Bron van energie Maatschappelijk Verslag 2003

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bron van energie Maatschappelijk Verslag 2003"

Transcriptie

1 Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. Schepersmaat TA Assen Postbus HH Assen Telefoon Fax Website Bron van energie Maatschappelijk Verslag 2003 Directeur R.J. Platenkamp (tevens algemeen procuratiehouder) Procuratiehouders R.J. de Roos A.J.F.M. van Nieuwland J.K.G. van Heijningen Raad van Commissarissen namens Shell Nederland B.V. T.M. Botts M.K. O' Callaghan K.J.P. Stigter Raad van Commissarissen namens Esso Holding Company Holland Inc. W.L. Richter J.M. van Roost A.P. Swiger

2 Bedrijfsprofiel NAM : Bron van Energie De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) is sinds 1947 actief met het opsporen en winnen van aardolie en met name aardgas in Nederland en het Nederlandse deel van het Continentaal Plat. Na de ontdekking van het olieveld Schoonebeek en de vondst van gas bij Coevorden (1948) werd in 1959 door de NAM het grote en wereldberoemde Groningen-gasveld aangeboord. Sinds 1977 wint de NAM eveneens gas uit de Noordzee-bodem. NAM s hoofdkantoor is gevestigd in Assen. Bij het gehele bedrijfsproces wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen. De veiligheid voor eigen personeel en omwonenden, zorg voor het milieu en de energievoorziening gaan daarbij hand in hand. De NAM is verreweg de grootste gasproducent van Nederland met een jaarlijkse productie van ongeveer 50 miljard m 3. Hiermee is het bedrijf verantwoordelijk voor ongeveer 75% van de totale aardgasproductie in ons land. De totale olieproductie in Nederland bedraagt ruim 2 miljoen m 3 per jaar. Hiervan produceert de NAM ruwweg een kwart. Bij de NAM werken circa 1950 mensen, verdeeld over ongeveer 35 verschillende nationaliteiten. Op dagbasis werken bovendien nog eens vele duizenden mensen direct of indirect voor de NAM, bijvoorbeeld via aannemers. Het zoeken naar gas en olie begint met seismologisch onderzoek van de bodem. Met een proefboring en puttesten wordt aansluitend vastgesteld of er inderdaad gas of olie aanwezig is en wordt de hoeveelheid en kwaliteit getest. Wanneer de hoeveelheid economisch winbaar blijkt, worden in veel gevallen aanvullende productieputten geboord en behandelingsinstallaties aangelegd. Voor al deze fasen van het bedrijfsproces zijn verschillende vergunningen nodig. In de productiefase worden het gas en de olie naar de oppervlakte gebracht, behandeld en op afleveringsspecificatie gebracht. Het gas wordt verkocht aan de Gasunie. De olie en het bij de gasproductie vrijkomende condensaat worden na behandeling verkocht aan de petrochemische industrie van onder meer Shell en Exxon/Mobil, de twee aandeelhouders van de NAM. Om de continuïteit in de gaslevering (bijvoorbeeld bij zeer lage temperaturen) te kunnen garanderen wordt sinds enkele jaren ondergrondse opslag van gas toegepast. Dit gebeurt in gasvelden bij Norg en Grijpskerk, die bij een piekvraag als extra producent worden gebruikt. In perioden van laagverbruik worden de reservoirs weer gevuld. Na beëindiging van de productie of bij een niet succesvolle proefboring worden de locaties en installaties in overleg met de betrokkenen, zoals omwonenden, belangengroepen en de overheid, ontmanteld en verwijderd. Op land wordt de locatie geschikt gemaakt voor de bestemming die zij voorheen had of krijgt een nieuwe functie. Colofon Het maatschappelijk verslag geeft een indruk van de interactie tussen bedrijf en samenleving in het kalenderjaar Dit verslag is een terugkoppeling van activiteiten op de gebieden economie, milieu en sociaal/mensen. Veel van de elementen uit het internationale Global Reporting Initiative (GRI) voor een uniforme duurzame verslaglegging zijn in dit verslag geadresseerd. De rode draad in dit verslag is de aanwezigheid van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) in Nederland - in al haar facetten. Naast de eigen medewerkers is er geen specifieke doelgroep geïdentificeerd: het verslag richt zich op iedereen die zich op de hoogte wil stellen van de activiteiten van de NAM. De cijfermatige onderbouwing gebeurt aan de hand van de jaarcijfers van Als referentiedata zijn over het algemeen de jaren 1998 tot en met 2002 opgenomen. Indien van toepassing zijn ten aanzien van milieu tevens de doelstellingen of verwachtingswaarden voor 2004 vermeld. Cijfers en feiten die niet in de hoofdtekst staan, zijn samen met de bijbehorende grafieken, opgenomen in hoofdstuk 9. Het verslag vormt de basis voor de jaarlijkse voortgangsrapportage rond het Bedrijfsmilieuplan, maar is geen overheidsverslag in termen van de Wet Milieubeheer (Besluit milieuverslaglegging). Uitgegeven door de NAM, mei 2004 Afdelingen External Affairs, Human Resources en Health, Safety and Environment Fotografie: Marco Kuis Hans Banus Sky Pictures Bert Vennik NAM-archief Ontwerp en drukwerk: Koninklijke Van Gorcum, Assen

3 Inhoudsopgave Voorwoord Roelof Platenkamp 1. Visie en aanpak 3 2. Economisch belang 6 3. Kwaliteit en waarde voor klanten Bescherming natuur en milieu Beheer van grondstoffen en energie Respect voor mensen Voordeel voor de samenleving Werken met belanghebbenden Monitoring: grafieken en cijfers 33 Concessiekaart 1

4 Voorwoord Veilig naar het werk veilig weer naar huis. Dit is een van de belangrijkste uitgangspunten in de bedrijfsvoering van de NAM. Deze zorg voor onze medewerkers en de collega s van onze aannemers heeft een zeer hoge prioriteit. Wat veilig werken betreft, werd in 2003 het recordaantal van zes miljoen uren zonder ongeval met verzuim gehaald. Wel vonden relatief veel kleine ongevallen zonder verzuim plaats. Via gerichte acties en voorlichting wordt intensief aandacht besteed aan het voorkomen van incidenten. Een mooi voorbeeld van een zeer veilig project bij de NAM is het zogenaamde Groningen Long Term -project (GLT). Ook in ander opzicht werd vorig jaar de schijnwerper op Groningen gericht. December 2003 markeerde namelijk veertig jaar gasproductie uit het Groningen-veld. Dit gasveld heeft de afgelopen decennia unieke prestaties geleverd. Ik noem de ongekende stroom aardgas die de basis vormt voor de Nederlandse voorzieningszekerheid van energie, maar ik wijs ook graag op de vele miljarden euro s opbrengst in de vorm van aardgasbaten voor de schatkist van ons land. Groningen is een ongekend flexibel veld dat bij uitstek geschikt is om onder alle omstandigheden aan de vraag naar aardgas te voldoen. Met gepaste trots wijs ik er graag op dat de renovatie van de productiefaciliteiten van het Groningen-gasveld al jaren één van de grotere projecten van ons land is. GLT moet ervoor zorgen dat ook in de toekomst de productiecapaciteit van het Groningenveld op peil blijft. Met dit project is een investering van ruim 2 miljard euro gemoeid, in een tijdsbestek van ongeveer 15 jaar. Groningen Long Term levert in deze periode circa manjaren aan directe werkgelegenheid op. Daarmee is GLT een goed voorbeeld van NAM s continue investerings- en werkgelegenheidsinspanningen in ons land. De snel veranderende markt stelt voortdurend nieuwe en hogere eisen aan de bedrijfsvoering van Exploratie en Productie-bedrijven. Tegen die achtergrond stond 2003 voor een belangrijk deel in het teken van een herstructurering van de organisatie. Per 1 oktober werden de activiteiten van de NAM in Nederland en die van gelieerde maatschappijen in Noorwegen, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Denemarken, Duitsland en Oostenrijk ondergebracht in één Europees organisatorisch samenwerkingsverband: EP Europe. Hiermee is een netwerk ontstaan van Shell-dochters en joint ventures die over en weer kunnen putten uit een gezamenlijk reservoir van specialisten en kennis. Die samenwerking maakt het mogelijk kosten te verminderen en elders ontwikkelde technologieën sneller toe te passen. Dit is bevorderlijk voor de ontwikkeling van kleine velden, maar maakt ons ook slagvaardiger en efficiënter in de snel veranderende arena van de Europese energiemarkten. De nieuwe organisatie heeft een sterke aanwezigheid in Assen, waarbij de NAM het Europese centrum is voor aardgasoperaties. Daarnaast vindt vanuit Assen aansturing plaats van de offshore-operaties in de zuidelijke Noordzee, inclusief het Britse gedeelte hiervan. Ook deze concentratie in Assen is goed voor de Noordelijke economie. Deze nieuwe route biedt ons bedrijf grote kansen en nieuwe uitdagingen tegen een bredere horizon. In dit kader zijn ook de aanbevelingen van de Adviesgroep Waddenzeebeleid van groot belang. Deze commissie onder leiding van W. Meijer ontwierp een offensief totaalconcept voor de Waddenzee: bescherming en tegelijkertijd investering in de natuurwaarden met begrensde mogelijkheden voor menselijke acitviteiten zoals gaswinning was dus een jaar met veranderingen en ontwikkelingen. Groningen-veld, nieuwe organisatie, kleine-veldenbeleid, Waddenzee het onderstreept nog eens de dynamiek die het werken in de energiesector met zich meebrengt. Een industrie die een onafgebroken ritme kent van 24 uur per dag zeven dagen per week. Eén onderwerp houden we echter graag heel constant: veilig naar het werk en veilig weer naar huis. Roelof Platenkamp, directeur NAM 2 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

5 1 [ De NAM tracht mee te helpen aan een meer duurzame samenleving in Nederland ] Visie en aanpak Inleiding Maatschappelijk verantwoord ondernemen ziet de NAM als een combinatie van het eigen werk steeds duurzamer uitvoeren en het bijdragen aan het zoeken naar oplossingen van bredere maatschappelijke (energie)problemen (zie onderstaande figuur). Op deze manier tracht de NAM mee te helpen aan een meer duurzame samenleving in Nederland. In dit maatschappelijk verslag zijn allerlei gegevens en voorbeelden opgenomen van de effecten van de verschillende NAM-activiteiten in In de missie van de NAM is het maatschappelijk verantwoord ondernemen terug te vinden: De NAM heeft als missie het op duurzame wijze opsporen en exploiteren van gas- en olievoorkomens binnen Nederland en het Nederlandse deel van het Continentaal Plat. Daarnaast streven wij ernaar, op basis van onze specifieke kennis en assets, bij te dragen aan duurzame ontwikkeling van de Nederlandse samenleving en in het bijzonder aan de transitie naar een duurzame energiehuishouding. verwacht vereist verzoeken gewenst Voldoen aan wet- en regelgeving Economische verantwoordelijkheid nemen Winstgevend opereren Bron: GoodCompany Nabuurschap Maatschappelijke betrokkenheid Duurzamer ondernemen Maatschappelijk verantwoordelijk Maatschappelijk verantwoord Ondernemen De aanpak van de NAM In een zevental hieronder genoemde punten wordt beschreven op welke manier in onze bedrijfsvoering en plannen de missie van de NAM in praktijk wordt gebracht. Deze activiteiten zijn op zowel economische, milieu- als sociale aspecten gebaseerd. De onderstaande punten zijn opgenomen in de strategie van de NAM en vastgelegd in het Management Systeem. 1. Steeds verdergaande integratie van de duurzame ontwikkelingsprincipes in de bedrijfsvoering. Dit komt onder andere tot uiting in de diverse fases van NAM s activiteiten: investeringsbeslissingen, impactstudies voor nieuwe locaties en/of projecten en formele reviews van projectvoortgang. Dit maatschappelijk verslag over 2003 is opgezet vol- Visie en aanpak 3

6 gens de zeven door Shell en de NAM gebruikte duurzaamheidsprincipes. Deze principes zijn: Economisch belang Kwaliteit en waarde voor klanten Bescherming van natuur en milieu Beheer van grondstoffen en energie Respect voor mensen Voordeel voor de gemeenschap Werken met belanghebbenden Het fundament van de duurzaamheidsprincipes zijn de pijlers Economie (Profit), Milieu (Planet) en Sociale Verantwoordelijkheid (People). 2. Het vergroten van competenties en motivatie van medewerkers met betrekking tot duurzame ontwikkeling, onder andere door de tweedaagse training Duurzame Ontwikkeling en een netwerk van DO-focal points. 3. Het zoeken naar voortdurende verbetering van onze bijdrage aan duurzame ontwikkeling door het gebruik maken van systeem- en ketendenken. Concrete voorbeelden hiervan zijn een compensatieproject in Hooghalen (zie elders in dit verslag) en een studie naar verbetering van de procesvoering in de gasketen (van put tot pit). 4. Het voeren van een actieve dialoog met belanghebbenden in de samenleving. Steeds vroeger in een project start de NAM met de externe communicatie. Sinds 1989 produceert de NAM jaarlijks een extern milieujaarverslag en sinds 2000 is dit opgenomen in het maatschappelijk verslag. 5. Goede prestaties worden beloond, ook op milieu- en duurzaamheidsgebied. Met behulp van balanced scorecards worden mensen en afdelingen niet alleen op financiële prestaties beoordeeld maar ook op andere zaken zoals bijvoorbeeld bereikte projectdoelen, veiligheidsprestaties en klanttevredenheid. 6. Focus op projecten en activiteiten die een belangrijke invloed op NAM s duurzaamheidsprestaties kunnen hebben. Om de kans op succes vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen te vergroten, wordt prioriteit gegeven aan projecten waar meer resultaat kan worden geboekt. Een voorbeeld in 2003 was de bouw van het platform K7-Bravo (zie hoofdstuk Beheer van grondstoffen en energie ). 7. Actief bijdragen aan het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen op basis van onze kennis, activiteiten en nabuurschap. Hierin wordt prioriteit gegeven aan duurzaamheidsissues die zowel voor de NAM als voor de maatschappij belangrijk zijn. Op basis van een interne en externe dialoog zijn drie duurzaamheidsissues naar voren gekomen waar de NAM zich actief bij betrokken voelt: De transitie naar een duurzame energiehuishouding, Ruimtebeslag en Het beheer van de Nederlandse gasvoorraden. Het VGWM-beleid Eén van de doelstellingen van de NAM is een bedrijf te zijn dat op het gebied van Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu (VGWM) aantoonbaar op wereldniveau staat. De strategie om hierop toonaangevend te zijn bestaat uit deze aspecten: Ervoor zorgen dat VGWM-normen en -gedrag in het hoofd én in het hart van de mensen zitten; Aan VGWM in elke fase van de levenscyclus van 4 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

7 assets tijdig en voldoende aandacht schenken; Vooruitgang laten zien met betrekking tot VGWM-prestaties. Het VGWM-beleid van de NAM is gericht op het voorkomen van alle incidenten, van schade aan gezondheid en welzijn van personen en van negatieve effecten op het milieu. Verder is in het VGWMbeleid vastgelegd dat er efficiënt gebruik wordt gemaakt van grondstoffen en energie bij de productie en dienstverlening. De uitgangspunten van het VGWM-beleid sluiten nauw aan bij bovenstaande punten van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In de volgende hoofdstukken staat een aantal voorbeelden van hoe de NAM deze uitgangspunten en principes in de praktijk brengt. Compensatieproject weidevogels Hooghalen In 2003 is begonnen met de bouw van de exploratielocatie Hooghalen nabij Assen. Om de invloed op weidevogels te neutraliseren is in overleg met de lokale werkgroep Weidevogels Hooghalen een compensatieregeling getroffen. Er zullen geen werkzaamheden worden uitgevoerd in het broedseizoen en de werkgroep krijgt van de NAM een financiële vergoeding om elders in het gebied weidevogel-vriendelijk beheer mogelijk te maken. Dit bestaat voornamelijk uit een aangepast maaibeleid. Omvang van het te compenseren gebied en hoogte van de vergoeding zijn bepaald aan de hand van de subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer van het ministerie van LNV. Voor het eerst heeft de NAM in Hooghalen gebruikgemaakt van deze regeling op één van haar locaties. De afspraken met lokale belanghebbenden zijn mogelijk gebleken, doordat begrip voor elkaars belangen kon worden opgebracht. De oplossing betekent dat de NAM haar werk kan doen en dat tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van de werkgroep. En uiteindelijk zijn de vogels de grote winnaars door een aangepast maaibeleid. Visie en aanpak 5

8 2 [ Met het rendabel produceren van kleine gasvelden wordt blijvend invulling gegeven aan het kleine-veldenbeleid van de overheid ] Het economisch belang Cijfers en Feiten Seismiek In 2003 heeft de NAM seismische activiteiten uitgevoerd in de provincie Groningen. Het betrof hier een 2D-seismisch onderzoek. Voor 2004 zijn geen activiteiten gepland. Exploratieboringen In 2003 zijn zes exploratieboringen uitgevoerd (2002: zeven), waarvan twee op land (Norg-3 en Oude Pekela) en vier op zee (K15-FG-105, G14-2A, K08-15 en G16-6). Met de boringen K15-FG-105 en G14-2A zijn economisch winbare gasvondsten gedaan, terwijl de commercialiteit van de put Norg- 3 nog bewezen moet worden middels een productietest die begin 2004 is uitgevoerd. De Oude Pekelaboring, direct ten zuiden van het Groningen-veld, leverde geen winbaar gasvoorkomen op. Geschat wordt dat de winbare reserves uit de twee nieuwe winbare gasvelden samen circa 8 miljard m 3 bedragen. Productie De totale aardgasproductie van de NAM bedroeg in ,9 miljard m 3. In 2002 was de productie 51,6 miljard. Met de term totale aardgasproductie wordt bedoeld: het totaal van de aardgasproductie, bij 0 graden Celsius en 1,01325 bar, uit de door de NAM geopereerde gasvelden én het NAM-aandeel in de productie uit velden die door andere mijnbouwondernemingen worden geopereerd. De productie uit het Groningen-gasveld bedroeg 29,0 miljard m 3 (2002: 27,0 miljard). De productie uit de overige gasvelden was afgerond 21,9 miljard m 3 (2002: 24,6 miljard). Hiervan was afgerond 13,1 miljard m 3 afkomstig uit de velden op land en 8,8 miljard uit de velden op het Nederlands deel van het Continentaal Plat en het Ameland-veld. Met de productie van aardgas is eveneens ruim 644 duizend m 3 condensaat (een benzineachtige, lichte olie) als bijproduct gewonnen, evenals 1547 ton zwavel. De totale olieproductie van de NAM (bij 15 graden Celsius en 1 atmosfeer) in 2003 was 0,601 miljoen m 3 (2002: 0,672 miljoen). Uit de velden in West-Nederland werd 0,416 miljoen m 3 geproduceerd (2002: 0,439 miljoen). Op zee werd 0,185 miljoen m 3 geproduceerd (2002: 0,233 miljoen) uit het F3-FB-veld. In 2003 werden, net als in 2002, geen evaluatieboringen verricht. Er werden dertien gasproductieputten afgerond, waarvan acht op land en vijf offshore. Eén productieput werd geabandonneerd (Middelie- 100). Investeringen De investerings- en operationele uitgaven (mede namens de joint venture partners) van de NAM bedroegen in ,56 miljard. Een aantal van de belangrijkste investeringen wordt hieronder toegelicht. Annerveen-veld De installaties op het gasveld Annerveen, met de clusters Annerveen, Wildervank en Zuidlaarderveen, zijn in 2003 ingrijpend gerenoveerd. Doel van de verbouwing was het maximaliseren van de opbrengst 6 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

9 van het veld, het reduceren van de bedrijfskosten en een vermindering van de emissies. Het Annerveenveld is in productie sinds Van de oorspronkelijke reserves is inmiddels negentig procent geproduceerd. De gemiddelde dagproductie is gedaald van 18 miljoen m 3 per dag in de eerste jaren tot 2,5 miljoen m 3 per dag in Het belangrijkste deel van de renovatie betrof het ontmantelen van de installaties op de clusters Annerveen en Zuidlaarderveen. Op deze locaties wordt het geproduceerde gas niet meer behandeld, maar direct getransporteerd naar Wildervank, waar het gas gereed wordt gemaakt voor levering aan de Gasunie. Het materiaal dat afkomstig is van de installaties in Annerveen en Zuidlaarderveen is deels hergebruikt of verkocht aan derden voor hergebruik. Het resultaat van het ombouwproject is aanzienlijk: 0,7 miljard m 3 extra gas kan geproduceerd worden, een kostenreductie van 1,3 miljoen per jaar en een te verwachten emissiereductie van 75%. K7-Bravo De constructie van het K7-FB-satellietplatform is in 2003 voltooid en op 27 december 2003 begon de gasproductie. Het mini-satellietplatform is onderdeel van de ontwikkeling van het K8-FA-1-productiesysteem. Meer over deze bijzondere satelliet is te vinden in het hoofdstuk Beheer van grondstoffen en energie. Groningen Long Term In het kader van het GLT-project is in 2003 de renovatie van de locaties Schaapbulten, Zuiderpolder en Oudeweg afgerond. De installaties zijn inmiddels weer in gebruik genomen. Op de locaties Leermens, Ten Post en Overschild zijn de renovatiewerkzaamheden in 2003 gestart. Bij de modernisering en renovatie van deze installaties worden onder andere compressoren geïnstalleerd om het gas te kunnen blijven winnen, ondanks teruglopende druk in het veld. Ook in de komende jaren zal het GLT-project een belangrijk aandeel hebben in de investeringen van de NAM. Kleine-veldenbeleid De overheid heeft in de jaren zeventig het kleineveldenbeleid ingevoerd. Kleine gasvelden worden daarbij met voorrang opgespoord en in productie genomen. Het kleine-veldenbeleid is zeer succesvol geweest. Inmiddels is aan volumes een half Groningen-veld aan kleine velden gevonden. De kleine velden voorzien momenteel in ongeveer tweederde van de jaarlijkse Nederlandse gasproductie. De totale productie uit kleine velden loopt echter wel terug. Door efficiëntiemaatregelen en technologische innovaties, naast fiscale maatregelen die onder andere in NOGEPA-verband bij de overheid worden bepleit, beoogt de NAM de rendabele opsporing en winning van kleine velden te bevorderen. Voorzieningszekerheid Het kunnen blijven voorzien in de eigen energiebehoefte is in 2003 nadrukkelijker op de Nederlandse politieke agenda gekomen. De verminderde productie uit en vondsten van kleine velden heeft duidelijk gemaakt dat het bevorderen van exploratie- en pro- Het economisch belang 7

10 ductie-activiteiten van belang is om ook in de toekomst in de eigen energiebehoefte te kunnen blijven voorzien. De Europese Commissie heeft in 2003 een voorstel ingediend om vanuit Brussel meer zeggenschap te krijgen over de productie van het Groningen-veld om de energievoorziening voor Europa beter te kunnen waarborgen. De Nederlandse overheid is van mening dat het beheer van de eigen bodemschatten valt onder de nationale soevereiniteit en heeft zich met succes tegen het voorstel gekeerd. Afschaffing willekeurige afschrijving In 2002 is door de overheid besloten om de regeling voor de willekeurige afschrijvingen van offshore-projecten per 1 januari 2003 te beëindigen. De regeling bood bedrijven in de olie- en gasindustrie de mogelijkheid om investeringen in offshore-projecten versneld af te schrijven, hetgeen het investeringsrisico voor met name kleine, vaak marginale velden reduceerde. Zeker in de huidige fase van het kleine-veldenbeleid, waarin nieuw ontdekte gasvoorraden veelal klein en/of technisch complex te ontwikkelen zijn, is een dergelijke fiscale regeling essentieel. De afschaffing van willekeurige afschrijving betekent een aanzienlijke verslechtering van het mijnbouwklimaat in Nederland. Gevolgen zullen zijn een vermindering aan investeringen, verlies aan werkgelegenheid en een miljardenderving aan aardgasbaten voor de overheid. De NAM pleit daarom, met een aantal andere maatschappelijke organisaties, voor herinvoering van deze fiscale maatregel. Fakkel Zuidlaarderveen Na dertig jaar trouwe dienst werd in juni de fakkelpijp op de locatie Zuidlaarderveen neergehaald. Zo n 200 inwoners en scholieren uit de nabij gelegen dorpen Zuidlaarderveen en Oud- Annerveen waren op uitnodiging van de NAM getuige van het ontmantelen van de flare. De Zuidlaarderveen-locatie is een van de drie gasbehandelingsinstallaties op het gasveld Annerveen. De installaties ondergingen vorig jaar een grondige renovatie omdat na de productie van 65 miljard m 3 gas de druk in het veld zo ver was gedaald dat extra maatregelen nodig waren om het resterende gas te winnen. De NAM greep deze ombouw aan om de fakkelpijpen op twee locaties te verwijderen. Hiermee werd een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen gerealiseerd. De fakkelpijp op de derde locatie blijft wel staan, maar is zo aangepast dat ook daar emissies naar de lucht sterk zijn afgenomen. Cost reduction -project In 2003 is de NAM een project gestart om te komen tot een reductie van kosten bij het boren van putten en het inrichten van nieuwe satelliet-locaties. Kenmerk is een nieuw ontwerp van put en locatie. Doel van het project is het rendabel kunnen produceren van gasvelden met een geringe omvang, zodat hiermee tevens invulling kan worden gegeven aan het kleine-veldenbeleid van de overheid. 8 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

11 Het opnieuw ontwerpen en inrichten van locaties volgens het Cost reduction -project levert namelijk een aanzienlijke kosten- en materiaalbesparing op. De nieuwe putten en de aanleg van nieuwe satellietlocaties kunnen in de toekomst wellicht een kostenbesparing van 50% opleveren. Bijkomende voordelen zijn minder ruimtegebruik (een reductie van 1,3 ha tot 0,2 ha) en minder geluidsoverlast, doordat kleinere boortorens nodig zijn. Het is de bedoeling dat in 2005 de eerste locatie volgens de nieuwe ontwerpfilosofie zal worden neergezet. N.B. De op dit hoofdstuk van toepassing zijnde grafieken zijn weergegeven in hoofdstuk 9. Het economisch belang 9

12 [ 24 uur per dag, zeven dagen per week worden kwaliteit 3 en kwantiteit van het gas op alle locaties geregistreerd ] Kwaliteit en waarde voor klanten Kwaliteit en waarde voor klanten worden vergroot door duidelijkheid en zekerheid te creëren: duidelijkheid over mogelijkheden en verwachtingen, zekerheid over plannen en productie. Bij de NAM is in 2003 hieraan vormgegeven door onder andere de oprichting van het Dutch Dispatching Centre. Dutch Dispatching Centre De NAM heeft in 2003 een grote stap gezet in het optimaliseren van de afstemming van vraag en aanbod van gas door de oprichting van het in Assen gevestigde Dutch Dispatching Centre (DDC). Dit Centre werd in december door Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe Ter Beek geopend. In het DDC worden de bestellingen van klanten geregistreerd en wordt de productie op korte en langere termijn daarop afgestemd. Tot voor kort waren drie aparte controlekamers verantwoordelijk voor deze afstemming. De interne organisatie rondom productie, transport en verkoop is nu zo ingericht dat het gas op een zo efficiënt mogelijke manier aan de klanten kan worden aangeboden. Ook kan op deze manier 24 uur per dag en zeven dagen per week de kwaliteit en kwantiteit van het geleverde gas op alle locaties worden geregistreerd. Het DDC speelt ook een belangrijke rol in de leveringszekerheid van gas door de NAM. Met de Gasunie, die een zeer belangrijke klant is, wordt intensief contact gehouden. Zo kunnen in geval van extreme pieken in (verwachte) gasvraag, bijvoorbeeld bij langdurige koude, snel maatregelen worden genomen. Maar ook andere klanten, die gebruik maken van transport- of opslagfaciliteiten van de NAM, profiteren van de nieuwe werkwijze van het DDC. Er is veel internationale belangstelling voor deze manier van werken en de hoogstaande technologie achter dit Centre, waarmee de NAM haar rol als centrum voor gasoperaties in Europa bevestigd ziet. Winningsplannen Op 1 januari 2003 is de nieuwe Mijnbouwwet in werking getreden. In deze wet is onder meer opgenomen dat de winning van delfstoffen alleen is toegestaan als een winningsplan door de minister van Economische Zaken is goedgekeurd. In het kader daarvan moet de NAM voor alle nieuwe productieplannen een winningsplan opstellen en indienen. Ook moesten in 2003 winningsplannen worden ingediend voor al bestaande winningen en opslagplannen voor een tweetal bestaande gasopslagen. De winningsplannen bestaan uit twee delen: het planmatig beheer van delfstoffen en de kans op schade door bodembeweging. In het eerste onderdeel wordt per voorkomen beschreven hoeveel gas of olie oorspronkelijk aanwezig was, hoeveel er naar verwachting gewonnen gaat worden en waar en hoe dat wordt uitgevoerd. Het plan voorziet ondermeer ook hoeveel putten er zijn of worden geboord, tot op welke diepte, hoe lang de productie naar verwachting zal duren en welke hulpstoffen bij de productie worden gebruikt. In het tweede deel wordt ingegaan op de te verwach- 10 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

13 ten bodembeweging. Hierin is de historische en de verwachte bodemdaling opgenomen. Ook wordt ingegaan op het risico van lichte aardbevingen door de olie- en gaswinning. In 2003 is in het kader van de winningsplannen voor alle onshore-velden van de NAM uitgebreid onderzoek gedaan op het gebied van bodembeweging om de huidige situatie te kunnen bepalen en zo betrouwbaar mogelijke voorspellingen voor de toekomst te kunnen doen. Voor offshore-locaties is het tweede deel van de winningsplannen niet verplicht. De overheid krijgt door de winningsplannen van alle productieve voorkomens inzicht in omvang, aard, samenstelling en productie van diepe delfstoffen in Nederland. Hierdoor wordt het mogelijk energiebeleid te ontwikkelen en vast te stellen en het parlement daarover te informeren. Ondergrondse gasopslag Zowel bij Norg als bij Grijpskerk wordt gas in de ondergrond opgeslagen. In Grijpskerk is circa 15 procent van de capaciteit beschikbaar voor andere partijen dan de NAM/Gasunie. Nadat in 2002 de eerste externe partij een deel van deze capaciteit opvulde, zijn in 2003 met meerdere partijen contracten afgesloten om gas tijdelijk op te slaan in de ondergrond van Grijpskerk. NOGAT-leiding Een van de belangrijkste aanlandingsroutes van gas in Nederland is via de NOGAT-leiding, die bij Den Helder aan land komt. In 2003 is door NOGAT (waarvan de NAM voor 30% eigenaar is en tevens als operator fungeert) een contract gesloten met twee Deense bedrijven voor het transporteren van gas vanaf het Tyra-veld op de Noordzee naar Den Helder. Op deze manier wordt nog efficiënter gebruikgemaakt van de beschikbare transportcapaciteit van de NOGAT-leiding. Het eerste Deense gas zal halverwege 2004 door de leiding stromen. Olieproductie De NAM produceert olie op de offshore-locatie F3 en op de onshore-locaties Rotterdam, Berkel en Pernis-West. De geproduceerde olie wordt verkocht aan de raffinaderijen van Shell en Esso. Er bestaan plannen om de olieproductie in Schoonebeek nieuw leven in te blazen. Een studie hierover heeft uitgewezen dat deze mogelijkheid technisch haalbaar lijkt, door een combinatie van lage-drukstoominjectie en horizontale putten. Op de economische haalbaarheid wordt nader gestudeerd. Hierover zal naar verwachting in 2005 een definitief besluit worden genomen. Verkoop D15 In 2003 heeft de NAM opnieuw een stap gezet in de optimalisatie van haar portfolio. Een aantal vergunningen (in combinatie met installaties en kennis ) is overgegaan naar een andere eigenaar. Deze vergunningen betreffen één reeds producerend veld (D12/D15-A) en de nog niet ontwikkelde velden D12-A, D18-FA, E17-FA en K2-FA, alsmede het Nederlandse deel van het Britse Minke-veld. De NAM heeft hiermee al haar activiteiten in de offshore Carboon-velden verkocht en richt zich op Rotliegend en Triassic-velden. Deze strategie sluit onverkort aan bij het kleine-veldenbeleid. Kwaliteit en waarde voor klanten 11

14 Opruimen locatie Wimmenum In de duinen bij Egmond aan Zee is eind 2003 de NAM-locatie Wimmenum opgeruimd. Deze locatie is sinds begin jaren 60 gebruikt voor gaswinning. Nadat het beschikbare gas was geproduceerd, werd besloten om de locatie op te ruimen en terug te geven aan de oorspronkelijke eigenaar. Het opruimen van deze locatie past binnen het natuurherstelproject Starrevlak van het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), dat zich bezighoudt met natuur- en duinbeheer en drinkwatervoorziening. Het duingebied rondom de NAM-locatie is jaren lang gebruikt voor onder andere aardappel- en bollenteelt. Deze voormalige duinlandjes grenzend aan het NAM-terrein zijn recentelijk teruggebracht tot een natuurgebied, zoals het er in de 17e en 18e eeuw uitzag. Door de ontmanteling van de NAMlocatie kon dit nieuwe natuurgebied, een natte duinvallei, nog worden vergroot. Dit project zal een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de flora en fauna. De ontwikkelingen zullen door PWN worden gevolgd. Op bijgaande foto s, gemaakt door PWN, is de locatie Wimmenum te zien voor en na verwijdering van de installaties en het asfalt. 12 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

15 4 [ Een volledig programma is uitgevoerd om de continuering van het ISO14001-certificaat zeker te stellen ] Bescherming natuur en milieu Het voorkomen van ongewenste effecten op mens, dier en milieu is opgenomen in het bedrijfsbeleid. Investeringen in techniek en menskracht leveren innovatieve oplossingen op en zorgen ervoor dat de ongewenste invloed op het milieu wordt beperkt. Milieuzorgsysteem Het milieuzorgsysteem van de NAM is al enige jaren gecertificeerd volgens de ISO14001-norm, eerst door koppeling van afzonderlijke business unit-certificaten, en na de reorganisatie in 2000 door integratie van het milieuzorgsysteem in het Management System van de NAM. Eind 2001 is het geïntegreerde milieuzorgsysteem van de NAM door KPMG gecertificeerd. Gedurende 2003 is een volledig programma van activiteiten uitgevoerd om de continuering van het certificaat zeker te stellen. Er is ruime aandacht besteed aan de beheersing van de geïdentificeerde significante milieuaspecten. Interne audits hebben plaatsgevonden, onder andere om het voldoen aan de milieuvergunningen te verifiëren. Tevens zijn er projecten uitgevoerd om de negatieve invloed op het milieu, zoals gasvormige emissies en energieverbruik, te verminderen. Het opgestelde Bedrijfsmilieuplan (BMP-3) is volledig ingericht om alle belangrijke milieu-aspecten te adresseren. Eind 2003 is de jaarlijkse controle-audit van het milieuzorgsysteem uitgevoerd door KPMG Certification. Er zijn geen kritische afwijkingen gevonden, zodat het ISO14001-certificaat met een jaar is verlengd. Plannen en instrumenten Bedrijfsmilieuplan Iedere vier jaar verschijnt, als onderdeel van het Milieuconvenant tussen de overheid en de olie- en gaswinningsindustrie, een Bedrijfsmilieuplan (BMP). In 2002 is gewerkt aan het opstellen van het derde BMP, dat loopt vanaf 2003 tot en met Het BMP-2 richtte zich voornamelijk op gasvormige emissies naar de lucht, omdat in die periode daar de meeste milieuwinst te behalen is. Een aantal reductiemaatregelen uit het BMP-2 is uitgesteld en wordt meegenomen in het BMP-3. In het nieuwe plan wordt nauw aangesloten bij het ISO gecertificeerde milieuzorgsysteem van de NAM. In het kader van dit zorgsysteem is vastgelegd welke milieuaspecten relevant zijn bij de verschillende NAMactiviteiten. In het BMP-3 wordt per milieu-aspect aangegeven wat de huidige stand van zaken is, wat de wettelijke kaders zijn en welke maatregelen worden genomen. Het derde BMP-3 is begin 2003 gereedgekomen en in september 2003 definitief goedgekeurd door de overheid. Milieu Invloed Rapportage In 2003 zijn elf Milieu Invloed Rapportages (MIR) gemaakt. Sinds 1989 gebruikt de NAM met succes het MIR-proces. Het is één van de belangrijkste interne instrumenten geworden voor het identificeren van de milieu-invloed die voortkomt uit de voorgenomen activiteiten van de NAM. Het MIR-proces levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de milieuprestaties van de NAM. Bescherming natuur en milieu 13

16 Het MIR-proces is bestemd voor intern gebruik binnen de NAM, hoewel de resultaten kunnen worden gebruikt bij het voorbereiden van externe trajecten zoals het opstellen van een Milieu Effect Rapportage (MER) of bij de vergunningverlening. Door het opstellen van de MIR kunnen alle omgevingsaspecten van een project volwaardig worden meegewogen met de bedrijfseconomische aspecten in de besluitvorming. De MIR bevat een toetsing aan de belangrijke criteria voor Duurzame Ontwikkeling. Het MIR-proces wordt in een zo vroeg mogelijke fase van het project uitgevoerd, omdat dan nog de meeste en vergaande keuzemogelijkheden (bijvoorbeeld alternatieve technologieën, installaties of locaties) voor implementatie in aanmerking kunnen komen. In 2003 is het MIR-proces zoals dat de afgelopen jaren bij de NAM heeft plaatsgevonden onderzocht. Resultaat van dit onderzoek is dat een aantal verbeteringen is doorgevoerd, dat tevens is opgenomen in een standaarddocument ten aanzien van de MIR. Milieu Effect Rapportage (MER) Voor een drietal toekomstige activiteiten zijn startnotities gemaakt of in voorbereiding. Het betreft de mogelijke ontwikkelingen van het West Beemsterveld, Spijkenisse Fase II en het Schoonebeek-olieveld. Milieu-uitgaven en -investeringen In 2003 is 90,9 miljoen besteed aan de beheersing van de verschillende milieu-aspecten. De milieuuitgaven vormen bijna zeven procent van de totale uitgaven en zijn verdeeld over operationele kosten (42 procent) en kapitaalsinvesteringen (58 procent). De milieu-uitgaven zijn met 7 procent gedaald ten opzichte van Deze daling wordt met name veroorzaakt door de sterke afname van de kosten ter voorkoming van waterverontreiniging op zee. In 2002 waren de (kapitaals)investeringen op dit gebied relatief hoog, door onder andere de installatie van een MPPE-unit. Dit is een zuiveringsunit voor productiewater dat vanaf de platforms wordt geloosd. De operationele uitgaven ten aanzien van waterbehandeling zijn tot en met 2002 onder overig gerapporteerd. Voor 2003 zijn deze kosten specifiek weergegeven. Voor inpassing in de natuur en compensatie is in 2003 ongeveer 10 miljoen uitgegeven. Dit is bijvoorbeeld besteed aan het inpassen van locaties in de natuurlijke omgeving of het verminderen van zichthinder voor omwonenden. Prestaties Gasvormige emissies De in dit verslag gerapporteerde cijfers over de gasvormige emissies zijn bepaald met behulp van een programma genaamd EIS (Environmental Information System). Via EIS worden de gasvormige emissies van alle locaties binnen de NAM bepaald. De bepaling van gasvormige emissies in EIS is gebaseerd op gedetailleerde informatie van de gascomposities op de locaties. Het effect van de gasvormige emissies wordt niet alleen uitgedrukt in tonnages (zie cijferbijlage), maar tevens doorgerekend in zogenoemde Environmental Impact Units (EIU). Deze EIU s zijn gebaseerd op een methode die de 14 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

17 hoeveelheid uitgestoten componenten omrekent naar hun bijdrage aan de milieubelasting. Het totaal aan gasvormige emissies is met 11% gedaald ten opzichte van 2002, tot 1,57 miljoen EIU s. Deze reductie is met name toe te schrijven aan de afgenomen productie via de installaties op zee, onder andere door de uitgelopen onderhoudsperiodes, reservoirproblemen bij de installaties L9, Ameland en F3, de installatie van Low NO x compressoren op enkele installaties offshore en het afblazen van types gas met een relatief hoog methaangehalte en minder VOS (Vluchtige Organische Stoffen). Voor 2004 wordt een verdere daling tot 1,50 miljoen EIU s verwacht. De vermindering in EIU s wordt grotendeels veroorzaakt door een daling in de emissies van VOS en methaan (CH 4 ). De geplande reductie van VOS en CH 4 in 2004 moet onder andere gerealiseerd worden bij de reductie van ventemissies bij offshore installaties (vapour recovery) en door het Groningen Long Term-project, waarbij de oude fornuizen worden vervangen worden door een nieuw type. Deze zorgen ervoor dat de restgasverbranding wordt geoptimaliseerd en dat de hierbij vrijkomende warmte nuttig wordt gebruikt in het gasbehandelingsproces. Verder dienen in 2004 voorbereidingen te worden getroffen voor de handel in CO 2 -emissies, zoals vastgelegd in de Nederlandse wetgeving als resultaat van de Europese richtlijnen en de overeenkomsten van Kyoto. Bij de NAM vallen ongeveer tien installaties binnen het emissiehandelsprogramma. Deze inrichtingen hebben meer dan twintig Mwatt geïnstalleerd thermisch vermogen. In 2004 dienen speciale vergunningen voor deze inrichtingen te worden verkregen, om de handel in emissies in 2005 mogelijk te maken. Water Bij de productie van aardolie en aardgas op de Noordzee wordt het meegeproduceerde water ter plekke ontdaan van de minerale olie en vervolgens met het hemelwater en ander afvalwater geloosd op de zee of geïnjecteerd in de diepe ondergrond. Deze waterstromen worden aangeduid als overboordwater. In 2003 is m 3 overboordwater geloosd vanaf installaties op zee, waarbij de gemiddelde olieconcentratie 17,1 mg/l was. Tevens is m 3 water geïnjecteerd in de diepe ondergrond via putten bij de installaties Ameland-Westgat en K81-FA-1. Wat betreft de lozing in zee was op alle afzonderlijke locaties de concentratie gedurende het gehele jaar onder de wettelijke limiet van 40 mg/l. Ten opzichte van 2002 is in 2003 minder water geloosd (2002: m 3 ), omdat in 2002 bij het platform F3-FB- 1 een waterdoorbraak in het reservoir heeft plaatsgevonden. Het installeren van de MPPE-unit in 2002 op platform K15-FA-1 heeft voor een verdere vermindering van de hoeveelheid geloosde olie gezorgd. Eind 2003 is op het platform K15-FB-1 een tweede MPPE-unit geïnstalleerd. Een studie is gaande of op andere installaties een dergelijke unit zal worden geplaatst. Een andere recente maatregel die resulteert in een vermindering van de lozing van overboordwater in zee is de injectie van productiewater in de diepe ondergrond via een put bij het platform K8-FA-1. Deze injectie is sinds eind 2002 operationeel. In Bescherming natuur en milieu 15

18 2003 is door technische en operationele omstandigheden circa 30 % van de totale hoeveelheid productiewater op K8-FA-1 geïnjecteerd. Vanaf januari 2004 wordt echter volledig gebruikgemaakt van deze injectiecapaciteit. Ook zal het productiewater van het platform K7-FA-1 via K8-FA-1 worden geïnjecteerd, omdat K7 onderdeel gaat uitmaken van het K8-systeem. Daarmee wordt een verdere reductie van de lozing van alifaten en aromaten bereikt. Bodem In 2003 waren 54 bodemsaneringsprojecten in uitvoering, waarvan er twaalf werden beëindigd. Bij deze saneringsprojecten is ton grond afgegraven en afgevoerd en 0,9 miljoen m 3 grondwater onttrokken en gezuiverd. De hoeveelheid ontrokken en gezuiverd grondwater is ten opzichte van 2002 sterk afgenomen (2002: 1,8 miljoen m 3 ). Dit wordt met name veroorzaakt door de afname van sanering in Groningen, waar een overgang van saneren naar beheren plaatsvindt. In toenemende mate worden bodemsaneringen uitgevoerd door middel van in-situ reiniging van de grond. Dit betekent dat de verontreinigde grond niet wordt afgegraven, maar ter plekke wordt gereinigd. De aanpak van bodemsanering gebeurt conform het EPE Soil Reference Plan (voorheen NAM Raamplan Bodem ), dat in 2003 tot stand is gekomen. Aan het eind van 2003 waren er nog 380 historische gevallen van bodemverontreiniging. Naast het opsporen en schoonmaken van verontreinigde bodem, wordt ook veel aandacht gegeven aan het voorkomen van nieuwe verontreiniging. De campagne Going for zero is bijvoorbeeld niet alleen gericht op veiligheid, maar met name ook op het voorkomen van negatieve effecten op het milieu zoals verontreiniging van de bodem door morsingen. Toch ontstaan ten gevolge van lekkages en morsingen nog nieuwe gevallen van bodemverontreiniging (62 in 2003). Dit zijn zogenaamde zorgplichtgevallen, die onverwijld en volledig worden gesaneerd. Productie van aardgas en aardolie kan bodemdaling en soms ook lichte aardbevingen tot gevolg hebben. In oktober en november 2003 zijn bijvoorbeeld in de Groningse gemeente Loppersum in ruim een maand tijd drie keer aardtrillingen opgetreden. Zie hiervoor ook het aparte kader elders in dit verslag. Afvalstoffen Binnen de NAM wordt analoog aan de geldende wetgeving onderscheid gemaakt tussen drie categorieën afval: afvalwater, bedrijfsafval en gevaarlijk afval. Het afvalwater is nog onder te verdelen in water dat bij productie ontstaat en weer wordt geïnjecteerd in de diepe ondergrond en water dat wordt geloosd op het riool. In 2003 is 1,5 miljoen ton water geïnjecteerd en ton geloosd op het riool. Er is ton bedrijfsafval geproduceerd, onder andere het huishoudelijk afval op alle locaties (kantoren en gaslocaties) van de NAM en bouw- en sloopafval dat ontstaat bij abandonnering en renovatie van productielocaties. In 2003 is in totaal ton gevaarlijk afval geproduceerd. Dit is aanzienlijk minder dan wat er in 2002 is verwijderd (2002: ton). Oorzaak van deze sterke afname is de verbeterde indeling van vervuilde grond afkomstig 16 NAM Maatschappelijk Verslag 2003

19 van saneringen en renovaties. Vóór 2003 werd vaak een ruwere inschatting gemaakt of de grond gevaarlijk afval was of niet. Er werd een ruime marge genomen bij deze inschatting om uit te sluiten dat als niet-gevaarlijk bestempeld afval alsnog als gevaarlijk zou worden beoordeeld. In 2003 is deze inschatting sterk verbeterd, veelal gebaseerd op meer nauwkeurige metingen. De verwerking van afval vindt plaats op basis van de in de wetgeving vastgelegde voorkeursverwijderingsvolgorde. Ruim 85% van het geproduceerde afval wordt hergebruikt of elders nuttig toegepast. Slechts 2% van het afval wordt uiteindelijk gestort. De fractie anders dan storten bestaat onder andere uit boorgruis en spoeling op waterbasis dat in zee wordt geloosd. kader van de actie Going for zero een campagne gestart om het aantal milieu-incidenten te reduceren. In 2003 zijn 37 klachten ontvangen ten aanzien van NAM-activiteiten. Dit is aanzienlijk meer dan in 2002 (19 klachten). Met name de geluidsklachten zijn in 2003 toegenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat boor- en constructiewerkzaamheden in 2003 meer in de nabijheid van woongebieden hebben plaatsgevonden. Te denken valt hierbij aan de boorwerkzaamheden te Rotterdam en de constructiewerkzaamheden op de Groningen-installaties (Leermens, Ten Post) ten behoeve van het Groningen Long Term-project (GLT). Milieu-incidenten en klachten In 2003 hebben zich 267 milieu-incidenten voorgedaan. Hierbij betrof het 62 incidenten waarbij de bodem en of het grondwater vervuild raakten, tien incidenten met morsingen naar het oppervlaktewater en 63 niet-geplande emissies naar de lucht van met name aardgas. Daarnaast hebben zich 132 milieuincidenten voorgedaan, die evenwel geen gevolgen hebben gehad voor het milieu. Deze niet-geplande lozingen werden opgevangen binnen de noodvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld de lekbakken van de installaties. Het aantal milieu-incidenten is ten opzichte van 2002 (249) toegenomen. Licht positief punt hierbij is dat de toename in zijn geheel is toe te schrijven aan de lekkages die zijn opgevangen door de noodvoorzieningen. Deze lekkages zijn dus niet in het milieu terechtgekomen. In 2003 is in het Bescherming natuur en milieu 17

20 Lichte aardbevingen in Groningen In oktober en november trilde de aarde in de Groningse gemeente Loppersum in ruim een maand tijd drie keer. Deskundigen zijn het erover eens dat de gasproductie uit het Groningen-veld de bodemtrillingen heeft veroorzaakt. Deze snelle opeenvolging van trillingen is volgens het KNMI toeval, maar onder de bewoners van het gebied ontstond toch een zekere onrust. Tijdens een informatie-avond in Middelstum gaf de NAM aan zich de bezorgdheid van de bewoners goed te kunnen voorstellen. Door open en transparant informatie te verstrekken probeert de NAM die zorgen weg te nemen. Het bedrijf kent bovendien een schaderegeling in geval van lichte aardbevingen. Sinds 1997 zijn in Noord-Nederland ongeveer 700 claims in behandeling genomen. In bijna alle gevallen zijn de NAM en de betrokkenen het samen eens geworden. N.B. De op dit hoofdstuk van toepassing zijnde grafieken zijn weergegeven in hoofdstuk NAM Maatschappelijk Verslag 2003

Energie in Samenwerking

Energie in Samenwerking Energie in Samenwerking Maatschappelijk Verslag 2004 Inleiding 1 Bedrijfsprofiel NAM: Bron van energie De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (50% Shell/50% ExxonMobil) is sinds 1947 actief met het

Nadere informatie

Ondergrondse opslag van aardgas. Locaties Grijpskerk en Langelo

Ondergrondse opslag van aardgas. Locaties Grijpskerk en Langelo Ondergrondse opslag van aardgas Locaties Grijpskerk en Langelo Ondergrondse opslag van aardgas Elke dag voldoende aardgas voor iedereen. Het lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar dat is het niet.

Nadere informatie

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V.

Hierbij doe ik u toekomen het Jaarverslag 2010, Delfstoffen en aardwarmte in Nederland en het Jaarverslag 2010 van Energie Beheer Nederland B.V. > Retouradres Postbus 20101 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal voor Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 30 2594 AV Den

Nadere informatie

28 januari Duurzaam Ameland van start. 24 januari Start offshore boring L09-FA-102

28 januari Duurzaam Ameland van start. 24 januari Start offshore boring L09-FA-102 jaaroverzicht 2008 2 j a a r O v e r z i c h t 2 0 0 8 13 januari Start offshore boring L09-FA-101 28 januari Duurzaam Ameland van start Initiatief van de gemeente Ameland, NAM, Eneco Energie en GasTerra

Nadere informatie

Maatschappelijk Verslag 2006. Duurzame dialoog

Maatschappelijk Verslag 2006. Duurzame dialoog Maatschappelijk Verslag 2006 Duurzame dialoog Bedrijfsprofiel NAM: Bron van energie De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (50% Shell/50% ExxonMobil) is sinds 1947 actief met het opsporen en winnen

Nadere informatie

Een luisterend oor. Maatschappelijk Verslag 2005. Inleiding

Een luisterend oor. Maatschappelijk Verslag 2005. Inleiding Een luisterend oor Maatschappelijk Verslag 2005 Inleiding I Bedrijfsprofiel NAM: Bron van energie De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (50% Shell/50% ExxonMobil) is sinds 1947 actief met het opsporen

Nadere informatie

OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN

OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN OPLEGNOTITIE OVER GEVOLGEN VAN HET ONTWERPBESLUIT VAN HET KABINET OP AARDBEVINGEN AANLEIDING Op vrijdag 17 januari 214 heeft NAM op vijf productielocaties rond de productie zoveel mogelijk teruggebracht.

Nadere informatie

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen. MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen. MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015 Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgas productie Oppenhuizen MFC t Harspit Oppenhuizen 26 mei 2015 PROGRAMMA 20.00 uur Opening 20.10 uur Presentatie 21.15 uur Vragen 22.00 uur Afsluiting 2 Inhoud Introductie:

Nadere informatie

Eigendom bijvangst koolwaterstoffen bij aardwarmte

Eigendom bijvangst koolwaterstoffen bij aardwarmte (Deze notitie is de integrale versie van de Notitie bijvangst Ministerie EZ van april 2014 en ook onder andere op de site van Platform Geothermie te vinden.) Aanleiding In bijna alle van de tot op heden

Nadere informatie

energie in WAARBORG VOOR ZEKERHEID energie

energie in WAARBORG VOOR ZEKERHEID energie energie in WAARBORG VOOR ZEKERHEID energie Karel Stigter, directeur Voorwoord Nieuwe wegen vormt een terugkerend begrip in de verslaglegging over 2002 en een blik op komende gebeurtenissen in 2003. Twee

Nadere informatie

Geachte mevrouw Franke,

Geachte mevrouw Franke, Retouradres:, Aan de griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw & Innovatie T.a.v. mevrouw drs. M.C.T.M. Franke Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA Onderwerp Rondetafelgesprek inzake

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage. Datum 25 januari 2013 Betreft Gaswinning Groningen-veld

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage. Datum 25 januari 2013 Betreft Gaswinning Groningen-veld > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Corus in IJmuiden TRUST. Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst

Corus in IJmuiden TRUST. Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst Corus in IJmuiden TRUST Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst TRUST Tata Power - corus - Tata Steel Corus in IJmuiden is van plan de komende jaren een nieuwe warmtekrachtcentrale

Nadere informatie

Persinformatie. Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen. Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten

Persinformatie. Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen. Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten Persinformatie Uitdagende marktomgeving biedt ook kansen Nieuwe directievoorzitter wil groei voortzetten Mario Mehren: strategie Wintershall blijkt succesvol 2 juni 2015 Michael Sasse Tel. +49 561 301-3301

Nadere informatie

Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen De Meeuw Nederland Industrieweg 8 Postbus 18 5688 ZG Oirschot T +31 (0)499 57 20 24 F +31 (0)499 57 46 05 info@demeeuw.com www.demeeuw.com De Meeuw en MVO Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wint aan terrein in het bedrijfsleven en in de samenleving als geheel. Het verwachtingspatroon

Nadere informatie

Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen

Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen Ministerie van Economische Zaken Minder gaswinning, versterkingspakket voor Groningen Uitleg over het besluit gaswinning Groningen Geachte bewoner, Vrijdag 17 en zaterdag 18 januari 2014 heb ik in Groningen

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen Gebr. Griekspoor BV Innovatief Proactief Duurzaam Betrokken Nieuw-Vennep 5 november 2013 Dilia van der Want. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Een proefboring op zee, wat houdt dat in?

Een proefboring op zee, wat houdt dat in? Een proefboring op zee, wat houdt dat in? GDF SUEZ E&P Nederland B.V. voert regelmatig proefboringen uit naar gas op zee. Deze proef boringen worden uitgevoerd op een milieu- en veiligheidstechnisch verantwoorde

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Factuuradres Postbus 16180 2500 BD Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen)

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary)

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary) Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015 Versie 3.0 (Summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: Augustus 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue

Nadere informatie

Onderstaand worden de verschillende functies welke betrokken zijn bij de projectfasen nader gedetailleerd.

Onderstaand worden de verschillende functies welke betrokken zijn bij de projectfasen nader gedetailleerd. Project fasering Het project is in een 4-tal fasen opgedeeld: 1. Aanvraag: In deze fase wordt de aanvraag voor de opsporingvergunning aangevraagd. Dit is de fase waarin het project nu verkeert en deze

Nadere informatie

SPREKER DR. HENK DUYVERMAN, DIRECTEUR CUADRILLA

SPREKER DR. HENK DUYVERMAN, DIRECTEUR CUADRILLA SPREKER DR. HENK DUYVERMAN, DIRECTEUR CUADRILLA PROFIEL CUADRILLA Belangen in Engeland, Nederland en Polen Specialist in boren naar schaliegas 200 jaar ervaring State of the art apparatuur Start met boren

Nadere informatie

9 januari Start G50-jaar

9 januari Start G50-jaar jaaroverzicht 2009 2 j a a r O v e r z i c h t 2 0 0 9 9 januari Start G50-jaar Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Slochteren presenteert NAM-directeur Roelf Venhuizen het ontwerp van het kunstwerk

Nadere informatie

Addendum Waterinjectie Management Plan

Addendum Waterinjectie Management Plan Addendum Waterinjectie Management Plan Protocol seismische activiteit door waterinjectie kenmerk EP201502216336, d.d. 26 februari 2015 Seismische activiteit door waterinjectie Het productiewater dat vrijkomt

Nadere informatie

CO2 reductiedoelstellingen niveau 5

CO2 reductiedoelstellingen niveau 5 CO2 reductiedoelstellingen niveau 5 Aannemingsbedrijf van der Meer B.V. Benthuizen 19 november 2014 J. van der Meer. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave 0.0 Inhoud 1.0

Nadere informatie

Hierbij bieden wij u het rapport Recent developments on the Groningen field in 2015 aan (rapportnummer TNO-2015 R10755, dd. 28 mei 2015).

Hierbij bieden wij u het rapport Recent developments on the Groningen field in 2015 aan (rapportnummer TNO-2015 R10755, dd. 28 mei 2015). Retouradres: Postbus 80015, 3508 TA Utrecht Ministerie van Economische Zaken Directie Energiemarkt T.a.v. de heer P. Jongerius Postbus 20401 2500 EC DEN HAAG 2500EC Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus

Nadere informatie

Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond

Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond Toepassing van wet- en regelgeving voor de diepe ondergrond Pieter Jongerius De Mijnbouwwet 2 1 De Mijnbouwwet Invloedssfeer Wat is de diepe ondergrond? 100 m 500 m ~ 5 km 3 De Mijnbouwwet Vergunningen

Nadere informatie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie KOSTEN EFFECTIVITEIT VOS MAATREGELEN 2010 Achtergronddocument Energieproductie/Nogepa Jochem Jantzen Henk van der Woerd 6 oktober 2003 Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie (TME) Hogeveenseweg 24 2631

Nadere informatie

energiemanagement & kwaliteitsmanagement

energiemanagement & kwaliteitsmanagement Energiemanagement Programma & managementsysteem Het beschrijven van het energiemanagement en kwaliteitsmanagementplan (zoals vermeld in de norm, voor ons managementsysteem). 1 Inleiding Maatschappelijk

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

2015 Waddenzee. A) Algemene gegevens A1.1) Naam indiener. Formulier actualisenng meetplan ex a/t/jce/ 30 lid 6 Mijnbouwbesluit. Onderwerp.

2015 Waddenzee. A) Algemene gegevens A1.1) Naam indiener. Formulier actualisenng meetplan ex a/t/jce/ 30 lid 6 Mijnbouwbesluit. Onderwerp. Formulier actualisenng meetplan ex a/t/jce/ 30 lid 6 Mijnbouwbesluit Dit formulier dient ervoor om te zorgen dat de aanvraag om Instemming voldoet aan de eisen die de IVIIjntKiuwwet en IVIijnbouwbeslult

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2

Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2 pagina van 5 Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2 Versie 4.0 VERVALLEN per --0-20 Deelbranche(s) Autowas Algemene beschrijving & doelstelling van de branchekwalificatie De beroepsbeoefenaar kent het belang

Nadere informatie

Monitoring scope 1 en 2

Monitoring scope 1 en 2 Werk Bewust! Antea Group en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen projectnr. 080365 Onderdeel CO2 prestatieladder 12 jun 2015 Bijlage bij - 3.B.2 Energiemanagementsprogramma Monitoring scope 1 en 2 1

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 11 februari 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Learnshop. EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand

Learnshop. EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand Learnshop EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand tel: 0416-543060 Fax: 0416-543098 email: Web: paul.van.wezel@nimaris.nl

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

Power to gas onderdeel van de energietransitie

Power to gas onderdeel van de energietransitie Power to gas onderdeel van de energietransitie 10 oktober 2013 K.G. Wiersma Gasunie: gasinfrastructuur & gastransport 1 Gastransportnet in Nederland en Noord-Duitsland Volume ~125 mrd m 3 aardgas p/j Lengte

Nadere informatie

CO2 prestatieladder. Ordina stoot in 2020 ten opzichte van 2010 20% minder CO2 uit.

CO2 prestatieladder. Ordina stoot in 2020 ten opzichte van 2010 20% minder CO2 uit. CO2 prestatieladder Ordina vindt duurzaam ondernemen belangrijk. Dit betekent dat Ordina in de eigen bedrijfsvoering streeft naar een goed evenwicht tussen economische, ecologische en sociale belangen.

Nadere informatie

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgasproductie Langezwaag. Langezwaag 21 februari 2012

Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgasproductie Langezwaag. Langezwaag 21 februari 2012 Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Aardgasproductie Langezwaag Langezwaag 21 februari 2012 2 Inhoud presentatie Vermilion Oil & Gas Netherlands BV Terugblik Resultaat proefboring Vervolg Activiteiten (Milieu-)aspecten

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen J.M. de Wit Groenvoorziening BV Hazerswoude-Rijndijk 11 juni 2015 Marco Hoogenboom. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave 0.0 Inhoud 1.0 Inleiding

Nadere informatie

Inzichten uit een regio:

Inzichten uit een regio: Er is een brede duurzaamheidsscope nodig voor afwegingen rond de bodem; de energietransitie staat daarin centraal. Inzichten uit een regio: Sneller afbouwen van fossiele energie De bodem is onmisbaar bij

Nadere informatie

Energie management actieplan. Copier Groep B.V.

Energie management actieplan. Copier Groep B.V. Energie management actieplan Copier Groep B.V. Aspect van de CO 2 prestatieladder: 3.B.2. Datum: 31 maart 2015 Versie: 00 Auteur: M.J.A. Rijpert Vrijgegeven: T.J. Crum, J. Copier Voorwoord Voor u ligt

Nadere informatie

Maatschappelijk Jaarverslag 2012

Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Inhoudsopgave Blad Voorwoord 2 1. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) 3 2. MVO en Prins Bouw 3 3. Beleid 4 4. Speerpunten 5 5. Duurzaam bouwen 9 6. Toekomst 10

Nadere informatie

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST

PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST NOORD-NEDERLAND: PROEFTUIN VOOR HET EUROPESE ENERGIESYSTEEM VAN DE TOEKOMST PROEFTUIN ENERGIE- TRANSITIE REGIONALE PARTNER IN DE EUROPESE ENERGIE UNIE Noord-Nederland is een grensoverschrijdende proeftuin

Nadere informatie

Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring

Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring Maandrapportage Januari 2016 Sign. Datum 9-3-2016 Sign. Datum 9-3-2016 T.T. Scherpenhuijsen Author Prepared W.J. Plug Subsurface Team Lead Authorized INHOUD

Nadere informatie

Vertrouwen in Eigen Kunnen

Vertrouwen in Eigen Kunnen Vertrouwen in Eigen Kunnen Monument Dit is het Staatsolie monument dat staat bij het hoofdkantoor op Flora. Het is onthuld op 13 december 2005 bij de 25 ste verjaardag van Staatsolie. Dit monument laat

Nadere informatie

Tussentijdse halfjaarlijkse rapportage CO2 prestatieladder, niveau 3

Tussentijdse halfjaarlijkse rapportage CO2 prestatieladder, niveau 3 Tussentijdse halfjaarlijkse rapportage CO2 prestatieladder, niveau 3 T&A-APG Dynamostraat 48 1001 NR Amsterdam T&A Bedrijvenpark Twente 305 7602 KL Almelo Laatste wijzigingen : december 2014 Versie : 1

Nadere informatie

Nieuwe Energie Aanboren. PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011

Nieuwe Energie Aanboren. PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011 Nieuwe Energie Aanboren PvdA Aanvalsplan Aardwarmte 17 februari 2011 Verduurzaming van onze energievoorziening hapert De zekerstelling van onze energievoorziening is één van de grootste uitdagingen voor

Nadere informatie

Inhoud. Pagina 2 van 7

Inhoud. Pagina 2 van 7 Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...

Nadere informatie

Bodemverontreiniging en grondwaterbeheerssysteem Chemours, Baanhoekweg Dordrecht.

Bodemverontreiniging en grondwaterbeheerssysteem Chemours, Baanhoekweg Dordrecht. Memo Dossier Zaaknummer 200433 Kenmerk D-16-1539473 Datum 17 maart 2016 Onderwerp Bodemverontreiniging en grondwaterbeheerssysteem Chemours, Baanhoekweg Dordrecht. Inleiding In deze memo wordt uitleg gegeven

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015. Versie 2.0 (summary)

Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015. Versie 2.0 (summary) Energiezorgplan Van Dorp Installaties bv 2011 2015 Versie 2.0 (summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Februari 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue verbetering...

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 013 Datum: 14 maart 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Basisinformatie aardgaswinning uit schalie in Nederland

Basisinformatie aardgaswinning uit schalie in Nederland Basisinformatie aardgaswinning uit schalie in Nederland H1. Aardgas in Nederland Een Nederlandse energiebron Aardgas is de belangrijkste energiebron van Nederland. Het voorziet in bijna de helft van onze

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V.

DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V. DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V. DRIVEN BY QUALITY Voorwoord Dit verslag is het Duurzaamheidsjaarverslag van DAF Trucks N.V. betreffende het jaar 2014. De scope van het Duurzaamheidsverslag

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2014

Periodieke rapportage 2014 Periodieke rapportage 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie 4 2. Afbakening

Nadere informatie

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Danielle de Bruin Noordlease Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 7 maart 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T. 030-36175

Nadere informatie

14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1

14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1 Energie Management Actieplan 2013 14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1 Inhoudsopgave 6.1 Reductiedoelstellingen 3 6.2 Plan van aanpak 3 6.3 Samenvatting 6 Energie Management Actieplan

Nadere informatie

CO2 prestatieladder Reductiebeleid en reductiedoelstellingen

CO2 prestatieladder Reductiebeleid en reductiedoelstellingen CO2 prestatieladder Reductiebeleid en doelstellingen Versie: Definitief Datum: februari 2015 Eis: 2.C.3 Westgaag 42b - 3155 DG Maasland Postbus 285-3140 AG Maassluis Telefoon: 010-5922888 Fax: 010-5918621

Nadere informatie

Warmte Koude Opslag. Stappenplan WKO. Diep onder Drenthe

Warmte Koude Opslag. Stappenplan WKO. Diep onder Drenthe Warmte Koude Opslag Stappenplan WKO Diep onder Drenthe Klimaatbestendig Drenthe Klimaatveranderingen van vele eeuwen zijn nog steeds zichtbaar in het Drentse landschap. Voorbeelden hiervan zijn de Hondsrug

Nadere informatie

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013

ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN. 3 oktober 2013 ENERGIEMANAGEMENT ACTIEPLAN code: B1308 3 oktober 2013 datum: 3 oktober 2013 referentie: lak code: B1308 blad: 3/8 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Onderdelen van het energiemanagement actieplan 5 2.1

Nadere informatie

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency 1. Het Convenant Benchmarking energie efficiency Op 6 juli 1999 sloot de Nederlandse overheid met de industrie het Convenant Benchmarking energieefficiency.

Nadere informatie

CO2-reductieplan 2015

CO2-reductieplan 2015 CO2-reductieplan 2015 Samen zorgen voor minder CO2 Rapportage 2015 1 Inleiding Dit CO₂-reductieplan heeft, net zoals het volledige energiemanagementsysteem, zowel betrekking op de totale bedrijfsvoering

Nadere informatie

Staatsolie Visie 2020

Staatsolie Visie 2020 Visie 2020 Staatsolie Visie 2020 Visie Leidend zijn in de duurzame ontwikkeling van de energie industrie in Suriname Een significante bijdrage leveren aan de vooruitgang van de samenleving Een regionale

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Prof. mr. dr. Martha Roggenkamp Groningen Centre of Energy Law (RUG) en participant Cato2 Brinkhof Advocaten, Amsterdam

Nadere informatie

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015 CO 2 -update H1 2014 versie 2, 16 maart 2015 INLEIDING De belangrijkste milieu-impact van Beelen is haar CO 2 -uitstoot. Daarom hebben wij reeds in 2011 reductiedoelstellingen voor onze CO 2 -uitstoot

Nadere informatie

Energiezorgplan 2011-2015 Van Dorp CO 2 Prestatieladder. Versie 4.0

Energiezorgplan 2011-2015 Van Dorp CO 2 Prestatieladder. Versie 4.0 Energiezorgplan 2011-2015 Van Dorp CO 2 Prestatieladder Versie 4.0 Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: oktober 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue verbetering...

Nadere informatie

Schaliegas in Europa. Ideeën over de haalbaarheid van deze onconventionele energiebron

Schaliegas in Europa. Ideeën over de haalbaarheid van deze onconventionele energiebron Schaliegas in Europa Ideeën over de haalbaarheid van deze onconventionele energiebron Agenda Introductie schaliegas Wat is het eigenlijk & hoe wordt het gewonnen Wat zijn de risico s De Schaliegas Revolutie

Nadere informatie

Energiemanagementplan CO 2 -prestatieladder. : gavilar B.V. Documentgegevens. : Kamerlingh Onnesweg 63, 3316 GK Dordrecht. : QHSE-coördinator

Energiemanagementplan CO 2 -prestatieladder. : gavilar B.V. Documentgegevens. : Kamerlingh Onnesweg 63, 3316 GK Dordrecht. : QHSE-coördinator Energiemanagementplan CO 2 -prestatieladder gavilar B.V. Documentgegevens Bedrijf Adres Opgesteld Functie Gecontroleerd Functie Akkoord Functie : gavilar B.V. : Kamerlingh Onnesweg 63, 3316 GK Dordrecht

Nadere informatie

Carbon footprint 2013

Carbon footprint 2013 PAGINA i van 13 Carbon footprint 2013 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2013_2.0 Versie: 2.0 Status: Def Uitgegeven

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan

Energiemanagement Actieplan 1 van 8 Energiemanagement Actieplan Datum 18 04 2013 Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 8 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies

Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies Voortgangsrapportage CO 2 - reductiedoelstellingen scope 1 & 2 -emissies BESIX Nederland Branch 17 oktober 2011 Definitief rapport BESIX Nederland Branch Trondheim 22-24 Postbus 8 2990 AA Barendrecht

Nadere informatie

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Frank van der Tang Erdi Holding B.V. Periode: 1 januari t/m 30 juni 015 Datum: december 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

CO 2. -Ketenanalyse. Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen. Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels

CO 2. -Ketenanalyse. Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen. Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels -Ketenanalyse Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels Een slimmer concept door inzicht in de keten Met PlusWonen streeft VolkerWessels naar het minimaliseren

Nadere informatie

Dat leidt ertoe dat het gesteente als het ware iets in elkaar wordt gedrukt. Bodemdaling treedt heel geleidelijk en over een lange periode op.

Dat leidt ertoe dat het gesteente als het ware iets in elkaar wordt gedrukt. Bodemdaling treedt heel geleidelijk en over een lange periode op. Bodemdaling Vraag: Er wordt voor de omgeving van de boring een te verwachten bodemdaling afgegeven van maximaal enkele centimeters. Bij een andere locatie van Vermilion in de omgeving is de bodemdaling

Nadere informatie

Datum 13 juli 2015 Betreft Beantwoording vragen en commissieverzoek over productiewaterinjectie

Datum 13 juli 2015 Betreft Beantwoording vragen en commissieverzoek over productiewaterinjectie > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage

Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage Eindrapportage CO 2 -Prestatieladder Pagina 1 van 8 Van Oord CO 2 -Presatieladder Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage 2.A.1. - 3.B.2. - 4.B.2. - 5.B.1. - 3.C.1. - 3.C.2. -

Nadere informatie

Milieubarometer 2010-2011

Milieubarometer 2010-2011 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N005 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2010-2011 Datum : 6 januari 2012 Milieubarometer 2010-2011 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

Alles in huis voor een schone bodem

Alles in huis voor een schone bodem BAM Milieu Alles in huis voor een schone bodem BAM Milieu, onderdeel van BAM Wegen, is dé specialist op het gebied van preventie en sanering van bodemverontreiniging. Onze sterke focus op kwaliteit en

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

Warmte Koude Opslag. Wat is WKO? Diep onder Drenthe

Warmte Koude Opslag. Wat is WKO? Diep onder Drenthe Warmte Koude Opslag Wat is WKO? Diep onder Drenthe Klimaatbestendig Drenthe Klimaatveranderingen van vele eeuwen zijn nog steeds zichtbaar in het Drentse landschap. Voorbeelden hiervan zijn de Hondsrug

Nadere informatie

CO 2. Ketenanalyse. Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen. Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels

CO 2. Ketenanalyse. Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen. Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels Ketenanalyse Duurzaamheidsprestaties in de waardeketen gehele waardeketen: upstream en downstream De waardeketen is onderverdeeld in twee stromen: de upstream en de downstream. In de upstream bevinden

Nadere informatie

Gasveld Harlingen Boven-Krijt Onderzoek naar bodemdaling. 20 november 2014

Gasveld Harlingen Boven-Krijt Onderzoek naar bodemdaling. 20 november 2014 Gasveld Harlingen Boven-Krijt Onderzoek naar bodemdaling 20 november 2014 Wat kunt u vanavond verwachten? De resultaten van het onderzoek naar bodemdaling gaswinning De achtergrond van de resultaten De

Nadere informatie

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Daniëlle de Bruin Hesselink Koffie Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 15 december 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Inhoudsopgave 1. Doelstelling 2. Onderzoeksverantwoording 3. Samenvatting 4. Resultaten 5. Bijlagen (open antwoorden,

Nadere informatie

Kwartaalrapportage MVO Q2 2014 BAM Civiel - EXTERN

Kwartaalrapportage MVO Q2 2014 BAM Civiel - EXTERN Afdeling Procesondersteuning Kwartaalrapportage MVO Q2 2014 BAM Civiel - EXTERN Rapportnummer : CSR Q2 2014 - I Revisie : 1.0 Datum : donderdag 28 augustus 2014 Datum document 9/9/2014 BAM Civiel bv Behandeld

Nadere informatie

Vinçotte. KUNT U uw reputatie. veilig en duurzaam. Bouwen aan reputatie. YoUr reputation is Mine.

Vinçotte. KUNT U uw reputatie. veilig en duurzaam. Bouwen aan reputatie. YoUr reputation is Mine. Vinçotte MILIEU en veiligheid KUNT U uw reputatie versterken door veilig en duurzaam te werken? Bouwen aan reputatie YoUr reputation is Mine. Kunt u uw winst doen stijgen door uw risico s te laten dalen?

Nadere informatie

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain

Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Managementsamenvatting Horizontale planning - integratie in de gehele olie-en gas supply chain Neem planningsbesluiten voor maximale winst, meer veiligheid en minimalenadelige gevolgen voor het milieu

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien Uitgebreid onderzoek

Nadere informatie

De behandeling van zuur gas. Door de gaszuiveringsinstallatie in Emmen

De behandeling van zuur gas. Door de gaszuiveringsinstallatie in Emmen De behandeling van zuur gas Door de gaszuiveringsinstallatie in Emmen De behandeling van zuur gas In Nederland zijn naast het grote Groningen-gasveld zo n tweehonderd kleinere gasvelden in productie. In

Nadere informatie

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben

Wij brengen energie. Waar mensen licht en warmte nodig hebben Wij brengen energie Waar mensen licht en warmte nodig hebben Energie in goede banen De beschikbaarheid van energie bepaalt in grote mate hoe we leven: hoe we wonen, werken, produceren en ons verplaatsen.

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien TenneT participeert in

Nadere informatie

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Door Arné Boswinkel, Bert Palsma en Rada Sukkar Een aanzienlijk deel van de warmte uit huishoudens en industrie wordt via het afvalwater geloosd. Het potentieel

Nadere informatie