De overtredende commanditaire vennoot en de zelfstandigenaftrek

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De overtredende commanditaire vennoot en de zelfstandigenaftrek"

Transcriptie

1 De overtredende commanditaire vennoot en de zelfstandigenaftrek Tracey Hu-a-ng Semester 2, studiejaar 2008/ juli 2009 Bachelorscriptie Begeleider : Dr. J.L. van de Streek

2 Inhoud 1. Inleiding 1 2. Casusbeschrijving 2.1 Feitencomplex en uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwaarden Benadering van de Advocaat-Generaal Oordeel van de Hoge Raad 9 3.De betekenis van de uitspraak van de Hoge-Raad voor de BV-CV structuren 3.1 Het urenprobleem De toepassing van ondersteunende werkzaamheden De personenvennootschappen onder het nieuwe recht Titel 7: 13 BW 16 Conclusie 19 Bibliografie 22 1

3 1. Inleiding Op 29 januari heeft de Hoge Raad in de zaak nr , geoordeeld dat het overtreden van het beheersverbod door een commanditaire vennoot voldoende is om te leiden tot ondernemerschap. De belastingplichtige heeft in deze zaak twee petten op. Hij is commanditaire vennoot van een commanditaire vennootschap (hierna: CV) en directeur/enig aandeelhouder in de besloten vennootschap (hierna: BV) die optreedt als beherende vennoot. In de Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) 1 is er een onderscheid gemaakt tussen de echte ondernemers van artikel 3.4 Wet IB en de quasiondenemers van artikel 3.3 lid 1 onderdeel a Wet IB. De beherende vennoot wordt in een CV belast als echte ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB, hij wordt rechtstreeks verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming, en alleen hij heeft recht op de ondernemersfaciliteiten. Daarentegen voldoet een commanditaire vennoot niet aan het verbondenheidscriterium en is volgens artikel 3.3 lid 1 onderdeel a Wet IB, medegerechtigde 2. Hij heeft de functie van geldschieter; op grond van artikel 20 Wetboek van Koophandel (hierna WvK), mag hij geen beheersdaden verrichten, zijn aansprakelijkheid blijft beperkt tot het bedrag van zijn inbreng en zijn naam mag niet in de naam van de CV voorkomen. De commanditaire vennoot wordt als medegerechtigde weliswaar gekwalificeerd als winstgenieter ex artikel 3.3 lid 1 onderdeel a, maar mist de ondernemerstatus en komt daarom niet in aanmerking voor de ondernemersfaciliteiten 3. Eén daarvan is de zelfstandigenaftrek van Artikel 3.76 Wet IB, deze is de ondernemer toegestaan die aan het urencriterium voldoet en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt. Deze scriptie richt zich specifiek op het gebruik van de zelfstandigenaftrek door een overtredende commanditaire vennoot. De Wet IB stelt twee voorwaarden voor het gebruik van de zelfstandigenaftrek: de belastingplichtige moet ondernemer zijn en hij moet voldoen aan het urencriterium. Aangezien de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een overtredende commanditaire vennoot aangemerkt moet worden als ondernemer, wordt aangenomen dat aan de eerste voorwaarde is voldaan. Deze staat 1 Cornelisse, 2007, p Prof. Mr. A.J.A. Stevens, De commanditaire vennoot en het beheersverbod, NTFRB Heithuis, 2008, inkomstenbelasting, p. 63 2

4 niet meer ter discussie. Om gebruik te maken van de zelfstandigenaftrek moet de overtredende commanditaire vennoot ook voldoen aan de tweede voorwaarde: het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB. In de casus was de Hoge Raad het eens met het Hof: een overtredende commanditaire vennoot die voldoet aan het urencriterium van 1225 uren, heeft recht op de zelfstandigenaftrek. De Staatssecretaris is in zijn beroepschrift slechts ingegaan op de schending van het ondernemerschap. Deze scriptie bespreekt ook de schending van artikel 3.6 in samenhang met artikel 3.76 Wet IB waarin het urencriterium is opgenomen. Ten eerste onderzoekt deze scriptie in welke hoedanigheid de belanghebbende, in de BV- CV structuur, zijn uren besteedt. Ten tweede kunnen de werkzaamheden van de commandiet-ondernemer hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn binnen het samenwerkingsverband van de BV-CV structuur. Als er sprake is van werkzaamheden die hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn, vallen deze uren niet onder het urencriterium. De vraag die centraal staat is: wanneer leidt het overtreden van het beheersverbod door een commanditaire vennoot, in een BV-CV structuur, tot aanspraak op de zelfstandigenaftrek in de zin van artikel 3.76 Wet Inkomstenbelasting 2001? Om antwoord op deze vraag te geven wordt in hoofdstuk 2 het arrest beschreven. Eerst wordt in paragraaf 2.1 het feitencomplex en de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwaarden behandeld. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 gekeken naar de benadering van de Advocaat-Generaal. En paragraaf 2.3 behandelt de uitspraak van de Hoge Raad. Daarna wordt in hoofdstuk 3 de betekenis van de uitspraak van de Hoge Raad voor de BV-CV structuren onderzocht. In dit hoofdstuk worden de punten besproken, waarop de Staatssecretaris niet is ingegaan. In paragraaf 3.1 komt het urenprobleem aan de orde, er wordt gekeken of de belanghebbende de werkzaamheden verricht in de hoedanigheid van commanditaire vennoot of van directeur/enig aandeelhouder van de BV. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de mogelijkheid dat de commanditaire vennoot uren heeft gemaakt die hoofdzakelijk van ondersteunende aard kunnen zijn en of een dergelijke BV-CV structuur ongebruikelijk is. Daarna wordt in hoofdstuk 4 gekeken naar de invoering van de nieuwe personenvennootschappen en de invloed die deze heeft op de onderhavige casus. Tenslotte wordt geconcludeerd wanneer het overtreden van het beheersverbod 3

5 door een commanditaire vennoot, in een BV-CV structuur, leidt tot de zelfstandigenaftrek. 2. Casus beschrijving Deze scriptie is gebaseerd op een arrest waar belanghebbende X een commanditaire vennoot is van een CV, tevens ook directeur en enig aandeelhouder van een BV die beherende vennoot is van de CV. De vragen die centraal staan tijdens de behandeling van dit arrest zijn: Overtreedt de commanditaire vennoot het beheersverbod van artikel 20, lid 2, WvK, met als gevolg, dat hij vanwege artikel 21 WvK, hoofdelijk verbonden is aan de verbintenissen van de CV en ondernemer is in de zin van artikel 3.4 Wet IB? Heeft de belanghebbende als ondernemer recht op de zelfstandigenaftrek ex artikel 3.76 van de Wet IB. Eerst wordt in paragraaf 2.1 het feitencomplex en de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwaarden behandeld. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 gekeken naar de benadering van de Advocaat-Generaal. Tenslotte behandelt paragraaf 2.3 de uitspraak van de Hoge Raad. 2.1 Feitencomplex en de uitspraak van het gerechtshof te Leeuwaarden Het Gerechtshof te Leeuwarden heeft op 2 maart 2007 uitspraak gedaan in zaak BK 7/05 op het beroep van de heer X (hierna: de belanghebbende) tegen de uitspraak van de inspecteur. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbende als ondernemer recht heeft op de zelfstandigenaftrek ex artikel 3.76 van de Wet IB. De belanghebbende en zijn vader maakten deel uit van een E V.O.F. Deze is per 1 januari 1994 overgegaan in G C.V. (hierna: de CV). De ondernemingsactiviteiten van de CV bestaan uit de handel en reparatie van caravans. Op 29 december 1993 richtte de belanghebbende naast de CV, F B.V. op (hierna: BV). Van deze BV bezit hij 100% van de aandelen en is tevens directeur. Ingevolge de overeenkomst van de CV treedt de BV op als beherend vennoot en zijn de 4

6 belanghebbende en zijn vader de commanditaire vennoten. Eind 1997 maakte de vader van de belanghebbende een einde aan zijn deelname in de CV. Op 9 maart 1996 deed de belanghebbende een aanvraag voor een nieuwe BTW- en LB-nummer namens de CV. Deze brief werd ondertekend door de heer X, beherend directeur. Een jaar later tekende de belanghebbende namens de CV een offerte met betrekking tot een aan de CV verleende krediet, zonder de toevoeging beherend directeur. De vraag of de belanghebbende als ondernemer recht heeft op de zelfstandigenaftrek in de zin van artikel 3.76 van de Wet IB, wordt door de belanghebbende bevestigend beantwoordt. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat hij het beheersverbod van artikel 20 lid 2 WvK had overtreden en hierdoor rechtstreeks werd verbonden voor verbintenissen van de CV. Om deze reden was hij van mening dat hij ondernemer was in de zin van artikel 3.4 Wet IB. Hij voldeed ook aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB en claimde de zelfstandigenaftrek. De inspecteur bestreed deze stelling. Het Hof stelt de belanghebbende in het gelijk. Het Hof oordeelt dat de belanghebbende als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet IB moet worden aangemerkt. Aangezien het Hof ook geloof hecht aan de verklaring van de belanghebbende dat hij ruim aan het urencriterium van 1225 uren voldeed, heeft hij recht op de zelfstandigenaftrek. De Staatssecretaris komt in cassatie tegen het eerste oordeel van het Hof, namelijk dat de commanditaire vennoot ondernemer is in de zin van artikel 3.4 Wet IB. Als eerste stelt de Staatssecretaris in de toelichting bij het cassatiemiddel dat de verklaringen van de belanghebbende over de omstandigheden en activiteiten niet leiden tot ondernemerschap. Deze stelling bevat een klacht dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel zijn oordeel niet genoeg heeft gemotiveerd en geen inzicht in zijn gedachtegang heeft gegeven, aangezien de belanghebbende de werkzaamheden ook als directeur van de BV kan hebben verricht. Als tweede stelt de Staatssecretaris, dat er geen sprake kan zijn van ondernemerschap in de zin van artikel 3.4 Wet IB door een enkele overtreding van het beheersverbod. De Staatssecretaris is van mening dat een overtredende commanditaire vennoot niet door een enkele overtreding het beheersverbod overtreed, maar dat er gekeken moet 5

7 worden naar de objectief waarneembare feiten en omstandigheden 4. Dit wil zeggen dat een overtredende commanditaire vennoot niet door een enkele overtreding, zoals het kopen van een peperklip, aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van de vennootschap. Als gevolg van het beroep in cassatie concludeert de Advocaat- Generaal, het geen in de volgende paragraaf behandeld wordt. 2.2 Benadering van de Advocaat-Generaal De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Advocaat-Generaal Overgauw heeft op 15 november 2007 een juridisch advies voorgelegd. Volgens de Advocaat-Generaal ging het in het arrest om de vraag of en, zo ja, vanaf welk moment en onder welke omstandigheden een overtredende commanditaire vennoot, als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet IB kan worden aangemerkt. De wetgever heeft besloten een commanditaire vennoot als medegerechtigde te belasten in Box 1. Als medegerechtigde wordt de commanditaire vennoot uitgesloten van bepaalde ondernemersfaciliteiten waar een ondernemer wel recht op heeft. Om toch gebruik te maken van de ondernemersfaciliteiten, met name de zelfstandigenaftrek, zijn commanditaire vennoten geneigd hun status van medegerechtigde te verruilen voor de ondernemerstatus, door het beheersverbod te overtreden van artikel 20 lid 2 van het WvK. Als een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt is hij op grond van artikel 21 Wvk hoofdelijk verbonden voor alle schulden en verbintenissen van de vennootschap. Volgens Asser-Maeijer heeft het beheersverbod twee functies. Als eerste wil de wetgever derden beschermen door te voorkomen dat zij de indruk krijgen dat een commanditaire vennoot in werkelijkheid een beherend vennoot is. Ten tweede wil de wetgever voorkomen dat een commanditaire vennoot, zonder eigen volledige aansprakelijkheid, handelingen gaat verrichten in het economisch verkeer en zich 4 Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 september 2003, nr. CCP2003/1711M,BNB 2003/395 6

8 achter zijn status kan verschuilen als het mis zou gaan 5. Daarnaast heeft het beheersverbod als functie, het zuiver houden van de CV 6. De Advocaat-Generaal is van mening dat in een structuur waarbij een commanditaire vennoot die tevens ook directeur/grootaandeelhouder is van een BV, welke enige beherend vennoot is van de CV (hierna: BV-CV-structuur), moet worden aangenomen dat het beheersverbod door de commanditaire vennoot wordt overtreden. De constructie dat dezelfde persoon zowel commanditaire vennoot als indirecte beherende vennoot is van één CV staat naar zijn mening op gespannen voet met het streven naar het zo zuiver mogelijk houden van de CV en de positie van de commanditaire vennoot. Nadat is vastgesteld dat in de BV-CV-structuur de commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt, komt de vraag op of hij ondernemer is in de zin van artikel 3.4 Wet IB. Als ondernemer moet op grond van artikel 3.4 Wet IB worden voldaan aan het criterium: rechtstreekse verbondenheid. Er is sprake van rechtstreekse verbondenheid van een persoon als hij zelf de verbintenissen is aangegaan of indien de verbintenis door een ander is aangegaan namens hem. Dit is de positie van de beherende vennoot. Een commanditaire vennoot wordt niet verbonden voor verbintenissen die zijn aangegaan door de beherende vennoten. De commanditaire vennoot is pas verbonden voor verbintenissen betreffende de CV na, en door, overtreding van het beheersverbod. De verbondenheid van de commanditaire vennoot is het gevolg van artikel 21 Wvk, deze verbondenheid ontstaat niet door eigen handelen of door handelen van een gevolmachtigde. De Advocaat-Generaal is van mening dat de overtredende commanditaire vennoot weliswaar verbonden is voor verbintenissen als gevolg van het overtreden van het beheersverbod (artikel 21 Wvk), maar van een rechtstreekse verbintenis als bedoelt in artikel 3.4 Wet IB geen sprake is. Een overtredende commanditaire vennoot voldoet niet aan het rechtstreeks verbonden criterium van artikel 3.4 Wet IB waardoor hij niet kwalificeert als ondernemer. De Advocaat-Generaal is tot de conclusie gekomen dat een overtredende commanditaire vennoot niet kwalificeert als ondernemer omdat hij niet voldoet aan het rechtstreeks verbonden criterium. Het gevolg hiervan is dat hij ook geen recht 5 Asser-Maeijer, deel 5-V 6 Kamerstukken I, , 28746, C, p

9 heeft op het zelfstandigenaftrek, omdat hij geen ondernemer is in de zin van artikel 3.4 Wet IB. De Advocaat-Generaal hanteert in de laatste paragraaf ook de veronderstelling dat een overtredende commanditaire vennoot wel voldoet aan het rechtstreeks verbonden criterium. Dit doet hij voor het geval de Hoge Raad zou oordelen dat de belanghebbende wel zou kwalificeren als ondernemer. In dit geval zou een overtredende commanditaire vennoot als ondernemer aanspraak kunnen maken op alle ondernemersfaciliteiten van artikel 3.74 wet IB. Om te kwalificeren voor bepaalde faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet hij voldoen aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB. De uren die meedoen aan het urencriterium moeten worden gemaakt als commanditaire vennoot, als hij uren heeft gemaakt in de hoedanigheid van directeur van de BV tellen deze niet mee. In een BV-CV-structuur bevindt de commanditaire vennoot zich in een lastige bewijs positie. Hij dient te bewijzen dat hij meer dan 1225 uren heeft besteed aan de CV en dat hij deze uren heeft gemaakt in de hoedanigheid van commanditaire vennoot, en niet in de hoedanigheid van directeur van de BV. Het Hof oordeelde dat de overtredende commanditaire vennoot recht heeft op de zelfstandigenaftrek, omdat het geloof hecht aan de stelling, dat de commanditaire vennoot voldoet aan het urencriterium van 1225 uur. De Advocaat-Generaal vindt de uitspraak van het Hof onvoldoende gemotiveerd. De uitspraak geeft volgens de Advocaat-Generaal geen inzicht waarom het Hof van oordeel is dat één of meer van de activiteiten als commanditaire vennoot zijn verricht. Volgens de Advocaat- Generaal bevindt de commanditaire vennoot zich bij een BV-CV structuur in een lastige bewijspositie. Hij heeft als uitgangspunt dat de uren in beginsel worden gemaakt als directeur/enig aandeelhouder. De vraag in welke hoedanigheid de overtredende commanditaire vennoot de werkzaamheden in de CV heeft verricht, wordt in het volgende hoofdstuk uitgebreid behandeld 7. De Advocaat-Generaal concludeert dat in een BV-CV structuur, waar de commanditaire vennoot tevens ook directeur/grootaandeelhouder is van een BV, welke enig beherend vennoot is van de CV, moet worden aangenomen dat het beheersverbod wordt overtreden. De Advocaat-Generaal vindt echter dat een overtredende commanditaire vennoot niet kwalificeert als ondernemer in de zin van 7 Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.1 8

10 artikel 3.4 Wet IB. De commanditaire vennoot wordt op grond van artikel 21 van de Wvk weliswaar verbonden voor verbintenissen, maar van een rechtstreekse verbintenis als bedoelt in artikel 3.4 Wet IB is er geen sprake. Als gevolg hiervan heeft de belanghebbende ook geen recht op de zelfstandigenaftrek. De Advocaat- Generaal concludeert het beroep in cassatie gegrond. 2.3 Oordeel van de Hoge Raad De vraag of de belanghebbende voor het onderhavige jaar recht had op de zelfstandigenaftrek werd door het Hof bevestigend beantwoord. De Staatssecretaris heeft tegen het oordeel van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Op 29 januari 2009 oordeelde de Hoge Raad dat het overtreden van het beheersverbod door een commanditaire vennoot genoeg is om te lijden tot fiscaal ondernemerschap. Het Hof had al volgens de feiten geoordeeld, er was sprake van ondernemerschap, de uitspraak was juist gemotiveerd en niet voor cassatie vatbaar. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Uit het oordeel van de Hoge Raad blijkt dat zij het niet eens was met de Staatssecretaris, de objectief waarneembare feiten en omstandigheden spelen geen rol bij het aannemelijk maken van de overtreding. Een enkele overtreding is genoeg om te lijden tot hoofdzakelijke aansprakelijkheid van de vennootschap, ongeacht de objectief waarneembare omstandigheden. 3. De betekenis van de uitspraak van de Hoge-Raad voor de BV-CV structuren De uitspraak van de Hoge Raad heeft een einde gemaakt aan een langslepende kwestie. Als een commanditaire vennoot het beheersverbod overtreedt van artikel 20 lid 2 WvK, wordt hij voortaan aangemerkt als ondernemer. De Staatssecretaris heeft het in zijn beroepschrift slechts over de schending van het ondernemerschap en niet over de schending van het urencriterium. Daarom wordt in paragraaf 3.1 het urenprobleem behandeld. Ook de mogelijkheid dat er sprake kan zijn van ondersteunde werkzaamheden of een ongebruikelijke samenwerkingsverband is niet 9

11 aan de orde geweest. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de mogelijkheid dat de commanditaire vennoot uren heeft gemaakt die hoofdzakelijk van ondersteunende aard kunnen zijn en of een dergelijke samenwerkingsverband in een BV-CV structuur ongebruikelijk is. 3.1 Het urenprobleem Belanghebbende wist de overtreding van het beheersverbod aannemelijk te maken en kwalificeert als ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB. Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet hij ook voldoen aan het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB. In de casus moest belanghebbende dit duidelijk maken door te bewijzen dat hij op jaarbasis meer dan 1225 uren heeft besteed aan de CV. Het Hof hechtte geloof aan de verklaring van de belanghebbende dat hij ruim aan het urencriterium van 1225 uren voldeed en had recht op de zelfstandigenaftrek. De Staatssecretaris heeft het in zijn beroepschrift slechts over de schending van artikel 3.4 Wet IB en niet over de schending van artikel 3.6 of artikel 3.76 Wet IB, waarin het urencriterium is opgenomen. Hierdoor is een belangrijk punt niet naar voren gebracht, te weten de vraag in welke hoedanigheid de belanghebbende de werkzaamheden in de CV heeft verricht. In zijn conclusie stelt Advocaat-Generaal Overgauw zich op het standpunt dat de commanditaire vennoot moet bewijzen dat de uren zijn gemaakt in de hoedanigheid van de commanditaire vennoot en niet in de hoedanigheid van directeur/enig aandeelhouder van de beherende vennoot 8. Slechts de uren die worden gemaakt in de hoedanigheid van commanditaire vennoot tellen mee voor het urencriterium. In een BV-CV-structuur bevindt de commanditaire vennoot zich in een lastige bewijspositie omdat een persoon zowel commanditaire vennoot van de CV als directeur/enig aandeelhouder van de beherende vennoot is. De Advocaat-Generaal heeft als uitgangspunt dat de uren worden gemaakt als directeur van de beherend vennoot. Dit is in overeenstemming met hetgeen waarvan in het recht moet worden 8 HR 23 januari 2009, nr , BNB 2009/240 zie ook Conclusie Advocaat- Generaal Overgauw 15 november 2007, nr , NTFR 2007/223, punt

12 uitgegaan dat alleen vennoten die in het handelsregister staan ingeschreven beheersdaden kunnen verrichten. Als deze zienswijze wordt toegepast op de casus dan worden alle uren gemaakt in de hoedanigheid van de directeur/enig aandeelhouder van de BV. De belanghebbende maakt geen uren als commanditaire vennoot, hij voldoet niet aan het urencriterium en kan geen aanspraak maken op de zelfstandigenaftrek. Op dit punt verschilt Essers van mening met de Advocaat-Generaal Overgauw. Als is vastgesteld dat het beheersverbod is overtreden dan is de commanditaire vennoot een ondernemer (ex. artikel 3.4 Wet IB) vanaf het moment dat hij het beheersverbod overtreedt. Op grond van artikel 21 WVK is hij vanaf dat moment wegens alle schulden en verbintenissen van de vennootschap hoofdelijk verbonden. Dit betekend dat voor de civielrechtelijke toepassing van de hoofdelijke verbondenheid van de commanditaire vennoot, geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verbondenheid voor handelingen die wel en die niet tot de overtreding van het beheersverbod hebben geleid. Dit kan ook worden toegepast op het urencriterium. Bij een BV-CV structuur wordt er dan geen onderscheid gemaakt tussen de uren die zijn gemaakt als commanditaire vennoot dan wel als directeur van de BV. Deze uren zijn niet van elkaar te onderscheiden en zijn in hun totaliteit toe te rekenen aan het ondernemerschap van de belanghebbende. Essers gaat er vanuit dat de overtreding van het beheersverbod een omstandigheid is waarin de aandelen van de BV als verplicht ondernemingsvermogen worden geëtiketteerd 9. In een BV-CV structuur is het de vraag of de aandelen in de BV/beherende vennoot voor de commanditaire vennoot privé of ondernemingsvermogen vormen. Uit de hofuitspraak kan niet worden afgeleid of de aandelen tot het verplicht ondernemingsvermogen behoren van de commanditaire vennoot. Er bestaat hierover bijna geen jurisprudentie, slechts een uitspraak waarin de Hoge Raad de aandelen van de commanditaire vennoot in de BV/beherende vennoot aanmerkte als keuzevermogen 10. In de casus is niet duidelijk of de aandelen van de BV behoren tot het ondernemingsvermogen van de commanditaire vennoot. 9 Mrs. Van Amersfoort, Lourens, Leemreis (2009), BNB 2009/99c* zie de Noot van Esser. 10 HR 21 april 1982, nr , BNB 1982/197* 11

13 Indien de aandelen als verplicht ondernemingsvermogen worden geëtiketteerd, is een BV-CV structuur fiscaal niet meer aantrekkelijk en aangezien de belastingdruk afhankelijk is van de etikettering van de aandelen, zal een ondernemer niet snel kiezen voor deze structuur. Dit wordt duidelijker aan de hand van een som: Als de aandelen van de BV, in een BV-CV structuur, tot het privé vermogen behoren dan bedraagt het gecombineerde tarief van de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting over de uitgedeelde winst: 25.5% vennootschapsbelasting + 25% inkomstenbelasting van (100%-25.5%) = % Als de aandelen van de BV, in een BV-CV structuur, tot het ondernemingsvermogen behoren dan bedraagt het gecombineerde tarief: 25.5% vennootschapsbelasting % inkomstenbelasting van (100%-25.5%) = 60.37% 12. Hierdoor wordt een BV-CV structuur minder interessant voor de ondernemer. Volgens Stevens moet er gekeken worden naar de winstverdeling tussen de vennoten van de CV en de daarin opgenomen arbeidsbeloningen. Als de directeur een salaris van de BV ontvangt, behoren zowel de aandelen in de beherende vennootschap als het salaris, tot de onderneming van de commanditaire vennoot in box 1. Aangezien de belanghebbende zowel als directeur en als commanditaire vennoot winst uit onderneming geniet, is de verdeling van de uren niet meer relevant 13. Stevens is van mening dat de uren die worden gemaakt als directeur van de beherende vennootschap ook meetellen voor het urencriterium 14. Men kan zich afvragen of deze zienswijze wel toepasbaar is op de onderhavige casus. Deze kwestie kwam niet aan de orde in de casus, uit de feiten van de casus is het niet duidelijk of de directeur/enig aandeelhouder van de beherende vennoot een salaris ontvangt. De beherende vennoot ontvangt slechts een vergoeding ter grootte van de door haar gemaakte kosten, waaruit niet kan worden afgeleid of daaronder een salaris aan de directeur is inbegrepen. Ook bij deze zienswijze is het van belang om te weten of de aandelen in de beherende vennoot door de commanditaire vennoot tot het 11 Dit is de inkomstenbelasting als gevolg van de MKB vrijstelling (52%-(10% van 52%)) 12 Cornelisse, 2007, p artikel 3.3 lid 1 onderdeel a Wet IB 14 Prof. Mr. A.J.A. Stevens, De commanditaire vennoot en het beheersverbod, NTFRB

14 privé vermogen of het ondernemingsvermogen behoort. Dit is in de casus niet aan de orde gekomen. 3.2 De toepassing van ondersteunende werkzaamheden De Staatssecretaris is in zijn beroepschrift niet ingegaan op de mogelijkheid dat de uren die de commanditaire vennoot heeft gemaakt, hoofdzakelijk van ondersteunde aard zijn en of een dergelijke CV in een BV-CV structuur ongebruikelijk is. Indien de werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en er niet wordt voldaan aan het gebruikelijkheidstoets van artikel 3.6, lid 2 Wet IB, blijven de in de onderneming gewerkte uren buiten aanmerking. De uren tellen niet mee voor het urencriterium en de belanghebbende zou geen recht hebben op de zelfstandigenaftrek van artikel 3.76 Wet IB 15. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad onder de Wet IB 1964 blijkt dat de aard van de werkzaamheden niet bepalend zijn voor de beoordeling of een belastingplichtige wordt aangemerkt als ondernemer. De wetgever vond het wel ongewenst dat een belastingplichtige die alleen ondersteunende werkzaamheden verricht ten behoeve van het samenwerkingsverband, maar wel als ondernemer kwalificeert, gebruik kon maken van de ondernemersfaciliteiten. Daarom is de uitsluitingsregel in artikel 3.6 Wet IB lid 2 ingevoerd, deze wet heeft als doel het gebruik van ondernemersfaciliteiten door een dergelijke ondernemer tegen te gaan. De uitsluitingsregel bevat zowel een ondersteunende-werkzaamhedentoets als een gebruikelijkheidstoets. De ondersteunende-werkzaamheden-toets bepaald of de verrichte werkzaamheden voor het samenwerkingsverband hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn. Daarnaast bepaald de gebruikelijkheidstoets of het 15 artikel 3.6 lid 2 onderdeel a Wet IB 13

15 ongebruikelijk is dat een samenwerkingsverband wordt aangegaan tussen derden. De bewijslast wat betreft de gebruikelijkheidscriterium ligt bij de belastingplichtige 16. In het arrest van 28 maart 2007, is er sprake van een ondernemer die wel genoeg uren maakt maar geen recht heeft op de zelfstandigenaftrek. De belanghebbende is een vrouw die in de huisartsenpraktijk van haar echtgenoot hoofdzakelijk ondersteunende werkzaamheden verricht. Zij is ondernemer in de zin van artikel 3.4 Wet IB en werkt meer dan 1225 uur in de onderneming, maar heeft echter geen recht op de zelfstandigenaftrek. Op grond van artikel 3.6 lid 2 onderdeel a van de Wet IB worden de uren die de belastingplichtige besteedt ten behoeve van de samenwerkingsverband met een verbonden persoon niet meegeteld, indien deze werkzaamheden voor hoofdzakelijk (70% of meer) bestaan uit ondersteunende werkzaamheden, en het ongebruikelijk is dat een dergelijke samenwerkingsverband tussen onafhankelijke derden tot stand zal komen. De uren tellen niet mee voor het urencriterium, de belanghebbende voldoet niet aan het urencriterium en heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek 17. Er wordt in de casus van de commanditaire vennoot niet onderzocht of de gemaakte uren door de commanditaire vennoot hoofdzakelijk van ondersteunde aard kunnen zijn. Als de werkzaamheden die de commanditaire vennoot verricht niet als hoofdwerkzaamheden van de onderneming kunnen worden aangemerkt, dan zijn dit ondersteunende werkzaamheden 18. Daarnaast moet er ook worden onderzocht of de CV in een BV-CV structuur valt onder een ongebruikelijk samenwerkingsverband. Op grond van artikel 3.6 lid 2 onderdeel b juncto lid 4 Wet IB, komen de werkzaamheden ten behoeve van de onderneming niet in aanmerking voor het urencriterium indien: het samenwerkingsverband verband houdt met een onderneming waaruit een met de belastingplichtige verbondenpersoon als ondernemer winst geniet, maar de belastingplichtige zelf niet. Hieronder wordt mede verstaan een 16 Conclusie Advocaat-Generaal Overgauw 24 januari 2007, nr en nr , NTFR 2007/332, punt Hof Amsterdam 28 maart P.H.J. Essers, Het verbondenheidscriterium en het urencriterium, in: A.C. Rijkers en H. Vording, Vijf jaar Wet IB 2001, Deventer: Kluwer, 2006, p Vergelijk ook de uitspraak van Rechtbank Leeuwaarden van 3 november 2005, NTFR 2005/1643, hier worden de activiteiten van belanghebbende in een VOF met haar echtgenoot en zoon in een installatiebedrijf, als hoofdwerkzaamheden aangemerkt. 14

16 samenwerkingsverband dat verband houdt met een lichaam waarin de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon direct of indirect een aanmerkelijk belang heeft in de zin van afdeling 4.3 van de Wet IB. Hieruit kan worden afgeleid dat de CV in een BV-CV structuur kwalificeert als een samenwerkingsverband. Er moet vervolgens nog worden getoetst of een dergelijke samenwerkingsverband gebruikelijk is. Het is niet ondenkbaar dat een commanditaire vennoot ondersteunende werkzaamheden verricht aan de CV. Indien er sprake zou zijn van ondersteunende werkzaamheden en een ongebruikelijk samenwerkingsverband, dan worden alle uren die de belastingplichtige ten behoeve van de onderneming heeft verricht uitgesloten voor de toepassing van het urencriterium 19. Dit is een mogelijkheid om de overtredende commanditaire vennoot te onthouden van de zelfstandigenaftrek, omdat zijn uren niet meetellen voor het urencriterium. Aangezien deze mogelijkheden niet ter sprake zijn gekomen in de casus, rijst de vraag of een BV-CV structuur voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Advocaat-Generaal Overgauw is van mening dat er een samenhang bestaat tussen de ondersteunende werkzaamheden en de gebruikelijkheid. In de wetsgeschiedenis zijn er alleen voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat er een verband bestaat tussen de ondersteunende-werkzaamhedentoets en gebruikelijkheidstoets, en wel zodanig dat indien is vastgesteld dat er ondersteunende werkzaamheden worden verricht, kan worden aangenomen dat het samenwerkingsverband ongebruikelijk is 20. De uren van de belastingplichtige, die werkzaamheden verricht die hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn, tellen niet mee voor het urencriterium. In de onderhavige casus zou dit betekenen dat indien de overtredende commanditaire vennoot hoofdzakelijk werkzaamheden van ondersteunende aard zou verrichten ten aanzien van de CV, de BV-CV structuur als ongebruikelijk kan worden gekwalificeerd. Door de vaststelling dat er sprake is van ondersteunende werkzaamheden is tegelijkertijd ook gegeven dat er sprake is van een ongebruikelijke samenwerkingsverband. 19 Heithuis, 2008, Inkomstenbelasting, p Conclusie Advocaat-Generaal Overgauw 24 januari 2007, nr en nr , NTFR 2007/332 15

17 De BV-CV structuur is daarom fiscaal niet aantrekkelijker geworden voor de ondernemer die hoofdzakelijk ondersteunende werkzaamheden verricht. Als de man/vrouw firma wordt omgezet in een BV-CV structuur, tellen de uren nog steeds niet mee voor het urencriterium en heeft de belanghebbende ook in deze structuur geen recht op de zelfstandigenaftrek. 4. De personenvennootschappen onder het nieuwe recht Titel 7:13 BW In dit hoofdstuk wordt er gekeken naar de personenvennootschappen onder het nieuwe recht. Door de invoering van nieuwe personenvennootschappen komen er veranderingen tegenover het huidige recht. Er wordt gekeken naar de verschillen tussen het huidige en nieuwe recht en de invloed van deze veranderingen op de casus. Onder het huidig recht is de sanctie op de overtreding van het beheersverbod vastgelegd in artikel 20 lid 2 jo artikel 21 WvK. Als de commanditaire vennoot beheersdaden of werkzaam binnen de vennootschap verricht, overtreedt hij het beheersverbod. De tekst van artikel 21 Wvk spreekt over alle schulden, waardoor de overtredende commanditaire vennoot niet alleen aansprakelijk is voor de schulden en verbintenissen die verband houden met zijn optreden, maar ook voor de vennootschapschulden die zijn aangegaan vóór het tijdstip van overtreding van het beheersverbod 21. In de civiele literatuur bestaat er een verschil van mening over de reikwijdte van het beheersverbod. De enge leer van Mohr is van mening dat het beheersverbod pas wordt overtreden indien de commanditaire vennoot externe bestuurshandelingen verricht. Anderzijds is de ruime leer van Maeijer van mening dat niet alleen de 21 Conclusie Advocaat-Generaal 15 november 2007, punt

18 externe maar ook de interne handelingen van de commanditaire vennoot leiden tot het overtreden van het beheersverbod 22. In het wetvoorstel wordt er een onderscheid gemaakt tussen de openbare vennootschap en de niet-openbare vennootschap 23. De CV valt onder een openbare vennootschap en heeft onder het huidige recht geen rechtspersoonlijkheid. Onder het nieuwe recht wordt er een onderscheid gemaakt tussen openbare vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en openbare vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid. Hierdoor kan een CV onder het nieuwe recht opteren voor rechtspersoonlijkheid 24. De sanctie op een overtreding van het beheersverbod wordt onder het nieuwe personenvennootschapsrecht opgenomen in artikel 7:837 lid 2 BW 25. Dit artikel luidt als volgt: Handelt een commanditaire vennoot al dan niet krachtens volmacht in naam van de vennootschap of oefent hij door zijn handelen een beslissende invloed uit op het optreden door de besturende vennoten namens de vennootschap, dan is hij tegenover derden hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen der vennootschap die ten tijde van zijn handelen of daarna zijn ontstaan, tenzij zijn handelen deze verbondenheid niet of niet ten volle rechtvaardigt. Hieruit volgt dat er sprake is van een versoepeling ten opzichte van de regeling onder het huidige recht 26. Onder de nieuwe regeling is de commanditaire vennoot slechts hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen die ten tijde van zijn handelen of daarna zijn ontstaan. De overtreding van het bestuursverbod leidt niet meer tot aansprakelijkheid voor de vennootschapsschulden die zijn ontstaan vóór het tijdstip van overtreding. Maar er is ook een verscherping tegenover het huidige recht. Op grond van lid 2 ontstaat hoofdelijk aansprakelijkheid niet alleen door het extern optreden, maar ook door het intern handelen van de commanditaire vennoot 27. Hieruit blijkt dat de wetgever heeft 22 Asser/Maeijer, Deel V-5, t.a.p, nr 371, p Wetvoorstel 28746, voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.13 van het Burgerlijk Wetboek. 24 J.M.J. de Wit, J. Boos en E.H.W. van Nijnatten, Aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot in het wetsvoorstel personenvennootschappen, , p Onder het huidige recht in artikel 21 WvK 26 Conclusie Advocaat-Generaal 15 november 2007, punt J.M.J. de Wit, J. Boos en E.H.W. van Nijnatten, Aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot in het wetsvoorstel personenvennootschappen, , p

19 gekozen voor de ruime leer van Maeijer. De Wetgever heeft door middel hiervan willen voorkomen dat de commanditaire vennoot zijn aansprakelijkheid kan beperken, terwijl de besturende vennoten optreden als stromannen voor de commanditaire vennoot 28. De invoering van de nieuwe wetsvoorstel zal gevolgen hebben voor de BV- CV structuur. Net als in de onderhavige casus wordt als voorbeeld in de memorie van toelichting genoemd, een commanditaire vennoot die tevens ook directeur en enig aandeelhouder is van een BV die optreedt als beherende vennoot van de CV 29. Onder het nieuwe recht voldoet een BV-CV constructie aan het vereiste van het intern uitoefenen van beslissende invloed, en leidt deze constructie tot het overtreden van het beheersverbod door de commanditaire vennoot 30. Onder het huidige recht moest er nog worden onderzocht of de commanditaire vennoot externe bestuurshandelingen had verricht, terwijl onder het nieuwe recht het bewijs dat er sprake was van een beslissende interne invloed door de commanditaire vennoot genoeg is. 28 Kamerstukken II 2002/2003, 28746, B, p.16 e.v. en Kamerstukken II 2002/2003, 28746, nr.3, p76 e.v. (MvT) 29 Kamerstukken II 2002/2003, 28746, nr.3, p76 30 J.M.J. de Wit, J. Boos en E.H.W. van Nijnatten, Aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot in het wetsvoorstel personenvennootschappen, , p

20 Conclusie De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het overtreden van het beheersverbod leidt tot ondernemerschap. In de onderhavige casus was het de vraag of de overtredende commanditaire vennoot ook recht had op de zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek is geldig voor de ondernemer die ook voldoet aan het urencriterium van 1225 uren per jaar. Aangezien de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een overtredende commanditaire vennoot aangemerkt moet worden als ondernemer, moet nog worden voldaan aan het urencriterium. De Hoge Raad was het eens met het Hof, een overtredende commanditaire vennoot die meer dan 1225 uren heeft besteed aan de vennootschap, voldoet ook aan het urencriterium en heeft recht op de zelfstandigenaftrek. De Staatssecretaris is in zijn beroepschrift slechts ingegaan op de schending van het ondernemerschap en niet van het urencriterium. In deze scriptie werd onderzocht of een overtredende commanditaire vennoot, in een BV-CV structuur, voldoet aan het urencriterium, en recht heeft op de zelfstandigenaftrek. De vraag die centraal stond tijdens deze scriptie was: wanneer leidt het overtreden van het beheersverbod door een commanditaire vennoot, in een BV-CV structuur, tot aanspraak op de zelfstandigenaftrek in de zin van artikel 3.76 Wet Inkomstenbelasting 2001? Doordat de Staatssecretaris slechts is ingegaan op de schending van artikel 3.4 Wet IB, zijn twee belangrijke punten niet aan de orde gekomen. In deze scriptie zijn deze twee punten behandeld. Ten eerste betreft het de vraag in welke hoedanigheid de overtredende commanditaire vennoot de werkzaamheden in de CV heeft verricht. Ten Tweede is de Staatssecretaris niet ingegaan op de mogelijkheid dat de uren die de 19

21 commanditaire vennoot heeft gemaakt, hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en of een dergelijke samenwerkingsverband in de BV-CV structuur ongebruikelijk is. In een BV-CV structuur bevindt de commanditaire vennoot zich in een lastige bewijspositie. Hij moet aantonen dat er meer dan 1225 uren aan de vennootschap zijn besteed en dat de uren zijn gemaakt in de hoedanigheid van commanditaire vennoot en niet in de hoedanigheid van directeur/enig aandeelhouder van de BV. In de literatuur is er een verschil van mening over het aanpakken van dit urenprobleem. De bewijslast wat betreft dit urenprobleem licht bij de overtredende commanditaire vennoot. Dit betekent dat als de belanghebbende kan bewijzen dat hij in de hoedanigheid van commanditaire vennoot meer dan 1225 uren, op jaarbasis heeft besteed aan de CV, hij voldoet aan het urencriterium en hij recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Het tweede punt gaat over de mogelijkheid dat er sprake kan zijn van ondersteunende werkzaamheden en een ongebruikelijk samenwerkingsverband. Er wordt in de onderhavige casus niet onderzocht of de gemaakte uren, hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn. Werkzaamheden van ondersteunende aard zijn werkzaamheden die niet als hoofdwerkzaamheden van de onderneming kunnen worden aangemerkt. Als er daarnaast ook sprake zou zijn van een ongebruikelijk samenwerkingsverband, tellen de uren van de commanditaire vennoot niet mee voor het urencriterium. Het is niet ondenkbaar dat de overtredende commanditaire vennoot ondersteunende werkzaamheden heeft verricht aan de CV. Indien daarnaast de CV, in de BV-CV structuur, valt onder een ongebruikelijk samenwerkingsverband, dan is dit een mogelijkheid om de overtredende commanditaire vennoot te onthouden van de zelfstandigenaftrek, omdat de gemaakte uren niet meetellen voor het urencriterium. Uit artikel 3.6 lid 2 onderdeel b junta lid 4 Wet IB kan worden afgeleid dat de CV in een BV-CV structuur kwalificeert als een samenwerkingsverband. Vervolgens rijst de vraag of een BV-CV structuur voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Deze vraag is nog onbeantwoord. Volgens de Advocaat-Generaal, bestaat er een verband tussen de ondersteunende-werkzaamhedentoets en de gebruikelijkheidstoets. Indien is vastgesteld dat de overtredende commanditaire vennoot ondersteunende werkzaamheden verricht, kan worden aangenomen dat het samenwerkingsverband ongebruikelijk is. De uren van de commanditaire vennoot tellen dan niet mee voor het urencriterium, en hij heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek. 20

22 Als laatste is gekeken naar de veranderingen in de toekomst en de invloed van het nieuwe recht op de casus. Onder de nieuwe regeling is de overtredende commanditaire vennoot slechts hoofdelijk verbonden aan de verbintenissen die ten tijde van zijn handelen of daarna zijn ontstaan en niet meer aan de vennootschapschulden die zijn ontstaan vóór het tijdstip van overtreding. Ook ontstaat hoofdelijke aansprakelijkheid, onder het nieuwe recht, niet alleen door het extern optreden maar ook door het intern handelen van de commanditaire vennoot. Ten slotte heeft de invoering van het nieuwe wetsvoorstel als gevolg dat een BV-CV constructie voldoet aan het vereiste van het intern uitoefenen van de beslissende invloed, en leidt deze constructie tot het overtreden van het beheersverbod door de commanditaire vennoot. Onder het huidige recht moest er eerst onderzocht worden of de commanditaire vennoot bestuurshandelingen had verricht. Het nieuwe recht gaat bij een BV-CV constructie er vanuit dat het beheersverbod wordt overtreden. Om te weten wanneer een overtredende commanditaire vennoot, in een BV- CV structuur, aanspraak kan maken op de zelfstandigenaftrek van artikel 3.76 Wet IB, moet er rekening worden gehouden met de twee kernpunten die in deze scriptie aan de orde zijn gekomen. Bij het urenprobleem ging het om de bewijslast, de overtredende commanditaire vennoot moet aantonen dat de uren zijn gemaakt in de hoedanigheid van commanditaire vennoot. Er moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de commanditaire vennoot alleen ondersteunende werkzaamheden heeft verricht aan de vennootschap en dat er sprake kan zijn van een ongebruikelijk samenwerkingsverband. Als de overtredende commanditaire vennoot kan bewijzen dat hij als commanditaire vennoot de uren heeft gemaakt en dat er géén sprake is van ondersteunende werkzaamheden en een ongebruikelijk samenwerkingsverband, voldoet hij aan het urencriterium en heeft hij recht op de zelfstandigenaftrek. 21

23 Bibliografie A.J.A. Stevens (2009), De commanditaire vennoot en het beheersverbod, NTFR Asser-Maeijer Deel V Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 23 september 2003, nummer CCP2003/1711M, BNB 2003/395 ( Ondernemerschap van commanditaire vennoten) Conclusie Advocaat-Generaal Overgauw van 24 januari 2007, nummer en nummer , NTFR 2007/332 Conclusie Advocaat- Generaal Overgauw van 15 november 2007, nummer , NTFR 2007/2239 Cornelisse, R.P.C. (e.a.) (2007). Hoofdzaken belastingrecht. Ars Aequi Libri, Nijmegen Heithuis, E.J.W., Kavelaar, P. En Schuver B.F. (2008). Inkomstenbelasting. Deventer: Kluwer Hof Amsterdam, 28 maart 2007, nr. 06/00242 Hof Leeuwarden, 2 maart 2007, nr. 05/00007 Hoge Raad, 21 april 1982, rolnummer en BNB nummer 1982/197 Hoge Raad, 23 januari 2009, rolnummer en BNB nummer 2009/240 J.M.J. de Wit, J. Boos en E.H.W. van Nijnatten (2007), Aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot in het wetsvoorstel personenvennootschappen,tijdscrift voor ondernemingsbestuur, Kamerstukken I, , 28746, C, 22

24 Kamerstukken II, , , nummer. 3 Kamerstukken II, , , B Mrs. Van Amersfoort, Lourens, Leemreis (2009), BNB 2009/99c* P.H.J. Essers, Het verbondenheidscriterium en het urencriterium, in: A.C. Rijkers en H. Vording (2006), Vijf jaar Wet IB 2001, Deventer: Kluwer Wet Inkomstenbelasting 2001 Wetboek van Koophandel Wetvoorstel 28746, voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.13 van het Burgerlijk Wetboek. Kan 23

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 1

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 1 Inkomstenbelasting winst 1 programma Ondernemerschap Ondernemer versus onderneming Urencriterium Ongebruikelijke samenwerking Inleiding fiscale winstbepaling Goedkoopmansgebruik 1 Bronnenstelsel De inkomstenbelasting

Nadere informatie

Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13

Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13 Aspecten van de aansprakelijkheid van de vennoten onderling en jegens derden in titel 7.13 M r. J. A. H e u r k e n s * Inleiding Gezien de uitgesproken verwachting van de staatssecretaris van Justitie,

Nadere informatie

Werkzaam bij de Vakgroep Belastingrecht van de Universiteit Maastricht.

Werkzaam bij de Vakgroep Belastingrecht van de Universiteit Maastricht. Ondernemerschap in de Wet IB 1964 Mw. mr A.H.H. Vandenboorn 1 1. Inleiding Wie is ondernemer in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964)? In de loop der jaren zijn criteria ontwikkeld waaraan

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

ALIMENTATIEVERPLICHTING AFTREKBAAR ALS BOX-3 SCHULD

ALIMENTATIEVERPLICHTING AFTREKBAAR ALS BOX-3 SCHULD ALIMENTATIEVERPLICHTING AFTREKBAAR ALS BOX-3 SCHULD Een man betaalde in 2006 19.442 alimentatie aan zijn ex-vrouw. Het bedrag werd als persoongebonden aftrek in mindering gebracht op het box-1 inkomen.

Nadere informatie

Welkom op de Universiteit Leiden! Je hebt twee uitstekende keuzes gemaakt na je eindexamen:

Welkom op de Universiteit Leiden! Je hebt twee uitstekende keuzes gemaakt na je eindexamen: Beste student, Welkom op de Universiteit Leiden! Je hebt twee uitstekende keuzes gemaakt na je eindexamen: ten eerste heb je voor Leiden gekozen en ten tweede ga je beginnen met de studie Fiscaal Recht!

Nadere informatie

Personenvennootschappen

Personenvennootschappen Personenvennootschappen mei 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld voor schade

Nadere informatie

1. Nieuwe regelgeving rond personenvennootschappen ( Drs. J.E. van den Berg * [1] )

1. Nieuwe regelgeving rond personenvennootschappen ( Drs. J.E. van den Berg * [1] ) 1. Nieuwe regelgeving rond personenvennootschappen ( Drs. J.E. van den Berg * [1] ) Momenteel ligt in de Eerste Kamer het wetsvoorstel Personenvennootschappen, met nieuwe regels voor de zogeheten 'personenvennootschappen'

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Enkele aspecten van de. van de commanditaire vennootschap onder het Wetsvoorstel. Personenvennootschappen

Enkele aspecten van de. van de commanditaire vennootschap onder het Wetsvoorstel. Personenvennootschappen Enkele aspecten van de commanditaire vennootschap onder het Wetsvoorstel Personenvennootschappen Inleiding Op 24 december 2002 werd de Tweede Kamer verblijd met een mooi kerstcadeautje: het wetsvoorstel

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Handelsregister 1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Op grond van art. 5 aanhef en sub a Handelsregisterwet 2007 wordt een onderneming die in Nederland is gevestigd en die toebehoort

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 8 september 2015 Mr. F.J.M.E. Koppenol 1 Onderwerpen Faillietverklaring versus Turboliquidatie Uitspraken HR personenvennootschappen Uitspraken Rechtbank wettelijke geschillenregeling

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 10 januari 2014 nr. 09/01485 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 maart 2009, nr. 07/00372, betreffende

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 07/06/2013

Datum van inontvangstneming : 07/06/2013 Datum van inontvangstneming : 07/06/2013 c. -A601A3-0) Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer c "~" - I: Luxemboure Nr. 11/05307 Entrée 2 8 MARS 2013 1 maart 2013 Ingeschreven in het register van het Hof

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690

ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690 ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 26-09-2008 Datum publicatie 16-10-2008 Zaaknummer AWB 08/537 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-04-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3, en art. 13, B, aanhef en

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

Interne rente bij de vaste inrichting

Interne rente bij de vaste inrichting 3 Internationaal Belastingrecht en Dividendbelasting Master Internationaal en Europees Belastingrecht Universiteit van Amsterdam Interne rente bij de vaste inrichting Het in aanmerking nemen van interne

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:2681

ECLI:NL:GHARL:2014:2681 ECLI:NL:GHARL:2014:2681 Instantie Datum uitspraak 01-04-2014 Datum publicatie 11-04-2014 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Zaaknummer 13/00862 en 13/00863 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Evaluatie gevolgen van invoering Titel 7.13 BW voor fiscale kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden

Evaluatie gevolgen van invoering Titel 7.13 BW voor fiscale kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden Evaluatie gevolgen van invoering Titel 7.13 BW voor fiscale kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden Inleiding en achtergrond Op het moment van het schrijven van dit artikel is de datum van invoering

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer: 12/00201 uitspraakdatum: 15 oktober 2013 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

Het verbondenheidscriterium en het urencriterium

Het verbondenheidscriterium en het urencriterium Evaluatie Wet IB 2001 Het verbondenheidscriterium en het urencriterium Prof. dr. P.H.J. Essers 1 1. Inleiding Onder de Wet IB 1964 heeft de Belastingdienst de strijd aangebonden tegen het gebruik van de

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00429

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00429 ECLI:NL:GHAMS:2008:BD7995 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 02-07-2008 Datum publicatie 23-07-2008 Zaaknummer 07/00429 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2014:2773

ECLI:NL:GHDHA:2014:2773 ECLI:NL:GHDHA:2014:2773 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 21-03-2014 Datum publicatie 18-09-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-13/00269

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:BZ5048

ECLI:NL:HR:2013:BZ5048 ECLI:NL:HR:2013:BZ5048 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 22-03-2013 Datum publicatie 22-03-2013 Zaaknummer 11/05644 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:1075

ECLI:NL:GHARL:2017:1075 ECLI:NL:GHARL:2017:1075 Instantie Datum uitspraak 14 02 2017 Datum publicatie 17 02 2017 Zaaknummer 15/01532 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2015:5156,

Nadere informatie

GERECHTSHOF s-hertogenbosch

GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00033 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link:

ECLI:NL:HR:2017:130. Uitspraak. Permanente link: ECLI:NL:HR:2017:130 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2017:130 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10 02 2017 Datum publicatie 10 02 2017 Zaaknummer 16/02729 Formele

Nadere informatie

Opbouw voordracht. Onderneming? 21-01-2013. Zelfstandig genoeg? 1. Zelfstandig genoeg?

Opbouw voordracht. Onderneming? 21-01-2013. Zelfstandig genoeg? 1. Zelfstandig genoeg? Zelfstandig genoeg? U ondernemer? Dat bepalen wij wel! Grenzen aan de keuze voor ondernemerschap Door: mr drs R.J.M.M. van den Hurk rjmmvandenhurk@telfort.nl Opbouw voordracht Doel: kiezen fiscaal optimaal

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:360

ECLI:NL:GHSHE:2017:360 ECLI:NL:GHSHE:2017:360 Instantie Datum uitspraak 03 02 2017 Datum publicatie 06 04 2017 Zaaknummer 16/00441 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2212,

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden Hoge Raad der Nederlanden D e r d e K a m e r nr. 24.702 12 oktober 1988 AHN Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de vennootschap onder firma X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:6941

ECLI:NL:RBGEL:2016:6941 ECLI:NL:RBGEL:2016:6941 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 27-12-2016 Datum publicatie 27-12-2016 Zaaknummer AWB - 16 _ 3964 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2013:13019

ECLI:NL:RBDHA:2013:13019 ECLI:NL:RBDHA:2013:13019 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 02072013 Datum publicatie 15102013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB12_9829 Belastingrecht Bodemzaak

Nadere informatie

RECHTSVORMEN. www.damd.nl

RECHTSVORMEN. www.damd.nl www.damd.nl Rechtsvormen Welke soorten rechtsvormen zijn er voor zzp ers? Hoe kun je je onderneming inschrijven bij de Kamer van Koophandel en waar moet je op letten bij het kiezen van een bedrijfsnaam?

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 24 maart 2009, nr. CPP2009/170M, Stcrt. Nr. 68 De staatssecretaris

Nadere informatie

Ontwikkelingen rond de ondernemer in de inkomstenbelasting

Ontwikkelingen rond de ondernemer in de inkomstenbelasting 1. Inleiding Ontwikkelingen rond de ondernemer in de inkomstenbelasting Mr. M.L.M. van Kempen In deze bijdrage staan actuele ontwikkelingen rond de ondernemer/natuurlijke persoon in de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 21 januari 2013 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 6 F E B 2013 Kenmerk: DGB 2013-384 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 13/00280) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 december 2012, nr. 11/00501, X inzake

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6992 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00490

ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6992 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 07/00490 ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6992 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 04-12-2008 Datum publicatie 17-12-2008 Zaaknummer 07/00490 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 11 februari 2011 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 11 februari 2011 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 5 MRT 2011 Kenmerk: DGB 2011-869 Motivering van liet beroepschrift in cassatie (rolnummerfll/0066jj( tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 30 december 2010, nr. 09/00514,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:7283 Instantie Datum uitspraak 23-09-2014 Datum publicatie 25-09-2014 Zaaknummer 1400206 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:582,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 505 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2011) Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 26 oktober

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:6759

ECLI:NL:GHARL:2014:6759 ECLI:NL:GHARL:2014:6759 Instantie Datum uitspraak 02-09-2014 Datum publicatie 12-09-2014 Zaaknummer 13/01247 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:634

ECLI:NL:GHARL:2017:634 ECLI:NL:GHARL:2017:634 Instantie Datum uitspraak 31-01-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/01571 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2007:AZ6118 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 00636/06

ECLI:NL:PHR:2007:AZ6118 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 00636/06 ECLI:NL:PHR:2007:AZ6118 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 06-03-2007 Datum publicatie 06-03-2007 Zaaknummer 00636/06 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2008:BB6415

ECLI:NL:HR:2008:BB6415 ECLI:NL:HR:2008:BB6415 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-09-2008 Datum publicatie 12-09-2008 Zaaknummer 43761 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2008:BB6415

Nadere informatie

De onzakelijke lening:

De onzakelijke lening: Na de baanbrekende arresten in 2011 en 2012 over de onzakelijke lening, is er de afgelopen jaren nog veel (verfijnende) jurisprudentie verschenen. De auteur behandelt deze jurisprudentie en verwacht dat

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Oudedagsreserve

Inkomstenbelasting. Oudedagsreserve Inkomstenbelasting. Oudedagsreserve 1 Inkomstenbelasting. Oudedagsreserve Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven en beleidsbesluiten Besluit van 24 juni 2005, nr. CPP2005/1323M

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 6 juni 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 6 juni 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. DenHaag, I Q jyl2012 Kenmerk: DGB 2012-3421 Motivering van liet beroepsctirift In cassatie (rolnummer 12/02585) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 12 april 2(312, nr. 11/3414, 11/3415 en

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7477

ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7477 ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7477 Instantie Datum uitspraak 12-05-2010 Datum publicatie 14-06-2010 Zaaknummer 09/00106 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

In artikel 7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 is het volgende bepaald.

In artikel 7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 is het volgende bepaald. looofoo ccts Den Haag, 2 8 MRT 2011 Kenmerk: DGB 2011-1237 Beroepschrift in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van >( Z 15 februari 2011, nr. 10/00160, inzake Bf^^^NP te ÜÜH betreffende

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2016:5823

ECLI:NL:RBZWB:2016:5823 ECLI:NL:RBZWB:2016:5823 Instantie Datum uitspraak 20-09-2016 Datum publicatie 22-12-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer BRE - 15 _ 7455 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:9611

ECLI:NL:GHARL:2017:9611 ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Masterscriptie Fiscaal recht: Internationaal en Europees belastingrecht

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Masterscriptie Fiscaal recht: Internationaal en Europees belastingrecht UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Faculteit der Rechtsgeleerdheid Masterscriptie Fiscaal recht: Internationaal en Europees belastingrecht Kwalificatie van Nederlandse en buitenlandse hybride rechtsvormen Het

Nadere informatie

De goeddoel stichting: een theoretisch onderzoek naar het reduceren van belastingafdracht

De goeddoel stichting: een theoretisch onderzoek naar het reduceren van belastingafdracht 20-oktober-2010 Dhr. J van de Streek Bachelor scriptie fiscale economie De goeddoel stichting: een theoretisch onderzoek naar het reduceren van belastingafdracht Lennart Smit 5744709 2 Inhoudsopgave 1

Nadere informatie

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling

De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus School of Economics Bachelorscriptie NADRUK VERBODEN De toepassing van het leerstuk van de onzakelijke lening op de ongebruikelijke terbeschikkingstelling Naam Wopke

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 09/00638

ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 09/00638 ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4752 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-11-2010 Datum publicatie 24-11-2010 Zaaknummer 09/00638 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:BX9444

ECLI:NL:HR:2013:BX9444 ECLI:NL:HR:2013:BX9444 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-04-2013 Datum publicatie 12-04-2013 Zaaknummer 12/01372 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Cassatie Omzetbelasting.

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 04/04123

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 04/04123 ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 20-09-2005 Datum publicatie 05-10-2005 Zaaknummer 04/04123 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1327, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1327, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan ECLI:NL:HR:2015:3425 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 11-12-2015 Datum publicatie 11-12-2015 Zaaknummer 14/02510 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:999,

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044 ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 25-07-2008 Datum publicatie 05-08-2008 Zaaknummer 07/6768 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2010:BM1206

ECLI:NL:HR:2010:BM1206 ECLI:NL:HR:2010:BM1206 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 24-09-2010 Datum publicatie 24-09-2010 Zaaknummer 08/03539 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BM1206

Nadere informatie

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Geldend op 24-07-2009 - Besluit van 27 maart 2001; CPP 2001/366M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2016:8884

ECLI:NL:GHARL:2016:8884 ECLI:NL:GHARL:2016:8884 Instantie Datum uitspraak 08-11-2016 Datum publicatie 11-11-2016 Zaaknummer 16/00065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer;

HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer; Belastingkamer: Nummer: 883/79 HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Derde Meervoudige Belastingkamer; Gezien het beroepschrift van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. voorheen de vennootschap

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:20

ECLI:NL:GHARL:2015:20 ECLI:NL:GHARL:2015:20 Instantie Datum uitspraak 06-01-2015 Datum publicatie 16-01-2015 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Zaaknummer 14/00053, 14/00054 en 14/00055 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7796 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 98/4659

ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7796 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 98/4659 ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7796 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 21-12-1999 Datum publicatie 04-07-2001 Zaaknummer 98/4659 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd:

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Drie musketiersverliezenstrijd koepelvrijstelling In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Moet artikel 13 A lid 1 letter f van de Zesde Richtlijn

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers

Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Juridisch up to Date, september 2008 Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers Mr. dr. S. Parijs, CMS Derks Star Busmann

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2015:382 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/00712

ECLI:NL:GHAMS:2015:382 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/00712 ECLI:NL:GHAMS:2015:382 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-02-2015 Datum publicatie 26-03-2015 Zaaknummer 13/00712 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 26-05-2016 Datum publicatie 23-06-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 5196 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2013:6459

ECLI:NL:RBNNE:2013:6459 ECLI:NL:RBNNE:2013:6459 Instantie Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 15-11-2013 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Nederland AWB-13_1050

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:BX1337

ECLI:NL:RBBRE:2011:BX1337 ECLI:NL:RBBRE:2011:BX1337 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 22-07-2011 Datum publicatie 13-07-2012 Zaaknummer 10/2873 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal September 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur en wetgevingsproces Ongehuwde samenlevers en vermogensregime Ongehuwden en alimentatie Pensioen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:4393

ECLI:NL:RBDHA:2016:4393 ECLI:NL:RBDHA:2016:4393 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 08-04-2016 Datum publicatie 26-04-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 15_7509 SCHENK

Nadere informatie