Beleggers, Informatie en Media

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beleggers, Informatie en Media"

Transcriptie

1 Beleggers, Informatie en Media Waardering van beleggingsrelevante informatie in relatie tot mediakanalen en beleggers karakteristieken Reinier Schoone Universiteit van Amsterdam Information Studies

2 Voorwoord Naar aanleiding van mijn afstudeeronderzoek voor de Master-opleiding Informatiekunde aan de Universiteit van Amsterdam heb ik, mede op basis van mijn interesse voor beleggingsgerelateerde onderwerpen, gekozen om een onderzoek uit te voeren naar de waardering van beleggingsrelevante informatievormen en mediakanalen door beleggers. In de eerste plaats wil ik Ard Huizing bedanken voor de begeleiding die ik heb ontvangen bij mijn thesis, met name voor het geven van ondersteuning bij de structurele en theoretische invulling van het verslag. Daarnaast gaat mijn dank uit naar Maarten van Someren waar ik terecht kon voor statistiekgerelateerde vragen. Naast de begeleiding vanuit de universiteit, wil ik mijn dank uiten aan Pieter Kort en Michiel Pekelharing van de IEX beleggingsgemeenschap voor het mogelijk maken van het uitzetten van dit onderzoek via de fora van de IEX website. Niet in de laatste plaats gaat mijn dank uit naar alle benaderde beleggers die de moeite hebben genomen om aan dit onderzoek mee te werken door de enquête in te vullen. Reinier Schoone -2-

3 Inhoudsopgave Samenvatting... 4 Inleiding Beschrijving theorie De betekenis van informatie De beurs en informatie Informatie en mediakanalen Visie en doelstelling Vraagstelling en hypothesen Operationalisatie onderzoek Het onderzoeksmodel Selectie informatievormen Selectie mediakanalen Selectie beleggerkarakteristieken Onderzoeksmethode Resultaten resultaten karakteristieken resultaten voorkeur informatievorm resultaten voorkeur mediakanalen verband informatievorm en mediakanalen Correlatieanalyse variabelen Literatuur reflectie en conclusie vervolgonderzoek literatuurlijst Bijlage I Voorbeelden van informatie Bijlage II Enquête van het onderzoek Bijlage III Uitvoer bivariate pierson correlatieanalyse

4 Samenvatting In dit verslag wordt onderzoek verricht naar de waardering van beleggingsrelevante informatie en mediavoorkeur door beleggers. Het centrale probleem in dit onderzoek is dat er op dit moment geen duidelijke relatie beschreven is tussen voorkeur voor beleggingsrelevante informatie en gebruik van mediakanalen voor de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Hierdoor kan er onzekerheid bestaan over de effectiviteit van de toepasbare mediakanalen die voor ontsluiting gebruikt kunnen worden. Vooral onderzoek naar nieuwe mediakanalen, zoals internet en , die vanaf midden jaren 90 voor een doorbraak zorgde in de ontsluiting van informatie, is op dit gebied beperkt. De vraagstelling die voor het behandelen van het centrale probleem is gekozen, luidt: Hoe waarderen beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen beleggingsrelevante informatie, het mediakanaal dat voor deze informatie in het communicatieproces wordt gebruikt en de relatie tussen het mediakanaal en informatievorm? En zijn de karakteristieken van de belegger van invloed op hun waardering? Het onderzoek is opgebouwd uit een theoretisch kader, waarbinnen diverse relevante zienswijzen met betrekking tot informatie en mediatheorie omtrent dit onderwerp besproken worden. Na het theoretisch gedeelte vind in het tweede hoofdstuk de selectie plaats van informatievormen en mediakanalen waarvan de waardering wordt getoetst via een enquête die uitgezet is onder de bezoekers van diverse fora op een beleggingsgemeenschap 1. Daarnaast worden de karakteristieken van de belegger geselecteerd op basis waarvan onderscheid in de waardering onderzocht wordt. Op basis van de resultaten is naar voren gekomen dat er een voorkeur is voor het gebruik van fundamentele informatie in het beslissingsproces van een belegger die gebruik maakt van interactieve beleggingsgemeenschappen. deze waardering is bovengemiddeld en wordt hoger gewaardeerd als de overige drie informatievormen (koerstechnische informatie, macro-economische informatie en overige indices). Met betrekking tot de waardering van mediakanalen is er een voorkeur voor het gebruik van interactieve beleggingsgemeenschappen op internet en internet exclusief deze gemeenschappen bij de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Uit de resultaten waarbij onderzocht werd of er voor de afzonderlijke informatievormen een kanaalvoorkeur bestaat, kwam naar voren dat er een voorkeur onder beleggers bestaat voor het gebruik interactieve beleggingsgemeenschappen en internet uitgezonderd deze gemeenschappen bij het benaderen van zowel fundamentele informatie, koerstechnische informatie, macro-economische informatie en overige indices. Daarnaast blijkt dat gedrukte media en televisie als kanaal een aanmerkelijk hogere waardering laten zien voor de ontsluiting van macro-economische informatie en overige indices, in vergelijking met fundamentele en koerstechnische informatie. Door het uitvoeren van een correlatieanalyse is bepaald of er een verband aanwezig is tussen de karakteristieken van de belegger en de waardering voor informatievorm en mediakanaal. Uit de analyse komt naar voren dat er een zwak positief verband bestaat tussen de beleggingshorizon van beleggers en de voorkeur voor het gebruik van als mediakanaal. Daarnaast is er een zwak negatief verband gevonden tussen de beleggingshorizon van beleggers en de voorkeur voor koerstechnische

5 informatie, het opleidingsniveau van beleggers en de voorkeur voor televisie als mediakanaal en de leeftijd van beleggers en de voorkeur voor telefonie als mediakanaal. Op basis van de resultaten lijkt het erop dat: hoe specifieker de informatie op een bepaald aandeel/onderwerp gericht is, hoe meer de voorkeur bestaat voor een medium dat discussie en verdieping mogelijk maakt. Dit is echter niet aangetoond. De onderzoeksresultaten laten een duidelijke voorkeur onder de respondenten zien voor het gebruik van interactieve beleggingsgemeenschappen en internet in het algemeen bij de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Dit is voor de groep ondervraagden te verklaren doordat ze ook via een dergelijke gemeenschap uitgenodigd zijn om te participeren in het onderzoek. Omdat de oorspronkelijke doelstelling waarbij getracht werd om een zeer diverse onderzoeksgroep te verkrijgen niet gelukt is, kan men een soortgelijk onderzoek uitvoeren onder een groep respondenten die niet via één medium geworven zijn. Hierdoor ontstaat er een duidelijker beeld, wat mogelijk een betere representativiteit oplevert voor de gehele populatie van beleggers. -5-

6 Inleiding Informatie speelt in de financiële wereld een grote rol. Op de beursvloer kan informatie zowel positief als negatief de toekomst van een aandeel bepalen. De informatie hoeft niet per definitie feitelijk juist te zijn, een gerucht kan al genoeg zijn om de verwachtingswaarde van beleggers ten aanzien van een aandeel dusdanig te herzien dat de koers van het aandeel hier direct op zal reageren (Oberlechner, 2003; Peterson, 2002; Bommel, 2003). Verschillende mediakanalen zijn voorhanden om beleggingsrelevante informatie te verkrijgen. De mediakanalen spelen een rol in het ontsluiten van de informatie die voor het beslissingsproces van een belegger relevant is. Maar wanneer is dit relevant? Heeft de waardering van informatie te maken met het mediakanaal dat de informatie ontsluit? Maakt het verschil of bepaalde informatie afkomstig is van internetfora of uit een landelijk dagblad? Het centrale probleem in dit onderzoek is dat er op dit moment geen duidelijke relatie beschreven is tussen voorkeur voor beleggingsrelevante informatie en gebruik van mediakanalen voor de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Hierdoor kan er onzekerheid bestaan over de effectiviteit van de toepasbare mediakanalen die voor ontsluiting gebruikt kunnen worden. Vooral onderzoek naar nieuwe mediakanalen, zoals internet en , die vanaf midden jaren 90 voor een doorbraak zorgde in de ontsluiting van informatie, is op dit gebied beperkt. Het gevolg van de introductie van nieuwe mediakanalen heeft echter een grote impact gehad op de manier waarop beleggers de voor hen relevante informatie benaderen en hier mee omgaan (Barber & Odean, 2001). Literatuur is wel voorhanden als het gaat om de bestudering van de afzonderlijke invalshoeken die relevant zijn voor het onderzoeken van het centrale probleem, namelijk: het financieel-economische onderzoeksgebied, de betekenis van informatie, mediakanalen en karakteristieken van de belegger. Deze zullen dan ook in de theoretische beschrijving terugkomen. De relevantie voor dit onderzoek is gebaseerd op drie relevantiegebieden: persoonlijke-, maatschappelijke- en wetenschappelijke relevantie. De persoonlijke relevantie komt voort uit mijn interesse in het vakgebied en de wens tot afronding van de Master-opleiding Informatiekunde. De maatschappelijke relevantie geldt voor de uit beleggers bestaande onderzoeksgroep en de aanbieders van beleggingsrelevante informatie. Door het onderzoek wordt getracht om beleggers inzicht te geven in de informatiewaardering van andere beleggers. Hierdoor kan men uiteindelijk beter beoordelen wat de impact zal zijn van de informatie die beschikbaar wordt gemaakt en kan men hier beter op anticiperen. Informatieverstrekkende instellingen kunnen de informatiewaardering van de beleggers gebruiken bij de keuze van de meest efficiënte communicatievorm. De wetenschappelijke relevantie is de bijdrage aan de economische discipline met betrekking tot het onderwerp van de informatie- en mediabeoordeling. Eigenlijk kan ook de samenkomst van meerdere disciplines (economie; beurshandel, psychologie/ sociale wetenschappen; menselijk handelen en keuzes maken en informatiekunde; informatietheorieën en achtergronden) gezien worden als relevant. Door het bevorderen van het verruimen van het gezichtsveld en hierbij disciplineoverschrijdend te werken is men instaat om nieuwe inzichten te verkrijgen en oude inzichten aan te scherpen/ te weerleggen. Een voorbeeld hiervan is het verschil in opvatting tussen klassieke economische theorieën en behavioral finance. -6-

7 1. Beschrijving theorie De beschrijving in dit hoofdstuk geeft een overzicht op welke wijze er naar informatie gekeken kan worden en beschrijft de literatuur betreffende financiële en mediatheorieën in relatie tot informatie. De literatuurbeschrijving van het economische onderzoeksgebied en de relevante theorie op het gebied van informatie en mediakanalen worden gebruikt om een selectie mogelijk te maken van de variabelen die in dit onderzoek gebruikt zullen worden. Op basis van de selectie van variabelen voor informatie, mediakanalen en beleggerkarakteristieken in hoofdstuk twee, worden de vraagstelling en hypothesen uitgewerkt die als leidraad gebruikt kunnen worden voor de uitvoer van het onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zullen in de analysefase gereflecteerd worden aan de beschreven theoretische zienswijzen. Hieruit zal blijken of de onderzoeksresultaten de bestaande theorieën onderbouwen of hiermee in conflict zijn. 1.1 De betekenis van informatie Om te bepalen op welke manier de belegger naar informatie kijkt, worden nu een aantal zienswijzen behandeld waarin de betekenis van informatie centraal staat. De verschillende zienswijzen zijn gebaseerd op het artikel Defining information van Sandra Braman (1989). Braman definieert in dit artikel vier verschillende zienswijzen die in hiërarchisch verband gezien kunnen worden. De zienswijzen zijn samengesteld op basis van literatuur afkomstig vanuit diverse vakgebieden (Braman, 1989). Als eerste kan informatie worden beschouwd als een resource. Deze zienswijze stelt dat informatie, de bron, de overbrengers en de gebruikers gezien kunnen worden als discrete, geïsoleerde entiteiten. Informatie bestaat in dit geval uit bepaalde stukjes die niet in relatie staan tot een bepaalde belichaming van kennis of informatiestroom waarin het eventueel georganiseerd zou kunnen zijn (Braman, 1989:236). Deze zienswijze legt meer nadruk op hoe mensen gebruik maken van informatie en zegt niets over de eventuele invloed van informatie op de samenleving. De resource benadering wordt ondermeer gebruikt in de informatietheorie van Shannon (1948). Het was Shannon die voor het eerst een mathematische definitie publiceerde voor het begrip informatie (Shannon, 1948). Zijn werk borduurde voort op eerdere publicaties van Harry Nyquist en Ralph Hartley. Shannon beschouwt informatie in verband met het communicatieproces. Hij stelt: het fundamentele probleem van communicatie is het exact of zo goed mogelijk reproduceren van een verzonden bericht. Shannon beschouwt communicatie als een stochastisch proces. De semantische betekenis van informatie speelt geen rol in zijn theorie. Een informatiebron, gemodelleerd als een stochastisch proces, genereert informatie, tekst, die verzonden moet worden door een kanaal, dat gedefinieerd is door een wiskundige relatie, die de overgangswaarschijnlijkheid vastlegt tussen het ingaand en uitgaanssignaal. De maat voor informatie-inhoud is gedefinieerd als het gemiddelde aantal enen en nullen dat nodig is om een bericht te versturen. In de tweede zienswijze wordt informatie gezien als handelswaar. Informatie is een soort basisgrondstof waarvan de economische waarde kan toenemen, afhankelijk van het proces dat de informatie ondergaat. In deze zienswijze wordt meegenomen dat informatie overgedragen kan worden tussen mensen en activiteiten (Braman, 1989:238). De benadering impliceert de aanwezigheid van kopers, verkopers en een markt waarop de -7-

8 informatie wordt aangeboden. In tegenstelling tot de afwezigheid van economische invloed in de resource benadering, heeft informatie in dit geval wel economische invloed. De benadering van informatie als handelswaar wordt ondermeer gebruikt door Shapiro & Varian (1999). Shapiro & Varian (1999) geven in hun boek Information Rules een uiteenzetting van wat informatie betekent in het licht van de bestaande economische wetten. In hun werk wordt ingegaan op het ontwikkelen van prijsbepalende strategieën die voor informatie toegepast kunnen worden, hoe informatie (gezien als product) in het productieproces ingepland kan worden, hoe omgegaan kan worden met het intellectueel eigendom van informatie, wat de strategische implicaties zijn van lock-in situaties en overstapkosten, hoe men de dynamiek van positieve feedback kan herkennen en exploiteren, hoe standaardisatie en compatibiliteit een rol speelt en hoe wetgeving invloed heeft op de strategie omtrent informatie in dit perspectief. Benoemd moet worden dat Shapiro & Varian informatie breed definiëren: Essentially, anything that can be digitized (encoded as a stream of bits) is information. For our purpose baseball scores, books, databases, magazines, movies, stocksquotes and webpages are all Information Goods (Shapiro & Varian, 1999:3). Door deze definitie is het mogelijk om hun werk ook deels in het licht van informatie als een resource te zien. Er bestaat in dat geval een verwantschap in zienswijze tussen Shannon (1948): het gemiddelde aantal enen en nullen dat nodig is om een bericht te versturen en Shapiro & Varian (1999): anything that can be digitized (encoded as a stream of bits). Een derde zienswijze met betrekking tot informatie is perceptie van een bepaald patroon, waarbij het concept informatie verbreed wordt door aan het begrip context toe te voegen. Informatie heeft binnen deze zienswijze een verleden en een toekomst die door motief en andere omgevingsfactoren medebepaald wordt (Braman, 1989:238). Het begrip informatie is in deze zienswijze dusdanig breed dat het toegepast kan worden op hogere sociale structuren. Braman gebruikt het voorbeeld van afname in onzekerheid in dit verband, maar enkel bij toepassing op één enkel specifiek vraagstuk. De vierde zienswijze die Braman aandraagt is informatie als vormende kracht in de samenleving. In dit geval heeft informatie een rol als vormer van context. Informatie is niet alleen meer iets wat door de omgeving beïnvloed wordt, maar is zelf nu een speler geworden die invloed uitoefent op andere elementen in de omgeving. Informatiedefinities die binnen deze zienswijze passen kunnen op alle denkbare fenomenen en processen waarin informatie voorkomt gebruikt worden en kunnen worden toegepast op sociale structuren, ongeacht de complexiteit hiervan. Informatie heeft binnen deze zienswijze een zeer krachtige uitwerking op de vorming van de sociale (en uiteindelijk de fysieke) werkelijkheid (Braman, 1989:214). Met name de derde benadering waarin informatie als perceptie van een bepaald patroon wordt omschreven lijkt bruikbaar voor dit onderzoek door informatie als invloed op kennis als uitgangspunt te nemen, waarbij het proces van informatietoevoeging en de mogelijke verandering in kennis omtrent het investeringsvraagstuk centraal staat. Door bepaalde informatie te benaderen tracht de belegger om zijn kennis die relevant is voor het investeringsvraagstuk ten goede te veranderen. Als het gevolg van deze verandering in zienswijze ten opzichte van het investeringsvraagstuk, bestaan er drie mogelijke veranderingen: positief, negatieve of neutraal. een positieve uitwerking kan leiden tot uitsluiting van niet relevante keuzeopties, het versterken van bepaalde keuzeopties en dus -8-

9 de afname van onzekerheid. Een negatieve uitwerking heeft extra onzekerheid toegevoegd aan het vraagstuk door toevoeging van eerder onbekende variabelen of sterkt conflicterende keuzeopties. Bij een neutrale uitkomst heeft de toegevoegde informatie geen effect op de bestaande zienswijze betreffende het investeringsvraagstuk. Om een beter beeld te krijgen van wat informatie eigenlijk betekent voor de beurshandel volgt nu een beschrijving van relevante theorie die beschrijft hoe de markt met informatie omgaat. 1.2 De beurs en informatie De theorie die tot op heden door vele economen wordt gezien als belangrijkste beschrijving van hoe de markt omgaat met informatie is de Efficiënte Markt Hypothese (verder EMH). De EMH is in de jaren 60 voor het eerst duidelijk beschreven door Eugene Fama. Fama (1965) stelde als uitgangspunt van deze neoklassieke financieringstheorie dat beleggers zich volkomen rationeel gedragen en dat de beleggingsmarkt perfect functioneert. In een dergelijke geïdealiseerde situatie zal de beleggingsmarkt tevens informatie-efficiënt zijn. Op een efficiënte markt zijn de koersen een waarheidsgetrouwe afspiegeling van alle informatie die voor de prijsvorming van belang kan zijn. Geen enkele belegger zal dan ook in staat zijn de markt te verslaan, dat wil zeggen; iedere belegging levert gemiddeld genomen uitsluitend het rendement dat behoort bij het risico van die belegging. Verwant aan de EMH en in lijn met het uitgangspunt van de efficiënte markt is het Capital Asset Pricing Model (verder CAPM). Het CAPM kwantificeert het verband tussen het risico en het verwachte rendement van een investering. Het CAPM stelt dat het verwachte rendement van een investering lineair afhangt van de covariantie (maat voor de spreiding van twee gekoppelde variabelen) van het rendement op de investering met het rendement op de marktportefeuille. Het CAPM leunt sterk op de Moderne Portefeuille Theorie, welke stelt dat een beleggingsportefeuille zo moet worden samengesteld dat een zo hoog mogelijk verwacht rendement ontstaat, bij een zo laag mogelijke verwachte afwijking van dat rendement. Zowel de EMH als het CAPM gaan uit van de rationaliteit van de belegger. Maar houden deze theorieën wel stand in de praktijk? Uitgaande van de EMH kunnen we dus stellen dat het geen zin heeft om gebruik te maken van diverse instrumenten die bedoeld zijn om verwachtingen rond aandelen te analyseren, zoals het gebruik van fundamentele en technische analyse. De praktijk wijst echter uit dat deze analysevormen niet-uitvlakbare technieken zijn die toegepast worden bij het nemen van beleggingsbeslissingen (Oberlechner, 2001). De EMH erkent het bestaan van anomalieën, maar bestaan er ook consistente patronen die conflicteren met de theorie? Uit de praktijk blijkt dat door bepaalde handelsstrategieën toe te passen, men in staat kan zijn om de markt te verslaan. Een voorbeeld is het zogenaamde weekendeffect, wat er voor zorgt dat prijzen vrijdagmiddag en maandagochtend hoger zijn dan tijdens de rest van de week. Daarnaast is één van de bekendste voorbeelden het januari-effect. Er lijkt een patroon te bestaan waarin jaarlijks de maand januari (en dan vooral de laatste handelsdag van december en de eerste vijf dagen van januari) een beter rendement te behalen is in vergelijking met de overige maanden (Keim, 1983). De discussie over deze patronen wordt overigens niet uit -9-

10 de weg gegaan door aanhangers van de EMH zoals Fama (1991), die in zijn publicaties duidelijk de kritiek tracht te verwerpen. In de klassieke beleggingstheorie wordt dus uitgegaan van een volledig rationele belegger. Dat pure rationele klopt echter vaak niet met wat er in de markten wordt waargenomen. Wanneer het bestaan van gebrekkige informatie bij marktpartijen in theorie en observaties meegenomen wordt, zijn er al gelijk meer prijsbewegingen te verklaren. Een voorbeeld hiervan is wanneer er een heftige reactie te zien is op politiek, economisch of bedrijfsnieuws, ongeacht of dit nieuws positief of negatief is. Het is in een dergelijk geval goed mogelijk dat de implicaties van dat nieuws niet door iedere belegger binnen hetzelfde tijdskader begrepen wordt, en de koersreactie niet gebaseerd is op een groep rationeel handelende beleggers die allen de gegeven informatie op eenzelfde manier interpreteren. Op het moment dat we rekening gaan houden met de mogelijkheid van gebrekkige informatie en reacties op plotselinge veranderingen in de beschikbare informatie, belanden we in een aanverwante onderzoeksdiscipline die de invloed van psychologische en gedragsfactoren niet uitsluit. Het onderzoeksveld van de psychologische aspecten van de financiële markten wordt vaak aangeduid met de term Behavioral Finance. Ondanks het relatief korte bestaan van dit onderzoeksgebied bestaat er al veel literatuur die ingaat op de verschillen en overeenkomsten tussen de klassieke en gedragsgerelateerde theorieën die elkaar soms ondersteunen, maar meestal onderuit halen (Malkiel 2005, Frankfurter et al. 2000, Ritter 2003, Shiller 2005). Het effect van investeerderpsychologie op de prijzen van aandelen onthult dat er voorspelbare patronen zijn in de aandelenhandel. Hieruit blijkt onder meer dat beleggers geneigd zijn om ondergewaardeerde aandelen te kopen en overgewaardeerde aandelen te verkopen. Suggesties zijn gedaan dat door het effect van de massamentaliteit van beleggers in een bepaalde periode vooral de korte termijn gerichte beleggers in- en uitstappen in de nieuwste en populairste aandelen (Lux 1995, Peterson 2002). Het resultaat hiervan is dat prijzen aan fluctuatie onderhevig zijn en de markt niet efficiënt is. Kortom kan men stellen dat in een dergelijk geval prijzen niet langer de beschikbare informatie representeren, maar gemanipuleerd worden door winstzoekers in de markt. Als antwoord op de kritiek vanuit de Behavioral Finance stellen de aanhangers van de EMH dat het niet uit te sluiten is dat er anomalieën in de markt voorkomen die het genereren van buitengewoon hoge rendementen mogelijk maakt. Eigenlijk beweren ze dat voor marktefficiëntie niet vereist is dat de prijzen van aandelen de intrinsieke waarde van het aandeel op ieder punt in de tijd representeren. Prijzen kunnen dus sporadisch wel degelijk over- of ondergewaardeerd zijn op een gegeven tijdstip, maar uiteindelijk zullen de prijzen zich weer bewegen naar hun gemiddelde werkelijke waarde. Om deze reden stellen de aanhangers van de EMH dat afwijkingen in de prijs op zich willekeurig voorkomen, maar strategieën die resulteren in buitengewoon hoge rendementen kunnen niet consistente fenomenen zijn (Fama, 1991). Verder wordt als argument ter verdediging van de EMH aangedragen dat beleggers die de markt weten te verslaan hier voornamelijk in slagen door het geluk dat ze hebben en dat dit niet te relateren is aan hun vaardigheden en kennis. De praktische en theoretische bezwaren tegen de EMH worden deels opgevangen door de definitie die de EMH heeft voor efficiëntie. Men onderscheid drie vormen die verschillen in sterkte (Wärneryd 2001:38): -10-

11 1. De sterke efficiency Deze sterke versie stelt dat alle publieke informatie in een markt publiek verwerkt is in de prijs van het aandeel. En als toevoeging hierop ook alle informatie die te halen is uit analyse van het bedrijf en de economie. 2. De semi-sterke efficiency Deze vorm stelt dat alle historische koersen en gepubliceerde informatie is doorgewerkt in de prijs van het aandeel. 3. De zwakke efficiency De zwakke vorm van de EMH stelt dat alle historische prijzen van het aandeel in de huidige koers verwerkt zijn. Vanuit het economische perspectief bestaan er dus al meerdere zienswijzen met betrekking tot informatie en het gebruik hiervan in de markt. Als we informatiegebruik in de markt in relatie tot de betekenis van informatie beschouwen zoals in 1.1 beschreven, is het mogelijk om iets te zeggen over de zienswijze die het beste toepasbaar is. Het lijkt erop dat vanuit het economisch perspectief informatie gezien wordt als een resource. Er wordt nadruk gelegd op hoe mensen gebruik maken van informatie, en er wordt weinig aandacht besteed aan de eventuele invloed van informatie op de samenleving. Echter valt voor de benadering van informatie als perceptie van een bepaald patroon ook niet geheel uit te sluiten. Braman gebruikt het voorbeeld van afname in onzekerheid, voor de toepassing tot één enkel specifiek vraagstuk, hetgeen relevant is gezien beleggers informatie kunnen gebruiken om een beter inzicht te verwerven in investeringsvraagstukken. De besproken theorieën met betrekking tot het economische vakgebied en informatie geven een beeld van de diverse zienswijzen die er bestaan en onderschrijven het centrale probleem, dat er op dit moment geen duidelijke relatie beschreven tussen de voorkeur voor beleggingsrelevante informatie en gebruik van mediakanalen voor de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Hierdoor kan er onzekerheid bestaan over de effectiviteit van de toepasbare mediakanalen die voor ontsluiting gebruikt kunnen worden. Met name de invalshoek van de behavioral finance lijkt interessant. Als de psychologische aspecten een rol spelen in het beslissingsproces zal het individu dus niet louter rationeel zou handelen. De mogelijke invloed van de verschillende kanalen op het beslissingsgedrag van de belegger kan dan afhankelijk van de kanaalbeperkingen variëren. Om een beeld te krijgen welke factoren een rol kunnen spelen bij de classificatie van de verschillende mediakanalen zal nu eerst een paragraaf volgen waarin de verschillende theorieën besproken worden. 1.3 Informatie en mediakanalen Mediakanalen worden ingezet om een boodschap (informatie) over te brengen van zender naar ontvanger. Mediakanalen zijn op verschillende manieren te onderscheiden. Hieronder worden een aantal mogelijkheden besproken, aan de hand van een aantal gangbare theorieën die in de literatuur terug te vinden zijn. Er is veel onderzoek verricht naar de effectiviteit van mediakanalen op verschillende vlakken. We kunnen mediakanalen bijvoorbeeld classificeren aan de hand van functionele en technische kenmerken, waarin we onder meer Shannon s ideeën met betrekking tot kanaalcapaciteit kunnen plaatsen. Een andere zienswijze is de sociaal- -11-

12 psychologische benadering die onderzoekt hoe de aspecten van communicatie beïnvloed worden door de keuze voor een bepaald medium. Short et al. (1976) heeft om dit aspect te onderzoeken de Social Presence Theory beschreven, waarbij uitgangspunten van classificatie de sociabiliteit, warmte, persoonlijke informatie en gevoel dat kan worden overgedragen door het medium zijn. Weer een andere benadering is die van de communicatiewetenschap. Hierbij ligt de interesse vooral in het onderzoeken van verbanden tussen mediakanalen en de boodschap die doorgegeven wordt in een communicatieproces, en het gevolg hiervan voor de effectiviteit van de communicatie. De Media Richness Theory (Daft & Lengel, 1984:1986) is de voornaamste theorie die hierbij gebruikt wordt. Een laatste benadering die in dit onderzoek beschreven wordt is het perspectief van onderzoekers vanuit de educatieve wetenschap. Deze zienswijze stelt het onderzoek naar het effect van mediakanalen in relatie tot de achtergrond/verwante kenmerken van de gebruikers (grounding), zoals een overeenkomst in geloof, kennis en aannames centraal. De volgende alinea s zullen een nadere beschrijving van de hierboven genoemde theorieën verschaffen. Aan de hand van Kreijns (2004) kijken we eerst naar een beschrijving van de functionele benadering om mediakanalen te onderscheiden. Mediakanalen zijn onder meer te onderscheiden door verschil in modaliteit (bijvoorbeeld: tekstueel, audio, visueel en tastbaarheid van het medium) en fidelity (hetgeen aangeeft hoe goed een medium instaat is om de boodschap te reproduceren). Verder kunnen we nog onderscheid maken in directe (synchrone) en vertraagde (asynchrone) media, maar ook in één- of tweezijdige communicatiemogelijkheden, waarbij tweezijdige communicatie weer onderverdeeld kan worden naar half of full duplex communicatie. Het verschil tussen half duplex en full duplex ligt in de mogelijkheid om te kunnen interfereren in de ontvangen boodschap (full) of dat men pas een reactie kan geven na het ontvangen van de boodschap (half). Verder kan het bereik een rol spelen, waarbij we onderscheid maken tussen de relatie zender/ontvanger als één op één, één op veel en veel op veel relaties. Mediakanalen hebben ook technische dimensies die als onderscheid kunnen dienen. We kunnen bijvoorbeeld verschillen vaststellen in de capaciteit die beschikbaar is (bandbreedte), de overdrachtstijd die nodig is om de boodschap van zender naar ontvanger te brengen (deze wordt onder meer beïnvloed door de codering en decodering), de betrouwbaarheid van het medium (hoe groot is de kans op technische fouten?) en beschikbaarheid van het medium (Shannon, 1948). De Media Richness Theorie is gebaseerd op de Contingency Theorie en Information Processing Theorie (Galbraith, 1977). Om een beeld te krijgen welke mediavoorkeur beleggers hebben voor een bepaalde vorm van informatie kunnen we gebruik maken van deze theorie. De theorie stelt dat de inhoud van het te communiceren bericht de keuze van het communicatiemedium beïnvloed (Daft and Lengel, 1984; 1986; Webster and Trevino, 1995). Daft en Lengel maken een onderscheid tussen onzekerheid door gebrek aan informatie en dubbelzinnigheid, waarbij meerdere mogelijke betekenissen aan de informatie kunnen worden toegekend. De richness van een medium is vooral gelegen in het vermogen om ambiguïteit (dubbelzinnigheid bij vormgelijkheid van woorden, woordgroepen of zinnen) in een boodschap te reduceren. De richness kan beoordeeld worden aan de hand van de informatieverwerkende capaciteit, welke gebaseerd is op de vier criteria: snelheid van feedback, het vermogen om meerdere -12-

13 signalen te communiceren, het gebruik van natuurlijke taal eerder dan getallen en het vermogen om direct gevoelens en emoties te kunnen uiten. Uitgaande van de criteria kan een rangorde gemaakt worden voor de rijkheid van mediakanalen en informatietype. Voor mediakanalen geldt in aflopende rijkheid: face-toface, telefoon, , persoonlijk schrijven, formeel schrijven en als laatste formele numerieke data (McGoun, 2005). Door mediakanalen ook onder te verdelen, kan gesteld worden dat: hoe meer synchrone, full duplex kanalen in een zo groot mogelijke modaliteitvariatie beschikbaar zijn en hoe groter de natuurgetrouwe weergave van de verzonden boodschap, hoe rijker het medium is (Kreijns, 2004). De Social Presence Theorie (Short et al., 1976) lijkt erg veel op de media richness theorie. Social Presence Theorie houdt zich echter meer bezig met de interpersoonlijke relaties in het communicatieproces dan met de ambiguïteit, en stelt dat communicatie waarbij een sterke interpersoonlijke relatie nodig is (zoals tijdens onderhandelingen en conflicthantering), ook de betreffende mediakanalen over hoge sociale kenmerken moet beschikken. Short definieert social presence als: de mate waarin een communicatiemedium bij groepsleden het gevoel oproept van fysieke aanwezigheid van een ander, met wie directe interactie mogelijk is (Short et al. 1976, p.65) Ook beschrijft Short de hypothese die stelt dat: telecommunicatiemedia variëren in de mate van social presence, en dat deze variaties belangrijk zijn bij het bepalen hoe interactie tussen de individuen verloopt. Een andere benadering van mediakanalen is de Grounding Theorie. Deze benadering doet onderzoek naar het effect wat toepassing van mediakanalen heeft in relatie tot de achtergrond/ verwante eigenschappen van de gebruikers (grounding), zoals een overeenkomst in geloof, kennis en aannames. Een groep criteria die gebruikt kunnen worden om mediakanalen te evalueren waarbij gelet wordt op de kosten die het vergt om de gelijkheid in achtergrond te verkrijgen is beschreven door Clark and Brennan (1991). Clark en Brennan beschrijven de hypothese die stelt dat media een gelijke achtergrond van de gebruikers kan bewerkstelligen, wat belangrijk is bij de coördinatie van inhoud en het proces van communicatieproces. Onderzoek en toepassing van de theorieën zoals hierboven besproken is niet vrij van kritiek. Walther (1999) levert kritiek op de media richness theorie en de bijbehorende onderzoeksresultaten over hoe de verschillende taakactiviteiten worden gerelateerd aan de bijbehorende mediakanalen. De resultaten ter discussie zijn ontleend aan zijn onderzoek, waarin managers gevraagd is om aan te geven welk communicatiemedium ze prefereerden voor een bepaalde activiteit met een andere persoon. Bij de observatie van het eigenlijke gebruik van mediakanalen, bleek dat de onderzoeksdoelgroep regelmatig niet de vooraf voorspelde selecties van mediakanalen hanteerde. Het alternatieve communicatiemedium dat wel gebruikt werd bleek echter niet ineffectief. Dit ondersteunt het belang van de gekozen onderzoeksvorm, waarin ook een beoordeling vanuit de praktijk plaatsvindt en conclusies over de voorkeur niet direct uit de theorie afgeleid zullen worden. Verder blijkt op basis van een aantal onderzoeken dat gebruikers mediakanalen selecteren op basis van hoe belangrijk zij een medium vinden, de beschikbaarheid van het medium, en de normen die binnen de groep van de betreffende persoon gelden (Fulk, Schmitz, & Steinfield, 1990; Markus, 1994:256). Hieruit afgeleide onderzoeksresultaten -13-

14 wezen uit dat het belang van groepsnormen stelliger bewezen wordt dan dat er een relatie is tussen de boodschap en het medium, zoals gesteld in de media richness theorie. Ook onderzoek van Dennis en Kinney (1998) die de media richness theorie getest hebben in besluitvormingstaken beschrijven dat de hogere rijkheid van een medium niet de kwaliteit, snelheid, verandering in consensus of verandering in tevredenheid over de communicatie verbeterde. Hun conclusie luidde: De resultaten geven geen aanleiding om de centrale stelling van de media richness theorie (het relateren van de media rijkheid aan de equivocality) te onderbouwen. 1.4 Visie en doelstelling De theorie zoals beschreven geeft aanleiding tot het stellen van vragen. De theorie wijst uit dat er diverse opvattingen bestaan die in conflict met elkaar zijn. Het centrale probleem in dit onderzoek is dat er op dit moment geen duidelijke relatie beschreven is tussen voorkeur voor beleggingsrelevante informatie en gebruik van mediakanalen voor de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie. Hierdoor kan er onzekerheid bestaan over de effectiviteit van de toepasbare mediakanalen die voor ontsluiting gebruikt kunnen worden. De literatuur betreffende mediakanalen in hoofdstuk één geeft verschillende mogelijkheden om te voorspellen welke mediakanalen het best gebruikt kunnen worden om bepaalde informatie te ontsluiten, er bestaat echter geen eenduidig beeld. Verder bestaat er discussie over de factoren die van invloed zijn op het vakgebied zelf, waarbij de EMH het centrale discussiepunt is. Welke opvatting is juist, in welke situatie? Is het niet te eenvoudig om te stellen dat beleggers over het algemeen rationeel handelen (Fama, 1965)? Waarom fluctueert de koers van een aandeel, ook als er geen extra informatie beschikbaar komt? Stel dat inderdaad alle beschikbare informatie in de koers verwerkt is zoals de EMH stelt, dan zou dit ook moeten betekenen dat de overgrote meerderheid van de beleggers dezelfde waarde toekent aan de beschikbare informatie. Als dit niet het geval is, en dus de aangeboden informatie door beleggers op verschillende waarde wordt geschat, is het aannemelijk dat de handelsreacties verschillen en de koers van het betreffende aandeel onmogelijk een waarde vertegenwoordigt die door alle beleggers wordt beschouwd als correcte afspiegeling van de beschikbare informatie. Niet alleen het verschil in interpretatievermogen en individuele verwerkingscapaciteit (Miller, 1967) van de belegger met betrekking tot de informatie kan diversiteit in handelsreacties teweeg brengen, ook de manier waarop de informatie aangeboden wordt speelt een rol. De mate van vertrouwen die een belegger toekent aan de vorm waarin informatie wordt aangeboden evenals het medium dat hiervoor gebruikt wordt, kunnen van invloed zijn op de waardering van de informatie (Kiousis 2001, Berlo et al. 1969). Verschillen in interpretatie zeggen niet dat er geen evenwicht mogelijk is. De koers kan ook stabiel blijven door een spanningsveld dat door de beleggers gecreëerd wordt. Ergens is een evenwicht tussen de verschillende inschattingen van de informatiewaarde die een bepaalde koers tot gevolg heeft. Maar om te concluderen dat dit de correcte representatie van de waarde van het aandeel is, mag niet zomaar aangenomen worden. -14-

15 Gezien de vragen die de bestudering van de theorie oproept over de waardering en ontsluiting van informatie moet een duidelijke doelstelling afgebakend worden om dit onderzoek uitvoerbaar te maken. Gekozen is voor de volgende doelstelling: In dit onderzoek moet naar voren komen hoe beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen relevante beleggingsinformatie en mediakanalen waarderen. Ook wordt onderzocht of er een voorkeur van mediakanaal bestaat voor het benaderen van de informatie. Verder wordt gekeken of er een verband aanwezig is tussen de karakteristieken van de belegger en de keuze voor een bepaalde vorm van informatie, mediakanaal en de relatie hiertussen. 1.5 Vraagstelling en hypothesen Op basis van de doelstelling in paragraaf 1.4 kan er een centrale vraagstelling geformuleerd worden die als leidraad geldt voor de verdere operationalisatie van dit onderzoek. De vraag die we proberen te beantwoorden kan als volgt geformuleerd worden: Hoe waarderen beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen beleggingsrelevante informatie, het mediakanaal dat voor deze informatie in het communicatieproces wordt gebruikt en de relatie tussen het mediakanaal en informatievorm? En zijn de karakteristieken van de belegger van invloed op hun waardering? De volgende hypothesen die onderzocht worden zijn afgeleid uit de centrale vraagstelling: H1: Er is een voorkeur voor het gebruik van een bepaalde vorm van beleggingsrelevante informatie in het beslissingsproces van een belegger die gebruik maakt van interactieve beleggingsgemeenschappen. H2: Er is een voorkeur voor het gebruik van een bepaald mediakanaal bij de ontsluiting van beleggingsrelevante informatie in het beslissingsproces van een belegger die gebruik maakt van interactieve beleggingsgemeenschappen. H3: Er bestaat een voorkeur onder beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen voor het gebruik van een bepaald mediakanaal bij het benaderen van een bepaalde informatievorm. H4: Er bestaat een verband tussen de karakteristieken van beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen en de voorkeur voor een bepaalde vorm van beleggingsrelevante informatie. H5: Er bestaat een verband tussen de karakteristieken van beleggers die gebruik maken van interactieve beleggingsgemeenschappen en de voorkeur voor een bepaald mediakanaal. Dit onderzoek zal zich niet richten op het bewijzen of afwijzen van de hiervoor benoemde theorieën uit hoofdstuk één. Deze dienen als achtergrond en kader voor het gebied waarin het onderzoek zich voltrekt. Ik richt mij dus vooral op wat de belegger in de praktijk relevant vindt en wat voor waarde gehecht wordt aan informatie, in relatie tot het medium waarin de informatie wordt aangeboden. Uiteindelijke resultaten worden wel gereflecteerd aan de besproken theorieën, zodat de toepasbaarheid hiervan in dit onderzoeksgebied getoetst kan worden. In het volgende hoofdstuk zal de operationalisatie van het onderzoek beschreven worden. Hierin zal een selectie van de informatievormen, mediakanalen en beleggerkarakteristieken worden gemaakt, die in het onderzoek gebruikt worden. Aan de hand daarvan zullen de vraagstelling en hypothesen uitgewerkt worden. -15-

16 2 Operationalisatie onderzoek Om een goed beeld te krijgen van de voorkeur van de belegger en dus bij te dragen aan een antwoord op het centrale probleem, worden er een aantal vormen van informatie, mediakanalen en beleggerkarakteristieken gebruikt om in de praktijk te toetsen. Dit hoofdstuk beschrijft: Het onderzoeksmodel, de selectie van informatievormen, mediakanalen en beleggerkarakteristieken. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. 2.1 Het onderzoeksmodel Voor de uitvoering van het onderzoek en het testen van de hypothesen kijken we eerst naar het onderzoeksmodel, ter verduidelijking van de opzet. Het onderzoeksmodel dat dit onderzoek schematisch beschrijft is in figuur 2.1 weergegeven. Het theoretisch kader zoals weergegeven is reeds besproken in hoofdstuk één. Theoretisch kader Selectie Figuur 2.1 onderzoeksmodel thesis 2.2 Selectie informatievormen Informatie wordt in dit onderzoek naar verwante kenmerken gegroepeerd. Door verschillen in inzicht en interpretatievermogen van beleggers zijn er diverse vormen van informatie die niet voor de gehele onderzoeksgroep relevant zijn. In tabel 2.1 volgt een selectie van informatie die in de praktijk veelvuldig gebruikt wordt en waarvan het dus aannemelijk is dat de onderzoeksgroep hiermee bekend is. -16-

17 No. Informatie 1 Feiten en kengetallen 2 Koerstechnische informatie 3 Macro-economische indicatoren 4 Overige indices Tabel 2.1 selectie van informatiegroepen Het eerste type dat we in het onderzoek gebruiken zijn de feiten en kengetallen. Deze informatie wordt door beleggers gebruikt om bijvoorbeeld een fundamentele analyse te maken. Fundamentele analyse van een aandeel wordt gebruikt om de waarde en het potentieel van een aandeel te bepalen. De waarde van het aandeel wordt bepaald op basis van bekende feiten en historische gegevens van de onderneming, maar ook op basis van de toekomstverwachtingen die het bedrijf kenbaar maakt. De vele technieken voor fundamentele analyse kunnen elkaar echter tegenspreken en geven niet altijd een duidelijk signaal. Een dergelijke analyse van een aandeel kan als argument dienen voor het beoordelen van de koopwaardigheid, maar geeft niet aan wanneer je precies het aandeel moet kopen of verkopen. Daarom gebruikt men meestal een combinatie van fundamentele en technische analyse. Dat dit informatietype relevant is voor beleggers, blijkt uit het feit dat men de informatie nodig heeft om de prestaties en verwachtingen omtrent een bedrijf te kunnen inschatten/ beoordelen. Dit gebeurt onder meer aan de hand van de informatie die onder dit type valt, zoals weergegeven in tabel I van bijlage één. Het tweede type, koerstechnische informatie, wordt door analisten gebruikt om met behulp van historische marktgegevens, zoals prijs en handelsvolume, de toekomstige trends in die markt te voorspellen. De analysevorm die toegepast wordt op basis van koerstechnische informatie staat bekend als technische analyse. De analyses worden gebruikt om een gunstig instapmoment te bepalen. De technische analyse bemoeit zich niet met de financiële gegevens en achtergronden van bedrijven. Technische analyse wordt met name gebruikt om korte termijn uitspraken te doen. In tabel II van bijlage één kunnen voorbeelden van dit type en hieruit voortvloeiende technische analysevormen teruggevonden worden. Het derde type zijn macro-economische indicatoren. De macro-economie tracht de verschillende geaggregeerde (opgetelde) grootheden in de volkhuishouding vast te stellen en hun ontwikkeling te verklaren. Van groot belang hierbij zijn onder meer het inzicht in de conjunctuur, het ondernemersklimaat, de productiecapaciteit en de hoogte van de wisselkoersen. Op basis van de relaties tussen verschillende economische factoren zoals productiehuishoudingen, consumptiehuishoudingen, overheid en buitenland tracht de macro-economie inzicht te verschaffen in toekomstige ontwikkelingen. Vooral de groei van het nationaal inkomen heeft de aandacht van economen en politici. De rede dat deze informatievorm belangrijk wordt geacht en in dit onderzoek wordt gebruikt, is vanwege de directe reactie die deze informatie heeft op de koersbewegingen op de beurs. Met name de invloed van Noord-Amerikaanse macrocijfers hebben een grote invloed op de stemming van de beurshandel, zowel in Amerika als in de rest van de wereld. Een lijst met indicatoren die tot dit type behoren (en waarvan er al een aantal hierboven genoemd zijn) kan teruggevonden worden in bijlage één, tabel III. -17-

18 Als laatste type behandelen we de overige indices. In een index is een aantal effecten verzameld die een bepaald gedeelte van de markt representeren zoals een technologie-index waar de Nasdaq100 een voorbeeld van is. Ook de AEX, die de 24 (meting 8 november 2005) grootste beursgenoteerde Nederlandse bedrijven representeert is hier een voorbeeld van. Beleggers zien indices vaak als een instrument om fondsen mee te vergelijken zodat de prestaties afgezet kunnen worden tegen een representatief gedeelte van de markt, hetgeen dus als belangrijke informatie gezien kan worden en indirect gevolgen heeft voor de koers van aandelen die met bepaalde indices vergeleken worden. Er zijn vele indices die invloed kunnen hebben op de besluitvorming van beleggers, maar we gebruiken enkel de belangrijkste indices waarvan aannemelijk is dat de overgrote meerderheid van de onderzoeksgroep er bekend mee is. De indices zijn in tabel IV van bijlage één gerangschikt naar geografische herkomst. Omdat het onderzoek zich voltrekt in Nederland is het aannemelijk dat ook de minder toonaangevende indices (ASCX en AMX) bekend zijn bij de onderzoeksgroep en daarom ook in het overzicht meegenomen worden. Voor de ontsluiting van hierboven benoemde informatievormen zijn diverse mogelijkheden. De markt kent veel verschillende vormen waarin informatie aangeboden wordt. Omdat de relevantie van de mediakanalen in relatie tot informatie in dit onderzoek centraal staat, zal aan de hand van eerdere publicaties en een praktische observatie omtrent media een selectie gemaakt worden welke mogelijke kanalen in dit onderzoek centraal komen te staan. De volgende paragraaf gaat hier verder op in. 2.3 Selectie mediakanalen De besproken theorie met betrekking tot de relatie informatie en media geven een beeld van de diverse zienswijzen die er bestaan en onderschrijven het centrale probleem 2 uit dit onderzoek. Om een goed beeld te krijgen van de voorkeur van de belegger omtrent mediakanalen en dus bij te dragen aan een antwoord op het centrale probleem, worden er een aantal mediakanalen gebruikt om in de praktijk te toetsen. Verschillende niveaus van onderscheid zijn mogelijk om tot een indeling te komen. Uiteindelijk gaat het erom dat we een selectie maken van mediakanalen die daadwerkelijk gebruikt worden in de praktijk. Een in de praktijk gebruikte lijst van mediakanalen is in tabel 2.2 weergegeven: No. Mediakanaal 1 Persoonlijke contacten face-to-face 2 Nieuwe media- internet beleggingsgemeenschappen 3 Nieuwe media- internet uitgezonderd beleggingsgemeenschappen 4 Nieuwe media- 4 Gedrukte media 5 Televisie 6 Radio 7 Telefonie Tabel 2.2 selectie van mediakanalen 2 Zie definitie centrale probleem, paragraaf

19 De selectie, zoals gebruikt zal worden, is gebaseerd op een praktische observatie van de diverse mediakanalen waarbij verschillende informatieaanbieders onderzocht zijn om te kijken van welke mediakanalen gebruik wordt gemaakt. Verder geeft eerder onderzoek aan dat een aantal van de in tabel 2.2 genoemde mediakanalen bruikbaar zijn (Gordon 2005). Uit het onderzoek van Gordon (2005) blijkt dat de belangrijkste informatiebron voor fondsselectie de prospectus van het fonds is(57.7%). Tevens wordt veel waarde gehecht aan financiële publicaties in gedrukte media zoals dagbladen en tijdschriften (42%). Ook face-to-face communicatie met vrienden en familie (37.6%) en het bijwonen van relevante presentaties en bijeenkomsten (33.5%) hebben invloed. De respondenten die in dit onderzoek aangaven dat ze veel waarde toekennen aan de prospectus en financiële publicaties in gedrukte media haalden een significant hogere quizscore 3. Hieronder volgt een nadere toelichting op de geselecteerde mediakanalen. Een belangrijk medium dat door beleggers gebruikt wordt voor het inwinnen van informatie zijn persoonlijke contacten (Gordon, 2005). Vanwege de directe en persoonlijke relatie die vaak wordt gekenmerkt door vertrouwen en de overdracht van gevoel in de communicatie (social presence theory; Short, Williams, & Christie, 1976) is het aannemelijk dat de informatie die afkomstig is van dit kanaal uiteindelijk zwaar meeweegt in het nemen van investeringsbeslissingen. Mogelijke vormen van persoonlijke contacten zijn: via financiële instellingen, familie, vrienden en kennissen en beleggingsverenigingen. Bij nieuwe media maken we onderscheid tussen de internetgerelateerde vormen beleggingsgemeenschappen en overige websites. Dit onderscheid kenmerkt zich door het verschil in communicatiemogelijkheden waarbij beleggingsgemeenschappen bijvoorbeeld een sterkere vorm van tweezijdige communicatie vertonen dan bijvoorbeeld de website van een beursgenoteerde onderneming. Verder wordt ook onder deze categorie genoemd. Vooral nieuwe media als medium is een interessante categorie, vanwege de vele mogelijkheden die het medium biedt, en de snelle ontwikkeling die dit kanaal doormaakt. Ondanks dat de opkomst van de nieuwe media een ontwikkeling is die in de jaren 90 pas echt beschikbaar kwam voor het grote publiek, vermoeden we dat de invloed van dit medium voor informatievergaring aanzienlijk zal zijn op de investeringsbeslissingen van beleggers, met betrekking tot de gevolgen die het medium gehad heeft voor de snelheid en hoeveelheid informatieoverdracht die mogelijk is gemaakt. Verliezen de traditionele gedrukte media de interesse van de belegger door de opkomst van de nieuwe media, of is er plaats voor beide? Het is interessant om te onderzoeken of de gedrukte media echt aan waarde verloren hebben, of dat er nog steeds een bepaald segment beleggers bestaat die veel waarde hecht aan de hieronder benoemde vormen: dagbladen, financiële vakliteratuur, financiële tijdschriften en overige tijdschriften. Het onderzoek van Gordon (2005) gaf al aan dat deze categorie nog altijd belangrijk is onder beleggers. Eén van de meest invloedrijke mediakanalen van de moderne tijd is de televisie. Of dit ook specifiek geldt voor de informatieverschaffing aan beleggers is de vraag. De meeste programma s die aangeboden worden met betrekking tot de financiële markt (met name in Nederland) hebben een beperkte diepgang. Voorbeelden van informatievormen 3 Toelichting op de quiz: zie hoofdstuk twee, derde alinea, Gordon (2005) -19-

20 voor televisie zijn onder meer: algemene en financiële nieuwsprogramma s, discussieprogramma s, financieel-economische documentaires en teletekst. De radio als kanaal lijkt in eerste instantie een ondergeschoven kindje ten opzichte van televisie en nieuwe media, maar er bestaan wel degelijk vakkundig samengestelde programma s die informatie van waarde kunnen verschaffen. Net als de radio lijkt de telefonie zijn waarde als kanaal te verliezen. Telefonie werd met name voor de ontwikkeling van internet als handelsplatform gebruikt voor het laten uitvoeren van transacties door derden. Ook het verschaffen van informatie van met name financiële instellingen en andere tussenpersonen aan hun klanten werd (en wordt nog steeds) via de telefoon gedaan. Zoals de verschillende indelingen doen vermoeden, bestaan er voor sommige vormen waarin de informatie wordt aangeboden meerdere kanaalopties. Dit maakt het onderscheid in categorieën lastig en kan er overlap bestaan tussen de verschillende kanalen. Eventueel bestaat er nog de mogelijkheid om een selectie van vormen te maken aan de hand van een- of tweezijdige communicatie. Het is aannemelijk om te vermoeden dat er een verband bestaat tussen de waarde die een belegger toekent aan een bepaalde vorm en de mogelijkheid tot dialoog (dit komt deels terug in het onderscheid tussen beleggingsgemeenschappen en overige websites). Voor deze indeling is niet specifiek gekozen, maar het lijkt een interessante vraag of er een duidelijk verschil in waardering aantoonbaar is voor één- en tweezijdige communicatie, dit zal in de reflectie van de onderzoeksresultaten op de beschreven theorie behandeld worden. Uit de theorie zijn diverse zienswijze vanuit verschillende achtergronden beschreven over hoe men informatie ziet met betrekking tot het onderzoeksgebied, de informatietheorie en de relatie tot mediakanalen. Uiteindelijk moet de informatie nog geïnterpreteerd worden door in dit geval de belegger. Paragraaf 2.4 gaat verder in op de verwerkingscapaciteit van individuen. 2.4 Selectie beleggerkarakteristieken De invloed van de informatietechnologische toepassingen heeft ervoor gezorgd dat informatie binnen afzienbare tijd over grote afstanden in grote hoeveelheden beschikbaar gesteld kan worden. Deze toepassingen hebben ervoor gezorgd dat informatie sneller en effectiever beschikbaar is gemaakt voor de markt, wat de snelheid van informatieverwerking in de marktprijs ten goede komt (Barber & Odean, 2001). De keerzijde van snelle prijscorrectie is dat het tijdskader waarin de investeerder een beslissing moet nemen kleiner is geworden en niet alle relevante informatie op feitelijke juistheid geverifieerd kan worden voor het moment dat men tot handelen wil overgaan (Oberlechner, 2003). De hoeveelheid informatie die een belegger aangeboden krijgt en tevens bruikbaar is om bij te dragen aan een handelsbeslissing, is vaak groter dan de verwerkingscapaciteit van de persoon in kwestie. Miller (1967) concludeert in zijn onderzoek dat de mens gemiddeld zes tot zeven verschillende units van informatie tegelijkertijd kan verwerken als maximum. Gebruikelijk zijn vijf units voor verwerking en afhankelijk van het toepassen van verschillende trainingstechnieken kan dit toenemen. Bij overschrijding van de persoonlijke limiet kan men spreken van een informatieovervloed waarbij niet meer alle beschikbare informatie in het beslissingsproces wordt meegenomen. Een algemene -20-

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013

Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, Onderwijsinspectie 2013 Effectief feedback geven en ontvangen Bron: Handleiding bij feedbackkader, Marjoleine Dobbelaer, nderwijsinspectie 2013 Inleiding Deze handleiding is geschreven ter ondersteuning van het gebruik van het

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) In de afgelopen twintig jaar zijn patronen in rendementen van aandelen gevonden die niet vanuit de neo-klassieke economische theorie kunnen worden verklaard. Modellen als

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Klant. Pensioen life cycle indicators

Klant. Pensioen life cycle indicators Pensioen life cycle indicators Klant Rapport om een gefundeerde keuze te maken tussen verschillende premiepensioenproducten. Gebaseerd op analyses op het gebied van beleggingsbeleid, duurzaamheid, rendement

Nadere informatie

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek.

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek. Why participation works: the role of employee involvement in the implementation of the customer relationship management type of organizational change (dissertation J.T. Bouma). SAMENVATTING Het hier gepresenteerde

Nadere informatie

Beoordeling van het PWS

Beoordeling van het PWS Weging tussen de drie fasen: 25% projectvoorstel, 50% eindverslag, 25% presentatie (indien de presentatie het belangrijkste onderdeel is (toneelstuk, balletuitvoering, muziekuitvoering), dan telt de presentatie

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Dankzij de opkomst van sociale media, zoals Facebook en Twitter, is de frequentie en het belang van niet-transactioneel klantgedrag

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Doel. Spel. www.ihots.nl. Duur: - Groep - Individueel. Laat je inspireren door de voorbeeld vragen in deze spiekbrief.

Doel. Spel. www.ihots.nl. Duur: - Groep - Individueel. Laat je inspireren door de voorbeeld vragen in deze spiekbrief. www.ihots.nl Doel Laat je inspireren door de voorbeeld vragen in deze spiekbrief Spel Alle spellen Gebruik deze spiekbrief telkens wanneer je een spel start in de ihots app. Laat je inspireren door de

Nadere informatie

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans LEADERSHIP IN PROJECT-BASED ORGANIZATIONS Dealing with complex and paradoxical demands Leiderschap

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV info@bakenadviesgroep.nl

Nadere informatie

DEFINITIES COMPETENTIES

DEFINITIES COMPETENTIES DEFINITIES COMPETENTIES A. MENSEN LEIDINGGEVEN A1 Sturen Geeft op een duidelijke manier richting aan een team, neemt de leiding op zich, zet mensen en middelen zodanig in dat doelen met succes worden bereikt.

Nadere informatie

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor

Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Het beleggingsbeleid van Berben s Effectenkantoor Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons vernomen.

Nadere informatie

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl

Capaciteitentest HBO. Denkvermogen en denkstijl Denkvermogen en denkstijl Naam: Ruben Smit Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. De uitslag... 4 3. Bijlage: Het lezen van de uitslag... 5 Pagina 2 van 7 1. Inleiding Op 5 april 2016 heeft Ruben Smit een

Nadere informatie

Examenprogramma biologie vwo

Examenprogramma biologie vwo Bijlage 4 Examenprogramma biologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein

Nadere informatie

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer

Consumentenbrief beleggingen van. Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Consumentenbrief beleggingen van Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer Introductie Een groot aantal brancheorganisaties waaronder DSI, DUFAS, NVB, VBA en VV&A hebben het initiatief genomen om Consumentenbrief

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

EMOTIONELE INTELLIGENTIE

EMOTIONELE INTELLIGENTIE EMOTIONELE INTELLIGENTIE drs. S. van den Eshof 1 SITUATIE Wat zijn emoties en welke invloed hebben ze op ons leven? Sommige mensen worden bestempeld als over-emotioneel, terwijl anderen van zichzelf vinden

Nadere informatie

Equitisation and Stock-Market Development

Equitisation and Stock-Market Development Samenvatting In deze dissertatie worden twee belangrijke vraagstukken met betrekking tot het proces van economische hervorming in Vietnam behandeld, te weten de Vietnamese variant van privatisering (equitisation)

Nadere informatie

Examenprogramma biologie havo

Examenprogramma biologie havo Bijlage 3 Examenprogramma biologie havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Wiskunde Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!!

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!! Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13 Stof hoorcollege Hennie Boeije, Harm t Hart, Joop Hox (2009). Onderzoeksmethoden, Boom onderwijs, achtste geheel herziene druk, ISBN 978-90-473-0111-0. Hoofdstuk

Nadere informatie

Fundamental Analyser (Bron: Reuters)

Fundamental Analyser (Bron: Reuters) (Bron: Reuters) Deze informatie is afkomstig van derden in de zin van artikel 24.8 en 24.9 van de Algemene Voorwaarden van BinckBank en is dus niet afkomstig van BinckBank. Deze informatie is indicatief

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Het voornaamste doel van dit proefschrift is nieuwe methoden te ontwikkelen en te valideren om de effectiviteit van customization te kunnen bepalen en hoe dataverzameling kan worden verbeterd. Om deze

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

73 SAMENVATTING In dit proefschrift wordt een empirische toetsing van de machtafstandstheorie (Mulder, 1972, 1977) beschreven. In grote lijnen stelt deze theorie dat mensen macht prettig vinden, en dat

Nadere informatie

Aansluiting op het actuele curriculum (2014)

Aansluiting op het actuele curriculum (2014) Aansluiting op het actuele curriculum (2014) De verschillende modules van GLOBE lenen zich uitstekend om de leerlingen de verschillende eindtermen en kerndoelen aan te leren zoals die zijn opgesteld door

Nadere informatie

John Voorbeeld. Account manager Mobilia B.V. 29-3-2009

John Voorbeeld. Account manager Mobilia B.V. 29-3-2009 MDI-Success Insights Sales Skills Index Account manager Mobilia B.V. 29-3-2009 INTRODUCTIE De Sales Skills Index is een objectieve analyse van de kennis die een individu heeft, van strategieën die nodig

Nadere informatie

Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk

Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk Aansluiting met de eindtermen Aardrijkskunde PjER kan gebruikt worden als Praktische opdracht en Profielwerkstuk Praktische opdracht Het uitvoeren van beperkte onderzoeksopdrachten betreffende ruimtelijke

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Samenvatting (Dutch summary) Deze studie onderzocht seksueel risicogedrag van homoseksuele mannen in vaste relaties, voornamelijk onder mannen die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studies onder Homoseksuele

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga

Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Psychosocial Problems in Cancer Genetic Counseling: Detecting and Facilitating Communication W. Eijzenga Nederlandse samenvatting INLEIDING Mensen met een mogelijk verhoogde kans op kanker kunnen zich

Nadere informatie

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Introductie Met de REQUEST methode wordt getracht de participatie van het individu in hun eigen mobiliteit te vergroten. Hiervoor moet het individu voldoende

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor

Nadere informatie

Het effect van doelstellingen

Het effect van doelstellingen Het effect van doelstellingen Inleiding Goalsetting of het stellen van doelen is een van de meest populaire motivatietechnieken om de prestatie te bevorderen. In eerste instantie werd er vooral onderzoek

Nadere informatie

Samenvatting / Dutch summary

Samenvatting / Dutch summary Samenvatting / Dutch summary De verantwoordelijkheid die mensen al dan niet nemen voor hun eigen leven is een centraal thema op dit moment, zowel binnen de politieke als de publieke discussie: we gaan

Nadere informatie

De theorie achter de Hurst Files

De theorie achter de Hurst Files De theorie achter de Hurst Files Auteur: René van Mourik Datum: November 2011 De theorie achter de Hurst Files - www.hurstfiles.com - VDVM Research & Investment Consultancy blz 1/7 De cyclische theorie

Nadere informatie

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven CPB Notitie Datum : 6 juli 2006 Aan : Ministerie van Economische Zaken Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven 1 Inleiding Op 5 juli 2006 heeft SEO, in opdracht van

Nadere informatie

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving Alternatieve financiële prestatie-indicatoren Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving April 2014 Inhoudsopgave 1 Conclusie en samenvatting 4 2 Doelstellingen, onderzoeksopzet en definiëring

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

TSI Sales Skills Index. Victor Voorbeeld 12-3-2014

TSI Sales Skills Index. Victor Voorbeeld 12-3-2014 TSI Sales Skills Index 12-3-2014 Licentiehouder: Laan van Vlaanderen 323 1066 WB Amsterdam INTRODUCTIE De Sales Skills Index is een objectieve analyse van de kennis die een individu heeft, van strategieën

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde havo

Examenprogramma natuurkunde havo Bijlage 1 Examenprogramma natuurkunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Poortvliet, Rosalinde Title: New perspectives on cardiovascular risk prediction

Nadere informatie

BASISCOMPETENTIES VOOR FACILITATOREN

BASISCOMPETENTIES VOOR FACILITATOREN BASISCOMPETENTIES VOOR FACILITATOREN ACHTERGROND De International Association of Facilitators (IAF) is een internationale organisatie met als doel om de kunst en de praktijk van het professioneel faciliteren

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Omgaan met Informatie over Complexe Onderwerpen: De Rol van Bronpercepties In het dagelijkse leven hebben mensen een enorme hoeveelheid informatie tot hun beschikking (bijv. via het

Nadere informatie

Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een aantal onderzoeken op het gebied van gehechtheid en psychosociaal functioneren in de volwassenheid. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de gehechtheidstheorie.

Nadere informatie

Samen uw risicoprofiel bepalen - Natuurlijke personen

Samen uw risicoprofiel bepalen - Natuurlijke personen Samen uw risicoprofiel bepalen - Natuurlijke personen Elke belegger staat voor de moeilijke keuze om zijn portefeuille samen te stellen uit de diverse mogelijke beleggingsvormen (beleggingsfondsen, aandelen,

Nadere informatie

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010 Evaluatierapport Workshop Bewust en positief omgaan met ADHD Universiteit van Tilburg Forensische psychologie 23 april 2010 Drs. Arno de Poorter (workshopleider) Drs. Anne van Hees (schrijver evaluatierapport)

Nadere informatie

1. De methodiek Management Drives

1. De methodiek Management Drives 1. De methodiek Management Drives Management Drives is een unieke methodiek die u concrete handvatten biedt in het benaderen van de ontwikkeling van individu, team en organisatie. De methodiek kent een

Nadere informatie

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U?

ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? ONS BELEGGINGSBELEID PAST ONZE BELEGGINGSFILOSOFIE BIJ U? Waarschijnlijk baseert u uw keuze voor een vermogensbeheerder op diverse gronden. Mogelijk heeft u binnen uw netwerk al goede berichten over ons

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Beste pleegouder, U heeft aangegeven graag op de hoogte gehouden te

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21706 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21706 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/21706 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Overberg, Regina Ingrid Title: Breast cancer stories on the internet : improving

Nadere informatie

Symposium E-coaching: Start van een nieuw tijdperk? Drs. Anne Ribbers. Onderzoeker

Symposium E-coaching: Start van een nieuw tijdperk? Drs. Anne Ribbers. Onderzoeker Symposium E-coaching: Start van een nieuw tijdperk? Drs. Anne Ribbers Onderzoeker Universiteit van Tilburg, Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Personeelswetenschappen E-coaching belicht vanuit

Nadere informatie

Logistiek management in de gezondheidszorg

Logistiek management in de gezondheidszorg Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Geneeskunde Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap Master in management en beleid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015 Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in dutch)

Samenvatting. (Summary in dutch) Samenvatting (Summary in dutch) 74 Samenvatting Soms kom je van die stelletjes tegen die alleen nog maar oog hebben voor elkaar. Ze bestellen hetzelfde ijsje, maken elkaars zinnen af en spiegelen elkaar

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 169 Nederlandse samenvatting Het vakgebied internationale bedrijfskunde houdt zich bezig met de vraagstukken en de analyse van problemen op organisatieniveau die voortkomen uit grensoverschrijdende activiteiten.

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

Participantenvergaderingen AHPF

Participantenvergaderingen AHPF Welkom op de participantenvergadering van het Alpha High Performance Fund (AHPF); Datum: 30 mei 2014 1 Agenda: Opening door de voorzitter; Algemene ontwikkelingen Managed Futures-markten Ontwikkelingen

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Denkt u dat mensen gedreven worden door hun managers? Wij niet. De nieuwe benadering van organisaties en organisatievraagstukken

Denkt u dat mensen gedreven worden door hun managers? Wij niet. De nieuwe benadering van organisaties en organisatievraagstukken Denkt u dat mensen gedreven worden door hun managers? Wij niet. De nieuwe benadering van organisaties en organisatievraagstukken Denkt u dat mensen gedreven worden door hun managers? Wij niet. Ieder mens

Nadere informatie

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Bert Slof, Gijsbert Erkens & Paul A. Kirschner Als docenten zien wij graag dat leerlingen zich niet alleen de

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap 1. Definitie 2. Omvang 3. Begeleiding 4. Beoordelingscriteria 5. Eindtermen 6. Mogelijke aanvullingen Bijlage: Stappenplannen 1. Definitie De Bachelorscriptie

Nadere informatie

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap.

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Master thesis onderzoek van Mandy Ziel, Merel van der Mark & Chrisje Seijkens. Universiteit

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Participantenvergaderingen AHPF

Participantenvergaderingen AHPF Welkom op de participantenvergadering van het Alpha High Performance Fund (AHPF); Datum: 30 mei 2014 1 Agenda: Opening door de voorzitter; Algemene ontwikkelingen Managed Futures-markten Ontwikkelingen

Nadere informatie

Technische Analyse: Was de storm in New York een voorbode op wat komen zal?

Technische Analyse: Was de storm in New York een voorbode op wat komen zal? Technische Analyse: Was de storm in New York een voorbode op wat komen zal? De voorbije week raasde een nooit geziene storm door de straten van New York. Metershoge golven brachten het schip de HMS Bounty

Nadere informatie

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Respondent: Johan den Doppelaar Email: info@123test.nl Geslacht: man Leeftijd: 37 Opleidingsniveau: hbo Vergelijkingsgroep: Nederlandse beroepsbevolking

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 Inhoud 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 2 Tevredenheid en beleid 15 2.1 Het doel van tevredenheid 16 2.2 Tevredenheid in de beleidscyclus 19 2.3

Nadere informatie

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Hoe tevreden zijn de medewerkers met en hoe betrokken zijn zij bij de organisatie en welke verbeterpunten ziet men voor de toekomst? Wat is medewerkerstevredenheid

Nadere informatie

Skills matrix - Methodiek voor technische training en kennismanagement

Skills matrix - Methodiek voor technische training en kennismanagement Dit artikel beschrijft een methodiek om opleidingscurricula te maken voor technische bedrijfsopleidingen waarbij technische vaardigheden getraind moeten worden. De methode is met name bruikbaar om flexibele

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Schakel(en) tussen klanten

Schakel(en) tussen klanten Schakel(en) tussen klanten Onderzoek naar klanttevredenheid dienstverlening Agentschap SZW EUROPESE UNIE Europees Sociaal Fonds Het Agentschap SZW voert Europese en nationale subsidieregelingen uit op

Nadere informatie

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie