Fit tussen Persoon en Organisatie. en de Regulatory Focus Theorie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Fit tussen Persoon en Organisatie. en de Regulatory Focus Theorie"

Transcriptie

1 Fit tussen Persoon en Organisatie en de Regulatory Focus Theorie

2 Afstudeeronderzoek Universiteit van Amsterdam Vakgroep: Arbeids- en Organisatiepsychologie Student: Marchien Kloosterman Studentnummer: Begeleider: Annelies van Vianen Oktober 2008 Correspondentie: Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 2

3 Samenvatting Een continue ontwikkelende omgeving heeft invloed op een organisatie en haar personeel. Dit heeft geleid tot een toename in interesse in de fit tussen persoon en organisatie (P-O fit). Doordat P-O fit op zeer verschillende wijze wordt gedefinieerd, verschillen onderzoeken in hun operationalisatie. Hierdoor ontstaan ook verschillen in onderzoeksresultaten. Mogelijk zijn deze verschillen te verklaren door de wijze waarop mensen de organisatiecultuur ervaren en hoe zij deze ervaringen wegen. Deze weging van voorkeuren is te vertalen naar Higgins Regulatory Focus Theorie. Dit werkstuk bestaat uit een vragenlijstonderzoek naar het meten van fit tussen persoon en organisatie aan de hand van de persoonlijke voorkeur voor het benaderen van positieve uitkomsten (promotion focus) of het vermijden van negatieve uitkomsten (prevention focus). De verwachting was dat overall (ervaren) fit positief samenhangt met directe fit. Voor het meten van overall fit was gebruik gemaakt van de Q-sort-methode (O Reilly, Chatman & Caldwell, 1991). Het instrument heet de Organizational Culture Profile. Directe fit werd gemeten door een vragenlijst van Cable & de Rue (2002). Ook werd verwacht dat appetetive en aversive fit samenhangen met directe fit. Voor het meten van appetetive en aversive fit werd gebruik gemaakt van de Q-sort-methode. Verwacht werd dat de samenhang tussen appetetive en aversive fit met directe fit gemodereerd werd door regulatory focus (promotion focus en prevention focus). De regulatory focus werd gemeten door de vragenlijst van Lockwood, Jordan & Kunda (2002). Als laatst werd verondersteld dat promotion focus positief samenhangt met directe fit. Het vragenlijstonderzoek onder 186 medewerkers van ICT-detacheringbedrijven, wijst uit dat overall fit positief samenhangt met directe fit en dat appetetive en aversive fit ook samenhangen met directe fit. Er kon echter niet geconcludeerd worden dat regulatory focus een modererend effect heeft op de samenhang van appetetive en aversive fit met directe fit. Ook bleek promotion focus niet positief samen te hangen met directe fit. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 3

4 Inhoudsopgave Samenvatting Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 P-O Fit Definitie Persoon Organisatie Fit De Invloed van P-O fit op attitude en gedrag Subjectieve Fit: Directe en Indirecte Fit 9 3 Regulatory Focus Theorie Berekeningsmethoden Hypothesen 13 4 Methode Respondenten en procedure Meetinstrumenten 18 5 Resultaten 21 6 Conclusie Tekortkomingen Theoretische implicaties Praktische implicaties Slotconclusie 30 Literatuurlijst 31 Bijlagen Tabel 1 Gemiddelden, standaarddeviaties en Inter-correlaties 34 Tabel 2 Regressie Analyse Hypothese 1 35 Tabel 3 Regressie Analyse Hypothese 2 36 Tabel 4 Regressie Analyse Hypothese 3a 37 Tabel 5 Regressie Analyse Hypothese 3b 38 Tabel 6 Regressie Analyse Hypothese 4 39 Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 4

5 1 Inleiding Tegenwoordig wordt er bij het werven en selecteren van nieuw personeel meer gelet op brede competenties van mensen. Personeel wordt niet meer geselecteerd enkel op basis van kennis en vaardigheden, maar wordt ook geselecteerd op basis van attitude. Mensen worden zelfs aangenomen zonder dat er een passende functie is (Cable & Judge, 1995; Pate, Beaumont & Pryce, 2006). Deze verschuiving heeft te maken met de continu ontwikkelende omgeving en met het kunnen inspelen op veranderingen in de omgeving. Door deze verschuiving is de interesse in de fit tussen persoon en organisatie (P-O fit) toegenomen (Pate, et al., 2006). P-O fit is de gelijkheid in waarden en verwachtingen van de werknemer en de cultuur van de organisatie. Niet alleen is er sprake van fit als er overeenkomsten zijn tussen persoon en organisatie, maar ook als zij elkaars behoeften aanvullen (Gillespie, Oswald, Schmitt, Kim & Ramsay, 2005; Greguras & Diefendorff, 2007). Er is veel onderzoek gedaan naar P-O fit. Gebleken is dat P-O fit onder andere invloed heeft op werktevredenheid en de betrokkenheid met de organisatie, het welzijn van mensen, de prestatie, stress en prosociaal gedrag (Gillespie et al., 2005; Gregarus et al., 2007; Kristof, 1996; Sekiguchi, 2004; Shin & Holland, 2004). Bij de werving en selectie van personeel worden keuzes gemaakt op basis van fit tussen persoon en organisatie (Kristof, 1996). De fit tussen persoon en organisatie wordt wel vastgesteld door de correlatie tussen ervaren cultuur (O) en de gewenste cultuur (P) te berekenen, resulterend in een fitindex. Maar er zijn ook andere meetmethoden om fit te berekenen. Die verschillende methoden leiden niet altijd tot dezelfde uitkomsten. In dit onderzoek wordt gezocht naar een verklaring voor deze verschillen in uitkomsten. Er worden twee type metingen onderscheiden om P-O fit te meten: de directe en de indirecte manier. Directe metingen zijn gebaseerd op ervaringen van de persoon zelf en in welke mate zij fit ervaren tussen zichzelf en de cultuur van de organisatie (Gillespie, et al., Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 5

6 2005). Indirecte metingen komen tot stand door de correlatie tussen iemands ervaren cultuur de gewenste cultuur te berekenen. Om de kennis over de relatie tussen directe en indirecte fit te vergroten, is dit onderzoek gedaan. Zo wordt met directe en indirecte metingen onderzocht of de regulatorische focus van een persoon een rol speelt bij het ervaren van fit. Regulatory focus is ontleend aan de Regulatory Focus Theorie van Higgins (1996). De regulatory focus theorie is een motivatietheorie, die de menselijke motivatie verklaart in termen van promotie en preventie (Higgins, 1997). Zowel promotion focus als prevention focus zijn motivaties om doelen te bereiken, het verschil zit in het vormen van de doelen (Higgins, Friedman, Harlow, Idson, Ayduk & Taylor, 2001). Personen met promotion focus richten zich op het verkrijgen van positieve uitkomsten. Personen met prevention focus zijn gericht op het vermijden van negatieve uitkomsten (Higgins, 1997). Verwacht wordt dat de regulatory focus van invloed is op het ervaren van fit. Er is nog geen onderzoek gedaan dat deze verwachting heeft getoetst. Dit werkstuk bestaat uit twee onderdelen, het theoretisch kader en het uitgevoerde onderzoek. In het theoretische deel worden P-O fit en de Regulatory Focus Theorie beschreven en eerdere onderzoeken besproken. Daarnaast wordt de relatie tussen P-O fit en de Regulatory Focus Theorie besproken en worden de hypothesen geformuleerd. In het tweede deel worden de methoden van onderzoek beschreven en worden de resultaten met betrekking tot de getoetste hypothesen weergegeven en besproken. Tot slot zullen de theoretische en praktische implicaties van het onderzoek beschreven worden. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 6

7 2 P-O Fit Definitie Persoon Organisatie Fit Afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar fit tussen persoon en organisatie (P-O fit). Kristof (1996) omschrijft P-O fit als the compatibility between people and organizations that occurs when: (a) at least one entity provides what the other needs, or (b) they share similar fundamental characteristics, or (c) both. P-O fit wordt doorgaans geoperationaliseerd als gelijkheid in waarden en verwachtingen van de werknemer en de cultuur van de organisatie (Gillespie, Oswald, Schmitt, Kim & Ramsay, 2005; Greguras & Diefendorff, 2007; Kristof, 1996). Deze definitie van P-O fit is gebaseerd op twee aannames. De eerste aanname is dat het gedrag van mensen afhankelijk is van zowel de persoon als de organisatie. De tweede aanname is dat de persoon en organisatie gelijke waarden dienen te hebben om goed te functioneren. Deze aannames zijn gebaseerd op het idee dat een organisatie één stabiele cultuur moet hebben. Er is sprake van fit wanneer er een goede match is tussen waarden van de persoon en de organisatie (Pate et al., 2006). Er wordt onderscheid gemaakt tussen supplementaire fit en complementaire fit (Gillespie, et al., 2005; Greguras et al., 2007; Kristof, 1996). Supplementaire fit is de overeenkomst in eigenschappen tussen persoon en organisatie. In de literatuur worden eigenschappen van organisaties omschreven in termen van klimaat, cultuur, waarden, doelen en attitude. Er is sprake van complementaire fit als de persoon en organisatie elkaar aanvullen. De persoon biedt kennis, vaardigheden en andere eigenschappen die de organisatie nodig heeft. In ruil daarvoor voorziet de organisatie in de behoefte van de persoon, zoals salaris, uitdaging in het werk en sociale interacties (Gillespie, et al., 2005; Kristof, 1996; Sekiguchi, 2004). Binnen complementaire fit wordt er nog onderscheid gemaakt tussen needs-supplies fit en demands-abilities fit. Een organisatie biedt onder andere financiële, fysieke en Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 7

8 psychologische bronnen om aan de eisen van de medewerkers te voldoen. Wanneer de bronnen van de organisatie overeenkomen met de behoeften of verlangens van de medewerker, is er sprake van needs-supplies fit. Wanneer de medewerker voorziet in de eisen van de organisatie, zoals tijd, inzet, kennis en vaardigheden, is er sprake van demandsabilities fit (Kristof, 1996; Sekiguchi, 2004). Dit onderzoek richt zich op supplementaire fit: de fit tussen cultuurvoorkeur van de persoon en de cultuur van de organisatie. Fit tussen persoon en organisatie speelt een belangrijke rol bij het functioneren van zowel een organisatie als haar werknemers. Om fit goed te kunnen vaststellen zal eerst dieper worden ingegaan op de invloed van P-O fit op attitude en gedrag. De invloed van P-O fit op attitude en gedrag In onderzoek naar P-O fit ligt de focus op de invloed van fit op attitude en gedrag. Onderzocht is wat de invloed is van een goede of slechte match tussen persoon en organisatie op gedrag. Volgens Gregarus en Diefendorff (2007) is fit gerelateerd aan veel verschillende attitudes en gedragingen van werknemers. Er is sprake van fit als de omgeving personen de mogelijkheid biedt om hun behoeften te vervullen. Het vervullen van behoeften leidt tot sterke intrinsieke motivatie, wat resulteert in positieve attitudes en uitkomsten. Onderzoek heeft onder andere uitgewezen dat een goede match de werktevredenheid en betrokkenheid met de organisatie verhoogt en prestaties verbetert. Het welzijn van mensen wordt ook beïnvloedt, want een goede match verlaagt stress (Gillespie et al., 2005; Gregarus et al., 2007; Kristof, 1996; Sekiguchi, 2004; Shin & Holland, 2004). De sterkte van de samenhang tussen fit en bovengenoemde uitkomsten is afhankelijk van de wijze waarop fit is geoperationaliseerd. Doordat P-O fit op zeer verschillende wijze wordt gedefinieerd, verschillen onderzoeken in Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 8

9 hun operationalisatie van fit. Hierdoor ontstaan dus ook verschillen in onderzoeksresultaten (Kristof,-Brown, Zimmerman & Johnson, 2005). Subjectieve fit: Directe en Indirecte Fit In P-O fit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen subjectieve fit en werkelijke fit. Subjectieve fit is gebaseerd op het oordeel van een persoon zelf, dus diens eigen ervaringen en meningen. Good fit is said to only exist as long as it is perceived to exist, regardless of whether or not the person has similar characteristics to, or complements/is complemented by, the organization (Kristof, 1996). Uit onderzoek is gebleken dat subjectieve fit samenhangt met tevredenheid, betrokkenheid en intentie om met de baan te stoppen (Kristof, 1996). Werkelijke fit is de match tussen persoon en organisatie gebaseerd op een meting van organisatiekenmerken, waarbij anderen dan de persoon zelf als bron dienen (Kristof, 1996). In onderhavig onderzoek wordt uitsluitend subjectieve fit gemeten. Daarbij worden twee type metingen onderscheiden: de directe meting en de indirecte meting. Bij directe metingen wordt de persoon gevraagd in welke mate deze een match ervaart tussen zichzelf en de cultuur van de organisatie. Deze metingen zijn meestal gebaseerd op een algemene indruk van de wisselwerking tussen de waarden van de persoon en de waarden van de organisatie (Gillespie, et al., 2005). Indirecte metingen van subjectieve fit worden gedaan aan de hand van de ervaringen met een organisatiecultuur en de gewenste organisatiecultuur. Er is sprake van fit als de ervaringen en de wensen met betrekking tot de organisatiecultuur overeenkomen. Directe en indirecte metingen van subjectieve fit leiden tot verschillende onderzoeksresultaten. Mogelijk is dit te verklaren door de wijze waarop mensen de ervaren cultuur wegen. De ene persoon hecht waarde aan samenwerking en persoonlijke Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 9

10 ontwikkeling, voor de ander kan resultaat en beloning belangrijk zijn. Deze weging van voorkeuren is te vertalen naar Higgins Regulatory Focus Theorie (Higgins, 1997). In het volgende hoofdstuk wordt de Regulatory Focus Theorie beschreven. 3 Regulatory Focus Theorie Mensen zijn gemotiveerd om plezier te benaderen en om pijn te vermijden. Dit vormt de basis van het Hedonistische principe. In de psychologie vormt dit principe de basis voor het verklaren en voorspellen van de menselijke motivatie (Higgins, 1997). Volgens Higgins kan motivatie niet alleen verklaard worden aan de hand van de stelling dat mensen aangename situaties en objecten benaderen en onaangename situaties en objecten vermijden. Higgins introduceert een theorie die verder gaat dan het hedonistische principe, de Regulatory Focus Theorie (Higgins, 1997). In tegenstelling tot het hedonistische principe, zijn er volgens de regulatory focus theorie meerdere benaderings- en vermijdingsstrategieën mogelijk om doelen te bereiken en zijn er meerdere gewenste doelen (Higgins, 1997). De regulatory focus theorie is een motivatietheorie, die de menselijke motivatie verklaart in termen van promotie en preventie (Higgins, 1997). Zowel promotion focus als prevention focus zijn motivaties om doelen te bereiken, het verschil zit in het vormen van de doelen (Higgins, Friedman, Harlow, Idson, Ayduk & Taylor, 2001). Personen met promotion focus richten zich op het verkrijgen van positieve uitkomsten. Doelen zijn geformuleerd in termen van winst en idealen. Personen met prevention focus zijn gericht op het vermijden van negatieve uitkomsten. Doelen zijn geformuleerd in termen van veiligheidsbehoeften en het beperken van verlies (Higgins, 1997). De regulatory focus is een motivationele staat die de aandacht en evaluatie stuurt. Gedrag, waaronder benaderen en vermijden, reageert op die sturing. Dit is vastgesteld door onderzoek van Cunningham, Raye en Johnson (2005) naar de verschillen in hersenactiviteit Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 10

11 bij personen met promotion en prevention focus. Uit het onderzoek blijkt dat delen van de hersenen, die onderdeel zijn van gedragsystemen, sterkere activiteit vertonen bij promotie georiënteerde personen tijdens het beoordelen van positieve woorden en bij preventie georiënteerde personen tijdens het beoordelen van negatieve woorden (Cunningham et. al, 2005). Personen met promotion focus richten zich op het verkrijgen van positieve uitkomsten. Doelen zijn gericht op groei (Higgins, 1997) en worden gezien als hoopgevend en het nastreven waard (Cunningham, et al., 2005; Higgins, 2000; Markman, et al., 2006; Shah, Higgins & Friedman, 1998). Doelen zijn geformuleerd in termen van winst en idealen (Higgins, 1997). Personen met prevention focus daarentegen zijn gericht op het vermijden van negatieve uitkomsten. De doelen zijn gericht op veiligheid, bescherming en verantwoordelijkheid en beperken van verlies (Cunningham et. al, 1997; Markman, McMullen, Elizaga, & Mizoguchi, 2006) en worden ervaren als opgelegde taak of verplichtingen (Higgins, 2000; Shah et al., 1998; Zhu & Meyers-Levy, 2007). De strategie om de doelen te bereiken is gericht op vermijding en de zekerheid van het terecht afwijzen van een mismatch (Higgins, 1997). Regulatory focus kan zowel een dispositionele eigenschap als situatie-afhankelijk zijn. Dit is wanneer tijdelijk de motivatie wordt beïnvloed (Higgins, 1997; Shah, et al., 1998). Higgins et al. (2001) stelt dat een persoonlijke geschiedenis met promotie- of preventiegerelateerde strategieën ook invloed heeft op de regulatory focus. Het succesvol blijken van een strategie leidt tot het herhalen van deze strategie. Succes met promotiegerelateerde strategieën draagt bij aan het vaker gebruiken van deze strategieën. Hetzelfde geldt voor personen met een succesvolle geschiedenis met preventiegerelateerde strategieën. Deels is dit afhankelijk van de toegankelijkheid van deze specifieke geschiedenis. Dit wordt bevestigd door onderzoek naar prestatiemotivatie (Higgins, et al., 2001). Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 11

12 De regulatory focus kan invloed hebben op strategieën, besluitvormingsprocessen en probleem oplossen. Uit onderzoek van Crowe en Higgins (1997) is naar voren gekomen dat personen met prevention focus zich beperken tot een enkele strategie of oplossing. Doordat zij zich focussen op negatieve en problematische kanten van de omgeving, gebruiken zij gerichte acties om dit binnen de perken te houden. Personen met promotion focus gebruiken meerdere strategieën. Zij zien hun omgeving als veilig. Er is geen directe actie nodig in deze situatie, waardoor zij een explorerende houding aannemen. Zij zullen meer strategieën testen. Dit blijkt uit onderzoek van Friedman en Förster (2000) en van Higgins, Friedman, Harlow, Idson, Ayduk & Taylor (2001) (Zhu & Meyers-Levy, 2007; Higgins et al., 2001; Higgins, 1997). Wanneer mensen besluiten nemen of keuzes maken met behulp van strategieën in overeenstemming met hun regulatorische focus, voelen zij zich goed bij hun keuzes en activiteiten. Hierdoor zal het vertrouwen en de betrokkenheid toenemen (Higgins, 2000). Personen ervaren deze match wanneer de strategieën omschreven zijn op de manier zoals zij hun keuzes willen maken en besluiten willen nemen (Markman, et al., 2006). Uit onderzoek van Avnet en Higgins (2003) blijkt dat mensen meer willen betalen voor een leeslamp als de keuzestrategie overeenkomt met hun regulatory focus, dan wanneer er geen overeenkomst is tussen de keuzestrategie en hun regulatory focus (Markman et al., 2006). Volgens de regulatory focus theorie geldt dat ook voor het opstellen van doelen. Personen blijven het meest gemotiveerd als zij doelen hebben waarbij gebruik wordt gemaakt van strategieën die overeenkomen met hun regulatorische focus. Hierdoor zal de inzet om een goed resultaat te behalen toenemen (Markman et al., 2006). Naast het nemen van besluiten en prestatie, hebben appetetive en aversive fit ook invloed op motivatie. Van Dijk en Kluger (2004) beweren dat motivatie sterker is wanneer de regulatory focus en de uitkomsten met elkaar overeenkomen. Personen met prevention focus Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 12

13 zijn meer gemotiveerd om actie te ondernemen als blijkt dat er negatieve uitkomsten zijn. Negatieve uitkomsten zijn in overeenstemming met hun doel om negatieve uitkomsten te vermijden. Wanneer er geen overeenkomst is tussen de regulatory focus en de uitkomsten, zet dit niet aan tot actie. Bij personen met prevention focus vormt een positieve uitkomst geen bedreiging (Van Dijk & Kluger, 2004). Het tegenovergestelde geldt voor personen met promotion focus. Zij zijn het meest gemotiveerd om actie te ondernemen als blijkt dat er positieve uitkomsten zijn. Deze uitkomsten komen overeen met hun doel om positieve uitkomsten te behalen (Van Dijk et al., 2004). 3.1 Berekeningsmethoden In dit onderzoek wordt P-O fit vastgesteld met behulp van diverse berekeningsmethoden. Er worden drie maten van subjectieve fit berekend: overall fit, appetetive fit en aversive fit. Overall fit wordt berekend door middel van een profielvergelijking. De fit tussen persoon en organisatie wordt berekend door de correlatie tussen gewenste cultuur en de ervaren cultuur te berekenen, resulterend in een fitindex. Appetetive fit en aversive fit worden berekend door de gewenste (appetetive) waarde en ongewenste (aversive) waarde te vergelijken met de mate waarin deze gewenste waarde en ongewenste waarde ervaren worden binnen organisaties. In dit onderzoek wordt verondersteld dat iemands regulatory focus van invloed is op het soort waarden (appetetive of aversive) waar hij of zij zich op richt. Dit impliceert tevens dat ook de fit van persoon tot persoon kan verschillen. 3.2 Hypothesen Voor het berekenen van de subjectieve fit wordt gebruik gemaakt van de directe en indirecte metingen. De indirecte meting vergelijkt individuele gewenste en ongewenste waarden met de cultuurwaarden van de organisatie. Organisatiecultuur wordt gemeten aan de hand van de Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 13

14 Organizational Culture Profile (O Reilly, Chatman & Caldwell, 1991; Chatman, 1989). Op basis van de OCP wordt doorgaans een overall fit index berekend. Eerdere onderzoeken hebben bewijs geleverd voor de positieve relatie tussen deze indirect gemeten P-O fit en de direct gemeten fit (Kristof, 1996). In dit onderzoek wordt daarom tevens verwacht dat er samenhang zal zijn tussen overall fit en de mate van fit die personen ervaren. Hypothese 1: Indirect gemeten fit (overall fit) zal positief correleren met direct gemeten fit Mensen willen in een organisatie werken, die dezelfde doelen nastreeft en dezelfde normen en waarden heeft als zij zelf. Iedereen ervaart de fit tussen de organisatie en zichzelf op verschillende manieren en iedereen hecht waarde aan verschillende aspecten van een organisatie. Sommigen wegen alle voordelen en nadelen van een organisatie tegen elkaar af en vergelijken dit met hun wensen waar een organisatie aan moet voldoen. Sommigen richten zich vooral op wat zij willen, dus welke kenmerken aanwezig moeten zijn in een organisatie. Anderen richten zich juist op wat zij niet zoeken in een organisatie. Daarbij gaat het om de afwezigheid van ongewenste kenmerken van een organisatie (Higgins, 2000). Verwacht wordt dat personen met promotion focus zich richten op het verkrijgen van positieve uitkomsten en voorkeur zullen hebben voor waarden die bijdragen aan het bereiken van hun idealen. Personen met prevention focus zijn gericht op het vermijden van negatieve uitkomsten en zullen voorkeur hebben voor waarden die beschermen tegen verlies en negatieve uitkomsten beperken (Higgins, 1997; McMullen, Elizaga, & Mizoguchi, 2006). Er zal gemeten worden of gewenste en ongewenste waarden in lage mate of in hoge mate ervaren worden binnen een organisatie. Verwacht wordt dat mensen fit ervaren wanneer Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 14

15 individuele gewenste waarden in hoge mate ervaren worden (appetetive fit) en wanneer individuele ongewenste waarden niet of in lage mate ervaren worden (aversive fit). Hypothese 2: Appetetive fit en aversive fit zullen positief correleren met direct gemeten fit Verwacht wordt dat de relatie tussen appetetive en aversive fit en direct gemeten fit wordt beïnvloed door iemands regulatory focus. Uit eerder onderzoek is gebleken dat personen met promotion focus gericht zijn op het verkrijgen van positieve uitkomsten (Higgins, 1997; Zhu & Meyers-Levy, 2007). Dit leidt tot de verwachting dat de relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit gemodereerd wordt door promotion focus. De relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit zal sterker zijn bij personen met promotion focus. Dat betekent dat personen die een sterke promotion focus hebben meer fit ervaren wanneer zij individuele gewenste waarden in hoge mate ervaren binnen een organisatie, dan personen die een minder sterke promotion focus hebben. Hypothese 3a: De relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit wordt gemodereerd door promotion focus Echter personen met prevention focus concentreren zich op het vermijden van risicofactoren en het beperken van verlies ( Higgins, 1997; Zhu, et al., 2007). Dit leidt tot de verwachting dat de relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit gemodereerd wordt door prevention focus. De relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit zal sterker zijn bij personen met prevention focus. Dit betekent dat personen met een sterke prevention focus meer fit ervaren Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 15

16 wanneer de individuele ongewenste waarden niet of in lage mate ervaren worden binnen een organisatie, dan personen met een minder sterke prevention focus. Hypothese 3b: De relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit wordt gemodereerd door prevention focus Verwacht wordt dat mensen met promotion focus zich sterker richten op wat zij willen bereiken en waar zij waarden aan hechten, dan personen met prevention focus. Uit onderzoek van Idson, Liberman & Higgins (2000) blijkt dat personen met promotion focus positieve en negatieve uitkomsten positiever waarderen dan personen met prevention focus. Personen met promotion focus voelen zich beter na het succesvol afronden van een taak, dan personen met prevention focus zich voelen na het succesvol vermijden van negatieve uitkomsten. Ook voelen zij zich minder slecht na het mislukken van een taak, dan personen met prevention focus (Higgins, 2000). Doordat zij zich beter voelen bij beide uitkomsten, zullen zij meer fit ervaren met een organisatie. Dit suggereert in het huidige onderzoek een mogelijk rechtstreeks positief verband tussen promotion focus en direct gemeten fit (ervaren fit). Hypothese 4: Promotion focus zal positief correleren met direct gemeten fit. In het volgende hoofdstuk zal de methode van onderzoek worden beschreven. Daarna zullen de resultaten en conclusie worden besproken aan de hand van de hypothesen. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 16

17 4 Methode 4.1 Respondenten en procedure Dit onderzoek is verricht bij Ordina te Nieuwegein. De medewerkers werken op detacheringbasis. Dat houdt in dat men steeds voor een periode van enkele maanden tot enkele jaren bij verschillende organisaties wordt geplaatst voor een project. Tijdens de kwartaalmeeting op 8 november 2007 is het onderzoek toegelicht en werd de aanwezigen gevraagd mee te werken aan het onderzoek. Iedereen heeft de vragenlijst met een begeleidende brief gekregen. Aan het eind van de meeting hebben alle aanwezigen een ingevulde vragenlijst geretourneerd. De overige werknemers van Ordina EMC zijn benaderd per . Daarin zijn zij gevraagd deel te nemen aan het onderzoek. Bij een positieve reactie is een vragenlijst met begeleidende brief en gefrankeerde retourenveloppe toegestuurd. In de begeleidende brief werden de deelnemers geïnformeerd over het onderwerp, de anonimiteit en de afronding van het onderzoek. Hierbij werd de vertrouwelijkheid van de verstrekte gegevens benadrukt. De vragenlijsten konden per post geretourneerd worden aan de Universiteit van Amsterdam. Het invullen van de vragenlijst nam ongeveer 15 minuten in beslag. De respondenten van het onderzoek bij Ordina EMC zijn samengevoegd met de respondenten van hetzelfde onderzoek bij Brunel. Van Ordina EMC zijn 96 medewerkers benaderd voor deelname aan het onderzoek. Daarvan werden 76 vragenlijsten ingevuld geretourneerd (response rate = 78%). Bij Brunel werden 400 medewerkers benaderd voor deelname aan het onderzoek. Daarvan hadden 110 medewerkers de vragenlijst ingevuld retour gestuurd (response rate = 27,5%). Hierdoor ontstaat een groep van 186 respondenten, van wie de gegevens gebruikt kunnen worden voor de analyses. Een aantal vragenlijsten was niet volledig ingevuld. Deze zijn uitgesloten van analyses. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 17

18 Van alle respondenten was 84% man, de leeftijd van de respondenten varieerde van 20 tot 60 jaar met een gemiddelde van 35 jaar (SD= 8.72). Van de respondenten had 21,5% een opleiding op MBO niveau, 38,7% op HBO niveau en 31,7% op WO niveau. Het aantal dienstjaren varieerde van 1 week tot 15 jaar met een gemiddelde van 37 maanden (SD= 42.58). Gemiddeld waren de respondenten 35 maanden (SD= 81.20) per opdracht gedetacheerd. 4.2 Meetinstrumenten De vragenlijst bestond uit de onderdelen Regulatory Focus, Directe fit, Indirecte Fit, Appetetive Fit en Aversive Fit. Daarnaast werden demografische variabelen gemeten om inzicht te krijgen in de ondervraagde groep. Demografische variabelen: De vragenlijst begon met algemene vragen naar geslacht, leeftijd, aantal dienstjaren, omvang van aanstelling en opleiding van de respondent. Regulatory Focus: Voor het meten van regulatory focus zijn items ontleend aan Lockwood, Jordan & Kunda (2002). Om te kijken of de verschillende componenten van regulatory focus naar voren kwamen is er een principale componenten analyse gedaan over alle regulatory focus items. Uit de PCA kwam naar voren dat uit de vragenlijst 3 componenten geëxtraheerd konden worden met een eigen waarde groter dan 1, die samen 55,42% van de totale gemeenschappelijke variantie verklaarden. Component 1 meet promotion focus (α =.79, 6 items), component 2 (α =.64, 3 items) en component 3 (α =.64, 4 items) meten prevention focus. Wanneer de schalen van Lockwood et al. (2002) worden aangehouden, levert dat gelijke of hogere betrouwbaarheid op. De promotionschaal bevat dan dezelfde 6 items (α =.79) en de preventionschaal bestaat uit de items van component 2 en 3, dus 7 items (α =.73). Bij dit onderzoek zullen daarom de schalen van Lockwood et al. (2002) worden aanhouden. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 18

19 De antwoordschaal was een 5-puntsschaal lopend van 1 helemaal mee eens tot 5 helemaal mee oneens. Een voorbeelditem van promotion focus is: Ik denk regelmatig na over hoe ik mijn verwachtingen en ambities kan bereiken. Een voorbeelditem van prevention focus is: Ik denk vaak aan hoe ik missers in mijn leven kan voorkomen. Als iemand het vaker eens is met promotion focus items en oneens is met prevention focus items, is deze persoon gericht op het behalen van succes. Als iemand het vaker eens is met prevention focus items en oneens is met promotion focus items, is deze persoon gericht op het voorkomen van falen. Directe Fit: De items om directe fit te meten zijn ontleend aan Cable & de Rue (2002). Vijf items meten fit bij de huidige detachering (α =.86) en bij de vorige detachering (α =.94). De antwoordschaal was een 5-puntsschaal lopend van 1 helemaal mee eens tot 5 helemaal mee oneens. Een voorbeelditem van directe fit is: Ik voel me thuis in de cultuur van de organisatie waar ik nu ben gedetacheerd. Indirecte Fit: Voor het meten van indirecte fit is gebruik gemaakt van de Q-sortmethode (O Reilly, Chatman & Caldwell, 1991). Deze methode is ontwikkeld om een P-O fit te berekenen, waarbij gebruik wordt gemaakt van items die relevant zijn voor zowel de persoon als de organisatie. Aan de hand van deze items worden profielen gemaakt van de gewenste cultuur en van de ervaren cultuur. Het instrument heet Organizational Culture Profile (OCP). Er wordt een profielvergelijking gemaakt van de gewenste cultuur en de ervaren cultuur. Door deze profielen met elkaar te correleren ontstaat een fitindex (O Reilly et al., 1991; Chatman, 1989). Respondenten maakten het gewenste profiel door op basis van hun persoonlijke voorkeur 16 items in te delen in 7 categorieën, lopend van minst tot meest aantrekkelijk. Respondenten maakten het ervaren profiel door op basis van hun ervaringen 16 items in te delen in 7 categorieën, van minst tot meest kenmerkend (O Reilly et al., 1991; Chatman, Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 19

20 1989). Iedere categorie krijgt een vastgesteld aantal items toegekend. De uiterste categorieën kunnen slechts 1 item toegekend krijgen. De middelste categorie ( neutraal ) krijgt 4 items toegekend (Chatman, 1989). Voorbeelden van items zijn: Gericht op groei, Onderling nauwe samenwerking, Resultaatgericht, Voorzichtigheid. De scores van alle items van het gewenste profiel worden gecorreleerd met de scores van alle items van de ervaren profielen van de huidige en de vorige organisatie. Als er een sterke correlatie is tussen het gewenste profiel en een ervaren profiel, betekent dit een hogere indirecte fit. Appetetive Fit en Aversive Fit: Voor het meten van appetetive fit en aversive fit is ook gebruik gemaakt van de Q-sort-methode (O Reilly et al., 1991). Het gewenste profiel en de ervaren profielen zijn gebruikt om deze fitmaat te berekenen. Van het item dat als meest aantrekkelijk werd gewaardeerd, werd bekeken in welke mate deze kenmerkend is voor de organisatie. Dit werd ook gedaan met het item dat als minst aantrekkelijk werd gewaardeerd. Als het hoogst gewaardeerde item in hoge mate ervaren wordt bij de organisatie is er sprake van appetetive fit. Als het minst gewaardeerde item in lage mate ervaren wordt bij de organisatie, is er sprake van aversive fit. Gegevens detachering: Vóór het beantwoorden van de items over de huidige en vorige detachering, werden er aantal algemene vragen gesteld over de detachering, zoals het soort organisatie, duur van het project en functie. Bij de items over een vorige detachering werd gevraagd in hoeverre de respondent zich het werk en de organisatie kon herinneren. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 20

21 5 Resultaten In Tabel 1 staan de gemiddelden, standaarddeviaties en intercorrelaties voor alle onafhankelijke variabelen en de afhankelijke variabele vermeld. Uit de correlaties bleek dat sekse positief gerelateerd was aan promotion focus (r =.15, p <.05) en negatief gerelateerd aan appetetive fit in de vorige organisatie ( r = -.16, p <.05). Daarom is sekse ook meegenomen als onafhankelijke variabele in de toetsing van de hypothesen. Hetzelfde geldt voor de variabele leeftijd, die negatief samenhangt met prevention focus (r = -.15, p <.05) en positief samenhangt met directe fit (r =.18, p <.05). Om de hypothesen te toetsen zijn regressieanalyses uitgevoerd. Indirecte fit, appetetive fit, aversive fit, sekse en leeftijd zijn ingevoerd als onafhankelijke variabelen, met directe fit als afhankelijke variabele. Promotion focus en prevention focus zijn opgenomen om een modererend effect (Hypothese 3a en 3b) en een direct effect (Hypothese 4) te toetsen. De hypothesen zijn getoetst voor de huidige en de vorige organisatie. Als eerste is er verondersteld dat indirect gemeten fit (overall fit) positief samenhangt met direct gemeten fit (Hypothese 1). Om deze hypothese te toetsen werd een regressieanalyse gedaan met directe fit als afhankelijke variabele. De onafhankelijke variabelen sekse en leeftijd zijn ingevoerd in de eerste stap van de regressieanalyse en overall fit is toegevoegd in de tweede stap. Dit is gedaan voor de huidige en vorige organisatie. In de huidige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 34% van de variantie in directe fit (R² =.34, F (3, 167) = 28,476, p <.001). Overall fit bleek positief gerelateerd aan directe fit (β =.58, p <.001). Sekse bleek niet gerelateerd aan directe fit (β = -.11, p =.10). Ook leeftijd was niet gerelateerd aan directe fit (β = -.06, p =.34). In de regressieanalyse voor de vorige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 26% van de variantie in directe fit (R² =.26, F (3, 169) = 19,750, p <.001). Overall fit bleek positief gerelateerd aan directe fit (β =.48, p <.001). Sekse (β = -.04, p Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 21

22 =.57) en leeftijd (β =.12, p =.09) bleken niet gerelateerd aan directe fit. Deze resultaten bieden ondersteuning voor Hypothese 1. Om te toetsen of appetetive fit en aversive fit significant samenhangen met direct gemeten fit (Hypothese 2) werd een regressieanalyse gedaan voor de huidige en vorige organisatie met directe fit als afhankelijke variabele. Als onafhankelijke variabelen werden sekse en leeftijd ingevoerd in de eerste stap, en appetetive fit en aversive fit werden toegevoegd in de tweede stap van de regressieanalyse. Dit is gedaan voor de huidige en vorige organisatie. In de huidige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 20% van de variantie in directe fit (R² =.20, F (4, 178) = 11,125, p <.001). Appetetive fit was positief gerelateerd aan directe fit (β =.32, p <.001) en aversive fit bleek negatief gerelateerd aan directe fit (β = -.20, p <.05). Sekse bleek niet gerelateerd aan directe fit (β = -.10, p =.15). Dit geldt ook voor leeftijd (β = -.02, p =.79). Dit biedt ondersteuning voor Hypothese 2. Bij de vorige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 18% van de variantie in directe fit (R² =.18, F (4, 173) = 9,408, p <.001). Ook hier bleek appetetive fit positief gerelateerd aan directe fit (β =.36, p <.001). Aversive fit bleek niet gerelateerd aan directe fit (β = -.06, p =.41). Sekse was ook hier niet gerelateerd aan directe fit (β = -.02, p =.80). Leeftijd was positief gerelateerd aan directe fit (β =.19, p <.05). Hypothese 2 wordt deels ondersteund door de resultaten. Hypothese 3a veronderstelde dat promotion focus als moderator zou functioneren in de relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit. Eerst zijn de variabelen promotion focus en appetetive fit gestandaardiseerd. Een standaard score geeft de relatieve positie van een waarneming binnen een verdeling aan. Door standaardisering kunnen verschillende verdelingen met elkaar vergeleken worden. Van de gestandaardiseerde variabelen is een interactie berekend door de interactietermen promotion focus * appetetive fit, voor de huidige Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 22

23 en vorige organisatie, in de derde stap van de regressieanalyses toe te voegen. Ook zijn sekse en leeftijd weer gebruikt als onafhankelijke variabelen in de eerste stap en zijn promotion focus en appetetive fit toegevoegd in de tweede stap. Directe fit is ingevoerd als afhankelijke variabele. Dit is voor de huidige en vorige organisatie gedaan. In de huidige organisatie verklaarden ze gezamenlijk 19% van de variantie in directe fit (R² =.19, F (5, 178) = 7,874, p <.001; Δ R² =.01, Fchange (1, 173) = 2,432, p =.12). Er was geen modererend effect van promotion focus op de relatie tussen appetetive fit en directe fit (β =.12, p =.12). Net als bij Hypothese 2 bleek ook hier appetetive fit positief gerelateerd aan directe fit (β =.39, p <.001) en werd er geen verband gevonden tussen promotion focus en directe fit (β =.09, p =.20). Sekse (β =.12, p =.13) en leeftijd (β =.003, p =.97) bleken ook niet gerelateerd aan directe fit. Deze resultaten bieden geen ondersteuning voor Hypothese 3a. Bij de vorige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 19% van de variantie in directe fit (R² =.193, F (5, 173) = 8,035, p <.001; Δ R² =.00, Fchange ( 1, 168) =.64, p =.80). Ook hier was geen modererend effect van promotion focus op de relatie tussen appetetive fit en directe fit (β = -.02, p =.80). Appetetive fit was positief gerelateerd aan directe fit (β =.38, p <.001) en promotion fit was niet gerelateerd aan directe fit (β =.12, p =.10). Sekse was ook niet gerelateerd aan directe fit (β = -.04, p =.62). Leeftijd was bleek wel gerelateerd aan directe fit (β =.20, p <.05). Ook deze resultaten bieden geen resultaten voor Hypothese 3a. Hypothese 3b veronderstelde een modererend effect van prevention focus. Om een modererend effect van prevention focus op de relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit te toetsen (Hypothese 3b), zijn de variabelen aversive fit en prevention focus gestandaardiseerd. Van de gestandaardiseerde variabelen is een interactie berekend door de interactietermen prevention focus * aversive fit, voor de huidige en vorige organisatie, in de derde stap van de regressieanalyses toe te voegen. Ook zijn sekse en leeftijd weer gebruikt als Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 23

24 onafhankelijke variabelen in de eerste stap en zijn prevention focus en aversive fit toegevoegd in de tweede stap. Directe fit is ingevoerd als afhankelijke variabele. Dit is voor de huidige en vorige organisatie gedaan. In de huidige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 12% van de variantie in directe fit (R² =.12, F (5, 178) = 4,713, p <.001; Δ R² =.001, Fchange ( 1, 173) =.114, p =.76). Er was geen modererend effect van prevention focus op de relatie tussen aversive fit en directe fit (β =.02, p =.74). Ook dit keer bleek aversive fit negatief gerelateerd aan directe fit (β = -.33, p <.001) en was er geen verband tussen prevention focus en directe fit (β =.08, p =.30). Ook waren sekse (β = -.11, p =.13) en leeftijd (β = -.02, p =.79) niet gerelateerd aan directe fit. Deze resultaten bieden geen ondersteuning voor Hypothese 3b. In de vorige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 11% van de variantie in directe fit (R² =.11, F (5, 173) = 4,19, p <.001; Δ R² =.011, Fchange ( 1, 168) = 2,125, p =.15). Er was geen modererend effect van prevention focus op de relatie tussen aversive fit en directe fit (β =.11, p =.15). Er is een negatief verband gevonden tussen aversive fit en directe fit (β = -.22, p <.05) en een positief verband tussen prevention focus en directe fit (β =.16, p <.05). Sekse was niet gerelateerd aan directe fit (β = -.07, p =.37), maar leeftijd bleek positief gerelateerd aan directe fit (β =.17, p <.05). Ook deze resultaten bieden geen ondersteuning voor Hypothese 3b. Als laatst is getoetst of promotion focus positief correleerde met direct gemeten fit (Hypothese 4). Voor het antwoord op de vraag op promotion focus positief correleert met direct gemeten fit, kan gekeken worden naar de regressieanalyse uitgevoerd voor hypothese 3a. Daaruit bleek dat er geen verband is tussen promotion focus en directe fit (β =.09, p =.20). Sekse (β = -.13, p =. 09) en leeftijd (β =.01, p =.86) waren beide niet gerelateerd aan directe fit. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 24

25 Bij de vorige organisatie verklaarden de onafhankelijke variabelen gezamenlijk 6% van de verklaarde variantie in directe fit (R² =.06, F (3, 177) = 3,586, p <.05). Ook hier bleek geen verband tussen promotion focus en directe fit (β =.12, p =.10). Sekse was niet gerelateerd aan directe fit (β = -.11, p =.14). Leeftijd was positief gerelateerd aan directe fit (β =.18, p <.05). Hypothese 4 wordt dus niet ondersteund door de resultaten. Alle resultaten van de regressieanalyses staan samengevat in tabel 2, 3, 4, 5 en 6. 6 Conclusie Het doel van het huidige onderzoek was het zoeken naar een verklaring voor de verschillen in uitkomsten bij verschillende methoden van onderzoek naar P-O fit. Gezocht is naar een verklaring binnen de persoon zelf, in dit geval zijn/haar regulatory focus. De gepresenteerde resultaten bieden slechts gedeeltelijk steun voor de gestelde hypothesen. In het volgende gedeelte zullen allereerst de resultaten van het huidige onderzoek besproken worden en verklaringen worden gezocht voor deze resultaten. Vervolgens worden enkele beperkingen van het onderzoek besproken. Tot slot zullen de theoretische en de praktische implicaties van het onderzoek behandeld worden. Zoals verwacht tonen de resultaten van dit onderzoek dat overall fit en direct gemeten fit positief samenhangen. Dit betekent dat de mate van fit, berekend aan de hand van de profielvergelijking tussen de gewenste en de ervaren organisatiecultuur, overeenkomt met de mate van fit, die de persoon zelf ervaart. Dit komt overeen met eerdere onderzoeken (Kristof, 1996; Kristof-Brown, Zimmerman & Johnson, 2005). De resultaten laten zien dat ook appetetive fit en aversive fit significant samenhangen met direct gemeten fit. Appetetive fit heeft een positief verband met direct gemeten fit. Dit betekent dat mensen meer fit ervaren als gewenste kenmerken in een organisatie aanwezig zijn, dan wanneer deze afwezig zijn. Voor de relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 25

26 geldt het tegenovergestelde. Aversive fit hangt negatief samen met direct gemeten fit. Dit houdt in dat mensen meer fit ervaren als ongewenste kenmerken in een organisatie afwezig zijn, dan wanneer deze aanwezig zijn. Er is geen ondersteuning gevonden voor de verwachting dat promotion focus een modererend effect heeft op de relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit. Dit betekent dat mensen met promotion focus evenveel fit ervaren wanneer gewenste kenmerken in een organisatie aanwezig zijn, als mensen zonder promotion focus. Ook was er geen sprake van een modererend effect van prevention focus op de relatie tussen aversive fit en direct gemeten fit. Dit betekent dat mensen met prevention focus evenveel fit ervaren wanneer ongewenste kenmerken afwezig zijn, als mensen zonder prevention focus. Dit is ook tegen de verwachtingen in. Kortom; er is geen steun gevonden voor de invloed van iemands regulatory focus op het ervaren van fit tussen persoon en organisatie. Een mogelijke verklaring voor het uitblijven van een modererend effect is het gebruik van een vereenvoudigde versie van de OCP. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van 16 organisatiekenmerken, in plaats van alle 54 organisatiekenmerken van de originele versie van de OCP (O Reilly Chatman & Caldwell, 1991). Mogelijk is de invloed van regulatory focus niet vast te stellen aan de hand van analyses met één gewenst en één ongewenst kenmerk. Meerdere kenmerken geven mogelijk meer informatie over factoren die invloed hebben op iemands ervaren fit met de organisatie. De verwachting dat mensen met promotion focus meer fit ervaren in een organisatie dan mensen zonder promotion focus, wordt ook niet ondersteund door deze resultaten. Dit komt niet overeen met de resultaten van het onderzoek van Idson, Liberman & Higgins (2000). Daaruit kwam naar voren dat mensen met promotion focus meer fit ervaren doordat zij positieve en negatieve uitkomsten positiever waarderen dan mensen met prevention focus. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 26

27 Het uitblijven van een verband is opmerkelijk. Een mogelijke verklaring voor het uitblijven van een verband is dat in dit onderzoek werkelijke situaties worden gebruikt, in tegenstelling tot het onderzoek van Idson et al. (2000). Daar werd de deelnemers gevraagd zich in te leven in positieve en negatieve uitkomsten en deze te beoordelen (Higgins, 2000). 6.1 Tekortkomingen Het huidige onderzoek heeft onderzoeksresultaten van eerdere onderzoeken bevestigd. Er is echter geen steun gevonden voor de invloed van regulatory focus op ervaren fit en de invloed op de relatie tussen indirect en direct gemeten fit. Een mogelijke reden is het gebruik van een vereenvoudigde versie van de Q-sort methode. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van 16 organisatiekenmerken, in plaats van alle 54 organisatiekenmerken van de originele versie van de OCP. Hierdoor kan een vertekend profiel ontstaan, waardoor de invloed van regulatory focus niet naar voren komt. O Reilly Chatman & Caldwell (1991) stellen dat het gebruik van een beperkt aantal kenmerken om een organisatie te omschrijven, het vaststellen van verbanden tussen persoon en organisatie belemmert (O Reilly et al., 1991). In vervolgonderzoek is het goed om weer gebruik te maken de Q-sort-methode, omdat deze methode persoon en organisatie omschrijft met items die voor beide relevant zijn. Daardoor kunnen de omschrijvingen van persoon en organisatie met elkaar vergeleken worden (Chatman, 1989; Kristof, 1996; O Reilly et al, 1991). Volgens Piasentin & Chapman (2005) geven directe metingen van subjectieve fit weinig inzicht in wat belangrijk is voor de persoon, doordat deze niet zelf kan aangeven wat hij/zij belangrijk vindt wat betreft de cultuurwaarden de organisatie. Hierdoor gaat belangrijke informatie verloren (Piasentin & Chapman, 2005). Ten tweede is alleen gebruik gemaakt van één gewenst en één ongewenst organisatiekenmerk voor het berekenen van appetetive en aversive fit en het modererende Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 27

28 effect van promotion en prevention focus. Mogelijk is het gebruik van een enkel kenmerk te weinig om fit te kunnen berekenen. De samenhang tussen appetetive en aversive fit enerzijds en directe fit anderzijds was niettemin dermate hoog dat moderatie daardoor minder makkelijk is vast te leggen. Een derde beperking is de generaliseerbaarheid van de gevonden resultaten naar andere werknemers. Het onderzoek is afgenomen bij mensen die op detacheringbasis werken. Deze mensen kiezen voor het werken op projectbasis bij verschillende organisaties. Het kan zijn dat deze groep weinig waarde hecht aan fit tussen persoon en organisatie. Soms duren projecten slechts enkele maanden en zullen zij zich niet verdiepen in de organisatie. Hierdoor kan een beeld ontstaan dat niet te generaliseren is naar de werkpopulatie. Voor generalisatie van de huidige resultaten naar andere werknemers is aanvullend onderzoek nodig. Hierbij zou gekozen kunnen worden voor een grotere steekproef met deelnemers afkomstig uit meerdere en verschillende organisaties. 6.2 Theoretische implicaties Het onderzoek levert enkele theoretische bijdragen aan de literatuur over P-O fit. In het huidige en eerder onderzoek wordt bewijs geleverd voor de relatie tussen overall fit en direct gemeten fit (Kristof, 1996; Kristof-Brown et al, 2005). Ook is aangetoond dat appetetive fit en aversive fit samenhangen met direct gemeten fit. Dit betekent dat niet alleen aanwezige kenmerken invloed hebben op het ervaren van fit, maar dat er ook aandacht moet zijn voor factoren, die door hun afwezigheid, ervoor zorgen dat mensen misfit ervaren. Mogelijk is dit een andere invalshoek en levert dit meer informatie omtrent de verschillende uitkomsten in onderzoek naar P-O fit. Er wordt geen bewijs gevonden voor de invloed van regulatory focus op de relatie tussen appetetive fit en direct gemeten fit en tussen aversive fit en direct gemeten fit. Persoon Organisatie Fit en Regulatory Focus Theorie 28

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Ziekteverzuim Moderation of the Big Five Personality Factors on

Nadere informatie

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd 0 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Samenvatting 3 Resultaten 6 Respons Over de respondenten Rapportcijfer Werkbeleving 10 Leidinggeven(den)

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Summary in Dutch. Samenvatting

Summary in Dutch. Samenvatting Samenvatting In de theorie van het menselijk kapitaal zijn kennis en gezondheid uitkomsten van bewuste investeringsbeslissingen. Veel van de keuzes hieromtrent lijken in de praktijk echter niet weldoordacht.

Nadere informatie

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent. De commitments van creatieve professionals

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent. De commitments van creatieve professionals De commitments van creatieve professionals 7 De commitments van creatieve professionals 163 164 Ruim baan voor creatief talent, hoofdstuk 7 7.1 Inleiding In deze studie is binding gedefinieerd als het

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

de jaren van de vorige eeuw lag de focus op de beschrijving van stressreacties en onderzoek van de (karakteristieken van) stimuli die een

de jaren van de vorige eeuw lag de focus op de beschrijving van stressreacties en onderzoek van de (karakteristieken van) stimuli die een Samenvatting Werkstress bij verpleegkundigen is al jaren wereldwijd een probleem. Werkstress kan negatieve gevolgen hebben voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid en kan het plezier in het werk

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Jongeren & hun financiële verwachtingen

Jongeren & hun financiële verwachtingen Nibud, februari Jongeren & hun financiële verwachtingen Anna van der Schors Daisy van der Burg Nibud in samenwerking met het 1V Jongerenpanel van EenVandaag Inhoudsopgave 1 Onderzoeksopzet Het Nibud doet

Nadere informatie

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Respondent: Johan den Doppelaar Email: info@123test.nl Geslacht: man Leeftijd: 37 Opleidingsniveau: hbo Vergelijkingsgroep: Nederlandse beroepsbevolking

Nadere informatie

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Samenvatting Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Stabiliteit en verandering in gerapporteerde levensgebeurtenissen over een periode van vijf jaar Het belangrijkste doel van dit longitudinale,

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST

VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST Respondent: J. de Vries ( voorbeeld) E- mailadres: jdevries@example.com Geslacht: Man Leef tijd: 32 Opleiding sniveau: HBO Verg elijking sg roep: Normg

Nadere informatie

Samenvatting afstudeeronderzoek

Samenvatting afstudeeronderzoek Samenvatting afstudeeronderzoek Succesfactoren volgens bedrijfsleven in publiek private samenwerkingen mbo IRENE VAN RIJSEWIJK- MSC STUDENT BEDRIJFSWETENSCHAPPEN (WAGENINGEN UNIVERSITY) IN SAMENWERKING

Nadere informatie

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) D Demo. Naam. 5 januari 2014

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) D Demo. Naam. 5 januari 2014 Rapportage De volgende tests zijn afgenomen: Test Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-H) Status Voltooid Vertrouwelijk Naam Datum onderzoek Emailadres D Demo 5 januari 2014 D@Demo.com Inleiding Motivatie

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Samenvatting. Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld

Samenvatting. Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld Samenvatting Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld om hen heen. Zo hebben vele mensen een natuurlijke neiging om zichzelf als bijzonder positief te beschouwen (bijv,

Nadere informatie

LOOPBAANCOMPETENTIES EN LOOPBAANSUCCES: DE MODERERENDE INVLOED VAN SEKSE Nikky Wessels Hogeschool de Kempel

LOOPBAANCOMPETENTIES EN LOOPBAANSUCCES: DE MODERERENDE INVLOED VAN SEKSE Nikky Wessels Hogeschool de Kempel LOOPBAANCOMPETENTIES EN LOOPBAANSUCCES: DE MODERERENDE INVLOED VAN SEKSE Nikky Wessels Hogeschool de Kempel SAMENVATTING Volgens Kuijpers en Meijers (2009) is er een positieve samenhang tussen loopbaancompetenties

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0

EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0 EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0 2011 Praktikon BV Nijmegen: Harm Damen 1. Wat is de EMPO? De EMPO 2.0 is een lijst voor zelfevaluatie om de empowerment bij ouders (EMPO Ouders 2.0) en jongeren

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts

Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts Samenvatting onderzoek Pijnbestrijding bij Q-koorts Geschreven door: Murel Arts Student Universiteit Maastricht Master Health Education and Promotion Begeleider: Marlie van Santvoort Stichting Q-support

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage Leadership Connected 2016

Onderzoeksrapportage Leadership Connected 2016 Onderzoeksrapportage Leadership Connected 2016 Zaltbommel 30 mei 2016 Leadership Connected! Where Business meets Science 1 Inleiding Onderzoeksrapport Leadership Connected In tijden waarin ontwikkelingen

Nadere informatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie

Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest

Nadere informatie

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling?

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Which Factors are associated with Quality of Life after Cancer Treatment? Mieke de Klein Naam student: A.M.C.H. de Klein Studentnummer:

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 Dankbaarheid in Relatie tot Intrinsieke Levensdoelen: Het mediërende Effect van Psychologische Basisbehoeften Karin Nijssen Open Universiteit

Nadere informatie

Effect publieksvoorlichting

Effect publieksvoorlichting Effect publieksvoorlichting Inleiding Om het effect van de voorlichtingsbijeenkomsten te kunnen meten is gevraagd aan een aantal deelnemers aan deze bijeenkomsten om zowel voorafgaand aan de voorlichting

Nadere informatie

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT INTRODUCTIE De Motives, Values, Preferences Inventory () is een persoonlijkheidstest die de kernwaarden, doelen en interesses van een persoon in kaart brengt.

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Betekenis van werk. Slechts 1 op de 7 Nederlanders geniet van het werk

Betekenis van werk. Slechts 1 op de 7 Nederlanders geniet van het werk Betekenis van werk Slechts 1 op de 7 Nederlanders geniet van het werk Het 1e Nationale onderzoek naar betekenis in het werk 2006/2007 Onderzoeksresultaten samengevat Ruim 65% van de Nederlandse beroepsbevolking

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19103 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Pisanti, Renato Title: Beyond the job demand control (-support) model : explaining

Nadere informatie

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten Samenvatting Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten De beroepsbevolking in Nederland, maar ook in andere westerse landen, vergrijst in een rap tempo. Terwijl er minder kinderen

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Inleiding In het kader van de Monitor en evaluatie Tweede Fase HAVO / VWO heeft het ITS voor het Ministerie van OCenW, directie voortgezet onderwijs, onderzoek gedaan in het

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Dit proefschrift behandelt de relatie tussen lichamelijke beperkingen en kwaliteit van leven en het effect van sociale steun op deze relatie bij patiënten die sinds kort reumatoïde artritis hebben. Reumatoïde

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Persoonlijke factoren en Sales succes

Persoonlijke factoren en Sales succes Persoonlijke factoren en Sales succes Welke samenhang is er? Gerard Groenewegen Mei 2009 06-55717189 1 Agenda 1. Inleiding 2. Opzet studie 3. Beoordeling van dit onderzoek 4. Bevindingen 5. Conclusie 6.

Nadere informatie

Special advertising: SBS Billboards DVJ Insights

Special advertising: SBS Billboards DVJ Insights Special advertising: SBS s DVJ Insights Ronald Jansen & Robin Koenen Maart 2016 onderzoeksopzet 2 Inleiding SBS biedt adverteerders de mogelijkheid om via special advertising nog betere effecten voor het

Nadere informatie

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs. ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1

Nadere informatie

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap.

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Master thesis onderzoek van Mandy Ziel, Merel van der Mark & Chrisje Seijkens. Universiteit

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

Gemeentelijke Dienstverlening. Omnibus 2009

Gemeentelijke Dienstverlening. Omnibus 2009 Gemeentelijke Dienstverlening Omnibus 2009 Afdeling O&S Februari 2009 2 Samenvatting Inwoners vinden dat de gemeente haar dienstverlening heeft verbeterd De inwoners van s-hertogenbosch beoordelen de gemeentelijke

Nadere informatie

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans

Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Mathilde Descheemaeker Adriaan Spruyt Dirk Hermans Experimentele psychopathologie Op zoek naar de psychologische processen die een rol spelen bij het ontstaan, in stand houden en terugval van psychopathologie

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Bowling alone without public trust

Bowling alone without public trust Bowling alone without public trust Een bestuurskundig onderzoek naar de relatie tussen een ervaren sociaal isolement van Amsterdamse burgers en de mate van publiek vertrouwen dat deze burgers hebben in

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1

Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Running Head: INVLOED VAN ASE-DETERMINANTEN OP INTENTIE CONTACT 1 Relatie tussen Attitude, Sociale Invloed en Self-efficacy en Intentie tot Contact tussen Ouders en Leerkrachten bij Signalen van Pesten

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang?

gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? Is er een samenhang tussen seksuele attituden en gedragsintenties voor veilig seksueel Is there a correlation between sexual attitudes and the intention to engage in sexually safe behaviour? Does gender

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

Cliëntenthermometer jongeren vanaf 12 jaar

Cliëntenthermometer jongeren vanaf 12 jaar Cliëntenthermometer jongeren vanaf 12 jaar Accare Totaal Versie 1.0.0 Drs. A. Weynschenk november 2014 www.triqs.nl VOORWOORD Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over de uitgevoerde CT

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

DAG VAN HET MAGAZIJN 2013. Prof. Dr. R.B.M. De Koster S. Zahrai P. Bivol J. De Vries HET NIEUWE HEFFEN EXPERIMENT

DAG VAN HET MAGAZIJN 2013. Prof. Dr. R.B.M. De Koster S. Zahrai P. Bivol J. De Vries HET NIEUWE HEFFEN EXPERIMENT DAG VAN HET MAGAZIJN 2013 Prof. Dr. R.B.M. De Koster S. Zahrai P. Bivol J. De Vries HET NIEUWE HEFFEN EXPERIMENT 1. MOTIVATIE Wat is de samenhang tussen rijstijl, energieverbruik, productiviteit en kwaliteit

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt?

Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt? Veelgestelde vragen Over de uitslag Hoe kan het dat mijn collega van dezelfde afdeling een ander OCAI-profiel van onze organisatie krijgt? De test meet hoe u de werkcultuur beoordeelt in uw organisatie.

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Het managen van weerstand van consumenten tegen innovaties De afgelopen decennia zijn er veel nieuwe technologische producten en diensten geïntroduceerd op de

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

Trots op het werk en plezier met de collega s. Brancherapportage uitzend- en recruitmentbranche

Trots op het werk en plezier met de collega s. Brancherapportage uitzend- en recruitmentbranche Trots op het werk en plezier met de collega s Brancherapportage uitzend- en recruitmentbranche Trots op het werk en plezier met de collega s Medewerkers in de uitzend- en recruitmentbranche zijn er voornamelijk

Nadere informatie

Variabele Beloning: Een lonend idee?

Variabele Beloning: Een lonend idee? Variabele Beloning: Een lonend idee? Student: Carla Op Heij (S420259) Werfpad 3a 5212 VJ Den Bosch Interne begeleider: Prof. dr. G.H.M. Evers Externe begeleider: Drs R.I.G. Blankemeijer Periode: Februari

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY O V E R Z I C H T INTRODUCTIE De Motives, Values, Preferences Inventory () is een persoonlijkheidstest die de kernwaarden, doelen en interesses van een persoon meet.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte

Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte Gemeente Hollands Kroon Mei 2014 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl

Nadere informatie

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Bijeenkomst Geestelijk Verzorgers Sint Maartenskliniek, Nijmegen

Bijeenkomst Geestelijk Verzorgers Sint Maartenskliniek, Nijmegen Bijeenkomst Geestelijk Verzorgers Sint Maartenskliniek, Nijmegen Religieuze coping in relatie tot het revalidatieresultaat 25 september 2013 Frans van Oosten Geestelijk verzorger 1 Waar gaat het eigenlijk

Nadere informatie

De effecten van een trainingsprogramma op attitudes en intenties ten aanzien van talentontplooiing

De effecten van een trainingsprogramma op attitudes en intenties ten aanzien van talentontplooiing De effecten van een trainingsprogramma op attitudes en intenties ten aanzien van talentontplooiing Effectenonderzoek aan de hand van de Theorie van Gepland Gedrag Auteur: Ingrid Raaijmakers Begeleider:

Nadere informatie

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Augustus 2011 Waar werknemers onderdeel zijn van een organisatie, wordt beoordeeld.

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie

Jaar 3: Deelrapportage 4. Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010

Jaar 3: Deelrapportage 4. Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010 Programmalijn: Expeditie Durven, Delen, Doen: Onderwijs is populair, personeel is trots Jaar 3: Deelrapportage 4 Onderwijsontwikkeling Montaigne Lyceum Werkbevlogenheid docenten Montaigne Lyceum, mei 2010

Nadere informatie

Appraisal. Datum:

Appraisal. Datum: Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie