinschaft das Wohnzimmer das Bad das Badezimmer die Spülmaschine jede Menge die Seite das das Möbelstück Wozzol Wozzol Wozzol Zimmer mieten Wohnung Haus Häuser Angebot freuen Ausbildung Wohngemeinschaft funktionieren Küche Wohnzimmer Terrasse Arbeitszimmer Bad Bawanne Bazimmer Waschmaschine Spülmaschine r Ofen r Kühlschrank je

Nadere informatie

Op het potje Aufs Töpfchen

Op het potje Aufs Töpfchen Op het potje Aufs Töpfchen Wat is zindelijkheid? Je kind is zindelijk als het: - niet meer in zijn broek plast. - overdag droog is. - zelf op het potje of het toilet gaat zitten wanneer het moet plassen.

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Am Wochenende arbeite ich in der Videothek.

Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Am Wochenende arbeite ich in der Videothek. Mein Name ist Mara. Ich komme aus den Niederlanden. Ich wohne in Groningen. Meine Adresse ist Hornstraße 41. Ich bin 19 Jahre alt. Ich habe eine Schwester und einen Bruder. Ich gehe in die Berufsschule.

Nadere informatie

13 Ik zit net te denken...

13 Ik zit net te denken... 13 Ik zit net te denken... i2 i1 Wij geven een feestje! Bringen Sie die Aktivitäten in die richtige (= typische) Reihenfolge. boodschappen doen eten koken feesten! de woning opruimen, schoonmaken naar

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten.

Was machst du am liebsten am Wochenende? Spielst du ein Instrument? Ich lese gern. Ich kann schnell neue Informationen verarbeiten. nett ehrlich hilfsbereit tierlieb treu chaotisch lieb schüchtern spontan Was sind deine Hobbys? Was machst du am liebsten am Wochenende? Was machst du in deiner Freizeit? Treibst du Sport? Spielst du ein

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

Kapitel 8 Nervenkitzel

Kapitel 8 Nervenkitzel 1: Am See Kapitel 8 Nervenkitzel 4. 1. gedacht 4. kans 2. blokken 5. verknalt 3. kamerarrest 6. redt 6. 1. Groβeltern Köningswinter 2. Bruder Brandenburg 3. Ste. Maxime Campingplatz 4. Sylt Insel 5. zu

Nadere informatie

Ruzie maken Streiten

Ruzie maken Streiten Ruzie maken Streiten Als kinderen ruzie maken Wenn kinder sich streiten Kinderen maken ruzie. Dat gebeurt in elk gezin. Ruzie om een stuk speelgoed, een spelletje dat uit de hand loopt, een jaloerse reactie

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

die Uhr die Miete die Küche der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz

die Uhr die Miete die Küche der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz der Abfall der Apparat der Balkon der Boden der Computer der Schrank der Keller der Kühlschrank der Platz der Schlüssel der Spiegel der Stuhl der Strom der Tisch der Fernseher der Garten der Dachboden

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment:

Logboek bij de lessenserie over. Cengiz und Locke. van Zoran Drvenkar. Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: Logboek bij de lessenserie over Cengiz und Locke van Zoran Drvenkar Groep: Leden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Fragment: ANWEISUNGEN Dit is een serie van drie lessen. Jullie gaan in zes groepen van vier of vijf leerlingen

Nadere informatie

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk

gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter Toppie leuk man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk Hoe vonden jullie de dag vandaag? Positief feedback: gezellig Het was een leuke dag en het was leuk om deze dag te doen want beter dan les. Toppie man het was prima Echt leuk Dag kan niet meer stuk leerzaam,

Nadere informatie

Itterbeck: Gezellige woning - net over de grens in Itterbeck

Itterbeck: Gezellige woning - net over de grens in Itterbeck Itterbeck: Gezellige woning - net over de grens in Itterbeck Grafschaft Bentheim Niedersachsen Woningtype: Eengezinswoning Op provisiebasis: ja Provisie: 5,95 % Bouwjaar: 1988 Beschikbaar vanaf: nach Absprache

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend

Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend ALLGEMEINE SPRECHMITTEL Hoe groet je? Guten Tag / Guten Morgen / Guten Abend Hoe neem je afscheid? Auf Wiedersehen / Tschüs Hoe stel je jezelf voor? Ich heiße... / Ich bin... Je wilt dat je Können Sie

Nadere informatie

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera

Gefeliciteerd! Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja. In de gloria. Lang zal hij leven. Hij leve lang hoera hoera Gefeliciteerd! 1 Zet de zinnen in de juiste volgorde. Dat vinden wij allen zo prettig ja ja In de gloria Lang zal hij leven Hij leve lang hoera hoera Hij leve lang hoera hoera Lang zal hij leven In de

Nadere informatie

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden

Taalkalender. 1. De tijd. 2. Voorzetsels. 3. Wat hoort bij elkaar? 4. Werkwoorden: zijn. 5. Persoonlijke voornaamwoorden Birgitta Bexten, 5/2003 (birgitta.bexten@ruhr-uni-bochum.de) laatste bewerking: 23 05 2003 niveau A1 geoefende vaardigheden grammatica, woordenschat (gemengd: Taal Vitaal les 1-6) Taalkalender soort lesactiviteit

Nadere informatie

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits

Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Taaltips voor succesvol zakendoen in het Duits Dit document is samengesteld als aanvulling op de test Succesvol zakendoen in het Duits. Wilt u ontdekken hoe goed u geëquipeerd bent voor zakendoen met Duitstalige

Nadere informatie

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014

Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 Stammtisch an der Küste 22.05.2014 25.05.2014 23 campers Deze keer in het Nederlands. Dit leek ons nu wel eens tijd worden Joke en ik hopen dat jullie het kunnen vertalen. Woensdag 21 mei waren er al veel

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger

Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Aart Rembrandt Das erste niederländische Lesebuch für Anfänger Stufen A1 und A2 zweisprachig mit niederländisch-deutscher Übersetzung 1 Wir geben unser Bestes, um Tippfehler und Irrtümer zu vermeiden.

Nadere informatie

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Dag! kennismaken. Ik ben Eric. Vocabulaire Oefening 1 Woordweb Dag! Waar kom je vandaan? groeten Goedemorgen! de ontmoeting Hoe heet je? kennismaken Hoi! mensen Hallo! Ik ben Eric. nieuw Ik kom uit Engeland. Hallo, ik ben Mila. Ik ben

Nadere informatie

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601

Alltag: Lesen KGT 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52601 Alltag: Lesen KGT 2 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 15 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52601 Dit lesmateriaal is gemaakt met

Nadere informatie

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt)

Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) Voltooid tegenwoordige tijd (D = Perfekt) De voltooid tegenwoordige tijd wordt in het Duits meestal in de spreektaal gebruikt. Ik heb huiswerk gemaakt. Ik maak -> ik maakte Ich habe Hausaufgaben gemacht.

Nadere informatie

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden

Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben. Antwoorden. 1-2 vmbo-kgt Kapitel 6 Antwoorden Kapitel 6 Urlaub zum Verlieben Antwoorden 1 Sehen a 1 Deutschland, die Schweiz, Österreich, Frankreich, Italien 2 bijvoorbeeld: Ja, in Tirol. b 3 glad 4 de rots 5 het touw 6 de hut 7 gelukt 8 uitglijden

Nadere informatie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie

manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie manege Nieuwvliet strandritten vakantiewoningen brasserie Strandritte Ferienwohnungen Brasserie Hartelijk welkom! Herzlich willkommen! Hartelijk welkom bij manege Hippo d Or Nieuwvliet! Het strand roept

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Westlangeweg 1 a 156 - Hoofdplaat Village Scaldia

Westlangeweg 1 a 156 - Hoofdplaat Village Scaldia TE KOOP - Village Scaldia Vraagprijs 149.000,-- k.k. Omschrijving - Rustig gelegen, geschakelde recreatiewoning (type Grasse) met berging en tuin met uitzicht op beschermd natuurgebeid op 133m2 eigen grond.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6

Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem en lager 6 Aantekening hs1 Cijfers Das Notensystem Nederlands: Duits: 10 1 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 en lager 6 In t Duits kennen we 3 lidwoorden: Aantekening hs1 de lidwoorden -der -die de/het -----> bepaald lidwoord

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen. Print het Word-document uit. Afrekenen met de klant Opdracht 1 Luister naar luisterfragment 6 Luister naar het gesprek tussen de verkoopmedewerker (Verkäufer) en de klant (Kundin). Je kunt de tekst meelezen.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Hierden: Freistehende Ferienbungalow in in Hierden

Hierden: Freistehende Ferienbungalow in in Hierden Woningtype: Vakantiehuis Op provisiebasis: nee Aantal slaapkamers: 3 Aantal badkamers: 1 Adviesbureau van huisinduitsland.com Geschikt als vakantiehuis: ja Sperlingweg 8 49767 Twist Bouwjaar: 2004 Telefoon:

Nadere informatie

Thematischer Wortschatz Kapitel 1 Ich und meine Welt Ich, mein Dorf, meine Stadt und meine Umgebung

Thematischer Wortschatz Kapitel 1 Ich und meine Welt Ich, mein Dorf, meine Stadt und meine Umgebung Thematischer Wortschatz Kapitel 1 Ich und meine Welt Ich, mein Dorf, meine Stadt und meine Umgebung wonen (bij / in) het dorp de (hoofd-)stad het gebied het land de bakker de slager de groenteman de supermarkt

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Wat eten we vanavond?

Wat eten we vanavond? 35 35 HOOFDSTUK 3 Wat eten we vanavond? WOORDEN 1 Kies uit: jam school slager boodschappen vegetariër 1 Dorien eet geen vlees. Ze is. 2 Moniek houdt van zoet. Ze eet graag op brood. 3 Johan, ik ga naar

Nadere informatie

HOOFDSTUK 14. En wat doe jij? Lees de woorden. Hoort het bij een baan of bij werk zoeken?

HOOFDSTUK 14. En wat doe jij? Lees de woorden. Hoort het bij een baan of bij werk zoeken? 229 229 HOOFDSTUK 14 En wat doe jij? WOORDEN 1 Lees de woorden. Hoort het bij een baan of bij werk zoeken? baan werk zoeken 1 sollicitant 2 contract 3 uitzendbureau 4 vergadering 5 cv 2 Wat hoort bij elkaar?

Nadere informatie

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1 Oefening 1 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009 255 euro per maand 272 euro per maand 182.000 studenten 200.000 studenten 5.800 Nederlandse

Nadere informatie

3 Is dit een jongen of een meisje? 7 Is dit een vork of een mes?

3 Is dit een jongen of een meisje? 7 Is dit een vork of een mes? A1 Woordenlijst boek jongen mes stoel glas kind pen tafel hand kopje plant telefoon hoed lamp potlood theepot hoofd land ring vinger huis man sigaar vork jas meisje sigaret vrouw OEFENING 1 Is dit een

Nadere informatie

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten

Neue Kontakte 1-2 thv. Spreekkaarten Neue Kontakte 1-2 thv Spreekkaarten Kapitel 1 Kennen wir uns? Spreekkaart A Je bent op vakantie in Oostenrijk. Je komt een meisje tegen. Je voert een gesprek om wat meer van haar te weten te komen 1 [>]

Nadere informatie

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel

Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel 1 Neue Kontakte Kapitel 3 3de klas Redemittel Wie war dein Urlaub? Einfach toll! Wo wart ihr? Wir waren zuerst in Frankreich und dann in Spanien. Mit wem warst du in Urlaub? Mit meinen Eltern und mit einer

Nadere informatie

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten.

Binnendifferenzierung Schnellere TN können mit den Arbeitsblättern 2a und 2b arbeiten. ab les 2: WIE? WAT? WAAR? Vorbereitung Kopieren Sie die Arbeitsblätter auf festes Papier und schneiden Sie die Informationskärtchen aus. Pro Gruppe von 4 Personen brauchen Sie jeweils die Arbeitsblätter

Nadere informatie

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen.

O vreemde talen. Topklassers. deel 3 Duits Antwoordenboek. Duits. Auteur drs. H. Heijboer-Sinke. Zelfstandig werken Vreemde talen. Zelfstandig werken Vreemde talen Duits Topklassers Taal Groep 7-8 Antwoorden O T Pkl vreemde talen deel Duits Antwoordenboek Auteur drs. H. Heijboer-Sinke ssers Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige

Nadere informatie

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren. Woordenlijst bij hoofdstuk 6 de aardappel Wat eten we vanavond, rijst of a? alcoholvrij zonder alcohol Graag een a bier. Ik moet nog auto rijden. de andijvie A is een soort groente met grote groene bladeren.

Nadere informatie

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn

Stufe 1. Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn Stufe 1 i1 Kreuzen Sie die richtige(n) Lösung(en) an. 1. Waar kom je a) van. b) vandaan. c) vandaag. 2. u Duitse? a) Bent b) Ben c) Zijn 3. heet jij? a) Wie b) Wat c) Hoe 4. Hoe gaat het met? a) jou b)

Nadere informatie

Huiswerktips Hausaufgaben Tipps

Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Huiswerktips Hausaufgaben Tipps Voor sommige kinderen is huiswerk maken een helse taak. In deze brochure krijg je een heleboel tips over hoe je je kind kan helpen met zijn

Nadere informatie

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door

U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2. augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door Beste lezer, U hebt hier het activiteitenprogramma voor de periode van 20 juli t/m 2 augustus. Het zijn de activiteiten zoals deze georganiseerd worden door de vereniging voor Evangelisatie & Recreatie.

Nadere informatie

Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof,

Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof, Geachte campinggasten van Recreatiecentrum Slootermeer en Recreatiecentrum Scholtenhof, In dit boekje treft u het programma van de aankomende vakantieperiode aan. Ook dit jaar zullen er weer de bekende

Nadere informatie

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann?

morgen, übermorgen, morgen früh, heute Abend, Wann? 47 Morgen ist er nicht da. Ich brauche einen neuen Termin. Geht es morgen? O.k., dann also Montagnachmittag! Nein, morgen ist Dr. Feucht nicht da, morgen operiert er im Krankenhaus. Aber Montagnachmittag

Nadere informatie

naar/tot/bij gehen/werden nodig hebben/gebruiken liefhebben, houden van

naar/tot/bij gehen/werden nodig hebben/gebruiken liefhebben, houden van als/indien uit van waar waarvandaan wanneer wat wie waarheen met hoe er is/er zijn naar/tot/bij omdat en of sinds al/reeds op vaak voordat ondertussen tot nu toe tenslotte in ieder geval vooral het liefst

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Woordenlijst Nederlands Duits

Woordenlijst Nederlands Duits Taaltalent deel 1 Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Woordenlijst Nederlands Duits Hoofdstuk 1 De cursus Henny Taks Katja Verbruggen u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2014

Nadere informatie

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Tekst Audio Les 7 /m 11 Radio Amsterdam Les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel. Track 1 Jingle Track 2 Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Nadere informatie

Nordhorn: Vrijstaande eengezins woning in Nordhorn

Nordhorn: Vrijstaande eengezins woning in Nordhorn Nordhorn: Vrijstaande eengezins woning in Nordhorn Grafschaft Bentheim Niedersachsen Woningtype: Eengezinswoning Op provisiebasis: ja Provisie: 5,95 % Bouwjaar: 1955 Beschikbaar vanaf: nach Absprache Adviesbureau

Nadere informatie

NERGENS TER WERELD DE WADDEN DAS WATTENMEER NIRGENDWO AUF DER WELT TOON FEY NERGENS VOORWOORD NERGENS TER WERELD VORWORT NIRGENDWO AUF DER WELT TER NIRGENDWO Nederland heel ver weg en de natuur opeens

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? thema 1 Ik weet het niet! 1 Hoe heet jij? Beatriz Hoe heet jij? Ik heet Jürgen. Dag meneer. Dag mevrouw. Hallo, ik heet Jürgen. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? Jürgen, dit is Lei San. Leuk met je kennis te

Nadere informatie

Beschreibung /Preisliste 2013

Beschreibung /Preisliste 2013 Beschreibung /Preisliste 2013 Ferienwohnungen Eifelblick & Landhaus Lescher D 56826 Lutzerath, Römerstr. 14 Tel. 02677/1247 Fax 1501 www.ferienwohnungenlescher.de Mail:info@ferienwohnungen-lescher.de Alle

Nadere informatie

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad.

Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen. 15. Januar 2014. groepswerk en stadsbezoek. Gruppenarbeit und Stadtbesichtigung. Nijmegen is een heel mooie stad. Gegenbesuch des HBBK in Nijmegen 15. Januar 2014 Die Schüler sollten aufschreiben, was ihnen gefallen hat. De leerlingen moesten opschrijven wat hun goed bevallen is. Das schrieb die deutsche Klasse Gruppenarbeit

Nadere informatie

Hoi, ik heet Les 1. Hallo Peter!

Hoi, ik heet Les 1. Hallo Peter! Hoi, ik heet Les Vul in. Ergänzen Sie die niederländischen Wörter und deren deutsche Übersetzung. avond dag goed middag morgen Germanische Sprachen Romanische Sprachen, z. B. Niederländisch Deutsch Englisch

Nadere informatie

Kapitel 6 Frust oder Lust?

Kapitel 6 Frust oder Lust? Kapitel 6 Frust oder Lust? 1: Abgehauen 2. 1. ausreißen 2. völlig 3. endgültig 4a. Logo 4b. Alter 5a. Lager 5b. Zündkerzen 3. 1. Heb je ze niet allemaal op een rijtje? 2. Ben je je tong verloren? 6. 1.

Nadere informatie

Leesboekje het huis. Leesboekje Het Huis Pagina 1

Leesboekje het huis. Leesboekje Het Huis Pagina 1 Leesboekje het huis Leesboekje Het Huis Pagina 1 Dit is het huis. Dit is de tuin. Dit is de woonkamer. Dit is de keuken. Dit is de slaapkamer. Dit is de zolder. Dit is het dak. Dit is de trap. Dit is de

Nadere informatie

Een retour Rotterdam

Een retour Rotterdam 71 71 HOOFDSTUK 5 Een retour Rotterdam WOORDEN 1 Wat hoort bij elkaar? 1 zebrapad a pinnen 2 auto b binnengaan 3 automaat c oversteken 4 ingang d parkeren 2 Kies uit: tram vertraging door de week strippenkaart

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits Bestelling : Bestelling plaatsen Wij overwegen de aanschaf van... Wir ziehen den Kauf von... in Betracht... Formeel, voorzichtig

Nadere informatie

Weet je welke woorden het-woorden zijn? (Zeer veel gebruikte woorden 1)

Weet je welke woorden het-woorden zijn? (Zeer veel gebruikte woorden 1) Weet je welke woorden het-woorden zijn? (Zeer veel gebruikte woorden 1) een naam een adres een les een cursus een familie een formulier een plaats een dochter een geslacht een huisarts een nummer een huis

Nadere informatie

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Luisteren Oefening 2 hobby Willem Linda hockeyen squashen tennissen voetballen bioscoop theater ballet kroegbezoek concertbezoek popmuziek jazz klassieke muziek Spreken Oefening

Nadere informatie

Holländische Redewendungen

Holländische Redewendungen Holländische Redewendungen WICHTIGE REDEWENDUNGEN STANDAARDZINNEN Redewendungen für den Alltag Veelgebruikte woorden Ja Ja Nein Nee Bitte Alstublieft Danke Dank u Entschuldigung Pardon Wie bitte? Wat zegt

Nadere informatie

Aangeboden door de vrijwilligers van Europa Kinderhulp.

Aangeboden door de vrijwilligers van Europa Kinderhulp. 1 Het Duitse taalhulpje Aangeboden door de vrijwilligers van Europa Kinderhulp. Hebben jullie nog verdere vragen omtrent de taal of nuttige aanvullingen, dan horen wij dat graag. Dit kunnen jullie sturen

Nadere informatie

Opzet van de zinnetjes in dit ebook

Opzet van de zinnetjes in dit ebook Waarom dit ebook? Hoe zeg je "uit de straat" in het Duits? Kun je deze vraag snel beantwoorden? En dan bedoel ik écht snel? Vloeiend? Het goede antwoord is "aus der Straße". Of duurde dit nét te lang?

Nadere informatie

Solliciteren Sollicitatiebrief

Solliciteren Sollicitatiebrief - Aanhef Sehr geehrter Herr, Formeel, mannelijke geadresseerde, naam onbekend Sehr geehrte Frau, Formeel, vrouwelijke geadresseerde, naam onbekend Sehr geehrter Herr, Sehr geehrte Frau, Formeel, naam en

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen www.edusom.nl Opstartlessen Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets lekker vindt of ergens van houdt. Praten over eten en drinken. Praten over boodschappen

Nadere informatie

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek

Ingrid van der Veer DUITS. Walvaboek Ingrid van der Veer Taal & Toerisme DUITS Walvaboek Woord vooraf Taal en toerisme Duits is bestemd voor studenten van het MTRO en andere toeristisch-recreatieve opleidingen. De uitgave is naast iedere

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 20. Het adviesgesprek. Wat leert u in deze les? Advies vragen. / woorden die hetzelfde betekenen. Advies geven. / woorden die hetzelfde betekenen.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid

Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid Spreekopdrachten thema 4 Gezondheid Opdracht 1 bij 4.1 * Doe de opdracht in groepjes. Uitleg voor de docent: Verdeel de klas in groepjes van vier à vijf cursisten. Op deze pagina staan kaartjes met lichaamsdelen

Nadere informatie