JAARRAPPORT NATIONALE STUDENTENENQUÊTE 2007

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "JAARRAPPORT NATIONALE STUDENTENENQUÊTE 2007"

Transcriptie

1 JAARRAPPORT NATIONALE STUDENTENENQUÊTE 2007 Frank Steenkamp Teun Timmers Joris van Schilt Leiden, Juli 2008 CHOICE Postbus CB Leiden tel: /4311 fax:

2 2 Voorwoord De publieke beschikbaarheid van actuele vergelijkende studentenoordelen over alle opleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs lijkt na veertien jaar Nationale Studentenenquête (NSE) bijna een vanzelfsprekendheid. Achter de schijnbare rust van jaarlijks gepubliceerde rapportcijfers gaat de laatste jaren echter een grote dynamiek schuil. Naast bacheloropleidingen worden sinds vier jaar ook masteropleidingen beoordeeld. Bij de bachelors krijgen ook de deeltijdstudies een aparte behandeling. Bovendien worden pas sinds drie jaar tevens de particuliere hbo-opleidingen in de enquête betrokken. Wat we anno 2007 vanzelfsprekend vinden, was dat blijkbaar vijf jaar geleden nog niet. Ook de benadering van studenten maakt een snelle ontwikkeling door. Meer dan tien jaar lang geschiedde die telefonisch, omdat dit de hoogste en meest representatieve respons opleverde. Inmiddels zijn steeds meer studenten echter telefonisch onvindbaar, zodat in 2007 voor het eerst een aanzienlijk deel van de enquête webbased heeft plaatsgevonden. Last but not least maakt ook de wijze waarop de studentenoordelen publiek gemaakt worden, een snelle evolutie door. Verschenen ze jarenlang alleen in print in de Keuzegids Hoger Onderwijs, sinds 2003 zijn ze ook (en in meer detail) opgenomen in de database Studiekeuzeinformatie (SKI) en komen ze langs die weg ook op websites zoals de Studeerwijzer van de Volkskrant, Schoolweb en Studiekeuze123. Temidden van al die dynamiek verschijnt dit jaar voor het eerst een apart Jaarrapport, dat in print een overzicht geeft van de enquêteresultaten. Want op de leestafel neerleggen, rustig doorbladeren en tien jaar later nog eens uit de boekenkast halen, dat zijn zo de voordelen van klassieke hardcopy. En daarbij biedt een jaarrapport meer ruimte voor toelichting, achtergronden en context. Wij hopen daarom dat ook een jaarlijks verslag in print tot de vanzelfsprekende features van de Nationale Studentenenquête gaat behoren. Frank Steenkamp, Penvoerder Choice Leiden, juli 2008

3 3 1. Inleiding Opzet van de Nationale Studentenenquête: de opleidingen Opzet van de Nationale Studentenenquête: de vragenlijst Opzet van de Nationale Studentenenquête: methode en betrouwbaarheid Publicatie en gebruik van de resultaten 7 2. Wie zijn de studenten? Overzicht populatie per deelenquête Verschillen tussen disciplines, in de bachelorenquête voltijd Verschillen tussen disciplines, in de bachelorenquête deeltijd Verschillen tussen disciplines, in de masterenquête Overzicht deelenquêtes Bachelorenquête voltijd Bachelorenquête deeltijd Masterenquête Highlights bachelorenquête voltijd HBO PABO HBO Muziek HBO Hotelschool HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Verpleegkunde HBO Werktuigbouw WO Bestuur en Organisatie WO Bedrijfskunde WO Sociologie en Sociale Studies WO Gezondheidswetenschappen WO Kunst en Cultuurstudies WO Informatica Highlights bachelorenquête deeltijd HBO PABO HBO Communicatie HBO Kunstacademie HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening HBO Elektrotechniek WO Geschiedenis en Kunstgeschiedenis WO Recht WO Psychologie Highlights masterenquête HBO Speciaal Onderwijs WO Geschiedenis WO Bestuur en Organisatie WO Economie en Accountancy WO Psychologie WO Gezondheidswetenschappen WO Constructiewetenschappen WO Bouwkunde en Civiele Techniek 62

4 4 7. Vergelijking masters en bachelors Vergelijking oordelen bachelor-master WO Vergelijking oordelen bachelor-master HBO Bachelor-master HBO Verpleegkunde Hogeschool Utrecht Bachelor-master WO Rechten Radboud Universiteit Bachelor-master WO Accountancy Universiteit Nyenrode Bachelor-master WO Economie Universiteit van Amsterdam Bachelor-master WO Psychologie Universiteit Utrecht Bachelor-master WO Economie Universiteit van Tilburg De tijdsbesteding van studenten Tijdsbesteding per studie, bachelor voltijd Tijdsbesteding per studie, bachelor deeltijd Tijdsbesteding per studie, master voltijd en deeltijd De gebruikerstoets Studeren met een handicap De populatie Man/vrouw verdelingen Landelijke oordelen over knelpunten Samenvatting van conclusies 76 Bijlagen De 10 kwaliteitsissues en hun deelaspecten, enquête 2007 Voltijd De 10 kwaliteitsissues en hun deelaspecten, enquête 2007 Deeltijd De 10 kwaliteitsissues en hun deelaspecten, enquête 2007 Master Aantallen deelnemers en populatie NSE VT, DT, MA Vragen Studeren met een handicap (NSE 2007) Populatie Details 86

5 5 1. Inleiding De Nationale Studentenenquête (NSE) wordt jaarlijks afgenomen bij studenten van het Nederlandse hoger onderwijs, met het doel om actuele en betrouwbare studentenoordelen te kunnen publiceren per individuele opleiding. In dit jaarrapport vatten wij de resultaten samen van de Nationale Studentenenquête Dat gebeurt op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dit jaar voor het eerst in deze vorm. De highlights van de oordelen zijn inmiddels al enige tijd beschikbaar, via websites zoals Studiekeuze123 en via de Keuzegids Hoger Onderwijs. In dit rapport vindt u een meer bezonken overzicht van alle oordelen per deelenquête inclusief achtergronden plus toelichtende en duidende tekst. Een volledig overzicht van alle disciplines bevat dit jaarrapport niet. Er is immers sprake van een disciplinecyclus, waarin elk vakgebied eens in de twee of drie jaar aan de beurt komt. Wel zijn er opleidingen beoordeeld uit alle sectoren van het hoger onderwijs, en van alle instellingen van enige omvang. Voor een volledig overzicht van oordelen over alle disciplines, gedurende een periode van tien jaar, verwijzen wij naar het onlangs verschenen trendrapport 1. In dit jaarrapport gaan we specifiek in op de meest actuele oordelen. De inhoudelijke presentatie van de resultaten staat daarbij voorop. In andere recente rapportages zijn methodologische en enquêtetechnische thema s behandeld en verantwoord Opzet van de Nationale Studentenenquête: de opleidingen Ruwweg kent het Nederlandse hoger onderwijs studenten aan 100 HBO en WO instellingen die 2500 opleidingen verzorgen. Deze opleidingen zijn zowel bachelors (voltijd en deeltijd) als masters. De enquête betreft ook een klein aantal Niet Bekostigde (d.w.z. particuliere) Instellingen (NBI). Het is tot nu toe niet mogelijk om jaarlijks bij alle opleidingen enquêtes te houden. Omdat juist de oordelen over verwante opleidingen optimaal vergelijkbaar moeten zijn, worden alle opleidingen van één discipline zoveel mogelijk in hetzelfde jaar onderzocht. Daarom kent de NSE een discipline-cyclus, waarin grote opleidingen elke 2 jaar en andere opleidingen elke 3 jaar worden geënquêteerd. De enquête vindt ieder jaar rond dezelfde tijd plaats, in de maanden maart tot en met mei. De aantallen enquêtes worden bepaald aan de hand van de gewenste statistische betrouwbaarheid (zie par. 1.3). In de praktijk worden in de voltijd rond studenten geënquêteerd, en in totaal Tabel 1 geeft een overzicht van deze kengetallen in Opleidingen zijn ingedeeld en gecodeerd door CHOICE, het samenwerkingsverband van HOP en Research voor Beleid dat in opdracht van het ministerie van OCW de NSE ook in 2007 heeft uitgevoerd. Er zijn 10 clusters opleidingen, gecodeerd A tot en met J, met verdere onderverdelingen. In de Bijlage is een tabel opgenomen met welke opleidingen clusters in 2007 zijn geënquêteerd. 1 F. Steenkamp, T. Timmers, J. van Schilt, M. Heim, M. de Goede. CHOICE, Maart Tien jaar Patronen en Trends in Student Satisfaction in Nederland, F. Steenkamp, C. van der Werf. CHOICE, Februari De Nationale Studenten Enquête Evaluatie SKI, perceel 1.

6 6 1.2 Opzet van de Nationale Studentenenquête: de vragenlijst De bij de NSE gehanteerde vragenlijst bevat zo n 70 items. Het belangrijkste deel gaat over het hoofddoel van de NSE, namelijk de oordelen van de studenten over hun opleidingen. Kenmerkend voor deze enquête is dat de studenten wordt gevraagd rapportcijfers te geven op een schaal van 1 tot 10. Middels zo n 30 detailvragen worden de volgende 10 thema s onderzocht. Per thema wordt het gemiddelde rapportcijfer berekend en gepubliceerd. 1. : is het onderwijs interessant en uitdagend genoeg? 2. Keuzeruimte: is er ruimte voor bijvakken en keuzevakken, en voor specialisaties? Zijn er genoeg mogelijkheden voor buitenlandse ervaring? Kun je in je eigen tempo studeren? 3. Samenhang: is er samenhang tussen de vakken? Continuïteit tussen de studiejaren? Koppeling van theorie en praktijk? 4. Werkvormen: worden er activerende onderwijsvormen gebruikt? Is er genoeg aandacht voor vaardigheden, wordt een kritische instelling gestimuleerd? 5. : oordelen over vakkennis, didactische kwaliteit en beschikbaarheid c.q. contact. 6. Communicatie: tijdige aankondiging en afwikkeling van tentamens. Kun je bijdagen aan evaluatie en beleid van de opleiding? Hoe groot is de studielast? 7. Studeerbaarheid: is de propedeuse te doen? En de hoofdfase? Is er genoeg begeleiding, en zijn er mogelijkheden tot herkansing? 8. Voorbereiding loopbaan: krijg je een helder beeld van beroep en arbeidsmarkt? Hoe is de praktische voorbereiding o.a. in de vorm van stages? 9. Gebouwen: beoordeling van collegezalen, werkgroepruimtes, werkplekken voor zelfstudie. 10. Faciliteiten: zijn de computer- en netwerkfaciliteiten in orde? Zijn dictaten, readers en syllabi beschikbaar, en is er toegang tot vakdocumentatie? 11. Totaalscore: dit is het ongewogen gemiddelde van de tien scores op de hierboven genoemde thema s. De vragenlijst is in 2007 slechts op details gewijzigd, nadat er in 2006 enkele thema s opnieuw benoemd en gerangschikt waren. Er zijn kleine variaties tussen de deelenquêtes. Bij de deeltijdopleidingen wordt bijvoorbeeld gevraagd naar de aansluiting op de werksituatie onder voorbereiding loopbaan. Net zo wordt bij de masteropleidingen gevraagd naar de aansluiting bij de bacheloropleiding. Zie de Bijlagen voor de vragenlijsten per deelenquête. 1.3 Opzet van de Nationale Studentenenquête: methode en betrouwbaarheid De enquête is vanaf het begin telefonisch uitgevoerd. In de loop der jaren is geconstateerd dat de respons hierop terugliep. Dit kwam vooral doordat studenten steeds minder gemakkelijk bereikbaar zijn op een vast nummer. Om deze trend tegen te gaan is na een pilot in 2006, een aanzienlijk deel van de enquête uitgevoerd via internet. Bij deze zogenaamde multi-channeling wordt de hogere (maar kostbaardere) telefonische respons gecombineerd met de lagere (maar gemakkelijker en goedkoper te realiseren) internetrespons. De WO-enquêtes zijn in 2007 zelfs uitsluitend via internet uitgevoerd. De masterenquêtes zijn zowel in het HBO als in het WO multi-channel uitgevoerd.

7 7 Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten op betrouwbaarheid en eventuele weging 3. Kort gezegd hebben studentenoordelen die via het internet worden verzameld een grotere spreiding en valt het gemiddelde iets lager uit dan telefonisch verkregen oordelen. De studentenoordelen worden gegeven op opleiding/vestigingniveau. Omdat de aantallen studenten per opleiding vaak nogal klein zijn moeten we tevoren zorgvuldig de benodigde steekproefgrootte schatten om een redelijke betrouwbaarheidsmarge te bereiken. Het streven is naar een 95% marge van 0,5 punt voor één van de 30 deelvragen, van 0,3 punt voor één van de 10 themavragen, en van 0,15 punt bij de gemiddelde score over die 10 vragen 3. Dit leidt als vuistregel tot een streefgrootte van 50 geënquêteerden per opleiding. Omdat de hele populatie bij kleinere opleidingen vaak van deze grootteorde is, blijkt in die gevallen dat een kleinere steekproef volstaat. Hier geldt de zogenaamde eindigheidcorrectie. Bij de internetmethode zijn de te verwachten marges groter doordat de spreidingen in die oordelen groter uitvallen dan bij de telefonische methode. Hiermee wordt bij de steekproeftrekking rekening gehouden. Dit leidt soms tot overschrijding van de gewenste maximale marge van 0,30. Dan worden de resultaten niet meegenomen in dat jaar (ze kunnen een volgende jaar ook meegenomen worden en dan gebundeld). In 2007 varieerde de gemiddelde voltijdmarge per deelvraag van 0,21 tot 0,28, en voor de totaalscore (gemiddelde van de deelvragen) was zij 0, Publicatie en gebruik van de resultaten Net als in voorgaande jaren zijn de resultaten van de Nationale Studentenenquête 2007 tot nu toe verwerkt en gepubliceerd langs diverse kanalen: de Studiekeuze Informatie (SKI) database, vanaf versie september de website Studiekeuze123, vanaf oktober de Keuzegids 2008 Voltijd (St. HOP te Leiden), vanaf december websites als de studeerwijzer van de Volkskrant en rapporten voor de overheid en instellingen. Geen van deze publicaties biedt zowel cijfers als uitleg over de resultaten van alle vier de deelenquêtes. Dit jaarrapport doet dat wel. 3 M. van Oploo, I. Harteveld, C. van der Werf. CHOICE, Oktober Evaringen met multi-channeling SKI - enquêtes 2007.

8 8 2. Wie zijn de studenten? In de Nationale Studentenenquête worden ook de nodige achtergrondgegevens over de studenten verzameld. Dit betreft eigenschappen zoals geslacht, leeftijd en vooropleiding met waar mogelijk een uitsplitsing naar HAVO- of VWO-profiel. Deze gegevens worden binnen de enquête tot nu toe vooral gebruikt om de representativiteit van de steekproef te monitoren. Ze hebben ook extra aandacht gekregen in een apart project waarin de invloed van studenteigenschappen op de studentenoordelen werd onderzocht. Deze invloed bleek, zolang er binnen één discipline wordt vergeleken, zeer bescheiden. Voor details verwijzen we naar de aparte rapportage over dit multivariate analyseproject. 4 In dit hoofdstuk worden de gegevens as such gepresenteerd, om een feitelijk beeld te geven van de studentenpopulatie in de onderzochte opleidingen. Daarbij zijn we er ons van bewust dat gegevens over de achtergrond van studenten ook uit andere bronnen beschikbaar zijn, en dat deze dus een lagere nieuwswaarde hebben dan de studentenoordelen zelf. Reden om deze gegevens hier te presenteren, is vooral dat ze in dit rapport een nuttige achtergrond bieden bij de gepresenteerde studentenoordelen. Bovendien is deze informatie in bronnen zoals de Studentenmonitor alleen op sectorniveau beschikbaar en kunnen we hier uitsplitsen tot op studierichting. Wel moeten we beseffen dat het steeds slechts een afspiegeling is van de geënquêteerde steekproef. We pretenderen hier geen op de procentpunt exact beeld van de totale populatie te geven. Voor een vergelijking tussen disciplines is deze benadering echter nauwkeurig genoeg 2.1 Overzicht populatie per deelenquête Er zijn kenmerkende verschillen in populatie-eigenschappen tussen de verschillende deelenquêtes en daarbinnen tussen de HBO- en WO-opleidingen. Deze verschillen worden hier als eerste samengevat. Sekse Man/Vrouwverdeling In het hoger onderwijs zijn vrouwen de laatste jaren licht in de meerderheid. Bij de instroom betreft het enkele procentpunten. Door de hogere studietrouw loopt het aandeel vrouwen van de ingeschrevenen in latere studiejaren naar de 55 procent. Door een iets hogere respons van vrouwen ligt hun percentage in onze bachelorenquêtes Landelijk voltijd WO voltijd HBO voltijd Landelijk deeltijd WO deeltijd HBO deeltijd Landelijk master WO master HBO master man vrouw 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 4 F. Steenkamp, A. Ziegelaar, M. de Goede. CHOICE, juli Wat bepaalt de oordelen van studenten over hun opleiding? Rapportage miltivariate analyses Nationale Studenten-Enquête (NSE)

9 9 zelfs net boven de zestig. Bij de WO-masters zien we dat de verhoudingen anders liggen. Hier is een hoger aandeel mannen te vinden. Dit wordt grotendeels verklaard door de tamelijk omvangrijke instroom van mannelijke HBO-gediplomeerden in WO-masters, met name in de technische en economische richtingen. Leeftijd Omdat in de Nationale Studentenenquête een Leeftijd dwarsdoorsnede van de studiejaren om een oordeel wordt gevraagd, zijn de hier Landelijk voltijd gepresenteerde cijfers < 20 een afspiegeling van de WO voltijd totale studentenpopulatie, en HBO voltijd niet van de leeftijd bij Landelijk deeltijd aanvang van de studie WO deeltijd Zoals verwacht, is de grote meerderheid van HBO deeltijd de ondervraagde voltijdbachelorstudenten Landelijk master WO master > 25 jonger dan 25 jaar. Vooral in het HBO is er HBO master een aanzienlijk deel zelfs jonger dan 20. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Voor de deeltijdstudies geldt praktisch het omgekeerde. Slechts een op de zes studenten is er jonger dan 25. De rest is ouder 5. Interessant is verder het verschil bij de masters. Bij de HBO-masters is de jongere student buitengewoon zeldzaam, terwijl de universitaire masters voor tweederde bevolkt worden door studenten jonger dan 25 jaar. Dit illustreert het verschil in status. In het HBO zijn de masteropleidingen primair gericht op mensen met werkervaring, in het WO staat het doorstromen vanuit de bachelor nog voorop. Vooropleiding De verdeling naar vooropleiding laat in de voltijd-bacheloropleidingen een vertrouwd beeld zien. In het WO bestaat de populatie voor ruim tachtig procent uit VWO-gediplomeerden, terwijl in het HBO de populatie voor bijna zestig procent uit havisten bestaat. Daarna zijn de MBO ers met bijna twintig procent de belangrijkste groep, en pas daarna volgen de VWO ers met bijna vijftien procent. Het is interessant om te zien dat het beeld bij de deeltijdopleidingen duidelijk anders is. De deeltijdstudie blijkt vooral een route voor de tweede kans. In het WO zien we er veertig procent afgestudeerde HBO ers, dertig procent doctorandussen of masters en nog eens twintig procent met een propedeuse uit HBO of WO. In het deeltijd-hbo zien we iets vergelijkbaars: bijna veertig procent stapelaars met een MBO-diploma, en nog eens ruim twintig procent die al eerder een HBO-studie heeft afgerond. Samen met de doctorandussen en mensen met een HBO- of WO-propedeuse is 5 Voor de gehele NSE wordt tot nu toe één standaard leeftijdsindeling gehanteerd, die geen verdere uitsplitsing geeft boven de 25 jaar. Voor de deeltijdstudies en HBO-masters zou meer detail gewenst zijn.

10 10 daarmee ruim tachtig procent van de populatie beschreven. De overigen hebben alleen een HAVO- of VWO-diploma, met vaak al enige jaren werkervaring. Bij de masteropleidingen zien we, vanwege zwaardere toegangseisen, een minder gevarieerd beeld. In principe verwachten we hier alleen studenten met minimaal een afgeronde bachelor tegen te komen. Dat blijkt Vooropleiding ook voor negentig Landelijk voltijd procent het geval. Het restpercentage WO voltijd bestaat, behalve uit HBO voltijd mensen met een buitenlands diploma, Landelijk deeltijd vooral uit studenten WO deeltijd die nog bezig zijn hun bachelor af te HBO deeltijd ronden. Landelijk master Zoals verwacht WO master vormen WObachelors de grote HBO master meerderheid in de 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% WO-masterstudies en ook bij de HBOmasters vormt de HAVO VWO instroom uit de MBO HBO - propedeuse HBO Universiteit - propedeuse hogescholen de WO-bachelor (of WO-doorstroom) WO-master (of WO-doctoraal) grote meerderheid. anders Toch vindt er ook een aanzienlijke cross-over plaats. In de door ons onderzochte WO-masters bestaat de populatie voor 15 procent uit HBOgediplomeerden, en in het HBO zien we meer dan tien procent WO-bachelors en doctorandussen. 2.2 Verschillen tussen disciplines, in de bachelorenquête voltijd We zoomen vanaf hier één niveau verder in, en vergelijken per deelenquête de ondervraagde populatie van verschillende disciplines. We beginnen bij de bachelorenquête voltijd. De voltijdenquête is de meest gedetailleerde en dekkende van de deelenquêtes binnen de Nationale Studentenenquête. In 2007 is hier veertig procent van de binnen het hoger onderwijs onderscheiden groepen studies aan een onderzoek onderworpen; daarbij zijn alleen de zeer jonge en zeer kleine opleidingen buiten het onderzoek gebleven. Bachelor voltijd, man/vrouwverdeling Hieronder is de man/vrouwverdeling binnen onze bachelor voltijdsteekproef uitgesplitst per studierichting. Het percentage vrouwelijke respondenten is gemiddeld iets hoger dan in de werkelijke populatie, maar dit effect doet zich in principe bij alle studies voor. De cijfers blijven daardoor geschikt voor het tonen van verschillen tussen studies. Bij de studies met het hoogste aandeel vrouwelijke studenten treffen we niet de pabo s, maar de lerarenopleidingen speciaal onderwijs als eerste aan, gevolg door WO pedagogiek.

11 11 Beiden tellen minder dan 5 procent mannelijke studenten. Ook drie sociale hbo-studies, verpleegkunde en de Romaanse talen behoren tot de meest vrouwelijke opleidingen. 120% 100% Man/Vrouwverdeling per studie (in steekproef NSE bachelor VT 2007) man vrouw 80% 60% 40% 20% 0% 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% HBO PABO HBO Journalistiek Lerarenopleidingen speciaal Pedagogiek Creatieve therapie SPH Verpleegkunde Romaanse talen PABO Kunstgeschiedenis Culturele antropologie Kunst- en Cultuurstudies CMV Engelse taal en cultuur Toerisme en vrijetijdskunde Gezondheidswetenschappen Fysiotherapie Lerarenopleiding talen Sociologie Hotelschool Milieuwetenschappen Tandheelkunde Facility management Journalistiek Bestuur en organisatie Muziek Landbouw Aardwetenschappen MER Lerarenopleidingen exact Leraar maatschappijvakken Bedrijfskunde Mediastudies Small business Bouwkunde en Civ techniek Ruimtelijke ordening Ontwerpen Technische natuurkunde Informatica Constructiestudies Werktuigbouwkunde Aan de andere kant van de schaal zijn er vier uitgesproken mannenstudies, met minder dan 10 procent vrouwen. Het betreft drie techniekstudies, plus informatica. De studies met een min of meer gelijk aandeel mannen en vrouwen zijn vrij zeldzaam. Het betreft in het HBO journalistiek, muziek en landouw en MER en in het WO de studies bestuur en organisatie en aardwetenschappen. Bachelor voltijd, leeftijdsverdeling In de tabel op de volgende pagina wordt de leeftijdsverdeling binnen enkele grote opleidingen in de voltijd-enquête getoond. In het HBO zien we dat verpleegkunde de studie met de jongste studentenpopulatie is: meer dan driekwart van de studenten is jonger dan 22 jaar. Bij HBO muziek is dat aandeel minder dan de helft, terwijl een kwart van de studenten zelfs boven de 25 is. In het WO is milieuwetenschappen de studie met de meeste studenten onder de 22 (74%). Bij de meeste andere studies ligt dit aandeel rond de zestig procent. Kunstgeschiedenis vormt het andere uiterste. Net als bij het conservatorium is een minderheid hier jonger dan 22, en is bijna een op de vijf studenten ouder dan 25 jaar. In de bijlage van dit HBO Muziek Leeftijdsverdeling HBO/WO HBO MER HBO Verpleegkunde HBO Constructiestud. WO Engels WO Kunstgesch. WO Bedrijfskunde < > 25 rapport zijn volledige tabellen opgenomen over de leeftijdsverdeling bij alle geënquêteerde opleidingen. WO Sociologie WO Gezondheidswet. WO Bouwkunde

12 12 Bachelor voltijd, vooropleiding Ook de 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% HBO PABO HBO Journalistiek HBO Muziek HBO MER Vooropleidingen HBO/WO HBO Verpleegkunde HBO Constructiestud. WO Engels WO Kunstgesch. WO Bedrijfskunde WO Sociologie WO Aardwetensch. WO Bouwkunde toelatingsexamen /gesprek buitenlandse opleiding Universiteit - doctoraal Universiteit - propedeuse HBO HBO - propedeuse verdeling naar vooropleiding laat per studie interessante variaties op het algemene patroon zien. In het HBO is het HAVOdiploma wel in de meerderheid, maar bij de pabo en techniekstudies is de groep met een MBOopleiding een goede tweede met een aandeel van rond de 30 procent. Bij HBO muziek zien we zelfs dat er meer studenten met VWO-diploma zijn dan met HAVO. In het WO zijn de verschillen in vooropleiding minder groot. Overal vormt VWO een meerderheid van 70 of meer procent. Bij enkele studies (talen, sociologie) is er een groep van ongeveer tien procent met een HBO-propedeuse; en bij de helft van de studies is er ook een dergelijke groep stapelaars, die met een afgerond HBO-diploma een WO-bachelor volgt. Bachelor voltijd, profielen In aanvulling op de gegevens over vooropleidingen laten we ook zien hoe de verdeling over de vier HAVO- en VWO-profielen per studie is. De studies zijn gerangschikt volgens de 10 sectoren van de database StudiekeuzeInformatie. Deze loopt van onderwijs via talen en cultuur naar maatschappijvakken, gezondheid en techniek. We verwachten van links naar rechts een dalend aandeel van het cultuurprofiel CM en een oplopend aandeel NT (techniek). MBO VWO HAVO 100% 95% 90% 85% 80% 75% 70% 65% 60% 55% 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Havo-profiel studenten per discipline (NSE 2007) hbo PABO hbo Lerarenopleiding talen hbo Pedagogiek hbo Leraar maatschappijvakken hbo Lerarenopleidingen exact hbo Lerarenopleidingen speciaal hbo Journalistiek hbo Mediastudies hbo Muziek hbo Ontwerpen hbo MER hbo Facility management hbo Hotelschool hbo Toerisme en vrijetijdskunde hbo Small business hbo CMV hbo SPH hbo Creatieve therapie hbo Verpleegkunde hbo Fysiotherapie hbo Landbouw hbo Ruimtelijke ordening en planologie hbo Technische natuurkunde hbo Werktuigbouwkunde hbo Constructiestudies NT NG EM CM

13 13 In de praktijk zijn de patronen grilliger. Soms komt dit door de indelingsprincipes van de database, die bijvoorbeeld de lerarenopleiding exact in de sector onderwijs plaatst. Maar er zijn ook verschillen die men niet direct zou bedenken. Zo blijken de studies uit de economische sector (van MER tot en met small business) qua profiel aanzienlijk te verschillen. MER en small business worden vooral bevolkt door scholieren met een economieprofiel (EM), maar bij de hotelschool zijn er bijna evenveel cultuurprofielen (CM). Bij toerisme vormen de laatsten zelfs de grootste groep. Verder valt op dat de sociale studies een hoog aandeel studenten met CMprofiel hebben, en dat het gezondheidprofiel (NG) bij een breed scala aan studies goed vertegenwoordigd is. Zowel bij pedagogiek als ontwerpen als creatieve therapie is NG de tweede groep in grootte. VWO-profiel studenten per discipline (NSE 2007) 100% 95% 90% 85% 80% 75% 70% 65% 60% 55% 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% wo Engelse taal en cultuur wo Romaanse talen wo Kunstgeschiedenis wo Bestuur en organisatie wo Kunst- en Cultuurstudies wo Culturele antropologie wo Bedrijfskunde wo Sociologie en Sociale studies wo Aardwetenschappen wo Tandheelkunde wo Gezondheidswetenschappen wo Milieuwetenschappen wo Informatica wo Bouwkunde en Civiele techniek In het WO is de situatie overzichtelijk. Ook het opvallende aandeel techniek (NT) bij bedrijfskunde is goed verklaarbaar. Onder deze groep valt namelijk ook de TU-studie technische bedrijfskunde. NT NG EM CM En verder Naast de reeds besproken kenmerken zijn er nog andere gegevens over de populatie verzameld. De onderstaande grafiek laat bijvoorbeeld per studie zien in hoeverre studenten op kamers woont of wil wonen. Deze gegevens dienden vooral als hulpmiddel om oordelen over de kamermarkt te verzamelen, maar ook op zichzelf zijn ze informatief. Dat WO-studenten veel vaker op kamers wonen dan HBO-studenten was al uit ander landelijk onderzoek zoals de Studentenmonitor bekend. Ook per studie zijn er echter aanzienlijke verschillen. Zo blijken universitaire studenten in de talen en informatica relatief vaak thuiswonend. Bouwkundigen wonen het vaakst op kamers. In het HBO zijn de hotelschool en technische natuurkunde studies met relatief veel kamerbewoners. De verklaring van deze verschillen kan deels gezocht worden in de geografische spreiding van het studie-aanbod: er zijn in Nederland nog maar drie HBOopleidingen in de technische natuurkunde, en ook het aantal hotelscholen is gering. Het aantal pabo-vestigingen ligt echter boven de vijftig. Thuiswonen is bij deze studie dus eenvoudiger.

14 14 Op kamers of niet: bachelors voltijd per studie 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% hbo PABO hbo Lerarenopleiding talen hbo Pedagogiek hbo Leraar maatschappijvakken hbo Lerarenopleidingen exact hbo Lerarenopleidingen speciaal hbo Journalistiek hbo Mediastudies hbo Muziek hbo Ontw erpen hbo MER hbo Facility management hbo Hotelschool hbo Toerisme en vrijetijdskunde hbo Small business hbo CMV hbo SPH hbo Creatieve therapie hbo Verpleegkunde hbo Fysiotherapie hbo Landbouw hbo Ruimtelijke ordening en hbo Technische natuurkunde hbo Werktuigbouw kunde hbo Constructiestudies w o Engelse taal en cultuur w o Romaanse talen w o Kunstgeschiedenis w o Kunst- en Cultuurstudies w o Bestuur en organisatie w o Bedrijfskunde w o Sociologie en Sociale studies w o Culturele antropologie w o Tandheelkunde w o Gezondheidsw etenschappen w o Aardw etenschappen w o Milieuw etenschappen w o Informatica w o Bouw kunde en Civiele techniek w oont op kamers niet op kamers, w il in studiestad op kamers w onen niet op kamers en niet op zoek Tenslotte zijn ook gegevens verzameld over de bestemmingslanden van studenten die een deel van de studie in het buitenland doorbrengen. Dit betreft zowel in het HBO als het WO 7 procent van de ondervraagde populatie. In het HBO kiest de meerderheid voor een Europees land (totaal 55%). Toch is de verdeling soms verrassend. Zo is België bij deze studies de belangrijkste bestemming in Europa, en blijken verder de Antillen en Suriname een zeer belangrijke bestemming bij de onderzochte studies. Noord-Amerika 2% Zuid-Amerika 3% Azië 5% Antillen/Suriname 15% Buitenlandse bestemmingen HBO-studenten (N=1217, of 7% van totale populatie) Midden-Oosten Oceanië 1% 3% Afrika 9% Verenigde Staten 6% Europa 17% Anders 1% Groot-Brittanië 10% Duitsland 9% België 11% Frankrijk 4% Spanje 4%

15 15 Ook in het WO kiest een kleine meerderheid (56%) voor een van de Europese landen. Hier blijkt Spanje met 11 procent het belangrijkste. Buiten Europa zien we dat Afrika en Zuid-Amerika belangrijker zijn dan de VS of Azië. Hier speelt mee dat in 2007 ook culturele antropologie een van de onderzochte studies was, naast overigens veel grotere studies als bedrijfskunde. Buitenlandse bestemmingen WO-bachelorstudenten (N=472, of 7% van totale populatie) Midden-Oosten 1% Noord-Amerika 2% Zuid-Amerika 10% Azië 7% Afrika 11% Oceanië 3% Groot-Brittanië 8% Anders 1% Duitsland 4% België 1% Spanje 11% Frankrijk 7% Antillen/Suriname 2% Verenigde Staten 7% Europa 25% 2.3 Verschillen tussen disciplines, in de bachelorenquête deeltijd Ook van de deeltijdenquête tonen we hier een aantal populatiekenmerken per studie. Bachelor deeltijd, man/vrouwverdeling Eerder zagen we al dat vrouwen bij de deeltijdstudies licht in de meerderheid zijn. De studies zijn geordend naar man/vrouwverdeling. Ook binnen sectoren zien we soms aanzienlijke Man/vrouw verdeling deeltijd 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% WO Pedagogiek HBO Pedagogiek WO Psychologie HBO PABO HBO Kunstacademie HBO Personeel en arbeid WO Sociologie HBO MWD HBO SJD HBO SPH HBO Communicatie WO Recht WO Theologie WO (Kunst)geschiedenis WO Wijsbegeerte WO Fiscaal Recht HBO Bedrijfseconomie HBO AOT HBO Vervoer en logistiek HBO Bedrijfskunde HBO Civiele techniek HBO Zee- en Luchtvaart HBO Elektrotechniek man vrouw verschillen. Zo kennen de deeltijdstudies WO (kunst-)geschiedenis een verrassend hoog aandeel mannen, en geldt hetzelfde voor HBO bedrijfskunde.

16 16 Bachelor deeltijd, leeftijdsverdeling We zagen al dat de deeltijdstudies in meerderheid door 25-plussers worden bevolkt. Helaas is in de enquête boven die leeftijd geen onderverdeling gemaakt. Hier wordt van een aantal representatieve studies de leeftijdsverdeling getoond. Opvallend is dat bij de HBO-studie SPH nog een aanzienlijk 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% WO Wijsbegeerte WO Recht Leeftijdsverdeling per studie (NSE Voltijd 2007) aandeel jongere studenten voor het deeltijdtraject kiest: eenderde van de studenten is daar jonger dan 25. Dit betreft vooral MBO-gediplomeerden die reeds een baan hebben, maar tegelijk vrijwel direct verder studeren. In mindere mate doet hetzelfde verschijnsel zich ook voor bij HBO civiele techniek en vervolgens bij bedrijfseconomie. WO Psychologie HBO Sociaal pedagogische hulpverlening HBO Civiele techniek HBO Bedrijfseconomie > Bachelor deeltijd, vooropleiding Deeltijdstudies zijn bij uitstek het domein van doorstromende of stapelende studenten, die al een diploma en een baan hebben. Maar de aard van dat diploma loopt per studie nog wel uiteen. Hier laten we weer enkele representatieve voorbeelden zien. In het HBO vormen de mensen met MBO-diploma de belangrijkste groep deeltijdstudenten. Dit geldt vooral bij sociaal pedagogische hulpverlening. Bij bedrijfseconomie zijn ook andere groepen deeltijdstudenten belangrijk. Bijna een kwart komt uit HAVO of VWO, en bijna dertig procent heeft al eerder een HBO-studie gevolgd al dan niet afgerond met een diploma. In het WO is de groep doorstromers vanuit het HBO weliswaar belangrijk, maar hij is 100% 95% 90% 85% 80% 75% 70% 65% 60% 55% 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% WO Wijsbegeerte WO Recht Vooropleidingen studenten WO Psychologie HBO Sociaal pedagogische hulpverlening HBO Civiele techniek HBO Bedrijfseconomie geen - toelatingsexamen/gesprek buitenlandse opleiding Universiteit - doctoraal Universiteit - propedeuse HBO HBO - propedeuse niet in de meerderheid. Belangrijker nog zijn studenten die al eerder een WO-studie volgden. Bij wijsbegeerte heeft zelfs 45 procent al een doctoraaldiploma in een andere studie op zak. MBO VWO HAVO

17 Verschillen tussen disciplines, in de masterenquête Tenslotte tonen we hier enkele populatiekenmerken van de onderzochte masteropleidingen. Masters, man/vrouwverdeling 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0% Man/vrouw verdeling (NSE Master 2007) HBO Manag. Zorg HBO Mondzorg HBO Diagnostiek HBO Ler. Maatsch. WO Sociale geografie WO Econometrie WO Aardwet. WO Economie WO Fisc. Economie HBO Verloskunde WO Bedrijfskunde WO Theologie HBO Ov. verzorgers WO Industr. Ontw. HBO Leraar exact HBO Fysiotherapie WO Politicologie WO Wijsbegeerte WO Geschiedenis WO Bestuurskunde HBO Ergotherapie HBO Logopedie WO Recht HBO Pedagogiek HBO Verpleegkunde WO Gez. Wet. HBO Leraar talen WO Cult. Antr. HBO Leraar speciaal WO Psychologie WO Communicatie WO Pedagogiek man vrouw In de masterenquête zijn de mannen licht in de meerderheid. Bij vergelijking tussen de bachelors en de masters in dezelfde studie valt in het HBO op dat mannen kennelijk vaker verder studeren in de master. Een goed voorbeeld is HBO pedagogiek. Bij de bachelor tellen we slechts 20 procent mannen, in de master hebben ze een aandeel van 40 procent. Masters, leeftijdsverdeling De meeste masterstudenten zijn 22 jaar of ouder. Bij HBO studies is de grootste groep zelfs ouder dan 25. Dit geldt voor alle in 2007 geënquêteerde opleidingen. In het WO is de populatie van de masters jonger, maar wel zien we weer verschillen tussen de studies. Bij aardwetenschappen zien we maar 14 procent boven de 25 jaar, terwijl de oudere student juist in de 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% meerderheid is bij theologie en wijsbegeerte. 0% Leeftijdsverdeling per studie (NSE Master 2007) HBO Leraar exact HBO Leraar maatschappij HBO Leraar speciaal HBO Leraar talen HBO Pedagogiek HBO Verpleegkunde.WO Aardwetensch WO Bedrijfskunde WO Bestuur en organisatie WO Bouwkunde/Civ. techniek WO Communicatie WO Constructiestudies WO Culturele antropologie WO Econometrie WO Economie WO Elektrotechniek WO Fiscale Economie WO Geschiedenis.WO Gezondheidswet WO Industrieel ontwerpen WO Pedagogiek WO Politicologie WO Psychologie WO Recht WO Sociale geografie WO Theologie WO Wijsbegeerte > < 20

18 18 Masters, vooropleiding Tenslotte kijken we naar de verdeling naar vooropleiding in de masterstudies. Opnieuw focusen we op de bijzondere gevallen. Zo blijken in het HBO de lerarenopleidingen voor bijna een vijfde bevolkt met studenten met een WO-diploma, en zien we bij verpleegkundige masters een flinke groep zonder officieel diploma uit het hoger onderwijs. Dit 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Vooropleidingen per studie (NSE Master 2007) HBO Leraar exact HBO Leraar maatschappij HBO Leraar speciaal HBO Leraar talen HBO Pedagogiek.HBO Verpleeg.WO Aardwetenschap WO Bedrijfskunde WO Bestuur en organisatie WO Bouwkunde WO Communicatie WO Constructiestudies WO Culturele antropologie WO Econometrie WO Economie WO Elektrotechniek WO Fiscale Economie WO Geschiedenis.WO Gezondheidswet WO Industrieel ontwerpen WO Pedagogiek WO Politicologie WO Psychologie WO Recht WO Sociale geografie WO Theologie WO Wijsbegeerte anders WO-master (of WOdoctoraal) HBO WO-bachelor (of WOdoorstroom) betreft vermoedelijk vooral mensen die eerder een inservice -opleiding bij een ziekenhuis hebben gevolgd. Bij de WO-masters valt vooral op dat de opleiding fiscale economie zeer populair is bij HBOgediplomeerden. In mindere mate geldt hetzelfde voor de masters in bedrijfskunde en bestuur en organisatie. De masters in communicatie en wijsbegeerte zijn relatief populair onder reeds eerder afgestudeerde academici. Bij elektrotechniek zien we het hoogste aandeel afwijkende vooropleiding. In absolute aantallen gaat dit overigens om slechts enkele studenten.

19 19 3. Overzicht deelenquêtes 3.1 Bachelorenquête voltijd In 2007 zijn voltijdstudenten geënquêteerd; in het HBO en in het WO, in respectievelijk 286 en 98 opleidingen. Gemiddeld per opleiding gaven meer dan 60 studenten hun oordeel op een gemiddelde populatie van 450 studenten. Per opleiding werd dus zo n 13% van de populatie ondervraagd. WO en HBO beoordeeld op hoofdissues Bij de universitaire voltijd-opleidingen zien we allereerst veel waardering voor de inhoud van het studieprogramma en de docenten. Studenten vinden het onderwijs interessant en uitdagend, en de docenten voldoende deskundig. Het meest kritisch zijn de bachelorstudenten over de loopbaanvoorbereiding, waaronder overigens ook de kennismaking met wetenschappelijk onderzoek meetelt. Net als in eerdere jaren oordelen de studenten in het WO in absolute rapportcijfers duidelijk positiever over hun onderwijs dan de studenten in het HBO. Het gemiddelde rapportcijfer ligt in het HBO bijna een kwart punt lager. Dit is een voortzetting van wat bleek bij de 10-jaar trendanalyse van de NSE. Dit geldt voor alle aspecten, behalve voor studeerbaarheid en de voorbereiding op de loopbaan. Daar scoort het HBO relatief gunstiger. De HBO-studenten blijken vooral minder tevreden over hoe de opleiding met hen communiceert over tentamenresultaten, roosterwijzigingen en degelijke. Ook gebouwen, faciliteiten en de inhoud van het onderwijs komen er in vergelijking met het WO (een halve punt lager) maar matig af. Alleen de loopbaanvoorbereiding komt er in het HBO een halve punt beter van af dan in het WO. Ook de studeerbaarheid wordt iets hoger gewaardeerd dan in het WO. Gebouwen Studeerbaarheid Gemiddeld SO NSE 2007 WO / HBO in Ba-voltijdenquete Faciliteiten Communicatie 7,40 7,20 7,00 6,80 6,60 6,40 6,20 6,00 5,80 Keuzeruimte Samenhang Werkvormen LoopbaanVoorb HBO totaal WO totaal Detailvragen HBO, vergelijking Zoals beschreven in de inleiding, zijn de studentenoordelen gebaseerd op de antwoorden op ruim dertig onderliggende vragen (zie ook Bijlage 1). Hier gaan we in op de scores op deze detailvragen. Allereerst bezien we de scores van het HBO in 2007 in vergelijking met 2006.

20 20 geb 2: practicum geb 1: lesruimtes stud 4: begeleiding stud 3: herkansingen Detailvragen HBO Ba VT inhoud 1: interessant algemeen oordeel fac 3: onderwijsmateriaal fac 2: computers fac 1: vakdocumentatie geb 3: werkplekken 7,8 7,6 7,4 7,2 7,0 6,8 6,6 6,4 6,2 6,0 5,8 5,6 inhoud 2: niveau stof inhoud 3: niveau toetsing keuze 1: keuzeruimte keuze 4: eigen tempo keuze 2: specialisatie keuze 3: buitenland samen 5: koppeling theorie en praktijk samen 1: samenhang vakken samen 2: studiejaren HBO 2007 HBO 2006 stud 2: haalbaarheid opleiding stud 1: haalbaarheid eerstejaar comm 4: bijdrage evaluatie werkv 1: actief leren toepassen werkv 2: kritische instelling werkv 3: praktische oefening comm 3: huishoudelijk loopb 1: beeld arbeidsmarkt comm 2: rechten en plichten loopb 2: beroepservaring comm 1: tijd. resultaten loopb 3: toepassing van onderzoek doc 3: beschikb. docenten doc 1: deskundigheid doc 2: helder De overeenkomsten tussen beide meetjaren zijn, ondanks het feit dat verschillende studies werden onderzocht, opvallend groot. Nergens is het verschil groter dan 0,3 rapportpunt. Wel is er over de volle breedte van de enquête sprake van een lichte daling in de rapportcijfers. Deze daling met gemiddeld 0,22 punt is vooral een gevolg van de gewijzigde enquêtetechniek: voor het eerst gaf een deel van de studenten zijn mening niet telefonisch, maar via internet. De praktijk leert dat respondenten bij deze enquêtechniek vrijmoediger en vaak kritischer oordelen. Om te voorkomen dat de vergelijking tussen opleidingen door dit effect werd beïnvloed, zijn de resultaten van telefonische en webenquête bij alle HBOopleidingen op 50/50-basis gewogen. De hoogste rapportcijfers zien we in het HBO bij de studeerbaarheid, de kans om beroepservaring op te doen, en de mogelijkheden voor studie in het buitenland. De zwaarste kritiek is er op enkele aspecten van de communicatie, op de beschikbare werkplekken voor zelfstudie en tenslotte op het aanbod aan keuzevakken en de ruimte om te studeren in je eigen tempo. Detailvragen WO vergelijking Ook in het WO is het patroon van de oordelen in 2007 sterk vergelijkbaar met 2006, maar vallen de oordelen bij de meeste vragen dit jaar wel lager uit; de daling bedraagt hier 0,14 punt. Opgemerkt zij hier dat de studenten in het WO louter via de webenquête zijn benaderd. De sterkste daling in rapportcijfer zien we bij de vraag of studenten een goed beeld krijgen van de arbeidsmarkt. Die score ligt 0,31 punt lager dan in Uiteraard was bij de NSE 2006 de discipline samenstelling anders dan in 2007, maar wel wordt ieder jaar gestreefd naar een goede dwarsdoorsnede van de diverse sectoren. De sterke overeenkomst in de waarderingscijfers van beide jaren bevestigt dat deze spreiding behoorlijk geslaagd is.

Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2015

Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2015 Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2015 Hbo ers en academici van studiejaar 2012/2013 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen hbo ers Ernest Berkhout Siemen van der Werff

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2013. HBO ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2013. HBO ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema Studie & Werk 2013 HBO ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage tabellen Hbo ers E. Berkhout S. van der Werff

Nadere informatie

Subsector pedagogische opleidingen

Subsector pedagogische opleidingen Samenvatting... 2 Gemiddeld in aantal en inschrijvingen... 2 Meeste instroom in hbo-... 3 Weinig uitval... 3 Relatief minder switchers... 3 Hoog rendement in hbo-bachelor en wo-master... 3 Accreditatie-uitkomsten:

Nadere informatie

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Voor u ligt een nieuwe analyse Keuzegids 2015 d.d. 5-11-2014. Deze vernieuwde analyse is tot stand gekomen wegens een grote rectificatie op de Keuzegids 2015 d.d.

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2014 Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage tabellen Hbo ers Ernest Berkhout Siemen van der Werff

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2009 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & werk 2009. Hbo ers en academici van studiejaar 2006/2007 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2009 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & werk 2009. Hbo ers en academici van studiejaar 2006/2007 op de arbeidsmarkt Amsterdam, juni 2009 In opdracht van Elsevier Thema Studie & werk 2009 Hbo ers en academici van studiejaar 2006/2007 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen hbo ers E.E. Berkhout S.G. van der

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2016

Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2016 Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2016 Hbo ers en academici van studiejaar 2013/2014 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen hbo ers Paul Bisschop Siemen van der Werff

Nadere informatie

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen.

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. Erratum In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. In figuur 1, pagina 19, is de legenda onjuist weergegeven, waardoor de categorieën en verwisseld zijn. De juiste grafiek is hieronder

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2011 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2011

Amsterdam, juni 2011 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2011 Amsterdam, juni 2011 In opdracht van Elsevier Thema Studie & Werk 2011 HBO ers en academici van studiejaar 2008/2009 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage tabellen Hbo ers E. Berkhout T.H. Smid S. van

Nadere informatie

NATIONALE STUDENTEN ENQUÊTE EEN ANALYSE VAN ALLE SECTOREN

NATIONALE STUDENTEN ENQUÊTE EEN ANALYSE VAN ALLE SECTOREN NATIONALE STUDENTEN ENQUÊTE IN HET HBO EN WO (21-214) 1 VOORWOORD STUDIEKEUZE123 Sinds 29 is Stichting Studiekeuze123 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Nationale Studenten Enquête (NSE); een landelijk

Nadere informatie

Samenvatting resultaten Quick Scan Aansluiting HBO-TU/e

Samenvatting resultaten Quick Scan Aansluiting HBO-TU/e Quick Scan: Aansluiting HBO-TU/e juni 2005 Samenvatting resultaten Quick Scan Aansluiting HBO-TU/e Een Quick Scan is een peiling onder studenten over een actueel onderwerp. Het Studenten Service Centrum

Nadere informatie

3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag

3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag 3 Onze studenten 3.1 Oriëntatie op vervolgonderwijs 3.1.1 Bezoekersaantallen Open Dag Bezoekersaantallen per vestiging nov 06 2007 2008 2009 2010 De Haagse Hogeschool 2832 14926 15575 19529 17405 De Haagse

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2013. Hbo ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema. Studie & Werk 2013. Hbo ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt Amsterdam, juni 2013 In opdracht van Elsevier Thema Studie & Werk 2013 Hbo ers en academici van studiejaar 2010/2011 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen academici E. Berkhout S. van der Werff

Nadere informatie

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen

Subsector politicologie en bestuurskundige opleidingen Subsector politicologie en bestuurskundige Samenvatting... 2 Weinig deeltijd... 2 Wo-instroom... 3 Weinig uitval iets toegenomen... 3 Veel switch... 3 Vier in herstel... 3 Veel studenten raden opleiding

Nadere informatie

Subsector psychologie

Subsector psychologie Samenvatting... 2 Gemiddeld qua aantallen opleidingen... 2 Groot aantal studenten... 3 Grotendeels wo-subsector... 3 Weinig mbo-instroom in hbo-bachelor... 3 Weinig uitval... 3 Minste switch... 3 Diplomarendement

Nadere informatie

Public Administration Arbeidsmarkt

Public Administration Arbeidsmarkt Public Administration Maar liefst 33 masters staan voor je klaar als je je bachelor politicologie, bestuurskunde of internationale betrekkingen hebt gehaald. Maak daar maar eens een keuze uit. Ga je voor

Nadere informatie

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013 FACTSHEET Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht Platform Beleidsinformatie Mei 2013 Samenstelling: Pauline Thoolen (OCW/Kennis) Rozemarijn Missler (OCW/Kennis) Erik Fleur (DUO/IP) Arrian Rutten

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt

Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2014. Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt Amsterdam, juni 2014 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2014 Hbo ers en academici van studiejaar 2011/2012 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen academici Ernest Berkhout Siemen van der

Nadere informatie

Wat doet C.H.O.I. met de resultaten van de NSE? Slotbijeenkomst Nat Stud Enquête (NSE) 2013 Utrecht, 6 juni 2013 Frank Steenkamp

Wat doet C.H.O.I. met de resultaten van de NSE? Slotbijeenkomst Nat Stud Enquête (NSE) 2013 Utrecht, 6 juni 2013 Frank Steenkamp Wat doet C.H.O.I. met de resultaten van de NSE? Slotbijeenkomst Nat Stud Enquête (NSE) 2013 Utrecht, 6 juni 2013 Frank Steenkamp Outline: 1. Historie 2. Onze principes m.b.t. NSE 3. Toepassing in. KEUZEGIDS

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2015

Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2015 Amsterdam, juni 2015 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2015 Hbo ers en academici van studiejaar 2012/2013 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen academici Ernest Berkhout Siemen van der

Nadere informatie

Studentenenquête. Proces, respons, analyses, resultaten en rapportages Anja van den Broek, ResearchNed

Studentenenquête. Proces, respons, analyses, resultaten en rapportages Anja van den Broek, ResearchNed Nationale Studentenenquête Proces, respons, analyses, resultaten en rapportages Anja van den Broek, ResearchNed Onderwerpen Deelname Veldwerk Respons Communicatie Analyses Resultaten Rapportages 2 Deelname

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 5.6, vijfde lid, van Wet studiefinanciering 2000;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 5.6, vijfde lid, van Wet studiefinanciering 2000; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 24893 4 december 2012 Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 november 2012, nr. DL/446544,

Nadere informatie

StudentenBureau Stagemonitor

StudentenBureau Stagemonitor StudentenBureau Stagemonitor Rapportage Mei 2011 1 SAMENVATTING... 3 ERVARINGEN... 3 INLEIDING... 4 ONDERZOEKSMETHODE... 5 RESPONDENTEN... 5 PROCEDURE... 5 METING... 5 DEEL I ANALYSE... 6 1. STAGE EN ZOEKGEDRAG...

Nadere informatie

Op welke school zitten onze oud-werkers vmbo nu?

Op welke school zitten onze oud-werkers vmbo nu? In deze bijdrage geven de decanen van de drie afdelingen een indruk van de vervolgkeuzes van onze werkers. Die keuzes vertonen jaar in jaar uit natuurlijk fluctuaties, anderzijds geeft het beeld van één

Nadere informatie

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld

Nadere informatie

Veranderen van opleiding

Veranderen van opleiding Veranderen van opleiding Veel hbo-psychologie studenten door naar een wo-opleiding... 2 Havisten in Gedrag & Maatschappij stappen vaker over naar wo... 3 Mbo ers en havisten in psychologie-opleidingen

Nadere informatie

Studeren na het HBO. stand van zaken 2014-2015. Informatie van het Avans Studentendecanaat

Studeren na het HBO. stand van zaken 2014-2015. Informatie van het Avans Studentendecanaat Studeren na het HBO stand van zaken 2014-2015 Informatie van het Avans Studentendecanaat 1 Studeren na het HBO: onderwerpen 1. Wat moet je weten over het collegegeld als je kiest voor een nieuwe bachelor

Nadere informatie

Studeren na het HBO. stand van zaken 2013-2014. Informatie van het Avans Studentendecanaat

Studeren na het HBO. stand van zaken 2013-2014. Informatie van het Avans Studentendecanaat Studeren na het HBO stand van zaken 2013-2014 Informatie van het Avans Studentendecanaat 1 Studeren na het HBO: onderwerpen 1. Wat moet je weten over het collegegeld als je kiest voor een nieuwe bachelor

Nadere informatie

Toelatingsvoorwaarden nieuwe profielen

Toelatingsvoorwaarden nieuwe profielen ECONOMIE (ECONOMICS) Accountancy ec of (ec of ) + Accountancy (Associate degree) ec of (ec of ) + Bedrijfs ec of (ec of ) + Bedrijfskunde MER ec of ec of ec of maw of Commerciële Economie (CE) ec of ec

Nadere informatie

Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2016

Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier. Studie & Werk 2016 Amsterdam, juni 2016 In opdracht van Elsevier Studie & Werk 2016 Hbo ers en academici van studiejaar 2013/2014 op de arbeidsmarkt Statistische bijlage: tabellen academici Paul Bisschop Siemen van der Werff

Nadere informatie

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht

HBO-Bachelor - studentenaantal Economie en Recht Economie en Recht Accountancy en fiscaal Accountancy Avans Hogeschool 556 Accountancy en fiscaal Accountancy Christelijke Hogeschool Windesheim 289 Accountancy en fiscaal Accountancy De Haagse Hogeschool

Nadere informatie

Resultaten WO-monitor 2013

Resultaten WO-monitor 2013 Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt

Nadere informatie

Nationale Studentenenquête 2014

Nationale Studentenenquête 2014 Nationale Studentenenquête 2014 Fontys Academy for Creative Industries Dimphy Hooijmaijers Renate Smits Petra Szczerba Dienst Onderwijs en Onderzoek mei 2014 2014 Dienst Onderwijs en Onderzoek. Alle rechten

Nadere informatie

Rapportage Toplijsten

Rapportage Toplijsten Rapportage Toplijsten www.qompas.nl December 2014 - januari 2015 - februari 2015 Qompas StudieKeuze favoriete studies Surrounded by Talent Inleiding In deze nieuwsbrief laten we verschillende top-10 lijstjes

Nadere informatie

DOORSTUDEREN NA HET HBO

DOORSTUDEREN NA HET HBO DOORSTUDEREN NA HET HBO Met welke financiële gevolgen moet je rekening houden? Informatie van het Avans Studentendecanaat Stand van zaken 2015-2016 Kenmerk: 14 september 2015 Studeren na het HBO: onderwerpen

Nadere informatie

WO-BACHELOR - studentaantallen Economie en Recht

WO-BACHELOR - studentaantallen Economie en Recht Economie en Recht Bedrijfskunde Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen Wageningen University 238 Bedrijfskunde Bedrijfskunde Erasmus Universiteit Rotterdam 2.204 Bedrijfskunde Bedrijfskunde Maastricht University**

Nadere informatie

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014

Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. juni 2014 Feiten en cijfers HBO-Monitor 2013: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo juni 2014 Honderden Feiten en cijfers 2 Inleiding In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden

Nadere informatie

Tien jaar patronen en trends in student satisfaction in Nederland

Tien jaar patronen en trends in student satisfaction in Nederland Beleidsgerichte studies Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek 131 Tien jaar patronen en trends in student satisfaction in Nederland Een analyse van oordelen uit de Keuzegidsenquête en de Nationale

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 5.6, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering 2000;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 5.6, vijfde lid, van de Wet studiefinanciering 2000; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36310 27 december 2013 Regeling van de Staatsecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2013, nr.

Nadere informatie

Hoger opgeleide jongeren in Amsterdam

Hoger opgeleide jongeren in Amsterdam Hoger opgeleide jongeren in Amsterdam Amsterdam, september 2009 In opdracht van Platform Arbeidsmarkt en Onderwijs Hoger opgeleide jongeren in Amsterdam Een korte schets van het afstudeercohort 2006/2007

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 33, lid 1b, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 33, lid 1b, van de Wet op het voortgezet onderwijs; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13500 1 september 2010 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 augustus 2010, nr.

Nadere informatie

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 De Nationale Studenten Enquête (NSE) is een grootschalig landelijk onderzoek waarin jaarlijks alle Bachelor en Master studenten in het hoger onderwijs gevraagd

Nadere informatie

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen

Nadere informatie

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL, Stenden hogeschool en hogeschool Van Hall Larenstein

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL, Stenden hogeschool en hogeschool Van Hall Larenstein Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL, Stenden hogeschool en hogeschool Van Hall Larenstein (versie januari 2009) In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van

Nadere informatie

hbo wo accountancy & fiscale economie - Keuzegids Universiteiten 2014 Keuzegids Masters 2014 - www.keuzegids.org

hbo wo accountancy & fiscale economie - Keuzegids Universiteiten 2014 Keuzegids Masters 2014 - www.keuzegids.org Page 1 of 5 Keuzegids Masters 2014 - www.keuzegids.org HBO WO ACCOUNTANCY & FISCALE ECONOMIE In de ondernemingswereld is er altijd behoefte aan financieel advies. Als accountant houd je je bezig met de

Nadere informatie

Arbeidsmarkt. Bedrijfskunde. Technische bedrijfskunde

Arbeidsmarkt. Bedrijfskunde. Technische bedrijfskunde wo bedrijfskunde Goede managers komen altijd aan de bak, ook in tijden van crisis. Maar nu het herstel tegen lijkt te vallen moet je wel voorbereid zijn op verrassingen. Veel bedrijfskunde-opleidingen

Nadere informatie

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot

Nadere informatie

Een goede opleiding werkt!

Een goede opleiding werkt! Een goede opleiding werkt! aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Amsterdam, 18 september 2014 Maikel Volkerink www.seo.nl m.volkerink@seo.nl - +31 20 525 1643 Inhoud 1. Hoe komen HO-alumni terecht op de arbeidsmarkt?

Nadere informatie

Rapportage Toplijsten

Rapportage Toplijsten Rapportage Toplijsten www.qompas.nl Januari 2015 - februari 2015 - maart 2105 Qompas StudieKeuze favoriete studies Surrounded by Talent Inleiding In deze nieuwsbrief laten we verschillende top-10 lijstjes

Nadere informatie

Lex Borghans Johan Coenen ROA

Lex Borghans Johan Coenen ROA De invloed van arbeidsmarkt en persoonskenmerken op de studiekeuze Lex Borghans Johan Coenen ROA 1 Opbouw van de presentatie Inleiding Ontwikkelingen in studiekeuze van schoolverlaters De invloed van arbeidsmarktontwikkelingen

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

De volgende afgeronde vooropleiding geven recht tot toelating tot de volgende kopopleiding:

De volgende afgeronde vooropleiding geven recht tot toelating tot de volgende kopopleiding: Kopopleiding Voltijd In de kopopleiding mag alleen de beroepscomponent worden aangeboden. (dus geen vak!!) De maximale duur van de kopopleiding is 1 jaar (60 credits) die in voltijd met studiefinanciering

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt Facts & Figures Aansluiting arbeidsmarkt 1 De Nationale Alumni Enquête (NAE, voorheen WO-Monitor) wordt tweejaarlijks afgenomen onder de afgestudeerden van de ruim 800 masteropleidingen aan de Nederlandse

Nadere informatie

Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015

Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,

Nadere informatie

NSE: Van vraag naar verbetering

NSE: Van vraag naar verbetering NSE: Van vraag naar verbetering Olof Wiegert Hogeschool van Amsterdam Stafafdeling Onderwijs en Onderzoek Hogeschool van Amsterdam 46444 studenten 3539 medewerkers 7 domeinen 68 voltijd bachelor opleidingen

Nadere informatie

Gap Year onderzoek. 1. Uitkomsten Jongeren

Gap Year onderzoek. 1. Uitkomsten Jongeren Samenvatting Gap Year onderzoek Mei 2012 Gap Year onderzoek In april 2012 hebben het Europees Platform en de Nuffic onderzoek gedaan naar de toekomstplannen van leerlingen na hun eindexamen. De focus van

Nadere informatie

Kiezen voor de toekomst!

Kiezen voor de toekomst! Kiezen voor de toekomst! 2 e fase HAVO januari 2015 1 Profielen Cultuur & Maatschappij Economie & Maatschappij Natuur & Gezondheid Natuur & Techniek januari 2015 2 Opbouw van een profiel gemeenschappelijk

Nadere informatie

Profielkeuze-test (PKT)

Profielkeuze-test (PKT) Profielkeuze-test (PKT) Anoniem 2014 TalentFocus Inleiding Het kiezen van een profiel is voor veel leerlingen lastig. Want als je nog niet precies weet wat je later wilt studeren is het moeilijk om op

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING STUDIEFINANCIERING 2000

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING STUDIEFINANCIERING 2000 STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20456 20 juli 2015 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juli 2015, nr. HO&S/755131, houdende

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20456-n1 26 januari 2016 Rectificatie: Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juli 2015,

Nadere informatie

* * * wia of wib Bedrijfskunde 8. B Business Studies * * * wia of wib 9. B Econometrics * wib wib wib 10. B Econometrics and Operations

* * * wia of wib Bedrijfskunde 8. B Business Studies * * * wia of wib 9. B Econometrics * wib wib wib 10. B Econometrics and Operations Bijlage C Lijst van dere vooropleidingseisen in het wetenschappelijk onderwijs. Deze eisen gelden voor 4 vwo, dus voor leerlingen die instromen in het wo vaf 2010 en vallen onder de nieuwe tweede fase.

Nadere informatie

Kiezen voor de toekomst! 2e fase havo

Kiezen voor de toekomst! 2e fase havo Kiezen voor de toekomst! 2e fase havo januari 2014 1 Veranderingen voor leerlingen Meer huiswerk minder toetsen Toetsen over grote(re) stof eenheden Grotere school Verdieping Examen vanaf klas 4 Zelfstandigheid

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015

Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voorlichtingsavond HBO & WO Opleidingen woensdag 7 oktober 2015 Voor leerlingen van: Almende college, Ludger College, Ulenhof College, Rietveld Lyceum, Christelijk College Schaersvoorde, Liemers College,

Nadere informatie

Een baan. Sectorbeeld Gedrag & Maatschappij, Inspectie van het Onderwijs, 2015 1

Een baan. Sectorbeeld Gedrag & Maatschappij, Inspectie van het Onderwijs, 2015 1 Een baan Hbo-deeltijders minst last van afnemende baankansen... 2 Afgestudeerde pedagogen minste last van afnemende baankansen... 3 Hbo-afgestudeerden minder vaak baan na één maand... 4 Wo-afgestudeerden

Nadere informatie

BIJLAGE A NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN VOOR OPLEIDINGEN VAN HET WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS

BIJLAGE A NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN VOOR OPLEIDINGEN VAN HET WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS BIJLAGE A NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN VOOR OPLEIDINGEN VAN HET WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS 1. In deze bijlage wordt verstaan onder: NT: profiel natuur en techniek NG: profiel natuur en gezondheid EM: profiel

Nadere informatie

GEBRUIKERSTOETS "Studeren met een handicap 2005"

GEBRUIKERSTOETS Studeren met een handicap 2005 GEBRUIKERSTOETS "Studeren met een handicap 2005" Studenten met een handicap over de voorlichting, begeleiding en voorzieningen bij hun opleiding en instelling F.Steenkamp en M.Bos Een rapport voor handicap

Nadere informatie

1. Studenttevredenheid TOELICHTING

1. Studenttevredenheid TOELICHTING 1. Studenttevredenheid TOELICHTING Dit criteria geeft een beeld van het oordeel dat studenten over hun studie geven. Het is een eenvoudige maar robuuste indicatie van hoe de studenten de kwaliteit van

Nadere informatie

Open dag Avans Hogeschool 31 januari 2015

Open dag Avans Hogeschool 31 januari 2015 Open dag Avans Hogeschool 31 januari 2015 Academie voor Algemeen en Financieel Management (AAFM) - Accountancy - Bedrijfseconomie - Bedrijfskunde MER - Human Resource Management WELKOM BIJ AAFM Even voorstellen:

Nadere informatie

Wat zijn de kernkwaliteiten van de volgende beroepen?

Wat zijn de kernkwaliteiten van de volgende beroepen? PROFIELKEUZE 2015 Wat zijn de kernkwaliteiten van de volgende beroepen? Profielen: Letterkunde IBM Chirurg Piloot C&M E&M N&G Cultureel Talig Organisatie management Nauwkeurig Geduldig Sociaal Uitstekende

Nadere informatie

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo)

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo) Aantal gediplomeerden aan de lerarenopleidingen in Nederland Ondanks huidige en verwachte lerarentekorten is er geen sprake van een substantiële groei van aantal gediplomeerden aan de verschillende lerarenopleidingen.

Nadere informatie

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van de NHL Hogeschool,

Nadere informatie

BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, TWEEDE LID, VAN DE REGELING NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN HOGER ONDERWIJS 2007

BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, TWEEDE LID, VAN DE REGELING NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN HOGER ONDERWIJS 2007 BIJLAGE BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, TWEEDE LID, VAN DE REGELING NADERE VOOROPLEIDINGSEISEN HOGER ONDERWIJS 2007 Eisen voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs, bij de VO-profielen zoals die vanaf

Nadere informatie

Hoofdrapportage STO 2009 Studententevredenheidsonderzoek NHTV

Hoofdrapportage STO 2009 Studententevredenheidsonderzoek NHTV Hoofdrapportage STO 2009 Studententevredenheidsonderzoek NHTV Kwaliteit, planning & control Ellen van den Broek Breda, augustus 2009 2 Studententevredenheidsonderzoek NHTV 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Alle analyses die op basis van het 1 Cijfer hoger onderwijs zijn verricht zijn gebaseerd op de voltijd studenten.

Alle analyses die op basis van het 1 Cijfer hoger onderwijs zijn verricht zijn gebaseerd op de voltijd studenten. DEFINITIES EN VERANTWOORDING BESTE STUDIES 2013 1CIJFER HOGER ONDERWIJS Alle analyses die op basis van het 1 Cijfer hoger onderwijs zijn verricht zijn gebaseerd op de voltijd studenten. STUDENTENAANTAL

Nadere informatie

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein

Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein Toelatingseisen en aanbevolen vakken NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein In dit document is de landelijke lijst met toelatingseisen van alle opleidingen van de NHL Hogeschool,

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2015-2016 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs. HBO-Monitor 2007. G.W.M. Ramaekers

De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs. HBO-Monitor 2007. G.W.M. Ramaekers De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs HBO-Monitor 2007 G.W.M. Ramaekers Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

Nadere informatie

AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR STUDIEJAAR: 2014 VOLGNUMMER: 22 WEEK: 10

AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR STUDIEJAAR: 2014 VOLGNUMMER: 22 WEEK: 10 AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR Sector (gewogen) Opleiding Opl.vorm ECONOMIE 50645 - B Bedrijfskunde Voltijd 163-109 - - - - 81 85 - - - 50950 - B Economie en Bedrijfseconomie Voltijd 428-153 341-351 - 41

Nadere informatie

Kopopleiding. Word in één jaar leraar na je hbo- of wo-bachelor!

Kopopleiding. Word in één jaar leraar na je hbo- of wo-bachelor! Kopopleiding Word in één jaar leraar na je hbo- of wo-bachelor! Leraar worden met een kopopleiding van een jaar Een interessante kans voor hbo-bachelors en wo-bachelors: word leraar! Als werken met jongeren

Nadere informatie

Nationale Studenten enquête 2015

Nationale Studenten enquête 2015 projectnr Title Subtitle Afdeling-Instituut Nationale Studenten enquête 2015 Fontys Academy for Creative Industries Dienst Onderwijs en Onderzoek Dimphy Hooijmaijers, Renate Smits, Eindhoven, 1 juni 2015

Nadere informatie

AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR STUDIEJAAR: 2014 VOLGNUMMER: 23 WEEK: 11

AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR STUDIEJAAR: 2014 VOLGNUMMER: 23 WEEK: 11 AANTAL AANMELDINGEN BACHELOR Sector (gewogen) Opleiding Opl.vorm ECONOMIE 50645 - B Bedrijfskunde Voltijd 182-121 - - - - 91 93 - - - 50950 - B Economie en Bedrijfseconomie Voltijd 459-170 357-384 - 47

Nadere informatie

Nadere vooropleidingseisen in het wetenschappelijk onderwijs, bij de profielen in het voortgezet onderwijs geldig tot 1 augustus 2007.

Nadere vooropleidingseisen in het wetenschappelijk onderwijs, bij de profielen in het voortgezet onderwijs geldig tot 1 augustus 2007. Bijlage A behorende bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 mei 2007, nr. HO/BL/2007/3152, houdende nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 33, lid 1c, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 33, lid 1c, van de Wet op het voortgezet onderwijs; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 32957 30 september 2015 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 september 2015, nr. HO&S/805204,

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

Aantal respondenten 1758 1707 1578 13981 Aantal benaderd 4500 4404 4344 36949

Aantal respondenten 1758 1707 1578 13981 Aantal benaderd 4500 4404 4344 36949 Onderwijs & Kwaliteit Eerste rapportage HBO-Monitor 2013 Op 3 april 2014 zijn de resultaten van de jaarlijkse HBO-monitor (enquête onder afgestudeerden) over 2013 binnengekomen. Het onderzoek betreft studenten

Nadere informatie

Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding

Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding Hebt u in het verleden een hbo- of wo-opleiding 5 afgerond en wilt u de bacheloropleiding Psychologie volgen dan kunt u in aanmerking

Nadere informatie

Bijlage A behorende bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs 2007

Bijlage A behorende bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs 2007 Bijlage A (Bijlage behorende bij de regeling Wijziging van de regeling nadere vooropleidingseisen hoger onderwijs 2007 in verband met vervanging van de bijlagen van 1 oktober 2008, kenmerk HOenS-2008/59402)

Nadere informatie

Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding

Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding Vrijstelling voor de bacheloropleiding of toelating tot de masteropleiding Heeft u in het verleden een hbo- of wo-opleiding afgerond en wilt u de bacheloropleiding psychologie volgen dan kunt u in aanmerking

Nadere informatie

GEBRUIKERSTOETS "Studeren met een handicap 2008"

GEBRUIKERSTOETS Studeren met een handicap 2008 Stichting HOP onderwijs consumenten informatie GEBRUIKERSTOETS "Studeren met een handicap 2008" Studenten met een handicap over de voorlichting, begeleiding en voorzieningen bij hun opleiding en instelling

Nadere informatie

Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling

Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling Aantal week 16 Verschil 214 tov. 213 16-4-212 aantal % Radboud Universiteit Nijmegen 283 3319

Nadere informatie

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017

Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Overzicht met lotingstudies in het HBO, studiejaar 2016-2017 Is één van onderstaande opleidingen de opleiding waarvoor je je hebt aangemeld? Dan moet je meedoen aan de selectieprocedure (loting). Om deel

Nadere informatie

Factoren die van invloed zijn op uitval van eerstejaarsstudenten noordoost Nederland. Werkgroep Aansluitingsmonitor noordoost Nederland.

Factoren die van invloed zijn op uitval van eerstejaarsstudenten noordoost Nederland. Werkgroep Aansluitingsmonitor noordoost Nederland. Factoren die van invloed zijn op uitval van eerstejaarsstudenten noordoost Nederland. Werkgroep Aansluitingsmonitor noordoost Nederland. Definitief. 15 Juni 2012. Groningen/Zwolle Juni 2012 1 Inhoud 1

Nadere informatie

Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling

Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling Vooraanmeldingen per instelling voor Bachelor Opleidingen (1e jrs) Bachelor vooraanmeldingen per instelling Aantal week 19 Verschil 214 tov. 213 7-5-212 6-5-213 5-5-214 aantal % Radboud Universiteit Nijmegen

Nadere informatie

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1 Het aantal studenten dat start met een opleiding tot leraar basisonderwijs, leraar speciaal onderwijs of leraar voortgezet onderwijs is tussen en afgenomen. Bij de tweedegraads en eerstegraads hbo-lerarenopleidingen

Nadere informatie