Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken (AMV) AMV / maart Discussiepaper Leven lang leren. Vooraf

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken (AMV) AMV /1090. 26 maart 2015. Discussiepaper Leven lang leren. Vooraf"

Transcriptie

1 Commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken (AMV) AMV / maart 2015 Discussiepaper Leven lang leren Vooraf De SER-commissie Arbeidsmarkt- en onderwijsvraagstukken is een Verkenning leren in de toekomst gestart. Met deze Verkenning wil de SER een bijdrage leveren aan het debat over veranderingen op de arbeidsmarkt onder invloed van onder meer technologische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor het leren in verschillende levensfasen 1. De Verkenning richt zich op drie samenhangende thema s: Skills van de toekomst Leven lang leren Samenwerking onderwijs - bedrijfsleven Het eerste onderwerp Skills van de toekomst is aan de orde geweest tijdens een bijeenkomst op 19 februari jl. Een verslag van deze bijeenkomst is beschikbaar en aan de deelnemers gestuurd. Dit discussiepaper is geschreven voor een besloten bijeenkomst over het tweede thema: een Leven lang leren op 30 maart Tijdens deze bijeenkomst gaan commissieleden aan dialoogtafels in gesprek met experts, onderwijsprofessionals en bedrijven 2. Het paper bevat achtergrondinformatie over verschillende thema s die bij het gesprek aan de dialoogtafels aan de orde kunnen komen. Op de laatste pagina staan vragen die behulpzaam kunnen zijn bij de dialoogsessies. Het derde onderwerp Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven staat centraal tijdens een bijeenkomst op 12 mei a.s. van uur (aanvankelijk was die bijeenkomst gepland op 9 april). Wie zich hier nog voor wil aanmelden kan dat doen bij 1 2 Het kabinet heeft de SER per brief van 9 oktober 2014 geïnformeerd over onderwerpen waarvan verwacht wordt dat deze in 2015 tot een adviesaanvraag aan de SER kunnen leiden. De Verkenning is bedoeld om hierop te anticiperen en input voor mogelijke adviezen te verkrijgen. Wie interesse heeft om ook de bijeenkomst over samenwerking bij te wonen en zich daar nog niet voor heeft aangemeld, wordt verzocht dat z.s.m. te doen bij

2 2 1. Introductie op een leven lang leren Waarom Een leven lang leren staat inmiddels al lange tijd op de beleidsagenda. De reden daarvoor is het belang van het up to date houden van de beroepsbevolking, zeker nu de snelheid van ontwikkelingen met name in de technologie exponentieel toeneemt. Door deze snelle ontwikkelingen verouderen de bestaande kennis en vaardigheden ook snel. Voor zowel de economie als geheel (productiviteit) als voor bedrijven (concurrentiepositie) en voor werkenden (arbeidsmarktperspectief) is van belang dat de bestaande kennis steeds vernieuwd wordt om aansluiting te behouden bij de nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden. Door de snelle ontwikkelingen zijn de opgedane kennis en vaardigheden uit het initiële onderwijs (voor een deel) sneller verouderd dan vroeger. Bijscholing is dan ook al vrij snel na het verlaten van het initiële onderwijs aan de orde. Daarnaast strekt het leven lang leren zich ook naar hogere leeftijden uit door de recente verhoging van de pensioenleeftijd. Kabinetsbrief over Leven lang leren Eind oktober 2014 stuurde het kabinet een brief naar de Tweede Kamer die als volgt begint: Leven lang leren is voor het kabinet de komende jaren een speerpunt. Meer dan ooit is er behoefte aan voortdurende bij-, om- en opscholing. Deze behoefte zal alleen maar verder toenemen in de toekomst. De brief van het kabinet over een leven lang leren bevat tevens de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Rinnooy Kan Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen. In de brief constateert het kabinet een toenemende urgentie en tegelijkertijd een stagnerende deelname aan volwassenenonderwijs 3. Uit de LLL-impasse? Onder deze kop gaat Science Guide bij het verschijnen van de brief van het kabinet over een leven lang leren in op de impasse die zou heersen rond leven lang leren. [Minister-president] Rutte wil een doorbraak in de hardnekkige impasse rond een leven lang leren en de ministers Bussemaker en Asscher pogen [met de brief] een eind te maken aan de impasse die het thema leven lang leren jaren lang in zijn greep hield 4. Impasse is voor velen het beeld dat bij leven lang leren hoort. Inmiddels twee tot drie decennia onderwerp van beleid zowel nationaal als bij EU en OECD maar, volgens velen, nog steeds meer woorden dan daden. Vandaar dat LLL door sommigen gelezen wordt als een leven lang leuteren. Volgens Golsteyn (2012) is het beeld dat er niets gebeurd en niets bereikt wordt op het terrein van een leven lang leren echter niet terecht. De beleidswereld heeft de afgelopen jaren een concrete invulling gegeven aan veel adviezen en veel van de inspanningen zijn effectief geweest. Het idee dat er in de afgelopen jaren meer wordt gepraat over leven lang leren dan dat er daadwerkelijk gebeurt op dit terrein lijkt dan ook onterecht. In zoverre dat dit idee gevoed is door de stabiliteit van de leven lang leren maatstaf stelt dit rapport als tegenargument dat deze maatstaf belangrijke aspecten van een leven lang leren informeel leren onvoldoende oppikt en dat deze aspecten van leven lang leren met het huidige beleid wel worden gestimuleerd. 5 Het in de brief van het kabinet verwoorde beleid richt zich vooral op het verbeteren en aantrekkelijker maken van het (formele) onderwijs voor volwassenen en is daarmee 3 4 Tweede Kamer, vergaderjaar , nr. 41, Leven lang leren. Zie ook het conceptverslag van een algemeen overleg over Een leven lang leren d.d. 21 januari Science Guide, Uit de LLL-impasse, dd 31 oktober 2014.

3 3 sterk op de aanbodzijde gericht. Zo kunnen hbo-deeltijdstudenten in zorg, welzijn en techniek vouchers krijgen waarmee ze een (deel van een) studie kunnen inkopen. Verder worden hbo- en mbo-opleidingen geacht meer maatwerk te leveren voor hun deeltijdstudenten en moet het makkelijker worden om kennis en vaardigheden die een werknemer al heeft officieel te erkennen. In het mbo wil het kabinet het mogelijk maken om certificaten te halen voor een deel van de opleiding. Focus op vraagzijde Bij leven lang leren kan onderscheid gemaakt worden naar de vraagzijde (dat wil zeggen de behoefte aan scholing en opleiding van individuen en bedrijven) en naar de aanbodzijde (dat wil zeggen de aanbieders van opleidingen en cursussen). Het kabinet richt zich in zijn brief vooral op de vraagzijde en hoe daarin meer flexibiliteit en maatwerk te realiseren. In de bijeenkomst op 30 maart ligt de nadruk op de vraagzijde. Dit hangt onder meer samen met de kabinetsbrief met mogelijke adviesaanvragen die de SER op 1 oktober jl. heeft ontvangen. Daarin geeft het kabinet aan vooral geïnteresseerd te zijn in oplossingsrichtingen voor de problematiek aan de vraagzijde. Enige geschiedenis Lifelong learning is op de kaart gezet door het rapport Lifelong Learning for all van de OECD (1996). In dat jaar verscheen ook het rapport Learning the treasure within van de UNESCO. Nederland reageerde met Het Nationaal Actieprogramma: een leven lang leren (OCenW, 1998). In 2000 riep de Europese Commissie een leven lang leren uit tot speerpunt van beleid met de nota A Memorandum for Lifelong Learning. Dit paste in de Lissabondoelstellingen om van de EU een sterke kenniseconomie te maken 6. Het begrip leven lang leren, eerder ook wel education permanente genoemd, kent een (veel) langere geschiedenis, maar de huidige invulling en discussie gaat terug op deze rapporten. In Nederland is wat betreft de inhoud van leven lang leren de nadruk, meer dan bij OECD en EU, sterk gelegd op employability i.c. de arbeidsmarkt 7. Ook de SER en de Stichting van de Arbeid hebben in het verleden aandacht besteed aan leven lang leren (zie kader) Bart Golsteyn (2012) Waarom groeit leven lang leren in Nederland niet sterker ondanks de vele adviezen erover? In opdracht van de Onderwijsraad. Zie p. 62. Zie ook: Europese Commissie (2001) Mededeling van de commissie: Een Europese ruimte voor levenslang leren realiseren, COM(2001) 678 definitief Zie bijv. T. van Dellen (2011) Lifelong learning in Nederland: wat is het en waarom? In Handboek effectief Opleiden, september Het belang van scholing voor de arbeidsmarkt wordt door EU en OECD natuurlijk wel onderkend. Zie bijv. OECD (2014) Skills Beyond School. In haar werkprogramma 2015 stelt de Europese Commissie: De lidstaten worden geconfronteerd met de zware uitdaging meer mensen aan het werk te krijgen en ervoor te zorgen dat de arbeidskrachten over de nodige vaardigheden beschikken om zich verder te ontwikkelen en zich aan te passen aan de jobs van de toekomst. De Commissie zal een pakket maatregelen voorstellen ter ondersteuning van deze inspanningen om de integratie op de arbeidsmarkt en het verwerven van vaardigheden te bevorderen.

4 4 SER en Stichting van de Arbeid over leven lang leren De StvdA al in 1996 met Werken aan je werkkring, in 1998 met Een leven lang lerend werken en in 2001 met Werk maken van employabilitybeleid. Recent met bijvoorbeeld Aanpak laaggeletterdheid in bedrijven (2014) en Intersectorale samenwerking tussen scholingsfondsen (2015). De SER heeft in 2001 het advies Het nieuwe leren: advies over een leven lang leren in de kenniseconomie uitgebracht. Het meest recente advies op dit terrein is Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt (2012) 8. Ook kan gewezen worden op het recente SERadvies Werkloosheid voorkomen, beperken en goed verzekeren: Een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur en Werkloosheidswet (2015) waarin scholing met name aan de orde komt in relatie tot Van werk naar werk-trajecten. In het SER/Cie SEA Onderzoeksrapport Verhogen maatschappelijke welvaart via arbeidsinzet en arbeidsproductiviteit (maart 2015)wordt de rol van scholing/leven lang leren bezien in relatie tot de arbeidsproductiviteit, wordt een korte analyse gegeven en worden ook elementen benoemd die leiden tot onderinvestering in scholing. Wat is leven lang leren De Europese Commissie heeft lifelong learning in 2000 als volgt gedefinieerd: Alle activiteiten die gedurende het hele leven ontplooid worden om kennis, vaardigheden en competenties vanuit een persoonlijk, burgerlijk, sociaal en/of werkgelegenheidsperspectief te verbeteren. 9. Het gaat daarbij om formele en non-formele leeractiviteiten zoals opleidingen en cursussen bij scholen en opleidingsinstituten maar ook informele leeractiviteiten zoals leren tijdens het werken. Onderscheid tussen formeel, non-formeel en informeel onderwijs/leren Formeel onderwijs: Cursorisch onderwijs dat opleidt voor een door de overheid erkend diploma of certificaat. Non-formeel onderwijs: Cursorisch onderwijs dat niet opleidt voor een door de overheid erkend diploma of certificaat. Het kan wel opleiden voor een door een branche of beroepsgroep erkend diploma of certificaat. Informeel onderwijs: Ervaringsleren, learning by doing, learning on the job. De Onderwijsraad heeft een leven lang leren meer geconcretiseerd en kent er vier basisfuncties aan toe: reparatie: wie geen opleiding heeft gevolgd op jonge leeftijd, moet dat later kunnen inhalen; wisseling in loopbaan: wie er pas op latere leeftijd achter komt dat hij iets anders wil doen of talenten ontdekt, moet een opleiding kunnen volgen om een switch te maken; bij de tijd blijven en vooruitkomen in de samenleving: volwassenen moeten hun kennis en competenties actueel kunnen houden om zo hun arbeidsmarktpositie op peil te houden en te werken aan verbetering van hun positie; sociaal-culturele en persoonlijke functie: mensen leren niet alleen voor hun arbeidsloopbaan, maar ook om zich in algemene zin te blijven ontwikkelen. 8 9 Voor een overzicht van alle verschenen nota s, rapporten en adviezen zie Bart Golsteyn (2012) Waarom groeit leven lang leren in Nederland niet streker ondanks de vele adviezen erover?. Voor StvdA en SER zie en Europese Commissie (2000) Memorandum for Lifelong Learning.

5 5 Bij het meten van een leven lang leren beperkt men zich vaak tot het meten van postinitieel onderwijs deeltijdopleidingen, cursussen en voltijdopleidingen voor zo ver die (ruim) na de schoolloopbaan worden gevolgd omdat dit makkelijker is te meten dan de mate waarin men leert op het werk 10 (zie ook hierna). Beleidsaandacht In het beleid (zie onder andere de genoemde brief van het kabinet over leven lang leren) ligt de focus in belangrijke mate op het formele onderwijs. De reden daarvoor zal zijn dat de overheid daar erkenning en bekostiging als (directe) instrumenten beschikbaar heeft. Bij non-formeel onderwijs en informeel leren ontbreken dergelijke instrumenten. Daar komt bij dat de verantwoordelijkheid voor leven lang leren in relatie tot de arbeidsmarkt (scholing van werkenden) in belangrijke mate als verantwoordelijkheid gezien wordt van werkgevers en werkenden, zowel wat betreft de organisatie als de financiering Kwalificatieveroudering 12 Leven lang leren is er op gericht om kennis en vaardigheden up to date te houden of in andere woorden om de veroudering van kwalificaties tegen te gaan. Die veroudering kan verschillende oorzaken hebben, gelegen in de persoon en/of in de arbeidsomgeving, en kan daarmee ook verschillende gevolgen hebben. De aard van de veroudering zal ook van invloed zijn op de mogelijkheden en de strategie om de veroudering tegen te gaan. In hoeverre is er sprake van veroudering? In 2012 ervaart 60 procent van de werknemers dat de fit tussen wat mensen kunnen en kennen en datgene wat ze voor hun werk zouden moeten kunnen en kennen als goed. Eén op de drie voelt zich onderbenut, 5 procent voelt zich overvraagd 13. Vooral jongeren ervaren een misfit. In dit verband kan er ook op gewezen worden dat volgens cijfers van het CBS het opleidingsniveau van de beroepsbevolking hoger is dan het opleidingsniveau zoals dat hoort bij de aanwezige banen 14. Ook is het de afgelopen jaren zo dat een groeiend deel van de hogeropgeleiden (hbo, wo) een baan accepteren onder hun niveau 15. Van de ondervraagde voltijds werkenden van jaar ervaart 75 procent enige mate van veroudering van eerder geleerde kennis en vaardigheden. De groep geeft aan te beschikken over relatief veel verouderde kennis en vaardigheden. Daarbij is er weinig verschil naar opleidingsniveau. Kwalificatieveroudering wordt derhalve breed ervaren. Vormen van kwalificatieveroudering Slijtage: als gevolg van natuurlijk ouderwordingsproces, verminderde fysieke of mentale belastbaarheid. Van alle werkgevers ervaart 40 procent slijtage bij werknemers. Van de 10 Bart Golsteyn (2012) Waarom groeit leven lang leren in Nederland niet sterker ondanks de vele adviezen erover? Onderwijsraad. 11 SER (2012) Werk maken van scholing, p. 84, Deze paragraaf is in belangrijke mate gebaseerd op: Jos Sanders en Karolus Kraan (2013) Kwalificatieveroudering in Nederland; aard en omvang, oorzaken en gevolgen, TNO. 13 Deze uitkomst is conform die van 2010 en CBS, Statline 15 Zie bijv. SEO (2014) Studie & werk 2014, Hbo ers en academici va afstudeerjaar 2011/12 op de arbeidsmarkt.

6 6 werknemers van ervaart 25 procent slijtage. Mogelijke oorzaak: hoge fysieke of psychische belasting. Mogelijke gevolgen: baanonzekerheid, afnemend perspectief/employability, baanontevredenheid. Atrofie: wordt veroorzaakt doordat bepaalde kwalificaties lange tijd niet worden gebruikt. Vraagt opfrissing. Ongeveer 25 procent werknemers ervaart atrofie, vooral in de groep jarigen). Economische kwalificatie veroudering. Daarbij kunnen drie vormen worden onderscheiden, te weten: Functie-inhoudelijk betreft waardedaling human capital door verandering in functie en daaraan gekoppelde vraag naar nieuwe of andere kwalificaties en minder vraag naar oude kwalificaties. Veroudering door marktontwikkeling betreft een waardedaling van human capital door verschuivingen in de werkgelegenheidsstructuur. Bedrijfsspecifieke veroudering betreft een waardedaling als gevolg van verandering van werkgever waardoor een deel van de oude kwalificaties hun waarde verliezen (bedrijfsspecifiek, bedrijfscultuur). Van de werknemers geeft 40 procent aan functie-inhoudelijke kwalificatieveroudering te ervaren, waarbij de groep jaar relatief veel veroudering ervaart. Mogelijke oorzaken: technologische en organisatorische vernieuwingen. Er blijkt geen relatie tussen economische kwalificatieveroudering en taakcomplexiteit, opleiding, verblijfsduur, leeftijd bedrijfsomvang, en type contract. Gevolgen: baanonzekerheid, afname kwaliteit geleverde werk, daling ervaren gezondheid, daling employability, afname baantevredenheid. Perspectivistische kwalificatieveroudering: veroudering van iemands perspectief en visie op ontwikkeling in arbeid en beroep. Ongeveer 50 procent van alle werkgevers geeft aan werknemers in dienst te hebben die vastzitten aan verouderde denkpatronen over hun werk en /of de omgang met klanten. Een mogelijke oorzaak blijkt gebrek aan bijscholing. Werknemers van jaar ervaren deze vorm van veroudering minder dan jongere werknemers. Gevolgen: mogelijk laag salaris, geen relatie met productiviteit of baanonzekerheid. Samenvattend Op basis van het bovenstaande lijkt veroudering van kwalificaties vooral veroorzaakt te worden door economische c.q functie-inhoudelijke veroudering en door vastzitten in verouderde denkpatronen. Ook atrofie (het niet gebruiken van kwalificaties) speelt een belangrijke rol zeker als men bedenkt dat een op de drie werknemers zich onderbenut voelt en dat deze onderbenutting het gevaar met zich brengt dat het menselijke kapitaal dat niet wordt gebruikt geleidelijk haar waarde verliest (atrofie). Het belang van (fysieke) duurzame inzetbaarheid wordt benadrukt door de ervaren slijtage. 3. Wat doen we aan leven lang leren en wie doen dat De stand van zaken met betrekking tot een leven lang leren/scholing wordt in dit hoofdstuk geschetst aan de hand van gegevens van SCP (Aanbod van Arbeid 2014, periode ) 16 en ROA (Werken en leren in Nederland,periode ) SCP (2015) Aanbod van Arbeid 2014, Arbeidsdeelname, flexibilisering en duurzame inzetbaarheid. 17 ROA (2014) Werken en leren in Nederland, ROA-R-2014/3.

7 7 Een opvallende eerste uitkomst (SCP) is dat de meeste werknemers ontkennend antwoorden op de vraag of ze ten aanzien van hun kennis en vaardigheden problemen ervaren bij de uitoefening van hun functie. Slechts 5 procent ervaart een tekort. Hier lijkt spanning met de ervaren kwalificatieveroudering (zie vorige paragraaf). Formeel en non-formeel Uit de rapporten blijkt dat met betrekking tot scholing (formeel en non-formeel): 4 à 5 op de 10 werkenden in de afgelopen 2 jaar een opleiding of training hebben gevolgd. Het aandeel schommelt wel iets over de jaren maar laat geen duidelijke veranderingen zien. Wel is de duur van de cursussen teruggelopen van gemiddeld 25 uur (2004) naar 21 uur (2013) per cursus. Hoger opgeleiden meer deelnemen dan lager opgeleiden. Dit verschil is in de periode groter geworden. Dit geldt ook voor het verschil in cursusduur tussen deze groepen. Groepen met een zwakke arbeidsmarktpositie (ouderen, laagopgeleiden, flexwerkers en mensen met een slechte gezondheid) de minste scholing ontvangen. De scholing van tijdelijke werknemers lijkt af te nemen. Er verschillen zijn naar sector. Zorg (48%), onderwijs (48), overheid (50) en ook zakelijke diensten (44) kennen een relatief hoog scholingsaandeel. Handel (26), Transport (30) en Industrie (31) kennen de laagste aandelen. De verschillen tussen de sectoren zijn vrij constant. De meeste scholing wordt door de werkgever betaald (80 à 85 procent). Voor vaste werknemers vaker dan voor anderen. Van de opleidingskosten van personeel wordt ongeveer een vijfde gefinancierd door sectorfondsen/o&ofondsen 18. Ongeveer de helft van de werkenden volgt de opleiding volledig (27 procent) of gedeeltelijk (24 procent) in de eigen tijd. Alhoewel de cursussen vooral bedrijfs- of branchespecifiek zijn verwacht ruim 40 procent van de deelnemers dat de opgedane kennis ook buiten de branche bruikbaar is. Informeel leren In het rapport van het ROA worden ook cijfers gepresenteerd over het informele leren (leren op de werkplaats). Een vorm van informeel leren is dat cursusdeelnemers de opgedane kennis doorgeven aan collega s. Dit geldt voor ongeveer 50 procent van de cursusdeelnemers. Verder blijkt dat werkenden 35 procent van hun werktijd (2013) besteden aan werkzaamheden waarvan zij leren. Dit is aanzienlijk meer dan de jaren daarvoor (2007 = 28 procent). De stijging komt vooral door de toename van informeel leren bij middelbaar opgeleiden. Hoogopgeleiden besteden een groter deel van hun werktijd aan informeel leren (38 procent) dan middelbaar (35) en laagopgeleiden (26). Er is geen verschil in leerrendement tussen formeel en informeel leren: gemiddeld leren werkenden ongeveer evenveel per uur formeel leren als in een uur dat ze informeel op hun werk leren. De complexiteit van de functie en het aantal kerntaken zijn bepalend voor het leren op het werk en de bereidheid scholing te volgen (zie kader). Informeel leren Gemiddeld besteden mensen 30 procent van hun werktijd aan taken waarvan geleerd kan 18 ECBO (2013) Sectorfondsen voor opleiding en ontwikkeling: van pepernoten naar spekkoek, Vierde meting van de Monitor O&O-fondsen, p. 29.

8 8 worden, hoogopgeleiden meer laagopgeleiden minder. Werknemers aan het begin van hun werkzame leven ongeveer 40 procent en dit aandeel daalt gestaag tot 20 procent en tot 10 vlak voor pensionering. Voor hoogopgeleiden is de daling minder dan voor laagopgeleiden. Dit hangt ermee samen dat de taken van hoger opgeleiden complexer zijn en om meer bijleren vragen. Taken kunnen verdeeld worden in kerntaken en bijtaken. Het blijkt dat mensen met meer kerntaken meer leren op hun werk. Werknemers in Nederland lijken minder te leren naarmate ze ouder worden omdat ze minder vaak taken uitvoeren die ze in staat stellen te leren. Daarnaast neemt de ontwikkeling van vaardigheden over de levensloop af, bij hoogopgeleiden meer dan bij laagopgeleiden. Werknemers met relatief meer kerntaken zijn meer bereid om een cursus of een training te volgen. Bron: Nicole Bosch e.a. ((2013) Leren, vaardigheden en de bereidheid om te investeren, in: Bas ter Weel, Suzanne Kok (2013) De Nederlandse arbeidsmarkt in taken, CPB. Deelname naar groep en contract Eerder is al aangegeven dat er verschil in deelname is naar groep (oud, hoogopgeleid). Waarbij ouderen minder deelnemen dan de andere groepen en hoogopgeleid meer dan laagopgeleid. De scholingsdeelname van ouderen is de afgelopen jaren wel gestegen. Bij ouderen vindt de scholing vaker plaats op initiatief van de werkgever en is deze vaker gericht op hun huidige baan. Daarnaast is er ook verschil in deelname naar contractvorm. Het blijkt dat werkenden met een vast contract significant meer trainingen volgen dan flexibele arbeidskrachten (die voor een groot deel jong zijn) en zzp ers. Bij werknemers met een vast contract is de deelname bijna 60 procent, bij flex (tijdelijk contract zonder uitzicht op vast) bijna 30 procent. Werkenden met een vast contract volgen vaak een cursus omdat op hun werk een nieuwe manier van werken is geïntroduceerd. Flex-werkers nemen vooral deel om de kans op werk en op een vast contract te vergroten. Zzp ers doen vaker aan zelfstudie en besteden daar meer tijd aan dan werkenden in loondienst. Bij vaste werknemers betaalt de werkgever vaker de opleiding. De verschillen tussen vast en flex zijn bij informeel leren aanzienlijk kleiner dan bij het formele en non-formele leren (cursusdeelname) 19. Leercultuur Lager opgeleiden nemen minder deel aan scholing dan middelbaar en hoger opgeleiden. Hiervoor worden in de onderzoeksliteratuur verschillende verklaringen aangevoerd. Een van de verklaringen is dat voor lager opgeleiden de behoefte aan bijscholing minder groot is dan voor hoger opgeleiden. Zo hebben lager opgeleiden in mindere mate te maken hebben met grote veranderingen in hun werkomgeving. Daar staat tegenover dat laagopgeleiden significant meer moeite hebben met het bijbenen van veranderingen in de inhoud van het werk dan middelbaar en hoger opgeleiden, een verschil dat er niet blijkt te zijn tussen jongeren en ouderen 20. Een andere verklaring voor een lagere scholingsdeelname betreft een (verwacht) lager rendement voor werkgever en/of werkenden. Uit onderzoek blijkt echter dat de rendementen voor laagopgeleiden niet anders zijn dan die voor andere opleidingsgroepen. Het verschil kan wel verklaard worden uit een geringere motivatie om deel te nemen aan scholing. Dit hangt samen met het gepercipieerde nut van de scholing, examenangst en met het feit dat men in de eigen tijd liever iets anders 19 Internationaal onderzoek geeft de indicatie dat bij tijdelijke contracten de kans op on-the-job-trainig met 8 tot 16 procent punten afneemt (gemiddelde kans is 44%). Antonio Cabrales c.s. (2014) Temporary contracts are bad for your cognitive health: Evidence from PIAAC, 20 Borghans e.a. (2011) Een leven lang leren in Nederland, ROA, p. 18.

9 9 doet dan zich scholen. Maar ook kan meespelen dat met laagopgeleiden minder vaak functionerings- en ontwikkelingsgesprekken worden gevoerd. De geringere deelname aan formele scholing wordt niet gecompenseerd door meer informele scholing on the job. Integendeel, lager opgeleiden blijken ook minder informeel te leren dan hoger opgeleiden 21. In een advies van het (inmiddels niet meer bestaande) RWI over scholing van laagopgeleiden wordt werkgevers geadviseerd hen te helpen door te investeren in informeel leren en een scholingsaanbod op maat (EVC, zie hierna) en door duidelijk te zijn over de vereiste kennis en vaardigheden en het belang van scholing en verdere ontwikkeling. Leidinggevenden spelen daarbij een belangrijke rol 22. Bevindingen over scholing/leven lang leren Met betrekking tot de deelname aan scholing constateert het SCP dat mensen die tijdens een meting scholing volgden een grotere kans hebben dat ook te doen in de daaropvolgende meting. Het SCP suggereert de mogelijkheid van een tweedeling tussen mensen die structureel wel en structureel geen scholing volgen. Daarnaast constateert het SCP dat werknemers die van functie of werkgever zijn veranderd, vaker scholing volgen. Het omgekeerde komt minder voor: scholing heeft nauwelijks invloed op (opwaartse) mobiliteit. Het SCP constateert dat de veronderstelling dat scholing leidt tot meer arbeidsmobiliteit niet door [hun] gegevens wordt ondersteund. Zij concluderen dat het effect van mobiliteit op scholing veel groter is dan omgekeerd. Het informele leren tijdens het werk vormt voor de meeste werkenden veruit de belangrijkste bron van nieuwe kennis en vaardigheden. Werknemers besteden immers veel meer uren aan leren tijdens hun werk dan aan het volgen van cursussen of trainingen en het rendement van beide vormen van leren gelijk is. 21 D. Fouarge e.a. (2010) Prikkels voor postinitiële scholing van laagopgeleiden, ECBO/ROA 22 RWI (2011) We worden er beiden beter van.

10 10 Samengevat 40 à 50% van de werkenden heeft de afgelopen 2 jaar een cursus of training gevolgd. De meeste scholing wordt door de werkgever betaald (80 à 90%) Ouderen, laagopgeleiden, flexwerkers ontvangen de minste scholing. Er lijkt een tweedeling te zijn tussen mensen die wel en die geen scholing volgen. Het effect van mobiliteit op scholing is veel groter dan omgekeerd. Bijna 50% van de cursusdeelnemers draagt de opgedane kennis over aan collega s. Werkenden besteden 35% van hun werktijd aan werkzaamheden waarvan zij leren. Het informele leren tijdens het werk vormt voor de meeste werkenden veruit de belangrijkste bron van nieuwe kennis en vaardigheden. Complexiteit en het aantal kerntaken is bepalend voor informeel leren. De scholingsdeelname van ouderen is toegenomen. De meeste werknemers vinden niet dat ze kennis of vaardigheden tekort komen voor hun functie. 4. Internationaal perspectief De Nederlandse prestaties op het gebied van leven lang leren kunnen niet optimaal geëvalueerd worden zonder ze in internationaal perspectief te plaatsen. Wanneer naar deelname aan leven lang leren in het algemeen wordt gekeken, valt op dat Nederland het relatief goed doet (figuur 1.1.) 23. We bevinden ons aan de bovenkant van de middenmoot. Daarmee scoren we niet alleen beter dan een heel aantal Oost-, Zuid- en Midden-Europese landen, maar ook dan sommige andere West-Europese landen. Zo staan Duitsland, België, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk lager dan wij in de rangorde. Bovendien haalt Nederland reeds de doelstelling van de Europese Commissie van een deelname van 15 procent in Dit gaat voor maar weinig andere landen in de Europese Unie op. Wel is het zo dat de Nederlandse regering de lat voor Nederland hoger heeft gelegd met de doelstelling van 20 procent deelname. Figuur 1.1 Deelname jarigen aan leven lang leren (2013) Bron: European Commission (2014), Education and Training Monitor 2014, p Bij de Eurostat cijfers wordt uitgegaan van een cursus in de afgelopen 4 weken, bij de Nederlandse cijfers (paragraaf 3) wordt uitgegaan van deelname in de afgelopen 2 jaar. De hoge deelname in de Scandinavische landen wordt deels verklaard door statistische aspecten en deels door scholing in het kader van reïntegratie in deze landen (zie bijv. IVA, SEOR (2011), Groeitempo leven lang leren. Een internationale vergelijking).

11 11 Deze relatief sterke positie behoudt Nederland als afzonderlijk wordt gekeken naar deelname aan formeel leren, aan informeel leren en aan beide tegelijkertijd. In figuur 1.2 zijn in dit kader naast Nederland en een aantal andere Europese landen, tevens een aantal niet-europese landen opgenomen. De Nederlandse prestaties zijn met name opvallend wanneer deze worden vergeleken met die van Frankrijk en Japan. Figuur 1.2 Deelname jarigen aan formele en/of non-formele scholing (2012) Bron: OECD (2014), Education at a Glance 2014, pag Net als waar het gaat om deelname in het algemeen en deelname aan afzonderlijke categorieën, gooit Nederland ook hoge ogen wat betreft bekostiging door werkgevers. In Nederland heeft namelijk net als bijvoorbeeld in Finland en Zweden meer dan de helft van de werknemers tijdens de afgelopen 12 maanden scholing genoten die bekostigd werd door de werkgever (figuur 1.3). Het blijkt dat in landen waar relatief meer werknemers training genoten in het voorgaande jaar hadden vaak ook meer dan in andere landen werknemers om training hebben gevraagd maar dit niet hebben gekregen 24. Ook lijkt het dat werknemers in de Noord-Europese landen en Nederland actiever zijn in het vragen om training dan in de andere landen 25. Figuur 1.3 Bekostiging leven lang leren door werkgever, in percentage per land Bron: Eurofound (2012), Fifth European Working Conditions Survey, p Samenvattend: In internationaal perspectief is de Nederlandse positie wat betreft leven lang leren zowel in de EU als in de OECD bovengemiddeld. 24 Bijv. in Nederland is in 50% van de gevallen de scholing door de werkgever bekostigd en heeft 15 procent betaalde scholing gevraagd maar niet gekregen. 25 Eurofound (2012), Fifth European Working Conditions Survey, p. 104.

12 12 5. Human capital theory Een verklaring waarom sommige groepen meer of minder scholing ontvangen is te vinden in de human capital theorie. In deze theorie worden kennis en vaardigheden gezien als menselijk kapitaal. Het volgen van onderwijs en scholing is dan een investering in dat menselijke kapitaal. Dit kapitaal wordt vervolgens omgezet in arbeidsproductiviteit. Investeringen in menselijk kapitaal vinden plaats als deze een voldoende positief rendement opleveren 26. Het rendement van deze investeringen verschilt naar levensfase. Het hoogste rendement wordt behaald in de voorschoolse fase. De hoogte van het rendement neemt af gedurende het initiële onderwijs en daalt verder gedurende de postinitiële fase. De rendementsontwikkeling heeft enerzijds te maken met de resterende levensduur en anderzijds met het feit dat een goede voorschoolse en initiële fase leiden tot hogere opleidingen, meer kapitaal en meer rendement 27. Skill begets skill and learning begets learning Human capital accumulation is a dynamic process. The skills acquired in one stage of the lifecycle affect both the initial conditions and the technology of learning at the next stage. Human capital is produced over the life-cycle by families, schools, and firms. Different stages of the lifecycle are critical to the formation of different types of abilities. When the opportunies for formation of these abilities are missed, remediation is costly, and full remediation is often prohibitively costly. Human capital investment is self-productive and investments at different ages are complementary. Self-productivity and complementarity are the reasons why skill begets skill and learning begets learning. Complementarity this implies that early investments need to be followed by later investments if the early investments are to pay off. Heckman, J.J. [et al.] (2010), Policies that create and destroy human capital in Europe, NBER, p. 4, 36. In het kader van de human capital theorie geldt dat werkgevers zullen investeren in de scholing van hun werknemers als het verwachte rendement van die scholing dat afhankelijk is van kosten en opbrengsten hoger is dan het rendement van alternatieve investeringen 28. Het bedrijf zal voordeel van scholing hebben als de hogere productiviteit van de werknemers niet volledig in een hoger loon wordt omgezet. Voor werknemers geldt volgens deze theorie een min of meer gelijke drijfveer als voor werkgevers om te investeren in hun eigen menselijk kapitaal. Werknemers hebben voordeel van scholing als die leidt tot een hoger loon of een betere arbeidsmarktpositie. In welke verhouding de voordelen van scholing neerslaan bij bedrijf en werknemers, is zowel afhankelijk van de mate waarin de scholing bedrijfsspecifiek is als van de investeringshorizon, de periode waarin de opbrengsten van de scholing kunnen worden genoten. Algemene/bedrijfsspecifieke scholing De literatuur over human capital heeft veel aandacht voor het onderscheid tussen algemene en bedrijfsspecifieke scholing, waarbij wordt benadrukt dat er verschil is 26 Daarbij zij opgemerkt dat de human capital theorie zich vooral richt op de vraag naar scholing (deelname, kosten, rendement) en minder of niet op het aanbod van scholing. 27 Heckman, J.J. [et al.] (2010) Policies that create en destroy human capital in Europe, NBER. 28 Zie Cörvers, F. [et al.] (2011) Labour Market Flexibility in the Netherlands, CPB/ROA, pp. 68, 69.

13 13 tussen scholing die leidt tot een algemene productiviteitsverhoging van werknemers en bedrijfsspecifieke scholing die geen effect zou hebben op de arbeidsproductiviteit als werknemers overstappen naar een ander bedrijf. Algemene scholing is ook bruikbaar voor andere bedrijven en leidt dus tot een verbetering van de marktwaarde van werknemers, waardoor het bedrijf zich niet de gehele productiviteitsstijging van de scholing kan toe-eigenen. Deze oorspronkelijk scherpe scheiding tussen bedrijfsspecifieke en algemene scholing is later afgezwakt. Daarbij wordt er onder andere op gewezen dat scholing bedrijven ook informatie verschaft over de kennis, vaardigheden en mogelijkheden van hun werknemers. Ook wordt wel gewezen op marktimperfecties: als scholing voor meerdere bedrijven bruikbaar is, kunnen bedrijven geschoolde werknemers wegkapen. De vrees voor wegkapen zal leiden tot onderinvesteren in scholing. Tot slot is er in studies ook op gewezen dat scholing niet gescheiden kan worden in algemene en bedrijfsspecifieke componenten. Alle bedrijven hebben een eigen verhouding tussen verschillende soorten algemene en specifieke scholing. In deze benadering leidt scholing vooral tot bedrijfsspecifiek menselijk kapitaal. Investeringshorizon De investeringshorizon is zowel voor werkgevers als voor werknemers van belang om de omvang van de investeringen in scholing te bepalen. In het algemeen geldt: hoe dichterbij de horizon is, hoe lager het effectieve rendement van de investering zal zijn. Voor bedrijven ligt de horizon op de verwachte tijd dat werknemers bij het bedrijf blijven. Voor werknemers is de horizon afhankelijk van de aard van de scholing; voor bedrijfsspecifieke scholing de tijd die de werknemer bij het bedrijf denkt te blijven, voor algemene scholing de tijd die de werknemer nog op de arbeidsmarkt blijft. De cijfers, de theorie en de gevolgen De deelname cijfers aan scholing, van zowel SCP als ROA, ondersteunen de human capital theorie. Groepen met een zwakke arbeidsmarktpositie zoals ouderen, laagopgeleiden, flexwerkers en mensen met een slechte gezondheid ontvangen de minste scholing en de scholing van tijdelijke werknemers lijkt af te nemen. Dit zijn de groepen met of een korte investeringshorizon (ouderen, flexwerkers) of een onzeker rendement/investeringshorizon (laagopgeleid, slechte gezondheid, tijdelijk). Als scholing/leven lang leren tot stand komt langs de lijnen van de human capital theorie betekent dit dat individuele rationele beslissingen van werkgevers en werknemers leiden tot onderinvestering in scholing. Dit wordt geïllustreerd in de volgende tabel: Tabel 1:Redenen voor onderinvestering in scholing uitgesplitst naar soort dienstbetrekking Bron: SEO (2014) Nieuw ontwerp sociaal beleid, p. 17.

14 14 De toenemende flexibilisering van arbeid (flexibele contracten, zzp ers) heeft dan op termijn negatieve gevolgen voor het kwalificatieniveau van de beroepsbevolking. Cao-afspraken, VWNW-trajecten en sectorplannen (zie: kunnen de verdeling van scholing over de verschillen de groepen veranderen c.q. verbeteren. Verplichte scholing, cao-afspraken en transitievergoeding Voor een aantal beroepen en beroepsbeoefenaren is na- en bijscholing verplicht vanwege afspraken binnen de beroepsgroep of door wettelijke bepalingen. Zo bestaat er voor bijvoorbeeld beoefenaren van de klassieke vrije beroepen (juristen, artsen, accountants e.d.) een systeem van verplicht postacademisch onderwijs. De verplichting kan ook te maken hebben met bijvoorbeeld EU-vereisten aangaande vakbekwaamheid zoals in de transportsector en veiligheideisen in de bouw, maar ook bijvoorbeeld voor werknemers in de financiële sector. Daarnaast zijn in veel cao s afspraken gemaakt over (functiegerichte) scholing en over het verlof daarvoor. In 2010 en 2011 golden voor circa 90 procent van de werknemers uit de onderzochte cao s afspraken over functiegerichte scholing en voor drie kwart van de werknemers gelden afspraken over verlof voor deze scholing 29. Daarnaast zijn er in het Sociaal Akkoord (2013) afspraken gemaakt over scholing die onder andere zijn neergeslagen in verschillende sectorplannen. De transitievergoeding neemt in dit verband een bijzondere positie in. Elke werknemer die ten minste twee jaar in dienst is geweest van een werkgever en van wie de arbeidsovereenkomst is geëindigd of niet is voortgezet, heeft recht op een transitievergoeding die is gerelateerd aan het loon en het aantal dienstjaren. De transitievergoeding is een compensatie voor het ontslag en stelt de werknemer in staat om de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken, doordat hij met de vergoeding extra scholing of opleiding kan betalen. De verwachting is dat dit voor werknemers de prikkel vergroot om in de eigen inzetbaarheid te investeren en dat de transitievergoeding zo zorgt voor meer van-werk-naar-werktransities. Van belang is dat de vergoeding onder voorwaarden kan worden verrekend met investeringen die een werkgever eerder in de ontslagen werknemer heeft gedaan. Op grond van het op 30 januari 2015 gepubliceerde Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding zijn de te verrekenen transitiekosten gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten voor scholing of een outplacementtraject. Op grond van genoemd besluit mogen inzetbaarheidskosten in mindering worden gebracht als zij zijn gemaakt voor activiteiten die tot doel hebben de bevordering van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever. Deze kosten kunnen in mindering worden gebracht, tenzij de verworven kennis en vaardigheden zijn aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen. 6. De rol van EVC en andere valideringsinstrumenten Validering Scholing kan tot doel hebben om de kennis en vaardigheden binnen de huidige functie op peil te houden, om naar een andere functie in de organisatie door te stromen of om van werk naar werk te gaan binnen of buiten de sector. Dergelijke scholing vraagt om maatwerk. Om te kunnen bepalen welke scholing past bij de situatie en bij de persoon is het nodig om vast te stellen waar iemand staat: over welke vaardigheden en kennis (competenties) beschikt hij/zij, welke opleiding heeft hij/zij en wat is het niveau/de waarde van die opleiding, wat heeft hij/zij nodig om in zijn huidige functie te kunnen blijven functioneren of om naar een andere baan, al dan niet in een andere sector, te komen. 29 SER (2012) Werk maken van scholing, p. 117, 118.

15 15 Valideringsinstrumenten Er zijn valideringsinstrumenten die elk voor een ander doel worden ingezet. Voor personen: EVC - om vast te stellen wat iemand kan en kent. EVC valideert de competenties van het individu. Met EVC (erkenning van verworven competenties) wordt vastgelegd welke kennis en vaardigheden een individu heeft en hoe deze competenties gevalideerd worden. Het betreft kennis en vaardigheden die zijn opgedaan in de praktijk met non-formeel en informeel leren, werkervaring, bezigheden naast het werk, etc. Voor opleidingen: NLQF - om opleidingen en kwalificaties in te schalen. Het NLQF (Nederlands kwalificatieraamwerk) valideert het niveau van een kwalificatie. NLQF is een raamwerk voor inschaling van alle mogelijke kwalificaties. Van basiseducatie tot doctoraat en van bedrijfsopleiding tot meerjarige avondstudie. NLQF maakt hiermee door de overheid gereguleerde kwalificaties en private kwalificaties met elkaar vergelijkbaar. Een NLQF-inschaling zegt iets over wat iemand kan en weet als een bepaald leerproces is afgerond. ECVET - om certificeerbare eenheden binnen een kwalificatie te valideren. ECVET (European Creditsystem for Vocational Education and Training) valideert het niveau van onderdelen van een kwalificatie. ECVET is een systeem waarin eenheden binnen een kwalificatie worden beschreven op basis van leerresultaten. Die eenheden samen vormen een volledige kwalificatie. De competenties die een individu heeft verworven, worden in kaart gebracht en gevalideerd. Vervolgens kan worden vastgesteld wat iemand nodig heeft om bijvoorbeeld naar een andere functie over te stappen. Het is een methode om werknemers van werk naar werk te helpen. Momenteel worden ECVET-pilots uitgevoerd in de zorg en in de techniek. EVC, NLQF en ECVET vormen gezamenlijk een raamwerk voor validering van kennis en kunde. Deze instrumenten zijn in 2014 in opdracht van het ministerie van OCW ondergebracht bij het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren (NPLLL) dat weer een onderdeel is van Cinop. De samenvoeging van de valideringsinstrumenten maakt het mogelijk om te werken aan onderlinge verbinding ter bevordering van de arbeidsmobiliteit. In januari jl. is een website gelanceerd waarop de drie instrumenten te vinden zijn (www.nplll.nl). In 2012 adviseerde de SER in dit verband (zie kader). SER over NLQF en EVC Vergroten inzichtelijkheid en kwaliteit van het aanbod. Het overgrote deel van het aanbod betreft non-formeel onderwijs. De raad bepleit dat branche- en sectororganisaties, beroepsgroepen en nadrukkelijk ook de (organisaties van) aanbieders, hun inspanningen opvoeren om te komen tot een meer inzichtelijk aanbod en een gecontroleerde kwaliteit van dat aanbod. De overheid kan hier een bijdrage aan leveren door een verder uitrollen van het Nederlandse kwalificatieraamwerk NLQF (Nationaal Kwalificatie Kader). Verder bepleit de raad dat de overheid het initiatief neemt voor een (digitale) voorziening die het aanbod van opleidingen op een transparante wijze in beeld brengt, met een regionaal aanspreekpunt voor vragen van individuele werkenden en werkzoekenden. EVC moet beter. De mogelijkheden van EVC moeten worden geoptimaliseerd. Daarnaast vraagt de raad aandacht voor andere instrumenten die de loopbaan van werknemers kunnen versterken. Van belang is dat de kwaliteit van EVC wordt verbeterd, waardoor de erkenning van EVC als loopbaaninstrument zal toenemen. Dit is van betekenis voor het verder kunnen volgen van onderwijs, maar ook voor de waarde van de kwalificatie op de arbeidsmarkt. De raad acht het van belang dat de overheid ook in de toekomst blijft investeren in het verbeteren van EVC en de kwaliteitsborging ervan.

16 16 SER (2012) Werk maken van scholing, p. 86. Samenvattend: NLQF en ECVET maken opleidingen vergelijkbaar en maken de scholingsmarkt met zijn vele verschillende opleidingen meer inzichtelijk 30. EVC is vooral bedoeld om bestaande kennis en vaardigheden te waarderen en te bezien hoe deze kunnen worden aangevuld met (formeel) onderwijs om bijvoorbeeld op mboniveau te komen. In het kader van de transitievergoeding kan EVC een grotere rol gaan spelen omdat het scholingsinspanningen herkenbaar maakt. Die scholingsinspanningen zijn met name gericht op toename van mobiliteit. Daarbij is sprake van spanning met de bevinding van het SCP dat niet zozeer scholing tot mobiliteit leidt maar dat mobiliteit tot scholing leidt. 7. Discussiethema s Tijdens de bijeenkomst zullen drie dialoogsessies gehouden worden aan de hand van drie thema s die worden ingeleid door verschillende sprekers. Hieronder staan per thema een aantal voorbeeldvragen die tijdens de dialoogsessies aan de orde kunnen komen. Per tafel is een tafelvoorzitter beschikbaar om het gesprek in goede banen te leiden. Ook zal er een verslaglegger zijn, die zorgt voor een samenvattend verslag van de dialoogtafel. Later zal een verslag van de bijeenkomst worden toegestuurd. De opbrengsten van de bijeenkomsten worden meegenomen in een rapport dat de commissie hopelijk voor de zomer kan afronden. Thema 1 Is er een probleem met leven lang leren? Wat verstaan de deelnemers onder een leven lang leren? Waar liggen de problemen bij een leven lang leren? Voor wie / welke groepen zijn dat problemen? Denk daarbij ook aan: op welk niveau worden welke problemen ervaren (macro, meso, micro?) Op welke knelpunten zou de SER zijn verkenning moeten richten? Thema 2 Wat kunnen we doen om te voorkomen dat groepen achterblijven? Bij welke groepen spelen knelpunten volgens de deelnemers? Hebben (of kennen) zij goede voorbeelden uit hun eigen praktijk om die knelpunten te verhelpen? Wat kunnen betrokkenen (overheid, individu, werkgever, sociale partners, onderwijs etc) doen om deelname aan leven lang leren van bepaalde groepen te stimuleren? Wat moet de SER zeker meenemen in het vervolg van zijn verkenning? Thema 3 Hoe kan informeel leren bevorderd worden? Hoe kijken deelnemers naar informeel leren, wat is het? Hebben deelnemers praktijkvoorbeelden waar we van kunnen leren? Welke knelpunten zien deelnemers rond informeel leren en hoe kun je die oplossen? Welke uitdagingen liggen er voor verschillende betrokkenen (overheid, individu, werkgever, sociale partners, onderwijs etc). 30 Zie ook SER (2012) Werk maken van scholing, p. 40 ev.

De postinitiële scholingsmarkt: feiten, cijfers en beleid

De postinitiële scholingsmarkt: feiten, cijfers en beleid De postinitiële scholingsmarkt: feiten, cijfers en beleid 1. Inleiding Deze bijlage beschrijft de markt voor postinitiële scholing zoals deze zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Paragraaf 2 bevat

Nadere informatie

Stand van zaken leven lang leren in Nederland en afspraken over/ aanbevelingen aan O&O-fondsen

Stand van zaken leven lang leren in Nederland en afspraken over/ aanbevelingen aan O&O-fondsen Stand van zaken leven lang leren in Nederland en afspraken over/ aanbevelingen aan O&O-fondsen Stand van zaken leven lang leren in Nederland Om goed mee te kunnen is scholing cruciaal. De snel veranderende

Nadere informatie

Laat zien wat je waard bent!

Laat zien wat je waard bent! Laat zien wat je waard bent! Drie instrumenten die kunnen helpen bij loopbaanstappen Raisa van Winden en Esther Murre, Lelystad, 18 september 2015 Programma Welkom en introductie Aan de slag! Korte toelichting

Nadere informatie

Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen. Tijs Pijls 18 november 2014

Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen. Tijs Pijls 18 november 2014 Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen Tijs Pijls 18 november 2014 Programma 14.00 uur Opening en presentatie Valideren, ECVET en het NLQF door Tijs Pijls, Partnerschap Leven

Nadere informatie

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Werken en leren in Nederland

Werken en leren in Nederland Werken en leren in Nederland Lex Borghans Didier Fouarge Andries de Grip Jesper van Thor ROA-R-2014/3 Colofon Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Niets uit deze uitgave mag op enige manier

Nadere informatie

Een Werkende Arbeidsmarkt

Een Werkende Arbeidsmarkt Een Werkende Arbeidsmarkt Bas ter Weel 16 mei2014 Duurzame inzetbaarheid Doel Langer werken in goede gezondheid Beleid gericht op Binden: Gezondheid als voorwaarde voor deelname Ontbinden: Mobiliteit als

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

De inzetbaarheid van oudere medewerkers

De inzetbaarheid van oudere medewerkers De inzetbaarheid van oudere medewerkers In vergrijzende samenleving is er een toenemende noodzaak om langer door te werken Sterk oplopende kosten pensioenuitkeringen. Sterk toenemende vervangingsbehoefte

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Thema-analyse. Een leven lang leren: Stand van zaken

Thema-analyse. Een leven lang leren: Stand van zaken 24 25 26 27 28 29 21* 211 212 213* 214 (x 1 ) % Thema-analyse Een leven lang leren: Stand van zaken Voor Nederland en Europa is een leven lang blijven leren een speerpunt. Met de toenemende globalisering,

Nadere informatie

Verslag Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen

Verslag Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen Verslag Praktijksessie efficiënt opleiden en ontwikkelen voor volwassenen Utrecht, 18 november 2014 Het Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren (NP LLL) organiseerde op dinsdag 18 november 2014 een praktijksessie

Nadere informatie

Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten. Tweede meting werkgevers en werknemers

Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten. Tweede meting werkgevers en werknemers Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten Tweede meting werkgevers en werknemers 2 Inleiding In deze brochure vindt u de belangrijkste resultaten van de benchmark Opleiden en Ontwikkelen. De benchmark

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep

Zzp ers in de provincie Utrecht 2013. Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Zzp ers in de provincie Utrecht 2013 Onderzoek naar een groeiende beroepsgroep Ester Hilhorst Economic Board Utrecht Februari 2014 Inhoud Samenvatting Samenvatting Crisis kost meer banen in 2013 Banenverlies

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA. HAAG Kennis Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Max van Herpen De deelname aan opleidingen na het betreden van de arbeidsmarkt ligt in Nederland op een redelijk niveau. Hoger opgeleiden, jongeren, niet-westerse

Nadere informatie

Het rendement van combinaties van leren en werken: een review studie

Het rendement van combinaties van leren en werken: een review studie Het rendement van combinaties van leren en werken: een review studie A. Nelen 1, C. Poortman 2, A. de Grip 1, L. Nieuwenhuis 3 & P. Kirschner 4 Inleiding Als gevolg van veranderingen in de aard van arbeid

Nadere informatie

Datum 17 december 2014. Ons kenmerk 212.25.21. Pagina('s) 2 van 7

Datum 17 december 2014. Ons kenmerk 212.25.21. Pagina('s) 2 van 7 FNV Naritaweg 10 Postbus 8456 1005 AL Amsterdam T 020 58 16 300 F 020 68 44 541 Postadres Postbus 8456, 1005 AL Amsterdam Aan de voorzitter en de leden van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

HOGER BEDRIJFSDIPLOMA

HOGER BEDRIJFSDIPLOMA HOGER BEDRIJFSDIPLOMA 7 APRIL 2016 HANS DAALE LEIDO WAT VOORBIJ KAN GAAN KOMEN Doelstellingen van deze bijeenkomst Kaders HBd (wat is een HBd) Recente, relevante ontwikkelingen (nationaal en internationaal)

Nadere informatie

Een leven lang leren met cursussen en lange opleidingen

Een leven lang leren met cursussen en lange opleidingen Een leven lang leren met cursussen en lange opleidingen Marijke Hartgers en Astrid Pleijers In 2007 volgde bijna 10 procent van de bevolking van 25 tot 65 jaar een opleiding die een half jaar of langer

Nadere informatie

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo

Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo Onderzoeksrapport: zorgelijke terugloop leerwerkplekken mbo - Algemene daling in aantal mbo-studenten. Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt door de afname van het aantal leerwerkplekken. - Vooral

Nadere informatie

Intersectorale mobiliteit. Kees Hagens Rijnland Advies

Intersectorale mobiliteit. Kees Hagens Rijnland Advies Intersectorale mobiliteit Kees Hagens Rijnland Advies Programma 1. Inleiding en overzicht intersectorale mobiliteit Kees Hagens, Rijnland Advies 2. Technisch Talent Werkt Margreet Westerbeek, Koninklijke

Nadere informatie

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag

Nadere informatie

Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt

Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt Werk maken van scholing, advies over de postinitiële scholingsmarkt Aan de minister van De staatssecretaris van De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijs,

Nadere informatie

Een leven lang leren in Nederland

Een leven lang leren in Nederland Opdrachtgever SZW Een leven lang leren in Nederland Doel en vraagstelling Opdrachtnemer ROA Onderzoek Leven lang leren enquête 2010 Startdatum 1 september 2010 Einddatum 1 mei 2011 Categorie Arbeidsmarkt

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Sociaaleconomische trends 213 Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Harry Bierings en Bart Loog juli 213, 2 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, juli 213, 2 1 De afgelopen

Nadere informatie

Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet!

Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet! Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet! 30 november 2012 Vraag 1: Welke mogelijkheden zijn er om tot startkwalificatie opgeleid te worden? BOL opleiding BBL opleiding Niveau 2 mbo BOL

Nadere informatie

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office)

Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) ICT~Office voorspelt een groeiend tekort aan hoger opgeleide ICT-professionals voor de komende jaren. Ondanks de economische

Nadere informatie

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren

Nadere informatie

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Maikel Volkerink Jules Theeuwes Utrecht, 10 oktober 2012 www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 SEO Economisch Onderzoek Onafhankelijk

Nadere informatie

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

De eerste baan is niet de beste

De eerste baan is niet de beste De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)

Nadere informatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie Wajongers aan het werk met loondispensatie UWV, Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Dit memo gaat in op de inzet van loondispensatie bij Wajongers en op werkbehoud en loonontwikkeling. De belangrijkste

Nadere informatie

Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent?

Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent? Onderwijs en opleiding Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent? Wolff, Ch. J. de, R. Luijkx en M.J.M. Kerkhofs (2002), Bedrijfsscholing en arbeidsmobiliteit, OSA A-186, Tilburg. Scholing van werknemers

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

PE,PEPP en Samen Werken

PE,PEPP en Samen Werken PE,PEPP en Samen Werken Permanente Educatie Platform voor Pedagogische Professionals Begeleiding, Ondersteuning, Tijd en Moeite 15-10-2015 Alex Cornellissen Kleine Ikke lid AGOOP 1 Permanente Educatie

Nadere informatie

Onderzoeksrapport Randstad WerkMonitor 2014 kwartaal 3 Impact van economisch herstel op de werkvloer. Randstad Nederland

Onderzoeksrapport Randstad WerkMonitor 2014 kwartaal 3 Impact van economisch herstel op de werkvloer. Randstad Nederland Onderzoeksrapport Randstad WerkMonitor 2014 kwartaal 3 Impact van economisch herstel op de werkvloer Randstad Nederland September 2014 INHOUDSOPGAVE Impact economische ontwikkelingen op de werkvloer 3

Nadere informatie

LLL-rondetafelgesprek Learn for Life

LLL-rondetafelgesprek Learn for Life LLL-rondetafelgesprek Learn for Life s-hertogenbosch, 25 maart 2015 Roots van CINOP SVE richtte zich 100% op de VE WEB en roc-vorming aanleiding voor fusie SVE-CIBB Nieuwe organisatie gaat verder onder

Nadere informatie

Werk maken van scholing

Werk maken van scholing ADVIES 12/02 April 2012 Werk maken van scholing Advies over de postinitiële scholingsmarkt ADVIES 12/02 April 2012 Werk maken van scholing Advies over de postinitiële scholingsmarkt UITGEBRACHT AAN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 433 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur De Grote Uittocht Herzien Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur Aanleidingen van deze update van De Grote Uittocht - een rapport van het ministerie van BZK en de sociale partners

Nadere informatie

De balans tussen algemeen en specifiek onderwijs, en de gevolgen voor de aansluiting met de arbeidsmarkt. Dr. Frank Cörvers

De balans tussen algemeen en specifiek onderwijs, en de gevolgen voor de aansluiting met de arbeidsmarkt. Dr. Frank Cörvers De balans tussen algemeen en specifiek onderwijs, en de gevolgen voor de aansluiting met de arbeidsmarkt Dr. Frank Cörvers Algemeen vs. specifiek onderwijs I Voortdurende discussie Over de tijd: van algemeen

Nadere informatie

EEN LEVEN LANG LEREN

EEN LEVEN LANG LEREN EEN LEVEN LANG LEREN Martin van der Dong, 48 allround operator mengvoeder Agrifirm, Meppel Waarom ben je een EVC-traject gaan volgen? Wat was je motivatie? Mijn werkgever Agrifirm besloot om voor alle

Nadere informatie

29544 Arbeidsmarktbeleid. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

29544 Arbeidsmarktbeleid. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 433 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 januari 2013 Het kabinet streeft ernaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Rendement van mbo op de arbeidsmarkt. Frank Cörvers

Rendement van mbo op de arbeidsmarkt. Frank Cörvers Rendement van mbo op de arbeidsmarkt Frank Cörvers Inhoud Rendement (op de arbeidsmarkt) mbo techniek mbo podium- en evenemententechniek (PET) Herinrichting onderwijs vanuit arbeidsmarktoogpunt Conclusies

Nadere informatie

N O T I T I E. Algemeen:

N O T I T I E. Algemeen: Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 585 fax 070-3499 796 e-mail:e.haket@stvda.nl N O T I T I E Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van : Stichting van de

Nadere informatie

M200608. Vooral anders. De kwaliteit van het personeel van de toekomst. Frans Pleijster

M200608. Vooral anders. De kwaliteit van het personeel van de toekomst. Frans Pleijster M200608 Vooral anders De kwaliteit van het personeel van de toekomst Frans Pleijster Zoetermeer, september 2006 De Werknemer van de toekomst Van alle ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf verwacht

Nadere informatie

Proactiviteit op de arbeidsmarkt. Minder mensen & meer beweging

Proactiviteit op de arbeidsmarkt. Minder mensen & meer beweging Proactiviteit op de arbeidsmarkt Minder mensen & meer beweging Drie belangrijke trends Op de arbeidsmarkt zijn een drietal trends te onderscheiden die van invloed zijn op de beschikbaarheid van personeel

Nadere informatie

Literatuurlijst. SER-publicaties

Literatuurlijst. SER-publicaties Literatuurlijst SER-publicaties SER (1999) Advies Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000, publicatienr. 99/04, Den Haag. SER (2002) Advies Het nieuwe leren: Advies over een leven lang leren in de kenniseconomie,

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/124083

Nadere informatie

Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen

Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen 19 JUNI 2014 Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen van de bestaande situatie Flexibilisering

Nadere informatie

ONDERZOEK JONGEREN EN FLEX FNV JONG

ONDERZOEK JONGEREN EN FLEX FNV JONG ONDERZOEK JONGEREN EN FLEX FNV JONG Streekproef Geslacht Leeftijd Heb je momenteel een baan in loondienst? n % man 138 45,7 vrouw 164 54,3 Total 302 100,0 n % 18-25 jaar 124 41,1 26-35 jaar 178 58,9 Total

Nadere informatie

Instrumenten voor LLL. GoLeWe projectconferentie 11-05-2010

Instrumenten voor LLL. GoLeWe projectconferentie 11-05-2010 Instrumenten voor LLL GoLeWe projectconferentie 11-05-2010 Levenslang leren Leven lang leren Leven Lang leren begint met bewustwording Bedrijven Individuen Visie op HRM Loopbaan management Visie op HRM

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte.

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte. Het speelveld De wereld om ons heen verandert razend snel. De richting is duidelijk, de sociale zekerheid wordt geprivatiseerd. Samen bouwen we aan een vernieuwende structuur om de arbeidsmarkt essentieel

Nadere informatie

MONITOR WERK Meting maart 2014. 34993 Maart 2014 Francette Broekman

MONITOR WERK Meting maart 2014. 34993 Maart 2014 Francette Broekman MONITOR WERK Meting maart 2014 34993 Maart 2014 Francette Broekman GfK Intomart 2014 34993 Achmea Volgens Nederland Werk Maart 2014 1 Inleiding GfK Intomart 2014 34993 Achmea Volgens Nederland Werk Maart

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Drenthe

Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Drenthe Zuidoost-Drentse arbeidsmarkt van zorg en welzijn Een regionaal arbeidsmarktonderzoek voor de zorg- en welzijnssector in Zuidoost- Managementsamenvatting Arbeidsmarktinformatie is belangrijk voor de zorg-

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

Aan de slag met EVC en ESF 26 november 2009

Aan de slag met EVC en ESF 26 november 2009 Aan de slag met EVC en ESF 26 november 2009 Did you know? Wat zien we in de film? Informatie versnelling Scenario denken Grote plek voor internet en informatica Technische vooruitgang Leren in informele

Nadere informatie

2500EA20018. Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

2500EA20018. Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Hoofdkantoor Jaarbeursplein 22 Postbus 2875 3500 GW UTRECHT Leden Vaste Commissie SZW van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. M. Esmeijer, griffier Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 2500EA20018 Datum

Nadere informatie

(Alle) Hout werkt voor jou! scholings- en werkgelegenheidsplan houthandel 2012 2013

(Alle) Hout werkt voor jou! scholings- en werkgelegenheidsplan houthandel 2012 2013 (Alle) Hout werkt voor jou! scholings- en werkgelegenheidsplan houthandel 2012 2013 augustus 2012 INLEIDING Vijf ton voor scholing en werkgelegenheid In de CAO voor de houthandel over 2012/2013 hebben

Nadere informatie

Op de volgende pagina's worden bovengenoemde instrumenten uitvoeriger beschreven.

Op de volgende pagina's worden bovengenoemde instrumenten uitvoeriger beschreven. Bijlage 1 Reintegratiemiddelen Chronologische volgorde van reïntegratiemiddelen, die ingezet kunnen worden tijdens het Van Werk Naar Werk-traject, hieronder volgt een beknopt overzicht: 1. arbeidsmarktprofiel

Nadere informatie

De Nederlandse Maritieme Arbeidsmarkt 2014

De Nederlandse Maritieme Arbeidsmarkt 2014 De Nederlandse Maritieme Arbeidsmarkt 2014 Sectorrapport Scheepsbouw Ruud van der Aa Jenny Verheijen 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Belangrijkste uitkomsten 4 1. Samenstelling werkgelegenheid 5 2. Verwachte

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda

concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda Logistiek Nederland en de concurrentiefactor arbeid Arbeid Werkt! Logistic Labour Survey 2014 NDL, TLN, Tempo-Team Agenda Waarom dit onderzoek? Logistieke arbeidsmarkt Arbeid als concurrentiefactor Slim

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid?

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid? EmployabilityDriver Waarom een strategische discussie over employability beleid? We weten al een tijd dat door vergrijzing en ontgroening de druk op de arbeidsmarkt toeneemt. Het wordt steeds belangrijker

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Ten minste houdbaar tot?

Ten minste houdbaar tot? Ten minste houdbaar tot? Duurzame inzetbaarheid in tijden van crisis. Door de vergrijzing, de te verwachten krapte op de arbeidsmarkt en de oprekking van de pensioenleeftijd is duurzame inzetbaarheid urgenter

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal

Highlights Regio in Beeld 2015. Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal Highlights Regio in Beeld 2015 Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal Samenvatting Aantal banen neemt weer toe, echter niet in collectieve sector In Zuid-Holland Centraal groeit het aantal banen van werknemers

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Personeelsvoorziening van de toekomst

Personeelsvoorziening van de toekomst Personeelsvoorziening van de toekomst een transitienetwerk voor Noordoost-Brabant Food & Feed Noordoost-Brabant Wie doet over tien jaar het werk? Waar staat uw bedrijf over tien jaar? De crisis voorbij,

Nadere informatie

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Huidige uitdagingen voor organisaties Veranderd werknemersperspectief

Nadere informatie

Strategisch Opleidingsbeleid

Strategisch Opleidingsbeleid Strategisch Opleidingsbeleid Achtergrondinformatie en tips om zelf aan de slag te gaan In deze handreiking vindt u de volgende onderwerpen: Wat is strategisch opleidingsbeleid? Hoe komt u tot strategisch

Nadere informatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie Spoor 1 Zo snel mogelijk meer mensen aan het werk ANALYSE Waarom moet de arbeidsparticipatie omhoog en waarom gaat dit niet vanzelf? OPLOSSINGEN Hoe kan de arbeidsparticipatie omhoog tot 80 procent? Spoor

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 1 De arbeidsmarkt wordt krapper: alle talent is nodig Evolutie van de vervangingsgraad (verhouding 15-24-jarigen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCW-subsidies; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 30694 5 november 2013 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 oktober 2013, nr. 530669, houdende

Nadere informatie

Arbeidsmobiliteit: Wat juristen weten (en willen) Zestig Jaar SER Evert Verhulp UvA/Hsi

Arbeidsmobiliteit: Wat juristen weten (en willen) Zestig Jaar SER Evert Verhulp UvA/Hsi Arbeidsmobiliteit: Wat juristen weten (en willen) Zestig Jaar SER Evert Verhulp UvA/Hsi Wat juristen zouden willen weten Arbeidsmobiliteit = ontslagrecht? Ongeveer 1 op 9 baanwisselingen is onvrijwillig.

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van [[Datum openlaten]], nr. [[nr invullen]];

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van [[Datum openlaten]], nr. [[nr invullen]]; CONCEPT Ontwerpbesluit van [[ ]]houdende regels met betrekking tot kosten die in mindering gebracht mogen worden op de transitievergoeding (Besluit transitievergoeding) Op de voordracht van Onze Minister

Nadere informatie

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Dr. Maurice de Greef Prof. dr. Mien Segers 06-2016 Maastricht University, Educational Research & Development (ERD) School

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Scholing voor werk. Situering van het onderzoek. Risico s op verlies van werk

Scholing voor werk. Situering van het onderzoek. Risico s op verlies van werk Scholing voor werk De Grip, A., Van Loo, J. & Sanders, J. (2004). Werkgelegenheid en Scholing 2003 (ROA-R-2004/1). Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Technologische veranderingen,

Nadere informatie

Trendbrochure mbo groen gediplomeerden ------ Groen in perspectief. KBA, april 2015

Trendbrochure mbo groen gediplomeerden ------ Groen in perspectief. KBA, april 2015 Trendbrochure mbo groen gediplomeerden ------ Groen in perspectief KBA, april 2015 Inleiding Sinds 2010 voert KBA in nauw overleg met ROA, AOC Raad en Aequor, en op initiatief van het ministerie van EZ,

Nadere informatie