Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: stand van zaken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: stand van zaken"

Transcriptie

1

2 Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: stand van zaken Overzicht van determinanten, interventies en meetinstrumenten vanuit verschillende perspectieven Auteurs: Sandra Brouwer 1, Annet de Lange 2, Sijrike van der Mei 1, Marjolein Wessels 2, Wendy Koolhaas 1, Ute Bültmann 1, Beatrice van der Heijden 3, Jac van der Klink 1 1. Universitair Medisch Centrum Groningen, Gezondheidswetenschappen, Sociale Geneeskunde, Groningen 2. Radboud Universiteit Nijmegen, Behavioural Science Institute, Arbeids- en Organisatiepsychologie, Nijmegen 3. Radboud Universiteit Nijmegen, Institute for Management Research, Open Universiteit Nederland, Universiteit Twente Met dank aan: Ineke Bakker, Truus van Ittersum, Hannah Untiedt-Lennarz, Lucy Wang, Irene Haverkort en Haitze de Vries Colofon Titel: Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: stand van zaken. Overzicht van determinanten, interventies en meetinstrumenten vanuit verschillende perspectieven ISBN: Financiering: Uitgave: Stichting Instituut Gak Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen Adres: Postbus AD Groningen Telefoon: Datum: Februari 2012

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Doelstelling van het onderzoek Achtergrond en maatschappelijke context Duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Werkwijze Leeswijzer 7 2. Methoden Expertmeeting Veldraadpleging Literatuuronderzoek grijze literatuur Literatuuronderzoek wetenschappelijke literatuur Verdiepende studies Determinanten van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Inleiding Samenvatting Resultaten expertmeeting Resultaten veldraadpleging Determinanten van duurzame inzetbaarheid in de grijze literatuur Determinanten van inzetbaarheid, arbeidsparticipatie, productiviteit en werkvermogen Determinanten van verzuim, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid Determinanten van pensionering, doorwerken na pensionering (willen en kunnen) en herintreding Kwaliteit grijze literatuur Determinanten van duurzame inzetbaarheid in de wetenschappelijke literatuur Determinanten van werkvermogen Determinanten van werkprestatie Determinanten van (vervroegde) pensionering Determinanten van doorwerken na pensionering Kwaliteit wetenschappelijke literatuur Conclusie Interventies ter bevordering van duurzame inzetbaarheid Inleiding Samenvatting Resultaten expertmeeting Resultaten veldraadpleging Werknemersniveau Werkgeversniveau Macro-economisch niveau Interventies beschreven in de grijze literatuur Werknemersniveau Werkgeversniveau Macro-economisch niveau (Kosten)effectiviteit 106

4 Kwaliteit grijze literatuur Interventies beschreven in de wetenschappelijke literatuur Kwaliteit wetenschappelijke literatuur Conclusie Meetinstrumenten van duurzame inzetbaarheid Inleiding Samenvatting Resultaten expertmeeting Resultaten veldraadpleging Meetinstrumenten beschreven in de grijze literatuur Werknemersniveau Werkgeversniveau Meetinstrumenten beschreven in de wetenschappelijke literatuur Conclusie Kennisleemten Inleiding Algemene kennisleemten Kennisleemten met betrekking tot determinanten van duurzame inzetbaarheid Kennisleemten met betrekking tot interventies van duurzame inzetbaarheid Kennisleemten met betrekking tot meetinstrumenten van duurzame inzetbaarheid Samenvattende conclusies en aanbevelingen Inleiding Samenvattende conclusies Samenvattende conclusie conceptualisatie en definiëring van duurzame inzetbaarheid Samenvattende conclusie determinanten Samenvattende conclusie interventies Samenvattende conclusie meetinstrumenten Reikwijdte van het onderzoek Aanbevelingen Aanbevelingen bij algemene kennisleemten Aanbevelingen bij determinanten Aanbevelingen bij interventies Aanbevelingen bij meetinstrumenten Tot slot 152 Addendum Verdiepende studies Inleiding Samenvatting Verdiepende studie Gezond werkend ouder worden Verdiepende studie Van ik stop naar ik ga door 164 Bijlagen 172 Bijlage 1 Verslag expertmeeting 172 Bijlage 2 Verslag veldraadpleging 182

5 1 Inleiding De Stichting Instituut Gak heeft het initiatief genomen en de financiering verstrekt voor het onderzoek Werken door oudere werknemers. Het valt binnen de doelstelling van Stichting Instituut Gak dat zij een bijdrage wil leveren aan de kwaliteit van de sociale zekerheid in Nederland door financiële ondersteuning van onder andere onderzoek. Het feit dat de bevolking vergrijst en ontgroent legt een druk op de sociale zekerheid. Eén van de gevolgen is dat werknemers langer zullen moeten doorwerken. Omdat de afgelopen decennia werknemers massaal gebruik konden maken van regelingen van vervroegd uittreden, is er weinig kennis van en ervaring met de duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Aandachtspunt daarbij is dat door de mogelijkheden van uittreden, een sterke selectie is opgetreden van gezonde oudere werknemers die in het arbeidsproces blijven, het healthy worker effect. Daardoor is niet alleen weinig ervaring opgedaan met oudere werknemers, maar meer specifiek ook weinig ervaring met werknemers met chronische klachten en aandoeningen. Uit nationaal onderzoek (Koolhaas e.a., 2011; TNO, 2007) en internationaal onderzoek (Ilmarinen, 2005; Kessler e.a., 2001; Lerner e.a., 2005) is gebleken dat met de toename van de leeftijd ook de aanwezigheid van chronische gezondheidsproblematiek (aandoeningen met een duur van > 3 maanden) stijgt, met gevolgen voor de duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer. De stijgende levensverwachting, die mede als argument wordt aangedragen voor verhoging van de pensioenleeftijd, geldt voor de levensverwachting tot sterven. De gezonde levensverwachting het aantal gezonde jaren is echter nauwelijks gestegen en is bovendien zeer scheef verdeeld ten koste van lager opgeleiden. Duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer is dus terecht een belangrijk aandachtspunt. 1.1 Doelstelling van het onderzoek Doel van het onderhavige onderzoek is het maken van een overzicht van de huidige stand van zaken van onderzoek en best practices op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Het onderzoek richt zich op het in kaart brengen van onderliggende determinanten van het langer door kunnen werken bij oudere werknemers, maar ook op de overwegingen van werkgevers ten aanzien van het in dienst houden van deze doelgroep. Daarnaast richt het onderzoek zich op maatregelen en interventies om de inzetbaarheid van oudere werknemers te vergroten, en op meetinstrumenten waarmee duurzame inzetbaarheid in kaart kan worden gebracht. Er wordt zowel vanuit het perspectief van de werknemers als van de werkgever gekeken en vanuit zowel de sociaal geneeskundige, de arbeidspsychologische, de juridische als vanuit de bedrijfskundige invalshoek informatie verzameld. Het project richt zich op drie kennisonderdelen: determinanten, interventies en meetinstrumenten (zie schema 1): Schema 1 De drie onderdelen van het onderzoek Model en definitie van duurzame inzetbaarheid Determinanten Interventies Meetinstrumenten Uitkomst Focus (individu en context) Beïnvloedbaarheid Aard en doel (groepen) Focus (individu en context) Effect/generaliseerbaarheid Gemeten aspecten van duurzame inzetbaarheid Psychometrische eigenschappen Bruikbaarheid Duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie oudere werknemers 2

6 1.2 Achtergrond en maatschappelijke context Dit onderzoek moet worden gezien tegen de maatschappelijke achtergrond dat werknemers steeds langer zullen moeten doorwerken. Daarbij moet worden aangemerkt dat in de afgelopen decennia veel werknemers gebruik konden maken van regelingen voor vervroegd uittreden. In historisch perspectief is vervroegde uittreding een recent verschijnsel. Tot begin jaren 70 van de vorige eeuw was het gebruikelijk dat werknemers (voor het overgrote deel mannen) tot hun 65 e levensjaar doorwerkten en daarna met pensioen gingen (De Lange e.a., 2011). Vanwege de hoge (jeugd)werkloosheid, die het gevolg was van de toenmalige recessie, werden destijds VUTregelingen (VUT is een afkorting van Vervroegde UitTreding) ingesteld die het financieel zeer aantrekkelijk maakten om ruim voor de pensioengerechtigde leeftijd te stoppen met werken. De VUT-regelingen kenden een omslagstelsel, waarbij de werkenden de premies betaalden voor de vutters. Bovendien stroomden in de jaren 70 tot 90 van de vorige eeuw veel 55-plussers in de WAO (Wet ArbeidsOngeschiktheidsverzekering). Vanaf het midden van de jaren 90 werden de VUT-regelingen omgezet in prepensioenregelingen, waarbij werknemers zelf voor hun prepensioen spaarden. In het afgelopen decennium zijn deze fiscaal gunstige regelingen voor vervroegde uittreding steeds verder versoberd en afgebouwd (De Lange e.a., 2011). Dit mondde uit in de invoering van de Wet VUT Prepensioen en Levensloop (VPL) in 2006, die als uitgangspunt had dat de werknemer pas op 65-jarige leeftijd stopt met werken en waarbij alle fiscale faciliteiten om te stoppen voor deze leeftijd werden afgeschaft (Henkens e.a., 2009). De wet- en regelgeving verschoof dus steeds meer van het stimuleren van vervroegd met pensioen gaan naar langer doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Dit was echter geen continu proces. In 2005 introduceerde Minister Remkes (BZK) geheel tegen het officiële beleid van langer doorwerken in bijvoorbeeld nog de zogenaamde Remkes-regeling, die vervroegde uittreding van rijksambtenaren vergemakkelijkte om jongere werknemers bij het vergrijzende personeelsbestand van de overheid te kunnen vasthouden. Deze wettelijke regelingen hebben hun weerslag gehad op de wensen en het gedrag van ouderen ten opzichte van pensionering (De Lange e.a., 2011; Schalk, 2005). De noodzaak tot beleidsaanpassingen is echter aangescherpt door de economische gevolgen van de vergrijzing van de babyboomgeneratie (cohort geboren tussen ) en de ontgroening van de arbeidspopulatie. Om verlies van waardevolle kennis en ervaring door de uittreding van dit cohort ouderen tegen te gaan, en om productiekracht te behouden, worden werknemers gestimuleerd om langer door te werken en ontmoedigd om voortijdig uit te treden. Recente kabinetsvoorstellen hebben tot doel de mogelijkheden voor vervroegd pensioen in te perken, dan wel om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Ook is de toegang voor compensatie op grond van arbeidsongeschiktheid onder de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) beperkter dan onder de WAO. Deze ontwikkelingen zullen tot gevolg hebben dat oudere werknemers een steeds dominantere plek op de arbeidsmarkt gaan innemen en langer gemotiveerd aan het werk moeten blijven (Cuelenaere e.a., 2009; De Lange e.a., 2010a, 2010b; Groothoff e.a., 2009; Ilmarinen, 2001; Van der Heijden e.a., 2009). Tevens worden werkgevers geprikkeld werknemers langer in dienst te houden en ouderen aan te nemen. Cijfers met betrekking tot arbeidsparticipatie van ouderen In Nederland bestaan diverse statistieken en representatieve onderzoeken die een beeld geven van de arbeidsparticipatie van ouderen. Deze statistieken geven een duidelijke toename in grijze druk op de arbeidsmarkt weer (het aantal 65-plussers als percentage van de bevolking jaar; CBS, 2010). In 2008 is 15% van de Nederlanders 65 jaar of ouder, terwijl in 2040 dit aantal gestegen zal zijn tot 27% (CBS, 2010). Met betrekking tot de beroepsbevolking geeft het CBS nationale statistieken weer die de ontwikkelingen in de arbeidsparticipatie van ouderen weergeven (CBS, 2010). Meer specifiek is de netto-arbeidsparticipatie van personen van 50 tot 65 jaar geleidelijk gestegen van 40% in 1996 tot 57% in 2009 (Otten e.a., 2010). Daarbij zijn er aanzienlijke verschillen tussen mannen en vrouwen, waarbij mannen een hogere arbeidsparticipatie hebben dan vrouwen. De verwachting is echter dat dit verschil in de toekomst kleiner wordt en dat de stijging in de arbeidsparticipatie vooral bij vrouwen zal doorzetten. Bij vrouwen stijgt de arbeidsparticipatie namelijk over de jaren in de leeftijdscohorten (bijvoorbeeld jarige vrouwen in 2010 hebben een hogere arbeidsparticipatiegraad dan jarige vrouwen in 2000). Dit is niet het geval bij mannen (De Lange e.a., 2011). De gemiddelde pensioenleeftijd, dat wil zeggen de gemiddelde leeftijd waarop werknemers feitelijk met pensioen gaan, was 62 jaar in 2007 (CBS, 2011); circa 80% van de werknemers die met pensioen gaat doet dit vóór hun 65 e levensjaar. Deze cijfers vertellen echter niet het volledige verhaal. Van de 55-plussers die in de periode 3

7 2000 tot 2007 stopten met werken, ging circa 60% met pensioen. De overige werknemers stopte met werken via een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering (25%) of zonder dat zij recht hadden op een uitkering (15%; Otten e.a., 2010). Deze alternatieve uittredingsroutes vinden doorgaans op jongere leeftijd plaats dan uittrede naar pensioen. Mogelijkheden om met pensioen te gaan worden groter met toenemende leeftijd. Voor jongere 55-plussers zijn de mogelijkheden om met pensioen te gaan gering, en zij kunnen daarom alleen maar gebruik maken van andere uittredingsmogelijkheden. Leeftijd in relatie tot duurzame inzetbaarheid De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan zowel wetenschappelijk als beleidsmatig van aard naar verbanden tussen leeftijd enerzijds en duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie anderzijds (Alavinia e.a., 2007; Burdorf e.a., 2008; De Lange e.a., 2010a; Kooij e.a., 2008; Koolhaas e.a., 2009; Nauta e.a., 2004; Nauta e.a., 2010; Peeters e.a., 2005; Schalk e.a., 2010; Van Dalen & Henkens, 2003; Van der Lippe e.a., 2007; Von Bonsdorff e.a., 2009). Kooij en collega s (2008) voerden een systematische review uit naar de verschillende operationalisaties van ouder worden op het werk in relatie tot de motivatie om langer door te werken. Hieruit kwam naar voren dat er vooral negatieve verbanden werden gevonden tussen de leeftijdsgerelateerde processen en de motivatie om langer door te werken. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voerde ECORYS in 2009 (Cuelenaere e.a., 2009) een onderzoek uit naar goede praktijken van duurzame inzetbaarheid van werknemers, waarin een selectie van goede voorbeelden van organisaties met leeftijdsbewustbeleid is beschreven vanuit drie invalshoeken, te weten loopbaanbeleid, arbeidsomstandighedenbeleid, inclusief gezondheidsbeleid, en arbeidsvoorwaardenbeleid. Burdorf en collega s (2008) verrichtten een systematisch onderzoek naar de positieve en negatieve invloed van arbeidsomstandigheden, individuele factoren en gezondheid op de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Daarnaast keken ze naar de effecten op duurzame inzetbaarheid van interventies op deze aspecten. Deze overzichtsstudies zullen in dit rapport worden gebruikt. Gebrek aan inzicht in hoe duurzame inzetbaarheid bereikt kan worden Duurzame inzetbaarheid van werknemers is een breed gedragen doel, waarin veel wordt geïnvesteerd en waarnaar in toenemende mate onderzoek wordt gedaan. Desondanks lukt het maar zeer beperkt dit doel te realiseren. Dit heeft te maken met het ontbreken van een overzicht en van afstemming, waardoor initiatieven die genomen worden vanuit specifieke invalshoeken, zoals de sociaalgeneeskundige, de arbeidspsychologische, de bedrijfskundige en de juridische disciplines aanlopen tegen beperkingen die buiten het eigen blikveld liggen. Een dergelijk overzicht van de relevante onderzoeken vanuit de genoemde perspectieven, zou inzicht geven in de bestaande body of knowledge en daarmee ook in de leemten daarin. Door het ontbreken hiervan is niet voldoende duidelijk welke informatie beschikbaar is en in hoeverre resultaten van verschillende studies elkaar versterken dan wel tegenspreken. Bovendien is tot op heden niet goed duidelijk op welke gebieden zich nog kennisleemten bevinden ten aanzien van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Er is nog weinig inzicht in het relatieve belang van determinanten van verminderde arbeidsparticipatie; ook is weinig bekend over de effecten van maatregelen en interventies ter bevordering van het functioneren op de werkvloer van de oudere werknemer en welke interventies kunnen voorkomen dat ouderen het arbeidsproces verlaten. Vooral een brede benadering, waarin alle hierboven genoemde perspectieven worden meegenomen, zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een structurele verbetering van de arbeidsparticipatie door ouderen. Attitudes van werknemers ten aanzien van doorwerken De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is een representatief onderzoek van TNO en CBS onder circa werknemers in Nederland die sinds 2005 jaarlijks plaatsvindt (Koppes e.a., 2011). Uit dit onderzoek blijkt dat werknemers in toenemende mate aangeven dat zij willen en kunnen doorwerken tot hun 65 e jaar. Dit is weergegeven in Figuur 1 voor werknemers van 45 tot en met 64 jaar. Sinds 2008 is eveneens gevraagd of werknemers na hun 65 e levensjaar willen blijven doorwerken. Dit geldt voor een kleine minderheid van de werknemers van 45 tot en met 64 jaar (15% in 2010). 4

8 Vergelijkbare resultaten zijn te zien in het grootschalig longitudinaal onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Van de 1687 oudere werknemers (van jaar) werkzaam bij Rijksoverheid en enkele bedrijven in Nederland gaf in % van het cohort geboren tussen 1941 en 1951 aan van plan te zijn om te stoppen met werken voor het 65 e levensjaar. In 2007 bleek dit percentage gedaald te zijn naar 66%. Wat betreft wensen om langer door te werken, rapporteerde in % van de ouderen niet te willen werken na het 65 e levensjaar; in 2007 was dit percentage 78%. Slechts 6% van dit cohort gaf in 2007 aan zeker te willen doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd. Uit de onderzoeken van het NIDI kwam verder naar voren dat de wensen en planning van pensionering een redelijk hoge voorspellende waarde hadden voor het daadwerkelijk pensioneringsgedrag, maar dat de echte stopleeftijd gemiddeld 1,7 jaar eerder is dan de geplande stopleeftijd. Verder bleken hoger opgeleide werknemers meer interesse te hebben voor langer doorwerken dan de lager opgeleide werknemers (Henkens e.a., 2009a, 2009b). 60% Werknemers van jaar 50% 40% 30% 20% 10% 0% Wilt u tot uw 65e werkzaam blijven? (%ja) Denkt u in staat te zijn uw huidige werk tot uw 65e voort te zetten? (%ja) Figuur 1 Willen en kunnen doorwerken tot het 65 e levensjaar voor werknemers van 45 tot en met 64 jaar (Bron: TNO/CBS: NEA; De Lange e.a., 2011; Ybema e.a., 2009). Kort samengevat geven de statistieken weer dat de overgrote meerderheid van de werknemers eerder stopt met werken dan de officiële pensioengerechtigde leeftijd en dat veel oudere werknemers aangeven dat zij niet tot hun 65 e of daarna willen of kunnen doorwerken. Hierdoor is het onderwerp duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers een belangrijk maatschappelijk vraagstuk geworden, temeer omdat de pensioengrens de komende decennia wordt verhoogd. 1.3 Duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Uit het brede palet aan onderzoeken en onderzoeksthema s kan de conclusie worden getrokken dat duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers een multifactorieel bepaald begrip is, waarbij zowel variabelen op het niveau van het individu, het niveau van het werk als op het niveau van de werkomgeving in beschouwing genomen moeten worden (Hidding e.a., 2004; Nauta e.a., 2004). Uiteraard spelen ook de politiek-maatschappelijke ontwikkelingen, (wijzigingen in) het sociale stelsel en het publieke debat een rol. Kennis op het gebied van participatie van de oudere werknemer als ook het beleid gericht op duurzame inzetbaarheid binnen organisaties, dient bij te dragen aan het treffen van maatregelen om een werkomgeving te creëren waarin de werknemer tot op hoge leeftijd gezond en gemotiveerd, in interactie met de werkomgeving, kan participeren. Wat betreft de status quo van onderzoek komt het beeld naar voren dat het gefragmenteerd is uitgevoerd en zich heeft gericht op een veelheid aan determinanten, dat een breed spectrum aan operationalisaties is gebruikt, gericht op veel 5

9 uitkomsten om duurzame inzetbaarheid in kaart te brengen en dat, voor zover er interventies zijn ontwikkeld, deze zijn gericht op deelaspecten van duurzame inzetbaarheid. Wel zien we een verschuiving in de uitkomstmaten van determinantenonderzoek van negatieve participatieindicatoren zoals verzuim en arbeidsongeschiktheid naar positieve indicatoren zoals participatie en functioneren. Een parallelle ontwikkeling in de afgelopen jaren is dat de traditionele opvatting dat pensionering het eindpunt van het werkende leven is, met een abrupte overgang van een werkend naar een niet werkend bestaan, verschuift naar de visie dat pensionering een langer lopend proces is waarin oudere werknemers zich geleidelijk uit het arbeidsleven terugtrekken. Na uittreding kunnen mensen zelfs weer nieuwe activiteiten op de arbeidsmarkt ondernemen (Henkens, 2011; Shultz & Wang, 2011). Het proces van (vroege) pensionering kenmerkt zich door een aantal beslismomenten, zoals het besluit om de werkgever te verlaten, al dan niet als gepensioneerde een doorstart te maken en vervolgens een keuze te maken in welke functie of bedrijfssector deze bridge employment zal moeten plaatsvinden (Feldman, 1994). Kenmerkend aan deze moderne opvatting is dat mensen ondanks hun pensionering de optie hebben om door te werken. Er is dus sprake van vervagende grenzen waarbij zich nieuwe kansen voordoen maar ook onzekerheden. Het daadwerkelijk doorwerken kan opgevat worden als een uiting van succesvolle duurzame inzetbaarheid. In dit verband speelt ook de publieke opvatting over doorwerken tot en na de leeftijd van 65 jaar een rol. Het Zwitserleven gevoel dat het leven pas echt begint na de pensionering, zal plaats moeten maken voor het besef dat langer doorwerken belangrijk en noodzakelijk is en dat naar vormen moet worden gezocht dat doorwerken ook kan bijdragen aan ambities en doelen die ouderen in het leven hebben. Definitie duurzame inzetbaarheid Om structuur te brengen in de in de literatuur doorklinkende uiteenlopende opvattingen over duurzame inzetbaarheid en om een uitgangspunt te hebben voor het literatuuronderzoek, is gekozen voor de definitie van het begrip Duurzame inzetbaarheid die in 2010 in opdracht van ZonMW is opgesteld (Van der Klink e.a., 2010): Duurzame inzetbaarheid betekent dat werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren. Dit impliceert een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de attitude en motivatie om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten. Naast deze definitie van duurzame inzetbaarheid, die leidend is geweest voor het literatuuronderzoek, is aangesloten bij de onderstaande definitie van ouder worden op het werk om de uitkomsten van het literatuuronderzoek te ordenen en kennisleemten te benoemen. Ouder worden op het werk zal worden gedefinieerd als: Psychologische, lichamelijke, sociale en maatschappelijke veranderingen over de tijd. Definitie oudere werknemer Voor een nadere toelichting van bovenstaande definitie is meer informatie nodig over de conceptualisatie van ouder worden of leeftijd op het werk. Het begrip leeftijd verwijst volgens De Lange en collega s (2006) naar een proces dat meerdere soorten veranderingen in iemands leven omvat, waaronder (neuro-)biologische, psychologische en sociale processen (De Lange e.a., 2006; Kanfer e.a., 2004; Sterns e.a., 1995). Er worden verschillende soorten leeftijden onderscheiden om deze veranderingen nader in kaart te kunnen brengen, te weten chronologische leeftijd, organisatie leeftijd, leefsituatie leeftijd, psychosociale leeftijd en functionele leeftijd. Naast chronologische leeftijd verwijst meer specifiek iemands organisatieleeftijd naar hoe goed de werkprestaties en competenties van de werknemer op dat moment zijn, en naar het aantal jaren dat een werknemer in een bepaalde organisatie en functie werkzaam is. Voor vele zogenoemde kennisberoepen hebben fysieke competenties niet of nauwelijks invloed op iemands werkprestaties (want ze doen geen beroep op fysieke kracht), maar voor zwaar en fysiek werk kan organisatieleeftijd wel van invloed zijn (Lund e.a., 2006; Nauta e.a., 6

10 2010). De Lange en collega s (2006) wijzen in deze context vooral op het belang van veranderbereidheid en inzetbaarheid van werknemers, en concluderen op basis van onderzoek dat deze competenties afnemen met de leeftijd (Ilmarinen, 2005; Maurer e.a., 2003). Mensen veranderen niet alleen in hun werk maar ook in hun privéleven en ook in de maatschappij doen zich continu veranderingen voor. Werknemers kunnen gaan samenwonen, trouwen, kinderen krijgen, voor zieke ouders zorgen, en krijgen te maken met maatschappelijke veranderingen als een economische recessie. De leefsituatie leeftijd verwijst naar hoe mensen op een bepaald punt in hun levensloop hun privésituatie hebben ingericht en welke economische factoren van invloed zijn op hun leefsituatie. Het is van belang na te gaan welke gevolgen iemands leefsituatie heeft voor de tijd en aandacht die aan werk wordt besteed. Eerder onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat de mening van de partner een grote rol speelt in de arbeidsparticipatie van oudere werknemers (Kooij e.a., 2008). Overigens zal de mogelijkheid om te kiezen voor niet participeren steeds beperkter worden. Naast deze operationalisaties is het van belang te onderkennen dat leeftijd een subjectief proces kan zijn. Met psychosociale leeftijd bedoelen we de percepties die mensen zelf en hun omgeving hebben van hoe oud of jong men is, en de gevolgen die dit heeft voor hun functioneren (De Lange e.a., 2006; Nauta e.a., 2010). Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de negatieve beeldvorming van leidinggevenden over ouder worden op het werk een grote rol speelt in de loopbaankansen van oudere werknemers (Cuelenaere e.a., 2008; Hidding e.a., 2004; Van der Heijden e.a., 2009). Tot slot, functionele leeftijd, verwijst naar de eigen fysieke en cognitieve vermogens om een functie goed te kunnen uitvoeren. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat werkvermogen een belangrijke voorspeller is van arbeidsparticipatie (Ilmarinen, 1999). In met name hoofdstuk 3 zal worden gekeken of de verschillende operationalisaties van ouder worden op het werk worden gebruikt en wat de relaties zijn met de indicatoren van duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie van oudere werknemers. 1.4 Werkwijze Om de vraagstellingen in het onderhavige onderzoek te beantwoorden heeft een literatuurstudie plaatsgevonden, zijn een expertmeeting en veldraadpleging uitgevoerd en hebben twee verdiepende studies plaatsgevonden. De in sectie 1.3 gepresenteerde definitie van duurzame inzetbaarheid is leidend geweest binnen alle onderdelen van het project. Op deze definitie is eveneens de zoekstrategie van het literatuuronderzoek gebaseerd. Voor de wetenschappelijke literatuur zijn systematische zoekstrategieën aangewend zoals gebruikelijk bij systematische reviews. Voor de grijze literatuur werd breed via internet gezocht. Aanvullend op deze gebruikelijke strategieën werd een bijeenkomst belegd met een groep experts en werd een veldraadpleging gehouden. Aan deze groepen werden vragen gesteld die direct relevantie hadden voor het beantwoorden van de vraagstelling, maar ook hadden de groepen met name de functie om aanvullende concepten aan te leveren voor de zoekstrategie en om concrete literatuur te benoemen. De experts zijn geselecteerd uit vier relevante velden of vakgebieden, die deels overeenkwamen en deels complementair waren aan de kennisgebieden die door de onderzoeksgroep werden bestreken: het sociaal geneeskundig, arbeidspsychologisch, bedrijfskundig en juridisch perspectief. Hen werd gevraagd naar concrete literatuur suggesties en ingangen voor literatuur searches. Aan de leden van de veldraadpleging werd gevraagd naar ingangen voor de grijze literatuur. In aanvulling op het literatuuronderzoek en de ondersteunende raadplegingen zijn twee verdiepende studies uitgevoerd, aansluitend aan het onderzoek dat in de onderzoeksgroepen plaats vindt en om invulling te geven aan reeds tevoren gesignaleerde kennisleemten. 1.5 Leeswijzer Het rapport is opgebouwd volgens de indeling die in schema 1 is gegeven. In hoofdstuk 2 wordt eerst de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden determinanten van duurzame inzetbaarheid gepresenteerd zoals die uit de diverse bronnen (raadplegingen en literatuur) naar voren kwamen. In hoofdstuk 4 worden interventies besproken en vervolgens worden in hoofdstuk 5 meetinstrumenten beschreven die duurzame inzetbaarheid in kaart brengen. Per hoofdstuk worden de kennisleemten op het betreffende domein gesignaleerd. 7

11 In hoofdstuk 6 worden de kennisleemten samengevat. Ten slotte worden in hoofdstuk 7 de bevindingen samengevat en bediscussieerd. Het hoofdstuk besluit met conclusies en aanbevelingen. In het Addendum zijn de resultaten van de verdiepende studies opgenomen. De twee bijlagen bevatten het verslag van de expertmeeting en van de veldraadpleging. 8

12 Referenties Alavinia, S. M., Duivenbooden, D. C., & van, Burdorf, A. (2007). Influence of work-related factors and individual characteristics on work ability among Dutch construction workers. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 33, Bonsdorff, M. E., van, Huuhtanen, P., Tuomi, K., Seitsamo, J. (2009). Predictors of employees' early retirement intentions: an 11-year longitudinal study. Occupational Medicine, 60, Burdorf, A., van den Berg. T., & Elders, L. (2008). De invloed van gezondheid en arbeidsomstandigheden op duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Literatuur- en programmaverkenningen participatie en gezondheid -thema 6 participatie en gezondheid in relatie tot ouderen en hun arbeidsproductiviteit. Erasmus Medisch Centrum Rotterdam: Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg. CBS (2010/2011). Van arbeid naar pensioen; personen 55 jaar of ouder (Statline). Cuelenaere, B., & Chotkowski, M. (2008). Werkt grijs door? Beroepsbevolking en werkgevers over langer doorwerken, onderzoeksrapport-werkt-grijs-door-beroepsbevolking-en-werkgevers-over-langer-doorwerken / pdf Cuelenaere, B., Deckers, K., Siegert, J., De bruin, G. (2009). Langer doorwerken met beleid, Goede praktijken van duurzame inzetbaarheid van werknemers, ECORYS Arbeid & Sociaal Beleid, Rotterdam. De Lange, A. H., Taris, T. W., Jansen, P., Kompier, M. A. J., Houtman, I. L. D., & Bongers, P. M. (2010a). On the relationships among work characteristics and learning-related behavior: Does age matter? Journal of Organisational Behavior, 31, De Lange, A. H., Taris, T. W., Jansen, P. G. W., Smulders, P., Houtman, I. L. D., & Kompier, M. A. J. (2006). Age as a factor in the relation between work and mental health: results from the longitudinal TAS survey. Occupational Health Psychology: European Perspectives on Research, Education and Practice, 1, De Lange, A. H., Van Yperen, N. W., Van de Bal, P. M. (2010b). Dominant achievement goals of older workers and their relationship with motivation-related outcomes. Journal of Vocational Behavior, 77, De Lange A. H., Ybema J. F., & Schalk R. (2011) Stoppen of doorgaan? Theorie en praktijk van pensionering en langer doorwerken. Gedrag en Organisatie, 4, Feldman, D. C. (1994). The decision to retire early: A review and conceptualization. Academy of Management Review, 19, Groothoff, J. W., Van der Klink, J. J. L., Sorgdrager, B. (2009). Beroepsbevolking vertoont krimp nog vergrijzing. Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 17(7), Henkens, K., Van Solinge, H., & Cozijnsen, R. (2009a). Let Go or Retain? A Comparative Study of the Attitudes of Business Students and Managers about the Retirement of Older Workers. Journal of Applied Social Psychology, 39, Henkens, K., Van Dalen, H., Van Solinge, H. (2009b). De vervagende grens tussen werk en pensioen. Over doorwerkers, doorstarters en herintreders. Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Den Haag: KNAW Press. Henkens, C. I. J. M. (2011). Pensionering ook sociaal bepaald. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, 89, Hidding, R., Jong, A., de, Krestin, M., Severijen, T., Tromp, H., Vermeulen, M., Visman, L., & Zuijdervliet, J. (2004). Studierapport De oudere werknemers, omgaan met vergrijzing in de organisatie. STECR Platform re-integratie, Hoofddorp. Ilmarinen, J. (1999). Promotion of work ability during ageing. American Journal of Industrial Medicine Supplement, 1, Ilmarinen, J. (2001). Ageing Workers, Occupational & Environmental Medicine, 8, Ilmarinen, J. (2005). Towards a longer worklife: ageing and the quality of worklife in the European Union. Finnish Institute of Occupational Health. Ministry of Social Affairs and Health, Helsinki Kanfer, R., Ackerman, P. L. (2004). Aging, adult development, and work motivation. Academy of Management Review, 29, Kessler, R. C., Greenberg, P. E., Mickelson, K. D., Meneades, L. M., & Wang, P. S. (2001). The effects of chronic medical conditions on work loss and work cutback. Journal of Occupational & Environmental Medicine, 43, Kooij, D., de Lange, A. H., Jansen, P. G. W., & Dikkers, J. S. E. (2008). Older workers motivation to continue work: five meanings of age. A conceptual review. Journal of Managerial Psychology, 23, Koolhaas, W., Brouwer, S., Groothoff, J. W., Sorgdrager, B., & Klink, J. J. L., Van der. (2009). Bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer: langer doorwerken gaat niet vanzelf. Tijdschrift Voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 17(7), Koolhaas W., Klink J. J. L. van der, Groothoff J. W., Brouwer S. (2011). Towards a sustainable healthy working life: associations between chronological age, functional age and work outcomes. European Journal of Public Health, 1-6. DOI: /eurpub/ckr035 Koppes, L. L. J., De Vroome, E. M. M., Mol, M. E. M., Janssen, B. J. M. & Bossche, S. N. J., van de, (2011). Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2010: Methodologie en globale resultaten. Hoofddorp: TNO. Verkregen via de website van TNO: 9

13 Lerner, D., Allaire, S. H., Reisine, S. T. (2005). Work disability resulting from chronic health conditions. Journal of Occupational & Environmental Medicine, 47, Lund, T., Labriola, M., Christensen, K. B., Bültmann, U., Burr, H., & Villadsen, E. (2006). Physical work environment risk factors for long term sickness absence: prospective findings among a cohort of 5357 employees in Denmark. British Medical Journal, 7539, Maurer, T. J., Weiss, E. M., & Barbeite, F. G. (2003). A model of involvement in work-related learning and development activity: The effects of individual, situational, motivational, and age variables. Journal of Applied Psychology, 88, Lippe, T., van der, Dykstra, P. A., Kraaykamp, G., & Schippers, J. (2007). De maakbaarheid van de levensloop. Van Gorcum: Assen. Nauta, A., de Bruin, M., & Cremer, R. (2004). De mythe doorbroken: een inventarisatie van beelden, feiten en maatregelen over gezondheid en inzetbaarheid van oudere werknemers. Hoofddorp: TNO Arbeid. Nauta, A., De Lange, A. H., & Görtz, S. (2010). Lang zullen ze leven, werken en leren. Een schema voor het begrijpen en beïnvloeden van inzetbaarheid gedurende de levensloop. Gedrag en Organisatie, 23, Otten, F., Arts, K., Siermann, C. & Ybema, J. F., (2010) Arbeidsparticipatie van ouderen. In: Sanders, J., Lautenbach, H., Smulders, P., Dirven, H.J., Alle hens aan Dek: Niet-werkenden in beeld gebracht. TNO Kwaliteit van Leven. Hoofddorp/Heerlen, juli 2010 Peeters, M. C. W., Nauta, A., de Jonge, J., & Schalk, R. (2005). De toekomst van oudere werknemers: De revival van een 'oud' thema in de arbeids- en organisatiepsychologie. Gedrag En Organisatie, 18, Schalk, R. (2005). Veranderingen in het werk. Continuiteit in de levensloop. Geron, 7, & In beeld gebracht, Hoofddorp: TNO. Schalk, R., Van Veldhoven, M., De Lange, A. H., De Witte, H., Kraus, K., Roßnagel, C., Tordera, N., Van der Heijden, B. I. J. M., Zappalà, S. (2010). Moving European Research on Work and Ageing Forward: Overview and Agenda. European Journal of Work and Organizational Psychology, 19, Sterns, H. L. & Miklos, S. M. (1995). The aging worker in a changing environment: organizational and individual issues. Journal of Vocational Behavior, 47, Shultz, K. S. & Wang, M. (2011). Psychological perspectives on the changing nature of retirement. American Psychologist, 66, Ten Have, C. J. M., Oeij, P. R. A. & Kraan, K. O. (2007). Arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau. Hoofddorp: TNO. Verkregen via de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Van Dalen, H. & Henkens, K. (2003). De verborgen waarde van de oudere werknemer, rapport voor de task forse Ouderen en arbeid. Den Haag: Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Van der Heijden, B. I. J. M., De Lange, A. H., Demerouti, E., & Van der Heijde, C. M. (2009). Age as moderator in the relationship between self- versus supervisor ratings of employability and career success. Journal of Vocational Behavior, 2, Van der Klink, J. J. L., Brouwer, S., Bultmann, U., Burdof, L., Schaufeli, W. B., Wilt, G. J., Van der, & Zijlstra, F. R. H. (2010). Duurzaam inzetbaar: Een werkdefinitie (sustainable employability; a working definition). 's Gravenhage: ZonMw. Ybema, J. F., Geuskens, G., & Oude Hengel, K. (2009). Oudere werknemers en langer doorwerken. Secundaire analyses van de NEA, het NEA-cohortonderzoek en de WEA (pp ). Hoofddorp: TNO Kwaliteit van leven 10

14 11

15 2 Methoden In dit hoofdstuk wordt de methode beschreven die tijdens dit onderzoeksproject is gevolgd. Als eerste wordt beschreven op welke manier de expertmeeting is georganiseerd, gevolgd door een beschrijving van de methodiek voor de veldraadpleging in sectie 2.2. In sectie 2.3 wordt de zoekmethode beschreven voor het literatuuronderzoek naar de grijze literatuur op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. De zoekmethode voor de wetenschappelijke literatuur wordt in sectie 2.4 weergegeven. Tot slot volgt in sectie 2.5 een beschrijving van de methode voor de verdiepende studies. 2.1 Expertmeeting De expertmeeting ter voorbereiding van de literatuurstudie had ten doel relevante thema s te identificeren op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Deze thema s dienden als input voor de te ontwikkelen zoekstrategie. Ten behoeve van dit doel hebben wij experts op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers kennis laten delen met betrekking tot: 1. Relevante literatuur en rapporten; 2. Maatregelen om duurzame inzetbaarheid te verhogen; 3. Kennisleemten ten aanzien van duurzame inzetbaarheid; 4. Obstakels voor duurzame inzetbaarheid van ouderen in de toekomst. Voor deelname aan de expertmeeting zijn deskundigen uit verschillende kennisinstituten met expertise op het gebied van duurzame inzetbaarheid en oudere werknemers benaderd. De deskundigen vertegenwoordigden vier invalshoeken, te weten het sociaal geneeskundig, arbeidspsychologisch, bedrijfskundig en juridisch perspectief. Onder leiding van de projectgroepleden werd met deze deskundigen een discussie gevoerd met betrekking tot de vier genoemde onderwerpen. Het verslag in dit rapport is een weergave van de meningen van de experts zoals deze tijdens de bijeenkomst werden verwoord. Naast deelname aan de expertmeeting hebben de experts gedurende de looptijd van het project als een klankbordgroep gefunctioneerd en zijn zij geraadpleegd indien dit relevant werd bevonden. Aanwezige experts Dr. Daan Andriessen, lector, Lectoraat Intellectual Capital, Hogeschool INHolland; Prof. dr. Lex Burdorf, hoogleraar, afdeling Maatschappelijke GezondheidsZorg, Erasmus MC, Rotterdam; Dr. Goedele Geuskens, onderzoeker, afdeling Arbeid TNO Kwaliteit van Leven; Dr. Mark Heemskerk, jurist, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit Amsterdam; Prof. dr. Paul Jansen, hoogleraar, Afdeling Management en Organisatiekunde, Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde, Vrije Universiteit Amsterdam; Dr. Albert Kampermann, projectmanager, afdeling Loopbaanuniversiteit, Open Universiteit; Dr. Dorien Kooij, universitair docent, Department of Human Resource Studies, Universiteit van Tilburg; Prof. dr. Peter Leisink, hoogleraar, Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit van Utrecht; Dr. ing. Irene de Pater, universitair docent, Programmagroep Arbeids- en Organisatiepsychologie, Universiteit van Amsterdam; Drs. Francel Vos, onderzoeker, afdeling Arbeid TNO Kwaliteit van Leven; Prof. dr. Tinka van Vuuren, hoogleraar, Strategisch Human Resource Management, Open Universiteit en teammanager/senior-consultant, Loyalis. Programma van de expertmeeting De expertmeeting startte met een presentatie over het onderzoek. Vervolgens kregen de deelnemers de gelegenheid om vanuit het eigen professioneel perspectief het onderwerp duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers mondeling toe te lichten en relevante thema s voor het literatuuronderzoek te benoemen. Het tweede deel van de expertmeeting bestond uit een plenaire discussie naar aanleiding van de eerder genoemde onderwerpen met de focus op kennisleemten. 12

16 Analyse De geluidsopname van de expertmeeting is letterlijk uitgeschreven. Deze transcriptie is geanalyseerd door twee onderzoekers en de resultaten zijn verwerkt in een verslag dat aan de experts is toegestuurd met het verzoek deze te controleren op inhoud. Voor het integrale verslag wordt verwezen naar Bijlage 1. Een samenvatting van de resultaten wordt in de hoofdstukken 3, 4 en 5 voor respectievelijk de determinanten, interventies en meetinstrumenten weergeven. 2.2 Veldraadpleging Het doel van de veldraadpleging was inzicht te verkrijgen in de stand van zaken in Nederland op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Tijdens deze bijeenkomst waren professionals aanwezig werkzaam bij de overheid, kennisinstituten, bedrijven, werkgevers- en werknemersorganisaties. Doel van de veldraadpleging bestond uit het delen van kennis en kunde op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Deze kennis betrof: 1. Relevante rapporten; 2. Maatregelen om duurzame inzetbaarheid te verhogen; 3. Kennisleemten ten aanzien van duurzame inzetbaarheid; 4. Obstakels voor duurzame inzetbaarheid van ouderen in de toekomst. Onder leiding van de projectgroepleden werd met deze deskundigen een discussie gevoerd met betrekking tot de vier genoemde onderwerpen. Het verslag in dit rapport is een weergave van de meningen van de professionals zoals deze tijdens de bijeenkomst werden verwoord. Behalve deelname aan de veldraadpleging werden de professionals gedurende de looptijd van het project als een klankbordgroep ingezet en konden zij geraadpleegd worden indien dit relevant was. Aanwezige professionals Drs. Kees Akkerman, Gemeenschappelijk Instituut voor Toegepaste Psychologie; Drs. Sonja Bleuland, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Mevr. Sandra Bonte, Akzo Nobel; Dhr. Paul van den Boom, Federatie Nederlands Vakverbond; Dhr. Jos Breit, Verbond Verzekeraars; Drs. Betty Dalhoeven, Gerritsen Adviesgroep; Mevr. Josje Frietman, Achmea Zilverpool; Dhr. Paul Van der Gaag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ir. Ko Henneman, Healthy Ageing Network Northern Netherlands; Mr. Henk Oderkerk, MSc, Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging; Dhr. Tom Plug, Koninklijke Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie Nederland; Drs. Els Schakenbos, Rabobank; Mevr. Lidy Schilder, Blik op Werk; Drs. Aqualine Schulte, Factor Vijf; Dr. Ir. Hanna Van Solinge, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut; Dhr. Koos van der Spek, Koos van der Spek advies (t/m december 2010 Siemens); Drs. Martijn de Wildt, Qidos; Mevr. Conny Zwikker, Uitzendbureau 65plus. Programma van de veldraadpleging De veldraadpleging startte met een presentatie over het onderzoek. Vervolgens kregen de deelnemers de gelegenheid om vanuit het eigen professioneel perspectief het onderwerp duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers mondeling toe te lichten en relevante thema s voor het literatuuronderzoek te benoemen. Het tweede deel van de veldraadpleging bestond uit een plenaire discussie naar aanleiding van de genoemde onderwerpen met de focus op kennisleemten. 13

17 Analyse De geluidsopname van de veldraadpleging is letterlijk uitgeschreven. Deze transcriptie is geanalyseerd door twee onderzoekers en de resultaten zijn verwerkt in een verslag dat aan de professionals is toegestuurd met het verzoek deze te controleren op inhoud. Voor het integrale verslag wordt verwezen naar Bijlage 2. Een samenvatting van de resultaten wordt in de hoofdstukken 3, 4 en 5 voor respectievelijk de determinanten, interventies en meetinstrumenten weergeven. 2.3 Literatuuronderzoek grijze literatuur Zoeken van relevante literatuur Voor het vinden van niet-wetenschappelijke literatuur, de zogenoemde grijze literatuur in de vorm van (interne) rapporten en beleidsstukken, werd een search via internet uitgevoerd. Tevens werd gebruik gemaakt van de literatuur die tijdens de expertmeeting en de veldraadpleging naar voren kwam. Met behulp van zoektermen zijn verschillende sites op internet doorzocht, waaronder Google en de websites van SoFoKleS en TNO. Er werd gezocht in de periode van 1 maart 2011 tot en met 27 april Hiervoor werden de volgende zoektermen gebruikt: 1. Google: duurzaam inzetbaar, huidig, toekomstig, daadwerkelijk realiseerbaar, doorlopend, werknemers/medewerkers, rapport; 2. SoFoKleS: rapport ouderen, duurzaam, werkvermogen; 3. TNO: duurzame inzetbaarheid. Selecteren van relevante literatuur Voor het includeren van studies waren in- en exclusiecriteria opgesteld ten aanzien van de onderzoeksgroep, het type onderzoek en de uitkomstmaten, waarbij gebruik gemaakt werd van de informatie uit de expertmeeting en de veldraadpleging. Ieder gevonden document werd aan de hand van deze selectiecriteria beoordeeld op potentiële relevantie voor deze literatuurstudie. Deze selectie werd in twee fases uitgevoerd. Inclusiecriteria voor de eerste selectieronde: Het bevatten van informatie over duurzame inzetbaarheid en werkvermogen aangaande werk door werknemers, gepensioneerden (indien retrospectief informatie is gerapporteerd), werklozen, werkgevers, organisaties of overheid; Het bevatten van informatie over levensfasebewust beleid; Nederlandstalig. Documenten werden geëxcludeerd indien het informatie over milieu of energiegerelateerde onderwerpen bevatte, indien het gedateerd was voor het jaar 2000, indien het geen betrekking had op Nederland en indien een document niet als compleet bestand te downloaden was. De documenten die aan bovenstaande inclusiecriteria voldeden, werden vervolgens in een tweede ronde gescreend op relevantie en het bevatten van informatie over onderzoek naar determinanten, interventies en/of meetinstrumenten van duurzame inzetbaarheid. Hierbij werden PowerPointpresentaties buiten beschouwing gelaten. Na deze selectierondes werden de rapporten op basis van de inhoud onderverdeeld in rapporten die determinanten, interventies of meetinstrumenten hebben onderzocht. Sommige rapporten bevatten informatie over meerdere onderwerpen en zullen om die reden in meerdere hoofdstukken van dit rapport beschreven worden. Beoordeling kwaliteit De grijze literatuur bestaat vooral uit niet-wetenschappelijke documenten. Dit houdt in dat de onderzoeksresultaten die in rapporten worden beschreven niet zijn getoetst door vakgenoten of medeonderzoekers zoals dat bij wetenschappelijke publicaties gebruikelijk is. Er heeft dus geen onafhankelijke beoordeling plaatsgevonden of het document aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Dit heeft tot gevolg dat grijze documenten een minder eenduidige methodiek hanteren in vergelijking met wetenschappelijke publicaties. 14

18 Om toch een indruk van de kwaliteit van de grijze literatuur te krijgen, is de inhoud van de rapporten op een aantal aan kwaliteit gerelateerde criteria gescreend: Het type onderzoek: literatuurstudie of empirisch onderzoek; Onderzoeksopzet: cross-sectioneel of prospectief; Bij meetinstrumenten: aanwezigheid van informatie over psychometrische eigenschappen; Bij interventies: informatie over de onderzoeksopzet, waaronder de aanwezigheid van een controlegroep en het toepassen van randomisatie. Opbrengst zoekstrategie Het zoekproces in Google leverde in totaal n = hits op. Op de website van TNO zijn 100 potentieel relevante documenten gevonden, op de website van SoFoKleS ging het om 6 potentieel relevante rapporten. Na de eerste selectieronde is het totaal aantal gereduceerd tot 161 documenten (Google n = 66; TNO n = 23; SoFoKleS n = 6). Het checken van referentielijsten leverde 66 extra documenten op. Na het screenen van de documenten op relevantie zijn uiteindelijk 34 documenten overgebleven (Google n = 15; TNO n = 6; SoFoKleS n = 1; overige documenten n = 12). Het betreft 21 documenten ten aanzien van determinanten van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers, 9 documenten beschrijven interventies en in 9 documenten wordt een meetinstrument van duurzame inzetbaarheid beschreven. Eén document bevatte informatie over zowel determinanten als interventies en vier documenten bevatten informatie over zowel determinanten als meetinstrumenten. De referenties die informatie over determinanten, interventies en meetinstrumenten met betrekking tot duurzame inzetbaarheid bevatten worden in de hierna volgende hoofdstukken gebruikt. 2.4 Literatuuronderzoek wetenschappelijke literatuur Zoeken van relevante literatuur Voor het onderzoek van de wetenschappelijke literatuur werd in samenwerking met een ervaren documentalist (afdeling Gezondheidswetenschappen, UMCG) een zoekstrategie ontwikkeld. De definitie van duurzame inzetbaarheid zoals deze binnen dit onderzoeksproject wordt gehanteerd was het uitgangspunt voor de zoekstrategie en werd aangevuld met relevante termen zoals die tijdens de expertmeeting en de veldraadpleging zijn genoemd. Ter controle werd de zoekstrategie vergeleken met de keywords van enkele kern artikelen op het gebied van duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Vervolgens werd deze zoekstrategie per database aangepast aan de specifieke terminologie binnen die database. De zoekstrategie werd vervolgens ingevoerd in Medline (PubMed), PsycINFO en Business Source Premier, in de periode vanaf 1990 tot en met april 2011, en beperkt tot Engelstalige referenties. In tabel 2.1 zijn de zoektermen weergegeven zoals die voor de uitkomstmaat duurzame inzetbaarheid en de doelgroep van oudere werknemers gebruikt zijn, evenals de specifieke termen voor determinanten, interventies en meetinstrumenten. 15

19 Tabel 2.1 Zoektermen wetenschappelijke literatuur over duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers Duurzame inzetbaarheid Beroepsbevolking Oudere werknemers Specifieke termen Determinanten Work ability Employment Aging Werknemer: Employability Work Age factors Personnel loyalty Work capacity evaluation Older worker Job satisfaction Employee performance appraisal Older employee Retirement Intention Motivation Aspirations (psychology) Occupational health Career mobility Employee incentive plans Werkgever: Workplace Staff development Organizational culture Organizational policy Vocational guidance Personnel management Work load Job description Interventies Work ability Employment Aging Intervention* Age factors Evaluation study Older worker Older employee Retirement Meetinstrumenten Work ability Employability Questionnaire Instrument* Assess* Develop* Validat* Psychometric* Reliabil* * Iedere lettercombinatie volgend op de voorgaande lettercombinatie is mogelijk Selecteren van relevante literatuur Iedere gevonden referentie werd aan de hand van selectiecriteria beoordeeld op potentiële relevantie voor deze literatuurstudie. Deze selectie werd in twee fases uitgevoerd. In de eerste selectieronde werd op basis van titel, tijdschrift en abstract bepaald of het artikel potentieel relevant was en in aanmerking kwam voor de volgende fase. Inclusiecriteria voor de eerste selectieronde van de referenties met betrekking tot determinanten waren: De referentie was een verslag van een onderzoek met empirische data of betrof een beschouwend/beschrijvend document; De onderzoekspopulatie bestond uit de beroepsbevolking of uit gepensioneerden. Bij gepensioneerden dienden wel retrospectief gegevens gerapporteerd te zijn over de periode dat ze nog werkten; Onderzoekspopulatie 40 jaar, of de aanduiding older worker, of de aanduiding pre- of early retirement, of indien duidelijk de indruk werd gewekt dat er een subgroep van oudere werknemers aanwezig zou zijn; De uitkomstmaat was een indicator of een determinant van arbeidsparticipatie en/of duurzame inzetbaarheid. 16

20 Referenties werden geëxcludeerd indien het een casestudie betrof, indien het tijdschrift als nietwetenschappelijk geclassificeerd kon worden aan de hand van de Thomson Reuters lijst en indien het niet in het Engels was geschreven. De artikelen met empirische data die aan bovenstaande inclusiecriteria voldeden werden vervolgens in een tweede ronde geselecteerd op: Het jaar van publicatie (2000 of later); Indien oudere werknemers een subgroep was dan diende wel separaat resultaten over deze subgroep te worden gerapporteerd met specifiek een separate determinantenanalyse, tenzij de uitkomstmaat bijzonder relevant was (bijvoorbeeld work ability ); Land waarin het onderzoek was uitgevoerd (exclusie van Aziatische landen (behalve Japan), Afrikaanse landen, ([Zuid]-Oost Europese landen en India). Tijdens deze selectieronde bleek dat ondanks de op duurzame inzetbaarheid gerichte zoekstrategie er ook artikelen werden gevonden met uitkomstmaten die niet aan het doel van dit literatuuronderzoek beantwoorden zoals ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, uitval uit arbeid et cetera. Om deze reden is een extra criterium met betrekking tot de uitkomstmaat opgesteld: De uitkomstmaat van een studie moet in te delen zijn bij een operationalisatie van duurzame inzetbaarheid (werkvermogen, functioneren in het werk, productiviteit, arbeidsprestatie, [vervroegde] pensionering en doorwerken na pensionering). De toepassing van de inclusiecriteria werd per database uitgetest in een pilot waarna consensusbespreking plaats vond. Vervolgens hebben twee onderzoekers separaat van elkaar de referenties geselecteerd. De inclusie- en exclusiecriteria voor referenties met betrekking tot interventies waren hetzelfde als de criteria voor de eerste selectieronde van determinanten zoals hiervoor is beschreven. De evaluatiestudie diende uitgevoerd te zijn bij een onderzoekspopulatie 40 jaar óf er dienden analyses te zijn uitgevoerd voor deze subgroep van oudere werknemers. De uitkomstmaat waar de interventie zich op richtte moest in te delen zijn bij een operationalisatie van duurzame inzetbaarheid (werkvermogen, functioneren in het werk, productiviteit, arbeidsprestatie, [vervroegde] pensionering en doorwerken na pensionering). Bovenstaande inclusie- en exclusiecriteria werden ook gehanteerd bij het zoeken naar meetinstrumenten met dit verschil dat het leeftijdscriterium ( 40 jaar) niet werd toegepast bij het selecteren van artikelen. Beoordeling kwaliteit De kwaliteit van de determinantenstudies werd bepaald aan de hand van het onderzoeksdesign. Prospectief onderzoek verdient de voorkeur boven een cross-sectioneel design, omdat op basis van een prospectief design uitspraken over causaliteit kunnen worden gedaan. Bij een cross-sectioneel design kan hoogstens over samenhang tussen determinanten en de uitkomstmaat worden gesproken. De kwaliteit van de interventiestudies werd evenals bij de determinantenstudies vastgesteld aan de hand van het onderzoeksdesign. De methodologische kwaliteit van experimentele studies met gebruik van randomisatie en een controlegroep is hoger dan die van observationele studies. De kwaliteit van de gevonden meetinstrumenten werd vastgesteld aan de hand van informatie over de psychometrische eigenschappen van het instrument, waaronder betrouwbaarheid en validiteit. Opbrengst zoekstrategie en selectieproces Het zoekproces leverde in totaal 2804 referenties op, exclusief dubbelingen (Medline n = 608; PsycINFO n = 1163; Business Source n = 1424). Na de eerste selectieronde werd het totaal aantal gereduceerd tot 290 referenties (Medline n = 64; PsycINFO n = 186; Business Source n = 40). In de database Business Source Premier is het merendeel van de referenties (86%) in niet-wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. 17

Arbeidsparticipatie van oudere werknemers: stand van zaken op het gebied van duurzame inzetbaarheid

Arbeidsparticipatie van oudere werknemers: stand van zaken op het gebied van duurzame inzetbaarheid Arbeidsparticipatie van oudere werknemers: stand van zaken op het gebied van duurzame inzetbaarheid Sandra Brouwer, Sijrike van der Mei, Wendy Koolhaas, Ineke Bakker, Ute Bültmann, Jac van der Klink Universitair

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/111589

Nadere informatie

Wat werkt voor de oudere werknemers?

Wat werkt voor de oudere werknemers? Wat werkt voor de oudere werknemers? Hoe houdenwe mensenlangergezondaanhet werk Drs Wendy Koolhaas Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Disciplinegroep Gezondheidswetenschappen, Sociale Geneeskunde

Nadere informatie

Gezondheid en werk Rondetafellezing Langer leven, langer werken 13 mei 2014

Gezondheid en werk Rondetafellezing Langer leven, langer werken 13 mei 2014 Gezondheid en werk Rondetafellezing Langer leven, langer werken 13 mei 2014 Jac van der Klink Gezondheid en werk Duurzame inzetbaarheid Rondetafellezing Langer leven, langer werken 13 mei 2014 Jac van

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid en Ouder Worden op het Werk? Dr. Annet H. de Lange

Duurzame Inzetbaarheid en Ouder Worden op het Werk? Dr. Annet H. de Lange Duurzame Inzetbaarheid en Ouder Worden op het Werk? Dr. Annet H. de Lange Meer dan de helft van de werkende 50- plussers verwacht niet voor het 65ste levensjaar te kunnen stoppen met werken en willen

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange

Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange Agenda 1. Wat is duurzame inzetbaarheid? 2. Ouder worden en Werkvermogen? 3. Antecedenten duurzame inzetbaarheid? 4. Onderzoek

Nadere informatie

Het meten van werk-capabilities

Het meten van werk-capabilities Het meten van werk-capabilities Femke Abma, PhD Universitair Medisch Centrum Groningen, Community and Occupational Medicine Startsymposium Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid, 17 april 2015, Tilburg

Nadere informatie

Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd?

Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd? Over.Werk - Gepubliceerd Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd? Na een lange carrière waarin werk een belangrijke plaats inneemt, vormt pensionering voor de meeste mensen het

Nadere informatie

Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd?

Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd? Doorstarten na pensioen: een brug naar een gelukkige pensioentijd? Dingemans, E., Henkens, K., & Van Solinge, H. (2013). Doorstarten na pensioen: een opkomend fenomeen. Demos, 29(8), 1-3. Dingemans, E.,

Nadere informatie

WORKSHOP. Determinanten van doorwerken tot en na de pensioengerechtigde leeftijd: maken ouderen nog kans op de arbeidsmarkt?

WORKSHOP. Determinanten van doorwerken tot en na de pensioengerechtigde leeftijd: maken ouderen nog kans op de arbeidsmarkt? WORKSHOP Determinanten van doorwerken tot en na de pensioengerechtigde leeftijd: maken ouderen nog kans op de arbeidsmarkt? Afdeling Determinanten van doorwerken: TOT de pensioengerechtigde leeftijd NA

Nadere informatie

Hoe kan het legaal dopingbeleid voor de topsportende (oudere) werknemer er uit zien?

Hoe kan het legaal dopingbeleid voor de topsportende (oudere) werknemer er uit zien? Hoe kan het legaal dopingbeleid voor de topsportende (oudere) werknemer er uit zien? Jac van der Klink Hoogleraar sociale geneeskunde, arbeid en gezondheid University Medical Center Groningen Department

Nadere informatie

duurzame inzetbaarheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam

duurzame inzetbaarheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam De feiten en mythen van werkvermogen en duurzame inzetbaarheid Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam Het gaat uitstekend met ons.. 84 82 80 78 76 74 72 70 68 66 64

Nadere informatie

30-5-2012. Gezond en vitaal langer doorwerken?! Programma. Inleiding. Inleiding

30-5-2012. Gezond en vitaal langer doorwerken?! Programma. Inleiding. Inleiding Programma Gezond en vitaal langer doorwerken?! Allard van der Beek Hoogleraar Epidemiologie van Arbeid & Gezondheid Afdeling Sociale Geneeskunde,, EMGO + Instituut Onderzoekscentrum Body@Work TNO-VU/ VU/VUmcVUmc

Nadere informatie

En we werken nog lang en gelukkig. over duurzame inzetbaarheid

En we werken nog lang en gelukkig. over duurzame inzetbaarheid En we werken nog lang en gelukkig over duurzame inzetbaarheid Remco Fransen 26 september 2013 1 Wist u dat 2 Duurzame inzetbaarheid in het nieuws 3 Wil u werken, kan u werken? % van de werkende beroepsbevolking

Nadere informatie

vinger aan de pols van werkend Nederland

vinger aan de pols van werkend Nederland Innovaties voor Gezond en Veilig Werken IMPLEMENTATION AND EVALUATION OSH POLICIES NEA: vinger aan de pols van werkend Nederland De NEA Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is het grootste iodieke onderzoek

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 s Samenvatting Door de hogere participatiegraad van oudere werknemers en de afname van de aanwas van jongere werknemers door daling van het geboortecijfer (ontgroening) vergrijst de beroepsbevolking.

Nadere informatie

VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange. Official sponsor: Partners: WWW.OVERDI.

VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange. Official sponsor: Partners: WWW.OVERDI. VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange Official sponsor: Partners: Agenda 1. Ouder worden op het werk: wat denkt u zelf? 2. Ouder worden op het

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015

Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015 Duurzame Inzetbaarheid Seminar Ontwikkelingen in arbeid Windesheim Zwolle Maandag, 9 november 2015 Rob Gründemann Lector Hogeschool Utrecht Suzanne Jungjohann HR directeur Delta Lloyd Opzet presentatie

Nadere informatie

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk: consequenties voor arbeidsparticipatie en pensionering

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk: consequenties voor arbeidsparticipatie en pensionering Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk: consequenties voor arbeidsparticipatie en pensionering Lex Burdorf Hoogleraar Determinanten van Volksgezondheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

Bedrijfskundige opbrengsten van investeren in Vitaliteit en Gezondheid. Prof. Dr. Gerard I.J.M. Zwetsloot

Bedrijfskundige opbrengsten van investeren in Vitaliteit en Gezondheid. Prof. Dr. Gerard I.J.M. Zwetsloot Bedrijfskundige opbrengsten van investeren in Vitaliteit en Gezondheid Prof. Dr. Gerard I.J.M. Zwetsloot Programma Workshop Eerste deel: Presentatie Visie op Gezond Ondernemen Een paar voorbeelden van

Nadere informatie

DUURZAME INZETBAARHEID VAN OUDEREN

DUURZAME INZETBAARHEID VAN OUDEREN TNO-rapport DUURZAME INZETBAARHEID VAN OUDEREN Resultaten van de eerste twee metingen van STREAM 2012 TNO Auteurs: 18 februari 2013 Swenneke van den Heuvel Voor het Ministerie van Sociale Zaken Jan Fekke

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen

CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen Ferdy Otten en Clemens Siermann* Inleiding In de afgelopen jaren zijn tal van beleidsmaatregelen genomen om de arbeidsparticipatie van

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema

Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen. Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Kennissynthese arbeid en psychische aandoeningen Dr. F.G.Schaafsma Dr. H. Michon Prof. dr. J.R. Anema Ernstige Psychische Aandoeningen (EPA) Definitie consensus groep EPA¹ - Sprake van psychische stoornis

Nadere informatie

Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen?

Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen? Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen? Lex Burdorf hoogleraar determinanten van volksgezondheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam Langer

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen

Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen 11 Meeste werknemers tevreden met het werk Acht op de tien werknemers (zeer) tevreden met hun werk Vrouwen vaker tevreden dan mannen Werknemers

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Functioneren op het werk in relatie met gezondheid

Functioneren op het werk in relatie met gezondheid Functioneren op het werk in relatie met gezondheid, PhD Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Sociale Geneeskunde Presentatiemiddag RiMoBo, Gent, Belgie 19 november

Nadere informatie

Workability & Inzetbaarheid. The Finnish Experience. Boaborea ledenplatform 'Gezond Werken' Bussum, 26 maart 2008

Workability & Inzetbaarheid. The Finnish Experience. Boaborea ledenplatform 'Gezond Werken' Bussum, 26 maart 2008 Workability & Inzetbaarheid Boaborea ledenplatform 'Gezond Werken' Bussum, Rob Gründemann, Teamleider Personeelsbeleid Lector Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht De opzet van de presentatie De situatie

Nadere informatie

From Employee to Retiree: Life Histories and Retirement in the Netherlands M. Damman

From Employee to Retiree: Life Histories and Retirement in the Netherlands M. Damman From Employee to Retiree: Life Histories and Retirement in the Netherlands M. Damman FROM EMPLOYEE TO RETIREE: LIFE HISTORIES AND RETIREMENT IN THE NETHERLANDS ACADEMISCH PROEFSCHRIFT aan de Universiteit

Nadere informatie

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk

Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk Sociaal-economische gezondheidsverschillen en werk Lex Burdorf, hoogleraar Determinanten van Volksgezondheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Academische Werkplaats Publieke Gezondheid CEPHIR

Nadere informatie

De human resources van werknemers met een chronische aandoening: maak er gebruik van

De human resources van werknemers met een chronische aandoening: maak er gebruik van De human resources van werknemers met een chronische aandoening: maak er gebruik van Dr. Joke Haafkens, Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies, UvA j.a.haafkens@uva.nl Inleiding workshop 1. Context 2.

Nadere informatie

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag

Nadere informatie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Prof Dr Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Gezondheid van uitkeringsgerechtigden

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid. Tiemen van der Worp Hoger Veiligheidskundige & Adviseur Ergonomie

Duurzame Inzetbaarheid. Tiemen van der Worp Hoger Veiligheidskundige & Adviseur Ergonomie Duurzame Inzetbaarheid Tiemen van der Worp Hoger Veiligheidskundige & Adviseur Ergonomie Waarom dit onderwerp? Aanleiding(en) Getriggerd door lezing bij KU Leuven. In België wettelijke plicht om de werkgelegenheidsgraad

Nadere informatie

PHD PORTFOLIO SUMMARY

PHD PORTFOLIO SUMMARY cv Curriculum Vitae Wendy Koolhaas is op 5 januari 1980 geboren in de Noordoostpolder. In 2007 begon zij aan het promotietraject duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers op de afdeling sociale geneeskunde,

Nadere informatie

Leiderschap, Human Resource Management en Duurzame Inzetbaarheid. Annet de Lange 31 oktober 2013

Leiderschap, Human Resource Management en Duurzame Inzetbaarheid. Annet de Lange 31 oktober 2013 Leiderschap, Human Resource Management en Duurzame Inzetbaarheid Annet de Lange 31 oktober 2013 Agenda 1. Wat is Duurzame inzetbaarheid? 2. Wat is rol leiderschap? 3. Onderzoek Salus Gelria 2013 4. Brain

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer

Bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer ONDERZOEK Bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer Langer doorwerken gaat niet vanzelf W. Koolhaas, S. Brouwer, J.W. Groothoff, B. Sorgdrager, J.J.L. van der Klink SAMENVATTING

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting. Actief ouder worden en de motivatie om langer door te werken

Samenvatting. Samenvatting. Actief ouder worden en de motivatie om langer door te werken Samenvatting Actief ouder worden en de motivatie om langer door te werken 151 Introductie De bevolking van Nederland en andere westerse landen vergrijst in hoog tempo. Er worden minder kinderen geboren,

Nadere informatie

Inhoud. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 4

Inhoud. Gedrag & Organisatie 2011 (24) 4 Gedrag & Organisatie 2011 (24) 4 Inhoud Artikelen Stoppen of doorgaan? 323 Theorie en praktijk van pensionering en langer doorwerken Annet H. de Lange, Jan Fekke Ybema & René Schalk Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

Einde in zicht voor de VUT

Einde in zicht voor de VUT Einde in zicht voor de VUT 11 0 Drs. J.L. Gebraad en mw. T.R. Pfaff Publicatiedatum CBS-website: 1 september 2011 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** =

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Tijdelijk en Toch Bevlogen

Tijdelijk en Toch Bevlogen De Invloed van Taakeisen, Ontplooiingskansen en Intrinsieke Arbeidsoriëntatie op Bevlogenheid van Tijdelijke Werknemers. The Influence of Job Demands, Development Opportunities and Intrinsic Work Orientation

Nadere informatie

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten Samenvatting Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten 1 Introductie De beroepsbevolking in westerse landen vergrijst. Door het stijgen

Nadere informatie

Jaarprogramma Duurzame Inzetbaarheid 2015

Jaarprogramma Duurzame Inzetbaarheid 2015 Jaarprogramma Duurzame Inzetbaarheid 2015 Transvorm Michiel van den Heuvel 1 1. Inleiding In 2014 hebben we weer diverse activiteiten uitgevoerd in kader van het programma Duurzame Inzetbaarheid. Niet

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Rapport Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Auteurs: F.J.M. van Leerdam 1 K. Kooijman 2 F. Öry 1 M. Landweer 3 1: TNO Preventie en Gezondheid Postbus

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid. Plan van Aanpak. Verstarring erger dan vergrijzing

Duurzame Inzetbaarheid. Plan van Aanpak. Verstarring erger dan vergrijzing Duurzame Inzetbaarheid Plan van Aanpak Verstarring erger dan vergrijzing Energiek zijn en blijven is motivatie x competenties x conditie Definitie: Duurzame inzetbaarheid is de mate, waarin medewerkers

Nadere informatie

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers The Influence of Job Demands and Job Resources on Psychological Fatigue and Work Satisfaction

Nadere informatie

Doorstarten na pensionering: over doorwerken na (vervroegd) pensioen in Nederland

Doorstarten na pensionering: over doorwerken na (vervroegd) pensioen in Nederland Eindeloopbaan Doorstarten na pensionering: over doorwerken na (vervroegd) pensioen in Nederland Henkens K., van Solinge H. & van Dalen H.P. (te verschijnen in maart 2013). Doorwerken over de drempel van

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Scripts voor vitaliteit. 16 februari 2011 Tinka van Vuuren

Scripts voor vitaliteit. 16 februari 2011 Tinka van Vuuren Scripts voor vitaliteit 16 februari 2011 Tinka van Vuuren Inhoud Wat is vitaliteit? Welke scripts gericht op vitaliteit zijn het beste? Wat is de rol van werknemer en werkgever hierbij? Wat is vitaliteitmanagement?

Nadere informatie

Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers

Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers Loyalis als deskundige partner Inzicht in uw organisatie en uw werknemers De expertise van Loyalis is mensenwerk U wilt altijd het beste voor uw werknemers. Als HR-professional neemt u uw verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid

Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Samenvatting Werk, Pensioen en Gezondheid Potentiële bedreigingen voor de arbeidsparticipatie van oudere werknemers: werkbelasting, geheugen, sociale timing van pensioneren en gezondheid Een aantal bedreigingen

Nadere informatie

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr.

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Trudie Knijn Onderzoekers: dr. Mira Peeters, drs. Marta Dijkgraaf,

Nadere informatie

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa NCVGZ April 2013 Andrea de Winter EU-FP7-IROHLA Jaap Koot & Menno Reijneveld Omvang en aard van problemen met gezondheidsvaardigheden Doelen

Nadere informatie

Ten minste houdbaar tot?

Ten minste houdbaar tot? Ten minste houdbaar tot? Duurzame inzetbaarheid in tijden van crisis. Door de vergrijzing, de te verwachten krapte op de arbeidsmarkt en de oprekking van de pensioenleeftijd is duurzame inzetbaarheid urgenter

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

Kansen op de arbeidsmarkt Wat maakt het verschil?

Kansen op de arbeidsmarkt Wat maakt het verschil? Kansen op de arbeidsmarkt Wat maakt het verschil? Hans Boer, directeur Van Ede & Partners Jolet Woordes, verenigingsmanager OVAL Utrecht, 22 maart 2016 Even voorstellen Hans Boer Van Ede & Partners Jolet

Nadere informatie

Investeren in gezondheid Een gezonde investering! Symposium voor Leidinggevenden IZA Bedrijfszorg 27-03-2013

Investeren in gezondheid Een gezonde investering! Symposium voor Leidinggevenden IZA Bedrijfszorg 27-03-2013 1 Investeren in gezondheid Een gezonde investering! Symposium voor Leidinggevenden IZA Bedrijfszorg 27-03-2013 2 Bevorderen van de gezondheid, inzetbaarheid en productiviteit van medewerkers 4 werkmaatschappijen

Nadere informatie

icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence,

icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence, icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence, en het Verband tussen Adherence en Effect icoach, a Web-based

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Stijgende arbeidsparticipatie en minder uittreding bij ouderen

Stijgende arbeidsparticipatie en minder uittreding bij ouderen Sociaaleconomische trends 13 Stijgende arbeidsparticipatie en minder uittreding bij ouderen Koos Arts Ferdy Otten oktober 13, 4 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, oktober

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Zicht krijgen op duurzame inzetbaarheid en direct aan de slag met handvatten voor HR-professionals INHOUDSOPGAVE 1. Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

MODERN WERKNEMERSCHAP

MODERN WERKNEMERSCHAP STECR Werkwijzer MODERN WERKNEMERSCHAP Een actuele kijk op werknemerschap 2 stecr WerkWijzer stecr WerkWijzer 3 - - - stecr WerkWijzer 4 5 stecr WerkWijzer 1 stecr WerkWijzer 2 1 Evers, G. en T. Wilthagen

Nadere informatie

Vitaliteit en leeftijd Symposium Vitaliteit voor organisatie en individu

Vitaliteit en leeftijd Symposium Vitaliteit voor organisatie en individu Symposium Vitaliteit voor organisatie en individu 21 september 2010 Tinka van Vuuren Inhoud presentatie Waarom is beleid gericht op vitaliteit en leeftijd noodzakelijk? Is er verband tussen vitaliteit

Nadere informatie

Bevlogenheid in de Context van het Voortgezet Onderwijs. Impact van Vermoeidheid, Leeftijd en Werkervaring

Bevlogenheid in de Context van het Voortgezet Onderwijs. Impact van Vermoeidheid, Leeftijd en Werkervaring Bevlogenheid in de Context van het Voortgezet Onderwijs Impact van Vermoeidheid, Leeftijd en Werkervaring Engagement in the Context of Secondary Education Impact of Fatigue, Age and Experience Wiel Frins

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht 7-74% betaald werk voor

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

Aanbestedingsdocument AKC Onderzoekprogramma: Onderzoek Thema: Ronde 6: Titel: Projectnummer: AKC 27 1. Aanleiding 2. Context en hoofddoelen

Aanbestedingsdocument AKC Onderzoekprogramma: Onderzoek Thema: Ronde 6: Titel: Projectnummer: AKC 27 1. Aanleiding 2. Context en hoofddoelen Aanbestedingsdocument AKC Onderzoekprogramma: Professionalisering Arbeidsdeskundig Handelen Onderzoek Thema: Arbeidsparticipatie en Chronische Ziekte Ronde 6: AKC PAH 2015 Titel: Implementatie en verbreding

Nadere informatie

AAN ZET MET INZET. Management van strategische inzetbaarheid van werknemers. Gaston Dollevoet, Peter Dona en Herman Evers

AAN ZET MET INZET. Management van strategische inzetbaarheid van werknemers. Gaston Dollevoet, Peter Dona en Herman Evers AAN ZET MET INZET Management van strategische inzetbaarheid van werknemers Gaston Dollevoet, Peter Dona en Herman Evers Duurzame inzetbaarheid mag zich verheugen in zeer grote belangstelling en aandacht.

Nadere informatie

2/10/2014. Het gaat uitstekend met ons. Komende 60 minuten. Relatie kalenderleeftijd en functioneren. Duurzame inzetbaarheid van kwetsbare werknemers

2/10/2014. Het gaat uitstekend met ons. Komende 60 minuten. Relatie kalenderleeftijd en functioneren. Duurzame inzetbaarheid van kwetsbare werknemers 2/10/2014 Duurzame inzetbaarheid van kwetsbare werknemers Disclosure belangen sprekers: Sandra Brouwer & Haitze de Vries Potentiële belangenverstrengeling Geen Sandra Brouwer & Haitze de Vries Gezondheidswetenschappen,

Nadere informatie

6 PRINCIPES WAAROM BIJ U DUURZAME INZETBAARHEID SUCCESVOL WORDT

6 PRINCIPES WAAROM BIJ U DUURZAME INZETBAARHEID SUCCESVOL WORDT E-blog HR special 6 PRINCIPES WAAROM BIJ U DUURZAME INZETBAARHEID SUCCESVOL WORDT In duurzaam inzetbaar Door Caroline Heijmans en Teresa Boons, Tornakgroep INLEIDING Dat duurzame inzetbaarheid een belangrijke

Nadere informatie

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek De babyboomer generatie, een langere levensverwachting en lagere geboortecijfers hebben als gevolg dat de samenleving vergrijst. Om de gevolgen van de vergrijzende samenleving, zowel vanuit bedrijfs- als

Nadere informatie

Duurzame Inzetbaarheid. Jaarplan 2016

Duurzame Inzetbaarheid. Jaarplan 2016 Duurzame Inzetbaarheid Jaarplan 2016 1 Inleiding Binnen de sector Zorg en Welzijn zijn grote veranderingen (transitie en transformatie) aan de gang. In 2015 was het daarom spannend om te zien of de aandacht

Nadere informatie

WERKNEMERS ZELF AAN DE SLAG MET HUN DUURZAME INZETBAARHEID

WERKNEMERS ZELF AAN DE SLAG MET HUN DUURZAME INZETBAARHEID HEALTH WEALTH CAREER MERCER WERKNEMERS- ONDERZOEK SERIES WERKNEMERS ZELF AAN DE SLAG MET HUN DUURZAME INZETBAARHEID DUURZAME INZETBAARHEID PRODUCTIEVE, GEMOTIVEERDE EN GEZONDE WERKNEMERS DIE IN STAAT ZIJN

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

VUT-fondsen op weg naar het einde

VUT-fondsen op weg naar het einde Webartikel 2014 VUT-fondsen op weg naar het einde Drs. J.L. Gebraad mw. T.R. Pfaff 05-03-2013 gepubliceerd op cbs.nl CBS VUT-fondsen op weg naar het einde 3 Inhoud 1. Minder VUT-fondsen in 2012 5 2. Kortlopende

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) 1. Opzet van het onderzoek 2. Resultaten en conclusies 3. Discussie Vraagstelling 1. Welke omvang heeft intersectorale

Nadere informatie

BedrijfsGezondheidsIndex 2006

BedrijfsGezondheidsIndex 2006 BedrijfsGezondheidsIndex 2006 Op het werk zijn mannen vitaler dan vrouwen Mannen zijn vitaler en beter inzetbaar dan vrouwen. Dit komt mede doordat mannen beter omgaan met stress. Dit blijkt uit de jaarlijkse

Nadere informatie

7 Verschillen in werkgeversverwachtingen ten aanzien van jongere en oudere werknemers, en hun reacties op psychologisch contractbreuk

7 Verschillen in werkgeversverwachtingen ten aanzien van jongere en oudere werknemers, en hun reacties op psychologisch contractbreuk 7 Verschillen in werkgeversverwachtingen ten aanzien van jongere en oudere werknemers, en hun reacties op psychologisch contractbreuk P. Matthijs Bal en Mandy E.G. van der Velde Inleiding De gemiddelde

Nadere informatie

Tinnitus en arbeid. Een onderzoek naar de invloed van stressoren op tinnitus en de mogelijkheid tot werken

Tinnitus en arbeid. Een onderzoek naar de invloed van stressoren op tinnitus en de mogelijkheid tot werken Rijksuniversiteit Groningen Wetenschapswinkel Geneeskunde en Volksgezondheid Universitair Medisch Centrum Groningen Tinnitus en arbeid Een onderzoek naar de invloed van stressoren op tinnitus en de mogelijkheid

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Het belang van begeleiding

Het belang van begeleiding Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door

Nadere informatie