Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen. Rapport R01: ORBP-analyse - Oost-Vlaanderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen. Rapport R01: ORBP-analyse - Oost-Vlaanderen"

Transcriptie

1 Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen Rapport R01: ORBP-analyse - Oost-Vlaanderen

2 DOCUMENTBESCHRIJVING TITEL Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen. ORBP-analyse Oost-Vlaanderen SAMENSTELLERS Afdeling Operationeel Waterbeheer, VMM Dienst Hoogwaterbeheer in samenwerking met IMDC INHOUD Dit rapport behandelt de studieresultaten van de ORBP-analyses voor de modelgebieden Gaverbeek, Zwalm, Maarkebeek, Marke, Bellebeek, Molenbeek Zandbergen, Molenbeek Erpe-Mere en Molenbeek Wetteren. De ORBP-analyse laat toe om op uniforme wijze een grote set aan maatregelen af te wegen voor verschillende risico s met oog voor kostenefficiëntie. De maatregelensets zijn samengesteld uit maatregelen van de 3P s: protectie, preventie en paraatheid. WIJZE VAN REFEREREN VMM (2014), Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen. ORBP-analyse Oost-Vlaanderen VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Katrien Smet, Vlaamse Milieumaatschappij VRAGEN IN VERBAND MET DIT RAPPORT Vlaamse Milieumaatschappij A. Van de Maelestraat Erembodegem Tel.: Fax: DEPOTNUMMER D/2014/6871/015

3 Rapport R01: ORBP-analyse - Oost-Vlaanderen Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan van de onbevaarbare waterlopen Rapport R01: ORBP-analyse - Oost-Vlaanderen

4 4

5 Inhoudsopgave 1. INLEIDING De opdracht Doelstelling Over dit rapport GAVERBEEK Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) ZWALM Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen...53 Inhoudsopgave 5

6 3.3. Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 4. MAARKEBEEK Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 5. MARKE Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 6

7 6. BELLEBEEK Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 7. MOLENBEEK ZANDBERGEN Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) MOLENBEEK ERPE-MERE Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Inhoudsopgave 7

8 8.2. Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 9. MOLENBEEK WETTEREN Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Historische knelpunten Scenariogenerator Maatregelen ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Kosten ) Paraatheid ) Preventie ) Protectie Berekeningen Resultaten Protectie Afweging Situering risico ) Economisch risico ) 10. TERMINOLOGIE REFERENTIES

9 1. Inleiding 1.1. De opdracht De VMM is sinds 2006 ook bevoegd geworden voor het beheer van onbevaarbare waterlopen van 1 categorie. De vele verantwoordelijkheden die dit impliceert, gaan van het beheren en onderhouden van onze 1400 km waterlopen, het bouwen en renoveren van allerhande infrastructuur tot het operationeel en beleidsmatig onderzoek van de overstromingsproblematiek. Op 23 oktober 2007 werd de richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad aangenomen over de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico s, ook wel de Overstromingsrichtlijn (ORL) genoemd. Deze richtlijn verplicht de lidstaten tot het opstellen van overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten tegen eind 2013 en overstromingsrisicobeheerplannen tegen eind Deze laatste bevatten de maatregelen ter vermindering van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het culturele erfgoed en de economische bedrijvigheid. Niet alleen omdat vanuit de Europese Overstromingsrichtlijn ons een aantal verplichtingen worden opgelegd, maar bovenal om de contouren en de weg naar een waterveiliger Vlaanderen helder te krijgen, schreef de VMM in 2008 een opdracht uit die werk maakt van nieuwe overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten en een afwegingskader voor maatregelen en acties. Deze opdracht werd op 17 maart 2009 gegund aan IMDC nv. Het uitgewerkte afwegingskader is gebaseerd op een risicomethodiek waarbij zowel de kans als de gevolgschade van overstromingen worden in rekening gebracht. Er wordt rekening gehouden met autonome ontwikkelingen tot 2050 inzake klimaat- en landgebruiksveranderingen. Via kosten-batenanalyses wordt gezocht naar de meest optimale maatregelenset qua protectie, preventie en paraatheid. Concreet wordt er binnen het project voor 47 deelstroomgebieden of 1388 km onbevaarbare waterlopen naar oplossingen gezocht. De uitgewerkte methodiek blijkt een krachtig instrument om gericht keuzes te maken in het overstromingsrisicobeheer en de impact van die keuzes te kennen. Dit deelrapport maakt deel uit van een reeks rapporten die samen de volledige opdracht beschrijven. Het basisrapport (R00) is een syntheserapport van de volledige studie. De deelrapporten beschrijven de ORBP-analyses en resultaten per buitendienst van de VMM en per modelgebied Doelstelling Het doel van de opdracht is beleidsondersteunend. De aangereikte resultaten uit deze studie zullen het beleid toelaten wetenschappelijk en maatschappelijk gefundeerde keuzes te maken m.b.t. het overstromingsrisicobeheer in de Vlaamse stroomgebieden van eerste categorie. Aan de hand van de beschreven criteria en resultaten kan het beleid een bepaalde beleidsstrategie aannemen, die op haar beurt adviserend en sturend kan optreden voor andere beleidsinstrumenten. De resultaten van de studie leveren geen concrete (gedetailleerde) uitvoeringsplannen maar zijn vooral richtinggevend. De resultaten zullen dienen als een wetenschappelijk onderbouwde vertrekbasis om de acties via een lokaal project en in samenspraak met lokale besturen en belanghebbenden verder uit te werken en te verfijnen en/of te selecteren. 1. Inleiding 9

10 1.3. Over dit rapport Dit rapport beschrijft de ORBP-analyses voor de modelgebieden van de buitendienst Oost-Vlaanderen van de VMM in de opdracht Onderbouwing van het Overstromingsrisicobeheerplan voor de onbevaarbare waterlopen. 10

11 2. Gaverbeek 2.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Gaverbeek is gesitueerd in het zuidoosten van de provincie West-Vlaanderen en maakt deel uit van het bekken van de Leie. Het omvat twee vermaasde deelstroomgebieden, namelijk een oostelijk en een westelijk deel. Het oostelijk deel watert af in noordelijke richting en mondt ten noorden van Waregem uit in de Vertakking van Zulte, een meander van de Leie. Het omvat delen van de gemeenten Waregem, Anzegem, Wortegem-Petegem, Kruishoutem en Zulte. Het westelijk deel watert af in westelijke richting en mondt uit in de Leie te Waregem. Het omvat delen van de gemeente Deerlijk, Zwevegem, Kortrijk en Harelbeke. De voornaamste zijlopen van de Gaverbeek in het oostelijk deel zijn van stroomop- naar stroomafwaarts de 2 de categorie waterlopen Kasselrijbeek, Mannebeek, Maalbeek, Drogenboombeek en Snepbeek. De voornaamste zijlopen van de Gaverbeek in het westelijk deel zijn van stroomop- naar stroomafwaarts de 2 de categorie waterlopen Slijpbeek en Keibeek. De overgang tussen het oostelijk en het westelijk deel bevindt zich stroomopwaarts van de Slijpbeek. De stroomgebiedoppervlakten van het oostelijk en het westelijk deel bedragen respectievelijk 79.6 km² en 49.7 km². Het modelgebied van de Gaverbeek wordt weergegeven in figuur 2-1. Naast de Gaverbeek omvat het delen van de Kasselrijbeek, de Mannebeek en de Maalbeek in het oostelijk deel en de Slijpbeek, de Keibeek en de Pluim-Plaatsebeek in het westelijk deel. 2. Gaverbeek 11

12 Figuur 2-1: Het modelgebied van de Gaverbeek met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen en overstromende gebieden Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd Historische knelpunten De knelpunten in het modelgebied van de Gaverbeek zijn in hoofdzaak langs de waterlopen van 2 de categorie gesitueerd (IMDC, 2012b). De belangrijkste knelpuntlocatie binnen het modelgebied is de wijk Lisbonna te Deerlijk op de linkeroever van de Slijpbeek ter hoogte van de samenvloeiing met de Gaverbeek. Bij de hoogwaterafvoerperiode van november 2010 stond de Lisbonnastraat onder water en werden enkele woningen getroffen (VMM, 2010). 12

13 2.2. Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Gaverbeek wordt een waarschuwingssysteem operationeel tegen het einde van ) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 04/07/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Gaverbeek. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012b) geeft de besproken opties weer. Verder zijn nog maatregelen voorgesteld door de Bekkensecretariaten. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 2-2 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Gaverbeek. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP-analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. 2. Gaverbeek 13

14 Figuur 2-2: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Gaverbeek per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De maatregel GOG Park Baron Casier voorziet in een optimalisatie van de waterberging in het park. Gezien de beperkte hydraulische impact van de maatregel is deze maatregel in overleg met de hydrologen van VMM niet weerhouden in de ORBP-analyse. De maatregelen voor het optimaliseren van de sturing van kunstwerken en het verruwen van de waterlopen zijn om hoger aangehaalde redenen niet weerhouden in de ORBP-analyse. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd voor wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In het modelgebied van de Gaverbeek is één locatie weerhouden voor een bijkomend GOG. Deze wordt in figuur 2-3 gesitueerd in het modelgebied. Figuur 2-3: Situering van de locatie voor een bijkomend GOG in het modelgebied van de Gaverbeek 14

15 GOG Slijpbeek De locatie voor het GOG Slijpbeek is gesitueerd op de linkeroever van de Slijpbeek ter hoogte van de samenvloeiing met de Gaverbeek te Deerlijk. Het voornaamste doel van het GOG is de nabijgelegen wijk Lisbonna te beschermen tegen kritieke overstromingen. Het GOG wordt gevuld langs een inlaatstructuur. Een aantal gebouwen dient uitgedijkt te worden. Het huidige landgebruik op de locatie bestaat voornamelijk uit akker- en weiland. Ter hoogte van de wijk Lisbonna worden bij het gemiddelde klimaatscenario kritieke overstromingen gesimuleerd vanaf een terugkeerperiode van 2 jaar. Er is gekozen voor een inlaatstructuur met een drempelhoogte op 14.1 mtaw. Deze wordt overschreden met een terugkeerperiode van 1 tot 2 jaar. Bij een maximaal vulpeil van 14.6 mtaw zijn geen bijkomende beschermingsmaatregelen nodig op de rechteroever. Op de linkeroever zijn echter aanzienlijke beschermingswerken nodig voor de aanwezige bebouwing. Figuur 2-4 geeft de GOG-locatie en de aan te leggen dijken weer. Figuur 2-4: Situering van het GOG Slijpbeek in het modelgebied van de Gaverbeek met aanduiding van de aan te leggen dijklichamen (dikke rode lijn) Dijk wijk Lisbonna De wijk Lisbonna is ingesloten door de samenvloeiing van de Slijpbeek en de Gaverbeek te Deerlijk. Bij het gemiddelde klimaat- scenario worden in de wijk kritieke overstromingen berekend vanaf een terugkeerperiode van 2 jaar. Door middel van een dijklichaam is het mogelijk de wijk te beschermen. Een dijk langs de waterlopen volstaat niet aangezien de wateroverlast in de wijk deels het gevolg is van afstromend water dat uit zuidwestelijke richting over de weilanden stroomt. Daarom wordt in een bijkomende dwarsdijk voorzien. Figuur 2-5 geeft een situering van de aan te leggen dijklichamen. De dijkhoogte is vastgelegd op 15.0 m TAW. 2. Gaverbeek 15

16 Figuur 2-5: Situering van het traject van de dijklichamen aan de wijk Lisbonna (rode lijn) in het modelgebied van de Gaverbeek Dijk Waregem Noord In Sint-Eloois-Vijve, ten noorden van Waregem, net opwaarts van de Staatsbaan wordt een aantal woningen bedreigd door overstroming langs de Vijfseweg en de Vijvebeekstraat. De woningen kunnen beschermd worden door het aanleggen van een dijklichaam zowel op de linker- als op de rechteroever. Figuur 2-6 geeft een situering van de aan te leggen dijklichamen. De dijkhoogte is vastgelegd op 10.0 mtaw. Figuur 2-6: Situering van het traject van de dijklichamen (rode lijn) ter hoogte van Sint-Eloois-Vijve (Waregem Noord) in het modelgebied van de Gaverbeek 16

17 Dijk wijk Herenhof De wijk Herenhof is gesitueerd op de rechteroever van de Gaverbeek opwaarts de autosnelweg E17 aan de noordkant van Waregem. De wijk heeft een significante risicobijdrage in 2050 door weinig frequente overstroming van residentieel gebied. Dit kan vermeden worden door het aanleggen van een dijklichaam rond de wijk. De dijk mag echter geen aanleiding geven tot een stijging van het overstromingsrisico in de omliggende wijken. Daarom zijn ook verder opwaarts en op linkeroever dijklichamen noodzakelijk. Figuur 2-7 geeft een situering van de benodigde dijklichamen ter hoogte van de wijk Herenhof. In het totaal gaat het om dijken met een lengte van ruim een kilometer en een gemiddelde kruinhoogte op 11.0 mtaw. Figuur 2-7: Situering van het traject van de dijklichamen (rode lijn) ter hoogte van de wijk Herenhof in het modelgebied van de Gaverbeek Dijk KMO zone Vichtseweg De KMO weergegeven in figuur 2-8 zone is gesitueerd aan de Vichtseweg ten zuiden van de autosnelweg E17 te Waregem. Overstroming van deze zone is mogelijk vanuit de Kasselrijbeek en de Manebeek. Kritieke overstromingen worden hier echter niet gesimuleerd in 2050 en het resulterende risico is bijgevolg ook minimaal. De maatregel wordt daarom niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. 2. Gaverbeek 17

18 Figuur 2-8: De overstromingsrisico s (EUR/jaar/pixel) na autonome ontwikkeling bij het gemiddeld klimaatscenario (2100; LATIS versie 3.0 en LATIS LUC) in de omgeving van de KMO-zone aan de Vichtseweg ten zuiden van de autosnelweg E17 in het modelgebied van de Gaverbeek Overwelving Waregem Er wordt overwogen om de overwelving van de Gaverbeek ter hoogte van de Hippodroom van Waregem (figuur 2-9) te verwijderen. De ingreep heeft tot doel de afvoercapaciteit te verhogen en maakt het mogelijk om de waterloop ecologisch te beheren. Figuur 2-10 geeft het lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met terugkeerperioden van 10 en 100 jaar weer ter hoogte van de overwelving bij het gemiddeld klimaatscenario. Hieruit wordt opgemaakt dat de overwelving geen significante opstuwing veroorzaakt en volstroomt met een terugkeerperiode van 100 jaar. Om deze redenen wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 2-9: Situering van de overwelving (rode lijn) van de Gaverbeek aan de Hippodroom te Waregem 18

19 Figuur 2-10: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met terugkeerperioden van 10 (blauw) en 100 (streeplijn) jaar bij het gemiddeld klimaatscenario ter hoogte van de overwelving in Waregem in het modelgebied van de Gaverbeek m AD Chainage (m) Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 34.7 km komt dit voor het modelgebied van de Gaverbeek overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 2-1 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 2-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Gaverbeek in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] Gaverbeek 19

20 2) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 2-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Gaverbeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Bij de overgang van terugkeerperiode 2 naar 5 jaar neemt de oppervlakte residentiële gebouwen toe met ruim een factor 10. Dit zorgt ook voor een significante toename van de totale kostprijs. Tabel 2-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Gaverbeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 2-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Gaverbeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het stroomgebied van de Gaverbeek wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs te Waregem van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 21.4 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 2-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Gaverbeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor elke beschouwde maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook de bijbehorende kosten. Deze kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. 20

21 Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden bij de optimalisatie initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. GOG Slijpbeek Het maximale vulpeil van GOG Slijpbeek wordt vastgelegd op 14.6 mtaw om te voorkomen dat bijkomende bescherming op rechteroever noodzakelijk is. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Figuur 2-4 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 2-4 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het GOG met een vulpeil van 14.6 mtaw. Tabel 2-4: GOG Slijpbeek in het modelgebied van de Gaverbeek - Overzicht van de totale kostprijs bij vulpeil 14.6 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] kunstwerk regelschuif waterkering opwaarts dijklichaam 67.3 verwerven onteigening grondvlak dijk 4.0 Totaal Dijk wijk Lisbonna Figuur 2-5 (zie )) geeft een situering van de aan te leggen dijklichamen ter hoogte van de wijk Lisbonna in het modelgebied van de Gaverbeek. Het betreft twee aarden dijklichamen met een totale lengte van ongeveer 2 km. Tabel 2-5 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam met een dijkhoogte van 15.0 mtaw. Tabel 2-5: Dijk wijk Lisbonna in het modelgebied van de Gaverbeek - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken opwaarts dijklichaam waterkering afwaarts dijklichaam 67.3 verwerven onteigening grondvlak dijk 11.2 Totaal Dijk Waregem noord Figuur 2-6 (zie )) geeft een situering van de aan te leggen dijklichamen in Sint-Eloois-Vijve in het modelgebied van de Gaverbeek. Het betreft een aarden dijk op zowel linker- als rechteroever, met een totale lengte van ongeveer 0.5 km. 2. Gaverbeek 21

22 Tabel 2-6 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam met een kruinhoogte op 10.0 mtaw. Tabel 2-6: Dijk aan Waregem noord in het modelgebied van de Gaverbeek - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk linkeroever grondwerken dijk rechteroever verwerven onteigening grondvlak dijk 9.2 Totaal Dijk wijk Herenhof Figuur 2-7 (zie )) geeft een situering van de aan te leggen dijklichamen ter hoogte van de wijk Herenhof te Waregem in het modelgebied van de Gaverbeek. Tabel 2-7 geeft een vereenvoudigde inschatting van de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam met een kruinhoogte op 11.0 mtaw. Bij de inschatting wordt ervan uitgegaan dat een aarden dijk over het volledige traject mogelijk is. Tabel 2-7: Dijk aan wijk Herenhof in het modelgebied van de Gaverbeek - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken aarden dijk verwerven onteigening grondvlak dijk 9.2 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. GOG Slijpbeek Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Door de aanzienlijke beschermingswerken op de linkeroever is er voor gekozen om alsnog een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Hierbij is de baat opgevat als het risico vanaf het GOG tot de samenvloeiing met de Gaverbeek. Het risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kosten zijn ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW van EUR berekend. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. Van de dijkbeschermingsmaatregelen in het modelgebied van de Gaverbeek wordt beïnvloeding van de overstromingscontouren verwacht. Desondanks is er voor gekozen om a-priori-kosten-batenanalyses uit te 22

23 voeren wegens de omvang van de maatregelen. Dijkbeschermingsmaatregelen met een positieve NAW, op basis van de a-priori- kosten-batenanalyse, worden daarom echter in eerste instantie afzonderlijk ingebouwd in het modelnetwerk om de modelketen te doorlopen. Dijk wijk Lisbonna Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijk ter bescherming van de wijk Lisbonna is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregelen in ). Om het risico in 2050 te bepalen is vervolgens de modelketen doorlopen. Dijk wijk Waregem Noord Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijk ter bescherming van de wijk ten noorden van Waregem is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregelen in ). Om het risico in 2050 te bepalen is vervolgens de modelketen doorlopen. Dijk wijk Herenhof Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse Resultaten Protectie Tabel 6-14 geeft een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PT-maatregelen in volgende alternatieven: Dijk LB: het aanleggen van een langsdijk rond de wijk Lisbonna in combinatie met dwarsdijken om het afstromende water op te houden in de weilanden; Dijk NW: het aanleggen van dijken op linker- en rechteroever in Sint-Eloois-Vijve. Vanuit economisch oogpunt worden alle doorgerekende maatregelen gunstig beoordeeld. De hoogste NAW wordt bekomen in het alternatief de dijk Waregem Noord. Voor de B/K-waarde gelden gelijkaardige conclusies. De maatregelen met de dijk NW geven met 33% de sterkste daling ten opzichte van het NA-risico in Voor wordt een daling met 7% bekomen ten opzichte van NA in Geen van de beschouwde alternatieven resulteert in een daling van het risico ten opzichte van het risico in De sterke risicostijging ten gevolge van autonome ontwikkeling wordt dus niet tenietgedaan door de genomen maatregelen. Op basis van de resultaten van deze individuele maatregelen is ook de combinatie van beide maatregelen beschouwd. Dit resulteert in het bijkomend alternatief Dijken LB+NW. 2. Gaverbeek 23

24 Door de combinatie van beide dijkbeschermingen wordt met 43% de sterkste risicodaling bekomen ten opzichte van het NA-risico in Voor wordt met 18% eveneens de sterkste daling bekomen. Het combinatiealternatief levert tevens de hoogste NAW en baat voor Tabel 2-8: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Gaverbeek Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - Dijk LB Dijk NW Dijk LB+ NW Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 2-11 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Gaverbeek. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 2-9 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Gaverbeek in 2050 toe met 102% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt 170%. Hiermee heeft autonome ontwikkeling een sterke impact op het modelgebied van de Gaverbeek. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1-2 jaar. In de twee meest optimale alternatieven wordt geen bouwstop met grondenruil toegepast. In het derde meest optimale alternatief is er een combinatie van resiliënt bouwen en verbouwen met bouwstop en grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar. De PT-maatregelen omvat de dijken Waregem Noord. 24

25 Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 53-56% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven hebben een vergelijkbare NAW en een B/K groter dan 2. neemt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie af met 50-54% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van ongeveer 82% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is onderling weinig verschillend bij de drie alternatieven. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score deze met de hoogste baat voor en de laagste positieve NAW in figuur De alternatieven zijn samengesteld uit maatregelencombinaties met zowel PP, PV en PT. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1-5 jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 5 jaar. De PT-maatregel bestaat uit de combinatie van de dijken ter hoogte van de wijk Lisbonna en de dijken Waregem Noord. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 67% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer PV-maatregelen door resiliënt bouwen en verbouwen toegepast worden binnen een contour met een lagere terugkeerperiode van overstromen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K hoger dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 97% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 99% als gevolg van de maatregelen. De baat voor verschilt weinig tussen de drie alternatieven. Er wordt opgemerkt dat de baat voor onder invloed van de intermediaire beleidsstrategie toeneemt met 20% ten opzichte van de basisbeleidsstrategie waar de kosten toenemen met een factor 2.4. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 100 jaar. Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van dijken ter hoogte van de wijk Lisbonna en een combinatie van voorgaande maatregel met het aanleggen van dijken Waregem Noord. De maximale beleidsstrategie geeft aanleiding tot een risicodaling van 36% tot 41% ten opzichte van Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 68% tot 71% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven zijn echter niet economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. Als gevolg van de maximale beleidsstrategie wordt in 2050 een nulrisico voor berekend. Dit is een gevolg van de aannames om het 2050-risico te bepalen. De gevolgen van autonome ontwikkeling tot 2050 worden door alle alternatieven meer dan opgevangen. De baat voor is vrijwel gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor toeneemt met 36% waar de kosten per jaar met een factor 8.5 toenemen. 2. Gaverbeek 25

26 Figuur 2-11: Weergav in het modelgebied v e van het ec onomisch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen an de Ga verbeek 26

27 Tabel 2-9: De afwegingstabel van het modelgebied van de Gaverbeek met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - Dijk NW Dijk NW Dijk NW Dijk LB+NW Dijk LB+NW Dijk LB+NW Dijk LB+NW Dijk LB Dijk LB+NW PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2. Gaverbeek 27

28 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Gaverbeek bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 2-12: De opdeling van het modelgebied van de Gaverbeek voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 2-10 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Gaverbeek weergegeven in figuur 2-12 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij het NA-beleid worden de grootste risicobijdragen gesimuleerd ter hoogte van de zones Waregem Oost afwaarts en de Slijpbeek. 28

29 Een groot deel van dit economische risico wordt in beide zones veroorzaakt door wateroverlast in verstedelijkte gebieden. Bij de basisbeleidsstrategie wordt de grootste absolute risicodaling berekend voor de zone Gaverbeek Oost afwaarts. De aanleg van beschermingsdijken ter hoogte van Waregem Noord zorgt voor een significante daling van het risico in dit gebied. Ook in de overige gebieden resulteert de combinatie van PV-maatregelen door resiliënte aanpassingen met PP-maatregelen globaal genomen in een significante daling van het economische risico. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Door toedoen van de intermediaire beleidsstrategie daalt het risico in alle gebieden verder. De daling is voornamelijk sterk merkbaar in de zone Slijpbeek. Deze risicodaling is deels het gevolg van de dijk langsheen de wijk Lisbonna welke in deze zone gelegen is. Door uitbreiding van de contouren waarbinnen PV-maatregelen worden toegepast, zijn ook in de overige zones verdere risicodalingen merkbaar. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Door toedoen van het maximaal beleid wordt in alle zones nog een beperkte bijkomende risicodaling berekend ten opzichte van het intermediair beleid in Deze bijkomende daling is voornamelijk het gevolg van de grotere contouren waarbinnen PV-maatregelen worden toegepast. De berekende nulrisico s zijn andermaal een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Tabel 2-10: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Gaverbeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Gaverbeek Oost Gaverbeek Oost afw Gaverbeek Oost afw Gaverbeek Oost opw Gaverbeek West Gaverbeek West afw Kasselrijbeek Keibeek Maalbeek Pluimbeek Slijpbeek * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2) Tabel 2-11 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Gaverbeek weergegeven in figuur 3-4 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. De menselijke risico s in 2050 zijn eerder beperkt en worden grotendeels gegroepeerd in de zones Gaverbeek Oost afwaarts, Gaverbeek West en Slijpbeek. In deze zones wordt het risico voornamelijk veroorzaakt door de verstedelijkte kernen van Waregem, Deerlijk en de wijk Lisbonna. 2. Gaverbeek 29

30 Bij de basisbeleidsstrategie dalen de waarden voor in alle zones. De sterkste daling is merkbaar in de zones Gaverbeek Oost afwaarts, Gaverbeek West en Slijpbeek. Deze daling wordt bewerkstelligd door een combinatie van PT-, PV- en PP-maatregelen. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn een gevolg van afronding of van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Door toedoen van de intermediaire en de maximale beleidsstrategie dalen de in alle gebieden verder ten opzichte van de waarden bij NA in Dit resulteert in een nulrisico in Deze nulwaarde geeft een indicatie van een sterke vermindering van het menselijk risico door toedoen van de maatregelen. De waarde nul zelf is echter een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Tabel 2-11: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Gaverbeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Gaverbeek Oost Gaverbeek Oost afw Gaverbeek Oost afw Gaverbeek Oost opw Gaverbeek West Gaverbeek West afw Kasselrijbeek Keibeek Maalbeek Pluimbeek Slijpbeek * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 30

31 3. Zwalm 3.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken De Zwalm ontspringt in de bossen van Flobecq (Bois de la Louvière) in Wallonië. Het Vlaamse deel van het stroomgebied van de Zwalm is volledig in de provincie Oost-Vlaanderen gelegen. De Zwalm doorstroomt de gemeenten Brakel, Zwalm, Zottegem en Horebeke en mondt ten slotte uit in de Schelde te Nederzwalm, een deelgemeente van Zwalm. Het stroomgebied van de Zwalm heeft een oppervlakte van 115 km². Het modelgebied van de Zwalm wordt weergegeven in figuur 3-1. Hydrodynamische model van de Zwalm omvat de Zwalm van Brakel tot de monding en drie zijlopen. Aan de opwaartse modelrand komt de Molenbeek van 3 de categorie uit in de Zwalm van 2 de categorie. In de middenloop mondt de Traveinsbeek van 3 de categorie uit in de Zwalm en nabij de afwaartse rand, ter hoogte van Nederzwalm, de Peerdestokbeek van 2 de categorie. Verder zijn 6 GOG s opgenomen in het model: de GOG s Maaistraat en Leizemooie op de Molenbeek, het GOG Strijpen op de Traveinsbeek, het GOG Michelbeke op de Zwalm en de GOG s Horebeke en Sint-Denijs-Boekel op de Peerdestokbeek. 3. Zwalm 31

32 Figuur 3-1: Het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en GOG s Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd Historische knelpunten Belangrijke hoogwaterafvoerperioden voor het modelgebied van de Zwalm zijn onder andere augustus 1996 en november Hierbij kwamen langs de gemodelleerde trajecten van de Molenbeek en de Peerdestokbeek verschillende wateroverlastknelpunten tot uiting. Als belangrijkste knelpunten worden de volgende locaties aangehaald (IMDC, 2012a): 32

33 de omgeving van het Molenpad en de Gaverbosdreef langs de Zwalm te Munkzwalm; de wijk Smarre langs de Peerdestokbeek te Sint-Blasius-Boekel; de omgeving van de N46 aan de samenvloeiing van de Zwalm en de Peerdestokbeek te Nederzwalm. Verder zijn knelpunten vaak gesitueerd aan bestaande of voormalige molens met een commerciële uitbating. Een aantal knelpunten hangt mogelijk samen met de werking van de GOG s Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Zwalm wordt een waarschuwingssysteem operationeel tegen het einde van ) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 23/05/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Zwalm. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012a) geeft de besproken opties weer. Verder zijn nog maatregelen voorgesteld door de Bekkensecretariaten. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 3-2 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Zwalm. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP- 3. Zwalm 33

34 analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. Figuur 3-2: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Zwalm per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De locaties voor de GOG s Dorenbosbeek, Wijlegemse Beek en Verrebeek alsook de knelpunten waarop deze ingrijpen, bevinden zich buiten het modelgebied van de Zwalm. Daarom worden deze buiten beschouwing gelaten in de ORBP-analyse. De maatregel voor de optimalisatie van de sturing van de bestaande kunstwerken alsook de maatregelen voor de herinrichting van waterlopen door hermeandering en verruwing worden om hoger aangehaalde redenen buiten beschouwing gelaten in de ORBP-analyse. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In het modelgebied van de Zwalm zijn 7 locaties weerhouden voor GOG-maatregelen waarvan 2 op de bestaande locaties Horebeke en Sint-Denijs-Boekel. In figuur 3-3 worden de bestaande en de bijkomende locaties gesitueerd in het modelgebied. 34

35 Figuur 3-3: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en de mogelijke (schuine arcering) locaties voor GOG s in het modelgebied van de Zwalm 2. Gaverbeek 35

36 GOG Rijdtmeersen De locatie voor het GOG Rijdtmeersen bevindt zich op de linkeroever van de Molenbeek in het recreatiedomein Rijdtmeersen net opwaarts van het centrum van Brakel. Door het uitdiepen en het automatiseren van de in- en uitlaatstructuren van de vijver in het domein de Rijdtmeersen wordt het mogelijk een groter volume te bergen en zodoende het centrum van Brakel te ontlasten. Figuur 3-4 geeft een detailweergave van het GOG. Vanaf een vulpeil hoger dan 38.5 mtaw worden evenwel de woningen ten oosten van het GOG bedreigd en is bijkomende bescherming noodzakelijk. Figuur 3-4: Situering van het GOG Rijdtmeersen te Brakel in het modelgebied van de Zwalm GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen De locatie voor het GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen (GOG MichBoem) bevindt zich op de Zwalm afwaarts van het bestaande GOG Michelbeke en opwaarts van de Boembekemolen. Het huidige landgebruik binnen de GOG-locatie bestaat voornamelijk uit bos en akkerland. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Aldus dient bijgedragen te worden tot een vermindering van de overstromingen in Munkzwalm. Figuur 3-5 geeft een situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijklichamen. Vanaf een vulpeil van 29.0 mtaw dient de woning aan de opwaartse modelrand bijkomend beschermd te worden. 36

37 Figuur 3-5: Situering van het GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Paddestraat De locatie voor het GOG Paddestraat bevindt zich op de Zwalm opwaarts van de Paddestraat te Zwalm. Door middel van een knijpconstructie afwaarts van de samenvloeiing van de Zwalm met de Molenbeek wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het huidig landgebruik binnen de GOG-locatie bestaat voornamelijk uit akker- en weiland. Het GOG heeft als doel de overstromingen ter hoogte van Munkzwalm te verminderen. Figuur 3-6 geeft een situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijklichamen. Het niveau van de woningen in de Koedrevestraat en Paddestraat maakt dat het maximale vulpeil vastgelegd wordt op 22.0 mtaw. Figuur 3-6: Situering van het GOG Paddestraat in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 2. Gaverbeek 37

38 GOG Zwalmmolen De locatie voor het GOG Zwalmmolen bevindt zich op de rechteroever van de Zwalm opwaarts van de Zwalmmolen in Munkzwalm. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Aangezien de Zwalm op deze locatie langs de rechterflank van de vallei stroomt, is het niet mogelijk de linkeroever aan te spreken voor het bergen van water zonder de camping en woningen ten zuiden van het GOG te bedreigen. Daarom wordt de linkeroever bedijkt. Het huidige landgebruik op de locatie bestaat voornamelijk uit akker- en weiland. Het GOG dient bij te dragen tot een vermindering van de wateroverlast ter hoogte van Munkzwalm. Figuur 3-6 geeft een situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijklichamen. De aanwezigheid van woningen, alsook het RWZI, aan de opwaartse zijde van het GOG langsheen de Bruggenhoek bepalen het maximale vulpeil van het GOG op 20.5 mtaw. Figuur 3-7: Situering van het GOG Zwalmmolen in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG IJzerkotmolen De locatie bevindt zich op de Zwalm aan de opwaartse zijde van de IJzerkotmolen te Zwalm. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Aldus dient bijgedragen te worden tot het verminderen van de wateroverlast te Nederzwalm. Aan de opwaartse zijde van de GOG-locatie worden hoge risico s berekend ten gevolge van zeer frequente wateroverlast aan de Gaverbosdreef (figuur 3-8). Bijkomende opstuwing ten gevolge van de werking van dit GOG leidt tot een verhoging van het overstromingsrisico. Op basis hiervan is beslist om het GOG niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. 38

39 Figuur 3-8: De overstromingsrisico s (EUR/jaar/pixel) na autonome ontwikkeling bij het gemiddeld klimaatscenario (2100; LATIS versie 3.0 en LATIS LUC) in het modelgebied van de Zwalm langs de Gaverbosdreef, opwaarts van de locatie voor het GOG IJzerkotmolen GOG Horebeke Het bestaande GOG Horebeke bevindt zich op de Peerdestokbeek in Sint-Blasius-Boekel opwaarts van de Meersestraat. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Het GOG draagt bij tot de vermindering van het overstromingsrisico te Nederzwalm. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het huidig vulpeil van het GOG is vastgelegd op 34.0 mtaw, maar is mogelijks te verhogen tot 36.0 mtaw zonder bijkomende kritische overstromingen te veroorzaken. Figuur 3-9 geeft een situering van het GOG Horebeke in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de te verhogen dijken Figuur 3-9: Situering van het GOG Horebeke op de Peerdestokbeek in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de te verhogen dijken (dikke rode lijn). 3. Zwalm 39

40 GOG St-Denijs-Boekel Het bestaande GOG St-Denijs-Boekel bevindt zich op de Peerdestokbeek in St-Denijs-Boekel opwaarts van de spoorlijn Denderleeuw-Kortrijk. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het GOG draagt bij tot de vermindering van het overstromingsrisico te Nederzwalm. Het huidig vulpeil is 17.5 mtaw en is te verhogen tot 18.5 mtaw zonder bijkomende kritische overstromingen te veroorzaken. Er dient echter aandacht besteed te worden aan de afwatering van het Hof te Meerhem. Figuur 3-10 geeft een situering van GOG St-Denijs-Boekel in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de te verhogen dijken. Figuur 3-10: Situering van het GOG St-Denijs-Boekel op de Peerdestokbeek in het modelgebied van de Zwalm met aanduiding van de te verhogen dijken (dikke rode lijn) Dijk linkeroever Peerdestokbeek Het betreft een traject van ruim 1 km langsheen de Peerdestokbeek tussen de Boekelbaan en Smarre te Horebeke (Zwalm). Het aanleggen van de dijk beschermt de woningen langsheen Smarre tegen overstromingen. Figuur 3-11 geeft een overzicht van het traject. Waar mogelijk wordt in een aarden dijklichaam voorzien. Vanwege de beperkte ruimte wordt echter in een betonnen muur voorzien tussen de Peerdestokbeek en Smarre. Er wordt eveneens in een drainagegracht voorzien om de afwatering van het valleigebied te behouden. De dijkhoogte wordt vastgelegd op basis van het gesimuleerde waterpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario met een bijkomende marge van 0.5 m. Dit resulteert in een dijkhoogte van gemiddeld 33.0 mtaw. 40

41 Figuur 3-11: Situering van het traject van de dijk (rode lijn) langsheen de Peerdestokbeek te Horebeke (Zwalm) Dijk Molenpad Ter bescherming van de bebouwing langs het Molenpad te Munkzwalm wordt op de linkeroever van de Zwalm het dijktraject weergegeven in figuur 3-12 voorzien tussen de Rekegemstraat en de Zuidlaan. De totale lengte bedraagt 585 m. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van een aarden dijk, maar gezien de beperkte afstand tussen de Zwalm en het Molenpad wordt voor een groot deel gebruikgemaakt van een betonnen muur. De dijkhoogte wordt vastgelegd op basis van het gesimuleerde waterpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario, met een bijkomende marge van 0.5 m. Dit resulteert in een dijkhoogte van 19.8 mtaw. Figuur 3-12: Situering van het traject van de dijk langsheen de Zwalm ter bescherming van het Molenpad te Munkzwalm 3. Zwalm 41

42 Dijk St-Franciscusinstituut Ter bescherming van de gebouwen van het St-Franciscusinstituut te Brakel wordt op de rechteroever van de Zwalm het dijktraject weergegeven in figuur 3-12 voorzien. De totale lengte bedraagt 740 m. Een gracht aan de landzijde zorgt voor de opvang van de lokale afwatering. De dijkhoogte wordt vastgelegd op basis van het gesimuleerde waterpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario, met een bijkomende marge van 0.5 m. Dit resulteert in een dijkhoogte van 34.3 mtaw. Figuur 3-13: Situering van het traject van de dijk langsheen de Zwalm ter bescherming van het St-Franciscusinstituut te Brakel Koker Hoogstraat De koker (KW020) bevindt zich zoals weergegeven in figuur 3-14 op de Zwalm nabij de afwaartse modelrand onder de Hoogstraat te Nederzwalm. De duiker heeft momenteel een breedte van 6.95 m. Op basis van de op- en afwaarts gelegen dwarsprofielen kan de koker verbreed worden met maximaal 0.5 m. In een aantal verkennende berekeningen is het hydraulische effect van deze maatregel begroot. Hiertoe zijn twee afvoerperiodes doorgerekend die ter hoogte van de koker resulteren in waterstanden met terugkeerperioden van 10 en 500 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. De resultaten zijn weergegeven in figuur 3-15 voor een terugkeerperiode van 10 jaar. Een gelijkaardig beeld wordt bekomen voor een terugkeerperiode van 500 jaar. De maximale daling in de opwaartse waterstanden is beperkt tot 6 cm. Op basis van het beperkte hydraulisch effect is de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. 42

43 Figuur 3-14: Situering van de koker (rode cirkel) onder de Hoogstraat te Nederzwalm in het modelgebied van de Zwalm Figuur 3-15: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 10 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario op de Zwalm ter hoogte van de Hoogstraat (witte pijl) (Blauw = huidige toestand; rood = toestand na verbreding van duiker) m AD Chainage (m) Koker Gaverbosdreef De koker (KW100) bevindt zich onder de overgang Noordlaan-Zuidlaan ter hoogte van de Gaverbosdreef te Zwalm. Voor een eerste verkennende hydraulische berekening is een ruime verbreding van deze koker met 2.0 m en een verhoging met 1.0 m aangenomen. Figuur 3-17 geeft het lengteprofiel weer van het gesimuleerde maximale waterpeil op de Zwalm ter hoogte van de Gaverbosdreef met een terugkeerperiode van 500 jaar in het gemiddeld klimaatscenario. Hieruit blijkt dat er geen verschil in waterstanden berekend wordt na de verbreding van de duiker. Op basis van het beperkte hydraulisch effect is de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. 3. Zwalm 43

44 Figuur 3-16: Situering van de koker (rode cirkel) onder de Noordlaan-Zuidlaan ter hoogte van de Gaverbosdreef te Munkzwalm in het modelgebied van de Zwalm Figuur 3-17: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen op de Zwalm ter hoogte van de Gaverbosdreef (Noordlaan-Zuidlaan: witte pijl) met een terugkeerperiode van 500 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. (Blauw = huidige toestand, rood toestand na verbreding duiker) m AD Chainage (m) Kokers Brakel Figuur 3-18 geeft het lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen van de doortocht van de Zwalm door Brakel met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Hieruit blijkt dat de koker onder de Brugstraat in Brakel (KW200) voor een sterke opstuwing zorgt. Op basis van de breedte van de straat is ingeschat dat het mogelijk is de doorstroomopening van de huidige koker te verbreden en te verhogen van 2.0 m naar 3.0 m en van 1.0 m naar 1.5 m respectievelijk. Gezien de aanzienlijke toename van de doorstroomoppervlakte wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. 44

45 Figuur 3-18: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen van de doortocht van de Zwalm door Brakel met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario met aanduiding van de meest opstuwende duiker (witte pijl) onder de Brugstraat m AD Chainage (m) Bypass Nederzwalm Het betreft een bypass om de afvoer van de Zwalm of de Peerdestokbeek (opwaarts van de Hoogstraat) naar de Schelde te verhogen. Het traject van de bypass is echter niet vastgelegd. Figuur 3-19 geeft een situering van het modelgebied ter hoogte van de mogelijke locatie(s) van de bypass, met weergave van de terreinhoogten op basis van het DHM Vlaanderen. Indien het traject ten noorden van de oorspronkelijke waterloop wordt voorzien, dient dit het centrum van Nederzwalm te doorkruisen alsook verder afwaarts één of meerdere lokale hoogtes in het landschap. Indien geopteerd wordt voor een bypass ten zuiden van de huidige waterloopbedding dienen, eveneens enkele ruggen doorkruist te worden. Onafhankelijk van de keuze voor het traject is de dimensionering en aanleg van een dergelijke bypass een complexe aangelegenheid voor beperkte knelpunten. Daarom is de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 3-19: Situering van de Zwalm en de Peerdestokbeek ter hoogte van Nederzwalm met weergave van de terreinhoogte op basis van het DHM Vlaanderen 3. Zwalm 45

46 Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 29.5 km komt dit voor het modelgebied van de Zwalm overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 3-1 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 3-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Zwalm in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] ) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 3-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Zwalm binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Tabel 3-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Zwalm binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 3-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Zwalm binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. 46

47 Voor het modelgebied van de Zwalm wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs te Munkzwalm van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 3-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Zwalm binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor elke PT-maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook van de bijbehorende kosten. Deze kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden bij de optimalisatie initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. Voor bepaalde GOG s worden bij meerdere mogelijke vulpeilen kosten berekend voor bovenstaande posten. De ondergrens wordt gevormd door het vulpeil waaronder geen significant volume geborgen wordt. De bovengrens wordt gevormd door het vulpeil waarboven het fysisch niet meer realistisch is en/of zeer hoge kosten dienen gemaakt te worden om bijkomend volume te bergen. GOG Rijdtmeersen Voor het GOG Rijdtmeersen wordt een vulpeil van 38.5 mtaw aangehouden. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Tabel 3-4 geeft een samenvatting van de kostenposten. Het gaat om het plaatsen van een regelschuif waardoor de in- en uitlaat geautomatiseerd verloopt. Tabel 3-4: GOG Rijdtmeersen in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 38.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] kunstwerk regelschuif Totaal Zwalm 47

48 GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen Het vulpeil van het GOG tussen Michelbeke en de Boembekemolen wordt gevarieerd tussen 28.5 en 29.0 mtaw. Figuur 3-5 (zie ) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 3-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 28.5 mtaw. Figuur 3-20 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 3-5: GOG Michelbeke en Boembekemolen in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 28.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk LO 5.4 grondwerken dijk RO 81.9 kunstwerk regelschuif verwerven onteigening grondvlak 4.9 Totaal Figuur 3-20: GOG Michelbeke en Boembekemolen in het modelgebied van de Zwalm - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 28,8 29,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume 48

49 GOG Paddestraat Het vulpeil van het GOG Paddestraat wordt gevarieerd tussen 21.5 en 22.0 mtaw. Figuur 3-6 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 3-6 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 21.5 mtaw. Figuur 3-21 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 3-6: GOG Paddestraat in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 21.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk LO 7.4 grondwerken dijk RO 21.3 waterkering betonnen muur RO 89.3 kunstwerk regelschuif verwerven onteigening grondvlak 3.3 Totaal Figuur 3-21: GOG Paddestraat in het modelgebied van de Zwalm - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 21,8 22,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume 3. Zwalm 49

50 GOG Zwalmmolen Het vulpeil van het GOG Zwalmmolen wordt gevarieerd tussen 20.0 en 20.5 mtaw. Figuur 3-7 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 3-7 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 20.5 mtaw. Figuur 3-22 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 3-7: GOG Zwalmmolen in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 20.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dwarsdijk 25.5 grondwerken ophoging LO 80.8 kunstwerk spindelpoot gracht 66.0 kunstwerk regelschuif verwerven onteigening grondvlak 8.2 Totaal Figuur 3-22: GOG Zwalmmolen in het modelgebied van de Zwalm - variatie van de totale kostprijs i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,0 20,3 20,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG Horebeke Het vulpeil van het bestaande GOG Horebeke wordt gevarieerd tussen 34.5 en 36.0 mtaw. Figuur 3-9 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de op te hogen dijklichamen. Aan de regelconstructie worden geen aanpassingen voorzien. Tabel 3-7 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 34.5 mtaw. Figuur 3-23 geeft de variatie weer van de kostprijs in functie van het vulpeil. 50

51 Tabel 3-8: GOG Horebeke in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 34.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken ophogen dijk LO 24.3 grondwerken ophogen dijk RO 23.4 Totaal 47.7 Figuur 3-23: GOG Horebeke in het modelgebied van de Zwalm - variatie van de totale kostprijs i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 34,8 35,0 35,3 35,5 35,8 36,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG St-Denijs-Boekel Het vulpeil van het bestaande GOG St-Denijs-Boekel wordt opgetrokken tot 18.5 mtaw. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Figuur 3-10 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de op te hogen dijklichamen. Aan de regelconstructie worden geen aanpassingen voorzien. Er is wel een kostprijs bepaald voor het aanpassen van de afwatering van de nabijgelegen hoeve. Tabel 3-9 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 18.5 mtaw. Tabel 3-9: GOG St-Denijs-Boekel in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 18.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken ophogen dijk LO grondwerken ophogen dijk RO, inclusief heraanleg dienstweg kunstwerk aanpassen afwatering hoeve 10.0 Totaal Zwalm 51

52 Dijk linkeroever Peerdestokbeek De dijk wordt opgetrokken in verschillende typeprofielen. Het betreft combinaties van een smal dijklichaam en een betonnen muur. Er wordt bovendien een langsgracht voorzien om de drainage te behouden. Tabel 3-10 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam met de vooropgestelde kruinhoogte op gemiddeld 33.0 mtaw. Tabel 3-10: Dijk linkeroever Peerdestokbeek in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijklichaam + langsgracht waterkering betonnen muur verwerven onteigenen grondvlak 8.2 Totaal Dijk Molenpad De dijk wordt opgetrokken in verschillende typeprofielen. Het betreft combinaties van een smal dijklichaam en een betonnen muur. Tabel 3-11 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam met de vooropgestelde kruinhoogte op gemiddeld 19.8 mtaw. Tabel 3-11: Dijk Molenpad in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijklichaam + langsgracht 46.6 waterkering betonnen muur verwerven onteigening grondvlak 3.3 Totaal Dijk St-Franciscusinstituut Het betreft een aarden dijk met een gemiddelde kruinhoogte op 34.3 mtaw. Tabel 3-12 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het aanleggen van het dijklichaam. Tabel 3-12: Dijk St-Franciscusinstituut in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijklichaam + langsgracht verwerven onteigening grondvlak 16.5 Totaal Kokers Brakel Het betreft hier het verwijderen van de bestaande koker en het aanleggen van een koker met een grotere doorstroomopening. 52

53 Vermits de koker gelegen is onder de Brugstraat dient hiervoor de straat opgebroken te worden. Volgende kostenposten worden in rekening genomen: het afbreken van de bestaande koker; het bouwen van een nieuwe koker; het aanleggen en beschoeien van de bouwput; het heraanleggen van de straat. De kosten die gepaard gaan met de overlast door het openbreken van de straat (zoals het omleiden van het verkeer, ) zijn niet expliciet in rekening genomen, net zomin als kosten die gepaard gaan met het mogelijks verplaatsen van nutsleidingen. Deze kosten worden opgenomen in de kostenpost Onvoorziene kosten die berekend wordt als een percentage van de totale investeringskost. Tabel 3-13 geeft een overzicht van de verschillende posten, alsook de totale kostprijs voor het vervangen van de opstuwende koker onder de Brugstraat. Tabel 3-13: Verbreding opstuwende koker Brakel in het modelgebied van de Zwalm - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] kunstwerk verwijderen oude koker + bouwen nieuwe koker grondwerken uitgraven + beschoeien bouwput 78.9 grondwerken aanleggen nieuwe bestrating 33.6 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Binnen het modelgebied van de Zwalm zijn echter 6 locaties weerhouden om (bijkomend) overtollig water gecontroleerd te bergen. Op 4 van deze locaties zijn bovendien volumevariaties mogelijk. Dit leidt tot een groot aantal mogelijke combinaties van GOG s en vulpeilen. Het is bijgevolg onmogelijk om elke combinatie afzonderlijk hydraulisch door te rekenen. Daarom wordt voorafgaand een set van optimale GOG-configuratie bepaald door middel van een Monte-Carlosimulatie zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Het resultaat van deze simulatie wordt weergegeven in figuur De berekende NAW-waarden zijn eerder benaderend en worden daarom genormaliseerd weergegeven. Er wordt genormaliseerd op basis van het bereik tussen de hoogste en de laagste NAW-waarde. Uit de puntenwolk worden in tabel 3-14 enkele optima uitgelicht. Het gaat om de optima met 5, 4, 3 en 2 GOG s en de 2 economisch meest gunstige individuele GOG s. Om een betere benadering te bekomen van de werkelijke economische rentabiliteit zijn de weerhouden configuraties van GOG s ingebracht in het hydraulisch waterlopenmodel om de modelketen te doorlopen. 3. Zwalm 53

54 Figuur 3-24: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties op basis van de Monte-Carlosimulatie met weergave van de weerhouden combinaties (groen) voor het modelgebied van de Zwalm GOG s Michboem, Horebeke, Zwalmmolen, Rijdtmeersen = groen; GOG s Michboem, Horebeke, Zwalmmolen = blauw; GOG Michboem, Horebeke = paars; GOG MichBoem = rood; GOG Horebeke = oranje; GOG Michboem, Horebeke, Zwalmmolen, Rijdtmeersen, St-Denijs- Boekel = geel; Overige minder gunstige combinaties = grijs Tabel 3-14: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s in het modelgebied van de Zwalm Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 1 GOG MichBoem GOG Horebeke GOG MichBoem 29.0 Horebeke GOG MichBoem 29.0 Horebeke 35.0 Zwalmmolen GOG MichBoem 29.0 Horebeke 35.0 Zwalmmolen 20.5 Rijdtmeersen GOG MichBoem 29.0 Horebeke 35.0 Zwalmmolen 20.5 Rijdtmeersen 38.5 St-Denijs-Boekel

55 Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. Dijkbeschermingsmaatregelen met een positieve NAW, op basis van de a-priori-kosten-batenanalyse, worden in éénzelfde modelnetwerk ingebouwd om de modelketen te doorlopen als de onderlinge hydraulische beïnvloeding verwaarloosbaar is. Gezien de verspreide ligging van de beschouwde dijkbeschermingen wordt aan deze voorwaarde voldaan. Dijk linkeroever Peerdestokbeek In het geval van de dijk op de linkeroever van de Peerdestokbeek wordt aangenomen dat aan de bovenvermelde voorwaarde voldaan wordt. Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Gezien de mogelijke impact van de maatregel op wordt de maatregel alsnog verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijk langs de Peerdestokbeek is geïmplementeerd in het hydraulische model zoals beschreven in ). Dijk Molenpad In het geval van de dijk aan het Molenpad te Munkzwalm wordt aangenomen dat aan de bovenvermelde voorwaarde voldaan wordt. Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijk langs het Molenpad is geïmplementeerd in het hydraulische model zoals beschreven in ). Dijk Sint-Franciscusinstituut In het geval van de dijk aan het Sint-Franciscusinstituut te Brakel wordt aangenomen dat aan de bovenvermelde voorwaarde voldaan wordt. Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijk aan het Sint-Franciscusinstituut is geïmplementeerd in het hydraulische model zoals beschreven in ). Kokers Brakel Gezien de impact van de aanpassing van een koker op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. De aanpassing van de opstuwende koker onder de Brugstraat in het centrum van Brakel is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen. 3. Zwalm 55

56 3.3. Resultaten Protectie Tabel 3-15 geeft een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PT-maatregelen in de volgende alternatieven: GOG Hor: het uitbreiden van het GOG Horebeke op de Peerdestokbeek; GOG MB: het aanleggen van het GOG tussen Michelbeke en de Boembekemolen; GOG MB + GOG Hor: het uitbreiden van het GOG Horebeke op de Peerdestokbeek in combinatie met het aanleggen van het GOG tussen Michelbeke en de Boembekemolen; Dijk Molen-SF: het opwerpen van dijken langsheen het Molenpad en het St-Franciscusinstituut; Dijk Peerd-Molen-SF: het opwerpen van dijken langsheen de Peerdestokbeek, het Molenpad en het St- Franciscusinstituut; Koker Brakel: het verbreden en verhogen van de opstuwende koker in het centrum van Brakel. De economische en menselijke risico s en criteria voor de overige GOG-alternatieven zijn niet weergegeven in tabel 3-15 aangezien deze alle een negatieve NAW hebben. Op basis van de resultaten van deze individuele maatregelen is ook het effect van de combinatie van (bovenstroomse) berging en dijkbeschermingsmaatregelen in beschouwing genomen. Ten slotte wordt ook het principe van verhoogde afvoer hieraan toegevoegd. Dit resulteert in volgende bijkomende alternatieven waarvan de resultaten zijn weergegeven in tabel 3-16: GOG Hor-MB + Dijk Molen-SF: de combinatie van de bovenstaande GOG s met de lokale dijken langsheen het Molenpad en het St-Franciscusinstituut; GOG Hor-MB + Dijk Molen-SF + Koker: de combinatie van de bovenstaande GOG s met de lokale dijken langsheen het Molenpad en het St-Franciscusinstituut en de verbreding van de koker in het centrum van Brakel; GOG Hor-MB + Dijk Peerd-Molen-SF: de combinatie van de bovenstaande GOG s met de dijken langsheen de Peerdestokbeek, het Molenpad en het St-Franciscusinstituut; GOG Hor-MB + Dijk Peerd-Molen-SF + Koker: de combinatie van de bovenstaande GOG s met de dijken langsheen de Peerdestokbeek, het Molenpad en het St-Franciscusinstituut en de verbreding van de koker in het centrum van Brakel. Alle weergegeven maatregelen geven een daling in het risico ten opzichte van het NA-beleid in 2050 van 7% voor het alternatief met de verbreding van de koker tot maximaal 32% voor het alternatief met het verhogen van het vulpeil van GOG Horebeke, de aanleg van het GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen, de aanpassing van de koker onder de Brugstraat in Brakel en de beschermingsdijken langs het Molenpad, het St-Franciscusinstituut en de Peerdestokbeek. Op basis van de economische criteria scoort het alternatief met de aanleg van beschermingsdijken langs het Molenpad en het St-Franciscusinstituut het beste. Er wordt opgemerkt dat de bijkomende baat voor de dijk langsheen de Peerdestokbeek eerder beperkt is terwijl de kosten voor de aanleg van deze dijk hoog oplopen. Voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Het scenario met de verhoging van het vulpeil van GOG Horebeke, de aanleg van het GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen, de aanpassing van de koker onder de Brugstraat in Brakel en de aanleg van beschermingsdijken langsheen het Molenpad, het St-Franciscusinstituut en de Peerdestokbeek zorgt voor de sterkste daling in het menselijk risico. Het valt ook hier op dat de bijkomende baat ten gevolge van de aanleg van de dijk langsheen de Peerdestokbeek eerder beperkt is. 56

57 Tabel 3-15: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Zwalm Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving GOG MB GOG Hor GOG MB Hor Dijk Molen-SF Dijk Peerd- Molen-SF Koker Brakel Tabel 3-16: Overzicht van de resultaten van het toepassen van de combinaties van PT-maatregelen in het modelgebied van de Zwalm Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving GOG Hor-MB + Dijk Molen-SF GOG Hor-MB+- Dijk Peerd-Molen-SF GOG Hor-MB + Dijk Molen-SF + Koker GOG Hor-MB + Dijk Peerd-Molen-SF + Koker 3. Zwalm 57

58 Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 3-25 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Zwalm. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 3-17 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Zwalm in 2050 toe met 40% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt 64%. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar. Bij één van de alternatieven wordt bovendien een bouwstop toegepast binnen een contour met terugkeerperiode van overstromen van 2 jaar. De PT-maatregelen bestaan uit het aanleggen van beschermingsdijken langsheen het Molenpad en het St-Franciscusinstituut of het verhogen van het vulpeil van GOG Horebeke. Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % tot 64% lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden daardoor tenietgedaan. De sterkste daling wordt bekomen bij het alternatief met dijkbescherming in combinatie met paraatheid en preventie door zowel resiliënte aanpassingen alsook het doorvoeren van een bouwstop. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 64% tot 74% als gevolg van de maatregelen. De B/K is ruim groter dan 1 en varieert van 2.1 tot 3.9. Analoog aan het economisch risico daalt ook de met 50% tot 69%. Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 69% tot 81%. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 2-11 waar de omtrek een stijgend verloop kent bij dalende, positieve NAW-waarden. De alternatieven zijn samengesteld uit maatregelencombinaties met zowel PP, PV en PT. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1-2 jaar. Bouwstop in combinatie met grondenruil wordt toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van jaar. De PT-maatregelen omvatten het verhogen van het vulpeil van GOG Horebeke, de aanleg van het GOG tussen Michelbeke en Boembekemolen, de aanpassing van de koker onder de Brugstraat in Brakel, de beschermingsdijken langsheen het Molenpad en het St-Franciscusinstituut en in 2 van de 3 gevallen ook een beschermingsdijk langsheen de Peerdestokbeek. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden dus meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 79-80% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer PV-maatregelen door resiliënt bouwen en verbouwen en door bouwstop in combinatie met grondenruil toegepast worden binnen een contour met een lagere terugkeerperiode van overstromen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K gelijk aan of hoger dan 1. 58

59 neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 90-91% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 94-95% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is nagenoeg gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor met 30% laat toenemen, maar dat de kosten per jaar met ruim een factor 3 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn zowel samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van jaar. Bouwstop in combinatie met grondenruil wordt toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperioden van overstromen voor deze maatregelen (100 jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn de meeste mensen gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De weerhouden PT-maatregelen zijn gelijk aan deze bekomen bij de intermediaire beleidsstrategie. De maximale beleidsstrategie geeft aanleiding tot een risicodaling van 75% ten opzichte van Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 83% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven zijn evenwel niet economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de maximale beleidsstrategie af met 97% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 98% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor slechts met 7% toeneemt waar de kosten per jaar met een factor 2 toenemen. 3. Zwalm 59

60 Figuur 3-25: Weergav in het modelgebied v e v an het economisch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen an de Zwa lm 60

61 Tabel 3-17: De afwegingstabel van het modelgebied van de Zwalm met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - Dijk Molen- SF GOG Hor Dijk Molen- SF GOG Hor-MB + Dijk Peerd- Molen-SF + Koker GOG Hor- MB + Dijk Molen-SF + Koker GOG Hor-MB + Dijk Peerd- Molen-SF + Koker GOG Hor-MB + Dijk Peerd- Molen-SF + Koker GOG Hor-MB + Dijk Peerd- Molen-SF + Koker GOG Hor-MB + Dijk Peerd- Molen-SF + Koker PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] Zwalm 61

62 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Zwalm bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 3-26: De opdeling van het modelgebied van de Zwalm voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 3-18 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Zwalm weergegeven in figuur 3-26 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. 62

63 Bij het NA-beleid worden de grootste risicobijdragen gesimuleerd ter hoogte van de dorpskernen van Brakel en Zwalm (Munkzwalm). Ook net opwaarts van Munkzwalm worden aanzienlijke risicobijdragen gesimuleerd, net als in de uitgestrekte zone op- en afwaarts van Michelbeke. Bij de basisbeleidsstrategie worden de grootste absolute risicodalingen berekend voor de zones Brakel, Zwalm (Munkzwalm), opwaarts Zwalm en Michelbeke. De aanleg van beschermingsdijken langsheen het Molenpad en het Sint-Franciscusinstituut zorgt voor een significante daling van het risico in de gebieden Zwalm en Michelbeke. In de zones opwaarts Zwalm en ter hoogte van Brakel wordt een deel van het gesimuleerde risico veroorzaakt door zeer frequente overstromingen van (toekomstig) residentieel gebied. PV-maatregelen met resiliënt aanpassen van nieuwe en bestaande woningen zorgt in deze gebieden voor een sterke daling van het economische risico. Ook in de overige gebieden resulteert de combinatie van preventie door resiliënte aanpassingen en paraatheid in een significante daling van het economische risico. Door toedoen van de intermediaire beleidsstrategie daalt het risico in alle gebieden verder. De risicodaling is opnieuw voornamelijk merkbaar in de de zones Brakel, Zwalm (Munkzwalm), opwaarts Zwalm en Michelbeke. Het valt hierbij op dat de risico s ter hoogte van Zwalm en in de zone opwaarts hiervan terugvallen tot zeer lage waarden. Ook ter hoogte van de Peerdestokbeek is een sterke daling merkbaar door toedoen van de verhoging van het vulpeil van GOG Horebeke en de aanleg van een beschermingsdijk langsheen de Peerdestokbeek. Het toepassen van een bouwstop binnen een contour met een terugkeerperiode van overstromen van 10 jaar in combinatie met het resiliënt aanpassen van bestaande bewoning zorgt eveneens voor een significante daling in de overige deelgebieden. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Door toedoen van de maximale beleidsstrategie wordt in alle zones de sterkste daling berekend ten opzichte van het NA-beleid in De bijkomende daling ten opzichte van het intermediair beleid is voornamelijk het gevolg van de grotere contouren waarbinnen preventieve maatregelen worden toegepast. De berekende nulrisico s zijn andermaal een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Tabel 3-18: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Zwalm bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Opwaarts Brakel Brakel Michelbeke Traveinsbeek Opwaarts Zwalm Zwalm Afwaarts Zwalm Nederzwalm Opwaarts GOG Horebeke Peerdestokbeek Smarre Opwaarts GOG St-Denijs-Boekel Afwaarts Peerdestokbeek Afwaarts Nederzwalm * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 3. Zwalm 63

64 2) Tabel 4-2 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Zwalm weergegeven in figuur 3-26 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. De menselijke risico s in 2050 zitten grotendeels gegroepeerd in de verstedelijkte zones Brakel, Zwalm (Munkzwalm) en Nederzwalm. Ook in de zones opwaarts van Munkzwalm en Michelbeke worden significante menselijke risico s berekend. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn een gevolg van afronding of van de aannames voor het bepalen van het risico in Bij de basisbeleidsstrategie dalen de waarden voor in alle zones. De daling is vooral zeer sterk ter hoogte van Munkzwalm waar door toedoen van de maatregelen verwaarloosbare in 2050 bekomen worden. De sterke daling is voornamelijk te wijten aan de aanleg van een beschermingsdijk langsheen het Molenpad waardoor het centrum van Munkzwalm gevrijwaard wordt van overstromingen. Ook ter hoogte van Brakel en in de zone opwaarts van Munkzwalm wordt een sterke daling gesimuleerd. Een groot deel van het gesimuleerde menselijke risico wordt hier immers veroorzaakt door zeer frequente overstromingen van (toekomstig) residentieel gebied. Door het resiliënt aanpassen van nieuwe en bestaande bebouwing worden deze zones gevrijwaard. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn een gevolg van afronding of van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Door toedoen van de intermediaire en de maximale beleidsstrategie dalen de in alle gebieden verder ten opzichte van de waarden bij NA in De bijkomende daling ten opzichte van de basisbeleidsstrategie is voornamelijk gesitueerd ter hoogte van Brakel en Nederzwalm. Het bevorderen van de doorvoer in het centrum van Brakel heeft dus een significant effect op de gesimuleerde Ook het verhogen van de gecontroleerde buffercapaciteit in het opwaarts gedeelte van het modelgebied heeft zijn invloed op de menselijke risico s gesimuleerd ter hoogte van het afwaarts gelegen Nederzwalm. De bovenstaande maatregelen staan uiteraard niet los van de toegepaste PP- en PV-maatregelen die ook in de andere zones nog voor een bijkomende daling zorgen. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn wederom een gevolg van afronding of van de aannames voor het bepalen van het risico in Tabel 3-19: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Zwalm bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Opwaarts Brakel Brakel Michelbeke Traveinsbeek Opwaarts Zwalm Zwalm Afwaarts Zwalm Nederzwalm Opwaarts GOG Horebeke Peerdestokbeek Smarre Opwaarts GOG St-Denijs-Boekel Afwaarts Peerdestokbeek Afwaarts Nederzwalm * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00)

65 4. Maarkebeek 4.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Maarkebeek is gelegen in het zuiden van de provincie Oost-Vlaanderen. Hydrografisch gezien behoort het stroomgebied van de Maarkebeek tot het bekken van de Bovenschelde. Voor het grootste gedeelte is het gelegen op het grondgebied van de fusiegemeente Maarkedal. Te Leupegem, een deelgemeente van Oudenaarde, mondt de Maarkebeek uit in de Schelde in het pand tussen de stuwen van Kerkhove en Oudenaarde. De stroomgebiedoppervlakte bedraagt 53.3 km². Het modelgebied van de Maarkebeek wordt weergegeven in figuur 4-1. In het model van de Maarkebeek is een aantal zijlopen opgenomen. Stroomopwaarts mondt de Pauwelsbeek uit in de Maarkebeek, stroomafwaarts, ter hoogte van Etikhove, monden de Nederaalbeek en de Marie Borrebeek in de Maarkebeek uit. Verder bevat het modelgebied het GOG van Etikhove op de Nederaalbeek. Figuur 4-1: Het modelgebied van de Maarkebeek met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en het GOG te Etikhove Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd 4. Maarkebeek 65

66 Historische knelpunten Belangrijke hoogwaterafvoerperioden voor het modelgebied van de Maarkebeek zijn december 1999 en november In december 1999 kwamen in de gemeentes Maarkedal en Oudenaarde een zeventigtal woningen onder water te staan ten gevolge van overstromingen van de Maarkebeek en haar zijlopen (VMM, 2003a). In november 2010 hebben zich verscheidene kritieke overstromingen voorgedaan in het modelgebied van de Maarkebeek. Figuur 4-2 en figuur 4-3 geven een beeld van de wateroverlast destijds. Op basis van de inventarisatie van de wateroverlast in november 2010 (VMM, 2011) wordt onderstaand een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste historische knelpunten in het modelgebied. Langsheen de Nederaalbeek had het centrum van Etikhove te kampen met kritieke overstromingen. Ook langsheen de bovenloop van de Maarkebeek waren er kritieke overstromingen ter hoogte van de molens. Verder stroomafwaarts werden de wijken Lammerswijk (opwaarts N60) en Schapendries (afwaarts N60) in beide gevallen zwaar getroffen door kritieke overstromingen. Ten slotte kreeg ook de industriezone Meersbloem nabij de monding van de Maarkebeek in november 2010 af te rekenen met kritieke overstromingen. Figuur 4-2: Overstroming ter hoogte van de wijk Schapendries te Leupegem in het modelgebied van de Maarkebeek in november 2010 (bron VMM, 2011) Figuur 4-3: Overstroming ter hoogte van het voetbalveld in de Lammerswijk te Leupegem in het modelgebied van de Maarkebeek in november 2010 (bron VMM, 2011) 66

67 4.2. Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Maarkebeek wordt een waarschuwingssysteem operationeel tegen het einde van ) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 05/05/2011 werd een workshop georganiseerd met de waterbeheerder en het studieteam met het oog op een optimale kennisoverdracht m.b.t. het beheer van het waterafvoersysteem in de verschillende buitendiensten van VMM. Het verslag van de workshop (IMDC, 2011) geeft de besproken opties weer met betrekking tot de beheersing van het overstromingsrisico. Hierbij ging het in de eerste plaats om waterbeheermaatregelen die binnen de fysisch realistische mogelijkheden van het stroomgebied liggen. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 4-4 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Maarkebeek. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP-analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. 4. Maarkebeek 67

68 Figuur 4-4: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Maarkebeek per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. Voor het modelgebied van de Maarkebeek zijn 3 mogelijke locaties weerhouden voor bijkomende GOG s. Bovendien behoort ook het uitbreiden van de capaciteit van het bestaande GOG op de Nederaalbeek tot de mogelijkheden. In figuur 4-5 worden de locaties gesitueerd in het modelgebied. Onderstaand wordt elke locatie meer in detail besproken. Figuur 4-5: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en mogelijke (schuine arcering) GOG-locaties in het modelgebied van de Maarkebeek 68

69 GOG Kasteelmolen De locatie voor het GOG Kasteelmolen bevindt zich op de linkeroever van de Maarkebeek ten oosten van de Hofveldstraat (N454) te Schorisse en nabij de opwaartse rand van het model en van de waterloop. Dit impliceert dat het maximaal te bergen volume eerder beperkt is. Het huidige landgebruik binnen de GOG-locatie bestaat voornamelijk uit akker- en weiland. Ter hoogte van de Kasteelmolen doen zich bij de simulaties met het gemiddelde klimaatscenario reeds kritieke overstromingen voor vanaf een terugkeerperiode van 1 jaar. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. In functie van het vermelde knelpunt is gekozen voor een drempeldebiet van 2.3 m³/s. In de controlesectie (River Section maa188) afwaarts de Heirwegstraat komt dit overeen met een terugkeerperiode kleiner dan 1 jaar. Overtollig water wordt geborgen op de linkeroever achter een dwarsdijk. Vanaf een vulpeil van 46.0 mtaw dient de woning langs de Kaperij aan de opwaartse rand van het GOG beschermd te worden. Figuur 4-6 geeft een detailweergave van de GOG-locatie en de aan te leggen dijklichamen. Figuur 4-6: Situering van het GOG Kasteelmolen ten oosten van de Hofveldstraat (N454) te Schorisse in het modelgebied van de Maarkebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Romansmolen De locatie voor het GOG Romansmolen bevindt zich op de Maarkebeek ter hoogte van de monding van de Pauwelsbeek en stroomopwaarts de Kokerellestraat te Maarke-Kerkem. Het huidig landgebruik bestaat uit weiland, bos en een beperkt gedeelte akkerland. Ter hoogte van de Borgtmolen verder stroomafwaarts doen zich bij de simulaties met het gemiddelde klimaatscenario reeds kritieke overstromingen voor vanaf een terugkeerperiode van 1 jaar. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. In functie van het vermelde knelpunt is gekozen voor een drempeldebiet van 7.5 m³/s. In de controlesectie (River Section maa108) aan de afwaartse zijde van de Romansmolen komt dit overeen met een terugkeerperiode kleiner dan 1 jaar. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. De woningen aan de opwaartse zijde van het GOG, langs de Schorissestraat en de Kabuze, dienen beschermd te worden tegen de opstuwing die veroorzaakt wordt door de werking van het GOG. 4. Maarkebeek 69

70 Figuur 4-7 geeft een algemene situering van het GOG Romansmolen met aanduiding van de aan te leggen dijken. Figuur 4-7: Situering van het GOG Romansmolen stroomopwaarts de Kokerellestraat te Maarke-Kerkem in het modelgebied van de Maarkebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Pauwelsbeek De locatie voor het GOG Pauwelsbeek omvat de zone op de Pauwelsbeek van stroomopwaarts de Maarkeweg (N457) tot stroomopwaarts de Broekestraat te Schorisse. Het GOG heeft als doel de wateroverlast in Maarkedal en verder stroomafwaarts, ter hoogte van Leupegem, te verminderen. VMM heeft een ontwerp opgemaakt (VMM, 2011a) waarin een tweetraps-gog voorgesteld wordt met een opwaartse trap stroomopwaarts de Broekestraat en een afwaartse trap stroomopwaarts de Maarkeweg. Elke trap wordt voorzien van een knijpconstructie voor het beperken van het doorvoerdebiet en een dwarsdijk voor het bergen van overtollig water. Het huidige landgebruik in de afwaartse trap bestaat voornamelijk uit akker- en weiland. In de opwaartse trap bestaat het landgebruik uit weiland en natuur. Figuur 4-8 geeft een situering van de locatie van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dwarsdijken. Figuur 4-8: Situering van het tweetraps-gog Pauwelsbeek stroomopwaarts de Maarkeweg en de Broekestraat te Schorisse in het modelgebied van de Maarkebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 70

71 GOG Nederaalbeek Het bestaande GOG Nederaalbeek bevindt zich stroomopwaarts Etikhove en is in gebruik genomen in het jaar Door overtollig water op gecontroleerde wijze te bergen in het GOG wordt de wateroverlast in Etikhove en verder afwaarts ter hoogte van Leupegem beperkt. Het GOG heeft een maximaal vulpeil van 26.5 mtaw. Indien een woning gelegen aan de Hollestraat bijkomend beschermd wordt, is het mogelijk om het vulpeil van het GOG verder te verhogen. Het huidige landgebruik in het GOG omvat akkerland, weiland en natuur. Figuur 4-9 geeft een situering van het GOG met aanduiding van de nodige dijkwerken. Figuur 4-9: Situering van het GOG Nederaalbeek stroomopwaarts Etikhove in het modelgebied van de Maarkebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 4. Maarkebeek 71

72 Herprofilering De afwaartse herprofilering van de Maarkebeek heeft tot doel de doorstroming en de afvoer naar de Schelde te verbeteren. Daardoor draagt de maatregel bij tot het verminderen van het overstromingsrisico te Leupegem. Het gaat om een reeks van maatregelen die betrekking hebben op het deel van de Maarkebeek van stroomafwaarts van de autoweg N60 tot aan de monding in de Schelde. In figuur 4-10 is het traject van de herprofilering weergegeven. Samengevat dienen de volgende ingrepen gerealiseerd te worden: het herprofileren van ± 424 m waterloop tussen de monding in de Schelde en de duiker van de autoweg N8. Het betreft een verbreding van de rechteroever en een beperkte bodemverlaging. Een aantal toegangen tot bedrijven dienen hierbij herbekeken te worden; het verbreden en verdiepen van de duiker onder de autoweg N8; het herprofileren van de zone tussen N8 en N60 waarbij, afhankelijk van de locatie, verschillende typeprofielen gebruikt worden. Figuur 4-10: Situering van het traject van de herprofilering (bruine lijn) van de Maarkebeek nabij de monding in de Schelde te Leupegem Kleine/grote bypass Gelijkaardig aan de afwaartse herprofilering van de Maarkebeek hebben de kleine en de grote bypass tot doel om de afvoer naar de Schelde te verbeteren. Daardoor dragen de maatregelen eveneens bij tot het verminderen van het overstromingsrisico te Leupegem. In figuur 4-11 worden de voorziene trajecten weergegeven. Het traject van de grote bypass vangt aan stroomopwaarts Leupegem ter hoogte van een voormalige spoorwegbedding. De spoorwegbedding wordt gevolgd over een afstand van 1000 m. Hierbij wordt de Rijksweg (N60) gekruist aan de eerder vermelde wijk Lammerswijk. Vervolgens wordt een aansluiting voorzien met de 3 de categorie waterloop Renne. Ter hoogte van Hof te Rijt wordt een aansluiting voorzien van de Renne met de Schelde. Hierbij wordt de rug met de Berchemweg (N8) gekruist. 72

73 Het traject van de kleine bypass vangt aan in de wijk Schapendries te Leupegem ter hoogte van de straat Rennemonde. Na 500 m wordt aangesloten op de waterloop Renne en volgt de kleine bypass verder het hoger beschreven traject van de grote bypass. Beide trajecten brengen een aanzienlijk aantal ingrepen met zich, namelijk het herprofileren van bestaande waterlopen, het uitgraven van bijkomende waterlopen en het bouwen van een aantal omvangrijke kunstwerken. Om deze redenen wordt de voorkeur gegeven aan de herprofilering van de Maarkebeek en worden de bypasses niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 4-11: Situering van de kleine en de grote bypass van de Maarkebeek in de omgeving van Leupegem Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 19 km komt dit voor het modelgebied van de Maarkebeek overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 4-1 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. 4. Maarkebeek 73

74 Tabel 4-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Maarkebeek in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] ) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 4-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Maarkebeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Bij de overgang van terugkeerperiode 5 naar 10 jaar wordt de oppervlakte residentiële gebouwen nagenoeg verdubbeld. Dit verhoogt ook de kostprijs aanzienlijk. Tabel 4-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Maarkebeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 4-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Maarkebeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het modelgebied van de Maarkebeek wordt gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 21.6 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 4-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Maarkebeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode[jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar]

75 3) Protectie Onderstaand wordt voor elke maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook de bijbehorende kosten. Deze kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden bij de optimalisatie initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. Voor bepaalde GOG s worden bij meerdere mogelijke vulpeilen kosten berekend voor bovenstaande posten. De ondergrens wordt gevormd door het vulpeil waaronder geen significant volume geborgen kan worden. De bovengrens wordt gevormd door het vulpeil waarboven het fysisch niet meer realistisch is en/of zeer hoge kosten dienen gemaakt te worden om bijkomend volume te bergen. GOG Kasteelmolen Het vulpeil voor GOG Kasteelmolen wordt gevarieerd tussen 45.0 en 48.5 mtaw. Vanaf een vulpeil van 46.0 mtaw dient een woning bijkomend beschermd te worden. Figuur 4-6 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 4-4 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 47.0 mtaw. Figuur 4-12 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 4-4: GOG Kasteelmolen in het modelgebied van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 47.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk grondwerken bescherming woning 44.6 kunstwerk regelschuif verwerving onteigening grondvlak 6.9 Totaal Maarkebeek 75

76 Figuur 4-12: GOG Kasteelmolen in het modelgebied van de Maarkebeek - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,0 45,5 46,0 46,5 47,0 47,5 48,0 48,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG Romansmolen Het vulpeil voor GOG Romansmolen wordt gevarieerd tussen 25.5 en 26.5 mtaw. Stroomopwaarts dient op 2 plaatsen bebouwing bijkomend beschermd te worden. Figuur 4-7 (zie )) geeft een algemene situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijken. Tabel 4-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 26.5 mtaw. Figuur 4-13 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 4-5: GOG Romansmolen in het modelgebied van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 26.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk Rechteroever grondwerken dijk Linkeroever 17.8 grondwerken bescherming woning grondwerken bescherming woning kunstwerk regelschuif verwerving onteigening grondvlak 6.9 Totaal

77 Figuur 4-13: GOG Romansmolen in het modelgebied van de Maarkebeek - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 25,6 25,7 25,8 25,9 26,0 26,1 26,2 26,3 26,4 26,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG Pauwelsbeek In deze optimalisatie worden de twee trappen van het GOG Pauwelsbeek onderling losgekoppeld. Het vulpeil voor de opwaartse trap wordt gevarieerd tussen 28.5 en 30.5 mtaw. Het vulpeil van de afwaartse trap wordt gevarieerd tussen 27.5 en 29.0 mtaw. Aan de afwaartse rand van het wachtbekken dienen enkele woningen gelegen in de Wijmierstraat beschermd te worden vanaf een vulpeil van 28.0 mtaw. Figuur 4-8 (zie )) geeft een situering van de locatie van dit wachtbekken met aanduiding van de aan te leggen dwarsdijken. Tabel 4-6 geeft een samenvatting van de totale kostprijs voor de opwaartse trap bij een vulpeil van 30.5 mtaw. Tabel 4-7 geeft een samenvatting van de kostprijs voor de afwaartse trap bij een vulpeil van 29 mtaw. Figuur 4-12 en figuur 4-13 geven de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil voor respectievelijk de opwaartse en de afwaartse trap. Tabel 4-6: De opwaartse trap van het GOG Pauwelsbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 30.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk opwaarts (Broekestraat) kunstwerk regelschuif Verwerving onteigening grondvlak 5.9 Totaal Maarkebeek 77

78 Tabel 4-7: De afwaartse trap van het GOG Pauwelsbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 29.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk afwaarts (Maarkeweg) grondwerken dijk woning afwaarts kunstwerk regelschuif Verwerving onteigening grondvlak 11.9 Totaal Figuur 4-14: De opwaartse trap van het GOG Pauwelsbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 25,6 25,7 25,8 25,9 26,0 26,1 26,2 26,3 26,4 26,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume Figuur 4-15: De afwaartse trap van het GOG Pauwelsbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 27,6 27,7 27,8 27,9 28,0 28,1 28,2 28,3 28,4 28,5 28,6 28,7 28,8 28,9 29,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume 78

79 GOG Nederaalbeek Het vulpeil voor het bestaande GOG Nederaalbeek wordt gevarieerd tussen 27.0 en 29.0 mtaw. Stroomopwaarts dient de woning gelegen in de Hollestraat bijkomend beschermd te worden. Figuur 4-9 (zie )) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de nodige bescherming van de woning. Aan de bestaande regelconstructie worden geen aanpassingen voorzien. Tabel 4-8 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 27.5 mtaw. Figuur 4-16 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 4-8: GOG Nederaalbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 27.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken verhoging dijk grondwerken bescherming woning 52.9 verwerving onteigening grondvlak 3.0 Totaal Figuur 4-16: GOG Nederaalbeek in het modelgebied van de Maarkebeek - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,0 27,2 27,4 27,6 27,8 28,0 28,2 28,4 28,6 28,8 29,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume Herprofilering Zoals beschreven in ) omvat de herprofilering een geheel van ingrepen in het afwaartse gedeelte van de Maarkebeek. Samengevat gaat het om een verbreding en verdieping van de waterloop alsook het vervangen van een koker. Tabel 4-9 geeft een weergave van de typeprofielen die vooropgesteld worden voor de verschillende deeltrajecten. Voor elk deeltraject is ook het typeprofiel in de huidige toestand weergegeven. In tabel 4-10 wordt een overzicht gegeven van de kosten voor de deeltrajecten, alsook de totale kostprijs, voor het doorvoeren van de herprofilering. 4. Maarkebeek 79

80 Tabel 4-9: Weergave van de typeprofielen in vergelijking met de huidige profielen (bruine lijn) voor de verschillende deeltrajecten van de herprofilering van het stroomafwaartse deel van de Maarkebeek Locatie Beschrijving Typeprofiel Afwaarts N8 breedte 6 m lengte 555 m Opwaarts N8, eerste deel breedte 6 m lengte 100 m Opwaarts N8, tweede deel breedte 7.5 m lengte 375 m Opwaarts N8, derde deel breedte 6 m lengte 200 m Tabel 4-10: Herprofilering van het stroomafwaartse deel van de Maarkebeek - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken afwaarts N grondwerken koker onder N kunstwerk afbraak/opbouw koker onder N grondwerken opwaarts N8, eerste deel 4.7 damwand opwaarts N8, eerste deel grondwerken opwaarts N8, tweede deel damwand opwaarts N8, tweede deel grondwerken opwaarts N8, derde deel 9.5 damwand opwaarts N8, derde deel Totaal

81 Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt, wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen, wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. In het modelgebied van de Maarkebeek zijn er zoals aangehaald in ) echter 4 locaties weerhouden om overtollig water op een gecontroleerde wijze te bergen. Op elk van deze locaties zijn bovendien volumevariaties mogelijk. Dit leidt tot een groot aantal mogelijke combinaties van GOG s en vulpeilen. Het is bijgevolg onmogelijk om iedere combinatie afzonderlijk hydraulisch door te rekenen. Daarom wordt voorafgaand een optimale GOG-configuratie bepaald door middel van een Monte- Carlosimulatie zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Het resultaat van de simulatie wordt weergegeven in figuur De berekende NAW-waarden zijn eerder benaderend en worden daarom genormaliseerd weergegeven. Er wordt genormaliseerd op basis van het bereik tussen de hoogste en de laagste NAWwaarde. Uit de puntenwolk worden in tabel 4-11 het optimum en enkele suboptima gelicht. Het gaat om het absolute maximum, het maximum met 2 GOG s en het maximum met 3 GOG s. Om een betere benadering te bekomen van de werkelijke economische rentabiliteit zijn de combinaties afzonderlijk ingebracht in het hydraulisch waterlopenmodel om de modelketen te doorlopen. Figuur 4-17: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties op basis van de Monte-Carlosimulatie met weergave van de weerhouden combinaties (vette rand) voor het modelgebied van de Maarkebeek GOG Nederaalbeek: groen; GOG s Nederaalbeek & Pauwelsbeek: blauw, GOG s Nederaalbeek & Romansmolen: paars; GOG Pauwelsbeek: rood; GOG Romansmolen: oranje; GOG s Nederaalbeek, Pauwelsbeek & Romansmolen: geel; overige minder gunstige combinatie: grijs) 4. Maarkebeek 81

82 Tabel 4-11: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s in het modelgebied van de Maarkebeek Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 1 GOG Nederaalbeek GOG Nederaalbeek 27.5 Pauwelsbeek (Opwaartse trap) GOG Nederaalbeek 28.5 Romansmolen 26.5 Pauwelsbeek (Opwaartse trap) 30.5 Herprofilering Gezien de impact van een herprofilering op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. De herprofilering is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving in ). Om het risico in 2050 te bepalen is de modelketen doorlopen Resultaten Protectie Tabel 4-12 geeft een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PT-maatregelen in de volgende alternatieven: GOG Ned: het uitbreiden van het GOG op de Nederaalbeek; GOG Ned-Pauw: het uitbreiden van het GOG op de Nederaalbeek en de opwaartse trap van het GOG op de Pauwelsbeek; GOG Ned-Pauw-Rom: het uitbreiden van het GOG op de Nederaalbeek, de opwaartse trap van het GOG op de Pauwelsbeek en het GOG op de Maarkebeek aan de Romansmolen. herprofileren van het stroomafwaartse deel van de Maarkebeek. Van de GOG-alternatieven geeft het alternatief GOG Ned-Pauw-Rom de sterkste daling van het risico, namelijk 30% ten opzichte van 2010 en 55% ten opzichte van NA in Ook het alternatief GOG Ned-Pauw geeft een daling van het risico, namelijk 17% ten opzichte van 2010 en 46% ten opzichte van NA in Hiermee worden de gevolgen van de autonome ontwikkeling meer dan tenietgedaan. Het alternatief met GOG Nederaalbeek geeft een toename van het risico met 50% ten opzichte van 2010 en een zeer beperkte afname van 2% ten opzichte van NA in Het alternatief met de herprofilering levert de sterkste risicodaling op met 53% ten opzichte van 2010 en 69% ten opzichte van NA in Op basis van de economische criteria zijn echter slechts twee alternatieven economisch gunstig, namelijk GOG Ned-Pauw en GOG Ned-Pauw-Rom. Het alternatief GOG Ned-Pauw levert de hoogste NAW en B/K op. De overige alternatieven geven een negatieve NAW en een B/K kleiner dan één. De hoge kosten van de alternatieven in verhouding tot de baten zijn de voornaamste reden voor de slechte score. Voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Het alternatief met GOG Nederaalbeek geeft een toename van ten 82

83 opzichte van Ten opzichte van NA in 2050 wordt in elk van de alternatieven een daling van de bekomen met de sterkste daling in het alternatief met de herprofilering en de minst sterke daling bij de alternatieven met GOG Nederaalbeek. Dit komt ook terug in de baat voor Voortgaand op de resultaten zijn geen verdere combinaties van PT-alternatieven beschouwd in de ORBP-analyse. Het alternatief met de herprofilering wordt ondanks de sterk negatieve economisch resultaten verder beschouwd gezien de hoge baat voor Tabel 4-12: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Maarkebeek Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving GOG Ned GOG Ned- Pauw GOG Ned- Pauw-Rom herprofi-leren Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 4-18 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Maarkebeek. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 4-13 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Maarkebeek in 2050 toe met 50% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt 20%. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar al dan niet in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 tot 2 jaar. De PT-maatregelen omvatten het uitbreiden van het GOG op de Nederaalbeek en het aanleggen van de opwaartse trap van het GOG op de Pauwelsbeek. 4. Maarkebeek 83

84 Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 84% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven hebben een vergelijkbare NAW en een B/K groter dan 3. neemt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie af met 59% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 66% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is onderling weinig verschillend. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 4-18 waar de omtrek een horizontaal verloop vertoont bij positieve NAW-waarden. De alternatieven zijn samengesteld uit maatregelencombinaties met zowel PP, PV en PT. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 2 tot 10 jaar. De PV-maatregelen met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperioden van overstromen voor deze maatregelen ( jaar). Het vlakke verloop van de omtrek in deze zone geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het uitbreiden van het GOG op de Nederaalbeek, het aanleggen van de opwaartse trap van het GOG op de Pauwelsbeek en het aanleggen van het GOG op de Maarkebeek aan de Romansmolen. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 90% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer PV-maatregelen door resiliënt bouwen en verbouwen toegepast worden binnen een contour met een lagere terugkeerperiode van overstromen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K hoger dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 67% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 73% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor slechts met 10% laat toenemen waar de kosten per jaar nagenoeg met een factor 3 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn zowel samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen en met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperioden van overstromen voor deze maatregelen ( jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn de meeste mensen, gelijkaardig aan de intermediaire beleidsstrategie, gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het herprofileren van het stroomafwaartse deel van de Maarkebeek. De maximale beleidsstrategie geeft aanleiding tot een risicodaling van 87% ten opzichte van Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 91% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven zijn evenwel niet economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. 84

85 neemt als gevolg van de maatregelen van de maximale beleidsstrategie af met 80% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 84% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor slechts met 15% toeneemt waar de kosten per jaar met een factor 3 toenemen. 4. Maarkebeek 85

86 Figuur 4-18: Weergav in het modelgebied v e v an de Ma an het ec ark onomisch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen ebeek 86

87 Tabel 4-13: De afwegingstabel van het modelgebied van de Maarkebeek met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - GOG Ned- Pauw GOG Ned- Pauw GOG Ned- Pauw GOG Ned- Pauw-Rom GOG Ned- Pauw-Rom GOG Ned- Pauw-Rom Herprof Herprof Herprof PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] Maarkebeek 87

88 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Maarkebeek bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 4-19: De opdeling van het modelgebied van de Maarkebeek voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 4-14 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Maarkebeek weergegeven in figuur 4-19 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij de basisbeleidsstrategie worden de grootste absolute risicodalingen berekend voor de afwaartse zones Schapendries, Nonnenmolen en Maarkebeek afwaarts. Door de aanleg van GOG Pauwelsbeek en het vergroten van GOG Nederaalbeek is meer buffering voorhanden in het opwaartse gedeelte van het modelgebied. Bovendien worden in de wijk Schapendries in het gemiddeld klimaatscenario reeds kritieke overstromingen gesimuleerd vanaf een terugkeerperiode van 1 jaar. Het resiliënt aanpassen van deze woningen resulteert bijgevolg in een sterke vermindering van het overstromingsrisico. Ondanks de sterke daling heeft de zone Schapendries nog steeds een groot aandeel in het totale risico na toepassing van de maatregelen uit de basisbeleidsstrategie. Het grootste aandeel is echter te vinden in het opwaarts gedeelte van de Maarkebeek. 88

89 Door het ontbreken van structurele maatregelen in deze overwegend landelijke zone is de risicodaling hier minder sterk dan in de verstedelijkte afwaartse gebieden. Door toedoen van de intermediaire beleidsstrategie daalt het risico in alle gebieden verder. De risicodaling is opnieuw voornamelijk merkbaar in de afwaartse verstedelijkte gebieden waar een combinatie van bovenstroomse berging met een bouwstop en het resiliënt aanpassen van bestaande gebouwen binnen overstromingscontouren met de grootst beschouwde terugkeerperiodes een significante daling van het economisch risico bewerkstelligt. De grootste restrisico s na toepassing van de intermediaire beleidsstrategie zijn nog steeds te vinden in de bovenloop van de Maarkebeek. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Door toedoen van de maximale beleidsstrategie is in alle zones een sterke daling merkbaar ten opzichte van het NA-beleid in Het risico stijgt echter in de meeste zones ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie. Enkel in de zone Schapendries is nog een sterke daling merkbaar ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie. Het implementeren van de herprofilering zorgt immers voor een versnelde afvoer en een lokaal zeer hoge baat in de zone Schapendries en het meest afwaartse gedeelte van de Maarkebeek. In de meer opwaarts gelegen gebieden is de baat echter beperkter dan bij het ophouden van de overtollige afvoer door middel van de aanleg van één of meerdere GOG s. Door de toepassing van een bouwstop en het resiliënt aanpassen van bestaande gebouwen binnen de overstromingscontouren met de hoogste beschouwde terugkeerperiodes wordt echter ook in deze opwaartse gebieden een significant lager risico bekomen dan bij het NA-beleid in De berekende nulrisico s zijn andermaal een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in Tabel 4-14: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Maarkebeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Maarkebeek opw Pauwelsbeek Maarkebeek opw Nederaalbeek Maarkebeek Middenafw Marie Borrebeek Maarkebeek afw Nonnenmolen Schapendries Maarkebeek afw * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2) Tabel 4-15 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Maarkebeek weergegeven in figuur 4-19 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. De menselijke risico s in 2050 zitten grotendeels gegroepeerd in de zone Schapendries waar zich 75% van het totale menselijke risico bevindt. Ook in het opwaartse gedeelte van de Maarkebeek, tussen de Pauwelsbeek en de Nederaalbeek, en in de zone Nonnenmolen zijn significante menselijke risicobijdragen terug te vinden. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn een gevolg van afronding. 4. Maarkebeek 89

90 Bij de basisbeleidsstrategie dalen de globaal genomen met ruim 66% ten opzichte van de waarden bij NA in De daling is vooral merkbaar in de afwaarts gelegen zones Schapendries en Nonnenmolen. Door de aanleg van GOG Pauwelsbeek en het vergroten van GOG Nederaalbeek is meer buffering voorhanden in het opwaartse gedeelte van het modelgebied. Bovendien worden in de wijk Schapendries in het gemiddeld klimaatscenario reeds kritieke overstromingen gesimuleerd vanaf een terugkeerperiode van 1 jaar. Het resiliënt aanpassen van deze woningen resulteert bijgevolg in een sterke vermindering van Door toedoen van de intermediaire beleidsstrategie dalen de globaal genomen met ruim 73% ten opzichte van de waarden bij NA in Ook hier is de daling vooral merkbaar in de afwaarts gelegen zones Schapendries en Nonnenmolen. Door toedoen van de maximale beleidsstrategie dalen de waarden voor in 2050 met 84% ten opzichte van de waarden bij NA in In alle zones is er een sterke daling ten opzichte van in 2050 bij het NA-beleid. De daling is vooral zichtbaar in de afwaarts gelegen gebieden Schapendries en Nonnenmolen die samen verantwoordelijk zijn voor 86% van de totale daling. Ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie wordt in de opwaartse zones echter een stijging bekomen van het menselijk risico. Het doorvoeren van een herprofilering in het afwaarts gedeelte van de Maarkebeek heeft lokaal een zeer sterke daling van tot gevolg. In de meer opwaarts gelegen gebieden is het effect van de herprofilering echter beperkter dan op basis van de aanleg van één of meerdere GOG s. Door de toepassing van een bouwstop en het resiliënt aanpassen van bestaande gebouwen binnen de grootst beschouwde terugkeerperiodes wordt echter ook in deze opwaartse gebieden een significant lager menselijk risico bekomen dan bij het NA-beleid in Tabel 4-15: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Maarkebeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Maarkebeek opw Pauwelsbeek Maarkebeek opw Nederaalbeek Maarkebeek Middenafw Marie Borrebeek Maarkebeek afw Nonnenmolen Schapendries Maarkebeek afw * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 90

91 5. Marke 5.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Marke maakt deel uit van het Denderbekken en heeft een oppervlakte van 188 km² waarvan 125 km² op Vlaams grondgebied. Het modelgebied omvat delen van de Vlaams-Brabantse gemeenten Herne, Galmaarden en Bever en de Oost-Vlaamse gemeente Geraardsbergen. Het modelgebied van de Marke wordt weergegeven in figuur 5-1. In het model zijn een aantal zijlopen van de Marke opgenomen. Opwaarts komen de Arebeek en de Scheibeek van 2 de categorie uit in de Marke. In de middenloop mondt de Beverbeek van 2 de categorie uit. Ter hoogte van de benedenloop komen ten slotte nog de Hembeek, de Wijzenbeek en de Hollebeek van 2 de categorie in de Marke uit. Verder is 1 GOG opgenomen in het model: het GOG Sint-Pieters-Kapelle. Figuur 5-1: Het modelgebied van de Marke met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en het GOG Sint-Pieters-Kapelle Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd 5. Marke 91

92 Historische knelpunten Belangrijke hoogwaterafvoerperioden voor het modelgebied van de Marke zijn de winterperioden december 1999, februari 2002, december 2002 en november 2010 en de zomerperioden juni 1992, augustus 1996 en augustus Onderstaand volgt een overzicht van de knelpuntlocaties tijdens de hoogwaterafvoer van november 2010 (VMM, 2011). Er waren voornamelijk problemen rond de centra van Herne en Galmaarden. Samengevat was er kritieke wateroverlast in de volgende straten en gebieden: Sint-Pieters-Kapelle: de Wadmolen door opstuwing vanuit het GOG Sint-Pieters-Kapelle; het GOG Sint-Pieters-Kapelle: overvullen (figuur 5-2); Herne: de Lomolen; Rendries opwaarts van de Stationstraat (figuur 5-3); de Stationstraat; de Scherpstraat; de Smeyersmarkstraat; Galmaarden: de Eetveldemolen aan de Munkbaan; de Tollembeekstraat; de Kamstraat; de Werfstraat; de Kwadestraat; Smeedries; de Nieuwstraat (figuur 5-4). Figuur 5-2: Zicht afwaarts van het GOG Sint-Pieters-Kapelle op de Marke (stuw 9 bis) op 13 november 2010: noodoverlaat in werking 92

93 Figuur 5-3: Rendries te Herne langs de Marke op 14 november 2010 Figuur 5-4: Zicht afwaarts de Nieuwstraat te Galmaarden op 14 november Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Marke is een waarschuwingssysteem operationeel. 2) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 5. Marke 93

94 3) Protectie Op 28/03/2012 werd een ORBP-infodag georganiseerd met de waterbeheerder en het studieteam met het oog op een optimale kennisoverdracht m.b.t. het beheer van het waterafvoersysteem in de verschillende buitendiensten van VMM. Het verslag van de infodag (IMDC, 2012) geeft de besproken opties weer met betrekking tot de beheersing van het overstromingsrisico. Hierbij ging het in de eerste plaats om waterbeheermaatregelen die binnen de fysisch realistische mogelijkheden van het modelgebied liggen. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 5-5 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Marke. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBPanalyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. Figuur 5-5: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Marke per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De maatregelen voor het herstel van vismigratie ter hoogte van drie molens worden om hoger aangehaalde redenen niet beschouwd in de ORBP-analyse. 94

95 De dijkbeschermingsmaatregelen worden op vraag van VMM in elk alternatief opgenomen. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd voor wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In figuur 5-6 worden de weerhouden locaties gesitueerd voor bijkomende GOG s en voor het uitbreiden van de bergingscapaciteit van het bestaande GOG in het modelgebied van de Marke. In wat volgt, wordt elke locatie meer in detail besproken. Figuur 5-6: Situering van de bestaande (zwarte arcering) en mogelijke (rode arcering) locaties voor GOG s in het modelgebied van de Marke GOG Sint-Pieters-Kapelle Het bestaande GOG Sint-Pieters-Kapelle bevindt zich op de Marke aan de opwaartse rand van het model en wordt ingezet om de wateroverlast te Herne te verminderen. Door middel van een klepstuw wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt opgehouden achter een dwarsdijk. Het huidige vulpeil is 38.5 mtaw. Een overzicht van het bestaande GOG wordt weergegeven in figuur Marke 95

96 Figuur 5-7: Situering van het bestaand GOG Sint-Pieters-Kapelle in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) Het concept van de uitbreiding van het GOG is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). In figuur 5-8 wordt een voorstelling gegeven van de uitbreiding van het bestaande GOG Sint-Pieters-Kapelle. De dwarsdijk wordt uitgebreid naar het westen zodat bijkomend op de niet geklasseerde zijrivier met VHAG-code 6033 gestuwd wordt. Bij de verhoging van het vulpeil dient aan de opwaartse rand van het GOG in bijkomende bescherming voorzien te worden voor de Wadmolen gelegen in Wallonië. Een overzicht van de locatie van het aangepaste GOG en van de dijklichamen wordt gegeven in figuur 5-8. Figuur 5-8: Situering van het aangepast GOG Sint-Pieters-Kapelle in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 96

97 GOG Spoorweg Herne De locatie voor het GOG Spoorweg te Herne bevindt zich opwaarts van de spoorlijn Geraardsbergen-Edingen. Het GOG is erop gericht om de wateroverlast in het centrum van Herne te verminderen. Het concept van het GOG is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland. Als gevolg van de opstuwende werking van het GOG moet een drietal gebouwen worden uitgedijkt, namelijk in de Smeyersmarkstraat (woningen met nummer 7A, 9 en 16) en in de Geraadsbergsesteenweg (woning met nummer 20). Verder beperkt de stuw van de opwaarts gelegen Molen van Neerom aan de Geraardsbergsesteenweg de mogelijkheden tot opstuwing van het GOG. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur 5-9. Figuur 5-9: Situering van het GOG Spoorweg Herne in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 5. Marke 97

98 GOG Lomolen Herne De locatie voor het GOG Lomolen bevindt zich op de Marke opwaarts van de molen gelegen in de straat Centrum te Herne en wordt ingezet om de wateroverlast te Herne te verminderen. Het concept van het GOG is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland, akkerland en bos. Er wordt een langsdijk voorzien op de rechteroever om de woningen in de Edingsesteenweg te beschermen tegen de uitbreiding van de overstromingscontouren door de opstuwende werking van het GOG. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur Figuur 5-10: Situering van het GOG Lomolen Herne in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 98

99 GOG Eetveldemolen Galmaarden De locatie voor het GOG Eetveldemolen Galmaarden bevindt zich opwaarts van de Eetveldemolen gelegen aan de Munkbaan te Galmaarden. Het GOG is erop gericht om wateroverlast in het centrum van Galmaarden te verminderen. Het concept van het GOG is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland, bos en natuur. Als gevolg van de opstuwende werking van het GOG moet een aantal gebouwen worden uitgedijkt, onder meer op linkeroever in de Kwadestraat en woningen van de Hollestraat en Smeedries op rechteroever. Verder moet er ook een beschermingsdijk voorzien worden aan de Wielandmolen nabij de opwaartse rand van het GOG. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur Figuur 5-11: Situering van het GOG Galmaarden in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 5. Marke 99

100 GOG Beverbeek Galmaarden De locatie voor het GOG Beverbeek bevindt zich op de Beverbeek opwaarts van de Brusselstraat te Galmaarden. Het GOG is erop gericht om wateroverlast in het centrum van Galmaarden te verminderen. Het concept van het GOG is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland. Figuur 5-12: Situering van het GOG Beverbeek in het modelgebied van de Marke met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) Dijk Stationsstraat Herne Bij het gemiddeld klimaatscenario worden kritieke overstromingen van de Marke gesimuleerd met een terugkeerperiode van 10 à 25 jaar ter hoogte van enkele woningen in de Stationsstraat te Herne. Om de aanleg van een beschermingsdijk aan de achterkant van de woningen mogelijk te maken, moet extra ruimte voorzien worden. Dit is mogelijk door het plaatselijk verleggen van de Marke. Het concept van de dijkbescherming is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Het nieuwe tracé van de Marke ter hoogte van Herne en het traject van de aan te leggen dijk is weergegeven in figuur Op de rechteroever wordt een aarden dijk voorzien met een totale lengte van 250 m op het oorspronkelijk tracé van de Marke. Op de linkeroever wordt het nieuwe tracé van de Marke voorzien met een totale lengte 210 m. De hoogte van de dijklichamen is zodanig bepaald dat de Stationsstraat beschermd wordt tegen overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar in het gemiddeld klimaatscenario verhoogd met een bijkomende veilige marge van 0.5 m. Dit komt neer op een kruinhoogte op 31.9 mtaw. 100

101 Figuur 5-13: Weergave van het traject van de dijkbescherming (rode lijn) en het tracé van de verplaatsing van de Marke (groene lijn) aan de Stationstraat te Herne in het modelgebied van de Marke Dijk Nieuwstraat Galmaarden Bij het gemiddeld klimaatscenario worden te Galmaarden kritieke overstromingen van de Marke gesimuleerd met een terugkeerperiode van 5 jaar. Het concept van de dijkbescherming is gebaseerd op een scenarioanalyse van VMM (2012). Het traject van de aan te leggen dijk is weergegeven in figuur Op de linkeroever van de Marke worden zowel op- als afwaarts van de Nieuwstraat aarden dijken voorzien met totale lengtes van respectievelijk 520 en 195 m. Ter hoogte van de woningen op de linkeroever in de Nieuwstraat (nummer 11 en 12) worden omwille van plaatsgebrek stalen damwandplanken voorzien. De hoogte van de dijkbeschermingen is zodanig bepaald dat de Nieuwstraat beschermd wordt tegen overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar in het gemiddeld klimaatscenario verhoogd met een veilige marge van 0.5 m. Dit komt neer op kruinhoogtes op 26.3 mtaw en 26.0 mtaw respectievelijk op- en afwaarts de Nieuwstraat. Figuur 5-14: Weergave van het traject van de dijkbescherming (rode lijn) aan de Nieuwstraat te Galmaarden in het modelgebied van de Marke 5. Marke 101

102 Bypass Driscaertmolen De maatregel omvat het uitbreiden van de bestaande bypass ter hoogte van de Driscaertmolen te Galmaarden. Het doel van de uitbreiding is het verminderen van de overstromingen ter hoogte van de Stationsstraat door een verhoging van de afvoercapaciteit. De inlaat van de bestaande bypass bevindt zich op de linkeroever van de Marke, afwaarts van de Stationsstraat. Afwaarts van de Driscraertmolen mondt de bypass uit in de Marke. Figuur 5-15 geeft een overzicht van de uitbreiding van de bypass. Aan de opwaartse zijde van de bypass wordt een bestaande gracht geherprofileerd tot stroomopwaarts de Stationsstraat en met behulp van een inlaatconstructie verbonden met de Marke. Aan de stroomafwaartse zijde van de bestaande bypass wordt eveneens een uitbreiding voorzien. De inlaat van de uitgebreide bypass wordt voorzien met een drempelpeil op 24.7mTAW. Hierdoor treed de opwaartse uitbreiding in werking met een terugkeerperiode van 2 jaar. Figuur 5-15: Bypass van de Marke ter hoogte van Galmaarden tussen de Stationsstraat en de Driscaertmolen (rode lijn) Op basis van een testberekening wordt in figuur 5-16 een lengteprofiel weergegeven van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 25 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Opwaarts van de Stationsstraat wordt er een peildaling van ongeveer 5 cm bekomen. Tussen de Stationsstraat en de Driscaertmolen wordt er onder invloed van de bypass een peildaling van 10 cm bekomen. Er wordt beslist om op basis van deze resultaten de maatregel verder te beschouwen in de ORBP-analyse. 102

103 Figuur 5-16: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 25 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Marke in de huidige toestand (blauw) en met de uitgebreide bypass aan de Driscaertmolen (witte stippellijn) m AD m Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 33 km komt dit voor het modelgebied van de Marke overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 5-1 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 5-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Marke in 2050 Terugkeerperiode [jaar] # [-] # zandzakken [-] # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] Marke 103

104 2) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 5-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Marke binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Tabel 5-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Marke binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 4-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Marke binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het modelgebied van de Marke wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 24 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 5-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Marke binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor elke maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook de bijbehorende kosten. De kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen of verhogen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlak- 104

105 terelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. GOG Sint-Pieter-Kapelle Het bestaande GOG Sint-Pieters-Kapelle heeft een vulpeil op 38.5 mtaw. Het vulpeil van het uitgebreide GOG wordt gevarieerd tussen 38.5 en 39.0 mtaw. Bij het verhogen van het vulpeil dient aan de opwaartse rand van het GOG bijkomende bescherming voorzien te worden voor Wadmolen in Wallonië. Gezien de beperkte ruimte tussen de waterloop en de aanpalende gebouwen wordt de bescherming grotendeels opgebouwd uit een betonnen muur met een hoogte van 1.2 m. Figuur 5-8 (zie )) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de benodigde dijken. Tabel 5-4 geeft een samenvatting van de kostenposten voor het GOG Sint-Pieters-Kapelle bij een aanpassingen van het dijktraject en een verhoging van het vulpeil met 0.5 m. Figuur 5-17 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 5-4: GOG Sint-Pieters-Kapelle in het modelgebied van de Marke - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 39.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken afbreken deel dijk 9.4 Grondwerken nieuw deel dijk Grondwerken ophogen bestaande dijk Verwerven onteigenen grondvlak nieuwe dijk 15.5 Waterkering beschermen Wadmolen Totaal Figuur 5-17: Het GOG Sint-Pieters-Kapelle in het modelgebied van de Marke - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 38,6 38,7 38,8 38,9 39,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume 5. Marke 105

106 GOG Spoorweg Herne Het vulpeil voor GOG Spoorweg Herne wordt gevarieerd tussen 34.5 en 35.0 mtaw. Er dient een aantal gebouwen beschermd te worden tegen de opstuwende werking van het GOG. Figuur 5-9 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 4-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 35.0 mtaw. Figuur 5-18 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 5-5 geeft een samenvatting van de kostenposten voor GOG Spoorweg Herne bij een vulpeil van 35.0 mtaw. Tabel 5-5: GOG Spoorweg Herne in het modelgebied van de Marke - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 35.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijk 91.8 Grondwerken bescherming woning afwaarts 54.0 Grondwerken bescherming woningen midden 93.1 Grondwerken bescherming woning opwaarts 31.5 Verwerven onteigening grondvlak dijken 27.6 Kunstwerk regelstructuur 1 ste categorie Totaal Figuur 5-18: Het GOG Spoorweg Herne in het modelgebied van de Marke - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 34,6 34,7 34,8 34,9 35,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 106

107 GOG Lomolen Herne Het vulpeil voor GOG Lomolen wordt gevarieerd tussen 33.5 en 34.0 mtaw. Er dient op rechteroever een aantal woningen van de Edingsesteenweg beschermd te worden tegen de opstuwende werking van het GOG. Figuur 5-10 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 5-6 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 35.0 mtaw. Figuur 5-19 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 5-6: GOG Lomolen Herne in het modelgebied van de Marke - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 34.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijk LO Grondwerken dijk RO Grondwerken bescherming woningen RO Verwerven onteigening grondvlak dijken 27.6 Kunstwerk regelstructuur 1 ste categorie Totaal Figuur 5-19: Het GOG Lomolen Herne in het modelgebied van de Marke - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 33,6 33,7 33,8 33,9 34,0 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 5. Marke 107

108 GOG Eetveldemolen Galmaarden Voor het GOG Eetveldemolen Galmaarden wordt de kostprijs bij twee vulpeilen berekend, namelijk 27.0 en 27.5 mtaw. Er dient een aantal gebouwen beschermd te worden tegen de opstuwende werking van het GOG. Bij hogere vulpeilen is er bijkomende bescherming nodig van meerdere gebouwen. Figuur 5-11 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 5-7 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 27.5 mtaw. Figuur 5-20 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 5-7: GOG Eetveldemolen Galmaarden in het modelgebied van de Marke - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 27.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijk RO Grondwerken dijk LO Grondwerken bescherming woningen RO Grondwerken bescherming woningen LO Grondwerken bescherming Wielandmolen 17.1 Verwerven onteigening grondvlak dijken Kunstwerk regelstructuur 1 ste categorie Totaal Figuur 5-20: Het GOG Eetveldemolen Galmaarden in het modelgebied van de Marke - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,0 27,1 27,2 27,3 27,4 27,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 108

109 GOG Beverbeek Galmaarden Voor het GOG Beverbeek Galmaarden wordt een vulpeil op 27.5 mtaw beschouwd. Bij dit vulpeil wordt een aanzienlijke bergingscapaciteit verkregen van m³ zonder omvangrijke beschermingswerken tegen de opstuwende werking van het GOG. De dwarsdijk van het GOG beschermt de Brusselstraat en een tweetal huizen op de linkeroever opwaarts de straat. Om de kostprijs te beperken is gekozen voor een knijpopening. Figuur 5-12 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 5-8 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 27.5 mtaw. Tabel 5-8: GOG Beverbeek Galmaarden in het modelgebied van de Marke - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 27.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijk Verwerven onteigening grondvlak dijken 8.8 Kunstwerk knijpopening 6.2 Totaal Dijk Stationsstraat Herne Het betreft grotendeels een aarden dijklichaam dat wordt aangelegd op het tracé van de huidige bedding van de Marke. Bijkomend wordt daardoor een aanzienlijke kostprijs berekend voor het plaatselijk verleggen van het tracé van de Marke. Verder wordt een kost bepaald voor het ophogen van de straat Centrum te Herne zodat deze aansluit op de nieuwe dijk langs de Marke. Tot slot wordt ook een kostprijs bepaald voor de realisatie van een kopmuur op de brug van de Stationsstraat over de Marke. De kruinhoogte van de dijk is vastgelegd op 31.9 mtaw, wat resulteert in een gemiddelde hoogte van ongeveer anderhalve meter boven het maaiveld. Figuur 5-13 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van de dijklichamen, tabel 5-9 een overzicht van de kostenposten voor het aanleggen van de dijk. Tabel 5-9: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk Stationsstraat Herne in het modelgebied van de Marke Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken uitgraven nieuw tracé Marke Grondwerken aarden dijk RO met gracht 86.8 Waterkering kopmuur Stationsstraat 13.6 Grondwerken ophogen straat Centrum 76.3 Verwerven verwerven grondvlak nieuw tracé en dijk 7.4 Totaal Dijk Nieuwstraat Galmaarden Het betreft grotendeels een aarden dijklichaam. Het deel van de dijk gelegen tussen de Marke en de woningen in de Nieuwstraat (huisnummers 11 en 12) wordt opgebouwd uit stalen damwandplanken. De kruinhoogte van de dijk is vastgelegd op 26.3 en 26.0 mtaw respectievelijk op- en afwaarts van de Nieuwstraat. Dit resulteert in een gemiddelde hoogte van 1.3 m respectievelijk 1.1 m boven het maaiveld. Figuur 5-14 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van de dijklichamen. Tabel 5-10 geeft een overzicht van de kostenposten voor het aanleggen van de dijk. 5. Marke 109

110 Tabel 5-10: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk Nieuwstraat Galmaarden in het modelgebied van de Marke Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken aarden dijk opwaarts Nieuwstraat Grondwerken aarden dijk afwaarts Nieuwstraat 51.0 Waterkering damwand langs Nieuwstraat nr. 11 en Verwerven verwerven grondvlak dijk 29.3 Totaal Bypass Driscaertmolen De maatregel omvat de op- en afwaartse uitbreiding van de bestaande bypass aan de Driscaertmolen. Het opwaartse deel van de uitbreiding wordt uitgegraven met een bodembreedte van 2 m en een talud van 6/4. Voor het afwaartse deel wordt een bodembreedte van 3 m voorzien. Voor de opwaartse bypass wordt een koker voorzien onder de Stationsstraat. Het traject van de afwaartse uitbreiding van de bypass kruist een bestaande collector van de riolering die momenteel uitmondt in de Marke. Om de lozing van de collector te verzekeren wordt deze aangesloten op de bypass. Tabel 5-11 geeft een overzicht van de kostenposten voor de uitbreiding van de bypass aan de Driscaertmolen. Tabel 5-11: Overzicht van de totale kostprijs voor het uitbreiden van de Bypass Driscaertmolen ter hoogte van Galmaarden in het modelgebied van de Marke Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken uitgraven opwaartse uitbreiding Grondwerken uitgraven afwaartse uitbreiding Kunstwerk koker Nieuwstraat 63.6 Kunstwerk aansluiten collector Verwerven onteigenen grondvlak 85.4 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt, wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen, wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. In het modelgebied van de Marke zijn er zoals aangehaald in ) echter vijf al dan niet bestaande GOG-locaties weerhouden om overtollig water op een gecontroleerde wijze te bergen. Bij slechts een enkele locatie wordt een vast vulpeil opgelegd. Op de vier overige locaties zijn volumevariaties mogelijk. Dit leidt tot een groot aantal mogelijke combinaties van GOG s en vulpeilen. Het is bijgevolg onmogelijk om iedere combinatie afzonderlijk hydraulisch door te rekenen. Daarom wordt voorafgaand een optimale GOG-configuratie bepaald door middel van een Monte-Carlosimulatie zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Omwille van het groot aantal zijwaterlopen ter hoogte van het GOG Eetveldemolen zou de GOG-optimalisatie 110

111 zeer complex worden. Daarom is dit GOG niet opgenomen in de GOG-optimalisatie en is in de verdere ORBP-analyse het vulpeil 27.5 mtaw, voorgesteld door VMM, beschouwd. Hierdoor zijn er drie GOG-locaties met volumevariaties beschouwd. Verder zijn zoals aangegeven in ) de dijkbeschermingsmaatregelen aan de Stationsstraat te Herne en aan de Nieuwstraat te Galmaarden telkens in rekening gebracht. Het resultaat van de simulatie wordt weergegeven in figuur De berekende NAW-waarden zijn eerder benaderend en worden daarom genormaliseerd weergegeven. Er wordt genormaliseerd op basis van het bereik tussen de hoogste en de laagste NAWwaarde. Uit de puntenwolk worden in tabel 4-11 het optimum en enkele suboptima gelicht. Het gaat om het maximum van de combinatie tussen het GOG Sint-Pieters-Kapelle enerzijds en één van de overige twee GOG s anderzijds. Om een betere benadering te bekomen van de werkelijke economische rentabiliteit zijn de combinaties afzonderlijk ingebracht in het hydraulisch waterlopenmodel om de modelketen te doorlopen. Daarnaast is het GOG Eetveldemolen doorgerekend, zowel apart als in combinatie met het GOG Beverbeek. Figuur 5-21: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties) op basis van de Monte-Carlosimulatie met weergave van de weerhouden combinaties (vette rand) voor het modelgebied van de Marke GOG Sint-Pieters-Kapelle: groen; GOG Spoorweg: blauw, GOG s Sint-Pieters-Kapelle & Spoorweg: paars; GOG Lomolen: rood; GOG s Sint- Pieters-Kapelle & Lomolen: oranje; GOG s Spoorweg & Lomolen: geel; overige minder gunstige combinatie: grijs 5. Marke 111

112 Tabel 5-12: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s in het modelgebied van de Marke Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 2 GOG Sint-Pieters-Kapelle 38.5 Spoorweg GOG Sint-Pieters-Kapelle 38.5 Lomolen 33.5 Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. Dijk Stationsstraat Herne In het geval van de dijkbescherming van de Stationsstraat te Herne wordt aangenomen dat aan de bovenstaande voorwaarde voldaan wordt. Het maximaal weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Zoals aangegeven in in ) wordt de maatregel echter op vraag van VMM in beschouwing genomen in de ORBP-analyse. De dijkbescherming van de Stationsstraat is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen. Dijk Nieuwstraat Galmaarden In het geval van de dijkbescherming van de Nieuwstraat te Galmaarden wordt aangenomen dat aan de bovenstaande voorwaarde voldaan wordt. Het maximaal weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijkbescherming van de Nieuwstraat is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen. Bypass Driscaertmolen Gezien de impact van de uitbreiding van de bypass op de overstromingscontouren wordt er geen a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. De uitbreiding van de bypass is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen Resultaten Protectie Tabel 5-13 en tabel 5-14 geven een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PTmaatregelen in de onderstaande alternatieven. Zoals aangegeven in ) bevat elk alternatief het aanleggen van dijklichamen ter bescherming van de Stationsstraat te Herne en van de Nieuwstraat te Galmaarden. 112

113 Dijk Stationsstraat - Nieuwstraat; Dijk Stationsstraat - Nieuwstraat + GOG s Sint-Pieters-Kapelle - Spoorweg: het uitbreiden van het GOG ter hoogte van Sint-Pieters-Kapelle en het aanleggen van het GOG Spoorweg Herne; Dijken Stationsstraat - Nieuwstraat + GOG s Sint-Pieters-Kapelle - Lomolen: het uitbreiden van het GOG ter hoogte van Sint-Pieters-Kapelle en het aanleggen van het GOG Lomolen te Herne; Dijken Stationsstraat - Nieuwstraat + GOG Eetveldemolen: het aanleggen van het GOG op de Marke opwaarts van de Eetveldemolen te Galmaarden; Dijken Stationsstraat - Nieuwstraat + GOG s Eetveldemolen - Beverbeek: het aanleggen van het GOG op de Marke opwaarts van de Eetveldemolen en het GOG op de Beverbeek opwaarts de Brusselstraat te Galmaarden; Dijken Stationsstraat - Nieuwstraat + Bypass Discaertmolen: het uitbreiden van de bypass ter hoogte van de Discaertmolen te Galmaarden. Bij vier van de zes weergegeven alternatieven is er in 2050 een daling van het risico onder het risico in 2010 en wordt de impact van autonome ontwikkeling tenietgedaan. Uitzonderingen worden gevormd door het alternatief met de dijkbeschermingen en het alternatief met de dijkbeschermingen gecombineerd met de uitbreiding van de bypass. De maatregelen geven een daling van het risico ten opzichte van NA in 2050 gaande van 16% voor het alternatief met de dijken tot 44% voor het alternatief met de dijken in combinatie met de aanleg van de GOG s Eetveldemolen en Beverbeek te Galmaarden. Vanuit economisch oogpunt zijn de alternatieven met de dijken al dan niet in combinatie met de bypass, het GOG Eetveldemolen of zowel het GOG Eetveldemolen als het GOG Beverbeek te Galmaarden gunstig. De hoogste NAW en de hoogste B/K worden bekomen bij het alternatief met enkel de dijken. De overige alternatieven zijn economisch ongunstig. Voor gaan de dalingen ten opzichte van NA in 2050 van 14% voor het alternatief met de aanleg van beide dijken tot 38% voor het alternatief met de dijken in combinatie met het uitbreiden van het GOG Sint-Pieters-Kapelle en het aanleggen van het GOG Lomolen. Voor de baat voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Op basis van de resultaten van de bovenstaande alternatieven zijn tevens combinaties beschouwd. Het gaat om de combinatie van alternatieven met een positieve tot beperkt negatieve NAW en een significante baat voor Dit geeft de volgende bijkomende alternatieven: Dijk Stationsstraat en Nieuwstraat + GOG Eetveldemolen + bypass Discaertmolen; Dijk Stationsstraat en Nieuwstraat + GOG s Sint-Pieters-Kapelle - Spoorweg Herne + GOG Eetveldemolen Galmaarden. Onder invloed van de GOG s worden lagere waterpeilen gesimuleerd ter hoogte van de Stationsstraat/Nieuwstraat. De kruinhoogten van de dijken alsook de kosten van het alternatief met de dijken aan de Stationsstraat en de Nieuwstraat zijn hieraan aangepast. De resultaten zijn opgenomen in tabel Ook bij de combinatiealternatieven worden de gevolgen van autonome ontwikkeling opgevangen. Ten opzichte van het risico bij NA in 2050 wordt een verdere daling tot 43% en 55% berekend voor de dijken met het GOG Eetveldemolen in combinatie met de bypass respectievelijk in combinatie met de GOG s Sint-Pieters-Kapelle en Spoorweg Herne. Beide combinatiealternatieven blijken echter economisch niet rendabel te zijn. De combinatiealternatieven leveren een daling van ten opzichte van De daling ten opzichte van NA in 2050 bedraagt 31% en 39% berekend voor de dijken met het GOG Eetveldemolen respectievelijk in combinatie met de bypass en met de GOG s 5. Marke 113

114 Sint-Pieters-Kapelle en Spoorweg Herne. Ook de baat voor is aanzienlijk bij de combinatiealternatieven. Tabel 5-13: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Marke Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - Dijken Dijken + 2GOG s St-P-Kapelle - Spoorweg Dijken + 2GOG s St-P-Kapelle - Lomolen Tabel 5-14: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Marke, (vervolg) Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - Dijken + Bypass Dijken + GOG Eetveldemolen Dijken + 2GOG s Eetveldemolen - Beverbeek 114

115 Tabel 5-15: Overzicht van de resultaten van het toepassen van combinaties van PT-maatregelen in het modelgebied van de Marke Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/ jaar] R2100 [10³EUR/ jaar] R2050 [10³EUR/ jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/ jaar] R2100 [mensen/ jaar] R2050 [mensen/ jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - Dijken + Bypass + GOG Eetveldemolen Dijken + 3GOG s Eetveldemolen - St-P-Kapelle - Spoorweg Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 5-22 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Marke. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 5-16 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Marke in 2050 toe met 32% onder invloed van autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt 33%. Hiermee heeft autonome ontwikkeling een aanzienlijke impact op het modelgebied van de Marke. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 10 tot 50 jaar. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van de dijken Stationsstraat te Herne en Nieuwstraat te Galmaarden. 5. Marke 115

116 Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 69% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven hebben een vergelijkbare NAW en een B/K groter dan 2. neemt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie af met 66 à 69% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 74 à 79% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is onderling weinig verschillend. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 5-22 waar de omtrek een horizontaal verloop vertoont bij positieve NAW-waarden. De alternatieven zijn samengesteld uit maatregelencombinaties met zowel PP, PV en PT. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 2 tot 10 jaar. De PV-maatregelen met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperioden van overstromen voor deze maatregelen ( jaar). Het vlakke verloop van de omtrek in deze zone geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van de dijken Stationsstraat te Herne en Nieuwstraat te Galmaarden en het aanleggen van het GOG Eetveldemolen al dan niet in combinatie met het GOG Beverbeek of al dan niet in combinatie met de GOG s Sint- Pieters-Kapelle en Spoorweg. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 78% als gevolg van de maatregelen. De NAW van de drie optimale alternatieven is het hoogst wanneer de dijken uitsluitend gecombineerd zijn met het GOG Eetveldemolen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K gelijk aan of hoger dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 81% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 87% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is quasi gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor met 13% laat toenemen waar de kosten per jaar nagenoeg met een factor 2.5 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn samengesteld uit PP-, PV- en PT-maatregelen zowel als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PVmaatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met een terugkeerperiode van 25 tot 100 jaar en de PV-maatregelen met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperiode van overstromen voor deze maatregelen (100 jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn de meeste mensen gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van de dijken Stationsstraat te Herne en Nieuwstraat te Galmaarden en het aanleggen van het GOG Eetveldemolen in combinatie met GOG Sint-Pieters-Kapelle en GOG Spoorweg. De maximale beleidsstrategie geeft aanleiding tot een risicodaling van 73% ten opzichte van Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 79% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven zijn evenwel niet 116

117 economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de maximale beleidsstrategie af met 83% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 87% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is quasi gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor met minder dan 1% toeneemt waar de kosten per jaar met een factor 1.5 toenemen. 5. Marke 117

118 118 Figuur 5-22: Weergave v an het economisch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied v an de Marke

119 Tabel 5-16: De afwegingstabel van het modelgebied van de Marke met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - Dijken Dijken Dijken Dijken + GOG Eetveldemolen - St-P-Kapelle - Spoorweg Dijken + GOG s Eetveldemolen - Beverbeek Dijken + GOG Eetveldemolen Dijken + GOG Eetveldemolen - St-P-Kapelle - Spoorweg Dijken + GOG Eetveldemolen - St-P-Kapelle - Spoorweg Dijken + GOG Eetveldemolen - St-P-Kapelle - Spoorweg PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] Marke 119

120 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Marke bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 5-23: De opdeling van het modelgebied van de Marke voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 5-17 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Marke weergegeven in figuur 5-23 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. De zones met de hoogste NA-risico s in 2050 zijn de zones Galmaarden en Tollembeek. In de verschillende zones worden risicodalingen bekomen tot minder dan de helft van het NA-risico in Een uitzondering vormen zones met een lage risicowaarde zoals de zone benedenloop van de Marke en de zone Viane. Deze zones hebben echter reeds lage risicowaarde. De grootste absolute dalingen ten opzichte van het NA-risico in 2050 worden bekomen in de zones met de hoogste risico s bij NA in Verder worden sterke risicodalingen berekend voor de zones rond Herne, de Beverbeek en de Wijze Beek. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De hoogste risico s in 2050 worden bij de verschillende beleidsstrategieën teruggevonden in de zones Tollembeek, Viane en de 120

121 Wijze Beek. De zones Tollembeek en Wijze Beek omvatten zowel stedelijk als landelijk gebied. Bij de intermediaire en maximale beleidsstrategie worden er nog beperkte bijkomende risicodalingen bekomen. Deze doen zich voornamelijk voor in de zone Tollembeek, waar zich het GOG Eetveldemolen bevindt. Tabel 5-17: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Marke bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Marke Bovenloop GOG Sint-Pieters-Kapelle Herne Arebeek Boesmolen Scheibeek Marke Tollembeek Hollebeek Galmaarden Marke Sint-Paulus Beverbeek Marke Viane Wijze Beek Marke benedenloop * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2) Tabel 5-18 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Marke weergegeven in figuur 5-23 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij de basisbeleidsstrategie dalen de tot de helft en minder van de waarden bij NA in In negen zones worden nulwaarden berekend. Deze zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) of van afrondingen. De hoogste in 2050 bij het basisbeleid worden berekend in de zones van de Wijze Beek, Galmaarden en Tollembeek. Bij de intermediaire en de maximale beleidsstrategie worden er nog beperkte bijkomende bekomen. De hoogste worden opnieuw berekend in de zones Wijze Beek, Galmaarden en Tollembeek. 5. Marke 121

122 Tabel 5-18: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Marke bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Marke Bovenloop GOG Sint-Pieters-Kapelle Herne Arebeek Boesmolen Scheibeek Marke Tollembeek Hollebeek Galmaarden Marke Sint-Paulus Beverbeek Marke Viane Wijze Beek Marke benedenloop * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 122

123 6. Bellebeek 6.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Bellebeek heeft een oppervlakte van km² en maakt deel uit van het Denderbekken. Het modelgebied omvat delen van de Vlaams-Brabantse gemeenten Asse, Dilbeek, Affligem, Ternat, Liedekerke, Roosdaal, Lennik en Gooik. Het modelgebied van de Bellebeek wordt weergegeven in figuur 6-1. De bovenloop wordt gevormd door de Steenvoordebeek, een waterloop van 2e categorie. De volgende zijwaterlopen van de Steenvoordebeek zijn van opwaarts naar afwaarts opgenomen in het model: de Zierbeek, de Terlindebeek, de Nieuwe Molenbeek en de Kasteelbeek met de Hunselbeek als zijwaterloop. Bij de samenvloeiing van de Kasteelbeek met de Steenvoordebeek wijzigt de naam naar Bellebeek, een waterloop van 1 ste categorie. De volgende zijwaterlopen van de Bellebeek zijn van opwaarts naar afwaarts opgenomen in het model: de Overnellebeek, de Okaaibeek, de Bosbeek en de Hollebeek. Verder zijn 9 GOG s opgenomen in het model: de GOG s Oosthoekstraat, Kauwenbergstraat, Reukenstraart en Steenvoordestraat op de Steenvoordebeek, de GOG s Vitseroelstraat en Doornveldweg op de Nieuwe Molenbeek, het GOG Roosdaal op de Hunselbeek, het GOG Asse op de Overnellebeek en het GOG Affligem langs de Okaaibeek. Figuur 6-1: Het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en de verschillende GOG s Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd 6. Bellebeek 123

124 Historische knelpunten Belangrijke hoogwaterafvoerperioden voor het modelgebied van de Bellebeek zijn januari 1995, december 1999 en november Onderstaand worden de belangrijkste historische knelpunten van de perioden januari 1995 en december 1999 besproken op basis van de OWKM van de Bellebeek (AMINAL, 2002). Eind januari 1995 had de vallei van de Bellebeek af te rekenen met overstromingen. Het GOG op de Nieuwe Molenbeek te Ternat (GOG W1st) was op 30/01/1995 overvol waardoor het water op drie plaatsen door de dijk stroomde en de lager gelegen Nattestraat te Ternat met wateroverlast te kampen had. Er moest een zestal huizen beveiligd worden met zandzakken. Verder waren er overstromingen aan de Lombeekstraat te Affligem stroomopwaarts van de Bellemolen. Ook de Stationsstraat te Liedekerke had in beperkte mate te kampen met wateroverlast door het overlopen van de Bellebeek. De was van december 1999 zorgde eveneens voor grote problemen in de vallei van de Bellebeek. De nieuwe verbindingsweg naar Liedekerke werd voor alle verkeer afgesloten omwille van wateroverlast tussen de Spoorweg en de N208. Opwaarts de Bellemolen op de rechteroever, ter hoogte van de bypass, stonden weilanden en akkers blank evenals een deel van de Lombeekstraat. Ternat had de te kampen met wateroverlast in de omgeving van het station. Eveneens te Ternat stond een deel van de Reukstraat blank doordat de afwateringsgracht onder de spoorwegduiker niet meer kon functioneren. De doorgang onder de spoorwegduiker stond volledig blank (80 cm water). Het GOG W2St was niet bereikbaar aangezien de toegangsweg onder water stond. Het GOG op de Hunselbeek was volledig gevuld waardoor de Voetbeek niet meer kon lozen, met problemen opwaarts tot gevolg. Samengevat was er wateroverlast in de volgende straten en gebieden: Liedekerke: - Tussen de spoorweg en de N208 links en rechts (weilanden) - Tussen Muilemstraat en de spoorweg - Gebied tussen de N207 - Deel van de Bosbaan Affligem: - deel van de Lombeekstraat - Rechts van de spoorweg (richting Oostende) dwarsend de N208 (weilanden, achtertuinen en hokken) Asse: verzadigde Overnellebeek Ternat: - Meersstraat (30cm) - Broekstraat (40cm) - Stationsstraat en de omgeving van het station - Reukstraat omgeving spoorwegduiker (65 cm) - Verkensmeersstraat 124

125 6.2. Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Bellebeek is een waarschuwingssysteem operationeel. 2) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 04/07/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Bellebeek. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012b) geeft de besproken opties weer. Verder zijn nog maatregelen voorgesteld door de Bekkensecretariaten. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 6-2 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Bellebeek. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBPanalyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. 6. Bellebeek 125

126 Figuur 6-2: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Bellebeek per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) Het verwijderen van de stuw Teralfene op de Dender wordt beschouwd als beslist beleid. Deze maatregel op zich geeft een aanzienlijke daling van de gesimuleerde overstromingsrisico s. De maatregelen voor het optimaliseren van de sturing van bestaande kunstwerken en het verruwen van zijwaterlopen stroomopwaarts van de bestaande GOG s worden om hoger aangehaalde redenen niet beschouwd in de ORBP-analyse. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In figuur 6-3 worden de locaties weerhouden voor bijkomende GOG s en het uitbreiden van de bergingscapaciteit van bestaande GOG s gesitueerd in het modelgebied. In wat volgt, wordt elke locatie meer in detail besproken. 126

127 Figuur 6-3: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en mogelijke (schuine arcering) locaties voor GOG s in het modelgebied van de Bellebeek GOG Bellemolen De locatie van het GOG Bellemolen bevindt zich ter hoogte van de Bellemolen, opwaarts van Teralfene. Het GOG is erop gericht om de wateroverlast in de afwaarts gelegen woningen, voornamelijk ter hoogte van de Driesstraat te Teralfene, te verminderen. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Aan de noordelijke zijde wordt het GOG begrensd door de autosnelweg E40. Aan de zuidelijke zijde dient een langsdijk voorzien te worden om te beletten dat woningen langs de Sluisvijverstraat bedreigd worden. Het maximale vulpeil wordt vastgelegd op 14.0 mtaw opdat de opwaarts gelegen woningen aan de Meersstraat niet in gevaar gebracht worden. De sturing is erop gericht om de woningen langsheen de Driesstraat te beschermen door te knijpen vanaf het ogenblik dat het waterpeil hoger wordt dan 10.0 mtaw. Dit is de eerste afwaartse locatie waar kritieke overstromingen gesimuleerd worden. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur 6-4. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland en bos. 6. Bellebeek 127

128 Figuur 6-4: Situering van het GOG Bellemolen in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Teralfene De locatie voor het GOG Teralfene bevindt zich ten zuiden van Teralfene, net opwaarts van de Driesstraat. Het GOG is erop gericht om wateroverlast in de afwaarts gelegen woningen, voornamelijk ter hoogte van de Driesstraat, te verminderen. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur 6-5. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland en akkerland. De woningen ter hoogte van de Driesstraat dienen beschermd te worden door een dijklichaam. Uit een verkennende berekening blijkt dat de opstuwing ten gevolge van de aanleg van dit GOG doorwerkt tot in de Okaaibeek zoals weergegeven wordt in figuur 6-6 voor een terugkeerperiode van 100 jaar. De uitbreiding van de overstromingen opwaarts heeft tot gevolg dat de risicodaling door het GOG tenietgedaan wordt. Het GOG wordt daarom niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 6-5: Situering van het GOG Teralfene in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 128

129 Figuur 6-6: Uitbreiding van de gesimuleerde overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) ten gevolge van de aanleg van GOG Teralfene (blauw = NA, rood = toestand na aanleg van GOG Teralfene) in het modelgebied van de Bellebeek GOG Okaaibeek Het bestaande GOG Okaaibeek bevindt zich aan de opwaartse rand van de modeltak van de Okaaibeek en wordt ingezet om de wateroverlast te Teralfene te verminderen. Het huidige vulpeil is 17.0 mtaw. Een overzicht van de GOG-locatie wordt weergegeven in figuur 6-7. Het potentieel van het uitbreiden van de bestaande GOG s is vooreerst onderzocht door een verkennende berekening. Hierbij is het hydraulisch effect van het verhogen van het vulpeil onderzocht bij afvoerhydrogrammen met een terugkeerperiode van 10 en 100 jaar. Indien de maatregel een significant positief effect heeft op de maximale waterpeilen in de rivier en/of het valleigebied wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. Het verhogen van het vulpeil resulteert in zeer beperkte dalingen van de gesimuleerde waterpeilen in de rivier met een terugkeerperiode van 100 jaar zoals blijkt uit het lengteprofiel in figuur 6-8. De waterpeildaling in het valleigebied is eveneens beperkt met een maximum van 1 cm. De maatregel is daarom niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. 6. Bellebeek 129

130 Figuur 6-7: Situering van het GOG Okaaibeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) Figuur 6-8: Het lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Okaaibeek afwaarts van GOG Okaaibeek in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil (rood) m AD Chainage (m)

131 GOG s Nieuwe Molenbeek De bestaande GOG s op de Nieuwe Molenbeek omvatten één GOG opwaarts en één GOG afwaarts de autosnelweg E40 die het centrum van Steenvoort vrijwaren van overstromingen. Beide locaties worden weergegeven in figuur 6-9. Het huidige vulpeil van het opwaartse en het afwaartse GOG is respectievelijk 25.0 mtaw en 20.5 mtaw. Uit verkennende berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) volgt dat een verhoging van het vulpeil van het opwaartse GOG geen significante waterpeildaling tot gevolg heeft (figuur 6-10). De verhoging van het vulpeil van het afwaartse GOG resulteert in een beperkte waterpeildaling in de rivier, maar niet in een significante daling op de locaties met een beduidend risico (figuur 6-10). Beide maatregelen worden daarom niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 6-9: Situering van de GOG s Nieuwe Molenbeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 6. Bellebeek 131

132 Figuur 6-10: Het lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario (2100) op de Nieuwe Molenbeek in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw), na verhoging van het vulpeil van het opwaarts GOG (groen) en van het afwaarts GOG (rood) m AD Chainage (m) GOG Hunselbeek Het bestaande GOG Hunselbeek bevindt zich op de Hunselbeek opwaarts van de Meersstraat te Borchtlombeek. De gecontroleerde berging van overtollige afvoer in dit GOG zorgt voor een vermindering van de wateroverlast in de afwaarts gelegen woningen in Ternat. Het huidige vulpeil is 29 mtaw. Bij een verhoging van het vulpeil dient aan de opwaartse rand van het GOG bijkomende bescherming voorzien te worden voor de woningen langs de Oudebaan. Een overzicht van de locatie van het GOG en van de dijklichamen wordt gegeven in figuur Uit verkennende berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) blijkt dat het verhogen van het vulpeil leidt tot een significante daling van de maximale waterpeilen op de rivier tot de monding in de Bellebeek (figuur 6-12) en vooral in het valleigebied (figuur 6-13). De maatregel wordt daarom verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 6-11: Situering van het GOG Hunselbeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 132

133 Figuur 6-12: Het lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario (2100) op de Hunselbeek in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil van het GOG (rood) m AD Chainage 10 (m) Figuur 6-13: De gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) langs de Hunselbeek (Storage Area RES_LO_HNBK ) na verhoging van het vulpeil van het GOG (blauw) en in de huidige toestand (rood) in het modelgebied van de Bellebeek Stage (m AD) RES_LO_HNBK /1/2014 3/2/2014 8/2/ /2/ Bellebeek 133

134 GOG W1st Het bestaande GOG W1st bevindt zich op de linkeroever van de Steenvoordebeek nabij de monding in de Bellebeek opwaarts van de Steenvoordestraat te Ternat. De gecontroleerde berging van overtollige afvoer in dit GOG dient bij te dragen tot een vermindering van de wateroverlast in de afwaarts gelegen woningen langsheen de Meersstraat te Ternat. Figuur 6-14 geeft een situering van het GOG. Het gaat om een offline GOG waarbij afzonderlijke inlaat- en uitlaatkunstwerken de vulling en lediging van het GOG regelen. Het huidige vulpeil is mtaw. Het verhogen van het vulpeil heeft slechts een beperkt effect gezien het een GOG betreft met gravitaire vulling. Het vulpeil kan niet hoger liggen dan het maximale waterpeil op de Steenvoordebeek. Dit impliceert dat het vulpeil maximaal 15 cm verhoogd kan worden bij een terugkeerperiode van 100 jaar in het gemiddeld klimaatscenario. Het effect op de afwaarts gelegen gebieden is bijgevolg zeer gering zoals weergegeven wordt op het lengteprofiel in figuur 6-15 aan de hand van verkennende berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger). De maatregel wordt daarom niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 6-14: Situering van het GOG W1st op de linkeroever van de Steenvoordebeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) Figuur 6-15: Het lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario (2100) langs de Bellebeek afwaarts van GOG W1st in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil van het GOG (rood) m AD Chainage (m)

135 GOG W2st Het bestaande GOG W2st bevindt zich op de Steenvoordebeek opwaarts van de Neeralfenestraat te Ternat. Het heeft als voornaamste doel om het centrum van Ternat te vrijwaren van overstromingen. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het huidig vulpeil is 22.5 mtaw. Bij een verhoging van het vulpeil dient rekening gehouden te worden met de bijkomende bescherming van de woningen gelegen aan de opwaartse rand van het GOG langs de Heirbaan. Figuur 6-16 geeft een situering van het GOG. Uit verkennende berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) blijkt dat het verhogen van het vulpeil leidt tot een significante daling van de maximale waterpeilen in de rivier en het valleigebied (figuur 6-17). De maatregel wordt daarom verder in beschouwing genomen in de ORBP-analyse. Figuur 6-16: Situering van het GOG W2st op de Steenvoordebeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de dijklichamen (dikke rode lijn) Figuur 6-17: Het lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario (2100) langs de Steenvoordebeek ter hoogte van GOG W2st in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil van het GOG (rood) m AD Chainage (m) Bellebeek 135

136 GOG W3st Het bestaande GOG W3st bevindt zich op de Steenvoordebeek opwaarts van de Oosthoekstraat te Sint-Ulriks-Kapelle. Het dient bij te dragen tot het verminderen van het overstromingsrisico te Ternat. Er zijn twee regelkunstwerken aanwezig in het GOG voor het verminderen van het doorvoerdebiet, namelijk aan de afwaartse rand van het GOG (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM427) en 300 m opwaarts (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM426). De werking van beide kunstwerken is niet gekoppeld. Overtollig water wordt momenteel geborgen achter een langsdijk en een dwarsdijk aan het opwaartse regelkunstwerk. Bij verhoging van het vulpeil dient een bijkomende dwarsdijk voorzien te worden aan het afwaartse regelkunstwerk, opwaarts van de Oosthoekstraat. Het huidig vulpeil is gelegen op en mtaw voor respectievelijk het afwaarts en het opwaarts kunstwerk. Rekening houdend met de verhoogde risicowaarden ter hoogte van de opwaarts gelegen Zavelstraat is een maximale verhoging van 0.5 m onderzocht aan beide kunstwerken. Een overzicht van de locatie van het GOG alsook de bestaande en aan te leggen dijklichamen wordt weergegeven in figuur Uit verkennende berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) blijkt dat het verhogen van het vulpeil voor beide kunstwerken leidt tot een significante daling van de maximale waterpeilen in de rivier en het valleigebied. De maatregel wordt daarom verder in beschouwing genomen in de ORBP-analyse. Figuur 6-18: Situering van het GOG W3st op de Steenvoordebeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de bestaande en aan te leggen dijklichamen (dikke rode lijn) Figuur 6-19: Het lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario (2100) langs de Steenvoordebeek ter hoogte van GOG W3st in het modelgebied van de Bellebeek, in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil van het GOG (rood) m AD Chainage (m)

137 GOG Overnellebeek Het bestaande GOG Overnellebeek bevindt zich aan de opwaartse modelrand van de Overnellebeek ten oosten van Essene. Het GOG heeft als doel de woningen in Overnelle te vrijwaren van overstromingen. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het huidige vulpeil is 24.5 mtaw. Bij een verhoging van het vulpeil dient de bebouwing op de rechteroever bijkomend beschermd te worden. Een algemene situering van het GOG wordt gegeven in figuur De noodoverlaat van het GOG treedt bij de simulaties met het gemiddelde klimaatscenario slechts beperkt in werking vanaf een terugkeerperiode van 100 jaar. Gezien de afwezigheid van knelpunten bij lagere terugkeerperioden is de capaciteit van het GOG afdoende om overtollig water op te vangen tot een terugkeerperiode van 100 jaar. Dit komt ook tot uiting in een verkennende hydraulische simulatie (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) waaruit blijkt dat het effect van het verhogen van het vulpeil zeer beperkt is (figuur 6-21). Daarom wordt de maatregel niet verder weerhouden in de ORBP-analyse. Figuur 6-20: Situering van het GOG Overnellebeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de bestaande dijklichamen (dikke rode lijn) Figuur 6-21: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) langs de Overnellebeek in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na verhoging van het vulpeil van het GOG Overnellebeek (rood) m AD Chainage (m) Bellebeek 137

138 Dijk Driesstraat De Driesstraat wordt voorzien nabij de monding van de Bellebeek in de Dender. Bij het gemiddeld klimaatscenario worden kritieke overstromingen door de Bellebeek gesimuleerd met een terugkeerperiode van 25 jaar. Met een terugkeerperiode van 500 jaar worden eveneens kritieke overstromingen gesimuleerd vanuit de Dender. Het traject van de aan te leggen dijk is weergegeven in figuur Op de rechteroever wordt een aarden dijk voorzien met een totale lengte van 400 m. Op de linkeroever wordt een aarden dijk voorzien met een totale lengte van ruim 400 m die aansluit op stalen damwandplanken in de beperkte ruimte tussen de Bellebeek en de woning gelegen in de Driesstraat nr De hoogte van de dijklichamen is zodanig bepaald dat de Driesstraat beschermd wordt tegen overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar in het gemiddeld klimaatscenario verhoogd met een bijkomende marge van 0.5 m. Er wordt geen dijklichaam voorzien aan de stroomafwaartse zijde van de Driesstraat om te beschermen tegen de zeer uitzonderlijke overstromingen vanuit de Dender. Figuur 6-22: Weergave van het traject van de dijk aan de Driesstraat in het modelgebied van de Bellebeek Duiker Dronkenborrestraat Het betreft de duiker op de Hunselbeek onder de Dronkenborrestraat te Ternat (kunstwerknr. model KW220). De opstuwing veroorzaakt door de duiker zorgt voor verhoogde waterstanden opwaarts ter hoogte van de Fossebaan. De doorstroomopening van de duiker heeft een breedte van 2.2 m. Voortgaand op de geometrie van de opwaartse en afwaartse riviersectie kan de duiker verbreed worden naar 4.0 m. Uit hydraulische berekeningen (gelijkaardig aan GOG Okaaibeek; zie hoger) blijkt het verbreden van deze duiker een significant positief effect te hebben op de waterpeilen (figuur 6-23). De maatregel wordt daarom verder in beschouwing genomen in de ORBP-analyse. 138

139 Figuur 6-23: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterstanden met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) langs de Hunselbeek in het modelgebied van de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na verbreding van de duiker onder de Dronkenborrestraat (rood) m AD Chainage (m) Duikers Steenvoordebeek Het betreft hier in de eerste plaats duikers op de Steenvoordebeek. Figuur 6-24 geeft een lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen op de Steenvoordebeek met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Hieruit blijkt dat de grootste opstuwing veroorzaakt wordt door de knijpconstructies van de GOG s en dat de overige duikers een beperkte opstuwing veroorzaken. Tabel 6-1 geeft een overzicht van de kunstwerken met opstuwing groter dan 8 cm gesimuleerd met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Deze kunstwerken zijn aangeduid op Figuur 6-24 met groene pijlen. Echter geen van deze locaties geeft aanleiding tot kritieke overstromingen opwaarts van de duikers. Daarom worden deze maatregelen niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 6-24: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Steenvoordebeek in het modelgebied van de Bellebeek met aanduiding van de GOG s (rode pijlen) en de duikers met een opstuwing groter dan 8 cm (groene pijlen) m AD Chainage (m) Bellebeek 139

140 Tabel 6-1: Weergave van de duikers op de Steenvoordebeek in het modelgebied van de Bellebeek met een opstuwing groter dan 8 cm gesimuleerd met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) Kunstwerk Verval over kunstwerk [m] KW230 - Reukenstraat molen 0.93 KW180 - Heirbaan 0.51 KW KW270 - Platanenstraat 0.09 KW360 - Assesteenweg 0.09 Bypass versneld inschakelen Nabij de afwaartse rand van de Bellebeek aan de Dender staat een koker in voor een bijkomende afvoer naar de Dender. Momenteel wordt de stroming doorheen de koker gecontroleerd door een beweegbare stuw aan de inlaat van de koker. Stroming is pas mogelijk indien het waterpeil aan de inlaat stijgt boven 9.3 mtaw. Figuur 6-25: Bypass van de Bellebeek naar de Dender stroomafwaarts de Driesstraat te Teralfene bypass De maatregel betreft het inschakelen van de bypass bij een lager drempelpeil. De ingreep heeft mogelijk een verhoogde afvoer naar de Dender en bijgevolg een lager waterpeil opwaarts, onder andere ter hoogte van de Driesstraat, tot gevolg. Het potentieel van de maatregel wordt onderzocht door de stuw te verwijderen in verkennende berekeningen voor hoogwaterafvoer met een terugkeerperiode van 10 en 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Om terugstroming vanuit de Dender te voorkomen wordt een terugslagklep voorzien. Figuur 6-26 geeft het lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterstanden weer nabij de afwaartse rand van de Bellebeek met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddelde klimaatscenario. Uit de figuur wordt afgeleid dat de maatregel geen 140

141 effect heeft op de gesimuleerde waterpeilen. Ook in de valleigebieden is geen significante waterpeildaling merkbaar. De maatregel wordt daarom niet verder weerhouden in de ORBP-analyse. Figuur 6-26: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Bellebeek in de huidige toestand (blauw) en na het verwijderen van de stuw aan de inlaat van de bypass (rood), aangeduid met de pijl m AD Chainage (m) Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 37 km komt dit voor het modelgebied van de Bellebeek overeen met een kost van EUR/jaar. Figuur 4-18 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 6-2: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Bellebeek in 2050 Terugkeerperiode [jaar] # [-] # zandzakken [-] # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] Bellebeek 141

142 2) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Figuur 6-1 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Bellebeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Bij de overgang van terugkeerperiode 5 naar 10 jaar wordt de oppervlakte residentiële gebouwen nagenoeg verdubbeld. Dit verhoogt ook de kostprijs aanzienlijk. Tabel 6-3: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Bellebeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Figuur 6-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Bellebeek binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het modelgebied van de Bellebeek wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 30 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 6-4: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Bellebeek binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor elke maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook de bijbehorende kosten. De kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen of verhogen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. 142

143 Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. GOG Bellemolen Voor GOG Bellemolen zijn twee varianten in beschouwing genomen. In de eerste variant wordt gekozen voor een automatische regelschuif. In de tweede variant wordt de regelschuif vervangen door een knijpopening met een handmatige regeling. Figuur 6-4 (zie )) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de benodigde dijken. Aan de zuidelijke zijde dient een uitgebreide langsdijk voorzien te worden om te beletten dat woningen langs de Sluisvijverstraat bedreigd worden door de GOG-werking. Het vulpeil wordt vastgelegd op 14.0 mtaw om maximale berging te voorzien zonder de opwaarts gelegen woningen langsheen de Meersstraat in gevaar te brengen. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Tabel 6-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 14.0 mtaw voor de variant met een knijpopening. De kostprijs voor de variant met een automatische regelschuif wordt weergegeven in tabel 6-6. Tabel 6-5: GOG Bellemolen in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 14.0 mtaw, met knijpopening Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Dwarsdijk 96.5 Grondwerken Langsdijk Kunstwerken Knijpconstructie Verwerven Onteigenen grondvlak dijk 17.3 Totaal Tabel 6-6: GOG Bellemolen in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 14.0 mtaw, met automatische regelschuif Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Dwarsdijk 96.5 Grondwerken Langsdijk Kunstwerken Automatische regelschuif Verwerven Onteigenen grondvlak dijk 17.3 Totaal GOG Hunselbeek Het bestaande GOG Hunselbeek heeft een drempelpeil op 29.0 mtaw. Bij het verhogen van het vulpeil dient aan de opwaartse rand van het GOG een bijkomende bescherming voorzien te worden voor de woningen langs de Oudebaan. Gezien de beperkte ruimte tussen de waterloop en de aanpalende woningen wordt de beschermdijk grotendeels opgebouwd uit een betonnen muur met een hoogte van 0.6 m. Figuur 6-11 (zie )) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de benodigde dijken. 6. Bellebeek 143

144 Tabel 6-7 geeft een samenvatting van de kostenposten voor GOG Hunselbeek bij een verhoging van het vulpeil met 1.0 m. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Tabel 6-7: GOG Hunselbeek in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 30.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken bescherming opwaarts 8.5 Waterkering bescherming opwaarts Grondwerken ophogen dwarsdijk Totaal GOG W2st Het bestaande GOG W2st heeft een vulpeil van 22.5 mtaw. Bij een verhoging van dit vulpeil dient rekening gehouden te worden met een bijkomende bescherming van de woningen aan de opwaartse rand van het GOG langs de Heirbaan. Gezien de beperkte ruimte tussen de woning en de waterloop dient een beperkt deel van deze dijk opgebouwd te worden uit een betonnen muur met een hoogte van 1.5 m. Figuur 6-16 (zie )) geeft een algemene situering van het GOG en de aan te leggen en te verhogen dijklichamen. Tabel 6-8 geeft een samenvatting van de kostenposten voor GOG W2st bij een verhoging van het vulpeil met 1.0 m. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Tabel 6-8: GOG W2st in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 23.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken ophogen dwarsdijk 11.4 Grondwerken bescherming opwaarts 63.5 Waterkering bescherming opwaarts 27.1 Totaal GOG W3st Het bestaande GOG W3st omvat 2 regelkunstwerken die elk een eigen vulpeil aanhouden. De werking van beide is niet gekoppeld. Hierdoor bestaan er 3 mogelijke alternatieven om de bergingscapaciteit van het bestaande GOG te vergroten. In het eerste alternatief wordt het vulpeil van de opwaartse trap (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM426) verhoogd. Een tweede alternatief bestaat uit de ophoging van het vulpeil van de afwaartse trap (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM427). Het derde alternatief bestaat ten slotte uit de verhoging van beide delen. Het huidig vulpeil is gelegen op en mtaw voor respectievelijk de opwaartse en de afwaartse trap. Bij verhoging van het vulpeil van de opwaartse trap dient een bestaande dwarsdijk opgehoogd te worden. Bij verhoging van het vulpeil van de afwaartse trap dient een nieuwe dwarsdijk aangelegd te worden. Verder dient ook nog een langsdijk opgehoogd te worden om de woningen langsheen de Kauwenbergstraat te beschermen. Er wordt een dijkhoogte van 30.0 mtaw aangenomen. 144

145 Figuur 6-18 (zie )) geeft een algemene situering van het GOG en de aan te leggen en te verhogen dijklichamen.tabel 6-9, Tabel 6-10 en tabel 6-11 geven een samenvatting van de kostenposten voor het verhogen van het vulpeil van respectievelijk de opwaartse trap, de afwaartse trap en beide trappen van GOG W3st met 0.5 m. Er worden bergingscapaciteiten van m³ en m³ bekomen in respectievelijk de opwaartse en de afwaartse trap. Tabel 6-9: GOG W3st in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij het verhogen van het vulpeil van de opwaartse trap met 0.5 m Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Aanleg beschermingsdijken 31.3 Verwerven Verwerven grondvlak dijk 3.5 Totaal 34.8 Tabel 6-10: GOG W3st in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij het verhogen van het vulpeil van de afwaartse trap met 0.5 m Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Aanleg beschermingsdijken 80.7 Verwerven Verwerven grondvlak dijk 8.6 Totaal 89.3 Tabel 6-11: GOG W3st in het modelgebied van de Bellebeek - Overzicht van de totale kostprijs bij het verhogen van het vulpeil van de opwaartse en de afwaartse trap met 0.5 m Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Aanleg beschermingsdijken 93.6 Verwerven Verwerven grondvlak dijk 10.4 Totaal Dijk Driesstraat Het betreft grotendeels een aarden dijklichaam. Het deel van de dijk gelegen tussen de Bellebeek en de woning in de Driesstraat huisnummer 495, wordt opgebouwd uit stalen damwandplanken. De kruinhoogte van de dijk is vastgelegd op 11.0 mtaw, wat resulteert in een gemiddelde hoogte van 1.0 m boven het maaiveld. Figuur 6-22 (zie )) geeft een overzicht van de kostenposten voor het aanleggen van de dijk. Tabel 6-12: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk Driesstraat in het modelgebied van de Bellebeek Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken aarden dijk RO 98.2 Grondwerken aarden dijk LO 95.3 Waterkering dijk Huis 30.7 Verwerven verwerven grondvlak dijk 17.3 Totaal Bellebeek 145

146 Duiker Dronkenborrestraat Het betreft het verwijderen van de bestaande duiker en het aanleggen van een bredere duiker. Vermits de duiker gelegen is onder de Dronkenborrestraat dient hiervoor de straat opgebroken te worden. De volgende kostenposten worden in rekening genomen: het afbreken van de bestaande duiker en het bouwen van een nieuwe duiker; het aanleggen en beschoeien van de bouwput; het heraanleggen van de straat. Tabel 6-13 geeft een overzicht van de kostenposten voor het verbreden van de duiker onder de Dronkenborrestraat naar 4.0 m. Tabel 6-13: Overzicht van de totale kostprijs voor het verbreden van de duiker onder de Dronkenborrestraat in het modelgebied van de Bellebeek Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Kunstwerk Grondwerken verwijderen oude duiker + aanleggen nieuwe duiker uitgraven en beschoeien van bouwput Grondwerken aanleggen nieuwe bestrating 8.2 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt, wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen, wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. In het modelgebied van de Bellebeek zijn vier al dan niet bestaande GOG-locaties weerhouden met vaste vulpeilen. De GOG s zijn individueel geïmplementeerd in het modelgebied van de Bellebeek op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen. Dijk Driesstraat Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. In het geval van de dijkbescherming van de Driesstraat te Teralfene wordt aangenomen dat aan deze voorwaarde voldaan wordt. Het maximaal weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een positieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. De dijkbescherming van de Driesstraat is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen. 146

147 Duiker Dronkenborrestraat Gezien de impact van het aanpassen van een duiker op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. De verbreding van de opstuwende duiker onder de Donkeborrestraat is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen Resultaten Protectie Tabel 6-14 en tabel 6-15 geven een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PTmaatregelen in de volgende alternatieven: GOG Belle: het aanleggen van het GOG opwaarts van de Bellemolen te Teralfene. Het betreft het alternatief met de knijpopening; GOG Hunsel: het verhogen van het vulpeil van het bestaande GOG Hunselbeek te Borchtlombeek; GOG W2st: het verhogen van het vulpeil van het bestaande GOG W2st te Ternat; GOG W3st opw (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM426): het verhogen van het vulpeil van de opwaartse trap van het bestaande GOG W3st te Sint-Ulriks-Kapelle; GOG W3st afw (kunstwerkidentificatiecode van VMM AOW OM426): het verhogen van het vulpeil van de afwaartse trap van het bestaande GOG W3st te Sint-Ulriks-Kapelle; GOG W3st opw&afw (kunstwerkidentificatiecodes van VMM AOW OM426 & OM427): het verhogen van het vulpeil van de opwaartse- en de afwaartse trap van het bestaande GOG W3st te Sint-Ulriks-Kapelle; Dijk Dries: het aanleggen van een dijklichaam ter bescherming van de Driesstraat te Teralfene; Duiker Dronk: het vergroten van de opstuwende duiker onder de Dronkenborrestraat te Ternat. Op basis van de resultaten van deze individuele maatregelen is ook het effect van de combinatie van bovenstroomse berging met afwaartse bescherming bekeken. Het gaat om de combinatie van de individuele alternatieven met een positieve (of licht negatieve) NAW en een significante sociale baat. Dit geeft het bijkomende alternatief GOG Hunsel-W2st-W3st afw + Dijk Dries, namelijk het verhogen van het vulpeil van de GOG s Hunselbeek, W2st en de afwaartse trap van W3st in combinatie met het aanleggen van een dijklichaam ter bescherming van de Driesstraat. Het alternatief met de aanleg van GOG Bellemolen met een regelbare schuif is niet weergegeven in tabel 6-14 aangezien de variant met de goedkopere knijpopening reeds aanleiding geeft tot sterk negatieve NAW-waarden. Vanuit economisch oogpunt blijkt het verhogen van het vulpeil van het GOG Hunselbeek, het GOG W2st en het GOG W3st alsook het aanleggen van het dijklichaam ter hoogte van de Driesstraat gunstig te zijn. Het aanleggen van GOG Bellemolen en het verbreden van de duiker onder de Dronkenborrestraat resulteren in een zeer beperkte risicodaling en bijgevolg in een negatieve NAW. De hoogste NAW en risicodaling worden bekomen bij het combinatiealternatief met de uitbreiding van 3 bestaande GOG s en het aanleggen van een dijklichaam ter bescherming van de Driesstraat. Voor de B/K-waarde gelden bijna dezelfde vaststellingen behalve dan dat de lagere kosten voor het verhogen van het vulpeil van het GOG W2st resulteren in een hogere B/K-waarde voor dit alternatief vergeleken met het verhogen van het vulpeil van het GOG Hunselbeek. 6. Bellebeek 147

148 Alle weergegeven maatregelen geven een daling van het risico ten opzichte van het NA-beleid in 2050 gaande van 0.3% voor het alternatief met de verbreding van de duiker onder de Dronkenborrestraat tot 46% voor het alternatief met de verhoging van het vulpeil in 3 GOG s in combinatie met de aanleg van een dijklichaam ter hoogte van de Driesstraat. Voor gaan de dalingen van 0.2% tot 50% voor dezelfde alternatieven. Enkel de alternatieven met het verhogen van het vulpeil van GOG Hunselbeek en het verhogen van het vulpeil van de 3 GOG s in combinatie met het dijklichaam ter hoogte van de Driesstraat geven een daling van het risico in 2050 onder het risico in Enkel in deze alternatieven wordt de risicostijging ten gevolge van autonome ontwikkeling dus tenietgedaan door de genomen maatregelen. Voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Tabel 6-14: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Bellebeek Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - GOG Hunsel GOG W2st GOG Belle Duiker Dronk 148

149 Tabel 6-15: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Bellebeek (vervolg) Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - Dijk Dries GOG W3st opw GOG W3st afw GOG W3st opw&afw GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 6-27 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor de combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Bellebeek. Enkel de PT-criteria met een positieve NAW zijn hierbij weerhouden. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PTmaatregelen. In tabel 6-16 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Bellebeek in 2050 toe met 30% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt eveneens 30%. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 2 tot 10 jaar. De PT-maatregelen omvatten het verhogen van de vulpeilen van de GOG s Hunselbeek, W2st en de afwaartse trap van W3st in combinatie met het aanleggen van het dijklichaam aan de Driesstraat. Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 67% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven hebben een vergelijkbare NAW en een B/K groter dan Bellebeek 149

150 neemt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie af met 62% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 71% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is onderling weinig verschillend. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 6-27 waar de omtrek een horizontaal verloop vertoont bij positieve NAW-waarden. Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 10 jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 25 tot 100 jaar. Het vlakke verloop van de omtrek in deze zone geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten verhogen van het vulpeil van GOG Hunselbeek, GOG W2st en de afwaartse trap van GOG W3st in combinatie met het aanleggen van het dijklichaam aan de Driesstraat. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 76% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer PV-maatregelen door bouwstop toegepast worden binnen de contour van de maximaal beschouwde terugkeerperiode (100 jaar). De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K hoger dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 71% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 78% als gevolg van de maatregelen. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor slechts met 10% laat toenemen waar de kosten per jaar nagenoeg met ruim een factor 3 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn zowel samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen en met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperioden van overstromen voor deze maatregelen ( jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn de meeste mensen, gelijkaardig aan de intermediaire beleidsstrategie, gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het verhogen van de vulpeilen van de GOG s Hunselbeek, W2st en W3st de afwaartse trap van GOG in combinatie met het aanleggen van het dijklichaam aan de Driesstraat. De maximale beleidsstrategie geeft aanleiding tot een risicodaling van 71% ten opzichte van Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 77% als gevolg van de maatregelen. De drie weergegeven alternatieven zijn evenwel niet economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de maximale beleidsstrategie af met 73% ten opzichte van Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 80% als gevolg van de maatregelen. Er wordt evenwel opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor slechts met 2% toeneemt waar de kosten per jaar met ruim een factor 4 toenemen. 150

151 Figuur 6-27: Weergav in het modelgebied v e van het ec onomisch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen an de Bel lebeek 6. Bellebeek 151

152 Tabel 6-16: De afwegingstabel van het modelgebied van de Bellebeek met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries GOG Hun- sel-w2st- W3st afw + Dijk Dries PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar]

153 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Bellebeek bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 6-28: De opdeling van het modelgebied van de Bellebeek voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 6-17 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Bellebeek weergegeven in figuur 6-28 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij het NA in 2050 worden de grootste risicobijdragen gesimuleerd in de zones Sint-Katharina-Lombeek en Bellebeek afwaarts. Bij de basisbeleidsstrategie worden de grootste absolute risicodalingen berekend in de zone Sint-Katharina-Lombeek. De verhoging van het vulpeil van GOG Hunselbeek zorgt afwaarts voor een significante daling van het berekende risico. Door toepassing van paraatheids- en preventiemaatregelen worden ook in de overige deelgebieden aanzienlijke risicodalingen gesimuleerd. Door de sterke risicodaling, onder meer door de constructie van de dijk opwaarts van de Driesstraat, wordt de grootste risicobijdrage nu berekend in de zone Bellebeek afwaarts. Door toedoen van de intermediaire en maximale beleidsstrategie daalt het risico in alle gebieden verder. Deze bijkomende daling is het gevolg van de uitbreiding van de contouren waarbinnen de PV-maatregelen met bouwstop en resiliënt aanpassen van be- 6. Bellebeek 153

154 staande woningen worden toegepast. In de zone Bellebeek afw worden nog de grootste risicobijdragen berekend. De berekende nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Tabel 6-17: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Bellebeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Steenvoordebeek opw Steenvoordebeek Nieuwe Molenbeek Steenvoordebeek afw Kasteelbeek Hunselbeek opw Hunselbeek Midden Sint-Katharina-Lombeek Bellebeek opw Overnellebeek Bellebeek Hollebeek Bellebeek afw * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2) Tabel 6-18 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Bellebeek weergegeven in figuur 6-28 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Ruim 50% van de menselijke risico s bij NA in 2050 is grotendeels gegroepeerd in de zones Sint-Katharina-Lombeek en Bellebeek afw. De nulwaarden die worden weergegeven in enkele zones zijn een gevolg van afrondingen. Bij de basisbeleidsstrategie dalen de sterk ten opzichte van de waarden bij NA in De daling is het sterkst in de zone Sint-Katharina-Lombeek. De verhoging van het vulpeil van GOG Hunselbeek zorgt afwaarts voor een significante daling van Door toepassing van PP- en PV-maatregelen worden ook in de overige deelgebieden aanzienlijke risicodalingen gesimuleerd. De berekende nulrisico s in enkele zones zijn een gevolg van afrondingen of van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). Door toedoen van de intermediaire en maximale beleidsstrategieën daalt het risico in alle gebieden verder. Er wordt echter opgemerkt dat de bijkomende daling in alle zones eerder beperkt is. De bijkomende daling is een gevolg van de uitbreiding van de contouren waarbinnen de PV-maatregelen met bouwstop en resiliënt aanpassen van bestaande woningen worden toegepast. De berekende nulrisico s in enkele zones zijn andermaal een gevolg van afrondingen of van de aannames voor het bepalen van het risico in

155 Tabel 6-18: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Bellebeek bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Steenvoordebeek opw Steenvoordebeek Nieuwe Molenbeek Steenvoordebeek afw Kasteelbeek Hunselbeek opw Hunselbeek Midden Sint-Katharina-Lombeek Bellebeek opw Overnellebeek Bellebeek Hollebeek Bellebeek afw * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 6. Bellebeek 155

156 156

157 7. Molenbeek Zandbergen 7.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Molenbeek Zandbergen is gelegen in het zuidoosten van de provincie Oost-Vlaanderen. Hydrografisch gezien behoort het stroomgebied van de Molenbeek Zandbergen tot het Denderbekken. Voor het grootste gedeelte van zijn loop is de Molenbeek Zandbergen gelegen op het grondgebied van de fusiegemeente Geraardsbergen. Ter hoogte van Zandbergen mondt de Molenbeek Zandbergen uit in de Dender. De stroomgebiedoppervlakte bedraagt 54.2 km². Het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen wordt weergegeven in figuur 7-1. In het model van de Molenbeek Zandbergen zijn twee zijlopen opgenomen, namelijk de Larebeek en de Ophasseltbeek. Het modelgebied bevat twee GOG s, namelijk op de Ophasseltbeek en op de samenvloeiing van de Molenbeek en de Ophasseltbeek. Om interacties met de Dender in model te brengen bevat het modelgebied bovendien de Dender van Geraardsbergen tot Ninove. Figuur 7-1: Het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en de verschillende GOG s 7. Molenbeek Zandbergen 157

158 Historische knelpunten Een belangrijke hoogwaterafvoerperiode voor het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen is november Hierbij hebben zich verscheidene kritieke overstromingen voorgedaan in het modelgebied (zie figuur 7-2). Op basis van de inventarisatie van de wateroverlast in november 2010 (VMM, 2011) en op basis van het verslag van overleg tussen de hydrologen van VMM en het studieteam (IMDC, 2012a) wordt onderstaand een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste historische knelpuntenlocaties in het modelgebied van opwaarts naar afwaarts: langs de linkeroever van de Molenbeek stroomopwaarts de Moenebroekstraat te Ruisenbroek; langs de rechteroever van de Molenbeek stroomafwaarts de Moenebroekstraat te Boesberg. VMM (2011) vermeldt wateroverlast te Boesberg, onder andere in nr. 5, waar in de woning tot 45 cm water stond. In de garage kwam het waterpeil zelfs 70 cm hoog. Ook rapporteert VMM (2011) wateroverlast in kelders in de Moorhofstraat en enkele huizen in de Vuilstraat in Smeerebbe-Vloerzegem die onder water kwamen. De hydrologen vermoeden nochtans dat de huizen grotendeels uitgedijkt werden om overstroming door de werking van het GOG Smeerebbe-Vloerzegem te vermijden (VMM, 2012a); stroomafwaarts het GOG Smeerebbe-Vloerzegem in de Vuilstraat en de Vloerzegemstraat (figuur 7-2) te Geraardsbergen. Deze knelpunten worden in de simulaties verholpen door de werking van dit recentelijk voltooide GOG (VMM, 2012a); op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek werden hoge waterstanden gerapporteerd in de Beekstraat te Zandbergen in november In één woning stond meer dan een meter water; op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek in de Jan de Coomanstraat, de Kraningestraat en de Benedenstraat te Zandbergen kwam in november 2010 een 20-tal huizen onder te staan en moesten verschillende bewoners worden geëvacueerd. Figuur 7-2: Overstroming ter hoogte van de Vloerzegemstraat te Smeerebbe-Vloerzegem in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen in november 2010 (bron VMM, 2011) 158

159 7.2. Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen is een waarschuwingssysteem operationeel. 2) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 23/05/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012a) geeft de besproken opties weer. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 7-3 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP-analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. 7. Molenbeek Zandbergen 159

160 Figuur 7-3: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De locaties voor de GOG s Broekebeek en Opstaldries bevinden zich buiten het modelgebied en worden daarom buiten beschouwing gelaten in de ORBP-analyse. Verder wordt het GOG Moenebroekbeek, dat zich in de ontwerpfase bevindt, enerzijds beschouwd als een maatregel van het beslist beleid, maar anderzijds beschouwd in de ORBP-analyse voor de mogelijke uitbreiding van de bergingscapaciteit. De maatregel is geïmplementeerd in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen op basis van de scenarioanalyse uitgevoerd door VMM (2010). De maatregel voor het verhogen of afdammen van de Vloerzegemstraat te Vloerzegem-Smeerebbe wordt in de ORBP-analyse beschouwd als een PV-maatregel gezien het een knelpunt aan één of enkele woningen betreft. De voorgestelde herinrichtingsmaatregelen worden niet beschouwd in de ORBP-analyse om de hoger aangehaalde redenen. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen zijn 5 mogelijke locaties weerhouden voor bijkomende GOG s. Bovendien wordt het uitbreiden van de capaciteit van bestaande en in aanbouw zijnde GOG s beschouwd. In figuur 7-4 worden de locaties weergegeven in het modelgebied. In wat volgt wordt elke locatie meer in detail besproken. 160

161 Figuur 7-4: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en mogelijke (schuine arcering) locaties voor GOG s in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen GOG Larebeek De locatie voor het GOG Larebeek bevindt zich op de Larebeek opwaarts van de spoorlijn Geraardsbergen-Zottegem nabij de opwaartse rand van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen. Door het plaatsen van een knijpconstructie opwaarts de spoorlijn wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het GOG draagt bij tot het vrijwaren van bergingsvolume in het verder afwaarts gelegen GOG Moenebroekbeek. Bij een vulpeil hoger dan 30.7 mtaw dreigt evenwel wateroverlast in de stroomopwaarts gelegen Keibergstraat. Het indijken van de Keibergstraat vereist onrealistische dijkhoogtes. In een alternatieve inrichting wordt het stuwpeil opwaarts de spoorweg beperkt tot 30.5 mtaw en wordt opwaarts de Keibergstraat gestuwd tot 31.5 mtaw. Hierdoor bedraagt de bergingscapaciteit m³, waarvan m³ opwaarts de spoorweg en m³ opwaarts de Keibergstraat. Figuur 7-5 geeft een detailweergave van het GOG. Door de beperkingen bij de GOG- inrichting en de beperkte knelpunten afwaarts wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 7-5: Situering van het GOG Larebeek te Sint-Martens-Lierde (Lierde) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 7. Molenbeek Zandbergen 161

162 GOG N45-N460 De locatie voor het GOG bevindt zich op de Molenbeek Zandbergen opwaarts autoweg N45. De dichtstbijzijnde knelpunten bevinden zich op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek in de Beekstraat, de Jan de Coomanstraat, de Kraningestraat en de Benedenstraat te Zandbergen. Er wordt een tweetrapsbekken voorgesteld op de grens van Vloerzegem met Idegem met een opwaartse trap stroomopwaarts van de Aalstsesteenweg (N460) en een afwaartse trap stroomopwaarts van de autoweg N45. Het huidige landgebruik in de opwaartse trap bestaat voornamelijk uit weiland, bos en natuur. In de afwaartse trap is er slechts mogelijkheid om te bufferen op een bestaand waterlichaam en gedeeltelijk op weiland. Vulling van het GOG wordt voorzien door middel van een oeververlaging. Bij de opwaartse trap wordt het doorvoerdebiet beperkt met behulp van een knijpconstructie. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Verder zijn meerdere uitdijkingen nodig om bestaande bebouwing te beschermen tegen de GOG werking. Figuur 7-6 geeft een situering van de locatie van dit wachtbekken met aanduiding van de aan te leggen dijken. Figuur 7-6: Situering van het tweetraps-gog N45-N460 gelegen op de grens tussen Vloerzegem en Idegem in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Bullegemhof De locatie voor het GOG Bullegemhof bevindt zich op de Molenbeek opwaarts van de ontsluitingsweg tussen de N45 autoweg en Bullegemhof te Geraardsbergen. De dichtstbijzijnde knelpunten bevinden zich op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek in de Beekstraat, de Jan de Coomanstraat, de Kraningestraat en de Benedenstraat te Zandbergen. In het GOG mondt de waterloop met VHAG-code 6434 uit. Voor de beperking van het doorvoerdebiet wordt een regelstructuur ingepland net opwaarts van de ontsluitingsweg. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Het huidig landgebruik binnen het GOG bestaat voornamelijk uit weiland en in mindere mate akkerland en bos. 162

163 Het maximale vulpeil wordt gekozen op 19.0 mtaw om opstuwing te vermijden in het gebied waar het hoger besproken GOG N45-N460 voorzien wordt. Verder wordt op de linkeroever van de Molenbeek vanaf een vulpeil van 17.0 mtaw een dijk voorzien langs de autoweg N45 met een veilige marge van 0.5 m boven het vulpeil in het GOG. Bovendien wordt eveneens een dijk voorzien ten noorden van de autoweg om het overstromen van de weg door opstuwing op de waterloop met VHAG-code 6434 te vermijden. Figuur 7-7 geeft een situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijklichamen. Figuur 7-7: Situering van het GOG Bullegemhof te Geraardsbergen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Voorde De locatie voor het GOG Voorde bevindt zich op de Molenbeek opwaarts van de bebouwing langs de Voordeweg en de Beekstraat te Zandbergen. De dichtstbijzijnde knelpunten bevindt zich op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek in de Beekstraat, de Jan de Coomanstraat, de Kraningestraat en de Benedenstraat te Zandbergen. Er worden twee varianten van het GOG voorgesteld afhankelijk van het al dan niet voorzien van het GOG Bullegemhof, namelijk: het GOG Voorde met vulpeil tot 17.0 mtaw in figuur 7-8; het GOG Voorde met vulpeil tot 18.5 mtaw in figuur 7-9. In het eerste geval wordt het maximaal vulpeil van het GOG Voorde beperkt tot 17.0 mtaw. In het tweede geval wordt het GOG Bullegemhof niet beschouwd en wordt één GOG beschouwd dat zich opwaarts uitstrekt tot aan de N45 autoweg. Het maximaal vulpeil bedraagt dan 18.5 mtaw. Het huidige landgebruik in de GOG-locatie bestaat voornamelijk uit weiland en bos. Gelijkaardig aan het GOG Bullegemhof (zie hoger) wordt in beide gevallen vanaf een vulpeil hoger dan 17.0 mtaw een extra dijklichaam voorzien ten noorden van de N45-autoweg. Bij vulpeilen hoger dan 17.5 mtaw moet het Bullegemhof gedeeltelijk ingedijkt worden. 7. Molenbeek Zandbergen 163

164 Figuur 7-8: Situering van het GOG Voorde (oost) met vulpeil tot 17.0 mtaw stroomafwaarts van het GOG Bullegemhof (west) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) Figuur 7-9: Situering van de uitgebreide variant van het GOG Voorde met vulpeil tot 18.5 mtaw in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 164

165 GOG waterloop 6434 De locatie voor het GOG waterloop 6434 bevindt zich op de zijloop van de Molenbeek met VHAG-code 6434 aan de grens van Smeerebbe-Vloerzegem (Geraardsbergen) en Voorde (Ninove). De waterloop is niet in detail opgenomen in het model, maar de knelpunten waarop deze maatregel ingrijpt wel. De dichtstbijzijnde knelpunten bevinden zich op de rechteroever van de benedenloop van de Molenbeek in de Beekstraat, de Jan de Coomanstraat, de Kraningestraat en de Benedenstraat te Zandbergen. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen achter een dwarsdijk. Een overzicht van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur Het huidige landgebruik binnen de GOGlocatie bestaat voornamelijk uit weiland en bos. De opgehoogde stortplaats beperkt de bergingscapaciteit van het gebied. Figuur 7-10: Situering van het GOG waterloop 6434 gelegen op de grens van Smeerebbe-Vloerzegem (Geraardsbergen) en Voorde (Ninove) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen GOG s Moenebroekbeek-Ophasseltbeek-Vuilstraat De bestaande GOG s Moenebroekbeek-Ophasseltbeek-Vuilstraat bevinden zich respectievelijk op de Molenbeek, de Ophasseltbeek en de samenvloeiing van de Molenbeek en de Ophasseltbeek. De ingrepen om de bergingscapaciteit te verhogen zijn gebaseerd op de resultaten van een scenarioanalyse uitgevoerd door VMM (2010) waarbij combinaties van de drie bestaande GOG s met verschillende vulpeilen werden doorgerekend. Er werd geanalyseerd welke van de verschillende varianten het meest bijdraagt tot de daling van het waterpeil ter hoogte van Zandbergen. Hierbij kwam het alternatief naar voren met de verhoging van de vulpeilen van de drie GOG s met 1.0 m. De aanpassingen blijven beperkt tot het ophogen van de bestaande dijken. 7. Molenbeek Zandbergen 165

166 Koker Lindeveldmolen De koker bevindt zich, zoals aangegeven in figuur 7-11, op de Molenbeek onder de Watermolenstraat te Sint-Martens-Lierde nabij de opwaartse modelrand. Aan de opwaartse zijde van de koker wordt op de linkeroever een beperkt overstromingsrisico berekend ter hoogte van één gebouw. Figuur 7-12 met een lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario geeft aan dat slechts een beperkte opstuwing van 0.1 m gesimuleerd wordt. Een testberekening met een verbreding van de huidige koker met 3.0 m resulteert in een peilverlaging van 0.05 m. Gezien de beperkte opstuwing wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 7-11: Situering van de koker op de Molenbeek onder de Watermolenstraat (rode cirkel) te Sint-Martens-Lierde nabij de opwaartse rand van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Figuur 7-12: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Molenbeek Zandbergen onder de Watermolenstraat te Lierde in de huidige toestand (blauw) en na het aanpassen van de opstuwende koker (stippellijn) m AD m

167 Koker Moenebroekstraat De koker bevindt zich op de Molenbeek onder Moenebroekstraat te Ophasselt net opwaarts van het GOG Vuilstraat. Aan de opwaartse zijde van de koker wordt overstromingsrisico berekend ter hoogte van één woning. Uit het lengteprofiel in figuur 7-14 met de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario blijkt dat de koker onder de Moenebroekstraat in Ophasselt aanleiding geeft tot een beperkte opstuwing van 0.3 m. Op basis van de breedte van de waterloop afwaarts de koker is in een testberekening de potentiële verbreding van de koker met 1.0 m. Gezien het beperkte effect wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 7-13: Situering van de koker op de Molenbeek onder de Moenebroekstraat (rode cirkel) te Ophasselt in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Figuur 7-14: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Molenbeek Zandbergen onder de Moenebroekstraat te Ophasselt in de huidige toestand (blauw) en na vergroten van de opstuwende koker (stippellijn) m AD m Molenbeek Zandbergen 167

168 Kokers afwaarts Vrijheid In figuur 7-15 worden afwaarts Vrijheid (Ophasselt) drie kokers op de Ophasseltbeek aangeduid. De meest stroomafwaartse bevindt zich onder de Moenebroekstraat. In het lengteprofiel in figuur 7-16 worden de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar weergegeven bij het gemiddeld klimaatscenario. Er wordt een beperkte opstuwing weergegeven op de Ophasseltbeek. Enkel ter hoogte van de Paddepoel te Ophasselt wordt mogelijks laag frequent een gebouw bedreigd door overstromingen. In een testberekening is de verbreding van de drie kokers opgenomen afhankelijk van de breedte van de bedding. Zo zijn de twee opwaartse kokers verbreed met 1.5 m en de afwaartse met 1.0 m. De impact is beperkt tot een peildaling met maximaal 0.15 m. Gezien de beperkte knelpunten en de beperkte impact wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 7-15: Situering van de drie kokers op de Ophasseltbeek (rode cirkel) te Vrijheid (Ophasselt) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Figuur 7-16: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario op de Ophasseltbeek in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen ter hoogte van de kokers afwaarts van Vrijheid (Ophasselt) in de huidige toestand (blauw) en na vergroten van de opstuwende koker (stippellijn) m AD m

169 Kokers N45 De kokers op de Molenbeek onder de autowegen N45 en N460 te Smeerebbe worden weergegeven in figuur Figuur 7-18 bevat een lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. De kokers veroorzaken een beperkte opstuwing op de Molenbeek. De belangrijkste opstuwing wordt weergegeven opwaarts van de autoweg N45. Op de rechteroever worden hierdoor laagfrequente overstromingen gesimuleerd ter hoogte van een gebouw. In een testberekening zijn de doorstroomopeningen van de kokers verbreed afhankelijk van de breedte van de bedding. De mogelijkheden hiertoe zijn beperkt. Ook de impact op de gesimuleerde waterpeilen is beperkt en onvoldoende om de vermelde overstromingen op de rechteroever opwaarts van de autoweg N45 te vermijden. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 7-17: Situering van de kokers (rode cirkel) op de Molenbeek onder de autowegen N46 (afwaarts) en N460 (opwaarts) te Smeerebbe in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Figuur 7-18: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Molenbeek Zandbergen ter hoogte van de kokers onder de autowegen N45 en N460 in de huidige toestand (blauw) en na vergroten van de opstuwende koker (stippellijn) m AD m Molenbeek Zandbergen 169

170 Koker spoorlijn te Zandbergen De koker onder de spoorweg Geraardsbergen-Ninove wordt gesitueerd in figuur Stroomopwaarts de spoorweg wordt overstromingsrisico berekend in de Beekstraat en de Kraningenstraat. De opstuwing door de koker wordt in figuur 7-20 weergegeven in een lengteprofiel op basis van de maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. In een testberekening is een verbreding van de koker met 3.0 m beschouwd. Er wordt een maximale peildaling van 0.2 m berekend. Gezien de mogelijke impact van de verbreding op het overstromingsrisico in de Beekstraat is de maatregel weerhouden in de ORBP-analyse. Figuur 7-19: Situering van de koker (rode cirkel) op de Molenbeek onder de spoorweg te Zandbergen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Figuur 7-20: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario op de Molenbeek Zandbergen ter hoogte van de koker onder de spoorweg Geraardsbergen-Ninove in de huidige toestand (blauw) en na het vergroten van de koker (stippellijn) m AD m

171 Bypass/pomp Zandbergen Stroomopwaarts de spoorweg te Zandbergen overstromen zoals hoger aangehaald de Beekstraat en de Kraningenstraat te Zandbergen. Om de Kraningenstraat te vrijwaren van overstromingen en om de Molenbeek te ontlasten wordt voorgesteld om als alternatief voor het aanpassen van de koker onder de spoorweg ook een bypass of een pomp in beschouwing te nemen. De bypass wordt weergegeven in figuur Opwaarts de Kraningenstraat wordt een dwarsdijk voorzien op de linkeroever. De bypass wordt voorzien van kokers onder de Kraningenstraat en onder de spoorweg en van een verbindingsgracht afwaarts de spoorlijn tot aan de Molenbeek. In een verkennende berekening is de bypass benaderend in model gebracht en doorgerekend. In figuur 7-22 wordt de aanzienlijke impact van de bypass op de overstromingscontouren met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario weergegeven in vergelijking met de huidige toestand. Op basis van de berekening is de kruinhoogte van de dwarsdijk voorzien op 15.8 mtaw, bepaald als het gesimuleerde maximumpeil van 15.3 mtaw verhoogd met een veilige marge van 0.5 m. In de variant met een pomp wordt een dwarsdijk met dezelfde kruinhoogte voorzien, maar wordt de bypass vervangen door een pomp, een persleiding met beperkte diameter onder de Kraningenstraat en een koker onder de spoorweg, die aansluit op een verbindingsgracht met de Molenbeek. De pompcapaciteit is ingeschat door in een eerste stap het overstroomd volume te bepalen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario opwaarts de spoorweg. Het volume is vervolgens gedeeld door de tijdsduur vanaf het overschrijden van het hoger vermelde peil van 15.3 mtaw tot het gesimuleerde maximumpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario opwaarts de spoorweg. Hierbij wordt naar boven afgerond een pompcapaciteit van 2.0 m³/s bekomen. Gezien de grotere complexiteit van uitvoering van de variant met de pomp en de benodigde pompcapaciteit wordt in de verdere ORBP-analyse de variant met de bypass beschouwd. Figuur 7-21: Situering van de bypass (groene pijl) te Zandbergen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met aanduiding van de aan te leggen dwarsdijk (rode lijn) 7. Molenbeek Zandbergen 171

172 Figuur 7-22: Gesimuleerde overstromingen langs de Molenbeek Zandbergen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) in de huidige toestand (blauw) en na aanleg van de bypass (rood) ter hoogte van Zandbergen Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 19 km komt dit voor het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 7-1 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. 172

173 Tabel 7-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] ) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 7-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Bij de overgang van terugkeerperiode 5 naar 10 jaar wordt de oppervlakte residentiële gebouwen nagenoeg verdriedubbeld. Dit verhoogt ook de kostprijs aanzienlijk. Tabel 7-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 7-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het stroomgebied van de Molenbeek Zandbergen wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 21.8 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 7-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Molenbeek Zandbergen 173

174 3) Protectie Onderstaand wordt voor elke maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen en de bijbehorende kosten. De kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden bij de optimalisatie initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. Voor bepaalde GOG s worden bij meerdere mogelijke vulpeilen kosten berekend voor de bovenstaande posten. De ondergrens wordt gevormd door het vulpeil waaronder geen significant volume geborgen kan worden. De bovengrens wordt gevormd door het vulpeil waarboven het fysisch niet meer realistisch is en/of zeer hoge kosten dienen gemaakt te worden om bijkomend volume te bergen. GOG opwaarts N45-N460 Voor de GOG trap opwaarts van de Aalstsesteenweg (N460) wordt het vulpeil gevarieerd tussen 20.5 en 21.5 mtaw. Er is weinig marge voor het bereik van de vulpeilen. In de huidige toestand is het waterpeil van overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar reeds 20.5 mtaw. De vlakke topografie van het gebied zorgt ervoor dat de overstromingscontouren sterk uitbreiden bij een beperkte verhoging van het vulpeil. Hierdoor wordt bebouwing bedreigd door overstroming aan de op- en afwaartse zijde van Molendijk te Smeerebbe-Vloerzegem. Figuur 7-6 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 7-4 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 21.5 mtaw. Figuur 7-23 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Voor de GOGtrap opwaarts van de autoweg N45 wordt geen variatie van het vulpeil beschouwd gezien de beperkte bergingsmogelijkheden in het gebied. Om de uitvoeringskost te beperken wordt enkel de linkeroever verlaagd tot 19.5 mtaw aan de opwaartse zijde van het GOG. Hierdoor wordt het gebied versneld aangesproken ten opzichte van de huidige toestand. Figuur 7-6 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 7-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten. 174

175 Tabel 7-4: De opwaartse trap van het GOG N45-N460 in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 21.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dwarsdijk 52.6 grondwerken bescherming bebouwing Vloerzegem waterkering bescherming bebouwing Vloerzegem kunstwerk pomp met terugslagklep zijloop kunstwerk regelschuif verwerving onteigening grondvlak 26.1 Totaal Figuur 7-23: De opwaartse trap van het GOG N45-N460 in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 20,8 21,0 21,3 21,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume Tabel 7-5: De afwaartse trap van het GOG N45-N460 in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken oeververlaging Totaal GOG Bullegemhof Het vulpeil van GOG Bullegemhof wordt gevarieerd tussen 17.0 en 19.0 mtaw. Hierdoor wordt vermeden dat de opstuwing reikt tot opwaarts de N45-autoweg. Figuur 7-7 (zie )) geeft een algemene situering van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dijken. Tabel 7-6 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 19.0 mtaw. Figuur 7-24 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. 7. Molenbeek Zandbergen 175

176 Tabel 7-6: GOG Bullegemhof in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 19.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dijk Linkeroever 56.5 grondwerken dijk Rechteroever 20.9 grondwerken bescherming Autoweg N kunstwerk regelschuif verwerving onteigening grondvlak 28.3 Totaal Figuur 7-24: GOG Bullegemhof in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] ,0 17,3 17,5 17,8 18,0 18,3 18,5 18,8 19,0 Geborgen volume [m³] Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG Voorde Het vulpeil van het GOG Voorde wordt gevarieerd tussen 16.5 en 17.0 mtaw. In de uitgebreide variant van het GOG Voorde is het bereik waartussen het vulpeil gevarieerd wordt 16.5 tot 18.5 mtaw. Voor beide varianten dient de N45 autoweg te worden ingedijkt vanaf een vulpeil groter dan 17.0 mtaw. Bij de uitgebreide variant van het GOG Voorde dienen de gebouwen van Bullegemhof beschermd te worden vanaf een vulpeil groter dan 17.5 mtaw. Figuur 7-8 en figuur 7-9 (zie )) geven een situering van de locatie van beide varianten van het GOG met aanduiding van de aan te leggen dwarsdijken. Tabel 7-7 geeft een samenvatting van de totale kostprijs voor de variant van het GOG Voorde met een vulpeil tot 17.0 mtaw. Tabel 7-8 geeft een samenvatting van de kostprijs voor de uitgebreide variant van het GOG Voorde met een vulpeil tot 18.5 mtaw. Figuur 7-25 en figuur 7-26 geven de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil voor beide varianten. 176

177 Tabel 7-7: GOG Voorde in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 17.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dwarsdijk Linkeroever grondwerken dwarsdijk Rechteroever 71.0 kunstwerk regelschuif verwerving onteigening grondvlak 11.1 Totaal Tabel 7-8: De uitgebreide variant van het GOG Voorde in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil van 18.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dwarsdijk Linkeroever grondwerken dwarsdijk Rechteroever kunstwerk regelschuif grondwerken beschermingsdijk N grondwerken beschermingsdijk Bullegemhof 27.9 verwerving onteigening grondvlak 39.2 Totaal Figuur 7-25: GOG Voorde in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] ,5 16,6 16,7 16,8 16,9 17,0 Vulpeil [mtaw] Geborgen volume [m³] Kostprijs Geborgen volume 7. Molenbeek Zandbergen 177

178 Figuur 7-26: De uitgebreide variant van het GOG Voorde in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] ,5 16,7 16,9 17,1 17,3 17,5 17,7 17,9 18,1 18,3 18,5 Geborgen volume [m³] Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen volume GOG waterloop 6434 Aangezien het afvoervolume van de waterloop met VHAG-code 6434 laag is ten opzichte van de Molenbeek, is het effect van buffering op deze zijloop op overstromingen langs de Molenbeek eerder beperkt. Het is daarom belangrijk de kosten voor de maatregel te beperken. Er wordt gekozen voor opstuwing met een knijpopening net opwaarts van de N45 autoweg. Het vulpeil van het GOG wordt gevarieerd tussen 18.0 en 20.0 mtaw. Figuur 7-10 (zie )) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de nodige bedijking. Tabel 7-9 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 20.0 mtaw. Figuur 7-27 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 7-9: GOG Waterloop 6434 in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 20.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken dwarsdijk kunstwerk knijpopening met spindelpot 59.6 verwerving onteigening grondvlak 14.1 Totaal

179 Figuur 7-27: GOG Waterloop 6434 in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] ,0 18,2 18,4 18,6 18,8 19,0 19,2 19,4 19,6 19,8 20,0 Vulpeil [mtaw] Geborgen volume [m³] Kostprijs Geborgen volume GOG s Moenebroekbeek-Ophasseltbeek-Vuilstraat Tabel 7-10 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij het verhogen van de vulpeilen van drie bestaande GOG s met 1.0 m. Voor de respectievelijke GOG s Ophasseltbeek, Moenebroekbeek en Vuilstraat worden bergingscapaciteiten van m³, m³ en m³ bekomen bij vulpeilen van 31.0 mtaw, 27.5 mtaw en 23.5 mtaw. Tabel 7-10: Uitbreiden van de bergingscapaciteit van drie bestaande GOG s in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs bij een verhoging van het vulpeil met 1.0 m Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken Ophoging bestaande dwarsdijk GOG Ophasseltbeek 74.9 grondwerken Ophoging bestaande dwarsdijk GOG Moenebroekbeek grondwerken Ophoging bestaande dwarsdijk GOG Vuilstraat Totaal Koker spoorlijn te Zandbergen Om de doorvoercapaciteit onder de spoorlijn Geraardsbergen-Ninove te Zandbergen te vergroten wordt in een eerste fase de bestaande metselwerkconstructie van de bestaande koker afgebroken. Om de gewenste doorvoeroppervlakte te bereiken, worden twee kokers met elk een diameter van 1.8 m onder de spoorlijn doorgeperst. Het doorpersen van de kokers is ondanks de hoge kostprijs de meest aangewezen techniek om de hinder voor het spoorverkeer zo veel mogelijk te beperken. Tabel 7-11 geeft een gezamenlijke, geschatte kost voor de verschillende posten. 7. Molenbeek Zandbergen 179

180 Tabel 7-11: Vergroten doorvoercapaciteit onder spoorlijn Geraardsbergen-Ninove te Zandbergen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] kunstwerk afbraak oorspronkelijke koker + 2 prefab betonnen kokers + doorpersen Totaal Bypass Zandbergen Stroomopwaarts van de Kraningenstraat wordt een dwarsdijk voorzien met een lengte van 300 m en een kruinhoogte op 15.8 mtaw. Voor de bypass wordt een dubbele koker voorzien op de linkeroever van de Molenbeek. Onder de Kraningenstraat en de spoorweg wordt een doorpersing voorzien om de hinder voor het weg- en spoorverkeer te minimaliseren. Voor de zone tussen de Kraningenstraat en de spoorlijn worden de kokers aangelegd in een open sleuf. Deze zone wordt onteigend. Ten slotte wordt tussen de spoorlijn en de Molenbeek een verbindingsgracht uitgegraven. Tabel 7-12 geeft een kostenschatting voor de verschillende posten. Tabel 7-12: Bypass Zandbergen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken uitgraven 4 meter brede strook, 2.5 meter diep en 65 m lang 16.3 Kunstwerk twee betonnen rechthoekige kokers van 2000 x 1500 mm Verwerven (ondergrondse) onteigening van 4 m brede strook in residentieel gebied 10.8 Kunstwerk doorpersing twee betonnen buizen (3 m²) onder Kraningenstraat (10 m) Kunstwerk doorpersing twee betonnen buizen (3m²) onder spoorlijn (20m) Grondwerken dwarsdijk opwaarts Kraningenstraat op 15.8 mtaw (300 m) 66.0 Verwerven grondvlak van de gronddijk opwaarts Kraningenstraat 16.5 Grondwerken verbindingsgracht tussen spoorlijn en Molenbeek Verwerven onteigening voor de verbindingsgracht 10.2 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt, wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. 180

181 GOG s N45-N460, Bullegemhof, Voorde, waterloop 6434 In het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen zijn echter 4 bijkomende locaties weerhouden om het overtollige water op een gecontroleerde wijze te bergen. Op elk van deze locaties zijn bovendien volumevariaties mogelijk. Dit leidt tot een groot aantal mogelijke combinaties van GOG s en vulpeilen. Het is bijgevolg onmogelijk om elke combinatie afzonderlijk hydraulisch door te rekenen. Daarom wordt voorafgaand een optimale GOG-configuratie bepaald door middel van een Monte-Carlosimulatie zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Het resultaat van deze simulatie wordt weergegeven in figuur De berekende NAW-waarden zijn eerder benaderend en worden daarom genormaliseerd weergegeven. Er wordt genormaliseerd op basis van het bereik tussen de hoogste en de laagste NAW-waarde. Uit de puntenwolk worden in tabel 7-13 enkele optima uitgelicht. Het gaat om de maxima met 1 en 2 GOG s. Er is echter ook nog een alternatieve optimalisatie doorgevoerd zonder het GOG Bullegemhof, maar met een uitgebreide variant van het GOG Voorde. Het resultaat van deze simulatie wordt weergegeven in figuur Uit de puntenwolk worden in tabel 7-14 eveneens enkele optima uitgelicht. Om een betere benadering te bekomen van de werkelijke economische rentabiliteit zijn de varianten afzonderlijk ingebracht in het hydraulisch waterlopenmodel om de modelketen te doorlopen. Figuur 7-28: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties met weergave van de weerhouden combinaties (zwarte rand) voor het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen (GOG s 6434 en N45-N460 afw: groen; GOG 6434: blauw; GOG s Bullegemhof en 6434: paars; GOG Voorde: rood; GOG Bullegemhof: oranje; GOG s 6434, Bullegemhof en N45-N460 afw: geel; overige minder gunstige combinaties: grijs) op basis van de Monte-Carlosimulatie (inclusief GOG Bullegemhof) 7. Molenbeek Zandbergen 181

182 Figuur 7-29: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties op basis van de Monte-Carlosimulatie (exclusief GOG Bullegemhof) met weergave van de weerhouden combinaties (zwarte rand) voor het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen (GOG Voorde: groen; GOG s Voorde en N45-N460 afw: blauw; GOG s 6434 en N45-N460 afw: paars; GOG 6434: rood; GOG s 6434, Voorde en N45-N460 afw: oranje; GOG s 6434 en Voorde: geel; overige minder gunstige combinaties: grijs) Tabel 7-13: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s (inclusief GOG Bullegemhof) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 1 GOG Waterloop GOG Voorde GOG Bullegemhof GOG 2 GOG Waterloop N45-N460 afw GOG Waterloop Bullegemhof 19.0 Tabel 7-14: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s (exclusief GOG Bullegemhof) in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 1 GOG Voorde GOG Waterloop GOG Voorde 18.0 N45-N460 afw GOG Waterloop N45-N460 afw

183 GOG s Moenebroekbeek-Ophasseltbeek-Vuilstraat Het vergroten van de bestaande GOG s in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico in 2050 te bepalen is de modelketen doorlopen. Gezien de impact van het aanpassen van kunstwerken op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Koker spoorlijn te Zandbergen De verbreding van de opstuwende duiker onder de spoorweg te Zandbergen is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico in 2050 te bepalen is de modelketen doorlopen. Bypass Zandbergen Door de aanzienlijke kosten van de bypass is er voor gekozen om alsnog een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Hierbij is de baat opgevat als het risico in het gebied dat ontlast wordt door de bypass. Het risico bedraagt EUR/jaar in De kosten zijn ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW van EUR berekend. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse Resultaten Protectie Tabel 7-15 en tabel 7-16 geven een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PTmaatregelen in volgende alternatieven: GOG 6434: het aanleggen van het GOG op de waterloop met VHAG-code 6434 met vulpeil op 20.0 mtaw; GOG Bullegemhof: het aanleggen van het GOG Bullegemhof op de Molenbeek met vulpeil op 19.0 mtaw; GOG Voorde: het aanleggen van het GOG Voorde met vulpeil op 17.0 mtaw; GOG Voorde ext: het aanleggen van de uitgebreide variant van het GOG Voorde met vulpeil op 18.0 mtaw; Bestaande GOG s: verhogen van het maximaal vulpeil van drie bestaande GOG s Moenebroekbeek, Ophasseltbeek en Vuilstraat met 1.0 m door het ophogen van de dijken; GOG N45-N460 afw: het aanleggen van het GOG op de waterloop met VHAG-code 6434 met vulpeil op 20.0 mtaw en de afwaartse trap van het GOG N45-N460, opwaarts de autoweg N45, met vulpeil op 19.5 mtaw; GOG Bullegemhof : aanleggen van het GOG Bullegemhof en het GOG waterloop 6434 met vulpeilen op respectievelijk 19.0 en 19.5 mtaw; GOG Voorde ext - N45-N460 afw: het aanleggen van de uitgebreide variant van het GOG Voorde met vulpeil op 18.0 mtaw en de afwaartse trap van het GOG N45-N460, opwaarts de autoweg N45, met vulpeil op 19.5 mtaw; Koker spoorlijn: verbreden van de opstuwende duiker in het centrum van Zandbergen. De alternatieven geven, met uitzondering van de alternatieven GOG Bullegemhof en koker Zandbergen, een daling van het risico ten opzichte van Bij de meerderheid van de alternatieven worden de gevolgen van autonome ontwikkeling tenietgedaan. De stijging ten opzichte van het risico in 2010 is met minder dan 2% echter verwaarloosbaar bij de overige alternatieven. 7. Molenbeek Zandbergen 183

184 Alle weergegeven alternatieven geven een daling van het risico ten opzichte van NA in 2050 van 4% voor het alternatief met de aanleg van het GOG Bullegemhof tot 32% voor het alternatief met de aanleg van het GOG Voorde. Voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Vanuit economisch oogpunt is elk alternatief in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen ongunstig. De economische en menselijke risico s en criteria van twee GOG-alternatieven zijn niet weergegeven in tabel 7-15 en tabel 7-16 omdat deze een nog ongunstiger economische rendabiliteit hebben. Het betreft het alternatief GOG Voorde en het alternatief GOG Bullegemhof Het alternatief met de uitbreiding van de bergingscapaciteit van de bestaande GOG s levert de hoogste NAW op terwijl het combinatiealternatief GOG Bullegemhof resulteert in de laagste NAW. Voor de B/K-waarde gelden gelijkaardige conclusies. Aangezien geen van de alternatieven economisch rendabel is, worden er geen verdere combinaties van PT-maatregelen beschouwd. Voor wordt bij elk alternatief een daling van het risico ten opzichte van 2010 berekend behalve bij het alternatief met de vergroting van de koker onder de spoorlijn te Zandbergen. Bij dit laatste alternatief wordt een verwaarloosbare stijging met 1% weergegeven ten opzichte van In de overige alternatieven worden de gevolgen van autonome ontwikkeling tenietgedaan. De daling van ten opzichte van 2010 gaat van 1% tot 19%. Ten opzichte van NA in 2050 wordt bij elk alternatief een daling van berekend. Ten opzichte van 2050 varieert de daling tussen 2 en 21%. De baat voor het alternatief met het vergroten van de bestaande GOG s en de alternatieven met het GOG Voorde is een factor vier groter dan de baat van de overige alternatieven. Tabel 7-15: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving GOG 6434 GOG Bullegem GOG Voorde ext Bestaande GOG s 184

185 Tabel 7-16: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen (vervolg) Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving GOG N45-N460 afw GOG Voorde ext - N45-N460 afw Koker Spoorlijn Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 7-30 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 7-17 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen in 2050 toe met 6% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt iets meer dan 2%. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van enkel PP- en PV-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 tot 2 jaar en bouwstop in combinatie met grondenruil toegepast binnen contouren met een terugkeerperiode van overstromen van 5 tot 10 jaar. De verschillende alternatieven omvatten zoals reeds aangehaald geen PT-maatregelen. Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden daardoor tenietgedaan. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling 49% als gevolg van de maatregelen. Het verschil tussen de drie alternatieven onderling is beperkt. Ook de NAW en B/K zijn van eenzelfde grootteorde voor de drie alternatieven. De B/K varieert van 3.0 tot Molenbeek Zandbergen 185

186 De daalt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie met 44 à 45% ten opzichte van 2010 waaruit volgt dat er opnieuw weinig verschil is tussen de drie alternatieven. Ten opzichte van bij het NA-beleid in 2050 is er een daling van 45 à 46%. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 7-30 waar de omtrek een stijgend verloop kent bij dalende, positieve NAW-waarden. De alternatieven zijn samengesteld uit maatregelencombinaties met zowel PP, PV als PT. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 10 jaar. Bouwstop in combinatie met grondenruil wordt toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 25 tot 100 jaar. De PT-maatregelen omvatten het verhogen van het vulpeil van de drie bestaande GOG s Moenebroekbeek, Ophasseltbeek en Vuilstraat. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in % lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico in 2050 bij het NA-beleid is de risicodaling bijna 60% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer PV-maatregelen door bouwstop in combinatie met grondenruil toegepast worden binnen een contour met een lagere terugkeerperiode van overstromen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K gelijk aan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 55% ten opzichte van 2010 en met 55 à 56% ten opzichte van het NA-beleid in De baat voor is nagenoeg gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor met 10% laat toenemen, maar dat de kosten per jaar nagenoeg met een factor 4 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn zowel samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van jaar. Bouwstop in combinatie met grondenruil wordt toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperiode van overstromen voor deze maatregelen (100 jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn reeds aanzienlijk veel mensen gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het implementeren van de uitgebreide variant van het GOG Voorde met vulpeil op 18.0 mtaw. De maximale beleidsstrategie geeft ten gevolge van de maatregelen aanleiding tot een risicodaling van 60 en 61% ten opzichte van respectievelijk 2010 en het NA in De drie weergegeven alternatieven zijn evenwel niet economisch rendabel met een negatieve NAW en een B/K kleiner dan 1. neemt als gevolg van de maatregelen van de maximale beleidsstrategie af met 60% ten opzichte van 2010 alsook ten opzichte van het NA-beleid in De baat voor is gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat als gevolg van de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor slechts met 4% toeneemt waar de kosten per jaar met een factor 3 à 4 toenemen. 186

187 Figuur 7-30: W eergav in het model gebied v e van het ec onomisch crit an de Mol enbeek Zandber erium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen gen 7. Molenbeek Zandbergen 187

188 Tabel 7-17: De afwegingstabel van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - no PT no PT no PT Bestaande GOG s Bestaande GOG s Bestaande GOG s GOG Voorde ext GOG Voorde ext GOG Voorde ext PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar]

189 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 7-31: De opdeling van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 7-18 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen weergegeven in figuur 7-31 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Het risico is bij NA in 2050 geconcentreerd langs de benedenloop van de Molenbeek te Zandbergen. Het risico in de overige zones is in vergelijking een factor 10 lager bij NA in Onder invloed van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie wordt het NA-risico in 2050 gehalveerd in de omgeving van Zandbergen. Onder invloed van de maatregelen van de intermediaire en maximale beleidsstrategie wordt het NA-risico in 2050 tot een derde herleid in de dezelfde zone als gevolg van het toepassen van PV-maatregelen binnen overstromingscontouren met hogere terugkeerperioden van overstromen. Ondanks deze sterke dalingen is het risico in 2050 ook geconcentreerd in de benedenloop van de Molenbeek bij de verschillende beleidsstrategieën. 7. Molenbeek Zandbergen 189

190 Tabel 7-18: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Molenbeek: bovenloop Larebeek Molenbeek: middenloop Ophasseltbeek Smeerebbe-Vloerzegem Molenbeek: benedenloop ) Tabel 7-19 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen weergegeven in figuur 7-31 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Gelijkaardig aan het economisch risico is geconcentreerd langs de benedenloop van de Molenbeek te Zandbergen. In de overige zones worden lage waarden berekend. Deze zijn een factor 10 lager dan langs de benedenloop van de Molenbeek. Onder invloed van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie wordt verlaagd tot nagenoeg de helft van de waarde bij NA in Onder invloed van de intermediaire en de maximale beleidsstrategie worden beperkte bijkomende dalingen van berekend. Ondanks deze sterke dalingen is in 2050 ook geconcentreerd in de benedenloop van de Molenbeek bij de verschillende beleidsstrategieën. Tabel 7-19: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Zandbergen bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Molenbeek: bovenloop Larebeek Molenbeek: middenloop Ophasseltbeek Smeerebbe-Vloerzegem Molenbeek: benedenloop * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 190

191 8. Molenbeek Erpe-Mere 8.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Molenbeek Erpe-Mere is eerder smal en langgerekt van vorm en gelegen binnen de provincie Oost- Vlaanderen. De waterloop stroomt van Zottegem in noordoostelijke richting tot de monding in de Dender te Hofstade (Aalst). Hierbij doorkruist de waterloop achtereenvolgens de gemeentes Herzele, Haaltert en Erpe-Mere. Hydrografisch gezien behoort het stroomgebied van de Molenbeek Erpe-Mere tot het Denderbekken. Het afwaartse deel van de Molenbeek is overwelfd van autoweg N41 tot de monding in de Dender. De stroomgebiedoppervlakte van de Molenbeek Erpe-Mere bedraagt 55.4 km². Het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere wordt weergegeven in figuur 8-1. In de bovenloop van de Molenbeek Erpe-Mere is de Hollebeek van 2 de categorie opgenomen. Ten noorden van de Molenbeek is de Torensbeek van 2 de categorie eveneens opgenomen om de interactie met de Molenbeek in model te brengen. De Torensbeek mondt 500 m stroomafwaarts van de monding van de Molenbeek eveneens uit in de Dender. Om de interactie met de Dender in rekening te brengen is deze eveneens opgenomen in het model van Aalst tot Mespelare, stroomopwaarts Dendermonde. Verder bevat het modelgebied drie GOG s op de Molenbeek. Van stroomop- naar stroomafwaarts zijn dit het GOG Lammersweg en het GOG Hollestraat te Aaigem en het GOG Keizersveld ter hoogte van Mere. Figuur 8-1: Het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en de verschillende GOG s Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd 8. Molenbeek Erpe-Mere 191

192 Historische knelpunten Belangrijke hoogwaterafvoerperioden in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere zijn onder andere juni 1992, augustus 1996, december 1999 en november De belangrijkste knelpunten komen voor op de volgende locaties van opwaarts naar afwaarts: opwaarts van de duiker van de Molenbeek onder de Molenstraat tussen Herzele en Woubrechtegem; langs de Holbeek en de Molenbeek (straat D Hoeve) in de omgeving van Aaigem; langs de Molenbeek stroomopwaarts (Beekkantstraat) van de autosnelweg E40 te Erpe-Mere; langs de Torensbeek en de Molenbeek opwaarts van de spoorweg van Aalst naar Wetteren; langs de Torensbeek te Hofstade Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere is een waarschuwingssysteem operationeel. 2) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 23/05/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012a) geeft de besproken opties weer. Aanvullend zijn maatregelen voorgesteld door de Bekkensecretariaten van het CIW. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbeterde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhanke- 192

193 lijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 8-2 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP-analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. Figuur 8-2: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Erpe-Mere per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De locatie voor het GOG Holbeek nabij Heldergem op waterloop met VHAG-code 6336 bevindt zich buiten het modelgebied en wordt buiten beschouwing gelaten in de ORBP-analyse. Hetzelfde geldt voor de maatregel met de verbreding van de doorstroomopening van de koker afwaarts de Neerwegstraat te Woubrechtegem. De bypass ter hoogte van Kerrebroek is op basis van de bespreking van de maatregelen buiten beschouwing gelaten. De maatregelen voor het optimaliseren van de sturing van kunstwerken en het verruwen van de Molenbeek worden om hoger aangehaalde redenen buiten beschouwing gelaten in de ORBP-analyse. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. In het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere zijn vier locaties weerhouden voor bijkomende GOG s. In figuur 8-3 worden de locaties van de huidige en de bijkomende GOG s gesitueerd in het modelgebied. 8. Molenbeek Erpe-Mere 193

194 Figuur 8-3: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en mogelijke locaties (schuine arcering) voor GOG s in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere GOG Oud Hof ter Erpen De locatie voor het GOG Oud Hof ter Erpen bevindt zich aan de opwaartse rand van het modelgebied opwaarts van de hoeve Oud Hof ter Erpen ten westen van de Arestraat te Herzele. Het GOG dient bij te dragen tot de vermindering van het overstromingsrisico van de woningen langs de Molenstraat en de Arestraat te Herzele. Bijkomend dient het GOG bij te dragen tot de ontlasting van het bestaande GOG Lammersweg. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het huidig landgebruik is een combinatie van weiland, akkerland en bos. Er dient rekening gehouden te worden met de visvijver van de vissersclub de Rietvoorn op de linkeroever en met landbouwbedrijven in de Pardassenhoek eveneens op linkeroever. Bij waterpeilen hoger dan 51.5 mtaw is uitdijking noodzakelijk. Bij het bepalen van het drempeldebiet wordt rekening gehouden met woningen langs de Molenstraat waar de eerste kritieke overstromingen gesimuleerd worden. Het maximaal vulpeil wordt beperkt tot 51.5 mtaw om de noodzakelijke bijkomende bescherming te beperken. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur

195 Figuur 8-4: Situering van het GOG Oud Hof ter Erpen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) GOG Molenstraat De locatie voor het GOG Molenstraat bevindt zich op de Molenbeek opwaarts van de Molenstraat tussen Herzele en Woubrechtegem. Het GOG dient in de eerste plaats bij te dragen tot de vermindering van het overstromingsrisico van de woningen langs de Molenstraat. Bijkomend dient het GOG bij te dragen tot de ontlasting van het bestaande GOG Lammersweg. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het huidig landgebruik bestaat voornamelijk uit weiland, bos en natuur. Bij een maximaal vulpeil op 44.5 mtaw zijn geen bijkomende beschermingsmaatregelen te nodig. Een overzicht van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijken wordt gegeven in figuur 8-5. Figuur 8-5: Situering van het GOG Molenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 8. Molenbeek Erpe-Mere 195

196 GOG Holbeek Het GOG Holbeek bevindt zich op de Holbeek (VHAG-code 6167), een zijloop van de Molenbeek, opwaarts van de Aaigembergstraat te Berg (Herzele). Het GOG dient bij te dragen tot de vermindering van het overstromingsrisico aan de stroomafwaarts gelegen Ratmolenstraat. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het maximale vulpeil wordt bepaald door het opwaarts gelegen centrum van Woubrechtegem en is daarom beperkt tot maximaal 44.5 mtaw. Het te bergen volume is niet significant bij een vulpeil lager dan 39.5 mtaw. Een overzicht van de locatie van het GOG wordt weergegeven in figuur 8-6. Figuur 8-6: Situering van het GOG Holbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 196

197 GOG N9-N46 De locatie voor het GOG N9-N46 bevindt zich op de Molenbeek afwaarts de N46 en opwaarts de N9 te Erpe-Mere. Het GOG dient bij te dragen tot de vermindering van het overstromingsrisico van de woningen ter hoogte van de Kleine Steenweg en Leedsesteenweg te Erpe. Door middel van een knijpconstructie wordt het doorvoerdebiet beperkt. Overtollig water wordt geborgen met behulp van een dwarsdijk. Het maximale vulpeil wordt beperkt tot 18.5 mtaw om te voorkomen dat de opstuwing zich manifesteert tot opwaarts de N46. Onder de 17.5 mtaw is het bergend vermogen te laag. In de huidige toestand kunnen reeds uitgebreide overstromingscontouren gesimuleerd worden in het gebied. Onder invloed van de GOG-werking zijn aansluitend op de dwarsdijk bijkomende dijken noodzakelijk op de linkeroever langs de spoorlijn en op de rechteroever ter hoogte van de kruising van de N9 met de Botermelkstraat. Aan de opwaartse rand dienen de woningen van de Zevekootstraat uitgedijkt te worden. De locaties van het GOG en de dijken worden weergegeven in figuur 8-7. Figuur 8-7: Situering van het GOG N9-N46 in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de dijken (dikke rode lijn) 8. Molenbeek Erpe-Mere 197

198 Dijk D Hoeve De straat D Hoeve bevindt zich aan de opwaartse rand van het bestaande GOG Hollestraat ten zuiden van Aaigem. Bij de bouw van het GOG is de straat onvoldoende opgehoogd. Door de werking van het GOG wordt bijkomend risico veroorzaakt aan D Hoeve (IMDC, 2012a). Daarom dient de straat D Hoeve verder opgehoogd te worden. Het traject van de op te hogen straat is weergegeven in figuur 8-8. Het betreft een ophoging tot 34.6 mtaw over een afstand van 290 m. De nieuwe hoogte van de straat is zodanig bepaald dat de straat D Hoeve beschermd wordt tegen overstromingen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Figuur 8-8: Weergave van het traject van de maatregel dijk D Hoeve ten zuiden van Aaigem in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere Dijk Beekkantstraat Ter bescherming van de bebouwing ter hoogte van de Beekkantstraat op de linkeroever van de Molenbeek en de Beekstraat dwars op de Molenbeek te Erpe-Mere worden verschillende dijken voorzien. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van een aarden dijk. Gezien de plaatselijk beperkte afstand tussen de Molenbeek en verschillende eigendommen wordt voor een groot deel ook gebruikgemaakt van een betonnen muur. De dijkhoogtes worden vastgelegd op basis van het gesimuleerde waterpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario en een bijkomende marge van 0.5 m. Dit resulteert in dijkhoogtes die van opwaarts naar afwaarts variëren van 23.9 tot 25.2 mtaw. De dijkwerken op beide oevers veroorzaken een insnoering van de waterloop met een opstuwend effect tot gevolg. Testberekeningen geven aan dat stroomopwaarts bijkomende bescherming nodig is ter hoogte van de straat Wilgendries. De dijktrajecten zijn weergegeven in figuur

199 Figuur 8-9: Situering van de trajecten van de dijken langs de Beekkantstraat en de opwaarts gelegen straten te Erpe-Mere in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere mtaw Dijk Bosstraat De maatregel betreft het plaatselijk verhogen van de dijk ter bescherming van de woningen gelegen in de Bosstraat te Erpe- Mere. De Bosstraat bevindt zich stroomafwaarts van de hoger vermelde Beekkantstraat en stroomopwaarts van het bestaande GOG Keizersveld. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van een aarden dijk. Gezien de plaatselijk beperkte afstand tussen de Molenbeek en verschillende eigendommen wordt voor een groot deel ook gebruikgemaakt van een betonnen muur. De dijkhoogtes worden vastgelegd op basis van het gesimuleerde waterpeil met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario en een bijkomende marge van 0.5 m. Dit resulteert in dijkhoogtes die van opwaarts naar afwaarts variëren van 22.8 tot 25.2 mtaw. De dijktrajecten zijn weergegeven in figuur Gelijkaardig aan de hoger beschreven dijkbeschermingsmaatregelen ter hoogte van de Beekkantstraat veroorzaken de dijkwerken op beide oevers een insnoering van de waterloop met een opstuwend effect tot gevolg. Uit testberekeningen volgt dat het noodzakelijk is om bijkomend de bescherming van de maatregel dijk Beekkantstraat te voorzien. 8. Molenbeek Erpe-Mere 199

200 Figuur 8-10: Situering van het traject van de verschillende dijken langsheen de Molenbeek Erpe-Mere ter hoogte van de Beek-, Beekkant- en Bosstraat ter hoogte van het wooncentrum van Mere Dijk Ledebaan Opwaarts de spoorlijn Aalst-Lede ten noordwesten van Aalst worden bij het gemiddeld klimaatscenario kritieke overstromingen gesimuleerd met een terugkeerperiode van 25 jaar. Hierbij komt de straat Onegem onder water te staan. Woningen en gebouwen worden pas met een terugkeerperiode van 50 jaar bedreigd. Bij hogere terugkeerperioden worden ook in de omgeving van de Ledebaan en de Lindenstraat kritieke overstromingen gesimuleerd. Het gebied opwaarts de spoorlijn Aalst-Lede wordt gekenmerkt door een uitgebreid netwerk van waterlopen van 2 de categorie, 3 de categorie en niet geklasseerde waterlopen. Hierdoor is er een sterke interactie met het stroomgebied van de Torensbeek. Voor de uitwerking van de maatregel is het concept voorgesteld door VMM (2002) verder uitgebreid om tot de dijktrajecten in figuur 8-11 te komen. Op de rechteroever van de Molenbeek worden bovendien twee varianten beschouwd. In de eerste variant worden geen overstromingen toegelaten tussen de Molenbeek en de Lindenstraat terwijl dit in de tweede variant wel mogelijk is. 200

201 Figuur 8-11: Situering van de dijktrajecten (dikke rode lijn; dikke rode streeplijn: variant) ter hoogte van de Ledebaan in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere ten noordwesten van Aalst Bypass Torensbeek In het gebied tussen de Torensbeek en de Molenbeek treden frequent kritieke overstromingen op ter hoogte van de Torenswijk. Dit is volgens VMM (2011b) het gevolg van de aanleg van de wijk waardoor de niet geklasseerde zijloop van de Torensbeek met VHAG-code 6058 omgekeerd werd om samen met de andere niet geklasseerde zijloop met VHAG-code 6057 uit te monden in de Torensbeek. Verder stelt VMM dat de waterloop met VHAG-code 6058 in normale omstandigheden waarschijnlijk kan uitwateren via de monding van waterloop met VHAG-code 6057 in de Torensbeek. Bij hoogwaterafvoer is dit echter niet meer mogelijk waardoor overtollig water door de Torenswijk en langs de Vijverstraat te Aalst stroomt. De maatregel betreft het voorzien van een bypass tussen de waterloop met VHAG-code 6058 en de Torensbeek. De maatregel werd hydraulisch geëvalueerd in een scenarioanalyse van VMM (2011b). Daaruit bleek dat de aanleg van de bypass de hoger vermelde overstromingen vanuit de waterloop met VHAG-code 6058 vermijdt. Overstromingen vanuit de Torensbeek en de vijver aan de Vijverstraat zijn echter nog steeds mogelijk. In de ORBP-analyse is het concept van VMM grotendeels gevolgd. Figuur 8-12 geeft het voorgestelde traject van de bypass weer langs de Torenswijk. Op de figuur worden ook de belangrijkste waterlopen en straten benoemd. 8. Molenbeek Erpe-Mere 201

202 Figuur 8-12: Situering van het traject van de bypass (groen lijn) langs de Torenswijk te Hofstade (Aalst) tussen de waterloop met VHAG-code 6058 en de Torensbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere Bypass Kegelmolen Figuur 8-13 geeft het overstromingsrisico na autonome ontwikkeling (2100) weer ter hoogte van de wijk Blekte aan de Kegelmolen te Aalst. Voor gebouwen wordt een beperkt risico weergegeven ter hoogte van een molengebouw op de rechteroever en een gebouw verder stroomafwaarts op de linkeroever. Er wordt voorgesteld dat te verhelpen door het optimaliseren van de bestaande bypass van de molen op de rechteroever. Gezien de individuele aard van de knelpunten wordt echter verwezen naar de PP- en PV-maatregelen. Figuur 8-13: De overstromingsrisico s (EUR/jaar/pixel) na autonome ontwikkeling bij het gemiddeld klimaatscenario (2100; LATIS versie 3.0 en LATIS LUC) langs de Molenbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere in de omgeving van de Kegelmolen en de wijk Blekte te Aalst 202

203 Opstuwende duikers Het betreft hier duikers langs de Molenbeek, de Holbeek en de Torensbeek. Tabel 8-1 geeft een overzicht van de kunstwerken met een gesimuleerde opstuwing groter dan 10 cm die aanleiding geeft tot kritieke overstromingen bij het gemiddeld klimaatscenario en met een terugkeerperiode van 100 jaar. Op de Torensbeek en de Molenbeek worden verschillende kunstwerken weerhouden. Op de Holbeek worden geen kunstwerken weerhouden. Tabel 8-1: De opstuwende duikers langs de Molenbeek en Torensbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere waarvoor een opstuwing groter dan 10 cm berekend wordt met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) Kunstwerk Molenbeek Verval over kunstwerk [m] KW060 - Onverharde weg 0.40 KW10 - Molenstraat 0.38 Ratmolenstraat 0.41 Ratmolenstraat bis 0.23 Landdries 0.27 KW350 - Beekstraat 0.16 KW-320 Melkerijstraat 0.23 hulp KW - Dorpsstraat 0.43 HKW Uitlaat SAC 0.38 Leedsesteenweg 0.21 KW070 - spoorweg 0.21 KW020 - Molenkouterstraat 0.21 Torensbeek Kw6051_101 - spoorweg 0.74 KW6051_061 - Vijverstraat 0.26 Kw6051_031 - tuin woning Zijpstraat 0.19 Kw6051_ Kw6051_ Figuur 8-12 en figuur 8-15 geven een lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen op de Molenbeek en de Torensbeek met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Hieruit blijkt dat op de Molenbeek naast belangrijke opstuwing ter hoogte van knijpstructuren van GOG s ook belangrijke opstuwing optreedt ter hoogte van andere kunstwerken. 8. Molenbeek Erpe-Mere 203

204 Figuur 8-14: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen op de Molenbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) met aanduiding van de GOG-kunstwerken (rode pijlen) en de overige kunstwerken met een opstuwing groter dan 10 cm (groene pijlen) m AD m Figuur 8-15: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Torensbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met aanduiding van de kunstwerken met een opstuwing groter dan 10 cm (groene pijlen) m AD m In een tweede fase is de mogelijkheid tot het vergroten van de weerhouden kokers onderzocht. Hieruit wordt opgemaakt dat de meeste kokers reeds maximaal gedimensioneerd zijn en er nog weinig plaats is voor een significante vergroting van de doorstroomoppervlakte. Enkel op de Molenbeek is een koker weerhouden. Het betreft de koker ter hoogte van de Ratmolenstraat te Berg (Herzele) gesitueerd in figuur Overstroming van de Ratmolenstraat stroomopwaarts de koker op de Molenbeek onder de Ratmolenstraat wordt gesimuleerd met een terugkeerperiode van 10 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario. Bedreiging van bebouwing in de straat wordt gesimuleerd met een terugkeerperiode van 25 jaar. Op basis van de beschikbare gegevens wordt een verbreding van de doorstroomopening van 1.7 naar 3.0 m beschouwd. In figuur 8-17 wordt een lengteprofiel weergegeven van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario ter hoogte van de koker in de huidige toestand en na de aanpassing. Gezien de significante daling van de maximale waterpeilen onder invloed van de aanpassing wordt de maatregel verder beschouwd in de ORBP-analyse. 204

205 Figuur 8-16: Situering van de koker op de Molenbeek onder de Ratmolenstraat (rode cirkel) in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere te Berg (Herzele) Figuur 8-17: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Molenbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere in de huidige toestand (blauwe) en na de verbreding van de doorstroomopening van de koker onder de Ratmolenstraat (stippellijn) m AD m Koker Ratmolenstraat De maatregel omvat het vervangen van de duiker, aangeduid in figuur 8-18, op de Holbeek aan de Ratmolenstraat te Wouwbrechtegem. Het risico op- en afwaarts de koker is op basis van dezelfde figuur beperkt. Figuur 8-19 met een lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario geeft aan dat de opstuwing van de koker verwaarloosbaar is. Om deze redenen wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. 8. Molenbeek Erpe-Mere 205

206 Figuur 8-18: De overstromingsrisico s (EUR/jaar/pixel) na autonome ontwikkeling bij het gemiddeld klimaatscenario (2100; LATIS versie 3.0 en LATIS LUC) langs de Holbeek en de Molenbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere in de omgeving van de duiker onder de Ratmolenstraat (rode cirkel) te Berg (Herzele) Figuur 8-19: Lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Holbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere tussen de Aaigembergstraat (opwaarts) en de Ratmolenstraat (afwaarts) te Berg (Herzele) m AD m

207 Gemaal Dender Bij uitzonderlijke hoogwaterafvoer wordt de civiele bescherming ingeschakeld om overtollig water over te pompen naar de Dender. De maatregel bestaat erin het effect van een pompgemaal aan de Dender te evalueren. De omgeving voor het gemaal wordt gesitueerd in figuur Het gemaal verpompt water van de overwelving met de inlaat aan de autoweg N41 naar de Dender. Figuur 8-21 met het lengteprofiel van de gesimuleerde maximale waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario geeft aan dat de impact van het gemaal beperkt wordt tot aan het verval van de Kegelmolen ter hoogte van de wijk Blekte (zie ook maatregel bypass Kegelmolen). Het gesimuleerde risico binnen deze zone is beperkt en doet zich amper voor ter hoogte van bebouwing. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Figuur 8-20: Situering van de omgeving voor een Dendergemaal nabij de afwaartse rand van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met weergave van de overwelving van de Molenbeek (rode lijn) Figuur 8-21: Lengteprofiel van de maximale gesimuleerde waterpeilen met een terugkeerperiode van 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario (2100) op de Molenbeek Erpe-Mere van stroomopwaarts de Kegelmolen te Hofstade tot de monding in de Dender m AD m Molenbeek Erpe-Mere 207

208 Oude bedding Er wordt voorgesteld om de Oude Molenbeek (Molenbeek VHAG-5958 O5.021), gelegen parallel aan de Dender, in te schakelen voor het afleiden van de afvoer van de Molenbeek en de Torensbeek. Voor de analyse van deze maatregel dienen zowel de schematisatie van de afwaartse rand als de opwaartse randvoorwaarden van het model uitgebreid en verfijnd te worden. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 23 km komt dit voor het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 8-2 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 8-2: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] ) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 8-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. 208

209 Tabel 8-3: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Figuur 6-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Op basis hiervan wordt een gemiddelde grondruilprijs van 22 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 8-4: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor elke maatregel een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen alsook de bijbehorende kosten. Deze kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen of verhogen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. De kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar worden initieel geschat door middel van de hoogte-oppervlakterelatie in het GOG. Na hydraulische doorrekening worden de geschatte kosten gecorrigeerd aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. Voor bepaalde GOG s worden bij meerdere mogelijke vulpeilen kosten berekend voor bovenstaande posten. De ondergrens wordt gevormd door het vulpeil waaronder geen significant volume geborgen wordt. De bovengrens wordt gevormd door het vulpeil waarboven het fysisch niet meer realistisch is en/of zeer hoge kosten dienen gemaakt te worden om bijkomend volume te bergen. 8. Molenbeek Erpe-Mere 209

210 GOG Oud Hof ter Erpen Het vulpeil van het GOG Oud Hof ter Erpen wordt gevarieerd tussen 49.0 en 51.5 mtaw. Vanaf een vulpeil van 49.5 mtaw dient op linkeroever de visvijver van de vissersclub de Rietvoorn te worden ingedijkt. Bij vulpeilen hoger dan 5.00 mtaw komt de Pardassenhoek onder water te staan. De landbouwbedrijven in de Pardassenhoek op linkeroever moeten pas bij waterpeilen hoger dan 51.5 mtaw worden ingedijkt, maar blijven ook dan nog bereikbaar. Het maximale vulpeil wordt vastgelegd op 51.5 mtaw om de opwaarts gelegen landbouwbedrijven in de Pardassenhoek niet in gevaar te brengen. Figuur 8-4 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 8-5 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 51.5 mtaw. Figuur 8-22 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 8-5: GOG Oud Hof ter Erpen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 51.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dwarsdijk LO (met dienstweg) Grondwerken dwarsdijk RO Grondwerken beschermingsdijk visvijver 80.7 Kunstwerken automatische regelschuif Verwerven onteigenen grondvlak dijk 10.7 Totaal Figuur 8-22: Het GOG Oud Hof ter Erpen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] ,0 49,5 50,0 50,5 51,0 51,5 Vulpeil [mtaw] Geborgen volume [m³] Kostprijs Geborgen Volume 210

211 GOG Molenstraat Voor het GOG Molenstraat wordt gezien het beperkte afwaartse risico geen automatische regelschuif, maar een knijpopening voorzien. Figuur 8-5 (zie )c)) geeft een situering van het GOG met aanduiding van de benodigde dijken. Er wordt een uitgebreide dwarsdijk voorzien. Bijkomende dijken zijn niet nodig bij een vulpeil lager dan 44.5 mtaw. Tabel 8-6 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 44.5 mtaw. Figuur 8-23 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 8-6: GOG Molenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe- Mere - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 44.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dwarsdijk LO Grondwerken dwarsdijk RO (met dienstweg) Kunstwerken knijpopening 35.9 Verwerven onteigenen grondvlak dijk 10.2 Totaal Figuur 8-23: Het GOG Molenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 42,0 42,5 43,0 43,5 44,0 44,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 8. Molenbeek Erpe-Mere 211

212 GOG Holbeek Het vulpeil van het GOG Holbeek wordt gevarieerd tussen 39.5 en 44.5 mtaw. Er wordt een maximaal vulpeil van 44.5 mtaw gehanteerd om te voorkomen dat het centrum van Woubrechtegem door opstuwing gevaar loopt te overstromen als gevolg van de GOG werking. Figuur 8-6 (zie )c)) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 8-7 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 44.5 mtaw. Figuur 8-24 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 8-7: GOG Holbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe- Mere - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 44.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dwarsdijk RO Grondwerken dwarsdijk LO (met dienstweg) Kunstwerk knijpopening met spindelpot 72.9 Verwerven grondvlak gronddijken 14.0 Totaal Figuur 8-24: Het GOG Holbeek in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 40,0 40,5 41,0 41,5 42,0 42,5 43,0 43,5 44,0 44,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 212

213 GOG N9-N46 Het vulpeil van het GOG N9-N46 wordt gevarieerd tussen 17.5 en 18.5 mtaw. Het vulpeil wordt beperkt tot 18.5 mtaw om te voorkomen dat de opstuwing zich manifesteert tot opwaarts de autoweg N46. Naast de dwarsdijk wordt nog een aantal dijklichamen in rekening gebracht die bescherming bieden voor de spoorlijn en de eigendommen in de Zevekootstraat en debotermelkstraat. Figuur 8-7 (zie )c)) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 8-8 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten bij een vulpeil van 17.5 mtaw. Figuur 8-25 geeft de variatie weer van de kostprijs en het geborgen volume in functie van het vulpeil. Tabel 8-8: GOG N9-N46 in het modelgebied van de Molenbeek Erpe- Mere - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 17.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dwarsdijk LO 36.7 Grondwerken beschermingsdijken Kunstwerk regelschuif Waterkering muur Botermelkstraat Verwerven grondvlak dijken 11.0 Totaal Figuur 8-25: Het GOG N9-N46 in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - variatie van de totale kostprijs en het geborgen volume i.f.v. het vulpeil Kostprijs [10³EUR] Geborgen volume [m³] ,5 17,6 17,7 17,8 17,9 18,0 18,1 18,2 18,3 18,4 18,5 Vulpeil [mtaw] Kostprijs Geborgen Volume 8. Molenbeek Erpe-Mere 213

214 Dijk D Hoeve De maatregel houdt een ophoging in van de weg D hoeve ten zuiden van Aaigem, die vereenvoudigend opgevat wordt als een nieuw aan te leggen aarden dijk met een dienstweg. Figuur 8-8 (zie )c)) geeft een situering van het dijktraject van de beschermingsmaatregel. Tabel 8-9 geeft een overzicht van de verschillende posten voor het aanleggen van de dijklichamen op de voorziene kruinhoogtes. Tabel 8-9: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk ter hoogte van D hoeve in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken ophoging straat D hoeve Totaal Dijk Beekkantstraat De dijklichamen worden opgetrokken in een combinatie van aarden dijken en betonnen keermuren. Figuur 8-9 (zie )c)) geeft een situering van de dijktrajecten van de beschermingsmaatregelen ter hoogte van de Beekkantstraat te Mere. Tabel 8-10 geeft een overzicht van de verschillende posten voor het aanleggen van de dijklichamen op de voorziene kruinhoogtes. Tabel 8-10: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk ter hoogte van de Beekkantstraat en de Beekstraat te Mere in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijklichaam + langsgracht Waterkering betonnen muur Verwerven onteigenen grondvlak 36.1 Totaal Dijk Bosstraat De dijklichamen worden opgetrokken in een combinatie van aarden dijken en betonnen keermuren. Figuur 8-10 (zie )c)) geeft een situering van de dijktrajecten van de beschermingsmaatregelen op- en afwaarts van de Bosstraat te Erpe-Mere. De indijking ter hoogte van de Bosstraat veroorzaakt een aanzienlijke opstuwing waardoor eveneens ter hoogte van de Beekkantstraat en Beekstraat meerdere dijklichamen nodig zullen zijn. Tabel 8-11 geeft een overzicht van de verschillende posten voor het aanleggen van de dijklichamen op de voorziene kruinhoogtes 214

215 Tabel 8-11: Overzicht van de totale kostprijs voor het aanleggen van de beschermingsdijk ter hoogte van de Bosstraat, de Beekkantstraat en de Beekstraat te Erpe-Mere in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijklichaam + langsgracht Waterkering betonnen muur Verwerven onteigenen grondvlak 58.7 Totaal Dijk Ledebaan Het betreft een geheel van aarden dijken in de omgeving van de Ledebaan ten noordwesten van Aalst. Enkel de kopmuren ter hoogte van de kruising van de Molenbeek met de Ledebaan en de spoorweg en de kruising van de Torensbeek met de straat Onegem en de spoorweg worden opgebouwd uit een betonnen muur. Plaatselijk dient over een beperkte afstand ook een betonnen muur voorzien te worden op de rechteroever van de Torensbeek net afwaarts van Onegem ter hoogte van huisnummer 103. Figuur 8-11 (zie )) geeft een situering van de verschillende dijktrajecten van de beschermingsmaatregelen op- en afwaarts van de Ledebaan en Onegem voor de twee voorgestelde varianten. De hoogte van de dijklichamen is hoofdzakelijk vastgelegd op 12.8 mtaw. Voor de dijken afwaarts de Ledebaan en de straat Onegem worden kruinhoogten op 12.3 en 12.4 mtaw voorzien. Tabel 8-12 en tabel 8-13 geven een overzicht van de verschillende posten voor het aanleggen van de dijklichamen op de vermelde kruinhoogtes voor de varianten met en zonder de mogelijkheid tot het overstromen van het gebied tussen de Molenbeek en de Lindenstraat. Tabel 8-12: Overzicht van de totale kostprijs voor de maatregel dijk Ledebaan in de variant met overstroming van het gebied tussen Molenbeek en Lindenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijklichaam + langsgracht Waterkering betonnen kopmuren Verwerven onteigenen grondvlak 60.8 Totaal Tabel 8-13: Overzicht van de totale kostprijs voor de maatregel dijk Ledebaan in de variant zonder overstroming van het gebied tussen Molenbeek en Lindenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken dijklichaam + langsgracht Waterkering betonnen kopmuren Verwerven onteigenen grondvlak 75.4 Totaal Molenbeek Erpe-Mere 215

216 Bypass Torensbeek De aanleg van de bypass beschreven in ) brengt verschillende ingrepen met zich. In tabel 8-14 wordt een overzicht gegeven van de verschillende kostenposten. Tabel 8-14: Aanleggen van de bypass langs de Torenswijk te Hofstade (Aalst) in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] grondwerken uitgraven kanaal kunstwerk persen koker onder Warande en spoorweg verwerven onteigenen garageboxen Torenswijk 40.0 verwerven onteigenen grondvlak bypass Totaal Opstuwende kokers De doorstroomopening van de koker op de Molenbeek onder de Ratmolenstraat te Berg (Herzele) wordt vergroot tot 3.0 m. Hierbij wordt de straat opgebroken. De volgende kostenposten worden in rekening genomen: het afbreken van de bestaande koker; het bouwen van twee nieuwe (prefab) kokers van elk ongeveer 3 m²; het aanleggen en beschoeien van de bouwput; het heraanleggen van de straat. Tabel 8-15 geeft een overzicht van de kostenposten voor het verbreden van de koker onder de Ratmolenstraat naar 3.0 m. De kosten voor het openleggen van een straat, het omleiden van het verkeer en het eventueel aanpassen van rioleringswerken maken deel uit van de 20% voorziene nader te detailleren kosten. Tabel 8-15: Verbreden van de koker op de Molenbeek onder de Ratmolenstraat in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Kunstwerk verwijderen oude koker + aanleggen nieuwe koker Grondwerken uitgraven en beschoeien van bouwput 7.4 Grondwerken aanleggen nieuwe bestrating 2.9 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen, wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. 216

217 Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. Binnen het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere zijn er op basis van de bespreking in ) 4 locaties weerhouden om overtollig water gecontroleerd te bergen. Op elk van deze locaties zijn bovendien volumevariaties mogelijk. Dit leidt tot een groot aantal mogelijke combinaties van GOG s en vulpeilen. Het is bijgevolg onmogelijk om elke combinatie afzonderlijk hydraulisch door te rekenen. Daarom wordt voorafgaand een optimale GOG-configuratie bepaald door middel van een Monte- Carlosimulatie zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Het resultaat van deze simulatie wordt weergegeven in figuur De berekende NAW-waarden zijn eerder benaderend en worden daarom genormaliseerd weergegeven. Er wordt genormaliseerd op basis van het bereik tussen de hoogste en de laagste NAW-waarde. Uit de puntenwolk worden in tabel 8-16 enkele optima gelicht. Het gaat om de maxima met 1 en 2 GOG s. De GOG-configuraties zijn afzonderlijk geïmplementeerd in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico in 2050 te bepalen is de modelketen doorlopen. Figuur 8-26: Genormaliseerde NAW i.f.v. het geborgen volume in de verschillende GOG-combinaties op basis van de Monte-Carlosimulatie met weergave van de weerhouden combinaties (zwarte rand) voor het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere (GOG Molenstraat: groen; GOG s Molenstraat en Holbeek: blauw; GOG Oud Hof Ter Erpen: paars; GOG s Oud Hof Ter Erpen en Molenstraat: rood; GOG s Oud Hof Ter Erpen en Holbeek: oranje; GOG s Oud Hof Ter Erpen, Molenstraat en Holbeek: geel; overige minder gunstige combinaties: grijs) 8. Molenbeek Erpe-Mere 217

218 Tabel 8-16: Overzicht van het optimum en de weerhouden suboptima uit de optimalisatieoefening voor de GOG s (variant GOG Molenstraat met knijpopening) in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere Omschrijving GOG Vulpeil [m TAW] 1 GOG Molenstraat GOG Oud Hof ter Erpen GOG Molenstraat 44.5 Holbeek GOG Oud Hof ter Erpen 51.5 Molenstraat 43.5 Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. Van de dijkbeschermingsmaatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe- Mere wordt op de maatregel dijk d Hoeve na beïnvloeding van de overstromingscontouren verwacht. Daarom is enkel voor deze maatregel een a-priori-kosten-batenanalyses uitgevoerd. De overige dijkbeschermingsmaatregelen zijn afzonderlijk ingebouwd in het modelnetwerk om de modelketen te doorlopen. Dijk D Hoeve In het geval van de ophoging van de straat D Hoeve bedraagt het weg te nemen risico 10 EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Bypass Torensbeek Gezien de impact van een bypass op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. De bypass langs de Torenswijk te Hofstade (Aalst) is in het hydraulische model geïmplementeerd volgens het concept beschreven in ). Om het restrisico in 2050 te bepalen is de modelketen doorlopen. Opstuwende kokers Gezien de impact van de aanpassing van een koker op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. De verbreding van de opstuwende koker onder de Ratmolenstraat is geïmplementeerd in het hydraulische model op basis van de beschrijving van de maatregel in ). Om het restrisico te bepalen is de modelketen doorlopen Resultaten Protectie Tabel 8-17 en tabel 8-18 geven een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PTmaatregelen in de volgende alternatieven: GOG Oud Hof ter Erpen: het aanleggen van het GOG opwaarts van het Oud Hof ter Erpen met vulpeil op 51.5 mtaw; 218

219 GOG Molenstraat: het aanleggen van het GOG opwaarts van de Molenstraat met vulpeil op 44.5 mtaw; GOG Molenstraat - Holbeek: het aanleggen van de GOG s Molenstraat en Holbeek met vulpeil op 44.5 mtaw respectievelijk 39.5 mtaw; GOG Oud Hof ter Erpen - Molenstraat: het aanleggen van de GOG s Oud Hof ter Erpen en Molenstraat met vulpeil op 51.5 mtaw respectievelijk 43.5 mtaw; dijk Beekkantstraat; dijk Bosstraat; dijk Ledebaan (zonder rechteroever): dijkwerken in de omgeving van de Ledebaan in de variant zonder overstroming op de rechteroever; dijk Ledebaan (met rechteroever): dijkwerken in de omgeving van de Ledebaan in de variant met overstroming op de rechteroever; bypass Torensbeek; opstuwende kokers (Ratmolenstraat): het vergroten van de opstuwende koker op de Molenbeek onder de Ratmolenstraat. Bij het alternatief met het vergroten van de doorstroomopening van de opstuwende koker onder de Ratmolenstraat neemt het risico toe ten opzichte van NA in Het risico dat weggenomen wordt opwaarts de maatregel wordt ingenomen door hoger risico afwaarts. Bovendien is de menselijke baat van de maatregel zeer beperkt. Daarom worden de resultaten van de aanpassing van de koker niet weergegeven en wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Bij geen van de weergegeven alternatieven is er in 2050 een daling van het risico onder het risico in De risicostijging ten gevolge van autonome ontwikkeling wordt daardoor niet tenietgedaan onder invloed van de genomen maatregelen. De maatregelen geven een daling van het risico ten opzichte van NA in 2050 gaande van 7% voor het alternatief met de bypass Torensbeek tot 25% voor het alternatief met de GOG s Oud Hof Ter Erpen en Molenstraat. Vanuit economisch oogpunt zijn de alternatieven GOG Molenstraat al dan niet in combinatie met GOG Holbeek en de twee varianten van het alternatief dijk Ledebaan gunstig. De hoogste NAW en de hoogste B/K worden bekomen bij het alternatief GOG Molenstraat. De overige alternatieven zijn economisch ongunstig. Voor gaan de dalingen ten opzichte van NA in 2050 van 9% voor het alternatief met het GOG Molenstraat tot 25% voor het alternatief met de bypass Torensbeek. Voor de baat voor worden gelijkaardige vaststellingen gedaan. Op basis van de resultaten van de bovenstaande alternatieven zijn tevens combinaties beschouwd. Het gaat om de combinatie van de individuele alternatieven met een positieve NAW en een significante sociale baat. Dit geeft de volgende bijkomende alternatieven: GOG Molenstraat + dijk Ledebaan (zonder rechteroever); GOG Molenstraat - Holbeek + dijk Ledebaan (zonder rechteroever). Onder invloed van het GOG Molenstraat worden lagere waterpeilen gesimuleerd ter hoogte van de Ledebaan. De kruinhoogten van de dijken alsook de kosten van het alternatief dijk Ledebaan zijn hieraan aangepast. De resultaten zijn opgenomen in tabel Ook bij de combinatiealternatieven worden de gevolgen van autonome ontwikkeling niet opgevangen. Ten opzichte van het risico bij NA in 2050 wordt een verdere daling tot 34% berekend. Echter enkel het combinatiealternatief zonder het GOG Holbeek blijkt economisch rendabel te zijn. 8. Molenbeek Erpe-Mere 219

220 De combinatiealternatieven leveren evenmin een daling van ten opzichte van De daling ten opzichte van NA in 2050 bedraagt 28%. De baat voor is in tegenstelling tot de NAW voor het economisch risico wel het hoogst bij de combinatie- alternatieven. Voor de verdere ORBP-analyse worden de alternatieven weerhouden met een positieve NAW. Het alternatief GOG Molenstraat - Holbeek is echter buiten beschouwing gelaten gezien de lage NAW en de lage baat voor Verder zijn ook de alternatieven weerhouden met een beperkt negatieve NAW, maar een aanzienlijke baat voor Tabel 8-17: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - GOG ter Erpen GOG Molen GOG Molen + Holbeek GOG ter Erpen + Molen 220

221 Tabel 8-18: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere, (vervolg) Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - dijk Beekkant-straat dijk Bosstraat dijk Ledebaan (met RO) dijk Ledebaan (zonder RO) bypass Torens-beek Tabel 8-19: Overzicht van de resultaten van het toepassen van combinaties van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Omschrijving - GOG Molen + dijk Ledebaan (zonder RO) GOG Molen + Holbeek + dijk Ledebaan (zonder RO) 8. Molenbeek Erpe-Mere 221

222 Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 8-27 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor de combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere. Enkel de PT-criteria met een positieve NAW zijn hierbij weerhouden. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 8-20 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met NA in Bij NA in 2050 neemt het economisch risico in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere in 2050 toe met 113% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt zelfs 140%. Hiermee is er een aanzienlijke impact van autonome ontwikkeling op het risico in het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 2 jaar al dan niet in combinatie met bouwstop en grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 à 5 jaar. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van de dijk opwaarts van de Ledebaan zonder overstromingen op de rechteroever. Als gevolg van de basisbeleidsstrategie is het risico in tot 61% lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico bij NA in 2050 is de risicodaling 78 tot 82% als gevolg van de maatregelen. Het alternatief zonder PV-maatregelen door bouwstop heeft de hoogste NAW en B/K van 2.4. neemt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie ook af. Met een daling van het risico met 54 à 56% of 74% ten opzichte van 2010 is er echter een sterk verschil in de grootte van de afname tussen de alternatieven met PV-maatregelen door bouwstop binnen een contour met terugkeerperiode lager dan 5 jaar en met een terugkeerperiode van 5 jaar. Ten opzichte van bij NA in 2050 is er een daling van 81 à 82% respectievelijk 89% als gevolg van de maatregelen. De baat voor is dan ook merkelijk hoger voor het alternatief met PV-maatregelen door bouwstop binnen een contour met terugkeerperiode van 5 jaar. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de zone van figuur 8-27 met de hoogste baat voor bij positieve NAW-waarden. Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PTmaatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 2 tot 5 jaar in combinatie met bouwstop met grondenruil binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 25 tot 100 jaar. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van het GOG Molenstraat en het aanleggen van de dijk opwaarts van de Ledebaan zonder overstromingen op de rechteroever al dan niet in combinatie met de aanleg van het GOG Holbeek. Als gevolg van de intermediaire beleidsstrategie is het risico in à 97% lager dan in De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. Ten opzichte van het risico bij NA in 2050 is de risicodaling 91 à 99% als gevolg van de maatregelen. De NAW is het hoogst wanneer zowel PV-maatregelen met bouwstop en grondenruil toegepast worden binnen overstromingscontouren met de maximale beschouwde terugkeerperiode voor deze maatregelen (100 jaar) en de PT-maatregelen zonder het GOG Holbeek. De drie optimale alternatieven hebben een B/K gelijk aan of hoger dan 1.0. wordt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie herleid tot nul. Dit is een gevolg van de aannames om het risico in 2050 te berekenen (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). 222

223 Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor met 23% laat toenemen waar de kosten per jaar met iets meer dan een factor 2 stijgen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De alternatieven zijn zowel samengesteld uit combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen als uit combinaties van PV- en PT-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen en met bouwstop in combinatie met grondenruil worden toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperiode van overstromen voor deze maatregelen (100 jaar). Door de hoge terugkeerperioden zijn de meeste mensen gevrijwaard van blootstelling aan overstromingsrisico en leveren PP-maatregelen niet noodzakelijk een bijkomende baat voor Het vlakke verloop van de omtrek bij de hoogste baat voor geeft aan dat het mogelijk is om een beperkt verschillende baat voor te bekomen door het toepassen van de PV-maatregelen binnen contouren met lagere terugkeerperioden van overstromen. De PT-maatregelen omvatten het aanleggen van het GOG Molenstraat en het aanleggen van de dijk opwaarts van de Ledebaan met overstromingen op de rechteroever al dan niet in combinatie met de aanleg van het GOG Holbeek. Als gevolg van de maximale beleidsstrategie wordt het risico in 2050 tot nul herleid. Dit is een gevolg van de aannames om het risico in 2050 te berekenen (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De drie weergegeven alternatieven zijn niet rendabel en hebben een B/K van 0.3. Ook voor wordt in 2050 een nulrisico en een onderling vergelijkbare baat berekend. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de intermediaire beleidsstrategie de baat voor slechts met 5% laat toenemen waar de kosten per jaar bijna vervijfvoudigen. 8. Molenbeek Erpe-Mere 223

224 Figuur 8-27: Weergav in het modelgebied v e van het economisch crit erium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen an de Mol enbeek Erpe-Mere 224

225 Tabel 8-20: De afwegingstabel van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - Dijk Ledebaan (zonder RO) Dijk Ledebaan (zonder RO) Dijk Ledebaan (zonder RO) GOG Molen + Dijk Ledebaan (zo RO) GOG Molen + Dijk Ledebaan (zo RO) GOG Molen - Holbeek + Dijk Ledebaan (zo RO) GOG Molen -Holbeek + Dijk Ledebaan (zo RO) GOG Molen -Holbeek + Dijk Ledebaan (zo RO) GOG Molen + Dijk Ledebaan (zo RO) PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] Molenbeek Erpe-Mere 225

226 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 8-28: De opdeling van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 8-21 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere weergegeven in figuur 8-28 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij NA in 2050 worden met uitzondering van de zone Hollebeek in alle zones risicowaarden berekend. De hoogste waarden worden berekend in de omgeving van Erpe-Mere en langs de benedenloop van de Molenbeek. Onder invloed van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie worden dalingen tot een vierde van het NA-risico in 2050 berekend. Bij de intermediaire en de maximale beleidsstrategie worden nog verdere dalingen van het risico berekend onder invloed van de bijkomende PT-maatregelen en de uitgebreide contouren voor het toepassen van PV-maatregelen. In meerdere zones worden nulrisico s berekend. Deze zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). 226

227 Tabel 8-21: Het economisch risico [10³EUR/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Erpe-Mere bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Molenbeek: bovenloop Ratmolen Hollebeek Molenbeek: middenloop Mere Erpe Vijfhuizen Molenbeek: benedenloop Afwaartse rand * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 2) Tabel 8-22 bevat in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere weergegeven in figuur 8-28 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij NA in 2050 worden hoofdzakelijk berekend in de verstedelijkte zones Mere, Molenbeek benedenloop en Afwaartse rand. In de overige zones worden lage berekend. Onder invloed van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie worden de minstens gehalveerd. Onder invloed van de maatregelen van de intermediaire en de maximale beleidsstrategie worden verdere dalingen berekend tot de helft of minder van de waarden bij de basisbeleidsstrategie. In meerdere zones worden nulwaarden berekend voor Deze zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De hoogste worden bij de verschillende beleidsstrategieën berekend in de zone Mere. Tabel 8-22: [mensen/jaar] in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Erpe-Mere bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën Zone\Beleid NA Basis Int. Max. Molenbeek: bovenloop Ratmolen Hollebeek Molenbeek: middenloop Mere Erpe Vijfhuizen Molenbeek: benedenloop Afwaartse rand * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 8. Molenbeek Erpe-Mere 227

228 228

229 9. Molenbeek Wetteren 9.1. Beschrijving modelgebied Algemene kenmerken Het stroomgebied van de Molenbeek Wetteren is centraal gelegen in de provincie Oost-Vlaanderen tussen de steden Gent en Aalst. Hydrografisch gezien behoort het stroomgebied van de Molenbeek Wetteren tot het Benedenscheldebekken. Het grootste gedeelte van de loop stroomt over het grondgebied van de gemeente Wetteren. De stroomgebiedoppervlakte bedraagt 57.3 km². Het afwaartse deel van de Molenbeek, aan de monding in de Zeeschelde te Wetteren, loopt door een drukleiding. Deze werd voorzien om de gravitaire afvoercapaciteit van de Molenbeek te vergroten. Wanneer de leiding onder druk komt, wordt het opwaarts gelegen GOG Herdershoek gevuld. Dit kan zowel een gevolg zijn van hoge waterstanden op de Zeeschelde, hoogwaterafvoer, als een combinatie van beide. De oude loop van de Molenbeek wordt enkel nog bij uitzonderlijke hoogwaterafvoer ingeschakeld. De uitstroomconstructies van de drukleiding en de oude loop zijn voorzien van een terugslagklep. Aan de monding van de oude loop bevindt zich de RWZI Wetteren. Bij beperkte gravitaire afvoer wegens hoge waterstanden op de Zeeschelde, kan het effluentgemaal van de RWZI de afvoer van de Molenbeek deels naar de Zeeschelde verpompen (VMM, 2011). Het modelgebied van de Molenbeek Wetteren wordt weergegeven in figuur 9-1. De Molenbeek is opgenomen in het model van opwaarts de autosnelweg E40 tot de monding. Verder is de Bavegemse Beek (2 de categorie) eveneens opgenomen van opwaarts de autosnelweg. Deze mondt uit in de middenloop van de Molenbeek (gedeelte 2 de categorie) ter hoogte van het GOG Schalmdries te Massemen. Langs de benedenloop van de Molenbeek (gedeelte 1e categorie) bevindt zich het eerder vermelde GOG Herdershoek tussen de Massemsesteenweg en de Zuidlaan te Wetteren. 9. Molenbeek Wetteren 229

230 Figuur 9-1: Het modelgebied van de Molenbeek Wetteren met aanduiding van de gemodelleerde waterlopen, overstromende gebieden en de verschillende GOG s Model Rivier Overstromend gebied GOG Waterlopen Bevaarbaar 1 ste categorie 2 de categorie 3 de categorie Niet geklasseerd Historische knelpunten Tijdens de hoogwaterafvoerperiode van november 2010 heeft de combinatie van hoogwaterafvoer en hoge waterpeilen op de Zeeschelde aanleiding gegeven tot een aantal kritieke situaties in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren. Op basis van de inventarisatie van de wateroverlast in november 2010 (VMM, 2011) wordt onderstaand een situatieschets gegeven. Door het hoge waterpeil op de Zeeschelde (6.73 mtaw) ter hoogte van de monding van de Molenbeek Wetteren werd gravitaire afvoer van de Molenbeek en het afwaartse GOG Herdershoek onmogelijk. Uit voorzorg werd de keermuur aan de Zuidlaan, de afwaartse zijde van het GOG, beveiligd met twee rijen zandzakken zoals weergegeven in figuur 9-2. Deze maatregel is niet nodig gebleken. Aan de oostelijke rand van het GOG Herdershoek werden de tuinen van enkele woningen van de wijk Dassenveld overstroomd ondanks de aanwezigheid van een dijk. Aan de opwaartse rand van het GOG veroorzaakten de hoge vulpeilen wateroverlast in enkele woningen aan de Molenbeekweg, zoals weergegeven in figuur

231 Om het afwaarts deel van de Molenbeek te ontlasten werd de schuif van het opwaartse GOG Schalmdries te Massemen gesloten tot een opening van 70 cm. Uiteindelijk trad overvulling op zoals weergegeven in figuur 9-4. Figuur 9-2: Zicht op de roosterreinigers van het GOG Herdershoek op de Molenbeek Wetteren en de met zandzakken verhoogde keermuur van de Zuidlaan te Wetteren bij de hoogwaterafvoerperiode van november 2010 (bron VMM, 2011) Figuur 9-3: Wateroverlast aan de Molenbeekweg te Wetteren bij de hoogwaterafvoerperiode van november 2010 (bron VMM, 2011) 9. Molenbeek Wetteren 231

232 Figuur 9-4: Overvulling van het GOG Schalmdries bij de hoogwaterafvoerperiode van november Links: stroming over noodoverlaat. Rechts: situatie afwaarts het GOG (bron VMM, 2011) 9.2. Scenariogenerator Maatregelen 1) Paraatheid De PP-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In het modelgebied van de Molenbeek Wetteren wordt een waarschuwingssysteem operationeel tegen het einde van ) Preventie De PV-maatregelen worden toegepast zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). 3) Protectie Op 04/07/2012 had een overleg plaats tussen de hydrologen van VMM en het studieteam met het oog op het overdragen van de kennis in verband met de knelpunten in het waterafvoersysteem en het bespreken van de mogelijke PT-maatregelen voor het modelgebied van de Molenbeek Wetteren. Het verslag van het overleg (IMDC, 2012b) geeft de besproken opties weer. De maatregelen zijn opgedeeld in een aantal types: GOG: Door het aanleggen of uitbreiden van één of meerdere gecontroleerde overstromingsgebied(en) (GOG) wordt de actieve berging in het modelgebied verhoogd. Dijk: Door het aanleggen van dijken worden bestaande gebouwen gevrijwaard van kritieke overstromingen. Kunstwerk: Door het aanleggen of aanpassen van kunstwerken wordt de afvoer verbeterd. De optimalisatie van de sturing van de bestaande waterbeheersingsinfrastructuur wordt echter buiten beschouwing gelaten. Deze ingreep brengt geen investeringskosten met zich. Daardoor is een kosten-batenanalyse weinig zinvol. Herinrichting: Een herinrichting wordt opgevat als een combinatie van de bovenstaande maatregelen. Een voorbeeld is een herprofilering van de waterloop tezamen met de aanpassing van de eventuele kunstwerken voor een verbe- 232

233 terde afvoer. Veel herinrichtingen zijn echter in de eerste plaats gericht op het verhogen van de natuurlijkheid van het watersysteem. De te verwachten impact op het overstromingsrisico is daardoor veelal beperkt of sterk afhankelijk van de modelaannames. Voorbeelden zijn het hermeanderen en het verruwen van de waterloop. Deze worden buiten beschouwing gelaten. In figuur 9-5 wordt een overzicht per type gegeven van de PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren. Er wordt aangeduid welke maatregelen op basis van de bespreking beschouwd en niet beschouwd worden. Verder wordt aangeduid welke maatregelen zich buiten het modelgebied bevinden en welke maatregelen beschouwd worden als beslist beleid. Beslistbeleidsmaatregelen worden opgenomen in het model als een nieuwe bestaande toestand. In de ORBP-analyse worden alternatieven vergeleken met deze nieuwe bestaande toestand. Figuur 9-5: De PT-maatregelen voorgesteld voor de ORBP-analyse van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren per type met aanduiding van de beschouwde (zwart) en niet beschouwde maatregelen (grijs) en de maatregelen buiten het modelgebied (gestreepte omranding) en de beslistbeleidsmaatregelen (grijze achtergrond) De maatregelen voor de optimalisatie van de sturing van de bestaande kunstwerken en de verruwing van waterlopen zijn om hoger aangehaalde redenen niet verder beschouwd in de ORBP-opdracht. Onderstaand worden de weerhouden PT-maatregelen geëvalueerd wat betreft de aanwezige knelpunten en de mogelijkheden en beperkingen om op deze knelpunten in te grijpen. Voor het modelgebied van de Molenbeek Wetteren zijn het uitbreiden van de bergingscapaciteit van het bestaande GOG Herdershoek en het bijkomende GOG Westremdries weerhouden als maatregelen. In figuur 7-30 worden de locaties gesitueerd in het modelgebied. In wat volgt, wordt elke locatie meer in detail besproken. 9. Molenbeek Wetteren 233

234 Figuur 9-6: Situering van de bestaande (horizontale arcering) en mogelijke locaties (schuine arcering) van de GOG s in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren 234

235 GOG Westremdries De locatie voor het GOG Westremdries is gesitueerd op de Molenbeek nabij de opwaartse rand van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren opwaarts van de autosnelweg E40 te Westrem (Wetteren). De koker via welke de Molenbeek onder de E40 loopt is beperkend wat de doorvoermogelijkheid bij hoogwater betreft. Opwaarts treedt dan ook opstuwing op waarbij voornamelijk meersen frequent onder water komen. Huizen of wegen worden hierbij niet bedreigd. Door het beperken van de doorvoer opwaarts de E40 met een knijpconstructie is het mogelijk een bijkomend volume te bergen achter een dwarsdijk aan de autosnelweg. Hierbij is mogelijks een uitbreiding van het model opwaarts noodzakelijk. Het GOG dient de bergingscapaciteit van het GOG Schalmdries te vrijwaren. Figuur 9-1 geeft een detailweergave van het GOG. Aan de opwaartse rand van het GOG dient rekening gehouden te worden met de bebouwing te Bavegem. Figuur 9-7: Situering van het GOG Westremdries te Westrem (Wetteren) in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren met aanduiding van de aan te leggen dijken (dikke rode lijn) 9. Molenbeek Wetteren 235

236 GOG Herdershoek Het bestaande GOG Herdershoek houdt overtollig water op van de Molenbeek ten zuiden van de Zuidlaan. Een automatisch gestuurde klepstuw stelt een minimumpeil van 6.0 mtaw in het GOG in. Het doorvoerdebiet wordt langs een drukleiding afgevoerd naar de Schelde. Wanneer de leiding onder druk komt, wordt het GOG gevuld en draagt het bij aan de beveiliging van het centrum van Wetteren. De oude bedding van de Molenbeek afwaarts het GOG is nog aanwezig. Opwaarts de Zuidlaan bevindt zich een regelschuif op de Oude Molenbeek. Deze is standaard gesloten en wordt geopend vanaf een minimumpeil van 8.1 mtaw in het GOG om de afvoercapaciteit naar de Schelde te verhogen. Op basis van de laagste kruinhoogte van de dijken op 8.5 mtaw, ter hoogte van de straat Dassenveld op de rechteroever, is het huidige vulpeil 8.0 mtaw bij het in acht nemen van een veilige marge van 0.5 m. Er wordt voorgesteld de bergingscapaciteit van het GOG uit te breiden om verder in te grijpen op kritieke overstromingen stroomafwaarts de Zuidlaan. Hiertoe wordt de regeling van de schuif op de Oude Molenbeek aangepast. Voortgaand op het straatpeil van de Massemensesteenweg op 9.8 mtaw en de monding van de Zijp van 2 de categorie nabij de stroomopwaartse rand van het GOG is uitgegaan van een maximaal vulpeil van 9.5 mtaw. Bij dit vulpeil zijn bijkomende dijkbeschermingswerken nodig. Figuur 9-8 geeft een overzicht van de dijktrajecten en de kruinhoogten. Aan de Zuidlaan wordt een keermuur in beton voorzien. Elders is om redenen van kostenbesparing uitgegaan van een veilige marge van 0.3 m in plaats van 0.5 m voor het ontwerp van de aarden dijken. Om redenen van kostenbesparing is een veilige marge van 0.3 m in rekening gebracht in plaats van 0.5 m bij de aarden dijken elders. Figuur 9-8: Situering van het GOG Herdershoek te Wetteren in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren met aanduiding van de dijktrajecten (dikke rode lijn) 236

237 Dijk Molenbeekweg De dijk wordt voorzien op de rechteroever van de Molenbeek aan de Molenbeekweg te Wetteren en heeft tot doel de bebouwing aan de weg te beschermen. Opwaarts de Massemensesteenweg wordt de bebouwing op de rechtervoer van de Molenbeek aan de Maelbroekstraat eveneens ingedijkt om een veilige marge van 0.5 meter in rekening te brengen. De indijking voorkomt bovendien de overstroming in de modelsimulaties van de eerder vermelde woningen aan de Molenbeekweg via de rechteroever van opwaarts de Massemensesteenweg. Figuur 9-9: Situering van de dijken (dikke rode lijn) ter bescherming van de bebouwing aan de Molenbeekweg en de Maelbroekstraat in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren Dijk Herdershoek De dijkwerken worden voorzien op de rechteroever van de Molenbeek ter hoogte van de wijk Herdershoek (Dassenveld en Populierenlaan) te Wetteren en hebben tot doel de bebouwing van de wijk te beschermen tegen de werking van het GOG Herdershoek. De maatregel vereist zowel het ophogen als het aanleggen van bijkomende aarden dijklichamen. Figuur 9-10 geeft een situering van de dijktrajecten en de voorziene kruinhoogten. De kruinhoogten zijn bepaald als het vulpeil van het GOG Herdershoek met een terugkeerperiode van 100 jaar van 9.2 mtaw verhoogd met een veilige marge van 0.5 m. Figuur 9-10: Situering van de op te hogen (groene lijn) en aan te leggen (rode lijn) dijken in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren ter bescherming van de wijk Herdershoek te Wetteren 9. Molenbeek Wetteren 237

238 Pompstation op drukleiding Om de afvoercapaciteit van de drukleiding te verhogen en de afhankelijkheid van de waterstanden op de Zeeschelde te verlagen wordt voorgesteld de drukleiding te voorzien van een pompstation met afvoer naar de Zeeschelde. Bovendien draagt de ingreep bij tot het vrijwaren van de bergingscapaciteit van het GOG Herdershoek. Daardoor is het een alternatief voor het uitbreiden van de capaciteit van het GOG. De drukleiding met een lengte van 800 m en een diameter van 2.1 m watert gravitair af naar de Schelde. In de actuele toestand wordt aan de opwaartse rand van de leiding een waterpeil in de grootteorde van 9.0 mtaw bereikt met een terugkeerperiode van 100 jaar. Op de Schelde worden waterpeilen tot 7.0 mtaw bereikt. Er wordt aangenomen dat het energieniveau van de drukleiding aan de afwaartse zijde niet veel hoger dan 7.0 mtaw is. Door middel van een pompstation aan de afwaartse zijde is het mogelijk het energieniveau te verhogen. Hierdoor neemt de afvoercapaciteit toe en verlaagt het vulpeil van het GOG Herdershoek. Er is een inschatting gemaakt van de benodigde pompcapaciteit voor het verlagen van het vulpeil van het GOG van 9.0 mtaw tot 8.0 mtaw. Bij dit peil wordt een veilige marge in acht genomen ten opzichte van de laagste huidige kruinhoogte van de dijken van het GOG op 8.5 mtaw. In een eerste stap is het volume bepaald dat tussen beide peilen geborgen wordt in het GOG. Dit volume wordt gedeeld door de tijd om in een simulatie van een event met terugkeerperiode 100 jaar bij het gemiddeld klimaatscenario een peilstijging van 8.0 mtaw naar 9.0 mtaw te bekomen. Volgens deze benadering wordt naar boven afgerond een pompcapaciteit van 6.0 m³/s bekomen Kosten 1) Paraatheid De kosten worden berekend zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Met een totale gemodelleerde lengte van 10 km komt dit voor het modelgebied van de Molenbeek Wetteren overeen met een kost van EUR/jaar. Tabel 9-3 geeft per terugkeerperiode een overzicht van het aantal bedreigde huizen en het aantal benodigde zandzakken in Het aantal bedreigde huizen wordt bepaald als de overstroomde oppervlakte residentieel gebouw gedeeld door een grondoppervlakte van 100 m². Voor industriële gebouwen wordt een grondoppervlakte van 1000 m² toegepast (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De totale beschermingskost wordt berekend aan de hand van de risicoformule (zie Basisrapport van het OverstromingsGevaar- en Risico; rapport R20) en komt overeen met EUR/jaar. De kosten van PP-maatregelen worden herberekend bij de combinatie met PV-maatregelen. Er worden geen kosten voor zandzakken meer voorzien voor woningen die reeds beschermd zijn door PV-maatregelen. Tabel 9-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren in 2050 Terugkeerperiode [jaar] huizen # [-] # zandzakken [-] industriële gebouwen # [-]

239 Tabel 9-1: Overzicht van de kostprijs voor het aanmaken en verdelen van zandzakken in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren in 2050 Terugkeerperiode [jaar] # zandzakken [-] Totale kost [10³EUR] ) Preventie De kostprijs voor het toepassen van PV-maatregelen is bepaald zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 9-2 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor resiliënt bouwen en verbouwen in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Tabel 9-2: Overzicht van de bebouwde oppervlakte in 2050 en de bijbehorende kostprijs voor het overstromingsresiliënt maken van gebouwen in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] Tabel 9-3 geeft een overzicht van het bepalen van de kostprijs voor het toepassen van een bouwstop in combinatie met grondenruil in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren binnen contouren met verschillende terugkeerperioden van overstromen. Voor het stroomgebied van de Molenbeek Wetteren wordt er gebruikgemaakt van een gemiddeld duurste landbouwgrondprijs van EUR/ha, een gemiddeld goedkoopste landbouwgrondprijs van EUR/ha en een gemiddeld duurste bouwgrondprijs van EUR/ha. Dit komt neer op een gemiddelde grondruilprijs van 26.2 EUR/m² berekend. Een voorbeeldberekening is opgenomen in het Basisrapport ORBP (rapport R00). Tabel 9-3: Overzicht van de oppervlakte-uitbreiding voor residentiële en industriële gebouwen en gebieden van 2010 naar 2050 en van de bijbehorende kostprijs voor grondruil in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren binnen overstromingscontouren met verschillende terugkeerperioden Terugkeerperiode [jaar] residentieel gebouw/gebied [m²] industrieel gebouw/gebied [m²] Totale kostprijs [10³EUR/jaar] ) Protectie Onderstaand wordt voor de PT-maatregelen een overzicht gegeven van de benodigde ingrepen en de bijbehorende kosten. De kosten worden op uniforme wijze berekend voor alle ingrepen met behulp van de kostentool. 9. Molenbeek Wetteren 239

240 Voor een GOG worden de volgende kostenposten in rekening gebracht: het aanleggen van een afsluitdijk(en); het bouwen van een regelkunstwerk; het aanleggen van dijk(en) ter bescherming van woningen die bedreigd worden door de werking van het GOG. Bijkomend worden de kosten in rekening gebracht voor de onteigening van enerzijds de overstromingscontour bij terugkeerperiode van één jaar binnen het GOG, alsook het grondvlak van de aan te leggen dijklichamen. Na hydraulische doorrekening worden de kosten voor de onteigening van de overstromingscontour bij een terugkeerperiode van één jaar geschat aan de hand van de gesimuleerde overstromingscontouren. Daarom is de onteigeningskost niet weergegeven in onderstaande kostenbepaling. GOG Westremdries Voor de dimensionering van het GOG zijn de bevindingen van de OWKM van de Molenbeek (IMDC, 2004) gebruikt als basis. De schuif van het GOG wordt gesloten wanneer een peil van 12.8 mtaw bereikt wordt in het GOG Schalmdries. In de locatie voor het GOG Westremdries worden in de huidige toestand met een terugkeerperiode van 100 jaar overstromingen gesimuleerd tot een peil van 19.3 mtaw. In functie van het vrijwaren van bergingscapaciteit in het GOG Schalmdries is een vulpeil van 21.0 mtaw gekozen. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. Figuur 9-7 (zie )) geeft een detailweergave van de locatie van het GOG en de aan te leggen dijklichamen. Tabel 9-4 geeft een samenvatting van de verschillende kostenposten. Tabel 9-4: GOG Westremdries in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 21.0 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Kunstwerk regelschuif Grondwerken dwarsdijk RO met dienstweg Grondwerken dwarsdijk RO (deel 2) 62.5 Grondwerken dwarsdijk LO Verwerven grondvlak dijk 36.4 Totaal GOG Herdershoek Het vulpeil van het bestaande GOG Herdershoek wordt opgetrokken van 9.2 mtaw naar 9.5 mtaw om de bergingscapaciteit te verhogen. Er wordt een bergingscapaciteit van m³ bekomen. De regeling van de schuif op de Oude Molenbeek (kunstwerk KW041) wordt aangepast waarbij, naast sturing op basis van het vulpeil van het GOG, de waterpeilen in een controlesectie (River Section wet020) afwaarts van Zuidlaan als extra criterium worden genomen. Figuur 9-8 in ) geeft een situering van de noodzakelijke dijkwerken als gevolg van de uitbreiding van de bergingscapaciteit. Op de linkeroever dient bijkomende bescherming voorzien te worden voor de bebouwing aan de Herdershoeklaan nabij de Zuidlaan. Op de rechteroever van de Molenbeek dienen de wijk Dassenveld en de bebouwing aan de Molenbeekweg bijkomend beschermd te worden. Tabel 9-5 geeft een overzicht van de kosten per ingreep. 240

241 Tabel 9-5: Uitbreiding van het bestaande GOG Herdershoek in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren - Overzicht van de totale kostprijs bij een vulpeil 9.5 mtaw Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Waterkering bescherming huizen Molenbeekweg (opw brug) Waterkering bescherming huizen Molenbeekweg (afw brug): deel Grondwerken bescherming huizen Molenbeekweg (afw brug): deel Verwerven onteigening grondvlak dijk Molenbeekweg 56.3 Grondwerken dijkbescherming huizen Herdershoek Verwerven onteigening grondvlak dijk Herdershoek 8.5 Waterkering ophogen betonnen muur (dwarsdijk) 90.8 Grondwerken Verwerven dijkophoging linkeroever ter bescherming van Herdershoeklaan onteigening grondvlak dijk op linkeroever aan de Herdershoeklaan Grondwerken dijk ter bescherming van hoeve langs Moeregem 26.3 Verwerven onteigening grondvlak dijk (hoeve) 3.4 Grondwerken bescherming huizen Maelbroekstraat: deel Waterkering bescherming huizen Maelbroekstraat: deel Verwerven onteigening grondvlak dijk Maelbroekstraat 1.6 Totaal Dijk Molenbeekweg De maatregel vereist, zoals weergegeven in figuur 9-9 (zie )), een groot aantal bedijkingswerken waarvan bepaalde delen wegens plaatsgebrek in een betonnen kesp of damwandplanken voorzien dienen te worden. Tabel 9-6 geeft een overzicht van de verschillende posten bij het uitvoeren van de dijkwerken. Tabel 9-6: Dijk Molenbeekweg in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Waterkering bescherming huizen Molenbeekweg (opw brug) Waterkering bescherming huizen Molenbeekweg (afw brug): deel Grondwerken bescherming huizen Molenbeekweg (afw brug): deel Verwerven onteigening grondvlak dijk Molenbeekweg 56.3 Grondwerken bescherming huizen Maelbroekstraat: deel Waterkering bescherming huizen Maelbroekstraat: deel Verwerven onteigening grondvlak dijk Maelbroekstraat 1.6 Totaal Dijk Herdershoek De maatregel houdt enerzijds een verhoging in van de bestaande dijken van de wijk Herdershoek tot de Zuidlaan en anderzijds het aanleggen van een aansluitende dijk ter hoogte van de wijk Herdershoek. Figuur 9-10 (zie )) geeft een overzicht van de dijklichamen en de kruinhoogten. Tabel 9-7 geeft een overzicht van de verschillende posten voor het aanleggen van de dijk. 9. Molenbeek Wetteren 241

242 Tabel 9-7: Dijk Herdershoek in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Grondwerken Dijkbescherming huizen Herdershoek Verwerven Onteigening grondvlak dijk Herdershoek 8.5 Totaal Pompstation op drukleiding In de tabel 9-8 wordt een overzicht gegeven van de kostprijs voor een pompstation aan de afwaartse rand van de drukleiding te Wetteren met een pompcapaciteit van 6.0 m³/s (zie ). Tabel 9-8: Pompstation op de drukleiding in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren - Overzicht van de totale kostprijs Type maatregel Beschrijving Kost [10³EUR] Kunstwerk pompen (2+1) x 3 m³/s Kunstwerk noodaggregaat Kunstwerk civiele bouwkunde Kunstwerk dienstgebouw Kunstwerk hoog- en laagspanning Kunstwerk leidingen 73.5 Totaal Berekeningen De berekeningen van de restrisico s van de combinaties van PP-, PV- en PT-maatregelen worden uitgevoerd zoals beschreven in het Basisrapport ORBP (rapport R00). In wat volgt, wordt ingegaan op de berekeningen voor de PT-alternatieven. Indien aangewezen, wordt voorafgaand aan het inbouwen en doorrekenen van de PT-alternatieven een a-priori-kosten-batenanalyse uitgevoerd. Bij een a-priori-kosten-batenanalyse worden de baten ingeschat als het weg te nemen risico en afgewogen tegen de kosteninschatting. Op basis van deze analyse wordt afgewogen om PT-alternatieven al dan niet verder te beschouwen in de ORBP-analyse. Gezien de impact van een GOG op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. In het modelgebied van de Molenbeek Wetteren zijn twee locaties weerhouden om overtollig water gecontroleerd te bergen. Het betreft enerzijds de locatie voor een bijkomend GOG te Westrem (Wetteren) en anderzijds de locatie van het bestaande GOG Herdershoek te Wetteren. Op beide locaties zijn vaste vulpeilen bepaald waarbij een maximaal geborgen volume bekomen wordt bij een minimum aan inrichtingskosten. Beide ingrepen zijn afzonderlijk ingebouwd in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren om de modelketen te doorlopen. Voor een dijkbescherming is een a-priori-kosten-batenanalyse te overwegen indien de impact op de overstromingscontouren buiten de dijkbescherming verwaarloosbaar is. Dijkbeschermingsmaatregelen met een positieve NAW, op basis van de a-priori-kosten-batenanalyse, worden in éénzelfde modelnetwerk ingebouwd om de modelketen te doorlopen als de onderlinge hydraulische beïnvloeding verwaarloosbaar is. 242

243 Dijk Molenbeekweg In het geval van de dijken aan de Molenbeekweg wordt aangenomen dat aan de bovenstaande voorwaarde voldaan wordt. Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBPanalyse. Er wordt echter opgemerkt dat de dijkwerken deel uitmaken van de maatregel voor het uitbreiden van de bergingscapaciteit van het GOG Herdershoek. Dijk Herdershoek In het geval van de dijken aan de wijk Herdershoek wordt aangenomen dat aan de bovenstaande voorwaarde voldaan wordt. Het weg te nemen risico bedraagt EUR/jaar in De jaarlijkse kost is ingeschat op EUR/jaar (zie )). Op basis hiervan wordt een negatieve NAW berekend van EUR. Daarom wordt de maatregel niet verder beschouwd in de ORBP-analyse. Er wordt echter opgemerkt dat de dijkwerken deel uitmaken van de maatregel voor het uitbreiden van de bergingscapaciteit van het GOG Herdershoek. Pompstation op drukleiding Gezien de impact van een pompstation op de overstromingscontouren is het niet aangewezen om een a-priori-kosten-batenanalyse uit te voeren. In het geval van het pompstation op de drukleiding is een afweging gemaakt tegenover het uitbreiden van het bestaande GOG Herdershoek. Aangezien de kostprijs van het pompstation aanzienlijk hoger ingeschat wordt en de technisch complexer is, wordt de voorkeur gegeven aan het uitbreiden van het bestaande GOG en wordt het pompstation niet verder beschouwd in de ORBP-analyse Resultaten Protectie Tabel 9-9 geeft een overzicht van de economische en menselijke risico s en criteria bij het toepassen van PT-maatregelen in de volgende alternatieven: GOG Westrem: aanleggen van GOG Westremdries met maximumvulpeil 21.0 mtaw; GOG Herder: verhogen van het maximaal vulpeil van het bestaande GOG Herdershoek van 9.2 tot 9.5 mtaw. Op basis van de resultaten van deze individuele alternatieven is ook de combinatie van beide alternatieven beschouwd. Alle alternatieven geven een daling van het risico in 2050 ten opzichte van het risico in Dit betekent dat in alle alternatieven de risicostijging ten gevolge van autonome ontwikkeling tenietgedaan wordt door de maatregelen. Hetzelfde geldt voor Alle weergegeven maatregelen geven tevens een daling van het risico ten opzichte van NA in 2050 van 57% voor het alternatief met de aanleg van het GOG Westremdries tot 83% voor het combinatiealternatief. Voor gaat de daling van 41% tot 75% voor dezelfde alternatieven. Vanuit economisch oogpunt zijn zowel de twee GOG-alternatieven als het combinatiealternatief gunstig. Het aanleggen van het GOG Westremdries geeft de minst gunstige NAW, ondanks een significante risicodaling. De hoogste NAW en risicodaling worden 9. Molenbeek Wetteren 243

244 bekomen door het combineren van de GOG-alternatieven. Voor de B/K-waarde geldt een ander conclusie omwille van de hogere kosten voor de combinatie. De individuele maatregelen hebben een vergelijkbare kost, maar omwille van de minder sterke risicodaling bij de maatregel met het GOG Westremdries ligt de B/K-waarde voor dit alternatief lager dan bij het alternatief met het verhogen van het maximaal vulpeil van het bestaande GOG Herdershoek. Tabel 9-9: Overzicht van de resultaten van het toepassen van PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren Maatregel NA PT Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt B AMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] Omschrijving R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] GOG Westrem GOG Herder GOG Westrem-Herder Afweging Als resultaat van het toepassen van de scenariogenerator wordt in figuur 9-11 het economisch criterium, NAW, weergegeven tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren. De best scorende alternatieven op één of beide criteria bevinden zich op de omtrek van de puntenwolk en zijn hoofdzakelijk samengesteld uit een combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen. In tabel 9-10 worden per beleidsstrategie de resultaten en de maatregelensamenstellingen van de drie best scorende alternatieven weergegeven in vergelijking met het NA-beleid. Bij het NA-beleid neemt het economisch risico in het modelgebied van de Molenbeek Wetteren in 2050 toe met 73% onder invloed van de autonome ontwikkeling. De toename van bedraagt iets meer dan 35%. Bij de basisbeleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in de rechter bovenhoek van de puntenwolk in figuur Deze zijn samengesteld uit een combinatie van zowel PP-, PV- als PT-maatregelen. De PV-maatregelen omvatten resiliënt bouwen en verbouwen binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 1 jaar en bouwstop in combinatie met grondenruil toegepast binnen contouren met een terugkeerperiode van overstromen van 10 tot 25 jaar. De verschillende alternatieven omvatten ofwel de PT-maatregel met de verhoging van het maximale vulpeil van het GOG Herdershoek ofwel de PT-maatregel met de combinatie van de uitbreiding van het GOG Herdershoek en het bijkomende GOG Westremdries. 244

245 Onder invloed van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie worden in 2050 nulrisico s berekend. Dit is een gevolg van de aannames voor het berekenen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan tenietgedaan. De NAW-waarden zijn van dezelfde grootteorde voor de drie alternatieven. De B/K varieert van 3.4 tot 4.4. De daalt als gevolg van de maatregelen van de basisbeleidsstrategie met 80 à 85% ten opzichte van Ten opzichte van bij NA in 2050 wordt een daling van 85 à 89% berekend. Bij de intermediaire beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden in een zone van figuur 9-11 met de hoogste baat voor bij positieve NAW-waarden. De alternatieven zijn samengesteld uit combinaties van zowel PV- als PTmaatregelen al dan niet samen met PP-maatregelen. De PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen worden toegepast binnen contouren met terugkeerperioden van overstromen van 25 tot 100 jaar. Bouwstop in combinatie met grondenruil wordt toegepast binnen contouren met de hoogste beschouwde terugkeerperiode van overstromen voor deze maatregelen (100 jaar). De PT-maatregelen omvatten de combinatie van het uitbreiden van het bestaande GOG Herdershoek en het bijkomende GOG Westremdries. Gelijkaardig aan de basisbeleidsstrategie worden onder invloed van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie nulrisico s berekend in 2050 als gevolg van de aannames voor het berekenen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00). De gevolgen van autonome ontwikkeling worden meer dan opgevangen. De NAW is het hoogst bij de drie weerhouden alternatieven wanneer PV-maatregelen met resiliënt bouwen en verbouwen toegepast worden binnen een contour met een lagere terugkeerperiode van overstromen. De drie weergegeven alternatieven hebben een B/K ongeveer gelijk aan 1.5. neemt als gevolg van de maatregelen van de intermediaire beleidsstrategie af met 89% ten opzichte van 2010 en met 93% ten opzichte van NA in De baat voor is gelijk voor de drie alternatieven. Er wordt evenwel opgemerkt dat de bijkomende investering ten opzichte van de basisbeleidsstrategie de baat voor met 5% laat toenemen, maar dat de kosten per jaar met een factor 3 toenemen. Bij de maximale beleidsstrategie zijn de alternatieven met de hoogste score terug te vinden bij de hoogste baat voor De maximale beleidsstrategie valt voor het modelgebied van de Molenbeek Wetteren samen met de intermediaire beleidsstrategie aangezien voor de alternatieven met de hoogste baat voor een positieve NAW berekend wordt. 9. Molenbeek Wetteren 245

246 Figuur 9-11: Weerga het model gebied v ve van het ec onomis ch criterium, NAW, tegenover het menselijk criterium, de baat voor voor elke combinatie van PP-, PV- en PT-maatregelen in an de Mol enbeek Wet teren 246

247 Tabel 9-10: De afwegingstabel van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren met per beleidsstrategie de drie meest optimale alternatieven Beleid NA Basis Intermediair Maximaal Risico R 2010 [10³EUR/jaar] R2100 [10³EUR/jaar] R2050 [10³EUR/jaar] Uj [10³EUR/jaar] NAW [10³EUR] nvt B/K [-] nvt BAMK [10³EUR] BAMKtot [10³EUR] Rres [10³EUR] R 2010 [mensen/jaar] R2100 [mensen/jaar] R2050 [mensen/jaar] B [mensen] nvt BAMK [mensen] Maatregelen PT - GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder GOG Herder GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder GOG Westrem- Herder PP [+/-] PVrs: T [jaar] PVbs: T [jaar] * nulrisico s zijn een gevolg van de aannames voor het bepalen van het risico in 2050 (zie Basisrapport ORBP; rapport R00) 9. Molenbeek Wetteren 247

248 Situering risico 2050 Onderstaand wordt een situering gegeven van de risico s in 2050 binnen het modelgebied van de Molenbeek Wetteren bij de verschillende beleidsstrategieën op basis van de opdeling in figuur Figuur 9-12: De opdeling van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren voor het sommeren van de risicowaarden 1) Economisch risico Tabel 9-11 bevat het economisch risico in 2050 in de zones van het modelgebied van de Molenbeek Wetteren weergegeven in figuur 9-12 bij NA en bij de meest optimale alternatieven van de verschillende beleidsstrategieën. Bij NA worden de hoogste waarden berekend in de afwaartse zones (Wetteren spoorlijn; Wetteren Afwaartse Rand). De risicowaarden zijn meer dan een factor 10 groter dan in de overige zones. Onder invloed van de maatregelen bij de verschillende beleidsstrategieën worden sterke risicodalingen berekend. In meerdere zo- 248

Ontwerp startbeslissing signaalgebied WOONGEBIED WEST IEPER

Ontwerp startbeslissing signaalgebied WOONGEBIED WEST IEPER Ontwerp startbeslissing signaalgebied WOONGEBIED WEST IEPER STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan

Nadere informatie

Infovergadering Zoutleeuw. 10 november 2015

Infovergadering Zoutleeuw. 10 november 2015 Infovergadering Zoutleeuw 10 november 2015 Aanleiding van info-vergadering: Zoutleeuw wordt regelmatig getroffen door wateroverlast. Voorstellen toelichten om wateroverlast structureel te voorkomen. 2

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan de

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM

Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied SINT-CAMILLUSWIJK (SG_R3_GKA_04) GENT

Ontwerp startbeslissing signaalgebied SINT-CAMILLUSWIJK (SG_R3_GKA_04) GENT Ontwerp startbeslissing signaalgebied SINT-CAMILLUSWIJK (SG_R3_GKA_04) GENT STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied ZIEKELINGENSTRAAT (SG_R3_DIJ_08) LEUVEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied ZIEKELINGENSTRAAT (SG_R3_DIJ_08) LEUVEN Ontwerp startbeslissing signaalgebied ZIEKELINGENSTRAAT (SG_R3_DIJ_08) LEUVEN STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LAARBEEK VERBRANDENDIJK ZWIJNDRECHT

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LAARBEEK VERBRANDENDIJK ZWIJNDRECHT Ontwerp startbeslissing signaalgebied LAARBEEK VERBRANDENDIJK ZWIJNDRECHT STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied DE GAVERS GERAARDSBERGEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied DE GAVERS GERAARDSBERGEN Ontwerp startbeslissing signaalgebied DE GAVERS GERAARDSBERGEN STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing over de

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied DORPSBEEK DOOR VELM (SG_R3_DEM_09) SINT-TRUIDEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied DORPSBEEK DOOR VELM (SG_R3_DEM_09) SINT-TRUIDEN Ontwerp startbeslissing signaalgebied DORPSBEEK DOOR VELM (SG_R3_DEM_09) SINT-TRUIDEN STATUS/VERSIE: goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 31/03/2017 LEESWIJZER Op 31/03/2017 nam de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13)

Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13) Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13) Auteur: Nadine Slootjes PR1322 november 2008 november

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE MOLENBEEK HOF TER BOLLEN PUURS

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE MOLENBEEK HOF TER BOLLEN PUURS Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE MOLENBEEK HOF TER BOLLEN PUURS STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE STRUISBEEK KLEINE DOORNSTRAAT ANTWERPEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE STRUISBEEK KLEINE DOORNSTRAAT ANTWERPEN Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEINE STRUISBEEK KLEINE DOORNSTRAAT ANTWERPEN STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Overstromingsrisicobeheerplannen in Vlaanderen

Overstromingsrisicobeheerplannen in Vlaanderen departement Mobiliteit en Openbare Werken Overstromingsrisicobeheerplannen in Vlaanderen Rapport ORBP Leie, Bovenschelde, Gentse Kanalen, IJzer en Kanaal Charleroi 13_098 WL Rapporten Vlaamse overheid

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 53907 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2010 2874 VLAAMSE OVERHEID 16 JULI 2010.

Nadere informatie

Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen

Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Hydraulische randvoorwaarden voor categorie c-keringen Achtergrondrapport Vollenhove-Noordoostpolder (dijkring 7) en Vollenhove-Friesland/Groningen (dijkring

Nadere informatie

De strijd tegen de overstromingen in Ronse

De strijd tegen de overstromingen in Ronse 1 De strijd tegen de overstromingen in Ronse ir Annie Vanslambrouck Grontmij Belgium STAR-FLOOD, 26 maart 2015 1 Inhoud 2 Waarom is Ronse gevoelig voor overstromingen? Hoe werd het probleem aangepakt (studie)?

Nadere informatie

Gedachtenwisseling Wateroverlast januari Philippe D Hondt administrateur-generaal VMM

Gedachtenwisseling Wateroverlast januari Philippe D Hondt administrateur-generaal VMM Gedachtenwisseling Wateroverlast 15-17 januari 2016 Philippe D Hondt administrateur-generaal VMM Inhoud 1. Hydrologische analyse 2. Terrein analyse + acties 3. Maatregelen 4. Verdere opvolging 5. Conclusies

Nadere informatie

Zonnebeke Hoogwater eind juli 2014 Kartering wateroverlast

Zonnebeke Hoogwater eind juli 2014 Kartering wateroverlast Zonnebeke Hoogwater eind juli 2014 Kartering wateroverlast Terreinbezoek 12 augustus 2014: Planningsverantwoordelijken IJzerbekken, Lorens Coorevits en Lies Verstraete Provincie West-Vlaanderen dienst

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RONSE DEURNEMEERS (SG_R3_BOS_09) RONSE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RONSE DEURNEMEERS (SG_R3_BOS_09) RONSE Ontwerp startbeslissing signaalgebied RONSE DEURNEMEERS (SG_R3_BOS_09) RONSE STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied VONDERSBROEK NEERPELT, OVERPELT

Ontwerp startbeslissing signaalgebied VONDERSBROEK NEERPELT, OVERPELT Ontwerp startbeslissing signaalgebied VONDERSBROEK NEERPELT, OVERPELT STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied Valier VALIER LIEDEKERKE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied Valier VALIER LIEDEKERKE Ontwerp startbeslissing signaalgebied VALIER LIEDEKERKE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing over de vervolgstappen

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEIN ANTWERPEN LEBBEKE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEIN ANTWERPEN LEBBEKE Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLEIN ANTWERPEN LEBBEKE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEWEIDE BOLDERBERG (SG_R3_DEM_10) HEUSDEN-ZOLDER (+ HASSELT)

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEWEIDE BOLDERBERG (SG_R3_DEM_10) HEUSDEN-ZOLDER (+ HASSELT) Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEWEIDE BOLDERBERG (SG_R3_DEM_10) HEUSDEN-ZOLDER (+ HASSELT) STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied MEERSEN-NOORD (SG_R3_BES_03) BEVEREN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied MEERSEN-NOORD (SG_R3_BES_03) BEVEREN Ontwerp startbeslissing signaalgebied MEERSEN-NOORD (SG_R3_BES_03) BEVEREN STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

Europese richtlijn overstromingsrisico s (ROR) Overstromingsrisico s in plannen en op de kaart

Europese richtlijn overstromingsrisico s (ROR) Overstromingsrisico s in plannen en op de kaart Europese richtlijn overstromingsrisico s (ROR) Overstromingsrisico s in plannen en op de kaart Europese richtlijn overstromingsrisico s Overstromingsrisico s in plannen en op de kaart Richtlijn overstromingsrisico

Nadere informatie

Uw gemeente in cijfers: Wortegem-Petegem

Uw gemeente in cijfers: Wortegem-Petegem Inleiding Wortegem-Petegem : Wortegem-Petegem is een gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen en maakt deel uit van het Vlaams Gewest. Buurgemeentes zijn Anzegem, Avelgem, Kluisbergen, Kruishoutem, Oudenaarde

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 november 2006 (OR. en) 12131/6/06 REV 6 ADD 1. Interinstitutioneel Dossier: 2006/0005 (COD) ENV 429 CODEC 826

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 23 november 2006 (OR. en) 12131/6/06 REV 6 ADD 1. Interinstitutioneel Dossier: 2006/0005 (COD) ENV 429 CODEC 826 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 23 november 2006 (OR. en) Interinstitutioneel Dossier: 2006/0005 (COD) 12131/6/06 REV 6 ADD 1 ENV 429 CODEC 826 MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk standpunt

Nadere informatie

De Kaartse Beek een nieuwe visie i.f.v. integraal waterbeheer

De Kaartse Beek een nieuwe visie i.f.v. integraal waterbeheer De Kaartse Beek een nieuwe visie i.f.v. integraal waterbeheer 13/01/2015 1-13/01/2015 Inhoud Aanleiding en kader van het project Kaartse Beek Doel Historiek van het dossier Drie mogelijke scenario s Bijkomend

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied PARK HEIN DEPREZ (SG_R3_GKA_15)

Ontwerp startbeslissing signaalgebied PARK HEIN DEPREZ (SG_R3_GKA_15) Ontwerp startbeslissing signaalgebied PARK HEIN DEPREZ (SG_R3_GKA_15) SINT-NIKLAAS STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Uw gemeente in cijfers: Harelbeke

Uw gemeente in cijfers: Harelbeke Inleiding Harelbeke : Harelbeke is een gemeente in de provincie West-Vlaanderen en maakt deel uit van het Vlaams Gewest. Buurgemeentes zijn Deerlijk, Ingelmunster, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Oostrozebeke,

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RASHOEVE HEIST-OP-DEN-BERG

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RASHOEVE HEIST-OP-DEN-BERG Ontwerp startbeslissing signaalgebied RASHOEVE HEIST-OP-DEN-BERG STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door Vlaamse Regering dd 14/1/2014 LEESWIJZER Op 24 januari 2014 nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

PARAATHEID ORBP- infomoment Meerlaagse Waterveiligheid

PARAATHEID ORBP- infomoment Meerlaagse Waterveiligheid 17 juni 2013 PARAATHEID ORBP- infomoment Meerlaagse Waterveiligheid Inhoud Situering Noodplannen Inzet hulpdiensten Coördinatie Zelfredzaamheid Wateroverlast november 2010 Overstromingsdreiging Ranst (27-31/12/2012)

Nadere informatie

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE A ONDERWERP Aangepaste leggerwijziging Tradeportsloot DATUM 14-4-2016 PROJECTNUMMER C01031.000363.0900 ONZE REFERENTIE 078903199 A VAN Joost Veltmaat AAN Waterschap Peel en Maasvallei Inleiding Klaver 6a

Nadere informatie

Van visie naar uitvoering

Van visie naar uitvoering Van visie naar uitvoering in beekvalleien, Deinze 24 juni 2016 Isabelle Putseys, Stefaan Verreu Gebiedsvisies: van visie naar uitvoering Gebiedsvisies: van visie naar uitvoering Beekvalleien maken deel

Nadere informatie

TOESTAND VAN HET WATERSYSTEEM AUGUSTUS 2016

TOESTAND VAN HET WATERSYSTEEM AUGUSTUS 2016 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// TOESTAND VAN HET WATERSYSTEEM AUGUSTUS 2016 //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Effect van klimaatwijziging op de afvoerdebieten in hoog- en laag watersituaties en op de globale waterbeschikbaarheid. Thomas Vansteenkiste

Effect van klimaatwijziging op de afvoerdebieten in hoog- en laag watersituaties en op de globale waterbeschikbaarheid. Thomas Vansteenkiste Effect van klimaatwijziging op de afvoerdebieten in hoog- en laag watersituaties en op de globale waterbeschikbaarheid Thomas Vansteenkiste Methodologie NEERSLAG/ EVAPORATIE HYDROLOGISCH MODEL STROOM-

Nadere informatie

Integrale beekherstelprojecten in Vlaanderen. Kansen voor realisatie doelstellingen KRLW én Habitatrichtlijn?

Integrale beekherstelprojecten in Vlaanderen. Kansen voor realisatie doelstellingen KRLW én Habitatrichtlijn? Integrale beekherstelprojecten in Vlaanderen Kansen voor realisatie doelstellingen KRLW én Habitatrichtlijn? Beekherstelproject Marke Rechtgetrokken, verbrede en gestuwde waterloop Problemen wateroverlast

Nadere informatie

Hoe brongerichte maatregelen overstromingen vanuit rioleringen en rivieren kunnen verminderen : Case study Turnhout

Hoe brongerichte maatregelen overstromingen vanuit rioleringen en rivieren kunnen verminderen : Case study Turnhout Hoe brongerichte maatregelen overstromingen vanuit rioleringen en rivieren kunnen verminderen : Case study Turnhout prof. dr. ir. Patrick Willems Afdeling Hydraulica, KU Leuven Gevalstudie: Stad Turnhout

Nadere informatie

Infovergadering herinrichting Hessepoelbeek en Wouwendonkesbeek

Infovergadering herinrichting Hessepoelbeek en Wouwendonkesbeek Infovergadering herinrichting Hessepoelbeek en Wouwendonkesbeek Didier Soens, directeur Rudi Vasseur, projectingenieur Dienst Integraal Waterbeleid 1 Inleiding Situering Hessepoelbeek/Wouwendonksebeek

Nadere informatie

Het verbeteren van de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen op basis van rivierecosysteemontwikkeling en biodiversiteit

Het verbeteren van de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen op basis van rivierecosysteemontwikkeling en biodiversiteit ScaldWIN WP1 1 ScaldWIN - WP1 Doelstelling : Het verbeteren van de ecologische toestand van de oppervlaktewaterlichamen op basis van rivierecosysteemontwikkeling en biodiversiteit 2 ScaldWIN - WP1 WP1

Nadere informatie

EEN DIJK VAN EEN PLAN. Wim Dauwe

EEN DIJK VAN EEN PLAN. Wim Dauwe EEN DIJK VAN EEN PLAN Wim Dauwe 25-02-2016 De evolutie van het Sigmaplan Waarom het Sigmaplan? Het Sigmaplan in 1977 Actualisatie is noodzakelijk Het geactualiseerde Sigmaplan De evolutie van het Sigmaplan

Nadere informatie

Uw gemeente in cijfers: Kuurne

Uw gemeente in cijfers: Kuurne Inleiding Kuurne : Kuurne is een gemeente in de provincie West-Vlaanderen en maakt deel uit van het Vlaams Gewest. Buurgemeentes zijn Harelbeke, Kortrijk en Lendelede. Kuurne heeft een oppervlakte van

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLUISBERGEN MOLENBEEK WUG (SG_R3_BOS_02) KLUISBERGEN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLUISBERGEN MOLENBEEK WUG (SG_R3_BOS_02) KLUISBERGEN Ontwerp startbeslissing signaalgebied KLUISBERGEN MOLENBEEK WUG (SG_R3_BOS_02) KLUISBERGEN STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een

Nadere informatie

Advies Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet integraal waterbeleid met het oog op de omzetting van de Europese overstromingsrichtlijn

Advies Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet integraal waterbeleid met het oog op de omzetting van de Europese overstromingsrichtlijn Advies Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet integraal waterbeleid met het oog op de omzetting van de Europese overstromingsrichtlijn Minaraad, 28 januari 2010 SERV, 29 januari 2010 Contactpersoon

Nadere informatie

Zeeschelde - Scheldemeander Gent-Wetteren

Zeeschelde - Scheldemeander Gent-Wetteren Zeeschelde - Scheldemeander Gent-Wetteren Jenny Walrygesprek - Overleg Buren van de Abdij 11 september 2015 Wim Dauwe, Michaël De Beukelaer-Dossche Overleg Buren van de Abdij Inhoud presentatie Historiek

Nadere informatie

Beslissing over het verzoek tot ontheffing van de project-mer-plicht. Duurzaam Beheerplan Boven-Zeeschelde

Beslissing over het verzoek tot ontheffing van de project-mer-plicht. Duurzaam Beheerplan Boven-Zeeschelde Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Mer Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 BRUSSEL Tel: 02/553.80.79 e-mail: mer@vlaanderen.be

Nadere informatie

Optimalisatie Wachtbekken Webbekom

Optimalisatie Wachtbekken Webbekom Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Dienst Mer Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Project-MER-Verslag

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied UNIVERSITEIT ANTWERPEN (SG_R3_BES_20) ANTWERPEN, EDEGEM

Ontwerp startbeslissing signaalgebied UNIVERSITEIT ANTWERPEN (SG_R3_BES_20) ANTWERPEN, EDEGEM Ontwerp startbeslissing signaalgebied UNIVERSITEIT ANTWERPEN (SG_R3_BES_20) ANTWERPEN, EDEGEM STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Daarnaast is op p. 18 de geluidslijn m.b.t. de boegkavel niet juist weergegeven.

Daarnaast is op p. 18 de geluidslijn m.b.t. de boegkavel niet juist weergegeven. 1 Reclamant 1 Gedateerd 19-01-2013 Ontvangen 22-01-2013 1. Aangegeven wordt het niet eens te zijn met de manier waarop de boegkavel en Brouwhuisse Heide is weergegeven op p. 11 van de toelichting van het

Nadere informatie

Interpretatie Gevoeligheidskaart voor grondverschuivingen. bij de interpretatie van de GEVOELIGHEIDSKAART VOOR GRONDVERSCHUIVINGEN

Interpretatie Gevoeligheidskaart voor grondverschuivingen. bij de interpretatie van de GEVOELIGHEIDSKAART VOOR GRONDVERSCHUIVINGEN TOELICHTING bij de interpretatie van de GEVOELIGHEIDSKAART VOOR GRONDVERSCHUIVINGEN 1 Inleiding Grondverschuivingen komen typisch voor op steile hellingen in combinatie met een specifieke geologische lagenopbouw

Nadere informatie

Tracébesluit SAA Aanvullende beschouwing Externe veiligheid

Tracébesluit SAA Aanvullende beschouwing Externe veiligheid Notitie Datum 30 mei 2012 Kenmerk N001-1207995RTG-pws-V02-NL Tracébesluit SAA Aanvullende beschouwing Externe veiligheid 1 Inleiding Het Tracébesluit Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2011) heeft

Nadere informatie

Voorbeelden van brongerichte aanpak op planniveau en wijkniveau. Dominique Van Erdeghem Namens ORI, Organisatie voor Advies- en Ingenieursbureaus

Voorbeelden van brongerichte aanpak op planniveau en wijkniveau. Dominique Van Erdeghem Namens ORI, Organisatie voor Advies- en Ingenieursbureaus Voorbeelden van brongerichte aanpak op planniveau en wijkniveau Dominique Van Erdeghem Namens ORI, Organisatie voor Advies- en Ingenieursbureaus Voorbeelden brongerichte aanpak Inhoud Praktijkvoorbeelden

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LANGENDONK KAMPENHOUT

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LANGENDONK KAMPENHOUT Ontwerp startbeslissing signaalgebied LANGENDONK KAMPENHOUT STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan

Nadere informatie

Financiële baten van windenergie

Financiële baten van windenergie Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen

Nadere informatie

Bijlage 2a. Advies m.e.r.-plicht

Bijlage 2a. Advies m.e.r.-plicht Bijlage 2a Advies m.e.r.-plicht Notitie Contactpersoon Rob Evelein Datum 27 november 2012 Kenmerk N001-4793200REV-evp-V03-NL Advies m.e.r.-plicht bestemmingsplan glastuinbouwgebied Oostland-Pijnacker

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project:

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project: Vlaamse Overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing tot het opstellen van een

Nadere informatie

Methodologische fiche

Methodologische fiche Methodologische fiche KAART : OVERSTROMINGSRISICO THEME : WATER 1 INLEIDING Overstromingen kunnen mogelijke risico s voor de voorzieningen en/of personen in het overstroomde gebied voortbrengen. Deze overstromingsrisico

Nadere informatie

Meetstrategie en methodiek macrofyten 1 METHODIEK

Meetstrategie en methodiek macrofyten 1 METHODIEK ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Meetstrategie en methodiek macrofyten //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Urbanisatie en klimaatverandering: zowel meer droogte als meer overstromingen in Vlaanderen

Urbanisatie en klimaatverandering: zowel meer droogte als meer overstromingen in Vlaanderen Urbanisatie en klimaatverandering: zowel meer droogte als meer overstromingen in Vlaanderen prof. dr. ir. Patrick Willems KU Leuven Departement Burgerlijke Bouwkunde Afdeling Hydraulica Kasteelpark Arenberg

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied GRANINGATEVLIET MIDDELKERKE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied GRANINGATEVLIET MIDDELKERKE Ontwerp startbeslissing signaalgebied GRANINGATEVLIET MIDDELKERKE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling

Nadere informatie

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Definitief Gemeente Kampen Grontmij Nederland bv Zwolle, 29 november 2005 @ Grontmij 11/99014943, rev. d1 Verantwoording Titel : Bergingsberekeningen

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie L 288/27 RICHTLIJNEN

Publicatieblad van de Europese Unie L 288/27 RICHTLIJNEN 6.11.2007 Publicatieblad van de Europese Unie L 288/27 RICHTLIJNEN RICHTLIJN 2007/60/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico s (Voor

Nadere informatie

2.4 Transport. Figuur 21 : Dichtheid van de drie types vee op het niveau van de clusters

2.4 Transport. Figuur 21 : Dichtheid van de drie types vee op het niveau van de clusters IV. Beschrijving van de drijvende krachten en Analyse van druk en impact Figuur 21 : Dichtheid van de drie types vee op het niveau van de clusters 15 100 Aantal per ha BLO (runderen en varkens) 12 9 6

Nadere informatie

MER WoL Noord-Holland Nadere toelichting effecten geluid

MER WoL Noord-Holland Nadere toelichting effecten geluid MER WoL Noord-Holland Nadere toelichting effecten geluid projectnr. 268346 versie 1,0 30 oktober 2014 Opdrachtgever Provincie Noord-Holland Postbus 3007 2001 DA HAARLEM datum vrijgave beschrijving versie

Nadere informatie

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering BIODIVERSITEIT RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering DUURZAME ONTWIKKELING INTEGRAAL WATERBEHEER BIODIVERSITEIT Wat? Belang?

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied VRASENE-ZUID (SG_R3_BES_01) BEVEREN

Ontwerp startbeslissing signaalgebied VRASENE-ZUID (SG_R3_BES_01) BEVEREN Ontwerp startbeslissing signaalgebied VRASENE-ZUID (SG_R3_BES_01) BEVEREN STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

Afwateringsstudie van de A2 autosnelweg

Afwateringsstudie van de A2 autosnelweg 1 Afwateringsstudie van de A2 autosnelweg dr. ir. Guido Vaes, prof. Jean Berlamont Laboratorium voor Hydraulica, K.U.Leuven Situering Bij recente overstromingen, onder andere van de Motte te Rillaar, werd

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied CLEYDAEL-KERKENEINDE (SG_R3_BES_21) AARTSELAAR, HEMIKSEM

Ontwerp startbeslissing signaalgebied CLEYDAEL-KERKENEINDE (SG_R3_BES_21) AARTSELAAR, HEMIKSEM Ontwerp startbeslissing signaalgebied CLEYDAEL-KERKENEINDE (SG_R3_BES_21) AARTSELAAR, HEMIKSEM STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Code goede natuurpraktijk

Code goede natuurpraktijk Code goede natuurpraktijk Praktijkvoorbeelden waterlopenbeheer Ronny De Keer Maarten Goegebeur Inhoud CGNP en beheer van waterlopen Planmatige aanpak onderhoud 2 praktijkvoorbeelden Zwalm Rivierbeek Besluit

Nadere informatie

Onderwerp: Voorlopig Advies over de overvloedige neerslag op 23 juli 2016 in de streek tussen Tienen en Beringen-Tessenderlo.

Onderwerp: Voorlopig Advies over de overvloedige neerslag op 23 juli 2016 in de streek tussen Tienen en Beringen-Tessenderlo. Wetenschappelijke Dienst meteorologische en klimatologische Inlichtingen Ringlaan, 3 1180 Brussel Tel.: +32 (0)2 373 0520 Fax : +32 (0)2 373 0528 Departement Kanselarij en Bestuur Vlaams Rampenfonds Mr.

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied WINKELVELD II (SG_R3_BES_27) PUURS

Ontwerp startbeslissing signaalgebied WINKELVELD II (SG_R3_BES_27) PUURS Ontwerp startbeslissing signaalgebied WINKELVELD II (SG_R3_BES_27) PUURS STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

Historisch gegroeid bedrijf De Kaasboerin in Mol

Historisch gegroeid bedrijf De Kaasboerin in Mol gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf De Kaasboerin in Mol Bijlage II: Stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf De

Nadere informatie

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten MEMO datum 18-3-211 van Ir Yves Plancke yves.plancke@mow.vlaanderen.be Ir. Marco Schrijver marco.schrijver@rws.nl titel Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Nadere informatie

Bouwen in overstromingsgebieden

Bouwen in overstromingsgebieden Bouwen in overstromingsgebieden Wim Verhaegen- adjunct van de directeur Dienst Lokaal Waterbeheer- Team Watertoets www.watertoets.be De watertoets als instrument in het IWB juridisch kader Decreet Integraal

Nadere informatie

LUCHTKWALITEITSONDERZOEK ONTWIKKELING LOCATIE AALVANGER EN UITBREIDING GEMEENTEHUIS TE HASSELT GEMEENTE ZWARTEWATERLAND. Auteurs : mro b.v.

LUCHTKWALITEITSONDERZOEK ONTWIKKELING LOCATIE AALVANGER EN UITBREIDING GEMEENTEHUIS TE HASSELT GEMEENTE ZWARTEWATERLAND. Auteurs : mro b.v. LUCHTKWALITEITSONDERZOEK ONTWIKKELING LOCATIE AALVANGER EN UITBREIDING GEMEENTEHUIS TE HASSELT GEMEENTE ZWARTEWATERLAND Auteurs : mro b.v. Opdrachtnummer : 023.14 Datum : november 2007 Versie : 1 2 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie Postbus 299-4600 AG Bergen op Zoom + 31 (0)164 212 800 nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu Rapport Vlaams

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied BINNENHEIDE (SG_R3_NET_30) HERENTHOUT

Ontwerp startbeslissing signaalgebied BINNENHEIDE (SG_R3_NET_30) HERENTHOUT Ontwerp startbeslissing signaalgebied BINNENHEIDE (SG_R3_NET_30) HERENTHOUT STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing over

Nadere informatie

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT vzw Een onafhankelijke organisatie gedragen door vrijwilligers grootste natuurbeschermingsorganisate in Vlaanderen eind 2001 opgericht

Nadere informatie

Uw gemeente in cijfers: Zwalm

Uw gemeente in cijfers: Zwalm Inleiding Zwalm : Zwalm is een gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen en maakt deel uit van het Vlaams Gewest. Buurgemeentes zijn Brakel, Gavere, Horebeke, Oudenaarde, Zingem en Zottegem. Zwalm heeft

Nadere informatie

Visbestandopnames op de Zwalm en zijbeken 2012-Bemonsteringsverslag

Visbestandopnames op de Zwalm en zijbeken 2012-Bemonsteringsverslag Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek-Duboislaan 14 B-1560 Groenendaal- Visbestandopnames op de Zwalm en zijbeken 2012- De Zwalm Gerlinde Van Thuyne en Isabel Lambeens INBO.IR.2013.19 De Zwalm en zijbeken

Nadere informatie

Figuur 1: Variant Centrumgebied

Figuur 1: Variant Centrumgebied Voor het in gang zetten van het proces dat moet leiden tot verplaatsing van het Haarhuus naar het sociale centrum in de kern Westerhaar-Vriezenveensewijk moet een afweging gemaakt worden over een aantal

Nadere informatie

Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Bindend gedeelte Zwalm April 2012

Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Bindend gedeelte Zwalm April 2012 Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Bindend gedeelte Zwalm April 2012 Studiebureau Adoplan Ruimtelijke Planning en Stedenbouw Milieu en Mobiliteit Opdrachtgever: Gemeentebestuur Zwalm Zuidlaan 36 9630

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LONDERZEEL-BURCHT (SG_R3_BES_30) LONDERZEEL

Ontwerp startbeslissing signaalgebied LONDERZEEL-BURCHT (SG_R3_BES_30) LONDERZEEL Ontwerp startbeslissing signaalgebied LONDERZEEL-BURCT (SG_R3_BES_30) LONDERZEEL STATUS/VERSIE: goedgekeurd door CIW op 22/06/2016 LEESWIJZER Op [nog voor te leggen] nam de Vlaamse Regering een beslissing

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

Watermanagement in een veranderend klimaat

Watermanagement in een veranderend klimaat Watermanagement in een veranderend klimaat Het Twentse waterschap Regge en Dinkel zoekt naar een oplossing om het door de klimaatverandering verwachte extra regenwater zonder overlast te verwerken. Naar

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie

Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie Critical Chain Project Management (CCPM) Een korte introductie Inleiding Critical Chain Project Management is een methode om projecten te plannen en bewaken en is afgeleid van de management theorie Theory

Nadere informatie

Invloed van menselijke ingrepen en klimaatsverandering op de evolutie van zoet-zoutwaterverdeling in het Vlaamse kustgebied

Invloed van menselijke ingrepen en klimaatsverandering op de evolutie van zoet-zoutwaterverdeling in het Vlaamse kustgebied Invloed van menselijke ingrepen en klimaatsverandering op de evolutie van zoet-zoutwaterverdeling in het Vlaamse kustgebied Luc Lebbe Onderzoeksgroep Grondwatermodellering Vakgebied Geologie en Bodemkunde

Nadere informatie

Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen...

Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen... BIJLAGE F Afleiding biologische doelen voor vrijwel ongestoorde, sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen....................................................................... De milieudoelstellingen

Nadere informatie

RUP SION. Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan. bijlage 5: aanvullende watertoets. stad Lier. 04 mei 2011

RUP SION. Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan. bijlage 5: aanvullende watertoets. stad Lier. 04 mei 2011 RUP SION bijlage 5: aanvullende watertoets Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan stad Lier 04 mei 2011 RUP SION LIER BIJLAGE 5 aanvullende watertoets dd. 04.05.2011 PAGINA 2 / 10 Inhoud 1. Inleiding

Nadere informatie

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve

Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Waterhuishouding en riolering Groot Zonnehoeve Inleiding Dit document is opgesteld als vervolg en update van de analyse van de waterhuishouding, opgesteld in januari 2008. Toen is geconstateerd dat de

Nadere informatie

RBOI - Rotterdam/Middelburg bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel

RBOI - Rotterdam/Middelburg bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel RBOI - /Middelburg bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook

Nadere informatie

Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen

Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen Bijlage 14-1: Stedelijke wateropgave Kern Emmen Situatie Kern Emmen Kern Emmen omvat het centrumgebied van Emmen en de wijken Emmermeer, Hoge Loo en Spoorzijde. Het bestaat overwegend uit dicht bebouwd

Nadere informatie

1.1 Externe veiligheid Beoordelingskader

1.1 Externe veiligheid Beoordelingskader 1.1 Externe veiligheid 1.1.1 Beoordelingskader Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico s voor de omgeving bij het gebruik, de productie, opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De

Nadere informatie

PlanMer Regenboogstadion Waregem Situering plangebied op macroschaal Legende

PlanMer Regenboogstadion Waregem Situering plangebied op macroschaal Legende plangebied Vijfseweg Noorderlaan Noorderlaan Oosterlaan Oosterlaan Noorderlaan Kruishoutemsew Westerlaan Zuiderlaan Expresweg Jozef Duthoystraat Westerlaan Stormestraat Meersstraat Zuiderlaan Zuiderlaan

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RECREATIEGEBIED NEERHOEVE (POORTVELDE) PUTTE

Ontwerp startbeslissing signaalgebied RECREATIEGEBIED NEERHOEVE (POORTVELDE) PUTTE Ontwerp startbeslissing signaalgebied RECREATIEGEBIED NEERHOEVE (POORTVELDE) PUTTE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied

Nadere informatie

1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord. 7 - Gieterveen zuid 8 - N33 9 - Annerveensekanaal

1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord. 7 - Gieterveen zuid 8 - N33 9 - Annerveensekanaal Windenergie Drenthe 53 1 - Drentse Mondenweg 2 - Nieuw Buinen Zuid 3 - Nieuw Buinen Noord 4 - N374 Stadskanaal Noord 5 - N374 Stadskanaal zuid 6 - Stadskanaal west 7 - Gieterveen zuid 8 - N33 9 - Annerveensekanaal

Nadere informatie