Henk van der Kolk Leerstoel politicologie Faculteit BBT Postbus 217, 7500AE Enschede Universiteit Twente

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Henk van der Kolk Leerstoel politicologie Faculteit BBT Postbus 217, 7500AE Enschede Universiteit Twente"

Transcriptie

1 De consequenties van een gemengd stelsel met meervoudige districten en een gedeeltelijk personenstelsel voor de zetelverdeling van de Tweede Kamer: kiesdrempels en districtsomvang Henk van der Kolk Leerstoel politicologie Faculteit BBT Postbus 217, 7500AE Enschede Universiteit Twente Januari/Maart 2004 (1.3.)

2 Inhoudsopgave 1 INLEIDING ONDERZOEKSVRAGEN METHODE EN CENTRALE VERONDERSTELLINGEN INDELING VAN HET RAPPORT DE MECHANISCHE WERKING VAN HET STELSEL: UITSLAGEN ZONDER KIESDREMPELS UITSLAGEN IN DRIE VERKIEZINGSJAREN ALS PARTIJEN MAAR ÉÉN KANDIDAAT STELLEN WANNEER VERWERVEN PARTIJEN RELATIEF VEEL DISTRICTSZETELS ALS PARTIJEN MAAR ÉÉN KANDIDAAT STELLEN? UITSLAGEN IN DRIE VERKIEZINGSJAREN ALS PARTIJEN MEER DAN ÉÉN KANDIDAAT STELLEN WANNEER VERWERVEN PARTIJEN RELATIEF VEEL DISTRICTSZETELS ALS PARTIJEN SOMS TWEE DISTRICTSZETELS WINNEN? CONCLUSIE ZES SOORTEN KIESDREMPELS PERCENTAGE UITGEBRACHTE PERSONENSTEMMEN IN EEN DISTRICT (DREMPEL I) PERCENTAGE UITGEBRACHTE LIJSTSTEMMEN IN EEN DISTRICT (DREMPEL II) PERCENTAGE UITGEBRACHTE LIJSTSTEMMEN IN EEN DISTRICT PER ZETEL (DREMPEL III) PERCENTAGE KIESGERECHTIGDE INWONERS VAN EEN DISTRICT (DREMPEL IV) KOPPELEN AAN DE LANDELIJKE UITSLAG VAN DE LIJSTSTEMMEN (DREMPEL V) KOPPELEN AAN DE LANDELIJKE UITSLAG PERSONENSTEMMEN (DREMPEL VI) DE DRIE NADER TE ONDERZOEKEN DREMPELS VERSCHILLEN EN OVEREENKOMSTEN TUSSEN DE DRIE TE ONDERZOEKEN DREMPELS Wat zijn equivalente kiesdrempels? Wanneer hebben equivalente kiesdrempels verschillende consequenties? Hoe groot zijn de verschillen tussen equivalente kiesdrempels en wanneer treden die verschillen op? CONCLUSIES

3 4 HET MECHANISCHE EFFECT VAN VERSCHILLENDE DREMPELS DE TOEKENNING VAN ZETELS ALS PARTIJEN IN ELK DISTRICT MAAR ÉÉN KANDIDAAT STELLEN Drempel II: een percentage uitgebrachte lijststemmen Drempel III: gecorrigeerd voor zetelaantallen Drempel V: een vaste drempel gebaseerd op de landelijke uitslag Een vergelijking van het mechanische effect van drie drempels als partijen maar één kandidaat stellen WAT GEBEURT ER ALS PARTIJEN MEER DAN ÉÉN KANDIDAAT STELLEN? Drempel II: een percentage uitgebrachte lijststemmen Drempel III: gecorrigeerd voor zetelaantallen Drempel V: een vaste drempel gebaseerd op de landelijke uitslag Een vergelijking van het mechanische effect van drie drempels als partijen soms twee winnende kandidaten hebben ENKELE CONCLUSIES DE OMVANG VAN DISTRICTEN ENKELE ALTERNATIEVE DISTRICTSINDELINGEN DE CONSEQUENTIES VAN ALTERNATIEVE DISTRICTSINDELINGEN ALS PARTIJEN MAXIMAAL ÉÉN ZETEL HALEN DE CONSEQUENTIES VAN ALTERNATIEVE DISTRICTSINDELINGEN ALS PARTIJEN SOMS TWEE DISTRICTSZETELS HALEN ENKELE CONCLUSIES OVER DISTRICTSOMVANG EN DREMPELS SAMENVATTING EN CONCLUSIES INHOUD EN DOELSTELLINGEN VAN HET RAPPORT CONSEQUENTIES VAN HET VOORGESTELDE KIESSTELSEL VOOR DE ZETELVERDELING IN DE KAMER KIESDREMPELS OMVANG VAN DE DISTRICTEN EN KIESDREMPELS...57 BIJLAGE I: DE DOOR BZK GECONSTRUEERDE DISTRICTSINDELING 59 BIJLAGE II: MOGELIJKE VERDELINGEN VAN ZETELS OVER DISTRICTEN BINNEN DE RANDVOORWAARDEN VAN DE HOOFDLIJNENNOTITIE

4 1 Inleiding In de hoofdlijnennotitie Naar een sterker parlement (Kamerstukken II, , nr. 1) wordt voorgesteld een gemengd kiesstelsel in te voeren. Kiezers krijgen in dit gemengde stelsel twee stemmen. Eén van de stemmen wordt uitgebracht op de (landelijke) lijst en één stem wordt uitgebracht op een districtskandidaat. Voor de zetelverdeling over de verschillende politieke partijen is uitsluitend de verdeling van de stemmen op de landelijke lijst van belang. Ook het nieuwe stelsel is dus een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Het verschil ten opzichte van het bestaande stelsel van evenredige vertegenwoordiging zit hem in de districten. Binnen de districten wordt voor een deel bepaald wie er namens de partijen zitting zal hebben in het parlement. Als een kandidaten van een partij in een district voldoende stemmen halen, nemen ze namens de partij zitting in de Kamer. Het is mogelijk enkelvoudige of meervoudige districten te hanteren. In de hoofdlijnennotie wordt gekozen voor een stelsel met ongeveer 20 meervoudige districten waarover 75 zetels zouden moeten worden verdeeld, variërend van 2 tot 5 zetels per district (p. 28 hoofdlijnennotitie). Hoewel binnen de districten de kandidaten bekend zullen zijn als vertegenwoordiger van hun partij, zal de stem voor één van de kandidaten niet automatisch worden overgedragen op een andere partijkandidaat indien de kandidaat de (districts)kiesdrempel haalt. Er is dus sprake van een Single Non-Transferable-Vote (SNTV) oftewel, enkelvoudige niet overdraagbare stem. 1.1 Onderzoeksvragen In dit rapport wordt de vraag beantwoord wat de consequenties zullen zijn van verschillende varianten van dit stelsel voor de verdeling van zetels in de Tweede Kamer. De onderzoeksvraag is wat er gebeurd zou zijn met de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 1998, 2002 en 2003 als bij het bepalen van de zetelverdeling een gemengd kiesstelsel zou zijn gebruikt met 20 meervoudige districten met in totaal 75 districtszetels waarbinnen de enkelvoudige niet overdraagbare stem wordt gebruikt bij het toewijzen van zetels aan kandidaten. Bij het beantwoorden van die vraag 4

5 worden verschillende varianten onderzocht. Deze varianten verschillen in (1) de kiesdrempel die wordt gehanteerd bij het verdelen van zetels in de districten (het minimum aantal benodigde stemmen voor een zetel), (2) de omvang van de meervoudige districten (aantal kandidaten per district). 1.2 Methode en centrale veronderstellingen Bij het beantwoorden van de centrale onderzoeksvraag gaan we er vanuit dat het gedrag van kiezers en partijen niet zal veranderen. Dit is uiteraard een zeer sterke veronderstelling. Het nieuwe kiesstelsel is immers bedoeld om het gedrag van partijen en kiezers te veranderen. Maar door deze manier van werken wordt wel het mechanische effect van het stelsel goed zichtbaar. Aan het gedragsaspect wordt in dit rapport nauwelijks aandacht besteed. Dat we veronderstellen dat kiezers en partijen hun gedrag niet veranderen, betekent dat we in dit rapport niet systematisch ingaan op de mogelijkheid dat kiezers stemmen op de ene partij en op de kandidaat van een andere partij: stemsplitsing. Voor een meer algemene beschouwing over de mogelijkheid dat kiezers hun stem splitsen wordt verwezen naar een eerder rapport over de consequenties van de invoering van een nieuw kiesstelsel. 1 Bij de berekeningen van de consequenties van kiesstelsels zijn we in eerste instantie uitgegaan van een door het ministerie van BZK gemaakte indeling in 20 kiesdistricten. Deze indeling is gebaseerd op het idee dat districten bestaan uit aaneengesloten groepen gemeenten en ongeveer even groot zijn (zie bijlage 1). Over deze 20 districten zijn vervolgens 75 zetels verdeeld middels het systeem van grootste overschotten (Hare-Niemeijer). 2 Gemiddeld worden op die manier aan de districten 1 Van der Kolk (2004) De consequenties van een verandering in het kiesstelsel voor de zetelverdeling in Tweede Kamer, rapport voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Oktober/December Toekennen van zetels aan de districten is gedaan op basis van het aantal opgeroepen kiezers en niet op basis van de bevolkingsomvang. Verschillen tussen beide methoden van zeteltoekenning zijn echter klein. Wel is voor alle drie de onderzochte verkiezingsjaren de verdeling van zetels opnieuw berekend om op die manier rekening te houden met veranderende aantallen kiezers in de districten. De verdeling van zetels over de districten gaf echter voor de door het ministerie gekozen indeling nauwelijks 5

6 dus 3,75 zetels toegekend. Omdat de districten zo zijn gekozen dat de omvang van de districten bij benadering gelijk is, hebben dertien districten vier zetels, één district heeft vijf zetels. Aan de overige zes districten zijn drie zetels toegekend. Overigens presenteren we later in dit rapport berekeningen van stelsels waar de districten voor wat betreft hun omvang meer van elkaar afwijken. In dit rapport worden drie verkiezingen nader geanalyseerd; die van 1998, 2002 en De uitslagen van 1998 en 2002 waren ten opzichte van eerdere uitslagen en ten opzichte van de uitslag van 2003 zeer uitzonderlijk. In 1998 ontstond voor het eerst in de geschiedenis evenwicht tussen links (D66, PvdA, GL en SP) en rechts (de overige partijen) en in 2002 traden grote veranderingen op in de zetelverdeling en kwam een nieuwe politieke partij spectaculair de Kamer binnen. Daarom geeft een analyse van deze drie verkiezingen een goed inzicht in wat er zou kunnen gebeuren met de zetelverdeling. Overigens proberen we de conclusies die we trekken op basis van deze analyse te veralgemeniseren voor andere mogelijke verkiezingsuitslagen. 1.3 Indeling van het rapport Dit rapport begint met een eenvoudige beschrijving van de uitslag van de verkiezingen onder de veronderstelling dat kiezers en partijen hun gedrag niet aanpassen. Daarbij gaan we er in eerste instantie vanuit (hoofdstuk 2) dat er geen kiesdrempels bestaan. We gaan eerst na wat er gebeurt als alle partijen maximaal één kandidaat stellen. Daarna gaan we na wat er gebeurt als partijen maximaal twee kandidaten in elk district stellen en in staat zijn het gedrag van kiezers zo weten te coördineren dat ze soms ook twee districtszetels winnen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de mogelijkheid dat binnen districten kiesdrempels worden gehanteerd. In de hoofdlijnennotitie wordt immers aangegeven dat een kandidaat zelfstandig voldoende stemmen moet halen. Er wordt verder gesteld dat geredeneerd vanuit de doelstelling van het nieuwe kiesstelsel kandidaten met een eigen kiezers legitimatie ( ) deze drempel niet te laag (kan) zijn. We bespreken eerst verschillende manieren waarop die drempels vormgegeven kunnen worden en veranderingen te zien. Alleen tussen 1998 en 2002 kreeg als gevolg van veranderende aantallen kiezers één district er een zetel bij en verloor een ander district (dus) die zetel. 6

7 gaan daarna, in hoofdstuk 4, na welke consequenties die verschillende drempels hebben. In hoofdstuk 5 gaan we na wat de consequenties zijn van het bestaan van grote en kleine districten. Zowel hoofdstuk 3 als hoofdstuk 5 worden afgesloten met enkele overwegingen die wellicht behulpzaam kunnen zijn bij het kiezen van een kiesdrempel en een districtsindeling. In hoofdstuk 6 wordt het rapport samengevat en worden enkele algemene conclusies getrokken. 7

8 2 De mechanische werking van het stelsel: uitslagen zonder kiesdrempels De meest eenvoudige manier om iets te weten te komen over de effecten van het nieuwe kiesstelsel is door uit te gaan van het huidige kiesgedrag in twintig geconstrueerde districten en te kijken hoeveel districtszetels er zouden zijn toegekend aan (kandidaten van) politieke partijen. Uiteraard moeten we dan uitgaan van de veronderstelling dat kiezers hun tweede (districts)stem op (de kandidaat van) dezelfde partij uitbrengen als hun landelijke stem. De eerste veronderstelling is dus dat kiezers hun stem niet splitsen. De veronderstelling dat kiezers hun stem niet splitsen is echter onvoldoende om na te gaan wat er gebeurt onder het nieuwe stelsel. De districtsstemmen zijn immers, volgens het stelsel dat wordt geschetst in de hoofdlijnennotitie, niet overdraagbaar. Als een politieke partij een zeer grote aanhang heeft in een district waar vier zetels zijn te verdienen (laten we zeggen dat die partij 50 procent van de districtsstemmen weet te winnen), betekent dit nog niet dat die partij die stemmen ook weet om te zetten in districtszetels. Als alle kiezers hun stem uitbrengen op één van de kandidaten van die partij (die daarmee ook wint) en de andere kandidaat van de partij links laten liggen, verwerft de partij slechts één zetel. In dit hoofdstuk hanteren we daarom twee verschillende aanvullende veronderstellingen. In de paragrafen 2.1 en 2.2 veronderstellen we dat partijen maar één kandidaat stellen (of dat bijna alle kiezers van een partij op één enkele kandidaat stemmen). In de paragrafen 2.3 en 2.4, veronderstellen we dat partijen twee kandidaten stellen en het gedrag van kiezers zo weten te coördineren dat ze ook twee zetels zullen behalen als ze voldoende stemmen halen voor twee zetels. 2.1 Uitslagen in drie verkiezingsjaren als partijen maar één kandidaat stellen Bij de eerste berekeningen in dit hoofdstuk gaan we er vanuit dat de politieke partijen allemaal slechts één kandidaat stellen. Omdat er binnen de districten een personenstelsel wordt gehanteerd en omdat politieke partijen niet van tevoren weten of ze in het district voldoende stemmen kunnen halen voor (ten minste) twee zetels, zullen veel partijen afzien van het stellen van meer dan één kandidaat. Stellen ze wel 8

9 meer kandidaten, dan lopen ze het risico dat geen van beide kandidaten een zetel verwerft. Later in dit hoofdstuk verruimen we deze veronderstelling. Op basis van deze veronderstellingen analyseren we de uitslagen van de verkiezingen in 1998, 2002 en 2003 voor de districtsindeling zoals dat door het ministerie is vastgesteld. De verwachte uitslagen voor de jaren 1998, 2002 en 2003 zijn samengevat in de tabellen 1, 2 en 3. Tabel 1: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 1998 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag (geen drempel) Ter toelichting: in de door het ministerie vastgestelde districten haalt de PvdA in 1998, als de PvdA en de andere partijen maar één kandidaat stellen, 20 zetels. Landelijk heeft de PvdA in dat jaar 45 zetels gehaald. Tabel 2: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2002 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag , Tabel 3: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2003 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag ,

10 Onder de veronderstelling dat partijen maximaal één kandidaat per district stellen, verwerft in de drie onderzochte jaren binnen de geconstrueerde districtsindeling geen enkele politieke partij meer districtszetels dan waarop die partij op grond van de landelijke verkiezingsuitslag (het aantal lijststemmen) recht zou hebben gehad. 2.2 Wanneer verwerven partijen relatief veel districtszetels als partijen maar één kandidaat stellen? Dat politieke partijen het in de onderzochte jaren nooit meer districtszetels hebben verworven dan waar ze op grond van de landelijke uitslag recht zouden hebben gehad, betekent niet dat een partij, als gevolg van het mechanische effect van het kiesstelsels, nooit relatief veel zetels kan verwerven. Uitgaande van de veronderstelling dat een partij nooit meer dan één zetel in een district verwerft is er ook wel iets meer te zeggen over de omstandigheden (uitslagen) waaronder dit kan gebeuren. Als in de door BZK gekozen districtsindeling de op twee na grootste partij (de derde partij dus) minder dan 20 zetels haalt (er zijn immers 20 districten met ten minste drie zetels) en/of als de vierde partij minder dan 14 zetels haalt (er zijn 14 districten met 4 of 5 zetels) kan die derde of vierde partij teveel districtszetels verwerven. 3 We kunnen dit idee verder uitwerken. Daartoe veronderstellen we dat alle districten er voor wat betreft de samenstelling van het electoraat (in percentages aanhang voor de verschillende politieke partijen) er ongeveer hetzelfde uitzien (we noemen dit identiek samengestelde districten ). In een district met drie zetels verwerven dan de (landelijk) drie grootste partijen elke een zetel. In een district met vier zetels, verwerven de vier grootste partijen een zetel. En in een district met vijf zetels verwerven de vijf grootste partijen een zetel. Op basis van deze redenering kunnen we voorspellen wat de uitslag zal zijn in 1998, 2002 en 2003 in de door het ministerie van BZK vastgestelde districten. Deze voorspellingen zijn opgenomen in de tabellen 4 tot en met 6, samen met de berekende uitslagen. 3 Deze observatie kan worden geïllustreerd aan de hand van de uitslag van In dat jaar haalt de vierde partij (D66) 14 kamerzetels en maar liefst 13 districtszetels. 10

11 Tabel 4: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 1998 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag voorspelling berekend Tabel 5: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2002 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag voorspelling berekend Tabel 6: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2003 (maximaal aantal zetels per partij per district is 1, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag voorspelling berekend In 1998 en 2002 werkt onze simpele regel dus uitstekend: kennelijk lijken de districten voldoende op elkaar om te kunnen voorspellen wat de uitslag bij de verkiezingen zal zijn (als partijen maar één kandidaat stellen en er geen kiesdrempel 4 De LPF haalde in 2003 meer stemmen dan GroenLinks en wordt daarom beschouwd als de vijfde partij. 11

12 is). 5 Alleen in 2003 treedt een sterke afwijking op, maar dat is niet zo vreemd omdat het op basis van de landelijke uitslag niet zo duidelijk welke partij precies vierde en vijfde is. Daarom worden de 15 overige zetels verdeeld over GL, LPF en SP. Teveel zetels? De gevonden regel kan worden gebruikt bij het voorspellen van de uitslag bij andere districtsindelingen. Als het aantal districten met ten minste n zetels groter is dan het aantal zetels dat de n-de partij verwerft, kan onder het voorgestelde stelsel de n-de partij meer (districts)zetels verwerven, dan waar die partij op grond van de landelijke uitslag recht op zou hebben. Deze regel gaat alleen op, als partijen per district slechts één kandidaat stellen en als er geen kiesdrempel is. Deze regel gebruiken we in hoofdstuk 5, als we iets zeggen over de gevolgen van verschillende districtindelingen. 2.3 Uitslagen in drie verkiezingsjaren als partijen meer dan één kandidaat stellen Hiervoor is verondersteld dat partijen slechts één kandidaat stellen. Het maximale aantal zetels dat een partij kan halen is dan gelijk aan het aantal districten. Het is echter mogelijk dat partijen door bijvoorbeeld een man en een vrouw te kandideren twee zetels in de wacht slepen. 6 Zeker als een partij veel stemmen haalt in een district kan (de regionale afdeling van) de partij ook wel eens een gok wagen. Als een partij bijvoorbeeld meer dan twee keer de lijstdistrictskiesdeler weet te winnen, weet de partij dat ze (met twee kandidaten) minstens één zetel zal binnenhalen en mogelijk zelfs meer. 7 Om die reden hebben we de berekeningen ook uitgevoerd onder de 5 Dat de regel goed lijkt te werken is ook niet zo vreemd, omdat (a) niet de absolute, maar de relatieve omvang van de aanhang van partijen van belang is en omdat (b) in de door BZK gekozen districtindeling met minimaal drie zetels in een district zelfs de relatieve omvang van de grootste drie partijen onbelangrijk is. 6 Interessanter is de mogelijkheid dat een grote partij (laten we zeggen de PvdA) een mannelijke kandidaat stelt en GroenLinks een gematigde vrouwelijke kandidaat. Als de PvdA en GroenLinks een (landelijke) overeenkomst sluiten kan GroenLinks met behulp van de PvdA meer districtszetels halen dan waar die partij volgens de landelijke uitslag recht op heeft. Dit gaat nauwelijks ten koste van de PvdA. 7 Overigens kan een partij ook met minder dan twee keer de lijstdistrictskiesdeler twee zetels winnen. Dat ligt echter aan de relatieve steun voor andere politieke partijen binnen het district. 12

13 veronderstelling dat partijen twee districtszetels winnen als de helft van het aantal stemmen dat ze hebben verworven voldoende is om de laatste zetel binnen te halen. 8 De resultaten zijn vermeld in de tabellen 7 tot en met 9. Tabel 7: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 1998 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag , Tabel 8: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2002 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal uitslag , Tabel 9: Aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2003 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal uitslag , Als politieke partijen twee kandidaten stellen en ook twee districtszetels kunnen winnen 9, winnen kleinere partijen (minder dan 20 zetels) in de drie onderzochte jaren 8 We hebben afgezien van de (theoretische) mogelijkheid dat een partij drie zetels weet te verwerven. Dat is in een stelsel met maximaal vijf districtszetels vrijwel onmogelijk. 13

14 vrijwel geen districtszetels meer. Alleen GroenLinks zou, bij deze districtsindeling, in 1998 een districtszetel in de wacht hebben kunnen slepen. In geen van de onderzochte jaren verwerft een grotere politieke partij meer districtszetels dan waar die partij volgens de landelijke uitslag recht heeft. 2.4 Wanneer verwerven partijen relatief veel districtszetels als partijen soms twee districtszetels winnen? Dat politieke partijen het in de onderzochte jaren nooit méér districtszetels hebben verworven dan waar ze op grond van de landelijke uitslag recht zouden hebben gehad, betekent niet dat een partij, als gevolg van het mechanische effect van het kiesstelsels, nooit relatief veel zetels kan verwerven. Uitgaande van de veronderstelling dat een partij maximaal twee zetels in een district kunnen verwerven is er wellicht ook wel iets meer te zeggen over de omstandigheden waaronder dit kan gebeuren. In vergelijking met de situatie waarin partijen slechts één kandidaat stellen, is de kans (nog) kleiner dat kleine partijen meer districtszetels verwerven dan waar ze op grond van de landelijke uitslag recht hebben. De kleinere partijen kunnen namelijk niet langer profiteren van het feit dat partijen met een grote aanhang toch slechts één zetel bemachtigen en daardoor kleine partijen een (veel) grotere kans geven wel een zetel te verwerven. 10 Maar hoe zit het met de grotere partijen? Als we veronderstellen dat de districten identiek zijn samengesteld (gelijke percentages aanhang van politieke partijen) kunnen we voorspellen dat in districten met n zetels, een partij die (landelijk) (ten minste) twee keer zo groot is als de n-de partij, twee zetels in de wacht sleept. Alleen als een andere partij nog groter is, zal deze partij de tweede zetel binnen halen. Met deze regel kunnen we, analoog aan wat we in paragraaf 2.2 hebben gedaan, voorspellen wat de (geaggregeerde) uitslag in de districten zal zijn. Deze voorspelling staat, voor 1998, in tabel Dat betekent dus dat ze het coördinatieprobleem weten op te lossen door bijvoorbeeld een man en een vrouw kandidaat te stellen. 10 Uiteraard gaan we nog steeds uit van een situatie zonder kiesdrempels. 14

15 Tabel 10: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 1998 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal Uitslag voorspeld berekend De voorspelde uitslag is als volgt tot stand gekomen. In 1998 was de PvdA de grootste partij met 45 zetels. In districten met drie zetels is de PvdA in dat jaar echter niet twee keer zo groot als de n-de (de derde ) partij (in dat jaar het CDA). Daarom winnen PvdA, CDA en VVD in de zes districten met drie zetels elk een zetel. In districten met 4 zetels is de PvdA wel meer dan twee keer zo groot als de n-de partij (in dat geval de vierde partij) D66. In die districten zal de PvdA dus niet alleen de eerste, maar ook de vierde zetel binnen halen (dit laatste ten koste van D66). Dat betekent dat de PvdA in de 13 identiek samengestelde districten met 4 zetels in totaal 26 districtszetels binnenhaalt. CDA en VVD moeten genoegen nemen met elk 13 districtszetels. In het district met 5 zetels is de PvdA twee keer zo groot als D66, maar is de VVD ook twee keer zo groot als de vijfde partij (hetzij de SP, hetzij CU). In dat ene district verwerven dus zowel de PvdA (de eerste en de vierde) als de VVD (de tweede en de vijfde) een tweede zetel. Daarom kunnen we voorspellen dat de PvdA ( = ) 34 zetels zal winnen, de VVD ( =) 21 zetels en het CDA ( =) 20 zetels. Een voorspelling op basis van wat er gebeurt als partijen soms twee zetels kunnen halen, blijkt voor de door BZK gekozen districtsindeling minder goed te zijn dan een voorspelling op basis van de veronderstelling dat partijen maximaal 1 zetel halen. Ook in de andere twee jaren wijkt de voorspelling af van wat we eerder berekend hebben. Zie hiervoor de tabellen 11 en

16 Tabel 11: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2002 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal uitslag voorspeld berekend Tabel 12: Voorspeld en berekend aantal districtszetels voor politieke partijen in 20 districten in 2003 (maximaal aantal zetels per partij per district is 2, geen drempel) PvdA CDA VVD D66 GL SP CU SGP LPF Rest Totaal uitslag voorspeld berekend Net als de berekeningen geven ook de voorspellingen aan dat alleen de drie grootste partijen districtszetels winnen. Ook de relatieve omvang wordt correct voorspeld (als de PvdA landelijk de grootste partij is, dan wint de PvdA ook de meeste districtszetels), maar soms zit de voorspelling er toch vrij ver naast. Hoe komt dit? Een verklaring voor het verschil tussen de voorspelde en berekende uitslagen is dat de districten er niet allemaal precies hetzelfde uitzien (niet identiek zijn samengesteld). De drie (landelijk) grootste partijen zijn in bijna elk district ook wel de drie grootste partijen. Daarom werkt de eerder gevonden regel die opgaat als partijen maar één zetel winnen wel goed. Maar de landelijk grootste partij is niet in elk district ook de grootste en is ook niet in elk district twee keer zo groot als de n-de partij. Daarom wijkt de voorspelde uitslag af van de berekende uitslag. Betekent dit nu dat we het gevonden algoritme niet kunnen gebruiken bij het onderzoeken van de omstandigheden waaronder een (grote) partij meer districtszetels kan halen dan waar de partij op grond van de landelijke uitslag recht heeft? En betekent dit dat we deze regel niet kunnen gebruiken bij het onderzoeken van de 16

17 consequenties van stelsels met een andere districtomvang? Die conclusie is niet noodzakelijk. De door het ministerie van BZK geconstrueerde districtsindeling is immers vrij willekeurig. De indeling is bijna net zo willekeurig als een indeling die is gebaseerd op vergelijkbare of zelfs identieke (in termen van percentages steun voor politieke partijen) districten. Het gevonden algoritme zegt wel iets over de richting waarin de uitslag zal liggen (relatieve omvang bijvoorbeeld). In vergelijking met de eerste voorspellingsregel, moeten we echter nog voorzichtiger zijn met het trekken van conclusies. Teveel zetels? De kans dat kleinere partijen teveel zetels halen, als grotere partijen soms twee zetels winnen is te verwaarlozen (zie eerder). Grotere partijen zullen vrijwel nooit meer zetels halen dan waar ze op grond van de landelijke uitslag recht zouden hebben. Toch valt het niet uit te sluiten dat dit gebeurt (zie ook paragraaf 5.3). In een district met n-zetels verwerft de grootste partij twee zetels als de n-de partij half zo groot is als de grootste partij. De tweede partij verwerft twee zetels als de grootste partij twee keer zo groot is als de n-1 e partij en de tweede partij twee keer zo groot is als de n-de partij et cetera. In de door BZK gekozen districtsindeling kan een grote partij dus meer districtszetels halen dan waar die partij op grond van de landelijke recht heeft als de derde partij half zo groot is als de grootste partij (waardoor de grootste partij in alle 20 districten twee zetels haalt) en de grootste partij landelijk minder haalt dan 40 zetels. Ook als de vierde partij half zo groot is als de tweede partij en de grootste of de tweede partij halen minder dan 34 zetels, kan een partij meer zetels halen dan waar die partij volgens de landelijke uitslag recht heeft. De derde partij kan nergens twee zetels winnen. Op deze conclusie komen we terug in hoofdstuk Conclusie In de bestudeerde verkiezingsjaren 1998, 2002 en 2003 verwerft geen van de partijen binnen het door BZK geconstrueerde districtenstelsel meer zetels dan waar die partijen op grond van de landelijke uitslag recht zouden hebben. Ook als wordt 17

18 verondersteld dat partijen soms wel twee districtszetels verwerven, krijgt geen van de partijen in de drie onderzochte jaren relatief veel zetels. Dat een partij bij de door BZK gekozen districtindeling in de onderzochte jaren nooit meer zetels verwerft dan waar die partij op grond van de landelijke uitslag recht zou hebben, betekent niet dat dit nooit zal gebeuren. In dat verband zijn twee algemene regels geformuleerd: Als het aantal districten met ten minste n zetels groter is dan het aantal zetels dat de n-de partij verwerft, kan onder het voorgestelde stelsel de n-de partij meer zetels verwerven, dan waar die partij op grond van de landelijke uitslag recht op zou hebben. Deze regel gaat alleen op als partijen per district slechts één kandidaat stellen en als er binnen kiesdistricten geen kiesdrempel wordt gehanteerd. De regel blijkt goed te werken als we gebruik maken van de districtsindeling die door het ministerie is gekozen. De regel is ook redelijk robuust omdat de districten niet allemaal precies hetzelfde hoeven te zijn samengesteld. Als partijen wel twee zetels in de wacht kunnen slepen, kan een partij vrijwel nooit meer zetels halen dan waarop die partij op grond van de landelijke uitslag recht heeft. Kleinere partijen halen dan namelijk vrijwel geen zetels. Alleen als de grootste partijen landelijk minder dan 20 zetels winnen, maar wel twee keer zo groot zijn als de middelgrote partijen, kan een grote partij meer districtszetels verwerven dan waar die partij recht heeft. 18

19 3 Zes soorten kiesdrempels In de hoofdlijnennotitie wordt aangegeven dat een kandidaat zelfstandig voldoende stemmen moet halen. Er wordt verder gesteld dat geredeneerd vanuit de doelstelling van het nieuwe kiesstelsel kandidaten met een eigen kiezers legitimatie ( ) deze drempel niet te laag (kan) zijn. Nu zijn er verschillende soorten drempels denkbaar om die zelfstandigheid van kandidaten vorm te geven. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op verschillende soorten kiesdrempels. In de volgende hoofdstukken bespreken we voor de geconstrueerde districtsindeling de consequenties van verschillende drempels. 3.1 Percentage uitgebrachte personenstemmen in een district (drempel I) Een voor de hand liggende drempel is die in termen van een percentage van de binnen een district op personen uitgebrachte stemmen. Als in 1998 een drempel van 5% zou zijn gehanteerd, betekent dit dat tussen de (ongeveer) en stemmen (al naar gelang de omvang van het district) stemmen nodig zijn voor het verwerven van een districtszetel. De landelijke voorkeursdrempel in 1998 was (0,25 * =) stemmen. 11 Dat betekent dat met een drempel van 5% van het aantal uitgebrachte personenstemmen het nieuwe stelsel in ieder geval geen lagere drempel stelt dan onder het reeds bestaande stelsel. Tegen dit type districtskiesdrempel kunnen ten minste vier bezwaren worden ingebracht: (1) In de eerste plaats houdt deze drempel geen rekening met de mogelijkheid dat mensen wel gaan stemmen (wel een lijststem uitbrengen), maar niet op een persoon stemmen. Stel dat een groot aantal mensen in een district wel een 11 Sinds 1921 bepaalt de Kieswet dat voor het verwerven van een eigen zetel een bepaald stemmenaantal nodig is: slechts kandidaten die de helft van de lijstkiesdeler hadden behaald, werden rechtstreeks gekozen verklaard. In 1989 werd de lijstkiesdeler vervangen door de algemene (landelijke) kiesdeler. Bij de Tweede-Kamerverkiezing van 1998 werd voor het eerst de nieuwe regeling toegepast (zie: Staatsblad 1997, nr. 298). Deze regeling vereist minimaal 25% van de (algemene) landelijke kiesdeler. 19

20 lijststem uitbrengt, maar niet een personenstem. Dan zouden we kunnen zeggen dat dit betekent dat men wel de politieke partij (en de bijbehorende lijst) ziet zitten, maar niet de plaatselijke kandidaten. Het zou dan vreemd zijn als die personen alsnog worden afgevaardigd naar het parlement. (2) In de tweede plaats zou men kunnen tegenwerpen dat een drempel uitsluitend gebaseerd op het percentage kiezers onvoldoende rekening houdt met het beschikbare aantal zetels in een district. Zo kan een drempel van 25% van de kiezers in een stelsel met 2 districtszetels begrijpelijk zijn. In een stelsel met 5 zetels is zo een drempel bijzonder hoog. (3) In de derde plaats houdt de aldus gevormde drempel geen rekening met de mogelijkheid dat in een district het algehele opkomstpercentage laag is (in vergelijking met andere districten). Ongeacht het opkomstpercentage, het aantal afgevaardigden is constant. Ook dat zou men onwenselijk kunnen vinden. (4) In de vierde plaats zou men er bezwaar tegen kunnen hebben dat het aantal stemmen dat nodig is in een district om een zetel te verwerven in de Kamer niet in alle districten precies hetzelfde is. Dit betekent ook dat sommige districtskandidaten wel worden gekozen en dat andere kandidaten (in andere districten) met meer stemmen niet in de Kamer worden gekozen. Dit laatste punt bezwaar kan slechts worden ondervangen door het introduceren van een landelijk vastgestelde drempel. 3.2 Percentage uitgebrachte lijststemmen in een district (drempel II) Aan het bezwaar dat geen rekening wordt gehouden met de mogelijkheid dat kiezers wel op lijsten stemmen, maar de districtskandidaten de rug wensen toe te keren (bezwaar 1), wordt tegemoet gekomen door de drempel (het aantal benodigde stemmen) niet te baseren op het aantal personenstemmen, maar op het aantal lijststemmen in een district. In dat geval leidt een relatieve daling 12 van het aantal op personen in de districten uitgebrachte stemmen tot een daling van het aantal personen dat via die districten wordt afgevaardigd. Deze oplossing, die we verder drempel II 12 Ten opzichte van het aantal binnen een district op de landelijke lijst uitgebrachte stemmen. 20

21 zullen noemen, komt echter niet tegemoet aan het tweede, derde en vierde hiervoor genoemde bezwaar. 3.3 Percentage uitgebrachte lijststemmen in een district per zetel (drempel III) Aan het eerste en tweede bezwaar dat kleeft aan kiesdrempel I, kan tegemoet worden gekomen als de kiesdrempel wordt geformuleerd in termen van een percentage van het aantal lijststemmen dat nodig is voor het behalen van een zetel in het district (de zogenaamde lijstdistrictskiesdeler ). 13 Dat betekent dat de drempel bestaat uit een percentage van het aantal uitgebrachte lijststemmen gedeeld door het aantal zetels. Als bijvoorbeeld een drempel wordt gehanteerd van 15% van het aantal stemmen dat nodig is voor een zetel, is het aantal benodigde stemmen tussen de en duizend (1998). 3.4 Percentage kiesgerechtigde inwoners van een district (drempel IV) Een drempel gebaseerd op het aantal lijststemmen in een district en op het aantal zetels in dat district (drempel III) kan problematisch worden gevonden als men bedenkt dat in één district de opkomst (bij de lijststemmen) veel lager zou kunnen zijn dan in de andere districten. In dat geval vaardigt dit district immers gewoon het aantal afgevaardigden af dat is toegekend aan dit district (zolang uiteraard voldoende opgekomen kiezers ook de personenstem uitbrengen). Op dat moment wordt dus een lage opkomst niet bestraft met minder afgevaardigden namens de kiezers. Dit bezwaar (dat hiervoor bezwaar 3 is genoemd) kan onder meer worden ondervangen door de kiesdrempel te koppelen aan het aantal kiesgerechtigde inwoners in een district. Dat betekent bijvoorbeeld dat als de opkomst (in alle districten) daalt het aantal personen dat via de districten wordt gekozen ook daalt. Op deze manier wordt dus tegemoet gekomen aan de derde hiervoor genoemde tegenwerping; als de (algehele) opkomst in het district laag is, worden ook minder afgevaardigden vanuit dat district afgevaardigd. 13 Een kiesdeler is het aantal stemmen gedeeld door het aantal zetels. Om duidelijk te maken dat het in dit rapport gaat om het aantal lijststemmen binnen een district (en niet om het aantal personenstemmen binnen een district) wordt de term: lijstdistrictskiesdeler gebruikt. 21

22 Tegelijkertijd kan men deze eigenschap van drempel IV ook als een nadeel zien. Een dalende opkomst in een district zou kunnen wijzen op een afkeer van de bestaande politieke partijen. Het kiesstelsel beoogt nu juist de relatie tussen burgers en politici te versterken door mensen op personen te laten stemmen. Bovendien sluit een drempel gebaseerd op het aantal (kiesgerechtigde) inwoners niet goed aan bij de mogelijkheid dat de opkomst daalt (of stijgt). Daarom zullen we dit type drempel verder niet in de beschouwing betrekken. 3.5 Koppelen aan de landelijke uitslag van de lijststemmen (drempel V) Aan het vierde in paragraaf 3.1 genoemde bezwaar, namelijk dat het aantal stemmen dat nodig is om een districtszetel te verwerven niet in alle districten hetzelfde als drempel I wordt gehanteerd, kan wel tegemoet worden gekomen door de kiesdrempel op dezelfde wijze vast te stellen als nu gebeurt; als percentage van het aantal uitgebrachte stemmen dat nodig is voor het behalen van een zetel. Als we een voorkeursdrempel hanteren van 25% van de landelijke kiesdeler komt dat dus in 1998 neer op stemmen in alle districten. Deze drempel kan uiteraard het bezwaar oproepen dat het percentage stemmen dat in het ene district moet worden gehaald veel hoger is dan in het andere. Een (landelijk vastgestelde) drempel van (1998) stemmen betekent immers dat men in het ene district minstens 2,7 procent van de districtsstemmen moet halen (district 4) en in het andere district minstens 4,1 procent (district 11) van de districtsstemmen. Voor de grote drie partijen zal dat op dit moment niet zoveel uitmaken. Voor de kleinere partijen wel. Uiteraard is dit bezwaar het spiegelbeeld van het eerder genoemde bezwaar dat de aantallen stemmen die men moet halen voor een districtszetel verschillen. 3.6 Koppelen aan de landelijke uitslag personenstemmen (drempel VI) Alternatief voor het koppelen van de drempel aan het totaal aantal lijststemmen is de drempel te koppelen aan het totaal aantal personenstemmen dat is uitgebracht in Nederland. Ook deze variant kan bezwaren oproepen Zo is het totale aantal stemmen op personen op die manier niet van invloed op het aantal personen dat vanuit 22

23 districten wordt afgevaardigd. Als er een algemene trend bestaat om niet op districtskandidaten te stemmen (omdat men dat maar niets vindt) houdt dat de verkiezing van districtskandidaten niet tegen. Om die reden betrekken we deze variant verder niet in de beschouwing. 3.7 De drie nader te onderzoeken drempels In het bovenstaande hebben we zes verschillende soorten voorkeursdrempels onderscheiden. 14 In de eerste plaats zijn er drempels gekoppeld aan districten. I. Een drempel gekoppeld aan het aantal personenstemmen in een district II. Een drempel gekoppeld aan het aantal lijststemmen in een district III. Idem rekening houdend met het aantal zetels (lijstdistrictskiesdeler) IV. Een drempel gekoppeld aan het aantal kiesgerechtigde inwoners in een district In de tweede plaats zijn er drempels mogelijk die zijn gekoppeld aan de landelijke uitslag: V. Een drempel gekoppeld aan de landelijke uitslag (lijsten) VI. Een drempel gekoppeld aan de landelijke uitslag (personen) In de rest van dit rapport onderzoeken we niet alle typen drempels. Zo heeft het weinig zin een onderscheid te maken tussen drempels gebaseerd op het aantal stemmen op personen en drempels gebaseerd op het aantal stemmen op een lijst. We weten immers niet wat kiezers zouden hebben gedaan als ze ook een stem op een persoon hadden kunnen uitbrengen. Daarom beperken we ons verder tot het onderzoeken van de drempels II, III en V. 3.8 Verschillen en overeenkomsten tussen de drie te onderzoeken drempels Om duidelijk te maken dat de drempels verschillend kunnen uitpakken, zijn we voor het door BZK geconstrueerde stelsel nagegaan hoeveel stemmen een partij moet halen 14 Uiteraard zijn er oneindig veel meer drempels denkbaar. 23

24 bij de verschillende drempels als die drempels equivalent zijn. Dat laatste behoeft enige toelichting Wat zijn equivalente kiesdrempels? Stel dat er 20 districten zijn met precies evenveel kiezers (en het opkomstpercentage is ook overal gelijk) en elk 3,75 districtszetels. Dat laatste kan natuurlijk niet, maar vereenvoudigt de uitleg van het idee dat verschillende soorten kiesdrempels equivalent zijn. Stel de (landelijke, algemene) kiesdeler op kiezers. 15 Als men de drempel (drempel V) zou stellen op een kwart van de landelijke kiesdeler (drempel V is dus 25%), moet een districtskandidaat (0,25*57.384=) stemmen halen. In totaal zijn in het hele land (150*57.384=) stemmen uitgebracht. In elk van de 20 districten zijn dus ( /20=) stemmen uitgebracht. Drukken we uit in een percentage van het aantal kiezers in een district, is de equivalente drempel II (14.346/ =) 3,33% van de kiezers in het district. De equivalente drempel III is dan ((14.346/ )*3,75=) 12,5%. We kunnen dus stellen dat in een stelsel met 20 districten en 75 districtszetels een drempel V van 25% equivalent is aan een kiesdrempel II van 3,33% en een kiesdrempel III van 12,5%. In tabel 13 zijn deze equivalente drempels weergegeven. 15 Het voorbeeld is gebaseerd op de uitslag van We hebben de berekening aangepast op hele cijfers. 24

25 Tabel 13: equivalente kiesdrempels II, III en V in een stelsel met 75 zetels verdeeld over 20 districten drempel V drempel II drempel III Procent van de landelijke kiesdeler Procent van het aantal stemmen in een district Procent van de lijstdistrictskiesde ler 25% 3,3% 12,5% 50% 6,7% 25,0% 75% 10,0% 37,5% 100% 13,3% 50,0% 125% 16,7% 62,5% 150% 20,0% 75,0% 175% 23,3% 87,5% 200% 26,7% 100% Uit tabel 13 valt af te lezen dat een kiesdrempel van 100% van de landelijke kiesdeler (drempel V) gemiddeld hetzelfde betekent als een kiesdrempel gebaseerd op een percentage uitgebrachte stemmen in een district van ruim 13 procent (drempel II) en een kiesdrempel gebaseerd op 50% van de lijstdistrictskiesdeler (drempel III). Om de vergelijkbaarheid van de verschillende analyses zo groot mogelijk te maken, hanteren we in de rest van dit rapport de in tabel 13 genoemde (equivalente) percentages Wanneer hebben equivalente kiesdrempels verschillende consequenties? Dat de percentages equivalent zijn, betekent niet dat ze in termen van het aantal stemmen of in termen van het percentage stemmen voor elk van de districten hetzelfde betekenen. Alleen als het aantal kiezers (en dus ook het aantal zetels) in elk van de districten identiek is, is ook de werking van de drie verder equivalente drempels identiek. Zodra het aantal kiezers tussen de districten uiteen gaat lopen, maar het aantal zetels in de districten blijft gelijk, krijgen de drempels II en III enerzijds en drempel V anderzijds echter andere consequenties. We illustreren dit aan de hand van ons eerder genoemd voorbeeld. Stel wederom dat er 20 districten zijn met elk 3,75 zetels, maar met (iets) verschillende aantallen 25

26 kiezers. We richten ons op twee districten. Laten we zeggen dat er in het ene district stemmen zijn uitgebracht en in het andere district We gaan weer uit van de eerder genoemde equivalente drempels van 3,33% (drempel II), 12,5% (drempel III) en 25% (drempel V). De equivalente drempels II en III enerzijds en V anderzijds hebben verschillende consequenties als de aantallen kiezers niet in alle districten meer hetzelfde zijn. Volgens drempel II moeten in district A (3,33%* =) stemmen zijn gehaald voordat men een zetel in de wacht sleept. In district B moet een kandidaat (3,33%* =) stemmen halen. Volgens drempel III moeten in district A ook ((12,5%* )/3,75=) stemmen zijn gehaald en in district B ook ((3,33%* )/3,75=) stemmen voordat men een zetel inneemt. Drempel V betekende nog steeds dat men in beide districten minimaal stemmen moet halen. Hiermee hebben we laten zien dat equivalente drempels bij verschillende aantallen kiezers per district, maar bij een gelijk aantal zetels (gesteld op het onmogelijke getal van 3,75) verschillende consequenties hebben. Als het aantal zetels gaat verschillen tussen de districten, krijgen ook de (equivalente) drempels II en III verschillende consequenties. In district C met 2 zetels zijn kiezers en in district D met 4 zetels zijn kiezers. Het aantal kiezers per zetel is dus gelijk. Als men dezelfde equivalente kiesdrempels hanteert, moet een kandidaat volgens drempel II in district A (3,33%* =) stemmen halen. In district B is dat aantal (3,33%* =) Volgens drempel III moeten in district A ((12,5%* )/2=) stemmen zijn gehaald (dat is 6,25% van de stemmen) en in district B ook ((12,5%* )/4=) stemmen (dat is 3,13% van de stemmen) voordat de kandidaat een districtzetel verwerft. Dit laatste laat tevens zien dat drempel III en V identiek zijn zolang het aantal kiezers per (districts)zetel in de districten identiek is. Een aanvullende waarschuwing is op zijn plaats. We hebben gezien dat equivalente drempels verschillende consequenties hebben in kleine en grote districten. Later in dit rapport zullen we zien dat kiesdrempels vooral van belang zijn in grotere districten (districten met relatief veel zetels). Dat de drempels II, III en V gemiddeld equivalent zijn betekent niet dat ze ook equivalent zijn voor grote en kleine districten. 26

27 Drempel II en III zijn identiek zolang het aantal zetels in alle districten gelijk is en drempel III en drempel V zijn identiek zolang het aantal kiezers per districtszetel gelijk is. Als de aantallen zetels sterk uiteen lopen, worden de consequenties van de drempels II en III meer verschillend. Als de aantallen kiesgerechtigden per zetel sterk uiteen lopen, worden de consequenties van de drempels III en V meer verschillend Hoe groot zijn de verschillen tussen equivalente kiesdrempels en wanneer treden die verschillen op? Het aantal districtszetels is in het in de hoofdlijnennotitie voorgestelde stelsel nooit in alle districten hetzelfde. Ook is het aantal kiezers per zetel nooit hetzelfde. Daarom maakt het uit of men drempel II, drempel III of drempel V hanteert. Om dat te illustreren, zijn in figuur 1 voor 1998 voor de equivalente drempels III en V (aangegeven aan de hand van het percentage van de landelijke kiesdeler in de x-as) de aantallen stemmen weergegeven, die in de door BZK geconstrueerde districtsindeling nodig zijn om een districtszetel te verwerven Het aantal kiesgerechtigden per zetel kan sterk uiteenlopen als bijvoorbeeld niet het systeem van Hare, maar het systeem van D Hondt wordt gebruikt bij de toekenning van zetels aan districten. Ook als de opkomst in de districten met een gelijk aantal kiesgerechtigden per zetel sterk uiteenloopt, kunnen de drempels III en V verschillende consequenties hebben. 17 De verschillen in aantallen benodigde stemmen bij drempel II vertonen een vergelijkbaar patroon als de aantallen stemmen nodig onder drempel III en zijn daarom niet in de figuur opgenomen. Uiteraard zijn er wel (andere) (grote) verschillen tussen drempel II en III. Zie verder de hoofddtekst. 27

28 Figuur 1: het aantal stemmen dat in 1998 nodig is om een districtszetel te verwerven onder drempel V (percentage landelijke kiesdeler) en drempel III. Aantal benodigde stemmen in een district ,25 0,45 0,65 0,85 1,05 1,25 1,45 1,65 1,85 Aandeel van de kiesdeler (landelijk) drempel V drempel III minimaal drempel III maximaal De figuur geeft aan (en dat is triviaal) dat als er geen kiesdrempel wordt gehanteerd er geen verschil is tussen de drempels: de drempels beginnen bij 0. Als een kiesdrempel wordt gehanteerd van 25% van de landelijke kiesdeler is het aantal te behalen stemmen in 1998 op basis van drempel V Gemiddeld betekent een drempel III van 12,5% van de lijstdistrictskiesdeler ook dat een kandidaat ruim 14 duizend stemmen moet halen. Maar het verschil tussen het maximale aantal (de bovenste lijn) en het minimale aantal stemmen (de onderste lijn) dat een kandidaat in een district moet halen, laat zien dat dit zeker niet voor alle districten geldt: in sommige districten moet een kandidaat meer stemmen halen en in andere districten juist minder. 28

Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011

Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011 Vrouwen in de politiek geactualiseerde versie, januari 2011 Bij de landelijke verkiezingen in juni 2010 zijn er 61 vrouwen in het parlement gekozen, zes meer dan bij de verkiezingen van 2003 en van 2006.

Nadere informatie

Voorlopige uitslag Amsterdam. Project: 12213 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen

Voorlopige uitslag Amsterdam. Project: 12213 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Verkiezingen 2012 Tweede Kamer Voorlopige uitslag Amsterdam Project: 12213 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Samenstelling publicatie: Jeroen Slot Cor Hylkema Oudezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Tabel 1 Percentage stemmers Europese Verkiezingen 2014 volgens vier peilingen en echte uitslag

Tabel 1 Percentage stemmers Europese Verkiezingen 2014 volgens vier peilingen en echte uitslag Op zaterdagochtend 24 mei heeft Bureau Louter het bijgevoegde document Uitslag Europese Verkiezingen 2014 volgens Geen Peil opgesteld (zie volgende pagina) en op 25 mei, rond 13.30 uur, verzonden naar

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

Vraag jij om raad of geef jij raad?

Vraag jij om raad of geef jij raad? *** LET OP: DEADLINE KANDIDAATSTELLING IS OP 7 april 2016*** Vraag jij om raad of geef jij raad? Verkiezingen faculteitsraad & opleidingscommissies Undergraduate School en Veterinary School Diergeneeskunde

Nadere informatie

Wijziging van de Kieswet in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om lijstencombinaties aan te gaan

Wijziging van de Kieswet in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om lijstencombinaties aan te gaan Wijziging van de Kieswet in verband met het afschaffen van de mogelijkheid om lijstencombinaties aan te gaan VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van

Nadere informatie

Toelichting bij het Kiesreglement voor de Bondsraad

Toelichting bij het Kiesreglement voor de Bondsraad Toelichting bij het Kiesreglement voor de Bondsraad I. Beschouwingen over doel en functie van het Kiesreglement: - Een kiesreglement is geen doel op zich, zelfs verkiezingen zijn geen doel, beiden zijn

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

Een vergelijking tussen het zetelverdelingssysteem d Hondt (Parlement, Provincie) en het zetelsverdelingssysteem Imperiali (Gemeenteraad)

Een vergelijking tussen het zetelverdelingssysteem d Hondt (Parlement, Provincie) en het zetelsverdelingssysteem Imperiali (Gemeenteraad) Een vergelijking tussen het zetelverdelingssysteem d Hondt (Parlement, Provincie) en het zetelsverdelingssysteem Imperiali (Gemeenteraad) Wim Van Roy, stafmedewerker De Wakkere Burger vzw De regels van

Nadere informatie

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens

De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat. Jef Smulders & Bart Maddens De financiële gevolgen voor de politieke partijen na de hervorming van de Senaat Jef Smulders & Bart Maddens KU Leuven Instituut voor de Overheid Faculteit Sociale Wetenschappen Tel: 0032 16 32 32 70 Parkstraat

Nadere informatie

SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname

SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname SESOS opiniepeiling maart 5 SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname Uitslag opiniepeiling Suriname maart 5 www.sesos.org www.sesos.org info: info@sesos.org Voorwoord: SESOS opiniepeiling

Nadere informatie

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN?

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? Evaluatie-onderzoek van het online stemmen Een kwantitatief onderzoek naar het stemmen via internet van burger@overheid. Uitgevoerd door NetPanel in samenwerking

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2007-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2007-I Restzetels Op 2 maart 1994 vonden er in Nederland gemeenteraadsverkiezingen plaats. In de gemeente Enschede werden 67 787 stemmen uitgebracht. De verkiezingsuitslag is weergegeven in tabel 1. In de tweede

Nadere informatie

Verkiezingen en kiesrecht. Kiesstelsel

Verkiezingen en kiesrecht. Kiesstelsel Verkiezingen en kiesrecht Kiesstelsel Nederlands kiesstelsel Kenmerkend voor het (huidige) Nederlandse kiesstelsel - in internationaal perspectief - is de toegankelijkheid ervan. Burgers en politieke

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2014 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 13.30-16.30 uur wiskunde C (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 73 punten te behalen.

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1. tijdvak 1 vrijdag 1 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde A1. tijdvak 1 vrijdag 1 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 vrijdag 1 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

3.1 Het Nederlandse kiesstelsel Politici hebben het mandaat van de kiezers om maatschappelijke kwesties te regelen Het kiesrecht is uitgebreid van:

3.1 Het Nederlandse kiesstelsel Politici hebben het mandaat van de kiezers om maatschappelijke kwesties te regelen Het kiesrecht is uitgebreid van: Vak Maatschappijwetenschappen Thema Politieke besluitvorming (katern) Klas Havo 5 Datum november 2012 Hoofdstuk 3 Verkiezingen en kiesstelsels 3.1 Het Nederlandse kiesstelsel Politici hebben het mandaat

Nadere informatie

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels Staten en kiesstelsels Oostenrijk Oostenrijk is een van de vele landen in Europa waar verkiezingen plaatsvinden volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging. Toch heeft Oostenrijk weer bepaalde

Nadere informatie

Stemmotieven bij de gemeenteraadsverkiezingen

Stemmotieven bij de gemeenteraadsverkiezingen Stemmotieven bij de gemeenteraadsverkiezingen Voor: NPS/NOVA Hugo van der Parre Datum: 28 januari 2009 Project: 91804 Copyright: 2010. Synovate Ltd. Alle rechten voorbehouden. De concepten en ideeën die

Nadere informatie

ZETELVERDELING IN ÉÉN OOGOPSLAG

ZETELVERDELING IN ÉÉN OOGOPSLAG ZETELVERDELING IN ÉÉN OOGOPSLAG VERKIEZINGEN IN SURINAME 25 MEI 2010 Glenn Sankatsing 7 mei 2010 Free download and use with mention of source Published at: www.crscenter.com Comments to: crscenter@crscenter.com

Nadere informatie

TILBURG HEEFT IETS TE KIEZEN

TILBURG HEEFT IETS TE KIEZEN TILBURG HEEFT IETS TE KIEZEN Verslag van een exit poll bij de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 in de gemeente Tilburg April 2010 Dr. M. Boogers L. Slagter Drs. J. van Ostaaijen Tilburgse School

Nadere informatie

MEDEZEGGENSCHAP OR-REGLEMENT EN VERKIEZINGEN ORGANISEREN INCLUSIEF CHECKLIST MET TIJDPAD

MEDEZEGGENSCHAP OR-REGLEMENT EN VERKIEZINGEN ORGANISEREN INCLUSIEF CHECKLIST MET TIJDPAD MEDEZEGGENSCHAP OR-REGLEMENT EN VERKIEZINGEN ORGANISEREN INCLUSIEF CHECKLIST MET TIJDPAD 1. HET REGLEMENT VAN DE ONDERNEMINGSRAAD Stap 1: Voorlopig reglement Wanneer voor het eerst een ondernemingsraad

Nadere informatie

Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland

Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Korte omschrijving werkvorm: De leerlingen gaan met elkaar in debat over de stelling: Het Duitse kiesstelsel is veel beter dan dat van Nederland.

Nadere informatie

SOCIALE MONITORING EN POLITIEK

SOCIALE MONITORING EN POLITIEK SOCIALE MONITORING EN POLITIEK Versie: 1.0 Auteur: Martijn Kriens Datum: 27-09-2012 INLEIDING Sociale media maakt het mogelijk om zonder beperking van ruimte en tijd met grote, wisselende groepen mensen

Nadere informatie

Onderzoek verkiezingsthema Europa

Onderzoek verkiezingsthema Europa Onderzoek verkiezingsthema Europa Over het onderzoek Aan het onderzoek deden 22.055 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 5 tot en met 7 september 2012. Over het EenVandaag

Nadere informatie

Herindelingsverkiezing gemeente Leeuwarden-Boarnsterhim

Herindelingsverkiezing gemeente Leeuwarden-Boarnsterhim Herindelingsverkiezing gemeente Leeuwarden-Boarnsterhim 13 november 2013 Toelating politieke partijen 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 1 Registreren nieuwe en lokale politieke partijen 1.1 Overzicht van de

Nadere informatie

STAPPENPLAN NAAR DE NIEUWE OR (26 MAART 2014)

STAPPENPLAN NAAR DE NIEUWE OR (26 MAART 2014) STAPPENPLAN NAAR DE NIEUWE OR (26 MAART 2014) Ready for take off? Want we gaan beginnen. Bij de landelijke ORverkiezingen voor gemeenten, woensdag 26 maart 2014, mogen medewerkers van gemeenten straks

Nadere informatie

Diversiteit in de Provinciale Staten

Diversiteit in de Provinciale Staten Onderzoek Diversiteit in de Provinciale Staten Het Huis voor democratie en rechtsstaat heeft na de verkiezingen van 2 maart 2011 de diversiteit in de nieuwe Provinciale Staten (PS) onderzocht. Het gaat

Nadere informatie

Verkiezingen Tweede Kamer 2012

Verkiezingen Tweede Kamer 2012 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 Nederlandse politieke partijen langs de Europese meetlat Europese Unie dr. Edwin van Rooyen 10-9-2012 PvdA, VVD en SP zijn voorstander van het vergroten van de controle op

Nadere informatie

Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015

Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015 Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015 Mensbeelden, ideologieën, politieke partijen Politieke partijen Welke politieke partijen zijn er eigenlijk in Nederland en wat willen ze? Om antwoord

Nadere informatie

Onderzoeksrapport: Vrouwen in de gemeenteraden

Onderzoeksrapport: Vrouwen in de gemeenteraden Onderzoeksrapport: Vrouwen in de gemeenteraden _ Maart 2014 ProDemos - Huis voor democratie en rechtsstaat Hofweg 1H 2511 AA Den Haag T: 070 757 02 00 Hoeveel vrouwen zijn er in maart 2014 in de gemeenteraden

Nadere informatie

Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen KIESREGLEMENT UNIVERSITEITSRAAD PROTESTANTSE THEOLOGISCHE UNIVERSITEIT (bijlage bij het reglement van de Universiteitsraad Protestantse Theologische Universiteit) Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement

Nadere informatie

In maart 2011 telde het Verenigd Koninkrijk 63.181.775 inwoners, als volgt verdeeld over de vier gebiedsdelen:

In maart 2011 telde het Verenigd Koninkrijk 63.181.775 inwoners, als volgt verdeeld over de vier gebiedsdelen: Staten en kiesstelsels Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland was tot het einde van de twintigste eeuw een sterk centralistisch bestuurd land. Sindsdien hebben

Nadere informatie

Or-verkiezingen vallen in twee fasen uiteen: de kandidaatstellingsprocedure en het in stemming brengen van de kandidaten.

Or-verkiezingen vallen in twee fasen uiteen: de kandidaatstellingsprocedure en het in stemming brengen van de kandidaten. MEDEZEGGENSCHAP WOR-PROOF VERKIEZINGEN ORGANISEREN Ondernemingsraadverkiezingen moeten voldoen aan de artikelen 9 tot en met 11 van de Wet op de Ondernemingsraden. Om dat te realiseren heeft de or een

Nadere informatie

Polen. Staten en kiesstelsels

Polen. Staten en kiesstelsels Staten en kiesstelsels Polen Sinds de val van het communisme in 1989 heeft Polen in staatkundig opzicht grootschalige hervormingen doorgevoerd. Ook het kiesstelsel heeft verschillende wijzigingen ondergaan.

Nadere informatie

De Stemming van 26 juni 2016

De Stemming van 26 juni 2016 De Stemming van 26 juni 2016 Ook deze week zijn er geen verschuivingen in politieke voorkeur. Maar de uitslag van het Britse Referendum en de onderzoeken over een mogelijk Nederlands Referendum over een

Nadere informatie

#EXITPOLL BRABANT. Verslag van een exit poll bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart 2011 in de provincie Noord-Brabant.

#EXITPOLL BRABANT. Verslag van een exit poll bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart 2011 in de provincie Noord-Brabant. #EXITPOLL BRABANT Verslag van een exit poll bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart 2011 in de provincie Noord-Brabant. Mei 2011 Koen van der Krieken BA Dr. Marcel Boogers Dr. Julien van Ostaaijen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 31 200 IIA Vaststelling van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2008 D VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Verkiezingen. 1. Politieke voorkeur

Verkiezingen. 1. Politieke voorkeur Verkiezingen Voor vijftigplussers staat er de komende jaren veel op het spel. De betaalbaarheid van de zorg staat ter discussie en het niveau van pensioenen en AOW dreigt te worden aangetast. Daarnaast

Nadere informatie

partijpolitieke landschap. Maar beide veranderingen zorgden niet voor meer politieke stabiliteit.

partijpolitieke landschap. Maar beide veranderingen zorgden niet voor meer politieke stabiliteit. Staten en kiesstelsels Italië Italië is de afgelopen decennia gekenmerkt door een aantal belangrijke politieke ontwikkelingen. Niet alleen ging het kiesstelsel verscheidene malen op de helling, ook het

Nadere informatie

Politieke participatie

Politieke participatie 12 Politieke participatie In dit hoofdstuk komen de interesse en participatie van Amsterdammers in de politiek aan bod. 2014 was in dat opzicht een boeiend jaar, met drie verkiezingen en belangrijke verschuivingen

Nadere informatie

voor onder meer buitenlandse zaken, defensie, nationale veiligheid, monetaire zaken, belastingheffing en de olie-industrie.

voor onder meer buitenlandse zaken, defensie, nationale veiligheid, monetaire zaken, belastingheffing en de olie-industrie. Staten en kiesstelsels Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland was tot het einde van de twintigste eeuw een sterk centralistisch bestuurd land. Sindsdien hebben

Nadere informatie

VRAAGVORMEN OPTIMAAL GEBRUIKEN INSTRUCTIE VOOR VRAAGONTWIKKELAARS TESTVISION ONLINE

VRAAGVORMEN OPTIMAAL GEBRUIKEN INSTRUCTIE VOOR VRAAGONTWIKKELAARS TESTVISION ONLINE VRAAGVORMEN OPTIMAAL GEBRUIKEN INSTRUCTIE VOOR VRAAGONTWIKKELAARS TESTVISION ONLINE VERSIE: 4 DATUM: MEI 2014 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 2 1. Eén-uit-meervraag... 3 1.1 Belangrijkste kenmerken... 3 1.2

Nadere informatie

Oordeel over de positie van ouderen in Nederland in 2013

Oordeel over de positie van ouderen in Nederland in 2013 Oordeel over de positie van ouderen in Nederland in 2013 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het wetenschappelijk instituut van 50PLUS heeft ons de opdracht gegeven

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

Op de kandidatenlijst Een onderzoek naar de selectie van kandidaten bij Nederlandse partijen voor de Europese verkiezingen

Op de kandidatenlijst Een onderzoek naar de selectie van kandidaten bij Nederlandse partijen voor de Europese verkiezingen Op de kandidatenlijst Een onderzoek naar de selectie van kandidaten bij Nederlandse partijen voor de Europese verkiezingen Eva Huijbregts Nel van Dijk Instituut voor Publiek en Politiek Amsterdam 2009

Nadere informatie

Uitkomst van de Enquête

Uitkomst van de Enquête Uitkomst van de Enquête Naar aanleiding van het rapport tussen leden en leiders heeft de commissie Noten een enquête uit gestuurd waarin de aanbevelingen worden voorgelegd aan leden en sympathisanten van

Nadere informatie

IViAASSLUIS eerste stad aan de waterweg

IViAASSLUIS eerste stad aan de waterweg I I IViAASSLUIS eerste stad aan de waterweg Fractie SP T.a.v. mevrouw A. Puyt p/a raadsgriffie Maassluis Uw kenmerk Uw brief van Ons kenmerk Onderwerp Bijlagen Contactpersoon Telefoonnummer 18 april 2010

Nadere informatie

Onderzoek verkiezingsthema Woningmarkt

Onderzoek verkiezingsthema Woningmarkt Onderzoek verkiezingsthema Woningmarkt Over het onderzoek Aan het onderzoek deden 27.953 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 22 tot en met 28 augustus 2012. Over het

Nadere informatie

Persoonlijke gegevens van Wethouders

Persoonlijke gegevens van Wethouders Persoonlijke gegevens van Wethouders Dit document bevat de volgende gegevens van wethouders: Aantal wethouders naar gemeentegrootte 1998-2014 Aandeel wethouders naar politieke partij 1998-2014 Aandeel

Nadere informatie

D66 leidt in aanloop naar Europese verkiezingen dankzij vastberaden eurofielen

D66 leidt in aanloop naar Europese verkiezingen dankzij vastberaden eurofielen D66 leidt in aanloop naar Europese verkiezingen dankzij vastberaden eurofielen Gegroeid optimisme over toekomst Europa vertaalt zich niet in afname euroscepsis 15 mei Een week voor de verkiezingen voor

Nadere informatie

Artikel 21: Ondertekening kandidaatstelling --------------------------------- 9

Artikel 21: Ondertekening kandidaatstelling --------------------------------- 9 KIESREGLEMENT FACULTEITS- EN DIENSTRADEN INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk I: Algemene bepalingen Artikel 1: Definities ---------------------------------------------------------- 3 Artikel 2: Het Centraal Stembureau

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

1 Procedurele beginselen

1 Procedurele beginselen 1 Kiesreglement voor de twee - op voorstel van de in 2 ContStifG aangegeven personen in de Raad van de Stichting van de Conterganstiftung für behinderte Menschen door het Federale Ministerie voor Familie,

Nadere informatie

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN Meer Democratie Mei 2015 Rapportage onderzoek Partijpolitieke benoemingen Meer Democratie 1 Persbericht NEDERLANDERS: PUBLIEKE FUNCTIES OPEN VOOR IEDEREEN

Nadere informatie

Gewesten en gemeenschappen

Gewesten en gemeenschappen Staten en kiesstelsels België België is, anders dan Nederland, een federatie. Juist ook omdat België een land is met verschillende taalgebieden, is de structuur van deze staat veel ingewikkelder dan die

Nadere informatie

VERKIEZING VAN DE SENAAT VAN... Proces-verbaal. Algemene optelling van de stemmen - Zetelverdeling Aanwijzing van de gekozenen

VERKIEZING VAN DE SENAAT VAN... Proces-verbaal. Algemene optelling van de stemmen - Zetelverdeling Aanwijzing van de gekozenen Nederlands kiescollege FORMULIER B/17 Collegehoofdbureau VERKIEZING VAN DE SENAAT VAN... Proces-verbaal Algemene optelling van de stemmen - Zetelverdeling Aanwijzing van de gekozenen Heden, op..., om...

Nadere informatie

de ondernemingsraad van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam, hierna te noemen: OR, als partij anderzijds.

de ondernemingsraad van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam, hierna te noemen: OR, als partij anderzijds. Advies Rolnummer: LPL-181 DE BEDRIJFSCOMMISSIE VOOR DE OVERHEID - KAMER VOOR DE LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE LICHAMEN - ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING EN ADVIES, ALS BEDOELD IN

Nadere informatie

Titel: Vaststelling uitslag Nummer: 4.00 Versie: 0.1 Datum: 27 april 2008

Titel: Vaststelling uitslag Nummer: 4.00 Versie: 0.1 Datum: 27 april 2008 Titel: Vaststelling uitslag Nummer: 4.00 Datum: 27 april 2008 Titel: Publiceren Performed votes Nummer: 4.01 Datum: 24 april 2008 Doel Het publiceren van een bestand met alle uitgebrachte stemmen. Toepassing

Nadere informatie

Beoordeling van investeringsvoorstellen

Beoordeling van investeringsvoorstellen Beoordeling van investeringsvoorstellen C2010 1 Beoordeling van investeringsvoorstellen Ir. drs. M. M. J. Latten 1. Inleiding C2010 3 2. De onderneming C2010 3 3. Investeringen G2010 3 4. Selectiecriteria

Nadere informatie

POLITIEKE PEILING I&O RESEARCH

POLITIEKE PEILING I&O RESEARCH POLITIEKE PEILING I&O RESEARCH Persbericht 1 februari 2016 PVV en VVD gaan virtueel aan kop Op dit moment zou de PVV 27 zetels halen, op de voet gevolgd door de VVD (26 zetels). Rekening houdend met statistische

Nadere informatie

Onderzoek Wet financiering politieke partijen

Onderzoek Wet financiering politieke partijen Onderzoek Wet financiering politieke partijen Consequenties uitbreiding Wfpp naar decentraal niveau Definitief rapport Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Bureau Verkenningen en Onderzoek

Nadere informatie

Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen

Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen Analysenota politieke situatie Centrumgemeenten +30.000 inwoners in Vlaanderen BASISGEGEVENS - de Vlaamse Centrumsteden die minstens 30.000 inwoners tellen (32 in totaal), bepaald volgens het Ruimtelijk

Nadere informatie

Leidse statistieken verkiezing. Provinciale Staten, 7 maart 2007

Leidse statistieken verkiezing. Provinciale Staten, 7 maart 2007 Leidse statistieken verkiezing Provinciale Staten, 7 maart 2007 Deze publicatie is beschikbaar op het internet via de site: www.leiden.nl/verkiezingen Colofon Serie Statistiek 2007/08 Gemeente Leiden Concernstaf

Nadere informatie

Herindelingsverkiezingen

Herindelingsverkiezingen Herindelingsverkiezingen 19 november 2014 Informatie voor politieke partijen Alkmaar, Schermer en Graft-De Rijp Inhoudsopgave Inleiding...2 1. Registreren aanduiding partijen...3 1.1 Registreren nieuwe

Nadere informatie

Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen?

Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen? Welke kandidaten zullen het meest voorkeurstemmen halen? Bart Maddens, Gert-Jan Put en Ine Vanlangenakker Centrum voor Politicologie K.U.Leuven Mei 2010 Op basis van een databestand van 4.481 kandidaatstellingen

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.3 16.3 uur 2 4 Voor dit examen zijn maximaal 87 punten te behalen; het examen bestaat uit 21

Nadere informatie

En de winnaar is. Babs Broekema & Joop van Holsteyn Instituut voor Politieke Wetenschap Universiteit Leiden

En de winnaar is. Babs Broekema & Joop van Holsteyn Instituut voor Politieke Wetenschap Universiteit Leiden En de winnaar is Babs Broekema & Joop van Holsteyn Instituut voor Politieke Wetenschap Universiteit Leiden Nederlandstalig Platform voor Survey Onderzoek (NPSO) Den Haag, 19 mei 2015 EenVandaag Politicus

Nadere informatie

Folkert Buiter 2 oktober 2015

Folkert Buiter 2 oktober 2015 1 Nuchter kijken naar feiten en trends van aardbevingen in Groningen. Een versneld stijgende lijn van het aantal en de kracht van aardbevingen in Groningen. Hoe je ook naar de feitelijke metingen van de

Nadere informatie

Opkomst en stemgedrag van Amsterdammers met een migratie-achtergrond tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014

Opkomst en stemgedrag van Amsterdammers met een migratie-achtergrond tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 Opkomst en stemgedrag van Amsterdammers met een migratie-achtergrond tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 Maria Kranendonk, Laure Michon, Hannah Schwarz & Floris Vermeulen 2014 IMES Report

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Postbus 20011 2500 EA Den Haag

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Postbus 20011 2500 EA Den Haag De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onderwerp Advies inzake de wijziging van het Kiesbesluit in verband met de invoering van het stemmen met

Nadere informatie

HET REFERENDUM OVER DE ASSOCIATIE- OVEREENKOMST MET OEKRAÏNE

HET REFERENDUM OVER DE ASSOCIATIE- OVEREENKOMST MET OEKRAÏNE Rapport HET REFERENDUM OVER DE ASSOCIATIE- OVEREENKOMST MET OEKRAÏNE Onderzoek I&O Research Maart 2016 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede Datum Maart

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1 compex vwo 2007-I

Eindexamen wiskunde A1 compex vwo 2007-I IQ Een maat voor iemands intelligentie is het zogenaamde IQ (Intelligentie Quotiënt). Hoe intelligenter een persoon is, hoe hoger zijn/haar IQ is. Het IQ is bij benadering normaal verdeeld. In deze opgave

Nadere informatie

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Verkiezingen van de ondernemingsraden

Verkiezingen van de ondernemingsraden Verkiezingen van de ondernemingsraden 1. Verkiesbaar/kiesgerechtigd? De ondernemingsraad heeft in zijn reglement bepaald hoe lang medewerkers in de onderneming werkzaam moeten zijn geweest voordat zij

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

eisen voor programmatuur die gebruikt wordt bij de berekening van de uitslag van verkiezingen die vallen onder de werking van de Kieswet

eisen voor programmatuur die gebruikt wordt bij de berekening van de uitslag van verkiezingen die vallen onder de werking van de Kieswet Datum 9 april 2008 Ons kenmerk BPR2008/U52926 Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Onderdeel DGKB/BPR Inlichtingen T F Uw kenmerk Onderwerp eisen voor

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT MEDEZEGGENSCHAPSRAAD. obs t Kofschip Papendrecht. Versie datum: Januari 2015 Inhoudsopgave

HUISHOUDELIJK REGLEMENT MEDEZEGGENSCHAPSRAAD. obs t Kofschip Papendrecht. Versie datum: Januari 2015 Inhoudsopgave HUISHOUDELIJK REGLEMENT MEDEZEGGENSCHAPSRAAD obs t Kofschip Papendrecht Versie datum: Januari 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doelstelling 3. De MR leden 3.1. bezetting 3.2. zittingstermijn 3.3. kandidaatstelling

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1

Examen VWO. wiskunde A1 wiskunde A1 Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 22 juni 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen. Voor

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN HELMOND

GEMEENTERAAD VAN HELMOND GEMEENTERAAD VAN HELMOND Vergadering 3 oktober 2006, agendapunt 10 Onderwerp : Stemmen in een willekeurig stembureau Raadsvoorstel : 126 B&W vergadering : 5 september 2006 Dienst / afdeling : SE.STW Aan

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I Examenresultaten Voor de invoering van de tweede fase bestonden de vakken wiskunde A en wiskunde B. In 2 werden deze vakken voor het laatst op alle VWO-scholen geëxamineerd. Bij het Centraal Examen wiskunde

Nadere informatie

Ontwikkeling politieke voorkeur in 2015

Ontwikkeling politieke voorkeur in 2015 Een politiek systeem in ontbinding De peiling van vandaag laat zien in welke bijzondere electorale situatie Nederland eind 2015 is beland. Deze resultaten kunnen geplaatst worden in het verlengde van het

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 18 juni 13.3 16.3 uur 2 3 Voor dit examen zijn maximaal zijn 88 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2 Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2 2.4.1 Basis Verhoudingen 1 13 cm : 390 km, dat is 13 cm : 390.000 m. Dat komt overeen met 13 cm : 39.000.000 cm en dat is te vereenvoudigen tot 1 : 3.000.000. 2 De schaal

Nadere informatie

Jongeren en politiek

Jongeren en politiek Jongeren en politiek WERKDOCUMENT Steven Poppelaars MSc. dr. Esther Jakobs Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL Amsterdam 1000 AR Amsterdam Tel 020 251 0406 Fax 020 251 0444 s.poppelaars@os.amsterdam.nl

Nadere informatie

Statiegeld tegen zwerfafval

Statiegeld tegen zwerfafval Grote Bickersstraat 74 113 KS Amsterdam Postbus 247 1 AE Amsterdam t 2 522 54 44 f 2 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Tabellenrapport Statiegeld tegen zwerfafval Publieke opinie over zwerfafval

Nadere informatie

Artikel 9.34 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek

Artikel 9.34 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek INHOUD Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 KIESREGLEMENT UNIVERSITEITSRAAD UNIVERSITEIT UTRECHT Algemeen Centraal stembureau Kiesrecht Kandidaatstelling

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde C vwo 2011 - I

Eindexamen wiskunde C vwo 2011 - I Autobanden De meeste personenauto s hebben 4 banden. Als een auto 1160 kg zwaar is, moet elke band 290 kg dragen. Van een auto die bijvoorbeeld 1800 kg zwaar is, moet elke band 450 kg dragen. Een zwaardere

Nadere informatie

Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Staten van Amerika Staten en kiesstelsels Verenigde Staten van Amerika In de dossiers op de website van ProDemos wordt vooral aandacht besteed aan de staatsstructuren en kiesstelsels van Europese landen. Maar vanwege het

Nadere informatie

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum), Directie

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 23 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Eigen risico dragen voor de WGA vaak financieel aantrekkelijk

Eigen risico dragen voor de WGA vaak financieel aantrekkelijk Binnenkort voert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal veranderingen door in de wijze waarop de WGA wordt gefinancierd. Deze wijzigingen maken het voor zorginstellingen aantrekkelijker

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

REGLEMENT VAN DE OUDERRAAD VAN DE BERNADETTE MARIA SCHOOL (BMS) DELFT DEFINITIES

REGLEMENT VAN DE OUDERRAAD VAN DE BERNADETTE MARIA SCHOOL (BMS) DELFT DEFINITIES REGLEMENT VAN DE OUDERRAAD VAN DE BERNADETTE MARIA SCHOOL (BMS) DELFT DEFINITIES Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: a. school: Bernadette Maria School te Delft; b. ouders: de ouders, voogden

Nadere informatie

9 december 2014. Onderzoek: Erkenning Palestijnse staat

9 december 2014. Onderzoek: Erkenning Palestijnse staat 9 december 2014 Onderzoek: Erkenning Palestijnse staat Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 40.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online

Nadere informatie

Nordrhein-Westfalen Rheinland-Pfalz. Schleswig-Holstein

Nordrhein-Westfalen Rheinland-Pfalz. Schleswig-Holstein Staten en kiesstelsels Duitsland De Bondsrepubliek Duitsland is, evenals België, een federale staat. Maar tussen beide federaties bestaan grote verschillen. Voor de verkiezing van het parlement hebben

Nadere informatie

Gemengde kiesstelsels

Gemengde kiesstelsels Gemengde kiesstelsels Achtergrondstudie ten behoeve van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Prof.mr. H.R.B.M. Kummeling Dr. H. van der Kolk mw. M. Lourijsen Utrecht/Enschede 2004

Nadere informatie

MEER PARKEREN VOOR MINDER. Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade

MEER PARKEREN VOOR MINDER. Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade MEER PARKEREN VOOR MINDER Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade 19 November 2010 1 Werkwijzer bij de voorronde opdracht van de Wiskunde A-lympiade 2010/2011 Deze Wiskunde A-lympiade opdracht

Nadere informatie

Met één stem meer keus Advies van het Burgerforum Kiesstelsel over het toekomstige kiesstelsel

Met één stem meer keus Advies van het Burgerforum Kiesstelsel over het toekomstige kiesstelsel Met één stem meer keus Advies van het Burgerforum Kiesstelsel over het toekomstige kiesstelsel Als leden van het Burgerforum Kiesstelsel presenteren wij met trots ons advies over een van de pijlers van

Nadere informatie

SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname

SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname SESOS Stichting Enquête Statistiek en Onderzoek Suriname Uitslag opiniepeiling Suriname maart / april 2013 www.sesos.org www.sesos.org info: info@sesos.org Voorwoord: SESOS opiniepeiling maart / april

Nadere informatie