Leve de democratie! VMBO

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Leve de democratie! VMBO"

Transcriptie

1 Leve de democratie! VMBO Korte omschrijving van de werkvorm De leerlingen gaan het democratische gehalte uitrekenen van Nederland door de jaren heen. In 1815 zou het kersverse koninkrijk Nederland op de ranglijst van de Democratie-index nog een dikke onvoldoende scoren. De leerlingen vormen groepjes en krijgen de opdracht om een cijfer te geven voor de democratie van het Nederland uit een van de periodes van ons koninkrijk. Ze krijgen wat achtergrondinformatie over de hun toegewezen periode, en een lijstje met 15 stellingen die afkomstig zijn uit de vragenlijst van de echte Democratie-index (die uit 60 vragen bestaat). Bij elk antwoord hoort een aantal punten (2/1/0). De leerlingen tellen alle punten op en delen het totaal door 3. De uitkomst daarvan is het cijfer dat Nederland in dat jaar voor zijn democratie zou hebben gekregen. Vervolgens beantwoorden de leerlingen nog de andere vragen op het vragenblad. Leerdoel Leerlingen leren een paar belangrijke kenmerken van de democratie kennen. Ze begrijpen dat er een glijdende schaal is van volledige democratie onvolledige democratie, hybride regime en dictatuur. Ze begrijpen ook dat het meestal tijd kost voor een land om democratisch te worden. Duur 50 minuten Wat doet de docent? Leg uit wat de Democratie-index is. Verdeel de klas in vijf groepjes. Geef elk groepje een periode uit de geschiedenis: , , , of Geef elk groepje de achtergrondinformatie van hun periode, en deel ook de opdrachtvellen met de vragenlijst uit. Elk groepje leest de achtergrondinformatie en beantwoordt de vragen. Zo komen ze uit op een cijfer voor de democratie van Nederland in die periode. Loop van groepje naar groepje en help bij het beantwoorden van de vragen. Als alle groepjes klaar zijn, tekent u een grafiek op het bord met de vijf periodes en de cijfers 0 tot 10. Een voor een haalt u de groepjes naar voren en laat ze hun cijfer in de grafiek opschrijven. U pikt er bij elk groepje een aantal stellingen uit en vraagt wat voor antwoord het groepje daarop heeft gegeven. Hierbij is er enige ruimte voor discussie. U vraagt de groepjes ook wat hun antwoord is op vraag F: welke landen op dit moment hetzelfde cijfer hebben als het Nederland van toen. Ten slotte bespreekt u klassikaal de laatste twee vragen (G. Welke landen scoren hoger dan Nederland en waarom? H. Wordt Nederland alsmaar democratischer, of wordt het ook wel eens minder? Hoe hoog scoorde Nederland in 2006? En in 2008?) Wat doen de leerlingen? De leerlingen beantwoorden in groepjes de vragen. Werkvorm Vragenlijst aan de hand van de Democratie-index. Niet op elke vraag is een eenduidig antwoord mogelijk.

2 Opdracht en informatie voor de leerlingen De Democratie-index is een lijst met bijna alle landen op de wereld, waarop je kunt zien hoe democratisch ze zijn. Deze index wordt elk jaar gepubliceerd door het weekblad The Economist. De ranglijst van 2011 bestaat uit 167 landen, waarbij Noorwegen bovenaan staat (meest democratisch) en Noord-Korea onderaan (zware dictatuur). Nederland scoort behoorlijk hoog op de Democratie-index. Maar Nederland is niet altijd zo democratisch geweest. A. Vorm een groepje van ongeveer 6 leerlingen, zodat de klas in 5 groepjes verdeeld is. B. Van je docent krijgen jullie achtergrondinformatie over een periode uit de Nederlandse geschiedenis. C. Lees wat voor land Nederland was in die periode. Was er oorlog of niet, was er al algemeen kiesrecht? Was er vrijheid van meningsuiting? D. Probeer daarna met je groepje antwoord te geven op de vragen van de Democratie-index, voor het Nederland van toen. E. Achter elk antwoord staat het aantal punten dat bij dat antwoord hoort: 2/1/0. Tel voor elk jaar het aantal punten op en deel dat door 3. De uitkomst moet tussen de 0 en de 10 liggen. Dat is het cijfer dat Nederland in die tijd had voor de Democratie-index. F. Zoek op Wikipedia de meest recente Democratie-index op. Wat voor cijfer krijgt Nederland nu? Hoe hoog staan we op de ranglijst? En welke landen hebben nu hetzelfde cijfer dat Nederland had in de periode die jouw groepje bestudeerd heeft? G. Kijk welke landen op dit moment hoger scoren op de Democratie-index dan Nederland. Probeer te bedenken hoe het komt dat die landen hoger scoren. H. Wordt Nederland alsmaar democratischer, of wordt het ook wel eens minder? Hoe hoog scoorde Nederland in 2006? En in 2008? 2

3 Achtergrondinformatie per periode : de eerste jaren van het koninkrijk Nederland Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In 1815 was Nederland dus net weer vrij en onafhankelijk. Willem I werd in 1815 ingehuldigd als de eerste koning van Nederland. België werd ook bij Nederland gevoegd, ook al wilden niet alle Belgen dat. Koning Willem I had erg veel macht. Er was al wel een Tweede Kamer, maar die had bijna niets te zeggen. De Tweede Kamer werd ook niet direct door het volk gekozen. Mensen (of eigenlijk: mannen) die veel geld hadden mochten stemmen voor de Provinciale Staten, en die Provinciale Staten kozen dan weer de Tweede Kamer. Katholieken hadden minder rechten onder de heerschappij van de protestantse koning Willem I. Willem I beperkte ook de vrijheid van drukpers; hij vervolgde uitgevers en journalisten wegens kritiek op zijn beleid. In 1830 riepen de Belgen de onafhankelijkheid uit. Willem I stuurde het leger erop af, maar hij verloor. België werd weer onafhankelijk. In 1840 trad Willem I af. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem II : meer macht voor het parlement In 1840 was Willem II koning geworden. Net als zijn vader wilde koning Willem II alle macht in handen houden. Maar overal in Europa was er protest tegen machthebbers. Ook in Nederland. Het Tweede Kamerlid Thorbecke schreef een nieuwe grondwet, waardoor de koning veel minder macht zou krijgen. Willem II was tegen de nieuwe grondwet, maar omdat hij bang was voor een revolutie, gaf hij in 1848 plotseling toch toe. De ministers werden verantwoordelijk voor het beleid, in plaats van de koning. De Tweede Kamer kreeg meer macht en werd voortaan rechtstreeks door burgers gekozen. Nog altijd mochten niet alle burgers stemmen: je moest een man zijn en genoeg geld verdienen. Er kwam meer openheid: journalisten mochten voortaan schrijven over wat er in de Tweede Kamer gebeurde. De regering mocht zich niet meer met de kerk bemoeien (en andersom ook niet), maar de volgende koning, Willem III, hield zich daar niet altijd aan. Tot aan 1917 kwam de bevolking steeds meer op voor allerlei rechten. Mensen verzamelden zich daarvoor in belangengroepen: arbeiders, vrouwen, katholieken etc. Er was inmiddels vrijheid van onderwijs, zodat de katholieken hun eigen scholen mochten oprichten. Veel mensen vonden dat iedereen stemrecht moest hebben: niet alleen rijke mannen, maar iedereen boven de 23. 3

4 : algemeen kiesrecht In 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd. Kort daarna, in 1919, mochten ook vrouwen stemmen. Van 1917 tot 1970 gold er een stemplicht: als je stemrecht had, was je dus verplicht om te gaan stemmen, anders kreeg je een boete. Van 1914 tot 1918 woedde in Europa de Eerste Wereldoorlog. Nederland was bij deze oorlog neutraal en had er daardoor weinig last van. Van 1917 tot aan 1940 zaten vooral katholieke en protestantse partijen in de regering. Vanaf 1929 ging het economisch heel slecht in Europa, en ook in Nederland hadden de mensen het moeilijk. In 1934 was er in Amsterdam een groot oproer waarbij de overheid hard ingreep. Er vielen vijf doden : oorlogstijd Toen de Duitsers Nederland in 1940 binnenvielen, vluchtte de regering (de ministers en koningin Wilhelmina) naar Engeland. Nederland kwam onder bestuur van de Duitse bezetter te staan. De Tweede Kamer werd afgeschaft. Joden werden vervolgd, alleen omdat ze joods waren. Er was censuur: radio en kranten mochten alleen nieuws brengen dat door de Duitsers goedgekeurd was. Kunstenaars moesten lid worden van een speciale bond en konden niet zomaar maken wat ze wilden. Nederland werd economisch uitgebuit. Mensen stierven van de honger. Mensen werden zonder proces doodgeschoten of naar een concentratiekamp gestuurd : ook sociale grondrechten in de grondwet In 1983 kwamen ook sociale grondrechten in de grondwet, zoals de bescherming van burgers tegen discriminatie (artikel 1). De overheid kreeg de verplichting om zich in te spannen voor werkgelegenheid, bestaanszekerheid en een schoon milieu. 4

5 Vragenlijst Democratie-index I Verkiezingsproces en pluralisme 1. Zijn de verkiezingen vrij en eerlijk? 2. Is er algemeen kiesrecht voor alle volwassenen? 3. Mogen burgers nieuwe politieke partijen en maatschappelijke organisaties oprichten? II Functioneren van de regering 4. De overheid wordt goed gecontroleerd, zodat er geen machtsmisbruik kan ontstaan. 5. Het regeringsbeleid wordt niet bepaald door het leger of door een ander land. 6. In het hele grondgebied van het land accepteren de mensen het gezag van de overheid. o Klopt (2) III Politieke participatie 7. Gemiddelde opkomst bij verkiezingen voor het parlement: o Altijd boven de 70% (2) o tussen 50% en 70% (1) o Onder de 50% (0) o Er is een stemplicht (0) 8. Percentage vrouwen in het parlement: o Meer dan 20% van het aantal zetels (2) o 10-20% van het aantal zetels (1) o minder dan 10% van het aantal zetels (0) 9. Percentage van de bevolking dat lid is van een politieke organisatie: o Meer dan 7% (2) o 4% tot 7% (1) o Minder dan 4% (0) o Lidmaatschap is verplicht (0) 5

6 IV Democratische politieke cultuur 10. Percentage van de bevolking dat graag wil dat er één heerser is die alles in zijn eentje beslist. o Minder dan 30% (2) o 30% tot 50% (1) o Meer dan 50% (0) 11. Percentage van de bevolking dat vindt dat democratie het beste is voor een land. o Meer dan 90% (2) o 75% tot 90% (1) o Minder dan 75% (0) 12. De overheid bemoeit zich niet met religie (en andersom ook niet). o Ja (2) o De kerk heeft hier en daar nog wat invloed op de staat (1) o Nee (0) V Burgerlijke vrijheden 13. Er is een vrije pers, vrijheid van meningsuiting, en je mag in het openbaar protesteren tegen het beleid. 14. Iedereen mag zijn (of haar) godsdienst beoefenen, privé en in het openbaar. o Klopt een beetje (1 15. Alle burgers worden gelijk behandeld voor de wet. 6

7 Achtergrondinformatie voor de docent De Democratie-index is een ranglijst van democratieën op basis van 60 vragen. Op hoe meer van die vragen een land goed scoort, hoe beter de democratie daar functioneert. Tip: geef voorbeelden van landen waar de democratie volledig en niet volledig is, en van landen waar hybride en autoritaire regimes aan de macht zijn. Laat de leerlingen raden hoe landen als de VS, Rusland en China scoren. Wijs erop dat er ook EU-landen zijn waar de democratie niet volledig is (zie: Op de Wikipedia-pagina staan ook links naar de rapporten uit 2006 en Het rapport van de Democratie-index voor 2011 (met daarin ook de complete lijst van 60 vragen) is hier te vinden: _Index_Dec2011.pdf Antwoorden op vragen F, G en H: F: Nederland kreeg in de echte Democratie-index van 2011 (met 60 vragen) een 8,99 en stond daarmee op de tiende plaats. Hieronder ziet u de cijfers die Nederland in deze aangepaste Democratie-index met 15 vragen volgens onze berekening zou krijgen in de aangegeven periodes, met daarachter voorbeelden van landen die in de Democratie-index van 2011 vergelijkbare scores hebben: o : 3,3 (10 punten) - Angola, Gambia o : 5,3 (16 punten) - Libanon o : 6,6 (20 punten) - Peru, Colombia o : 1,6 (5 punten) - Tsjaad, Turkmenistan o 1983-nu : 9,3 (28 punten) G: Noorwegen, IJsland, Denemarken, Zweden, Nieuw-Zeeland, Australië, Zwitserland, Canada en Finland scoorden in 2011 hoger dan Nederland. In de categorie politieke participatie doet Nederland het relatief goed (alleen Noorwegen heeft daar meer punten dan Nederland), maar in de andere categorieën doen de genoemde landen het bijna allemaal beter dan Nederland (sommige doen het even goed): het verkiezingsproces, functioneren van de regering, politieke cultuur en burgerlijke vrijheden. Zie ook het antwoord bij H. voor een uitleg waarom Nederland op die gebieden iets minder goed scoort. H: Nederland wordt niet steeds democratischer. In 2006 scoorde Nederland nog 9,66, vlak onder Noorwegen. In 2008 was dat al afgezakt naar 9,53 en in 2011 is het dus nog lager geworden. Op het gebied van verkiezingsproces, politieke participatie en burgerlijke vrijheden had Nederland vroeger een 10, nu niet meer. Wellicht tellen bedreigingen van politici mee, en m.b.t. het verkiezingsproces het gebruik van stemmachines die later fraudegevoelig bleken en problemen met hertellingen bij de eerste papieren stemmingen in Rotterdam. Denk verder ook aan de opkomst die bij sommige verkiezingen is gedaald. 7

8 Antwoorden Democratie-index vmbo I Verkiezingsproces en pluralisme 1. Zijn de verkiezingen vrij en eerlijk? , , , nu Toelichting: de verkiezingen na 1815 waren vermoedelijk doorgaans vrij en eerlijk; het kiesrecht was alleen in het begin nog heel beperkt. Om die reden zouden de eerste periodes ook bij klopt een beetje of klopt helemaal niet kunnen worden geplaatst. WOII staat bij klopt helemaal niet omdat in die periode helemaal geen verkiezingen zijn gehouden. 2. Is er algemeen kiesrecht voor alle volwassenen? , 1983 nu , Mogen burgers nieuwe politieke partijen en maatschappelijke organisaties oprichten? , nu , II Functioneren van de regering 4. De overheid wordt goed gecontroleerd, zodat er geen machtsmisbruik kan ontstaan , 1983-nu , Het regeringsbeleid wordt niet bepaald door het leger of door een ander land , , 1983-nu In het hele grondgebied van het land accepteren de mensen het gezag van de overheid. o Klopt (2) , , 1983-nu ,

9 III Politieke participatie 7. Gemiddelde opkomst bij verkiezingen voor het parlement: o Altijd boven de 70% (2) , , 1983-nu o tussen 50% en 70% (1) o Onder de 50% (0) o Er is een stemplicht (0) , (n.v.t.) Toelichting: op en v96vuz zijn veel opkomstcijfers te vinden. In de periode komt de opkomst soms boven de 70% uit, maar vaak ligt de opkomst tussen de 50% en 70%. Tussen 1917 en 1970 gold een opkomstplicht. De cijfers van lijken daar niet te kloppen. In WOII waren er geen verkiezingen. 8. Percentage vrouwen in het parlement: o Meer dan 20% van het aantal zetels (2) 1983-nu (bron: o 10-20% van het aantal zetels (1) o minder dan 10% van het aantal zetels (0) , , , (n.v.t.) 9. Percentage van de bevolking dat lid is van een politieke organisatie: o Meer dan 7% (2) o 4% tot 7% (1) o Minder dan 4% (0) 1983-nu o Lidmaatschap is verplicht of n.v.t. (0) , (De eerste politieke partijen ontstonden aan het einde van de 19 e eeuw), Zie ook: Bij benadering bedroeg de organisatiegraad van alle in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen in 1946 zo n 15%; in ,5%; in ,7%; in ,4%; in ,5%; en in ,9%. 9

10 IV Democratische politieke cultuur 10. Percentage van de bevolking dat graag wil dat er één heerser is die alles in zijn eentje beslist. o Minder dan 30% (2) o 30% tot 50% (1) o Meer dan 50% (0) Op deze vraag is eigenlijk geen eenduidig juist antwoord te geven: er zijn geen bronnen voor. Eventueel zou een antwoord beredeneerd kunnen worden: gezien de historische context is het bijvoorbeeld niet vreemd om te veronderstellen dat er in de periode een groeiend deel van de bevolking verlangde naar een sterke leider. 11. Percentage van de bevolking dat vindt dat democratie het beste is voor een land. o Meer dan 90% (2) o 75% tot 90% (1) o Minder dan 75% (0) Ook op deze vraag is geen eenduidig juist antwoord te geven: er zijn geen bronnen voor. Bij een beredeneerd antwoord lijkt het logisch om te veronderstellen dat de populariteit van democratie als bestuursvorm steeds groter is geworden, met misschien weer een lichte afname in de laatste tien, vijftien jaar. 12. De overheid bemoeit zich niet met religie (en andersom ook niet). o Ja (2) , , , 1983-nu o De kerk heeft hier en daar nog wat invloed op de staat (1) , (zie bijv. archie_in_nederland) evt. ook nog o Nee (0) V Burgerlijke vrijheden 13. Er is een vrije pers, vrijheid van meningsuiting, en je mag in het openbaar protesteren tegen het beleid nu , , Iedereen mag zijn (of haar) godsdienst beoefenen, privé en in het openbaar , , 1983-nu , (Tot 1848 was RK eredienst verboden; tot 1853 mocht de RK kerk geen bisschoppen benoemen, maar vanaf 1796 kennen we al gelijkheid van Godsdienst.) (Joden, Jehova s, etc.) 15. Alle burgers worden gelijk behandeld voor de wet nu , , (vrouwen hadden eerst nog geen stemrecht, en tot na WOII mochten getrouwde vrouwen officieel niet werken, etc.)

11 Leve de democratie! HAVO/VWO Korte omschrijving van de werkvorm De leerlingen gaan het democratische gehalte uitrekenen van Nederland door de jaren heen. In 1815 zou het kersverse koninkrijk Nederland op de ranglijst van de Democracy Index nog een dikke onvoldoende scoren. De leerlingen vormen groepjes en krijgen de opdracht om een cijfer te geven voor de democratie van het Nederland uit een van de periodes van ons koninkrijk. Ze krijgen een lijstje met 25 stellingen die afkomstig zijn uit de vragenlijst van de echte Democratieindex (die uit 60 vragen bestaat). Bij elk antwoord hoort een aantal punten (2/1/0). De leerlingen tellen alle punten op en delen het totaal door 5. De uitkomst daarvan is het cijfer dat Nederland in dat jaar voor zijn democratie zou hebben gekregen. Vervolgens beantwoorden de leerlingen nog de andere vragen op het vragenblad. Leerdoel Leerlingen leren een paar belangrijke kenmerken van de democratie kennen. Ze begrijpen dat er een glijdende schaal is van volledige democratie onvolledige democratie, hybride regime en dictatuur. Ze begrijpen ook dat het meestal tijd kost voor een land om democratisch te worden. Duur 50 minuten Wat doet de docent? Leg uit wat de Democracy Index is. Verdeel de klas in vijf groepjes. Geef elk groepje een periode uit de geschiedenis: , , , of Geef elk groepje de achtergrondinformatie van hun periode, en deel ook de opdrachtvellen met de vragenlijst uit. Elk groepje leest de achtergrondinformatie en beantwoordt de vragen. Zo komen ze uit op een cijfer voor de democratie van Nederland in die periode. Loop van groepje naar groepje en help bij het beantwoorden van de vragen. Als alle groepjes klaar zijn, tekent u een grafiek op het bord met de vijf periodes en de cijfers 0 tot 10. Een voor een haalt u de groepjes naar voren en laat ze hun cijfer in de grafiek opschrijven. U pikt er bij elk groepje een aantal stellingen uit en vraagt wat voor antwoord het groepje daarop heeft gegeven. Hierbij is er enige ruimte voor discussie. U vraagt de groepjes ook welke landen op dit moment hetzelfde cijfer hebben als het Nederland toen. Ten slotte bespreekt u klassikaal de laatste twee vragen (1. Welke landen scoren hoger dan Nederland en waarom? 2. Wordt Nederland alsmaar democratischer, of wordt het ook wel eens minder? Hoe hoog scoorde Nederland in 2006? En in 2008?) Wat doen de leerlingen? De leerlingen beantwoorden in groepjes de vragen. Werkvorm Vragenlijst aan de hand van de Democratie-index. Niet op elke vraag is een eenduidig antwoord mogelijk. 11

12 Opdracht en informatie voor de leerlingen De Democratie-index is een lijst die het democratisch gehalte van bijna alle landen op de wereld weergeeft. Deze index wordt samengesteld door de The Economist Group, het bedrijf dat onder meer het weekblad The Economist uitgeeft. De rangorde van de index gaat oplopend van 1 (grote democratische vrijheid) tot boven de 150 (zwaar onderdrukkende dictaturen). De ranglijst bestaat uit 167 landen, waarbij - anno Noorwegen als meest democratisch en Noord-Korea als minst democratisch wordt beschouwd. Nederland scoort behoorlijk hoog op de Democratie-index. Maar Nederland is niet altijd zo democratisch geweest. A. Vorm een groepje van ongeveer 6 leerlingen, zodat de klas in 5 groepjes verdeeld is. B. Van je docent krijgen jullie achtergrondinformatie over een periode uit de Nederlandse geschiedenis. C. Lees wat voor land Nederland was in die periode. Was er al algemeen kiesrecht? Was er vrijheid van meningsuiting? Geef met je groepje antwoord op de vragen van de Democratie-index, voor het Nederland van toen. D. Achter elk antwoord staat het aantal punten dat bij dat antwoord hoort: 2/1/0. Tel voor elk jaar het aantal punten op en deel dat door 5. De uitkomst moet tussen de 0 en de 10 liggen. Dat is het cijfer dat Nederland in die tijd had voor de Democratie-index. E. Geef dit cijfer aan je docent. Je docent maakt daarmee op het bord een grafiek waarin het verloop van de democratisering van Nederland is af te lezen. F. Zoek op Wikipedia de meest recente Democratie-index op. Wat voor cijfer krijgt Nederland nu? Hoe hoog staan we op de ranglijst? En welke landen hebben nu hetzelfde cijfer dat Nederland had in de periode die jouw groepje bestudeerd heeft? G. Kijk welke landen op dit moment hoger scoren op de Democratie-index dan Nederland. Probeer te bedenken hoe het komt dat die landen hoger scoren. H. Wordt Nederland alsmaar democratischer, of wordt het ook wel eens minder? Hoe hoog scoorde Nederland in 2006? En in 2008? 12

13 Vragenlijst Democratie-index I Verkiezingsproces en pluralisme 1. Zijn de verkiezingen voor de wetgevende macht en de regering vrij en eerlijk? 2. Is er algemeen kiesrecht voor alle volwassenen? 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? Klopt helemaal (2) Klopt een beetje (1) Klopt niet (0) 4. Zijn burgers vrij om nieuwe politieke partijen en maatschappelijke organisaties op te richten? 5. Oppositiepartijen hebben een realistische kans om in de regering te komen. Klopt (2) Er is een tweepartijensysteem en naast die twee partijen hebben andere partijen eigenlijk geen kans om aan de regering deel te nemen. (1) Klopt niet (0) II Functioneren van de regering 6. Er zijn voldoende checks and balances op het overheidsgezag. 13

14 7. Het regeringsbeleid wordt niet bepaald door het leger of door buitenlandse machten. 8. De regering heeft gezag over het hele grondgebied van het land. o Klopt (2) 9. Hoeveel komt corruptie voor? Corruptie is geen groot probleem (2) Corruptie is een belangrijk probleem (1) Corruptie is op alle niveaus aanwezig (0) 10. Percentage van mensen die veel vertrouwen in de overheid hebben. Meer dan 40% (2) 25-40% (1) minder dan 25% (0) III Politieke participatie 11. Gemiddelde opkomst bij verkiezingen voor het parlement: o Altijd boven de 70% (2) o tussen 50% and 70% (1) o Onder de 50% (0) o Er is een stemplicht (0) 12. Percentage vrouwen in het parlement: o Meer dan 20% van het aantal zetels (2) o 10-20% van het aantal zetels (1) o minder dan 10% van het aantal zetels (0) 13. Percentage van de bevolking dat lid is van een politieke partij of politieke ngo: o Meer dan 7% (2) o 4% tot 7% (1) o Minder dan 4% (0) o Lidmaatschap is verplicht (0) 14

15 14. Percentage van de volwassen bevolking dat kan lezen en schrijven: Meer dan 90% (2) 70% tot 90% (1) Minder dan 70% (0) IV Democratische politieke cultuur 15. Percentage van de burgers die graag een sterke leider zouden zien die zich niet druk maakt om het parlement en de verkiezingsuitslagen. o Minder dan 30% (2) o 30% tot 50% (1) o Meer dan 50% (0) 16. Percentage van de bevolking het liefst zou willen dat het land bestuurd werd door experts of technocraten, in plaats van door de regering. Minder dan 50% (2) 50% tot 70% (1) Meer dan 70% (0) 17. Percentage van mensen die vinden dat democratie beter is dan elke andere bestuursvorm. o Meer dan 90% (2) o 75% tot 90% (1) o Minder dan 75% (0) 18. Er is een sterke traditie van scheiding tussen kerk en staat o Ja (2) o De kerk heeft hier en daar nog wat invloed op de staat (1) o Nee (0) V Burgerlijke vrijheden 19. Er is een vrije pers. 20. Er is vrijheid van meningsuiting en je mag in het openbaar protesteren tegen het beleid. 15

16 21. Er zijn instituties voor burgers om verhaal te halen als ze klachten hebben over de overheid. 22. Er is een onafhankelijke rechterlijke macht, die indien nodig een uitspraak doet die tegen de overheid in gaat. 23. Iedereen mag vrijelijk zijn of haar godsdienst beoefenen, privé en in het openbaar. 24. Alle burgers worden gelijk behandeld voor de wet. 25. Burgers hebben grote persoonlijke vrijheid: iedereen heeft het recht om te reizen, te studeren en het werk te kiezen dat hem/haar aanstaat. 16

17 Antwoorden Democratie-index havo/vwo I Verkiezingsproces en pluralisme 1. Zijn de verkiezingen voor de wetgevende macht en de regering vrij en eerlijk? , , , nu Toelichting: de verkiezingen na 1815 waren vermoedelijk doorgaans vrij en eerlijk; het kiesrecht was alleen in het begin nog heel beperkt. Om die reden zouden de eerste periodes ook bij klopt een beetje of klopt helemaal niet kunnen worden geplaatst. WOII hebben we bij klopt helemaal niet geplaatst omdat er in die periode helemaal geen verkiezingen zijn gehouden. 2. Is er algemeen kiesrecht voor alle volwassenen? , 1983 nu , Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? 1983-nu, (De SDAP bijvoorbeeld werd benadeeld door het censuskiesrecht. Is wat indirect, maar beïnvloedde gelijke kansen.) (n.v.t.), (n.v.t.) 4. Zijn burgers vrij om nieuwe politieke partijen en maatschappelijke organisaties op te richten? , nu , Oppositiepartijen hebben een realistische kans om in de regering te komen. o Klopt (2) 1983-nu, o Er zijn slecht twee of drie grote partijen, en naast die twee partijen hebben andere partijen eigenlijk geen kans om aan de regering deel te nemen. (1) (Sommige partijen hadden in deze periode minder kans, omdat er tot 1917 een districtenstelsel was. Dat benadeelde kleine(re) partijen.) (n.v.t.), (n.v.t.) 17

18 II Functioneren van de regering 6. Er zijn voldoende checks and balances op het overheidsgezag , 1983-nu , Het regeringsbeleid wordt niet bepaald door het leger of door buitenlandse machten , , 1983-nu De regering heeft gezag over het hele grondgebied van het land. o Klopt (2) , , 1983-nu (afscheiding België en de situatie ), Hoeveel komt corruptie voor? o Corruptie is geen groot probleem (2) 1983-nu o Corruptie is een belangrijk probleem (1) o Corruptie is op alle niveaus aanwezig (0) (Zwarthandel, gesjoemel met voedselbonnen, enz.) Toelichting rest: voor de periodes , en is deze vraag nauwelijks te beantwoorden. Er zijn weinig bronnen voor. 10. Percentage van mensen die veel vertrouwen in de overheid hebben. o Meer dan 40% (2) 1983-nu o 25-40% (1) o minder dan 25% (0) Toelichting: ook voor het beantwoorden van deze vraag zijn er eigenlijk geen goede bronnen. 18

19 III Politieke participatie 11. Gemiddelde opkomst bij verkiezingen voor het parlement: o Altijd boven de 70% (2) , , 1983-nu o tussen 50% en 70% (1) (In de periode komt de opkomst soms boven de 70% uit, maar vaak ligt de opkomst tussen de 50% en 70%.) o Onder de 50% (0) o Er is een stemplicht (0) , (n.v.t.) (In WOII waren er geen verkiezingen.) Toelichting: op en v96vuz zijn veel opkomstcijfers te vinden. Tussen 1917 en 1970 gold een opkomstplicht. De cijfers van lijken daar niet te kloppen. 12. Percentage vrouwen in het parlement: o Meer dan 20% van het aantal zetels (2) 1983-nu (bron: o 10-20% van het aantal zetels (1) o minder dan 10% van het aantal zetels (0) , , , (n.v.t.) 13. Percentage van de bevolking dat lid is van een politieke partij of politieke ngo: o Meer dan 7% (2) o 4% tot 7% (1) o Minder dan 4% (0) 1983-nu o Lidmaatschap is verplicht of n.v.t. (0) , (De eerste politieke partijen ontstonden aan het einde van de 19 e eeuw), Zie ook: Bij benadering bedroeg de organisatiegraad van alle in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen in 1946 zo n 15%; in ,5%; in ,7%; in ,4%; in ,5%; en in ,9%. 14. Percentage van de volwassen bevolking dat kan lezen en schrijven: o Meer dan 90% (2) , , , 1983-nu, o 70% tot 90% (1) o Minder dan 70% (0) Volgens het IISG zou dit percentage al in 1800 boven de 80% zijn geweest: Gedurende de negentiende eeuw daalde het analfabetisme in Nederland van een niveau van 20 procent in 1800 naar bijna nul procent in Zie: Voor andere bronnen: 20working%20paper11.pdf 19

20 IV Democratische politieke cultuur 15. Percentage van de burgers die graag een sterke leider zouden zien die zich niet druk maakt om het parlement en de verkiezingsuitslagen. o Minder dan 30% (2) o 30% tot 50% (1) o Meer dan 50% (0) Op deze vraag is eigenlijk geen antwoord te geven: er zijn geen bronnen voor. Eventueel zou een antwoord beredeneerd kunnen worden: gezien de historische context is het niet vreemd om te veronderstellen dat er in de periode een groeiend deel van de bevolking verlangde naar een sterke leider. 16. Percentage van de bevolking het liefst zou willen dat het land bestuurd werd door experts of technocraten, in plaats van door de regering. o Minder dan 50% (2) o 50% tot 70% (1) o Meer dan 70% (0) Op deze vraag is eigenlijk geen antwoord te geven: er zijn geen bronnen voor. 17. Percentage van mensen die vinden dat democratie beter is dan elke andere bestuursvorm. o Meer dan 90% (2) o 75% tot 90% (1) o Minder dan 75% (0) Ook op deze vraag is eigenlijk geen antwoord te geven: er zijn geen bronnen voor. Bij een beredeneerd antwoord lijkt het logisch om te veronderstellen dat de populariteit van democratie als bestuursvorm steeds groter is geworden, met misschien weer een lichte afname in de laatste tien, vijftien jaar. 18. Er is een sterke traditie van scheiding tussen kerk en staat o Ja (2) , , , 1983-nu o De kerk heeft hier en daar nog wat invloed op de staat (1) , (zie bijv. archie_in_nederland) evt. ook nog o Nee (0) V Burgerlijke vrijheden 19. Er is een vrije pers nu , ,

21 20. Er is vrijheid van meningsuiting en je mag in het openbaar protesteren tegen het beleid nu , [of helemaal?] [?], Er zijn instituties voor burgers om verhaal te halen als ze klachten hebben over de overheid nu (Het instituut Nationale ombudsman bestaat in Nederland sinds In 1999 werd het in de Nederlandse Grondwet verankerd.) , , (in tegenstelling tot was Nederland in deze periodes een rechtsstaat) Er is een onafhankelijke rechterlijke macht, die indien nodig een uitspraak doet die tegen de overheid in gaat , 1983-nu , Iedereen mag vrijelijk zijn of haar godsdienst beoefenen, privé en in het openbaar , , 1983-nu , (Tot 1848 was RK eredienst verboden; tot 1853 mocht de RK kerk geen bisschoppen benoemen.) (Joden, Jehova s, etc.) 24. Alle burgers worden gelijk behandeld voor de wet nu , , (vrouwen hadden eerst nog geen stemrecht, en tot na WOII mochten getrouwde vrouwen niet werken, etc.) Burgers hebben grote persoonlijke vrijheid: iedereen heeft het recht om te reizen, te studeren en het werk te kiezen dat hem/haar aanstaat nu , , Discussievraag: na Aletta Jacobs mochten vrouwen bijv. wel studeren. Vrije keuze van werk en reizen was er altijd wel; alleen hadden in de 19 e eeuw de meesten geen geld om van dat recht gebruik te maken. Maar is dat een beetje of niet. 21

22 Achtergrondinformatie voor de docent De Democratie-index is een ranglijst van democratieën op basis van 60 vragen. Op hoe meer van die vragen een land goed scoort, hoe beter de democratie daar functioneert. Geef voorbeelden van landen waar de democratie volledig en niet volledig is, en van landen waar hybride en autoritaire regimes aan de macht zijn. Wijs erop dat er ook EUlanden zijn waar de democratie niet volledig is (zie: Op de Wikipedia-pagina staan ook links naar de rapporten uit 2006 en Het rapport van de Democratie-index voor 2011 (met daarin ook de complete lijst van 60 vragen) is hier te vinden: _Index_Dec2011.pdf Antwoorden op vragen F, G en H: F: Nederland kreeg in de echte DI van 2011 (met 60 vragen) een 8,99 en stond daarmee op de tiende plaats. Hieronder ziet u de cijfers die Nederland volgens onze berekening (in deze aangepaste Democratie-Index met 25 vragen) zou krijgen in de aangegeven periodes, met daarachter voorbeelden van landen die in de Democratie Index van 2011 vergelijkbare scores hebben: o : 2,8 (ca. 14 punten): Kongo, Guinee o : 5,5 (ca. 28 punten): Senegal, Tunesië, Nicaragua o : 7 (ca. 35 punten): Mexico, Hongarije, Letland o : 1,6 (ca. 8 punten): Tsjaad, Turkmenistan o 1983-nu : 9,4 (ca. 47 punten) G: Noorwegen, IJsland, Denemarken, Zweden, Nieuw-Zeeland, Australië, Zwitserland, Canada en Finland scoorden in 2011 hoger dan Nederland. In de categorie politieke participatie doet Nederland het relatief goed (alleen Noorwegen heeft daar meer punten dan Nederland), maar in de andere categorieën doen de genoemde landen het bijna allemaal beter dan Nederland (sommige doen het even goed): het verkiezingsproces, functioneren van de regering,politieke cultuur en burgerlijke vrijheden. Zie ook het antwoord bij H. voor een uitleg waarom Nederland op die gebieden iets minder goed scoort. H: Nederland wordt niet steeds democratischer. In 2006 scoorde Nederland nog 9,66, vlak onder Noorwegen. In 2008 was dat al afgezakt naar 9,53 en in 2011 is het dus nog lager geworden. Op het gebied van verkiezingsproces, politieke participatie en burgerlijke vrijheden had Nederland vroeger een 10, nu niet meer. Wellicht tellen bedreigingen van politici mee, en m.b.t. het verkiezingsproces was er gedoe over stemmachines en problemen met hertellingen bij de eerste papieren stemmingen in Rotterdam. Denk verder ook aan de opkomst bij sommige verkiezingen die is gedaald. 22

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

DEMOCRATIE-INDEX DOCENTENHANDLEIDING KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM LEERDOELEN DUUR BENODIGD MATERIAAL WAT DOET U?

DEMOCRATIE-INDEX DOCENTENHANDLEIDING KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM LEERDOELEN DUUR BENODIGD MATERIAAL WAT DOET U? DEMOCRATIE-INDEX DOCENTENHANDLEIDING KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM De leerlingen gaan in groepjes aan de slag met een vragenlijst die gebaseerd is op de echte Democratie-index. Elk groepje rekent uit hoe

Nadere informatie

Instructie: Landenspel light

Instructie: Landenspel light Instructie: Landenspel light Korte omschrijving werkvorm In dit onderdeel vormen groepjes leerlingen de regeringen van verschillende landen. Ieder groepje moet uiteindelijk twee werkbladen (dus twee landen)

Nadere informatie

DEMOCRATIE OF DICTATUUR?

DEMOCRATIE OF DICTATUUR? JUNI 2015 - POLITIEK IN PRAKTIJK #4 WAT HEB JE NODIG (Kleuren)prints van de leestekst en werkbladen A en B. Elke leerling een pen of potlood. DE WERKVORM IN HET KORT Aan de hand van twee korte verhaaltjes

Nadere informatie

200 JAAR STATEN-GENERAAL

200 JAAR STATEN-GENERAAL 200 JAAR STATEN-GENERAAL NOVEMBER 2015 - POLITIEK IN PRAKTIJK #7 WAT HEB JE NODIG Knipblad met jaartallen (gekleurd papier) Knipblad met foto s/uitleg (wit papier) Magneetjes + magneetbord Uitgeknipte

Nadere informatie

ProDemos. voor docenten burgerschap, maatschappijleer, maatschappijwetenschappen

ProDemos. voor docenten burgerschap, maatschappijleer, maatschappijwetenschappen ProDemos voor docenten burgerschap, maatschappijleer, maatschappijwetenschappen 1 Inhoud workshop 1. Wat is ProDemos? 2. Wat doen wij voor docenten maatschappijleer? 3. Leuke en actieve werkvormen voor

Nadere informatie

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u?

Landenspel. Duur: 30 minuten. Wat doet u? Landenspel Korte omschrijving werkvorm: In deze opdracht wordt de klas verdeeld in vijf groepen. Iedere groep krijgt een omschrijving van een land en een instructie van de opdracht. In het lokaal moeten

Nadere informatie

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u?

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u? Wie beslist wat? Korte omschrijving werkvorm: De werkvorm Wie-Beslist-Wat is een variant op het spel Ren je rot. De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen

Nadere informatie

Leve de democratie? HAVO / VWO

Leve de democratie? HAVO / VWO Leve de democratie? HAVO / VWO Korte omschrijving van de werkvorm Leerlingen doen een test: Welke democratie past bij mij? In de test staan vragen over hoe ze zouden willen dat het democratische systeem

Nadere informatie

ZOEKPLAAT GRONDRECHTEN

ZOEKPLAAT GRONDRECHTEN ZOEKPLAAT GRONDRECHTEN FEBRUARI 2016 AAN DE SLAG MET #2 WAT HEB JE NODIG? De zoekplaat staat op de volgende pagina en is in kleur te downloaden op www.prodemos.nl/popolitiek. DE WERKVORM IN HET KORT Nederland

Nadere informatie

Politiek op het VMBO: Leerlingen activeren

Politiek op het VMBO: Leerlingen activeren Politiek op het VMBO: Leerlingen activeren 1 Inhoud workshop 11 werkvormen over politiek voor het vmbo. Na afloop krijgt u een reader met daarin de werkvormen. 2 1. Zoekplaat grondrechten Leerdoel: Leerlingen

Nadere informatie

Instructie: Landenspel

Instructie: Landenspel Instructie: Landenspel Korte omschrijving werkvorm In deze werkvorm ervaren leerlingen dat een democratische rechtsstaat niet vanzelfsprekend is. Groepjes leerlingen vormen de regeringen van verschillende

Nadere informatie

GESCHIEDENIS LES 2 STAP VOOR STAP VOORUIT

GESCHIEDENIS LES 2 STAP VOOR STAP VOORUIT GESCHIEDENIS LES 2 STAP VOOR STAP VOORUIT Wie zei: Het is mijn taak om dit land goed te besturen. Maar al die ministers moeten zich er niet mee bemoeien. 1. koning Willem I 2. koning Willem II 3. koning

Nadere informatie

Leve de rechtsstaat! VMBO

Leve de rechtsstaat! VMBO Leve de rechtsstaat! VMBO Korte omschrijving van de werkvorm Er worden 10 stellingen met betrekking tot de machtenscheiding/rechtsstaat voorgelegd. Leerlingen selecteren welke 5 stellingen passen in een

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 55 punten

Nadere informatie

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 8 Toetsvragen

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 8 Toetsvragen Tijdvak 8 Toetsvragen 1 In Nederland was de eerste belangrijke politieke stroming het liberalisme. Welke politieke doelen wilden liberalen bereiken? A Zij wilden een eenheidsstaat met een grondwet en vrijheid

Nadere informatie

Instructie Machtenscheidingsquiz

Instructie Machtenscheidingsquiz Instructie Machtenscheidingsquiz Korte omschrijving werkvorm De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen en blufvragen. Bij kennisvragen kiest elk

Nadere informatie

Les 1: Het ontstaan en de splitsing van het Koninkrijk der Nederlanden ( )

Les 1: Het ontstaan en de splitsing van het Koninkrijk der Nederlanden ( ) Les 1: Het ontstaan en de splitsing van het Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) Inleiding Tijdens de viering van 200 jaar koninkrijk staan we stil bij gebeurtenissen uit de afgelopen twee eeuwen en

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

GESCHIEDENIS SO3 TV

GESCHIEDENIS SO3 TV GESCHIEDENIS SO3 TV 2 2014-2015 Dit schoolexamen bestaat uit 42 vragen. Bij meerkeuze vragen antwoorden met hoofdletter schrijven. Geef niet meer antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland 1p 1 Op welke manier werd de Tweede Kamer tussen 1848 en 1917 samengesteld? A De leden werden benoemd

Nadere informatie

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Korte omschrijving werkvorm De leerlingen beantwoorden vragen over de Europese politiek aan de hand van korte clips van Nieuwsuur in de Klas. Leerdoel De leerlingen leren

Nadere informatie

Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië?

Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië? Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië? Korte omschrijving werkvorm: Leerlingen moeten zich inleven in een permanent lid van de Veiligheidsraad van de VN. Ze gaan aan de slag met het vraagstuk of de

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 woensdag 31 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland 1p 1 In 1848 werd de grondwet in Nederland veranderd. Dit had gevolgen voor de machtsverhouding tussen

Nadere informatie

1. Verdeel de klas in 8 groepen van 3 à 4 leerlingen. 3 liberalen, 3 confessionelen en 2 socialisten.

1. Verdeel de klas in 8 groepen van 3 à 4 leerlingen. 3 liberalen, 3 confessionelen en 2 socialisten. FORMATIESPEL PACIFICATIE KORTE OMSCHRIJVING WERKVORM De leerlingen spelen in groepjes een onderhandelingsspel, gesitueerd in de jaren 10 van de twintigste eeuw. Bij dit spel moeten de leerlingen zich verplaatsen

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 1 tijdvak 1 donderdag 22 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 42 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DICTATUUR

AAN DE SLAG MET DICTATUUR AAN DE SLAG MET DICTATUUR JULI 2014 AAN DE SLAG MET #2 WAT HEB JE NODIG? Werkblad A, B, C en D. Schaar Pen en papier DE WERKVORM IN HET KORT LEERDOEL Aan de hand van twee korte verhaaltjes leren de leerlingen

Nadere informatie

2.1 Omcirkel het juiste antwoord.

2.1 Omcirkel het juiste antwoord. 2.1 Vraag 1 Het Parlement in Nederland bestaat uit... A. Eerste en Tweede Kamer B. Tweede Kamer en Provinciale Staten C. Provinciale staten en Gemeenteraad D. Tweede Kamer en Gemeenteraad Vraag 2 Waarom

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2006 tijdvak 1 woensdag 31 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 51 punten

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 53 punten

Nadere informatie

MODULE V. Ben jij nou Europees?

MODULE V. Ben jij nou Europees? MODULE V Ben jij nou Europees? V.I Wat is Europees? Wat vind jij typisch Europees? En wie vind jij typisch Europees? Dat zijn moeilijke vragen, waarop de meeste mensen niet gelijk een antwoord hebben.

Nadere informatie

HUSEYIN UCAR 4B 18-3-2014. Mr. Muilder Maatschappij

HUSEYIN UCAR 4B 18-3-2014. Mr. Muilder Maatschappij HUSEYIN UCAR 4B 18-3-2014 Mr. Muilder Maatschappij Voorwoord Omschrijving: Een dictatuur is dat een iemand de absolute macht heeft en dat er in dat land geen democratie heerst. Motivatie: Ik heb voor dit

Nadere informatie

e Kamer Derde Kamer Handboek Politiek 2 der Staten-Generaal

e Kamer Derde Kamer Handboek Politiek 2 der Staten-Generaal erde Kamer Derde Kamer e Kamer Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid, Jij bent lid van de Derde Kamer der Staten-Generaal. Als politicus moet je natuurlijk wel verstand hebben

Nadere informatie

Instructie: Quiz EU - Test je kennis!

Instructie: Quiz EU - Test je kennis! Instructie: Quiz EU - Test je kennis! Korte omschrijving werkvorm De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen en blufvragen. Bij kennisvragen kiest

Nadere informatie

Verdieping: De machtigste president

Verdieping: De machtigste president Verdieping: De machtigste president Korte omschrijving werkvorm Iedere leerling krijgt in deze werkvorm de rol van president van een voorlopig nog onbekend land. Op basis van de landeninformatie die iedere

Nadere informatie

Handboek Politiek deel 2

Handboek Politiek deel 2 Handboek Politiek deel 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid van de Derde Kamer der Staten-Generaal, Gefeliciteerd! Deze week ben jij een politicus. Je gaat samen met je klasgenoten discussiëren

Nadere informatie

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid, Jij bent lid van de Derde Kamer der Staten-Generaal. Als politicus moet je natuurlijk wel verstand hebben van politiek. Samen met je

Nadere informatie

Docentenhandleiding Botsende grondrechten

Docentenhandleiding Botsende grondrechten Docentenhandleiding Botsende grondrechten Korte omschrijving programma-onderdeel: De leerlingen worden ingedeeld in groepjes van elk 4 à 6 leerlingen. Afhankelijk van de grootte van de klas ontstaan er

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

1Nederland als democratie

1Nederland als democratie Thema 1Nederland als democratie en rechtsstaat 1.1 Inleiding Nederland is een democratie. Wij kiezen bepaalde mensen - de volksvertegenwoordigers - die namens ons regeren. Zij nemen besluiten en besturen

Nadere informatie

Onderzoek: Europese verkiezingen

Onderzoek: Europese verkiezingen Onderzoek: Europese verkiezingen Publicatiedatum: 5-5- 2014 Over dit onderzoek Het 1V Jongerenpanel, onderdeel van EenVandaag, bestaat uit 7000 jongeren van 12 t/m 24 jaar. Aan dit online onderzoek, gehouden

Nadere informatie

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

AEG deel 3 Naam:. Klas:. AEG deel 3 Naam:. Klas:. 1-Video Grensverleggend Europa; Het moet van Brussel. a-in welke Europese stad staat Jan Jaap v.d. Wal? b-beschrijf in het kort waarom een betere Europese samenwerking nodig was.

Nadere informatie

Debat: Het Duitse kiesstelsel is beter dan dat van Nederland

Debat: Het Duitse kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Debat: Het Duitse kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Korte omschrijving werkvorm: De leerlingen gaan met elkaar in debat over de stelling: Het Duitse kiesstelsel is beter dan dat van Nederland.

Nadere informatie

Verdieping: Wie is wie - tijdlijn

Verdieping: Wie is wie - tijdlijn Verdieping: Wie is wie - tijdlijn Korte omschrijving werkvorm De gebeurtenissen in Oekraïne volgden elkaar snel op. De leerlingen krijgen een tijdlijn met de belangrijkste gebeurtenissen en personen van

Nadere informatie

Monarchie! vmbo. Leerdoel De leerlingen zien welke taken/regels onze huidige koning(in) heeft.

Monarchie! vmbo. Leerdoel De leerlingen zien welke taken/regels onze huidige koning(in) heeft. Monarchie! vmbo Sinds 1848 heeft de koning geen politieke macht meer. Hij moet zich houden aan de grondwet. Hieronder staan 20 regels voor het koningshuis. Welke 8 regels passen er bij ons huidige koningshuis?

Nadere informatie

Derde Kamer Handboek Politiek 2

Derde Kamer Handboek Politiek 2 Derde Kamer Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid, Jij bent lid van de Derde Kamer der Staten-Generaal. Als politicus moet je natuurlijk wel verstand hebben van politiek. Samen

Nadere informatie

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Voorbeeldexamen VMBO-GL en TL (op basis van 2015) geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland

Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Debat: Het Duitse Kiesstelsel is beter dan dat van Nederland Korte omschrijving werkvorm: De leerlingen gaan met elkaar in debat over de stelling: Het Duitse kiesstelsel is veel beter dan dat van Nederland.

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2011 tijdvak 1 maandag 23 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

DEBAT. Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING

DEBAT. Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING De leerlingen gaan met elkaar in debat over verschillende aspecten van het Amerikaanse kiesstelsel. De leerlingen bereiden zich voor door middel van

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54 punten

Nadere informatie

PRINSESJESDAG VROUWENPODIUM 12 SEPTEMBER 2016 AANBEVELINGEN. In samenwerking met migrantenvrouwenorganisaties

PRINSESJESDAG VROUWENPODIUM 12 SEPTEMBER 2016 AANBEVELINGEN. In samenwerking met migrantenvrouwenorganisaties PRINSESJESDAG VROUWENPODIUM 12 SEPTEMBER 2016 AANBEVELINGEN In samenwerking met migrantenvrouwenorganisaties TE WEINIG VROUWEN IN BESLUITVORMENDE FUNCTIES Vrouwenpodium vraagt jaarlijks rond de 2e dinsdag

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl geschiedenis en staatsinrichting II

Eindexamen vmbo gl/tl geschiedenis en staatsinrichting II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland 1p 1 De nieuwe grondwet van 1848 zorgde voor een verandering in het kiessysteem. De leden van de

Nadere informatie

Puzzel: Wie zit waar in de Ridderzaal?

Puzzel: Wie zit waar in de Ridderzaal? Puzzel: Wie zit waar in de Ridderzaal? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen lezen een tekst en maken een puzzel in de vorm van de plattegrond van de Ridderzaal op Prinsjesdag. Afhankelijk van het

Nadere informatie

Lestips & werkvormen over de Amerikaanse

Lestips & werkvormen over de Amerikaanse Verkiezingen in de VS, verkiezingen in Nederland OMSCHRIJVING De Verenigde Staten en Nederland zijn beide een democratie; toch zijn er grote verschillen tussen deze twee landen. In deze werkvorm gaan leerlingen

Nadere informatie

Lesmateriaal voor het (V)MBO

Lesmateriaal voor het (V)MBO Lesmateriaal voor het (V)MBO Binnenkort nemen uw leerlingen deel aan een Jongerengemeenteraad. Het project Jongerengemeenteraad laat jongeren in de leeftijd van 14 19 jaar zien hoe beleid tot stand komt

Nadere informatie

Beslissingen nemen (niveau 1 en 2)

Beslissingen nemen (niveau 1 en 2) Beslissingen nemen (niveau 1 en 2) Korte omschrijving In deze opdracht bespreekt u met studenten verschillende manieren om een beslissing te nemen. U doet dit aan de hand van een voorbeeld. De studenten

Nadere informatie

Quiz: Welk standpunt hoort bij welke partij?

Quiz: Welk standpunt hoort bij welke partij? Quiz: Welk standpunt hoort bij welke partij? Korte omschrijving werkvorm In deze quiz testen uw leerlingen hun kennis over de standpunten van enkele partijen over belangrijke Europese kwesties. Ze verbinden

Nadere informatie

DEBAT. Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING

DEBAT. Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING Debat over het Amerikaanse kiesstelsel OMSCHRIJVING De leerlingen gaan met elkaar in debat over verschillende aspecten van het Amerikaanse kiesstelsel. De leerlingen bereiden zich voor door middel van

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2006 tijdvak 2 dinsdag 20 juni 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 36 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 52 punten

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

LEERLINGENBLAD FOCUS OP DE MAATSCHAPPIJ

LEERLINGENBLAD FOCUS OP DE MAATSCHAPPIJ LEERLINGENBLAD FOCUS OP DE MAATSCHAPPIJ AFLEVERING 26 Wie heeft de macht in Nederland? KIJKVRAGEN 1a. Dit programma gaat over macht. Omschrijf in eigen woorden dit begrip. b. Wat is een ander woord voor

Nadere informatie

Leve de rechtsstaat? VMBO

Leve de rechtsstaat? VMBO Leve de rechtsstaat? VMBO Korte omschrijving van de werkvorm Leerlingen beantwoorden multiple-choice-vragen over 4 casussen, waarbij ze als rechter of minister een zaak beoordelen (uitspraak doen, wet

Nadere informatie

Wie bestuurt het land?

Wie bestuurt het land? Wie bestuurt het land? Nederland is een democratie. Een belangrijk kenmerk van een democratie is een parlement. In zo n parlement zitten mensen die door de bevolking zijn gekozen. Zij zitten namens een

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? 2 Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

De les in een oogopslag. Onderwerp: Verandering en continuïteit in de Russische geschiedenis Activiteit:

De les in een oogopslag. Onderwerp: Verandering en continuïteit in de Russische geschiedenis Activiteit: Foto s vergelijken - Verandering en continuïteit in Rusland, 1894-1921 De Russische geschiedenis in de periode 1894-1921 kenmerkte zich onder meer door Opstand in 1905, twee revoluties in 1917 en een burgeroorlog

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

https://reports1.enalyzer.com/root/surveymanagement/getblob.aspx?blobid=31bfe83be43e4bf b98809f0f

https://reports1.enalyzer.com/root/surveymanagement/getblob.aspx?blobid=31bfe83be43e4bf b98809f0f In welke leeftijdscategorie valt u? Number / Percentage Jonger dan 25 jaar; 6% 66 Tussen de 25 en 34 jaar; 120 Tussen de 35 en 44 jaar; 13% 145 Tussen de 45 en 54 jaar; 205 Tussen de 55 en 64 jaar; 28%

Nadere informatie

Maatschappijleer par. 1!

Maatschappijleer par. 1! Maatschappijleer par. 1 Iets is een maatschappelijk probleem als: 1. Het groepen mensen aangaat 2. Het samenhangt met of het is gevolg is van maatschappelijke verandering 3. Er verschillende meningen zijn

Nadere informatie

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 1830 1870: Javaanse boer werkt voor Nederlandse staat: - cultuurstelsel - Herendiensten van verliespost naar wingewest Vanaf 1870: modern imperialisme particuliere bedrijven

Nadere informatie

Belangen: Rusland versus de EU

Belangen: Rusland versus de EU Belangen: Rusland versus de EU Korte omschrijving werkvorm Leerlingen denken na over de redenen waarom Rusland en de EU zich met het conflict in Oekraïne bemoeien. Dit doen zij door eerst een tekst te

Nadere informatie

Belangen: Democraten versus Republikeinen

Belangen: Democraten versus Republikeinen Belangen: Democraten versus Republikeinen Korte omschrijving werkvorm: Leerlingen lezen de tekst en proberen daarna met de opgedane kennis het standpunt te bepalen van de Democratische en de Republikeinse

Nadere informatie

Instructie: Wat weet je van de landen van de EU?

Instructie: Wat weet je van de landen van de EU? Instructie: Wat weet je van de landen van de EU? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen gaan in tweetallen aan de slag en krijgen een werkblad. Welk land hoort bij de omschrijving? Elke lidstaat van

Nadere informatie

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!!

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten. Deze lidstaten hebben allemaal op dezelfde gebieden een aantal taken en macht overgedragen aan de Europese

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen Tijdvak 7 Toetsvragen 1 In de Tijd van Pruiken en Revoluties hielden kooplieden uit de Republiek zich bezig met de zogenaamde driehoekshandel. Tussen welke gebieden vond deze driehoekshandel plaats? A

Nadere informatie

Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat

Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat Democratiequiz met achtergrondinformatie over democratie en rechtstaat Beschrijving van de activiteit De quiz wordt gespeeld op de wijze van petje op, petje af. In de plaats van petjes krijgen de kinderen

Nadere informatie

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo werkvel - 1 De Europese Unie (EU). Je hebt er dagelijks mee te maken. Al is het alleen al omdat je niet alleen Nederlander bent, maar ook Europeaan. Of dat er bijvoorbeeld euro s in je portemonnee zitten.

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? 2 De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere

Nadere informatie

LESBRIEF GROEP THEMA: DEMOCRATIE Verwerkingsopdrachten & kopieerbladen voor Samsam nr. 2, 2017

LESBRIEF GROEP THEMA: DEMOCRATIE Verwerkingsopdrachten & kopieerbladen voor Samsam nr. 2, 2017 LESBRIEF GROEP 5 + 6 THEMA: DEMOCRATIE Verwerkingsopdrachten & kopieerbladen voor Samsam nr. 2, 2017 Zo gebruikt u Samsam in de klas Weinig tijd: bekijk de filmpjes bij opdracht 1. Verdieping: kopieer

Nadere informatie

13 37 38 39 43 100 EXMENVRGEN IJ HET FOTOOEK EN DE FILM NR NEDERLND Nummer Vraagtekst Correcte antwoord vb01 U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag? vb02 U ziet een foto.

Nadere informatie

4. Op deze manier lezen jullie ook de paragrafen Wandelgangenpolitiek en Obama and the Beast.

4. Op deze manier lezen jullie ook de paragrafen Wandelgangenpolitiek en Obama and the Beast. Tekst actief lezen 1. Jullie gaan in tweetallen de tekst Belangrijke wereldleiders in Nederland voor NSS 2014 lezen. Zorg dat jullie een pen of potlood bij de hand hebben. Jullie gaan om de beurt een stukje

Nadere informatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2017 tijdvak 2 dinsdag 20 juni 13.30-15.30 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 46 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Voorbeeldexamen VMBO-GL en TL (op basis van 2015) geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen. Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Les 2 De grondwetswijziging van 1848

Les 2 De grondwetswijziging van 1848 Les 2 De grondwetswijziging van 1848 Inhoudsopgave: Opzet les 2 Inkadering in viering 200 jaar koninkrijk 3 Werkvorm 1: Film met kijkvragen 4 Werkvorm 2: Grondwetspel 6 Werkvorm 3: Zoekplaat grondwetsartikelen

Nadere informatie

Kiezen of verliezen. Bij lesmateriaal, bij deze les op de site, vind je het nodige lesmateriaal voor deze les:

Kiezen of verliezen. Bij lesmateriaal, bij deze les op de site, vind je het nodige lesmateriaal voor deze les: Verkiezingen graad 3 Lesvoorbereiding Kiezen of verliezen Bij lesmateriaal, bij deze les op de site, vind je het nodige lesmateriaal voor deze les: Voorzie materiaal om een filmpje of fotoreeks te maken

Nadere informatie

Wie bestuurt het land?

Wie bestuurt het land? Wie bestuurt het land? 2 Nederland is een democratie. Een belangrijk kenmerk van een democratie is een parlement. In zo n parlement zitten mensen die door de bevolking zijn gekozen. Zij zitten namens een

Nadere informatie

Examen VMBO-KB 2015. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-KB 2015. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-KB 2015 tijdvak 1 maandag 18 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 40 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 54

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 1. Bronnenboekje b Bijlage VMBO-KB 2008 tijdvak 1 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje Staatsinrichting van Nederland bron 1 Uit een openbare brief van iemand die zich zorgen maakt over de ontwikkelingen

Nadere informatie