NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN GEMALEN GEGRANULEERDE HOOGOVENSLAK, POEDERKOOLVLIEGAS EN PORTLANDCEMENT VOOR TOEPASSING ALS BINDMIDDEL IN BETON

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN GEMALEN GEGRANULEERDE HOOGOVENSLAK, POEDERKOOLVLIEGAS EN PORTLANDCEMENT VOOR TOEPASSING ALS BINDMIDDEL IN BETON"

Transcriptie

1 BRL 9340 d.d NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR EEN COMBINATIE VAN GEMALEN GEGRANULEERDE HOOGOVENSLAK, POEDERKOOLVLIEGAS EN PORTLANDCEMENT VOOR TOEPASSING ALS BINDMIDDEL IN BETON Techniekgebied H5 Vastgesteld door het College van Deskundigen Betonmortel en Mortels van BMC op 10 januari 2007 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 3 juli 2007 Uitgave: Certificatie-instelling BMC Nadruk verboden

2

3 BRL 9340 d.d Certificatie-instelling BMC Ir. P. Bloklandhuis Büchnerweg 3 Postbus AD Gouda Telefoon: Telefax: PRODUCTEN RvA C 004 Geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie ALGEMENE INFORMATIE: CERTIFICATIESYSTEEM : KOMO ATTEST Deze beoordelingsrichtlijn is vastgesteld door zowel het College van Deskundigen Betonmortel en Mortels als Bindmiddelen en bekrachtigd door het bestuur van de Certificatie-instelling BMC. De algemene procedure-eisen, zoals gehanteerd door BMC, zijn vastgelegd in het Algemeen Reglement Productcertificatie, Procescertificatie en Attestering van BMC. Deze nieuwe uitgave van de beoordelingsrichtlijn vervangt BRL 9340 d.d. 15 maart 2004 en is vanaf de datum van aanvaarding door de Harmonisatie Commissie voor de Bouw van kracht.

4

5 INHOUD Hoofdstuk pagina 1. INLEIDING Algemeen Principe TOEPASSINGSGEBIED TERMEN EN DEFINITIES Cement Cementsoort Portlandcement Sterkteklasse Gemalen gegranuleerde hoogovenslak Poederkoolvliegas Slak/cementbeton Slak/vliegas/cementbeton Bindmiddel Water-bindmiddelfactor (wbf) Referentiebeton Referentiemortel Attesthouder Licentiehouder Attesteringsonderzoek Volledig onderzoek Verkort onderzoek Verificatie-onderzoek Extern laboratorium RANDVOORWAARDEN PRESTATIE-EISEN Algemeen... 7 Druksterkte Carbonatatie Vorstdooizoutbestandheid Chloridepenetratie Bestandheid tegen zeewater en sulfaten PROCEDURE VAN DE ATTESTERING Onderwerp van het attest Attesteringsonderzoek Beoordeling van het kwaliteitssysteem van de aanvrager Afgifte van het attest Uitbreiding attest naar andere milieuklassen PROCEDURE ATTESTERINGSONDERZOEK Algemeen Monsterneming grondstoffen Slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton Referentiebeton Grondstoffen Algemeen Gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas Betonsamenstellingen Slak/cementbeton en slak/vliegas/cementbeton Referentiebeton i

6 7.5 Vervaardiging, conditionering en beproeving Vervaardiging en conditionering van proefstukken Aantal proefstukken Beproeving Toetsing van de resultaten van het onderzoek VERIFICATIE-ONDERZOEK Algemeen Verificatie-onderzoek door een extern laboratorium AFGIFTE VAN HET ATTEST AANVULLENDE TOETSING INHOUD VAN HET ATTEST HET KWALITEITSSYSTEEM VAN DE AANVRAGER Identificatie-code Klachtenboek EXTERNE CONTROLE BEHEER VAN HET ATTEST DOCUMENTEN Bijlage A - Model van het attest voor een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement en eventueel poederkoolvliegas voor toepassing als bindmiddel in beton Bijlage B - Stroomschema afhandeling attesteringsonderzoeken ii

7 1. INLEIDING 1.1 Algemeen 1.2 Principe De in deze beoordelingsrichtlijn opgenomen eisen worden door de attesteringsinstellingen, die hiervoor erkend zijn door de Raad voor Accreditatie, gehanteerd bij de behandeling van een aanvraag voor c.q. de instandhouding van een attest voor gebruik van een combinatie van gemalen hoogovenslak en portlandcement c.q. een combinatie van gemalen hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement voor toepassing als bindmiddel in beton. De af te geven kwaliteitsverklaringen worden aangeduid als KOMO attest. Naast de eisen die in deze beoordelingsrichtlijn zijn vastgelegd, stellen de attesteringsinstellingen aanvullende eisen, in de zin van algemene procedure-eisen voor attestering, zoals vastgelegd in het algemeen reglement voor attestering van de desbetreffende instelling. In NEN-EN en NEN 8005 zijn de grondstoffen beschreven die toegepast kunnen worden in beton. Gemalen gegranuleerde hoogovenslak komt daarin als zodanig niet voor. Het gebruik van gemalen gegranuleerde hoogovenslak als bindmiddel is niet geregeld in NEN-EN en NEN Het vervangen van een deel van het portlandcement door gemalen gegranuleerde hoogovenslak, al dan niet in combinatie met poederkoolvliegas, waardoor het gehalte aan portlandcement zakt onder het toegestane minimum cement-/bindmiddelgehalte, levert een betonsamenstelling die niet aan NEN 8005 voldoet. Het Bouwbesluit (artikel 2.4 lid 5) voorziet echter in de mogelijkheid om, mits binnen het kader van de functionele eis wordt gebleven, af te wijken van een in het besluit gegeven prestatie-eis. Door middel van onderzoek kan de toepassing van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, al dan niet in combinatie met poederkoolvliegas, mogelijk worden gemaakt. Aangetoond dient te worden dat beton, waarin een gedeelte van het portlandcement is vervangen door gemalen gegranuleerde hoogovenslak ("slak/cementbeton") of door gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas ("slak/vliegas/cementbeton"), qua sterkte en duurzaamheid gelijkwaardig is met beton dat wel aan de (letterlijke) eisen van NEN-EN en NEN 8005 voldoet. In het kader van deze beoordelingsrichtlijn wordt beton dat aan de eisen van NEN-EN en NEN 8005 voldoet "referentiebeton" genoemd. In het referentiebeton, waarmee het slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton wordt vergeleken, wordt een referentiecement (CEM III (hoogovencement) en/of CEM II (samengesteld portlandcement)) toegepast met een slakgehalte nagenoeg gelijk aan het gehalte aan slak c.q. de som van het gehalte aan slak en poederkoolvliegas van de te attesteren combinatie. Het attest geeft de randvoorwaarden aan voor de toepassing voor de geattesteerde combinatie van portlandcement en gemalen gegranuleerde hoogovenslak c.q. portlandcement, poederkoolvliegas en gemalen gegranuleerde hoogovenslak. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de gelijkwaardigheid van de geattesteerde combinatie alleen in een bepaalde milieuklasse aan te tonen. In de praktijk mag de geattesteerde combinatie dan alleen in die milieuklasse worden toegepast. 1.3 Inhoud van deze beoordelingsrichtlijn In deze beoordelingsrichtlijn zijn de technische bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de afgifte van een attest voor gebruik van een combinatie van gemalen hoogovenslak en portlandcement c.q. gemalen hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement als bindmiddel in beton. In het attest zijn de specificaties opgenomen van de gemalen slak, poederkoolvliegas en portlandcement(en) en van het daaruit vervaardigd slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton voor één of meerdere aangegeven samenstellingen die geschikt zijn bevonden voor toepassing in de aangegeven milieuklasse(n). Uitgangspunt voor het verlenen van een attest voor slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton is, dat de geattesteerde betonsamenstellingen gelijkwaardig zijn aan betonsamenstellingen die voldoen aan NEN-EN en NEN Dit wordt vastgesteld door de sterkte en duurzaamheid van de te attesteren betonsamenstellingen te vergelijken met de sterkte en duurzaamheid 1

8 van een referentiebetonsamenstelling met het minimum cementgehalte en de maximum of lagere water-cementfactor per milieuklasse conform NEN-EN en NEN De te attesteren betonsamenstellingen zijn gelijkwaardig aan betonsamenstellingen die voldoen aan NEN-EN en NEN 8005 indien de karakteristieke sterkte en duurzaamheid ervan groter zijn dan of gelijk zijn aan respectievelijk de karakteristieke sterkte en duurzaamheid van de referentiebetonsamenstelling. Al de gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas aanwezig in de geattesteerde betonsamenstelling wordt daarmee als bindmiddel gerekend. 1.4 Globaal overzicht van de attesteringsprocedure De (potentiële) attesthouder dient een verzoek in bij de attesteringsinstelling om het attesteringsonderzoek te starten voor een door hem op te geven combinatie van een gemalen gegranuleerde hoogovenslak met een portlandcement en eventueel poederkoolvliegas. De attesteringsinstelling geeft opdracht aan een daartoe aangewezen laboratorium om over te gaan tot het nemen van monsters ten behoeve van het onderzoek. Slak/cementbeton Voor de eerste combinatie van een gemalen gegranuleerde hoogovenslak en een portlandcement worden met vastgelegde intervallen 9 monsters van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak, 9 monsters portlandcement en 9 monsters van het referentiecement genomen en aan het in deze beoordelingsrichtlijn beschreven attesteringsonderzoek onderworpen. In het attesteringsonderzoek wordt van de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement het onderzoek naar de duurzaamheidseigenschappen uitgevoerd (1 proefstuk uit elk monster) en op alle monsters het onderzoek naar druksterkte in vergelijking met een referentiebeton. Slak/vliegas/cementbeton Voor de eerste combinatie van een gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en een portlandcement worden met vastgelegde intervallen 9 monsters van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak, 9 monsters poederkoolvliegas, 9 monsters portlandcement en 9 monsters van het referentiecement genomen en aan het in deze beoordelingsrichtlijn beschreven attesteringsonderzoek onderworpen. In het attesteringsonderzoek wordt van de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement en de eerste 3 monsters referentiecement het onderzoek naar de duurzaamheidseigenschappen uitgevoerd (1 proefstuk uit elk monster) en op alle monsters het onderzoek naar druksterkte in vergelijking met een referentiebeton. Naast de keuze voor de combinatie (de hoeveelheid slak en portlandcement c.q. de hoeveelheid slak, poederkoolvliegas en portlandcement) dient de aanvrager tevens vast te leggen voor welke milieuklasse(n) het attest moet gaan gelden. Voor elke milieuklasse geldt een maximum water/bindmiddelfactor waarvoor het onderzoek naar de duurzaamheid van slak/cementbeton moet worden uitgevoerd en zullen de duurzaamheidaspecten beoordeeld worden die van toepassing zijn in die milieuklasse. Voor elke volgende combinatie van dezelfde gemalen gegranuleerde hoogovenslak c.q. dezelfde gemalen gegranuleerde hoogovenslak en dezelfde poederkoolvliegas en een ander portlandcement wordt een verkort onderzoek uitgevoerd met 3 monsters in plaats van 9. Dit onderzoek beperkt zich tot een onderzoek naar de druksterkte van het slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton en het referentiebeton. Het onderzoek naar druksterkte wordt uitgevoerd bij twee water-bindmiddelfactoren, resp. 0,45 en 0,65 en, naar keuze van de aanvrager, één of meerdere slakgehaltes in de combinatie. Alle aanwezige gemalen gegranuleerde hoogovenslak in het slak/cementbeton c.q. hoogovenslak en poederkoolvliegas in het slak/vliegas/cementbeton wordt als bindmiddel gerekend. Indien op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat aan de eisen gesteld in deze beoordelingsrichtlijn wordt voldaan, wordt een attest afgegeven. Voorafgaande aan de afgifte van het eerste attest wordt tussen attesterings-instelling en attesthouder een overeenkomst geslo- 2

9 ten waarin rechten en verplichtingen jegens elkaar en derden (gebruikers van het attest) zijn vastgelegd. Indien de resultaten van het onderzoek van een eerste monster uit een serie van 9 (zowel druksterkte als duurzaamheid) aangeven dat de combinatie van het betreffende monster gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement c.q. hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement aan de eisen voldoet, kan een attest met beperkte geldigheidsduur worden afgegeven. Na het vrijkomen van de overige resultaten van de betreffende serie zal worden beoordeeld of het attest kan worden verlengd. Eén keer per jaar wordt door middel van een verkort onderzoek nagegaan of nog voldaan wordt aan de criteria voor de sterkte-ontwikkeling. Eén keer per 4 jaar wordt het attesteringsonderzoek (zowel sterkte-ontwikkeling als duurzaamheid) op een geattesteerde combinatie herhaald. 2. TOEPASSINGSGEBIED De eisen en beproevingen in deze beoordelingsrichtlijn hebben betrekking op het gebruik van gemalen gegranuleerde hoogovenslak van één of meerdere herkomst (de slakmaalfabriek), al dan niet met poederkoolvliegas van één of meerdere herkomst, in beton in combinatie met één of meerdere portlandcementen afkomstig van één of meerdere cementfabrieken voor één of meerdere samenstellingen voor één of meerdere milieuklassen. Kenmerkend voor deze samenstelling(en) is dat alleen door het volledig meerekenen van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak c.q. hoogovenslak en poederkoolvliegas als bindmiddel wordt voldaan aan de eis voor het minimum cement-/bindmiddelgehalte en de maximale water-bindmiddelfactor genoemd in NEN Met betrekking tot de overige bestanddelen van het beton (toeslagmateriaal, hulpstoffen, aanmaakwater) geldt NEN-EN en NEN 8005 onverkort. 3. TERMEN EN DEFINITIES 3.1 Cement Cement is gedefinieerd in 4 van NEN-EN en NEN-EN Cementen worden benoemd volgens 6 van NEN-EN c.q. NEN-EN 197-4, eventueel aangevuld met een door de producent toegekende codering indien meerdere cementen met dezelfde naam volgens 6 van NEN-EN c.q. NEN-EN worden geleverd. 3.2 Cementsoort In deze beoordelingsrichtlijn worden cementsoorten aangeduid zoals weergegeven in kolom 2 van tabel 1 van NEN-EN De verschillende aanduidingen in deze kolom worden beschouwd als verschillende cementsoorten. 3.3 Portlandcement Cement door NEN-EN aangeduid als CEM I. 3.4 Sterkteklasse Classificatie van cement, gebaseerd op de sterkte-ontwikkeling bepaald volgens NEN-EN In deze beoordelingsrichtlijn wordt onder sterkteklasse verstaan het getal in de naamgeving van cement, zoals gespecificeerd in tabel 2 van NEN-EN Gemalen gegranuleerde hoogovenslak Gegranuleerde hoogovenslak wordt verkregen door het snel afkoelen van gesmolten slak van geschikte samenstelling, verkregen bij het smelten van ijzererts (reductie van ijzeroxide afkomstig uit ijzererts tot ruwijzer) in een hoogoven. Het bestaat voor ten minste tweederde van de 3

10 massa uit glasachtige slak en bezit (latent) hydraulische eigenschappen indien op geschikte wijze geactiveerd. Toelichting De tussen haakjes geplaatste tekst is toegevoegd aan de definitie zoals opgenomen in NEN-EN Gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt verkregen door het drogen en tot de gewenste fijnheid vermalen van gegranuleerde hoogovenslak. Gemalen gegranuleerde hoogovenslak dient te voldoen aan 4 van BRL Gemalen gegranuleerde hoogovenslak is afkomstig van een maalbedrijf en wordt gekarakteriseerd op basis van de fijnheid, het aluminiumoxidegehalte, de sterkteontwikkeling en het sulfaatgehalte. 3.6 Poederkoolvliegas Poederkoolvliegas is een fijn poeder dat hoofdzakelijk uit bolvormige glasachtige deeltjes bestaat die bij de verbranding van poederkool met of zonder meestoken van secundaire brandstoffen zijn ontstaan, met puzzolane eigenschappen en hoofdzakelijk uit SiO 2 en Al 2 O 3 bestaande, waarbij het gehalte aan reactief SiO 2, gedefinieerd en bepaald zoals beschreven in de opmerking bij 3.2 van NEN-EN 197-1, ten minste 25% (m/m) bedraagt. (Deze definitie is ontleend aan CUR-Aanbeveling 94.) 3.7 Slak/cementbeton Opmerking: Poederkoolvliegas wordt verkregen door middel van elektrostatische of mechanische afscheiding van stofdeeltjes uit verbrandingsgassen van met poederkool gestookte ketels van elektriciteitsinstallaties, met of zonder meestoken van secundaire brandstoffen. Vliegassen afkomstig van afvalverbrandingsinstallaties voldoen niet aan de definitie zoals hierboven vermeld. Beton, samengesteld uit portlandcement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak, toeslagmateriaal, eventueel hulpstof en water. 3.8 Slak/vliegas/cementbeton Beton, samengesteld uit portlandcement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas, toeslagmateriaal, eventueel hulpstof en water. 3.9 Bindmiddel Som van de in het attest vastgelegde hoeveelheid cement en gemalen gegranuleerde hoogovenslak c.q. cement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas per m 3 beton Water-bindmiddelfactor (wbf) De massaverhouding tussen de totale hoeveelheid water, verminderd met de in de toeslagmaterialen geabsorbeerde hoeveelheid water, en de hoeveelheid bindmiddel Referentiebeton Beton, samengesteld uit regulier cement (samengesteld portlandcement CEM II/A-S, CEM II/B-S, of hoogovencement CEM III/A of CEM III/B) dat voldoet aan NEN-EN en met een nagenoeg (± 2 %) gelijk slakgehalte als de te attesteren combinatie, toeslagmateriaal, eventueel hulpstof en water, dat voldoet aan NEN-EN en NEN Voor combinaties van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement moet het slakgehalte van het referentiecement nagenoeg (± 2 %) overeenkomen met de som van het gehalte gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas van de te attesteren combinatie. Wanneer voor een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en 4

11 portlandcement uitsluitend een attest wordt aangevraagd voor de milieuklasse(n) X0, XC1 t/m XC4, XF1, XF3 en/of XA1, mag het gehalte aan gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas van de te attesteren combinatie lager zijn dan het slakgehalte van het referentiecement Referentiemortel Mortel volgens NEN-EN 196-1, samengesteld uit regulier cement (hoogovencement CEM II/A-S, CEM II/B-S, CEM III/A of CEM III/B) dat voldoet aan NEN-EN en met een nagenoeg gelijke slakgehalte als de te attesteren combinatie. Voor combinaties van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement moet het slakgehalte van het referentiecement nagenoeg overeenkomen met de som van het gehalte gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas van de te attesteren combinatie Attesthouder Bedrijf waaraan één of meer attesten zijn afgegeven Licentiehouder Producent van gecertificeerde betonmortel dan wel betonproducten die, na het afsluiten van een licentie-overeenkomst met de desbetreffende attesthouder, de geattesteerde slak/cement combinatie of slak/vliegas/cement combinatie als bindmiddel in beton toepast Attesteringsonderzoek Onderzoek van een combinatie van een portlandcement en gemalen gegranuleerde hoogovenslak of portlandcement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas, in een bepaalde verhouding en met een bepaalde wbf, ten behoeve van de afgifte van een attest Volledig onderzoek Attesteringsonderzoek waarbij een slak/cementcombinatie op basis van 9 monsters cement en 9 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 gestelde eisen, dan wel een attesteringsonderzoek waarbij een slak/vliegas/cementcombinatie op basis van 9 monsters cement, 9 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en 9 monsters poederkoolvliegas wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 genoemde eisen. Tevens wordt een slak/cementcombinatie c.q. slak/cement/vliegascombinatie op basis van de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en cement en indien van toepassing poederkoolvliegas onderzocht op voldoen aan de op basis van de te beoordelen milieuklasse(n) relevante in 5.3 t/m 5.6 gestelde duurzaamheideisen Verkort onderzoek Attesterings- of verificatie-onderzoek waarbij een slak/cementcombinatie op basis van 3 monsters cement en 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 gestelde eisen, dan wel een attesterings- of verificatie-onderzoek waarbij een slak/vliegas/cementcombinatie op basis van 3 monsters cement, 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en 3 monsters poederkoolvliegas wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 gestelde eisen Verificatie-onderzoek Onderzoek om na te gaan of de eigenschappen van de geattesteerde slak/cement of slak/vliegas/cement combinatie niet of niet wezenlijk zijn veranderd sinds de afgifte of laatste verlenging van het attest. 5

12 3.19 Extern laboratorium Onafhankelijk laboratorium dat, in overleg met de aanvrager voor een attest c.q. attesthouder, door de attesteringsinstelling wordt aangewezen ten behoeve van uitvoering van attesteringsen/of verificatie-onderzoek. Het laboratorium dient, voor zover dat voor het betreffende onderzoek mogelijk is, aantoonbaar te voldoen aan de eisen van NEN-EN-ISO/IEC RANDVOORWAARDEN Voor toepassing van deze beoordelingsrichtlijn en de op basis van deze beoordelingsrichtlijn afgegeven attesten gelden onderstaande randvoorwaarden. - Gemalen gegranuleerde hoogovenslak moet voldoen aan NEN-EN of aan de eisen van BRL 9325 en per attest afkomstig zijn van één slakmaallocatie. - Poederkoolvliegas moet voldoen aan NEN-EN 450-1, aan een European Technical Approval (ETA) op basis van CUAP 03.01/34 of aan CUR Aanbeveling 94 en per attest afkomstig zijn van één of meerdere poederkoolgestookte ketels of verwerkingsinstallaties van poederkoolvliegas die nauwkeurig omschreven zijn. - Portlandcement moet voldoen aan NEN-EN De gebruikte cementen moeten nauwkeurig omschreven zijn wat betreft herkomst, soort en sterkteklasse, eventueel aangevuld met een door de producent toegekende codering indien meerdere cementen met dezelfde naam volgens 6 van NEN-EN worden geleverd. - Toeslagmaterialen moeten voldoen aan NEN-EN en aan NEN Hulpstoffen moeten voldoen aan NEN-EN en van NEN Aanmaakwater moet voldoen aan NEN-EN Betonsamenstellingen moeten met uitzondering van het minimum bindmiddelgehalte en de maximum water-bindmiddelfactor voldoen aan NEN-EN en NEN Beton moet een massagehalte aan cement + gemalen gegranuleerde hoogovenslak + poederkoolvliegas hebben groter dan of gelijk aan het minimum cement-/bindmiddelgehalte voor de betreffende milieuklasse volgens NEN-EN en NEN Voor combinaties van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement geldt dat maximaal de in het attest genoemde hoeveelheid gemalen gegranuleerde hoogovenslak ten opzichte van het portlandcement mag worden toegepast, waarbij het gehalte aan gemalen gegranuleerde hoogovenslak niet groter mag zijn dan 80% van het totaal bindmiddelgehalte in het beton. - Voor combinaties van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement geldt dat maximaal de in het attest genoemde hoeveelheid gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas ten opzichte van het portlandcement mag worden toegepast, waarbij: - de combinatie minimaal 20% m/m portlandcement moet bevatten; - de combinatie minimaal 6% m/m gemalen gegranuleerde hoogovenslak moet bevatten; - de combinatie maximaal 33% m/m poederkoolvliegas mag bevatten; ten opzichte van het totaal gehalte van deze drie componenten in het beton. - De water-bindmiddelfactor van de te attesteren combinatie conform 3.9 en 3.10 moet kleiner dan of gelijk zijn aan de maximaal toelaatbare water-bindmiddelfactor volgens NEN 8005 voor de betreffende milieuklasse. 6

13 5. PRESTATIE-EISEN De aansluiting op het Bouwbesluit van deze beoordelingsrichtlijn is weergegeven in onderstaand overzicht. 5.1 Algemeen Beschouwde afdelingen van het Bouwbesluit afdeling artikel; leden Algemene sterkte van de bouwconstructie ; 1b De algemene sterkte van de bouwconstructie wordt berekend volgens NEN De beoordeling geschiedt op basis van een vergelijking tussen de samenstelling(en) van slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton, die onderwerp van het verzoek om attestering is, en referentiebeton dat voldoet aan NEN-EN en NEN De vergelijking betreft druksterkte en duurzaamheid. Relevante mechanische eigenschappen, zoals (buig)treksterkte, elasticiteitsmodulus, hygrische krimp en kruip, van slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton zijn onder dezelfde omstandigheden en bij een zelfde druksterkte van het beton vergelijkbaar met die van het referentiebeton. Hierdoor kan ten aanzien van de mechanische eigenschappen worden volstaan met toetsing op druksterkte. Deze toetsing vindt plaats bij twee water-bindmiddelfactoren, te weten: 0,65 en 0,45. De duurzaamheid van het slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton wordt getoetst voor die eigenschappen waaraan in de milieuklasse waarvoor de toepassing wordt beoogd eisen zijn gesteld en wel zoals aangegeven in tabel 1. De attesteringsinstelling kan met betrekking tot de carbonatatie en de bestandheid tegen zeewater en sulfaten besluiten de eindresultaten van een eventueel uitgevoerd lange-duur onderzoek niet af te wachten alvorens tot goedkeuring over te gaan, indien de reeds beschikbare experimentele resultaten alsmede beschikbare gegevens uit de literatuur voldoende waarborgen dat aan het toetsingscriterium zal worden voldaan. 5.2 Druksterkte Als toetsingsgrootheid voor de druksterkte wordt de karakteristieke waarde (f' ck ) gehanteerd. Deze is gedefinieerd als de waarde behorende bij het 5%-percentielpunt van de druksterkte bepaald conform NEN-EN en wordt berekend als: f' ck = f' cg - t s f waarin: f' ck = karakteristieke waarde voor de druksterkte [N/mm 2 ]; f' cg = gemiddelde druksterkte van n proefstukken [N/mm 2 ]; s f = standaardafwijking in de druksterkte van n proefstukken [N/mm 2 ]; t = coëfficiënt, afhankelijk van het aantal proefstukken, zie tabel 2. De waarden in tabel 2 zijn ontleend aan NEN 1047, blad 7.1 (éénzijdige toetsing met α=0,05) De toetsing, waarbij rekening wordt gehouden met de onnauwkeurigheid van de meetmethode, wordt als volgt uitgevoerd: f' ck, xx dagen, attestbeton 0,95 x f' ck, xx dagen, referentiebeton 7

14 Tabel 1 te onderzoeken eigenschappen per milieuklasse Mechanisme Geen risico op corrosie of aantasting Corrosie door carbonatatie Corrosie door chloriden anders dan afkomstig uit zeewater Corrosie door chloriden afkomstig uit zeewater Aantasting door vorst/dooi, met of zonder dooizout Chemische aantasting Milieuklasse Beschrijving omgeving Te onderzoeken eigenschappen X0 Zeer droog Geen aanvullende toetsing XC1 Droog of blijvend nat Carbonatatiesnelheid XC2 XC3 XC4 Nat, zelden droog Matige vochtigheid Wisselend nat en droog XD1 Matige vochtigheid Chloride-indringingssnelheid XD2 XD3 XS1 XS2 XS3 XF1 XF2 XF3 XF4 XA1 XA2 XA3 Nat, zelden droog Wisselend nat en droog Blootgesteld aan zouten uit de lucht, maar niet in direct contact met zeewater Blijvend onder water Getijde-, spat- en stuifzones Niet volledig verzadigd met water, zonder dooizout Niet volledig verzadigd met water, met dooizouten Verzadigd met water, zonder dooizouten Verzadigd met water, met dooizouten of zeewater Zwak agressief chemisch milieu Matig agressief chemisch milieu Sterk agressief chemisch milieu Chloride-indringingssnelheid Geen aanvullende toetsing Vorstdooizoutbestandheid Geen aanvullende toetsing Vorstdooizoutbestandheid Geen aanvullende toetsing Sulfaat- en zeewaterbestandheid Sulfaatbestandheid Tabel 2 - t als functie van het aantal proefstukken aantal proefstukken (n) t 2,92 2,02 1,80 1,74 1,69 8

15 5.3 Carbonatatie Als uitgangspunt voor de carbonatatie als duurzaamheidsaspect geldt dat de carbonatatiediepte van het slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton bepaald volgens 6.1 van CURaanbeveling 48 op een ouderdom van 91, dan wel 182 of 364 dagen kleiner moet zijn dan of gelijk moet zijn aan die van het referentiebeton op dezelfde ouderdom. Indien na 91 dagen blijkt dat de carbonatatiediepte zodanig laag is dat verwacht mag worden dat ook na langere expositietijd geen uitspraak over een eventueel verschil kan worden gedaan, kan in overleg met de certificatie-instelling overwogen worden een versnelde carbonatatieproef uit te voeren. Als toetsingsgrootheid voor de carbonatatiediepte wordt de karakteristieke waarde (d 95 ) gehanteerd. Deze is gedefinieerd als de waarde behorende bij het 95%-percentielpunt van de carbonatatiediepte en wordt berekend als: waarin: d 95 = d k + t s d d 95 d k s d = karakteristieke waarde voor de carbonatatiediepte [mm]; = gemiddelde carbonatatiediepte van n proefstukken [mm]; = standaardafwijking in de carbonatatiediepte van n proefstukken [mm]; t = coëfficiënt, afhankelijk van het aantal proefstukken, zie tabel 2. De toetsing, waarbij rekening wordt gehouden met de onnauwkeurigheid van de meetmethode, wordt als volgt uitgevoerd: d 95, xx dagen, attestbeton 1,20 x d 95, xx dagen, referentiebeton Indien aan dit criterium wordt voldaan dan is de gelijkwaardigheid wat betreft dit duurzaamheidsaspect aangetoond. Indien zelfs na 364 dagen niet aan bovenstaand criterium wordt voldaan, is de gelijkwaardigheid op dit aspect niet aangetoond en wordt niet aan de eis voldaan. 5.4 Vorstdooizoutbestandheid Als uitgangspunt voor de duurzaamheid, gemeten als vorstdooizoutbestandheid, geldt dat de massa van het afgeschilferde materiaal na 14 vorstdooiwisselingen (V), bepaald volgens 6.2 van CUR-aanbeveling 48 niet groter mag zijn dan het materiaalverlies van het referentiebeton. Als toetsingsgrootheid voor de vorstdooizoutbestandheid wordt de karakteristieke waarde voor het massaverlies (V 95 ) gehanteerd. Deze is gedefinieerd als de waarde behorende bij het 95%- percentielpunt van het massaverlies en wordt berekend als: waarin: V 95 = V + t s v V 95 = karakteristieke waarde voor het massaverlies [g/m 2 ]; V = gemiddeld massaverlies van n proefstukken [g/m 2 ]; s v = standaardafwijking in het massaverlies van n proefstukken [g/m 2 ]; t = coëfficiënt, afhankelijk van het aantal proefstukken, zie tabel 2. De toetsing, waarbij rekening wordt gehouden met de onnauwkeurigheid van de meetmethode, wordt als volgt uitgevoerd: V 95 attestbeton 1,20 x V 95 referentiebeton 9

16 Indien aan dit criterium wordt voldaan dan is de gelijkwaardigheid wat betreft dit duurzaamheidsaspect aangetoond. 5.5 Chloridepenetratie Als uitgangspunt voor de duurzaamheid, gemeten als chloridepenetratie, geldt dat de effectieve chloridediffusie coëfficiënt (D eff ), bepaald volgens 6.3 van CUR-aanbeveling 48 niet groter mag zijn dan de effectieve chloridediffusie coëfficiënt van het referentiebeton. Als toetsingsgrootheid voor de chloridepenetratie wordt de karakteristieke waarde voor de effectieve chloridedifussiecoëfficiënt (D eff-95 ) gehanteerd. Deze is gedefinieerd als de waarde behorende bij het 95%-percentielpunt van de effectieve chloridedifussiecoëfficiënt en wordt berekend als: waarin: D eff-95 = D eff + t s D eff-95 = karakteristieke waarde voor de effectieve chloridediffusiecoëfficiënt [m 2 /s]; D eff = gemiddelde effectieve chloridediffusiecoëfficiënt [m 2 /s]; s = standaardafwijking in de effectieve chloridediffusiecoëfficiënt [m 2 /s]; t = coëfficiënt, afhankelijk van het aantal proefstukken, zie tabel 2. De toetsing, waarbij rekening wordt gehouden met de onnauwkeurigheid van de meetmethode, wordt als volgt uitgevoerd: D eff-95, attestbeton 1,20 x D eff-95, referentiebeton Indien aan dit criterium wordt voldaan dan is de gelijkwaardigheid wat betreft dit duurzaamheidaspect aangetoond. 5.6 Bestandheid tegen zeewater en sulfaten Als uitgangspunt voor de duurzaamheid, gemeten als bestandheid tegen zeewater en sulfaten, geldt dat de lengteverandering ( L), bepaald volgens 6.4 van CUR-aanbeveling 48 op een ouderdom van 182, dan wel 364 dagen niet groter mag zijn dan de lengteverandering van de referentiemortel. Als toetsingsgrootheid voor de bestandheid tegen zeewater en sulfaten wordt de karakteristieke waarde voor de lengteverandering ( L 95 ) gehanteerd. Deze is gedefinieerd als de waarde behorende bij het 95%-percentielpunt van de lengteverandering en wordt berekend als: waarin: L 95 = L + t s l L 95 = karakteristieke waarde voor de lengteverandering [%]; L = gemiddelde lengteverandering [%]; s l = standaardafwijking in de lengteverandering [%]; t = coëfficiënt, afhankelijk van het aantal proefstukken, zie tabel 2. De toetsing, waarbij rekening wordt gehouden met de onnauwkeurigheid van de meetmethode, wordt als volgt uitgevoerd: L 95 attestbeton 1,20 x L 95 referentiebeton Indien aan dit criterium wordt voldaan dan is de gelijkwaardigheid wat betreft dit duurzaamheidaspect aangetoond. 10

17 Indien aan bovenstaand criterium wordt voldaan kunnen combinaties van de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement worden aangemerkt als sulfaatbestand, mits in het slak/cementbeton een zelfde percentage gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt toegepast als het percentage slak in de onderzochte slak/cementbetonsamenstelling en het percentage slak in de onderzochte slak/cementbetonsamenstelling ten minste 66 % bedraagt. Indien niet aan bovenstaand criterium wordt voldaan na 182 dan wel 364 dagen, kunnen combinaties van de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement toch worden aangemerkt als sulfaatbestand mits in het slak/cementbeton een zelfde percentage gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt toegepast als het percentage slak in de onderzochte slak/cementbetonsamenstelling en het percentage slak in de onderzochte slak/cementbetonsamenstelling ten minste 66 % bedraagt indien: a. de expansie ten hoogste 0,04 % bedraagt; b. de expansie over een periode van drie maanden constant is. Rekening houdend met de meetonnauwkeurigheid betekent dit dat de expansie gedurende drie maanden niet meer dan 0,005 % mag toenemen. Toelichting: De grens van 66 % gemalen gegranuleerde hoogovenslak is ontleend aan NEN Artikel 5.6 is alleen van toepassing voor slak/cementbeton en niet voor slak/vliegas/cementbeton. Voor slak/vliegas/cementbeton kan de bestandheid tegen zeewater en sulfaten niet op basis van deze beoordelingsrichtlijn worden aangetoond. 6. PROCEDURE VAN DE ATTESTERING 6.1 Onderwerp van het attest De aanvrager van het attest geeft aan voor welke gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement(en) en eventueel poederkoolvliegas en welke milieuklassen het attest wordt aangevraagd. Tevens wordt door hem aangegeven welk(e) cement(en) als referentiecement moet(en) worden gebruikt. 6.2 Attesteringsonderzoek Het verloop van het attesteringsonderzoek is beschreven in Beoordeling van het kwaliteitssysteem van de aanvrager De attesteringsinstelling onderzoekt of het kwaliteitssysteem van de aanvrager voldoet aan de in 12 gestelde eisen. 6.4 Afgifte van het attest Het attest wordt afgegeven voor een periode van 1 jaar. Indien uit het verificatie-onderzoek conform 8 blijkt dat de betreffende samenstelling nog steeds voldoet, wordt de geldigheidstermijn van het attest met steeds een jaar verlengd. Indien de resultaten van het onderzoek van een eerste monster uit een serie van 9 (zowel druksterkte als duurzaamheid) aangeven dat de combinatie van het betreffende monster gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement en eventueel poederkoolvliegas aan de eisen voldoet, kan een attest met beperkte geldigheidsduur worden afgegeven. Na het vrijkomen van de overige resultaten van de betreffende serie zal worden beoordeeld of het attest kan worden verlengd. De attesteringsinstelling sluit een contract met de attesthouder waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder het attest mag worden gebruikt. Eisen in verband met het opstellen en de inhoud van het attest zijn vermeld in

18 6.5 Uitbreiding attest naar andere milieuklassen Uitbreiding van het attest naar een andere milieuklasse kan plaatsvinden nadat het betreffende onderzoek naar het duurzaamheidaspect in die milieuklasse is uitgevoerd, een en ander zoals omschreven in PROCEDURE ATTESTERINGSONDERZOEK 7.1 Algemeen Het attesteringsonderzoek kent een volledige en een verkorte versie. In dit hoofdstuk wordt het volledig onderzoek beschreven en tevens aangegeven waarin het verkorte onderzoek daarvan afwijkt. Het volledig onderzoek is een attesteringsonderzoek, waarbij een slak/cementcombinatie of slak/vliegas/cementcombinatie op basis van 9 monsters cement en 9 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en indien van toepassing 9 monsters poederkoolvliegas wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 gestelde eisen. Daarbij vindt de bepaling van de druksterkte plaats na 7, 28 en 91 dagen verharden. Tevens wordt een slak/cementcombinatie c.q. slak/cement/vliegascombinatie op basis van de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en cement en indien van toepassing poederkoolvliegas onderzocht op voldoen aan de op basis van de te beoordelen milieuklasse(n) relevante in 5.3 t/m 5.6 gestelde duurzaamheideisen, waarbij per monster steeds één proefstuk wordt vervaardigd en in het onderzoek betrokken. Het verkorte onderzoek is een verificatie- (zie 8) of attesteringsonderzoek, waarbij een slak/cementcombinatie c.q. slak/vliegas/cementcombinatie op basis van ten minste 3 monsters cement en ten minste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en indien van toepassing ten minste 3 monsters poederkoolvliegas wordt onderzocht op voldoen aan de in 5.2 gestelde eisen, waarbij de bepaling van de druksterkte plaatsvindt na 7 en 28 dagen verharden. Met uitzondering van onderstaande gevallen wordt een volledig onderzoek uitgevoerd. - Indien gemalen gegranuleerde hoogovenslak buiten de karakteristieken, genoemd in 7.3.2, van een reeds eerder onderzochte gemalen gegranuleerde hoogovenslak valt, maar wel van dezelfde productielocatie afkomstig is en voldoet aan de eisen in 4 van BRL 9325, wordt een verkort onderzoek uitgevoerd (zie 10). - Als voor een combinatie slak/cement een volledig onderzoek is of wordt uitgevoerd en de resultaten van dit volledig onderzoek voldoen aan de eisen, dan kan met een verkort onderzoek worden volstaan voor een andere combinatie van portlandcement en gemalen gegranuleerde hoogovenslak: - met een gelijke cementsoort en gelijke of hogere sterkteklasse en; - met een gemalen gegranuleerde hoogovenslak met andere karakteristieken van dezelfde herkomst en; - bij een gelijke of lagere water-bindmiddelfactor. - Als voor een combinatie slak/vliegas/cement een volledig onderzoek is of wordt uitgevoerd en de resultaten van dit volledig onderzoek voldoen aan de eisen, dan kan met een verkort onderzoek worden volstaan voor een andere combinatie van portlandcement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas: - met een gelijke cementsoort en gelijke of hogere sterkteklasse en; - met een gemalen gegranuleerde hoogovenslak met andere karakteristieken van dezelfde herkomst en; - met poederkoolvliegas van dezelfde herkomst en; - bij een gelijke of lagere water-bindmiddelfactor. - Het verkorte onderzoek is één van de mogelijke wijzen waarop het verificatie-onderzoek kan plaatsvinden, zie 8. 12

19 Het onderzoek naar de druksterkte wordt uitgevoerd bij 2 water-bindmiddelfactoren, te weten 0,45 en 0,65. Het onderzoek naar de duurzaamheidseigenschappen wordt uitgevoerd met de maximale water-bindmiddelfactor behorend bij de desbetreffende milieuklasse. Bij het volledig onderzoek dienen de gemiddelden van de druksterkten voor de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak en cement en indien van toepassing poederkoolvliegas overeen te komen met de gemiddelden van de druksterkten voor de overige 6 monsters. Dit dient te worden vastgesteld door een toets voor twee gemiddelden conform NEN 1047, blad 5.3 (tweezijdige toetsing en een onbetrouwbaarheid van 0,02). Het slakgehalte van de slak/cement- combinatie dient, met een marge van + of - 2 %, overeen te komen met die van het gekozen referentie-cement, waarvan een opgave van het slakgehalte door de producent beschikbaar moet zijn. Het slak + vliegasgehalte van de slak/vliegas/cement combinatie dient, met een marge van + of 2 %, overeen komen met het slakgehalte van het gekozen referentie-cement, waarvan een opgave van het slakgehalte door de producent beschikbaar moet zijn. Wanneer voor een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement uitsluitend een attest wordt aangevraagd voor de milieuklasse(n) X0, XC1 t/m XC4, XF1, XF3 en/of XA1, mag het gehalte aan gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas van de te attesteren combinatie lager zijn dan het slakgehalte van het referentiecement. Alle duurzaamheids- en sterkte-onderzoeken dienen te worden uitgevoerd met één referentiecement. Bij verkorte onderzoeken is het toegestaan te toetsen aan de bij het laatste volledig onderzoek voor het referentiebeton gevonden waarden voor de druksterkte. 7.2 Monsterneming grondstoffen Slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton De monsters cement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak en indien van toepassing poederkoolvliegas dienen zodanig te worden genomen dat daarmee een reëel beeld van de spreiding in de eigenschappen wordt verkregen. Het moet worden vermeden dat achtereenvolgende monsters uit een zelfde partij afkomstig zijn. Daartoe worden onderstaande richtlijnen voor het interval tussen individuele monsternemingen zo veel mogelijk aangehouden om aan bovenstaand uitgangspunt te voldoen. Cement, gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas dienen voor een volledig onderzoek door of namens de attesteringsinstelling over een productieperiode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden worden bemonsterd. De monsters dienen gelijkmatig gespreid over deze periode genomen te worden. De individuele monsters dienen in geval van een volledig onderzoek te worden genomen met een interval van ten minste één productieweek. In het geval van een verkort onderzoek dienen de individuele monsters te worden genomen met een interval van ten minste 2 productieweken. De aanvrager geeft de te attesteren mengselsamenstellingen op. Het toeslagmateriaal van het te attesteren mengsel moet eenzelfde korrelopbouw hebben als het referentiebeton (zie 7.2.2) Referentiebeton In het referentiebeton wordt een cement toegepast zoals omschreven in de definitie van het referentiebeton. De keuze wordt gemaakt door de aanvrager. Het cement zal door of namens de attesteringsinstelling, over een productieperiode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden bemonsterd worden. De monsters dienen gelijkmatig gespreid over deze periode genomen te worden. Per gekozen referentiecement zal het aantal monsternemingen overeenkomen met het aantal 13

20 noodzakelijk voor het uitvoeren van het (verkorte) attesterings- of verificatie-onderzoek. Als toeslagmateriaal voor het referentiebeton zal één partij rivierzand en riviergrind met een korrelopbouw binnen onderstaand graderingsgebied van de korrelgroep 0-32 mm worden gebruikt. zeef ondergrens zeefdoorval bovengrens zeefdoorval 250 µm mm mm mm mm mm mm Plaats van monsterneming en houdbaarheid van de monsters Monsterneming kan plaatsvinden bij de producent van cement en/of gemalen gegranuleerde hoogovenslak en/of poederkoolvliegas dan wel bij de gebruiker(s). De houdbaarheidstermijn van de monsters, mits geconditioneerd bewaard, is 1 jaar gerekend vanaf de laatste datum van monsterneming van de betreffende serie monsternemingen. 7.3 Grondstoffen Algemeen De gemalen gegranuleerde hoogovenslak dient te worden gekarakteriseerd volgens en te voldoen aan de eisen gesteld in De poederkoolvliegas dient te voldoen aan de in gestelde eisen Gemalen gegranuleerde hoogovenslak en poederkoolvliegas De gemalen gegranuleerde hoogovenslak dient te voldoen aan NEN-EN of aan de eisen van BRL Als voldoende bewijs dat wordt voldaan worden beschouwd: - KOMO kwaliteitsverklaring afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie voor certificatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak erkende certificatie-instelling; - Een kwaliteitsverklaring waarvan de gelijkwaardigheid met bovengenoemde KOMO kwaliteitsverklaring is aangetoond. Poederkoolvliegas moet voldoen aan NEN-EN 450-1, aan een European Technical Approval (ETA) op basis van CUAP 03.01/34 of aan CUR Aanbeveling 94. Als voldoende bewijs dat wordt voldaan worden beschouwd: - KOMO kwaliteitsverklaring afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie voor certificatie van poederkoolvliegas erkende certificatie-instelling; - Een kwaliteitsverklaring waarvan de gelijkwaardigheid met bovengenoemde KOMO kwaliteitsverklaring is aangetoond Karakterisering van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak De gemalen gegranuleerde hoogovenslak dient op basis van de tijdens het attesteringsonderzoek genomen monsters te worden gekarakteriseerd door vastlegging van de eigenschappen genoemd in tabel 3 en verkregen door onderzoek beschreven in BRL Hiertoe wordt per eigenschap het gebied vastgelegd waarin de betreffende eigenschap kan variëren zonder dat sprake is van een afwijkend product. Maandelijks dient door de producent van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak het alumini- 14

21 umoxidegehalte te worden bepaald indien voor de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak één of meer attesten zijn aangevraagd of afgegeven voor milieuklasse XA2 en/of XA3. De bepaling van de standaard druksterkte, fijnheid en sulfaatgehalte (om na te gaan of de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak nog valt binnen de grenswaarden van de karakterisering) dient plaats te vinden als onderdeel van het conformiteitsonderzoek door de producent zoals beschreven in BRL De resultaten worden één keer per kwartaal aan de attesteringsinstelling gerapporteerd. Van het portlandcement dat wordt gebruikt voor dit onderzoek wordt een hoeveelheid voldoende voor ca. 1 jaar in kleinere porties luchtdicht bewaard tot het moment van het onderzoek. Bij overgang naar een nieuw monster portlandcement wordt gedurende twee weken het onderzoek met beide portlandcementen uitgevoerd om na te kunnen gaan of een correctie op de karakteriserende waarden van de aldus gevonden standaard druksterkte moet worden aangebracht. In dat geval wordt het verschil tussen het gemiddelde van de 4 waarnemingen (verkregen gedurende deze twee weken) met het oude en het nieuwe portlandcement bepaald. De grenswaarden voor de karakterisering door middel van de standaard druksterkte worden met dit verschil gecorrigeerd. Tabel 3 - eigenschappen en bijbehorende grenswaarden waarmee een gemalen gegranuleerde hoogovenslak wordt gekarakteriseerd eigenschap ondergrens grenswaarden bovengrens fijnheid Blaine (NEN-EN 196-6) laagste - 15 m 2 /kg hoogste + 15 m 2 /kg standaard druksterkte (BRL 9325) (in combinatie met één portlandcement) na: 2 dagen 7 dagen 28 dagen laagste - 2,0 N/mm 2 laagste - 3,6 N/mm 2 laagste - 3,9 N/mm 2 hoogste + 3,0 N/mm 2 hoogste + 3,6 N/mm 2 hoogste + 3,9 N/mm 2 sulfaatgehalte (NEN-EN 196-2) laagste - 0,15 % hoogste + 0,15 % aluminiumoxidegehalte (NEN-EN 196-2) - 3 < 15,0: 3 + 2,0 % *) 3 15,0: 3 + 1,0 % *) 3 = het gemiddelde van de drie ten behoeve van het volledig attesteringsonderzoek genomen monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak. Voor gemiddelden tussen 14,0 % en 15,0 % geldt een bovengrens van 16,0 %. Indien een verkort attesterings- of verificatie-onderzoek wordt uitgevoerd, dienen van 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak de eigenschappen volgens 4 van BRL 9325, aangevuld met de fijnheid (Blaine) te worden bepaald. De individuele waarnemingen dienen te voldoen aan de karakterisering (liggen binnen het gebied dat door de karakterisering wordt aangegeven) en zoals gevonden in het met de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak uitgevoerde volledige onderzoek. Indien een of meer individuele waarnemingen van het verkorte onderzoek hieraan niet voldoen, dienen nog 6 monsters van de betreffende gegranuleerde gemalen hoogovenslak te worden genomen, met inachtneming van het gestelde in Door middel van onderzoek volgens 7.3.2, dient de gemalen gegranuleerde hoogovenslak opnieuw te worden gekarakteriseerd door combinatie van de reeds beschikbare en de nieuwe meetwaarden. Deze nieuwe karakteristieke waarden zullen zowel op nieuwe als op voor combinaties van cement, eventueel vliegas en de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak eerder afgegeven attesten worden vermeld. De gemalen gegranuleerde hoogovenslak die wordt gebruikt voor de productie van slak/cementbeton of slak/vliegas/cementbeton moet voldoen aan de in het attest genoemde karakterisering. 7.4 Betonsamenstellingen 15

22 7.4.1 Slak/cementbeton en slak/vliegas/cementbeton De te onderzoeken betonsamenstelling(en) moet(en) voldoen aan de randvoorwaarden gesteld in 4, waarbij ten behoeve van de bepaling van de druksterkte slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton wordt vervaardigd met 2 water-bindmiddelfactoren (zie tabel 4). Voor de bepaling van de duurzaamheidseigenschappen wordt beton vervaardigd met een samenstelling afhankelijk van de aangevraagde milieuklassen (zie tabel 5). De verwerkbaarheid van de betonspecie direct na het mengen moet overeenkomen met consistentieklasse S3 volgens NEN-EN Indien nodig moet een plastificeerder worden toegepast dan wel de korrelgradering van het toeslagmateriaal zodanig worden aangepast dat de gewenste consistentie wordt verkregen Referentiebeton De samenstelling(en) van het referentiebeton (zijn) is weergegeven in de tabellen 4 en 5. De verwerkbaarheid van de betonspecie direct na het mengen moet overeenkomen met consistentieklasse S3 volgens NEN-EN Indien nodig moet een plastificeerder worden toegepast dan wel de korrelgradering van het toeslagmateriaal zodanig worden aangepast dat de gewenste consistentie wordt verkregen. Tabel 4 - Samenstelling slak/cementbeton, slak/vliegas/cementbeton en referentiebeton voor de bepaling van de druksterkte samenstelling beton met hoge wbf beton met lage wbf water-bindmiddelfactor 0,65 0,45 bindmiddelgehalte 280 kg/m kg/m 3 slakgehalte of slakgehalte + vliegasgehalte Representatief voor en binnen het gebied waarin het slakgehalte van het referentiecement ligt / de referentiecementen liggen. Zie ook Tabel 5 - Samenstelling slak/cementbeton, slak/vliegas/cementbeton en referentiebeton voor de bepaling van de duurzaamheidseigenschappen samenstelling XC1 XC2 XC3 milieuklasse XF1 XC4 XA2 XD1 XD2 XF2 1 ) XS1 XF3 XF4 1 ) XD3 XS2 XF2 XS3 XF4 water-bindmiddelfactor 0,65 0,60 0,55 0,55 0,50 0,50 0,45 0,45 0,45 bindmiddelgehalte [kg/m 3 ] ) Voor deze milieuklassen moet een luchtbelvormer worden toegepast. Voor X0 en XA1 vindt er conform 5.1 geen aanvullende toetsing plaats. Het duurzaamheidsonderzoek kan worden beperkt door een voor een bepaalde milieuklasse geattesteerde samenstelling ook van toepassing te verklaren voor milieuklassen met een hogere water-bindmiddelfactor en/of lager bindmiddelgehalte. Het bindmiddelgehalte en de waterbindmiddelfactor waarbij het onderzoek is uitgevoerd zijn dan het minimum bindmiddelgehalte en de maximum water-bindmiddelfactor voor de betreffende milieuklassen bij toepassing van het attest. Indien bijvoorbeeld aangetoond is dat een combinatie ten aanzien van carbonatatie voldoet aan de eisen bij een wbf van 0,55 en een bindmiddelgehalte van 280 kg/m 3 (XC3), dan kan het attest zonder aanvullend onderzoek worden uitgebreid met de milieuklassen XC1 en XC2, waarbij op het attest wordt aangegeven dat voor deze milieuklassen de wbf maximaal 0,55 en het bindmiddelgehalte minimaal 280 kg/m 3 moet bedragen. XA3 16

23 7.5 Vervaardiging, conditionering en beproeving Vervaardiging en conditionering van proefstukken Bij de vervaardiging van proefstukken zijn NEN-EN en NEN-EN van toepassing. Sterkte-ontwikkeling Voor de bepaling van de druksterkte moeten kubussen ter grootte van 150 x 150 x 150 mm 3 worden vervaardigd. luchtgehalte Het luchtgehalte in de betonspecie dient te worden bepaald conform NEN-EN Duurzaamheid Ten behoeve van de bepaling van de duurzaamheidaspecten worden de proefstukken aangemaakt zoals beschreven in 6 van CUR aanbeveling Aantal proefstukken Sterkte-ontwikkeling Voor iedere betonsamenstelling wordt per combinatie van een monster gemalen gegranuleerde hoogovenslak en cement en eventueel poederkoolvliegas één charge betonspecie gemaakt, waarbij van iedere charge 2 proefstukken per bepaling van de druksterkte worden vervaardigd voor elk beproevingstijdstip. De beproevingstijdstippen zijn voor een volledig onderzoek 7, 28 en 91 dagen na aanmaak van de proefstukken en voor een verkort onderzoek 7 en 28 dagen na aanmaak van de proefstukken. Bij het volledig onderzoek worden dus minimaal 18 (=2x9), en bij het verkorte onderzoek minimaal 6 (=2x3), kubussen per verhardingstijd vervaardigd. Duurzaamheid Van de voor de betreffende milieuklasse relevante betonsamenstelling (zie tabel 5) worden van de eerste 3 monsters gemalen gegranuleerde hoogovenslak, portlandcement, eventueel poederkoolvliegas en referentiecement steeds één proefstuk voor onderzoek van het betreffende duurzaamheidsaspect aangemaakt. (Voor de bepaling van de vorstdooizoutbestandheid zijn 5 proefstukken nodig) Beproeving Sterkte-ontwikkeling Van de onder geconditioneerde omstandigheden opgeslagen kubussen zal per betonsamenstelling en per te onderzoeken monster de druksterkte conform NEN-EN op een ouderdom van 7, 28 dan wel 91 dagen, een en ander afhankelijk van het type onderzoek, in tweevoud worden bepaald. Duurzaamheid De bepaling van de duurzaamheidseigenschappen vindt plaats zoals beschreven in 6 van CURaanbeveling Toetsing van de resultaten van het onderzoek De resultaten van het slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton worden getoetst zoals vastgelegd in 5. Een goedkeuring volgt, indien aan de toetsingscriteria, welke vermeld zijn in 5, voldaan is. De onderzoeksresultaten van referentiebeton zijn één jaar geldig. Opmerking: 17

24 Indien voldoende resultaten voor referentiebeton beschikbaar zijn en deze resultaten een consistent beeld laten zien, kan worden overgegaan naar een vaste waarden concept zoals beschreven in de Beoordelingsrichtlijn betreffende het KOMO-attest voor een combinatie van cement en poederkoolvliegas voor toepassing als bindmiddel in beton (BRL 1802). 8. VERIFICATIE-ONDERZOEK 8.1 Algemeen Het verificatie-onderzoek dient om na te gaan of de eigenschappen van de combinatie gemalen gegranuleerde hoogovenslak en cement en eventueel poederkoolvliegas niet of niet wezenlijk zijn veranderd sinds de afgifte of laatste verlenging van het attest, zodat (opnieuw) verlenging plaats kan vinden. 8.2 Verificatie-onderzoek door een extern laboratorium Voorafgaande aan de verlenging van een attest wordt per attest de meest kritische samenstelling (de samenstelling met een water-cementfactor/water-bindmiddelfactor die meetresultaten oplevert die het dichtst bij de grenswaarden voor afkeuring ligt), die in het betreffende attesteringsonderzoek is toegepast, geselecteerd en aan een verificatie-onderzoek onderworpen. Dit verificatieonderzoek wordt uitgevoerd als een verkort onderzoek zoals beschreven in 7. Indien niet bij voorbaat duidelijk is welke samenstelling als meest kritische kan worden aangewezen, zal in overleg tussen attesterings-instelling en attesthouder nagegaan worden welke samenstelling(en) aan het verkorte onderzoek wordt onderworpen. Onderzoek en toetsing kan ook door middel van combinatie van de resultaten van 2 of meer verkorte onderzoeken plaatsvinden. Voorwaarde voor combinatie is dat het interval tussen de tijdstippen van monsterneming van het eerste monster van een volgende serie van 3 monsters en het laatste monster van de voorgaande serie niet groter is dan 2 maanden. Het verificatie-onderzoek wordt in dat geval in fasen uitgevoerd. Bij voldoen aan de toetsingscriteria zal het attest worden verlengd. Indien uit het onderzoek blijkt dat niet voldaan wordt aan de toetsingscriteria, vervalt het attest voor de onderzochte samenstelling. Tevens dient van de overige samenstellingen die op het attest vermeld staan de meest kritische samenstelling(en) alsnog aan een verkort onderzoek te worden onderworpen. 9. AFGIFTE VAN HET ATTEST Indien uit de resultaten van de eerste 3 monsters van een serie van 9 kan worden vastgesteld dat het daarmee vervaardigde slak/cementbeton c.q. slak/vliegas/cementbeton aan de eisen voldoet, wordt een attest met beperkte geldigheidsduur afgegeven. De geldigheidsduur loopt tot één maand nadat de resultaten van de overige monsters van de betreffende serie beschikbaar komen. Zodra blijkt dat de resultaten van de volledige serie aan de eisen voldoen wordt het attest verlengd tot de eerstvolgende vervaldatum. Het attest geldt voor: - De onderzochte gemalen gegranuleerde slak/cement c.q. slak/vliegas/cement betonsamenstelling(en) (inclusief het toegepaste toeslagmateriaal); - De onderzochte gemalen gegranuleerde slak/cement c.q. slak/vliegas/cement betonsamenstelling(en) vervaardigd met dezelfde gemalen gegranuleerde hoogovenslak (dat is slak die voldoet aan de karakterisering zoals omschreven in 7.3.2) en indien van toepassing dezelfde poederkoolvliegas en met cement van dezelfde soort en van dezelfde herkomst, met een hogere sterkteklasse; 18

25 - Samenstellingen met een cementgehalte gelijk aan of hoger dan de onderzochte en met een water-cementfactor gelijk aan of lager dan de onderzochte en een gehalte aan bindmiddel gelijk aan of hoger dan de onderzochte, mits dezelfde hoogovenslak, dezelfde poederkoolvliegas en dezelfde cement(en) (sterkteklasse, herkomst) worden gebruikt. - Slak/cementbeton met een percentage gemalen gegranuleerde hoogovenslak binnen de in NEN-EN genoemde ondergrens van het slakgehalte van het gebruikte referentiecement en de geattesteerde samenstelling van het slak/cementbeton. Voor milieuklasse X0, XC1 t/m XC4, XF1, XF3 en XA1 is het attest geldig voor slak/cementbeton met een percentage gemalen gegranuleerde hoogovenslak tussen 6 % en het percentage slak in de onderzochte slak/cement betonsamenstelling. Voor milieuklasse X0, XC1 t/m XC4, XF1, XF3 en XA1 is het attest geldig voor slak/vliegas/cementbeton met een percentage gemalen gegranuleerde hoogovenslak tussen 6 % en het percentage slak in de onderzochte slak/vliegas/cement betonsamenstelling en met een percentage poederkoolvliegas tussen 0 % en het percentage poederkoolvliegas in de onderzochte slak/vliegas/cement betonsamenstelling. - Slak/vliegas/cementbeton met een percentage poederkoolvliegas tussen 0 % en het percentage poederkoolvliegas in de onderzochte slak/vliegas/cement betonsamenstelling, mits er ook een attest is afgegeven voor slak/cementbeton voor de betreffende milieuklasse(n) voor een combinatie van dezelfde slak en hetzelfde cement en mits het percentage slak zich bevindt tussen de percentages slak in de voor de betreffende milieuklassen onderzochte betonsamenstellingen. Voorbeeld: er is een attest afgegeven voor slak/cementbeton met 70 % gemalen gegranuleerde hoogovenslak. Er is tevens een attest afgegeven voor slak/vliegas/cementbeton met 40 % gemalen gegranuleerde hoogovenslak en 30 % poederkoolvliegas. De attesten hebben betrekking op dezelfde slak en hetzelfde cement. Door toepassing van beide attesten kan een willekeurig deel van de poederkoolvliegas voor de op beide attesten genoemde milieuklassen worden vervangen door gemalen gegranuleerde hoogovenslak. Voor de milieuklassen X0, XC1 t/m XC4, XF1, XF3 en XA1 kan een willekeurig deel van de poederkoolvliegas worden vervangen door het toegepaste portlandcement. In geval van een attesteringsonderzoek waarbij verschillende cement sterkteklassen, cementen afkomstig van meerdere fabrieken, meerdere betonsamenstellingen en/of een samenstellingsgebied zijn betrokken en waarbij slechts door een deel van de onderzochte betonsamenstellingen aan de toetsingscriteria wordt voldaan, zal slechts een attest worden verleend voor het deel dat voldoet. De attesteringsinstelling kan ook besluiten om het attest voor een deel van de onderzochte variabelen te verlenen, maar voor een ander deel, indien van toepassing, resultaten van de metingen af te wachten. 10. AANVULLENDE TOETSING De verklaring van het attest geldt alleen als aan alle daarin gestelde voorwaarden is voldaan. De karakteristieken van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak overeenkomstig maken deel uit van deze voorwaarden. Bij gebruik van het attest dient de te gebruiken gemalen gegranuleerde hoogovenslak te voldoen aan de in het attest vastgelegde karakteristieken, hetgeen kan worden aangetoond door bijvoorbeeld partijkeuringsrapporten en op genoemde karakteristieken afgestemde productcertificaten. (In dat laatste geval zal ook de beoordeling van Blaine waarde ten opzichte van de karakteristieken zoals vastgesteld in het attest moeten plaatsvinden in het kader van het certificatieschema van gemalen gegranuleerde hoogovenslak.) Voor gemalen gegranuleerde hoogovenslak die buiten deze karakteristieken valt, maar wel van dezelfde herkomst is en voldoet aan de eisen van 4 van BRL 9325 geldt de verklaring van het attest toch, mits een aanvullende toetsing door middel van een verkort onderzoek positief uitvalt (zie 19

26 7). De gemalen gegranuleerde hoogovenslak dient in dit geval opnieuw te worden gekarakteriseerd door nog 3 monsters van de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak te nemen, met inachtneming van het gestelde in 7.2.1, en te onderzoeken volgens Deze nieuwe karakteristieke waarden zullen op voor combinaties van cement met de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak afgegeven attesten worden vermeld 11. INHOUD VAN HET ATTEST Het attest dat afgegeven wordt, moet de volgende gegevens bevatten: - producent (maalbedrijf) van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak ; - de karakteristieken van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak zoals bedoeld in herkomst cement(en) (fabriek/productielocatie); - benoeming van het cement zoals omschreven in 3.1; - herkomst poederkoolvliegas(sen) (centrale + ketel of eventueel opwerkingsinstallatie); - betonsamenstelling(en) of samenstellingsgebied; - milieuklasse(n). Het attest moet de volgende verklaring bevatten: "Dit attest is afgegeven op basis van het vigerende reglement, bestaande uit het Algemeen Reglement Attestering en de Nationale Beoordelingsrichtlijn betreffende het KOMO attest voor een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak, poederkoolvliegas en portlandcement voor toepassing als bindmiddel in beton (BRL 9340 d.d....). De certificatie-instelling is van oordeel, dat uit het uitgevoerde onderzoek en uit overige bestaande inzichten en beschikbare kennis de in dit attest gespecificeerde betonsamenstelling, waarin een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement en eventueel poederkoolvliegas als bindmiddel is toegepast, geacht mag worden gelijkwaardig te zijn aan betonsamenstellingen volgens NEN-EN en NEN 8005 voor de in dit attest aangegeven milieuklassen, onder voorwaarde dat de toegepaste grondstoffen en de betonsamenstelling voldoen aan de randvoorwaarden, zoals genoemd in artikel 4 van BRL 9340 en de verwerking van de betonspecie plaatsvindt volgens NEN 6722:2002." De attesten worden afgegeven voor de periode van één jaar, met een vervaldatum op 31 januari van het volgende jaar. Bijlage A geeft een model van het attest weer. 12. HET KWALITEITSSYSTEEM VAN DE AANVRAGER 12.1 Identificatie-code De attesthouder moet ervoor zorgen dat de gemalen gegranuleerde hoogovenslak, die door hem of zijn leveranciers verhandeld wordt als zijnde in overeenstemming met de technische specificatie (karakterisering) van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak overeenkomstig het attest, voorzien is van een identificatie-code. Deze identificatie-code bestaat uit de eerste 4 cijfers van het attestnummer en de laatste twee cijfers van het attestnummer, gescheiden door een schuine streep. De eerste 4 cijfers van het attestnummer hebben betrekking op de attesthouder, de laatste twee cijfers van het attestnummer hebben betrekking op de betreffende gemalen gegranuleerde hoogovenslak. De attesthouder en zijn leveranciers mogen geen gemalen gegranuleerde hoogovenslak leveren die voorzien is van bedoelde identificatie-code en die niet voldoet aan de technische specificatie (karakterisering) opgenomen in het attest Klachtenboek De attesthouder moet een klachtenboek bijhouden waarin hij alle klachten noteert met betrekking tot de gemalen gegranuleerde hoogovenslak die door hem of zijn leveranciers verhandeld is als 20

27 zijnde in overeenstemming met de technische specificatie van de gemalen gegranuleerde hoogovenslak overeenkomstig het attest. Tevens moet de attesthouder alle klachten noteren met betrekking tot de toepassing van het attest. Hij moet in het klachtenboek per klacht aangeven hoe de klacht is geanalyseerd en afgehandeld. 13. EXTERNE CONTROLE BEHEER VAN HET ATTEST In het kader van de attestering vindt tenminste eenmaal per jaar een inspectie plaats bij de attesthouder ter controle van het beheer van het attest. Door de attesteringsinstelling wordt in het kader van het attest geen controle uitgeoefend op de productie van de grondstoffen, noch op de vervaardiging van de betonspecie. De attesteringsinstelling dient met de attesthouder overeen te komen, dat de attesthouder uitsluitend licentie-overeenkomsten voor het gebruik van het attest afsluit met betonfabrieken c.q. betonmortelbedrijven met gecertificeerde producten, zodat de geattesteerde betonspecie altijd geleverd of gebruikt wordt in een situatie waarin sprake is van levering onder productcertificaat. In het kader van de certificatie van betonproducten dan wel betonmortel vindt wel controle plaats op de vervaardiging van de betonspecie. 14. DOCUMENTEN Dit hoofdstuk bevat een overzicht van in deze beoordelingsrichtlijn genoemde normen en overige documenten. Het vermelde jaartal heeft steeds betrekking op de uitgiftedatum, dan wel op de datum van de laatste aanvulling of wijziging van het desbetreffende document. 21

28 document BRL 9325 BRL 1802 beschrijving Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO productcertificaat voor gemalen gegranuleerde hoogovenslak *) Nationale beoordelingsrichtlijn betreffende het KOMO-attest voor een combinatie van cement en poederkoolvliegas voor toepassing als bindmiddel in beton *) * ) De juiste publicatiedata van de genoemde beoordelingsrichtlijnen zijn vermeld in de halfjaarlijkse uitgaven van SBK Bouwbesluit:2005 NEN-EN 196-1:2005 NEN-EN 196-2:2005 NEN-EN 196-6:1993 NEN-EN 197-1:2000 NEN-EN 197-4:2004 NEN-EN 206-1:2001 NEN-EN 450-1:2005 Bouwbesluit 2003 Stb. 2001, 410; Stb. 2002, 203, 516, 518, 582 en Stb. 2005, 1, (368), 417 en 528; stb 2006 d.d en 586 en de Ministeriële Regeling Stcrt. 2002, 241; Stcrt. 2003, 101 en Stcrt. 2005, 163 en 249; Stcrt 2006, 122 Beproevingsmethoden voor cement. Deel 1: Bepaling van de sterkte, 1 e druk, februari 2005 Beproevingsmethoden voor cement - Deel 2: Chemische analyse van cement, februari 2005 Beproevingsmethoden voor cement;deel 6: Bepaling van de fijnheid, 1 e druk, september 1993 Cement - Deel 1: Samenstelling, specificatie en conformiteitscriteria voor gewone cementsoorten, 1 e druk, december 2000 Cement - Deel 4: Samenstelling, specificaties en conformiteitscriteria voor hoogovencementen met lage beginsterkte, juni 2004 Beton - Deel 1: Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit, 1 mei 2001, inclusief wijzigingsblad NEN-EN 206-1/A1, 1 augustus 2004 Vliegas voor beton. Definitie, specificaties en conformiteitscriteria, februari

29 NEN-EN 934-2:2001 NEN-EN 1008:2002 Hulpstoffen voor beton, mortel en injectiemortel;deel 2: Hulpstoffen voor beton;definities, eisen, conformiteit, markering en aanduiding, 1 e druk, augustus 2001 Aanmaakwater voor beton;specificatie voor monsterneming, beproeving en beoordeling van de geschiktheid van water, inclusief spoelwater van reinigingsinstallaties in de betonindustrie, als aanmaakwater voor beton, 1 e druk, augustus 2002 NEN 1047:1967-blad 5.3 Toets voor twee gemiddelden (gelijke standaardafwijkingen) NEN 1047:1967-blad 7.1 Factoren t voor toetsing en schatting van gemiddelden NEN 5905:2005 Nederlandse aanvulling op NEN-EN "Toeslagmaterialen voor beton", 2005 NEN 6700:2005 Technische grondslagen voor bouwconstructies - TGB Algemene basiseisen NEN 6720:1995 Voorschriften Beton TGB Constructieve eisen en rekenmethoden (VBC 1995), 2e druk, september 1995, inclusief wijzigingsblad NEN 6720/A3, juli 2004 NEN 6722:2002 Voorschriften Beton. Uitvoering, 1 e druk, december 2002 NEN 8005:2004 NEN-EN :2000 NEN-EN :2000 NEN-EN :2000 NEN-EN :2002 Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1: Beton - Deel 1: Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit, oktober 2004 Beproeving van betonspecie; Deel 7: Luchtgehalte; Drukmethoden, augustus 2000 Beproeving van verhard beton; Deel 1: Vorm, afmetingen en verdere eisen voor proefstukken en mallen, oktober 2001 Beproeving van verhard beton; Deel 2: Vervaardiging en bewaring van proefstukken voor sterkteproeven, november 2000 Beproeving van verhard beton; Deel 3: Druksterkte van proefstukken, maart 2002 NEN-EN 12620:2002 Toeslagmateriaal voor beton, oktober 2002 NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 CUR-Aanbeveling 48 Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria, 1e druk, april 2000 Geschiktheidsonderzoek van nieuwe cementen voor toepassing in beton, maart 1999 CUR-Aanbeveling 94 Toepassing van poederkoolvliegas in mortel en beton, juni 2004, 2e herziene versie CUAP 03.01/34 Fly Ash for Concrete, EOTA, June

30 Bijlage A - Model van het attest voor een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement en eventueel poederkoolvliegas voor toepassing als bindmiddel in beton KOMO attest halfproduct nummer uitgegeven geldig tot vervangt : : : : combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement [en poederkoolvliegas] voor toepassing als bindmiddel in beton cement: slak: poederkoolvliegas: milieuklasse: Bedrijf: Naam Correspondentieadres Verklaring van de certificatie-instelling: Dit attest is op basis van BRL 9340 afgegeven door BMC Certificatie, conform het Algemeen Reglement Productcertificatie, Procescertificatie en Attestering van BMC Certificatie. BMC Certificatie verklaart dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat, dat de in dit attest gespecificeerde betonsamenstelling, waarin een combinatie van gemalen gegranuleerde hoogovenslak en portlandcement [en poederkoolvliegas] als bindmiddel is toegepast, geacht mag worden gelijkwaardig te zijn aan betonsamenstellingen volgens NEN-EN en NEN 8005 voor de in dit attest aangegeven milieuklassen, onder voorwaarde dat de toegepaste grondstoffen en de betonsamenstelling voldoen aan de randvoorwaarden, zoals genoemd in artikel 4 van BRL 9340 en de verwerking van de betonspecie plaatsvindt volgens NEN 6722:2002. Daarmee bestaat een gerechtvaardigd vertrouwen dat wat betreft de algemene sterkte van de bouwconstructie toepassing mag worden gegeven aan NEN 6720 met toepassing van artikel 2.4 lid 5 van het Bouwbesluit. Door BMC Certificatie wordt in het kader van dit attest geen controle uitgeoefend op de productie van de grondstoffen, noch op de vervaardiging van de betonspecie. In het kader van de certificatie van beton, vervaardigd in betonfabrieken dan wel betonmortelbedrijven, vindt echter wel controle plaats op de vervaardiging van de betonspecie. Met de attesthouders is overeengekomen, dat de productie van betonspecie volgens dit attest alleen in betonfabrieken c.q. betonmortelbedrijven met gecertificeerde producten mag plaatsvinden, zodat de geattesteerde betonspecie altijd geleverd of gebruikt wordt in een situatie waarin sprake is van levering onder productcertificaat. BMC Certificatie verklaart, dat de betonsamenstelling in zijn toepassingen onder bovengenoemde voorwaarden voldoet aan de van toepassing zijnde eisen van het Bouwbesluit. Voor de erkenning door de Minister van VROM wordt verwezen naar het "Overzicht van erkende kwaliteitsverklaringen in de bouw" zoals weergegeven op de website van Stichting Bouwkwaliteit (SBK) CERTIFICATIE-INSTELLING ondertekening De gebruikers van dit productcertificaat wordt geadviseerd om bij [certificatie-instelling] te informeren of dit document nog geldig is. Bouwbesluit is een collectief merk van de Stichting Bouwkwaliteit Product is: eenmalig beoordeeld op prestatie in de toepassing Herbeoordeling minimaal elk jaar 24

BRL 5060 d.d. 2004-03-18 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR STAALVEZELBETON

BRL 5060 d.d. 2004-03-18 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR STAALVEZELBETON BRL 5060 d.d. 2004-03-18 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR STAALVEZELBETON Op 15-04-2004 aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit Uitgave: Certificatie-instelling

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 2502

Wijzigingsblad BRL 2502 Wijzigingsblad BRL 2502 Korrelvormig materialen met een volumieke massa van ten minste 2000 kg/m 3 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Korrelvormige

Nadere informatie

attest-met-productcertificaat Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5

attest-met-productcertificaat Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 KOMO attest-met-productcertificaat Nummer K24174/02 Vervangt K24174/01 Uitgegeven 2006-09-01 d.d. 2004-01-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 Betonwarenindustrie Dautzenberg B.V. VERKLARING VAN KIWA

Nadere informatie

12.1 Indeling volgens NEN-EN 1008

12.1 Indeling volgens NEN-EN 1008 12 Aanmaakwater 12 Aanmaakwater is een essentiële grondstof voor beton; zonder water geen hydratatie. Het is daarom belangrijk dat het aanmaakwater geen verontreinigingen bevat die: het hydratatieproces

Nadere informatie

Plus zuurbestendig beton

Plus zuurbestendig beton Plus zuurbestendig beton Het cementvrije beton dat hoge weerstand biedt tegen zuren, zouten en sulfaten De plussen van zuurbestendig beton Economisch alternatief PLUS zuurbestendig beton is een economisch

Nadere informatie

Deelexamen : BETONTECHNOLOOG Datum : 26 mei 2015. : 14.00 tot 17.00 uur (180 minuten)

Deelexamen : BETONTECHNOLOOG Datum : 26 mei 2015. : 14.00 tot 17.00 uur (180 minuten) Deelexamen : BETONTECHNOLOOG Datum : 26 mei 21 Tijd : 14. tot 17. uur (18 minuten) Het deelexamen bestaat uit 9 open vragen. Indien een open vraag volledig juist is beantwoord, zal dit worden gewaardeerd

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 1905

Wijzigingsblad BRL 1905 Wijzigingsblad BRL 1905 Mortels voor metselwerk 16042015 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1905 d.d. 17012011. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het Gezamenlijk College

Nadere informatie

beton voor bedrijfsvloeren

beton voor bedrijfsvloeren ABT staat voor voegloze bedrijfsvloeren, zonder beperkingen. In het principe van voegloos ontwerpen (zie ook de flyer voegloze vloeren ) is het beperken van de krimp één van de belangrijkste aspecten.

Nadere informatie

Wijzer met CEM III. Hoogovencement, een robuust recept! Cement&BetonCentrum. brochure wijzer met CEM III.indd 1 28-10-10 14:44

Wijzer met CEM III. Hoogovencement, een robuust recept! Cement&BetonCentrum. brochure wijzer met CEM III.indd 1 28-10-10 14:44 Wijzer met CEM III Hoogovencement, een robuust recept! Cement&BetonCentrum 1 brochure wijzer met CEM III.indd 1 28-10-10 14:44 2 brochure wijzer met CEM III.indd 2 28-10-10 14:44 Hoogovencement Hoogovencement

Nadere informatie

Betonwijzer volgens NEN EN 206-1 en NEN 8005

Betonwijzer volgens NEN EN 206-1 en NEN 8005 Betonwijzer volgens NEN EN 206-1 en NEN 8005 2013 Uw bestelling in 6 stappen 1 Bepaal de sterkteklasse De sterkteklasse is een maat voor de sterkte van het beton, gebaseerd op de 28-daagse karakteristieke

Nadere informatie

Vervang de inhoud van de volgende paragrafen in de BRL door de aangegeven tekst.

Vervang de inhoud van de volgende paragrafen in de BRL door de aangegeven tekst. Wijzigingsblad BRL 2811 Ferrocement-producten Datum wijzigingsblad 27-09-2012 Vastgesteld door CvD Constructief Beton d.d. 21 juni 2012 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit

Nadere informatie

KOMO. CBS Beton BVBA. kwaliteitsverklaring

KOMO. CBS Beton BVBA. kwaliteitsverklaring KOMO kwaliteitsverklaring Nummer K42673/04 Vervangt K42673/03 Uitgegeven 2015-01-01 d.d. 2014-09-30 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8 CBS Beton BVBA VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring voor

Nadere informatie

WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29

WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1332 d.d. 2013-01-02. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen Na-Isolatie d.d. 01-07-2015.

Nadere informatie

CE en KOMO. Resultaten CE werkgroep. Ton van Beek IKOB-BKB Voorzitter CE-werkgroep

CE en KOMO. Resultaten CE werkgroep. Ton van Beek IKOB-BKB Voorzitter CE-werkgroep CE en KOMO. Resultaten CE werkgroep Ton van Beek IKOB-BKB Voorzitter CE-werkgroep Goed materiaal voorkomt problemen 2 Inhoud Inleiding Opdracht CE werkgroep Kaders Uitwerking 3 Dit zit er achter een certificaat

Nadere informatie

WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501

WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501 WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501 Vastgesteld door het CCvD van de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland op 4 december 2014 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw

Nadere informatie

BEOORDELINGSRICHTLIJN AEC GRANULAAT ALS TOESLAGMATERIAAL VOOR BETON

BEOORDELINGSRICHTLIJN AEC GRANULAAT ALS TOESLAGMATERIAAL VOOR BETON BRL 2507 d.d. 27-08-2013 BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO (attest met) productcertificaat AEC GRANULAAT ALS TOESLAGMATERIAAL VOOR BETON Techniekgebied H3 Vastgesteld door het College van Deskundigen

Nadere informatie

Jurgen Lutterman. SGS Intron

Jurgen Lutterman. SGS Intron Jurgen Lutterman SGS Intron OVER ONS n Kernactiviteiten: inspectie, controle, analyse en certificering n Bijdragen aan: Verbeteren van kwaliteit Reduceren van risico s Vergroten van productiviteit Nakomen

Nadere informatie

Duurzaamheid en Milieuklassen

Duurzaamheid en Milieuklassen Duurzaamheid en Milieuklassen De ontwerper/constructeur moet niet alleen de betonsterkte specificeren, maar ook de milieuklasse, in het belang van de duurzaamheid van de betonconstructie. De Europese norm

Nadere informatie

Contopp Versneller 10 Compound 6

Contopp Versneller 10 Compound 6 DIN EN 13813 Screed material and floor screeds - Screed materials - Properties and requirements Contopp Versneller 10 To e p a s s i n g s g e b i e d e n Contopp Versneller 10 is een pasteuze hulpstof,

Nadere informatie

KOMO. N.V. Beton R. Dobbelaere Bonte. kwaliteitsverklaring

KOMO. N.V. Beton R. Dobbelaere Bonte. kwaliteitsverklaring KOMO kwaliteitsverklaring Nummer K23791/06 Vervangt K23791/05 Uitgegeven 2015-01-01 d.d. 2014-02-15 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 7 N.V. Beton R. Dobbelaere Bonte VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring

Nadere informatie

verwerkingsmethoden. Door SKG wordt in het kader van dit attest geen controle uitgeoefend, noch op de productie, noch op d! ~ntage bouwwerken.

verwerkingsmethoden. Door SKG wordt in het kader van dit attest geen controle uitgeoefend, noch op de productie, noch op d! ~ntage bouwwerken. KOMO Attest Stichting Kwaliteitscentrum Gevelelementen Veldzigt 26 Postbus 212 3454 Zl DE MEERN Telefoon: (030) 6621633 Telefax: (030) 6621677 E-mail: skg.cert@wxs.nl VERKLARING VAN SKG Dit attest is op

Nadere informatie

7 Controle en keuring

7 Controle en keuring 7 Controle en keuring 7.1 Definities 7.1.1 Controle Een productieproces bestaat uit het aankopen, aanvoeren en bewerken van grondstoffen en het afleveren van het product of halffabrikaat. Elke activiteit

Nadere informatie

BEOORDELINGSRICHTLIJN VULSTOF VOOR TOEPASSING IN BETON EN MORTEL

BEOORDELINGSRICHTLIJN VULSTOF VOOR TOEPASSING IN BETON EN MORTEL BRL 1804 d.d. 30-03-2013 BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO PRODUCTCERTIFICAAT OF KOMO ATTEST-MET-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR VULSTOF VOOR TOEPASSING IN BETON EN MORTEL Vastgesteld door het College van Deskundigen

Nadere informatie

10 Hulpstoffen en toevoegingen

10 Hulpstoffen en toevoegingen 10 Hulpstoffen en toevoegingen 10.1 Definitie Een hulpstof is een stof die, als regel bij een toevoeging in hoeveelheden gelijk aan of minder dan 5% (m/m) van de cementhoeveelheid, een significante wijziging

Nadere informatie

Spelregels voor 100 jaar

Spelregels voor 100 jaar Betoniek augustus 2009 V a k b l a d v o o r b o u w e n m e t b e t o n BAND UITGAVE 14 26 Spelregels voor 100 jaar Een gezellig spelletje kan al snel uitlopen op onenigheid als vooraf de spelregels niet

Nadere informatie

BEOORDELINGSRICHTLIJN BETONMORTEL

BEOORDELINGSRICHTLIJN BETONMORTEL BRL 1801 d.d. 8-4-2013 BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO productcertificaat BETONMORTEL Vastgesteld door het College van Deskundigen Betonmortel en Mortels op 22 november 2012 Aanvaard door de Harmonisatie

Nadere informatie

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR "VENTILATIEROOSTERS" Op 15 augustus 2003 aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR VENTILATIEROOSTERS Op 15 augustus 2003 aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw BRL 5701 d.d. 2003-08-15 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO ATTEST VOOR "VENTILATIEROOSTERS" Op 15 augustus 2003 aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit Uitgave:

Nadere informatie

UITVOERINGSRICHTLIJN Handmatig verwerken van mortels URL 3201-1

UITVOERINGSRICHTLIJN Handmatig verwerken van mortels URL 3201-1 UITVOERINGSRICHTLIJN Handmatig verwerken van mortels URL 3201-1 URL 3201-1 UITVOERINGSRICHTLIJN Handmatig verwerken van mortels BEHORENDE BIJ DE NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO PROCESCERTIFICAAT

Nadere informatie

VII. Calciumsulfaatgebonden dekvloeren

VII. Calciumsulfaatgebonden dekvloeren VII Calciumsulfaatgebonden dekvloeren 1 Algemeen 60 1.1 Definitie, toepassing en soorten Een dekvloer is volgens NEN-EN 13813 een bouwdeel dat vervaardigd wordt op een dragende constructie of op een daarop

Nadere informatie

VOOR DE AFGIFTE VAN EEN

VOOR DE AFGIFTE VAN EEN 27-05-2014 SKG RICHTLIJN VOOR DE AFGIFTE VAN EEN VERKLARING IN HET KADER VAN DE CPR OF EEN SKG-CERTIFICATE OF CONFORMITY Uitgave SKG Nadruk verboden Pagina 2. dd. 27-05-2014 VOORWOORD Deze richtlijn zal

Nadere informatie

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat halfproduct Stichting Keuringsbureau Hout SKH Bezoekadres: 'Het Cambium', Nieuwe Kanaal 9c, 6709 PA Wageningen Postadres: Postbus 159, 6700 AD Wageningen Telefoon: (0317) 45 34 25 E-mail: mail@skh.org

Nadere informatie

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR "LIJMEN VOOR DRAGENDE HOUTEN BOUWCONSTRUCTIES" van de Stichting Bouwkwaliteit

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR LIJMEN VOOR DRAGENDE HOUTEN BOUWCONSTRUCTIES van de Stichting Bouwkwaliteit Ú BRL 2338 d.d. 1998-11-15 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO-PRODUCTCERTIFICAAT VOOR "LIJMEN VOOR DRAGENDE HOUTEN BOUWCONSTRUCTIES" Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting

Nadere informatie

Betonsterkte in de praktijk

Betonsterkte in de praktijk thema 1 Toelichting op Stufib/Stutech-rapport Betonsterkte vs. Duurzaamheid Betoniek 15/20 In Betoniek 15/20 Living apart together gaat het net als dit Cementartikel over de samenwerking tussen constructeur,

Nadere informatie

eet o n ek Rijpheid in ontwikkeling

eet o n ek Rijpheid in ontwikkeling eet o n ek U itvoeri ng Rijpheid Rijpheid in ontwikkeling 'Kan de kist er al af?' is daags na het betonstorten een veelgehoorde kreet op de bouwplaats. Hoe sterk het beton moet zijn voordat de bekisting

Nadere informatie

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat Geïnstalleerd in bouwwerk Knauf Therm type EPS 60, 80, 100, 150, 200 Platen en vormstukken van geëxpandeerd polystyreen (EPS) voor thermische isolatie Certificaathouder: Knauf Insulation B.V. Florijnstraat

Nadere informatie

Omslag en basisvormgeving springvorm bno, s-hertogenbosch. Grafische verzorging en druk Van de Garde, Zaltbommel

Omslag en basisvormgeving springvorm bno, s-hertogenbosch. Grafische verzorging en druk Van de Garde, Zaltbommel Dienstverlening ENCI en Mebin Beton van de centrale Betonspecie en beton Controle en keuring Cement Toeslagmaterialen Hulpstoffen Vulstoffen Aanmaakwater Nuttige adressen Literatuur, normen en aanbevelingen

Nadere informatie

KOMO attest-met-productcertificaat

KOMO attest-met-productcertificaat KOMO attest-met-productcertificaat halfproduct SKH Bezoekadres: 'Het Cambium', Nieuwe Kanaal 9c, 6709 PA Wageningen Postadres: Postbus 159, 6700 AD Wageningen Telefoon: (0317) 45 34 25 E-mail: mail@skh.org

Nadere informatie

KOMO productcertificaat K7530/09

KOMO productcertificaat K7530/09 KOMO productcertificaat Nummer K7530/09 Vervangt K7530/08 Uitgegeven 2008-12-15 d.d. 2008-04-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 Warmtereflecterend isolerend dubbelglas voor thermische isolatie Gethke

Nadere informatie

KOMO. Appel Beton Opmeer B.V. kwaliteitsverklaring

KOMO. Appel Beton Opmeer B.V. kwaliteitsverklaring KOMO kwaliteitsverklaring Nummer K23863/07 Vervangt K23863/06 Uitgegeven 2015-01-01 d.d. 2014-03-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 7 Appel Beton Opmeer B.V. VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring

Nadere informatie

Plus groen beton. Groen, groener, groenst

Plus groen beton. Groen, groener, groenst Plus groen beton Groen, groener, groenst De plussen van groen beton Een breed pakket secundaire grondstoffen PLUS groen beton is op basis van recyclingmaterialen als gewassen gerecyclede spoorwegballast

Nadere informatie

Geraadpleegde literatuur

Geraadpleegde literatuur Geraadpleegde literatuur Normen NEN-EN 196-1, Beproevingsmethoden voor cement Deel 1: Bepaling van de sterkte(en) (2005) NEN-EN 196-2, Beproevingsmethoden voor cement - Deel 2: Chemische analyse van cement

Nadere informatie

Beton. Marjo de Baere Bas Vrencken Thomas Kleppe Robin Hamers Olaf Steenhuis Ruud Kemper. Kees Kampfraath Jan de Gruijter. Lerarenopleiding Tilburg

Beton. Marjo de Baere Bas Vrencken Thomas Kleppe Robin Hamers Olaf Steenhuis Ruud Kemper. Kees Kampfraath Jan de Gruijter. Lerarenopleiding Tilburg Beton Studenten: Begeleiders: Opleiding: Maarten van Luffelen Marjo de Baere Bas Vrencken Thomas Kleppe Robin Hamers Olaf Steenhuis Ruud Kemper Guido Mollen Kees Kampfraath Jan de Gruijter Lerarenopleiding

Nadere informatie

MIX DESIGN MIX PROPORTIONING. BEKISTINGEN ONTWERP EN UITVOERING partim BETONSAMENSTELLING. Peter Minne

MIX DESIGN MIX PROPORTIONING. BEKISTINGEN ONTWERP EN UITVOERING partim BETONSAMENSTELLING. Peter Minne BEKISTINGEN ONTWERP EN UITVOERING partim BETONSAMENSTELLING Peter Minne INHOUD - Eisen gesteld aan het beton - Samenstelling van de betonstructuur - Van eisen naar samenstelling - Het gebruik van software

Nadere informatie

BETON MET GERECYCLEERDE GRANULATEN EVOLUTIES & VOORBEELDEN

BETON MET GERECYCLEERDE GRANULATEN EVOLUTIES & VOORBEELDEN BETON MET GERECYCLEERDE GRANULATEN EVOLUTIES & VOORBEELDEN Ir. Jeroen Vrijders Labo Duurzame Ontwikkeling 2009-2011 100% vervanging 2014 EN 206 2016 (?) NBN B15-001 1988 Berendrechtsluis 1999 RecyHouse

Nadere informatie

Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501

Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501 KBI Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501 Vastgesteld door het CCvD van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector op 27 september 2012 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting

Nadere informatie

Kwaliteitsverklaringen, afgegeven op basis van BRL 5065 Mineraal gebonden houtwolplaten d.d. 20-10- 2003 behouden hun geldigheid tot 01-10-2013.

Kwaliteitsverklaringen, afgegeven op basis van BRL 5065 Mineraal gebonden houtwolplaten d.d. 20-10- 2003 behouden hun geldigheid tot 01-10-2013. Vastgesteld door het College van Deskundigen d.d. 30012013 Aanvaard door de Harmonisatiecommissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 21032013 Pagina 1 van 11 Dit wijzigingsblad is op 21032013 door

Nadere informatie

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN. Vastgesteld door CvD van SKH d.d. 26-03-2010

NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN. Vastgesteld door CvD van SKH d.d. 26-03-2010 BRL 1706 d.d. 09-09-2010 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO PRODUCTCERTIFICAAT VOOR "D.M.V. KUNSTHARS EN GLASVEZELWAPENING VERLENGDE/HERSTELDE HOUTCONSTRUCTIES" Techniekgebied:E8 Vastgesteld

Nadere informatie

Vorst-dooiweerstand van betonverhardingen: theorie en praktische voorbeelden

Vorst-dooiweerstand van betonverhardingen: theorie en praktische voorbeelden Vorst-dooiweerstand van betonverhardingen: theorie en praktische voorbeelden ir. Luc Rens FEBELCEM Raadgevend ingenieur l.rens@febelcem.be dr. ir. Anne Beeldens OCW Onderzoeker a.beeldens@brrc.be CONCRETE

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 1304 deel 2 31-12-2014

Wijzigingsblad BRL 1304 deel 2 31-12-2014 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1304 deel 2 d.d. 30-01-2013. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen Isolatie en Dakbedekkingen d.d. 10-12-2014 Aanvaard

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 4702

Wijzigingsblad BRL 4702 Het gebruik van deze beoordelingsrichtlijn door derden, voor welk doel dan ook, is uitsluitend toegestaan nadat een schriftelijke overeenkomst met SGS INTRON Certificatie, KIWA, IKOB-BKB is gesloten waarin

Nadere informatie

Leidraad warenkennis cement

Leidraad warenkennis cement 1 Leidraad warenkennis cement 2 3 Inhoudsopgave Voorwoord Inhoudsopgave... 2 Voorwoord... 3 ENCI... 4 Cement is een universeel bouwmateriaal... 5 Productie en grondstoffen... 6 Cementsoorten en sterkteklassen...

Nadere informatie

Kwaliteitsverklaringen, afgegeven op basis van BRL 3300 Vloerluiken d.d. 15-08-2003 behouden hun geldigheid tot 01-10-2013.

Kwaliteitsverklaringen, afgegeven op basis van BRL 3300 Vloerluiken d.d. 15-08-2003 behouden hun geldigheid tot 01-10-2013. Wijzigingsblad d.d. 08-03-2013-2013 behorende bij BRL 3300 VLOERLUIKEN d.d. 15-08-2003 Vastgesteld door het College van Deskundigen d.d. 24-01-2013 Aanvaard door de Harmonisatiecommissie Bouw van de Stichting

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 1010 16-03-2015

Wijzigingsblad BRL 1010 16-03-2015 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1010 Drooggeperste keramische wand- en vloertegels d.d. 03-10- 2008 en vervangt het wijzigingsblad d.d. 20-11-2012. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld

Nadere informatie

Inbraakwerendheid van MHB BV draai- en stolpdeuren van staal uit het MHB systeem

Inbraakwerendheid van MHB BV draai- en stolpdeuren van staal uit het MHB systeem KOMO ATTEST SKG.0691.0265.04.NL Uitgegeven op: 25-02-2015 Vervangt: SKG.0691.0265.03.NL Geldig tot: 15-12-2018 Uitgegeven: 15-12-2013 Attesthouder Onderstalstraat 3 6674 ME Herveld T: +31 (0)488 451 951

Nadere informatie

BEOORDELINGSRICHTLIJN BETONMORTEL

BEOORDELINGSRICHTLIJN BETONMORTEL BRL 1801 d.d. 16 maart 2016 BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO productcertificaat voor BETONMORTEL Vastgesteld door het College van Deskundigen Betonmortel en Mortels d.d. 16 februari 2016 Aanvaard door

Nadere informatie

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat Halfproduct Platen en vormstukken van geëxpandeerd polystyreen Producent: Unidek B.V. Scheiweg 26 Postbus 101 5420 AC GEMERT Telefoon (0492) 378 111 Telefax (0492) 378 258 E-mail www.unidek.nl Website

Nadere informatie

kiuna for progress KOMO' Henco Industries N.V. attest- met-p rod uctce rtif icaat Hencovision systeem

kiuna for progress KOMO' Henco Industries N.V. attest- met-p rod uctce rtif icaat Hencovision systeem KOMO' attest- met-p rod uctce rtif icaat kiuna for progress Nummer K43A62 O1 Uitgegeven 2OO7-03-01 Vervangt d.d. R PflOOljITS RvA [ 002 Geldig tot Onbepaald Pagina 1van3 Hencovision systeem Henco Industries

Nadere informatie

Producent van. cementgebonden afstandhouders. Producent van. Bedrijfsbrochure

Producent van. cementgebonden afstandhouders. Producent van. Bedrijfsbrochure cementgebonden af Producent van Bedrijfsbrochure Bedrijfsinformatie Logistiek / Export Stoterbeton.nl Stoter Beton B.V. is sinds 1936 gespecialiseerd in het vervaardigen van cementgebonden afstandhouders.

Nadere informatie

Bijlage(n): (Liqal BV.) tek.nr. P1402/32_001 rev.dat. 01-12-2014 tek.nr. 864-B2 (beton vld. vloer) rev.dat. 08-12-2014

Bijlage(n): (Liqal BV.) tek.nr. P1402/32_001 rev.dat. 01-12-2014 tek.nr. 864-B2 (beton vld. vloer) rev.dat. 08-12-2014 Ref. nr. STAT-864(b) Statische (ontwerp)berekening voor een vloeistofdichte betonvloer met geïntegreerde (tankstation) luifel fundering, voor een truck tankstation aan de Graafschap Hornelaan 151 te Weert

Nadere informatie

Editie september 2009 Memento verpakt cement

Editie september 2009 Memento verpakt cement Editie september 2009 Memento verpakt cement tv@enci.nl - www.enci.nl Overzicht ENCI verpakt cement Cementbenaming Portlandcement 42,5 N Portlandcement 52,5 R Wit portlandcement Wit portlandkalksteencement

Nadere informatie

Inhoud. Ketenanalyse prefab betonproducten GMB 2

Inhoud. Ketenanalyse prefab betonproducten GMB 2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Stap 1: Uitwerking van de waardeketen... 4 2.1 Grondstoffen... 4 2.2 Transport naar betoncentrale... 4 2.3 Prefab betoncentrale... 4 2.4 Transport naar het project... 5 2.5 Gebruikersfase

Nadere informatie

ATA-wegwijzer in vijf stappen

ATA-wegwijzer in vijf stappen ATA-wegwijzer in vijf stappen De erkende kwaliteitsverklaring ATA door Kiwa biedt leveranciers in de drinkwatersector de mogelijkheid om kenbaar te maken dat hun producten voldoen aan criteria die in verband

Nadere informatie

BRL 9600 Nationale Beoordelingsrichtlijn

BRL 9600 Nationale Beoordelingsrichtlijn BRL 9600 2004-03-01 Nationale Beoordelingsrichtlijn Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting Bouwkwaliteit d.d. 21 juli 2004. voor het KOMO-procescertificaat voor Afbouwwerkzaamheden

Nadere informatie

UITVOERINGSRICHTLIJN Spuiten van beton URL 3201-3

UITVOERINGSRICHTLIJN Spuiten van beton URL 3201-3 UITVOERINGSRICHTLIJN Spuiten van beton URL 3201-3 URL 3201-3 UITVOERINGSRICHTLIJN Spuiten van beton BEHORENDE BIJ DE NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO PROCESCERTIFICAAT VOOR HET TOEPASSEN VAN

Nadere informatie

Lastenboektekst ULTRA FAST TRACK

Lastenboektekst ULTRA FAST TRACK Lastenboektekst ULTRA FAST TRACK Het doel van de aanneming is mede, bij de herstelling van wegvakken, de ingebruikname van cementbetonverhardingen te verkorten tot 36 uur na de aanleg door gebruik te maken

Nadere informatie

KOMO. Fingo N.V. kwaliteitsverklaring

KOMO. Fingo N.V. kwaliteitsverklaring KOMO kwaliteitsverklaring 8Nummer K55022/03 Vervangt K55022/02 Uitgegeven 2015-01-01 d.d. 2013-10-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8 Fingo N.V. VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring voor productcertificatie

Nadere informatie

DEEL IV STEENACHTIGE MATERIALEN: Beton, Metselwerk, Glas en Bodemmaterialen

DEEL IV STEENACHTIGE MATERIALEN: Beton, Metselwerk, Glas en Bodemmaterialen DEEL IV STEENACHTIGE MATERIALEN: Beton, Metselwerk, Glas en Bodemmaterialen 233 "Ceramics hierarchy" Uit: Open University, England. Cursus Materials 234 6 BETON 6.1) 6.1 Inleiding Algemeen: Beton is één

Nadere informatie

KOMO. Orion Beton B.V. kwaliteitsverklaring

KOMO. Orion Beton B.V. kwaliteitsverklaring KOMO kwaliteitsverklaring Nummer K810/02 Vervangt K810/01 Uitgegeven 2015-01-01 d.d. 2014-06-19 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 9 Orion Beton B.V. VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring voor productcertificatie

Nadere informatie

NIBE-Reglement DUBOkeur -grondstofcertificatie. NIBE-Reglement op het gebruik en toezicht van het merk DUBOkeur en het logo

NIBE-Reglement DUBOkeur -grondstofcertificatie. NIBE-Reglement op het gebruik en toezicht van het merk DUBOkeur en het logo NIBE-Reglement DUBOkeur -grondstofcertificatie NIBE-Reglement op het gebruik en toezicht van het merk DUBOkeur en het logo 1 NIBE-Reglement DUBOkeur -grondstofcertificatie NIBE-Reglement op het gebruik

Nadere informatie

Betonson Prefab B.V. Productielocatie Haatlanderdijk 47 Meridiaan 2. 8263 AP Kampen Postbus 167. Tel. 0383 39 52 22 2800 AD Gouda

Betonson Prefab B.V. Productielocatie Haatlanderdijk 47 Meridiaan 2. 8263 AP Kampen Postbus 167. Tel. 0383 39 52 22 2800 AD Gouda KOMO kwaliteitsverklaring Nummer K81012/04 Vervangt K81012/03 Uitgegeven 2015-03-12 d.d. 2015-01-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8 Betonson Prefab B.V. VERKLARING VAN KIWA Deze kwaliteitsverklaring

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 0703

Wijzigingsblad BRL 0703 Wijzigingsblad BRL 0703 Kunststof gevelelementen 31 december 2014 Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door College van Deskundigen Kunststof Gevelelementen d.d. 31 december 2014.

Nadere informatie

Ref.: 3024 B 2012/0758 MKA/cdu Brussel, 20 juli 2012

Ref.: 3024 B 2012/0758 MKA/cdu Brussel, 20 juli 2012 CERTIFICATIE BETON Secretariaat: +32(0)2 645 52 52 certif.beton@cric-occn.be Ref.: MKA/cdu Brussel, 20 juli 2012 Rondzendbrief t.a.v. de keuringsinstellingen, de controlelaboratoria, de gebruikers en aanvragers

Nadere informatie

Duurzaam construeren met. Frans van Herwijnen

Duurzaam construeren met. Frans van Herwijnen Duurzaam construeren met Frans van Herwijnen 1 Duurzaam construeren 1. Ontwerpen op levensduur (flexibel, aanpasbaar, demontabel) 2. Inzet massa als warmteaccumulator (BKA) 3. Hergebruik van bestaande

Nadere informatie

Support gevelstenen CE SPECIFICATIEFORMULIER UITLEG

Support gevelstenen CE SPECIFICATIEFORMULIER UITLEG Support gevelstenen CE SPECIFICATIEFORMULIER UITLEG Per 1 april 2006 dient de Europese productnorm NEN-EN 771-1 Specificaties voor metselstenen Deel 1: Baksteen gehanteerd te worden. De invoering van Europese

Nadere informatie

100% Circulair beton Slimbreken voor beter granulaat en minder CO2

100% Circulair beton Slimbreken voor beter granulaat en minder CO2 2016-05-09 100% Circulair beton Slimbreken voor beter granulaat en minder CO2 Koos Schenk Alef Schippers smartcrushers.com Inhoud Wat is Slimbreken? Zand en grind, beter dan nieuw Toepassing in betonwaren

Nadere informatie

Bouw. SikaPaver -hulpstoffensystemen Sika -technologie voor aardvochtig prefabbeton

Bouw. SikaPaver -hulpstoffensystemen Sika -technologie voor aardvochtig prefabbeton Bouw SikaPaver -hulpstoffensystemen Sika -technologie voor aardvochtig prefabbeton SikaPaver, de Sika -technologie voor prefabstenen, straatstenen en andere aardvochtige betonelementen Verbetert verdichting,

Nadere informatie

Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe

Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe Datum : 1 juli 2014 Versie : W1.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Cement... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Cement in Nederland... 4 2.3 CO 2 uitstoot cement... 5 2.4

Nadere informatie

CPR en onafhankelijke kwaliteitsborging

CPR en onafhankelijke kwaliteitsborging CPR en onafhankelijke kwaliteitsborging Informatiebijeenkomst voor de Branchevereniging Breken en Sorteren 17 februari 2015 Erik-Jan de Bont, Certificatiemanager PROGRAMMA Wat wil ik met u delen? Welke

Nadere informatie

attest-met-productcertificaat Nummer K42673/03 Vervangt K42673/02 Uitgegeven 2014-09-30 d.d. 2014-07-28 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8

attest-met-productcertificaat Nummer K42673/03 Vervangt K42673/02 Uitgegeven 2014-09-30 d.d. 2014-07-28 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8 KOMO attest-met-productcertificaat Nummer K42673/03 Vervangt K42673/02 Uitgegeven 2014-09-30 d.d. 2014-07-28 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 8 CBS Beton BVBA VERKLARING VAN KIWA Dit attest-met-productcertificaat

Nadere informatie

Hydraulisch gebonden mengsels Op weg naar certificatie

Hydraulisch gebonden mengsels Op weg naar certificatie Hydraulisch gebonden mengsels Op weg naar certificatie Sylvie Smets Head of Certification Body, CRIC-OCCN Olivier Germain Head of Testing Department a.i., CRIC-OCCN Betondag 18-10-2012 Overzicht Introductie

Nadere informatie

Wijzigingsblad BRL 2506 Recyclinggranulaten voor toepassing in GWW-werken en beton 31-12-2014

Wijzigingsblad BRL 2506 Recyclinggranulaten voor toepassing in GWW-werken en beton 31-12-2014 Wijzigingsblad BRL 2506 Recyclinggranulaten voor toepassing in GWW-werken en beton 31-12-2014 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 2506 d.d. 29-11-2012. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld

Nadere informatie

BRL 5023 Het proces van het meten van trillingen

BRL 5023 Het proces van het meten van trillingen BRL 5023 Het proces van het meten van trillingen Inhoud Introductie IKOB-BKB Certificatie Aanleiding Inhoud Toepassingsgebied Eisen Uitvoering certificatie Betekenis Opdrachtgevers Verzekeraars Gemeenten

Nadere informatie

BDA Verklaring. Opdrachtnr. : 08-G-0026

BDA Verklaring. Opdrachtnr. : 08-G-0026 Opdrachtgever : J.F. Kennedylaan 59, NL-5555 XC Valkenswaard, Opdrachtnr. : 08-G-0026 Opdracht : Onderzoek naar de duurzame functionaliteit van 3Fpanel gevelpanelen en boeiboorddelen alsmede de kwaliteitsbewaking

Nadere informatie

Reglement voor gebruik beeld- en woordmerk van de. Stichting KOMO

Reglement voor gebruik beeld- en woordmerk van de. Stichting KOMO Reglement voor gebruik beeld- en woordmerk van de Stichting KOMO Vastgesteld door het bestuur van de Stichting KOMO dd. 7-4-2016 Voorwoord Dit reglement voor het gebruik van het KOMO -beeldmerk en KOMO

Nadere informatie

Royal PVC Reflection

Royal PVC Reflection Royal PVC Reflection De unieke reflectiewaarde van Royal PVC Reflection verlaagt de oppervlaktetemperatuur van het dak en stabiliseert de binnentemperatuur. Hiermee komt deze dakbedekking tegemoet aan

Nadere informatie

Nummer K55009/02 Vervangt K55009/01. Uitgegeven 2010-06-15 D.d. 2010-06-01. Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 4

Nummer K55009/02 Vervangt K55009/01. Uitgegeven 2010-06-15 D.d. 2010-06-01. Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 4 KOMO productcertificaat Nummer K55009/02 Vervangt K55009/01 Uitgegeven 2010-06-15 D.d. 2010-06-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 4 Platen en vormstukken van geëxpandeerd polystyreen (EPS) voor DAWO

Nadere informatie

Technische bepalingen

Technische bepalingen III. Technische bepalingen Art. 1: Stortklaar beton (wegenbouw) 1. : In vrachtwagen >= 5m² geleverd 2. : In vrachtwagen 3m³ < 5m³ geleverd 3. : In vrachtwagen < 1m³ < 3m³ geleverd 4. : Afgehaald Hoeveelheid:

Nadere informatie

STIMULERING GEBRUIK FIJNER ZAND IN BETON

STIMULERING GEBRUIK FIJNER ZAND IN BETON STIMULERING GEBRUIK FIJNER ZAND IN BETON Welke praktijkprojecten en hoe aan te pakken? Deel 2: opzet praktijkprojecten Noot vooraf Rijkswaterstaat, de Provincies (IPO) en degenen die aan deze publicatie

Nadere informatie

Aanvraagformulier. FORM01NLPUR Geldig vanaf 2011-05-09. Administratieve gegevens van de aanvrager (zie Artikel 2) De ondergetekende:

Aanvraagformulier. FORM01NLPUR Geldig vanaf 2011-05-09. Administratieve gegevens van de aanvrager (zie Artikel 2) De ondergetekende: FORM01NLPUR Geldig vanaf 2011-05-09 Aanvraagformulier Administratieve gegevens van de aanvrager (zie Artikel 2) De ondergetekende: In eigen naam In naam van het bedrijf: Bedrijf dat aangegeven dient te

Nadere informatie

Koolstofdioxide (CO 2 ) uitstoot. en de betonindustrie. Door : Ad van der Pol Datum : 1 juli 2014 Versie : 1.6

Koolstofdioxide (CO 2 ) uitstoot. en de betonindustrie. Door : Ad van der Pol Datum : 1 juli 2014 Versie : 1.6 Koolstofdioxide (CO 2 ) uitstoot en de betonindustrie Door : Ad van der Pol Datum : 1 juli 2014 Versie : 1.6 Document historie Versie Datum Door Omschrijving 0.1 30 januari 2014 Ad van der Pol Opstellen

Nadere informatie

De juiste milieuklassen in vier stappen

De juiste milieuklassen in vier stappen APRIL 2005 DUURZAAMHEID BETON De juiste milieuklassen in vier stappen De Europese norm NEN-EN 206-1 voor betontechnologie, met daarbij de Nederlandse invulling NEN 8005, zal niet uitsluitend gebruikt worden

Nadere informatie

VABOR. Bepaling druksterkte betonconstructies september 12. Bepaling van de druksterkte van bestaande betonnen constructies. Doel van het onderzoek

VABOR. Bepaling druksterkte betonconstructies september 12. Bepaling van de druksterkte van bestaande betonnen constructies. Doel van het onderzoek 1 VABOR Bepaling van de druksterkte van bestaande betonnen constructies Doel van het onderzoek Controle van de geleverde betonkwaliteit Hoe kan op basis van de resultaten van drukproeven op boorkernen

Nadere informatie

BRL 9500 Deel 02 2006-12-06

BRL 9500 Deel 02 2006-12-06 BRL 9500 Deel 02 2006-12-06 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO -, respectievelijk het NL-EPBD -procescertificaat voor ENERGIEPRESTATIEADVISERING voor het KOMO -procescertificaat voor het afgeven

Nadere informatie

KOMO INSTAL. Electrasluis B.V. Bouwbesluit. Procescertificaat

KOMO INSTAL. Electrasluis B.V. Bouwbesluit. Procescertificaat KOMO INSTAL Procescertificaat Nummer K46686/04 Vervangt K46686/03 Uitgegeven 2014-11-07 D.d. 2013-10-01 Geldig tot 2017-11-07 Pagina 1 van 5 Electrasluis B.V. VERKLARING VAN KIWA Dit procescertificaat

Nadere informatie

Techniekgebied H1 Vastgesteld door het CvD Gietvloeren d.d. 2006-05-25

Techniekgebied H1 Vastgesteld door het CvD Gietvloeren d.d. 2006-05-25 BRL 4308 d.d. 20060515 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN VOOR HET KOMO PRODUCTCERTIFICAAT VOOR EEN MENGSEL OF SPECIE VOOR HET VERVAARDIGEN VAN CALCIUMSULFAATGEBONDEN GIETVLOEREN Techniekgebied H1 Vastgesteld

Nadere informatie

BETONSTAAL GERIBDE en GEDEUKTE STAVEN GERIBDE en GEDEUKTE DRAAD met hoge ductiliteit

BETONSTAAL GERIBDE en GEDEUKTE STAVEN GERIBDE en GEDEUKTE DRAAD met hoge ductiliteit OCBS Vereniging zonder winstoogmerk Keizerinlaan 66 B 1000 BRUSSEL www.ocab-ocbs.com TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN PTV 302 Herz. 7 2015/6 PTV 302/7 2015 BETONSTAAL GERIBDE en GEDEUKTE STAVEN GERIBDE en GEDEUKTE

Nadere informatie

Participanten Werkgroep. Aannemingsbedrijf Platenkamp BV (E. Veldkamp) Betoncentrale Twenthe (J. Dekker, D. Wintels)

Participanten Werkgroep. Aannemingsbedrijf Platenkamp BV (E. Veldkamp) Betoncentrale Twenthe (J. Dekker, D. Wintels) Participanten Werkgroep Aannemingsbedrijf Platenkamp BV (E. Veldkamp) Betoncentrale Twenthe (J. Dekker, D. Wintels) Cemex Cement Duitsland (W. Remarque) Twentse Recyclings Maatschappij TRM (W. Ekkelenkamp)

Nadere informatie

Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02. Uitgegeven 2013-11-01 d.d. 2013-10-01. Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5

Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02. Uitgegeven 2013-11-01 d.d. 2013-10-01. Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 KOMO productcertificaat Nummer K4084/03 Vervangt K4084/02 Uitgegeven 2013-11-01 d.d. 2013-10-01 Geldig tot Onbepaald Pagina 1 van 5 IsoBouw Systems B.V. VERKLARING VAN KIWA Dit productcertificaat is op

Nadere informatie

Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking:

Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking: Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking: Project 3 bruggen over kanaal Almelo de Haandrik Brug Bergentheim Brug Beerzerveld Brug Emtenbroekerdijk Uitvoering Aannemersbedrijf van Haarst Deelnemers ketensamenwerking:

Nadere informatie

Technische aandachtspunten bij gebruik van vezelversterkt beton

Technische aandachtspunten bij gebruik van vezelversterkt beton 10 sept Gebruiken van vezelversterkt beton Technische aandachtspunten bij gebruik van vezelversterkt beton ir. Niki Cauberg Technologisch Adviseur niki.cauberg@bbri.be Veel mogelijkheden om vezelversterkt

Nadere informatie