GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM TWEEDE VERGADERING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM TWEEDE VERGADERING"

Transcriptie

1 RN GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM Donderdag 22 maart 2007, des namiddags om uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman TWEEDE VERGADERING AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M, de Koning-van de Gasteel, M.J.P. van Kemenade, Y.M.M.M. Kammeijer-Luycks. de heren: A.J. van Es, F.M.J. Hagens, L.C.J. Wijten, G.J.F. Akkermans, G.M.P.M. Nefs, J.P. Gabriëls, R. Tepper, PhA Aertssen, P.M.I.van den Kieboom, B. Sabudak, mr. E.W.C.M. Rampaart, P.A.M. van der Velden, P.M.M. Roosendaal, L.A.M, van Loon, W.C.E. Musters, L.C.A. Withagen, E.C.A. van den Eijnden, F.A.C. Mouws, P.J.W.J. Slijpen, J.G. Huismans, A.J.M. Coppens, A. Van Dijk, W.P. Huijgens, A. Harijgens, C.A. van Pui, L.H. van der Kallen. WETHOUDERS: de dames: A.J.P.M. Veraart de heren: A.J.F.M. Linssen, drs. A.F.M. Siebelink, A.J. Hagenaars, M.J.P. van Eekelen AFWEZIG: de heren: R. Ravensteijn, A.J. van der Wegen, J.A.S.H. Verbeem GRIFFIER: de heer F.P. de Vos. De VOORZITTER opent de vergadering met het uitspreken van het openingswoord. Ik heet u allen zeer van harte welkom. Dat geldt uiteraard voor de leden van de raad, het college, de ambtenaren, maar vooral ook voor de mensen op de publieke tribune met in het bijzonder weer vanavond de speciale gasten van de raad die zich goed hebben voorbereid, zowel schriftelijk als zojuist ter voorbereiding van de vergadering. Een prettige interessante avond gewenst. Dit geldt natuurlijk ook voor de luisteraars die via de BRTO met ons verbonden zijn. Die luisteraars kunnen niet genieten van een gebakje dat ons net is gepresenteerd en dat gebakje en daarvoor wil ik hem zeer dank zeggen, is van de heer Wout Langenberg die niet alleen 15 jaar lang al verslaglegging namens de BRTO doet van de gemeenteraadsvergaderingen, maar die ook vandaag jarig is. Bij heren mag je geloof ik wel leeftijden noemen. Het is een jubileumjaar. Hij knikt ja. Hij is 60 jaar geworden. Van harte gefeliciteerd. Namens de raad ook een bos bloemen van ons. Wij hebben een drietal berichten van verhindering ontvangen van de heren Verbeem, Van der Wegen en Ravensteijn. Wij kunnen hier allen zien dat van plaats zijn geruild de heer Harijgens en de heer Van der Kallen en verder zit iedereen op de zetel zoals die eerder is toegewezen. Wij hebben vanavond een redelijk volle agenda, een aantal belangrijke punten. Ik denk dat ik namens u allen spreek door te zeggen dat het toch mooi zou zijn als we vanavond op een goede manier al die punten goed met elkaar kunnen bespreken. Dat zal alleen op één avond lukken als we dat ook kordaat doen met elkaar, proberen herhalingen te voorkomen, commissies niet overdoen zoals u zelf reeds eerder tegen elkaar zei, maar ook als er een debat is zoveel mogelijk te kijken of er aanvullende punten te berde worden gebracht en geen zaken van elkaar worden herhaald. Ik denk dat het met een aantal van die spelregels zou moeten lukken om vanavond ook de vergadering tot een eind te brengen. Lukt dat niet dan is het zo en zullen we ongeveer om half elf kijken of we morgen verder gaan. 2. Vaststelling agenda De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat de heer Huismans van de WD-fractie heeft verzocht om een motie vreemd aan de orde van de dag te agenderen over verruiming van de gebruiksmogelijkheden van de Binnenschelde. Met uw instemming zou ik dat willen agenderen als agendapunt 9b. l

2 Ik zou willen voorstellen om de agendapunten 7a, b en c in de beraadslagingen in één keer te behandelen. Het zijn brieven die gaan over communicatie en het is denk ik, gezien de inhoudelijke samenhang, goed dat we dat in een keer doen. Is dat akkoord? Zijn er verder nog opmerkingen bij de agenda? Dat is niet het geval en daarmee is deze conform deze aanpassingen vastgesteld. 3. Notulen raadsvergadering d.d. 1 februari 2007 De VOORZITTER: Zijn hier nog opmerkingen over? Dat is niet het geval en zijn de notulen conform vastgesteld. 4. Besluitenlijst raadsvergadering d.d. 1 februari De VOORZITTER: Dat geldt ook voor de besluitenlijst? Dat is het geval. 5. A-stukken a. SMD/07/02 Aanpassing Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bergen op Zoom b. SMD/07/08 Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant c. SROB/07/010 Actualisatie exploitatiebegroting Het Groene Gordijn per ultimo 2006 d. SROB/07/Q11 Actualisatie exploitatie De Schans per ultimo 2006 e. SROB/07/013 Actualisatie en afsluiting exploitatie Walcherenstraat f. SROB/07/014 Actualisatie exploitatie voormalige Sint Jozefschool Halsteren 2006 g. SROB/07/015 Actualisatie en afsluiting exploitatie De Parade 2006 h. SROB/07/018 Voorbereidingsbesluit De Linie i. SROB/07/019 Voorbereidingsbesluit Stationsstraat 28 Bergen op Zoom ten behoeve van de vestiging van een hospice j. SROB/07/022 Actualisatie exploitatie Oude Molen k. SROB/07/024 Actualisatie exploitatie Noordland l. SROB/07/Q25 Vaststellen van de Afvalstoffenheffing van de gemeente Bergen op Zoom 2007 m. Voorbereidingsbesluit Molenwieken Halsteren. De VOORZITTER: De A-stukken hebben in de commissies het advies gekregen dat iedereen akkoord is en we deze punten hier dus met een hamerslag af kunnen procederen. Dat is ook het geval? Nog één opmerking. De heer VAN PUL: Het betreft het Voorbereidingsbesluit De Linie, punt h. Een aantal jaren geleden speelde een probleem met betrekking tot een mogelijk illegaal geplaatst huis. De vraag is of dat hiermee nu gelegaliseerd wordt? De VOORZITTER: Als de vraag helder is voor de portefeuillehouder dan zou ik hem willen vragen hier antwoord op te geven. De heer HAGENAARS, wethouder: Een Voorbereidingsbesluit is bedoeld om aan te geven dat er een bestemmingsplan in voorbereiding is en dat is ook hier het geval. Daar wordt ook het wel of niet legaal wonen in behandeld. Dat komt dus tezamen met het nieuwe bestemmingsplan aan de orde. De VOORZITTER: Nog andere opmerkingen bij de A-lijst? Dat is niet het geval. Dan is conform besloten. B-stukken. 6a. Actualisatie exploitatie De Markiezaten per ultimo SROB/07/023 De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat met name de fracties van CDA, WD en BSD hebben gevraagd om het nog in de raad aan de orde te stellen en dan gaat het met name over het exploitatierisicopercentage en het aanbestedingsvoordeel.

3 De heer COPPENS: Ik kan het heel erg kort houden. De WD-fractie heeft een aantal vragen gesteld in de commissie en die zijn door de ambtelijke dienst naar behoren beantwoord. Wij kunnen dus instemmen met het voorstel. De heer WITHAGEN: Ook wij hebben een aantal vragen gesteld en wij komen er met de brief die het college gestuurd heeft nog niet uit. Dat betekent dat wij met een aantal vragen zijn blijven zitten. De communicatie in de commissie was zo bedonderd dat wij er ook geen heil in zien om er nog een keer uitgebreid op terug te komen. We willen de zaak ook nu niet ophouden. Wij gaan akkoord met het voorstel en wij zullen via de ambtelijke lijn, zoals wij dat afgesproken hebben, van de desbetreffende verantwoordelijke ambtenaren trachten helderheid te krijgen over een tweetal punten waar wij naar onze mening verkeerde informatie kregen. De VOORZITTER: Als u echt denkt dat de informatie verkeerd is dan is het ook wel zaak dat het via de wethouder even kenbaar wordt gemaakt. U heeft natuurlijk alle gelegenheid om u feitelijk nog even op de hoogte te stellen. De heer VAN DER KALLEN: Ik wil toch ook reageren op wat de heer Withagen zegt, want dit orgaan, de gemeenteraad, is het hoogste orgaan en als in de commissie je klaarblijkelijk geen adequate antwoorden krijgt dan is het hier de plek om die antwoorden wel te krijgen, zodat niet alleen de CDA-fractie volledig is geïnformeerd, maar ook alle andere fracties zijn geïnformeerd. Verder vind ik het taalgebruik, daar had ik van u eigenlijk een opmerking over verwacht, ook niet correct om de discussie in de commissie aan te snijden. Ook ik ben van mening dat de commissie niet alle informatie heeft opgeleverd c.q. niet helemaal, maar als ik naar de brief kijk die het college heeft verzonden dan vind ik die brief a. buitengewoon informatief en b. levert hij in ieder geval een inzicht op waarvan ik eigenlijk moet zeggen, gezien de aard van het stuk en de grootte van het verschil, de verslechtering van de exploitatie, had dit antwoord eigenlijk al in dit stuk dienen te zitten. Dat wil ik kwijt. Verder wil ik hier nogmaals het statement maken dat zoals bekend mijn fractie geen voorstander is geweest en het nog niet is van de ontwikkeling van de Markiezaten. We hebben daar twee belangrijke argumenten bij, a. is het een gebied met een hoge natuurlijke potentie en daar wordt voor een belangrijk deel aan tegemoetgekomen, maar niet in die voege zoals mijn fractie dat graag zou zien en b. wij achten ten principale het gebied door zijn geologische structuur niet geschikt om daarop te bouwen. We verwachten dan ook in de toekomst daar problemen mee, waarmee de huidige problemen op de Bergse Plaat met betrekking tot verzakkingen in het niet zullen vallen. De VOORZITTER: Ik zou u willen vragen u wel te beperken tot de actualisatie van de exploitatie van de Markiezaten, daar hebben we het nu over. De heer VAN DER KALLEN: Daar hebben we het ook over, want de verhoging van het exploitatierisico is daar een indicatie van, dat enerzijds het ambtelijk apparaat c.q. degenen die zich hiermee bezighouden tot de conclusie komen dat de risico's van dit gebied groter zijn dan men tot nu toe had gedacht Het wordt dan verhoogd naar 25%, maar dat is het maximale percentage in de huidige systematiek. Mijn fractie denkt dat dit percentage nog veel te laag is en dat statement wensen wij hier in deze raad te maken. Het zal helder zijn dat ik tegen deze exploitatieactualisatie stem. De heer VAN PUL: Naar aanleiding van het fractieberaad hebben wij nog een vraagje en dat is met betrekking tot de goedkeuring van het bestemmingsplan en wat de eventuele consequenties zouden kunnen zijn. De VOORZITTER: Toch nog een aanvullende vraag. Ik geef dan het woord aan wethouder Hagenaars, nadat ik heb gecheckt of er echt geen leden meer zijn van de raad die het woord willen. De heer VAN DIJK: Ook de SP-fractie heeft met verbazing kennisgenomen van de exploitatierisico's die van 15 naar 25% gaan. Wij vragen ons af wat daar de reden van is om dit te verhogen. De heer HAGENAARS, wethouder: Ten aanzien van de reparatie van het bestemmingsplan bent u reeds ingelicht middels een raadsmededeling. Het reparatieplan behelst een aantal zaken die via Gedeputeerde Staten worden gerepareerd. Het wordt opnieuw tegen het licht gehouden van het vernieuwd opgesteld streekplan, het aangepaste streekplan en wordt daarmee in procedure gebracht. Dat is op dit moment in behandeling. Ten aanzien van de vraag van de heer Van Dijk meld ik dat inderdaad ten aanzien van de uitvoeringsfase waar we nu in zitten het risico is verhoogd naar het maximum, zoals de heer Van der Kallen net al zei. Wij verwachten echter dat het resultaat binnen de perken blijft.

4 De VOORZITTER: Kunnen we overgaan tot stemming? Dat is het geval. Toch niet? De heer WITHAGEN: Ik dacht een tweede termijn te krijgen, maar los van dat feit wil ik toch uitdrukkelijk stellen dat ik het lastig vind dat de heer Van der Kallen de opmerking die ik gemaakt heb namens de CDA-fractie en die van procedurele aard is gekoppeld wordt aan de inhoudelijke bezwaren die hij zelf heeft. Het leek alsof dat één lijn werd. Ik distantieer me daarvan. Wij delen als fractie niet de inhoudelijke punten die de heer Van der Kallen naar voren brengt. Ik wil dat toch uitdrukkelijk gemeld hebben. Ons punt was van procedurele aard. De VOORZITTER: Trek ik de juiste conclusie als ik zeg dat de raad instemt met uitzondering van de fractie van de BSD en de fractie van de SP? Met uitzondering van de SP-fractie en de BSD-fractie is het voorstel aanvaard en is conform besloten. 6b. Voorbereidingsbesluit locatie 'Stationszicht'(Stationsstraat en Stationsplein 1) SROB/07/020 De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat met name de fracties van Partij van de Arbeid, CDA en D66 graag hierover nog het woord wensen en met name willen ingaan op de stedenbouwkundige invulling van het plan. Mevrouw KAMMEIJER: Dit voorstel gaat in feite om een verlenging van het vorig jaar genomen Voorbereidingsbesluit. Anderhalfjaar geleden heeft D66 kritische vragen gesteld over de zogenaamde stedenbouwkundige randvoorwaarden, omdat onze fractie destijds onaangenaam werd verrast door een massaal, hypermodern bouwplan naast het te restaureren Stationszicht. Er wordt daar gezocht naar een fors bouwvolume dat bovendien scherp contrasteert met de bestaande bebouwde omgeving en met het in oude glorie te herstellen hoekpand. Op een dergelijke beeldbepalende locatie hadden wij iets anders in gedachten, maar bovenal vroegen wij ons af of en zo ja welke stedenbouwkundige randvoorwaarden hiervoor ooit door de raad waren vastgesteld. Er was immers voor deze belangrijke stationslocatie nooit een integraal stedenbouwkundig plan gemaakt. We hebben tot onze spijt toen moeten vaststellen dat de raad wel akkoord blijkt te zijn gegaan met nogal ruim geformuleerde brokken en stukken van stedenbouwkundige randvoorwaarden. Ik bedoel daarmee dat er verschillende raadsmededelingen zijn geweest over onderdelen van het gebied, Omdat de gemeente maar gedeeltelijk eigenaar is en de NS belangrijke delen van het terrein in bezit heeft is klaarblijkelijk al jaren geleden besloten om toch verder te gaan met ontwikkelen. Het eindresultaat verdient niet onze voorkeur. Desondanks is het een in dit verband letterlijk gepasseerd station en heeft het geen zin meer om ons tegen dit plan te verzetten. Ik denk dat als er een massaal nee van de raad tegen dit Voorbereidingsbesluit zou komen dat in het in dit stadium zou leiden tot grote schadeclaims en vergaande kosten. We realiseren ons dat het wat dat betreft gewoon te laat is. Wat we wel hebben geleerd is dat we in de toekomst veel alerter moeten zijn op die zogenaamde stedenbouwkundige randvoorwaarden en dat deze wat ons betreft ook veel nauwkeuriger en gedetailleerder geformuleerd zullen moeten worden. Wat dit voorstel betreft zal onze fractie dan ook niet tegen stemmen. De heer AERTSSEN: Vanuit mijn fractie eigenlijk soortgelijke kritiek als mevrouw Kammeijer heeft verwoord. Bij dit bouwplan ontbreekt kortweg een toetsingskader waaraan het nieuwe plan, de uitbreiding, getoetst kan worden. Er is geen stedenbouwkundige visie voor dat gebied en als je dat wel hebt dan kan je kijken wat voor functie je daar wilt hebben, wat de massa van het nieuwe gebouw zou moeten zijn, de hoogte, de kapvorm en dat soort zaken meer. Dat is allemaal niet gebeurd en dat vinden wij een gemis. Bij het ontbreken van een stedenbouwkundige visie zou je eigenlijk uit moeten gaan van het bestaande en het bestaande is het hoekpand dat nu in dit plan gerestaureerd gaat worden. Het college en ook de raad hebben in zijn argeloosheid vorig jaar of bij volle bewustzijn, dat weet ik niet, toch gekozen voor dit bouwplan. Het college is vervolgens doorgegaan, is verder gegaan rnet ontwikkelen, mevrouw Kammeijer schetst ook al een procedure waarbij kennelijk al heel wat stappen gezet zijn waarbij de raad ook niet meer terugkan en waarbij de Partij van de Arbeid, dat moet ik zeggen, ook kennelijk heeft ingestemd met deze gang van zaken. Als Partij van de Arbeid hechten wij ook aan een consistent beleid, we hebben het daar ook in de fractie over gehad, en ik moet zeggen dat we toch met pijn in het hart moeten instemmen met het voorstel om dit plan doorgang te laten vinden. Wel roep ik het college op, namens mijn fractie, om in het vervolg dus wel met een stedenbouwkundige visie te komen of een toetsingskader om in het vervolg dit soort plannen tijdig aan de raad te kunnen voorleggen om het te kunnen toetsen, De heer VAN DEN EIJNDEN: In december hebben we het voormalige Mavo-complex in Halsteren behandeld en toen hebben we gezegd: dit is eens maar nooit meer. De situatie daar was al veel verder gevorderd dan hier. Het complex

5 was al in de verkoop en dan kun je echt niet meer terug. De P.v.d.A. is weer bijgedraaid na de commissie, toen hadden ze ook nog een beetje spierballen taal van dit kan niet, maar ondertussen hebben ze de mening in de fractie weer herzien.wij blijven van mening dat we hier nog wel terug kunnen. Laat dan maar eens zien hoeveel het kost, wat we kwijt zijn. We zitten hier nog met een voorlopig ontwerp en er is nog geen zicht op verkoop en realisatie. We zitten hier nog een heel stuk terug. We hebben over de mogelijke invulling niet uitgebreid gepraat, we hebben vorig jaar in onze visie alleen een voorbereidingsbesluit genomen om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Dat was de afspraak die we altijd hebben gehad bij voorbereidingsbesluiten. Zoals ik al aangaf, we hebben één keer leergeld betaald bij de Mavo maar dat doen we geen tweede keer. Als de volgende keer een inspreker op de publieke tribune zit dan moeten in ieder geval degenen die nu instemmen niet terugkrabbelen, want als de raad nu een besluit neemt dan zullen wij in de toekomst altijd voor zijn en niet terugkrabbelen. Mevrouw KAMMEIJER: Mag ik een vraag stellen aan de heer Van den Eijnden? Ik zou toch van u willen weten waarom u een jaar geleden, toen het eerste voorbereidingsbesluit werd genomen, en wij daar allerlei bezwaren naar voren hebben gebracht, niet hebt tegengestemd. De heer VAN DEN EIJNDEN: Ik denk dat we dat ook duidelijk hebben gemaakt in december toen we het over het Mavo-complex hadden. Altijd heeft er in die stukken gestaan die we op dat moment kregen; we nemen een voorbereidingsbesluit en daar is eigenlijk alleen de grondslag het tegengaan van ongewenste ontwikkelingen en voor de rest komen we bij u terug. Alleen dat schijnt momenteel niet meer zo te zijn. De heer HAGENAARS, wethouder: Te beginnen met het laatste. Ik denk dat de heer Van den Eijnden terecht wijst naar de behandeling in december over de Thomas Mavo. Iets soortgelijks is hier aan de hand. Ik heb in december ook gezegd dat bij voorbereidingsbesluiten die nu en in de toekomst aan de orde zullen zijn ik zal aangeven wat de bedoelde procedure en vervolgprocedure zal zijn. Ik wens die opmerking gestand te doen. Ik denk dat zowel mevrouw Kammeijer als de heer Aertssen hebben verwezen naar de randvoorwaarden die eigenlijk hieronder zouden moeten liggen. Het college deelt die mening wel. In het jaar 2000 zijn er ook randvoorwaarden voor de gehele spoorzone voorgelegd. Dat is verder niet meer in procedure gebracht omdat de zaken zo verknipt lagen. Mevrouw Kammeijer heeft terecht gezegd dat onder andere de eigendomsposities heel verschillend waren. Het is verder niet meer in procedure gebracht en het college heeft gemeend toch een aantal zaken die op te pakken zijn toch op deze manier ter hand te moeten nemen. De VOORZITTER: Kunnen we overgaan tot stemming? Toch nog een tweede termijn? De heer AERTSSEN: Een duidelijke beantwoording van het college, maar ik wil toch de gelegenheid hebben om nog te reageren op de woorden van de heer Van den Eijnden want ik vind dat u zich er wel een beetje makkelijk van af maakt. Ik heb in mijn fractie gehoord hoe het met het voorbereidingsbesluit gelopen is van zowel de Thomas Mavo als bij dit voorstel. Ik zat zelf toen niet in de commissie en kan er niet van getuigen, maar er is mij verzekerd dat vorig jaar de Thomas Mavo nadrukkelijk wel in de commissie aan de orde is geweest. Toen is er kennelijk toch iets misgegaan en kan er een gevoel van misleiding zijn ontstaan. De behandeling van het voorbereidingsbesluit vorig jaar van dit project is niet echt nadrukkelijk of helemaal niet nadrukkelijk in de commissie aan de orde geweest, terwijl de plannen er wel bij lagen. Het zijn dus twee verschillende zaken waar ook verschillend op gereageerd wordt. De heer VAN DEN EIJNDEN: We hebben een voorbereidingsbesluit genomen en we hebben bij alle twee dezelfde intentie gehad hoe een voorbereidingsbesluit eruit moet zien. De portefeuillehouder geeft aan in de toekomst duidelijk te willen laten zien welke zaken bij een voorbereidingsbesluit aan de orde zijn, hoe ver men staat, wat we doen. Daarvan heb ik hier niets kunnen lezen. Als hij dat in het voorstel vermeld had hadden we in ieder geval iets meer duidelijkheid gehad. Alhoewel het een tweede keer is had hij toch kunnen vermelden hoe de zaken lopen en stonden. Dit is nog maar een voorlopig ontwerp, dus we kunnen nog makkelijk terug en daarom zullen wij tegen stemmen. De heer HUISMANS: De portefeuillehouder zegt de stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn niet meer doorgezet na Misschien dat hij toch nog even wat kan verduidelijken. Bij mijn weten is destijds, ik dacht bij motie van de WDfractie, gevraagd om een stedenbouwkundige visie op het stationsgebied. Dat is wat anders dan stedenbouwkundige randvoorwaarden. Er is in deze raad wel over gesproken. Kan de wethouder even aangeven wat daar dan de uiteindelijke status van is?

6 Toch ook een beetje in de richting van de andere fracties. Ik ondersteun de betogen om daar waar hier nog een open gedeelte ligt om toch wel snel met die randvoorwaarden aan de slag te gaan. Ik ondersteun echter niet de heer Van den Eijnden als hij zegt we stellen nu iets vast en volgend jaar kan je niet meer terug. Ik denk dat we met open ogen wel hebben gezien wat de ontwikkelingen daar op dat perceel zouden zijn. De WD-fractie vindt dat, zou het gaan om bouwkundige randvoorwaarden, het stationsgebied toch echt wel eens op een andere wijze aan architectuur zou mogen gaan doen. Het is hier niet de Stationsstraat, het is een singel, het is een amorf gebied. Wij zijn wel gecharmeerd van zo'n gedurfd plan. Het mag best wel eens een keer opvallend zijn. We moeten niet van de hele gemeente een bekend openluchtmuseum proberen te maken. Wat ons betreft dus een zeer gewenste ontwikkeling. De heer HAGENAARS, wethouder: De vraag van de heer Huismans heeft betrekking op de visie. Mij staat voor ogen dat in 2000 er een spoorzone visie lag waarin die randvoorwaarden, waar ik het net over had, waren opgenomen. Tevens had toen overigens de WD-fractie een visie over de gehele spoorzone in ongeveer hetzelfde jaar of kort daarvoor dacht ik. De heer Van den Eijnden waar ik uitgelegd zou hebben namens het college dat wij bij voorbereidingsbesluiten duidelijkheid zouden verschaffen. Ik heb u dat toegezegd in het decembervoorstel over de Thomas Mavo, dus dat kunt u in de notulen van die vergadering nalezen. De VOORZITTER: Ik laat even een interruptie van de heer Huismans toe anders hebben we een derde termijn. De heer HUISMANS: Kan de wethouder misschien binnenkort eens met een mededeling komen over hoe het college aankijkt tegen het opstellen van voorwaarden over het stationsgebied in de huidige tijd? Ik denk, als we de fracties beluisteren, dat we het wel belangrijk vinden dat we daar eens over nadenken. De heer HAGENAARS, wethouder: Ik denk dat we daar in de commissievergadering van april verdere duidelijkheid over kunnen geven. De heer VAN DEN EIJNDEN: Ik hoef niet te weten waar genotuleerd staat wat de wethouder net zegt. Ik weet wel dat we dat in december besproken hebben. Ik vroeg waarom hij niet duidelijker in dit stuk gezet had wat nu de stand van zaken was en hoe men hiermee omging. De VOORZITTER: Helder. Ik stel voor de beraadslagingen te beëindigen en constateer, met uw goedvinden, dat het voorstel is aanvaard met uitzondering van de CDA-fractie. 6c. Voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit en delegeren van de bevoegdheid ex art. 19 lid 1 WRO ten behoeve van de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf aan de Luienhoekweg 1. SROB/07/029 De VOORZITTER: Er is een discussie geweest in de commissie waar met name de vraag zich toespitste op de mogelijke omvang van uitbreiding van het bedrijf in de toekomst. Mevrouw KAMMEIJER: Bij wijze van stemverklaring. Het gaat hier om bijna een verdubbeling van het aantal ha. aan kassen. D66 vindt dat een hoogst ongewenste ontwikkeling. Bergen op Zoom heeft zich gelukkig en wat D66 betreft volkomen terecht verzet tegen uitbreiding van kassen. Hooguit hebben wij ingestemd met verplaatsing. Wij constateren dat West-Brabant rozerood kleurt van de kassen 's avonds en 's nachts. Wij vinden het een vorm van horizonvervuiling, verstoring van flora en fauna. Bovendien vinden wij dat het vaak ten koste gaat van polderlandschap. Om die redenen zullen wij tegen dit voorstel stemmen. De heer VAN DER KALLEN: Iets anders van toon. Mijn fractie is helemaal niet tegen kassen mits in projecten geconcentreerd. Dan past het in het landschap. Dit bedrijf zit op de verkeerde plek en vraagt een uitbreiding in een verkeerd gebied en zou inderdaad moeten opteren voor verplaatsing. Er zijn provinciaal ook middelen voor om dat mogelijk te maken. Als je als bedrijf op een moment komt dat je moet overleven en daarom moet vergroten dan is het echt tijd voor een verhuizing. Mijn fractie kan niet met dit voorstel instemmen omdat dit bedrijf op de verkeerde plek zit en vraagt derhalve ook aantekening tegen dit voorstel.

7 De heer AERTSSEN: Wij wensten behandeling als B-stuk omdat wij toch nog wat nadere informatie wilden over dit voorstel. Ons is gebleken dat deze uitbreiding past binnen het bestemmingsplan buitengebied en dat ook de gemeente Bergen op Zoom in het verleden een soort beleid heeft opgezet waarbinnen dit ook past. Feitelijk heb je als raad dus niet veel grond om hier tegen te zijn. Blijft onverlet dat ook de P.v.d.A.-fractie vindt dat eigenlijk kassenuitbreiding in het buitengebied zou moeten stoppen. Wij staan ook een meer geconcentreerd beleid voor zoals de heer Van der Kallen betoogt. Met andere woorden, wij hebben begrepen dat binnenkort het bestemmingsplan buitengebied opnieuw aan de orde komt en we zullen dan ook nadrukkelijk gaan kijken hoe dat geregeld is en ook gaan aandringen op een beperking van het aantal kassen in het buitengebied. De heer HARIJGENS: Ik onderschrijf het betoog van mevrouw Kammeijer, maar ook dat van de heer Van der Kallen van ganser harte. In de richting van de Partij van de Arbeid zou ik om die reden ook willen zeggen, als je nu toch iets niet wilt besluiten dan moet je het ook niet doen en dan zijn er wegen om vanavond niet te besluiten voor dit voorstel. Ik denk dat dit bij uitstek een gelegenheid is om in regionaal verband te kijken welke locatie in deze hele grote brede regio het meest geschikt is voor kassenbouw. Er zijn ook al gebieden voor aangewezen. Daarmee til je deze kwesties even boven de schaal van de eigen gemeente uit. Ik denk dat die schaal te klein is om dit soort problemen op te lossen. Als we echt vinden, wat ik inderdaad ook hoor van de Partij van de Arbeid, dat wij in deze gemeente geen plaats hebben voor kassenbouw van die omvang, dan moeten wij een besluit nemen dat daarmee spoort. Ik daag de Partij van de Arbeid dan ook uit om te zeggen; nee dit willen we niet. Wij zeggen in ieder geval dat we tegen dit voorstel zijn. De heer VAN PUL: In mijn vorige politieke partij waren wij tegen de uitbreiding van kassen in Bergen op Zoom en toch zeker in het gebied waar het nu gepland is, want dat is echt een fraai stukje gebied, de heer Van der Kallen zei dat ook al. Inderdaad wat de heer Harijgens ook zegt, laten we het regionaal bekijken. Ik zou zeggen stuur ze naar Steenbergen. De heer VAN DER VELDEN: Allereerst over het stuk. We zullen niet tegen zijn. We hebben één verduidelijkende vraag richting de wethouder en dat is globaal samenhangend met kassenbouw en dat betreft de lichtintensiteit in de glastuinbouw. Is de wethouder genegen, want volgens mij hebben we nog geen beleid of beleidsregel waar we zeggen die kant moet je uit gaan in verband met het licht voor flora en fauna, daar een beleidsregel van te maken of naar te kijken hoe we daar met onze gemeente mee om moeten gaan. De heer VAN DIJK: De SP-fractie is tegen verdere uitbreiding van de glastuinbouw in West-Brabant. Wij willen ook geen precedenten scheppen door een vergunning af te geven voor een uitbreiding terwijl wij dat niet wensen. Wij zullen dan ook tegen dit voorstel stemmen. De heer VAN DEN EIJNDEN: Een aantal malen heeft de CDA-fractie gepoogd om een goede regeling voor de glastuinbouw te krijgen binnen deze raad. Never nooit kregen we de handen op elkaar. Je kunt een ondernemer die vooruit wil simpelweg niet tegenhouden omdat er provinciaal regels afgesproken zijn waardoor er mogelijkheden zijn. Dan moet je gewoon integraal een keer een goede regeling voor de glastuinbouw maken en dan kun je verder en niet allemaal van dat hap snap beleid creëren. Mevrouw Kammeijer moet eens een keer weten wat een polder is, want een polder is in de polder. De heer HAGENAARS, wethouder: Mevrouw Kammeijer geeft in feite een stemverklaring. Zij spreekt van een verdubbeling van het kassengebied. Momenteel is overigens 1,8 ha. kassengebied en dat ligt nog grotendeels op Roosendaals grondgebied. Over die regio, mijnheer Harijgens, sluiten we nu met de aanvulling tot 3 ha. dus met 1,2 ha.op Bergen op Zooms grondgebied bij aan. Bestemmingsplan buitengebied daarvan krijgt u de eerste herziening, mijnheer Aertssen, en dan wordt dit uiteraard ook meegenomen. Ten aanzien van de beleidsregels omtrent de lichtuitstoot die kassen met zich meebrengen kan ik u mededelen dat we daar ook over komen te spreken. Ze zijn er op dit moment nog niet, maar daar komen we in de commissie op terug. De SP heeft aangegeven tegen de uitbreiding te zijn. Ik denk dat ik de heer Van den Eijnden moet antwoorden dat uitbreiding tot 3 ha. gewoon volgens de huidige beleidsregels is. De VOORZITTER: Behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval.

8 De heer VAN DER KALLEN: De heer Van den Eijnden roept de gemeente zou met een goede regeling moeten komen, maar er zijn verplaatsingsregelingen op provinciaal niveau, sterker nog de provincie heeft er zelfs speciaal de TOM, Tuinbouw Ontwikkelings Maatschappij, voor opgericht om dit soort kleine bedrijven naar grotere projecten over te brengen. Dat is geen gemeentelijke regeling en die hoeft er ook helemaal niet te zijn. De provincie heeft een aantal regelingen en ik denk dat het goed zou zijn als ook de tuinbouw, de heer Van der Eijnden is een warm pleitbezorger daarvoor en dat kan ik me ook wel voorstellen gezien zijn achtergrond, beseft dat een buitengebied meerdere functies heeft en dat bepaalde functies elkaar verstoren. Als Bergen op Zoom in deze regio zich optimaal toeristisch recreatief wil profileren is het zaak om de storende elementen in het landschap, de storende elementen in de natuurlijke ontwikkeling van flora en fauna te concentreren op een plek waar ze die verstorende invloeden niet meer hebben. In die zin zou ik richting de CDA-fractie willen zeggen en tegen de heer Van den Eijnden in het bijzonder; praat met je achterban en wijs ze op die regelingen en leer ze de weg in de regelingen. Daar zouden de gemeente en de regio grote baat bij hebben. De heer AERTSSEN: Als reactie op de oproep van Groen Links om toch de moed te hebben om hier tegen te zijn en over te gaan tot concentratie kan ik vertellen dat mijn partij in de Provinciale Staten en ook de gedeputeerden daar hun uiterste best doen om juist die concentratie weer plaats te laten vinden, daar is beleid voor ontwikkeld en dat wordt ook uitgevoerd op dit moment. U moet dat weten. Ik voel me dan ook echt niet aangesproken. Waar u het over heeft is op de schaal dat gemeentes hier in dit gebied elkaar kunnen vinden. Dat is een lastig proces. Ik zeg niet dat we dat niet moeten proberen, maar ik zeg wel dat dit op provinciaal niveau dus al gebeurt. Wat ik net ook al zei is dat het bestemmingsplan uitbreiding tot 3 ha. toelaat, een bestemmingsplan dat deze raad zelf heeft vastgesteld en dat binnenkort ter herziening wordt aangeboden. Ik roep dan ook iedereen op om daar nog eens kritisch naar te kijken en misschien te zeggen we moeten maar tot 1,5 ha. of misschien O ha. in het buitengebied gaan. De discussie zal dan opnieuw plaats moeten vinden. De heer HARIJGENS: Eerst in de richting van de Partij van de Arbeid.Ja, ik weet dat er provinciaal beleid is in deze, maar nogmaals wij zijn nu aan zet en dat betekent dat je daar een keuze in hebt. Ik moet u zeggen dat het de portefeuillehouder in zijn beantwoording met dit soort antwoorden toch weer lukt om mij een klein beetje te irriteren. Waarom? Het gaat eigenlijk om een postzegelplan, daar wordt een ha. in verschoven, er komt een ha. bij. Als ik kijk naar regionaal kijken naar waar kassen het beste geplaatst kunnen worden dan praat ik over een regio en heb ik in gedachten 19 gemeenten. Dan is iets anders dan we hebben net over de grens met Roosendaal toevallig een aanpalend kassengebied. Nee, we moeten dit gewoon in een veel breder verband bekijken. Als we daar vandaag niet mee beginnen missen wij een kans. Om die reden zullen wij tegen het voorstel stemmen. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad? Dat is niet het geval. Dan stem ik voor tot stemming over te gaan en zou ik willen vragen aan degenen die tegen dit voorstel zijn dit kenbaar te maken door de hand op te steken. Wie is tegen dit voorstel? Dat zijn de leden van de fractie van D66, SP, Groen Links, Politieke Partij Wij en de BSD. Daarmee is het voorstel aanvaard. 6d. Spelen in de wijk: Speelruimteplan Bergen op Zoom SROB/07/016 De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat vooral de fracties van SP, Groen Links en BSD behandeling als bespreekstuk wensen. De discussie in de commissie ging ook vooral over voorzieningen voor jeugd boven de 12 jaar en over de aanpak van het plan. De heer HARIJGENS: In mijn beleving ging de discussie nog wel over een paar punten meer, maar ik begrijp dat u de discussie wat probeert te stroomlijnen. Ik zal ook niet herhalen dat we het hebben gehad over dat we een wat uitdagend plan wilden als het gaat over het verleiden van kinderen om juist meer buiten te spelen en dat we in de visie graag wat meer aandacht hadden gehad voor het fenomeen van zwaarlijvigheid. Wij vinden ook met name dat natuurbeleving een pregnant van de visie zou moeten zijn. Voorzitter, ik schiet meteen maar even door naar datgene wat gezegd wordt inderdaad over de jeugd van 12 tot 17 jaar. Het heeft ons echt bevreemd dat daar de Jeugdraad niet in een adviserende rol bij betrokken is geworden. Misschien kunt u daar zelf antwoord op geven voor wat betreft de status van de Jeugdraad, is die überhaupt wel in staat om te adviseren. Het lijkt mij toch dat ze bij een plan als het Speelruimteplan nadrukkelijk aan de orde zouden moeten komen. Vervolgens is de discussie wel heel erg gegaan ook over het verwerken van PAK's in de ondergrond van speeltuinen en dan met name als er gesproken wordt over een valondergrond. Eigenlijk is de discussie er een beetje in geëindigd 8

9 dat er Europees beleid, Europese richtlijnen in aantocht zijn, die uitgaan van het niet meer verwerken van schadelijke stoffen, PAK's genoemd, per 2009 in autobanden. Die autobanden worden dan weer gebruikt in tegels die gebruikt worden als valondergrond in speeltuintjes. Daarbij is ook aan de orde geweest: een onderzoek dat werd aangehaald door de JNVB en NOC/NSF dat vervolgens is uitgevoerd door Oranjewoud Arcadis. Ik heb daar eens wat nader zoekwerk in gedaan en ik kom tot een toch wat andere bevinding dan de algehele conclusie die ons vanuit dat rapport is medegedeeld. Wat is er nu aan de hand? Die schadelijke stoffen daarvan is in het desbetreffende rapport gezegd dat als het gaat om de vluchtigheid van die stoffen dat blijkt dat er qua gezondheidsrisico niet zoveel aan de hand is. Het rapport maakt echter wel een nadrukkelijke opmerking en die heeft betrekking op het contact. Men meet waarden van meer en minder dan 30 sec. contact. Dat betekent dus dat als je vaker langer dan 30 sec. contact hebt met die rubber tegels waar die PAK's inzitten dat dan het risico voor gezondheid niet wordt uitgesloten. Het rapport adviseert ook om in het vervolg daar onderzoek naar te doen. We kunnen uiteindelijk van alles bedenken waarom de KNVB en het NOC/NSF hebben gezegd voor ons is dit acceptabel, al die grasvelden die we nu hebben ingezaaid met die rubber stoffen willen we voorlopig nog zo handhaven. Ik denk dat als wij een speelruimteplan vaststellen waar in staat voor de middellange termijn en de lange termijn, zo staat het letterlijk in het speelruimteplan, gaan wij houtsnippers in speeltuintjes waar kinderen spelen vervangen door rubberen tegels en we peinzen er nog niet over, dat was toch eigenlijk wel vrij vertaald dat wat we terugkregen vanuit het college, om daar andere tegels voor te gebruiken dan de nu gewraakte tegels, terwijl die er op de markt toch volop zijn. Ik denk dat we dan een denkfout maken en dan zou ik bijna willen vragen hebben we dan zoveel boter op ons hoofd, we worden gewaarschuwd, er liggen onderzoeken die daar nadrukkelijk iets over zeggen. Laten we daar notie van nemen. Het lijkt mij een kleine moeite om daarvan te zeggen, met de richtlijn die in aantocht is, we praten over de middellange en lange termijn van vervanging van tegels, we moeten het standpunt over die rubber tegels met de PAK's daarin als de donder herzien. Ik hoop dat het college met mij tot hetzelfde inzicht komt, want hoe kun je nu meer gewaarschuwd zijn dan door hetgeen ik net allemaal heb aangehaald. Het staat allemaal keurig netjes beschreven en is allemaal terug te vinden. Ik hoop dat het college zijn oor daar in ieder geval bij te luisteren wil leggen. De heer VAN DIJK: Het onderzoek dat wethouder Siebelink heeft toegezegd in de commissie ROUB willen wij graag afwachten over de rubber tegels die door de gemeente gebruikt worden als ondergrond voor de kinderspeelplaatsen. De SP wil eerst het resultaat van het onderzoek afwachten alvorens goedkeuring te geven aan de voorstellen. Wij willen namelijk geen enkel risico nemen met autobandenrubber dat mogelijk PAK's bevat en bijgevolg gezondheid bedreigende en milieuvervuilende gevolgen zou hebben. Verder pleit de SP voor een onderzoek naar de duurzaamheid van natuurlijke rubber tegels in verhouding met het gebruik van de gehanteerde PAK tegels, waarbij ook wordt gekeken naar de prijs kwaliteit verhouding. Uiteraard zijn wij nieuwsgierig in hoeverre de kantnorm voor speelplaatsen wordt gehanteerd in het ons voorliggende voorstel. De SP-fractie stelt voor, in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek over met name de PAK's, dit voorstel op de agenda van de volgende raadsvergadering te zetten. Mocht het voorstel nu in stemming worden gebracht dan zal de SP tegenstemmen. De heer VAN PUL: In de commissie heb ik al aangegeven dat het probleem met de rubber banden is dat er elke tot km. banden versleten zijn en in de natuur terechtkomen. Niet alleen in de natuur, maar ook in de vorm van fijnstof etc. bovenop het andere stof. Dat laat onverlet, dat heb ik ook aangegeven, dat het hier gaat om policyclische aromaten die gewoon schadelijk kunnen zijn, niet altijd. Waarom zou je nu, dat heb ik ook betoogd, niet erop inspelen en niet wachten tot 2010 totdat verboden is om het in autobanden te stoppen. Nee, wij kunnen hier beslissen ervoor te zorgen dat er andere materialen gebruikt worden dan vermalen autobanden. Mevrouw KAMMEIJER: Ook wij hebben in de commissie ruim aandacht gevraagd hiervoor en wij waren enigszins verbaasd dat de wethouder daar toch een andere mening over had. Wat ons betreft moet als er een nieuwe ondergrond komt die in ieder geval aan drie voorwaarden voldoen en wel het moet duurzaam zijn, het moet milieuvriendelijk zijn en het moet veilig zijn. Er blijkt dat er over de tegels en met name over het autogranulaat wat daarin gebruikt wordt elkaar tegensprekende rapporten zijn, getuige het rapport dat u in de commissie aan haalde. Dat was een Intronrapport. De heer Harijgens had het over het rapport van Arcadis, maar u heeft ook gesproken over een Intronrapport. De heer HARIJGENS: Bij interruptie. We spreken over hetzelfde rapport, alleen de conclusie werd door het college wat anders uitgelegd dan de conclusie die ik geconstateerd heb.

10 Mevrouw KAMMEIJER: Precies. Bovendien wil ik een aanvulling daarop geven, want het blijkt dat de RIVM heeft geconstateerd naar aanleiding van dat Intronrapport dat, het is een technische uitleg, de zogenaamde uitloging van zink in die onderzochte autobandenkorrels ver boven de maximale norm uit het bouwbesluit ligt. Dat is dus een milieukundig aspect. Wij hebben gezegd, ook voor wat betreft de veiligheid, ook al is daar nog niet het allerlaatste woord over gezegd, we willen daar geen enkel risico mee nemen. Wat betreft de autobanden, er is in Europa al een verbod ingesteld op het gebruik van die PAK's bij de productie van autobanden, maar we hebben ook verder onderzoek gedaan en het blijkt dat er ook autobanden uit Korea en weet ik veel waar vandaan komen die dan ook weer allemaal worden vermalen. Zolang er geen verbod is bestaat er grote kans dat het wel in ondergronden van speeltuintjes terechtkomt. Dat willen wij te allen tijde voorkomen. Wij vinden dan ook dat u zich heel goed op de hoogte moet stellen hiervan. Ik sluit me aan bij de oproep van onder andere Groen Links. Wanneer je nieuwe speelveldjes gaat aanleggen moet je dat gewoon in een keer goed doen, het moet dan veilig, duurzaam en milieuvriendelijk. Wij willen onder geen voorwaarde straks dingen moeten terugdraaien, De heer HUISMANS: Als ik de SP-fractie goed heb beluisterd dan willen ze tegen het voorstel stemmen als het niet een maand verdaagd wordt. Is dat geen ordevoorstel eigenlijk waar we ons over uit moeten spreken? Dat is mijn eerste opmerking. Ik ga het betoog van de heer Harijgens niet overdoen. De wethouder heeft duidelijk aangegeven in de commissie daar veel meer tijd voor nodig te hebben dan voor de informatie die wij nu hebben gekregen. Het is blijkbaar toch wat genuanceerder dan wij ook hadden verwacht. De brief van VROM die hieraan refereert maakt ons alleen maar meer ongerust. We kwamen er met asbest ook eigenlijk pas veel later achter dat we het niet hadden moeten gebruiken. Ik ben het volkomen eens met de heer Harijgens als hij zegt je moet aan de voorkant, als je dan toch een kadernota vaststelt, als raad daar een principieel besluit in durven nemen. Wij willen in ieder geval ook, dat hebben we in de commissie ook aangegeven, alle risico's voor kinderen uitsluiten. Eventueel is de WD-fractie bereid om straks even te schorsen en te kijken of we van onze democratische middelen gebruik kunnen maken om deze boodschap indringend aan het college mee te geven. We willen echter eerst het antwoord van de portefeuillehouder afwachten. De heer VAN DER KALLEN: Zojuist sprak de heer Van Es van Lijst Linssen mij aan en zei: Louis wil jij als echte chemicus daar eens wat over zeggen en hier een eind aan maken. Ik heb in de commissie er niets over gezegd, want iedere politicus die niet het voorzorgprincipe hanteert pleegt eigenlijk politiek electoraal zelfmoord. Waarom heb ik er niets over gezegd? Omdat het boter allemaal op het hoofd discussies zijn. Als er autobanden worden gemaakt gaan daar weekmakers in. Heeft men enig idee als men rijdt waarvoor die weekmakers dienen? Die dienen ervoor om de banden flexibel te laten gaan. Als men rijdt ontwikkelt men warmte. Dan dampen die weekmakers heel langzaam uit en inderdaad na tot km., afhankelijk van hoe ver je hebt gereden en hoe hard je hebt gereden, zijn ze eruit gedampt en dan gaat die band naar de klote, dan breekt hij, dan barst hij, dan kan hij knallen enz. De VOORZITTER: Dan gaat hij kapot, begrijp ik. De heer VAN DER KALLEN: Eigenlijk brengen al degenen die nu net hebben gesproken dagelijks met hun auto die weekmakers in de lucht en dagelijks ademen we die in. De heer VAN PUL: Bij interruptie. Ik begrijp dat de heer Van der Kallen elke avond honderden kilometers rijdt voor rekenkamers etc. De heer VAN DER KALLEN: Ik rij ook en daarom zeg ik boter op het hoofd discussie. Ik rij ook. We leven allemaal in een samenleving waarin we de geneugten van deze tijd genieten. We hebben koelkasten met verkeerde stoffen, ook al zijn die stoffen beter dan 15 jaar geleden, we rijden auto, we doen van alles en dat is een geaccepteerd risico. Nu het risico van de PAK's. De heer HARIJGENS: Bij interruptie. Ik vind het een heel aardige opzet van de heer Van der Kallen, maar zou hij misschien in kunnen gaan op het fenomeen dat het rapport dat alom wordt aangehaald juist verhaalt over het gezondheidsrisico bij lichaamscontact langer dan 30 sec. Wilt u daar even op ingaan? De heer VAN DER KALLEN: Daar wil ik zeker op ingaan. Ik heb 35 jaar gewerkt in een industrie waar PAK's hele gebruikelijke grondstoffen zijn. Ik heb 35 jaar gewerkt op een lab waarin ik in ieder geval de eerste 20 jaar dat zonder handschoenen heb gedaan en daarna als het moest, als mijn baas er was, met die handschoenen. Ik heb 35 jaar ge- 10

11 werkt op laboratoria waar in de lucht het 1000-voudige zat van PAK's dat hooguit haalbaar is op een zomerse dag bij 40 op een speelplaatsje. Nou, dan worden speelplaatsjes en voetbalterreinen heel weinig gebruikt. Het is een academisch risico. Het is een theoretisch risico. Het simpele feit datje een kind laat spelen met speeltoestellen is een veel groter risico waar het kind zich ernstiger kan beschadigen dan door het inademen van die PAK's. Dan het volgende punt. Ik ga er nog even over door op verzoek van Lijst Linssen. Ik houd me zeer aan het onderwerp. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de agenda en de tijd, want u wilt ook nog een reactie van de wethouder en dan wil iemand eventueel nog een schorsing. Ik stel voor het betoog af te ronden. De heer VAN DER KALLEN: Ik kom aan mijn eigen onderwerp nog toe. Dan het aandragen van de duurzaamheid. We hebben het over recyclen van materiaal en we hebben als concurrentieproduct een rubberachtig materiaal waarvoor voor de plantages oerwouden worden gekapt. Het is een boter op je hoofd discussie. Voor mij ook als vader en misschien ooit als opa zal ik met de kleinkinderen gewoon op dat soort speelterreintjes spelen, simpelweg omdat het risico een volstrekt academisch risico is en iedere burger die in zijn eigen auto stapt het 100- voudige inademt van wat een kind ooit kan inademen bij speelterreintjes. Weeg het af. Het is een academisch risico. Het voorzorgprincipe is we gaan allemaal op de Mount Everest wonen, we leren goed ademhalen en we leven zo zuiver mogelijk. Nu naar mijn bijdrage over het plan. Mevrouw KAMMEIJER: Mag ik even een interruptie plegen? De VOORZITTER: Heel kort. Mevrouw KAMMEIJER: De heer Van der Kallen zegt het is een theoretische discussie. Theoretische discussies over schadelijke stoffen zijn keihard nodig om te voorkomen dat er achteraf wordt gezegd hadden we maar.. De heer VAN DER KALLEN: Ik heb aan mijn betoog over de tegels niets toe te voegen. Wat me stoort aan het plan is dat het feitelijk een speelplaatsenplan is voor kinderen tot 12 jaar, want boven de 12 jaar spreken de kinderen liever niet meer over spelen, ze sporten liever en andere zaken. Dat is een andere essentie. De heer Harijgens heeft ook even de zwaarlijvigheid aangeroerd. In dit plan is een gebrek aan een maatschappelijke opvatting en inzet van de gemeente Bergen op Zoom om bijvoorbeeld kinderen en jongeren uit te dagen tot bewegen. Ik mis in dit plan echt een programmatische opzet van uitdagen voor De VOORZITTER: Ik vraag om stilte in de zaal, anders moet ik u verzoeken om buiten te gaan spelen en dat zult u niet willen. De heer VAN DER KALLEN:... bijvoorbeeld het ontwikkelen van pannaveldjes. Wat ik ook echt mis zijn de jongerenontmoetingsplaatsen. Er wordt wel even geroepen over de drie die er zijn en die niet gebruikt worden. Ik wil nogmaals benadrukken dat ze niet worden gebruikt omdat ze zich bevinden op de verkeerde plaatsen. Ze moeten liggen bijvoorbeeld in het centrum en op locaties waar de jongeren die daar verblijven gezien kunnen worden. De jongerenontmoetingsplaatsen en de pannaveldjes zijn echt heel wezenlijk om de problematiek van jongeren en de overlast die jongeren voor een deel in de ogen van sommigen veroorzaken effectief aan te pakken. Ik hoop dat er straks een soort spel/sportnotitie verschijnt voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Voor kinderen tot 12 jaar is dit een uitstekende notitie. Ik heb geen reden om tegen dit speeltuinplan te stemmen. De heer VAN ES: Heel kort, want de heer Van der Kallen heeft inderdaad op mijn verzoek al het meeste gezegd en dan zeker bij het chemische gedeelte van zijn betoog kan Lijst Linssen zich volledig aansluiten. Verder vinden wij, dat hebben we ook in de commissie gezegd, dit een schitterend plan. We moeten er vlug mee aan de slag. De wethouder heeft toegezegd dat hij de materie zou onderzoeken, ons volledig zou informeren. Wij zijn dus voor het voorstel. De heer SIEBELINK, wethouder: We krijgen vanavond ook een aardig lesje in chemie en chemische materialen. Het college heeft de raad vanavond ook een kort stukje doen toekomen naar aanleiding van kamervragen die gesteld zijn en waar staatssecretaris Van Geel vorig jaar ook antwoord op heeft gegeven. Er wordt uitgebreid gediscussieerd over het gebruik van materialen. Ik heb ook in de commissievergadering aangegeven datje wel twee zaken heel duidelijk van elkaar moet scheiden. In de eerste plaats het kaderstellende karakter van dit speelruimteplan waarmee we aan 11

12 willen geven op welke wijze wij speelruimtes willen invullen en kijkend naar veranderende leeftijdsopbouw. Dat staat feitelijk los van de wijze waarop je de ruimtes zoals die zijn genoemd in het plan gaat invullen en de materialen die je gebruikt. Laat dat helder zijn. Ik wil ook gelijk antwoorden op het verzoek van de SP-fractie die vanavond voor het eerst over dit onderwerp spreekt dat het aanvaarden van dit voorstel los staat van de te gebruiken materialen. We kiezen hier voor locaties en de wijze waarop wij dat in willen vullen. Ik heb u ook toegezegd in de commissievergadering dat wij verder goed moeten kijken naar alle onderzoeken die plaatsvinden. Uit de discussie die u hier vanavond met zijn allen voert blijkt duidelijk ook dat u zelf ook wat diffuus denkt over de gebruikte materialen. Het is inderdaad zo, daar heeft ook de heer Harijgens naar verwezen of mevrouw Kammeijer, dat in het Intronrapport ook wordt verwezen naar zink, dat het uitwerken van zink 3 tot 20 jaar duurt, maar er gemiddeld van uit wordt gegaan dat het bouwstoffenbesluit formeel niet van toepassing is op rubbergranulaat op sportvelden en daarnaast staat ook om meer zekerheid te krijgen over de lange termijn uitloging van zink adviseert Intron een vervolgonderzoek uit te voeren. De opdrachtgevers van het onderzoek pleiten daarnaast voor normstelling van materialen die mogen worden toegepast in kunstgrasvelden. Ik denk dat het een goede zaak is dat wij, dat heb ik ook in de commissie toegezegd, eens inventariseren op welke wijze wij op dit moment deze materialen gebruiken en dat het ook goed is om eens een helder beeld te krijgen van wat die PAK's nu dus precies inhouden. Het uiteindelijke onderzoek dat nu plaatsvindt en waarschijnlijk ook verder zal plaatsvinden zal daar ook meer zekerheid over moeten geven. Als u nu al van ons verlangt dat wij nu direct alle locaties waar we dit hebben het gaan vervangen door andere materialen dan hangt daar ook een prijskaartje aan, dat wil ik wel aangeven. We zullen dan ook naar u toe moeten voor geld. Ik heb ook in de commissie gezegd dat we moeten kijken waar we dit op dit moment gebruiken en dat we ook verder willen onderzoeken wat de gevolgen zijn van het gebruik van deze materialen. Nogmaals er is van Intron een rapport, in 2010 worden andere EU-richtJijnen van kracht. Waar feitelijk ook een uitvoeringsmodel komt waardoor ook uiteindelijk het gebruik van deze materialen zal verdwijnen op termijn. De heer HUISMANS: Ik denk dat de boodschap van vele fracties niet was om vanaf nu, morgenochtend, alle tegels van gemalen automateriaal weg te gaan halen. Nee, de bedoeling is om bij inrichting of herinrichting van speeltuintjes hier vanaf nu rekening mee te houden. De heer SIEBELINK, wethouder: Die boodschap heb ik ook begrepen, maar ik denk dat het ook belangrijk is dat u dan wellicht dan ook een inventarisatie zou willen waar wij deze materialen op dit ogenblik gebruiken. Ik neem aan dat de raad daar wel behoefte aan heeft dan. We kunnen dan terug met u in discussie gaan over op welke wijze wij deze materialen op dit moment gebruiken. Als reguliere vervanging plaats moet vinden kunnen we kijken hoe we vervangen en moeten we ook in beeld brengen wat dat eventueel gaat kosten. Ik denk dat het goed is dat we daar dan weer met elkaar over in discussie treden. Hetgeen u zegt, mijnheer Huismans, is feitelijk niet in strijd met wat ik vertel. Het sluit naar mijn mening op elkaar aan. Ik denk dat het goed is dat we toch eens goed kijken naar de conclusies van het onderzoek. Er wordt ook gevraagd om een vervolgonderzoek. De heer Van der Kallen geeft in zijn betoog ook weer wat andere nuances aan. Het is denk ik vooral belangrijk dat je goed weet wat je onderzoekt en wat de conclusies zijn. Nu is daar nog steeds geen helder beeld over. Ik denk dat het goed is dat we dat met zijn allen inventariseren en als het signaal van de raad is neem zo weinig mogelijk risico dan gaat u kijken als we op speelplaatsjes gaan vervangen dat de juiste materialen worden gebruikt, althans geen materialen worden gebruikt waar PAK's inzitten en dan moeten we ook wel kijken wat dat kost want wellicht hebben we daar dan een extra krediet voor nodig. Dan kunnen we dan weer met u bespreken. In de commissievergadering is uitgebreid gesproken over speelvoorzieningen voor 12 jaar en ouder. Het speelruimteplan beoogt ook juist heel duidelijk in te spelen op de veranderende leeftijdsamenstelling van onze jeugd. Het aantal 0- tot 5-jarigen zal de komende jaren beslist niet stijgen. Het aantal jongeren boven de 12 jaar zal wel toenemen. Dit speelruimteplan beoogt het duidelijk te kijken naar de specifieke formele en informele speelplaatsen die wij hebben. De heer Van der Kallen heeft ook in de commissie een discussie gevoerd over de jongerenontmoetingsplaatsen en sport en bewegen. Ik denk dat we dan het risico gaan lopen dat we een heel andere discussie gaan voeren dan een discussie die sec op het speelruimteplan gericht is. Dat de jeugd weinig beweegt en meer moet bewegen daar zijn we het met zijn allen over eens. Ik denk dat we dat ook via educatie en via het jeugdbeleid en gezondheidsbeleid vorm moeten geven. Over verdere invulling van jongerenontmoetingsplaatsen heb ik u aangegeven dat daar ook via de wijktafels over gesproken moet worden maar ook in het kader van het jeugdbeleid in het algemeen. Ik zou er toch voor willen waken om daar hier een heel specifieke discussie over te gaan voeren, dat zouden we dan op een ander moment moeten voeren. 12

13 De heer VAN PUL: De heer Huismans heeft de wethouder geïnterrumpeerd met betrekking tot het vervangen van tegels. Dat was ook niet onze insteek. Op het moment echter datje ergens een ondergrond vervangt door tegels moet je goed nadenken watje gaat doen. Dan met betrekking tot de chemische achtergrond van de heer Van der Kallen. Ik ben zelf jarenlang betrokken geweest bij het meten van PAK's op de werkplek en als er een materiaal moeilijk te meten is, met een zeer grote nauwkeurigheid, dat is het wel PAK's. Ik weet niet waar de heer Van der Kallen de wijsheid vandaan heeft dat hij aan vele malen hogere concentratie PAK's is blootgesteld dan de grenswaarde. Mevrouw KAMMEIJER: De portefeuillehouder zegt het is een kadernota en we praten over die leeftijdscategorieën, maar ik wijs u erop dat in deze kademota als een van de beleidskeuzes geformuleerd staat dat wij boomschors gaan vervangen door rubber tegels. Ik vind het dus in alle opzichten zeer gewettigd dat wij hier uitvoerig over spreken, zeker gezien de gezondheidsrisico's die er volgens allerlei rapporten in het geding zijn. Ik ben ook verbijsterd over de nonchalance waarmee de BSD en Lijst Linssen veiligheid en milieukundige aspecten zomaar terzijde schuiven. Ik begrijp dat er een verzoek is om schorsing na deze tweede termijn en dat zou ik graag alvast willen aankondigen. De VOORZITTER: U kondigt een verzoek aan... Mevrouw KAMMEIJER: Ik doe dan maar een verzoek tot schorsing na de tweede termijn. De heer VAN DIJK: Ik zou van de wethouder graag willen weten of hij het onderzoek dat uitgevoerd wordt over rubber tegels ook in de kadernota wil opnemen. De heer HUISMANS: Volgens mij kun je dit alleen maar amenderen als je het in de kadernota wil opnemen, maart zover willen we niet gaan. Ik hoor de wethouder zeggen we gaan dit toch nog eens serieus bekijken. Hij staat er niet echt onwelwillend tegenover. Ik denk dat de signalen en de informatie die we nu hebben en de ongerustheid van een aantal fracties toch dermate is dat ik graag even aanvraag om met de fracties die eventueel een motie willen ondersteunen te overleggen. Ik hoop echter wel dat dit niet wordt opgevat als een oppositie tegen het college, absoluut niet, maar het zou ook gewoon wel eens goed zijn dat we als raad nadrukkelijk ons hierover uitspreken en zeggen dit willen we gewoon niet. De wethouder heeft in feite, maar wel wat behoudend, aangegeven daar onderzoek naar te doen en op terug te komen. Overigens is ook wat het kostenplaatje betreft bekend dat andere materialen een meer duurzaam karakter hebben dan de tegels waar we nu over spreken. Je kunt dus niet alleen aan de voorkant zeggen het is misschien een duurdere tegel een tegel van rubber dan een tegel van vermalen autobanden. Je moet er ook naar kijken hoe lang een ander soort tegel meegaat. Ik denk dat het allemaal dan nog wel eens mee kan vallen. Ik zou daarom toch graag even willen vragen om schorsing. De VOORZITTER: Mevrouw Kammeijer zei laten we die schorsing doen na de tweede termijn zodat andere fracties ook wat hebben kunnen zeggen. Gaat u daarmee akkoord? Ja, dan wachten we even de afloop van de tweede termijn af. De heer MUSTERS: Oppositie tegen coalitie is misschien toch wat voorbarig. Gezien het onderzoek NOC/NSF en KNVB, het onderzoek dat de portefeuillehouder toegezegd heeft en de wijze waarop hij hier mee om wil gaan zien wij geen belemmeringen om dit speelruimteplan aan te nemen. De heer VAN ES: Hoever moet je, om deze raad tevreden te stellen, gaan als portefeuillehouder? Je zegt in de commissie dat je bereid bent het onderzoek te doen, mede op verzoek van Lijst Linssen, maar wel met het verzoek om dat niet direct te koppelen aan het vaststellen vanavond van dit plan. In de commissie advieslijst staat het ook nog eens zwart op wit en de portefeuillehouder zegt het vanavond hier in de raad nog eens een keer toe en dat staat ook weer zwart op wit. U zult begrijpen dat wij aan welke motie dan ook op dit moment geen enkele behoefte hebben. De heer HARIJGENS: Ik zou in zo'n geval altijd eerst even afwachten wat er dan voor motie komt. Misschien is het wel een heel acceptabele motie. In tegenstelling tot wat de portefeuillehouder uitsprak die het had over de raad is diffuus over wat ze denkt over dit onderwerp denk ik eerlijk gezegd niet dat de raad daar zo diffuus over is. Ik denk dat de raad zekerheid voor alles wil. Ook de heer Van der Kallen zal zich goed moeten realiseren dat hij nog niet volledig weet waar hij over spreekt klaarblijkelijk, ondanks zijn deskundigheid op dit chemische terrein. Ik moet vaststellen dat Europees al 13

14 minimaal vanaf 2004 wordt gesproken over dit onderwerp en vervolgens de Nederlandse overheid heeft gezegd we accepteren de richtlijn, alleen het komt ons een beetje te vroeg uit want wij krijgen de autobandenindustrie niet op zo'n korte termijn om. Ik herhaal nogmaals dat we het hebben over vervangen van ondergronden op de middellange en lange termijn en dan vind ik de terughoudendheid van de portefeuillehouder wat onbegrijpelijk tenzij er een agenda achter moet zitten die ik niet ken. Als het een financieel argument is dan hoeft de portefeuillehouder niets anders te doen dan te zeggen bedankt raad dat u zo bezorgd bent, ik deel die zorg met u, ik zal u precies voorrekenen wat het in de loop van de jaren gaat kosten om die speeltuintjes te vervangen. Ik begrijp eerlijk gezegd de terughoudendheid niet. De heer VAN ES: Bij interruptie. Kan de heer Harijgens mij uitleggen wat hij bedoelt met: of er moet een agenda achter zitten? De heer HARIJGENS: Heel simpel. Wij spreken beargumenteerd en gedocumenteerd onze bezorgdheid uit als het gaat om de gezondheid van onze spelende kinderen in speeltuintjes. Ook de rapporten die aangehaald worden zeggen daar nadrukkelijk iets over. Zodra er dan sprake is van een langer contact dan 30 sec. kan het gezondheidsrisico niet worden uitgesloten. Daar is het rapport eenduidig in zijn conclusie. Ik begrijp dan niet waar de terughoudendheid van het college in zit. Het is niet dat we tegen het plan speelruimteplan als zodanig willen stemmen, alleen de passage "wij blijven op de middellange en lange termijn onze speeltuinondergronden vervangen met granulaat autobandentegels" gaat er bij mij niet in.ik snap ook niet welke reden noch het college noch de coalitie zou kunnen hebben om niet nu te zeggen dat zinnetje staat nu niet zo lekker in dat speelruimteplan dat gaan we schrappen. De heer VAN ES: Wat u nu betoogt heeft in mijn ogen niets te maken met het woord agenda. Ik heb daarstraks al aangegeven dat er drie betogen zijn waarin de wethouder heeft aangegeven dat hij met een onderzoek komt. De heer VAN DER VELDEN: Dan zal ik eerst beginnen om de wethouder te bedanken voor zijn uitvoerige beantwoording. In de commissie is hij daar ook al verder op ingegaan. Ik denk dat duidelijk is zoals hij aangeeft dat we het in twee zaken moeten splitsen, het Speelruimteplan met wat we gaan doen en waar we het gaan doen en als tweede de materialenkant. Ik vind het dan ook ver gezocht om op dit moment, als de meerderheid van de raad en dat durf ik best hardop te zeggen technisch inhoudelijk niet helemaal op de hoogte is van waar we over praten om dan een motie te gaan maken of om te roepen het gaat ons niet om de tegels die er nu liggen maar de speelveldjes die aangelegd worden. Als je het doet doe dan alles, wees dan consequent, trek er je portemonnee voor open en doe het dan. Wat de wethouder zegt steunen wij als GBWP volledig. Wij verwachten van de wethouder dat hij daar verder op ingaat, dat wij technisch inhoudelijk bijgepraat worden over dit fenomeen en ons daarop verder gaan baseren voor in de toekomst de materiaalkeuze. Dat lijkt ons zo klaar als een kontje. De VOORZITTER: Ik zie twee interruptie verzoeken. Eerst de heer Huismans, heel kort zou ik willen verzoeken en dan de heer Van Pul. De heer HUISMANS: Waar het hier om gaat is dat je als raad zou kunnen uitspreken dat je dit gewoon op basis van de voorliggende risico's en ook de stappen die al op Europees niveau en in allerlei koepelorganisaties nu worden gezet dat je een krachtig signaal naar het college afgeeft zonder het voorstel te amenderen. Deze motie heeft mijns inziens zeer de bedoeling om vanuit deze raad een krachtig appel op het college te doen. De VOORZITTER: Het is een korte interruptie. Ik heb overigens nog geen motie gezien dus daar kunnen we nog niet over spreken. Laten we de tweede termijn eerst even afronden. De heer VAN PUL: Het verbaast me een beetje, want de heer Van der Velden heeft toch ook de nodige chemische achtergrond, dat hij een dergelijke uitspraak doet. We moeten, dat is al eerder gezegd vanavond, voorkomen dat we een tweede asbestsituatie gaan krijgen of eventueel andere zaken. Ja, men zei het vroeger ook toen van asbest nog niet bekend was wat het probleem was. Als je weet waar het potentieel gevaar ligt, dan moet je ervoor waken en dan moet je direct stoppen. Ze hebben niet gezegd alles vervangen. Ik hoor dan graag van de wethouder dat hij toezegt dat hij op dit moment stopt met het gebruik van dat soort tegels en dat hij met een onderzoek start. De heer VAN DER VELDEN: Ik ben er niet op uit vanavond om een-tweetjes met de heer Van Pul te gaan voeren, maar als chemisch deskundige weet hij net zozeer als ik het weet van mijn chemische kant dat alles twee kanten heeft en als we willen gaan zoeken vinden we altijd wel wat. 14

15 De heer AERTSSEN: Ik vind de bezorgdheid die wordt uitgesproken, oprechte bezorgdheid neem ik aan, prima maar het lijkt er nu op dat een zekere mate van onrust gaat ontstaan en dat lijkt me in dit stadium echt niet nodig. Ik heb ook gemerkt dat de criticasters eigenlijk ook verschillende geluiden laten horen. Als de een zegt we moeten vervangen dan vindt de ander dat weer te ver gaan. Ik hoor ook verschillende visies van nogal wat deskundigen in deze zaal over de gevaren van deze stoffen. Ik zou zeggen, laat de wethouder zijn werk doen. Hij heeft dat ook al twee keer toegezegd. Ik verbaas me erover dat we vanavond weer hetzelfde zitten te vertellen als we in de commissie hebben gedaan. De wethouder doet dezelfde toezegging als in de commissie, hij herhaalt het nogmaals en zegt ik zal onderzoek doen en u wordt daarover gerapporteerd. Mochten er kosten aan verbonden zijn, heeft hij toegezegd, dan kom ik terug naar de raad. De financiële discussie gaat dus niet aan ons voorbij. De VOORZITTER: Ik zou de tweede termijn bijna willen afronden. De heer Van der Kallen nog. De heer VAN DER KALLEN: Ja ik moet wel. Ik had op zijn minst een bedankje van de heer Van Es verwacht voor mijn politieke zelfmoord die ik heb gepleegd, terwijl ik liever over dit onderwerp had gezwegen want het voorzorgprincipe wordt altijd door iedere populist gehanteerd. Ik moet erop reageren omdat mevrouw Kammeijer zegt dat ik veiligheid en milieu zomaar van tafel veeg. Dat is geenszins het geval. De heer HARIJGENS: Bij interruptie. Ik maak ernstig bezwaar tegen de term populisme als het gaat over de gezondheid van kinderen. De heer VAN DER KALLEN: Wie de schoen past trekke hem aan. Als er geroepen wordt over Europese wetgeving waar hebben we het dan over? Dan hebben we het niet over tegels maar over nieuwe autobanden waar zeer hoge concentraties PAK's inzitten. Autobanden die als wij rijden kokend heet worden dan dampen die PAK's eruit en ademen de mensen dat in. Daar hebben we het over. Dat zijn de mensen die in de auto rijden en naast de wegen wonen. De Europese wetgeving zegt niets over de toepassing van het granulaat. Waarom niet? Daar zit heel erg weinig PAK's in. Als het gaat over een asbestdiscussie, dan weten wij al 40 jaar als chemici dat PAK's, polycyclische aromatische koolwaterstoffen carcinogeen verdacht zijn. Dat weten we al 40 jaar. Al 30 jaar geleden ging de benzeern grotendeels uit de benzine. De VOORZITTER: Ik zou eigenlijk willen afronden, want volgens mij is volstrekt helder hoe iedereen hier over denkt. Ik zou de heer Van der Kallen willen vragen om zijn betoog af te ronden zodat we de tweede termijn kunnen besluiten. De heer VAN DER KALLEN: De essentie is dat we hier niet iets op moeten blazen over een onderwerp waar de raad geen kennis van heeft. Dit is typisch een onderwerp wat op nationaal en Europees niveau wordt bekeken c.q. is bekeken. Dat soort discussies moetje onder leken niet voeren. De heer HARIJGENS: Ik heb hier ernstig moeite mee, want de heer Van der Kallen misbruikt zijn zogenaamde deskundigheid op dit terrein. Het gaat om tegels waarbij kinderen, op het moment dat die tegels gelegd worden, bij het eerste contact met die tegels deeltjes aan het losmaken zijn. Die komen onmiddellijk los. De VOORZITTER: Helder. Uw standpunt, maar dat geldt voor iedereen, is volstrekt helder. Ik zou de heer Van der Kallen voor de laatste keer willen verzoeken zijn betoog af te ronden. De heer VAN DER KALLEN: Als dit glaasje water Rotterdams water zou zijn bevinden er zich minimaal 100 stoffen in waarvan de wetenschap in artikelen zegt dat risico's niet zijn uitgesloten. Wij leven in een risicovolle maatschappij, onze kinderen leven in een risicovolle maatschappij. Als we onze kinderen.. De heer HUISMANS: Interruptie De VOORZITTER: Geen interruptie. Ik vraag de heer Van der Kallen nog één zin uit te spreken en dan wil ik de tweede termijn afronden. De heer VAN DER KALLEN: Dat vind ik een onrechtmatige beperking van mijn bevoegdheid als raadslid. Ik heb het over het onderwerp, ik reageer op wat anderen zeggen, ik heb me daartoe uit laten dagen door Lijst Linssen. Ik wil het 15

16 ook doen om nogmaals te benadrukken laten we als raad het hebben over zaken waar we verstand van hebben en dan heb ik het over ons allemaal, mijnheer Harijgens. Laten we als raad besluiten over het onderwerp waarover we te besluiten hebben en de rest ook voor een belangrijk deel overlaten aan overheden die daar ook de portemonnee voor trekken om tot onderzoek te komen. Resumerend dit plan is een uitstekend plan voor jeugd tot 12 jaar. Als het gaat over jongerenontmoetingsplaatsen dan zegt de portefeuillehouder laat dat over aan mijn discussie met de wijktafels. Nee voorzitter, dat moeten we niet doen, want wijktafels daar zitten allemaal brave burgers in die jongerenontmoetingsplaatsen in hun wijk en voor hun deur allemaal maar niets vinden. Daar moeten we als raad over praten om a. vast te stellen dat ze er komen en b. de plaatsen waar. Wijktafels beslissen voor zichzelf en hun eigen toko'tjes en hebben die liever niet in hun wijk, laat staan op hun stoep. De heer HUISMANS: Ik had een interruptie aangevraagd. De VOORZITTER: U wilt nog een keer interrumperen. De heer HUISMANS: Nee, ik krijg de kans niet. De VOORZITTER: Wie wilt u interrumperen? De heer HUISMANS: Ik wilde vijf minuten geleden interrumperen op de heer Van der Kallen. De VOORZITTER: Ik heb gezegd de heer Van der Kallen wordt nu niet meer geïnterrumpeerd. De heer HUISMANS: U zei nog één interruptie. De VOORZITTER: Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik zou hiermee de beraadslagingen in deze termijn willen beëindigen. Er is een schorsingsverzoek vanuit de raad en we hebben net besloten na deze termijn doen we de schorsing. Voordat u tot schorsing overgaat zou ik nog één ding onder uw aandacht willen brengen. Ik bespeur in verschillende toonhoogten die u heeft, met verschillende accenten, waarvoor respect, dat u het allen eens bent over het feit; wethouder kom snel met een inventarisatie zoals toegezegd, doe ondertussen geen domme dingen, neem geen onnodige risico's als je ondertussen met zaken aan de gang gaat. Daar bent u het allen over eens. Dat wil ik u nog even meegeven voordat wij een schorsing krijgen. De wethouder verzoekt nu heel dringend om het woord, maar dat vraag ik dan toch eerst aan de raad, want u heeft besloten na de tweede termijn een schorsing te willen. Vindt u het goed dat de wethouder heel kort reageert voordat de schorsing begint? De heer HUISMANS: Als de wethouder klip en klaar toezegt dat hij bij de inrichting van speeltuintjes het zekere voor het onzekere zal nemen, dan moet hij het heel stellig uitspreken en dan denk ik dat hij de motie in principe aanneemt die wij in willen dienen. De heer SIEBELINK, wethouder: Ik denk dat de wijze waarop u het hebt verwoord inderdaad de juiste wijze is. Ik denk ook dat de heer Musters van de CDA-fractie, de heer Aertssen van de P.v.d.A. en de heer Van Es van Lijst Linssen en de heer Van der Kallen ook duidelijk hebben aangegeven op welke wijze ook door het college tegen deze materie wordt aangekeken. Ik heb hier ook duidelijk gezegd kijk eerst eens naar de onderzoeken die er plaatsvinden. Er is een verschil van mening van een aantal mensen hier, maar er vindt duidelijk een onderzoek plaats. Dat is heel belangrijk. Verder heb ik gezegd we gaan inventariseren welke plaatsen we op dit moment hebben en wat het gaat kosten om het te vervangen door andere materialen. Ik heb dat al toegezegd aan de raad, ook in de commissievergadering al. Laat daar dus geen onduidelijkheid over bestaan. Graag wil ik van de heer Harijgens nog vernemen welke agenda er eventueel achter zou zitten, want ik vind dat een insinuatie die ik niet wil accepteren. De VOORZITTER: Ik zou dit willen voorkomen. Het is denk ik helder, zoals de wethouder gelukkig ook zegt, dat hij die conclusie steunt van snel met de inventarisatie komen en ondertussen geen onnodige risico's nemen, geen gekke dingen doen. Daar bent u het allen over eens. Daar heeft de wethouder ja op gezegd en dat is volgens mij de essentie van wat u op dit moment als raad het college wil meegeven. Is er desalniettemin toch behoefte aan een schorsing? Voor hoelang? 16

17 De heer HUISMANS: Vijf minuten. De VOORZITTER: ik schors de vergadering voor vijf minuten. Aldus schorst de voorzitter de vergadering om uur. 20,30 uur. De VOORZITTER: Hiermee is de vergadering heropend. Ik geef het woord aan de heer Huismans van de WD-fractie. De heer HUISMANS: Na overleg met meerdere fracties komen we toch tot de conclusie dat ten aanzien van het gebruik van vermalen autobanden de toezegging van de portefeuillehouder best een handreiking is en dat we ook allen van mening zijn dat het college inziet dat hier nadrukkelijk naar gekeken moet worden, maar er heerst nog een aanmerkelijk verschil in interpretatie en dat is de reden om een motie in te dienen. Het komt er eigenlijk op neer dat het college zegt dat je zou kunnen zeggen we lopen dit risico tot bewezen is dat het gevaarlijk is. Wij willen het eigenlijk graag omdraaien; tot bewezen is dat het niet gevaarlijk is zien we er van af. Dat is de strekking van de motie. Ik denk dat het elke fractie past om in ieder geval gewoon mee te doen om dit signaal aan het college af te geven. Het is ook bewust geen amendement, maar wel een krachtig signaal vanuit deze raad. De VOORZITTER: Er is een motie ingediend waarvan ik het dictum voorlees. De motie luidt: De raad in vergadering bijeen op 22 maart 2007, Sprekend over SROB/07/016 Overwegende dat Ondergronden voor speeltuinen waarin PAK's zijn verwerkt een risico kunnen inhouden voor spelende jeugd Er op Europees niveau is beslist dat PAK's niet meer mogen worden verwerkt in autobanden. Ook grote brancheorganisaties als KNVB en NOC/NSF en producenten onderzoek doen naar gezondheidsrisico's. De raad de verantwoordelijkheid heeft om alle gezondheidsrisico's uit te sluiten, Draagt het college op Om bij de inrichting van speel- en sportgelegenheden in het kader van het speelruimteplan af te zien van het gebruik van materialen van vermalen autobanden En gaat over tot de orde van de dag. Deze motie is onderdeel van beraadslaging. Wilt u allen hier nog iets over zeggen bij wijze van stemverklaring? Dan stel ik voor dat het kort en krachtig gebeurt waarna we tot stemming kunnen overgaan. De heer VAN DER KALLEN: Ik heb met interesse hiervan kennisgenomen. Als reactie hierop zou ik willen geven: op alle speelterreinen moet minimaal een dikke laag zand van 15 m diep worden gelegd en permanent natgehouden worden zodat de veiligheid zo optimaal mogelijk is gegarandeerd. Als je namelijk kijkt naar rubber tegels wil je ook niet weten wat daar allemaal in zit om het geschikt te maken voor tegels. Dit is eindeloos. Nat zand van 15 m diepte zodat het echt duidelijk is dat de industrie er nooit is aangekomen is vermoedelijk het meest veilige. De heer HARIJGENS: Bij wijze van ultieme oproep. Wat verlies je ermee, dat zeg ik in de richting van de fracties die er nu nog anders over denken, om in te stemmen met deze motie? Het zou hooguit kunnen betekenen dat we misschien, wat zal het zijn, enkele centen meer betalen voor milieuvriendelijke tegels die niet alleen gaan over het gezondheidsrisico, maar we praten ook over het uitlogen van gevaarlijke stoffen in de bodem. De heer MUSTERS: Voor het CDA waren de toezeggingen van de portefeuillehouder voldoende en wij hebben geen behoefte aan deze motie. Mevrouw KAMMEIJER: Als mede-indiener van deze motie wil ik eigenlijk de raad een heel korte opmerking die ik net aangereikt kreeg van iemand op de publieke tribune niet onthouden. Bij twijfel moet je het gewoon niet doen. Ik denk dat als het maar duurzaam, milieuvriendelijk en veilig is. Dat moeten gewoon echt keiharde voorwaarden zijn. Daar wil ik het bij laten. 17

18 De heer VAN DIJK: Wij steunen de motie van de WD en de verdere indieners. Tegen het voorstel zoals dat er ligt zijn wij tegen omdat wij nog niet op de hoogte zijn van de uitslag van het onderzoek naar de rubberen tegels en de PAK's. De heer VAN PUL: Ik heb me al een aantal malen uitgesproken met woorden van gelijke strekking als verwoord in deze opdracht aan het college. Om terug te komen op hetgeen mevrouw Kammeijer zegt, er bestaat geen twijfel, er is een potentieel risico en dan moetje het voorkomen. De heer VAN DER VELDEN: Zoals in de eerste termijn aangegeven zijn wij het met de beantwoording van de wethouder totaal eens en wij gaan dan ook niet mee met deze motie. De heer HUIJGENS: Ik sta achter de motie, vandaar dat ik hem ook ondertekend heb. De heer AERTSSEN: Op zich een sympathieke motie die oproept tot het niet gebruiken van deze materialen. Wij vinden hem echter niet nodig, want de wethouder heeft toegezegd dat hij uitgebreid onderzoek zal doen. Wij verwachten en nemen aan dat het gebruik van dit soort materialen ook niet wordt toegepast totdat de uitslag van het onderzoek bekend is. Er is dus ook geen behoefte aan deze motie. De heer VAN ES: Twee dingetjes, heel kort. Ik wil de indieners er toch op wijzen dat als er staat bij de inrichting van speel- en sportgelegenheden dat men vergeet dat er ook een herinrichting in het speelplan zit. Je zou de zaak wel scheeftrekken als je het bij bestaande speeltuintjes laat en bij nieuwe pas gaat veranderen. Dat is punt 1. Punt 2, ik heb het al meer gezegd en ik herhaal het vanavond nog maar een keer, ik ga dit toch ook een beetje zien als een kwestie van vertrouwen. Wij vertrouwen het college. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad? Dat is niet het geval. Dan stel ik voor om over te gaan tot stemming. Dat betekent dat eerst gestemd wordt over het voorstel en daarna over de motie. De heer HARIJGENS: Voordat u het voorstel in stemming gaat brengen. Wellicht is de nadrukkelijke oproep van velen voor de portefeuillehouder een aanleiding om te zeggen: ik neem de motie over. Dat zou zomaar kunnen. De VOORZITTER: Dat kan. Wilt u een reactie van de wethouder? Dat betekent dat u de motie dan ook niet hoeft in te dienen, dat bedoelt u te zeggen. De heer VAN DER KALLEN: Voorzitter, we hebben toch niet gesproken over een niet ingediende motie? De VOORZITTER: Deze motie is keurig ingediend en is ook voorzien van handtekeningen. Hij is nu onderdeel van de beraadslagingen. Ik vind het prima nog even het woord te geven als u dat ook goed vindt. De heer SIEBELJNK, wethouder: Om redenen, al eerder uiteengezet ook in de commissievergadering, in eerste termijn en tweede termijn, wil ik aangeven geen behoefte te hebben aan deze motie. De VOORZITTER: Zullen we overgaan tot stemming? De heer VAN PUL: Het verhaal van de wethouder stoort mij een beetje. Hij is goed begonnen daarstraks en zegt ik wil niet alle tegels vervangen. We hebben ook gezegd dat vragen we niet, we vragen alleen als een nieuwe ondergrond nodig is dat je dan andere materialen gebruikt. Om die reden zal ik, als de motie niet aangenomen wordt, tegen dit voorstel stemmen. De VOORZITTER: We gaan eerst over het voorstel stemmen en dan over de motie zoals in ons Reglement van Orde staat. Ik stel voor nu tot stemming over te gaan. Zou u bij handopsteken willen aangeven wie tegen het voorstel is? Het gaat om het voorstel Speelruimteplan Bergen op Zoom. Tegen zijn de fracties van SP en Politieke Partij Wij, waarmee het voorstel is aanvaard. Dan gaan wij nu over tot stemming over de motie die hierover voorligt. Wilt u bij handopsteken aangeven wie voor de motie is. Wie is voor de motie? Dat zijn de fracties van de WD, D66, SP, Groen Links, en Groepering Leefbaarheid, waarmee de motie is verworpen. 18

19 6 e. Verbetering slaagkansen starters op de woningmarkt SROB/07/026 De VOORZITTER: Een aantal fracties heeft in de commissie gevraagd om behandeling hier. De heer COPPENS: Voor de WD-fractie zijn enkele vragen blijven staan uit de commissie van financiële aard. Ik zal deze vragen vanavond stellen en dat zal ik zo kort mogelijk doen. Voor het jaar 2007 stelt het college een maximum plafond voor van ,- voor het fonds waar het hier over gaat. Dat geld is alleen voor Er is geen bovengrens aangegeven. Vervolgens staat in de verordening onder artikel 4 dat het college bevoegd is om het maximale bedrag bij te stellen. Is die gedachte van de WD-fractie juist? Kan het college dat zomaar beslissen? Tevens heeft het college bepaald dat het maximum bruto inkomen ,- mag zijn en de koopprijs van de woning niet hoger dan ,-. Prima. Vervolgens zegt het college in artikel 6 van de verordening dat ook die bedragen jaarlijks kunnen worden aangepast. Is dat een correcte gedachte van de WD? Op blz. 6 van het voorstel meldt het college dat indien het rijk stopt met deze regeling de financiële dekking geheel voor rekening van de gemeente komt. Wij gaan er van uit, dat missen wij in het voorstel, dat dan ook de gemeente met die regeling stopt. Nog één opmerking, niet van financiële aard. In het stuk staat dat er extra aandacht moet zijn voor het communicatietraject, nu zal daar vanavond wel meer over gesproken worden, maar in het voorstel geeft het college aan dat dat een speciale attentie verdient. We zouden u willen verzoeken om dat traject zeer zorgvuldig in te gaan en wij gaan er van uit dat de raad daarvan in kennis wordt gesteld. Tot zover in eerste termijn. De heer MUSTERS: Het CDA is blij dat er nu een regeling voor starters op de woningmarkt gaat komen. Wij roepen het college op om met de grootst mogelijke voortvarendheid en snelheid tot uitvoering te komen, want het VROM-potje is natuurlijk eindig. Wij zullen het voorstel steunen. De heer HARIJGENS: Wij zijn ook blij dat er in ieder geval iets wordt gedaan, maar wij hebben in de commissie ook nadrukkelijk gezegd dat we dit voorstel zien als een deeloplossing, waarbij we toch voor het grootste gedeelte qua maatregelen leunen op datgene wat een ander, namelijk die woningcorporatie, zou moeten doen. De regeling van VROM, zo blijkt ook als je kijkt naar een aantal andere gemeenten, kan moeiteloos worden gecombineerd met extra aanvullende maatregelen. Sommige maatregelen zijn fiscaal van aard en sommige hebben een ander karakter. Onze oproep voor vanavond is in ieder geval, die toezegging zouden we in ieder geval toch graag onomwonden willen krijgen van het college, dat de zoektocht naar mogelijkheden om starterswoningen te realiseren niet ophoudt bij deze toch ietwat beperkte en naar de toekomst toe onzekere regeling. Bij wijze van suggestie heb ik het dan over wat kunnen we nog doen om het mogelijk te maken om prefabwoningen te realiseren, wat kunnen we doen met de grondprijsquote, wat kunnen we bijvoorbeeld doen met leegstaande kantoorpanden en dat soort zaken. Kortom, de opsomming van alternatieven die ook in het voorstel wordt genoemd is zeker niet limitatief, zeker niet compleet. Ik roep het college in ieder geval op om met aanvullende maatregelen te komen, want er is al zo vaak gebleken dat ook financiële prikkels niet altijd tot het gewenst effect leiden. De heer VAN ES: In de commissievergadering hebben wij al aangegeven blij te zijn met dit voorstel. Ik heb toen heel kort gesproken over het feit dat Lijst Linssen het toch wel raadzaam zou vinden om eens te kijken naar een stukje economische gebondenheid. Ik heb toen ook vanuit de commissiebehandeling direct begrepen dat de meeste collega's daar wat moeite mee hadden, daar wat raar tegenaan keken en vandaar dat wij na fractie 2 en behandeling in fractie 2 besloten hebben het voorstel niet te amenderen wat wel mijn eerste gedachte was. Je begint niet aan iets waarvan je van tevoren weet dat het toch niet lukt. Ik wil wel het college verzoeken om deze regeling zeker te evalueren, ik denk dat we daar na een jaar eens goed naar zouden moeten kijken, en in die evaluatie toch mee te nemen hoeveel aanvragen er nu van binnen de gemeente en hoeveel van buiten, zodat we misschien na een evaluatie daar nog eens met zijn allen over kunnen praten. Verder een uitstekend voorstel waar wij graag mee instemmen. De heer VAN LOON: Ook GBWP is blij met dit voorstel. We hopen dat er veel starters gebruik gaan maken van deze regeling en dat het snel toepasbaar is. 19

20 De heer HUIJGENS: Leefbaarheid zal het voorstel steunen, maar dat neemt niet weg dat het bouwen van goedkopere woningen toch nog steeds een doel op zich is, denk ik. Dit zeker als je weet dat ook de provincie daar nog steeds op hamert en ook zoekt naar mogelijkheden daarvoor. De heer VAN PUL: In de commissie heb ik al aangegeven dat ik het jammer vond dat het CDA zijn initiatiefvoorstel heeft teruggetrokken. We hadden dan toch meer discussie op de twee verschillende situaties gekend. Verder sluit ik me aan bij de woorden van de heer Van Es. De heer RAMPAART: Een kleine aanvulling. In het voorstel wordt aandacht besteed aan de rol van de woningbouwcorporaties. Er is weliswaar een convenant met die corporaties afgesloten, maar wij zouden er toch sterk op willen aandringen dat de corporaties op korte termijn uitvoering gaan geven aan de onderdelen 1 a t/m d van het voorstel. Zonder die bijdrage van de corporaties worden de starters maar zeer beperkt geholpen in onze visie. De heer HAGENAARS, wethouder: Ik denk dat ik de vragen het best kan beantwoorden in de volgorde zoals ze gesteld zijn. De heer Coppens heeft het over het plafond zoals dat in 2007 wordt vastgesteld. Hij noemt terecht het bedrag van ,- wat in de verordening wordt genoemd. De verordening is hierbij gevoegd en middels punt 4 van het voorstel stelt de raad met dit voorstel ook die verordening vast. Als u de verordening conform het voorstel vaststelt gaat u akkoord met het bewuste artikel waarin het plafond op ,- wordt gesteld. Datzelfde geldt eigenlijk voor de bedragen zoals die zijn genoemd als de maximale verwervingsprijs en de ,-. Ook daarvan zegt de verordening dat zijn de bedragen voor nu. Als er behoefte is om dat aan te passen, bijvoorbeeld aan het prijsindexcijfer, is dat in een latere fase mogelijk. Dan vraagt u als het rijk, lees VROM, zou stoppen met de regeling gaat dan de gemeente door? In principe wel, ook voor het volledige bedrag, totdat het plafond bereikt is. Zoals ik ook meerdere malen in de commissie heb betoogd, het is geen open einde regeling. Nee ook wij stellen een plafond vast, waardoor als dat plafond bereikt is, de regeling eindig is. U heeft speciale aandacht gevraagd voor het communicatietraject. Dit is terecht. Dat heeft het grootste belang. Wij zullen voor deze regeling, als die door de raad conform wordt vastgesteld, zo spoedig mogelijk dat communicatietraject opzetten op een zodanige manier dat u dat heel transparant zult kunnen volgen. Dan moet ik mijn waardering uitspreken voor de woorden van de heer Musters, gezien ook hetgeen zich heeft afgespeeld de afgelopen weken. Ik waardeer zijn blijdschap met dit voorstel en zijn oproep tot voortvarendheid zullen wij gestand doen. Wij danken in ieder geval de CDA-fractie voor de steun. Groen Links wil de maatregel om starters op de woningmarkt eerder te kunnen doen slagen zien als een deeloplossing. Het is een onderdeel van. Dit staat inderdaad separaat van allerlei andere maatregelen die je zou kunnen en ook moet bedenken in onze ogen. Het is inderdaad een separaat voorstel dat altijd nog aangevuld kan worden door andere voorstellen. Wij gaan richting een nieuw Beleidsplan Wonen en daarin zullen de zaken zoals u die belicht hebt zeker terug aan de orde komen. Lijst Linssen heeft het over de economische gebondenheid. Ik heb in de commissie denk ik voldoende aangegeven waarom dat eigenlijk op dit moment niet aan de orde. Daar waar Lijst Linssen vraagt om een evaluatie na een jaar denk ik dat dat zeer wenselijk is, omdat ook het college zeer geïnteresseerd is in het aantal mensen dat met deze regeling geholpen kan worden. Bij een evaluatie horen alle aspecten en dan kan het ook heel interessant zijn om de herkomst van mensen die voor deze regeling inschrijven in beeld te brengen. Dan denk ik dat zowel GBWP als Leefbaarheid steun hebben betuigd, waarbij Leefbaarheid heeft gezegd het bouwen van goedkopere woningen blijft een van de grotere belangen. Ik denk dat dat grotendeels onderschreven wordt, alleen de stichtingskosten van woningen zullen niet drastisch naar beneden gaan, maar het bouwen van goedkopere woningen en landelijk beleid daarin zou zeer wenselijk zijn. De heer Van Pul van de Politieke Partij Wij heeft het over het voorstel dat ingetrokken is. Daar hebben wij dan in ieder geval als college geen verantwoordelijkheid in. De heer Rampaart heeft namens de Partij van de Arbeid aangegeven dat de rol van de corporaties erg groot is in dit voorstel. Ik wil het belang van de corporaties bij de starterswoningen niet minder maken dan hij is, maar het voorstel zoals dat hier voorligt is een generieke maatregel. Met generiek bedoelt het college dat het geldt voor alle woningen, dus in de vrije koopsector en ook de woningen in bezit van corporaties maar bijvoorbeeld ook woningen in bezit van particulieren die op de particuliere markt verkocht worden. Ik denk dat dat de beantwoording in eerste termijn is. 20

21 De heer COPPENS: Wij worden van de beantwoording door de portefeuillehouder niet vrolijk. Hij herhaalt de zaken die ook in het stuk staan en wij hadden duidelijkheid gevraagd. De wethouder zegt dat B&W bevoegd is om bedragen aan te passen. Dat betekent dus dat B&W vrij is om te doen wat ze nodig vinden en mogen ze ook de andere bedragen aanpassen zonder dat daar de raad aan te pas komt. Als dit voorstel aangenomen wordt dan wordt het college blij gemaakt met een blanco cheque. Dat betekent dus dat er jaarlijks een dotatie blijft komen, eindeloos, van ,-. Wij vinden het een prachtig voorstel dat er ligt, maar we hebben problemen met de financiële zaken daarover. Ik neem aan dat de raad ook begrijpt dat het bedrag van ,- jaarlijks eindeloos doorgaat. Ik vraag me dan af waar dat geld vandaan moet komen. Wij waren blij dat Lijst Linssen in de commissievergadering een goed voorstel deed, namelijk inbrengen van de minimale duur van het woonachtig zijn in Bergen op Zoom. Het is jammer dat ze dat intrekken want wij hadden dat graag willen steunen. De heer VAN DER KALLEN: De beantwoording van de portefeuillehouder richting de VVD-vraag wanneer het eindigt heeft mij toch een beetje verrast. U stelt dat als het plafond bereikt is de regeling eindigt. Ik zelf denk dat de regeling alleen kan eindigen als de raad daartoe besluit en als het plafond bereikt wordt er alleen een schorsende werking van uitgaat dat er niet meer startersleningen worden verstrekt. De heer COPPENS: Bij intermptie.mijnheer Van der Kallen ik ben blij met uw opmerking, maar wij komen er niet meer aan te pas. Het college beslist. De raad staat buitenspel. De heer VAN DER KALLEN: Nee, het eindigen van een verordening en dit is een verordening, is absoluut een bevoegdheid van de raad. Dat kan nooit het college doen. Er kan hooguit als het plafond bereikt wordt in mijn beleving van de wet een schorsende werking uitgaan dat er geen nieuwe startersleningen meer worden verstrekt totdat er weer aanvulling plaatsvindt en de aanvulling kan ook plaatsvinden door aflossing van de verstrekte leningen en dan kan het weer doorgaan. Ik wil daar nog duidelijkheid van de portefeuillehouder over hebben. De heer HAGENAARS, wethouder: De heer Van der Kallen heeft inderdaad gelijk. Het einde van de regeling heeft een schorsende werking ten aanzien van het nieuw verstrekken van startersleningen. Op dat moment is het plafond bereikt en dus kunnen geen nieuwe leningen worden verstrekt. Zoals in het stuk staat, sorry mijnheer Coppens maar ik moet het inderdaad zo vertellen.. De heer COPPENS: Wanneer is het plafond bereikt, welk plafond. De heer HAGENAARS, wethouder: Het plafond zoals dat nu wordt vastgesteld voor 2007 bedraagt ,-. Dat staat in het stuk en ook in de vast te stellen verordening. Het is inderdaad zo, de heer Van der Kallen heeft gelijk, op het moment dat het plafond bereikt wordt worden er geen nieuwe leningen verstrekt. Op het moment dat door revolving, het fonds weer wordt vergoed is het verstrekken van leningen weer mogelijk. De heer COPPENS: Interruptie. Als de wethouder nu duidelijk is. Als het plafond door B&W kan worden aangepast, opgehoogd.. Dat staat in het stuk. Er staan niet allerlei andere toeters en bellen in, er staat in het stuk dat u gemachtigd bent om het plafond te bepalen. De heer HAGENAARS, wethouder: Aan het stuk is een verordening toegevoegd. In die verordening die vastgesteld wordt door de raad vanavond hoop ik, staat dat het plafond wordt vastgesteld door het college. Met ingang van het jaar 2007, vandaag, staat er dat wij voorstellen het plafond voor 2007 vast te stellen op ,-. Dus als er in enig jaar een ander plafond wordt vastgesteld door het college dan kan dat, want die bevoegdheid heeft hij vanavond hoop ik, dan wordt het op een andere manier vastgesteld. Ik kan me heel goed voorstellen, ik denk dat het een vereiste is, dat we als er over een jaar een evaluatie is we ook dat plafond bespreken. Dat zal ongetwijfeld meegenomen worden. Als u vindt dat u die bevoegdheid niet aan het college wilt geven dan weet u toch wat u te doen staat. De VOORZITTER: Dit was de termijn van de wethouder. Ik stel toch een vervolgtermijn voor, want ik zie nog allerlei raadsleden die mee willen praten. Dat kan goed, dan doen we ordentelijk. Ik stel voor voor een volgende termijn het woord te geven aan de heer Coppens. De heer COPPENS: In de tweede termijn zou ik graag hebben dat de wethouder ons netjes antwoord geeft. Hij laat een hoop ruimte bestaan, hij is niet duidelijk over de hoogte van het plafond, hij is er niet duidelijk over waar de grens ligt. 21

22 Bij het vaststellen van deze verordening kan het college wensen wat ze wil en vervolgens ook weer doen wat ze wil en daar zit onze pijn. De heer HARIJGENS: Ik denk dat met name het collegelid dat hier in gesprek is met ons dondersgoed weet welke waarde wij hechten aan het budgetrecht van de raad. Hij zou het eigenlijk als ontzettend welkom moeten beschouwen dat er gezegd wordt we vinden een natuurlijk moment om naar deze regeling te kijken en dan stellen we samen met elkaar het plafond voor het volgende jaar vast. Dat kan voor het college niet bedreigend zijn. Het is alleen maar een kwestie van goed over en weer met elkaar communiceren en je laat het budgetrecht daar waar het hoort te zijn.bij de raad. De heer VAN DER KALLEN: Ik begrijp ook niet echt het betoog van de heer Coppens, want alles wat wij hier besluiten is in het kader van de wet en de wet is heel helder als het gaat over budgetrecht van de raad. Binnen dat budgetrecht geven wij graag, binnen dat gestelde budgetrecht, het college de gelegenheid om dit soort zaken te regelen. De heer HAGENAARS, wethouder: Ik denk dat ik een heleboel kou uit de lucht kan nemen door gewoon te zeggen dat ik, als het budget wordt aangepast voor 2008, dat met u overleg namens het college. Dat ik gewoon zeg het college wenst in bijv of enig jaar het toekenningsplafond te wijzigen en dat dit in overleg met u gebeurt. Dat is geen enkel probleem. De heer HARIJGENS: Eén letter verschil dat is o, voorleggen. De heer HAGENAARS, wethouder: U heeft dan toch deze verordening vastgesteld. De heer HARIJGENS: Ja, maar u zegt ik overleg het met de raad en u weet goed genoeg wat het verschil is tussen iets overleggen en iets voorleggen aan de raad. De heer HAGENAARS, wethouder: U weet goed genoeg wat de bevoegdheid van de raad is, dus stemmen we weer overeen. De VOORZITTER: Ik stel voor de beraadslagingen te sluiten en tot besluitvorming over te gaan. Vooraf kan een stemverklaring gegeven worden. De heer COPPENS: Wij hebben net met elkaar gewisseld waar de pijn zit voor de WD-fractie. Wij besluiten vanavond iets waar wij ons niet in kunnen vinden en wij zullen dus tegen dit voorstel stemmen. De heer HARIJGENS: Voor ons is het budgetrecht heel wezenlijk, maar ik heb ook gehoord dat wij komen te spreken jaarlijks voor het nieuwe plafond voor het volgende jaar. Ik vind doorgang van enige regeling voor de starters zo van belang dat ik om die reden ook voor het voorstel zal stemmen. De VOORZITTER: Nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Zou u bij handopsteken willen aangeven wie tegen het voorstel is. Tegen het voorstel zijn de leden van de WD-fractie, waarmee het voorstel is aanvaard. 6f. Leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied. SROB/07/005 De VOORZITTER: Vanuit een aantal fracties zijn verzoeken gekomen om dit vanavond te bespreken. Ik heb begrepen dat de Groen Links fractie voornemens is een amendement in te dienen. Ik zal hen als eerste het woord geven. De heer HARIJGENS: Ik heb daar in de commissievergadering redelijk theatraal over gesproken en dat was naar mijn mening op dat moment ook nodig. Dat wil ik zeker niet overdoen. Het amendement heeft in principe alles in zich waarom ik heb gemeend dat amendement in te moeten dienen. Het gaat simpelweg erom dat de bestaande situatie ook volgens het voorstel van het college een goede situatie is, met andere woorden, de huidige leefmilieuverordening zoals wij die nu kennen met de beperking dat je op de tweede etages van etablissementen geen horeca toestaat anders dan de uitzonderingsgevallen die er al zijn schijnt goed te werken. Wij hebben een leefmilieuverordening nodig gevonden omdat het bestemmingsplan daar niet voldoende sluitend in was. Ik roep de rest van de raad toch op om met de inge-

23 komen bezwaren die er zijn hier te kiezen voor het zekere voor het onzekere. Daarbij komt nadrukkelijk dat er in het beoogde maatschappelijke effect van wat het college ons voorstelt geen dwingende of andere reden is. Wij hebben dus eigenlijk geen enkele reden als raad om een aanpassing te doen in de leefmilieuverordening zoals we die nu kennen. Ik hoop dat dit amendement brede steun gaat krijgen. De VOORZITTER: Er is een amendement ingediend door de Groen Links fractie. Het is een lang amendement. Ik ga het niet letterlijk voorlezen, maar voor de luisteraars thuis zal ook duidelijk zijn na uw toelichting dat u zegt de huidige verordening kan wat ons betreft in stand blijven, geen verdere verruiming van mogelijkheden om horeca op tweede etages toe te staan. Dit amendement maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Het amendement luidt: De raad van de gemeente Bergen op Zoom, in vergadering bijeen op donderdag 22 maart 2007, sprekende over raadsvoorstel SROB/07/005, handelende over de Leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied, Overwegende dat, De raad met de leefmilieuverordening op de horeca een kader stelt dat de leefbaarheid in het centrum moet waarborgen; De bestaande leefmilieuverordening blijkens het onderhavige raadsvoorstel een goed instrument is gebleken; De bestaande leefmilieuverordening een artikel 4, lid 4 sub a bevat dat functiewijzigingen anders dan op de begane grond uitsluit van ontheffing; De raad, gelet op zijn kaderstellende rol, niet kan overzien welke consequenties het loslaten van deze beperking heeft op de leefbaarheid in het centrumgebied; Er geen dwingende redenen van maatschappelijke of andere aard zijn de inhoud van de huidige leefmilieuverordening te wijzigen; Dit ook niet blijkt uit het raadsvoorstel; Besluit het concept-besluit bij bovengenoemd raadsvoorstel als volgt te wijzigen: 1. De "Leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied", zoals deze is opgenomen in bijlage A, zodanig te wijzigen dat artikel 4, lid 4 komt te luiden: 4: Van achteruitgang als bedoeld in lid 2 en 3 is in ieder geval sprake wanneer: a. het een functiewijziging betreft anders dan op de begane grond, met uitzondering van: 1. een hotelbedrijf. Een hotelbedrijf mag zich over meerdere verdiepingen uitstrekken 2. gebruik dat beperkt blijft tot horeca-ondersteunende activiteiten zoals ten behoeve van kleed-, toilet- en keukenvoorziening en ander daarmee gelijk te stellen gebruik; b. er zelfstandige woongelegenheid, zoals die bestond op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening, ten gevolge van de functiewijziging verloren gaat, ook indien dit gebeurt op de begane grond; c. een onaanvaardbare toename van het gemotoriseerd verkeer of de parkeerdruk te verwachten is; d. een onaanvaardbare toename van de milieuoverlast (o.a. geluid en vervuiling) te verwachten is. 2. De leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied", zoals deze is opgenomen in bijlage A, aldus gewijzigd vast te stellen. 3. De ingediende zienswijzen gegrond te verklaren 4. De 1 e herziening van de "leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied'in te trekken met ingang van de inwerkingtreding van de verordening ad 2 En gaat over tot de orde van de dag. De heer HUISMANS: In de fractie hebben we nog uitgebreid over deze Leefmilieuverordening gesproken. De fractie is toch van mening dat een verruiming van de mogelijkheden voor horeca in het centrum niet per definitie onmogelijk moeten worden gemaakt door een leefrnilieuverordening die eigenlijk zegt u mag alleen op de begane grond iets doen. Er zijn toch tal van situaties waarbij op een specifieke plek, ik zeg nadrukkelijk een specifieke plek, die op zich door het bestemmingsplan toelaat dat er horeca wordt gebezigd, het niet zo moet zijn dat wij vanuit regelgeving, we hebben alsteveel regelgeving, voor al die gevallen generiek gaan zeggen en gij zult niet naar de 1 e verdieping en gij zult niet naar de kelder. Dat is iets wat je vanuit de raadszetels hier en ook vanuit het college niet per definitie moet uitsluiten. In die zin hebben wij veel sympathie om deze verruiming van mogelijkheden toe te laten, zeker vanwege het feit dat bestemmingsplantechnisch het echt niet zo is dat in allerlei straten nu horeca zal gaan verschijnen. Dat mag geeneens, dat is beperkt tot een zeer beperkt aantal panden. Het zou ongezond zijn daar wij allemaal spreken over het verminderen van regels per definitie te zeggen en gij gaat geen extra kubieke meter of vierkante meter in uw eigen pand notabene gebruiken want we zijn bij voorbaat achterdochtig dat dat iets zou opleveren. Daar komt een punt bij en

24 ne gebruiken want we zijn bij voorbaat achterdochtig dat dat iets zou opleveren. Daar komt een punt bij en dat is dat we een ruim traject hebben gelopen met de gebruiksvergunningen. De WD-fractie ziet in dat bij het verlenen van de gebruiksvergunningen met name heel scherp gelet is op de horeca zodat de horeca nu grotendeels voldoet aan de eisen. We spreken ook een compliment uit aan dit college dat daar waar zaken nog niet echt op orde zijn er stevig wordt doorgepakt. Ik denk dat handhaven een betere manier is om ervoor te zorgen op een gegeven moment dat overlast beperkt wordt. Bij het verruimen van zo'n mogelijkheid dan heeft een ondernemer er toch altijd mee te maken dat hij aan geluidsnormen en dat soort zaken zal moeten voldoen. Voor ons is dit dus een welkom voorstel. Toch hebben wij wel één vraag. In de commissievergadering is de vraag gesteld waarom het college dit eigenlijk doet, want er is toch een ontheffingsmogelijkheid op de leefmilieuverordening. Is het om in het pand van Indrapoera activiteiten mogelijk te maken? Het antwoord van het college was; dat heeft er niets mee te maken. Gekoppeld daaraan heb ik wel een andere vraag, die ik graag vanavond beantwoord zou willen zien. Heeft hel dan mogelijkerwijs iets te maken met verruiming van de mogelijkheden voor de kelder van ons eigen stadhuis? Als dat zo is mag u dat gewoon zeggen. Als u daar van plan bent horeca in te vestigen en dat daarom een verruiming van mogelijkheden moet komen dan vind ik dat je dat aan de voorkant aan burgers gewoon duidelijk mag maken. Ik zou het jammer vinden ais dat dan in ieder geval vanavond niet besproken zou zijn. Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen. Een concrete vraag is of deze aanpassing wordt gedaan om horeca in de kelder van het stadhuis mogelijk te maken. De heer VAN DEN EIJNDEN: Met de leefmilieuverordening zoals die nu voorligt hebben wij op zich geen problemen. Wel zijn wij bijzonder teleurgesteld in de communicatie die hier gevoerd is. Dat ondernemers een zienswijze in moeten dienen na publicatie in BN/De Stem vinden wij jammer. Het college had hier zelf voortvarend met ondernemers in de horeca in gesprek moeten gaan. In de commissie heeft de wethouder gemeld met een van de indieners naderhand een gesprek gevoerd te hebben en naar tevredenheid uit elkaar gegaan te zijn. Met een andere groep van ondernemers heeft hij ook na het indienen van de zienswijze niet gecommuniceerd. Dat vinden wij bijzonder jammer. Wij willen niet zeggen dat een indiener vooraf of continu gelijk heeft, dus het amendement zullen wij ook niet steunen, maar bijzonder jammer dat het hier niet voortvarend opgepakt is door het college. De heer AERTSSEN: Naar onze mening is er met dit voorstel nauwelijks sprake van een verruiming van de mogelijkheid tot horecavestiging op de verdiepingen. Het gaat hier volgens ons om een aanpassing, om een verruiming moet ik zeggen, van de ontheffing op een verbod. De ontheffingsmogelijkheden worden wat minder. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt dat alleen Horeca-B bedrijven en dan hebben we het over restaurants en niet over harde horeca mogelijk zich op de eerste verdieping kunnen vestigen. Dit is in een aantal situaties in Bergen op Zoom al het geval, met goede gevolgen volgens mij. Er zijn diverse locaties in Bergen op Zoom waar tot volle tevredenheid horeca-activiteiten op de bovenverdieping plaatsvinden. Het gaat dus niet om harde horeca op de verdiepingen. We hebben dus ook geen moeite met deze wijziging. Het geeft het college denk ik iets meer flexibiliteit in hun handelen. Wij denken dat het een goede zaak is. De heer VAN DER KALLEN: Bij wijze van stemverklaring, want ik hoef mijn betoog uit de commissie niet over te doen. Ik stem tegen dit voorstel. Waarom? Omdat iedere verdere uitbreiding van horeca in het centrum ongewenst is. De WD mag dan zeggen de horeca voldoet aan alle eisen want ze hebben gebruiksvergunningen. Je hoeft maar op een zomeravond over de Vischmarkt te wandelen om bijna zonder uitzondering vast te stellen dat ze zich niet aan alle vereisten houden. Dat is een groot verschil. Dat is een gebrek aan controles. Mijn fractie zit absoluut niet te wachten op een uitbreiding van de horeca want dat is geen verbetering van de leefbaarheid binnen de stad. We gaan er voor, zeggen we als gemeente keer op keer, om de leefbaarheid van de binnenstad te verbeteren. We bouwen ook meer en meer woningen en we zullen daar ook de consequenties van moeten trekken dat het betekent dat de horeca in ieder geval niet verder uitbreidt en handhaving echt aangepakt wordt. Ik vraag aantekening tegen het voorstel. De heer HUISMANS: Wil de heer Van der Kallen dan eigenlijk zeggen we hebben nu voorgoed een status quo die zo blijft in Bergen op Zoom, alles wat er rond uitbreiding van horeca gebeurt is per definitie onwenselijk. Ik vertaal het dan even zo. Het is toch zo dat een stad leeft en verandert en dat er ondernemers zijn die willen investeren en dat je daar een goed klimaat voor moet scheppen. We hebben afgesproken dat dat op bepaalde deelgebieden mogelijk is en op andere duidelijk niet en dat we er in ieder geval voor moeten zorgen dat dit een aantrekkelijke stad blijft. De VOORZITTER: Uw interruptie is helder. 24

25 De heer VAN DER KALLEN: Onze stad is dynamisch. De dynamiek van de binnenstad uit zich vooral in de toeneming van het aantal woningen. Als je kijkt wie in de woningen wonen dan ervaar je ook daar de overlast van de horeca, die in Bergen op Zoom in het centrum al gigantisch is, zowel van de horeca feitelijk als van de horecabezoekers op straat en ik denk dat daar een grens aan gesteld mag worden. Mijn fractie is tegen verdere uitbreidingen. Dat wil niet zeggen dat we per definitie niet openstaan voor verplaatsingen. Mevrouw KAMMEIJER: Ik heb eigenlijk toch nog maar één vraag. Wat mij niet duidelijk is geworden, ook niet in de commissie, en misschien dat het nu toch een keer uitgelegd kan worden, is wat nu precies het maatschappelijk nut is van deze uitbreiding. De heer WIJTEN: Kort. Lijst Linssen is voor deze leefmilieuverordening en heeft geen behoefte aan het amendement. Dit bij wijze van stemverklaring. De heer HUIJGENS: Ook even een toelichting op mijn verklaring op het amendement. Het amendement geeft een iets betere definitie van een achteruitgang maar het laat onverlet dat het college bevoegd is daarvan af te wijken. Desondanks zal ik toch het amendement steunen. De heer HAGENAARS, wethouder: De heer Harijgens van Groen Links wenst middels een amendement eigenlijk de verordening zoals die tot voor kort gold te bestendigen. Dat behelst eigenlijk zijn amendement. Verwijzend naar het stuk zoals dat van het college uit naar u toegegaan is wordt onder de koop Beoogd maatschappelijk effect/doelstellingen gesproken over een algemeenheid, een leefmilieuverordening, de geldigheid etc. Er staat 'tot dusverre is de verordening een goed instrument gebleken". Het instrument van de leefmilieuverordening. Dus niet de leefmilieuverordening horeca centrumgebied, nee het instrument leefmilieuverordening. Zo moet u het maatschappelijk effect lezen. Dan denk ik dat de heer Huismans een goed pleidooi heeft gehouden voor het voorstel, waarvoor ik hem namens het college dank mag zeggen. Hij zegt inderdaad terecht dat het bestemmingsplan in deze leidend blijft. Een bestemmingsplan dat overigens voor het centrumgebied vernieuwd wordt, maar dat weet u, dat komt aan de orde. Dat de leefmilieuverordening extra beperkingen kan opleggen die binnen de bestemmingsplan mogelijkheden wel mogelijk worden gemaakt en dat wij nu een stukje eerder opgelegde dwang deels terugnemen, omdat wij menen dat dit op dit moment beter geregeld kan worden via gebruiksvergunningen. Ik kom dan op de flexibiliteit waar de heer Aertssen van de fractie van de Partij van de Arbeid op doelde. Het middel gebruiksvergunningen daarmee kunnen wij flexibel hanteren het gebruik van de panden binnen de centrumring, zoals dat via deze leefmilieuverordening horeca centrumgebied geldt. Een aantal anderen heeft een stemverklaring afgegeven. Ik denk dat ik met mijn antwoord ook de vraag van mevrouw Kammeijer inzake het maatschappelijk nut beantwoord heb. Ik denk dat dat de vragen waren. Nee, nog een heel belangrijke vraag van het CDA over de communicatie. Het CDA denkt dat de communicatie hier niet goed opgepakt is. Wij denken dat het wel het geval is geweest. Beide brieven waren van oktober, ik dacht 20 en 26 oktober, de brieven zijn bijgevoegd. Vervolgens heeft er, zoals ik in de commissie heb gezegd, een gesprek plaatsgevonden namens het college, de heer Siebelink en mijn persoon met één ondergetekende, de heer Hazen. De heer Hazen heb ik vandaag nog aan de telefoon gehad en hij deelde mij mede dat zijn brief als afgedaan beschouwd kon worden. De heer Hazen was samen met de vertegenwoordiger van de ondernemers Grote Markt ook aanwezig in december waar een groot deel van de ondernemers van de Grote Markt bij betrokken was en over dit voorstel is gesproken. Bovendien is ook door portefeuillehouder Linssen met een aantal ondernemers Grote Markt gesproken over de gebruiksmogelijkheden van de panden rondom de Grote Markt. Ik denk dat communicatief hier weinig mis was. Ik denk dat dat de beantwoording was in eerste termijn. De VOORZITTER: Er was volgens mij nog één vraag van de WD of de reden van dit voorstel misschien ook is gelegen in eventueel ander gebruik van de kelder van het oude stadhuis. De heer HAGENAARS: Ja en feitelijk heeft hij ook nog het Chinese restaurant erbij betrokken. Er spelen bij het voorleggen van deze verordening geen individuele belangen en ook geen individuele panden een rol. De VOORZITTER: Nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval, in ieder geval bij de heer Harijgens van Groen Links. 25

26 De heer HARIJGENS: Ik heb het gevoel dat ik geen millimeter verder gekomen ben met deze portefeuillehouder als het gaat om het beoogd maatschappelijk effect. Het is de laatste keer dat ik erover begin, want het is volgens mij parels voor de zwijnen gooien. Er staat niet geformuleerd waarom wij nu als raad een aangepast besluit zouden moeten nemen. De huidige verordening schijnt goed te werken. U verbreedt dat in algemene zin door te zeggen een verordening is een goed instrument. Ik denk eerlijk gezegd toch dat er met dat zinnetje iets anders bedoeld wordt. Waar het nu om gaat is dat u ons iets voorlegt en daar beoogt u mee puntje, puntje, puntje. U zegt nu als antwoord op vragen van collega's daar geen specifieke situatie bij op het oog te hebben. U wilt dan klaarblijkelijk toch in algemene zin iets mogelijk maken. Dat heeft u niet verwoord in het voorstel en dat blijf ik een vreemde situatie vinden. Tegelijkertijd, dat is al gezegd, mag dan de heer Hazen wellicht tevreden zijn gesteld, maar anderen zien daarin wel degelijk de nodige bezwaren. Niet in de laatste plaats om als het gaat om de uitbreiding van de kwantiteit dat niet altijd wil zeggen dat er ook sprake is van uitbreiding van de kwaliteit en we moeten ons ook realiseren dat we voor ons bedieningsgebied, ga maar kijken op een doordeweekse avond maar ook in het weekend, ook in de restaurants en die horeca hebben we hier op de korrel, zijn niet alle stoeltjes bezet. Laten we ons nu alsjeblieft niet wijsmaken dat door het meer mogelijk maken op verdiepingen dat we daardoor zo'n boost geven aan de economie van de binnenstad dat het er allemaal beter op zal worden. Ik geloof wel in kwalitatief maar ik geloof niet zozeer in kwantitatief. De heer VAN PUL: In aansluiting op het betoog van de heer Harijgens, hij heeft het inderdaad in de commissie ook al aangegeven, kom ik in dit voorstel niet tegen waarom de leefmilieuverordening moet worden aangepast. De heer HUISMANS: Ik begrijp uit het antwoord van de portefeuillehouder dat het college niet voornemens is om horeca onder in het stadhuis mogelijk te maken. Als het wel zo is dan hoor ik dat graag. Wij zijn wel nieuwsgierig natuurlijk. Dan nog een vraag van technische aard. Er staat in het besluit bij de begripsbepalingen onder koffieshop wordt voor de toepassing van deze verordening onder meer verstaan een koffiehuis en een theehuis. Wij kennen koffieshops ook in andere vormen. Hoe wordt het dan afgedekt? Is het dan hetzelfde, kan iemand daar misbruik van maken. De VOORZITTER: Ik heb de tekst niet voor me, maar is het met een ((.geschreven? Dan heb ik geen probleem. De heer VAN DEN EIJNDEN: Het bevreemdt ons dat we nu meer informatie krijgen over de communicatie dan vorige week. Het had ons een week lang ergernis kunnen besparen als het vorige week een keer gemeld was. De heer HAGENAARS, wethouder: Als het de heer Harijgens niet duidelijk geworden is uit het voorstel dan heb ik in ieder geval in de commissie en eerste termijn gezegd dat de wijziging van de verordening ten opzichte van de eerder geldende verordening is gelegen in het feit dat we flexibeler willen omgaan, waarbij het instrument gebruikersvergunningen een grotere rol kan spelen, er ook situaties zijn op de Grote Markt waarbij de eerste verdieping al benut wordt voor de zachte horeca. In de richting van de heer Huismans kan ik zeggen dat ik niet heb gezegd dat dit stadhuis een van de panden zou zijn die direct hebben geleid tot het aanpassen van de leefmilieuverordening. Ik kan in deze echter niet in de toekomst kijken. Het koffiehuis, geschreven met een k, heeft een andere betekenis in verordeningsverband van een coffeehuis. De VOORZITTER: Kunnen we de beraadslagingen sluiten? Dat is het geval. De fractie van Groen Links handhaaft het amendement? De heer HARIJGENS: Jazeker. De VOORZITTER: Dan breng ik eerst het amendement in stemming en daarna het voorstel. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan zou ik u willen vragen bij handopsteken aan te geven wie voor het amendement van de fractie van Groen Links is. Dat zijn de fracties van Groen Links, D66, Groepering Leefbaarheid, Politieke Partij Wij en de BSD. Daarmee is het amendement verworpen. Dan breng ik in stemming de Leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied. Wie is daar tegen? De heer VAN PUL: Stemverklaring. De VOORZITTER: U wilt een stemverklaring. Dat vroeg ik net, maar u wilt hierover een stemverklaring. Dat kan. 26

27 De heer VAN PUL: Als het amendement het gehaald had was het geen probleem geweest. Maar nogmaals de onduidelijkheid met betrekking tot waarom een nieuwe verordening en ten tweede refereert de wethouder aan een gebruikersvergunning en daar heb ik als instrument niet zo gek veel vertrouwen in gezien de ervaringen en ook de handhavingsproblemen van de gebruikersvergunning. De VOORZITTER: Behoefte aan andere stemverklaringen vanuit de raad over de verordening zelf? Dat is niet het geval. Dan breng ik nu in stemming de Leefmilieuverordening Horeca Centrumgebied. Wie is daar tegen? Tegen zijn de fracties van Groen Links, D66, Politieke Partij Wij en de BSD, waarmee het voorstel is aanvaard. 6g. Verordening Wet Inburgering Bergen op Zoom (2" gew.ex.) SMD/07/06 De VOORZITTER: Met name de fracties van Partij van de Arbeid, GBWP, CDA en Politieke Partij WIJ en Leefbaarheid hebben gevraagd om behandeling als bespreekstuk. Wie van u mag ik als eerste het woord geven? De heer VAN DER VELDEN: Tijdens onze fractie 2 vergadering hebben wij het inhoudelijk nog een hele tijd over dit onderwerp gehad. Niet zozeer omdat er nu een verordening voorligt, maar wel om de opbouw van een artikel en dan wijs ik op artikel 4 dat ons in hoge mate hersenwerk bezorgde, laat ik het zo maar even zeggen. Waarom? Als we kijken naar artikel 4.2 wordt er vermeld "naast de groep zoals vermeld in het 1 e lid biedt het college een inburgeringsvoorziening aan". Dat "bieden aan" hadden wij wellicht wat anders neer willen zetten en wel "kunnen aanbieden'waarom? De reden daarvoor is natuurlijk dat als je het aanbiedt aan die verschillende groeperingen dan brengt dat een bepaald risico met zich mee, een bepaald geldbedrag. Toen kwam de brief van de wethouder eroverheen waarin duidelijk gezegd werd de beleidsregels worden later vastgesteld en die zullen leidend zijn in het geheel. Wij hebben onze bedenkingen en vragen graag aan de wethouder: als je een verordening vaststelt en daar zet je repliciet in dat we het aan gaan bieden en vervolgens zeg je later in je beleidsregels maar dan gaan we priotering aangeven en daar gaan we dan mee aan de slag, dan denk ik dat je het in het eerste ook heel duidelijk moet vermelden. We weten dat er druk op dit verhaal zit en daarom willen we ook zeker ook niet voor gaan liggen met de argumenten die ik aangegeven heb, maar wel willen we graag een antwoord of dit kan of niet. De heer VAN PUL: Ik heb een vraag gesteld aan de wethouder met betrekking tot het al dan niet functioneren conform strafrecht bij recidieven. Dat blijkt dus niet het geval te zijn. Ik vind dat jammer, maar goed daar kan dit college en kunnen wij ook eigenlijk weinig aan veranderen. Uiteindelijk komt het erop neer, als je maar lang genoeg wacht, datje het gewoon kunt kopen. Mevrouw KAMMEIJER: Ik kan hier kort over zijn, maar ik heb in de commissie gezegd en in die zin onderschrijf ik enigszins wat de heer Van der Velden zegt, dat ik het ontzettend jammer vind dat die beleidsregels er nog niet waren. Ze zijn er trouwens wel. Er lag een raadsmededeling waarin uitvoerig wordt ingegaan op de invulling en op het vaststellen van die beleidsregels. Die zijn heel belangrijk om de verordening op een goede manier te kunnen interpreteren. Daarin wordt ook aangegeven hoe de verordening uitgelegd moet worden. Jammer dat het niet gelijktijdig behandeld kon worden, maar we zullen zeker als die raadsmededeling volgende maand wordt geagendeerd daarop terugkomen. Wat de verordening zelf betreft, daar kan ik mee instemmen. De heer HUIJGENS: Conform de verordening is er sprake van een Wet Inburgering en binnen die wet is er sprake van inburgersplichtige. De verordening gaat eigenlijk over de inburgeringsbehoeffige. Mensen die zichzelf aanmelden bij de gemeente vallen binnen deze Wet Inburgering. Als ik dan luister naar de woorden van de heer Van Pul die bang is dat mensen dit allemaal afkopen dan ben ik daar helemaal niet bang voor, want die categorie mensen meldt zich helemaal niet aan. Daar wordt helemaal niets mee gedaan. Dat heb ik juist op deze verordening tegen. De heer TEPPER: Allereerst kan ik zeggen dat de fractie Lijst Linssen blij is met de aanvulling die het college heeft gedaan met betrekking tot de doelgroep waarvoor de Wet Inburgering is bedoeld. Door de doelgroep zo te verbreden met ook oudkomers zonder eigen inkomen, dan zijn veelal huisvrouwen, wordt de achterstand in taai en de achterstandspositie van deze vrouwen in het algemeen verkleind en hen beter de mogelijkheid geboden aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Hiervoor alle lof. De verordening bevat echter ook een artikel, de heer Van Pul noemde het net al even, artikel 10 lid 3, waarin staat geregeld wat er gebeurt wanneer iemand het inburgeringsexamen niet haalt binnen de gestelde termijn. Tijdens de 27

28 commissievergadering zijn hierover al vragen gesteld, waarop de wethouder toch geen bevredigend antwoord kon geven. Wel heeft de wethouder toegezegd hierop schriftelijk terug te komen voor de raadsvergadering en dat is ook gebeurd, waarvoor dank. Maar ook in het schriftelijk antwoord van het college lezen wij dat het niet behalen van het inburgeringsexamen leidt tot een bestuurlijk boete van 250,-, waarna de gestelde termijn weer opnieuw gaat gelden en na afloop hiervan opnieuw een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Hieruit concludeer je inderdaad dat het te koop is voor 250,- per 2 jaar. Voor Lijst Linssen zou dit een uitermate slecht en afkeurenswaardig alternatief zijn. Daarom vragen wij ook aan het college wat er nu gebeurt met mensen die ook na een bestuurlijke boete het inburgeringsexamen niet gehaald hebben binnen de gestelde termijn. De heer SABUDAK: Tijdens de commissievergadering hadden wij als P.v.d.A.-fractie een paar technische vragen. Wij zijn later schriftelijk geïnformeerd over de vragen inzake de boetes. Toch hebben we hier nog een andere vraag over. Heeft het college de boetebedragen uit de wet gehaald of heeft het college dit zelf bepaald. Dit omdat sommige gemeentes de boetebedragen helemaal niet genoemd hebben en andere gemeentes weer wel. In dit geval heeft ons college deze bedragen waarschijnlijk zelf bepaald. Wij willen graag als P.v.d.A.-fractie weten hoe dit bepaald is en is dan 1000,- niet erg veel zoals in artikel 11 lid 3 staat? Verder zien wij graag dat de kwaliteit van de aangeboden inburgeringsvoorzieningen gecontroleerd worden. In de commissievergadering hebben wij dit ook al genoemd, maar ik wil nogmaals de evaluatie hiervan benadrukken. Onze fractie wil graag dat het college na inwerkingtreding van deze wet dit elk jaar evalueert en dat aan de raad informatie gegeven zal worden over de gang van zaken. Verder heeft de P.v.dA-fractie andere algemene opmerkingen over de Wet Inburgering. Als P.v.d.A.-fractie geloven wij dat iedereen die in Nederland woont Nederlands moet leren en kennis moet hebben van de Nederlandse samenleving. Dit is allereerst in het belang van henzelf, zodat ze zichzelf goed kunnen uiten, ontwikkelen, een goede opleiding kunnen volgen en een betere baan kunnen vinden. Ouders kunnen hun kinderen beter helpen voor een betere toekomst en dergelijke. Hier zijn wij uiteraard helemaal voor. Dit had echter wel op tijd moeten gebeuren, namelijk toen deze mensen hier aankwamen en niet na ongeveer 30 jaar verwaarlozing op een dag wakker worden en zeggen dit moet u nu doen. Dat is een grote fout. Als een allochtoon raadslid kom ik elke dag mensen tegen die angst hebben vanwege deze wet. Natuurlijk beseffen wij dat deze wet door het parlement aangenomen is en wij kunnen hier niet veel aan veranderen. Maar vooral de oudere oudkomers en analfabete burgers ondervinden hier veel problemen van. Iedereen weet dat na een bepaalde leeftijd niet alleen een vreemde taal leren maar ook het leren in het algemeen moeilijk is. De meeste oudere oudkomers hebben een lagere opleiding of helemaal geen opleiding gevolgd. Daarom verwachten wij als P.v.d.A.-fractie van ons college dat ze positief en verdraagzaam zal zijn en niet te streng naar deze laatstgenoemde groep. Bij straffen moeten er duidelijk sprake zijn van verwijtbaarheid of schuld. De bedoeling is dat onze allochtone burgers de taal leren, zo kunnen we de kloof tussen de burgers kleiner maken. Het doel van de wet is niet om mensen bang te maken en boetes op te leggen. Wij vertrouwen en geloven dat ons college hier zijn best voor gaat doen. De heer WITHAGEN: Twee gedeelten. In de eerste plaats was de aanvullende informatie die wij hebben gekregen van het college voor de CDA-fractie voldoende om qua informatie overeind te zijn, dat betekent dus dat wij dit voorstel zullen steunen. Procedureel. Het is het tweede gewijzigde exemplaar. Het is een verordening die door de raad moet worden vastgesteld. Er moet nu gerepareerd wordt doordat bepaalde beleidspunten tot uitwerking zullen komen. Bij het aannemen in de raad van een verordening nemen we dus automatisch ook al mee dat er nog uitwerkingen moeten komen. Het geheel, zonder dat wij daar verder een waardeoordeel over willen geven, verdient geen schoonheidsprijs. Een verordening die de raad aanneemt terwijl we het er met zijn allen nog niet over eens zijn hoe die verordening moet luiden is nu niet bepaald een teken dat de raad vierkant achter een verordening staat. Ik vind toch dat we het een keer moeten melden. Verordeningen die de raad aanneemt moeten af zijn. Als we het alsmaar half aannemen dan weet op het laatst geen hond meer wat we nu wel aangenomen hebben en wat we niet aangenomen hebben. Mevrouw VAN KEMENADE: Die woorden had ik eigenlijk ook in mijn hoofd, geen schoonheidsprijs als je kijkt naar het proces rondom het vaststellen van deze verordening. Ik wil toch even nader ingaan op wat de heer Tepper van Lijst Linssen want ik heb hem dacht ik horen zeggen, als ik het fout heb gehoord dan moet hij dat zeggen, dat je met 250,-, die boete, het examen kunt afkopen. Volgens mij is er als je niet aan je verplichtingen voldoet sprake van recidieven en krijg je boete op boete op boete. Met 250,- kom je er niet. Ik heb u vervolgens ook horen zeggen dat u eigenlijk een alternatief wenst. Daar zou ik dan in de tweede termijn wel van willen horen hoe Lijst Linssen daarnaar kijkt. Volgens mij is dit een modelverordening en sluiten we nu gewoon aan bij de nationale wetgeving. Dus als u creatieve 28

29 ideeën heeft om de inburgeringsplichtigen nog wat extra te stimuleren om het examen te halen, dan wil de WD-fractie daar graag met u over praten. Mevrouw KAMMEIJER: Bij interruptie. Ik vraag me af of boetes nu de beste manier zijn om mensen te stimuleren. De heer HARIJGENS: Met die laatste woorden had ik eigenlijk mijn betoog willen beginnen. Ik denk dat je daar eerder mensen mee tegen de klippen omhoog jaagt. De heer Sabudak van de Partij van de Arbeid heeft daar ook het een en ander over gezegd. Ik vind het ook wat jammer dat de discussie nu in de raad over deze verordening gelijk wordt toegespitst op hoe hard kunnen we met boetes meppen op iemand die uiteindelijk zijn inburgering niet haalt. Wat is er nu feitelijk in zo'n situatie aan de hand. Dat kunnen een aantal opties zijn. Het is of iemand heeft de weg in de Nederlandse samenleving dusdanig gevonden dat hij ook niet meer door onze Wet Werk en Bijstand achter de broek valt te zitten maar hij is niet geslaagd voor zijn inburgering en dat kan want we hebben nu eenmaal een moeilijke taal. Voor de een is het wat makkelijker om zich die taal volledig eigen te maken dan voor de ander. Er is ook een mogelijkheid en dan zit hij nog wel in een bijstandsuitkering; dan krijg je een wat relatief vreemd fenomeen, namelijk een samenloop van twee keer boete, namelijk vanuit de inburgeringsverplichting kunnen we kennelijk iemand tot twee keer toe een boete opleggen maar er is ook nog het verplicht mee moeten werken aan reïntegratie vanuit de Wet Werk en Bijstand. Als je dat in onvoldoende mate doet dan is er zelfs, misschien dat dat de heer Tepper wat tevreden stelt, de mogelijkheid om bij herhaling iemand uit te sluiten van de bijstand. Of je daar allemaal zo gelukkig mee moet zijn dat laat ik even voor dit moment in het midden. Ik in ieder geval niet. Er zijn in ieder geval wel degelijk mogelijkheden om dat ultieme toch af te dwingen. Ik zou daar eerlijk gezegd niet al te zeer de nadruk op willen leggen. Ik denk dat als we vijfjaar met iemand zijn bezig geweest om te inburgeren dat je je moet afvragen of het dan überhaupt nog wel haalbaar is om het doel te bereiken. Dan nog even aansluitend bij datgene wat de heer Sabudak zei over die uitzonderingsmogelijkheden die er ook zijn, zowel vanuit de Wet Werk en Bijstand als vanuit de bevoegdheid die het college heeft ten aanzien van deze nieuwe inburgeringswet. Er is inderdaad een doelgroep waar we eigenlijk toch met zijn allen in goed fatsoen van moeten zeggen moeten we die mensen nu nog gaan lastigvallen met het leren van de Nederlandse taal? Mensen die laten we zeggen in de herfst en sommigen al in de winter van hun leven zijn. Daarvoor zou ik graag toch enige uitzonderingsmogelijkheden, die mogelijkheden heeft u, willen behouden. De heer VAN DER KALLEN: Ik ben een beetje in verwarring. Ik was niet van plan het woord te voeren, maar nu een aantal sprekers iedere keer de absolute bedragen noemen, terwijl de verordening zeer nadrukkelijk spreekt over ten hoogste. Het is dus volgens mij niet per definitie zo, althans het kan niet zo zijn, dat het hoogst mogelijke bedrag aan boetes wordt opgelegd. Misschien heb ik gemist dat daar een uitspraak over is geweest, ik ben even naar het toilet geweest, maar ik wil toch wel helder hebben dat afhankelijk van de draagkracht respectievelijk verwijtbaarheid er met de boetes wordt omgegaan. Tot zover. Mevrouw VERAART, wethouder: De Wet Inburgering, daar wil ik toch mee beginnen, heeft als doel om groepen burgers te verplichten een inburgeringstraject te volgen om goed toegerust te zijn om midden in die samenleving te kunnen staan. Ik heb het eerder gezegd, het college grijpt deze wet ook aan om meer te doen dan dat, maar ook meer groepen burgers een inburgeringstraject aan te bieden om volop deel te nemen aan de maatschappij. Dat is het positieve doel en de positieve insteek ook van de Wet Inburgering. Om die wet uit te voeren is een verordening nodig en daar praten we vanavond over. Bij een verordening horen beleidsregels. Maar je hebt de kip en het ei. Je hebt eerst een verordening nodig en daarna gaan we de beleidsregels vaststellen. De beleidsregels zullen we de komende weken vaststellen. Ze zijn er nog niet, mevrouw Kammeijer. Er is inderdaad wel een raadsmededeling verstuurd met daarbij heel nadrukkelijk de beschrijving van wat we de afgelopen maanden hebben gedaan en wat we nog gaan doen. Ik ga daar graag met u over in gesprek de volgende maand. Dat zijn geen beleidsregels, die komen eraan. Naast het positieve doel van de wet is er ook een repressieve kant van de wet. De wet schrijft voor dat wij moeten handhaven als gemeente. Een deel van de verordening gaat ook over die handhaving. Daar zijn ook vragen over gesteld. De bedragen van de bestuurlijke boetes hebben wij uit de wet overgenomen. Dat zijn de maximale bedragen. Het is niet zo dat die maximale bedragen, daar heeft de heer Van der Kallen op gewezen, zonder meer geheven zullen worden. Dat is inderdaad afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid. Die mate van verwijtbaarheid en wat voor gedrag daarbij hoort worden nader omschreven in de beleidsregels. Het wil niet zeggen dat, wanneer je goed bij kas zit, alles op een koopje gedaan kan worden, dus als je zeer verwijtbaar gedrag vertoont en het inburgeringsexamen niet haalt je het keer op keer af kan kopen. Het is vanuit de Wet Inburgering gezien in theorie een oneindige lus die zich kan 29

30 herhalen, boete op boete op boete. De heer Harijgens is daar heel terecht ook op ingegaan. Als je kijkt naar de groep inburgeringsplichtigen is het zo dat die onder de wet vallen en de inburgeringsbehoeftigen niet. Dat zijn veelal mensen die asielmigranten zijn. Wanneer het inburgeringstraject niet met goed gevolg wordt doorlopen is er een kans dat de verblijfsvergunning niet verlengd wordt. Dat is een aardige stok achter de deur. Aan de andere kant, is het een uitkeringsgerechtigde dan valt hij onder het regiem van de Wet Werk en Bijstand, waarbij dus ook sanctiemogelijkheden zijn bij zeer verwijtbaar gedrag, waar zelfs wordt gekort op de uitkering. Het kan ook iemand zonder inkomen zijn. Als iemand zonder inkomen boete op boete op boete krijgt dan snijdt dat echt in het vlees. In theorie kan er een groepje overblijven dat iedere keer de portemonnee trekt en het afkoopt zoals wordt gesuggereerd. Ik kan u echter verzekeren dat bij de handhaving de mensen dicht op de huid zullen worden gezeten. De wet biedt niet meer mogelijkheden, ook strafrechtelijk gezien niet en die wet hebben wij niet geschreven maar moeten wij uitvoeren. Dat voor wat betreft de sancties. De hersengymnastiek van de heer Van der Velden van GBWP. Wij bieden een inburgeringstraject aan. Wij gaan dat aanbieden, maar gezien de grootte van de doelgroep kunnen wij dat niet allemaal tegelijk en dus gaan wij prioriteren. Dus zoals het staat in de verordening is het een juiste formulering. Die prioritering en hoe we dat gaan doen is niet iets nieuws dat we nu gaan verzinnen. We hebben het visiedocument besproken en daarin staat hoe we gaan prioriteren, Dat is met name door de doelgroep tussen 30 en 45 jaar als eerste actief op te roepen. Pas veel later, mijnheer Sabudak, ter geruststelling van u, de ouderen en daar zullen we heel nadrukkelijk kijken wat binnen hun mogelijkheden ligt om het traject te kunnen volgen. Ik begrijp dat er onrust is over de wet, het is geen gemakkelijke wet, het is een moeilijke wet om uit te leggen met de doelgroepen, de termijnen en de handhaving. Het is zo dat wij heel actief die communicatie willen gaan doen en ook heel zorgvuldig de trajecten aan willen bieden op maat, dus echt bij de mogelijkheden van de cursist. Het is nu eenmaal zo als inburgeringsplichtige dat je op een gegeven moment wel aan de beurt komt. We hebben het dan met name over de oudkomers waar u zorgen over hebt. Zij zullen dan uiteindelijk toch een traject aangeboden krijgen. De tekst zoals die staat in de verordening van "wij bieden aan'en de prioritering is juist en is juridisch getoetst naar aanleiding van de commissie. We laten het zo staan. De beleidsregels komen eraan. Er zijn wat opmerkingen gemaakt over de procedure. Ik ben het met u eens, dat heb ik in de commissie ook gezegd, dat het beter was geweest dat de verordening ineens goed was. U moet een verordening hebben en kunnen lezen en u niet af moeten vragen of het klopt wat er staat. U moet zich afvragen of u het eens bent met wat er staat. Voor wat betreft de verordening ben ik het met u eens dat het geen schoonheidsprijs verdient, maar ik ben het er niet mee eens dat gezegd wordt de beleidsregels zijn er nog niet dus we weten eigenlijk niet wat we goedkeuren. Dat is niet waar. Het is altijd zo dat eerst een verordening wordt vastgesteld. Dat is de basis en het is aan het college om die verder uit te werken. Het visiedocument, nogmaals, dat hebben we besproken, is ook de basis voor de nadere uitwerking. Bovendien heb ik toegezegd dat de beleidsregels, zodra we die in het college hebben vastgesteld, naar de raad komen en dan kunt u zien hoe onze vertaling is geweest in die beleidsregels. De evaluatie mijnheer Sabudak. Het is een heel goed voorstel. Ik heb het overgenomen in de commissie. We zullen zeker de vinger aan de pols houden en u rapporteren na een jaar, maar ook tussentijds. Ook volgende maand aan de hand van raadsmededelingen zullen we zeker daarover spreken. Ook bij de reguliere momenten, dus bij het concernbericht, zullen we opening van zaken geven over hoe het nu loopt, hoeveel trajecten we hebben ingezet en ook de financiering, want daarover zijn in de commissie ook vragen gesteld, Ik denk dat ik zo de meeste vragen beantwoord heb. Mevrouw KAMMEIJER: Ik wil toch nog even reageren op iets wat ik de heer Harijgens en ook de P.v.d.A. hoorde zeggen over een bepaalde doelgroep van mensen in de herfst van hun leven, zoals dat dan zo eufemistisch mooi wordt uitgedrukt. Ik denk dat dan gedoeld wordt op met name mensen van de eerste generatie die vaak hier al 25 jaar zijn, veelal oudere vrouwen die jarenlang nauwelijks het huis uit zijn geweest, vaak analfabeet zijn. Dat is een groep van mensen die je volgens de fractie van D66 zeker de kans moet bieden om Nederlands te leren. Ik zie in de praktijk dat deze mensen enorm enthousiast kunnen zijn voor een Nederlandse taalcursus en inburgeringscursus zoals het dan genoemd wordt, maar dan heb ik het puur over de inhoud, over maatschappelijke oriëntatie. De mensen zijn er ontzettend enthousiast over om dat te volgen. Wat we niet moeten doen is sanctioneren. Ik kan u nu al op een briefje geven dat mensen die analfabeet zijn, die hier zolang zijn, eerst moeten alfabetiseren en dan nog eens een keer Nederlands gaan leren en dan nog een inburgeringsexamen doen dat van zijn lang zal ze leven niet halen in die 5 jaar. We moeten ons daar geen illusies over maken. Ik ben van mening dat je ze wel degelijk de kans moet bieden om, op welke manier dan ook, een cursus te volgen, kennis te maken met de samenleving, want dat willen ze heel graag. Ze willen heel graag meedoen. Ik vind het heel jammer dat die sancties zo worden opgeëist. Ik hoop dat we daarover bij de bepaling van de beleidsregels nader te spreken komen. 30

31 De heer HUIJGENS: Ik denk niet dat het noodzakelijk is om een inburgeringsexamen te doen na afloop van een inburgeringstraject want je kunt ook examen doen na zelf studie te doen. In de commissie heeft de wethouder gezegd dat de voorziening aangeboden wordt aan mensen die zich bij de gemeente melden. Ik vraag me nu af of een gemeente niet actief op zoek moet gaan naar inburgeringsplichtigen en aan hen een traject aanbieden? Als dat zo is ben ik tevreden. De heer VAN DER VELDEN: Naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder waarin zij aangaf dat een en ander juridisch helemaal dicht is en daardoor ook zo opgemaakt is, danken wij voor het antwoord. De heer VAN PUL: Ik vind het jammer dat de heer Harijgens het heeft over het rond de oren slaan met boetes, want diezelfde partij vindt als iemand zijn vuilnis niet goed sorteert dat er dan maar verbaliserend opgetreden moet worden. We hebben niet gezegd dat het moet gebeuren. Wat mevrouw Kammeijer zegt, dat je oog moet hebben voor de situatie, is een duidelijke zaak. Ik denk dat je als een gemeente niet een traject in moet gaan waarvan je van tevoren weet dat het zeker niet lukt. Je moet in ieder geval beginnen met die trajecten waarbij er een zekerheid is. Als daar onwelwillenden tussen zitten dan zul je dat ook hard aan moeten pakken en aanpakken niet schuwen, want dan kunnen we met alle regels die we hebben en alle verordeningen die we hebben wel ophouden. De heer HARIJGENS: Ik zou u willen voorstellen nu al te stoppen met vergaderen en morgen verder te gaan, want klaarblijkelijk kunnen we niet goed meer naar elkaar luisteren. Ik heb het inderdaad gehad over mensen in de herfst. De VOORZITTER: Ik denk niet dat iedereen deelt dat het alleen met het tijdstip te maken heeft. Vandaar het geroezemoes denk ik. Laten we proberen om het geconcentreerd te houden. De heer HARIJGENS: Helaas, ik ben het met u eens. Ik heb natuurlijk niet bedoeld te zeggen je moet mensen boven een zekere leeftijd, ik heb nog niet eens een leeftijd durven noemen maar het inderdaad gehad over de herfst van hun leven, niet proberen maatschappelijk te betrekken. Als dat inderdaad gaat met op welke wijze dan ook doen van een aanbod van taallessen dan kunnen wij daar alleen maar achterstaan. U kunt van ons inderdaad niet verlangen dat we mensen die pogen om bij te benen op één lijn gaan trekken met mensen die qua afvalscheiding e.d. er een zootje van maken. Ik vind dat een heel bizarre discussie en die wil ik ook zeker niet aangaan met de heer Van Pul. Het mag echter duidelijk zijn dat we onze zorgen hebben over die groep mensen. Ik heb op de valreep toch nog een detailvraag. In de oude Wet Inburgering was het zo dat de gemeente verantwoordelijk was voor een behoorlijk uitvoerige monitor die ter verantwoording aan het rijk moest worden afgelegd. Bij mijn informatiestand is het zo dat in de nieuwe situatie daar geen sprake meer van is, Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig, dat antwoord hoeft niet noodzakelijkerwijs vanavond gegeven te worden maar desnoods in de komende commissie, welke gegevens wij wel bij gaan houden. Dit onder andere met het oog op het presteren van de verschillende leveranciers, onder andere ook met het oog op de hele dynamiek die wij teweegbrengen met deze nieuwe Wet Inburgering. Ik zou daar graag toch nog een antwoord op krijgen. De heer WITHAGEN: Ik voelde me wat aangesproken door de uitleg van de portefeuillehouder namens het college over de verordening en de nieuwe bepalingen die nog moeten komen. Wij praten daar over beleidsregels. Ik ben niet verantwoordelijk voor het gebruik van het woordje beleidsregels, maar als wij als raad een verordening aannemen dan is dat het kader. Punt. Daar kan gemeentetechnisch geen letter meer tussen. We hebben het recht om u te controleren of u binnen die verordening functioneert. Die beleidsregels zijn dus eigenlijk uitwerkingsregels. Op het moment dat u daarmee komt als college, dat is uw werk, zullen wij toetsen of die passen op de verordening die wij vanavond aannemen. We moeten de zaken dus niet omdraaien. De verordening die wij vanavond aannemen is voor u leidend en voor ons leidend. Wij zullen toetsen of de uitwerking die u kiest en die mag u noemen zoals u wilt, past binnen die verordening. Ik wens daar toch duidelijk een punt van te maken. De heer VAN DIJK: Gelet op het sanctiebeleid dat in het voorstel staat zullen wij aantekening tegen vragen. De heer SABUDAK: De wethouder heeft gezegd dat ze de boetes uit de wet heeft gehaald, maar ik heb het gisteren onderzocht via Internet en ik heb via websites van anderen gemeentes gezien dat het niet zo is. Ik zal nog een keer kijken, misschien heb ik het verkeerd gezien. Ik ben verbaasd. Een tweede punt is het akkoord gaan met de evaluatie. 31

32 Een derde punt is dat de bedoeling moet zijn de taal leren en het moet niet zijn straf geven en boete opleggen. De gemeente moet dus zoveel mogelijk mensen stimuleren om het examen te halen en overtuigen van het belang voor hunzelf. Het moet absoluut niet zijn om boetes op te leggen. De heer TEPPER: Lijst Linssen is tevreden met het antwoord van de wethouder. Wel hopen wij dat er in de evaluatie duidelijk inzicht wordt gegeven in het percentage niet-willers, zodat ze daar toch een beetje zicht op hebben hoe dat zit. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad in tweede termijn? Dat is niet het geval. Er zijn nog enkele vragen gesteld aan de wethouder en ik zou haar het woord willen geven. Mevrouw VERAART, wethouder: Om te beginnen met de uitleg van de heer Withagen van het CDA, dat is een correcte uitleg. Inderdaad de verordening is het kader en die stelt u vast en binnen dat kader gaan wij nadere regels verder uitwerken en die regels komen terug en u kunt toetsen of de vertaling daarvan binnen het kader van de door u vastgestelde verordening gebeurd is. Geen enkel misverstand daarover. Dat is de procedure en dat is de correcte procedure. Ik ben de eerste termijn begonnen met het positieve doel van de wet. Ik zeg nu ook het doel en het middel. Er is wat ongerustheid over het middel van de sanctie. Wat wil je nu? Het is natuurlijk zo dat bij het aanbieden van een traject gekeken moet worden in hoeverre het reëel is wat er geëist wordt en of het traject aansluit bij de cursist. Er is echter wel een verschil tussen inburgeringsbehoeftigen en inburgeringsplichtigen. Is iemand inburgeringsplichtig dan zullen wij toch binnen de kaders van de wet moeten handelen. Dat is veel stringenter dan bij inburgeringsbehoeftigen. Dat neemt niet weg dat ook de wet mogelijkheden biedt om vrijstelling toe te kennen. Wanneer iemand analfabeet is en wat ouder en moeite heeft met leren biedt de wet de mogelijkheid om vrijstelling te geven. We zullen daar zeker gebruik van maken, want nogmaals het doel moet je in het oog houden. In die zin zullen wij de wet ook interpreteren en die wet ook verder uitvoeren. De bedragen, de maximum bedragen hebben wij, mijnheer Sabudak, uit de wet overgenomen. Wij hoeven dat niet te doen en de raad kan ook zeggen nee, of de bedragen stellen we lager vast. Wij hebben in de verordening de maximum bedragen uit de wet overgenomen. Waarom? Omdat wij aan de ene kant vinden dat wij mensen moeten stimuleren en mensen ook zullen ondersteunen, maar ook voor wat hoort wat. Dus wanneer iemand verwijtbaar niet meedoet vinden wij ook dat wij de maximum sanctie moeten kunnen heffen. Dat staat er tegenover. Het is een keuze die gemaakt wordt en de gemeentes kunnen daar verschillend in zijn. De heer Harijgens heeft het over een monitor en ik vraag me af wat voor soort monitor. Je kunt natuurlijk van alles monitoren. Het is in ieder geval de bedoeling dat wij heel nadrukkelijk bijhouden, dat moet overigens ook voor de financiering vanuit het rijk, hoeveel trajecten wij starten. Natuurlijk willen we kijken hoeveel trajecten met goed succes afgesloten zijn en hoeveel mensen we hebben opgeroepen. Over het oproepen heeft de heer Huijgens een vraag gesteld. Het is inderdaad zo dat wij ook actief een deel van de inburgeringsplichtigen gaan oproepen in bepaalde prioritering. Inburgeringsplichtigen is ook een vrij gemêleerde doelgroep. Je hebt daarbij de asielmigranten die zichzelf zullen melden. Je hebt daarbij mensen die zich nu vestigen in Nederland en zij zullen bij de inschrijving heel nadrukkelijk te horen krijgen wat hun plichten zijn in het kader van de wet. De oudkomers die onder de wet vallen, dat is een deel van de oudkomers dat geen Nederlands paspoort heeft en nog wat andere kenmerken hebben, zullen wij actief op gaan roepen. Dat kan niet allemaal tegelijk, dus vandaar die prioritering dat we ze per groep zullen oproepen. De heer HUIJGENS: Bij interruptie. Gaat u inderdaad een deel oproepen met prioritering of gaat u ze allemaal oproepen, uiteraard met dezelfde prioritering? Mevrouw VERAART, wethouder: We beginnen bij de groep in de leeftijd van 30 tot 45 jaar en successievelijk zullen we ook de anderen gaan oproepen. Dan zijn we echt jaren verder. Het gaat echt om een substantiële groep. Organisatorisch moet je ook kijken wat je kunt behappen als je de mensen ook intensief wilt begeleiden in een traject. We zullen ze actief gaan oproepen. Over de evaluatie heb ik het gehad, dat het meer is dan een opsomming van wat we hebben gedaan maar ook uitdrukkelijk het effect van de inburgeringstrajecten en of we de doelgroep die we willen bereiken ook daadwerkelijk bereikt hebben. De VOORZITTER: Kunnen we tot stemming overgaan? Dat is het geval. Wenst iemand een stemverklaring over de Wet Inburgering? Dat is niet het geval. Zou u bij handopsteken willen aangeven wie tegen de verordening Wet Inburgering is? Dat is de SP-fractie. Daarmee is de verordening aanvaard. 32

33 7a. Brief van de WD-fractie d.d. 7 maart 2007 inzake aankondiging motie van afkeuring en antwoordbrief college d.d. 15 maart b. Brief van de WD-fractie d.d. 7 maart 2007 inzake verzoek tot agendering raadsvergadering 22 maart 2007 en antwoordbrief college d.d. 7 maart c. Brief CDA-fractie d.d. 7 maart 2007 inzake communicatie en antwoordbrief van het college d.d. 15 maart De VOORZITTER: We hebben net met elkaar afgesproken dat we a,b en c zullen combineren voor de beraadslagingen. Het gaat om brieven van de WD -fractie en de CDA-fractie en reacties van het college daarop. Mevrouw VAN KEMENADE: Aan de orde is de behandeling van een drietal brieven die gaan over communicatie. Er zijn er meer in dit traject, maar er staan er drie op de agenda en dat zijn ook de belangrijkste. Omdat communicatie ons allen aangaat hoop ik dat er ondanks verschil in politieke opvattingen en een verschil in de politieke positie van de diverse fracties een correct debat gevoerd kan worden. Ook vindt de WD-fractie het belangrijk dat er aandacht is voor de wijze waarop het samenspel tussen het college en de raad in de praktijk beleefd wordt. Voor de goede orde schets ik de gemeenteraad nog even de wijze waarop behandeling van de brieven die hier op de agenda staan heeft plaatsgevonden. Ruim een jaar geleden vond de WD-fractie de berichten van burgers over late of geen beantwoording van brieven zo verontrustend dat besloten werd om het college om opheldering te vragen. Dat gebeurde in een brief die verzonden werd op 14 februari Drie weken later volgde het antwoord van het college en werd tot grote vreugde van de WD-fractie een steekproef naar de gemiddelde doorlooptijd van beantwoording van brieven aangekondigd. Het college deed dit vanuit de opvatting dat het streven naar verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening hoog in het vaandel staat. Het sprak de WD-fractie aan dat het college op basis van feiten, meten is tenslotte weten, serieus wilde kijken naar de communicatie met burgers. In de maanden die volgden werd de WDfractie niet, zoals toegezegd, geïnformeerd over de resultaten van de steekproef. Reden waarom in oktober 2006 gevraagd werd naar de stand van zaken. Die werd niet verkregen zo bleek uit een brief van het college op 10 november. De argwaan werd echter pas echt gewekt toen ook in januari 2007 nog steeds geen resultaten getoond konden worden van de steekproef. Sterker nog, de gerichte vragen van de WD-fractie hierover werden niet beantwoord. In een brief van 7 maart 2007 van het college wordt nog steeds het onderwerp van de steekproef gemeden. De concrete vragen over de uitgangspunten van de steekproef en de duur van de steekproef worden wederom niet beantwoord. Wel gaat het college in op het onderzoek van de nationale ombudsman. De kern van de opvattingen van de WD-fractie wordt ook in die brief niet geraakt. Pas in de laatste brief van het college, gedateerd 15 maart 2007, een jaar na dato, wordt onomwonden duidelijk dat de aangekondigde steekproef die het college ons notabene zelf had toegezegd, nooit gehouden is, Waar zit nu de echte pijn van de WD-fractie? Ten eerste vertrouwen. Fracties moeten erop kunnen vertrouwen dat de schriftelijke informatie die zij verstrekt krijgen juist is en dat indien er sprake is van acties of voornemens deze ook uitgevoerd worden. In dit dossier werd ook een actie aangekondigd, namelijk een steekproef. Pas een jaar later en nadat er vele vragen over gesteld zijn wordt duidelijk dat deze steekproef niet heeft plaatsgevonden. Het besef dat mogelijk ook in andere brieven zaken worden aangekondigd die niet worden uitgevoerd raakt de grens van vertrouwen, een grens die de WD-fractie liever niet opzoekt. De vraag hoever moet de controlerende rol van een gemeenteraadslid eigenlijk reiken is in dit verband een zeer principiële. Ten tweede het proces. Hoe is het toch mogelijk dat er drie brieven en een dreiging met een motie van afkeuring nodig zijn om gevraagde informatie boven tafel te krijgen. In de opvatting van de WD-fractie is hier sprake van een ondermijning van de rol van volksvertegenwoordiger. Want hoe kan die rol optimaal vervuld worden als de communicatie met het college op deze stroeve wijze verloopt? Leden van de raad hebben recht op snelle en correcte informatie. Het is voor de WD-fractie volstrekt onduidelijk waarom het college zo slordig is geweest in dit dossier. Juist bij een belangrijk onderwerp als communicatie is een alerte houding een must, zeker bij een college dat communicatie en daaruit voortvloeiend het samenspel met de raad en de burger tot uitgangspunt heeft gemaakt van het beleid. Het feit dat het college in de brief van 15 maart 2007 alsnog een reactie geeft en openlijk excuses aanbiedt voor de gang van zaken is voor de WD-fractie onvoldoende. Al in de brief van 31 januari jl. hebben wij de gang van zaken afkeurenswaardig genoemd. Toen hadden we een alerte reactie van het college verwacht. Een college dat werk wil maken van het samenspel tussen college en raad onderneemt actie en zoekt toenadering tot een raadsfractie die zich grote zorgen maakt over de wijze waarop communicatie plaatsvindt. De triomfantelijke berichtgeving van het college in BN De Stem dat 94% van alle brieven op tijd wordt afgehandeld heeft gisteren en vandaag de nodige reactie van burgers opgeleverd, burgers die nog steeds en allang wachten op antwoord en zich dus niet herkennen in deze berichten. Beeldvorming door het college en beleving bij de burger liggen schijnbaar ver uit elkaar. 33

34 Namens de WD-fractie zal ik met ondersteuning van onze collega's van het CDA een motie van afkeuring indienen, Het feit dat wij een dergelijk zwaar middel inzetten geeft aan hoeveel waarde wij hechten aan een goede communicatie met burgers en volksvertegenwoordigers. De motie heeft tot strekking dat wij de gevolgde handelwijze van het college op dit punt afkeuren. Tevens is de motie een oproep aan het college om het samenspel tussen raad en college op een meer evenwichtige manier te laten verlopen. Ook is het een signaal dat de WD-fractie serieus genomen wenst te worden en het niet accepteert dat zij in haar volksvertegenwoordigende rol belemmerd wordt door gebrek aan informatie en hiermee op achterstand gezet wordt. Omdat communicatie ons allen aangaat en dus een verantwoordelijkheid is van het gehele college is de afkeuring van de handelwijze dan ook gericht tegen het voltallige college. Ik denk dat u inmiddels in het bezit bent van de motie. De VOORZITTER: Dat klopt. Er is een motie ingediend en ik zal hem voorlezen. De gemeenteraad van Bergen op Zoom in vergadering bijeen op donderdag 22 maart 2007, Overwegende dat: Een steekproef naar de gemiddelde doorlooptijd van beantwoording van brieven aan burgers, ondanks een schriftelijke toezegging van het college nooit heeft plaatsgevonden Het college ruim een jaar nodig heeft gehad om, na diverse schriftelijke vragen en aandringen van een raadsfractie, duidelijkheid te geven over het feit dat de steekproef nooit gehouden is Deze wijze van informeren van een raadsfractie een ondermijning betekent van de positie van volksvertegenwoordiger Deze wijze van handelen de gemeenteraad, of leden van de gemeenteraad, op afstand zet Deze wijze van handelen ingaat tegen het beleidsuitgangspunt van het college dat stelt dat het college werk wil maken van communicatie en het samenspel tussen de gemeenteraad en het college wil bevorderen Spreekt zijn afkeuring uit over de gevolgde handelwijze van het college En gaat over tot de orde van de dag. Deze motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. De heer MUSTERS: De brief en de bijdrage van de fractievoorzitter van de WD over met name beantwoording van brieven en ook de motie spreken volgens het CDA boekdelen. De argumenten en feiten daarin kunnen wij naadloos leggen op een dossier van een burger dat wij in ons bezit hebben en dat wij u ter hand zullen stellen. Ook hier wordt structureel op de ene na de andere brief niet gereageerd. Dit college had als speerpunten van beleid communicatie met de burger en met de raad te verbeteren. Ik spreek hier bewust in de verleden tijd, want recente ervaringen doen ons anders denken. Het college vertelt vol trots dat 94% van de brieven van burgers wel tijdig beantwoord wordt, dus binnen de AWB-norm van 8 weken, ofwel 56 dagen. Je kunt je hierbij trouwens afvragen of de tijdigheid van de beantwoording met dit soort termijnen ook door de burgers als positief wordt ervaren. Maar goed, die normen bestaan nu eenmaal. In het burgerjaarverslag over 2005 staat dat de gemeente ruim brieven heeft behandeld. Het college geeft zelf aan dat 6% hiervan niet of buiten de termijn van 56 dagen beantwoord wordt. Dat zijn dus niet minder dan 2100 brieven. Als je uitgaat van ruim gezinnen in onze gemeente betekent dit niets meer en niets minder dan dat er op iedere 10 huishoudens 1 is die geen of te laat antwoord krijgt. Ik hoop voor het college dat er veel brieven uit dezelfde huishoudens komen, want ik zou me hier niet voor op de borst kloppen. Sterker nog, ik zou me daarvoor schamen. Tot zover over de beantwoording van brieven, maar er is meer. Raadsfracties worden in toenemende mate geconfronteerd met blokkades in raadscommissies en raadsvergaderingen. We kunnen vaak ons ei niet meer kwijt en ons wordt door ingrijpen van commissievoorzitters en raadsvoorzitter het woord ontnomen. Inbreng van commissie- en raadsleden wordt vaak afgekapt waardoor meerdere vragen gewoon niet meer gesteld kunnen worden. We krijgen ook steeds meer het gevoel dat we zonder of met halve antwoorden worden weggestuurd en dat we constant moeten doorvragen en doorvragen om aan antwoorden te komen. Ook dat is slechte communicatie. College, als u iets niet weet komt u er toch gewoon later op terug maar geen gekonkel en gedraai met een overdosis aan algemeenheden waar we niets mee kunnen. Wat ook communicatie is is de aanwezigheid van de juiste vakwethouder in commissies als onderwerpen van zijn of haar portefeuille worden behandeld, want de vaagheden in de beantwoording door vervangers zijn in deze situaties nog nadrukkelijker aanwezig. De VOORZITTER: Ik wil als raadsvoorzitter toch even onderbreken, want het gaat nu niet meer alleen over uw brief en de brief van de WD waar het ging over de termijnen van beantwoording en over een dossier waar u op wijst in uw brief. Het gaat nu om een algemene evaluatie van hoe commissies en de raad functioneren en hoe de voorzitters van 34

35 de commissies en de raad functioneren. Dat vraagt denk ik een bredere agendering. Als u dat op de agenda wilt zetten is dat prima, maar dan vind ik ook dat we daar gelegenheid voor moeten geven, want dit beperkt zich niet tot de brieven die op de agenda staan. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik niet wil spreken over het functioneren van welke voorzitter dan ook, integendeel. Ik had ook de indruk dat dat ook regelmatig gebeurt in het presidium. Als u daar een openbaar debat over wilt dan ben ik de laatste die dat tegenhoudt alleen dan moeten we het wel anders agenderen dan naar aanleiding van de concrete brieven die u heeft gevraagd te agenderen. Ik zou u willen vragen zich te beperken tot het onderwerp dat vanavond op de agenda staat, omdat ik anders ook voorzie dat het debat zo breed wordt dat we inderdaad morgen een vervolg moeten geven aan deze raad. De heer MUSTERS: Als ik agendapunt 7c. bekijk dan staat daar brief CDA 7 maart inzake communicatie. Waar ik over spreek is communicatie. Ik vind het volstrekt niet buiten de orde. De VOORZITTER: Ik wijs u als voorzitter toch even op het punt en dat is eerlijk gezegd om ons allen in tijd te beschermen, want laat ik hier niet de indruk wekken dat ik een openbaar debat over het functioneren van mij als voorzitter of commissievoorzitters uit de weg zou gaan. De brief van uw fractie gaat echter heel concreet over de beantwoording van brieven van burgers. U wijst ook op een concreet dossier, dat wij niet kennen. U zegt wij maken ons zorgen over de beantwoording van burgerbrieven. De heer MUSTERS: U krijgt dat dossier. De VOORZITTER: Ik zou willen vragen om zeg maar in de besprekingen u daarop ook te richten. De heer MUSTERS: Wat betreft de beantwoording van brieven zoals u dat nu stelt daar heb ik in het eerste gedeelte van mijn gesprek het een en ander over gezegd. Ik voel nu dat ik toch over dat stuk communicatie afgekapt wordt. Het zij zo. De heer VAN DER KALLEN: Ik verbaas me een beetje over de gang van zaken. Ik begrijp best de frustratie van de WD over een concreet onderwerp waarover je iets aan het college hebt gevraagd en van een college een antwoord hebt gehad en verwacht dat een nieuw college dat antwoord ook nader invult. Besturen is eeuwig is een gezegde van een van de oud-collega's in deze raad. Maar als ik het in een bepaalde context plaats, ik ben een van de weinigen die dat met een zekere objectiviteit kan want mijn fractie heeft, noch haar rechtsvoorgangers, nooit in het college gezeten. Ik zit 21 jaar in deze raad en ik heb dus heel wat colleges en wethouders zien passeren. Mijn brievenschrijverij is niet van vandaag, is niet van gisteren, maar is al van die 21 jaar. Ik heb heel veel brieven geschreven namens mijn fractie en ik heb ook heel veel antwoorden gekregen en al heel veel antwoorden niet gekregen. Als ik een lijn mag trekken van evaluaties van antwoorden op brieven die ik gekregen heb dan zijn er twee elementen die je hierbij moet betrekken: krijg je antwoord en is het antwoord relevant. Een brief sturen als reactie op een brief is maar één ding, maar of het antwoord inhoudelijk is, dus het kenmerk antwoord mag dragen is een tweede. Ik heb het bijgehouden. Het gemiddelde van de eerste 5 jaar was 43% dat ik antwoord kreeg, oftewel een reactie op een brief. Na die eerste 4 jaar, van 1986 tot 1990 is het nooit boven de 38% geweest behalve het laatste jaar, ik zit op 78%. Als ik turf naar de inhoudelijke kwaliteit en een deel van mijn brieven schrijf ik maar daar hoef ik geen antwoord op maar actie, dan kregen de voorafgaande colleges gemiddeld ergens tussen een 4 en een 5 en dit college zit ruim op 7. Men doet pogingen om echt te antwoorden. Het gaat zelfs nog verder. In 20 jaar ben ik nooit door een wethouder uitgenodigd, wel door burgemeesters, om eens te praten over een inhoudelijk onderwerp. Ik ben ook nooit door ambtenaren uitgenodigd om eens te praten over inhoudelijke onderwerpen, terwijl dat in de Staten wel anders is. De heer MUSTERS: Voorzitter, interruptie, u vindt dit allemaal binnen de orde. De VOORZITTER: Nee, Ik zou ook de heer Van der Kallen willen vragen zich te beperken tot de motie die aan de orde is die onderdeel uitmaakt van de beraadslagingen en de brieven van het CDA en de WD en het antwoord van het college daarop. De heer VAN DER KALLEN: Communicatie staat op de agenda. Ik vind het heel wezenlijk... De VOORZITTER: Ik wil hier geen misverstand over, want wij kunnen heel lang met elkaar over het ontzettend brede onderwerp communicatie praten. 35

36 De neer VAN DER KALLEN: Er wordt een motie van afkeuring ingediend. Mag je dat dan in een brede context zetten? De VOORZITTER: Ik wil even iets zeggen als voorzitter van de raad. Communicatie heeft met alles te maken, dat weten we, dat is de kern van ons werk. Maar als het gaat om wat is vandaag geagendeerd en aan de orde dan zijn dat brieven van het CDA, de WD, antwoorden van het college daarop en een motie die er inderdaad niet om liegt. Dat is waar. Ik wil u toch verzoeken om u te beperken tot datgene wat nu onderdeel uitmaakt van de beraadslaging. De heer VAN DER KALLEN: Er wordt een motie ingediend en die motie heeft wat mij betreft een politieke context. Die politieke context is van de frustratie van twee partijen die voor het eerst, althans in mijn raadsgeschiedenis, geen deel uitmaken van het college. Nu voelen ze zich plotseling bij gebrek aan informatie op achterstand gezet. Hallo, wordt eens wakker, ga eens om met de realiteit en waardeer wat dit college doet. Ik wil niet zeggen dat ik met die 78% tevreden ben, helemaal niet. Mevrouw VAN KEMENADE: Bij interruptie. Ik wil bezwaar maken tegen datgene wat de heer Van der Kallen zegt. Ik denk dat hij de serieusheid van deze zaak bijzonder bagatelliseert. Het gaat over een enorm belangrijk onderwerp dat ons allen zou moeten aanspreken, communicatie met burgers en communicatie met volksvertegenwoordigers. De heer VAN DER KALLEN: Dat vind ik ook belangrijk en ik bagatelliseer het ook niet en ik ga er ook zonder meer van uit dat er heel veel te verbeteren valt. Een motie van afkeuring echter daar moet u toch wel een echte reden voor hebben. Die heb ik in de stukken en in de brieven niet gezien. Dat u daar opheldering over vraagt of een interpellatie of wat dan ook, uw goed recht, maar een motie van afkeuring zet het in een bepaalde context die mijn fractie in geen geval deelt. De heer HARIJGENS: Wij zullen vanavond niet botsen over wat ik wel en wat ik niet mag zeggen want ik zal het niet al te lang houden. Ik heb de brieven afgemeten aan mijn gevoel dat ik heb bij dit college en de wijze waarop ze communiceert met raad en burgers. Naar ik kan waarnemen is die communicatie nu niet belangrijk verbeterd, in tegenstelling tot het voornemen dat het college bij aanvang had. Zij zouden beter doen, dat was de boodschap naar ons toe. De wijze waarop de raad in veel gevallen tegemoet wordt getreden, toch zeker als de vragen een wat lastiger karakter krijgen, zou ik ronduit klassiek willen noemen. De VOORZITTER: Het gaat om brieven van het CDA en WD, burgerbrieven en hoe het college daarmee omgaat en brieven vanuit de raad. Daarover is ontevredenheid uitgesproken en een strenge motie ingediend. Ik zou u willen vragen zich daartoe te beperken en niet uit te weiden over hoe vergaderd wordt enz. Het gaat hier over een aantal feitelijke onderwerpen. De heer HARIJGENS: Voorzitter, ik kom u helemaal tegemoet. Ik heb het woord vergaderen niet gebruikt en daar doel ik ook niet op. Het gaat inderdaad over de wijze waarop laten we zeggen het communicatieverkeer ook in schriftelijke zin wordt afgedaan. Dan ontmoet ik over het algemeen antwoorden op brieven, voorzover ik ze kan bijhouden überhaupt, die een klassiek karakter hebben, waarbij het fenomeen open communicatie in mijn beleving nog niet echt is doorgedrongen ofwel tot de ambtelijke laag ofwel tot in de sfeer van dit college. Ik zet dat inderdaad ook wel degelijk af, zoals de heer Van der Kallen dat doet, tegen voorgaande colleges en dan constateer ik eigenlijk dat er in de wijze van het hele bedrijf niet noemenswaardig iets veranderd is. Ik kan daar mijn teleurstelling over uitspreken, want ik had van dit college wel degelijk anders verwacht. Ik kom nu sec tot de motie. Ik weet ook wat het fenomeen motie van afkeuring in politiek land oproept. Je moet echt zwaarwegende redenen hebben wil je overgaan tot een motie van afkeuring ofwel instemming daarmee. Had dit een motie van treurnis geweest, dat heeft een andere politieke lading, dan had ik me daar meer in kunnen vinden, want ook ik ben teleurgesteld in laten we zeggen het uitblijven van de belofte die dit college had gedaan aan niet alleen de raad maar aan heel onze mooie gemeente. Dus treurnis over de wijze waarop het college pleegt te communiceren zowel met burgers als met raad in al zijn verschijningsvormen, ik zeg het toch maar. Ja, dat heeft de fractie van Groen Links. De motie van afkeuring daar moeten wij een ander politiek gewicht aan toekennen en om die redenen zullen wij de motie niet steunen. De heer VAN DER VELDEN: Om in het begin maar gelijk duidelijk te zijn, wij hebben totaal geen behoefte aan deze motie van afkeuring. Het is denk ik een veel te zwaar wegend element en als je dan inhoudelijk ingaat op de brieven en 36

37 je splitst dan de communicatie naar de fractie toe, dan kunnen wij daarvan als GBWP zeggen dat wij zeer tevreden zijn over de beantwoording naar ons toe. In 9 van de 10 gevallen gebeurt dat gewoon op een correcte wijze. Kijk je naar de beantwoording naar de burgers toe dan krijgen ook wij signalen als wij de kernen en de stad intrekken dat die beantwoording wel eens achterblijft. Wij gaan er ook van uit dat dat speerpunt de komende jaren zeker sterker neergezet zal worden, anders moet je daar ook niet op inzetten. Daar is nog verbetering nodig en wij gaan er van uit dat die verbetering ook aangebracht wordt. Mevrouw KAMMEIJER: Om even te beginnen bij het verhaal van de steekproef begrijp ik dat de fractie van de WD daar gaandeweg meer en meer over gefrustreerd is geraakt, het hele traject kennende inmiddels. Wanneer je als college een toezegging doet dan moet je die ook waarmaken, dan moet je die nakomen. Als er redenen zijn om die toezegging niet meer gestand te doen dan moet je daarover een mededeling doen. Zo simpel is het gewoon. U heeft echter in de beantwoording van uw brief aangegeven dat u zelf van mening bent dat het ook niet goed was. U heeft daar publiekelijk excuses voor aangeboden en daarmee hoop ik inderdaad dat het in de toekomst niet meer zal voorkomen. Wat betreft de brieven aan raadsfracties spreekt u van een aanzienlijke verbeterslag. Mijn fractie ziet inderdaad dat er veel correspondentie heen en weer gaat, maar wij merken zelf regelmatig dat er ook van alles en nog wat fout gaat. Ik geef één voorbeeld. Ik stuur 19 juni een brief over reclamebeleid, de brief blijkt zoek. Ik krijg in november eindelijk een keer een antwoord waarin toezeggingen worden gedaan die vervolgens niet worden waargemaakt. Dat roept inderdaad wel veel ergernis en irritatie op. Ook zijn de antwoorden niet altijd volledig. Dus in dat opzicht zijn er nog werelden te winnen. Aan de andere kant moet ik zeggen dat er in zijn totaliteit het afgelopen jaar, met name het afgelopen halfjaar, brieven sneller worden beantwoord en dat er meer brieven worden beantwoord. Dan wat betreft de klachten die ook wij krijgen van burgers die regelmatig geen ontvangstbevestiging zelfs hebben ontvangen, laat staan een antwoord op hun brief. Daarvan zegt u in uw beantwoording richting het CDA, noemt u ons dan concrete gevallen. Ik moet u eerlijk zeggen, ik trek mij dat zelf ook aan, maar als eenmansfractie, of eenvrouwsfractie, is het echt niet altijd eenvoudig om iedere keer wanneer er dit soort klachten komen daar weer melding van te maken, er achterheen te gaan. In dat opzicht valt daar natuurlijk ook nog een hoop te verbeteren. U geeft echter aan, dat is iets wat volgens mijn fractie merkbaar is, dat u de intentie heeft om het te verbeteren. Het feit dat u er blijkt van geeft dat er inderdaad, weliswaar nog lang niet volledig, langzaam maar zeker een verbeterslag wordt gemaakt is voor ons een heel belangrijk gegeven. We zijn wel teleurgesteld dat u uw hoge ambitieniveau wat dit betreft nog niet heeft kunnen waarmaken, maar ik denk dat ten opzichte van voorgaande collegeperiodes hier wel sprake is van een speerpunt. Zo zie ik het wel. Ik zie verbetering. We zijn er nog lang niet. Het feit dat u in ieder geval uw best doet is voor ons voldoende om te zeggen wij vinden een motie van afkeuring niet op zijn plaats. Dat zou wat ons betreft aan de orde zijn wanneer er ook werkelijk geen enkele verbetering zichtbaar is en men het helemaal naast zich neerlegt. Wij zullen dus deze motie niet steunen. De heer HUIJGENS: Hiervoor geldt dat wij ook op de hoogte zijn van een heleboel brieven die toch laat of niet beantwoord worden. Ik praat dan niet over de brieven van Leefbaarheid zelf, want dan moet ik eerlijk zeggen dat die het laatste jaar wel goed beantwoord zijn, hoewel de antwoorden vaak ook inhoudelijk niet zo zijn als waarom wordt gevraagd. Maar om daar op dit moment al een motie van afkeuring tegenaan te gooien vind ik toch wel een erg zware beslissing. Uw voorstel om een debat te voeren over communicatie daarin ben ik wel erg geïnteresseerd. De heer VAN ES: Ik heb bij het begin van deze collegeperiode gezegd dat wij het kort en bondig zouden houden als Lijst Linssen en dat ben ik vanavond ook eigenlijk van plan. Ook wij beseffen en daar zijn we heel eerlijk in en dat hebben we ook bij de algemene beschouwingen al gemeld, college je kunt op het gebied van communicatie slagen maken, daar kun je winst boeken naar het vertrouwen van onze burgers in de politiek. Lijst Linssen is er van overtuigd dat het college de beste bedoelingen heeft om dat in deze periode ook te realiseren. Wij zijn het dus absoluut niet met de fracties van WD en CDA eens dat er niets zou gebeuren en waar de WD zegt dat het zelfs een beetje moedwillig zo zou zijn dat het maar niet zou gebeuren. Dat kan absoluut niet zo zijn en wij ontkennen dat ook als fractie, want wij merken in de beantwoording van vragen die wij stellen een duidelijke verbetering ten opzichte van andere jaren. Wij hebben dan ook geen enkel begrip voor en zeker geen enkele behoefte aan een motie van afkeuring, waarbij wij vinden dat het sowieso al is met een kanon schieten op een mug, om het zo maar te zeggen. Als je in de politiek, sorry dat ik het zeg, echt ballen heb dan kom je niet met een motie van afkeuring of een motie van treurnis, maar is er maar één motie mogelijk. Verder wil ik de WD er toch even op wijzen dat de brief van 14 februari 2006 geschreven is vlak voor de verkiezingen aan haar eigen college en dat de beantwoording plaatsgevonden heeft door haar eigen college van de eerste brief op 7 maart Verder heb ik hier helemaal niets meer aan toe te voegen. 37

38 De heer AERTSSEN: Ook de P.v.d.A.-fractie vindt uiteraard dat goede communicatie tussen college, burger en de raad cruciaal is voor een geloofwaardig stadsbestuur, maar voor ons staat die geloofwaardigheid vanavond niet op het spel. Dit college heeft aangekondigd dat zij speerpunt heeft gemaakt en maakt van een goed communicatiebeleid en dat zij daar ook meer geld voor uittrekt. Wij denken dat dat ook gebeurt. Wij vinden dat er ook al veel verbeterd is, door anderen ook aangekaart, maar nog niet genoeg. Wij denken dat er op een aantal zaken zeker nog slagen te winnen zijn. De brief van de WD is in dit kader dan ook zwaar overtrokken. Ik ben blij met de bijdrage van de heer Van der Kallen die heeft bijgehouden hoe het de afgelopen 21 jaar is gelopen met de verschillende colleges. Ik deel de mening, gezien de ervaring die ik ook heb opgebouwd, dat het met dit college wel goed zit. Het college geeft ook onderbouwd een reactie.. De heer HARIJGENS: Bij interruptie. Dit is de tweede keer vanavond dat er hoge wetenschappelijke waarde wordt gehecht aan de onderzoeken van de heer Van der Kallen. Ik zou daar toch op een andere manier naar willen kijken alstublieft. De heer AERTSSEN: Wat voor andere manier had u zich voorgesteld, mijnheer Harijgens. De VOORZITTER: Mijnheer Aertssen gaat u rustig door. Alle kennis wordt gewaardeerd hier. De heer AERTSSEN: Ik kijk met grote voldoening en met veel respect naar de kennis die de heer Van der Kallen de afgelopen jaren heeft opgebouwd. Hij is zonder meer een ervaringsdeskundige en hij heeft ons daar melding van gemaakt en ik waardeer dat. Voorzitter, uw college reageert op de brief van de WD. Mijn fractie vindt ook dat u als college best eerder had kunnen reageren op de wijziging van afdoening van de brief. Dat is niet best, dat had u beter moeten doen. Wij vinden echter wel positief, dat is ook al aangehaald, dat 94% van de brieven van burgers wel tijdig wordt behandeld. Ik denk dat dat op zich een goede score is. Natuurlijk, er zitten nog schrijnende gevallen in. Het college zal het zeker ook beter moeten gaan doen. Bovendien delen wij de conclusie dat de communicatie tussen college en raad aanzienlijk is verbeterd het afgelopen jaar. De P.v.d.A.-fractie vraagt zich daarom af wat de WD nu eigenlijk bezielt om deze motie van afkeuring in te dienen. Het is geen voorstel tot verbetering, wat ook al gezegd is het is schieten met een kanon op een mug, politiek kan je er niets mee, het had ook een motie van afgrijzen, treurnis, spijt of ongenoegen kunnen zijn. Een motie die er echt om draait wordt niet ingediend. Wat mijn fractie betreft denken wij eerder aan een actie voor de bühne en dat vinden wij een slechte zaak. De heer VAN DIJK: Ook de SP-fractie onderkent de noodzaak van een betere communicatie met de burgers, in het bijzonder bij de afhandeling van klachten- en bezwaarprocedures. Vertragingen in deze situaties kan voor de burgers bijzonder vervelende en zelfs financiële consequenties hebben. In deze omstandigheden kan ook de awb-termijn van 8 weken als onredelijk lang worden aangemerkt. Wij hebben gelezen in het verslag van de nationale ombudsman dat zelfs in 30% gevallen geen verdagingsbrief wordt gestuurd. De heer VAN PUL: Ik had een leuk intro in gedachte, maar ik zal het maar achterwege laten. Voorzitter, waar gecommuniceerd wordt vinden stoornissen plaats en ergernissen om wat voor reden dan ook. In uw antwoord gaf u aan dat 94% van de brieven binnen de termijn van 8 weken beantwoord wordt. Ik geef aan.. Mevrouw VAN KEMENADE: Even bij interruptie. Die 94% gaat niet alleen over brieven, dat gaat ook over bezwaarschriften en dergelijke en dat moet binnen een wettelijke termijn afgehandeld worden. Het is dus echt niet zo dat van alle brieven die gestuurd worden door burgers met een probleem in de straat of in de achtertuin 94% binnen de tijd wordt afgehandeld. Ik vind dat voor de zuiverheid wel even belangrijk om te stellen. De heer VAN PUL: Voorzitter, ik ga uit van uw gegevens. Ik wil doorgaan. 94% is een ontzettend goed resultaat. Er zijn heel veel bedrijven die graag zouden willen dat ze dat zouden halen. Echter, het is zoals ze in kwaliteitsland noemen een kwantitatieve prestatie-indicator. Dat is een hele mond vol, maar het zegt niets over de kwaliteit van deze communicatie. Ik verwijs dan even naar een aantal zaken. We hebben het daarnet gehad over de Horeca Leefmilieuverordening, de heer Van den Maagdenberg met zijn vertrek uit de Geertruidapolder, de heer Agame met betrekking tot de perikelen rondom camping Heidepol. Voorzitter, het gaat niet om kwaliteit alleen, het gaat om kwaliteit vooral. Er zijn 38

39 heel veel burgers die klagen van ik hoor niets en ik zie niets, maar die willen zaken horen die ze graag willen horen. Dat is vaak het probleem. Ik kom tot een afronding. Waar ik het eigenlijk over wil hebben is niet over de motie, want ik vind dat inderdaad schieten met een kanon op een mug. Waar het ons om gaat is eigenlijk dat we zo snel mogelijk datgene wat het college ons beloof heeft, dat is de nota communicatie, naar ons toekomt. Mijn vraag is wanneer komt die nota? Dan kunnen we daaraan het debat koppelen wat de burgemeester heeft voorgesteld. Ik denk dat we hier nu snel over moeten stoppen. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad in eerste termijn? Dat is niet het geval. Ik zal proberen eerst namens het college in algemene zin te reageren en op een aantal dingen te beantwoorden. Daarna zal ik ook wethouder Linssen de gelegenheid geven over de nota communicatie aan te geven wanneer u die tegemoet kunt zien. Het college vindt met u allen communicatie zeer, zeer wezenlijk en ook dat er verbeterslagen worden bereikt. We zijn er nog lang niet. Het college is dat volstrekt met u eens.in die zin zou het ook goed zijn wanneer wij als college u wat nadrukkelijker inzicht bieden in de verschillende activiteiten die op dit moment gaande zijn om op verschillende fronten die communicatie te verbeteren. Ik beperk mij vooral even tot communicatie richting u als het gaat om raadsbrieven, maar ook om de communicatie richting burgers. Even reagerend op het specifieke punt waar de WD aanleiding zag samen met het CDA de motie in te dienen, vindt het college gewoon stom dat ze niet eerder richting u heeft gereageerd en gezegd zo'n steekproef heeft u daar wel behoefte aan, want welk inzicht geeft ons dat precies gezien de verschillende categorieën die we hebben, gezien het digitaliseringsproces dat we hebben, dat we beter inzicht kunnen hebben in wat zijn burgerbrieven, wat zijn klachtenprocedures, verschillende termijnen. U heeft dat kunnen zien in onze reactie op de ombudsman, waarin we per categorie beter hebben kunnen aangeven hoe we ervoor staan. Dat moeten we periodiek doen. Niet alleen richting ombudsman, maar ook richting uw raad, zodat we met elkaar kunnen volgen of het echt beter gaat. Dat willen we met zijn allen, geen misverstand daarover. Het toenmalig college heeft inderdaad geantwoord u krijgt binnenkort de resultaten van zo'n steekproef. Hoe is het vervolgens intern gegaan? We hebben dat als college natuurlijk ook helemaal uitgezocht. Het is te lichtvaardig beantwoord. Het was misschien goed bedoeld. Het toenmalige college maar ook de ambtelijke organisatie, die echt zeer gemotiveerd is om hier een belangrijke slag te maken, heeft gedacht dat zou ons ook helpen bij de monitoring dat we zo'n steekproef doen, dus dat doen we. Vervolgens is heel veel energie gaan zitten in een aantal projecten, voorbereiding kwaliteitshandvesten waar we binnenkort mee komen. We willen een aantal normen stellen, waar we niet alleen als het gaat om brieven maar ook ander soort bejegeningen richting de burger, ons daar aan houden en ook de burger tegemoet willen komen als ons dat niet lukt. Er is heel veel energie gaan zitten in het digitaliseringsproces van alle brieven, zodat we precies tot op de punt nauwkeurig kunnen zeggen het zijn er en nog wat heeft te maken met het feit dat alles wordt gescand. Alles is via de computer zichtbaar. Ook de voortgang van brieven en de afhandeling van de brieven. Het wordt allemaal geautomatiseerd gevolgd. Binnen de organisatie zijn de managers verantwoordelijk om binnen de termijn te zorgen dat het tot afhandeling komt. Daar is ontzettend veel energie in gaan zitten om dat verder van de grond te tillen. Het derde onderwerp is de digitalisering van de dienstverlening. Een apart project dat we ook het komende jaar in de lucht hopen te krijgen, zodat we de dienstverlening aan de burger ook via onze website enz. kunnen verbeteren. Er is een project gestart verbetering telefonische bereikbaarheid, omdat wij vinden dat dit echt verbetering behoeft. Daar is veel energie in gaan zitten vanuit het college, waardoor wij niet tijdig genoeg u hebben gezegd en uitgelegd dat die steekproef misschien niet zoveel zin heeft en dat we het beter op een andere manier kunnen doen. Het college heeft daar excuses voor aangeboden in de brief. Het college vindt het ook uitermate vervelend. Op dat punt vindt het college dat ze het niet goed heeft gedaan en geeft dat ook toe. Als het gaat om een aantal algemene opmerkingen die gemaakt zijn dan is het misschien toch goed om te zeggen laten we u eens actiever informeren,het college heeft zich dat aangetrokken, over die verbeteracties, hoe we het doen, hoe we gaan monitoren en of u de monitoren zoals wij die aan het opstellen zijn en h et jaarlijks rapporteren over de voortgang ook voldoende zijn. Dat signaal is volstrekt helder overgekomen en wij zullen u ook actiever daarbij betrekken. Dat vraagt misschien ook een wat breder debat over het verbeteren van communicatie over op welke niveaus we dat met elkaar doen en met welke acties u het eens bent en vindt u ook dat het college daarmee bezig is. We hebben toch gemeend in de beantwoording zoveel mogelijk feiten al te moeten schetsen. Die 94% zogenaamde tijdige beantwoording van al die brieven is inderdaad een heel algemeen getal. Daar kun je niet over jubelen, dat doet het college ook niet, maar we hebben het alleen even als feit willen neerzetten, omdat we dat kunnen zeggen aan de hand van het feit dat we alle brieven scannen. We hebben die feiten en we willen ook eerlijk zijn om die feiten te schetsen. Natuurlijk zijn wij ook daar nog niet voldoende tevreden mee, ook al hebben wij van de nationale ombudsman een compliment gekregen over hoe wij die digitaliseringsslag gebruiken om de voortgang van allerlei soorten brieven te toetsen.de ombudsman heeft dat ook in de aanbevelingen hoe wij bezig zijn richting andere gemeenten overgenomen. 39

40 Nogmaals het is dus niet BN De Stem of de krant die daar jubelend over hoeft te doen, het college doet dat niet, maar het zijn wel de feiten die wij gewoon ook even willen schetsen. Het gaat uiteindelijk ook om attitude, niet alleen van het college, ook van onze medewerkers. Als je brieven krijgt van burgers en soms zijn het brieven die gewoon met een telefoontje beantwoord kunnen worden, pak die telefoon, zoek de burger op, bevestig het vervolgens in een antwoordbrief. Dat vraagt niet alleen een goed automatiseringssyteem, maar dat vraagt ook een actieve, burgergerichte, klantvriendelijke opstelling van de organisatie, waarbij het altijd zo is, dat weet u, dat er soms ook burgers zijn die wel antwoord krijgen maar daar niet tevreden mee zijn en soms ook nooit tevreden mee kunnen worden gesteld. In die zin doe ik een oproep, in algemene zin, om als u concrete voorbeelden heeft waarvan u zegt hier is niet geantwoord, hier is een dossier waar de CDA-fractie naar verwijst, kom bij het college en zeg hier heb ik weer zo'n dossier waar het niet deugt Wij kunnen alleen als wij rugnummers met elkaar delen zeggen college hier heb je je huiswerk niet goed gedaan of hier is sprake van omstandigheden waarbij de betrokken burger uiteindelijk niet tevreden is. Ik doe daarbij niets af aan het dossier waar de CDA-fractie het over heeft, want ik ken het dossier niet. Het zou wel goed zijn, ook om algemene beelden van het is allemaal niet, de burger is ontevreden, om vanuit dat algemene sfeerbeeld weg te komen. Alleen als je rugnummers hebt kun je met elkaar zeggen hier is het misgegaan en het moet beter. Hoe moeilijk dat ook voor eensmansfracties is, richting mevrouw Kammeijer, ik roep u allen op die verbeterslag die wij als college en als ambtelijke organisatie en u ook wilt te maken. We kunnen elkaar daar erg bij helpen. Dat is in algemene zin de reactie van het college, waarbij wij ons voornemen u actiever te informeren over de verbeterslagen, met u in gesprek willen over hoe we het gaan monitoren. We hebben daarbij elkaar te hard nodig om dat af te doen met het is één foutje geweest en daarbij is het over en uit en gaan we over tot de orde van de dag. Dat is ook niet de wijze waarop ik op de WD en het CDA wil reageren. We willen gewoon hier met zijn allen een verbeterslag maken. Het college heeft er heel lang over gesproken, zat erg in de maag met de aankondiging van de motie. Nu het toch zover heeft moeten komen zou ik namens het college willen zeggen wij spreken onze treurnis erover uit dat het zover heeft moeten komen. Het is uiteindelijk aan de raad om daar politieke conclusies uit te trekken. Dat voorzover de reactie van het college betreft. Dan geef ik het woord aan wethouder Linssen over de communicatienota. De heer LINSSEN, wethouder: Ik wil toch ook een algemene opmerking maken over de communicatie. De dingen die zijn gezegd vanavond hebben natuurlijk behoorlijk pijn gedaan als je beseft dat dit college communicatie ook hoog in het vaandel heeft staan in zijn collegeprogramma. Ik ben er ook heel open en transparant in geweest naar u. In september tijdens de behandeling van het collegeprogramma, in november tijdens de algemene beschouwingen en in januari naar aanleiding van vragen van de WD en D66 noemde ik mij, u weet het nog, een timmerman zonder gereedschap. U moet beseffen dat er momenten zijn geweest het afgelopen halfjaar dat er soms één persoon op de afdeling Voorlichting als communicatieadviseur zat en dat er zelfs momenten zijn geweest dat wethouders onderhand zelf hun eigen persberichten hebben moeten schrijven. Per 1 mei komt er nu een nieuw hoofd van de afdeling Communicatie. Per 23 april komen er eindelijk 3 nieuwe medewerkers op die afdeling. Er is er slechts nog één van de oude garde.er is op dit moment een interim aan het werk die zich hoofdzakelijk bezighoudt met de opdracht die we ook hebben gegeven, de communicatienota waar we ook wekelijks overleg over hebben. U weet dat, ik ben daar open in geweest bij iedere gelegenheid. Nu zegt de burgemeester geeft u eens antwoord op de vraag over de communicatienota en nu bekruipt mij natuurlijk een bepaalde angst. Wetend dat er een interim mee bezig is, wetend dat een belangrijke seniormedewerker 1 mei begint en de anderen 23 april, we het streven nog steeds hebben en ook zeker na de discussie van vanavond dat het eigenlijk in mei klaar moet zijn. Ik hoop echter dat u mij niet confronteert met een heleboel ellende als het nu toevallig eens juni zou zijn. Er wordt hard aan gewerkt, het komt zo vroeg mogelijk, maar nogmaals ik moet ook wel het gereedschap hebben. Ik geef die openheid, want ik heb er niets aan als ik mei zeg en er misschien net iets tussen komt. Ik denk dat het verstandig is dat we in ieder geval voor het zomerreces uitgebreid over de communicatienota kunnen spreken en het debat kunnen vervolgen. U weet hoe het soms gaat als de mensen er niet zijn. We willen wel kwaliteit leveren. Ik verzeker u nogmaals dat dat wat het college heeft gezegd in haar collegeprogramma dat we veel werk willen maken van het verbeteren van de communicatie staat. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor een tweede termijn. Mevrouw VAN KEMENADE: Ik denk dat een reactie wel even op zijn plaats is na alles wat er gezegd is. Laat ik beginnen met het laatste, de beantwoording van het college. Ik moet u zeggen dat ik de openhartige manier van beantwoording, met name door de burgemeester, bijzonder waardeer. Het is alleen te laat. Waarom niet eerder in het traject heeft u de WD-fractie opgezocht en dit met ons gedeeld of met de raad gedeeld. Daar zit ook onze pijn, maar ik zal de eer- 40

41 ste termijn niet herhalen. Maar nogmaals, ik waardeer bijzonder uw openhartige wijze van beantwoording. Ik waardeer het ook dat u de raad schetst met welke verbeterslagen u bezig bent. Zoals u weet zijn wij een kritische fractie en zullen we dat in ieder geval de komende periode kritisch blijven volgen. Dan naar de beantwoording van wethouder Linssen. Het eerste dat bij mij opkwam, overigens ook een redelijk openhartige beantwoording maar ik heb het hem al wel eerder horen zeggen, is dat het niet alleen bij de afdeling Communicatie of Voorlichting zit, want de brieven worden natuurlijk niet alleen door die afdeling behandeld. Dat is één. Ten tweede, dat moet mij gewoon van het hart, politica die ik ben, ik meen me te herinneren uit het verkiezingsprogramma van Lijst Linssen dat u toch fors wilde reduceren op het ambtenarenapparaat en als ik u nu dan hoor zeggen dat nota's verschuiven ofwel dat er een reden zou liggen dat de kwaliteit van beantwoording niet goed zou zijn omdat u te weinig capaciteit heeft, dan is dat toch een beetje een begrijpelijke sprong van een politicus en bestuurder, maar toch wel een vreemde. Ik wil het kort houden. Ik had natuurlijk niet verwacht, zeker niet van de coalitiepartijen, dat zij een motie van afkeuring zouden ondersteunen. Dat zouden wij in ieder geval bijzonder vreemd hebben gevonden. Het siert dus ook de coalitiepartijen dat ze gewoon achter hun college blijven staan. Ik moet wel zeggen dat het over een bijzonder belangrijk onderwerp gaat en als ik dan een paar woordvoerders van fracties toch inhoudloze opmerkingen hoor maken over schieten met een kanon op een mug dan denk ik dat moet u eens zeggen tegen de gefrustreerde burgers die ons benaderen en die u ook benaderen. Ik heb hier een mail van een gefrustreerde burger die mij vanmiddag nog g d heeft, die echt met zijn handen in het haar zit omdat hij maar steeds geen antwoord krijgt op een voor hem belangrijke issue. Ik zal u die mail straks overhandigen, burgemeester. Je kunt inhoudelijk en politiek met elkaar van mening verschillen, je kunt van opvatting verschillen of het een motie van treurnis of afkeuring of afgrijzing, dat is voor mij een hele nieuwe, had moeten zijn, maar ik vind het jammer dat dit belangrijke onderwerp door sommigen op een inhoudloze manier wordt weggezet. Het gaat echt om heel belangrijke zaken. De woorden van de burgemeester, dan kom ik tot een einde, waarin hij zelf woorden gebruikt als stom en fout en treurnis, geeft in ieder geval de WD-fractie en dan kijk ik ook naar de mede-indiener de CDA-fractie toch de handreiking of de kracht zou ik bijna zeggen om de motie te handhaven. Ik vind dat wij volstrekt ongeloofwaardig zouden zijn, ook naar burgers toe en zeker ook naar onszelf toe, als wij nu op grond van de beantwoording en de brief van 15 maart, deze motie zouden intrekken. Wij handhaven dus de motie. De heer MUSTERS: Er is gerefereerd aan het dossier waar wij het over hebben gehad. U krijgt het zo aanstonds. Er zijn meerdere burgers die bij ons aankloppen omdat er problemen zijn bij de beantwoording van brieven, maar deze ene burger is daar tot 6 keer toe mee geconfronteerd en dat vinden wij wel een dieptepunt. Overigens, als je de inbreng van een aantal fracties hoort, dan hoor je bij GBWP ook zeggen we hopen op verbetering want ook uit onze achterban komen er signalen. Leefbaarheid krijgt signalen van de achterban. Kortom, er is dus toch klaarblijkelijk een duidelijk probleem. De heer VAN ES: Bij interruptie.dat probleem is niet van deze periode, dat probleem hadden we al lang. De heer MUSTERS: Maar we hebben het nu in ieder geval zeker, want wij krijgen meer signalen dan we ooit gehad hebben. Dat zal waarschijnlijk ook vanuit onze rol zijn dat is duidelijk. Ook coalitiepartijen geven echter dit soort signalen af. GBWP heeft zojuist ook gezegd dat er signalen uit de achterban komen. De heer VAN DER VELDEN: Mag ik een interruptie plaatsen? Wellicht is dan jullie rol als CDA op dit moment dat jullie veel meer voer krijgen dan wij, maar ons voer is niet meer geworden dan in de afgelopen periodes. Mevrouw VAN KEMENADE: Een interruptie als het mag. De VOORZITTER: Wie interrumpeert nu wie? Mevrouw VAN KEMENADE: De heer Van der Velden. De VOORZITTER: Ik zou willen voorstellen dat de heer Musters even zijn betoog afmaakt en dan hebt u de gelegenheid om te reageren op de heer Van der Velden. De heer MUSTERS: Er is vanuit het college ook een aantal zaken gezegd. Er zal actiever geïnformeerd worden. Er is een toezegging dat we een gesprek gaan krijgen over de communicatie in zijn algemeenheid. Daar zijn wij bijzonder blij 41

42 mee. We willen u er ook alle ruimte voor geven als college om het voor te bereiden en dit met de hele raad te bespreken. Ik wil toch eindigen met de woorden van mevrouw Van Kemenade te onderstrepen dat we inderdaad niet lichtvaardig mee ingediend hebben en dat we hem dus ook handhaven. Mevrouw VAN KEMENADE: Kort. De heer Van der Velden doet het voorkomen alsof je in de rol van oppositiepartij meer voer krijgt. Volksvertegenwoordiging houdt niet op bij coalitie of oppositie. Het gaat erom hoe je met je achterban omgaat. Die achterban bereikt ons gelukkig. De heer VAN DER VELDEN: Dus jullie zijn nu actief bezig met een betere benadering van je achterban. Mevrouw VAN KEMENADE: Nee, dat houdt dus niet op bij oppositie- of coalitiepartij. U weet dat wij de vorige periode ook een coalitierol hadden, sterker nog toen werden we wel eens de oppositie binnen de coalitie genoemd. U weet dus dat we van alle markten thuis zijn. De heer VAN DER VELDEN: Ik wil niet verder ingaan op oppositie of coalitie, maar het is wel een teken dat u als partij nu uw belangen beter aan het behartigen bent. Mevrouw VAN KEMENADE: Dan heeft u de vorige periode vier jaar lang niet goed opgelet, mijnheer Van der Velden. De VOORZITTER: Kunnen we de beraadslagingen sluiten of zijn er nog leden van de raad die in tweede termijn nog het woord willen. De heer VAN ES: Eén zin. Een inhoudloze motie vraagt om een inhoudloze reactie. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad? Dat is niet het geval. Ik stel voor de beraadslagingen te sluiten. Ik breng in stemming de motie van WD en CDA. Wilt u bij handopsteken aangeven wie voor deze motie is. Dat zijn de leden van de fracties van de WD, CDA en SP, waarmee de motie is verworpen. Wij zijn, nu het kwart voor elf is geweest, nog niet aan het einde van onze vergadering. Er zijn eigenlijk nog drie onderwerpen die bespreking vragen: ontwikkelingen A4, de motie over homo en huwelijk en een motie over verruiming gebruiksmogelijkheden Binnenschelde. We kunnen verschillende dingen doen. We kunnen nu zeggen dat we morgen om uur de vergadering vervolgen of, dat voorstel zou ik willen doen, we spreken nu met elkaar af tot uur te vergaderen en dan alle pogingen te doen om te zorgen dat we op een goede en nette manier deze drie onderwerpen met elkaar kunnen bespreken. Ik leg het even voor. Als u voor opschorten bent naar morgen wilt u dat dan duidelijk even aangeven. De heer HARIJGENS: Ik ben nadrukkelijk voor opschuiven naar morgen om de onderwerpen die er nu nog staan zorgvuldig en niet afgeraffeld te behandelen. Een tweede belangrijke reden is dat we ook nog wat gasten van de raad hebben en ik zou daar graag even met de heer Huijgens mee willen evalueren wat er vanavond allemaal gepasseerd is. De heer VAN DER KALLEN: Ik ben ook voor opschorting. Er zit één voor mij zeer principieel onderwerp in waarin ik niet onder tijdsdruk wil staan. Ik wil gewoon 5 tot 10 minuten erover kunnen praten. De kwaliteit van het onderwerp en de andere onderwerpen evenzeer is zo dat het zorgvuldig is morgen terug te komen. De VOORZITTER: Trek ik een juiste conclusie, als ik ook kijk naar de mimiek van de leden van de raad, dat u allen eigenlijk zegt het is verstandig om morgen om uur door te gaan. Wie is het daar niet mee eens? Het gaat op een ordevoorstel lijken. Ik zie nu ineens allemaal handen. Ik wil even het woord geven aan iemand die zegt laten we vanavond doorgaan. De heer VAN ES: Bij de onderwerpen zijn er wat ons betreft toch zeker één of twee die, dat zegt de heer Van der Kallen ook, met 5 of 10 minuten behandeld moeten kunnen worden. We hebben nog 40 minuten voor drie onderwerpen. Alsjeblieft zeg. 42

43 De VOORZITTER: Ik zou een voorstel kunnen doen. U weet ik ben een compromiszoeker. Ik kijk naar de heer Huismans. Hij heeft aangekondigd een motie 'verruiming gebruiksmogelijkheden Binnenschelde. Stel dat wij als raad zouden vragen aan het college; reageer nu eens schriftelijk op de wens van de WD om die gebruiksmogelijkheden te verruimen zodat het in de eerstvolgende commissie besproken kan worden en eventueel in de volgende raad de motie kan worden behandeld. Wat zou u daarvan vinden? De heer HUISMANS: Ik denk dat ik mijn best heb gedaan om de geluiden uit de commissie, dat was mijn bedoeling, te verwoorden. Ik denk dat de behandeling van de motie waarin de opmerkingen meegenomen zijn.. De VOORZITTER: Gezien de tijd is mijn vraag of u er bezwaar tegen zou hebben wanneer in de eerstvolgende commissie een reactie van het college komt. De heer HUISMANS: Dan ben ik voor doorgaan of voor morgen behandelen, anders ben ik bang dat we met een fluisterbootje in het riet worden gestuurd. De VOORZITTER: U wenst dat punt te handhaven begrijp ik. De heer HUISMANS: Ik vind dat het debat dan hier maar moet plaatsvinden. Ik kan al voorspellen dat er anders een antwoord komt van het college en dat zal waarschijnlijk allemaal mitsen en maren met zich meebrengen en ik denk dat het hier om de mening van de raad gaat bij zo'n motie. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de CDA-fractie want die was ook voor doorgaan. De heer MOUWS: Met name over de A4. Het is verschillende keren op de commissieagenda geweest. Het is iedere keer omwille van de tijd doorgedaan, plus ik denk dat hier heel snel een uitspraak over gedaan moet worden door de voltallige raad. De VOORZITTER: U zegt dat moet vanavond, morgen zou niet gewenst zijn. De heer MOUWS: Persoonlijk kan ik morgen niet. Het is heel triest en een van de zeldzame keren moet ik zeggen. De VOORZITTER: Voordat we tot stemming overgaan, zo doen we dat dan, nog andere inzichten, afwegingen van uw kant? De heer VAN DER KALLEN: Als we doorgaan gaan we ook door tot hoe laat het ook wordt. Laten we dan heel eerlijk zijn, anders voel ik me beknot. De VOORZITTER: Het is niet zo als we doorgaan alle remmen los. Als we doorgaan dan blijf ik de vergadering strak leiden en dan vind ik dat we voor middernacht moeten afronden. U bent anders ook niet meer fit. Na twaalven gaat bij velen het licht uit. Met de kanttekening dat ik als voorzitter zeg dan gaan we ook echt niet langer door dan twaalf uur, anders wordt het echt te laat, breng ik in stemming met uw goedvinden doorgaan tot twaalf uur. Wie is daar voor? Voor zijn de leden van de fractie van WD, CDA... De heer HARIJGENS: Ik zou dit gewoon... De VOORZITTER: Ik ben met een stemming bezig... GBWP, Lijst Linssen en de Partij van de Arbeid. De heer HARIJGENS: U moet hoofdelijk tellen. De VOORZITTER: U wenst hoofdelijke stemming over dit ordevoorstel? Dames en heren, wij hebben een reglement van orde. Als het echt serieus gemeend is dat iemand over dit ordevoorstel hoofdelijke stemming wil dan moet dat. Meent u het serieus? 43

44 De heer HARIJGENS: Het gaat er mij om dat dit geen kwestie is van fracties maar individuele leden daar misschien anders over denken. Nu wordt er heel snel geteld die fracties zijn voor. Mijn verzoek aan u is, er hoeft niet hoofdelijk gestemd te worden, om even goed te kijken of er een meerderheid is voor morgen of voor nu. De VOORZITTER: Ik kijk altijd goed, want het komt vaker voor dat sommige leden van fracties niet meestemmen. Heel zelden overigens. Ik vraag nu nog een keer voor de duidelijkheid: wie is voor doorgaan tot twaalf uur? Dat zijn alle leden van de fractie van het CDA, WD, 3 leden van de fractie van GBWP, alle leden van Lijst Linssen en alle leden van de Partij van de Arbeid, waarmee een meerderheid is voor doorgaan. Wenst u, dat is heel gevaarlijk wat ik nu ga zeggen, vijf minuten schorsing om even water te gaan drinken? Vijf minuten schorsing. Aldus schorst de voorzitter de vergadering om uur uur. De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. 7d. Ontwikkelingen A4. De VOORZITTER: Als u het goedvindt zou ik het volgende willen voorstellen. Er is heel recent, deze week nog, overleg geweest heb ik begrepen met Rijkswaterstaat en de Provincie en de gemeenten Bergen op Zoom en Steenbergen over de laatste ontwikkelingen. Misschien is het goed dat wethouder Siebelink eerst aangeeft wat die laatste ontwikkelingen zijn, dan bent u helemaal bijgepraat en kunt u daarop als u wilt nog reageren. Is het akkoord om het zo te doen? De heer SIEBELINK, wethouder: Zoals bekend heeft de minister van Verkeer en Waterstaat vorige week zijn standpunt bekendgemaakt en aangegeven te kiezen voor een westelijke ligging van de A4. U hebt daar ook vorige week tijdens de commissievergadering nog een memo over gekregen. Over het standpunt van de minister heeft woensdag 21 maart, dus gisteren, regionaal bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen Rijkswaterstaat, de Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Steenbergen en Bergen op Zoom. De gemeente Steenbergen heeft daarbij gevraagd om haar meer tijd te gunnen om de financiële haalbaarheid van een aquaduct te onderzoeken. De regio heeft hernieuwd uitgesproken dat de A4 zuid snel gerealiseerd moet worden en dat de discussie over het aquaduct niet tot verdere vertraging mag leiden. De regio onderkent dat met de realisatie van een aquaduct de maatschappelijke haalbaarheid voor de A4 aanzienlijk groter is, echter ook is onderkend dat gelet op de afspraken uit 2003 de start van de werkzaamheden niet mogen vertragen. De werkzaamheden dienen derhalve dan ook in 2010 gestart te zijn. Laat dat ook voor met name de gemeente Bergen op Zoom een heel belangrijk punt zijn. In overleg is gesproken over de consequenties van het verzoek van de gemeente Steenbergen. Afgesproken is dat de gemeente Steenbergen vóór 1 april 2007 laat weten of de gemeente bereid is een substantiële bijdrage te leveren aan de realisatie van het aquaduct. Eind maart spreekt de gemeenteraad van Steenbergen zich hierover uit. Daarnaast is afgesproken dat Rijkswaterstaat, alvorens het ontwerp tracébesluit uit te brengen, eerst een uitvraag zal doen in de markt naar enerzijds de kosten met een aquaduct en anderzijds de kosten met een brug, het vervlechtingsverhaal, waarbij dan gekeken wordt of dit goedkoper gerealiseerd kan worden dan de tot op dit moment geraamde 29 miljoen. Dat zou wel eens kunnen betekenen dat de feitelijke gang van zaken wordt omgedraaid. Er wordt dan eerst een aanbestedingstraject ingegaan en daarna zal het onderherroepelijk tracébesluit van kracht worden. Dat zal dan zijn in het najaar van Eén mits hierbij, dat ook de minister dan hier nog zijn goedkeuring aan moet hechten. Wij verwachten de uitspraak hierover binnen enkele dagen. In het bestuurlijk overleg is ook uitgesproken dat zo snel mogelijk een tijdelijke aansluiting bij Klutsdorp in procedure gebracht kan worden, zodat aansluitend aan de omleiding Halsteren de omleiding Klutsdorp kan worden gerealiseerd. Ook dat is voor de gemeente Bergen op Zoom echt van eminent belang, want als wij die tijdelijke aansluiting, waar we een artikel 17 procedure voor moeten voeren, daar niet kunnen leggen dan worden we geconfronteerd met nog een behoorlijk lange tijd druk verkeer over de Steenbergseweg. Ik denk dat dat voor niemand echt wenselijk is, mede gezien het feit dat het al een ontzettend drukke weg is en ook gevaarlijk. U weet daar zelf ook allemaal genoeg van. Dat betekent echter wel, dat is gisteren nog eens duidelijk naar voren gekomen, dat Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat als wij een tijdelijke aansluiting willen bij Klutsdorp er ook geen fietstunnel mogelijk is. Naast het feit dat wij de kosten voor een fietstunnel zelf moeten betalen, 2,5 miljoen extra, betekent het dat een fietstunnel niet samen kan gaan met de aanleg van een tijdelijke aansluiting bij Klutsdorp. In eerdere commissie- en raadsvergaderingen hebben wij ook al gesproken over de verschillen tussen de fietstunnel en de fietsbrug en ook aangegeven dat een fietstunnel weliswaar 44

45 wat meer comfort met zich meebrengt voor de fietsers, maar dat het ook een langer stuk zal zijn dan wanneer er een fietsbrug wordt aangelegd en ook een groter stuk natuur moet verdwijnen en wellicht ook sociaal onveiliger is, Daarnaast is afgesproken dat Steenbergen tot 1 december a.s. de mogelijkheid krijgt om aan te geven op welke wijze zij hun bijdrage voor het aquaduct willen financieren. Steenbergen heeft ook aangegeven met een heel ontwikkelplan bezig te zijn voor een havengebied onder andere van waaruit zij een deel van de financiering zouden willen trekken. Men verwacht dat het in de markt zetten van het aquaduct dan wellicht goedkoper kan dan tot dit moment is begroot. Steenbergen heeft ook aangegeven dat als er geen medewerking wordt verleend aan het aquaduct, althans een onderzoek naar de vervlechting met het aquaduct, dat zou kunnen betekenen dat de gemeenteraad van Steenbergen grote bezwaren zal uiten, maar ook dat het welbekend opererende actiecomité dan procedures zal gaan voeren tot aan de Raad van State die wellicht ook nog tot verdere vertraging zouden kunnen leiden en wat zeker voor de gemeente Bergen op Zoom ook niet wenselijk is. De 3 miljoen die de gemeente Bergen op Zoom in 2003 heeft toegezegd als onderdeel van een regionale bijdrage voor de realisatie van de A4 Zuid was en is noodzakelijk om de A4 sneller te kunnen aanleggen. Zonder deze regionale bijdrage zouden de extra rijksmiddelen niet vrijgemaakt zijn voor de realisatie van de A4. Ik vind het belangrijk om dat hier nog even te benadrukken. De gemeentelijke bijdrage is dus vooral gebruikt om een snelle realisering van de A4 te realiseren omdat anders, zoals u wellicht weet, de start van de bouw wellicht pas in 2015 of 2020 zou hebben plaatsgevonden. Ik kijk even of ik nog iets ben vergeten. Nee, tot zover. De heer VAN DER VELDEN: Naar aanleiding van de inleiding van de wethouder het volgende. Waar het ons om gaat is dat het laatste stukje naar Klutsdorp toe zo snel mogelijk aangelegd wordt. Definitief heeft hij daar geen toezegging over gedaan wanneer we dat kunnen verwachten. We horen dat nog graag. Alles is er aan gedaan om dat voor elkaar te krijgen. Daar willen we voor gaan. Hoe snel kan dat gerealiseerd worden in zijn ogen. De heer MOUWS: We hebben het net nogal lang over communicatie en als je dan nu deze informatie hoort van de wethouder dan waren een aantal zaken weer niet nodig geweest. Mijn verhaal was gebaseerd op de 30 jaar dat de gemeente Halsteren wachtte op het tracébesluit. Uiteindelijk in 1998 kwam dat er tot de gemeentegrens van Steenbergen. Steenbergen bleef steggelen voor een west- en oostvariant. Die oostvariant die wij de laatste keer in onze motie hadden aan willen kaarten, maar op uitdrukkelijke wens mocht dat er niet in want dan zouden wij ons weer, een stokpaardje van wethouder Janssen indertijd, bemoeien met Steenbergse belangen. Jammer genoeg is er dat niet ingegaan. Maar, wat we eigenlijk veel erger vonden is dat de befaamde motie, aangenomen op 28 september, niet doorgestuurd werd. Heel erg triest vinden wij dat het college zelfs niet eens met een excuus kwam waarom het gebeurd was. Nee, men verklaarde dat met een ruime brief die, wat schetst onze verbazing, op diezelfde datum van 28 september, naar de Rijkswaterstaat, afdeling de provincie, en later in een afschrift ook naar het ministerie gestuurd werd. Voorzitter, het heeft zelfs geduurd tot begin januari, ruim 3 maanden later. In de vorige raadsvergadering op 1 februari heb ik u daar melding van gedaan. De heer Van den Eijnden had via het RIS ontdekt dat inderdaad die motie unaniem aangenomen, zij het gewijzigd, gewoon niet doorgestuurd was. Dan komt er een briefje eigenlijk in de zin van: o ja wij hebben in de geest van en wat schetst onze verbazing eigenlijk een zeer vooruitziende visie van het college die overdag al een brief hebben gestuurd met een soort inhoud van wat er 's avonds via een motie op tafel kwam. Nu de actualiteit. Inderdaad de minister heeft op 13 maart jl. een uitdrukkelijk standpunt bepaald, het tracé wordt westelijk. In de brief van de minister staat uitdrukkelijk langs Klutsdorp. Volgens ons is het nog steeds door Klutsdorp. ledere keer, tot tweemaal toe, staat onherroepelijk tracé. Voor dat onherroepelijk tracé hebben wij het huisje, van Kommers indertijd, in de Laagweg aangekocht. Dat was het oorspronkelijke onherroepelijk tracé. Als dat gehandhaafd wordt dan hoeven de huizen in Klutsdorp helemaal niet weg. Ik denk dat wij aan die zinsnede, nog eens twee keer door de minister herhaald, vast moeten houden. De 3 miljoen. Wethouder Janssen heeft ons verschillende keren voorgehouden aardig zijn voor Steenbergen, meegaan met het westelijk tracé, want anders komen ze niet met die 3 miljoen over de brug. Ze zijn er uiteindelijk wel gekomen, maar nu zijn we bang dat het veel te laag wordt. De minister stelt ook uitdrukkelijk, Bergen op Zoom wat willen jullie. Wil je een fietstunnel of een fietsbrug? Nu zegt de wethouder uitdrukkelijk als wij door willen trekken tot Klutsdorp dan is dat sowieso al niet meer mogelijk. Wij hadden het zinvoller gevonden om duidelijk in het kader van communiceren dat jullie zo snel mogelijk met de brief van de minister naar de raad waren gekomen en dat de raad een uitspraak doet. Het is niet niks natuurlijk als je moet beslissen over ruim 1,5 miljoen extra, gesteld al dat Bergen op Zoom alleen die fietstunnel zou moeten betalen. Maar nog eens, als iedereen het eens is over zo snel mogelijk doortrekken tot Klutsdorp is dat probleem weg. Blijft het probleem van het aquaduct. Ook weer via perspublicaties moet je dan lezen dat Steenbergen alles gooit op het waterfront waar ze mee beginnen. Met die dure woningbouw zien we misschien wel kans voor die 30 45

46 miljoen. Onze fractie is bang dat strakjes het verzoek van Steenbergen leert dat moet je regionaal aanpakken, het is regionaal belang en willen jullie alsjeblieft niet bijdragen aan het aquaduct. Daar zit voor ons weer de crux. Nog eens een keer;onze enorme frustratie wat betreft het doorsturen van de motie, het niet komen met een simpel briefje van sorry het is bij iemand in de la blijven liggen. Iedereen van de raad heb ik erop betrapt vaak niet eens te weten waar het over ging. Uzelf als voorzitter wist ooit een keer niet precies waar de Stiereweg lag, onze nieuwe gemeentegrens. Via de pers is dat, de enige bron die we hebben en u kunt wel zeggen dat is een goeie bron, alles is beter dan niets, kwam dat tot uiting. Met name de mensen van Klutsdorp voelden zich zeer gefrustreerd. Toen ze alle fracties benaderden, op uitdrukkelijk advies van mij want ik heb gezegd wij zitten hier ook maar met vier mensen, is de zaak een beetje losgekomen. Wij vinden dat die mensen het vertrouwen terug moeten zien te krijgen in de gemeenteraad van Bergen op Zoom en dat zij, hoewel ze wonen op het uiterste puntje, er ook bij horen en dat wij 100% voor hun belangen opkomen. Ik heb al meer mijn frustratie uitgesproken, ook rechtstreeks naar Rijkswaterstaat. Niet voor niets werd er vroeger gezegd een staatje in de staat. Die ambtenaren liepen al veel eerder rond met contracten aan de bewuste bewoners in het hele gebied voor grondaankopen en woningaankopen voordat de normale gemeentelijke overheid van iets wist. Dat is toch een uitermate kwalijke zaak. Nog eens, ik denk dat wij vanavond toch een uitspraak zullen moeten doen als antwoord op die ministeriële brief. Ik kan het niet anders lezen. De heer HUISMANS: Over het proces kunnen we natuurlijk nog lang spreken. Het is nu eenmaal zo dat er een tracébesluit ligt. Het is niet aan deze raad om een oordeel over de besluiten van Steenbergen te geven. In feite moeten we gewoon nu heel blij zijn en zorgen dat die snelweg er zo snel mogelijk komt. Ik geef de heer Mouws volkomen gelijk dat het allemaal op een andere wijze misschien anders had kunnen lopen. De oostvariant en niet over de west. De oostvariant was voor Bergen op Zoom en trouwens ook voor reizigers een veel aantrekkelijker variant geweest. Steenbergen heeft het onhandig gespeeld, maar goed daar is ook de politiek de baas. Ik denk dat je de grote bocht die over het westen moet worden gemaakt door automobilisten straks kunt zien als een planologische misser van de eerste orde. Nu moet er gerepareerd worden met een aquaduct om het havenfront daar weer open te houden. Ik denk dat Steenbergen daar anders op had moeten en kunnen insteken. Ik heb wel een naam voor die bocht. Ik zou die toch wel om willen dopen tot de kronkel van Steenbergen en die komt er voor een lange tijd te liggen. Ik heb vertrouwen in dit college. Als ik de wethouder beluister dan probeert hij in ieder geval de agenda van Bergen op Zoom te bewaken en de voortgang erin te houden en probeert ook de gemeente Steenbergen bij de les te houden. Daar wilde ik het vanavond bij laten. De heer VAN PUL: Heel kort. Ik steun het betoog van de heer Mouws en toch zeker zijn bezorgdheid met betrekking tot de mogelijke extra kosten voor Bergen op Zoom. De heer VAN ES: Ik ondersteun het betoog van de heer Huismans. De heer HARIJGENS: Voorzitter, alhoewel u ons standpunt over de A4 kent ben ik buitengewoon gevoelig voor het betoog van de heer Mouws en toch zeker voor zijn analyse dat straks inderdaad dat aquaduct wordt opgewaardeerd tot een regionaal project. Dan hebben wij toch maar mooi de boot gemist door niet, dat was aanvankelijk de inbreng van Groen Links, ervoor te pleiten dat er geen fietstunnel zou komen maar een verdiepte ligging ter plaatse van de snelweg. Nu buigen we ons eigen standpunt om door te zeggen een tunnel is qua veiligheid e.d. toch wel zeer lastig, laten we er toch maar een viaduct van maken. Om redenen hebben we dat toen op dat moment ook niet gewild. Het was mooi geweest als daar een verdiepte ligging van de snelweg had kunnen komen, dan had je ook gelijkvloers met die snelweg kunnen kruisen en het fietsverkeer op een veilige en goed ingepaste manier kunnen afwikkelen. Dat zien wij nadrukkelijk als een gemiste kans. Voor het overige ben ik het zeer, zeer eens met de oproep van de heer Mouws. De heer HUIJGENS: Ik wil me ook aansluiten bij de woorden van de heer Mouws. De VOORZITTER: Nog andere leden van de raad? Dat is niet het geval. U heeft duidelijk uw visie wat u vindt van de stand van zaken en wat eventueel zorgpunten voor de toekomst zijn. Als ik het goed heb is er één vraag gesteld door de heer Van der Velden over de termijn van de omleiding naar Klutsdorp. Misschien is het goed dat de wethouder daar op ingaat. De heer SIEBELINK, wethouder: Het is de bedoeling dat de tijdelijke aansluiting plaats zal vinden als de 1 e fase van de A4 zoals die nu wordt aangelegd gereed is. Er moet een artikel 17 procedure voor gevolgd worden. Rijkswaterstaat is 46

47 uiteraard belast met de uitvoering daarvan. Of het dan al begin volgend jaar of althans halverwege 2008 klaar zal zijn daar kan ik op dit moment niet een, twee, drie antwoord op geven. We zijn met Rijkswaterstaat nog steeds in gesprek en we zijn ook van hen afhankelijk wanneer ze aan kunnen geven dat het gereed zal zijn. Er moeten nog wat hobbels worden genomen, maar wij houden wel de vinger aan de pols bij Rijkswaterstaat om na te gaan wanneer zij dat zouden kunnen realiseren. Toch nog even terugkomend op onze bijdrage voor het aquaduct. Er is duidelijk gesteld, ook in vorige vergaderingen, en door de gemeente Bergen op Zoom dat wij geen cent meebetalen aan het aquaduct. Laat dat duidelijk zijn. De heer Mouws heeft ook nog even een vraag gesteld met betrekking tot de interpretatie van het besluit van de minister over Klutsdorp. Rijkswaterstaat heeft duidelijk aangegeven dat het de west-west variant is, waarbij dus in Klutsdorp een aantal huizen zal moeten verdwijnen. Het is niet de oorspronkelijke west variant maar de west variant zoals die in een later stadium door Rijkswaterstaat is gewijzigd. De oost variant, de minister heeft dat ook aangegeven, kostte behoorlijk wat meer o.a. vanwege de Franseweg, Ook uit milieu oogpunt vindt hij de oost variant niet acceptabel. Het college is van mening dat wij voor Bergen op Zoom de twee heel belangrijke punten er duidelijk uit hebben gehaald, in 2010 starten met de werkzaamheden en de tijdelijke aansluiting bij Klutsdorp. De VOORZITTER: Ik stel voor de beraadslagingen hierover te beëindigen. Akkoord? 8. Ter kennisneming. a. Brief VNG d.d. 18 januari 2007 inzake manifest van de gemeenten b. Brief Rekenkamer West-Brabant d.d. 15 januari 2007 inzake aanpassing jaarplan + antwoordbrief. De VOORZITTER: Hier nemen wij kennis van, neem ik aan. 9. Moties vreemd aan de orde van de dag. Motie homo&huwelijk. De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat het uitgebreid is besproken in de commissie. Je zou bijna zeggen we kunnen overgaan tot stemming over de motie. Is dat het geval of wil toch nog iemand dringend het woord? De heer VAN DER KALLEN: Voor mij is dit een buitengewoon principieel onderwerp. Wij zijn een land van minderheden. In de jaren '50 gingen die minderheden, of het nu protestanten waren in de zin van gereformeerden, hervormden, rooms-katholieken, orthodoxe joden, atheïsten, mohammedanen, hindoes, sociaal-democraten en liberalen met elkaar om waarbij respect voor minderheden en respect voor gewetensbezwaren een essentie was om met elkaar om te gaan. Dat was de integratie van de kolonne. Of het nu het leger was waarvoor je als dienstplichtige bezwaar kon maken en alternatieve diensten kon trekken, later de jaren '60 en '70 kwamen er binnen het leger regelingen voor de zogenaamde nucleaire bezwaren. De heer VAN DEN EIJNDEN: Interruptie. De heer Van der Kallen heeft een kwartier in de commissie precies hetzelfde gezegd. We hoeven niet de commissie over te doen hebben we afgesproken. De heer VAN DER KALLEN: Ja, maar dit is de raad en ik heb me niets aan te trekken van de tijd. Dit is een buitengewoon principiële zaak. Ik verwacht zeker van het CDA dat ze voor dat onderdeel respect, voor het principiële gevoelig zijn. De VOORZITTER: Mag ik even iets zeggen. Niets met de tijd te maken daar zou ik toch een kleine correctie op aan willen brengen. Wij willen inderdaad voor twaalven stoppen. We hebben hierna nog een agendapunt. Ik zou willen vragen even de essentie van uw reactie op die motie aan te geven, want wat gewisseld is in commissies is gewisseld. We hebben net afgesproken dat we zouden proberen dat niet van a tot z te herhalen. De heer VAN DER KALLEN: Ik hoef het woord niet meer. Deze raad is klaarblijkelijk wel gevoelig voor op tijd naar huis gaan en niet gevoelig voor wezenlijke elementen die gaan over onze samenleving. We hebben onze mond vol over desintegratie en integratie en noem maar op. Dit is desintegratie, het niet meer op kunnen brengen van respect voor minderheden, het niet meer op kunnen brengen... 47

48 De VOORZITTER: Ik moet u toch onderbreken. Het enige dat ik heb gevraagd is even kernachtig aan te geven.. De heer VAN DER KALLEN: Nee, ik krijg ook signalen van collega's. Men heeft hier geen behoefte aan. Dat kan allemaal. Ik heb er wel behoefte aan en ik vind dat dit onderwerp dat zo wezenlijk is tekort wordt gedaan door deze raad door het af te hakkelen en naar de tijd kijken. Prachtig, ik heb alle tijd, al is het tot drie uur. Ik heb niet zo'n lang verhaal, maar door de interrupties wordt het een lang verhaal. Door mijn emotie wordt het verhaal zeker niet korter. Het is voor mij heel helder, ik maak mijn verhaal afin zijn volle omvang. De VOORZITTER: Ik blijf toch bij mijn oproep om kernachtig even uw mening te geven over de motie die voorligt. De heer VAN DER KALLEN: Voorzitter, ik ben kernachtig. Wij zijn een samenleving waarin het in de verpleging heel gewoon is dat mensen vrij zijn in hun gewetensafweging als het gaat om niet deel te nemen aan sedatie, als het gaat om niet deel te nemen of medeplichtig te zijn aan abortus of euthanasie. De medewerkers in bepaalde industrieën hebben het recht om als zij in de industrie werken die zowel civiel als militair bezig is om te zeggen ik doe aan dat militaire stuk niet mee. Er zijn zelfs supermarkten die respect opbrengen voor joden en islamieten om hun niet met onrein voedsel om te laten gaan. Nu dit voorstel. Dit voorstel is een voorstel waarvan ik zeg wat is het merkwaardig geformuleerd. Er zijn ambtenaren die hebben voor 2001, voor de nieuwe wet, met de vingers omhoog gestaan en die hebben de eed afgelegd op de wet van dat moment. Die ambtenaren daar moet je op een andere manier mee omgaan dan met de ambtenaren die daarna zijn benoemd. Die ambtenaren hebben op zijn minst het recht, vaak in CAO keurig geregeld om als zij op basis van een wetswijziging een bewaar hebben binnen een maand te zeggen ik blijf bij mijn overwegingen, ik kan hier niet mee leven. Ik vind het dan buitengewoon merkwaardig om in een gemeente als Bergen op Zoom, waar in mijn ogen dit meer theorie is dan wat anders, dus om politieke motieven deze motie in te dienen. Ik heb daar pijn mee. Ik heb daar pijn mee, niet omdat ik zelf zo'n ambtenaar zou zijn, want ik vind dat iedereen die in liefde verschijnt voor een ambtenaar van de burgerlijke stand gehuwd moet worden en ook gehuwd moet worden door een ambtenaar die dat met liefde doet, want dat is degene die in overtuiging de huwelijksband tussen twee mensen die verliefd zijn over kan brengen. Als ik naar deze motie kijk dan zeg ik waar is men in hemelsnaam mee bezig. Men integreert niet, men desintegreert door de verschillen tussen mensen aan te dikken in plaats van de verschillen die tussen mensen bestaan te respecteren. Voorzitter, het zal helder zijn, ik wijs deze motie in volle overtuiging af. De VOORZITTER: Ik besef dat ik net heb verzuimd de motie kenbaar te maken. Hij is ingediend en luidt als volgt: De gemeenteraad van Bergen op Zoom in vergadering bijeen op 22 maart 2007 Gelezen het bepaalde in het Regeerakkoord omtrent gewetensbezwaarde ambtenaren van de Burgerlijke Stand inzake huwelijksvoltrekkingen tussen mensen van hetzelfde geslacht Spreekt zijn mening uit dat: Ambtenaren van de gemeente Bergen op Zoom geacht worden te handelen zonder enig voorbehoud jegens personen of groepen op basis van persoonlijke opvattingen of overtuigingen Het ten principale weigeren van huwelijksvoltrekkingen tussen mensen van hetzelfde geslacht, op welke grond dan ook, discriminerend en onwenselijk is De gemeente de integratie en gelijkberechtiging van homo's en lesbiennes in de samenleving dient te bevorderen en te ondersteunen. Overwegende dat: Het Regeerakkoord aan gemeentelijke overheden de ruimte geeft om te bepalen in hoeverre zij dienstweigering van ambtenaren van de Burgerlijke Stand op basis van gewetensbezwaren willen toestaan; alle inwoners van de gemeente Bergen op Zoom onder gelijke omstandigheden gelijk behandeld dienen te worden; draagt het college op: ambtenaren van de Burgerlijke Stand, werkzaam voor de gemeente Bergen op Zoom, zowel nu als in de toekomst, te houden aan de plicht om huwelijken te vol trekken zonder aanzien des persoons ambtenaren van de Burgerlijke Stand, werkzaam voor de gemeente Bergen op Zoom, zowel nu als in de toekomst, te houden aan de bereidheid om zowel huwelijken te voltrekken tussen man en vrouw als huwelijken tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. En gaat over tot de orde van de dag. 48

49 De heer WITHAGEN: Bij wijze van stemverklaring. Mijn fractie vindt principieel dat elke medeburger, van welke seksuele geaardheid ook, recht heeft om van wettelijke middelen gebruik te maken. Dus wat dat betreft geen enkel punt. Wij hebben in de commissie ook vernomen dat in Bergen op Zoom dit zonder meer een feit is en dat het allemaal keurig afgedekt is. Een tweede punt is dat wij er principieel moeite mee hebben om zo'n ernstig element principieel af te toetsen in de politieke sfeer, temeer daar de partij die de motie indient op landelijk niveau deze wetgeving mee ondersteunt. Wij zeggen dus dat wij het onjuist vinden dat hier principieel een mening op wordt gevormd. Daar is dit te pijnlijk en te gevoelig voor. Wij zullen tegen de motie stemmen, maar laat niemand dat interpreteren als dat wij tegen mogelijkheden zijn van seksueel anders geaarde medeburgers. Mevrouw NUIJTEN: Ik wil graag reageren op dat stukje, maar allereerst wil ik nog even excuses aanbieden, want normaal gesproken zou deze motie aangeboden worden aan partijen ter ondertekening of in elk geval voor de mogelijkheid daarvoor en door een omissie is dat in gebreke gebleven. Daarnaast wil ik graag even reageren op het stukje. Inderdaad, wij zijn hier niet bezig met bijstellen van zaken die in Den Haag niet naar volle tevredenheid zijn vastgelegd. Het betreft hier een zaak van lokaal personeelsbeleid. Wij wensen op dit gebied een duidelijk beleid te voeren in de richting van onze ambtenaren. Ambtenaren die voor april 2001 al in dienst waren genieten naar alle waarschijnlijkheid nog de rechtsbescherming ondanks deze motie, omdat het destijds is beloofd door Job Cohen. Dat is geen probleem, want volgens de wethouder zijn er nu geen ambtenaren in dienst die bezwaren tegen het homohuwelijk hebben. Dat is de reden. De heer HARIJGENS: In de commissie vorige week ontspon zich een uitermate evenwichtig en principieel gevoerd debat. Ik heb daarvan genoten. Ik wil daar mijn bijdrage vanavond ook aan leveren, omdat ik daar vorige week niet toe in de gelegenheid was want toen zat ik aan de andere kant van de tafel. Er worden voorbeelden aangehaald om maar aan te geven, ik kort het maar even in, vrijheid blijheid. Met andere woorden, als iemand iets nadrukkelijk vindt dan moet je hem niet verplichten. Er zijn echter heel veel sectoren in onze samenleving waarbij dat dus niet opgaat. Met andere woorden, als je in de horeca gaat werken en je hebt principieel bezwaar tegen het gebruik van alcohol dan denk ik dat dat toch met elkaar conflicteert. Ik zal u een verdere waslijst en opsomming van voorbeelden besparen. Met andere woorden, als wij in Bergen op Zoom vinden, wij zijn nog niet zo lang geleden met een aantal raadsleden te gast geweest bij het COC en hebben daar aangehoord dat de discriminatie van homo's of achterstelling op sommige gebieden nog steeds een punt van aandacht is en waarschijnlijk ook nog wel even blijft, dan hebben wij zeer weinig mogelijkheden om daar vanuit onze rol als volksvertegenwoordiger iets mee te doen. Dat was ook de onderkenning op dat moment. Nu komt er dus een moment en toevallig of niet toevallig zit dat kort voor het moment dat Bergen op Zoom als stad die de roze zaterdag mag gaan voeren dit jaar dat wij bij wijze van signaal de gelegenheid hebben om te zeggen, ook al is het een theoretische discussie in Bergen op Zoom want uiteraard vallen onze brave ambtenaren in Bergen op Zoom niet onder het hier gestelde, als je in Bergen op Zoom mensen wil trouwen dan doe je het hele pakketje. Er is dan geen keuze van die wel en die niet. Er is ander emplooi voor dat soort mensen in mijn beleving. Als je in Bergen op Zoom als ambtenaar of in welke hoedanigheid dan ook, ook dat is een element geweest in de discussie, er zijn verschillende ambtenaren van de Burgerlijke Stand, trouwt dan trouw je het hele pakketje. Het zal duidelijk zijn dat ik daarmee mijn sympathie voor en instemming met de motie dik betuig. De heer VAN DIJK: Ook de SP-fractie vindt dat het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht eenduidig landelijke wetgeving verdient. Overwegende dat het primaat van de wetgeving bij de Tweede Kamer ligt en niet bij de gemeente vindt de SP-fractie lokale verplichte regelgeving ongewenst. Verder denken wij dat in het land deze lokale regeling tot rechtsongelijkheid tussen gemeentelijke trouwambtenaren zal leiden. Wij zullen derhalve deze motie niet steunen. Overigens hebben wij begrepen dat er in Bergen op Zoom ten aanzien van huwelijksvoltrekking tussen mensen van hetzelfde geslacht zelfs zonder dwingende lokale regelgeving geen problemen zijn geweest. Bovendien denken wij dat er in geval van onverhoopte incidenten er voldoende ambtenaren bij de Burgerlijke Stand werkzaam zijn om de bedoelde huwelijksvoltrekking te kunnen waarborgen. Navraag bij de griffie leert ons namelijk dat er 41 ambtenaren zijn die daarvoor in aanmerking komen. Mevrouw VAN KEMENADE: De WD-fractie is enthousiast mede-indiener of ondersteuner van deze motie en gezien de uitgebreide en inderdaad principiële behandeling in de commissie zijn we op zich toe aan een stemming. Ik zou echter één oproep willen doen. De fracties die nu zo enthousiast deze motie ondersteunen zou ik willen vragen dat ook in de maand april te doen als er een motie komt ter garantiestelling voor de Stichting Roze Zaterdag waar om verzocht is. 49

50 De heer VAN PUL: Tijdens de commissievergadering waren wij voor deze motie. Echter ik krijg een beetje het idee dat er nu een wending is met betrekking tot de onderliggende gedachte van de motie dat als een ambtenaar niet wenst mee te werken dat hij dan maar op moet stappen. Dan was ook de bewoording van de inspreker die avond. Uit dat oogpunt stap ik terug en ondersteun de motie niet meer. De heer WIJTEN: Heel kort. Lijst Linssen had zo zijn bedenkingen over de motie, zeker in relatie met het begrip gewetensbezwaren waar de heer Van der Kallen ook zo heel duidelijk op wees. Dat is principieel ter discussie gekomen in de commissie. De wethouder heeft toen de commissie antwoord gegeven over het feit waar in de motie staat "zowel nu als in de toekomst" er een soort onderzoek is geweest onder de ambtenaren waardoor daar geen probleem zou zijn. In de toekomst zouden nieuwe ambtenaren van de Burgerlijke Stand op basis van gewetensbezwaren het aan kunnen geven. Lijst Linssen is nu akkoord met de motie. Mevrouw KAMMEIJER: Ik kan kort zijn. Wij zijn eigenlijk ook mede-indiener van de motie en steunen deze van harte. De heer HUIJGENS: Gezien het feit dat er binnen Nederland nog 100 ambtenaren zijn die weigeren, waarvan een groot aantal in dienst is getreden na de wetswijziging, zijn wij toch zeer zeker voor deze motie. De VOORZITTER: Het college wordt gevraagd iets te doen. Een heel korte reactie van het college. Mevrouw VERAART, wethouder: Als deze motie door de raad wordt aangenomen zal dat wat wordt opgedragen in de motie aan het college niet tot veel actie leiden bij het college, omdat dat wat wordt opgedragen al een bestaande situatie is binnen Bergen op Zoom. Er zijn op dit moment geen ambtenaren die gewetensbezwaren hebben tegen het voltrekken van een homohuwelijk en voor nieuwe ambtenaren geldt de eis dat zij geen bezwaar mogen hebben anders worden ze niet benoemd. Ik heb toch, dat heb ik in de commissie gezegd en doe ik nu ook, wel enige nuancering genoemd vanuit de werkgeverspositie waarin wij zitten namelijk dat het niet aan het regeerakkoord ligt dat er nu ruimte geschapen zal moeten worden voor gewetensbezwaarde ambtenaren. In het algemeen is het zo vanuit de jurisprudentie dat hoe dan ook zorgvuldig met gewetensbezwaarde ambtenaren omgegaan moet worden. Het is dus niet zo rechtlijnig dat wanneer een gewetensbezwaarde ambtenaar weigert een bepaalde taak uit te oefenen dat je zonder meer kan zeggen daar is de deur. In het kader van zorgvuldig werkgeverschap vind ik dat belangrijk om te zeggen en ook als zodanig toe te passen. De VOORZITTER: Ik stel voor met uw toestemming om tot stemming over te gaan. Is dat akkoord? Wilt u bij handopsteken aangeven wie tegen deze motie is? Tegen deze motie zijn de leden van fractie van de SP, Politieke Partij WIJ, de BSD en de heer Withagen. Daarmee is de motie aangenomen. 9b. Verruiming gebruiksmogelijkheden Binnenschelde. De heer HUISMANS: De WD-fractie heeft een motie vreemd aan de orde van de dag eerder voorgelegd aan de commissie. Het betreft een aanpassing van de APV omdat het huidig gebruik van de Binnenschelde voor recreatieve doeleinden wat wordt beperkt en zich beperkt tot zwemmen en een zeilbootje. Bovendien is er een initiatief van een watersportvereniging met een zeilschool die gewoon om zorgvuldig met de leerlingen om te gaan in de zin van begeleiding gemotoriseerde begeleiding nodig heeft. De stand van de techniek is in ieder geval zodanig dat je met elektrisch aangedreven fluisterbootjes de rust bewaart en toch de mensen de gelegenheid geeft om een rondje te varen over de Binnenschelde in de daartoe aangewezen gebieden. Ik heb in de commissiebehandeling goed geluisterd. Groen Links vroeg naar wat voor soort en hoeveel motorboten. Dat staat in het dictum van de motie. Het is aan het college om dat op een gegeven moment qua zwaarte van boten aan te geven. De fractie van Leefbaarheid had het over de kosten, maar het betreft hier slechts een aanpassing van de APV en niet het uitbaggeren van de Binnenschelde. Het zal dus wel loslopen. De fractie van WIJ had het over het budget en daarop kan ik hetzelfde antwoorden, het kan kosten neutraal. Voor wat het aantal boten en de grootte verwijs ik naar mijn eerdere opmerkingen. Mevrouw Kammeijer van D66 gaf aan, kom met een inventarisatie. Ik denk dat binnen de strekking van wat wij bedoelen met deze motie het aan het college is om te bepalen waar het nu wel kan, waar liggen er richtlijnen van natuur, waar moet je het niet doen. Dat is echt uitvoering voor het college om dat te bepalen. Dat geldt ook voor Lijst Linssen die het had over relevante delen van de Binnenschelde en wat men daarmee bedoelt. Ik laat het verder aan u over, voorzitter, het dictum van de motie voor te lezen. 50

51 De VOORZITTER: Dank u wel, er is een motie ingediend door de heer Huismans. De motie luidt: De raad in vergadering bijeen op 22 maart 2007 Overwegende dat: De mogelijkheid die de Binnenschelde biedt voor recreatieve doeleinden momenteel te veel wordt beperkt door de regelgeving vanuit de APV. Vanuit de optiek dat de Binnenschelde onder deze regeling een te sterke beperking ondervindt in relatie tot de potenties die er liggen herbezinning nodig is. De Binnenschelde daarnaast momenteel ruimte biedt aan enkele verenigingen op het gebied van watersport zoals watersportvereniging De Schelde. Er een initiatief ligt van watersportvereniging de Schelde tot het opstarten van een zeilschool. Om een veilige begeleiding van de pupillen te garanderen het noodzakelijk is dat de leiding en instructeurs gemotoriseerde begeleiding kunnen bieden voor het waar nodig kunnen ingrijpen en assisteren. Daarnaast de huidige stand der techniek de mogelijkheid biedt om met langzame elektrisch aangedreven fluisterboten te varen. De praktijk momenteel is dat recreanten al met dit soort bootjes op de Binnenschelde varen. Er daarmee prima kansen liggen voor het watertoerisme. Gezien het naderende recreatieseizoen en de start van de zeilcursussen haast geboden is om tot verruiming van de gebruiksmogelijkheden te komen. Verzoekt het college om: Zo spoedig mogelijk een voorstel aan de raad voor te leggen dat beoogt de gebruiksmogelijkheden van, daarvoor geschikte delen, van de Binnenschelde te verruimen voor gemotoriseerde begeleidingsbootjes van de zeilschool alsmede fluisterboten voor recreanten, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt gegeven aan het maximale motorvermogen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. De heer HARIJGENS: Deze uiterst sympathiek klinkende motie willen wij toch even tegen het licht houden vanuit de gedachte dat er toch wel wat onduidelijkheden zijn. Nemen we de motie aan dan gaat u daar natuurlijk mee aan de slag. Op voorhand willen wij zeggen dat in dat onderzoeken ook de omwonenden van de Binnenschelde nadrukkelijk meegenomen zouden moeten worden. Wij hebben inderdaad de opmerking gemaakt hoe moeten wij het zien als die aantallen bootjes op de Binnenschelde noemenswaardig gaan toenemen. Wij vrezen dat wij dan straks weer een aanpassing van de APV nodig hebben, gelijk aan wat ik vandaag in de krant las over hanengekraai en een restrictie van één haan per wijk. Zo zou je ook kunnen zeggen op de Binnenschelde mag dan ook maar... Nou ja, iets in die trant. Ik hoop dat het niet zover hoeft te komen. Ik hoop wel dat er nadrukkelijk rekening mee gehouden wordt bij toekomstige ontwikkelingen wat wel en wat niet kan. Ik denk dan dat ik de uitkomst van het voorstel van het college bijna kan raden. Wij zullen niet tegenhouden dat het onderzoek wordt gedaan. Om die reden zullen wij instemmen met de motie. De heer VAN DIJK: Wij hebben nog wat vragen wat betreft het nader onderzoek hoe de intensivering van het gebruik van de Binnenschelde zich verhoudt tot mogelijke verstoring van de nabijgelegen natuurgebieden. Waar in het bijzonder naar wordt gekeken zijn de Europese vogelrichtjijnen waarnaar het college een onderzoek zou moeten verrichten en zich daar ook duidelijk over uit gaat spreken. Verder zouden wij duidelijkheid willen hebben over de grootte van de zeil-, motor- en fluisterboten. Lengte en breedte daarvan kunnen natuurlijk nogal wat verschillen. Tevens zouden wij willen weten welke snelheidsregulering voor de motor- en fluisterboten wordt voorgesteld. Voorgaande in ogenschouw nemend lijkt de oproep voor snelle uitvoering van de voorliggende motie ten koste te gaan van een zorgvuldige belangenafweging. De SP zal daarom haar steun aan de motie in dit stadium niet verlenen. De heer VAN PUL: Met wat er op ons afkomt ten aanzien van de ontwikkeling van de Bergse Haven moeten we ook nog maar afwachten wat het allemaal wordt. Er komt een forse drukte. Mensen die zelf een bootje hebben waarschijnlijk. Mensen die met de auto daar moeten zijn. Het zal een stuk drukker worden daar. Mijn voorstel is eigenlijk richting de heer Huismans; wacht u gewoon eens af tot dat afgerond is over een jaar of 10,11 of 12 en komt dan terug met een nieuw voorstel. 51

52 Mevrouw KAMMEIJER: Als het gaat om het recreatief gebruik van de Binnenschelde heeft 066 in het verkiezingsprogramma staan dat er in ieder geval een zeilschooltje moet komen, dat er fluisterbootjes met picknickmanden moeten komen en zelfs een jaarlijks roei-evenement. In principe staan wij hier dus ook heel positief tegenover. Toch ben ik altijd erg gealarmeerd als ik het woord gemotoriseerd zie, want wij willen een zeilschooltje omdat het geen lawaai maakt, we willen fluisterbodes omdat je daar de rust wilt bewaken. Het is een natuurgebied. Er wordt hier net al gesproken over de vogelrichtlijn. Wat D66 in ieder geval niet wil is lawaaiige recreatie met Zodiac en waterscooters en wat al niet meer. We hebben daar andere voorbeelden van gezien bij de Bergse diepsluis en dat is niet het soort recreatie wat in ieder geval mijn fractie voorstaat. Wat ik wil weten is, dat zal dan uit het onderzoek moeten komen, zijn dat nu Zodiacs die begeleidingsbootjes. Persoonlijk ken ik zeilscholen die één bootje voor geval van nood hebben en voor de rest is de begeleiding aanwezig op een zeilboot. Maar goed, ik zal deze motie steunen, maar ik denk dat in ieder geval, dat wil ik ook voor de notulen van deze vergadering vastgelegd hebben, mijn fractie buitengewoon terughoudend is als het gaat om gemotoriseerde bootjes. De heer MUSTERS: Volgens het CDA is het punt achter de vierde bullet, de veiligheid en begeleiding allang geregeld, want er heeft een surfschool gezeten en die hadden voor de veiligheid een gemotoriseerde reddingsbrigade. Er is zelfs een uitbater van waterfietsen geweest die ook een Zodiac had liggen om zijn waterfietsen terug te halen. Volgens mij mag het dus al. Voor wat betreft de fluisterbootjes zijn wij er eigenlijk niet zo kapot van dat in zwemgedeeltes en surfgedeeltes en zetlgedeeltes dan ook nog gemotoriseerd vervoer komt. Om naar de gebruiksmogelijkheden daarvan te kijken zullen wij in ieder geval de motie steunen. In zijn totaliteit steunen wij deze motie. De heer VAN DER VELDEN: Hoewel deze motie ons heel positief in de oren klinkt willen wij graag even van de wethouder horen, de heer Van Pul gaf dat overigens ook al aan, of een en ander in te passen is in een bepaalde visie. We hebben al best een bepaald beeld van wat we daar willen gaan doen en als het college ons ontraadt om daar op dit moment ja tegen te zeggen dan zullen ze daar goede gronden voor hebben en dat horen wij graag. De heer AERTSSEN: De P.v.d.A. steunt het goede idee om een zeilschool te gaan beginnen in de Binnenschelde en uiteraard heb je dan wat begeleiding nodig in verband met de veiligheid. Wij hopen dat het fluisterboten gaan worden. In de motie lees ik dan men dan toch gaat denken aan echte motorboten. Het college gaat het wel uitzoeken en dat horen we dan wel. Onze voorkeur gaat uit naar fluisterboten in dat geval. Eigenlijk heeft onze fractie geen behoefte aan ander gemotoriseerd verkeer op het water, op deze plas. Dat is ingegeven door het feit dat de plas toch eigenlijk wel vrij klein is en dat je voor een deel in een natuurgebied zit en ook dat je waarschijnlijk handhavingproblemen gaat krijgen. Niettemin zullen wij deze motie steunen. Het voorstel dat naar ons toekomt zullen we op dat moment beoordelen en we kijken of het college op dat moment met goede plannen komt. De heer VAN DER KALLEN: Handhavingsproblemen zijn er al, want ik heb wel eens waterscooters, zelfs drie tegelijkertijd, waargenomen. Ik ben ook terughoudend zeker met de Natura 2000 richtlijn voor paaiplaatsen, de nabijheid van de Molenplaat. Hier wordt gesproken over daarvoor geschikte delen. Ik vind dat een wat moeilijke Aredeh^dffilpidt de ontwikkeling van de Bergse Haven er ook toe dat je een gedachte moet ontwikkelen wat wil je wel en wat wil je niet en dat je ook gedachten zou moeten ontwikkelen van wat kan wel en wat kan niet. In de zin van een experiment, in de zin van het officieel ook sanctioneren van het gemotoriseerd assisteren van mensen die in nood zijn, dat gebeurt nu ook maar is in mijn beleving in feite illegaal maar wel begrijpelijk dat het gebeurt, zou ik zeggen het is goed om erover na te denken. Ik ben daarom niet tegen de motie, maar wel buitengewoon terughoudend bij de uitkomst en de eventuele beoordeling daarvan. De heer HUIJGENS: De bezwaren die Leefbaarheid geopperd heeft tijdens de commissievergadering zijn inderdaad uit de motie gehaald. Als je dan ziet dat de Binnenschelde in de toekomst toch weer open moet en dat er weer water in moet komen en je zou nu al besluiten dat er geen boten in mogen komen, dan vraag ik me af of je de Binnenschelde ook niet beter dicht kunt laten. De heer LINSSEN, wethouder: Ter wille van de tijd zal ik proberen kort te reageren. Ik hoor het een en ander en toch moet ik enigszins de motie op dit moment ontraden. Er is een aantal onderzoeken over toekomstige ontwikkelingen op dit moment aan de gang. Verder, ook al eerder genoemd door andere partijen, hebben we hier te maken met Europese richtlijnen, de Natura 2000, voorheen de vogelhabitatrichtlijn. Dan is er ook nog de juridische situatie waarin de APV een en ander verbiedt en het college op dit moment dat geen vergunning kan verlenen omdat het op dit moment verbo- 52

Gemeente f Bergen op Zoom

Gemeente f Bergen op Zoom Gemeente f Bergen op Zoom Voorlegger Raadsvoorstel Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Contactpersoon Contactpersoon Email Contactpersoon Telefoon Programmanummeren naam Inrichting en bemensing raadscommissies

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZ Ofq^f 2007 DERTIENDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZ Ofq^f 2007 DERTIENDE VERGADERING RNO07-0013 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZ Ofq^f 2007 DERTIENDE VERGADERING Donderdag 22 november 2007, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM DERDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM DERDE VERGADERING RN007-0005 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM DERDE VERGADERING Donderdag 26 april 2006, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: AJA Nuijten-van Aard, J.G.M,

Nadere informatie

GEMEENTERAADVANBERGEN TIENDE VERGADERING

GEMEENTERAADVANBERGEN TIENDE VERGADERING RNO07-0009 GEMEENTERAADVANBERGEN TIENDE VERGADERING Q P z P

Nadere informatie

Besluitenlijst RAADSVERGADERING

Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst openbare vergadering van de raad van de gemeente Brummen op donderdag 26 maart 2015 om 20.40 uur in het gemeentehuis van Brummen AGENDA BESLUIT 1. Opening

Nadere informatie

UN IIIII III INI III! I! RBL

UN IIIII III INI III! I! RBL Ę Vj Gemeente Įì Bergen op Zoom UN IIIII III INI III! I! RBL15-0036 Besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van Bergen op Zoom, gehouden op 26 november 2015, aanvang 19.00 uur. VOORZITTER:

Nadere informatie

III II III CBL07-0046. Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 12november2007

III II III CBL07-0046. Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 12november2007 Gemeente ti Bergen op Zoom III II III CBL07-0046 r%% Ui MS GRIFFIE ^ ftestebim*^ Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 12november Aanwezig: Voorzitter. Leden:

Nadere informatie

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur Aanpassingen vergaderstructuur Voorstel 1. kennis nemen van de concept jaaragenda 2. vaststellen thematische indeling commissies 3. toevoegen beeldvormend deel, voorafgaand aan de reguliere commissievergadering

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM VIJFTIENDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM VIJFTIENDE VERGADERING RN006-0019 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM VIJFTIENDE VERGADERING Donderdag 30 november 2006, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER', burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van

Nadere informatie

Ons kenmerk U14-047493 Beh. door J.W. Labruyere Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling, Beleid, Reg ie & Projecten 1

Ons kenmerk U14-047493 Beh. door J.W. Labruyere Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling, Beleid, Reg ie & Projecten 1 ~. Geme Bergen op Zoom -----::>--- ~ ~ 1 De Fractie van de BSD De heer Van der Kallen en de heer Van den Kieboom Nieuwstraat 4 4611 RS Bergen op Zoom l lllll llllll lllll llll llllll lllll lllll lllll

Nadere informatie

Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam

Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam Gelet op artikel 14 van de Verordening op de gebiedscommissies 2014 Artikel 1

Nadere informatie

dd. 2' Datum raadsvergadering Nummer

dd. 2' Datum raadsvergadering Nummer '!" / ' Il Gemeente eente ij a Bergen op Zoom dd. 2' - Datum raadsvergadering Nummer $2 a **& SROB/04/117 2004. Onderwerp Wijziging Verordening Hoorcommissie Ruimtelijke Plannen en benoeming leden Hoorcommissie

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN VIERDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN VIERDE VERGADERING GEMEENTERAAD VAN BERGEN VIERDE VERGADERING Donderdag 31 mei 2007, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman OP d.d. RN007-Q006 ADER ING 2 8 JUNI 2007 AANWEZIG: de dames: A.J.A.

Nadere informatie

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen.

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen. Tweede Kamer, 54e vergadering, Donderdag 14 februari 2008 Algemeen Concurrentievermogen Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 februari 2008 over de Raad voor het concurrentievermogen.

Nadere informatie

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Inleiding In het presidium van 31 maart 2016 is afgesproken dat de voorstellen m.b.t.: Reglement

Nadere informatie

Gemeente jj Bergen op Zoom

Gemeente jj Bergen op Zoom .fie. ente_beroerion Zoom a Gemeente jj Bergen op Zoom Eenheid: CBL05-0044 GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 12 december Aanwezig: Voorzitter Leden:

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart.

RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1. Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart. RAADSVOORSTEL Agendanummer 9.1 Raadsvergadering van 17 april 2008 Onderwerp: keuze tussen twee locaties voor een brandstofverkooppunt te Fijnaart. Verantwoordelijke portefeuillehouder: L.M. Koevoets SAMENVATTING

Nadere informatie

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11).

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Persoonsgebondenbudget Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Mevrouw Bergkamp (D66): Voorzitter. Eigen regie en keuzevrijheid voor de zorg en ondersteuning die je nodig hebt, zijn

Nadere informatie

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Datum: 8 december 2011 Aanvang: 20:00 uur Einde: 23:30 uur Vergaderlocatie: Raadzaal, raadhuis Voorzitter: Carlo van Esch

Nadere informatie

BESLUITENLIJST. Voorronde Open Huis. Datum: 10 september 2015 Onderwerp: Discussienota herziening subsidiebeleid

BESLUITENLIJST. Voorronde Open Huis. Datum: 10 september 2015 Onderwerp: Discussienota herziening subsidiebeleid BESLUITENLIJST Voorronde Open Huis Datum: 10 september 2015 Onderwerp: Discussienota herziening subsidiebeleid Aanwezig: Voorzitter: dhr. J. Buzepol Locogriffier: mw. A. van Wees (locogriffier) Leden:

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 18 november 2002

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 18 november 2002 GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 18 november 2002 Aanwezig: Voorzitter: Leden: Secretaris: Namens het college: Namens de griffie: A.J. Hagenaars

Nadere informatie

ZESTIENDE VERGADERING. AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M. de Koning-varj de Gasteel, M.J.P,; Y.M.M.M. Kammeijer-Luycks.

ZESTIENDE VERGADERING. AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M. de Koning-varj de Gasteel, M.J.P,; Y.M.M.M. Kammeijer-Luycks. RN007-0001 GEMEENTERAAD VANBERGEN ZESTIENDE VERGADERING Woensdag 20 december 2006, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M.

Nadere informatie

13 SEP Getneente Jf Bergen op Zoom RVB d.d

13 SEP Getneente Jf Bergen op Zoom RVB d.d RVB07-0078 Getneente Jf Bergen op Zoom d.d 13 SEP. 2007 Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Programmanaam en nummer : Voorstel tot het nemen van een voorhjefreidingsbesluit ten behoeve van het herstel

Nadere informatie

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris.

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris. MEMO datum : 24 februari 2009 aan : de leden van de raad van : het college kopie aan : onderwerp : instellen commissie Overleg Landelijk Gebied Gemeente Bergen In onze vergadering van 3 februari 2009 hebben

Nadere informatie

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn Verslag Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening Vergaderdatum Kenmerk 15 april 2009 COR2008-11 Status verslag Concept Verslaglegging door Telefoonnummer W.L. Walkate (Notuleerservice Nederland)

Nadere informatie

mevrouw R. Leeuwenburgh notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig

mevrouw R. Leeuwenburgh notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig VERSLAG RAADSVERGADERING 16 november 2010 Samenvattend verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Wijk bij Duurstede Voorzitter Griffier Leden VVD CDA SP GroenLinks PvdA PCG

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Stad en Ruimte, gehouden op 22 September 2010

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Stad en Ruimte, gehouden op 22 September 2010 CBL10-0021 Getneente fj Bergen op Zoom GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Stad en Ruimte, gehouden op Aanwezig: Voorzitter: Leden: Secretaris: Namens het college: Mw. drs. A.J.A.M.

Nadere informatie

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 25 september 2012 in de raadzaal Voorzitter: M.A.P. Michels Griffier: J. van der Meer Aanwezig: PvdA: J.W. Nanninga, W.

Nadere informatie

Gemeente eente tl Eergen op Zoom

Gemeente eente tl Eergen op Zoom \^ itj Gemeente eente tl Eergen op Zoom Eenheid: CBL03-0003 l l GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Bestuur & Veiligheid gehouden op 17 maart Aanwezig: Voorzitter: Leden: Secretaris:

Nadere informatie

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 1 Nr. 5.16 Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 Aanwezig: De heer J.B. Wassink, voorzitter raad Mevrouw J. Hofman, griffier Mevrouw C. Oosterbaan, PvdA De heer

Nadere informatie

Datum : 30 september 2015 Voor : leden van de raad Betreft : Madenlaan 2 te Hindeloopen (windturbine familie Wester) Corsa : O *O15.

Datum : 30 september 2015 Voor : leden van de raad Betreft : Madenlaan 2 te Hindeloopen (windturbine familie Wester) Corsa : O *O15. Datum : 30 september 2015 Voor : leden van de raad Betreft : Madenlaan 2 te Hindeloopen (windturbine familie Wester) Corsa : O15.002044 *O15.002044* Geachte leden van de raad, Met deze brief willen wij

Nadere informatie

Aan de leden van de Gemeenteraad. Geachte leden van de Raad,

Aan de leden van de Gemeenteraad. Geachte leden van de Raad, Aan de leden van de Gemeenteraad contactpersoon : dr. T. Theunis Roosendaal : 26 oktober 2016 doorkiesnummer : 9203 ons kenmerk : onderwerp : Rubbergranulaat in kunstgras bijlage : 1. Brief van de minister

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april 2015 in het gemeentehuis te Uithuizen.

Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april 2015 in het gemeentehuis te Uithuizen. Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april in het gemeentehuis te Uithuizen. Aanwezig: Voorzitter Griffier mevrouw M. van Beek mevrouw H. Hoekstra

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM VIERDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM VIERDE VERGADERING GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM VIERDE VERGADERING Woensdag 28 april 2004, des namiddags om 19.00 uur. f paraaf VOORZITTER: waarnemend burgemeester D.W. de Cloe AANWEZIG: de dames: J.G.M. de Koning-van

Nadere informatie

Raadsvergadering d.d. 13 september 2011 agendapunt 15. Aan: De Gemeenteraad. Vries, 21 juni 2011

Raadsvergadering d.d. 13 september 2011 agendapunt 15. Aan: De Gemeenteraad. Vries, 21 juni 2011 Raadsvergadering d.d. 13 september 2011 agendapunt 15 Aan: De Gemeenteraad Vries, 21 juni 2011 Onderwerp: Verplaatsing agrarisch bedrijf familie Siegers en toepassing ruimte voor ruimte regeling Portefeuillehouder:

Nadere informatie

ill Gcmeente & Bergen op Zoom

ill Gcmeente & Bergen op Zoom Gcmeente & Bergen op Zoom ill Voorlegger Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Contactpersoon Contactpersoon Email Contactpersoon Telefoon Programmanaam en nummer Concept-kademota Besturingsmodel Regionale

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM

GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM RNO08-0019 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OP ZOOM Donderdag 30 oktober 2008, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M. de Koning-van

Nadere informatie

De gemeente heeft hoger beroep ingesteld. Zo nodig kan bij de Raad van State meteen worden gezegd wat u zelf precies van de aanvraag vindt.

De gemeente heeft hoger beroep ingesteld. Zo nodig kan bij de Raad van State meteen worden gezegd wat u zelf precies van de aanvraag vindt. Raadsvoorstel Inleiding:Ons college heeft op 15 december 2006 op bezwaar besloten een besluit tot bouwvergunning- en vrijstellingverlening te handhaven, voor een carport en veranda op het perceel Laagstraat

Nadere informatie

Portefeuillehouder Datum collegebesluit : 22 juni 2010 Corr. nr.:

Portefeuillehouder Datum collegebesluit : 22 juni 2010 Corr. nr.: Preadvies Portefeuillehouder : RvE Datum collegebesluit : 22 juni 2010 Corr. nr.: 2010005933 Onderwerp : Voorstel tot evaluatie van de Beleidsnotitie Bed and Breakfast Programma : 3. Cultuurbehoud, natuur

Nadere informatie

Afhankelijk van overzicht financiering Oude Hof, incl. de. gesprek relatie met de gelden voor het Bergen

Afhankelijk van overzicht financiering Oude Hof, incl. de. gesprek relatie met de gelden voor het Bergen Lijst van bestuurlijke toezeggingen Algemene Raadscommissie Volglijst per 17 januari 2013 bijgewerkt tot en met 12 februari 2013 Nummer Datum toezegging Toezegging of actie Portefeuillehouder Voorstel

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK

MEMORIE VAN TOELICHTING AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK MEMORIE VAN TOELICHTING AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK Registratienummer Datum raadsvergadering 2 april 2013 Datum B&W besluit 26 maart 2013 Portefeuillehouder P. Beerten Behandelend ambtenaar

Nadere informatie

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 11 mei 2010 om uur in de raadzaal

Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 11 mei 2010 om uur in de raadzaal Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Winsum op 11 mei 2010 om 19.30 uur in de raadzaal Voorzitter: M.A.P. Michels griffier: J. van der Meer Aanwezig: PvdA: J.W. Nanninga,

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Vaststellen van de 2 e herziening bestemmingsplan Amsterdamse Bos Woonschepen en de Woonschepenverordening

RAADSVOORSTEL. Vaststellen van de 2 e herziening bestemmingsplan Amsterdamse Bos Woonschepen en de Woonschepenverordening RAADSVOORSTEL Raadsvoorstel nr Portefeuillehouder wethouder P.A. Bot Datum B&W-besluit 28 april 2015 Voor de raadsvergadering van 3 juni 2015 Afdeling ROV Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

Nadere informatie

Gemeente J Bergen op Zoom

Gemeente J Bergen op Zoom Gemeente J Bergen op Zoom RVB06-0078 Onderwerp : Garantstelling in het kader van de ontwikkeling van de voormalige Roxy, gelegen aan de Grote Markt, tot "multifunctioneel danscentrum" door de heer Van

Nadere informatie

HOE WERKT DE GEMEENTE? Het beïnvloeden van beleid en besluitvorming

HOE WERKT DE GEMEENTE? Het beïnvloeden van beleid en besluitvorming HOE WERKT DE GEMEENTE? Het beïnvloeden van beleid en besluitvorming Beleidsvorming in de gemeente volgt redelijk vaste stappen. In dit document leest u welke stappen dat zijn. Daardoor kunt u op tijd bij

Nadere informatie

College. Verhinderd. Onderwerp. Agendapunt. 1. Opening De voorzitter opent om uur de vergadering.

College. Verhinderd. Onderwerp. Agendapunt. 1. Opening De voorzitter opent om uur de vergadering. CONCEPT BESLUITENLIJST BEHORENDE BIJ DE OPENBARE VERGADE- RING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE GULPEN-WITTEM, GEHOUDEN IN DE RAADZAAL VAN HET GEMEENTEHUIS TE GULPEN DATUM 23 juni 2016 AANWEZIG wnd. Voorzitter

Nadere informatie

Raadsvergadering. Bovendien wijzen wij u er op dat in deze kadernota nog geen rekening is gehouden met de implementatie van de strategische agenda.

Raadsvergadering. Bovendien wijzen wij u er op dat in deze kadernota nog geen rekening is gehouden met de implementatie van de strategische agenda. RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 30 juni 2016 16-049 Onderwerp Kadernota 2017-2020 Aan de raad, Onderwerp Kadernota 2017-2020. Gevraagde beslissing 1. De Kadernota 2017-2020 vast te stellen. Grondslag

Nadere informatie

G E M E E N T E R A A D V A N B E R G E N O P Z O O M VIERDE VERGADERING

G E M E E N T E R A A D V A N B E R G E N O P Z O O M VIERDE VERGADERING Donderdag 24 april 2003, des namiddags om 19.00 uur. G E M E E N T E R A A D V A N B E R G E N O P Z O O M VIERDE VERGADERING VOORZITTER: burgemeester de heer P.A.C.M. van der Velden AANWEZIG: de dames:

Nadere informatie

: het college van burgemeester en wethouders. : de leden van de gemeenteraad

: het college van burgemeester en wethouders. : de leden van de gemeenteraad Van Aan : het college van burgemeester en wethouders : de leden van de gemeenteraad Onderwerp : memorie van antwoord bij Wijziging juridische grondslagen Gemeenschappelijke Regeling WAVA en!go BV Raadsvoorstel

Nadere informatie

de Debatscan Gemeente Woerden Blijf scherp! Datum observatie: 30 juli 2014

de Debatscan Gemeente Woerden Blijf scherp! Datum observatie: 30 juli 2014 de Debatscan Datum observatie: 30 juli 2014 Observant: Marlise Huijzer Gemeente Woerden 1 Inhoudsopgave Introductie blz. 2 Observaties en verbeterpunten blz. 2 Conclusies en aanbevelingen blz. 5 Introductie

Nadere informatie

Voor het verlenen van medewerking is een vrijstelling op grond van artikel 19, lid 1, WRO vereist (ZPP).

Voor het verlenen van medewerking is een vrijstelling op grond van artikel 19, lid 1, WRO vereist (ZPP). RAADSVOORSTEL Onderwerp : Vrijstelling op grond van artikel 19, lid 1, WRO voor de bouw van een dienstwoning aan de Venbroekstraat te Nieuwkuijk door Van der Heijden Vastgoed B.V., Venbroekstraat 3 Nieuwkuijk.

Nadere informatie

OPINIERONDE 7 maart 2013. Casenr: 13.00148 Onderwerp: Aanbevelingen n.a.v. Raadsonderzoek Kafi en Rekenkamerrapport "Lage Zwaluwe West"

OPINIERONDE 7 maart 2013. Casenr: 13.00148 Onderwerp: Aanbevelingen n.a.v. Raadsonderzoek Kafi en Rekenkamerrapport Lage Zwaluwe West Aan de Raad Made, 29 januari 2013 OPINIERONDE 7 maart 2013 Agendapuntnummer: 6 Raadsvergadering 21 maart 2013 Registratienummer: 13int00406 Casenr: 13.00148 Onderwerp: Aanbevelingen n.a.v. Raadsonderzoek

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van Bergen op Zoom, gehouden op 18 september 2014, aanvang uur.

Besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van Bergen op Zoom, gehouden op 18 september 2014, aanvang uur. RAADSVERGADERING d d. 1 6 OKĨ. 2014 Gemeente eenre įj ñ Bergen op Zūom, g: Gemeente Bergen op Zo RBL14-0015 Reg datum 09/10/2014 GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de gemeenteraad van Bergen

Nadere informatie

Besluitenlijst vergadering college van B&W d.d. 22-05-2012

Besluitenlijst vergadering college van B&W d.d. 22-05-2012 Besluitenlijst vergadering college van B&W d.d. 22-05-2012 Registratienummer: 2012/7540 Aanwezig : Burgemeester L.C. Poppe-de Looff N Weth. M.H.M.R. de Hoon-Veelenturf (voorzitter) J Weth. W. van Hees

Nadere informatie

constaterende dat de Wet passend onderwijs scholen per 1 augustus 2014 een zorgplicht voor elke leerling oplegt;

constaterende dat de Wet passend onderwijs scholen per 1 augustus 2014 een zorgplicht voor elke leerling oplegt; Passend onderwijs Aan de orde is het VAO Passend onderwijs (AO d.d. 18/12). Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. Voorzitter. Wij hebben een interessante gedachtewisseling gehad in het algemeen

Nadere informatie

Gemeente f Bergen op Zoom

Gemeente f Bergen op Zoom Gemeente f Bergen op Zoom CBL07-0029 t Griffie Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Maatschappelijke dienstverlening & Cultuur gehouden op 19 juni. Aanwezig: Voorzitter: Leden: Namens het

Nadere informatie

REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A.

REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A. REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A. Vastgesteld op 12 december 2013 Inhoud Inleiding... 3 Artikel 1 - Status en inhoud van de regels...

Nadere informatie

Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel. Woensdag 27 juni 2007

Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel. Woensdag 27 juni 2007 Versie 4 Handleiding vergadering Provinciale Staten van Overijssel Woensdag 27 juni 2007 PROVINCIALS STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. Dat. ontv.: 0 4 JUL 2007 a.d. Routing Bijl.: WOENSDAG 27 juni 2007 aanvang:

Nadere informatie

Inleiding. Partijen. Inhoud overeenkomst

Inleiding. Partijen. Inhoud overeenkomst Notitie bij raadsvoorstel Bestuursovereenkomst tussen de provincie Noord-Brabant en de gemeenten in de provincie Noord-Brabant in het kader van de uitvoering van reconstructieen gebiedsplannen ex artikel

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN

GEMEENTERAAD VAN BERGEN RNO09-0001 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM Woensdag 17 december 2008, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van Aard, J.G.M. de Koning-van

Nadere informatie

Aan de commissie VROM

Aan de commissie VROM Made, 20 maart 2002 Commissievergadering d.d. 16 april 2002 Aan de commissie VROM Agendapunt: Onderwerp: Verzoeken om planschadevergoeding Toelichting: De verzoeken om planschadevergoeding zijn ingediend

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN ACHTSTE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN ACHTSTE VERGADERING GEMEENTERAAD VAN BERGEN ACHTSTE VERGADERING Donderdag 25 September 2008, des namiddags om 19.00 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman RNO08-0008 OP ZOOM 30 OKI 2008

Nadere informatie

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen.

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen. PER FALK COURIER Aan de gemeenteraad van Boxmeer Postbus 450 5830 AL BOXMEER Nijmegen, 25 oktober 2006 Ons kenmerk : 20041655 TL/cb Inzake : Boxmeer/Windenergie Doorkiesnummer : 024-382 83 94 Direct faxnummer:

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Middelen gehouden op 17 juli 2003.

Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Middelen gehouden op 17 juli 2003. GRIFFIE Besluitenlijst van de vergadering van de commissie Middelen gehouden op 17 juli 2003. Aanwezig: Voorzitter: Leden: Afwezig met kennisgeving: Adviseurs: Namens het college: Namens de griffie: Secretaris:

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Registratienummer raad 1063836 Datum: Behandeld door: Maaike Wever Afdeling/Team: Ruimtelijke Ontwikkeling / Beleid Onderwerp: Provinciaal Inpassingsplan N244: reactie in

Nadere informatie

REGLEMENT VAN ORDE 2. Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE

REGLEMENT VAN ORDE 2. Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE REGLEMENT VAN ORDE 2 HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN... 2 artikel 1: Toepassing van dit reglement 2 artikel 2: Definitiebepalingen 2 artikel 3: Handhaving van de orde 2 artikel 4: Amendementen

Nadere informatie

Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische

Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische volgorde van de behandeling van subsidieaanvragen bij de Trombosestichting Nederland. Artikel 1. Taak van

Nadere informatie

TWAALFDE VERGADERING

TWAALFDE VERGADERING RN006-0015 GEMEENTERAAD VAN BERGEN OPZOOM Donderdag 26 oktober 2006, des namiddags om 18.30 uur. VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman TWAALFDE VERGADERING AANWEZIG: de dames: A.J.A. Nuijten-van

Nadere informatie

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders en de griffier Datum : 26 januari 2015 Onderwerp : memorie van antwoord bij Nota geheimhouding,

Nadere informatie

Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân

Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân Reglement voor de vaste adviescommissies van Wetterskip Fryslân Algemeen Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: a. algemeen bestuur : het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân b. dagelijks

Nadere informatie

Verslag Agendacommissie 19 juli 2016

Verslag Agendacommissie 19 juli 2016 Verslag Agendacommissie 19 juli 2016 Aanwezig: W. Buijs Glaudemans (voorzitter), B van de Burgt, I. van Dinther, J. van Orsouw, H. Renders, M. Zondag (i.p.v. H. Smits), D. Warris, H. Wijnstekers, J. Zoll,

Nadere informatie

1. Vaststelling agenda Op verzoek van de IPV-fractie wordt de motie Containerruil als agendapunt 13 aan de agenda toegevoegd.

1. Vaststelling agenda Op verzoek van de IPV-fractie wordt de motie Containerruil als agendapunt 13 aan de agenda toegevoegd. RAADSVERGADERING Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Brummen op donderdag 28 januari 2010 om 20.00 uur in het gemeentehuis van Brummen AGENDA 0. Opening en mededelingen

Nadere informatie

GEMEENTERAAD VAN BERGEN JOJP-ZO VEERTIENDE VERGADERING

GEMEENTERAAD VAN BERGEN JOJP-ZO VEERTIENDE VERGADERING RN006-0001 GEMEENTERAAD VAN BERGEN JOJP-ZO VEERTIENDE VERGADERING Woensdag 21 december 2005, des namiddags om 19.00 uur. \ VOORZITTER: burgemeester drs. J.M.M. Polman \ AANWEZIG: de dames: J.G.M, de Koning-van

Nadere informatie

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden

14R.00426. RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426. Gemeente Woerden RAADSINFORMATIEBRIEF met beantwoording artikel 40 vragen 14R.00426 ^ 3 gemeente WOERDEN Van: college van burgemeester en wethouders Datum : 7 oktober 2014 Portefeuillehouder(s) : wethouder Koster Portefeuille(s)

Nadere informatie

Raadsvoorstel Registratienummer: Portefeuillehouder: J. Boskeljon

Raadsvoorstel Registratienummer: Portefeuillehouder: J. Boskeljon gemeente Den Helder Raadsvoorstel Registratienummer: Portefeuillehouder: J. Boskeljon Van afdeling: Griffie Ter inzage gelegde stukken / bijlagen: Behandelend ambtenaar: R. De Jonge Rapport van de Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Verslag van de vergadering van het presidium op dinsdag 19 maart 2002.

Verslag van de vergadering van het presidium op dinsdag 19 maart 2002. Verslag van de vergadering van het presidium op dinsdag 19 maart 2002. Aanwezig: De heren De Hart, Van Helvoort, Van den Hoven, Kamps, Van Mierlo, Nieuwkerk, Van Spaandonk en Verboven. Verder aanwezig:

Nadere informatie

Samenvatting: Inleiding: Afweging: Advies:

Samenvatting: Inleiding: Afweging: Advies: Raad Onderwerp: V200900446 aanvraag van verklaring van geen bezwaar voor het verlenen van een vrijstelling ex artikel 19 lid 1 WRO voor een gasopslag annex bedrijfsverzamelcomplex aan de Bosscheweg 67

Nadere informatie

Nr. Voorstel Onderwerp Actie

Nr. Voorstel Onderwerp Actie Aan: de fractievoorzitters, collegeleden en sectordirecteuren Van: de raadsgriffier Datum: 28 mei 2008 I.a.a.: Concernstaf, Communicatie, R. ter Braak, website-beheer, infranet-beheer, raadsgriffier en

Nadere informatie

Raadsvoorstel Registratienr: [ 38024] Onderwerp Conceptbegroting Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

Raadsvoorstel Registratienr: [ 38024] Onderwerp Conceptbegroting Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant Agendapuntnummer: Aantal bijlagen: -- Onderwerp Conceptbegroting Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant Voorgesteld besluit 1. Aan het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke

Nadere informatie

De Gemeenteraad van Wijchen

De Gemeenteraad van Wijchen De Gemeenteraad van Wijchen Besluitenlijst van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van Wijchen gehouden op 30 juni 2016 1. Vaststellen notulen van de vergadering van 12 mei 2016, voorgezet

Nadere informatie

Aan de Raad. Raadsvergadering d.d. 3 oktober 2002. Made, 27 september 2002. Agendapunt: 7. Ontwikkeling bedrijventerrein t Spijck fase II.

Aan de Raad. Raadsvergadering d.d. 3 oktober 2002. Made, 27 september 2002. Agendapunt: 7. Ontwikkeling bedrijventerrein t Spijck fase II. Aan de Raad. Raadsvergadering d.d. 3 oktober 2002 Made, 27 september 2002 Agendapunt: 7 Onderwerp: Ontwikkeling bedrijventerrein t Spijck fase II. Voorstel: 1. Instemmen met de algemene uitgifte voorwaarden

Nadere informatie

Gemeente f} Eergen op Zoom

Gemeente f} Eergen op Zoom O^fr- Gemeente f} Eergen op Zoom 6 uan. /UUb Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Programmanaam en nummer : Kredietaanvraag ten behoeve van verwerving woonperceel aan de Steenbergseweg 6 te Lepelstraat

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Voorstel:

Raadsvoorstel. Voorstel: Raadsvoorstel Vergadering : 29 september 2005 Nummer : Raad 2005/087 Datum voorstel : 31 augustus 2005 Primaathouder Onderwerp : Jack t Lam 078 69 21 318 jack.t.lam@alblasserdam.nl : Waard norm Voorstel:

Nadere informatie

Aanbesteding accountant

Aanbesteding accountant Aan de commissie: Datum vergadering: Agendapunt : Raadsvergadering 4 maart 2004 Aan de Raad Agendapunt 15 Made, 17 februari 2004 Onderwerp Voorstel Financiële gevolgen Aanbesteding accountant In te stemmen

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Betreft openbare vergadering van 15 januari 2013, locatie commissiekamer, aanvang 18.45 uur, einde 19.15 uur.

gemeente Eindhoven Betreft openbare vergadering van 15 januari 2013, locatie commissiekamer, aanvang 18.45 uur, einde 19.15 uur. gemeente Eindhoven Griffie gemeenteraad Commissiesecretariaat Behandeld door J.Verheugt Telefoon (040) 238 2103 Verzenddatum 27 februari 2013 Verslag commissie Maatschappij en Cultuur (cie MC) Betreft

Nadere informatie

Namens de gemeente Wethouder Johan Lalieu (vz) Karin Peeters (accountmanager Bedrijven; verslag)

Namens de gemeente Wethouder Johan Lalieu (vz) Karin Peeters (accountmanager Bedrijven; verslag) Verslag Betreft: Het Horecaoverleg Gemeente Maasgouw Van: Karin Peeters Onderwerp: Vergadering dd. 14 oktober 2015 Aanwezig: Namens bestuur Koninklijke Horeca Maasgouw: René Broen Luc van Engelen Nicole

Nadere informatie

Notitie functioneringsgesprekken

Notitie functioneringsgesprekken Notitie functioneringsgesprekken In de handreiking voor functioneringsgesprekken met burgemeesters, enkele jaren terug opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, wordt

Nadere informatie

Gemeente in Eergen op Zoom

Gemeente in Eergen op Zoom RVB06-0099 ü^f- Gemeente in Eergen op Zoom gewijzigd exemplaar Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Programmanaam en nummer : Trouwen op Locatie : SMD/06/22 28 september 2006 : Publieksdiensten; 4

Nadere informatie

Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken.

Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken. Raad VOORBLAD Onderwerp IJsbaan Ruurlo Agendering Commissie Bestuurlijk Domein Gemeenteraad Commissie Ruimtelijk Domein Lijst ingekomen stukken Commissie Sociaal en Economisch Domein Informerende Commissie

Nadere informatie

GEMEENTE REIMERSWAAL. Vastgesteld : 20 december 2016 Agendapunt : 4 Poststuk :

GEMEENTE REIMERSWAAL. Vastgesteld : 20 december 2016 Agendapunt : 4 Poststuk : Afsprakenlijst opinieraad GEMEENTE REIMERSWAAL Vastgesteld : 20 december 2016 Agendapunt : 4 Poststuk : 16.028114 Onderwerp Overzicht van conclusies en handelingen in de vergadering van de opinieraad van

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering van : 14 februari 2012 Agendanummer : 10 Portefeuillehouder : -- Afdeling : Rekenkamer Castricum/Langedijk Opsteller : Voorstel aan de raad Onderwerp Programma : Rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 898 Vragen van het lid

Nadere informatie

De Raad 29-11-2005 Aanvang: 18:00

De Raad 29-11-2005 Aanvang: 18:00 De Raad 29-11-2005 Aanvang: 18:00 Tijd Raadzaal 1.02 Molendijkzaal 0.01 B&W-kamer 1.25 Extra locatie 18:00 Tijd. voorbereidend intern overleg Projectgroep Veilig op Straat (VOS); presentatie Hotspots Herbouwvarianten

Nadere informatie

Raadsvoorstel agendapunt

Raadsvoorstel agendapunt Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein Raadsstuknummer : 2013/11979 Datum : 3 juni 2013 Programma : Economie, Werk en Inkomen Blad : 1 van 6 Cluster : Samenleving Portefeuillehouder

Nadere informatie

Verzoek om medewerking bij opheffing Stichting GMK en wijziging Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West Brabant

Verzoek om medewerking bij opheffing Stichting GMK en wijziging Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West Brabant Aan de Raad Made, 9 oktober 2006 Raadsvergadering: 14 december 2006 Nummer raadsnota: 13 Onderwerp: Verzoek om medewerking bij opheffing Stichting GMK en wijziging Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio

Nadere informatie

Openbaar lichaam PlusTeam. Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur

Openbaar lichaam PlusTeam. Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur Openbaar lichaam Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur Het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam ; Gelet op artikel 6 derde lid van de Gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam ; Gelet op

Nadere informatie

*'"'''"' ^ llllllllllllllllllllllllllllll Datum 21 december 2011 Documentnummer llllllllllllllllllllllllllllll

*''''' ^ llllllllllllllllllllllllllllll Datum 21 december 2011 Documentnummer llllllllllllllllllllllllllllll 5 gemeente putten Raadsvergadering 12 januari 2012 Zaaknummer 234105 *'"'''"' ^ llllllllllllllllllllllllllllll Datum 21 december 2011 Documentnummer llllllllllllllllllllllllllllll Het doorde fractie van

Nadere informatie

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar primair en speciaal onderwijs.

Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar primair en speciaal onderwijs. Gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar primair en speciaal onderwijs. De raden van de gemeenten Bodegraven, Gouda, Reeuwijk, Waddinxveen en Woerden voor zover zij voor de eigen gemeente

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Visie en doelstellingen op huishoudelijk afval 2016-2020. Aan de raad,

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Visie en doelstellingen op huishoudelijk afval 2016-2020. Aan de raad, RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 17-12-2015 15-089 Onderwerp Visie en doelstellingen op huishoudelijk afval 2016-2020 Aan de raad, Onderwerp Visie en doelstellingen op huishoudelijk afval 2016-2020

Nadere informatie

2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST

2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST 2: vergaderen Als je lid bent van een studentenraad, vergader je vaak. Je hebt vergaderen met de studentenraad, maar ook vergaderingen met het College van Bestuur en de Ondernemingsraad (OR). Gemiddeld

Nadere informatie