op één lijn 36 HAG = TOP OHO I + EGPRN CAPHRI School for Public Health and Primary Care Geert-Jan Dinant HOOGLERAAR HUISARTSEN UHD Jochen Cals AIOTHO

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "op één lijn 36 HAG = TOP OHO I + EGPRN CAPHRI School for Public Health and Primary Care Geert-Jan Dinant HOOGLERAAR HUISARTSEN UHD Jochen Cals AIOTHO"

Transcriptie

1 CAPHRI School for Public Health and Primary Care onderzoekspiramide HAG = TOP Jelle Stoffers Geert-Jan Dinant HOOGLERAAR HUISARTSEN UHD Yvonne van Leeuwen Roelf Norg Brisbane Jochen Cals AIOTHO Huisartsonderzoekers Erik Stolper Promovendi OHO II OHO I + EGPRN AIOS referaten WESP 6e JAAR Research Master KWEEKVIJVER Vakgroep Huisartsgeneeskunde Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML)

2 Inhoudsopgave Van de redactie Colofon Oplage 2000 Hoofd/eindredactie Babette Doorn Van de voorzitter Job Metsemakers 4 Trudy van der Weijden nieuwe hoogleraar bij Huisartsgeneeskunde persbericht 6 Nieuws van het onderwijsfront: de co-efficiënt Laury de Jonge en Lilian Aarts 7 Beste HAB coschappen is Wil Keulers redactie 9 Praktijkonderwijs Jaar 3 op de schop Johan Evers 10 Academisch Centrum voor Stemmingsstoornissen Maastricht (ASM) Frank Peeters 11 De kaderopleiding hart- en vaatziekten Yvonne van Leeuwen 12 Redactieleden Henk Goettsch, Hendrik Jan Vunderink, Ria Lumeij, Sjef Swaans, Luc Gidding en Babette Doorn Doelgroep huisartsen Limburg en Brabant, afdelingen azm & overige relaties Adres Vakgroep HAG Universiteit Maastricht Postbus MD Maastricht Ontwerp/druk Océ Business Services, Maastricht Fotografie Eigen bestand foto's promotie Jochen Cals zijn gemaakt door Bart Weijts uit Utrecht p. 3 en p. 25 foto van Roelf Norg die Heert Dokter prijs krijgt uitgereikt is gemaakt door Margot Scheerder in opdracht van het NHG p. 27 foto cliënt Maasveld (artikel Annemieke Wagemans) is gemaakt door Wim Roefs uit Loosbroek p. 29 Deadline volgend nummer 11 juni 2010 Kaft: illustratie Guus van Rooy (namen die op de kaft vermeld staan zijn gerelateerd aan artikelen in dit nummer) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Stellen zich voor: Anneke van Dijk, Jikke van der Linden & Vera-Cristina Mertens, onderzoekers 12 Leonore Lammerts, huisartsonderzoeker 13 Nadine van Nierop, gedragswetenschapper 14 Maarten van Wesel, ICT-er 14 Samen naar de top Babette Doorn 15 Over het opleiden van onderzoekers in de huisartsgeneeskunde Geert-Jan Dinant 17 Promoties: Health care for people with intellectual disability Magda Wullink 20 Alcohol and Cardiovascular Disease Marja Veenstra 21 Promotie Pluis Niet Pluis Erik Stolper 23 Cum Laude promotie Jochen Cals 25 Nèt geen BMJ Award voor Jochen Cals Geert-Jan Dinant 26 Winnaar Heert Dokter prijs 2009 Roelf Norg 27 Nieuws uit lopende onderzoeksprojecten: Amuse-2 (longembolie) Jelle Stoffers 28 Medische beslissingen levenseinde bij verstandelijk beperkten Annemieke Wagemans 29 Spoedzorg Inge Duimel 30 CEDAR (darmziekten) Liselotte Kok 30 PAS: nieuwe stoppen met roken methode voor praktijkondersteuners Eline Smit 32 Stoppen-met-roken interventie richt zich op huisartsenpraktijk Hans Vehof 33 INVEST NPO (zorg voor ouderen) Arianne Theuws 34 (G)OUD (ouderenzorg) Mandy Stijnen 35 College geven in Afrika Mandy Stijnen 36 Er is een coderingszaadje geplant Caroline Robertson 37 Voor u geschreven in Maastricht Jelle Stoffers 38 Onderwijsontwikkeling APC voor de huisartsopleidingen Angelique Timmerman 41 Toekomstgericht management onderwijs huisartsen Rob Keijzer en Marijn van Oord 42 Over het omgaan met dadendrang Felix Punt 44 Kwaliteitsonderzoek praktijkonderwijs ouderenzorg aan aios Leonore Lammerts 45 Opleidingscoördinator huisartspost Vincent Zwietering 46 Lustrum Vereniging van opleiders; Maastricht de oudste Gerard Benthem 47 Reflectie in Rolduc Gerard Benthem 48 AIOS-dag 2010: Preventie in de huisartsgeneeskunde Gemma Kuip et al 49 Aios referatendag Charles Verhoeff 50 Bijzonder bekwaam: urogynaecologie Margriet Folkeringa 52 WESP-en 53 Eigen kweek We dachten u voor de mei-vakantie nog even bij te praten over lopende zaken. We konden niet voorzien dat het zo n dik nummer zou worden; het tekent de dynamiek en veelzijdigheid van onze vakgroep. Er is veel, heel veel wetenschappelijk onderzoek. Mede daarom koos ik de titel eigen kweek voor dit redactioneel. Trudy van der Weijden is een voorbeeld van eigen kweek: opgeleid in Maastricht, gepromoveerd in Maastricht en nu sinds kort hoogleraar Implementatie van Richtlijnen aan onze vakgroep in Maastricht. Daar zijn we erg trots op! In 1999 stelden we 2 andere kersverse hoogleraren onderzoek aan u voor: Geert-Jan Dinant en Onno van Schayck. Ruim 10 jaar na dato komen zij wéér tegelijk aan bod. Hun gemeenschappelijke werkwijze c.q. streven is vroege opsporing van wetenschappelijk talent, zorgen voor adequate doorstroom, opleiding en begeleiding waarbij uiteindelijk een kleine groep de hoogste top zal halen. De artikelen in dit nummer bestrijken het hele spectrum waarover de hoogleraren spreken. Dinant mag trots zijn op zijn recent afgeleverde promovendi van wie Jochen Cals apart genoemd moet worden omdat hij het predikaat Cum Laude ontving. Een zeer bijzondere prestatie. Cals is de derde Cum Laude promotie aan onze vakgroep. Eerder lukte dat Jan Joost Rethans (nu werkzaam bij het Skillslab in Maastricht) en later ook Bas Maiburg (het huidige adjuncthoofd van onze Huisartsopleiding). Huisarts Roelf Norg won de Heert Dokter prijs voor het beste H&W artikel en kreeg die prijs uitgereikt op het NHG congres Promovendi die nog volop aan het onderzoeken zijn laten ook weer van zich horen. Nieuw zijn bijdragen van onderzoekers die niet werkzaam zijn bij onze vakgroep, maar wel in ons gebouw op het Debyeplein 1. Die onderzoekers werven ook onder huisartspraktijken in onze regio (via het Coördinatiebureau Eerste Lijn van de vakgroep). Verheugd zijn we ook weer over het voortreffelijke overzicht Voor u geschreven in Maastricht van Jelle Stoffers, een panklare samenvatting van need-to-knows over vakgroeppublicaties in de afgelopen maanden. Wetenschap is en blijft nodig voor de vakinhoudelijke uitoefening, ontwikkeling en positionering van de Huisartsgeneeskunde. Huisarts worden is een academische, en geen beroepsopleiding. Aios weten dat ook. Yvonne van Leeuwen trekt aan het andere eind van het spectrum en maakt zich sterk voor de nascholing en kaderopleiding huisartsen. Hendrik Jan interviewde collega Margriet Folkeringa haar over haar bekwaamheid urogynaecologie. In het volgend nummer komt de justitiële huisartsenzorg aan bod, Jeroen Smeets uit Maastricht studeert dit voorjaar af. Academisch werken betekent ook reflecteren en evalueren. In het basiscurriculum heeft dit geleid tot een herbezinning op het onderwijs in Jaar 3. Mede dankzij uw ervaringen en input konden we deze keuze weloverwogen maken. Tussendoor maken we wat internationale uitstapjes; de voorzitter legt uit waarom we dat doen. Dichter bij huis maar even sfeervol, komen stafleden en huisartsopleiders bijeen om te reflecteren, te leren en continu te ontwikkelen en vernieuwen. De eeuwenoude Abdij van Rolduc inspireert. Alle hens aan dek, het valt niet altijd mee voor bemanning en passagiers, maar als het schip eenmaal op koers ligt, dan is het prima toeven aan boord! Geniet van het voorjaar, wij zijn terug in hartje zomer. Babette Doorn Jochen Cals Cum Laude 2 3

3 Van de voorzitter Onze internationale activiteiten DOOR JOB METSEMAKERS, VAKGROEPVOORZITTER HUISARTSGENEESKUNDE & HUISARTS IN GEULLE Onze activiteiten op het gebied van onderwijs (basiscurriculum, huisartsopleiding, verdere scholing zoals kaderopleiding) en het wetenschappelijk onderzoek, zijn in het eerstelijnsveld wel bekend. We vragen jullie immers regelmatig voor deelname. De vakgroep speelt ook huisartsgeneeskundig een belangrijke rol, zeker binnen Europa. Mensen vragen wel waarom we daar ooit aan begonnen zijn, of we daar wel tijd voor hebben, en of dat ook iets oplevert voor de vakgroep. Waarom internationalisering? Ik weet niet zeker of de waarom-vraag ooit echt gesteld is. Maastricht was vanaf het begin in 1974 een buitengewoon interessant onderwijsexperiment dat steeds bezoekers trok. Vervolgens kwamen verzoeken om samen te werken bij de ontwikkeling van nieuwe onderwijsprogramma s in allerlei landen van de wereld. Ook op het gebied van huisartsgeneeskundig wetenschappelijk onderzoek verwierf Maastricht een uitstekende naam en kwamen internationale contacten tot stand. Het is dus gewoon zo gegroeid. Weer zo kiezen? Als we nu als vakgroep de beslissing zouden moeten nemen, verwacht ik (maar dat is natuurlijk met de kennis van nu) dat we weer zouden besluiten er tijd voor vrij te maken. Opbrengst? Een goede naam als Universiteit Maastricht en als vakgroep Huisartsgeneeskunde binnen CAPHRI School for Public Health and Primary Care levert behalve positieve reacties tijdens congressen of workshops, ook andere dingen op. We kunnen op het gebied van master studenten geneeskunde niet internationaal werven. Wel voor de andere masters van de FHML, dus ook voor de CAPHRI Research Master. Het internationaal werven van PhD studenten (promovendi) wordt internationaal ook steeds belangrijker. Onze inzet op internationaal gebied is ook belangrijk om de huisartsgeneeskunde, zoals we die in Nederland kennen, in stand te houden. Immers, binnen Europa streeft men naar harmonisatie en we zouden er toch niet aan willen denken dat we een systeem zouden krijgen zonder huisartsen maar met alleen ziekenhuisspecialisten zoals in veel Oost Europese landen het geval was en soms nog zo is. De verkoop van onze huisartsgeneeskunde door Nederland, België en Engeland heeft veel bijgedragen aan de introductie of versterking van de huisartsgeneeskunde in die landen. De internationale uitwisseling en samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek is vruchtbaar en zichtbaar in wetenschappelijke artikelen en internationale projecten. En het is belangrijk voor uitwisseling van promovendi. Europese subsidies worden steeds belangrijker en zijn alleen toegankelijk in internationale consortia. Wat doen we nu internationaal? Ik noem een beperkt aantal activiteiten. Binnen MUNDO 1, de internationale ontwikkelingsorganisatie van de Universiteit Maastricht, zijn verschillende personen van de vakgroep actief bij projecten op het gebied van onderwijs en/of wetenschappelijk onderzoek in verschillende landen zoals Turkije, Kenia, Indonesië en Ethiopië. Het secretariaat van de EGPRN, het Europese netwerk voor huisartsgeneeskundig onderzoek, is sinds jaar en dag gevestigd in Maastricht en in handen van Hanny Prick. De vakgroep heeft in het verleden de voorzitter geleverd en dr. Jelle Stoffers is al sinds een aantal jaren de penningmeester. De EGPRN heeft recent de Research Agenda als document ontwikkeld. De training van jonge onderzoekers kreeg vorm in de Opleiding tot Huisarts Onderzoeker (OHO) die, getrokken door Geert-Jan Dinant, eerst een Nederlands-Vlaamse aangelegenheid was, maar nu internationaal met Duitsland en Frankrijk wordt georganiseerd. Jelle Stoffers is sinds juni 2009 de Chief Editor van de European Journal of General Practice (EJGP), een Europees wetenschappelijk tijdschrift voor de huisartsgeneeskunde. Maastricht herbergt het Europese secretariaat van de Journal of Clinical Epidemiology waarvan André Knottnerus een van de editors is, en waaraan meerdere leden van de vakgroep meewerken. Zo doen ze belangrijke ervaring op 1 MUNDO: Maastricht University Centre for International Cooperation in Academic Development in het wetenschappelijk bedrijf waarbij Journals een steeds belangrijker rol spelen. Ik noemde het Maastrichtse onderwijsexperiment als eerste startpunt voor internationale samenwerking. Binnen de European Academy of Teachers (EURACT) wordt Nederland al sinds jaar en dag vertegenwoordigd door Maastricht. In vroeger tijden door Harry Crebolder, vervolgens door ondergetekende terwijl nu Yvonne van Leeuwen council member is. De European Definition of General Practice / Family Medicine is een van de producten die door de EURACT is opgesteld, en door Wonca Europe is overgenomen als uitgangspunt voor de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde. Een dergelijk document geeft veel landen met een zich ontwikkelende huisartsgeneeskundige zorg houvast. Trudy van der Weijden, sinds kort hoogleraar Implementatie van Klinische Richtlijnen, gaat Maastricht op de kaart zetten met een internationale conferentie: International Shared Decision Making conference juni Zelf mag ik mij sinds 2007 de secretaris WONCA Europe noemen. Een functie waarbij allerlei activiteiten op het gebied van onderwijs (EURACT), wetenschappelijk onderzoek (EGPRN), kwaliteit richtlijnen (EQUIP) samenkomen met de Vasco da Gama Movement van aios en jonge huisartsen waarbij Yvonne van Leeuwen betrokken is. Kortom: onze vakgroep heeft een internationaal netwerk. Als sommigen van ons er even niet zijn dan weet u nu waar we wellicht wel zijn. Tot slot toch ook nog 4 nationale zaken: Prof. dr. J. André Knottnerus, nu nog voorzitter van de Gezondheidsraad, is door het kabinet benoemd tot voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR); hij blijft daarnaast nog bij de vakgroep werkzaam. De praktijkcontacten in de huisartspraktijk in jaar 3, worden in het komende curriculumjaar niet meer voortgezet (zie artikel pag. 10). Ons tekort aan stageplaatsen voor de co-schappen is door de duoconstructie en inzet van vele huisartsen gedaald. Jullie inzet blijft nodig want we hebben nog een aantal plaatsen nodig. Alvast heel veel dank. De werving van huisartsopleiders door de Huisartsopleiding heeft geleid tot voldoende arsenaal voor de komende periode. Ook hier past onze dank. Uitnodiging / Vooraankondiging Zuidelijke Eerstelijnsdag op 27 oktober 2010 Bij deze willen we u van harte uitnodigen om de eerste Zuidelijke Eerstelijnsdag op 27 oktober 2010 in het Beursgebouw Eindhoven bij te wonen. De Zuidelijke Eerstelijnsdag is gratis toegankelijk voor iedereen die werkzaam is in de eerstelijn in Limburg, Brabant, Zeeland, en het zuidelijke deel van Gelderland. U kunt hier kennis opdoen over diverse actuele thema s in de eerste lijn en vooral ook contacten leggen. Een zeer omvangrijk programma van meer dan 80 workshops en seminars is in voorbereiding; in juni publiceren we het definitieve programma. Voor alle disciplines wordt accreditatie aangevraagd. Op het beursdeel presenteren zich o.a. bedrijven, (zorg)instellingen, groothandels, nascholingsinstituten, uitgeverijen, zorggroepen en -verzekeraars, overkoepelende organisaties, overheid en farmaceuten. Zij tonen noviteiten en verstrekken informatie. Ook is er gelegenheid voor interactie tijdens diverse nevenactiviteiten. Daarbij vormen de terrassen en restaurants een uitstekende ontmoetingsplaats voor informeel collegiaal overleg en contact. Noteert u deze dag alvast in uw agenda! Voor meer informatie kunt u terecht op Voetnoot redactie: Ook de vakgroep Huisartsgeneeskunde zal deelnemen aan dit congres. Wij verzorgen een aantal attractieve workshops en wij zijn op de beurs te vinden met een stand met informatie. 4 5

4 Persbericht 1 maart 2010 Leerstoel Implementatie van Richtlijnen / Implementation of clinical practice guidelines Vakgroep Huisartsgeneeskunde CAPHRI School for Public Health and Primary Care Maastricht University Per 1 maart 2010 is Trudy van der Weijden in functie getreden als hoogleraar aan de FHLM-UM op de leerstoel Implementatie van Richtlijnen. Van der Weijden studeerde in 1989 af aan de Faculteit Geneeskunde van de UM. Sinds 1990 werkt ze als artsepidemioloog bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde, waar zij onderzoek doet naar het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Zij onderzoekt de waarde van klinische praktijk richtlijnen en prestatie-indicatoren als kwaliteitsinstrumenten, en de (kosten-)effectiviteit van implementatiestrategieën. Zij promoveerde in 1997 bij prof. Richard Grol en prof. André Knottnerus. Voor haar proefschrift ontving zij in 1998 de Award van de landelijke onderzoeksschool Care. De studie ging over het effect van implementatie van de richtlijn voor diagnostiek en behandeling van hypercholesterolaemie. Sinds 2005 is zij programmaleider van het CAPHRI onderzoeksprogramma Implementation of Evidence. Zij heeft 8 promovendi begeleid, waarbij een van de proefschriften is beloond met de Care-award Zij begeleidt nu 7 eigen promovendi, (waarvan een is bekroond met een ZonMW parel), en 5 promovendi met anderen. Zij heeft 3 miljoen Euro aan projectgelden binnengehaald, voornamelijk van ZonMW. Haar speerpunten voor onderwijs en onderzoek in de komende 5 jaar zijn: De kwaliteit van zorgopdracht voor co-assistenten Huisartsgeneeskunde verder ontwikkelen, en als redacteur bijdragen aan het Leerboek kwaliteit en veiligheid in patiëntenzorg voor (para)medisch studenten, dat in 2010 zal verschijnen. Onderzoek naar effectieve methoden om richtlijnen te ontwikkelen en te implementeren. Daarbij is speciale aandacht voor effectieve patiëntparticipatie in het verbeteren van de kwaliteit van de gezondheidszorg, bijvoorbeeld het betrekken van de patiënt in de besluitvorming in de spreekkamer. Zij is voorzitter van de 6e International Conference on Shared Decision Making 2011 te Maastricht. Wat is de parel Van alle projecten die ZonMw financiert, valt een aantal extra op. Het project sluit aan bij een actuele ontwikkeling in de gezondheidszorg, er is vaak sprake van samenwerking met verschillende partijen, de resultaten springen in het oog en zijn goed te implementeren in de praktijk. Deze projecten zijn de Parels van ZonMw. Marije Koelewijn IMPALA is zo n parel. Wetenschappelijk verantwoord het risico op hart- en vaatziekten verminderen met respect voor de individuele keuzevrijheid is de kern van IMPALA. Voor meer informatie over de Parels: IMPALA Het IMPALA- project leert praktijkondersteuners in de huisartspraktijk om mensen met een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten te identificeren en samen met hen te werken aan een plan 'op maat' om gezonder te gaan leven. Individuele keuzevrijheid staat voorop, want eigen keuzes leiden vaker tot duurzame gedragsverandering. Aan de hand van bekende risicofactoren wordt de kans berekend dat iemand ernstige problemen aan hart of bloedvaten krijgt. De patiënt wordt hierover helder geïnformeerd (risicocommunicatie). Hij of zij krijgt een brochure (keuzehulp) mee naar huis die helpt om na te denken over de verschillende opties om de risicofactoren aan te pakken. Bij het volgende gesprek probeert de praktijkondersteuner de patiënt te motiveren om gezonder te gaan leven op een manier die past bij de patiënt. Een techniek hierbij is bijvoorbeeld de zogeheten motiverende gespreksvoering. Zo komt de patiënt tot een concreet plan van actie. Dit project onderscheidt zich door de nadruk op shared decision making. Wat de patiënt wil, telt mee. Keuzes zijn niet op voorhand al gemaakt zonder hierbij de patiënt te betrekken. Centraal in het IMPALA-project staat de praktijkondersteuner, een verpleegkundige of gespecialiseerde doktersassistente die diverse (vaak preventieve) taken vervult in de huisartsenpraktijk onder supervisie van de huisarts. Deskundigen zijn het er over eens dat de in Maastricht ontwikkelde aanpak in het hele land toepassing verdient. Het NHG leert praktijkondersteuners en huisartsen daarom nu al te werken met een methodiek die sterk lijkt op de IMPALAmethode. Meer informatie over het IMPALA project: ZonMW PAREL naar Maastricht Onderzoeksproject IMPALA wint belangrijke prijs VAN DE REDACTIE Uitreiking Op 18 maart ontving het onderzoeksteam van IMPALA o.l.v. prof. Trudy van der Weijden (projectleider) de prestigieuze ZonMW Parel. Onderzoeker Marije Koelewijn van de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht & CAPHRI, promoveert 20 mei 2010 op dit onderzoeksproject. Nieuws van het onderwijsfront De co-efficiënt DOOR LAURY DE JONGE, SECTORHOOFD ONDERWIJS BASISCURRICULUM EN LILIAN AARTS, ONDERWIJSCOÖRDINATOR Onderwijs in Maastricht Opvolging Henny Lantman In onze vorige editie hebt u kunnen lezen dat dr. Henny van Schrojenstein Lantman-de Valk benoemd is tot hoogleraar geneeskunde voor mensen met verstandelijke beperkingen in Nijmegen. Dit najaar houdt zij haar inaugurele rede. Henny was in Maastricht onderwijscoördinator van het AVG 1 blok. Zij organiseerde onder andere een goed lopend keuzeblok VB (Verstandelijke Beperking) in het 2e jaar, en begeleidde keuzestages in het 5e en 6 jaar. Sonja Soudant, ook AVG, 1 AVG staat voor Arts Verstandelijk Gehandicapten, maar wordt in de spreektaal ook gebruikt als zelfstandig naamwoord heeft met veel enthousiasme deze taken binnen het geneeskunde onderwijs overgenomen. Sonja is als AVG verbonden aan St. Anna. Stageonderwijs in de praktijk In het nieuwe curriculumjaar staan flinke veranderingen op stapel wat betreft de praktijkcontacten in jaar 3. Meer hierover vindt u in deze "Op één Lijn" in het stuk van jaar 3 coördinator Johan Evers. Coschappen Huisartsgeneeskunde jaar 5 De laatste tijd bent u ongetwijfeld diverse malen benaderd om een (extra) coassistent te begeleiden. De toename van het aantal studenten en de afname in het aantal actieve opleiders in jaar 5, hebben geleid 6 7

5 tot een ernstig tekort aan stageplaatsen. Als reden voor het niet meer aanbieden van stageplaatsen voor coassistenten geven huisartsen met name het gebrek aan een eigen ruimte voor de co aan. Dit heeft weer alles te maken met het toenemend aantal parttime collega s, maar zeker ook praktijkondersteuners. Daarbij starten 27 AKO (Arts in opleiding tot Klinisch Onderzoeker) studenten dit jaar met hun verplichte coschap Huisartsgeneeskunde. Door extra inspanningen in diverse praktijken is het tekort aan stageplaatsen flink afgenomen. De variant om duo s te gaan opleiden heeft zoden aan de dijk gezet. Duo co s In 31 praktijken is men gestart met een duo-model. Hiervan zijn 2 varianten: een opdeel variant en een model waarbij 2 co s continu tegelijk aanwezig zijn. Ongeveer 90% van de opleiders kiest voor een opdeelscenario, waarbij de coassistenten op verschillende dagen in de praktijk stage lopen. In de overige gevallen zijn twee coassistenten tegelijk aanwezig. Hierbij vindt er, meer nog dan in het opdeelscenario, een stimulerende wisselwerking van leerervaringen plaats tussen de coassistenten. het onderwijsportfolio te plaatsen met uitleg over allerlei rollen en functies. Te denken valt aan informatie zoals: Wat wordt van mij verwacht als coach in jaar 3?, Op welke dag vervul ik deze rol? of Welke combinaties van rollen zijn mogelijk? Daarnaast zijn we ook van plan om op deze website allerlei andere zaken en ontwikkelingen binnen het onderwijs Huisartsgeneeskunde op te nemen. Om al het onderwijs te kunnen blijven organiseren, zijn we voortdurend op zoek naar docenten: huisartsen die onderwijs geven leuk vinden en dat willen combineren met patiëntenzorg. Mede met jullie inzet en steun is ons vak huisartsgeneeskunde ook in weer ruimschoots in alle jaren van de geneeskunde opleiding prominent aanwezig. Onderwijsprijs Clinicus van het Jaar Wil Keulers was de beste Huisartsbegeleider bij de coschappen VAN DE REDACTIE Op vrijdag 4 december zijn de onderwijsprijzen door medische studentenvereniging Pulse Master uitgereikt in 5 categorieën: 1) Arts-assistent perifeer 2) Arts-assistent azm 3) Specialist perifeer 4) Specialist/hoogleraar azm 5) Beste Huisartsbegeleider Ervaringen Hoewel de eerste ervaringen van zowel opleiders als coassistenten niet negatief zijn, blijft de opdeelvariant een noodgreep, die ingezet zal blijven worden zo lang er stageplaatstekorten zijn. De inschatting is dat dit nog tenminste één academisch jaar zo zal zijn. In het zomernummer van Op één lijn zullen we u uitgebreid berichten via ervaringen met deze varianten van opleiders en coassistenten. AKO coassistenten In mei starten zoals gezegd de eerste coschappen Huisartsgeneeskunde van AKO studenten. Voor AKO s zijn alle coschappen gecomprimeerd (8 weken i.p.v. 10). De AKO co is dus korter in de huisartspraktijk aanwezig dan de reguliere geneeskundige co. Ook hierover meer in het zomernummer. Goed nieuws: accreditatie voor opleiders Met ingang van 1 januari 2010 is het coschap geaccrediteerd. Dit betekent dat een huisarts per co forfaitair 5 punten krijgen toegekend voor de begeleiding (tot een maximum van 20 punten per jaar). Daarnaast hebben we een doorstart gemaakt met de scholing van onze docenten: op 15 april jl. was er een geaccrediteerde scholingsdag in Urmond. Bij het ter perse gaan van dit nummer moest dit evenement nog plaatsvinden, dus meer kunnen we daar niet over zeggen. Gesteld Stellingen uit actuele proefschriften Het eenduidig gebruik in de medische verslaglegging van de beschikbare ICPC code P85 bij alle mensen met een verstandelijke beperking zal studies naar prevalentie aanzienlijk vereenvoudigen. (Magda Wullink) Het pluis en niet-pluis gevoel is in het diagnostisch redeneren van de huisarts niet weg te denken. De diagnostische betekenis ervan optimaal leren gebruiken dient een onderdeel van de opleiding tot huisarts te zijn. (Erik Stolper) De CRP sneltest en training in ziekte-specifieke communicatieve vaardigheden zijn doelmatig in het reduceren van antibioticavoorschriften voor lageluchtweginfecties. (Jochen Cals) Een Fries heet in Limburg Hollander en vice versa. (Marja Veenstra) De genomineerden van HAG waren deze keer (v.l.n.r. op de foto): Giel Peeters, Wil Keulers en Mieke Winten. Giel Peeters van GC Heer is al vaak genomineerd en won ook al een aantal keren. Met zijn cijfer (8.78) haalde hij deze keer "slechts" de derde prijs. Tweede werd Mieke Winten (voormalig huisarts in Neerbeek) met het cijfer 9.1. Wil Keulers (niet meer praktizerend als huisarts) begeleidde 3 groepen coschappers en kreeg gemiddeld een Eén groep co's gaf hem zelfs een 9.6 gemiddeld! Wil is dan ook de absolute winnaar van de huisartsprijs van het jaar Op de foto hierboven ontvangt hij van Jules Derks van de organisatie een oorkonde en felicitaties, waarbij onze coördinator coschappen Jean Muris (uiterst rechts op de foto), tevreden toekijkt. We danken alle HAB's voor hun fantastische inzet en prestaties! Digitalisering Op dit moment wordt gewerkt aan de vernieuwing van onze website. Het is onze bedoeling om op deze website 8 9

6 Doelstellingen niet behaald Praktijkonderwijs jaar 3 gaat op de schop Academisch Centrum voor Stemmingsstoornissen Maastricht (ASM) Diagnostiek en behandeling van complexe stemmingsproblemen DOOR JOHAN EVERS, HUISARTS EN COÖRDINATOR JAAR 3 DOOR FRANK PEETERS, PSYCHIATER MUMC Johan Evers Huisartsgeneeskunde speelt al sinds jaar en dag een belangrijke rol binnen het basiscurriculum geneeskunde. Zo vervullen huisartsen taken als tutor, coach en lezinggever, maar ook als planningsgroepslid en blokcoördinator. Op deze manier profileren wij ons vak in de opleiding tot basisarts. Een andere manier waarop studenten kennis maken met het huisartsenvak is via de contacten die zij hebben met onze praktijken. Zo was er vroeger de Oriëntatie Eerste Lijn (OEL) in jaar 1 en het Adoptieprogramma in jaar 2 t/m 4. Dit was destijds ook voor mij als in Maastricht opgeleide arts de eerste kennismaking met de huisartspraktijk van binnen uit. Inmiddels is het Adoptieprogramma overgegaan in de praktijkcontacten jaar 3 en bezoeken studenten in totaal 8 keer de huisarts gedurende het derde jaar. Deelnemende huisartsen aan jaar 3 hebben onlangs een brief van ons ontvangen met het bericht dat we gaan stoppen met jaar 3 in de huidige vorm. Dit was geen makkelijke beslissing vooral omdat we studenten op een zo realistisch mogelijke manier kennis willen laten maken met ons vak. Het Onderwijsinstituut van de Universiteit Maastricht betreurt het sterk dat de praktijkcontacten bij de huisarts zullen verdwijnen. Uit studentevaluaties en feedback van collega s blijkt, dat de doelstellingen van jaar 3 binnen het huidige programma niet gehaald worden. Tijdens jaar 3 zien studenten voor het eerst patiënten op onderwijspoli s in het ziekenhuis en tijdens de praktijkcontacten bij de huisarts. Tijdens deze contacten brengen ze leerdoelen in de praktijk die ze vooraf geformuleerd hebben. Tijdens de nabespreking met de huisarts en de specialist worden dan weer nieuwe leerdoelen geformuleerd. Ook wordt het patiëntcontact nabesproken in de basisgroep op de universiteit. Het zelf kunnen afnemen van een anamnese en het verrichten van een lichamelijk onderzoek bij een patiënt staan hierbij centraal. Uit evaluaties komt naar voren dat het zelf afnemen van een anamnese en het verrichten van een lichamelijk onderzoek er nogal eens bij inschiet. En dat de student dan met name naast de huisarts zit en meekijkt. Ook worden tijdens de nabespreking niet altijd nieuwe leerdoelen geformuleerd. Daar staat tegenover dat studenten aangeven dat het zien van patiënten bij de huisarts duidelijk meerwaarde heeft. Ook de begeleiding door de huisarts wordt over het algemeen goed gewaardeerd. Vandaar dat we nogmaals alle huisartsen (en hun patiënten) die hebben deelgenomen willen bedanken voor hun inzet. Een en ander wil echter niet zeggen dat de inbreng van huisartsgeneeskunde zal verdwijnen uit jaar 3. Ook in jaar 3 willen we dat de studenten kennis nemen van de besproken ziektebeelden vanuit de optiek van de huisarts. Zo kunnen patiënten met een bepaald ziektebeeld zich immers heel anders presenteren bij de huisarts dan uiteindelijk bij de specialist. Het is belangrijk dat studenten hiervan op de hoogte zijn. Ook willen we wederom met studenten aan de slag gaan met het thema Chroniciteit. Op dit moment wordt dan ook hard gewerkt aan een nieuwe opzet voor huisartsgeneeskunde binnen jaar 3. Het komend academisch jaar is immers alweer in aantocht. Wij zullen u in Op één Lijn op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen omtrent het ontwerpen van een nieuwe opzet. De depressie wordt wel eens sarcastisch de verkoudheid van de psychiatrie genoemd; depressieve klachten komen veel voor en gaan meestal vanzelf over. Depressies komen inderdaad veel voor, maar het vervelende is dat deze klachten in de praktijk niet altijd vanzelf overgaan. Naar schatting 20% van alle mensen die een depressie ontwikkelt blijft meer dan twee jaar met deze klachten kampen; we spreken dan van een chronische depressie. Verder blijkt een aanzienlijk deel van de patiënten niet of slechts zeer gedeeltelijk baat te hebben bij behandeling, de therapieresistente depressie. Onderzoek laat zien dat het om zo n 30% van alle behandelde depressieve patiënten gaat. Een minder voorkomende stemmingsstoornis is de bipolaire stoornis, vroeger de manisch-depressieve stoornis genoemd. Ook een gedeelte van deze patiënten blijft langdurig klachten over met name depressiviteit houden ondanks de ingezette behandeling. In de afgelopen jaren bleek er bij patiënten en hulpverleners (huisartsen, psychologen en psychiaters) steeds meer vraag naar diagnostiek en eventuele behandeling van deze problemen; wat is er precies aan de hand en wat kan er aan worden gedaan? Voor beantwoording van deze vragen hebben de afdeling Psychiatrie van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (MUMC) en de RIAGG Maastricht in 2009 een bovenregionaal centrum opgericht; het Academisch Centrum voor Stemmingsstoornissen Maastricht (ASM). Het ASM biedt gespecialiseerde diagnostiek en eventueel behandeling van stemmingsproblemen. De diagnostiek wordt over het algemeen poliklinisch verricht en bestaat uit psychiatrisch- en vaak psychologisch onderzoek. Bij psychiatrisch onderzoek worden de ziektegeschiedenis en de klachten nog een keer precies doorgenomen waardoor het probleem van de patiënt soms in een heel ander daglicht komt te staan. Psychologisch onderzoek biedt de mogelijkheid om sterke en zwakke kanten van de persoonlijkheidsstructuur in kaart te brengen. Dit kan zowel duidelijkheid geven over de reden waarom de depressie is ontstaan als over welke factoren een rol spelen bij het voortduren van de klachten. Vanzelfsprekend kan de diagnostiek worden uitgebreid met laboratorium- of beeldvormend onderzoek. Soms blijken de problemen zo ingewikkeld of onduidelijk dat klinische observatie en diagnostiek op de afdeling Psychiatrie van het MUMC nodig is. De diagnostiek binnen het ASM wordt over het algemeen uitgevoerd op de polikliniek psychiatrie van het MUMC door een psychiater en een psycholoog/psychotherapeut. In een aantal gevallen wordt er door de patiënt en behandelaar tijdelijke overname van de behandeling gevraagd. Hierbij kan het gaan om gespecialiseerde medicamenteuze behandeling, elektroconvulsieve behandeling of een specifieke vorm van psychotherapie. Kortdurende psychotherapie voor depressie (cognitieve gedragstherapie of inter-persoonlijke psychotherapie) wordt bij de RIAGG Maastricht uitgevoerd. Schemagerichte psychotherapie, een nieuwe vorm van langdurige gesprekstherapie, kan worden uitgevoerd bij therapieresistente depressies waarbij er de mogelijkheid bestaat dit in het kader van een dagbehandeling te doen. Het ASM maakt deel uit van enkele landelijke kenniscentra. Er wordt actief geparticipeerd in het Nederlands Kenniscentrum voor Angst en Depressie (NEDKAD) en het Kenniscentrum voor Bipolaire Stoornissen (KenBis). Een aantal psychotherapeuten verzorgt postacademisch onderwijs en zijn supervisor van specialistische psychotherapeutische verenigingen. Binnen het ASM wordt ook wetenschappelijke onderzoek uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de onderzoeksinstituten Clinical Psychological Science en School for Mental Health and Neuroscience. Momenteel loopt er een onderzoek naar de lange-termijn effecten van therapie voor depressie, wordt er onderzoek gedaan naar genen die betrokken zijn bij de regulatie van stemming en is er een onderzoek naar de preventie van terugval bij depressie. Voor meer informatie kunt u terecht bij Baer Arts en Frenk Peeters, beiden psychiater bij het MUMC, en Anja Karst en Ina Leeuw, respectievelijk psychiater en psychotherapeut bij de RIAGG Maastricht. Patiënten kunnen verwezen worden naar het Academisch Centrum voor Stemmingstoornissen Maastricht, afdeling psychiatrie van het MUMC in Maastricht. T

7 De kaderopleiding hart- en vaatziekten Tweede lichting gestart DOOR YVONNE VAN LEEUWEN, HUISARTSSTAFLID In november 2009 sloten we de eerste ronde van de kaderopleiding hart- en vaatziekten af. We kregen een 8 van onze cursisten en begonnen met nieuw elan aan de voorbereiding van de tweede ronde. Het resultaat is dat op 7 april 20 nieuwe deelnemers zijn gestart. De meesten van hen komen uit de Randstad. Zuid Limburg is helaas slecht vertegenwoordigd met één deelnemer, de enige aios van het gezelschap. Maar... we maken er weer 2 dynamische jaren van. Karen Konings draait mee als co-coördinator en potentiële opvolger van mij in deze functie. Beslist vermeldenswaard is, dat alle deelnemers van de eerste ronde toegetreden zijn tot de nieuw opgerichte expertgroep c.q. vereniging: HartVaatHag. Deze groep confereert van nu af 2 maal per jaar 2 dagen op dezelfde plaats en tijd als de kaderopleiding. Delen van het programma worden gedeeld met de kaderartsen in opleiding. Zo wordt van meet af aan gewerkt aan cohesie en intensieve uitwisseling. De groep is te contacteren voor onderwijs etc. - via de NHG-site. structureel (en dus gefinancierd) onderdeel. Reden dus om de interventie ( Self-Management Support, SMS) te implementeren in de reguliere zorg, geboden door praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. Het werken op twee sporen - zowel de lichamelijke als ook de psychosociale- zal met SMS een basisvaardigheid van praktijkondersteuners in de zorg voor chronisch zieken worden. We richten ons bij SMS niet alleen op depressie, zoals in de DELTA-studie, maar ook op angst, somatisatie en distress. Wij, Jikke van der Linden, Vera-Christina Mertens en Anneke van Dijk, allen gezondheidswetenschappers, voeren het SMS-project uit, onder begeleiding van prof. Jacques van Eijk, prof. Trudy van der Weijden, dr. Loes van Bokhoven en dr. Albine Moser. Het project is onderdeel van het CAPHRI programma Implementation of evidence. Jikke: ik houd me bezig met het draagvlakproject. In dit project wordt nagegaan op welke wijze aandacht voor stemmingsproblemen, vooral bij chronisch zieke ouderen, een vaste plek kan krijgen in de eerstelijns gezondheidszorg. Hiervoor interview ik diverse stakeholders. Op 29 oktober 2010 zal het project worden afgesloten met een Invitational Conference. Mijn taak zit erop sinds 1 april; de rest is overdragen aan Vera-Christina en Anneke van Dijk. Vera-Christina: Ik ben een tweedejaars Health Sciences Research studente. Ik doe mijn stage binnen SMS. In het eerste jaar van mijn master heb ik samen met Jacques van Eijck het onderzoeksvoorstel voor SMS uitgewerkt. Voordat ik naar Maastricht kwam, heb ik als ambulancemedewerkster gewerkt en volgde daarnaast de studie revalidatiepsychologie. Anneke: sinds januari 2010 ben ik bij het SMS-project betrokken. Het is de bedoeling om met een RCT (Randomised Controlled Trial, red.) na te gaan wat het effect is van de interventie voor het dagelijks functioneren van diabetespatiënten, hoe kosteneffectief SMS is en hoe (de implementatie van) SMS wordt ervaren door patiënten, praktijkondersteuners en huisartsen. In de afgelopen jaren heb ik bij Stichting Beyaert en Transmurale Zorg azm ervaring opgedaan met onderzoek in de Limburgse eerstelijnszorg. In 2006 was ik bij Huisartsgeneeskunde onderzoeksassistent voor het IMPALA-project. Toen ging ik nog door het leven als Anneke de Vries. Nu ben ik getrouwd en ik heb een dochtertje van 1 jaar. Stellen zich voor: Jikke, Vera-Christina en Anneke Onderzoekers van het Self- Management Support (SMS) Leven met een chronische aandoening zorgt voor allerlei belemmeringen in het dagelijks leven. Mensen met een chronische ziekte zijn daarbij vaak onzeker over hun toekomst, angstig over de gevolgen van hun ziekte, somber over hun situatie of denken snel dat lichamelijke klachten meteen wijzen op verergering van hun ziekte. Dit kan gedachten over de eigen mogelijkheden opleveren die veel negatiever zijn dan nodig is, waardoor het dagelijks functioneren eveneens meer dan nodig negatief beïnvloed wordt. Een neerwaartse spiraal is het gevolg. Een voorgaande studie (Depression in Elderly with Longterm Afflictions, afgekort als DELTA) onder leiding van prof. Jacques van Eijk van Medische Sociologie heeft uitgewezen dat deze problemen met een minimale psychologische interventie effectief kunnen worden behandeld door getrainde verpleegkundigen. In de huidige chronische zorg is psychosociale zorg geen Léonore Lammerts, huisartsonderzoeker Twee jaar geleden heb ik de huisartsopleiding in Maastricht afgerond en nu ben ik heel blij dat ik weer terug ben voor een halve dag per week (meestal woensdag). Daarnaast ben ik werkzaam in het CMZ de Kasteellaan als HIDHA (huisarts in dienst huisarts). Ik zal me bezighouden met een project van dr. Yvonne van Leeuwen, kwalitatief onderzoek naar het praktijkonderwijs van ouderenzorg aan huisartsen in opleiding. Hierbij is ook Kirstin Ponse betrokken. (WESP) Redactie: op pag. 45 staat een artikel over het project Kwaliteitsonderzoek naar het praktijkonderwijs van ouderenzorg aan aios

8 Nadine van Nierop, gedragswetenschapper huisartsopleiding Na één jaar als junior projectleider gewerkt te hebben bij de afdeling Educational Research & Development van de toenmalige Faculty of Economics and Business Administration ben ik in 2007 begonnen bij als medewerker digitale onderwijs ondersteuning en ontwikkeling bij de Universiteits Bibliotheek in welke hoedanigheid ik ondersteuning bied in het gebruik van de electronische leeromgeving (eleum) van deze universiteit. Sinds 1 december 2009 ben ik voor 0.2 fte werkzaam bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde als gedragswetenschapper. Van 1994 t/m 1999 heb ik aan de Universiteit van Maastricht gestudeerd, waar ik ben afgestudeerd in de Gezondheidswetenschappen (geestelijke gezondheidskunde) en de Psychologie (biologische psychologie). Na een half jaar bij het Leidse UMC als wetenschappelijk onderzoeker te hebben gewerkt, ben ik sinds 2000 werkzaam bij de HSK-groep. Dit is een landelijke organisatie voornamelijk gericht op de diagnostiek en behandeling van mensen met psychische klachten. Aanvankelijk heb ik bij HSK inhoudelijk gewerkt als psycholoog. Echter, ik zocht voor de lange termijn een uitdaging in het management. Om deze reden heb ik naast mijn werkzaamheden als psycholoog Beleid en Management in de Gezondheidszorg gestudeerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Deze studie heb ik behoudens de afstudeerscriptie afgerond. Dit, gezien het feit dat ik mijn doel, manager worden en kennis van het management verwerven, inmiddels behaald had. Van 2004 tot 2010 ben ik werkzaam geweest als vestigingsmanager bij HSK. Om mijn inhoudelijke psychologische kennis niet verloren te laten gaan, heb ik in 2005 de postdoctorale opleiding tot cognitiefgedragstherapeut afgerond en ben ik sinds 2009 geregistreerd als GZ-psycholoog. Later dit jaar hoop ik daarnaast geregistreerd te worden als EMDR-practitioner (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, red.). Wat betreft mijn privé-situatie het volgende: ik woon al bijna 10 jaar samen met Roger Haenen, revalidatiearts. Dit betekent dat we ook in onze vrije tijd de nodige psychologische gesprekken over patiënten voeren en patiënten over en weer verwijzen. Samen hebben we twee zoontjes van 9 maanden en ruim 2,5 jaar oud. Met onze vier katten erbij is het een levendig huishouden. In mijn vrije tijd proberen we oude dingen in een goede staat te houden. We wonen in een oud huis uit 1892 en zijn dit sinds 2004 aan het restaureren. Hiernaast willen we zo vaak mogelijk weg zijn met onze oude camper, die ook de nodige restauratie behoeft... Met het oog op het stellen van prioriteiten heb ik eind 2009 de keuze gemaakt om meer tijd voor mijn gezin vrij te maken en heb mijn functie als vestigingmanager naast me neergelegd. Echter nog steeds werk ik bij HSK Maastricht, echter nu uitsluitend inhoudelijk als GZ-psycholoog/ gedragstherapeut en supervisor van collega s. Om voldoende uitdaging te houden ( het bloed kruipt waar het niet gaan kan ) werk ik sinds december 2009 tevens bij de huisartsenopleiding. Ik ben van mening dat mijn achtergrond als manager en gedragstherapeut goed kan gebruiken om een bijdrage te leveren aan de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de huisartsen in opleiding. Mijn ervaring om mensen hun eigen functioneren en beleving te laten analyseren en hier conclusies en verbeterpunten aan te verbinden, helpt me hierbij. Mijn start is tot nu toe voorspoedig verlopen (leuke collega s, een goede werksfeer, inspirerende AIOS en opleiders) en geeft mij voldoende vertrouwen in de toekomst! Stelt zich opnieuw voor: I m Back: Maarten van Wesel, ICT-er Mijn naam is Maarten van Wesel, 30 jaar, gelukkig getrouwd met Irene, vader (Sara, Bram & Lieve*) en woonachtig te Heerlen. Van 2001 tot 2006 heb ik tijdens mijn studies in verschillende hoedanigheden (stagiair en ontwikkelaar ICT) rondgelopen bij de Huisartsopleiding en de vakgroep. In deze periode hield ik me bezig met (door) ontwikkelen van verschillende informatie systemen (o.a. HoSys en HagSys) en het uiteindelijk integreren van verschillende van deze systemen. Dit heeft geresulteerd in een samengevoegd databestand waarin alle personen/ relaties staan waarmee de vakgroep samenwerkt dus inclusief huisartsen en praktijken. Samen naar de top Alleen met toponderzoek kun je de gezondheidzorg beïnvloeden Interview door Babette Doorn (redactie) met professor C.P. (Onno) van Schayck, directeur van CAPHRI School for Public Health and Primary Care Inleiding In het allereerste nummer van Op één Lijn uit 1999 stelden we 2 kersverse hoogleraren bij de vakgroep Huisartsgeneeskunde voor: Geert-Jan Dinant (klinisch onderzoek) en Onno van Schayck (preventie). Dinant liet toen weten dat het zijn droom/ambitie was om het academisch netwerk verstevigd te hebben. Extramurale academische werkplaatsen als eerstelijns pendant van het academisch ziekenhuis. En de positionering en versteviging van de AIOTHO constructie. Elders in dit blad lezen we zijn hedendaagse visie op deze piramide. Dinant heeft een duidelijke opvatting over het huisartsgeneeskundige onderzoek. Destijds zei hij eveneens dat hij van bergen houdt: hoe hoger, hoe beter. Van Schayck had toen naar eigen zeggen niets met bergen, meer met water. Waarschijnlijk is hij van gedachten veranderd, want Van Schayck zoekt het nu (nog) hogerop. Anno 2010 siert hij een poster samen met dr. Hans Fiolet van de transmurale afdeling van het azm getiteld Samen naar de top. Het is de aankondiging van de jaarlijkse researchdag die op 23 maart gehouden werd. Sinds we samen een Universitair Medisch Centrum (UMC) vormen, worden niet alleen nieuwe relaties Ook binnen de huisartsopleiding zal ik mij bezighouden met het ondersteunen van e-learning. Niet alleen bij het gebruik en de herinrichting van eleum, maar ook bij de implementatie van het e-portfolio binnen de opleiding. Het is goed om weer thuis te zijn in het huis van de huisartsen. aangegaan maar worden ook bestaande relaties bezegeld. Fiolet riep in 2009 Ja, ik wil tegen CAPHRI en het huwelijk werd een feit. Het samengestelde gezin anno 2010 hoopt op vele ExTra (=extra- en transmurale) nakomelingen. Een UMC draait om 3 kerntaken: patiëntenzorg, onderwijs & opleiding en onderzoek. Het Maastrichtse UMC legt zich uitdrukkelijk toe op gezondheidspreventie, 14 15

9 het vaststellen van risicofactoren en vroege diagnostiek. Deze toevoeging is de + ( Plus is meer ) in de naam van het Maastrichtse UMC (MUMC+). Niet alle patiëntenzorg bevindt zich binnen de muren van het ziekenhuis, integendeel. Eerstelijns hulpverleners hoeven we dat niet uit te leggen. Zowel CAPHRI als de afdeling Transmurale Zorg (waar Huisartsgeneeskunde ook deel van uit maakt) fietsen door alle ketens van zorg en onderzoek/onderwijs heen. Ze staan allebei aan weerszijden van het schema, ze zijn de pijlers van het UMC huis. In feite vormen zij samen de plus van het UMC. CAPHRI School for Public Health and Primary Care In de nieuwe huisstijl van de Universiteit Maastricht volgt na de naam van de Faculteit waartoe je als vakgroep behoort, ook de naam van de School. Op één Lijn nam in 2009 deze nieuwe huisstijl over en ineens verscheen de naam CAPHRI op blad en adreswikkel. Niet alleen externe lezers, maar ook intern roept dit vragen op. Omdat we er vragen over krijgen: wat is een School in deze context in de universitaire wereld? Van Schayck had liever gezien dat de term instituut gebleven was. Het woord School is een typisch Angelsaksisch begrip. Wij Nederlanders denken bij het woord school niet aan een scientific school maar eerder aan een basisschool. Het begrip is ingevoerd omdat de voormalige onderzoeksinstituten niet langer alleen voor het wetenschappelijk onderzoek verantwoordelijk zijn, maar ook voor het Master-onderwijs. CAPHRI biedt 9 Master-opleidingen aan en voorziet daarmee in de behoefte van een paar honderd studenten per jaar. Het Master opleidingsaanbod is: Tweejarige Health Sciences Research Master (HSRM) Master of Science Public Health, met 4 verschillende afstudeerrichtingen Master of Science European Public Health (MEPH) De post-initiële Master of Science Public Health for Professionals (MPHP) Master of Science Global Health (in accreditatieproces) Post-initiële Master in samenwerking met de GGD (nog te accrediteren). De tweejarige Health Sciences Research Master (HSRM) scoorde het allerhoogste cijfer (8.2) in Nederland (bron: Elsevier). Het traject (gestart in 2006) is ook voor de wetenschap en de studenten succesvol: ruim 80% stroomt door als promovendus en heeft tijdens de HSRM al een eigen subsidieaanvraag ingediend. Ruim 60% daarvan wordt gehonoreerd. Studenten creëren hierdoor niet alleen hun eigen baan, maar stippelen ook zelf hun carrière uit omdat ze zelf hun onderwerp hebben gekozen en uitgewerkt. Het traject is succesvol omdat: 1. er goede studenten geselecteerd en toegelaten worden (1 uit 3) 2. goede persoonlijke begeleiding leiden tot juweeltjes van aanvragen 3. eigen ideeën van onderzoekers bevordert intrinsieke motivatie Via de HSRM worden jaarlijks studenten opgeleid; het streven is om (max) 20 studenten per jaar op te leiden. Scouten van bachelors is een manier om die studenten te vinden, maar ook in soortgelijke andere programma s of trajecten zijn ze te vinden. Het acroniem CAPHRI stond ooit voor Care and Public Health Research Institute. De intentie is wel om op termijn de naam CAPHRI te wijzigen maar dat zal niet in 2010 gebeuren omdat CAPHRI dit jaar ook wordt gevisiteerd (herkenbaar merk ). De laatste tijd is juist veel gewerkt aan het uitdragen van de naam als merk, dit proces wordt ook wel branding genoemd in de marketingterminologie. Wat betekent Huisartsgeneeskunde voor CAPHRI? De vakgroep Huisartsgeneeskunde is preferentieel ondergebracht bij CAPHRI. In de praktijk komt het erop neer dat de voorzitter(s) van de vakgroep(en) hun beleid bespreken en afstemmen met de directeur van CAPHRI. De vakgroep is de thuisbasis van de onderzoekers. De één zit bv bij HAG, de ander bij Gezondheidsbevordering. Het cluster Primary Care van CAPHRI scoort top, de combi huisartsgeneeskunde-epidemiologie is erg vruchtbaar en leidt tot geweldig goede internationale publicaties en daar scoor je mee, net als het binnenhalen van subsidiegelden. Wat is jouw relatie met de regionale huisartsen? Of de academische netwerken? Er is nauw contact met de Stichting Gezondheidscentra Eindhoven, de SGE. Er worden zorginnovaties gedaan gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek. Die samenwerking gaat prima en zou Van Schayck ook graag dichter bij huis van de grond zien komen. Hij ziet het ook een beetje als de schuld van de academie in het verleden: huisartsen werden vooral gebruikt als databoer, de regio Maastricht had daar last van. Gesprekken met RHO s zijn al gestart. Van Schayck wijst op de samenwerking met de GGD s in de vorm van Academische Werkplaatsen. Hiermee worden vele subsidies binnengehaald en komen tal van projecten van de grond. Het RegistratieNet Huisartsen (RNH) is vooral een voorziening voor (database)onderzoek. Huisartsen uit de academische praktijken (waarvan de meesten ook registreren voor het RNH) doen vaak ook zelf onderzoek, publiceren, zijn gepromoveerd of zijn daar mee bezig. Veel huisartsmedewerkers oefenen de patiëntenzorg uit binnen dat academisch netwerk, zorg en wetenschap zijn zo nauw met elkaar vervlochten. Naast implementatie van onderzoeksresultaten is er ook grote behoefte aan onderzoeksvragen uit de dagelijkse praktijk. We moeten ook af van het ivoren toren beeld. Het veld kan vragen genereren of zelf onderzoeken, maar we kunnen ook ondersteunen en faciliteren, elkaar helpen, samen investeren is de sleutel tot succes. Subsidiefondsen richten zich ook daarop, denk maar aan het Fonds Alledaagse ziekten. Hoe we die samenwerking moeten vormgeven en welke structuren nodig en of succesvol zijn, dat zal blijken. En wij in Maastricht moeten ook laten zien wat we doen en wat eruit komt. Kan je concrete voorbeelden geven van CAPHRI toponderzoek dat de directe huisartsenzorg beïnvloed en verbeterd heeft? Hernia. Sinds hier in Maastricht onderzoek naar gedaan is, is de behandeling wereldwijd veranderd. Of vrij recent: antibiotica resistentie van Jochen Cals, niets voor niets een cum laude studie. En uit eigen koker: nicotinevaccin, je moet er maar op komen, maar stel dat het werkt (het is nog niet bewezen), dan verandert toch wereldwijd het morbiditeitspatroon? Als tegenhanger noem ik ook de PREVASK lijn naar Preventie van Astma bij Kinderen. Hierop zijn vele onderzoekers gepromoveerd, maar veelal werd aangetoond dat er iets niet werkt(e) zoals de tegen huisstofmijt beschermende matrashoezen. Dat kan je teleurstellend vinden, maar dat maakt het onderzoek niets minder waard. Samen naar de top: wanneer zijn we daar (als we wat bereikt hebben)? Uiteindelijk telt alleen kwaliteit. Het bestuur van de Universiteit Maastricht heeft ons al het predicaat Centre of Excellence toegekend. Dit jaar wordt CAPHRI door externen gevisiteerd en ik wens dat we ons rapportcijfer van een 9 kunnen opkrikken naar de felbegeerde 10. Dan is dat (de) top. Toch denk ik dat het minder moeite kost om aan de top te blijven, dan om er te komen. Door een toppositie kunnen anderen je misschien ook beter vinden. Toch zijn we dan nog niet tevreden, want voor mij geldt dat het belang van de Societal Impact even zwaar telt. Hiermee bedoel ik wat de wetenschap oplevert voor de zorg en de maatschappij. Als ons dat niet lukt, dan falen we. Deze uitdaging biedt mij (en hopelijk het veld ook) voldoende prikkels voor de komende tijd. Van ivoren toren naar de transparante piramide van Over het opleiden van onderzoekers in de huisartsgeneeskunde door Geert-Jan Dinant, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en huisarts te Maastricht Er was een tijd dat dokters de urine van hun patiënten proefden om vast te stellen of deze leden aan suikerziekte. Een zoet smakende urine bevestigt de diagnose, zo redeneerde men. Minder lang geleden voelden dokters aan de pols van hun patiënten om vast te stellen of ze boezemfibrilleren hadden. Het eerste voorbeeld, dat van de zoet proevende urine, is nu een smakelijke anekdote die het goed doet op verjaardagen en partijen. Het tweede voorbeeld, dat van het voelen van de pols, is serieuzer en pas een aantal jaren geleden definitief onjuist gebleken. Voor het laatste werd onderzoek gedaan waarbij het diagnostisch oordeel van een reeks huisartsen (in opleiding) vergeleken werd met de resultaten van een vlak daarvoor gemaakt ECG, bij een serie bewoners van een verzorgingshuis waarvan de dokters de pols voelden zonder te weten of deze ouderen een hartritmestoornis hadden. Voor het bloedonderzoek dat we (i.p.v. het proeven van de urine) al weer heel lang bij (potentiële) diabetici doen was o.a. onderzoek nodig naar de juiste grenswaarde tussen een (nog) niet en al wel afwijkend glucosegehalte. Het zijn twee simpele, bijna hilarische voorbeelden van wetenschappelijk onderzoek die het vak huisartsgeneeskunde hebben veranderd. Het is niet moeilijk om een lange lijst van deze en geheel andere voorbeelden op te stellen. Kenmerk van de lijst is dat het telkens gaat om onderzoek dat relevant is voor het dagelijks werk van de huisarts. De lijst werd lange tijd gevuld met onderzoek dat werd gedaan door onderzoekers die leefden in de ivoren toren 16 17

10 van een academisch centrum en zich niet of nauwelijks lieten zien in de wereld van de praktiserende huisarts. Als gevolg werden regelmatig interessante bevindingen gedaan die de huisartspraktijk niet bereikten. Omgekeerd vonden huisartsen die graag iets onderzocht wilden zien, niet tot nauwelijks toegang tot deze ivoren toren, waardoor relevante problemen aan de aandacht van onderzoekers ontsnapten. Daarmee rees steeds vaker de vraag waarom huisartsen niet zelf kleinschalig onderzoek naar, voor hun praktijk relevante onderwerpen, doen en hoe we onderzoekers uit de ivoren kunnen krijgen. Anno 2010 is beide voor een groot deel gelukt en aan het succes liggen vier ontwikkelingen ten grondslag. Wetenschappelijk onderzoek opleidingspiramide HAG BI Jaar 2 OHO Jaar 1 OHO EGPRN Wetenschapsstages Post-doc Promovendus AIOTHO Huisartsonderzoekers BI: Brisbane Initiative OHO: Opleiding tot Huisarts en Onderzoeker AIOTHO: Arts In Opleiding tot Huisarts Onderzoeker Op de eerste plaats is dat een betere selectie van onderwerpen van onderzoek die voor de dagelijkse huisartspraktijk relevant zijn. In Maastricht was André Knottnerus 25 jaar geleden de belangrijkste aanvoerder van deze ontwikkeling. Een paar voorbeelden van onderzoek dat jaar geleden door hem werd opgezet zijn de diagnostiek van niet-acute buikklachten en bloedverlies per anum, de diagnostiek van plasklachten bij mannen, de diagnostiek van hartritmestoornissen en de diagnostiek en behandeling van somatisatie. Momenteel telt de vakgroep Huisartsgeneeskunde 40 promovendi en zijn tussen de 50 en 100 proefschriften en heel veel publicaties verschenen over onderwerpen die niet alleen gaan over orgaansystemen, maar ook over registratienetwerken, automatisering in de huisartspraktijk, implementatie van richtlijnen, de organisatie van de huisartspraktijk, het gezamenlijk consult huisartsspecialist, het effect van stoppen met roken programma s, slachtofferhulp, de introductie van point-of-care diagnostiek, het voorspellen van fracturen, de behandeling van schouderklachten, de diagnostiek van onbegrepen klachten, diagnostiek en behandeling van infectieziekten, zelfdiagnostiek, pluis en niet pluis in de huisartspraktijk, etc. Een tweede ontwikkeling betreft de realisatie van netwerken waarbinnen onderzoek kon worden uitgevoerd. Het Registratie Netwerk Huisartspraktijken (RNH) en het netwerk van academische huispraktijken (A12) zijn een belangrijke voorwaarde gebleken voor veel onderzoek nu en in het verleden. Zo levert het RNH de mogelijkheid om unieke steekproeven te trekken en systematisch gegevens te verzamelen, terwijl in de A12 praktijken veelal huisartsen werkzaam zijn met meer dan gemiddelde ervaring in het doen van of meedoen aan onderzoek. De derde ontwikkeling betreft het opzetten van opleidingen waarin het doen van onderzoek wordt geleerd. Maastricht mag trots zijn op de sleutelrol die zij speelde en speelt in deze opleidingspiramide waar de titel van dit stukje naar verwijst. De piramide symboliseert hoe uit de grote groep studenten geneeskunde (maar ook andere voor ons vak belangrijke studies) die hun wetenschapsstage in de eerstelijns geneeskunde doen, na enige tijd een kleine groep onderzoeksaanvoerders resulteert. De piramide bestaat uit vier (deels overlappende) lagen. Onderaan bevindt zich de breedste laag, bestaande uit de opleiding en begeleiding van geneeskundestudenten die in jaar 6 hun Wetenschapsparticipatie (WESP)-stage doen. De tweede laag wordt gevormd door jaar 1 van de tweejarige Opleiding tot Huisartsonderzoeker (OHO), in Nederland beter bekend als de NHG Kaderopleiding Wetenschappelijk onderzoek. Jaar 1 is bedoeld voor huisartsen, huisartsen in opleiding en andere geïnteresseerden die het kritisch beoordelen van gepubliceerd onderzoek willen leren en de stap willen maken naar het doen van kleinschalig onderzoek in de eigen praktijk. In dezelfde laag vinden we het internationale opleidingsprogramma van de European General Practitioners Research Network (EGPRN), het in Europa belangrijkste netwerk van huisarts-onderzoekers. Ook OHO trekt internationaal op, want waar het begon als een samenwerkingsverband tussen Leuven, Antwerpen en Maastricht bestrijkt OHO nu naast Nederland en België ook Duitsland en Frankrijk. In de derde laag van de piramide bevindt zich jaar 2 van OHO. Jaar 2 leidt deelnemers op tot zelfstandige onderzoekers. Het zijn onderzoekers die tevoren met succes jaar 1 of een vergelijkbare eerdere opleiding hebben afgesloten. In deze opleidingslaag zijn de nodige promovendi terug te vinden. In de vierde laag, tevens punt van de piramide, bevinden zich deelnemers aan de zogenaamde Brisbane Initiative (BI). BI is bedoeld voor gepromoveerde onderzoekers die aanvoerders van onderzoeksprogramma s in de eerstelijns geneeskunde zijn of worden. De deelnemers komen niet alleen uit Europa maar ook uit Noord-Amerika en Australië. De nog relatief jonge leeftijd van BI maakt dat zich hierin nog geen oorspronkelijke WESP-studenten bevinden. Er is al wel een belangrijke doorstroom van OHO jaar 1 (tweede laag) naar OHO jaar 2 (derde laag) en van OHO jaar 2 naar BI. Diverse promovendi van onze vakgroep hebben deelgenomen aan OHO jaar 2 (derde laag) en bijna alle postdocs van onze vakgroep participeren aan BI (vierde laag). Een belangrijke rode draad door de opleidingspiramide wordt gevormd door onze Aiotho s: basisartsen die hun opleiding tot huisarts combineren met het doen van promotieonderzoek. Dit landelijk initiatief kwam in 1996 in Maastricht als eerste van de grond. Zeven Aiotho s van toen zijn al gepromoveerd huisarts en werkzaam in A12 praktijken of praktijken met een vergelijkbare signatuur, respectievelijk in Elsloo (Loes van Bokhoven), Eindhoven (Rogier Hopstaken), Haelen (Roelf Norg), Amsterdam (Katinka Prince en Paul Houben), Leiden (Niels Chavannes) en Australië (Marjolein de Vries). De meesten zijn naast hun praktijkwerk nog betrokken bij wetenschappelijk onderzoek, vaak gericht op de implementatie van nieuwe kennis, het geven van nascholing, het verlenen van supervisie aan andere onderzoekers, het schrijven van standaarden en het initiëren van nieuw onderzoek. Daarmee beantwoordt het Aiotho initiatief in belangrijke mate aan haar doelstelling, namelijk het opleiden van jonge mensen tot wetenschappelijk geschoolde huisartsen die in staat zijn om inhoudelijke ontwikkelingen in ons vak te signaleren, initiëren, coachen en uit te dragen. Veel Aiotho s zijn een beetje eigen kweek, d.w.z. dat ze in Maastricht geneeskunde hebben gestudeerd en via wetenschaps- (of andere) stages serieuze interesse in het doen van onderzoek in de huisartsgeneeskunde ontwikkelden en al gauw in een van de stafleden een coach vonden. Op prevalentiebasis telt onze vakgroep ongeveer tien Aiotho s, waarvan de eerste recent cum laude promoveerde nog voordat hij huisarts is (Jochen Cals). Er is onder basisartsen veel belangstelling voor het Aiotho-schap, maar omdat alle onderzoeksgelden (inclusief die voor Aiotho s) buiten de universiteit moeten worden geworven, zijn de mogelijkheden om Aiotho s aan te stellen helaas beperkt. Daarnaast gaat een potentiële Aiotho een zwaar traject tegemoet: gedurende ongeveer zeven jaar leert hij of zij niet één maar twee nieuwe beroepen tegelijkertijd, dat van huisarts en onderzoeker. Als het praktijkwerk erop zit ligt het onderzoek te wachten en als de Aiotho lekker aan het onderzoek werkt wachten zijn of haar patiënten op de komst van de dokter. Zo n 25 jaar geleden liep in Maastricht een groep van 20 (toen nog langharige) HOIO s rond: jonge huisartsen die een eenjarige bijna voltijdse opleiding tot huisartsonderzoeker doorliepen. Van deze groep zijn diverse huisartsen gepromoveerd, in Maastricht gebleven en nog steeds actief als universitair huisarts met een substantiële onderzoeksopdracht. Tot dat groepje behoren Yvonne van Leeuwen, Jean Muris, Jelle Stoffers, Ron Winkens en ondergetekende. Ongeveer 18 jaar geleden zijn we in Maastricht opnieuw begonnen met het opleiden van huisartsen (in opleiding) tot onderzoeker, in een eerste versie van OHO (Frank Buntinx en ondergetekende). Inmiddels zijn we diverse OHO-versies verder en heeft ook de EGPRN een definitieve basis in Maastricht gevonden (Jelle Stoffers en Hanny Prick). Tevens komt het allereerste initiatief tot de oprichting van de Brisbane Initiative (BI) uit Maastricht (André Knottnerus), terwijl voor de ontwikkeling van Aiotho-programma s ondergetekende grotendeels verantwoordelijk is. Voorts heeft Marjan van den Akker een sleutelrol gespeeld in de vlucht die WESP stages bij onze vakgroep hebben genomen. Tot slot hebben vele anderen bijdragen geleverd als docent, administratief ondersteuner en jurylid in WESP stages, OHO en BI. In die 18 jaar hebben we ook geleerd waar de zwakke plekken in de piramide zitten. Het betreft o.a. haar onzekere financiële basis, de over diverse landen verdeelde ondersteuning en de kwetsbare positie van huisartsen in o.a. Duitsland en Frankrijk. Dit heeft de vakgroep doen besluiten dat 2010 het jaar wordt waarin we gaan proberen om de piramide te professionaliseren. Daartoe hebben Mark Spigt en ondergetekende op dit moment overleg met deskundigen en komen we dit voorjaar met een businessplan. Samenvattend is de ivoren toren definitief om, terwijl we voor het beklimmen van piramides niet meer naar Egypte hoeven te reizen

11 Promotie 31 maart 2010 Towards an inclusive society. Health care for people with intellectual disability. door Magda Wullink, onderzoeker Drie onderdelen komen in mijn proefschrift aan de orde, nl. (1) de prevalentie van verstandelijke beperking in Nederland, (2) de overdracht van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking die van een instelling naar woningen in de wijk verhuizen en (3) autonomie in relatie tot gezondheid van mensen met een verstandelijke beperking. De aanleiding tot het proefschrift was het veranderde beleid van de Nederlandse regering. Mensen met een verstandelijke beperking kregen ruime mogelijkheden om te verhuizen van een instelling naar de wijk. Nederland is geen voorloper in dit beleid. In Scandinavië startten deze verhuizingen al in de jaren 70. En bijvoorbeeld in Engeland en Australië speelden verhuizingen zich af in de jaren 80. Er wonen ongeveer mensen met een verstandelijke beperking in Nederland. Tijdens ons onderzoek hebben we tellingen uitgevoerd in de provincie Limburg bij instellingen, speciale scholen en RNH-huisartsen. Daarna zijn de data geëxtrapoleerd voor heel Nederland. Bijzonder is dat door gebruik te maken van de RNH-data mensen met een verstandelijke beperking konden worden opgespoord die geen gebruik maken van speciale zorg. Om de overgang van een instelling naar de wijk te vergemakkelijken, werd met vereende krachten een Richtlijn voor Zorgoverdracht gemaakt en getest. Huisartsen en AVGs (artsen voor mensen met een verstandelijke beperking) hebben geholpen om het concept te formuleren; tijdens 3 congressen hebben alle betrokkenen aanvullingen op het concept kunnen bespreken. Belangrijke uitkomst is, dat instellingen dienen te gaan overleggen met huisartsen, apothekers e.d, zodra bekend is dat een aantal mensen met een verstandelijke beperking naar de wijk gaan verhuizen. De Richtlijn werkt handig om de belangrijkste zaken in het overleg niet te vergeten. Jammer is dat er voor implementatie nauwelijks geld en aandacht voorhanden was. In samenwerking met het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) en de NVAVG (Nederlandse Vereniging voor Artsen voor mensen met een verstandelijke beperking) is een trainingsboekje (PIN) voor huisartsen gemaakt, zodat ze goede zorg kunnen verlenen aan de grotere groep mensen met een verstandelijke beperking, die meer en complexere zorg nodig hebben. Aan de hand van casus met veel voorkomende aandoeningen is het studieboekje opgezet. In de literatuur blijkt autonomie in relatie tot gezondheid van mensen met een verstandelijke beperking geen belangrijk onderwerp te zijn. Slechts 39 (van 791) artikelen werden gevonden waarbij mensen met een verstandelijke beperking een actieve rol spelen. Vooral de n=1 studies vermelden schrijnende situaties. Bijvoorbeeld: (1) X wil s avonds wat meer te doen hebben, maar de ondersteuners vinden dat mensen met een verstandelijke beperking s avonds rust nodig hebben; (2) Y en zijn 4 medebewoners willen zelf afspraken maken met de huisarts. De ondersteuners staan dit niet toe. Gelukkig blijkt er met het gebruik van hulpmiddelen en scholing een positief effect op autonomie in relatie tot gezondheid mogelijk te zijn. In Melbourne (Australië) bevindt zich het enige specialistische centrum voor zorg, onderzoek en onderwijs voor mensen met een verstandelijke beperking in de staat Victoria. De staf werd gevraagd hoe goed het lukt om die mensen te ondersteunen bij het uitvoeren van hun autonomie in relatie tot gezondheid. Met het hulpmiddel Personal Health Records en met trainingen konden artsen en therapeuten ondersteuning bieden aan mensen met een matige verstandelijke beperking. Bij mensen met een complexere vorm van verstandelijke Promotie Alcohol and Cardiovascular Disease Impact of Life Events and Social Support; A Primary Care-based Longitudinal Study door Marja Veenstra, onderzoeker A lcohol and Cardiovascular Disease: Impact of Life Events and Social Support A Primary Care-based Longitudinal Study arja Veenstra beperking was het eigenlijk onmogelijk om vorm te geven aan steun voor hun autonomie. Mensen met een verstandelijke beperking hebben uitgesproken ideeën over hoe de communicatie dient te verlopen tijdens een consult bij hun huisarts. Ze willen actief deelnemen aan het gesprek. Dit blijkt lastig, want meestal gaat er een ondersteuner mee naar de spreekkamer. Uit onderzoek blijkt dat er aan deze triadic communication nog wel wat te verbeteren valt. In de communicatierichtlijnen voor huisartsen dient dit onderwerp beschreven te worden. Empowerment van mensen met een verstandelijke beperking gaat stapje voor stapje vooruit. Ondersteuning is hierbij echter onontbeerlijk. De maatschappij èn mensen met een verstandelijke beperking hebben nog veel werk te verzetten. Vaak wordt gezegd dat een a twee glazen alcohol per dag gezond is. In veel epidemiologische studies wordt gevonden dat mensen die alcohol met mate drinken een lager risico hebben om hart- en vaatziekten te krijgen in vergelijking met mensen die geen alcohol drinken of die juist heel veel drinken. Het is aangetoond dat een hoge inname van alcohol ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Maar voordat wordt gecommuniceerd dat alcohol een beschermend effect heeft op het krijgen van hart- en vaatziekten, is het belangrijk om mogelijke verklaringen te onderzoeken. Alcohol lijkt een positief effect te hebben op een aantal biologische mechanismen, maar nietbiologische verklaringen zouden ook relevant kunnen zijn. Er wordt vaak geen rekening gehouden met stress, of sociale steun in de relatie tussen alcohol en hart- en vaatziekten. Mensen die veel stress ervaren, hebben een hogere kans om ziek te worden. Het negatieve effect van stress kan verminderd worden door sociale steun of coping stijl. Het verlagen van spanning wordt vaak genoemd als reden om alcohol te consumeren. De hypothese is dat 20 21

12 alcohol een sterk stress-bufferende werking heeft waardoor negatieve gevolgen van stress kunnen wijzigen. Het doel van dit proefschrift is om te onderzoeken of een stress-bufferende werking van alcoholgebruik een verklaring kan geven, waarom matige drinkers een lager risico hebben om hart- en vaatziekten te krijgen. Deze vraag is onderzocht op basis van gegevens uit het Leefwijze en Gezondheid Onderzoek (LEGO). De registers van 34 huisartspraktijken uit Limburg en Rotterdam en omstreken werden gebruikt als steekproefkader. De LEGO-studie startte in 1996 toen een baseline vragenlijst werd opgestuurd welke werd gevolgd door vier jaarlijkse follow-up vragenlijsten. In totaal werden mannen en vrouwen in de leeftijd van 45 tot en met 70 jaar benaderd bij het begin van de studie (response 51,7%). Via de huisartsen werd de medische informatie verzameld. Deze registreerden alle voormalige en tijdens de followup periode ( ) voor een huisarts relevant optredende gezondheidsproblemen op de probleemlijsten. Daarnaast rapporteerden de huisartsen alle hartinfarcten en alle sterfgevallen die tijdens de follow-up periode plaatsvonden direct aan de onderzoeksgroep. De vragenlijst bevatte onder andere vragen over gezondheid, leefstijl (bijvoorbeeld, alcoholgebruik), life events, copingstijlen en sociale steun. Er zijn verschillende resultaten beschreven binnen dit proefschrift een aantal zal hier kort genoemd worden. Ten eerste is er een nonresponse onderzoek uitgevoerd, waarin de relatie tussen responsgedrag en de gezondheidstoestand bij de start en overleving tijdens de follow-up periode van vijf jaar werd onderzocht. De resultaten blijken paradoxaal, aangezien de respondenten minder gezond waren bij de start van de LEGO-studie (coronaire hartziekten kwamen vaker voor bij de respondenten), maar ze hadden echter wel een lager risico om te overlijden tijdens de follow-up periode. Dit zou kunnen wijzen op een selectie-effect, waarbij de worried ill sneller geneigd zijn om deel te nemen. Worried ill zijn mensen die zich mogelijk meer zorgen maken over hun gezondheid, in dit geval ook minder gezond zijn en als gevolg van hun zorgen maken sneller en vaker naar een huisarts gaan. Dit effect zou kunnen betekenen dat de gevonden relaties tussen risicofactoren of risicogedragingen en de uitkomsten van cohortstudies afgezwakt worden. De Lifetime Drinking History (LDH-q) vragenlijst met vragen over de gemiddelde consumptie in verschillende perioden gedurende iemands leven, werd getest in de LEGO-studie. De LDH-q is speciaal ontwikkeld voor de LEGO-studie. Hierdoor konden we de grote groep respondenten ondervragen zonder ze allemaal persoonlijk te hoeven interviewen. De betrouwbaarheid en de validiteit zijn onderzocht in het proefschrift en de LDH-q bleek een bruikbaar instrument te zijn in grote cohortstudies. We vonden een duidelijk verband tussen life events, een emotiegerichte copingstijl en alcoholgebruik. Een emotiegerichte copingstijl, wordt gekenmerkt door een passieve, berustende en zelfbeschuldigende copingstijl, denk daarbij aan een opmerking zoals waarom moet mij dat nou weer overkomen. Het lijkt aannemelijk dat mensen die aangeven een emotiegerichte copingstijl te hanteren, meer alcohol gaan drinken nadat ze een 'life event' mee hebben gemaakt. Er is in dit proefschrift geen stress-bufferende werking van alcoholgebruik gevonden en we hebben dus geen alternatieve verklaring kunnen vinden waarom matige drinkers een lager risico hebben om hart- en vaatziekten te krijgen. Eén van de resultaten die mogelijk interessant is voor een huisarts is, dat mensen die geen goede copingsstrategie hanteren,eerder geneigd zijn om alcohol te drinken als middel om om te gaan met negatieve gebeurtenissen in iemands leven. Deze mensen zouden mogelijk gestimuleerd moeten worden om op een andere manier met de situatie om te gaan. Op basis van een cohortstudie kunnen geen uitspraken gedaan worden over individuele patiënten. Zolang de onderliggende mechanismen nog niet volledig duidelijk zijn, is het advies om voorzichtig te zijn met het promoten van matig alcoholgebruik als gezond en als huisarts naar een individuele patiënt te kijken welk advies met betrekking tot alcoholgebruik gegeven moet worden. Promotiedatum: Vrijdag 28 mei 2010 om uur in Rotterdam Promotoren: Prof.dr. H.F.L. Garretsen Prof.dr. J.A. Knottnerus Prof.dr. M.J. Drop Copromotor: Dr. P.H.H.M. Lemmens Promotie 26 februari 2010 Pluis en niet-pluis in de huisartspraktijk door Erik Stolper, onderzoeker en huisarts te Heerde Het fenomeen van het pluis/niet-pluis gevoel (PNP) speelt al zeker een eeuw in het diagnostisch denken van huisartsen een rol. In mijn ruim dertig jaar huisartsgeneeskunde heb ik vrijwel nooit een huisarts ontmoet die het bestaan van PNP ontkende. Toen we huisartsen, verspreid over Europa, een beschrijving lieten lezen van het niet-pluis gevoel, werd dit fenomeen door al die artsen herkend. Er zijn wel collega s die PNP als diagnostisch gevoel een onbetrouwbaar instrument vinden of oordelen dat zoiets niet meer past in een evidence-based practice. Inderdaad leek er voor de rol van PNP geen evidence te bestaan want het was tot voor kort niet systematisch onderzocht. Huisartsen maken kennelijk toch onbekommerd gebruik van PNP, getuige de talloze verhalen die ze elkaar vertellen: 'Ik had een nietpluis gevoel en hoewel ik nauwelijks aanwijzingen had voor een infarct, heb ik de patiënt ingestuurd. En het was inderdaad een coronair infarct'. Onderzoeksvragen Er was dus alle reden om een zestal jaren geleden in Maastricht een interfacultaire PNP-onderzoeksgroep te formeren in samenwerking met de universiteit van Antwerpen, met als belangrijkste vragen: welke betekenissen geven huisartsen aan PNP en welke rol speelt het in de diagnostiek? Kunnen we consensus bereiken over een bruikbare en betrouwbare omschrijving van PNP? Is er een theoretisch raamwerk dat een goede verklaring biedt voor de rol van PNP? Methoden 28 huisartsen vulden voor ons een vijver vol informatie door in vier focusgroepen te discussiëren over de nietanalytische aspecten van het diagnostisch denken. Die vijver visten we vervolgens op een systematische manier leeg waardoor we in staat waren een voorlopige omschrijving van PNP te geven en een aantal belangrijke determinanten te traceren. In de volgende onderzoeksstap bereikten we consensus over een zevental PNPstellingen door in vier schriftelijke rondes 27 universitaire huisartsen in Nederland en België op een anonieme wijze commentaar en aanvullingen te laten geven op conceptomschrijvingen. We slaagden er daarna in om na grondig literatuuronderzoek een theoretisch verklaringsmodel te construeren. We wisten dat medische tuchtcolleges het niet-pluis begrip tamelijk regelmatig gebruiken. Omdat uitspraken van tuchtcolleges normatief zijn voor ons professioneel handelen, besloten we een duik in de digitale archieven te nemen om een beeld te krijgen van de manier waarop deze colleges redeneren als het om het niet-pluis gevoel gaat. De voor de hand liggende vervolgstap in onze research was om met deskundigen een onderzoeksagenda te maken met de belangrijkste onderzoeksvragen geprioriteerd inclusief de bijpassende onderzoeksdesigns Resultaten Dit onderzoekstraject leverde een aantal concrete onderzoeksresultaten op. Allereerst bleek dat PNP een substantiële rol speelt in het diagnostisch denken van 22 23

13 huisartsen en gebaseerd lijkt op kennis, wetenschappelijke kennis, ervaringskennis en contextkennis. Als determinanten zijn verder te noemen de persoonlijkheid van de arts als ook mediërende en verstorende factoren. Niet-pluis betekent dat de huisarts een onbestemd gevoel heeft dat er iets niet klopt wat zou kunnen duiden op een mogelijk ongunstige afloop. Het niet-pluis gevoel activeert het diagnostische proces in de richting van het formuleren en afwegen van diagnoses met een mogelijk ernstige afloop en een gericht beleid op het voorkomen daarvan is noodzakelijk. Pluis betekent dat een huisarts zich gerust voelt over de verdere aanpak en afloop, ook al is hij/zij niet zeker van de diagnose: 'het klopt allemaal'. Medische tuchtcolleges nemen het niet-pluis gevoel serieus getuige een aantal uitspraken richting huisartsen en specialisten. Als u een niet-pluis gevoel hebt moet u de nodige diagnostische vervolgstappen ondernemen, aldus deze colleges. Zelfs het ontbreken van een niet-pluis gevoel in bepaalde situaties achten deze colleges professioneel gezien verwijtbaar. Met hulp van duale proces theorieën slaagden we erin om een theoretisch model te construeren waarbinnen de rol van PNP begrepen kan worden als een derde diagnostische denkspoor naast medische besliskunde en medisch probleem oplossen. PNP acteert nooit alleen maar altijd in samenwerking met analytische denkprocessen. Tenslotte zijn we met hulp van 18 experts erin geslaagd tien belangrijke onderzoeksvragen te inventariseren en - nog moeilijker - negen geschikte bijpassende onderzoeksmethoden te vinden. Het zijn ondermeer vragen naar het voorkomen van PNP, naar de diagnostische waarde in eigen praktijk en op een post en naar de betekenis van determinanten. Impact voor verder onderzoek, opleiding en dagelijkse praktijk Hoewel we nu weten dat PNP een positieve rol speelt in het diagnostisch denken van huisartsen, is dus nog niet bekend hoe groot die bijdrage is en welk aandeel belangrijke determinanten als ervaring, contextkennis en persoonlijkheid leveren. Na afronding van het proefschrift Gut feelings in general practice werken we nu aan het valideren van een korte vragenlijst waarmee mogelijke antwoorden gevonden kunnen worden. Daarnaast heeft de SBOH (Stichting Beroepsopleiding Huisartsen) subsidie beschikbaar gesteld om uit te zoeken in hoeverre het nietanalytisch leren diagnostisch leren denken al een plek heeft in de huisartsopleiding en hoe het leerbaar gemaakt kan worden. Huisartsen zijn meestal geen wetenschappers maar toch leeft breed het beeld dat zij hun diagnostische beslissingen vooral baseren op science terwijl PNP meer bij art lijkt te horen. Het is de vraag of dit beeld klopt. Welke achterliggende concepten sturen ons denken aan als we een dergelijke tweedeling maken? Zijn er argumenten om te veronderstellen dat een diagnostisch gevoel als PNP onderdeel is van onze cognitie? Vanuit de neurowetenschappelijke hoek, de ontwikkelingspsychologie en de filosofie kunnen genoeg argumenten worden aangedragen om deze stelling te verdedigen. Het gaat hier om een boeiend debat dat raakt aan de conceptuele grondslagen van onze geneeskunde. We hopen hier een steentje aan bij te dragen. In de dagelijkse praktijk van de huisarts verandert er natuurlijk niets, behalve dan dat huisartsen vrijmoediger gebruik kunnen blijven maken van een diagnostisch instrument als PNP. Het kan hen in onzekere en complexe diagnostische situaties, kenmerkend voor de huisartsgeneeskunde, op een meestal efficiënte en veilige manier gidsen. Namens de projectgroep PNP, Erik Stolper: Cum Laude promotie Van vraagteken naar uitroepteken?! door Jochen Cals, huisarts (in opleiding) en onderzoeker Het kan verkeren. Had mij tien jaar geleden voor de start van de geneeskunde opleiding gevraagd wat ik vooral niet wilde worden, dan had ik twee beroepen genoemd: huisarts en onderzoeker. Het eerste associeerde ik met de doordringende en onprettige geur van Dettol en het tweede leek me weggelegd voor mensen achter stapels papier. Dat laatste kan ik nog niet echt ontkrachten, maar mijn beroepsvoorkeur is in de loop der jaren toch danig gewijzigd. Geneeskunde blijkt doordrenkt van onduidelijke beslismomenten, routine, en gedrag op basis van ervaring in plaats van hard bewijs. De motivatie om huisarts te willen worden hoef ik u niet toe te lichten. De interesse voor onderzoek ontwikkelde zich naarmate ik op steeds meer vraagtekens stuitte, terwijl de drang naar uitroeptekens toenam. Ik rolde na een wetenschapstage over breekbare botten bij heelkunde door naar een student-promovendus plek bij huisartsgeneeskunde. In de spreekkamer zijn luchtweginfecties dagelijkse kost. En ofschoon de meeste infecties behoren tot de categorie banaal, verlopen de consulten vaak niet ideaal. De onzekerheid over de exacte prognose en een verstoorde balans tussen vraag van de patiënt en aanbod van de dokter, leidt tot voldoende vraagtekens bij deze alledaagse klachten. De rol als student-promovendus was uitdagend, want je treedt de wereld van ervaren dokters binnen en probeert handvatten te bieden om de consultvoering te optimaliseren. In de rol van onderzoeker met specifieke expertise op een bepaald deelgebied lukt dat echter best. De deelnemende huisartsen delen vervolgens hun eigen praktijkervaring, net als mijn begeleiders die allen praktijk en onderzoek combineren. Een goed onderzoek kan door deze benadering groeien, want de onderzoeker moet regelmatig met de billen bloot. Wat levert dit onderzoek op voor de dagelijkse praktijk en sluit de vraagstelling van het onderzoek voldoende aan bij de belevingswereld van praktiserende huisartsen? Voordeel van deze benadering is dat de resultaten van het onderzoek eenvoudig een vruchtbare voedingsbodem vinden in de praktijk. De vraagtekens zijn cruciaal, want de beste onderzoeksvragen komen uit de spreekkamer en jonge huisartsen (in opleiding) verkeren in de ideale positie om die vragen op te lossen. In het basiscurriculum heeft wetenschappelijk onderzoek een steeds grotere rol. Een actieve rol in de uitvoering van onderzoek ligt in de vervolgopleiding zo voor het grijpen. Daarnaast ligt de salariëring van huisartsen-in-opleiding en promovendi dicht bij elkaar. Aangezien een promotieonderzoek tegenwoordig met gemak twee kabinetten overleeft en ook de klinische werkzaamheden doorgaan, kan het traject in combinatie worden gevolgd. Je wordt dan gebombardeerd tot aiotho (arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker). In tegenstelling tot veel ziekenhuisspecialismen is in de huisartsgeneeskunde onderzoekservaring geen vereiste voor een opleidingsplek, maar daardoor is de combinatie helaas niet zo goed ingeburgerd als in de kliniek. Toch lijken er voldoende vraagtekens te bestaan die typisch huisartsgeneeskundig onderzoek zouden kunnen creëren voor een veelvoud aan aiotho s. Op dit moment combineren circa 60 aios in Nederland de huisartsopleiding met wetenschappelijk onderzoek. Recent is het gelukt om een nationaal platform op te zetten (www.aiotho.nl). Uit vraagtekens volgt onderzoek en vele vraagtekens en onderzoeken samen vormen een uitroepteken, vaak in de vorm van een proefschrift. Daarna is het weer zoeken naar nieuwe vragen en die doe je op in de dagelijkse praktijk. Patiëntenzorg en onderzoek; een uitdagende balans, want beide werkzaamheden kosten energie en zorgvuldigheid. Gelukkig zijn er vele goede voorbeelden. Zowel van mensen die beide werkzaamheden combineren (zie ook artikel Erik Stolper), maar ook mensen die de juist de volledige focus richten op of praktijk of wetenschap. Zolang we de vraagtekens blijven delen en samen op zoek gaan naar uitroeptekens is dat een ideale samenwerking. Jochen Cals is huisarts-inopleiding en onderzoeker. Hij promoveerde recent op een onderzoek naar luchtweginfecties. Meer informatie is te vinden op

14 BMJ Awards Nèt geen Research paper of the Year voor Jochen Cals Beste H&W artikel Heert Dokter Prijs 2009 door Roelf Norg, huisarts in Haelen door Geert-Jan Dinant, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en huisarts te Maastricht medicatie? Dit gebeurt door deze mensen de medicatie ook weer te onthouden en te zien of zij daarmee weer méér last van de plasklachten krijgen. Op deze manier ontstaat een selectie van degenen bij wie de klachten effectief worden bestreden met de medicatie. Bij hen wordt de behandeling definitief voortgezet. Bij de anderen wordt modelmatig de individuele meerwaarde van de alternatieve behandelingen, bijv. een operatie of juist afwachten, bepaald. In de usual care arm van het onderzoek, bleek dat de huisartsen scherper selecteerden, en met minder mensen een even groot (groeps)effect bereikten. Het behandelprotocol heeft derhalve geen bewezen meerwaarde. Op 10 maart vond in Londen de uitreiking van The BMJ (British Medical Journal) Group Awards 2009 plaats. In totaal waren er 11 categorieën, variërend van Research Paper of the Year, Getting Research into Practice en Primary Care Team of the Year, tot Junior Doctor of the Year, Best Quality Improvement en Liftetime Achievement, werd één groep of persoon als beste gekozen. Voor de 11 prijzen was een grote internationale jury ingesteld. De twee meest prestigieuze prijzen zijn die voor Research Paper of the Year en Lifetime Achievement. In de eerste categorie was het BMJ-artikel van Jochen Cals, over het effect van de CRP-sneltest en communicatietraining op het voorschrijven van antibiotica door huisartsen, voorgedragen. In deze categorie kon ieder wetenschappelijk artikel waar ook ter wereld geschreven en in welk tijdschrift ook gepubliceerd meedingen. De jury beoordeelde 167 genomineerde publicaties en selecteerde de beste acht en daarvan de beste vier. Tot de beste vier hoorde het artikel van Jochen. De drie concurrerende publicaties gingen respectievelijk over: het effect van een nieuwe vorm van malariapreventie op de sterfte aan deze ziekte het effect van een stoppen met roken programma dat gebruik maakt van financiële incentives het effect van screening op longkanker via een scan op de sterfte aan longkanker De drie concurrerende publicaties stonden respectievelijk in de Lancet, New England Journal of Medicine en de American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine (zie ook groupawards.bmj.com). De prijs ging naar het artikel over malaria. Uit de officieuze toelichting van de jury begrepen we dat het winnende artikel en het artikel van Jochen zeer dicht bij elkaar zaten, dus ging er net geen goud naar Jochen, c.q. naar Maastricht. Bij de uitreiking, die de allure van een Oscar uitreiking had, waren bijna 700 mensen aanwezig. Op bijgaande foto staan naast Jochen de vier co-auteurs van zijn BMJartikel: Geert-Jan Dinant, Rogier Hopstaken, Chris Butler en Kerry Hood (de laatste twee uit Cardiff). Een dag na mijn verjaardag, mocht ik op 11 december jl. een nieuw cadeau in ontvangst nemen tijdens het drukbezochte NHG-congres. In een met 2400 huisartsen volgepakt RAI congrescentrum werd mij verzocht dicht bij het podium plaats te nemen. Geen garantie vooraf, maar wel een kleine vingerwijzing. Prof. Van Weel besprak het juryrapport van de Heert Dokter Prijs. Deze prijs wordt uitgereikt aan het beste onderzoeksartikel dat in de voorafgaande jaargang verschenen is in Huisarts en Wetenschap. Dit jaar viel het oog van de jury, bestaande uit Chris van Weel (voorzitter), Patrick Bindels en Marijke Labots, op mijn artikel: Verbetert een behandelprotocol de behandeling van plasproblemen bij mannen? (1) Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Kees van de Beek (uroloog) en onder begeleiding van mijn copromotor Piet Portegijs en mijn promotoren Onno van Schayck en André Knottnerus. Het artikel is een weerslag van het hoofdonderzoek uit mijn promotietraject, waarin ik de gebruikelijke zorg, zoals die momenteel in de huisartsenpraktijken wordt geleverd aan mannen met plasklachten, vergelijk met een optimale behandeling, volgens de richtlijn. Deze optimale behandeling is veel actiever: meer mannen krijgen medicatie (m.n. alfa-blokkers) aangeboden voor hun klachten van bemoeilijkte mictie. Na enkele maanden moet het effect worden geëvalueerd. Zijn de klachten verbeterd? En is die verbetering toe te schrijven aan de Ik was wel verrast door de keuze van de jury voor mijn artikel. Trials met negatieve bevindingen spreken - dat is nu eenmaal de realiteit - doorgaans minder aan dan die met positieve resultaten; bovendien was dit onderzoek een zogenaamde pragmatische trial. Een trial die geen normale placebo-arm had, maar de meerwaarde probeerde aan te tonen tegenover de gebruikelijke zorg. Ik heb gemerkt dat ik hiermee geregeld heb moeten opboksen tegen de notie dat dit dus geen echte trial was. De jury zag dat gelukkig anders, en prees in het rapport de meerwaarde van dergelijk onderzoek voor de dagelijkse praktijk. Daar sluit het onderzoek wel naadloos op aan. Het voordeel van zo n druk bezocht NHG-congres is dat je de felicitaties in ontvangst mag nemen van veel mensen die je al enige tijd niet gezien hebt, zoals mijn vroegere opleider, enkele collega s uit de H&W redactieperiode, en de huisarts op de Veluwe, bij wie mijn vrouw Caroline (ook huisarts) en ik eens zijn gaan praten over praktijkovername en associatie. Bijzonder was het ook dat mijn huisarts-broer in de zaal zat. Ik kan jullie deze ervaring aanbevelen, dus wie nog twijfelt: publiceer ook in H&W! (1) Huisarts en Wetenschap 2008 (12)

15 Amuse-2 gaat door tot en met augustus 2010 door Jelle Stoffers, huisarts-epidemioloog, projectleider Promotieonderzoek Medische beslissingen rond het levenseinde bij mensen met een verstandelijke beperking door Annemieke Wagemans, AVG en onderzoeker Voor degenen die Amuse-2 nog niet kennen: deze studie, een samenwerkingverband tussen Amsterdam (AMC), Maastricht en Utrecht, onderzoekt of het in de huisartsenpraktijk valide is om met behulp van de regel van Wells voor longembolie (zie bijvoorbeeld aangevuld met een point-of-care D-dimeer test (Simplify), longembolie uit te sluiten. In de vorige uitgave van Op één lijn deden we al een oproep om te blijven includeren. Die oproep herhalen we hier graag: sluit patiënten die u verwijst naar de SEH op - meer of minder - verdenking longembolie, óók in de Amuse-2 studie in! Haal die mooie geplastificeerde Amuse-2 instructiekaart nog eens onder het stof vandaan, en vraag uw assistente nog eens waar de klapper met de Amuse-2 vragenlijstjes, testjes en informed consent brief ook al weer staat. Denk bij patiënten die benauwd zijn, pijn op de thorax hebben, of waarbij u een onverklaarde snelle pols telt, ook aan de mogelijkheid van een longembolie. Stop in voorkomende gevallen een onderzoekset in uw visitetas. Op die manier is de kans het grootst dat u de drempel van 5-10 minuten extra werk inderdaad ook neemt. We blijven op u rekenen! Op dit moment (16 maart 2010) staat de teller voor Zuidoost Nederland op 171, en dat is 28 meer dan we u in de vorige uitgave van Op één lijn konden melden. Inmiddels zijn nog twee praktijken in de regio Den Bosch bereid gebleken om mee te doen de komende maanden. De inclusie loopt voor zover nu valt te voorzien - tot en met eind augustus Tegen die tijd is onderzoeker Petra Erkens weer terug uit Ottawa, Canada. Zij doet momenteel buitenlandse onderzoekservaring op, op de afdeling van professor Wells ( ja, dezelfde!). Sinds kort geniet ik de gastvrijheid van de vakgroep Huisartsgeneeskunde voor het doen van mijn onderzoek naar medische beslissingen rond het levenseinde bij mensen met een verstandelijke beperking. Ik ben AVG (arts voor verstandelijk gehandicapten) en werkzaam in Maasveld, Maastricht. In mijn dagelijks werk heb ik veel te maken met beslissen voor een ander, uiteraard vooral met de medische beslissingen. Naar de wijze waarop deze beslissingen worden genomen, doe ik een promotie onderzoek. Tot nu toe heb ik een ruim aanbod gevonden van medische beslissingen rond het levenseinde bij mensen met een laag niveau van functioneren. Ik heb na het overlijden van patiënten zowel de arts, als ook de naasten en de verzorgers apart geïnterviewd. Dat heeft veel informatie opgeleverd. Wij zoeken nu nog naar beslismomenten bij mensen met een lichte verstandelijke beperking. Mogelijk dat er bij een patiënt uit uw praktijk een dergelijk moment geweest is in het afgelopen jaar? Ik zou dan graag via de behandelende arts in contact komen met familie en verzorgers. Laat het me weten svp. Ik ben bereikbaar op (maandag en dinsdag) of via Denkt u nog aan Amuse-2!?! Denkt u nog aan We Amuse-2!?! hebben landelijk 550 mensen geïncludeerd. Maastricht heeft 168 patiënten geïncludeerd, Amsterdam 142 en Utrecht 240. Van deze patiënten had 46,2% een lage verdenking longembolie (Wells score 4 & neg. D-Dimeer). We We hebben landelijk 550 mensen hebben geïncludeerd. nog 250 patiënten nodig. Maastricht De inclusie duurt heeft t/m augustus patiënten geïncludeerd, Helpt u mee aan de laatste spurt? Amsterdam 142 en Utrecht 240. Van deze patiënten had 46,2% een lage verdenking longembolie (Wells score 4 & neg. D-Dimeer). We hebben nog 250 patiënten nodig. De inclusie duurt t/m 31 augustus Helpt u mee aan de laatste spurt? Neem bij vragen gerust contact met ons op: Marion de Mooij, onderzoeksassistente tel

16 Feedback in de acute keten Spoedzorg onderzoek DOOR Inge Duimel, onderzoeker Het generieke kenmerk van de spoedzorgketen (ook in Limburg) is het ontbreken van de sluitende cirkel. In het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) Limburg zijn 5 zorgketens voor spoedzorg gestart (CVA, myocardinfarct, acute obstetrie, acute heuptrauma, acute psychiatrie). De communicatie en informatieoverdracht tussen de schakels van deze ketens vertoont lacunes en verloopt niet volgens een ketenmaatstaf. Juist in acute situaties is vaak de verwijzer (of vervoerder) van de patiënt geïnteresseerd in de afloop of juistheid van zijn diagnosestelling en/of blijven er vragen over de procedure. Zo gaan misschien leermomenten verloren die de kwaliteit in de acute ketenzorg verder kunnen optimaliseren. Ter verbetering werd bij ZonMw een subsidieaanvraag ingediend voor onderzoek naar en het toepassen van modellen van feedback in de acute zorgketen. In 2009 werd deze subsidie toegekend en er is een junior onderzoeker gestart met het in kaart brengen van de De CEDAR-studie: voor en door huisartsen Organische en functionele darmziekten in de huisartspraktijk door Liselotte Kok, arts en promovendus bij UMC Utrecht organisatorische kenmerken van de vijf zorgketens. We willen praktisch toepasbare methoden ontwikkelen en implementeren. Tevens willen we beoordelen of we het onderwerp feedback in de acute- en spoedzorgketen goed in kaart en op de kaart kunnen brengen. De werkgroep is breed samengesteld. Huisartsen vormen uiteraard een belangrijke speler in de acute- en spoedzorgketen, dus met dit onderzoek zal ook u als huisarts mogelijkerwijs op één of andere manier te maken kunnen krijgen. Wilt u alvast meer informatie, dan kunt u zich wenden tot: drs. Janneke Zeelenberg: of 043/ (onderzoeker) drs. Dick Nagelhout: (coördinator Traumacentrum) dr. Inge Duimel-Peeters, (begeleider onderzoek, samen met Prof. dr. Bert Vrijhoef en dr. Arno van Raak) Het uitsluiten van organische darmziekten, zoals IBD, diverticulitis of darmkanker, is een belangrijk doel bij patiënten met buikklachten. Coloscopie blijft de gouden standaard, maar is een belastend en duur onderzoek. Nieuwe biomarkers in de ontlasting kunnen de huisarts mogelijk bij dit diagnostische dilemma ondersteunen. Een door ZoNMw gesubsidieerd onderzoek in drie regio s in Nederland (Sittard, Heerlen en Ede) moet hier duidelijkheid over brengen. Naar schatting heeft 7% van de patiënten die met buikklachten op het spreekuur van de huisarts komen een organische darmziekte (ODZ), zoals de ziekte van Crohn, Colitis Ulcerosa, diverticulitis of darmkanker. Bij de overige 93% is er sprake van een functionele darmziekte, zoals het prikkelbaar darmsyndroom (PDS). De meeste patiënten met PDS kunnen goed worden behandeld in de eerste lijn. Endoscopie Ondanks diagnostische criteria, zoals de Rome III-criteria, blijkt het lastig om de diagnose PDS alleen op basis van symptomen te stellen. De anamnese is vaak niet specifiek genoeg. Op dit moment wordt 20% van de patiënten met chronische buikklachten verwezen voor endoscopie om ODZ uit te sluiten, maar bij slechts een derde daarvan wordt ODZ gevonden. Coloscopie is relatief duur en vervelend voor de patiënt. Het terugdringen van het aantal verwijzingen voor endoscopie zou de doelmatigheid van het beleid bij chronische buikklachten ten goede komen. De CEDAR-studie Vanaf maart 2010 gaat in de regio Sittard de CEDARstudie van start. Deze studie onderzoekt of nieuwe biomarkers in de ontlasting kunnen bijdragen aan het betrouwbaar onderscheid maken tussen patiënten met ODZ en functionele darmziekten in de eerste lijn. In de studie worden twee point-of-care-testen onderzocht: de calprotectine sneltest en een nieuwe feces occult bloedtest. Calprotectine is een eiwit afkomstig uit neutrofiele granulocyten in de darmwand en is verhoogd aanwezig in de ontlasting van patiënten met inflammatoire darmziekten. Het onderzoek wordt gecoördineerd door CAPHRI en het Julius Centrum, de eerstelijns afdelingen van de UMC s Maastricht en Utrecht, samen met de MDLafdelingen van drie grote regionale ziekenhuizen. Naast Sittard participeren ook ziekenhuizen in Heerlen en Ede. Studieopzet Het onderzoek sluit nauw aan op het gangbare beleid van de huisarts. Patiënten met dikke darmklachten die langer dan twee weken bestaan en bij wie de huisarts een endoscopie in verband met een verhoogd risico op ODZ noodzakelijk acht, kunnen meedoen. Bij alle patiënten zal, naast anamnese en lichamelijk onderzoek, ook bloedonderzoek en de twee sneltesten in de ontlasting (calprotectine en occult bloedtest) plaatsvinden. Gezien het belang van de studie hopen we dat huisartsen in de regio zoveel mogelijk patiënten die ze voor endoscopie verwijzen naar het Orbis Medisch Centrum in de studie insluiten. Met de drie genoemde ziekenhuizen samen hopen we de benodigde 990 patiënten te vinden. De studie loopt nog tot 1 januari Voor meer informatie kunt u terecht bij Liselotte Kok, Telefoon Het CEDAR-onderzoeksteam (samenwerkend met de RHO s): Jean Muris, huisarts, UMC Maastricht Niek de Wit, huisarts, UMC Utrecht Carl Moons, epidemioloog, UMC Utrecht Wat levert de CEDAR-studie op: Scherpere richtlijnen voor endoscopie bij patiënten met langer bestaande onderbuiksklachten; Naar verwachting kan bij toepassing daarvan endoscopisch onderzoek achterwege blijven bij een deel van de patiënten Het beleid bij patiënten met functionele buikklachten blijft bij de huisarts; De vrijkomende endoscopiecapaciteit kan worden ingezet voor het komende bevolkings-onderzoek naar colorectale kanker

17 Nieuwe stoppen met roken methode voor praktijkondersteuners Wat vindt u van PAS? Stoppen-met-roken interventie richt zich op huisartsenpraktijk Virtuele online stopcoach door Eline Smit, onderzoeker vakgroep Gezondheidsbevordering maastricht door Hans Vehof, onderzoeker vakgroep Gezondheidsbevordering Maastricht PAS (Persoonlijk Advies bij het Stoppen met roken) combineert het geven van persoonlijke stopadviezen via Internet met een kort gesprek met de praktijkondersteuner. Werkt PAS? Het onderzoek naar het effect van PAS (Persoonlijk Advies bij het Stoppen met roken) is in volle gang en de eerste resultaten zien er veelbelovend uit. Zo vond bijna 90% van alle deelnemers aan PAS hun eerste persoonlijke advies bij het stoppen met roken een beetje tot erg nuttig! En nu? Op dit moment zijn we op zoek naar enthousiaste praktijkondersteuners die mee willen doen met een nieuw onderzoek. Voor dit onderzoek kunt u de PAS materialen in uw praktijk gebruiken om patiënten te begeleiden die willen stoppen met roken. Na ongeveer 3 maanden zullen wij u vragen naar uw ervaringen met het programma, mogelijke verbeterpunten, enz. Wat levert het u op? Uw patiënten begeleiden volgens PAS is niet alleen interessant voor de patiënt, maar ook zeker voor uzelf. U doet extra kennis op over hoe u de rokende patiënten in uw praktijk kunt helpen te stoppen met roken. kunt als één van de eersten uw patiënten een persoonlijk stoppen met roken programma aanbieden terwijl dit van u slechts een geringe tijdsinvestering vraagt. profileert u uzelf als praktijkondersteuner binnen de huisartsenpraktijk. Het takenpakket van de praktijkondersteuner staat nog niet altijd helemaal vast, maar het geven van stoppen-met-roken voorlichting past daar goed in. Interesse? Hebt u interesse om aan dit onderzoek mee te doen? Meldt u dan aan via het aanmeldformulier: www. persoonlijkstopadvies.nl/aanmeldformulierpoh.php Wilt u meer informatie over PAS? Neem dan gerust contact met ons op via of neem een kijkje op onze website Wij kijken ernaar uit met u samen te werken! Oproep redactie Huisarts: zit het in de genen? Voor een themanummer later dit jaar zijn we op zoek naar huisartsen die 1 of meer familieleden met hetzelfde beroep (=huisarts) hebben. Dat kunnen broers of zussen zijn, maar denk ook aan familiaire belasting gedurende verschillende generaties (vader-dochter, grootvader kleinzoon). Bent u een dergelijke huisarts of kent u ze: laat het ons weten: Op 1 oktober 2010 gaat het stoppen-met-roken project SteunBijStoppen.nl van start. Het project is een interventie van de Universiteit Maastricht/CAPHRI bij rokers die een aan roken gerelateerde klacht hebben en hiermee bij de huisarts op consult komen. De deelnemers krijgen thuis toegang tot een internetpagina die in meerdere sessies vragen stelt aan de gebruiker en via software direct op maat adviezen geeft op het beeldscherm. Het project wordt geleid door Prof. Dr. Hein de Vries (UM). Dr. Catherine Bolman (OU) en huisarts Dr. Jean Muris (UM) en wordt gefinancierd door ZonMw. De adviezen die gegeven worden zijn zogeheten computer-tailored adviezen. Dat advies hangt af van de antwoorden die de gebruiker geeft op vragen over sociale invloeden, de voor- en nadelen van roken, eigen effectiviteit en actieplanning. Uit een database met filmpjes en teksten worden bijpassende adviezen gegeven. Er worden aan de deelnemer diverse sessies aangeboden. Eén sessie waarin de rokers zich aanmeldt en uitgenodigd wordt een stopdatum te bepalen, één sessie waarin de roker wordt voorbereid op het stopmoment en vier ondersteunende sessies. Een van de onderzoeksvragen is of mensen uit lagere sociaal economische groepen meer baat hebben bij de filmadviezen ten opzichte van tekstadviezen. Zo wordt de succeskans bij stoppen met roken in deze groep mogelijk vergroot vergeleken met resultaten uit eerdere interventies met alleen tekstadviezen. Ook wordt er onderzocht of bij mensen uit hogere sociaal economische groepen deze mediavoorkeur tegenovergesteld is. De deelnemer krijgt meerdere kansen om bij terugval een nieuwe stopdatum te stellen. Hiermee hoeft de deelnemer niet zonder herkansing in één keer succesvol te zijn. De roker is niet gedwongen om direct een stopdatum te stellen. Wanneer hij na de eerste sessie toch niet wil stoppen met roken, wordt hij na twee maanden opnieuw benaderd. SteunBijStoppen.nl is een aanvulling op de zorg voor rokers zoals deze nu al in de praktijk aanwezig is. De interventie mag parallel gaan lopen met al aanwezige ondersteuning door de arts of praktijkondersteuner. Aanmelden of vragen stellen kan nu al op of op telefoonnummer Vanaf 1 oktober 2010 tot 1 oktober 2011 kan de praktijk dan gebruik maken van deze kosteloze rokerszorg. Aanspreekpunt van het SteunBijStoppen.nl projectteam zijn promovendus Hans Vehof en onderzoeksassistenten Suzanne Verhoeven en Annerika Slok. Hans Vehof Na mijn opleiding Voeding & Gezondheid met als afstudeerrichting voedingsgedrag en ziektepreventie, heb ik mij een paar jaar bezig gehouden met de verbetering van leefstijlfactoren. Dit heb ik gedaan in wetenschappelijk onderzoek en in een therapeutische setting. Het project steunbijstoppen.nl geeft mij de kans te promoveren op een aantal psychologische factoren die rookgedrag, stopmotivatie en terugval beïnvloeden. Dit project is groot opgezet met de verschillende stoppogingen die deelnemers krijgen, de verschillende uitgebreide sessies en de database met filmpjes die wij aan het maken zijn. Ik zie erg uit naar de eerste succesvolle stoppers straks in oktober! Suzanne Verhoeven Als bewegingswetenschapper ben ik altijd geïnteresseerd in gezond gedrag. Toen ik na diabetesonderzoek de kans kreeg gezond gedrag vanuit een andere hoek te benaderen, heb ik die dan ook enthousiast aangegrepen. Als onderzoeksassistent in het project steunbijstoppen houd ik me voornamelijk bezig met de logistieke uitdagingen die zo n groot project biedt, en bied ik samen met mijn collega Annerika ondersteuning aan de promovendus en de deelnemende huisartsen

18 Annerika Slok Nadat ik vorig jaar de Master Public Health heb afgerond aan de Universiteit Maastricht ben ik gaan werken als onderzoeksassistent bij de afdeling Gezondheidsbevordering. Dit werk en het project SteunBijStoppen.nl geeft mij de mogelijkheid om kennis te maken met de verschillende facetten van wetenschappelijk onderzoek. Het is een erg groot project wat veel voorbereiding vereist. We zien er erg naar uit om de eerste rokers op te nemen in het onderzoek, en hen te begeleiden in hun stoppoging. Susanne, Hans en Annerika Evaluatieonderzoek [G]OUD [G]OUD is op zoek naar controlepraktijken voor het evaluatieonderzoek! door Mandy Stijnen, promovendus evaluatieonderzoek [G]OUD 34 INVEST NPO Zorg voor ouderen in een kwetsbare positie: hoe gaan we dat betalen? door Arianne Theuws, onderzoeker Een belangrijke vraag bij de ontwikkeling van innovaties in de zorg is: hoe gaan we het betalen als de projectfinanciering stopt? INVEST NPO is een project dat al tijdens de projectperiode van zorginnovatie met deze vraag aan de slag gaat. Op dit moment worden in heel het land activiteiten ontwikkeld om de zorg voor ouderen in een kwetsbare positie te verbeteren. Huisartsen werken bijvoorbeeld samen met andere disciplines om kwetsbare ouderen vroeg op te sporen en ze beter te begeleiden door afstemming tussen eerste en tweede lijn zorgverleners. Het ministerie van VWS stimuleert dergelijke initiatieven door het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO). De activiteiten worden nu voor een groot deel op projectbasis gefinancierd. Om te voorkomen dat continuïteit en samenwerking na afloop van de projectfinanciering vanuit NPO wordt bemoeilijkt is INVEST NPO geformuleerd. INVEST NPO heeft als doel in een vroeg stadium, samen met betrokken partijen te onderzoeken waar zich knelpunten voordoen in borging van financiering en welke mogelijkheden er zijn voor financiering van innovaties na afloop van het NPO. Het project is ontstaan Behoort uw praktijk tot de regio Maastricht- krijgen ze via een (telefonisch) interview vragen over hun Met deze zesde nieuwsbrief Heuvelland [G]OUD wordt of Parkstad? Bezocht is met name de groep zelfstandig ervaringen wonende tevredenheid met de gebruikelijke zorg meteen een nieuwe huisstijl voor het project ouderen van 75 jaar en ouder, die een half jaar of Is het invoeren van structurele ouderenzorg binnen uw indien ze die hebben ontvangen. gelanceerd. Met het nieuwe logo is [G]OUD in langer niet bij de huisarts is geweest. De pilot was vanuit Zuid-Limburg. Inmiddels hebben allerlei grote NPO staat om op een herkenbare praktijk wijze voor naar u buiten momenteel bedoeld praktisch om niet inzicht haalbaar te krijgen of in de bruikbaarheid van projecten in het land, verbonden aan de academische te treden. Het logo is niet ligt het enige uw prioriteit wat u in daar de op dit de moment vragenlijst niet en bij? in de werkwijze, zodat Voordelen deze voor de huisartsenpraktijk medische centra, aangegeven mee te willen doen. toekomst te zien gaat krijgen Belangrijke input voor INVEST NPO In dat van geval [G]OUD. bent In u geschikt geoptimaliseerd om als controlepraktijk kunnen worden. De Huisartsen resultaten die als controlepraktijk meedoen aan het zijn de projecten zelf zal ook de website [G]OUD deel te het nemen levenslicht aan het evaluatieonderzoek geven voldoende [G]OUD. input hiervoor. evaluatieonderzoek [G]OUD krijgen een vergoeding zien. Hierover leest u meer in deze nieuwsbrief. Uit welke activiteiten zijn ze opgebouwd en wie doet van 20,- per oudere die deelneemt aan het Verder is er vooral aandacht voor de resultaten wat? Hoe worden deze activiteiten nu gefinancierd en van de pilot [G]OUD. Deze Doel geven [G]OUD voldoende De huisbezoeken evaluatieonderzoek. Bovendien leveren we de praktijk welke problemen verwachten de projecten na afloop van aanleiding voor huisartsenpraktijken Het doel van het die evaluatieonderzoek nog De pilot is om in juli te geëvalueerd achterhalen bij zowel een de tussentijds huisartsen rapport met daarin een samenvattend het NPO met financiering? Daarnaast willen we in regio s geen gestructureerde ouderenzorg of het vroegtijdig bieden, identificeren om als van bij ouderen praktijkondersteuners. (75+) in Beide overzicht zeggen van de gezondheidssituatie van de ouderen die met [G]OUD aan de slag te gaan. unaniem dat het bezoeken van de oudere in de waar men al bezig is met borging van de financiering een (mogelijk) kwetsbare positie en de daaropvolgende meedoen aan het onderzoek (geanonimiseerd). Na afloop eigen leefomgeving waardevolle extra informatie dit proces volgen. Doel hiervan is zicht te krijgen op doorverwijziging naar een (individueel) oplevert; zoals passend over het zorg- aanwezige en/ sociale van het netwerk onderzoek ontvangt u de materialen om alsnog praktische belemmeringen en succesfactoren in het of welzijnsaanbod een meerwaarde en over heeft het functioneren ten opzichte van de oudere aan (voeding, de slag te gaan met [G]OUD. zoeken naar financiële onderbouwing. van de huidige gefragmenteerde indeling zorg woning, voor ouderen. medicatiegebruik etc). Deze Een landelijke expertgroep (met vertegenwoordigers van informatie krijgt de huisarts en de praktijkondersteuner Geïnteresseerd om deel te nemen of heeft u nog vragen? niet als hij/zij de cliënt naar de praktijk laat komen. ZN, VWS, CVZ en NZa) is samengesteld om bevindingen te Wat verwachten we van de controle-huisartsenpraktijk? U kunt vrijblijvend contact opnemen met: Ook ouderen zelf geven de voorkeur aan een toetsen aan huidig en toekomstig beleid. Het enige dat wij van u of uw huisbezoek POH vragen (81%); is 15% maakt het niets uit. Bijna of INVEST NPO medewerking met het selecteren alle ouderen van ouderen vinden die de in vragen die gesteld worden streeft ernaar de expertise en ervaringen en de tijdsduur van het huisbezoek (gemiddeld 55 minuten) goed. van mensen in het veld te vertalen naar bruikbare bouwstenen voor borging van de financiering van zorginnovaties na afloop van het NPO. Voor meer informatie over dit project kunt u terecht bij Arianne Theuws. Korte inhoud Nieuwsbrief: Resultaten Pilot [G]OUD Interview met Mandy Stijnen [G]OUD ook in uw praktijk? Scholing [G]OUD praktijkondersteuners Website [G]OUD [G]OUD op Projectidee WMO-[G]OUD Gewijzigde contactgegevens Nummer 6, oktober 2009 De ouderen geven aan het prettig te vinden om kennis te maken met de praktijkondersteuner. Ook zet het huisbezoek ouderen aan tot nadenken over hun toekomst: Wat als...? Praktijkondersteuners zelf vinden het huisbezoek een goed middel om het vertrouwen van ouderen te winnen. Non-respons Binnen de pilot is sprake van een groot bereik van de doelgroep: 88% van de aangeschreven ouderen (dat waren 274 ouderen) heeft positief gereageerd op het [G]OUD consult. De belangrijkste reden van de groep ouderen om niet deel te nemen (12%) was aanmerking komen voor deelname aan het onderzoek en het monitoren van de eventuele zorg die deze ouderen krijgen. Verder vragen we u om eenmalig een korte vragenlijst in te vullen over de kenmerken van de praktijk en de praktijkvisie ten aanzien van ouderenzorg. Deelname betekent dat u gedurende de looptijd van het onderzoek gebruikelijke zorg ( usual care ) levert aan de ouderen die meedoen aan het evaluatieonderzoek. Wat verwachten we van de ouderen? De ouderen ontvangen van ons vier keer een vragenlijst om in te vullen (met tussenpozen van 6 maanden). Verder 35

19 Bezoek aan Ahfad University for Women in Soedan College geven in Afrika Het RNH over de grenzen Er is een coderingszaadje geplant door Mandy Stijnen, onderzoeker GOUD door Caroline Robertson, academisch huisarts GC Van Kleef Maastricht en kwaliteitscoördinator RNH Alweer enige tijd geleden (december 2009) heb ik een bezoek gebracht van twee weken aan de hoofdstad van Soedan, Khartoum. Naast de culturele activiteiten, bezoeken aan gastvriendelijke mensen en de heerlijke maaltijden, was ik uitgenodigd op de Ahfad University for Women in Omdurman. Na een uitgebreide rondleiding door de verschillende gebouwen (waaronder de bibliotheek die gebouwd is met een subsidie van de Nederlandse regering), heb ik aan een groepje Master studenten Geneeskunde een college gegeven over de opzet van een onderzoek. Als voorbeeld heb ik mijn eigen project [G]OUD gebruikt. Deze studenten waren zelf bezig met het schrijven van hun eigen onderzoeksprotocol en konden daar wel wat hulp bij gebruiken. Deze studenten hebben niet het geluk zoals de studenten van Maastricht University dat er veel aandacht door goede docenten wordt besteed aan methodologie en statistiek. Mijn (korte) bijdrage werd dan ook zeer door hun gewaardeerd. Wat mij opviel was dat het merendeel van de vrouwen geen twintigers meer waren. Navraag leerde mij dat er een toenemende tendens bestaat onder de vrouwen om op oudere leeftijd alsnog te gaan studeren. Kortom, een unieke ervaring die naar mijn mening leerzaam is geweest voor beide partijen! Meer informatie over Ahfad University is te vinden op Op uitnodiging van Geraldine van Kasteren, medewerkster bij bureau MUNDO (Maastricht University Centre for International Coöperation in Academic Development) heb ik in januari Kenia bezocht. In Kenia ontstond de behoefte de gezondheidszorg dichter bij de mensen te brengen. De Moi University, School of Medicine heeft een verzoek ingediend voor een opleiding voor Family Physicians (FPh) die in de rurale gebieden deze behoefte invulling geven. Met behulp van een aantal partners (o.a. JanIvo Foundation, Dioraphte Foundation and Innovatie Fond Zorgverzekeraars) is Moi University samen MUNDO aan de slag gegaan om de opleiding vorm te geven. In 2007 is MUNDO in Kenia gestart met het project Support for Master Programme in Family Medicine. Het doel van het project is om family physicians op te leiden die in de rurale gebieden eerstelijns zorg gaan bieden. De bedoeling is zowel curatieve als preventieve zorg te gaan bieden met behulp van een eerste lijns gezondheidsteam. De family physicians zal naast zijn eigen zorgtaken ook een opleidersrol gaan vervullen voor andere gezondheidsmedewerkers in het team om de kennis te verhogen. In de opleiding voor FPh wordt ook aandacht besteed aan clinical research. Het doel is door middel van het verzamelen van klinische informatie gezondheidsprogramma s te ontwikkelen voor specifieke doelgroepen (o.a. diabetes mellitus, hart- vaatziekten). Caroline uiterst links En toen kwam ik in beeld. Op welke manier kunnen we de stroom aan informatie in kaart brengen? Wordt er al gecodeerd en met welk systeem? Mijn bezoek was een eerste aftasting en behoefte peiling. Ik ben op pad gegaan met de Family Physicians in het Webuye hospital en heb gezien welke werkzaamheden ze uitvoeren. Ik heb ook één van de health centres bezocht wat een opleidingsplaats gaat worden voor family physicians. De werkzaamheden van de FPh zijn zeer divers en hangen af van de plek waar je werkt. Het is nu nog vooral een klinische opleiding maar er komen steeds meer huisartsgeneeskundige aspecten aan de orde in de opleiding (o.a. communicatie training, continuïteit van zorg, follow-up). De opleiding is in ontwikkeling. Naar behoefte vinden er veranderingen in het curriculum plaats. Ik heb een diabetes spreekuur bezocht wat nu door de FPh wordt gedaan. Er is een start gemaakt voor de implementatie van continue zorg voor chronische patiënten. De rol van de clinical officers 1 in het Keniaanse gezondheidszorg systeem is heel groot, met name in de rurale gebieden maar ook in de ziekenhuizen. Zij runnen samen met de verloskundigen en de verpleegkundigen de health centres, doen inloopspreekuren en geven zorg aan de opgenomen patiënten. In de toekomst zou het een kwaliteitsimpuls geven als zij een FPh kunnen raadplegen bij moeilijkere casuïstiek. In de Nederlandse huisartsenpraktijk ondersteunen de praktijkondersteuners ons in de chronische zorg. In Kenia geven de FPh ondersteuning aan de clinical officers en verpleegkundigen die de peilers van het gezondheidszorgsysteem zijn in de eerste lijn. Door deze introductie kon ik beter begrijpen waarom alles coderen nu nog een utopie is. De werkzaamheden van de FPh zijn zo divers daar, dat er nog geen vergelijkingen te trekken zijn. Tijdens de eerste workshop heb ik toelichting gegeven over de organisatie van de huisartsgeneeskundige zorg in Nederland en het RNH belicht. Daarnaast ben ik geïnformeerd over de FPh opleiding in Kenia en wensen in de toekomst met betrekking tot de opleiding en de 1 HBO opgeleide dokters en/of vergelijkbaar met de Nurse Practitioner 36 37

20 werkzaamheden van de FPh. Tijdens de 2e workshop hebben we gediscussieerd over de verschillende coderingssystemen. De WONCA pleit voor ICPC-2 gebruik in primary care wereldwijd. De ICPC-2 is tot op heden erg Westers gericht, tijd voor een frisse Afrikaanse versie zou ik zeggen. Daarna is iedereen de kliniek ingegaan en heeft de patiënten die ze zagen volgens het ICPC-2 systeem gecodeerd (met een gelamineerde bondige versie). Als Voor u geschreven in Maastricht Wetenschap in de praktijk door Jelle Stoffers, huisarts Medisch Centrum West Kerkrade, en universitair hoofddocent vakgroep Huisartsgeneeskunde Universiteit Maastricht Het schrijven van deze rubriek leidde ook deze keer weer tot de conclusie dat het onderzoek van onze vakgroep een breed gebied van de (huisarts)geneeskunde bestrijkt. Velen van u werkten er aan mee. De oogst van september 2009 tot maart Er zit vast ook iets van uw gading bij. Kanker Frank Buntinx, hoogleraar huisartsgeneeskunde te Leuven afsluiting hebben we dit naar elkaar teruggekoppeld. Met name dat laatste heeft geleid tot enthousiasme en inzicht gegeven in de noodzaak te coderen als je aan de slag wil met onderzoek. Er is een coderingszaadje geplant. In Kenia wordt gekeken hoe dit te gebruiken is bij de onderzoeksvragen die studenten gaan formuleren. Ik hoop dat we ondersteuning kunnen blijven bieden in de toekomst. én Maastricht, schreef met zijn collega s een themanummer van het Vlaamse Tijdschrift voor geneeskunde over de kankerregistratie in Belgisch Limburg (het LIKAR).[1] In een overzichtsartikel beschrijven zij de trends over 10 jaar. [2] De naar leeftijd gestandaardiseerde incidentie van kanker bleef bij mannen stabiel, maar nam bij vrouwen toe. De belangrijkste oorzaak daarvan was een stijging van de incidentie van borstkanker. Dit was deels te wijten aan een verbeterde opsporing (nationale mammografiecampagne in België) en deels aan de opgang in de jaren negentig van de vorige eeuw van postmenopauzale hormonale substitutietherapie (HST).[3] Buntinx en zijn collega s toonden aan, dat er een daling van borstkankerincidentie optrad na de sterke daling van het voorschrijven van HST na 2002, een waarneming die ook in andere landen is gedaan. [4] In een case-controlstudie naar blaaskanker bevestigen de auteurs dat roken de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker is, en dat veel fruit eten het risico wel wat vermindert, maar niet neutraliseert. Arbeidsgerelateerde blootstelling aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs), aromatische aminen, diesel en cadmium draagt ook bij aan het risico op blaaskanker. [5] In een derde detailstudie leverden de auteurs cijfers die illustreren dat opportunistische screening op cervixkanker zoals in België- inefficiënt is.[6] Naast al dit kwantitatieve onderzoek deden de auteurs kwalitatief onderzoek naar de redenen waarom patiënten en hun naasten een zogenaamd inloophuis bezoeken. De antwoorden zijn een opsteker voor die huisartsen die hun patiënten méér willen bieden dan efficiënte geneeskunde: patiënten willen een luisterend oor en hun verhaal kwijt kunnen. Daarnaast hebben ze behoefte aan informatie over allerlei praktische zaken. [7] Luchtweginfecties Op het gebied van luchtweginfecties heeft het onderzoeksprogramma van Geert-Jan Dinant inmiddels een naam hoog te houden. Onze jonge helden Jochen Cals en Rogier van Hopstaken, deden weer van zich spreken. Zo toonden zij aan dat fibrinogeen of lipopolysaccharidebinding protein (LBP) niet beter discrimineren tussen bronchitis en pneumonie dan CRP (ROC-curves rond 0.90). Afhankelijk van het gekozen afkappunt, liggen de negatief voorspellende waarden (NVW) van alle drie bepalingen tussen 97 en 100%. Overigens is de NVW van koorts (temp 38 C) best hoog: in 90% van de gevallen heb je gelijk met de stelling geen koorts betekent geen pneumonie. [8] Ik vond het jammer dat de auteurs niets melden over de NVW van een hogere temperatuur. In een tweede artikel, waarbij ook twee WESP-studenten betrokken waren, tonen de auteurs met een RCT aan dat door het gebruik van de CRP-test huisartsen minder antibiotica voorschrijven bij rinosinusitis en lage luchtweginfecties. Patiënten herstelden even snel in alle groepen, maar patiënten uit de CRP-test groep waren meer tevreden over de aanpak van hun huisarts. [9] De huisartsen die participeerden in deze trial, die ook nog een andere arm had, nl. verbeterde communicatie met de patiënt, werden later bevraagd over hun voorkeuren: of ze nou liever de CRP-test voorstelden aan de patiënt, of dat ze primair probeerden de patiënt goed voor te lichten over ziekte en antibioticagebruik. Beide aanpakken waren immers superieur aan usual care gebleken. Huisartsen uit de beide interventiegroepen gaven de voorkeur aan voorlichting en uitleg (breder inzetbaar, CRP hoogstens ter bevestiging, reserveren voor subgroepen), terwijl de huisartsen uit de usual care groep de voorkeur bleken te geven aan het gebruik van de CRP-test. [10] In een laatste onderzoek gingen de auteurs na welke factoren voorspellen of een patiënt met een lage luchtweginfectie op eigen initiatief terugkomt naar het spreekuur. Ongeveer een derde van de patiënten met een lage luchtweginfectie doet dat namelijk. Twee patiëntgebonden factoren bleken het belangrijkst: door de patiënt als ernstig ervaren kortademigheid in het begin van de ziekte, en blijvende ongerustheid na het eerste consult. Interessant was, dat het niet-voorschrijven van een antibioticum géén voorspeller van reconsultatie was! Cals et al suggereren om patiënten er op te wijzen dat volledig herstel van een lage luchtweginfectie vaak langer duurt dan verwacht. [11] Cardiovasculair risicomanagement Met de keten-dbc Cardiovasculair Risicomanagement in het verschiet, zijn studies op dit gebied extra interessant. De RCT van Helene Voogdt-Pruis, waaraan ook George Beusmans en Jan van Ree meewerkten, had als onderwerp de substitutie van cardiovasculaire zorg van huisarts naar praktijkondersteuner ( practice nurse ). Er werd vanuit gegaan dat alle professionals de NHG-standaard cardiovasculair risicomanagement als uitgangspunt voor hun handelen namen. Belangrijkste verschil in aanpak was dat de zorg van de praktijkondersteuners meer gestructureerd was, met minimaal een consult om de 3 maanden. De huisartsen kregen geen nadere instructies. Hoewel de praktijkondersteuners het voor totaal cholesterol, LDL-cholesterol en systolische bloeddruk iets beter deden dan de huisartsen, waren de verschillen klein en niet significant, behalve voor totaal cholesterol in de subgroep van patiënten die bij aanvang een te hoge waarde hadden: na 1 jaar ging het om 5.6 mmol/l (huisartsen) versus 5.2 mmol/l (praktijkondersteuners). Bij de huisartsen ontbraken cholesterolbepalingen vaker. [12] Marije Koelewijn-van Loon hoopt binnenkort te promoveren op de IMPALA-studie, uit het onderzoekprogramma van Trudy van der Weijden. In dit project werd cardiovasculair risicomanagement uitgevoerd door praktijkondersteuners. Een groep praktijkondersteuners was getraind in motiverende gespreksvoering en had de beschikking over een besluitvormingsondersteunende folder om de risicocommunicatie te verbeteren. De andere groep praktijkondersteuners deed het zonder deze extra s. In een jaar tijd verbeterde in beide groepen zelfgerapporteerd rookgedrag, alcoholgebruik, voeding en beweging, maar de effecten waren klein en verschilden niet significant tussen de groepen. [13]. Patiënten in de interventiegroep kregen wel een meer correcte opvatting over hun cardiovasculair risico (niet significant). Ze verbeterden ook (wel significant) in de mate waarin ze zich terecht al dan niet zorgen maakten over hun cardiovasculair risico. Ook waardeerden ze de arts-patiëntcommunicatie hoger.[14] Kwalitatief onderzoek Enige tijd geleden waren er zes zesdejaars-studenten geneeskunde die gezamenlijk een project over eenzaamheid opzetten en uitvoerden. Jonne van der Zwet rapporteerde over een kwalitatief onderzoek onder huisartsen: welke ervaringen heeft onze beroepsgroep met eenzame patiënten? Wij blijken niet goed te weten hoe we met chronisch eenzame patiënten om moeten gaan. Dat leidt tot negatieve gevoelens en gedragingen bij ons. We zouden ons daar meer bewust van moeten zijn en er vaker met elkaar over moeten praten. [15] Als u dit leest, is Magda Wullink gepromoveerd op het onderwerp mensen met een verstandelijke beperking. Uit een focusgroeponderzoek onder twaalf mensen met een verstandelijke beperking, kwam een aantal praktische aanbevelingen voor de communicatie tussen arts en verstandelijk beperkte patiënt naar voren, zoals: plan een dubbel consult; laat de patiënt het consult voorbereiden met de begeleider; demonstreer lichamelijk onderzoek vóórdat je het uitvoert; en praktiseer triadische communicatie, zoals je ook met een kind en zijn ouder(s) doet. [16] NTvG Een paar artikelen die afgelopen periode in het NTvG gepubliceerd werden, wil ik hier kort memoreren: 38 39

Uitnodiging. Advance Care Planning in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen. Symposium 28 november 2013

Uitnodiging. Advance Care Planning in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen. Symposium 28 november 2013 Uitnodiging Annemieke Wagemans, arts verstandelijk gehandicapten bij Maasveld, een van de werkstichtingen van Koraal Groep, promoveert op 28 november aanstaande op het onderwerp Medische beslissingen rond

Nadere informatie

Huisartsopleiding. Kennismakingsbrochure. Huisarts: specialist in veelzijdigheid! a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

Huisartsopleiding. Kennismakingsbrochure. Huisarts: specialist in veelzijdigheid! a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Kennismakingsbrochure Huisartsopleiding a a a a a a a a a a 1 Huisarts: specialist in veelzijdigheid! Je maakt hele

Nadere informatie

Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn

Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn Het SAD-project Een onderzoek naar de behandeling van angst- en stemmingsklachten. Informatie voor deelnemers Drs. L. Kool Dr. A. van Straten

Nadere informatie

Nieuwe benaderingen van therapieresistentie bij stemmings-en angststoornissen

Nieuwe benaderingen van therapieresistentie bij stemmings-en angststoornissen Rob Giel Onderzoekcentrum Nieuwe benaderingen van therapieresistentie bij stemmings-en angststoornissen Studiedag NNNSA 25-09-2015 Het Kasteel Melkweg 1, Groningen 09.30-16.30 uur Nieuwe benaderingen van

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Met subsidie en ontvangen stagevergoedingen financiert de SBOH sinds 1989 de huisartsopleiding en

Met subsidie en ontvangen stagevergoedingen financiert de SBOH sinds 1989 de huisartsopleiding en BOH in Beeld 2013 waar de sboh voor staat Met subsidie en ontvangen stagevergoedingen financiert de SBOH sinds 1989 de huisartsopleiding en sinds 2007 de opleiding tot specialist ouderen geneeskunde. De

Nadere informatie

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt

Nadere informatie

Word ook cognitief gedragstherapeut VGCt Informatie over de opleiding en registratie bij de VGCt

Word ook cognitief gedragstherapeut VGCt Informatie over de opleiding en registratie bij de VGCt Word ook cognitief gedragstherapeut VGCt Informatie over de opleiding en registratie bij de VGCt Informatie voor afgestudeerden in de psychologie en pedagogiek, voor GZ-psychologen en psychotherapeuten

Nadere informatie

Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling?

Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling? Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling? Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Waarom is het nuttig en prettig gezinsleden te betrekken bij uw behandeling?

Nadere informatie

Mondriaan. Mondriaan. in vogelvlucht. Mondriaan. voor geestelijke gezondheid

Mondriaan. Mondriaan. in vogelvlucht. Mondriaan. voor geestelijke gezondheid in vogelvlucht voor geestelijke gezondheid Colofon Tekst Concernstaf i.s.m. Afdeling Communicatie is an institute for mental health care in Limburg and is spread over more than fifty sites. This enables

Nadere informatie

Raamplan Artsopleiding 2009

Raamplan Artsopleiding 2009 Raamplan Artsopleiding 2009 Prof. dr. Roland Laan UMC St Radboud Nijmegen Onderwerpen - Historie en Doel - Student wordt Arts; wordt Specialist - Rollen en competenties - Kennis, vaardigheden en attitudes

Nadere informatie

Een patiënt met stress en burnout

Een patiënt met stress en burnout Een patiënt met stress en burnout Een patiënt met stress en burnout in de huisartspraktijk Bart Verkuil Arnold van Emmerik Roelf Holtrop Houten 2010 2010 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer

Nadere informatie

UITNODIGING. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen. vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht IV 5.

UITNODIGING. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen. vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht IV 5. Vierde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen : UITNODIGING vrijdag 20 april 2012 Jaarbeurs Utrecht Accreditatie FGzP: 6 punten Voorwoord Geachte collega, In het voorjaar van

Nadere informatie

Onderwijs en Onderzoek

Onderwijs en Onderzoek Onderwijs en Onderzoek Albert Scherpbier Maastricht University Medical Centre Eenheid onderwijs en onderzoek Ja er is een probleem In de UMC s gaat het ook nog over patiëntenzorg Probleem heeft te maken

Nadere informatie

Verdiepingsstage Dubbele diagnose. Loodds. informatie voor aios

Verdiepingsstage Dubbele diagnose. Loodds. informatie voor aios Verdiepingsstage Dubbele diagnose Loodds informatie voor aios Verdiepingsstage Dubbele diagnose Loodds Gaat je interesse uit naar psychiatrie in combinatie met een verslaving? Dan biedt Delta een verdiepingsstage

Nadere informatie

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Derde Jaarcongres Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011 Derde Jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen Zorgprogramma-ontwikkeling en e-health door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen UITNODIGING vrijdag 25 november 2011

Nadere informatie

Specialisten of generalisten? Bachelor of Master?

Specialisten of generalisten? Bachelor of Master? Presentatie, 9 december 2004 Specialisten of generalisten? Bachelor of Master? Dr. Marieke Schuurmans Zij studeerde Gezondheidswetenschappen, afstudeerrichting erplegingswetenschap, aan de Universiteit

Nadere informatie

Juryrapport 1 e Nederlandse e-learning Award

Juryrapport 1 e Nederlandse e-learning Award Juryrapport 1 e Nederlandse e-learning Award Winnaar: Trimbos Instituut met De gezonde school en genotmiddelen Uitgereikt tijdens het Nationale E-learning Congres op 10 februari 2009 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij 2 Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ 3. mirro:

Nadere informatie

De verschillen tussen Eerstelijns én Tweedelijns

De verschillen tussen Eerstelijns én Tweedelijns De verschillen tussen Eerstelijns én Tweedelijns & In de Bres biedt 'Eerstelijns Kortdurende Hulp' en 'Tweedelijns Specialistische Zorg', maar wat is het verschil? In Nederland ziet de zorgstructuur er

Nadere informatie

NHG-Standpunt Zorg voor patiënten met een veelvoorkomende chronische aandoening in de eerste lijn

NHG-Standpunt Zorg voor patiënten met een veelvoorkomende chronische aandoening in de eerste lijn Dit standpunt is vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 12 mei 2005. NHG-Standpunt Zorg voor patiënten met een veelvoorkomende chronische aandoening in de eerste lijn Toelichting op de NHG-Standpunten

Nadere informatie

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda.

Ruggespraak. Ruggespraak. Presentatie Ariette Sanders - Netwerkbijeenkomst Platform Gedeelde Besluitvorming - Maart 2013 RUGPIJN? agenda. agenda Ruggespraak Kennismaking Achtergrond van het onderzoek Methode Resultaten Discussie Conclusie A.R.J. Sanders1, W.Verheul2, T.Magneé2, H.M.Pieters, P. Verhaak2, N.J. de Wit1,, J.M. Bensing2 RUGPIJN?

Nadere informatie

Master Psychologie en Geestelijke Gezondheid. Voorlichting 19 Maart 2014

Master Psychologie en Geestelijke Gezondheid. Voorlichting 19 Maart 2014 Master Psychologie en Geestelijke Gezondheid Voorlichting 19 Maart 2014 WELKOM Dr. Maaike Cima (Onderwijs Directeur/ Forensische Psychologie) Drs. Liselotte den Boer (Kinderen & Jeugd en Stage Coördinator)

Nadere informatie

Psychologische zorg voor kinderen en jongeren. De Golfbreker Preventie en psychologische zorg voor kinderen en jongeren. Samen werken aan jezelf

Psychologische zorg voor kinderen en jongeren. De Golfbreker Preventie en psychologische zorg voor kinderen en jongeren. Samen werken aan jezelf Psychologische zorg voor kinderen en jongeren De Golfbreker Preventie en psychologische zorg voor kinderen en jongeren Samen werken aan jezelf Inhoud Belang psychologische zorg voor jeugd Psychologische

Nadere informatie

Begeleide internetbehandeling, een goed alternatief binnen de huisartsenpraktijk?

Begeleide internetbehandeling, een goed alternatief binnen de huisartsenpraktijk? Begeleide internetbehandeling, een goed alternatief binnen de huisartsenpraktijk? Folder voor patiënten Een project van de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMCG, in samenwerking met de afdeling klinische

Nadere informatie

Samenvatting aanvraag

Samenvatting aanvraag Samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing Nieuwe opleiding is): Nieuw Ad programma Nieuwe hbo master Nieuwe joint degree 1 Verplaatsing bestaande opleiding Nevenvestiging

Nadere informatie

GGZ Centrum Roermond Regionaal Centrum GGZ Venlo Regionaal Centrum GGZ Venray

GGZ Centrum Roermond Regionaal Centrum GGZ Venlo Regionaal Centrum GGZ Venray GGZ Centrum Roermond Regionaal Centrum GGZ Venlo Regionaal Centrum GGZ Venray GGZ Centrum Roermond Informatie voor de cliënt 2 De Regionale Centra GGZ Venray, Venlo en Roermond Lichamelijke klachten heeft

Nadere informatie

Teaching on the Run. verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules

Teaching on the Run. verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules Teaching on the Run verbeter uw opleidingsvaardigheden voor dokters door dokters korte modules Teaching on the Run Teaching on the Run (TOTR) is een beknopte versie van het Teach the Teachers programma

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

NVAG 16012014 Prof. Dr Marie Louise Essink-Bot en drs Marielle Jambroes MPH

NVAG 16012014 Prof. Dr Marie Louise Essink-Bot en drs Marielle Jambroes MPH NVAG 16012014 Prof. Dr Marie Louise Essink-Bot en drs Marielle Jambroes MPH Slide 5 Ik ga u een stukje van mijn oratie laten zien, die ik op 11-12-13 heb uitgesproken. Voor degenen die daar ook waren,

Nadere informatie

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) Definitie consensus groep EPA¹ - Sprake van psychische stoornis

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg

Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg Onderzoeksvoorstel Voorbeelden van Taakherschikking in de Zorg De Verpleegkundig Specialist: De invloed op zorgpraktijken, kwaliteit en kosten van zorg in Nederland Iris Wallenburg, Antoinette de Bont,

Nadere informatie

Ondersteuning bij de diagnose kanker (de lastmeter)

Ondersteuning bij de diagnose kanker (de lastmeter) Ondersteuning bij de diagnose kanker (de lastmeter) De diagnose kanker kan grote impact op u en uw naaste(n) hebben. De ziekte en de behandeling kunnen niet alleen lichamelijke klachten met zich meebrengen,

Nadere informatie

Functieomschrijving Hoofd Huisartsopleiding UMCG

Functieomschrijving Hoofd Huisartsopleiding UMCG Pagina 1 van 5 Functiebeschrijving Hoofd Huisartsopleiding Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Doel Het hoofd huisartsopleiding (hoofd opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde, conform regelgeving)

Nadere informatie

Geestdrift Symposium Lichaam, Geest en Gezondheid. 29 november 2012

Geestdrift Symposium Lichaam, Geest en Gezondheid. 29 november 2012 29 november 2012 Universiteit van Tilburg Geestdrift Symposium Lichaam, Geest en Gezondheid Lancering Centrum Lichaam, Geest en Gezondheid GGz Breburg, en Kenniscentrum Lichaam en Geest Partners: GGz Breburg,

Nadere informatie

Ambulante behandeling

Ambulante behandeling Ambulante behandeling Ouderen Ambulante behandeling Mondriaan Ouderen geeft behandeling aan mensen met psychische en psychiatrische problemen vanaf de derde levensfase. Mondriaan Ouderen heeft verschillende

Nadere informatie

Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover

Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover Workshops VNVA in het kader van het NVR project 154 Doorbreek huiselijk geweld; Praat erover Doelgroep: huisartsen en overige belangstellenden Methode: interactieve workshops Ontwikkeling workshops: Radboud

Nadere informatie

M1028. Introductiecursus. Gedragsdeskundigen van de behandelcentra LVG-jeugd/SG LVG. mensenkennis

M1028. Introductiecursus. Gedragsdeskundigen van de behandelcentra LVG-jeugd/SG LVG. mensenkennis M1028 Introductiecursus Gedragsdeskundigen van de behandelcentra LVG-jeugd/SG LVG mensenkennis Introductiecursus voor gedragsdeskundigen van de behandelcentra LVG-jeugd/SG LVG Een initiatief van de Vereniging

Nadere informatie

Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk

Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk Een flexibele deeltijdopleiding die inspeelt op de actualiteit van het sociaal werk Inhoud 1. Heldere onderwijsvisie 2. Opleiden op maat 3. Online leren 4. Samen verantwoordelijk 5. Modulaire opleiding

Nadere informatie

Workshop Verbinden van onderzoek, praktijk en beleid

Workshop Verbinden van onderzoek, praktijk en beleid Workshop Verbinden van onderzoek, praktijk en beleid Congres Jeugd in Onderzoek 19 maart 2012 Anna Lichtwarck-Aschoff (Inside-Out) Lucienne van Eijk (C4Youth) Marlie Cerneus (AWJTwente) Programma Academische

Nadere informatie

Psychologische expertise Maarsingh & van Steijn

Psychologische expertise Maarsingh & van Steijn Psychologische expertise Veel verzuim op het werk wordt veroorzaakt door psychische problemen. Maarsingh & van Steijn heeft zich gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van problemen op het vlak

Nadere informatie

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ Inhoudsopgave Indigo Brabant 2 Wat is de Basis GGZ? 2 Wat kan Indigo mij bieden? 4 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Specialistische GGZ 7 Heeft u vragen? 7 Contact

Nadere informatie

Palliative care in an aging society Palliatieve zorg in een ouder wordende samenleving. 3rd Amsterdam Symposium on Palliative Care

Palliative care in an aging society Palliatieve zorg in een ouder wordende samenleving. 3rd Amsterdam Symposium on Palliative Care 3rd Amsterdam Symposium on Palliative Care Palliative care in an aging society Palliatieve zorg in een ouder wordende samenleving Dinsdag 8 oktober 2013 Auditorium Vrije Universiteit Amsterdam Palliative

Nadere informatie

Keuzestage Ziekenhuispsychiatrie. Delta Zorgboulevard. informatie voor aios

Keuzestage Ziekenhuispsychiatrie. Delta Zorgboulevard. informatie voor aios Keuzestage Ziekenhuispsychiatrie Delta Zorgboulevard informatie voor aios Verdiepingsstage Ziekenhuispsychiatrie Delta Zorgboulevard De verdiepingsstage Ziekenhuispsychiatrie is een stage met een gevarieerd

Nadere informatie

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS ADOS-training Karakter organiseert een training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS. Wat is ADOS? Het Autisme Diagnostisch

Nadere informatie

volwassenen en ouderen

volwassenen en ouderen volwassenen en ouderen Inhoudsopgave 1. Aanmelding... 1 2. Eerste gesprek... 1 3. De verdere behandeling... 2 4. Privacy en kwaliteit... 2 5. Kosten... 3 6. Eigen risico... 3 7. Tot slot... 4 AmaCura is

Nadere informatie

Adriaan Visser, assitant lector

Adriaan Visser, assitant lector Adriaan Visser, assitant lector Kenniscentrum Zorginnovatie, Lectoraat transities in zorg, Hogeschool Rotterdam a.p.visser@hr.nl en adriaan.visser@planet.nl Daarover is onderzoek gedaan! Betreft m.n.

Nadere informatie

Vereniging EMDR Nederland. Informatie over opleiding en lidmaatschap

Vereniging EMDR Nederland. Informatie over opleiding en lidmaatschap Vereniging EMDR Nederland Informatie over opleiding en lidmaatschap Vereniging EMDR Nederland Een aparte vereniging voor EMDR Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) heeft een eigen theoretisch

Nadere informatie

Verdiepingsstage Complexe persoonlijkheids- en/of traumaproblematiek. MFC Rotterdam Zuid. informatie voor aios

Verdiepingsstage Complexe persoonlijkheids- en/of traumaproblematiek. MFC Rotterdam Zuid. informatie voor aios Verdiepingsstage Complexe persoonlijkheids- en/of traumaproblematiek MFC Rotterdam Zuid informatie voor aios Verdiepingsstage Complexe persoonlijkheidsproblematiek en/of traumaproblematiek MFC Rotterdam

Nadere informatie

CAPHRI School for Public Health and Primary Care. Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten. www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl

CAPHRI School for Public Health and Primary Care. Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten. www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl CAPHRI School for Public Health and Primary Care Kaderopleiding Hart- en Vaatziekten www.huisartsgeneeskundemaastricht.nl Inleiding De kaderopleiding is bedoeld voor huisartsen die hun deskundigheid op

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapiegroep voor mensen met een bipolaire stoornis

Cognitieve gedragstherapiegroep voor mensen met een bipolaire stoornis Psychiatrie Cognitieve gedragstherapiegroep voor mensen met een bipolaire stoornis www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl PSY002 / Cognitieve gedragstherapiegroep

Nadere informatie

Inspiratiedag. De Basis GGz: Doen wat werkt. Zaterdag 13 september 2014 World Forum in Den Haag www.dagvandecgt.nl

Inspiratiedag. De Basis GGz: Doen wat werkt. Zaterdag 13 september 2014 World Forum in Den Haag www.dagvandecgt.nl Inspiratiedag De Basis GGz: Doen wat werkt Voor huisartsen, kaderhuisartsen GGz, praktijkondersteuners huisarts (POH GGz), psychologen werkzaam in de Basis GGz Zaterdag 13 september 2014 World Forum in

Nadere informatie

Jaarplan 2014. KNMG district Groningen. info@knmg- groningen.nl

Jaarplan 2014. KNMG district Groningen. info@knmg- groningen.nl Jaarplan 2014 KNMG district Groningen info@knmg- groningen.nl BESPREKING IN JAARVERGADERING 28 mei 2014 INHOUDSOPGAVE 1. Algemeen... 3 Vernieuwing beleid... 3 Doelstellingen KNMG district Groningen...

Nadere informatie

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch werker Volwassenen en ouderen mensenkennis Van onze klinisch psycholoog heb ik een groep cliënten overgenomen, bij wie ik de instrumenten uit de opleiding

Nadere informatie

Opleiding. Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Dé opleiding voor en door praktijkmanagers van morgen. www.huisartsvanmorgen.nl.

Opleiding. Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Dé opleiding voor en door praktijkmanagers van morgen. www.huisartsvanmorgen.nl. Opleiding Periode maart t/m juni 2016 11 modules verdeeld over 6 lesdagen Locatie Bergse Bossen in Driebergen www.huisartsvanmorgen.nl P R A K T I J K M A N A G E M E N T De opleiding tot praktijkmanager

Nadere informatie

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking Petri Embregts Inhoud Waarom een kans in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking? Inzetbaarheid en effectiviteit

Nadere informatie

Jaarverslag BJ 2013. Stichting Wetenschap Balans. 1 augustus 31 december. Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam

Jaarverslag BJ 2013. Stichting Wetenschap Balans. 1 augustus 31 december. Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam Jaarverslag BJ 2013 1 augustus 31 december Stichting Wetenschap Balans Tel 06-46741683 Keileweg 8 3029 BS Rotterdam www.swbalans.nl info@swbalans.nl Inhoudsopgave Inhoud Highlights... 1 Strategische highlights...

Nadere informatie

3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg

3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg 3-daagse Masterclass Zorg ICT: EPD en ehealth toepassingen in de zorg 12 maart, 9 april en 7 mei 2014 Locatie: Broederplein 39, 3703 CD Zeist Nascholing voor professionals in de gezondheidszorg Georganiseerd

Nadere informatie

Evaluatierapport Terugkomdagen 2014 Nationale Opleiding MediaCoach Februari 2015 www.nomc.nl

Evaluatierapport Terugkomdagen 2014 Nationale Opleiding MediaCoach Februari 2015 www.nomc.nl Evaluatierapport Terugkomdagen 2014 Nationale Opleiding MediaCoach Februari 2015 www.nomc.nl De terugkomdagen Najaar 2014 van de Nationale Opleiding MediaCoach werden als goed en zelfs uitstekend beoordeeld,

Nadere informatie

Opleiding consulent seksuele gezondheid NVVS

Opleiding consulent seksuele gezondheid NVVS Dat vind ik een van de mooiste dingen aan de seksuologie: dat de geestelijke en de somatische gezondheidszorg erin samen komen. evaluatie deelnemer mensenkennis Opleiding consulent seksuele gezondheid

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Mirro:

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie

Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie Cognitieve gedragstherapie een effectieve psychotherapie Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 3 Cognitieve gedragstherapie Een effectieve psychotherapie In deze brochure kunt u lezen

Nadere informatie

Oncologie. Psychosociale begeleiding in het Oncologie Centrum

Oncologie. Psychosociale begeleiding in het Oncologie Centrum Oncologie Psychosociale begeleiding in het Oncologie Centrum Belangrijke telefoonnummers Algemeen nummer umcg (050) 361 61 61 U kunt hier ook terecht met algemene vragen over het UMCG. Bijvoorbeeld over

Nadere informatie

Gedragstrainer VGCt Hubert van der Kleij, directeur VGCt

Gedragstrainer VGCt Hubert van der Kleij, directeur VGCt Gedragstrainer VGCt Hubert van der Kleij, directeur VGCt Onderzoek onder VGCt leden en in de markt bij klanten voor /aanbieders van gedragstrainingen Onderzoeksrapport : 18 mei 2012 door Maaike Leistra,

Nadere informatie

Poliklinische behandeling

Poliklinische behandeling Poliklinische behandeling Ouderen Poliklinische behandeling Introductie Mondriaan Ouderen is een onderdeel van Mondriaan. We verlenen hulp aan mensen van 65 jaar en ouder, die behoefte hebben aan behandeling,

Nadere informatie

Niet meer depressief

Niet meer depressief Niet meer depressief Dit boek, Niet meer depressief; Werkboek voor de cliënt, is onderdeel van de reeks Protocollen voor de GGZ. Serie Protocollen voor de GGZ De boeken in de reeks Protocollen voor de

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986

BELEIDSPLAN. Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland. www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN Brederodestraat 104 4 1054 VG Amsterdam Nederland www.stichtingopen.nl info@stichtingopen.nl Rabobank: NL44RABO0143176986 BELEIDSPLAN STICHTING OPEN 1 1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan

Nadere informatie

Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij zorg voor ouderen! Optimale zorg voor ouderen in een kwetsbare positie

Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij zorg voor ouderen! Optimale zorg voor ouderen in een kwetsbare positie Zorggroep Cohesie Cure and Care denkt mee bij zorg voor ouderen! Optimale zorg voor ouderen in een kwetsbare positie Nederland vergrijst. Er komen steeds meer ouderen met steeds meer en verschillende soorten

Nadere informatie

Informatiebrochure ParkinsonNet

Informatiebrochure ParkinsonNet Informatiebrochure ParkinsonNet voor Zorgverleners Het ParkinsonNet concept wordt ondersteund door: 2 De ziekte van Parkinson De ziekte van Parkinson is een veel voorkomende en complexe aandoening. Parkinson

Nadere informatie

Kiezen voor Pillen of Praten?: Voorkeuren en Besluitvorming omtrent de Behandeling van Stemmings- en Angststoornissen

Kiezen voor Pillen of Praten?: Voorkeuren en Besluitvorming omtrent de Behandeling van Stemmings- en Angststoornissen Kiezen voor Pillen of Praten?: Voorkeuren en Besluitvorming omtrent de Behandeling van Stemmings- en Angststoornissen Een wetenschappelijk onderzoek naar behandelvoorkeuren, gezamenlijke besluitvorming

Nadere informatie

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG STUDENTEN DOEN UITSPRAKEN OVER DE ACADEMISCHE WERELD, HET VAKGEBIED EN HET BEROEPENVELD.. onderzoek niet zo saai als ik dacht werken in

Nadere informatie

Deskundigheidsbevordering. Supervisie

Deskundigheidsbevordering. Supervisie Deskundigheidsbevordering Supervisie scholing_supervisie.indd Sec1:1 12-11-2007 04:38:47 Supervisie is een leermethode die wordt toegepast in mensgerichte beroepen als arts, psychotherapeut, leraar, maatschappelijk

Nadere informatie

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Opleiden voor Public Health Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Public Health = alles wat we doen om de volksgezondheid te verbeteren Cellen > individuen -> maatschappij Preventie Effectiviteit

Nadere informatie

Meer informatie MRS 0610-2

Meer informatie MRS 0610-2 Meer informatie Bij de VGCt zijn meer brochures verkrijgbaar, voor volwassenen bijvoorbeeld over depressie en angststoornissen. Speciaal voor kinderen zijn er brochures over veel piekeren, verlatingsangst,

Nadere informatie

Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde

Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde Thema Korte Episode Zorg Colofon Expertgroep Korte Episode Zorg Prof. Dr. Patrick Bindels (voorzitter), hoogleraar huisartsgeneeskunde Drs. Marjolein

Nadere informatie

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Een beschrijvend/ evaluatief onderzoek naar de samenwerking en communicatie tussen huisartsen en specialisten binnen de anderhalvelijnszorg ZIO,

Nadere informatie

Julius Academy. COPD Ketenzorg. Uitnodiging voor het congres. 8 e nationale congres op 12 februari 2015 Locatie: UMC Utrecht

Julius Academy. COPD Ketenzorg. Uitnodiging voor het congres. 8 e nationale congres op 12 februari 2015 Locatie: UMC Utrecht Julius Academy Uitnodiging voor het congres COPD Ketenzorg 8 e nationale congres op 12 februari 2015 Locatie: UMC Utrecht Samen sterk voor COPD Op veel verschillende manieren trachten professionals, managers,

Nadere informatie

Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief. Caroline van Heugten en Rudolf Ponds

Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief. Caroline van Heugten en Rudolf Ponds Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief Caroline van Heugten en Rudolf Ponds 11 juni 2014, Maastricht Dept NP&PP, FPN Dept P&N, FHML azm Psychologie Adelante hersenletsel Niet aaangeboren hersenletsel

Nadere informatie

Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde

Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde Thema Chronische Zorg Colofon Expertgroep Chronische Zorg Dr. Jean Muris (voorzitter), huisarts, hoofd huisartsopleiding Maastricht Drs. Marie-Anne

Nadere informatie

Opleiding. Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Dé opleiding voor en door praktijkmanagers van morgen. www.huisartsvanmorgen.nl.

Opleiding. Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Dé opleiding voor en door praktijkmanagers van morgen. www.huisartsvanmorgen.nl. Opleiding Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Dé opleiding voor en door praktijkmanagers van morgen Periode September t/m december 2016 11 modules verdeeld over 6 lesdagen Locatie Bergse Bossen in Driebergen

Nadere informatie

Nieuws over GHOR en opgeschaalde zorg

Nieuws over GHOR en opgeschaalde zorg Nieuws over GHOR en opgeschaalde zorg In dit nummer: Accreditatie opleiding Officier van Dienst Geneeskundig Nieuwe GHORdiaanse basisopleiding Actualisatie kennispublicatie GHOR Save the date: Relatiemiddag

Nadere informatie

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant Landelijk Opleidingscompetentieprofiel Master Physician Assistant Dit Landelijk Opleidingscompetentieprofiel van de Physician Assistant is tot stand gekomen door samenwerking tussen de 5 PA opleidingen

Nadere informatie

Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek

Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek Ruimte voor Talent in Gelderland Professionaliseringstrajecten Excellentie, Wetenschap en Techniek - Staat talentherkenning en ontwikkeling bij u op school de komende jaren op de agenda? - Wilt u een rijke

Nadere informatie

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie en angstklachten tijdens de zwangerschap komen regelmatig voor. Toch wordt dit onderwerp nog vaak als taboe ervaren en is niet duidelijk welke

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Tekst: Gofrie van Lieshout Foto's: Ken Wong

Tekst: Gofrie van Lieshout Foto's: Ken Wong Bij onderzoeken die de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en de samenwerking in kaart brengen, komt steevast de zorgsector als beste uit de bus. Sinds het bestaan van KBB, nu vier jaar, pakken

Nadere informatie

Hartrevalidatie op maat

Hartrevalidatie op maat FYSIOTHERAPIE Hartrevalidatie op maat BEHANDELING Hartrevalidatie op maat Het St. Antonius Ziekenhuis biedt hartpatiënten een revalidatieprogramma aan. Dit geldt alleen voor patiënten die een hart-infarct

Nadere informatie

Inventarisatie 2012.3 De coassistent in het buitenland

Inventarisatie 2012.3 De coassistent in het buitenland Inventarisatie 2012.3 De coassistent in het buitenland Inleiding Veel coassistenten maken gebruik van de mogelijkheid om in het buitenland een deel van de master te doen, zoals de wetenschappelijke stage

Nadere informatie

Ondersteuning bij implementatie zelfmanagement

Ondersteuning bij implementatie zelfmanagement Ondersteuning bij implementatie zelfmanagement Implementatie ondersteunde zelfzorg opschalen Chronische zieke mensen helpen aan hun eigen gezondheid te werken, ondersteund door de zorgverlener, ehealth,

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie)

De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Improving Mental Health by Sharing Knowledge De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Jan Spijker, Maringa de Weerd, Henny Sinnema, Bauke Koekkoek, Ton van Balkom,

Nadere informatie

Visie Dimence Groep op VerpleGinG en VerzorGinG

Visie Dimence Groep op VerpleGinG en VerzorGinG Visie Dimence Groep op verpleging en verzorging Visie Dimence Groep op verpleging en verzorging De zorg verandert en vindt zoveel mogelijk thuis of dichtbij huis plaats. Er worden minder mensen opgenomen

Nadere informatie

De opleidingen tot medisch specialist

De opleidingen tot medisch specialist Intervisie voor aios verbetert communicatie, samenwerking en professionaliteit De vergeten competenties Chris B.T. Rietmeijer, huisarts-supervisor/coach Marcel Soesan, internist, Slotervaartziekenhuis,

Nadere informatie